Blog

Muurreclame Harpol Nieuwe Marktstraat (1993 RAN foto Toon Opsteegh CCBYSA)
#Nijmegen, Centrum, Kunstwerken

Reclameschildering Nieuwe Marktstraat: Harpol, Brasso, Solo en Koster

2006 Nieuwe Marktstraat

Muurreclame Harpol Nieuwe Marktstraat (1993 RAN foto Toon Opsteegh CCBYSA)
Muurreclame Harpol Nieuwe Marktstraat, 1993 (RAN foto Toon Opsteegh CCBYSA)

Op de hoek van de Nieuwe Marktstraat is een muurschildering te zien van een collega van 3 verschillende reclameschilderingen die hier ooit hebben gezeten.

Let aan het einde van het blok ook nog even op de schildering boven de voormalige kapperij Vos. In 2006 is deze schildering aangebracht door Ger van Zetten en Sarah Wilson. Het betreft een mengeling van 3 reclameschilderingen die hier ooit hebben gezeten. Er is gekozen om de schildering te behouden zoals die op dat moment was, oftewel voor een restauratie.

Initiatief kapper Vos

Muurschildering Nieuwe Marktstraat Solo Harpol (oktober 2022)
Muurschildering Nieuwe Marktstraat (oktober 2022)

Kapper de Vos nam het initiatief tot de restauratie. Het liefst had hij iets anders gezien: “Ik vind het jammer dat het zo’n ratjetoe is. Liever had ik gewild dat er was gekozen voor één reclame en die was opgeknapt, zodat die eruit zou zien zoals die was. Maar het is beter dan het was.”

Harpol, Brasso, Solo en Koster

De muur met reclameschilderingen Nieuwe Marktstraat, 1920-1930 (E.F. van der Grinten via F78365 CCBYSA)
De muur met reclameschilderingen Nieuwe Marktstraat, 1920-1930
(E.F. van der Grinten via F78365 CCBYSA)

Hierin zijn 4 namen verwerkt:

  • Harpol (Moderne Hygiene Harpol reinigt en ontsmet uw toilet)
  • Solo (margarine)
  • Brasso (zilverpoets)
  • Koster, de naam van de schilder van de laatste schildering

Op onderstaande foto’s zijn (een deel van de) afzonderlijke reclames te zien.

Brasso

Zoals de Gelderlander het al zegt: “in de linkerbovenhoek een schemering van Brasso”.

Op bovenstaande foto uit 1915-1920 is de reclame van Brasso goed te zien. Daarboven en onder staan een aantal andere reclames:

“DE DION [BOUTON..]
AUTOM[OBIE..]
N.V.L.A[.MOLL..]
ST.ANN[ASTRAAT..]
BR[ASSO..]
Vloeibaar [poets-extract..]
Rec[kitt’s]
ZAKJ[E BLAUW]” (Noviomagus)

Brasso: polijstmiddel voor metaal

Brasso is een merk polijstmiddel voor metaal, oftewel koperpoets. Het is bedoeld om aanslag van messing, koper, chroom en roestvrij staal te verwijderen. De naam zal afgeleid zijn van het engelse woord voor messing: “brass”. In het engels wordt de term “metal polish” voor “koperpoets” gebruikt; dus niet iets als “copper polish”

Reckitt and Sons

Brasso werd in of rond 1905 in Groot-Brittannië geïntroduceerd door Reckitt and Sons, een grote fabrikant van huishoudelijke middelen, opgericht in Hull. Haar agent, W. H. Slack, ontdekte het gebruik van een dergelijk middel in Australië, toen hij op bezoek was bij de Australische tak van dit bedrijf. Vervolgens ging Brasso in 1905 bij Reckitt and Sons in productie, waarvoor ze een nieuwe fabriek had laten bouwen.

wikipedia: “in eerste instantie verkocht aan de spoorwegen, ziekenhuizen en aan grote winkels.”

Brasso is nog steeds te koop.

Brasso in Nijmegen

Het is mij (RE) nog onbekend wie de oorspronkelijke Brasso muurschildering heeft laten plaatsen. Wel waren Reckitt’s Zakje Blauw als Brasso merken van dezelfde fabrikant.

(Het is niet waarschijnlijk dat het 1 grote advertentie van L.A. Moll was: mogelijk Brasso als metaalpoetsmiddel nog wel, maar het Zakje Blauw was bedoeld om de was witter te laten lijken).

Gevonden advertenties

Advertentie Poetsartikelen Drogisterij Keizer Karel (De Gelderlander 6/3/1908)
Advertentie Poetsartikelen Drogisterij Keizer Karel (De Gelderlander 6/3/1908)

De op dit moment eerstgevonden advertentie in Nijmegen is in De Gelderlander 6/3/1908: dan verkoopt Drogisterij “Keizer Karel” in de Lange Burchtstraat 17 dit product.

Hieronder is een lijst weergegeven van gevonden advertenties voor Brasso. Er is echter niet naar volledigheid gestreefd; mogelijk betrof het een andere winkelier of heeft (de Nederlandse agent van) Brasso zelf laten aanbrengen. Welk lijkt het beeld te zijn dat Brasso oorsponkelijk werd verkocht door drogisterijen. Toen de levensmiddelenwinkeliers opkwamen, vinden we vanaf dat moment ook daar advertenties van het poetsmiddel.

  • Firma F.J. van Pelt, drogisterij, Lagemarkt 47 en Kort Hezelstraat 28 (PGNC 22/12/1909, PGNC 22/2/1912)
  • Thijs Plet, Lange Brouwerstraat 9, Ganzenheuvel 33, Hertogstraat 63, Pontanusstraat 14 (PGNC 10/12/1910)
  • Wed. W.H.M. v. Crimpen, Molenstraat 52 (De Gelderlander 6/7/1913); Van Crimpen’s
  • “Het Goedkoope Warenhuis, Broerstraat 8-10; als “Extra Reclame” (De Gelderlander 19/9/1915)
  • Drogisterij, Molenstraat 52 (en Hamburgerstraat 28 Doetinchem; De Geld]erlander 9/8/1919)
  • Th. Hendriks Pz., St. Annastraat 58/60 (PGNC 5/1/1918)
  • J.J. Hofman J.R, drogist, Elst (De Gelderlander 3/5/1919)
  • Drogisterij “De Nieuwe Gaper”, D. Katje, Ganzenheuvel 33 (De Gelderlander 4/10/1919)
  • Firma H.M. v. Haaren, Levensmiddelen, winkels in Nijmegen: Molenstraat, Smidstraat, Daalscheweg, Burghardt v.d. Berghstraat en Marialaan en in 30 andere plaatsen. Brasso: links onder,  15 cent (De Gelderlander 22/5/1920 Brasso: links onder, 15 cent)
  • Henri v.d. Velden & Co., Hezelstraat 84b, De Gelderlander 10/10/1922
  • Albert Heijn, levensmiddelen, Lange Burchtstraat 27 en Burghardt v.d. Berghstraat 54 (De Gelderlander 22/3/1923, 13 cent)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://en.wikipedia.org/wiki/Brasso

https://en.wikipedia.org/wiki/Reckitt_and_Sons

https://nl.wikipedia.org/wiki/Brasso_(product)

zie ook https://www.onlinemuseumdebilt.nl/reckitt-colman/

Harpol

Muurreclame Harpol Nieuwe Marktstraat (1993 RAN foto Toon Opsteegh CCBYSA)
Muurreclame Harpol Nieuwe Marktstraat, 1993 (RAN foto Toon Opsteegh CCBYSA)

Op de foto uit 1993 blijkt alleen de Harpol reclame nog goed leesbaar te zijn. Aan de andere kant zijn tegenwoordig de overig muurschilderingen op het pand verdwenen.

In de Limburger uit 1956 is de volgende advertentie gevonden:

“Nieuw! HARPOL reinigt en ontsmet Uw toilet!

Het naarste werkje wordt nu voor u gedaan!

Wat is Harpol? Het nieuwe, zelfwerkende reinigingsmiddel in poedervorm voor Uw toiletpot. Ruikt aangenaam. Speciaal gemaakt om U dat naarste van alle werkjes uit handen te nemen!” (De nieuwe Limburger 27-09-1956).

Net als Brasso en Reckitt’s Zakje Blauw is Harpol een merk van Reckitt’s (Reckitts N.V. in de Bilt). Het merk Harpic werd geïntroduceerd in 1932 en is vernoemd naar haar uitvinder Harry Pickup. Sinds wanneer en waarom het merk in Nederland Harpol heet is mij niet bekend, maar mogelijk omdat de 2e lettergreep iets te veel associatie met een toilet oproept.

https://en.wikipedia.org/wiki/Harpic

https://www.dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/sijs002chro01_01_0026.php?q=pik#hl1

Solo

Een gelijksoortige muurschildering van Solo uit 1907 te Dreischor (Zeeland) staat hieronder weergegeven.

Solo Muurreclame Dreischor (Wiki Commons Paul Hermans)

Bij het Stadsarchief van Oss staat een afbeelding uit 1911 van een pakje Solo weergegeven, met tevens een verhaal over de margarinefabriek.

Tegenwoordig wordt het merk in België nog verkocht.

(Overige) Bronnen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Solo_(margarine)

(Overige) Bronnen en verder lezen

Oktober 2006, Huis van de Nijmeegse Geschiedenis (link werkt niet meer, april 2024)

http://www.noviomagus.nl/gevschil6.htm

https://nl.wikipedia.org/wiki/Solo_(margarine)

https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=167833

https://www.gelderlander.nl/nijmegen/muurreclame-door-de-eeuw-heen~a9522a72/?cb=dc0c0f8f80acbe25179646271d1e6204&auth_rd=1

Het voormalige St. Jozefklooster, Kerkstraat 65. In 1930 gebouwd naar ontwerp van architect Deur op het terrein van villa Andelshof voor de Priesters van het H. Hart. Hees Nijmegen
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Studiehuis St Jozef

1930, Kerkstraat 65-67, Gemeentelijk monument

Het voormalige St. Jozefklooster, Kerkstraat. In 1930 gebouwd naar ontwerp van architect Deur op het terrein van villa Andelshof voor de Priesters van het H. Hart.

Het voormalige St. Jozefklooster, Kerkstraat is oorspronkelijk gebouwd als Studiehuis voor de Priesters van het H. Hart. Het is In 1930 gebouwd naar ontwerp van architect Deur op het terrein van villa Andelshof. Rond 1970 is van het studiehuis een bejaardenoord voor kloosterlingen gemaakt, waarbij het de naam St. Jozefklooster kreeg.

Op 14-9-1929 vond de aanbesteding plaats. De laagste inschrijver, C.H.M. Arts te Nijmegen was de laagste inschrijver (f264.800). (PGNC 16/9/1929)

Priesters van het H. Hart

Leon Dehon

De oprichter van de Priesters van het H. Hart, oorspronkelijk Oblaten van het Hart van Jezus, was Leon Dehon (La Capelle, 14 maart 1843 — Brussel, 12 augustus 1925).

“De congregatie van de Priesters van het H. Hart werd in 1878 gesticht door kanunnik Leon Dehon, een man, die er een carrière en vermogen voor over had zijn roeping te volgen en die het klooster boven kerkelijke ereambten verkoos. “Jammer; hij had kardinaal kunnen worden”, aldus uitte er een Frans priester-socioloog zijn spijt over, dat Pater J.L. Dehon ooit zijn H.  Geloften had afgelegd. Een geleerde, zo mag hij gerust heten om zijn verschillende doctoraten, en toch toont hij zich soms oppervlakkig; innige vroomheid kenmerkte zijn leven, maar het hield hem niet terug van vergaderlokalen en verstrooiende reizen. Hij reisde de hele wereld rond; publiceerde daarbij boeken en artikelen; was paedagoog. Een veelzijdig iemand met honderd interessen, maar tenslotte slechts een enkel levensbelang: de vestiging van het Rijk van het H. Hart. Daar ligt het eenheidgevende princiep van dit overvolle leven. Uit dit ideaal kwamen ook zijn stichtingsplannen voort.” (De Gelderlander 25/5/1950)

Nederlandse provincie

In 1911 werd de afzonderlijke Nederlandse provincie van de Priesters van het H. Hart opgericht. In 1912 vond de oprichting van het Groot-Seminarie in Liesbosch plaats. Deze locatie is al gauw te klein. In 1922 werd als noodoplossing nog een vleugel aangebouwd. Daarom besloot de orde tot de oprichting van een 2e Groot Seminarie.

Nijmegen had daarbij de voorkeur: een klooster daar zou tevens woongelegenheid geven aan paters die aan de universiteit hun opleiding kregen. De aanbiedingen die de orde kreeg, voldeden echter niet. Daarom betrok de “Hoogeerwaarde Pater Provinciaal toch met enige universiteits-studenten een huis aan de “Berg-en-Dalseweg, vlakbij de St. Stephanuskerk. Achteraf lijkt het, alsof hij niet langer heeft willen wachten, al was niet alles naar wens”

Villa Andelshof

Villa Andelshof. Vóór 1930: deze foto is nog zonder het studiehuis, maar met het mooie park (F21623 RAN)
Villa Andelshof. Vóór 1930: deze foto is nog zonder het studiehuis, maar met het mooie park (F21623 RAN)

De kans kwam toen In 1928 mevrouw Rijckevorsel-van Kessel-Bonnike de villa Andelshof met grond en bijbehorende gebouwen wilde verkopen. Aanvankelijk betrokken de paters, broeders en theologiestudenten de villa en het koetshuis. Deze villa was rond 1885 gebouwd, het koetshuis rond 1889. Vooral het park moet erg mooi zijn geweest: “Oudere bewoners van Hees, die het oorspronkelijke “Andelshof” gekend hebben roemen er nog over. Trouwens, de kopers zelf wisten het te waarderen: zo drong een van hen er bij zijn eerste bezoek in het pasgekochte huis op aan, dat de nieuwe bouw, die gezet moest worden, zover mogelijk van de straat af zou komen: het park moet intact blijven.” Op grond van technische bezwaren heeft men deze raad niet opgevolgd: in het park werd grondig gerooid en einde 1929 begon men met de bouw van het tegenwoordige huis, dat op de villa aansloot.” (De Gelderlander 25/5/1950)

Het nieuwe Studiehuis

Het Studiehuis St. Jozef, rechts Huize Andelshof (van 1927 tot 1944 het klooster van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus), 1935 (F18910 RAN)
Het Studiehuis St. Jozef, rechts Huize Andelshof (van 1927 tot 1944 het klooster van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus), 1935 (F18910 RAN)

Priesters van het H. Hart.

… Dit missiehuis, dat gebouwd is naar de plannen van onzen stadgenoot den heer Ir. J.G. Deur, is reeds eenige maanden uitwendig voltooid, en is bestemd voor studiehuis (theologie) der E.E.P.P. priesters van het H. Hart (Liesbosch-Princenhage). De toekomstige missionarissen voltooien hier hun laatste studies voor het priesterschap. Deze missie congregatie heeft haar juvenaten te Bergen op Zoom en te Bakel bij Helmond- dat laatste studiehuis is toegewijd aan Christus-Koning.

Het nieuw missie-studiehuis te Hees is gebouwd op het vroegere goed Andelshof van de familie van Rijckevorsel van Kessel “ (De Gelderlander 24/2/1931)

“Na een jaar konden de theologie-studenten met hun paters professoren het nieuwe klooster betrekken, en liep dus het aantal bewoners van het Groot-Seminarie te Liesbosch naar wens in voldoende mate terug. De zes jaren hogere studie, die de toekomstige priester moet maken, waren voortaan zo gesplitst, dat de tweejarige philosophie-cursus en het eerste jaar theologie in Lieshout gevolgd werden en de resterende drie jaar in Nijmegen.

Hier ontleende het oude “Andelshof” voortaan zijn sfeer en karakter van regelmaat van het Scholasticaatsleven. Een leven, dat door de buitenstaander gewaardeerd mag worden naar wandelende fraters of een feestelijk klinkende bel, maar dat voor de insider is opgebouwd uit een harmonisch geheel van gebed, studie en ontspanning, totaal ingesteld op het feitelijk berieken van het bestreefde doel: het H. Priesterschap.” (De Gelderlander 25/5/1950)”

Oorlog

Het door wegtrekkende Duitsers in brand gestoken Huize Andelshof rechts, en links het Studiehuis St. Jozef, van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus, 1944 (F19110 RAN)
Het door wegtrekkende Duitsers in brand gestoken Huize Andelshof rechts, en links het Studiehuis St. Jozef, van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus, 1944 (F19110 RAN)
Het door wegtrekkende Duitsers in brand gestoken Huize Andelshof rechts, en links het Studiehuis St. Jozef, van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus, 1944 (F19110 RAN) Het door wegtrekkende Duitsers in brand gestoken Huize Andelshof rechts, en links het Studiehuis St. Jozef, van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus, 1944 (F19110 RAN)

In 1942 vorderden de Duitsers het studiehuis, inclusief inventaris. De paters ging verder met haar opleiding in 5 “fililiaal-huizen”, meestal uitgewoonde villa’s. Toen de Duitsers zich in september 1944 terugtrokken, staken zij het hoofdgebouw en de villa in brand. Het hoofdgebouw kon behouden blijven, de villa niet. De inventaris was door de Duitsers meegenomen.

