Pieter Postplein met poortgebouw. Waar vroeger een graseld lag, ligt nu een speelplaats. Architecten Evers en Sarlemijn
In de jaren 50 ontwierpen de architecten Evers en Sarlemijn het Pieter Postplein in Heseveld. Deze is gebouwd in de stijl van de Bossche School. In de jaren 0 vond een renovatie plaats door Paul van Hontem. Hierbij werd de buitenkant zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat terug gebracht. Daarvoor ontving het bureau de Architectuurprijs van de gemeente Nijmegen. Opvallend is het kunstwerk in het poortgebouw van Denny Baggen.
Ontstaan
In 1951 kregen Evers en Sarlemijn van Woningvereniging “Nijmegen” opdracht om een bebouwingsplan voor een gedeelte van Heseveld te ontwerpen. Het ging dus daarbij niet alleen om de gebouwen, maar ook om de indeling van de buurt. Hun plan bestond uit vier complexen, waarvan het plan voor het 4de complex werd afgekeurd.
Binnen dit plan was de Bouwmeesterbuurt het tweede complex. Deze werd tussen 1953 en 1955 gebouwd. Het complex is zowel vrij stenig als groen. Vanwege de meerdere bouwlagen is het complex vrij stenig. Door het binnenplein is hier het meeste groen van de buurt te vinden. Oorspronkelijk bestond het binnenplein uit een grasveld, tegenwoordig is het een speelplaats.
Aan de kant van de Paul Krugerstraat staan 4 bejaardenwoningen.
Bossche School
Flatwoningen aan Pieter Postplein met speeltuin. Rechts woningen aan de Lieven de Keystraat, 1978 (Gemeente Nijmegen via KN11307-24 RAN CC0)
De gebouwen zijn ontworpen in de stijl van de zogenaamde Bossche School.
Oorsprong
Deze stijl is gebaseerd op Dom Hans Van der Laan, een Benedictijner monnik. Na de Tweede Wereldoorlog gaven Dom Hans Van der Laan, Nico van der Laan en ir C. Pouderoyen hierover een architectuurcursus in Den Bosch, welke zowel Evers als Sarlemijn bezocht hebben.
Juiste verhouding
Kort gezegd komt deze stijl neer op de juiste verhoudingen der delen. Deze verhoudingen scheppen vervolgens een bepaald ritme. Hierbij speelt de verhouding 3:4 een belangrijke rol, die verder is uitgewerkt tot een zogenaamd plastisch getal 1:0,755.
Mediterraanse invloed
De “Afrika- en Bouwmeesterbuurt: beschermd stadsbeeld: toelichting en beeldatlas” noemt de “de flauw hellende schilddaken naar Zuidrand voorbeeld”; Eind jaren 40 maakten Harlekijn en Evers een studiereis Zuid-Frankrijk en Noord-Italië. Of dat in het kader van hun cursus van de Bossche school was, weet ik niet. Van der Laan, de “bedenker” van de Bossche school, bestudeerde en ging met zijn cursisten op excursie naar noord-Frankrijk en Italië.
Pieter Postplein met poortgebouw. Waar vroeger een grasveld lag, ligt nu een speelplaats. Architecten Evers en Sarlemijn
In de jaren 0 vond een renovatie plaats, die uitgevoerd is door architect van Hontem. Van buiten zijn de woningen zoveel mogelijk teruggebracht in de oorspronkelijke staat. Bij de gevels ging het daarbij vooral om de ramen. Daarvoor zijn de houten kozijnen vervangen door aluminium kozijnen, om op deze manier de verdeling die refereert aan de oorspronkelijke verhoudingen terug te laten komen. Waarbij tevens voldoende licht in de woningen komt.
In een interview met “de Stenen Bank”: “De verhoudingen per bouwblok, het ritme van de ramen erin, de verticale en horizontale verhoudingen, daar was niet veel meer van over. Bijvoorbeeld omdat bij een aantal woningen raamkozijnen verdwenen waren en vervangen door grote glasplaten. We zijn begonnen met alle oorspronkelijke bouwelementen nauwkeurig op een rijtje te zetten. Met het doel oorspronkelijke verhoudingen weer te herstellen.”
Daarnaast konden bewoners ervoor kiezen om al dan niet hun woning intern te laten verbeteren, waarbij wel hun huurprijs omhoog zou gaan.
In 2010 ontving van Hontem de Architectuurprijs van de Gemeente Nijmegen vanwege “de wijze waarop van Hontem architecten deze uitdaging heeft opgepakt, getuigt van een behoedzame, zorgvuldige en ingetogen architectonische attitude die past bij dit type opgave“.
Kunstwerk Denny Baggen
Poort Pieter Postplein met het kunstwerk van Denny Baggen, oktober 2021
De muurschildering in de poort passage is gemaakt door Denny Baggen. Zij studeerde in 1987 af aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem.
Op haar website omschrijft ze haar werk als: “Het werk van Denny Baggen is een afspiegeling van haar positieve kijk op het leven. Dieren zijn haar inspiratiebron. Ze bouwt patronen op uit lijnen. Zo’n patroon lijkt abstract maar wie langer kijkt ontdekt een wereld van mens- en dierfiguren. Soms neemt ze zijpaadjes naar meer schetsmatig werk, met een lossere toets. De verf geeft haar de vrijheid te kiezenuit tal van mogelijkheden, terwijl ze trouw blijft aan haar vormentaal. Een kunstenaar met een eigen handschrift.”
Je loopt er zo aan voorbij en het is klein. Dit is echter een leuk plekje, om even bij een wandeling door de Benedenstad onder het poortje bij Begijnenstraat 13 door te wandelen. Is het de palmboom die het ‘m doet?
In 1983/1984 werd het Citycomplex gebouwd tussen de Ganzenheuvel en Smidstraat. Op een soort binnenterrein kwam de omgevingsvormgeving van Christiaan Paul Damsté.
De Begijnenstraat is een mooie, oude straat die Lange Hezelstraat met de Waalkade verbindt. Opvallende monumenten zijn het oude weeshuis en de oude gereformeerde kerk. Daarnaast heeft nog een aantal prachtige, andere oude panden, waaronder een voormalig postkantoor.
Waarschijnlijk is de Ganzenheuvel tegenwoordig meer bekend van het pleintje, dan de weg die daar achter loopt. Toch dankt het plein juist haar naam aan deze weg.
In 1920 vestigt Turmac zich in Nederland. Hun hoofdkantoor komt in Arnhem (hoewel deze in 1922 verhuist naar Amsterdam) en hun fabriek in Zevenaar. In Nijmegen vestigen zij een tabak opslagplaats, aan de Oude Haven nummer 4.
Het gezicht in de richting van de Priemstraat, en naar de panden van C.A.P. Ivens, fotograaf en H.A. Tesser, drogist, links de Lange Brouwerstraat, 1895 (GN2708 – A RAN)
Priemstraat 1 De eerstgevonden advertentie is in januari 1894 (PGNC 14/1/1894), waarin G.H. van der Wedde een verkooppunt van thee is van P. Mackenzie uit Rotterdam. Afgaande op de advertentie voor de verkoop van het pand in 1903 is de Priemstraat 1 in 1898 “geheel nieuw…” gebouwd. 1897/1898 Verbouwing of nieuwbouw In 1897/1898 vindt een…
Op de Klokkenberg werd in 1844 een lagere school geopend, met daarbij de eerste Christelijke Normaalschool (voorloper van de lerarenopleiding). De straat bestaat pas sinds de jaren 80, toen het complex van de Klokkenberg werd gesloopt en er woningen voor in de plaats kwamen.
Op de Korenmarkt zaten de nodige horecagelegenheden, waarvan het Hof van Brabant mogelijk de bekendste was. Na verloop van tijd was er een terras, met een prachtig uitzicht op de Waal. En er waren kegelwedstrijden, rond 1900 zeer populair.
Op de hoek van de Priemstraat en de Lage Markt is een beeldje van een Olifant te zien. Een herinnerg aan de tijd dat hier een winkel in koloniale waren zat. Het beeld is overigens niet het origineel: deze is van hout en te vinden in de collectie van het Valkhof museum. In 1979 maakte…
In 1858/1859 laat Franciscus Johannes (Frans) Hallo Bat-Ouwe-Zate bouwen, welke al binnen 7 maanden gereed is. In de volksmond krijgt het al gauw de naam “Kasteel Hallo”. Hij zal er zelf maar een korte periode wonen. Het kasteel werd vervolgens vooral bekend door de geliefde “Zusters van Hallo”.
Het huis aan Steenstraat 2 staat bekend als het “Brouwershuis”. Hoewel op de voorgevel het jaar 1621 staat, is het gebouw ouder: In ieder geval bestaat uit het pand al in de 16e eeuw
Op Begijnenstraat 20 staat de voormalig gereformeerde kerk van Nijmegen. Daarna was het jarenlang een bedrijfsruimte: als amandelfabriek, fietsverhuur, timmerfabriek en snookercentrum. Vanaf 1999 is het een woning. Het gebouw is een gemeentelijk monument.
In 1987 maakte de beeldhouwer Klaus van de Locht de afsluitpaal “Habakuk” als grenswachter die is opgesteld tussen de sacrale ruimte van het hooggelegen kerkhof en de profane wereld daaronder.
In de Kloosterstraat hangt een mini-museum over de kaaisjouwers. Gerrit Pijman (Die in 2023 77 jaar is) hangt elke ochtend deze foto’s op en haalt ze ’s avonds er weer af
Blik op het Cellenbroederenhuis de Ellendige en Gevoegde Broederschappen, één van de oudste panden van de stad. In de vleugel met de trapgevel ligt de regentenkamer waar de regenten van deze in 1591 door Prins Maurits gefundeerde instelling van Weldadigheid maandelijks vergaderen, 1900-1925 (dr. Jan Brinkhoff via D17 RAN CC0)
Dit prachtige stukje Nijmegen ligt wat verscholen, met de Ridderstraat als de enige ingang. Met de Ottengas is het een oud stuk Nijmegen, dat de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd, vol van gemeentelijke en rijksmonumenten. Toch zullen veel Nijmegenaren het ook kennen van de (vroegere) uitgaangsgelegenheden.
Op 1 februari 1904 opent de Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij met een bestelkantoor en een reiskantoor op Kannenmarkt No. 6. Hiervoor had de verbouwing plaats gevonden,
Al jarenlang hangt in de Pepergas een bordje met foto en onderschrift dat in Pepergas 22 een smederij was gevestigd. Ik was benieuwd wat er over deze smederij was te vinden.
Korenmarkt, en tekening van Koster, op de achtergrond de St.-Stevenskerk, 1770 (Evert F. van der Grinten via F78336 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Waar vroeger parkeerplaatsen waren, is het tegenwoordig in de zomermaanden gezellig picknicken op de Korenmarkt. Het was een van de projecten Groene Allure.
Op 4 mei 1995 vindt de onthulling van het Joods Monument plaats, een werk van Paul de Swaaf. Daarbij werd het plein hernoemd naar Kitty de Wijzeplaats: als eerbetoon aan alle omgekomen Joden kreeg het de naam van een hen. In 2015 vond de onthulling plaats van 7 plaquettes, met de namen van alle 449…
De gemeente Nijmegen gaf in 1973 een aantal kunstenaars de opdracht om een verkeerspaaltje te ontwerpen. Oscar Goedhart was met Peter van Locht en Giuseppe Roverso de eerste kunstenaar.
Omdat in 1983 Karl Marx 100 jaar is overleden, besluit de gemeente Nijmegen een plaquette op te hangen waar het “ouderlijke huis” van de moeder van Karl Marx heeft gestaan. Henriëtte Presburg heeft hier echter slechts 6 jaar gewoond: zij was geboren in de Nonnenstraat.
1887 Klokkenberg Bij de opening 6 Mei schrijft het PGNC: “… De Christelijke normaalschool werd in 1846 in het vorige gebouw op den Klokkenberg geopend, terwijl met den bouw van de nieuwe school, naar de plannen van den heer J.W. Michielsen alhier, in 1886 werd begonnen door den aannemer, den heer Buskens. Voor den fraaien…
Panden aan de westzijde van de Grotestraat met een Brood- en Banketbakkerij (huisnummer 45) (dit pand werd vroeger De Drie Vijzels genoemd), Grotestraat 43-45-47-49, 1935 (Fotopersbureau Gelderland via F65417 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
Advertentie verkoop de Drie Vijzels (PGNC 27/1/1895)
Het Anker/Dobbelmann
Lange Brouwersstraat
Een van de bekendste fabrieken die Nijmegen heeft voortgebracht is Dobbelmann. Haar oorsprong ligt in de Lange Brouwersstraat, wanneer Johann Peter Dobbelmann in 1845 zeepfabriek het Anker koopt. Het Anker was daarbij het het eerste bedrijf Nijmegen geweest met een stoomketel. Al gauw daarna neemt zijn zoon Theodoor de fabriek over. In 1895 ontstond een grote brand, die de fabriek verwoestte. Daarop vestigde Dobbelmann zich in Bottendaal en werd het een van de belangrijkste zeepfabrieken van Nederland.
Lange Brouwerstraat 2
Een aantal verwaarloosde panden ; links onderaan de hoek met de Begijnenstraat ; op de achtergrond rechtdoor de Oude Koningstraat, 8/1978 (Theo Hendriks via F29342 RAN CC0)
Een aantal verwaarloosde panden in de Benedenstad heeft de sloop overleefd, waaronder enkele in de Lange Brouwerstraat. Op nummer 2 bevindt zich in 1978 Drukkerij “De Waalstad”. Let ook op de prachtige deur van 2B (Tegenwoordig nummers 6 en 8); deze deur bestaat nog steeds.
Gemeentelijk Monument
Deur Lange Brouwerstraat (augustus 2025)
Lange Brouwerstraat 4, 6 en 8 is een Gemeentelijk Monument met als formele tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Woningen. Oorspronkelijk winkel / woonhuis van twee lagen. Gevel van baksteen met gestucte banden. Op de begane grond vernieuwde houten pui met links de deur van het bovenhuis. De bovenetage heeft drie assen waarin T-vensters met daarboven gemetselde ontlastingsbogen met natuurstenen sluitsteen. Gootlijst met consoles. Platdak met pannengedekt schild en in het midden een dakkapel met houten pilaters, vlakke bovenlijst en wangen. Bouwjaar: ca 1895-1900. Van belang als voorbeeld van de straatbebouwing en als onderdeel van, samenhangend bewaard gebleven, oude bebouwing van dit deel van de benedenstad.”
Lange Brouwerstraat 8 6 4 en 2 (augustus 2025)
Glashuis/Sint Jacobskapel
Tekening van de Kapel van het St. Jacobsgasthuis (het huidige Glashuis), 12/8/1895 (GN1589 RAN)
De Sint-Jacobskapel of Glashuis werd in de 15de eeuw gebouwd als onderdeel van het St. Jacobsgasthuis. Het is een bakstenen gebouw met driezijdige koorsluiting. Na het Beleg van Nijmegen in 1591 verloor de kapel de geloofsfunctie. Hendrick Heuck had er tot 1655 een glasblazerij die in 1670 failliet ging. Daarna deed de kapel dienst als school, opslagruimte, koeienstal, weeshuis en woning. In 1965 werd de kapel gerestaureerd door ingenieur J. G. Deur. Hierna werd het weer een gebedsruimte en in 1998 verdween de religieuze functie opnieuw en sindsdien is het gebouw onder meer in gebruik voor exposities en huwelijken. Daarnaast vervult de kapel een rol als ontmoetingsplek voor pelgrims (met name de pelgrimage naar Santiago de Compostella).” (Bijschrift KN13129-25 RAN, een foto uit 1956).”
