Berchmanianum van de paters Jezuïeten. Ontworpen in 1928 door Jos Cuypers (1861-1949) en Pierre Cuypers Jr. (1891-1982), Houtlaan 4, 1930 (Uitg. Brinio Rotterdam via F18053 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Berchmanianum, Studiehuis der Jezuiten, architecten Joseph en Pierre Cuypers Jr.

1929 Houtlaan 4 Brakkenstein

Berchmanianum van de paters Jezuïeten. Ontworpen in 1928 door Jos Cuypers (1861-1949) en Pierre Cuypers Jr. (1891-1982), Houtlaan 4, 1930 (Uitg. Brinio Rotterdam via F18053 RAN)
Berchmanianum van de paters Jezuïeten. Ontworpen in 1928 door Jos Cuypers (1861-1949) en Pierre Cuypers Jr. (1891-1982), Houtlaan 4, 1930 (Uitg. Brinio Rotterdam via F18053 RAN)

In 1929 opende het Collegium Berchmanianum oftewel het Berchmanianum aan de Houtlaan in Brakkenstein. Het ontwerp was afkomstig van Jos. en Pierre Cuypers Jr. in opdracht van de Sociëteit van Jezus (de Jezuïten). De bouw daarvan was in 1927 begonnen.

Hun Collegium Berchmanianum in Oudenbosch voldeed intussen niet meer. Daarbij was in 1923 in Nijmegen de Katholieke Universiteit geopend: veel kloosterordes openden daarop een studiehuis, zodat religieuzen konden lesgeven of studeren aan de universtaat.

Philosophicum

Het Berchmanianum was een zogenaamde “philosophicum”, de wijsgerig-theologische vooropleiding voor aspirant-geestelijken. De Jezuïten hadden geen grootsemanarie. Na het kleinseminarie was er een driejarige opleiding aan het Theologicum in het Canisainum te Maastricht en een driejarige filosofiestudie aan het Filosoficum aan het Berchmanianum: “Zoo voor paaters als studenten, welke laatste hier hun philosofische studiën afmaken en tevens lessen ontvangen in natuur- en scheikunde en biologie. Sommige volgen nog lessen aan de R.-K. Universiteit. Deze studie duurt drie jaar. Van het Berchmanianum te Nijmegen gaan de studenten meestal eenige jaren naar een college als leeraar of surveillant, om dan nog vier jaar theologie te volgen in Maastricht.“ (De Gelderlander)

De glas-in-lood ramen waren ontworpen door Joep Nicolas.

De naam Berchmanianum

Het Berchmanianum is vernoemd naar de patroonheilige van de studerende jeugd Jan Berchmans (1599, Diest, België).

Jos. en Pierre Cuypers Jr.

De ontwerpen waren Joseph (Jos.)  en Pierre Cuypers Jr. Zij waren zoon en kleinzoon van Pierre Cuypers, die onder andere het Centraal Station in Amsterdam ontwierp en in Nijmegen onder andere de Augustinuskerk.

Krantenartikel 1929

Berchmanianum, Studiehuis der E.E.P.P. Jezuiten aan de Houtlaan te Nijmegen.

Brakkenstein ontwikkelt zich tot een buitenplaats van beteekenis voor Nijmegen, als oud kleine gemeente op zich zelf, verscholen achter het geboomte en grenzend aan de uitgestrekte heide.

Het karakter van Brakkenstein bleef landelijk, als dat van een ruistoord. En in deze streek verrees nu het nieuwe studiehuis, het Berchmanianum der E.E.P.P. Jezuiten, die een halve eeuw hun philosofisch college hadden bestuurd in Oudenbosch.

De architecten, de heeren Joseph en Pierre Cuypers kregen opdracht tot het ontwerpen van een kloek, ruim gebouw, dat langs den weg, aan de Houtlaan een gevelbreedte zou hebben van bijna honderd meter.

Zou zoo’n bouw passen in dit milieu van mooie natuur?

Wie nu de Houtlaan opwandelt, wordt getroffen door de rust, welke er uitgaat van dit stemmige huis van studie en gebed, dat hoort in het landschap, waarin de bouwmeesters het geplaatst hebben.

De toren steekt statig op uit den breeden, vlakken gevel van zachtgelen baksteen- de spits, welke van verre in het vlakke land te zien is, met zijn uurwerk en klok, en als een wachter, welke wijst op den tijd, welke iedere mensch goed te besteden heeft, in navolging van de ijverige studerenden, die hier de philosophie volgen.

***

Het is een aan zijn doel volkomen beanwoordend studiehuis eenvoudig afgewerkt.

De architecten, de heeren Joseph en Pierre Cuypers hadden de taak een nuttig studiehuis met kapel en studiekamers als hoofdcentra te ontwerpen- alle overtolligen franje, iedere onnoodige fraaiigheid moest achterwege blijven.

De inwendige bouw werd mede ontworpen naar inzichten der professoren, die jarenlang Oudenbosch bewoond hadden.

Oudenbosch bleef dan ook voor een deel vormbeeld, maar werd moderner, geriefelijkere, ruimer uitgebouwd.

Sober zou de voorgevel zijn- en deze werd in strakke lijn opgetrokken van gele baksteen, welk door kunstig voegwerk nog levendiger werkt. Geen groote ramen breken de lijn, maar uiterlijk laat de bouwmeester zien hoe inwendig de constructie en de inrichting is.

Ongeveer in het midden van den bouw aan de Houtlaan is het hoofdgangportaal met portiersloge. Hier binnen nadert men spoedig de hardsteenen hoofdtrap, rechts welke leidt naar de verschillende verdiepingen en middellijk verbinding heeft met de verschillende hardsteenen trappen, over den helen bouw verdeeld, en wel zoodanige, dat zij telkens op de vier verbindingspunten van de vier vleugels waaruit de bouw bestaat, als verbindende gewrichten vormen.

Aan den linkerkant van den ingang bereikt men langs een gewelfden kloostergang, waarin het licht vriendelijk valt door lage vensters vijf ruime spreekkamers. Over die verdiepingen zijn in dezen linkervleugel verdeeld de kamers van de professoren bijeengebracht, westelijk afgesloten door de recreatiezaal en leeszaal voor de paters, benevens een eigen bibliotheek en tijdschriftenleeskamer, welke ook openstaat voor professoren en heeren studenten der R.K. Universiteit.

Hier sluit zich aan de Westzijde aan een korte vleugelbouw, waarin over vier verdiepingen de rijke bibliotheek met haar 30.000 boeken, waaronder belangrijke wiegedrukken zijn, is ondergebracht.

De geheele bibliotheek-inrichting is practisch en degelijk- overal worden de ijzeren Lips-boekenrekken gezet, welke makkelijk verplaatsbaar zijn. Langs een wenteltrap komt men van de eene bibliotheek-verdieping op de andere. Overal valt ruim licht binnen. Hier klopt wel het hart van het philosophicum.

Aan de andere zijde van het gebouw in den Zuid-oosthoek, ligt de keuken, het middenpunt der huishoudelijke afdeeling. Doelmatig zonder overdreven lux is deze economie-afdeeling ingericht.

Hier achter, in Noordelijke richting is de onderwijsvleugel geprojecteerd, welke zich uitstrekt over tachtig meter lengte.

Hier liggen op den beganen grond langs een drie meter breeden wandelgang, waarin de morgenzon haar stralen kan werpen, de vier klassen-lokalen.

Deze gang, in warme kleur gehouden een met gewelf van geel-zacht-getinte steen, biedt een geschikte gelegenheid tot wandelen en mediteeren, wanneer het weder niet noodt naar buiten, in den tuin of het bosch.

Tusschen de klasselokalen ligt hier de ontspanningszaal der studenten, welke uitziet op den in Engelsche stijl gehouden binnentuin.

Dezelfde vleugel bevat drie verdiepingen, hier zijn de kamers voor de ongeveer zestig scholastieken die hier hun studie- en slaapkamers hebben. Heel sober en zeer zindelijk is hier alles ingericht. Licht, lucht en zon kunnen overvloedig binnenkomen- zoo goed als alle studiekamers worden bijna den halven dag door de zon beschenen.

Het noord-oostelijk paviljoen bevat over de drie verdiepingen verdeeld, de speciaal ingerichte klasselokalen voor natuurkunde, scheikunde en natuurlijke historie als ook de daarbij behoorende laboratoria en het amanuensis-vertrek. Zalen zijn hier breed en hoog en verlicht ingericht voor de goede opstelling van de natuurkundige instrumenten en de tentoonstelling van natuurlijke historie, waaronder een kostbare vlindercollectie en collecties van geologischen en eufomologischen aard.

De groote zolder gaf nog gelegenheid tot inrichting van eenige slaapvertrekken en verder tot bergplaats voor meubels en koffers en zoovele andere voorwerpen, welke in een groote stichting nodig kunnen zijn.

***

Het lag niet in ’t karakter der stichting om een monumentale, decoratieve hoofdtrap te maken, met dubbele vleugels. Wel is de belangrijkste trap, die de hoofdvleugel, waarin de kapel, flankeert, en dan ook een eenvoudige dienstlift heeft, als toren uitwendig doorgebouwd.

De traptoren ontwikkelt zich naast den verwamingskelder zes meter onder de hoofdverdieping, voert dan langs den refter naar de kapel, naar de zangerstribune, naar den zolder van ’t Patershuis, waarnaast aansluit een reeks slaapkamers van de Broeders; hooger op worden de granieten treden door houten vervangen voor de bediening van de ruimten voor liftmechaniek, uurwerkkamer en de luiklokken. Deze hoofdvleugel bevat in den oostelijken buitenhoek van onder naar boven: de provisiekelders, de keuken. Hooger op volgt de tusschenverdieping met woning voor de Broeders een daarboven voor enkele knechts.

In den hoofdvleugel, rechts van den ingang, aan de hoofdtrap is de kapel- in sobere stijl en vromen toon gehouden. Ook hier is iedere overdadige decoratie vermeden. Het is een devoot-stemmende bidkapel, waarin het zonlicht speelt door fijn-kleurige vensters van Joep Nicolas. Het altaar, middenpunt der kapel, past in den fijnen toon van dit bedehuis, al is het ook opgebouwd van edel marmer-materiaal en met mozaiek verlevendigd.

Voor de kapel ligt de sacristie, waarop vier kleine kapelletjes uitkomen, waarin de in het huis verblijvende priesters de H. Mis kunnen lezen.

Beneden in dezen hoofdvleugel is de groote refter- een zaal van voornamen en toch eenvoudigen bouw.

Degelijkheid en eenvoud en smaak kenmerken dezen kloosterbouw. Soberheid lag immers in den opzet en de uitvoering der plannen. Ook in materiaalkeuze en bewerking daarvan werd luxe vermeden. De baksteen bleef evenwel geen dood materiaal aan dezen bouw. Door kleurkeuze en vermenging van verschillende fabrikaten werd uit- en inwendig één harmonische kleuren-combinatie verkregen.

Vestibulen en gangen met elkaar naar de verschillende verdiepingen door de breede hardsteenen trappen verbonden, kregen een kleurige lambrizeering van verglaasde Waalsteen.

De gewelfde wanden spreken naar buitne, door daar aansluitende lange reeksen van halfcirkelvormige vensters, waarin stalen ramen en glas in lood in strakke geometrische verdeeling.

De bovenste patersgang, niet met steen overwelf, maar afgesloten met een licht gebogen plafond, heeft drieledige vensters geheel rechtlijnig als fries boven al die spannende bogen.

Zoowel de motieven als de kleuren van ’t glas werden op verschillende verdiepingen afgewisseld, teneinde aan de verschillende deelen van ’t groote huis een eigen karakter te geven in verband met plaatselijke bestemming.

Als natuursteen voor trappen en drempels werd gestokt grijs graniet toegepast.

De dakbedekking is van verbeterde Hollandsche pannen.

In stichtingen van dit karakter worden aan de houten vloeren zeer zware eischen gesteld in lokalen van allerhande karakter. Toegepast werd hier het systeem der lift-vloeren, die vooraf machinaal zijn gedroogd, zoodat zij ook bij de centrale verwarming in de wintermaanden geen open naden vertoonen.

De muren en plafonds zijn in hoofdzaak wit gehouden.

In zalen en kamers is een lint met keimsche mineraalverf op de wanden aangebracht. In de groote zalen werd meer rust verkregen door zeer eenvoudige vlakke houten lambrizeering tegen de wanden, wat vooral b.v. in sacristie en refter opvalt.

De entourage van het Studiehuis is landelijk en blijft in stijl met Brakkenstein door nog meer boomen-aanplant.

Tusschen de drie uiterlijke vleugels, waarin de vijf blokken van den bouw liggen, wordt een eenvoudige tuin aangelegd met een vijver tusschen verlaagde wandelpaden als midden-motief. Deze tuinaanleg sluit dadelijk aan bij de frissche dennenbosschen, welke het geheel omgeven. Zoo kreeg men een rustgevend  geheel.

Zoo voor paaters als studenten, welke laatste hier hun philosofische studiën afmaken en tevens lessen ontvangen in natuur- en scheikunde en biologie.

Sommige volgen nog lessen aan de R.-K. Universiteit.