Na de bevrijding was het studiehuis gevorderderd door Engelse en Canadese militairen. “…Veel goeds is er niet van te zeggen. Het gebouw is sinds de bevrijding meer uitgewoond dan anders in een zeer groot aantal jaren.” (De Gelderlander 11/7/1945)

Herstel

Na de oorlog begon de congregatie met het herstel. Daarbij werd tevens besloten een nieuwe kapel te laten bouwen: er was behoefte aan een grotere kapel, zodat plechtige gelegenheden beter kon worden opgeluisterd. Daarnaast kon de oude kapel worden ingericht als woonruimte. Deze kapel uit 1950 is eveneens van de hand van architect Deur (Architectenbureau Ir. Deur- Ir. Pouderoyen).

St. Jozefklooster

Door ontkerkelijking daalde het aantal studenten en kloosterlingen. Daarop besloot de congregatie rond 1970 om van het studiehuis een bejaardenoord voor kloosterlingen te maken. Deze was bestemd voor de Priesters van het Heilig Hart en voor de Zusters van de H. Carolus Borromeus. De naam werd veranderd in St. Jozefklooster.

Verder

Het in renovatie zijnde Klooster van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus, voorheen het Studiehuis St. Jozef. Hier een gedeelte van de achterzijde, rechts is zichtbaar de nieuwbouw van het Klooster, 1987 (foto Anton van Roekel, CC-BY-SA via F18913 RAN)
Het in renovatie zijnde Klooster van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus, voorheen het Studiehuis St. Jozef. Hier een gedeelte van de achterzijde, rechts is zichtbaar de nieuwbouw van het Klooster, 1987 (foto Anton van Roekel, CC-BY-SA via F18913 RAN)

Het koetshuis is vanaf 1968 in gebruik als peuterspeelzaal. Aanvankelijk als de Kleuterhof, later als de Vlindertuin.

De renovatie eind jaren 80 werd uitgevoerd door Pouderoyen, de opvolger van architectenbureau Deur-Pouderoyen. Daarbij vond herindeling van het hoofdgebouw plaats en werd de interieurafwerking vernieuwd. De kapel uit de jaren 50 is in 1986 gesloopt . Hier staan nu een gebouw met kapelruimte en ontvangstzaal en daarnaast een aantal wooneenheden.

De kapel van Studiehuis St. Jozef, 1935 (F50619 RAN)
De kapel van Studiehuis St. Jozef, 1935 (F50619 RAN)
Duitse militair op wacht voor wachthuisje voor studiehuis St. Jozef, 1942 (F56079 RAN)
Duitse militair op wacht voor wachthuisje voor studiehuis St. Jozef, 1942 (F56079 RAN)

Bronnen en meer lezen:

Kapel studiehuis “St. Jozef” te Hees wordt geconsacreerd, De Gelderlander 25/5/1950

Ambitiedocument St. Jozefklooster 21 september 2021


Historie van Hotel Heeslust

Waar tegenwoordig woningen staan, aan de Korte Bredestraat tegenover de kerk, was jarenlang een belangrijk middelpunt van het dorpsleven van…

Watercentrale Nieuwe Marktstraat
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Watercentrale

Het kantoor en pompstation van het Gemeentelijk Waterleidingbedrijf en links daarvan de Ambachtsschool; op de voorgrond de rails van de kolentram die cokes aanvoerde van de Waalkade naar de gasfabriek, Nieuwe Marktstraat 10-12, 1936 (F46605 RAN)
Het kantoor en pompstation van het Gemeentelijk Waterleidingbedrijf en links daarvan de Ambachtsschool; op de voorgrond de rails van de kolentram die cokes aanvoerde van de Waalkade naar de gasfabriek, Nieuwe Marktstraat 10-12, 1936 (F46605 RAN)

In 1879 opent het gemeentelijk waterleidingbedrijf aan de Nieuwe Marktstraat. Na een grote verbouwing herinnert nog weinig aan het oorspronkelijke gebouw. In 1984 wordt het nieuwe pompstation opgeleverd, dat tot 2016 dienst doet. Momenteel (2025) heeft Doornroosje en Gemeente Nijmegen het plan om hier de nieuwe locatie voor poppodium Merleyn te bouwen.

Zowel het witte gebouw als het lage gebouw met grijze tegels hebben te maken met de waterwinning van Nijmegen. Het witte gebouw van het Gemeentelijk Waterleidingbedrijf is oorspronkelijk gebouwd in 1879. Het complex bestaat uit een pompstation met kantoren, magazijnen en een opzichterwoning.

1875: De wens van een gemeentelijk waterwinbedrijf

Pompstation van de Openbare Nutsbedrijven, Nieuwe Marktstraat 8, 1920 (F29000 RAN)
Pompstation van de Openbare Nutsbedrijven, Nieuwe Marktstraat 8, 1920 (F29000 RAN)

In 1875 werd begonnen met het onderzoek naar de wenselijkheid van een gemeentelijk waterwinbedrijf. Een van de onderzoekers was J. Paijens, directeur van de Gemeentelijke Gasfabriek. De eerste drinkwaterleidingbedrijven waren Amsterdam (1853) en Den Helder (1856).

In de bovenstad was er een gebrek aan pompen. Daarnaast was de kwaliteit van het grondwater slecht door verontreiniging, veroorzaakt doordat mensen dicht op elkaar gepakt woonden en mestvaalten die vlak bij de putten lagen. Een van de gevolgen daarvan waren cholera-epidemieën. Daarnaast hoorde een waterleidingbedrijf bij een moderne gemeente.

Na de eerste 2 In de periode 1870-1880 zouden naast Nijmegen Den Haag, Leiden en Rotterdam een drinkwaterleidingbedrijf krijgen. Vanaf 1880 zou het aantal waterleidingbedrijven in Nederland toenemen.

1879: Eerste pompstation en uitbreidingen

In 1879 werd het waterleidingbedrijf aan de Nieuwe Marktstraat geopend. Een logische plek, aangezien het op een laag punt van de stad lag, maar bovendien dicht bij het afzetgebied.

Het witte gebouw aan de Nieuwe Marktstraat is het eerste pompstation. Nadat het gebouw in 1928 aan de Ambachtsschool was afgestaan, is deze verhoogd met een verdieping en flink verbouwd.

Riolering

In 1885 werd begonnen met de aanleg van een rioleringsstelsel. Daarbij werden waterpompen weggehaald een poelen gedempt. Tegelijkertijd verdwenen de waterpompen uit het straatbeeld en werden poelen gedempt.

Na 1879 vonden een aantal uitbreidingen plaats. Jarenlang herinnerde een tegeltableau ‘1909’ bij het grijze gebouw aan de eerste uitbreiding: een pompgebouw. Daarmee had Nijmegen een primeur in Nederland, doordat de pompen elektrisch werden aangedreven. Dit gebouw was tevens een waterzuiveringsinstallatie.

1984 Nieuw pompstation met waterzuiveringsinstallatie

In 1984 werd het nieuwe pompstation in gebruik genomen. Deze had bovendien een zuiveringsinstallatie.

Herkomst Water

Oorspronkelijk werd het water opgepompt onder het Kronenburgerpark.

In de wijk Kwakkenberg stond een waterreservoir, dat zorgde voor druk op de leiding. Daardoor was de bouw van een watertoren niet nodig.

Vanaf 1915 werd het water tevens opgepompt uit Heumensoord. Aanvankelijk als proefstation en vanaf 1937 als productiebedrijf, waarbij een leiding rechtstreeks naar deze watercentrale liep.

2016 Einde Waterwinning Nieuwe Marktstraat

Watercentrale Nieuwe Marktstraat
Watercentrale Nieuwe Marktstraat

Een foto van het pompstation uit 1990 is te zien op F60568 RAN.

In 2016 is de waterwinning aan de Nieuwe Marktstraat gestopt. Volgens de Europese Regelgeving zou de verontreiniging in de buurt van de het Kronenburgpark gesaneerd moeten worden. Tot dan toe waren deze verontreinigingen met beschermende maatregelen tijdens de winning tegengehouden. Aangezien sanering te duur werd geacht, besloot Vitens tot de sluiting van de waterwinning aan de nieuwe Marktstraat. De waterwinning werd overgenomen door het bedrijf Fikkersdries uit Driel.

2020 – nu: Poppodium Merleyn (?)

Rond 2010 (“al negen jaar” in het artikel van de Gelderlander uit 2021; in 2023 noemt Doornroosje zelf “15 jaar”) is Doornroosje op zoek naar een nieuwe locatie voor Merleyn, aangezien het pand aan de Hertogstraat verouderd is. Daarbij is het huidige pand “lastig te exploiteren is vanwege geluidsoverlast. Isolatie is geen optie, aangezien de steunbalken door buurpanden lopen.” (vpt)

Op zoek naar locatie

Daarom ging Doornroosje op zoek naar een nieuwe locatie. Doornroosje: “Met een capaciteit van 200 bezoekers is het de perfecte plek om opkomend (inter)nationaal talent een podium te geven, experimentele genres te programmeren en nieuwe dance-concepten te laten pionieren.”

In januari 2020 kocht de gemeente Nijmegen het oude waterpompstation aan om dit nieuwe poppodium te kunnen bouwen; naast de Nieuwe Markstraat waren 17 andere locaties bekeken. “Bij deze zoektocht is het van belang om te weten dat het realiseren van een zogenaamde ‘box-in-box’ constructie essentieel is om de directe geluidsoverlast naar de belendingen te voorkomen.” (Gewijzigde) vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Centrum – Stationsomgeving – 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium), 28 februari 2023)

Dit terrein ligt bovendien op een steenworp afstand van Doornroosje zelf. In januari 2020 wordt er nog van uit gegaan dat de nieuwbouw in begin 2022 gereed kan zijn.

Vrees voor Geluidsoverlast

Bewoners van omliggende panden zijn niet blij met het voornemen. “De Vereniging van Eigenaren (VvE) van een nabijgelegen appartementencomplex is hier niet blij mee. Zij vrezen onder andere geluidsoverlast. Tegenover de Stentor laten zij weten een beroep bij de Raad van State te overwegen. Bewoners voelen zich volgens de krant ‘slecht betrokken bij de plannen’. Een sentiment dat ondersteund wordt door verschillende Nijmeegse raadsleden.” (entertainmentbusiness). “De gemeente en Doornroosje willen de mogelijke problemen ondervangen met een plan over vaste routes en een calamiteitennummer – iets waar de omwonenden geen vertrouwen in lijken hebben. “Ze zeggen wel te gaan handhaven op overlast, maar dat heeft geen zin. Dan is het te laat, ik ben dan al wakker gemaakt.” Ook Vesteda, verhuurder van een aantal panden aan de Nieuwe Markstraat, is niet overtuigd.

In 2023 keurt de gemeente het bestemmingsplan goed. Wel is dan nog de mogelijkheid om bezwaar te maken bij de Raad van State.

2021: Vrede en Vrijheidstuinen

Watercentrale, Vredestuin, schildering Grootjans (oktober 2022)
Watercentrale, Vredestuin, schildering Grootjans (oktober 2022)

Sinds 10 december 2021 is dit een van 8 “Vrede en Vrijheidstuinen”. Hierin staan werken die gaan over persoonlijke vrijheid en vrede.

(Overige) Bronnen en verder lezen

http://www.noviomagus.nl/gevbedr35.htm

Geen Drinkwater meer uit Kronenburgerpark, De Gelderlander, 29-3-2009 (link april 2024)

http://www.gelderlander.nl/voorpagina/nijmegen/4735067/Geen-drinkwater-meer-uit-Kronenburgerpark.ece

Waterwinning Nieuwe Marktstraat wordt gesloten, Vitens (niet meer werkende link, april 2024)

Gemeente Gasfabriek en Waterleiding Nijmegen, Huis van de Nijmeegse Geschiedenis (link april 2024)

Waterleiding, Huis van de Nijmeegse Geschiedenis (link april 2024)

Drinkwaterwinning in een stedelijk gebied – Wageningen UR E-depot (link april 2024)

Waterwinning en – distributie (Pdf), drs. Liesbeth Brederveld en drs. Kasper Stoots, Stichting Projectbureau Industrieel Erfgoed, Zeist, mei 1997 (link juli 2025)

https://www.vpt.nl/nieuws/nijmegen-krijgt-nieuwe-popzaal-merleyn.html (link juli 2025)

(Gewijzigde) vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Centrum – Stationsomgeving – 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium), 28 februari 2023) (Pdf)

Ambachtsschool/ Stedelijk Gymnasium

De ambachtsschool was de eerste technische school van Nijmegen, door de gemeente opgericht. Door de opkomst van de industrie was er in Nijmegen een grote behoefte aan technisch personeel ontstaan.

Doornroosje: Innovatief Poppodium in Nijmegen

Op het stationsplein kwam in 2014 de nieuwe locatie van Doornroosje. Het gebouw is zo open mogelijk vormgegeven. Daarnaast kent het een aantal innovaties: een “doos in doos” om geluidsoverlast te voorkomen en een draailift voor vrachtwagens. Tevens zit in het gebouw een fietstransferium en een studentenflat.

Onthulling van het standbeeld van Bisschop Hamer, gemaakt door Bart van Hove in 1902, 1902 (F53878 RAN) Bisschop Hamerstraat Keizer Karelplein
#Nijmegen, Bisschop Hamerstraat, Kunstwerken

Beeld Ferdinand Hamer: Leven en Dood van een Nederlandse Missionaris

Bart van Hove, 1902, huidige locatie: Bisschop Hamerstraat 21 Nijmegen

Onthulling van het standbeeld van Bisschop Hamer, gemaakt door Bart van Hove in 1902, 1902 (F53878 RAN) Bisschop Hamerstraat Keizer Karelplein
Onthulling van het standbeeld van Bisschop Hamer, gemaakt door Bart van Hove in 1902, 1902 (F53878 RAN)

In de Bisschop Hamerstraat, aan het Keizer Karelplein, staat het standbeeld van Bisschop Ferdinand Hamer. Hij werd in 1900 als missionaris in China tijdens de Bokseropstand vermoord.

Wie was Bisschop Hamer?

Ferdinandus Hubertus Hamer (Nijmegen, 21 augustus 1840 – To Tsjeng (huidige Togtoh, Binnen-Mongolië), 25 juli 1900) was een Nederlandse missionaris.

De heer mgr.F.H. Hamer (Nijmegen 25-08-1840 - Touo-tsj’eng / Mongolië 25-07-1900) (F35035 RAN)
De heer mgr.F.H. Hamer (Nijmegen 25-08-1840 – Touo-tsj’eng / Mongolië 25-07-1900) (F35035 RAN)

Jeugd

Hamer werd geboren in de Molenstraat, op het (in ieder geval huidige) huisnummer 122. Hij was de zoon van kruidenier Henricus Hamer en Aleida van Aernsbergen, als 8ste van 10 kinderen. Aan zijn geboortehuis hangt een plaquette, ontworpen door Bernard Fokkinga.

Hij gaat naar het kleinseminarie van de Jezuïeten. Daar wordt hij echter niet geschikt gevonden om tot deze orde toe treden. Vervolgens gaat hij naar het grootseminarie Rijsenburg bij Driebergen. In augustus 1864 ontvangt hij zijn priesterwijding.

Daarbij sluit Hamer zich aan bij de Scheutisten (of eigenlijk: de Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria/ Congregatio Immaculati Cordis Mariae), een congregatie van missionarissen. Scheut verwijst naar de plaats waar de congregatie is opgericht, vlakbij Brussel (tegenwoordig is Scheut een onderdeel uit van Anderlecht).

Hamer had in 1864 de Vlaamse priester Theophiel Verbist (1823-1868) ontmoet, toen deze in Rijsenburg kwam spreken. Verbist had in 1862 de congregatie van Scheut gesticht, welke in 1865 wordt belast met de missie van de Chinese provincie Binnen-Mongolië (de Chinese provincie die van het zuiden tot aan het noord-oosten van het huidige Mongolië grenst).

In augustus 1865 vertrekt Hamer met de eerste groep naar Binnen-Mongolië. Naast Hamer 4 Belgen: naast Verbist de scheutisten Vranckx en Van Segveldt en de knecht Paul Splingaerd. Hamer is 25, de overige 3 missionarissen van “middelbare leeftijd” (Knippenberg).

De Missie in Binnen-Mongolië

Beeld bisschop Hamer (april 2023)
Beeld bisschop Hamer (april 2023)

In december 1865 komen zij aan in Xiwantsi, een katholiek dorp.  Daar nemen ze de missie over van de Franse Lazaristen, die de naam O.-L.-V. ten Pijnbomen krijgt. De missie richt zich niet zozeer op de Mongolen, maar op de Chinese boeren die naar dit gebied getrokken waren om de onrust en slechte economische omstandigheden te ontvluchten. Van Segveldt wordt pastoor van dit gebied. In januari 1866 zendt algemeen-overste en pro-vicaris Verbist Hamer samen met een chinese priester naar oostelijk missiegebied, om daar het gebied te verkennen en een missie te stichten.

