Op het voormalige terrein van de Verbandwattenfabriek (Het Hartmann-terrein) aan de Sperwerstraat kwam het studentencomplex Orion en appartementen voor ouderen Terra. Daarbij bevindt zich in de “binnentuin” een wadi.
In 1915 opent de Nederlandsche Verbandwattenfabriek aan de Voorstadslaan. In 1932 vindt een fusie plaats met voorheen Brocades. De meeste…
Giesbers-Wijchen
In 2002 had Hartmann haar activiteiten in Nijmegen gestopt en verkocht ze de grond en de, inmiddels al voor een deel gesloopte, panden aan een projectontwikkelaar. Het lukte hem niet een passende herontwikkeling te bedenken, waarop hij de grond in 2008 aan Giesbers-Wijchen verkocht. Deze ging in nauwe samenwerking met haar “afnemers” SSHN, Portaal, Talis aan de slag voor de ontwikkeling van het project. (In oktober 2008 verschijnt een bericht in de Gelderlander dat SSHN op dat moment een haalbaarheidsonderzoek uitvoert; Bouwenenwonen schrijft in haar artikel van januari 2009 dat Portaal 36 toekomstige appartementen heeft gekocht.)
In totaal ging het bij de herontwikkeling van het Hartmann-terrein om 310 woningen. Naast de hierboven genoemde instellingen, bestond het uit 5 eengezinswoningen voor particuliere koop. Geesink Weusink Architecten was zowel de ontwerper het stedenbouwkundig plan als de architect van dit complex. In juni 2010 werd gestart met de bouw, waarbij deze in juli 2012 werd opgeleverd. De bouwsom bedroeg 32 miljoen euro. Op de site van Giesbers staat een mooie brochure over de totstandkoming van project:
In 2012 kwam het nieuwe complex van Stichting Studentenhuisvesting Nijmegen (SSHN) gereed. Het bestaat uit 231 zelfstandige eenheden voor studenten. 222 daarvan zijn ongeveer 28 m² groot en 9 zijn bestemd voor 2-persoons huishoudens. “Waar ligt het complex? De kamers van dit complex liggen aan de Sperwerstraat en Graspieperhof. Met de fiets ben je binnen vijf minuten in het centrum van Nijmegen. Lekker dichtbij dus! Naar de onderwijsinstellingen is het ongeveer tien minuten fietsen.” (SSHN) Orion maakt onderdeel uit van plan van SSHN om voor 2015 1.250 nieuwe studenteneenheden op te leveren. (Voxweb)
Meteen of vlak na de oplevering heeft Orion al zonnepanelen (Gelderlander)
In 2015 schrijft de ANS: “Op de plek waar vroeger een fabriek stond waar Tonny heeft gewerkt, is in 2012 SSHN-complex Orion verrezen. Anneloes (23) vindt het een fijn complex om in te wonen. Over de buurt is ze minder te spreken: ‘Inbraken en fietsdiefstallen komen vaak voor.’ Het is dus niet voor niets dat Gemeente Nijmegen deze wijk nog steeds als aandachtsgebied beschouwt.”
Terra
De ZZG Zorggroep een complex voor ouderen bouwen: Terra.Dit gebouw heeft drie verdiepingen met in totaal 27 appartementen. Op de bovenste verdieping zijn een aantal appartementen voor eventuele partners, die dan toch in de buurt kunnen wonen. “Het sociale karakter van het Waterkwartier is voelbaar in Terra. Iedereen kent elkaar, is recht door zee en heeft het hart op de tong. In Terra heerst een huiselijke sfeer met ouderwetse gezelligheid. In de buurt van Terra vindt u enkele winkels en andere voorzieningen, zoals een supermarkt, restaurants en cafés.”
Sonnehaerd
De eerste bewoners van Terra woonden daarvoor op Sonnehaerd. Op het moment van oplevering van Orion is SSHN al in gesprek met de eigenaar van Sonnehaerd, ZZG Zorggroep, om het pand in ieder geval tot 20220 te huren: voor ouderen was het gebouw niet meer geschikt, maar voor studenten juist een prima gebouw. (Voxweb). SSHN zal Sonnehaerd daarbij daadwerkelijk betrekken, goed voor 160 kamers.
Wadi Graspieperhof
In de binnentuin van het Graspieperhof bevindt zich een zogenaamde Wadi. Bij neerslag kan het water in deze straat hiernaar afstromen. Bij hevige neerslag kan deze wadi, omdat het een geïsoleerd watersysteem is, wel overlopen. Het water loopt dan via de straat naar het reguliere riool.
Maar wat is een Wadi nu eigenlijk?
Wat is een WADI (Water Afvoer Door Infiltratie)?
Het doel van een Wadi is dat hemelwater in de bodem of oppervlakte wordt opgenomen. En dus niet dat het schoon regenwater wordt afgevoerd door riolering. Op die manier draag het bij tot het op peil blijven van grondwater. En daarnaast hoeft schoon water niet door de rioolzuiveringsinstallatie.
De Wadi is een groene plek waar het water uit de omgeving naar toe wordt geleid. Meestal is het, zoals ook bij deze wadi, een laaggelegen grasveld. Daaronder ligt een speciaal ‘infiltratiepakket’. Dit infiltratiepakket kan bijvoorbeeld bestaan uit grind, een waterdoorlatende steen, of tank. Van hieruit kan het vervolgens opgenomen worden (‘infiltreren’) door de bodem of het oppervlaktewater.
Het hemelwater wordt naar deze wadi toe geleid, waarna het in de bodem kan worden opgenomen. Als de wadi goed werkt, staat deze na een regenbui binnen enkele uren alweer droog.
De afsluiter
Bij deze wadi bevindt zich het kunstwerk de Afsluiter van Carla Dijs:
Boven de nieuwbouw van de Zwaluwstraat Brocades en de ijzergieterij: Luchtfoto van het voormalig terrein van de Nijmeegse Veiling (afgebroken in 1976) ; Hier worden huizen gebouwd aan de Zwaluwstraat ; Linksonder op dit terrein , op de hoek met de Koekoekstraat, staat de (thans nog bestaande) voormalige directeurswoning van de Veiling ; onderin loopt v.l.n.r. de Marialaan ; onderin in het midden de Pluvierstraat ; bovenin loopt v.l.n.r. de Voorstadslaan, met daaronder v.l.n.r. de Sperwerstraat ; rechtsboven (tussen Voorstadslaan en Sperwerstraat) liggen de bedrijfscomplexen van de pleisterfabriek Brocades (later worden hier appartementencomplexen gebouwd aan de Graspieperhof) en de Nijmeegse IJzergieterij (na afbraak zouden hier later woningen gebouwd worden aan de Boomvalkstraat , de Scholeksterstraat en de Torenuilstraat), 1980 (J.F.M. Trum via F21046 RAN CCBYSA)
In 1915 opent de Nederlandsche Verbandwattenfabriek aan de Voorstadslaan. In 1932 vindt een fusie plaats met voorheen Brocades. De meeste mensen zullen het nog kennen als het Hartmann-terrein. Na sloop staan tegenwoordig Orion en Terra op dit terrein.
Een afbeelding van de fabriek is te vinden op F86526.
Oprichting
Op 2-4-1915 richten Jacob van Schouwenburg, particulier en Herman Menalda van Schouwenburg, fabrikant de Naamloze Vennootschap “Nederlandsche Verbandwattenfabriek” op. Deze heeft als doel “het bewerken vezelstoffen in het algemeen en in het bijzonder het vervaardigen van verband en andere watten, zoomede het drijven van handel in die artikelen, met alles daartoe in der ruimsten zin behoort”. Hiervoor heeft ze op 10-3-1915 koninklijke goedkeuring op haar statuten gekregen. (Actenummer 2337, Archiefnummer 569, Inventarisnummer 94).
In 1915 kwam de bouw van de fabriek gereed (PGNC 27/7/1916). De eerst gevonden melding is het verzoek van de Directie der Nederlandsche Verbandwattenfabriek voor een hinderwetvergunning tot uitbreiding van “hare door elektriciteit gedreven inrichting tot het zuiveren en kaarden van katoen, in het perceel aan de Voorstadslaan No. 75d, kadastraal bekend Neerbosch, Sectie B, No. 1807.” Deze wordt op 9-3-1915 verkregen. (De Gelderlander 11/3/1915). Merk daarbij op dat de naam Sperwerstraat uberhaupt nog niet bestond en pas vanaf 1948 voor dit gedeelte van de straat. (Straatnamenregister)
In 1932 fuseerde het bedrijf met de N.V. Koninklijke Pharmaceutische fabrieken v.h. Brocades, Shteeman.
