1951, Gerard Noodtstraat 52-54 en Derde Walstraat 91-93
Gerard Noodtstraat 48-56, het linker pand is Roghmans, 1951 (Commissariaat van Politie Nijmegen, Afd. Fotografie via F28974 CC0)
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het pand van Roghmans op de Zeigelbaan verwoest. Op 15-11-1949 vindt aanbesteding plaats van “Het bouwen van een werkplaats met twee etage woningen op een terrein gelegen aan de Gerardt Noodtstraat te Nijmegen, benevens het bouwen van ’n Azijnmakerij op een terrein gelegen aan de Derde Walstraat te Nijmegen”. Het ontwerp is van Architectenbureau D. en P. Benning, Graafseweg No. 60. (De Gelderlander 5/11/1949).
Het is mij (RE) overigens niet bekend of Roghmans eind jaren 40 in bedrijf was op dat ze wachtten op nieuwbouw.
Voor de herbouw is Roghmans een van de 13 bedrijven die in 1949 van de gemeente een financiele tegemoetkoming heeft gekregen. De totale pot bedroeg 1,5 miljoen gulden, bedoeld voor de wederopbouw van het centrum. (De Gelderlander 12/1/1950). In augustus bespreekt de Gemeenteraad van de toewijzing van gronden,onder andere aan Roghmans. Ik heb de bespreking nog niet gevonden en weet dus niet over welke toewijzing dit gaat (een definitieve? Een uitbreiding?); in ieder geval vond aanbesteding plaats in 1949 (De Gelderlander 26/8/1950)
In De Gelderlander 20/1/1951 blijkt dat Roghmans aan het bouwen is.
De Gelderlander 5/8/1953
De door mij eerst gevonden advertentie. De Conservenfabriek staat in 3e Walstraat 91-93.
Gerard Noodtstraat 52, 54 en 56 (Bron Google Streetview)
Hoewel de bouwtekening (dossier 18-01-1950) nog niet is gevonden/bekeken zal het gehele pand waarschijnlijk bestaan uit de huidige nummers 52, 54 en 56. (De begane grond met blauwe verf is nummer 52 (of 54?), met witte verf 56. Dat blijkt niet alleen uit de bouw, maar ook uit de verbouwing in 1955: verbouwing pand Rogmans t.b.v. garage Egbers a.d. Gerard Noodtstraat te Nijmegen. Wijziging voorgevelpui in de bestaande betonconstructie (D12.421963).
Adresboeken
In het adresboek 1951 komt M.A.J.M. Roghmans voor op nummer 52. De nummers 54 en 56 zijn ‘in aanbouw’.
In 1955 staat Roghmans op nummer 52. Nummer 54 is ‘onbewoond’, 56 is ‘kantoor’.
Ook in 1959 staat Roghmans op nummer 52. Nummer 54 is dan M.G. v. Dijck, wed. Th. Peters en 56 verkoopkantoor en magazijn. Nummer 58 is “garage en magazijn”
Echter, in Algemeen adresboek voor de stad Nijmegen en omliggende dorpen 1959 staat A.M.C. Roghmans, “fabr. conserven” op nummer 52. M.A.J.M. fabr. tafelzuren staat eveneens op nummer 52.
In 1963 staan bij de weergave op straat J.M.A. en A.M.C. Roghmans op adres Antiloopstraat (respectievelijk nr 91 en 93). Daarbij staat in de weergave op naam zij beiden als bedrijfsleider. M.A.J.M. fabrikant staat op Gerard Noodtstraat 52. Idem voor 1966. Onder “Tafelzuren” staat het adres Weurtseweg 238
Weurtseweg 238
De Gelderlander 12/7/1955
Toen het bedrijf moest worden uitgebreid, werd het pand verkocht aan garagebedrijf Egbers. Op een later tijdstip komt hier Osnabrugge met huishoudelijke apparatuur in.
Op 15-12-1954 bespreekt de Gemeenteraad het voorstel tot verkoop aan grond aan de Weurtseweg (Roghmans). (De Gelderlander 11/12/1954).
Het bedrijf komt in een van de nieuwe bedrijfshallen die aan deze straat worden gebouwd, Weurtseweg 238. De eerste door mij gevonden (personeels) advertentie is in juli 1955. In 1954 kwamen de broers Roghmans bij hun vader in het bedrijf; vanaf 1972 vormde zij de directie.
In 1987 zou het bedrijf sluiten. Een mooi artikel (tevens bron) staat in de Wester van februari 2021.
Vanuit onder de Kerkboog in de richting van het pand van Vroom & Dreesmann. Dit pand ligt aan de Grote Markt. Vroom en Dreesmann is er al een tijd niet meer. Op 31 december 2015 werd het bedrijf failliet verklaard, 1954-1955 (Foto Grijpink via F14236 RAN CCBYSA)
Tijdens het bombardement van februari 1944 werd ook de Vroom en Dreesmann op de Grote Markt verwoest. Op 15 januari 1953 werd begonnen met het graven van de bouwput voor de nieuwbouw, waarbij de winkel op 23 maart 1953 officieel werd geopend. Het ontwerp was afkomstig van architectenbureau D. en P. Benning, met J.H. Fokker als projectarchitect.
Het was, net als de naastgelegen HEMA, een modern gebouw: “De nieuwe V&D moest het grootste en meest beeldbepalende gebouw van de herbouwde binnenstad worden.” (Wederopbouwstad)
Daarbij is er een verschil tussen de gevels aan de Broerstraat en de Grote markt: om aan te sluiten bij de andere bebouwing in de Broerstraat maakte Fokker gebruik van kleine vlakken. De gevel van de Grote Markt heeft echter een monumentaal karakter.
De constructie van het gebouw is gemaakt op basis van een betonskelet volgens een zogenaamde “mushroom-systeem”. Daarbij hebben de muren en gevels geen constructieve functie, maar dienen alleen voor de afscheiding van ruimtes. De dakvloeren bestaan uit bimbetonplaten, opgelegd op betonbalken. (Bouw; centraal weekblad voor het bouwwezen, jrg 11, 1956, no. 28, 14-07-1956, 14-07-1956).
Aanvankelijk lag de hoofdingang op de hoek van de Broerstraat en de Burchtstraat, met aan elke straat daarnaast nog een andere ingang.
IntoNijmegen: “Op de foto uit 1955 is goed te zien waar de hoofdingang oorspronkelijk lag, namelijk op de hoek van de Broerstraat met de Burchtstraat. De bouw was toen bijna klaar om grote aantallen klanten te ontvangen in een tijd van opbloeiende economie en naoorlogs optimisme”.
“Vóór alles werd zorg gedragen dat er ruimte is, zodat de bezoeksters en bezoekers van V. en D. rustig kunnen winkelen en een gemakkelijk overzicht krijgen van het grote geheel.” (krantenartikel bij de opening, zie hieronder)
Bij de opening
Wanneer de Vroom en Dreesmann in maart 1955 open gaat, wijdt de Gelderlander een uitgebreid artikel aan dit gebouw. Daarbij plaatst de krant 2 foto’s (hier niet opgenomen):
De roltrap: “Een van de belangrijkste en interessantste elementen in het nieuwe V. En D.-gebouw is de roltrap, welke de cliënten snel naar de verschillende afdelingen brengt.
Van de lunchroom: “De rustige, prettige sfeer welke het nieuwe gebouw van V. en D. te Nijmegen kenmerkt, vindt haar bekroning in de lunchroom, welke uitzicht geeft op de Markt.”
“In het hartje van Nijmegen verrees monumentaal modern pand van V & D
Welverzorgd geheel, waarin smaak met zakelijkheid wedijveren
Het nieuwe gebouw van Vroom en Dreesmann, een kolos op de Markt, die evenwel niets van een ruige reus, maar alles van een monumentaal, welverzorgd wereldje op zichzelf weg heeft, is voltooid. Donderdagmorgen zullen de poorten voor het publiek opengaan en zal stad en land van binnen willen zien wat met verwonderde ogen aan de buitenkant is gegist. De verwachtingen zullen niet worden teleurgesteld: tot deze conlusie zijn we gekomen, nadat we gistermiddag enkele uren in het nieuwe V. en D. gebouw hebben rondgewandeld. Ja werkelijk, enkele uren. Zoveel is er te zien en in zich op te nemen. Men kan een museum bezoeken en daarna nog eens rustig over alles denken; de indrukken werken na en telkens opnieuw haalt men zich weer iets van het geziene voor de geest. Zo is het ook na een bezoek aan die nieuwe, aesthetisch zo voortreffelijk verzorgde en vernuftige opgebouwde wereld van V. en D. op de Markt te Nijmegen. De stad zal er vol van zijn, het land zal er van spreken, bouwers van warenhuizen in West-Europa zullen er als een staal van moderne zakelijkheid waarbij een combinatie werd gevonden met de menselijke smaak en met de traditie, naar komen kijken. Nijmegen en de wederopbouw van de binnenstad zijn er goed mee, met deze nieuwe V. en D., die als een magneet het wijde achterland zal aantrekken en waarvan het hele zakenleven te Nijmegen de vruchten gaat plukken.
De directeur Drs. R.J.P. Vroom mag met grote trots op zijn met veel beleid gevoerde en met groot doorzettingsvermogen voltooide activiteit tot deze geweldige bouw van het V. en D. gebouw op de Markt terugzien. We zouden niet weten of deze V. en D. de grootste van het land is met zijn 60.000 kubieke meter inhoud; wel zijn wij er van overtuigd dat op de Nijmeegse Markt een van de modernste warenhuizen van West-Europa is gekomen- een gebouw dat als merkwaardigheid heeft dat alle diensten daarin verenigd zijn op een wijze die aan overzichtelijkheid niets te wensen overlaat.
