-Hoofdingang van het Sint Dominicuscollege. Het klooster-, internaat- en scholencomplex van architect Eduard Henricus Gerardus Hubertus (Ed.) Cuypers (Roermond, 18/04/1859) – Den Haag, 01/06/1927), gebouwd 1925/1927 op landgoed ‘De Witte Poort’, werd in 1992, na het vertrek van de paters Dominicanen, afgebroken. De monumentale kapel uit 1926, eveneens van Cuypers, oorspronkelijk bedoeld om behouden te blijven binnen de nieuwe opzet van het klooster-/schoolterrein, werd uiteindelijk na de brand van 4 februari 1993 eveneens gesloopt voor de bouw van twee woningen, deel uitmakend van het door de brand aangepaste nieuwbouwplan voor vijftig eengezinswoningen en veertig appartementen in de eerste helft van de jaren negentig , Dennenstraat 135, 1926-1928 (F91480 RAN)
Eduard Cuypers ontwierp het St. Domincus-college aan de Dennenstraat, waar voorheen het landgoed De Witte Poort had gestaan. Het gebouw aan de Nieuwstraat was intussen te klein geworden.
“Het St. Dominicus-college te Neerbosch.
De bekende buitenplaats “de Witte Poort” te Neerbosch is sinds eenigen tijd afgebroken en op het uitgebreide terrein wordt volgens de plannen van den architect Ed. Cuypers een nieuw gebouw opgetrokken voor het St. Dominicus-college, ter vervanging van de gebouwen aan de Nieuwstraat, die op den duur geen voldoende ruimte bieden. Deze stichting, dienende voor de opleiding van priesters, werd ongeveer 70 jaren geleden te dezer stede op kleine schaal opgericht. Zij omvat thans een zesjarigen cursus, waarbij de eerste vier klassen parallel loopen met het Gymnasiaal onderwijs. Er zijn 13 leeraren aan verbonden en het aantal leerlingen bedraagt 1128.
Gisteren had op plechtige wijze de eerste steenlegging plaats, bestaande in het inmetselen van een gedenksteen met toepasselijke opschriften door den Provinciaal der Dominicanen, Pater B.D. van Breda, met het daarachter plaatsen van een oorkonde, in een verzegelde looden bus.
Hierna hield de Provinciaal een rede, waarop mgr. C.A. v. Son, Deken van Nijmegen, het woord voerde en de gelukwenschen uitsprak. Eveneens deed de heer W.J.H. v.d. Waarden, Wethouder van Nijmegen.
Een groot aantal geestelijke autoriteiten woonde deze plechtigheid bij, waarbij ook aanwezig waren de wethouders v.d. Waarden en Vracnken en de architect Ed. Cuypers en vele andere belangstellengden.
Aannemer van dit groote werk is de firma Berntsen en Braam, alhier.” (PGNC 21/8/1925)
Op 10 mei 1927 verhuist het college uit de binnenstad naar Neerbosch, de officiële opening vond echter pas op 16 februari 1928 plaats. (Bijschrift GN9740 RAN)
Bij de Inwijding in 1928
De officiële inwijding van de Kapel van het St. Dominicus College, Dennenstraat 135, 16-2-1928 (F14804 RAN)
“Inwijding van het St. Dominicus College te Neerbosch bij Nijmegen.
Heden werd het nieuwe St. Dominicus-College plechtig ingewijd.
Klooster en Kapel werden ingewijd door den HoogEerw. pater Provinciaal van Breda O.P., uit Huissen.
Na de kloosterwijding, werd het Allerheiligste uit de kleine hulpkapel overgebracht naar de hedenochtend op stichtend-plechtige wijze ingewijde hoofdkapel, waar om elf uur een plechtige H. Mis werd opgedragen door den HoogEerw. pater-provinciaal van Breda O.P., geassisteerd door den ZeerEerw pater P. Tummers O.P., prefect van het College als diaken van den ZeerEerw. pater A. Kramer O.P., leeraar aan het College als sub-diaken, terwijl de ZeerEerw. pater Cl(?) Kühne, directeur van het St Dominicus-College als presbyter-assistent fungeerde.
Vele belangstellengden, zoo geestelijke als wereldlijke autoriteiten, woonden de plechtigheid bij.
Na de kerkelijke plechtigheid was er om één uur officieeele receptie.
Onder de aanwezigen merkten wij dop den H.E. heek Deken van Nijmegen Mgr. C.A. van Son, de pastoor der St. Franciskusparochie Dr. Siegfried, de Rektor van het Canisius-Kollege pater V. Esser en vertegenwoordigers der Dominikaner Orde uit heel het land, uit de studiehuizen en de pastorieën, ook de Overste der duitsche paters te Venlo. Verder de twee katholieke Wethouders, de heeren Krootjes en Verheij, vele autoriteiten en belangstellenden.
De kapel maakt een grootschen indruk. Op den dag der inzegening is er een brochure verschenen van de hand des Superiors, den Z.Eerw. pater C. Kühne O.P., de ontwerper van het verluchtigingsplan dezer kapel. Wij veroorloven ons de uiterlijke beschrijving der kapel aan dit werkje te ontleenen, zich de uitvoerige en deskundige brochure zelf aan te schaffen.
Architect der kapel evenals van geheel het St. Dominicus-kollege was de heer Ed. Cuijpers.
Kunstschilder en leider der kerkverluchting de heer Walter Vits, lid der firma Dortmann und Vits te Düsseldorf.
Aangenomen en uitgevoerd werd ook de kapel door “Berntsen en Braam’s Aannemersbedrijf” te Nijmegen.
Aan de Zuid-Oostzijde van den royalen, vriendelijken binnenhof, waaromheen zich meerdere voorname deelen groepeeren van het gebouwen-complex, dat het tegenwoordige St. Dominicus-kollege te Neerbosch uitmaakt, en door verbindingsgangen daarmee en goed geheel vormend, staat de kapel.
Goed geproportionneerd in haar buiten-architectuur maakt de kapel met haar bevallig Angelustorentje boven den hoofdgevel, haar warme roode pannenbedaking niet de pretentie een zelfstandige kerk te willen zijn. Omlijst door ’t zelfde hoog opgaand geboomte van eiken en beuken, die ook de rest van ’t eigenlijk Kollege zoo schilderachtig landelijk insluiten, doet deze buiten-architektuur haar kennen als een werkelijk, hoewel zeer voornaam, onderdeel van ’t geheele gebouwencomplex, als een huiskapel, -laat het dan ook zijn een flinke- die bij den reuzenbouw van ’t St. Dominicuskollege behoort, er zich organisch bij aansluit. Haar nagenoeg eenige versiering bestaat in een hier en daar uitspringende baksteenlijst, baksteenornament of muurvlak met andere dan gewone zetting van ’t baksteenmateriaal, een enkele beeldnis, geheel in den trant der sobere versiering van ’t Kollege zelf.
De binnen-architectuur der kapel werd door den helaas te vroeg ontslapen heer E. Cuypers, architect van ’t geheele St. Dominikuscollege, vrijer behandeld. Natuurlijk waren hier andere idealen te verwezenlijken dan voor de eigenlijke onderwijsafdeeling en woningruimten. Hij zocht daarom, tenminste voor de hoofdvormen, aansluiting met den vroeg-romaanschen bouwstijl, doch met moderne opvatting van vensterstelling, pijlerbouw en gewelfkonstruktie. Verdeelde hij ’t schip der kapel over zijn breedte in drie ruimten, n.l. in een wijden middenbeuk en twee zijbeukjes; ook over haar lengte werd de kapel door hem in drieën verdeeld, zooals trouwens de buiten-architektuur met haar bedaking reeds duidelijk maakte. Aan de Zuid-Oostzijde van het schip der kapel bouwde hij een wat smaller, hoewel nog altijd royaal breed presbyterium. Het zal ons in staat stellen het heerlijke ceremonieel der Dominicaansche liturgische plechtigheden ongehinderd in volle schoonheid te laten aanschouwen. Een halfronde apsis of koorruimte, weer iets minder groot dan diameter, vormt de afsluiting der kapel naar ’t Zuid-Oosten. Over ’t middenschip waar de studenten hun kniel- en zitplaats hebben, buigt zich met stoute spanning een tongewelf, een ander van wat minder wijdte overhuift de altaarruimte, een fraaie concha of schelp de koorafdeeling der paters. De zijbeukjes, door de breede archivolten, die pijlers en pilasters verbinden, weer in drieën verdeeld, werden overspannen met romaansche kruisgewelven.
Na de inzegening van kapel en huis door den HoogEerw. pater Provinciaal B.P.(?) van Breda, werd de plechtige Hoogmis met assistentie als boven vermeld, met al den rijkdom der Dominicaansche liturgie opgdragen. Een plechtig Te Deum besloot de plechtigheid, waarna voor het eerst den zegen met het Allerheiligste door den H.E. pater Provinciaal in deze kapel gegeven werd.” (De Gelderlander 16/2/1928)
Uitbreiding 1953
In ieder geval vindt in 1953 uitbreiding plaats van het Sint Dominicuscollege. De architecten waren De Groot en Van Geijn van het architectenbureau Ed. Cuypers. De inrichting van de nieuwbouw vond plaats na advies van de heer Slee van de kunstacademie. De 26 glas-in-loodramen waren gemaakt door Lambert Simon (bijschrift foto GN9758 RAN)
Vervolg
Tot in de jaren 70 was het College een kostschool voor jongens die opgeleid werden tot een geestelijk ambt. Meisjes werden in 1967 voor het eerst toegelaten.
In 1992 werd het gebouw gesloopt. (Bijschrift F16097 RAN)
Vroeger Kofa , in augustus 2023 Nelson en Rituals Architect van Veen 1952 1954
Kofa-Miltenburg herbouwde ongeveer op dezelfde plaats in de Broerstraat, waar het oude bedrijf had gezeten welke tijdens het bombardement van 1944 was verwoest. Architect van Veen ontwierp het pand met een sobere voorgevel en diepe en lichte etalages.
Vooraf: verhuizing Broerstraat en verwoesting in 1944
Het getroffen pand van Miltenburg (Kofa) de nrs. 50 tot 54, aan de Broerstraat, maart 1944 (GN3820 RAN)
In 1933 had Kofa de 2 zaken samengetrokken op de Broerstraat.
“DE KOFA-MAGAZIJNEN.
In aansluiting op ons bericht van gisteren kunnen wij nog melden, dat de Kofa-magazijnen volledig geconcentreerd zullen worden in het groote pand, waarin thans de zaak in de Broerstraat gevestigd is. 15 Maart a.s. heeft de volledige samenvoeging van de Kofa-zaken der firma Miltenburg In het perceel Broerstraat plaats. In het nummer van hedenavond kondigt Kofa de groote balans-uitverkoop aan, waarnaar wij onze lezers extra verwijzen.” (PGNC, 14-1-1933) In haar oude pand van Molenstraat 70 komt het dames-modemagazijn van J.A. Hattink. (PGNC, 13-01-1933)
De andere winkel van Miltenburg zat op de Houtstraat 15. In ieder geval heeft het heerenmodemagazijn “Kofa”, van den heer H.C.A. Miltenburg in februari 1931 grote waterschade vanwege een brand op de 2e etage bij de familie van Aalten. (PGNC 28/2/1931) Of deze winkel vrijwel meteen naar de Broerstraat is verhuisd, of dat de twee winkels min of meer tegelijkertijd zijn verhuisd, is nog niet bekend.
Advertentie overplaatsing Kofa Miltenburg naar de Broerstraat (PGNC, 24-3-1933)
De winkel van Kofa Miltenburg werd op Broersstraat 50 -54 werd tijdens het bombardement van februari 1944 verwoest.
In de Betouwstraat 52 werd een tijdelijke winkel geopend.
Bij de opening
De Gelderlanders schrijft bij de opening in november 1952:
“Bijna gouden Miltenburg terug in de Broerstraat
Toen Herman Miltenburg in 1903 de zaak van Altstadt in de Houtstraat kocht, heeft hij niet kunnen dromen, dat het door hem gestichte bedrijf een vlucht zou nemen als desondanks het geval is geweest. Morgen- bijna vijftig jaar later- openen zijn zonen, die intussen een familie-N.V. gesticht hebben, in de Broerstraat een winkelpand, dat een belangrijke aanwinst voor de stad genoemd mag worden. Kofa-Miltenburg herbouwde ongeveer op dezelfde plaats, waar het bedrijf op die zwarte 22e Februari 1944 des middags in een ruïne herschapen werd. Acht en half jaar nadien staat er de nieuwbouw, fors, modern, maar net niet té streng zakelijk.
