Het parochiehuis “Pius Convict”, achter het parochiehuis de Kerk van de H. Antonius van Padua, foto 1935-1940 (GN5861 RAN)
De architecten Meerman en van der Pijll ontwierpen het Parochiehuis in de Van Slichtenhorststraat in 1935. Het behoorde bij de Kerk van de H. Antonius van Padua. Het gebouw bestaat uit een hoofdgebouw en een grote toneel-, film-, vergader- of conversatiezaal.
De Gelderlander in mei 1935:
“De Katholieke Jeugdbeweging: R.K. Parochiehuis Groesbeekscheweg een modelinrichting
“In de Parochie van St. Antonius van Padua aan den Groesbeekschenweg is iets nieuws in wording, wat van groote betekeenis zal zijn voor de toekomst.
Sinds eenigen tijd wordt er achter de kerk aan de Van Slichtenhorststraat gewerkt en gebouwd. Niets meer of minder dan een volgens de eischen des tijds ingericht R.K. Parochiehuis, een modelinrichting, bestemd voor de vele en uitgebreide nooden van het huidige R.K. Parochieele Jeugdwerk, bestemd voor allerlei vergaderingen en bijeenkomsten die, wil het Katholieke leven eener Parochie op pijl blijven ja nog tot hooger bloei komen, tenminste van tijd tot tijd noodzakelijk zijn.
Zooals gezegd, wordt dit gebouw een modelinrichting, waar het geheel en het interieur in het bijzonder mede zullen werken tot het scheppen van een echt Katholieke sfeer, waar, in dezen tijd van vijandelijke aanvallen op datgene, wat ons dierbaar is, met vereende krachten zal worden gewerkt aan de toekomst van onzen Katholieke jeugd.
Het Parochiehuis zal aan den straatwand door zijn juiste verhoudingen en door de met zorg gekozen materialen en detailleering een cachet geven, rustig en voornaam, onder de schaduw der kerk. Hiermede verdwijnt dus tevens den eenigzins rommeligen aanblik van het minder mooie groote hek aan de Van Slichtenhorststraatzijde.
Het gebouw, bestaande uit een hoofdgebouw en de groote tooneel-, film-, vergader- of conversatiezaal, wordt opgetrokken in fraaie dunne oranjekleurige steen of donker basement.
Toneeluitvoering in het Parochiehuis van de operette ‘Repelsteeltje’, samengesteld uit bekende melodieën door Johanna Veth en gespeeld (en gezongen) door de jeugdige actrices van de Katholieke Jonge Meisjes (KJM), februari 1937 (De Gelderlander 11/02/1937, p. 9 via F23422 RAN)
Deze groote zaal, met zijn speciaal ontworpen kapconstructie, plaats biedende aan ongeveer 300 personen, wordt van binnen geheel opgetrokken in geel-kleurigen baksteen op plint van verglaasen wijnrooden steen, welke met de in dito kleur toe te passen naadlooze vloerbedekking een harmonisch geheel zal vormen. Behalve een flinke tooneelruimte komen er ruime kleedkamers en flinke bergruimten onder zaal en tooneel.
In het hoofdgebouw zijn de grootere en kleinere practisch ontworpen groepskamers en vergaderzalen geprojecteerd en voorts de ruime zalen voor de te beoefenen handenarbeid, toiletgelegenheden, e.d.
Hallen, trappen, bordessen e.d. worden zeer ruim gehouden en geheel in gewapend beton uitgevoerd. De wanden zijn ook hier wederom in verglaase steen opgetrokken. Buitenramen en deuren, voorzien van panieksluitingen, en binnenkozijnen worden in staal uitgevoerd, zoodat hier bij het ontwerpen bijzondere zorg is besteed met het oog op eventueel brandgevaar.
Op de eerste verdieping van het hoofdgebouw en uitkomende in de achterwand van de groote zaal is een filmcabine geprojecteerd, eveneens in gewapend beton, voorzien van de noodige veiligheidsmaatregelen.
Onder het hoofdgebouw zijn de diverse kelders voor verwarming, fietsenstalling e.d.
Bij het toepassen der materialen voor het interieur is er steeds rekening mee gehouden, dat door de jeugd zoo weinig mogelijk beschadigd kan worden.
De voortreffelijk Geestelijke leider en Directeur van het Parochieele jeugdwerk, Kapelaan J. Verhoeven, die voor dit jeugdwerk buitengewoon veel opoffert, vindt hier voor zijn jongens een buitengewoon home.
Het Kerkbestuur van de St. Antoniusparochie, welke het parochieel tekort had begrepen, komt zware financieele lasten van dezen nieuwbouw voor haar rekening te nemen, zoodat zij voor dit fraaie bouwwerk, in deze kommervolle tijden, geen beroep heeft gedaan op de toch zoo dikwijls gevraagde milddadigheid harer parochianen. Voor hen, namens onze jeugd, een eresaluut!