Niet minder dan vijfhonderd personeelsleden zullen bij de opening in het gebouw van V. en D. dat het hartje van de stad werkelijk weer tot een hartje maakt, werkzaam zijn. In de tijd van een enkele week heeft de overhuizing vanuit het pand op het Keizer Karelplein dat in de loop van deze zomer zal worden afgebroken, naar de Markt plaats gehad. Dag en nacht is er gewerkt om de zaak in te richten, om de goederen te sorteren die elke morgen opnieuw magazijn-vol binnenstroomden, of om de etalages in te richten in de smaakvolle én tevens efficiënte opstelling, welke al voor de opening duizenden en duizenden kjkers aantrekt.
Inrichting
Architect P. Benning uit Nijmegen, die zich mag verheugen over de geslaagde uitvoering van zijn plannen begon in samenwerking met de N.V. Dura’s Aannemingsmaatschappij te Rotterdam op 15 Januari met de spectaculaire werkzaamheden tot de bouw. Op die dag werd de bouwput gegraven van het thans voltooide gebouw, waarvan de grondoppervlakte bestaat uit 2739.75 vierkante meter. Voor de verkoopruimte bestaat het vloeroppervlak 6269 vierkante meter; voor de dienstruimte uit 2606 vierkante meter, voor de magazijnen uit 1930 vierkante meter. Aan de Markt is het pand 60 m. lang, aan de Broerstraat 40 m.
Architect Benning construeerde het gebouw zo, dat de verkoopruimten konden worden ondergebracht op de begane grond, op de eerste verdieping en in een gedeelte van de onder-étage.
In het achterste gedeelte van de onder-etage zijn twee verdiepingen geprojecteerd die beide dienstruimten bevatten.
Daar het expeditieterrein achter het gebouw ongeveer 3.30 m. lager ligt dan de begane grond, was het mogelijk in de bovenste verdieping van de onder-etage de expeditie en ontvangst goederen onder te brengen, met de diverse neven-ruimten. In de onderste kelderruimten zijn ondergebracht enige magazijnen en de centrale verwarmingsruimten. Deze magazijnen zijn naast trappen door middel van goederenliften verbonden met de expedities en ontvangstgoederen. Op het niveau van de verkoopruimte in de onder-etage zijn langs de Grote Markt de etaleursruimten met decoratie-afdeling geprojecteerd, langs de zijde Broerstraat een magazijn. De indeling van de tweede verdieping is bepaald door een groot magazijn, waaromheen diverse dienstruimten zijn gegroepeerd. Aan de zijde Grote Markt en Broerstraat zijn de diverse kantoorruimten geplaatst, waarachter, gescheiden door een gang, het keukencomplex. Aan de achterzijde van het gebouw zijn de diverse atelierruimten gelegen. Hiernaast bevindt zich het casino, aansluitend op een ruim dakterras, waarvan het door een glaswand is gescheiden. Het casino is op het zuiden geprojecteerd. In het gebouw bevinden zich drie diensttrappenhuizen, waarvan twee doorgaan tot het dak. De verkoopruimten zijn onderling verbonden door een centrale trap terwijl zowel bij de ingang Broerstraat als bij de hoekingang een trap van de verkoopruimte begane grond naar de onder-etage voert. In het achtergedeelte van de begane grond geeft nog een secundaire trap verbinding met de eerste verdieping.
Op de eerste verdieping is de lunchroom gelegen met uitzicht op de Grote Markt. Het hier achter liggende buffet met spoelkeuken geeft door middel van drie spijsliften contact met het keukencomplex op de tweede verdieping. Eén spijzenlift is permanent verwarmd.
De gevels
Vroom & Dreesman op hoek Grote Markt, Broerstraat, 1960 (Fotopersbureau Gelderland via F15279 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
De gevels van Grote Markt en Broerstraat zijn opgetrokken van natuursteen.
Daar Grote Markt en Broerstraat onderling sterk van karakter verschillen, is ook de vormgeving van de beide gevels constrasterend. Aan de zijde van Grote Markt werd gestreefd naar een enigszins monumentaal karakter, terwijl in de gevel langs de Broerstraat gepoogd werd de schaal en maat van de aansluitende bebouwing zoveel mogelijk aan te passen. Door het toepassen van natuursteen van de zelfde soort en kleur aan beide gevels, werd getracht toch een relatie tussen beide te verkrijgen. Hiertoe werken ook mee de doorgaande etalages met gelijksoortige ingangen aan Broerstraat en Grote Markt. Deze zijn uitgevoerd in ge-anodiseerd aluminium in twee kleuren, terwijl de kleurencombinatie van de hoekingang het negatief vertoont van die der beide andere ingangen. Door het oplopen van zowel Broerstraat als Grote Markt ligt de hoekingang ongeveer 1.30 m. hoger dan de beide andere ingangen. Dit hoogte-verschil werd opgevangen door de ingangsportalen en door de aansluitende gedeelten van de begane grond vloer hellend te leggen. De achtergevel laat de indeling van het gebouw zien. De expeditie-ruimten en ontvangst goederen zijn voorzien van een open wand om zoveel mogelijk licht binnen te krijgen. Daar boven is de opbouw van twee lagen verkoopruimten, voorzien van ruime ventilatie-mogelijkheden; de bovenste verdieping, bevattende dienstruimten is duidelijk van de andere lagen gescheiden door afwijkende gevelbehandeling.
Het interieur
“Atmosfeer”, dat is het kenmerk van de verschillende verkoopafdelingen, waarbij de heer J.J. Michels en zijn organisatie die dit uiterst belangrijke onderdeel van de bouw verzorgden en vooral op bedacht waren om de klant te gerieven en prettig te stemmen. Vóór alles werd zorg gedragen dat er ruimte is, zodat de bezoeksters en bezoekers van V. en D. rustig kunnen winkelen en een gemakkelijk overzicht krijgen van het grote geheel.
Weten ze de weg niet, dan kunnen ze zich wenden tot een geheel aparte en unieke stand voor inlichtingen. Hier worden ze op prettige wijze te woord gestaan. De inlichtingen beperken zich evenwel niet alleen tot V. en D., maar gaan veel verder en hebben ook betrekking op alles wat er in de stad aan accommodatie en vermaak te doen is.
Ze strekken zich zelfs uit over bus- en treinverbindingen en het is niet onwaarschijnlijk dat men hier in de toekomst ook zijn toegangskaartjes voor de verschillende vermakelijkheden kan krijgen.
De heer Michels heeft de plattegrondindeling van de parterre en van de eerste etage zo gemaakt dat het publiek zich gemakkelijk verspreidt over het gehele oppervlak en langs vele wegen het imponerende trappenhuis en de roltrap kan bereiken, zonder verkeersopstoppingen.
De klant kan vlug een overzicht krijgen van de artikelen en snel bediend worden; daarvoor werd het systeem van de vereenvoudigde verkoop en van de pré-selectie toegepast, waarbij verrassende nieuwe vondsten in practijk werden gebracht. Daarbij wordt getracht zoveel mogelijk goederen in gebruik te tonen. Elke afdeling kreeg een eigen karakter, dat het best past met de aard van de goederen die daar worden verkocht.
De ontwerpers zijn er uitstekend in geslaagd om een harmonie tot stand te brengen tussen de verschillende afdelingen en het geheel van het warenhuis; dit werd bereikt dank zij een samenspel van inrichting, kleur, verlichting, het materiaal en de opstelling van het meubilair.
Lunchroom
Een heel bijzonder element, een element van rust en ontspanning, neemt in deze wereld van vooruitgang en traditie de lunchroom in, waar meer dan driehonderd mensen een plaats kunnen vinden aan ruime, gedistingeerde zitjes van waaraf men een goed uitzicht heeft op de Grote Markt, welke nu weer als bij toverslag ten leven is gewekt. Opvallend is in deze royale ruimte de verlichting, waarvan de schalen bestaan uit Venetiaans glas dat een voorname toon heeft.
Een glazen wand scheidt de verkoopafdeling van de lunchroom. Dit siervenster is een geschenk van het gezamenlijk personeel van Nijmegen, Venlo en Tiel aan de directie van V. en D. te Nijmegen. Lambert Simon ontwierp dit geschenk, dat werd uitgevoerd door bij F. van Tetterode te Amsterdam. De drie personeelsgroepen worden voorgesteld door de wapens van Nijmegen, Venlo en Tiel. Symbolisch voor de leidende positie van het bedrijf te Nijmegen, domineert de dubbelkoppige Nijmeegse adelaar in het geheel. Het siervenster werd bewerkt in een combinatie van zandstraal- frais- en polijstechnieken. Lambert Simon ontwierp eveneens een raam aan de andere zijde van de lunchroom, het raam met de jager. Dit is eveneens een geschenk van het personeel.
Van de hand van genoemde kunstenaar zijn ook de bijzonder geslaagde afbeeldingen aan de buitenzijden van de roltrap, versieringen met uitgeschulpt glas. Op de ene afbeelding wordt de geschiedenis verhaald van Prins Willem, die in de omgeving van Nijmegen van zijn gezelschap verwijderd raakte en weer op het goede spoor kwam door het klokgelui van de Sint Steven. De andere afbeelding verhaalt Karel ende Elegast. Het is een daad welke getuigt van culturele zin om deze op zo hoog peil staande afbeeldingen te laten aanbrengen.
Warmte
We zouden tal van nieuwe vindingen kunnen memoreren, welke in het gebouw van V. en D. in toepassing zijn gebracht; vindingen van verkooptechnische aard, maar ook vindingen in de bouw en de inrichting. Het zou ons te ver voeren. We willen evenwel niet verzuimen te wijzen op de verwarming, welke zich niet alleen uitstrekt over het hele complex, maar zelfs de grenzen daarvan te buiten gaat. Ze zoekt de cliënt op, al in het portiek. Wie naar binnen gaat voelt zich aangenaam verrast door de warmte-golf die naar buiten stroomt. Bovendien heeft dit als belangrijk voordeel dat de grote deuren, die de cliënten uitnodigen naar binnen te kome, bijna het hele jaar door, zelfs in het koude seizoen, open kunnen blijven.” (De Gelderlander 22/3/1955)
De voormalige V en D, Broerstraat
Verdeelde mening
Vooral de gevel aan de Grote Markt, samen met die van de HEMA, verdeelt de meningen, vooral over de vraag of deze gevels bij het historische karakter van de Grote Markt.
