Het Krayenhoffpark was al vroeg ingetekend, in 1879, in de plannen voor na de ontmanteling. Het werd vernoemd naar Cornelis Krayenhoff, waarvan het graf aanvankelijk was overgebracht naar dit park; de originele grafsteen is er nog te vinden. Daarnaast staan er een aantal bijzondere bomen.
Het Krayenhoffpark staat vanaf 1879 op kaarten getekend. In 1896 kreeg het haar naam, vernoemd naar baron Cornelis Rudolphus Theodorus Krayenhoff. Daarbij werd Krayenhoff nog als Kraijenhoff geschreven. Het park heeft een driekhoekige vorm, welke verwijst naar de driehoeksmeting (of triangulatie): een van de activiteiten van Krayenhoff was dat van cartograaf.
Grafsteen Krayenhoff
Grafsteen Krayenhoff in Krayenhoffpark (april 2025)
Toen in 1914 het Fort Krayenhoff werd gesloopt, is het graf van Krayenhoff overgebracht naar Rustoord. In 1916 is de originele grafsteen verplaatst naar het Krayenhoffpark. Tijdens een reconstructie van het park is de grafsteen in 2008 180 graden gedraaid. Op de foto zijn de spijlen rondom de grafsteen te zien.
Eenige versiering
Het park is ontworpen door Bert Brouwer, die ook de 19e eeuwse stadsuitleg heeft ontworpen.
In de bespreking van de Gemeente begroting voor 1904 komt ook het Krayenhoffpark aan de orde. “…in de afdeelingen werd het behoud van het Krayenhoffpark onnoodig geacht en in overweging gegeven het plantsoen op te ruimen en het te bestemmen tot speelplaats.” B. en W. zien echter “in het tegenwoordige plantsoen van het Krayenhoffpark eenige versiering van dit bijna geheel uit fabrieken en werkplaatsen bestaande stadsgedeelte, en willen het daarom behouden.” De heer Quack merkt op, dat dit plantsoen oorspronkelijk als villa-terrein werd uitgezet en met die wetenschap is daaromheen de grond verkocht. (PGNC 25/10/1903)
Tegels
Tegel Krayenhoff Krayenhoffpark (foto april 2023)
Vóór de grafsteen ligt een stoeptegel met zijn portret. In het park en op meerdere plekken in het Waterkwartier zijn dergelijke stoeptegels te vinden, die verwijzen naar straatnamen van de wijk. Dit was een project van Carla Dijs: ‘Zo ontstond het ‘tegelproject’. In een middag tijd konden bewoners uit alle 64 straten van het Waterkwartier een eigen reliëftegel maken. Dijs: “Die heb ik daarna in beton gegoten en de gemeente Nijmegen heeft deze stoeptegels in de paden van het Krayenhoffpark gelegd.”‘ (SP.nl, juli 2009)
Sequoia (mammoetboom) en andere bomen
Krayenhoffpark met sequoia en op voorgrond graf Krayenhoff
De meest opvallende boom in het park is de mammoetboom, de sequoia. Monumental trees schat de lengte van deze boom in 2020 in op ongeveer 25 meter. Deze site geeft aan dat deze boom gezien haar grootte mogelijk in de jaren 20 is aangeplant.
Andere bijzondere bomen zijn de ginkgo (Japanse notenboom), met een lengte van 16 meter die rond 1890 is aangeplant. En de haagbeuk, die ongeveer 20 meter hoog is en waarschijnlijk rond 1900 is aangeplant.
Herdenkingsboom kroning Willem-Alexander
Kroningsboom Willem Alexander Krayenhoffpark (gemaakt op zijn verjaardag, 27 april 2025)
Herdenkingsboom aangeplant ter herinnering aan de kroning van Willem-Alexander in 2013. Dit is de enige boom van het park met een hekje.
Hek herdenkingsboom kroning Willem-Alexander (gemaakt op zijn verjaardag, 27-4-2025)Herdenkingsboom Willem Alexander koning 2013 (september 2023)
Jeu de Boules baan
In 2023 is een jeu de boules baan aangelegd in het park. Deze baan is aangelegd naar aanleiding van een idee op MijnWijkplan, welke was ingestuurd in mei 2022. Na gesprekken en mede vanwege het aantal likes heeft de gemeente dit idee gehonoreerd.
Reconstructiewerkzaamheden, gezien in de richting van het Krayenhoffpark (links). Links van het midden het begin van de Weurtseweg. Rechts panden aan de Waalbandijk. Op de achtergrond de witte graansilo van de Handel in bakkerijgrondstoffen Van Lith en Zonen (Weurtseweg 32), 5/12/1959 (Fotopersbureau Gelderland via F20030 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
1903-1919, Graafsche straat no 31-41 (Nu Graafseweg 31-35)
Het Grandhotel “Du Soleil”, geopend in 1903. Het RAN dateert deze foto tussen 1903-1919. Op basis van de onderstaande krantenartikelen moet deze foto van voor de verbouwing van Oscar Leeuw in het voorjaar van 1906 zijn, omdat er nog geen veranda te zien is (zie foto hieronder) (RAN F17404)
J.F. Steenmetzer maakt in 1903 van 6 herenhuizen aan de huidige Graafseweg een groots hotel, waarbij de inrichting is geïnspireerd op het “American Hôtel”. Hiervoor leverde architect Haspels Jr. het ontwerp. Een grote verbouwing volgde al in 1906 naar ontwerp van Oscar Leeuw. Vanaf 1923 is het in gebruik als belastingkantoor en na een verbouwing in 2013 zijn hier appartementen gevestigd.
Juni 1903 blijkt J.F. Steenmetzer 6 herenhuizen aan de Graafsche straat nummers 31-41 te hebben gekocht om er een groot, eerste rangshotel van te maken. Daarvoor worden de huizen doorgebroken. De nummers 31 en 33 voorlopig nog niet, aangezien deze nog zijn verhuurd. Het hotel zal 60 kamers bevatten. De inrichting zal geïnspireerd worden op dat van het “American Hôtel” te Amsterdam. Men hoopt in augustus te openen, wat ook daadwerkelijk lukt (De Gelderlander 26/6/1903). Hiervoor had architect Haspels Jr. het ontwerp geleverd.
Verbouwing Haspels Jr. tot hotel
In 1903 opent Hotel du Soleil:
“Grand Hôtel du Soleil.
Het is een waarschijnlijk door de behoefte geboren verschijnsel, dat het aantal hôtels in onze stad zich steeds uitbreidt en- niettegenstaande de verschillende ruime, fraaie en geheel moderne inrichtingen op dit gebied in de oude en nieuwe stad- nog ondernemende mannen het durven bestaan, haar aantal weder met een nieuw hôtel te vermeerderen, dat gezien mag worden. Wij hebben hier het oog op het Grand Hôtel du Soleil aan de Graafsche straat no. 31-41 dat morgen geopend wordt.
Zij, die de uitbreiding van onze stad gevolgd hebben, zullen weten, dat het door wijlen den heer Haspels Sr. aan de Graafsche straat gebouwde blok heerenhuizen tot de eerste nieuwerwetsche woningen in de buitenwijken behooren. Dit geheele blok nu kwam in handen van één eigenaar, die op zeer ingenieuse wijze, door den heer Haspels Jr., bouwkundige alhier, uit een viertal daarvan één groot hôtel-pension deed worden, dat inwendig althans een prachtig geheel vormt. Het uiterlijk is weinig veranderd, hoewel een breede ingang, waarheen een flinke oprijweg leidt, toch doet zien, dat men hier niet meer dan gewone woonhuizen te doen heeft.
Door de breede deuren binnengekomen, ziet men allereerst een ruime entree van wit marmer, waarop links de ontvangkamer, met daarachter een kleine eetzaal, rechts de groote vroolijke eetzaal, waaraan weder een kleinere dito grenst, uitkomen. Een zeer breede, monumentale trap voert van hieruit naar de bovenverdiepingen. Maar eerst zien wij nog eenige, aan de groote eetzaal aansluitende vertrekken, die meer speciaal geschikt zijn voor pensiongasten, omdat zij, als het ware afgesloten van het geheel, verhuurd kunnen worden en gezellige appartementen vormen.
Boven op de eerste en tweede etage vindt men keurige salons en ruime slaapkamers, deels uitziende op de straat, deels op de achtertuinen, alle zeer modern gemeubeld en ingericht. Aan de andere zijde van de breede corridors leidt weder een trap naar beneden, wat ook zeer in het belang der veiligheid is. Op elke etage is een welingericht badkamer.
De meubileering van de hierboven genoemde zalen in het parterre-gedeelte is natuurlijk ook geheel aan de eischen van den tegenwoordigen tijd.
In het sousterrain bevinden zich de keuken, van grooten omvang en met een zeer practisch reuzen-fornuis, de provisiekamer, wijn- en likeurkelders, kortom alles wat tot een hôtel van den eersten rang behoort. Een lift onderhoudt de communicatie tusschen de onderwereld en het parterre. Fornuis en verdere keukeninrichting worden geleverd door de heeren Thijssen en van Haaren, firma Carel van Rosendael alhier.” (PGNC 23/8/1903)
Verbouwing Oscar Leeuw
1906, Graafsche straat
Hotel du Soleil Graafseweg 31-35 Nijmegen rond 1903
“Grand Hôtel du Soleil.
Nu verschillende feesten weer tal van bezoekers naar onze stad lokken- kegelwedstrijden in de “Vereeniging”, begroeting der automobilisten vandaag, het sportfeest morgen en de landbouwfeesten in het verschiet- ligt het voor de hand dat de Nijmeegsche hôtelhouders hun beste beentje vooruitzetten om de gasten naar behooren te kunnen ontvangen en herbergen.
Spraken wij gisteren van de omvangrijke toebereidselen in het hôtel “Keizer Karel” met hoet oog op de ontvangst der automobilisten, ook het “Grand Hôtel du Soleil” aan de Graafsche straat wacht een zestigtal gasten ter gelegenheid der verschillende feesten.
Dank aan de uitbreiding van het vreemdelingenverkeer in deze stad heeft dit nieuwe hôtel in den korten tijd van zijn bestaan een hooge vlucht genomen en is thans opnieuw aanmerkelijk uitgebreid.
Werd in het voorjaar de lange voorgevel, onder leiding van den architect den heer Oscar leeuw geheel gemoderniseerd, van een veertig meter lange sierlijke veranda voorzien en met de wapenschilden der onderscheiden landen versierd, thans is naar ontwerp van denzelfden bouwkundige, door den aannemer den heer Konings een groote feestzaal met tooneel aangebouwd.
Op verzoek van den ijverigen directeur-gérant den heer Jos. Jergen, de ons de omvangrijke inrichtig rondleidde, waarbij wij telkens de indruk kregen met een degelijk vakman te doen te hebben, namen wij er gisteren een kijkje.
De zaal van bijzonder gelukkige verhoudingen, op het oogenblik fijn afgestukadoord door den heer Is. Van Haaren, zal later beschilderd worden; maar biedt zooals ze nu is, in haar smettelooze blankheid, met haar keurigen parketvloer, de breede op den tuin uitziende ramen met draperieën, geleverd door de firma Bahlmann, de spiegels aan weerszijden van het tooneel, waarop met de driekleur getooid het beeld van H.M. de Koningin prijkt, de rijke koperen kroonluchters en niet het minst de feestelijk gedekte en met levend groen gesierde tafel een hoogst vriendelijken aanblik.
Wij vernemen dat in deze zaal het groote diner bij gelegenheid der Landbouwfeesten, van circa 250 couverts zal gehouden worden. De zaal biedt plaats voor 300 couverts en zal zich ook uitstekend leenen voor kamermuziek, lezingen, tooneeluitvoeringen enz.
Nog werd onze opmerkzaamheid gevestigd op de ruime gelegenheid tot garage van automobielen, die alweer is vergroot. De breede toegang, de practische reparatiekuil, de gladde tegelvloer en vooral de flinke ruimte maken ze bijzonder doelmatig.” (De Gelderlander 22/7/1906)
Overigens zat Oscar Leeuw in het organisatie van bovengenoemde Landbouwfeesten, in de Commissie voor de Gebouwen.
