Plan tot het verbouwen van een woonhuis tot winkelhuis van een perceel gelegen aan de Weurtscheweg Kad. Bekend Gem. Neerbosch Sectie A No 808, Eigenaar J.P. Jansen, datum bouwdossier 7-10-1924 (D12.389161)
Wanneer de Weurtseweg 83-85 is gebouwd, is nog niet bekend. Dan bestaat het gebouw uit een beneden- en bovenwoning (83 respectievelijk 85).
In ieder geval vindt in 1913 de aanleg van de riolering plaats. Dan is de eigenaar J.P. Jansen (D12.384512) en de bouwkundige J.H. van Benthem.
Indeling Plan tot het verbouwen van een woonhuis tot winkelhuis van een perceel gelegen aan de Weurtscheweg Kad. Bekend Gem. Neerbosch Sectie A No 808, Eigenaar J.P. Jansen (?), datum bouwdossier 7-10-1924 (D12.389161)
In 1924 volgt de verbouwing tot winkelhuis. Dan is J.P Jansen nog steeds de eigenaar; de handtekening van de bouwkundige is moeilijk leesbaar. Hierbij wordt de voorkamer en een deel van de gang verbouwd naar een winkel. De 2 ramen aan de voorkant wordt 1 groot raam.
Advertentie opening Kruidenierszaak ’t Witte Paard van A.A. Jansen, Weurtseweg (De Gelderlander 7/11/1924)
Advertentie “In ’t Witte Paard”, Weurtseweg (De Gelderlander 4/12/1924)
In november 1924 volgt de opening van Kruidenierswinkel “’t Witte Paard” van A.A. Jansen, soms ook met 2 s-en geschreven. Ook in 21/1/1925 komt nog een advertentie voor.
G. Rebel
In het Adresboek 1928 komt op de Weurtsche weg 83 G. Rebel voor, met als beroep “schilder”. Gerbert Rebel, schilder. Hij wordt in 1928 failliet verklaard (PGNC 10/4/1928). Of de “schilder” G. Rebel dezelfde is als degene die een kaashandel begint (of mogelijk een familielid, bijvoorbeeld vader-zoon), is nog niet bekend. In 1929 verhuist “De Hollandsche Kaasboer” van G. Rebel naar Bloemerstraat 84.
In het Adresboek van 1928 staat, wanneer G. Rebel voor komt op nummer 83, J.P. Jansen op nummer 85 (oftewel de bovenwoning).
(Het is mogelijk dat Rebel juist in de tussengelegen jaren hier zijn kaashandel heeft gehad. Een moeilijkheid is dat Jansen soms geschreven wordt met 1 of 2 ss’en. En zo komt er ook een C. van Willigen, bedrijfsleider, voor op nummer 83 in het Adresboek 1922.)
In ieder geval zal “De Hollandsche Kaasboer” van G. Rebel in 1929 verhuizen naar de Bloemerstraat 84.
Advertentie De Hollandsche Kaasboer G. Rebel opening Bloemerstraat 84 (De Gelderlander 8/1/1929)
A. Janssen
Daarna worden er weer meldingen in Adresboeken en advertenties van Jans(s)en voor.
Onder andere in een nieuwjaarswens A. Janssen van “’t Kaashuis” in De Gelderlander 31/12/1931, De Gelderlander 31/12/1932.
Ook zijn er meldingen gevonden in De Gelderlander 15/12/1934, PGNC 5/1/1935, PGNC 31/12/1936, melkslijter (Adresboek 1932, 1934, 1936, 1938). Ook na de Tweede Wereldoorlog komt A. Janssen voor: in de Adresboeken 1948, 1951, 1955 als melkslijter-winkelieder levensmiddelen; als winkelier in 1959 en 1963 en onder de kop “Levensmiddelen” in 1966.
Vervolg
Weurtseweg 83-85, augustus 2023 (Google Streetview)
Wanneer de winkel opgehouden heeft te bestaan, is nog niet bekend. Na de oorlog zijn in ieder geval de volgende gebruikers gevonden (dus ook ten tijde van Janssen):
Mw. B. Cornelissen 1959
Mw. H.F.M. Mooren, dienstbode 1963
H.M.T. Pols 1971
Tegenwoordig (juli 2025) is ook het benedengedeelte weer een woning.
Het pand van F.J. van Pelt, oliën en vetten (nr. 47), gezien vanaf de Priemstraat. Links naar de Oude Haven, 1952 (Fotopersbureau Gelderland via F19047 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Op de Lage Markt 47 zijn alweer jarenlang horeca zaken gevestigd. In dit pand heeft vele jaren de Firma F.J. van Pelt gezeten, welke machine-onderdelen, gas en lasbenodigheden verkocht. Het bedrijf werd echter in 1785 opgericht als apotheek.
Advertentie Emser pastilles, verkrijgbaar bij F.J. van Pelt (PGNC 8/2/1871)
F.J. van Pelt werd in 1785 als apotheek opgericht. “In die tijd verkocht Van Pelt ook al oliën en vetten, drijfriemen, appendages, carbid, teerproducten, pakkingen en rubber.” (Turntech)
Ferdinand Jan vn Pelt, apotheker, op Lage Markt D No. 18, Bevolkingregister 1880
Welke F.J. dit is, is mij (RE) nog onbekend. Wel is er een Ferdinand Jan van Pelt op Nijmegen D224 Lage Markt in het Bevolkingsregister van 1820. Of dit het huidige Lage Markt 47 is, is mij eveneens niet bekend. Van Pelt is “apothecar” van beroep en 24 jaar oud. Ook is er in het Bevolkingsregister van 1880 een Ferdinand Jan van Pelt, geboren op 29-8-1815 met als beroep “Apotheker”, dan op Lage Markt D. Nr. 18. Hier heeft het “blauwe potlood” op een later tijdstip in de Aanmerkingen “47” geschreven.
In ieder geval is het in een advertentie in De Gelderlander 12/2/1897 Firma F.J. van Pelt.
Op 28-1-1908 krijgt Firma T.J. van Pelt, vergunning voor het ”oprichten van eene door gaskracht gedreven inrichting voor het bereiden van verf en het maken van specerijen in het perceel aan de Lage Markt No. 47, Kadastraal bekend Nijmegen, Sectie C, No. 5878”. (PGNC 4/2/1908)
Drogisterij Firma F.J. van Pelt
Advertentie Firma F.J. van Pelt, Lage Markt No. 47 en K. Hezelstraat No. 21 (De Gelderlander 26/11/1911)
De Firma F.J. van Pelt plaatst in De Gelderlander 26/11/1911 een advertentie. In ieder geval is het op dat moment een drogist. Met naast de Lage Markt No. 47 de K. Hezelstraat No. 21 als adres.
In ieder geval lijkt rond 1912 alleen de naam Firma F.J. van Pelt naar de familie van Pelt te verwijzen: dan staat W.A. v. Koolwijk, Drogist op dit adres, in ieder geval tot en met Adresboek 1920. Daarnaast komt Firma F.J. van Pelt voor op Stikke Hezelstraat 28.
Wilhelm Antoon van Koolwijk
W.A. v. Koolwijk betreft Wilhelm (soms Wilhelmus) Antoon van Koolwijk (17-4–1877 Ewijk). Hij is de zoon van Henricus van Koolwijk Hendrikzoon (1826 Ewijk – 26-7-1899) en Hendrica Bonaventura Hubertina van Pelt (14-7-1841 Nijmegen – 1922). Zijn vader was van 1879-1898 burgemeester van Koolwijk en daarnaast rentmeester van Doddendaal. Van Koolwijk en van Pelt zouden 6 kinderen krijgen (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis; overlijdensadvertentie van Koolwijk De Gelderlander 27/9/1899). (Hoewel nog niet verder onderzocht welke familieleden van Koolwijks het exact betreft, zullen de van Koolwijks die in het Bevolkingsregister in 1880 bij de van Pelts voorkomen waarschijnlijk geen “dienstbode” zijn uit armoede).
Zijn moeder komt als weduwe tijdelijk inwonen: van 21-11-1917 wanneer ze afkomstig is uit Appeltern, tot 25-2-1918 wanneer ze verhuist naar Elisabeth’s Rustoord in Grave. Zij zal in 1922 komen te overlijden.
In het Bevolkingsregister komt hij van Koolwijk voor met als beroep “drogist”. Het adres is L. Hezelstraat 113, welke op een later tijdstip (1-1-1921) is doorgehaald en vervangen door v. Oldenbarneveldtstraat 24. Van Koolwijk is getrouwd met Louis Francisca Johanna Terwindt (29-4-1877 Pannerden)
Het particulier adres van van Koolwijk is volgens de Adresboeken tot 1916 Kerkstraat 80, daarna tot 1920 Oldenbarneveldtstraat 24; waarschijnlijk is een verhuizing naar de Kerkstraat niet in het Bevolkingsregister doorgekomen.
Drogisterij
Een mooie, oude pui van een winkel die onder andere Persil verkoopt. Het pand bestaat anno 2022 nog maar de houten pui is verdwenen. Links zien we nog een deel van de winkel van van Pelt die op reclame-uitingen zijn winkel de aanduiding meegaf: “Drogerij, specerijen en verfwaren”, Lage Markt 49 -53, 1915- 1925 (F19020 RAN)
Ook in De Gelderlander 24/4/1920 is het nog een drogisterij op dezelfde 2 adressen, wanneer het Van Pelt’s Haarwater aanprijst: “Geen grijze haren meer!”
In het Adresboek 1914-1915 staan meerdere advertenties van de Nijmeegsche Oliehandel “WEKA”, firma F.J. van Pelt, Lage Markt 47. Onder andere:
Collingspatentas-olie
Drijfriemen, Kernleder, Chroomleder, Kameelhaar, Balata en Katoen
Machinepakking “Asbest”, Gummi- en Klingerith-plaat, enz.