Deze studie duurt drie jaar. Van het Berchmanianum te Nijmegen gaan de studenten meestal eenige jaren naar een college als leeraar of surveillant, om dan nog vier jaar theologie te volgen in Maastricht.

Rector van het Berchmanianum is de bekende pater G. Lamers S.J., leider van het tijdschrift “Dux” en minister is de Zeereerw. Pater Spijker S.J.

***

Architecten van dezen studiehuisbouw zijn, gelijk wij reeds schreven, de heeren Jos. en Pierre Cuijpers; aannemer was de heer H. van Kessel, uit Nijmegen, die de bouwwerken flink en vlot uitvoerde.

De verschillende technische installaties werden uitgevoerd naar de plannen en onder leiding van ir. J.W. Engelengen, te Amsterdam.

De verwarmingsinstallatie werd aangelegd door de Firma Hunek (of Hunec?) te Amsterdam; de electrische installatie door de Firma Paassens, te Amsterdam. Als hoofd-opzichter fungeerde de heer Van Berkel, bijgestaan door den heer Bottelier, die beiden hun taak met toewijding vervulden.” (De Gelderlander 9/2/1929 met veel foto’s)

Rijksmonument

Het pand is een Rijksmonument sinds 2002 met als waardering (hier is tevens een uitgebreide beschrijving te vinden): “

  • Van architectuurhistorische waarde als een goed, vrij gaaf en zeldzaam voorbeeld in ex- en interieur van een studiehuis voor jezuïeten in een stijl die invloeden vertoont van de Amsterdamse school en de Art Deco. Het studie huis heeft esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals een markante hoofdvorm, goede verhoudingen en een bijzondere detaillering, ornamentering en materiaalgebruik.
  • Van stedenbouwkundige waarde vanwege de afmetingen en de markante ligging aan de Houtlaan.
  • Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming, welke verbonden is met een culturele ontwikkeling namelijk de stichting van de Katholieke Universiteit en vanwege de verschijningsvorm, welke verbonden is met de bouwtypologie van de orde der jezuïeten die geen kloosters bouwt, maar “huizen”.”

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Pierre_Cuypers_jr.

Kronenburgerpark in de lente met van de zon genietende mensen april 2025
#Nijmegen

Kronenburgerpark

Kronenburgerpark in de lente met van de zon genietende mensen april 2025
Kronenburgerpark in de lente (april 2025)

Het Kronenburgerpark is vooral mooi vanwege een van de weinige restanten van de vestingmuur die heel Nijmegen ooit omsloot. Vooral de Kruittoren torent hoog boven de omgeving uit. Daarnaast maakt onder de hoogteverschillen het pand erg aantrekkelijk. Het is een van de plekken waar Nijmegenaren tijdens mooi weer op het gras gaan zitten.

Het park heeft ook een keerzijde: vooral in de jaren ’80 straatprostitutie, bekend geworden van het liedje van Frank Boeijen. Vooral een aantal jaren geleden was het ook plek van drugsoverlast.

Bij de sloop van de vestingmuren

Herfst in het Kronenburgerpark (oktober 2024)
Herfst in het Kronenburgerpark (oktober 2024)

Hoewel Bert Brouwer op de plaats van het Kronenburgerpark een park had voorzien, was dit niet de voornaamste reden voor aanleg. De commissie voor de uitleg van de stad merkte, dat Nijmegen door de sloop van de vestingwerken ineens een overvloed aan bouwterreinen had. De plek van het huidige Kronenburgerpark was daarbij niet de meest gunstige: hier zouden eerst grote grondverplaatsingen moeten worden uitgevoerd om de grond meer gelijk te maken voordat het geschikt zou zijn voor bouwterrein. Daardoor kwam het plan om hier een park aan te leggen meer in zicht. Daarbij speelden een aantal andere factoren.

Kronenburgertoren en muren

Het voltooide Kronenburgerpark met in het midden de Kronenburgertoren en links de Spoorbrug, Wilhelm Ivens,1885 (F56819 RAN)
Het voltooide Kronenburgerpark met in het midden de Kronenburgertoren en links de Spoorbrug, Wilhelm Ivens,1885 (F56819 RAN)

Een van deze factoren was de Kronenburgertoren en de relatief hoge walmuur. De commissie hoopte dat beiden zouden verdwijnen. De wallen, muren en torens waren eigendom van het Rijk geweest. Alle terreinen droeg het Rijk over aan de gemeente, behalve de Kruittoren. Overigens is het toevallig dat deze stadsmuur naast het stukje muur in het Hunnerpark de enige echt middeleeuwse muren waren.

Bouwmeester Cuypers was door het Rijk aangesteld als Rijksadviseur voor monumenten. Hij vond het belangrijk dat de kruittoren en de muur behouden zouden blijven. Uiteindelijk werd er overeenstemming bereikt: de muur werd iets verlaagd, maar niet zoveel als de commissie eigenlijk gewild had: de commissie wilde achter de muur de Parkweg aanleggen.

Toen het Rijk merkte, dat de gemeente akkoord zou gaan met het behoud van de walmuur, werd besloten de omgeving van de Kronenburgertoren over te dragen aan de gemeente. Om de toren te beschermen, bleef deze eigendom van het Rijk (Regelgeving over Monumentenzorg bestond in die tijd nog niet). In 1883 mocht de gemeente de toren huren voor het stallen van tuingereedschap voor f1,- per jaar. In ieder tot zover ik heb kunnen nagaan, is er in ieder geval tot in de jaren 50 jaarlijks 1 gulden betaald. De Kruittoren is ook nu nog (september 2023) eigendom van het Rijk.

Kruittoren of Kronenburgertoren

Toen Nijmegen haar vestingstatus verloor, was het blij dat ze nu eindelijk lucht kon krijgen door haar vestingwerken te slopen. De Kruittoren of Kronenburgtoren is samen met de rest van de muur met torens in het Kronenburgerpark een van de weinige overblijfselen van de middeleeuwse verdedigingwerken. Het was vooral van Rijkswege dat de toren en…

Lees Meer
Roomse Voet in Kronenburgerpark, maart 2021

Roomse Voet in Kronenburgerpark

Het rondeel de Roomse Voet is een verdedigingswerk dat samen met de muur en twee andere torens een van de weinige overblijfselen is van de stadsmuur van Nijmegen. Het is onderdeel van het Kronenburgerpark. Tegenwoordig is de toren bij gelegenheid opengesteld.

Lees Meer

St Jacobstoren en St Jacobsmolen

De St. Jacobstoren is in de 16e eeuw gebouwd, het meeste zuidelijke restant van de stadsmuur. Daarop stond de St. Jacobsmolen, die de bijnaam Sans Souci kreeg vanwege het conflict tussen de gemeente en de molenaar. Het torentje uit de jaren 70 is een herinnering aan deze molen.

Lees Meer

Rosseels

Plan voor de aanleg van het Kronenburgerpark Schaalaanduiding en schaalstok onder links van het midden Linksboven buiten het kader de vermelding: Bijlage 10 Januari 1881 No.: 113, Kw, Liévin Rosseels, 1881 (KPU-290 RAN)
Plan voor de aanleg van het Kronenburgerpark Schaalaanduiding en schaalstok onder links van het midden Linksboven buiten het kader de vermelding: Bijlage 10 Januari 1881 No.: 113, Kw, Liévin Rosseels, 1881 (KPU-290 RAN)

Een aantal architecten hebben een plan voor het park ontworpen, waaronder Cuypers zelf.

Het uiteindelijke plan is afkomstig van de gebroeders Rosseels. De gemeente kwam met de Belgische broers Rosseels in contact via Brender à Brandis. Hij was betrokken bij de uitleg van de stad en bovendien de gemeente-architect van Maastricht. Een van de broers stierf in 1881, hij was vooral verantwoordelijk voor het ontwerp van het nieuwe park. De andere broer Liévin Rosseels, voerde het plan uit en zou daarna meerdere parken ontwerpen, waaronder het Hunnerpark en het Keizer Karelplantsoen. Het plan werd op 24 december 1880 aanvaard, met goedkeuring van zowel Cuypers als de commissie. Het plan was begroot op f15000,-, maar kwam op f25000,- uit.

Merk daarbij op dat in het bovenstaande plan de St.-Jacobstoren en de wal tussen de Roomsche Voet en de St.-Jacobstoren ontbreekt. Ook eindigt het park ter hoogte van de St. Jacobstoren, de heuvel waarop de Leeuw staat. Het achterliggende gedeelte is in 1887 aangelegd

Heuvel en stijl

Kronenburgerpark met Roomsche Voet en heuvel met de Leeuw van Leeuw, maart 2021
Kronenburgerpark met Roomsche Voet en heuvel met de Leeuw van Leeuw, maart 2021

Rosseels kon bij zijn ontwerp dankbaar gebruik maken van het al aanwezige heuvelachtige terrein. Op de kop lag het Bastion Pesthuis, dat moest verdwijnen. De grondwerkzaamheden bestonden vooral uit het graven van de vijver en het meer geleidelijk maken van de hellingen.

Daarnaast werden er 4700 bomen aangeplant: doordat voorheen het terrein vóór de wallen/muren vrij moesten zijn vanwege het schootsveld, was deze omgeving nu een kale vlakte.

Sleetje rijden in Kronenburgerpark (januari 2026)
Sleetje rijden in Kronenburgerpark (januari 2026)

Engelse Landschapsstijl

Het park is ingericht in de zogenaamde Engelse Landschapsstijl. Wikipedia: “Het concept leunt op een voorstelling van romantische, parkachtige landschappen met verrassende doorkijkjes, gestalte gegeven door de aanleg van grasvelden, liefst op heuvelachtig terrein, omgeven en afgewisseld met boomgroepen. Ook water vormt een belangrijk onderdeel van deze populaire vorm van landschapsaanleg. Er worden vaak kunstmatige meertjes aangelegd. Veel mensen vinden de Engelse tuin natuurlijker overkomen. In werkelijkheid groeien er vaak veel exoten, zoals coniferen.”

Grot

grot en waterval Kronenburgerpark, Wilhelm Ivens, 1895 (F65800 RAN)
grot en waterval Kronenburgerpark, Wilhelm Ivens, 1895 (F65800 RAN)

Het idee voor een grot ontstond tijdens de aanleg van het park. Rosseels deed in februari 1882 een voorstel hiervoor. Probleem hierbij was, dat de bovenlaag van het park hier inmiddels klaar was. Daarop groeven mijnwerkers een gang vanaf de Kronenburgersingel.

Grot in Kronenburgerpark (april 2025)
Grot in Kronenburgerpark (april 2025)

De Leeuw van Leeuw

de Leeuw van beeldhouwers Henri Leeuw Jr. en Sr. in Kronenburgerpark (oktober 2023)

Kronenburgerpark: Geschiedenis van het Leeuwenstandbeeld

Op de heuvel in het Kronenburgerpark staat een trots standbeeld van een leeuw. De makers zijn vader en zoon Henri Leeuw; de overeenkomst in naam is puur toeval. Het beeld is geschenk van de Verfraaiingsvereniging.

Lees Meer
Stallen in Kronenburgerpark (april 2024)
Stallen in Kronenburgerpark (april 2024)

Vijver

Vijver met fontein Kronenburgerpark (april 2025)
Vijver met fontein Kronenburgerpark (april 2025)

De Kruittoren wordt gedeeltelijk omsloten door een vijver. Hierin staat een fontein en is een eilandje aangelegd. In de vernauwing van de vijver is een bruggetje geplaatst.

Vijver Kronenburgerpark (april 2025)
Vijver Kronenburgerpark (april 2025)

Rijksmonument

Het Kronenburgerpark is een Rijksmonument:

Vijver en Kruittoren Kronenburgerpark vanaf Roomsche Voet, maart 2021
Vijver en Kruittoren Kronenburgerpark vanaf Roomsche Voet, maart 2021

“Waardering

– Van historische waarde voor de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur als goed voorbeeld van een stadspark uit het laatste kwart van de 19de eeuw in Engelse landschapsstijl. De parkaanleg ontleent haar kwaliteiten aan het behoud van bestaande karakteristieken van de voormalige vestingwerken (hoogteverschillen, historische muur met torens als romantisch element) en aan de toevoeging van nieuwe elementen (gevarieerde en bijzondere beplanting, waterval met kunstmatige grot en vijver).

– Van stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging op de voormalige vestingwerken tussen de historische binnenstad en de zogenaamde 19de -eeuwse gordel. Het Kronenburgerpark vormt een essentieel onderdeel van het stedenbouwkundig concept van de Nijmeegse 19de -eeuwse uitleg. Door de markante situering vormt het park een belangrijk geledings- en verbindingselement in het stedenbouwkundig weefsel. Tevens geeft het park uitdrukking aan de wens van de gemeente om van Nijmegen een ruime en groene stad te maken; ruimtegebrek was na het slechten van de wallen verleden tijd.

– Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een sociaal-maatschappelijke en stedelijke ontwikkeling, in casu het ontstaan van een visie op de stad die schoon, gezond en mooi dient te zijn; het in de stedelijke structuur opnemen van parken als verfraaiing en stedelijke voorziening.”