1934 Pleisterfabriek
Het bedrijf blijkt hinder te ondervinden van de “Tariefwet”, waarbij buitenlandse bedrijven wel makkelijk verbandwatten naar Nederland kunnen importeren, maar het voor Nederlandse bedrijven moeilijk is hun producten te exporteren. Daarop besluit het fabriek een nieuw product te gaan produceren: pleisters. (PGNC 27/4/1934). “Men” had zich reeds in Amsterdam wel op kleine schaal op de pleister-fabricage toegelegd. Maar om te kunnen concurreren met het buitenland, was een grotere, goed geoutilleerde fabriek nodig. Het is onduidelijk of het PGNC met “Men” Brocades zelf bedoeld of een van haar concurrenten: Brocades (dat gevestigd was in Amsterdam) had in 1916 een fabriek opgericht waar “tabletten en hechtpleisters” werden vervaardigd. Echter: de moderne pleisters zijn uitgevonden door Beiersdorf in 1922 (de Hansaplast) ; althans in Europa, in Amerika is het Johnson & Johnson (Band Aid).
Zoals het PGNC uitlegt: “Het is nog niet zoo heel lang geleden, dat men als pleister in het huisgezien slechts een dunne zijde-achtige rose stof aan één zijde met gom bedekt en in kleine vakjes door perforatie ingedeeld. Een afgescheurd stukje werd met moeders tong bevochtigd en op de gewonde vinger van haar kind geplakt.” De nieuwe witte caoutchouc (rubber) hechtpleister, die zonder bevochtiging op de huid kleeft en die alleen bedoeld is om verbandstof op de huid vast te houden. Daarnaast is de elastische hechtpleister, die rekbaar is en dus bij het buigen van gewrichten meegeeft. De namen van de pleisters zijn Brocaplast en Brocaplast Elastiek. (PGNC 27/4/1934).
In 1934 gaat de pleisterfabriek open. Daarbij schrijven zowel het PGNC als de Gelderlander een uitgebreid artikel.
Bij de opening
De Gelderlander schrijft bij de opening:
“Uitbreiding Nederlandsche Verbandwattenfabriek
Belangrijke nationale industrie.
De keuze viel op Nijmegen.
Ruim twee jaren geleden, in 1932, had een fusie plaats gevonden tusschen de toen reeds meer dan twee eeuwenoude firma Brocades en Shteman, een der belangrijkste subjecten der Nederl. Pharmaceutische industrie en de Nederl. Verbandwattenfabriek, eenige tientallen jaren geleden door den heer Menalda van Schouwenburg te Nijmegen opgericht.
Van deze fusie, af juister aandelenovername, kwam bij wijze van uitzondering geen ruzie. Integendeel: de samensmelting geschiedde tot beider partijen bevrediging en de vereenigde krachten hadden tengevolge dat de moeilijkheden, die reeds spoedig kwamen opdagen, in den vorm van malaise en zware buitenlandsche concurrentie, die door een lacune in de tariefwet niet konden worden geweerd, beter konden worden bestreden.
Doch de malaise duurt voort en de tariefwet wordt niet gewijzigd. Tegen ruïneus-lage prijzen spuiten buitenlandsche producenten hun goederen op de Nederl. markt en de de Nederl. producent staat machteloos. Het behoeft geen betoog dat vele fabrikanten, dank zij deze eenzijdige vrijhandelswoede onzer bestuurderen, òf reeds het loodje erbij hebben moeten neerleggen, òf op den rand van een afgrond staan.
De gecombineerde Brocafarm echter wil den strijd met nieuwe wapenen doorzetten. Zij heeft besloten een nieuwe bedrijfsafdeeling op te richten n.l. een caoutchouc-hechtpleisters en cellonawindsels, waarop wij hieronder uitvoeriger zullen terugkomen.
Een dergelijk besluit getuigt niet slechts van moed, doch ook van nationaal verantwoordelijkheidsbesef.
Voor Nijmegen, alwaar na eenige beraadslaging besloten werd het nieuwe bedrijf te vestigen, heeft het besluit daarenboven nog bijzondere beteekenis. Iedere vooruitgang, iedere uitbreiding van industrie beteekent voor Nijmegen dat nu reeds en nog meer wanneer eenmaal de nieuwe Waalbrug gereed zal zijn, een belangrijk verkeerscentrum is, zoowel te water als te land, een schrede vooruit naar den weg van nieuwe welvaart.
…
Wat de inrichting van, en de werkzaamheid in de nieuwe afdeeling betreft, zij het volgende opgemerkt:
Het fabriceeren der Brocaplast.
Advertentie Brocaplast (PGNC 4/7/1936)
In de fabriek treft men na het laboratorium gepasseerd te zijn, waarin zooveel grondstoffen als fabricaat aan strenge keuring worden onderworpen, het eerst een localiteit aan, waarin het pleisterdoek wordt verwerkt. Het wordt op een machine in zwaar gespannen toestand gelijkmatig opgerold tot zeer harde rollen van 75M. lengte en 80 cM. Breedte. Deze harde rollen worden dan op een snijmachine tot schijven gesneden van diverse breedten, de pleisterbreedte, welke schijven bij afwikkelen dus band opleveren.
In de beide volgende lokaliteiten wordt de pleistermassa vervaardigd d.i. de kleefstof, welke bestemd is om op het band te worden aangebracht. Door smelten onder verwarming van stoom wordt uit verschillende ingrediënten de harsmassa bereid in het eerste lokaal, terwijl in het tweede lokaal kneedmachines staan opgesteld, waarin rubber wordt opgelost in benzine een vrij langdurig proces; ten slotte wordt de harsmassa ook in de kneedmachines toegevoegd en zoo vormt zich volgens bijzondere recepten pleistermassa voor verschillende soorten pleister.
Het aanbrengen van deze klevende massa op het band en op rekbaar pleisterdoek geschiedt in een volgend lokaal, waar op 4 plaatsen luchtafzuigingen plaats vinden. Immers de rubber was opgelost in benzine, welke na het uitstrijken op het doek weer moet verdampen en daarna door een zwaren ventilator wordt weggezogen.
Aangezien deze benzinedamp explosiegevaar medebrengt, is in de geheele fabriek de installatie van electrische kracht en licht geheel explosievrij uitgevoerd, een kostbare aanleg.
Tevens treft men aan elastische pleister in den vorm van zwachtels en ook pleister op zeildoek van rekverband, al of niet geperforeerd. Bijzondere aandacht verdient aldaar de streepsgewijze bestreken pleister tusschen stroken kleefmassa zijn strepen pleisterdoek onbestreken gelaten, waardoor uitwaseming van de huid ondanks de pleisterbedekking kan blijven plaats vinden.
Zooals in het begin opgemerkt heeft men bij pleister ter afdekking van de wond verbandstof noodig, men legt geen pleister op een open wond. Nu wordt in een der zalen ook het artikel vervaardigd, dat een zeer groote toekomst heeft, n.l. het Brocaplast Wondverband, waarbij de pleister is voorzien van een wondkussentje uit anti-septisch verbandgaas bestaande, wat het door de wond afgescheiden vocht opneemt. Dit wondverband uitgevoerd in Brocaplast elastisch vormt een ideale wondbedekking.
Cellona windsels
Een aparte afdeeling van het nieuwe gebouw vormt de vervaardiging van de Cellona windsels.
Deze worden gebruikt ter vervanging van de gispswindsels, dus om beenfracturen in gipsverband vast te leggen.
Het groote voordeel van het gebruik van Cellona is dat men met een veel dunnere gipslaag hetzelfde bereikt; de patiënt krijgt dus een veel lichter dus minder hinderlijk verband en omdat Röntgenstralen nu veel beter kunnen doordringen, is de goede zetting en genezing van de fractuur veel beter te controleeren.
In de eerste afdeeling wordt de massa bereid, welke in de tweede zaal wordt aangebracht op gaas, waarmede na droging één geheel wordt gevormd, in tegenstelling met gipswindsels, welke sterk strooien. De windsels worden om geperforeerde kernen gewikkeld en vervolgens verpakt.
De verbandwattenfabriek.
Na een kijkje in het grondstoffenmagazijn, waar een honderdduizend Kg. Katoen in zwaar geperste balen op verwerking ligt te wachten, volgt eerst het gebouw der bleekerij.
