Berchmanianum van de paters Jezuïeten. Ontworpen in 1928 door Jos Cuypers (1861-1949) en Pierre Cuypers Jr. (1891-1982), Houtlaan 4, 1930 (Uitg. Brinio Rotterdam via F18053 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Berchmanianum, Studiehuis der Jezuiten, architecten Joseph en Pierre Cuypers Jr.

1929 Houtlaan 4 Brakkenstein

Berchmanianum van de paters Jezuïeten. Ontworpen in 1928 door Jos Cuypers (1861-1949) en Pierre Cuypers Jr. (1891-1982), Houtlaan 4, 1930 (Uitg. Brinio Rotterdam via F18053 RAN)
Berchmanianum van de paters Jezuïeten. Ontworpen in 1928 door Jos Cuypers (1861-1949) en Pierre Cuypers Jr. (1891-1982), Houtlaan 4, 1930 (Uitg. Brinio Rotterdam via F18053 RAN)

In 1929 opende het Collegium Berchmanianum oftewel het Berchmanianum aan de Houtlaan in Brakkenstein. Het ontwerp was afkomstig van Jos. en Pierre Cuypers Jr. in opdracht van de Sociëteit van Jezus (de Jezuïten). De bouw daarvan was in 1927 begonnen.

Hun Collegium Berchmanianum in Oudenbosch voldeed intussen niet meer. Daarbij was in 1923 in Nijmegen de Katholieke Universiteit geopend: veel kloosterordes openden daarop een studiehuis, zodat religieuzen konden lesgeven of studeren aan de universtaat.

Philosophicum

Het Berchmanianum was een zogenaamde “philosophicum”, de wijsgerig-theologische vooropleiding voor aspirant-geestelijken. De Jezuïten hadden geen grootsemanarie. Na het kleinseminarie was er een driejarige opleiding aan het Theologicum in het Canisainum te Maastricht en een driejarige filosofiestudie aan het Filosoficum aan het Berchmanianum: “Zoo voor paaters als studenten, welke laatste hier hun philosofische studiën afmaken en tevens lessen ontvangen in natuur- en scheikunde en biologie. Sommige volgen nog lessen aan de R.-K. Universiteit. Deze studie duurt drie jaar. Van het Berchmanianum te Nijmegen gaan de studenten meestal eenige jaren naar een college als leeraar of surveillant, om dan nog vier jaar theologie te volgen in Maastricht.“ (De Gelderlander)

De glas-in-lood ramen waren ontworpen door Joep Nicolas.

De naam Berchmanianum

Het Berchmanianum is vernoemd naar de patroonheilige van de studerende jeugd Jan Berchmans (1599, Diest, België).

Jos. en Pierre Cuypers Jr.

De ontwerpen waren Joseph (Jos.)  en Pierre Cuypers Jr. Zij waren zoon en kleinzoon van Pierre Cuypers, die onder andere het Centraal Station in Amsterdam ontwierp en in Nijmegen onder andere de Augustinuskerk.

Krantenartikel 1929

Berchmanianum, Studiehuis der E.E.P.P. Jezuiten aan de Houtlaan te Nijmegen.

Brakkenstein ontwikkelt zich tot een buitenplaats van beteekenis voor Nijmegen, als oud kleine gemeente op zich zelf, verscholen achter het geboomte en grenzend aan de uitgestrekte heide.

Het karakter van Brakkenstein bleef landelijk, als dat van een ruistoord. En in deze streek verrees nu het nieuwe studiehuis, het Berchmanianum der E.E.P.P. Jezuiten, die een halve eeuw hun philosofisch college hadden bestuurd in Oudenbosch.

De architecten, de heeren Joseph en Pierre Cuypers kregen opdracht tot het ontwerpen van een kloek, ruim gebouw, dat langs den weg, aan de Houtlaan een gevelbreedte zou hebben van bijna honderd meter.

Zou zoo’n bouw passen in dit milieu van mooie natuur?

Wie nu de Houtlaan opwandelt, wordt getroffen door de rust, welke er uitgaat van dit stemmige huis van studie en gebed, dat hoort in het landschap, waarin de bouwmeesters het geplaatst hebben.

De toren steekt statig op uit den breeden, vlakken gevel van zachtgelen baksteen- de spits, welke van verre in het vlakke land te zien is, met zijn uurwerk en klok, en als een wachter, welke wijst op den tijd, welke iedere mensch goed te besteden heeft, in navolging van de ijverige studerenden, die hier de philosophie volgen.

***

Het is een aan zijn doel volkomen beanwoordend studiehuis eenvoudig afgewerkt.

De architecten, de heeren Joseph en Pierre Cuypers hadden de taak een nuttig studiehuis met kapel en studiekamers als hoofdcentra te ontwerpen- alle overtolligen franje, iedere onnoodige fraaiigheid moest achterwege blijven.

De inwendige bouw werd mede ontworpen naar inzichten der professoren, die jarenlang Oudenbosch bewoond hadden.

Oudenbosch bleef dan ook voor een deel vormbeeld, maar werd moderner, geriefelijkere, ruimer uitgebouwd.

Sober zou de voorgevel zijn- en deze werd in strakke lijn opgetrokken van gele baksteen, welk door kunstig voegwerk nog levendiger werkt. Geen groote ramen breken de lijn, maar uiterlijk laat de bouwmeester zien hoe inwendig de constructie en de inrichting is.

Ongeveer in het midden van den bouw aan de Houtlaan is het hoofdgangportaal met portiersloge. Hier binnen nadert men spoedig de hardsteenen hoofdtrap, rechts welke leidt naar de verschillende verdiepingen en middellijk verbinding heeft met de verschillende hardsteenen trappen, over den helen bouw verdeeld, en wel zoodanige, dat zij telkens op de vier verbindingspunten van de vier vleugels waaruit de bouw bestaat, als verbindende gewrichten vormen.

Aan den linkerkant van den ingang bereikt men langs een gewelfden kloostergang, waarin het licht vriendelijk valt door lage vensters vijf ruime spreekkamers. Over die verdiepingen zijn in dezen linkervleugel verdeeld de kamers van de professoren bijeengebracht, westelijk afgesloten door de recreatiezaal en leeszaal voor de paters, benevens een eigen bibliotheek en tijdschriftenleeskamer, welke ook openstaat voor professoren en heeren studenten der R.K. Universiteit.

Hier sluit zich aan de Westzijde aan een korte vleugelbouw, waarin over vier verdiepingen de rijke bibliotheek met haar 30.000 boeken, waaronder belangrijke wiegedrukken zijn, is ondergebracht.

De geheele bibliotheek-inrichting is practisch en degelijk- overal worden de ijzeren Lips-boekenrekken gezet, welke makkelijk verplaatsbaar zijn. Langs een wenteltrap komt men van de eene bibliotheek-verdieping op de andere. Overal valt ruim licht binnen. Hier klopt wel het hart van het philosophicum.

Aan de andere zijde van het gebouw in den Zuid-oosthoek, ligt de keuken, het middenpunt der huishoudelijke afdeeling. Doelmatig zonder overdreven lux is deze economie-afdeeling ingericht.

Hier achter, in Noordelijke richting is de onderwijsvleugel geprojecteerd, welke zich uitstrekt over tachtig meter lengte.

Hier liggen op den beganen grond langs een drie meter breeden wandelgang, waarin de morgenzon haar stralen kan werpen, de vier klassen-lokalen.

Deze gang, in warme kleur gehouden een met gewelf van geel-zacht-getinte steen, biedt een geschikte gelegenheid tot wandelen en mediteeren, wanneer het weder niet noodt naar buiten, in den tuin of het bosch.

Tusschen de klasselokalen ligt hier de ontspanningszaal der studenten, welke uitziet op den in Engelsche stijl gehouden binnentuin.

Dezelfde vleugel bevat drie verdiepingen, hier zijn de kamers voor de ongeveer zestig scholastieken die hier hun studie- en slaapkamers hebben. Heel sober en zeer zindelijk is hier alles ingericht. Licht, lucht en zon kunnen overvloedig binnenkomen- zoo goed als alle studiekamers worden bijna den halven dag door de zon beschenen.

Het noord-oostelijk paviljoen bevat over de drie verdiepingen verdeeld, de speciaal ingerichte klasselokalen voor natuurkunde, scheikunde en natuurlijke historie als ook de daarbij behoorende laboratoria en het amanuensis-vertrek. Zalen zijn hier breed en hoog en verlicht ingericht voor de goede opstelling van de natuurkundige instrumenten en de tentoonstelling van natuurlijke historie, waaronder een kostbare vlindercollectie en collecties van geologischen en eufomologischen aard.

De groote zolder gaf nog gelegenheid tot inrichting van eenige slaapvertrekken en verder tot bergplaats voor meubels en koffers en zoovele andere voorwerpen, welke in een groote stichting nodig kunnen zijn.

***

Het lag niet in ’t karakter der stichting om een monumentale, decoratieve hoofdtrap te maken, met dubbele vleugels. Wel is de belangrijkste trap, die de hoofdvleugel, waarin de kapel, flankeert, en dan ook een eenvoudige dienstlift heeft, als toren uitwendig doorgebouwd.

De traptoren ontwikkelt zich naast den verwamingskelder zes meter onder de hoofdverdieping, voert dan langs den refter naar de kapel, naar de zangerstribune, naar den zolder van ’t Patershuis, waarnaast aansluit een reeks slaapkamers van de Broeders; hooger op worden de granieten treden door houten vervangen voor de bediening van de ruimten voor liftmechaniek, uurwerkkamer en de luiklokken. Deze hoofdvleugel bevat in den oostelijken buitenhoek van onder naar boven: de provisiekelders, de keuken. Hooger op volgt de tusschenverdieping met woning voor de Broeders een daarboven voor enkele knechts.

In den hoofdvleugel, rechts van den ingang, aan de hoofdtrap is de kapel- in sobere stijl en vromen toon gehouden. Ook hier is iedere overdadige decoratie vermeden. Het is een devoot-stemmende bidkapel, waarin het zonlicht speelt door fijn-kleurige vensters van Joep Nicolas. Het altaar, middenpunt der kapel, past in den fijnen toon van dit bedehuis, al is het ook opgebouwd van edel marmer-materiaal en met mozaiek verlevendigd.

Voor de kapel ligt de sacristie, waarop vier kleine kapelletjes uitkomen, waarin de in het huis verblijvende priesters de H. Mis kunnen lezen.

Beneden in dezen hoofdvleugel is de groote refter- een zaal van voornamen en toch eenvoudigen bouw.

Degelijkheid en eenvoud en smaak kenmerken dezen kloosterbouw. Soberheid lag immers in den opzet en de uitvoering der plannen. Ook in materiaalkeuze en bewerking daarvan werd luxe vermeden. De baksteen bleef evenwel geen dood materiaal aan dezen bouw. Door kleurkeuze en vermenging van verschillende fabrikaten werd uit- en inwendig één harmonische kleuren-combinatie verkregen.

Vestibulen en gangen met elkaar naar de verschillende verdiepingen door de breede hardsteenen trappen verbonden, kregen een kleurige lambrizeering van verglaasde Waalsteen.

De gewelfde wanden spreken naar buitne, door daar aansluitende lange reeksen van halfcirkelvormige vensters, waarin stalen ramen en glas in lood in strakke geometrische verdeeling.

De bovenste patersgang, niet met steen overwelf, maar afgesloten met een licht gebogen plafond, heeft drieledige vensters geheel rechtlijnig als fries boven al die spannende bogen.

Zoowel de motieven als de kleuren van ’t glas werden op verschillende verdiepingen afgewisseld, teneinde aan de verschillende deelen van ’t groote huis een eigen karakter te geven in verband met plaatselijke bestemming.

Als natuursteen voor trappen en drempels werd gestokt grijs graniet toegepast.

De dakbedekking is van verbeterde Hollandsche pannen.