Op 24 juli 1906 vindt door deze Commissie aanbesteding plaats van: “het leveren der benoodigde Tenten, omheiningen, standen voor Paarden, Rundvee, Schapen en Varkens op terreinen aan de Gerard Noodtstraat , Hunnerpark en Kelfkensbosch.” (PGNC 21/7/1906)
Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de feestzaal , tekening 8 mei, bouwdossier gedateerd 12-6-1906 (D12.379267)Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de garage, bouwdossier gedateerd 12-6-1906 (D12.379266)
N.V. en (voorgenomen) verbouwing
In 1910 heeft eigenaar Steenmetzer plannen tot verdere uitbreiding.
Om de verbouwing en vergroting te kunnen financieren, heeft Steenmetzer de zaak omgevormd naar een N.V.. Men kan zich voor aandelen inschrijven bij Firma Lamar & Vos.
Het plan is om het gebouw met een verdieping te verhogen. Daarnaast zal op de hoek met de Stijn Buijsstraat een “bodega” en café-restaurant worden aangebouwd. En aan de achterzijde van het hotel is een grote schouwburg- concertzaal gepland, met de hoofdingang aan de rechterzijde.
“Zooals wij reeds, zeiden, zal een en ander en vooral de schouwburgzaal in een lang gevoelde behoefte voorzien, want een ieder zal het met ons eens zijn, dat de thans bestaande schouwburg niet thuis behoort in een stad als Nijmegen, die bezig is zich met haar nieuwe wijken te verjongen en in een fraai kleed te steken.” (PGNC 6/7/1910)
In hoeverre de uitgifte van aandelen succesvol is geweest en of de verbouwing is gerealiseerd, is nog niet bekend. In ieder geval wordt er in december 1910 begonnen met het afbreken van de huisjes van “Het Begin”. Deze liggen achter Hotel du Soleil en waren vlak na de ontmanteling van de wallen gebouwd. “Het vrijkomende terrein zal voorloopig voor een groot gedeelte als sport-terrein worden ingericht, terwijl een kleiner gedeelte daarvan dienen zal tot uitbreiding van de bestaande feestzaal met eene tooneel-inrichting, die zeer goed bij deze keurige zaal zal passen.” (PGNC 15/12/1910)
In PGNC 21/3/1912 blijkt dat dat de N.V. “Grand Hotel du Soleil” ontslag heeft verleend aan Steenmetzer als directeur. J. Fuchs is daarbij benoemd tot waarnemend directeur. Begin mei 1912 koopt Steenmetzer het pand van Societeit Burgerlust voor f34.900 (PGNC 3/5/1912 en PGNC 4/5/1912)
Hotel “Du Soleil”; een reproductie, Graafseweg 35-41, 1920 (F17387 RAN)
Het interieur in de eetzaal in het Hotel “Du Soleil”; een reproductie, , Graafseweg 35-41, 1920 (F17378 RAN)
Entree Hotel du Soleil Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17384 RAN)
Slaapkamer Hotel du Soleil, Graafseweg 35-41, 1920 (F17381 RAN)
In mei 1919 staat Hotel Du Soleil te koop (PGNC 10/5/1919)
Op 22-5-1919 houdt de N.V. Grand Hotel “Du Soleil” een aandeelhoudersvergadering in “Burgerlust” met als “punt van behandeling: Verkoop van het Hotel”. (PGNC 9/5/1919)s
Eind mei 1919 staat het Hotel Du Soleil vervolgens te koop (PGNC 10/5/1919)
Belastingkantoor
PGNC 21/4/1923
In 1922/1923 vindt de verbouwing tot Belastingkantoor plaats.
Plan tot inrichting van perceel Graafsche weg 31-35 te Nijmegen tot Belastingkantoren,
Bouwdossier D12.387126 gedateerd op 21-12-1922
“Het nieuwe gebouw van ’s Rijks Dir. Belastingen.
Gistermiddag hebben wij het nieuwe gebouw van ’s Rijks directe belastingen, invoerrechten en accijnzen aan den Graafsen weg, dat de vorige week gedeeltelijk in gebruik is genomen, bezichtigd. Ons verzoek daartoe was door den Inspecteur der Dir. Bel. 2e afd., den heer L.A. Alting Mees, met voorkomendheid ingewilligd niet alleen, maar hij had bovendien de vriendelijkheid, ons na een inleidend woord omtrent de voorgeschiedenis van de vestiging der belasting-administratie in dit pand, door het geheele gebouw rond te leiden.
Men weet, dat het vroegere hotel “Du Soleil” na zijn mobiliasatie-bestmming was overgegaan aan de firma Jurgens, die het evenwel sinds eenigen tijd voor haar bedrijf niet meer noodig had. De belasting-autoritieiten alhier waren sinds lang zoekende naar een gebouw, geschikt voor huisvesting van de Directe Belastingen, Invoerrechten en Accijnzen. Verschillende aanbiedingen waren, als zijnde te duur, van de hand gewezen, terwijl in dezen tijd aan het bouwen van een nieuw pand niet kon worden gedacht, temeer omdat de dienst der Rijksgebouwen op waarlijk loffelijke wijze de grootst mogelijke zuinigheid nastreeft en daarbij zeer kaufännisch wordt beheerd. En zoo was de beruchte “Kamer no. 6” in de Ridderstraat nog steeds een bron van ergernis voor personeel en publiek, toen het Rijk- op het juiste tijdstip dienaangaande geadviseerd en ter zijde gestaaan door de heeren Van Eerde en Alting Mees, Inspecteurs der Dir.Bel. alhier (eerstgenoemde is sindsdien afgetreden)- er in slaagde op zeer gunstige verkoopsvoorwaarden het vroegere Hotel “Du Soleil” in handen te krijgen. Wanneer de bouwmeester indertijd had kunnen voorzien welke bestemming het hotel in later jaren zou krijgen, dan had hij zijn ontwerp niet beter kunnen maken. Want het gebouw bleek als geknipt voor de huisvesting van de belastingen en een rondwandeling heeft ons daarvan gistermiddag overtuigd. Gold het de beschrijving van een nieuw gebouw, dan zouden wij den architect de welverdiende hulde kunnen brengen voor de logische indeeling van het geheel; voor de voor de voortreffelijke wijze waarop hij het vraagstuk van “licht en lucht” had opgelost; voor de degelijkheid gepaard aan schoonheid, welke van beneden tot boven, van voor tot achter den bezoeker opvalt; voor het aanbrengen van centrale verwarming en electrisch licht, kortom van al datgene wat in een modern kantoorgebouw dient tot gerief van hen, die daar werken en hun den arbeid veraangenaamd, ergo beter doet zijn dan in een ouderwetsche en primitieve omgeving.
Van de drie ingengen van het gebouw is de linksche bestemd voor het publiek, dat belasting komt betalen en “Kamer no. 6” niet meer zal herkennen. Het is de voormalige danszaal van het hotel, waar op den parketvloer wel menig amoureus gesprek zal hebben plaats gehad. Hier vindt het publiek een zaal zoo mooi wat betreft ruimte, licht, lucht en inrichting der loketten, dat de tijd niet verre meer zal zijn dat de Nijmegenaars met plezier hun belastingen gaan betalen. Op het oogenblik zijn de aanslagen nog zóó hoog, dat zelfs de mooie zaal niet in staat is den pil te vergulden. Ook het personeel heeft alle reden om van eene verbetering te spreken. Het moet evenwel voor den mensch niet oged zijn in eene al zijn verlangens bevedigd te zien en zoo blijft er voor dat personeel nog wel wat te wenschen. Het Rijk toch heeft nu wel een mooi huis, maar moet nog bewijzen dit ook te kunnen bewonen. En bij veel lof mag de blaam niet achterwege blijven: wat wij in deze prachtige zaal “Kamer no. 6” aan meubileering zagen, grenst aan het ongelooflijke. Het was een rommeltje, misschien voor den uitdrager nog niet goed genoeg. Wat de firma Jurgens bij het gebouw heeft verkocht: linoleums, gordijnen, electrische lampen, huistelefoon is alles first class, maar wat het Rijk zelf heeft meegebracht, dient zoo spoedig mogelijk te worden vervangen.
Aan de hier genoemde groote zaal grenzen ter eene zijde het kantoor van den Ontvanger der Directe Belastingen, den heer F.E. Vreede, een archiefkamer en een vergaderzaaltje. Ter andere zijde bieden het voormalige tooneel en de vertrekken, die daarmede annex waren, gelegenheid tot inrichting van de kantoren van den Ontvanger der Invoerrechten en Accijnzen, Jhr. W.J. de Jonge, die momenteel aan de St. Anthoniusplaats ook verre van ideaal gehuisvest is.
Eveneens gelijkvloers, in de rechter helft van het gebouw, zijn de kantoren ondergebracht van den Inspecteur (den heer P. v.d. Mark) en den Ontvanger (den heer A. Bloemarts) der Registratie en Domeinen met klerken- en wachtkamers. (De kantoren van dezen dienst aan den Oranjesingel zullen worden betrokken door den Ingenieur van den Waterstraat, thans St. Annastraat; in het vroegere gebouw van de Inspectie der Dir. Belastingen aan de St. Annastraat is de Inspectie van het L.O. gevestigd.)
Een breede trap leidt naar de eerste étage, waar zich de kantoren bevinden van de Inspectie der Directe Belastingen; ter eene zijde van de gang de ruime klerken-zalen resp. van de 1e en de 2e adeeling met in het midden een wachtkamer; ter andere zijde de gezellige kamers van de inspecteurs in beid afdeelingen, t.w. 1e afd. de heer J. Andreas (benoemd met ingang van 1 Mei a.s. plaatsverv. Op het oogenblik de heer Meijerink) en 2e afd. de heer L.A. Alting Mees.
Op de tweede verdieping zijn 5 reserve-kamers voor personeel van de Inspectie en 5 archief-kamers.
Ter rechterzijde van het gebouw is de woning van den concierge gelegen. De daaraan grenzende vroegere garage is een prachtige bergplaats geworden voor de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen aangehaalde goederen; hier is ook de ingang voor de leden van het personeel, die een fiets bij zich hebben en voor wie de voormalige kegelbaan is ingericht voor 84 rijwielen; langs de diensttrap zijn zij dan in een oogwenk in het gebouw. Hier, in het sous-terrain, zijn voorts de kantoren van de kommiezen voor den stadsdienst, een leslokaal voor de kommiezen van den velddienst, archief-kamers en een inrichting voor het afstoken van gesistilleerd.
Uit het voorgaande blijkt wel, dat de dienst der Directe Belastingen, Invoerrechtne en Accijnzen thans gehuisvest is in een gebouw, dat als zoodanig aan alle eischen beantwoordt. Wanneer nu ook de inrichting van enkele lokalen zal zijn gemoderniseerd, zullen de inspecteurs en ontvangers, hiervoor genoemd, en hun ijverig personeel, alle reden hebben om de plaats gehad hebbende verandering een groote verbetering te noemen. Voor het publiek is dit nu reeds het geval.” (PGNC 17/4/1923)
Meubelzaak en woninginrichting Wals en links Garage Terwindt & Hekking Mestrom en op de achtergrond voormalig Hotel du Soleil, Graafseweg Bottendaal, 1958 (F86415 RAN CC0)
Hierna volgen een aantal andere verbouwingen. In 2013 vond de verbouwing naar appartementen plaats.
Graafseweg voormalig Hotel du Soleil en Belastingkantoor”(januari 2026)
Het voormalige Huize Pater Dehon, van 1951 tot 1974 een doorgangshuis voor voogdijjongens (een soort observatiehuis). (Leon Gustave Dehon was stichter in 1877 van de orde van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus). Huize Pater Dehon sloot in 1974 zijn deuren en werd een jaar later verkocht aan de Stichting Jeugd en Gezin, een fusie van twee Nijmeegse voogdijverenigingen. De BLO-school ging onder de naam ’t Driespan verder als ZMOK-school
Het oorspronkelijke pand Villa ‘Field View’ werd gebouwd in 1913 en werd ingrijpend verbouwd en aangepast naar een ontwerp van architect E. F. Estourgie in 1950, Dennenstraat, 1987 (Anton van Roekel via KN11655-84 RAN CCBYSA)
Vooraf
Het bombardement van februari 1944 had het Vincentius Kindertehuis aan de Jodengas verwoest. Dit was een observatie- en doorgangshuis. Na medisch en psychologisch onderzoek werd voor deze kinderen vervolgens een passende omgeving gezocht, waarbij geprobeerd werd kinderen zoveel mogelijk in pleeggezinnen onder te brengen.
