Honig fabriek en elektriciteitscentrale, 27/5/2005 (Jacques van Dinteren via DF5169 RAN CCBYSA)
Een van de grootste werkgevers van Nijmegen was de Honig fabriek. Deze was begonnen als Stijfselfabriek Hollandia, maar werd in de volksmond de Stiefselkeet genoemd. Architect Oscar Leeuw ontwierp voor deze fabriek veel uitbreidingen. Na de sluiting in 2012 kwamen hier vele culturele en horeca-gelegenheden. In 2022 werd een deel gesloopt, onder andere de kenmerkende silo is behouden.
Stam & Co.
Nijverdal/Rijssen
Het verhaal van de Stijfselfabriek begint in Nijverdal (of Rijssen?). De ‘heeren’ Stam, die er reeds de Nederlandsche Stoomblekerij bezitten, beginnen in 1903 of 1904 (aankondiging 10-12-1903 in de Tubantia) een stijfselfabriek. Vanwege de textielindustrie in Twente was er een groeiende behoefte aan stijfsel.
De Tubantia: “Het behoeft natuurlijk geen betoog, dat algemeen gehoopt wordt op een spoedige verwezenlijking der plannen, die ten dezen opzichte mochten bestaan, te meer daar door de sterke toeneming der bevolking in de laatste jaren hier werkkrachten over zijn”.
Brand
De fabriek is echter geen lang leven beschoren: in nacht van 19 op 20 september 1908 brandt de stijfselfabriek, “De Atlas” van de firma Stam en Co., af. Oorzaak is vermoedelijk kortsluiting. Alles gaat in vlammen op, mede omdat door de grote droogte van het houtwerk. Ook omdat juist op dat moment grote voorraden stijfsel, maïs en lijnzaad was, is de schade zeer groot en wordt op 5 a 6 ton geschat. Ongeveer 50 man zijn door deze brand zonder werk. (Het vaderland , 21-09-1908 en De Grondwet, 13-10-1908).
Verhuizing naar Nijmegen
In februari 1909 wordt bekend dat de fabriek niet in Rijssen zal worden herbouwd, maar elders. Daarbij noemt de krant Schiedam de waarschijnlijke locatie. Uit hetzelfde artikel blijkt dat veel medewerkers woonden in de buurtschappen Notter en Zuna (ten noorden van Rijssen) (Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 02-02-1909). Een week later blijkt het Nijmegen te zijn: de gemeente Nijmegen heeft aan Stam & Co. een perceel van 5500 cA. (gelegen “ten westen van het Slachthuis in de onmiddellijke nabijheid van de Waal” (Neerbosch, Sectie A, Nos 425, 469, 470 en 878) verkocht om daar een stijfselfabriek te bouwen. Voorwaarde is, dat er niets anders gebouwd mag worden dan deze stijfselfabriek met toebehooren”. (Twentsche courant, 10-02-1909 en PGNC , 15-8-1909)
Op 28-5-1910 veranderen Coenradus Jacobus Johannes Stam, fabrikant wonende te Nijverdal en Nicolaas Cornelis Stam het adres van hun Vennootschap “Stam & Co.” van Nijverdal (gemeente Hellendoorn) naar Nijmegen ( PGNC 12/6/1910).
De N.V. Stijfselfabriek voorheen Stam & Co.
De fabriek kwam in 1910 gereed. Zoals meer gebouwen in Nijmegen kreeg het in de volksmond de naam van een keet, in dit geval de “stiefselkeet”.
4-6-1912 wijzigen zij de firma Stam & Co. in de “Naamlooze Vennootschap Stijfselfabriek voorheen Stam & Co.” (PGNC 22/6/1912).
Op 8-8-1912 vindt vervolgens de aanbesteding plaats van “Het bouwen van een Kuipengebouw, Pakkamer en het maken van Fundatiewerken voor eene te plaatsen overkapping op de fabrieksterreinen…” Inlichtingen zijn te verkrijgen bij architect H. de Nie, Zwolle (PGNC 6/8/1912)
Uit het krantenartikel van 1912 blijkt dat de gemeente de grond aan de firma Stam & Co. heeft verpacht. De gemeente zet de verpachting om naar de N.V. PGNC 30/12/1912
Eind april brandt de drogerij van de stijfselfabriek af. Hierbij gaan veel machines verloren, die echter door verzekering zijn gedekt. (Nieuwe Schiedamsche Courant 29-4-1913 en Arnhemsche courant,28-04-1913).
Begin mei is er een buitengewone Aandeelhoudersvergadering 9-5-1913 (PGNC, 4-5-1913) . Mogelijk wordt hier besloten om de fabriek te verkopen? In ieder geval schrijft het PGNC 5-7-1913: “De Stijfselfabriek. Naar wij vernemen is de stijfselfabriek, voorheen Stam & Co., gekocht door de stijfselfabriek voorheen M.K. Honig te Koog a/d. Zaan.” (PGNC 5-7-1913). In een buitengewone Algemene Vergadering der Aandeelhouders wordt op 18 -2-1914 (te Amsterdam) de N.V. ontbonden. (PGNC 22/2/1914).
Honig hernoemt de fabriek in Stijfselfabriek Hollandia, naar een stijfselmerk van Honig. Daarbij kunnen de 80 medewerkers die door Stam waren ontslagen, in deze fabriek weer aan het werk.
Rond oktober 1913 besteedt architect H. van Wort voor rekening van de N.V. Stijfselfabriek “De Bijenkorf” te Koog aan de Zaan “het uitbreiden der stijfselfabriek “Hollandia”, aan de Waal te Nijmegen” aan. De laagste inschrijver is J. van Kempen, aannemer te Nijmegen voor f13.998. (PGNC 2/10/1913)
De stijfsel wordt gemaakt op basis van maïs dat uit Amerika komt. Hierbij gaat het om 100 ton per week. In 1918 stagneert echter de aanvoer vanwege de Eerste Wereldoorlog. Er wordt geprobeerd om stijfsel uit tulpenbollen te halen, maar dit is geen succes. In 1919 wordt de productie hervat.
Uitbreidingen Oscar Leeuw
Vanaf 1920 zal Oscar Leeuw tot aan zijn overlijden in 1944 uitbreidingen van de Hollandia fabriek ontwerpen. Lees hier het artikel:
Vanaf 1947 ging de fabriek NV Fabriek van Honig’s Artikelen heten. Daarbij kreeg het architectenbureau van D. en B. Benning, die het bureau van Leeuw hadden voortgezet, de opdrachten.
Silo
Een van de opvallendste onderdelen van het complex is de silo voor bloem, waarop het bedrijfslogo Honig te zien is. Deze kwam in 1969 klaar.
Bijen : een koperplastiek vervaardigd door kunstenaar Charles Hammes in 1964, aangeboden door het personeel van de Honig fabriek aan haar directie ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het bedrijf ; het kunstwerk is spoorloos verdwenen, 5/1964 (Fotopersbureau Gelderland via F85266 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Aan de zijmuur werd een plastiek van Charles Hammes gehangen: een cadeau van het personeel ter gelegenheid van het gouden jubileum in 1965.
In 1992 zou de laatste vernieuwing van de fabriek plaats vinden.
Sluiting
In 2012 verplaatste Heinz de productie naar elders. Daarop kwam het gebouw leeg te staan. Aanvankelijk waren er plannen om het complex te slopen en het gebied te herontwikkelen. De kredietcrisis liepen de plannen echter grote vertraging op.
De gemeente en projectontwikkelaar besloten daarop het complex tijdelijk in gebruik te laten nemen door ambachtelijke en culturele bedrijven. Bezoekers aan deze activiteiten konden op deze manier “kennis maken” met de toekomstige woonwijk.
In 2022 werd een groot deel van de gebouwen gesloopt. De oudste delen en uiteindelijk ook de silo bleven behouden. In deze gebouwen zouden culturele voorzieningen en horeca komen.
Pipsqueak was here!!! Honig complex, september 2023
1937 Verbouwing Burghardt van den Berghstraat 112 en 114 Bottendaal
Burghardt van den Berghstraat 112-114 op 2/11/1978 (Jan Cloosterman via F21322 RAN CC-BY-SA)
In januari 1937 besteedt Okhuysen de verbouwing van “fabriek en magazijnen aan de Burghardt v.d. Berghstraat No. 112 en 114 tot parochiehuis van het Sint Canisius-Ziekenhuis” aan.
P. Horssen verkrijgt de aanbesteding op basis van de laagste inschrijving (De Gelderlander 21/1/1937). Hierbij wordt de voormalige fabriek en kantoor van de N.V. De Vreeze Industrie- en Handelsonderneming tot parochiehuis. Deze fabriek was rond 1895 gebouwd. In 1981 wordt het verbouwd tot wijkcentrum.
Vooraf: N.V. De Vreeze Industrie- en Handelsonderneming
Het voormalig fabriekspand en kantoor van de N.V. De Vreeze Industrie- en Handelsonderneming. Gebouwd in ca.1895, en in 1937 verbouwd tot Rooms Katholiek Parochiehuis van de St. Jozefkerk. In 1981 kwam hier een wijkcentrum in, Burghardt van den Berghstraat 114, 6/1917 (F47156 RAN)
Theodorus Hilarius Laurentius Maria de Vreeze (19-10-1884, Leeuwarden) vestigt zich op 7-5-1916 in Nijmegen met zijn gezin, op de St. Annastraat (Bevolkingsregister 1880). Het nummer is moeilijk te lezen, maar waarschijnlijk nummer 18. Hij is dan afkomstig uit Tilburg. Als beroep staat aanvankelijk “koopman in manufacturen”, welke op een later tijdstip is doorgehaald en vervangen door “industrieel”. Op de bovenstaande foto F47156 vermeldt RAN dat het gebouwd is rond 1895, wat betekent dat de Vreeze niet de eerste gebruiker is. In ieder geval noemt hij zich bij de geboorte van zijn dochter Anna Agatha Maria (12- 4-1917 Nijmegen) nog “koopman” van beroep. (Open archieven). Bij de geboorte van dochter Theodora Christina Maria (27-1-1920, Nijmegen) is het “Textielfabrikant” (Open archieven).
Op 14-10-1930 werd de N.V. de Vreeze’s Industrie en Handelsonderneming, met een maatschappelijk kapitaal van f200.000 “ter voortzetting van de tot nu door den heer Th. De Vreeze gevoerde soortgelijke onderneming.” (PGNC 16/10/1930).
De Vreeze zelf woont volgens de Adresboeken tot en met 1922 op de St. Annastraat 18. En daarna volgens de Adresboeken van 1932 en 1936 op St. Jorisstraat 36. Wanneer hij is verhuisd is nog niet bekend. De Vreeze zal op 10-6-1941 in Nijmegen overlijden. (Open archieven)
Bij de opening van het Sint Petrus-Canisiushuis
“Officiële opening van het Sint Petrus-Canisiushuis
Denzelfden dag werd in de Parochie St. Petrus Canisius een modern jeugdhuis geopend door den Zeereerw. Peter Wils s.J., pastoor der Petrus Canisiuskerk. Dit jeugdhuis, een der grootste van de stad met een feestzaal voor zes à zevenhonderd toeschouwers dankt voornamelijk zijn ontstaan aan het energieke werk van den Zeereerw. pater Schröder, Rector van de St. Josephkerk te Nijmegen.
Groot was de belangstelling bij de plechtige inwijding van dit prachtige gebouw- vooral uit den kring van eigen parochie welk tienduizend zielen telt.
De groote zaal waarvan wij hierbij een reproductie geven, was feestelijk versierd, geheel en al gevuld met vertegenwoordigers van de verschillende geestelijke en sociale en jeugdorganisaties der parochie St. Petrus Canisius.
De plechtige inwijding werd ingeleid door den zuiveren zang van het Loflied van Jaminee door het Jongedameskoor onder bezielende leiding van mej. Lenie Willems.