Voor de installatie en stoffeering wordt van de parochianen echter een klein offer gevraagd, dat zij, gezien het goede voorbeeld van het Kerkbestuur, zeer zeker spontaan zullen geven en mede als antwoord op de fraaie brochure “Wij bouwen voor U”, welke de eminente Directeur van het jeugdwerk afgeloopen week en komende week aan alle parochianen deed of doet toekomen.
Rest ons nog te vermelden, dat de aannemersfirma J.A. Hofman en Zonen het werk uitvoert onder leiding en naar ontwerp van het Architecten-bureau B.J. Meerman en J. v.d. Pijll, Driehuizerweg 80, alhier, die zoowel in practisch al artistiek opzicht de vele moeilijkheden hebben opgelost in verband met het beschikbare terrein. Over enkele maanden zal dus de St. Antoniusparochie een geslaagd bouwwerk rijker zijn.
Een goede daad!” (De Gelderlander 2/5/1935)
Parochiehuis
Agenda Parochiehuis H. Antonius (De Gelderlander 28/3/1936)
Agenda Parochiehuis St. Antonius (De Gelderlander 21/7/1936)
Om een beeld te geven van de activiteiten staat hierboven de aankondigingen van twee willekeurige weken weergegeven.
“Een parochiehuis is een gebouw dat fungeerde als gemeenschapshuis voor rooms-katholieke parochianen. Het parochiehuis bezat gewoonlijk een ruimte met toneel, waar vergaderingen, lezingen, bijeenkomsten en feesten werden gehouden en voorstellingen werden gegeven. Ook waren er wel kleinere ruimten, bijvoorbeeld voor de jeugd, waarin zich tafels voor tafelvoetbal, tafeltennis en eventueel een biljart bevonden. Verder was er vaak een inpandige kapel. Ook veel rooms-katholieke verenigingen maakten gebruik van het parochiehuis” (wikipedia, tevens bron van de paragraaf).
Na de invoering van de vrijheid voor godsdienst in 1848 ging de Katholieke kerken niet alleen kerken, maar ook parochiehuizen bouwen. Begin 20ste eeuw riepen bisschoppen op om patronaten te bouwen, vooral gericht op de jeugd. Daardoor was er vaak geen geld voor een parochiehuis.
Eind jaren 20 waren de patronaten minder belangrijk geworden, zodat de aandacht weer verlegd werd naar parochiehuizen. Vooral in de jaren 30 zijn veel parochiehuizen gebouwd.
Voormalig RK Parochiehuis Van Slichtenhorststraat 81 (december 2024)
Antonius van Paduakerk, achterzijde; rechts de Pastorie, Groesbeekseweg Galgenveld, 1917 (F87789 RAN)
De Antonius van Paduakerk aan de Groetsbeekseweg is in 1916-1917 gebouwd. De architect was Jos. Margry. De kerk is gebouwd in neogotische stijl, waarbij de toren van 50 meter in het ontwep nooit is gebouwd. Door geldgebrek werd gekozen het budget te besteden aan de bouw van de parochiehuis.
De kerk is mede gefinancierd door de Kerkenbouwstichting. Deze stichting had tot doel kerken te bouwen vernoemd naar Sint Antonius van Padua. Ook de Heilige Antonius van Padua-Sint Annakerk oftewel de Groenestraatkerk, ontworpen door de vader van Jos. Margry, is gebouwd met geld uit dit fonds.
Op 20 juni 1917 vond de inwijding van het kerkgebouw plaats door pastoor O’Reilly.
Artikel Eerste steenlegging
Eerste steenlegging van de Antonius van Paduakerk door pastoor O’Reilly, Groesbeekseweg Galgenveld, 4/4/1916 (F87784 RAN)
“Eersten-steenlegging.
De Eersten-steenlegging der nieuwe parochiekerk St. Antonius aan den Groesbeekschen weg had gistermiddag om vier uur, gelijk reeds in het kort gemeld is, plaats.
De plechtigheid werd verricht door den zeereerw. heer o’Reilly, die geassisteerd werd door den zeereerw. heer B.A. Kruitwagen, pastoor der St. Franciscuskerk, den zeereerw. heer Pastoor Eyken uit Ewijk, den vicaris der H. Landstichting, rector Arn. Says en de eerw. heeren kapelaans der St. Autustinuskerk Francken en Wern?ers.
Vele eerw. heeren geestelijken uit de stad en naaste omgeving, de drie katholieke wethouders, tal van gemeenteraadsleden en vele kerkmeesters woonden de plechtigheid bij.
Op het terrein der plechtigheid was een stemmige versiering aangebracht van palmen en van pauselijke en Nederlandsche vlaggen, welke aan de plaats, waar eens het hoofdaltaar zal verrijzen een feestelijke aanblik geven.