In stichtingen van dit karakter worden aan de houten vloeren zeer zware eischen gesteld in lokalen van allerhande karakter. Toegepast werd hier het systeem der lift-vloeren, die vooraf machinaal zijn gedroogd, zoodat zij ook bij de centrale verwarming in de wintermaanden geen open naden vertoonen.

De muren en plafonds zijn in hoofdzaak wit gehouden.

In zalen en kamers is een lint met keimsche mineraalverf op de wanden aangebracht. In de groote zalen werd meer rust verkregen door zeer eenvoudige vlakke houten lambrizeering tegen de wanden, wat vooral b.v. in sacristie en refter opvalt.

De entourage van het Studiehuis is landelijk en blijft in stijl met Brakkenstein door nog meer boomen-aanplant.

Tusschen de drie uiterlijke vleugels, waarin de vijf blokken van den bouw liggen, wordt een eenvoudige tuin aangelegd met een vijver tusschen verlaagde wandelpaden als midden-motief. Deze tuinaanleg sluit dadelijk aan bij de frissche dennenbosschen, welke het geheel omgeven. Zoo kreeg men een rustgevend  geheel.

Zoo voor paaters als studenten, welke laatste hier hun philosofische studiën afmaken en tevens lessen ontvangen in natuur- en scheikunde en biologie.

Sommige volgen nog lessen aan de R.-K. Universiteit.

Deze studie duurt drie jaar. Van het Berchmanianum te Nijmegen gaan de studenten meestal eenige jaren naar een college als leeraar of surveillant, om dan nog vier jaar theologie te volgen in Maastricht.

Rector van het Berchmanianum is de bekende pater G. Lamers S.J., leider van het tijdschrift “Dux” en minister is de Zeereerw. Pater Spijker S.J.

***

Architecten van dezen studiehuisbouw zijn, gelijk wij reeds schreven, de heeren Jos. en Pierre Cuijpers; aannemer was de heer H. van Kessel, uit Nijmegen, die de bouwwerken flink en vlot uitvoerde.

De verschillende technische installaties werden uitgevoerd naar de plannen en onder leiding van ir. J.W. Engelengen, te Amsterdam.

De verwarmingsinstallatie werd aangelegd door de Firma Hunek (of Hunec?) te Amsterdam; de electrische installatie door de Firma Paassens, te Amsterdam. Als hoofd-opzichter fungeerde de heer Van Berkel, bijgestaan door den heer Bottelier, die beiden hun taak met toewijding vervulden.” (De Gelderlander 9/2/1929 met veel foto’s)

Rijksmonument

Het pand is een Rijksmonument sinds 2002 met als waardering (hier is tevens een uitgebreide beschrijving te vinden): “

  • Van architectuurhistorische waarde als een goed, vrij gaaf en zeldzaam voorbeeld in ex- en interieur van een studiehuis voor jezuïeten in een stijl die invloeden vertoont van de Amsterdamse school en de Art Deco. Het studie huis heeft esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals een markante hoofdvorm, goede verhoudingen en een bijzondere detaillering, ornamentering en materiaalgebruik.
  • Van stedenbouwkundige waarde vanwege de afmetingen en de markante ligging aan de Houtlaan.
  • Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming, welke verbonden is met een culturele ontwikkeling namelijk de stichting van de Katholieke Universiteit en vanwege de verschijningsvorm, welke verbonden is met de bouwtypologie van de orde der jezuïeten die geen kloosters bouwt, maar “huizen”.”

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Pierre_Cuypers_jr.

Graafseweg 39 (januari 2026)
#Nijmegen

Garage Mestrom, architect van der Kloot

Graafseweg 39, 1933

Graafseweg 39 (januari 2026)
Graafseweg 39 (januari 2026)

Graafseweg 39 is al jarenlang House of Billiards. Het is echter gebouwd als Garage Mestrom, oorspronkelijk vertegenwoordiger van Singer Automobielen. Hiervan was van der Kloot de architect.

Singer Automobielen

In augustus 1933 opent Garage Mestrom op de Graafseweg 33. Hij heeft daarbij plaats voor de stalling van 50 auto’s, tevens is er een reparatie-inrichting.

Mestrom is vertegenwoordige van Singer, een Brits automerkbedrijf. Dit bedrijf uit 1875, opgericht als Singer & Co, was in 1901 begonnen met het maken van auto’s.

De in de advertentie genoemde N.V. H. Engelbert’s Automobielenhandel is de importeur. Dit bedrijf is in 1949 ook de importeur van de Minor (De Gelderlander 19/4/1949; zie hieronder).

Wikipedia: ‘De depressie van de jaren dertig en een groot race-ongeluk betekende een flinke financiële achteruitgang waardoor het bedrijf genoodzaakt was fabrieken te sluiten. In 1936 werd het bedrijf gereorganiseerd als Singer Motors Ltd. Tot aan de oorlog werden nog enkele minder succesvolle modellen geïntroduceerd.”

.

In de Tweede Wereldoorlog produceerde Singer onderdelen ten behoeve van de oorlogvoering. Na de oorlog begon het bedrijf weer met het produceren van auto’s, maar op dat moment zonder veel succes.

Bij de opening in 1933

De Gelderlander schrijft over de opening in 1933:

Garage ‘Mestrom’.

Het moderne snelverkeer eischt steeds nieuwe gelegenheden om het steeds toenemend aantal automobielen op eveneens moderne wijze onderdak te brengen en het valt dan ook niet te verwonderen, dat ook onze stad niet achterblijft, wanneer het er om gaat grootsche inrichtingen te openen, daarbij geleid door het initiatief van ondernemende zakenlieden. Naast het belastingkantoor aan den Graafschen weg, waar tot voor kort zich twee heerenhuizen bevonden, is heden geopend de garage ‘Mestrom’, welke onder leiding van den heer W.H. Mestrom hare deuren voor de toekomstige cliëntèle heeft opengezet.

Garage ‘Mestrom’ heeft het agentschap van de bekende ‘Singer’ wagens voor het Rijk van Nijmegen, Maas en Waal en Betuwe.

De garage kan bovengronds circa 30 wagens bergen, doch door een ingenieuse vinding bestaat de mogelijkheid dat onder deze bovenverdieping nog een even groote ruimte beschikbaar is, welke op zeer gemakkelijke manier is te bereiken. De reparatie-afdeeling, voorzien van de modernste gereedschappen, staat onder leiding van den heer Vermeer. Aan de voorzijde bevindt zich de show-room, waar de Singer wagens in onderscheidende modellen zijn opgesteld. Daarnaast bevindt zich het privé-kantoor waar de heeren Mestrom Sr. en Jr. als leiders zetelen.

Ook van buiten gezien, maakt deze nieuwe garage een voornamen indruk door den strak gehouden gevel, waarbij de teak houten pui het goed doet.

De architect, de heer v.d. Kloot, heeft hier een mooi geheel geschapen, de inrichting kan wedijveren met de mooiste hier te lande.

Meerdere Nijmeesche firma’s hadden hun aandeel in de tot-stand-koming van dit autopaleis.  Wij noemen o.a. de aannemersfirma Jansen, Hatertsche weg, de firma Merx en Boerboom voor de centrale verwarming, de schildersfirma C. Ham en Zn., de firma Lamers uit Hees voor de electrische installatie, en de firma Bildesbeek voor het glas in lood. Ook aan eventueel brandgevaar is gedacht door het aanbrengen van een schuimapparaat Excelsior.” (De Gelderlander 16/9/1933)

Mestrom na de Tweede Wereldoorlog

Advertentie Garage Mestrom, dan dealer van andere automerken (De Gelderlander 20/3/1948)
Advertentie Garage Mestrom, dan dealer van andere automerken (De Gelderlander 20/3/1948)

In 1948 heeft “Kantoren, Magazijnen, Werkplaatsen” het adres de Ruyterstraat 53-57 (Adresboek). Op Graafscheweg 39 is het “Garage en Servicestation”. Afgaande op advertenties is de garage dan al geen Singer vertegenwoordiger meer. Bovenstaande advertentie uit maart 1948 noemt een aantal Britse en Amerikaanse merken. Ook is een advertentie De Gelderlander 2/10/1948 gevonden voor een (Morris) Minor. Mogelijk/waarschijnlijk zijn de ontwikkelingen ten aanzien van de Singer-fabrieken mede aanleiding geweest om over te stappen op andere merken.

In 1949 voegt zij een smeerstation aan de Graafseweg 39 toe (De Gelderlander 2/2/1949)

Familie Mestrom

In Adresboek 1934 komt G.H. Mestrom voor op Graafscheweg 68 en W.H. Mestrom, garage, op nummer 39. In 1936 komen beiden voor op Graafscheweg 68.

De familie zelf woont in ieder geval in 1948 (Adresboek 1948) op de Graafseweg 41. Nog in 1956 (De Gelderlander 19/9/1956) vraagt mevrouw Mestrom een dagmeisje.

1949 Fusie met Terwindt & Hekking

Advertentie fusie garage Terwindt en Hekking met Mestrom (De Gelderlander 1/8/1949)
Advertentie fusie garage Terwindt en Hekking met Mestrom (De Gelderlander 1/8/1949)

In 1949 fuseert Mestrom met garage Terwindt & Hekking op de Tooropstraat. In de advertentie van deze fusie staat ook een Benzinestation en Quick-Service aan de Rijksweg in Lent. Het is nog niet bekend van welke garagehouder deze oorspronkelijk was.

Ook blijkt op deze advertentie dat de Graafseweg net als de Tooropstraat dan een Ford-dealer is.

In 1958 is het nog Garage Terwindt & Hekking Mestrom. In het Adresboek 1966 is het alleen N.V. Terwindt & Hekking Automobielmaatschappij. Zij heeft dan naast de Tooropstraat 9 en Graafseweg 39 en daarnaast op de Rijksweg van Lent ook een adres op Kronenburgersingel 7 (Adresboek 1966). In ieder geval komt de garage nog voor in het Adresboek van 1971.

Meubelzaak en woninginrichting Wals en links Garage Terwindt & Hekking Mestrom, Graafseweg 39-43 Bottendaal, 1958 (F86415 RAN CC0)
Meubelzaak en woninginrichting Wals en links Garage Terwindt & Hekking Mestrom, Graafseweg 39-43 Bottendaal, 1958 (F86415 RAN CC0)

Vervolg

Het vervolg is nog niet uitgebreid onderzocht.

“Later is hier inderdaad Roelofs autoverhuur vanuit de Gerard Noodtstraat ingetrokken. Nu zitten zij al jaren op de Tooropstraat. “(noviomagus.nl in 2018, met foto en herinneringen).

Intussen zit in het pand alweer jarenlang House of Billiards. Op haar site noemt ze dat ze inmiddels 25 jaar bestaat.

Herinneringen?

Heeft u herinneringen aan de garage, het autoverhuurbedrijf of aan het poolcafé? Laat het hieronder weten!

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Graafseweg 39 (januari 2026)
Graafseweg 39 (januari 2026)

Graafseweg

De Graafseweg is een van de drukste wegen van Nijmegen. Hij loopt van het Keizer Karelplein tot aan de Graafsebrug.…

De St. Stephanuskerk met rechts de pastorie : ontworpen in 1922 door Pierre Cuypers Jr. ; 1e steenlegging op 29-11-1922 ; consecratie door Mgr. A.F. Diepen op 19-11-1923, Berrg en Dalseweg 205 Hunnerberg, 25/8/1987 (Ber van Haren via ZN35770 - C RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Sint-Stephanuskerk, architect Pierre Cuypers Jr.

Berg en Dalseweg 203, Gemeentelijk monument

De St. Stephanuskerk met rechts de pastorie : ontworpen in 1922 door Pierre Cuypers Jr. ; 1e steenlegging op 29-11-1922 ; consecratie door Mgr. A.F. Diepen op 19-11-1923, Berrg en Dalseweg 205 Hunnerberg, 25/8/1987 (Ber van Haren via ZN35770 - C RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
De St. Stephanuskerk met rechts de pastorie : ontworpen in 1922 door Pierre Cuypers Jr. ; 1e steenlegging op 29-11-1922 ; consecratie door Mgr. A.F. Diepen op 19-11-1923, Berrg en Dalseweg 205 Hunnerberg, 25/8/1987 (Ber van Haren via ZN35770 – C RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)

In 1922 werd begonnen met de bouw en de kerk werd op 19-11-1923 ingewijd.

