Oranjesingel, gezien vanaf het Keizer Karelplein richting St. Canisiussingel, circa 1900 (Vivat Amsterdam via F2892 RAN)
#Nijmegen, Centrum, Geen categorie

Oranjesingel

Oranjesingel, gezien vanaf het Keizer Karelplein richting St. Canisiussingel, circa 1900 (Vivat Amsterdam via F2892 RAN)
Oranjesingel, gezien vanaf het Keizer Karelplein richting St. Canisiussingel, circa 1900 (Vivat Amsterdam via F2892 RAN)

Deze pagina verzamelt artikelen die over de Oranjesingel zijn verschenen.

De Oranjesingel is vernoemd naar het Bolwerk Oranje, dat aan het eind van de Molenstraat lag. De aanleg van deze straat begon in 1880, na de sloop van de vestingwerken.

Het bolwerk Oranje, 1875 (Gerard Korfmacher via F68578 RAN)
Het bolwerk Oranje, 1875 (Gerard Korfmacher via F68578 RAN)

Lommerijke singel

De Oranjesingel had bij de aanleg een ander karakter dan wij tegenwoordig kennen: aanvankelijk was het een brede, lommerijke straat, waartussen Nijmegenaren in het midden van de straat konden flaneren. Aan weerszijden lag daarnaast een weg. Op dat moment bestond de Waalbrug nog niet.

Lindes

Oorspronkelijk waren er kastanjes aangeplant. Omdat deze niet groeien wilden, werden ze vervangen door lindebomen. (PGNC 2/11/1890). In 2007 waren veel lindes intussen al verdwenen: “Deze singel oogt in eerste aanblik als een coherent straatdeel zeer verschillend en de oorspronkelijke beplanting met linden is deels verdwenen. Er zijn aan het eind van de vorige eeuw zelfs ook populieren aan de singel toegevoegd. In 1990 is de binnenste rij linden vervangen door moeraseiken. De visie uit die tijd was dat deze bomen beter bestand waren tegen verontreiniging zoals uitlaatgassen en strooizout. Het probleem van deze bomen is dat de moeraseik breder uitgroeit dan de linde waardoor de rij linden naast de eiken in de verdrukking komt.” (Groene allure)

Bebouwing

De Renbaan liep langs de Oranjesingel tot aan de Berg en Dalseweg (Berg en Dalsche straat), Detail plattegrond Nijmegen in 1888 (RAN KPD-16)
De Renbaan liep langs de Oranjesingel tot aan de Berg en Dalseweg (Berg en Dalsche straat), Detail plattegrond Nijmegen in 1888 (RAN KPD-16)

Als bebouwing kwamen er aan de centrumkant grote herenhuizen, die tegenwoordig veelal zijn verbouwd tot kantoorpanden. Aan de andere zijde kwam Sociëteit de Vereeniging en de renbaan de Wedren. “Langs de straten en singels die tot de schil behoren verschenen royale huizen, kantoren en winkels in de stijl van eclecticisme, neo-renaissance en art nouveau/jugendstil.” (Bijschrift KN10984-14 RAN, een foto uit 1902)

In de omgeving van de Ziekerstraat was een terrein gereserveerd voor militaire doeleinden. Hierop kwam later onder andere het Stedelijk Gymnasium en de Rechtbank te staan.

Oranjesingel 3, 5, 7 en 9 (oktober 2024)

Oranjesingel 3-9 en 1

In 1890 ontwerpt architect Maurits dit complex van 4 woningen: Oranjesingel 3, 5, 7 en 9. En wat is dat kleine gebouwtje van Oranjesingel 1 nu eigenlijk?

Lees verder
Oranjesingel 8 en 10, september 2022 (Google Streetview)

Oranjesingel 8 en 10, architect G. Buskens

Oranjesingel 8 en 10 Gemeentelijk Monument Het pand is een Gemeentelijk Monument. De tekst bij aanwijzing: “Complex van twee elkaars spiegelbeeld vormende woonhuizen.Bakstenen pand van tweebouwlagen met souterrain, plat dak en schild aan de voorzijde. Links en rechts vooruitspringende bouwmassa van een as breed,die een rondbogig portiek met trappen en deuren bevat; op de etage…

Lees verder
Oranjesingel 2c, 4, 6 en 6a (oktober 2024)

Oranjesingel 2c, 4, 6 en 6a

Het linker hoekpand was voorheen in gebruik door De Kerk van de Nazarener, welke huisnummer 2a had. Tegenwoordig zit Manna op nummer 2c.

Lees verder

Villa voor N. Dreesmann

rond 1909, Oranjesingel 41 (huidig)

Ontwerp villa voor den Weled. Heer N. Dreesmann a/d Oranjesingel, Oranjesingel 41, architect W.G. Welsing, datum bouwtekening: November 1909 (D12.381522)
Ontwerp villa voor den Weled. Heer N. Dreesmann a/d Oranjesingel, Oranjesingel 41, architect W.G. Welsing, datum bouwtekening: November 1909 (D12.381522)

In november 1909 ontwerpt architect W.G. Welsing de villa aan de Oranjesingel voor N. Dreesmann.

Ontwerp villa voor den Weled. Heer N. Dreesmann a/d Oranjesingel, datum op bouwtekening D12.381520: November 1909 (D12.381522)
Ontwerp villa voor den Weled. Heer N. Dreesmann a/d Oranjesingel, datum op bouwtekening D12.381520: November 1909 (D12.381522)

Gevonden gebruikers

Oranjesingel 41, 1951 (GN5561 RAN)
Oranjesingel 41, 1951 (GN5561 RAN)

Net als bij de andere panden dient hier een slag om de arm te worden gehouden, aangezien er een hernummering kan hebben plaats gevonden.

Dr. Ch.A.L. Zegers is een keel-, neus- en oorarts. In april 1912 plaatst hij een advertentie dat hij verhuist is naar Oranjesingel 41, “bij de Schevichavenstraat” (PGNC 19/4/1912).

De volgende gevonden gebruiker is B. Zikel, koopman. In PGNC 4/3/1919 vraagt mevr. Zickel per 1 mei een keukenmeisje. Daarbij valt op dat in PGNC 19/5/1919 staat dat B. Zikel in mei is vertrokken naar Indië. Het is nog onbekend of mevrouw Zickel is meegegaan en of het een permanent vertrek was.

In 1926 woont A.J. v. Noordwijk in het pand, waarbij J.W. Ginsheumer waarschijnlijk een inwonend “huisbewaarder” is. in 1928 wordt mr. K.J. Weve gevonden op dit adres.

Dan staat in de Adresboeken 1932 t/m 1938 N.R.A. Dreesmann op dit adres. Het is nog onbekend of dit te maken heeft met een hernummering, waarbij de voorgaande bewoners een ander adres betreft. Of dat Dreesmann de woning heeft laten bouwen en er vervolgens rond 1932 of eerder er zelf in is gaan wonen. Mevrouw Dreesmann, Oranjesingel 41, vraagt in De Gelderlander 7/7/1931 een “net R.K. 2e meisje” voor mevrouw Vroom-Dreesmann in Amsterdam.

Nicolaas Rudolph Alexander Dreesmann is getrouwd met Elisabeth Maria Josephine von Hülst en weduwnaar van zijn eerste vrouw Antoinette Clara Johanna Velthuys (PGNC 4/8/1939)

Bij zijn overlijden op 2-8-1939 is hij 72 jaar (overlijdensadvertentie PGNC 4/8/1939)

N. Dreesmann blijkt overigens ook een fokker van vogels te zijn. Op de internationale tentoonstelling wint hij een aantal prijzen: “De heer N. Dreesmann, Oranjesingel 41, is altijd een gevreesde concurrent op onze beste shows”. (De Gelderlander 17/12/1932)

Na de oorlog volgen een aantal weduwen en “mejuffrouws”.

In Adresboek 1948 komt Jacoba Arnolda Catharina van Wijck, weduwe van Petrus Alphonsus Terwindt voor. Zij overlijdt op 2-7-1949. (De Gelderlander 5/7/1949). Mej. M.E.A. Terwindt komt voor in het Adresboek van 1951.

In De Gelderlander 3/11/1951 vraagt Mevr. v.d. Lande, Oranjesingel 41 een “Keukenmeisje In gezin van oude dame, waar meerdere hulp aanwezig is.”  Deze mevrouw v.d. Lande is nog niet gevonden in een Adresboek. In 1953 wordt een dienstmeisje gevraagd (De Gelderlander 14/8/1953).

Midden jaren 50 lijkt de laatste keer dat het pand gebruikt wordt als woning. Daarna komen er allerlei instellingen in.

Catechetisch Centrum komt naar Nijmegen

Het Catechetisch Centrum, een stichting van de Nederlandse provincie der Paters Jezuïeten met het doel een bijdrage te leveren voor de verbetering van het godsdienstonderwijs in al zijn geledingen, sinds 1948 gevestigd in het klooster Canisianum te Maastricht, komt naar Nijmegen. Naar wij vernemen is voor de huisvesting van dit Centrum het pand Oranjesingel 41 aangekocht, de woning van de verleden jaar overleden Mevr. van de Lande. Zoals bekend worden door het Catechetisch Centrum twee periodieken uitgegeven, te weten Verbum, bestemd voor priesters en “School en Godsdienst”, bestemd voor onderwijzers en onderwijzeressen. Het ligt in de bedoeling de vestiging in onze stad in de loop van de zomer te doen plaats hebben.” (De Gelderlander 7/3/1955)

Of dit Catechetisch Centrum er daadwerkelijk is gekomen, is nog niet bekend.

In september 1955 is in ieder geval Het Gemeenschappelijk Instituut voor Toegepaste Psychologie (G.I.T.P.) afd. Research hier gevestigd, wanneer er in een personeelsadvertentie een Jongedame wordt gevraagd. (De Gelderlander 24/9/1955)

De R.K. Universiteit kondigt in De Gelderlander 28/1/1956 aan dat de Verpleegstersschool, verbonden aan de Sint Radboudklinieken van de R.K. Universiteit op 1 mei wordt geopend.  Degenen die voor verpleegster willen leren, kunnen zich schriftelijk melden bij de Directrice op de Oranjesingel. Bij het RAN zijn de nodige foto’s van deze opleiding te zien, waaronder een docerende verpleegster van de Verpleegstersschool GN44179 RAN.

In 1971 is het in gebruik als Instituut voor middeleeuwse, nieuwe en sociale en economische geschiedenis.

In 1992 en 1994 geeft het RIAGG aan de Oranjesingel 41 een cursussen aan jongeren (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/9/1992, een dergelijke cursus ook in 1994: Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/1/1994)

NaamOmschrijvingAdresboek
C.A.L. ZegersGeneesheer, keel- neus- en oorarts1912-1913, 1913-1914, 1914-1915
B. Zikelkoopman1915-1916, 1916
J.W. GinsheumerHuisbewaarder (waarschijnlijk inwonend)1926
A.J. v. NoordwijkDirecteur marg. Fabriek1926
Mr. K.J. WeveAls penningmeester van Woningvereeniging Nijmegen1928
N.R.A. Dreesmannkoopman1932, 1934, 1936, 1938
Mej. H. Bleeck 1948
Wed. J.Ch.L. van der LandeGeb. W.E.M. Jansen1948, 1951
Mej. Th.F. Bosch 1948
Mej. J.R. Eggenhuizen 1948
Mej. H.G.M. LengletOnderwijzeres St. Maartenskliniek1948, 1951
Wed. A.P.A. TerwindtGeb. J.A.C. van Wijck1948
Mej. M.E.A. Terwindt 1951
Mej. M.A. Jansen 1951
Mej. N.R.J. Elbers 1955
Instituut voor middeleuwse, nieuwe en sociale en economische geschiedenis 1971

Oranjesingel 43

(voorheen Oranjesingel 45?)

Oranjesingel 43, augustus 2023 (Google Streetview)
Oranjesingel 43, augustus 2023 (Google Streetview)
Ontwerp v/e Heerenhuis a/d Oranjesingel Gem. Nijmegen. Kad. Sectie B 3881, bouwmeester Haspels, datum bouwtekening juli 1909 (D12.380706)
Ontwerp v/e Heerenhuis a/d Oranjesingel Gem. Nijmegen. Kad. Sectie B 3881, bouwmeester Haspels, datum bouwtekening juli 1909 (D12.380706)

Bij de bouw van een tuinhuisje is het Oranjesingel 43 (datum bouwdossier 5-4-1935, D12.401828)

Lees hier het artikel:

Prick: 43 of 45?

Rond 1953 vindt een verbouwing plaats van de 2e verdieping en het souterrain. Dit souterrain wordt daarbij verbouwd tot dokterspraktijk. Dan heeft het gebouw huisnummer 45, terwijl het huidige nummer 43 is; Kad. Bekend Gem. Nijmegen Sectie B No 3881 (Datum Bouwdossier 17-3-1953, D12.417114).

Afgaande op het huisnummer zou het dan 45 zijn, echter: de vermelding op de bouwtekeningen is het kadastrale nummer B No 3881. Deze staat zowel vermeld op die van 1909 als op die van 1953. De bouwtekening van 1953 is echter opgeslagen onder Oranjesingel 45.

Herenhuis met 16 kamers ontworpen en gebouwd door de gebroeders Haspels. In 1953 kocht de bekende neuroloog J.J.G. Prick het pand, Oranjesingel 45, foto 1910 (F29089 RAN)
Herenhuis met 16 kamers ontworpen en gebouwd door de gebroeders Haspels; op de gevel staat nog huisnummer 45. Volgens RAN kocht in 1953 kocht de bekende neuroloog J.J.G. Prick het pand, maar waarschijnlijk is het de buurman, het huidige Oranjesingel 45, foto 1910 (F29089 RAN)

Oranjesingel 45

1910

Ontwerp voor een Heerenhuis aan de Oranjesingel te Nijmegen, Kad: Sectie B No 3943, Eigenaars Gebr. Haspels, Datum Bouwtekening juni 1910 (D12.381537)
Ontwerp voor een Heerenhuis aan de Oranjesingel te Nijmegen, Kad: Sectie B No 3943, Eigenaars Gebr. Haspels, Datum Bouwtekening juni 1910 (D12.381537)

Oranjesingel 45 is in 1910 gebouwd als Heerenhuis. Hierbij staan eigenaar de Gebr. Haspels op bouwtekening (Datum Bouwtekening juni 1910, D12.381537)

Advertentie afwezigheid Prof. Dr. J.J.G. Prick, Oranjesingel 45 (De Gelderlander 16/5/1953)
Advertentie afwezigheid Prof. Dr. J.J.G. Prick, Oranjesingel 45 (De Gelderlander 16/5/1953)

In 1951 komt prof. zenuwarts J.J.G. Prick nog voor op Canisiussingel 25 (Adresboek 1951).

In 1955, 1959, 1963 en 1966 op Oranjesingel 45 (op 1 plaats ook op nummer 5, maar dit zal een zetfout zijn).

Oranjesingel 2a (nu 2c)

De Openbare Leeszaal en Boekerij; statuten en reglementen, Oranjesingel 2a, 1918 (F46570 RAN)
De Openbare Leeszaal en Boekerij; statuten en reglementen, Oranjesingel 2a, 1918 (F46570 RAN)

Lees over de verbouwing door Willem Hoffmann:

Oranjesingel 42

De studentenvereniging Carolus Magnus betrok op 9 mei een eigen gebouw aan de Oranjesingel. Ter ere van de opening werd het gebouw versierd en een 3 dagen durend feest gevierd, 9/5/1925-9/ /1925 (F9532 RAN)
De studentenvereniging Carolus Magnus betrok op 9 mei een eigen gebouw aan de Oranjesingel. Ter ere van de opening werd het gebouw versierd en een 3 dagen durend feest gevierd, 9/5/1925-9/ /1925 (F9532 RAN)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Oranjesingel

https://nl.wikipedia.org/wiki/Oranjesingel_(Nijmegen)

https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=Ansichtkaarten/straten/Oranjesingel/OranjeCat.html

Oranjesingel 8 en 10, september 2022 (Google Streetview)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Oranjesingel 8 en 10, architect G. Buskens

Oranjesingel 8 en 10

Oranjesingel 8 en 10, september 2022 (Google Streetview)
Oranjesingel 8 en 10, september 2022 (Google Streetview)

Gemeentelijk Monument

Links een pand van het polderdistrict "Maas en Waal"; met op de achtergrond rechts de panden aan de Oranjesingel, 1895-1900 (Uitg. A.T. van Hooijdonk via F1904 RAN)
Links een pand van het polderdistrict “Maas en Waal”; met op de achtergrond rechts de panden aan de Oranjesingel, 1895-1900 (Uitg. A.T. van Hooijdonk via F1904 RAN)

Het pand is een Gemeentelijk Monument. De tekst bij aanwijzing: “Complex van twee elkaars spiegelbeeld vormende woonhuizen.Bakstenen pand van twee
bouwlagen met souterrain, plat dak en schild aan de voorzijde. Links en rechts vooruitspringende bouwmassa van een as breed,die een rondbogig portiek met trappen en deuren bevat; op de etage bevindtzich een rechtgesloten venster met kroonlijst op consoles. Daarboven bevindt zich een leien spits met houten dakkapel met tympaan. Tussen de portieken op de begane grond zijn houten erkers met in vieren gedeelde kozijnen, twee ramen en openslaande deuren omvattende.
Daarboven balkons en in het terugliggende geveldeel openslaande balkondeuren met
kroonlijsten op consoles. Dakkapel alleen bij nr. 10 nog oorspronkelijk: met halfrond fronton. Aan nr. 8 is een brede rechte dakkapel toegevoegd. Onder de gootlijst op consoles een fries van rode en gele baksteen.

