De Godenpijler: Zonnewijzer met Valkhofmuseum, op een ochtend in oktober waar de zon ver te zoeken was (oktober 2023)
In 1980 werden bij opgravingen twee delen van een Godenpijler gevonden (nu te zien in het Valkhofmuseum). Dit zou het bewijs zijn dat Nijmegen de oudste stad van Nederland is. Sinds 2005 staat de zonnewijzer Noviomagus op het plein, een kunstwerk van Rutger Fuchs en Ram Katzir. Momenteel is deze tijdelijk verdwenen, maar zal in 2026 terugkeren.
Opgraving
Bij de opgravingen van 1980 werden 2 blokken gevonden op het huidige plein voor het museum, het Kelfkensbos. Deze 2 blokken konden op elkaar geplaatst werden, waarbij het was duidelijk dat ze onderdeel hadden uitgemaakt van een grotere zuil. Waarschijnlijk zijn deze delen in late oudheid gebruikt voor de fundering van een nieuwe verdedigingswal. De overige onderdelen zijn nooit teruggevonden. De zuil is tegenwoordig te zien in museum het Valkhof.
Zie ook de foto uit 1980, KN15526-33A RAN, op het moment dat de zuil in het toenmalige Museum Kam te zien is.
Godenzuil
Door het opschrift TIBR CSAR (“Tib(e)r(ius) C(ae)sar”) met daarbij een afbeelding van een man in toga, die waarschijnlijk een plengoffer op het altaar brengt. Daarachter staat Victoria, die een lauwerkrans vasthoudt. Het vermoeden is dat deze afbeelding keizer Tiberius zelf betreft, hoewel ook gedacht wordt aan Germanicus.
Reden van oprichting
Er is geen duidelijk bewijs te vinden wat de aanleiding voor de oprichting van deze zuil geweest is (waardoor ook niet zeker is wie de betreffende Romein is). Historici komen op basis van beredenering op een aantal mogelijke momenten:
14 na Christus: het jaar waarop Tiberius keizer wordt
Overwinning Germanicus in 17 na Christus (de mening van Panhuysen…)
De reorganisatie van de grensverdeling langs de Rijn door Tiberius. Tussen 10 en 12 na Christus was hij in Germanië als veldheer, met het hoogste militaire gezag in deze provincie
Het einde van de langdurige oorlog tegen de Germanen
Stephan Mols noemt de overwinning op de Germanen na de veldtocht tussen 10 en 12 de meest waarschijnlijke reden. In 12 na Chr. hield Tiberius vanwege deze overwinning een triomftocht door Rome. Daarbij noemt Mols bovendien dat Tiberius, vóórdat hij keizer werd en als geadopteerde zoon van Augustus, Tiberius Iulius Caesar werd genoemd. Op het moment dat hij Augustus in 14 n. Chr. opvolgt, wordt zijn naam onmiddellijk gewijzigd in Tiberius Julius Augustus. Op basis daarvan komt Mols bovendien met de datering van het beeld tussen 12 en 14 na Chr.
Goden
Op de Godenpijler zijn, naast Victoria die de krans vasthoudt, de volgende goden te vinden:
Apollo, halfnaakt en met lier: de beschermgod van keizer Augustus en het regerende keizershuis. Daarbij was Apollo een reddende god, maar ook de god van muziek en levensvreugde
Diana, afgebeeld met pijl en boog en hertje: de godin van de jacht en wilde natuur
Ceres, 2 brandende fakkels, godin van akkerbouw en moederliefde
Een dergelijke zuil was bedoeld om de macht van Rome uit te stralen, waarbij zij beschermd werd door de goden: “De verschillende goden op de pijler, waaronder Apollo, Diana, Ceres en Bacchus, vormen een passende entourage voor Tiberius en wellicht zijn stiefvader Augustus boven hem. Ze verbeelden de bovennatuurlijke steun die het keizershuis claimde te genieten en de zegeningen die het daarmee het Romeinse rijk pretendeerde te brengen.” (Collectie Gelderland)
Het beeld zal meer dan 5 meter hoog zijn geweest. Doordat op de gevonden stenen naast een volledige afbeeldingen onder- en boven ook fragmenten van andere afbeeldingen zijn te zien (bijvoorbeeld alleen de voeten), zal het beeld uit minimaal 3 banden met afbeeldingen hebben bestaan.
Boven de Romein/Tiberius is een tweede persoon in toga afgebeeld. De andere figuren zijn mythologisch van aard. Waarschijnlijk gaat het om Bacchus (boven Ceres), de muze Urania (onder Apollo), een watergod (onder Ceres) en Mars (of Roma?) onder de Romein/Tiberius.
Op basis van andere godenpijlers zal er op het beeld waarschijnlijk een afbeelding van Jupiter hebben gestaan.
Oudste stad van Nederland?
Panhuysen noemt de stenen “Nijmegens historische kroonjuwelen”. Door de aanwezigheid van een dergelijke zuil moet dit betekenen dat Nijmegen in die tijd al een redelijk belangrijke stad was.
Voor sommigen zijn de stenen het bewijs dat Nijmegen de oudste stad van Nederland is. Mede op basis van een uitlating van Panhuysen uit 2002 “een monument dat met de vroegste stichting van de stad in verband gebracht kan worden”. Hierin zien sommigen het bewijs dat Nijmegen de oudste van Nederland is. Hij zegt zelf echter dat hij deze uitspraak nooit zo bedoeld heeft, wat hij herhaalt in 2009.
Kunstwerk Noviomagus
De meeste mensen kennen de het beeld als de Godenpijler, maar officieel heet het kunstwerk Noviomagus. Het beeld is bedoeld als blijvende herinnering dat Nijmegen haar 2000 jarig bestaan vierde.
De godenpijler vormde de inspiratie voor het kunstwerk Noviomagus, waarin kopieën van de blokken verwerkt zijn. Het kunstwerk is een zonnewijzer op het plein voor Museum het Valkhof, een werk van graficus Rutger Fuchs en beeldhouwer Ram Katzier en respectievelijk de grafisch ontwerper en de cartoonist van het LIRA Bulletin.
Het beeld is 8 meter hoog en bestaat uit steen en brons. Het kunstwerk is een verwijzing naar het verleden en toekomst van de stad. De voet van het beeld bestaat uit bronzen afgietsels van de oorspronkelijke stukken. Daarop staat een obelisk van graniet, waarop citaten over Nijmegen van de afgelopen 2000 jaar zijn aangebracht. De obelisk is tevens een verwijzing naar het Romeinse verleden: keizer Augustus plaatste een Egyptische obelisk als zonnewijzer op een plein in Rome.
Op de top staat een kleine schildpad, symbool van vrede en geluk. De obelisk met schildpad dient als zonnewijzer. De schildpad loopt zo op het ritme van de tijd met de toekomst van de oudste stad mee. Zijn schaduw kruipt gedurende de dag over plein, waarbij hij letterlijk het pand kan kruisen met mensen die over het plein op lopen en zo geluk brengen.
Rondom de zuil zijn bronzen bakstenen aangebracht, om met de schaduw van de naald te tijd af te kunnen aflezen.
25 jaar na de vondst, op 21 december 2005, onthulden Minister-President Balkende en Burgermeester ter Horst het beeld. Een foto is te vinden op DF1354 RAN.
“Eerlijk gezegd vind ik het origineel mooier.”
De Gelderlander: “Ontwerper Ram Katzir is zelf niet de grootse fan van zijn kunstwerk dat sinds gisteren het plein voor Museum Het Valkhof siert. Hij houdt niet van obelisken, vindt het ‘ fallische verkeerstekens’. Maar de opdracht voor een monument in Nijmegen, dat zijn 2000- jarig bestaan viert, liet hem geen keus: breng de godenpijler die de Romeinen ooit bouwden, terug in het straatbeeld, in een modern jasje. „Eerlijk gezegd vind ik het origineel mooier.”
Steuntje voor scheve toren
Sinds 2018 heeft de zonnewijzer een steuntje gekregen. Als zonnewijzer is het de bedoeling dat het beeld scheef staat. Tijdens een inspectie bleek de ondergrond niet stevig genoeg te zijn. Daarop werd een steuntje geplaatst.
1943, Huidige locatie: Korte Nieuwstraat 6 (stadhuis)
Stadswapen
Stadswapen bij stadhuis, Albert Meertens
Albert Meertens maakte voor de nieuwe vleugel van het Stadhuis rond 1941/1943 2 werken: Een stadswapen en een kinderkopje. Het kinderkopje was, symbolisch, geplaatst boven de ingang van het Bevolkingsregister.
In 1941 besteedt de Gelderlander uitgebreid aandacht aan deze ontwerpen. (Merk echter op dat de uibreiding -en het artikel- gemaakt zijn ten tijde van de Duitse bezetting).
Het stadswapen
“Beeldhouwwerk van Albert Meertens
Voor de gevels van het Nijmeegsch stadhuis
De gevels van het herbouwd Stadhuis te Nijmegen zullen behalve ander sierwerk twee sculpturale stukken bevatten van den beeldhouwer Albert Meertens uit Berg en Dal, waarvan wij hierbij de afbeeldingen geven.