De Rooms Katholieke Vereniging voor Kinderbescherming was in 1935 opgericht. Deze was opgericht omdat er behoefte was aan een zelfstandige organisatie voor voogdijkinderen, onder andere om subsidies en verantwoordelijkheden gescheiden te kunnen houden. Voorheen had de voogdij onderdeel uitgemaakt van de Vereeniging Liefdewerk.
Na de oorlog werd op 30 mei 1947 de villa Field View aangekocht, een gebouw van de bankier Pierson. Om als opvang voor kinderen te kunnen dienen, is eerst een verbouwing nodig. Vervolgens wordt Huize Pater Dehon in gebruik genomen. Het pand alleen is niet groot genoeg. Daarop koopt de congregatie een naastgelegen boerderij met haar grond aan. In 1950 wordt begonnen met de nieuwbouw. Hiervan is het ontwerp gemaakt door architect Emile Estourgie.
1951: Opvanghuis aan de Dennenstraat
Op 14 november 1951 vindt de opening van de nieuwbouw plaats, voorafgegaan door een inzegening van het gebouw. De opening begint met een mis, waarna toespraken volgen. In het complex is tevens een kleine kapel aanwezig en er is een lagere school: de jongensschool Pater Dehon.
Er is plaats voor 50 jongens, die tussen de 7 en 15 jaar oud zijn. Daarbij is het de bedoeling, dat zij maximaal 3 maanden geobserveerd worden. Daarna volgt advies over het vervolg van de opvoeding. De kinderen komen uit het hele land, omdat er een tekort is aan observatiehuizen.
Vervolg
De jongensschool wordt in 1956 een BLO-school.
Voor de BLO-school wordt in 1960 een nieuwe school gebouwd, waarvoor een perceel van de buren is aangekocht.
Jaren 60
BLO School, Kaaplandstraat 53, 17/7/1961 (Fotopersbureau Gelderland via F7540 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
In 1962 werd besloten om de vereniging om te zetten in een stichting: de Nijmeegse Rooms Katholieke Stichting voor Kinderbescherming (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis) en een steunstichting.
In de jaren 60 was er een terugloop in het aantal kinderen in de voogdij (Rooms Katholieke Vereniging voor Kinderbescherming) als in de gezinsvoogdij (Stichting Katholieke Gezinsvoogdij en Patronage) terug.
Vanuit efficiency werd het verstandig geacht beide organisaties samen te voegen. Dit werd vergemakkelijkt, omdat Pater Theodorus al vanaf 1951 in beide besturen zat. In 1971 vond de integratie van beide besturen plaats. Vervolgens gingen de organisaties in 1971 een samenwerkingsverband aan met de voogdij afdeling van het protestantse Van ’t Lindenhoutstichting.
Jaren 70: de paters vertrekken, Stichting voor Jeugd en Gezin
Dennenstraat 10, april 2025 (Google Streetview)
In 1974 vindt de fusie tussen voogdij en gezinsvoogdij plaats en de nieuwe organisatie is de Stichting voor Jeugd en Gezin. Zij kocht Huize Pater Dehon op 18 november 1975. Daarbij kwam er een dagcentrum en de school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (zmok-school).
Begin jaren tachtig komen aan de rand van het terrein woonhuizen.
Rond 2005 vindt de verbouwing van de villa en het aangebouwde gedeelte van de jaren 50 plaats om het pand geschikt te maken voor kamerbewoning. De ZMOK-school, welke vanaf 1991 onder de Rosa-stichting valt, verhuist naar Lindenholt. Op deze plek komen nieuwbouwwoningen.
Bij de opening in 1951
Bij de opening besteedt De Gelderlander 14/11/1951 besteedt uitvoerig aandacht aan de opening: “het nieuwe doorgangshuis met observatie voor voogdij- en regeringsjongens Huize “Pater Dehon”, dat omgeven door een fraaie tuin aan de Dennenstraat no. 10 is gelegen”.
Aan de officiële opening ging de inzegening door pater L. Leblanc, Provinciaal Overste van de Priesters van het H. Hart vooraf. Deze orde is tevens bestuurder van het huis.
Het huis heeft tot doel kinderen te observeren en ze vervolgens zo veel mogelijk door te plaatsen naar pleeggezinnen.
Het is in deze interessant de openingsrede van prof. dr. P. Calon te volgen, zoals weergegeven in De Gelderlander 14/11/1951. Daarin zijn duidelijk de opvoedingswaarden van de jaren 50 terug te vinden. Zoals Kinderrechten https://www.kinderrechten.nl/geschiedenis/ ze verwoordt: “De opvoeding van kinderen wordt in de jaren ’50 beheerst door de drie R’s van rust, reinheid en regelmaat. Vrouwen en moeders werken in het huishouden en zorgen voor de kinderen. Vaders en mannen verdienen de kost voor het gezin.”
Calon “constateerde aan het begin van zijn rede dat zich de laatste jaren hoe meer tekenen beginnen voor te doen, die het vermoeden wekken dat in een toenemend aantal gevallen het gezin in zijn eerste en overvreemde taak als opvoedingsmilieu van het opvoedingsmilieu van het opgroeiende kind te kort gaat schieten. Het is geen toeval- aldus spr. – dat in deze periode van toenemende ontreddering van het gezin de psychologie en met name de kinderpsychologie ons in staat stelt ons te bezinnen op de waarde van het gezin voor de opvoeding en ons een inzicht kan geven in de factoren, die de ontreddering in de hand werken.”
Er zijn veel factoren voor deze ontreddering, waarvan Calon er enkele noemt:
Vroeger was het gezin tevens een economische productie-gemeenschap waarin men elkaar nodig had. Deze noodzaak is weggevallen
Ontspanning vond vroeger vooral in huiselijke kring plaats. Door “specialisering van het amusement, met name in de grootstad”, wordt het amusement meer buitenhuis gezocht, waardoor het gezinsleven een dimensie armer is geworden.
Deze ontwikkelingen in gezichtsontwrichting hebben effecten op de psychologie van het kind. Deze heeft om zich psychologisch goed te kunnen ontwikkelen, behoefte aan een liefdevolle zorgende instelling van de ouders, die zich in concrete en tastbare gegevens uit. Daarnaast of daarbij heeft het behoefte aan een eigen levensruimte, waarin het zich vrij en zorgeloos bewegen kan, welke het zelf, met behulp van de ouders, uitbreiden en bevestigen moet, om van daaruit veilig de wereld te veroveren.
Wanneer dat niet gebeurt, zal het kind gefrustreerd raken. Kinderen komen met iedereen in botsing en gaan alles om zich heen als vijandig beschouwen.
Het is duidelijk, aldus spr., dat zowel de kinderen die in hun emotionele ontwikkeling ernstig worden bedreigd of reeds gehandicapt zijn, recht hebben op hulp. Waar de natuurlijke ouders niet kunnen geven wat tot de noodzakelijke voorwaarden voor de emotionele ontwikkeling ban het kind behoort, daar zal een pleeggezin deze taak moeten kunnen overnemen. De niet zelden gehoorde bewering dat natuurlijke ouders, al zijn deze nog zo deficiënt, steeds beter zijn dan pleegouders, wordt volstrekt gelogenstraft door de uitkomsten van de nieuwste kinderpsychologie.
Het is gebleken dat een kind emotioneel verkommert wanneer er een ongunstige verhouding is van moeder tot kind en dat het kind zich herstelt wanneer het in een liefderijk pleeggezin wordt opgenomen. Want wat het kind nodig heeft is liefde en zorg voor zijn zich ontwikkelende persoonlijkheid, ontmoeting met medemens, wiens genegenheid het ervaren kan door de concrete daden heen.”
Blik in de Hertogstraat in de richting van het Kelfkensbos, rechts de Wilhelminaboom en de Nutsschool, 1900 (P.A. Geurts via F14528 RAN)
De Hertogstraat is afgeleid van een heerstraat, een Romeinse legerweg. In ieder geval was de straat en omgeving in de Romeinse tijd in gebruik. Wikipedia: “De Hertogstraat is een van de oudste straten van Nederland. De straat wordt al in de 14e eeuw vermeld”. Volgens het Straatnamenregister in 1322 als Hyrtstege (door Gorissen in 1956) en 1382 (door Teunissen in 1933). Volgens Teunissen is de eerste vermelding van Hartogsteegh in 1694, daaróór zijn er allerlei varianten op hirt, hert en her.
Romeinse oorsprong
Wikipedia: “De straat heeft een in Romeinse oorsprong.
Het is het startpunt van de Heirbaan Maastricht-Blerick-Nijmegen. Die weg loopt vanuit de Hertogstraat, Coehoornstraat, Heijendaalseweg en Driehuizerweg en komt dan in het natuurgebied Heumensoord uit. Op deze plek ligt nog een stuk oude Romeinse weg. Die weg liep door naar Mook, tot de Romeinse Maasbrug bij Cuijk, en vervolgens langs de westkant van de Maas via Blerick naar Maastricht.”
Heirbaan
De meeste bronnen noemen expliciet dat de naam is afgeleid van “heer” en niet van “Hertog”. De term “heirbaan” (en aanverwante namen) zijn juist op een latere datum aan wegen gegeven, die (veelal terecht) herkend werden als een Romeinse legerweg. De Romeinen zelf zullen deze wegen nooit “heirbaan” hebben genoemd, maar bijvoorbeeld het woord “Via” hebben gebruikt. Eeuwenlang bleven deze wegen daarna nog in gebruik als doorgaande wegen.
Het woord “heirbaan” is afgeleid van het oud-germaans (of opvolgers daarvan)/de Indo-Europese taal. “heir” of “heer” betekent leger. “Baan” betekent in het oud-germaans “weg”.
Hertog?
Ook “Hertog” is afgeleid van het oud-germaans. “tog” is afgeleid van het woord dat “leiden/trekken” betekent. Hertog betekent dus degene die het leger trekt/leidt.
Echter: aangezien de weg eeuwenlang alleen een verwijzing naar de “heirbaan”, het leger heeft, lijkt de Hertogstraat niets te maken met “hertogen” en zal het zeker niet bedoeld zijn om een specifieke hertog aan te duiden.
De stadszijde van de Hertsteegpoort (Hertogpoort) ; een foto van een pentekening gemaakt door Hendrik Tavenier (18 juli 1734 – 8 april 1807) ; Archief de Poll, inventarisnummer: 1056, 1786 (H. Tavernier via F14549 RAN)
Nijmeegsche Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers
Het huidige Hertogstraat 70 in 1942, op dat moment de Twentsche Bank, 1942 (F14506 RAN)
Een opvallend gebouw aan de Hertogstraat is het pand van de Nijmeegsche Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers; veel Nijmegenaren kennen het gebouw als behorende bij de ABN AMRO Bank.
Tweede Wereldoorlog
Aanslag op A. van Dijk, commissaris van politie
De stoet voor de begrafenis van A. van Dijk, commissaris van politie in Nijmegen, tevens lid van de Germaanse SS. Hij werd op 8 juli 1943 in de Hertogstraat door Henk Romeijn, een verzetsman uit Waalwijk, neergeschoten, raakte daarbij zwaar gewond en overleed op 31 augustus 1943 aan zijn verwondingen in Arnhem, Hertogstraat, 4/9/1943 (GN1127 – B RAN)
Op 8-7-1943 vond de aanslag plaats op de commissaris van politie A. van Dijk door Henk Romeijn. Van Dijk was verantwoordelijk voor de arrestatie van 500 Joden en daarnaast was hij een gevaar voor het verzet. Daarop besloot het verzet hem te liquideren. Op 8 juli vond de aanslag plaats door Henk Romeijn. Op 31 augustus overlijdt van Dijk.
Romeijn wordt bij zijn vlucht door burgers op straat tegengehouden: zij dachten dat hij de fiets wilde stelen, die klaarstond om te vluchten. Hij wordt overgedragen aan de Sicherheidsdienst. Hij wordt gemarteld en in september overgebracht naar het kamp Vught. Op 5 april 1944 wordt hij in Arnhem geëxecuteerd.
Het bombardement van februari 1944 en de dagen rond Market Garden in september 1944 had ook grote gevolgen voor de Hertogstraat.