Dan zegende Pater Wils de kruisbeelden der verschillende parochieele afdeelingen welke in het nieuwe huis haar zetel kregen- alle leiders en leidsters droegen persoonlijk het kruisbeeld aan.
ZN36103 – b Burghardt van den Bergstraat 112 114 Ber van Haren 1980 1982.jpeg
Voorafgegaan door de geestelijkheid der parochie en het Kerkbestuur zegende pastoor Wils vervolgens de hoofdzaal en de verschillende vergaderlokalen van het parochiehuis, dat naast jeugdhuis ook wil zijn een algemeen tehuis voor alle geestelijke en sociale organisaties der parochie en daarbuiten die zich in het St. Petrus Canisiushuis thuis zullen voelen.
Vervolgens maakte Pater Wils alle aanwezigen deelgenoot van zijn vreugde over het totstandkomen van dit parochieel huis waarvoor velen geijverd hebben maar in ’t bijzonder Rectore Schröder, rector van de St. Josephkerk op het Keizer Karelplein. De uitgebreide jeugdbeweging der St. Petrus Canisiusparochie had eigenlijk geen vereenigingstehuis, al waren er ook velen ondergebracht in de K.G.V. Er is evenwel niet gerust tot er een apart parochiehuis was. En ook de makelaar de heer Joh. Lamers, die aandacht vestigde op dit gebouw en bij den koop bemiddelde, heeft een ruim aandeel in dit werk. Dan huldigde spr. de architect Ockhysen, de aannemersfirma P. van Horssen. Het architectonisch plan was zoo goed en zoo volmaakt, dat het onmiddellijk ook door den Bisschoppelijken Raad werd goedgekeurd. Dit pleit voor het goede werk.
Spr. huldigde ook het kerkbestuur voor zijn dapper doorzetten en financiering van het bouwplan, dat meer offers eischte naarmate het vorderde in voltooiing. Spr. dankte den heer Th. Tesser die de administratie van het gebouw op zich had willen nemen en dankte allen die reeds gaven schonken voor het interieur van het huis. Spr. hoopt dat dit nieuwe huis in hart der parochie door honderden, ja duizenden bezocht zou worden- dat het ‘t centrum zou worden van het parochieele leven tot Ad majorem dei Gloriam.
De zeereerw. heer Schröder rector, verklaarde dat hij steeds als een gewetensplicht beschouwd had, om mede te werken aan de totstandkoming van dit huis. Er kan in onzen tijd niet genoeg gedaan worden voor de opvoeding der jeugd, waarin onze toekomst ligt. Spr. wees in dit verband naar het buitenland, waar de leiding zich speciaal toelegt op het vormen der jeugd.
De financieele zorgen zijn met de opening van dit gebouw nog niet weggenomen. Spr. riep dan ook den steun in voor het beheer van dit gebouw dat moge strekken tot heil van de katholiek Nijmeegsche jeugd.
De heer H.H. de Haan dankte den zeereerw. Pastoor Wils S.J. voor diens energiek initiatief. Het Kerkbestuur had gaarne volle medewerking verleend voor het goede doel en was vol bewondering voor het werk: hier van een fabrieksgebouw een modern ingericht parochiehuis te maken. Spr. loofde den architect die uitmuntend werk gewrocht had en prees ook de uitvoerders. De financieele zorgen zijn evenwel niet weggenomen me de openstelling van dit huis- spr. bleef dan ook namens het Kerkbestuur op veler medewerking rekenen, vooral in het belang van de katholieke jeugd der St. Petrus Canisius-parochie.
De zeereerw. heer G. van Riel voerde het woord als voorzitter der plaatselijke katholieke jeugdcommissie voor het mannelijk jeugdwerk. Spr. verheugde zich over den aanwinst voor het katholieke jeugdwerk door de openstelling van dit gebouw.
Het jeugdwerk valt niet licht- er zijn veel moeilijkheden te overwinnen- ook van financiëelen aard. Wij hebben de katholieke scholen in Nijmegen hoog opgevoerd- voor het schoolkind wordt veel gedaan. Nu is in de laatste jaren de belangstelling sterk groeiende voor het jonge volk dat in de puberteitsjaren verkeert.
Er hangt veel af hoe de jeugd is in deze moeilijke jaren. De jeugdleiding kan hier veel nuttig werk doen tot behoud der jongeren; en iedere hulp hier is welkom, zoo ook dit nieuwe jeugdhuis.
De zeereerw. heer Dr. J. de Gruyter sprak als voorzitter van het vrouwelijk jeugdwerk en prees zich gelukkig de opening van dit huis te mogen bijwonen en hoopte dat God den man zou zegenen die dit huis: het Petrus Canisius-parochiehuis, hier had helpen stichten- vooral ook in het belang der katholieke vrouwelijke jeugd.
De heer Th. Tesser releveerde de diepe beteekenis van dezen feestdag voor de Petrus Canisiusparochie en noemde dezen dag vooral een feest voor pastoor Wils, de stichter van dit gebouw aan wien diens portret werd aangeboden.
Dan volgde er een algemeen dankwoord.
Nog klonk de zang van het Jongedamseskoor en het Jongenskoor onder den heer Bennekom. En dan stroomden honderden het huis binnen- hun huis van sociale katholieke saamhorigheid.” (De Gelderlander 21/6/1937)
Vervolg
In 1981 werd het Parochuis verbouwd tot wijkcentrum
Wijkcentrum Burghardt van den Berghstrraat 112 en 114 augustus 2023 (Google Streetview)
Deze Pagina verzamelt artikelen die reeds over Bottendaal zijn gepubliceerd. Lunet Bottendaal: afvalplaats voor botten? Bottendaal is vernoemd naar een…
De (voormalige) Kweekschool voor onderwijzeressen. Links de Guyotstraat, ontworpen en gebouwd door N. van Eck, foto gedateerd 1905 (F14159)
In 1899 wordt de Kweekschool voor onderwijzeressen gebouwd. Architect en aannemer is Nicolaas van Eck. Rond 1936 is het gebouw in gebruik door de R.K. Kweekschool afdeling Onderwijzers. In 1958 wordt het gebouw tot 1983 een bibliotheek.
Begin van de kweekschool
Rond november 1898 besluit de Vergadering van aandeelhouders van de Vereeniging tot opleiding van Onderwijzeressen tot het bouwen van een eigen kweekschool. Op dat moment telt de school meer dan 50 leerlingen. Het gebouw zal verrijzen aan de Guyotstraat, hoek Groesbeeksche straat. H. van Eck, een aannemer, zal het gebouw ontwerpen en bouwen (PGNC 6/11/1898).
De school was in 1895 ontstaan en bestond op dat moment uit een tweejarige cursus. Op 1 januari 1899 was de opleiding in een kweekschool veranderd waarbij de cursus vier jaar duurde. Voorzitter J.A. Vissers in zijn toespraak bij de opening: “Het onderwijs is neutraal, maar zonder afbreuk te doen aan… het godsdienstig karakter, dat volgens de bedoeling van de wetgever “zooveel mogelijk” het onderwijs behoort te kenmerken”. (De Gelderlander 3/5/1899)
Kweekschool voor onderwijzeressen geopend in 1899
Het PGNC schrijft naar aanleiding van de opening:
“Op den hoek van de Groesbeeksche en Guyot-straten, den voorgevel uitkomend aan laatstgenoemde straat, is een ruim en welingericht schoolgebouw verrezen, dat bestemd is voor de Kweekschool voor Onderwijzeressen alhier, welk op 1 Januari 1898 geopend werd door “de Vereeniging tot opleiding van Onderwijzeressen te Nijmegen”.
Dit gebouw is wel een kijkje waard. Het bevat vier ruime, goed verlichte en geventileerde schoollokalen voor de vier klassen der school, benevens een flinke zaal voor het onderricht in de gymnastiek en daarboven een dito zaal, die voor het onderwijs in de natuurkundige vakken en het teekenen zal worden ingericht. Verder vindt men er flinke directeur- en docentenkamers, alsmede een geheel op zichzelf staande concierge-woning, wat met het oog op ziekten enz. bij schoolgebouwen een noodzakelijke vereischte is. De corridors zijn zoowel beneden als boven zeer ruim en ontvangen door breede ramen volop licht; de trappen zijn eveneens breed en gemakkelik, terwijl ook de overige onderdeelen van het gebouw naar de eischen van hygiëne en welstand ingericht zijn.
Het gebouw, dat ontworpen en gebouwd is door den heer N. van Eck, bouwkundige alhier, zal met den aanvang van den nieuwen cursus, 1 Mei aanst., in gebruik worden genomen. Vóór dien tijd zullen de ouders der leerlingen en andere belangstellenden in de gelegenheid worden gesteld, zich persoonlijk te overtuigen, hoe flink het Bestuur deze zaak heeft aangevat.
De Nijmeegsche Kweekschool voor Onderwijzeressen zal in het nieuwe gebouw op harer waardige wijze worden gehuisvest.” (PGNC 2/4/1899)
Nicolaas van Eck
Nicolaas van Eck is op 1 december 1856 geboren te Lexmond. Hij is getrouwd met Grietje Benthem (24-12-1858 Diever) Zij komen op 9 augustus 1880 in Nijmegen wonen. Zij zijn dan afkomstig uit Dwingelo. Van Eck heeft als beroep “timmerman” (Bevolkingsregister 1870).
In het Bevolkingsregister 1880 komt hij voor op Spaarbankstraat nr 5, waarbij zijn vorige huizing Houtstraat Wijk B nr 53 was. Zijn beroep is dan timmerman, wat op een later tijdstip door “het blauwe potlood” is vervanger door aannemer. (Bevolkingsregister 1880 en idem).
In de jaren 90 verhuist hij naar Ziekenstraat 50 (tegenwoordig Ziekerstraat), als “aannemer” (Bevolkingsregister 1890). In de jaren 0 verhuist hij naar Guyotstraat 7 (Bevolkingsregister 1900).
Vennootschap van Eck en Scheltema
Hij is enkele jaren een Vennootschap met Petrus Herman Scheltema, architect, aangegaan onder de firma Van Eck en Scheltema voor het uitoefenen van de beroepen aannemer, architect, metselaar, timmerman en mede verwante zaken. (PGNC 3/7/1887). Daarbij adverteren ze in De Gelderlander 17/10/1888 als Bouwkundige – en Ambachtsteekenschool met de cursus Rechtlijnig-, Machine- en Ornament- tekenen. Hun atelier is op de 2e Walstraat (De Gelderlander 17/10/1888). Op 1 februari 1892 wordt de vennootschap weer ontbonden. Van Eck zal het aannemersbedrijf voort zetten (Ziekenstraat no. 50 en werkplaats 2de Walstraat 115), Scheltema als architect (St. Annalaan 13 en voorlopig werkplaats 2de Walstraat 113). (PGNC 3/2/1892).
In november 1901 besluit de gemeente 1480 M² bouwterrein aan de Groesbeeksche Straat en Guyotstraat aan de heeren A. Wijers en N. v. Eck tegen f6.50 per M² te verkopen, kad. Nijmegen sectie B no. 2622. Voorwaarde is dat daarop respectievelijk vóór 1 mei 1903 en 1 mei 1905 aan iedere staat twee woonhuizen zijn gebouwd (PGNC 10/11/1901). Het is nog niet onderzocht of de Guyotstraat 7, welke in de jaren 0 het woonhuis van van Eck zou worden, een van deze huizen is.
Er is verder nog niet onderzocht welk werk van Eck heeft opgeleverd en tot wanneer hij aannemer is geweest. Op PGNC 1/1/1913 is er nog een nieuwjaarsadvertentie van N. van Eck, aannemer.
Beschrijving RAN: “Voormalige kweekschool voor onderwijzeressen; nu kantoor.”, 2013 (Henk van Gaal via DF3804 RAN). Merk daarbij de verandering van de middelste, onderste ruit op de begane grond op in vergelijking tot huidig
In het cursusjaar 1902-1903 had de school 50 leerlingen. (De Gelderlander 12/7/1903).