Bouwjaar: 1892. Architect: G. Buskens.

Goed geproportioneerde panden van individueel karakter, van groot belang voor de straatwand.”

Gebruikers Oranjesingel 8

Hieronder staan de reeds gevonden gebruikers van Oranjesingel 8 weergegeven. Wel dient er een slag om de arm te worden gehouden vanwege mogelijke hernummeringen.

NaamOmschrijvingAdresboekOpmerking
Wed. E. HeijningGeb. H.J.S.L. Jolle, zonder beroep1895, 1896, 1898, 1899, 1901In 1902 Graadt van Roggenstraat 12
Mr. J.C. Heijning 1902 
Wed. Jhr. W.H.F.H. RadersGeb. J.M. Prins1902 
Mr. C.F.J.J. v. Niekerken 1903, 1905, 1907   
Wed. Mr. C.F.J.J. v. NiekerkenGeb. M.L. Verstegen1912-1913, 1913-1914, 1914-1915   
L. van NiekerkenImport en Export1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916    Onder Bouwmaterialen  1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916c, 1916; onder Agenten van Binnen- en Buitenlandsche Huizen 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916  
Mej. C.M.E.Th. Niekerken  1915-1916, 1916, 1922    
A.C.F.M. van Niekerken  1922
H.J.C. v. BergenNotaris, part adres Oranjesingel 8; kantoor Oranjesingel 6 1926  
B.H.J. Weerenbeckonder Lectoren1928, 1932, 1934, 1936 
Mej.C. Gerversin 1948, 1951, 1955 ass. Bij Paedalogisch Instituut  1938, 1940In 1948, 1951 R.K. Meisjesbescherming afd. Stationswerk
Wed. F.I.M. Gervers, geb. Verbunt 1938, 1940 
H.H.J. Swagten 1948 
Mej. M.A. van Tilburg 1948 
J.W. Konings 1951 
A. Mom Faure Mees 1951 
H.P.M. van den Hout 1955 
C. RoestRecl. Adv.; in 1966: dir NV1959, 1963, 1966 
Mw. C. Gervers 1959, 1963, 1966Zelfde als de “mej.”?
G.J. v. OostendeGraficus1968 
Mr. D.J. Kroeskamp 1971 
Mr. A.W.J.Th. Marres 1971 
Mr. A.A. Veerbeek 1971 
Mr. J.W.M. v.d. Grinten 1971 

Gerardus Buskens, aannemer

Gerardus Buskens (Bergharen, 7 augustus 1853 – Nijmegen, 15 juli 1933 was een bouwmeester en aannemer. Graafseweg 56 bouwde hij…

Oranjesingel 2c, 4, 6 en 6a

Het linker hoekpand was voorheen in gebruik door De Kerk van de Nazarener, welke huisnummer 2a had. Tegenwoordig zit Manna…

Op 25 juni 1932 opende de heer F.B. Brands Hotel Café Restaurant Hundisburg (12 kamers) in een door hem kort daarvoor aangekochte villa. De rond 1888 gebouwde villa kreeg de naam Hunerberg, daarna (1897) villa Slido (naar Simon Rijnbende en zijn vrouw Theodora), vervolgens kocht A.B.A. Quack de villa en veranderde de naam in Hundisburg; na zijn dood woonde er het echtpaar Reitsma-van Maasdijk de ouders van de verzetsheld Guus Reitsma. De villa op de hoek van de Batavierenweg werd op het eind van de oorlog verwoest, Beatrixstraat 1 Hunnerberg, 1932-1940 (GN11119 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Hotel-Pension-Café-Restaurant Hundisburg

Op 25 juni 1932 opende de heer F.B. Brands Hotel Café Restaurant Hundisburg (12 kamers) in een door hem kort daarvoor aangekochte villa. De rond 1888 gebouwde villa kreeg de naam Hunerberg, daarna (1897) villa Slido (naar Simon Rijnbende en zijn vrouw Theodora), vervolgens kocht A.B.A. Quack de villa en veranderde de naam in Hundisburg; na zijn dood woonde er het echtpaar Reitsma-van Maasdijk de ouders van de verzetsheld Guus Reitsma. De villa op de hoek van de Batavierenweg werd op het eind van de oorlog verwoest, Beatrixstraat 1 Hunnerberg, 1932-1940 (GN11119 RAN)
Hotel Café Restaurant Hundisburg, 1932-1940 (GN11119 RAN)

Op 25 juni 1932 opende de heer F.B. Brands Hotel Café Restaurant Hundisburg (12 kamers) in een door hem kort daarvoor aangekochte villa. De rond 1888 gebouwde villa kreeg de naam Hunerberg, daarna (1897) villa Slido (naar Simon Rijnbende en zijn vrouw Theodora), vervolgens kocht A.B.A. Quack de villa en veranderde de naam in Hundisburg; na zijn dood woonde er het echtpaar Reitsma-van Maasdijk de ouders van de verzetsheld Guus Reitsma. De villa op de hoek van de Batavierenweg werd op het eind van de oorlog verwoest, Beatrixstraat 1 Hunnerberg (Bijschrift GN11119 RAN)

Bij de opening van Hundisburg

Hotel-Pension-Café-Restaurant “Hundisburg“.

Ieder Nijmegenaar kent de villa aan den Batavierenweg, op den hoek van de Barbarossastraat, die nu reeds jaren achtereen heeft leeg gestaan. Destijds werd zij bewoond door de nu overleden wethouder Quack. Daarna vond het gebouw nog eenige jaren andere bewoners, doch de laatste jaren kenden wij het niet anders meer, dan in den vervallen staat waarin het langzamerhand was komen te verkeeren.

Toch ligt huize “Hundisburg” op een van de mooiste punten der stad. Van hieruit immers heeft men een prachtig uitzicht over de rivier de Waal en een deel van het Betuweland. Is het eigenlijk wel te verwonderen, dat de heer F. Brandts op de gedachte kwam om op deze plaats een hotel-pension-café-restaurant te gaan exploiteeren? Dat hij ook den ouden, historischen naam “Hundisburg” handhaafde voor het hotel-café-restaurant dat hier gevestigd werd?

Wel heeft het pand een grondige restauratie ondergaan om het aan zijn nieuwe bestemming te doen beantwoorden, maar het geheel maakt dan nu ook een uitstekenden indruk en zoowel de hotel- als de café-gasten zullen, naar het ons dunkt, op “Hundisburg” gaarne toeven. Van het prachtige uitzicht geniet men zoowel van uit de kamers, als van uit het restaurant beneden en het groote terras, dat rond het gebouw is aangelegd en dat een prettig zitje vormt. Onnoodig te zeggen, dat het geheel aan moderne eischen voldoet.

De verbouwing van het pand geschiedde door de firma Th. Thunissen. De firma Merx en Boerboom legde de centrale verwarming aan. Het schilderwerk verzorgde de firma Reyers en Zn, terwijl de electrische installatie werd uitgevoerd door de firma Schreven. De firma Drukker leverde het behang, terwijl de stoffeering geschiedde door de firma Vroom en Dreesmann. Vermelden wij nog, dat hedenmiddag om vier uur de opening van het hotel-café “Hundisburg” plaats vindt.” (PGNC 25/6/1932)

Muurschilderij voormalig Hotel Pension Nassau, hoek Smetiusstraat - Nassausingel (november 2024)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Hotel Restaurant Nassau

Muurschilderij voormalig Hotel Pension Nassau, hoek Smetiusstraat - Nassausingel (november 2024)
Muurschilderij voormalig Hotel Pension Nassau, hoek Smetiusstraat – Nassausingel (november 2024)
Hotel Restaurant Nassau opende op 22 april 1922 haar deuren in het statige pand dat werd bewoond door de steenfabrikant Löben Sels; uitbater was de heer J.N.E. Esser; links is nog een glimp van het Kolpinghuis zichtbaar. De foto is genomen vanaf de Nassausingel, 1922-1930 (Uitg. P.M. Eenennaam via F30655 RAN)
Hotel Restaurant Nassau opende op 22 april 1922 haar deuren in het statige pand dat werd bewoond door de steenfabrikant Löben Sels; uitbater was de heer J.N.E. Esser; links is nog een glimp van het Kolpinghuis zichtbaar. De foto is genomen vanaf de Nassausingel, Smetiusstraat 2, 1922-1930 (Uitg. P.MJ. Eenennaam via F30655 RAN)

Het grote gebouw op de hoek van de Smetiusstraat en Nassausingel is in 1880 gebouwd. De architect was C. Wagtho.

In 1922 opende hier het Hotel-Pension-Restaurant Nassau, waarvan J.N.E. Esser de uitbater was. De muurschildering aan de Smetiusstraat herinnert hier nog steeds aan:

“Hotel

Pension

Nassau

Restaurant”

Tegenwoordig zijn het bedrijfsruimtes met bovenwoningen (bijschrift DF4153 RAN)

Hotel Restaurant van J.M. Devenijns, voorheen Esser op de hoek In de Betouwstraat met de Smetiusstraat, 1930 (F58579 RAN)
Hotel Restaurant van J.M. Devenijns, voorheen Esser op de hoek In de Betouwstraat met de Smetiusstraat, 1930 (F58579 RAN)
Zicht op het pand op de hoek met de Nassausingel met Broodjeszaak en Cafetaria Le Casse Croute en Hotel Café Restaurant Cascade van G. Verasdonck (adres Smetiusstraat 2 / Nassausingel 6), 1970-1975 (Evert F. van der Grinten via F78886 RAN CCBYSA Auteursrechthouder RAN)
Zicht op het pand op de hoek met de Nassausingel met Broodjeszaak en Cafetaria Le Casse Croute en Hotel Café Restaurant Cascade van G. Verasdonck (adres Smetiusstraat 2 / Nassausingel 6), 1970-1975 (Evert F. van der Grinten via F78886 RAN CCBYSA Auteursrechthouder RAN)

Afgaande op F86794 RAN zat de Familie Verasdonck in het Hotel café-restaurant Verasdonck 1925-1974

Hoek Smetiusstraat - Nassausingel, voormalig Hotel-Restaurant Nassau (november 2024)
Hoek Smetiusstraat – Nassausingel, voormalig Hotel-Restaurant Nassau (november 2024)
Het hoofdgebouw en de klokkentoren van het Kasteel Bat-Ouwe-Zate (Kasteel Hallo), 1859-1861 (Julius Schaarwächter via F47511 RAN)
#Nijmegen, Benedenstad, Centrum, Gebouw van de dag

Bat-Ouwe-Zate/Kasteel Hallo

Het hoofdgebouw en de klokkentoren van het Kasteel Bat-Ouwe-Zate (Kasteel Hallo), 1859-1861 (Julius Schaarwächter via F47511 RAN)
Het hoofdgebouw en de klokkentoren van het Kasteel Bat-Ouwe-Zate (Kasteel Hallo), 1859-1861 (Julius Schaarwächter via F47511 RAN)

In 1858/1859 laat Franciscus Johannes (Frans) Hallo Bat-Ouwe-Zate bouwen, welke al binnen 7 maanden gereed is. In de volksmond krijgt het al gauw de naam “Kasteel Hallo”. Hij zal er zelf maar een korte periode wonen. Het kasteel werd vervolgens vooral bekend door de geliefde “Zusters van Hallo”.

Jeugd en opleiding

Franciscus Johannes (Frans) Hallo werd geboren op 23-1-1808 in Amsterdam. Zijn ouders waren Johannes Hallo en Johanna Peelman. Johannes was in 1898 op 20-jarige leeftijd vanuit Burgsteinfurt bij Bentheim naar Amsterdam gekomen. Aanvankelijk als kleermakersknecht. Waarschijnlijk is hij al vrij snel zijn eigen bedrijf als hoedenmaker begonnen. Daarbij zou hij de uitvinder zijn geweest voor een soort valhoedjes voor kinderen. Uiteindelijk was hij zo welgesteld, dat hij twee huizen aan de Singel kon kopen. “Uit later door hem gemaakte aantekeningen blijkt, dat het hoedenmakersbedrijf van zijn vader de zoon niet erg gelegen heeft. De ouderlijke omgeving is hem te klein, te nauw.” (Amstelodamum)

Hij studeerde letterkunde; als 22-/23-jarige schrijft hij naar aanleiding van de Belgsiche Opstand een en aantal publicaties. Pamfletten in dichtvorm, maar ook een aantal andere werken. Het Biographisch woordenboek der der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891) noemt:

  • Bijdragen tot de gesch. der Nederlanden, aanvang nemende 25 Augustus 1830, 4 dln., Amst. 1831; Aant. en bijlagen voor de bijdragen, ib. 1831;
  • Aanhangsel voor de bijdragen, ib. 1831;
  • Staat- en geschiedk. overzicht van de Belgische omwenteling in 1830-’31, ’s Hage 1831;
  • Staatk. handelingen van de Londensche conferentie in de zaken van Holland en België, Amst. 1832,
  • en enkele brochures.

In 1834 kreeg hij in Den Haag een baan als letterkundige op het Departement van Oorlog. Daar zou hij tot 1841 blijven werken als letterkundige, waarbij zijn werk onder andere bestond uit tekstcorrecties.

In 1834 trouwt hij voor de eerste keer, met Catharina van Maarsseveen uit Rotterdam.

Loopgas

In 1834 kreeg hij in Den Haag een baan als letterkundige op het Departement van Oorlog. Daar zou hij tot 1841 blijven werken als letterkundige, waarbij zijn werk onder andere bestond uit tekstcorrecties. Het zittende, regelmatige leven bevalt hem weinig.

Inmiddels begint hij belangstelling voor techniek en chemie te tonen, mogelijk als gevolg van een studiereis naar Noord-Frankrijk in 1838. Enerzijds over de aanleg van waterleiding voor Amsterdam. En vooral het experiment met aardappels: in 1842 vindt hij een vloeistof uit, welke bij verhitting een lichtgas vormt.  In 1843 heeft hij gas gereed dat hij “nu genoegzaam gereed (is) met den Bouw zijner Fabrijken van Gasstof en Toestellen”. Hij noemt het “Hallo-gas”. Aanvankelijk gaan de zaken goed. Hij associeert zich met G.J. Koopman J. Scholting Jr. De aardappeloogst van 1847 mislukt echter, waardoor de productie stil valt. Op 29-3-31848 wordt de Nederlandsche Hallo-Gas-Maatschappij ontbonden.

Erfrecht

Rond de jaren 1840 begon Hallo als speculant in erfrechten. Uit historische-genealogische belangstelling en het zoeken naar financiële mogelijkheden kwam hij op de mogelijkheden die kennis van de zogenaamde Wees-en-Momboir Kamers boden. Deze kamers hielden zich bezig met het voogdijschap van minderjarigen. In 1835 kwam het Koninklijk Besluit dat vanaf dat de Kamer zou worden ontbonden en vanaf dat moment alleen lopende zaken zouden afhandelen.

