Parfumerie Au Printemps van L.F. Vosveld van Boeckholt, Broerstraat op de hoek met de Korte Nieuwstraat, 1910 (F15276 RAN)
Vooraf: parfumerie-kraam
Advertentie Au Printemps (De Gelderlander 6/10/1880)
Advertentie tandpoeder van L.F. Vosveld van Boeckholt (Leidsch Dagblad 22-1-1883)
L.F. Vosveld van Boeckholt heeft in oktober 1880 en 1881 -waarschijnlijk tijdens de najaarskermis- zijn standplaats van zijn parfumerie-kraam op de Burchtstraat “recht tegenover de Harmonie” (De Gelderlander 6/10/1880, De Gelderlander 5/10/1881). Hij is afkomstig uit ’s-Gravenhage, waar hij zijn fabriek heeft staan.
Vlak voor Sinterklaas 1890 heeft hij bovendien een tijdelijke winkel in de Houtstraat no 5.: “Van Maandag 24 November tot na St. Nicolaas met een spotgoedkoope partij Parfumeriën, Galanteriën, Japansche Artikelen, Speelgoed, Surprises enz. voor oud en jong. Een voetstaps daarheen zal uwe moeite ruimschoots beloonen, daar door grooten aankoop van goederen al deze artikelen beneden fabrieksprijzen zullen worden opgeruimd.” (Advertentie PGNC 21/11/1890; ook PGNC 30/11/1890).
In september 1891 is een advertentie gevonden dat de kraam op de Burchtstraat is te vinden (PGNC 2/9/1891). Terwijl hij in december 1891 een (tijdelijke) winkel heeft op Groote Markt no. 7, hoek Scheidemakersgas (De Gelderlander 25/12/1891) waar hij nu “Kerstpakketten à f 0,25” verkoopt: afgaande op de advertentie een verrassingspakket. Ook is er onder andere een kerstboom te zien.
Broerstraat No. 41
Advertentie Au Printemps Broerstraat (PGNC 28/2/1892)
Begin maart opent Au Printemps op Broerstraat No. 41. Daarbij is de advertentie ondertekent met J.F. – in plaats van L.F. – Vosveld van Boeckholt.
In het Bevolkingsregister 1900 komt zij voor als (stief) dochter van Johannes Hendrik van Boeckholt (1-1-1851 Brouwershaven), deurwaarder Rijks.dir.bel. of Carolina Aurelia van Boeckholt (3-2-1857 Batavia). Daarbij is waar Johannes weduwnaar en vervolgens voor de 2e keer getrouwd met Carolina.
Maria Christina Johanna heeft dan als beroep “winkelierster” en verhuist in die periode naar Broerstraat 45.
In de Adresboeken van 1924, 1926, 1928, 1932, 1934, 1936, 1938, 1940 komt Mej. M.C.J. Vosveld, parfumeriën, toiletartikelen voor op Broerstraat 45.
1930: Estourgie
““Au Printemps”
De hoogst moderne pui, ontworpen door architect Estourgie en uitgevoerd door aannemer Langeveld van maison “Au Printemps” aan de Broerstraat 14, zou reeds voldoende zijn om deze zaak te plaatsen in de rij der 1e klassers, doch met takt en smaak heeft mej. M.C. Vosveld bovendien het interieur zoo laten inrichten, dat “Au Printemps” zich geheel aanpast bij de artikelen zooals odeur, parfums en Eau de Cologne, die er worden verkocht.
Alles ademt daar een Franschen geest en de wijze waarop de installatie tot stand kwam, verraadt een deskunidigheid, die gepaard gaat aan een goed begrip van comfortabiliteit.
Aan dit laatste heeft de fa. Alewijnse medegwerkt met de installatie der verlichting.
De betimmering geschiedde door de fa. v. Lommersen.
Veger uit de Molenstraat waarborgde de entourage en het behang in kleur cerise.
De marmeren gevel met letters leverde de firma Erkens.” (De Gelderlander 28/6/1930)
Vanaf de Grote Markt via de Broerstraat, in de richting van de Molenstraat; de panden tussen de Korte Nieuwstraat, namelijk die van “Au Printemps” en Van Campen, op de hoek van de Gruitberg; met daar tussenin de fa. Hömmen en Co; in juli 1944, Broerstraat 45-53 (GN3812 RAN)
Na de oorlog
Gezicht op de oostzijde van de Broerstraat met de winkelpanden van o.a. (v.r.n.l.) Slagerij Brinke (op de hoek met het Kerkegasje), Parfumerie Au Printemps, Schoenenzaak Gebrs. Raemakers, Herenmodezaak Oostvogel en de bouw van de panden van Jamin en Schoenenzaak BATA ; bovenaan het nieuwbouwpand van de Herenmodezaak Van Dijk & Witte (Burchtstraat 2, geopend op 21 september 1955), 1955 (GN3877 RAN)
Na de oorlog ontwerpt W.Th. Reynen de nieuwe winkel voor Parfumerie Au Printemps. Lees hier het artikel:
Het in de volksmond geheten Hof van Xanten, vormgegeven in classicistische stijl; van hieruit werden de bezittingen van dit Hof in de omgeving van Nijmegen bestuurd. De Jezuïeten hadden er een kleine 150 jaar een schuilkerk en tijdens de Vrede van Nijmegen verbleef er een buitenlandse delegatie. Inmiddels (anno 2021) heeft het pand weer een symmetrische gevel en is de hijsbalk verdwenen, Lage Markt 36, 1920 (F19000 RAN)
Jezuïetenhuis
Het Hof van Xanten wordt ook wel het “Jezuïetenhuis” genoemd, vernoemd naar de schuilkerk die hier lang gevestigd was.
Na de Reductie van Nijmegen bleven vooral de Jezuïeten actief. “Vanaf 1616 waren er structureel twee missionarissen namens de orde in Nijmegen aanwezig. De eerste missionaris die gezonden werd en die we dus als de grondlegger van een vaste Jezuïetenstatie te Nijmegen mogen beschouwen, was de Haarlemse pater Augustinus Bloemert (Blommert). In een paar met elkaar verbonden panden aan de Lage Markt onderhielden de Jezuïeten niet alleen een schuilkerk, maar ook een schooltje voor katholieke kinderen.” (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2162348063, met een uitgebreid artikel)
Rond en na de Franse tijd kregen katholieken weer een aantal van hun voormalige bezittingen terug. Wel bleven de Stevenskerk protestants, waarvoor in de plaats de Broederenkerk of Regulierenkerk aan de katholieken werd gegeven. “Deze laatste viel toe aan de Jezuïeten, bij gebrek aan belangstelling van de andere orden. In 1820 verdeelde bisschop Van Velde de Melroy de katholieke gemeente Nijmegen in vier parochies en verhief de bestaande missiekerken tot parochiekerken, waarmee feitelijk een eind kwam aan de statie. Pas in 1820 ook verlieten de Jezuïeten de Lage Markt en betrokken de St. Ignatiuskerk aan de Molenstraat (voorheen de St. Catharinakerk der Reguliere Kanunniken van de Heilige Augustinus, de Regulierenkerk).”