Centrifuge-oliën
Consistentvet, Wagenvet, Vaseline, Leder- en Hoefsmeer
Diverse Auto-oliën
Diverse Russische machine-oliën
Rond 1922 is er mogelijk “iets” gebeurd:
Dan komt op de Lage Markt de Nijmeegsche Oliehandel “WEKA” Firma F.J. van Pelt voor (1922); en tevens als “drijfriemenfabriek” (in ieder geval van 1922- 1938). Daarnaast Machine-onderdeelen-depôt N.V. G. Dikkers & Co., Hengelo (1928, 1932) en Machinekamer-behoeften (1932, 1947)
Op Stikke Hezelstraat 30 is vanaf 1922 J.H.L.H. van Pelt, apotheker te vinden. Wat de relatie tot van Koolwijk of de Firma is, is niet bekend.
advertentie Dikkers afsluiters Firma van Pelt (De Gelderlander 17/11/1928)
Op de opslagplaats is op F19020 nog te lezen: “Auto-oliën”. Waarschijnlijk staat er op de gevel een verwijzing naar: “Machine-onderdeelen-depôt N.V. G. Dikkers & Co., Hengelo. Fa. F.J. v. Pelt, Lage Markt” (Adresboek 1928).
De laatste tot nu toe gevonden vermelding van de Lage Markt als (tevens) een “drogerij” is in Adresboek 1924. Echter: Firma F.J. v. Pelt komt met een advertentie voor “Glansverf” zowel voor op Lage Markt No. 47 als Korte Hezelstraat 28 in De Gelderlander 16/7/1927.
In 1948 en 1966 komt de Firma voor als lasbenodigdheden en gasverkoper.
Gas
De opslagplaats van de firma F.J. van Pelt, Lage Markt 49, 1955 (F19561 RAN)
Het binnenplaatsje van de Oliehandel Van Pelt , met de verborgen St. Antonispoort, Lage Markt, 1960 (Fotopersbureau Gelderland via F19044 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
“Gevestigd aan de Lage Markt 47 in Nijmegen werden rond 1930 de eerste gasflessen verkocht met o.a. zuurstof van Hoek’s Oxigenium en Shell Propaan gasflessen. Later kwamen daar andere technische en medische gassen bij.” (Turntech)
Een foto “Firma van der Pelt (zaak in butagas flessen)” uit 1970 is te zien op F63939 RAN
Naam
Omschrijving
Adres
Gevonden Adresboeken
F.J. van Pelt
Apotheker
Lage Markt, 18
1887
W.A. v. Koolwijk
Drogist, firma F.J. van Pelt
Lage Markt 47, part. Adres: Kerkstraat 80, Hees; ook onder “Drogerijen en ververijen”
1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916
Firma F.J. van Pelt
Lage Markt 47 en Stikke Hezelstraat 28
1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916
W.A. v. Koolwijk
Drogist, firma F. J. van Pelt
Lage Markt 47, part. Adres. V. Oldenbarneveldstraat 24
1916, 1920
Firma F.J. van Pelt
Drogerijen
Lage markt 47
1922, 1924
Nijmeegsche Oliehandel “WEKA” Firma F.J. van Pelt
Importeurs en Fabrikanten van Machine Oliën en Vetten -Machinepakking en Appendage
Lage Markt
1922
J.H.L.H. van Pelt
Apotheker
Stikke Hezelstraat 30
1922, 1924, 1930, 1932
Fa. F.J. v. Pelt
Drijfriemenfabriek; 1928: (Chroom en Kern)
Lage markt 47
1926, 1928 (ook 47a), 1932, 1934, 1936, 1938
Fa. F.J. v. Pelt
Machine-onderdeelen-depôt N.V. G. Dikkers & Co., Hengelo
Lage Markt
1928, 1932
Fa. F.J. v. Pelt
Machinekamer-behoeften
Lage Markt 47
1932, 1947
Firma F.J. van Pelt
Lasbenodigdheden Zuurstof-Gas-Carbid Reduceerventielen Slangen; 1966: Specialisten op Lasgebied, Hoofddepot: Shell-Propagas-Zuurstof en Gas
Lage Markt 47
1948, 1966
Verhuizing
“Van Pelt verhuisde in 1974 naar de Hogelandseweg 3 te Nijmegen waar het gassenassortiment fors uitgebreid kon worden. Van Pelt was in de jaren erna Hoekloos gasdealer. Hoekloos werd overgenomen door Linde Gas en vanaf dat moment was Van Pelt Gas verkooppunt van Linde Gas.
In 2010 werd de firma overgenomen door H. Post Nijmegen en verhuisde naar de Hogelandseweg 25 in Nijmegen. Op de Hogelandsweg 25 heeft van Pelt in 2011 een nieuw gasdepot geopend met meer ruimte voor de technische gassen. Daarnaast kreeg het een eigen propaan gasvulstation zodat eigen gasflessen ge- en hervuld konden worden.”
Per 1-1-2024 is Van Pelt Gas overgenomen door TurnTech BV. (Turntech)
Vervolg: horeca de Firma en Ultimo
Het vervolg is nog niet uitputtende onderzocht. Wel hebben er na de verhuizing van van Pelt een aantal horeca zaken in het pand gezeten. Een bekende was de “Firma”, die hier vanaf 2012 zat. De eigenaar was Bas Hoebink. “We pionierden, serveerden kleine gerechtjes om samen te delen, dat was nieuw voor Nijmegen.” In 2019 geeft hij aan dat hij met deze zaak zal stoppen (De Gelderlander, met een mooi interview).
Dan wordt de zaak overgenomen door zijn broer Pepijn, die hier Ultimo Restaurant & Wijnbar vestigt. Deze horeca zaak bestaat nog steeds (juli 2025).
Rijksmonument
Achterzijde van woningen en bedrijfspanden aan de Lage Markt met links Touwslagerij Reijnen, gezien vanaf de kade. Op de voorgrond de vroegere Waalwal met de opslag van vaten met afgewerkte olie van de firma van Pelt, 1955 (Jeroen van Lith via D975 RAN CC0 vens Auteursrechthouder)
Lage Markt 47 is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met twee verdiepingen en schilddak, dat aan de achterzijde aansluit tegen een puntgevel. In de gepleisterde muren vorkankers. 17e eeuw. Achterhuis onder schilddak aan de Waalkade.”
De Maria Geboortekerk is in opdracht van de Dominicanen gebouwd. Dit gebeurde in 3 fases:
1893-1894: een hulpkerk
1900-1901: vergroting met het huidige middenschip en zijbeuken
1921: vervanging hulpkerk door een transept, koor met zijkapellen en een sacristie. Daarnaast een nieuwe voorgevel met traptorens.
Zowel van het hulpkerkje als de vergroting van 1900-1901 was Johannes Kaijser (1842-1917) de architect. De derde fase werd gebouwd door zijn zoon.
Dit stuk gaat vooral over de bouw van 1900-1901. Daarbij was deze kerk bedoeld als ‘tussenkerk’. De vergroting moet de hoofdbeuk of het zogenaamde langschip gaan vormen van de definitieve kerk. Dan zal er een transept met priesterkoor gebouwd worden. Daarnaast zal de voorgevel nog “versterkt” moeten worden, met een toren van 14M. breedte en 80M. hoogte.
Deze verbouwing vond uiteindelijk plaats in 1921, door de zoon van Kaijser. De toren is er echter niet gekomen.
1894: Hulpkerk
De achterzijde van de Maria Geboortekerk, 1894 (F87883 RAN)
“De Inzegening der Bijkerk van Onze Lieve Vrouw te Nijmegen
Sinds geruimen tijd trekt de nieuwe bijkerk der Sint-Dominicusparochie de aandacht der talrijke wandelaars, die in deze zeldzaam schoone dagen langs het Hunerpark en de Singels genieten van de frissche lentelucht en het heerlijk natuurtafereel, dat zich dagelijks verder voor hun oog ontrolt. Inderdaad, het kerkgebouw is zulk een aandacht dubbel waard. Deels schilderachtig tusschen het groen verscholen, verheft het zijne hoogstijgende lijnen en streeft met een sierlijk, slank torentje ten hemel. Vooral van den Kerkhofweg gezien is de aanblik verrassend en bewijst, hoe dankbaar de XIV eeuwsche gothiek, in nationale grondstof uitgevoerd, zich leent voor onze kerkgebouwen. Het gedeelte, dat thans is afgeleverd, bestaat uit een achthoekig priesterkoor, twee achthoekig gesloten transepten en twee travées van de groote beuk. Eventueel kan dit middenschip met nog vijf travées worden verlengd en daarbij gesloten met een rijken voorgevel, door twee traptorens geflankeerd; de kerk zal den eene lengte hebben van 48 meters.
Treedt men het gebouw binnen, dan ontwaart men terstond, dat de decoratie zeer constructief is opgevat. Alle constructieve elementen, zooals colonnetten, pilasters, bogen, enz. zijn in schoonen baksteen gemetseld en gevoegd; terwijl de vlakken, welke geene constructieve functie hebben, witgepleisterd zijn. Dit rood en wit, gevoegd bij het zachtgroene licht, dat door het kathedraalglas naar binnenstroomt, geeft aan het geheel eene aangename, als het ware, kerkelijke tint. Het gewelf verheft zich tot eene hoogte van 15 meters, maar schijnt door de witte schildering nog hooger te streven; slechts enkele motieven daarvan zijn voorloopig sober in kleuren georneerd. Ieder bezoeker zal instemmen, dat de architect Kaiser uit Maastricht in de opvatting en uitvoering van zijn plan uitstekend geslaagd is, en tevens de nauwkeurige afwerking roemen van den heer W. van der Waarden, die als aannemer hier weder getoond heeft, waartoe Nijmegen in staat is.
