Op de hoek van de Voorstadslaan met de Biezenstraat ligt de voormalige Verenigde borstelfabriek. Deze was in 1919 begonnen, met electrisch aangedreven machines. De fabriek was daarvoor in de Broerstraat gevestigd geweest en maakt borstels en kwasten.
De Gelderlander van 1919:
“Ver. Borstelfabriek Voorstadslaan 10
Achter het viaduct, aan de westzijde onzer stad, ontwikkelt zich een nijverheidswijk! Daar zal over ettelijke jaren de polsslag slaan van het nijvere Nijmegen, dat langen tijd alleen luxestad heeft willen zijn, maar welke vroede vaderen gelukkig bijtijds hebben ingezien dat luxe alleen geen gemeenschap staande houdt.
Daar aan de zijde van Hees, daar waar binnenkort “vloeibare” Maas en Waalkanaal zijn wateren zal loozen in onze statige Waal, daar in de onmiddelijke omgeving van water-, spoor- en tramwegen, komt de eene nijverheidsvorm naast den anderen naar voren, om nu al een klein complex van fabrieken te doen ontstaan.
En onder die vele veelbelovende eerstelingen neemt de vereen. Borstelfabriek der Industrieele Handelsonderneming G.F.A. Driessen een waardige plaats in.
Zoo op het eerste oog lijkt een borstelfabriek, waaraan touwslagerij verbonden is, niet veel te beteekenen.
Maar weldra komt de buitenstaander tot heel andere gedachten, wanneer hij een borstelfabriek betreedt, welke in handen is van jonge, energieke vaklieden als de heeren A.A.J. Driessen en R. Hermsen, die de nieuwste machines op hun werkplaatsen in gebruik nemen en er het electrisch bedrijf invoeren.
De fabriek, gelegen op den lommerrijken hoek: Voorstadslaan-Biezen leent zich uitstekend voor dit bedrijf, waar de werklieden- voorloopig een kleine dertig man- weinig merken van den onaangenamen, soms stoffigen kant van hun werkkring, door de luchtige, ruime lokalen, waar zij hun dagelijkschen arbeid verrichten.
Beneden heeft de fabriek haar wachtruimte, expeditiezalen en bergruimte.
De eerste verdieping zal de electrische snij-, stans-, meng- en afsnijmachines bevatten.
Hier zijn ook de werkplaatsen voor de jeugdige “trekkers”, die de eenvoudigste borstels, voor ruw huiswerk bestemd, vervaardigen: in de andere afdeeling zitten de bankwerkers en kwastenmakers, de mannen van het vak, die met groote vingervaardigheid het betere borstelwerk in elkaar zetten.
Komt men in de afdeeling pikkers, dan aanschouwt men de vlugge vaklieden, die de stoffers, handvegers enz met een zekerheid klaar maken, welke alleen de routine kan geven.
Maar dit alles is nog slechts ’t handwerk. Zijn eenmaal de machines in werking, welke tengevolge van den Europeeschen “overgangstoestand” niet zoo vlug ter beschikking van de bedrijfsleiders kwamen als deze gaarne wilden, dan zal de productie vertien-, vertwintigdubbeld worden.
Naast de flink ingerichte werkplaatsen is er ook voldoende ruimte overgehouden voor kantoor en ontvangkamer, welke een gezelligen induk maken.
Een lift verbindt de verschillende verdiepingen.
De zolderverdieping is “voorraadschuur”. Daar liggen de grondstoffen, welke gelukkig weer geïmporteerd worden, opgeslagen. Het houtwerk voor de borstels, vegers enz. is allemaal Nederlandsch fabricaat. Een deel van het benoodigde varkenshaar is van Nederlandsche knorren, maar komt men in de bijzondere grondstoffen als fiber, cokos, chiendert (rijstewortel), bassine dan is de fabrikant op het buitenland aangewezen en zijn daarvoor Mexico, de Indiën enz. de uitvoerlanden; zelfs de ietwat langere varkenshaar, dat bovendien zwart gekleurd is, moet nog van buitenlandsche “spekdragers” geraspt worden.
Alle deze grondstoffen ondergaan in de fabriek alle bewerkingen, welke ze geschikt moeten maken voor het borstelgerei en zulks geschiedt natuurlijk ook machinaal.
Zoo ligt er dus onder de schaduw der hooge eiken een levendig bedrijf verscholen aan de Voorstadslaan, een jong bedrijf, dat zich steeds verder ontwikkelend, een steen bijdraagt aan den bouw der Nijmeegsche Nijverheid in ons fabriekskwartier.
De vroegere kantoren der heeren A. Driessen en E. Hermsen zijn nu tevens verplaatst van Broerstraat 19-21 en Grootestraat 38 naar Voorstadslaan 10.” (De Gelderlander 28/5/1919)
Advertentie Borstelfabriek (De Gelderlander 24/5/1919)
De R.K. H. Theresiakerk, Waterstraat 148-150,(ontworpen in 1928/1929 door de Benedictijner Monnik-Architect Dom Paul Louis Denis Bellot (7-6-1876 – 5-7-1944) en Hendrik Christiaan v.d. Leur (12-8-1898 – 8-1-1994), 1930 (bewerking van F1557 RAN)
De H. Theresiakerk is in 1928 ontworpen door Dom Bellot (Dom Paul Louis Denis Bellot, 7-6-1876 Parijs – 5-7-1944 Montreal) in samenwerking met Hendrik Christiaan v.d. Leur (12-8-1898 Velsen – 8-1-1994 Nijmegen). Dom Bellot was een Benedictijner monnik en architect. (Bijschriften F1557 en F87266).
Interieur St. Theresiakerk, 1928-1929 (F26549 RAN Publiek Domein Auteursrechthouder G. Dibbets)
Het is de enige kerk in Nederland van Bellot met een betonskelet als draagconstructie. De inwijding van de kerk vond plaats op 14 juli 1929. In de herfst van 1993 werd de kerk echter afgebroken. Op deze plaats staat nu Fortuna complex.
Een groeiende arbeiderswijk
Met de groeiende arbeiderswijk was er in de jaren 20 behoefte gekomen aan een nieuwe kerk: ““in het zich snel ontwikkelende West-Nijmegen, aan de Waal en nabij het Maas en Waalkanaal waarlangs de groot industrie zich reeds uitbreide en de arbeiders bevolking met den dag toeneemnt en een heele voorstad gegroeid is, ontbrak een nieuwe parochie.
De parchies van Krayenhofflaan van Hees-Neerbosch en Weurt voorzagen wel in de toenemende zielszorg, maar op den duur kon in het centrum van industrieel West-Nijmegen geen nieuwe Kerk gemist worden.” (De Gelderlander 15/7/1929)
Bij de eerste steenlegging
Op 7 juni 1928, Sacramentsdag, vindt de “eerste steen” legging plaats. Een grootse plechtigheid met veel hoogwaardigheidsbekleders en een lange stoet van bruidjes.
De bouw gaat gepaard met geldzorgen: “De parochianen werken zelf naar vermogen mee, doch niemand zal het hun kwalijk nemen, dat zij de oogen gericht houden op geheel Katholiek Nijmegen; meer in het bijzonder op de vereerders (-sters) van de H. Theresia.”, zo schrijft het comité in De Gelderlander bij de aankondiging van deze eerste steenlegging (De Gelderlander 4/6/1928).
De bouwpastoor is J.M.P. Litjens, “herder der nieuw volksrijke parochie”. Naast de kerk zal het complex bestaan uit een R.-K. Bijzondere School voor jongens en meisjes, een klooster en een R.K. Verenigingsgebouw.
De kerk zal gebouwd worden door “Albouw” uit Breda. De vrijstaande toren in het ontwerp wordt “voorloopig” niet opgetrokken (De Gelderlander 8/6/1928); deze toren zal er uiteindelijk ook nooit meer komen.
Ook gedurende de bouw blijkt dat er geldzorgen zijn: “De bouw der St. Theresiakerk met scholen, klooster, enz. vordert. – langzaam maar zeker nadert de voltooiing. En daamede nemen de zorgen toe van den man op wiens schouders de last voor de financiering gelegd werd voor deze noodzakelijke bouwwerken in deze volksrijken woonwijk.” Bij de aanbesteding van de electrische lichtvoorziening blijkt dan de laagste inschrijving 1.000 gulden hoger dan het budget te zijn, voorlopig kan het werk niet gegund worden. (De Gelderlander 13/11/1928)
Dom Bellot
Bellot werd geboren in een architectenfamilie. Zelf behaalde hij in 1900 zijn diploma architectuur aan de École des Beaux Arts in Parijs. Hij bouwde zijn eerste kerk samen met Paul Hulot in Flers in 1901. Hij besloot in 1902 echter om monnik te worden en hij trad in bij de benedictijnen van Solesmes. Deze orde verbleef in ballingschap op het eiland Wight. Omdat er in Oosterhout een nieuwe abdij voor de benedictijnen, de Paulusabdij, moest worden gebouwd en er geen geld was om een Nederlandse architect in te huren, werd Bellot voor deze opdracht gevraagd. Daarop zal hij vanaf 1906 tot 1909 in Oosterhout verblijven. In deze periode leerde Bellot met baksteen te werken; hij was van mening dat hij zich als architect moest aansluiten bij de nationale stijl van een land.
Vanaf 1914 vestigt hij zich in Oosterhout, waarbij hij in de Paulusabdij zijn architectenbureau heeft. Tot 1922 werkt hij samen met Pierre Cuypers en Maurice Storez. Vanaf dat moment gaat hij zelfstandig verder.
Hij neemt Hendrik van de Leur aanvankelijk als een jonge architect in dienst. Bellot zal tot 1928 in Nederland blijven: hij ondervindt als buitenlander te veel concurrentie en gaat naar Wisques, waar een deel van de Benedictijner orde inmiddels is teruggekeerd. Daarna zal Van der Leur, die partner van Bellot wordt, de lopende projecten voltooien en zelf nieuwe projecten oppakken in de stijl van Bellot.
De R.K. H. Theresiakerk (uit 1928/1929 en gesloopt in de herfst van 1993), Waterstraat 148-150, 9/6/1977 (Jan Cloosterman via F1554 RAN CCBYSA)
De religieuze werken van Bellot in Nederland zijn:
Hendrik Christiaan van de Leur (12-8-1898 Velsen – 8-1-1994 Nijmegen)
Na zijn studie waterbouwkunde komt hij in contact met Bellot, bij wie hij in dienst gaat. Bellot maakt de schetsontwerpen, van de Leur werkt ze uit in bestektekeningen. Daarnaast regelt van de Leur de administratieve taken, waaronder de bouwvergunningen. Wanneer Bellot naar Frankrijk vertrekt, zet van de Leur het architectenbureau voort. Tot 1940 ontwerpt Van de Leur vooral in de stijl van Bellot. Na de Tweede Wereldoorlog is er in de wederopbouw geen geld en middelen voor kunstig ontworpen en arbeidsintensief metselwerk, zoals in de stijl van Bellot. Daarop zoekt Van de Leur zijn eigen stijl. Hij overlijdt in 1995 in Nijmegen.
Tot nu toe gevonden bouwwerken in Nijmegen in omgeving:
Verbouwing kapel van Mariëndaal/Groesbeek (1939)
Sacramentskerk Nijmegen/Brakkestein (1962)
Via Oriëntalis in de Heilig Land Stichting/Oriëntalis
Oude keermuur op de kade ter hoogte van de Vosstraat met voorraan links de (af te sluiten) opening voor het doorgaande verkeer. De muur maakte deel uit van de hoogwaterkering, die – net zoals ook nu nog – de (beneden)stad bij hoog waterpeil van de rivier de Waal moest beschermen. Direct achter de muur de Achter de Vismarkt en het bedrijfspand van Verhuizingen en Sleeperij Firma C. van Wezel, nu volledig gesloopt, 1955 (Jeroen van Lith via F68646 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Van Wezel was een van de zogenaamde “sleepers” in de omgeving van de “Achter de Vischmarkt” en het Waalplein. Deze sleepers verzorgden met paard en wagen het transport van en naar de Waalkade. C. van Wezel had zijn sleperij op Achter de Vischmarkt 34(a).
Zo staan er in het bedrijvengedeelte van het Adresboek 1912-1913 19 “sleepers”. Ongeveer 10 daarvan bevinden zich in de directe omgeving van de Waalkade. De buren van Wezel zijn ook sleepers: L. Seegers Hzn. op nummer 26 en H. Zegers op nummer 28 zat (Adresboek 1912-1913).
Voerman
In de Adresboeken 1892 t/m 1902 komt C. v. Wezel voor als “voerman, achter de vischmarkt 34” (Adresboeken 1892, 1893, 1895, 1896, 1898, 1899, 1901). Wel noemt hij zich in de nieuwjaarsgroet De Gelderlander 1/1/1895 en De Gelderlander 1/1/1896 al “Mr. Sleeper”.
Sleeperij
Verhuisbedrijf C.van Wezel, met links Carel van Wezel (sleper), 3e van links Willem (zoon van Carel van Wezel) en rechts Andries Seegers (sleper), 1920 (F55498 RAN)
Vanaf Adresboek 1902 en vervolgens t/m 1918 staat er “sleeper” als beroep. Rond Adresboek 1913-1914 (mogelijk iets eerder) staat hij ook onder de bedrijven bij “verhuizingen”.
In de advertentie De Gelderlander 30/4/1899 blijkt dat er “Wegens verbouwing” “zoo goed als nieuwe jalousieën” te koop zijn.
In augustus 1901 is er brand op de hooizolder van van Wezel “door het broeien van het hooi een begin van brand, welke echter door middel van een slang op de waterleiding werd gebluscht. Het hooi moest evenwel van den zolder worden verwijderd.”( PGNC 6/8/1901) Dat door “brand en water beschadigd hooi” blijkt ongeveer 25000 kilo te zijn, welke te koop wordt aangeboden “geschikt voor strooisel” (De Gelderlander 11/8/1901).
Overigens komt in Adresboek 1915-1916 C. v. Wezel voor als “Achter de Vischmarkt 34 a en Dr. Jan Berendsstr. 142”. Er is verder nog niet onderzocht wat de geschiedenis van de vestiging aan de Dr. Jan Berendsstraat is geweest.