Verslag wandeling

De heer F. Hubscher , schrijvend over een wandeling in Nijmegen en omgeving in het “Dagblad van Zuid-Holland” is in 1893 meer onder de indruk van de bloemen dan de Kruittoren in het park: “onze wandeling voortzettende, zijn wij het lustoord Kronenburgerpark genaderd en ontdekten wij rondom heerlijke bloemen, waarvan de geur ons verkwikte. Wij zien beplante heuveltjes, vijvers met eenden, beekjes met zilverblank water, waarin de geschubde goudkleurige bewoners lustig rondzwemmen, rotsen en grotwerken.

In een van de grotten dalen wij af en nemen daar even plaats op een der van rotswerken vervaardigde rustbanken, om den schoonen waterval en de springende fonteinen meer van nabij te zien. De grot verlatende, richten wij onze blikken naar den eenvoudigen kruittoren en wandelen dan naar..” (De Gelderlander 31/5/1893)

Uitbreiding

In 1887 vond uitbreiding van het park plaats: oorspronkelijk liep het tot en met het perk waar de leeuw staat. In 1887 wist de gemeente eindelijk de St. Jacobsmolen te kopen. Daarmee kwam tevens het terrein vrij te liggen welke voorheen voor de opgang van de molen in gebruik was.

Hier was de aanleg veel strakker dan het lagergelegen deel. Ook dit deel is door Rosseels ontworpen. Hij had hier minder mogelijkheden, omdat er minder grote hoogteverschillen waren.

Naam

Oorspronkelijk had het park geen naam. Gedacht werd aan de naam Westerpark, waarbij het Hunnerpark het Oosterpark zou zijn gaan heten. Geleidelijk aan raakte de naam Kronenburgerpark in gebruik, vanwege de plaats die de Kronenburgertoren inneemt in het park.

Wat honden kunnen aanrichten

De naam Kronenburgerpark is in juni 1882 officieel vastgesteld. De aanleiding waren benodigde wijzigingen in de politieverordening, bijvoorbeeld de bepaling dat kinderen onder 10 jaar niet zonder begeleiding mochten zijn. Daarin spreekt het voorstel van “aanleg bij den Kronenburgertoren”. Vooral het verbod op het loslopen van honden, die grote schade kunnen aanrichten aan het plantsoen, is problematisch: voor een strafbepaling is de aanduiding “aanleg rond de Kronenburgertoren” niet specifiek genoeg. Daarop is het beter de naam Kronenburgerpark te noemen. Echter: deze en een aantal andere namen waren nog niet officieel vastgesteld, omdat B en W “door bizondere omstandigheden werden verhinderd”. Om eventuele overtredingen succesvol voor de rechtbank te kunnen laten verschijnen, is een naam nodig: anders zal de rechter elke overtreding in het Kronenburgerpark kunnen afwijzen, omdat hij geen Kronenburgerpark kent. Daarop besluit de Gemeenteraad de naam Kronenburgerpark officieel vast te stellen. (PGNC 3/6/1882 en PGNC 20/6/1882).

Rob Essers in de Straatnamengids: “Deze naam was bij de algemeene herziening der straatnamen bij R.B. van 9 Juli 1924 vergeten. Het verzuim is thans [14 maart 1939 /RE] hersteld. De naam is door B. en W. nu vastgesteld. Het Kronenburgerpark is ingesloten door achtereenvolgens aan elkander sluitende deelen van den Kronenburgersingel – Lange Hezelstraat – Parkweg en van Berchenstraat. De naam geldt niet voor de in dat terrein gelegen particuliere eigendommen.” (Dienstarchief G.A.N., nr. 195:29)

Kronenburgpark

Veel Nederlanders kennen het Kronenburgerpark vanwege het lied “Kronenburgpark” van Frank Boeijen. Zonder “-er”, omdat dat minder in het ritme paste. In het kader van de 20ste Zomerfeesten (nu Vierdaagsefeesten) gaf hij in 1989 een legendarisch concert in dit park.

Meubilair

"Monumentale" afvalbak (november 2024)
“Monumentale” afvalbak (november 2024)

Deze hiernaast afgebeelde monumentale afvalbak staat boven bij de sprookjesgrot. En is feitelijk een een moderne, metalen vuilcontainer.

Annie Hellewaard

Bordje Annie Hellewaard Kronenburgerpark (november 2024)
Bordje Annie Hellewaard Kronenburgerpark (november 2024)

Bij haar overlijden liet Annie Hellewaard een grote erfenis na op voorwaarde dat deze besteed zou worden aan “goede doelen die bij het gedachtegoed van de familie pasten: de persoonlijke ontwikkeling van vrouwen in de zorgsector, kinderfeesten en een groenproject in de openbare ruimte waar haar naam blijvend aan verbonden zou worden”. Daarop werd een deel van de erfenis gebruikt voor het opknappen van het Kronenburgerpark in 2003-2005 (Gemeente Nijmegen, met een heel artikel over Annie Hellewaard).

Waar ligt Kronenburgerpark?

Bronnen

Kronenburgerpark in herfstzon (november 2024)
Kronenburgerpark in herfstzon (november 2024)

Kronenburgerpark gaat zijn vijfenzeventigste verjaardag vieren: juweel aan Nijmeegse Keizerskroon, A. Delahaye,  De Gelderlander 24/9/1955

https://www.kronenburgerparknijmegen.nl/

Leeuw https://nl.wikipedia.org/wiki/Leeuw_(Kronenburgerpark) wikipedia

Frank Boeijen gaf in jaren ‘80 magisch optreden in Kronenburgerpark, De Gelderlander 13-07-19 https://www.gelderlander.nl/vierdaagse/frank-boeijen-gaf-in-jaren-80-magisch-optreden-in-kronenburgerpark~a25ea0b0/

Kronenburgerpark in de sneeuw anno 2026 (januari 2026)
Kronenburgerpark in de sneeuw anno 2026 (januari 2026)
Sleetje rijden in Kronenburgerpark (januari 2026)
Sleetje rijden in Kronenburgerpark (januari 2026)
MULO Prins Hendrikstraat 7 Architect Weve 1910-1920 Altrade (F27307 )
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Openbare School No.2 voor U.L.O. architect Weve

1905-1906 Prins Hendrikstraat 7 Altrade Rijksmonument

F27307 MULO Prins Hendrikstraat 7 Architect Weve 1910-1920 Altrade
MULO Prins Hendrikstraat 7, Architect Weve 1910-1920 (F27307 RAN)

Het pand op Prins Hendrikstraat 7 is in 1905-1906 gebouwd als openbare school voor Uitgebreid Lager Onderwijs (U.L.O.) door stadsarchitect Weve. Rijksmonumenten omschrijft het gebouw als “de stijl van het rationalisme met invloeden van de Art Nouveau in de ornamentering.” Een van deze ornamenten is het opschrift “OPENBARE-SCHOOL / No2 / VOOR – 1906 – U.L.O.” Het is een van de laatste van de 17 scholen die Weve heeft gebouwd.

(M.) U.L.O.

De U.L.O of M.U.L.O. betekent (Meer) uitgebreid lager onderwijs. Dit schooltype was in 1857 ontstaan en was een vervolg op de lagere school. Sinds 1920 werd dit schooltype bij wet U.L.O. genoemd, maar veel scholen bleven zichzelf M.U.L.O. noemen. Dit schooltype heeft bestaan tot de invoering van de Mammoetwet in 1968, waarbij de M.U.L.O een van de schooltypes was dat werd omgezet naar de mavo, wat weer later het vmbo is geworden.

Bij de opening

U.L.O. Tegeltableau Prins Hendrikstraat 7 Augustus 2021 (Google Streetview)
U.L.O. Tegeltableau Prins Hendrikstraat 7 Augustus 2021 (Google Streetview)

Het PGNC schrijft bij de opening in 1906:

De school aan den Bijleveldsingel.

Zorg voor het kind! Dat is het wachtwoord geworden. En niet het minst spiegelt zich dat af in de scholen en het onderwijs.

“Schoolpaleizen” heeft men spottend gezegd. Zeker si, dat de tegenwoordige scholen, ook die waarbij de eenvoud op den voorgrond stond, paleizen mochten heeten in vergelijking met de meer dan een voudige ruimten, waarin in vroeger jaren een aantal kinderen werden opgeborgen en waar “meester” oud werd door of ondanks de beruchte “onschuldige asempjes” der even onschuldige kinderen. Hokken waren het in vroeger dagen, waar de ventilatie ontbrak of hoogst onvolkomen was; waar de verwarming alles te wenschen overliet; waar de lucht verpest werd onder de vereenigde werking van de menschelijke ademhaling en de uitwaseming der vaak natte kleeren, die in het kleerlokaal werden opgehangen en die bezwangerd waren met allerlei kwalijk riekende geuren.

“Schoolpaleizen”, zei men spottend; maar was degene, die het woord op de lippen nam, wel overtuigd van de waarheid: “Voor het kind is het beste nog niet goed genoeg”. Zet het kind in een vriendelijke omgeving en ge voedt op zonder schijnbaar op de opvoeding in te werken. Leer het kind respect voor het gebouw, dat hij binnentreedt en ge leert het eerbied te hebben voor eigen huis of althans te trachten ook dat vriendelijk te helpen maken. Het leeren gaat in een aangename omgeving gemakkelijker dan in een lokaliteit, die neerdrukt. Licht, lucht en schoone vormen zijn de eerste voorwaarden voor opgewektheid en zucht naar orde.

Het doet den bezoeker weldadig aan eene inrichting binnen te treden, als aan de Bijleveldsingel is verrezen. “Je zou zelf weer lust krijgen om school te gaan,” zei een der werklieden, die er bezig was.

Reeds meermalen hadden we met welgevallen een blik geslagen op het uitwendige. Het geheel is een monumentaal gebouw, goed gedacht door den kundigen directeur van gemeentewerken, den heer Weve, flink uitgevoerd door den aannemer, den heer H. Bartels, opgegroeid onder toezicht van den opzichter, den heer Th.A. Middendorp. “Goed gedacht” zeiden we: een flink gebouw zich aanpassende aan de eerste-klasse omgeving, waarin het werd gesticht, met een front, een gevel aan twee straten, die uit architectonisch oogpunt schoon mag heeten, een kunstwerk.

Den heer Weve zal het misschien weinig treffen, dat een leek deze lofspraak uit, welnu, deskundigen, vakmannen, spraken evenzeer met lof over de inrichting als bouwwerk en dat zal hem niet onververschillig zijn.

Hoog verheft zich het gebouw aan de grens van wat nu nog de groote vlakte van ’t exercitieveld is, trotsch zal ’t er staan, als eenmaal de omgeving bebouwd is, en de breede wegen en straten in de naaste omgeving zijn een waarborg, dat het schoone geheel niet weggemoffeld zal worden.

Wij waren in de gelegenheid ook het inwendige te bezien. Twaalf ruime, frissche, lichte leerlokalen, zes beneden, zes boven; elk tweetal door een flinke ruimte gescheiden van een ander paar vertrekken en deze twee onderling verbonden of gescheiden door schuifdeuren; vier dezer lokalen telkens langs den Daalschen weg, twee langs den Bijleveldsingel. Tusschen de twee en de vier bevinden zich flinke ruimten, ter plaatse van de half torenvormige uitbouwsels, voor de berging van kleedingstukken. Het viertal aan den Daalschen weg wordt beneden door een gang, boven door de kamer voor het Hoofd der school in twee tweetallen verdeeld.

Een breede gemakkelijke steenen trap leidt van de beneden- naar de bovenverdieping, en er is gezorgd, dat de leuningen niet in een onbewaakt oogenblik gebruikt kunnen worden om er langs af te glijden. Aan den achterkant beneden is een groot ruim lokaal voor gymnastiek (vrije- en ordeoefeningen) met een keurig net geschilderd plafond in zachte tinten. Verder heeft het Hoofd der School in den toegang tot zijn lokaal drie groote ruime kasten en aan het einde der bovengang is een ruimte, bestemd tot magazijn van leer- en hulpmiddelen.

Urinoirs en bestekamers zijn in groot aantal aanwezig, eenvoudig maar netjes en praktisch ingericht, zoodat ook daar de kinderen niet aan toezicht behoeven onttrokken te zijn; hier een daar zijn fonteintjes en waterleidingkranen aangebracht.

De speelplaats ziet er op dit oogenblik nog wat onooglijk uit; ’t kan niet anders; maar één zaak is nu al te constateeren: de flinke overdekte speelplaats naar de zijde van de daarnaast gelegen bewaarschool. Bijzonder groot, dunkt ons evenwel de overige ruimte op de speelplaats niet, vooral niet, als daarvan nog hier of daar een plekje werd afgenomen om als schooltuintje dienst te doen, iets, dat bij zulk een modern ingerichte school eigenlijk niet mocht ontbreken. Maar- er blijft altijd iets te wenschen over.

Alles ziet er degelijk uit, overal dringt de frissche lucht door. “Geen raam, dat niet open kan”, zei de werkman van zooeven. Of het nu wel zoo erg is, durven wij niet zeggen. Maar frisch is het er en ruim en helder en licht. Bovendien zijn overal nog luchtkokers aangebracht.