Volgens afkondiging had hedenmorgen ten 9 ure de plechtige inzegening plaats van het nieuwe bedehuis; de plechtigheid werd verricht door den Weleerw. Pater A.P. van der Geest, pastoor der parochie, daarin bijgestaan door de geestelijken des kloosters. Tegen 10 ure zag men langs verschillende dreven de geloovigen samenkomen om het eerste H. Misoffer in het nieuwe heiligdom bij te wonen. De herder der parochie celebreerde, geassisteerd door de beide kapelaans, de Weleerw. Paters S. Grapel en H. van E.p. Na het Evangelie hield de Zeereerw. Pater J.V. de Groot, prior des kloosters, eene treffende toespraak tot de vergaderd menigte. Naar aanleiding van de woorden des psalms: In donum Domini ibinus, Wij zullen ingaan in het Huis des Heeren, verklaarde de gewijde redenaar, wat de Kerk is voor de Katholieken: zij is de woonstede Gods, zij is de zetel der zegeningen Gods. In weinige krachtige trekken schetste hij de verhevenheid van het Huis Gods tijdens het Oude Testament, om vervolgens langs Bethlehem en Nazareth te wijzen op den tempel van het Nieuwe Testament, die vooral hare grootheid ontleent aan het onbloedig Offer daar opgedragen, aan de tegenwoordigheid van Christus in het H. Sacrament. Dit verklaart de ware grootheid onzer christentempels, hetzij deze verborgen zijn in de catacomben, verscholen in schuren en zolders, of als heerlijke, prachtvolle kathedralen met hemelhooge spits luide aan de wereld verkonden den Emmanuel, den God met ons. Hierna zette de gevierde spreker uit een, dat de kerk de zetel is der zegeningen Gods, omdat de Verlosser der wereld, de Bron der genade, daar woont in de H. Eucheraristie, omdat de H.H. Sacramenten daar worden toegediend, omdat de mensch daar licht vindt in de duisternis, vrede in de onrust des gemoeds. Hartelijk wenschte hij den pastoor en de geloovigen geluk met dit nieuwe Huis Gods en bracht den edelmoedigen weldoeners zijn innigen dank. – Zooals men weet, is de bijkerk gebouwd van de giften, welke het katholiek Nijmegen vóór twee jaren, bij het zesde eeuwfeest van het Predikheeren-klooster, aan de Paters heeft aangeboden. Der kerk herinnert dus tevens aan den band, welke zes eeuwen van arbeid en strijd tusschen de kloosterlingen van Sint Dominicus en Nijmegen’s burgerij gelegd hebben.” (De Gelderlander 14/4/1894)
1900-1901: Lancet Style
Achterkant Maria Geboortekerk (door Havang (nl) – Eigen werk via Wiki commons CC0)
Waar zijn zoon Jules Kaijser met het voorportaal refereert naar de Franse vroeggotiek (reliwiki), lijkt Johannes Kaijser te refereren naar een vroegere periode: zoals in het krantenartikel staat weergegeven, is het gebouw geïnspireerd op de “lancet style”. Deze komt vooral voor in Engeland? Deze vorm is goed te zien aan de achterkant van het gebouw. De lancet style houdt in dat gebruik wordt gemaakt van spitsbogen en een verhoogde, slanke vensters, zonder maaswerk (joostdevree).
1901 Hulpkerk voor de Parochie van de H. Dominicus (D12.377927)
De Gelderlander schrijft bij de opening in 1901 een artikel. Vooralsnog weet ik (RE) nog niet waarom de kerk in dit artikel Onze-lieve-Vrouwekerk wordt genoemd:
“De Onze-lieve-Vrouwekerk te Nijmegen.
Tot niet geringe vreugde der katholieken die zich buiten de St.-Jorispoort gevestigd hebben, breekt weldra de langverbeide dag aan, waarop de nieuwe kerk haar deuren voor de geloovigen ontsluiten zal. Menigeen zal bij het binnentreden des heiligdoms verwonderd staan over het verrassend effect, dat de verbinding van den eersten bouw thans tot presbyterium bestemd, met het nieuwe gedeelte teweeg brengt. Er moest hier een niet te onderschatten moeilijkheid worden overwonnen, doch het vindingrijk genie van den bekwamen bouwmeester, den heer J. Kaiser, heeft glansrijk gezegevierd.
Schenken wij echter onze opmerkzaamheid den nieuwen aanbouw, die de hoofdbeuk of het zoogenaamde langschip zal vormen der definitieve kerk. Het plan immers bestaat om later een transept met priesterkoor, van grooter verhouding dan het thans bestaande, te bouwen en den voorgevel te versterken en te verfraaien met een toren van 14M. breedte en 80M. hoogte. Het nieuwe gedeelte is in zuiver dertiende-eeuwschen stijl (style Lancet) opgetrokken, in materialen grootendeels aan den vaderlandschen bodem ontleend. Vandaar is de kleurige baksteen, der roem onzer Waal-oevers, in allerlei verscheidenheid, op de meest sprekende punten gebezigd. Voor de handhaving van dit echt rationeel en traditioneel beginsel, kan men den architect niet anders dan lof toezwaaien.
Twee rijen slanke kolommen met sierlijke kapiteelen dragen het 10M. breede middenschip, dat krachtig omhoog streeft en zich ter hoogte van 22M., in stoute bogen, welft. De zijbeuken trekken de aandacht door hunne ruimte, welke vooral verkregen werd door de conterforten naar binnen te plaatsen. Deze laatste, als pilasters behandeld, breken tevens de muurvlakten, verhoogen door hunne rijke profileering het perspectief en bekoren het oog door hun wisselend spel van lijnen. Om de polychromie, die in zoovele kerken zwaar tegen de vochtigheid te kampen heeft, tot een klein gebied te beperken, d.w.z. gevoegd; slechts de gewelfvlakken zijn wit gepleisterd. Overigens is er, vooral buiten, niet naar versiering gezocht; de constructieve deelen van den bouw vormen de voornaamste ornamentatie. Blijkbaar is de architect van het denkbeeld uitgegaan, om een kerk te bouwen, die door soliede constructie, duurzame materialen en sobere versiering in de naaste toekomst geen zorg voor onderhoud of herstelling mag geven.
Met dit doel voor oogen is hij er tevens in geslaagd aan het geheele gebouw een werkelijk monumentaal karakter te geven.
Den heeren Gielen en Van der Pluim, de wakkere aannemers, wier namen reeds te Nijmegen gevestigd zijn, komt voor de uitvoering alle lof toe.
Moge het ondernemend Kerkbestuur der Sint-Dominicusparochie door de liefdadigheid der geloovigen weldra in staat gesteld worden om den bouw te voltooien; dit zal voorzeker de wensch en de bede zijn van alle geloovigen, die zich morgen (Vrijdag) naar de Onze-Lieve-Vrouwekerk zullen begeven, wanneer het heiligdom door den zeereerw. Pastoor A.P. van der Geest plechtig wordt ingezegend.
De plechtige Mis wordt opgedragen om 10 uur, waaronder de predikatie gehouden wordt door den zeereerw. pater Van Hassel.” (De Gelderlander 5/7/1901)
Glas-in-lood ramen Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Beeld Dominicus Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Beeld Albertus Magnus door Jac Maris, 1948 Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Mariabeeld van Albert Meertens
Een Mariabeeld , geplaatst op het pleintje voor de Maria Geboortekerk, gemaakt in 1949 door Albert Meertens (14-12-1904 – 30-11-1971) uit Berg en Dal ; op de gevel van de kerk links het beeld Dominicus uit 1923 en rechts Albertus Magnus , gemaakt in 1948 door Jac Maris, 1949 (GN5272 RAN)
Beeld bij Maria Geboortekerk (september 2024)
Jezus zonder hand (oktober 2024)
Sokkel Mariabeeld voor Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Inscriptie “aan Pastoor Dickmann 15 aug 1908-1948” (oktober 2024)
Sokkel Mariabeeld voor Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
Deze pagina verzamelt de artikelen die over de Dominicanenstraat zijn verschenen. Voormalig Klooster Dominicanessen Dominicanenstraat 6 Zie ook de herinnering…
In 1936 is dit pand grondig verbouwd naar een ontwerp van Charles Estourgie. Een gedeelte van de bouwtekening staat hier onder “Ontwerp voor een garage, bovenwoning & Magazijnen voor de Frima Gebr Janssen”. Daarbij wordt gesproken van een “Drukkerij verbouwing”. De datering van onderstaande tekening is van april 1936; in het bouwdossier staat een tekening van een andere voorgevel, “behoort bij de bouwvergunning-aanvrage dd 19 juni 1935”.
De Gebroeders Janssen “hadden meerdere panden in de Pijkestraat in bezit als pakhuis/magazijn. Achter deze huizen, tegenwoordig Pijkestraat 27, lag Drukkerij Gebr. Janssen.” (Gemeentelijke Monumentenlijst, met uitgebreide beschrijving van het pand)
Gedeelte Bouwtekening verbouwing 1935
Afgaande op de bouwvergunning aanvraag is het gebouw in 1913 vernieuwd naar een ontwerp van J.C. Hermans. Op dat moment heette de straat nog Pikkegas (in 1926 veranderd naar Pijkestraat). In de adresboeken 1912-1913 t/m 1915-1916 staat als omschrijving ‘pakhuis’, en daarnaast in ieder geval ook in 1922, 1924, 1932, 1934.
Het is mij nog onbekend of het een verbouwing betreft of dat naar het ontwerp van Estourgie een geheel nieuw gebouw is neergezet.
Andere gebruikers:
Advertentie Bestelhuis Pijkestraat blijft geopend (De Gelderlander 2/3/1953)
Advertentie Bestelhuis de Klok naar Regulierstraat 66 (De Gelderlander 2/3/1953)
Of en hoe lang de Gebroeders Janssen zelf gebruik hebben gemaakt van het pand is nog niet bekend.
Al in 1938 komt op dit adres de expediteur J.M. Linders voor. Hij komt daarna nog voor in de adresboeken tot 1955. Wel verschijnen er in De Gelderlander 2/3/1953 2 advertenties, op dezelfde pagina:
Bestelhuis Pijkestraat blijft, nu ten name van J.M. Linders
Bestelhuis de Klok is verhuisd naar Regulierstraat 66
In De Gelderlander 22/2/1954 staat een advertentie dat op dit adres het Bestelcentrum Centrum zich heeft gevestigd.
Naam
Omschrijving
Adresboek
A.L.A. Mulder
slager
1916
J.M. Linders
expediteur
1938, 1940, 1948, 1955
F.G. Linders
behangersknecht
1938
Bestelhuis ‘De Klok’
expediteur
1948
H.P. van der Braak
machinebankwerker
1959
A..J. van der Velden, geb. Vos
1968
Advertentie Bestelhuis Centrum naar Pijkestraat 1 (De Gelderlander 22/2/1954)
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is een Gemeentelijk Monument met als waardering: “Het pand is van architectuurhistorische waarde als gaaf voorbeeld van een magazijn met woongedeelte en garage uit de twintigste eeuw in expressionistische stijl. Verder is het van belang als voorbeeld van het oeuvre van de Nijmeegse landelijk bekende architect Charles Estourgie.