Hallo voerde historisch-genealogisch onderzoek uit om mogelijke rechten op boedels te ontdekken, die nog niet waren verdeeld. Wanneer hij dan verre verwanten ontdekt die (mogelijk) in aanmerking voor de erfenis komen, spoort hij deze op. Daarna bood hij tegen betaling zijn kennis aan mogelijke erfgenamen aan. Of Hallo kocht de mogelijke rechten van de erfgenaam. Deze verkochten ze aan hem de mogelijke rechten om verschillende redenen. Een voorbeeld dat wordt genoemd is dat de men de kans klein achtte dat ze de erfenis zouden verkrijgen. Of dat men eenvoudigweg te weinig kennis had; of dat men het financiële risico/de moeite niet wilde nemen om te gaan procederen om de erfenis daadwerkelijk binnen te halen.

In ieder geval verdient Hallo een groot fortuin, hoewel hij juist ook grote sommen geld verliest. Zijn firma noemt hij de Nederlandsche Kapitaal-Vereeniging ter Liquidatie van Successies. Waarschijnlijk is hij minstens een keer failliet gegaan, doordat afgekochte erfenissen uiteindelijk niets opleverden. Maar hij heeft ook succes: een van de grote successen is de erfenis uit 1602 van Joost Marcellus Verwer, welke hij na 9 jaar procederen met de gemeente Amsterdam in 1852 verkrijgt. Samen met een ander succes in 1853 levert “De twee laatstgenoemde zaken bedroegen tonnen gouds”.

De bekendste klapper zal het kasteel de Cannenburgh/Cannenurgh in Vaassen zijn. Deze verkrijgt hij met de inboedel in 1868, waarmee hij uiteindelijk een half miljoen gulden verdient.

“Geniaal was hij ontegenzeglijk. Maar hij heeft sterk „les défauts de ses qualités”. Zowel toen, als later toont hij zijn ijdelheid. Worden er nieuwe huizen te Amsterdam gebouwd, hij zal het hoogste huis laten bouwen ! De gelegenheid daartoe kreeg hij op de Heerengracht, vlakbij het Koningsplein. Daar laat hij een smal huis zetten, dat in die dagen verre boven alle andere woningen uitstak! Hij duldt niet, dat iemand meer zou kunnen doen, dan hij. Wanneer hij het overigens niet te Amsterdam beleven moet, dat een baron met vier paarden voor zijn koets rijdt, rijdt F. J. Hallo de dag daarop met een eigen koets met …. zes paarden !” (Amstelodamum)

De bouw van Bat-Ouwe-Zate

Eerste steen van kasteel Bat-Ouwe-Zate (kasteel Hallo), van F.J. Hallo, gelegd op de dertiende verjaardag van zijn zoon, 28/8/1858 (Bureau Archeologie en Monumenten DF355 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Eerste steen van kasteel Bat-Ouwe-Zate (kasteel Hallo), van F.J. Hallo, gelegd op de dertiende verjaardag van zijn zoon, 28/8/1858 (Bureau Archeologie en Monumenten DF355 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)\

De bouw van Bat-Ouwe-Zate

Met de verdiensten kon Hallo zijn droom verwezenlijken: het bouwen van een “kasteel”.

Hallo verkreeg een deel van de Stikstraat en een aantal andere gronden van de gemeente. Om Bat-Ouwe-Zate te bouwen werden 24 huizen en aantal schuren en andere gebouwtjes gesloopt. Ook werden de laatste 8 linden gerooid, de bomen waar de Lindenberg zijn naam aan te danken had. Op 28-8-1858 legt de zoon van Hallo de eerste steen.

Bij de bouw zijn 300 arbeiders betrokken. Al binnen 7 maanden, op 15-3-1859 is de bouw gereed. Daarbij had de bouw 2 weken stilgelegen vanwege vorst. Hallo zelf plaatst daarbij de laatste steen. Hij schenkt daarbij 500 gulden aan de armen in de stad. Onder andere uit dankbaarheid dat de bouw zo snel gereed was gekomen, zonder ongelukken.

De bouwkosten bedroegen in totaal 200.655 gulden. Op 1 oktober 1859 ging het gezin van Hallo er wonen.

Hallo in Nijmegen

De binnenplaats van het Kasteel Bat-Ouwe-Zate (kasteel Hallo), vermoedelijk met de bouwheer F.J. Hallo en zijn gezin, 1859 (Commissariaat van Politie Nijmegen, Afd. Fotografie via F27535 RAN) De Lindenberg
De binnenplaats van het Kasteel Bat-Ouwe-Zate (kasteel Hallo), vermoedelijk met de bouwheer F.J. Hallo en zijn gezin, 1859 (Commissariaat van Politie Nijmegen, Afd. Fotografie via F27535 RAN)

Hallo zal nog geen 2 jaar in Nijmegen blijven wonen. Soms sloot hij zich maandenlang op (HvdNG). Hij was lid van de vrijmetselaarsloge St. Lodewijk en van Sociëteit de Harmonie. Hij stelde zich twee keer kandidaat als gemeenteraadslid, om zich op het laatste moment terug te trekken. Ook schenkte hij geld aan de armen.

Verhuizing en verdere leven van Hallo

Kasteel Bat-Ouwe-Zate, (Kasteel Hallo), gezien vanuit de tuin van Burgerlust, op het Valkhofplein, 1859-1860 (Commissariaat van Politie Nijmegen, Afd. fotografie via GN1986 - A RAN)
Kasteel Bat-Ouwe-Zate, (Kasteel Hallo), gezien vanuit de tuin van Burgerlust, op het Valkhofplein, 1859-1860 (Commissariaat van Politie Nijmegen, Afd. fotografie via GN1986 – A RAN)

Het gezin Hallo verhuist in 1860 naar Donsbrüggen, bij Kleef. In oktober 1861 schrijft Hallo zich definitief uit als inwoner van Nijmegen. Sowieso verblijft Hallo slechts overal tijdelijk: hij vertrekt juist vóór het moment dat hij gemeentelijke belastingen zou moeten gaan betalen.

Hij verhuurt zijn kasteel aan de sociëteit “Concordia” om het uiteindelijk in 1871 te verkopen. In deze tijd was hij nog wel betrokken bij een mislukte poging om een concessie te verkrijgen voor de aanleg van de spoorlijn Nijmegen-Kleef.

De vrouw van Hallo stierf in 1869, zijn tweede vrouw in 1876.

In 1876 werd Hallo veroordeeld vanwege het oplichten van zijn verzekeringsmaatschappij tot een boete en celstraf: zijn huisknecht had gloeiende kolen op het kleed laten vallen. En vervolgens geprobeerd om met verf deze vlek voor Hallo te maskeren. Hallo wordt woedend vanwege de poging om de vlekken weg te werken. Hallo stuurt zijn personeel naar buiten en schroeit de plekken opnieuw in het kleed, om de schade alsnog op de brandverzekering te kunnen verhalen. Dit feit was echter uitgekomen. Daarop vluchtte hij in 1877 naar Coburg (Beieren), met een fortuin van meer dan een miljoen.

Op 18-5-1879 overlijdt Hallo in deze plaats.

Het gebouw

Het kasteel is gebouwd in de stijl van de neogotiek; Hallo vond de gotiek het hoogtepunt van de bouwkunst.

Naam

“De naam is mogelijk een verbastering van “Betuwe-Zate”. Zelf beweerde de oorspronkelijke bouwer dat de naam “Op goede grond gelegen woonlocatie” betekende“. (wikipedia) Batouwe is een oudtijdse naam van de Betuwe; waarbij een de verklaringen van deze naam inderdaad “goede grond” zou betekenen. (wikipedia).

In de volksmond kreeg het echter al gauw de naam “Kasteel van Hallo”.

Het “kasteel”

In totaal had complex 85 kamers. Ook had het 3 ommuurde tuinen.  Daarbij het een oranjerie en een klokkentoren met negen verdiepingen, die hoog boven het complex uittorende. De klok woog 700 pond. Het uurwerk was ontworpen door H.G.P. Romberg. Bijzonder was, dat het tevens de minuten aangaf. ’S Nacht gaf het licht door gaspijpen. Op de 4e verdieping stond een verrekijker, waar Hallo mensen op de Rijnkade in Arnhem kon zien lopen. Vanuit een theekoepeltje konden zijn dochters uitkijken op het langslopend publiek. Daarnaast had het veel uitkijktorens.

Het kasteel bleek echter slecht te zijn gebouwd.

Commentaar op het gebouw

Bij de oplevering noemt De Gelderlander het een ‘waarlijk groots en schoon gebouw’. Er was echter ook kritiek: het zou een “suikerkasteel” zijn, vanwege de (te) vele torens, kantelen en ornamenten. Hallo zelf maakt een speciaal boek voor familie en vrienden over de bouw van het kasteel. Bovendien zou later blijken dat de kwaliteit van de bouw slecht was.

Vervolg

Binnenplaats van Pensionaat 'Mariënburg' van de Duitse Zusters Ursulinen van de Romeinse Unie, oorspronkelijk gebouwd als Kasteel 'Bat-Ouwe-Zate' (Kasteel Hallo), 1898-1902 (J.H. Schaefer via F89944 RAN)
Binnenplaats van Pensionaat ‘Mariënburg’ van de Duitse Zusters Ursulinen van de Romeinse Unie, oorspronkelijk gebouwd als Kasteel ‘Bat-Ouwe-Zate’ (Kasteel Hallo), 1898-1902 (J.H. Schaefer via F89944 RAN)

Zoals gezegd verkoopt Hallo het complex in 1871: aan Abraham Emanuel Cohen, een zakenman uit Arnhem. Tot 1875 is het een meisjesinternaat.

Dan kopen de zusters Ursulinen het complex, om het als meisjespensionaat in te richten onder de naam Mariënburg. Ze betalen hiervoor 40.000 gulden, een fractie van de oorspronkelijke bouwsom. De klokkentoren (met het uurwerk) werd gesloopt. De oranjerie werd verbouwd tot een kloosterkapel.

Van 1903-1913 was het daarna gebruik door de Franse Zusters van Sacré-Coeur, die er een pensionaat hadden.

Zusters van Hallo

Zusters Auxiliatricen van het Vagevuur (ook wel genoemd de Zusters van Hallo) in de tuin van het Kasteel Bat-Ouwe-Zate (kasteel Hallo), waar ze woonden van 1914 tot 1954, 1950 (GN5195 RAN)
Zusters Auxiliatricen van het Vagevuur (ook wel genoemd de Zusters van Hallo) in de tuin van het Kasteel Bat-Ouwe-Zate (kasteel Hallo), waar ze woonden van 1914 tot 1954, 1950 (GN5195 RAN)

Vervolgens kwamen op 1-8-914 de Auxiliatricen van de Zielen in het Vagevuur. Vanwege de Eerste Wereldoorlog hadden deze zusters hun klooster moeten verlaten: in 1914 vorderde de Franse legerleiding hun verpleeghuis in Versailles als oorlogshospitaal. Daarop kwam de zusters in Luik terecht, maar ook daar moesten ze vertrekken vanwege de Duitse inval in België. Daarop kwamen de zusters in Nijmegen terecht.

Ze werden ook wel de “Franse zusters” genoemd: vanwege hun herkomst, maar ook omdat ze in het begin geen woord Nederlands konden. Ook bleven ze (in ieder geval aanvankelijk) onder elkaar veelal Frans praten.

Zij kregen als bijnaam de “zusters van Hallo”. De Benedenstad begon steeds verder te verpauperen en de armoede onder haar bewoners werd steeds groter. De zusters verleenden aan hen geestelijke en sociale zorg. Zoals: godsdienstonderwijs, gaven eten aan de allerarmsten en verzorgden zieken en ouderen. En zij hadden een kinderopvang: elke zater- en zondagmiddag kwamen honderden kinderen hier voor spelletijes, zang en handwerken. Daardoor waren ze zeer geliefd onder de bevolking.

1954 Vertrek en 40-jarig jubileum

Wanneer het complex in 1954 wordt gesloopt, vertrekken de zusters naar de Canisiussingel. Daar zullen ze tot 1982 blijven.

De Gelderlander schrijft over hun vertrek en het veertigjarig jubileum:

Zusters van Hallo zetten haar werk op andere plaats in Nijmegen voort

De gemeenteraad heeft Woensdag l.l. het besluit genomen om het klooster Hallo van de Zusters Auxiliatricen aan te kopen. Dit is een zeer belangrijk besluit, niet alleen voor onze gemeente, maar ook voor de zusters zelf. De gemeente wordt hierrdoor in staat gesteld om het oude stadsdeel geheel te saneren en om het groene balconplan zo uit te voerendat het zijn afsluiting vindt op het Valkhof, zonder dat daarbij de afschuwelijke bouw van het allang in verval geraakte klooster in de weg staat. Deze aankoop van Hallo mogen we dus als een besluit beschouwen, waarvoor de bevolking van Nijmegen het College van B. en W. en de Raad dankbaar kan zijn. Bij monde van een raadslid is in de vergadering van Woensdag l.l. aan B. en W. dank gebracht voor hun beleid in deze, waardoor de oude stad een belangrijke stap verder wordt gebracht tot krachtige herleving. Binnen drie jaar zal Hallo aan de Lindenberg niet meer dan een herinnering zijn; het gebouw waarin de Zusters haar opofferend werk doen, zal dan geheel zijn gesloopt. Voorlopig zal alleen het benedenstuk van Hallo tegen de grond gaan, omdat dit nodig is in verband met het doortrekken van de keermuur; het bovenstuk van Hallo en de kapel worden voorlopig niet afgebroken.”

Oproep voor feestgeschenk bij het veertigjarig jubilé in Augustus

Naast he belang van de gemeente was ook het belang van de Zusters met deze oplossing gemoeid. Voor hen werd het hoogste tijd dat zij uit het nagenoeg onbewoonbaar geworden Hallo wegkwamen. Toen de Zusters veertig jaar geleden zich in Hallo vestigden- een waanzinnige bouw op last van een Franse textielfabrikant tot stand gekomen- zag het gebouw er binnenin heel anders uit dan thans het geval is. In de loop der jaren is evenwel ook de aard van het werk der Zusters grondig veranderd. Haar arbeidsterrein bleef niet in de benedenstad of tot zorg voor allerarmsten beperkt, maar breidde zich uit tot geestelijk werk van meest verscheiden aard onder de bevolking van Nijmegen en kwam ook vooral ten nutte van de meisjes, die van buiten de stad uit de verre omgeving in Nijmegen kwamen werken. De recollecties welke voor dames uit Nijmegen, maar ook voor die uit de wijde omtrek in Hallo worden gehouden, zijn een zegen voor velen. En zo heeft Hallo een groote betekenis gekregen voor het leven in de stad en in het land rondom.

Dit werk van de Zusters zit echter allerminst aan het ompractische gebouw vast waarin zij wonen. Integendeel, het is zo dat deze tijd heel andere eisen aan de Zusters stelt dan een veertig jaar geleden. Andere eisen worden ook gesteld door de jonge Zusters, die roeping voelen om tot de Congregatie van de Zusters Auxiliatricen toe te treden. Hoe hoog haar idealisme ook moge zijn, -van het klooster aan de Lindenberg gaat niet direct grote aantrekkingskracht op haar uit.

En wanneer zich geen jonge novicen aanmelden, sterft het klooster uit. Zouden de Zusters ten eeuwigen dage aan het Hallo van vandaag zitten vastgekluisterd, -dan zou al veel eerder dan de meesten van ons vermoeden het moment zijn aangebroken, waarop zij onze stad zouden hebben moeten verlaten. Bronnen van inkomsten hebben de Zusters niet; zij leven de liefdadigheid en zijn geheel afhankelijk van de liefdevolle gaven, die jammer genoeg, wel eens juist niet voldoende zijn.

Velen hebben zich terecht afgevraagd: wat moet er nu met de Zusters gebeuren, nu Hallo tot grote aanwinst van de stad tegen de grond gaat?

In het bedrag dat de Raad unaniem, met volledige instemming van de raadsleden van elke fractie, aan de Zusters toewees, lag een aanwijzing dat zij een ander gebouw zouden kunnen aankopen om zich daarin te vestigen. De bouw van een nieuw klooster zou tonnen kosten. Bruikbare grotere panden zijn in Nijmegen uitermate schaars. Voor de Zusters zelf en voor velen met haar bleef het daarom vooralsnog een puzzle hoe zij aan een nieuw verblijf, geschikt voor hun werk, zouden komen.

Voor allen, die met de Zusters sympathiseeren- en dat zijn er velen zowel in als ver buiten Nijmegen- zal het daarom een genoegen zijn te vernemen dat voor de Zusters de panden Canisiussingel 8 en 10 zijn aangekocht.