Hier wordt de katoen in ijzeren autoclaven afgekookt en ontvet, vervolgens gebleekt in een zeer groote kuip, daarna gewasschen en gedroogd.
In het tweede gebouw, de wattenfabriek wordt de gebleekte katoen geopend en vervolgens gekaard op de kaardmachines, welke in een lange rij in drie kaardzalen staan opgesteld.
De verkregen watten in allerlei soorten en kleuren voor pharmaceutische en technische doeleinden worden in de volgende zalen verder afgewerkt en verpakt.
Bijzonder interessant is de zig-zag-verpakking, waarvan het gebruik nog steeds toeneemt. De bekende Brocapharm Zigzagverpakking is de eerste geweest, welke in Nederland de ouderwetsche cartonverpakkingen heeft vervangen en haar klein formaat praktische pakjes zijn nog niet overtroffen.
Door een leemte in de Tariefwet en het door de Duitsche Regeering in toepassing brengen van den zusätzliche Export wordt op het oogenblik de afzet van verbandwatten van Nederlandsch Fabricaat vrijwel onmogelijk gemaaktt in eigen land, terwijl het Nederlandsch product in Duitschland door invoerrecht en weigering van deviezen voor de betaling wordt geweerd. Deze wantoestand is onze Regeering bekend, een technische herziening van de Tariefwet is sedert lang in bewerking maar kost wegens het groote aantal herzieningen die aangebracht moeten worden veel tijd. Intusschen profiteeren de buitenlandsche wattenfabrikanten van de mooie gelegenheid welke Holland biedt om zonder invoerrecht te importeeren, een unicum in Europa zoover ons bekend.
De pleisterfabriek is ten deele bedoeld als een middel om het lange wachten op de herziening van het tarief van invoerrechten beter te kunnen uithouden.
Wij wenschen de Brocafarm geluk niet slechts met het dappere initiatief tot deze voor de Nederlandsche industrie ongetwijfeld belangrijke uitbreiding, doch tevens met de voortreffelijke technische verwezenlijking van dit initiatief dat in alle opzichten aan de modernste eischen van een dergelijk bedrijf voldoet.” (De Gelderlander 27/4/1934)
Brand
Op de verbandwattenfabriek bevinden zich grote veelheden makkelijk brandbare materialen. In ieder geval is er twee keer brand bij de fabriek geweest:
Een loods in 1915, doordat een werkjongen een brandende lucifer weggooide bij het “huiswaarts keeren voor de middagschaft”. Daardoor snel al gauw de loods en het dak van de fabriek in brand. De brandweer kon de brand blussen: de loods brandde af, de fabriek bleef behouden (PGNC 5/5/1915)
Blikseminslag: Een van de arbeiders, Mackaay geheten, ziet rookwolken uit de stofkoker van de kaarderij opkomen. Hij waarschuwt een college die in de buurt woont, Wijnen en beiden spoeden zich naar de fabriek. Zij slagen met een ladder naar binnen te komen en zien de brand in de blekerij. Zij proberen de brand te blussen. Intussen hadden buurtbewoners de brandweer gewaarschuwd. Vanwege de grote hoeveelheid brandbaar materiaal als watten dat vlakbij de plaats waar de brand was uitgebroken, was het een wonder dat de brand uiteindelijk meeviel. “De brand in dit dichtbevolkte stadsdeel trok de belangstelling van duizenden.”(PGNC 22/7/1935)
Gevonden verzoeken tot uitbreiding zijn:
21-11-1919 vraagt de N.V. een hinderwetvergunning aan tot uitbreiding van haar fabriek in het perceel Voorstadslaan 75d., kad. bekend gemeente Neerbosch, sectie B, nos. 2(?)782 en 2795 (PGNC 22/11/1919).
Aanvraag hinderwetvergunning voor het uitbreiden van haar fabrieken, Gemeente Neerbosch, percelen Sectie B, nos. 2782 en 2795 (PGNC 8/6/1920)
Vergunning tot uitbreiding van hare door stoom en elektriciteit gedreven inrichting, Voorstadslaan no. 171, Gemeente Neerbosch, Sectie B, no. 2795 (PGNC 14/2/1921)
Uitbreiding van hare fabriek, Voorstadslaan 75d, gemeente Neerbosch, sectie B, Nos. 2795 en 3294 (PGNC 12/11/1924)
Aanvraag hinderwetvergunning voor het uitbreiden van haar fabrieken, Voorstadslaan 75D, Gemeente Neerbosch, percelen Sectie B, nos. 3422 (PGNC 28/12/1927)
Aanvraag hinderwetvergunning tot het uitbreiden van haar door elektriciteit gedreven verbandwattenfabriek, Voorstadslaan 75d, Gemeente Neerbosch Sectie B No. 3357; op 2-8 verleend (PGNC 1/6/1933, De Gelderlander 2/8/1933)
Aanvraag hinderwetvergunning voor het oprichten van een ondergrondse bewaarplaats met aftappomp, Gemeente Neerbosch, Sectie B, No. 3357 (PGNC 6/10/1933)
Het uitbreiden van hare door electriciteit gedreven verbandwattenfabriek, Voorstadslaan 75D, gemeente Neerbosch Sectie B nos 3997,3239 en gedeeltelijk nos. 3234/3238 (PGNC 22/6/1935 en PGNC 13/8/1935)
Op 30-8-1938 krijgt de N.V. Koninklijke Pharmaceutische Fabrieken v/h. Brocades-Shteeman en Pharmacia, gevestigd te Meppel, vergunning tot het uitbreiden van hare door elektriciteit gedreven inrichting voor het fabriceeren en tras… verbandwaten, verbandstoffen, … in de perceelen aan de Voorstadslaan Nos. 75d, 77 en 173, kadastraal bekend gemeente Neerbosch, Sectie B, Nos. 3997, 3999, 3239 en gedeeltelijk 3234/3238 (PGNC 5/9/1938)
Rond januari 1949 krijgt de fabriek vergunning aan tot het uitbreiden van haar fabriek en ondergrondse benzinebewaarplaats aan de Voorstadslaan No 75d-77 en 173, kadastraal bekend gemeente Neerbosch, Sectie B, No. 4468-4474 (De Gelderlander 22/11/1948 en De Gelderlander 29/1/1949)
Overige gevonden meldingen
Op 26-1-1928 koopt de N.V. 13 woning met Uitweg aan de Voorstadslaan, pl. gem. 79, 81, 83, 85, 87, 89, 91, 93, 95, 99, 101, 103 en 107, groot 25, 71A voor f20.700 (PGNC 28/1/1928)
Rond 1937 heeft de gemeente een nieuwe weg gepland “tusschen de Voorstadslaan en Krayenhofflaan”.
In September 1937 komt de directie en de Gemeente Nijmegen overeen dat de fabriek een strook grond mag aankopen van ongeveer 48 centiare voor f2 per centiare, een gedeelte van Gemeente Neerbosch, Sectie B, no. 3505. Bovendien zal de fabriek de helft van de kosten van de aanleg en verharding van de nieuwe straat betalen en een kwart van de kosten voor riolering. Bovendien zal de N.V. een stuk grond afstaan van ongeveer 62 c.A. van perceel Gemeente Neerbosch, Sectie, no 3386, wanneer de gemeente wil overgaan tot de aanleg van de nieuwe weg (PGNC 6/9/1937).
In 1939 wil de gemeente daadwerkelijk overgegaan tot de aanleg van de weg “Teneinde het in exploitatie brengen der in de nabijheid van de Krayenhofflaan en de Marialaan gelegen gemeenteterreinen. Het stuk welke de N.V. wil afstaan lijkt echter groter dan aanvankelijk genoemd: 1872 cA. Daarbij draagt ze f3432 bij in de kosten. (PGNC 4/5/1939, PGNC 10/5/1939, De Gelderlander 27/7/1939).
Het is mij nog onbekend welke weg dit betreft, waarschijnlijk de Sperwerstraat, ook al heeft deze straat in 1929 haar naam gekregen. En of op dat moment de gemeente daadwerkelijk is overgegaan tot werkzaamheden.