“Al mot ik krupe” is een beeld van Toon Heijmans. Het was een geschenk van het Prinsenconvent aan de stad Nijmegen ter ere van haar 2000-jarig bestaan. Het kunstwerk beeldt de eerste regels van “Al mot ik krupe” uit, een lied van Groadus van Nimwegen.
“Al moet ik krupe
Op blote voeten goan
ik wil nog een keer
Sint Steven heuren sloan”
Dit nummer is een carnavalsnummer, wel Theo Eikmans/Graodus fan Nimwegen in 1952 samen met Jan Lourense heeft geschreven. Uiteindelijk zou het in 1978 als single verschijnen.
Verdwenen Nijmegen
Al mot ik krupe op blote voeten gaon (december 2025)
Opvallend genoeg is de inhoud van het liedje vrij melancholisch: over een Nijmegen dat er niet meer is:
“Woar is toch de Liendenberg Woar is de zeigelboan Woar is toch die verkensmert En die mooie langeboan Alles is afgebroken Geen huus is blieven stoan”
Antonius Arnoldus Maria Heijmans (Nijmegen 19 october 1926 – Nijmegen 27 mei 2018) was een leraar en kunstenaar.
Ad Lansink schreef op zijn site een biografie naar aanleiding van diens overlijden.
Officieel Stadslied
Al mot ik krupe… Ik wil nog een keer sint steven heuren slaon
Sinds 17 december 2025 is Al mot ik krupe het officiële stadslied van Nijmegen. Het was een idee van burgemeester Bruls, die afgelopen 10 jaar had gemerkt dat het liedje het “inofficiële stadslied” was. Daarom vond hij het een goed idee om er het officiële stadslied van te maken. Zie het filmpje op de site van RN7:
Het gebouw is ontworpen als een studiehuis voor de Scheutisten (de Congregatie van de Paters van het Onbevlekt Hart van Maria, of: de Missionarissen van Scheut). Het pand is vernoemd naar bisschop Ferdinand Hamer, die in 1900 in China is vermoord. Opvallend is de pagode, die verwijst naar de werkzaamheden van de Scheutisten in China. Deze pagode is ontworpen door Henri Estourgie, de broer van Charles. Tegenwoordig is het in gebruik door de HAN.
Ferdinand Hamer
Het Studiehuis is vernoemd naar de in 1900 in China vermoorde Ferdinand Hamer.
Lees hier het artikel:
Onthulling van het standbeeld van Bisschop Hamer, gemaakt door Bart van Hove in 1902, 1902 (F53878 RAN)
In de Bisschop Hamerstraat, aan het Keizer Karelplein, staat het standbeeld van Bisschop Ferdinand Hamer. Hij werd in 1900 als missionaris in China tijdens de Bokseropstand vermoord.
Bij de Inwijding van het Missiehuis Bisschop Hamer
“Inwijding nieuw Missiehuis Bisschop Hamer.
Het was heden weer een dag van beteekenis voor katholiek Nijmegen.
Van het nieuwe Missiehuis- waarop men van de St. Annabrug al zoo’n prachtigen aanblik heeft, prijkte de feestvlaggen: Pauselijk geel-wit en het nationale rood-wit-blauw.
Hedenmiddag te drie uur werd het nieuwe Missiehuis “Bisschop Hamer”, aan de Groenestraat plechtig ingewijd door den HoogEerw. Heer Mgr. C. van Son, deken dezer stad.
Majestueus verheft zich daar dat fiere gebouw, met kruis in top en met den Nijmeegschen naam van Bisschop Hamer in den gevel.
Nijmegen dat den naam van Missiestad heeft, krijgt ook steeds meer de daad. Ook van onze stad zullen nu steeds meer missiehelden optrekken naar verafgelegen landen.
Nijmegen werd heden ook officieel de stad der missiehuizen- met de inwijding van het Bisschop Hamer-Missiehuis.
Eerst werd de kapel ingewijd en vervolgens het verdere gedeelte van het huis.
Tegenwoordig waren o.a. alle zeereerw. heeren pastoors van de stad en de kapelaans, die in iedere parochie directeur zijn van dit missiewerk, familie van missionarissen, weldoenders en bekenden van het Missiehuis.
Met verschillende missionarissen was mede aanwezig de Algemeene Overste, Pater Henry Raymakers uit Sparrendaal.
Verder werden opgemerkt de heeren wethouders G. Busser en H. Vrancken. En voorts Prof. Dr. Jos. Schrijnen, rektor-magnifikus der R.K. Universiteit, de ZeerEerw. pater Steins-Bisschop, Rektor van het Kanisius-Kollege, verschillende E.P. Dominicanen en de heeren Mr. J. Wierdels, M. Poelhekke en de architect van het gebouw, de heer Charles Estourgie.
De Rector van het huis is de zeereerw. Pater F. Hoogers, die 32 jaar geleden door Mgr. Hamer priester werd gewijd en sindsdien in de missie van Turkestan heeft gewerkt.
In dit nieuwe Missiehuis zullen ondergebracht worden de twee klassen philosophie van de missionarissen van Scheut-Sparrendaal (Kongregatie van het Onbevlekte Hart van Maria C.I.C.M.)
Deze studenten krijgen nu nog hun opleiding in het Missiehuis Sparrendaal bij Boxtel en zullen met den aanvang van het nieuwe studiejaar in October a.s. naar Nijmegen komen.
Tijdelijk zijn zij thans ondergebracht in het Missiehuis te Scheut (Brussel).
Het missiehuis van de Kongregatie van Missionarissen van Scheut-Sparrendaal ligt in China, den Congo, op de Phillipijnen- ook bezit de Kongregatie nog een klein missiegebied onder de Roodhuiden van de Missisippi.” (De Gelderlander 8/5/1924)
Een dag later schrijft de Gelderlander over de plaatsen in de wereld waar de Missionarissen op dat moment gevestigd zijn: De Gelderlander 9/5/1924.
Rijksmonument
Het gebouw is een Rijksmonument met als waardering (tevens is een uitgebreide beschrijving te vinden):
“Voormalig KLOOSTER “Bisschop Hamerhuis” uit 1923.
– Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed voorbeeld van een als studiehuis opgezet klooster uit 1923 van het carré-type. De vierde vleugel die de binnenhof aan de achterzijde moest afsluiten, is evenwel niet uitgevoerd. Het object valt op door hoogwaardige esthetische kwaliteiten, zoals de spaarzame maar bijzondere ornamentiek en de zorgvuldige detaillering in vormgeving en materiaalgebruik. Zeldzaam is de als Chinese pagode uitgevoerde dakruiter. Het pand heeft een goed bewaarde interieurindeling en bezit een aantal oorspronkelijke interieurelementen. Kunsthistorisch waardevol is het gebrandschilderde glas-in-lood in het trappenhuis (gebroeders Van der Essen, Roermond 1923). Het Bisschop Hamerhuis is voorts een goed en gaaf voorbeeld van het werk van architect Ch.M.F.H. Estourgie.
– Van stedenbouwkundige waarde wegens de situering bij een kruising van wegen en de spoorlijn Nijmegen-Venlo, waar het pand door zijn omvang en opmerkelijke ‘dakruiter’ een beeldbepalende rol speelt.
– Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een culturele en geestelijke ontwikkeling, in casu de vestiging van een groot aantal kloosterorden in en om Nijmegen na de opening van de Katholieke Universiteit te Nijmegen in 1923. Bovendien verwijst de Chinese pagode op het dak naar het werkveld van de missionarissen van Scheut die dit klooster hebben laten bouwen.”
Molenstraat Oud Burgeren Gasthuis; tijdelijk Hoofdbureau van Politie en daarachter Molenstraatkerk/Petrus Canisiuskerk, 1965 (Foto Grijpink via F21369 RAN CCBYSA)
De oude Molenstraatkerk werd tijdens het bombardement van 1944 beschadigd. Tussen 1958 en 1960 wordt het achterste deel van de kerk gebouwd naar de plannen van Siebers en Van Dael uit Breda en J. Coumans. Daarbij blijft het oude, neo-gotische koor behouden.
Door het bombardement van 22 februari 1944 raakt de kerk zwaar beschadigd. Er kwamen daarbij in ieder geval 7 vrouwen om het leven; vanwege de carnaval was het veertigurengebed aan de gang.
Het gebouw wordt na het bombardement provisorisch hersteld van maart 1944 tot Pasen 1946, naar de plannen van architect J. Coumans. Daarbij werd de kerk verkleind, omdat de overheid had bepaald dat de kerk alleen hersteld mocht worden met materiaal afkomstig uit de gebombardeerde kerk.
Nieuwbouw
Tussen 1958 en 1960 wordt het achterste deel van de kerk gebouwd naar de plannen van Siebers en Van Dael uit Breda en J. Coumans. Daarbij werd het oude, neogotische, koor en trancept opgenomen in de bouw van deze Molenstraatkerk: “Het voorste gedeelte, waar het priesterkoor zich bevindt, werd daarmee zo harmonisch mogelijk verenigd. Duidelijk zijn de neogotische en jaren ’60-structuren te herkennen. De kleur rood en de strakke glas-in-loodramen verbinden beide delen harmonisch.” https://www.stefanus.nl/?view=article&id=46:petrus-canisiuskerk (zie hier ook voor een beschrijving van de kerk)
De klokkentoren bestaat uit een kolom van baksteen. Hij is geïnspireerd op de Italiaanse campanile; een campanile is losstaande klokkentoren. Ook de torens van het station en de Dominicuskerk zijn geïnspireerd op een dergelijke toren.