Bij het RAN is een briefhoofd uit 1917 te zien, welke onder andere bestaat uit een grote verhuiswagen -een tapissière- getrokken door paarden “Meubeltransport – Sleeperij; Verhuizingen van en naar alle plaatsen in Gesloten Tapissières”. Een tapissière is een paardenwagen met vier wielen; hij is licht en meestal aan alle kanten open (maar kan soms ook gesloten worden) en wordt voornamelijk gebruikt door tapijtmakers om meubels, tapijten enz. te vervoeren. De laadruimte is toegankelijk via de achterkant. (wikipedia)
Auto
In 1920 is het de Firma C. van Wezel, Waalkade No. 34, “Verhuizingen en Sleeperij”. Terwijl het adres van C. van Weezel, sleeper, Achter de Vischmarkt 34a is. (Adresboek 1920)
Afgaande op de advertenties in de jaren 30 voor de verkoop van paarden, blijft van Wezel ook met paarden werken.
De Gelderlander 13/1/1934
De Gelderlander 14/9/1935
In de Gelderlander staat de nieuwjaarsgroet als Firma C. Van Wezel, “Meubelstransport en sleeperij” (De Gelderlander 31/12/1930, De Gelderlander 31/12/1932)
In 1932 komt hij voor onder “Verhuizingen-Sleeperij” als Fa. C. van Wezel, Waalkade No. 34, Verhuizingen – Sleeperij – Expeditie”.
J.C.A. van Wezel, expediteur komt voor Achter de Vischmarkt 34a (Adresboek 1934)
In 1922, 1928 en 1932 is het “Verhuizingen en Expeditie” en in ieder geval 1924 J.C.A. van Wezel, expediteur. In het Adresboek van 1924 laten zij een foto van hun vrachtwagen afdrukken. In 1928 en 1932 gebruikt de Firma ook “Verhuizingen – Sleeperij”.
Het Adresboek 1932, 1936, 1938 en 1940 vermeldt Achter de Vischmarkt 34a als “stal”: waarschijnlijk is het dit al die jaren daarvoor ook geweest.
Verkoop van panden
In 1939 blijkt de gemeente van J.A.C. van Wezel de perceelen Groote Gas 22, Achter de Vischmarkt 22-24 en Rozengas 9 aankoopt voor f2100, samen 312 c.A. groot, onder voorwaarde dat van Wezel de opstallen van deze percelen en “de aan de gemeente behoorende perceelen Achter de Vischmarkt 26, 28 en 30 en Rozengas 9 afbreekt en binnen 4 weken opruimt.” Daarbij blijkt de gemeente tevens een aantal andere panden te hebben aangekocht in het kader van opruiming in de Oude Stad/in het belang der Volkshuisvesting. (De Gelderlander 26/5/1939)
Het pand van Verhuizingen, Sleperij en Expeditie Firma C. van Wezel, 1939 (Ir. J.G. Deur via F11957 RAN CCBYSA)
Tweede Wereldoorlog
In 1942 en 1943 wordt van Wezel regelmatig ingehuurd voor het leeghalen van woningen die daarvoor door Joden waren bewoond geweest en het transport van deze inboedel. Daarnaast werd hij ingehuurd voor het vervoeren van radiotoestellen.
Als getuige (in het proces tegen Johannes van Elferen, een politie medewerker van de “Politieke Dienst”) zegt van Wezel: “ik moest het doen, anders werden m’n paard en wagen gevorderd en ik zelf gearresteerd.” (zie hiervoor De Gelderlander 26/10/1949, De Gelderlander 27/10/1949). Een uitgebreid verslag is te vinden op: Oorloginnijmegen (pdf)
Na de oorlog
In ieder geval is van Wezel in april 1946 een van de verhuizers van De Afdeeling Nijmegen Vakgroep Meubeltransport (De Gelderlander 5/4/1946)
De Gelderlander 30/8/1947
In Adresboek 1948 komt J.C.A. van Wezel, expediteur/ Firma C. van Wezel Verhuizingen – Sleperij – Expeditie nog voor op Achter de Vismarkt 34. 34a is ook dan een “stal”.
In 1951 en 1955 is ook 32 “Stal J.C.A. v. Wezel”, naast de nummers 34 en 34a.
In 1959 is Vischmarkt 34 “J.C.A. van Wezel”. Achter 34a staat “-“ en 32 is een “stal”.
In 1963 blijkt J.C.A. te zijn overleden, dan staat op nummer 34 “wed. J.C.A. van Wezel, geb. C.H.M. Holleman.” 34a is een “pakhuis”, net als overigens nummer 32. Idem in het Adresboek 1966.
In 1968 is het adres 34 “niet bewoond”. Uiteindelijk wordt het pand gesloopt.
Oude keermuur op de kade ter hoogte van de Vosstraat met voorraan links de (af te sluiten) opening voor het doorgaande verkeer. De muur maakte deel uit van de hoogwaterkering, die – net zoals ook nu nog – de (beneden)stad bij hoog waterpeil van de rivier de Waal moest beschermen. Direct achter de muur de Achter de Vismarkt en het bedrijfspand van Verhuizingen en Sleeperij Firma C. van Wezel, nu volledig gesloopt, 1955 (Jeroen van Lith via F68646 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Pakhuis (anno 1889) aan de zuidkant van de straat, inmiddels vervangen door nieuwbouw”, Oude Haven 4-6 (Van der Grinten, RAN F79165)
In 1920 vestigt Turmac zich in Nederland. Hun hoofdkantoor komt in Arnhem (hoewel deze in 1922 verhuist naar Amsterdam) en hun fabriek in Zevenaar. In Nijmegen vestigen zij een tabak opslagplaats, aan de Oude Haven nummer 4.
Zij hebben in 1920 22 volwassen werknemers. In hun bedrijf zijn er 2 electriciteits motoren, samen goed voor 6 PK (Gemeenteverslag 1920). Daarnaast krijgt Turmac in april 1921 een hinderwetvergunning voor het plaatsen van een goederenlift, voor de locatie Oude Haven 4/6 (In het Gemeenteverslag 1921 Waalplein 4/6 genoemd, Sectie C, No. 5101.
Personeelsadvertentie Turmac voor “Flinke Loopjongen”, Oude Haven 4 (De Gelderlander 2/1/1931)
Wanneer Turmac de Drija fabriek in 1932 huurt, blijkt dat zij op dat moment tevens een vestiging huurt op Oude Haven nummer 20. Deze, en andere gehuurde panden, worden afgestoten. De Oude Haven 4, eigendom van Turmac zelf, blijft fungeren als opslagplaats (PGNC 19/12/1932).
Waarschijnlijk vindt in 1937 de overplaatsing toch plaats: “Wij vernamen, dat wegens reorganisatie van het bedrijf, een groot deel der “lagers” en expeditie overgaat naar Zevenaar, waar “de magazijnen zijn uitgebreid. Deze overplaatsing komt voor de Turmac economischer uit. Veel personeel kreeg hier ter stede reeds ontslag.” (De Gelderlander 27/4/1937). Deze gaat waarschijnlijk in 1940 weer open: “De Turmac had in vroeger jaren zijn groote magazijnen aan den Graafschen weg naast de Nijmeegse Veiling. Toen werden de magazijnen grootendeels naar Zevenaar overgeplaatst. Thans is er van de Turkish Macedonian Tab. Co. N.V. weder een depot geopend aan de Oude Haven No. 4. (De Gelderlander 25/5/1940).
Ik (RE) heb in het adres Oude Haven in ieder geval gevonden in de adresboeken voor: 1928, 1932, 1934, 1936 en 1938.
Het Adresboek 1930 heb ik tot nu toe uberhaupt nog niet gevonden. De Oude Haven komt niet voor in de Adresboeken van 1940.
Advertentie opening depot Turmac op Oude Haven
(De Gelderlander 24/5/1940)
“De Turkish Macedonian Tobacco Company, de voormalige Turmac-fabriek, rechts de Bottelstraat”, 1978 (Theo Hendriks via RAN F27357); waarschijnlijkt betreft dit nummer 20
Hoewel van Schevichaven de figuur beschrijft als een figuur met de “stijfheid van den stokvisch, is het pand de Zeemeermin uit eind 18e eeuw een Rijksmonument. In ieder geval hebben er in de 20ste eeuw jarenlang smederijen in het pand gezeten. Na een grondige restauratie in de jaren 80 is het pand verbouwd tot appartementen.
Je loopt er zo aan voorbij en het is klein. Dit is echter een leuk plekje, om even bij een wandeling door de Benedenstad onder het poortje bij Begijnenstraat 13 door te wandelen. Is het de palmboom die het ‘m doet?
In 1983/1984 werd het Citycomplex gebouwd tussen de Ganzenheuvel en Smidstraat. Op een soort binnenterrein kwam de omgevingsvormgeving van Christiaan Paul Damsté.
De Begijnenstraat is een mooie, oude straat die Lange Hezelstraat met de Waalkade verbindt. Opvallende monumenten zijn het oude weeshuis en de oude gereformeerde kerk. Daarnaast heeft nog een aantal prachtige, andere oude panden, waaronder een voormalig postkantoor.
Waarschijnlijk is de Ganzenheuvel tegenwoordig meer bekend van het pleintje, dan de weg die daar achter loopt. Toch dankt het plein juist haar naam aan deze weg.
In 1920 vestigt Turmac zich in Nederland. Hun hoofdkantoor komt in Arnhem (hoewel deze in 1922 verhuist naar Amsterdam) en hun fabriek in Zevenaar. In Nijmegen vestigen zij een tabak opslagplaats, aan de Oude Haven nummer 4.
Het gezicht in de richting van de Priemstraat, en naar de panden van C.A.P. Ivens, fotograaf en H.A. Tesser, drogist, links de Lange Brouwerstraat, 1895 (GN2708 – A RAN)
Priemstraat 1 De eerstgevonden advertentie is in januari 1894 (PGNC 14/1/1894), waarin G.H. van der Wedde een verkooppunt van thee is van P. Mackenzie uit Rotterdam. Afgaande op de advertentie voor de verkoop van het pand in 1903 is de Priemstraat 1 in 1898 “geheel nieuw…” gebouwd. 1897/1898 Verbouwing of nieuwbouw In 1897/1898 vindt een…
Op de Klokkenberg werd in 1844 een lagere school geopend, met daarbij de eerste Christelijke Normaalschool (voorloper van de lerarenopleiding). De straat bestaat pas sinds de jaren 80, toen het complex van de Klokkenberg werd gesloopt en er woningen voor in de plaats kwamen.
Op de Korenmarkt zaten de nodige horecagelegenheden, waarvan het Hof van Brabant mogelijk de bekendste was. Na verloop van tijd was er een terras, met een prachtig uitzicht op de Waal. En er waren kegelwedstrijden, rond 1900 zeer populair.
Op de hoek van de Priemstraat en de Lage Markt is een beeldje van een Olifant te zien. Een herinnerg aan de tijd dat hier een winkel in koloniale waren zat. Het beeld is overigens niet het origineel: deze is van hout en te vinden in de collectie van het Valkhof museum. In 1979 maakte…
In 1858/1859 laat Franciscus Johannes (Frans) Hallo Bat-Ouwe-Zate bouwen, welke al binnen 7 maanden gereed is. In de volksmond krijgt het al gauw de naam “Kasteel Hallo”. Hij zal er zelf maar een korte periode wonen. Het kasteel werd vervolgens vooral bekend door de geliefde “Zusters van Hallo”.
Het huis aan Steenstraat 2 staat bekend als het “Brouwershuis”. Hoewel op de voorgevel het jaar 1621 staat, is het gebouw ouder: In ieder geval bestaat uit het pand al in de 16e eeuw
Op Begijnenstraat 20 staat de voormalig gereformeerde kerk van Nijmegen. Daarna was het jarenlang een bedrijfsruimte: als amandelfabriek, fietsverhuur, timmerfabriek en snookercentrum. Vanaf 1999 is het een woning. Het gebouw is een gemeentelijk monument.
In 1987 maakte de beeldhouwer Klaus van de Locht de afsluitpaal “Habakuk” als grenswachter die is opgesteld tussen de sacrale ruimte van het hooggelegen kerkhof en de profane wereld daaronder.
In de Kloosterstraat hangt een mini-museum over de kaaisjouwers. Gerrit Pijman (Die in 2023 77 jaar is) hangt elke ochtend deze foto’s op en haalt ze ’s avonds er weer af
Blik op het Cellenbroederenhuis de Ellendige en Gevoegde Broederschappen, één van de oudste panden van de stad. In de vleugel met de trapgevel ligt de regentenkamer waar de regenten van deze in 1591 door Prins Maurits gefundeerde instelling van Weldadigheid maandelijks vergaderen, 1900-1925 (dr. Jan Brinkhoff via D17 RAN CC0)
Dit prachtige stukje Nijmegen ligt wat verscholen, met de Ridderstraat als de enige ingang. Met de Ottengas is het een oud stuk Nijmegen, dat de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd, vol van gemeentelijke en rijksmonumenten. Toch zullen veel Nijmegenaren het ook kennen van de (vroegere) uitgaangsgelegenheden.
Op 1 februari 1904 opent de Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij met een bestelkantoor en een reiskantoor op Kannenmarkt No. 6. Hiervoor had de verbouwing plaats gevonden,
Al jarenlang hangt in de Pepergas een bordje met foto en onderschrift dat in Pepergas 22 een smederij was gevestigd. Ik was benieuwd wat er over deze smederij was te vinden.
Korenmarkt, en tekening van Koster, op de achtergrond de St.-Stevenskerk, 1770 (Evert F. van der Grinten via F78336 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Waar vroeger parkeerplaatsen waren, is het tegenwoordig in de zomermaanden gezellig picknicken op de Korenmarkt. Het was een van de projecten Groene Allure.