De groote steen, die het wapen van Nijmegen vertoont, zal worden gemetseld in een zijgevel aan de Lange Nieuwstraat. De schildhouders, beide leeuwen, herinneren aan den Assyrischen stijl, de beide adelaars van het stadswapen, in het schild, zijn in sobere lijnen aangegeven, daarbinnen bevindt zich het schild met den nationalen leeuw. Boven zien wij de keizerskroon en rijksappel met kruis. Onder de latijnschen naam voor Nijmegen “Noviomagum”.
Zooals men ziet hebben we hier met forsch en kundig gemaakt reliefwerk te doen, dat met vaste hand uit de harde steen is gehouwen. De vormen van het wapen zijn kernachtig en pittig uit het materiaal tevoorschijn gebracht en de vereischte motieven werden onderling harmonisch in de langwerpige rechthoekige ruimte verwerkt. Tot in de details is alle aandacht aan het werk gegeven. Men lette bijvoorbeeld op de tongetjes der schild-torsende leeuwen. Ook de adelaars zijn als symbolische figuren, uitstekend geslaagd, waarbij men begrijpen zal, dat het hier niet te doen was om een dierstudie in steen, maar om de forsche structuur van een sprekend stadswapen.”
Bij de ingang van het Stadhuis is het oude stadswapen van 1816- 1953 te zien. Het meest opvallende is de leeuw op het schild: deze heeft een enkele staart in plaats van een dubbele staart. De leeuw symboliseert het feit dat Willem II, graaf van Holland en Rooms-Koning Nijmegen in 1247 heeft verpand aan de graaf van Gelre. Aangezien dit pand nooit is ingelost, bleef Nijmegen dus een Gelderse stad.
Het wapen van Gelderland is een dubbelstaartige leeuw. Deze enkele staart zijn op Nijmegen nog op meerdere plekken te zien, bijvoorbeeld bij de leeuw van Maris bij de Lindenbergtrappen. De putdeksels van Nijmegen tonen wel een dubbelstaartige leeuw.
De schildhouders zijn de leeuwen van het wapen van Gelderland, namelijk de Gelderse en Gulikse leeuw. Feitelijk zou de Gelderse leeuw hier ook dubbelstaartig moeten zijn, maar dit gebruik is in de loop der tijd verwaterd.
Kopje beeld van een kinderhoofd Albert Meertens 1943 Nieuwstraat stadhuis (april 2023)
Het kinderkopje bij de achteringang van het stadhuis is in 1943 gemaakt door Albert Meertens. Het was geplaatst boven de toegangstrap naar de achteringang van de Secretarie-vleugel (uit 1939/1940) van het Stadhuis, bij de Gruitberg.
“Het ander beeldwerk, een kinderkopje, komt, zeer juist, boven de poort van het bureau Burgelijke Stand, waar huwelijken en geboorten worden aangegeven. Het kopje duidt op het wordende leven.
In dit stukje beeldhouwwerk zal men de ruste en de harmonie terug vinden, welke kenmerkend zijn voor Meertens’ beeldhouwers-visie. Een aantrekkelijke onbevangenheid spreekt uit het weergegeven gezichtje. De oogen rusten vast in het verschiet; neus en mond zijn in de klassieke verhoudingen aangebracht, en het gelaat heeft verder de goed doorwerkte rondingen van een jeugdig kopje, die harmonisch verloopen in de hals, langs het oor, en langs de haren. Naast gratie ligt groeiende kracht in het steenen gezichtje uitgedrukt. Ook dit is een mooi stuk beeldhouwwerk, dat er in de komende eeuwen moge spreken van het bloeiend kunstleven onzer dagen.
Het beeldwerk van Meertens vormt o.a. naast de leeuwen van Maris, een waardig onderdeel van het mooie steenwerk, dat het nieuwe deel van het stadhuis zal sieren.” (De Gelderlander 19/7/1941, met 2 foto’s van de ontwerpen)”
Het Secretarie-gedeelte van het Stadhuis is in 1978 gesloopt.
Foto’s van de oude situatie zijn te zien op 2 foto’s uit 1978:
F31265 RAN: de achteruitgang met het kinderkopje en het gemeentewapen
Deze pagina verzamelt artikelen die reeds over de Grote Markt zijn verschenen. Eerst echter een korte geschiedenis. Beide zullen van tijd tot worden aangevuld.
De Grote Markt is het grote plein in het centrum van Nijmegen en een de belangrijke centrale punten. Op 9 juli 1924 krijgt het officieel de naam “Groote Markt” (wikipedia). Rond 1254 heet het plein “Hundisborch”, later “Honsborch”. In 1425 blijken er twee stenen gebouwen te staan, in een tijd dat het nog zelden voorkwam dat er huizen van steen werden gebouwd (PGNC 20/7/1935).
Kruismarkt
Volgens het Straatnamenregister is de eerstgevonden vermelding in 1410: “Honsborch (later alleen de Z.Z.); de geheele markt, dus ook de Honsborch, heette die Cruys”; daarvoor heette het dus Hondsborh/ Hundisborch (melding uit 1254). De naam Cruys en Cruys Marct en varianten daarop is waarschijnlijk ontstaan omdat er een kruis heeft gestaan, als teken van marktrecht en marktvrede.
De marktvrede rond het kruis was bedoeld om ervoor te zorgen dat iedereen de markt kon bezoeken. Daarbij was de veiligheid van personen en goederen gewaarborgd, ook van de niet-inwonende kooplieden en bezoekers van elders. Mensen werden alleen vervolgd voor misdaden die tijdens de markt zelf werden gepleegd. Deze kruisen konden permanent zijn opgesteld, of tijdelijk worden geplaatst voor de duur van de markt.
Op een kruismarkt kon ook lagere vormen van rechtspraak plaatsvinden.
Blauwe Steen
De Blauwe Steen ligt op de Grote Markt, in de buurt van de kruising met de Broerstraat. Het is een harde natuursteen, afkomstig uit de groeven bij Vinalmont, tussen Luik en Namen. Daarom wordt deze steensoort ook wel ‘Namense’ steen genoemd.
De eerste vermelding van een Blauwe Steen is in 1522, waarbij 2 arbeiders op een dag een ring hebben bevestigd aan de Blauwe Steen. Deze steen lag zeer centraal in de bestaande bebouwing van Nijmegen: op de plaats waar de 4 wijken van Nijmegen samenkwamen: het Sint-Jansvierdel, het Sint-Antonisvierdel, het Broervierdel en het Onze-Lieve-Vrouwenvierdel. De steen werd gebruikt voor rechtspraak over kleinere misdrijven. Daarbij werden mogelijk ook straffen op deze plek uitgevoerd. Bijzonder was de procedure waarbij een verdachte driemaal rond de Blauwe Steen werd geleid: Burgers konden verdachten op borgtocht vrijkopen, zodat ze zich op een later tijdstip voor hun rechtzaak konden melden. In ieder geval heeft deze procedure nog tot 1705 geduurd.
In 1447 is er echter sprake van rechtspraak op de Grote Markt, “aen den Cruys” op de Markt. (Bron: Huis van de Nijmeegse geschiedenis). Daarbij valt mij op, dat de melding van de Blauwe Steen later is dan dat van een kruis. Zowel een Blauwe Steen als een Kruismarkt was niet uniek voor Nijmegen; een kruismarkt kwam veelvuldig voor in noord west Europa.
In ieder geval is de steen ook vervangen in 1647. Bovendien is bekend dat de inmiddels versleten steen in 1939 is vervangen. De laatste vervanging was in 1976, toen de carnavalsvereniging de Blauwe Schuit de steen adopteerde.
Sinds 1984 reikt de Vereniging van Binnenstad Ondernemers elk jaar op deze plek het Blauwe Steentje uit voor iemand, die zich dat jaar voor Nijmegen bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt.
Grote Markt
Een aquarel van Jan (Johannes) van Call (1656-1706) van een marktdag; De St. Stevenskerk, de Kerkboog en naast het Waaggebouw staan de schandpaal en de draaikooi.), 1675-1680 (GN2429 RAN)
“Ook het gebied rond de Sint-Stevenskerk, waarvan de toren gereed kwam in 1326, raakte langzamerhand bebouwd. In de loop van de 14de eeuw verhuisden het stadhuis, het vleeshuis en de waag van de laaggelegen Waaloever naar de Burchtstraat en werd het plein tussen kerk en raadhuis ingericht als marktplaats, de latere Grote Markt. Zo concentreerde zich pal naast het religieuze centrum op de Hundisberg ook de bestuurlijke en economische macht van Nijmegen op de heuvel. Daarmee bereikte de ontwikkeling van de stad, reeds ingezet in de 12de eeuw, een voorlopig hoogtepunt. Het stadscentrum had zijn definitieve plek gekregen.” (Het Grote Geschiedenisboek van Nijmegen, onder redactie van Rob Camps en anderen, bladzijde 45-46).
Op 9 juli 1924 besluit de gemeenteraad officieel tot de naam “Groote Markt”.