Broerstraat met Molenstraatkerk in feeststemming (november 2025)
Aan de voorkant is een galerij, welke als buffer tussen de drukte van de winkelstraat en de kerk dient. Daarbij maakten kunstenaars versieringen op de vloer in de vorm van 2 mozaïeken en boven de ingangen zijn betonnen versieringen. De galerij aan de voorzijde dient als buffer tussen de drukke winkelstraat en de kerk. Beeldende kunstenaars maakten versieringen: de vloer is ingelegd met twee mozaïeken. Boven de drie ingangen zijn ronde betonnen versieringen aangebracht met Bijbelse voorstellingen. Een opvallende versiering tussen de zuilen is het Christusmonogram.
De kruidenierswinkel van M. van den Akker, Johannes Vijghstraat 41, 1910-1915 (F1443 RAN)
Op 15 september 1921 wordt Johannes Vijghstraat 41 verkocht aan F. van Dam, Nijmegen (PGNC 16/9/1921)
“De heer Jos. van Dam opent morgen in het perceel Joh. Vijghstraat 41, hoek Athlonestraat, een zaak in kruideniers- en koloniale waren, fijne vleeschwaren, chocolade, boter, kaas en eieren. Voor dezen was in dit pand een degelijke zaak gevestigd, doch de heer van Dam heeft het winkelhuis flink laten opknappen, zoodat alles een keurigen en frisschen indruk maakt. De cliëntèle zal dan ook wel niet lang op zich laten wachten.” (PGNC 28/9/1922)
Advertentie Johannes Vijghstraat 41 hoek Athlonestraat te koop (PGNC 27/8/1921)
Barneveldse Beekstraat, de Lunterse Beekstraat, de Fliertse Beekstraat, de Eemstraat en omgeving Biezen/Waterkwartier
Luchtfoto van een deel van het Waterkwartier met de zogenoemde korrelbetonwoningen. Bovenin de Weurtseweg ; onderin de Kanaalstraat ; links de Rivierstraat en rechtsonder de Waterstraat ; daar tussenin woningen aan de Barneveldse Beekstraat, de Lunterse Beekstraat, de Fliertse Beekstraat, de Eemstraat en de Oude Rijnstraat, 1950 (F58506 RAN)
Korrelbetonwoningen
In 1922 had Willem Greve jr. (1880-1962) het zogenaamde korrelbeton ontwikkeld: beton waarin vergruisd puin in plaats van grind of zand was verwerkt. Daarmee was een groot deel van Betondorp in Amsterdam gebouwd. Soms wordt aan het korrelbeton ook wat grind toegevoegd. Daarnaast is hij bekend geworden van de Scheveningse huisjes.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam korrelbeton in gebruik voor de bouw van woningenr: er was een tekort aan bouwmaterialen. Daarop werd het puin van de verwoeste huizen tijdens de Tweede Wereldoorlog vergruisd en gebruikt voor nieuwe woningen of stapelbouwbouw tot maximaal 4 tot 5 bouwlagen. In totaal werden ongeveer 15.000 woningen van korrelbetongewoon gebouwd, waarvan 80% zich in Dordrecht, Den Haag en Arnhem bevond.
Daarbij zijn er 3 periodes:
Tot 1955 krijgen de woningen alleen een pleisterlaag
Vanaf 1955 krijgen de gevels een baksteen bekleding
Vanaf 1962 de spouwconstructie
Traditionele bouw versus systeembouw en korrelbetonwoningen
In 1949 discussieert de gemeente over de toekenning van een extra contignent woningen. Vooral de voor- en nadelen van de traditionele bouw versus de systeembouw en korrelbetonwoningen worden besproken.
Op 23 juni 1949 doet de Gelderlander verslag van de Gemeenteraadsvergadering over de extra toewijzing van 112 te bouwen woningen onder de kop “Scherpe kritiek in de Raad op regeringsbeleid: Moet Nijmegen het puin van zijn getroffen stad nu maar verwerken in korrelbeton?” 62 daarvan zullen in “traditionele bouw” moeten worden gebouwd, maar 50 daarvan in “montagebouw”. “Langdurig werd gediscussieerd over de bouw van 164 montagewoningen in de nabijheid van de Weurtseweg. Meerdere sprekers waren van mening dat in Nijmegen, waar het materiaal voor traditionele bouw zozeer binnen het bereik lag, geen dure systeembouw moest worden toegepast, waardoor de werkeloosheid onder de vaklieden onder de vaklieden ten zeerste werd bevorderd.”
Oftewel: Nijmegen heeft haar steenfabrieken Ook die zijn daarnaast voldoende geschoolde arbeiders aanwezig, hoewel die laatsten uit Nijmegen lijken weg te trekken, aangetrokken in plaatsen waar wel traditionele bouw wordt uitgevoerd.
Het bouwvolume voor Nijmegen was tot dat moment voor 1949 184 woningen in de traditionele bouw, systeembouw 11 en korrelbouw 164 woningen. In 1948 was het bouwvolume 574 woningen geweest tegen 99 in systeembouw.
Ook zijn er vragen over de te bouwen woningen: heeft Nijmegen niet eerder woningen voor gezinnen nodig dan de geplande duplex-woningen voor kleine huishoudens? En is traditionele bouw niet goedkoper dan systeembouw?
Wethouder van der Wagt geeft aan dat hij oorspronkelijk ook niet enthousiast was voor de toewijzing. De plannen voor systeembouw waren landelijk vastgesteld en de systeembouw in andere plaatsen zoals in Scheveningen blijken te voldoen. Daarnaast zijn de plannen van Woningvereniging Nijmegen weldoordacht. Bovendien betreft het feitelijk de keus “bouwen of niet bouwen”. Dan kan beter “van de nood een deugd worden gemaakt”, ook ten aanzien van de duplexwoningen: 26% van de Nijmeegse bevolking bestaat uit 2 persoons huishoudens en 34% uit 3 personen. Uiteindelijk stemt de gemeenteraad in, met uitzondering van de K.V.P. (De Gelderlander 23/6/1949)
Een rondgang in 1951 bij de opgeleverde woningen
“Het Witte Dorp in het Waterkwartier
Korrelbetonwoningen: lust voor ’t oog en paleisjes voor de bewoners Grote behoefte aan een nieuwe school; met bouw van een tweede rioolgemaal begonnen
(Van onze verslaggever). Het is nu drie jaar geleden, dat de woningvereniging „Nijmegen” een begin akte niet de bouw van haar eerste complex korrelbeton- in het Waterkwartier. Thans, drie jaar later, staan daar 425 van deze systeemwoningen, kant en klaar en bewoond door 516 hoofdzakelijk arbeiders -gezinnen. Zij vormen in dit deel van de stad een dorp op zichzelf, een dorp gedeeltelijk in het wit gestoken, met pleinen en plantsoenen, een dorp, waar de voor- en achtertuintjes getuigen van de liefde voor bloemen en planten der bewoners en waar de vlekkeloze ramen en hagelwitte gordijnen spreken van de spreekwoordelijke Hollandse zindelijkheid der huisvrouwen, die hier ieder in haar eigen paleisje de scepter voeren. Als men hier langs de huizen een wandeling maakt en her en der een niet al te onbescheiden blik naar binnen werpt, dan komt men tot de overtuiging, dat degenen, die met zo’n woning, zij het een normale eengezinswoning of een duplex-woning, verblijd zijn, zich na al de beproevingen, die zij vaak in haast niet meer 5 bewonen krotten hebben doorstaan, wel gelukkig moeten voelen, vooral als men de betrekkelijke luxe, welke in de uitvoering nog valt waar te nemen, in aanmerking neemt.
En dat is dan ook inderdaad zó. Wij hebben in gezelschap van de opzichter, de heer J. A. Simons, met enkele bewoonsters dezer dagen eens een praatje gemaakt. Een stratenmakersvrouw die tussen Kerstmis en Nieuwjaar van de Stikke Hezelstraat naar de Rivierstraat is verhuisd, vertelde dolgelukkig te zijn met haar duplexwoning. In haar vorige woning had ze drie teilen in de kamer staan om het water, dat via het rijkelijke van lekken voorziene dak naar beneden kwam, op te vangen. Of wij zelf wel met dergelijke moeilijkheden te hadden? Gelukkig niet, wij zijn er ook helemaal niet verlangend naar, maar niettemin konden wij ons uitstekend voorstellen dat zij nu met haar nieuwe woning in haar schik is. Het ziet er hier allemaal bijzonder uit in dit woninkje, waar Piet haar man en haar kind huist. De buitenkant behoeft weliswaar nog ‘n verfje, maar binnen is het een warm nestje. Er zijn twee slaapkamers, een woonkamer, een keuken en een kelder. Daar het een benedenwoning is, is er geen lavet, waarvan alleen de bewoners van de bovenwoning kunnen profiteren, maar die hebben weer het nadeel, dat zij geen tuin hebben. Zo heeft het zijn voor en zijn tegen om beneden of boven te wonen. Verder maakt het niet veel verschil. De bovenbewoners hebben de beschikking over een eigen ingang, een eigen bel, een eigen brievenbus, een balconnetje met een kolenbergplaats en een eigen schuurtje, dat zoals bij alle woningen in dit „witte dorp” via een achterommetje te bereiken is. Voorts hebben alle bovenwoningen, evenals die op de begane grond, een woonkamer, twee slaapkamers, een keukentje en een kelder. Men ziet dus, dat de indeling der duplexwoningen erop gericht is zoveel mogelijk onaangenaamheden tussen de boven- en benedenburen te voorkomen. Natuurlijk komen er desondanks wel eens strubbelingen voor, maar die zouden licht te voorkomen zijn als er maar wat meer begrip voor elkaars moeilijkheden bestond. Men zou verwachten, dat zij, die in deze tijd van woningnood het voorrecht genieten overeen eigen woning te kunnen beschikken, wel in staat zouden zijn dit begrip op te brengen, maar dit schijnt sommigen helaas niet mee te vallen.