Rijksmonument
Het Hof van Xanten is sinds 1973 een Rijksmonument met als omschrijving:
“PATRICIERSHUIS met twee verdiepingen en schilddak, breedte vijf vensterassen, midden 17e eeuw.
De voorgevel bezit bakstenen pilasters van de kolossale orde met natuurstenen basementen en Dorische kapitelen.
De zij en achtergevel van het Jezuïetenhuis (Hof van Xanten), voor de restauratie, Lage Markt 32, 5/1948 (Fotopersbureau Gelderland via F19046 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Hof van Xanten Lage Markt (juni 2024)
Hof van Xanten zijingang
2017: Verbouwing appartemten
In 2017 is het Hof van Xanten door Hermon Heritage verbouwd tot appartementen:
“16 september 2017 –
Met enige trots heeft HERMON Heritage 8 september jl. de sleutels van de eerste zeven opgeleverde studio’s in de voormalige Hof van Xanten (aan de Lage Markt 20-32) overgedragen aan Stichting Veste.
Binnen de bestaande structuur van het gebouw heeft een inpandige herverdeling plaatsgevonden en zijn een drietal studio’s met entresol op de zolderverdieping gerealiseerd. Op de eerste en tweede verdieping zijn in totaal vier twee-kamerappartementen gerealiseerd. Op de begane grond wordt nog volop gewerkt aan de overige negen studio’s. “ (https://hermonheritage.nl/oplevering-eerste-studios-nijmegen/, zie tevens de inwendige foto’s van de appartementen, waarbij de inwendige takel bewaard is gebleven)
Links de Priemstraat. Het huis In de Olifant. Rechts daarvan het Jezuietenhuis (Hof van Xanten); merk op dat de olifant is verdwenen, 1969, Lage Markt 36-32 (Dr. Jan Brinkhoff via D563 RAN CC0)
Ruiters van de Koloniale Reserve poseren voor de Stalhouderij en ‘verhuring’ van paarden en rijtuigen van J.H.W. van Bon, tevens eigenaar van Hotel Café Bar ‘de Beurs’ in de (Lange) Hezelstraat op de hoek met de Bottelstraat, Nieuwe Markt 8, 1910-1913 (F26519 RAN)
Centraal Garage
Eigenaar J.H.W. van Bon (met hoed) van Autobedrijf Van Bon poseert met zijn drie zoons Antoon (rechts), Herman en Theo (links), de chauffeurs van taxi-onderneming Novitax en personeelsleden van de Centraal-Garage voor de ingang. Op de achtergrond rechts (auto)monteur Gijs Nas, Nieuwe Markt 8. 1934 (F26525 RAN Auteursrechthouder B. van Bon)
De tot nu toe eerst gevonden advertentie is in PGNC 5/3/1920, waarin een goed onderhouden Laudaulette Carrosserie te koop wordt gevraagd.
Blijkens achterstaande advertentie zal morgenmiddag te 2 uur nabij den Hunerberg een demonstratie wordne gegeven met het auto-paard. Dit zal geschieden vanwege de Centraal-Garage, Nieuwe Markt 9. Belangstellenden zullen zeer zeker niet verzuimen het mechanische lastdier te gaan bezichtigen.” (PGNC 30/6/1920)
Advertentie Garage Centraal voor Automobielen Imperia (PGNC 30/5/1925)
In de loop der jaren zijn advertenties gevonden voor meerdere automerken. Bovenstaande, de Imperia, is voor Nijmegen een bijzondere: deze was eigendom van Mathieu van Roggen jr. (Sprimont, 1 november 1890 – Schaarbeek, 4 januari 1980). Zijn ouders Mathieu van Roggen (1863–1909) en Jeannette-Françoise-Joséphine Blom (1868-1956) waren afkomstig uit Nijmegen.
De Centraal-Garage J.H.W. van Bon komt in ieder geval voor in de Adresboeken 1926, 1928, 1932, 1934, 1936, 1938.
Daarnaast is er het autobedrijf Novitax, welke gevonden is in de Adresboeken 1934, 1936, 1938, 1940.
Sociëteit De Vereeniging in de winter, 1898 (dr. Jan Brinkhoff via RAN D301)
Voordat de huidige schouwburg werd gebouwd, stond op dit terrein de concertzaal van Sociëteit de Vereeniging. In 1881 verkrijgt Lambertus Augustus (Bert) Brouwer een terrein in erfpacht om een renbaan en een sociëteit op te richten: “Aan den heer L. A. Brouwer werd ten zuiden der stad 13 H.A. grond ad f 4,- per cA. en 3 H.A. in erfpacht ad/ 100,- ’s jaars afgestaan mits hij op het gereserveerde militaire terrein eene renbaan en eene buiten-societeit met terrein van vermaak aan den weg naar Groesbeek daarstelle. Voorts dat de verschillende bebouwing met villa’s en woonhuizen volgens kleurteekening plaats hebbe.” (Gemeenteverslag 1881)
Op 30 mei 1882 vond de opening van Sociëit de Vereeniging plaats. Het PGNC schreef daarover:
“Nijmegen, 30 Mei.
De Pinksterdagen warden alhier door de feestelijke opening van de societeit De Vereeniging tot ware feestdagen gemaakt, vooral omdat een groot, zoo niet het grootste gedeelte der inwoners in deze nieuwe onderneming het levendigst belang stelt. Het Vauxhall-Concert op Zondag-avond door het muziekkorps der dd. Schutterij te Utrecht, onder directie van den Luitenant-kapelmeester C. Coenen en met medewerking van Nijmeeg’s Mannenkoor, was dan ook druk bezocht en blijkbaar was een ieder even ingenomen met de geheele inrichting. De schoone aanleg van het uitgestrekte park met zijne ontelbare gas-ballons, de prachtige rijk verlichte concertzaal, de gezellige dagelijksche societeitszaal, het cocquette biljartzaaltje, de ruime waranda’s aan alle zijden van het gebouw, dat alles vormt een geheel dat aan de strengste eischen zou voldoen, zelfs van eene veel grootere stad dan Nijmegen. Met de meeste zorg is getracht den geabonneerden het meest mogelijke comfort aan te bieden, waartoe de keurige meubels in zalen en park niet weinig bijdragen. Algemeen was men het hierover eens, en niemand kon zich een juist denkbeeld maken, hoe een geheel afgewerkt gebouw van dien omvang met alles wat daaraan annex is, in vijf maanden is kunnen tot stand komen.