Het was voor de missionarissen wennen om in dit gebied te leven: een ander taal en gewoontes, een ander klimaat (extreem koude en lange winters en hete, korte zomers) en andere kleding en eten. Vooral de oudere missionarissen pasten zich weinig aan, Hamer is daar beter toe in staat. Segvelt overlijdt aan vlektyfus. Daarna overlijdt Verbist, mogelijk aan dezelfde ziekte.

Hamer werd in 1869 benoemd tot waarnemend vicaris; daarvoor was Antoon Smoordenburg dat tijdelijk geweest. In 1871 komt Bax aan als de nieuwe vicaris; op 1874 wordt hij als eerste Scheutist tot bisschop benoemd.

De Scheutisten verwerft landbouwgronden, welke zij ter beschikking stelt aan de zeer arme boeren, mits zij zich bekeren.

Benoeming tot Apostolisch vicaris Gansu en Tititulair Bisschop Themithus

Beeld Bisschop Hamer, Bisschop Hamerstraat (april 2023)
Beeld Bisschop Hamer, Bisschop Hamerstraat (april 2023)

Rome breidt in 1878 het missiegebied van de Scheutisten uit tot de huidige Chinese provincies Gansu, Qinghai en Sinkiang (feitelijk het gehele noord-westen van China). Feitelijk was dit een slecht moment: daarvoor was er een moslim-opstand geweest met vele doden tot gevolg. Bovendien was China met Rusland op dat moment in oorlog. De regering had onderkoning Zuo aangesteld om met harde hand op te treden, om zo de rust te herstellen.

 Hamer wordt daarbij op 21-6-1878 benoemd tot apostolisch vicaris van Gansu: een vicaris is een soort bisschop over een (missie) gebied dat nog niet als bisdom is vastgesteld. En tevens als titulair bisschop van Tremithus: een bisschop zonder eigen bisdom.

De missie was geen groot succes: het gebied was te groot met te weinig mensen; de Chinese overheid werkte tegen en Hamer kreeg onvoldoende steun van de Europeanen in Peking. Wel was Hamer steun en toeverlaat voor zijn mensen.

1889 Apostolisch vicaris Ordos

In 1883 wordt het missiegebied opgesplitst in drie bisdommen. Op 15-2-1889 wordt hij benoemd tot apostolisch vicaris van zuid-west Mongolië, Ordos, een zeer groot woestijngebied tussen de grote bocht van de Gele Rivier en de westelijke uitlopers van de Chinese Muur. Hij volgt daarbij Alfons de Vos op, die op 21-7-1888 was overleden. De Vos was minder succesvol geweest: hij had schulden gemaakt en er waren de nodige conflicten. Omdat Hamer de eenheid onder paters zou kunnen herstellen en goed met geld kon omgaan, was hij tot opvolger benoemd.

1890 onthaald in Nijmegen, conflict in België

Bezoek van bisschop-martelaar Ferdinand Hamer t.g.v. het feest van St. Dominicus; in het midden: Ferdinand Hamer, links Pius vsan der Geest o.p. rechts Franciscus Heijs o.p., achter hem v.l.n.r. Henri Hamer, kapelaan Hyacinthus van Erp o.p. pater Cajetanus, kapelaan Grapel en pater Suermondt beiden o.p., 1890 (F65276 RAN)
Bezoek van bisschop-martelaar Ferdinand Hamer t.g.v. het feest van St. Dominicus; in het midden: Ferdinand Hamer, links Pius vsan der Geest o.p. rechts Franciscus Heijs o.p., achter hem v.l.n.r. Henri Hamer, kapelaan Hyacinthus van Erp o.p. pater Cajetanus, kapelaan Grapel en pater Suermondt beiden o.p., 1890 (F65276 RAN)

Vanwege gezondheidsproblemen, een maagzweer die niet in China behandeld kan worden, maakt hij echter eerst een reis naar Europa. In 1890 wordt hij in Nijmegen groots onthaald, waar hij een half jaar zal verblijven.

In België heeft hij met de algemeen overste van de congregatie een conflict over het te voeren beleid: overste van Aertselaer had ingestemd met het verzoek van koning Leopold II om missionarissen naar de Congo te sturen. Bovendien was er sprake van een tekort aan instroom van nieuwe Scheutisten, waardoor Hamer waarschijnlijk zonder nieuwe missionarissen naar China zou moeten terugkeren.

Buiten medeweten van Hamer, wordt vervolgens Alfons Bermijn tot missieprovinciaal benoemd. Dat betekende tevens, dat een groot gedeelte van het missiegeld bij Bermijn terecht kwam. Hamer komt steeds meer geïsoleerd te staan en in 1892 dient hij zijn ontslag in aan Rome. 3 jaar later bereikt hem het antwoord van Rome: het ontslag is geweigerd.

Spanning loopt verder op

In China loopt de spanning steeds verder op, enerzijds ten aanzien van de westerse landen in het algemeen. Westerse landen zetten China steeds meer onder druk om concessies af te dwingen.

Daarnaast was er de weerstand tegenover de missie. In hoeverre deze weerstand gevoed werd door de algemene teneur over het westen is onderwerp van discussie. Behalve dat missionarissen waren binnengekomen via de met geweld afgedwongen opengestelde havens en andere verdragen, speelden aspecten een rol:

  • Gevoel van superioriteit, zowel bij de missionarissen als bij de chinese elite: de missionarissen wilden “beschaving” brengen; de chinese elite vond de westerse denkbeelden barbaars en vond het confusianisme ver verheven boven het christendom
  • Wrok, dat zich uitte in de vorm van de verspreiding van pamfletten tegen de christenen en missionarissen, waarin het christelijk geloof op een verwrongen manier werd weergegeven en de missionarissen van allerlei abjecte misdrijven werden beschuldigd.
  • De houding van de missionarissen: onbeschoft gedrag en een agressieve houding bij meer zakelijke aspecten; zo wil Bermijn afdwingen dat er grote stukken land aan de missie worden afgestaan, die bewerkt kunnen worden door bekeerde boeren. Maar het kon ook zakelijke conflicten tussen christelijke en niet-christelijke Chinezen betreffen.

Daarnaast is er in 1876-1881 een grote hongersnood in het noorden van China, waarbij 10 miljoen mensen omkomen.

De Boksers

In 1900 zou de Bokseropstand uitbreken waarbij veel westerlingen, in het bijzonder zendelingen en missionarissen waaronder Hamer, de dood zouden vinden.

Directe aanleiding: Natuurrampen, sociale onrust en vooral de westerse inmenging

In 1898 heeft Noord-China te maken met een aantal natuurrampen: waaronder overstromingen van de Gele Rivier en droogtes, die de Boksers toeschreven aan het westen en de Chinese missionarissen. Daarnaast waren de Chinezen in het noord-oosten na de afloop van de -verloren- eerste Chinees-Japanse oorlog (1894-1895) in 1895 bang voor een toenemende invloed van buitenlandse mogendheden.

Duitsland gebruikte de moord op 2 katholieke missionarissen in 1897 in de provincie Shandong (in het oosten van China) als voorwendsel om de Jiaozhou Baai in deze provincie te bezetten. Dit leidde uiteindelijk tot een concessie die zou gelden voor 99 jaar. Daarop volgden ook andere mogendheden om concessies af te laten dwingen.

In 1898 had keizer Guangxu tussen juni en september de allerlei edicten laten uitgaan, die het land moesten hervormen (”100 Dagen van Hervorming”). Na de mislukking daarvan nam keizerin Cixi de regering weer op haar.

De Boksers

De “Vuisten der Gerechtigheid en Eensgezindheid” was een van de geheime genootschappen die ontstonden uit onvrede over de slechte sociaal-economische situatie en sociale onrust. Het waren half politiek-half religieuze organisaties van verarmde boeren. Omdat de aanhangers vechtsporten beoefenden, kregen ze de naam “Boksers”. Het genootschap richtte zich zowel tegen het westen, maar aanvankelijk ook tegen de zwakke Chinese keizerlíjke regering, die niets kon uitrichten tegen deze inmenging. Daarbij kregen de Boksers in het geheim bescherming van de gouverneur van Shandong.

Begin van de opstand

De Boksers begonnen in 1899 met het vernielen van buitenlandse eigendommen zoals spoor- en telegraaflijnen en met het aanvallen en vermoorden van missionarissen en Chinese christenen. Aanvankelijk in Shandong, waarna het verspreidde over Noord-Chinese vlakte en vervolgens over andere delen van China.

Vervolg

De uitgebreide bespreking van de houding ten opzichte van het westen, missionarissen en de Bokseropstand was vooral bedoeld om inzicht te verkrijgen in wat de oorzaak waren van het vermoorden van bisschop Hamer.

Om kort te gaan over het vervolg van de Bokseropstand: deze zou aanvankelijk nog krachtiger worden doordat het samen ging met delen van het Keizerlijk Leger. De diplomatenwijken in de steden Tianjin en Peking werden belegerd. Uiteindelijk was de moord op de Duitse gezant in Peking de aanleiding om een internationale “interventiemacht” te sturen: op 14 juli 1900 werden de opstandelingen bij Tianjin verslagen, op 14 augustus bij Peking.

1900 Overlijden

De lont in het kruitvat bij de missie van Ordos is een actie van de groep van Bermijn: op 8-5-1900 verdrijft de “Ijzeren Brigade”, de groep van Bermijn, samen met een groep christenen een aantal Chinese boeren van hun land. Hierbij vallen tevens een aantal doden. Dit wekt de boosheid van de bevolking en stimuleert de aanhang voor de Boksers in dit gebied. Het gebeurt vlakbij Ershisiqingdi, waar Hamer in 1900 zijn bisschopszetel naar toe had verplaatst.

Hamer ziet het gevaar dat de bevolking wraak zal willen nemen en beveelt 6 naaste medewerkers om te vluchten. Zelf blijft hij met ongeveer 1.000 Chinese christenen. Hamer wil na 35 jaar de missie niet in de steek laten, ook al weet hij dat hij bij een aanval van de Boksers waarschijnlijk de dood zal vinden.

Voor de Boksers is dit inderdaad de aanleiding om zich ook in de Ordos tegen de missie te keren. De eerste aanval weten de christenen af te slaan. De volgende, waarbij de Boksers steun krijgen van een Chinese generaal en zijn scherpschutters, niet meer. De bewoners worden gedood, behalve meisjes die verkocht worden. Hamer zelf wordt na zijn gevangenneming dagenlang gemarteld en vervolgens levend verbrand op 23-7-1900.

Het beeld van Bisschop Hamer door Bart van Hove

Onthulling van het standbeeld van Bisschop Hamer, gemaakt door Bart van Hove in 1902, 1902 (F53878 RAN) Bisschop Hamerstraat Keizer Karelplein
Onthulling van het standbeeld van Bisschop Hamer, gemaakt door Bart van Hove in 1902, 1902
(F53878 RAN)

De dood van Hamer maakt grote indruk op de katholieken in Nijmegen en de rest van Nederland. De Scheutisten nemen het initiatief voor de oprichting van een standbeeld, waarbij door de Nijmeegse bevolking een comité wordt opgericht.

Naast de herdenking van hun medebroeder hadden de Scheutisten ook belang bij het standbeeld: op dat moment had de congregatie moeite om nieuwe seminaristen te vinden. Hamer als martelaar leverde veel aandacht op. Vanuit het hele land stromen giften binnen, waaronder van de koninklijke familie.

Ontwerp van Hove: moment afscheid Bisschop Hamer

Rond begin maart 1902 keurt de commissie het ontwerp van van Hove goed. Dan is inmiddels meer dan 10.000 gulden opgehaald, terwijl de kosten ongeveer 12.000 gulden zullen bedragen.

“Met name was de heer jhr. Victor de Stuers vol lof voor de opvatting van den kunstenaar, die voor zijn voorstelling het plechtig moment gekozen heeft, waarop de bisschop-martelaar afscheid nam van zijn trouwe medehelpers, die hij, in het belang van hunner veiligheid heenzond, terwijl hij zelf besloot te blijven, als een trouw herder, die zijn schapen in nood niet verlaat, maar zijn leven geeft voor zijn kudde.

Overeenkomstig die opvatting is Mgr. Hamer afgebeeld in kalme, vastberaden houding, met de rechterhand zijn bisschoppelijk kruis aan de borst drukkend, de linkerhand licht vooruitgestoken in het gebaar van vastbesloten, kalme berusting, waamee hij de woorden uitspreekt: “ik blijf, gij gaat.”

Die woorden zullen tegen het voetstuk gebeiteld worden ter plaatse, waar dit gesierd is met den palm van het martelaarschap.

Daar het beeld in de open lucht moet komen te staan en dus van alle zijden een sierlijk silhouet behoort te bieden, was het vraagstuk der kleeding van groot belang.

De gewone toog, die Mgr. Hamer in het dagelijksch leven droeg, zou een wel wat poovere vertooning maken voor een standbeeld.

Daarom heeft de beeldhouwer den bisschop afgebeeld, bekleed met de cappa magna, die hem statige plooien van de schouders daalt en zelfs van achter nog een weinig afhangt over de verhooging, waarop het eigenlijke beeld zich zal verheffenen waartegen aan de voorzijde tusschen lauwertakken het bisschoppelijk wapen is aangebracht.

Doordat beide handen zijn opgeheven, worden gelukkige motieven voor de drapeering ook aan de voorzijde van het beeld verkregen. Het hoofd is met de bisschoppelijke baret bedekt.” (De Gelderlander 5/3/1902)

Eerstesteenlegging en onthulling

Op 9-9-1902 vindt de eerstesteenlegging plaats. Deze zou echter eerder hebben plaats gevonden, maar juist op die dag overleed G.A. Hamer, de broer van de bisschop (De Gelderlander 10/9/1902)

Op 28-9-1902 onthult bisschop Wilhelmus van de Ven het standbeeld, welke is ontworpen door Bart van Hove. Het verslag van de onthulling is te lezen in De Gelderlander 30/9/1902.

Op de sokkel staan afbeeldingen van Joseph Dobbe, Gijsbertus Jaspers en Andreas Zijlmans. Dit zijn eveneens Scheutisten die waren omgekomen.

Op de voorzijde van de sokkel staat de inscriptie:

DE
NEDERLANDSCHE MARTELAREN
VAN CHIN. MONGOLIË
GEHULDIGD DOOR HET VADERLAND
28 SEPTEMBER 1902

Z.D.H.
MGR. FERDINANDUS HAMER
BISSCHOP VAN TREMITE
APOST. VIC. VAN Z.W. MONGOLIË
GEB. 21 AUG. 1840 TE NIJMEGEN
† 25 JULI 1900 BIJ TÓ TSJÉNG


Bart van Hove

De beeldhouwer Bart van Hove in zijn atelier, gefotografeerd door Sigmond Löw in 1903 [Rijksmuseum object RP-F-00-2590] Door Voorheen toegeschreven aan Sigmund Löw / Mogelijk Henri Jan Bordes - Rijksmuseum Amsterdam, Publiek domein, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=39247451
De beeldhouwer Bart van Hove in zijn atelier met rechts vooraan een ontwerp voor het beeld van Bisschop Hamer, gefotografeerd door voorheen toegeschreven aan Sigmund Löw / Mogelijk Henri Jan Bordes – Amsterdam in 1903 [Rijksmuseum object RP-F-00-2590 , Publiek domein, Wikimedia)

Bartholomeus Johannes Wilhelmus Maria (Bart) van Hove (Den Haag, 18 maart 1850 – Amsterdam, 10 februari 1914) was Nederlandse beeldhouwer. Hij was vooral bekend vanwege zijn bustes en standbeelden.

Hij volgde zijn opleiding aan de Haagse Tekenacademie en daarna van van 1870 tot 1874 aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen. Vervolgens had hij tot 1878 les van P.J. Cavelier in Parijs, waarvoor hij een Koninklijke subsidie had gekregen. Hij maakt in 1881 een studiereis naar Italië.

In 1883 gaat hij in Amsterdam wonen. Daar werkt hij op verzoek van Pierre Cuypers mee aan decoratief beeldhouwwerk voor het Rijksmuseum. Als zelfstandig kunstenaar maakte hij vooral bustes en standbeelden.

Bron

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bart_van_Hove_(beeldhouwer), met tevens een overzicht van zijn werk

Verplaatsing

Van 1949 tot 1999 stond het standbeeld van Ferdinand Hamer aan de andere kant van het Keizer Karelplein, op het middenplantsoen van de Van Schaeck Mathonsingel: in 1949 was het beeld verplaatst om niet verloren te staan bij de noodwinkels.

Rijksmonument

Het beeld is een Rijksmonument met als waardering:

“Het standbeeld werd in 2002 als rijksmonument in het Monumentenregister opgenomen, het is “van kunsthistorische waarde als gaaf en goed voorbeeld van een standbeeld uit omstreeks 1900. Het beeld valt op vanwege de idealistische heroïsche gestalte, vanwege de toepassing van portretreliëfs en vanwege de vormgeving van de sokkel met rijke, maar strenge decoratie; van stedenbouwkundige waarde vanwege de huidige ligging aan het keizer Karelplein, waar het aan de kop van het plantsoen een grote beeldbepalende waarde heeft. Voorheen had het beeld een soortgelijke plaatsing aan de Bisschop Hamerstraat; van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming van het monument binnen de geschiedenis van de Rooms-Katholieke missie.”