Van dit onderwerp afstappend leiden wijde lezer verder op onze speurtocht door dit wellicht voor velen nog „terra incognita”. Wij belanden dan op een bovenwoning en betreden de woonkamer, vanwaar men een prachtig uitzicht heeft op het nieuwe haven- en industrie-terrein. Evenals alle woonkamers van de woningen, welke hier door de woningvereniging „Nijmegen” zijn neergezet, is deze kamer op de zon geprojecteerd. Dat dit zijn voordelen heeft behoeft nauwelijks betoog. Het gezin dat hier woont bestaat slechts uit man en vrouw. Na hun huwelijk hebben zij eerst bij haar ouders ingewoond, maar ook zij behoren nu tot de gelukkigen, die een eigen woning hebben kunnen inrichten. Het vrouwtje had liever beneden gewoond, maar, zoals de heer Simons o.i. terecht opmerkte, niet iedereen kan dat voorrecht hebben en in de toekomst zal het nog wel moeilijker worden een benedenwoning te krijgen aangezien men inde hoogte zal moeten gaan bouwen, wil men voorkomen dat er geen stukje recreatieterrein meer overblijft. Dit wil overigens nog niet zeggen, dat de woningvereniging „Nijmegen” dergelijke plannen op papier heeft staan. Voorlopig is men al heel tevreden als de plannen voor de bouw van 260 korrelbetonwoningen aan de Dennenstraat gerealiseerd kunnen worden.
Om nu terug te komen op ons bezoek aan het jonge paar: ondanks de kleine wensen, die hier naar voren gebracht werden, bleken beiden over de nieuwe woning toch goed te spreken. Vooral over het lavet waren zij enthousiast. De heer des huizes noemde het een uiterst practisch geval en hij zou het, evenals zijn vrouw, niet graag willen missen.
Na de deur van deze duplexwoning achter ons te hebben dichtgetrokken, hebben wij een bezoek gebracht aan een normale eengezinswoning. Deze woningen hebben een voorkamer, een woonkamer, drie slaapkamers, een keuken, een kelder en een douche.
De voorkamer is weliswaar niet bijzonder groot, maar daarentegen biedt de woonkamer voldoende ruimte om in te huizen, zodat de bewoners zich ook hier best thuis voelen. Hiervan getuigde de huisvrouw, met wie wij een praatje maakten. Zij komt met haar gezin van de St. Anna-buurt en als zij dan beweert dat zij zich hier in het Waterkwartier, hetwelk toch een heel andere omgeving biedt, uitstekend op haar plaats voelt en niet meer zou willen ruilen, dan spreekt dat o.i. een duidelijke taal.
Behalve de normale eengezinswoningen zijn er tenslotte nog de woningen voor grote gezinnen, welke onderverdeeld zijn in twee types, n.l. met vier en vijf slaapkamers. Voor het overige hebben deze huizen dezelfde indeling als de normale eengezinswoningen.
Wensen en verlangens
En hoe zit het nu met scholen, recreatieterrein enz., zo zal men zich af vragen. Vanzelfsprekend heeft men hier in dit zich zo snel uitbreidende stadsdeel behoefte aan. Er staat één school aan de Rivierstraat, maar deze is dermate overbevolkt, dat de leerlingen er een beetje overdreven uitgedrukt als het ware uitpuilen. Ook wat sport- en speelvelden betreft valt er nog wel het een en ander te verbeteren. Nu is het wel de bedoeling, dat er op het terrein, grenzende aan de Rivierstraat, een aantal sportvelden zal worden aangelegd, maar dat zal, naar het zich laat aanzien, nog wel enige tijd op zich laten wachten. Men kan evenwel geen ijzer met handen breken en derhalve zal men ook hier voorlopig nog moeten roeien met de riemen welke thans ter beschikking staan. Er zijn ook nog andere wensen, n.l. betreffende de riolering en het vervoer naar de stad. Wat de klachten over de riolering’ aangaat: het komt nogal eens voor dat men hier overlast van het regenwater heeft, hetgeen overigens geen euvel is, dat alleen dit deel van de stad treft. De wateroverlast wordt hier veroorzaakt doordat de capaciteit van het oude pompgebouw op dé hoek van de Weurtseweg en de Waterstraat door de snelle uitbreiding te klein geworden is. Het water, dat eerst door de onbebouwde grond opgezogen werd komt nu allemaal op het riool, dat deze vloed niet verwerken kan. Het is hier n.l. zo, dat het riool beneden het niveau van de rivier de Waal ligt, zodat het water moet worden weggepompt.
Men is op het ogenblik aan de Biezendwarsweg bezig een nieuw pompstation te bouwen, maar het zal nog wel twee jaar duren voor dit in gebruik kan worden genomen. De betonnen stukken voor de toevoerleiding en voor de persleiding liggen langs de Rivierstraat reeds klaar. Mogelijk dat zij in het najaar gelegd kunnen worden, maar een en ander brengt nogal hoge kosten met zich mee, zodat het de vraag is of de gemeente er dit jaar nog toe zal overgaan. Wat de vervoerskwestie betreft: men is in het Waterkwartier van oordeel, dat het nu zo langzamerhand tijd wordt, dat er een betere verbinding met de stad komt. Men gaat zich een beetje achteruitgesteld voelen, temeer omdat dit stadsdeel toch J meer dan eens, o.a. bij feestelijkheden, stiefmoederlijk bedeeld werd. Mogelijk, dat er wat de vervoerskwestie betreft een oplossing uit de bus komt ais ent onderwerp inde gemeenteraad weer eens, een punt van bespreking gaat uitmaken. (Nijmeegsch dagblad, 11-8-1951)
Luchtfoto van een deel van het Waterkwartier met de zogenoemde korrelbetonwoningen. Links de Rijnstraat en rechts de Lingestraat ; rechts onderin de Biezenstraat, 1950 (F58507 RAN)
Boekhandel Kloosterman in de Broerstraat: gezien vanuit de Molenstraat, midden rechts de Pauwelstraat; op de achtergrond het restant van de door oorlogsverwoestingen gehavende St. Dominicuskerk, 1950 (Commissariaat van Politie afd Fotografie via F15109 CC0)
Een van de eerste gebouwen dat herbouwd is, is dat van boekhandel Kloosterman. Architect Lelieveldt zorgde voor het ontwerp. Deze boekenwinkel had al vele jaren bestaan, totdat het bombardement van februari 1944 het pand verwoestte.
Ook Plein 1944 147-150 maakt onderdeel uit van dit gebouw: let op de Phoenix bovenin Augustijnenstraat 147-150!
Vooraf: Kloosterman op de Broerstraat
Kloosterman (het witte gebouw op de achtergrond, recht de straat inkijkend): Gezien vanuit de Molenstraat. Rechts de Ziekerstraat, links de Zeigelbaan. Op de achtergrond boekhandel Kloosterman op de hoek van de Houtstraat, 1925-1930 (F15124 RAN)
Boekhandel Kloosterman zat al vele jaren op de hoek van Broerstraat met de Houtstraat. Hoewel de geschiedenis nog na moet worden gegaan, is er ook een foto uit 1887 gevonden, zie GN604.
Jan Franciscus Kloosterman (Nijmegen, 5/5/1823) komt in het Bevolkingsregister van 1860 voor als Commissionair in Koren en Boekhandelaar; in 1850 was het “koopman”. Op 6 juni 1866 overlijdt hij. Hij is getrouwd met Johanna Cecilia van der Heijden (Nijmegen, 28/11/1817). Ook Johan Philip Christiaan Mesenig (Xanten, 12/2/1836) komt dan al op dit adres voor. Daarbij is moeilijk na te gaan wat er gebeurd: volgens de kaart van het Bevolkingsregister 1860 vertrekt hij naar ’s Hertogenbosch op 28-6-1866, hoewel hij ook op de kaart van 1870 voorkomt, waarbij hij vertrekt naar Wijk C 29.
In ieder geval draagt de Weduwe J.F. Kloosterman in juli 1885 de firma over aan Joh.P.C. Mesenig “die mij sedert 19 jaren trouw assisteerde” (advertentie PGNC 17/7/1885).
Vervolgens neemt neemt Gerard J.A.M. Janssen in mei 1893 de firma J.F. Kloosteman over van Joh.P.C. Mesenig (PGNC 16/5/1893).
Nieuwbouw door architect Lelieveldt
Kloosterman’s Boekhandel, Architect J.A. Lelieveldt, getekend 25-11-1949 (D12.410205)
Architect J.A. Lelieveldt ontwerpt in het nieuwe gebouw van Kloosterman, op de hoek van Plein 1944 en Broerstraat.
Phoenix
Phoenix met onder de vleugels “1950” op Plein 1944
In het gebouw bevindt zich een bijzondere gevelsteen: dat van een Phoenix met onder de vleugels het jaar 1950, als teken dat ook Nijmegen uit de brand verrijst. De tegel bevindt zich boven de ramen van de Augustijnenstraat.
Bij de opening van Kloosterman
Chris le Roy bespreekt de nieuwe boekhandel van Kloosterman aan de hand van een gevelsteen.
“Een gevelsteen: Zegel op het bouwwerk”
Het wordt ernst met de wederopbouw van Nijmegen en het doet goed te zien en te beleven hoe er gewerkt wordt, wat er tot stand wordt gebracht. Straks zal inderdaad een ruimer, een grootser Nijmegen, een feit worden, een Nijmegen, dat open staat voor …(?), en waar de vreemdeling gaarne toeft; een stad die, hoe specifiek zij ook moge georiënteerd zijn, niets meer wil weten Van die middeleeuwse tendensen, die slechts verstikkend kunnen werken ten opzichte van een algemeene ontwikkeling, die een …aad voor elke gemeenschap. Reeds in vroegere jaren schreven we over de wederopbouw van Nijmegen en spraken de hoop uit, dat onze kunstenaars zouden worden betrokken bij die wederopbouw.