De verwarming zal geschieden door kachels, welker warmte tevens voor den rechtstreekschen toevoer van zuivere lucht zal zorgen, die door de kachel verwarmd in de lokalen zal stroomen: m.a.w. in elk lokaal een pompstation voor frissche lucht, ook in den kouden wintertijd.

Wij noemden den school een monumentaal gebouw; een monument zal zij ook zijn voor ontwerper en bouwmeester. Moge zij de plaats worden, waar een goed deel van ’t toekomstig Nijmeegsch geslacht, meer bepaaldelijk de Middenstand, die zoo zeer verdient gesteund te worden, de kracht en de kennis zal opdoen, die hem in staat zal stellen het hoofd te bieden aan den steeds moeilijker wordenden strijd om ’t bestaan en den bloei van onze stad te bevorderen. Dan zullen de kosten aan de school besteed een kapitaal blijken, dat hooge rente opbrengt”. ( PGNC 11/5/1906)

Rijksmonument

Zowel het schoolgebouw als hek zijn Rijksmonument. Waardering”

– Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed voorbeeld van een schoolgebouw uit het begin van de twintigste eeuw van het gangtype. Het object is gaaf bewaard gebleven qua gevelindeling, detaillering en in iets minder mate wat betreft de interieurindeling (sommige hoekjes zijn dichtgezet om extra kamers te verkrijgen) en hoofdvorm (kleine wijzigingen, toevoegingen aan de achterzijde). Het object is, als een voorbeeld van een schoolgebouw in de stijl van het rationalisme met invloeden van de Art Nouveau, van belang voor het oeuvre van de Nijmeegse stadsarchitect J.J. Weve. Na de sloop van meerdere belangrijke schoolgebouwen van zijn hand, is dit object van groot belang voor diens oeuvre. – Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van de als stadsgezicht beschermde 19de eeuwse gordel van Nijmegen, waarin het schoolgebouw als markant hoekpand een beeldbepalende rol speelt.

– Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een sociaal-culturele ontwikkeling, in casu het op peil brengen van de openbare onderwijsvoorzieningen in Nijmegen èn de in deze tijd gangbare pedagogische opvatting dat het schoolgebouw een aansprekende omgeving moest vormen voor de leerlingen.”

https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/523038

Vervolg

Voormalige U.L.O. Prins Hendrikstraat 7 als PH 7, Augustus 2021 (Google Streetview)
Voormalige U.L.O. Prins Hendrikstraat 7 als PH 7, Augustus 2021 (Google Streetview)

In 1907 is de gymzaal verhoogd. Daarnaast hebben tussen 1917 en 1968 meerdere vergrotingen van het gebouw plaatsgevonden.

Tot en met 2005 is het gebouw in gebruik geweest als school:

  • 1906 – 1946: Uitgebreid Lager Onderwijs.
  • 1941 – 1944: Duitse School.
  • 1946 – 1975: Maarten Trompschool.
  • 1975 – 1981: in gebruik als MAVO.
  • 1981 – 2005: Sint Jorisschool

In 1946 werd de ‘Openbare school voor Gewoon Lager Onderwijs nr. 2’ gesticht. Deze school was bedoeld voor moeilijk lerende kinderen. Aan het eind van de jaren 50 besluit de gemeente af te stappen van nummering van scholen. Vanaf het schooljaar 1958-1959 is het Maarten Trompschool. Vanaf ongeveer 1970 zet een daling van het leerlingaantal in en daarop wordt de school op 1 augustus 1975 opgeheven.

In 2007 is het gebouw een bedrijfsverzamelgebouw geworden, welke in ieder geval in 2014 PH 7 heette en waarop op dat moment 10 organisaties gehuisvest waren, onder andere: de Circusschool, Theater Grote Broer, Colourfull City en Music Meeting.

Vanaf ongeveer september 2022 werd het plan voor de verbouwing van het gebouw opgesteld, zodat het kan dienen als noodopvang voor 130 Oekraïense vluchtingen, waarvoor 32 worden gebouwd.

Weve architect

Weve was een architect en ingenieur. Hij was stadsarchitect en directeur Gemeentewerken van Nijmegen. Hij ontwierp onder andere 17 scholen,…

Hogere Burgerschool architect Weve

De Hogere Burgerschool is in 1899 ontworpen door de stadsarchitect Weve. Het pand is gesloopt en vervangen door appartementen.

Altrade

Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…

(Overige) Bronnen

Meer uitgebreid lager onderwijs, wikipedia

Wet op het voortgezet onderwijs, wikipedia

Openbare School nr. 2 Prins Hendrikstaat 7, Wijkcomité Oost

Peter op den Brouw transformeert schoolgebouw Prins Hendrikstraat 7 te Nijmegen, ViS Detachering

https://www.gelderlander.nl/nijmegen/nieuwe-opvangplek-voor-150-oekraieners-aan-prins-hendrikstraat-in-nijmegen~a054de72/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

https://vandeklok.nl/projecten/opvanglocatie-prins-hendrikstraat-7

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Maarten_Trompschool_Nijmegen

#Nijmegen, Gebouw van de dag

Biezenstraat 57, voormalige borstelfabriek Benda

Verbouwing Biezenstraat 57 (juni 2023)
Verbouwing Biezenstraat 57 (juni 2023)

Biezenstraat 57 is in 1917 gebouwd als voor de Firma F.H. Benda & Zonen, een “borstel- en zeeftenfabriek”. In ieder geval was het tot 1955 nog in gebruik bij Benda.

In juni 2023 was de verbouwing aan de gang van de Biezenstraat 57. Voorheen was dit gebouw samen met het linkergedeelte (zie foto onder, met rolluik, welke intussen verbouwd zijn tot woningen) een echt gebruiksgebouw.

Situatie 2017 (foto Google Streetview)

Dit was aanleiding om na te gaan wat de functie van het gebouw aanvankelijk is geweest. Dit is een eerste onderzoek; zo zijn een aantal gevonden contracten bijvoorbeeld nog niet onderzocht.

Het gebouw van de Biezenstraat dateert uit 1917. Het is gebouwd voor de Firma F.H. Benda & Zonen, een borstel- en zeeftenfabriek. De jaren daarna volgenden een aantal uitbreidingen. Het bedrijf was reeds gevestigd op de Smidstraat.

Smidstraat

Ferdinandus Hubertus Benda is geboren op 4-7-1859 te Nijmegen. In het Bevolkingsregister van 1890 komt hij voor als “zeeftenmaker  borstelwerk”. Zijn adres is Grootestraat C nr 30, op een later tijdstip doorgehaald en vervangen door Scheidenmakersgas nr. 36 (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=11-1&index=16&imgid=2311615158&id=2311615156)

In het adresboek van  1912-1913 komt F.H. Benda, borstel- en zeeftenfabrikant voor op Scheidenmakersgas 48. (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=9-1&index=6&imgid=2091952406&id=2091571326). Vervolgens komt hij in het Adresboek van 1913-1914 voor op Smidsstraat 21  (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=9-1&index=7&imgid=2095417416&id=2091579723). Idem in 1915 en 1916. https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=9-1&index=9&imgid=2095771393&id=2091580932

Op 30 maart 1917 krijgt Benda de vergunning ten behoeve van een inrichting voor het vervaardigen van borstels en zeeften, in het perceel Smidstraat No. 21, kadastraal bekend, gemeente Nijmegen, Sectie C., Nos. 2345 en 4209 (Gemeenteverslag 1917). Waarschijnlijk heeft het bijna een jaar geduurd voordat Benda deze vergunning kreeg: op 2-6-1916 heeft de gemeente de beslissing voor het verstrekken van een hinderwetvergunning verdaagd, omdat het onderzoek ten behoeve van deze aanvraag nog niet was afgerond. (De Gelderlander 4/6/1916)

Bouw Borstelfabriek Biezenstraat

In datzelfde jaar (2-10-1917) krijgt Benda vergunning tot het oprichten van “eene door elektriciteit gedreven inrichting voor het vervaardigen van houtwerk ten behoeve van borstels en zeeften, in een in aanbouw zijnd gebouw aan de Biezenstraat, kadastraal bekend Neerbosch, Sectie A.n no 1325 (PGNC 3/10/1917, waarschijnlijk moet dit 1315 zijn).

Gevonden uitbreidingen:

  • Op 16-6-1919 krijgt hij vergunning 16 Mei aan F. H. Benda, ten behoeve van zijn door elektriciteit gedreven borstelfabriek in het perceel Biezenstraat 57, kadastraal
    bekend: Gemeente Neerbosch, Sectie A, No.. 1351.(Gemeenteverslag 1919)
  • 1902: Transformatorenruimte (Gemeenteverslag 1920)
  • 23 september 1924: uitbreiden van hare door electricteit gedreven inrichting voor het vervaardigen van borstelhouten, zeeftenranden en het zagen van boomen (De Gelderlander 25/9/1924)
  • 31-8-1928: vergunning tot het uitbreiden van hare door elektriciteit gedreven inrichting voor het machinaal bewerken van hout in het perceel Bizenstraat No. 57, kad. bekend gemeente Neerbosch, Sectie A, no. 1597 (!) (De Gelderlander 5/9/1928)

In ieder geval in de eerste jaren staat in de adresboeken alleen het adres van de Smidstraat; in advertenties staan wel beide adressen.

Rond april 1922 overlijdt Ferdinandus Hubertus Benda. (PGNC 15/4/1922). Uit het Adresboek van 1922 blijkt dat F.H. Benda Jr. inmiddels bedrijfsleider is. Beiden hebben in dat adresboek het adres van de Smidstraat. Ook in het adresboek van 1926 komt Benda als bedrijfsleider voor op de Smidstraat. Wel staat als adres van de Houtfabriek en Houtzagerij de Biezenstraat.

Nieuwjaarsdvertentie Firma F.H. Benda & Zonen, Borstel- en Houtwarenfabriek, Houtzagerij Houthandel (De Gelderlander 31/12/1931)
Nieuwjaarsdvertentie Firma F.H. Benda & Zonen, Borstel- en Houtwarenfabriek, Houtzagerij Houthandel (De Gelderlander 31/12/1931)

In de nieuwjaarsadvertentie van 1931 is het: “Electr. Borstel- en Houtwarenfabrieken, Houtzagerij Houthandel”

De op dit moment laatst gevonden vermelding is het Adresboek 1940: “Benda & Zn., firma F.H., houtz. En houthandel, Biezenstraat 57 en Voorstadslaan 88”. Daarbij heeft “F.H. Benda, Houthandel”, het adres Voorstadslaan 88.

In het Adresboek 1948, 1951 en 1955 is op Biezenstraat 57 het Pakhuis “Benda”. Het adres van F. H. Benda, Houthandel is de Voorstadslaan 88. In 1959 woont de Weduwe van F.H. Benda op Burchtstraat 88 en komt er geen “Benda” meer voor op Biezenstraat 57.

Biezenstraat

Deze verzamelt reeds verschenen artikelen over de Biezenstraat Een mooie foto van de Biezenstraat op het kruispunt Voorstadslaan uit 1970-1975…

Biezen/Waterkwartier

Hoewel Biezen de officiële naam is, noemen veel Nijmegenaren de wijk het Waterkwartier. Het is een van oudst bewoonde gedeelten…

Synagoge Gerard Noodtstraat in april 2023, architect Oscar Leeuw
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Synagoge, architect Oscar Leeuw

1912-1913, Gerard Noodstraat Centrum, Rijksmonument

Synagoge Gerard Noodtstraat in april 2023, architect Oscar Leeuw
Synagoge Gerard Noodtstraat in april 2023

De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats aan de Gerard Noodtstraat, waarvan Oscar Leeuw de architect was. De nieuwe synagoge wordt in 1913 ingewijd. Na een restauratie in 1978-1979 werd de oude synagoge in de Nonnenstraat weer in gebruik genomen. Daarop zat vanaf 1980 jarenlang het Natuurmuseum in dit pand.

Architect

De architect van het gebouw is Oscar Leeuw:

In mei 1912 besteedt Oscar Leeuw het bouwen van “een synagoge, schoollokalen, bovenwoningen met andere annexen” aan. Hierbij is A.J. Smits met f33.733 de laagste inschrijver (De Gelderlander 19/5/1912).

Uiterlijk

De ingangstoren heeft de gelijkenis van een grote thorarol. In de gevel is veel symboliek verwerkt, bijvoorbeeld de twee tabletten met de 10 geboden. Een beschrijving wordt ook hieronder, “Bij de opening”, gegeven.

Daarbij is in en in de gevel is veel symboliek verwerkt. “Boven de ingang, waar nu ‘Natuurmuseum’ geschreven staat, stond ooit een Hebreeuwse tekst, verdeeld over twee regels. Het gaat om Psalm 19:15…: “Laten de woorden van mijn mond u behagen, de overpeinzingen van mijn hart u bekoren, Eeuwige”. De letters van de onderste regel bij elkaar opgeteld leveren 673, het joodse jaar 5673. Dat komt overeen met 1913 en is het jaar waarin de synagoge werd ingewijd.” (Wikipedia; in het krantenartikel vertaald als: “Moge U, o Eeuwige, welgevallig zijn de redenen van mijn mond en de overdenking van mijn hart”).

De gebedszaal is naar Jeruzalem gericht.