De tweede houten brug buiten de Molenpoort over de droge gracht ter hoogte van het huidige Keizer Karelplein, met links het Station van de spoorlijn Nijmegen-Kleef, de ‘Kleefschebaan’ (op de plek van het huidige Concertgebouw de Vereeniging), 1875 (Gerard Korfmacher, RAN F23031)
Wie hiervan de eer toekomt, de talrijke bezoekers vernamen uit het den monde van een der oprichters, den heer Mr. J.C.J. Riveaux, die in sierlijke bewoordingen namens zijne medebestuurders de leden welkom heette. In de eerste plaats aan den heer Bert Brouwer, aan wiens onvermoeide werkzaamheid, helderen blik en zeldzame energie Nijmegen reeds zooveel te danken heeft en, getuigde de aanstaande wedrennen, nog zooveel zal te danken hebben en verder aan de aannemers de heeren Weijers en Van Eykelen, die het werk met een boven allen lof verheven ijver en accuratesse uitvoerden. Ook werd door den heer Riveaux hulde gebracht aan de medewerking van het Gemeentebestuur en aan allen die hun steun hadden verleend om de zaak tot stand te brengen. Met algeemene instemming werden deze woorden begroet; ook wij beamen het gesprokene ten volle, doch wat de heer R. niet kon zeggen meenen wij niet te mogen zwijgen; naar onze meening komt namelijk de meeste eer toe aan de heeren aandeelhouders. Zij hebben zich door de stichting van dit groote vereenigingspunt den gansche Nijmeegsche burgerij, tegenover stad en stadgenooten verdienstelijk gemaakt. Moge de voortdurende bloei der onderneming hun lang een ware voldoening schenken, en mogen zij nog eenmaal zien, dat wat thans zoo groot schijnt, voor het welvarende Nijmegen nog te klein zal zijn.
Tot laat bleven de talkrijke leden onder het genot der heerlijke muziek van bovengenoemd muziekcorps en de flink gezongen stukken van Mannenkoor te zamen. Wel moest men door een zware onweersbui onverwachts het Park verlaten, doch de ruime concertzaal was daar, om aan allen een veilige schuilplaats aan te bieden en het concert ongestoord te vervolgen.
Ook gisteren waren de Matinée en het Concert, waarwij weder Coenen’s kapel haar gevestigden naam zoo waardig ophield, druk bezocht. Wij zouden op verschillende nummers kunnen wijzen die bijzonder de aandacht trokken, maar wij noemen slechts de beroemde Marce funèbre van Chopin, de Ouverture Egmond van Beethoven, het Intermezzo van Coenen en de Solo voor Saxophone, die het sprekend bewijs leverden dat het muziekkorps der Utrechtse schutterij met de besten uit ons land kan wedijveren.
Een schitterend vuurwerk, vervaardigd aan de Koninklijke Nederlandsche Pyrotechnische fabriek, firma G.J. Ruijsch te Utrecht, besloot den avond. Op het punt van vuurwerk zijn wij tot heden alhier zeer weinig verwend, maar al ware ook het tegenovergestelde het geval, dan nog zou zeker niemand onvoldaan geweest zijn. Voor de slotdecoratie, in wier midden de vuurletters De Vereeniging, omgeven door fonteinwerk en bouquetten en eindigende met canonades, deed een prachtig effect.
Ten slotte wijzen wij er gaarne op dat de bediening, die den eersten avond nog uit volkomen goed geregeld scheen, gisteren reeds veel beter was en de consumptie niets te wenschen overliet.
De heer G.A. Roelofs, die als pachter aan het hoofd der zaak staat, is in ons oog juist de rechte persoon om steeds de beste pogingen aan te wenden ten einde den leden het verblijf in zijne lokalen zoo aangenaam mogelijk te maken.” (PGNC 31/5/1882)
Vervolg
Een bazaar in de zaal van sociëteit De Vereeniging (RAN F29178)
Er is nog niet uitputtend onderzocht wat het vervolg is geweest.
“Dit ‘Feestgebouw’, later ‘De Vereeniging’ geheten, zou als buitensociëteit in de beginjaren de bestaande sociëteiten geenszins overvleugelen en had bovendien in de eerste jaren aan kinderziekten te lijden” (Dongelmans, 1988 via Huis van de Nijmeegse Geschiedenis). “Zij verwierf zich binnen enkele jaren echter een positie in het stedelijk culturele leven, die later de afbraak en een nieuwbouw rechtvaardigde.”
Al in 1915 is deze Vereeniging vervangen door de huidige, waarvan de bouw in 1914 was begonnen. Wikipedia: “Nadat rond 1900 de oude Nijmeegse concertzaal zijn beste tijd bleek te hebben gehad, kwamen er plannen voor een nieuwe. Dat deze plannen geen overbodige luxe waren, bleek uit de houding van dirigent Willem Mengelberg. Hij zou, naar verluidt, na afloop van een orkestoptreden hebben geweigerd Nijmegen nog langer aan te doen zolang de accommodatie niet drastisch op de schop ging.”
De Gelderlander schrijft bij de opening van de nieuwe Vereeniging in 1915: “Eindelijk zal dan hedenavond het nieuwe Concertgebouw de “Vereeniging” zijne deuren voor het kunstlievende publiek openen. Lang reeds, terwijl, het oude, lage gebouw nog in gebruik was, werd er geklaagd over zijn ondoelmatigheid en de wensch uitgesproken dat Nijmegen toch eenmaal in het bezit mocht worden gesteld van een concertgebouw, deze vooruitstrevende, zich gestadig uitbreiddende en ook op kunstgebied zich steeds meer ontwikkelende stad waardig.” (De Gelderlander 7/2/1915)
Bert Brouwer
Lambertus Augustus (Bert) Brouwer (Amsterdam, 2-2-1844 – Nijmegen, 3-5-1891) was een Nederlands architect en stedenbouwkundige. In Nijmegen is hij bekend voor de plannen van de stadsuitleg.
De raadscommissie voor de uitleg van de Gemeente Nijmegen vroeg hem om een advies vroeg bij het plan van W.J. Brendis à Brandis. Een logische keuze: op dat moment was Brouwer betrokken bij de stadsuitleg van Groningen. Belangrijke veranderingen in het plan waren dat de hoofdwegen breder waren en hij daarbij minder wegen opnam.
