Bakkerij Niersstraat 2, augustus 2023 (Google Streetview)
In 1930 opent de bakkerij van J.H. Francissen op Niersstraat 2, op de hoek van de Biezendwarsstraat en Voorstadslaan. Het pand is een ontwerp van architect W. Th. Reynen. Vanaf dat moment is het altijd een bakkerij gebleven.
Eind 1929 ontwerpt W. Th. Reynen (Jr.) “een woonhuis, winkelhuis met bakkerij en bovenhuis”. De bakkerij is voor J.H. Francissen, die op 6 juni 1930 zijn hinderwetvergunning krijgt voor “het oprichten van een door elektriciteit gedreven brood- en banketbakkerij”. (PGNC 11/6/1930).
Ontwerp voor het bouwen v/e woonhuis, winkelhuis met bakkerij en bovenhuis op een terrein hoek Niersstraat en Beizendwarsstraat, tekening december 1929,(D12.395994 detail).
In april 1930 tekent Reynen het ontwerp voor 85 woningen in de Niersstraat.
advertentie Francissen bij opening (De Gelderlander 4/7/1930)
De Gelderlander schrijft over de opening van deze nieuwe bakkerij:
“Nieuwe zaak.
Heden opent de heer J.H. Francissen aan de Niersstraat 2, een nieuwe brood-, koek- en banketbakkerij. In dit nieuwe stadsgedeelte van de Voorstadslaan, dat zich in den laatsten tijd geweldig uitbreidt is de vestiging van een dergelijke zaak zeker op z’n plaats tot gerief van de vele omwonenden in deze volkrijke buurt.
Aan de zaak is verbonden een chocelaterie-afdeeling, waar de meest bekende soorten in voorraad worden gehouden.
De bakkerij is modern en hygiënisch ingericht door de aanwezigheid van de nieuwste machines, o.a. een heetwateroven volgens het nieuwste systeem firma Werner en Pfleiderer.
De schilder, de heer Veltman, verzorgde het uit- en inwendige schilderwerk, terwijl de heeren Bach en Friebel zorgden resp. voor de electrische installatie en het sanitair.” (De Gelderlander 5/7/1930)
Vervolg: Niersstraat 2 altijd bakkerij geweest
Het RAN heeft nog een mooie foto gedateerd op 1960. Op deze foto is het linkerpand op de foto Niersstraat 2.
In de onderstaande tabel staan de gevonden gebruikers van Niersstraat 2 weergegeven: vanaf de bouw is het altijd een bakkerij gebleven.
Naam
Beroep
Adresboek
Opmerkingen
J.H. Francissen
1932
F.J. Willems
Bakker
1934
L.H.A. de Bruijn
Banketbakker
1936
J.G.M. Brouwer
Vanaf 1948: bakker
1940, 1948, 1951, 1955, 1959
T. Herfkens
Bakker
1963
Onder “bakkerijen” als “De Niers”- Th Herfkens
In de Wester van 2018 vertelt een bewoonster van de Voorstadslaan: “Aan de overkant op de hoek met de Niersstraat heeft altijd een bakker gezeten. Eerst Brouwer, daarna Herfkens, toen bakkerij Niers met Angelina en nu dan het Kraayennest.’” https://dewester.info/voorstadslaan/
Het is mij nog niet bekend waarom Herfkens aanvankelijk als “Herfkens” lijkt te staan, terwijl het op een later tijdstip, in ieder geval 1963 (ook) De Niers heet, afgaande op de Adresboeken. En waarom de bewoonster deze 2 namen afzonderlijk noemt. Mogelijk is Herfkens (of een familielid) later overgegaan op De Niers, waarbij deze als afzonderlijke is blijven hangen.
In ieder geval heeft nog jarenlang De Niers op de hoek gezeten; het artikel van De Wester dateert uit 2018. Enige jaren geleden is de bakkerij een van de panden van Bakkerij ’t Kraayennest geworden.
W.Th. Reynen ontwierp veel sociale huurwoningprojecten voor de Woningvereeniging Nijmegen. Daarnaast komen we hem regelmatig tegen als ontwerper van woon-winkelpanden…
1933, Dommer van Poldersveldtweg 269 (gesloopt, met uitzondering van de toren) Hengstdal
De R.K. Christus Koningkerk door Architect Zwanikken. Rechts een gedeelte van de bouw van de Montessori-kleuterschool aan de Hengstdalseweg hoek Elzenstraat, 1933 (GN5602 RAN) Dommer van Poldersveldtweg 269
De bouw van deze rooms-katholieke kerk is in 1932 begonnen. Architect Zwanikken ontwierp deze kerk in expressionistische stijl. De kerk is opgetrokken uit gewapend beton en vervolgens met bakstenen aan de buitenkant bekleed. Na stormschade is de spits in 1990 verwijderd, waarna de spits in 2005 weer is herbouwd.
Op de locatie van de kerk staat nu een appartementencomplex met winkels daaronder.
Nieuwbouw van appartementencomplex De Koningshof met winkels aan de Van ’t Santstraat op de hoek met de Dommer van Poldersveldtweg , rondom de bakstenen kerktoren (in de steigers en hier nog zonder spits) van de voormalige Christus Koningkerk, 18/3/1996 Van ’t Santstraat 300-374 (Ger Loeffen CC-BY-SA via F37282 RAN)
De Gelderlander bij opening in 1933:
“De Christus-Koningkerk in Nijmegen
Plechtige consecratie.- In Zuid-Oost Nijmegen.
Middelpunt van Katholiek sociaal leven in nieuwe woonwijk.
—
Het nieuwe Godshuis.
Al is de nieuwe kerk nog niet geheel in gebruik genomen, en al kennen wij nog niet geheel de sfeer, die in het gebouw hangt, toch heeft een slechts zeer vluchtige beschouwing ons ervan overtuigd, dat met dit kerkgebouw een eerste en meest eigenaardige, en meest opvallende kerken is gebouwd, die wij in onze stad kennen. Het hoog terrein, waarop de kerk ligt, maakt, dat men deze reeds van verre aanschouwen kan. Voor wie fietst op en dijk, die van Oosterbeek, en Altena naar Lent leidt steekt de ijle toren reeds ver boven het landschap uit. De oorzaak hiervan is, dat de kerk hoewel in een dal gelegen ten opzichte van den onmiddellijke omgeving, toch vrij hoog ligt ten opzichte van de lager gelegen Betuwe. De toren van de kerk schijnt vanuit de verte zelfs uit te komen boven de uitzichttoren op den Kwakkenberg. Tot dusver lag daar in de buurt geen ander groot gebouw dan het complex van de kazernes. Met name de koloniale kazerne beheerschte de geheele omgeving. Dat is nu veranderd. De kerk domineert op dit ogenblik de omgeving, ook de kazerne. Zij staat daar als het middelpunt van een zich reed verder uitbreidende buurt. Zij zal eerlangs worden het ahart van die buurt, waar het meest inwendige en meest innige leven klopt van al degenen, die er komen wonen. Zoowel het uiterlijk als het innerlijk van de kerk stemmen tot gebed en devotie, en werken daardoor spontaan mede aan het doel, waarvoor zij gebouwd werd.
De Christus Koningkerk tijdens de bouw van het dak van het middenschip en het koor. De pastorie links is al gereed, gezien op de zijkant van de Kerk en het priesterkoor en sacristie, 1933 (F16279 RAN)
Het uiterlijk van de kerk die ontworpen werd door architect Zwanikken, heeft een statig vorkomen. Het is een rustig gebouw met voornamelijk horizontale en verticale lijnen, zonder overbodige versierselen. Boven het priesterkoor is een hoog gewelfde toren opgetrokken, die direct steunt op de muren. Door de stevigen bouw van deze muren heeft de architect steunberen kunnen ontberen, waardoor hij een gaaf uiterlijk schiep. Het dak van het middenschip ligt laag op de kleine zijmuren, die door tal van raampjes zijn onderbroken, wat aan de zijkanten een levendiger voorkomen geeft. Twee uitbouwsels voor kapellen zijn zoo gemaakt, dat zij aan de harmonie van het exterieur niet storen.