Stijl

Synagoge, vooraanzicht Gerard Noodstraat, foto gedateerd 1915-1920 (Joh. Gijpink via RAN F28981) Oscar Leeuw
Synagoge, vooraanzicht Gerard Noodstraat, foto gedateerd 1915-1920 (Joh. Gijpink via RAN F28981)

Biografisch Woordenboek Gelderland: “Dit evenwel zonder dat het aspect van vernieuwing geheel en al verdween. De synagoge aan de Gerard Noodtstraat (1912) is vooral van dat laatste een voorbeeld. Hoewel het indrukwekkende interieur met zijn galerijen en geschilderde muurdecoratie nu verdwenen is, krijgt men door de ornamentiek aan de voorgevel nog een indruk van het zoeken naar nieuwe siervormen, die niet gebaseerd zijn op historische voorbeelden noch op de inmiddels tot het verleden behorende Jugendstil.”

Wikipedia: “Naast art deco is ook eclecticisme te herkennen.”

Bij de opening

Bij de opening schrijft het PGNC:

De Nieuwe Synagoge.

Morgen is het voor onze Israëlitische stadgenooten een belangrijke dag. Dan toch zal de nieuwe Synagoge, gesticht aan de Gerard Noodstraat alhier, op plechtige wijze worden ingewijd door den Opperrabijn in het ressort Gelderland, den Z.Eerw. heer L. Wagenaar.

Reeds lang bestond te dezer sted behoefte aan een nieuwe Synagoge. Het oude gebouw, waarvan in Augustus 1906 het honderd vijftigjarig bestaan feestelijk werd herdacht, en dat dus thans 157 dienstjaren telt, gelegen in de steeds meer en meer in verval gerakende Nonnenstraat, was met de daaraan verbonden slecht ingerichte lokalen niet meer in overeenstemming met de eischen van het zeer opgewekte leven der Israëlitische gemeente alhier. En toen het aantal Israëlitische Nijmegenaren toenam, achtte men het oogenblik gekomen, om naar een nieuw gebouw uit te zien. Dat was geen gemakkelijke taak. Doch met algemeene medewerking van de leden der gemeente, onder wie er gelukkig velen waren, die met groote mildheid tot de oplossing der financieele zijde van het vraagstuk wilden medewerken, kon aan dezen lievelingscwens worden voldaan. En zoo ontstond dan ter genoemde plaatse het in- en uitwendig sierlijke en aardige kerkgebouw, met daaraan verbonden leer- en vergaderlokalen, badinrichting, woningen voor den leeraar en den koster, waarheen morgen- nadat op plechtige wijze afscheid zal zijn genomen van de oude Synagoge- de Wetrollen zullen worden overgebracht, om daar opnieuw, naar wij hopen, tot in lengte van dagen het middelpunt te zijn van het Israëlitisch godsdienstige leven te Nijmegen.

Het kerkbestuur en zij, die dit in zijn taak bijstonden, hadden de gelukkige gedachte zich voor den bouw te wenden tot onzen stadgenoot, den heer Oscar Leeuw, die met zijn veelzijdige kennis een fraai kerkgebouw wist te scheppen. De bekwame architect heeft zich bij zijne modern opgevatte architectuur laten inspireren door de oude kunst van Judea, waarvan weliswaar weinige overblijfselen bestaan, doch waaromtrent toch uit oude beschrijvingen licht te verkrijgen was. De buiten-architectuur van het hoofdgebouw der Joodsche cultuur, den Tempel van Jeruzalem, was zeer eenvoudig, terwijl het intérieur rijk versierd en van de edelste materialen uitgevoerd was. Die versieringen waren uitsluitend ontleend aan het plantenrijk en aan geometrische vormen, daar menschelijke afbeeldingen ten strengste verboden waren. En dit systeem heeft de heer Leeuw ook bij den bouw van de nieuwe Nijmeegsche Synagoge doorgevoerd.

De gevel is van streng sobere vormen, opgetrokken in het materiaal van het land- den baksteen- met een matige ornamentatie. Evenals aan deze Tempel van Salomon bestaat deze uit den palmboom van Judea; de granaat-appel, die door zijn groot aantal zaadjes de krachtige vermenigvuldiging van het leven symboliseert, en het schild van David, de zeshoekige ster. Boven den ingang zijn in den tympaan in het Hebreeuwsch gegrift de woorden van Psalm 19 vers 15, welke vertaald luiden: “Moge U, o Eeuwige, welgevallig zijn de redenen van mijn mond en de overdenking van mijn hart”. Twee zware hardsteenen voetstukken zijn aan weerszijden van den ingang aangebracht, om daarop zoo mogelijk later te plaatsen de reconstructied der bekende bronzen kolommen “Jakoun” en “Bo’az”, welke eenmal den toegang tot den tempel van Salomon sierden.

Door de dubbele toegangsdeuren betreedt men de vestibule, die 4.50 bij 4.50 Meter oppervlakte heeft met een terrazzovloer, waarin het schild van David is aangebracht en die met een kruisgewelf is overdekt. Daarin bevindt zich links de toegang tot de mannen-garderobe, rechts die tot de vrouwengaanderij en in het front de toegang tot de kerk.

Interieur synagoge Gerard Noodstraat, architect Oscar Leeuw 1913
Interieur synagoge Gerard Noodstraat, architect Oscar Leeuw 1913

De kerk zelf, groot 11 bij 17 M. en hoog 12 M., heeft op den beganen grond 150 zitplaatsen voor de mannen en op de gaanderijen 110 zitplaatsen voor de vrouwen; zij is volgens de voorschriften naar Jeruzalem gericht en niet naar het Oosten, zooals de algemeene is. Het intérieur met zijn hoofdlijnen in gevoegden baksteen, terwijl de wanden en het tongewelf gepleisterd zijn, is er geheel op berekend om later beschilderd te worden. De hoofdonderdelen der kerk, de Byma en de H. Arke, zijn geheel voltooid, zooals dat de bezoeker zich reeds nu een denkbeeld kan vormen, welk aspect het inwendige van de kerk zal krijgen, indien alles is afgewerkt, wat nu nog niet het geval is.

De H. Arke is tegenover den ingang der kerk is zeer rijk geornamenteerd met dezelfde symbolen als hierboven genoemd; marmeren trappen geven toegang tot het verhoogde gedeelte. Achter den donkerblauwen, rijk met goud borduursel georneerden voorhang bvinden zich de deuren, waarachter de Wetsrollen geborgen zijn. Op de latei der deuren komt voor in ’t Hebreeuwsch de spreuk: “Weet voor wie gij staat”. In de tympaanvulling daarboven bevinden zich de Tafelen der Wet, omring door een gouden stralen krans een een spiraalvormig relief-ornament van gestyleerde palmbladeren. In de randboog der H. Arke is de “Eeuwige Lamp” geplaatst, welke ter nagedachtenis der overledenen brandt.

De groote ramen in de voor- en achtergevels zijn vervaardigd van glas in lood met psalmmotieven.

Bij avond zal de Kerk schitterend verlicht worden door twee groote kronen, die uit het tongewelf afhangen. Acht cirkel-vormige kronen, geplaatst op de palen der gaanderij, ieder met zeven lichtpunten (het gewijde getal) en vele wandarmen, zijn regelmatig over de ruime zaal verdeeld.

De H. Arke, de geborduurde voorhang en de koperen lampen zijn geschenken van leden der Israëlitische Gemeente alhier.

Al moet op den duur de afwerking nog volgen, toch maakt het kerkgebouw reeds nu een verheven indruk. Waarlijk, wij zeiden niet te veel toen wij hierboven den bouwmeester prezen. Zoowel het gheel als de onderdeelen getuigen van zijn uitgebreide kennis, zijn onvermoeid streven en zijn gekuischten smaak. Ook met dit werk, waarmen men zeggen kan dat dit ging boven de eischen die in den regel aan een architect gesteld worden, heeft de heer Oscar Leeuw zijn goeden naam hoog gehouden.

De naast de Synagoge gelegen bijgebouwen maken uiterlijk een zeer rustig effect. Zij verstoren den machitgen indruk van den fraaien kerkgevel niet en hun inwendige indeeling is practisch gedacht en goed uitgevoerd.

De Israëlitische Gemeente mag met haar nieuwe kerkgebouw geluk gewenscht worden. Als morgen de inwijding plaats heeft in tegenwoordigheid van kerkelijke en burgelijke autoriteiten, zal zij daarover zeker de meest vleiende beoordeelingen vernemen.

De gebouwen werden einde Mei 1912 aangenomen door den heer A.J. Smits Jr. alhier, voor de som van f33.733. Deze aannemer legt eer in met zijn werk; het is goed en ook met bekwamen spoed uitgevoerd, hoewel er nooit op den Zaterdag, den Sabbath der Israëlieten, de gewerkt werd.

De Byma met Bestuursbank en podium werden geleverd door den heer Maurits Drukker, firma Drukker en Cohen, en uitgevoerd neer een ontwerp van diens bekwamen medewerker, den heer J.R.L. Samson; het decoratiewerk der H. Arke is verricht door den heer J.H. Kaak; de koperen lampen der gaanderij en de wandarmen zijn geleverd door de firma L.A. Moll alhier. De koperen hangkronen zijn van de firma Wiener en Co. te Amsterdam. De geborduurde voorhang is van den heer J. Goudsmit te ’s Gravenhage, terwijl de verdere schilderwerken door den heer Arts, de installatie van het electrisch licht door de firma Tasche en Co., het zandsteenwerk door de firma Spamer en Smits, de warmwaterverzorging voor de baden door de firma Weijers en Co., allen alhier, werden geleverd. Het glas in lood is van de fabriek Kronenbitter, te Berg-en-Dal, afkomstig.” (PGNC 11/4/1913)

Tweede Wereldoorlog

In de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Duitsers het gebouw als opslagruimte, onder andere voor geconfisqueerde radiotoestellen. De wandschilderingen zijn vernield en de Davidsster werd uit de gebrandschilderde ramen geslagen.

Verkoop Synagoge

Na de oorlog was het gebouw te groot voor de Joodse gemeenschap, welke door de vervolging gedecimeerd was. Daarop betrok de gemeenschap de naastgelegen school als synagoge. Het pand van de Nieuwe Synagoge werd verkocht aan de gemeente Nijmegen. De gemeenschap zal in 2000 de oude Synagoge aan de Nonnenstraat weer gaan betrekken.

Het gebouw van de Nieuwe Synagoge diende het tijdelijk als opslagruimte en daarna als gebedshuis voor het Apostolisch Genootschap.

Natuurmuseum Nijmegen

Vanaf 1978 zat er jarenlang het Natuurmuseum Nijmegen. In juni 2014 fuseerde het Natuurmuseum met museum De Stratemakerstoren tot Stichting De Bastei. Daarop sloot het museum in oktober 2017, waarbij het in januari 2018 verder ging in de Statemakerstoren. Vervolgens ging museum De Bastei in 20218 open.

Vanaf maart 2023 zit er een sportschool in het gebouw.

Rijksmonument

Het gebouw is een Rijksmonument.

(Overige) Bronnen

https://www.noviomagus.nl/Monumenten/OMD2003/21.htm

https://www.noviomagus.nl/Monument

https://nl.wikipedia.org/wiki/Nieuwe_Synagoge_(Nijmegen)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Synagoge_(Nijmegen)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Natuurmuseum_Nijmegen

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam…

De Mariënburgkapel gezien vanuit de Mariënburgsestraat, in de richting van de Houtmarkt; links het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging en op de achtergrond het Arsenaal, 1926-1930 (F29583 RAN)
#Nijmegen, Centrum, Marienburg

Mariënburg: Geldersche Credietvereeniging en een eeuw bank-locatie

1918 Mariënburg

De Mariënburgkapel gezien vanuit de Mariënburgsestraat, in de richting van de Houtmarkt; links het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging en op de achtergrond het Arsenaal, 1926-1930 (F29583 RAN)
De Mariënburgkapel gezien vanuit de Mariënburgsestraat, in de richting van de Houtmarkt; links het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging en op de achtergrond het Arsenaal, 1926-1930 (F29583 RAN)

Jarenlang zat op de Mariënburg de NMB/ING Bank. Op deze locatie zat een eeuw lang een bank, te beginnen met de Geldersche Credietvereeniging. Het gebouw was een ontwerp van architect Jo Limburg.

In 1904 had architect Knoops het pand voor de Geldersche Credietvereeniging ontworpen in de Paulstraat no. 35.

In 1918 verhuisde de bank naar de nieuwbouw op de Mariënburg. Vanaf dat moment zal er een eeuwlang een financiële instelling zitten, zij het met verbouwingen en nieuwbouw.

Of het de Eerste Wereldoorlogsschaarste is, waardoor Jo Limburg zijn ontwerp moet aanpassen, of dat PGNC moet wennen aan de rationele stijl op het moment dat zij over de opening in 1918 schrijft, is mij nog niet bekend. In ieder geval beschrijft zij de bank daarbij als volgt:

De Geldersche Credietvereeniging.

Het Agentschap van de Geldersche Credietvereeniging alhier is heden overgebracht naar het nieuwe gebouw aan Marienburg 83. Het is een monumentale bouw, die ontworpen werd door den heer J. Limburg, architect-ingenieur te ’s Gravenhage.