N.V. Manufacturenhandel v/h H. Miltenburg Dir. H.H.S. Miltenburg, Borneostraat 22… Herbouw van een bedrijfsruimte aan de Broerstraat, project 444, April 1951, Achitectenbureau G. van Veen en W. Braam (D12.413512)
Architect van Veen ontwierp het pand, een sobere voorgevel, diepe en lichte etalages, een prachtige serie verkoopruimtes, kantoren en magazijnen en… expansiemogelijkheden. Berntsen en Braam realiseerden die plannen, en, voor zover ons lekenoog daarover oordelen kan, op de bedende degelijke manier. Voor de indeling van de verkoopruimtes werd advies gevraagd aan architect Vermolen en de Haagse firma Ratté droeg er zorg voor dat die adviezen werkelijkheid werden. Door al deze samenwerking werd Nijmegen een grootbedrijf rijker, dat er in alle opzichten zijn mag. In het royale souterrain werd de afdeling tapijten en zeilen ondergebracht, benevens de aanverwante artikelen. Alles is even overzichtelijk en dat vergemakkelijkt het kopen.
Kunstmatig daglicht zorgt er voor dat de koper zich niet in de kleur vergissen kan en datzelfde is ook het geval op de parterre, waar de manufacturen zijn ondergebracht. Toonbanken kent Miltenburg niet meer, slechts toontafels. Alle vakken zijn zo ingericht, dat de klant in een oogopslag zien kan wat er voor keus is en zij (of hij) het slechts voor het aanwijzen heeft. Heel de winkelinventaris is mobiel en kan dus geranschikt worden naar behoefte. Een speciale afdeling echter is ingericht voor corsetten en wat dies meer zij en voor het babygoed.
De heren-afdeling is (de praktijk ried dat aan) vlak bij de deur. Op de 1e etage zijn aan de achterzijde de kantoren- glazen wanden- en aan de straatkant is de zeer licht en ruime afdeling voor bedden en kleinmeubelen. Daarboven is dan nog een behoorlijke portie bedrijfsruimte.
Op de dag precies acht jaar na de ramp werd de eerste steen gemetseld in de funderingen. Aan de vooravond van het gouden feest begint Kofa-Miltenburg opnieuw. Opnieuw? Neen, het bedrijf bouwt voort op een traditie en een goodwill, waarvan wijlen Herman Miltenburg de grondlegger is geweest, een goodwill, die een halve eeuw gehandhaafd bleef. Het moge nog lang zo zijn.” (De Gelderlander 20/11/1952)
Het tot nu toe gevonden werk van architect G. van Veen bestaat vooral uit winkels uit de wederopbouwperiode en daarnaast uit kerkelijke instelingen (kerken, scholen) uit vooral de jaren 50.
Vervolg
Een pagina grote advertentie kondigt de opening van de Gruyter aan, Nijmeegsch dagblad 13-11-1958
In 1958 “vermoedelijk in de zomer” wordt Kofa Miltenburg opgeheven. In mei is bekend dat de Gruyter, die op dat moment op nummer 62 haar winkel heeft, naar dit pand zal verhuizen (Nijmeegsch Dagblad, 3-5-1958). Op 14 november opent ze haar winkel.
De Gruyter verlaat op 29-3-1975 dit pand (zie het plakkaat op foto F15255 RAN)
In 1903 laten de eigenaressen Delgijer en van Swelm hun café-restaurant “Buitenlust” herbouwen tot Hotel-pension met café “Buitenlust”. Architect Hoffmann ontwerpt een gebouw, dat “met zijn overhangende daken, balkons op alle verdiepingen en ruime veranda enigzins denken aan een groot Zwitsers chalet”.
De tot nu eerstgevonden advertentie, van voor de verbouwing, is uit juni 1901, waarbij de Fanfare “Ons Genoegen” Hees en Neerborsch een concert zal geven. De ondertekening is met Delgijer van Swelm. Ook in juli zal de fanfare optreden. (PGNC 23/6/1901 en PGNC 17/7/1901)
Ook in 1902 vinden er concerten plaats, nu zijn er 2 aankondigingen gevonden van de Muziekvereniging uit Kleef, onder leiding van de heer L. Haase/Haaze (De Gelderlander 14/6/1902, PGNC 16/8/1902)
PGNC 18/5/1902
In januari 1903 is begonnen met de afbraak: “Afbraak te koop van het Café “Buitenlust” te Hees”. Dan zijn er roode pannen, ramen, deuren, enz. te koop (De Gelderlander 11/1/1903)
Bij de opening in 1903
Advertentie Buitenlust (PGNC 19/5/1907)
De Gelderlander bij de opening in juni 1903:
“Hotel-Pension “Buitenlust”.
Verheugt onze stad zich in toenemende uitbreiding, ook de omliggende dorpen deelen in de vooruitgang. Inzonderheid het vreemdelingenbezoek komt aan Nijmegens omgeving ten goede. Telkens ziet men dan ook nieuwe hotels en pensions verrijzen tot herberging dergenen, die in den zomertijd eenige weeken of maanden in deze mooie en gezonde streek willen doorbrengen.
Zoo is thans te Hees het van ouds bekende café “Buitenluist” herschapen in een kapitaal hotel-pension met café, dat door zijn sierlijk uiterlijk een wezenlijk sieraad vormt voor het fraaie dorp.
De bouwkundige W. Hoffmann alhier, die het ontwerp leverde en de aannemer, de heer A. Hendriks, die het uitvoerde, hebben beiden eer van hun werk. Het levendig, opgewekt, in modernen bouwtrant opgetrokken gebouw doet met zijn overhangende daken, balkons op alle verdiepingen en ruime veranda eenigszins denken aan een groot Zwitsersch chalet en ziet er aan alle zuiden even uitlokkend uit.
De inwendige inrichting is nog niet volkomen gereed, maar de ondernemende eigenaressen, de dames Delgijer en Van Swelms, stellen zich voor de zalen en kamers keurig te meubelen. Wat er gereed is, toont dat zij voor geen moeite of opofferingen terugschrikken om haar inrichting volkomen aan de strengste eischen te doen beantwoorden. De ruime koffiekamer, die met drie openschuivende deuren toegang geeft tot den grooten speeltuin, is reeds geheel in orde. Een mooi groot buffet, biljart, spiegels, gekleurde vensters enz. geven ze een heel vrolijk aanzien.
Wij twijfelen niet of hedenavond, als wanneer het vernieuwde “Buitenlust” voor de bezoekers geopend wordt, zullen velen daar eens een kijkje willen nemen of er anders morgen eens heen wandelen. Te meer daar de consumptie van ouds een goeden naam heeft.
Voor gezinnen met kinderen is de speeltuin, voorzien van schommel, wip, draaimolen, turnwerktuigen enz., een hoogst aangename ontspanningsplaats. Het moet op zomersche achtermiddagen heelijk zijn daar ‘en famille’ thee te drinken.
Maar niet alleen voor bewoners van Hees en Nijmegen zal “Buitenlust” voortaan een groote aantrekkelijkheid vormen, ook aan vreemde bezoekers zal het er niet ontbreken. Veertien ruime kamers, meest op balkons uitkomende, geven gelegenheid een respectabel aantal logé’s te bergen; de groote zaal beneden is hoogst gezellig voor de gezamenlijke maaltijden; van uit de breede hooge ramen heeft men er van alle zijden een verrukkelijk gezicht.
Verder is het hotel voorzien van alle gemakken, als badkamer, nieuwe closetinrichtingen, telephoon enz., zoodat men er de genoegens van het buitenleven vereenigd vindt met het gerief van de stad.
Bij de toeneming van het vreemdelingenbezoek in onze omstreken twijfelen wij niet of het nieuwe hotel-pension “Buitenlust” zal steeds logé’s in overvloed hebben.” (De Gelderlander 7/6/1903)
Architect Hoffmann is vooral bekend vanwege zijn villa’s. Zijn grootste werk is mogelijk ’t Slotje van de Baron. Ook de…
Kermis
Kermis in hotel Buitenlust met Bal champêtre (PGNC 19/8/1906)
In september 1903 is er nog een Soirée Literaire. (PGNC 10/9/1903)
Naast locatie voor aanbestedingen en veilingen, -maar vooralsnog niet van concerten- wordt er in ieder geval jaarlijks een bericht gevonden over de kermis van Hees. Buitenlust lijkt daarbij samen met Hotel Heeslust de voornaamste plaatsen zijn, vooral vanwege haar tuin: Buitenlust houdt die jaren een “bal champêtre” op de maandagen en dinsdagen, oftewel een dansfeest in de openlucht.
In ieder geval zijn de jaren 1907, 1908, 1911 en 1912 gevonden, maar waarschijnlijk betreft het alle jaren (PGNC 19/8/1907, PGNC 16/8/1908, PGNC 20/8/1911, PGNC 18/8/1912).
Waarbij er ’s zondags er een concert is (PGNC 16/8/1908, PGNC 20/8/1911, PGNC 18/8/1912
Ook vinden we in die jaren “de bekende firma Koppen” met haar poffertjestent. (PGNC 16/8/1908, PGNC 20/8/1909, PGNC 20/8/1911)
Helaas vindt in 1919 tijdens de kermis een dodelijke steekpartij plaats (PGNC 20/8/1919)
Gevonden Adressen
In 1903, 1905 (dan nog geen adres gevonden), 1907 (dat jaar alleen “Hotel en Pension “Buitenlust” gevonden), 1908, 1909 als Hotel en Pension Buitenlust van H.E. Delgijer op Dorpstraat 181. Opvallend daarbij is, dat de advertenties worden ondertekend met Delgijer van Swelm en in het Adresboek H.E. Delgijer staat vermeld.
In het Adresboek 1910-1911 is het Dorpstraat 71 geworden.
In de Adresboeken 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915 is het Hotel “Buitenlust”, Delgijer v. Swelm.
In 1915-1916, 1916 Hotel “Buitenlust”, Brouwer.
Verbouwing 1920
Hotel “Buitenlust”, foto gedateerd 1920 (RAN F33232)
In 1920 vindt een verbouwing plaats “van een woning voor den Heer P.A. Offerman”, zie D12.386283. Het lijkt daarbij vooral een interne verbouwing te betreffen, waarbij de zaal is omgebouwd tot woning.
De bovenstaande foto is waarschijnlijk vóór deze verbouwing genomen: op de foto staat de serre nog doorgetrokken, terwijl bij de verbouwing een nieuwe ingang is gemaakt.
Verkoop 1929
Aankondiging veiling Villa Buitenlust (PGNC 15/6/1929 geknipt, deel 1)
Aankondiging veiling Villa Buitenlust (PGNC 15/6/1929 geknipt, deel 2)
Aankondiging veiling Villa Buitenlust (PGNC 15/6/1929 geknipt, deel 3)
in juni 1929 staat de veiling van de Villa Buitenlust aangekondigd. Dan heeft het de adressen Dorpstraat 73 en 75. (PGNC 15/6/1929) De koper is L.J.F. v. Sambeek uit St. Anthonis voor een bedrag van f15.100. (PGNC 12/7/1929)
Mogelijk is het toeval, maar rond dezelfde tijd vindt ook de veiling van 3 middenstandwoningen nummers 67, 69 en 71 plaats. (PGNC 29/6/1929)
Oorlog
In de oorlog zaten 4 mannen ondergedoken om te ontkomen aan de Arbeitseinsatz: Henk en Albert Peters, Toon Engelaar en Jan Abbing. Daarvoor hadden ze een afgescheiden gedeelte gemaakt (Hees bij Nijmegen, met foto’s en verhaal).
Op 19 april 1945 wordt de dochter van H. Peters en J. Peters-van Sambeek geboren (De Gelderlander 21/4/1945).
Parkdwarsstraat 20 en 22, maart 2025 (Google Streetview)
De twee paardenhoofden en de koets op Parkdwarsstraat 20-22 waren aanleiding om eens te onderzoeken wat de functie van dit gebouw is geweest. Kort antwoord: Ja, er heeft voor de oorlog een koetsier op nummer 22 gezeten. Echter: deze beelden lijken pas ná de Tweede Wereldoorlog opgehangen.