Het gebeurt, gelukkig, maar nog te weinig.
Eén bouwwerk wil ik lichten uit alle anderen op dit ogenblik. Het is de nieuwe boekhandel firma Kloosterman (d.w.z. de heer Janssen (?)). Eenvoudig, sterk en doelmatig staat hij daar. Meer.. wezen wij er op, dat de ..komst de stijl moet zijn van de doelmatigheid. Doelmatigheid is hard en houd geen stand.
Er is een doelmatigheid, waaraan zich koppelt sobere sier en tooi, verlichting en gerief. En dat is toegepast bij de bouw van de zaak daar in de Broerstraat, dat is gevoeld door genoemde heer Janssen.
De architect, de heer Lelieveldt, heeft het begrepen, en zijn werk… geheel is van buiten en binnen een werk geworden, dat het stadsbeeld siert op een voortreffelijke wijze.
Onze taak bepaalt zich er toe te zien naar het werk, dat behoort tot de elementen, die de doelmatigheidsstijl tot een waarachtige stijl maken, tot één dus, die blijvend zal staan in de tijd van heden en straks.
Daar is dan van buiten de gevelsteen, gebeeldhouwd door de beeldhouwer Jacq. Maris.
De functie van deze steen is, zoals de heer Janssen het uitdrukte, dat hij zal wezen: “zegel van het bouwwerk”.
En dat is deze steen, in gave synthese bewerkt, voorstellende een vrouwfiguur en een manfiguur, symboliserende poëzie en proza. Het geheel gebonden door een reliëfband, waarin s opgenomen, wat het bouwwerk, waarvan die steen het zegel is te bieden heeft, boeken o.a. op velerlei gebied en wij hopen voor al die werken in algemene zin, dat zij Gods zegen meedragen in de huizen der mensen. En juist omdat het zó is met dit bouwwerk, dat een zegel draagt van Maris’ hand, zó zuiver gevoeld en begrepen, hebben wij zo’n achting voor deze ganse prestatie, voor het geheel. Er is méér. Aan beide zijden prijkt de naam Kloosterman, niet “zó maar”, doch zuiver van verhouding en kleurtoon tot het geheel. De zijgevel zag in zich opgenomen een reclame voor een vulpen. Dit is geen eenvoudige zaak. Ook de oplossing voor deze reclame is af en volkomen geslaagd, naar kleur, opstelling en letterschrift.
Advertentie Storm over Nijmegen (De Gelderlander 18/7/1945)
Het boekje “Storm over Nijmegen is verkrijgbaar bij Kloosterman’s boekhandel.
Hierin beschrijft W. Imar Kula de september van 1944. Tegenwoordig staat het boek online
Wij gaan naar binnen onder het stenen zegel door en bezien het interieur.
Logisch, als een orgaan, onverbrekelijk verbonden met het geheel, is het ingezonken open kantoor met de telefoon, alweer zuiver van verhouding in de compositie van dit geheel.
Er zijn daar binnen 4 langwerpige, opstijgende gebrandschilderde ramen, die de aandacht waard zijn, ramen, die geheel voldoen aan het door laten van getemperd buitenlicht in een straat.
Deze gebrandschilderde ramen bleven glas en zijn geformeerd en bewerkt door de Sittardse glazenier Rummens. Daar is de “boekenwurm”, geestig, rustig, uitstekend, en zo is het ook met de andere ramen, vooorstellend Laurens J.zn. Koster, Joost v.d. Vondel en “Leves spiëntiae”.
Ja, hier is een bouwwerk, waarin met recht een 100-jarig jubileum mocht worden gevierd kort geleden. Het is, dunkt ons, ook voor onze gemeente-bestuurderen wel zeer verblijdend, een dergelijk pand te zien opgenomen in ons stadsbeeld en wij hebben en stil vermoeden ook denkende aan de medewerkende kunstenaars, dat onze Burgemeester en zijn secretaris voldoening hebben gevoeld over dit resultaat. De gevelsteen, het gebrandschilderde raam, het mozaïek, het uithangbord (in velerlei vorm) en onze nieuwe specifieke reclamekunst zijn in het grote stadsbeeld niet alleen onmisbaar, maar zijn maatstaf tot dat, wat er in een stad leeft en hoe het leeft. Het zijn de levende verluchtingsmogelijkheden van formaat en dienen aan kunstenaarshanden te worden toevertrouwd.
Een gelukwens met een aanwinst voor Nijmegen, zoals het door ons besproken bouwwerk er een is, mocht van af deze plaats niet worden nagelaten.
Chris le Roy” (Nijmeegsch dagblad, 18-10-1950)
Muurschildering Minerva, Pegasus en Mercurius
Op de bovenste foto is de vulpen die Le Roy noemt goed te zien. Hij noemt in ieder geval 1 kunstwerk niet bij naam: een muurschildering op de trappengalarij uit 1952 van Ted Felen. Hierop staan Minerva, Pegasus en Mercurius. Een foto is vinden op GN3844. de muurschildering is bij de sloop verloren gegaan.
Vervolg
Kloosterman links op de hoek in 1966: gezicht in noordelijke richting, vanaf boekhandel Kloosterman (links) en schoenwinkel Van Haren (rechts) op de hoek van de Broerstraat , gezien in de richting van de Grotestraat (Fotopersbureau de Gelderlander, auteursrechthouder J.F.M. Trum via F21336 RAN CCBYSA)
Kloosterman heeft nog vele jaren op deze locatie gezeten.
Uit eigen herinnering: eind jaren 80/begin jaren 90 is zij verhuisd naar een pand aan de overkant.
Panden gelegen tegenover het Stadhuis in de Burchtstraat, van rechts naar links; Hunkemöller Lexis, de Apotheek Bijleveld en Modezaak Gerzon en geheel links Peek & Cloppenburg , gezien in de richting van de Grote Markt, 1955-1956 (GN3711 RAN)
In 1931 had Gebr. Gerzon’s Modemagazijnen uit Amsterdam een filiaal aan de Korte Burchtstraat 17-19 geopend, welke in de Tweede Wereldoorlog verloren ging. Ze had een noodwinkel op de Mariënburg. Gerzon is begin maart 1954 verhuisd naar de nieuwbouw in de Burchtstraat. Het is een ontwerp van de Rotterdamse architect J.A. Lelieveldt, welke hij in samenwerking met W.Th. Reynen maakte.
Lees hier over de vooroorlogse Gerzon:
De modewinkel van Gerzon aan de noordzijde van de Korte Burchtstraat, gezien vanuit de Lange Burchtstraat in westelijke richting, 1939 (ir. J.G. Deur via F15333 RAN CCBYSA)
De meeste mensen kennen Gerzon als het pand aan de Burchtstraat, een van de hoogtepunten van de wederopbouwarchitectuur. In 1931 had Gerzon haar Nijmeegse filiaal geopend, waarbij W.Th. Reijnen de architect was. Het pand werd in 1944 verwoest.
In december 1952 vertelt de Gelderlander over de voortgang van de bouw van Gerzon. Eind 1953 zal niet gehaald worden, maart 1954 wel:
“Belangrijk project in de binnenstad: Bouw van Gerzons nieuwe pand in de Burchtstraat reeds begonnen
Burchtstraat gezien in westelijke richting, in de richting van de Grote Markt ; De Korte Burchtstraat is na de wederopbouw aanzienlijk verbreed. Rechts de nieuwe winkels van Peek Cloppenburg en Gerzon. Links op de hoek van het stadhuis het nieuwe Mariabeeld van Devotie, gemaakt door Albert Termote, datering
1953 (dr. Jan Brinkhoff via D74 RAN)
Achter klassieke gevel verbergt zich een moderne bedrijfsruimte
Achter klassieke gevel verbergt zich een zeer economische bedrijfsruimte, die reeds begint in het souterrain. Hier bevinden zich de centrale verwarmingsinstallaties, de kluis, de hoogspanningsruimte, garderobe, rijwielbergplaats, expeditie, een ruimte waar de inkomende goederen kunnen worden verwerkt en de magazijnen. De verkoopruimte is op de begane grond en de confectie-afdeling op de eerste verdieping.
De ateliers zullen worden ondergebracht op de tweede verdieping, terwijl hier tevens de party en de keuken voor het personeel zullen vinden, met de daarbij behorende magazijnen. De kroon op het geheel wordt gevormd door een dakterras. In het dienstgedeelte zal men tenslotte nog het kantoor, vertrek voor de directie, magazijn voor de confectie en etaleursruimte kunnen aantreffen.
Het imposante bouwwerk is aangenomen door de N.V. Bataafsche Aannemingsmaatschappij te ’s Gravenhage, maar dit heeft niet belet, dat talrijke Nijmeegse arbeiders hier volop werk zullen vindne. Bovendien Wordt veel werk uitgevoerd door Nijmeegse onderaannemers, zodat het stadsbelang hier weer van verschillende kanten gediend wordt.
Enige technische bijzonderheden voegen we hierbij, teneinde de indruk voor de lezer zo volledig mogelijk te maken.
Zoals veel moderne gebouwen zal dit eveneens een betonskelet hebben, terwijl het verder wordt afgewerkt met bakstenen en imitatie-natuursteen. De kleur hiervan is nog niet bekend, daar dit een uitermate moeilijk probleem vormt. Onder de ramen zal beeldhouwwerk worden aangebracht, maar hiervoor is nog geen definitieve opdracht verstrekt.
Breedten
De frontbreedt aan de Burchtstraat zal 20.20 meter beslaan en aan de Mr. Hermanstraat (tussen Gerzon en Peek & Cloppenburg) 27 meter. Aan de Platenmakerstraat zal deze 20 meter in beslag nemen; zodat het pand aan drie kanten volkomen vrij komt te liggen. De totale inhoud bedraagt ongeveer 9000 kubieke meter. De etalagewanden zullen een gezamenlijke lengte van ongeveer 82 meter beslaan, hierbij zijn de portiek-etalages (dus binnen) inbegrepen.