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Congregatie_van_het_Onbevlekt_Hart_van_Maria

https://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn6/hamer

https://bedevaart.meertens.knaw.nl/plaats/1940

De eigen site van de Scheutisten:  https://www.scheut.be/over-ons/

https://en.wikipedia.org/wiki/Roman_Catholic_Archdiocese_of_Lanzhou

https://nl.wikipedia.org/wiki/Guangxu

https://en.wikipedia.org/wiki/Qing_dynasty

https://en.wikipedia.org/wiki/Kiautschou_Bay_Leased_Territory

http://www.catholic-hierarchy.org/bishop/bhamerf.html

http://www.catholic-hierarchy.org/diocese/dsuiy.html

https://nl.wikipedia.org/wiki/Rooms-katholieke_missie_in_China_in_de_periode_1800-1911

https://nl.wikipedia.org/wiki/Onze-Lieve-Vrouw_ten_Pijnbomen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bokseropstand

https://en.wikipedia.org/wiki/Boxer_Rebellion

https://en.wikipedia.org/wiki/First_Sino-Japanese_War

https://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Tientsin

https://en.wikipedia.org/wiki/Boxer_movement

https://nl.wikipedia.org/wiki/Standbeeld_van_Ferdinand_Hamer

De Gelderlander 27/2/1902

Lees ook:

https://chinamissiebisschophamer.nl/

https://www.harryknipschild.nl/harryknipschild.nl/?view=article&id=450:31-een-katholieke-kerk-in-de-ordos-china&catid=84:verhalen-over-de-missie

Lees tevens de rede van overste Raymakers in De Gelderlander 19/1/1901 (en De Gelderlander 27/9/1900).

Raymakers had in juli een lijst opgesteld van de aanwezige missionarissen: De Gelderlander 17/7/1900: “In de hachelijke omstandigheden, waarin thans de missiën in het verre oosten verkeeren, is het niet van belang ontbloot, de lijst te geven der Nederl. Missionarissen van Scheut, daar werkzaam.”

In november 1900 blijken de gezellen van Ramakers naar Nederland te zijn teruggekeerd (De Gelderlander 18/11/1900).

Mgr. Ferdinand Hamer, De Gelderlander 20/4/1902

Stieltjesstraat 16-18 (april 2025)
#Nijmegen, Centrum

Stieltjesstraat

Stieltjesstraat 16-18 (april 2025)
Stieltjesstraat 16-18 (april 2025)

Deze pagina verzamelt reeds verschenen over de Stieltjesstraat.

Belastingkantoor

Rond 1972, Stieltjesstraat 2

	Links het (voormalige) postkantoor, rechts van het Belastingkantoor het (voormalige) Arbeidsbureau en het Kolpinghuis, Architect J.H. ten Have, Stieltjesstraat 2, 1973-1975 (F39129 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: Hans en Tijs ten Have)
Links het (voormalige) postkantoor, rechts van het Belastingkantoor het (voormalige) Arbeidsbureau en het Kolpinghuis, Architect J.H. ten Have, Stieltjesstraat 2, 1973-1975 (F39129 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: Hans en Tijs ten Have)

Het voormalige Belastingkantoor heeft 9 etages. “Het object dateert uit 1972 en is in 1995 voor de laatste maal gerenoveerd.” (https://www.biedboek.nl/gebouw/nijmegen/stieltjesstraat-2/cKx1Wvme?img=0). Het is gebouwd in de stijl van het “Brutalisme”.

Trouw kondigt in 1970 de bouw aan en noemt dan de architecten F.M. Oswald en J.H. ten Have. De opdrachtgever is de Rijksgebouwendienst. De aannemer is N.V. Aannemingsbedrijf v.h. G. Tiemstra en Zonen. Verwacht wordt dat de bouwkosten, inclusief technische installaties, acht miljoen gulden zullen bedragen en dat de bouw midden 1973 gereed is. (Trouw,29-06-1970 )

2016 COA

Halverwege 2016 wordt het gebouw ingericht als tijdelijke locatie voor de noodopvang van asielzoekers (het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA)). Dan zal er 2 jaar lang plaats zijn voor de tijdelijke opvang van maximaal 500 asielzoekers. Daarbij is de gemeente van plan het pand geschikt te maken voor ruimte voor maximaal 150 mensen met een verblijfsvergunning.

2019 Binder en asielzoekerscentrum

Vervolgens wordt het pand inderdaad aangepast door Talis, in samenwerking met de gemeente. In de hoogbouw zijn 117 onzelfstandige woonruimtes. 60% is bedoeld voor zogenaamde spoedzoekers: bijvoorbeeld mensen die gescheiden zijn, op straat zijn komen te staan of die na hun studie hun studentenflat moesten verlaten. De andere 40% is bestemd voor mensen met een “ondersteuningsvraag”: bijvoorbeeld mensen die uit maatschappelijke opvang komen en statushouders. Het gebouw kan 9 jaar op deze manier worden gebruikt.

De laagbouw wordt verhuurd als asielzoekerscentrum, waar plaats is voor 120 personen.

Bron en zie verder:

Lelijkste gebouw van Nijmegen 2024

In 2024 werd het pand uitgeroepen tot het lelijkste gebouw van Nijmegen.

https://www.gelderlander.nl/nijmegen/dit-is-het-lelijkste-gebouw-van-nijmegen-is-het-nog-te-redden-van-de-sloopkogel~a6b06d5a/

2025: Koop door Gemeente Nijmegen: slopen of opknappen?

Eind juni/begin juli 2025 koopt de Gemeente Nijmegen het gebouw van het Rijksvastgoedbedrijf. De gemeente had veel interesse om het pand te kopen vanwege de plannen voor de herinrichting van de omgeving van het station.

De definitieve koop zal in september van 2025 plaatsvinden; tot en met september 2027 zullen de huidige huurcontracten nog doorlopen.

Noël Vergunst, de Nijmeegse wethouder van Ruimtelijke Ordening, noemt in de Gelderlander twee opties: ,,Kopen en slopen, en op de lege plek een nieuwe woontoren bouwen van zo’n 70 meter hoog, ongeveer hetzelfde formaat als de Nimbus-toren en het nieuwe Metterswane. Of anders grondig renoveren en duurzaam maken, en de uitstraling aan de buitenkant flink verbeteren.”

Oude Belastingkantoor ingepakt met NEC sjalen (mei 2026)
Oude Belastingkantoor ingepakt met NEC sjalen (mei 2026)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.biedboek.nl/gebouw/nijmegen/stieltjesstraat-2/cKx1Wvme?img=0

https://www.gelderlander.nl/nijmegen/nijmegen-koopt-belastingkantoor-weg-vrij-voor-sloop-en-nieuwbouw~a8d14f82/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

https://www.gelderlander.nl/nijmegen-e-o/voormalig-belastingkantoor-weer-helemaal-bewoond-binder-en-asielzoekers-vullen-ieder-een-deel~acc64b1a/

https://www.gelderlander.nl/nijmegen/dit-is-het-lelijkste-gebouw-van-nijmegen-is-het-nog-te-redden-van-de-sloopkogel~a6b06d5a/

Gasfabriek en doortrekken Stieltjesstraat

Nadat de Gasfabriek was gesloopt, werd de Stieltjesstraat doorgetrokken naar de Stationsstraat. Een mooie foto uit 1960 van dit deel van de Stieltjesstraat is te zien op GN8205 RAN.

Hoek Vredestraat – Stieltjesstraat

Hoek Vredestraat - Stieltjesstraat (april 2025)
Hoek Vredestraat – Stieltjesstraat (april 2025)

Op de hoek van de Stieltjesstraat en Vredestraat (vroeger Vredestraat en Nieuwe Marktstraat) staat de villa die bewoond werd door de directeuren van de gasfabriek en waterleiding respectievelijk W.F. Payens en C.L. Philips. Het pand in 1905 is ontworpen door Jan Jacob Weve (Bijschriften F90778 en F22206 RAN)

Eind jaren 50 was de firma Adriaan van der Kuip in medische instrumenten er gevestigd. Deze had ook vestigingen in Utrecht en Alkmaar.

Hoek Stieltjesstraat-Vredestraat (april 2025)
Hoek Stieltjesstraat-Vredestraat (april 2025)

Blik vanaf de gashouder op de markante (nog bestaande) villa hoek Vredestraat en de Nieuwe Marktstraat; nu ligt de villa op de hoek met de Stieltjesstraat. De villa werd bewoond door de directeuren van de gasfabriek en waterleiding respectievelijk W.F. Payens en C.L. Philips. Eind jaren 50 was er gevestigd de firma Adriaan van der Kuip in medische instrumenten met ook vestigingen in Utrecht en Alkmaar. De foto toont ook nog een fraai beeld van het door het bombardement verwoeste stadsgedeelte tussen Kolpinghuis links boven en de Nieuwe Marktstraat rechts schuin weglopend, 1910-1920 (F90778 RAN)
Blik vanaf de gashouder op de markante (nog bestaande) villa hoek Vredestraat en de Nieuwe Marktstraat; nu ligt de villa op de hoek met de Stieltjesstraat. De villa werd bewoond door de directeuren van de gasfabriek en waterleiding respectievelijk W.F. Payens en C.L. Philips. Eind jaren 50 was er gevestigd de firma Adriaan van der Kuip in medische instrumenten met ook vestigingen in Utrecht en Alkmaar. De foto toont ook nog een fraai beeld van het door het bombardement verwoeste stadsgedeelte tussen Kolpinghuis links boven en de Nieuwe Marktstraat rechts schuin weglopend, 1910-1920 (F90778 RAN)

Willibrordusschool

Nijmeegse School MEAO (ca. 1893), voorheen de St. Willibrordusschool, Stieltjesstraat, 1970 (Evert F. van der Grinten via F78775 RAN CCBYSA)
Nijmeegse School MEAO (ca. 1893), voorheen de St. Willibrordusschool, Stieltjesstraat, 1970 (Evert F. van der Grinten via F78775 RAN CCBYSA)

“De voormalige Sint Willibrordusschool, gesloopt in oktober 1989 ten behoeve van de nieuwbouw van 148 etagewoningen. In het pand waren, naast de kapel van de Russisch-Byzantijnse gemeenschap, in de laatste jaren voor de afbraak, kunstenaarsateliers van de stichting DAK gevestigd” (Bijschrift F38493 RAN)

Zie ook het artikel op Noviomagus.nl en Noviomagus.nl.

Stieltjesstraat 12-14

Drukkerij Bloembergen Santee, Stieltjesstraat 12-10, 1925 (F33992 RAN)
Drukkerij Bloembergen Santee, Stieltjesstraat 12-10, 1925 (F33992 RAN)

Gebouwd rond 1900-1910

Het pand is een Gemeentelijk Monument met als waardering: “Karakteristieke gevel in nieuwe-stijl vormen, van belang in de straatwand.”

Advertentie Drukkerij Bloembergen Santee & Co, dan nog Stieltjesstraat 14 (De Gelderlander 25/1/1917)
Advertentie Drukkerij Bloembergen Santee & Co, dan nog Stieltjesstraat 14 (De Gelderlander 25/1/1917)

Stieltjesstraat 16-18

Stieltjesstraat 16-18 (april 2025)
Stieltjesstraat 16-18 (april 2025)

Drukkerij Bloembergen Santee & Co

Drukkerij Bloembergen Santee, Stieltjesstraat 12-20, 1925 (F33991 RAN)
Drukkerij Bloembergen Santee, Stieltjesstraat 12-20, 1925 (F33991 RAN)

In september 1912 verhuist firma Bloembergen Santee & Co naar de Stieltjesstraat. Tussen 1938 en 1942 verhuist ze van nummer 14 naar nummer 18.

In het adresboek van 1968  is D.H. Kuiken de eigenaar. Het bedrijf werd rond 1975 veranderd naar een besloten vennootschap.

Rond 1981 verhuisde ze naar de Ambachtsweg. Meer over deze drukkerij op Huis van de Nijmeegse Geschiedenis (tevens bron).

Gevonden gebruikers Stieltjesstraat 16

Johan Broek

De Gelderlander 25/2/1906

In PGNC 12/6/1907 vraagt Mevrouw Broek-Landré een nette dienstbode (“die uitstekend koken en netjes werken kan. Mutsje dragen vereischte”).

In de advertentie van de Gelderlander 16/6/1907 heeft Johan Broek ook een inrichting in Den Haag (Houtweg 15).

Johan Broek en Jeanne Broek-Landré lijken in ieder geval in 1912 een gezamenlijke praktijk te hebben: in de adresboeken staan ze als: “leeraren in solozang en spraakgebreken.” Ook komen ze in 1913-1914 voor onder de kop “Muziekonderwijs’.

In oktober 1916 komt zeer tijdelijk de Marie Sophie Fromberg, Weduwe van George Nicolas inwonen. Zij is dan afkomstig uit Haarlem. Zij overlijdt op 16-4-1920 op 82-jarige leeftijd (PGNC 15/10/1916 en Adresboek 1916, PGNC 17/4/1920).

Rond 1914 is het Mej. J.A.S. Landré, muziekleraares of  “Mevrouw Jeanne Landré”. Waarschijnlijk betreft het de dochter van Broek en Broek-Landré (maar mogelijk mevrouw Broek-Landré zelf). In ieder geval komt ze nog in 1940 in het Adresboek en op PGNC 20/7/1940.

PGNC 14/2/1922

Gevonden gebruikers Stieltjesstraat 16

NaamOmschrijvingAdresAdresboekOpmerking
J. den BreejenIn grind en ballast; Verhuisd van Waalkade No. 38 (PGNC 13/4/1901)Stieltjesstraat 161901 (waarschijnlijk dezelfde als J.D.) 
T. de Breejen van den BoutIn brandstoffen 1901 
H.G. BurgersTeekenaar 1902, 1903, 1905 
J.F.C.W. (Johan) Broekleeraar in solozang en spraakgebreken; In ieder geval advertentie De Gelderlander 25/2/1906 1907, 1908, 1909, 1912-1913   
Mej. J.A.S. LandréMuziekleerares 1914-1915, 1915-1916, 1916, 1932, 1934, 1936, 1938, 1940 
J.W. Wijnandsoverste der mariniers uit Velsen (PGNC 26/4/1919)     
Th.E. Monroijzonder beroep, verhuist naar Rotterdam (PGNC 21/1/1939)   
E. MonroijBoekdrukker 1940 
J.F. MonrooijBoekdrukker 1940 
L. van HaalenWagenbestuurder gem. tram 1948, 1951. 1955, 1959, 1963 
 Administratie en Belastingsadviesbureau M.H. van Halen (De Gelderlander 20/3/1952)   

Gevonden gebruikers Stieltjesstraat 18

NaamOmschrijvingAdresAdresboekOpmerking
Wed. Dr. D.C. NijhoffGeb F. PiekemaStieltjesstraat 181903, 1905 
Guido AnselmiLeeraar in het Italiaansch, verhuisd van Stijnbuisstraat 76 De Gelderlander 20/12/1905   
C.A. Steurassuradeur 1908, 1909, 1910-1911 
P. Servaas Smits  Inspecteur en agent Haagsche Assurantie Compagnie voor Brand enz. Van 1805, per 1 mei van St. Annastraat 103 PGNC 10/4/1908, 1908, 1909 
P.C. GugelotNaar Haarlem PGNC 16/11/1909   
W.F. PaijensGasfitter; op 1912-1913 koopman   Op 17-9-1911 Marie Paijens-Donders bevallen van een zoon; op 5-12-1914 eveneens van een zoon (PGNC 8/12/1914); Op 6-7-1917       1910-1911, PGNC 19/9/1911 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915   
A. Bongaards Th. Bongaards-PetersNette Naaimeisjes en leerlingen  gevraagd, Robes et Manteaux; geboorte Everardus Johannes (PGNC 7/9/1917), die na 3 maanden overlijdt (PGNC 3/11/1917)(Th. Bongaards, Adresboek 1916: Stieltjesstraat 18a)De Gelderlander 9/3/1916 
A. BongaardsKantoorbediende 1922, 1924, 1926 
W.P. BoerboomMatroos 1922 
     
Mej. E.J.M. Lieshout  1928, 1932 
G.F.A. v. Lieshouthandelsreiziger 1928, 1932 
H.A.F. v. Lieshout banketbakkerbanketbakker 1928 
Mej. J.E.M. v. Lieshout1928: Kantoorbediende; 1932: onderwijzeres 1928, 1932 
H. v. Lieshout (zelfde als H.A.F.?)Kok, vanuit Arnhem PGNC 24/9/1932 
Mej. C.A.M. v. Lieshout  1932 
Bakovenbouw “Noviomagum” ook De Genestetlaan 53 (De Gelderlander 30/12/1933); Rond november 1934 verplaatst naar St. Jacobslaan 380 (De Gelderlander 17/11/1934)     
F.J.M. Savi  1934 
B.J. ErkensAannemer-timmerman, naar Johannesburg (PGNC 13/6/1936) 1936 
A.J. ErkensKantoorbediende 1936 
A.W. Erkens en gezinNaar Johannesburg De Gelderlander 23/2/1938 
A.C.A. v. HoutKoopman 1938 
Drukkerij Bloembergen Santee & Co.  PGNC 28/12/1940, 1968, 1971 

Gebruikers Stieltjesstraat 20

Advertentie Mevr. Jeanne Landré (PGNC 22/11/1938)
Advertentie Mevr. Jeanne Landré (PGNC 22/11/1938)

Jarenlang woonde muzieklerares Jeanne Landré op Stieltjesstraat 20 “Leerares zang declamatie, talen).