De Hertogstraat met rechts het Wintersoord, 1944 (GN171 RAN)
Wederopbouw
Winkelwooncomplex
1956 Kelfkensbos, Hertogstraat, Mariënburgstraat en Wintersoord
Een van de grootste projecten van de wederopbouw van het centrum is het winkelwooncomplex tussen het Kelfkensbos, de Hertog, de Mariënburgstraat en Wintersoord.
De Hertogstraat is afgeleid van een heerstraat, een Romeinse legerweg. In ieder geval was de straat en omgeving in de Romeinse tijd in gebruik. Wikipedia: “De Hertogstraat is een van de oudste straten van Nederland. De straat wordt al in de 14e eeuw vermeld”. Volgens het Straatnamenregister in 1322 als Hyrtstege (door Gorissen in 1956)…
Veel Nijmegenaren zullen Hertogstraat 23-25 vooral kennen van het restaurant Gandhi. Het pand is echter gebouwd als 2e winkel voor de vis- en kaaswinkel Jac. Wouters in 1913, naar een ontwerp van architect van de Boogaard.
In mei 1904 ontwerpt architect Claase een winkelhuis en woonhuis aan de Hertogstraat (27 en 29). De opdrachtgevers zijn de gebroeders Faazen, die wonen op nummer 27 en ook in de nieuwbouw op nummer 29 zullen gaan wonen. In november 1904 opent de bloemisterij Gerretsen en Valeton op nummer 27. Opvallend aan de het pand…
“Het verbouwde pand der Firma v.d. Horst aan de Hertogstraat.
Men zal zich nog herinneren, dat eenige weken geleden het pand van den fotohandel der firma E.J. v.d. Horst aan de Hertogstraat no. 45 gedeeltelijk door brand werd verwoest. De zaak werd als gevolg hiervan eenige weken gesloten, doch tegelijk werd met een verbouwing begonnen, die nu dezer dagen haar beslag heeft gekregen. Zaterdag j.l. is het vernieuwde pand geopend. Het blijkt, dat de brand, naast de schaduwzijden, toch dit goede resultaat gebracht heeft, dat de Hertogstraat een modern winkelpand rijker is geworden. De gevel van imitatie-graniet trekt reeds van verre de aandacht, terwijl ook de beide groote bronzen vitrines aanstonds in het oog vallen; inderdaad een heel verschil met het ouderwetsche winkelhuis van vroeger. Het spreekt wel vanzelf, dat van deze gelegenheid gebruik is gamkaat om het pand ook inwendig te moderniseeren. De winkel, waain het daglicht thans volop binnenstroomt en die des avonds in een gloed van kunstlicht prijkt, maakt thans een keurigen indruk. Hetzelfde is het geval met de achtergelegen wachtkamer, met haar smaakvolle groen-gele wandbekleeding. Voorts werd ook het fotografisch atelier geheel nieuw ingericht, gestoffeerd en van de nieuwste apparaten voorzien. Ook de werkplaatsen boven werden verbouwd en beantwoorden thans aan alle eischen, die er redelijkerwijs aan gesteld mogen worden. De firma v.d. Horst beschikt thans over een flink modern winkelpand. Zij maakte van deze verbouwing tevens gebruik om haar fotohandel belangrijk uit te breidenL deze vormt thans een voornaam onderdeel van de zaak.
De architect, de heer Hes, die de leiding had bij de verbouwing, komt een woord van waardeering toe voor wat hij hier tot stand bracht. Vermelden wij nog, dat de verbouwing werd uitgevoerd door de aannemersfirma L.P. van Horsen. De firma Toonen verzorgde de elektriciteit, terwijl de stoffeering geschiedde door de firm Athmer.” (PGNC 24/7/1933)
Bank De Nijmeegse Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers
Nijmeegsche Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers, architect Oscar Leeuw. Rechts de bank, foto: 25 jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina ; een versierde poort gezien in de richting van het Hertogplein, 1923 (F59633 RAN)
Leest het artikel over de Nijmeegsche Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers:
Fotozaak van der Horst, foto gedateerd 1932 dus voor de verbouwing; Een rij winkels tussen het Kelfkensbos en de Walmuur. Te zien zijn een metaalhandel en een fotozaak (van der Horst). Rechts is nog een deel van het Poortwachterhuys te zien, St. Jorisstraat 13-23 (Fotopersbureau de Gelderlander via F14667 RAN CC-BY-SA, auteursrechthouder J.F.M. Trum)
“Het verbouwde pand der firma v.d Horst aan de Hertogstraat.
Men zal zich nog herinneren, dat eenige weken geleden het pand van den fotohandel der firma E.J. v.d. Horst aan de Hertogstraat no. 43 gedeeltelijk door brand werd verwoest. De zaak werd als gevolg hiervan eenige weken gesloten, doch tegelijk werd met een verbouwing begonnen, die nu dezer dagen haar beslag heeft gekregen. Zaterdag 11 is het vernieuwde pand geopend. Het blijkt dat de brand, naast de schaduwzijden, toch dit goede resultaat gebracht heeft, dat de Hertogstraat een modern winkelpand rijker is geworden. De gevel van imitatie-graniet trekt van verre de aandacht, terwijl ook de beide groote bronzen vitrines aanstonds in het oog vallen; inderdaad een heel verschil met het ouderwetsche winkelhuis van vroeger. Het spreekt wel vanzelf, dat van deze gelegenheid gebruik is gemaakt het pand ook inwendig te moderniseeren. De winkel, waarin het daglicht thans volop binnenstroomt en die des avonds in een gloed van kunstlicht prijkt, maakt thans een keurigen indruk. Hetzelfde is het geval met de achtergelegen wachtkamer, met haar smaakvolle groen-gele wandbekleeding. Voorts werd ook het fotografisch atelier geheel nieuw ingericht, gestoffeerd en van de nieuwste apparaten voorzien. Ook de werkplaatsen boven werden verbouwd en beantwoorden thans aan alle eischen, die er redelijkerwijs aan gesteld mogen worden. De firma v.d. Horst beschikt thans over een flink modern winkelpand. Zij maakte van deze verbouwing tevens gebruik om haar fotohandel belangrijk uit te breiden; deze vormt thans een voornaam onderdeel van de zaak.
De architect, de heer Ees, die de leiding had bij de verbouwing, komt een woord van waardering toe wat hij hier tot stand bracht. Vermelden wij nog, dat de verbouwing werd uitgevoerd door de aannemersfirma L.P. van Horsen. De firma Toonen verzorgde de elektriciteit, terwijl de stoffeering geschiedde door de firma Athmer.” (PGNC 24/7/1933). in de adresboeken van 1932 en 1934 is het adres Jorisstraat 13. In het adresboek van 1936 komt Foto v.d. Horst – Fotografie en Fotohandel voor op de adressen Hertogstraat 45 en Jorissstraat 13 (met elk een ander telefoonnummer). In 1940 is het weer alleen Jorisstraat 13.
Verbouwing Opticien Harting
Hertogstraat
Hertogstraat 128, augustus 2023 (Google Streetview) Vanaf 1939 opticien Harting, verbouwing door architect Deur
Beeld van het plein, omstreeks de eeuwwisseling, met het plantsoen en de Wilhelminaboom, gezien vanaf de hoek Van Broeckhuysenstraat/Hertogstraat. Op de achtergrond, rechts, de Nutsschool met (links) het begin van de Derde Walstraat. Geheel links, het eerste stuk van de Hertogstraat met Hertogstraat 125-127, 1898-1902 (F89863 RAN)
Beeld van het plein, omstreeks de eeuwwisseling, met het plantsoen en de Wilhelminaboom, gezien vanaf de hoek Van Broeckhuysenstraat/Hertogstraat. Op de achtergrond, rechts, de Nutsschool met (links) het begin van de Derde Walstraat. Geheel links, het eerste stuk van de Hertogstraat
Op de gevel is duidelijk het bouwjaar te zien: 1894. Het pand is gebouwd als twee herenhuizen met een winkel op de zeer scherpe hoek van de Hertogstraat. De architect was H. Esmeijer.
Gemeentelijk Monument
Het pand is een Gemeentelijk Monument vanwege: “Fraai voorbeeld van hoekbebouwing in de stadsuitleg.”
Een gedeelte van de Hertogstraat tussen het Wintersoord en het Kelfkensbos; met rechts een fiets met een hangwagentje, links juwelier Hoeboer, 1935 (GN4801 RAN)
Afgaande op het artikel over de verbouwing in 1906, betekent dit dat juwelier Hoeboer al eerder hier zijn winkel had. Uit de foto uit 1935 blijkt, dat de winkel van Hoeboer dan nog steeds bestaat.
Th. Hoeboer komt als “goudsmid” voor het eerst op Hertogstraat 6 voor in het Adresboek 1898. Waarschijnlijk is hij tussen 1896-1898 naar dit adres verhuisd vanaf Ziekenstraat 65: dan komt daar een Th. Hoeboer, goudsmid voor.
Daarna zal hij jarenlang op nummer 6 als goudsmid zitten (Adresboeken 1899, 1901, 1902, 1903, 1905, 1907, 1908, 1909, 1910-1911, 1912-1913 (als Hersteeg),
In ieder geval is in 1908 en 1918, 1920 het adres van Hoeboer Hertogstraat (of Hersteeg) 6/8.
Lees hier het artikel over de verbouwing van 1906 door architect Hoffmann:
De tot nu toe eerstgevonden vermelding van A.W.M.J. Hoeboer op Hertogstraat 6-8 als “juwelier” is in het Adresboek van 1926, Th. Hoeboer als “goudsmid” op nummer 10 (Adresboeken 1922 en 1924 zijn tot nu toe niet ingezien). Idem voor 1928, 1932 (dat jaar komt ook Th.A.E. Hoeboer voor op nummer 10), 1934.
In het adresboek van 1936 komt A.W.M.J., juwelier nog voor op het adres 6-8. Th. Hoeboer, juwelier, lijkt verhuisd te zijn naar Sterreschansweg 32. Idem voor 1938.
In het Adresboek 1940 komt de juwelier voor op nummer 3: het is nog onduidelijk of dit een hernummering of een daadwerkelijke verhuizing betreft.
Reclameplaat van Stalhouderij Th. Ariëns, 1895 (F55013 RAN)
Garagebedrijf Egbers
Garagebedrijf Th. Egbers. Vijfde van rechts (zonder pet) is Rudolf Kersten (1867-1944). Reproductie, 1900-1910 (P.H. Kouw via F23371 RAN)
Overname smederij in Hertogstraat door Th. Egbers (PGNC 23/10/1887)
Hendriks
Hertogstraat 47
“Een feestetalage.
De heer Jac. D.P. Hendriks, Hertogstraat 47, heeft ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van zijn zaak in diamant, goud- en zilverwerken, eene feestetalage aangericht welke eenige interessante merkwaardigheden laat zien. Hij exposeert van morgen af gedurende een zestal dagen o.a. fijn zilver en zilverbaar met bijbehoorend essaybriefje zooals het op de beurs wordt verhandeld. Voorts in verschillende stadia van bewerking zijnde gebruiks- en luxe artikelen, eenerzijds. Anderzijds zeer merkwaardige antieke en moderne horloges. Hollandsche, Engelsche en Fransche van 1700, waaronder een van Abram Uyterweer te Rotterdam, wel een van de eerste Hollanders die een horloge maakte; horloges met slag- en speelwerk. Moderne horloges als blindenhorloge (braille-schrift), Zionistenhorloge, Contrôlehorloge voor automobielwedstrijden, Roulette-horloge, in gebruik te Monte Carlo enz.
Deze bijzondere etalage verdient wel de belangstelling en zij die in den winkel binnentreden worden nog bedacht met een gratis reclame-geschenk, een zakspiegeltje of notitie-boekje.” (PGNC 8/9/1921)
Hardeman
De scheersalon van kapper Hardeman in wat toen nog de Hersteeg heette, Hertogstraat 13, 1920-1925 (F87907 RAN)
De hoek van de Hertogstraat – Kelfkensbos, rechts is Hertogstraat. Let op het straatnaambordje Heirsteeg, GN169 dateert de foto op 1920-1930, de identieke foto F67140 op 1944 (GN169 RAN)
Badhuis Maasplein in 1975 (foto: Jan Cloosterman via RAN F29505)
Het Badhuis is gebouwd in opdracht van Woningvereeniging Nijmegen, naar een ontwerp van de architect J.C. Hermans (1921-22). Daarbij was Willem Hoffman “den aesthetischen adviseur”.