De aankoop kwam tot stand door bemiddeling van de N.V. Makelaarskantoor Hestia te Nijmegen. In verband met de plannen, onder andere de vestiging van een noviciaat, en de bouw van een kapel op het aangrenzend terrein, mag deze oplossing als een zeer geschikte worden beschouwd. Hierdoor worden de Zusters niet alleen voor Nijmegen, maar ook voor de stadskern, waarin zij haar werk in de loop der jaren geleidelijk hebben opgebouwd, behouden.

Wij hebben boven al het aantal jaren genoemd dat zij in Nijmegen haar zegenrijke arbeid uitoefenen: in Augeustus zijn het er veertig. Katholiek Nijmegen heeft grote verplichtingen aan de Zusters vanwege haar zorg welk zich over het geestelijk leven van de bevolking van deze gebieden uitstrekt. Zou het niet passend zijn om de Zusters een huldeblijk aan te bieden? Gedacht wordt aan de bouw van de kapel, welke bij het nieuwe kloostercomplex op de Canisius Singel moet komen. Het bedrag hiervoor nodig is: vijftigduizend gulden. Wij hopen dat binnenkort een voor dit doel samen te stellen comité een beroep zal doen op de stad- en streekgenoten om er aan mede te willen werken dat aan de “Zusters van Hallo” bij haar veertigjarig jubilé van haar vestiging in Nijmegen het bedrag, dat nodig is voor de bouw van een kapel, kan worden aangeboden.” (De Gelderlander 15/1/1954)

Een mooie beschrijving van Wim Janssen en daarnaast herinneringen over deze periode is te vinden op Noviomagus.

Sloop

De gemeente begon in de jaren 30 de verpauperde buurten die direct rond het klooster lagen af te breken.

In 1954 kocht de gemeente het klooster voor 135.000. Intussen was het complex steeds meers vervallen geraakt en bovendien in de Tweede Oorlog beschadigd. Daarop volgde sloop, om het plan van het Groene Balkon te kunnen realiseren. Op de plek van Hallo kwam begin jaren 70 cultureel centrum de Lindenberg.

De eerste steen bleef behouden. Aanvankelijk in het bezit van de familie Hallo, maar in 2010 werd deze overgedragen aan de gemeente.

In 1989 werd de rechtstreekse verbinding met de Waalkade, die door de bouw van Hallo verloren was gegaan, hersteld door de aanleg van de Veerpoorttrappen.

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bat-Ouwe-Zate

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Hallo,_Franciscus_Johannes

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Bat-Ouwe-Zate_of_kasteel_Hallo#De_bouwheer

http://www.amstelodamum.nl/archieven/?mivast=2601&mizig=412&miadt=2601&miview=ldt&milang=nl&mizk_alle=Hallo%20gas

https://mijngelderland.nl/inhoud/verhalen/zusters-van-hallo

https://www.brugnijmegen.nl/nieuws/algemeen/128268/documentaires-over-kasteel-klooster-hallo

https://www.ensie.nl/oosthoek1916/wees-en-momboirkamers

https://www.dbnl.org/tekst/lint011gesc03_01/lint011gesc03_01_0007.php

Panden aan de Broerstraat met onder andere het warenhuis A.A. v.d. Borg, 1938 (F15283 RAN)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Warenhuis A.A. v.d Borg: de vooroorlogse periode

Panden aan de Broerstraat met onder andere het warenhuis A.A. v.d. Borg, 1938 (F15283 RAN)
Panden aan de Broerstraat met onder andere het warenhuis A.A. v.d. Borg, 1938 (F15283 RAN)

Opening van der Berg in Houtstraat in 1899 en verhuizing Paulstraat

Advertentie opening vd Borg Houtstraat (PGNC 19-10-1899)
Advertentie opening vd Borg Houtstraat
(PGNC 19-10-1899)

Op 25 oktober 1899 opent A.A. van der Borg zijn magazijn “De Goedkoope Bazar” op Houtstraat 3 “bij de Broerstraat”; waar nu Plein 1944 is, liep de Houtstraat vóór de oorlog door tot de Broerstraat.

In juni 1905 koopt van der Borg een “Winkelhuis en Erf, gelegen op den hoek der Broerstraat en Paulstraat te Nijmegen, groot 67 cA” voor f17.800. (PGNC 10-6-1905). In De Gelderlander 2/2/1907 kondigt van der Borg een grote opruiming aan vanwege de aankomende verplaatsing van de winkel. De opening daarvan is op 17 augustus 1907.

Advertentie opening van der Borg Broerstraat, hoek Paulstraat (PGNC 19-8-1907)
Advertentie opening van der Borg Broerstraat, hoek Paulstraat (PGNC 19-8-1907)

Bij het 25-jarig jubileum schrijft de Gelderlander:

Een jubileum.

Morgen is er zakenfeest in het Warenhuis van den heer A.A. van der Borg aan de Broerstraat. Morgen is het 25 jaren geleden, dat genoemde heer zich hier ter stede vestigde heel eenvoudig in de Houtstraat. Dank zij zijn energie en uitgebreide zakenkennis is de zaak tot grooten bloei gekomen: zij is een der voornaamste hier ter stede geworden op het gebied van galanterieën, glas, porcelein, speelgoed enz. en kan hare cliëntèle steeds het nieuwste bieden dat in den handel wordt gebracht.

Morgenmiddag is de zaak gesloten en wordt het jubileum gemaakt- en terecht- tot een feestelijke herdenking.

Vlijt, energie en kennis bouwden hier iets grootsch. Ongetwijfeld zal de stichter op zijn feestdag veel blijken van waardeerende belangstelling mogen ondervinden.” (De Gelderlander 20/10/1924)

1917: Verplaatsing naar Broerstraat

In 1917 “volgde de grote sprong naar Broerstraat 43, waar in tot dan toe de kruidenier Rouwenhoff zijn befaamde suikerbroden verkocht. Een grote sprong was dat inderdaad, want er waren in het nieuwe pand liefst drie verdiepingen verkoopruimte en dat kwam toen nog niet voor in Nijmegen.” (Nijmeegsch dagblad, 24-10-1949)

Magazijn A.A. van der Borg

Een winkelstraat is als een levend wezen dat werkt en zich herziet teneinde steeds beter aan zijn bestemming te beantwoorden. Vooral in een stad als Nijmegen met ondernemingsgeest en vertier blijft een winkelstraat in het centrum geen maand dezelfde, steeds grijpen er veranderingen plaats, worden perceelen ontruimd, verbouwd en door nieuwe zaken betrokken en menige wijziging strekt er toe de straat tot een hooger plan op te voeren.

Dit is zeker het geval met de Broerstraat, die de laatste maanden eene verandering heeft ondergaan welke haar nog meer dan voorheen recht geeft op den eerenaam “Nijmeegsche Kalverstraat”. Wij hebben hier het oog op het nieuwe, monumentale pand dat verrezen is op de plaats waar jaren lang de grutterij van de firma Rouwenhoff gevestigd was en waarin hedenmiddag het nieuwe magazijn in galanterieën, speelgoed, luxe- en huishoudelijke artikelen van den heer A.A. van der Borg geopend werd. Iedere Nijmegenaar heeft de snelle ontwikkeling van dit magazijn en haar belangrijke uitbreiding in betrekkelijk kort tijdsverloop gadegeslagen. Wat in de Houtstraat een bescheiden bazar was werd in de Broerstraat hoek Paulstraat een flinke winkel, maar ook hier was, door den steeds toenemenden bloei van het magazijn, de ruimte weldra te klein, zoodat deze elders gezocht en gevonden werd.

En zoo bezit de Broerstraat thans een nieuw magazijn, waarop zij in alle opzichten trotsch mag zijn. Het gebouw maakt uit- en inwendig een uitmuntende indruk en men dankt dit, wat het architectonische betreft, aan de bekwaamheid van onzen oud-stadgenoot den heer J.P.W. Bieling, die er in geslaagd is een plan te ontwerpen en door den heer J.J. de Groot, aannemer alhier, te doen uitvoeren, dat aan alle eischen welke tegenwoordig voor een groot magazijn gesteld worden voldoet: schoonheid en praktische bruikbaarheid gaan hand in hand.

Alvorens iets te vertellen over het uitgestrekte magazijn met zijn drie verdiepingen en zijn rijken inhoud- voor het publiek uiteraard van het meeste belang- willen wij even stilstaan bij het gebouw als zoodanig.

Het exterieur is monumentaal en systematisch verdeeld in verband met de interieurs en de ijzerconstructie. De winkelpuien en basement van Zwitsersch graniet, de gevels in zandsteen-imitatie, bronzen letters en appliques, veel spiegelglas, glas-in-lood, ruime entrée met breede deuren en flinke vitrines maken ’n forschen, grootsteedschen indruk.

De architect had bij de te verwerken stof verschillende moeilijkheden te overwinnen tengevolge van het scheef-loopen der aangrenzende gevels en het sterke hellen van de Korte Nieuwstraat. De heer Bieling heeft de bezwaren evenwel volkomen weten te overwinnen. Van alle faciliteiten, welke het gemeentebestuur in verband met de Bouwverordening kon toelaten, werd door uitgebouwde erkers, trappenhuis, brug over het achterterrein, kelderopeningen, verbreeding van het zijtrottoir e.d. gebruik gemaakt, hetgeen het plan zeer is ten goede gekomen. De opbouw is van ijzerconstructie waartusschen muren en gewelven van klinkermetselwerk, zoodat het gebouw wel brandvrij te noemen is.

Het hoofdmagazijn, de eigenlijke winkel dus, bestaat uit drie etages, buiten de omvangrijken onder het geheele gebouw doorlopenden kelder en het zoldermagazijn. De drie winkellokalen zijn onderling door flinke trappen verbonden, terwijl voor den aanvoer en verplaatsing van goederen een lift aanwezig is. Overal tot in de kleinste hoeken heeft men prachtig daglicht, hetgeen de architect bereikt heeft door een eigenaardige glasdakcombinatie, vloerglas en een zestal lichtopeningen. In den kelder is natuurlijk de stookplaats voor de centrale verwarming en bevinden zich toiletten en garderobes voor het personeel met afsluitbare kleerkastjes. Onnoodig te zeggen, dat bij  den winkel een privé-kantoor, lokaaltjes voor inpakken en verzenden der goederen niet worden gemist, terwijl bovendien voor de bezoekers een wachtkamer met toiletten aanwezig is.

Het achter den winkel gelegen pakhuis, daarmede door een brug verbonden, munt evenals al het overige uit door practische inrichting, ruimte, lucht en licht. Want het spreekt vanzelf, dat een magazijn als dit, wil het concurreerend verkoopen, moet beschikken over een overstelpenden voorrraad, wat de berging betreft bijzondere eischen stelt.

Thans nog een enkel woord over datgene waarvoor ’t publiek in hoofdzaak interesse heeft: den winkel, die door den heer van der Borg met den goeden koopmansblik en het organiseerend talent hem eigen is gemaakt tot een warenhuis in het klein, bevattend juist datgene wat Nijmegen en hare bevolking noodig had: een groote sorteering artiklen van allerlei aard zooveel mogelijk groepsgewijze uitgestald in etalages en winkel op zoodanige wijze, dat een ieder zich gemakkelijk een keus kan maken omdat, gelijk in de groote magazijnen in de hoofdsteden des lands, alles wat verkocht wordt in de desbetreffende afdeeling van het magazijn geëxposeerd is. Begrijpt men nu, waarom wij dit nieuwe magazijn een klein warenhuis noemden? Men vindt, evenals in de “Bijenkorf” b.v., maar dan alles in miniatuur, de overeenkomstige artikelen in stands bijeen. De manier waarop een en ander gearrangeerd is verdient allen lof: er zit systeem in. Iemand die een artikel moet koopen, b.v. een stuk kinderspeelgoed, weet of hoort men dadelijk, dat hij op de eerste etage moet zijn. De winkel maakt, gelijk alles in dit nieuwe magazijn, een keurigen indruk met zijn eiken vitrines, toonbanken en etalages rondom, hier en daar door spiegels verlevendigd, met zijn cassa’s, parketvloeren en rustige Matoline-wand- en plafondbeschildering. Maar wat meer nog dan dit alles ons gefrappeerd heeft en ongetwijfeld door de bezoekers zal worden opgemerkt is de prachtige voorraad, waarmede de heer van der Borg, den oorlogstoestand ten spijt zijn nieuwe zaak opent. Op elk gebied zal het gevraagde aanwezig blijken, veelal zelfs nog tegen de oude prijzen. Men gevoelt bij een rondwandeling door winkel en magazijnen te doen te hebben met een koopman, voor wien in dezen tijd het devies moet zijn: gouverner c’est prévoir. Wij twijfelen er dan ook niet aan of de heer van der Borg zal van zijn zaak in haar nieuwe omgeving nog veel genoegen beleven.

Van de firma’s, die aan den bouw hebben medegewerkt, zijn de volgende te Nijmegen gevestigd: stucadoorwerk L. van Haaren, schilderwerk J. Wessels, smeedwerk ramen Reicheld, gas- en waterleiding Jacobs, loodgieterswerk A. Arts, glas in loof of koper S. van Bilderbeek, granietwerk fa. Euwens, sanitaire inrichtingen fa. Verpoorten, zomerschermen fa. Spiegel.” (PGNC 23/9/1917)

Uitbreiding 1928

Vervolgens koopt v.d. Borg het pand op Broerstraat 27, waarbij de panden door een ondergrondse tunnel verbonden werden.

Warenhuis A.A. v.d Borg.

De Broerstraat, onze Nijmeegsche Kalverstraat heeft gedurende de laatste jaren een vrijwel algeheele gedaanteverwisseling ondergaan. Het eene pand na het andere is verbouwd, sommige perceelen zijn door totaal nieuwe vervangen, en iemand die sinds 20 jaren niet in Nijmegen was geweest en thans plotseling in de Broerstraat werd geplaatst, zou deze voorname winkelstraat niet meer herkennen. Haar uiterlijk heeft zich geheel gewijzigd en het is een voorname straat geworden met vele prachtige zaken, die in- en uitwendig een grootsteedsche indruk maken. Van dit vernieuwingsproces is thans weder een belangrijke phase voltooid. Morgen toch wordt geopend het nieuwe Warenhuis van den heer A.A. van der Borg, dat verrezen is op de plaats waar vroeger de winkels der firma Wehmeijer en v.d. Hoven stonden. Grootsch waren de plannen van den heer van der Borg, yorn hij de panden van den heer Nijboer kocht. Deze zouden moeten dienen als hoofdentree tot de daarachter gelegen complexen om dit geheel te verbinden met den bestaanden Bazar aan de Broerstraat hoek Nieuwstraat. De heer van der Borg bezocht de voornaamste zaken in binnen en buitenland en gaf de grondlijnen aan, waarna de plannen verder werden ontworpen door den heer J.P.W. Bieling architect te A’dam, die zich op schitterende wijze van zijn opdracht heeft gekweten. Er is een monumentaal gebouw verrezen, dat ongetwijfeld de algemene bewondering zal wekken. Want aanstonds valt op, dat er kosten noch moeiten zijn gespaard om Nijmegen een Warenhuis te geven, dat wat inrichting betreft, met de beste der groote steden kan wedijveren. Aan alles is gedacht, de nieuwste vindingen op elk gebied zijn toegepast en het geheel is even gezellig als comfortabel.

Betreedt men de nieuwe zaak en wandelt men langs de tientallen verkooptafels, dan wordt men herhaaldelijk getroffen door de rijke sorteering en enorme voorraden goederen, welke de heer van der Borg het publiek kan aanbieden. Toch is ook dit in de oude zaak reeds voorhanden geweest, maar ’t kon niet worden getoond. Thans is dit wel het geval; al die duizenden artikelen worden als ’t ware in een groote toonzaal op de smakelijkste wijze gedemonstreerd en verkoopen daardoor zichzelf!

Hier moge thans een beschrijving van het nieuwe Warenhuis en de verbinding daarvan met de oude zaak volgen.

De onderbouw van portiek en voorgevel is opgetrokken van zwartgroen graniet en Marokkaansch marmer, terwijl de voorgevel gemetseld is van gele Friesche steenen, met hardsteenen dorpels en banden. Het verder bouwwerk is geheel uitgevoerd in ijzerconstructie.