Winkels
Op de Grote Markt en haar omgeving werden de eerste eeuwen vooral goederen verkocht op de markt. In de negentiende eeuw, vooral na de ontmanteling van de wallen, ontwikkelde de Grote Markt zich tot een belangrijk winkelgebied. Toch waren er ook daarvóór al winkels: “Ook hier werden in den ouden tijd vele taveernen en logementen van naam aangetroffen en bewijs, dat zich hier een winkelstand ontwikkelde, was wel, dat hier van 1420 tot 1603 de geheele Westzijde werd ingenomen door het Gewandhuis of de Lakenhal. Reeds vroeg in de 15e eeuw werd hier een Vleeschhuis gebouwd. Zooals reeds gezegd, werden hier sinds de vroegste tijden levensmidellenmarkten gehouden, maar reeds in 1659 stonden er winkels, zooals uit een procedure van dat jaar blijkt, toen iemand, naast het huis “in den Bril”, een winkel opende met hetzelfde huisteeken en hem, bij raadsbesluit, gelast werd “geenen bril, maar een ander teycken hebben yttehangen, ende het oude bort intetrekken ende te veranderen, omme daerdoor alle confusies ende disordres voortecomen.” (PGNC 20/7/1935)
Zoals gezegd kwamen er in de 19 eeuw volop winkels aan de Grote Markt. Een belangrijk moment is de vestiging van Bahlmann in 1838; De keten van Bahlmann was een de grondleggers van de winkelketens in Nederland.
De voorgevels van de beide panden van Bahlmann & Co., Manufactuur & Modeartikelen aan de Grote Markt, 1915-1920 (F13420 RAN)
Vestiging Bahlmann op de Grote Markt in 1838 In 1838/1839 opent Bahlmann & Co. haar filiaal in manufacturen in Nijmegen aan de Grote Markt (“in de Burgstraat, Lett. A, No.4). Voorheen zat hier Manufacturenhandel Auwerda. (PGNC 29/5/1838) Het pand gaat als “Roode Hert” in ieder geval terug in de tijd van Alva. In 1908 heeft…
En in 1895 opent “De Zon” van Vroom en Dreesmann haar deuren. Beide winkels zullen uitgroeien tot grote zaken door naastgelegen panden bij de winkel te betrekken.
De voorgevel van het pand van Vroom & Dreesmann na de verbouwing in 1916, Grote Markt, architect Welsing, 4/1916 (F13374 RAN)
In 1895 opent manufacturenzaak “De Zon” van Vroom & Dreesmann haar bescheiden zaak op de Grote Markt. Een 2e zaak volgt in 1900, welke door overnames van omliggende panden zal uitgroeien tot een gigantische, prachtige winkel.
Een van deze winkels was van de firma Heydt/Heijdt. Willem Heydt. Dit pand had Grote Markt 30 als adres (op de locatie waar tegenwoordig Kannenmarkt 2 is). Heydt. was naast winkelier ook amateurcomponist. Naar hem is in Nijmegen de Willem Heijdtstraat vernoemd.
Oscar Leeuw, die in 1926 de verbouwing van de winkel ontwierp, maakte ook het grafmonument op de R.K. begraafplaats aan de Daalseweg. Lees hier over de verbouwing:
Tijdens het bombardement van februari 1944 werd de zuidkant van de Grote Markt zwaar getroffen. Onder andere de grote winkels van Vroom en Dreesmann en de Hema werden daarbij verwoest.
Herbouw
Na de oorlog vond herbouw plaats. De Grote Markt was een van de locaties waar grote gebouwen moesten komen. Over de gehele breedte kwamen nu de Hema en de Vroom & Dreesmann.
Vroom & Dreesmann
Vanuit onder de Kerkboog in de richting van het pand van Vroom & Dreesmann.
Dit pand ligt aan de Grote Markt. Vroom en Dreesmann is er al een tijd niet meer. Op 31 december 2015 werd het bedrijf failliet verklaard, 1954-1955 (Foto Grijpink via F14236 RAN CCBYSA)
De vooroorlogse Vroom & Dreesmann (zie elders op deze pagina) was tijdens het bombardement van februari 1944 verwoest. Daarna kwam het in een noodwinkel op het Keizer Karelplein. In 1955 ging de nieuwe V en D open.
Let ook op de Grote Markt met de geparkeerde auto’s.
Het Hema gebouw aan de Grote Markt is een van de meest roemruchte gebouwen van Nijmegen. De een vindt het een teken van de moderniteit, de ander eenvoudigweg lelijk of stoort zich aan het grote contrast met de historische panden van de Grote Markt. De architect was Abraham Elzas, de huisarchitect van het Bijenkorf concern…
Wanneer “een dezer dagen” met de bouw van het flatgebouw op de hoek van de Augustijnenstraat en Stikke Hezelstraat zal worden begonnen, schrijft de Gelderlander hierover een artikel op 5-7-1954:
Het flatgebouw bestaat uit “vier winkels, waaronder een groot winkelhuis op de hoek met verkoopruimte op de etages en verder woonflats en kantoorruimtes.” Het gebouw is vrijwel net zo hoog als het flatgebouw op Plein 1944. De gevel is aan de kant van de Augustijnenstraat 40 meter breed en aan die van de Stikke Hezelstraat 20 meter. Op de hoek komt een schoorsteen voor de verwarming van het gehele gebouw, verpakt als reclamezuil met lichtvlakken. Op de hoek zullen “eilanden-etalages” komen.
De opdrachtgever is “een van de grootste Levensverzekeringmaatschappijen in ons land.” De archticten zijn H. Brouwer uit Arnhem en F.W. de Vlaming en Amsterdam. De aannemer is N.V. Aannemersbedrijf v.h. B. van Berkel. Op de begane grond komt de damesmodewinkel de Viersprong. Een foto van eind 50 is te vinden op F16552.
Nanking en China
In 1955 verplaatst Nanking haar Chinese restaurant op de Grote Markt 37. In 1952 was ze het eerste Chinese restaurant geweest, dat zich in Nijmegen had gevestigd. In 1953 was Tai Tong op Plein 1944 gevolgd. “De behoefte aan restaurants van dit soort is blijkbaar zo groot dat “Nanking” de grote stap kon doen om zich vanuit de Lange Hezelstraat te verplaatsen naar de Grote Markt 37, naar het pand waarin eerst het café en hotel de Roemer was geplaatst”. “Vooral in verband met het vreemdelingenverkeer is het van belang dat Nijmegen ook op dit gebied iets aparts kan bieden,evenals de andere grote steden in van ons land dit doen.” (Gelderlander 2-5-1955).
Op nummer 36 zal bovendien het restaurant China zich gaan vestigen. (Noviomagus)
In 1924 laat de Nederlandse Hervormde Gemeente het pand naast de kerkboog verbouwen als kantoor. Daarbij laat ze het uiterlijk herstellen naar een 16e/17e eeuws uiterlijk.
Toen de lakenhandel in de 16e eeuw aan betekenis verloren, werd de lakenhal opgedeeld in verschillende panden. Daarbij werd besloten om de doorgang naar de kerk te vergroten, waarvoor in 1542-1543 twee delen werden gesloopt. Daarvoor in de plaats kwam een poort, gebouwd in een in overgangsstijl tussen gotiek en renaissance in, een ontwerp van…
In 1612 werd het huidige gebouw van de Waag gebouwd, ook Boterwaag genoemd, in de Hollandse Renaissancestijl. Naast Waag was het gebouw in gebruik als Vleeshuis en als Hoofdwacht. In 1882 vond een belangrijke verbouwing plaats door stadsarchitect Weve.
Het beeld van Mariken is een van de meest iconische gezichten van Nijmegen. Het werd gemaakt door Vera Tummers-van Hasselt en onthuld in 1957. Zij had in 1953 een uitvoering van het wagenspel gezien en zich afgevraagd waarom er geen beeld van Mariken was. Dit beeld kwam er, een geschenk van Vroom en Dreesmann.
Westzijde van de Groote Markt rond de eeuwwisseling. In het midden de Kerkboog met de naastgelegen Vleeschhouwerij van H.M. van Benthem, geheel links de winkel in huishoudelijke artikelen van J.L.A. Goette. Op de achtergrond de Stevenskerk en -toren op het St. Stevenskerkhof, 1898-1902 (F25452 RAN)
In 1883 opent J.LA. Goette zijn nieuwe winkel aan de Grote Markt 17, naar ontwerp van architecten Giesing en Semmelink. Hij zal hier tot 1918 zijn winkel hebben.
Gebrs. Lampe: Rechts het pand van de Gebroeders Lampe, herkenbaar aan het ronde bord bovenop het gebouw de groentemarkt gezien in de richting van de Stikke Hezelstraat, links de gevels van Bahlmann en de HEMA, 1920-1925 (RAN ZN24878)
In 1919 ontwierp de architect Willem Hoffmann op de plaats waar voorheen een koperslagerij had gezeten de winkel voor de Gebroeders Lampe. Deze zaten slechts enkele jaren in dit pand. Vervolgens kwam hier Bata, die het ontwerp van het pand grotendeels intact heeft gelaten. Het pand is in 1967 gesloopt.