In juni 1879 vestigt Brouwer zich definitief in Nijmegen. Daarbij richt hij de N.V. Nijmeegsche Maatschappij tot Exploitatie van Bouwterreinen: hij kocht van de gemeente oude vestinggrond, die hij verdeeld over kleinere percelen al dan niet met nieuwbouw bebouwd weer doorverkocht. Met natuurlijk de hierboven genoemde Wedren en de Vereeniging. Ook nam hij in 1884 het initiatief tot de aanleg van de eerste Nederlandse wielrenbaan, achter de Vereeniging. Brouwer overleed in 1891 op 47-jarige leeftijd.
1908, St. Annastraat 166, 168 en 170, Gemeentelijk Monument
Uit drie woonhuizen bestaand pand (nummers 166, 168 en 170) dat in 1908 werd gebouwd naar een ontwerp van gebroeders Haspels (Henk van Gaal via DF4251 en bijschrift DF4250 RAN CC0)
De Gebroeders Haspels ontwierpen in 1908 3 woonhuizen aan de St. Annastraat. De woningen zijn gebouwd in de “Nieuwe stijl”, de Nederlandse vorm van Jugendstil/Art Nouveau.
De Gebroeder Haspels waren aannemers/architecten. Aan de St. Annastraat zijn meerdere panden door hen ontworpen, waaronder het naastgelegen pand nummer 172.
Op de site van van Schaik(link april 2024) aannemingsbedrijf staan foto’s van binnen en buiten van hun “restauratie en transformatie van 2 kantoorpanden naar 8 duurzame stadsappartementen. Restauratie en herstel van de gebouwschil en monumentale onderdelen” van de nummers 166 en 168.
Gemeentelijk monument
Ontwerp van Drie Woonhuizen, aan de St. Annastraat Gem. Hatert, Kad. Sectie C 1227 en 1128, Detail D12.380141
De woningen staan sinds 1988 op de gemeentelijke monumentenlijst met als toelichting:
“Onderdeel van een uit drie woonhuizen bestaand bouwwerk. Complex bestaande uit een middengedeelte van twee bouwlagen, geflankeerd door twee puntgevels van drie lagen, die beide een brede erker en een boogvormig overkluisd terugliggend balkon hebben. Het middengedeelte heeft een schilddak parallel aan de straat, dat aansluit op de tentdaken van de puntgevels; het achterliggende gedeelte van de huizen heeft een plat dak met een hoog dakschild aan de straatzijde. De gevels zijn van baksteen; de enige versiering vormt de natuurstenen omlijsting van voordeur en bovenlicht. Onder de goot is een brede band van de gevel licht geschilderd; ook de topgevels, die uit vakwerk bestaan zijn wat de baksteen betreft gewit.
Voor Nijmegen betrekkelijk vroeg voorbeeld van sober geornamenteerde “nieuwe” bouwstijl uit het begin van de 20e eeuw, op ongewoon monumentale schaal. Gaaf bewaard.”
Hotel-Café-Restaurant ’t Rondeel van A.J.J van Kempen met twee koetsen en mensen op het balkon en in de deuropening; links oude huisjes aan de Eerste Walstraat, nu een Grieks restaurant, 1895-1900 (dr. Jan Brinkhoff via D41 RAN CC0)
Al jarenlang zit Grieks restaurant Dionysos op de hoek van de Eerste Walstraat en de Bloemerstraat. Ook voor de oorlog zaten hier al horecazaken, waaronder het hotel, café-restaurant ’t Rondeel van van Kempen.
Links een stukje hoekgebouw van de eerste Walstraat : het latere Hotel, Café-Restaurant ’t Rondeel van Van Kempen. Bloemerstraat gezien in de richting van de Augustijnenstraat. Met op de achtergrond de toren van de St. Augustinuskerk, 1890-1895 (Dr. Jan Brinkhoff via D42 RAN CC0)
Smith
In november 1881 krijgt J.C. Smith vergunning tot “verkoop van sterken drank in het klein” “in het voorhuis en kamer van het huis aan de Walstraat B. No. 13. Bij de bekendmaking van deze vergunning waren er vele anderen aan wie tevens een vergunning werd verleend: mogelijk vanwege nieuwe regelgeving? (PGNC 25/11/1881). Bij een advertentie wordt hij “koffijhuishouder Smith in de Bloemerstraat genoemd. (PGNC 15/9/1886). Bij de bevalling van hun zoon op 8 juni blijkt Smith getrouwd te zijn met Hendrika Suzanna Zurich (PGNC 9/6/1887) In 887 is het Café Smith (“Vraag de echte Friesche Boerenjongens” (PGNC 18/12/1887)
J. Klaus
Advertentie J. Klaus, Bloemerstraat (De Gelderlander 14/2/1892)
In februari 1892 adverteert J. Klaus, Café “Rondeel” v/h. Smith, Bloemerstraat No 1 met bier van brouwerij de drie Hoefijzers uit Breda, waarvoor Klaus als agent voor Nijmegen en omstreken is aangesteld (De Gelderlander 14/2/1892).
Tijdens de carnaval is er dansmuziek. (PGNC 28/2/1892)
Advertentie Hotel en Café restaurant ’t Rondeel Bloemerstraat (De Gelderlander 20/7/1893)
Advertentie ’t Rondeel Bloemerstraat 1 van J. Klaus (De Gelderlander 17/11/1893)
Rond 1892/1893 lijkt Klaus ’t Rondeel te hebben ingericht als hotel-café-restaurant. “Geopend van af den 1. Mei.” (De Gelderlander 20/7/1893)
H. Kamper
In ieder geval zit bij de nieuwjaarswens van 1896 H. Kamper op het Café “Rondeel” (De Gelderlander 1/1/1896).
Voor niet al te lange tijd: in juli 1898 neemt J.J. van Kempen de zaak over.
Advertentie overname ’t Rondeel door van Kempen (PGNC 31/7/1898)
Van Kempen
In het Adresboek 1899 komt J.J. v. Kempen voor op Bloemerstraat nummer 1 en 3.
Bij van Kempen is er tijdens de kermis muziek: een Tiroler-Concert. Dan kopt hij de advertentie met “voor het eerst in Nijmegen”, onduidelijk is waar de eerste keer op slaat. (PGNC 1/10/1899)
Advertentie Koffiehuis en Hotel “Rondeel” te koop (De Gelderlander 23/10/1904)
In oktober 1904 staat het Koffiehuis en Hotel “Rondeel” te koop. (De Gelderlander 23/10/1904). Waarom is nog onduidelijk en eveneens of deze daadwerkelijk wordt verkocht: eind december 1905 lijkt van Kempen nog steeds zijn bedrijf te hebben.