De kerk is gewijd aan de heilige Stefanus, martelaar en patroonheilige van Nijmegen. “Het gebouw in neo-Byzantijnse stijl werd door Pierre Cuypers jr. ontworpen.” (wikipedia) Kenmerkend aan het gebouw zijn de twaalfhoekige “vieringkoepel” en het front met de twee torens.

November 1922: Eerste Steenlegging

November 1922 (“Heden”, De Gelderlander 29/11/1922) vond de eerste steenlegging plaats voor de kerk van St. Stephanusparochie, “welke zich uitstrekt van Berg en Dalschen weg naar Hengstdal en tot de H. Landstichting.”

De nieuwe kerk is een bijzonder moment voor katholiek Nijmegen, aangezien zij haar kerk vernoemd naar de patroonheilige  -de Stevenskerk- tijdens de reformatie protestants was geworden.

“Nijmegen krijgt zijn kerk weer, welke steeds herinnert aan den patroonheilige der stad; in nieuwe omgeving van nieuw Nijmegen, gaat oude Nijmeegsche roem in Roomsche sfeer herleven.

Gezien in dit licht kreeg deze plechtige eerste steenlegging nog hoogere beteekenis als voor het Katholiek Nijmegen, dat zich steeds innerlijk en uiterlijk sterk uitbreidt.” (De Gelderlander 29/11/1922)

November 1923 Inwijding

Op 19-11-1923 volgt de inwijding. Ïn het PGNC 19/11/1923 staat hierover een uitvoerig verslag, met als afsluiting: “De fraaie kerk- die wat stijl betreft veel overeenkomst heeft met de kerk op de H. Landstichting- is gebouwd naar de plannen van den architect Pierre Cuypers en voorziet in dit volksrijke stadsgedeelte in een groote behoefte.”

Glas-in-lood ramen

De oorspronkelijke glas-in-lood ramen waren gemaakt door Joep Nicolas. Deze zijn echter door een granaatinslag in de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan.

De huidige glas-in-lood ramen zijn gemaakt door Joan Collette. Hij maakte bovendien de mozaïeken in de apsis, het Maria-altaar en het Joseph-Altaar.

De St. Stephanuskerk; de absis met een gedeelte van een mozaïek, voorstellende het leven van de H. Stephanus (o.a. de steniging en de kroning in de hemel) in de periode 1935-1940 vervaardigd door Joan Collette, Berg en Dalseweg, 1939 (F12588 RAN)
De St. Stephanuskerk; de absis met een gedeelte van een mozaïek, voorstellende het leven van de H. Stephanus (o.a. de steniging en de kroning in de hemel) in de periode 1935-1940 vervaardigd door Joan Collette, Berg en Dalseweg, 1939 (F12588 RAN)

Daarnaast is van hem een kruisweg: deze is bij de sloop van het Canisius ziekenhuis in 1992 verplaatst naar de Sint-Stephanuskerk.

Beeld heilige Stefanus, Albert Termote

Een beeld van brons, voorstellende de H. Stephanus, staande in het plantsoen voor de St. Stephanuskerk, vervaardigd door Albert Termote in 1951. Rechts het schoolgebouw van Mater Dei (uit 1930), Berg en Dalseweg, 1975 (Frans Kup via F12613 RAN CCBYSA)
Een beeld van brons, voorstellende de H. Stephanus, staande in het plantsoen voor de St. Stephanuskerk, vervaardigd door Albert Termote in 1951. Rechts het schoolgebouw van Mater Dei (uit 1930), Berg en Dalseweg, 1975 (Frans Kup via F12613 RAN CCBYSA)

Voor de kerk staat sinds 1951 een standbeeld van de heilige Stefanus, gemaakt door Albert Termote.

1993 Fusie met Christus Koningparochie

In 1993 vond de fusie plaats met de Christus Koningparochie. Daarbij werd de Christus Koningkerk gesloopt. De doopvont en een aantal beelden van Jac. Maris werden verplaatst naar de Sint-Stephanuskerk.

2007 Laatste viering

De laatste mis vond plaats op 30-12-2007. De Stephanus-Christus Koning parochie fuseerde met de Domincusparochie tot de Effatataparochie, die haar diensten in de Dominicuskerk houdt. Het “werd in 2011 onttrokken aan de eredienst.” (Omroep Gelderland  https://www.gld.nl/nieuws/2135304/stephanuskerk-berg-en-dalseweg-verbouwd-tot-bedrijfspand)

2017 Verbouwing

In mei 2017 bericht Omroep Gelderland dat de kerk en de pastorie voor 1,3 miljoen euro is aangekocht door Ingenieursbureau Spierings Orthopaedics https://www.spierings.biz/, gespecialiseerd in chirurgische implantaten.

“Om de kerk voor sloop te behoeden is besloten om deze te herbestemmen tot kantoorgebouw.
Dit tot de verbeelding sprekende gebouw zal in de toekomst als huisvesting gaan dienen voor ca. 2000 m2 kantoorruimte.” Daarbij krijgt het 6 vloerlagen met kantoorruimte. Daarbij blijft het gedeelte van het altaar met rondom de mozaïeken op alle verdiepingen open. “Start bouw: 2021” (https://www.studiodewit.nl/projecten/herbestemming-kerk-nijmegen/, met tevens mooie ontwerptekeningen)

(Overige) Bronnen en verder lezen

Een uitgebreide geschiedenis is reeds geschreven op Noviomagus.nl. https://www.noviomagus.nl/Gastredactie/Pelser/Pelser1.htm

https://nl.wikipedia.org/wiki/Sint-Stephanuskerk_(Nijmegen)

Stephanuskerk Berg en Dalseweg verbouwd tot bedrijfspand

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

MULO Prins Hendrikstraat 7 Architect Weve 1910-1920 Altrade (F27307 )
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Openbare School No.2 voor U.L.O. architect Weve

1905-1906 Prins Hendrikstraat 7 Altrade Rijksmonument

F27307 MULO Prins Hendrikstraat 7 Architect Weve 1910-1920 Altrade
MULO Prins Hendrikstraat 7, Architect Weve 1910-1920 (F27307 RAN)

Het pand op Prins Hendrikstraat 7 is in 1905-1906 gebouwd als openbare school voor Uitgebreid Lager Onderwijs (U.L.O.) door stadsarchitect Weve. Rijksmonumenten omschrijft het gebouw als “de stijl van het rationalisme met invloeden van de Art Nouveau in de ornamentering.” Een van deze ornamenten is het opschrift “OPENBARE-SCHOOL / No2 / VOOR – 1906 – U.L.O.” Het is een van de laatste van de 17 scholen die Weve heeft gebouwd.

(M.) U.L.O.

De U.L.O of M.U.L.O. betekent (Meer) uitgebreid lager onderwijs. Dit schooltype was in 1857 ontstaan en was een vervolg op de lagere school. Sinds 1920 werd dit schooltype bij wet U.L.O. genoemd, maar veel scholen bleven zichzelf M.U.L.O. noemen. Dit schooltype heeft bestaan tot de invoering van de Mammoetwet in 1968, waarbij de M.U.L.O een van de schooltypes was dat werd omgezet naar de mavo, wat weer later het vmbo is geworden.

Bij de opening

U.L.O. Tegeltableau Prins Hendrikstraat 7 Augustus 2021 (Google Streetview)
U.L.O. Tegeltableau Prins Hendrikstraat 7 Augustus 2021 (Google Streetview)

Het PGNC schrijft bij de opening in 1906:

De school aan den Bijleveldsingel.

Zorg voor het kind! Dat is het wachtwoord geworden. En niet het minst spiegelt zich dat af in de scholen en het onderwijs.

“Schoolpaleizen” heeft men spottend gezegd. Zeker si, dat de tegenwoordige scholen, ook die waarbij de eenvoud op den voorgrond stond, paleizen mochten heeten in vergelijking met de meer dan een voudige ruimten, waarin in vroeger jaren een aantal kinderen werden opgeborgen en waar “meester” oud werd door of ondanks de beruchte “onschuldige asempjes” der even onschuldige kinderen. Hokken waren het in vroeger dagen, waar de ventilatie ontbrak of hoogst onvolkomen was; waar de verwarming alles te wenschen overliet; waar de lucht verpest werd onder de vereenigde werking van de menschelijke ademhaling en de uitwaseming der vaak natte kleeren, die in het kleerlokaal werden opgehangen en die bezwangerd waren met allerlei kwalijk riekende geuren.

“Schoolpaleizen”, zei men spottend; maar was degene, die het woord op de lippen nam, wel overtuigd van de waarheid: “Voor het kind is het beste nog niet goed genoeg”. Zet het kind in een vriendelijke omgeving en ge voedt op zonder schijnbaar op de opvoeding in te werken. Leer het kind respect voor het gebouw, dat hij binnentreedt en ge leert het eerbied te hebben voor eigen huis of althans te trachten ook dat vriendelijk te helpen maken. Het leeren gaat in een aangename omgeving gemakkelijker dan in een lokaliteit, die neerdrukt. Licht, lucht en schoone vormen zijn de eerste voorwaarden voor opgewektheid en zucht naar orde.

Het doet den bezoeker weldadig aan eene inrichting binnen te treden, als aan de Bijleveldsingel is verrezen. “Je zou zelf weer lust krijgen om school te gaan,” zei een der werklieden, die er bezig was.

Reeds meermalen hadden we met welgevallen een blik geslagen op het uitwendige. Het geheel is een monumentaal gebouw, goed gedacht door den kundigen directeur van gemeentewerken, den heer Weve, flink uitgevoerd door den aannemer, den heer H. Bartels, opgegroeid onder toezicht van den opzichter, den heer Th.A. Middendorp. “Goed gedacht” zeiden we: een flink gebouw zich aanpassende aan de eerste-klasse omgeving, waarin het werd gesticht, met een front, een gevel aan twee straten, die uit architectonisch oogpunt schoon mag heeten, een kunstwerk.

Den heer Weve zal het misschien weinig treffen, dat een leek deze lofspraak uit, welnu, deskundigen, vakmannen, spraken evenzeer met lof over de inrichting als bouwwerk en dat zal hem niet onververschillig zijn.

Hoog verheft zich het gebouw aan de grens van wat nu nog de groote vlakte van ’t exercitieveld is, trotsch zal ’t er staan, als eenmaal de omgeving bebouwd is, en de breede wegen en straten in de naaste omgeving zijn een waarborg, dat het schoone geheel niet weggemoffeld zal worden.

Wij waren in de gelegenheid ook het inwendige te bezien. Twaalf ruime, frissche, lichte leerlokalen, zes beneden, zes boven; elk tweetal door een flinke ruimte gescheiden van een ander paar vertrekken en deze twee onderling verbonden of gescheiden door schuifdeuren; vier dezer lokalen telkens langs den Daalschen weg, twee langs den Bijleveldsingel. Tusschen de twee en de vier bevinden zich flinke ruimten, ter plaatse van de half torenvormige uitbouwsels, voor de berging van kleedingstukken. Het viertal aan den Daalschen weg wordt beneden door een gang, boven door de kamer voor het Hoofd der school in twee tweetallen verdeeld.

Een breede gemakkelijke steenen trap leidt van de beneden- naar de bovenverdieping, en er is gezorgd, dat de leuningen niet in een onbewaakt oogenblik gebruikt kunnen worden om er langs af te glijden. Aan den achterkant beneden is een groot ruim lokaal voor gymnastiek (vrije- en ordeoefeningen) met een keurig net geschilderd plafond in zachte tinten. Verder heeft het Hoofd der School in den toegang tot zijn lokaal drie groote ruime kasten en aan het einde der bovengang is een ruimte, bestemd tot magazijn van leer- en hulpmiddelen.