Tijdens het bombardement van 22 februari 1944 raakte de kapel beschadigd. Na de oorlog ontwierp ir. Deur de restauratie, welke na zijn overlijden werd voortgezet door ir. Poederoijen. Na het gereedkomen van de restauratie zegende deken van Dijk de kapel in als Sinte Geertruidkapel. Later is de naam veranderd naar de Sint Jacobskapel. (Bijschrift F93761, foto uit 1964)
Moeder met Kind, Pépé Gregoire
1982 Ganzenheuvel, tegenwoordig Papengas bij het Glashuis
Moeder en kind, beeld van Pépé Gregoire: Onthulling van het beeldje van Haskoning door burgemeester F. Hermsen, 29 juni 1982. Bij de herinrichting van de Ganzenheuvel is het verplaatst naar de Papengas, bij het Glashuis (Peter Wiegerinck via F61292 RAN CCBYSA)
Pierre Paul “Pépé” Grégoire (Teteringen, 3 november 1950) is een Nederlandse beeldhouwer.
Hij studeerde van 1968-1974 aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam. In 1974 won hij de Buys van Hultenprijs en in 1985 de Jan Hamdorffprijs. Hij maakt vooral grote werken in de openbare ruimte (2 tot 8 meter hoog). Bovendien maakte hij in opdracht een aantal bronsportretten.
De meeste Nijmegenaren zullen het gebouw op Ganzenheuvel 71 kennen als het befaamde Spijshuis Uylenspieghel. Ook vóór dit restaurant waren er verschillende horeca-gelegenheden geweest.
Café Vink
Café Billard A.W. Vink van de familie Vink-van Roozendaal. Rechts voor de pui de vier kinderen uit het gezin, Johannes Hendrikus (Jo) en Antonius Wilhelmus (Toon), Hendrina Anna (Rika) en Anna Wilhelmina (Annie) en drie vriendinnetjes van de familie Winkels, Ganzenheuvel 71, 8/1934-9/1934 (F39218 RAN)Groepsfoto van de familie Vink voor Café A.W. Vink. In het midden, zonder hoed, eigenaar/uitbater Antonius Wilhelmus (Toon) Vink (28/06/1898 – 07/06/1968), Ganzenheuvel 71, 1929-1931 (F39215 RAN)
Zie ook de foto F39238 RAN uit 1959-1960: dan is het “Café A.W. Vink / Vink’s Dancing van de familie Vink-van Roozendaal. De dancing is tot dan de enige in de stad.” Merk op dat op de bovengevel ook “Café “De Oude Stad”” staat geschilderd.
Op foto GN10680 RAN komt Prins Carnaval Nico (Grijpink) in 1957 langs dancing Vink.
Rond 1965 is het Bar Dancing Blue Bell, zie foto F86411 RAN. En rond 1920 Bar Bodego La Colina (zie F63999 RAN)
Spijshuis Uylenspieghel
De in aanbouw zijnde Cityschool. Rechtsboven het Spijshuis Uylenspieghel aan de Ganzenheuvel 71, 1979 (Wim Michels via ZN36171 RAN CC0)
Het restaurent opende in 1975. Vanwege de corona-periode werd het restaurant in 2020 gesloten. De tekst op haar site vertelt:
“Na 45 jaar vol strijdlust, goede zin en fantastische inzet van iedereen, moeten wij bekend maken dat de Corona-periode van ons gewonnen heeft. Wij geloven er niet in dat we zodra de eerste versoepelende maatregelen van kracht zullen zijn, we weer een winstgevend bedrijf kunnen worden.
Dit heeft ons doen besluiten om onze deuren blijvend te sluiten.
Wij zijn blij te kunnen mededelen dat er geen benadeelde leveranciers achterblijven.
Wij willen al onze trouwe gasten van de afgelopen 45 jaar van harte bedanken.”
Onder St. Steven
Smidstraat 31
Onder St Steven, Smidstraat 31 (augustus 2025)Omgevingsvormgeving Christiaan Paul Damsté, Achter de Smidstraat, 1983 (juni 2024)Omgevingsvormgeving, Christiaan Paul Damste, Achter de Smidstraat, 1983 (juni 2024)
Priemstraat 3-5
Priemstraat 3-5 (augustus 2025)
Priemstraat 3- 21, 1966 (G.Th. Delemarre via 101938 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed CCBYSA 3.0)
Priemstraat 13
Priemstraat 13 (augustus 2025)
Dille & Kamille
Begin jaren 70 vestigt zich Dille & Kamille op de Priemstraat. Het is dan een van de 5 eerste vestiging van de keten, die in 1974 in Utrecht is opgericht. “Sinds die tijd willen we mensen inspireren om bewust, onthaast en duurzaam te leven in harmonie met elkaar, onze omgeving en de natuur. En daarom kiezen we al bijna 50 jaar voor dingen die ertoe doen!” (Dille & Kamille) Rond 1979 is deze vestiging echter gesloten. In 2014 komt Dille & Kamille terug naar Nijmegen, dan op de Lange Hezelstraat.
Op Facebook staat een mooie foto uit 1970 en veel herinneringen. Daarbij wordt het jaartal 1974 genoemd als waar iemand de eerste baan had bij Dille & Kamille. (Ook 1972 wordt genoemd, maar uit de website van Dille & Kamille blijkt de winkel in Utrecht in 1974 te zijn begonnen).
Zie ook de foto F67949 RAN. Deze is gedateerd op 1966-1970, maar dit zal een abuis zijn.
Weetjewel en Bar Cali
Na Dille & Kamille zat hier zo’n 40 jaar restaurant Weetjewel.
Priemstraat 11-13 is een Gemeentelijk Momument met als tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Bedrijfspand met bovenwoning. Geheel gepleisterd bakstenen pand in drie bouwlagen, drie-assig, met pannengedekt schilddak. Op de eerste etage hoge rechthoekige vensters met ze ruiten; op de tweede bijna vierkante ramen met vier ruiten. Gladde geprofileerde kroonlijst. De benedenetage heeft een hoge houten pui bestaande uit twee deuren met bovenlicht, waartussen een etalagevenster met bovenlicht. De pui bestaat uit bewerkte pilasters met boven de deuren gebogen frieslijsten met consoles. Boven de etalage een kroonlijst onderbroken door een uitvoerig ornamentaal fronton. Bouwtijd: tweede kwart 19e eeuw; pui circa 1880-1885 Zeer karakteristiek pand met waardevolle pui.”
Priemstaat 13 (augustus 2025)
Priemstraat 19-21
Rijksmonument met als omschrijving: Linker- en Rechter helft “van een in de 18e eeuw overlangs in twee woningen gesplitst, breed, onderkelderd, laat-gotisch huis (XVI A) met insteek, verdieping en verdiep, moer- en kinderbalklagen ten dele voorzien van sleutelstukken met peerkraalprofiel en hoge eiken kap – drie jukspanten voorzien van gezaagde telmerken – gedekt met Hollandse pannen en aan de voorzijde met wolfeind en achter tegen gepleisterde tuitgevel. Deze rechter helft heeft een verhoogde, gepleisterde en met lijst afgesloten voorgevel met een hoge 19e eeuwse winkelpui, twee 6-ruits schuifvensters op de verdieping en een 9-ruits schuifvenster op zolderhoogte. In de achtergevel een vijftal vensters.”
Rijksmonument
Priemstraat 19-21 Is een Rijksmonument met als omschrijving voor nummer 19:
“Linker helft van een in de 18e eeuw overlangs in twee woningen gesplitst, breed, onderkelderd, laat-gotisch huis (XVI A) met insteek, verdieping en verdiep, moer- en kinderbalklagen ten dele voorzien van sleutelstukken met peerkraalprofiel en hoge eiken kap – drie jukspanten voorzien van gezaagde telmerken – gedekt met Hollandse pannen en aan de voorzijde met wolfeind en achter tegen gepleisterde tuitgevel. Deze linker helft heeft een verhoogde, gebosseerd gepleisterde en met lijst afgesloten voorgevel met hoge 19e eeuwse winkelpui, twee schuifvensters op de verdieping en een schuifvenster op zolderhoogte. In de achtergevel een keldertoegang, twee deuropeningen en vier vensters.”
Ansichtkaart
Straatbeeld, omstreeks de eeuwwisseling, gezien vanaf de Lage Markt in de richting van de Ganzenheuvel. Op de achtergrond Likeurstokerij en Distilleerderij van Rijssenbeek & Nass aan de Smidstraat en de toren van de St. Stevenskerk, rechts vooraan, op de hoek, de kruidenierswinkel ‘In den Olifant’, 1898-1902 (F89834 RAN)
Priemstraat met historische foto (augustus 2025)
Vlakbij Priemstraat 19-21 hangt 2019 een vergroting van een gerestaureerde ansichtkaart uit 1900. Zie het artikel in de Gelderlander hierover.
Priemstraat 53- 55
Priemstraat 53 – 55 (augustus 2025)
Rijksmonument
Priemstraat 53 – 55 is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Laat-middeleeuws PAND, waarvan de geveltop met in- en uitzwenkende contouren uit de 18e eeuw dagtekent.
Aan de achterzijde een gepleisterde puntgevel.
Onder het huis een tweebeukige kelder met graatgewelven op bakstenen ronde pijlers.
Moer- en kinderbalken met gesneden laat-gotische sleutelstukken.
Spiltrap achter in het huis.”
Priemstraat 57
Rijksmonument
Het gebouw is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met verdieping en hoog zadeldak, waarschijnlijk 17e eeuw. Lijstgevel van vroeg-19e eeuws karakter.”
Hotel Ariëns
De oostzijde van de Priemstraat met in het midden Hotel Ariëns , gezien in de richting van de Lage Markt, 1890-1895 (F31925 RAN)
Lage Markt 40
De melk- en zuivelwinkel van E.A. Mack (nr. 40) links, in het midden de Priemstraat, geheel rechts het Jezuiëtenhuis oftewel de Hof van Xanten, Lage Markt 36-46, 1959 (Gemeente Nijmegen afd. Reprografie via F19042 RAN CC0)
Rijksmonument Jezuïetenhuis Het Hof van Xanten wordt ook wel het “Jezuïetenhuis” genoemd, vernoemd naar de schuilkerk die hier lang gevestigd was. Na de Reductie van Nijmegen bleven vooral de Jezuïeten actief. “Vanaf 1616 waren er structureel twee missionarissen namens de orde in Nijmegen aanwezig. De eerste missionaris die gezonden werd en die we dus als…
Smederij tussen het Hof van Xanten (het Jezuïetenhuis) en de Vinkegas, Lage Markt, 1925-1930 (F66506 RAN)
Lage Markt, maart 2025 (Google Streetview)
Het meest linkse gebouw op de foto van ongeveer 1925-1930 naast het poortje is het Hof van Xanten. Op de huidige foto is de situatie in maart 2025, waarbij op deze plaats woningen zijn gebouwen.
Lage Markt 59/Waalkade 11
(voorheen Lage Markt 55)
Lage Markt 59 (augustus 2025)
Cartouche met chronogram
Cartouche Lage Markt 59 (augustus 2025)
Op de cartouche staat de tekst “paX et qVIes VsqVe qVaqVe hVIC DoMVI”. Dit is een zogenaamd jaardicht of chronogram. Een chonogram bestaat uit 1 of meer versregels, of een korte spreuk, waarin de letters M, D, C, L, X, U, V, W, I en Y als Romeinse cijfers beschouwd, bij samentelling een bepaald jaartal voorstellen. (wikipedia, met tevens meer achtergrond van een jaardicht).
De vertaling luidt: “Vrede en rust te allen tijde voor dit huis”, waarbij tevens het jaar 1648 wordt gevormd. Zoals Dorsoduro aangeeft, is deze tekst mogelijk ingegeven door de Vrede van Münster.
Rijksmonument
Een aantal panden voor de restauratie, Lage Markt 55-61, 1975 (Frans Kup via F19554 RAN CCBYSA)
Het gebouw is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met in de verminkte en gepleisterde voorgevel een gevelsteen met cartouche (1648) en drie sierankers. Het schilddak wordt aan de Waalkade afgesloten door een gevel met gezwenkte top.”
Gevelsteen
Lage Markt 70 – 88
Gevelsteen, Lage Markt 70 – 88 (augustus 2025)
Deze spreuk is vooral door het “Adagia” van Erasmus beroemd geworden. Daarin beschrijft hij “Ne Iupiter quidem omnibus placet” (Adagia 2.7.55).
Oftewel: “Zelfs Jupiter kan het niet iedereen naar de zin maken”; wat vrij vertaald betekent: Je kunt het niet iedereen naar de zin maken.
Deze Latijnse spreuk is uiteindelijk gebaseerd op een Oud-Griekse spreuk van Theognis in zijn Sententiis. In het Engels: `Theognis among his moral maxims: ‘For Jove himself may not content us all, / Whether he holds rain back or lets it fall.’` “Οὐ δὲ γὰρ ὁ Ζεὺς Οὔθ’ ὕων πάντας ἀνδάνει οὐτ’ ἀνέχων.” Ik spreek geen Latijn noch Oud Grieks. Wel is in het oud Grieks `Zeus´ te herkennen, terwijl in de Engelse vertaling Jove, oftewel Jupiter, wordt genoemd. Opvallend is in ieder geval wel, dat de verwijzing naar regen door Erasmus wordt weggelaten. Zie ook https://alt.language.latin.narkive.com/5EDY7kBC/ne-iuppiter-quidem-omnibus-placet, waarin de volledige context van Theognis in het engels staat.
Zoals Dorsoduro ook aangeeft, komt de tekst ook voor in Baudartius Afbeeldinghe, ende beschrijvinghe van alle de veld-slagen, belegeringen en ghevallen in de Nederlanden, geduerende d’oorloghe teghens den coningh van Spaengien (1559-1614) uit 1615:
`Ne Iovem quidem omnibus unquam placuisse, dat Iupiter selve noyt allen menschen en heeft behaeght. Derhalven het oock geen vvonder is, dat ick ende mijns gelijcke van de berisp-gierige vvorden geoordeelt, ende het alle man niet te passe en konnen maken. Ick en hebbe (dat versekere ick u) niemant`
1645
Op de gevelsteen staat tevens het jaar 1645 genoemd. Zoals Dorsoduro al aangeeft, moet de gevelsteen in ieder geval ooit zijn opgeknapt. Daarbij is niet met zekerheid te zeggen waar de 1645 naar verwijst en in welk jaar de gevelsteen is ingemetseld.
“Op 21 november 1986 werd hier de laatste hand gelegd aan de sociale woningbouw in de Benedenstad door: F.J. Hermsen Burgemeester van Nijmegen, H. Houthuys, J. van de Ing, H. Jansen, P. Mays, A. Weijers en W. Weijers leden van het Buurtkomitee Benedenstad. F.S.H. Crouwers en Maartje Busser, Bewoners.”
Deze gevelsteen zal de vervanger zijn van een oorspronkelijke, welke in 1987 al beschadigd was. In 1988 waren nog meer handen kapot. Zie ook F60951 RAN, met burgemeester Hermsen.
Een mooie foto van deze appartementen aan de Vosstraat uit 1986 is F94014 RAN.
Gevelsteen Vosstraat
Gevelsteen Vos, Vosstraat (augustus 2025)
De gevelsteen van een rode vos in de Vosstraat is oorspronkelijk afkomstig uit een pakhuis, dat in 1639 voor Anthonis Vos gekocht werd, onderdeel van het St. JacobsGasthuis. Het gebouw werd in de jaren 70 afgebroken. Bij de nieuwbouw van 1986 werd het herplaatst. (KN14255-30 RAN). Het RAN noemt als jaar van de sloop 1974; Hendriks (1987, via het Straatnamenregister): “”Door sloop van dit pand in 1977, is het straatje niet duidelijk meer herkenbaar.””