Op 5 augustus 1922 opende het badhuis aan het Maasplein 9. De Gelderlander:
“Badhuis Maasplein in de Rivierenwijk.
De woningvereeniging Nijmegen, welke de moeilijke- en gehoord de critiek- ook geenzins benijdenswaardige taak heeft- in de Nijmeegsche woningnood te vooerzien, gaat rustig voort haar plicht te doen.
Het bestuur- met de heeren Haspels en Mr. Dr. v.d. Grinten, respectievelijk voorzitter en secretaris- zet zijn werk onverdroten voort en laat bouwen tuindorp na tuindorp.
Zoo zou men de nieuwe huizen-complexen noemen in plaatsen, minder rijk aan natuurschoon en tuinoverdaad dan Nijmegen.
Toch valt het nieuwe huizencomplex van de Woningvereeniging op, zooals dit thans neergezet is en nog deels in aanbouw is aan den Weurtschenweg, waar de rivierenwijk in opkomst is.
Dit deel van Nijmegen, het z.g.n. nijverheidskwartier treft en trekt nu juist niet den wandelaar door aangename natuuromgeving, eentonig is er de kleur der omringende weilanden, waardoor niet de grillige, afwisselende lijn loopt van boomen of bosschages.
Het is er effen en vlak- al geeft de nabijheid der rivier zoo noodig gezochte afwisseling.
De bestuurderen van de Woningvereeniging Nijmegen, terzijde gestaan door den aesthetischen adviseur, den bekenden architect Willem Hoffman, gingen blijkbaar van de meening uit in deze Weurtsche weg-woonwijk afwisseling te moeten brengen in uiterlijk aspect der huisjes, welke er allengs verrezen, met tierige tuintjes voor de deurtjes.
Afswisseling in gevels is er dan ook in voldoende liever nog gezegd- weldoende mate aangebracht.
Men tuurt er niet voortdurend op die uniforme-gevelrijen, welke er op den duur den indruk van verveling en dagelijks hetzelfde vast vestigt.
Nu komt men bij het dwalen door de Waal- Maas- Rijn – Ijssel- en andere straten voor schilderachtige hoekjes te staan, welke het nog beter zullen doen, wanneer het groen voor de huizen breeder en hooger uitgegroeid is.
Dan is tegelijkertijd ook deels het bezwaar weggenomen, dat de bewoners te veel bij elkaar in huis kunnen kijken- al zijn de straten dan nog zoo breed uitgezet.
Vooral is de achterzijde der woningen nu nog niet vrij genoeg- wat nochtans een onvrijheid is, welke men in de beste woonwijken treft, wanneer ook daar geen opgeschoten geboomten de uitzichten op tegenovergelegen woningen wat markeert.
In ieder geval heeft zich hier de schoonheidsadviseur in de bouwkunde laten gelden op een wijze, welke voordeelig was voor het wisselend aspect.
Al is de wijk nog deels in aanbouw, al zijn de wegen nog deels ongebaand, wat er klaar is, geeft een goeden indruk, welke men meeneemt naar het nieuwe badhuis, dat gebouwd is op het mooie Maaspleintje, ruim gelegen te midden van de nieuwe woonwijk.
Ligt het Volksbadhuis in de Tulpstraat eenigermate achteraf hier valt het oog dadelijk op het nuttige badhuis, voor de bewoners van de rivierenwijk.
De N.V. Betonmaatschappij bouwde dit volksbadhuis in eenvoudige, toch sierlijke stijl, dat aan het geheel iets landelijks lokkends gaf.
De practijk leerde ook hier alweer bij de inrichting van dit volksbadhuis.
De entrée is hier alweer veel gerieflijker en ruimer gemaakt; de wachtkamer, rechts van den ingang is tevens gezelliger en ruimer ingericht- terwijl de bergplaats voor rijwielen, links van de entree zelfs meer gemak aanbiedt.
Dadelijk na de vestibule komt men in de zaal met douches en badkuipen, welk interieur het uiterlijk toont en het comfort biedt van het indertijd reeds beschreven badlokaal van den Tulpstraat.
Aan gezondheidseischen is ook hier allereerst alle aandacht geschonken. Licht, lucht en zon kunnen van alle zijden binnendringen, de vestibule is uitstekend en de badkamertjes, wars van iedere weelde, bieden nochtans alle comfort, dat men van eene moderne badinrichting mag verwachten.
Bloemenhangers fleuren de zaal zelfs nog op, terwijl de licht grijze tinten, door den schilder op deuren en kozijnen aangebracht, den eenvoud van interieur verhoogen en veraangenamen.
Of zoo’n volksbad niet waarlijk gewaardeerd wordt!
Nu de exploitatie nog meer aangepast is aan de practijk en ook de prijsregeling tactisch is verminderd op meer stille dagen, neemt het gebruik der baden aanmerkelijk toe.
Eenige cijfers mogen dit illustreeren.
In juli vorig jaar bedroeg het gebruik der baden 576 in de maand- dit jaar steeg het in Juli dank zij gunstiger prijsbepaling tot 893 en in Mei zelfs tot 962, wat bijna een verdubbeling beteekent.
Nu moge het ’t volksbadhuis nog geldelijke offers vragen, de gemeente offert hier haar gelden toch voor een goed doel: de bevordering der volkshyiëne.
En dat kan en mag de gemeenschap ook wat waard zijn!
Voor nadere bijzonderheden omtrent opening, gebruik van het badhuis, prijzen en baden enz. verwijzen wij naar de prospecten, welke aan het badhuis verkrijgbaar zijn.
Het bestuur der Woningvereeniging Nijmegen deed hier weer nuttig werk, en vond in dit opzicht steeds een goeden steun van den heer Pitlo, en administrateur der woningvereeniging”. (De Gelderlander 7/8/1922)
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
Aanvankelijk minder bezoekers dan gehoopt, tariefverlaging
Tarieven Badhuizen (De Gelderlander 24/9/1928)
Aanvankelijk heeft het Badhuis niet het gehoopte succes: “Gedurende het geheele jaar 1923 bleef het bezoek van het badhuis van ’t Maasplein onbevredigend, ondanks de toepassing van het lage tarief op de laatste drie dagen van de week. Daarom werd aan het einde van het verslagjaar besloten het tarief met ingang van 1 Januari 1924 voor alle dagen van de week nog aanmerkelijk te verlagen, teneinde het badhuis aan zijn doel te doen beantwoorden, zij het ook met de kans van vergrooting van het verlies. Het tarief werd nu gedurende de geheele week gesteld op 12 cent voor een kuipbad en 5 cent voor een stortbad.…
De resultaten van dit verlaagde tarief gedurende de eerste maanen van dit jaar 1924 zijn inderdaad gunstig. Het gebruik der baden is zeer gestegen, zoodat zelfs niet alleen uit een oogpunt van volksgezondheid door den getroffen maatregel iets goeds is bereikt, doch ook de inkomsent eene stijgende lijn vertoonen.
Over het afgeloopen jaar bedroeg het exploitatieverlies van het badhuis aan het Maasplein f4729,15.” (PGNC 26/7/1924)
Voor aantal jaren zijn het aantal bezoekers gevonden, zie de onderstaande tabel:
Maasplein
Aantal baden
Stortbaden
Kuipbaden
Winst/verlies
1924
10.397
8.750
1.647
-4.985,90
1925
13.150
11.457
1.693
-4.477,76
1926
1927
13.170
1.260
1928
13.634
1.480
1929
9.665
1.116
-4.616,45
1930
-4.295.03
1931
-4.540,18
1932
Stijging ruim 9%
+ 1.852 tov 1931
– 403 tov 1931
-3.841,16
1933
1934
1935
13.864
829
1936
1937
13.830
639
1938
1939
1.966 meer
Vervolg
Na de Tweede Wereldoorlog kregen badhuizen het steeds moeilijker: huizen werden niet meer zonder douche gebouwd. Daarnaast was er de concurrentie van de zwembaden. Het badhuis aan het Maasplein sloot in 1975. Daarna zat er nog een tijd een verhuurwinkel en fysiotherapeut.
Het Station, ontworpen in 1954 door Ir. Sybold van Ravesteyn, 1960 (A.A. van der Borg via F33208 RAN CCBYSA)
Momenteel is men begonnen met de werkzaamheden voor een grote verbouwing van station Nijmegen, waarbij onder andere de westzijde grondig wordt gewijzigd. Een mooie aanleiding om een artikel te schrijven over het ontwerp van het station van Van Ravesteyn uit 1953-1954 en haar kunstwerken.
Vooraf: het bombardement van het station van Peters
Het huidige station is het derde stationsgebouw van Nijmegen. Of feitelijk het vierde, als het NSM station van 1865-1878, een houten gebouwtje, wordt meegerekend. In 1894 had rijksbouwmeester H.C. Peters het tweede station ontworpen.
Bombardement
Het station raakte op 22 februari 1944 zwaar beschadigd. Het werd als gelegenheidsdoel aangewezen vanwege zijn strategische functie voor het Duits wapentransport, nadat een aanval op de Gothaer Waggonfabrik niet doorging. Bij dit bombardement vielen (onbedoeld) vele burgerdoden.
Het station was nog te herstellen. Door een Duits bombardement op 3-10-144 brandde het resterende deel vrijwel volledig uit. Wel bleef een aantal delen, waaronder de overkapping en een deel aan de perronzijde, behouden.
Plaquette herinnering gevallenen oorlog station Nijmegen (juni 2024)
Een plaquette in de stationshal herinnert de NS medewerkers die slachtoffer zijn geworden van de oorlog.
Tijdelijk herstel
Het station in 1946, In de voorgrond liggen brokstukken. Links nog zichtbaar een deel van het oude station, 14-11-1946 (Harry Segers/Anefo via NL-HaNA_2.24.01.09_0_901 Nationaal Archief)
Tussen 1944 en 1953 werd het station tijdelijk hersteld. De begane grond van het gebouw en de stalen kapconstructie kon worden hergebruikt. Grote gaten werden dichtgemetseld, met daarbij een provisorische ingang.
Ontwerp van Van Ravesteyn
Het Station, ontworpen in 1954 door Ir. Sybold van Ravesteyn, 1960 (A.A. van der Borg via F33208 RAN CCBYSA): naast de toren zien we het voorplein waar taxi’s staan te wachten. Rechts is de stationshal met uit- en ingang. Daarvoor ligt de bushalte voor de trolleylijn en de twee intercity bussen. En weer daarvoor het pleintje met aanplant.
Het huidige station is gebouwd in 1954 naar een ontwerp van Sybold van Ravesteyn. Hij kreeg daarbij de opdracht om bij de resten van het oude station een passende voorkant te ontwerpen. Daarbij bleven de oude perronkappen en het perronkant bewaard. Ook tegenwoordig (juni 2024) is de perronkap en de muur van het oude station aan het perronkant nog aanwezig. Van Ravesteyn had veel door Italië gereisd op liet zich bij het ontwerp door Italiaanse pleinen inspireren. En in het bijzonder de gevels aan de Via della Conciliazione (Architectuurgids) in Rome, de belangrijkste toegangsweg tot Vaticaanstad.
De Gelderlander 1/6/1954 haalt het dankwoord van Ir. F.Q. den Hollander tijdens de opening aan: “Het nieuwe station is niet veel meer geworden dan een gevel, zij het dan een fraaie gevel, waarvoor echter gepast en gemeten moest worden en waarbij vooral rekening gehouden moest worden met de beurs van de N.S.”
Campanile
Evenals Italiaanse pleinen, beheerst een slanke toren het plein. Deze toren van 39 meter hoog is geïnspireerd op de campanile – een losstaande klokkentoren, waarvan er veel in Rome en Italië als geheel gebouwd zijn. Van Ravensteyn “wilde van het station een moderne stadsentree maken, van verre herkenbaar door een forse klokkentoren” (Spoorbeeld). De toren staat op as van de Van Schaeck Mathonsingel.