Wanneer alles naar wens verloopt dan zal het geheel in het najaar van 1953, dus volgend jaar, gereed zijn, waardoor de Burchtstraat en het winkelcentrum wederom een fraai pand rijker zijn.
De architecten hebben speciaal rekening gehouden met het feit dat Gerzon tegenover het stadhuis komt te liggen en dat is dan ook de reden, dat zij hun ontwerp een klassieke stijl hebben gegeven. Dit veroorzaakte uiteraard speciale moeilijkheden, maar zoals de tekening laat zien, zijn deze zeer verantwoord opgelost.
(De Gelderlander 27/12/1952; hier is ook een tekening opgenomen)
Verhuizingsopruiming Gerzon, waarbij ‘begin maart’ verhuizing zal plaats vinden (De Gelderlander 25/2/1954)
In de hierboven afgebeelde advertentie meldt Gerzon hun grote verbouwingsopruiming. Een advertentie in De Gelderlander 9/3/1954 kondigt een veiling op 12 maart aan in het voormalig gebouw “Gerzon”, Mariënburg, aan.
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
Bij de opening
Straatbeeld uit de jaren vijftig, gezien in de richting van Kelfkensbos, met links vooraan Modemagazijn Gerzon. Rechts, in het midden op de open plek, wordt in 1958 bioscoop Scala gebouwd, die in 1999 weer wordt gesloopt voor de aanleg van de huidige Marikenstraat. Op de achtergrond is het pand van woninginrichter Piet Hoefsloot in aanbouw (Jeroen van Lith via D1052 RAN CCO) architecten Lelieveldt en Reynen
“Fa Gerzon is terug in de Burchtstraat
In het bijzijn van burgemeester en mevrouw Hustinx, wethouder Duives en vele andere genodigden, is gistermiddag het bijzonder fraaie modemagazijn geopend, dat de N.V. Gerzon heeft laten bouwen aan de Burchtstraat. Burgemeester Hustinx, die de directie van Gerzon namens het gemeentebestuur feliciteerde, sprak van een “monumentaal, haast majesteus gebouw” en daarbij overdreef hij niet. Zowel van de buitenkant als binnen is het Nijmeegs filiaal van Gerzon een bijzonder fraai bouwwerk geworden; een fonkelende edelsteen aan de kroon van deze uit puin herrezen winkelstraat.
Veel waardering
Tijdens de openingsplechtigheid werd gistermiddag eerst gesproken door de algemeen directeur de heer E. Wolf uit Amsterdam, die in herinnering bracht dat de N.V. Gerzon reeds ongeveer twintig jaar zijn filiaal heeft in Nijmegen. In 1941 werd onder druk van de bezetters de directie vervangen door een Verwalter, aan wiens werk het te wijten was, dat in 1943 verscheidene filialen, waaronder dat te Nijmegen, moesten worden gesloten. Later werd dit gebouw door de terugtrekkende Duitsers volledig verwoest.
Spreker memoreerde dat in 1946 een fraaie noodwinkel in gebruik kon worden genomen, mede dank zij de belangrijke hulp van de heren Verbeek, makelaar en Reijnen, architect. De plannen voor een nieuw gebouw moesten enkele malen ingrijpend worden gewijzigd, doch met hetgeen tenslotte tot stand is gekomen, kunnen allen bijzonder tevreden zijn.
Burgemeester Hustinx toonde zich zeer verheugd over het gereed komen van dit nieuwe modemagazijn en prees de wijze waarop men na de oorlog de herbouw heeft aangepakt. Gerzon heeft het wel bijzonder zwaar te verduren gehad; niet alleen ging het pand volkomen verloren, doch bovendien hebben door de verdwaasde rassenhaat van de Duitsers vierhonderd medewerkers van de staf van Gerzon het leven gelaten (Dit betreft de gehele Gerzon keten, dus niet alleen Nijmegen). Aan het slot van zijn toespraak richtte de burgemeester speciale woorden van lof tot de aannemersfirma, die de herbouw van het pand op bijzonder lofwaardige wijze heeft voltooid.
De heer W.Th. Reijnen, architect, die mede sprak namens zijn collega de heer Lelieveldt uit Rotterdam, wees op verscheidene bijzonderheden in dit gebouw. Het nieuwe modehuis heeft een voorgevel ter breedte van 20,22m. en een zijgevel ter breedte van 27m. De hoogte bedraagt 14 meter. De oppervlakte beslaat 566 vierk. meter en de nuttige verkoopruimte 810 vierk. meter. Recht tegenover de hoofdingang bevindt zich tegen de achtergevel het grote trappenhuis, dat fraai van verhoudingen, materialen en kleuren is. Er is een prachtig glas-in-lood-raam aangebracht, waarop de Nijmeegse glazenier Wim van Woerkom de mode in al haar verschijningsvormen heeft afgebeeld. Op de buitenzijde van het gebouw zijn door Jac. Maris te Heumen op kunstzinnige wijze beeldhouwwerken aangebracht, die eveneens betrekking hebben op de mode. Spreker vertelde nog, dat het gebouw op een nog geheel nieuwe wijze wordt verwarm, n.l. door een zogenaamde plafondverwarming van het systeem Fenger.
Hierdoor behoefde geen ruimte te worden afgestaan voor het plaatsen van radiatoren. De bouw werd op voortreffelijke wijze uitgevoerd door de Bataafse Aannemingsmaatschappij te Den Haag.
De bedrijfsleidster, mevr. C. Zicks, voerde tenslotte het woord namens het geheele personeel en bood daarbij een bijzonder fraai uitgevoerde klok aan.” (Nijmeegsch dagblad, 9-3-1954)
Gevelreliëfs Jac. Maris
Aan de voorkant zijn zes gevelreliëfs geplaatst. Jac. Maris is hiervan de maker. Deze geven dieren en planten weer die nuttig zijn voor kleding. Het plaatsen van betonnen reliëfs was tijdens de wederbouw een gebruikelijke manier om panden, waaronder warenhuizen, een voornamer uiterlijk te geven.
Glas-in-lood raam Wim van Woerkom
Glas in Loodramen door van Woerkom, oorspronkelijke Gerzon tegenwoordig We (maart 2024)
De reliëfs aan de voorkant zijn gemaakt door Jac. Maris; hierover is echter al genoeg geschreven. Een ander kunstwerk was jarenlang verborgen achter een grote plaat en is sinds enige tijd weer zichtbaar: het glas-in-lood raam van Wim van Woerkom in de trappartij.
“Glas-in-lood raam Wim van Woerkom
Ook Wim van Woerkom heeft zijn aandeel geleverd bij de verfraaiing van het nieuwe Gerzon-pand.
Op de overloop tussen beide trappen die naar de bovenverdieping voeren, geeft zijn grote glas-in-lood raam een afgestemd kleurig aspect aan de brede lichtval in het interieur. Bovendien vormt de sierlijke compositie een aangenaam rustpunt voor het oog. Het gehele raam is overlangs verdeeld in drie tableaux, voorstellend elegante vrouwengestalten die zich bevallig draperen met kleurige gewaden en sluiers. De gehele voorstelling symboliseert in haar drieëenheid de textielindustrie: aan elk der figuren is als hoofdattribuut een der grondsoorten wol, linnen en katoen toegevoegd. Verder zijn de zwierig oprankende gestalten omgeven door velerlei attributen die mede betrekking hebben op de vervaardiging der vrouwenkleding. De krachtige tekening der kleuren, de rustige verdeling der glas- en kleurpartijen vervloeien aan de buitencontouren in de meer luchte tekening der symbolen-details. Daardoor is de overgang van de kleurige voorstelling naar het omringende blanke glas volkomen verantwoord. Op elegante wijze heeft de glazenier de vrouwelijke behaagzucht “in het licht” gesteld. De beheerste tekening van het geheel, het aaneengeslotene van de figuren, de rhytmische rangschikking der nevencomposities en de aantrekkelijke kleurafstemming maken dit raam tot een geslaagd voor beeld van decoratieve kunst.
Sef Sniedt” (De Gelderlander 13/3/1954)
Wim van Woerkom Gerzon Burchtstraat, foto gedateerd 1975 (Frans Kup via F15526 RAN CC-BY-SA)
In de beschrijving van het RAN: “Per raam is de kleding van een seizoen afgebeeld en dit weer variërend in ochtend, middag en avondkleding; aan de onderkant de symbolen die karakteriserend zijn voor de jaargetijden”.
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is sinds 2011 een Gemeentelijk Monument. Als waardering:
“Het pand Burchtstraat 3 is van cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de herrijzenis van het commerciële hart van Nijmegen na de Tweede Wereldoorlog. In z’n monumentale opzet en figuratieve kunstuitingen getuigt het gebouw van het optimistische geloof in de toekomst dat zo kenmerkend is voor de wederopbouwperiode. Het winkelpand is voor Nijmegen van architectuurhistorisch belang als redelijk gaaf en herkenbaar voorbeeld van een vroeg-naoorlogs modemagazijn in traditionalistische bouwstijl met Italiaanse invloeden. Als zodanig is het een representatief voorbeeld van het werk van de architecten J.A. Lelieveldt en W.Th. Reijnen. De ontwerpkwaliteiten komen vooral tot uitdrukking in de referentie naar de typologie van het Italiaanse palazzo, het rijk uitgevoerde exterieur van vooral de voorbouw met het bijzondere materiaalgebruik en de figuratieve ornamentiek, en de royale bordestrap met glas-in-loodraam in het interieur. Het gebouw is van grote stedenbouwkundige waarde vanwege de markante hoeksituering tegenover het Nijmeegse stadhuis. Het vormt samen met het naastgelegen modehuis op nummer 1 een beeldbepalend element op de kop van de Burchtstraat als tegenhanger van het stadhuis aan de overzijde. Het gebouw is bovendien een essentieel onderdeel van een aaneengesloten en op samenhangende wijze tot stand gekomen wederopbouwensemble dat als beschermd stadsbeeld van grote cultuurhistorische waarde is als belangrijk en hoopvol ijkmoment in de Nijmeegse stadsgeschiedenis.”