De gevel, opgetrokken in handvorm baksteen, bewerkt naar ouden aard, heeft- wij kunnen het niet verzwijgen- bij de Nijmegenaars voortdurend critiek uitgelokt. Hij wijkt in menig opzicht af van wat men gewend is te zien Laten wij aanstonds opmerken, dat de bouwmeester in deze geheel abnormale tijden niet heeft kunnen beschikken over de materialen die hij zich daarvoor gedacht en gewenscht had willen verwerken, door baksteen vervangen worden, waardoor in het bijzonder de balcons der eerste etage een ander aanzien hebben gekregen, dan in het oorspronkelijke ontwerp het geval was. De daaraan uitkomende openslaande deuren blijven nu voor de helft voor het oog van den voorbijganger verborgen, wat een eigenaardigen indruk maakt. Ook de terugspringende tweede etage, die schuil schijnt te gaan achter zwaar verguld hekwerk en gedrukt wordt door een massief geprofileerden dakrand, kan onze bewondering niet wekken. Intusschen, de bekenden bouwmeester zal er wel reden voor hebben gehad om ’t zóó te doen en niet anders, en wij leeken hebben ons daarbij neer te leggen. Er bestaat een steeds toenemend streven in de bouwwereld, om te breken met het conventioneele, om andere vormen te scheppen en nieuwe banen te betreden. Dit gebouw draagt daar ongetwijfeld de sporen van. Wat wij heden niet begrijpen, zal misschien door een na ons komend geslacht moogelijk worden gewaardeerd.

Bovenstaande is dan ook niet te beschouwen als een afbreekende critiek- veel meer als uiting van den indruk dien deze gevel reeds lang op ons en velen met ons heeft gemaakt.

Geldersche Crediet Vereeniging, architect J. Limburg, Marienburg, 1925-1930 (F29728 RAN)
Geldersche Crediet Vereeniging, architect J. Limburg, Marienburg, 1925-1930 (F29728 RAN)

Treedt men door de eikenhouten hoofddeur het gebouw binnen, dan bereikt men door een met vooruitstekende hoeken smaller toeloopende entrée, geheel in ingevoegden baksteen met versiering van zwart marmer bewerkt, langs eenige trappen het binnengedeelte van het Bankgebouw. Een draaideur van moderne constructie wentelt op de meest aangename wijze den bezoeker naar binnen en dadelijk wordt het nog aangenaam getroffen door de groote in lichte kleur gehouden lokaliteit, die behalve van de zijramen aan het plein een profusie van licht ontvangt door in de zoldering aangebrachte galstegels, en werkelijk een imposanten indruk maakt.

De zoldering wordt gedragen door oordeelkundig aangebrachte pilasters van rechthoekigen vorm, welker juiste verdeeling over de ruimte opvalt en die op natuurlijke wijze tot de verschillende afscheidingen meewerken.

Aan de zijde van het plein bevindt zich over de geheele lengte van het gebouw de afdeeling voor het personeel, eindigende in een procuratiehouderskamer, welke afdeeling is gescheiden van de voor het publiek bestemde ruimten door een teakhouten balustrade op zwart marmeren voet, waarop sierlijk gesmeed ijzeren hekwerk is aangebracht, waarin de loketopeningen zijn gespaard. Met schilden zijn boven die openingen de verschillende afdeelingen aangegeven.

Aan de zijde van het plein bevindt zich over de geheele lengte van het gebouw de afdeeling voor het personeel, eindigende in een procuratiehouderskamer, welke afdeeling is gescheiden van de voor het publiek bestemde ruimten door een teakhouten balustrade op zwart marmeren voet, waarop sierlijk gesmeed ijzeren hekwerk is aangebracht, waarin de loketopstellingen zijn gespaard. Met schilden zijn boven die openingen de verschillende afbeeldingen aangegeven.

Na de drie eerste loketten- wij zouden zeggen “de loketten bestemd voor den gaanden en komenden man”- komt men door een in denzelfden trant behandelde en met spiegelglas gevulde afscheiding, die zich verderop nog een herhaalt, in eene voor het publiek bestemde ruimte, een soort hall, die naar rechts, waar de trap zich bevindt, uitspringt en als wachtkamer dient. Zij grenst weder aan loketten en is deftig gemeubeld. Van hieruit bereikt men het smaakvol ingerichte vertrek van de directie met annex een wachtkamer en de ruime vergaderzaal, welker vensters aan de zuidzijde van het gebouw uitkomen.

Aan die zijde van de hall voert een gemakkelijke, in marmer uitgevoerde, trap naar het benedenhuis, waarin de Safe, het archief en verschillende andere dienstvertrekken gevestigd zijn. De Safe is van zeer ruime afmetingen en staat geheel vrij in het gebouw; de zware kluisdeur, die natuurlijk afkomstig is van de bekende Lips-fabriek te Dordrecht, is van de allernieuwste constructie en biedt de meest volkomen afsluiting. Naast de Safe heeft men nog een speciale brandkelder voor de Bank zelf, waarin eene inrichting is aangebracht, die ’t mogelijk maakt in de Safe te komen, als de kluisdeur door omstandigheden eens niet geopend zou kunnen worden. Dat alles blijkt zóó massief en tevens zóó vertrouwenwekkend, dat ’t een gevoel van rust moet geven aan hen, die hier hun bezit ter bewaring zullen deponeeren. In het sousterrain is ook eene ruime fietsbergplaats, die door een afzonderlijken toegang naast den hoofdingang te bereiken is en tevens- zij het zonder speciale garantie- ten dienste van het publiek is. De concierge kan van uit zijn vertrek hierop het oog houden.

Dat het gebouw tevens voorzien is van alles, wat in een modern kantoor thuis behoort, behoeft zeker niet speciaal te worden gereveleerd. Centrale verwarming, gecombineerd met ventilatie; sierlijke electrische verlichting; telefooncellen en een telefoon-centrale; ingebouwde brandkluizen voor den dagdienst; een lift waarmee de boeken en geldswaarden, na afloop van den kantoortijd, naar de veilige bewaarplaats beneden worden getransporteerd en vice versa; in den muur aangebrachte en door een deurtje afgesloten waschgelegenheden in de kantoorlokalen; practische kleedingbergplaatsen voor ’t personeel, kortom, alles wordt hier gevonden wat den arbeid kan vergemakkelijken en veraangenamen.

De meubileering van het geheele gebouw is stijlvol en rustig en de kleuren van verf en behang in privékantoor en vergaderzaal getuigen van gekuischten smaak. Ook het teakhout, dat overal verwerkt is, wekt tot een rustig-voornamen indruk van het geheele gebouw mede.

Aan alle vrienden van de Geldersche Credietvereeniging zal morgen, Zondag, de gelegenheid worden gegeven het gebouw, dat Maandagmorgen in gebruik genomen wordt, te bezichtigen. Wij zijn er van overtuigd, dat zij ons waardeerend oordeel zullen onderschrijven en ’t met ons eens zullen zijn, dat Nijmegen er een gebouw bij kreeg, dat gezien mag worden en waarin, naar wij hopen, de zaken van deze krachtige en in den lande hoog aangeschreven Bankinstelling bij voortduring mogen prospereeren.

Den algemeen geachten Agent der Geldersche Credietvereeniging alhier, den heer C.P. Nap, naast wien thans bij de uitbreiding der zaken de heer Mr. A.Tj. Reitsma als sub-agent zal optreden, wenschen wij gaarne geluk met zijn prachtige nieuwe kantoren.

Met den bouw werd in Januari 1917 een aanvang gemaakt. Vele waren de teleurstellingen, die tengevolge van den huidigen toestand werden ondervonden, doch met steeds nieuwen moed werden ze overwonnen. Allen, die er aan meêwerkten, leggen eer in met hun werk, dat onder leiding van den bekwamen opzichter, den heer H. Kool, allengs werd tot het grootsche geheel, dat nu gereed staat om betrokken te worden.

Wij laten hier de namen der medewerkers volgen:

Aannemer de heer M.C. Konings te Nijmegen; Uitvoerder de heer P. Bollweg, alhier; Lood- en Zinkwerk de heer Aug. Arts, alhier; Stucadoorwerk de heer Chr.J. Clemens; Gas, Waterleiding en Sanitaire Artikelen Firma J. Jacobs & Zn., alhier; Hardsteen en Marmerwerk de heer H. Tourney, alhier; Centrale Verwarming Firma W.J. Stokvis, Kon. Fabriek van Metaalwerken, Arnhem; Electrische Installatie, Bellen en Huistelefoon Firma L.A. Moll, alhier; Kluisdeuren en Safe-inrichting Firma Lips te Dordrecht; Kunstsmeedwerk en Verlichtingsornamenten Firma Winkelman en v.d. Bijl, Amsterdam; Schilderwerk de heer W.A. Teeuwissen alhier; Meubileering, Gordijnen en Tapijten Firma Wed. W.J. Stemker Köster, alhier; Kantoormeubelen N.V. Blikman en Sartorius, Amsterdam.” (PGNC 21/9/1918)

Vervolg

Er is nog niet volledig onderzocht wat het vervolg is geweest.

1936 Fusie/Overname Nederlandsche Handel-Maatschappij

In de jaren 30 is de rentabiliteit voor de Geldersche Credietvereeniging als geheel (dus niet specifiek voor de Nijmeegse vestiging) sterk verslechterd. 1935 is vooral niet gunstig geweest vanwege van de vermindering van provisie, vooral op effecten; en daarnaast op koersverlies. Desondanks wordt overigens besloten om vrijwel de gehele winst uit te keren (PGNC 12/3/1936); er is sprake van f 406.000 winst op een kapitaal van f 14 miljoen.

Deze marge wordt onvoldoende geacht. Enerzijds om de nodige afschrijvingen op gebouwen en andere vaste activa te doen. Wel heeft de bank de jaren daarvoor afgeschreven, maar nog onvoldoende om de huidige waarde daadwerkelijk te weerspiegelen.

Maar vooral omdat er intussen sprake van concentratievorming bij banken. De Geldersche Crediet Vereeniging is, maar zal ook in de toekomst niet krachtig genoeg zijn om daadwerkelijk te kunnen concurreren met de grote banken. Daardoor staat niet alleen de winstgevendheid onder druk. Maar ook de mogelijkheid om voldoende kapitaal op te bouwen, om klanten de zekerheid van een stabiele bank te kunnen bieden.

De Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) heeft interesse in een fusie/overname: aandeelhouders van de Geldersche Credietvereeniging kunnen hun aandelen inwisselen: f 1500,- voor f 1000,- aandelen Nederlandsche Handel-Maatschappij. Daarop wordt in 1936 besloten tot deze fusie/overname.

Voor de NHM was de Geldersche Credietvereeniging het eerste kantoor voor de opbouw van haar kantorennet. Tot dan toe was er slechts een hoofdkantoor in Amsterdam geweest met bijkantoren in Rotterdam en Den Haag. Sowieso hadden haar activiteiten vóór de jaren 20 vooral bestaan uit handel en transport, voornamelijk met Nederlands-Indië en Suriname.

September 1944: Forse beschadiging

Gezicht op het pand van de Kamer van Koophandel (rechts) , het verwoeste pand van de Assurantiemaatschappij De Nederlanden van 1845 (links) en het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging (midden), 9/1944-12/1944 (F14518)
Gezicht op het pand van de Kamer van Koophandel (rechts) , het verwoeste pand van de Assurantiemaatschappij De Nederlanden van 1845 (links) en het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging (midden), 9/1944-12/1944 (F14518)

Op 23 september 1944 treft een Duitse granaat een Brits munitietransport, waarop een explosie volgde. Het pand De Nederlanden werd verwoest en dat van de Nederlandsche Handel-Maatschappij raakte zwaar beschadigd: let ook op de stutpalen op de foto.

Advertentie Nederlandsche Handelsmaatschappij: opgave inhoud kluizen (De Gelderlander 4/12/1944)
Advertentie Nederlandsche Handelsmaatschappij: opgave inhoud kluizen (De Gelderlander 4/12/1944)

Na de oorlog

De Algemene Bank Nederland aan het Mariënburg, 3/12/1966 (Fotopersbureau Gelderland via F21368 RAN Auteursrechthouder J.F.M Trum)
De Algemene Bank Nederland aan het Mariënburg, 3/12/1966 (Fotopersbureau Gelderland via F21368 RAN Auteursrechthouder J.F.M Trum)

Na de oorlog zou de NHM haar kantorennet fors uitbreiden.

Advertentie Nederlandsche Handel-Maatschappij: weer dagelijks open (De Gelderlander 27/2/1945)
Advertentie Nederlandsche Handel-Maatschappij: weer dagelijks open (De Gelderlander 27/2/1945)

In ieder geval is de NHM in februari 1945 weer “dagelijks geopend”. Zie ook de foto GN6761 RAN uit 1957, waar boven de marktkraam de NHM te zien is. Afgaande op de deze foto’s, heeft de bank haar tweede verdieping verloren.

In 1964 fuseert NHM nationaal met de Twentsche Bank tot de Algemene Bank Nederland (ABN).