Onder plechtige lithurgische gezangen werden de eerste steen, het kruis, staande op de plaats, waar het hoofdsaltaar zal komen te staan, door den zeereerw. heer O’Reilly gewijd, die vervolgens vooruitgegaan door de misdienaars, de omtrekken en fundamenten der nieuwe kerk met gewijd water zegende.
De oorkonde der stichting van de nieuwe kerk werd vervolgens voorgelezen en door den nieuwen pastoor, de assisteerende geestelijken, de wethouders, den architect, de aannemerse en eenige andere heeren geteekend, welke oorkonde vervolgens in den gewijden eersten steen werd gelegd.
Na voleindiging der inzegeningsplechtigheden richtte de toekomstige pastoor der nieuwe parochie het woord tot de aanwezigen, waaronder zich vele toekomstige parochianen bevonden.
Een heele lijdensweg den bouw dezer nieuwe kerk vooraf, welke dank zij veler medewerking thans toch tot stand zal komen. Deze kerk zal hier dan gebouwd worden tot de zedelijke en godsdienstige verheffing van de bewoners dezer wijk, een der mooiste van de gemeente Nijmegen.
Spreker hoopte, dat door eigen krachtsinspanning en door toewijding der nieuwe parochianen deze parochie tot een der waardigste en schoonste van het dekenaat Nijmegen zou worden. Met Gods zegen, waaraan immers alles is gelegen, want wanneer Hij het huis niet bouwt, werken de bouwlieden tevergeefs, hoopte spreker hier zijn pastoreelen arbeid te verrichten ook in het belang van het maatschappelijk welzijn der gemeente Nijmegen, waarvoor ook de aanwezige wethouders de taak hebben te zorgen.
Vol waardering sprak de eerw. heer o’Reilly over de vorstelijke mildadigheid van de pastorie in de Molenstraat, waardoor de taak van den bouw dezer nieuwe kerk zeer verlicht was. Ten slotte uitte de eerw. spreker de verwachting dat de nieuwe parochianen naar hun best vermogen zouden medezorgen voor de uitbreiding en het onderhoud dezer nieuwe parochie tot grooter eer van God en tot heil van Nijmegen.
Met een aanbeveling der nieuwe parochie in aller belangstelling eindigde de toekomstige pastoor zijn opwekkende toespraak.
Den hoogeerw. heer deken Van Son verheugde het ten zeerste getuige te kunnen zijn van deze blijde plelchtigheid, waarbij een nieuwe kerk gesticht werd. Bijzonder richtte de spreker een woord van lof aan den zeereerw. heer pastoor Bonnke s.J. van de St. Iganatius-parochie, die een krachtigen steun verleend had bij het oprichten dezer nieuwe kerk.
De reden van de instelling dezer nieuwe parochie lag hierin, dat het tegenwoordig in het belang van de betere zielzorg is, dat de grootere parochies door de kleinere vervangen worden. Daar de zoo hoog geprezen orde van de Sociëteit van Jezus over te weinig personeel beschikte om deze nieuwe parochie te bedienen, had de pastoor der St. Ignatiusskerk er mild in toegestemd het mooiste deel zijner parochie af te staan den den clerus van het bisdom Den Bosch. Hiervoor bracht spreker zijn oprechten dank, ook uit naam van den Bisschop, aan de eerw. paters Jezuieten. Hij hoopte, dat deze nieuwe parochie inderdaad een der mooiste van zijn decanaat zou worden.
Antonius van Paduakerk, oorspronkelijke ontwerptekening met toren, architect Jos. Margry, Groesbeekseweg Galgenveld, 1916 (F87775 RAN)
Iets hindert er nochtans nog aan dezen nieuwe kerkbouw, n.l. het ontbreken van een toren in de uit te voeren bouwplannen.
Wegens de duurte door den oorlog had men uit financieele overwegingen gemeend den bouw van den toren voorloopig achterwege te moeten laten.
Doch wie weet of de patroon der nieuwe kerk, de H. Antonius, hier ook geen uitkomst zal geven.
En wat nog niet is, kan nog komen; één jaar moet er nog gebouwd worden, aleer de nieuwe kerk geheel gereed is, en in dien tijd kan er nog heel wat gebeuren, wanneer de parochianen den handen ineenslaan.
Spreker zou er trotsch op zijn, wanneer hier een toren verrees, welke den oude St.-Stefanustoren in pracht zou overtreffen. Ten slotte wenschte de hoogeeerw. heer Deken den nieuwen pastoor geluk met zijn jonge parochie, en hoopte, dat deze er lange jaren zou mogen werkzaam zijn tot heil zijner parochianen.
Na deze opgewekte toespraken gingen velen der aanwezigen op voorbeeld van de hoogere geestelijken er toe over een steentje bij te dragen voor den nieuwen bouw, door in letterlijken zin een steen te metselen naast den gewijden eersten steen.