Paardenhoofden Parkdwarsstraat 20 en 22, maart 2025 (Google Streetview)
Koets Parkdwarsstraat 20 en 22, maart 2025 (Google Streetview)
Aan de gevel prijken 2 paardenhoofden en boven de bedrijfsingang een koets.
De door het bombardement van 22 februari 1944 zwaar getroffen Parkdwarsstraat nadat het puin geruimd is, 22/2/1944-1/4/1944 (F87364 RAN)
Detail F87364 RAN
In 1944 lijken deze paardenhoofden en de koets er in ieder geval niet te hangen.
Wel komen deze beelden in ieder geval voor op een foto uit 1991 F30231 RAN. Dan zijn de panden nog niet gepleisterd en is ook het beeld van de koets gekleurd.
Rob Esser op Noviomagus.nl merkt op dat er in de loop der tijd sprake is geweest van hernummeringen: “In de periode 1896-1910 had het pand huisnummer 14-16. In het adresboek van 1910-1911 staat nummer 14 vermeld als koetshuis. In de periode 1912-1918 staat nummer 20 in de adresboeken vermeld als Koetshuis. In het adresboek van 1920 is dat vervangen door Bergplaats.”
Hieronder zijn de tot nu toe gevonden gebruikers van Parkwarsstraat 22 weergegeven; van Parkdwarsstraat 20 zijn op dit moment nog geen gegevens gevonden. In ieder geval hebben op nummer 22 (en het oude adres 16) – waarschijnlijk- een voerman en koetsiers gewoond. En daarbij: De nummers 20 en 22 hoeven niet noodzakelijkerwijs dezelfde gebruiker te hebben: het woongedeelte en het bedrijfsgedeelte kunnen bijvoorbeeld afzonderlijk verhuurd zijn geweest.
Overigens hoeft dit gebruik nog steeds de aanwezigheid van de paardenkoppen en de koets niet te verklaren: iemand kan ze van een ander adres hebben vervangen. Zo lijken er bij een eerste blik ook op andere adressen van de Parkdwarsstraat koetsiers/slepers/voermannen te hebben gewoond. Of iemand vond het gewoon een mooie versiering.
Parkdwarsstraat 22
Woonkaart 1920 Parkdwarsstraat 22
Parkdwarsstraat 16
Naam
Beroep
Adresboek
Opmerking
Th. Kluis
Voerman
1896
G.M.Th. Hermsen
Timmerman
1899, 1901, 1902
W.A. Witkamp
Metselaar
1902
F.P.J. Kwakkernaat
Machinist
1902
J. v. Leth
1903, 1905, 1907
M. de Bruijn
Magazijnknecht
1909
M. de Bruijn
Koetsier
1910-1911, 1912-1913
Zoals Rob Essers aangeeft, heeft er in/rond 1910 een hernummering plaats gevonden waarbij het oude huisnummer 16 vervangen is door het (huidige) nummer 22. Wanneer dat precies het geval is geweest, weet ik niet. Ook de adresboeken bieden vooralsnog geen duidelijke uitkomst: mogelijk had de koetsier M. de Bruijn het “nieuwe” huisnummer 16, ook al komt een M. de Bruijn ook in 1909 voor.
Aan de andere kant -zie hieronder- lijkt Hoogenboom zowel voor- als na 1910 voor te komen op nummer 22.
Parkdwarsstraat 22
Advertentie Koetspaard van E. Kool, Parkdwarsstraat 22 (De Gelderlander 4/11/1913)
Naam
Beroep
Adresboek
J. Hoogenboom
Timmerman
1908, 1909
H. Hoogenboom
Timmerman
1910-1911, 1912, 1912-1913
Dezelfde als in 1909 nummer 7?
J. Hoogenboom
Timmerman
22 c: 1910-1911, 1912, 1912-1913
Dezelfde als hierboven?
Th.H. Emmerik
Timmerman
1909 (a!), 1910-1911
P.H. Verbeeten
Kleermaker
1908, 1909
H. Rietbergen
Geb. E.C. Muskens
22a: 1912-1913
E. Kool
Koetsier
1913-1914
H. Knoops
steenhouwer
1914-1915
J.P. Raijmann
In 1920 (indien dezelfde): huisschilder
1915-1916, 1916, 1920, 1926
J.G. Raijmann
Machinist
1920
H.J. van Kooi
Glasblazer
1928
J.W. van Kooi
Fabrieksarbeider
1928
L.H. van Kooi
Schilder
1928
Mej. M.J.W. v. Kooi
Fabrieksarbeider
1928
W. v. Kooi
Koopman
1928
L.J. v. Echteld
Opperman
1932, 1934, 1936, 1940
Th. v. Rossum
Rev. Banksteller. Rond 1 oktober 1932, hij is afkomstig uit Zutphun
PGNC 1/10/1932
H.W. Herr
Contr. Heck; Hij is in september 1933 hier gevestigd en dan afkomstig uit Arnhem
Deze pagina verzamelt reeds verschenen artikelen over de Prinsenlaan.
De naam Prinsenlaan
Op 5 maart 1904 stelt de Gemeenteraad een aantal straatnamen vast, waaronder de Prinsenlaan.
Het voorstel van B. en W. was om de laan Prinselaan te noemen. “De heer Pierson vraagt of bij de benoeming van Prinselaan aan een bepaalden prins gedacht is, of dat het de bedoeling is in het algemeen de laan te noemen Prinsenlaan, gelijk elders de Prinsengracht, maar dan zal er een n ingevoegde moeten worden.
De Voorzitter zegt, dat dit laatste de bedoeling is, dus zal gelezen moeten worden Prinsenlaan.” (PGNC 8/3/1904) In deze vergadering worden meerdere namen vastgesteld, waaronder de Emmalaan, Willemsweg en Marialaan. Emma is vernoemd naar regentes Emma; maar tot nu toe is niet duidelijk om welke Willem en in mindere mate om welke Maria het gaat.
In Nijmegen is Jan Dullaart waarschijnlijk het meest bekend door het ontwerp van de Spoorbuurt. Hij lijkt echter vooral regionale bekendheid te hebben in Hilversum/’t Gooi vanwege zijn ontwerp van landhuizen en villa’s aldaar. Ook in Nijmegen ontwierp hij in ieder geval 1 villa: die aan Prinsenlaan 26.
Prinsenlaan 1 en Tweede Oude Heselaan 482 en 484 Bouw van 3 woningen Architect van der Kloot De architect van deze woningen is Arie van der Kloot. Lees hier meer over deze architect: Prinsenlaan 1 De volgende gebruikers zijn gevonden: Naam Omschrijving Adresboek Opmerking Wed. T. Lenting Geb. Schikkema 1938, 1940 In februari 1937 vanuit…
Pascal koopt van Verdonck in 1904 twee stukken grond aan de Voorstadslaan. Hij laat daarop een villa ontwerpen door de architect Hoffmann: Villa Rica. het gebouw stamt uit 1904.
Prinsenlaan 3-5: Ontwerp voor een dubbel klein Landhuis aan de Prinselaan te Nijmegen voor rekening van de Firma A. v. Berkel N.Nonnendaalsche Weg 161, A. v.d. Kloot Architect, behoort bij bouwaanvraag 2-8-1928 (D12.393295)
Het dubbel klein Landhuis is ontworpen door architect A. van der Kloot. Lees hier meer over deze architect:
Arie van der Kloot was een architect die vooral in Nijmegen actief is geweest, van 1925 tot 1964. Waarschijnlijk is zijn grootste project de Sterflat op de Hatertse Hei, in 1958 het hoogste woongebouw van Nijmegen. Hij lijkt de eerste jaren van zijn carrière -jaren 20 en 30- vooral actief te zijn geweest als ontwerper…
Prinsenlaan 20 – 22
Ontwerp voor een Dubbele Woning te Nijmegen, Afoort, October 1927. De handtekening van de architect is moeilijk leesbaar, mogelijk betreft het H.A. Pothoven (D12.392013)
C.N. Sipman en M.G. Visser staan als aanvrager op de bouwtekening. Bovendien ze als aanvrager voor de bouwvergunning (Gemeenteverslag 1927)
C.N. Sipman woont in ieder geval in 1968 nog op nummer 20. Op Prinsenlaan 26 woont H. Sipman: of en zo ja, welke familieband er is, is nog niet bekend.
In de Adresboeken 1928, 1932, 1934 is hij boekhouder. In 1936, 1938, 1940 procuratiehouder.
Ook komt J.F. Sieben voor in 1938 en in 1940 zijn weduwe, geboren Zwart.h
In 1955 is C.N. Sipman adj. Directeur. Dat jaar komt ook mej. D.W. Sipman, ass. Dokter en J.F. Sipman, monteur voor.
In 1963, 1966 en 1968 komt C.N. Sipman voor, die in 1968 nog adj. directeur is.
In Nijmegen is Jan Dullaart waarschijnlijk het meest bekend door het ontwerp van de Spoorbuurt. Hij lijkt echter vooral regionale bekendheid te hebben in Hilversum/’t Gooi vanwege zijn ontwerp van landhuizen en villa’s aldaar. Ook in Nijmegen ontwierp hij in ieder geval 1 villa: die aan Prinsenlaan 26.
Dullaart was tevens aanwezig bij de oprichtingsvergadering van de Gemeenschap (Zie ook het boek De Gemeenschap 1920-2019. Gezichtsbepalende woningbouw in Nijmegen, van Spoorbuurt naar Nijmegen-Noord van D. Jacobs uit 2020.
Omdat de Gemeenschap een woningbouwvereniging voor en door het spoorpersoneel was, zal het geen toeval zijn dat de bewoner H. Sipman ambtenaar bij de N.S. is. Ik heb overigens tot nu toe echter nog niet gevonden of Sipman zelf een rol had bij deze vereniging.
Stijl
Wikipedia schrijft over de stijl van de landuizen: “Deze huizen zijn meestal een combinatie van Amsterdamse School en Engelse landschapsstijl met vakkundig vormgegeven detaillering en materiaalgebruik en vaak het gebruik van rietgekapte daken. Hun daken zijn vaak grillig van vorm en glooiend vormgegeven.”
Gevonden bewoners: H. Sipman
Prinsenlaan 26: Klein Landhuis te Nijmegen, architect Jan Dullaart, Hilversum, juli 1923 (D12.388097)
Als eerste bewoner is H. Sipman gevonden. Het is nog niet bekend of hij ook de daadwerkelijke opdrachtgever is. Wat de relatie precies is geweest, maar het zal niet toevallig zijn geweest, dat Sipman werkzaam is bij de N.S..
H. Sipman, ambtenaar N.S. komt op Prinsenlaan 26 voor in de Adresboeken 1924, 1926, 1928
In de Adresboeken 1932, 1934, 1936, 1938, 1940 is hij “chef-commies N. Sp.”
Ook in 1948, 1951, 1955, 1959 woont H. Sipman er nog, dan is er echter geen beroep vermeld.
In 1951 staat ook P. Stol, onderwijzer vermeld.
In 1963 staat mw. M. van den Berg, onderwijzeres op dit adres en in de Adresboeken 1966, 1968, 1971 arts H. Wernik.
Jan Dullaart
Jan Dullaart (Linschoten, 26 november 1891 – Hilversum 7 juni 1957)
Er is al veel geschreven over het werk van Dullaart in Hilversum, waar al een aantal mooie sites over bestaan. Zie daarvoor vooral de gebruikte bronnen.
Dullaart volgde van 1906-1909 tekenlessen aan de vaktekenschool in Woerden. “Aanvankelijk werkte hij samen met deze broer en later als opzichter tekenaar bij verschillende architecten en aannemers, waaronder de oude Brinkman in Rotterdam. “ (https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/976) Het is nog niet bekend met welke jaren het “aanvankelijk” is bedoeld.
Op 13 januari 1912 gaat hij in Amsterdam wonen. Hij is dan afkomstig uit Linschoten en zijn beroep is “timmerman”. Aanvankelijk woont hij in bij Baas, A.F. Rustenburgstraat 266 en vanaf 10 mei bij Weduwe Welckey (?), Ger. Doustraat 3 c II. Op 26 mei 1914 vertrekt hij naar Nijmegen. (Stadsarchief Amsterdam te Amsterdam, Deel: 156, Periode: 1930, Amsterdam, archief 5416, inventarisnummer 156 https://www.openarchieven.nl/saa:b0846c0d-6eaf-4ad8-9967-63bbc46badbc)
Nijmeegse jaren
Ook voor de Gemeenschap blijkt hij al bekend te zijn met Nijmegen: hij heeft er zelfs een aantal jaren daarvoor gewoond. Helaas is nog niet bekend waar hij zijn functie als “bouwkundige” heeft uitgevoerd. In ieder geval heb ik nog geen vermeldingen in kranten van hem gevonden; mogelijk/waarschijnlijk werkte hij op dat moment nog niet zelfstandig.