NMB/ING

ING bank, Mariënburg, mei 2016 (Google Streetview)
ING bank, Mariënburg, mei 2016 (Google Streetview)

In 1970 is de bank verbouwd tot NMB (F29837 RAN). Deze bank was afkomstig van de Van Welderenstraat.

https://woneninnijmegen.blog/2023/12/06/middenstandsbank/

Vanaf dat moment zal de NMB en de opvolger ING hier jarenlang zitten.

Nova Marien

In 2006 vindt nieuwbouw plaats in het kader van het project Nova Marien plaats: de voormalige Kamer van Koophandel -een monument- blijft behouden, de rest wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw.

De nieuwbouw bestaat daarbij uit 20 koopappartementen, met op de begane grond een “commerciële functie”, fietsenkelder en parkeergarage. De gevel van de voormalige Kamer van Koophandel wordt gerestaureerd en de begane grond verbouwd tot “commerciële functie” op de begane grond en 2 koopappartementen.

De opdrachtgever van het project was BtB (Built to Build) uit Den Bosch, de architect Soeters uit Amsterdam.

Afgaande op Google Streetview zit ING hier in ieder geval nog tot juli 2019, in september 2022 echter niet meer. Dan zit Harbor Gym er, die er momenteel (december 2024) nog steeds zit.

Architect Joseph Limburg

Joseph (Jo) Limburg (Den Haag, 2 december 1864 – aldaar, 3 maart 1945) was een Nederlandse ingenieur en architect. Limburg was een zoon van de joodse winkelier in manufacturen Levy Joseph Limburg (1825-1907) en Hester van Raalte (1831-1911). Hij trouwde in 1903 met de kunstenares Marie Constance Antoinette Clant van der Mijll (1864-1945).

Limburg volgde de opleiding aan de Polytechnische School in Delft, waar hij in 1888 afstudeerde.

Bouwstijl

“Zijn ontwerpen waren aanvankelijk neoclassicistisch van aard. In zijn latere werk zijn invloeden van onder meer Hendrik Petrus Berlage en Rudolf Steiner zichtbaar. Hij kan als architect worden gerekend tot de Nieuwe Haagse School.” (wikipedia) Merk overigens op dat het pand dat Limburg ontwerpt voor de Geldersche Crediet Vereeniging naast een pand komt te staan, dat door Berlage in 1912 was ontworpen:

Geldersche Credietvereniging

In 1905 krijgt hij de eerste opdracht van de Geldersche Credietvereeniging: een bank in Maastricht (Rijksmonument). Dit gebouw is nu bekend als Huis met de Pelikaan. Ook ontwierp hij filialen in Groningen en Heerlen.

Prins Hendrikkazerne

In Nijmegen had hij in 1909-1912 de Prins Hendrikkazerne voor de Koloniale Reserve ontworpen. Deze kazerne is gebouwd in de stijl van het rationalisme en is een Rijksmonument. Wanneer Limburg in 1939 75 jaar is geworden, besteedt De Gelderlander 1/12/1939 een klein artikel over hem. In dat artikel wordt “een bankgebouw te Nijmegen” en “het ziekenhuis der koloniale reserve te Nijmegen” genoemd. Wikipedia noemt de Prins Hendrikkazerne: het is mij tot nu toe onbekend of Limburg de hele kazerne heeft ontworpen inclusief ziekenhuis, of alleen het ziekenhuis daarvan.

Overige functies

Limburg had een aantal nevenfuncties, onder andere:

  • Lid van Puchri Studio
  • Lid van de Commissie tot behartiging der vakbelangen van den architect van de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst
  • Lid van de Commissie Regelen en Tabel voor de Volkswoningbouw

Overlijden

In 1939 woonde Limburg in Den Haag.

Als Joden moesten Jo Limburg en zijn vrouw tijdens de oorlog onderduiken. Waarschijnlijk zijn ze omgekomen bij een bombardement in 1945, waarbij ook hun onderduikadres in Haagse wijk Bezuidenhout getroffen werd.

Bouwwerken van Jo Limburg

Hieronder wordt het werk van Jo Limburg verzameld:

  • 1899 Villa Anna, Den Haag
  • 1905 Bankgebouw Geldersche Credietvereniging, Maastricht
  • 1909-1912 Prins Hendrikkazerne voor de Koloniale Reserve in Nijmegen
  • 1910 Villa Iep en Duin, tegenwoordig ambassade van Egypte, Badhuisweg 92, Den Haag
  • 1911 Kantoor uitgeverij Martinus Nijhoff, Lange Voorhout 9, Den Haag
  • 1912 Villa Van den Bergh (tegenwoordig Japanse Ambassade), Tobias Asserlaan 2 in Den Haag
  • 1915 Villa Schalder, Den Haag
  • 1918 Bankgebouw Geldersche Credietvereniging, Heerlen
  • 1918-1920 Volkswoningbouw voor de Vereeniging De Volkswoning op de Musschenberg (Vogelwijk) in Arnhem
  • 1924 Tweede Gymnasium, Den Haag
  • 1930 Plein 26: Uitbreiding Sociëteit De Witte, Den Haag

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.noviomagus.nl/Ansichtkaarten/Oorlog/cwdata/oorlog020.html

https://nl.wikipedia.org/wiki/Jo_Limburg

Mariënburg

Met een slingerende straat én tevens een soort van plein is de Mariënburg misschien wel een van de straten met…

Gerard Noodtstraat huidig Google Streetview
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Roghmans architectenbureau D. en P. Benning

1951, Gerard Noodtstraat 52-54 en Derde Walstraat 91-93

Gerard Noodtstraat 48-56, het linker pand is Roghmans, 1951 (Commissariaat van Politie Nijmegen, Afd. Fotografie via F28974 CC0)
Gerard Noodtstraat 48-56, het linker pand is Roghmans, 1951 (Commissariaat van Politie Nijmegen, Afd. Fotografie via F28974 CC0)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het pand van Roghmans op de Zeigelbaan verwoest. Op 15-11-1949 vindt aanbesteding plaats van “Het bouwen van een werkplaats met twee etage woningen op een terrein gelegen aan de Gerardt Noodtstraat te Nijmegen, benevens het bouwen van ’n Azijnmakerij op een terrein gelegen aan de Derde Walstraat te Nijmegen”. Het ontwerp is van Architectenbureau D. en P. Benning, Graafseweg No. 60. (De Gelderlander 5/11/1949).

Openbare aanbesteding Roghmans Architectenbureau Benning
De Gelderlander 5/11/1949

Het is mij (RE) overigens niet bekend of Roghmans eind jaren 40 in bedrijf was op dat ze wachtten op nieuwbouw.

Voor de herbouw is Roghmans een van de 13 bedrijven die in 1949 van de gemeente een financiele tegemoetkoming heeft gekregen. De totale pot bedroeg 1,5 miljoen gulden, bedoeld voor de wederopbouw van het centrum. (De Gelderlander 12/1/1950). In augustus bespreekt de Gemeenteraad van de toewijzing van gronden,onder andere aan Roghmans. Ik heb de bespreking nog niet gevonden en weet dus niet over welke toewijzing dit gaat (een definitieve? Een uitbreiding?); in ieder geval vond aanbesteding plaats in 1949  (De Gelderlander 26/8/1950)

In De Gelderlander 20/1/1951 blijkt dat Roghmans aan het bouwen is.

Conservenfabriek Roghmans derde walstraat
De Gelderlander 5/8/1953

De door mij eerst gevonden advertentie. De Conservenfabriek staat in 3e Walstraat 91-93.

Gerard Noodtstraat huidig Google Streetview
Gerard Noodtstraat 52, 54 en 56 (Bron Google Streetview)

Hoewel de bouwtekening (dossier 18-01-1950) nog niet is gevonden/bekeken zal het gehele pand waarschijnlijk bestaan uit de huidige nummers 52, 54 en 56. (De begane grond met blauwe verf is nummer 52 (of 54?), met witte verf 56. Dat blijkt niet alleen uit de bouw, maar ook uit de verbouwing in 1955: verbouwing pand Rogmans t.b.v. garage Egbers a.d. Gerard Noodtstraat te Nijmegen. Wijziging voorgevelpui in de bestaande betonconstructie (D12.421963).

Adresboeken

In het adresboek 1951 komt M.A.J.M. Roghmans voor op nummer 52. De nummers 54 en 56 zijn ‘in aanbouw’.

In 1955 staat Roghmans op nummer 52.  Nummer 54 is ‘onbewoond’, 56 is ‘kantoor’.

Ook in 1959 staat Roghmans op nummer 52. Nummer 54 is dan M.G. v. Dijck, wed. Th. Peters en 56 verkoopkantoor en magazijn. Nummer 58 is “garage en magazijn”

Echter, in Algemeen adresboek voor de stad Nijmegen en omliggende dorpen 1959  staat A.M.C. Roghmans, “fabr. conserven” op nummer 52. M.A.J.M. fabr. tafelzuren staat eveneens op nummer 52.

In 1963 staan bij de weergave op straat J.M.A. en  A.M.C. Roghmans op adres Antiloopstraat (respectievelijk nr 91 en 93). Daarbij staat in de weergave op naam zij beiden als bedrijfsleider. M.A.J.M. fabrikant staat op Gerard Noodtstraat 52. Idem voor 1966. Onder “Tafelzuren” staat het adres Weurtseweg 238

Weurtseweg 238

Roghmans Weurtseweg 238
De Gelderlander 12/7/1955

Toen het bedrijf moest worden uitgebreid, werd het pand verkocht aan garagebedrijf Egbers. Op een later tijdstip komt hier Osnabrugge met huishoudelijke apparatuur in.

Op 15-12-1954 bespreekt de Gemeenteraad het voorstel tot verkoop aan grond aan de Weurtseweg (Roghmans). (De Gelderlander 11/12/1954).

Het bedrijf komt in een van de nieuwe bedrijfshallen die aan deze straat worden gebouwd, Weurtseweg 238. De eerste door mij gevonden (personeels) advertentie is in juli 1955. In 1954 kwamen de broers Roghmans bij hun vader in het bedrijf; vanaf 1972 vormde zij de directie.

In 1987 zou het bedrijf sluiten. Een mooi artikel (tevens bron) staat in de Wester van februari 2021.

Bisschop Hamerhuis, Verlengde Groenestraat Heijendaal, 1930 (F45104)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Bisschop Hamerhuis architect Estourgie

Bisschop Hamerhuis, Verlengde Groenestraat Heijendaal, 1930 (F45104)
Bisschop Hamerhuis, Verlengde Groenestraat Heijendaal, 1930 (F45104)

Het gebouw is ontworpen als een studiehuis voor de Scheutisten (de Congregatie van de Paters van het Onbevlekt Hart van Maria, of: de Missionarissen van Scheut). Het pand is vernoemd naar bisschop Ferdinand Hamer, die in 1900 in China is vermoord. Opvallend is de pagode, die verwijst naar de werkzaamheden van de Scheutisten in China. Deze pagode is ontworpen door Henri Estourgie, de broer van Charles. Tegenwoordig is het in gebruik door de HAN.

Ferdinand Hamer

Het Studiehuis is vernoemd naar de in 1900 in China vermoorde Ferdinand Hamer.

Lees hier het artikel:

Bij de Inwijding van het Missiehuis Bisschop Hamer

Inwijding nieuw Missiehuis Bisschop Hamer.

Het was heden weer een dag van beteekenis voor katholiek Nijmegen.

Van het nieuwe Missiehuis- waarop men van de St. Annabrug al zoo’n prachtigen aanblik heeft, prijkte de feestvlaggen: Pauselijk geel-wit en het nationale rood-wit-blauw.

Hedenmiddag te drie uur werd het nieuwe Missiehuis “Bisschop Hamer”, aan de Groenestraat plechtig ingewijd door den HoogEerw. Heer Mgr. C. van Son, deken dezer stad.

Majestueus verheft zich daar dat fiere gebouw, met kruis in top en met den Nijmeegschen naam van Bisschop Hamer in den gevel.

Nijmegen dat den naam van Missiestad heeft, krijgt ook steeds meer de daad. Ook van onze stad zullen nu steeds meer missiehelden optrekken naar verafgelegen landen.

Nijmegen werd heden ook officieel de stad der missiehuizen- met de inwijding van het Bisschop Hamer-Missiehuis.

Eerst werd de kapel ingewijd en vervolgens het verdere gedeelte van het huis.

Tegenwoordig waren o.a. alle zeereerw. heeren pastoors van de stad en de kapelaans, die in iedere parochie directeur zijn van dit missiewerk, familie van missionarissen, weldoenders en bekenden van het Missiehuis.

Met verschillende missionarissen was mede aanwezig de Algemeene Overste, Pater Henry Raymakers uit Sparrendaal.

Verder werden opgemerkt de heeren wethouders G. Busser en H. Vrancken. En voorts Prof. Dr. Jos. Schrijnen, rektor-magnifikus der R.K. Universiteit, de ZeerEerw. pater Steins-Bisschop, Rektor van het Kanisius-Kollege, verschillende E.P. Dominicanen en de heeren Mr. J. Wierdels, M. Poelhekke en de architect van het gebouw, de heer Charles Estourgie.