Opmerkenswaard in verband met de rustige constructie van het geheele dak is het zeer onrustige beeld van den toren. Het is alsof de architect hiermede heeft willen uitdrukken, dat de muren van dit gebouw op de eerste plaats een taak hebben als ondersteuners van de gewelven, terwijl het doel van den toren eerder een decoratief is. Het onderdeel van den toren is vrij sober. Eenige meters boven het dak zijn echter de eerste versiersels aangebracht. Daar steken kleine decoratieve stompen steen op vier plaatsen naar buiten. De rand van den toren begint gekarteld te worden, daarboven wederom vier hardsteenen sierstukken. Daarna volgt een tusschenblok, waarop de trans, en een achthoekig uitbouwsel voor de klokken die wij helaas op dit oogenblik nog moeten missen. Een dubbel telkens breeder uitloopend dakje omlijst het geheel bovenbouwtje. Dit is met bollen rechtstaande pinnen versierd, als om het oog te wennen aan den plotselingen opgang van den naaldspits, die door een dubbelen kogel en een hoog kruis wordt afgekroond. De vier balken van het kruis zijn door een ragfijne cirkelvormige versiering getooid. Het Angelusklokje is van veel bescheidener hoogte. Het mist den rijkdom van den groote toren. De fijne spitsheid van dit torentje is hier evenzeer opvallend als bij zijn grooteren klokkedrager. Ook dit torentje si met bol en kruis gekroond. Daarboven staat er nog een klein kruis op den dakhoek boven den hoofdingang. De sacristie ligt laag achter den overbouw van het priesterkoor. De pastorie staat iets voor den ingang van de kerk, zoodat er als het ware een klein plein gevormd is door de ligging van de gebouwen zelf.
Doordat de muren zo laag zijn, en het dak zich zoo hoog verheft, heeft het interieur een imposant voorkomen. De gewelfbogen verheffen zich hoog in de lucht, en schijnen de geloovigen als het ware te omvatten, en hun gebeden te willen doen opstuwen naar omhoog. Dit hoog gewelf geeft een stemming van verhevenheid, zooals die in de kerk thuis hoort. Het geeft een beeld van de ontzagwekkende Majesteit van Dengene, te wiens eer het kerkgebouw is opgericht, en van de handeling die er wordt verricht, de offerende namelijk van Gods Zoon aan Zijn Vader ter bemiddeling voor onze schulden, en ter verheelijking van Hem, wien wij de diepste aanbidding en vereering brengen moeten. Zoo is zoowel het rustig exterieur van het kerkgebouw, als het verheven interieur een stoffelijk symbool van geestelijke dingen, dingen namelijk, die voor ons meer waard zijn dan het stoffelijk symbool van de kerk zelf.
De kerk ligt daar tevens in de omgeving als een voortdurende vermaning. Juist daarom is het zulk een verblijdend verschijnseld, dat men haar overal kan aanschouwen, en dat er geen plaats is in de parochie zelf, waar men niet gemakkelijk en dikwijls het gebouw moet zien. Want het zien van de sierlijk gebouwde steenmassa, en van de fraaie lijnen zijn al een opwekking op zich. Zie dienen om den geest omhoog te heffen naar het hoogere. Zij dienen zichzelf in zekeren zin te doen vergeten. Zooals volgens een bekend woord, de opvoeding de kunst is om den opvoeder overbodig te maken, zoo is ook het doel van de kerkelijke kunst om den geest op te voeren tot iets, dat hoog boven haar uitgaat. Want de mooiste kerkelijke kunst is en blijft iets van den tijd. Zelfs, als zou deze kerk blijven staan in den loop van vele eeuwen, en er is geen enkele reden, om te denken, dat dit niet het geval is, er zal toch een dag komen, waarop zij weer zal verdwijnen. Maar wat dan niet zal verdwijnen, zijn de geestelijke dingen, die door middel van de stoffelijke en materiële kerk, en door middel van de dingen, die in het kerkgebouw gebeuren, zijn tot stand gebracht. Blijven zal in alle eeuwigheid de geestelijke vrucht van alles, wat er in de kerk is geschied, van de missen, die er zullen worden gegeven, van de biechten, die er zullen worden gesproken, van de gewijde toespraken, die er zullen worden gehouden, van het catechismus-onderricht, dat er zal worden gegeven, en van de lofzangen, die er zullen opstijgen in den loop van vele jaren. Ook als de kerk allang weer is weggevaagd, van de aarde zal blijven de zaligheid der zielen, die in deze kerk zich den weg gewezen zagen, die leidt naar het hemelsch vaderland. Blijven zal de geestelijke verkwikking, die priesterhanden en den priesteromgang zal brengen aan de katholieken, die de kerk weten te gebruiken voor het doel, waarvoor zij is gebouwd. Blijven zullen ook lang nog, misschien wel tot het einde der wereld de goede en vroome gewoonten, en gedachten, die vanuiten deze kerk zijn binnengedrongen, bij die in de kerk krachten energie hebben gezocht en gevonden in de moeilijkheden des levens.
De Christus Koningkerk, 1992 (F6160 RAN)
Zoo is de bouw van die kerk een voorname gebeurtenis, zoo is de kerk zelf een monument, dat door daar te staan in ’t gewoel van den tijd de les preekt, die opklinkt it alle waar geestelijk leven namelijk, dat het kruis staan blijft, ook als de wereld zich voortwentelt naar wij zij haar ontwikkeling noemt.” De Gelderlander 25/11/1933
Omgeving van ‘Park Hees’ (‘Planetenpark’), voor de aanleg, eerste helft jaren zestig, gezien vanaf de Planetenstraat, met de etagewoningen uit 1958/1960 aan de Venusstraat, de Plutostraat en de Neptunusstraat, gebouwd in opdracht van Bouwmaatschappij Penders en Gerritsen NV naar ontwerp van de architecten H. Reuser en R.G. Rodenburg, 9/1964 (Gemeentepolitie Nijmegen via F88642 RAN)
Aanvankelijk bestond een groot stuk groen uit 360 bij 110 meter. Later werd er nog een stuk bijgevoegd tot het huidige Dorpspark Hees. Dit groen moest de grens tussen het oude, landelijke Hees en de nieuwe flats en laagbouw van Heseveld benadrukken. (Bron: Dorpsbelang Hees)
Hierboven staat een foto op het moment dat de flats al wel zijn gebouwd, maar het park nog uit landbouwgrond bestaat. Een mooie foto van het park in ontwikkeling eind jaren 60 is te vinden op F88649.
Dorpspark Hees (mei 2024)
Volleybalveldje Dorpspark Hees. Het net kan worden opgehaald (adres geblurd vanwege privacy) (mei 2024)
ingangen bij Oude Graafseweg ter hoogte Ligusterlaan en bij de Verbindingsweg, Heseveld
Hek ingang Augustijnenbosje Oude Graafseweg Heseveld
Het bos is vernoemd naar de orde der Augustijnen. Zij kochten in 1923 het terrein tussen de Geldersche roomboterfabriek en de Verbindingsweg. Daarbij bouwden ze een klooster aan de Graafseweg.
Villa Dennendaal
Pad in Augustijnenbosje (november 2024)
In het westelijke gedeelte van dit terrein stond Villa Dennendaal. Dit was sinds 1959 een opvangtehuis voor daklozen. In 1990 werd Villa Dennendaal gesloopt en vervangen door de huidige appartementencomplexen met puntdaken.
1990 Eigendom Gemeente
Daarbij verkreeg de gemeente Nijmegen in 1990 het bos. Dit bos toegankelijk via twee ingangen, 1 aan de Oude Graafseweg en 1 aan de Verbindingsweg. Beide ingangen hebben een poort zoals op bovenstaande foto weergegeven.
Ruth die de vruchten van de aarde haalt
In een open gedeelte staat het beeld van Ruth die de vruchten van de aarde haalt. Dit is een werk van Theo Mulder uit 1964. Het beeld stond oorspronkelijk voor de vroegere IVO-Mavo aan de Archipelstraat.
De voormalige Vrijmetselaarsloge St. Lodewijk, ontworpen door W.J. Maurits en A. Weyers in 1898, foto 1971 (Prof. dr. E.F. van der Grinten via F78766 RAN CC-BY-SA)
Architect Maurits ontwerpt in 1898 het nieuwe gebouw voor de Vrijmetselarij Sint-Lodewijk aan de Waldeck Pyrmontsingel. Deze is gebaseerd op de stijl van de neo-Renaissance. Het gebouw wordt in “Egyptische” stijl ingericht.
Voorgeschiedenis
Het gebouw aan de Waldeck Pyrmontsingel is het tweede gebouw van de Vrijmetselarij Sint-Lodewijk.
Van 1878-1899 zat de loge in Muchterstraat 19, een gebouw dat door stadsarchitect Pieter van der Kemp was ontworpen. Als gevolg van de ontmanteling van de vestingwerken verpauperde de buurt: veel welgestelde personen waren verhuisd naar nieuwbouw op de gronden van de vestingwerken.