Van 26 mei 1914 tot en met 9 maart 1916 woont hij in Nijmegen, op Parkweg 76. Van beroep is hij bouwkundige. Hij is dan afkomstig uit Amsterdam en bij “waarheen vertrokken” staat slechts “ambtshalve”. Met onder aanmerkingen: “16 feb. 17 duplicaat afgegeven op Hilversum, Asterstr. 44”. (Bevolkingsregister 1910). https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2311704956&nav_id=1-1&index=0. In het Adresboek 1914-1915 komt P. en J. Dullaart voor op 76, evenals B. v. der Mee. Ook komt J. Dullaart op nummer 76 in een ander Adresboek 1914-1915 en tevens 1915-1916.
In 1914 slaagt hij voor het examen Boekhouden en Handelscorrespondentie voor de praktijk. Dan is hij “van Nijmegen”. (De courant, 7-12-1914)
Architectura et Amicitia
In 1916 werd hij lid van het architectengenootschap Architectura et Amicitia waar hij in contact kwam met de jonge generatie architecten van de Amsterdamse School. (https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/976)
In november 1917 wordt Dullaart, bouwkundig tekenaar te Hilversum, voorgesteld als een van de “Gewone Leden voorgesteld de navolgende Buitenleden” (Architectura; orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia, jrg 25, 1917, no. 47, 24-11-1917)
Raadhuis Linschoten
In 1917 krijgt hij opdracht tot het ontwerpen van een nieuw gemeentehuis in zijn geboorteplaats, waar hij ook de regie voerde over de bouw. “ Enige jaren daarna vestigde hij zich in Hilversum, waar hij een kantoor opende aan de Javalaan.” (wikipedia)
Heerlen
Advertentie Jan Dullaart in Heerlen (Limburgsch dagblad, 23-8-1919)
In ieder geval is Dullaart eind december 1918 gevestigd in Heerlen, waarbij hij een nieuwsjaarsgroet doet. Zijn adres is dan Oranje Nassaustraat 20 (Limburgsch dagblad, 31-12-1918). Rond 1919 verschillende advertenties van de architect Jan Dullaart.
Het is nog onbekend of de vestiging in Heerlen op dat moment zijn enige vestiging was of dat hij besloten had in Limburg alleen te adverteren met zijn kantoor in Heerlen. In mei 1920 is er wel een advertentie gevonden, waarbij “Architect en Ingenieursbureau Jan Dullaart” zowel een adres in Hilversum als Heerlen heeft. (Limburgsch dagblad, 22-5-1920)
In 1919 is hij lid van de commissie voor de étalageversiering ter ere van het “groote Nationale Feest”: Koninginnedag 1919, welke op 31 augustus zal plaatsvinden, het eerste sinds 1913. (Limburger koerier, 23-8-1919)
“In Heerlen wordt overigens nog steeds een door hem ontworpen huis door familie bewoond. Ondanks dat hij zo veel en zo hard werkt, heeft hij altijd tijd voor zijn kinderen, hij is een uiterst aardige en aimabele man, gedreven en eigenwijs, maar ook lief en zorgzaam.” (steengoedhilversum).
Advertentie Jan Dullaart in Hilversum en Heerlen (Limburgsch dagblad, 22-5-1920)
Woningcomplexen
Zoals gezegd lijkt Dullaart vooral bekendheid te genieten als ontwerper van villa’s en landhuizen. Een van de vragen waarom dit artikel is geschreven, was waarom juist een Hilversumse architect voor de bouw van de Spoorbuurt werd gekozen.
Dé reden is nog niet gevonden. Wel is opvallend dat Dullaart al aanwezig is bij de oprichtingsvergadering van de Gemeenschap. Het is niet vreemd dat een architect betrokken is bij de oprichting (al was het alleen maar dat er immers woningen gebouwd moeten worden). Wel lijkt het dat door de aanwezigheid bij de oprichtingsvergadering er al een connectie bestond van vóór de oprichting. We hebben al gezien dat Dullaart een aantal in Nijmegen actief was geweest als “bouwkundige”, dus mogelijk kenden mensen hem nog.
Dullaart zou sowieso nog een aantal andere woningbouwcomplexen ontwerpen. Waaronder de Middenstandsbouwvereeniging van Heerlen en van Woerden: beiden in 1920. Daarbij speelde Dullaart in beide gevallen een rol in de oprichting; in ieder geval daarna realiseerde hij ook nog een aantal woningbouwcomplexen:
In februari 1920 is hij een van de oprichters van de “Middenstandsbouwvereeniging te Heerlen”: Dullaart wordt secretaris van het voorlopig bestuur. Het doel van de vereniging is het “met behulp van Rijk en Gemeente, het doen bouwen van goed inrichte Midddenstandswoningen, op nader door B. en W. aan te wijzen bouwplaatsen.” (Limburgsch dagblad, 23-2-1920)
In juni 1920 wordt de “Middenstandsbouwvereeniging Woerden” opgericht. Het doel is te komen tot de bouw van een 25-tal woningen. “Verschillende tecchnische punten werden uitgevoerig toegelicht door den architect Jan Dullaart, uit Hilversum. (Utrechtsche courant, 15-6-1920)
Rond 16 september (“vanmorgen” 1925 vindt de eerstesteenlegging plaats van de “Eendracht”: een complex van 253 woningen aan de Van Duylstraat in Rotterdam van 253 woningen. De Eendracht is een bouwvereniging van spoorwegpersoneel. (Rotterdamsch nieuwsblad, 16-9-1925)
Het 6e complex van de Utrechtsche Woningstichting: blok van 67 woningen aan de Noordzeestraat, Grevelingestraat, Dongestraat en Walstraat. Het stichting heeft dan al 5 complexen in de omgeving van de Rijnstraat. Op 27 januari 1931 zal de aanbesteding plaats vinden. (De standaard,23-1-1931) De aanbesteding wordt gegund aan de aannemers H.D. Slagmolen en A. van Rossum te Utrecht voor f189.950. (Het bouwbedrijf; maandblad voor bouwkunde, techniek en handel, jrg 8, 1931, no. 8, 3-4-1931)
Gooisch Grondbezit
In 1928 richt hij samen met E.G. van der Smit, een makelaar uit Hilversum, het “Gooisch Grondbezit” te Hilversum. (Algemeen Handelsblad, 30-3-1928) https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/976: “Samen met zijn zwager, E.G. van der Smit ontwikkelde Dullaart verschillende huizenprojecten, onder meer in Hilversum. Ook richtten zij de nv Gooisch Grondbezit op. Van der Smit trad op als assuradeur, makelaar en geldschieter; Dullaart als architect. Zo verzekerde hij zich op een handige manier van werk.”
Oorlog
In de Tweede Wereldoorlog wordt de woning aan de Trompenbergerweg gevorderd door Generaal Blaskowitz van de Wehrmacht. Het gezin vertrekt dan naar Javalaan 13, waar hij eerder kantoor hield in de tuin. Ze zullen daar tot einde van de oorlog blijven wonen.
Witte Kruis
Een andere organisatie waarvoor Dullaart actief is geweest, is het Witte Kruis. Een aantal werken staan hieronder weergegeven.
In november 1941 wordt Dullaart tot hoofdbestuurslid van de Noordhollandsche Vereeniging “Het Witte Kruis” (Haarlem’s Dagblad , 8-11-1941)
Na de Tweede Wereldoorlog
Ook werkte Dullaart aan de wederopbouw. Hij ontwierp onder andere gezinswoningen aan de Moerbeilaan in Hilversum in 1950 en 1951, het Witte-Kruisgebouw te Amstelveen in 1955. En in 1957 flatgebouw Corversbos te Hilversum voor alleenstaande werkende vrouwen, in de volksmond “de hunkerbunker” genoemd.
Gevonden werken
“Gedeeltelijk amoveeren en het ter plaatse weder opbouwen en verbouwen van een Mode Magazijn aan de Voorstraat te Woerden” voor rekening van N.V. Nederland v.h. D. Engel Jr., aanbesteding 15 augustus 1919; architect Jan Dullaart, Hilversum (De standaard, 6-8-1919)
Winkel-woonhuis, Kerkstraat 98, Hilversum, 1924, Drogist De Vries (Opdrachtgever) (Wikipedia en Wendingen)
Villa, Albertus Perkstraat 68, Hilversum, 1925 (tgooi)
Villa de Kameel, Celebeslaan 47, Hilversum, 1926, rijksmonument, Jac. van den Bergen (Opdrachtgever) (Wikipedia en Wendingen; tgooi noemt Insulindelaan 19)
Villa de Bult/ Benvenuta, Bussumergrintweg 40, Hilversum, 1928, rijksmonument (wikipedia en tgooi)
Brug over Nagtglassloot, Paulus Potterlaan, Naarden, 1928, gemeentemonument (wikipedia en tgooi)
Villa, ‘s-Gravelandseweg 91, Hilversum, 1929
Dubbele villa Rembrandtlaan 16, Naarden, 1931
Villa Butterfly, ‘s-Gravelandseweg 91, Hilversum, 1931
Julianakerk, rond 1931 (De standaard,23-1-1931)
7 herenhuizen, “achter de nieuwe Ned. Herv. Julianakerk aan de Rijnlaan, hoek Hunzestraat…. alle met het front aan de Merwedekade, de beide Hoekpanden aan de Hunzestraat en de Zijldiepstraat”, opdrachtgever aannemer P. v.d. Poll Utrecht (De standaard, 23-1-1931)
Dubbele Villa, ‘s-Gravelandseweg 89a en 89b, Hilversum, 1934
Dubbele Villa, ‘s-Gravelandseweg 89c, Hilversum, bekend geworden als woonhuis van Pieter Menten, Laan van Vogelenzang 1, Hilversum, 1939 (wikipedia en tgooi)
Plan voor Witte Kruis gebouw (onduidelijk of het doorgang heeft gevonden en welk gebouw dit betreft: mogelijk die van Egmond aan Zee, maar mogelijk een ander binnen Noord-Holland) (Noord-Hollandsch Dagblad : ons blad | 1-11-1936)
In 1931 is Dullaart een van de oprichters van de vereniging Werkmeesters-Teekenplank binnen de Vrijmetselarij. Hij is dan “Bouwmeester” en behoort bij de “Gooische Broederschap” (Maçonniek tijdschrift, jrg 22, 1931-1932, 01-01-1931)
De Voorstadslaan is een zeer lange straat die tegenwoordig loopt vanaf de spoorbrug tot aan de Tweede Oude Heselaan. En het is een laan vol geschiedenis: van de Romeinse tijd naar het moment dat het in de 19e eeuw een van de eerste industriegebieden van Nijmegen werd en tevens villa’s werden neergezet. Bovendien kwamen er voor de oorlog andere woningen: veel zijn er gebouwd in rijtje van enkele woningen met op de hoek van de straat oorspronkelijk een winkel. De laatste jaren wordt er volop gebouwd in de omgevind van de Voorstadslaan, onder andere de nieuwbouw op het terrein van de voormalige Batava fabriek/ de gebouwen van de Technische Unie.
En: een van de mooiste momenten is het moment waarop de zon ondergaat, waarbij de zon loodrecht op laan staat en zorgt voor prachtige, lange schaduwen.
Deze pagina verzamelt artikelen die reeds over de Voorstadslaan geschreven zijn. Zowel deze pagina als de artikelen zullen in de loop der tijd worden aangevuld.
Romeinse Tijd
Grafinventaris uit de Romeinse tijd, gevonden in Nijmegen (Voorstadslaan), 100 – 130 (Collectie Valkhof Museum objectnr Graf.Koster.2013.30 via Collectiegelderland.nl Publiek Domein)
Bij de Voorstadslaan zijn vondsten uit de Romeinse tijd opgegraven, zoals de inventaris op de bovenstaande afbeelding. Collectie Gelderland: “Inhoud van een Romeins crematiegraf uit het begin van de 2e eeuw na Chr. Het crematiegraf is gevonden op het terrein tussen de Voorstadslaan en de Sperwerstraat in Nijmegen; het Romeinse grafveld behorende bij de stad Ulpia Noviomagus. Het graf (graf 30) bestond uit een rechthoekige grafkuil met daarin een grote beker van geverfde waar waar de crematieresten in waren geborgen. Rondom deze beker waren de overige grafgiften geplaatst: een tera sigillatat bord, een kleinere beker, een kleine kookpot, een kruik en een glazen kom.”