In ieder geval is er nog een advertentie in De Gelderlander 18/2/1948 gevonden. Op De Gelderlander 14/6/1952 plaatst ze een advertentie voor de vinder van “een mij toebehorend groot zwart boek bevattende Franse liederen, de meeste uit de vorige eeuw.” (De Gelderlander 14/6/1952)

Landré overlijdt op 31-7-1952 op 84-jarige leeftijd (De Gelderlander 1/8/1952)

NaamOmschrijvingAdresAdresboekOpmerking
Wed. L.A. de la HaijzeGeb van MarleStieltjesstraat 201899, 1901 
K. DuffhausFirma C W D, magazijn en kantoor Stieltjesstraat 20 en 22, part adres Kronenburgersingel 25 1909 
C.J.H.B.F. DuffhaussFirma C.W., magazijn en kantoor Stieltjesstraat 20 en 22, part. Adres Kronenburgersingel 25 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916   
Wed. H. v.d. SteenGeb. A.J.J. van Vugt 1922 
A.A.J. van VugtReiziger 1926 
H.M.H. ScheenKoopman 1932 
J.A.W. Storij  1932, 1934, 1936, 1938 
H.M.H. ScheenKoopman 1934, 1938, 1940 
D.H.Th. ScheenKantoorbediende 1938, 1940 
Mej. J.C. Callaars  1948, 1951 
Mevr. J.A.S. LandréMuzieklerares 1951 
W.J. TheunissenDirecteur drukkerij 1955, 1959, 1963 
W.H. Theunissen  1963 

Gemeentelijk Monument

Stieltjesstraat 16/18/20 is een Gemeentelijk Monument met als waardering: “Karakteristiek pand in sobere nieuw-stijl vormen, van belang in de straatwand.”

Stieltjesstraat 22-24

Bouwjaar: 1901

Het gebouw is een Gemeentelijk Monument met als waardering: “Zeer karakteristiek pand in nieuwe-stijl vormen met rijke decoratie. Van belang in de straatwand.”

Stieltjesstraat 26-28

Gebouwd rond 1900

Het pand is een Gemeentelijk Monument met als waardering: “Karakteristiek pand in nieuwe-stijl vormen, van fraaie verhoudingen. Van groot belang in de straatwand.”

Stieltjesstraat 22-24, 2013 (Henk van Gaal via DF4269 RAN CC0)

Stieltjesstraat 22-24

In oktober 1901 verkoopt de firma Van der Pluijm en Gielen te Rotterdam aan J.H. Meulenberg. Dit betreft de huidige Stieltjesstraat 22 en 24.

Lees verder
Stieltjesstraat 30, september 2013 (Havang(nl), CC0, via Wikimedia Commons)

Stieltjesstraat 30

Op 10 mei 1897 verkoopt de gemeente Nijmegen een strook bouwterrein aan de Stieltjesstraat, te bebouwen met 1 woonhuis, het huidige Stieltjesstraat 30

Lees verder
De Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) met links de Stieltjesstraat, 1900 (F19580 RAN)

Hogere Burgerschool architect Weve

De Hogere Burgerschool is in 1899 ontworpen door de stadsarchitect Weve. Het pand is gesloopt en vervangen door appartementen.

Lees verder
Vredestraat gezien vanaf het Belastingkantoor. Rechts de Kronenburgersingel en het Kronenburgerpark; linksboven de St. Willibrordusschool aan de Stieltjesstraat, 12/10/1977 (Theo Hendriks via F1432 RAN CC0)
Vredestraat gezien vanaf het Belastingkantoor. Rechts de Kronenburgersingel en het Kronenburgerpark; linksboven de St. Willibrordusschool aan de Stieltjesstraat, 12/10/1977 (Theo Hendriks via F1432 RAN CC0)
In 1915 nam de afdeling Nijmegen van de Nederlandse Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde het initiatief tot oprichting van een winterschool voor jonge tuinders. In 1920 werd deze Rijks Winter Tuinbouwschool in gebruik genomen. Het gebouw werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw afgebroken, Voorstadslaan 327, afgbroken, 1920-1930 (GN9490 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Tuinbouw-Winterschool, later Rijks Middelbare Tuinbouwschool architect Weve

1920 Voorstadslaan 327 – afgebroken, Hees

In 1915 nam de afdeling Nijmegen van de Nederlandse Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde het initiatief tot oprichting van een winterschool voor jonge tuinders. In 1920 werd deze Rijks Winter Tuinbouwschool in gebruik genomen. Het gebouw werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw afgebroken, Voorstadslaan 327, afgbroken, 1920-1930 (GN9490 RAN)
In 1915 nam de afdeling Nijmegen van de Nederlandse Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde het initiatief tot oprichting van een winterschool voor jonge tuinders. In 1920 werd deze Rijks Winter Tuinbouwschool in gebruik genomen. Het gebouw werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw afgebroken, Voorstadslaan 327, afgbroken, 1920-1930 (GN9490 RAN)

“Tuinbouw-Winterschool.

Men kan een inrichting van algemeen nut, b.v. een school, waaraan behoefte is gevoeld en waarvan het onderwijs velen den weg zal wijzen naar hun plaats in de maatschappijk, op verschillende wijzen openen. De nuchterste is, dat men in den besloten kring van leeraren, leerlingen en schooltoezicht letterlijk de deur opent en haar direct daarna weer potdicht sluit; dat men dan de wijsheidskraan opendraait en… dan is de zaak in orde. Het groote publiek zal wel bemerken, dat de machine draait.

Men kan ook anders doen en in zijn vreugde, dat er iets tot stand is gekomen, waarnaar al lang verlangend werd uitgezien en dat een zegen voor velen zal zijn, het publiek, welks belang hier behartigd zal worden deelgenoot maken van zijn voldoening over het bereikte.

De eerste weg is, meenen wij, gevolgd bij de opening der Handelsdagschool, maar de Commissie van Toezicht en de Directeur van de Rijks-Tuinbouwwinterschool aan de Voorstadslaan onder Heers, hebben aan de laatstbedoelde methode voorkeur gegeven.

Wij althans werden uitgenoodigd tot “bijwoning der officiëele overdracht van de Tuinbouw-Winterschool te Nijmegen door de Gemeente aan het Rijk”.

Met graagte hebben wij aan die uitnoodiging voldaan, omdat wij overtuigd zijn van het groote belang van deze nieuwe inrichting voor een streek, waarin de tuinbouw in al zijn onderdeelen telkens meer beoefenaars vindt en een welvaartsbron belooft te worden voor honderden in deze gemeente en haar wijden omtrek.

De plechtigheid, die gisteren plaats had, was in den grond der zaak niet de opening der school als inrichting van onderwijs. Immers de lessen zijn reeds in 1919 begonnen, maar werden, zoolang de school, het gebouw, niet gereed was, gegeven in een lokaal van de Kweekschool voor Onderwijzers.

Nu echter de nieuwe school aan de Voorstadslaan gereed is, moest de overdracht van het door de gemeente opgerichte gebouw met de daarbij behoordende 2 H.A. tuingrond aan het Rijk worden overgedragen en het was de wensch van den Minister van L., N. en H., dat dit met zekere plechtigheid gebeurde.

Een uitgezocht gezelschap kwam dan ook op het aangegeven uur in de school bijeen: de Directeur-Generaal van Landbouw, de heer v. Heek, als vertegenwoordiger van den Minister; de Commissaris der Koningin in Gelderland met leden van Gedeputeerde Staten; de Burgemeester en Wethouders van Nijmegen met den Secretaris en eenige raadsleden; de Inspecteur van het Landbouwonderwijs, Dr. v.d. Zande; Directeur en leeraren van de school; de Commissie van Toezicht, waarvan echter de voorzitter buitenlands was; vertegenwoordigers van de Vereeniging Proef- en Schooltuin en van de Verschillende takken van tuinbouw uit dezen omtrek; en een groot aantal genoodigden die geacht werden de nieuwe inrichting een goed hart toe te dragen.

Na een vriendelijk en hartelijk welkomstwoord van den heer J.A.H. Steinweg, secretaris van de Commissie van Toezicht, die bij afwezigheid van den voorzitter, den heer K. de Jong Mzn., de genoodigden ontving, voerde allereerst de Burgemeester van Nijmegen het woord. Spr. gaf in ’t kort een overzicht van de besprekingen en onderhandelingen, die aan de aanwijzing van Nijmegen als plaats van vestiging eener Rijkstuinbouwwinterschool en de oprichting van het nu voltooide gebouw zijn voorafgegaan en getuigde daarbij van de groote belangstelling van B. en W. en van den Gemeenteraad voor een inrichting als deze, die, naar spr. hoopte, veel zal kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van het tuinbouwbedrijf, dat in deze gemeente en haar omtrek reeds zulk een vlucht heeft genomen. Spr. verzekerde, dat al het mogelijke was gedaan om het gebouw aan het doel der oprichting te doen beantwoorden, waartoe de Wethouder v.d. Waarden en de Directeur van Gemeentewerken verschillende plaatsen hadden bezocht. Het resultaat van dat onderzoek is neergelegd in tekening en bestek van den heer Weve en de uitvoering daarvan is opgedragen aan den heer Offermans als aannemer. Spr. verzocht den heer Directeur-Generaal van Landbouw als vertegenwoodiger der Regeering het gebouw over te nemen, dat de gemeente in bruikleen aanbiedt.

Gaarne voldoet de heer Van Hoek aan dit verzoek namens den Minister van L., N. en H. waar de wetenschappelijke grondslagen zullen worden gelegd voor een verbeterde beoefening dezen tak van nijverheid. In den oorlogstijd hebben land- en tuinbouw evenals vele andere takken van bestaan geleden en de toekomst is nog verre van helder. Om vergrooting en verbetering der productie te verkrijgen en oude afzetgebieden te herwinnen en nieuwe daarbij te verwerven, is groote inspanning noodig en moet er hard gewerkt worden. De reeds lang bestaande Wintertuinbouwcursussen hebben al veel goeds gedaan, maar wat de toekomstige bedrijfsleiders noodig hebben, konden deze niet geven. De Nijmeegsche afdeeling van de Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde heeft dat ingezien. Zij heeft aangeklopt bij de gemeente Nijmegen en daar een open oor gevonden, want ook zij besefte het belang van een Middelbare onderwijsinrichting op tuinbouwgebied, en de gemeente vond op haar beurt gehoor bij den Minister. Sedert de school te Tiel tot een Landbouwschool was veranderd hadden alleen de beide Hollanden tuinbouwwinterscholen en bij uitbreiding van dat aantal, was Nijmegen de aangewezen plaats. De kweekers hadden het bedrijf reeds door eigen kracht op een hoog peil gebracht en de ontwikkeling van den tuinbouw in dezen omtrek was heel sterk. Had de omtrek van Nijmegen in 1895 reeds 4500 H.A. voor fruitteelt in gebruik, in 1919 was dat gestegen tot 6900 H.A., terwijl zoo goed als overal onderplanting was ingevoerd. In 1895 werd voor de groenteteelt zoo goed als geen plat glas gebruikt; in 1906 besloeg het platte glas een oppervlakte van 45100 vierk. Meter en in 1912 (het laatste jaar waarvan officiciëele cijfers bekend zijn) besloeg het platte glas 95200 vierk. Meters; zeker is het na dien tijd nog toegenomen. Wat de bloemisterij aangaat kan deze streek met Aalsmeer en Boskoop wedijveren, al heeft ook elk van deze drie centra zijn bijzondere cultures. Uit alles blijkt, dat een middelbare tuinbouwschool hier op haar plaats is.

In 1919 is de school begonnen in de Kweekschool voor Onderwijzers. Aanvankelijk werd alleen aandacht geschonken aan fruitteelt, groenteteelt en bloemisterij, maar toen bij de Regeering gewezen werd op het belang van onderwijs in bloembinden en -schikken en tuinarchitectuur werd er besloten deze vakken aan het programma van deze school als proef toe te voegen en zoo is Nijmegen de eerste plaats, waar daarin onderwijs wordt gegeven. Van groot belang voor de school en voor de omgeving is de proef- en schooltuin, die onder toezicht staat van de Vereeniging “Proef- en Schooltuin voor Nijmegen en Omstreken”. Die tuin, waarvoor de gemeente 2 H.A. beschikbaar stelde, is allereerst schooltuin voor de leerlingen, verder het terrein voor practische werkzaamheid en zoo ook leerschool voor de kweekers, ten slotte is hij een gelegenheid voor het nemen van proeven met minder bekende gewassen, nieuwe behandelingswijzen en onderzoekingen of eenig gewas hier gedijt. Natuurlijk werkt zulk een tuin met verlies, het Rijk zal door subsidie het tekort helpen aanvullen en het is te verwachten, dat ook de Provincie, die reeds van haar belangstelling getuigde, ook hierin niet zal achterblijven: het geldt hier ook een provinciaal belang.

Achtereenvolgens brengt spr. aan de gemeente Nijmegen voor de offers, die zij bracht en de ruime opvatting van het belang der school; aan den bouwmeester voor de plannen voor het gebouw en de uitwerking daarvan; aan de Commissie van Toezicht, waarvan velen in andere functie reeds zooveel deden en van wie nog zooveel verwacht wordt; aan de Vereeniging Proef- en Schooltuin en vooral aan haar Voorzitter, den heer K. de Jong Mzn. Spr. richt nog een woord tot den Inspecteur van het Landbouwonderwijs, den heer van der Zande, tot Directeur en leeraren en tot de leerlingen. Met de beste wenschen voor den bloei der school en haar zegenrijke werking, aanvaardt spr. het nieuwe gebouw.

De Commissaris der Koningin in Gelderland, Jhr. Mr. v. Citters, verzekert de aanwezigen van de groote belangstelling van het provinciaal bestuur in deze school, getuige o.a. de aanwezigheid van heeren Gedeputeerde Staten. Spr. is overtuigd, dat dit en gelukkige dag moest zijn voor den heer Directeur-Generaal van Landbouw, voor de gemeente Nijmegen, maar vooral ook voor den Burgemeester van Nijmegen, onder wiens veeljarig bestuur al zóóveel goeds tot stand is gekomen, dat Nijmegen een bijzondere plaats inneemt onder de steden van ons vaderland. Wel doorleeft de tuinbouw een moeilijken tijd en er is wat optimisme noodig om aan de moeilijkheden het hoofd te kunnen bieden, want de tuinbouw moet leven van export en de export vindt overal hinderpalen. Er is heel wat zorg noodig om den tuinbouw op de been te houden en dat kan naar sprekers meening geschieden, als land- en tuinbouw elkaar steunen en samenwerken. Spr. besluit met de hoop, dat de nieuwe onderwijsinrichting een goeden naam zal krijgen en houden, maar vooral, dat de leerlingen dien naam zullen steunen. Als het een eer wordt te zijn opgeleid aan deze school, dan zal dat een zegen zijn voor Nijmegen en voor het heele gewest.

De heer Valeton, secretaris van de Tuinbouwraad, getuigt van zijn belangstelling voor hetgeen hier bereikt is. Spr. weet, dat de geschiedenis van den tuinbouw, hier vooral, is een aaneenschakeling van pogen en proberen; ondanks tegenslagen heeft men ’t hier niet opgegeven; deze omtrek telt stoere werkers en mannen van volharding en spr. vertrouwt, dat de praktische tuinbouwers dankbaar zullen zijn, dat deze inrichting hier is verrezen en dat zij het hunne zullen doen om Directeur en leeraaren en daardoor de school te steunen, die ook voor hen een steun kan zijn.

Namens de afdeeling Nijmegen van de Maatschappij van Tuinbouw en Plantkunde spreekt de heer Lodder. Spr. gaat de voorgeschiedenis van de oprichting na en memoreert, dat reeds in 1915 door den heer Monhemius het denkbeeld van de oprichting eener school als deze werd opgeworpen; hoe een Commissie uit de afdeeling, bestaande uit de heer Monhemius, Leenders en spr., met den heer v.d. Veen (nu Directeur) en met het gemeentebestuur van Nijmegen overlegde en hoe van alle zijden het denkbeeeld met ingenomenheid werd begroet. Spr. brengt dank en hulde aan allen, die tot de oprichting hebben meegewerkt en uit de beste wenschen voor de school en haar personeel.