St. Lodewijk
De loge van Nijmegen is een van de oudste van Nederland. De eerste loge was in Den Haag opgericht in 1734. Het is niet precies te zeggen wanneer de loge in Nijmegen is opgericht: gegevens als verslagen ontbreken. Wel is bekend dat er vóór 1752 loges zijn geweest, echter zonder vaste verblijfplaats.
in ieder geval wordt de loge definitief opgericht op 21 maart 1752. Nijmegen krijgt daarbij nummer 3.De naam St. Lodewijk is afgeleid van Ludwig, Herzog von Sachsen-Hildburghausen. Hij doet in september 1749 zijn intocht in Nijmegen, waar hij gouverneur werd. Ludwig was de grondlegger en de eerste Voorzittend Meester in de Loge St. Lodewijk. De loge is naar hem vernoemd.
Waarom de St.? Vrijmetselaars werden als vrijdenkers door de Rooms-Katholieke kerk en sommige overheden als bedreigend gezien. Gezien zijn positie wilde Ludwig zijn naam niet met de vrijmetselarij verbonden zien. Daarop werd de “Sint Lodewijk” bedacht.
Het nieuwe gebouw van architect Maurits
In 1898 ontwierp Maurits de nieuwe loge aan de Waldeck Pyrmontsingel, welke onderdeel was van de uitbreiding op de voormalige vestingwerken. De aanbouw rechts is de beheerderswoning. Maurits komt overigens zelf als “gezel” voor op de ledenlijst van de Vrijmetselarij uit 1897.
Tempel van de loge St. Lodewijk na het gereedkomen van het gebouw, architect Maurits, 1920-1925 (F85107 RAN)
Egyptische stijl
Het gebouw is in Egyptische stijl ingericht. Deze stijl kwam veel voor in Brussel en daarom werden excursies naar Brussel ondernomen om inspiratie op te doen. In het bijzonder kwam deze stijl voor bij een aantal vrijmetselaarsloges. Een mooi voorbeeld is de voormalige loge in de Peterseliestraat uit 1878. Op deze site staan foto’s van de prachtig gerestaureerde zaal, waar meteen een aantal elementen te herkennen zijn die ook in Nijmegen voorkomen.
Vrijmetselaars en Egypte
De vrijmetselarij zagen Egypte als haar symbolische, legendarische oorsprong. Wanneer de vrijmetselarij exact is ontstaan, is niet geheel duidelijk: vaak wordt 1717 in Londen genoemd als jaartal, hoewel ook het 17e eeuwse Schotland wordt genoemd. In ieder geval ontwikkelt de vrijmetselarij zich eerst in Engeland en Schotland.
De vrijmetselarij was op zoek naar een symbolische, legendarische oorsprong: die moest zich bevinden in de tijd waarin het metselwerk was ontstaan, zoals de tijd van Adam, de Ark Noch of de bouw van de Tempel van Salomo. Ook de bouw van de pyramides kwam in beeld. Vooral het werk “Séthos” van de Franse abt Jean Terrasson uit 1731 droeg bij aan de symboliek dat Egypte de oorsprong van de vrijmetselarij was.
De veldtochten van Napoleon in Egypte leverde in het algemeen een herleefde belangstelling op voor het oude Egypte. Aan deze veldtochten hadden de nodige vrijmetselaars als militair of als burger meegedaan, omdat Egypte immers de symbolische bakermat was. Begonnen in Parijs, verspreidde deze belangstelling door naar de rest van Europa. Nieuwe publicaties en wereldtentoonstellingen brachten het oude Egypte dicht bij huis. Naast kennis, ontstond er tegelijkertijd een romantisch beeld over dit oude Egypte. Waaronder bij de diplomaten en industriëlen van België, welke eind 19e eeuw zelf een koloniale mogendheid was geworden.
In België, Frankrijk, maar ook in Engeland en Amerika werden vrijmetselaar tempels op z’n “farao’s” gebouwd:
“De wens om het Schone te verwezenlijken uit liefde voor het Schone zelf is prominent aanwezig in de 19de-eeuwse vrijmetselarij, die het Schone als de materiele uitdrukking beschouwde van het Goede dat ze zo ijverig nastreefde.
De schoonheid van de kunst én die van de antieke Egyptische architectuur waren de middelen bij uitstek om de 19de-eeuwse maçonnieke idealen uit te drukken. “Dans l’hypothèse de la maçonnerie procédant du corps de métier, schreef men, le premier idéal des francs-maçons a dû être placé dans l’art plutôt que dans aucun autre domaine de l’intelligence”. “Des hommes s’unissant dans un dessein de perfection, ging men verder, avec la volonté de comprendre l’être humain” (De Egyptomanie in Brussel)
Neo-Egyptische stijl in de tempel
Deze Egyptische stijl komt bijvoorbeeld terug in de vorm en beschildering van de pilasters (de halfronde pilaren). de holkeellijsten (de vierkante lijsten met de motieven op de band onder het plafond, de ingang en de beschildering daarvan. Ook is op de foto het plafond met sterren te zien.
Neo-Renaissance
Het gebouw is ontworpen met invloed van de neo-Renaissance stijl. Hoewel ik geen architect ben, zie ik een aantal van deze kenmerken terug:
De symmetrie van het ontwerp
De spekbanden, welke tevens het horizantale beeld versterken
Het gebruik van pilasters, de halve zuilen, zoals bij de ingang
Een fronton, het “driehoekje”, boven de ingang
De ontlastingsbogen: de halfronde bogen boven het raam
De trapgevel
In het ronde venster in de topgevel is een glas-in-lood raam te zien met een winkelhaak en passer in een vijfpuntige ster, het symbool van de vrijmetselarij.
Zowel de loge zelf als de beheerderswoning en hekwerk is een rijksmonument. Als waardering
-Van architectuurhistorische waarde als een goed voorbeeld van een vrijmetselaarsloge in neorenaissance-stijl met esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals goede verhoudingen, een bijzondere ornamentatie en enkele kenmerkende ex- en interieurelementen zoals resp. het ronde glas-in-lood raam en het beschilderde koofgewelf.
-Van stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging in de aaneengesloten zuidelijke gevelwand van de in 1896 aangelegde Waldeck Pyrmontsingel, die deel uit maakt van het laat 19de-eeuwse uitbreidingsplan, dat is ontwikkeld na de afbraak van vestingwerken. Het pand ligt binnen het beschermd stadsgezicht.
-Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming en het uiterlijk welke verbonden is met een culturele ontwikkeling namelijk het oprichten en bouwen van vrijmetselaarsloges door de maatschappelijke elite.
Vervolg
Voormalige vrijmetselaarsloge St. Lodewijk, Waldeck Pyrmontsingel 77-79-79a, augustus 2023 (Google Streetview)
In 1977 werd het gebouw verkocht en in 1990 verlaten. De loge betrekt dan de voormalige doopsgezinde en remonstrantse kerk aan de Professor Regoutstraat 23. In 2007 koopt de loge het voormalige Steigertheater, Fortstraat 7, aan.
Het gebouw wordt in 2005 grondig gerenoveerd en verbouwd tot kantoorpand. Hierbij wordt onder andere het beschilderde plafond van de logezaal in oorspronkelijke staat hersteld met hemelsblauwe verf waarop sterren zijn geschilderd.
Naamlijst voor het jaar 5896-5897 van de Officieren en leden der Loge “St. Lodewijk” WWW.KWARTIERVANNIJMEGEN.NL Stichting Historisch Huis- en Veldnamen Onderzoek welke als bron noemt: De Gelderlander van Maandag 19 juli 1897
Rond 1897 laat W.L.F. Mähler de villa bouwen van Wilhelminasingel 14. Op basis van de aanbesteding en dat Semmelink helpt bij de aankoop van de grond, is hij de waarschijnlijke architect. De aannemer is Tunnissen. Na het overlijden woont de familie Boelaars jarenlang in het pand.
W.L.F. Mähler
Het eerste gedeelte van de Wilhelminasingel tussen de Oranjesingel en bovenaan rechts de Sloetstraat. In het midden van de foto Wilhelminastraat 14, 1905 (Vivat Amsterdam via F2883 RAN)
Verkoop grond “tusschen de Sloetstraat en de Nijhoffstraat”
In het Gemeenteverslag van 1896, verslag van de Gemeenteraadsvergadering van 12 december 1896: “een adres van W. L. F. Mähler om een stuk bouwterrein te koopen tusschen de Sloetstraat en de Nijhoffstraat. In handen van B. en W. om advies”.
Eind december wordt dit verzoek goedgekeurd: “Het voorstel tot verkoop van een strook gronds gelegen tusschen de Sloet- en de Nijhoffstraat, ter oppervlakte van ongeveer 77 M2 gedeelte van het kadastraal perceel Nijmegen sectie B. no. 2242 aan W. L. F. Mähler te Nijmegen, voor f 7 per M2 en onder de voorwaarde vastgesteld bij Raadsbesluit van 5 October 1895, goedgekeurd door Ged. Staten van Gelderland bij besluit van 16 October 1895, no. 2.” (vergadering 30 december)
Bij de ondertekening van het contract op 15-11-1895 blijkt architect Semmelink voor Mähler te hebben opgetreden. (inventarisnummer 155, archiefnummer 446, aktenummer 289)
Wilhelminasingel gezien in de richting van Johannes Vijghstraat; rechts is nog Wilhelminasingel 14 te zien, 1895-1900 (Uitg. N.J. Boon Amsterdam via F1906 RAN)
Bouwvergunning en aanbesteding
Dan volgt de aanbesteding “het bouwen eener villa aan den Wilhelminasingel alhier, voor rekening van den WelEd. Heer Mähler, architect de heer D. Semmelink.” De laagste inschrijving is Grandjean voor f 15.388. (PGNC 28/1/1897).