Wandeling Craandijk
Villa Scotia. In dit pand woonden de grootouders van de bekende Nijmeegse boekhandelaar en antiquaar Olaf van Hoorn. In de tuin van deze villa verrees later het verzorgingstehuis Sonnehaert, 1920 (Th.A. Sanders via F5559 RAN)
“Dat de stad niet meer als vesting ten oorlog bereid behoeft te zijn, laat alom in den omtrek zijn’ invloed gevoelen. Nu kan zij den gordel harer huizen uitbreiden, zoover zij wil; nu kon in de onmiddellijke nabijheid van dit stuksken eener oude lunet een parkje worden aangelegd; nu kon die industriële wijk daar nevens den weg verrijzen; en de fabriekschoorsteenen mogen onbelemmerd hun rookwolken uitzenden, en vriendelijke villa’s worden gebouwd aan de laan van iepen, aan wier voet niet meer de sappeursbijl ligt.
Meer dan één weg leidt naar Hees en dwalen kunnen wij niet, als wij ons maar niet laten afleiden door den grintweg naar Weurt, die ter regterzijde afbuigt. Wij houden de Voorstadslaan beneden den Hunerberg, wiens zacht glooijende helling met bouwlanden zijn bedekt. Thans wisselt het zachte, frissche groen van het winterkoren af met de donkere vakken, waarin het zaad nog pas is uitgestrooid. Eerst later prijkt hier het landschap in zijn volle schoonheid, maar ook nu reeds ziet het er vrolijk en opwekkend uit. Aan den anderen kant ontbreken ook de akkers niet geheel, maar ’t zijn daar toch meer weilanden en boschjes, die wij in de uitgestrekte vlakte overzien.
Die groote bloemisterij en de daaraan grenzende villa liggen en de daaraan grenzende villa liggen nog binnen den voormaligen ‘verboden kring’ en zijn dus nog gansch nieuw, terwijl de volgende huizen en buitenverblijven ten deele reeds van tamelijk oude dagteekening zijn. Reeds sedert jaren was Hees vermaard om zijn talrijke lustplaatsen, deels door deftige ingezetenen bewoond, deels in den zomer door Nijmeegsche families betrokken, deels aan vreemdelingen verhuurd, en het gansche dorp heeft daardoor een vrolijk en welvarend voorkomen, gelijk het er een niet onbelangrijke uitgestrektheid aan dankt.
Villa “Leeuwenstein”, Voorstadslaan, 1900-1905 (F5560 RAN)
Langs den grooten weg vinden wij de tuinen en plantsoenen van Vredeburg, Leeuwenstein, Scotia Villa, Gerda, Rust en Vrede en nog eenige andere zomerhuizen en optrekjes, en aan de zijlanen en dwarswegen bespeuren wij nog meer boomgroepen en bloeijende heesters, die de plaats van heerenhuizingen aanwijzen, afgewisseld door akkers en moesgronden, burgerwoningen en boerenhofsteden. En dit alles behoort nog maar tot wat wij het eerste gedeelte van het dorp zouden kunnen noemen. Bij die prachtige zware linde, waar verschillende wegen zich splitsen, staan wij een oogenblik stil. Wij hebben er een fraai gezigt op de stad met haar spoorwegbrug. …”
Het Autoverhuurbedrijf Heijmans, Voorstadslaan 15, 24/12/1960 (Fotopersbureau Gelderland; Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F11420 RAN CCBYSA)
Heijmans Autoverhuur zat vanaf 1955 in de Voorstadslaan. Rond 2009 verhuist zij naar de Cargadoorweg: de gemeente heeft het pand gekocht om op deze plaats een parkeergarage en woontoren te realiseren. Anderhalf jaar daarvoor had de gemeente een aantal woningen op de hoek Eerste Oude “Heselaan-Voorstadslaan) gekocht en vervolgens gesloopt. Ook zal de weg aangepast gaan worden (De Gelderlander, 31-7-2009/update 30-3-2017)
Op de foto zie ik personenauto’s staan; zo lang ik mij kan herinneren (eind jaren 80) en ook -afgaande op haar site– is het bedrijf bekend van haar verhuur van personen- en bestelbussen.
Merk op de foto bovendien het industriespoor naar de Noord- en Oostkanaalhaven op, dat er in ieder geval nog in 2006 (F88657 RAN) nog lag. Tegenwoordig is hier een snelfietspad aangelegd. Op de Facebookpagina NijmegenToen blijkt, dat in 2013 het snelfietspad er inmiddels al ligt.
Vooroorlogse woningen met aansluitend, rechts, Autobedijf Heijmans uit 1955, nu volledig gesloopt. Rechts de HAT-wooneenheden op de hoek met de Waterhoenplaats, 1998 (Hans Giesbertz via F88397 RAN tevens Auteursrechthouder)
Woontoren Duet
Op deze plaats zal de woontoren Duet komen. November/december 2024 is de verwachting dat de bouw in 2026 zal beginnen. Met 120 meter zal het het hoogste gebouw van Nijmegen worden. Het telt 383 woningen, een combinatie van studenten, sociale huur en duurdere appartementen en tevens een parkeergarage. (De Gelderlander).
In oktober/november 2024 vonden voorbereidingen plaats, waaronder archeologisch onderzoek en het zoeken naar eventuele munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Daarbij is er opvallend genoeg niets gevonden; waarschijnlijk is er in de 19e eeuw al veel gegraven.
Een luchtfoto van de Papierfabriek “Gelderland” ; P.S. op dit terrein tussen de Oude Weurtseweg (boven) , de Krayenhofflaan (rechtsboven) , de Voorstadslaan (rechts onderin) en de Eerste Oude Heselaan (links onderin) worden in 1985 woningen gebouwd aan de Aalscholverplaats , de Meerkoetplaats , de Reigerplaats , de Uiverplaats en de Waterhoenplaats. Geheel rechts onderin woningen aan de Kop van de Weurtseweg, Voorstadslaan, 1932 (F58411 RAN)
In 1908 besloten de studievrienden Selleger en Hoyer samen met Kortschilgen een papierfabriek te beginnen. Ze kozen daarbij voor Nijmegen vanwege de goede spoor-, water- en scheepvaartverbindingen. De fabriek kwam op de hoek van de Voorstadslaan en Krayenhofflaan. Uiteindelijk zou het gebouw in 1976 in vlammen opgaan.
Bewoners ervaarden overlast bij de doorgang bij de Aalscholverplaats. Zij wilden met een kunstwerk de sfeer onder de poort verbeteren en tevens een mooie verbinding tussen de Voorstadslaan en het plein creëren. Tamar Frank maakt kunstwerken waarin licht de ervaring van ruimte doet veranderen. Voor de Aalscholverplaats maakte ze Licht Gewelf.
Dubbel woonhuis, gebouwd voor Laurens Jan ten Horn (1855-1919), eigenaar van de Patria Kinderwagenfabriek, foto gedateerd 1910-1915 (RAN F87828)
Willem Hoffmann ontwierp tussen 1908-1909 voor Laurens Jan ten Horn de eigenaar van de Patria Kinderwagenfabriek het dubbele woonhuis op de hoek van de Voorstadslaan en de Krayenhofflaan.
Ten Horn had in 1907 de kinderwagenfabriek overgenomen van zijn zwager Carel van Rosendael, welke aan de Nieuwe Haven stond. Daarvoor had ten Horn een winkel in ijzerwaren en huishoudelijke artikel in Wageningen gehad (Bijschrift F87831).
Gemeentelijk Monument
Dit is een Gemeentelijk Monument: “Twee villa’s onder één dak. Blokvormig gebouw van twee bouwlagen op onregelmatig grondplan dat aan de straatzijde de grondvorm suggereert van twee rechthoeken met een wigvormig verbindingsdeel. Uitgevoerd in kalkzandsteen met een band van gekleurde baksteen op de begane grond en een breed fries van hetzelfde materiaal langs de bovenzijde; pannengedekt. Beide blokken hebben aan de straatzijde een eigen tentdak van geringe diepte, dat verloopt in een breed dak over het achtergedeelte, met de nok parallel aan de straat. Beide panden hebben op de straat- en achterhoek twee erkers, afwisselend driezijdig en halfrond. Alle vensters met bovenlichten van acht ruiten, bij het rechter pand nog met persiennes. De voordeur van het linker pand rechts in de gevel; die van het rechter pand in het wigvormige tussengedeelte, dus links, iets terugliggend ten opzichte van een houten etage-erker in het gevelvlak. Bouwjaar: ca. 1920. Boeiend complex van forse verhoudingen, karakteristiek gelegen in een flauwe bocht op de hoek van twee straten en daardoor zeer beeldbepalend.”
De Nieuwe Haven (Waalhaven) met de lage loswal, tweede decennium. Links het bedrijfspand van de Patria kinderwagenfabriek, v/h C. van Rosendael & Co. Op de achtergrond, rechts, nog net zichtbaar, het gemeentelijk slachthuis, 1910-1915 (F88957 RAN)Het havenplantsoen in aanleg, gezien vanaf de Weurtseweg. Op de voorgrond de goederenspoorlijn naar het havengebied, rechts, de Voorstadslaan met de spoorwegovergang en het pand van steenkolen- en brandstoffenhandel J.J. Giesbertz NV. Op de achtergrond, achter de spoordijk in het midden, papierfabriek Schuller aan de Nieuwe Markt, links boven de oude havenkraan op de loswal van de Nieuwe Haven (Waalhaven), 1953 (Foto Grijpink via F88668 RAN CCBYSA)
Het Krayenhoffpark was al vroeg ingetekend, in 1879, in de plannen voor na de ontmanteling. Het werd vernoemd naar Cornelis Krayenhoff, waarvan het graf aanvankelijk was overgebracht naar dit park; de originele grafsteen is er nog te vinden. Daarnaast staan er een aantal bijzondere bomen.
De voormalige Batava Margarinefabriek met woningen, hoek Weurtseweg (1870/1975), 1969 (Evert F. van der Grinten via F78720 RAN, tevens Auteursrechthouder)
Op Noviomagus staat een uitgebreid artikel over de Batava fabriek.
Fabriek Batava Margarine (afgebroken 1974/1975), 2972 (Evert F. van der Grinten via F78885 RAN tevens Auteursrechthouder)De voormalige margarinefabriek Batava, gesloopt in 1974; op die plaats is het magazijn van de Technische Unie gebouwd (27-06-1974), 1974 (Jan Cloosterman via F29247 RAN CCBYSA)
Technische Unie
Links de Technische Unie, rechts het overgebleven gedeelte van de Batava fabriek. Daarvoor het Krayenhoffpark, links de Voorstadslaan en rechts de Weurtseweg, die nog niet verlegd, 18 maart 1985 (Wim Michels via KN14450-26 RAN CC0)
Nieuwbouw
Nieuwbouw Voorstadslaan (april 2025)
De Technische Unie is inmiddels afgebroken. Op deze plaats wordt momenteel de nieuwbouw gerealiseerd van appartementen als het project Boterfabriek (zie haar eigen site).
Op de hoek van de Voorstadslaan met de Biezenstraat ligt de voormalige Verenigde borstelfabriek. Deze was in 1919 begonnen, met electrisch aangedreven machines. De fabriek was daarvoor in de Broerstraat gevestigd geweest en maakt borstels en kwasten.
Krayenhofflaan 14, september 2022 (Google Streetview)
Is momenteel een Aandachtspand
Voorstadslaan 51-53
De woningen van Voorstadslaan 51-53 zijn momenteel Aandachtspanden op de Gemeentelijke Monumentenlijst.
Een foto uit 1980 is te vinden op F10067. Dan staan de voortuinen nog niet vol met planten, maar eigenlijk zijn de tuinen een van de grote charmes van deze huizen.
Minibieb Voorstadslaan (augustus 2024)
Vóór deze panden staat een van de mooiste minibiebs van Nijmegen, de derde versie:
De eerste, eigenlijk de allermooiste, is gestolen.