Huidig
Het voormalige Gerzon. Lange tijd heeft in dit pand Kreymborg gezeten. Tegenwoordig zit hier de We (voorheen Hij), architect Reynen (foto juli 2023)
In 1970 nam Cor M. de Ruiter de Gerzon keten over, welke opging in GBS beheer (Gerzon – Bischoff – Schröder). Daarop werden 5 zaken, waaronder die van Nijmegen, gesloten.
Momenteel (september 2023) zit de WE de nodige jaren al in het pand. Andere gebruikers waren in ieder geval (uit eigen herinnering/Facebook): Hollenkamp, It’s en Kreymborg.
W.Th. Reynen ontwierp veel sociale huurwoningprojecten voor de Woningvereeniging Nijmegen. Daarnaast komen we hem regelmatig tegen als ontwerper van woon-winkelpanden…
Architect Heldoorn ontwierp het pand voor Peek en Cloppenborg in 1951. De bouw verliep in “Amerikaans tempo”: in 164 werkdagen.…
De Burchtstraat met Raadhuis. De Gemeenteraad (links) is op dit moment in vergadering vanwege de kraakactie van een pand tegenover het stadhuis. Rechts de voormalige Gerzon (We) en Peek en Cloppenburg (H & M) (22 februari 2024)
In 1939 wordt begonnen met de bouw van luxueuze en dure appartementen op deze plek van de heuvelrug: een prachtig uitzicht op de Ooypolder, vlakbij het centrum, maar ook de rust en de natuur dichtbij. De architect is L.D. Kuipers.
Aankondiging
“Nijmegen krijgt een flatgebouw
Op den Sterreschansweg
Het zal ongetwijfeld wel de aandacht hebben getrokken, dat het groote open terrein naast de Nijmeegsche manége aan den Sterreschansweg de laatste maanden was afgeheind en dat daar opmetingen werden verricht, en menigeen zal zich hebben afgevraagd, wat hier in de toekomst zal verrijzen. Naar wij vernemen, zal hier binnenkort met een bouwwerk begonnen worden, dat voor Nijmegen geheel nieuw is. Door de N.V. Bouw- en Exploitatie-Maatschappij “Zeekant” zal hier n.l. een flatgebouw worden opgetrokken, zooals men die o.a. in Den Haag, Rotterdam en Amsterdam reeds langer kent. Het wordt een bouwerk van zeer groote afmetingen, waarin de nieuwste vindingen toepassing zullen vinden en waaraan ook op architectonisch gebied de grootst mogelijke zorg zal worden besteed.” (PGNC 11/3/1939)
In hetzelfde nummer, meteen volgend op de aankondiging van de flat, wordt de bebouwing van Wintersoord-Oude Stadsgracht aangekondigd. Hier zat voorheen hotel “Chrispinus”, waarbij de sloopwerkzaamheden inmiddels zijn begonnen. Het project is afkomstig van dezelfde maatschappij, “die ook de fraaie panden op het terrein van den vroegeren Stadsschouwburg gebouwd heeft.” Het betreft de N.V. Handel en Exploitatie-Maatschappij “Zeekant”. Of het dezelfde Zeekant van de Keizer Karelflat is niet bekend. (PGNC 11/3/1939)
1939: Bouw begint
De ingang van de Keizer Karel-flat, Sterreschansweg, 1950 (F33592 RAN)
“Het flatgebouw aan den Sterreschansweg
Met den bouw wordt volgende week begonnen
Zooals men zich zal herinneren, hebben wij eenigen tijd geleden medegedeeld, dat op het terrein, naast de Nijmeegsche manege aan den Sterreschansweg een flatgebouw zal verrijzen, de eerste in Nijmegen. Wij vernemen thans, dat met den bouw volgende week een aanvang zal worden gemaakt. Het wordt een bijzonder fraai gebouw, in U-vorm, met een breede oprijweg, een kunstmatige vijver en parkaanleg. Het gebouw komt ongeveer 30 meter van den weg verwijderd te staan en zal twee verdiepingen tellen, met in totaal 24 flatwoningen, bestaande uit een salon, een eetkamer, een heerenkamer, twee of drie slaapkamers, een keuken, een toilet, een badkamer, een hall, een vestibule, een ketelhuis voor de ‘centrale verwarming en een kolenberging. Aan de achterzijde komen 16 boxengarages en tien rijwielbergplaatsen. Voor de benedenbewoners zijn ruime tuinen geprojecteerd terwijl de bovenbewoners gelegenheid tot verpoozing in de open lucht kunnen vinden in een aan te leggen Solarium. Ook komen er twee terreinen met zandplaatsen, waar de kinderen zich kunnen vermaken. De ‘garages en rijwielbergplaatsen worden zoo laag gebouwd, dat zij het uitzicht over de Ooij niet belemmeren. Op de kapverdieping is voor iedere woning nog een slaapvertrek, berging voor koffers enz. ontworpen
Het spreekt wel vanzelf, dat de woningen van alle moderne gerieflijkheden zijn voorzien, waarvan als ’n merkwaardigheid moet worden gemeld, dat Iedere woning een huistelefoon heeft, waarmede verbinding met de hoofdentrée wordt verkregen. Leveranciers en andere bezoekers staat men dus, zonder de deur te openen, te woord en wenscht men toegang te verleenen, dan drukt men slechts op een knop, die zich naast het telefoontoestel bevindt en de deur gaat open.
Dit eerste flatgebouw van Nijmegen blijkt een succes te zullen worden, want reeds nu, nog vóór met den bouw een aanvang is gemaakt, zijn er reeds eenige woningen verhuurd. De naam van ’t gebouw is Keizer Karelflat en het werk wordt uitgevoerd door het Bouwbedrijf Han Visser. Met het oog op het dienstbodenvraagstuk zal de stichting van dit gebouw ongetwijfeld zeer gewaardeerd worden.” (PGNC 8-6-1939)
Oorlog: “Grijze muizen”
Voordat de flat volledig is afgebouwd, nemen de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog het gebouw in vanuit de strategische ligging van het gebouw en het uitzicht. In het gebouw waren de “grijze muizen”.
“Grijze muizen” de bijnaam voor Wehrmachthelferinnen, het onderdeel van het Duitse leger waarin vrouwen dienden. Zij werkten in vooral ondersteunende functies en hun bijnaam was afgeleid van hun grijze uniform. Ook werden ze Blitzmädel of Blizmädchen genoemd. Nijmegen-oost.nl noemt: “…dat hier een Duitse Ortskommandant die met zijn verpleegafdeling, de zogenaamde “grijze muizen”, een dependance had in de Keizer Karel-flat? Bovenop het dak van de flat stond een groot Rode Kruis als misleiding van de geallieerden tegen mogelijke bombardementen.” (Ook Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/9/1994 refereert aan verplegend personeel)
(Wel noemt Nijmegen-Oost: “… die waren erg welkom. Het was namelijk de bijnaam door dames, die hun diensten beschikbaar stelden aan de Duitse officieren”. (Een pand met een geschiedenis: wonen op de Heuvelrug, Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/3/1992). Iets dergelijks vertelt Wijkcomité-Oost over de Pater Brugmanstraat “Op nummer 8 woonden “grijze muizen”. In de oorlog bedoelde men daarmee soldatenhoeren. Als zij in de tuin lagen te zonnen konden zij vanaf het dak bekeken worden. En dat gebeurde ook.”)
Bij de bevrijding werd het gebouw beschadigd. De Engelsen gebruikten het als veldhospitaal. Vervolgens werd het gebouw hersteld en konden de eerste bewoners hier gaan wonen.
Bewoond
Op de voorgrond het Bergspoor, op de achtergrond de stuwwal met de Keizer Karel-flat, 1955 (Jeroen van Lith via D988 RAN CC0)
Daarna werd de flat dus eindelijk daadwerkelijk bewoond; door mensen die de hoge huurprijs konden betalen. Bij de meeste van de bewoners woonde op de zolder tevens een dienstbode in.
Verval
In de jaren jaren begon echter het verval: er waren geen vernieuwingen aan de flat aangebracht, zodat hij wat verouderd was. De kamer waar oorspronkelijk een dienstbode had gewoond, werd verhuurd aan studenten. Vervolgens kocht een speculant het gebouw, waarbij verder onderhoud uitbleef. Bewoners begonnen te verhuizen. De verkoopprijs van de flats was te hoog, zodat leegstand ontstond.
Daarop trokken krakers in, waarbij de flat een centrum voor krakers werd, net als de naastgelegen etikettenfabriek. Op het moment dat deze fabriek werd gesloopt om plaats te maken voor luxueuze appartementen, werd ook gedacht om ook de flat te slopen om plaats te maken nieuwbouw. Oude bewoners en omwonenden protesteerden hier tegen.
Uiteindelijk kocht woningcorporatie Mr. ten Hagen de flat en een ingrijpende renovatie volgde: de staat van het gebouw was nog slechter dan verwacht. Bovendien werd het complex, met grote woonruimtes, verbouwd tot 42 a 45 appartementen. “Hiermee wordt ingespeeld op de behoefte aan woonruimte voor alleenstaanden en tweepersoons huishoudens.” (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/11/1987) Dan is het plan dat verbouwing in de tweede helft van 1989 wordt opgeleverd.
De verbouwing werd voorgedragen voor de Bronzen Bever, de Rijksprijs voor Bouwen en Wonen
Keizer Karel-flat, Sterreschansweg, maart 2025 (Google Streetview)