In 1967 vond de sloop plaats van Grote Markt 17, om plaats te maken voor de Raiffeisenbank. De architecten van dit gebouwe waren J.A. de Bel en Ir. H.S. Meulenbelt uit Nijverdal. De aannemer was Aannemersbedrijf v/h G. Tiemstra en Zn. De bank heeft het pand een aantal keren intern als extern laten verbouwen, waarbij…
De gerestaureerde gevels van “d’Oude Laeckenhal”, Grote Markt 23-24 (Fotopersbureau de Gelderlander Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F14244 RAN CCBYSA)
De Grote Markt 23 en 24 (huidige adres) maakten in de middeleeuwen onderdeel uit van de lakenhal. In de 16e eeuw werd deze hal opgedeeld in verschillende panden. In 1933 liet Pauw Witjes zijn twee horecapanden samenvoegen en deze -met veel bijval- restaureren naar 16e-17e eeuwse sfeer. Tegenwoordig zit alweer jarenlang Café Daen in het…
Vestiging Bahlmann op de Grote Markt in 1838 In 1838/1839 opent Bahlmann & Co. haar filiaal in manufacturen in Nijmegen aan de Grote Markt (“in de Burgstraat, Lett. A, No.4). Voorheen zat hier Manufacturenhandel Auwerda. (PGNC 29/5/1838) Het pand gaat als “Roode Hert” in ieder geval terug in de tijd van Alva. In 1908 heeft…
In 1895 opent manufacturenzaak “De Zon” van Vroom & Dreesmann haar bescheiden zaak op de Grote Markt. Een 2e zaak volgt in 1900, welke door overnames van omliggende panden zal uitgroeien tot een gigantische, prachtige winkel.
De passage van Vroom en Dreesmann in 1939: merk tevens het bij de Passage getrokken pand links van de bogen op: dit was de winkel van Bielen. (Een gedeelte van de zuidzijde van de Grote Markt, met v.l.n.r. de sigarenzaak van J. van Steensel; de Passage van Vroom en Dreesmann (met de 3 bogen); de apotheek / drogisterij van E.G. Moeijs, en de schoenenzaak van de Gebroeders Raemakers. Rechts de hoek met de Scheidemakersgas. Links de hoek met de Broerstraat), 1939 (ir. J.G. Deur via F14009 RAN CCBYSA)
In 1925 laat Vroom en Dreesmann een passage bouwen tussen de Broerstraat en de Grote Markt. Hiervan is Oscar Leeuw de architect. De passage staat aanvankelijk naast het pand van Bielen, waar in 1902 haar uitbreiding met een 2e winkel had plaatsgevonden. In 1930 zal ook het pand van Bielen (weer) worden gekocht en bij…
De Grote Markt met daarbij de St. Stevenstoren en het Waaggebouw, gezien vanaf ongeveer de “Blauwe Steen”; op de voorgrond een koetsier met rijtuig en in het midden de lantaarnpaal, 1890 (GN642 RAN)
In 1885 had de gemeente op de Grote Markt een gietijzeren lantaarnpaal geplaatst. Vanwege zijn vorm van drie armen met lichten en 1 lamp bovenop werd die lamp ook wel “Burgemeester en Wethouders” genoemd. In de jaren 20 werd deze paal echter verwijderd. https://www.noviomagus.nl/vrijkun21.htm
In 1978 gaf de Verenigde Bedrijven Tiemstra vanwege haar 75-jarige jubileum een lantaarnpaal cadeau aan de gemeente Nijmegen.
De vier-armige lantaarnpaal, gegoten door de Nijmeegse IJzergieterij, aangeboden aan de Gemeente Nijmegen door de firma Tiemstra te Nijmegen, Grote Markt, 5/1978 (Theo Hendriks via F14252 RAN CC0)
Kiosk de Blauwe Steen
De kiosk “De Blauwe Steen”, januari 1991 (Ber van Haren via KN14937-17 RAN CC0)
Grote Markt 32
Gevonden gebruikers
Hieronder staan de tot nu toe gevonden gebruikers weergegeven.
J. Arends
In De Gelderlander 5/5/1905 komt Groote Markt 32 & 35 voor als J. Arends Café-Restaurant, die de “Alleinverkauf unseres Mittelrheinischen Exportbieres” heeft.
“Het Goedkoopste Meubelhuis” van M. Frank
M. Frank heeft in ieder geval in november 1914 zijn “Goedkoopste Meubelhuis” op Groote Markt 32, 35 en 36 (PGNC 19/11/1914)
In zijn advertenties speelt hij regelmatig in op het kopen van meubelen vanwege het huwelijk, met als gevonden koppen: “Huwelijk!!!” (De Gelderlander 20/12/1914), “Groote Opruiming!!! Extra aanbieding voor Jongelui die trouwen gaan!!!” (De Gelderlander 23/2/1918)
In ieder geval is hij in 1918 ’s zondags ook geopend (De Gelderlander 23/2/1918).
In de Gelderlander 16/8/1919 is nog een advertentie van hem gevonden.
Bömers
In juli 1916 is Grote Markt 32 de rijwielhandel van A. Bömers, wanneer er 2 bekwame rijwielreperateurs en 1 bekwame boekhouder of boekhoudster wordt gevraagd. (De Gelderlander 4/7/1916)
In oktober 1916 heeft H. “Beumers”, rijwielhandelaar, zich gevestigd op Grote Markt 32. Hij is dan afkomstig van Den Haag (De Gelderlander 8/10/1916)
In Gelderlander 16/11/1916 en PG]NC 3/12/1916 staat een winkelhuis, Augustijnenstraat 16, te koop met 3 spiegelruiten en circa 15 meter voorfront, “terstond te aanvaarden”. Inlichtingen zijn dan te bekomen bij A Bömers, Grote Markt 32. Ook in februari 1917 is nog een een dergelijke advertentie gevonden.
Dan blijkt hij Augustijnenstraat 16 zelf te kopen: in April 1917 kondigt Bömers de uitverkoop aan, waar tot en met mei 500 rijwielen worden uitverkocht, tot 10 mei “voor de helft vanden prijs”. Hij heeft dan “groote aankoopen van eenige waggons goederen” gedaan en heeft zelf een grote voorraad. Bovendien zal hij zijn zaak van de Groote Markt 32 verplaatsen naar Augustijnenstraat 16 “mijn eigen pand wat ik gekocht heb”. (De Gelderlander 18/4/1917)
Daarna lijkt het pand in gebruik te zijn door bedrijven die er slechts tijdelijk zitten:
Nougatwinkel van J. Groenteman. Dit kan echter ook slechts de aanduiding van een kraam zijn, aangezien het een kermisadvertentie betreft (PGNC 30/9/1917)
Advertentie sigarenverkoop (PGNC 22/2/1919)
A.A. Hijl, agent van “De Telegraaf” en ”De Courant” (PGNC 31/12/1919), mogelijk is de sigarenadvertentie ook van hem
Dames Hoeden-Magazijn L. Luyten (PGNC 7/7/1921). Tot eind december zal P. Luyten in het pand blijven, om daarna de zaak over te brengen naar het aangekocht pand Bisschop Hamerstraat No. 8 (PGNC 16/9/1922)
In mei 1922 staat het pand te koop:
“Het pand gelegen aan de Groote Markt op den hoek van de Vijfringengas, bevattende twee Winkelhuizen aan de Groote Markt 32 en 35 en Bovenhuizen aan de Groote Markt 33 en Vijfringengas 2 met erven samen groot 1.96 Are, te veilen in twee perceelen en massa.” (PGNC 27/5/1922)
Koning van Pruisen
Een foto van dit pand is te zien op F39905 RAN, gedateerd op 1930.
In februari 1923 vraagt H.A.M. Teunissen een verlofvergunning aan voor het schenken van alcoholhoudende dranken op het adres Grote Markt 32 (PGNC 26/2/1923).
In de nieuwjaarsadvertentie is het G.H. Teunissen (dus met andere initialen), Café “Koning van Pruisen” (PGNC 31/12/1923)
In de advertentie “wegens sterfgeval gesloten”, blijkt op de Groote Markt 32 Café G.H. Teunissen te zitten en op Gr. Markt 35 Kruideniers- en Comestibleszaak H.N.F. Teunissen (De Gelderlander 20/2/1925)
Na de oorlog?
Vlak na de oorlog lijkt een bovenetage of in ieder geval een ruimte daarvan (met een ingang aan de Vijfringengas) voor een aantal noodactiviteiten te worden gebruikt:
Van Dijk en Witte kondigen de opening aan voor hun keer- en reparatiewerk vanaf 7 november op Groote Markt 32 (1ste Etage) (Ingang Vijfringengas) (De Gelderlander 4/11/1944)
In ieder geval in 1945 is het café “De Koning van Pruisen”, in een aankondiging voor de missen en katechismus die daar gegeven zullen worden (De Gelderlander 8/2/1945), ingang Vijfringengas (De Gelderlander 25/1/1945)
Kapper Ditshuizen
In 1948 komt J.H. Ditshuizen, kapper voor op Grote Markt 32 en daarnaast J.Th. van Ditshuizen.
Hotel Café Marktzicht
Café Marktzicht van de familie de Haard, gezien vanaf het dak van Vroom & Dreesmann ; P.S. Dit pand heette vroeger Die Vijf Gulden Ringen ; hier zat ooit Hotel Cafe Restaurant De Koning van Pruisen, 9/1977 (Theo Hendriks via F14266 RAN CC0)
In 1955 staat Hotel Café Marktzicht op nummer 32.
Op 4-7-1989 is er een grote brand in het pand. Een foto hiervan is te zien op F50770 RAN. Het gerestaureerde pand is te zien op een foto uit 1991: F30243 RAN
Gemeentelijk Monument
Het pand is geen Gemeentelijk Monument met als tekst van het besluit tot aanwijzing
“Cafébedrijf met bovenwoning.