De tweede is vervangen, waarschijnlijk omdat er te veel onderhoud nodig was
De derde, huidige, is in de vorm van een oude koelkast
Voorstadslaan 55: oa café de Voorstad
Voormalig cafe de Voorstad, Voorstadslaan (augustus 2023)
Een leuk artikel over dit voormalige café de Voorstad is te lezen in de Wester uit 2018 (een herpublicatie van 2013).
Prima Villa
Voorstadslaan 57
Prima Villa Voorstadslaan, augustus 2023 (Google Streetview)
“Prima Villa” betekent eerste villa, verwijzend naar de eerste bebouwing buiten de voormalige vestigingwerken van Nijmegen die men tegenkwam als men van Nijmegen naar Hees ging. Het is gebouwd in 1878. Over dit Rijksmonument is al het nodige geschreven op Noviomagus: https://www.noviomagus.nl/Monumenten/monument_0188.html
Rijksmonument
De woning is een Rijksmonument met als waardering:
” VILLA uit 1878 met rijk uitgevoerd INTERIEUR en HEK.
– Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed voorbeeld van een wit gepleisterde blokvormige villa met stijlinvloeden van het neoclassicisme. Het exterieur is qua hoofdvorm en gevelindeling goed bewaard gebleven. Op onderdelen zijn er ook wijzigingen doorgevoerd, zoals de sloop van het balkon aan de voorzijde en de vernieuwing van de serre aan de achterzijde. Bijzonder waardevol is het goeddeels intact gebleven interieur. Zeldzaamheidswaarde hebben de geschilderde plafonds in de vertrekken op de verdieping. – Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van een historisch gegroeid stedelijk gebied tussen het centrum van Nijmegen en het voormalige dorp Hees. Getuige de naam “prima villa” maakte onderhavig pand onderdeel uit van de eerste bebouwing buiten de voormalige vestingwerken van Nijmegen in de richting van Hees ten tijde van de ontmanteling.”
Voorstadslaan 220
Plan tot het bouwen van een Woonhuis met Garage aan de Voorstadslaan te Nijmegen Kad.Bek. Gem. Neerbosch Sectie A. No 1646 voor Rekening van den Weld. Heer P.M. van Haren Krayenhofflaan No 24A, architect J. van Eldik, datum tekening 13-10-1930 (D12.396390)
OVER Johannes Hendrikus of Jos. van Eldik (Zetten-Andelst, 24-2-1895 – Nijmegen , 9-7-1973) Jos. van Eldik is architect. De meeste gevonden werken tot nu toe zijn uit de jaren 30. Rond november 1939 gaat hij tijdelijk failliet. Dit faillissement werd echter geeindigd door homologatie rond februari 1940 (Arhemsche courant, 22-2-1940) Verbouwing woonhuis 1929 Rijksstraatweg 17…
Voorstadslaan 238
Voorstadslaan 238, augustus 2023 (Google Streetview)
Voorstadslaan 238 is een Gemeentelijk Monument: “Villa. Blokvormig pand van twee bouwlagen met pannengedekt tentdak. De gevels zijn gepleisterd, op een brede ornamentale baksteenfries langs de gootrand na. Gootlijst kwartcirkelvormig uitgekraagd. Voorgevel verdeeld in twee assen: de rechter helft bestaande uit een houten erker met balkon en dubbele balkondeuren; in de linker helft twee dicht naast elkaar geplaatste ramen, op de begane grond gekoppeld onder een vlakke ontlastingsboog. Alle ramen met glas-in-lood in de bovenlichten. De voordeur in de linker zijgevel. Zeer opvallende dakkapel met drie ramen, waarvan het pannendak een verlenging vormt van de nok van het hoofddak. Bouwtijd: ca. 1900-1915. Eenvoudig buitenhuis van fraaie verhoudigen, van belang als voorbeeld van de overgang van historiserende naar meer functionele, sobere villabouw.”
Nijmeegsche Machinefabriek
De Nijmeegsche Machinefabriek, 1915-1920 (F10053 RAN)
Vooraf: overname door de N.T.M.
De Nijmeegse Tramweg Maatschappij (N.T.M.) had in 1897 de machinefabriek van de erven van van Westrheenen overgenomen. welke op het Waalplein stond. Inmiddels had dit bedrijf al 40 jaar bestaan. Vanaf dat moment heet het bedrijf de NTM Nijmeegsche Machinefabriek, IJzer en Metaalgieterij.
In de zomer van 1899 bouwt N.T.M. een nieuwe fabriek aan de Voorstadslaan. Deze bestaat uit een ijzergieterij, kantoren, magazijnen en een aansluiting aan de tramlijn naar Neerbosch. Daarbij heeft de fabriek een herstelplaats voor rollend materieel. Niet alleen voor het materieel van de NTM zelf, maar ook voor de Stoomtram Maas & Waal. Daarnaast maakte ze zelf tramrijtuigen, goederenwagons en wissels voor meerdere tramwegmaatschappijen in Nederland (gemeentetramnijmegen.nl).
In de eerste jaren behaalt het bedrijf goede resultaten.
De gemeente had overigens het oude gebouw op het Waalplein voor f 11.456 op de openbare veiling gekocht op 15 april 1899 en sloopt het pand in november. Restanten van de Boddelpoort, die in fabriek waren gemetseld, bleven gespaard van sloop. (https://www.noviomagus.nl/Kroniek/Kroniek19eeuw.htm)
1918 Verkoop tot opheffing 1939
Op 15 juli 1918 wordt de fabriek verkocht aan Wed. J. Numan’s blikfabrieken. De machinefabriek en ijzergieterij wordt daarin een aparte N.V.: N.V. Nijmeegsche IJzergieterij en Machinefabriek. Tot 1933 vonden er uitbreidingen plaats. “De N.V. Nijmeegsche IJzergieterij en Machinefabriek wordt als gevolg van de beurskrach ambtelijk opgeheven.” (Nijg).
1947: Hernieuwde inschrijving
In 1947 vindt er een hernieuwde inschrijving van de Nijmeegsche IJzergieterij N.V. in de Kamer van Koophandel plaats. Hierbij staat H.G.Th. Salemink ingeschreven als eigenaar en toekomstig directeur en D.A. Salemink als procuratiehouder. De laatste wordt in 1962 benoemd tot mede-directeur. In 1968 treedt J. Thoonsen in dienst bij de Nijmeegsche IJzergieterij N.V.. Hij is op het moment dat de NIJG haar site heeft geschreven de huidige directeur, dus in ieder geval al jarenlang werkzaam bij het bedrijf. In 1972 wordt de N.V. omgezet in een B.V..
In 1981 neemt de ijzergieterij haar nieuwe fabriek aan de Lindenhoutseweg in gebruik: “Na verschillende uitbreidingen bleek voortzetten van het bedrijf daar (aan de Voorstadslaan) niet meer houdbaar, mede wegens overlast” (Numaga)
1981 Sloop gieterij Voorstadslaan
In 1981 werd begonnen met de sloop van de ijzergieterij. De Wester: “‘In 1981 begonnen ze met de sloop van die ijzergieterij,’ gaat Bernard verder. ‘Dat ging niet zo vlot. Het gaf veel stof- en lawaaioverlast. De grond was sterk verontreinigd met allerlei stoffen en zware metalen zoals lood. De schoonmaak heeft een vermogen gekost, miljoenen. Daarna lag het terrein braak en zijn er opgravingen geweest. Dat vond ik toentertijd erg interessant om te volgen. Er was begreep ik niet genoeg tijd en geld om het écht goed te doen.’” (De Wester). Vanaf 1984 werd begonnen met de nieuwbouw, de huidige Boomvalk-, Torenuil- en Scholeksterstraat (noviomagus).
Vervolg NIJG
In 1989 neemt J. Thoonsen de aandelen van de heer D. Salemink en de Fam. Martens over. In 1990 en 1991 volgen er uitbreidingen. Ook koopt NIJG in 1997 een 2e gieterij in Frankrijk aan, welke in 2007 weer wordt afgestoten. Momenteel (augustus 2024) bestaat NIJG nog steeds, zie haar site.
Modderlaantje
Aan beide kanten van de ijzergieterij liep vroeger een laantje. Het waren naamloze straten, waarbij de linker het Modderlaantje werd genoemd. Ze hoorden bij de Voorstadslaan en hadden huisnummers 73 t/m 113 en 149 t/m 161, vandaar dat deze ontbreken in de huidige nummering van de straat. Aan de Modderlaantje stonden kleine arbeidswoningen, waarvan de meeste bewoners bij de ijzergieterij werkten. Tegenwoordig is hier de Scholeksterstraat (De Wester).
Voorstadslaan in de sneeuw ’s avonds (januari 2026)
Voorstadslaan 62 en 64
Plan tot het bouwen van twee beneden- en bovenwoningen aan de Voorstadslaan kad. gem. Neerbosch Sectie A No 59, Aanvrager en uitvoerder C.F. Ronday St. Annastraat 476, Voorstadslaan 62 en 64 (huidig), datum bouwdossier 22-11-1912 (D12.383839)
De twee beneden- en bovenwoningen zijn gebouwd door Carel Frederik Ronday/Rondaij.
Carel Frederik Ronday/Rondaij
In het Gemeenteverslag 1912 blijkt, dat hij de bouwvergunning heeft aangevraagd. Dat jaar komt hij ook nog voor met de aanvraag voor een vergunning voor een woonhuis op de St. Annastraat, mogelijk zijn eigen woning?
Carel Frederik Ronday/Rondaij is op 23 juni 1867 geboren in Amsterdam. Hij is getrouwd met Alida Catharina van Raam (Amsterdam, 24 december 1863). In het Bevolkingsregister van 1910 is zijn adres Sweersstraat 32. Hij was hier op 28 november 1911 komen wonen en was afkomstig uit Johannesburg, Zuid-Afrika. Op 16 februari 1917 vertrekt hij naar Amsterdam (Leliestraat 126).
In de Adresboeken 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916 komt hij voor op St. Annastraat 476 met als beroep “timmerman”.
Hij overlijdt op 20 juli 1922 in Amsterdam. (rouwadvertentie De Gelderlander 21/7/1922)
Oa Voorstadslaan 68: voormalige bakkerij
Plan voor een Winkelhuis met Bakkerij en Twee Bovenwoningen Voorstadslaan Kad: Neerbosch Sectie A nrs 1326 (D12.390003)
Op 16 oktober 1925 krijgt F.C. Middendorp een hinderwetvergunning voor “het oprichten van eene door elektriciteit gedreven bakkerij in het perceel Voorstadslaan No. 68, kad. bekend gemeente Neerbosch, Sectie A, Nos. 1244 en 1326”. (PGNC 20/10/1925)
Links en rechts van het gebouw zijn de opgangen naar de bovenwoningen. In het midden is de winkel, met daar achter het woongedeelte en daar weer achter de bakkerij. Op de bouwtekening staat F.C. Middendorp als eigenaar en W.F. Middendorp als bouwkundige vermeld.
Bij de opening in november schrijft het PGNC:
“Een nieuwe zaak.
Bij de steeds toenemende uitbreiding van de stad neemt ook het aantal winkels in de buitenwijken gestadig toe. Een geen wonder, want sommige dier wijken hebben een zoodanigen omvang gekregen- denkt maar eens aan het Willemswegkwartier met zijn 18000 bewoners- dat zij als het ware een stadje op zichzelf vormen met eigen kerken, winkels en café’s.
Nu is er weer in de Voorstadslaan een nieuwe winkel en bakkerij geopend en wel door den heer F.C. Middendorp die in het perceel no. 68 in genoemde laan een naar de laatste eischen, d.w.z. keurige zaak heeft doen inrichten. Voor nadere bijzonderheden dienaangaande zie men achterstaande advertentie.” (PGNC 13/11/1925)
Op de hoek tussen de Voorstadslaan en de Biezendwarsstraat zit het huidige (augustus 2024) café de Wijck. Voorheen zat hier de Gruyter, welke in de jaren 70 failliet ging.
Op 26 september 1928 geeft de gemeenteraad goedkeuring op de verkoop van 815 c. A. bouwterrein aan de Voorstadslaan hoek z.g Biezendwarsstraat, gemeente Neerbosch, Sectie A, oud No. 1268 aan J.W. Princen en M. Kropman. Onder ander met voorwaarde, “dat het verkochte bebouwd worde met een winkelhuis met pakhuis en bovenwoning en twee onder- en bovenwoningen van een huurwaarde, respectievelijk van tenminste f700, f450, f400, 400 ’s jaars en dat die woningen vóór 1 Augustus 1929 ter bewoning gereed zijn.” (PGNC 26/9/1928). Princen heeft als aannemer en uitvoerder de bouwtekening ondertekend.