De heer R. v.d. Veen, Directeur der School en Rijkstuinbouwconsulent voor het zuidelijk gedeelte van ons land, wijst op de verschillende vormen van tuinbouwondewij: het hooger onderwijs van Wageningen, het lagere van de wintercursussen en het tusschenliggende middelbare, dat nu ook hier gegeven staat te worden. De wintercursussen zijn al een kleine 20 jaar oud en hebben veel nut gesticht, maar voor patroons, bedrijfsleiders en buitenlandsche handelaren is meer noodig dan zulk een cursus kan geven. De Middelbare School bepaalt zich niet tot avondlessen, maar geeft het onderwijs overdag en breidt de lijst van onderwijsvakken uit. Maar dat onderwijs regelt zich naar de streek, waar de school gevestigd is; zoo staat te Aalsmeer de bloemisterij, te Lisse de bloembollenteelt, te Boskoop de boomkweekerij voorop. Hier echter kan de zaak veelzijdiger worden opgevat, dank zij de veelvuldigheid der onderdeelen van het tuinbouwvak. Want den streek is een belangrijk centrum, waar fruitteelt en groenteteelt extensief en intensief worden beoefend ook naar de meest moderne methoden. Spr. brengt op zijn beurt hulde aan allen, die tot de totstandkoming der school hebben meegewerkt, vooral ook aan het gemeentebestuur van Nijmegen en geeft ook namen de leeraren de verzekering, dat allen, die aan de school verbonden zijn, het hunne zullen doen om haar tot bloei te brengen.

De plechtigheid was hiermee ten einde en namens den heer K. de Jong Mzn. Bood de heer Steinweg den genoodigden den eerewijn aan, waarna de Directeur de aanwezigen uitnoodigde tot een rondwandeling door de school en over de terreinen.

Het gebouw mag er zijn; de lokalen zien er keurig uit, de inrichting er van bewijst dat er advies is gegeven door mannen van de praktijk. Voorloopig is er zeker ruimte genoeg, maar mocht, zooals ook wij hopen, de toeloop van leerlingen sterker, zeer sterk zelfs, worden, dan zou het kunnen zijn, dat de behoefte werd gevoeld aan een ruimer lokaal dat- om een dik woord te gebruiken- als aula dienst zou kunnen doen. De ontvangst van gisterenmiddag had plaats in de met planten getooide hal.

In den tuin keur van planten en kruiden en bloemen en struiken en platte bakken en een ruime flinke kweekkas voor druiven, perziken en wat de tijd en de cultuur eischen.

Voor volledigheid vermelden wij ten slotte nog, dat de bouw plaats had onder leiding van den heer Offermans; dat voor de centrale verwarming en ventilatie werd gezorgd door P.H. Lamers te Hees; voor het schilderwerk door B. Fooy te Hees; voor de electrische installatie door P. Megens te Nijmegen; voor het stucadoorswerk door Otten te Nijmegen en dat de keurig afgewerkte schoolbanken werden geleverd door de fabriek van schoolbanken van den heer Kooymans te Wijchen.” (PGNC 6/10/1920)

Park Leeuwenstein

Het Park Leeuwenstein was vroeger de tuin van Villa Leeuwenstein. Het lijkt wat verborgen te liggen door de bebouwing van de Marialaan en de Bosduifstraat. Dat het park mogelijk wat onbekend is, is onterecht: er staan veel verschillende bomen, waaronder bijzondere soorten.

Koetshuis Park Leeuwenstein

De woning is oorspronkelijk in 1864 gebouwd als koetshuis door de familie Metz-van Holst.

Ruïne St. Walrick met echte of onechte koortsboom (april 2023)
#Nijmegen, Groen in Nijmegen, GroenInNijmegen

Ruine en Koortsboom Sint Walrick

St. Walrickweg 7  Overasselt

Ruine st Walrick met echte of onechte koortsboom
Ruine st Walrick met echte of onechte koortsboom (april 2023)

Een ruïne met veel lapjes aan de boom en tegenwoordig zelfs aan 2 bomen. De St. Walrickkapel is in de 15e eeuw gesticht. Daarbij is het vanaf die tijd mogelijk een bedevaartsplaats voor St. Walrick geworden.

Kapel

De kapel behoorde oorspronkelijk bij de kloosterboerderij van St. Valéry-sur-Somme, een benedictijnse abdij. Zij was sinds 952 rechthebbende op het grondbezit en stichtte daar een uithof met een kapel. Deze werd later tot priorij verheven.

Vanaf 1389 raakte het Overasseltse klooster in geval, waarop in de 15e eeuw een nieuwe kapel werd gesticht. Deze kapel werd vernoemd naar St. Walrick, die rond 611 de abdij St Valéry had geticht.

Wie was St. Walrick?

In Nederland kent men St. Walrick, oftewel de heilige Walricus (Auvergne, 565 – Leuconay, 1 april 619 of 622, daarin verschillen de gevonden bronnen)

 https://nl.wikipedia.org/wiki/Walricus of op zijn frans Saint Valery of Walaricus

Hij trok predikend door het land en was stichter van de abdij Saint-Valéry-sur-Somme

Daarbij zijn er een aantal legenden aan hem verbonden. Hij zou iemand die was opgehangen door middel van een gebed weer tot leven hebben gewekt. Bovendien zou hij mensen hebben kunnen genezen van koorts en andere ziektes. Rond zijn tombe ontstond een cultus.

Hij is een beschermheilige van zieken en vooral van lijders aan koorts. Zijn feestdag is 1 april.

Verering St. Walrick

Oorspronkelijk werd St. Walrick vereerd. Een beeld of iets dergelijks van hem zijn echter niet bekend. Ook werd St. Willibrord een tijdlang vereerd.

Het Meertens Instituut: “Mogelijk was de verering van deze heilige, patroon van zieken en dan vooral koortslijders, in Overasselt groeiende. De nieuwe kapel kon als centrum voor de pelgrimages dienen.” In ieder geval heeft er nooit een relatie met Willibrord bestaan, zoals de “legendes” verhalen.

Van kapel naar koortsboom

Wanneer de verering verschuift van de kapel naar de koortsboom is nog niet geheel duidelijk.

Meertens: “In 1846 schetste de geschiedschrijver Van Schevichaven hoe vooral tussen de verschillende Mariafeesten door talrijke gelovigen naar de kapel trokken om er te bidden en hun offer te brengen. Hij maakte melding van de bijzondere intentie van hun gebeden, namelijk gevrijwaard blijven van ziekten die met koorts gepaard gaan, of hiervoor genezing vinden. Aan menige struik bij de kapel werd toen een stuk kousenband of lint gebonden. Vanaf deze periode werd de kapel in toenemende mate met St. Willibrord geassocieerd en verdween de heilige Walrick steeds verder naar de achtergrond. In deze periode zal ook de legende rond het ontstaan van de koortskapel ontstaan zijn, waarin een hoofdrol voor Willibrord was weggelegd.“

Het Meertens Instituut noemt dat in de loop van de 19e eeuw verschoof de verering van de ruïne naar de naastgelegen struiken en bomen.

Meertens: “In 1740 werd de ruïne nog door ‘de Roomschgezinden met veel eerbied bezogt’.”

Het KN schrijft: ““Afgoderij dat vermeden dient te worden”, is hoe het genoemd werd in officiële stukken van protestantse kerkgemeentes uit de zeventiende eeuw. Ze refereren hiermee aan zogenaamde koortsbomen die in deze periode overal in de Republiek der Verenigde Nederlanden te vinden zijn: van Alphen tot aan Overasselt.”

Ten aanzien van Bergharen is de Onze Lieve Vrouw ter Nood Gods boom beken. De verering op de Molenberg, die tegenwoordig Kapelberg wordt genoemd, dateert daar bij uit de 14e eeuw. De Provinciale Synode in Nijmegen meldt in 1606 daarover: “dat er weder nieuwe affgoderye ende bedevaert opgerecht ijs tot [Berg-] Haeren in Mas ende Wael, aldaer een Lieve Vrouwe gestelt ijs ende die op verleden Maendagh na Pynxsteren van een grooten aentael volcx ende eenighe notable (die dese afgooderije na landtsz recessen behooren te verhinderen) besocht ende gheehrt gewest ijs.” (Wikipedia).

Zowel het Meertens Instituut als de Atlas van de Leefomgeving noemen de 19e eeuw: mogelijk dat vanaf dat moment de “hernieuwde” verering plaats vond?

Het KN noemt dat koortsbomen gebruikt werden als herkenningspunt om katholieke erediensten in het geheim te kunnen houden in de tijd dat de openbare eredienst was verboden.

Het KN: “Een koortsboom (of ‘lapjesboom’) is een zomereik of linde waarin stukjes textiel gehangen worden om te bidden voor een persoon die ernstig ziek is. Het volksgebruik ontstond vaak bij een boom die al betekenis had vanwege een heiligenverering. Veel Brabantse koortsbomen hebben bijvoorbeeld een connectie met Maria, maar lokale devoties zoals Sint-Walrick (Overasselt) en Sint-Odrada (Eersel) komen ook voor.”

Huidige koortsboom

De huidige -grote- koortsboom is een zomereik die geplant is tussen 1910 en 1920.

Reformatie en begin verval

Een ruïne van de St. Walrick-kapel; een sepiatekening, 18e eeuw (GN15044 RAN)
Een ruïne van de St. Walrick-kapel; een sepiatekening, 18e eeuw (GN15044 RAN)

Bij de Reformatie wordt de katholieke eredienst verboden en komt er een eind aan de priorij van St. Valéry. De protestanten nemen de kerk over en de eerste predikant wordt in 1609 benoemd. De goederen van de priorij komen in handen van de protestante adel, die vooral ook in het tiendrecht geinteresseerd zullen zijn geweest. Hans Willem van Randwijck en Joest Vlaming kopen de goederen aanvankelijk in erfpacht in 1617, in 1648 verkrijgen zij het volledige eigendom.

Achtereenvolgens zijn de families Van der Moelen, Rengers, Ten Hove en Munter eigenaar.

De laatste particuliere eigenaar was A.D.M. Munter van Sleeburg. Hij liet bij zijn overlijden de kapel en de bijbehorende grond na aan De Algemeene Armen te Overasselt. Mogelijk was deze schenking ingegeven doordat er vanouds een offerblok voor de armen in de kapel aanwezig was.  Met een grote veiling in 1852 eindigt het grootgrondbezit.

Verbouwingen

In de loop der tijd zijn er een aantal verbouwingen aan de kapel uitgevoerd. In de 17e eeuw, na het overgaan op de nieuwe eigenaar, zijn er herstelwerkzaamheden verricht. Een opvallende was het opnieuw optrekken van een deel van de westgevel. Hiervoor zijn stenen gebruikt uit de zijmuren, waardoor de kapel werd versmald.

Ruïne van de kapel Sint Walrick,1903 (F74038 RAN)
Ruïne van de kapel Sint Walrick,1903 (F74038 RAN)

Een restauratie uit 1903 waarbij rollagen en steunberen werden aangebracht, werd in 1940 weer teruggedraaid. In 1940 werden de muren recht opgezet en met kloostermoppen tot manshoogte gebracht. Daarbij werd tevens de fundering voor het altaar en de dat van de oorspronkelijke westgevel teruggevonden.

Het huidige aanzicht dateert vooral van de werkzaamheden in de jaren 50: de oostgevel werd verlaagd en vervlakt, de flankmuren tot op borsthoogte gemetseld.

Staatsbosbeheer

Bezoek van Jhr. mr. C.G.C. Quarles van Ufford, Commissaris van de Koningin in Gelderland en burgemeester van Overasselt Walraed (W.J.F.M) baron van Hugenpoth tot Aerdt (rechts, beiden in donkere jas) bezoeken met verkenners de ruïne van de St. Walrickkapel. Rechts de zgn. koortsboom, 1953-1955 (GN42113 RAN)
Bezoek van Jhr. mr. C.G.C. Quarles van Ufford, Commissaris van de Koningin in Gelderland en burgemeester van Overasselt Walraed (W.J.F.M) baron van Hugenpoth tot Aerdt (rechts, beiden in donkere jas) bezoeken met verkenners de ruïne van de St. Walrickkapel. Rechts de zgn. koortsboom, 1953-1955 (GN42113 RAN)

Staatsbosbeheer draagt in 1986 werd het beheer van de ruïne overgedragen aan de Monumenten Stichting Baet en Borgh.

Een mooie foto uit 1977 vóór de restauratie is te zien op F21805 RAN.

De ruïne van de Sint Walrickkapel en de koortsboom in de Hatertse en Overasseltse Vennen. De foto is gemaakt nadat de achterwand door vandalisme is omgeduwd en vóór het herstel ervan, 27/8/1985 (Ger Loeffen via F37857 RAN CCBYSA)
De ruïne van de Sint Walrickkapel en de koortsboom in de Hatertse en Overasseltse Vennen. De foto is gemaakt nadat de achterwand door vandalisme is omgeduwd en vóór het herstel ervan, 27/8/1985 (Ger Loeffen via F37857 RAN CCBYSA)

 Bij de restauratie was de koortsboom bijna omgehakt, omdat deze te dicht bij de kapel stond. Na protesten werd hiervan afgezien. De kapel werd gerestaureerd naar de situatie uit 1904 op basis van beeldmateriaal uit die tijd. Wel zijn de laagste takken van deze boom gesnoeid, zodat er geen nieuwe lapjes aan deze boom kunnen worden opgehangen. Daarvoor in de plaats is iets verderop een nieuwe eik geplant, die de taak van de “oude” boom overneemt.

Vergetelheid

St. Walrick zelf raakt, in ieder geval in Nederland, in de 19e eeuw in vergetelheid. Bedevaartgangers begonnen de kapel met Sint Willibrord te identificeren, de vaderlandse heilige. Behalve offers te brengen in het offerblok, hingen pelgrims ook een lapje in de boom om de koorts “af te binden”.

Het Meertens Instituut constateert daarbij dat vooral vanaf de jaren 90 deze gewoonte weer is toegenomen.

Beelden

In de kapel zitten in de oostelijke muur 2 nissen. Oorspronkelijk waren deze bedoeld voor lampen. In de linker nis staat een beeld van O.L. met kind. Het is gemaakt door Peter Rovers. Daarvoor had de Lourdes-groep van de Katholieke Verkenners opdracht gegeven, om te vieren dat het 100 jaar geleden was dat het beeld van de Zoete Lieve Moeder vanuit Brussel naar ’s-Hertogenbosch was teruggekeerd. Daarbij zijn de stangen aangebracht om te voorkomen dat het beeld gestolen wordt. De steen die onder het beeld is ingemetseld is afkomstig uit Lourdes.

Daarnaast staat nog de stenen tronk, waar vroeger de collectebus was voor de de Stichting van De Algemene Armen te Overasselt.

Verzonnen legendes

Rondom de koortsboom zijn 2 “legendes” bekend, die in beide gevallen zijn verzonnen. De onderwijzer Gomarius Mes publiceerde deze in de de 19e eeuw, in de Katholieke Illustratie (1885-1886).

Haarband

De eerste “legende” is het verhaal dat de dochter van een heidense roverhoofdman ziek wordt. De vader was hoofdman van de “Hoemannen”, die het gebied rond Heumen onveilig zouden maken. Zij leven in een hut. Wanneer de dochter aan de koorts dreigt te bezwijken, gaat haar vader naar Willibrord, die op dat moment op missie was in dit gebied. Willibrord probeert de hoofdman tot inkeer te brengen en geeft tevens opdracht om een haarband van de dochter aan een struik te binden. De vader gehoorzaamt en de dochter geneest. Daarop bekeren ze zich beiden tot het christendom, waarop ze door de Hoemannen worden gedood. Sindsdien is dit een plek waar koortslijders en andere zieken op voorspraak van Sint Willibrord genezen hopen te vinden.

Keizer Karel

Keizer Karel zou de genezende kracht in 777 ervaren hebben door in de boom een zijden snoer opgehangen te hebben en daarna in gebed te zijn gegaan.  Als dank zou hij een kapel hebben laten bouwen, gewijd aan St. Willibrord.

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://bedevaart.meertens.knaw.nl/plaats/603

https://mijngelderland.nl/inhoud/specials/een-wagen-vol-verhalen/de-koortsboom-in-overasselt

https://verhaaltussenmaasenwaal.nl/gemeenten/wijchen/sint-walrick-en-de-koortsboom/

https://mijngelderland.nl/inhoud/verhalen/de-franse-priorij-van-st-walrick-in-overasselt

https://www.kn.nl/verdieping/erfgoed/de-koortsboom-als-hoopvolle-verzamelplek/

https://www.atlasleefomgeving.nl/nieuws/echte-verhalen-achter-overasseltse-koortsboom-brummense-spookboom-en-bladelse-heksenboom

https://www.gelderlander.nl/nijmegen-e-o/hennie-en-rinie-hopen-dat-koortsboom-bij-sint-walrick-boom-van-het-jaar-wordt-heeft-een-geweldig-verhaal~a61af860/

https://www.stwalrick.nl/nl/informatief/de-koortsboom

https://mijngelderland.nl/inhoud/specials/een-wagen-vol-verhalen/de-monniken-van-st-walrick

https://nl.wikipedia.org/wiki/Koortsboom

Krayenhoffpark met sequoia april 2025
#Nijmegen, Groen in Nijmegen, GroenInNijmegen

Krayenhoffpark

Krayenhoffpark met sequoia  april 2025
Krayenhoffpark met sequoia (april 2025)

Het Krayenhoffpark was al vroeg ingetekend, in 1879, in de plannen voor na de ontmanteling. Het werd vernoemd naar Cornelis Krayenhoff, waarvan het graf aanvankelijk was overgebracht naar dit park; de originele grafsteen is er nog te vinden. Daarnaast staan er een aantal bijzondere bomen.