Dan heeft hij, Hotel, Café-Restaurant “’t Rondeel” en nu ook “Stalhouderij” een omnibus-dienst van het station naar de stad (advertentie PGNC 10/12/1905). De stalhouderij/vestiging van de stads-omnibus zelf lijkt op de Arend Noorduijnstraat 15 te zijn (PGNC 14/10/1906).
Hotel-Café-Restaurant ’t Rondeel van A.J.J van Kempen met twee koetsen en mensen op het balkon en in de deuropening; links oude huisjes aan de Eerste Walstraat, nu een Grieks restaurant, 1895-1900 (dr. Jan Brinkhoff via D41 RAN CC0)
In ieder geval lijkt er in 1925 een verbouwing te hebben plaats gevonden: “Bezoekt het opnieuw gerestaureerde Hotel-Café-Restaurant “‘T Rondeel”. Dan is het ook “A. van Kempen” in plaats van “J.J.”.
Advertentie ’t Rondeel (De Gelderlander 11/4/1925)
De nieuwjaarsgroet in PGNC 31/12/1927 wordt ondertekend met Adr. van Kempen.
Woningen en winkels Hoek Tweede Oude Heselaan Nieuwe Nonnendaalse weg, architect Okhuysen (april 2023)
Op de hoek van de tegenwoordige Tweede Oude Heselaan en Nieuwe Nonnendaalse weg bouwde NV Berntsen & Braam een complex woningen met (waarschijnlijk) een bedrijfsgedeelte. De architect was J. Okhuysen. In het winkelgedeelte heeft jarenlaag apotheek Binnendijk gezeten.
De aannemer was NV Bertnsen & Braam Aannemersbedrijf en de architect J. Okhuysen
Oude Nonnendaalseweg,vanuit de Tweede Oude Heselaan gezien: in 1910 nog onbebouwd land, 1910 (RAN F46234)
Drogisterij
In 1934 krijgt Drogisterij “Insulinde” telefoonaansluiting op Oude Heeschelaan 207 (PGNC 14/9/1934)
In het Adresboek 1936 staan Mej. B.G. Hovius, assistent-apotheker en G.N. Hovius op dit adres. In maart 1938 vertrekt C. Hovius-Degenkamp – een dochter?-, z.b. naar Tilburg (PGNC 12/3/1938)
In juni 1937 vestigt “L. Haarbrink en gezin, drogist” zich op dit adres. Zij zijn afkomstig van Driebergen (PGNC 12-6-1937).
Apotheek Binnendijk
In september 1948 opent A.W.Th. Binnendijk zijn apotheek op Tweede Oude Heselaan 207. Afgaande op de advertentie uit 1948 zat daarvoor de apotheek van arts H. van der Made. Wat de verhouding is tussen Insulinde/Hovius/Haarbrink en van der Made is, is nog niet bekend: waarschijnlijk heeft van der Made in de tussentijd het pand overgenomen en zijn er mogelijk nog andere gebruikers geweest.
Daarnaast is nog niet bekend waarom het krantenartikel refereert naar de verwoeste apotheek in de Voorstadslaan, terwijl Binnendijk een apotheek van van der Made overneemt:
“Promotie Stadgenoot
Advertentie aankondiging Apotheek Binnendijk (De Gelderlander 28/8/1948)
Onze stadgenoot apotheker A.W.Th. Binnendijk, St. Annastraat 458, zal 21 Juni a.s. om 14 uur aan de Rijks-Universiteit te Utrecht promoveren tot doctor in de Wis- en Natuurkunde op het proefschrift: “De invloed van diuretica op de kininespiegel in bloed en urine”
Het is bekend dat in West-Nijmegen de apotheek in de Voorstadslaan door oorlogsgeweld is vernield, zodat de pharmaceutische hulp in dat stadsdeel onvoldoende kon worden verzorgd
Om daaraan tegemoet te komen zal begin September door Dr. A.W.Th. Binnendijk in de Oude Heesselaan op no. 207 een apotheek worden geopend.” (De Gelderlander 19/6/1948)
De apotheker A.W.Th. Binnendijk komt voor in de Adresboeken 1951 en 1971 op Tweede Oude Heselaan 207. Ook in 1983 zit Apotheek Binnendijk op dit adres, een foto is te zien op F34253 RAN.
Later verhuist de apotheek naar “in de Fuchsiastraat nabij een nieuw te vormen plein met winkels.” (Facebook van Nijmegen Toen) Ten tijde van dit bericht (2014) zit Vitalitools in de winkel, “een bedrijf gespecialiseerd in gezond en duurzaam binnenklimaat.”
Bouwplan van een complex woningen op een terrein gelegen tusschen de Oude Heeschelaan – Oude Nonnedaalscheweg, De aannemer was NV Bertnsen & Braam Aannemersbedrijf en de architect J. Okhuysen (Detail D12.399867)Bouwplan van een complex woningen op een terrein gelegen tusschen de Oude Heeschelaan – Oude Nonnedaalscheweg (Detail D12.399867)
Kelfkensbosch 10 (Kelfensbos 10, verwoest september 1944)
De Vleeshouwerij C.A. van der Waarden, bouwkundige W.J.H. van der Waarden , Kelfkensbos, foto 1910 (RAN F17566)
In oktober 1899 vestigt C.A. van der Waarden zijn slagerij op het Kelfkensbos. Daarvoor had hij op Hezelstraat gezeten. Tijdens Market Garden wordt ook de slagerij verwoest.
In oktober 1899 vraag C.A. van der Waarden een vergunning tot het oprichten van “eene slagerij, in het perceel aan het Kelfkensbosch, kadastraal bekend Nijmegen, Sectie C, No. 3269” aan. (PGNC 25/10/1899) Daarvoor had hij op Hezelstraat 72 gezeten. (PGNC 29/3/1899)
Bij de opening
Bij de opening in november 1899 schrijft de Gelderlander:
“Gisteravond trok op het Kelfkensbosch de nieuw geopende, schitterend verlichte slagerij van den heer C.A. van der Waarden, die zijn zaak uit de Lange Hezelstraat daarheen verplaatst heeft, algemeen de aandacht. Het mag dan ook een model van een sierlijken en doelmatigen vleeschhouwerswinkel genoemd worden.
De bouwkundige en aannemer W.J.H. van der Waarden, die de verbouwing ontwierp en uitvoerde, heeft hier iets bijzonder fraais en degelijks geleverd. De pui is geheel uit verglaasde tegels en hardsteen opgetrokken en prijkt met een paar goed gebeitelde ossenkoppen, evenals het verder steenbouwwerk uitgevoerd door den heer H. Euwens. In de lijst moet nog een plaat van marmerglas met opschrift komen.