In 1931 vindt een verbouwing plaats om de zolder te veranderen in een tekenlokaal. Hierbij is Willem Hoffmann de architect (D12.39701).
Rond 1936 gaat de school over naar de R.K. Kweekschool Afd. Onderwijzers. Deze behoorde tot de R.K. Kweekschool op de Groesbeekscheweg 150, waar in 1937 de Afdeling Onderwijzeressen zit. (Adresboek 1936, PGNC 6/6/1936, De Gelderlander 30/4/1936, De Gelderlander 26/6/1937).
Bibliotheek
Waarschijnlijk gaat het gebouw in 1958 weer over naar de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen: in 1958 vindt een verbouwing van de toiletten voor de “Nut’s kleuterschool’. Architect is F.M. Oswald uit Berg en Dal (D12.430715). Daarnaast opent het Nut dat jaar een bibliotheek. Dit was zowel een volwassenen- als jeugdbibliotheek. Daarnaast verzorgde ze de (wisselende collectie in 3 bejaardenhuizen). Sinds 1960 heet het 1960 Stichting Algemene Nuts Openbare Bibliotheek Nijmegen. Het zal tot 1983 in gebruik als bibliotheek. Daarbij wordt haar naam een aantal malen gewijzigd als gevolg van fusies: vanaf 1966 Algemene Openbare bibliotheek, vanaf september 1974 Stichting Gemeenschappelijke Openbare Bibliotheek (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
In 1967 vindt een verbouwing plaats: het wijzigen van de ramen op de begane grond. (D12.464347). Hierbij worden de twee kleine ruitjes in het midden 1 ruit. Daarbij is opvallend dat in 2013 het middelste raam nog steeds uit 1 ruit bestaat, terwijl in 2023 hier zich weer 2 kleine ruiten bevinden.
Bij de verbouwing van 1983 is de opdrachtgever echter wel “Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen dep. Nijmegen” (oa D12.542578).
In 1992 worden er brandveiligheidsmaatregelen genomen, onder andere door het plaatsen van een brandtrap.
Gemeentelijk Monument
Het pand is een Gemeentelijk Monument. Met als tekst bij het besluit bij aanwijzing (tevens uitgebreide beschrijving):
“Goed voorbeeld van een eenvoudig maar zorgvuldig gedetailleerd schoolgebouw van rond de eeuwwisseling. Voorts van belang als onderdeel van het Beschermd Stadsbeeld 19de eeuwse Stadsuitleg. Goed bewaard gebleven.”
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
In 1938 betrekt de Nederlandsche Middenstandsbank haar kantoor op de van Welderenstraat. Daarvoor laat ze het Effectenkantoor van Leeuwenberg samen met het naastgelegen pand verbouwen tot 1 kantoor met een uiterlijk zoals we dat tegenwoordig nog goed herkennen. De architect was Petrus Pieters.
Op 12 oktober 1938 opende de Nederlandse Middenstands Bank, na verbouwing van 2 woonhuizen naar een ontwerp van de architect Pieterse, haar nieuwe kantoor, verbouwing architect Pieters, foto 12/10/1938 (GN11369 RAN)
Leeuwenberg en van Swaay
Het pand van J.B. Leeuwenberg & Van Swaay, in 1924 verbouwd door architect G.M. Leeuwenberg, Van Welderenstraat 10, 1925 (F1585 RAN)
In 1925 ontwerpt G. Leeuwenberg de verbouwing van een woonhuis naar het Effectenkantoor Leeuwenberg & van Swaay. Daarbij wordt de begane grond ingedeeld als kantoor met een wachthall, bediendenkantoor, privékantoor en spreekkamer.
en in de kelder komt onder andere de kluis, couponkamers, archief, centr. Verw. en kolenopslag. Kadastraal: Sectie B n 813 (D12.389986).
Kantoorgebouw Leeuwenberg & Van Swaay te Nijmegen, Ing & ARch Bureau Rademaker & Leeuwenberg, ontwerp G. Leeuwenberg, datum tekening Amsterdam 13-3-1925 (D12.389984)
A.A.M. Leeuwenberg is op 3-11-1936 (“gistermiddag”, PGNC 4/11/1936) op 43-jarige leeftijd overleden. Anton Leeuwenberg was commissionair in effrecten bij het Leeuwenberg’s Effectenkantoor, welke “vroeger” Firma Leeuwenberg & Van Swaay heette. (De Gelderlander 5/11/1936 en PGNC 29/12/1936). In 13-8-1936 staat nog een advertentie van “Leeuwenberg & Van Swaay, commissionairs in effecten”
In 1938 laat de Nederlandsche Middenstandsbank het pand door architect Pieters verbouwen.
Nederlandsche Middenstandsbank
In 1928 was de Nederlandsche Middenstandsbank begonnen in “…een oud Nijmeegsch heerenhuis nabij de Houtmarkt. Het onderging een eenvoudige omwerking tot Bankgebouw. De moderniseering van den voorgevel met deur, borden en lichtbak, de groote publieksruimte met drie gemakkelijke loketten, bank, enz.; goed verlicht en ingericht kantoor en directiekamer werden door den architect der Nederlandsche Middenstandsbank, den heer J.P.W. Bieling te Amsterdam, op de uniforme wijze ontworpen. Het werk werd uitgevoerd door de aannemersfirma J.J. de Groot en Zn; het schilderwerk door den heer C. Burgers; de electriciteits-installatie door den heer Jos. Kwakkernaat, terwjl een gasradiatorverwarming werd aangelegd door den heer W.C. Nannings alhier.”
Het PGNC noemt daarbij dat ze was opgericht met medewerking van de Nederlandse regering en drie nationale middenstandsorganisaties (de R.K., de Neutrale en de Prot.Chr.). Haar hoofdkantoor staat in Amsterdam. Op het moment dat de bank haar bijkantoor opent heeft zij al ongeveer 90 bijkantoren in Nederland.
Bij de opening van de bank blijkt, dat er al langere tijd was gesproken over de wens van de 2 middenstandsorganisaties van Nijmegen voor de komst van een Middenstandsbank in Nijmegen. Wel blijkt dat Nijmegen met vorige middenstandbanken geen goede ervaringen had.
In het begin zal Nijmegen nog onder het Arnhemse kantoor vallen, met de bedoeling om langzamerhand zelfstandiger te worden. De bank zal vooral kredieten gaan verstrekken.
(PGNC 28/8/1928)
Verbouwing architect Pieters
Plan tot verbouwing der perceelen van Welderenstraat 8 en 10 (daarboven 6 respectievelijk 12 gezet) te Nijmegen tot kantoor der Ned. Middenstandsbank (D12.404346)
In 1938 vindt de verbouwing naar ontwerp van architect Pieters plaats. Daarbij wordt het pand rechts van Leeuwenberg, welke op dat moment nog woonhuis, bij de bank getrokken. Op D12.404349 staat dat het om de percelen 6-8-10-12 gaat.
Op de begane grond komt de ingang centraal te liggen. Voor de ramen verschijnen tralies. De twee afzonderlijke puntdaken worden samengevoegd.
Bij binnenkomst is over de gehele breedte -met de opgangen naar de woningen op de 1ste verdieping uitgezonderd- de publiekshall. Daarachter bevindt zich het bediendenkantoor, welke zowel het oude bediendenkantoor is met de rest van de naastgelegen ruimte van het aangesloten pand bijgegevoegd. Het privékantoor blijft bestaan, de spreekkamer is wachtkamer geworden. Waar de bergplaats en de wc zat, komt de spreekkamer. Als uitbouw wordt aan het nieuw aangesloten pand wc’s gebouwd.
Op de eerste verdieping zijn 2 woonhuizen.
Het PGNC schrijft over de verbouwing van 1938:
“Ned, Middenstandsbank in nieuw gebouw
Veel belangstelling bij de opening
Het kantoor van de Nederlandsche Middenstandsbank N.V. dat tot voor kort was gevestigd in de Oude Stadsgracht, is gisteren officieel in gebruik genomen in het geheel verbouwde pand, van Welderenstraat 10. Te drie uur in den middag hadden zich vele belangstellenden ten kantore verzameld, waar de hoofddirecteur, de heer J. van Eck, een openingswoord sprak. De hoofddirecteur verwelkomd de vertegenwoordigers van verschillende organisaties. Daarna wijdde spr. eenige woorden aan de ontwikkeling van de Middenstandsbank. Vooral in Nijmegen ging het aanvankelijk lang niet gemakkelijk, ondanks de garantie van den staat. De middenstanders hebben veel moeite gedaan om een middenstandsbank te krijgen, zoo zei spr., maar toen die er was, hield men zich afzijdig. Krachtige propaganda is daarom noodzakelijk. Men moet den middenstanders doen beseffen, dat de bank er is in hun eigen belang. Wat het kantoor in Nijmegen betreft, dat heeft jaren lang geleden aan onvoldoende accommodatie. Het bleek echter niet gemakkelijk iets beters te vinden, tenminste niet voor een redelijk bedrag. Een jaar geleden kwam men in contact met de Comm. Venn. Leeuwenberg’s Effectenkantoor. Het bleek mogelijk een samenwerking tusschen beide instellingen te bereiken. Daardoor werd ook de verbouwing mogelijk en nu deed het spr. genoegen, dat er een gebouw tot stand gekomen is, dat aan redelijke eischen voldoet. Spr. bracht hulde aan den heer A.J. Vermeulen, die langen tijd als directeur van de Middenstandsbank in Nijmegen in moeilijke tijden uitstekend werk heeft verricht. Thans zal hij in Utrecht een belangrijke functie te vervullen krijgen. De heer v. Eck bracht tenslotte hulde aan den architect, den heer Pieters, en de aannnemersfirma Thunnissen voor de wijze, waarop zij de verbouwing uitgevoerd hadden.
De heer A.S. Tesser, lid der commissie van advies, herinnerde aan de prettige samenwerking met den heer Vermeulen, dien men noode zal missen. De middenstand te Nijmegen heeft het door verschillende omstandigheden moeilijker, dan elders, b.v. door het feit, dat de grens gesloten is. Men mag nog tevreden zijn, dat de Middenstandsbank de eindjes aan elkaar heeft weten te knoopen. Spr. wenschte de directie geluk en dankte den heer Vermeulen voor de samenwerking.
De heer J. Hendriks, voorzitter van de R.K. Middenstandsvereeniging, sloot zich aan bij de woorden van den heer Tesser. Spr. was verheugd met dit gebouw, want het oog wil ook wat. Het deed spr. leed, dat de heer Vermeulen Nijmegen gaat verlaten en hij wenschte hem het beste toe.
De heer J.J.M.H. Nijst dankte namens mevrouw Leeuwenberg voor de wijze, waarop de Middenstandsbank het effectenkantoor heeft overgenomen. Spr. hoopte, dat de combinatie mag beantwoorden aan de verwachtingen.
De heer G.J. van Brummen, voorzitter van de Nijmeegsche Handelsvereeniging, dankte den heer Vermeulen voor de prettige samenwerking. Als lid der commissie van advies onderschreef spr. de woorden van den heer Tesser. Spr. hoopte, dat de grens spoedig open mocht gaan, want dat zou voor den middenstand een betere toekomst brengen.
De directeur van de Middenstandsbank te Nijmegen, de heer P.G.A. Suurenbroek, deelde mede, dat de burgemeester wegens Raadsvergadering verhinderd was, de opening bij te wonen. Spr. dankte voor de belangstelling, die van de zijde der Kamer van Koophandel getoond werd door de aanwezigheid van de heeren ir. Th. Rosskopf, voorzitter, en J.W.F.G. Thijssen, secretaris. Spr. hoopte op een goede samenwerking met de adviseurs en met de middenstandsorganisaties. Spr. dankte ook de plaatselijke pers voor haar aanwezigheid en hij sprak zijn waardeering uit voor de komst van den heer P.L.M. van Wayenburg, secretaris der Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer. De heer Suurenbroek zeide dan, groote achting te koesteren voor het vele, dat de heer Vermeulen had verricht. Tenslotte dankte spr. mevr. Leeuwenberg voor haar aanwezigheid, waarbij hij tevens hulde wilde brengen aan haar overleden echtgenoot.