Vosstraat
Ook de Vosstraat is naar Anthonis Vos vernoemd: “”1706: Vossegasken. De wijnkoper Anthonis Vos, burgemeester in 1655 en 1658, kocht in 1639 een deel van het vroegere St. Nicolaas gasthuis en richtte dit tot een pakhuis in. Het gebouw kreeg den naam: Vossepakhuis. Dit gebouw bestaat nog; naast den ingang is in de muur een steen gemetseld waarin een vos gebeiteld is. Zie het R.V. van 1900, blz. 41. P. 1839: Achter de Vischmarkt.” (Teunissen 1933 zoals weergegeven in het Straatnamenregister)
Vosstraat (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, CC BY-SA 4.0 , via Wikimedia Commons)
Moeder Gods als beschermster van de schippers, Hans Truijen
1966 Vleeshouwerstraat
Moeder Gods als beschermster van de schippers, Vleeshouwerstraat (augustus 2025)
Moeder Gods als beschermster van de schippers is een kunstwerk van Hans Truijen (1928-2005). Dit mozaïek is geplaatst in Vleeshouwerstraat, vlak bij de trappen van het Groene Balkon. Links is Maria als Moeder Gods met Jezus. Rechts staat Sint Olof afgebeeld. Hij was in de 15e eeuw in Nijmegen de patroonheilige van schippers. Het Nijmeegse Antependium uit 1494 heeft als inspiratiebron voor dit kunstwerk gediend. Voor een uitgebreide beschrijving:
Deze gevelsteen slaat op Arnold Kelffken. In het jaar 1729 was hij voor het eerst burgemeester. Oorspronkelijk was de steen ingemetseld in de kademuur van de Oude Haven, naar aanleiding van het herstel daarvan. De Oude Haven werd in 1881-1884 gedempt. De gevelsteen werd ingemetseld aan de Gedeputeerdenplaats. In 1986 kreeg het zijn huidige plaats (KN14254-29 RAN en Facebook).
“Zij roepen ons die deftige familie voor den geest, van scheepenen en burgemeesters, naar wie ons Bosch (ten onrechte) genoemd is, en welke zoo treurig eindigde in 1745 met Mr. Arnold Kelfken, een gederailleerd heerschap, die niets naliet dan een slechten naam en schulden.” (Het Schependom van Nijmegen in woord en beeld 1912, p. 37, van Schevichaven, overgenomen uit argusvlinder)
De Kolonialen: Waalkazerne en Valkhofkazerne
Een eenheid van de Koloniale Reserve op het terrein van de Waalkazerne. Van 1891 tot en met 1911 bevonden zich twee kazernes in de binnenstad: de Waalkazerne en de Valkhofkazerne. In 1911 werd een grote kazerne geopend in Nijmegen-Oost, Oude Haven, 1900-1905 (F1650 RAN)
Na mogelijk binnen Korten tijd slooping zal plaats hebben van de oude Kanonnierskazerne aan den Lindenberg, genaamd de Valkhof-kazerne, en dit gebouw zal moeten plaatsmaken voor een op te richten politiegebouw, is ‘t, dunkt mij, niet onaardig, eens in herinnering te brengen wat daar ter plaatse eerst gestaan heeft.
Eeuwen lang woonde daar een familie Singendonck, die er meerdere eigendommen had en door aankoop zoo vergrootte dat het een zeer uitgestrekt bezit was, waardoor haar erf bij ’t Valkhof, aan den Lindenberg, aan het ‘Bezembindersgasje en ook aan de Duivengas en Strikstraat uitkwam.
Van een groot gedeelte van dit zeer groot erf met groot heerenhuis werd de gemeente Nijmegen eigenares door aankoop in 1823 van de Dourari1ere S.M. Singendonck van Dieden om er eene kazerne te bouwen. Eerst in 1826 schijnt die kazerne gebouwd te zijn, omreden op den 12 Juni van dat jaar de verkoop plaats had van de aanzienlijke partij afbraak van het huis, te voren bewoond door wijlen den weledelgeboren heer Singendonck van Dieden.
Deze afbraak bestond volgens de advertentie uit het volgende:
Ongeveer 50 moderne schuiframen met luiken, groote en kleine glasruiten en hardsteenen drempels. Eene royale wagenschothouten Slingertrap, 8 1a 10 marmeren schoorsteenmantels; onderscheidene portes brisées en andere deuren van Wagenschot; ruim 20 stuks kozijnen met paneeldeuren.
Eene groote partij Lambriseeringen, 8 onderscheidende behangsels voor zalen, waaronder twee bij uitnemendheid, schoone Turkschgeborduurde en een van kostelijke groene Trijp welke alle nog in de zalen te zien zijn; ruim 100 stuks witte marmeren vloerstenen; groot 60 N. Duimen in het vierkant; 7000 1a 800 stuks witte en blaauwe vloersteenen; groot 80 Ned. Duimen in het vierkant; buitengewoon schoongeschilderde schoorsteen en plafonstukken; drie regenbakspompen, onderscheidene ijzeren haardplaten, een ijzeren hek, lang 17 ellen; het inwendigen van een paardenstel voor 7 paarden enz. enz.
Alle deze voorwerpen bevinden zich nog in goeden staat in het voormeld gebouw, op de Duivengas, van achteren uitkomende aan de Lindenberg te Nijmegen.”
De bouw van bovenvermelde kazerne werd op Dinsdag 30 Mei 1826 in het Raadhuis deze stad aanbesteed als: het vertimmeren van een huis en daartoe gehorende gebouwen tot een caserne voor 400 manschappen.
Het moet dus één der aanzienlijkst en inwendig wel één der fraaiste gebouwen der stad geweest zijn, en het is zeer te betreuren dat toen zulke gebouwen, wegens te weinig ruimte tusschen de vestingmuren, om een kazerne te bouwen, moesten worden opgeruimd. C.A. Neyboer.” (PG)NC 11/4/1913)
Ridderstraat 8: gevelsteen Ex Invidia et Favore
Gevelsteen Ridderstraat (augustus 2025)
“De wapensteen met alliantiewapen van de families (Johan Michiel) Roukens en (Agneta Jannetta) Verspijck met de tekst: “Ex Invidia et Favore 1751”. Vertaling: “Als gevolg van haat en begunstiging”). De gevelsteen is tegenwoordig ingemetseld in een pand aan de Ridderstraat (op de plek van het voormalige Hof van Batenburg, het woonhuis van Roukens-Verspijck)” (Bijschrift F32019 RAN)
Vanuit het noordwesten kijken we naar twee gebouwen die vermoedelijk in de 19e eeuw zijn gebouwd. In het linker pand met balkon en poortgebouw bevond zich op enig moment Hotel Palace Royal. Het hotel had enige weken Sir Walter Scott te gast die er ook stierf. Tussen ongeveer 1914 en 1920 zaten er gemeentelijke instanties. Het gebouw rechts ernaast stond op het perceel van het vroegere karakteristieke Hof van Batenburg, tussen circa 1865 en 1898 zat hier een meisjesschool. Het pand is in de tweede helft van de twintigste eeuw gesloopt. De zware omlijsting van de voordeur bestaande uit een architraaf, sokkels en vlakke pilasters is toen verplaatst naar het gebouw op Sint Anthoniusplaats 1. Het rechterpand, wat helaas nauwelijks te zien is, had het voorkomen van een pakhuis, 1890-1919 (F93291 RAN)
Het is niet met zekerheid te zeggen waar het jaartal en deze tekst op slaat, noch het jaartal waarin de gevelsteen gemaakt is. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de gevelsteen jaren na “1751” is opgehangen. Een aantal mogelijke verklaringen:
De aanslag op het huis van Johan Michel Roukens, deze lijkt het meest genoemd, zie hieronder
De “begunstiging”: heeft er in 1751 een specifieke “begunstiging”/een specifiek moment om stil te staan bij “Als gevolg van haat en begunstiging” plaats gevonden? Of is de “1751” een algehele terugblik op de gehele afgelopen periode? Bijzonder lijkt mij, dat Roukens munten laat slaan waarop 1747 expliciet is vermeld. Dus: waarom het jaartal 1751?
Een relatie met Mr. Theodorus Leonardus Roukens? Hij is geboren in 1751 (28 Januari 1751) en ongehuwd overleden op 26 mei 1782
1747: “Aanslag” op Roukens
“Gedenkpenning van de mislukte aanslag op het huis Hof van Batenburg van Johan Michiel Roukens in 1747. Verblijfplaats : het gemeentemuseum.”, 1747 (Dr. Jan Brinkhoff via D585 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Een veelgebruikte mogelijke verklaring is de “aanslag” op Roukens: Johan Michel Roukens werd eind 1747 belaagd door een groep prinsgezinden. Hij zou, al dan niet terecht, tegen de benoeming van stadhouder Willem Karel Friso (Willem IV) tot erfstadhouder zijn geweest, met de daaraan verbonden machtsuitbreiding (Teunissen 1937, die overigens het jaar 1749 noemt, zoals vermeld in Straatnamenregister)
Daarbij was zijn vrouw Agneta Jannetta Verspijck pas bevallen van hun zoon Arent Anthony Roukens (geboren op 29 oktober 1747).
De binnenplaats van het Hof van Batenburg met onder de blinde pui de wapensteen met het alliantiewapen van de families (Johan Michiel) Roukens en (Agneta Jannetta) Verspijck, met de tekst : Ex Invidia et Favore 1751 ( vertaling : Als gevolg van haat en begunstiging). Tegenwoordig is de gevelsteen ingemetseld in een pand aan de Ridderstraat , op de plek van het Hof van Batenburg, het woonhuis van Roukens-Verspijck, Ridderstraat, 1961 (dr. Jan Brinkhoff via D583 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Biografisch Woordenboek Mr. Johan Michiel Roukens
Het Biografisch Woordenboek uit 1790 beschrijft hoe een groep inmiddels al begonnen is met de plundering -intussen had de wieg ternauwernood de baby Arent Anthony beschermd tegen een gegooide steen- totdat een groep gewapende burgers en een storm erger weet te voorkomen; andere bronnen als Berghpedia, de hierboven genoemde Teunissen en Noviomagus noemen alleen de storm, de groep gewapende burgers niet. Zoals de Jong al aangeeft, betreft het niet het jaar 1848, maar 1847:
“Roukens, (Mr. Johan Michiel) een der grootste Regtsgeleerden van zijnen tijd, en boezemvriend van den vermaarden AmderdamCchen Advokaat Hermanus van Noordkerk. Hij was gebooren op den zesentwintigsten Januarij des Jaars 1702. De haat, waar mede zijn Geslagt was belaaden, hadde hem, in zijne eerde kindsheid, bijkans het leeven gekost. Om het onnozel wigt te behouden, in eene dreigende opschudding, in het Vaderlijk huis ontdaan, bergde men hetzelve, leggende in zijne Wieg, over den muur van den Tuin, in het huis van den Heere Baron van Randwyok. De gronden der Taalkenniste, vooral van het Latijn, leide de Jonge Johan Michiel, onder den vermaarden Nijmeegschen Rektor Cannegieter. In de Regtsgeleerdheid genoot hij, te Leiden, het onderwijs van de beroemde Hoogleeraaren Gerard Noodt, Vitriarius en anderen. Naa zijne bevordering tot Meester in dc Regtsgeleerdheid, keerde hij weder na zijne Geboortestad. Welhaast ondervondt hij het genoegen, dat hem een Ampt wierdt opgedraagen, in vergoedinge der nadoelen en schaden, welke zijn Vader hadt geleeden. In den Jaare 1745 verkreeg hij zitting in den Raad. In het volgende jaar ontving hij last, van wegen het Gewest, om de veertienduizend-man Hanoversche Hulptroepen door het Kwartier te geleiden. Nog hooger eere genoot hij, in den Jaare 1748, wanneer hij, van wegen de Stad Nijmegen, wierdt benoemd, om zijne Doorluchtige Hoogheid , den tegenwoordigen Erfstadhouder, Willem den V, over den Doop te houden. Aangaande een Regent, dus, met eere en aanzien bekleed, zou men verwagt hebben, dat het onrustig Jaar 1748 niet ten zijnen nadeele zou gewerkt hebben. Dit gebeurde evenwel. De Heer Roukens was een der zeven Regenten, onder de twaalf, welke van hunne Regeegeeringsposten verlaaten wierden. Het onstuimig gemeen was hier mede niet voldaan; men dreigde zijn Huis met plondering, en den dood aan al wat ‘er binnen leefde, ’s Mans Echtgenoote lag thans in het kraambedde, en was slegts drie dagen geleeden verlost. Het woest gepeupel, voor het Huis vergaderd, de Voordeur, met geweld, geopend hebbende, streeft straks na binnen, en werpt een hagelbui van steenen door de glazen der Kraamkamer: zodat eenigen nedervielen op de Wieg, in welke het Kraamkind lag. Gelukkig lag dit met het hoofdeneinde na die zijde, van welke de steenen vloogen, en wierdt aldus door den Kap der Wieg beschut. Intusschen vondt men, in het Voorhuis, eenige manden met Wijn, Het gulzig te lijve slaan van deezen deedt de plonderwoede nog meer ontsteeken. Aan het verbrijzelen van Meubelen en Huisgeraaden, die voor de hand stonden, zijnen zat bekoomen hebbende, maakte men de toebereidzels om tot in de Kraamkamer door te dringen. Ter goeder uure wierdt zulks belet door eenige welgezinde gewapende Burgers, die den plonder- en moordzieken hoop verdreeven; welke, daarenboven, van schrik bevangen wierdt door eenen spoedig opkoomenden stormwind: zodat niemand zich op straat durfde waagen, uit vreeze voor het instorten van schoorfteenen en nedervallende Dakpannen.
De Heer ]ohan Michiel Roukens was grondig ervaren in de kennis van de algemeene en bijzondere Regten; verscheiden Verhandelingen kunnen hier van getuigenis draagen, onder andere die Over den Dijkbrief van de Ooy. Daarenboven bezat hij eenen poëetischen geest, en verpoosde, bij wijlen, zijnen gewoonen letterarbeid, door het zamenftellen van Latijnsghe of Nederduitfche Vaerzen. Hij overleedt op den tienden April des Jaars 1772, zijnde getrouwd geweest met Agneta Jeannetta Verspyck, dogter van Leonard Verspyck, Ontvanger Generaal des Nijmeegschen Kwartiers, en van Vrouwe Huberta ingenoel, dogter vanden Burgemeester Johan Ingenoel en van Johanna Rebbers, gebooren den dertigsten November des Jaars 1705 en gestorven op den achtentwintigsten Maij des Jaars 1787. Twee Zoonen zijn uit dit huwelijk naagebleeven; Arent Anthony Roukens en Theodorus Leonard Roukens.
Vaderlandsch woordenboek; oorspronklyk verzameld door Jacobus Kok, Twee-en-twintigste(-negen-en-twintigste) deel. K-M (-V), VYF-EN-TWINTIGSTE DEEL, 1790, bladzijde 197 en 198 (met overzetting via Delpher, de ſ is vervangen door een s); deze tekst is ook te vinden op DBNL.
Ook komt dit verhaal voor in: Biographisch woordenboek der Nederlanden, bevattende levensbeschrijvingen van zoodanige personen, die zich op eenigerlei wijze in ons vaderland hebben vermaard gemaakt, Uitgegeven onder hoofdredactie van Dr. G. D. J.Schotel, Tiende deel.1878
Ook van Schevichaven schrijft in zijn Penschetsen (deel 10, 1898) uitgebreid over de aanslag. Ook hij noemt de plundering niet: “ijn lezing van dezen aanslag op het huis van Roukens wijkt aanmerkelijk af van hetgeen dienaangaande vermeld wordt in het artikel “J. M. Roukens” in het Biographisch Woordenboek van Van der Aa. Zoo erg als het daar wordt voorgesteld, is het niet toegegaan. Ware dat het geval geweest, dan zouden de volgens dat relaas gepleegde euveldaden zeer zeker niet voorbij gegaan zijn in de Zedige Aanmerkingen op de gebeurtenissen dier dagen, bij Hendrik Heymans in het volgende jaar hier ter stede in het licht gegeven. Hoewel dit pamflet vloeide uit de pen van een aanhanger der magistraatspartij, is daar evenwel geen sprake van gewelddadigheden in het huis gepleegd. Daarenboven, waren de plunderaars reeds in huis geweest, dan zou er geen reden bestaan hebben om te vluchten voor den stortregen en den storm. Zij hadden zich den tijd aangenaam kunnen korten in den wijnkelder en elders, totdat de bui uitgewoed zou zijn.”