Ook van binnen is de winkel geheel met verglaasde tegels bekleed en voorzien van zware koperen uitstallings-inrichtingen van Bruns te Arnhem. Ondanks de stevigheid dier koperen haken en stangen bleken zij gisteravond, toen er eenige duizenden kilo’s vleesch aan hingen, tegen dat gewicht niet bestand en ontstond er een klein defect.
Zeer practisch is achter den winkel een ruime open plaats aangebracht, wat zeer bevordelijk is voor ventilatie en koelte, zoodat het vleesch gestadig frisch kan worden gehouden. Daartoe zijn ook de gaslichten hoog aangebracht, zoodat de warmte op het vleesch geen nadeeligen invloed kan uitoefenen. Kortom- en dit bewees vooral de uitstalling gisteravond- het is niet enkel een sierlijke winkel, maar er is vooral gezorgd voor deugdelijke waar.” (De Gelderlander 4/11/1899)
De in het artikel genoemde ossenkoppen zijn in de foto hierboven uiterst links- en rechtsboven te zien.
Gezien in de richting van de St.Jorisstraat, 1905 (Vivat via RAN, F18078)
Straatbeeld met de verwoestingen van de bevrijding, gezien in de richting van de St. Jorisstraat. Links, het grotendeels verwoeste pand van Slagerij C.A. van der Waarden, 9/1944 (Anna Huybers/ auteursrecht Andrew T. Woolley via RAN F14479)
Wijnandus Johannes Hermanus van der Waarden
Nijmegen, 15 november 1860 – Nijmegen, 25 september 1930)
Hij was naast aannemer/architect ook wethouder van Nijmegen.
Vooralsnog een lijst van werken afkomstig van Wikipedia:
1897-1897: Bloemerstraat 53 (winkelhuis, bovenwoning en werkplaats)
De Prins Hendrikkazerne.
De kazerne werd tussen 1909 en 1911 gebouwd in opdracht van het Ministerie van Koloniën als opleidingsschool voor soldaten en onder-officieren van het KNIL naar een ontwerp van architect Jo Limburg in de stijl van het rationalisme en is vernoemd naar Hendrik van Mecklenburg-Schwerin die zelf de eerste steen legde.
In 1995 verdween het leger geheel uit de kazerne, Daalseweg 382, 1910 (F16028 RAN)
De wijk Hengstdal is grotendeels gebouwd tussen de jaren 20 en 50. Daarvóór was er al sprake van enige lintbebouwing. De wijk ligt op de stuwwal van Nijmegen.
Deze pagina verzamelt artikelen over de wijk Hengstdal.
De R.K. Christus Koningkerk door Architect Zwanikken. Rechts een gedeelte van de bouw van de Montessori-kleuterschool aan de Hengstdalseweg hoek Elzenstraat, 1933 (GN5602 RAN) Dommer van Poldersveldtweg 269
De bouw van de rooms-katholieke Christus Koningkerk is in 1932 begonnen. Architect Zwanikken ontwierp deze kerk in expressionistische stijl. De kerk is opgetrokken uit gewapend beton en vervolgens met bakstenen aan de buitenkant bekleed. Na stormschade is de spits in 1990 verwijderd en in 2005 weer herbouwd.
De Lapjeskat, verkoop van wol- en katoengaren. Voorheen bakkerij Reijs en een zaak met garagegereedschappen en automaterialen van Ed Creemers, getuige de reclameschildering op de muur, Berg en Dalsseweg 284, 1975-1980 (F86336 RAN CC0)
In 1925 bouwt Berntsen & Braam 11 woningen met een winkelhuis op de hoek van de Berg en Dalseweg en de Corduwenerstraat. In de winkel op de hoek, Berg en Dalseweg 284, zal jarenlang bakker Reijs zijn gevestigd. Een muurschildering herinnert aan deze bakkerij. Met ooit daaronder, een muurschildering van Ed. Creemers.
De Gezonde Woning werd in 1911 opgericht door 15 arbeiders. Het was daarmee de eerste woningbouwvereniging van Nijmegen die uit hen zelf was ontstaan. In 1915 werden de eerste woningen gebouwd, waar nu het Esdoornplein ligt.
Waar daarvoor weilanden waren, werd in 1934 binnen anderhalf jaar een nieuwe wijk gebouwd door Volksbelang en de Gezonde Woning: 75 woningen in de “Bomenbuurt” in Hengstdal.
Israëlitische Begraafplaats: Het Huis der Levenden, de Joodse begraafplaats. Hier het hoofdgebouw, augustus 2000 (Nico van Hoorn via D860 RAN CC0)
Prins Hendrikkazerne
Daalseweg 382/van ’t Santstraat
De Prins Hendrikkazerne.
De kazerne werd tussen 1909 en 1911 gebouwd in opdracht van het Ministerie van Koloniën als opleidingsschool voor soldaten en onder-officieren van het KNIL naar een ontwerp van architect Jo Limburg in de stijl van het rationalisme en is vernoemd naar Hendrik van Mecklenburg-Schwerin die zelf de eerste steen legde.
In 1995 verdween het leger geheel uit de kazerne, Daalseweg 382, 1910 (F16028 RAN)
In 1911 gaat de Prins Hendrikkazerne. Dit is de laatste van de 3 bij elkaar gelegen kazernes: de Krayenhoffkazerne aan de Groesbeekseweg is in 1905 gebouwd. En de Snijderskazerne aan de Gelderselaan in 1906.
Korps Koloniale Reserve: de “Kolonialen”
De Koloniale Reserve, ook wel de “Kolonialen” genoemd, was in 1891 opgericht. Deze was bedoeld voor de rekrutering en training van aanvullingstroepen voor het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL). Voorheen had de Reserve haar panden bij de Papengas (Waalkazerne) en uitgebreid met de Valkhofkazerne. Het ontwerp van de kazerne was van architect Jo Limburg in de stijl van het rationalisme (wikipedia). Het is vernoemd naar Hendrik van Mecklenburg-Schwerin, de echtgenoot van Koningin Wilhelmina.
Oorlog en opheffing
In de Tweede Wereldoorlog werden de kazernes door de Duitsers in beslag genomen; waarop het Nederlandse leger na de oorlog de kazernes weer in gebruik nam. De KNIL echter voor korte tijd: vanwege de onafhankelijk van Indonesië werd het Korps Koloniale Reserve in 1951 opgeheven.
LIMOS
Vanaf de jaren 50 waren de kazernes in gebruik als luchtmachtschool, waarbij het in 1961 de naam Luchtmacht Instructie en Militaire Opleidingen School (LIMOS) kreeg. In 1995 vertrok deze opleiding naar Woensdrecht; de naam Limos(-kazerne) is aan het gebouw blijven hangen. De Prins Hendrikkazerne kwam in gebruik als asielzoekerscentrum.