Op 4 mei 1995 vindt de onthulling van het Joods Monument plaats, een werk van Paul de Swaaf. Daarbij werd het plein hernoemd naar Kitty de Wijzeplaats: als eerbetoon aan alle omgekomen Joden kreeg het de naam van een hen. In 2015 vond de onthulling plaats van 7 plaquettes, met de namen van alle 449…
De gemeente Nijmegen gaf in 1973 een aantal kunstenaars de opdracht om een verkeerspaaltje te ontwerpen. Oscar Goedhart was met Peter van Locht en Giuseppe Roverso de eerste kunstenaar.
Omdat in 1983 Karl Marx 100 jaar is overleden, besluit de gemeente Nijmegen een plaquette op te hangen waar het “ouderlijke huis” van de moeder van Karl Marx heeft gestaan. Henriëtte Presburg heeft hier echter slechts 6 jaar gewoond: zij was geboren in de Nonnenstraat.
1887 Klokkenberg Bij de opening 6 Mei schrijft het PGNC: “… De Christelijke normaalschool werd in 1846 in het vorige gebouw op den Klokkenberg geopend, terwijl met den bouw van de nieuwe school, naar de plannen van den heer J.W. Michielsen alhier, in 1886 werd begonnen door den aannemer, den heer Buskens. Voor den fraaien…
Panden aan de westzijde van de Grotestraat met een Brood- en Banketbakkerij (huisnummer 45) (dit pand werd vroeger De Drie Vijzels genoemd), Grotestraat 43-45-47-49, 1935 (Fotopersbureau Gelderland via F65417 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
Advertentie verkoop de Drie Vijzels (PGNC 27/1/1895)
Het Anker/Dobbelmann
Lange Brouwersstraat
Een van de bekendste fabrieken die Nijmegen heeft voortgebracht is Dobbelmann. Haar oorsprong ligt in de Lange Brouwersstraat, wanneer Johann Peter Dobbelmann in 1845 zeepfabriek het Anker koopt. Het Anker was daarbij het het eerste bedrijf Nijmegen geweest met een stoomketel. Al gauw daarna neemt zijn zoon Theodoor de fabriek over. In 1895 ontstond een grote brand, die de fabriek verwoestte. Daarop vestigde Dobbelmann zich in Bottendaal en werd het een van de belangrijkste zeepfabrieken van Nederland.
Lange Brouwerstraat 2
Een aantal verwaarloosde panden ; links onderaan de hoek met de Begijnenstraat ; op de achtergrond rechtdoor de Oude Koningstraat, 8/1978 (Theo Hendriks via F29342 RAN CC0)
Een aantal verwaarloosde panden in de Benedenstad heeft de sloop overleefd, waaronder enkele in de Lange Brouwerstraat. Op nummer 2 bevindt zich in 1978 Drukkerij “De Waalstad”. Let ook op de prachtige deur van 2B (Tegenwoordig nummers 6 en 8); deze deur bestaat nog steeds.
Gemeentelijk Monument
Deur Lange Brouwerstraat (augustus 2025)
Lange Brouwerstraat 4, 6 en 8 is een Gemeentelijk Monument met als formele tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Woningen. Oorspronkelijk winkel / woonhuis van twee lagen. Gevel van baksteen met gestucte banden. Op de begane grond vernieuwde houten pui met links de deur van het bovenhuis. De bovenetage heeft drie assen waarin T-vensters met daarboven gemetselde ontlastingsbogen met natuurstenen sluitsteen. Gootlijst met consoles. Platdak met pannengedekt schild en in het midden een dakkapel met houten pilaters, vlakke bovenlijst en wangen. Bouwjaar: ca 1895-1900. Van belang als voorbeeld van de straatbebouwing en als onderdeel van, samenhangend bewaard gebleven, oude bebouwing van dit deel van de benedenstad.”
Lange Brouwerstraat 8 6 4 en 2 (augustus 2025)
Glashuis/Sint Jacobskapel
Tekening van de Kapel van het St. Jacobsgasthuis (het huidige Glashuis), 12/8/1895 (GN1589 RAN)
De Sint-Jacobskapel of Glashuis werd in de 15de eeuw gebouwd als onderdeel van het St. Jacobsgasthuis. Het is een bakstenen gebouw met driezijdige koorsluiting. Na het Beleg van Nijmegen in 1591 verloor de kapel de geloofsfunctie. Hendrick Heuck had er tot 1655 een glasblazerij die in 1670 failliet ging. Daarna deed de kapel dienst als school, opslagruimte, koeienstal, weeshuis en woning. In 1965 werd de kapel gerestaureerd door ingenieur J. G. Deur. Hierna werd het weer een gebedsruimte en in 1998 verdween de religieuze functie opnieuw en sindsdien is het gebouw onder meer in gebruik voor exposities en huwelijken. Daarnaast vervult de kapel een rol als ontmoetingsplek voor pelgrims (met name de pelgrimage naar Santiago de Compostella).” (Bijschrift KN13129-25 RAN, een foto uit 1956).”
Tijdens het bombardement van 22 februari 1944 raakte de kapel beschadigd. Na de oorlog ontwierp ir. Deur de restauratie, welke na zijn overlijden werd voortgezet door ir. Poederoijen. Na het gereedkomen van de restauratie zegende deken van Dijk de kapel in als Sinte Geertruidkapel. Later is de naam veranderd naar de Sint Jacobskapel. (Bijschrift F93761, foto uit 1964)
Moeder met Kind, Pépé Gregoire
1982 Ganzenheuvel, tegenwoordig Papengas bij het Glashuis
Moeder en kind, beeld van Pépé Gregoire: Onthulling van het beeldje van Haskoning door burgemeester F. Hermsen, 29 juni 1982. Bij de herinrichting van de Ganzenheuvel is het verplaatst naar de Papengas, bij het Glashuis (Peter Wiegerinck via F61292 RAN CCBYSA)
Pierre Paul “Pépé” Grégoire (Teteringen, 3 november 1950) is een Nederlandse beeldhouwer.
Hij studeerde van 1968-1974 aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam. In 1974 won hij de Buys van Hultenprijs en in 1985 de Jan Hamdorffprijs. Hij maakt vooral grote werken in de openbare ruimte (2 tot 8 meter hoog). Bovendien maakte hij in opdracht een aantal bronsportretten.
De meeste Nijmegenaren zullen het gebouw op Ganzenheuvel 71 kennen als het befaamde Spijshuis Uylenspieghel. Ook vóór dit restaurant waren er verschillende horeca-gelegenheden geweest.
Café Vink
Café Billard A.W. Vink van de familie Vink-van Roozendaal. Rechts voor de pui de vier kinderen uit het gezin, Johannes Hendrikus (Jo) en Antonius Wilhelmus (Toon), Hendrina Anna (Rika) en Anna Wilhelmina (Annie) en drie vriendinnetjes van de familie Winkels, Ganzenheuvel 71, 8/1934-9/1934 (F39218 RAN)Groepsfoto van de familie Vink voor Café A.W. Vink. In het midden, zonder hoed, eigenaar/uitbater Antonius Wilhelmus (Toon) Vink (28/06/1898 – 07/06/1968), Ganzenheuvel 71, 1929-1931 (F39215 RAN)
Zie ook de foto F39238 RAN uit 1959-1960: dan is het “Café A.W. Vink / Vink’s Dancing van de familie Vink-van Roozendaal. De dancing is tot dan de enige in de stad.” Merk op dat op de bovengevel ook “Café “De Oude Stad”” staat geschilderd.
Op foto GN10680 RAN komt Prins Carnaval Nico (Grijpink) in 1957 langs dancing Vink.
Rond 1965 is het Bar Dancing Blue Bell, zie foto F86411 RAN. En rond 1920 Bar Bodego La Colina (zie F63999 RAN)
Spijshuis Uylenspieghel
De in aanbouw zijnde Cityschool. Rechtsboven het Spijshuis Uylenspieghel aan de Ganzenheuvel 71, 1979 (Wim Michels via ZN36171 RAN CC0)
Het restaurent opende in 1975. Vanwege de corona-periode werd het restaurant in 2020 gesloten. De tekst op haar site vertelt:
“Na 45 jaar vol strijdlust, goede zin en fantastische inzet van iedereen, moeten wij bekend maken dat de Corona-periode van ons gewonnen heeft. Wij geloven er niet in dat we zodra de eerste versoepelende maatregelen van kracht zullen zijn, we weer een winstgevend bedrijf kunnen worden.
Dit heeft ons doen besluiten om onze deuren blijvend te sluiten.
Wij zijn blij te kunnen mededelen dat er geen benadeelde leveranciers achterblijven.
Wij willen al onze trouwe gasten van de afgelopen 45 jaar van harte bedanken.”
Onder St. Steven
Smidstraat 31
Onder St Steven, Smidstraat 31 (augustus 2025)Omgevingsvormgeving Christiaan Paul Damsté, Achter de Smidstraat, 1983 (juni 2024)Omgevingsvormgeving, Christiaan Paul Damste, Achter de Smidstraat, 1983 (juni 2024)
Priemstraat 3-5
Priemstraat 3-5 (augustus 2025)
Priemstraat 3- 21, 1966 (G.Th. Delemarre via 101938 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed CCBYSA 3.0)
Priemstraat 13
Priemstraat 13 (augustus 2025)
Dille & Kamille
Begin jaren 70 vestigt zich Dille & Kamille op de Priemstraat. Het is dan een van de 5 eerste vestiging van de keten, die in 1974 in Utrecht is opgericht. “Sinds die tijd willen we mensen inspireren om bewust, onthaast en duurzaam te leven in harmonie met elkaar, onze omgeving en de natuur. En daarom kiezen we al bijna 50 jaar voor dingen die ertoe doen!” (Dille & Kamille) Rond 1979 is deze vestiging echter gesloten. In 2014 komt Dille & Kamille terug naar Nijmegen, dan op de Lange Hezelstraat.
Op Facebook staat een mooie foto uit 1970 en veel herinneringen. Daarbij wordt het jaartal 1974 genoemd als waar iemand de eerste baan had bij Dille & Kamille. (Ook 1972 wordt genoemd, maar uit de website van Dille & Kamille blijkt de winkel in Utrecht in 1974 te zijn begonnen).
Zie ook de foto F67949 RAN. Deze is gedateerd op 1966-1970, maar dit zal een abuis zijn.
Weetjewel en Bar Cali
Na Dille & Kamille zat hier zo’n 40 jaar restaurant Weetjewel.
Priemstraat 11-13 is een Gemeentelijk Momument met als tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Bedrijfspand met bovenwoning. Geheel gepleisterd bakstenen pand in drie bouwlagen, drie-assig, met pannengedekt schilddak. Op de eerste etage hoge rechthoekige vensters met ze ruiten; op de tweede bijna vierkante ramen met vier ruiten. Gladde geprofileerde kroonlijst. De benedenetage heeft een hoge houten pui bestaande uit twee deuren met bovenlicht, waartussen een etalagevenster met bovenlicht. De pui bestaat uit bewerkte pilasters met boven de deuren gebogen frieslijsten met consoles. Boven de etalage een kroonlijst onderbroken door een uitvoerig ornamentaal fronton. Bouwtijd: tweede kwart 19e eeuw; pui circa 1880-1885 Zeer karakteristiek pand met waardevolle pui.”
Priemstaat 13 (augustus 2025)
Priemstraat 19-21
Rijksmonument met als omschrijving: Linker- en Rechter helft “van een in de 18e eeuw overlangs in twee woningen gesplitst, breed, onderkelderd, laat-gotisch huis (XVI A) met insteek, verdieping en verdiep, moer- en kinderbalklagen ten dele voorzien van sleutelstukken met peerkraalprofiel en hoge eiken kap – drie jukspanten voorzien van gezaagde telmerken – gedekt met Hollandse pannen en aan de voorzijde met wolfeind en achter tegen gepleisterde tuitgevel. Deze rechter helft heeft een verhoogde, gepleisterde en met lijst afgesloten voorgevel met een hoge 19e eeuwse winkelpui, twee 6-ruits schuifvensters op de verdieping en een 9-ruits schuifvenster op zolderhoogte. In de achtergevel een vijftal vensters.”
Rijksmonument
Priemstraat 19-21 Is een Rijksmonument met als omschrijving voor nummer 19:
“Linker helft van een in de 18e eeuw overlangs in twee woningen gesplitst, breed, onderkelderd, laat-gotisch huis (XVI A) met insteek, verdieping en verdiep, moer- en kinderbalklagen ten dele voorzien van sleutelstukken met peerkraalprofiel en hoge eiken kap – drie jukspanten voorzien van gezaagde telmerken – gedekt met Hollandse pannen en aan de voorzijde met wolfeind en achter tegen gepleisterde tuitgevel. Deze linker helft heeft een verhoogde, gebosseerd gepleisterde en met lijst afgesloten voorgevel met hoge 19e eeuwse winkelpui, twee schuifvensters op de verdieping en een schuifvenster op zolderhoogte. In de achtergevel een keldertoegang, twee deuropeningen en vier vensters.”
Ansichtkaart
Straatbeeld, omstreeks de eeuwwisseling, gezien vanaf de Lage Markt in de richting van de Ganzenheuvel. Op de achtergrond Likeurstokerij en Distilleerderij van Rijssenbeek & Nass aan de Smidstraat en de toren van de St. Stevenskerk, rechts vooraan, op de hoek, de kruidenierswinkel ‘In den Olifant’, 1898-1902 (F89834 RAN)
Priemstraat met historische foto (augustus 2025)
Vlakbij Priemstraat 19-21 hangt 2019 een vergroting van een gerestaureerde ansichtkaart uit 1900. Zie het artikel in de Gelderlander hierover.
Priemstraat 53- 55
Priemstraat 53 – 55 (augustus 2025)
Rijksmonument
Priemstraat 53 – 55 is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Laat-middeleeuws PAND, waarvan de geveltop met in- en uitzwenkende contouren uit de 18e eeuw dagtekent.
Aan de achterzijde een gepleisterde puntgevel.
Onder het huis een tweebeukige kelder met graatgewelven op bakstenen ronde pijlers.
Moer- en kinderbalken met gesneden laat-gotische sleutelstukken.
Spiltrap achter in het huis.”
Priemstraat 57
Rijksmonument
Het gebouw is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met verdieping en hoog zadeldak, waarschijnlijk 17e eeuw. Lijstgevel van vroeg-19e eeuws karakter.”