Het pand is van stedenbouwkundige waarde vanwege zijn opvallende positie bovenaan de Pijkestraat, met degevelopening ten behoeve van de garage-ingang. Tegelijkertijd voegt het pand zich goed in de schaal van de straatwand, mede vanwege de behouden historische perceelsgrenzen. Als woonhuis met bedrijfsgedeelte toont het pand de ontwikkeling van de middenstand aan de rand van het stadscentrum in de periode tussen de twee Wereldoorlogen. Dat verleent het pand cultuurhistorische waarde.”
Het fraaie pand van het melkhuis van B.J. Wildenbeest in art-decostijl ontworpen door Oscar Leeuw. Het pand overleefde de oorlog niet: het werd door de terugtrekkende Duitsers in brand gestoken, St. Jorisstraat 1, 1899 – 1900 (F17705 RAN)
In 1899 opent Wildenbeest een stoomzuivelfabriek en melksalon: de Melkerij Lent. Vooral de salon krijgt veel aandacht, zowel vanuit het publiek als vanuit de architecturale wereld. Dit gebouw is ontworpen door de architect Oscar Leeuw, waarbij zijn broer Henri Leeuw voor decoratieve elementen zorgde. Het gebouw viel op door zijn opmerkelijke architectuur en de vele en felle kleuren.
Voorgeschiedenis
Uit een gevonden advertentie uit 1890 blijkt, dat er op dat moment de “Melkerij Lent” van Wildenbeest al bestond, die in PGNC 4/5/1890 spreekt over “een uitbreiding”.
Advertentie PGNC 4/5/1890
Oorspronkelijk is het een melkhandel in de buurt van “Het Witte Huis” in Lent van Wildenbeest. (Historische Kring Bemmel, 2002). Het is mij onbekend welke Wildenbeest dit precies betreft: senior, de houder van het bekende logement Lent of zijn zoon, die Melkerij Lent in Nijmegen zal openen.
In 1895 opent Bernardus Johannes Wildenbeest een drankhandel in de Lange Hezelstraat. Daarna opent hij in dezelfde straat een melkfabriek: Melkerij Lent.
In 1899 opent Wildenbeest een stoomzuivelfabriek en melksalon. Vooral het laatste trekt veel aandacht. Dit gebouw is ontworpen door de architect Oscar Leeuw, waarbij zijn broer Henri Leeuw voor decoratieve elementen zorgde. Het gebouw viel op door zijn opmerkelijke architectuur en de vele en felle kleuren.
Aandacht
Melkerij Lent, op 8 november 1899 door Bernardus Johannes Wildenbeest (zoon van de eigenaar van Hotel Lent) geopende melkinrichting in een door Oscar Leeuw ontworpen pand op de hoek met het Kelfkensbosch. Uiterst rechts nog net zichtbaar het klooster van de broeders van Maastricht, 1915-1930 (RAN GN2885)
Het gebouw kreeg veel aandacht door de opmerkelijke architectuur met veel kleuren. Niet alleen van publiek, maar ook van de architectuurwereld. Deze publiciteit was natuurlijk goed voor de omzet van de Melkerij. (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis).
De Gelderlander 8/11/1899 noemt dat de gevierde bouwmeester Jos. Cuypers“er zijn bijzondere ingenomenheid mee betuigde en verzocht het “Melkhuis” zoowel uit- als inwendig te mogen doen photographeeren, ten behoeve van het weekblad de “Architect”. Het Bouwkundig Weekblad plaatst een afbeelding (Het Vaderland 10-12-1901)
Daarbij was er ook internationale aandacht: “Ten bewijze dat de arbeid onzer ijverige Nijmeegsche bouwmeesters ook in het buitenland de aandacht trekt, achten wij het niet zonder belang, mee te deelen dat twee buitenlandsche tijdschriften L’art décoratif en Die Kunst bijna gelijktijdg uitvoerige afbeeldingen geven van het “Melkhuis” van den heer Wildenbeest op het Kelfensbosch.” (De Gelderlander 8/7/1900) Afgaande op dit artikel, blijkt L’art décoratif vooral het gebruik van de bouwkundige en sierende mogelijkheden van baksteen te behandelen. Die Kunst heeft het vooral over de inwendige versiering met gebeitst hout en decoratieve panelen, die “zij hooglijk prijst”.
Bij de opening
Detail van het fraaie pand van het melkhuis van B.J. Wildenbeest in art-decostijl ontworpen door Oscar Leeuw. Het pand overleefde de oorlog niet: het werd door de terugtrekkende Duitsers in brand gestoken, St. Jorisstraat 1, 1899-1900 (F17706 RAN)
Zowel het PGNC als de Gelderlander schrijven een uitgebreid artikel bij de opening. Hieronder staat die van het PGNC 8/11/1899 weergegeven:
“De “Melkinrichting Lent” van den heer B. Wildenbeest alhier heeft heden haar nieuwe gebouw aan het Kelfkensbosch voor het publiek geopend. Wat heeft het langen tijd achter een schutting verborgen de nieuwsgierigheid der voorbijgangers gaande gemaakt en, toen de gevel eenmaal vrijkwam, de attentie getrokken! Wij weten, dat niet ieder een bewonderaar is van dezen stijl- maar het is eene eigenaardigheid van de menschen dat alles wat afwijkt van het gewone, niet aanstonds aller onverdeelde sympathie heeft. En toch, in deze schilderachtige omgeving doet dit fleurige, kleurige huisje met zijn eenigzins landelijk karakter een zeer aardig effect. Straks- als de nog ietwat helle kleuren door zon en regen wat zullen zijn verbleekt- en het geheel zich wat minder scherp zal afteekenen tegen het overwegend grijze der omliggende panden, zal het een sieraad van het Kelfkensbosch worden. Ook de vorm geeft eene zekere aantrekkelijkheid aan het geheel en legt een gunstig getuigenis af van de vindingrijkheid en fantasie van den architect den heer Oscar Leeuw.
interieur van het melkrestaurant,1898-1899 (reproductie uit Dekorative Kunst III, Fotoarchief Prof. dr. E.F. van der Grinten via RAN F79057) Architect Oscar Leeuw met medewerking Henri Leeuw
Is aan het uitwendige van dit gebouwtje veel zorg besteed- het interieur werd er niet door verontachtzaamd. Het beneden-gedeelte, dat ingericht is als melksalon, is een bezoek overwaard. In de eerste plaats heeft men er een zitje, zóó mooi, dat wij- n’en déplaise de geheelonthouders- het bijna jammer vinden dat dezen melksalon niet tevens een Bodega is. Maar ook alles wat men hier ziet doet het oog aangenaam aan. Het lokaal is betimmerd met een in verschillende kleuren gebeitste hooge lambrizeering, en ornamenteel beschilderd. Daar boven, in een streng gestyleerde omlijsting een Weiland met koeien, als wandschilden behandeld door den heer H. Leeuw Jr., wier talent wij hier niet speciaal behoeven te roemen. Ook hij ontwierp het overige ornamenteele schilderwerk, o.a. voor het plafond, dat met smaak en talent is uitgevoerd door den heer F.D. Teeuwissen, mr. schilder alhier. Het ameublement is in denzelfden stijl gehouden, eveneens van gebeitst hout en vervaardigd door de heeren Reichold en Put.
Een werk als dit behoort niet tot de gewone, doch vereischt bijzondere zaakkennis en groote toewiijding van den aannemer. Daaraan heeft het den heer L. v. Benthem blijkbaar niet ontbroken en hem komt daarvoor zeker alle lof toe.
Ten slotte vermelden wij nog, dat de fraaie hardsteen van den gevel geleverd is door de firma Euwens alhier.
De Gelderlander 1/9/1899
De melksalon van den heer Wildenbeest zal, wij zijn er zeker van, vele bezoekers trekken, doch dat is het doel harer stichting niet alléén. Zij is als het ware de étiquette van wat daarachter ligt: de melkinrichting. Ook die is geheel naar de eischen des tijds ingericht. Men verwachte ons geene uitvoerige beschrijving van het pasteuriseeren der melk, waardoor ze voor het gebruik geheel onschadelijk wordt gemaakt. Wij meenen te volstaan, dat hier alle nieuwste machinerieën voorhanden zijn en de melk, de flesschen en alles wat tot dit bedrijf behoort, met echt Hollandsche zindelijkheid worden behandeld. Dr. Heijer heeft hier voor het geregeld bacteriologisch onderzoek der melk een goed ingericht laboratorium te zijner beschikking. Ook trekt hier eene fraaie kleine stoommachine met omkleeden ketel zeer de aandacht, te meer omdat zij te dezer stede bij de firma T.H. Wiegerink en Co. vervaardigd is.
Kelfkensbos gezien richting St.Jorisstraat. Met links op de achtergrond Melkerij Lent met melksalon. Rechts de afslag naar de Hertogstraat, 1911 (Dr. Jan Brinkhoff via D323 RAN)
De inrichting van den heer Wildenbeest is thans geheel op de hoogte van den tijd en omdat goede en gezonde melk van zóóveel belang is voor de gezondheid van kinderen en zwakken, houde men ons ten goede, dat wij uitvoeriger dan gewoonlijk een particuliere onderneming onder onze nieuwsberichten behandelden. Wie er nog meer van wil weten, bezoeke zelf den heer Wildenbeest, die gaarne bereid is belangstellenden zijne interessante inrichting te laten zien.” (PGNC 8/11/1899)
In ieder geval is het pand aan de St. Jorisstraat in 1927 nog de “Winkel” van de Coöp. Nijm. Melkrinrichting Melkerij “Lent”. wikipedia “18 december 1928 was de laatste dag dat melk verkocht werd in de melksalon van de Melkerij Lent aan het Kelfkensbos (St. Jorisstraat).”
In september 1944 werd het pand door terugtrekkende Duitse troepen in brand gestoken.
Het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat / Daalseweg was het vierde badhuis van Nijmegen. Deze ging open in juli 1928. Het ontwerp was afkomstig van de Dienst Gemeentewerken. Woningvereniging Nijmegen voerde daarvan de exploitatie. In 1985 sloot het badhuis en werd het verbouwd tot theater.
Vanaf ongeveer 1900 onstonden in Nederland badhuizen: hier konden mensen tegen een (geringe) vergoeding een bad of “stortbad” (een soort douche) nemen. In deze periode was er meer aandacht gekomen voor het belang van hygiëne, gezondheid en levensstijl. De meeste badhuizen werden gebouwd in wijken met arbeiderswoningen, die meestal waren gebouwd zonder sanitair. De wekelijkse wasbeurt vond dan meestal plaats in een wasteil, waarbij een gezin zich achter elkaar in hetzelfde water waste en waarbij het water steeds een beetje grijzer werd.