Het Krayenhoffpark staat vanaf 1879 op kaarten getekend. In 1896 kreeg het haar naam, vernoemd naar baron Cornelis Rudolphus Theodorus Krayenhoff. Daarbij werd Krayenhoff nog als Kraijenhoff geschreven. Het park heeft een driekhoekige vorm, welke verwijst naar de driehoeksmeting (of triangulatie): een van de activiteiten van Krayenhoff was dat van cartograaf.

Grafsteen Krayenhoff

Grafsteen Krayenhoff in Krayenhoffpark (april 2025)
Grafsteen Krayenhoff in Krayenhoffpark (april 2025)

Toen in 1914 het Fort Krayenhoff werd gesloopt, is het graf van Krayenhoff overgebracht naar Rustoord. In 1916 is de originele grafsteen verplaatst naar het Krayenhoffpark. Tijdens een reconstructie van het park is de grafsteen in 2008 180 graden gedraaid. Op de foto zijn de spijlen rondom de grafsteen te zien.

Eenige versiering

Het park is ontworpen door Bert Brouwer, die ook de 19e eeuwse stadsuitleg heeft ontworpen.

In de bespreking van de Gemeente begroting voor 1904 komt ook het Krayenhoffpark aan de orde. “…in de afdeelingen werd het behoud van het Krayenhoffpark onnoodig geacht en in overweging gegeven het plantsoen op te ruimen en het te bestemmen tot speelplaats.” B. en W. zien echter “in het tegenwoordige plantsoen van het Krayenhoffpark eenige versiering van dit bijna geheel uit fabrieken en werkplaatsen bestaande stadsgedeelte, en willen het daarom behouden.” De heer Quack merkt op, dat dit plantsoen oorspronkelijk als villa-terrein werd uitgezet en met die wetenschap is daaromheen de grond verkocht. (PGNC 25/10/1903)

Tegels

Tegel Krayenhoff Krayenhoffpark
Tegel Krayenhoff Krayenhoffpark (foto april 2023)

Vóór de grafsteen ligt een stoeptegel met zijn portret. In het park en op meerdere plekken in het Waterkwartier zijn dergelijke stoeptegels te vinden, die verwijzen naar straatnamen van de wijk. Dit was een project van Carla Dijs: ‘Zo ontstond het ‘tegelproject’. In een middag tijd konden bewoners uit alle 64 straten van het Waterkwartier een eigen reliëftegel maken. Dijs: “Die heb ik daarna in beton gegoten en de gemeente Nijmegen heeft deze stoeptegels in de paden van het Krayenhoffpark gelegd.”‘ (SP.nl, juli 2009)

Sequoia (mammoetboom) en andere bomen

Sequoia in het Krayenhoffpark Nijmegen
Krayenhoffpark met sequoia en op voorgrond graf Krayenhoff

De meest opvallende boom in het park is de mammoetboom, de sequoia. Monumental trees schat de lengte van deze boom in 2020 in op ongeveer 25 meter. Deze site geeft aan dat deze boom gezien haar grootte mogelijk in de jaren 20 is aangeplant.

Andere bijzondere bomen zijn de ginkgo (Japanse notenboom), met een lengte van 16 meter die rond 1890 is aangeplant. En de haagbeuk, die ongeveer 20 meter hoog is en waarschijnlijk rond 1900 is aangeplant.

Herdenkingsboom kroning Willem-Alexander

Kroningsboom Willem Alexander Krayenhoffpark (27 april 2025)
Kroningsboom Willem Alexander Krayenhoffpark (gemaakt op zijn verjaardag, 27 april 2025)

Herdenkingsboom aangeplant ter herinnering aan de kroning van Willem-Alexander in 2013. Dit is de enige boom van het park met een hekje.

Hek herdenkingsboom kroning Willem-Alexander (27-4-2025)
Hek herdenkingsboom kroning Willem-Alexander (gemaakt op zijn verjaardag, 27-4-2025)
Herdenkingsboom Willem Alexander koning 2013, september 2023, Krayenhoffpark
Herdenkingsboom Willem Alexander koning 2013 (september 2023)

Jeu de Boules baan

In 2023 is een jeu de boules baan aangelegd in het park. Deze baan is aangelegd naar aanleiding van een idee op MijnWijkplan, welke was ingestuurd in mei 2022. Na gesprekken en mede vanwege het aantal likes heeft de gemeente dit idee gehonoreerd.

Reconstructiewerkzaamheden, gezien in de richting van het Krayenhoffpark (links). Links van het midden het begin van de Weurtseweg. Rechts panden aan de Waalbandijk. Op de achtergrond de witte graansilo van de Handel in bakkerijgrondstoffen Van Lith en Zonen (Weurtseweg 32), 5/12/1959 (Fotopersbureau Gelderland via F20030 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Reconstructiewerkzaamheden, gezien in de richting van het Krayenhoffpark (links). Links van het midden het begin van de Weurtseweg. Rechts panden aan de Waalbandijk. Op de achtergrond de witte graansilo van de Handel in bakkerijgrondstoffen Van Lith en Zonen (Weurtseweg 32), 5/12/1959 (Fotopersbureau Gelderland via F20030 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)

Bronnen

Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Wikipedia

Bijlage: cultuurhistorische waarden

Biezen/Waterkwartier

Hoewel Biezen de officiële naam is, noemen veel Nijmegenaren de wijk het Waterkwartier. Het is een van oudst bewoonde gedeelten…

Voorstadslaan 18 en 20

Voorstadslaan 18 en 29. Pand uit 1912 in Art Deco stijl. Vooral de blauwe tegels zijn prachtig.

Hotel du Soleil Graafseweg 31-35 Nijmegen rond 1903
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Van Grand Hotel du Soleil tot Belastingkantoor

1903-1919, Graafsche straat no 31-41 (Nu Graafseweg 31-35)

Het Grandhotel "Du Soleil", geopend in 1903. Het RAN dateert deze foto tussen 1903-1919. Op basis van de onderstaande krantenartikelen moet deze foto van voor de verbouwing van Oscar Leeuw in het voorjaar van 1906 zijn, omdat er nog geen veranda te zien is (zie foto hieronder) (RAN F17404)
Het Grandhotel “Du Soleil”, geopend in 1903. Het RAN dateert deze foto tussen 1903-1919. Op basis van de onderstaande krantenartikelen moet deze foto van voor de verbouwing van Oscar Leeuw in het voorjaar van 1906 zijn, omdat er nog geen veranda te zien is (zie foto hieronder) (RAN F17404)

J.F. Steenmetzer maakt in 1903 van 6 herenhuizen aan de huidige Graafseweg een groots hotel, waarbij de inrichting is geïnspireerd op het “American Hôtel”. Hiervoor leverde architect Haspels Jr. het ontwerp. Een grote verbouwing volgde al in 1906 naar ontwerp van Oscar Leeuw. Vanaf 1923 is het in gebruik als belastingkantoor en na een verbouwing in 2013 zijn hier appartementen gevestigd.

Juni 1903 blijkt J.F. Steenmetzer 6 herenhuizen aan de Graafsche straat nummers 31-41 te hebben gekocht om er een groot, eerste rangshotel van te maken. Daarvoor worden de huizen doorgebroken. De nummers 31 en 33 voorlopig nog niet, aangezien deze nog zijn verhuurd. Het hotel zal 60 kamers bevatten. De inrichting zal geïnspireerd worden op dat van het “American Hôtel” te Amsterdam. Men hoopt in augustus te openen, wat ook daadwerkelijk lukt (De Gelderlander 26/6/1903). Hiervoor had architect Haspels Jr. het ontwerp geleverd.

Verbouwing Haspels Jr. tot hotel

In 1903 opent Hotel du Soleil:

“Grand Hôtel du Soleil.

Het is een waarschijnlijk door de behoefte geboren verschijnsel, dat het aantal hôtels in onze stad zich steeds uitbreidt en- niettegenstaande de verschillende ruime, fraaie en geheel moderne inrichtingen op dit gebied in de oude en nieuwe stad- nog ondernemende mannen het durven bestaan, haar aantal weder met een nieuw hôtel te vermeerderen, dat gezien mag worden. Wij hebben hier het oog op het Grand Hôtel du Soleil aan de Graafsche straat no. 31-41 dat morgen geopend wordt.

Zij, die de uitbreiding van onze stad gevolgd hebben, zullen weten, dat het door wijlen den heer Haspels Sr. aan de Graafsche straat gebouwde blok heerenhuizen tot de eerste nieuwerwetsche woningen in de buitenwijken behooren. Dit geheele blok nu kwam in handen van één eigenaar, die op zeer ingenieuse wijze, door den heer Haspels Jr., bouwkundige alhier, uit een viertal daarvan één groot hôtel-pension deed worden, dat inwendig althans een prachtig geheel vormt. Het uiterlijk is weinig veranderd, hoewel een breede ingang, waarheen een flinke oprijweg leidt, toch doet zien, dat men hier niet meer dan gewone woonhuizen te doen heeft.

Door de breede deuren binnengekomen, ziet men allereerst een ruime entree van wit marmer, waarop links de ontvangkamer, met daarachter een kleine eetzaal, rechts de groote vroolijke eetzaal, waaraan weder een kleinere dito grenst, uitkomen. Een zeer breede, monumentale trap voert van hieruit naar de bovenverdiepingen. Maar eerst zien wij nog eenige, aan de groote eetzaal aansluitende vertrekken, die meer speciaal geschikt zijn voor pensiongasten, omdat zij, als het ware afgesloten van het geheel, verhuurd kunnen worden en gezellige appartementen vormen.

Boven op de eerste en tweede etage vindt men keurige salons en ruime slaapkamers, deels uitziende op de straat, deels op de achtertuinen, alle zeer modern gemeubeld en ingericht. Aan de andere zijde van de breede corridors leidt weder een trap naar beneden, wat ook zeer in het belang der veiligheid is. Op elke etage is een welingericht badkamer.

De meubileering van de hierboven genoemde zalen in het parterre-gedeelte is natuurlijk ook geheel aan de eischen van den tegenwoordigen tijd.

In het sousterrain bevinden zich de keuken, van grooten omvang en met een zeer practisch reuzen-fornuis, de provisiekamer, wijn- en likeurkelders, kortom alles wat tot een hôtel van den eersten rang behoort. Een lift onderhoudt de communicatie tusschen de onderwereld en het parterre. Fornuis en verdere keukeninrichting worden geleverd door de heeren Thijssen en van Haaren, firma Carel van Rosendael alhier.” (PGNC 23/8/1903)

Verbouwing Oscar Leeuw

1906, Graafsche straat

Hotel du Soleil Graafseweg 31-35 Nijmegen rond 1903
Hotel du Soleil Graafseweg 31-35 Nijmegen rond 1903

“Grand Hôtel du Soleil.

Nu verschillende feesten weer tal van bezoekers naar onze stad lokken- kegelwedstrijden in de “Vereeniging”, begroeting der automobilisten vandaag, het sportfeest morgen en de landbouwfeesten in het verschiet- ligt het voor de hand dat de Nijmeegsche hôtelhouders hun beste beentje vooruitzetten om de gasten naar behooren te kunnen ontvangen en herbergen.

Spraken wij gisteren van de omvangrijke toebereidselen in het hôtel “Keizer Karel” met hoet oog op de ontvangst der automobilisten, ook het “Grand Hôtel du Soleil” aan de Graafsche straat wacht een zestigtal gasten ter gelegenheid der verschillende feesten.

Dank aan de uitbreiding van het vreemdelingenverkeer in deze stad heeft dit nieuwe hôtel in den korten tijd van zijn bestaan een hooge vlucht genomen en is thans opnieuw aanmerkelijk uitgebreid.

Werd in het voorjaar de lange voorgevel, onder leiding van den architect den heer Oscar leeuw geheel gemoderniseerd, van een veertig meter lange sierlijke veranda voorzien en met de wapenschilden der onderscheiden landen versierd, thans is naar ontwerp van denzelfden bouwkundige, door den aannemer den heer Konings een groote feestzaal met tooneel aangebouwd.

Op verzoek van den ijverigen directeur-gérant den heer Jos. Jergen, de ons de omvangrijke inrichtig rondleidde, waarbij wij telkens de indruk kregen met een degelijk vakman te doen te hebben, namen wij er gisteren een kijkje.

De zaal van bijzonder gelukkige verhoudingen, op het oogenblik fijn afgestukadoord door den heer Is. Van Haaren, zal later beschilderd worden; maar biedt zooals ze nu is, in haar smettelooze blankheid, met haar keurigen parketvloer, de breede op den tuin uitziende ramen met draperieën, geleverd door de firma Bahlmann, de spiegels aan weerszijden van het tooneel, waarop met de driekleur getooid het beeld van H.M. de Koningin prijkt, de rijke koperen kroonluchters en niet het minst de feestelijk gedekte en met levend groen gesierde tafel een hoogst vriendelijken aanblik.

Wij vernemen dat in deze zaal het groote diner bij gelegenheid der Landbouwfeesten, van circa 250 couverts zal gehouden worden. De zaal biedt plaats voor 300 couverts en zal zich ook uitstekend leenen voor kamermuziek, lezingen, tooneeluitvoeringen enz.

Nog werd onze opmerkzaamheid gevestigd op de ruime gelegenheid tot garage van automobielen, die alweer is vergroot. De breede toegang, de practische reparatiekuil, de gladde tegelvloer en vooral de flinke ruimte maken ze bijzonder doelmatig.” (De Gelderlander 22/7/1906)

Overigens zat Oscar Leeuw in het organisatie van bovengenoemde Landbouwfeesten, in de Commissie voor de Gebouwen.

Op 24 juli 1906 vindt door deze Commissie aanbesteding plaats van: “het leveren der benoodigde Tenten, omheiningen, standen voor Paarden, Rundvee, Schapen en Varkens op terreinen aan de Gerard Noodtstraat , Hunnerpark en Kelfkensbosch.” (PGNC 21/7/1906)

Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de feestzaal , tekening 8 mei, bouwdossier gedateerd 12-6-1906 (D12.379267)
Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de feestzaal , tekening 8 mei, bouwdossier gedateerd 12-6-1906 (D12.379267)
Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de garage, bouwdossier gedateerd 12-6-1906  (D12.379266)
Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de garage, bouwdossier gedateerd 12-6-1906  (D12.379266)

N.V. en (voorgenomen) verbouwing

In 1910 heeft eigenaar Steenmetzer plannen tot verdere uitbreiding.

Om de verbouwing en vergroting te kunnen financieren, heeft Steenmetzer de zaak omgevormd naar een N.V.. Men kan zich voor aandelen inschrijven bij Firma Lamar & Vos.

Het plan is om het gebouw met een verdieping te verhogen. Daarnaast zal op de hoek met de Stijn Buijsstraat een “bodega” en café-restaurant worden aangebouwd. En aan de achterzijde van het hotel is een grote schouwburg- concertzaal gepland, met de hoofdingang aan de rechterzijde.

“Zooals wij reeds, zeiden, zal een en ander en vooral de schouwburgzaal in een lang gevoelde behoefte voorzien, want een ieder zal het met ons eens zijn, dat de thans bestaande schouwburg niet thuis behoort in een stad als Nijmegen, die bezig is zich met haar nieuwe wijken te verjongen en in een fraai kleed te steken.” (PGNC 6/7/1910)

In hoeverre de uitgifte van aandelen succesvol is geweest en of de verbouwing is gerealiseerd, is nog niet bekend. In ieder geval wordt er in december 1910 begonnen met het afbreken van de huisjes van “Het Begin”. Deze liggen achter Hotel du Soleil en waren vlak na de ontmanteling van de wallen gebouwd. “Het vrijkomende terrein zal voorloopig voor een groot gedeelte als sport-terrein worden ingericht, terwijl een kleiner gedeelte daarvan dienen zal tot uitbreiding van de bestaande feestzaal met eene tooneel-inrichting, die zeer goed bij deze keurige zaal zal passen.” (PGNC 15/12/1910)

In PGNC 21/3/1912 blijkt dat dat de N.V. “Grand Hotel du Soleil” ontslag heeft verleend aan Steenmetzer als directeur. J. Fuchs is daarbij benoemd tot waarnemend directeur. Begin mei 1912 koopt Steenmetzer het pand van Societeit Burgerlust voor f34.900 (PGNC 3/5/1912 en PGNC 4/5/1912)

Hotel "Du Soleil"; een reproductie, Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17387 RAN)
Hotel “Du Soleil”; een reproductie, Graafseweg 35-41, 1920 (F17387 RAN)
Het interieur in de eetzaal in het Hotel "Du Soleil"; een reproductie, , Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17378 RAN)
Het interieur in de eetzaal in het Hotel “Du Soleil”; een reproductie, , Graafseweg 35-41, 1920 (F17378 RAN)
Entree Hotel du Soleil  Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17384 RAN)
Entree Hotel du Soleil Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17384 RAN)
Slaapkamer Hotel du Soleil, Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17381 RAN)
Slaapkamer Hotel du Soleil, Graafseweg 35-41, 1920 (F17381 RAN)
In mei 1919 staat Hotel Du Soleil te koop (PGNC 10/5/1919)
In mei 1919 staat Hotel Du Soleil te koop (PGNC 10/5/1919)

Op 22-5-1919 houdt de N.V. Grand Hotel “Du Soleil” een aandeelhoudersvergadering in “Burgerlust” met als “punt van behandeling: Verkoop van het Hotel”. (PGNC 9/5/1919)s

Eind mei 1919 staat het Hotel Du Soleil vervolgens te koop (PGNC 10/5/1919)

Belastingkantoor

PGNC 21/4/1923
PGNC 21/4/1923

In 1922/1923 vindt de verbouwing tot Belastingkantoor plaats.