Rond 1952 lijkt de ingang van de fabriek verplaatst te zijn naar de Sperwerstraat 90. Dan kunnen “nette meisjes” zich bij de portier aldaar aanmelden om te komen werken op de afdeling Verbandstoffen (De Gelderlander 22/11/1952)
Hartmann sloot de fabriek en verkocht deze in 2002 aan een projectontwikkelaar. Nadat het niet was gelukt om een goede invulling te bedenken, verkocht deze het terrein aan Giesbers-Wijchen. De ontwikkelde vervolgens in samenwerking met haar “afnemers” een project met Orion en Terra rond de Graspieperhof. Zie hiervoor:
Op het voormalige terrein van de Verbandwattenfabriek (Het Hartmann-terrein) aan de Sperwerstraat kwam het studentencomplex Orion en appartementen voor ouderen…
Zie ook:
Een overzicht van Brocades producten op Noviomagus
Tankstation van FINA, 18-9-1981 (Ber van Haren via KN13406-24 RAN) van Diemerbroeckstraat Bottendaal architect van Ravesteyn
Veel mensen weten dat van Ravesteyn de architect is van het na-oorlogse station van Nijmegen. Hij ontwierp echter ook het inmiddels gesloopte postkantoor aan het Stationsplein. Maar ook benzinetation voor Fina, dat aan de andere zijde van het station lag. Dit gebouw was een van 24 na-oorlogse pompstations die van Ravesteyn voor Fina heeft ontworpen.
Van Ravesteyn
Op 13-8-1953 besteedt S. van Ravesteyn “het maken van een benzine-station met smeerstation aan de van Diemerbroeckstraat te Nijmegen aan”. De opdrachtgever is de N.V. Purfina Nederland uit Den Haag. (De Gelderlander 20/7/1953)
Fina en van Ravesteyn
Het eerste ontwerp van Van Ravesteyn voor Fina was het demontabele station in Ede uit 1935. Het eerste naoorlogse benzinestation was ter hoogte van Zwammerdam (nu Reeuwijk) langs de Rijksweg 12. Dit was tevens de eerste benzinepomp langs een rijksweg in Nederland.
Tussen1948 en 1964 ontwierp Van Ravesteyn 24 benzinestations voor de N.V. Petroleum Maatschappij Fina. Zij hadden allen een vrijwel eigen uiterlijk: “Hij was tegen het volledig standaardiseren, omdat elke situatie toch weer verschillen biedt. “Het benzinestation kon, met de daarbij behorende weg en de auto’s daarop, het landschap tot een nieuw karakter en een nieuwe schoonheid brengen.”. (http://www.grootveld.net/tankstat/historie.htm). Van zijn 24 ontwerpen is alleen het gebouw aan de Apeldoornseweg in Arnhem overgebleven, En verder over deze 24 ontwerpen: Voor wat betreft de architektuur werd de voorkeur gegeven aan gepleisterde gebouwen met ijle, schuin oplopende luifels. Men kwam tot de konklusie dat aanpassing aan de omgeving meestal tot niets leidde. Voor het eerst werd het benzinestation als autonoom bouwtype opgevat, met een eigen verschijningsvorm.”
Blikvangers
De oliemaatschappijen Purfina, maar ook Esso en Shell kozen er na de Tweede Wereldoorlog voor om de opdracht voor het ontwerpen van een benzinestation te geven aan een gerenommeerd architect. Naast van Ravesteyn voor Perfina waren dit Dudok voor Esso en Staal voor Shell. Zo wilden zij zich verzekeren van architectonische blikvangers.
Enerzijds om de aandacht van de automobilist te trekken: de zogenaamde “stopping power” van een station, om juist bij hen te komen te tanken. Anderzijds werd een gerenommeerd architect gekozen om de kans op aanvaarding door een Schoonheidscommissie te vergroten, die het ontwerp van een benzinestation moest goedkeuren. Veel commissies waren kritisch op de ontwerpen, die streefden naar een zo opvallend mogelijk station.
Petrofina
De Petrofina (Compagnie Financière Belge des Pétroles) was een Belgische oliemaatschappij. Zij is opgericht in 1920 in Antwerpen en had als doel om de Duitse oliebronnen, die in de Eerste Wereldoorlog waren verkregen, te controleren. De olieproducten werden in België, Afrika en Europa onder de naam Fina (tot 1960 ook: Purfina) verkocht. In 1999 werd Petrofina onderdeel van Total.
Deze Pagina verzamelt artikelen die reeds over Bottendaal zijn gepubliceerd. Lunet Bottendaal: afvalplaats voor botten? Bottendaal is vernoemd naar een…
Deze pagina verzamelt artikelen over de Sperwerstraat
Sperwerstraat oa nr 1
Het hoekpand op de Eerste Oude Heselaan 186 – Sperwerstraat 1, 1978-1980 (Gemeente Nijmegen via KN11413-20 RAN CC0)N.V. Bredero’s Bouwbedrijf Werk No 3 Nijmegen 18 woningen en 2 bovenwoningen a/d Sperwerstraat – Oude Heesche Laan, H Ryksen, 29-5-1931 getekend (D12.396865)N.V. Bredero’s Bouwbedrijf Werk No 3 Nijmegen 18 woningen en 2 bovenwoningen a/d Sperwerstraat – Oude Heesche Laan, H Ryksen, 29-5-1931 getekend (D12.396865)N.V. Bredero’s Bouwbedrijf Utrecht, Werk No. 3 Nijmegen Wijziging v/h Perceel No 18 v/h ingediend plan a/d Sperwerstraat, H. Ryksen J.E.(?), getekend 2-7-1931; veranderd 18-7 (D12.396869)Advertentie Bredero’s Bouwbedrijf voor woningen Sperwerstraat en Dobbelmannweg (De Gelderlander 12/8/1931)
Gevonden bewoners Sperwerstraat 1
Naam
Beroep
Bron
Opmerking
Th. B. Kroes
Kantoorbediende, afkomstig van Arnhem, Zaslaan 85
1932 en PGNC 9/1/1932
P.B. van der Zalm
Smid
1934, 1936, PGNC 23/5/1936
Vertrekt rond 23-5-1936 naar Utrecht, Dollardstraat 18bis
H.J. Bouman
Papierbewerker
1938
P. v. Wezel
Los werkm, van Warmond, v. Beveninghstraat 4
PGNC 29/11/1941
F.J. van Haren
Melkbezorger
1940
G. van der Giessen
Schipper
1951, 1955
J. van der Giessen
Schipper
1951, 1955
W. van der Giessen
Schipper binnenvaart
1951, 1955
W. van der Giessen
Kapitein binnenvaart
1951, 1955
J.A. Polak
Kopervormer
1963, 1966, 1968
G.A.H. Bekkers
1971
F.J. Martens
1971
Sperwerstraat 2
Plan voor het Bouwen van een winkelhuis met woning en 9? Woningen a/d Sperwerstraat en Oude Heesschelaan te Nijmegen, Kad. Bekend Gem. Neerbosch Sectie B. No 3320 (D12.396215)Wijziging Bouwplan bij het bouwen van een winkelhuis en woningen a/d Sperwerstraat en Oude Heeschelaan (D12.396218)
Sperwerstraat 2 De Gelderlander 15/2/1936
Sperwerstraat 35
Kijkend vanuit de Sperwerstraat naar de achtergevel van het hoekpand op de Krayenhofflaan 265; Links is de Kaaswinkel – Fromagerie aan de Sperwerstraat 35 te zien, 1978-1980 (Gemeente Nijmegen via KN11413-18 RAN CC0)
Sporthal
Een mooie foto van de bouw van de nieuwe sporthal, gedateerd1980-1985, is te vinden op F86623 RAN, een foto uit De Wijkbode, Wijkblad van de Krayenhofflaan en de Koninginnelaan Nijmegen, 1966-1989)
Speelplein
Pleintje en nieuwbouwwoningen, Sperwerstraat, 1985 (Ber van Haren via KN14416-4 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
St. Jacobsmolen op de St. Jacobstoren; signatuur, annotatie, R.L. 1876, Vesting slopen aan de Heesepoort gezigt op de walmolen en Kronenburger toorn R. Lauwerier 1878, Valkhofmuseum via C.XV.B.23 Collectie Gelderland
De St. Jacobstoren is in de 16e eeuw gebouwd, het meeste zuidelijke restant van de stadsmuur. Daarop stond de St. Jacobsmolen, die de bijnaam Sans Souci kreeg vanwege het conflict tussen de gemeente en de molenaar over de verkoop van de molen. Het torentje uit de jaren 70 is een herinnering aan deze molen.
Muurtje
Hoe klein en onopvallend ook, het stukje muur dat op de foto te zien is, is het meest zuidelijke deel van de Nijmeegse stadsmuur dat overgebleven is.