Zie ook foto F32118 RAN, gedateerd 1960: Het ‘Hof van Batenburg’ op de hoek met de Eiermarkt, vóór de afbraak in het voorjaar van 1962
Ottengas
Het gezicht op de Ottengas, vanuit de kruising met de Muchterstraat , met (links) de keermuur van De Klokkenberg, gezien in de richting van de rivier de Waal, een schilderij gemaakt door Hendrik Johannes (Jan Hendrik) Weissenbruch (30 november 1824 – 14 maart 1903), 1850 (Gemeentemuseum Nijmegen via F46474 RAN)
“De naar de Waal aflopende Ottengas is het laatst overgebleven karakteristieke straatje van de benedenstad. Aan de westzijde staat een mogelijk laat-middeleeuwse bakstenen muur met steunberen. Het vermoedelijk in de kern 16de-eeuwse pand Ottengas 15 heeft in het midden een trapgevel met ezelsruggen.” (Monumenten in Gelderland)
Ottengas: Het gezicht vanaf de Eiermarkt, in de richting van de Vleeshouwerstraat; links staat architect v.d. Kloot bij de keermuur, 1950 (F31506 RAN)rechts van de muur Ottengas, links daarvan Klokkenberg en links de Muchterstraat (augustus 2025)
Ottengas 29
Ottengas 29 is sinds 1973 een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met verdieping en zadeldak. Voorgevel met rechte kroonlijst, 18e eeuw, en vensters met kleine roedenverdeling. Links een trapgevel. Gerestaureerd 1961-’63.”
Zie voor een foto uit 1975 van Ottengas 29-31 F31477 RAN: In 1974 gerestaureerde panden in 18e eeuwse aanpassing, gezien vanaf het Groene Balkon in de richting van de Eiermarkt
Het pand is een Gemeentelijk Monument met als formele tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Winkel met woning. Geheel gepleisterd bakstenen pand van vier bouwlagen met afgeplat zadeldak dat pannen schilden heeft aan de zijkanten. De benedenpui en eerste etage, die het karakter heeft van een insteek zijn in de gevelbehandeling samengevoegd: de kozijnen van de drie assen lopen in elkaar over. De huisingang bevindt zich rechts; die van de winkel in het midden. Op de tweede en derde etage twee vensters met lichtgetoogde bovendorpel; boven lager dan daaronder. De afdekkende kroonlijst op de rechte gevel is verdwenen. Ook de zijgevel aan de Ottengas is gepleisterd. Aan de voorzijde ervan zijn onregelmatig geplaatste openingen van drie bouwlagen; meer naar het noorden van vier bouwlagen, waarvan de onderste op kelderniveau. Bouwtijd: 17de eeuw; gevel gewijzigd tweede of derde kwart negentiende eeuw. Een van de weinige bewaard gebleven grote zeventiende-eeuwse panden in de stad. Van groot belang voor de hoek Ridderstraat-Ottengas.”
Ridderstraat 13 is een Rijksmonument met als omschrijving: “PAND, waarvan de lijstgevel een gebeeldhouwde Lodewijk XV-omlijsting van het venster boven de deur heeft. Inwendig: stucplafonds, 18e eeuw.”
Op de Gemeentelijke Monumentenlijst staat de volgende aanvulling vermeld: “stucplafonds zijn verloren gegaan door vernieling en brandstichting”
Ridderstraat 15
Het pand rechts naast nummer 13 is een Gemeentelijk Monument, met als formele tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Woonhuis. Geheel gepleisterd bakstenen pand van drie bouwlagen, met pannengedekt zadeldak. Benedenpui drie-assig met links de ingangspartij en rechts twee vensters, alle met getoogde bovendorpel en geprofileerde omlijsting. De pui is afgesloten met een geprofileerde lijst. Het gedeelte daarboven is twHeee-assig en wordt links en rechts omlijst met blokken van stuc. Op de eerste etage hoge vensters met afgeronde bovenhoeken; op de tweede lage rechthoekige vensters. De oorspronkelijke kroonlijst is verdwenen. Bouwtijd: begin 19de eeuw, gewijzigd 3de kwart 19de eeuw. Pand van goede verhoudingen, van belang als ondersteuning van het naastgelegen monument.”
De Radbouduniversiteit schonk deze muurschildering ter gelegenheid van haar 100-jarig bestaan. Daarvoor koos ze deze locatie: de plek waar de universiteitsbibliotheek had gezeten. Het werk is gemaakt door Sacha di Maio en Eduardo Pérez González uit Millingen aan de Rijn.
“In 1923 kocht de Radboudstichting een allegaartje van samengevoegde gebouwen aan gelegen op de Snijders-, Platenmakers- en Muchterstraat. In dit complex werd op 7 januari de universiteitsbibliotheek geopend. Door het bombardement op 22 februari 1944 is het complex zwaar beschadigd maar het nieuw gebouwde boekendepot overleefde het bombardement. In 1967 verhuist de bibliotheek naar de campus, waarna in 1973 de sloop volgt. In de hal van de hoofdingang troont het door mgr. A.F. Diepen (bisschop van ‘s-Hertogenbosch) ter gelegenheid van de plechtige inzegening van het gebouw geschonken Mariabeeld , de Sedes Sapientiae (Zetel der Wijsheid)” (Bijschrift F32852 RAN)
Blik op de universiteitsbibliotheek, Snijderstraat, 1955 (F67305 RAN)
Het nieuw gebouwde boekendepot overleeft de oorlog.
De universiteit had in 1945 de Villa Stella Maris gekocht om te dienen als instituutsgebouw. Hier kwam in 1947 ook de leeszaal van de bibliotheek, “boekentransport per bakfiets tussen depot in de Snijderstraat en de leeszaal” (GN12220 RAN, een foto van de leeszaal aan de Van Schaeck Mathonsingel uit 1952)
In 1967 verhuist de bibliotheek naar de campus. In 1973 volgt de sloop van het pand (Bijschrift F9521 RAN, een foto van de tijdschriftenzaal uit 1925).
Eiermarkt: Omgevingsvormgeving
Eiermarkt: vergroening en Omgevingsvormgeving (augustus 2025)
Vooraf
Gezicht in westelijke richting vanaf de Ridderstraat naar de Muchterstraat (met rechts de Ottengas en links de Snijderstraat) ; rechts het (nog bestaande) pand Muchterstraat 57-59 (uit 1865). Links van het midden is de spoorbrug zichtbaar, 11/1980 (Ber van Haren via KN13205-58 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)Bij opgravingen door het ROB kwamen 2 parallelle grachten uit de laat Romeinse tijd aan het licht, de buitenste verdedigingswerken van de 4e eeuwse versterking op het Valkhof. In de linker bovenhoek en rechts onder zijn resten van laat-middeleeuwse huizen te zien, Eiermarkt, 13/2/1981 (Ber van Haren via ZN34506 – B RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
Omgevingsvormgeving
Paul van der Hoek ontwierp in 1984 op het plein voor de garage Eiermarkt een 6 betonnen kolommen. Ze staan in 3 groepjes van 2 bij elkaar, waarbij 1 van de kolommen gedraaid is voor een speels effect. De kolommen zijn even hoog, waarbij ze op het eind trapsgewijs toelopen.
Vóór de parkeerplaats staat een muur, die bedoeld is om de parkeergarage af te scheiden van de buurt. Wel moest deze muur opvallen. Daarom werd kunstenaar Johan Goedhart gevraagd. Deze ontwierp de muur, betegeld met geglazuurde baksteen. Zowel van der Hoek als Goedhart maken onderdeel uit van de zogenaamde Arnhemse school.
Vergroening
In 2023 zijn De Ridderstraat en de Eiermarkt vergroend: daarvóór was het een versteende omgeving. Daarvoor zijn stukken bestrating vervangen door groen en zijn er een aantal bomen geplant.
1957-1958 Parkdwarsstraat 9-53, 32-118, Doddendaal 5-35, Achter de Valburg 2-4
Bejaardenhuis Doddendaal, 24 november 1986 (Ber van Haren via KN14220-27 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
Het RAN heeft nog een aantal foto’s uit 1963, waaronder deze.
Het bejaardencentrum Doddendaal is in 1957-1958 ontworpen door A. Evers en G.J.M. Sarlemijn. Het complex ging in oktober 1959 open. Daarbij ging het om een verzorgingstehuis en 38 ouderenwoningen. Tijdens het bombardement van 1944 was de Parkdwarsstraat zwaar getroffen. Op deze kale plek wilde Woningbouwvereniging Nijmegen een bejaardentehuis bouwen, die aansloot bij de behoeften van ouderen van de binnenstad.
Brandgrens Bombardement Tweede Wereldoorlog Doddendaal (juli 2023)
Nieuwbouw
Op dat moment waren er 2 nieuwbouwprojecten voor bejaardencentra. Doddendaal richtte zich op bewoners van de binnenstad. Het bouwproject van Kolping in Brakkenstein richtte zich op de rest van de stad.
Bejaardenhuis Huize Doddendaal, datering foto december 1959
(Fotopersbureau de Gelderlander, Auteursrecht J.F.M. Trum via F55634 RAN CC-BY-SA)
Het complex bestaat uit een verzorgingstehuis en appartementen. Het verzorgingstehuis (“pensiontehuis”) bestaat uit 55 éénpersoonskamers en 4 kamers voor echtparen.
De opzet was, dat de bewoners van de 38 flatjes zoveel mogelijk met eigen middelen moeten rondkomen. Waarbij ze zo min mogelijk gebruik maken van instellingen als Maatschappelijk Hulpbetoon. Een van de factoren die een rol bij de plaatsbepaling heeft gespeeld, was om het contact met de getrouwde kinderen, die regelmatig in het centrum komen voor bijvoorbeeld boodschappen, te bewaren. Het was het eerste bejaardencentrum in Nijmegen dat gefinancierd werd op basis van Woningfinanciering. De exploitatie komt in handen van een aparte stichting. ( Nijmeegsch dagblad 16-7-1954)
Evers en Sarlemijn
Evers en Sarlemijn was een architectenbureau in Amsterdam van de A. Evers (1914-1997, Amsterdam) en G.J.M. Sarlemijn (1909-1993, Amsterdam). Het bureau bouwde tussen 1941 en 1981 vele kerken, scholen en woningen in een tiental steden. “Vooral in de jaren vijftig en zestig werden vele bouwwerken gerealiseerd in de in katholieke kring gangbare behoudende stijl van de Bossche School”.
De architecten zijn in Nijmegen vooral bekend om de Afrika- en Bouwmeesterbuurt. Deze bouwden zij tussen 1952 en 1957. Zie voor een beschrijving en een lijst van werken:
Bejaardenwoningen aan de Parkdwarsstraat 21 t/m 47, 1986 (Ber van Haren via KN14220-28 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
De gebouwen zijn ontworpen in de stijl van de zogenaamde Bossche School. Deze is gebaseerd op Dom Hans Van der Laan, een Benedictijner monnik. Na de Tweede Wereldoorlog gaven Dom Hans Van der Laan, Nico van der Laan en ir C. Pouderoyen hierover een architectuurcursus in Den Bosch.
Kort gezegd komt deze neer op de juiste verhoudingen der delen. Hierbij speelt de verhouding 3:4 een belangrijke rol, die verder is uitgewerkt tot een zogenaamd plastisch getal 1:0,755.
De stijl is een zogenaamde de traditionalistische stijl.
Jaren 80 en verder
Voormalige appartementen van bejaardencentrum Doddendaal met binnentuin, juli 2023
In de jaren tachtig lagen er plannen om het complex te slopen: deze was sterk verouderd. Om sloop te voorkomen vond een grote verbouwing plaats. In 1986 kreeg het dan ook de benaming Huize Nieuw Doddendaal.
In 2013 bleek dat het complex niet meer voldeed om in de toekomst ouderen de zorg te kunnen bieden die zij nodig hebben. Portaal liet het complex renoveren. Sinds 2017 zit hier “Wonen met Perspectief”. Zij biedt tijdelijk woonruimte aan cliënten van Pluryn en de RIBW.
Gemeentelijk Monument
Monument Van der Wagt Doddendaal (juli 2023)
Het gebouw is een Gemeentelijk monument. Bij de argumentatie: “Architectuurhistorisch van hoge waarde vanwege de kwaliteit van het ontwerp, de redelijk gave staat, als voorbeeld van traditionalistische, vroege Bossche Schoolarchitectuur van het belangrijke bureau A. Evers & G.J.M. Sarlemijn. Het complex heeft een robuuste, eenvoudige en evenwichtige uitstraling en kent een precieze detaillering. Er is sprake van grote herkenbaarheid door steeds terugkerende maatverhoudingen en architectonische elementen. De aandacht voor overgangselementen tussen binnen en buiten in het ontwerp is van architectuurhistorische waarde. Onder de bescherming behoren dan ook de entreetrappen met hekwerk, de privetuintjes met scheidingsheggen, de openbare, gemeenschappelijke binnentuin van de seniorenwoningen met een grasveld met beplanting, het voetpad om het grasveld, het prieel, diverse keermuurtjes. Wat betreft de buitenruimte van het verzorgingstehuis is de keermuur parallel aan de eetkamer van waarde. Inwendig waarde vanwege de organisatie van besloten, individuele ruimten, verkeersruimten en de aandacht voor gemeenschappelijke ruimten.
Het complex heeft stedenbouwkundige waarde met het tegenoverliggende voormalige Carmelietenklooster: omvang, overeenkomsten in bouwstijl en -vorm met openbare hoven zijn beeldbepalend voor de wederopgebouwde Doddendaal. Het complex heeft vanwege zijn katholieke achtergrond en functie van pensiontehuis een historische relatie met het karmelietenklooster en de RK instellingen rond Doddendaal. Cultuurhistorische waarde als uiting van de naoorlogse verzorgingsstaat en de zorg voor bejaarden.”
Bronnen
Het oude bejaardencentrum Doddendaal (foto juli 2023)
In 1951 kregen Evers en Sarlemijn van Woningvereniging “Nijmegen” opdracht om een bebouwingsplan voor een gedeelte van Heseveld te ontwerpen. De Bothastraat en de Wetstraat maken onderdeel uit van het eerste complex. Het eerste wat in de straten opvalt zijn de witgeschilderde woningen.
In 1949 ontwerpen de architecten Deur en Pouderoyen het klooster en een kerk voor de Karmelieten. Deze komen mei 1951 gereed, hoewel de toren wat later wordt geplaatst.
Een aantal jaren voordat het gebouw gesloopt werd, had het de titel “lelijkste gebouw van Nijmegen” gekregen. In de loop der jaren was het pand steeds meer vervallen en was het een “rotte kies” geworden. En dat, terwijl er de Luxor bioscoop in 1955 als een fris uitziend pand begon.
Het voormalige Huize Pater Dehon, van 1951 tot 1974 een doorgangshuis voor voogdijjongens (een soort observatiehuis). (Leon Gustave Dehon was stichter in 1877 van de orde van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus). Huize Pater Dehon sloot in 1974 zijn deuren en werd een jaar later verkocht aan de Stichting Jeugd en Gezin, een fusie van twee Nijmeegse voogdijverenigingen. De BLO-school ging onder de naam ’t Driespan verder als ZMOK-school
Het oorspronkelijke pand Villa ‘Field View’ werd gebouwd in 1913 en werd ingrijpend verbouwd en aangepast naar een ontwerp van architect E. F. Estourgie in 1950, Dennenstraat, 1987 (Anton van Roekel via KN11655-84 RAN CCBYSA)
Vooraf
Het bombardement van februari 1944 had het Vincentius Kindertehuis aan de Jodengas verwoest. Dit was een observatie- en doorgangshuis. Na medisch en psychologisch onderzoek werd voor deze kinderen vervolgens een passende omgeving gezocht, waarbij geprobeerd werd kinderen zoveel mogelijk in pleeggezinnen onder te brengen.
De Rooms Katholieke Vereniging voor Kinderbescherming was in 1935 opgericht. Deze was opgericht omdat er behoefte was aan een zelfstandige organisatie voor voogdijkinderen, onder andere om subsidies en verantwoordelijkheden gescheiden te kunnen houden. Voorheen had de voogdij onderdeel uitgemaakt van de Vereeniging Liefdewerk.
Na de oorlog werd op 30 mei 1947 de villa Field View aangekocht, een gebouw van de bankier Pierson. Om als opvang voor kinderen te kunnen dienen, is eerst een verbouwing nodig. Vervolgens wordt Huize Pater Dehon in gebruik genomen. Het pand alleen is niet groot genoeg. Daarop koopt de congregatie een naastgelegen boerderij met haar grond aan. In 1950 wordt begonnen met de nieuwbouw. Hiervan is het ontwerp gemaakt door architect Emile Estourgie.