Hotel Ariëns
De oostzijde van de Priemstraat met in het midden Hotel Ariëns , gezien in de richting van de Lage Markt, 1890-1895 (F31925 RAN)
Lage Markt 40
De melk- en zuivelwinkel van E.A. Mack (nr. 40) links, in het midden de Priemstraat, geheel rechts het Jezuiëtenhuis oftewel de Hof van Xanten, Lage Markt 36-46, 1959 (Gemeente Nijmegen afd. Reprografie via F19042 RAN CC0)
Rijksmonument Jezuïetenhuis Het Hof van Xanten wordt ook wel het “Jezuïetenhuis” genoemd, vernoemd naar de schuilkerk die hier lang gevestigd was. Na de Reductie van Nijmegen bleven vooral de Jezuïeten actief. “Vanaf 1616 waren er structureel twee missionarissen namens de orde in Nijmegen aanwezig. De eerste missionaris die gezonden werd en die we dus als…
Smederij tussen het Hof van Xanten (het Jezuïetenhuis) en de Vinkegas, Lage Markt, 1925-1930 (F66506 RAN)
Lage Markt, maart 2025 (Google Streetview)
Het meest linkse gebouw op de foto van ongeveer 1925-1930 naast het poortje is het Hof van Xanten. Op de huidige foto is de situatie in maart 2025, waarbij op deze plaats woningen zijn gebouwen.
Lage Markt 59/Waalkade 11
(voorheen Lage Markt 55)
Lage Markt 59 (augustus 2025)
Cartouche met chronogram
Cartouche Lage Markt 59 (augustus 2025)
Op de cartouche staat de tekst “paX et qVIes VsqVe qVaqVe hVIC DoMVI”. Dit is een zogenaamd jaardicht of chronogram. Een chonogram bestaat uit 1 of meer versregels, of een korte spreuk, waarin de letters M, D, C, L, X, U, V, W, I en Y als Romeinse cijfers beschouwd, bij samentelling een bepaald jaartal voorstellen. (wikipedia, met tevens meer achtergrond van een jaardicht).
De vertaling luidt: “Vrede en rust te allen tijde voor dit huis”, waarbij tevens het jaar 1648 wordt gevormd. Zoals Dorsoduro aangeeft, is deze tekst mogelijk ingegeven door de Vrede van Münster.
Rijksmonument
Een aantal panden voor de restauratie, Lage Markt 55-61, 1975 (Frans Kup via F19554 RAN CCBYSA)
Het gebouw is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met in de verminkte en gepleisterde voorgevel een gevelsteen met cartouche (1648) en drie sierankers. Het schilddak wordt aan de Waalkade afgesloten door een gevel met gezwenkte top.”
Gevelsteen
Lage Markt 70 – 88
Gevelsteen, Lage Markt 70 – 88 (augustus 2025)
Deze spreuk is vooral door het “Adagia” van Erasmus beroemd geworden. Daarin beschrijft hij “Ne Iupiter quidem omnibus placet” (Adagia 2.7.55).
Oftewel: “Zelfs Jupiter kan het niet iedereen naar de zin maken”; wat vrij vertaald betekent: Je kunt het niet iedereen naar de zin maken.
Deze Latijnse spreuk is uiteindelijk gebaseerd op een Oud-Griekse spreuk van Theognis in zijn Sententiis. In het Engels: `Theognis among his moral maxims: ‘For Jove himself may not content us all, / Whether he holds rain back or lets it fall.’` “Οὐ δὲ γὰρ ὁ Ζεὺς Οὔθ’ ὕων πάντας ἀνδάνει οὐτ’ ἀνέχων.” Ik spreek geen Latijn noch Oud Grieks. Wel is in het oud Grieks `Zeus´ te herkennen, terwijl in de Engelse vertaling Jove, oftewel Jupiter, wordt genoemd. Opvallend is in ieder geval wel, dat de verwijzing naar regen door Erasmus wordt weggelaten. Zie ook https://alt.language.latin.narkive.com/5EDY7kBC/ne-iuppiter-quidem-omnibus-placet, waarin de volledige context van Theognis in het engels staat.
Zoals Dorsoduro ook aangeeft, komt de tekst ook voor in Baudartius Afbeeldinghe, ende beschrijvinghe van alle de veld-slagen, belegeringen en ghevallen in de Nederlanden, geduerende d’oorloghe teghens den coningh van Spaengien (1559-1614) uit 1615:
`Ne Iovem quidem omnibus unquam placuisse, dat Iupiter selve noyt allen menschen en heeft behaeght. Derhalven het oock geen vvonder is, dat ick ende mijns gelijcke van de berisp-gierige vvorden geoordeelt, ende het alle man niet te passe en konnen maken. Ick en hebbe (dat versekere ick u) niemant`
1645
Op de gevelsteen staat tevens het jaar 1645 genoemd. Zoals Dorsoduro al aangeeft, moet de gevelsteen in ieder geval ooit zijn opgeknapt. Daarbij is niet met zekerheid te zeggen waar de 1645 naar verwijst en in welk jaar de gevelsteen is ingemetseld.
“Op 21 november 1986 werd hier de laatste hand gelegd aan de sociale woningbouw in de Benedenstad door: F.J. Hermsen Burgemeester van Nijmegen, H. Houthuys, J. van de Ing, H. Jansen, P. Mays, A. Weijers en W. Weijers leden van het Buurtkomitee Benedenstad. F.S.H. Crouwers en Maartje Busser, Bewoners.”
Deze gevelsteen zal de vervanger zijn van een oorspronkelijke, welke in 1987 al beschadigd was. In 1988 waren nog meer handen kapot. Zie ook F60951 RAN, met burgemeester Hermsen.
Een mooie foto van deze appartementen aan de Vosstraat uit 1986 is F94014 RAN.
Gevelsteen Vosstraat
Gevelsteen Vos, Vosstraat (augustus 2025)
De gevelsteen van een rode vos in de Vosstraat is oorspronkelijk afkomstig uit een pakhuis, dat in 1639 voor Anthonis Vos gekocht werd, onderdeel van het St. JacobsGasthuis. Het gebouw werd in de jaren 70 afgebroken. Bij de nieuwbouw van 1986 werd het herplaatst. (KN14255-30 RAN). Het RAN noemt als jaar van de sloop 1974; Hendriks (1987, via het Straatnamenregister): “”Door sloop van dit pand in 1977, is het straatje niet duidelijk meer herkenbaar.””
Vosstraat
Ook de Vosstraat is naar Anthonis Vos vernoemd: “”1706: Vossegasken. De wijnkoper Anthonis Vos, burgemeester in 1655 en 1658, kocht in 1639 een deel van het vroegere St. Nicolaas gasthuis en richtte dit tot een pakhuis in. Het gebouw kreeg den naam: Vossepakhuis. Dit gebouw bestaat nog; naast den ingang is in de muur een steen gemetseld waarin een vos gebeiteld is. Zie het R.V. van 1900, blz. 41. P. 1839: Achter de Vischmarkt.” (Teunissen 1933 zoals weergegeven in het Straatnamenregister)
Vosstraat (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, CC BY-SA 4.0 , via Wikimedia Commons)
Moeder Gods als beschermster van de schippers, Hans Truijen
1966 Vleeshouwerstraat
Moeder Gods als beschermster van de schippers, Vleeshouwerstraat (augustus 2025)
Moeder Gods als beschermster van de schippers is een kunstwerk van Hans Truijen (1928-2005). Dit mozaïek is geplaatst in Vleeshouwerstraat, vlak bij de trappen van het Groene Balkon. Links is Maria als Moeder Gods met Jezus. Rechts staat Sint Olof afgebeeld. Hij was in de 15e eeuw in Nijmegen de patroonheilige van schippers. Het Nijmeegse Antependium uit 1494 heeft als inspiratiebron voor dit kunstwerk gediend. Voor een uitgebreide beschrijving:
Deze gevelsteen slaat op Arnold Kelffken. In het jaar 1729 was hij voor het eerst burgemeester. Oorspronkelijk was de steen ingemetseld in de kademuur van de Oude Haven, naar aanleiding van het herstel daarvan. De Oude Haven werd in 1881-1884 gedempt. De gevelsteen werd ingemetseld aan de Gedeputeerdenplaats. In 1986 kreeg het zijn huidige plaats (KN14254-29 RAN en Facebook).
“Zij roepen ons die deftige familie voor den geest, van scheepenen en burgemeesters, naar wie ons Bosch (ten onrechte) genoemd is, en welke zoo treurig eindigde in 1745 met Mr. Arnold Kelfken, een gederailleerd heerschap, die niets naliet dan een slechten naam en schulden.” (Het Schependom van Nijmegen in woord en beeld 1912, p. 37, van Schevichaven, overgenomen uit argusvlinder)
De Kolonialen: Waalkazerne en Valkhofkazerne
Een eenheid van de Koloniale Reserve op het terrein van de Waalkazerne. Van 1891 tot en met 1911 bevonden zich twee kazernes in de binnenstad: de Waalkazerne en de Valkhofkazerne. In 1911 werd een grote kazerne geopend in Nijmegen-Oost, Oude Haven, 1900-1905 (F1650 RAN)Koloniale Reserve verlaat de Valkhofkazerne, Valkhofplein, foto gedateerd 1910 (F51124 RAN)
Ridderstraat 8: gevelsteen Ex Invidia et Favore
Gevelsteen Ridderstraat (augustus 2025)
“De wapensteen met alliantiewapen van de families (Johan Michiel) Roukens en (Agneta Jannetta) Verspijck met de tekst: “Ex Invidia et Favore 1751”. Vertaling: “Als gevolg van haat en begunstiging”). De gevelsteen is tegenwoordig ingemetseld in een pand aan de Ridderstraat (op de plek van het voormalige Hof van Batenburg, het woonhuis van Roukens-Verspijck)” (Bijschrift F32019 RAN)
Vanuit het noordwesten kijken we naar twee gebouwen die vermoedelijk in de 19e eeuw zijn gebouwd. In het linker pand met balkon en poortgebouw bevond zich op enig moment Hotel Palace Royal. Het hotel had enige weken Sir Walter Scott te gast die er ook stierf. Tussen ongeveer 1914 en 1920 zaten er gemeentelijke instanties. Het gebouw rechts ernaast stond op het perceel van het vroegere karakteristieke Hof van Batenburg, tussen circa 1865 en 1898 zat hier een meisjesschool. Het pand is in de tweede helft van de twintigste eeuw gesloopt. De zware omlijsting van de voordeur bestaande uit een architraaf, sokkels en vlakke pilasters is toen verplaatst naar het gebouw op Sint Anthoniusplaats 1. Het rechterpand, wat helaas nauwelijks te zien is, had het voorkomen van een pakhuis, 1890-1919 (F93291 RAN)
Het is niet met zekerheid te zeggen waar het jaartal en deze tekst op slaat, noch het jaartal waarin de gevelsteen gemaakt is. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de gevelsteen jaren na “1751” is opgehangen. Een aantal mogelijke verklaringen:
De aanslag op het huis van Johan Michel Roukens, deze lijkt het meest genoemd, zie hieronder
De “begunstiging”: heeft er in 1751 een specifieke “begunstiging”/een specifiek moment om stil te staan bij “Als gevolg van haat en begunstiging” plaats gevonden? Of is de “1751” een algehele terugblik op de gehele afgelopen periode? Bijzonder lijkt mij, dat Roukens munten laat slaan waarop 1747 expliciet is vermeld. Dus: waarom het jaartal 1751?
Een relatie met Mr. Theodorus Leonardus Roukens? Hij is geboren in 1751 (28 Januari 1751) en ongehuwd overleden op 26 mei 1782
1747: “Aanslag” op Roukens
“Gedenkpenning van de mislukte aanslag op het huis Hof van Batenburg van Johan Michiel Roukens in 1747. Verblijfplaats : het gemeentemuseum.”, 1747 (Dr. Jan Brinkhoff via D585 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Een veelgebruikte mogelijke verklaring is de “aanslag” op Roukens: Johan Michel Roukens werd eind 1747 belaagd door een groep prinsgezinden. Hij zou, al dan niet terecht, tegen de benoeming van stadhouder Willem Karel Friso (Willem IV) tot erfstadhouder zijn geweest, met de daaraan verbonden machtsuitbreiding (Teunissen 1937, die overigens het jaar 1749 noemt, zoals vermeld in Straatnamenregister)
Daarbij was zijn vrouw Agneta Jannetta Verspijck pas bevallen van hun zoon Arent Anthony Roukens (geboren op 29 oktober 1747).