Door verschillende verbouwingen van het in wezen nog 17e of 18e-eeuwse pand in huidige vorm gebracht huis van drie bouwlagen met pannengedekt schilddak. Bakstenen gevel van drie assen, met op de hoeken pilasters van gestucte blokken en kroonlijst met polychrome rozetten. De pui op de begane grond heeft een gewijzigde indeling binnen resten (vooral de kroonlijs ) van de orspronkelijke houten winkelpui. Op de eerste etage in het midden een klein balkon met smeedijzeren hekwerk en een omlijsting van de balkondeuren met smalle zuiltjes. Ter weerszijden daarvan ramen met stucomlijsting en afgeschuinde bovenhoeken. Op de tweede etage drie openslaande T-vensters met stucomlijsting en eveneens afgeschuinde bovenhoekjes. In het midden boven de goot halfronde dakkapel.De zijgevel van het pand aan de Vijfringengas is geheel gepleisterd met imitatie-natuursteen voegen. Op de etages bevinden zich steeds twee ramen en een blind venster. Op de begane grond een deur, een blind en een ziend venster en een gewijzigde portiekopening.
Bouwjaar: gevel ca. 1875-1880.
Karakteristiek pand aan het hoofdplein van de stad met beeldbepalende werking”
Hoek Grote Markt – Grote Straat
Grote Markt 42 (huidig)
Boekhandel Drukkerij Thieme op de hoek met de Grotestraat ; vroeger heette dit pand De Munt), 1910 (D170 RAN)
Drukkerij Thieme had 80 jaar in dit gezeten. Zie voor een geschiedenis van dit pand de artikelen over de verbouwingen door architect Zoetmulder:
Mariken op haar oude plaats op de Grote Markt, 1995 (Gemeente Nijmegen Afd. Reprografie via F62908 RAN CC0)
Het beeld van Mariken is een van de meest iconische gezichten van Nijmegen. Het werd gemaakt door Vera Tummers-van Hasselt en onthuld op 15 november 1957. Zij had in 1953 een uitvoering van het wagenspel gezien en zich afgevraagd waarom er geen beeld van Mariken was. Dit beeld kwam er, een geschenk van Vroom & Dreesmann.
Over het beeld
Iconischer dan dit krijg je eigenlijk niet: Mariken met op de achtergrond de St. Stevenskerk; Gezien richting westen met beeld van Mariken op de voorgrond.Trapgevels en Kerkboog, 1957 (dr. Jan Brinkhoff via D199 RAN CC0 Auteursrechthouder RAN)
Het beeld laat Mariken van Nieumeghen zien. Zij heeft 7 jaar een losbandig leven met Moenen, de duivel, in Antwerpen geleid en nu is ze terug in Nijmegen. Daar ziet zij het wagenspel “Masscheroen”. In dit stuk vraagt Masscheroen, een onderduivel, aan God waarom Hij de mensen vergeeft. Uit het stuk wordt het haar duidelijk dat iedereen vergeving kan krijgen van zijn zonden. Hierop krijgt Mariken berouw en het beeld laat juist het moment van haar inkeer zien.
Wagenspel
Gezicht vanuit de Grote Markt richting Burchtstraat , met rechts het beeld van Mariken van Nieumeghen ; links de Barbershop; Chinees Restaurant Nanking en het Schaefer Hotel.
Het beeld van Mariken werd in 1957 ontworpen en gemaakt door de beeldhouwster Vera van Hasselt.
Het beeld stond aanvankelijk bij de terrassen tegenover de oude V&D, op een gedeelte dat toen nog verhoogd was (zoals zichtbaar op de foto).
Na de reconstructie van de Grote Markt verhuisde Mariken naar de huidige plaats tegenover de Kerkboog en kreeg een sokkel, 1977 (Jan Cloosterman via F14250 RAN CCBYSA)
Daarbij gaf men de opdracht aan Vera Tummers- van Hasselt, voor wie het haar eerste grote opdracht was. Van Hasselt had in 1953 de opvoering op de Grote Markt gezien van de Mariken. Dit toneelstuk werd uitgevoerd om de restauratie van de Sint Steventoren te vieren. Daarop maakte ze een klein beeldje van Mariken. En vroeg ze zich af: waarom is er geen beeld van Mariken op het plein? Te vergelijken met het Peerd van Ome Loeks in Groningen of Zoete Lieve Gerritje in Den Bosch. Ze liet het ontwerp aan Rudi Vroom, van Vroom & Dreesmann, die in de kunstcommissie zat, zien. Daarop gaf Vroom haar de opdracht om het beeld te maken. In 1957 kon het beeld worden onthuld.
Geschenk Vroom en Dreesmann N.V.
Het beeld is een geschenk van Vroom en Dreesmann N.V. aan de stad Nijmegen. KOS: “Het bedrijf wilde op deze wijze haar dank betuigen aan de gemeente ‘voor de zorg en de ontzaglijke moeite die men zich getroostte voor de wederopbouw van de gehavende stad en speciaal voor de objectiviteit en het vele werk dat men over heeft gehad voor het herstel van ons bedrijf’”. De grote winkel van Vroom en Dreesmann was tijdens het bombardement van februari 1944 volledig verwoest. In 1955 had zij haar nieuwe zaak aan de Grote Markt geopend (De Gelderlander 22/3/1955).
Verplaatsing
Mariken op haar nieuwe locatie: Op de voorgrond het beeld Mariken van Nieumeghen, gemaakt in 1957 door Vera Tummers – van Hasselt ; op de achtergrond de HEMA en de V&D, 2005 (Jacques van Dinteren via DF5107 RAN CCBYSA)
Oorspronkelijk stond het beeld aan de noordzijde van de Grote Markt, ter hoogte van de huidige terrassen. Dit gedeelte was op dat moment nog verhoogd.
In het voorjaar van 2001 is het beeld bij de reconstructie van het plein en haar omgeving verplaatst naar de huidige locatie. Kristianne Tummers, haar dochter vertelt in 2019 aan de Gelderlander: “Mijn moeder vond die plek niet ideaal.”
Bij de verplaatsing heeft Mariken een sokkel gekregen. Daarop staan 2 regels:
“Comt nu tot mi ende helpt mi beclaghen, God of die duvel, tes mi alleleens.”
Nadat ze niet bij haar tante in Nijmegen heeft mogen overnachten en is weggestuurd, is ze weer terug op weg naar het huis van haar oom Gijsbert, een priester. In wanhoop vraagt ze om hulp, om het even of het God of de duivel is. De duivel reageert op haar verzoek en verschijnt dan, waar hij zich voorstelt als Moenen.
Bosje bloemen
Mariken van Nieumeghen (15 november 2024)
Kristianne Tummers mocht als 2-jarige het beeld onthullen door het doek van het beeld te trekken. In ieder geval tot 2019 (de datum van het artikel in de Gelderlander) viert Kristianne Tummers op 15 november altijd de verjaardag van Mariken, de datum van de onthulling in 1957. Zij legt dan een bosje bloemen met wat groen uit de tuin. “”Mijn vader heeft me gevraagd om daar elk jaar bij stil te staan. Maar nooit chrysanten, want daar hield mijn moeder niet van.”” Bij de 60ste verjaardag van Mariken probeerde ze M&M’s uit te delen, maar dat was geen succes: ““Iedereen keek naar me of ik de daklozenkrant aan het verkopen was.”“
Val
Omdat tijdelijk plaats te maken voor het Glazen Huis en omdat het gerestaureerd moest worden, werd Mariken in december 2023 verplaatst. Daarbij viel ze uit een takel en raakte slechts licht beschadigd. Onder toeziend oog van onder andere Kristianne, de dochter van Vera van Hasselt en burgemeester Bruls werd in januari 2024 het beeld weer herplaatst.
Moenen, beeld van Piet Killaars, van Wouttrappen (oktober 2024)
“Bij Mariken hoort haar belager, Moenen”. Het beeld van Moenen uit 1968 is een cadeau van het Nijmeegs Studenten Corps aan de stad Nijmegen ter gelegenheid van haar 40 jarig bestaan. Het is gemaakt door Piet Killaars.
In 1964 is de het drie dubbel feest in Nijmegen: Zowel de universiteit als het Nijmeegse Studentencorps Carolus Magnus bestaat 40 jaar; en daarnaast wordt het 35-jarige bestaand van sociëteit Roland gevierd.
Cadeau van Nijmeegs Studenten Corps
Het Nijmeegse Studentencorps gaf daarbij de Maastrichtse beeldhouwer Piet Killaars de opdracht om een monument voor de universiteitsstad te ontwerpen. Daarbij respecteerden ze volledig de vrijheid van de kunstenaar, die zelf het onderwerp mocht bepalen. Helaas weet ik niet hoe het Studentencorps bij deze Maastrichtse kunstenaar terecht is gekomen, zeker omdat hij de volledige vrijheid kreeg. “Zelden heeft de Maastrichtse beeldhouwer Piet Killaars zoveel plezier beleefd aan een opdracht”, schrijft De Tijd De Maasbode dan ook op 26 mei 1964.
“Bij Mariken hoort haar belager, Moenen”
Nadat hij een bezoek aan Nijmegen had gebracht, besloot hij de Mariken van Nieumeghen als uitgangspunt te nemen. Mede doordat het beeld in de buurt zou komen te staan van het beeld van Mariken, dat was vervaardigd door Vera van Hasselt. “Bij Mariken”, zo redeneerde beeldhouwer Killaars, “hoort haar belager, duivel Moenen””.