Plan voor het bouwen van een Winkelhuis met Bovenwoning en 2 Beneden- en 2 Bovenwoningen, Gemeente Neerbosch, Sectie A No 1268, Aannemer en Uitvoerder J.W. Princen, datum tekening september 1928 (D12.392468)
De Wester: “Sylvia kan nog moeiteloos de vele winkels in de straat voor de geest halen. ‘Waar nu Wijck zit, had je eerst de Gruyter. Een winkel met veel koper. Het rook er altijd naar versgemalen koffie en er stonden veel koekjestrommels.” (https://dewester.info/voorstadslaan/)
In 1930 opent de bakkerij van J.H. Francissen op Niersstraat 2, op de hoek van de Biezendwarsstraat en Voorstadslaan. Het pand is een ontwerp van architect W. Th. Reynen. Vanaf dat moment is het altijd een bakkerij gebleven.
Het Park Leeuwenstein was vroeger de tuin van Villa Leeuwenstein. Het lijkt wat verborgen te liggen door de bebouwing van de Marialaan en de Bosduifstraat. Dat het park mogelijk wat onbekend is, is onterecht: er staan veel verschillende bomen, waaronder bijzondere soorten.
De Rijks Tuinbouw & Winterschool, Voorstadslaan, 1920 (F5542 RAN)
Villa Welgelegen/Villa Carré
Villa Carré, Voorstadslaan, 1910 (F5532 RAN)
Rond 1860 werd in de buurt van de hoek Voorstadslaan en Schependomlaan de Villa Welgelegen gebouwd (Bron: Noviomagus). Op 21/9/1870 koopt Conraad van Erpers Rooijaards de villa Welgegelen van Cornelis van Sonsbeek: ““Het buitenverblijf, genaamd “Welgelegen” te Hees, gemeente Nijmegen gelegen, bestaande ene(?) heerenhuis, koetshuis en stal, erf en tuin, voorkomende op den perceelsgewijze kadastralen legger van Neerbosch in Sectie B Nommers 58(?) huis en erf, groot vier aren drie en dertig centiaren/43 tuin, groot een hectare negen aren zeven en zestig centiaren.” Hij betaalt hiervoor 16.000 gulden. Van Erpers Rooijaard is dan “zonder beroep”.
Het jaar daarvoor, op 1 september 1869, had de verkoper Cornelis van Sonsbeek de villa gekocht. (Actenr 1386, Archiefnr 440, Inventarisnr 67).
De familie Rooyaards woonde hier 40 jaar (Noviomagus. Daarna woonde er een gepensioneerd kolonel Roloff (Noviomagus en Hees bij Nijmegen.).
Villa Carré
Daarna kocht de beroemde circusdirecteur Oscar Carré het landgoed. Hij zou er zijn laatste levensjaren doorbrengen, om in 1911 te overlijden. Daarna bleef zijn vrouw Elisa Maud Adams samen met zijn dochter Wilhelmina tot 1919 in de villa wonen. De bronnen zijn niet tot nu toe niet eenduidig of Carré zelf of zijn nabestaanden de Villa “Carré” hebben genoemd.
Huize Insulinde
Bouwtekening van Huize Insulinde, gebouwd op de plek van de voormalige villa Welgelegen. Deze villa werd rond 1860 gebouwd voor de oud kolonel Rooijaards. In 1900 werd het pand aangekocht door circuseigenaar Oscar Carré, die de villa omdoopte in Villa Carré. In 1931 verwierf de Stichting Verblijf Oud-Indisch Militairen het pand en werd het Huize Insulinde tot in 1973 de sloop volgde, 1930-1940 (F63555 RAN)
In 1918 was de ‘Stichting Verblijf van de Oud-Indische Militairen’ de villa aan. De stichting had als doel het “oprichten en het exploiteeren van een verblijf voor den Oud-Indische Militair, tevens een Doorgangs- tevens Kosthuis, waarin gevestigd een Arbeidsbeurs en een Voorschotbank, daarmede hoofdzakelijk beoogde van een algemeen maatschappelijk belang.” De oprichter was Arie van Boxtel (1876-1954). Hij was als 13-jarige het Indische ingegaan en was op dat moment onderluitenant. (IndischHistorisch.nl). Aanvankelijk opende de Stichting het voormalige Hotel de Doelen op de Varkensmarkt. Er was voor Nijmegen gekozen, omdat hier het opleidingscentrum van de KNIL was. Daarbij was de Varkensmarkt geschikt, omdat deze niet al te ver van de kazerne af lag. Hier ving de stichting gerepatrieerde en gepensioneerde KNIL-militairen en hun gezinnen op. Veel oud-soldaten en lagere officieren hadden slechts een beperkt pensioen opgebouwd. Voor vrijgezellen of degenen die invalide waren geraakt was Huize Bronbeek opgericht. Deze bood echter plaats voor militairen met hun gezin.
In 1931 werd Huize Insulinde na een verbouwing geopend. Daarbij kreeg de villa de naam Huize Insulinde. Er was plaats voor vijfenvijftig inwoners. Duizenden bewoners hebben hier kortere of langere tijd gewoond.
Na de oorlog en de Indonesische onafhankelijkheid kwamen ook burgers in Insulinde terecht. In de loop der jaren kwamen steeds meer “gewone” burgers in het Huis terecht: er kwamen immers geen repatrianten meer en er was sprake van vergrijzing. In 1969 ging Insulinde op in de Stichting bejaardenhuizen Nijmegen.
1970: Bejaardencomplex
In 1970 werd de gesloopt en op deze plek kwam het bejaardencomplex Insulinde. Daarbij waren de laatste bewoners van Insulinde ondergebracht in Nieuw Maldenborgh in Hatert. Het hek rond de tuin bleef echter behouden en hier is ook de naam Insulinde te lezen.
Pascal koopt van Verdonck in 1904 twee stukken grond aan de Voorstadslaan. Hij laat daarop een villa ontwerpen door de architect Hoffmann: Villa Rica. het gebouw stamt uit 1904.
De “nieuwe” Dikke Boom van Hees is op 21 november 2003 geplant. Dat is precies 100 jaar nadat de oude Dikke Boom van Hees door blikseminslag was omgegaan.
Villa Gerda staat te koop (De Gelderlander 20/7/1902)
Een van de villa’s die Craandijk noemt is Villa Gerda. Rond 1875 had C.B. Hiebendaal (1830-1902) Villa Gerda laten bouwen. Hiebendaal was burgemeester van Horssen geweest. Zowel zijn geboren dochter, geboren in 1867 als zijn moeder, die in 1872 was overleden heetten Geertruida. Mogelijk is de villa vernoemd naar een van beide. Hiebendaal overlijdt in 1902; in dat jaar komt de villa te koop te staan. De buurman, fruitkweker M.G.F. Verdonck, koopt deze villa. Hij wil op deze grond een villapark ontwikkelen. (Bron: https://dewester.info/westerarchief/de%20Wester%202014%202%20laag.pdf)
Villa Scotia
In het Adresboek 1895 wonen
Weduwe C.H d Villeneuve geboren M.L. Pringle, zonder beroep
V.H. de Villeneuve, zonder beroep
In Villa Scotia, welke dan het adres Voorstadslaan 100 heeft. Daarnaast woont Weduwe V.W. de Villeneuve, geboren C.L. Serres in Villa “Rust en vrede”, Voorstadslaan 93.
In juli 1910 staat de Buitenplaats Rust en Vrede te koop (De Gelderlander 24/7/1910)
Villa Vredenburg
Rob Essers heeft al een uitgebreid artikel geschreven, vanaf pagina 5.
Villa Vredenburg te koop (De Gelderlander 1/5/1879)
In mei 1879 staat de Villa Vredenburg te koop.
Advertentie Hofstede Vredenburg voor verkoop van haver (PGNC 5/8/1888)
Het is mij nog onbekend of met de Hofstede Vredenburg de Villa Vredenburg wordt bedoeld: Weduwe Nielen wil haver verkopen.
Voor de “erven van den heer S.W. den Hertoch” staat op PGNC 27/11/1898 villa Vredenburg te koop.
Villa Rust en Vrede
Aangeboden: Villa Rust en Vrede welke zal moeten worden gesloopt (PGNC 4/8/1912)
Weduwe V.W. de Villeneuve, geboren C.L. Serres komt in het Adresboek 1895 voor op Villa “Rust en vrede”, Voorstadslaan 93 (zie tevens Villa Scotia hierboven). Op 2 oktober 1895 zal echter de inboedel verkocht worden “ten sterfhuize van mevr. de wed. de Villeneuve” (PGNC 29/9/1895); waarschijnlijk wordt ook de villa verkocht, maar deze advertentie is nog niet gevonden.
In ieder geval krijgt augustus 1896 Jhr. M.A. van Andringa de Kempenaer op dit adres een telefoonaansluiting (De Gelderlander 2/8/1896)
In 1901 en 1902 woont jhr M.A. v. Andringa de Kempenaer op dit adres (Adresboek 1901,1902).
In 1912 staat de villa Rust en Vrede te koop, met als voorwaarde dat deze binnen 6 weken wordt afgebroken.
Voorstadslaan in de sneeuw ’s avonds (januari 2026)
Herinneringen
Heeft u herinneringen aan de Voorstadslaan? Of andere informatie die u graag wil delen? Laat dan hieronder uw reactie achter.
Pand uit 1912 in Art Deco stijl (Wikipedia). Vooral de blauwe tegels zijn prachtig. Het pand staat op de “Aandachtslijst Cultureel erfgoed”.
Oorspronkelijk was het linkergedeelte met serre de benedenwoning. Daarnaast lag links de opgang naar een bovenwoning. De eerste deur rechts van de serre was de opgang naar het bovenhuis van het pakhuis, de tweede deur de ingang tot het kantoor.
Plan tot het bouwen van een beneden, drie bovenhuizen en een pakhuis Op een perceel a.d. Voorstadslaan en Biezenstraat Kad. bek. gem. Neerbosch Sectie a No 592, datum bouwdossier 2-8-1912 (D12.382859)
Rechts was de ingang tot het pakhuis. Deze liep helemaal door tot aan de Biezenstraat, waar het haar achteruitgangen uit. Tevens liep het pakhuis door achter de hierboven genoemde opgang en het kantoor.
De derde bovenwoning lag boven het pakhuisgedeelte aan de Biezenstraat.
Gevel Biezenlaan: Plan tot het bouwen van een beneden, drie bovenhuizen en een pakhuis Op een perceel a.d. Voorstadslaan en Biezenstraat Kad. bek. gem. Neerbosch Sectie a No 592, datum bouwdossier 2-8-1912 (D12.382859)
De ondertekenaars lijken “De eigenaar” “J. Puijn” te zijn en daarnaast H.F.(?) de Reus. Of de Reus hier optrad als aannemer en/of architect, is nog niet bekend.
Brandstoffen-Handel J. Puijn
Opening Brandstoffen-Handel Joh. Puijn & Zn. (De Gelderlander 3/9/1921)
In september 1921 kondigt Joh. Puijn & Zn. haar nieuwe Brandstoffen-Handel aan. Het adres van dit pand is dan nog Voorstadslaan 12-14-16. Zij zal hier jarenlang haar brandstoffenbedrijf hebben.
Overlijdensadvertentie Johannes Puijn (De Gelderlander 7/1/1933)
Johannes Peter Matthijs Puijn overlijdt 6 januari 1933 (op De Gelderlander 7/1/1933; op dezelfde pagina van de overlijdensadvertentie staat nog een kleinere, dat het brandstoffenbedrijf de gehele gesloten zal zijn).
In De Gelderlander 22/8/1933 staat de huwelijksaankondiging van Antoon Puijn met Dina van Druten. Het adres van Antoon is Voorstadslaan 20 en van Dina Gorisstraat 20. Ook het toekomstig adres is Voorstadslaan 20.
Advertentie Joh. Puijn & Zn.: “Zomerprijzen” (De Gelderlander 9/5/1933)
Er is nog niet nagegaan wanneer de naam van het bedrijf precies veranderd is: in PGNC 28/1/1935 is het nog Joh. Puijn & Zn. In PGNC 21/11/1935 is het echter A. Puijn.