Urinoirs en bestekamers zijn in groot aantal aanwezig, eenvoudig maar netjes en praktisch ingericht, zoodat ook daar de kinderen niet aan toezicht behoeven onttrokken te zijn; hier een daar zijn fonteintjes en waterleidingkranen aangebracht.

De speelplaats ziet er op dit oogenblik nog wat onooglijk uit; ’t kan niet anders; maar één zaak is nu al te constateeren: de flinke overdekte speelplaats naar de zijde van de daarnaast gelegen bewaarschool. Bijzonder groot, dunkt ons evenwel de overige ruimte op de speelplaats niet, vooral niet, als daarvan nog hier of daar een plekje werd afgenomen om als schooltuintje dienst te doen, iets, dat bij zulk een modern ingerichte school eigenlijk niet mocht ontbreken. Maar- er blijft altijd iets te wenschen over.

Alles ziet er degelijk uit, overal dringt de frissche lucht door. “Geen raam, dat niet open kan”, zei de werkman van zooeven. Of het nu wel zoo erg is, durven wij niet zeggen. Maar frisch is het er en ruim en helder en licht. Bovendien zijn overal nog luchtkokers aangebracht.

De verwarming zal geschieden door kachels, welker warmte tevens voor den rechtstreekschen toevoer van zuivere lucht zal zorgen, die door de kachel verwarmd in de lokalen zal stroomen: m.a.w. in elk lokaal een pompstation voor frissche lucht, ook in den kouden wintertijd.

Wij noemden den school een monumentaal gebouw; een monument zal zij ook zijn voor ontwerper en bouwmeester. Moge zij de plaats worden, waar een goed deel van ’t toekomstig Nijmeegsch geslacht, meer bepaaldelijk de Middenstand, die zoo zeer verdient gesteund te worden, de kracht en de kennis zal opdoen, die hem in staat zal stellen het hoofd te bieden aan den steeds moeilijker wordenden strijd om ’t bestaan en den bloei van onze stad te bevorderen. Dan zullen de kosten aan de school besteed een kapitaal blijken, dat hooge rente opbrengt”. ( PGNC 11/5/1906)

Rijksmonument

Zowel het schoolgebouw als hek zijn Rijksmonument. Waardering”

– Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed voorbeeld van een schoolgebouw uit het begin van de twintigste eeuw van het gangtype. Het object is gaaf bewaard gebleven qua gevelindeling, detaillering en in iets minder mate wat betreft de interieurindeling (sommige hoekjes zijn dichtgezet om extra kamers te verkrijgen) en hoofdvorm (kleine wijzigingen, toevoegingen aan de achterzijde). Het object is, als een voorbeeld van een schoolgebouw in de stijl van het rationalisme met invloeden van de Art Nouveau, van belang voor het oeuvre van de Nijmeegse stadsarchitect J.J. Weve. Na de sloop van meerdere belangrijke schoolgebouwen van zijn hand, is dit object van groot belang voor diens oeuvre. – Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van de als stadsgezicht beschermde 19de eeuwse gordel van Nijmegen, waarin het schoolgebouw als markant hoekpand een beeldbepalende rol speelt.

– Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een sociaal-culturele ontwikkeling, in casu het op peil brengen van de openbare onderwijsvoorzieningen in Nijmegen èn de in deze tijd gangbare pedagogische opvatting dat het schoolgebouw een aansprekende omgeving moest vormen voor de leerlingen.”

https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/523038

Vervolg

Voormalige U.L.O. Prins Hendrikstraat 7 als PH 7, Augustus 2021 (Google Streetview)
Voormalige U.L.O. Prins Hendrikstraat 7 als PH 7, Augustus 2021 (Google Streetview)

In 1907 is de gymzaal verhoogd. Daarnaast hebben tussen 1917 en 1968 meerdere vergrotingen van het gebouw plaatsgevonden.

Tot en met 2005 is het gebouw in gebruik geweest als school:

  • 1906 – 1946: Uitgebreid Lager Onderwijs.
  • 1941 – 1944: Duitse School.
  • 1946 – 1975: Maarten Trompschool.
  • 1975 – 1981: in gebruik als MAVO.
  • 1981 – 2005: Sint Jorisschool

In 1946 werd de ‘Openbare school voor Gewoon Lager Onderwijs nr. 2’ gesticht. Deze school was bedoeld voor moeilijk lerende kinderen. Aan het eind van de jaren 50 besluit de gemeente af te stappen van nummering van scholen. Vanaf het schooljaar 1958-1959 is het Maarten Trompschool. Vanaf ongeveer 1970 zet een daling van het leerlingaantal in en daarop wordt de school op 1 augustus 1975 opgeheven.

In 2007 is het gebouw een bedrijfsverzamelgebouw geworden, welke in ieder geval in 2014 PH 7 heette en waarop op dat moment 10 organisaties gehuisvest waren, onder andere: de Circusschool, Theater Grote Broer, Colourfull City en Music Meeting.

Vanaf ongeveer september 2022 werd het plan voor de verbouwing van het gebouw opgesteld, zodat het kan dienen als noodopvang voor 130 Oekraïense vluchtingen, waarvoor 32 worden gebouwd.

Weve architect

Weve was een architect en ingenieur. Hij was stadsarchitect en directeur Gemeentewerken van Nijmegen. Hij ontwierp onder andere 17 scholen,…

Hogere Burgerschool architect Weve

De Hogere Burgerschool is in 1899 ontworpen door de stadsarchitect Weve. Het pand is gesloopt en vervangen door appartementen.

Altrade

Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…

(Overige) Bronnen

Meer uitgebreid lager onderwijs, wikipedia

Wet op het voortgezet onderwijs, wikipedia

Openbare School nr. 2 Prins Hendrikstaat 7, Wijkcomité Oost

Peter op den Brouw transformeert schoolgebouw Prins Hendrikstraat 7 te Nijmegen, ViS Detachering

https://www.gelderlander.nl/nijmegen/nieuwe-opvangplek-voor-150-oekraieners-aan-prins-hendrikstraat-in-nijmegen~a054de72/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

https://vandeklok.nl/projecten/opvanglocatie-prins-hendrikstraat-7

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Maarten_Trompschool_Nijmegen

Groesbeekseweg 1,3,5, links de Sloetstraat, 2010 (Henk van Gaal via DF918 RAN CC0)
#Nijmegen

Groesbeekseweg

Groesbeekseweg 1,3,5, links de Sloetstraat, 2010 (Henk van Gaal via DF918 RAN CC0)
Groesbeekseweg 1,3,5, links de Sloetstraat, 2010 (Henk van Gaal via DF918 RAN CC0)

Deze pagina verzamelt reeds verschenen over de Groesbeekseweg

Hoek St. Annastraat/Groesbeekseweg vanaf het Keizer Karelplein, 1885 (Gerard Korfmacher via F11947 RAN)
Hoek St. Annastraat/Groesbeekseweg vanaf het Keizer Karelplein, 1885 (Gerard Korfmacher via F11947 RAN)
Begin Groesbeekseweg vanaf St. Annastraat, oktober 2024 (Google Streetview)
Begin Groesbeekseweg vanaf St. Annastraat, oktober 2024 (Google Streetview)
De (voormalige) Kweekschool voor onderwijzeressen. Links de Guyotstraat, ontworpen en gebouwd door N. van Eck, foto gedateerd 1905 (F14159)

Kweekschool voor onderwijzeressen

In 1899 wordt de Kweekschool voor onderwijzeressen gebouwd. Architect en aannemer is Nicolaas van Eck. Rond 1936 is het gebouw in gebruik door de R.K. Kweekschool afdeling Onderwijzers. In 1958 wordt het gebouw tot 1983 een bibliotheek.

Lees verder
Mussenhaghe Groesbeekseweg 404 (juli 2024)

Villa Mussenhaghe

De villa Mussenhaghe aan de Groesbeekseweg is rond 1750 gebouwd als boerderij. Eind 19e eeuw is deze omgebouwd tot villa.

Lees verder
Marienboom, Groesbeekseweg (juli 2024)

Hotel-Pension Mariënboom: Geschiedenis, Architect en Gebruikers

Ditmar Jansen, eigenaar van het goed lopende hotel Mariënboom (tegenwoordig Oud-Mariënboom) laat in 1910-1911 een nieuw, groter pand bouwen als hotel-pension Mariënburg. De architect was Jan Baanders (Sr.), die later van invloed zou zijn op de Amsterdamse School. Nadat het jaren een hotel is geweest, was het onder andere in gebruik voor gerepatrieerde Indië-gangers en de…

Lees verder
De voorgevel van de Kook en Huishoudschool, architect Semmelink, 1899 (F58731 RAN)

Kook- en Huishoudschool architect Semmelink

1899 Kook- en Huishoudschool, Groesbeekseweg 15 Galgenveld In januari 1899 gaat de kook- en huishoudschool aan de Groesbeeksche straat open. Het ontwerp was van architect Semmelink. In 1893 hadden een aantal vooraanstaande Nijmeegse vrouwen het initiatief genomen tot de oprichting van een kookschool. Dit naar aanleiding van een lezing van freule Jeltje de Bosch Kemper.…

Lees verder
Groesbeekseweg 23 Hoek Guyotstraat, Architect Claase, augustus 2023 (Google Streetview)

Groesbeekseweg 23 architect Claase

IN 1897/1898 ontwerpt architect Claase 2 woonhuizen op de hoek Groesbeekseweg en Guyotstraat voor de heer Burgers.

Lees verder
Klooster en kweekschool voor meisjes, architect Joseph Seelen (Uit Katholieke Illustratie via RAN F9292)

Klooster annex normaalschool en lagere school

Op 1 mei 1923 vond de inwijding plaats van het klooster en kweekschool voor meisjes aan de Groesbeekseweg plaats. Dit klooster en deze school was van de orde Filles de la Sagesse (Dochters der Wijsheid). Het was een orde die oorspronkelijk afkomstig uit Frankrijk. Vanwege religieuze moeilijkheden aldaar was Nijmegen een van de plaatsen waar…

Lees verder

Hoek Groesbeekseweg en Sloetstraat

Groesbeekseweg 1,3,5, Sloetstraat 5, Nijhoffstraat 6, Rijksmonument

Groesbeekseweg 1,3,5, links de Sloetstraat, 2010 (Henk van Gaal via DF918 RAN CC0)
Groesbeekseweg 1,3,5, links de Sloetstraat, 2010 (Henk van Gaal via DF918 RAN CC0)

Deze panden zijn een Rijksmonument, “Alleen van Groesbeekseweg 1 is met zekerheid te melden, dat dit is gebouwd door architect Anthonie Wijers (ook Weijers) E. Jzn. in 1895.”

Waardering (met uitgebreide beschrijving):

“Aaneengesloten rij van vijf Herenhuizen met hekwerken, gebouwd rond 1895.

Van cultuurhistorisch belang als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. De panden zijn gebouwd als huisvesting voor de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen aan de grote uitvalswegen rond de oude stad; een uitleg die met het verwijderen van de vestingwerken aan het einde van de 19de eeuw mogelijk was geworden.

Van architectuurhistorisch belang als goed en redelijk gaaf voorbeeld van een laat 19de-eeuws woonblok in neo-renaissancestijl. De zorgvuldig vormgegeven voorgevels zijn van een evenwichtig ontwerp en bieden in de onderdelen een staalkaart van de neo-renaissance vormentaal.

Van stedenbouwkundig belang vanwege zijn ligging aan de Groesbeekseweg, een van de uitvalswegen van Nijmegen binnen het beschermd stadsgezicht.”