Om bij de hoofdentrée te beginnen, moeten vooral worden vermeld de zeer mooie etalagekasten met hare massale granieten borstwering met Moulmain-teakhouten betimmeringen. De geheele voorhal is zeer ruim opgevat en geeft toegang tot den nieuwen winkel, welke een oppervlakte heeft van ± 400M². Men kan zich niet indenken, dat achter het vroegere pand van Nijboer zulke kolossale ruimten aanwezig ware; door slooping echter van de vroegere Nutsscholen is dit mooie bouwwerk verkregen kunnen worden. Langs drie zijden van den winkel is een galerij gebouwd, welke tevens een practische verkoopruimte biedt en van waaruit men de damescantines, garderobes en kantoren bereikt. Ook voor toegang der magazijnen aan den voorgevel in de Broerstraat is vanaf de galerij gezorgd; deze magazijnen alleen beslaan al een oppervlakte van ± 200M².

De toiletten en de kantoren met reizigerskamers zijn gelijkvloers gehouden.

De verlichting in den winkel, welke zeer prettig en zacht aandoet, is verkregen door groote plafondlantaarns met gefigureerde ruiten terwijl de avondverlichting is verkregen door Philips lampen in het middenplafond en plafonnières onder en boven de galerij.

De vloer in den winkel is uitgevoerd in eiken parket en de vloeren in kantoren, cantines en galerij met linoleum.

De muren en plafonds, kolommen en balken zijn voorzien van een stemmig decoratief. Het geheel met zijn zachte tinten maakt een prettigen indruk.

Door een ondergrondsche passage, welke uit bouwkundig oogpunt een kranig stuk werk is, zijn de bestaande en nieuwe zaak als aaneengeschakeld. In de wanden zijn mooi verlichte vitrines aangebracht, welke de bezoekers in verrukking zullen brengen.

De bestaande zaak is reeds genoegzaam bekend, zoodat wij ons alleen kunnen bepalen tot het onder het oog brengen van de gemakkelijker bereikbare speelgoedafdeeling, welke door het overbrengen naar de nieuwe zaak met verschillende artikelen uitgebreid is kunnen worden.

Wij noemden reeds den heer J.P.W. Bieling als architect van het nieuwe gebouw. De schilderdecoraties zijn ontworpen door den heer Jac. Bieling, die tevens de lampen van entree en tunnel ontwierp.

De uitvoering dezer werken was in handen van J.J. de Groot & Zonen, aannemers te Nijmegen.

Voorts zij nog vermeld, dat de natuursteen werd geleverd door de firma Euwens; het schilderwerk werd uitgevoerd door de firma Burgers en Zonen; het stucadoorswerk door de firma A. van Kessel; het lood, zink en sanitair door de firma Nannings; parketvloeren door de firma Lachapelle; linoleumvloeren en behang- en stoffeerderswerk door de firma Peters; electrisch lichtinstallatie door de firma Jos. Kwakkernaat die tevens de lichtbakken maakte; ijzerconstructie door de firma Reicheld en Zonen; schuifhek en bronzen puikastjes door firma Meijers-Ruiten; terrasvloeren door de firma Brouwer; spiegelglas en vensterglas de firma Langenhuizen en Zonen.

De heer van der Borg verzocht ons aan deze opgaaf toe te voegen, dat allen, die aan het bouwwerk meegewerkt, dit hebben gedaan tot zijn buitengewone tevredenheid.

En zoo is dan het eerste Nijmeegsche Warenhuis gereed om van morgenmiddag 3 uur af het Nijmeegsche publiek te ontvangen. De zaak van den heer van der Borg heeft in den loop der jaren wel een voorspoedigen groei beleefd! Het is, meenen wij, nog geen twintig jaren geleden toen de heer van der Borg op den hoek van Broerstraat en Paulstraat een bescheiden volksbazar had. Daarna is, voor nu ongeveer tien jaar, de opening gevolgd van den grooten bazar en thans dit prachtige, ruime, gerieflijke, kortom aan alle moderne eischen beantwoordende Warenhuis. Het is een climax, die den heer van der Borg eert als uitstekend zakenman en waarmede het Nijmeegsche publiek evenzeer gebaat is. Want het waarborgt ook voor de toekomst wat men bij deze firma steeds heeft gehad en haar welvaart verklaart: goede waar voor billijken prijs. Ook wat betreft de verhooging der schoonheid van het stadsbeeld in de Broerstraat achten wij, aan den vooravond van de opening van het Warenhuis A.A. van der Borg een gelukwensch alleszins op zijn plaats!” (PGNC 27/6/1928)

1934: Verbouwing en uitbreiding naar ontwerp Estourgie

Passage van de Borg in de Broerstraat, foto afkomstig uit De Gelderlander 18/5/1934
Passage van de Borg in de Broerstraat, foto afkomstig uit De Gelderlander 18/5/1934

Een nieuwe Passage.

De Nijmeegsche binnenstad, in dit geval de Broerstraat, is verrijkt met een nieuwe winkelgalerij.

Door verbouwing der bekende magazijnen der firma A.A. v.d. Borg is in de Broerstraat een nieuwe passage tot stand gekomen. Deze sluit aan bij de reeds vroeger geopende passage van de firma A.A. v.d. Borg, welke winkelgalerij uitkomt in de Broerstraat tegenover de Beynumgas.

Het nieuwe gedeelte, waarvan wij hierboven een reproductie geven, heeft den ingang aan de Broerstraat, hoek Nieuwstraat.

De winkelbinnenstad van Nijmegen is door dezen nieuwbouw nog meer verfraaid en verlevendigd.

Het geheel getuigt van gezonden koopmanszin.” (De Gelderlander 18/5/1934)

In het Hartje van de Stad: Magazijnen A.A. van der Borg

In 1917 werd het hoekhuis Broerstraat-Paulstraat bezet door het magazijn A.A. van der Borg van de energieke ondernemer en handelaar in galanterieën.

De heer A.A. van der Borg bleek een handelsman, die met zijn tijd meeging, en de eischen van het koopend publiek begreep. Reeds toen zorgde hij als expert in het vak steeds bij te blijven.

Het nieuwste in uitgebreide galanterieën-branche was altijd bij A.A. van der Borg verkrijgbaar.

Heel Nijmegen en omgeving kende de magazijnen van A.A. van der Borg. En het liep zoo druk, vaak zoo vol dat dit hoog hoek winkelhuis veel te klein werd.

En de heer A.A. van der Borg, later geassisteerd door zijn even energieke zoon Jan van der Borg, verplaatste zijn zaak naar ruimer winkelgelegenheid, welke hij gevonden had in de het kapitale pand Broerstraat 43, hoek Korte Nieuwstraat.

Naar ontwerp van den architect Bieling werd hier in 1928 een naar dien tijd modern magazijn van glas en beton gebouwd- een slank rijzig gebouw met een uitgelezen collectie galanteriewaren er in.

Hoewel étalageramen aan Broerstraat en Nieuwstraat, beneden en boven, kon ook dit nieuwe pand reeds na korten duur geen plaats genoeg meer bieden voor de expansie der A.A. van der Borg-zaken.

Toen kwam in 1931 de bekende passage midden in den Broerstraat tegenover de Beynumstraat.

Dat was een gebeurtenis voor Nijmegen als winkelstad.

De architect bracht hier onder- en bovengronds, langs enige Broerstraatsche winkelhuizen een doelmatige en tegelijk fraaie verbinding tot stand tusschen het oude en nieuwe magazijn.

En winkelend Nijmegen en heel de omgeving vond hier ’n aantrekkelijke winkel-gelegenheid om op haar gemak keuze te doen uit een embarras de choix van allerlei huishoudelijken, en dat te kiezen, wat in den smaak viel.

Men dacht nu: hier heeft een middenstander, alleen steunend op eigen kracht, zijn toppunt bereikt.

Maar de magazijnen A.A. van der Borg groeiden met Nijmegen mee.

Nu noodde ons gisteren de energieke ondernemer, die de heer A.A. van der Borg steeds was, en nog is, om de nieuw verbouwing en tevens uitbreiding van zijn magazijnen in oogenschouw te nemen.

Door nuttigen aankoop was de heer A.A. van der Berg reeds eenigen tijd eigenaar geworden van de oude schoolgebouwen aan de Kaaskorversgas en daarbij aansluitende zalen van het Nut.

Om eenigen indruk te geven van de beteekenis dezer uitbreiding zij vermeld dat de oppervlakte der magazijnen op den beganen grond eerst 400 M² was en deze nu met 500 M² is vergroot.

Deze panden zijn nu bij de laatste verbouwing, uitgevoerd naar plannen van den Nijmeegschen architect Charles Estourgie, bij de reeds bestaande magazijnen getrokken.

De bouwmeester heeft de kunst verstaan het nieuwe gedeelte bij het bestaande goed te laten aansluiten.

Men heeft dan ook een overzichtelijk, aaneengesloten geheel gekregen, dat zich uitstrekt van de Kaaskorversgas tot Korte Nieuwstraat.

Het nieuwe gedeelte is voornamelijk bestemd voor een nog meer uitgebreide afdeeling porcelein, kristal majolica- en huishoudelijke artikelen en klein-meubeltjes.

De architect ontwierp voor deze nieuwe afdeeling, welke als ligt in het midden tussen het moederpand en de passage Broerstraat-Kaaskorversgas, een hoogen, breeden lichtval, waarbij men in het glas-in-lood dezelfde kleuren: wit, geel, groen, terugvindt, welke het geheele interieur als in een stralenden glans zetten, vooral wanneer de zon door het glazen dak speelt. Het volle daglicht, hier breed binnenvallend, vergemakkelijkt tevens de zuivere keuze van de gebruiksartikelen ook op kleur. Een parketvloer bedekt de bodem.

Een andere voortuitgang is ook de bouw van de étalage-galerij, in het hoekpand Broerstraat-Nieuwstraat. Hierdoor krijgen de magazijnen nog voornamer aspect en bieden zij nog meer gerief voor het winkelend publiek, dat nu langs een reeks van glanzende en variëerende vitrines al wandelend en kijkend in het hartje van de zaak en in de nieuwe verkoopruimte belandt.

Met moet kijken…. En komt als vanzelf tot kopen. De verschillende kijkramen vertoonen zo’n variatie van galanterieën, dat er ieder wat naar zijn gading vindt.

Wie een cadeau zoekt en hier niet slaagt, ja, waar moet die dan zijn verlangens inwilligen.

Een deugd van de verbouwing is, dat alle luxueuze en overbodige decoratie geweerd is, en dat allereerst doelmatigheid bertracht werd.

Momenteel heeft de heer A.A. van der Borg een personeel van 50 mannen en jongedames in dienst.

Nijmegen als winkelstad is vooruitgegaan met deze zaakuitbreiding en vernieuwing en krijgt er ook als koopstad nog beteren naam door.

Bovendien toont hier een wakkere middenstander metterdaad wat met energie, vakkennis, doorzettingsvermogen- vooral ook gezonde koopmanszin te bereiken valt- ook al moet een zakenman met eigen menschen en middelen het bedrijf leiden.

De aannemers van de verbouwing de heeren J. de Groot en Zonen hebben in kortst mogelijken tijd het best mogelijke werk geleverd.

De firma A.A. van der Borg heeft het werk en de leverantie zoveel mogelijk door de Nijmeegsche firma’s doen uitvoeren. De volgende firma’s werkte nog mede:

voor schilderwerk de heer Burgers en Zonen; voor verwarming de firma Merx en Boerboom; voor electr. licht de heer L. Beukering, voor natuursteen de heer H.P. Euwens; voor ijzerwerken de heer N.V. v. Campen; voor glaswerken de Nijm. Glashandel; voor glas-in-lood de firma Kronenbitter Bilderbeek; voor parketvloer de firma la Phapelle voor rubbervloeren de firma Kan en Kan; voor linoleumvloeren de firma G. Peters; voor lood- en zinkwerken de firma Merx en Boerboom; voor rubberoid de firma Cramer te Arnhem; voor ijzerconstructie de firma Hermes, de Steeg; voor smidswerk de firma Reicheld. De firma van Ensel te Rosmalen sloopte de oude gebouwen.” (De Gelderlander 18/5/1934)

Overlijden A.A. van der Borg

In 1939 overlijdt A.A. van der Borg:

A.A. van der Borg

Algemeen geacht stadgenoot overleden

In den ouderdom van 66 jaar is hier ter stede overleden de heer A.A. van der Borg, oprichter en directeur van het bekende warenhuis aan de Broerstraat en een algemeen geacht en zeer gezien stadgenoot. Slechts eenige weken geleden, op 20 Augustus j.l., is den heer van den Borg nog een bijzonder hartelijke huldiging ten deel gevallen in verband met de Pauselijke onderscheiding, die hem toen was verleend, door zijn benoeming tot Ridder in de Orde van den Heiligen Gregorius den Groote en zeker zal toen wel niemand gedacht hebben, dat het einde van dit vruchtdragende leven van energiek en toegewijd werken spoedig zou naderen. In zeer breeden kring zal dan ook het overlijden van den heer van der Borg met een schok van ontroering worden vernomen. De volgende maand is het veertig jaar geleden, dat de thans overledene in een pand aan de Houtstraat een bescheiden zaak in galanterieën begon, waarmede de grondslag werd gelegd voor het tegenwoordige warenhuis, dat als een der meest vooraanstaande middenstandszaken van onze stad mag worden aangemerkt. Veertig jaren geleden, de heer van der Borg was toen een jonge man, bezield met een stalen energie en beschikkende over een uitnemende zakenkennis. Nijmegen was een stad, eerst enkele tientallen jaren bevrijd uit het knellende keurslijf van de ontmanteling door vestingwerken en toen in vollen opgang, zoodat zich voor ondernemende zakenmenschen wijde perspectieven openden. De heer van der Borg heeft deze kansen weten te benutten en met volharding heeft hij gestreefd naar uitbreiding van zijn zaak. Zoo duurde het niet lang of de behoefte aan uitbreiding deed zich gevoelen; eerst werd het pand Broerstraat-hoek Pauwelstraat betrokken, daarna werd het ruime mooie winkelpand in de Broerstraat gebouwd, waar de zaak thans nog gevestigd is en in de loop der jaren herhaaldelijk uitgebreid en gemoderniseerd werd. Want de heer van der Borg wist met zijn tijd mede te gaan en zich steeds aan de nieuwere eischen aan te passen.

Was dit een der factoren, die zijn streven met succes bekroonden, daarnaast werd de ontwikkeling van zijn bedrijf in zeer sterke mate beheerscht door zijn persoonlijkheid. Hij was in den waren zin des woords een allround zakenman, van onkreukbaar karakter, iemand op wien man kon bouwen en die bij al zijn succes zich zelve bleef. Daarnaast was hij een sociaal voelend mensch die het hart op de rechte plaats droeg en voor zijn medemenschen, voor zijn personeel in de eerste plaats, alles over had. Treffend is dit gebleken bij de huldiging, die hem op 20 Augustus j.l. ten deel viel.

Het spreekt wel vanzelf, dat de heer van der Borg ook in het openbare leven van onze stad op den voorgrond is getreden. Zoo was hij kerkmeester van de parochie van den H. Dominicus aan de Broerstraat. Op kerkelijk gebied ijverde ij in het bijzonder voor de Missie-actie en was hij een der steunpilaren van de Petrus Canisiusvereeniging.” (PGNC 30/9/1939)

Zijn zoon Jan van der Borg neemt in januari 1940 het bedrijf over van de erfgenamen. (Nijmeegsch dagblad, 24-10-1949)

Verwoesting Tweede Wereldoorlog

Op 18-9-1944 steken de Duitsers het pand in brand. Op 23 oktober opent van der Borg zijn noodwinkel in het pand van de firma v.d. Bosch en Jansen aan de Van Welderenstraat. Daarna heropent van der Borg in 1948, als eerste winkel van de Broerstraat, zijn nieuwe winkel in het eerste gedeelte van de zijn nieuwe gebouw aan de Broerstraat. (Nijmeegsch dagblad, 24-10-1949)

Binnenkort volgt de periode van de wederopbouw.