Vierdaagse
Tijdens de 18e Vierdaagse keert een detachement van de Reichswehr (Duitsland) terug in de Prins Hendrik-kazerne. (BRD), 17/7/1928-20/7/1928 (Fotobureau Gazendam, Arnhem via F40014 RAN Auteursrechthouder: KNBLO-Nl)
In 1912 bood de Koloniale Reserve logies aan voor de wandelaars van een van de eerste vierdaagse wandelmarsen. Mede daardoor is Nijmegen vanaf 1925 het vaste start- en aankomstplaats van de Vierdaagse. Van 1925 – 1946 was de kazerne zelf het vertrek- en eindpunt. De vlaggenparade, de officiële opening van de Vierdaagse, werd gehouden op de binnenplaats van de kazerne en het aangrenzende Molenveld.
Rijksmonument
Het is een Rijksmonument met als waardering (met tevens een uitgebreide beschrijving):
“Het HOOFDGEBOUW van de PRINS HENDRIKKAZERNE uit 1910 door J. Limburg.
– Van architectuurhistorische waarde als een goed, in exterieur gaaf voorbeeld van een hoofdgebouw in de voor kazernes zeldzame stijl van het rationalisme met esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals een goede en gave hoofdvorm met een bijzondere detaillering, een op plastische massiviteit, symmetrie en rijzigheid gebaseerde monumentaliteit en in het interieur een bijzonder vormgegeven hal. Het gebouw heeft architectuurhistorische waarde vanwege de invloed die het ontwerp heeft uitgeoefend op de Nederlandse architectuur uit het tweede decennium van de 20ste eeuw.
– Van stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging van het gebouw met de 35m. hoge toren aan een driehoekig pleintje aan de Daalseweg. Het hoofdgebouw heeft ensemblewaarde in samenhang met het eveneens door Limburg ontworpen hekwerk met poorten en wachthuisjes en als functioneel onderdeel van het kazernecomplex.
– Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming als onderdeel van een K.N.I.L. kazerne (voorheen koloniale reserve), welke een herinnering vormt aan het koloniale verleden van Nederland. De kazerne heeft zeldzaamheidswaarde, omdat zij is ontworpen door een particulier architect, een unicum in de Nederlandse kazernebouw.”
Het beeld van Pegasus, vervaardigd uit kunststeen door Ed Teeseling in 1965 staande in het plantsoen tussen Berg en Dalseweg en Hengstdalseweg, 1975 (Frans Kup via F27367 RAN CCBYSA)
Ed van Teeseling maakte het beeld Pegasus in 1965. Het is een paard uit de Griekse mythologie, en natuurlijk een verwijzing naar de naam Hengstdal.
Gezien vanuit de Nieuwe Nonnendaalseweg , met in het midden het voormalig badhuis (Tulpstraat 2), 1980-1982 (Wim Michels via RAN ZN36144 – B)
Het badhuis in de Tulpstraat is gebouwd in 1921 en maakte onderdeel uit van de bouw van 51 woningen met een badhuis “op een terrein aan de Koninginnelaan”. Architect was J.C. Hermans, waarbij architect Willem Hoffmann “esthetisch adviseur” was.
Het nut van een “volksbadhuis”
Op zich zijn badhuizen al eeuwen bekend: ook in Nijmegen is een badhuis uit de Romeinse tijd gevonden. Het badhuis voor de “gewone” man ontstond in Nederland echter pas eind 19e eeuw. Hier kon hij tegen een (geringe) vergoeding een douche of bad nemen. Vanaf de 19e eeuw was er meer aandacht voor hygiëne, gezondheid en levensstijl, mede over de toegenomen kennis over het belang daarvan.
In het midden van de 19e eeuw werd in Liverpool het eerste openbare badhuis geopend: in Engeland was de industrialisatie veel eerder op gang gekomen dan in Nederland.
De arbeiderswoningen werden gebouwd zonder sanitair en sowieso was een afzonderlijke badkamer een zeer grote luxe.
Teil
De meeste mensen wasten zich in een teil: mogelijk nog uit eigen herinnering en anders zijn er genoeg herinneringen op internet te vinden waarin mensen vertellen hoe een gezin zich “vroeger” waste door een teil met verwarmd water te vullen: het eerste kind had nog een schoon, warm bad, het derde kind werd gewassen in inmiddels afgekoeld, grauw water.
Gemeente Bad- en Zweminrichting
Daarnaast had de gemeente in 1878 een “Gemeente Bad- en Zweminrichting” in de Waal geopend, welke op 6 ijzeren pontons ter hoogte van de Lindenberg in de Waal dreef. In de jaren volgden hierop een aantal uitbreidingen. Mensen met weinig geld, mochten tussen de middag en op zondagmiddag gratis naar binnen. Het Waalbad was echter maar drie maanden per dag open. Hoewel het nog tot 1950 heeft bestaan, voldeed het op dat moment al lang niet meer aan de eisen aan de tijd. Doordat de Waal steeds meer vervuild was geraakt, was het steeds minder geschikt geworden als wasgelegenheid.
Aanbesteding
Op 30 juni 1920 vond de aanbesteding plaats door het “’Bestuur der Woningvereeniging ‘Nijmegen’”. De firma Berntsen & Braam verkreeg deze op basis van de laagste inschrijving, f 296.000. Bergen & Vrijaldenhoven verkregen het schilderwerk (f12.523) en de installatie zal geschieden door de firma Lamers te Hees. (PGNC 14/7/1920). Daarbij was de gunning op basis van deze bedragen in eerste instantie aangehouden (1/7/1920).
De Woningvereeniging vraagt daarop aan de gemeente een aanvulling van het voorschot met f66000. Deze wordt verstrekt, op voorwaarde dat 5 woningen beschikbaar worden gesteld voor rijksambtenaren. (PGNC 22/7/1920).
Bij de opening in 1921
“Het eerste Volksbadhuis.
Heden is het eerste volksbadhuis geopend.
Lang is er vaak geredeneerd over nut en noodzakelijkheid van zoo’n instelling voor de volksgezondheid in de woonwijken van de mannen van den arbeid zelf.
Theoretisch is uitgemaakt dat de volkshygiëne door een volksbadhuis gediend wordt.
Practisch zal nu de man en de vrouw uit het volk zelf moeten aantoonen, in hoeverren door zoo’n badhuis nu aan hun hygiënische behoefte wordt tegemoet gekomen. De levensvatbaarheid, de nuttigheid en de noodzakelijkheid moeten zij nu zelf bewijzen.