Badhuis voor nieuwe woonwijk en Spoorbuurt
Het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat / Daalseweg was het vierde badhuis van Nijmegen welke in juli 1928 open ging. Tussen 1926 en 1930 ontstond in deze buurt een nieuwe woonwijk. Het badhuis was dan ook bedoeld voor de bewoners van deze nieuwe wijk en voor die van de Spoorbuurt, welke in 1925 gereed was gekomen.
Het gebouw was symmetrisch opgezet, met een gescheiden mannen- en vrouwenvleugel. Daarnaast had het een beheerderswoning op de bovenverdieping van het voorgebouw.
Het ontwerp was afkomstig van de Dienst Gemeentewerken, in een stijl met invloeden van de Amsterdamse School. Woningvereniging Nijmegen voerde daarvan de exploitatie. Naast onderstaande is een omschrijving te vinden op de Rijksmonumentenlijst.
Bij de opening in 1928
Badhuis Koolemans Beijnenstraat Daalseweg. Badhuis geopend in 1928 architectuur Dienst Gemeentewerken Nijmegen exploitatie door Woningvereeniging Nijmegen
De Gelderlander schrijft bij de opening:
“Het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat – hoek Daalscheweg.
De inrichting.
Op een kruispunt van wegen werd het vierde, openbare badhuis gebouwd.
Het mocht niet te veel uit den band der omgeving springen, te midden van de nieuwstad van middenstandswoningbouw en volkshuisvesting der woningbouwcomplexen van Sant- en Koolemans Beijnenstraat.
Er spreekt zekers welstand uit dezen geheelen woonwijk en deze ligt ook in het nieuwe badhuis uitgedrukt.
Aan het pleintje komt de sobere, breed den hoek afdekkende voorgevel goed voor. Geen onnoodige tooi, maar sobere lijn siert den effen gevel, waarin alleen het gesmeed ijzeren opschrift van badhuis, dat bij avond op bijzondere wijze kan verlicht worden, op de bijzondere bestemming van dat gebouw wijst. Groen omringt den bouw en boomen zullen het achterhuis na verloop van tijd deels aan het oog onttrekken.
Binnen speelde gerief en hygiëne de hoofdrol.
Wat aan andere badhuizen te verbeteren viel is hier gebeurd.
De praktijk was hier een uitstekende raadgeefster.
Na binnenkomst door hoofdtoegang komt men in een kleine hall, vanwaar men dadelijk het controle-kantoortje van den badmeester nadert- deze geeft hier ook de baddoeken uit, welke hij in voorraad heeft, in een kamertje vlak naast de controle.
Mocht het druk loopen en dus alle beschikbare badgelegenheden bezet, dan vinden de bezoekenden ieder voor hun afdeeling twee prettig ingerichte wachtkamers- zalen zullen wij maar niet zeggen, wijl de ruimten daarvoor te gezellig zijn en toch modern geïnstalleerd.
Hier valt al dadelijk op, dat de bouwmeesters ook gezocht hebben naar harmonie en kleuren, naast die in lijn.
Van donkerrood en leiblauw en groen loopen de kleuren over in rose en lichtblauw en wit. In de vloerbedekking tot lambrizeering en verdere muurbedekking vindt met dezelfde kleurentoon.
En het is werkelijk een fraaie verbetering dat men hier de muren niet betegeld heeft, maar voorzien van rose en blauwige terrazzo wanden, op duurzame wijze smaakvol en vakkundig uitgevoerd door de Nijmeegsche Terrazzowerken Union, van den heer d’Agnolo.
Dan krijgt men de kern van het gebouw: de badhallen.
Het is een frissche, ruime zaal, met licht dak en zonneglas, dat het daglicht in vollen glans doorlaat.
Beide afdeelingen, zoo voor dames als heeren, zijn op gelijke wijze geïnstalleerd.
De badcellen zijn -geheel van elkaar gescheiden, met tot de afdekking doorgetrokken wanden, zijn hygiënisch en tegelijk voor het gemak der badenden ingericht en natuurlijk voorzien van warm- en koudwaterleiding en verder van het gerief, dat men in een model ingerichte volksbadkamer mag verwachten.
De douches zijn af- en steeds goed verwarmd, wijl in iedere afdeeling een kleine radiator der centrale verwarming is aangebracht. Voor zeepbakjes, kleerenkapstok, spiegeltjes, bankje, electrisch licht, doelmatige celafsluiting en waterafvoer, voor tijdklokken, voor alles is uitstekend gezorgd. En wat een heele verbetering mag genoemd worden, is dit, dat de damp niet in de cellen blijft hangen, maar onmiddellijk kan wegtrekken langs de tochtramen in het glazen dak. Deze ramen kunnen van binnen de badhallen heel makkelijk even geopend worden als dat noodig blijkt te zijn.
In de badkamers zijn hier de kuipbaden geheel in granito ingebouwd- wat voor de schoonmaak zeer bevorderlijk is.
De lichtkap is afgezet met celo-tex- een Amerikaansche product van riet- dat geen vocht aanneemt en voorkomt, dat de zoldering er onooglijk gaat uitzien.
De electrische lichtleiding is waterdicht- kan dus niet gaan roesten.
Eenige hygiënisch ingerichte W.C.’s zijn aangebracht.
In het sousterrein, ruim en luchtig, staat de centrale verwarming; twee verwarmingsketels van groot vermogen staan er opgesteld en daarnaast liggen twee groote bowls voor de watervoorziening. Het systeem van stoomverwarming wordt hier toegepast. Bovendien is het badhuis voorzien van eigen waschinrichting voor de benoodigde badhanddoeken, waarvoor een doelmatige electrische waschinstallatie is aangeschaft.
Hoe ingewikkeld het buizennet in een goed geoutilleerde badinrichting is, kan men hier eens goed waarnemen. Dit technische onderdeel, dat van veel beteekenis is, bleek volkomen in orde. Hier in den kelder kan de koud- en warmwater toe- en afvoer geheel genormaliseerd worden. In den kelder is ook de groote kolenbergplaats.
De badhuisbouwmeesters in onze stad houden van nieuwigheden en zoeken steeds het betere en zullen ook in de toekomst niet stilstaan, wanneer er correcties aan badhuizen kunnen worden aangebracht.
Dit vierde badhuis is alweer doelmatiger en prettiger ingericht dan de vorige- ook in dit opzicht toont Nijmegen vooruitgang en een voorbeeld te zijn voor andere plaatsen in soberen, practischen, degelijken bouw.
De directie van Gemeentewerken heeft eer van haar ontwerp, dat vakkundig is uitgevoerd door de Nijmeegsche aannemersfirma W.H. Hoes.
De warm- en koudwaterinstallatie benevens centrale verwarming is aangelegd door de N.V.G.W. Leentvaar’s metaalhandel, St. Annastraat. Het stucadoorwerk werd verzorgd door de firma C.J. Clemens, de electrische installatiedoor de firma H.W. Gest; het verfwerk door de firma H.J. Vrijaldenhoven; het lood- en zinkwerk door de firma W. Engelaar en het gesmeed hekwerk door de firma Gebrs. Jansen.
Om het badhuis ontwierp de afdeeling gemeente-plantsoenen een frissche groen- en plantversiering.
De Woningvereeniging Nijmegen, waaraan door het gemeentebestuur de exploitatie van dit model-badhuis werd overgedragen, zal ongetwijfeld de vele gebruikers van dit badhuis weten te gerieven.
De heer G.M. Bregonje is portier van dit badhuis, dat in een behoefte voorziet.
Heden en morgen is de badinrichting kosteloos te bezichtigen. Maandag wordt zij geopend.” (De Gelderlander 7/7/1928)
Tarieven
Tarieven Badhuis (PGNC 7/7/1928)
In juli 1928 plaatsen “Eenige bewoners, candidaat-baders” een ingezonden brief dat de prijzen van het badhuis te hoog zijn: “Een stortabad à f 0,15 en een kuipbad à f 0,30 is toch wel wat erg aan den hoogen kant, als men tenminste niet alleen voor zich zelf heeft te zorgen en er de weelde op na durft te houden van een middalmatig gezin om van een groot gezien nog niet te spreken. Een gezin van 5 personen zou nu aan ’t badhuis moeten uitgeven b.v. 3 stort + 2 kuipbaden = f 1,05 per week.” Daarbij lijken de goedkope dagen niet aan te sluiten bij de gebruikers: “De 1e helft der week toch is bestemd voor hen voor wie ’t bezwaarlijk is dan te baden, terwijl de 2e helft is gereserveerd voor hun die evengoed in ’t begin der week van ’t badhuis gebruik kunnen maken. Het waarom zullen wij niet nader uiteen behoeven te zetten.” (PGNC 9/7/1928)
In 1930: “In het badhuis aan de Kolemans-Beijnenstraat is in het afgeloopen jaar het gebruik der baden zoowel voor volwassenen als voor kinderen wederom belangrijk toegenomen. Het exploitatie-tekort bedroeg f 2.957,45 (PGNC 25/8/1931)
In het jaar 1931 was het gebruik van het badhuis aan de Koolemans Beijnenstraat wat verminderd, terwijl de overige juist qua bezoekersaantal waren gegroeid. Daarnaast steeg het exploitatie-tekort van f 2.057, 45 in 1930 naar f 3.006,40 in 1931. (Overigens kampten alle badhuizen met een tekort.) (PGNC 25/8/1932)
In 1935 is het bezoek ten opzichte van het jaar ervoor met 2.000 afgenomen. (PGNC 15/1/1936). Op 4-4-1936 worden de tarieven verlaagd, waarbij een 5 dagen per week een stortbad 7,5 cent kost. Eind 1936 blijkt dat “… zoowel wat het meerdere bezoek als wat het verkrijgen van betere financieele resultaten betreft, niet aan de gestelde verwachting beantwoordt.” “Nu het badhuis aan de Nieuwe Markstraat is gelsoten, ligt het in de verwachting dat de terugslag, welke het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat ondervond door de vestiging van het Sportfondsenbad, niet verder op het financiele resultaat van invloed zal zijn, daar speciaal de Vrijdagen en Zaterdagen zich weer in een druk bezoek aan dit badhuis mogen verheugen.” (De Gelderlander 14/12/1937)
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
De laatste jaren van het Badhuis
Begin jaren 80 is het Badhuisvolgens de Wijkkrant een “van de meest geheimzinnige gebouwen in Oost”. De meeste mensen hebben inmiddels een douche of bad. Het eigendom is nog steeds in handen van de gemeente, waarbij woningbouwvereniging “Nijmegen” het pand beheert.