Mariken van Nieumeghen
De Nijmeegse en de Algemene Volksuniversiteit organiseerden een openlucht uitvoering van het mirakelspel Mariken van Nieumeghen door het toneelgezelschap Defresne en van Dalsum. In de hoofdrollen Mieke Hagens als Mariken, Albert van Dalsum als Moenen en in de verdere rollen Johan Fiolet, Marie Hamel, Kees van Iersel, Wim Fesseur, Ben Groenier, Raymond Oosthout, Henk Schaar en als regisseurs Albert van Dalsum en Henk Kramer. De uitvoeringen vonden plaats op 12, 13, 14 en 15 september 1935 (Fotopersbureau Gelderland via F67917 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
De “Mariken van Nieumeghen” is een zogenaamd mirakelspel. Kort samengevat verleidt de duivel Mariken met hem mee te gaan naar Antwerpen. Daar aangekomen wonen ze samen en leiden ze een losbandig leven. Mariken komt echter tot inkeer. Moenen probeert haar te vermoorden, maar dit mislukt. Uiteindelijk worden de zonden van Mariken vergeven.
Aan het begin van het stuk woont Mariken bij haar oom, priester Gijsbrecht, in de buurt van Nijmegen. Zij wordt op een dag naar de markt in Nijmegen gestuurd, om bij haar tante te blijven overnachten. De tante stuurt haar echter weg.
Gekrenkt en wanhopig gaat Mariken op weg naar huis. Zij bidt om hulp en in haar wanhoop maakt het haar niet uit of God of de duivel haar al komen helpen. De duivel hoort dit en verschijnt als “Moenen metter eender ooghe, Die wel bekent es met veel goede ghesellen”. Oftewel Moenen met het ene oog; de duivel wordt vaak afgebeeld met een gebrek, zoals een etterende oogbal.
En wat is de betekenis van de naam Moenen? Moen(en) is een volkse naam voor de duivel, vernoemd naar een in de middeleeuwen gewone jongensnaam Moen. Deze naam is waarschijnlijk een afgeleide van de naam Simo(e)n.
In ieder geval: “is de mans- én duivelnaam Moen(en) voor het dubbelzinnige personage van een duivel die zich achter een menselijk masker verbergt, wel zeer geschikt.” (Mariken van Nieumeghen)
Uit het zicht van Mariken
Killaars maakte vele voorstudies van zowel Moenen met als zonder Mariken en besloot uiteindelijk alleen Moenen weer te geven: een zittende figuur van de duivel, zittend op een zuiltje van 2 meter hoog, “meer horizontaal dan verticaal uitgewerkt”. Het beeld wordt uitgevoerd in Muschel-kalksteen en zal komen te staan bij de dan nog nieuw te bouwen bij het zuidportaal van de Stevenskerk. In de buurt van Mariken, maar wel uit het zicht. En met de rug gekeerd naar de kerk.
Overhandiging Maquette en daadwerkelijke plaatsing
Beeld Moenen Gerard van Woutrappen (januari 2020)
Tijdens de lustrumfeesten In juni 1964 wordt het beeld in maquettevorm overhandigd. Het is dan de bedoeling dat het eigenlijke beeld later dat jaar geplaatst zal worden. Uiteindelijk duurt het tot 1968 duurt voordat het beeld daadwerkelijk wordt geplaatst.
Bij de plaatsing schrijft De tijd: dagblad voor Nederland (10-7-1968): “Bij gelegenheid van het inmiddels overleden Nijmeegsch Studenten Corps hebben de studenten als “goede ghesellen” het beeld van Moenen geschonken aan de stad die hun gastvrijheid verschaft. Na vier jaar heeft Moenen eind vorige maand eindelijk zijn plaatsje bij de Sint Stevenskerk ingenomen. Daar zit hij met zijn lippen de uitnodiging “Comt drincken, ghesellen!”
Een foto van de maquette is te vinden op F45638 RAN. Killaars aan het werk is te zien op een foto uit 1966 F21319. En een foto van het beeld in 1968 staat weergegeven op F45625.
Het Nijmeegs Studenten Corps
Waarschijnlijk was de aanleiding van het uitstel de opheffing van het Nijmeegs Studenten Corps Carolus Magnus (niet te verwarren met de huidige studentenvereniging).
Het overkoepelend orgaan N.S.C.
Het Corps was in 1924 bij het ontstaan van de universiteit opgericht. Na de oorlog fungeerde het N.S.C. als een overkoepelend orgaan voor alle studentenorganisaties en studenten werden automatisch lid van dit Corps. Onder dit N.S.C. vielen ook twee studentenverenigingen: de S.S.N. Roland (die aanvankelijk los van het Corps was opgericht in 1928; de huidige N.S.V. Carolus Magnus ziet dit zelf als de geboorte van haar vereniging) voor de mannelijke studenten en de S.V.N de Meisjes voor de vrouwelijke (opgericht in 1929).
Opheffing N.S.C.
Eind jaren 50 was het aantal studenten en daarmee het aantal gebouwen en verenigingen dat onder het Corps viel sterk gestegen. Sommige studenten hadden geen affiniteit met het Corps en weigerden het verplichte tientje te betalen. De grootste sociëteit, Roland, manifesteerde zich als “de” vertegenwoordiging van mannelijke studenten. Begin jaren 60 werden 3 afzonderlijke disputen erkend; Roland exploiteerde hij eigen sociëteit, terwijl het N.S.C. zelf er geen meer exploiteerde. Het definitieve einde kwam bij de oprichting van de (linkse) landelijke Studentenvakbeweging, welke een Nijmeegs initiatief was, met Unie van Studenten Nijmegen als plaatselijke afdeling in 1963 als belangbehartiger van de Nijmeegse studenten. In het studiejaar 1965-1966 werd het Nijmeegs Studenten Corps omgevormd tot de Unie van Studenten Nijmegen, waardoor de N.S.C. ten einde was gekomen.
Piet Killlaars
Het beeld is gemaakt door beeldhouwer Piet Wilhelmus Killaars (Tegelen, 17 oktober 1922 – Maastricht, 8 februari 2015). In 1939 ging hij werken bij de nieuwe kunstnijverheidsafdeling van het keramische bedrijf Russell Tiglia in Tegelen. Daarnaast volgde hij teken- en beeldhouwlessen. In 1941 ging hij studeren aan de Middelbare Kunstnijverheidsschool (het latere Academie Beeldende Kunsten Maastricht) bij Charles Vos. Tot 1943, het jaar waarin hij onderdook. Na de oorlog maakte hij aanvankelijk studiereizen, onder andere naar het buitenland. Daarna vervolgt hij de beeldhouwopleiding aan de Jan van Eyck Academie bij Oscar Jespers, waar hij in 1953 afstudeerde.
Naast beeldhouwer was hij docent:
1967-1970: docent ruimtelijke vormgeving aan de Academie voor Beeldende en Bouwende Kunsten in Tilburg
1970-1986: docent beeldhouwen aan de Stadsacademie voor Toegepaste Kunsten in Maastricht.
Over het werk van Piet Killaars
Kunst op Straat: “Zijn beelden zijn te typeren als gestileerd abstract. Belangrijke thema’s in zijn werk zijn beweging, energie en groei.”
Wikipedia: “Het werk van Killaars wordt gekenmerkt door de zogenaamde figuratieve geometrie, die teruggrijpt op de onbetwijfelbare wetmatigheden in de natuur.” Wikipedia toont daarbij een aantal foto’s van zijn werk. Hoewel ik geen expert ben, lijkt zijn werk voor 1970 van dat van Moenen, abstraherend, maar het figuratieve nog steeds te herkennen is. In zijn latere werk lijkt het werk abstracter te worden, meer gericht op de genoemde beweging.
Walk of Wisdom
Tot slot is vermeldenswaard dat de Walk of Wisdom begint bij het beeld Mariken en eindigt bij dat van Moenen. Dit is een “moderne pelgrimsroute geïnspireerd door de natuur” van 136 kilometer rondom Nijmegen
Toen de lakenhandel in de 16e eeuw aan betekenis verloren, werd de lakenhal opgedeeld in verschillende panden. Daarbij werd besloten om de doorgang naar de kerk te vergroten, waarvoor in 1542-1543 twee delen werden gesloopt. Daarvoor in de plaats kwam een poort, gebouwd in een in overgangsstijl tussen gotiek en renaissance in, een ontwerp van…
Het prachtige kerkhof ligt wat ingeklemd, wat vergeten tussen de Graafseweg en de Hatertseveldweg in. De aula en het hekwerk uit 1920-1921 zijn ontworpen door architect Weve. Links van de aula staat een bijzonder monument ter herdenking aan de slachtoffers van het bombardement van februari 1944, waarvan velen aanvankelijk in een massagraf op deze begraafplaats kwamen te liggen.
De aanleg van de begraafplaats in 1881 was een vervanging voor die van de op dat moment omliggende dorpen Hatert, Hees en Neerbosch. Net als andere begraafplaatsen in Nijmegen is de begraafplaats aan de Graafseweg inmiddels omringd door stedelijke bebouwing. De moderne drukte van de Graafseweg is weinig in overeenstemming met de rust en vree die je bij de ligging van een kerkhof verwacht. Ingeklemd tussen de Hatertseveldweg/spoorlijn en de Graafseweg is het bovendien voor veel mensen een onbekend kerkhof.