De binnenplaats van het Hof van Batenburg met onder de blinde pui de wapensteen met het alliantiewapen van de families (Johan Michiel) Roukens en (Agneta Jannetta) Verspijck, met de tekst : Ex Invidia et Favore 1751 ( vertaling : Als gevolg van haat en begunstiging). Tegenwoordig is de gevelsteen ingemetseld in een pand aan de Ridderstraat , op de plek van het Hof van Batenburg, het woonhuis van Roukens-Verspijck, Ridderstraat, 1961 (dr. Jan Brinkhoff via D583 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Biografisch Woordenboek Mr. Johan Michiel Roukens
Het Biografisch Woordenboek uit 1790 beschrijft hoe een groep inmiddels al begonnen is met de plundering -intussen had de wieg ternauwernood de baby Arent Anthony beschermd tegen een gegooide steen- totdat een groep gewapende burgers en een storm erger weet te voorkomen; andere bronnen als Berghpedia, de hierboven genoemde Teunissen en Noviomagus noemen alleen de storm, de groep gewapende burgers niet. Zoals de Jong al aangeeft, betreft het niet het jaar 1848, maar 1847:
“Roukens, (Mr. Johan Michiel) een der grootste Regtsgeleerden van zijnen tijd, en boezemvriend van den vermaarden AmderdamCchen Advokaat Hermanus van Noordkerk. Hij was gebooren op den zesentwintigsten Januarij des Jaars 1702. De haat, waar mede zijn Geslagt was belaaden, hadde hem, in zijne eerde kindsheid, bijkans het leeven gekost. Om het onnozel wigt te behouden, in eene dreigende opschudding, in het Vaderlijk huis ontdaan, bergde men hetzelve, leggende in zijne Wieg, over den muur van den Tuin, in het huis van den Heere Baron van Randwyok. De gronden der Taalkenniste, vooral van het Latijn, leide de Jonge Johan Michiel, onder den vermaarden Nijmeegschen Rektor Cannegieter. In de Regtsgeleerdheid genoot hij, te Leiden, het onderwijs van de beroemde Hoogleeraaren Gerard Noodt, Vitriarius en anderen. Naa zijne bevordering tot Meester in dc Regtsgeleerdheid, keerde hij weder na zijne Geboortestad. Welhaast ondervondt hij het genoegen, dat hem een Ampt wierdt opgedraagen, in vergoedinge der nadoelen en schaden, welke zijn Vader hadt geleeden. In den Jaare 1745 verkreeg hij zitting in den Raad. In het volgende jaar ontving hij last, van wegen het Gewest, om de veertienduizend-man Hanoversche Hulptroepen door het Kwartier te geleiden. Nog hooger eere genoot hij, in den Jaare 1748, wanneer hij, van wegen de Stad Nijmegen, wierdt benoemd, om zijne Doorluchtige Hoogheid , den tegenwoordigen Erfstadhouder, Willem den V, over den Doop te houden. Aangaande een Regent, dus, met eere en aanzien bekleed, zou men verwagt hebben, dat het onrustig Jaar 1748 niet ten zijnen nadeele zou gewerkt hebben. Dit gebeurde evenwel. De Heer Roukens was een der zeven Regenten, onder de twaalf, welke van hunne Regeegeeringsposten verlaaten wierden. Het onstuimig gemeen was hier mede niet voldaan; men dreigde zijn Huis met plondering, en den dood aan al wat ‘er binnen leefde, ’s Mans Echtgenoote lag thans in het kraambedde, en was slegts drie dagen geleeden verlost. Het woest gepeupel, voor het Huis vergaderd, de Voordeur, met geweld, geopend hebbende, streeft straks na binnen, en werpt een hagelbui van steenen door de glazen der Kraamkamer: zodat eenigen nedervielen op de Wieg, in welke het Kraamkind lag. Gelukkig lag dit met het hoofdeneinde na die zijde, van welke de steenen vloogen, en wierdt aldus door den Kap der Wieg beschut. Intusschen vondt men, in het Voorhuis, eenige manden met Wijn, Het gulzig te lijve slaan van deezen deedt de plonderwoede nog meer ontsteeken. Aan het verbrijzelen van Meubelen en Huisgeraaden, die voor de hand stonden, zijnen zat bekoomen hebbende, maakte men de toebereidzels om tot in de Kraamkamer door te dringen. Ter goeder uure wierdt zulks belet door eenige welgezinde gewapende Burgers, die den plonder- en moordzieken hoop verdreeven; welke, daarenboven, van schrik bevangen wierdt door eenen spoedig opkoomenden stormwind: zodat niemand zich op straat durfde waagen, uit vreeze voor het instorten van schoorfteenen en nedervallende Dakpannen.
De Heer ]ohan Michiel Roukens was grondig ervaren in de kennis van de algemeene en bijzondere Regten; verscheiden Verhandelingen kunnen hier van getuigenis draagen, onder andere die Over den Dijkbrief van de Ooy. Daarenboven bezat hij eenen poëetischen geest, en verpoosde, bij wijlen, zijnen gewoonen letterarbeid, door het zamenftellen van Latijnsghe of Nederduitfche Vaerzen. Hij overleedt op den tienden April des Jaars 1772, zijnde getrouwd geweest met Agneta Jeannetta Verspyck, dogter van Leonard Verspyck, Ontvanger Generaal des Nijmeegschen Kwartiers, en van Vrouwe Huberta ingenoel, dogter vanden Burgemeester Johan Ingenoel en van Johanna Rebbers, gebooren den dertigsten November des Jaars 1705 en gestorven op den achtentwintigsten Maij des Jaars 1787. Twee Zoonen zijn uit dit huwelijk naagebleeven; Arent Anthony Roukens en Theodorus Leonard Roukens.
Vaderlandsch woordenboek; oorspronklyk verzameld door Jacobus Kok, Twee-en-twintigste(-negen-en-twintigste) deel. K-M (-V), VYF-EN-TWINTIGSTE DEEL, 1790, bladzijde 197 en 198 (met overzetting via Delpher, de ſ is vervangen door een s); deze tekst is ook te vinden op DBNL.
Ook komt dit verhaal voor in: Biographisch woordenboek der Nederlanden, bevattende levensbeschrijvingen van zoodanige personen, die zich op eenigerlei wijze in ons vaderland hebben vermaard gemaakt, Uitgegeven onder hoofdredactie van Dr. G. D. J.Schotel, Tiende deel.1878
Ook van Schevichaven schrijft in zijn Penschetsen (deel 10, 1898) uitgebreid over de aanslag. Ook hij noemt de plundering niet: “ijn lezing van dezen aanslag op het huis van Roukens wijkt aanmerkelijk af van hetgeen dienaangaande vermeld wordt in het artikel “J. M. Roukens” in het Biographisch Woordenboek van Van der Aa. Zoo erg als het daar wordt voorgesteld, is het niet toegegaan. Ware dat het geval geweest, dan zouden de volgens dat relaas gepleegde euveldaden zeer zeker niet voorbij gegaan zijn in de Zedige Aanmerkingen op de gebeurtenissen dier dagen, bij Hendrik Heymans in het volgende jaar hier ter stede in het licht gegeven. Hoewel dit pamflet vloeide uit de pen van een aanhanger der magistraatspartij, is daar evenwel geen sprake van gewelddadigheden in het huis gepleegd. Daarenboven, waren de plunderaars reeds in huis geweest, dan zou er geen reden bestaan hebben om te vluchten voor den stortregen en den storm. Zij hadden zich den tijd aangenaam kunnen korten in den wijnkelder en elders, totdat de bui uitgewoed zou zijn.”
Zie ook foto F32118 RAN, gedateerd 1960: Het ‘Hof van Batenburg’ op de hoek met de Eiermarkt, vóór de afbraak in het voorjaar van 1962
Ottengas
Het gezicht op de Ottengas, vanuit de kruising met de Muchterstraat , met (links) de keermuur van De Klokkenberg, gezien in de richting van de rivier de Waal, een schilderij gemaakt door Hendrik Johannes (Jan Hendrik) Weissenbruch (30 november 1824 – 14 maart 1903), 1850 (Gemeentemuseum Nijmegen via F46474 RAN)
“De naar de Waal aflopende Ottengas is het laatst overgebleven karakteristieke straatje van de benedenstad. Aan de westzijde staat een mogelijk laat-middeleeuwse bakstenen muur met steunberen. Het vermoedelijk in de kern 16de-eeuwse pand Ottengas 15 heeft in het midden een trapgevel met ezelsruggen.” (Monumenten in Gelderland)
Ottengas: Het gezicht vanaf de Eiermarkt, in de richting van de Vleeshouwerstraat; links staat architect v.d. Kloot bij de keermuur, 1950 (F31506 RAN)rechts van de muur Ottengas, links daarvan Klokkenberg en links de Muchterstraat (augustus 2025)
Ottengas 29
Ottengas 29 is sinds 1973 een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met verdieping en zadeldak. Voorgevel met rechte kroonlijst, 18e eeuw, en vensters met kleine roedenverdeling. Links een trapgevel. Gerestaureerd 1961-’63.”
Zie voor een foto uit 1975 van Ottengas 29-31 F31477 RAN: In 1974 gerestaureerde panden in 18e eeuwse aanpassing, gezien vanaf het Groene Balkon in de richting van de Eiermarkt
Het pand is een Gemeentelijk Monument met als formele tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Winkel met woning. Geheel gepleisterd bakstenen pand van vier bouwlagen met afgeplat zadeldak dat pannen schilden heeft aan de zijkanten. De benedenpui en eerste etage, die het karakter heeft van een insteek zijn in de gevelbehandeling samengevoegd: de kozijnen van de drie assen lopen in elkaar over. De huisingang bevindt zich rechts; die van de winkel in het midden. Op de tweede en derde etage twee vensters met lichtgetoogde bovendorpel; boven lager dan daaronder. De afdekkende kroonlijst op de rechte gevel is verdwenen. Ook de zijgevel aan de Ottengas is gepleisterd. Aan de voorzijde ervan zijn onregelmatig geplaatste openingen van drie bouwlagen; meer naar het noorden van vier bouwlagen, waarvan de onderste op kelderniveau. Bouwtijd: 17de eeuw; gevel gewijzigd tweede of derde kwart negentiende eeuw. Een van de weinige bewaard gebleven grote zeventiende-eeuwse panden in de stad. Van groot belang voor de hoek Ridderstraat-Ottengas.”
Ridderstraat 13 is een Rijksmonument met als omschrijving: “PAND, waarvan de lijstgevel een gebeeldhouwde Lodewijk XV-omlijsting van het venster boven de deur heeft. Inwendig: stucplafonds, 18e eeuw.”
Op de Gemeentelijke Monumentenlijst staat de volgende aanvulling vermeld: “stucplafonds zijn verloren gegaan door vernieling en brandstichting”
Ridderstraat 15
Het pand rechts naast nummer 13 is een Gemeentelijk Monument, met als formele tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Woonhuis. Geheel gepleisterd bakstenen pand van drie bouwlagen, met pannengedekt zadeldak. Benedenpui drie-assig met links de ingangspartij en rechts twee vensters, alle met getoogde bovendorpel en geprofileerde omlijsting. De pui is afgesloten met een geprofileerde lijst. Het gedeelte daarboven is twHeee-assig en wordt links en rechts omlijst met blokken van stuc. Op de eerste etage hoge vensters met afgeronde bovenhoeken; op de tweede lage rechthoekige vensters. De oorspronkelijke kroonlijst is verdwenen. Bouwtijd: begin 19de eeuw, gewijzigd 3de kwart 19de eeuw. Pand van goede verhoudingen, van belang als ondersteuning van het naastgelegen monument.”
De Radbouduniversiteit schonk deze muurschildering ter gelegenheid van haar 100-jarig bestaan. Daarvoor koos ze deze locatie: de plek waar de universiteitsbibliotheek had gezeten. Het werk is gemaakt door Sacha di Maio en Eduardo Pérez González uit Millingen aan de Rijn.
“In 1923 kocht de Radboudstichting een allegaartje van samengevoegde gebouwen aan gelegen op de Snijders-, Platenmakers- en Muchterstraat. In dit complex werd op 7 januari de universiteitsbibliotheek geopend. Door het bombardement op 22 februari 1944 is het complex zwaar beschadigd maar het nieuw gebouwde boekendepot overleefde het bombardement. In 1967 verhuist de bibliotheek naar de campus, waarna in 1973 de sloop volgt. In de hal van de hoofdingang troont het door mgr. A.F. Diepen (bisschop van ‘s-Hertogenbosch) ter gelegenheid van de plechtige inzegening van het gebouw geschonken Mariabeeld , de Sedes Sapientiae (Zetel der Wijsheid)” (Bijschrift F32852 RAN)
Blik op de universiteitsbibliotheek, Snijderstraat, 1955 (F67305 RAN)
Het nieuw gebouwde boekendepot overleeft de oorlog.
De universiteit had in 1945 de Villa Stella Maris gekocht om te dienen als instituutsgebouw. Hier kwam in 1947 ook de leeszaal van de bibliotheek, “boekentransport per bakfiets tussen depot in de Snijderstraat en de leeszaal” (GN12220 RAN, een foto van de leeszaal aan de Van Schaeck Mathonsingel uit 1952)
In 1967 verhuist de bibliotheek naar de campus. In 1973 volgt de sloop van het pand (Bijschrift F9521 RAN, een foto van de tijdschriftenzaal uit 1925).
Eiermarkt: Omgevingsvormgeving
Eiermarkt: vergroening en Omgevingsvormgeving (augustus 2025)
Vooraf
Gezicht in westelijke richting vanaf de Ridderstraat naar de Muchterstraat (met rechts de Ottengas en links de Snijderstraat) ; rechts het (nog bestaande) pand Muchterstraat 57-59 (uit 1865). Links van het midden is de spoorbrug zichtbaar, 11/1980 (Ber van Haren via KN13205-58 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)Bij opgravingen door het ROB kwamen 2 parallelle grachten uit de laat Romeinse tijd aan het licht, de buitenste verdedigingswerken van de 4e eeuwse versterking op het Valkhof. In de linker bovenhoek en rechts onder zijn resten van laat-middeleeuwse huizen te zien, Eiermarkt, 13/2/1981 (Ber van Haren via ZN34506 – B RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
Omgevingsvormgeving
Paul van der Hoek ontwierp in 1984 op het plein voor de garage Eiermarkt een 6 betonnen kolommen. Ze staan in 3 groepjes van 2 bij elkaar, waarbij 1 van de kolommen gedraaid is voor een speels effect. De kolommen zijn even hoog, waarbij ze op het eind trapsgewijs toelopen.
Vóór de parkeerplaats staat een muur, die bedoeld is om de parkeergarage af te scheiden van de buurt. Wel moest deze muur opvallen. Daarom werd kunstenaar Johan Goedhart gevraagd. Deze ontwierp de muur, betegeld met geglazuurde baksteen. Zowel van der Hoek als Goedhart maken onderdeel uit van de zogenaamde Arnhemse school.
Vergroening
In 2023 zijn De Ridderstraat en de Eiermarkt vergroend: daarvóór was het een versteende omgeving. Daarvoor zijn stukken bestrating vervangen door groen en zijn er een aantal bomen geplant.
Van Diemerbroeckstraat 227-273 en Turmac Plantsoen (Voorheen Van Diemerbroeckstraat 21-25), 1911
Een drukte van belang op het smalle viaduct over de spoorlijnen Nijmegen Venlo en Nijmegen Den Bosch met op de achtergrond het tabakspakhuis van de TURMAC, 1910-1930 (GN11116 RAN)
Op de hoek van de Van Diemerbroeckstraat stond jarenlang het voormalige pakhuis van Turmac: de Turkish Macedonian Tobacco Company. Oorspronkelijk is het gebouwd als graanpakhuis (bouwjaar 1911) van de N.V. De Graan- & Zaadhandel v/h firma G. Muskens. Het logo in het plantsoen herinneert aan deze tijd. Tegenwoordig is het pand verbouwd tot HAT-eenheden.