Vervolgens waren de belangstellenden in de gelegenheid, het gebouw te bezichtigen. De kantoorruimten wekten aller bewondering en ook de moderne kluisinrichting werd met zeer veel interesse in oogenschouw genomen. “ (PGNC 13/10/1938)
Architect Petrus Pieters
Petrus Joannes Stephanus Pieters is op 26 december 1869 in Amsterdam geboren. Zijn vader Johnnes Chr. P. was meester timmerman en aannemer. Zijn moeder was Joanna M. Rademaker. Hij is in ’s-Hertogenbosch getrouwd met Anna Maria C. Verhoeckx.
Na de lager school krijgt hij een opleiding van 4 jaar in het timmervak en bouwkundig tekenen op het bureau van architect Paul J.A. Gabriël. Voor dit bureau heeft hij ook bouwkundig opzichterswerk verricht en enkele werken uitgevoerd. Daarna gaat hij bij andere bureaux, om zich daarna te vestigen als zelfstandig architect.
Hij bouwde kerken en pastorieën, jeugdhuizen, scholen, woon- en landhuizen. Ook bouwde hij bankgebouwen voor de Nederlandsche Middenstandsbank. Naast Nijmegen waren dit onder andere Roermond, Eindhoven, ‘s-Hertogenbosch en Alkmaar.
De Gelderlander 20/10/1941 Na de verbouwing blijken de Nederlandsche Middenstandsbank en Leeuwenberg op hetzelfde adres te zitten. Deze lening was uitgeschreven onder de Duitse bezetter en gebracht door de beruchte Meinoud Marinus Rost van Tonningen als president van De Nederlandsche Bank enwaarnemend secretaris van Financiën
Verbouwing Estourgie
1946
In 1946 vindt een verbouwing plaats naar ontwerp van Charles Estourgie. De tekeningen en beschrijvingen zijn genomen uit de “Bestaande toestand” van 1957 (D12.429307)
In 1946 vindt een verbouwing plaats naar ontwerp van Charles Estourgie. De tekeningen en beschrijvingen zijn genomen uit de “Bestaande toestand” van 1957 (D12.429307) , aangezien het niet geheel duidelijk is welke van de gevonden bouwtekeningen van Estourgie het uiteindelijke werk geworden is.
Wat bij het front opvalt, is dat de 2 deuren naar de opgang veranderd zijn in ramen. De trappen zijn nog wel aanwezig, maar nu dus nadrukkelijk als onderdeel van de begane grond van de bank. De grootste veranderingen zijn intern: de 1ste verdieping wordt bij het bankgebouw bijgetrokken.
Daarnaast is het ‘Privékantoor’ verdwenen. Dat is verder nog niet onderzocht. De begane grond bestaat voornamelijk uit de bediendenruimte en hal voor het publiek. Wel is de achterste spreekkamer blijven bestaan.
De 1ste verdieping is zoals gezegd bij de bank getrokken. De tussenmuur is wel geheel blijven bestaan, zonder dat er een deur gemaakt is die beide voormalige bovenwoningen verbindt. De directiekamer, Credieten, Archief en “Proc. H.” (procuratiehouder) beslaan het grootste deel van de ruimte.
Het is onduidelijk of Leeuwenberg nog als zelfstandig bedrijf actief is, aangezien de 1ste verdieping wel een procuratiehouder heeft. Dat dient nog verder worden onderzocht.
Verbouwing 1957
Bij de verbouwing van 1957 wordt vooral de indeling van de begane grond qua bediendenruimte en de hall aangepast ((D12.429306). Ook krijgt de 1ste verdieping een doorbraak tussen de 2 panden door middel van een pand brede verbindingsgang.
Verbouwing 1972 en verder
Van Welderenstraat 10 Augustus 2023 (Google Streetview)
In 1972 vindt de verbouwing van het bankgebouw plaats naar een kantoor en kamerverhuurbedrijf. Het ontwerp is van de architect G.H. Smit uit Arnhem (D12.487674). Daarbij worden de voormalige ingangen naar de bovenverdieping(en) hersteld. Deze krijgen de nummers 8 en 12.
De centrale ingang van nummer 10 blijft behouden en van de voormalige bankruimte is kantoor I en II gemaakt. Tussen deze 2 kantoren is weer een tussenmuur gekomen. Op de eerste verdieping zijn 6 kamers en 2 keukens gepland (D12.487673).
Vanwege privacy is verder niet gekeken naar de indeling en volgende verbouwingen van in ieder geval 1978, 1984 en 1993.
Van Welderenstraat 8, 10 en 12, maart 2025 (Google Streetview)
Afgaande op Google Streetview, is in BT Kappers in mei 2019 nog hier gevestigd. In ieder geval zit op augustus 2021 Gallery024 in het pand en momenteel (december 2025) nog steeds.
Piushove met nieuw te bouw appartementen in de verkoop (december 2024)
De Piushove is gebouwd in 1926 als een convict: een huis voor priesters en priesterstudenten. Hier kregen ze volledig pension. Daarbij golden de kloosterregels hier niet: het betrof seculiere priesters en -studenten (De Gelderlander 31/12/1926), oftewel: ze waren niet gebonden aan een klooster.
Wel waren er in ieder geval na de oorlog vaste tijden voor gebed, stilte en maaltijden; het is aannemelijk dat deze ook vóór de oorlog hebben gegolden.
Het convict is gebouwd in opdracht van de Nederlandse bisschoppen, waarbij professor van Welie was gevraagd voor de bouw te zorgen. De oprichting was mede mogelijk door een schenking van paus Pius XI van 50.000 gulden. Het gebouw is dan ook naar hem vernoemd.
Professor Van Welie
Van Welie zal na de bouw aantreden als rector en dat nog jarenlang blijven. In 1937 viert hij zijn 25-jarig priesterfeest (De Gelderlander 1/6/1937 met foto van van Welie). En in 1952 viert hij zijn 40-jarig priesterfeest. Hij is dan de enige hoogleraar die sinds de oprichting van de R.K. Universiteit aldaar werkzaam is. Bij de receptie krijgt hij felicitaties van bekenden die hij heeft opgedaan “… in de vele jaren waarin deze Brabantse priester, zonder ooit Nijmegenaar te worden, in onze stad verblijft”. (De Gelderlander 3/6/1952)
Het Pius Convict werd ontworpen door architect van Halteren van het architectenbureau van Aalst uit ‘s-Hertogenbosch voor het huisvesten van 23 priester studenten. De studenten werden verzorgd door de zusters van de orde van de Dochteren van Maria en Jozef. Het Convict werd genoemd naar Paus Pius XI die geld ter beschikking had gesteld voor de realisatie. Rector was prof. dr. F.A.M. van Welie, Van Slichtenhorststraat 93, 16/9/1926 (Uit: Katholieke Illustratie via F9346 RAN)
De capaciteit is berekend op 23 a 25 studenten. De kapel zal voorlopig 5 altaren bevatten, welke later waarschijnlijk naar 8 vergroot zal worden. “Het groote belang van deze stichting, die prof. van Welie aan de Msb. verzocht in die liefdadigheid, maar vooral ook in het gebed van Nederland’s Katholieken aan te bevelen, valt te meer in het oog, wanneer wij weten, dat de theologische faculteit te Nijmegen slechts een klein aantal studenten telt, dat bij het einde van den loopenden cursus tot een uiterst gering cijfer inkrimpt, zoodat een toevloed van nieuwe theologische studenten noodzakelijk is, wil de faculteit niet gaan afsterven.” (Dagblad van Noord-Brabant, 17-5-1926; zij noemt overigens dat de degenen die de wetenschappelijke opleiding opvolgen “toch tegelijk priester en kloosterling blijven”) Bij aanvang zal waarschijnlijk een tiental studenten het convict gaan betrekken (De Gelderlander 11/9/1926).
Dochters van Maria en Jozef
De “Dochters van Maria en Jozef” zullen de huishouding op zich nemen. Hun woning is daarbij achter het convict gebouwd. Hierin wonen tot 1946 ook de zusters die lesgeven op de B.L.O. school in de Timorstraat. Op 2-10-1950 vertrekken de zusters.
Architect J.J. van Halteren
Het pand is ontworpen door architect J.J. van Halteren. De aanbesteding is op 27-10-1925. Daarbij is J. Hofman en C.H.M. Arts uit Nijmegen de laagste inschrijver met f 152.400, waarmee zij de opdracht tot de bouw verkrijgen (De Gelderlander 30/10/1925)
Johannes Joseph Maria van Halteren (Amsterdam, 14 april 1893 – Den Bosch, 16 maart 1973) was een Nederlands architect. Zijn vader was Jan van Halteren, een aannemer en zijn moeder Maria Otto.
Opleiding
Hij volgde zijn opleiding aan de Industrieschool in Amsterdam en daarnaast kreeg hij privé-les en volgde hij de opleiding aan de Haagssche Teekencursus voor de acte M.O. tekenen, die hij in 1920 verkreeg. Daarna ging hij onder andere werken bij de architecten Jan Stuyt, Jos. Cuypers, en P. J. Bekkers in Amsterdam. Ook was hij enige tijd werkzaam bij de Rijksdienst, afdeling Rijksgebouwen.
Vestiging in Den Bosch
In 1919 vestigde hij zich als architect te ’s-Gravenhage. Daarna associeerde hij zich in 1920 met architect W. van Aalst in ’s-Hertogenbosch. In 1925 werd deze associatie weer verbroken; het ontwerp van de Piushove is nog uit de tijd van zijn associatie…
Monumenten van van Halteren
Hij heeft verschillende grote gebouwen ontworpen, waaronder kerken, ziekenhuizen, verzorgingshuizen, onderwijsinstellingen en landhuizen. Hij was vooral actief in Noord-Brabant en Gelderland. Een aantal gebouwen zijn Rijksmonument:
In Nijmegen ontwierp hij in 1972 ook de kapel voor Huize Sint Anna (Groesbeekseweg 327)
Oorlog
In 1942 is het gebouw gevorderd door de Duitse Wehrmacht.
Na de bevrijding dient het pand in ieder geval een tijd als onderkomen voor de Staf Grensvak B van het Korps Grensbewaking. Deze zal rond augustus 1946 worden verplaatst naar de Sterreschansweg 81 (De Gelderlander 21/8/1946).
Na de oorlog
In de periode kort na oorlog waren er nog meer dan 50 bewoners. In de jaren 60 daalde het aantal priester-studenten snel en daarop werd het Pius-Convent in 1970 gesloten.
Verzorgingshuis bejaarde geestelijken
Daarop koopt de Heerlense Congregatie van de Kleine Zusters het pand en liet het verbouwen tot een verzorgingshuis voor bejaarde geestelijken.
2002 Zorggroep Zuid Gelderland
Vervolgens kocht woningcorporatie Talis het pand in 2002. Ze liet het gedeeltelijk verbouwen en verhuurde het aan ZZG Zorggroep. Het had 32 onzelfstandige woonheden, waar dementerende ouderen woonden.
Het gebouw was echter niet langer toekomstbestendig: om mensen ook in de toekomst een prettige en verantwoorde woning te bieden zou er een grote verbouwing of nieuwbouw nodig zijn. Het lukte echter niet om de plannen dusdanig financieel rond te krijgen, dat sociale huisvesting mogelijk was.
Daarop realiseerde Talis in samenwerking met de ZZG Zorggroep de vorm van kleinschalige woonzorglocaties, de laatste bewoners vertrekken in de lente van 2016. Daarbij besluit Talis het pand te verkopen: het gebouw paste in haar vorm niet meer bij de kerntaak van Talis.