Het badhuis staat er nu keurig en klaar aan de Tulpstraat, de eerste straat links, wanneer men de Nieuwe Nonnendaalsche weg afslaat.
Luxe is buiten dit huis gehouden, maar alles is even degelijk, even doelmatig en even helder en zindelijk.
Buiten op het huis, dat gebouwd is namens de woningvereeniging Nijmegen, door den bekenden bouwer dezer vereeniging, den heer Hermans, staat in sierlijke letters “Badhuis”, in welke decoratie men de kunstvaardige hand ontdekt van den esthetischen bouwadviseur der vereeniging den heer Willem Hofman.
Treedt men binnen, dan komt men door een kleine vestibule, links is de wachtkamer voor de vrouwen, rechts is die er mannen. Vlak achter de wachtkamer liggen de baden en wel tien stortbaden en vier kuipbaden, welke alle voorzien zijn van warm- en koudwaterleiding.
De badkamertjes, geheel blank betegeld, zijn voorzien van granieto-vloeren, maar hebben tevens twee zitbankjes voor de gebruikers der baden.
Iedere badkamer is voorzien van een uurwijzer, waarop de badmeester kan zien hoe laat de bader of baadster het bad is ingegaan- want natuurlijk gaat alles op tijd, vooral wanneer het druk loopt.
Voor de ventilatie is practisch gezorgd, terwijl de temperatuur in het badhuis steeds zóó kan zijn, dank zij centrale verwarming, dat het verblijf voor de gasten steeds een aangename is.
Voor watertoevoer en waterverwarming zijn in den kelder van het badhuis de noodige reservoirs en stookketels aanwezig.
Kortom in dit eerste badhuis is alles in orde en zal het tweede badhuis al weer nog meer practische verbetering ondergaan.
Voor reglementen en tarieven, welke zoo billijk mogelijk zijn gesteld, wende men zicht tot de badhuisdirectie.
De belangstelling op den dag der bezichtiging was opvallend groot. Eenige wethouders, meerdere raadsleden, het heele bestuur der woningvereeniging en meerdere vooraanstaande personen kwamen het badhuis officieel bezichtigen.
En de critiek was gunstig;.“ (De Gelderlander 30/5/1921)
Badhuis Tulpstraat voor verbouwing (maart 2023)
Vervolg
Aantal Bezoekers Badhuis Tulpstraat
In een badhuis was het mogelijk om een stortbad (een douche) of een kuipbad te nemen. Hierboven staan de gevonden bezoekersaantallen weergegeven.
Regulier
Voordeel
Sinds
Stortbad
Kuipbad
Dagen
Stortbad
Kuipbad
Abonne ment
Abonne ment
Abonnement
Vanaf opening
15
12,5
30
25
Per Jan 1922
15
12,5
30
25
ma, di en wo
7,5
15
Per sept 1928 (kinderen jonger dan 14 jaar half geld
15
12,5
30
25
ma, di en za
7,5
15
Gevonden tarieven (in centen)
Wanneer het Badhuis in 1921, kost een stortbad (een douche) 15 cent en een bad in een badkuip 30 cent. Daarnaast is het mogelijk om een abonnement van 10 bezoeken te nemen. Bij het bezoek aan het badhuis is een handdoek en zeep bij de prijs inbegrepen.
Vanaf 1 januari 1922 wordt er een proef gehouden waarbij de tarieven van het badhuis zijn gehalveerd (De Gelderlander 4/1/1922). Wanneer het Badhuis Maasplein in 1922 opent staat het PGNC in haar artikel ook stil bij de resultaten van het Badhuis aan de Tulpstraat:
Na de aanvankelijke goede resultaten bij de opening was het bezoek aan het badhuis aan het einde van 1921 verminderd
Het bezoekersaantal was in 1922 toegenomen, waarbij de verlaging in de tarieven op maandag, dinsdag en woensdag een grote rol spelen
Ook is het bezoek weersafhankelijk: het bezoek neemt toe bij warm weer; wanneer op een zomerse dag de zon niet schijnt, komen er minder bezoekers
Opvallend daarbij is, dat bezoekers uit de “volksklasse” (de feitelijke doelgroep) vooral de voorkeur hebben voor de laatste 3 dagen van de week en dan vooral de zaterdag. Op de voordeeldagen komen er vooral “onderwijzers en onderwijzeressen, kantoorheeren- en dames en andere personen uit den middenstand.” (PGNC 7/8/1922).
Nieuwe tarieven voor de Badhuizen (De Gelderlander 24/9/1928)
In september 1928 vindt een volgende tariefwijziging plaats: de voordeeldagen zijn nu maandag, dinsdag en zaterdag. Vooral is de zaterdag belangrijk: dat is de dag waarop de “volksklasse” bij voorkeur komt. Daarnaast betalen kinderen beneden 14 jaar half geld: voor veel gezinnen waren de kosten, wanneer alle leden van het gezin het badhuis zouden bezoeken, (te) hoog geweest. (Grafieken en beschrijving afgeleid uit De Gelderlander en PGNC en PGNC 21/9/1928).
Huis van de Nijmeegse Geschiedenis: “Een geduchte concurrent van de door de gemeente gesubsidieerde badhuizen waren in de jaren dertig de openluchtzwembaden en het Sportfondsenbad in Oost.” Ik weet niet in hoeverre deze zwembaden een concurrent voor het Badhuis aan de Tulpstraat is geweest.
In ieder geval zal het vervolg hebben gegolden: “Na de Tweede Wereldoorlog kregen woonhuizen steeds vaker een douche en zelfs fabrieken legden die aan voor hun personeel. Zo werd de klandizie in de badhuizen van lieverlee minder en stegen de kosten. Woningbouwverenigingen moesten de exploitatie staken.”
Badmeesters
Waarschijnlijk was W.H. van Kessel de eerste badmeester. Wanneer het Badhuis aan het Maasplein opengaat, wordt hij daar badmeester (PGNC 7/8/1922).
Nadat G.M. Bregonje hier tot 1928 gewerkt had als badmeester, zou Jan de Groot 29 jaar, tot 1957, werken. Op Noviomagus is hij te zien met een tabakspot ter ere van zijn 25-jarige jubileum.
In de jaren ‘50 en ‘60 was het echtpaar Van Zanten de beheer van het badhuis.
Jaren 70: sluiting en verbouwing tot woning
Het badhuis sloot in de jaren ’70. Daarna werd het als woonhuis verbouwd. Het opschrijft van smeedijzer bleef behouden.
Een mooie foto van het interieur in 1973 is te zien op F46169 RAN.
in 2023/2024 is het gebouw verbouwd tot appartementen. In augustus 2024 staan deze te huur.