Moge deze nieuwe kerkbouw, onder leiding van den bekwamen architect, den heer Margry, den kerkenbouwer voorspoedig opgetrokken worden door de Nijmeegsche aannemers, de heeren Ant. van Sambeek en W. Thunnissen.” (De Gelderlander 6/4/1916)
Josephus Cornelius Franciscus (Jos) Margry (7 februari 1888 – 20 maart 1982), architect in 1916 van de R.K. H. Antonius van Paduakerk aan de Groesbeekseweg, 1930-1940 (F87777 RAN)
Josephus Cornelius Franciscus (Jos) Margry (Rotterdam, 7 februari 1888 – aldaar, 20 maart 1982) was een architect. Hij ontwierp woningen, winkels, kantoren, ziekenhuizen en kerken.
Jos was een zoon van architect Albert Margry, die wij in Nijmegen vooral kennen van de Groenestraatkerk. Jos studeerde aan de Technische Hogeschoolin Delft. Toen zijn vader in 1911 plotseling overleed brak hij zijn studie Bouwkunde af, omdat hij onimddelijk het bureau Margry in Rotterdam moest overnemen. Daarbij moest hij aantal grote projecten overnemen, onder meer de Onze Lieve Vrouwekerk in Helmond. Ook nam hij het atelier voor kerkelijke kunst over.
Uiteindelijk zou hij 13 kerken ontwerpen. Een deel daarvan werd gefinancierd de Rotterdamse zakenman Joannes Petrus Grewen. Hij gebruikte een deel van zijn kapitaal om kerken te laten bouwen die gewijd waren aan Sint Antonius van Padua. Naast Nijmegen ontwierp hij op deze manier ook de kerken van Keldonk, Tilburg en Eindhoven.
Met Jan Stuyt maakte hij het ontwerp voor de Cenakelkerk in de Heilig Landstichting.
Margry bouwde zijn kerken in neogotische of neoromaanse stijl, “zijn latere ontwerpen van woningen, winkels en andere gebouwen, zijn eerder modernistisch.” (wikipedia)
“Jos Margry behoorde tot de eerste wederopbouwarchitecten van het gebombardeerde Rotterdam.” (https://www.kerkramentussenmaasenwaal.nl/architecten/margry-jos/) “Hij behield de katholieke klantenkring, maar vernieuwde de architectuur. In de jaren dertig werden robuuste bakstenen gebouwen gerealiseerd en tijdens de wederopbouw worden aarzelend moderne materialen en technieken gebruikt. Het bureau richt zich dan vooral op de ziekenhuisbouw.” (https://www.archined.nl/2013/02/werknummer-4000/)
Ook 3 zonen van hem, Jan, Fons en Joost, zouden in de architectuur (en stedenbouw) werkzaam worden. Fons kwam in 1947 bij het bureau. In 1958 ging Jos met pensioen. Tegenwoordig heet het bureau MAS Architectuur.
(Overige) gevonden Werken
Bouw
Naam
Plaats
Bijzonderheden
1911-1913
Hoefstraatkerk
Tilburg
Ontwerp door Albert Margry, voltooid door Jos Margry
1915-1928
O.L.V. ten Hemelopnemingkerk
Helmond
Ontwerp door Albert Margry, voltooid door Jos Margry
1912
Antonius van Paduakerk
Keldonk
1912
Antonius van Paduakerk
Loosbroek
1912-1913
Franciscus van Assisikerk
Rotterdam
Afgebroken in 1975
1913
Antonius van Paduakerk
Biest-Houtakker
1913-1914
Onze Lieve Vrouw van Lourdeskerk
Rotterdam
Met Paul Biesta. Door oorlogshandelingen verwoest in 1940
1913-1915
Cenakelkerk
Heilig Landstichting
Gezamenlijk ontwerp met Jan Stuyt
1916-1917
Antonius van Paduakerk
Nijmegen
1916-1917
Johannes de Doperkerk
Ewijk
1919-1920
Heilig-Hart-van-Jezuskerk
De Zilk
Uitbreiding 1922, toren uit 1928
1921-1922
Liduinakerk
Haarlem
In 1993 verbouwd en hernoemd tot Adelbertuskerk
1922-1923
Barbarakerk
Rotterdam
Afgebroken in 1977
1924
Nicolaaskerk
Rotterdam
Afgebroken
1925
Bewaarschool Sint-Theresia, Van Meursstraat
Rotterdam
Afgebroken
1927-1928
Complex met twee scholen en zusterhuis Stella Maris, Mathenesserstraat
Rotterdam
1929
Stadhuis
Schipluiden
In gebruik als stadhuis tot 2013
1929-1930
Klooster Regina Pacis met twee scholen
Rotterdam
Verwoest bij bombardement 1943
1930-1931
Adrianuskerk
Naaldwijk
1938
R.-K. Lyceum voor meisjes Maria Virgo
Rotterdam
Pand wordt in 2017-2018 verbouwd tot appartementencomplex
Pastorie Antonius van Paduakerk, architect Jos. Margry, Groesbeekseweg Galgenveld, 1916 F87782
De Sint Antonius van Paduakerk is samen met de pastorie en het parochiehuis een Gemeentelijk monument met als waardering:
Architectuurhistorische waarde: Het complex is van architectuurhistorische waarde als goed bewaard katholiek religieus complex. Het kerkgebouw en de pastorie zijn gaaf bewaarde en representatieve voorbeelden uit het oeuvre van Jos Margry. Het kerkgebouw is een reprensentatief voorbeeld van een kruisbasiliek met dubbel transept in laat neo-gotische stijl. Het complex is in 1935 uitgebreid met een parochiehuis, naar ontwerp van B.J. Meerman & J. van der Pijll. Het parochiehuis is een goed en gaaf bewaard voorbeeld uit het oeuvre van Meerman & van der Pijll.