Van Diemerbroeckstraat 21-25
Op 29 juli 1911 besluit de Gemeenteraad gedeelte van het perceel bouwterrein aan den Graafschen weg en de van Diemerbroeckstraat, groot ongeveer 240 centiaren (het verzoek was 487 centiaren), gedeelte van het perceel kadastraal bekend Neerbosch Sectie B no 2016 aan J. van Berck alhier te verkopen, voor f 5,50 per centiare, om daarop vóór 1 mei 1912 te bouwen een pakhuis en kantoorlokaal. (PGNC 30/7/1911)
N.V. Graan- & Zaadhandel vh Firma G. Muskens
Koopt Berck niet? Het koopcontract met Muskens uit 1911:
Koopcontract Gemeente en Muskens, 28/11/1911 (RAN)
De statuten van deze N.V. zijn rond februari 1911 goedgekeurd. ( PGNC 15/2/1911) Op 9-1-1912 verkrijgt de N.V. een Hinderwetvergunning voor inrichtingen gedreven door elektriciteit:
“De Graan- en Zaadhandel” v. h. firrna G. Muskens, ten behoeve harer inrichting voor het zuiveren en vervoeren van graan in het perceel aan den Graafschen weg ea de Van Diemerbroeckstraat, kad. Neerbosch, sectie B, no. 2016” (Gemeenteverslag 1912)
In 1921 vraagt zij een hinderwetvergunning aan (Inventarisnummer 4366). Het is mij (RE) nog niet bekend of deze daadwerkelijk verstrekt is.
De nummers 1 en 21 t/m 25
Het kantoor van Turmac was gevestigd op nummer 1, terwijl de opslagplaats 21-25 betrof. Daarom is van deze adressen nagegaan welke bedrijven zich daarvoor in deze panden hebben gevestigd (zie Bijlage).
Waarschijnlijk betreft nummer 21 kantoorruimte, terwijl 23 en 25 daadwerkelijk pakhuizen zijn.
Muskens en de Keij
N.V. de Graan en Zaadh., voorheen firma G., v. Muskens en de houthandel van G. van Keij komen als eerste voor op de Van Diemerbroeckstraat 21. De N.V. heeft het adres vaak als combinatie in 21-25, de Keij alleen nummer 21.
Steegmans en Detmers
Op 16-5-1919 verkrijgt de firma G. Stegemans vergunning tot het oprichten van eene door electriteit gedreven boterzouterij in het perceel van Diemerbroeckstraat no. 124,, kad. bekend gemeente Neerbosch sectie B. no 24 (PGNC 17/5/1919). Het betreft de nummers 23 en 25.
Hoewel niet verder onderzocht, betreft het G. Steegmans, die in PGNC 26/6/1918 aankondigt dat hij zijn Grossierderij van Boter en Kaas heeft verplaatst van Hertogstraat 104 naar Dr. Jan Berendsstraat.
Detmers plaats op 25/4/1924 een advertentie in De Gelderlander dat het kantoor van P. Detmers, expediteur is verplaatst van Achter de Vischmarkt 34 naar Van Diemerbroeckstraat 1.
Daarnaast is in PGNC 4/11/1920 een personeelsadvertentie voor een geroutineerde Typiste gevonden voor het bedrijf “Le Levant” op nummer 21. Het is mij vooralsnog onduidelijk welk bedrijf dit is (en ook niet uitputtend onderzocht).
D.C. Jansse komt voor op nummer 1 en later op nummer 3. Hij is de stationschef van beroep.
De eerste door mij gevonden vermelding van Turmac in een adresboek is die van 1928. De adresboeken van 1924 en 1926 vermelden alleen “Kantoor en Fabriek”.
In juli 1928 zijn daarnaast 2 personeelsadvertenties voor nummer 1 gevonden: Jongste bediende (PGNC 5/7/1928) en Steno-typiste (PGNC 26/7/1928). Daarbij moet de steno-typiste “dictaten in de moderne talen (speciaal in Fransch en Duitsch) perfekt kunnen opnemen en uitwerken”.
Turmac
Huidig: de tot HAT eenheden verbouwde Turmac opslagplaats en Turmac plantsoen (maart 2023).
(Overigens bleek de persoon niet thuis te zijn)
Het gebruik: tabaksopslagpakhuis
Het voormalige graanpakhuis (bouwjaar 1911) van de N.V. De Graan- & Zaadhandel v/h firma G. Muskens, van Diemerbroeckstraat 21-25, was vanaf circa 1925 in gebruik bij de Turkish Macedonian Tobacco Company.
Over Turmac
Turmac (De Gelderlander 17/3/1920)
Op 15 maart 1920 is de “Turmac”, Turkish Macedonian Tobacco Co. opgericht. Het kapitaal bedraag 1 miljoen gulden en de directeur is Fernand Kabus te Arnhem. Daarbij staat als laatste in de advertentie: “Arnhem-Nijmegen-Zevenaar”.
De Arnhemse Courant vertelt in augustus 1922 het verhaal van Turmac:
“De Turmac.
Alhoewel de “Turmac” Turkish-Macedonian Tobacco Company bij het rookend publiek voldoende bekend mag worden geacht, lijkt het ons toch van belang, eenige bizonderheden omtrent deze firma te vermelden.
In de eerste plaats zij er de aandacht op gevestigd, dat de “Turmac” de eerste Oostersche onderneming is, welke zich in Holland heeft gevestigd, om uitsluitend Turksche sigaretten te vervaardigen.
In de Orient neemt “Turmac” als onderdeel van het grootste Oostersche concern Kiazim Emin met eigen magazijnen en grote opslagplaatsen een toonaangevende plaats in. Dat de omvang van het bedrijf aldaar zeer uitgebreid kan worden genoemd, moge blijken uit verschillende fotografische afbeeldingen welke op de a.s. Tentoonstelling voor het publiek ter inzage zullen zijn.
Het is wellicht niet van algemeene bekendheid, dat voor het Continent o.a. te Nijmegen groote opslagplaatsen zijn gevestigd, welke de ruwe tabakken rechtstreeks uit de Oostersche magazijnen ontvangen. Aldaar word voor distribueering over de verschillende “Turmac”-ondernemingen in West-Europa zorg gedragen.
Onder leiding van Oostersche mengers worden de tabakken gesorteerd, en de verschillende mengingen bereid, welke de “Turmac”-sigaretten het heerlijke aroma geven, waarom zij terecht bekend zijn.
Een uitgebreide beschrijving te geven van de fabricatie der sigaretten zou ons te ver voeren. Laat ons volstaan met te zeggen, dat de fabrieken uiterst modern zijn ingericht, en aan de hoogst-gestelde eischen van hygiëne voldoen.
Bekwame vaklieden verwerken aldaar deze zuiver Oostersche tabakken tot de bekende “Turmac”-sigaret.
Over de hoogst-artistiek uitgevoerde verpakking der “Turma”-producten, behoeven wij waarlijk niets te zeggen. Een ieder, die wel eens de étalage van een sigarenwinkel heeft bekeken, zullen de aardige doosjes zijn opgevallen, welke met zooveel smaak en kunstzin zijn uitgevoerd.” (Arnhemsche courant , 12-08-1922)
Dezelfde Arnhemsche courant verzucht een paar maanden later, 07-11-1922, dat meerdere bedrijven Arnhem hebben verlaten. Turmac heeft haar kantoren van Arnhem naar Amsterdam verplaatst (of de intentie daartoe heeft?). Aanleiding daarvoor zijn de transportmoeilijkheden die Arnhem oplevert.
Verplaatsingen, maar niet de Van Diemerbroeckstraat?
Op 7/8/1931 plaatst Turmac een advertentie in de Gelderlander dat zij een magazijn te huur vraagt per 1 november, met een totaal oppervlakte van minstens 500 M². In 1932 huurt Turmac een gedeelte van de “Drya”, een fabriek die uiteindelijk nooit in gebruik was gekomen en jarenlang had leeg gestaan. Daarbij worden de bestaande, gehuurde opslagplaatsen opgeheven: “de Biezenstraat No. 44, Oude Haven 20 en 2de Walstraat 143… De eigen opslagplaats der firma, aan de Oude Haven No. 4 en de van Diemerbroeckstraat No. 21 blijven echter als zoodanig in gebruik.” (PGNC 19/12/1932)
In de Gelderlander 27/4/1937 lezen we dat wegens reorganisatie een groot deel der “lagers” en expeditie zal overgaan naar Zevenaar, waar de magazijnen zijn uitgebreid. Het artikel noemt dat op dat moment Turmac opslagplaatsen heeft aan van Diemerbroeckstraat, de Oude Haven en in een deel der leegstaande Drija-gebouwen. “Veel personeel kreeg hier ter stede reeds ontslag”.
Schijnbaar was de Turmac rond 1940 (tijdelijk) uit het pand, omdat de Gelderlander op 25/5/1940 meldt: “De Turmac had vroeger jaren zijn grote magazijnen aan den Graafschen weg naast de Nijmeegsche Veiling. Toen werden de magazijnen grootendeels naar Zevenaar overgeplaatst. Thans is er van de Turkish Macedonian Tab. Co. N.V. weder een depot geopend aan de Oude Haven No. 4.
En na de oorlog? Ik (RE) kom in de jaren nog wel advertenties tegen, waarbij Turmac in ieder geval op Van Diemerbroeckstraat 21 een adres heeft (zie hieronder). Daarbij viel het mij op dat het niet meer nr. 1 betrof
(Nijmeegsch dagblad, 29-04-1950)
(Nijmeegsch dagblad, 25-09-1950)
(Nijmeegsch dagblad , 26-07-1957 , 02-08-1957)
Wanneer Turmac de licentie voor het produceren van Rothman sigaretten verkrijgt, staat in het krantenartikel “Turmac Nijmegen” (Nieuw Utrechtsch dagblad , 19-09-1956)
Na de sluiting: HAT eenheden en Turmacplantsoen
Blik vanaf de Graafsebrug op de loodsen van Van Gend & Loos met rechts het voormalige pand van de TURMAC (de Turkish Macedonian Tobacco Company), 1980 (Ber van Haren via ZN36125 – A RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
De exacte sluitingsdatum is mij (RE) niet bekend (dus hoor graag).
In ieder geval blijkt het pand in 1979 leeg te staan; het betreffende artikel gaat in dat de gemeente het niet wenselijk vindt dat hier een trefcentrum voor Surinamers en Antillianen zou komen. (Vrije Stem: onafhankelijk weekblad voor Suriname, 25-04-1979)
Mogelijk is de fabriek een tijdlang gekraakt geweest rond 1981: “circa driehonderd Dodewaard-demonstranten hebben dinsdagavond hun intrek genomen in de gekraakte voormalige Turmac-fabriek”. (Provinciaalse Zeeuwse Courant, 23 september 1981). Het is mij (RE) echter niet duidelijk of de demonstranten tijdelijk/even het pand hebben gekraakt (het lukt hen niet om tenten op het Piersonplein op te zetten) of dat het pand reeds gekraakt was.
HAT eenheden en Turmacplantsoen
Op 4 oktober 1982 is vergunning verleend voor de verbouw van bedrijfspand tot 24 H.A.T.-woningen.
Een mooi vergelijk van het in verval rakende pand zijn de foto’s vóór renovatie F60517 RAN en ná renovatie en verbouwd als HAT-eenheden F60518 RAN, beiden van Gerard Verschooten.
Sinds 2017 is het pleintje voor de HAT eenheden ingericht als plantsoen. Op 26 mei 2018 vond de opening plaats door wethouder Bert Velthuis.
Bijlage Adresboeken van “Diemerbroeckstraat 1” en “Diemerbroeckstraat 21”
Jaar
Huisnummer
Naam
Omschrijving
1912-1913
21/25
Muskens
“Muskens, N.V. de Graan en Zaadh., voorheen firma G., v. Diemerbroeckstraat 21/25 en Graafsche straat 124, tel 633”
1912-1913
21
Keij, G., van
Onder “Houthandelaren”
1913-1914
21
Keij, G., van
Onder “Houthandelaren”
1913-1914
21-25
De Graan en Zaadhandel, v/h. firma G. Muskens, v. Diemerbroeckstraat 21/25 en Graafsche straat 124,
Onder “Graanhandelaren”
1914-1915
21-25
De Graan en Zaadhandel, v/h. firma G. Muskens, N.V., van Diemerbroeckstraat 21-25 en Graafsche straat 124
Onder “Graanhandelaren”
1914-1915
21
Keij, G., van
Onder “Houthandelaren”
1915-1916
21-25
De Graan en Zaadhandel, v/h. firma G. Muskens, v. Diemerbroeckstraat 21/25 en Graafsche straat 124
Onder “Graanhandelaren”
1915-1916
21
Keij, G., van
Onder “Houthandelaren”
1916
1
D. C. Jansse
1916
1a
Fabriek v. Keij
1916
21
Kantoor Firma Muskens
1916
23
Graanpakhuis
1916
25
Graanpakhuis
1916
21-25
N.V. De Graan en Zaadhandel v/h. firma G. Muskens, v. Diemerbroekstraat 21-25 en Graafsche straat 124
Onder “Zaadhandelaren (Vogel-, Tuin- en Landbouwzaden)” en “Graanhandelaren”
1916
21
Keij, G., van
Onder “Houthandelaren”
1918
21
Keij, G., van
1920
21
Steegmans, G.