Groesbeekseweg 13

Groesbeekseweg 13  Bouw Woonhuis datum dossier 10-8-1897 (D12.377718)
Groesbeekseweg 13 Bouw Woonhuis datum dossier 10-8-1897 (D12.377718)
Groesbeekseweg 13 maart 2025 (Google Streetview)
Groesbeekseweg 13, maart 2025 (Google Streetview)
Op de hoek Pontanusstraat 2, met daarachter 14 t/m 24, waarbij nr 24 het eerste huis rechts van Pontanusstraat 2 is, foto gedateerd 1900 (F17246 RAN) Architect Maurits, 1895 Alltrade
Op de hoek Pontanusstraat 2, met daarachter 14 t/m 24, waarbij nr 24 het eerste huis rechts van Pontanusstraat 2 is, foto gedateerd 1900 (F17246 RAN)
Hoek Groesbeekseweg Pontanusstraat, maart 2025 (Google Streetview)
Hoek Groesbeekseweg Pontanusstraat, maart 2025 (Google Streetview)

Deze woningen zijn ontworpen door architect Wilhelmus Johannes Maurits en zijn een Rijksmonument.

Atjehstraat vanaf Sumatraplein (december 2024)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Atjehstraat en Delistraat, architect Rodenburg

Atjehstraat vanaf Sumatraplein (december 2024)
Atjehstraat vanaf Sumatraplein (december 2024)

Architect Rodenburg ontwierp in 1947/1948 de woningen aan de Atjehstraat en Delistraat in de wijk Galgenveld.

Bouwplan 104 woningen aan de Delistraat, Opdrachtgever is W.F.H. Meijer, Datum tekening 25-10-1947, gewijzigd 4-2-48 (D12.408160)
Bouwplan 104 woningen aan de Delistraat, Opdrachtgever is W.F.H. Meijer, Datum tekening 25-10-1947, gewijzigd 4-2-48 (D12.408160)

Opvallend: hier wordt 104 woningen genoemd, terwijl op andere tekening 82. (Blokken III, IV en V zijn 82 woningen -> I en ll betreft waarschijnlijk de overkant van de straat)

Een blokje nieuw gebouwde huizen aan de Archipelstraat tussen de Atjehstraat (links niet zichtbaar) en (op de achtergrond) rechts de Delistraat, Galgenveld, 19/7/1950 (Joh. Grijpink via F69276 CCBYSA)
Een blokje nieuw gebouwde huizen aan de Archipelstraat tussen de Atjehstraat (links niet zichtbaar) en (op de achtergrond) rechts de Delistraat, Galgenveld, 19/7/1950 (Joh. Grijpink via F69276 CCBYSA)

“Beide architecten konden toen nog niet bevroeden, dat korte tijd later, na de ravage van de laatste oorlogsjaren, de kwalitatieve ambities aanzienlijk zouden worden teruggeschroefd. In de eerste jaren van de wederopbouw stonden bouweconomie en woningnood noodgedwongen boven aan de agenda. Dat blijkt uit de complexen die architect R.D. Rodenburg realiseerde in 1948 aan de Delistraat en de Atjehstraat, in plaats van de door Meerman en Van der Pijll geschetste bebouwing. Rodenburg realiseerde een complex portiek-etagewoningen van twee lagen met kap. Dit voor die tijd nieuwe type werd architectonisch gearticuleerd door hoge en transparante entreepuien toe te passen, waardoor de portieken zich lijken te openen naar de openbare ruimte. De grote lengte van de bouwblokken trachtte Rodenburg op te delen door een zaagtandsge-wijze verspringing van de rooilijn, die tevens samenvalt met een hoogtesprong. Daarnaast zijn de verspringingen gearticuleerd door ter plaatse een bijzondere kopgevel toe te passen: een rechthoekig gevelvlak, voorzien van een topgevel in de vorm van een klein fronton” (Indische buurt Galgenveld – Nijmegen
Atlas beschermd stadsbeeld, Rein Geurtsen & partners, januari 2014)

Het gezicht op de nieuwe gebouwde huizen in het woonblok tussen Delistraat - Atjehstraat - Archipelstraat, Galgenveld, 1952 (GN3802 RAN)
Het gezicht op de nieuwe gebouwde huizen in het woonblok tussen Delistraat – Atjehstraat – Archipelstraat, Galgenveld, 1952 (GN3802 RAN)
Ingang Delistraat 64 en 66, september 2022 (Google Streetview)
Ingang Delistraat 64 en 66, september 2022 (Google Streetview)
Delistraat, vanaf kop Archipelstraat gezien, september 2022 (Google Streetview)
Delistraat, vanaf kop Archipelstraat gezien, september 2022 (Google Streetview)
Atjehstraat 47 t/m 53, september 2022 (Google Streetview)
Atjehstraat 47 t/m 53, september 2022 (Google Streetview)
Atjehstraat vanaf Archipelstraat, september 2022 (Google Streetview)
Atjehstraat vanaf Archipelstraat, september 2022 (Google Streetview)
Medanstraat 2 en 4, September 2022 (Google Streetview)
Medanstraat 2 en 4, September 2022 (Google Streetview)
Bouwplan 82 woningen aan de Delistraat, datum tekening 25-10-1947, gewijzigd 4-2-1948, D12.408163
Bouwplan 82 woningen aan de Delistraat, datum tekening 25-10-1947, gewijzigd 4-2-1948, D12.408163
Transformatorruimte t/b van wooncomplex Delistraat (D12.408161)
Transformatorruimte t/b van wooncomplex Delistraat (D12.408161)
Bouwplan 82 woningen aan de Delistraat, D12.408162
Bouwplan 82 woningen aan de Delistraat, D12.408162

Galgenveld

Deze pagina verzamelt de artikelen die reeds over Galgenveld zijn verschenen.

Hunnerstaete, Gerard Noodtstraat (Maart 2024
#Nijmegen, Centrum

Gerard Noodtstraat

Hunnerstaete, Gerard Noodtstraat (Maart 2024
Hunnerstaete, Gerard Noodtstraat (Maart 2024)

Deze pagina verzamelt reeds verschenen artikelen over de Gerard Noodtstraat

Synagoge Gerard Noodtstraat in april 2023

Synagoge, architect Oscar Leeuw

De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats aan de Gerard Noodtstraat, waarvan Oscar Leeuw de architect was. De nieuwe synagoge wordt in 1913 ingewijd. Na een restauratie in 1978-1979 werd de oude synagoge in de Nonnenstraat weer in gebruik genomen. Daarop zat…

Lees verder
Garage Jansen Ederveen : Pand ontworpen als garage in 1907 door Willem Hoffmann i.o.v. de Firma Tasche & Co. Automobielen en Motoren., 1972, (Evert F. van der Grinten via RAN F78567)

Tasche architect Hoffmann

In 1907 ontwerpt architect Hoffmann het bekende gebouw van garage Tasche aan de Gerard Noodtstraat. Deze garage was een uitbreiding van de garage die hij in 1906 had ontworpen en aan de van der Brugghenstraat staat.

Lees verder

Roghmans architectenbureau D. en P. Benning

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het pand van Roghmans op de Zeigelbaan verwoest. Op 15-11-1949 vindt aanbesteding plaats van “Het bouwen van een werkplaats met twee etage woningen op een terrein gelegen aan de Gerardt Noodtstraat te Nijmegen, benevens het bouwen van ’n Azijnmakerij op een terrein gelegen aan de Derde Walstraat te Nijmegen”. Het…

Lees verder
Ehren en een aantal andere bedrijven in de Gerard Noodtstraat, 25 mei 1984 (Ber van Haren via KN13387-18 RAN Auteursrechthouder Gemeente Nijmegen)

Herbouw Ehren

In 1952 heropent het loodgietersbedrijf Ehren op de Gerard Noodtstraat

Lees verder

Op Gerard Noodtstraat 3-9 zat in de jaren 60 het gebouw van de Bouw & Houtbond van het N.K.V. Rechts het Unitas gebouw. Ook wel het werklozencentrum genoemd (F28969 RAN, een foto uit 1960-1965)

Keizer Karelschool voor openbare U.L.O./MAVO van de Stedelijke Scholengemeenschap/Vrouwenschool

Gerard Noodtstraat 15-17-19, gesloopt

De Mavo School gezien in de richting van het Hertogplein, 1970-1975 (Jan Cloosterman via F28963 RAN CCBYSA)
De Mavo School gezien in de richting van het Hertogplein, 1970-1975 (Jan Cloosterman via F28963 RAN CCBYSA)

Op bovenstaande foto staat de voormalige Openbare school voor U.L.O. weergegeven, Gerard Noodtstraat 15-17-19. Het gebouw is oorspronkelijk gebouwd in 1916.

In de jaren ’60 de Keizer Karelschool voor openbare U.L.O. en in de jaren ’70 de MAVO van de Stedelijke Scholengemeenschap. (Bijschrift F28963 RAN).

In 1976 werd het leegstaande gebouw feitelijk al gekraakt door de stichting Blijf Van Mijn Lijf. Toen de stichting uiteindelijk een pand door de gemeente kreeg toegewezen, besloten een aantal vrouwen toch in de voormalige school te blijven.

Aanvankelijk werd de enorme ruimte gebruikt voor acties en vergaderingen. Daarna wordt het een woonwerkpand met woonruimtes en ruimtes voor verschillende activiteiten. Een van deze activiteiten is een opvangplek van Het Blijf Van Mijn Lijf Huis. Langzamerhand veranderde de naam in Vrouwenschool. (Bijschrift F93561 RAN, een foto uit 1983-1993). Bijschrift F28963 RAN noemt dat tussen 1981 en 1991 de Vrouwenschool hier gezeten heeft. (Bijschrift F28963 RAN).

In 1987 wordt de Stichting Vrouwenschool opgericht, met als doel het gebouw te behouden als woonwerkpand. Het gemeente heeft echter het plan het gebouw te slopen om appartementen op deze locatie te bouwen.

Wel vindt de gemeente het initiatief van de Vrouwenschool belangrijk en biedt aan mee te werken aan legalisering. Daarvoor wordt het Dominicanessenklooster aan de Dominicanenstraat aangemerkt, welke daarvoor verbouwd zal worden. De Vrouwenschool zet haar activiteiten tijdelijk voort in een oud klooster aan de Wolfkuilseweg. (Lees over de Vrouwenschool en het vervolg op de Dominicanenstraat hun eigen site en op https://regenboogroutes.nl/Vrouwenschool-Nijmegen.html, beide sites tevens bron)

In 1993 is het pand gesloopt om plaats te maken voor Hunnerstaete.

Hunnerstaete

Hunnerstaete, Gerard Noodtstraat (Maart 2024)

De Hunnerstaete architecten van Gameren en Mastenbroek

Van Gameren en Mastenbroek konden hun project Hunnerstaete in 1996 realiseren aan de Gerard Noodtstraat. Een van de meeste opvallende kenmerken is het parkeerdek, dat zich bovenop het gebouw bevindt.

Lees verder

Overige bron: bijschrift F38495 RAN, een foto uit 1985.

Garage Uphoff

Automobiel- en Garagebedrijf J.F.J. Uphoff, 1954 (GN4455 RAN)
Automobiel- en Garagebedrijf J.F.J. Uphoff, 1954 (GN4455 RAN)

Bij F28970 RAN, een foto uit 1960-1965 is het nog Uphoff, “later Automobielbedrijf Schellenberg”.

Zie ook het verhaal en herinneringen op Noviomagus.nl.

Ook op nummer 34 – 40 heeft een garage gezeten, die van A.H. van den Boogaard, een Peugeot dealer. Een foto uit 1960 is te zien op GN43739 RAN.