1951: Opvanghuis aan de Dennenstraat
Op 14 november 1951 vindt de opening van de nieuwbouw plaats, voorafgegaan door een inzegening van het gebouw. De opening begint met een mis, waarna toespraken volgen. In het complex is tevens een kleine kapel aanwezig en er is een lagere school: de jongensschool Pater Dehon.
Er is plaats voor 50 jongens, die tussen de 7 en 15 jaar oud zijn. Daarbij is het de bedoeling, dat zij maximaal 3 maanden geobserveerd worden. Daarna volgt advies over het vervolg van de opvoeding. De kinderen komen uit het hele land, omdat er een tekort is aan observatiehuizen.
Vervolg
De jongensschool wordt in 1956 een BLO-school.
Voor de BLO-school wordt in 1960 een nieuwe school gebouwd, waarvoor een perceel van de buren is aangekocht.
Jaren 60
BLO School, Kaaplandstraat 53, 17/7/1961 (Fotopersbureau Gelderland via F7540 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
In 1962 werd besloten om de vereniging om te zetten in een stichting: de Nijmeegse Rooms Katholieke Stichting voor Kinderbescherming (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis) en een steunstichting.
In de jaren 60 was er een terugloop in het aantal kinderen in de voogdij (Rooms Katholieke Vereniging voor Kinderbescherming) als in de gezinsvoogdij (Stichting Katholieke Gezinsvoogdij en Patronage) terug.
Vanuit efficiency werd het verstandig geacht beide organisaties samen te voegen. Dit werd vergemakkelijkt, omdat Pater Theodorus al vanaf 1951 in beide besturen zat. In 1971 vond de integratie van beide besturen plaats. Vervolgens gingen de organisaties in 1971 een samenwerkingsverband aan met de voogdij afdeling van het protestantse Van ’t Lindenhoutstichting.
Jaren 70: de paters vertrekken, Stichting voor Jeugd en Gezin
Dennenstraat 10, april 2025 (Google Streetview)
In 1974 vindt de fusie tussen voogdij en gezinsvoogdij plaats en de nieuwe organisatie is de Stichting voor Jeugd en Gezin. Zij kocht Huize Pater Dehon op 18 november 1975. Daarbij kwam er een dagcentrum en de school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (zmok-school).
Begin jaren tachtig komen aan de rand van het terrein woonhuizen.
Rond 2005 vindt de verbouwing van de villa en het aangebouwde gedeelte van de jaren 50 plaats om het pand geschikt te maken voor kamerbewoning. De ZMOK-school, welke vanaf 1991 onder de Rosa-stichting valt, verhuist naar Lindenholt. Op deze plek komen nieuwbouwwoningen.
Bij de opening in 1951
Bij de opening besteedt De Gelderlander 14/11/1951 besteedt uitvoerig aandacht aan de opening: “het nieuwe doorgangshuis met observatie voor voogdij- en regeringsjongens Huize “Pater Dehon”, dat omgeven door een fraaie tuin aan de Dennenstraat no. 10 is gelegen”.
Aan de officiële opening ging de inzegening door pater L. Leblanc, Provinciaal Overste van de Priesters van het H. Hart vooraf. Deze orde is tevens bestuurder van het huis.
Het huis heeft tot doel kinderen te observeren en ze vervolgens zo veel mogelijk door te plaatsen naar pleeggezinnen.
Het is in deze interessant de openingsrede van prof. dr. P. Calon te volgen, zoals weergegeven in De Gelderlander 14/11/1951. Daarin zijn duidelijk de opvoedingswaarden van de jaren 50 terug te vinden. Zoals Kinderrechten https://www.kinderrechten.nl/geschiedenis/ ze verwoordt: “De opvoeding van kinderen wordt in de jaren ’50 beheerst door de drie R’s van rust, reinheid en regelmaat. Vrouwen en moeders werken in het huishouden en zorgen voor de kinderen. Vaders en mannen verdienen de kost voor het gezin.”
Calon “constateerde aan het begin van zijn rede dat zich de laatste jaren hoe meer tekenen beginnen voor te doen, die het vermoeden wekken dat in een toenemend aantal gevallen het gezin in zijn eerste en overvreemde taak als opvoedingsmilieu van het opvoedingsmilieu van het opgroeiende kind te kort gaat schieten. Het is geen toeval- aldus spr. – dat in deze periode van toenemende ontreddering van het gezin de psychologie en met name de kinderpsychologie ons in staat stelt ons te bezinnen op de waarde van het gezin voor de opvoeding en ons een inzicht kan geven in de factoren, die de ontreddering in de hand werken.”
Er zijn veel factoren voor deze ontreddering, waarvan Calon er enkele noemt:
Vroeger was het gezin tevens een economische productie-gemeenschap waarin men elkaar nodig had. Deze noodzaak is weggevallen
Ontspanning vond vroeger vooral in huiselijke kring plaats. Door “specialisering van het amusement, met name in de grootstad”, wordt het amusement meer buitenhuis gezocht, waardoor het gezinsleven een dimensie armer is geworden.
Deze ontwikkelingen in gezichtsontwrichting hebben effecten op de psychologie van het kind. Deze heeft om zich psychologisch goed te kunnen ontwikkelen, behoefte aan een liefdevolle zorgende instelling van de ouders, die zich in concrete en tastbare gegevens uit. Daarnaast of daarbij heeft het behoefte aan een eigen levensruimte, waarin het zich vrij en zorgeloos bewegen kan, welke het zelf, met behulp van de ouders, uitbreiden en bevestigen moet, om van daaruit veilig de wereld te veroveren.
Wanneer dat niet gebeurt, zal het kind gefrustreerd raken. Kinderen komen met iedereen in botsing en gaan alles om zich heen als vijandig beschouwen.
Het is duidelijk, aldus spr., dat zowel de kinderen die in hun emotionele ontwikkeling ernstig worden bedreigd of reeds gehandicapt zijn, recht hebben op hulp. Waar de natuurlijke ouders niet kunnen geven wat tot de noodzakelijke voorwaarden voor de emotionele ontwikkeling ban het kind behoort, daar zal een pleeggezin deze taak moeten kunnen overnemen. De niet zelden gehoorde bewering dat natuurlijke ouders, al zijn deze nog zo deficiënt, steeds beter zijn dan pleegouders, wordt volstrekt gelogenstraft door de uitkomsten van de nieuwste kinderpsychologie.
Het is gebleken dat een kind emotioneel verkommert wanneer er een ongunstige verhouding is van moeder tot kind en dat het kind zich herstelt wanneer het in een liefderijk pleeggezin wordt opgenomen. Want wat het kind nodig heeft is liefde en zorg voor zijn zich ontwikkelende persoonlijkheid, ontmoeting met medemens, wiens genegenheid het ervaren kan door de concrete daden heen.”
Deze pagina verzamelt artikelen die reeds over de Molenstraat zijn verschenen.
Geschiedenis van de Molenstraat
De Windmolenpoort of Wiemelpoort (14e eeuw) , de grootste middeleeuwse stadspoort , gezien vanuit de Molenstraat in de richting van de Broerstraat ; afgebroken in 1860, 1860 (GN10960 RAN)
De weg die tegenwoordig Molenstraat heet, bestond al in de middeleeuwen. Dit was vanuit Nijmegen de weg richting zuiden. Na de Windmolenpoort oftewel Wiemelpoort te zijn gepasseerd, die gebouwd is in de 14 eeuw als onderdeel van de eerste stadsomwalling. In de 17e eeuw komt deze straat voor als Muele Straet en Meulenstraet.
Vlak buiten de poort werd een armengasthuis gebouwd, welke zou uitgroeien tot het complex van kerk en het latere Oud Burgeren Gasthuis. In 1436 werd de tweede stadsmuur gebouwd, waardoor de weg nu voor het grootste deel binnen de stadsmuren kwamen te liggen. Daarbij werd de Molenpoort aangelegd. Voor de wallen kwam een gracht te liggen.
De Wiemelpoort zou nog een tijdlang dienen als gevangenis, totdat het in 1860 werd afgebroken.
De Molenpoort met de droge gracht en de eerste houten brug buiten de Poort (hier ligt tegenwoordig de In de Betouwstraat en de Van Welderenstraat), 1875 (Gerard Korfmacher via F23036 RAN)Molenstraat gezien richting het Noorden met op de achtergrond het huis op de plek van de in 1860 afgebroken Windmolenpoort of Wiemelpoort, 1860 (dr. Jan Brinkhoff via D400 RAN CC0 Auteursrechthouder: RAN)
Eind 19e eeuw: van woonstraat naar winkelstraat
Na de sloop van de stadwallen veranderde de Molenstraat van karakter: waar het voorheen voornamelijk een woonstraat was geweest, werd het net als een aantal andere straten steeds meer een winkelstraat.
In 1902 werd een gedeelte van de Molenstraat hernoemd tot Bisschop Hamerstraat
Tweede Wereldoorlog
Tijdens het bombardement van februari 1944 werd een gedeelte van de straat verwoest. Ook de voorgevel van de Molenstraatkerk werd getroffen. Tijdens de wederopbouw kwam hiervoor nieuwbouw, waarin het koor van de oude kerk werd opgenomen.
Jaren 90 tot nu
Vanaf de jaren 90 veranderde de straat van karakter: vooral aan de noordzijde kwam veel horeca. In 1967 verhuisde het Oud Burgeren Gasthuis uiteindelijk naar de Professor Cornelissenstraat. Hiervoor kwam in de jaren 70 de Molenpoortpassage voor in de plaats.
Regulierenklooster, Oud Burgeren Gasthuis en Molenstraatkerk
Het Oud Burgeren Gasthuis met de St. Petrus Canisiuskerk, Molenstraat, 1910 (F67337 RAN)
Nog steeds maakt de Molenstraatkerk en haar voormalige pastorie een belangrijk onderdeel uit van de Molenstraat. Eind 19e eeuw domineerde een aantal katholieke gebouwen de noordkant van deze straat.
Middeleeuwen
Het begin van deze gebouwen ligt in de middeleeuwen: de rijke Ludeken de Meij van Wezel stichtte een armengasthuis, net buiten de stadsmuren, bij de Windmolenpoort. In 1366 was deze de Meij van Wezel burger van Nijmegen geworden. Hij schonk in 1402 het gasthuis aan frater Johan de Waal, prior van het regulierenklooster Bethlehem in Zwolle. De Waal richtte hier een Windesheimer observantie in. De reguliere kanunniken leefden in dit convent volgens de regel van Sint Augustinus. Deze fraters bouwden het huis uit tot een zeer groot klooster, gewijd aan Sint Catharina. Door de verlegging van de stadsmuur, kwam het klooster tegen de zin van de monniken, binnen de stadsmuren te liggen.
Reductie van Nijmegen
Wanneer prins Maurits in 1591 Nijmegen inneemt, wordt het kloostercomplex een huis voor oude mannen en vrouwen. Sinds 1681 heet het gebouw het Oud Burgeren Gasthuis.
Een 18e-eeuwse tekening in Oost-Indisch inkt, van een gedeelte van het Oud Burgeren Gasthuis, 1790-1795 (F19823 RAN)
De kerk werd bij de inname door Maurits protestants. Bij de Franse overheersing, in 1808, bepaalt Lodewijk Napoleon dat de kerk samen met de Broerskerk, aan de katholieken moet worden teruggegeven. In 1818 nemen de Jezuïeten, die tot dan een schuilkerk aan de Lage markt hadden gebruikt, de Regulierenkerk in gebruik. Dan krijgt het de naam Ignatiuskerk, vernoemd naar de oprichter van de Jezuïetenorde Ignatius van Loyola.
1848 – 1969 Nieuwbouw en sloop gasthuis
Oud Burgeren Gasthuis, van der Kemp (RAN)
In 1848 werd het klooster afgebroken en vervangen door een nieuw gebouw. Stadsarchitect Pieter van der Kemp ontwierp deze in een zogenaamde neoclassicistische stijl. In 1969 werd het gebouw afgebroken.
Oud Burgeren Gasthuis (gebouwd 1849), 1969 (Evert F. van der Grinten via F78209 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Eind 19e eeuw: sloop kerk
Eind 19e eeuw was de kerk inmiddels te klein geworden en verkeerde het in slechte staat. Daarop wer het gebouw gesloopt en in 1894-1896 vervangen door de monumentale, neogotische Sint Ignatiuskerk met een pastorie, naar het ontwerp van architect Nicolaas Molenaar Sr. In 1898 werd dit gebouw geconsacreerd.
Bij de heiligverklaring van Petrus Canisius in 1925 werd de kerk naar hem vernoemd: de Petrus Canisiuskerk.
1944 Oorlog en nieuwbouw
Door het bombardement van 22 februari 1944 raakt de kerk zwaar beschadigd. Er kwamen daarbij in ieder geval 7 vrouwen om het leven; vanwege de carnaval was het veertigurengebed aan de gang.
Tussen 1958 volgde nieuwbouw. Het ontwerp was van de architecten J. Coumans, W. van Dael en A. Siebers. Daarbij werd het oude, neogotische, koor en trancept opgenomen in de bouw van deze Molenstraatkerk.
De oude Molenstraatkerk werd tijdens het bombardement van 1944 beschadigd. Tussen 1958 en 1960 wordt het achterste deel van de kerk gebouwd naar de plannen van Siebers en Van Dael uit Breda en J. Coumans. Daarbij blijft het oude, neo-gotische koor behouden.
In juli 1949 werd op het geboortehuis van Bisschop Hamer een gedenksteen onthuld. Het ontwerp hiervan was van ir. B. Fokkinga. Het was op dezelfde dag, dat het beeld van Bisschop Hamer op het Keizer Karelplein was verplaatst.
Het gebouw in de Molenstraat waar nu alweer decennia Hoogenboom=Mode gevestigd is, is begonnen als de Maas- en Waalsche Bank. Met daarvóór twee winkels: Borremans en Maison de Blanc. Het was een ontwerp van A. Jacot en W. Oldewelt.
In 1952 opent de levensmiddelenwinkel Jansen-Hendriks op de hoek van Plein 1944 en de Molenstraat. De oversteek van de eerste verdieping vormt een soort galerij, een entree naar Plein 1944.
Jarenlang was Kreymborg een bekende winkelketen in Nederland. In 1930 opent Kreymborg haar winkel in Nijmegen, op de hoek van de Molenstraat en Ziekerstraat. Het is dan haar 29ste filiaal.
Rond 1932 heeft W. Scholte-Derks de winkel van H. Brunninkhuis op de Molenstraat 23 overgenomen. Een van haar specialiteiten is het Jaeger ondergoed. Een verbouwing van ’t Jaegerhuis volgt in 1940, waarvan Okhuysen de architect was. Nadat de winkel tijdens het bombardement was verwoest, volgt uiteindelijk in 1952 de herbouw aan de Broerstraat. Ook hier…
Een van de markantste gebouwen van de Molenstraat is het voormalige Hotel de Bonte Os. Veel Nijmegenaren zullen het gebouw op de hoek van de Molenstraat kennen als Pizzeria Pinoccio of mogelijk als gebruiker van de stadsgarderobe. Het pand is gebouwd als het Hotel Bonte Os, in een tijd dat er nog 70 paarden konden…
Na de afbraak van de wallen, wordt de Molenstraat via het nieuwe Keizer Karelplein de belangrijkste toegang tot het oude centrum. Naast de nodige horeca, verandert zij bovendien in winkelstraat. De stijl is de op dat moment moderne Art Nouveau, net als zo veel panden aan de Molenstraat.
Schrijfbehoeften op Molenstraat 94 (PGNC 7/6/1908). Deze winkel zal bijna 40 jaar blijven bestaan. Daarbij zijn 2 grote verbouwingen gevonden. De verbouwing van 1913 naar ontwerp van architect Veugelers en van 1930 door architect Deur.