2016 Claver Real Estate
In 2016 koopt Claver Real Estate het pand aan. Daarna wordt het om leegstand te voorkomen anti-kraak verhuurd.
Daarbij heeft ze plannen om het gebouw te verbouwen naar grotendeels oorspronkelijke staat en daarnaast aan de achterkant een uitbouw te plaatsen. Het moet dan plaats bieden aan 44 zelfstandige, zogenaamde “beschut-wonen” huurappartementen. Daarbij moeten er gemeenschappelijke functies als een atrium en een tuin komen. Ook krijgt het een ondergrondse parkeerkelder voor minimaal 22 parkeerplaatsen.
Claver ziet echter af van de daadwerkelijke ontwikkeling, vanwege nieuwe regelgeving over de maximale huurprijzen in de vrije sector.
Own Projects https://own-projects.nl/projecten/piushove-nijmegen/ noemt “het gewijzigde bestemmingsplan” als reden tot verkoop. Er is inderdaad sprake van een gewijzigd bestemmingsplan, welke echter in … door de gemeente is goedgekeurd…
In ieder geval verkoopt ze in oktober 2024 aan BL Huisvesting B.V. uit Gemert voor 4,5 miljoen euro.
Oktober 2024: Joie de Vivre van BL Huisvesting
Ingang Piushove (december 2024)
BL Huisvesting werkt het plan verder uit. Het project blijft deels hetzelfde: het verbouwen van het oorspronkelijke gebouw, rekening houdend met de historie. De oorspronkelijke kozijnenverdeling van rond 1930 wordt hersteld en ook de kapel blijft behouden. En ook hier wordt een uitbouw geplaatst. Ook nu komen er 44 appartementen: 28 in het hoofdgebouw en daarnaast 16 nieuw te bouwen appartementen. Met een gemeenschappelijk atrium en een gemeenschappelijke tuin. De appartementen zijn 50 tot 140 m². Daarnaast komt er een ondergrondse parkeerkelder.
De doelgroep lijkt echter een andere: 1- of 2 persoonshuishoudens van 50 jaar en ouder die luxe en comfort willen en tegelijkertijd houden van een historische locatie. En daarbij zowel stedelijkheid/levendigheid als rust willen. www.joiedevivrewonen.nl
BL Huisvesting (Bas van de Laar Huisvesting) is een bekende naam op het gebied van het verbouwen van historisch erfgoed. Op haar site laat ze de voorbeelden van het Kasteel van Gemert zien en de verbouw het klooster Nazareth, eveneens in Gemert. https://www.blhuisvesting.nl/historisch-erfgoed/
Het Priesterconvict te Nijmegen. DE PLECHTIGE INWIJDING.
Heden werd het Pius-convict te Nijmegen, bestemd voor priester-studenten, die de R. K. Universiteit bezoeken, op plechtige wijze door Z.D. H. Mgr Arn F. Diepen, Bisschop van Den Bosch, namens het geheele Nederlandsche Episcopaat plechtig ingewijd.
Na de plechtige Inzegening en H. Mis, opgedragen door Z. D. H., hield de rector, prof. dr. F. van Welie een rede, waaraan wij het volgende ontleenen:
Rede prof. Van Welie.
Het is mij een voldoening des harten, een woord van dank te spreken tot hen, die medewerkten aan het totstandkomen van deze stichting en een verzoek aan dat dankwoord toe te voegen.
Op de eerste plaats moet ik hier dank brengen aan het Doorl. Episcopaat, hetwelk mij waardig keurde, om voor zulk een doel te werken; bijzonderen dank mag ik wel brengen aan U, Monseigneur, die zelfs tijdens Uwe ziekte onverzwakt werkdadige belangstelling hebt betoond voor deze stichting en die aanstonds bereid waart in te gaan op het verzoek van Z. D. H. den Aartsbisschop om het Pius–convict in te zegenen.
Dank ook moet ik brengen aan zoovele geestelijken, kloostergemeenten en leeken, die mild hebben bijgedragen voor deze stichting.
Doch, wanneer ik hen allen nogmaals hier openlijk recht hartelijk bedank, dan mag ik toch zeker niet nalaten met name te noemen ééne persoon, wier verdiensten tegenover het Priester-convict toch niet onbekend kunnen blijven. Ik bedoel, Moeder Simplicia, hier tegenwoordig als Algemeene Overste der Dochters van Maria en Joseph. Aanvaard mijn dank, eerw. Moeder, en wanneer het U onaangenaam is deze woorden van lof te hooren, verdraag dan deze onaangenaamheid ten bate van het convict.
Vervolgens dankte spr. nog de uitvoerders van het groote werk.
„Dank voor allen – aldus spr. – die belangstelling toonden in dit werk met name voor u, die deze belangstelling toont, door hier tegenwoordig te zijn. Maar vóór allen moeten we dank brengen aan Z. H. Paus Pius XI. De financieele moeilijkheden schenen immers de stichting van een Priester-convict onmogelijk te maken, en tóén verraste ons Z. H. met een aanzienlijke gift, tóén sprak de Paus en het werk werd begonnen, alle nog bestaande moeilijkheden ten spijt. Gaarne stel ik daarom voor te zenden het volgende
Telegram aan Z.H. den Paus.
Saint Père Pie XI Palais du Vatican Rome.
Monseigneur Diepen Evêque de Boisleduc en Hollande inaugurant, au nom de1 I’Episcopat Néerlandais, Piusconvict pour Prêtres étudiants a I’Université de Nimègue exprime à Votre Sainteté profonde reconnaisance hommage filial et demande humblement avec Professeurs de I’Université et invites bénédiction apostilique pour prospérité Piusconvict.
„Maar als wij dank brengen aan de menschen, dan moeten we toch zeker onzen dank betuigen aan Hem, Die de kracht gaf al dat goede te willen en te volbrengen. U hebt dezen morgen, Monseigneur, den eenig waardigen dank aan God gebracht door het H. Misoffer en morgen wil ik dien dank herhalen, door eveneens in de kapel van dit huis God den Zoon als een offer van dankbaarheid aan God den Vader op te dragen.
„Aan dit dankwoord wil ik een verzoek toevoegen, n.l. dat Gij allen wilt bidden, opdat God Zijn rijksten zegen over dit huis doe nederdalen. Ik heb het vaste vertrouwen, dat dit gebed, wanneer het met volharding gestort wordt, zal verhoord worden, want, als ik vraag, dat Gij wilt bidden voor dit huis, bedoel ik niet op de eerste plaats de tijdelijke belangen, met name oplossing van de financieele moeilijkheden, waarin dit huis nog altijd verkeert, maar dan heb ik vooral, ja, ik zou zeggen vandaag alléén op het oog de geestelijke belangen van deze stichting, n.l. dat de priesters, die dit huis bewonen, meer en meer mogen bevestigd worden in hunne priesterlijke deugd. En speciaal mag ik dit wel verwachten van hen, die dit huis in de naaste toekomst zullen bewonen: bidt voor elkander en bidt voor mij.
En opdat ons aller gebed des te zekerder verhoord worde, wil ik nog voorstellen om daarmede te eindigen: bidden we tot God, door de voorspraak van Maria.”
De inrichting van het convict.
Het convict, gelegen aan de Van Slichtenhorststraat, in de schaduw van de St Antoniuskerk aan den Groesbeekschen weg, maakt den indruk van eenvoud en soberheid.
In strakke lijn opgetrokken zonder eenige overdaad aan siertooi, met geheel symmetrischen gevel, getuigt het geheele gebouw van rust en past het harmonisch in de deftige omgeving van het stemmige Sumatraplein.
De bouw is zoodanig uitgevoerd, dat het klooster der eerw. Zusters Dochters van Maria en Jozef, wier moederhuis in de Choorstraat tegenover de St. Jan te ‘s Bosch gevestigd is en die de zorgen voor de bewoners van het gesticht dragen, gezet is achter in den tuin en aansluit bij het convict.
Alle kamers, zit-slaapkamers of zit- en slaapkamers en bestemd voor de priesterstudenten, zijn alle gelijkvloers of op de eerste verdieping, zooveel mogelijk ontworpen aan de straatzijde.
De drie-en-twintig kamers voor de priesterstudenten liggen in beide vleugels van het gebouw, terwijl in den linkervleugel, ais afgescheiden van het overige deel van het convict, de zit-, studeer- en slaapkamer, benevens ontvangstzaal van den zeereerw. heer rector, prof dr. F. R. van Welie is ontworpen, tegelijk ligt deze rectorswoning aan den ingang, welke leidt tot het klooster der eerw. zusters. Langs den hoofdingang, even sober als de vestibule, komt men terstond in de lange hoofdgang, waaraan de verschillende kamers zijn geprojecteerd. Frissche, ruime vertrekken met centrale verwarming, electrisch licht, staan beschikbaar voor de priesterstudenten, voor wie het convict een eenvoudig ameublement beschikbaar stelt, door de studiegasten met eigen meubels aan te vullen.
Links van de gang ligt de groote eetzaal met de onmiddellijk daaraan grenzende conversatiezaal.
De eet- en recreatiezalen komen uit op den ruimen binnentuin.
Op de eerste verdieping liggen langs de straatzijden weer verschillende studeer-slaapkamers of studeer- en slaapkamers, welke laatste iets kleiner zijn dan de eerste.
Hier is ook de kapel, een intiem Godshuis van innige stemming, waarin de architect ook een wondere harmonie van kleur en constructie wist te bereiken.
In de betrekkelijk kleine kapelruimte zijn zes altaren geplaatst, waarvan een hoofdaltaar en vijf kleinere, allen in denzelfden stijl, en geplaatst in kleine spitsboog.
Voor de eerw. zusters is in dezelfde ruimte uitgevoerd een koorkapel, welke geheel vrij van af van het zusterhuis is te bereiken.
Op deze eerste verdieping zijn nog eenige gastenkamers voor den zeereerw. rector gebouwd, welke kamers zoo noodig ook disponibel gesteld kunnen worden voor oud-studenten, die het convict nog weer eens zouden willen bezoeken om oude vriendenbanden met de R. K. Universiteit weer te hernieuwen.
In het sousterrain zijn aangebracht de keuken, het waschhuis, de centrale verwarming en de provisiekelders.
Het convict kan aan drie-en-twintig priesterstudenten huisvesting verleenen en met het noodige aanpassingsvermogen zou men ook een dertigtal priesters in het huis kunnen opnemen.
Het geheel, zoo in- als uitwendig, maakt den rustigen soberen indruk van het ernstige studiehuis, waarin jonge priesterstudenten zich komen verdiepen in de theologische wetenschappen. _De opzet van het gebouw, modern, doelmatig en toch vooral sober, is van vrij strakke lijn en indrukwekkenden stijl. Het ontwerp is van den architect van Halteren, van het architectenbureau van Aalst te ’s Bosch, de uitvoerders zijn de Nijmeegsche aannemers de heeren Hofman en Arts, het schilderwerk werd uitgevoerd door den heer Willemse, de electrische aanleg door de firma Beukerink, alle in Nijmegen. De centrale verwarming is van de firma Felix Uit Amsterdam.”
(De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad, 16-9-1926)
Gebrs. Lampe: Rechts het pand van de Gebroeders Lampe, herkenbaar aan het ronde bord bovenop het gebouw de groentemarkt gezien in de richting van de Stikke Hezelstraat, links de gevels van Bahlmann en de HEMA, 1920-1925 (RAN ZN24878)
In 1919 ontwierp de architect Willem Hoffmann op de plaats waar voorheen een koperslagerij had gezeten de winkel voor de Gebroeders Lampe. Deze zaten slechts enkele jaren in dit pand. Vervolgens kwam hier Bata, die het ontwerp van het pand grotendeels intact heeft gelaten. Het gebouw is in 1967 gesloopt om plaats te maken voor de Raiffeisenbank.