Boekbinderij Mathieu Geertsen

Gerard Noodtstraat 66, 68, 70, 72

De nieuwe zaak van de electrische Boekbinderij Mathieu Geertsen, Gerard Noodtstraat 66, 68, 70, 72, 1953 (GN4453 RAN)
De nieuwe zaak van de electrische Boekbinderij Mathieu Geertsen, Gerard Noodtstraat 66, 68, 70, 72, 1953 (GN4453 RAN)

Vergroening

Om de straat aantrekkelijker en groener te maken zijn in 2025 8 plantvakken aangelegd. (https://nijmegen.mijnwijkplan.nl/centrum/project/vergroenen-gerard-noodtstraat)

Gerard Noodtstraat

De straat is vernoemd naar Gerard Noodt, “een van de beroemdste mannen uit de geschiedenis van Nijmegen. Als internationaal bekend jurist bepleitte hij gewetensvrijheid voor iedereen. Voor die tijd een heel modern en radicaal standpunt.” Hij is een van de vensters in het canon van Nijmeegse geschiedenis. (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)

Synagoge Gerard Noodtstraat in april 2023, architect Oscar Leeuw
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Synagoge, architect Oscar Leeuw

1912-1913, Gerard Noodstraat Centrum, Rijksmonument

Synagoge Gerard Noodtstraat in april 2023, architect Oscar Leeuw
Synagoge Gerard Noodtstraat in april 2023

De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats aan de Gerard Noodtstraat, waarvan Oscar Leeuw de architect was. De nieuwe synagoge wordt in 1913 ingewijd. Na een restauratie in 1978-1979 werd de oude synagoge in de Nonnenstraat weer in gebruik genomen. Daarop zat vanaf 1980 jarenlang het Natuurmuseum in dit pand.

Architect

De architect van het gebouw is Oscar Leeuw:

In mei 1912 besteedt Oscar Leeuw het bouwen van “een synagoge, schoollokalen, bovenwoningen met andere annexen” aan. Hierbij is A.J. Smits met f33.733 de laagste inschrijver (De Gelderlander 19/5/1912).

Uiterlijk

De ingangstoren heeft de gelijkenis van een grote thorarol. In de gevel is veel symboliek verwerkt, bijvoorbeeld de twee tabletten met de 10 geboden. Een beschrijving wordt ook hieronder, “Bij de opening”, gegeven.

Daarbij is in en in de gevel is veel symboliek verwerkt. “Boven de ingang, waar nu ‘Natuurmuseum’ geschreven staat, stond ooit een Hebreeuwse tekst, verdeeld over twee regels. Het gaat om Psalm 19:15…: “Laten de woorden van mijn mond u behagen, de overpeinzingen van mijn hart u bekoren, Eeuwige”. De letters van de onderste regel bij elkaar opgeteld leveren 673, het joodse jaar 5673. Dat komt overeen met 1913 en is het jaar waarin de synagoge werd ingewijd.” (Wikipedia; in het krantenartikel vertaald als: “Moge U, o Eeuwige, welgevallig zijn de redenen van mijn mond en de overdenking van mijn hart”).

De gebedszaal is naar Jeruzalem gericht.

Stijl

Synagoge, vooraanzicht Gerard Noodstraat, foto gedateerd 1915-1920 (Joh. Gijpink via RAN F28981) Oscar Leeuw
Synagoge, vooraanzicht Gerard Noodstraat, foto gedateerd 1915-1920 (Joh. Gijpink via RAN F28981)

Biografisch Woordenboek Gelderland: “Dit evenwel zonder dat het aspect van vernieuwing geheel en al verdween. De synagoge aan de Gerard Noodtstraat (1912) is vooral van dat laatste een voorbeeld. Hoewel het indrukwekkende interieur met zijn galerijen en geschilderde muurdecoratie nu verdwenen is, krijgt men door de ornamentiek aan de voorgevel nog een indruk van het zoeken naar nieuwe siervormen, die niet gebaseerd zijn op historische voorbeelden noch op de inmiddels tot het verleden behorende Jugendstil.”

Wikipedia: “Naast art deco is ook eclecticisme te herkennen.”

Bij de opening

Bij de opening schrijft het PGNC:

De Nieuwe Synagoge.

Morgen is het voor onze Israëlitische stadgenooten een belangrijke dag. Dan toch zal de nieuwe Synagoge, gesticht aan de Gerard Noodstraat alhier, op plechtige wijze worden ingewijd door den Opperrabijn in het ressort Gelderland, den Z.Eerw. heer L. Wagenaar.

Reeds lang bestond te dezer sted behoefte aan een nieuwe Synagoge. Het oude gebouw, waarvan in Augustus 1906 het honderd vijftigjarig bestaan feestelijk werd herdacht, en dat dus thans 157 dienstjaren telt, gelegen in de steeds meer en meer in verval gerakende Nonnenstraat, was met de daaraan verbonden slecht ingerichte lokalen niet meer in overeenstemming met de eischen van het zeer opgewekte leven der Israëlitische gemeente alhier. En toen het aantal Israëlitische Nijmegenaren toenam, achtte men het oogenblik gekomen, om naar een nieuw gebouw uit te zien. Dat was geen gemakkelijke taak. Doch met algemeene medewerking van de leden der gemeente, onder wie er gelukkig velen waren, die met groote mildheid tot de oplossing der financieele zijde van het vraagstuk wilden medewerken, kon aan dezen lievelingscwens worden voldaan. En zoo ontstond dan ter genoemde plaatse het in- en uitwendig sierlijke en aardige kerkgebouw, met daaraan verbonden leer- en vergaderlokalen, badinrichting, woningen voor den leeraar en den koster, waarheen morgen- nadat op plechtige wijze afscheid zal zijn genomen van de oude Synagoge- de Wetrollen zullen worden overgebracht, om daar opnieuw, naar wij hopen, tot in lengte van dagen het middelpunt te zijn van het Israëlitisch godsdienstige leven te Nijmegen.

Het kerkbestuur en zij, die dit in zijn taak bijstonden, hadden de gelukkige gedachte zich voor den bouw te wenden tot onzen stadgenoot, den heer Oscar Leeuw, die met zijn veelzijdige kennis een fraai kerkgebouw wist te scheppen. De bekwame architect heeft zich bij zijne modern opgevatte architectuur laten inspireren door de oude kunst van Judea, waarvan weliswaar weinige overblijfselen bestaan, doch waaromtrent toch uit oude beschrijvingen licht te verkrijgen was. De buiten-architectuur van het hoofdgebouw der Joodsche cultuur, den Tempel van Jeruzalem, was zeer eenvoudig, terwijl het intérieur rijk versierd en van de edelste materialen uitgevoerd was. Die versieringen waren uitsluitend ontleend aan het plantenrijk en aan geometrische vormen, daar menschelijke afbeeldingen ten strengste verboden waren. En dit systeem heeft de heer Leeuw ook bij den bouw van de nieuwe Nijmeegsche Synagoge doorgevoerd.

De gevel is van streng sobere vormen, opgetrokken in het materiaal van het land- den baksteen- met een matige ornamentatie. Evenals aan deze Tempel van Salomon bestaat deze uit den palmboom van Judea; de granaat-appel, die door zijn groot aantal zaadjes de krachtige vermenigvuldiging van het leven symboliseert, en het schild van David, de zeshoekige ster. Boven den ingang zijn in den tympaan in het Hebreeuwsch gegrift de woorden van Psalm 19 vers 15, welke vertaald luiden: “Moge U, o Eeuwige, welgevallig zijn de redenen van mijn mond en de overdenking van mijn hart”. Twee zware hardsteenen voetstukken zijn aan weerszijden van den ingang aangebracht, om daarop zoo mogelijk later te plaatsen de reconstructied der bekende bronzen kolommen “Jakoun” en “Bo’az”, welke eenmal den toegang tot den tempel van Salomon sierden.

Door de dubbele toegangsdeuren betreedt men de vestibule, die 4.50 bij 4.50 Meter oppervlakte heeft met een terrazzovloer, waarin het schild van David is aangebracht en die met een kruisgewelf is overdekt. Daarin bevindt zich links de toegang tot de mannen-garderobe, rechts die tot de vrouwengaanderij en in het front de toegang tot de kerk.

Interieur synagoge Gerard Noodstraat, architect Oscar Leeuw 1913
Interieur synagoge Gerard Noodstraat, architect Oscar Leeuw 1913

De kerk zelf, groot 11 bij 17 M. en hoog 12 M., heeft op den beganen grond 150 zitplaatsen voor de mannen en op de gaanderijen 110 zitplaatsen voor de vrouwen; zij is volgens de voorschriften naar Jeruzalem gericht en niet naar het Oosten, zooals de algemeene is. Het intérieur met zijn hoofdlijnen in gevoegden baksteen, terwijl de wanden en het tongewelf gepleisterd zijn, is er geheel op berekend om later beschilderd te worden. De hoofdonderdelen der kerk, de Byma en de H. Arke, zijn geheel voltooid, zooals dat de bezoeker zich reeds nu een denkbeeld kan vormen, welk aspect het inwendige van de kerk zal krijgen, indien alles is afgewerkt, wat nu nog niet het geval is.

De H. Arke is tegenover den ingang der kerk is zeer rijk geornamenteerd met dezelfde symbolen als hierboven genoemd; marmeren trappen geven toegang tot het verhoogde gedeelte. Achter den donkerblauwen, rijk met goud borduursel georneerden voorhang bvinden zich de deuren, waarachter de Wetsrollen geborgen zijn. Op de latei der deuren komt voor in ’t Hebreeuwsch de spreuk: “Weet voor wie gij staat”. In de tympaanvulling daarboven bevinden zich de Tafelen der Wet, omring door een gouden stralen krans een een spiraalvormig relief-ornament van gestyleerde palmbladeren. In de randboog der H. Arke is de “Eeuwige Lamp” geplaatst, welke ter nagedachtenis der overledenen brandt.

De groote ramen in de voor- en achtergevels zijn vervaardigd van glas in lood met psalmmotieven.

Bij avond zal de Kerk schitterend verlicht worden door twee groote kronen, die uit het tongewelf afhangen. Acht cirkel-vormige kronen, geplaatst op de palen der gaanderij, ieder met zeven lichtpunten (het gewijde getal) en vele wandarmen, zijn regelmatig over de ruime zaal verdeeld.

De H. Arke, de geborduurde voorhang en de koperen lampen zijn geschenken van leden der Israëlitische Gemeente alhier.

Al moet op den duur de afwerking nog volgen, toch maakt het kerkgebouw reeds nu een verheven indruk. Waarlijk, wij zeiden niet te veel toen wij hierboven den bouwmeester prezen. Zoowel het gheel als de onderdeelen getuigen van zijn uitgebreide kennis, zijn onvermoeid streven en zijn gekuischten smaak. Ook met dit werk, waarmen men zeggen kan dat dit ging boven de eischen die in den regel aan een architect gesteld worden, heeft de heer Oscar Leeuw zijn goeden naam hoog gehouden.

De naast de Synagoge gelegen bijgebouwen maken uiterlijk een zeer rustig effect. Zij verstoren den machitgen indruk van den fraaien kerkgevel niet en hun inwendige indeeling is practisch gedacht en goed uitgevoerd.

De Israëlitische Gemeente mag met haar nieuwe kerkgebouw geluk gewenscht worden. Als morgen de inwijding plaats heeft in tegenwoordigheid van kerkelijke en burgelijke autoriteiten, zal zij daarover zeker de meest vleiende beoordeelingen vernemen.

De gebouwen werden einde Mei 1912 aangenomen door den heer A.J. Smits Jr. alhier, voor de som van f33.733. Deze aannemer legt eer in met zijn werk; het is goed en ook met bekwamen spoed uitgevoerd, hoewel er nooit op den Zaterdag, den Sabbath der Israëlieten, de gewerkt werd.

De Byma met Bestuursbank en podium werden geleverd door den heer Maurits Drukker, firma Drukker en Cohen, en uitgevoerd neer een ontwerp van diens bekwamen medewerker, den heer J.R.L. Samson; het decoratiewerk der H. Arke is verricht door den heer J.H. Kaak; de koperen lampen der gaanderij en de wandarmen zijn geleverd door de firma L.A. Moll alhier. De koperen hangkronen zijn van de firma Wiener en Co. te Amsterdam. De geborduurde voorhang is van den heer J. Goudsmit te ’s Gravenhage, terwijl de verdere schilderwerken door den heer Arts, de installatie van het electrisch licht door de firma Tasche en Co., het zandsteenwerk door de firma Spamer en Smits, de warmwaterverzorging voor de baden door de firma Weijers en Co., allen alhier, werden geleverd. Het glas in lood is van de fabriek Kronenbitter, te Berg-en-Dal, afkomstig.” (PGNC 11/4/1913)

Tweede Wereldoorlog

In de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Duitsers het gebouw als opslagruimte, onder andere voor geconfisqueerde radiotoestellen. De wandschilderingen zijn vernield en de Davidsster werd uit de gebrandschilderde ramen geslagen.