In het zeer doelmatig verbouwde perceel Molenstraat no. 40 opent hedenavond de sigarenfabriek van A. Hillen te Delft (The Red Anchor Cigar Works) haar 32ste filiaal. Dit nieuwe magazijn- de in 1870 opgerichte fabriek heeft in talrijke plaatsen hare filialen gevestigd- staat onder leiding van den heer J.P.A.C. Weimar Schultz. Het ligt in het voornemen der firma uitsluiten eigen fabricaat sigaren te verkoopen benevens geïmporteerde havana’s en sigaretten.
De nieuwe winkle maakt een uitstekenden indruk, hetgeen voornamelijk te danken is aan den heer Hoffman alhier, die voor het schilderwerk zorgde en het interieur van het magazijn een zoogen. Imitatie Engelsch cachet gaf, hetgeen geschied is op een wijze, een vakman ten volle waardig. Fraai koperwerk, mooie modern electrische lampen, keurige spiegelkasten, dit alles wijst er op, dat tot in bijzonderheden aan de inrichting de meeste zorg is besteed.
De verbouwing had plaats onder leiding van den heer Haspels, aannemer alhier, terwijl de firma Tasche de electrische installatie heeft aangelegd.
De Molenstraat is door dit magazijn een fraai pand rijker geworden.” (PGNC 26/1/1910)
Optiekzaak P. Römer
Molenstraat 110
Op Molenstraat 110 zat jarenlang de opticien P. Römer.
Optiekzaak P. Römer, Molenstraat 110, 1952 (Fotopersbureau Gelderland via F67349 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
“Chirurgisch-Mechanische Inrichting.
Wij waren heden in staat een kijkje te nemen in de chirurgisch-mechanische inrichting van den heer P. Römer aan de Molenstraat 110 alhier. Het ruime, helder verlichte winkelmagazijn maakt een hoogst aangenamen indruk bij het binnentreden, wanneer men de talrijke glazen vitrines met de verschillende chirurgische, orthopaedische en optische instrumenten, fijne staalwaren, verbandstoffen, brillen en pince-nez langs ziet. Achter het magazijn zijn de practische kamers voor de patiënten, wie verbanden moeten worden aangepast, ingericht met alle mogeljke gemakken. En ten slotte komt men in de fabriek, waar de noodige reparaties kunnen worden verricht en waar de installatie met motor en slijpbanken er wel op wijst, dat dit op de beste wijze en met den noodigen spoed geschiedt. Het geheel mag dan ook een inrichting worden genoemd, naar alle eischen des tijds verzorgd en waar men er op kan rekenen degelijk, solied werk te verkrijgen.” (PGNC 3/3/1903)
In ieder geval komt Römer nog voor in het adresboek van 1968.
Karel de Grote medaillon
Op de gevel is rechtsboven een opvallend goudkleurig medaillon van Karel de Grote te zijn: Studentenvereniging Carolus Magnus verkocht deze in 1923 aan winkeliers die kortingen aan studenten gaven. Meer over dit medaillon op Noviomagus (tevens bron).
De Banket & Koekbakkerij A.C. van Ooijen
Molenstraat 112
De Banket & Koekbakkerij A.C. van Ooijen, Molenstraat 112, 29/5/1952 (Fotopersbureau Gelderland via F67349 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
De oostzijde met het Kledingmagazijn van H.C. Holla (Plein 1944 nr. 152-153); links daarvan de noordzijde van Plein 1944 met v.l.n.r. Cafetaria Centrum Expresse, Schoenmagazijn A.J. Holland , Fotohandel A.M. Verweij en Parfumerie J.E. Albers. In het midden het pand van Van der Werff, 1953 (Commissariaat van Politie, Afd. Fotografie via F31812 RAN CC0)
Deze pagina verzamelt reeds gepubliceerde artikelen over Plein 1944 en zal van tijd van tijd worden aangevuld.
Tijdens het bombardement van 22 februari 1944 werd een groot deel van het centrum van Nijmegen verwoest. Zo ook de Houtstraat, de Oude Varkensmarkt en de Zeigelbaan. In 1947 keurde de gemeenteraad het plan voor de wederopbouw van B. Fokkinga goed. Zijn plan was gericht op het autoverkeer; het oude stratenpatroon zou vervangen worden door een plein met rechte straten, onder andere van de Grote Markt naar het station. Het nieuwe plein zou daarbij een ontmoetingsplek worden, met winkels en recreatie, waarbij het plein zelf als parkeerplaats diende.
Daarbij is het verschil in architectuur opvallend: aanvankelijk werd er vooral aan de zuidkant gebouwd in een meer traditionele architectuur, veelal voor oude, bekende Nijmeegse zaken die tijdens de oorlog waren verwoest. Wél kwam er 2 grote, moderne gebouwen in de vorm van bioscopen Carolus en de Luxor. Beide bioscopen bestaan inmiddels niet meer: Carolus wacht al een aantal jaren op een invulling en is momenteel (november 2024/juni 2025) gekraakt.
Bloeiend begin
Aanvankelijk was het Plein 1944 een succes. De nieuwe lunchrooms waren populair, zoals bijvoorbeeld Rutecks of American. En natuurlijk de bioscopen: maar liefst 3 bioscopen vestigden zich rond het plein.
Verbouwing
Vanaf de jaren ’70 werden auto’s steeds meer uit het centrum geweerd.
Bovendien volgde een verbouwing: onder andere doordat het plein niet meer kon worden gebruikt als parkeerplaats, werd het een kaal, leeg plein. Ook de trappen hielpen daarbij niet: het plein leek een leeg zwembad; bezoekers liepen langs de winkels en een oversteek van het plein werd nauwelijks gemaakt. Wel had het plein een belangrijke functie voor evenementen, zoals bijvoorbeeld een belangrijk plein voor de kermis, de Zomerfeesten (tegenwoordig Vierdaagsefeesten) en de wekelijkse boekenmarkt.
Afgescheiden van het plein door kiosken, lag het busstation.
Verbouwing: Een Plein voor iedereen
Rond 2010 is de architectuur van het plein aangepast: het plein moest meer besloten worden door hoogbouw en knusser worden gemaakt door het te verkleinen. Er werden appartementen gebouwd in neo-wederopbouwstijl: let op de vele balkons met het ijzeren hekwerk, de betonnen omlijstingen om de smalle kozijnen, en natuurlijk het fraaie metselwerk. Een mooi detail is dat na de vierde etage ander materiaal wordt gebruikt omdat de oorspronkelijke winkels allemaal vier etages zijn.
De Windmolenpoort of Wiemelpoort (14e eeuw) , de grootste middeleeuwse stadspoort , gezien vanuit de Molenstraat in de richting van de Broerstraat ; afgebroken in 1860, 1860 (GN10960 RAN)
In 1951 vindt de onthulling van het voorlopige beeld voor de gevallen soldaten afkomstig uit Nijmegen plaats. Oorspronkelijk was dit monument een initiatief van de Nijmeegse afdeling van “Het Mobilisatiekruis” en, na de landelijke fusie, ook van de Nederlandse Bond van Oud-Strijders. Zij had behoefte had aan een monument, dat (tevens) diende als locatie om…
De winkel van Neoform/M. vd Ven: Panden aan de noordzijde: v.l.n.r. Schoenenzaak Neoform (Plein 1944 nr. 119), Cafe Restaurant Royal (Plein 1944 nr. 128) , Hotel Cafe Lunchroom American (Plein 1944 nr. 129-131) en Lunchroom Pleinzicht (Plein 1944 nr. 135), 1958 (Foto Grijpink via F32460 RAN CCBYSA)
Architect Rodenburg ontwerpt het complex woningen en winkels op de hoek van Augustijnenstraat en Plein 1944, welke in 1955 wordt opgeleverd.
Lucnhroom American temidden van de noordzijde van Plein 1944: Panden aan de noordzijde: v.l.n.r. Schoenenzaak Neoform (Plein 1944 nr. 119), Cafe Restaurant Royal (Plein 1944 nr. 128) , Hotel Cafe Lunchroom American (Plein 1944 nr. 129-131) en Lunchroom Pleinzicht (Plein 1944 nr. 135), 1958 (Foto Grijpink via F32460 RAN CCBYSA)
Eind 1957 is het gat aan de noordkant van Plein 1944 opgevuld: dan opent Lunchroom American, welke veel Nijmegenaren nog zullen kennen als Ruteck’s American Lunchroom. Het ontwerp was van architect Rodenburg. In de jaren vestigde Dekker van de Vegt zich in dit pand.
Winkel in werkkleding van de firma Holla, 1961 (Nico Grijpink via F92138 RAN CCBYSA)
In 1952 vindt de heropening van Holla’s kledingmagazijn op Plein 1944 plaats. Het pand is gebouwd naar ontwerp van architect Okhysen. In 1921 was Holla zijn winkel, gespecialiseerd in bedrijfskleding, begonnen in de Zeigelbaan. Dit pand ging echter tijdens het bombardement van februari 1944 verloren.
De oostzijde met het Kledingmagazijn van H.C. Holla (Plein 1944 nr. 152-153); links daarvan de noordzijde van Plein 1944 met v.l.n.r. Cafetaria Centrum Expresse, Schoenmagazijn A.J. Holland , Fotohandel A.M. Verweij en Parfumerie J.E. Albers. In het midden het pand van Van der Werff, 1953 (Commissariaat van Politie, Afd. Fotografie via F31812 RAN CC0)
In 1951 heropende Van der Werff zijn winkel op de hoek van de Molenstraat en Plein 1944.
Lunchroom Pleinzicht geheel links, Architect Cornelissen: De noordwand van het plein met de winkelpanden van (v.l.n.r.) Lunchroom annex Banketbakkerij Pleinzicht (van W.P.H.A. Cornelissen, Plein 1944 nr. 135), Sigarenmagazijn H.W.R. Brans (nr. 136), Juwelier en Horloger A.J. Janssen (nr. 137), P. Jacobs Textiel en Tricotage (nr. 140), Cafetaria Centrum Expresse (van Albert en Piet Cloosterman, nr. 141), A.J. Holland Schoenenmagazijn (nr. 143), Foto A.M. Verweij (nr. 145) en Parfumerie en Bijouterie J.E. Albers (nr. 146) ; geheel rechts Boekhandel Kloosterman (op de hoek met de Broerstraat), 1954 (D955 RAN CC0)
In september 1952 opent W. Cornelissen, voorheen Piet Joosten, zijn lunchroom Pleinzicht op Plein 1944 135. Het ontwerp was afkomstig van architect J.P. Cornelissen. De zaak was vrijwel op dezelfde plek herbouwt waar ongeveer 100 jaar geleden de bakkerij begon. Veel mensen zullen het pand vooral kennen van automatiek/snackbar Groenen.
Het restaurant Tai-Tong met daarnaast Bioscoop Carolus en Luxor, 9/1955 (Jeroen van Lith via F68040 RAN CC0)
In 1951-1952 laat de Fa. Biesthorst haar cholaterie op Plein 1944 herbouwen op dezelfde locatie als waar ze 74 jaar voor de oorlog op de Zeigelbaan had gezeten. De architect is W. Braam van het Architectenbureau G. v. Veen en W. Braam. Veel Nijmegenaren zullen het pand vooral kennen als Tai-Tong, het tweede Chinese restaurant…
In mei 1952 heropent Firma Bos haar slagerij op Plein 1944. Haar winkel op de Zeigelbaan, welke in de buurt lag van de huidige, was tijdens het bombardement verwoest. Het ontwerp van de nieuwe winkel was architect Lelieveldt.
Het in aanbouw zijnde woon-winkelcomplex (opening was op 29 juni 1951) aan de westzijde van Plein 1944 met links de Doddendaal en rechts de Houtstraat, 1951 (Commissariaat van Politie afd. Fotografie via F31941 RAN CC0)
Eind juni 1944 vindt een belangrijke opening voor de wederopbouw plaats: de flat aan de westzijde van Plein 1944, een gebouw voor 12 winkels en 36 woningen. Dit plein moet een belangrijk centrum voor Nijmegen worden. Rond deze dag gaan 6 van deze 12 winkels open. “Het hart van Nijmegen klopt weer!” Het gebouw is…
In juni 1953 opent L.J.G. Krüger de nieuwe winkel van de bekende boekhandel Berkhout op Plein 1944. De boekenwinkel op de Oude Stadsgracht was tijdens de Tweede Wereldoorlog verwoest. De architect van het gebouw was G.B. Treur, die meerdere panden op Plein 1944 heeft ontworpen.
Plan tot herbouw van een slagerij met 2 bovenwoningen aan het Plein 1944 te Nijmegen voor den heer P.W. Boukes, datum tekening 14-6-1951
In 1951 ontwerpt architect Treur de paardenslagerij Boukes, met daarboven bovenwoningen. Zijn winkel aan de Bloemerstraat werd tijdens het bombardement van 22 februari 1944 verwoest.
De panden van Cafétaria Centrum Expresse; de Schoenhandel Holland; Fotohandel Verwey; de Parfumeriezaak Albers, en een gedeelte van Boekhandel Kloosterman, 1952 (Commissariaat van Politie, Afd. Fotografie via F31792 RAN)
In 1952 komt het pand van parfumerie Albers gereed. De architect hiervan was Rodenburg. Het pand van Albers aan de Houtstraat was verwoest als gevolg van het bombardement van februari 1944. Het pand welke zij vervolgens aan de Burchtstraat had betrokken ging in september 1944 in vlammen op.
Juwelier Courbois is geopend, andere panden zijn op Plein 1944 nog in aanbouw, foto 1951-1952 (J.F.M. Trum via GN15656 RAN CCBYSA)
Tijdens het bombardement van februari 1944 werd de winkel van juwelier Courbois verwoest. In 1951 opent hij zijn nieuwe winkel op Plein 1944 naar ontwerp van architect Goddijn
Levensmiddelenbedrijf Jansen-Hendriks
1952 Plein 1944 1
Jansen-Hendriks: De westzijde van deze straat gezien vanaf de hoek met Plein 1944. Gezien in de richting van de Bisschop Hamerstraat, 1957 (Foto Grijpink via F19687 RAN CCBYSA Auteursrechthouder N. Grijpink)
In 1952 opent de levensmiddelenwinkel Jansen-Hendriks op de hoek van Plein 1944 en de Molenstraat. De oversteek van de eerste verdieping vormt een soort galerij, een entree naar Plein 1944.
In 1953 heeft architect Okhuijsen het nieuwe pand voor drogisterij Nickel en textielzaak Au bon marché ontworpen. Daarbij is opvallend, dat de panden op het kruispunt van Plein 1944/Broerstraat/Ziekerstaat/Molenstraat min of meer een eenheid lijkt te vormen door hun hoogte, indeling en licht overhangende daken, terwijl het 4 verschillende architecten betreft.
In 1955 ontwerpt Okhuijsen het pand aan Plein 1944, op de hoek Houtstraat-Augustijnenstraat. De opdrachtgever is J. van Veggel sr., waarbij de aannemer de firma van der Velden en Sleenhof uit Wijchen is
De hoek Bloemerstraat-Plein 1944 in aanbouw: Gezien in de richting van het Luxortheater op de hoek met de Bloemerstraat en Doddendaal. Links de zuidzijde van Plein 1944 met o.a. Chinees Restaurant Tai Tong ; in het midden de bouw in 1957 van de woon-winkelflat op de hoek van Plein 1944 en de Bloemerstraat ; rechts het woon-winkelcomplex aan de westzijde van Plein 1944 met o.a. de winkel van Heijmans. 1957-1958 (J.F.M. Trum via f20209 RAN CCBYSA)
Architect Okhuysen ism Vermeer en Herwaarden. Lees hier het artikel:
De vondst van de ‘Verloren Toren’ aan de zuidzijde, voor de Bioscoop Carolus, tijdens de vernieuwing en herinrichting van het plein, Plein 1944, 2010-2013 (Nico van Hoorn via DF5481 RAN CC0)
Markering Verloren Toren, Plein 1944 (juni 2025)
Bij rioolwerkzaamheden van 2011 kwam vlak voor het Carolus pand een verrassing aan het licht: een middeleeuwse toren die nog niet bekend was. Waarschijnlijk maakte deze toren onderdeel uit van de stadsmuur die tussen 1400 en 1425 is gebouwd.
De vondst is enkele meters verplaatst, waarbij ze nu te zien in de huidige fietsenkelder. Daarnaast is er een markering aangebracht waar de toren oorspronkelijk heeft gelegen.