Stedenbouwkundige waarde: Kerk, pastorie en parochiehuis maken deel uit van een nog herkenbaar katholiek complex op het terrein tussen de Groesbeekseweg en Van lichtenhorststraa
Cultuurhistorische waarde: Het complex is van grote waarde voor de religieuze en algemene ontwikkeling van de stad Nijmegen. De katholieke emancipatie kwam nadrukkelijk tot uiting door de bouw van nieuwe kerkelijke complexen in de negentiende- en vroeg twintigste-eeuwse stadsuitbreidingen.”
Piushove met nieuw te bouw appartementen in de verkoop (december 2024)
De Piushove is gebouwd in 1926 als een convict: een huis voor priesters en priesterstudenten. Hier kregen ze volledig pension. Daarbij golden de kloosterregels hier niet: het betrof seculiere priesters en -studenten (De Gelderlander 31/12/1926), oftewel: ze waren niet gebonden aan een klooster.
Wel waren er in ieder geval na de oorlog vaste tijden voor gebed, stilte en maaltijden; het is aannemelijk dat deze ook vóór de oorlog hebben gegolden.
Het convict is gebouwd in opdracht van de Nederlandse bisschoppen, waarbij professor van Welie was gevraagd voor de bouw te zorgen. De oprichting was mede mogelijk door een schenking van paus Pius XI van 50.000 gulden. Het gebouw is dan ook naar hem vernoemd.
Professor Van Welie
Van Welie zal na de bouw aantreden als rector en dat nog jarenlang blijven. In 1937 viert hij zijn 25-jarig priesterfeest (De Gelderlander 1/6/1937 met foto van van Welie). En in 1952 viert hij zijn 40-jarig priesterfeest. Hij is dan de enige hoogleraar die sinds de oprichting van de R.K. Universiteit aldaar werkzaam is. Bij de receptie krijgt hij felicitaties van bekenden die hij heeft opgedaan “… in de vele jaren waarin deze Brabantse priester, zonder ooit Nijmegenaar te worden, in onze stad verblijft”. (De Gelderlander 3/6/1952)
Het Pius Convict werd ontworpen door architect van Halteren van het architectenbureau van Aalst uit ‘s-Hertogenbosch voor het huisvesten van 23 priester studenten. De studenten werden verzorgd door de zusters van de orde van de Dochteren van Maria en Jozef. Het Convict werd genoemd naar Paus Pius XI die geld ter beschikking had gesteld voor de realisatie. Rector was prof. dr. F.A.M. van Welie, Van Slichtenhorststraat 93, 16/9/1926 (Uit: Katholieke Illustratie via F9346 RAN)
De capaciteit is berekend op 23 a 25 studenten. De kapel zal voorlopig 5 altaren bevatten, welke later waarschijnlijk naar 8 vergroot zal worden. “Het groote belang van deze stichting, die prof. van Welie aan de Msb. verzocht in die liefdadigheid, maar vooral ook in het gebed van Nederland’s Katholieken aan te bevelen, valt te meer in het oog, wanneer wij weten, dat de theologische faculteit te Nijmegen slechts een klein aantal studenten telt, dat bij het einde van den loopenden cursus tot een uiterst gering cijfer inkrimpt, zoodat een toevloed van nieuwe theologische studenten noodzakelijk is, wil de faculteit niet gaan afsterven.” (Dagblad van Noord-Brabant, 17-5-1926; zij noemt overigens dat de degenen die de wetenschappelijke opleiding opvolgen “toch tegelijk priester en kloosterling blijven”) Bij aanvang zal waarschijnlijk een tiental studenten het convict gaan betrekken (De Gelderlander 11/9/1926).
Dochters van Maria en Jozef
De “Dochters van Maria en Jozef” zullen de huishouding op zich nemen. Hun woning is daarbij achter het convict gebouwd. Hierin wonen tot 1946 ook de zusters die lesgeven op de B.L.O. school in de Timorstraat. Op 2-10-1950 vertrekken de zusters.