Naast blikvanger, fungeert de toren tevens als scharnierpunt tussen de 2 voorpleinen en de 2 vooraanzichten van het station. En natuurlijk als klokkentoren. “Honderdtachtig meter is de gevel lang en wat zij op het eerste gezicht aan hoogte mist, vergoedt zij royaal door de imponeerende breedte. En door de toren, die een nieuw baken geworden is in een torenarme stad.” (De Gelderlander)
2 pleinen en een voorplein
Naast de toren is links een plein gepland voor bussen. Op het linker plein is de standplaats voor bussen gepland voor 15 stadslijnen. Voor de in- en uitgang van het station ligt een voorplein met een VVV bureau. Daarnaast is voor enkele auto’s ruimte gereserveerd voor de taxi standplaats.
Rechts daarvan zijn bushaltes: 1 voor de trolleybus en 2 voor intercity buslijnen. Daarvoor is een plein met aanplant gepland.
De voorgevel is laag, maar lang: 180 meter. Daarbij is er een onderscheid tussen het rechter en linkergedeelte.
Stationshal en rijwielstalling
De ingang van het station, foto vanwege Officiele opening nieuw spoorwegstation van Nijmegen, 1-6-1954 (Van Duinen/Anefo via NL-HaNA_2.24.01.04_0_906-5002-groot Nationaal Archief CC0)
De stationshal staat rechts van de toren. Deze was ontworpen met een gescheiden stroom van in- en uitgaande reizigers.
De ingangspartij bevindt zich vrijwel in het midden, waarbij het portaal naar voren staat en een opgang heeft. Twee deuren in het midden vormen de ingang (met bordje “ingang”). Links en rechts daarvan zat een raam, met daarboven “kapper” en “boekenkiosk”. In de hal was aan de gehele linkerkant het kantoor en loketten voor de kaartverkoop. Naast de kapper en boekenkiosk was er een bagagedepot, inlichtingenkantoor en wisselkantoor. Reizigers bereikten het perron door controlepoorten. De uitgang bevindt zich aan de linkerkant, vlak bij de toren. Opvallend zijn de rechte vormen, onder andere vanwege de kalkstenen pilasters en de hoge ramen. Bovenop het station staan een aantal beelden.
Rechts van de stationshal is een rijwielstalling.
Linkergedeelte met stationsrestauratie
De linker vleugel station Nijmegen tegenwoordig; op de achtergrond zijn de beelden van de knielende figuren nog te zien (juni 2024)
Het linkergedeelte is lager; hier bevindt zich de eerst de stationsrestauratie. Daarnaast waren hier de wachtkamer en toiletruimte. Ook is er een wachtkamer voor bussen. Dit deel is vorm gegeven door bakstenen bogen op pilaren. Deze bogen zetten zich voort in arcade, die haaks op het gebouw staat.
Arcade en toren
De afsluiting van deze arcade is een toren met ruiterstandbeeld. Het plein wordt door deze bogen zowel omsloten als “omarmd”. Stationsinfo noemt daarbij dat er oorspronkelijk een tweede kolom heeft gestaan, zij het zonder standbeeld.
Bij de officiële opening op 1-6-1954 noemt Ir. F.Q. den Hollander: „Het nieuwe station is niet veel meer geworden dan een gevel, zij het dan een fraaie gevel, waarvoor echter gepast en gemeten moest worden en waarbij vooral rekening gehouden moest worden met de beurs van de N.S. Ik voel mij hier op het stationsplein als in Monte Carlo, zij het dan dat de ruimte in Monte Carlo niet kan wedijveren met die van Nijmegen. Deze gezegende stad biedt bij zijn entree tegelijkertijd ruimte en intimiteit. De toren vooral acht ik een trouvaille; zij is de omhoog stekende vinger van de N.S., als willen de N.S. zeggen: hier zijn wij. Wij hopen inderdaad de hal en restauratie te klein zullen zijn. Zolang er echter ruimtegebrek is kan men zeggen, iets te wensen te houden.” (De Gelderlander 1/6/1954).
Links van de arcade was een weg voor goederenvervoer en parkeerplaatsen gepland.
Rechtervleugel
De rechtervleugel, nog een gedeelte van het oude station, was in gebruik voor goederenvervoer. Waarschijnlijk was deze in gebruik tot de sloop vanwege de aanleg van de nieuwe stationstunnel.
In 1963 werd de rechtervleugel gebouwd, het witte gedeelte bij het huidige busstation Dit was een van de laatste ontwerpen van Van Ravesteyn. De muren wit door het gebruik van kleine witte tegels.
Het stationspostkantoor
In deze periode werd ook het stationspostkantoor gebouwd. Een postkantoor was bij de bouw van het station reeds gepland. De Architectuurgids noemt ook het inmiddels gesloopte postkantoor: “Een van de vele stijlwisselingen in het wonderlijke oeuvre van Van Ravesteyn wordt gedemonstreerd aan de noordzijde van het plein. Hier verrijzen tien jaar later de strakke functionele gevels van het stationspostkantoor.” Aan de andere kant: waar aan de zuidkant de arcade als afsluiting/omarming van het plein diende, had aan de noordkant dit kantoor deze functie.
Het postkantoor is inmiddels gesloopt en op deze plek staat het Doornroosje/Thalia pand.
De naoorlogse stations van Van Ravesteyn
Naast Nijmegen ontwierp van Ravesteyn na de oorlog een aantal andere stations als vervanger van de gebouwen die door de oorlog geheel of gedeeltelijk waren verwoest:
Opvallend is, dat in de literatuur Rotterdam (1957) niet in dit rijtje wordt genoemd. Waarom is mij nog onduidelijk, in ieder geval was dit ook een werk van Van Ravesteyn.
Retours: “Van Ravesteyn combineerde daarbij zijn neobarokke stijl met het baksteengebruik van de traditionalistische Delftse School, die in de vroege wederopbouwperiode gangbaar was.”
De meeste gelijkenis met de rechtervleugel van Nijmegen is dat van Hoek van Holland (in 2017 gesloopt), onder andere door de werking van pilasters.
De linkervleugel kent gelijkenissen met dat van ‘s Hertogenbosch door het gebruik van een romaanse zuilengalerij (in 1998 gesloopt).
Opvallend bij het station Rotterdam is, dat Van Ravesteyn zich hier heeft laten inspireren door het modernisme, dat gebruikt wordt in de Italiaanse stationsbouw. Hiervan wordt dat van Florence als grote voorbeeld van deze stroming gezien.
Bij het station zijn de nodige kunstwerken te zien, veelal gemaakt door Jo Uiterwaal.
Het gebruik van “ornamenten” was een van de dingen die Van Ravesteyn in Italië ter inspiratie had opgedaan. Naast golvende lijnen, die echter in zijn stationswerk ontbreken. Deze ornamenten had hij in zijn ontwerp voor Utrecht in 1939 al toegepast, “— een taboe voor functionalistische vakgenoten.” (Historiek).
Kunstwerken
Net als bij zijn overige stationswerk, zijn de nodige kunstwerken aangebracht, veelal gemaakt door Jo Uiterwaal.
Jo Uiterwaal (1897 – 1972) was een Nederlands beeldhouwer en meubelontwerper.
Van Ravesteyn en Uiterwaal hadden elkaar in 1933 ontmoet en vanaf dat moment werken ze veel samen. Daarbij bepaalde Van Ravesteyn welk beeld waar moest komen. Spoorbeeld: “Niets in dit werk doet denken aan de beelden die hij maakte voor de Nederlandse stations. Het werk dat hij in opdracht maakte, was veel figuratiever en traditioneler dan zijn vrije werk.” Uiterwaal ontwierp naast Nijmegen (in ieder geval) beelden voor de stations van Gouda en Vlissingen.
Ruiterstandbeeld
Ruiter standbeeld Jo Uiiterwaal station (maart 2023)
Daarbij valt naast de klokkentoren meteen de verhoging met het ruiterstandbeeld op. Ook deze toren doet meteen denken aan Italië: het ruiterstandbeeld van de Medici in Florence, het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius in Rome?
Het beeldhouwwerk is het laatste dat geplaatst werd, in oktober 1954. “De ruiter stelt Keizer Karel voor” (De Gelderlander 7/10/1954).
Let ook op de tegels op de arcade. Waarschijnlijk is dit ook werk van Uiterwaal.
Reliëfs aan de voet van de toren
Relief Jo Uiterwaal aan voet van de toren station Nijmegen (maart 2024)
Reliëf Jo Uiterwaal op toren station Nijmegen (juni 2024)
Ook de reliëfs aan de voet van de toren zijn werken van Uiterwaal.
Reliëf Hammes
Relief Hammes (maart 2024)
Het reliëf van beeldhouwer Hammes is een geschenk van de gemeente Nijmegen aan de N.S.. Het is een allegorische voorstelling “van de zich uit haar as oprichtende stedelijke gemeenschap van Nijmegen, die de band tussen spoorwegen en stad aanhaalt.” Het beeld zal geplaatst worden tegen de achterwand van de doorgang onder de toren. (De Gelderlander 1/6/1954)
ster onder de toren station Nijmegen (juni 2024)
Let ook op de ster aan het plafond van de toren. Hiervan is de kunstenaar onbekend.
“Snelheid, Veiligheid en Dienstbetoon”
Officiële opening van het nieuwe station te Nijmegen. Voor de ingang vlnr. burgemeester mr. Ch. M.J.H. Hustinx, de directeur van de N.S. , mr. F.Q. den Hollander en de architect ir. S. van Ravesteyn. Boven de ingang een beeldengroep uitbeeldende de snelheid, de veiligheid en de service van het spoorwegverkeer, 1-6-1954 (Anefo via NL-HaNA_2.24.05.02_0_091- Nationaal Archief CC0)
De beeldengroep “Snelheid, Veiligheid en Dienstbetoon” staat voor de kernwaarden van de spoorwegen. De groep is eveneens van Uiterwaal.
De vrouw links staat voor snelheid: ze heeft een duif in handen, die de vleugels uitslaat. De vrouw in het midden houdt een vogel beschermend vast, zij staat voor veiligheid. De rechter beeldt dienstbetoon uit: zij heeft een wiel in handen.
Het is gemaakt in 1954 en stond oorspronkelijk op het dak van het ingangsportaal. Daarom had Uiterwaal de gezichten bewust wat omlaag laten kijken.
Aanvankelijk stonden er nog 2 beelden op de dakrand: Geloof en Wetenschap. Vanwege de verbouwing van het station in 1973 zijn deze verwijderd en bevinden zich nu in het Spoorwegmuseum van Utrecht.
Na de verbouwing in de jaren 70 kwam de groep op de huidige locatie, tussen de toren en ingang.
Snelheid, Veiligheid en Dienstbetoon van Jo Uiterwaal op huiidige locatie (maart 2024}
Twee knielende figuren
De vrouw links heeft bomen in haar hand en symboliseert de bosrijke omgeving. De man rechts houdt een vis vast, symbool voor het water.
Fontein
fontein bij visitatieruimte station Nijmegen (juni 2024)
De fontein is een restant van het station van 1894. Deze is te vinden bij de voormalige visitatiezaal.
Zeven consoles en leeuwenkop
1 van de 7 consoles station Nijmegen (juni 2024)
Aan het perron zijn nog 7 consoles van het oude station te vinden, werken van E.A.F. Bourgonjon uit 1894.
Ook de leeuwenkop is van Bourgonjon
Leeuwenkop station Nijmegen (juni 2024) Bourgonjon
Let ook op de koppen bovenin bij het perron, station Nijmegen (juni 2024)
Verbouwingen
Het station is een aantal malen verbouwd. In 1973 vond een grote verbouwing plaats: men vond de stationshal te klein voor voorzieningen en en het toegenomen aantal reizigers. Het ontwerp was van W.M. Markenhof. De gehele hal, behalve de gevel aan de perronkant, is gesloopt. Daarvoor in de plaats kwam een in een meer moderne stijl, vooruitstekende hal.
Eerste verbouwingen
Naast het al genoemde postkantoor, hadden in de loop der jaren al meerdere veranderingen aan het station plaats gevonden. De eerste een nieuwe overkapping van het eerste perron in 1959. Twee jaar later volgde de bouw van de verkeerstunnel. Hierbij werd het laatste intact zijnde gedeelte van het stationsgebouw van het Peters gesloopt. In de plaatst van de noordelijke hellingbaan naar het eilandperron, kwam er een trap.