Beeld uit de jaren vijftig van hartje stad bij avond met Chinees-Indisch restaurant Tai Tong en de bioscopen Carolus en Luxor, september 1955 (Jeroen van Lith via F68040 RAN CCO)
Het was lange tijd een van de trotste gebouwen van Nijmegen: de Carolus Bioscoop. Geopend in 1954, was het een van de belangrijkste voorbeelden van de Nijmeegse wederopbouw. De architect was Henri van Vreeswijk, bekend om zijn akoestische kennis.
De opening van de Carolus Bioscoop vond plaats op 26 augustus 1954. Op 30 juli 2022 sloot hij, als oudste nog bestaande bioscoop van Nijmegen. Bij sluiting had hij 2 zalen met een capaciteit van 561 stoelen.
Opvolger van Chicago Bioscoop
Zaal van de medio 1912 geopende en door het bombardement van 22 februari 1944 verwoeste bioscoop Chicago, Broerstraat 40, 1912-22/2/1944 (GN11189 RAN)
De oprichter was de N.V. Theater Maatschappij van de Nederlandsche Bioscoop Trust. Bij het pannenbier was de naam nog niet bekend, uiteindelijk werd het aanvankelijk het Carolus Theater.
Voor de oorlog had Nijmegen 4 bioscopen. De Chicago bioscoop- , waarvan de Carolus bioscoop de vervanger was – en City gingen verloren tijdens het bombardement op 22 februari 1944. Olympia en Luxor werden tijdens Market Garden (17 tot met 21 september 1944) in brand gestoken. Alleen de Vereeniging bleef als bioscoop, sinds 1927 was zij ook films gaan vertonen. De Trust was eigenaar geweest van de Chicago bioscoop. In 1948 gaf zij aan H. van Vreeswijk opdracht tot het ontwerp van de nieuwe bioscoop.
Op 26 mei 1953 verleende B en W vergunning om aan de zuidwand van Plein 1944 een bioscoop te bouwen. Deze ging op vrijdag 27 augustus 1954 open, met de film Roman Holiday. “Bij de aanleg van Plein 1944 werd de bioscoop gezien als een sieraad voor het culturele leven van Nijmegen.” (Wikipedia)
Plein 1944
De bioscoop kreeg een plek in de aaneengesloten bebouwing aan de zuidkant van Plein 1944.
Tijdens de wederopbouw zou Plein 1944 de nieuwe ontmoetingsplaats moeten worden. Bezoekers konden met de auto komen en deze op het plein parkeren. Rondom het plein waren uitgaangelegenheden gepland – naast Carolus zou ook Luxor (op de hoek van de Bloemerstraat en Doddendaal) en Centrum (Houtstraat) zich hier vestigen.
De bioscoop
Oorspronkelijk was er maar 1 zaal. Deze moest klasse en luxe uitstraling hebben, met bijvoorbeeld comfortabele stoelen. Met een goed beeld en geluid. Voor het beeld beschikte Carolus over het hypermoderne “Variform-systeem” en had het de beschikking over 4 projectoren.
Gevel
De bioscoop is gebouwd in “modernistische wederopbouwarchitectuur”. Het eerste wat opvalt is de grote glazen gevel, met daartussen betonnen pijlers, welke zijn uitgewassen in Franse kalksteen. Aan beide kanten staat in een halfronde nis een vlaggenmast, waarop oranje-rode neon verlichting was gemonteerd. Het gebruik van moderne materialen als glas, beton, staal en aluminium is een van kenmerken van de modernistische wederopbouwarchitectuur. Ook de transparantie die daarmee wordt bereikt en de hoge vide is kenmerkend voor de bioscooparchitectuur van de jaren 50.
De gevel van het pand is bekleed met geglazuurde gres-tegels. (Gres is net als aardewerk en porselein gemaakt van klei en zit qua eigenschappen tussen beide in. Een bekend voorbeeld zijn de oude, oranje rioolbuizen). Dit moest de glamour van films nabootsen.
Onderaan de nissen waren vitrines met reclame. Op dat moment bestond de ingang uit 6 deuren met daartussen kolommen. De kaartverkoop was binnen.
Boven de ingang was een betonnen luifel en een lichtbak, waarop de films werden aangekondigd. Bovenop het gebouw stond de naam Carolus theater in blauw-gele neonletters. Hierbij had de C een kroontje bovenop, een verwijzing naar de keizer Karel de Grote oftewel Carolus Magnus. ’s Avonds viel de vele verlichting goed op. Daarbij had van Vreeswijk geprobeerd reclame samen te laten gaan met architectuur.
Binnen
Bioscoopzaal Carolus, 1960 (Nico Grijpink via F31813 RAN CC BY-SA)
Als de bezoeker binnenkomt, valt meteen de grootte van de foyer op: het was dan ook de bedoeling om de bezoeker te overweldigen. Een aantal kenmerken waren de rode vloerbedekking en de grote vitrines aan de zijkanten, waar filmposters en dergelijke hingen.
Het opvallende aan de zaal was het blauwgeverfde plafond met uitsparingen voor de verlichting in de vorm van sterren. Deze sterren waren naast basisverlichting een verwijzing naar de sterren op het doek. Ook tijdens de voorstelling bleef deze verlichting -zeer zwak- aan.
In het ontwerp was er veel aandacht voor de akoestiek: het plafond was in een zogenaamde “ojief” vorm, oftewel in de vorm van 2 gespiegelde, wat uitgerekte letters S. Ook de betimmering van de wanden met mahoniehout en de bedekking met gecapitonneerd kunststof doek versterkte de akoestiek.
Tijdens de bouw werd het Cinemanscope beeldformaat in Nederland geïntroduceerd. Daardoor moest de bouw van het doek aangepast worden van 6 bij 4,2 meter naar 10 bij 4,2 meter.
Kunstwerk
Een van de kenmerken van de wederopbouwarchitectuur is het samengaan van architectuur met kunst. De glaskunstenaar S. de Graaf heeft 3 gezandstrale glaspanelen voor deze bioscoop ontworpen: in de koepel van de foyer hing een spiegel met tekens van de dierenriem. Bij de ingangen van de zaal waren glaspanelen van de Valkhofburcht en Keizer Karel op jacht.
2e zaal
In 1977 kreeg de Carolus een tweede zaal, onder de grote zaal. Onder andere doordat steeds meer mensen televisie kregen, daalde het bioscoopbezoek vanaf halverwege de jaren ’60. Carolus koos ervoor om als reactie hierop een kleinere zaal bij te bouwen, voor 166 stoelen.
Verbouwing 1991
In 1991 vond een maandenlange verbouwing plaats. Van buiten werd de voorgevel verbouwd. Onder andere kwam in de plaats van de middelste dubbele toegangsdeur een venster. Daarnaast werd de luifel en de lichtreclame boven de entree aangepast en de naam Carolus op de dakrand werd vernieuwd.
Ook van binnen vond een grote verandering plaats, zowel qua inrichting als aankleding. Waaaronder een compleet nieuwe kassa en een vergrootte bar. De glaskunstwerken zijn verwijderd; alle verwijzingen naar Carolus Magnus zijn verdwenen.
Henri van Vreeswijk
Henri van Vreeswijk (Rotterdam, 30 mei 1906 – Zeist, 21 december 1974) was een Nederlandse architect.
Zijn vader was Adrianus Ægidius Samuel van Vreeswijk, timmerman en bouwkundig tekenaar in Rotterdam, zijn moeder Ottolina Gerarda Pannekoek. Hij studeerde bouwkunde aan Technische Universiteit Delft, waar hij in 1928 zijn diploma haalde. In 1929 vestigde hij zich als architect in Voorburg. In 1931 trouwde hij met Jenny Lowis (overleden 1 april 1983). Zij kregen 1 dochter.
Loopbaan
Zijn eerste grote opdracht was de verbouwing van het Rembrandttheater in Utrecht (opgeleverd in 1933). Daarbij verbreedde hij de zaal van 12 naar 21 meter. Dit was vooral een technisch vraagstuk, waar van Vreeswijk goed in was. Ook besteedde hij veel aandacht aan de akoestiek. De recensent van Architectura was minder blij met de gevel: “De gevel aan de Oude Gracht blijft ver achter bij de sfeer van het interieur. Hij mist bepaald de kwaliteiten daarvan, doet nuchter aan en misstaat totaal in het stadsbeeld, dat er daar aan de Oude Gracht rondom de brug werkelijk vreeselijk begint uit te zien.”.
Hij zal vooral bekend worden om zijn werk als akoestisch adviseur en als architect voor de bouw en verbouw van bioscopen en theaters. Wanneer van Vreeswijk de Carolus ontwerpt, heeft hij daarvoor al meerdere bioscopen gebouwd en verbouwd. Daarnaast ontwierp hij tevens huizen. In 1939 werd hij partner met J. en Th.F. Stuivinga. Hij verhuisde naar Zeist, waar het bureau was gevestigd.
Intussen was hij in 1938 donateur van de NSB geworden, waarvan hij in 1940 officieel lid zou worden. Mede daardoor werd hij in 1943 benoemd tot directeur van de Provinciale Planologische Dienst in Utrecht. Na de oorlog werd in 1945 ontslagen en zat hij 3 jaar vast. Na zijn vrijlating vestigde hij zich als raadgevend ingenieur voor gewapend betonwerken en akoestische vraagstukken in Zeist. Daarop kreeg hij weer grote opdrachten, waaronder die van Nijmegen en in Amsterdam in de Westelijke Tuinsteden.
Werk
Uit de jaren 1930 tot en met de jaren 1950 zijn diverse (ver)bouwplannen van Van Vreeswijk bekend voor Nederlandse bioscopen en theaters. Daartoe behoren:
• Rembrandt (Utrecht, ca. 1933)
• een tweede Cineac-theater te Den Haag (ca. 1937)
• Cineac (Damrak, Amsterdam, ca. 1937)
• Capitol te Amsterdam (ca. 1937)
• de Spoorbio (Utrecht, ca. 1942)
• Bioscoop Carolus (Nijmegen, ca. 1953).
• Calypso-theater (Amsterdam, 1955)
• Kurhaus-theater (Scheveningen, 1959)
• Bioscoop Cinema (Groningen, 1959): : een vrijwel identiek beeld als de Carolus bioscoop van Nijmegen
Vervolg
Voormalige Carolus bioscoop, oktober 2023
Ook na 1991 vonden een aantal moderniseringen plaats.
In 2017 is er sprake om het Calypso theater aan de Tweede Walstraat te verbouwen naar een groot bioscoopcomplex door het Vue-concern. Het Vue-concern is naast het Calypso theater tevens eigenaar van de Carolus bioscoop. De gemeente gaat akkoord, op voorwaarde dat de Carolus bioscoop sluit, om te voorkomen dat er te veel bioscoopstoelen in Nijmegen komen.
De Carolus bioscoop sterft uiteindelijk een vrij stille dood. Allereerst zijn er de corona-jaren, waardoor er anderhalf jaar geen films te zien waren. Daarna heeft het Vue-concern vooral aandacht voor het nieuwe complex, welke in2021 is geopend. Het definitieve einde is eind juli 2022, wanneer het huurcontract afloopt.
Gekraakt en klimhal?
Rond april/mei 2024 is de voormalige bioscoop gekraakt door krakersgroep Jantien. De nieuwste ontwikkeling op het moment van schrijven (juni 2025) zijn de plannen voor aanleg van een boulderbaan (klimhal)
Het gebouw is een gemeentelijk monument. Als waardering:
“Bioscoop ‘Carolus’ is van algemeen cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de
herrijzenis van het commerciële hart van Nijmegen na de verwoestingen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Meer specifiek is het een uitdrukking van de vroeg naoorlogse vrijetijdsbesteding waarin de filmwereld (bij gebrek aan televisie) sterk tot de verbeelding sprak.
Kenmerkend voor de typologische ontwikkeling van de bioscoop is de afstemming van de architectuur op de beleving van de bezoekers: glanzende materialen, kleurrijke verlichting en een moderne uitstraling met frisse kleuren maakt het bioscoopbezoek tot een feestelijke aangelegenheid. De interieurafwerking van de bioscoop is in de loop der jaren gemoderniseerd. De niet-oorspronkelijke elementen vallen buiten de bescherming.
Het gebouw is van architectuurhistorische waarde als goed en redelijk gaaf voorbeeld van modernistische wederopbouwarchitectuur in Nijmegen. De transparante en hoge hal en het materiaalgebruik zorgen voor een theatraal effect dat kenmerkend is voor de bioscooparchitectuur uit de jaren vijftig. Vooral ’s avonds trekken de kleurrijke lichtreclames langs de gevel en op het dak van ver de aandacht. Binnen is de ruimtelijke indeling gewijzigd maar in hoofdopzet herkenbaar. In de grote zaal is het het gewelfde plafond met ‘sterrenhemel’ bewaard gebleven. Het pand is een representatief voorbeeld van architect H. van Vreeswijk uit Zeist die ook elders in het land bioscopen heeft gebouwd.
De voorbouw van de bioscoop is van stedenbouwkundig belang als beeldbepalend onderdeel van een aaneengesloten vroeg-naoorlogse pleinwand. Als onderdeel van drie (voormalige) bioscopen uit de wederopbouwperiode rond Plein 1944 vormt het een bijzondere uitdrukking van de toenmalige idee om van dit plein hét vermaakcentrum van Nijmegen te maken. De (neon)reclames vervullen een cruciale rol in de visuele beleving van het plein. Het gebouw is bovendien een essentieel onderdeel van een aaneengesloten en op samenhangende wijze tot stand gekomen wederopbouwensemble dat als beschermd stadsbeeld van grote cultuurhistorische waarde is als belangrijk en hoopvol ijkmoment in de Nijmeegse stadsgeschiedenis.”
Krantenartikel PGNC
Eind december 1953 plaatst het PGNC een uitgebreid artikel over de nieuwe bioscoop naar aanleiding van het pannenbier:
“Nieuwe bioscoop op het Plein 1944 vermoedelijk in April afgebouwd; Opening kort daarna
Vandaag waait de vlag op het dak van de bioscoop, welke op Plein 1944 in aanbouw is en er wordt pannenbier gedronken op het werk. Naar alle waarschijnlijkheid, wind en weder dienende, zal het Bouwsyndicaat Nederland te Den Haag, de aannemer die deze cinema bouwt, het werk in de loop van de maand April a.s. kunnen opleveren, waarna dan binnen een termijn van een week de opening kan volgen. De nieuwe bioscoop zal zeshonderd plaatsen tellen; het wordt een min of meer luxueus theater, met ruime zetels. De architect Ir. H. van Vreeswijk, die meerdere bioscopen heeft gebouwd in ons land, heeft gestreefd naar een knus, gezellig theater, met warmte en behagelijkheid.
De Nederlandse Bioscoop Trust is de eigenaar van deze nieuwe bioscoop op Plein 1944, welke het vroeger Chicago theater in de Broerstraat zal vervangen. Het staat nog niet vast welke naam de bioscoop zal krijgen, – dit zal van de exploitant afhangen. Het is namelijk zo dat de Ned. Bioscoop Trust, die ook eigenaar is van drie bioscopen in Den Haag, een in Utrecht en een in Groningen, niet zelf de exploitatie verzorgt. Het staat evenwel vast dat de oude naam “Chicago theater” niet zal terugkeren, evenmin als dit met de naam van “Olympia Bioscoop” het geval zal zijn. Er wordt druk gewerkt aan de plannen voor de voorbereiding van deze tweede bioscoop, zonder dat deze al een definitieve vorm hebben aangenomen. Binnenkort zal ook hierin een beslissing komen.
Wat de apparatuur betreft, kan van de nieuwste vindingen in de bioscoop op Plein 1944 worden gebruik gemaakt. Met de inrichting van de cabine, zowel als met het scherm, is daar rekening mee gehouden. Maar bovendien zal men de traditionele film kunnen draaien; het ligt in de bedoeling om bij de opening niet de drie-dimensionele film, maar de gebruikelijke film te vertonen.
Ook wat het geluid aangaat is er in voorzien dat de nieuwste vinding, indien dit wenselijk is, in praktijk kunnen worden gebracht.