Aula en hekwerk Weve
De aula van de begraafplaats aan de Graafseweg, een ontwerp van architect Weve (november 2024)
In 1920-1921 vond er een belangrijke verandering aan de begraafplaats plaats: bij de uitbreiding van de begraafplaats ontwierp gemeente-architect Weve de aula in expressionistische stijl (wikipedia) en het hekwerk, dat nog steeds te zien is.
Op de Rijksmonumentenlijst staat hiervan een uitgebreide beschrijving.
Rijksmonument
Hekwerk Begraafplaats Graafseweg (november 2024)
De aula en het hekwerk zijn een Rijksmonument, met als waardering:
“- Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed en gaaf bewaard gebleven voorbeeld in in- en exterieur van een begraafplaatsaula in expressionistische bouwtrant met rijk siermetselwerk. Het object heeft enige architectuurhistorische zeldzaamheidswaarde vanwege de combinatie van genoemd bouwtype en -stijl. Het gebouw met flankerende hekken is van belang voor het oeuvre van de toenmalige Nijmeegse stadsarchitect J.J. Weve.
– Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van een historisch gegroeid stedelijk gebied, waarin het object een beeldbepalende rol speelt vanwege de situering direct aan een belangrijke invalsweg van Nijmegen. Het gebouw markeert de achterliggende begraafplaats.
– Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een geestelijke ontwikkeling, in casu een gebouw bij een algemene begraafplaats waarin de nabestaanden bijeenkomen voor het ter aarde bestellen van een dode.”
Monument slachtoffers bombardement
Monument slachtoffers bombardement februari 1944 (november 2024)
Links naast de ingang ligt het monument voor de slachtoffers van het bombardement van februari 1944. Dit was de belangrijkste locatie waar slachtoffers van het bombardement in eerste instantie in een massagraf werden begraven: ongeveer 500 van de 800 slachtoffers. Op 26 februari vond de massabegrafenis plaats: vanuit de rouwbijeenkomst in de Vereeniging ging een lange stoet op weg naar de begraafplaats. Tienduizenden Nijmegenaren liepen mee.
Voor het graven van het graf waren mensen verplicht ter werk gesteld. Na de begrafenis bleef het graf nog twee weken open -de vrieskou maakte dit mogelijk- zodat nabestaanden in de kisten konden kijken, op zoek naar hun dierbaren.
Ook slachtoffers uit de tijd dat Nijmegen frontstad was, zijn hier begraven. Later zijn veel mensen in overleg met de nabestaanden herbegraven.
Monument Remy Kruytzer met gedicht ter Balkt
Steen “ter nagedachtenis aan alle slachtoffers van het bombardement en ander oorlogsgeweld”, Begraafplaats Graafseweg (november 2024)
Op 19 februari 2005 vond de onthulling van het monument plaats, ontworpen door Remy Kruytzer. In het midden van het heuveltje staat een gescheurde gedenksteen. H.H. ter Balkt schreef het gedicht “Na de luchtaanval” dat daarop te lezen is: “Het verdriet stortte neer op de stad,/hartuithakkend verdriet om het hart/en de ziel en de tijd van de stad; vuur/sprak in tongen over de zeven honderden/en tegen de verslagenen na de bijlslag:/”Nu is jullie tijd niet meer bij jullie”./Leeg vlogen de Drakenwagens verder/van onze vrienden; rouwend grijs en geel/na de luchtaanval, viel het licht neer,/ voorgoed uitgedoofd leek ‘t, verstomden.” Daarvoor staat er een kleinere steen met het opschrift: “ter nagedachtenis aan alle slachtoffers van het bombardement en ander oorlogsgeweld”.
2e Massagraf
Bij zijn onderzoek kwam Bart Janssen er achter dat er op de begraafplaats 2 massagraven zijn: de 2e werd waarschijnlijk aangelegd omdat het eerste inmiddels vol was. Waarschijnlijk betreft het vooral Nijmegenaren die in de tijd dat Nijmegen frontstad was om het leven zijn gekomen. Wie hier precies in liggen is niet bekend.
Balans, sculptuur van Jan Samsom op rotonde Daalseweg (september 2024)
In het kader van de 1% regeling bij de aanleg van de rotonde en de reconstructie van de Daalseweg kreeg Jan Samsom in 1993 de opdracht voor een kunstwerk. Hij koos daarbij om een relatie te leggen met het theater Teneeter in het Badhuis, gelegen aan het plein. Daarbij kwam hij uit bij Mariken van Niemeghen: Mariken is een bekend icoon Nijmegen en een belangrijk toneelstuk in de ontwikkeling van het Nederlands theater. Daarbij is het lot van de mens, de keuzes/de strijd tussen goed een kwaad een belangrijk thema in het theater.
Marieken en Moenen: Balans en strijd tussen goed en kwaad
Medaillon van Moenen met op de achtergrond het Badhuis, rotonde Daalseweg (september 2024)
Jan Samsom schrijft op zijn site: “Sculptuur voor het voormalige badhuis Daalseweg. Het badhuis is tegenwoordig theater. Marike en Moenen spelen een hoofdrol in de balans tussen goed en kwaad”.
De sculptuur verbeeldt de strijd/balans tussen goed en kwaad. Bovenop liggen twee buizen met aan beide kanten een glazen medaillon. Op de ene staat Mariken, het goede en op de ander Moenen, het kwade. Ze lijken elkaar in evenwicht te houden. Deze buizen staan op verticale platen: wit aan de kant van Mariken, het goede; en een zwarte aan de kant van kwade, de kant van Moenen.
Projectie?
Dorsoduro merkt daarbij op dat Mariken en Moenen zo geplaatst zijn dat bij voldoende daglicht Mariken door het zonlicht even geprojecteerd wordt op het witte vlak. Daarbij zal Moenen nooit op “zijn” vlak kunnen worden gespiegeld. Het is zijn vermoeden, maar sowieso verwijs ik graag zijn site, met bovendien een mooie foto van die projectie.
Jan Samsom
Het beeld is gemaakt door Jan Samsom (Woerdense Verlaat, 13 maart 1954. Hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde in Utrecht. Daarna volgde hij de opleiding allound timmerman aan de Centrum Vakopleiding Volwassenen en de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem. Een van docenten was Bas Maters. Sinds 1984 is hij werkzaam in Utrecht. Jan Samsom schrijft op site over zijn werk: “De begrippen kunst en ruimte vormen de vaste bestanddelen van mijn werkzaamheden.
Bij mijn kunstprojecten gaat het met name om beeldende kunst met ruimte zowel als vertrekpunt en als materiaal.
De publieke ruimte is mijn werkterrein bij uitstek. Naast de ontwikkeling en uitvoering van eigen projecten ben ik als adviseur en planontwikkelaar verbonden aan diverse overheidsinstellingen.“
In de Gecroede Boterton, plaquette Nieuwstraat (september 2024)
Bij Raadhuisstraat 2 hangt een gevelsteen van “In de Gecroede Botterton”, oftewel In de Gekroonde Boterton. Oorspronkelijk behoorde deze plaquette bij een pand aan de Stikke Hezelstraat, welke in 1944 werd verwoest.
De gevelsteen “In de Gecroede Botterton” heeft daarbij op de “e” een liggend streepje, waarmee in het Latijn vaak een “n” of “m” wordt bedoeld. Tegenwoordig zou het dus waarschijnlijk “In de gekroonde boterton” zijn.
Dat komt overeen met de afbeelding van een ton en daarboven een kroon.
Weer daarboven staat het jaartal 1649. Wat de overige letters en cijfers betekenen lijkt niet duidelijk te zijn.
Hezelstraat
Oorspronkelijk behoorde de gevelsteen bij een pand aan de Stikke Hezelstraat, welke in februari 1944 werd verwoest door het bombardement.
Van Schevichaven: ““Protocollen van 26 Mei 1705 en 20 Nov. 1725 vermelden het huis van oudts genaemd de Boterton, staende aen de Hezelstraet, met nog een kamer van seker huys, staende op St. Stephens Kerckhof;” in 1768 “de Boterton aan het Groote Kerckhoff.” Het huisteeken schijnt dus oorspronkelijk in den gevel van het huis in de Hezelstraat gestaan te hebben. Gysbert van Urmondt, bekend uit “de Plooyerij”, was eigenaar van dit gebouw in 1705.”
Lederhandel Gebr. Daniëls
Lederhandel Fa. Gebr. Daniëls is de laatste gebruiker, voordat het pand in de Stikke Hezelstraat in 1944 wordt verwoest. Bij een uitbreiding in 1940 blijkt dat zij al vanaf 1875 in Nijmegen hun winkel hadden. (PGNC 2/12/1940) De eerste tot nut toe gevonden vermelding op Stikke Hezelstraat 40 is in het Adresboek 1910: dus in ieder geval hadden de Gebr. Daniëls vanaf dat jaar hun winkel op dat adres. Maar mogelijk eerder, doordat er in de loop der tijd hernummeringen hebben plaatsgevonden.