Antonius Puijn overlijdt op 21 november 1954 op 49-jarige leeftijd. A.M. Puijn – van Druten laat de rouwadvertentie plaatsen “mijn inniggeliefde Echtgenoot”. Dan is het adres nog steeds Voorstadslaan 20. (De Gelderlander 22/11/1954)
In De Gelderlander 23/10/1956 wordt nog een personeelsadvertentie gevonden voor een “flinke kracht” bij A. Puijn. In het Adresboek 1971 komt het nog steeds voor als brandstoffenbedrijf van de weduwe A.M. Puijn van Druten.
Voorstadslaan 18 en 20, maart 2025 (Google Streetview)
Aannemer Hendrik Franciscus de Reus
Hendrik Franciscus de Reus werd op 27 februari 1882 geboren te Huissen. Zijn ouders waren Johannes de Reus (Didam 1-9-1858), “arbeider” en Christina Witjes (Huissen, 1-10-1854). In het Bevolkingsregister van 1880 wonen zij op de Bloemerstraat 47. Het gezin was daarbij op 13 april 1886 afkomstig uit Ubbergen. Het “blauwe potlood” heeft achter Johannes de Reus bij aanmerkingen “Steenstraat 14” geschreven.
In oktober 1907 trouwt hij met Theodora Arnolda van Berkel (PGNC 27-10-1907)
Bij de geboorte op 1 januari 1913 van Christina Alberdina wonen ze in “Hees”.
De Reus wordt regelmatig gevonden als inschrijver op aanbestedingen, waarbij hij in Nijmegen blijkt te wonen. Een aantal voorbeelden:
Verbouwen school (De Gelderlander 17-9-1908)
Post- en telegraafkantoor met directeurswoning in Grave. Hier was de Reus met f14.280 de laagste inschrijver (2-8-1910)
Een winkel- met bovenhuis (PGNC 7-3-1913)
Pastorie te Huissen (PGNC 9-6-1912)
In de Adresboeken 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916 komt van Berkel & de Reus voor onder “Aannemers” op de Nieuwe Nonnendaaldsche weg. In 1912-1913 op nummer 131, daarna op nummers 161/165. Er is nog niet uitgezocht wat de relatie is tussen deze van Berkel en de vrouw van de Reus. In de tot nu toe gevonden krantenberichten wordt overigens steeds gesproken over “H.F. de Reus”.
Op of rond 1918 vetrekt het gezin naar Oss. “Henk de Reus op zei op 28 juli 2018 om 01:06
Ik kom dit verhaal tegen, een jaar na de uitwisseling van e-mails. Een beetje vreemd vind ik de relatie van Mark de Reus met mijn vader Jan de Reus. Zijn opa was een broer van mijn vader. Ik heb vernomen dat hij onderzoek doet naar zijn overgroot vader, H.F. De Reus die in 1918 een aannemersbedrijf startte in Oss”.
In hetzelfde artikel lijken in ieder geval 2 van zijn kinderen dezelfde weg te zijn ingegaan:
“Quirin de Veer zei op 20 december 2021… “Sinds 2007 op Burgemeester van den Elzenlaan 11 in Oss. Ik heb begrepen dat dit huis in 1939 is getekend en daarna ook bewoond door J.A. de Reus ( architect) en later door H.F. de Reus (aannemer).”
De Reus overlijdt op 9 november 1940 te Oss (De Gelderlander 11/11/1940)
Pieter Postplein met poortgebouw. Waar vroeger een graseld lag, ligt nu een speelplaats. Architecten Evers en Sarlemijn
In de jaren 50 ontwierpen de architecten Evers en Sarlemijn het Pieter Postplein in Heseveld. Deze is gebouwd in de stijl van de Bossche School. In de jaren 0 vond een renovatie plaats door Paul van Hontem. Hierbij werd de buitenkant zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat terug gebracht. Daarvoor ontving het bureau de Architectuurprijs van de gemeente Nijmegen. Opvallend is het kunstwerk in het poortgebouw van Denny Baggen.
Ontstaan
In 1951 kregen Evers en Sarlemijn van Woningvereniging “Nijmegen” opdracht om een bebouwingsplan voor een gedeelte van Heseveld te ontwerpen. Het ging dus daarbij niet alleen om de gebouwen, maar ook om de indeling van de buurt. Hun plan bestond uit vier complexen, waarvan het plan voor het 4de complex werd afgekeurd.
Binnen dit plan was de Bouwmeesterbuurt het tweede complex. Deze werd tussen 1953 en 1955 gebouwd. Het complex is zowel vrij stenig als groen. Vanwege de meerdere bouwlagen is het complex vrij stenig. Door het binnenplein is hier het meeste groen van de buurt te vinden. Oorspronkelijk bestond het binnenplein uit een grasveld, tegenwoordig is het een speelplaats.
Aan de kant van de Paul Krugerstraat staan 4 bejaardenwoningen.
Bossche School
Flatwoningen aan Pieter Postplein met speeltuin. Rechts woningen aan de Lieven de Keystraat, 1978 (Gemeente Nijmegen via KN11307-24 RAN CC0)
De gebouwen zijn ontworpen in de stijl van de zogenaamde Bossche School.
Oorsprong
Deze stijl is gebaseerd op Dom Hans Van der Laan, een Benedictijner monnik. Na de Tweede Wereldoorlog gaven Dom Hans Van der Laan, Nico van der Laan en ir C. Pouderoyen hierover een architectuurcursus in Den Bosch, welke zowel Evers als Sarlemijn bezocht hebben.
Juiste verhouding
Kort gezegd komt deze stijl neer op de juiste verhoudingen der delen. Deze verhoudingen scheppen vervolgens een bepaald ritme. Hierbij speelt de verhouding 3:4 een belangrijke rol, die verder is uitgewerkt tot een zogenaamd plastisch getal 1:0,755.
Mediterraanse invloed
De “Afrika- en Bouwmeesterbuurt: beschermd stadsbeeld: toelichting en beeldatlas” noemt de “de flauw hellende schilddaken naar Zuidrand voorbeeld”; Eind jaren 40 maakten Harlekijn en Evers een studiereis Zuid-Frankrijk en Noord-Italië. Of dat in het kader van hun cursus van de Bossche school was, weet ik niet. Van der Laan, de “bedenker” van de Bossche school, bestudeerde en ging met zijn cursisten op excursie naar noord-Frankrijk en Italië.
Pieter Postplein met poortgebouw. Waar vroeger een grasveld lag, ligt nu een speelplaats. Architecten Evers en Sarlemijn
In de jaren 0 vond een renovatie plaats, die uitgevoerd is door architect van Hontem. Van buiten zijn de woningen zoveel mogelijk teruggebracht in de oorspronkelijke staat. Bij de gevels ging het daarbij vooral om de ramen. Daarvoor zijn de houten kozijnen vervangen door aluminium kozijnen, om op deze manier de verdeling die refereert aan de oorspronkelijke verhoudingen terug te laten komen. Waarbij tevens voldoende licht in de woningen komt.
In een interview met “de Stenen Bank”: “De verhoudingen per bouwblok, het ritme van de ramen erin, de verticale en horizontale verhoudingen, daar was niet veel meer van over. Bijvoorbeeld omdat bij een aantal woningen raamkozijnen verdwenen waren en vervangen door grote glasplaten. We zijn begonnen met alle oorspronkelijke bouwelementen nauwkeurig op een rijtje te zetten. Met het doel oorspronkelijke verhoudingen weer te herstellen.”
Daarnaast konden bewoners ervoor kiezen om al dan niet hun woning intern te laten verbeteren, waarbij wel hun huurprijs omhoog zou gaan.
In 2010 ontving van Hontem de Architectuurprijs van de Gemeente Nijmegen vanwege “de wijze waarop van Hontem architecten deze uitdaging heeft opgepakt, getuigt van een behoedzame, zorgvuldige en ingetogen architectonische attitude die past bij dit type opgave“.
Kunstwerk Denny Baggen
Poort Pieter Postplein oktober 2021 kunstwerk Denny Baggen
De muurschildering in de poort passage is gemaakt door Denny Baggen. Zij studeerde in 1987 af aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem.
Op haar website omschrijft ze haar werk als: “Het werk van Denny Baggen is een afspiegeling van haar positieve kijk op het leven. Dieren zijn haar inspiratiebron. Ze bouwt patronen op uit lijnen. Zo’n patroon lijkt abstract maar wie langer kijkt ontdekt een wereld van mens- en dierfiguren. Soms neemt ze zijpaadjes naar meer schetsmatig werk, met een lossere toets. De verf geeft haar de vrijheid te kiezenuit tal van mogelijkheden, terwijl ze trouw blijft aan haar vormentaal. Een kunstenaar met een eigen handschrift.”
1922, (oorspronkelijk: Bronsgeeststraat 86 en 88), Bronsgeeststraat 56 en 58 Biezen
Bronsgeeststraat 58 en 56, twee prachtig gebouwde huizen uit 1922. (De blauwe lijnen op de straat geeft de loop van de Romeinse stadsgracht aan)
Een van de opvallendste woningen in de Bronsgeeststraat is het dubbele woonhuis op de hoek met de Biezenstraat. H.J. Wenmakers, die als bouwkundige op de tekening staat, is leraar aan de avondschool en onderwijzer op de Ambachtsschool. Hij zal nummer 86 (tegenwoordig 56) gaan bewonen.
Hendrik Johannes Wenmakers
Plan voor het bouwen van twee woonhuizen a/d Bronsgeeststraat voor den Weled. Hr. H.J. Wenmakers en C. Verburg, tekening november 1921 (D12.386989 detail)
Hendrik Johannes Wenmakers op 30 december 1879 geboren te Rotterdam. Op 28 september 1906 is hij met Maria Christina Flock (13-8-1882 Rotterdam) getrouwd. Op 28 maart 1906 verhuizen ze vanuit Rotterdam naar Nijmegen, Willemsweg 34. Hij is dan onderwijzer Ambachtsschool (metselaar) van beroep. Tussen 1900 en 1910 zijn ze verhuisd naar Weurtscheweg 24. In het Bevolkingsregister 1910 is dit adres doorgehaald en vervangen door Voorstadslaan 63: dit betreft waarschijnlijk een hernummering.
Kinderen:
Anna Petronella Maria: 17-2-1907 te Nijmegen
Hendrik Johannes: 13-4-1911
Willem Hendrik: 21-7-1919
Rond maart 1914 heeft Wenmakers de tekenacte “M.O. md” behaald (PGNC 8/3/1914), oftewel de bevoegdheid tot het geven van Middelbaar onderwijs in het rechtlijnig en bouwkundig tekenen.
Hij overlijdt op 6 of 7 december 1940 (“heden” in de overlijdensadvertentie De Gelderlander 7/12/1940)
In een gevonden rouwbericht blijkt zijn weduwe Maria Christina Flock op 28 mei 1948 overleden te zijn. De advertentie is ondertekend door zijn zoon W.H. Wenmakers en dan het adres Bronsgeeststraat 56.
W.H. Wenmakers, architect, komt in het Adresboek 1966 nog voor op dit adres.
Coenraad Albertus Verburg
Opvallend: zijn mede-aanvrager van de bouwvergunning is C.A. Verburg. Hij is tevens leraar aan de Ambachtsschool. Verburg zal nummer 88 (nu 58) gaan bewonen.
Coenraad Albertus Verburg is op 4 april 1877 geboren te Arnhem. Hij is getrouwd met Gerritje Abbenhuijs (20-6-1878 Arnhem). Op 25 oktober 1913 komen ze naar Nijmegen. Ze zijn dan afkomstig uit Venlo en gaan wonen op Voorstadslaan 195. Hij is dan leraar aan de Ambachtsschool. Op een later tijdstip (waarschijnlijk dd 1-1-1921) is daar avondschool voor Handwerkslieden bijgevoegd.
Kinderen:
Theodorus Coenraad Albertus 21-11-1902 plaats onleesbaar
Bernardus Carolus Joseph, 2-11-1904, plaats onleesbaar
Catharina Elisabeth, 23-12-1905
George Antonius, 9-12-1907, Venlo
Albertina Gerarda 22-2-1917, Hees
In ieder geval woont hij hier in 1938 nog, wanneer hij zijn 25 jarig jubileum als leraar vaktekenen voor metaalbewerkers viert.
Romeinen
Voor het huis lopen blauwe golvende lijnen op de weg, met daarachter een lijn in klinkers: in de Romeinse tijd liep hier de stadsgracht en stadsmuur.