Architect J.J. van Halteren
Het pand is ontworpen door architect J.J. van Halteren. De aanbesteding is op 27-10-1925. Daarbij is J. Hofman en C.H.M. Arts uit Nijmegen de laagste inschrijver met f 152.400, waarmee zij de opdracht tot de bouw verkrijgen (De Gelderlander 30/10/1925)
Johannes Joseph Maria van Halteren (Amsterdam, 14 april 1893 – Den Bosch, 16 maart 1973) was een Nederlands architect. Zijn vader was Jan van Halteren, een aannemer en zijn moeder Maria Otto.
Opleiding
Hij volgde zijn opleiding aan de Industrieschool in Amsterdam en daarnaast kreeg hij privé-les en volgde hij de opleiding aan de Haagssche Teekencursus voor de acte M.O. tekenen, die hij in 1920 verkreeg. Daarna ging hij onder andere werken bij de architecten Jan Stuyt, Jos. Cuypers, en P. J. Bekkers in Amsterdam. Ook was hij enige tijd werkzaam bij de Rijksdienst, afdeling Rijksgebouwen.
Vestiging in Den Bosch
In 1919 vestigde hij zich als architect te ’s-Gravenhage. Daarna associeerde hij zich in 1920 met architect W. van Aalst in ’s-Hertogenbosch. In 1925 werd deze associatie weer verbroken; het ontwerp van de Piushove is nog uit de tijd van zijn associatie.
Monumenten van van Halteren
Hij heeft verschillende grote gebouwen ontworpen, waaronder kerken, ziekenhuizen, verzorgingshuizen, onderwijsinstellingen en landhuizen. Hij was vooral actief in Noord-Brabant en Gelderland. Een aantal gebouwen zijn Rijksmonument:
In Nijmegen ontwierp hij in 1972 ook de kapel voor Huize Sint Anna (Groesbeekseweg 327)
Oorlog
In 1942 is het gebouw gevorderd door de Duitse Wehrmacht.
Na de bevrijding dient het pand in ieder geval een tijd als onderkomen voor de Staf Grensvak B van het Korps Grensbewaking. Deze zal rond augustus 1946 worden verplaatst naar de Sterreschansweg 81 (De Gelderlander 21/8/1946).
Na de oorlog
In de periode kort na oorlog waren er nog meer dan 50 bewoners. In de jaren 60 daalde het aantal priester-studenten snel en daarop werd het Pius-Convent in 1970 gesloten.
Verzorgingshuis bejaarde geestelijken
Daarop koopt de Heerlense Congregatie van de Kleine Zusters het pand en liet het verbouwen tot een verzorgingshuis voor bejaarde geestelijken.
2002 Zorggroep Zuid Gelderland
Vervolgens kocht woningcorporatie Talis het pand in 2002. Ze liet het gedeeltelijk verbouwen en verhuurde het aan ZZG Zorggroep. Het had 32 onzelfstandige woonheden, waar dementerende ouderen woonden.
Het gebouw was echter niet langer toekomstbestendig: om mensen ook in de toekomst een prettige en verantwoorde woning te bieden zou er een grote verbouwing of nieuwbouw nodig zijn. Het lukte echter niet om de plannen dusdanig financieel rond te krijgen, dat sociale huisvesting mogelijk was.
Daarop realiseerde Talis in samenwerking met de ZZG Zorggroep de vorm van kleinschalige woonzorglocaties, de laatste bewoners vertrekken in de lente van 2016. Daarbij besluit Talis het pand te verkopen: het gebouw paste in haar vorm niet meer bij de kerntaak van Talis.
2016 Claver Real Estate
In 2016 koopt Claver Real Estate het pand aan. Daarna wordt het om leegstand te voorkomen anti-kraak verhuurd.
Daarbij heeft ze plannen om het gebouw te verbouwen naar grotendeels oorspronkelijke staat en daarnaast aan de achterkant een uitbouw te plaatsen. Het moet dan plaats bieden aan 44 zelfstandige, zogenaamde “beschut-wonen” huurappartementen. Daarbij moeten er gemeenschappelijke functies als een atrium en een tuin komen. Ook krijgt het een ondergrondse parkeerkelder voor minimaal 22 parkeerplaatsen.
Claver ziet echter af van de daadwerkelijke ontwikkeling, vanwege nieuwe regelgeving over de maximale huurprijzen in de vrije sector.
Own Projects https://own-projects.nl/projecten/piushove-nijmegen/ noemt “het gewijzigde bestemmingsplan” als reden tot verkoop. Er is inderdaad sprake van een gewijzigd bestemmingsplan, welke echter in … door de gemeente is goedgekeurd…
In ieder geval verkoopt ze in oktober 2024 aan BL Huisvesting B.V. uit Gemert voor 4,5 miljoen euro.