Dan wijzigen de plannen:
Op 17-2-1897 koopt Mähler een “perceel bouwterrein gelegen aan de Sloet- en Nijhoffstraat te Nijmegen en kadastraal aldaar bekend in Sectie B. nummer 2496 als bouwterrein groot drie en tachtig centiaren van de gemeente Nijmegen. De gemeente had de koop op 13-12-1896 goedgekeurd, de Gedeputeerde Staten van Gelderland keuren de verkoop daarop op 6-1-1897 goed. De verkoopsom is 581 gulden. (Inventarisnummer 168, Archiefnummer 446, Aktenummer 42)
Daarna worden de bouwplannen gewijzigd en besteedt Semmelink de bouw van de villa opnieuw aan. Dan is “W. Tunnissen” met f13.300 de laagste inschrijving. (PGNC 18/3/1897)
Werner Louis Frederik Mähler, Wilhelminasingel 14 (Bevolkingsregister 1900)
Het Bevolkingsregister van 1890 is nog niet gevonden.
In het Adresboek 1898 komt W.L.F. Mähler nog voor op St. Annastraat 19b.
In de Adresboeken 1899 t/m 1932 komt W.L.F. Mähler voor op Wilhelminasingel 14.
Werner Louis Frederik Mähler is geboren op 4-2-1848 te Zutphen. Wanneer hij op 27-6-1895 in Nijmegen komt wonen, is hij afkomstig van Zutphen en “zonder beroep”. Hij is getrouwd met Petronella Adelaida Hubertina Esser (7-11-1850 Venray). (Wanneer zij op 8-6-1880 in Zutphen trouwen, is het beroep van Mähler “koopman”).
Bij zijn naam is groot A 18 248 geschreven; het is nog onduidelijk of hij daar (tijdelijk) naar toe is vertrokken of dat het de aanduiding van Wilhelminasingel no 14 is (dat al wel als adres staat). (Bevolkingsregister 1900) Petronella overlijdt op 7-7-1913. (Bevolkingsregister 1910).
In het Bevolkingsregister van 1910 blijken ze (in ieder geval) 1 zoon te hebben: Hubert Frederik Joseph (10-4-1881 Zutphen). Hij komt op 21-3-1902 vanuit Londen, om op 27-12-1905 weer tijdelijk te vertrekken naar Leiden. Hij komt op 14-8-1906 vanuit Den Haag. Bij de opmerkingen staat “Ambtshalve doorgeh. Vermoedelijk Haarlem”. Oftewel: hij zal op een later tijdsstip weer zijn verhuisd. “Vermoedelijk Haarlem” is er op een later tijdstip bijgezet.
Bij het RAN zijn een aantal notarisstukken gevonden, waarbij Mähler voor die tijd aanzienlijke bedragen leent. Zonder naar volledigheid te streven:
Een hypotheek aan Johannes Mathias Roghmans van 2.000 gulden op 2-5-1905 (Inventarisnummer 114, Archiefnummer 451, Aktenummer 84)
Aan Lodewijk Peturs Aloiusius Dahlhaus, wonende te Haarlem, op 1-7-1910 het bedrag van 10.150 gulden (inventarisnummer 348, archiefnummer 446, aktenummer 235)
Uit PGNC 16/7/1932 blijkt dat het huis te koop is: “goed onderhouden heerenhuis, gelegen aan de Wilhelminasingel 14, hoek Sloetstraat en Nijhoffstraat te Nijmegen, groot 6 A. 14 cA. is ingezet op f14.200,- (strijkgeld f100).”
Op 27-7-1932 zal de veiling van de inboedel plaats vinden PGNC 23/7/1932, met een lijst. Daarbij blijkt het om een “sterfhuize” van W. Mähler te gaan.
Boelaars
De koper blijkt Boelaars – waarschijnlijk de weduwe van Henri Boelaars, die de firma voortzet- te zijn, daarbij:
in PGNC 1/10/1932 staat het bericht dat de firma Henri Boelaars, Kloosterstoffen, is aangesloten op de telefoon.
Weduwe H. Boelaars-Rottier, “zonder beroep” en haar gezin vestigt zich tussen 7 en 10 oktober in Nijmegen, zij is dan afkomstig van Tilburg (PGNC 15/10/1932)
Henri Boelaars had in Tilbug een winkel in kloosterstoffen gehad: “Westelijk naast het notarishuis, gedeeltelijk zichtbaar, lag een breed, ouderwets herenhuis met beneden vier ramen en op de eerste verdieping vijf ramen naast elkaar langs de straatkant. Hierin woonde Henri Boelaars, die speciaal in kloosterstoffen grossierde. In een zwierig geschilderde banderolle op de zijgevel stond te lezen: “Magazijn van Manufacturen Henri Boelaars”.” (Facebook, met foto van de Zomerstraat in Tilburg)
Ontwerp bijbouw Wilhelminasingel 14 (D12.398980)
In juli 1932 (datum tekening) wordt een bijbouw aangebracht aan de Wilhelminasingel 14. De aannemer is M. Thunnissen (D12.398980).
In Adresboek 1934 komen fa. Henri Boelaars, kloosterstoffen en Weduwe H.J.M. Boelaars, geboren A.P.J.M. Rothier voor.
De firma komt tevens voor in de Adresboeken 1936, 1938, 1940. Een rekening uit 1945 is te zien als inventarisnummer 1495 RAN: “Kloosterstoffen voor elke orde het speciale artikel”.
De weduwe komt tevens voor in de Adresboeken 1936, 1938, 1940. Zij is in 1948 verhuisd naar Ubbergseveldweg 77.
A.C.M. Boelaars komt voor in 1936
In 1948 is “A. Boelaars” secretaris-penningmeester van de R.K. Vereniging voor Kinderbescherming. Tevens in 1951
A.C.F.M. Boelaars, koopman textiel komt voor in 1948 en 1951, 1955
In 1948 komt ook mej. T.M. Brom en mej. A.J. Driessen voor op nummer 14. Driessen komt ook voor in 1951.
In 1963, 1966, 1971 komt L.H.M. Hermans, koopman, voor.
Wel komt “Firma Henri Boelaars van 1874 Nijmegen…”Voor elke orde het speciale artikel” in kloosterstoffen – maatkleding – missiestoffen – sluierstoffen en wollen dekens” voor op Wilhelminasingel 14.
In 1966 staat “Boelaars” onder “Textielhandel” en in 1968 “Firma H. Boelaars” onder “Stoffenhandel”
In 1988 en 1989 zijn er verbouwingen.
Aandachtspand
Het gebouw is sinds maart 2015 een “aandachtspand” van de gemeente Nijmegen
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
In het Julianapark staan een aantal prachtige, oude bomen en daarnaast veel moderne beelden. Oorspronkelijk lag hier Fort Kijk in de Pot en daarna een begraafplaats. Van deze begraafplaats resteert alleen een deel van de Protestantse graven.
Aangezien het grenst aan de Wedren en zelf deels gebruikt wordt tijdens de Vierdaagse, verwijst een deel van de beelden naar dit wandelevenement.
Julianapark aan de Prins Hendrikstraat met veel oude bomen en moderne sculpturen
Vooraf: van Lunetten tot Begraafplaats
De uitstulping linksboven zijn de lunetten Kyk in de Pot met daarachterSteene Kruys: Vesting Nijmegen in NIMEGUE/ G.Brakel ; del 1714 ; [rechtsonder in kader] / Ville forte dans la province | de Gueldre, avec les nouvelles |Fortifications | de Monsieur Coehoorn, 1714 (KPA-II-21 RAN)
Het park bevindt op de begraafplaats van de Stenenkruisstraat. Voordat hier een begraafplaats werd aangelegd, was het eeuwenlang de locatie van Fort Kijk in de Pot: de uitstulping linksboven op de kaart geeft de lunet Kijk in de Pot aan, met daarachter de lunet Steenen Kruys. Alleen de straatnamen herinneren nog aan deze forten.