De gevel
De rondingen die men aan de gevel ziet aangebracht, zullen worden betegeld door de Porseleinen Fles, Beneden kom een grote vitrine voor de filmreclame; daarop komt in elk van de rondingen een vlaggestok. Aan de binnenkant van deze vlaggestok wordt een neonbuis aangebracht voor de verlichting van de gevel.
Komt men van buiten het bioscoopgebouw binnen, dan komt men via een parterre in een hall terecht, waarna men in een wachthall komt. Hier is ruimte voor een gehele zaalbezetting, die wil wachten op de volgende voorstelling.
De bezoeker komt via een centraal punt de zaal binnen om zich vandaar naar de plaatsen te begeven. De uitgangen zijn aan de zijde van de Piersonstraat, waar ook en gelegenheid zal komen voor fietsenstalling. De zaal van de bioscoop wordt 20 meter breed en 25 meter lang; de voorhall krijgt een afmeting van 12½ bij 10 meter.
Door de lichtwerking van het plafond zal de lengtewerking van de zaal worden versterkt.
Het ligt in de bedoeling om zowel middagvoorstellingen als twee avondvoorstellingen te geven in de nieuwe bioscoop, die uitsluitend als zodanig zal worden ingericht. Bij bijzondere gelegenheden zullen ook cineac-voorstellingen worden gegeven.
De heren D. Siem Sr. En Mr. D. Schuur van de Nederlandse Bioscoop Trust, die vanmorgen bij het “pannenbier”-feest aanwezig waren, zijn zeer te spreken over de wijze waarop de nieuwe bioscoop wordt gebouwd en over de voortgang van de werkzaamheden.” (De Gelderlander 17/12/1953)
In 1974 werd een van de afsluitpalen geplaatst in de Vijfringengas, een smal paadje tussen de Grote Markt en de Korenmarkt. het beeld is gemaakt door Guiseppe Roverso. Met zijn 5 ringen en duivelskoppen is het een opvallend paal. Het verwijst zowel naar een huis als naar Mariken van Nieumeghen.
Vijf ringen
Rond 1700 werd de gas vernoemd naar een van de huizen die hieraan stond: “De vijf gulden ringen”, op de hoek van de Vijfringengas en de Grote Markt.
Duivelskoppen
Grote Markt / Vijfringengas : Afsluitpaal voorstellende Moenen en vijf ringen, in 1974 vervaardigd door Giuseppe Roverso.
De hardstenen paal is versierd met 5 ringen, die aan elkaar worden geschakeld door duivelskoppen. De ringen verwijzen naar de naam van het gasje, terwijl de duivelskoppen een verwijzing zijn naar het beroemde verhaal van Mariken van Nimwegen.
Roverso was van oorsprong een Italiaanse beeldhouwer, geboren in 1900 in Chiampo en overleden in 1977 te Nijmegen, 1976 (Jan Cloosterman via F1481RAN CCBYSA)
De duivelskoppen verwijzen naar Mariken van Nieumeghen.
Zoals Dorsoduro opmerkt: “Maar in die vertelling krijgt Mariken na tot inkeer te zijn gekomen slechts drie ringen om hals en armen gelegd als straf.
Guiseppe Roverso
Restauratie St. Stevenskerk: de Italiaanse beeldhouwer Giuseppe Roverso (11 augustus 1900 – 1 juli 1977), januari 1968 (F39277 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Giuseppe Roverso (Chiampo, 11 augustus 1900 – Nijmegen, 1 juli 1977) was een Italiaans beeldhouwer en monumentaal kunstenaar.
Hij volgde rond 1928 zijn opleiding aan Scuola Superiore d’Arte Applicata Milano. Zijn vrouw was de dochter van een Nederlandse boer die zich in Frankrijk had gevestigd. In 1965 werd hij genaturaliseerd tot Nederlander. Hij heeft in ieder geval op Semmelinkstraat 48 gewoond.
Roverso werkte onder andere mee aan de lantaarnconsoles in de Utrechtse Binnenstad. Hij was in de jaren als beeldhouwer betrokken bij restauraties: de wederopbouw van de Sint-Stevenskerk in Nijmegen, de kloostergang van de Domkerk in Utrecht en het Duivelshuis in Arnhem.
Werken van Guiseppe Roverso
Acht lantaarnconsoles in Utrecht
Gevelbeelden van vier kerkvaders en de twaalf apostelen, en een reliëf van het wapen van Nijmegen, 1961-1962, voor de Latijnse school, Sint Stevenskerkhof, daarnaast Wapenreliëfs, 1965
Medaillons en gevelbeelden met Maximiliaan van Oostenrijk, Filips de Schone, Karel V, Karel van Gelre, Maarten van Rossum en Willem van Kleef, en een beeld van een lansknecht (1965-1967), Walburgstraat, op het Duivelshuis in Arnhem
Beeld van Stefanus in de Sint-Stevenskerk, Nijmegen
Leeuw, 1971 aan de kerkboog, Grote Marktzijde, Nijmegen
Beeld ‘De vier seizoenen‘ (1974) bij wooncentrum de Meiberg, Nijmegen
Het seniorenflatgebouw De Meiberg (Meijhorst 71ste t/m 73ste straat) ; links het beeld De Vier seizoenen , gemaakt door Giuseppe Roverso, 1992 (Toon Opsteegh via F6092 RAN CCBYSA)
De ULO-School, later het Karel de Grote College, op de hoek met de Wedren (Rechts), 18-3-1963 (Fotopersbureau Gelderland via F20143 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
In september 1956 opent de U.L.O. aan de Wilhelminasingel. Het is een ontwerp van Charles Estourgie (jr.). Tegenwoordig is het gebouw onderdeel van het Karel de Grote College.
“Op de Wedren is geleidelijk-aan een uiterst belangrijk scholencentrum van de Zusters J.M.J. ontstaan” schrijft de Gelderlander bij de opening van de U.L.O. op de Wedren, welk op 11 september 1956 officieel wordt geopend. De Zuster J.M.J. zijn de “Zusters Sociëteit van JMJ, van Jezus, Maria en Jozef”, ook “Het zedelijk lichaam Vereniging van Vrouwen tot het geven van onderwijs” geheten. Foto’s uit 1956 zijn onder andere te vinden op:
In september 1956 (“vanmorgen”) zegende de Deken van Nijmegen, Mgr. C.J.E.N. van Dijck de nieuwe school aan de Wilhelminasingel in. Het is de nieuwe r.-k. ulo voor meisjes van de zusters van JMJ.
De school is bestemd voor 260 leerlingen. De architect is Charles Estourgie (Jr.) en de bouwer Gebr. Oosterhout uit Wijchen. Het is een zogenaamde gangschool in de stijl van de “shake hands” architectuur. Deze “ bestaat uit een lange gang met toiletten en garderobes aan de noordzijde, en een reeks leslokalen met grote ramen op het zonnige zuiden met links invallend daglicht. Een doelmatige maar ook kostbare opzet want relatief veel vierkante meters verkeersruimte.” Daarbij is het gebouwd in de stijl van de “shake hands” architectuur. (Schoolgebouwen 1945-1968)
De school kwam binnen een jaar tot stand. Ook zal hier het avondlyceum worden gevestigd. Op dat moment wachten de Zusters J.M.J. op de bouwvergunning om ook een kleuter- en Montessorischool te bouwen. Uiteindelijke zou het RK complex bestaan uit een klooster, kleuter-, lagere en U.L.O. school.
De U.L.O. zat nog op de Oude Stadsgracht, waar de kleuterschool en Montessorischool voorlopig nog gevestigd is. Bovendien is de opleiding voor Montessori-onderwijs en de school voor de Sint-Jorisstichting voor meisjes met leermoeilijkheden naar dit pand gegaan. De bedoeling is om het pand te slopen nadat het verlaten is.
Bouw
Boven de entree bevindt zich een beeldhouwwerk van Marius van Beek. Dit stelt de boom der wijsheid voor. Hier tegenaan staan leerlingen op een ladder, die door een leraar wordt ondersteund. Daarbij hoort de spreuk: “vervult u met de vruchten die ik draag’.
“Komt men het gebouw binnen, dan valt op hoe ruim en mooi alles is ingericht. Aan de trappenhal grenst een ruimte welke voor ouderavonden, voor recreatie en voor bijzondere gelegenheden wordt bestemd. Behalve de begane grond heeft het gebouw twee bovenverdiepingen, met in totaal zes klaslokalen en meerdere bijzondere lokalen. Op de eerste verdieping rechts is het natuurkundelokaal, dat uiterst modern en praktisch is ingericht. De leerlingen kunnen hier, dank zij de outillage, zelf proeven nemen. Dit lokaal zal ook voor het vertonen van films dienst doen.
Op de tweede verdieping is een groot, ruim lokaal voor handwerk en handenarbeid. Verder zijn er meerdere vertrekken voor de leerkrachten in het gebouw en een spreekkamer, welke tegelijk voor het hoofd van de school bestemd is.” (De Gelderlander 29/8/1956, tevens bron)
Bij de Opening
Van Dijck wijst er op, dat het belang van de school niet alleen ligt dat de meisjes hier “meer kennis op zouden doen, maar dat ook hun ziel er gevormd zou worden.”
De wethouder van onderwijs mr. J.J. de Haas noemt het grote tekort aan scholen. En hoopt dan ook, dat de plannen voor het complex van scholen op de Wedren snel gerealiseerd zullen worden. En niet langer hoeven de zusters “Zusters van de Oude Stadsgracht” genoemd te worden.
De inspecteur van onderwijs drs. J.G.L. Ackermans hoopt dat hij de warme en menselijke sfeer die hij op de school aan de Oude Stadsgracht zo prettig vond, ook in de nieuwe school zal vinden. Ook hij wijst op de ontwikkeling van de kinderen: “Het behalen van het diploma is niet langer het voornaamste, maar het brengen van de cultuur bij de kinderen, die uit alle lagen van de bevolking naar de ulo stromen, is een eerste taak van deze school geworden.” (De Gelderlander 11/9/1956)
De Sociëteit van Jezus, Maria en Jozef (kortweg de Zusters van J.M.J.) is een kloosteorde, welke in 1823 in Amersfoort is gesticht. Aanvankelijk hielden deze zusters zich bezig met ondewijs, voor ‘meisjes uit het volk’. Later kwam daar bejaarden- en gezondheidszorg bij.
Vervolg
Tegenwoordig is de school onderdeel van het Karel de Grote college. Zij breidde in 1993 en 2005-2006 uit en liet de school intern verbouwen. Naast de genoemde boom is er binnen een kunstwerk van een zaaiende boer.
Waardering
De Quickscan: “Van groot cultuurhistorisch belang vanwege de belevings- en herinneringswaarde voor grote groepen kinderen die hier zijn gevormd en vervolgonderwijs hebben genoten; als herinnering aan de verzuilde vroeg-naoorlogse samenleving (RK meisjes (M)ULO) en het werk van de Vereniging van Vrouwen tot het geven van Onderwijs; als toonbeeld van de verzorgingsstaat in opbouw waarin voorzieningen voor vervolgonderwijs gelijke tred moesten houden met de ongekende groei van de bevolking en sterke uitbreiding van de stad.
Van architectuurhistorisch belang als gangbaar voorbeeld van het type gangschool, uitgevoerd in een sobere maar verzorgde architectuur van Estourgie met geïntegreerde kunstuitingen; echter de uitbouw aan de achterzijde en de interne verbouw van de aula doen sterk afbreuk aan de gaafheid.
Van stedenbouwkundig belang vanwege de ligging binnen de beschermde 19de eeuwse stadsuitleg, als onderdeel van een scholencluster met voormalig klooster en als beeldbepalende straatwand”.
Niet alleen een van de qua uiterlijk markanste gebouwen van Nijmegen, maar ook qua ligging: het Estel gebouw.
Het Estel gebouw is een ontwerp van architect Alexander Bodon (1906-1993) uit 1972. Het is ontworpen als het hoofdkantoor van Estel, het Duits-Nederlandse fusieconcern Hoesch Hoogovens. Dit is een fusie vvan Nederlandse Hoogovens (nu: Tata Steel) in IJmuiden en Hoesch in Dortmund. Er is dan een nieuw hoofdkantoor nodig en aangezien Nijmegen ongeveer halverwege Ijmuiden en Dortmund ligt, is dit een logische locatie.
Ontwerp
“Kenmerkend zijn onder meer de getrapte terrassen en doorzichten. In het ontwerp zijn invloeden zichtbaar van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright, zoals de uitgestrekte gelaagdheid in acht verdiepingen. Het transparante gebouw kenmerkt zich door hoge en lichte binnenruimten, riante terrassen, daktuinen en balkons.
Het ontwerp heeft 1 hoofdgebouw met 4 kantoorvleugels. Bij elke verdieping laat hij het gebouw verder inspringen, waardoor terrassen en dakoverstekken ontstaan. De kantoorgevels worden zo veel mogelijk open gehouden. “Door deze opzet zijn exterieur en interieur van het gebouw met elkaar in dialoog. Bovendien vormt het gebouw als geheel een even treffende als vanzelfsprekende bekroning van zijn locatie: een stuwwal met uitzicht op de Waal en De Ooypolder.” (Bouwen met staal)
In 1974 begint de bouw. Aangezien de eigenaar en toekomstig gebruiker van het pand een staalfabrikant is, is het logisch dat staal een belangrijke rol speelt. “De hoofddraagconstructie van het achtlaagse gebouw is een innovatie binnen de Nederlandse bouw van dat moment: een staalskelet, gecombineerd met stabiliteitskernen van gestort beton. Het staalskelet rust op twee ondergrondse parkeerlagen van gewapend beton. De parapluvormige staalkolommen op de begane grondvloer zorgen voor reductie van het aantal dragende constructiedelen en daarmee voor openheid en transparantie.” (Bouwen met staal)
Estel (oktober 2024)
Daarnaast is er nog een innovatie: het is het eerste gebouw in Nederland met een geïntegreerd gevelsysteem van Josef Gartner & Co. Dit systeem bestaat al 9 jaar in Duitsland. De stijlen van de stalen kozijnen worden daarbij gebruikt voor het transport van warm water voor het energiebesparend verwarmen van het kantoor.
Staalprijs
In 1977 werd het pand in gebruik genomen. Het gebouw ontving de Nationale Staalprijs (1977) en de Europese Staalprijs (1979).
5 jaar later, in 1982, viel het bedrijf echter uiteen. Daarop kwam het gebouw leeg te staan.
Haskoning
Nadat de Provincie Gelderland nog enige tijd hier een kantoor had, vestigde in 1990 Royal Haskoning in het gebouw, waarbij het gebouw Haskoning-gebouw werd genoemd.
Eind 2014 verliet Haskoning (Royal HaskoningDHV) het gebouw.
Estel Residence
Daarop werd het pand verbouwd tot het appartementencomplex Estel Residence. Teake Bouma architectuur/stedenbouw en Weusten Liedenbaum Architecten maakten hiervoor het ontwerp. Daarvoor werd het hele gebouw gestript. Alleen de karakteristieke elementen als bouwlagen, liftkoker en de staalconstructie bleven behouden.
Vervolgens volgde de verbouwing tot 62 appartementen, waarvan de eerste in 2016 in gebruik werden genomen. Het gehele pand werd in 2018 opgeleverd.
Nijmeegse Architectuurprijs 2019
De verbouwing ontving de Nijmeegse Architectuur 2019. Dat jaar kostte het de jury weinig moeite om een winnaar te kiezen: “‘Architect Teake Bouma heeft van een druilerig gebouw een gewaardeerd, fris appartementencomplex gemaakt’, staat in het juryrapport over Estel Residence. ‘Het gebouw straalt een vanzelfsprekendheid uit die te danken is aan de perfectionistische transformatie en het respect voor het originele ontwerp. Bewonderenswaardig en een voorbeeld van hoe we met jonge monumenten moeten omgaan.’” https://www.gelderlander.nl/nijmegen/bijzondere-transformatie-estel-beloond-met-architectuurprijs~a1e401e8/
Gemeentelijk Monument
Het gebouw heeft de status van Gemeentelijk Monument.