1973 Verbouwing
Het Station en omgeving, 17/10/1977 (Theo Hendriks via F32932 RAN CC0)
De belangrijkste verbouwing was die van 1973 naar ontwerp W.M. Markenhof, architect van de NS. Daarbij werd de gehele hal gesloopt, behalve de achtergevel aan het perron. Daarvoor in de plaats kwam “een moderner, naar voren uitstekend bouwdeel, in een typische jaren zeventig NS-architectuur. “ (Waardestelling) “Het ontwerp voor de nieuwe hal kwam geheel voort uit overwegingen van functionaliteit, waarbij aan de hal overigens wel winkelfuncties werden toegevoegd. Zowel de vergroting van de restauratie, de bouw van het districtkantoor als de vernieuwing van de stationshal werden destijds gezien als broodnodige moderniseringen aan het bestaande stationsgebouw. Als grootste stad in het oosten van het land was het logisch dat Nijmegen betere en meer verbindingen kreeg met de rest van het land, en dat betekende grotere reizigersstromen, vertelde burgemeester De Graaf in tijdschrift De Koppeling van 16 november 1973. Hij was blij met de vernieuwingen, vooral de felblauwe luifel en de gele polyster loketwand vielen in de smaak.”
Merk bij de foto uit 1977 de reclame op: zowel op de dakrand (voor een warenhuis) als op de toren (voor een eau de cologne).
De laatste grote verbouwing vond plaats vanaf 2001 naar ontwerp van Wienke Scheltens
Het Centraal Station; links het Mercure Hotel, Stationsplein, 10/10/2004 (Jacques van Dinteren via D5053 RAN CCBYSA)
Momenteel (juni 2024) is een nieuwe ingrijpende verbouwing begonnen. Een mooie film is te vinden op IndeBuurt.
Wedren, op de achtergrond rechts de Wilhelminasingel en links de Waldeck-Pyrmontsingel, 1895-1900 (B. de Graaf via RAN F1903)
De Wedren is oorspronkelijk aangelegd als renbaan voor paardenraces, waar het ook haar naam aan dankt. In 1881 was deze aanmerkelijk groter dan wat tegenwoordig de Wedren heet. Tegenwoordig is het een parkeerplaats. Bij de Vierdaagse is het in gebruik als start- en finishplaats.
In 1881 verkrijgt Bert Brouwer een deel van het oud vestingsterrein in erfpacht: “Aan den heer L. A. Brouwer werd ten zuiden der stad 13 H.A. grond ad f 4,- per cA. en 3 H.A. in erfpacht ad/ 100,- ’s jaars afgestaan mits hij op het gereserveerde militaire terrein eene renbaan en eene buiten-societeit met terrein van vermaak aan den weg naar Groesbeek daarstelle. Voorts dat de verschillende bebouwing met villa’s en woonhuizen volgens kleurteekening plaats hebbe.” (Gemeenteverslag 1881). Op 2 Juni 1892 werd door de Arrondissementsrechtbank te Arnhem de erfpacht van een gedeelte der in 1881 aan wijlen L. A. Brouwer uitgegeven terreinen vestinggrond aan den Groesbeekschen weg (vroeger Wielrijdersbaan) weer ontbonden verklaard.
De Renbaan liep langs de Oranjesingel tot aan de Berg en Dalseweg (Berg en Dalsche straat), Detail plattegrond Nijmegen in 1888 (RAN KPD-16)
Op de bovenstaande kaart staat de Sociëteit de Vereeniging aan het Keizer Karelplein weergegeven. Daarboven ligt de wielerbaan en links daarvan de Renbaan. De Renbaan grenst aan de Oranjesingel en loopt door tot de Berg-en-Dalschestraat. Merk ook de grens van de militaire gronden bij de renbaan op.
Op 3 maart 1882 schrijft de Gelderlander dat “Door de ‘Nijmeegsche Bouwmaatschappij’, onder directie van den heer Bert Brouwer, is de aanleg aanbesteed van de groote internationale wedrenbaan; de aannemers, de heeren C. Eijkelen en W.J. Weijers alhier, zijn reeds met een groot aantal werklieden begonnen het terrein te slechten. De baan komt voor het grootste gedeelte te liggen op het door den Staat gereserveerde voormalige vestingterrein, ten zuiden en oosten der stad.
Zoo men zegt, zou de eerst groote wedren reeds in Junij a.s. gehouden worden.” (De Gelderlander 3/3/1882). Achteraan dit artikel staan de verslagen van de 3 paardenraces in 1882 en 1883 weergegeven.
Vervolg
Ruiters aan de Wedren, 1910 (F55882 RAN)
Eind 19e eeuw wordt het terrein gebruikt voor tentoonstellingen en feestelijkheden, zoals de Landbouwfeesten in 1893 (PGNC 6/7/1893). Op een later tijdstip werd het terrein ook gebruikt als exercitieterrein (PGNC 6/1/1939). In 1910 kreeg het de naam Julianaplein. In de Tweede Wereldoorlog werd het samen met het Julianapark hernoemd tot Centrumpark, wat op 19-9-1944 weer ongedaan werd gemaakt.
In 1955 werd de Prins Hendrikstraat door de Wedren aangelegd. In de loop der jaren werd het gebied steeds verkleind door bebouwing.
Overigens is de naam “Wedren” pas sinds 2011 officieel vastgesteld.
De Wedren als parkeerplaats; vanaf de Wedren staat rechts de voormalige meisjes Hogere Burgerschool (HBS) aan de Bijleveldsingel, 1978 (Gemeente Nijmegen via KN11197 RAN CC0)
Vierdaagse
Een burgergroep defileert tijdens de (eerste) vlaggenparade op de Wedren op de maandagavond voor de 28e Vierdaagse, 25/7/1938 (Fotobureau Gazendam via F40933 Publiek Domein Auteursrechthouder: KNBLO-NL)
De Wedren is bovendien de start- en finishplaats voor de wandelaars van de Nijmeegse Vierdaagse. Daarbij wordt ook een deel van het Julianaplein en het Julianapark gebruikt. Van 1938 tot 1950 werd hier tevens de Vlaggenparade, als opening van de Vierdaagse, gehouden.
Gladiolen bij het Vierdaagsemonument op het finishterrein op de vierde dag van de 91e Vierdaagse, 20/7/2007 (Kees Stunnenberg via DF1124 RAN tevens Auteursrechthouder)
Voordat de huidige schouwburg werd gebouwd, stond op dit terrein de concertzaal van Sociëteit de Vereeniging. In 1881 verkrijgt Lambertus Augustus (Bert) Brouwer een terrein om een renbaan en een sociëteit op te richten.
Vanwege de 50e Vierdaagse werd een beeld geplaatst naar ontwerp van Vera Tummers-van Hasselt. Het stelt een jongen (de start)…
Bijlage: de paardenraces
De eerste race van 1882
En die wedstrijd kwam er inderdaad: op 15 juni 1882. In de tussentijd verschijnen nog een aantal aankondigingen:
De Nederlandse Harddraverij- en Renvereeniging looft een prijs van f2000 uit, mits de leden van deze vereniging vrije toegang hebben (PGNC 28/3/1882)
Verpachting de buffetten: Geïnteresseerden kunnen een prijsopgave doen voor 1 van de 3 buffetten, of voor alle 3 tezamen bij Bert Brouwer. Alle kosten zullen voor rekening van de pachter komen (PGNC 26/5/1882)
Aankondigingen van het programma. Daarbij vallen een aantal zaken op:
De Stad Nijmegen en de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen stellen gezamenlijk een van de prijzen beschikbaar
Er zullen die dag extra treinen rijden (PGNC 9/5/1882)
Een voorbeschouwing: “Daar een wedren aan de toeschouwers meestal meer belang inboezemt als zij iets van de mededingende paarden weten, hoop ik tegelijkertijd dat het mij moge gelukken de algemeene belangstelling in de wedrennen te Nijmegen mogen verhoogen.” Hierna worden de deelnemende paarden besproken. (PGNC 7/6/1882)
Helaas regende het die dag. Dat weerhield duizenden bezoekers echter niet om de paarderennen te bezoeken:
“Nijmegen, 15. Juni.
De met zoveel verlangen te gemoet geziene, met zooveel zorg voorbereide Wedrennen en Harddraverijen, waaraan schatten ten koste waren gelegd om ze zoo luisterlijk mogelijk te maken, hebben heden alhier plaats gehad, ongelukkig echter onder geheel andere omstandigheden als door alle Nijmegen en door duizenden landgenooten en vreemdelingen gewenscht werd. Het weder dat in de laatste dagen steeds ongustig was en op alle toebereidselen, versieringen enz. nadeelig werkte, was in den afgeloopen nacht en den vroegen morgen weder zeer onstuimig, later iets minder, doch met bijna voortdurenden regen. Reeds vroeg stroomden desniettegenstaanden van alle kanten met de verschillende treinen en allerlei rijtuigen duizende bezoekers naar de stad, zoodat een ongekende drukte heerschte. Op de markt was rondom de groote gaslantaarn een rijke en smaakvolle versiering van groen en bloemen aangebracht. Ook de gaspyramide bij het Keizer-Karelplein was kwistig met bloemen getooid. Den heer J.J. Sormani, gediplomeerd bloemist alhier, komt hiervan de eer toe, en ware het weêr gunstiger geweest, zeker waren deze versieringen nog veel beter uitgekomen. Ook waren op den Stationsweg en den weg naar de renbaan en rondom het Keizer-Karelplein palen met vlaggen geplaatst, aan elkander verbonden door guirlanden van groen, wat echter veel minder van goeden smaak getuigde. Verder trekt de algemeene aandacht de versiering van de Plantenbeurs in het Hôtel der Wed. Bronkhorst en van het Café van den heer Hamerslag op de Markt.
De Wedrennen duurden van 12 tot 4 ure. Het weder was tamelijk goed, afgewisseld door enkele regenbuien. De verschillende wedloopen waren prachtig om te zien en alles liep zonder ongelukken af.” (PGNC 16/6/1882) Op 17 juni doet het PGNC vervolgens verslag van de festiviteiten.
Race september 1882
Op 30 september 1882 zal de 2e wedrennen plaatsvinden. 5 september verschijnt de weergave van circulaire in het PGNC: de rennen komen voor rekening van Bert Brouwer, die “de financieele uitkomst geheel voor zijne rekening neemt, waarlijk geen geringe risico, als men bedenkt dat behalve kosten van in orde making en afrastering van het terrein, renten van kapitaal, muziek enz. ad. p.m. f4000, aan prijzen wordt uitgeleefd de belangrijke som van f850, iets wat noodig is om de eigenaaren der beroemde renpaarden te bewegen zich weder op de Nijmeegsche renbaan te komen meten.” Brouwer heeft zich voorbehouden uiterlijk 21 september te beslissen of de rennen doorgaan en stelt zich “afhankelijk van de medewerking van Nijmeegs ingezetenen, in de eerste plaats van hen, die er direct belang bij hebben dat er door dit Volksfeest eenige duizende vreemdelingen binnen onze stad worden vereenigd.”
Daarop hebben enkele (rijke) Nijmegenaren een commissie opgericht om Brouwer prijzengeld aan te bieden. Nijmegenaren kunnen een vrijwillige bijdrage leveren. (PGNC 5/9/1882)
1883
De volgende races zijn op 19 mei 1883. Het PGNC geeft dan de berichtgeving van andere kranten door; het lijkt haar en/of de kranten zelf daarbij net zo veel om Nijmegen zelf als de paardenracen te gaan:
“Nijmegen, 21 Mei.
De verslaggever van het Handelsblad over de Wedloopen te Nijmegen schrijft o.a. dat de tribune geheel ledeig was en de vijftig rijtuigen, met een paar honderd menschen, niet in staat waren aan de middenterreinen een gezellig aanzien te geven. Ieder die bij de wedrennen tegenwoordig was, en zij waren bij duizenden te tellen, zal overtuigd zijn dat hier minstens genomen bij dien verslaggever aan eene vergissing moet gedacht worden. Ook zijne voorspelling dat men tot de ontdekking zal komen dat Nijmegen toch eigenlijk niet de plaats is voor dergelijke feesten, daar zijn uitmiddelpuntige ligging het voor de groote steeden te moeielijk bereikbaar maakt (wat geeszins het geval is) hopen wij dat niet moge uitkomen.