Betekenis “Kijk in de Pot”
Deze lunetten waren rond 1700 aangelegd onder leiding van Menno van Coehoorn. De naam “Kijk in de pot”, of het verwant met namen als “Kijk in de Köken” zijn in meerdere plaatsen bekend voor een fort dat diende als uitzichtspunt om te zien of er een vijand aankwam. Deze lag zo hoog, dat men als het ware in de pot of keuken van de vijand zou kunnen kijken. Ook Deventer (16e eeuw) en Bergen op Zoom kenden een Kijk in de Pot. Waarbij die van Bergen op Zoom eveneens is aangelegd door van Coehoorn. Ook Banda, Tallinn, Danzig en Magdeburg hebben een fort met een dergelijke naam.
Verbouwing tot fort
Het omgebouwde Fort kijk in de Pot, 1862-1890 (GN10965 RAN)
Tussen 1861 en 1862 werden de lunetten verbouwd tot Fort Kijk in de Pot als onderdeel van de 19e eeuwse verdedigingsring. Hiervan was P.L. Teeuwissen de aannemer.
Dit fort heeft slechts 20 a 30 jaar bestaan: in De wikipedia over Altrade noemt 1880 als het jaar van sloop, die over het Julianapark noemt 1894.
Alleen de straatnaam herinnert nog aan het fort.
Begraafplaats
Begraafplaats Prins Bernhardstraat (maart 2024)
Daarna kwam de locatie in gebruik als Algemene begraafplaats. Deze begraafplaats aan de Stenenkruisstraat was de eerste buiten de wallen.
In de 19e eeuw kwam het verbod om doden binnen de stadsmuren te begraven. Allereerst vanaf 1810, na de inlijving van het Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk, mochten doden niet meer binnen de stadsmuren worden begraven. Daarop besluit het stadsbestuur p 13 november 1810 om een algemene begraafplaats aan te leggen buiten de Hertogsteegpoort, wat de later de Stenenkruisstraat is. Dit terrein was onderdeel van de vestinggronden dat in 1808 door Lodewijk Napoleon aan de stad had gegeven. De eerste begrafenis op deze nieuwe plek vond op 20 mei 1811 plaats. (in Pardisum https://stichtinginparadisum.nl/begraafplaatsen/stenenkruisstraat/).
Ook de wet uit 1829 – de Fransens waren immers weer vertrokken- bepaalt dat steden met meer dan 1.000 inwoners hun begraafplaats buiten de wallen moet hebben. Wanneer men precies gestopt is om overledenen (ook?) op het Stevenskerkhof te begraven, is mij niet bekend: 1810, 1829 of mogelijk zelfs 1869 (de Begraafwet). In ieder geval werden in de loop van de 19e eeuw de graven rond de kerk werden geruimd, waarbij beenderen werden overgebracht naar de Stenenkruisstraat.
Van links naar rechts een afzonderlijke locaties voor Joden, Protestanten en Rooms-Katholieken.
Plattegrond van de Algemene Begraafplaats aan de Stenenkruisstraat: van links naar rechts het Joodse, Protestantse en Rooms-Katholieke deel, 1900 (F33595 RAN)
Van buiten naar binnen bebouwde kom
Begraafplaats Prins Bernhardsttraat (maart 2024)
In eerste instantie lag de begraafplaats daadwerkelijk buiten de bebouwde kom. Het grensde daarbij aan de Wedren. Nijmegen groeide en om het kerkhof wel volop gebouwd. In 1905 werd de begraafplaats gesloten, waarop het daarna in verval raakte.
In 1925 vond de ruiming plaats van het noordelijk deel en in 1926 van het zuidelijk deel. Het middelste, protestante, deel bleef gehandhaafd. Hier lagen veel welgestelde Nijmegenaren. Rondom deze begraafplaats werd een hek geplaatst. Daarnaast zijn er nog 2 zerken in het Julianapark.
Op 20 mei 1926 vond de opening van het park plaats, hoewel de daadwerkelijke aanleg nog feitelijk moest beginnen: in 1927 het noordelijk deel en in 1928 het zuidelijk deel. Daarbij werd het park vernoemd naar de (toenmalige) prinses Juliana.
Tijdens de Tweede Oorlog was de officiële naam “Centrumpark”.
Vervolg park
In de jaren 50 moest een deel van het park in het noordoosten plaats maken voor de Doopsgezinde kerk. Een deel van het park is in gebruik als hondenuitlaatplaats, speeltuin en skatepark.
Beelden in het Julianapark
In het park zijn veel beelden te zien, waarvan een deel verwijst naar de Vierdaagse. Een deel van het park wordt dan gebruikt als onderdeel van het start- en finishterrein en een fietsenstalling.
Vanwege de 50e Vierdaagse werd een beeld geplaatst naar ontwerp van Vera Tummers-van Hasselt. Het stelt een jongen (de start) en meisje (de finish) voor, waarbij het meisje bloemen in haar handen heeft.
Deze plaquette is een gedenksteen voor de Vierdaagse van 2006. Niet alleen voor de 2 overleden wandelaars, “voor ‘allen die tijdens of ten gevolge van deelname aan de Vierdaagse’ gestorven zijn” Het ligt sinds 2007 in de buurt van de Wedren, bij het beeld van het Vierdaagsemonument.
Het planten van de Beatrixboom ter ere van de geboorte van de prinses. Het meisje met de schop op de rug gezien is Riet Vogelsang. Op de achtergrond de Van Gentstraat, 1/2/1938 (Fotopersbureau Gelderland via GN15491 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Het Julianapark kent een aantal bijzondere bomen:
Julianaboom, een witte paardekastanje in verband met de troonbestijging van Juliana, 1948
Beatrixboom, ter gelegenheid van haar 12,5 jubileum als koningin, 1993
Het planten van de Julianaboom in het Julianapark, 4-9-1948 (GN4966 RAN)Julianapark met Vierdaagsebeeld (oktober 2025)Bordje bij boom Julianapark (oktober 2025)Julianapark in de herfst (oktober 2025)
Hoek Kronenburgersingel en Stieltjesstraat met tram. De Gemeentetram Nijmegen (GTN) werd opgericht op 4 juni 1911. 1912 (Uitg. J.H. Schaefer Amsterdam via F56407 RAN)
Inleiding
Aan het eind van de negentiende eeuw vond in Nijmegen voor het eerst in eeuwen een grootschalige stadsuitleg plaats. Deze werd mogelijk na de opheffing van de vestingstatus in 1874. Nijmegen kon hierdoor eindelijk de vestingwerken ontmantelen en de stad uitbreiden. Voor deze stadsuitbreiding werd in 1878 een stedenbouwkundig plan opgesteld dat voorzag in een aantal rondom de oude stad lopende zeer brede en ruim van groen voorziene singels, met zowel aan de zuid- als aan de oostzijde een groot, rond plein (het Keizer Karel- en het Keizer Lodewijkplein (tegenwoordig Trajanusplein) en een park aan de westzijde (het Kronenburgerpark). Aan deze singels werden in relatief korte tijd diverse villa’s en vooral ook een groot aantal herenhuizen gebouwd.
De gemeente Nijmegen stelde zich met dit plan ten doel Nijmegen tot een aantrekkelijke woonstad voor welgestelden te maken. Zij speelde ook een grote rol bij de uitvoering van dit plan door in 1878 de vrijkomende voormalige vestinggronden van het rijk te kopen en deze vervolgens als bouwpercelen te veilen. Deze stadsuitleg werd een groot succes en kreeg in 2023 erkenning met de aanwijzing door het Rijk als beschermd stadsgezicht.
De meest gebruikte stijlvorm is de neorenaissance met het voor Nijmegen karakteristieke gebruik van baksteen met gepleisterde speklagen. De gevels tonen een grote afwisseling in afwerking met lijsten, banden, beeldhouwwerk en decoratieve elementen als torentjes en erkers. Panden op straathoeken hebben vaak een extra accent in de vorm van een hoektoren. Daarmee volgde de architectuur het modebeeld en werd een zekere eenheid in verscheidenheid bereikt.
Er is al veel over deze stadsuitleg gepubliceerd. Hierbij is vooral aandacht gegeven aan stedebouwkundige planvorming onder leiding van de Commissie van Uitleg en Stadsuitbreiding in samenwerking met de architect B. Brouwer. Ook waren er particuliere bouwers actief. Dit was een heterogene groep die niet alleen voor eigen bewoning bouwde. Zij lieten soms hele huizenblokken van aaneengeschakelde herenhuizen als beleggingsobject bouwen voor de verhuur aan de welgestelde middenklasse of als pension voor renteniers en gepensioneerden. Een voorbeeld hiervan is te vinden aan de Kronenburgersingel waar de broers Meulenberg in de periode 1895 -1905 in één woningblok een groot aantal herenhuizen lieten bouwen.