In mei 1981 is het badhuis het enige in Nijmegen dat nog open is. Dan is het badhuis alleen nog op zaterdag open, waar ongeveer 50 mensen een douche of bad komen nemen: “Bezoekers zijn zowel jongeren, gastarbeiders als ouderen uit de buurt, die thuis nog geen douche of bad hebben.” Het beheer is in handen door een “aantal jongeren, die boven het badhuis wonen en de zaak schoonhouden.” En douche kost 70 cent, een (lig)bad 1 gulden. Een stukje zeep 30 cent. De directeur van woningbouwvereniging Nijmegen, de heer Lieber, is dan al voor sluiting en herbestemming: het gebouw wordt te weinig gebruikt en de (energie) kosten zijn erg hoog. Het zou beter zijn om mensen te laten douchen in het Sportfondsenbad. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/5/1981)
Het artikel “Zaterdag – Dus in Bad” van Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/7/1982 geeft een mooie inkijk in de laatste dagen van het badhuis aan de Daalseweg: nog steeds is zaterdag de “topdag”: het is dan namelijk de enige dag dat het badhuis nog open is. Daarbij ben je direct aan de beurt. “Toch is het aantal bezoekers ook weer niet zo laag dat het aan te bevelen is om het badhuis te sluiten.”
Op dat moment is er het idee om de 8 uur dat het badhuis op zaterdag open is te verlagen naar 4 uur en de andere 4 uur gebruiken om een avond in de week open te gaan. Zo kunnen studenten ’s avonds na het sporten het badhuis bezoeken. De Woningvereniging is positief over het voorstel en wachten op het antwoord van de gemeente. “Omdat de Woningvereniging gelijk voorstelde het badhuis aan de Tulpstraat te sluiten en daardoor echt wel een duit in het zakje doet om de verliezen zo klein mogelijk te laten zijn vond ze dat wel gek. Ze hebben daarom het badhuis aan de Tulpstraat maar gesloten.” De Wijkkrant ziet het somber in: Nijmegen is op dat moment “plat zak”. “En dat houdt ook voor het badhuis een risico in. Ook het badhuis is één van die vele Nijmeegse instellingen die hopen het laatst aan de beurt te zijn.” (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/7/1982)
1985: Sluiting Badhuis en verbouwing tot theater
In 1985 werd het badhuis gesloten. Daarop verbouwden E.A. Hulstein en P. van Hontem tussen 1987 en 1988 het pand tot theater. Het exterieur bleef vrijwel geheel intact. De feitelijke badruimte werd verbouwd tot theaterzaal. De beheerderswoning werd het kantoor van het theater. Het dak van glasplaten van het achterste gedeelte kreeg een zinken dak.
Tussen 2002 en 2022 kwam Jeugdtheater Kwatta in het pand. In 2023 nam Theatergroep de Horde het pand in een gebruik: zij ontwikkelt en vertoont jeugdpodiumkunsten.
Rijksmonument
Het gebouw is sinds 2002 een Rijksmonument, met als waardering:
“Van architectuurhistorische waarde als een goed en vrij gaaf voorbeeld van een groot badhuis in een stijl die invloeden vertoont van de Amsterdamse School. Het badhuis heeft esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals goede verhoudingen en een bijzonder materiaalgebruik en ornamentering. Het badhuis heeft bovendien architectuurhistorische waarde omdat het als bouwtype zeldzaam is geworden.
Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van een in dezelfde periode tot stand gekomen woonwijk en vanwege de markante ligging op een wigvormig terrein aan een plein waar vijf wegen samenkomen.
Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming, welke verbonden is met een historische ontwikkeling nl. het van gemeentewege oprichten van openbare badhuizen in uitbreidingswijken.”
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
Links het Centraalgebouw van Christelijke Belangen, op de hoek van de Hendrik Hoogersstraat, 1923 (Uitg. J.H. Schaefer via F15812 RAN)
Veel Nijmegenaren zullen dit gebouw kennen als de plaats waar ze hun eerste danspassen hebben geoefend bij Danscentrum Vermeulen. Daarvoor was het gebouw in gebruik bij het Jeugdhuis de Wedren. Oorspronkelijk is het pand echter gebouwd als “Kerkzaal” van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Het gebouw bestaat uit een grote zaal voor predikdiensten en grote vergaderingen. En daarnaast kleinere lokalen voor verenigingen en is er ene woning voor de godsdienstonderwijzer.
De eerste-steenlegging
Eerste steen hoek Bijleveldsingel (oktober 2025)
In januari 1923 besluit heeft het bestuur van de Vereeniging voor Evangeliatie “in samenwerking met een daartoe opgericht comité uit de Ned. Herv. Gemeente alhier besloten grond aan te koopen voor een te stichten kerkzaal aan den Bijleveldsingel. Het plan is deze zaal nog dit jaar te bouwen.” (PGNC 30/1/1923)
De “eerste-steenlegging” vond daadwerkelijk dat jaar plaats: op 12 September 1923. Daarbij werd een gedenksteen geplaatst door een dochtertje van ds. Posthumus Meijjes en een zoontje van ds. van Selms.
Bij deze plechtigheid namen een aantal personen het woord, onder andere: “de heer van Valkenburg, ds. Couvée, die indertijd den stoot had gegeven voor de oprichting van het dit gebouw, ds. Posthumus Meijjes als wijkpredikant en ds. van Selms als voorzitter der Evangelisatie-vereeniging.” (PGNC 13/9/1923)
Bij de opening
“De Kerkzaal aan den Bijleveldsingel.
Aan den Bijleveldsingel, hoek Hendrik Hoogersstraat, is verrezen een Kerkzaal van de Vereeniging voor Evangelisatie alhier. Het gebouw ligt daar op een fraai punt en zal, wanneer het uitwendig geheel voltooid zal zijn, daar wel een vriendelijken indruk maken. Inwendig is men met den bouw gereed gekomen en Vrijdagavond a.s zal de opening plaats hebben met een feestelijk samenzijn, waarin ds. Couvée en ds. van Selms het woord zullen voeren en een zangkoor zich zal doen hooren. De eerste godsdienstoefening wordt a.s. Zondag om 10 uur geleid door ds. Pothumus Meyjes; het zal, gelijk alle kerkdiensten, in het nieuw gebouw te houden, zijn een Lithurgische dienst.
De totstandkoming van deze Kerkzaal en de wijze waarop zij, met enorme offervaardigheid van velen, is geschied, is een verheugende uiting van protestantsch leven in onze stad. Zij is de bekroning van het streven, sinds vele jaren, van de Vereeniging voor Evangelisatie naar een eigen centraal gebouw. Bij den penningmeester, den heer Haspels, kwam op een inderdaad goeden dag een gift van f 2,50 binnen “voor een nieuwe Kerkzaal” en dit was feitelijk het begin van het grootse werk, dat met vereende krachten en met zoo verblijdend resultaat tot het einddoel heeft geleid. Nadien werd het bestuur geregeld verheugd met vrijwillige giften voor genoemd doel. Toen in 1908 de godsdienstoefeningen niet meer, zooals voordien het gebruik was, konden plaats vinden in de Harmoniezaal, werd besloten tot stichting van een eigen Kerkzaa. Van dat ogenblik af vermeerderden de bijdragen: ze beliepen van 1908-1920 f 1200 en in 1920, nadat de magere oorlogsjaren achter den rug waren, alleen f 12.000. Thans is het totaal der vrijwillige giften gestegen tot f 55.000, zoodat nog slechts een bedrag van f 25.000, verkregen door een 4 pct. Obligatieleening, noodig was om de kosten van den bouw, verwarming en meubileering, zijnde f 80.000, bijeen te krijgen.
Er werd een commissie benoemd, bestaande uit de heeren D.J. Haspels, J.J. Kok en D. Monshouwer, die de plannen voor het te stichten gebouw ontwierp en toezicht hield op den bouw, welke op zeer te loven wijze is verricht door den heer W.J.G. Knoops, aannemer alhier, die zich ’t vertrouwen, door de commissie in hem gesteld, in alle opzichten heeft waardig gemaakt. De eerste steen-legging geschiedde op 12 September 1923 door Harry Posthumus Meyes en Karel van Selms en thans is de Kerkzaal gereed voor hare bestemming, de versterking van het protestantsch geloofsleven te Nijmegen.
Wie door den hoofdingang op den hoek van den Bijleveldsingel en de Hendrik Hoogerstraat het gebouw binnentreedt, wordt in de royale vestibule reeds dadelijk getroffen door de frisschen tinten, den overvloed van licht en de gerieflijken, welke deze “Kerkzaal” zoo gunstig onderscheiden van de meesten kerken van ouden datum. Men vindt er o.a. garderobes en toiletten. In de zaal zelve wordt die prettige indruk nog versterkt. Wat den bezoeker het eerst opvalt is het woord uit Genesis 32: 26 “Ik zal u niet laten gaan, tenzij dat gij mij zegent”, dat in fraaie letters boven het spreekgestoelte is aangebracht. En tegelijkertijd komt een gevoel van warmte over hem door het kleurige en gezellige van ’t interieur met de tegel-lambrizeering, het mooie schilderwerk, glas-in-lood vensters en al hetgeen verder er toe bijdraagt dat hier binnentreedt zich aanstonds thuis en op zijn gemak gevoelt.
De Kerkzaal bestaat uit een hoofd- en twee nevenzalen, die evenwel kunnen worden vereenigd tot één groote zaal, welke dan 900 personen kan bevatten. Van elke plaats af heeft men uitzicht op het spreekgestoelte, waarboven de orgel- en koor-galerij gelegen is. Aan de overzijde van het spreekgestoelte bevindt zich, boven den ingang van de zaal, eene tribune, plaats biedende voor nog 40 personen. Het spreekgestoelte kan naar behoefte worden vergroot. Voorts is eene inrichting aangebracht voor het projecteeren van lichtbeelden.