De Maas & Waalse Bank (M. Pouwels), 1910 of 1920 (F21630; F30493 dateert deze foto op 1920) Molenstraat
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Molenstraat

Maas en Waalsche Bank, architecten Jacot en Oldewelt

Molenstraat

De Maas & Waalse Bank (M. Pouwels), 1910 of 1920 (F21630; F30493 dateert deze foto op 1920) Molenstraat
De Maas & Waalse Bank (M. Pouwels), 1910 of 1920 (F21630; F30493 dateert deze foto op 1920)

Het gebouw in de Molenstraat waar nu alweer decennia Hoogenboom=Mode gevestigd is, is begonnen als de Maas- en Waalsche Bank. Met daarvóór twee winkels: Borremans en Maison de Blanc. Het was een ontwerp van A. Jacot en W. Oldewelt.

Rond 1902 ontwerpen A. Jacot en W. Oldewelt uit Amsterdam de Maas- een Waalsche Bank aan de Molenstraat. Vóór deze bank, die een monumentale ingang krijgt in het midden van het gebouw, komen 2 winkels: links de winkel voor herenkleding van Aug. Borremans (nummer 108) en rechts de winkel Maison de Blanc van de Firma Croon-Bosman. Zoals het met de bouw van banken in die tijd gaat, is haar kluis het pronkstuk van de bank. De namen van de 2 architecten staan op een gevelsteen weergegeven.

In april 1902 vindt de aanbesteding plaats van het “gedeeltelijk amooveren der Perceelen No. 106 en 108 aan de Molenstraat alhier en het ter plaatse stichten van een Bankgebouw en 2 Winkelhuizen. De laagste inschrijver was H. Seegers alhier voor de som van f61930,-, aan wien het werk is gegund.” (De Gelderlander 5/4/1902)

Winkels Maison de Blanc en Heeren-Kleeding Magazijn Borremans

Nieuwe Magazijnen.

De beide winkelhuizen, die aan de Molenstraat zijn verrezen vóór de in aanbouw zijnde kantoren van de Maas- en Waalsche Bank maken een uitstekend effect. De architecten, de heeren A. Jacot en W. Oldewelt te Amsterdam, hebben blijkbaar gestreefd naar eenvoud, degelijkheid en practische inrichting en zijn daarin wel geslaagd. Zij bouwden flinke winkels, met ruime etalage-gelegenheid, wat o.i. voor dit doel hoofdzaak is. De Molenstraat, die langzamerhand een onzer eerste winkelstraten wordt, is er niet weinig door verfraaid.

Aankondiging opening Maison de Blanc (De Gelderlander 11/3/1903)
Aankondiging opening Maison de Blanc (De Gelderlander 11/3/1903)

In den eenen winkel no. 106 vinden wij eene goede bekende terug, nl.

Maison de Blanc van de Firma Croon-Bosman

welke tot heden toe in de Burchtstraat gevestigd was en met hare groote keuze dames- en kinderkleeding, fijne lingeries enz. hier een uitstekend effect zal maken. In vele opzichten is die verplaatsing eene verbeetering; de ruime winkel met annex eene paskamer ziet er keurig uit, dank zij ook een nette betimmering, die door den heer G.W. Tesser alhier zeer artistiek beschilderd is.

Advertentie opening Borremans (De Gelderlander 11/3/1903)
Advertentie opening Borremans (De Gelderlander 11/3/1903)

En in den anderen winkel no. 108 vestigde de heer Aug. Borremans een

Heeren-Kleeding Magazijn,

Dat geheel volgens de eischen van den tijd is ingericht en naast confectie ook eene afdeeling voor kleeding naar maat heeft. Daarenboven is de heer Borremans uitstekend gesorteerd in heeren-artikelen in den uitgebreidsten zin van het woord, wat de fraaie etalage zal bewijzen.

Morgenmiddag worden beide magazijnen geopend en zullen wandelaars in de altijd drukke Molenstraat hier zeker met genoegen een wijle stilstaan.” (PGNC 10/3/1903)

De Maas- en Waalsche Bank Kneppers & Co.

Ingang Molenstraat 106 (november 2024)
Ingang Molenstraat 106 (november 2024)

De Maas- en Waalsche Bank Kneppers & Co. werd in 1892 opgericht. Op 22 december 1891 waren de broers Joshepus Hermanus Henricus en Jaobus Joannes Aloijsus Kneppers een vennootschap aangegaan, welke tot doel had “Het drijven van bankiers- en kassierszaken en van den commissiehandel in effecten”.  J.G. Jurgens, op dat moment kandidaat-notaris, treedt in 1898 als mede-beherend vennoot. De bank zal de bankencrisis in 1924 niet overleven. Een overname door een grote bank mislukt en de Maas- en Waalsche Bank staakt haar betalingen. Kort daarna wordt Jurgens bovendien veroordeeld voor verduistering. (Wikipedia).

De Gelderlander schrijft bij de opening 2 grote artikelen over de bank. Vanwege de lengte staan ze in de Bijlage in dit artikel achteraan weergegeven.

Een uitgebreide geschiedenis van deze bank is te lezen op Noviomagus.

Het Gebouw

Plan voor den Bouw van een Kantoorgebouw met twee afzonderlijke Winkelhuizen voor de Maas- en Waalsche Bank aan de Molenstraat te Nijmegen, A. Jacot en W. Oldewelt, datum tekening maart 1902 (D12.378388)
Plan voor den Bouw van een Kantoorgebouw met twee afzonderlijke Winkelhuizen voor de Maas- en Waalsche Bank aan de Molenstraat te Nijmegen, A. Jacot en W. Oldewelt, datum tekening maart 1902 (D12.378388)

Het pand is ontworpen in de zogenaamde “Um 1800” stijl. Haar ontwerpers waren de Amsterdamse architecten Alphonsus Maria Leonardus Aloysius Jacot en Willem Oldewelt.

A. Jacot

Rechts van de ingang de inscriptie van Jacot en Oldewelt (november 2024)
Rechts van de ingang de inscriptie van Jacot en Oldewelt (november 2024)

Alphonsus Maria Leonardus Aloysius Jacot (ook wel Albert Jacot genoemd, Amsterdam, 24 september 1864 – Den Haag, 18 november 1927) was een Nederlandse architect.

Van 1887 tot 1903 werkte hij samen met Willem Oldewelt, zijn vriend op de HBS. Zij hadden hun architectenbureua A. Jacot & Oldewelt architecten aan de Singel 514 in Amsterdam. In 1903 trok Oldewelt zich echter terug vanwege ziekte; in 1906 zou hij komen te overlijden. Daarbij ging Jacot verder met de chef du bureau August Heinrich Zinsmeister onder de naam Jacot en Zinsmeister. Jacot kreeg na de HBS zijn opleiding aan de Quellinusschool. Deze 3-jarige opleiding was voortgekomen de Bouwloods van het Rijksmuseum: “Cuypers ambachtslieden opleidt die kunnen voldoen aan de eisen die de detaillering van zijn ontwerpen in de bouw met zich meebrengen” (AmsterdamseGrachtenhuizen)

Jacot is vooral bekend voor zijn ontwerpen van winkels met bovenwoningen:

Amsterdamhv“: “…Vanaf 1880 werden echter ook steeds vaker gehele panden afgebroken en vervangen door nieuwbouw waarbij de combinatie van winkel op de begane grond en woning op de eerste verdieping, het zogenaamde winkelwoonhuis, gebruikelijk werd. Jacot, Oldewelt en later ook Zinsmeister hadden een grote ervaring verworven met de speciale eisen die de winkelbouw vergde. Alleen al in de Kalverstraat, ook aan het einde van de negentiende eeuw de winkelstraat van Amsterdam, waren zij betrokken bij de nieuwbouw of verbouw van 32 winkels en magazijnen, en tientallen meer op de Nieuwendijk en elders in Amsterdam en Nederland. Deze ontwerpen kenmerkten zich ‘wat het inwendige betreft, op gerieflijkheid en practische indeling; wat het uiterlijk aangaat, op een zoo groot mogelijke gelegenheid tot uitstallen’. Jacot vestigde in de kringen van opdrachtgevers een grote reputatie waarbij een ‘winkel van Jacot’ synoniem werd voor een ‘gezellige ruimte, waarin het aangenaam was te verkoopen, goed om te etaleeren en waar de klanten zich thuis gevoelden’.” () “Deze en tal van andere winkel- en bedrijfsgebouwen werden opgetrokken in een elegante en representatieve variant van het neoclassicisme en de neobarok met als bijnaam ‘stijl van het kapitaal’. De stijl was vooral populair bij het gegoede, wat conservatieve publiek.”

In Nijmegen ontwerpt Jacot in 1918 de stalhouderij en tuinmanswoning op Landgoed Brakkesteyn (wikipedia, met een lijst van werken).

Waardering

Plan voor den Bouw van een Kantoorgebouw met twee afzonderlijke Winkelhuizen voor de Maas- en Waalsche Bank aan de Molenstraat te Nijmegen, A. Jacot en W. Oldewelt, datum tekening maart 1902 (D12.378390)
Plan voor den Bouw van een Kantoorgebouw met twee afzonderlijke Winkelhuizen voor de Maas- en Waalsche Bank aan de Molenstraat te Nijmegen, A. Jacot en W. Oldewelt, datum tekening maart 1902 (D12.378390)

In zijn tijd, en zeker aan het eind van zijn loopbaan, wordt hij door veel collega-architecten nauwelijks gewaardeerd: te zoetsappig, te veel gericht op het behagen. Het “zoetsappige” en “het behagen” is voor commerciële architectuur vanuit opdrachtgevers echter iets positiefs: het moet voor klanten immers uitnodigend zijn om naar binnen te gaan. Opdrachtgevers hadden daarom grote waardering voor zijn werk.

Vincent van Rossem haalt in AmsterdamseBinnenstad ook aan dat zijn collega-architecten hem “tussen de regels” vergeleken met Berlage -de conservatieve, historiserende Um-1800 stijl was juist ontstaan als reactie op het rationalisme, waar Berlage een vertegenwoordiger van was: “De critici vergeleken het Hirsch-gebouw tussen de regels door met de Beurs van Berlage, en die vergelijking ging natuurlijk volledig mank. Berlage was werkelijk een groot architect, terwijl Jacot, net als talloze andere architecten, alleen maar goed zijn best kon doen.”

Tegenwoordig lijkt er wat anders tegen Jacot te worden aangekeken. Van Rossem: “voor vele Amsterdammers is Maison De Bonneterie aan het Rokin een schoolvoorbeeld van aangenaam winkelen geworden. Dat is een mooi compliment voor een ontwerper die gespecialiseerd was in commercieel vastgoed.”

W. Oldewelt

Friedrich Wilhelm Ferdinand (Willem) Oldewelt (Amsterdam, 1 augustus 1865 – aldaar, 28 februari 1906) (wikipedia)

In 1887 had hij zijn opleiding aan de Académie des Beaux Arts in Parijs voltooid.  “Oldewelt heeft in Parijs geleerd hoe elegante eclectische detaillering ontworpen wordt en Jacot beschikt over het voor een succesvol architectenbureau vereiste zakelijk talent voor acquisitie. Jacot moet goede connecties hebben onder winkeliers, want het bureau bouwt een aantal fraaie winkels met bovenwoningen in de belangrijkste winkelstraten van Amsterdam. Het hoogtepunt in deze reeks is het kapitale winkelgebouw voor de firma ‘Nieuw Engeland’, Singel 468-Koningsplein 6.” (AmsterdamseGrachtenhuizen)

1925 Amsterdamsche Bank

In 1925 vestigt de Amsterdamsche Bank zich in het pand. Zij zal het gebouw tot 1948 als een bijkantoor gebruiken. (De Amsterdamsche Bank zal in 1964 landelijk fuseren met de Rotterdamsche bank tot AMRO Bank).

Ijzerhandelaar van Campen

Verbouwing N.V. J. v. Campen aan de Molenstraat, architeten Ir. J.G. Deur & C. Pouderoyen, datum tekening 23-8-1950 (D12.410837)
Verbouwing N.V. J. v. Campen aan de Molenstraat, architeten Ir. J.G. Deur & C. Pouderoyen, datum tekening 23-8-1950 (D12.410837)

Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest na de Amsterbamsche Bank. Ook is nog niet onderzocht wat het vervolg van de twee winkels is geweest en het moment waarop de voormalige bank en de 2 winkels 1 winkel zijn gaan vormen.

Verbouwing N.V. J. v. Campen aan de Molenstraat, architeten Ir. J.G. Deur & C. Pouderoyen, datum tekening 23-8-1950 (D12.410837)
Verbouwing N.V. J. v. Campen aan de Molenstraat, architecten Ir. J.G. Deur & C. Pouderoyen, datum tekening 23-8-1950 (D12.410837)

In ieder geval (her) opent Ijzerhandel van Campen maart 1951 hier haar winkel.

J. v. Campen N.V. zat voor de oorlog op Broerstraat 53 met haar bekende winkel “waar je alles kon krijgen, van een moerboutje tot ’n jachtgeweer toe”. Ook deze winkel werd tijdens bombardement van 22 februari 1944 verwoest. Zij bestond op dat tijdstip “al meer dan een halve eeuw”. Daarop gaat ze naar de Burchtstraat, waar deze winkel echter in vlammen opgaat doordat de Duitsers in september 1944 huizen in de Burchtstraat in brand steken. Op de Mariënburg opent ze na de oorlog een noodwinkel, waar ze op dat moment 6 jaar heeft gezeten.

Architectenbureau Deur en Pouderoyen ontwierpen de verbouwing van de winkel op Molenstraat 106, J.J. de Goot en Zonen was de aannemer. “ruim en practisch ingericht herschapen. Opvallend is de diepe passage met de étalages ingebouwd. Daar kan men rustig zijn besluit maken om te gaan inkopen in de verschillende afdelingen: die van huishoudelijke artikelen na de entrée. Of de afdeling haarden, de afdeling wapens en munitie of die van gereedschappen. De expeditie bevindt zich aan de achterkant, via de Karregas. “Over eenige tijd zal de entree hier heel ruim worden want de gemeente heeft de huizen aan de kant van de Piersonstraat opgekocht om ze te slopen zodat hier voor de zaken in de Molenstraat plenty laad- en losgelegenheid gaat ontstaan.” (De Gelderlander 16/3/1951)

Verbouwing 1952: Bijtrekken van nummer 108

Voorstel tot verbouwing en etalageruimten J. v. Campen N.V. a/d Molenstraat, architecten Ir. J.G. Deur & C. Pouderoyen, datum dossier 20-1-1953 (D12.416796)
Voorstel tot verbouwing en etalageruimten J. v. Campen N.V. a/d Molenstraat, architecten Ir. J.G. Deur & C. Pouderoyen, datum dossier 20-1-1953 (D12.416796)

In 1952 wordt het winkelpand op nummer 108 bij de winkel van van Campen getrokken. Ook hier zijn Deur en Pouderoyen de architecten. Daarbij krijgt het linkergedeelte van het pand vrijwel dezelfde indeling zoals die aan de rechtkant reeds bestond. Nieuw is ook dat het open plaatsje achter de winkel bij het pand is getrokken, onder andere voor de ruimte voor de etaleur.

Ook de voorgevel wordt verbouwd conform het uiterlijk van het rechtergedeelte. Links nu het opschrift: “J. v. Campen N.V.” en rechts “Ijzerwaren”.

Woning boven de zaak van IJzerhandel Jos van Campen, 1966 (Evert F. van der Grinten via F78742 RAN CCBYSA Auteursrechthouder RAN) Molenstraat 106-108 Nijmegen
Woning boven de zaak van IJzerhandel Jos van Campen, 1966 (Evert F. van der Grinten via F78742 RAN CCBYSA Auteursrechthouder RAN)
Verbouwing winkelpand aan de Molenstraat 106, B.J. Meerman architect, mei 1972 (D12.486292)
Verbouwing winkelpand aan de Molenstraat 106, B.J. Meerman architect, mei 1972 (D12.486292)

1979 Hoogenboom=Mode

 In 1979 koopt Hoogenboom=Mode het pand aan. Daarvoor was van Campen hier gevestigd geweest. Hoogenboom=Mode is opgericht in 1953 op Mariënburg 72-73. In 1969 vindt een verhuizing plaats naar Molenstraat 80-82.

Een mooie reportage over de grote verbouwing van Hoogenboom=Mode, waarin het gebouw in oude luister werd hersteld, is te vinden op Noviomagus. Behalve de “nieuwe” gevel is Hoogenboom bijzonder trots op het terug plaatsen van de koepel, die door Jan Schouten ’t Prinsenhof te Delft was vervaardigd.