De Amsterdammer denkt er geheel anders over en eindigt zijn verslag als volgt:
“Indien de bewoners van ons vaderland eindelijk eens open oogen krijgen voor het natuurschoon dat het land hunner geboorte aanbiedt, laten zij eens bij gelegenheid een wedren komen bijwonen te Nijmegen; de paardenliefhebber zal aldaar zeker zijn hart kunnen ophalen, maar ook zij die gevoel hebben voor lieflijke natuurtooneelen, voor bosch, berg, heuvel en dal, zullen de herinnering met zich mededragen aan een rein en zuiver genot, dat men zoo zelden smaakt in de vlakke beemden van Holland.”
Ook uit het Utrechtsch Dagblad laten wij hier met genoegen een gedeelte van het verslag der wedrennen volgen: ‘Het fatum, dat op de Nijmeegsche wedrennen in 1882 drukte, heeft ze in het voorjaar van 1883 verlaten; het weder, dat in de laatste dagen vooral voor de renbaan uitnemend was, bleef ons heden getrouw. Het was prachtig, vooral voor paarden. Feestelingen waren van alle zijden toegestroomd langs de talrijke verkeerswegen, die op het aloude Noviomagum uitloopen, waar al die gasten welkom waren en hartelijk werden ontvangen, al was de stad niet versierd en waren slechts hier en daar vlaggen uitgestoken. Evenals ten vorige jaren schitterde de prachtige, nieuwe wijk rondom het vorstelijke Keizers-Karelsplein, dat sedert door een fraaien aanleg een geheel ander aanzien heeft gekregen, nu weder in al haar vroolijke schoonheid en wekte de bewondering van allen, die zich naar het nabijgelegen prachtige renperk begaven, hetwelk thans van lieverlede tot een der uitmuntendste renbanen is geworden. Met de oude stad uit een Neurenberger speeldoos op den achtergrond en omzoomd door de fraaie nieuw-modische villa’s en deftige huizen, welke door de heer Bert Brouwer in de plaats der oude vestingwallen deed verrijzen, was ten 1 ure de menschenmassa rondom de baan verzameld, luidde de klok voor den eersten wedstrijd en spitsten allen de aandacht op het bord, dat aanwees, wie ten strijde bereid waren en wie reeds vooraf den moed hadden verloren.” (PGNC 22/5/1883)
Op de hoek van de Kroonstraat en Parkweg staat een voormalige kruidenierswinkel. Daarbij is opvallend, dat de huidige opschriften noch voorkomen op de foto uit de jaren 1946-1947, noch de foto gedateerd 1980 (zie hieronder).
Parkweg 86 opschrift (juni 2025)
Inzoomend op de foto van 1946-1947 zien we wel een reclame voor Maggi (links), Esso (het kleine zwarte bordje rechts van de ingang) en Persil (rechts). Daarbij staat er een man in de deuropening, met een liggend hondje. Door het linker raam is nog een deel van de winkel te zien.
Links boven het Maggi bord hangt nog een straatnaambord: “Doddendaal”. In 1982 is dit gedeelte van de Doddendaal hernoemd tot Kroonstraat (Straatnamenregister)
Een kruidenierswinkel op de hoek Kroonstraat – Parkweg, gezien vanuit de Pijkestraat, 1947-1948 (GN2046 RAN)
Een kruidenierswinkel op de hoek Kroonstraat – Parkweg, gezien vanuit de Pijkestraat, 1947-1948 (Detail GN2046 RAN)Links de Kroonstraat. Op het pleintje het beeld De Gouden Engel, gemaakt in 1980 door Ed van Teeseling, 1980 (Ber van Haren via F2515 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
Overigens komt het balkon in 1980 nog niet voor, op een foto gedateerd 1985 F6062 RAN inmiddels wel.
Het ontwerp van deze in 1881 gebouwde herenhuizen worden vaak toegeschreven aan Bert Brouwer. Rob Essers maakt op Noviomagus aannemelijk dat Brouwer niet de architect zal zijn geweest. Zie voor een uitgebreid artikel de hierbovenstaande link.
Rijksmonument
Parkweg 120-124, (Evert F. van der Grinten via F78953 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Parkweg 120-124 is een Rijksmonument; op deze site staat tevens een uitgebreide beschrijving.
Met als waardering:
“HERENHUIZEN gebouwd in 1881 door architect, stedenbouwkundige en projectontwikkelaar Bert Brouwer.
– Van architectuurhistorisch belang als goed en gaaf voorbeeld van een bouwblok opgetrokken in een aan het neo-classicisme verwante stijl. Er is onder meer sprake van een evenwichtig gevelontwerp met bijzondere detaillering en materiaalgebruik. Van belang als onderdeel van het oeuvre van Bert Brouwer, de stedenbouwkundige die het uitbreidingsplan op de plaats van de gesloopte vestingwerken ontwierp en er vervolgens grond aankocht om er herenhuizen op te bouwen.
– Van stedenbouwkundig belang vanwege zijn ligging aan de Parkweg tegenover het Kronenburger park in het beschermde stadsgezicht. Het volumineuze bouwblok is prominent aanwezig in de gesloten gevelwand van de straat.
– Van cultuurhistorisch belang als een vroeg en goed voorbeeld van een rij herenhuizen die zijn gebouwd op door de ontmanteling van de vesting vrijgekomen percelen. Van belang als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. De panden zijn gebouwd als huisvesting voor de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite.”
Het Kronenburgerpark is vooral mooi vanwege een van de weinige restanten van de vestingmuur die heel Nijmegen ooit omsloot. Vooral de Kruittoren torent hoog boven de omgeving uit. Daarnaast maakt onder de hoogteverschillen het pand erg aantrekkelijk. Het is een van de plekken waar Nijmegenaren tijdens mooi weer op het gras gaan zitten.
Het gebouw staat bekend als het Belgisch Consulaat. Oorspronkelijk is het in 1887 gebouwd als huis en magazijn van zoutzieder J. van Roggen. Ook zullen veel mensen het herkennen vanwege de (vele) horeca-gelegenheden die in dit pand hebben gezeten. Het gebouw is ontworpen door J.W. Michielsen, die ook de Arksteestraat 2 en Kweekschool de Klokkenberg (op de Klokkenberg) ontworpen heeft.
Kruittoren
De Kronenburgertoren met links op de achtergrond de Spoorbrug, en rechts het voormalig Belgisch Consulaat (Parkweg 100) (uit 1887, architect J.W. Michielsen), 1890 (F22088 RAN)
Het enorme pand werd gebouwd als woonhuis met magazijn voor de zoutzieder J. van Roggen. Het gebouw is groot en opvallend door de bijzonder rijke detaillering, de dakvorm en het forse bouwvolume. Maar het heeft ook te maken met de rest van de omgeving: bij de restauratie van de Kruittoren had P.J.H. Cuypers de wens geuit ‘geen gebouwen in de nabijheid van de Kronenburgertoren op te richten’. Dat had tot dan toe geresulteerd in de bouw van een aantal kleinere woningen. J.W. Michielsen ging met zijn ontwerp echter aanmerkelijk tegen deze wens van Cuypers in.
Johannes van Roggen
(29-9-1860 Nijmegen – 24-7-1934 Calgary, Canada)
Zijn ouders waren Matthijs Adolph van Roggen (1826-1886), advocaat en later kantonrechter en Catharina Noorduijn (1832-1919).
In 1884 neemt hij de zoutziederij van Salomon Blom (1837-1890) over. Een oom van hem en de echtgenoot van Johanna Elisabeth Noorduijn (1841-1928). Hij trouwt op 2-9-1885 met Helena Catharina Blomhert (14-7-1866 Nijmegen – 6-3-1940 Wassenaar). Wanneer het gezien de woning aan de Parkweg betrekt, zijn ze afkomstig van de Verlengde Hezelstraat No 71 (Waarschijnlijk is er binnen de jaren 1880 nog een verhuizing daarvoor geweest: van Roggen heeft bij “vorige woonplaats Hezelstraat B no 59; Blomhert Grootestraat 70). Bevolkingsregister 1880) Opvallend in hetzelfde Bevolkingsregister 1880 is dat bij “Opmerkingen” 74 staat vermeld, later is door “het blauwe potlood” Parkweg N 76 erbij gezet).
In mei 1884 vraagt J. van Roggen “om vergunning in het centrum van zijne Zoutziederij, grenzende aan de Pikkegas en Parkstraat, een Stoommachine van 12 paardenkracht te plaatsen om met behulp van die beweegkracht ruw zout te maken.” (PGNC 11/5/1884)
Johannes is van Roggen is van 1890-1898 “Heer van Duckenburg”, Rond 1907 vertrekt hij naar Canada (Noviomagus). Daar is hij in ieder geval “koopman” in 1908 en na 1920 “landontginner” (Geneologieonline en Nederland’s Patriciaat, 1945).
Blomhert en hun dochter blijven achter in Nederland. Zijn dochter trouwt in 1908. Daarna zal Blomhert verhuizen naar de Staringstraat. Zij heeft tot juli 1911 nog bij haar dochter op de Oude Stadsgracht ingewoond. In juli 1911 vertrekt Blomhert naar Utrecht. (Noviomagus). Op 24-6-1920 vindt de scheiding tussen van Roggen en Blomhert plaats (Genealogieonline).
Het gebouw als Franciscus Patronaat (uit 1887) van architect J.W. Michielsen, 1930 (F31589 RAN)
Het gebouw als Franciscus Patronaat (uit 1887), 1930 (F31589 RAN)
Daarna had het een groot aantal bestemmingen waaronder:
de huisvesting voor de Wereldlijke Derde Orde van de Heilige Fransiscus van Assisi (ca. 1914)
het kantoor en toonzaal van de Nijmeegse baksteenfabrikant N.V. Metselsteen (vh. Antoon Geldens, 1932), zie hiervoor het artikel op Noviomagus
het Belgisch consulaat
Noodkerk voor parochie van de heilige Franciscus van einde oorlog tot begin jaren 50
De Nijmeegse Muziekschool koopt het pand eind jaren 60. In 1972 verhuist ze naar de Lindenberg
Ook heeft er de nodige horeca in gezeten en heeft het tijden van leegstand gekend.
Belgisch Consulaat
De eigenaar van de firma NV Metselsteen, de heer Geldens, was tevens ereconsul van België. Daarom zat waarschijnlijk tot in 1965 ook het Belgisch Consulaat in dit pand. Het pand dankt hieraan zijn naam.
Lord Nelson en de vele horeca zaken
J. van Deutekom koopt in 1972 het pand van de Nijmeegse Muziekschool. Hij laat de benedenverpieding grondig verbouwen: Zo liet hij een ruimte voor de dansvloer maken en vensters afsluiten. De eerste bar schijnt de Pasja bar te zijn geweest (Facebook je bent een echte Nijmegenaar als en Facebook Nijmegen Toen); het is mij niet bekend of de verbouwing als discotheek op de de Pasja bar betrekking heeft op zijn opvolger: de bekende Lord Nelson.
Bij het ophalen van herinneringen aan dit pand noemen veel Facebookgebruikers, onder andere bij bovenstaande pagina’s, juist Lord Nelson als uitgaansgelegenheid. Na Lord Nelson kwamen de nodige opvolgers. Met wisselend succes, waarbij de meeste zaken slechts een tijdelijk bestaan hadden: Keizerstad, Labyrint, De Drang (zie de foto uit 1991 F38684 RAN), Discotheek België, Danserij de Revolutie, De Revo en Trendies.
Zeldzaam voorbeeld van het internationaal eclecticisme
De Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed ziet in dit gebouw een zeldzaam voorbeeld van het internationaal eclecticisme in Nederland. Met name de voorgevel is bijzonder met een combinatie van hardsteen, pleisterwerk en baksteen. Daarbij zijn er invloeden uit de Neo-renaissance.
Studio’s
Belgisch Consulaat in verbouwing juni 2025
Verbouwing Belgisch Consulaat (juni 2025)
In juni 2025 is er een verbouwing gaande, waarbij het pand wordt omgebouwd tot studio’s. Zie voor het project HermonHeritage en
Bronnen
Nu (weer) in de verbouwing, het vroegere Belgisch Consulaat (Augustus 2023)