Sint Jacobstoren
De Kronenburgertoren , de Roomse Voet en de St. Jacobstoren met de St. Jacobsmolen oftewel de Polmolen Sans Souci ; een potloodtekening- en pentekening, gesigneerd B.J., 27/7/1827 (F56803 RAN)
De Jacobstoren is de meest zuidelijke toren van het Kronenburgerpark. Deze toren stamt uit de 16e eeuw en is ongeveer in 1525 gebouwd.
In dat jaar wordt hij genoemd in de stadsrekening van 1525 bij de datum 27 juli: ‘den steenmetzelers van den yrsten steen van den …nijen tairn geheiten sent Jacobstairn’.” (Straatnamenregister).
Opvallend is dat de toren -en de naastgelegen Roomse Voet- een stuk kleiner is dan de meer bekende Kruittoren. In de middeleeuwen waren bogen en katapulten belangrijke wapens in de belegering van de stad. Dus hoe hoger de muren en torens, hoe moeilijker een stad in te nemen was. Met de komst van kanonnen veranderde dit. Hoge torens waren nu zelfs zwakke plekken: deze konden worden afgeschoten. Daarom bouwde men vanaf dat moment lagere torens. De stadsmuur werd achter verzwaard met een aarden wal. Hier kon de stad tevens hun eigen kanonnen plaatsen en boden de wallen mogelijkheid tot verplaatsing.
De toren is echter nooit daadwerkelijk in gebruik geweest als verdedigingswerk.
De naam St. Jacobstoren
De herkomst van de naam St. Jacobstoren is niet met zekerheid te zeggen. Waarschijnlijk is de naam vernoemd naar St. Jacobus de Meerdere, discipel en apostel van Jezus.
Een mogelijke verklaring daarvoor dat in de Benedenstad (aan het Glashuis) de 15e eeuwse St. Jacobskapel staat. Deze kapel is een overblijfsel van het gasthuis waarin onder andere de pelgrims werden opgevangen die op weg waren naar Santiago de Compostela. Nijmegen lag op deze pelgrimsroute, waarbij Jacobus de patroonheilige van Santiago is. Mogelijk verlieten de pelgrims via deze poort de stad richting zuiden en is deze daarom direct of direct vernoemd naar St. Jacobus.
Sint Jacobsmolen
St. Jacobsmolen op de St. Jacobstoren; signatuur, annotatie, R.L. 1876, Vesting slopen aan de Heesepoort gezigt op de walmolen en Kronenburger toorn R. Lauwerier 1878, Valkhofmuseum via C.XV.B.23 Collectie Gelderland
Op de Jacobstoren werd in 1581 de Sint Jacobsmolen gebouwd. Veel molens van de stad waren geplaatst op een toren of de wallen in het (zuid) westen van de stad vanwege de windrichting. Bij de ontmanteling in 1874 wilde de gemeente de molen zo snel mogelijk kopen en afbreken. De eigenaar wilde echter een hogere prijs dan de gemeente wilde betalen.
Conflict over de verkoop van de Jacobsmolen
De St. Stevenskerk en de stadswal met de Polmolen Sans Souci (de St. Jacobsmolen) op de St. Jacobstoren; een aquarel van Rudolphus Lauwerier, 1881, F53231 RAN
De St. Stevenskerk en de stadswal met de Polmolen Sans Souci (de St. Jacobsmolen) op de St. Jacobstoren; een aquarel van Rudolphus Lauwerier, 1881, (F53231 RAN)
De eigenaar wist de molen tot 1887 te behouden. Wikipedia meldt dat de molen door een storm een wiek verloor en dat daarop de gemeente de molen alsnog kon kopen en afbreken. In de Molendatabase wordt echter een artikel uit Algemeen Handelsblad, 27 okt. 1881 aangehaald, waarin de molen op dat moment nog maar 2 wieken heeft: “ de oude bouwvallige molen, die slechts twee wieken meer heeft”. Dit artikel gaat ook verder in op het conflict: de gemeente ging ervan uit dat de molen slechts stond met een vergunning tot op het moment dat de gemeente deze vergunning zou opgezeggen. De gemeente wilde daarom de vergunning opzeggen, waarbij de huidige eigenaar, molenaar Van den Boogaard, de molen moest ontruimen. Van den Boogaard bracht bij de rechtbank in verweer dat de molen vanaf de 14e eeuw al in gebruik was. Daarbij stelde de rechtbank de molenaar in gelijk.
Dit betekende wel dat de gemeente bij de aanleg van de verbindingsweg tussen de Regulierstraat en de Hezelstraat de opgang van de molenaar moest verleggen van noordelijke naar westelijke richting.
Daarnaast zou de gemeente inmiddels voormalige vestinggronden hebben verkocht voor de bouw van villa’s, zonder rekening te houden met het “windrecht”. Dit is het recht dat een molenaar heeft verkregen voor het ongestoord kunnen vangen van wind, zonder dat deze wind belemmerd wordt door bijvoorbeeld bouwwerken. Het artikel besluit: “Men kan dus nog veel plezier van den ouden bouwvalligen ‘Polmolen’ met twee wieken hebben.”
De St. Jacobsmolen, ook Polmolen “Sans Souci” genoemd, inmiddels met nog maar 2 wieken, foto gedateerd rond 1880 (F68658 RAN)
Bijnaam Sans Souci
Inmiddels had de molen de bijnaam “Sans Souci” (zonder zorgen) gekregen, vernoemd naar een -mogelijk niet op waarheid gebaseerd, maar wel een legendarisch verhaal- soortgelijk langlopend conflict uit de 18e eeuw tussen Frederik de Grote van Pruisen en een molenaar in de omgeving van zijn paleis “Sans Souci” in Potsdam, waarbij een rechter de molenaar eveneens in gelijk zou hebben gesteld. (De bronnen die ik (RE) heb geraadpleegd verschillen of dit voorval echt gebeurd is of niet en ik heb dit niet verder onderzocht).
Een plaquette op de woning op de hoek Parkweg-Van Berchenstraat herinnert nog aan deze molen.
Huidige tijd
De Sint Jacobstoren (Zandtoren), onderdeel van de oude stadsomwalling in het Kronenburgerpark, voor de restauratie van 1971/1972, 24/3/1966 (Gemeentepolitie Nijmegen via F56944 RAN CCO)
De Sint Jacobstoren (Zandtoren), onderdeel van de oude stadsomwalling in het Kronenburgerpark, voor de restauratie van 1971/1972, 24/3/1966 (Gemeentepolitie Nijmegen via F56944 RAN CCO)
Na afbraak van de molen was de toren lange tijd in gebruik als ijskelder. Hierbij werd het ijs uit de vijver in het park in de kelder gegooid, waardoor de groente en het fruit in de verdieping daarboven koel bleven.
In 1971-1972 vond restauratie van de toren plaats. Als herinnering aan de molen werd tevens het kleine torentje gebouwd.
St Jacobstoren met torentje ter herinnering aan St Jacobsmolen, januari 2023
De toren is af en toe van binnen te bezichtigen. Bij/boven de ingang van de toren hangt een mooie vederesdoorn (tweet Twan Teunissen).
Kunstwerk Niels van Bunningen
Kunstwerk Sans Souci op de Roomse Voet Niels van Bunninge,n mei 2023
Kort geleden (de eerste versie van dit artikel is geschreven in september 2023) werd nog een andere herinnering aangebracht in het kader van Walk of the Town: op de toren van de Roomse Voet herinnert een kunstwerk aan Sans Souci. Waarom het kunstwerk op een andere toren is geplaatst, is mij niet bekend.
De maker is Niels van Bunningen. Op zijn site is tevens een foto van deze molen en andere werken die op dat moment nog in ontwikkeling zijn te zien.
Op de hoek van de Kroonstraat en Parkweg staat een voormalige kruidenierswinkel. Daarbij is opvallend, dat de huidige opschriften noch voorkomen op de foto uit de jaren 1946-1947, noch de foto gedateerd 1980
1881, Parkweg 120-122-124 Het ontwerp van deze in 1881 gebouwde herenhuizen worden vaak toegeschreven aan Bert Brouwer. Rob Essers maakt op Noviomagus aannemelijk dat Brouwer niet de architect zal zijn geweest. Zie voor een uitgebreid artikel de hierbovenstaande link. Rijksmonument Parkweg 120-124 is een Rijksmonument; op deze site staat tevens een uitgebreide beschrijving. Met als…
Het gebouw staat bekend als het Belgisch Consulaat. Oorspronkelijk is het in 1887 gebouwd als huis en magazijn van zoutzieder J. van Roggen. Ook zullen veel mensen het herkennen vanwege de (vele) horeca-gelegenheden die in dit pand hebben gezeten.