Gemeentelijk Monument

Het gebouw heeft de status van Gemeentelijk monument. De tekst bij aanwijzing:

“Winkelpand met bovenwoning. Oorspronkelijk gebouwd als kantoor voor de Maas-en-Waalse Bank met twee winkels op de begane grond. Bakstenen pand van drie bouwlagen, waarvan de begane grond geheel gewijzigd is. Bovengevel heeft middenrisaliet met topgevel; ter weerszijden daarvan drie assen met drie gekoppelde vensters. De ramen zijn op de eerste verdieping getoogd; op de tweede recht. Bovengedeelte van de ramen in natuursteen omlijst. In de risaliet op dezelfde wijze omlijste rondboogvensters, in de top halfcirkelvormig raam.Leien tentdak,
parallel aan de straat. Links en rechts van de topgevelgrote natuurstenen dakkapel. Bouwjaar: ca. 1905. Architect: W. Oldewelt. Zeer monumentaal bedrijfspand met goed geproportioneerde en zorgvuldig gedetailleerde gevel, die een belangrijke functie heeft voor de straatwand.”

Bijlage: Krantenartikelen over de bouw

Plan voor den Bouw van een Kantoorgebouw met twee afzonderlijke Winkelhuizen voor de Maas- en Waalsche Bank aan de Molenstraat te Nijmegen, A. Jacot en W. Oldewelt, datum tekening maart 1902 (D12.378389)
Plan voor den Bouw van een Kantoorgebouw met twee afzonderlijke Winkelhuizen voor de Maas- en Waalsche Bank aan de Molenstraat te Nijmegen, A. Jacot en W. Oldewelt, datum tekening maart 1902 (D12.378389)

Maas-en-Waalsche Bank.

Het kapitale gebouw, dat naar de plannen van der Amsterdamsche bouwmeesters, de heeren A. Jacot en W. Oldewelt, in de Molenstraat verrezen is en waarop wij al meermalen gelegenheid hadden, de aandacht te vestigen, is thans geheel voltooid. A.s. Vrijdag hoopt de Maas-en-Waalsche Bank de nieuwe, ruime en doelmatige localiteiten te betrekken.

Hedenmiddag werd het gebouw door directie en personeel met heeren commissarissen en aandeelhouders bezichtigd en algemeen was de voldoening over de voortreffelijke inrichting van het geheel en de keurige afwerking tot in de kleinste onderdeelen.

Blijkens achterstaande advertentie zijn de nieuwe lokalen a.s. Dinsdag van 10 to 12 en van 2 tot 4 uur te zien voor heeren aandeelhouders en Woensdag en Donderdag op dezelfde uren voor de clientѐle.

Ook ons was het vergund, het uitgestrekte gebouw te bezichtigen en al aanstonds moesten wij verklaren dat het ons in zijn soort een modelinrichting lijkt, het grootsteedsch karakter waardig, dat onze stad meer en meer aanneemt.

Maakt reeds de imposante voorgevel den indruk van deftige degelijkheid, zonder overtollige versiering, het inwendige beantwoordt daaraan volkomen.

Van de beide groote magazijnen aan weerszijden van de groote toegangspoort geaven wij indertijd al een uitvoerige beschrijving. Thans treden wij die monumentale hardsteenen poort, door twee Zweesch granieten kolommen geflankeerd, binnen en komen in de breede en hooge gang, uitloopend op een vestibule, door een glazen lantaren gedekt, waardoor een bijzonder helder licht binnenvalt.

Vandaar gaat de gang met eenige treden verhooging verder naar de bijzonder sierlijke vierkante hall, vanwaar men toegang heeft naar de omringende vertrekken. Een fraaie Iltaliaansche mozaïekvloer, lambrizeering en pilasters van gepolijst Calicata-marmer, daarboven helder wit gestukadoorde muren, verlevendigd door sierlijke gaslampen van gepolijst koper, maken die gang tot een waarlijk vorstelijke entrée.

Rechts van de gang heeft men een ruime vergaderzaal voor heeren directeuren en commissarissen, links een kleinere spreekkamer, beide met eenvoudig, maar deftig comfort ingericht.

In de hall, gedekt met een koepel van gebrandschilderd glas, geleverd door den heer J.L. Schouten te Delft, dat een bijzonder mooi effect maakt, heeft men recht voor zich het kantoor van den kassier, van voren geheel afgesloten met glasramen, die opgeschoven kunnen worden, en voorzien van een betaalbank van donkerkleurig marmer (bleu belge).

Rechts van deze hall is de wachtzaal voor de clientѐle, voorzien van een twaalftal geriefelijke tafeltjes, door matglazen schotten zoodanig van elkander gescheiden, dat ieder bezoeker, zonder vrees voor onbescheiden blikken van zijn buurman, er op zijn gemak zijn papieren kan nazien. Dit wachtlokaal heeft door een breed loket weer gemeenschap met het kantoor van den kassier.

In een hoek op den grond wordt het oog getroffen door een kolossaal brok metselwerk: dit is een staaltje van den met staal gepantserden muur, die de volkomen brand- en inbraakvrije onderaardsche safe omgeeft, waarvan wij indertijd een beschrijving gaven, toen die kelder gemetseld werd.

Links van de hall is het privé kantoor van heeren directeuren, van de spreekkamer gescheiden door een portaal, dat ook toegang geeft tot een telephoonkamertje.

De twee groot bureaux ministre der directeuren zijn voorzien van toestellen voor de gemeentelijke en huistelephoon, alsmede van een zeer doelmatige inrichting tot het roepen der bedienden; door het bewegen van een pennetje wordt op een nummerbord in het bediendenlokaal, onder het getingel van een schelletje een nummer zichtbaar, dat voor een bepaalden bediende het teeken is, dat hij geroepen wordt.

Achter het kassierskantoor, waarvan de wanden, behalve den glazen voorwand, geheel uit traliewerk bestaan, strekt zich het groote bediendenlokaal uit, een kolossale helder verlichte ruimte, voorzien van vier groote dubbele lessenaars alsmede aan het einde nog een enkelen lessenaar voor den eersten bediende, die vandaar den arbeid van het heele personeel kan overzien.

Achter dit groote lokaal bevinden zich de slaapkamer voor den bewaker, die tot meerdere verzekering der veiligheid ’s nachts in het gebouw vertoeft; een brandvrije afgesloten ruimte met kasten en loketten tot bewaring der boeken, papieren, rekeningen, quitanties enz. van het loopende jaar, alsmede een doelmatig ruim vertrek met closetinrichtingen volgens het nieuwste systeem, waschfonteintjes, kapstokken enz, ten dienste van het personeel.

Van uit het groote bediendenlokaal leidt een hardsteenen wenteltrap naar de onderaarsche ruimten. Daar heeft men vooreerst de archiefkamer, bevattende de boeken, journalen, brieven enz., alles met bewonderingswaardige orde en regelmaat in kasten en loketten naar tijdsorde gerangschikt, zoodat men in een oogwenk een brief of rekening van een willekeurigen datum kan naslaan. Maar het eigenlijke heiligdom is natuurlijk de brand en inbraakvrije kluis, waar de waarden geborgen worden. Om die te bereiken moet men eerst een ijzeren hek door, dat alleen door beide directeuren elk met afzonderlijken sleutel kan geopend worden. Dan staat men nog pas in de ruime gang, die de vierkant gemetzelde kluis omringt. De bijna halfmeterdikke, van binnen met dooreen gevlochten stalen latten gepantserde muur, indertijd reeds uitvoerig beschreven, is slechts aan twee tegenovergestelde kanten doorboord. Het eene gat is de groote zware ijzeren deur, met kunstig letter- en veiligheidsslot gesloten; het andere daartegenover een vensteropening met volkomen gelijke sluiting. Dit venster geeft, voor het geval de deur van buiten eens mocht weigeren open te gaan, gelegenheid toch binnen de kluis te komen, waar men dan het binnenblad der ijzeren deur kan openen en alzoo de inwendige slot inrichting nazien.

Binnen de kluis is een blok van een honderdtal safes aangebracht evenals de heele kluisinrichting geleverd door de zoo gunstig op dit gebied bekende firma Lips te Dordrecht. Al die honderd grootere en kleinere hokjes, bestemd om aan particulieren te verhuren, bevatten een blikken effectentrommel, die nog weer van een hangslot kan voorzien worden, en kunnen alleen geopend en gesloten worden met twee sleutels, waarvan de eene berust bij de directie en de ander bij den huurder, die zoo dikwijls hij verlangt van sleutel veranderen kan, daar de sleutel feitelijk het slot maakt. Zoodoende is alle gevaar vermeden dat, door het namaken van een sleutel, onbevoegden zich tot het een of ander loket toegang zouden kunnen verschaffen.

Gelijk wij vroeger al aanstipten zijn niet enkel de muren, maar ook de uit beton bestaande vloer en het gewelf met staal gepantserd, zoodat inbraak letterlijk een onmogelijkheid wordt.

Achter de kluis bevinden zich een aantal met gas verlichte, doelmatig ingerichte couponkamertjes, waar de huurders rustig hun coupons kunnen knippen.

De overige kelderruimten, zooals die voor de stoommachine ten behoeve der centrale verwarming met lagen stoomdruk, tot berging van kolen enz. zijn geheel afgescheiden van de straks beschrevene en hebben afzonderlijke toegangen.

Stippen wij ten slotte nog aan, dat voor degenen, die liever niet door de groote poort in de Molenstraat binnenkomen, ook nog een achteruitgang is aangebracht in de Karrengas, waardoor zij rechtstreeks de wachtzaal kunnen bereiken en dat aan de zijde van genoemde gas ook nog een gerieflijke woning van den concierge gelegen is, dan meenen wij den lezer een tamelijk volledig beeld van de heele uitgestrekte inrichting gegeven te hebben.

Aan de bouwmeesters komt een woord van welverdienden lof toe voor de bijzonder practische verdeeling der ruimten, gepaard met ongemeene sierlijkheid van constructie. De ornamentatie is betrekkelijk sober en vertoont steeds dezelfde motieven; het deftig effect wordt vooral verkregen door de mooie verhoudingen en het uitgezochte der aangewende materialen. Zoo is voor al het in ’t oog vallende timmerwerk als deuren, kozijnen enz. teakhout gebezigd.

De aannemer, de heer H. Seegers alhier, heeft het heele omvangrijke werk tot groote tevredenheid zoowel van bouwheeren als bouwmeesters onberispelijk afgeleverd, terwijl ook nog vermelding verdienen de heer P.P.J. Jansen voor het keurig uitgevoerde schilderwerk en de heer H.J. Ott voor het niet minder te prijzen stukadoorwerk.

Het bijzonder mooie marmerwerk werd geleverd door den heer H.A. Eeuwens en het hardsteenwerk door den heer A. Bakkers, allen alhier.

Ten slotte mag ook een woord van hulde niet worden onthouden aan den opzichter, den heer L. Vervat, die met groote bekwaamheid al de werkzaamheden leidde en controleerde.

Allen hebben eer aan hun werk evenals het bestuur der Maas-en-Waalsche Bank van den kloeken ondernemingsgeest, dien het toonde door zich zulk een degelijk en duurzaam gebouw te stichten.” (De Gelderlander 9/8/1903)

De nieuwe kluis

Nijmegen, 16 Dec.

De nieuwe kluis der Maas- een Waalsche Bank.

Zooals onze lezers weten, is op het oogenblik in de Molenstraat in aanbouw een nieuw gebouw ter herberging der kantoren van de Maas- en Waalsche Bank Kneppers & Cie. Ofschoon nog achter de schuttingen verborgen, trekt het kapitale gebouw reeds sedert weken de aandacht door zijn aanmerkelijke afmetingen en forschen opzet.

Met den bouw is men thans zoover gevorderd, dat heden de gemetselde kluis voor belangstellenden ter bezichtiging kon worden gesteld. Het was een goede gedachte van de directie der bank, daartoe gelegenheid te geven nu het metselwerk nog niet geheel is voltooid, omdat men zich nu ook kan overtuigen van de degelijkheid der staalpantsering, die later onder het metselwerk verborgen is.

Van de vriendelijke uitnoodiging der directie maakten ook wij gebruik om het belangrijke werk eens te gaan bezichtigen.

Bij het betreden van het gebouw krijgt men aanstonds den indruk, dat hier iets werkelijk grootsteedsch wordt opgetrokken.

Een monumentale poort, rustende op gepolijst graniet kolommen geeft toegang tot de eigenlijke kantoorlokalen.

Aan weerszijden dier poort wordt een fraai, ruim winkelhuis ingericht, die, naar wij vernemen, allebeid reeds verhuurd zijn.

De breede gang voert, tusschen de vergaderzaal en de spreekkamer door, naar de vierkante hal of vestibule, geflankeerd rechts door de wachtkamer en links door het bijzonder kantoor der directie.

Achter de hal is het groote bediendenlokaal, van waar een hardsteenen trap links, als eenige toegang, voert naar de onderaarsdsche ruimten, waarin de kluis verborgen is. Die kluis is een kamer van 6½ bij 4½ meter, uitsluitend van steen en ijzer gebouwd, en omringd door een breede rondloopende met beton overwelfde gang. De muren dier kamer, uit het hardste materiaal gemaakt, zullen, als ze geheel voltooid zijn, een dikte van 75 centimeter, waarbinnen de bepantsering van kruiselings over elkaar gelegde latten van pantserstaal verborgen is.

Daar men die bepantsering wilde laten zien, is op het oogenblik alleen het gemetselde buitengedeelte van den muur afgewerkt. De muur, die tegen de binnenzijde van het pantser moet komen, is nog niet aangebracht. Zoodra deze is opgetrokken, wordt de inwendige ruimte met portlandcement volgegoten, zoodat het geheel den ééne massa wordt. Maar nu ook kan ieder zich overtuigen, dat ook al zou de buitenmuur bezwijken, dat pantser, hetwelk door zijn veerkracht tegen alle aanvallen weerstand biedt, onmogelijk zou te verwrikken zijn.

De vloer bestaat uit een laag van 25 centimeter beton, waarover een dergelijk pantser is gelegd, zoodat ook voor ondergraving der kluis geen gevaar kan bestaan, en waarop weer een betonlaag van 25 centimeter den beganen grond vormt.

De zoldering is gevormd door ijzeren balken met daartusschen te metselen steenen gewelven, gedekt door beton. In de gang, waar de gewelven al zijn afgewerkt, bestaan zij uit beton.

In de kluis komt met door een dubbele ijzeren deur ter dikte van 4½ centimeter, van letter- en protectorslot van de nieuwste constructie voorzien. Als wij zeggen dat die heele inrichting wordt aangebracht door de bekende firma Lips uit Dordrecht (vertegenwoordiger voor Nijmegen “De Nijmeegsche Metaalwerken”), wier werk bij den jongsten ontzettenden brand in de stoomkuiperij van Van der Lugt te Rotterdam de geweldigste proef glansrijk heeft doorstaan, dan hoeven wij niet te zeggen, dat men hier het beste, doelmatigste en zekerste heeft wat op dit gebied te krijgen is.

Tegenover de deur is een vierkant venster, op dezelfde wijze afgesloten als de deuropening en dat, voor het geval het slot der deur eens mocht wiegeren, ook gelegenheid geeft de kluis binnen te dringen. Is men daar eenmaal binnen, dan kan van de dubbele deur eerst de binnenplaat, de eigenlijke branddeur geopend worden, zoodat men de heele inwendige inrichting voor letter- en protectorslot voor zich heeft en zien kan wat er aan hapert.

Overdag, wanneer de dubbele deuren van ingang en venster openstaan, worden beide gesloten door een ijzeren hek, ook door de firma Lips te leveren, die een dergelijk hek tevens aanbrengt in den boogvormigen toegang tot de trap.

In de gang achter de kluis zijn drie zoogenaamde couponkamers gelegen elke van drie bij drie meter en bestemd voor degenen, die tot bewaring van hun effecten van de kluis gebruik maken en van tijd tot tijd gelegenheid moeten hebben de coupons te knippen.

De kamer links krijgt haar verlichting van buiten door een venster met zoogenaamd prisma-glas, dat er op berekend is het van boven invallende licht zooveel mogelijk naar zijn zijde terug te kaatsen.

De middelste kamer wordt met gas verlicht en de derde krijgt haar licht uit de gang.

Tot zoover de inrichting van de groote kluis, bestemd voor de berging der effecten en waarden, zoowel van de bank zelve als van degenen, die haar hun vermogen ter bewaring toevertrouwen.