Edmond Meulenberg (1-1-1832 Heerlen) vestigt zich in de jaren 1850 in Wijk C. Steenstraat No 116. Van beroep is hij kramer. Hij is op 13-8-1856 getrouwd met Maria Dierker (4-7-1833, Epe) (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=488143592&query=Meulenberg&highlight=TWV1bGVuYmVyZw==). Hun zoon Jacobus Hubertus wordt geboren op 24-9-1855 en Johannes Edmond op 23-3-1860, beide in Nijmegen.
In de loop van de jaren 50 verhuist het gezin naar Wijk D. 53.
Advertentie kraam Meulenberg (De Gelderlander 6/10/1861)
Edmond Meulenberg (1832-1895) vestigde zich in oktober 1860 in de Stikke Hezelstraat in Nijmegen als handelaar in paraplu’s en parasols. Hij importeerde deze vooral uit Parijs, maar vervaardigde ook zelf paraplu’s in zijn winkel.
Advertentie met leveringen uit Parijs en grosseren aan winkels (PGNC 23/3/1870)
Advertentie Meulenberg met leveringen uit Berlijn (De Gelderlander 27-4-1871)
Blijkens de advertentie in PGNC 23/3/1870 is hij “dit jaar begonnen met het grosseren aan winkels”.
Advertentie: beloning voor het melden van verkoop onder de valse naam Meulenberg (PGNC 23/7/1871)
In 1875 besloot hij een eigen paraplufabriek te beginnen in een daarvoor geschikt pand met kantoor en werkplaats aan de Van Berchenstraat 9 (PGNC 6/9/1900, De Gelderlander 6/9/1900).
Het bedrijf groeide gestaag en in 1892 besloot Edmond zijn beide zonen, Jacobus Hubertus (1855-1908) en Johannes Edmond (1860-1919) bij het bedrijf te betrekken. Beide broers vormden vanaf 4 juli 1892 samen met hun vader Edmond (1832-1895) de firmanten van de Vennootschap Onder Firma “Edmundus Meulenberg en Zonen. (PGNC 22/7/1892, Ook vlg. akte 4-7-1892)
Johannes E. Meulenberg (23/3/1860), Parapluiefabrikant op Kronenburgersingel 6, Bevolkingsregister 1890 Edmond Meulenberg (Het Bevolkingsregister noemt Heerlen 1-1-1833 – Nijmegen 13-11-1895); Edmond Meulenberg staat hierin als ‘Zoon’ aangeduid en niet als ‘Hoofd’. Als zijn geboortedatum
staat aangegeven 1 januari 1833, terwijl volgens het Bevolkingsregister uit 1850 zijn geboortedatum
1 januari 1832 is; Stikke Hezelstraat D nr 30 (Bevolkingsregister 1890)
Vader Edmond en zijn beide zonen kochten in 1895 gezamenlijk de bouwpercelen voor de Kronenburgersingel 223 – 225 van de gemeente Nijmegen.
Na het overlijden van vader Edmond in datzelfde jaar hebben de beide broers het bedrijf samen voortgezet. (PGNC 28/2/1897) En ook samen een vervolg gegeven aan de koop van bouwpercelen aan de Kronenburgersingel en later ook aan de Stieltjesstraat.
In De Gelderlander van 6 september 1900 werd “De bekende firma E. Meulenberg en Zonen alhier, eigenares van de uitgebreide paraplufabriek,”…”gelukgewenst met het 25-jarig bestaan van de fabriek “ die langzamerhand in bloei is vooruitgegaan, zodat er thans 50 meisjes en 30 mannen geregeld werk vinden. Als drijfkracht wordt een gasmotor gebruikt, die veertien naaimachines en zeven draaibanken in beweging brengt, zodat er dagelijks 70 dozijn paraplu’s kunnen afgeleverd worden.”
Ook vestigde de krant er de aandacht op dat in de loop der jaren vier filialen waren gesticht, te weten in Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Den Bosch, waarbij de dochters en schoonzonen van Edmond Meulenberg een belangrijke rol speelden. Een uitgebreid overzicht van de familiewinkels met de bijbehorende familierelaties en stadswapens is te lezen op Noviomagus gevelm15.
Advertentie met filialen (PGNC 12/3/1896)
Zijn Nijmeegse winkel aan de Hezelstraat no. 2 had Edmond aan zijn jongste dochter Antonia Francisca nagelaten. Zij liet dit winkelpand samen met haar echtgenoot H. Kraaijvanger geheel renoveren. Het gerenoveerde pand werd begin 1900 heropend en was daarmede het vijfde filiaal van het bedrijf geworden. De Gelderlander constateerde dat het “een der fraaiste en grootste magazijnen mag heeten uit onze stad”. (De Gelderlander 6/9/1900)
De gevel van Hezelstraat no. 2 is uitgevoerd in jugendstil met daarop aangebracht de stadswapens van de vijf steden waar de familie winkels had. Dit winkelpand met op de gevel nog steeds de stadswapens is inmiddels aangewezen als gemeentelijk monument.
Op 8 september 1900 werd het 25-jarig jubileum feestelijk gevierd met een uitstapje van het hele personeel naar Amsterdam. Het verslag van de viering is te lezen in PGNC 8/9/1900 en dat van het uitje in De Gelderlander 11/9/1900.
De beide broers zorgden daarna voor verder groei en naamsbekendheid. Het bedrijf profiteerde hierbij van de versnelde economische groei die Nederland rond 1900 beleefde (https://www.cpb.nl/de-nederlandse-economie-in-historisch-perspectief-economie). De welvaart nam toe en dat kwam de verkoop van paraplu’s, parasols en wandelstokken, die in die tijd nog modieuze luxeprodukten waren, zeer ten goede. De afzet kon vergroot worden met behulp van de Nederlandse winkelfilialen en de vele inspanningen van de Export afdeling, met name naar Nederlands-Indië en de Arabische landen. (https://www.noviomagus.nl/gevbedr36.htm)
In 1901 verleende H.M. de Koningin toestemming aan het bedrijf om het predicaat “Koninklijke”in de naam te voeren. (Dagblad van Zuid-Holland en ’s Gravenhage 14-09-1901). Beide broers namen actief deel aan het maatschappelijk leven van de stad Nijmegen. Met name Jacobus Hubertus speelde een rol in diverse verenigingen en commissies en werd in 1901 gekozen tot lid van de gemeenteraad. Hij kwam op 3 december 1908 op 53-jarige leeftijd te overlijden. (De Gelderlander 4/12/1908). Bij die gelegenheid schreef De Tijd: “De overledene was een zeer populair persoon in deze gemeente”. (De Tijd 3-12-1908). Zijn broer Johannes Edmond zette de firma alleen voort.
De zaken gingen zo voorspoedig dat een tiental jaren later werd besloten tot de bouw van een nieuwe modern ingerichte paraplufabriek met elektrisch aangedreven machines. Deze fabriek zou gaan werk bieden aan 200 werklieden. Aan de oude fabriek waren ongeveer 100 werklieden verbonden. De plannen zouden worden vervaardigd door de architect Kraayvanger uit Rotterdam (PGNC 6-11-1912).
De nieuwe fabriek werd gevestigd aan de De Ruyterstraat 53-55 en kwam in 1914 gereed. Ook de opening van de nieuwe fabriek werd gevierd met een uitstapje voor het gehele personeel, dit keer naar Kleef. (PGNC 13- 05-1914).
Johannes Edmond had in 1912 versterking gekregen in de persoon van zijn twee zonen Jan jr. en Joseph/Jozef. Hijzelf trok zich in 1918 uit de firma terug waarbij in zijn plaats zijn derde zoon Huub tot de firma toetrad. Johannes Edmond overleed op 7 juni 1919 op 58-jarige leeftijd. (PGNC 10/6/1919).
De 14 huizen hoek Kronenburgersingel Stieltjesstraat
De bronnen van verwerving
Hierna wordt uiteengezet uit welke bronnen is geput om de gegevens over de verwerving van de bouwgrond en panden door de broers Meulenberg te verzamelen. Van groot belang zijn de vele notariële akten geweest die gevonden zijn in het Regionaal Archief Nijmegen. Tezamen met enige oude kadasterkaarten bleken deze een goed overzicht te geven van de onroerend goed activiteiten van de broers Meulenberg. Daarbij is gebruikt gemaakt van Noviomagus.nl en andere pagina’s van Wonen in Nijmegen om tot een zo volledig mogelijk beeld te komen.
Kadasterkaarten.
Met oude kadasterkaarten uit de periode 1928-1944 is het mogelijk gebleken de oude kadastrale nummers om te zetten in huisnummers. Op de navolgende kadasterkaarten zijn de in die tijd gebruikte kadastrale nummers in rood weergegeven en de huisnummers diagonaal langs de rooilijn in grijs. NB. De huisnummers van de Kronenburgersingel zijn weergegeven in hun oorspronkelijke 2-cijferige vorm. Deze zijn in 1975 hernummerd, van bijv. 23 naar 223 en 25 naar 225. Hierna zijn zoveel mogelijk de actuele 3-cijferige vormen van nummering gebruikt.