“Agentuur- en Commissiehandel, Boter, Kaas, Eieren, enz. Kantoor: Van Diemerbroeckstraat 21. Telef. 1836 …”
1920
21
Keij, G., van
Onder “Houthandelaren”
1920
1
D.C. Jansse
1920
1a, 3
Fabriek van Keij
1920
21
Kantoor G. Steegman
1920
23
Fabriek
1920
21-25
Muskens, N.V. de Graan en Zaadh., voorheen G., van Diemerbroeckstraat 21-25, tel 633
Muskens laatste keer? Tot nu toe niet meer gevonden
1922
1
J. Smit
1922
3
D. C. Jansse
1922
21-23-25
Kantoor en fabriek Steegman
In ander adresboek staat J.W.H. Steegmans commissiehandel Boter, Kaas en Eieren bij Graafsche weg 96
1924
1
P. Detmers
1924
3
D. C. Jansse
1924
21/25
Kantoor en Fabriek
1926
1
P. Detmers
1926
3
D. C. Jansse
(laatste keer dat nr 3 gevolgd wordt door mij (RE))
1926
21/25
Kantoor en Fabriek
1928
21
Turkish Macedonian Tobacco Comp.
Turkish Macedonian Tobacco Comp., afd. Tabak,…, tel 2918
1928
1
Turmac
Turmac Turkish-Macedonian Tobacco Comp., afd. Tabak, Oude Haven, tel 2240 van Diemerbroeckstraat 1, tel 2510
1932
1
Kantoor
1932
21-25
Kantoor en Fabriek
1932
1
Turmac
Turmac Turkish-Macedonian Tobacco Comp., afd. Tabak, Oude Haven 4-6, van Diemerbroeckstraat 1
1934
21
Turmac
Turmac Turkish-Macedonian Tobacco Comp., kantoor: van Diemerbroeckstraat 1; opslagpl. Tabak: v. Diemerbroeckstraat 21, Oude Haven 4, Muntweg 51
1936
21
Turmac
Turmac Turkish-Macedonian Tobacco Comp., kantoor: van Diemerbroeckstraat 1; opslagpl. Tabak: v. Diemerbroeckstraat 21, Oude Haven 4, Muntweg 51
1936
1
Kantoor.
1936
21-25
Kantoor en Fabriek.
1938
21
Turmac
“Turmac Turkish-Macedonian Tobacco Comp., kantoor: van Diemerbroeckstraat 1; opslagpl. Tabak: v. Diemerbroeckstraat 21, Oude Haven 4” -> Muntweg niet meer genoemd
1940
21
Turmac
“Turmac Turkish-Macedonian Tobacco Comp., kantoor: van Diemerbroeckstraat 1; opslagpl. Tabak: v. Diemerbroeckstraat 21” -> Oude Haven niet meer genoemd
Deze Pagina verzamelt artikelen die reeds over Bottendaal zijn gepubliceerd. Lunet Bottendaal: afvalplaats voor botten? Bottendaal is vernoemd naar een…
Stieltjesstraat 22-24, 2013 (Henk van Gaal via DF4269 RAN CC0)
Notariële akte (koopakte) d.d. 5 oktober 1901, Betreft de verkoop door de firma Van der Pluijm en Gielen te Rotterdam aan J.H. Meulenberg van een perceel bouwterrein aan de Stieltjesstraat te Nijmegen aldaar kadastraal bekend in Sectie B nummer 2831, als bouwterrein groot 1a 98ca.
Volgens kadasterkaart nr. 249 gaat het hier om Stieltjesstraat 22-24.
Stieltjesstraat 22-24 is later via de nalatenschap van J.H. Meulenberg in de nalatenschap van zijn (enige) dochter, Maria Hendrina Meulenberg, terecht gekomen.
Gemeentelijk Monument
Drukkerij Bloembergen Santee, Stieltjesstraat 12-20 en achter de boom het pand Stieltjesstraat 22-24, 1925 (F33991 RAN)
Stieltjesstraat 22-24 is een Gemeentelijk Monument met als tekst bij aanwijzing:
“A-symmetrisch pand van twee bouwlagen met souterrain. Baksteen met plat dak met groot pannengedekt schilddak aan de straatzijde. De rechterhelft van het pand is opgebouwd als een topgevel van drie etages. Beneden natuurstenen trap naar portiek die twee gekoppelde boogopeningen op een natuurstenen middenzuil heeft; in de boogvulling sturcornamenten met bouwjaar 1901. Twee deuropeningen in het portiek. Op de etage breed vierdelig venster; in de top daarboven tweedelig venster. Linkergedeelte twee etages met vierdelig vensters bekroond door gootlijst op blokken. In het pannendak breed en zeer laag elliptisch dakvenster. Tussen de eerste en de tweede etage over de gehele breedte smeedijzeren muurankers in Jugendstil-vormen. Bouwjaar: 1901. Zeer karakteristiek pand in nieuwe-stijl vormen met rijke decoratie. Van belang in de straatwand.”
Gang achter Stieltjesstraat 22-24
Notariële akte (koopakte) d.d. 25 april 1903 Betreft de verkoop door de firma Van der Pluijm en Gielen te Rotterdam aan J.H. Meulenberg van een strookje grond (gang) achter Stieltjesstraaat 22-24 deel uitmakend van perceel B 2832 ter grootte van ongeveer 20 meter, toegang gevend tot de achteruitgang van Kronenburgersingel 217 en 219.
Stieltjesstraat 30, september 2013 (Havang(nl), CC0, via Wikimedia Commons)
Op 10 mei 1897 verkoopt de gemeente Nijmegen een strook bouwterrein aan de Stieltjesstraat, te bebouwen – in vereeniging met een gedeelte van het aan den kooper bereids verkochte terrein bij akte van 17 februari 1897 – met één woonhuis, Sectie B nr. 2529 groot 93 centiaren. Zie ook onder:
Notariële akte (koopakte) d.d. 10 mei 1897, Koop door J.E. Meulenberg van de gemeente Nijmegen van een strook bouwterrein aan den Stieltjesstraat (Archiefnummer 446 Notaris Th.F.A. Hekking, Inventarisnummer 171, Aktenummer 446)
Gemeentelijk Monument
Het woonhuis is een Gemeentelijk Monument. De tekst bij aanwijzing:
“Hoekpand in gevelrij. A-symmetrisch ondiep en zeer breed pand van twee bouwlagen met souterrain. Baksteen met gestucte versiering; leien schilddaken aan straatzijde van het platte dak. Van de gevel springt het rechter deel met een afgeplatte topgevel iets uit. Terugliggend linkerdeel bevat links de voordeur met een natuurstenen toegangstrap. Daarnaast breed venster. Op de etage twee smallere vensters en links een overhoeks geplaatste rechthoekige erker met glas-in-lood bovenlichten. In het rechtergedeelte beneden een breed venster, op de etage twee deur/raamopeningen met balkon, in de geveltop drie kleine vensters. De linkerhelft bekroond door gootlijst van gekleurde baksteen, in ornamentaal verband gemetseld. Linker zijgevel aan achterzijde gekromd; gedekt met natuurstenen lijst en kantelen. Bouwtijd: ca. 1900. Karakteristiek pand in sobere nieuwe-stijl vormen van goede verhoudingen en fraaie detaillering. Van groot belang in de straatwand”
Lees hier verder over het huizenbezit van de Meulenbergs, of ga verder met de bewoners:
Balkon Stieltjesstraat 30 (1895/1897), 1975 (Evert F. van der Grinten via F78573 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
In oktober 1901 verkoopt de firma Van der Pluijm en Gielen te Rotterdam aan J.H. Meulenberg. Dit betreft de huidige…
Bijlage: Gevonden Gebruikers
Naam
Omschrijving
Adres
Adresboek
Opmerking
H.R.M. Publiekhuijsen
Stieltjesstraat 30
1940
In 1948 “bedrijfsleider” met als St. Annastraat 292a
J.P.A.M. Publiekhuijsen
In 1948 tm 1955: winkelbediende; in 1959 en 1963: bedrijfschef
1940, 1948, 1951, 1955, 1959, 1963
Wed. G.E.W. Publiekhuijsen
Geb. M.P.E. Hoenselaars
1948, 1951, 1955
In 1940 op Stieltjesstraat 24
Mej. Th.C.P. Publiekhijsen
Steno-typiste
1948, 1951, 1955, 1959, 1963
In 1940 op Stieltjesstraat 24
van Bentum en Jung
onder “Ingenieursbureau”
1971
Gerardus E.W. Publickhuysen is op 5-1-1940 overleden (overlijdensbericht De Gelderlander 9/1/1940).
In het Adresboek van 1971 staan van Bentum en Jung op Stieltjesstraat 30.
Op een rekening uit 1972 van “J. Publiekhuysen – Nijmegen Slagersbenodigdheden” staat nog Stieltjesstraat 30. Mogelijk betreft dit echter een oudere bon.
1897, oorspronkelijk adres Kronenburgsingel 23 en 25, Rijksmonument
T. van de Poel, R. Eekelder
Kronenburgersingel 223 en 225 (Havang(nl), CC0, via Wikimedia Commons)
Op 7 februari 1895 verkoopt de gemeente Nijmegen (raadsbesluit 27-10-1894) een aantal percelen bouwterrein aan de Kronenburgersingel te Nijmegen aan:
A: vader Edmond Meulenberg (1832-1895) Sectie B 2093, 2a 60ca en B 2096 8 ca,
en zijn zonen:
B: Johannes Edmond Meulenberg (1860-1919) Sectie B 2095, 5a 60ca,
C: Jacobus Hubertus Meulenberg (1855-1908) Sectie B 2094, 4a 92ca.
De broers kochten ieder een nagenoeg even groot perceel waarop zij samen “één uit twee” woonhuizen mochten bouwen op Sectie B 2094 (J.H. nr. 223) en 2095 (J.E. nr. 225)
In 1975 heeft een hernummering plaats gevonden, waarbij 23 223 is geworden en 25 225.
Bouw
Deze 2 herenhuizen zijn gebouwd in 1897. De architect hiervan was J. Gielen.
Deze 2 herenhuizen zijn gebouwd in 1897. De architect hiervan was J. Gielen. Een van de opvallende versieringen aan het gebouw zijn de tegeltableaus “JHM” en “1897”.
In 1975 heeft een hernummering plaats gevonden, waarbij 23 223 is geworden en 25 225.
Neorenaissance stijl
Kronenburgersingel 225 1897
De woningen zijn gebouwd in neorenaissance stijl: “Kenmerkend hiervoor zijn de gepleisterde spekbanden die de voorgevel horizontaal geleden alsook klassieke elementen als blok- en tandfriezen, diamantkoppen, consoles onder de bakgoot en guttae onder de hardstenen lekdorpels van de vensters.” (Rijksmonumenten)
Gielen of Semmelink, opdrachtgever Meulenberg
Rijksmomumenten noemt Semmelink als vermoedelijke architect van de voorgevels, op Noviomagus staat J. Gielen als architect. De site Vriendentegelmuseum.nl heeft het RAN uitsluitsel gevraagd: “Commentaar: De aanvrage voor de bouwvergunning (Regionaal Archief Nijmegen, collectie ‘1335 Bouwvergunningen gemeente Nijmegen [circa 1830] – 1975’, inventarisnummer 16039) werd gedaan door Johannes Hubertus (dit moet Jacobus zijn) Meulenberg (1855-1908) en Johannes Eduardus (dit moet Edmond zijn) Meulenberg (1860-1919), broers en parapluie-fabrikanten te Nijmegen. ..; uit de bouwvergunning blijkt dat de architect J. Gielen was. (Met dank aan dhr Hylke Roodenburg, RAN).”
De broers Meulenberg
Johannes Hubertus en Johannes Edmond hadden met hun vader Edmond de firma E Meulenberg & Zonen, “parapluiefabrikant”. Bij zijn overlijden gingen de broers verder met de firma, waarbij de moeder 3e comparant was. In de adresboeken komt deze firma voor in de van Berchenstraat 9 (waarschijnlijk was dit de fabriek/’fabriek’) en de Stikke/Korte Hezelstraat 2(-4): dit was waarschijnlijk de winkel.
Tegeltableaus JHM en 1897
Kronenburgersingel 223 Tegeltableau JHM
Een van de opvallendste elementen aan het gebouw zijn de tegeltableaus boven de balcons. Links op nr. 223 een tegel met de letters JHM, de initialen van J.H. Meulenberg en rechts op nr. 225 het jaartal 1897. Wie was JHM? Hoewel niet met zekerheid te zeggen, betreft het waarschijnlijk de oudste broer Meulenberg. (Het zou ook kunnen verwijzen naar Jakob Hubert Meulenberg, de in 1896 overleden broer van vader Edmond, maar dat is minder waarschijnlijk omdat hij niet bij de bouw van de huizen betrokken was.)
Rijksmonument
Kronenburgersingel 223 en 225 (vroeger 23 en 25) met tableau JHM gebouwd in 1897 architect Gielen
De panden zijn een Rijksmonument (op haar site staat een uitgebreide beschrijving van deze gebouwen) met als waardering:
“Twee HERENHUIZEN met TUINHEK en deel uitmakend van een woningblok, gebouwd in 1897 in overgangsarchitectuur.
– Van architectuurhistorische waarde als goed bewaard voorbeeld van twee gekoppelde herenhuizen, gebouwd in de stadsuitleg van Nijmegen in een door de Neo-Renaissance beïnvloedde bouwstijl die typerend is voor een gedeelte van de bebouwing aan de Singels in Nijmegen. De panden vallen op door de rijk gedetailleerde en gespiegeld van elkaar vormgegeven voorgevels en door de bijzondere tegeltableaus in de boogvelden boven de verdiepingramen. De woningen hebben hun karakteristieke bouwvolume, architectuur, decoratie en materiaalgebruik goed behouden en zijn ook in het interieur nog voor een groot deel oorspronkelijk.
– Van stedenbouwkundige waarde binnen het vanuit rijkswege beschermde deel van de binnenstad van Nijmegen en vanwege de situering van het pand aan de rand van het Kronenburgerpark, alwaar het in combinatie met de aanwezige groenaanleg en het hekwerk een schilderachtig geheel vormt.
– Van cultuurhistorische waarde als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. Het pand is gebouwd als huisvesting voor de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen in de nieuw aangelegde straten rond de oude stad; een stadsuitbreiding die met het verwijderen van de vestingwerken aan het eind van de 19de eeuw mogelijk was geworden.”
Op 8 oktober 1895 verkoopt de Gemeente Nijmegen aan J.H. Meulenberg een perceel bouwterrein aan de Kronenburgersingel, de huidige Kronenburgersingel…
Bijlage: De bewoners
Uit het overzicht hieronder blijkt dat geen enkele Meulenberg in deze woningen heeft gewoond; echter: wel in de Kronenburgersingel. Daarnaast is niet nagegaan wie eigenaar van de woning was: deze woningen zouden huurhuizen kunnen zijn geweest.