Op de hoek van de Parkweg en Pijkestraat staat het beeld van de Gouden Engel. Beeldhouwer Fred van Teeseling liet zich inspireren door de Nijmeegse legende van de Gouden Engel uit 1600: het verhaal over een tragische liefde en over een engel van puur goud die ergens in de binnenstad van Nijmegen begraven zou moeten…
Samenkomst van Lange Hezelstraat en de Parkweg rechts; links de hoek met de Nieuwe Markt, 1899 (Uitg. Firma F.J. Kloosterman via F19208 RAN)
In 1899 lijkt de hoek van de Lange Hezelstraat en de Parkweg nog een woonhuis te zijn (F19208). Een aantal jaren later is het Café De Poort van Hees (F19190), zoals het café nog vele jaren, tot 2017, heeft geheten.
In 2017 kwamen er nieuwe uitbaters, zie het artikel van de Gelderlander.
Lange Hezelstraat met Poort van Hees op hoek Parkweg, 1900-1905 (Uitg. Nauta, Velsen via F19190 RAN)
Parkweg 18 20 22 (huidig) en ’t Hoogje
Panden tussen de Parkdwarsstraat en de Regulierstraat, je kijkt richting Eerste Walstraat
Links de huidige nummers 22, 20 en 18. Het rijtje lage huisjes werd “Het Hoogje” of “ABC” genoemd. De huisjes zijn in 1928/1930 gesloopt, 1890 (GN616 RAN)
Het Straatnamenregister:
“Het Hoogje
“A B C, ook wel „HET HOOGJE” genaamd, een rei kleine, lage huisjes, thans Parkweg 2 tot 16. Oorspronkelijk stonden deze huizen aan den weg die onder langs den Wal liep, en die den naam van Achter dan Wal droeg. Hun ligging geeft dus de hoogte aan welke die weg daar bereikte. (…)” (Van Schevichaven 1896, p. 1)
Het A.B.C. lag niet aan de Parkweg, maar aan de andere kant van de Regulierstraat aan de Eerste Walstraat.
“Parkweg. (…) Een groepje kleine huisjes aan het boveneinde van den Parkweg, hoek Regulierstraat, gesloopt in 1928, werd ‘Het Hoogje’ genoemd. Vóór deze huisjes lag een hooge stoep.” (Teunissen 1933)” (Straatnamenregister)
Parkweg 22, 20 en 18 en de “nieuwe” bebouwing, maart 2025 (Google Streetview)
De Lapjeskat, verkoop van wol- en katoengaren. Voorheen bakkerij Reijs en een zaak met garagegereedschappen en automaterialen van Ed Creemers, getuige de reclameschildering op de muur, Berg en Dalsseweg 284, 1975-1980 (F86336 RAN CC0)
In 1925 bouwt Berntsen & Braam 11 woningen met een winkelhuis op de hoek van de Berg en Dalseweg en de Corduwenerstraat. In de winkel op de hoek, Berg en Dalseweg 284, zal jarenlang bakker Reijs zijn gevestigd. Een muurschildering herinnert aan deze bakkerij. Met ooit daaronder, een muurschildering van Ed. Creemers.
Onderstaande bouwtekening ( D12.389280 lijkt 17 november 1924 te zijn: Plan voor het Bouwen van 11 Middenstandswoningen w.o. 1 Winkelhuis aan den Berg en Dalscheweg alhier. De aannemer is N.V. Berntsen & Braam’s Aannemersbedrijf; helaas is de naam van de eigenaar niet te lezen. De Corduwenerstraat is dan een “geprojecteerde weg”.
Plan voor het Bouwen van 11 Middenstandswoningen w.o. 1 Winkelhuis aan den Berg en Dalscheweg alhier Kad. Gemeente Hatert Sectie A no. 19, aannemer N.V. Berntsen & Braam’s Aannemersbedrijf (D12.389282)
Bij de bouwtekening voor de aanleg van de rioolaansluting voor de aanbouw van de opslagruimte voor nummer 284 (Datum bouwdossier 21-2-1936, D12.402246) perceel 282 (Datum bouwdossier 15-7-1941, D12.405652). Daarna zijn nog een aantal andere verbouwingen geweest.
Een mooie foto uit 1975-1977 is te zien op F12643 RAN.
Berg en Dalseweg 286: herinneringen aan Gerbert Rebel
Tram lijn 1 voor de zuidelijke gevelwand van de Berg en Dalseweg ; links achter de tram begint de Corduwenerstraat. Achter de tram zijn de nummers 286 en 284 te zien, 1947-1952 (F93220)
De directe aanleiding om te schrijven over dit blok woningen, waren de herinneringen van Carolien Rebel over haar opa, kaashandelaar Gerbert Rebel.
Vooraf: Bloemerstraat
Rond 1933 was Rebel van de Bloemerstraat naar de Berg en Dalseweg verhuisd. Lees hier over de voorgeschiedenis:
Carolien Rebel: “mijn twee zusjes en ik (we waren kleine kinderen) vonden het eng om op de Berg- en Dalseweg 286 de trap naar de garage te nemen. Daar was het donker, er lagen kazen en het stonk er vreselijk (naar kaas uiteraard). Die geur herinner ik me nog. Zo’n penetrante geur. Het was tegelijkertijd natuurlijk spannend voor ons om af te dalen. Misschien ook omdat het er donker was. Mijn opa was een praatgrage man, rookte als een ketter; ik denk dat hij best een goede handelaar was. Hij stierf in 1973, toen hij 76 en ik 15 was. Mijn oma was al eerder gestorven, in 1964, ze is 67 geworden. Mijn tante vertelde dat oma Teuntje de kaaswinkel in de Bloemerstraat bestierde. En ze vertelde ook dat opa en oma het zwaar hadden in de oorlog.
Hun twee zonen, Jan en Ben, zijn niet in de kaas verder gegaan.
Mijn vader Jan hield wel zijn hele leven ontzettend van (oude) kaas, waarschijnlijk door hoe hij opgevoed is. Ook de handelsgeest zat in zijn bloed. Mijn vader stierf in 2015 op 82-jarige leeftijd.”
Advertentie Kaashandel G. Rebel (PGNC 31/12/1938)
Advertentie Kaashandel G. Rebel (De Gelderlander 14/2/1953)
Berg en Dalseweg 284: Brood- en Banketbakkerij G.M. Reijs
In juni 1925 vraag G.M. Reijs vergunning aan tot het “oprichten van een bakkerij in het perceel Berg en Dalscheweg no. 270, Kad. Bekend gemeente Hatert, Sectie A. no. 79” (PGNC 20/6/1925).
Bij de opening in 1925 schrijft de Gelderlander:
“Banketbakkerij G.M. Reijs.
De buitenwijken worden steeds meer drukkere milieus, waar allerlei neringen voor dagelijksche gebruiksartikelen recht van bestaan krijgen.
De brood-, koek- en banketbakkerij op de allereerste plaats.
Berg en Dalsche weg No. 270 in de onmiddellijke nabijheid van het Zwaantje, opende de heer G.M. Reijs er heden een (afgebroken zin)
Goed vakman, zorgde hij voor uitstekende inrichting in een door de firma Berntsen en Braam ruim en riant gebouwd hoekhuis.
De winkel in lichte tinten gezet, door de schildersfirma van Bergen en van Vrijaldenhoven zag er fleurig uit, dank zij niet weinig het aardig arrangement van bloeiende bloemen aangebracht door de bloemisterij Tielemans van Hengstdal. De firma Beukering en Van Veen verzorgden de lichtvoorzieing. De bakkerij, kern van de zaak, waar de goede waar gereed komt, bleek modern ingericht met dubbele heeteluchtoven, uitgevoerd door den bekenden Nijmeegschen ovenbouwer, den heer Meeuwsen.” (De Gelderlander 18/7/1925)
In ieder geval komt G.M. Reijs, bakker, in 1926 voor op Berg en Dalscheweg 270. En vervolgens in de Adresboeken 1928, 1932, 1934, 1936.
In het Adresboek 1938 is het nummer 284, waarschijnlijk vanwege een hernummering. (Wel komt in een advertentie van De Gelderlander 30/11/1940 nog een keer nummer 270, maar mogelijk/waarschijnlijk is dit een vergissing.
Ook in 1948, 1951, 1955 is het “G.M. Reijs, brood- en banketbakker”.