In onderstaand schema is een overzicht gegeven van deze huizen. Deze staan per koopakte op afzonderlijke artikelen beschreven, klik hiervoor in het schema de link van het eerste huisnummer van de betreffende koopakte aan:
Straat
Huisnummer (oud; of + 200 nieuw)
Koopakte van het perceel van de Gemeente
Kadaster nummer van perceel, evt. als gewijzigd op kaart
Bij notariële akte van verdeling van 21 september 1911 zijn de goederen die behoorden tot de onverdeelde gemeenschap van goederen van Jacobus Hubertus Meulenberg en zijn echtgenote Hendrina Meulenberg – Werner als volgt verdeeld tussen mevrouw de weduwe Hendrina Meulenberg – Werner en hun enige dochter Maria Hendrina Meulenberg: Aan mevrouw Hendrina Meulenberg – Werner werden bij deze akte als rechthebbende op de helft van de goederen van de gemeenschap onder meer toegedeeld: 3 huizen en erven aan de Kronenburgersingel:
Sectie B nr.2829 2a 67ca, (volgens kad. kaart huisnr 219)
Sectie B nr.2388 2a 71ca, (volgens kad. kaart huisnr 217)
Sectie B nr.2389 2a 55ca, (volgens kad. kaart huisnr 215) en 1 huis en erf aan de Stieltjesstraat:
Sectie B nr.2831 1a 98ca, (volgens kad. kaart huisnr 26-28) en nr 3405 20ca. (volgens kad. kaart gang achter huisnr 22-24)
Aan mejuffrouw Maria Hendrina Meulenberg werden bij deze akte als enige erfgename van Jacobus Hubertus Meulenberg en daarmee rechthebbende op de andere helft van de goederen van de gemeenschap onder meer toegedeeld: 3 huizen en erven aan de Kronenburgersingel:
Sectie B nr.2826 2a 77ca, (volgens kad. kaart huisnr 225)
Sectie B nr.2827 3a 5ca, (volgens kad. kaart huisnr 223)
Sectie B nr.2828 2a 47ca, (volgens kad. kaart huisnr 221) 1 huis en erf aan de Stieltjesstraat:
NB. Kronenburgersingel 227, 229 en 231 en Stieltjesstraat 30 worden hier niet genoemd omdat zij toebehoorden aan J.E. Meulenberg.
Notariële akte van scheiding inzake de erfenis van J.H. Meulenberg d.d. 25 november 1909
Erfenis van Maria Hendrina Meulenberg
Maria Hendrina Meulenberg (1879-1966) was de enige dochter van J.H. Meulenberg. Haar nalatenschap is omschreven in navolgende notariële beschrijving uit 1967:
Genoemd worden o.a. Kronenburgersingel nrs 215, 217 en 219, en Stieltjesstraat 22-24. Al deze panden waren aan Maria Hendrina toegevallen uit de nalatenschap van haar in 1908 overleden vader. Zij zijn in het kader van de afwikkeling van haar erfenis in 1967 openbaar verkocht. Omdat zij zelf geen kinderen had is de opbrengst van haar erfenis verdeeld over de erfgerechtigde familieleden van haar vader en haar moeder: bij elkaar ca 110 personen.
Woonhuizen van de broers Meulenberg
Van Jacobus Hubertus (J.H.) Meulenberg is bekend dat hij van 1-6-1898 tot ca 1903 op Kronenburgersingel 217 heeft gewoond en daarna naar Stationsweg 1 is verhuisd. Het huis aan de Stationsweg was blijkens de notariële akte van scheiding en verdeling na overlijden van Jacobus Hubertus van 25 november 1909 (zie hierboven) door hem in eigendom verworven bij onderhandse akte van 4 februari 1903. Na zijn overlijden in 1908 is Stationsweg 1 blijkens genoemde akte van scheiding en verdeling toegedeeld aan zijn weduwe, Hendrina Meulenberg-Werner, die daar is blijven wonen totdat zij op 7 juli 1911 naar Den Haag is verhuisd.
Johannes Edmond (J.E.) Meulenberg is op 1-6-1898 verhuisd naar Kronenburgersingel 6. Zijn vorige adres was Van Berchenstraat 11, boven de oude paraplufabriek op Van Berchenstraat 9. Blijkens de notariële akte van scheiding en verdeling van de huwelijkse gemeenschap van J.E. Meulenberg en Maria C.M.A. Schoth van 16 juli 1918 werd de ondergrond van Kronenburgersingel door J.E. Meulenberg verworven als perceel Sectie B 2095, 5a 61ca, bij notariële akte van 7 februari 1895, terwijl het gebouwde door hem daarop werd gesticht. Het pand Kronenburgersingel 6 werd bij deze akte van scheiding aan hem toegewezen. Uit zijn overlijdensadvertentie d.d. 7 juni 1919 blijkt dat hij daar tot dan toe is blijven wonen.
Hezelstraat 2 (Stikke Hezelstraat 2-4), 1900 Centrum
Winkel Meulenberg, rond 1910 (RAN F34035)
In 1900 verbouwt architect Kraaijvanger de parapluwinkel Meulenberg in Jugendstil stijl. Edmond Meulenberg had in 1892 zijn winkel hiernaar toe verplaatst. De broer van de architect, Hendrikus Kraaijvanger, was getrouwd met een dochter van Meulenberg. Opvallend aan de gevel zijn onder andere de wapenschilden, die de wapens zijn van de plaatsen waar Meulenberg een filiaal had.
In 1899 vroeg Hendrikus Willebrordus Kraaijvanger (1874-1948), die op 10-1-1899 met een dochter van Edmund Meulenberg, Antonia Fransica (6-1-1879 Nijmegen) ) was getrouwd (Bevolkingsregister), een bouwvergunning aan voor het pand op de foto dat rond 1901 gereed kwam. Hendrikus was een broer van de architect.
E. Meulenberg
PGNC 5/4/1868
In ieder geval heeft E. Meulenberg in 1868 een zaak in de Korte Hezelstraat, D, No. 53.
PGNC 2/12/1874
Daarnaast kom ik in 1874 een adres tegen op Hezelstraat B35. Ook in deze advertentie noemt hoe zich ‘Fabriek’. Of dit een verhuizing is, een wijze van vermelding of een drukfout dient nog achterhaald te worden. Daarnaast spreekt een advertentie in PGNC 30/9/1877 over Hezelstraat, Wijk B, 34en 35. Of dit een uitbreiding is geweest of dat het adres steeds 34 en 35 was, moet nog nader worden bepaald.
De Gelderlander 14/9/1879
In ieder geval vindt in september 1879 de verhuizing plaats van B. 35 naar B. 30.
Fabriek van Berchenstraat
PGNC 11/9/1887
In ieder geval wordt in de advertentie van PGNC 11/9/1887 de fabriek in de Van Berchenstraat expliciet genoemd, mogelijk bestond deze fabriek al langer. Er staat daarbij tevens “Nijmeegsche Parapluie-Fabriek”.
PGNC 25/3/1888
Afgaaande op het artikel In december 1884 van PGNC, werken hier voornamelijk meisjes/vrouwen: “…dat de parapluie-fabrieken van de heeren Meulenberg en Dickmann, die aan vele arbeidsterds werk verschaffen…” (PGNC 2/12/1884)
Het pand is in juli 2003 gesloopt. Een foto van dit pand (en meer over Meulenberg) is te vinden op dit artikel van Noviomagus.
Hezelstraat 2, Meulenberg & Zonen en overlijden
In 1888 is het adres Hezelstraat 128. Ik (RE) moet nog nagaan of dit een daadwerkelijke verhuizing of een hernummering/andere schrijfwijze is.
PGNC 20/3/1892
In maart 1892 verhuist E. Meulenberg zijn winkel naar de Hezelstraat No. 2.
De Gelderlander 30/10/1892
In de advertentie van oktober 1892 is het “E. Meulenberg & Zonen” geworden.
Rond 16-11-1895 overlijdt Edmund Meulenberg in de leeftijd van 64 jaar (PGNC 16/11/1895).
E. Meulenberg en Zonen
De eerst gevonden vermelding van Edmond Meulenberg (1-1-1832 Heerlen) in het Bevolkingsregister is dat hij zich tussen 1850-1860 vestigt in Wijk C nr 116, de Steenstraat. Ze zijn dan afkomstig van Wijk C nr 51. In deze periode verhuist hij daarna naar de Hezelstraat (Wijk D. 53). Zijn beroep is dan ‘Kramer’. Het gezin bestaat dan bovendien uit:
Maria Dierker, geboren 4-7-1833 te Epe, zijn vrouw
Jacobus Hubertus, geboren 24-9-1855 te Nijmegen, zijn zoon
Johannes Edmond, geboren 23-3-1860 te Nijmegen, zijn zoon
Hoe de verdere ontwikkelingen in dit gezin verder zijn, wordt mogelijk op een ander tijdstip verder onderzocht.