Achter het straks genoemde bediendenlokaal zijn nog kleinere afzonderlijke kluizen ingericht voor de bewaring der boeken, en ter zijde is het slaapvertrek van den concierge, die alzoo bij het minste nachtelijk onraad onmiddellijk bij de hand is om, zoo noodig, te alarmeeren.

Ten overvloede zijn alle met de buitenlucht in verbinding staande ramen van diefijzers voorzien.

Men ziet dus dat met de uiterste voorzorg is gewaakt voor de verzekering van een absolute veiligheid. Een doelmatige inrichting voor de bezoekers is daarbij, dat de wacht kamer, behalve door den hoofdingang in de Molenstraat, ook te bereiken is langs een minder in ’t oog vallenden toegang in de Karregas, waar het gebouw aan de achterzijde uitkomt en waar ook de woning van den concierge gelegen is.

Het kapitale gebouw, naar de plannen der Amterdamsche architecten A. Jacot en W. Oldewelt door den Nijmeegschen aannemer den heer H. Seegers, Bagijnenstraat, gebouwd, belooft een wezenlijk sieraad te worden voor de Molenstraat. Den opzichter, den heer L. Vervat, die zoo vriendelijk was, ons al uitleggende het geheele gebouw rond te leiden, betuigen wij daarvoor onzen hartelijken dank.” (De Gelderlander 17/12/1902)

Hoek Pater Brugmanstraat Jan van Goyenstraat, september 2022 (Google Streetview)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Hoek Jan van Goyenstraat Pater Brugmanstraat, bouwkundige Thunnissen

1915 Pater Brugmanstraat 45, 47 Jan van Goyenstraat 8, 10, 12, 14, 16

Hoek Pater Brugmanstraat Jan van Goyenstraat, september 2022 (Google Streetview)
Hoek Pater Brugmanstraat Jan van Goyenstraat, september 2022 (Google Streetview)

In 1915 ontwerpt de aannemer/bouwkundige W.H. Thunnissen de panden op de hoek van Jan van Goyenstraat en de Pater Brugmanstraat.

Ontwerp voor het bouwen van twee Heerenhuizen- een Onder en Bovenhuis en een Bovenhuis waaronder Bergplaats, datum tekening mei 1915 (D12.384932)
Ontwerp voor het bouwen van twee Heerenhuizen- een Onder en Bovenhuis en een Bovenhuis waaronder Bergplaats, datum tekening mei 1915 (D12.384932)

Tot nu toe gevonden bewoners/gebruikers

Jan van Goyenstraat 12

NaamBeroep/OmschrijvingAdresboek
Wed. E.H. KraaijvangerGeb. F.C. v. Willigen1920
A. Verhoeven 1922, 1924, 1926, 1928, 1934
B. WintersKlerk dir. bel.1936, 1938
A. den HertogSergeant 1e kl. Infanterie (1951), adj. O.O. L.S.K. (1955), adj. O.O. KLu (1959)1951, 1955, 1959

In De Gelderlander 1/4/1940 is een “Keurig Bovenhuis” te huur. “Suites, 4 slaapkamers, keuken, kelder, berging, voor- en achterbalcon. F27.50 per maand – Bevragen: Museum Kamstraat 60, Nijmegen”.

Pater Brugmanstraat 47

NaamBeroepAdresboek
S. FigeeAdj. ingen. S.S.1916, 1918
A.A. v.d. KallenDirecteur, Hoofdredacteur van “de Gelderlander”1920
J.F.M. Banens 1922, 1926, 1928
Mej. J.L.C.M. DoorenVerpleegster1932, 1934  
L.E. Verspoor 1948, 1951
J.P.E. van den BongardMaatsch. werkster1959  

In PGNC 25/2/1919 staat “een Heerenhuis, hoek Pater Brugmanstraat 47” te koop. “Te bevragen: Barbarossatr. 85”. Dit is dan het adres van W.H. Thunnissen (Adresboek 1920). Of dit betekent dat Thunnissen de voorgaande jaren eigenaar van het pand is gebleven en het huis/de huizen verhuurde of dat hij slechts het adres voor inlichtingen is, is niet bekend.

In de Gelderlander 15/6/1932 adverteert Mevr. Margry, Pater Brugmanstraat 47 met “Voor Dames en Families, Logies met ontbijt”. Waarschijnlijk was in ieder geval op dat moment het pand een pension, waar mej. J.L.C.M. Dooren woonde.

Gevel Pater Brugmanstraat: Ontwerp voor het bouwen van twee Heerenhuizen- een Onder en Bovenhuis en een Bovenhuis waaronder Bergplaats, datum tekening mei 1915 (D12.384932)
Gevel Pater Brugmanstraat: Ontwerp voor het bouwen van twee Heerenhuizen- een Onder en Bovenhuis en een Bovenhuis waaronder Bergplaats, datum tekening mei 1915 (D12.384932)

Zie voor een uitgebreid verhaal:

Hotel Métropole, Lange Burchtstraat 22, 1910 (Boek- en kunstdrukkerij P.A. Geurts via F15397 RAN)
#Nijmegen, Burchtstraat, Centrum, Gebouw van de dag

Hotel Métropole

1900 Lange Burchtstraat

Hotel Métropole, Lange Burchtstraat 22, 1910 (Boek- en kunstdrukkerij P.A. Geurts via F15397 RAN)
Hotel Métropole, Lange Burchtstraat 22, 1910 (Boek- en kunstdrukkerij P.A. Geurts via F15397 RAN)

“Gelijk de advertentie in ons blad is aangekondigd, heeft morgen de opening plaats van het nieuwe hotel “Métropole” in de Lange Burchtstraat, door de architecten Hoffman & Gerrits gebouwd voor de heeren H. en J. Gubbels.

De fraaie, modern opgevatte gevel, geheel in witten steen uitgevoerd en versierd met twee kolossale caryatiden, die een over de heele breedte doorloepend balkon dragen, is een nieuw sieraad voor de in den laatsten tijd bijna geheel vernieuwde winkelstraat. Met zijn forsche, kloeke lijnen, aangenaam getemperd door de versieringen van gekleurd glas, vergulde opschriften enz. maakt het een wezenlijk monumentaal effect.

Lange Burchtstraat gezien in de richting van het Kelfkensbos, 1904 (Uitg. J.H. Schaeffer via F15458 RAN)
Lange Burchtstraat gezien in de richting van het Kelfkensbos, 1904 (Uitg. J.H. Schaeffer via F15458 RAN)

Doch van middag was het ons vergund ook een kijkje te nemen in het inwendige en wij kunnen aanstonds zeggen dat dit ten volle aan het vorstelijk uiterlijk beantwoordt. Een ruime lichte zaal, met wintertuin meegerekend, een oppervlakte van 220 vierkante meter beslaande, door geestig behandelde glasramen ook van ter zijde verlicht en ’s avonds door een menigte koperen gaskronen en lichtarmen opgeluisterd, noodigt door de gezellige inrichting als van zelf de bezoekers uit. Keurig vooral is daarachter de wintertuin, versierd met fraai geschilderde decoratieve paneelen, gevat in pilasters van verglaasden steen. Men zal daar een frisch zitje hebben op den koelen mozïekvloer, onder het bladergewiegel van hooge sierpalmen.

Op de eerste verdieping heeft men een gezellige restauratie zaal, terwijl eenige ineenloopende vertrekken aan de straatzijde zijn ingericht voor particuliere gezelschappen. Verder zijn de bovenverdiepingen ingericht als hotel; zij bevatten een dertigtal logeerkamers, naar de laatste eischen van alle gemakken voorzien. Het heele gebouw heeft verder centrale verwarming door heet water en kan in alle opzichten met de beste inrichtingen van dien aard wedijveren.

Met het oog op het groote vreemdelingenverkeer in de zomermaanden durven wij deze nieuwe hotelonderneming in het centrum der stad wel succes beloven.” (De Gelderlander 17/5/1900)

Vanuit de Stockumstraat door de Burchtstraat naar de Grote Markt, links het Stadhuis, en op de achtergrond de Toren van de St. Stevenskerk. Uiterst links de chocolaterie van Bensdorp en de schoenwinkel van Bally (van Peperzak), 1955 (GN4155 RAN)
#Nijmegen, Burchtstraat, Centrum

Schoenenzaak Bally Peperzak

1955 Burchtstraat Centrum

Vanuit de Stockumstraat door de Burchtstraat naar de Grote Markt, links het Stadhuis, en op de achtergrond de Toren van de St. Stevenskerk. Uiterst links de chocolaterie van Bensdorp en de schoenwinkel van Bally (van Peperzak), 1955 (GN4155 RAN)
Vanuit de Stockumstraat door de Burchtstraat naar de Grote Markt, links het Stadhuis, en op de achtergrond de Toren van de St. Stevenskerk. Uiterst links de chocolaterie van Bensdorp en de schoenwinkel van Bally (van Peperzak), 1955 (GN4155 RAN)

In 1930 verplaatst A. Peperzak zijn bekende schoenenzaak naar de Burchtstraat. In 1944 wordt deze zaak verwoest. Daarna betrok Peperzak een noodwinkel in de Bisschop Hamerstraat, om in 1955 weer te heropenen in de Burchtstraat.

1930: Verplaatsing naar de Burchtstraat, architect Reynen

Gezien in de richting van de Grote Markt. Links het Kerkegasje; daarnaast op Korte Burchtstraat 10 de schoenenzaak Bally van Peperzak, 1939 (ir. J.G. Deur via F15376 RAN CCBYSA)
Gezien in de richting van de Grote Markt. Links het Kerkegasje; daarnaast op Korte Burchtstraat 10 de schoenenzaak Bally van Peperzak, 1939 (ir. J.G. Deur via F15376 RAN CCBYSA)

Schoenenmagazijn A. Peperzak: de nieuwe zaak in de Burchtstraat

Het schoenenmagazijn van de firma A. Peperzak, jaren achtereen gevestigd in de Broerstraat No. 11, is thans verplaatst naar Korte Burchtstraat No. 10, in het pand waarin eerst een zaak in damesconfectie gevestigd was.

Vóór het oude pand aan zijn nieuwe bestemming kon beantwoorden, was een verbouwing noodzakelijk, welke door de N.V. Aannemersbedrijf v.h. L.G. Tiemstra en Zn. werd uitgevoerd, onder architectuur van den heer W.Th. Reyen Jr. Deze laatste heeft een mooi stuk arbeid verricht. Er is hier een moderne, stijlvolle gevel verrezen, strak van lijnen, een indruk makend van soberen eenvoud, doch daardoor juist voornaam. Hetzelfde is het geval met de talrijke bronzen vitrines.

Wat het inwendige van den winkel aangaat, hier treft onmiddellijk de groote overeenkomst met de oude zaak in de Broerstraat. Zeker, de winkelruimte en de afdeeling tot het passen van schoeisel, zijn enkele malen grooter geworden, doch het intérieur dat karakteristiek was voor den ouden winkle is vrijwel hetzelfde gebleven. Tot zelfs de talrijke zetels met hun fraaie lederen bekleeding vindt men hier terug; lederen bekleeding ook is toegepast tot zelfs voor het overtrekken van het houtwerk in de verschillende schappen. Een modern behang, met sprekende kleuren, brengt in het intérieur, dat overigens in gedempte tinten gehuld is, een vroolijke noot.

Zooals men weet heeft de firma Peperzak naast die van veel ander schoenwerk, den verkoop van de bekende “Bally”-schoenen, producten van een wereldfirma, die hier wel geen aanbeveling zullen behoeven. Tevens heeft de firma de vertegenwoordiging van een ander merk, “Succes” genaamd, dat lager is in prijs dan het Bally-schoeisel doch dat eveneens uitstekende kwaliteiten bezit. Hiervan worden echter alleen heeren-schoenen ten verkoop gehouden.

Dan mag wel eens de aandacht gevestigd worden op de vele luxe-leersoorten, waaronder zeer kostbare, welke hier in voorraad worden gehouden. In de rechterzij-vitrine vindt men een keur-collectie ervan tentoongesteld, die wel de onverdeelde bewondering der dames wekken zal.

Vermelden wij tenslotte nog dat de afdeling maatschoenwerk een belangrijke uitbreiding heeft ondergaan.

Het behoeft geen twijfel te leiden of de firma Peperzak heeft met de overplaatsing van haar zaak een goede ruil gedaan; zij is thans ruimer en beter gehuisvest dan vroeger het geval was. Een verbetering die ook door de trouwe cliëntèle wel op prijs zal worden gesteld.

De firma zij in haar nieuwe zaak veel succes toegewenscht.” (PGNC 19/6/1930)

Jaren 40: Verwoesting en noodwinkel

Advertentie opening Peperzak in noodwinkel Bisschop Hamerstraat (De Gelderlander 17-8-1946)
Advertentie opening Peperzak in noodwinkel Bisschop Hamerstraat
(De Gelderlander 17-8-1946)

In augustus 1946 heropent Peperzak in een van de noodwinkels op de Bisschop Hamerstraat. De officiële opening van dit “nieuwe winkelcentrum” is op 4-10-1946 (De Gelderlander 2/10/1946)

1955: Nieuwbouw Burchtstraat

Zoetjesaan komt ook de Burchtstraat op toeren: “Bally op de hoek van de Nieuwstraat naast stadhuis

Het heeft even geduurd eer de bouwnijverheid op dreef kwam in de kale vlakte aan de zuidelijke kant van de Burchtstraat. Maar nu eenmaal enkele oude bekenden hun gevels weer hebben opgetrokken, fraaier en imposanter dan weleer, nu volgen de anderen snel. Wie op dit ogenblik de panden in aanbouw aan de Burchtstraat telt, komt met ons tot de ontdekking dat 1955, het opbouwjaar van Nijmegen, de Burchtstraat in oude glorie zal aantreffen.

Een hoekpand heeft altijd iets eer betekenis voor het aanzien van de stad als een pand in de rij. Zeker als zo’n hoekpand tegenover het stadhuis ligt en zeer zeker als dit stadhuis zo fraai is als het onze! Het is de vanouds bekende firma Ant. Peperzak, die op de hoek van de Nieuwstraat-Burchtstraat een fraai pand heeft betrokken, een sober pand voor wat de uiterlijke vorm betreft, maar een pand met een verfijnd artistiek interieur, passend bij het betere schoeisel, dat er verkocht wordt onder de naam “Bally”. De winkelruimte doet veeleer aan een salon denken, als men let op de stijlvolle betimmeringen, de vloerbedekking, de verlichting en het schilderwerk. Het was het architectenbureau Hermsen en ten Velde (voorheen Kuiper) dat opdracht kreeg dit winkelpand te bouwen. Geen eenvoudige opdracht omdat rekening moest worden gehouden met de nagenoeg aangrenzende oude gevel van het stadhuis. Men heeft een compromis gevonden, dat zoal niet boeit, dan toch voldoet. Aannemersbedrijf van de Pas uit Oss realiseerde een en ander en de heer Peperzak toonde zich over het gepresteerde bijzonder tevreden. Die tevredenheid gold ook het feit van de heropening van deze meer dan een eeuw oude zaak. In ’44 grondig verwoest en sindsdien heeft men zich moeten behelpen in een noodwinkel aan de Bisschop Hamerstraat. Die ellende is nu voorbij en met de nabuur-wenschen, die wethouder Mr. J.J. de Haas gistermiddag bij de opening sprak ten aanzien van de groei en bloei van het oude bedrijf in het nieuwe pand kunnen wij ons volkomen verenigen.” (De Gelderlander 11/6/1954)

Vervolg

De ingang van het Stadhuis 6 september 1983 Burchtstraat (Ber van Haren via ZN34465 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
De ingang van het Stadhuis 6 september 1983 Burchtstraat (Ber van Haren via ZN34465 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)

Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest. In ieder geval heeft Peperzak nog jarenlang haar winkel op de Burchtstraat. De laatst gevonden foto van Bally/Peperzak op Google Streetview is van juli 1918.

Een jaar later zit hier kledingzaak Het Rijk, welke hier nog steeds haar winkel heeft.

Burchtstraat

De Burchtstraat is al eeuwenlang een van de belangrijkste straten van Nijmegen. Eeuwenlang was deze van belang doordat het de…

Gerzon architecten Reynen en Lelieveldt

In 1931 had Gebr. Gerzon’s Modemagazijnen uit Amsterdam een filiaal aan de Korte Burchtstraat 17-19 geopend, welke in de Tweede…