Verkoop Synagoge

Na de oorlog was het gebouw te groot voor de Joodse gemeenschap, welke door de vervolging gedecimeerd was. Daarop betrok de gemeenschap de naastgelegen school als synagoge. Het pand van de Nieuwe Synagoge werd verkocht aan de gemeente Nijmegen. De gemeenschap zal in 2000 de oude Synagoge aan de Nonnenstraat weer gaan betrekken.

Het gebouw van de Nieuwe Synagoge diende het tijdelijk als opslagruimte en daarna als gebedshuis voor het Apostolisch Genootschap.

Natuurmuseum Nijmegen

Vanaf 1978 zat er jarenlang het Natuurmuseum Nijmegen. In juni 2014 fuseerde het Natuurmuseum met museum De Stratemakerstoren tot Stichting De Bastei. Daarop sloot het museum in oktober 2017, waarbij het in januari 2018 verder ging in de Statemakerstoren. Vervolgens ging museum De Bastei in 20218 open.

Vanaf maart 2023 zit er een sportschool in het gebouw.

Rijksmonument

Het gebouw is een Rijksmonument.

(Overige) Bronnen

https://www.noviomagus.nl/Monumenten/OMD2003/21.htm

https://www.noviomagus.nl/Monument

https://nl.wikipedia.org/wiki/Nieuwe_Synagoge_(Nijmegen)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Synagoge_(Nijmegen)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Natuurmuseum_Nijmegen

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam…

Gerard Noodtstraat huidig Google Streetview
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Roghmans architectenbureau D. en P. Benning

1951, Gerard Noodtstraat 52-54 en Derde Walstraat 91-93

Gerard Noodtstraat 48-56, het linker pand is Roghmans, 1951 (Commissariaat van Politie Nijmegen, Afd. Fotografie via F28974 CC0)
Gerard Noodtstraat 48-56, het linker pand is Roghmans, 1951 (Commissariaat van Politie Nijmegen, Afd. Fotografie via F28974 CC0)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het pand van Roghmans op de Zeigelbaan verwoest. Op 15-11-1949 vindt aanbesteding plaats van “Het bouwen van een werkplaats met twee etage woningen op een terrein gelegen aan de Gerardt Noodtstraat te Nijmegen, benevens het bouwen van ’n Azijnmakerij op een terrein gelegen aan de Derde Walstraat te Nijmegen”. Het ontwerp is van Architectenbureau D. en P. Benning, Graafseweg No. 60. (De Gelderlander 5/11/1949).

Openbare aanbesteding Roghmans Architectenbureau Benning
De Gelderlander 5/11/1949

Het is mij (RE) overigens niet bekend of Roghmans eind jaren 40 in bedrijf was op dat ze wachtten op nieuwbouw.

Voor de herbouw is Roghmans een van de 13 bedrijven die in 1949 van de gemeente een financiele tegemoetkoming heeft gekregen. De totale pot bedroeg 1,5 miljoen gulden, bedoeld voor de wederopbouw van het centrum. (De Gelderlander 12/1/1950). In augustus bespreekt de Gemeenteraad van de toewijzing van gronden,onder andere aan Roghmans. Ik heb de bespreking nog niet gevonden en weet dus niet over welke toewijzing dit gaat (een definitieve? Een uitbreiding?); in ieder geval vond aanbesteding plaats in 1949  (De Gelderlander 26/8/1950)

In De Gelderlander 20/1/1951 blijkt dat Roghmans aan het bouwen is.

Conservenfabriek Roghmans derde walstraat
De Gelderlander 5/8/1953

De door mij eerst gevonden advertentie. De Conservenfabriek staat in 3e Walstraat 91-93.

Gerard Noodtstraat huidig Google Streetview
Gerard Noodtstraat 52, 54 en 56 (Bron Google Streetview)

Hoewel de bouwtekening (dossier 18-01-1950) nog niet is gevonden/bekeken zal het gehele pand waarschijnlijk bestaan uit de huidige nummers 52, 54 en 56. (De begane grond met blauwe verf is nummer 52 (of 54?), met witte verf 56. Dat blijkt niet alleen uit de bouw, maar ook uit de verbouwing in 1955: verbouwing pand Rogmans t.b.v. garage Egbers a.d. Gerard Noodtstraat te Nijmegen. Wijziging voorgevelpui in de bestaande betonconstructie (D12.421963).

Adresboeken

In het adresboek 1951 komt M.A.J.M. Roghmans voor op nummer 52. De nummers 54 en 56 zijn ‘in aanbouw’.

In 1955 staat Roghmans op nummer 52.  Nummer 54 is ‘onbewoond’, 56 is ‘kantoor’.

Ook in 1959 staat Roghmans op nummer 52. Nummer 54 is dan M.G. v. Dijck, wed. Th. Peters en 56 verkoopkantoor en magazijn. Nummer 58 is “garage en magazijn”

Echter, in Algemeen adresboek voor de stad Nijmegen en omliggende dorpen 1959  staat A.M.C. Roghmans, “fabr. conserven” op nummer 52. M.A.J.M. fabr. tafelzuren staat eveneens op nummer 52.

In 1963 staan bij de weergave op straat J.M.A. en  A.M.C. Roghmans op adres Antiloopstraat (respectievelijk nr 91 en 93). Daarbij staat in de weergave op naam zij beiden als bedrijfsleider. M.A.J.M. fabrikant staat op Gerard Noodtstraat 52. Idem voor 1966. Onder “Tafelzuren” staat het adres Weurtseweg 238

Weurtseweg 238

Roghmans Weurtseweg 238
De Gelderlander 12/7/1955

Toen het bedrijf moest worden uitgebreid, werd het pand verkocht aan garagebedrijf Egbers. Op een later tijdstip komt hier Osnabrugge met huishoudelijke apparatuur in.

Op 15-12-1954 bespreekt de Gemeenteraad het voorstel tot verkoop aan grond aan de Weurtseweg (Roghmans). (De Gelderlander 11/12/1954).

Het bedrijf komt in een van de nieuwe bedrijfshallen die aan deze straat worden gebouwd, Weurtseweg 238. De eerste door mij gevonden (personeels) advertentie is in juli 1955. In 1954 kwamen de broers Roghmans bij hun vader in het bedrijf; vanaf 1972 vormde zij de directie.

In 1987 zou het bedrijf sluiten. Een mooi artikel (tevens bron) staat in de Wester van februari 2021.

Vanuit onder de Kerkboog in de richting van het pand van Vroom & Dreesmann. Dit pand ligt aan de Grote Markt. Vroom en Dreesmann is er al een tijd niet meer. Op 31 december 2015 werd het bedrijf failliet verklaard, 1954-1955 (Foto Grijpink via F14236 RAN CCBYSA)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Grote Markt

Vroom en Dreesmann architectenbureau D. en P. Benning

Vanuit onder de Kerkboog in de richting van het pand van Vroom & Dreesmann. Dit pand ligt aan de Grote Markt. Vroom en Dreesmann is er al een tijd niet meer. Op 31 december 2015 werd het bedrijf failliet verklaard, 1954-1955 (Foto Grijpink via F14236 RAN CCBYSA)
Vanuit onder de Kerkboog in de richting van het pand van Vroom & Dreesmann.
Dit pand ligt aan de Grote Markt. Vroom en Dreesmann is er al een tijd niet meer. Op 31 december 2015 werd het bedrijf failliet verklaard, 1954-1955 (Foto Grijpink via F14236 RAN CCBYSA)

Tijdens het bombardement van februari 1944 werd ook de Vroom en Dreesmann op de Grote Markt verwoest. Op 15 januari 1953 werd begonnen met het graven van de bouwput voor de nieuwbouw, waarbij de winkel op 23 maart 1953 officieel werd geopend. Het ontwerp was afkomstig van architectenbureau D. en P. Benning, met J.H. Fokker als projectarchitect.

Het was, net als de naastgelegen HEMA, een modern gebouw: “De nieuwe V&D moest het grootste en meest beeldbepalende gebouw van de herbouwde binnenstad worden.” (Wederopbouwstad)

Daarbij is er een verschil tussen de gevels aan de Broerstraat en de Grote markt: om aan te sluiten bij de andere bebouwing in de Broerstraat maakte Fokker gebruik van kleine vlakken. De gevel van de Grote Markt heeft echter een monumentaal karakter.

De constructie van het gebouw is gemaakt op basis van een betonskelet volgens een zogenaamde “mushroom-systeem”. Daarbij hebben de muren en gevels geen constructieve functie, maar dienen alleen voor de afscheiding van ruimtes. De dakvloeren bestaan uit bimbetonplaten, opgelegd op betonbalken. (Bouw; centraal weekblad voor het bouwwezen, jrg 11, 1956, no. 28, 14-07-1956, 14-07-1956).

Aanvankelijk lag de hoofdingang op de hoek van de Broerstraat en de Burchtstraat, met aan elke straat daarnaast nog een andere ingang.

IntoNijmegen: “Op de foto uit 1955 is goed te zien waar de hoofdingang oorspronkelijk lag, namelijk op de hoek van de Broerstraat met de Burchtstraat. De bouw was toen bijna klaar om grote aantallen klanten te ontvangen in een tijd van opbloeiende economie en naoorlogs optimisme”.

“Vóór alles werd zorg gedragen dat er ruimte is, zodat de bezoeksters en bezoekers van V. en D. rustig kunnen winkelen en een gemakkelijk overzicht krijgen van het grote geheel.” (krantenartikel bij de opening, zie hieronder)

Bij de opening

Wanneer de Vroom en Dreesmann in maart 1955 open gaat, wijdt de Gelderlander een uitgebreid artikel aan dit gebouw. Daarbij plaatst de krant 2 foto’s (hier niet opgenomen):

  • De roltrap: “Een van de belangrijkste en interessantste elementen in het nieuwe V. En D.-gebouw is de roltrap, welke de cliënten snel naar de verschillende afdelingen brengt.
  • Van de lunchroom: “De rustige, prettige sfeer welke het nieuwe gebouw van V. en D. te Nijmegen kenmerkt, vindt haar bekroning in de lunchroom, welke uitzicht geeft op de Markt.”

In het hartje van Nijmegen verrees monumentaal modern pand van V & D

Welverzorgd geheel, waarin smaak met zakelijkheid wedijveren

Het nieuwe gebouw van Vroom en Dreesmann, een kolos op de Markt, die evenwel niets van een ruige reus, maar alles van een monumentaal, welverzorgd wereldje op zichzelf weg heeft, is voltooid. Donderdagmorgen zullen de poorten voor het publiek opengaan en zal stad en land van binnen willen zien wat met verwonderde ogen aan de buitenkant is gegist. De verwachtingen zullen niet worden teleurgesteld: tot deze conlusie zijn we gekomen, nadat we gistermiddag enkele uren in het nieuwe V. en D. gebouw hebben rondgewandeld. Ja werkelijk, enkele uren. Zoveel is er te zien en in zich op te nemen. Men kan een museum bezoeken en daarna nog eens rustig over alles denken; de indrukken werken na en telkens opnieuw haalt men zich weer iets van het geziene voor de geest. Zo is het ook na een bezoek aan die nieuwe, aesthetisch zo voortreffelijk verzorgde en vernuftige opgebouwde wereld van V. en D. op de Markt te Nijmegen. De stad zal er vol van zijn, het land zal er van spreken, bouwers van warenhuizen in West-Europa zullen er als een staal van moderne zakelijkheid waarbij een combinatie werd gevonden met de menselijke smaak en met de traditie, naar komen kijken. Nijmegen en de wederopbouw van de binnenstad zijn er goed mee, met deze nieuwe V. en D., die als een magneet het wijde achterland zal aantrekken en waarvan het hele zakenleven te Nijmegen de vruchten gaat plukken.