Tarvo
Reijs is een van de bakkers in Nijmegen van Tarvo Brood. (Onder andere PGNC 28/6/1935, De Gelderlander 23/6/1937). Het merk Tarvo voor het tarwemeel waarmee deze bakkers dit brood bakten, werd in 1933 geïntroduceerd. (wikipedia)
In Adresboek 1963 is het J.C.G. Reijs, bakker. Een J.C.G. Reijs komt in 1951 ook al voor op 284 en in 1955 op nummer 271, dan nog zonder dat er een beroep achter zijn naam staat. In 1968 is het “brood en banketb”; op in het Adresboek 1971 komt hij voor.
In 1963 komt er een G.M. Reijs, bakker voor op Hertogstraat 38 en in 1968 op Mariënburgsestraat 23: in hoeverre dit dezelfde “G.M.” is, is nog niet bekend.
Zie ook de foto F12643 RAN, wanneer de vlaggen van Ola ijs uithangen.
Lapjeskat
Tot wanneer de bakkerij heeft bestaan, is mij nog niet bekend. In ieder geval noemt het RAN als jaartal van de foto bovenaan 1975-1980, wanneer de wol- en katoengaren er zit. In Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/9/1982 staat nog een advertentie dat de Lapjeskat van B.E.G. Peters een van de winkels is die meedoet aan de koopavond.
Muurschildering Reijs en Creemers
Berg en Dalseweg 284, maart 2025 (Google Streetview)
Aan de kant van de Corduwenerstraat zit een grote muurschildering. Aanvankelijk waren het twee schilderingen. De een van M.G. Reijs. Maar wie of wat was Ed. Creemers?
Detail Muurschildering Reijs en Creemers, Berg en Dalseweg 284, 1975-1980 (F86336 RAN CC0)
Ed. CREEMERS
GARAGEGEREEDSCHAPPEN TEL 26663 AUTOMATERIALEN KOMEET ACCU’S
en daaronder een pijl.
Ed. Creemers was een grossier in garage gereedschappen en automaterialen gevestigd in Eindhoven.
Komeet was een Accufabriek uit Dieren, opgericht in 1928 als eerste accufabriek van Nederland.
Welk bedrijf achter deze schildering zat is nog niet bekend, mogelijk een handelaar in auto onderdelen en/of een garage? De pijl doet vermoeden dat de betreffende zaak in de Corduwenerstraat lag (of de nabije omgeving).
Creemers
Zoals Noviomagus al aangeeft, was Eduard François Hubert Creemers in 1940 zijn “Gross. in garage-gereedschappen en automaterialen” begonnen, oftewel een handelsonderneming.
Pieter Postplein met poortgebouw. Waar vroeger een graseld lag, ligt nu een speelplaats. Architecten Evers en Sarlemijn
In de jaren 50 ontwierpen de architecten Evers en Sarlemijn het Pieter Postplein in Heseveld. Deze is gebouwd in de stijl van de Bossche School. In de jaren 0 vond een renovatie plaats door Paul van Hontem. Hierbij werd de buitenkant zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat terug gebracht. Daarvoor ontving het bureau de Architectuurprijs van de gemeente Nijmegen. Opvallend is het kunstwerk in het poortgebouw van Denny Baggen.
Ontstaan
In 1951 kregen Evers en Sarlemijn van Woningvereniging “Nijmegen” opdracht om een bebouwingsplan voor een gedeelte van Heseveld te ontwerpen. Het ging dus daarbij niet alleen om de gebouwen, maar ook om de indeling van de buurt. Hun plan bestond uit vier complexen, waarvan het plan voor het 4de complex werd afgekeurd.
Binnen dit plan was de Bouwmeesterbuurt het tweede complex. Deze werd tussen 1953 en 1955 gebouwd. Het complex is zowel vrij stenig als groen. Vanwege de meerdere bouwlagen is het complex vrij stenig. Door het binnenplein is hier het meeste groen van de buurt te vinden. Oorspronkelijk bestond het binnenplein uit een grasveld, tegenwoordig is het een speelplaats.
Aan de kant van de Paul Krugerstraat staan 4 bejaardenwoningen.
Bossche School
Flatwoningen aan Pieter Postplein met speeltuin. Rechts woningen aan de Lieven de Keystraat, 1978 (Gemeente Nijmegen via KN11307-24 RAN CC0)
De gebouwen zijn ontworpen in de stijl van de zogenaamde Bossche School.
Oorsprong
Deze stijl is gebaseerd op Dom Hans Van der Laan, een Benedictijner monnik. Na de Tweede Wereldoorlog gaven Dom Hans Van der Laan, Nico van der Laan en ir C. Pouderoyen hierover een architectuurcursus in Den Bosch, welke zowel Evers als Sarlemijn bezocht hebben.
Juiste verhouding
Kort gezegd komt deze stijl neer op de juiste verhoudingen der delen. Deze verhoudingen scheppen vervolgens een bepaald ritme. Hierbij speelt de verhouding 3:4 een belangrijke rol, die verder is uitgewerkt tot een zogenaamd plastisch getal 1:0,755.
Mediterraanse invloed
De “Afrika- en Bouwmeesterbuurt: beschermd stadsbeeld: toelichting en beeldatlas” noemt de “de flauw hellende schilddaken naar Zuidrand voorbeeld”; Eind jaren 40 maakten Harlekijn en Evers een studiereis Zuid-Frankrijk en Noord-Italië. Of dat in het kader van hun cursus van de Bossche school was, weet ik niet. Van der Laan, de “bedenker” van de Bossche school, bestudeerde en ging met zijn cursisten op excursie naar noord-Frankrijk en Italië.
Pieter Postplein met poortgebouw. Waar vroeger een grasveld lag, ligt nu een speelplaats. Architecten Evers en Sarlemijn
In de jaren 0 vond een renovatie plaats, die uitgevoerd is door architect van Hontem. Van buiten zijn de woningen zoveel mogelijk teruggebracht in de oorspronkelijke staat. Bij de gevels ging het daarbij vooral om de ramen. Daarvoor zijn de houten kozijnen vervangen door aluminium kozijnen, om op deze manier de verdeling die refereert aan de oorspronkelijke verhoudingen terug te laten komen. Waarbij tevens voldoende licht in de woningen komt.
In een interview met “de Stenen Bank”: “De verhoudingen per bouwblok, het ritme van de ramen erin, de verticale en horizontale verhoudingen, daar was niet veel meer van over. Bijvoorbeeld omdat bij een aantal woningen raamkozijnen verdwenen waren en vervangen door grote glasplaten. We zijn begonnen met alle oorspronkelijke bouwelementen nauwkeurig op een rijtje te zetten. Met het doel oorspronkelijke verhoudingen weer te herstellen.”
Daarnaast konden bewoners ervoor kiezen om al dan niet hun woning intern te laten verbeteren, waarbij wel hun huurprijs omhoog zou gaan.
In 2010 ontving van Hontem de Architectuurprijs van de Gemeente Nijmegen vanwege “de wijze waarop van Hontem architecten deze uitdaging heeft opgepakt, getuigt van een behoedzame, zorgvuldige en ingetogen architectonische attitude die past bij dit type opgave“.
Kunstwerk Denny Baggen
Poort Pieter Postplein met het kunstwerk van Denny Baggen, oktober 2021
De muurschildering in de poort passage is gemaakt door Denny Baggen. Zij studeerde in 1987 af aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem.
Op haar website omschrijft ze haar werk als: “Het werk van Denny Baggen is een afspiegeling van haar positieve kijk op het leven. Dieren zijn haar inspiratiebron. Ze bouwt patronen op uit lijnen. Zo’n patroon lijkt abstract maar wie langer kijkt ontdekt een wereld van mens- en dierfiguren. Soms neemt ze zijpaadjes naar meer schetsmatig werk, met een lossere toets. De verf geeft haar de vrijheid te kiezenuit tal van mogelijkheden, terwijl ze trouw blijft aan haar vormentaal. Een kunstenaar met een eigen handschrift.”
Pand uit 1912 in Art Deco stijl (Wikipedia). Vooral de blauwe tegels zijn prachtig. Het pand staat op de “Aandachtslijst Cultureel erfgoed”.
Oorspronkelijk was het linkergedeelte met serre de benedenwoning. Daarnaast lag links de opgang naar een bovenwoning. De eerste deur rechts van de serre was de opgang naar het bovenhuis van het pakhuis, de tweede deur de ingang tot het kantoor.