Meulenberg komt noch voor op (2)23 noch op (2)25; een andere optie is dat de panden verhuurd waren. Wie waren de bewoners? (Zie voor een uitgebreid overzicht de tabel hier onder)
Nummer 23 (tegenwoordig 223):
De eerste gevonden persoon is in het adresboek van 1899. Dit is J. Hofstede, gepensioneerd kolonel O I L (Oost Indische Leger). Hij woont er tot half september 1906.
Vanaf 1908 tot en met 1936 komt D. van ’t Lindenhout, papierfabrikant in de Adresboeken voor. In de Adresboeken voor 1938 en 1940 komt zijn weduwe op dit adres voor.
Nummer 25 (tegenwoordig 225):
K.J. Duffhaus, koopman in de Adresboeken van 1899 t/m 1909
C.J.H.B.F. Duffhaus van 1910 tot Adresboek 1915-1916
Bij beiden staat de vermelding Firma C W D, magazijn en kantoor Stieltjesstraat 20 en 22
2 Hoogenbosch in 1922
W.A. Meijer, scheepsbouwk in de Adresboeken 1932 t/m 1938
De Meulenbergs
Waar hebben de Meulenbergs gewoond?
J.E. Meulenberg heeft vanaf 1-6-1898 op Kronenburgersingel 6 gewoond. Zijn vorige adres was van Berchenstraat 11. Zie ook Bevolkingsregister. In 1913 was hij nog niet verhuisd (en het vervolg is niet verder onderzocht).
J.H. Meulenberg woont vanaf 1-6-1898 op Kronenburgersingel 17. Rond 1905 verhuist hij naar Stationsweg 1.
1909: Firma C W D, magazijn en kantoor Stieltjesstraat 20 en 22, 1910-1911, 1912-1913
P.J.H. Kloot
Adresboek 1899
L. Wils
Adresboek 1905
C.J.H.B.F. Duffhaus
firma C W D
Adresboek 1910-1911, 1912-1913, 1913-1914, 1915-1916 (Dan firma C W),1916 Magazijn en kantoor Stieltjesstraat 20 en 22
J.B. Hoogenbosch
schoenfabrikant
Adresboek 1922
P.J.M. Hoogenbosch
chef kok
Adresboek 1922
W.A. Meijer
scheepsbouwk
Adresboek 1932, 1934, 1936, 1938
Mej. M.C.L. Bekenkamp
Onderwijzeres
1955
En de Meulenbergs:
Waar hebben de Meulenbergs gewoond? J.E. Meulenberg heeft vanaf 1-6-1898 op Kronenburgersingel 6 gewoond. Zijn vorige adres was van Berchenstraat 11. Zie ook het Bevolkingsregister. In 1913 was hij nog niet verhuisd (en het vervolg is niet verder onderzocht).
J.H. Meulenberg woont vanaf 1-6-1898 op Kronenburgersintel 17. Rond 1905 verhuist hij naar Stationsweg 1.
in 1896, 1898, 1899, 1901: fabrikanten van parapluies, parasols, wandelstooken aanverw artiekelen v berchenstraat 9 en stikke hezelstraat 2 (in 1898 korte hezelstraat 2)
Kronenburgersingel 231, september 2010, Havang(nl), CC0, via Wikimedia Commons
Op 17 februari 1897 koopt J.E. Meulenberg van de gemeente Nijmegen het perceel Kronenburgersingel hoek Stieltjesstraat te bebouwen met 3 woonhuizen Sectie B nr. 2487 groot 10a 36ca. (Bron: Notariële akte (koopakte) d.d. 17 februari 1897)
PGNC 21/2/1899: “Den 16. dezer heeft de onderhandsche aanbesteding plaats gehad van vier heerenhuizen alhier aan den Kronenburgersingel en Stieltjesstraat, door de architecten v.d. Pluijm en Gielen, voor rekening van den heer J.E. Meulenberg. Het werk is gegund aan den heer J.s Grandjean, aannemer alhier, voor de som van f40800.”
Het verschil tussen het in de koopakte genoemde aantal van 3 woonhuizen en de aanbesteding van 4 heerenhuizen wordt verklaard door de aankoop bij akte van 10 mei 1987 van een strook bouwterrein aan de Stieltjesstraat, te bebouwen – in vereeniging met een gedeelte van het aan den kooper bereids verkochte terrein bij akte van 17 februari 1897 – met één woonhuis, Sectie B nr. 2529 groot 93 centiaren, zijnde Stieltjesstraat 30.
De Meulenbergs hadden in 1897 de (huidige) nummers 223 en 225 laten bouwen, eveneens door v.d. Pluijm en Gielen.
Ontwerp voor vier Heerenhuizen aan de Kronenburgersingel en Stieltjesstraat te Nijmegen, De Architecten v.d. Pluijm en Gielen, Datum tekening Dec 1898 (D12.377831)De kant van de Stieltjesstraat: Ontwerp voor vier Heerenhuizen aan de Kronenburgersingel en Stieltjesstraat te Nijmegen, De Architecten v.d. Pluijm en Gielen, Datum tekening Dec 1898 (D12.377831)
Het hoekpand, Kronenburgersingel 231 is een Rijksmonument met als waardering (hier is tevens een uitgebreide beschrijving van het pand weergegeven) :
“HERENHUIS uit 1898, ontworpen door de architecten Van de Pluijm & Gielen in Overgangsarchitectuur.
– Van architectuurhistorische waarde als goed bewaard voorbeeld van een herenhuis, gebouwd in de stadsuitleg van Nijmegen in een Overgangsarchitectuur, typerend voor een gedeelte van de bebouwing aan de Singels in Nijmegen. Deze architectuur bevat vernieuwende elementen, gecombineerd met de wat traditionelere invloeden van bijvoorbeeld de Neo-Renaissance. Dit pand heeft een ongewone vorm en wordt gekarakteriseerd en gedomineerd door de torenachtige opbouwen. Het pand is bijzonder in de combinatie van de gaaf bewaard gebleven interieurelementen en de zorgvuldige detaillering van het gaaf bewaard gebleven exterieur. Er is bovendien een sterke ensemblewaarde en een stijlovereenkomst met het hekwerk aan de straatzijden.
– Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van het vanuit rijkswege beschermde deel van de binnenstad van Nijmegen, vanwege de zeer markante en in de architectuur vertaalde hoekligging en vanwege de situering van het pand aan de rand van het Kronenburgerpark, alwaar het in combinatie met de aanwezige groenaanleg een schilderachtig geheel vormt.
– Van cultuurhistorische waarde als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. Het pand is gebouwd als huisvesting voor de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen in de nieuw aangelegde straten rond de oude stad; een stadsuitbreiding die met het verwijderen van de vestingwerken aan het eind van de 19de eeuw mogelijk was geworden.“
Hoek Kronenburgersingel en Stieltjesstraat: gebeeldhouwde vogels (april 2025)
Gemeentelijk monument
Het blok als geheel is een Gemeentelijk Monument met als waardering: “Pand in overgangsstijl tussen neo-renaissance en nieuwere bouwkunst, van groot belang in de straatwand.” Kronenburgersingel 227 is samen met Stieltjesstraat 32 “gemeentelijk monument”
Lees hier verder over het huizenbezit van de Meulenbergs, of ga verder met de bewoners:
Op 19 november 1895 verkoopt de gemeente Nijmegen aan J.H. Meulenberg een perceel bouwterrein aan de Kronenburgersingel. Hierop wordt Kronenburgersingel…
M. Leijzerscis krijgt in 1900 telefoon (nummer 734 PGNC 9/9/1900)
De inrichting van Mej. E. Steijns PGNC 7/3/1916
Naam
Omschr
Adres
Adresboek
M.J.F.B. Leijzers-Vis
Industrieel
Kronenburgersingel 29
1901, 1902, 1903
M.Th. Martens
Geb. van Blaricum
1909
Wed. Mr. B.J.H. v. Blaricum
Geb. M.Th. Eskens
1910
Mej. G.J.E. Steijns
Onder “Massage en heilgymnastiek”
1916
J.B.C.E.M. Jansen-Ficher
Afkomstig uit Arnhem; in 1930 wordt een keukenmeisje gevraagd
PGNC 22/3/1919, De Gelderlander 20/9/1930
Mej. F.H. Dorssers
Huishoudster
1926, 1928
Onbewoond
1934
W.J. Janssen
Varkenskoopman (1934); Nijm. Baconfabriek (1940)
1934, 1936, 1938, 1940
W.A. Janssen
bedrijfsleider (1938); in februari 1936 vertrek van een W.A. Jansen naar Arnhem (PGNC 22/2/1936); in augustus 1936 vestiging van een W.A. Janssen (PGNC 1/8/1936)
1938, 1940
Fa. W. Pruijn
Varkensexport; tevens adres Ubbergscheveldweg 1
1936
H.J. Janssen
Looncalculator
1948
A.F. Wijers
Brood- en banketbakker
1948
Mej. C.A. Wijers
1948
T.H.J. Wijers
Bakker
1948
T.H. Janssen
Koopman
1959
W.J. Janssen
Exporteur
1963
W. Janssen
1968
Gevonden gebruikers nummer 231
Zoals reeds weergegeven, staat in de bijlage de gebruikers weergegeven. Hieronder enkele speciale vermeldingen:
In de jaren 20 was het pand in gebruik door de Karmelieten. Dan vinden we ook Titus Brandsma (vooralsnog eenmalig) op dit adres.
Een verhuizing naar Indië in 1930 geeft een beeld van de inventaris van het pand:
Interieur Kronenburgersingel 231 PGNC 28/5/1930
Hermsen
Advertentie pension Hermsen (De Gelderlander 28/9/1931)
In ieder geval is het pand in 1931 een pension. In een andere advertentie adverteert Hermsen met: “Gemeub. Kamers met pension voor 2 Heeren of Dames of Echtpaar” (De Gelderlander 7/11/1931).
Mevrouw Hermsen is bovendien actief als propagandist voor de R.K.S.P. (De Gelderlander 22/6/1935)
1939: Te koop
Advertentie Kronenburgersingl 231 te koop (PGNC 18/2/1939)
In februari 1939 staat Kronenburgersingel 31 te koop, waarbij de veiling op 2 en 16 maart zal plaatsvinden (PGNC 18/2/1939)
Tweede Wereldoorlog
Inkwartiering (Deel bericht De Gelderlander 7/12/1944)
Kronenburgersingel 31 komt in december 1944 voor op een lijst waar de bewoners van openbare schuilgelegenheden ingekwartierd kunnen worden. Het adres biedt dan plaats voor 4 personen (De Gelderlander 7/12/1944)
In De Gelderlander 5/3/1945 staat een advertentie waarin H. Venhovens-Radt uit Cuijk een aantal personen zoekt, waaronder Mej. L. v. Heumen-Venhovens (De Gelderlander 5/3/1945)
Het hoekpand met de Stieltjesstraat, 15/5/1988 (Anton van Roekel via F18294 RAN CCBYSA)
Naam
Omschr
Adres
Adresboek
H.W. Boeree
Koopman (1902); huisknecht (1903)
Kronenburgersingel 31
1902, 1903
Oosting (E)
Geb. A.G. v. Holthe tot Echten
1902
Dr. F.A.M. Lemaire
Arts
1903
A. Beersman(s)
Onder “Modisten en kostuumnaaiers”; grossier
1912-1913, 1913-1914, 1914-1915
A.G.D. Erkens
Onder “Amerikaansche karpetschuiers”
1912-1913
Wed. K. Install
Geb. B. Becker
1922
Prof. Dr. T. Brandsma
(O. Carm.), Gewoon Hoogleraar R.K. Universiteit
1928
Carmel
1928
A.M. Pelgrim
R.K. geestelijke
1928
L.H.M. Denteneer
1928
Echtg. F.J. Terwischa van Scheltinga,
Geb. J.W.M. Coomans; Wanneer zij op de Kronenburgersingel gaat wonen, is zij afkomstig van Zwolle (PGNC 13/6/1931)
1932
Mej. A.C.A. v. Aernsbergen
1932
Jkhr. Th.W. Serraris
z.b., hij is dan afkomstig uit Groesbeek en hij “student” vertrekt in juni 1933 weer, naar Ginneken
PGNC 17/12/1932 en PGNC 10/6/1933
Mej. M. Meijer
boekhoudster
1932, 1934
W. Munting
Arts; per 1-10-1933 gevestigd als Arts homeopatisch geneesheer (PGNC 23/9/1933) met praktijk aan huis. Hij is dan afkomstig van Alphen aan de Rijn (PGNC 14/10/1933)
1934
A.A. Hermsen
pensionhouder
1934
Mej. J.P. Segers
Part. secretaresse
1934
W.F. v. Gelder
Winkelier
1936
J.H. Jansen
Winkelbediende
1936
J. Voncken
Student; hij is dan afkomstig van Wijlre (PGNC 24/10/1936)
H. Friedeberg
Jurist
1938
W.H.G. Giesen
Koopman; hij is dan afkomstig van Tilburg (PGNC 12/6/1937)
1938
H.E. Puplichuizen en gezin
Agent houthandel, vertrekt naar Amsterdam (PGNC 24/9/1938)
Wede. C. Deuling- v.d. Worp
Vertrekt naar Amsterdam (PGNC 1/8/1942)
A.F. Boelen
1948
J.B.J. van Sambeek
1948, 1951
Wed. P.J.M. van Sambeek
Geb. H.A. van den Berg
1951
J.A.J. van den Boogaard
Locale kracht P.T.T.
1951
F.J. Govaert
1959
J.A. Rammeloo
1959
H.C. van Gils
1959, 1963
A.W.A. Snoeks
1963
J.P. Rietveld
1963
B.W.S.
Onder “Copieerinrichtingen”
1966
J.F.E.M. Ahout
Hotelhouder
1968
M.N.J.A.M. van den Wildenberg
1968
Verdijk
Design. Studio grafische ontw. Zeefdruk offset en stencilwerk