Vooraf: Koperslagerij en Verlichtingsartikelen J.L.A. Goette
De winkel in huishoudelijke artikelen van J.L.A. Goette, Gedateerd 1898-1900, er is niet nagegaan of er een tussentijdse verbouwing heeft gevonden (Detail van Ernst Max Kiesel via F38655 RAN)
Voor Lampe zat op het adres Groote Markt 17 J.L.A. Goette, Koperslagerij en Verlichtingsartikelen (Adresboek 1918). Lees hier het artikel:
Personeelsadvertentie Gebr. Lampe (De Gelderlander 9/4/1921)
” Magazijnen Gebrs. Lampe.
Gebrs. Lampe hebben een vermaardheid in Nederland en bezitten in menige plaats van ons land prachtige, moderne ingerichte magazijnen. En Nijmegen heeft thans ook zijn Gebrs. Lampe-magazijn gekregen en wel op de Groote Markt, hoek Stikke Hezelstraat.
De architect, de heer Willem Hoffman, heeft van ‘teerst wat ouderwetsche winkelhuis een moderne modepaleis gemaakt, dat in zijn lichtende kleuren groote levendigheid geeft aan de oude Markt, welke door haar keurige winkelreeksen als tot een nieuw leven ontwaakt. Het magazijn Lampe ontsiert onze Groote Markt niet en biedt reeds vanaf de Burchtstraat een vrolijken en frisschen aanblik door zijn lenige lijnen en heldere tinten.
En reeds van verre vestigt het eenvoudige medaillevormige naambord, dat geheel in de stijl van het modehuis gehouden is en het goed doet in zijn hooge verhevenheid de aandacht op de firma, welke hier haar mode-artikelen voor dames en kinderen te koop en te kijk stelt. En binnen zien de magazijnen er al even keurig en fraai uit als buiten.
Treedt men den winkel binnen, dan wordt het oog gestreeld door de rustige, lichte witte tinten, welke aan den geheelen winkel een deftig uiterlijk geven. De costuum- en blousenkasten staan er bij de hand opgesteld; een gerieflijke paskamer en een practische cassa vergemakkelijken de taak der winkeljuffrouwen en der koopende cliëntèle.
Geslepen en matgehouden glasruiten laten een gematigd licht door, terwijl lichtkroontjes een getemperden glans van electrisch licht bij avond over den witten winkel uitschieten.
De vitrines, eenigzins lager gelegen dan de winkel, bieden ruimschoots gelegenheid om de nouveautés op het gebied van dames- en kinderkleeding in rijke verscheidenheid en in aangename afwisseling te doen bewonderen.
De étaleur kan hier wonderen doen van chic en elegance.
Langs een makkelijken, breeden en rijken trap komt men op de eerste verdieping.
Hier vindt men de costumes- en japonnenafdeeling en zijn tevens drie gezellige paskamertjes ingericht, waar de dames op haar gemak keuze kunnen doen uit de rijke sorteering kleedingstukken.
Een tweede verdieping is ook nog deels voor magazijn ingericht, bevat een ruim privé-kantoor, dat men beneden in kleiner omvang ook treft, en bood tevens gelegenheid tot de inrichting van de ateliers en van een ontspanningslokaal voor het personeel.
De zolderverdieping bevat ook nog groote bergruimten voor confectiegoederen, terwijl het sousterrein ook al benut bleek te zijn om de rijke voorraden goederen der firma een voorloopige plaats te bezorgen.
Met dezen winkel van Gebrs. Lampe is Nijmegen ongetwijfeld een modern magazijn rijker geworden.
De Nijmeegsche aannemer de heer M Koppings heeft de architectonische plannen van den heer J.W. Hoffmann zaakkundig uitgevoerd de heeren Gebr. Koning verzorgden fraai het schilderwerk, terwijl het stucadoorswerk van den heer H. Clemens zeker ook vermelding verdient.
De electrische licht-installatie is aangebracht door de firma Reuser-v. Alphen.” (De Gelderlander 9/4/1919)
1926: Wisburn en Liffmann
Lampe heeft hier slechts enkele jaren ingezeten. Op 24 april 1925 viert Lampe nog een jubileum (De heer W. Laagland is 25 jaar bij Lampe in dienst, De Gelderlander 18/4/1925).
In juli 1926 openen Wisburn en Liffmann hier echter hun tijdelijke vestiging tijdens de verbouwing van hun pand aan de Broerstraat (PGNC 6/7/1926). Bij de heropening van hun pand aan de Broerstraat 35-37 in maart 1927 verlaten zij weer het pand aan de Grote Markt (PGNC 29/3/1927). Daarna lijkt het een tijdlang leeg te staan.
1930: Bata
Links de Stikke Hezelstraat, en de Winkel van de Bata, 1939 (foto ir. J.G. Deur via F13997 RAN CC-BY-SA)
In januari 1930 vestigt Bata zich in het pand. Bata heeft haar schoenfabriek in Tjecho-Slowakije, waar op dat moment 12.000 arbeiders werken. Zij verkoopt daarbij haar schoenen in eigen winkels in Europa, waarbij Nijmegen de 11e winkel in Nederland is. De Bata hanteert een standaard type ontwerp voor haar winkels. Dit ontwerp is gemaakt door de Gebrs. Slee uit Rotterdam (De Gelderlander 17/1/1930). De verbouwing lijkt van binnen te hebben plaats gevonden: er is tot nu toe geen bouwvergunning gevonden.
Het PGNC bij de opening januari 1930 over de veranderingen:
“De meest grondige verandering is wel aangebracht met betrekking tot de verkoopruimte, gelijkvloersch gelegen, die vele malen grooter is geworden dan eerst het geval was; zij beslaat thans een oppervlakte van ongeveer 100M². De toekomstige koopers vinden dus ruimte te over om zich op hun gemak van nieuw schoeisel te kunnen voorzien; het aangename interieur en de gemakkelijke, moderne zetels, zullen het keus maken in deze zaak tot een waar genoegen doen zijn. Voor de dames is een aparte kousen-vitrine ingericht; men brengt immers zoo gaarne harmonie in kleur, tusschen schoeisel en kous? Voor de heeren der schepping is op dezelfde wijze gezorgd; zij kunnen hun keus doen uit een aparte sokken-vitrine.
Etalage-ruimte te over is er in de nieuwe zaak, zoodat men zich een goede voorstelling kan vormen van hetgeen binnen aanwezig moet zijn liefst zeven moderne vitrines, met smaakvol interieur, bevatten een keur-collectie van het fraaiste schoenwerk, dat ook des avond, door de vernuftig aangebracht verlichting, uitstekend tot zijn recht komt.”
Op dat moment is alleen de begane grond als verkoopruimte ingericht. De 2e en 3e verdiepingen doen dienst als magazijn. En mocht daar behoefte aan zijn, dan kan ook de 2e verdieping als verkoopruimte ingericht worden.
“Van de firma’s die aan het totstandkomen van de nieuwe zaak meewerkten, noemen wij in de eerste plaats de aannemersfirma Brandts, die de verbouwing voor haar rekening nam. Het schilderwerk werd verzorgd door de firma Bökkerink, terwijl de firma Heertjens haar zorgen besteedde aan de electrische verlichting. De markiezen tenslotte, worden geleverd en aangebracht door de firma Tesser.” (PGNC 17/1/1930)
Verbouwing 1939
Wel is er een verbouwing aan de voorgevel in 1939. Op de bouwtekening staat Bouwbureau Bata.
D12.404697 Plan tot het wegnemen van een vitrine (gewijzigde versie)
Uiteindelijk wordt het pand in 1967 afgebroken om plaats te maken voor de Raiffeisenbank (tegenwoordig Rabobank). De laatste gebruiker is de kunsthandel B. Pollman geweest.
Het pand van kunsthandel B. Pollmann, vlak voor de afbraak. Op die plek is de Raiffeisenbank gebouwd, 1967 (F86446 RAN)
De hoofdingang van het St. Canisius-Ziekenhuis, gebouwd in 1922-1926 naar ontwerp van architect Eduard Henricus Gerardus Hubertus (Eduard) Cuypers (Roermond 18/04/4859 – 01/06/1927 Den Haag), met rechts het klassepaviljoen en geheel links het gemeentepaviljoen. Na fusering in 1977 met het protestantse Wilhelminaziekenhuis werd in 1992 het nieuwe huidige Canisius Wilhemina Ziekenhuis (CWZ) aan de Weg door Jonkerbosch betrokken, 192-1928 (A.A. v.d. Borg via F91388 RAN CCBYSA)
In 1926 zou het nieuwe R.-K. Canisius Ziekenhuis aan de (huidige) St. Annastraat en Groenestraat worden geopend. In 1920 plaatst de Gelderlander een uitvoerig artikel over de plannen daarvoor.
Vooraf
Lees voor het Canisius Ziekenhuis aan de Houtstraat en de verbouwing door architect van der Waarden:
Afgaande op het krantenartikel uit 1920 (zie hieronder) was op dat moment de locatie aan de Groenestraat/St. Annastraat bekend voor het nieuwe ziekenhuis.
Op die plek werd gedurende de volgende paar jaar een voor die tijd uiterst modern en groot ziekenhuis gebouwd. Het ontwerp hiervoor was van Eduard Cuypers (die ook onder meer het sanatorium van Dekkerswald had ontworpen).
Eind 1922 werd begonnen met de bouw, waarbij de eerstesteenlegging op 25-10-1923 plaatsvond. (Noviomagus.nl). Er kwam een voor “die tijd uiterst modern en groot ziekenhuis” (wikipedia).
Het ontwerp was afkomstig van architect Eduard Cuypers. Hij had ook het sanatorium van Dekkerswald ontworpen. Pierre Cuypers was een oom van hem (en de zoon van Pierre, Joseph, een neef).
“Stichting R.-K. Canisius-Ziekenhuis.
Nijmegen, steeds vooruit strevende en gaande op ieder gebied, ziet al jaren uit naar een nieuw Canisius-Ziekenhuis.
Het huidige Canisius-Ziekenhuis in de Houtstraat, hoewel een modelinrichting, is niet meer in overeenstemming met de groote uitbreiding, welke de gemeente Nijmegen de laatste jaren heeft gekregen. Men moet daar woekeren met de ruimte, heeft er uitgebreid, zoolang dat doenlijk was, maar kwam ten slotte toch tot de conclusie, dat er uitgezien moest worden naar een grooter, ruimer, meer modern ziekenhuis, meer gelegen uit het gedruisch van de oude city en nog meer beantwoordend aan de nieuwste eiscchen, welke tegenwoordig gesteld worden aan de ziekenverzorging, welke met de beste medische en hygiënische middelen den strijd aanbindt tegen de lichamelijke ziekten, welke de menschheid kwellen.
Energieke mannen lieten het hier niet bij woorden, maar kwamen weldra tot kloeke daden, welke leiden moesten tot den bouw van het grootsche nieuwe Canisius-Ziekenhuis, waarvoor de gronden reeds zijn aangekocht en gunstig gelegen aan de Groenestraat en de St. Annalaan. Betuursleden, regenten van de stichting R.K. Canisius-Ziekenhuis hebben onverdroten jarenlang voortgewerkt aan de totstandkoming van het nieuwe katholieke ziekenhuis en blijken thans zoover gevorderd te zijn, dat zij gisteren de reeds in teekening gebrachte bouwplannen ter bezichtiging konden stellen van autoriteiten, gemeentebestuurderen enz.
Gisterenavond dan in den foyer van den Stadsschouwburg hadden de regenten der stichting, burgemeester, wethouders, raadsleden, leden van de gezondheidscommissie, bestuursleden van het Wilhelmina-Ziekenhuis en andere belangstellenden uitgenoodigd om kennis te neemen van de bouwplannen, welke op uitvoering wachten.