Oktober 2024: Joie de Vivre van BL Huisvesting
Ingang Piushove (december 2024)
BL Huisvesting werkt het plan verder uit. Het project blijft deels hetzelfde: het verbouwen van het oorspronkelijke gebouw, rekening houdend met de historie. De oorspronkelijke kozijnenverdeling van rond 1930 wordt hersteld en ook de kapel blijft behouden. En ook hier wordt een uitbouw geplaatst. Ook nu komen er 44 appartementen: 28 in het hoofdgebouw en daarnaast 16 nieuw te bouwen appartementen. Met een gemeenschappelijk atrium en een gemeenschappelijke tuin. De appartementen zijn 50 tot 140 m². Daarnaast komt er een ondergrondse parkeerkelder.
De doelgroep lijkt echter een andere: 1- of 2 persoonshuishoudens van 50 jaar en ouder die luxe en comfort willen en tegelijkertijd houden van een historische locatie. En daarbij zowel stedelijkheid/levendigheid als rust willen. www.joiedevivrewonen.nl
BL Huisvesting (Bas van de Laar Huisvesting) is een bekende naam op het gebied van het verbouwen van historisch erfgoed. Op haar site laat ze de voorbeelden van het Kasteel van Gemert zien en de verbouw het klooster Nazareth, eveneens in Gemert. https://www.blhuisvesting.nl/historisch-erfgoed/
Het Priesterconvict te Nijmegen. DE PLECHTIGE INWIJDING.
Heden werd het Pius-convict te Nijmegen, bestemd voor priester-studenten, die de R. K. Universiteit bezoeken, op plechtige wijze door Z.D. H. Mgr Arn F. Diepen, Bisschop van Den Bosch, namens het geheele Nederlandsche Episcopaat plechtig ingewijd.
Na de plechtige Inzegening en H. Mis, opgedragen door Z. D. H., hield de rector, prof. dr. F. van Welie een rede, waaraan wij het volgende ontleenen:
Rede prof. Van Welie.
Het is mij een voldoening des harten, een woord van dank te spreken tot hen, die medewerkten aan het totstandkomen van deze stichting en een verzoek aan dat dankwoord toe te voegen.
Op de eerste plaats moet ik hier dank brengen aan het Doorl. Episcopaat, hetwelk mij waardig keurde, om voor zulk een doel te werken; bijzonderen dank mag ik wel brengen aan U, Monseigneur, die zelfs tijdens Uwe ziekte onverzwakt werkdadige belangstelling hebt betoond voor deze stichting en die aanstonds bereid waart in te gaan op het verzoek van Z. D. H. den Aartsbisschop om het Pius–convict in te zegenen.
Dank ook moet ik brengen aan zoovele geestelijken, kloostergemeenten en leeken, die mild hebben bijgedragen voor deze stichting.
Doch, wanneer ik hen allen nogmaals hier openlijk recht hartelijk bedank, dan mag ik toch zeker niet nalaten met name te noemen ééne persoon, wier verdiensten tegenover het Priester-convict toch niet onbekend kunnen blijven. Ik bedoel, Moeder Simplicia, hier tegenwoordig als Algemeene Overste der Dochters van Maria en Joseph. Aanvaard mijn dank, eerw. Moeder, en wanneer het U onaangenaam is deze woorden van lof te hooren, verdraag dan deze onaangenaamheid ten bate van het convict.
Vervolgens dankte spr. nog de uitvoerders van het groote werk.
„Dank voor allen – aldus spr. – die belangstelling toonden in dit werk met name voor u, die deze belangstelling toont, door hier tegenwoordig te zijn. Maar vóór allen moeten we dank brengen aan Z. H. Paus Pius XI. De financieele moeilijkheden schenen immers de stichting van een Priester-convict onmogelijk te maken, en tóén verraste ons Z. H. met een aanzienlijke gift, tóén sprak de Paus en het werk werd begonnen, alle nog bestaande moeilijkheden ten spijt. Gaarne stel ik daarom voor te zenden het volgende
Telegram aan Z.H. den Paus.
Saint Père Pie XI Palais du Vatican Rome.
Monseigneur Diepen Evêque de Boisleduc en Hollande inaugurant, au nom de1 I’Episcopat Néerlandais, Piusconvict pour Prêtres étudiants a I’Université de Nimègue exprime à Votre Sainteté profonde reconnaisance hommage filial et demande humblement avec Professeurs de I’Université et invites bénédiction apostilique pour prospérité Piusconvict.
„Maar als wij dank brengen aan de menschen, dan moeten we toch zeker onzen dank betuigen aan Hem, Die de kracht gaf al dat goede te willen en te volbrengen. U hebt dezen morgen, Monseigneur, den eenig waardigen dank aan God gebracht door het H. Misoffer en morgen wil ik dien dank herhalen, door eveneens in de kapel van dit huis God den Zoon als een offer van dankbaarheid aan God den Vader op te dragen.