Boven elken vleugel van de Kerkzaal zijn op de eerste verdieping twee zalen voor vergaderingen e.d. aangebracht, die eveneens tot één groote zaal kunnen worden samengevoegd. Een dezer vier zalen zal doorloopend in gebruik zijn bij de Chr. Jongemannen-Vereeniging. De toegang naar de boven-zalen zoomede naar de woning van den Evangelist, den heer J.C. van Gaalen, uit Gasselt, is in de vestibule.
De tweede toegangsdeur tot het gebouw is aan den rechterkant op den Bijleveldsingel. Hierdoor komt men in een bergplaats voor rijwielen, vervolgens in de leskamer voor het houden van catechisatie en, na een tuintje te zijn overgewandeld, in de achter het spreekgestoelte gelegen kamer voor het bestuur, waar de opgangen zijn naar dit gestoelte, de orgel- en zanggalerij en de daaraan verbonden Koorkamer met ruimte voor 40 zangers.
In het sousterrain bevinden zich een brandvrije archiefkamer, een kelder en de meters voor de gasverwarming. In alle zalen zijn n.l. groote gaskachels geplaatst, daar deze wijze van verwarming het voordeeligste werd bevonden en ook doeltreffender bleek te zijn dan centrale verwarming in verband met de behoefte om in elke lokaal apart te kunnen stoken. Onder den vloer van de groote zaal is er ruimte voor het opbergen van stoelen op de manier als dit in “De Vereeniging” onder het amphitheater geschiedt.
Bij den bouw is gerekend op een minimum van onderhoud. Er zit aan de ramen geen stukje hout, de drempels en trappen zijn van graniet, kortom, behoudens de vloeren en de verf op de muren kan men zeggen, dat het gebouw menschelijkerwijs gesproken niet te verslijten is. Het geheel getuigt dan ook van den praktischen zin van de ontwerpers van het bouwplan, die daarbij toch op zeer gelukkige wijze hebben voldaan aan de eischen van aesthetica.
Ook bij de godsdienstoefeningen zal in dit gebouw worden gebroken met de zoo vaak bekritiseerde wijze van collecteeren, in vrijwel alle kerken thans nog in zwang. Er zal n.l. worden gecollecteerd met een klein zakje, dat de kerkganger zelf doorgeeft aan die naast hem zit. Tenslotte vermelden wij nog, dat de volgende firma’s aan den bouw hebben medegewerkt: schilderwerk firma Frowein en Mom, electrische verlichting fa. L.A. Moll, verwarmingsinrichting fa.. Leentvaar, hardsteen fa. Godschalk, gebrand glas fa. Bilderbeek. Zij allen hebben keurig werk geleverd.” (PGNC 6/3/1924)
Een mooie foto van binnen uit 1959 is te zien op GN9729 RAN: “Zondagsschool in het Centraalgebouw voor Christelijke Belangen, in dit gebouw waar ook catechisatie werd gegeven, was ook de jeugdsoos Tetra gevestigd en had het Christelijk Nederlands Jongerenverbond er zijn vaste stek. Het gebouw werd ook wel jeugdhuis de Wedren genoemd. Nu in gebruik als danscentrum Vermeulen”
Een foto uit 1981 als Jeugdhuis de Wedren is te zien op F20141 RAN.
De gereformeerde Noorderkerk, gebouwd in 1911/1912 naar ontwerp van architect Tjeerd Kuipers (21/12/1857 – 13/11/1942), Bijleveldsingel 1914 (F88885 RAN)
In 1911-1912 liet de Gereformeerde Kerk een nieuwe kerk bouwen op de hoek van de Bijleveldsingel en Staringstraat. Het gebouw aan de Begijnenstraat was inmiddels te klein geworden. Het initiatief was afkomstig van Ds. R. Smeding, die sinds 1910 hier predikant was. De kerk werd gebouwd als de Noorderkerk naar ontwerp van Tjeerd Kuipers. In 1974 is de kerk gesloopt.
Op Begijnenstraat 20 staat de voormalig gereformeerde kerk van Nijmegen. Daarna was het jarenlang een bedrijfsruimte: als amandelfabriek, fietsverhuur, timmerfabriek en snookercentrum. Vanaf 1999 is het een woning. Het gebouw is een gemeentelijk monument.
Als architect werd Tjeerd Kuipers aangetrokken, die op dat moment al meer dan 50 kerken had ontworpen. Een overzicht van deze kerken is te vinden op wikipedia.
Wikipedia: ” Architect Tjeerd Kuipers ontwierp een grote kruiskerk in rationalistische stijl, met een klokkentoren.” Wel had hij een stompe klokkentoren ontworpen, waar mogelijk op termijn, op het moment dat er voldoende geld beschikbaar zou zijn, daadwerkelijk een klokkenspel zou kunnen worden ingehangen. Ook het orgel ontbrak nog.
Bij de opening
Wedren en Noorderkerk aan de Bijleveldsingel: Adriana Diderika van Houweninge (28/05/1890 – 19/09/1953), tweede dochter van Joachimus (Chiem) van Houweninge (24/03/1859 – 22/02/1936), steenkolenhandelaar, grootgrondbezitter van het gebied op en grenzend aan de Kwakkenberg en oprichter van het gelijknamige villapark, en echtgenote Sophia Frederika Hamerslag (05/02/1862 – 07/10/1936), te paard in het Julianaplantsoen. Op de achtergrond de Wedren, links de hoek Bijleveldsingel/Van Schevichavenstraat (nu Prins Bernhardstraat) en rechts, op de hoek met de Staringstraat, de gereformeerde Noorderkerk uit 1912 (Immanuelkerk), 1914 (F39650 RAN)
“Een nieuw Kerkgebouw.
Het nieuwe kerkgebouw voor de Gereformeerde Gemeente alhier, dat aan den Bijleveldsingel is opgetrokken, is inwendig zoo goed als voltooid. Genoemde gemeente, welke tot dusver hare godsdienstoefeningen in eene kerk in de Bagijnenstraat hield, zag zich door de uitbreiding van het ledental genoodzaakt een ruimer en meer aan de eischen van den tegenwoordigen tijd beantwoord gebouw te stichten. Dat zij hierin ten volle geslaagd is blijkt ten duidelijkste uit eene bezichtiging van het gebouw, waartoe ons hedenmiddag de gelegenheid werd geboden.
Een drietal deuren is den frontgevel, één hoofd- en twee zij-ingangen, geven toegang tot het schip der kerk, dat evenals het geheele gebouw in breeden, royaal-gedachten stijl is opgetrokken. Ruimte, lucht en licht, de drie hoofdfactoren van den hedendaagschen huizenbouw, zijn hier aanwezig. Groote van gekleurd glas voorziene vensters doen het licht van alle zijden naar binnen stroomen, terwijl ’s avonds electrische lampen een zee van kunstlicht produceren. Voorts is er centrale verwarming, waardoor de kerk in het koude jaargetijde op aangename temperatuur gehouden kan worden.
Het preekgestoelte is opgericht in een uitgebouwde nis in den tegenover de ingangen van de kerk gelegen muur. De voorganger der gemeente heeft dus, als een spreker in de vergaderzaal, zijn auditorium voor zich en niet, gelijk in de oorspronkelijk Roomsch-Kath. kerken, rondom zich, welke laatste voor den Protestantschen eredienst minder geschikt is. Boven den preekstoel is het orgel daarmede door een electrische bel verbonden.
De kerk bevat momenteel 500 zitplaatsen. Mocht de gemeente zich door den tijd echter uitbreiden, dan kunnen door het aanbrengen van 3 galerijen, waarop bij den bouw gerekend is, nog 250 zitplaatsen worden aangebracht.
Rechts van den hoofdingang is de pastorie, aan de achterzijde van het gebouw de kosterswoning, de consistoriekamer en de cathechiseer-zaal. Bij het geheele gebouw is de Romaansche stijl gevolgd, welke vooral in de kerk zelve
Sterk tot den toeschouwer spreekt. Doch ook in de groote ronde vensters boven de ingangen, in den stompen toren, kortom in heel den massalen, breeden bouwtrant treedt genoemde stijl naar voren.
Gelijk de bouwmeester er op gerekend heeft, dat eenmaal, wanneer de gemeente over voldoende fondsen zal kunnen beschikken, een mooi nieuw orgel voor het oude in de plaats zal komen, is ook bij den bouw van den toren aan de mogelijkheid gedacht om er eenmaal een uurwerk en klokkenspel in aan te brengen.
De Gereformeerde Gemeente kan met haar nieuwe gebouw worden gelukgewenscht, terwijl de ontwerper en de aannemer met dit belangrijke werk alle eer inleggen.
Wij laten thans een opgaaf volgen van de personen en firma’s, die aan den bouw van de kerk hebben medegewerkt. Architect is de heer Tjeerd Kuipers, de bekende Amsterdamsche bouwmeester, die reeds 52 kerken heeft gebouwd. Aannemer is de heer J. van Genderen, Amersfoort; de centrale verwarming is geleverd door Stokvis en Cie. Te Arnhem, die electrische installatie door Tasche en Co. te Nijmegen, het gekleurd glas door de firma Bilderbeek en het schilderwerk door den heer A. Mom, alhier.
Begin september werd met den bouw van den kerk begonnen en thans is deze reeds zoover gevorderd, dat het gebouw hedenavond plechtig in gebruik kan worden genomen. Om half acht wordt, zooals wij reeds meldden, een godsdienstoefening gehouden, welke door ds. R. Smeding, den voorganger der Gereformeerde Gemeente, zal worden geleide en waarin nog andere sprekers het woord zullen voeren.” (PGNC 13/1/1912)
Orgel
In 1920 kreeg de Noorderkerk haar kerkorgel. Deze was gebouwd door de firma J.J. Elbertse & Zn. In 1960 volgde een restauratie en vergroting door Van den Berg & Wendt.
Market Garden
De beschadigde Immanuelkerk met links de Staringstraat, september-december 1944 (F28328 RAN)
Tijdens de gevechten rond Market Garden raakte de Noorderkerk zwaar beschadigd. Meteen na de bevrijding werd begonnen met het herstel, welke 220.000 gulden kostte. In 1946 kon de herbouwde kerk weer in gebruik worden gesteld.