Plan tot het bouwen van een beneden, drie bovenhuizen en een pakhuis Op een perceel a.d. Voorstadslaan en Biezenstraat Kad. bek. gem. Neerbosch Sectie a No 592, datum bouwdossier 2-8-1912 (D12.382859)
Rechts was de ingang tot het pakhuis. Deze liep helemaal door tot aan de Biezenstraat, waar het haar achteruitgangen uit. Tevens liep het pakhuis door achter de hierboven genoemde opgang en het kantoor.
De derde bovenwoning lag boven het pakhuisgedeelte aan de Biezenstraat.
Gevel Biezenlaan: Plan tot het bouwen van een beneden, drie bovenhuizen en een pakhuis Op een perceel a.d. Voorstadslaan en Biezenstraat Kad. bek. gem. Neerbosch Sectie a No 592, datum bouwdossier 2-8-1912 (D12.382859)
De ondertekenaars lijken “De eigenaar” “J. Puijn” te zijn en daarnaast H.F.(?) de Reus. Of de Reus hier optrad als aannemer en/of architect, is nog niet bekend.
Brandstoffen-Handel J. Puijn
Opening Brandstoffen-Handel Joh. Puijn & Zn. (De Gelderlander 3/9/1921)
In september 1921 kondigt Joh. Puijn & Zn. haar nieuwe Brandstoffen-Handel aan. Het adres van dit pand is dan nog Voorstadslaan 12-14-16. Zij zal hier jarenlang haar brandstoffenbedrijf hebben.
Overlijdensadvertentie Johannes Puijn (De Gelderlander 7/1/1933)
Johannes Peter Matthijs Puijn overlijdt 6 januari 1933 (op De Gelderlander 7/1/1933; op dezelfde pagina van de overlijdensadvertentie staat nog een kleinere, dat het brandstoffenbedrijf de gehele gesloten zal zijn).
In De Gelderlander 22/8/1933 staat de huwelijksaankondiging van Antoon Puijn met Dina van Druten. Het adres van Antoon is Voorstadslaan 20 en van Dina Gorisstraat 20. Ook het toekomstig adres is Voorstadslaan 20.
Advertentie Joh. Puijn & Zn.: “Zomerprijzen” (De Gelderlander 9/5/1933)
Er is nog niet nagegaan wanneer de naam van het bedrijf precies veranderd is: in PGNC 28/1/1935 is het nog Joh. Puijn & Zn. In PGNC 21/11/1935 is het echter A. Puijn.
Antonius Puijn overlijdt op 21 november 1954 op 49-jarige leeftijd. A.M. Puijn – van Druten laat de rouwadvertentie plaatsen “mijn inniggeliefde Echtgenoot”. Dan is het adres nog steeds Voorstadslaan 20. (De Gelderlander 22/11/1954)
In De Gelderlander 23/10/1956 wordt nog een personeelsadvertentie gevonden voor een “flinke kracht” bij A. Puijn. In het Adresboek 1971 komt het nog steeds voor als brandstoffenbedrijf van de weduwe A.M. Puijn van Druten.
Voorstadslaan 18 en 20, maart 2025 (Google Streetview)
Automatiek TIGO op de hoek met de Maasstraat, later kwam hier Snackbar Groenen in, Biezenstraat 112, 6/1969 (F86328 RAN CC0)
Deze verzamelt reeds verschenen artikelen over de Biezenstraat
Een mooie foto van de Biezenstraat op het kruispunt Voorstadslaan uit 1970-1975 is te zien op F63194 RAN. Op dat moment zit Dynamo Rijwielen op het hoekpand.
Biezenstraat 57 is in 1917 gebouwd als voor de Firma F.H. Benda & Zonen, een “borstel- en zeeftenfabriek”. In ieder geval was het tot 1955 nog in gebruik bij Benda.
Op de hoek van de Voorstadslaan met de Biezenstraat ligt de voormalige Verenigde borstelfabriek. Deze was in 1919 begonnen, met electrisch aangedreven machines. De fabriek was daarvoor in de Broerstraat gevestigd geweest en maakt borstels en kwasten.
De R.K. H. Theresiakerk, Waterstraat 148-150,(ontworpen in 1928/1929 door de Benedictijner Monnik-Architect Dom Paul Louis Denis Bellot (7-6-1876 – 5-7-1944) en Hendrik Christiaan v.d. Leur (12-8-1898 – 8-1-1994), 1930 (bewerking van F1557 RAN)
De H. Theresiakerk is in 1928 ontworpen door Dom Bellot (Dom Paul Louis Denis Bellot, 7-6-1876 Parijs – 5-7-1944 Montreal) in samenwerking met Hendrik Christiaan v.d. Leur (12-8-1898 Velsen – 8-1-1994 Nijmegen). Dom Bellot was een Benedictijner monnik en architect.
Ontwerp voor het bouwen van eene woning met kantoor op een terrein aan de Biezenstraat voor rekening der N.V. Bouwmateriaalhandel voorheen van de Venne en van der Sluis Tekening 6-6-1921 (D12.386427 detail)
Vooraf De N.V. was al eigenaar van het perceel. Hierop is rond 1918 de loods voor bouwmaterialen gebouwd, die nog steeds bestaat (de witte loods op nummer 75 (D12.385363). De architect van deze loods is J.C. Hermans. In november 1918 vond aanbesteding plaats, waarbij Van Kessel met f26.447 de laagste inschrijving had. (PGNC 25/11/1918) Woning…
In januari 1949 verkrijgt firma G.J. Onstenk in januari 1949 een hinderwetvergunning “tot het oprichten van een door elektriciteit gedreven inrichting tot het vervaardigen van gedistilleerde dranken, likeuren en limonades in perceel Biezenstraat 44-46, kadastraal bekend gemeente Neerbosch, sectie A no. 1910”. (De Gelderlander 17/1/1949).
Op een later tijdstip, in ieder geval in 1963 hoort ook nummer 48 bij de “Distilleerderij & Handel Maatschappij NV Firma Onstenk”.
Een aantal foto’s:
1950-1952: Destilleerderij-likeurstokerij (en limonades) Fa. G.J. Onstenk: F26752 RAN
De Cafetaria van Jan en Kitty Siroen. De man rechts is Hans Mensink, hij heeft later een Café aangebouwd. Later zat hier Cafetaria ‘T Bieske, daarna Cafetaria Grillroom Pizzeria ‘Fama Costa’ en weer later Cafetaria Grillroom Pizzeria ‘Waterkwartier, Biezenstraat 162, 1965 -1970 (F86329 RAN CC0),
In 1966 zit Café – Biljard Ockers op Biezenstraat 162-164 (Het Nuha-Adresboek voor Nijmegen 1966)
Automatiek Tigo
Biezenstraat 112
Automatiek TIGO op de hoek met de Maasstraat, later kwam hier Snackbar Groenen in, Biezenstraat 112, 6/1969 (F86328 RAN CC0)
Magazijn de Hoek, A. Kluck
De tot nu toe eerstgevonden vermelding van Bedden-, Meubel- en Tapijten-Magazijn de Hoek van A. Kluck is gevonden in PGNC 2/5/1931.
Advertentie Magazijn de Hoek, Biezenstraat 112 (De Gelderlander 30/8/1933)
In het Adresboek 1934 komt A. Kluck, winkelier, voor.Ook in 1936, 1938 komt hij voor, als bedden-, meubel- en tapijtmagazijn.
A. Kluck blijkt getrouwd te zijn met H.A. Kluck-Speijers: in De Gelderlander 23/12/1933 plaatsen zij een een geboorteadvertentie voor Gerardus Frederik (23-12-1933)
Ook staat hij in 1932 in het Adresboek als secretaris van de Nijmeegsche Korfbal- en Athletiekvereeniging Noviomagus en tevens in De Gelderlander 9/9/1931 en PGNC 10/11/1934. In 1936 komt daar een wandelafdeling bij (PGNC 5/8/1936).
Ook Mej. C.H. Kluck komt dan voor op dit adres. Zij vertrekt rond 1 december naar Arnhem (PGNC 3/12/1938).
In 1938 en 1940 komt Weduwe F.A. Speijers, geboren A.M. v.d. Berg voor.
Advertentie Wagenaar’s Cleaning Service (PGNC 25/10/1940)
Tigo
Tigo komt in ieder geval voor in de Adresboeken 1966 en 1968.
Verder Lezen
Een mooie pagina over de Biezenstraat is: Biezenstraat in de Wester, maart 2021