„Aan dit dankwoord wil ik een verzoek toevoegen, n.l. dat Gij allen wilt bidden, opdat God Zijn rijksten zegen over dit huis doe nederdalen. Ik heb het vaste vertrouwen, dat dit gebed, wanneer het met volharding gestort wordt, zal verhoord worden, want, als ik vraag, dat Gij wilt bidden voor dit huis, bedoel ik niet op de eerste plaats de tijdelijke belangen, met name oplossing van de financieele moeilijkheden, waarin dit huis nog altijd verkeert, maar dan heb ik vooral, ja, ik zou zeggen vandaag alléén op het oog de geestelijke belangen van deze stichting, n.l. dat de priesters, die dit huis bewonen, meer en meer mogen bevestigd worden in hunne priesterlijke deugd. En speciaal mag ik dit wel verwachten van hen, die dit huis in de naaste toekomst zullen bewonen: bidt voor elkander en bidt voor mij.
En opdat ons aller gebed des te zekerder verhoord worde, wil ik nog voorstellen om daarmede te eindigen: bidden we tot God, door de voorspraak van Maria.”
De inrichting van het convict.
Het convict, gelegen aan de Van Slichtenhorststraat, in de schaduw van de St Antoniuskerk aan den Groesbeekschen weg, maakt den indruk van eenvoud en soberheid.
In strakke lijn opgetrokken zonder eenige overdaad aan siertooi, met geheel symmetrischen gevel, getuigt het geheele gebouw van rust en past het harmonisch in de deftige omgeving van het stemmige Sumatraplein.
De bouw is zoodanig uitgevoerd, dat het klooster der eerw. Zusters Dochters van Maria en Jozef, wier moederhuis in de Choorstraat tegenover de St. Jan te ‘s Bosch gevestigd is en die de zorgen voor de bewoners van het gesticht dragen, gezet is achter in den tuin en aansluit bij het convict.
Alle kamers, zit-slaapkamers of zit- en slaapkamers en bestemd voor de priesterstudenten, zijn alle gelijkvloers of op de eerste verdieping, zooveel mogelijk ontworpen aan de straatzijde.
De drie-en-twintig kamers voor de priesterstudenten liggen in beide vleugels van het gebouw, terwijl in den linkervleugel, ais afgescheiden van het overige deel van het convict, de zit-, studeer- en slaapkamer, benevens ontvangstzaal van den zeereerw. heer rector, prof dr. F. R. van Welie is ontworpen, tegelijk ligt deze rectorswoning aan den ingang, welke leidt tot het klooster der eerw. zusters. Langs den hoofdingang, even sober als de vestibule, komt men terstond in de lange hoofdgang, waaraan de verschillende kamers zijn geprojecteerd. Frissche, ruime vertrekken met centrale verwarming, electrisch licht, staan beschikbaar voor de priesterstudenten, voor wie het convict een eenvoudig ameublement beschikbaar stelt, door de studiegasten met eigen meubels aan te vullen.
Links van de gang ligt de groote eetzaal met de onmiddellijk daaraan grenzende conversatiezaal.
De eet- en recreatiezalen komen uit op den ruimen binnentuin.
Op de eerste verdieping liggen langs de straatzijden weer verschillende studeer-slaapkamers of studeer- en slaapkamers, welke laatste iets kleiner zijn dan de eerste.
Hier is ook de kapel, een intiem Godshuis van innige stemming, waarin de architect ook een wondere harmonie van kleur en constructie wist te bereiken.
In de betrekkelijk kleine kapelruimte zijn zes altaren geplaatst, waarvan een hoofdaltaar en vijf kleinere, allen in denzelfden stijl, en geplaatst in kleine spitsboog.
Voor de eerw. zusters is in dezelfde ruimte uitgevoerd een koorkapel, welke geheel vrij van af van het zusterhuis is te bereiken.
Op deze eerste verdieping zijn nog eenige gastenkamers voor den zeereerw. rector gebouwd, welke kamers zoo noodig ook disponibel gesteld kunnen worden voor oud-studenten, die het convict nog weer eens zouden willen bezoeken om oude vriendenbanden met de R. K. Universiteit weer te hernieuwen.
In het sousterrain zijn aangebracht de keuken, het waschhuis, de centrale verwarming en de provisiekelders.
Het convict kan aan drie-en-twintig priesterstudenten huisvesting verleenen en met het noodige aanpassingsvermogen zou men ook een dertigtal priesters in het huis kunnen opnemen.
Het geheel, zoo in- als uitwendig, maakt den rustigen soberen indruk van het ernstige studiehuis, waarin jonge priesterstudenten zich komen verdiepen in de theologische wetenschappen. _De opzet van het gebouw, modern, doelmatig en toch vooral sober, is van vrij strakke lijn en indrukwekkenden stijl. Het ontwerp is van den architect van Halteren, van het architectenbureau van Aalst te ’s Bosch, de uitvoerders zijn de Nijmeegsche aannemers de heeren Hofman en Arts, het schilderwerk werd uitgevoerd door den heer Willemse, de electrische aanleg door de firma Beukerink, alle in Nijmegen. De centrale verwarming is van de firma Felix Uit Amsterdam.”
(De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad, 16-9-1926)