De restauratie van de gereformeerde Noorderkerk (later Immanuelkerk), Bijleveldsingel, 1945-1947 (F27601 RAN)
Vervolg: Immanuelkerk en sloop
De Gereformeerde Immanuëlkerk ; op de achtergrond de (voormalige) Gemeentelijke Meisjes Hogere Burgerschool (HBS) aan het Julianaplein (thans Vierdaagseplein); op de voorgrond de Staringstraat, 1949-1951 (Fotopersbureau Gelderland via F15813 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
Op het moment dat in 1963 de nieuwbouw van de Maranathakerk aan de Steenbokstraat in gebruik werd genomen, kreeg de Noorderkerk een nieuwe naam: de Immanuëlkerk.
In 1972 of 1973 werd de kerk echter gesloten en een jaar later volgde sloop. Een foto uit maart 1974 vlak voor de afbraak is te zien op F15820 RAN.
Op Begijnenstraat 20 staat de voormalig gereformeerde kerk van Nijmegen. Daarna was het jarenlang een bedrijfsruimte: als amandelfabriek, fietsverhuur, timmerfabriek en snookercentrum. Vanaf 1999 is het een woning. Het gebouw is een gemeentelijk monument.
1903, Villapark Leeuwenstein Villa 2 Oud adres: Emmalaan 5
Emmalaan 10 Nijmegen voorheen Emmalaan 5. Achitect is Oscar Leeuw, gebouwd in 1902 1903
Wat tegenwoordig Emmalaan 10 is, is gebouwd als ‘Villa 2’ in het project Villapark Leeuwenstein. De voorgeschiedenis van Villa 1 en 2 staat weergegeven in het artikel over The Corner:
Kort samengevat: Op 31-12-1902 vindt aanbesteding plaats voor beide villa’s. De architect is Oscar Leeuw. De namen van de eerste bewoners zijn vooralsnog niet bekend. Op veiling van 16 en 30 juli 1907 vindt de veiling van het pand plaats: “De VILLA met TUIN, groot 6.09 A., aan de Emmalaan No. 5 hoek Prinsenlaan, bevattende benden: 2 Kamers (en Suite), Veranda, Keuken en Kelder; boven: 4 Kamers, Balcon, beschoten Zolder en Dienstbodenkamer.” (PGNC 8/7/1907).
Rond die tijd verkoopt M. Verdonck het pand aan Ph.A Knijff (spoorwegbeamte), die er gaat wonen.
Phillippus Antonius Knijff
Bevolkingsregister 1900
Phillippus Antonius Knijff (22-2-1860 Veenendaal). Hij is op 25-5-1893 in Nijmegen komen wonen, hij is dan afkomstig van Gouda. Hij komt te wonen in Lange Hezelstraat no 106. Zijn beroep is ‘Spoorbeambte SS’. Hierbij staat SS voor Staatsspoorwegen.
Hij is getrouwd met Lammigje Hellema (9-12-1864 Franeker, 13-1-1941 Nijmegen). Zij hebben 2 zonen:
Tjepke Siebern Ariën (8-12-1891 Gouda). Tjepke verhuist mee. Van 12-9-1914 tot 17?-11-1918 is hij naar Zierikzee gegaan. Bij zijn terugkeer staat als beroep onderwijzer. Op 2-5-1919 vertrekt hij naar Batavia, Nederlands Indië.
Phillippus Antonius Carolus Theodorus (13-2-1894 Nijmegen). Phillippus is dus geboren in de Lange Hezelstraat. Hij zal maar een paar jaar wonen op de Emmalaan: op 2-9-1910 vertrekt hij naar Amsterdam. Op 8-12-1920 komt hij weer te wonen op Emmalaan 5. Hij is dan afkomstig uit Batavia. Zijn beroep is “1e officier gouvernements Marine N. I.”
(Daarnaast woont van 2-3-1899 tot 23-4-1902 woont een nicht, Wilhelmina Knijff (15-12-1880) bij hen op de Lange Hezelstraat).
In het Bevolkingsregister 1900 is zijn beroep “1n stations assistent`Spoorbeambte te SS”. De ‘1n’ stations assistent is er bij gevoegd wanneer het adres Lange Hezelstraat no 106 is vervangen door Emmalaan 5. De ‘1n’ is nauwelijks leesbaar en een benadering; in het register van 1910 staat “1e“. In de opmerkingen staat E.C. 114, waarbij de 4 een vervanging lijkt te zijn. In het register van 1910 staat bovendien de datum 1-1-21: waarschijnlijk is de verandering naar Emmalaan 5 in het register 1900 ook van deze datum.
Emmalaan 10 (dan nog Emmalaan 50, Woningkaart 1920)
In de adresboeken 1908 t/m 1920 komt Knijff op Emmalaan 5 voor als spoorambtenaar. In het adresboek 1922 t/m 1928 is zijn beroep 1e stationsassistent N.S.. Soms komt hij in kranten voor. Zo is hij in 1918 is hij adjunct stationschef (PGNC 7/8/1918) en onderstationschef De Gelderlander 6/9/1921).
In het adresboek 1932 t/m 1938 staat geen beroep meer vermeld.
Zijn zoon Phillippus komt in 1922 tevens voor op Emmalaan 5, als 1e off. gouv. Marine N. Ind. (Algemeen adresboek van de stad Nijmegen en omliggende dorpen 1922). In de boeken 1924 en 1926 niet, maar in 1928 weer wel. Hij is dan “gezagh. gouv. mar. N.S.
In het Adresboek 1938 komt tevens P.G.H. Ritzer, machinist op dit adres voor.
Lammigje Knijff-Hellema overlijdt op 13-1-1941. Zij is dan 76 jaar (PGNC 14/1/1941).
Philippus Anthonius Knijff overlijdt op 23-8-1942. Hij is dan 82 jaar. (PGNC 29/8/1942)
Na de oorlog
Emmalaan 10, architect Oscar Leeuw, 1972 (Evert F. van der Grinten via F78194 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
In de adresboeken 1948 t/m 1963 zijn de volgende bewoners gevonden. Na 1963 is niet meer onderzocht:
1942 – De 2 zonen Philippe & Tjepke worden mede-eigenaar ( zaten beide sinds 1920 in Indië, de één als marine officier de andere als leraar). Tjepke keert in1930 terug en koopt diverse grondpercelen in Hees en laat er woningen op bouwen.
1948 – verhuurd aan C.N. Bootsman
1966 – De Knijff’s verkopen aan Niesten die er gaat wonen 1985 – Niesten verkoopt aan Frans Aarts/Nellie Breed, die er gaan wonen. Hr Aarts is enkele jaren geleden overleden. Familie Knijff is dus van 1908 tot 1966 dus maar liefst 56 jaar eigenaar geweest! De nazaten Knijff vertrokken naar Den Haag en bezaten tot voor enkele jaren nog diverse panden in Hees.”
Dubbel woonhuis van architect C.J. Ebing (Guido Gezellestraat 63), gebouwd in 1932 in opdracht van M.W. Lamers (Haps) en W.J.M. Horstink (Nijmegen), Emmalaan 7, 1955 (F88069 RAN)
In 1932 ontwerpt de architect C.J. Ebing Dubbel (Guido Gezellestraat 63) een dubbel woonhuis, Emmalaan 5 en 7. Dit in opdracht van M.W. Lamers (Haps) en W.J.M. Horstink (Nijmegen). Horstink zal zelf op nummer 5 gaan wonen. Lamers is makelaar van beroep en verkoopt nummer 7 aan B. Kistemaker.
Plan v/e dubbel landhuis a/d Emmalaan te Nijmegen Kad bek Neerbosch B3650, datum tekening 12-5-1932 (D12.398217 Detail)
Emmalaan 5
Naam
Beroep
Adresboeken
W.J.M. Horstink
Onderwijzer
1934, 1936, 1938, 1940
Wed. Th.E.A. Horstink geb. M. Hermsen
1936, 1938
Wed. M.W. Lamers, geb. J.J. Thijssen
1948, 1951, 1955
Horstink, wed. F.Th.J. geb. M.J.H. Lamers
1948, 1951, 1955, 1959, 1963, 1966, 1968
J.R.A. Lamers
1959
M.W.I.M. Horstink
1966
Gevonden namen en jaartallen in Adresboeken
Merk bij 1948 de weduwe Horstink-Lamers op. Mogelijk/waarschijnlijk waren de aanvragers Horstink en Lamers voor de bouwvergunning familie? Dit is nog niet verder onderzocht.
Emmalaan 7
advertentie 11/2/1933
Op 11-2-1933 plaatst Lamers de advertentie voor het in aanbouw zijnd Heerenhuis gelegen in de Emmastraat
Hieronder staan de gevonden bewoners weergegeven. Een aantal advertenties/krantenartikelen bieden daarbij verdere aanknopingspunten:
B. Kistemaker zal het huis tussen februari en juni 1933 hebben gekocht: Vanaf 3-6-1933 wordt mevrouw Kistemaker op Emmalaan 7 in advertenties van de “R.K. vereniging ter bescherming van meisjes, in Nederland”. (De Gelderlander 3/6/1933)
Diepenbroek, wed. F.B. geb. A.R.J. Vinke, oftewel Anna Regnera Joanna Vinke, weduwe van Ferdinand Bernard Diepenbroek, overlijdt op 23-7-1938 (rouwadvertentie De Gelderlander 23/7/1938)
In ieder geval is er ten aanzien van A.Th.A.K. Lange op 1-4-1939 een advertentie gevonden met Emmalaan 7 als adres (hij blijkt daarbij secretaris van de Nijmeegsche Zwemclub 1921 te zijn) (De Gelderlander 1/4/1939)
Gevonden in Adresboeken:
B. Kistemaker
Hoofd R.K. bijz. school
1934, 1936, 1938
Diepenbroek, wed. F.B. geb. A.R.J. Vinke
1934, 1936, 1938
A.Th.A.K. Lange
Scheik. Ing.
1940
KI.D. de Groot
reiziger
1948
A.Ph. Krijff
Chemicus
1951, 1955
J.P. Tazelaar
Arb. Analist
1959, 1963
Wed. P.J. van Bortel, geb. A.E. Weijkman
1959, 1963
P.J.H.M. Heijndaal
psycholoog
1968
Emmalaan 5 en 7 (September 2022, Google Streetview) architect Ebing