De zonen Johannes Edmond en Jacobus Hubertus ontbinden op 19 februari 1897 de VOF “Edmond Meulenberg en Zonen, die op 4 juli 1892 met hun vader was opgericht. Zij maken gebruik van de mogelijkheid om de firma voort te zetten, en richten de VOF “ E. Meulenberg en Zonen” op, tevens “en commandite”, met het doel “het fabriceeren van parapluies, parasols, wandelstokken en verdere aanverwante artikelen alsmede het handel drijven in die artikelen.” (PGNC 28/2/1897). Hun moeder, Maria Dierker, is de 3e comparant “bij wijze van geldschieting) (contract 19-2-1897)
De Gelderlander 14/11/1897
In november 1897 verschijnt een bericht over de veiling van het onroerend goed van E. Meulenberg. Ik moet nog nagaan wie de uiteindelijke koper is. In ieder geval blijft het adres op de Stikke Hezelstraat de winkel (PGNC 28/8/1898).
Het PGNC 19/9/1899 maakt melding van de winkel in aanbouw: “Boven aan de Hezelstraat voor het in aanbouw zijnde parapluie-magazijn van de firma . Meulenberg stond hedenmiddag een afgeladen kar…” (PGNC 19/9/1899)
Heropening Hezelstraat 2
PGNC 13/1/1900
Op 13 januari 1900 vindt de heropening plaats. Tijdens de verbouwing heeft de winkel tijdelijk bij J.N. Neijboer “twee huizen lageraf” gezeten (De Gelderlander 31/10/1899).
Bij de opening rond 14-1-1900 schrijft de Gelderlander (De Gelderlander 14/1/1900):
“Vanavond wordt het parapluie-magazijn van de firma E. Meulenberg aan de Stikke Hezelstraat, na de geheele verbouwing van het oude met het aangrenzende pand, weer geopend. Wij namen er vanmiddag een kijkje en kunnen getuigen, dat ’t zoo rijk is gesorteerd als de meesteischende maar wenschen kan. Het bloemenmagazijn “Flora” van den her Meuleman aan de Burchtstr. Leverde daartoe de levende bloemen in den vorm van een parasol, in den gloed der gaslampen belooft het vanavond een prachtig effect te maken. Het nieuwe magazijn vormt met zijn kloeken gevel in modernen stijl een waar sieraad voor dat punt der stad. Het doet den heeren Kraayvanger en De Jongh, architecten te Rotterdam, die het ontwierpen, alsmede den aannemer L. Beuming alhier, alle eer aan. Tegen het breede balkon in den voorgevel zijn de wapens gebeiteld der steden, waar de firma filialen bezit, alzoo, behalve het Nijmmegsche wapen, dat van Amsterdam ’s Gravenhage, Rotterdam en ’s Hertogenbosch, afgewisseld door gestilleerde zonnebloem. “ (De Gelderlander 14/1/1900)
A. van Beurden Jr.
In De Gelderlander 10/10/1930 plaatst van A. van Beurden Jr. een advertentie De oude firma Meulenberg van de Hezelstraat 2-4, bij elken Nijmegenaar bekend, waar ieder z’n parapluie van Meulenberg koopt is thans uitgebreid met de firma A. van Beurden Jr. en is de grootste speciale huis van parapluies in Nederland.”
Zijn winkel Meulenberg heeft niets te maken met de parapluiefabriek Meulenberg. De parapluies van deze fabriek zijn nooit door van Beurden verkocht “en door mijn voorganger niet noemenswaard verkocht”. Daarbij was zijn voorganger H. Kraaijenvanger-Meulenberg.
De winkel A.A. van den Borg had op 20 augustus 1930 van de fabriek Meulenberg het alleenrecht verkregen tot verkoop van haar in Nijmegen. In de advertentie noemt ze dat ze binnen 1 jaar al 3.499 parapluies had verkocht (De Gelderlander 12/8/1931).
Vervolg
Het pand Stikke Hezelstraat 2-4 als Boudisque, 2013 (Henk van Gaal via DF4276 RAN)
Tot zeker 1960 was er een zaak in paraplu’s gevestigd, Het pand is een gemeentelijk monument. Veel Nijmegenaren zullen de winkel nog kennen als de Duitse Bakker Derks.
Wat-er-is, beeld van Marcel Ruygrok, Ganzenheuvel (maart 2024)
Waarschijnlijk is de Ganzenheuvel tegenwoordig meer bekend van het pleintje, dan de weg die daar achter loopt. Toch dankt het plein juist haar naam aan deze weg: in ieder geval komt de Ganseheuvel als naam voor in 1410: “Aan deze straat is een plaatsje gelegen, dat vroeger Palmboom genoemd werd, naar een aanzienlijk huis, later logement (1629 tot omstreeks 1825). In 1629 kocht Gerard Palmerts het huis, dat tot 1715 in het bezit van zijn familie bleef.” (Teunissen 1933)
In de jaren 50 werden de panden in de driehoek van de Ganzenheuvel, de Lange Hezelstraat en ’t Heuveltje afgebroken. Daarop besloot de gemeente in 1954 deze nieuwe openbare ruimte tevens Ganzenheuvel te noemen.
Anno 2025 is het pleintje met haar terrassen een belangrijke plek voor de horeca.
Deze pagina verzamelt reeds verschenen berichten over de Ganzenheuvel.
In de Plooi
2024 Sander Dolstra en Maurice Broekhoff
De plooijeren, muurschildering Sander Dolstra en Maurice Broekhoff (oktober 2025)
In 2024 maakten Sander Dolstra en Maurice Broekhoff een van de Waalpaintings. Hierop zijn de zogenaamde Plooierijen verbeeld. Links staat schipper Willem Vonck afgebeeld, rechts burgemeester Willem Roukens.
Wat-er-is, beeld van Marcel Ruygrok, Ganzenheuvel (maart 2024)
“Dit kunstwerk bestaat uit een watertafel, waarvan de poten zijn gevormd uit de letters WAT ER IS. Dit is een combinatie van letters, waarmee je verschillende woorden en zelfs zinnen kunt vormen (‘water is’, ‘wat er is’, ‘wat is er’, ‘is er wat’).”
“De watertafel en de putten zijn uitgevoerd in gebronsd messing. De kunstenaar geeft de voorkeur aan dit materiaal, omdat het onder invloed van verschillende weersomstandigheden telkens een ander karakter vertoont.”
2 Putten
Bij deze Wat Er Is horen ook 2 putten: op deze plekken zijn resten gevonden van 2 historische waterputten gevonden bij de herinrichting van het plein. (Marcel Ruygrok)
Op een van de putten staat: “Cedo Nulli”, oftewel: ik wijk voor niets/niemand. De Romeinen gebruikten deze spreuk om indringers angst aan te jagen. Daarbij verwijst de spreuk naar het Romeinse verleden. “Maar tegelijkertijd beschrijft deze spreuk ook een typische eigenschap van water: water zoekt zijn eigen weg en gaat zijn eigen gang.”
Afkoppeling regenwater
Met dit kunstwerk wordt tevens aandacht gegeven aan het afkoppelen van regenwater, net als de Bedriegertjes bij het Koningsplein en de Cascade aan de Stikke Hezelstraat. Dit afkoppelen was een van de speerpunten van het Nijmeegse Waterplan. Bij de Grote Markt wordt het regenwater uit de omgeving opgevangen en wordt door deze cascade verplaatst, waarbij de watertafel van Wat Er Is het eindpunt is.
Vrouwen in Verzet
Vrouwen in Verzet, Ganzenheuvel (oktober 2024)
De muurschildering laat het belang van de vrouwen in het verzet zien door middel van 3 verzetstrijdsters:
In deze Waalpainting staan drie Nijmeegse verzetsvrouwen centraal:
Priemstraat 1 De eerstgevonden advertentie is in januari 1894 (PGNC 14/1/1894), waarin G.H. van der Wedde een verkooppunt van thee is van P. Mackenzie uit Rotterdam. Afgaande op de advertentie voor de verkoop van het pand in 1903 is de Priemstraat 1 in 1898 “geheel nieuw…” gebouwd. 1897/1898 Verbouwing of nieuwbouw In 1897/1898 vindt een…
Links de Ganzenheuvel. Rechts daarvan sigarenwinkel La Rosa Habanera, RAN dateert deze foto op 1900 (maar zal een benadering zijn), Noviomagus op 1906 (RAN D236)