Plan tot inrichting van perceel Graafsche weg 31-35 te Nijmegen tot Belastingkantoren,
Bouwdossier D12.387126 gedateerd op 21-12-1922
Plan tot inrichting van perceel Graafsche weg 31-35 te Nijmegen tot Belastingkantoren, Bouwdossier D12.387126 gedateerd op 21-12-1922

Het nieuwe gebouw van ’s Rijks Dir. Belastingen.

Gistermiddag hebben wij het nieuwe gebouw van ’s Rijks directe belastingen, invoerrechten en accijnzen aan den Graafsen weg, dat de vorige week gedeeltelijk in gebruik is genomen, bezichtigd. Ons verzoek daartoe was door den Inspecteur der Dir. Bel. 2e afd., den heer L.A. Alting Mees, met voorkomendheid ingewilligd niet alleen, maar hij had bovendien de vriendelijkheid, ons na een inleidend woord omtrent de voorgeschiedenis van de vestiging der belasting-administratie in dit pand, door het geheele gebouw rond te leiden.

Men weet, dat het vroegere hotel “Du Soleil” na zijn mobiliasatie-bestmming was overgegaan aan de firma Jurgens, die het evenwel sinds eenigen tijd voor haar bedrijf niet meer noodig had. De belasting-autoritieiten alhier waren sinds lang zoekende naar een gebouw, geschikt voor huisvesting van de Directe Belastingen, Invoerrechten en Accijnzen. Verschillende aanbiedingen waren, als zijnde te duur, van de hand gewezen, terwijl in dezen tijd aan het bouwen van een nieuw pand niet kon worden gedacht, temeer omdat de dienst der Rijksgebouwen op waarlijk loffelijke wijze de grootst mogelijke zuinigheid nastreeft en daarbij zeer kaufännisch wordt beheerd. En zoo was de beruchte “Kamer no. 6” in de Ridderstraat nog steeds een bron van ergernis voor personeel en publiek, toen het Rijk- op het juiste tijdstip dienaangaande geadviseerd en ter zijde gestaaan door de heeren Van Eerde en Alting Mees, Inspecteurs der Dir.Bel. alhier (eerstgenoemde is sindsdien afgetreden)- er in slaagde op zeer gunstige verkoopsvoorwaarden het vroegere Hotel “Du Soleil” in handen te krijgen. Wanneer de bouwmeester indertijd had kunnen voorzien welke bestemming het hotel in later jaren zou krijgen, dan had hij zijn ontwerp niet beter kunnen maken. Want het gebouw bleek als geknipt voor de huisvesting van de belastingen en een rondwandeling heeft ons daarvan gistermiddag overtuigd. Gold het de beschrijving van een nieuw gebouw, dan zouden wij den architect de welverdiende hulde kunnen brengen voor de logische indeeling van het geheel; voor de voor de voortreffelijke wijze waarop hij het vraagstuk van “licht en lucht” had opgelost; voor de degelijkheid gepaard aan schoonheid, welke van beneden tot boven, van voor tot achter den bezoeker opvalt; voor het aanbrengen van centrale verwarming en electrisch licht, kortom van al datgene wat in een modern kantoorgebouw dient tot gerief van hen, die daar werken en hun den arbeid veraangenaamd, ergo beter doet zijn dan in een ouderwetsche en primitieve omgeving.

Van de drie ingengen van het gebouw is de linksche bestemd voor het publiek, dat belasting komt betalen en “Kamer no. 6” niet meer zal herkennen. Het is de voormalige danszaal van het hotel, waar op den parketvloer wel menig amoureus gesprek zal hebben plaats gehad. Hier vindt het publiek een zaal zoo mooi wat betreft ruimte, licht, lucht en inrichting der loketten, dat de tijd niet verre meer zal zijn dat de Nijmegenaars met plezier hun belastingen gaan betalen. Op het oogenblik zijn de aanslagen nog zóó hoog, dat zelfs de mooie zaal niet in staat is den pil te vergulden. Ook het personeel heeft alle reden om van eene verbetering te spreken. Het moet evenwel voor den mensch niet oged zijn in eene al zijn verlangens bevedigd te zien en zoo blijft er voor dat personeel nog wel wat te wenschen. Het Rijk toch heeft nu wel een mooi huis, maar moet nog bewijzen dit ook te kunnen bewonen. En bij veel lof mag de blaam niet achterwege blijven: wat wij in deze prachtige zaal “Kamer no. 6” aan meubileering zagen, grenst aan het ongelooflijke. Het was een rommeltje, misschien voor den uitdrager nog niet goed genoeg. Wat de firma Jurgens bij het gebouw heeft verkocht: linoleums, gordijnen, electrische lampen, huistelefoon is alles first class, maar wat het Rijk zelf heeft meegebracht, dient zoo spoedig mogelijk te worden vervangen.

Aan de hier genoemde groote zaal grenzen ter eene zijde het kantoor van den Ontvanger der Directe Belastingen, den heer F.E. Vreede, een archiefkamer en een vergaderzaaltje. Ter andere zijde bieden het voormalige tooneel en de vertrekken, die daarmede annex waren, gelegenheid tot inrichting van de kantoren van den Ontvanger der Invoerrechten en Accijnzen, Jhr. W.J. de Jonge, die momenteel aan de St. Anthoniusplaats ook verre van ideaal gehuisvest is.

Eveneens gelijkvloers, in de rechter helft van het gebouw, zijn de kantoren ondergebracht van den Inspecteur (den heer P. v.d. Mark) en den Ontvanger (den heer A. Bloemarts) der Registratie en Domeinen met klerken- en wachtkamers. (De kantoren van dezen dienst aan den Oranjesingel zullen worden betrokken door den Ingenieur van den Waterstraat, thans St. Annastraat; in het vroegere gebouw van de Inspectie der Dir. Belastingen aan de St. Annastraat is de Inspectie van het L.O. gevestigd.)

Een breede trap leidt naar de eerste étage, waar zich de kantoren bevinden van de Inspectie der Directe Belastingen; ter eene zijde van de gang de ruime klerken-zalen resp. van de 1e en de 2e adeeling met in het midden een wachtkamer; ter andere zijde de gezellige kamers van de inspecteurs in beid afdeelingen, t.w. 1e afd. de heer J. Andreas (benoemd met ingang van 1 Mei a.s. plaatsverv. Op het oogenblik de heer Meijerink) en 2e afd. de heer L.A. Alting Mees.

Op de tweede verdieping zijn 5 reserve-kamers voor personeel van de Inspectie en 5 archief-kamers.

Ter rechterzijde van het gebouw is de woning van den concierge gelegen. De daaraan grenzende vroegere garage is een prachtige bergplaats geworden voor de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen aangehaalde goederen; hier is ook de ingang voor de leden van het personeel, die een fiets bij zich hebben en voor wie de voormalige kegelbaan is ingericht voor 84 rijwielen; langs de diensttrap zijn zij dan in een oogwenk in het gebouw. Hier, in het sous-terrain, zijn voorts de kantoren van de kommiezen voor den stadsdienst, een leslokaal voor de kommiezen van den velddienst, archief-kamers en een inrichting voor het afstoken van gesistilleerd.

Uit het voorgaande blijkt wel, dat de dienst der Directe Belastingen, Invoerrechtne en Accijnzen thans gehuisvest is in een gebouw, dat als zoodanig aan alle eischen beantwoordt. Wanneer nu ook de inrichting van enkele lokalen zal zijn gemoderniseerd, zullen de inspecteurs en ontvangers, hiervoor genoemd, en hun ijverig personeel, alle reden hebben om de plaats gehad hebbende verandering een groote verbetering te noemen. Voor het publiek is dit nu reeds het geval.” (PGNC 17/4/1923)

Meubelzaak en woninginrichting Wals en links Garage Terwindt & Hekking Mestrom en op de achtergrond voormalig Hotel du Soleil, Graafseweg Bottendaal, 1958 (F86415 RAN CC0)
Meubelzaak en woninginrichting Wals en links Garage Terwindt & Hekking Mestrom en op de achtergrond voormalig Hotel du Soleil, Graafseweg Bottendaal, 1958 (F86415 RAN CC0)

Hierna volgen een aantal andere verbouwingen. In 2013 vond de verbouwing naar appartementen plaats.

Graafseweg voormalig Hotel du Soleil en Belastingkantoor"(januari 2026)
Graafseweg voormalig Hotel du Soleil en Belastingkantoor”(januari 2026)

Meer lezen

Meer over dit pand valt te lezen op Noviomagus:

https://www.noviomagus.nl/Varia/Soleil/Soleil.html

https://www.noviomagus.nl/Particulier/Cat/cwdata/050-DSCN0239_edited.html

https://www.noviomagus.nl/Gastredactie/Klomp/Graafseweg31-35.html

Garage in de Holtermanstraat, 1938 (DF4982 RAN)
Geen categorie

Automobielen garage Van den Bosch en Jansen

Garage in de Holtermanstraat, 1938 (DF4982 RAN)
Garage in de Holtermanstraat, 1938 (DF4982 RAN)

De tot nu eerstgevonden vermelding van de Garage aan de Holtermanstraat 22 is het Adresboek 1915-1916. Dan staat alleen H. van den Bosch nog vermeld. De Holtermanstraat is voor het “Verhuren en Stallen van Automobielen”; de Burghardt v.d. Berghstraat 24 voor “Auto’s, Motoren en Rijwielen”. In het Adresboek 1914-1915 staat nog alleen het adres van Burghardt v.d. Berghstraat.

H. van den Bosch, Auto's, Motoren en Rijwielen (Adresboek Adresboek 1915-1916)
H. van den Bosch, Auto’s, Motoren en Rijwielen (Adresboek Adresboek 1915-1916)

In 1916 is het adres van H. v.d. Bosch “in rijwielen en automobielen” Burgh. v.d Berghstraat 26, terwijl zijn “Rijwielfabriek” nummer 22 heeft. In 1916 komt v.d. Bosch ook onder de kop “Benzine depots” voor op Holtermanstraat 20.

In 1924 is het “Automobielen-Garage Verhuren en Stallen”. H. v.d. Bosch en H.B. v.d. Bosch, electro-techniker, komen dan voor op Holtermanstraat 18.

Automobielen-garage Van den Bosch en Jansen.

Sedert vele jaren was in de Holtermanstraat de Automobielen-Verhuur- en Reparatie-inrichting van de firma Van den Bosch en Jansen gevestigd. Thans heeft een belangrijke uitbreiding van deze zaak plaats gehad, welke gepaard is gegaan met een verbouwing van betekenis. De firma Van den Bosch en Jansen heeft daarmede getoond den geest van dezen tijd te verstaan. Velen, die vroeger tot de vaste gebruikers van huur-auto’s behoorden, hebben thans zelf een automobiel of zullen, de een na de ander, binnen afzienbaren tijd het aantal der auto-eigenaars vermeerderen. Vandaar, dat de firma Van den Bosch en Jansen zich, naast het verhuren van auto’s, den laatsten tijd mede speciaal heeft toegelegd op den verkoop van automobielen en op de stalling en reparatie daarvan.

Van drie merken met welklinkende namen heeft zij de vertegenwoordiging: de Nash- en Renault-automobielen en de F.N. motorrijwielen. Er zal spoedig voor ons gelegenheid zijn om over deze auto- en motormerken eenige nadere bijzonderheden in ons blad mede te deelen.

Voor heden willen wij stilstaan bij de wijze, waarop de firma Van den Bosch en Jansen haar inrichting heeft uitgebreid en gemoderniseerd, waardoor zij voor de onderdeelen stalling en reparatie haar bedrijf op moderne leest heeft geschoeid.

Bij de oude zaak is een aangrenzend pand getrokken en na de verbouwing is thans een garage ontstaan, welke twee breede ingangen heeft en waar dertig auto’s ruim plaats vinden. Achter de garage, die dag en nacht geopend is, ligt de werkplaats, welke van het andere gedeelte der zaak zal worden afgescheiden. Ter zijde van de garage vindt men een privé-kantoortje, terwijl een trap leidt naar een verkoop-kantoor en een magazijn van onderdeelen voor automobielen en motorrijwielen.

De inrichting, welke thans een grootsteedschen indruk maakt, is van alle moderne gereedschappen voorzien. Dat voor aan de straat een benzinepomp staat behoeft nauwelijks gezegd. Verder heeft de garage een free air station voor het electrisch oppompen van banden, olietanks, een welvoorziene stock Dunlop- en Michelin-banden enz.

De verbouwing is, naar het ontwerp van den heer W. Offerman te Hees, uitgevoerd door de firma Stuy en van Berchem, aannemers alhier. Er is een fraai geheel verkregen, dat de firma Van den Bosch en Jansen op de nieuwe banen, welke zij met haar zaak is ingeslagen, ongetwijfeld tot voortdurend succes zal voeren.” (PGNC 5/8/1925)

In 1926 is het “repareeren” erbij gekomen: Automobielen-Garage, Verhuren, Stallen en Repareeren. Het adres is nu Holtermanstraat 16-24. H. en H.B. v.d. Bosch komen nu voor op Holtermanstraat 16.

In 1 van de Adresboeken is het idem voor 1928. In 1 van de Adresboeken is het idem voor 1928. Bij een ander Adresboek:

26: Zie No. 20

16: H. v.d. Bosch

18: Onbewoond

20: Th.Th.A. Jansen

22: Garage

24: Zie No. 22

Een vrachtwagen van de firma van den Bosch en Jansen, Holtermanstraat en van Welderenstraat, 1930 (F53312 RAN)
Een vrachtwagen van de firma van den Bosch en Jansen, Holtermanstraat en van Welderenstraat, 1930 (F53312 RAN)

In 1932 zit de Fa. v.d. Bosch & Jansen, automobielen, verh. en repar. Zowel op Holtermanstraat 16-24 als op van Welderenstraat 100.

In de Adresboeken 1934, 1936, 1938 is het Th.Th.A. Jansen, fa. v.d. Bosch & Jansen, autom. Handel, garage op de Holtermanstraat 20.

Garage in de Holtermanstraat, 1938 (DF4982 RAN)
Garage in de Holtermanstraat, 1938 (DF4982 RAN)

Ook in 1938 zit de firma op Holtermanstraat 20 (of 16-24), Fa. v.d. Bosch & Jansen noemt zich nu Chevrolet-Buick-Garage, met ook nog steeds het adres op v. Welderenstraat 102. H.B. van de Bosch heeft adres van Welderenstraat 100.

Ook in 1948 zit Th.T.A. Jansen op Holtermanstraat 20. Nummers 18, 22 en 24 zijn “Garage”.  Elders staat onder de kop Garagebedrijven: “v.d. Bosch & Jansen, Chevrolet, Buick. Kantoor, Werkplaats, Verkoop, Nieuwe Marktstraat 4. Magazijn: Vredestraat 1. Garage: Holtermanstraat 18-24”.

In 1951, eveneens onder de kop Garages: v.d. Bosch en Jansen C.V. Chevrolet, Buick, Opel. Nieuwe Marktstraat 4. Magazijn: Vredestraat 1. Tankstation: Kronenburgersingel 7.

Waarschijnlijk is de Holtermanstraat 18-24 een ander bedrijf gevestigd: ”Nijmeegs Automobielbedrijf”, waarbij het een Skoda-Dealer is.

In 1955 staat op Holtermanstraat 20 W.H. van Wijk en F.J.G. Rasing. 18, 22 en 24 zijn een Garage (26 is een kantoor).

En in 1963 op nummer 20 G. Stoks en W. van der Linden. 18 is een Garage, nummers 22 en 24 een Fabriek. Op nummer 26 F.J.G. Rasing.

De N.V. v.d. Bosch en Jansen, Autoverh. komt in het Adresboek 1963 voor op St. Annastraat 196.

Ook in 1968 is G. Stoks nog te vinden op nummer 20. 16 is een Garage, 22 en 24 een fabriek. (Op nummer 26 is het E.H. Bokkerink)