De directeur Drs. R.J.P. Vroom mag met grote trots op zijn met veel beleid gevoerde en met groot doorzettingsvermogen voltooide activiteit tot deze geweldige bouw van het V. en D. gebouw op de Markt terugzien. We zouden niet weten of deze V. en D. de grootste van het land is met zijn 60.000 kubieke meter inhoud; wel zijn wij er van overtuigd dat op de Nijmeegse Markt een van de modernste warenhuizen van West-Europa is gekomen- een gebouw dat als merkwaardigheid heeft dat alle diensten daarin verenigd zijn op een wijze die aan overzichtelijkheid niets te wensen overlaat.

Niet minder dan vijfhonderd personeelsleden zullen bij de opening in het gebouw van V. en D. dat het hartje van de stad werkelijk weer tot een hartje maakt, werkzaam zijn. In de tijd van een enkele week heeft de overhuizing vanuit het pand op het Keizer Karelplein dat in de loop van deze zomer zal worden afgebroken, naar de Markt plaats gehad. Dag en nacht is er gewerkt om de zaak in te richten, om de goederen te sorteren die elke morgen opnieuw magazijn-vol binnenstroomden, of om de etalages in te richten in de smaakvolle én tevens efficiënte opstelling, welke al voor de opening duizenden en duizenden kjkers aantrekt.

Inrichting

Architect P. Benning uit Nijmegen, die zich mag verheugen over de geslaagde uitvoering van zijn plannen begon in samenwerking met de N.V. Dura’s Aannemingsmaatschappij te Rotterdam op 15 Januari met de spectaculaire werkzaamheden tot de bouw. Op die dag werd de bouwput gegraven van het thans voltooide gebouw, waarvan de grondoppervlakte bestaat uit 2739.75 vierkante meter. Voor de verkoopruimte bestaat het vloeroppervlak 6269 vierkante meter; voor de dienstruimte uit 2606 vierkante meter, voor de magazijnen uit 1930 vierkante meter. Aan de Markt is het pand 60 m. lang, aan de Broerstraat 40 m.

Architect Benning construeerde het gebouw zo, dat de verkoopruimten konden worden ondergebracht op de begane grond, op de eerste verdieping en in een gedeelte van de onder-étage.

In het achterste gedeelte van de onder-etage zijn twee verdiepingen geprojecteerd die beide dienstruimten bevatten.

Daar het expeditieterrein achter het gebouw ongeveer 3.30 m. lager ligt dan de begane grond, was het mogelijk in de bovenste verdieping van de onder-etage de expeditie en ontvangst goederen onder te brengen, met de diverse neven-ruimten. In de onderste kelderruimten zijn ondergebracht enige magazijnen en de centrale verwarmingsruimten. Deze magazijnen zijn naast trappen door middel van goederenliften verbonden met de expedities en ontvangstgoederen. Op het niveau van de verkoopruimte in de onder-etage zijn langs de Grote Markt de etaleursruimten met decoratie-afdeling geprojecteerd, langs de zijde Broerstraat een magazijn. De indeling van de tweede verdieping is bepaald door een groot magazijn, waaromheen diverse dienstruimten zijn gegroepeerd. Aan de zijde Grote Markt en Broerstraat zijn de diverse kantoorruimten geplaatst, waarachter, gescheiden door een gang, het keukencomplex. Aan de achterzijde van het gebouw zijn de diverse atelierruimten gelegen. Hiernaast bevindt zich het casino, aansluitend op een ruim dakterras, waarvan het door een glaswand is gescheiden. Het casino is op het zuiden geprojecteerd. In het gebouw bevinden zich drie diensttrappenhuizen, waarvan twee doorgaan tot het dak. De verkoopruimten zijn onderling verbonden door een centrale trap terwijl zowel bij de ingang Broerstraat als bij de hoekingang een trap van de verkoopruimte begane grond naar de onder-etage voert. In het achtergedeelte van de begane grond geeft nog een secundaire trap verbinding met de eerste verdieping.

Op de eerste verdieping is de lunchroom gelegen met uitzicht op de Grote Markt. Het hier achter liggende buffet met spoelkeuken geeft door middel van drie spijsliften contact met het keukencomplex op de tweede verdieping. Eén spijzenlift is permanent verwarmd.

De gevels

Vroom & Dreesman op hoek Grote Markt, Broerstraat, 1960 (Fotopersbureau Gelderland via F15279 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
Vroom & Dreesman op hoek Grote Markt, Broerstraat, 1960 (Fotopersbureau Gelderland via F15279 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)

De gevels van Grote Markt en Broerstraat zijn opgetrokken van natuursteen.

Daar Grote Markt en Broerstraat onderling sterk van karakter verschillen, is ook de vormgeving van de beide gevels constrasterend. Aan de zijde van Grote Markt werd gestreefd naar een enigszins monumentaal karakter, terwijl in de gevel langs de Broerstraat gepoogd werd de schaal en maat van de aansluitende bebouwing zoveel mogelijk aan te passen. Door het toepassen van natuursteen van de zelfde soort en kleur aan beide gevels, werd getracht toch een relatie tussen beide te verkrijgen. Hiertoe werken ook mee de doorgaande etalages met gelijksoortige ingangen aan Broerstraat en Grote Markt. Deze zijn uitgevoerd in ge-anodiseerd aluminium in twee kleuren, terwijl de kleurencombinatie van de hoekingang het negatief vertoont van die der beide andere ingangen. Door het oplopen van zowel Broerstraat als Grote Markt ligt de hoekingang ongeveer 1.30 m. hoger dan de beide andere ingangen. Dit hoogte-verschil werd opgevangen door de ingangsportalen en door de aansluitende gedeelten van de begane grond vloer hellend te leggen. De achtergevel laat de indeling van het gebouw zien. De expeditie-ruimten en ontvangst goederen zijn voorzien van een open wand om zoveel mogelijk licht binnen te krijgen. Daar boven is de opbouw van twee lagen verkoopruimten, voorzien van ruime ventilatie-mogelijkheden; de bovenste verdieping, bevattende dienstruimten is duidelijk van de andere lagen gescheiden door afwijkende gevelbehandeling.

Het interieur

“Atmosfeer”, dat is het kenmerk van de verschillende verkoopafdelingen, waarbij de heer J.J. Michels en zijn organisatie die dit uiterst belangrijke onderdeel van de bouw verzorgden en vooral op bedacht waren om de klant te gerieven en prettig te stemmen. Vóór alles werd zorg gedragen dat er ruimte is, zodat de bezoeksters en bezoekers van V. en D. rustig kunnen winkelen en een gemakkelijk overzicht krijgen van het grote geheel.

Weten ze de weg niet, dan kunnen ze zich wenden tot een geheel aparte en unieke stand voor inlichtingen. Hier worden ze op prettige wijze te woord gestaan. De inlichtingen beperken zich evenwel niet alleen tot V. en D., maar gaan veel verder en hebben ook betrekking op alles wat er in de stad aan accommodatie en vermaak te doen is.

Ze strekken zich zelfs uit over bus- en treinverbindingen en het is niet onwaarschijnlijk dat men hier in de toekomst ook zijn toegangskaartjes voor de verschillende vermakelijkheden kan krijgen.

De heer Michels heeft de plattegrondindeling van de parterre en van de eerste etage zo gemaakt dat het publiek zich gemakkelijk verspreidt over het gehele oppervlak en langs vele wegen het imponerende trappenhuis en de roltrap kan bereiken, zonder verkeersopstoppingen.

De klant kan vlug een overzicht krijgen van de artikelen en snel bediend worden; daarvoor werd het systeem van de vereenvoudigde verkoop en van de pré-selectie toegepast, waarbij verrassende nieuwe vondsten in practijk werden gebracht. Daarbij wordt getracht zoveel mogelijk goederen in gebruik te tonen. Elke afdeling kreeg een eigen karakter, dat het best past met de aard van de goederen die daar worden verkocht.

De ontwerpers zijn er uitstekend in geslaagd om een harmonie tot stand te brengen tussen de verschillende afdelingen en het geheel van het warenhuis; dit werd bereikt dank zij een samenspel van inrichting, kleur, verlichting, het materiaal en de opstelling van het meubilair.

Lunchroom

Een heel bijzonder element, een element van rust en ontspanning, neemt in deze wereld van vooruitgang en traditie de lunchroom in, waar meer dan driehonderd mensen een plaats kunnen vinden aan ruime, gedistingeerde zitjes van waaraf men een goed uitzicht heeft op de Grote Markt, welke nu weer als bij toverslag ten leven is gewekt. Opvallend is in deze royale ruimte de verlichting, waarvan de schalen bestaan uit Venetiaans glas dat een voorname toon heeft.

Een glazen wand scheidt de verkoopafdeling van de lunchroom. Dit siervenster is een geschenk van het gezamenlijk personeel van Nijmegen, Venlo en Tiel aan de directie van V. en D. te Nijmegen. Lambert Simon ontwierp dit geschenk, dat werd uitgevoerd door bij F. van Tetterode te Amsterdam. De drie personeelsgroepen worden voorgesteld door de wapens van Nijmegen, Venlo en Tiel. Symbolisch voor de leidende positie van het bedrijf te Nijmegen, domineert de dubbelkoppige Nijmeegse adelaar in het geheel. Het siervenster werd bewerkt in een combinatie van zandstraal- frais- en polijstechnieken. Lambert Simon ontwierp eveneens een raam aan de andere zijde van de lunchroom, het raam met de jager. Dit is eveneens een geschenk van het personeel.

Van de hand van genoemde kunstenaar zijn ook de bijzonder geslaagde afbeeldingen aan de buitenzijden van de roltrap, versieringen met uitgeschulpt glas. Op de ene afbeelding wordt de geschiedenis verhaald van Prins Willem, die in de omgeving van Nijmegen van zijn gezelschap verwijderd raakte en weer op het goede spoor kwam door het klokgelui van de Sint Steven. De andere afbeelding verhaalt Karel ende Elegast. Het is een daad welke getuigt van culturele zin om deze op zo hoog peil staande afbeeldingen te laten aanbrengen.

Warmte

We zouden tal van nieuwe vindingen kunnen memoreren, welke in het gebouw van V. en D. in toepassing zijn gebracht; vindingen van verkooptechnische aard, maar ook vindingen in de bouw en de inrichting. Het zou ons te ver voeren. We willen evenwel niet verzuimen te wijzen op de verwarming, welke zich niet alleen uitstrekt over het hele complex, maar zelfs de grenzen daarvan te buiten gaat. Ze zoekt de cliënt op, al in het portiek. Wie naar binnen gaat voelt zich aangenaam verrast door de warmte-golf die naar buiten stroomt. Bovendien heeft dit als belangrijk voordeel dat de grote deuren, die de cliënten uitnodigen naar binnen te kome, bijna het hele jaar door, zelfs in het koude seizoen, open kunnen blijven.” (De Gelderlander 22/3/1955)

De voormalige V en D, Broerstraat
De voormalige V en D, Broerstraat

Verdeelde mening

Vooral de gevel aan de Grote Markt, samen met die van de HEMA, verdeelt de meningen, vooral over de vraag of deze gevels bij het historische karakter van de Grote Markt.

Een mooi artikel uit 2023 is hierover te lezen in de Gelderlander op: Zijn warenhuizen aan de Grote Markt niet om aan te zien? ‘Over twintig jaar denken we er anders over

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.intonijmegen.com/ontdek-nijmegen/wijken-in-nijmegen/binnenstad/bijzondere-gebouwen

Grote Markt

Deze pagina verzamelt artikelen die reeds over de Grote Markt zijn verschenen. Eerst echter een korte geschiedenis. Beide zullen van…