Het puin is geruimd op de hoek van de Stikke Hezelstraat met de Ganzenheuvel (links) en de Houtstraat (rechts) na het bombardement van 22 februari 1944; het bord verwijst de klanten van lederhandel Daniels naar de noodwinkel op de Korenmarkt. Nog net zichtbaar de torenvoet van de Sint Stevenskerk, 2/1944-12/1944 (F45999 RAN)
Om de overlast van graffiti op de blinde muur van de Mozartstraat tegen te gaan, nam de buurtvereniging, samen met de eigenaresse van het pand en met subsidie van de gemeente het initiatief voor een muurschildering van zes componisten. Remco Visser is de maker van deze schildering, die veel enthousiaste reacties krijgt.
Vooraf: Een blinde muur en graffiti
Groenteman Eisenburger
Jarenlang zat de groentezaak van Eisenburger op de hoek van de Mozartstraat en Daalseweg. Omdat de blinde muur aan de Mozartstraat steeds met graffiti werd beklad, besloot hij de hele muur met groentes vol te laten schilderen, met daarboven “Groenteman”. (Een foto van de blinde muur uit 1975 waar Eisenburger slechts letters of een raam heeft geplakt is te vinden op F16550 RAN).
Pizza en Panini
Nadat de familie Eisenburger na 32 jaar met pensioen ging, kwamen er in de winkel allerlei andere bedrijven: Een basgitarenwinkel, een huizenwinkel, een computerreparatiewinkel en uitzenbureau hET. Daarna kwam opende Arie van der Steen een Italiaanse broodjeszaak. Hij liet de muur wit schilderen: de muurschildering met groenten was intussen afgebladderd. Na een paar dagen was de muur weer beklad graffiti. Hoe vaak hij de muur schoon maakte en een aantal malen weer wit liet overschilderen, de muur bleef steeds beklad worden.
Daarop besloot van der Steen een muurschildering te laten maken: een pizzabakker die een pizza in een oven plaatst, met de woorden “pizza” en “panini”. Vanwege een klacht (Nijmegen-oost spreekt letterlijk over 1 klacht) over vermeende reclame moest hij van de gemeente de schildering weg halen, omdat hij anders een boete van 5000 euro zou krijgen. Van der Steen haalde daarop de woorden pizza en panini weg. De gemeente vond echter dat hij niet hij voldaan en legde alsnog de boete op. Omdat van der Steen dit bedrag niet kon betalen, moest hij zijn zaak sluiten.
De graffiti bleef. En intussen kwamen er allerlei andere winkels in het pand.
Ontwerp
Edvard Grieg, een van de zes afgebeelde componisten (september 2024)
De bekladding is veel buurtgenoten een doorn in het oog. Daarom dient een van de bewoners een klacht in, maar ook met een voorstel: “laat de muur beschilderen met de componisten Beethoven, Bach en Mozart of laat ‘m begroeien met groen” (Nijmegen-oost.nl).
Daarop meldt de gemeente dat privé-eigendom betreft en dat ze bij klachten deze moet voorleggen aan de eigenaar van het pand. Nijmegen-oost benadert in haar artikel de gebruiker van het pand: “Monique van hET uitzendbureau zegt desgevraagd zelf ook te hebben gedacht aan een bedrijfslogo op de vervuilde zijmuur. “Het ziet er nu niet uit. Maar hoe vaak moet je dat dan weer opnieuw doen, als ze er telkens weer graffiti overheen spuiten? We zijn er zelf nooit aan toegekomen. Inderdaad is de eigenaar van het pand uiteindelijk verantwoordelijk. Jammer dat de klager niet naar ons is gekomen. Dan hadden we er iets over kunnen afspreken.””
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
Waarschijnlijk hebben de eigenaresse, de buurtvereniging en de gemeente vervolgens met elkaar gesproken, want wanneer Remco Visser zijn muurschildering aan het schilderen is vertelt hij aan de Gelderlander: “Het idee voor de muurschildering komt van de eigenaresse van het pand. Die hoorde dat ook de buurtvereniging rondliep met plannen om iets aan de muur te doen – de illegale tags in felle kleuren zijn velen een doorn in het oog. De eigenaresse bracht de buurtvereniging met Visser in contact. ,,Ik heb drie schetsen gemaakt, waarvan ze er één hebben gekozen. Daarmee zijn ze naar de gemeente gegaan, die vervolgens subsidie heeft verleend”, zegt de kunstenaar.”
Zes Componisten
Op de muurschildering staan 6 componisten, waarnaar een straat in de buurt zijn vernoemd. Het zijn: Brahms, Grieg, Van Beethoven, Chopin, Mozart en Bach. Bij elk portret staat de naam van de componist en een citaat.
Relief Mercurius van Van Woerkom, Klein Marienburg (oktober 2024)
In 1953 opent de Fa. J.H. van Mameren haar lichtdruk inrichting aan Klein Mariënburg, naar ontwerp van architect Reijnen. Een opvallend detail is het reliëf van Mercurius, boodschapper der goden, een ontwerp van van Woerkom.
“De eerste berichten dateren van 1905. De heer Van Mameren was werkzaam op het tekenbureau van de Spoorwegen en had een goed netwerk in overheidskringen” (Grafisch huis van Mameren) Hij begon een lichtdrukkerij in de Hertogstraat en in 1921 schreef hij zich officieel in bij de Kamer van Koophandel. Hoewel ook van Mameren in de Tweede Wereldoorlog brand was ontstaan, bleef de werkplaats bestaan. Daardoor kon er worden doorgegaan met drukken.
1953 nieuwbouw, architect Reijnen
Links het pand van de Banque Paribas Nederland (Klein Marienburg 22-24) en rechts Drukkerij Van Mameren (Klein Marienburg 20), 1984 (Ber van Haren via KN13366-40 RAN CC0)
In november 1953 opent van Fa. J.H. van Mameren haar nieuwe pand van de “Plan- en lichtdrukinrichting”. Daarmee is ze de eerste die zich vestigt in Klein Mariënburg. “Binnenkort” zullen meerdere panden volgen en “mettertijd” zal bovendien de brandweergarage verdwijnen.
“Onder zeer moeilijke omstandigheden vond de bouw plaats. De oude werkplaats moest in stand blijven en met de buurman de Nederlandsche Bank, welke aan de zijde van Mariënburg in zijn nieuwe gebouw laat optrekken, moest worden overlegd om een sluitende architectuur te krijgen. De architect van het nieuwe pand van de Fa. van Mameren, de heer W. Reijnen en de aannemer W.A. van de Water, beiden te Nijmegen, hebben in nauwe samenwerking een gelukkige oplossing weten te vinden. Een oplossing welke ook aesthetisch ten zeerste verantwoord is. Daar komt nog bij dat de Nijmeegse kunstschilder Wim van Woerkom boven de ingang een relief aanbracht dat de uitwerking van de bouw verhoogt en de functie van het bedrijf accentueert.” (De Gelderlander 9/11/1953)
Vervolg
Van Mameren bestaat rond de tijd van opening 50 jaar en zal nog vele jaren hier haar drukkerij hebben. In de loop der jaren waren er een aantal naamsveranderingen:
jaren 60: Drukkerij van Mameren
eind jaren 80: Van Mameren Repro.
1 april 2014: Grafisch Huis van Mameren
In mei 2012 is ze gestart met de webshop en internetdrukkerij Qprint4U.nl. In 2015 opende ze haar 2e vestiging in Boxmeer en nam ze bovendien Textieldrukkerij Promolet over. Bovendien geeft zij de huis-aan-huis bladen De BoK in gemeenten Boxmeer en Sint Anthonis en De StieR in de gemeente Cuijk uit.
In 2020 verhuist de Nijmeegse vestiging naar het bedrijfsverzamelgebouw Dock North 24 aan de Cargadoorweg.
“De drukkerij en copyshop van toen is uitgegroeid tot een modern bedrijf in het digitale tijdperk. Van Mameren produceert vooral voor bedrijven, zakelijk druk- en printwerk en signproducten. Ook het bedrukken van bedrijfs-, sport en evenementen kleding hoort tot het aanbod.” (Printmatters).
In het pand aan Klein Mariënburg zit in augustus 2021 Salade2go (Google Streetview), welke er nu (oktober 2024) nog steeds zit.
Reliëf Mercurius van Van Woerkom
Relief Mercurius van Van Woerkom boven ingang, Klein Marienburg (oktober 2024)
Het reliëf boven de ingang stelt Mercurius voor. Hij was bij de Romeinen God van de handel. Daarnaast werd een van zijn hoedanigheden boodschapper van de goden. Dit gebeurde nadat de Romeinen in contacten waren gekomen met de Grieken, waarbij de rol van Mercurius was afgeleid van de de oud-Griekse god Hermes.
Vanwege zijn rol als boodschapper van de goden en zijn snelheid, komen zowel Mercurius als Hermes regelmatig voor als naam van een drukkerij of krant. En vandaar dat het reliëf van Mercurius boven de ingang hangt.
In ieder geval zijn de gevleugelde sandalen en helm duidelijk te herkennen, symbolen voor zijn snelheid. Daarnaast wordt Mercurius in zijn rol als boodschapper vaak afgebeeld met een staf (een zogenaamde “caduceus”) waar slangen omheen kronkelen; het is mij niet bekend wat het object rechtsboven in het reliëf verbeeldt (mogelijk is het een geabstraheerde caduceus?) (https://nl.wikipedia.org/wiki/Mercurius_(mythologie))
W.Th. Reynen ontwierp veel sociale huurwoningprojecten voor de Woningvereeniging Nijmegen. Daarnaast komen we hem regelmatig tegen als ontwerper van woon-winkelpanden…