Vele der genoodigde autoriteiten waren aanwezig toen de voorzitter de heer C.M.V. Roothaan de genoodigden, waaronder B. en W., gemeentesecretaris, hoofden van gemeentebedrijven, verschillende raadsleden enz. waren, welkom heette en allereerst hun aandacht vestigde op een uitmuntend uitgevoerde maquette, dat een beeld gaf van de groepeering der verschillende gebouwen, den aanleg der tuinen en wegen, welks de verschillende gebouwen zouden verbinden.
Dit bouwmodel gaf wel een grootschen indruk van het nieuwe Canisius-Ziekenhuis- en ongetwijfeld zullen nog talrijke belangstellenden bij nog nader te houden voordrachten over het nieuwe ziekenhuis met genoegen en zeker ook met bewondering kennis nemen van deze prachtige ziekenhuisbouwplannen van den architect den heer Eduard Cuypers te Amsterdam.
In zijn welkomst- en inleidingswoord wees de heer C.M.V. Roothaan op het groote belang dat Nijmegen heeft bij den bouw van een nieuw, aan moderne eischen beantwoordend ziekenhuis.
De ziekenverzorging is een groot algemeen belang dat samengaat met ziektebestrijding in haar besten vorm. En het ligt dus op den weg van de overheid zulks te bevorderen en alles te steunen wat ten doel heeft verpleging en verzorging van zieken.
Overtuigd van de groote beteekenis van dit Ziekenhuisplan, hadden de oprichters dan ook gebouwd op den steun van den gemeenteraad, welke zich hierin niet onbetuigd liet. Tweemaal gaf de raad op gedaan verzoek der commissie geldelijken steun voor de bouwplannen, natuurlijk op voorwaarde, dat de commissie ook rekening zou houden met de verpleging van de zieken die op gemeentekosten verzorgd worden. -Dat heeft de commissie inderdaad gedaan. En nu meende zij, dat zoodra de bouwplannen vasten vorm hadden aangenomen, op de eerste plaats toch ook de leden van den raad der gemeente Nijmegen hiervan kennis te moeten doen nemen om hen hierdoor nog meer te overtuigen van het nut en de noodzakelijkheid van dit uitbreidingsplan. En wat de bouwfondsen betreft, kon spr. den aanwezigen nog niet mededeelen, dat deze in zooverre verzekerd waren, dat met de uitvoering der plannen binnenkort een aanvang gemaakt kan worden. De bouwkosten zijn dan ook- vooral door stijging der loonen en der bouwmaterialen en door de uitgebreidheid der stichting zoo groot, dat zulks wel verklaarbaar is. De bouw van een volledig ziekenhuis met polikliniek, voorzien van de noodige gelegenheden voor specialistische behandelingen, met barakken voor besmettelijke ziekten, met kloosterbouw en groote kapel eischt immers een zeer groote som. Al steunden de ingezetenen van Nijmegen dan ook op krachtige wijze, toch is het geheel onmogelijk uit eigen krachten en met particuliere giften de bouwkosten van zoo’n inrichting te dragen. Het cijfer voor den bouw is dan ook op lange na nog niet bereikt.
Is ’t daarom misschien dan niet voorbarig reeds nu de bouwplannen van den bekwamen architect Eduard Cuypers uit Amsterdam bloot te leggen?
Spr. meende van niet.
De commissie koestert de verwachting, dat ook nog provincie en rijk zouden steunen. Bij de wet op de Ziekenverzorging heeft de minister immers nog pas zes miljoen in uitzicht gesteld ook voor den bouw van nieuwe ziekeninrichtingen, buiten de vier millioen nog voor de tegemoetkoming in de ziekenfondsen.
En dan, als de overtuiging eenmaal algemeen is, dat er in Nijmegen noodzakelijk een nieuw ziekenhuis moet komen, dan zal die wetenschap voorstuwend werken en over vele moeilijkheden heenhelpen- temeer waar het hier geldt een zoo algemeene en zoo sympathieke zaak als de oprichting van een noodzakelijk geworden nieuw ziekenhuis.
Welke plannen bestaan er nu?
Spr. gaf eerst een stuk wordingsgeschiedenis van de actie voor een nieuw katholiek ziekenhuis, welke actie reeds dateert van voor vijftig jaar terug en ontstond in den kring van het R.K. Parochiaal Armbestuur, dat voornamelijk ook de ziekenverzorging tot een voornaam onderdeel van zijn werk beschouwde en de noodzakelijkheid van een nieuw katholiek ziekenhuis inzag.
Immers, het huidige Canisius-Ziekenhuis, gelegen tusschen Houtstraat en Doddendaal, dat reeds jaren tuigde van de groote werkzaamheid van het R.K. Parochiaal Armbestuur, werd allengskens te klein. Het in den loop der jaren uitgewerkte plan om het huidige ziekenhuis nog meer uit te breiden, bracht eenige ingezetenen buiten het R.K. Parochiaal Armbestuur de gedachte bij, of er niet naar grootere, meer moderne plannen moest worden uitgezien.
In 1903 werd die nieuwe commissie gevormd, welke in 1914 tot practische werk kwam door den aankoop van een groot terrein op St. Anna- dat was het werk van de in 1911 opgerichte vereeniging R.K. Ziekenhuisfonds.
Toen kwam de oorlog tusschenbeide en deze verlamde de actie eenigermate tot in 1917 de onderhandelingen met de gemeente werden hervat, welke leidde tot subsidie der gemeente tot ¼ der bouwkosten, tot een maximum van f 100.000 subsidie.
Dit aanmoedigend gebeuren deed besluiten om genoemd Ziekenhuisfonds- dankzij welwillende medewerking van zijn leden- in een zelfstandig lichaam om te zetten, n.l. de Vereeniging tot stichting van het R.K. Canisius-Ziekenhuis.
Het bestuur deze vereeniging bemoeide zich nu met het bijeenbrengen van gelden en de voorbereiding der bouwplannen. De keuze van bouwmeester viel met algemeene stemmen op den heer Ed. Cuypers uit Amsterdam, die de bouwplannen, geleerd door eigen ervaring en voorlichting van binnen- en buitenlandsche deskundigen ontwierp.
Het terrein
St. Canisius Ziekenhuis, 1926 (F94971 RAN)
van het te bouwen ziekenhuis is gelegen aan de Groenestraat dicht bij den St. Annaweg, ongeveer twintig minuten gaans van het Keizer Karelplein.
Men moest wel zoover buiten de stad terrein zoeken omdat in de onmiddellijke omgeving der city nergens zoo’n groot terrein als noodig was beschikbaar was, de koopprijs anders ook veel te hoog zou zijn geworden.
Het terrein is ongeveer 450 meter lang en 200 meter breed en heeft dus een oppervlakte van 9 H.A. De smalle zijde is gelegen aan de Groenestraat: in de lengte loopt het achter de huizen van de St. Annalaan door. In het midden is het terrein door een breed perceel van ongeveer 80 meter diepte en 45 M. breedte met de St. Annastraat verbonden; op dit punt zal dan ook de hoofdingang komen, in de vorm van een dubbele oprijweg. Het hoofdgebouw komst minstens tachtig meter van de St. Annalaan te liggen, zoodat het gedruisch van het verkeer en de stof der wegen niet tot het ziekenhuis zal kunnen doordringen,
Een voordeel, dat dit ziekenhuis zal voor hebben op dezelfde inrichtingen in andere steden, waar de ziekenhuizen vaak in het midden van het verkeer liggen. Om eenig denkbeeld te geven van de grootte van het 9 H.A. metende terrein, toonde spr. aan dat de oude binnenstad van Nijmegen slechts viermaal grooter is dan het toekomstige Canisius-Ziekenhuis met bijgebouwen, tuinen, enz.
Het deel der oude stad, gelegen tusschen Verlengde en Stikke Hezelstraat, Markt, Grootestraat en Waalkade komt in grootte ongeveer overeen met het nieuwe ziekenhuisterrein.
Het terrein wordt in het westen en het zuiden omgeven door groote villatuinen- het grenst o.m. onmiddellijk aan Heijendaal. De dichtbij liggende lijn Nijmegen-Venlo, Nijmegen-Kleef, zal door de diepe ligging van de rails en snel voorbijstoomen der treinen weinig hinder veroorzaken aan de stilte van het ziekenhuis.
Wat de ligging der
Gebouwen
Het Gemeente Paviljoen van het St. Canisius Ziekenhuis. Ziekenhuis (bouw 1923-1926) ontworpen door Eduard Cuypers. In 1974 gefuseerd met het Wilhelmina Ziekenhuis. Sinds 1992 gehuisvest aan de Weg door Jonkerbos, 1926-1928 (Uitg. Brinio, Rotterdam via F12181 RAN)
betreft, de groepeering der gebouwen werd beheerscht door den eisch, dat de gemeente patiënten in een afzonderlijken vleugel moesten worden ondergebracht. Di gemeentepaviljoen werd evenwel weer zoo geplaatst, dat men gemakkelijk verbinding heeft met de hoofd- en dienstgebouwen. Volgens het in de zaal tentoongestelde maquette wordt de groepeering aldus: Het middengedeelte, met uitzicht naar St. Anna, zal alles bevatten wat voor den dienst van een ziekenhuis direct noodig is; aan beide kanten sluiten zich daarbij twee groote vleugelgebouwen aan, n.l. het gemeentepaviljoen, het klasse-paviljoen- dat laatste is dan de afdeeling van de betalenden 1e, 2e en 3e klasse patiënten.
De afdeling verloskunde van het St. Canisius-Ziekenhuis, gebouwd in 1922-1926 naar ontwerp van architect Eduard Henricus Gerardus Hubertus (Eduard) Cuypers (Roermond 18/04/4859 – 01/06/1927 Den Haag). Na fusering in 1977 met het protestantse Wilhelminaziekenhuis werd in 1992 het nieuwe huidige Canisius Wilhemina Ziekenhuis (CWZ) aan de Weg door Jonkerbosch betrokken, 1926-1928 (Uitg. Brinio, Rotterdam via F91392 RAN)
Onmiddellijk achter het hoofdgebouw rijst dan de kapel op en bevinden zich de keukens, de verblijven der zusters, voor de leekenverpleegsters, dienstboden, enz. Een afzonderlijk klooster voor de Eerw. Zusters- ongeveer honderd in tal- wordt gebouwd achter het klassepaviljoen en zal grenzen aan een afzonderlijken tuin.
De barak voor besmettelijke ziekten als roodvonk, diphteritus, typhus enz. komt natuurlijk geheel afzonderlijk te staan- waarvoor trouwens plaats genoeg is op het uitgestrekte veld, waar ook het lijkenhuisje is geprojecteerd.
De architect heeft de eischen van doelmatigheid en gezondheid heel practisch opgelost. Er wordt zoo gebouwd, dat in alle zalen licht en lucht in voldoende mate kunnen doordringen en dat de verbinding tusschen de gebouwen onderling door een practisch gangenstelsel zoo gemakkelijk mogelijk gemaakt wordt. De architect heeft zoodoende gezorgd dat er komt een afzonderlijk, rustig gelegen zusterhuis met eigen tuin, een in het midden gelegen keukenafdeeling, welke toch geheel afgescheiden is van de ziekenafdeelingen; een in het midden gelegen kapel, gemakkelijk toegankelijk voor alle patiënten, en een niet te ver afgelegen wasscherij en linnenafdeeling.
De
grootte
van het ziekenhuis heeft lang een punt van overweging uitgemaakt.
De gemeente had voor haar patiënten honderd plaatsen gevraagd. De commissie kwam door ervaring en kijk op de toekomst aldra tot grooter uitbreiding dan voor honderd, vooral met het oog op de splitsing der patienten naar hun geslacht en zeer gewenscht ook naar hun ziekte.
Chirurgische en tuberculeuse en interne zieken eischen in een modern ziekenhuis immers afzonderlijke ligging.
Een ziekenzaal in het St. Canisius Ziekenhuis ; het Ziekenhuis (bouw 1923-1926) ontworpen door Eduard Cuypers ; in 1974 gefuseerd met Wilhelmina Ziekenhuis ; sinds 1992 gehuisvest aan de Weg door Jonkerbos, 1926-1928 (Uitg. Brinio, Rotterdam via F12173 RAN)
De grootte der ziekenzalen werden geprojecteed voor de opname van twaalf patiënten. Met de noodige kleinere vertrekken voor ernstige patiënten en de insolatiekamer biedt de gemeentevleugel plaats voor ongeveer 180 bedden, terwijl er bovendien dan nog aparte verpleging is voor kraamvrouwen.
De afdeeling klassepatiënten zal voorloopig plaats bieden voor een 100-tal zieken, verdeeld in drie klassen, terwijl er natuurlijk aan uitbreiding dezer afdeeling reeds de noodige aandacht is gewijd.
De besmettelijke zieken worden in een afzonderlijk gebouw opgenomen, geheel afgelegen van het andere gedeelte, in deze afdeeling kunnen ongeveer 50 zieken verpleeging vinden.
Het middengedeelte van het ziekenhuis zal beneden bevatten de polikliniek, het laboratorium, de apotheek, de administratiebureau’s, woonvertrekken voor den rector en een aantal lokalen voor de opname van patiënten.
Boven vindt men de operatiezalen, de kamers voor specialistische handelingen, een cursuszaal, kamers voor de assistenten, regentenkamers enz.
Een gang aan de linkerzijde van het hoofdgebouw leidt tot een kleinere afdeeling met gelegenheden voor medicinale baden en orthopaedische behandelingen, terwijl daarboven gelegen zijn eenige isolatiekamers en een afdeeling voor de kraamvrouwen.
Na een korte pauze werden lichtbeelden vertoond, waarop wij morgen nader terugkomen.
De burgemeester dankte den heer Roothaan namens allen voor zijn duidelijke uiteenzetting en sprak de beste wenschen voor de totstandkoming van het ziekenhuis uit.” (De Gelderlander 28/5/1920)
Op 18-5-1926 ging het nieuwe ziekenhuis open. De Zusters onder de Bogen zullen daarbij de zorg op zich nemen.
Tweede Wereldoorlog
wikipedia: “Direct na ditzelfde bombardement belandden er 789 zwaargewonden in het Canisiusziekenhuis aan de St. Annastraat, dat eigenlijk was gebouwd om maximaal 600 mensen op te vangen. Alle beschikbare bloeddonoren in de stad werden direct opgeroepen en sommige mensen werden min of meer gedwongen om ook bloed te doneren.”
In de loop der tijd werd het ziekenhuis een aantal keren uitgebreid.
Fusie en verhuizing
In 1974 fuseeerden het Canisiusziekenhuis en het Wilhelminaziekenhuis tot het huidige CWZ. Aanvankelijk bleven de ziekenhuizen nog in dezelfde locatie, maar, maar de ziekenhuizen bleven in eerste instantie elk nog op hun eigen locatie. Op 16-4-1992 ging de nieuwbouw aan de Weg door Jonkerbos open. Het gebouw aan de St.Annastraat werd gesloopt. Hier kwam een nieuwe woonwijk.
1937 Borneostraat 24 en Madoerastraat 13, 15 en 17 Galgenveld
Madoerastraat 13 t/m 17 en Borneostraat 24 (van links naar rechts), september 2022 (Google Streetview), architect van der Kloot
Architect van der Kloot ontwerpt 4 eengezinswoningen op de hoek van de Madoerastraat en Borneostraat.
In juni 1937 verkoopt de gemeente een perceel bouwterrein aan de Madoerastraat en de Borneostraat, kadastraal Hatert , Sectie G no. 726 aan F.J. Sutmuller. Het stuk grond is 9.14 c.A. groot, de prijs is f9 per c.A. Voorwaarde is dat de grond vóór 31 december 1937 bebouwd is met 4 eengezinswoningen met garage en 4 schuurtjes. (PGNC 3/6/1937).
Plan voor 4 woningen aan de Madoera-straat – hoek Borneostraat te Nijmegen… v.d. Weled. Heren P. en J. Sutmuller Bachstraat 40, architect van der Kloot D12.403497Plan tot aanpassing nummer 17 D12.403496
In het PGNC 2/2/1939 staat een advertentie voor nummer 15: “Ruim heerenhuis te huur met parterre, kamer en suite met zijkamer, ingebouwd bad, 3 vaste waschtafels, zeer goed ingericht, huurprijs f600,-, te aanvaarden per 1 Maart”
Madoerastraat 2 (rechts) t/m 24 (Google Streetview) architecten Meerman en van der Pijl uit 1934
Op 12 februari 1934 besluit de Gemeenteraad om grond aan J.G. Dekkers te verkopen: ongeveer 2620 c.A. van het aan de Celebesstraat gelegen perceel, kadastraal bekend gemeente Hatert, Sectie G, no. 674. De prijs is f 9 c.A.. Daarbij heeft de voorwaarde dat de 12 herenhuizen en 2 garages vóór 1 januari 1935 gebouwd zijn. (PGNC 13/2/1934). In mei 1934 krijgt de Madoerastraat (“de straat, welke de Celebesstraat met de Borneostraat zal verbinden”) haar naam (PGNC 8/5/1934)
Ontwerp 12 middenstandswoningen aan de Celebesstraat en geprojecteerde straat te Nijmegen, voor den heer J.G. Dekkers te Nijmegen, bouwaanvraag januari 1934 (D12.400737 Detail)
De architecten Meerman en van de Pijl maakte het ontwerp voor deze 12 woningen, op de bouwtekening ‘middenstandswoningen’ genoemd.
Advertentie: de 12 woningen aan de Madoerastraat staan te koop (De Gelderlander 8/9/1934)
In september staan deze woningen te koop, eventueel kunnen deze gehuurd worden.
De Gelderlander schrijft in september:
“Nijmegen als woonstad.
Nieuwe woonwijk, Centrum Stad.
Vóór enkele weken maakten wij melding van den nieuwen woonwijk in het z.g. “Galgenveld” aan Celebesstraat en Madoerastraat, welke in een behoefte vooorziet voor hen, die in het Centrum der Stad een rustig en voornaam woonverblijf zoeken.
Genoemde bebouwing is thans geheel gereed. Een dezer dagen hebben wij genoemde bebouwing bezichtigd en moeten zeggen, dat het geheel met zijn mooie gele gevelstenen, in speciaal dun formaat, voornaam aandoet.
Door een ruime betegelde vestibule, waar op practische wijze de gas- en eletrische meters geheel aan het oog zijn onttrokken, kwamen wij in de hal met trappenhuis, welke een voornaam aanzien geeft, daar hier een eiken halbetimmering is aangebracht ter hoogte van 2.25M., waarbij de eiken kapstok en parapluiebak in deze betimmering is opgenomen. Een aardige, aan de hoofdbaluster bevestigde lantaarn in opaalglas schept hier des avonds een gezellige sfeer. Wat ons bijzonder opvalt, is het mooie glas in lood. Dit glas in lood, in antiek glas uitgevoerd, geeft tinteling en zon.
Vanuit de hal kwamen wij in de voor- en achtersuite, waarvan het geheel een intiem karakter draagt door een aangrenzende zithoek met verlaagd plafond, waarin eigen bank en eiken betimmering tot aan het plafond. Een overstekend luifeltje kan als borden- of pottenplank dienst doen. Ook hier weer fonkelend glas in lood, in aardig gevormde raampjes, welke de gezelligheid verhoogen.
De geheel betegelde keuken is practisch ingericht; van de gebruikelijke keukenkast is hier een “meubel” gemaakt met laden, vakken enz.
Op de bovenverdiepingen zijn de ruime slaapkamers met vaste waschtafels en betegelde badkamer met ingetegeld bad geprojecteerd, voorts balcons ter volle breedte van elk perceel.
Elk huis is voorzien van een flinke zolder, kelder, schuur (event. garage) en achteruitgang.
Inbouwschakelaars en stopcontacten, schelleiding door het geheele huis, bijzonder fraaie teakhouten voordeuren geven hier het stempel van practisch, goeden smaak en soliditeit.
De bouwonderneming J.G. Dekkers, zal met deze werkwijz zeer zeker succes oogsten, temeer, daar de koop- of huurprijs zich geheel aanpast met de tidsomstandigheden.
Rest ons nog te vermelden, dat het geheel is ontworpen door het Architectenbureau B.J. Meerman en J. v.d. Pyll, Driehuizerweg 80 te Njimegen.” (De Gelderlander 8/9/1934)
Te huur eind jaren 30
Het is mij onbekend (en nog niet verder onderzocht) welke woningen uiteindelijk verkocht of verhuurd zijn. In ieder geval zijn 2 advertenties om een woning te huren gevonden:
Heerenhuis, Madoerastraat 18, zeer modern, f550,- p.j. (PGNC 29/5/1937)
Modern Heerenhuis met garage, Madoerastraat 24, f550,- p.j. (PGNC 2/6/1939)
In beide gevallen is de advertentie afkomstig van Woning-bureau H. Janssen in de Van Welderenstraat 66.
Een foto van de hoek Celebesstraat – Madoerastraat uit 1976 is te vinden op F14923 RAN.
De familie de Wijze waren al generaties actief in de vleeshandel geweest, voornamelijk in de omgeving van Beugen en Boxmeer. In 1928 was Levi, samen met zijn broers Jacob en Simon, hun eigen slachterij begonnen: “Gebroeders de Wijze”, tegenover het station van Cuijk.
De drie broers zouden elk met hun gezin naar Nijmegen verhuizen: daar waren meer mogelijkheden voor de middelbare school voor de kinderen van Levi en Jacob. Het gezin van Levi ging huren op de Graafseweg 84.
In april 1932 vestigt L.M. de Wijze en gezin, koopman, zich op Graafsche weg 84. Zij zijn dan afkomstig van Boxmeer, Spoorstraat 60. (PGNC 23/4/1932)
In oktober 1942 wordt het huis gevorderd door de Duitsers. Het gezin moet hals over kop de woning verlaten en vestigt zich op de Johannes Vijghstraat 60 (tegenwoordig nummer 70). Daarbij moeten ze een groot deel van de inboedel achterlaten, die de Duitsers ook zullen vorderen. In het hierboven genoemde artikel staat tevens een complete lijst van deze inboedel.
Lang zal het gezin niet wonen op de Johannes Vijghstraat. Bij een razzia op 17 november 1942 worden alle vier de zussen opgepakt. Vanwege ziekte van (waarschijnlijk) Levi worden hij en zijn vrouw Lea Groenewoudt nog niet opgepakt. Dochters Kitty en Joke zullen al op 15 december 1942 worden vergast, Elly op 12 februari 1943. Dochter Tini zal op 17 september 1943 worden vergast, dezelfde dag als Levi en Lea.
In deze tabel staan hieronder de tot nu toe gevonden gebruikers weergegeven. Wel dient er een slag om de arm te worden gehouden vanwege eventuele hernummeringen.
In september 1925 komt O.(?) Schulz, echtge van G. Engler, zonder beroep, naar Graafscheweg 84, dan afkomstig van Borken (Duitsland) (De Gelderlander 26/9/1925)
Van De Gelderlander 30/10/1928 tot De Gelderlander 13/11/1929 zijn advertenties gevonden waarbij mevrouw Tjalsma huishoudelijk personeel zoekt: een dagmeisje, of een dienstbode of noodhulp.
Na de oorlog is het waarschijnlijk langere tijd een pension geweest. Aanvankelijk van G. Lamers, in ieder geval in de periode 1955 t/m 1971. Hoewel niet weergegeven, steeds meerdere, verschillende gebruikers gevonden.
Tegenwoordig (november) zit hier sociaal pension Arcade.
Deze Pagina verzamelt artikelen die reeds over Bottendaal zijn gepubliceerd. Lunet Bottendaal: afvalplaats voor botten? Bottendaal is vernoemd naar een…