De Rector van het huis is de zeereerw. Pater F. Hoogers, die 32 jaar geleden door Mgr. Hamer priester werd gewijd en sindsdien in de missie van Turkestan heeft gewerkt.

In dit nieuwe Missiehuis zullen ondergebracht worden de twee klassen philosophie van de missionarissen van Scheut-Sparrendaal (Kongregatie van het Onbevlekte Hart van Maria C.I.C.M.)

Deze studenten krijgen nu nog hun opleiding in het Missiehuis Sparrendaal bij Boxtel en zullen met den aanvang van het nieuwe studiejaar in October a.s. naar Nijmegen komen.

Tijdelijk zijn zij thans ondergebracht in het Missiehuis te Scheut (Brussel).

Het missiehuis van de Kongregatie van Missionarissen van Scheut-Sparrendaal ligt in China, den Congo, op de Phillipijnen- ook bezit de Kongregatie nog een klein missiegebied onder de Roodhuiden van de Missisippi.” (De Gelderlander 8/5/1924)

Een dag later schrijft de Gelderlander over de plaatsen in de wereld waar de Missionarissen op dat moment gevestigd zijn: De Gelderlander 9/5/1924.

Rijksmonument

Het gebouw is een Rijksmonument met als waardering (tevens is een uitgebreide beschrijving te vinden):

“Voormalig KLOOSTER “Bisschop Hamerhuis” uit 1923.

– Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed voorbeeld van een als studiehuis opgezet klooster uit 1923 van het carré-type. De vierde vleugel die de binnenhof aan de achterzijde moest afsluiten, is evenwel niet uitgevoerd. Het object valt op door hoogwaardige esthetische kwaliteiten, zoals de spaarzame maar bijzondere ornamentiek en de zorgvuldige detaillering in vormgeving en materiaalgebruik. Zeldzaam is de als Chinese pagode uitgevoerde dakruiter. Het pand heeft een goed bewaarde interieurindeling en bezit een aantal oorspronkelijke interieurelementen. Kunsthistorisch waardevol is het gebrandschilderde glas-in-lood in het trappenhuis (gebroeders Van der Essen, Roermond 1923). Het Bisschop Hamerhuis is voorts een goed en gaaf voorbeeld van het werk van architect Ch.M.F.H. Estourgie.

– Van stedenbouwkundige waarde wegens de situering bij een kruising van wegen en de spoorlijn Nijmegen-Venlo, waar het pand door zijn omvang en opmerkelijke ‘dakruiter’ een beeldbepalende rol speelt.

– Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een culturele en geestelijke ontwikkeling, in casu de vestiging van een groot aantal kloosterorden in en om Nijmegen na de opening van de Katholieke Universiteit te Nijmegen in 1923. Bovendien verwijst de Chinese pagode op het dak naar het werkveld van de missionarissen van Scheut die dit klooster hebben laten bouwen.”

Charles Estourgie en Charles Estourgie Jr

Charles Marie Francois Henri Estourgie (23 juni 1884 Amsterdam, 26 augustus 1950 Nijmegen) Charles Marie François Henri Estourgie (Amsterdam, 23…

Keizer Karel-flat, Sterreschansweg, 1950 (F33591 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Keizer Karelflat “oudste flatgebouw” van Nijmegen

Sterreschansweg Hunnerberg

Keizer Karel-flat, Sterreschansweg, 1950 (F33591 RAN)
Keizer Karel-flat, Sterreschansweg, 1950 (F33591 RAN)

In 1939 wordt begonnen met de bouw van luxueuze en dure appartementen op deze plek van de heuvelrug: een prachtig uitzicht op de Ooypolder, vlakbij het centrum, maar ook de rust en de natuur dichtbij. De architect is L.D. Kuipers.

Aankondiging

Nijmegen krijgt een flatgebouw

Op den Sterreschansweg

Het zal ongetwijfeld wel de aandacht hebben getrokken, dat het groote open terrein naast de Nijmeegsche manége aan den Sterreschansweg de laatste maanden was afgeheind en dat daar opmetingen werden verricht, en menigeen zal zich hebben afgevraagd, wat hier in de toekomst zal verrijzen. Naar wij vernemen, zal hier binnenkort met een bouwwerk begonnen worden, dat voor Nijmegen geheel nieuw is. Door de N.V. Bouw- en Exploitatie-Maatschappij “Zeekant” zal hier n.l. een flatgebouw worden opgetrokken, zooals men die o.a. in Den Haag, Rotterdam en Amsterdam reeds langer kent. Het wordt een bouwerk van zeer groote afmetingen, waarin de nieuwste vindingen toepassing zullen vinden en waaraan ook op architectonisch gebied de grootst mogelijke zorg zal worden besteed.” (PGNC 11/3/1939)

In hetzelfde nummer, meteen volgend op de aankondiging van de flat, wordt de bebouwing van Wintersoord-Oude Stadsgracht aangekondigd. Hier zat voorheen hotel “Chrispinus”, waarbij de sloopwerkzaamheden inmiddels zijn begonnen. Het project is afkomstig van dezelfde maatschappij, “die ook de fraaie panden op het terrein van den vroegeren Stadsschouwburg gebouwd heeft.” Het betreft de N.V. Handel en Exploitatie-Maatschappij “Zeekant”. Of het dezelfde Zeekant van de Keizer Karelflat is niet bekend. (PGNC 11/3/1939)

1939: Bouw begint

De ingang van de Keizer Karel-flat, Sterreschansweg, 1950 (F33592 RAN)
De ingang van de Keizer Karel-flat, Sterreschansweg, 1950 (F33592 RAN)

“Het flatgebouw aan den Sterreschansweg

Met den bouw wordt volgende week begonnen

Zooals men zich zal herinneren, hebben wij eenigen tijd geleden medegedeeld, dat op het terrein, naast de Nijmeegsche manege aan den Sterreschansweg een flatgebouw zal verrijzen, de eerste in Nijmegen. Wij vernemen thans, dat met den bouw volgende week een aanvang zal worden gemaakt. Het wordt een bijzonder fraai gebouw, in U-vorm, met een breede oprijweg, een kunstmatige vijver en parkaanleg. Het gebouw komt ongeveer 30 meter van den weg verwijderd te staan en zal twee verdiepingen tellen, met in totaal 24 flatwoningen, bestaande uit een salon, een eetkamer, een heerenkamer, twee of drie slaapkamers, een keuken, een toilet, een badkamer, een hall, een vestibule, een ketelhuis voor de ‘centrale verwarming en een kolenberging. Aan de achterzijde komen 16 boxengarages en tien rijwielbergplaatsen. Voor de benedenbewoners zijn ruime tuinen geprojecteerd terwijl de bovenbewoners gelegenheid tot verpoozing in de open lucht kunnen vinden in een aan te leggen Solarium. Ook komen er twee terreinen met zandplaatsen, waar de kinderen zich kunnen vermaken. De ‘garages en rijwielbergplaatsen worden zoo laag gebouwd, dat zij het uitzicht over de Ooij niet belemmeren. Op de kapverdieping is voor iedere woning nog een slaapvertrek, berging voor koffers enz. ontworpen

Het spreekt wel vanzelf, dat de woningen van alle moderne gerieflijkheden zijn voorzien, waarvan als ’n merkwaardigheid moet worden gemeld, dat Iedere woning een huistelefoon heeft, waarmede verbinding met de hoofdentrée wordt verkregen. Leveranciers en andere bezoekers staat men dus, zonder de deur te openen, te woord en wenscht men toegang te verleenen, dan drukt men slechts op een knop, die zich naast het telefoontoestel bevindt en de deur gaat open.

Dit eerste flatgebouw van Nijmegen blijkt een succes te zullen worden, want reeds nu, nog vóór met den bouw een aanvang is gemaakt, zijn er reeds eenige woningen verhuurd. De naam van ’t gebouw is Keizer Karelflat en het werk wordt uitgevoerd door het Bouwbedrijf Han Visser. Met het oog op het dienstbodenvraagstuk zal de stichting van dit gebouw ongetwijfeld zeer gewaardeerd worden.” (PGNC 8-6-1939)

Oorlog: “Grijze muizen”

Voordat de flat volledig is afgebouwd, nemen de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog het gebouw in vanuit de strategische ligging van het gebouw en het uitzicht. In het gebouw waren de “grijze muizen”.

“Grijze muizen” de bijnaam voor Wehrmachthelferinnen, het onderdeel van het Duitse leger waarin vrouwen dienden. Zij werkten in vooral ondersteunende functies en hun bijnaam was afgeleid van hun grijze uniform. Ook werden ze Blitzmädel of Blizmädchen genoemd. Nijmegen-oost.nl noemt: “…dat hier een Duitse Ortskommandant die met zijn verpleegafdeling, de zogenaamde “grijze muizen”, een dependance had in de Keizer Karel-flat? Bovenop het dak van de flat stond een groot Rode Kruis als misleiding van de geallieerden tegen mogelijke bombardementen.” (Ook Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/9/1994 refereert aan verplegend personeel)

(Wel noemt Nijmegen-Oost: “… die waren erg welkom. Het was namelijk de bijnaam door dames, die hun diensten beschikbaar stelden aan de Duitse officieren”. (Een pand met een geschiedenis: wonen op de Heuvelrug, Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/3/1992). Iets dergelijks vertelt Wijkcomité-Oost over de Pater Brugmanstraat “Op nummer 8 woonden “grijze muizen”. In de oorlog bedoelde men daarmee soldatenhoeren. Als zij in de tuin lagen te zonnen konden zij vanaf het dak bekeken worden. En dat gebeurde ook.”)

Bij de bevrijding werd het gebouw beschadigd. De Engelsen gebruikten het als veldhospitaal. Vervolgens werd het gebouw hersteld en konden de eerste bewoners hier gaan wonen.

Bewoond

Op de voorgrond het Bergspoor, op de achtergrond de stuwwal met de Keizer Karel-flat, 1955 (Jeroen van Lith via D988 RAN CC0)
Op de voorgrond het Bergspoor, op de achtergrond de stuwwal met de Keizer Karel-flat, 1955 (Jeroen van Lith via D988 RAN CC0)

Daarna werd de flat dus eindelijk daadwerkelijk bewoond; door mensen die de hoge huurprijs konden betalen. Bij de meeste van de bewoners woonde op de zolder tevens een dienstbode in.

Verval

In de jaren jaren begon echter het verval: er waren geen vernieuwingen aan de flat aangebracht, zodat hij wat verouderd was. De kamer waar oorspronkelijk een dienstbode had gewoond, werd verhuurd aan studenten. Vervolgens kocht een speculant het gebouw, waarbij verder onderhoud uitbleef. Bewoners begonnen te verhuizen. De verkoopprijs van de flats was te hoog, zodat leegstand ontstond.

Daarop trokken krakers in, waarbij de flat een centrum voor krakers werd, net als de naastgelegen etikettenfabriek. Op het moment dat deze fabriek werd gesloopt om plaats te maken voor luxueuze appartementen, werd ook gedacht om ook de flat te slopen om plaats te maken nieuwbouw. Oude bewoners en omwonenden protesteerden hier tegen.

Een foto uit 1984 is te zien op F33582 RAN.

Mr. ten Hagen

Uiteindelijk kocht woningcorporatie Mr. ten Hagen de flat en een ingrijpende renovatie volgde: de staat van het gebouw was nog slechter dan verwacht. Bovendien werd het complex, met grote woonruimtes, verbouwd tot 42 a 45 appartementen. “Hiermee wordt ingespeeld op de behoefte aan woonruimte voor alleenstaanden en tweepersoons huishoudens.” (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/11/1987) Dan is het plan dat verbouwing in de tweede helft van 1989 wordt opgeleverd.

De verbouwing werd voorgedragen voor de Bronzen Bever, de Rijksprijs voor Bouwen en Wonen

Keizer Karel-flat, Sterreschansweg, maart 2025 (Google Streetview)
Keizer Karel-flat, Sterreschansweg, maart 2025 (Google Streetview)

(Overige) Bronnen en verder lezen

Een pand met een geschiedenis: wonen op de Heuvelrug, Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/3/1992

https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=Gastredactie/Kool/50/Cat/cwdata/07-Pays-Bas.html

https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=OudNijmegen/044/cwdata/large-screen-show1.html: met foto’s

https://www.oorlogsbronnen.nl/thema/Wehrmachthelferinnen

Modelmakerij en Houtdraaierij Hazelaar Eerste Oude Heselaan 126, augustus 2023 (Google Streetview)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Modelmakerij en Houtdraaierij Hazelaar Eerste Oude Heselaan

Modelmakerij en Houtdraaierij Hazelaar Eerste Oude Heselaan 126, augustus 2023 (Google Streetview)
Modelmakerij en Houtdraaierij Hazelaar Eerste Oude Heselaan 126, augustus 2023 (Google Streetview)

Op Oude Heselaan 126 staat het opschrift “Electr. Modelmakerij en Houtdraaierij J.W. Hazelaar.” Wie was deze J.W. Hazelaar en wat bedrijf had hij?

Johan Willem Hazelaar

Johan/Johannes Willem Hazelaar is op 30-11-1896 geboren te Hengelo (O). Zijn vader Lambertus Hazelaar was bij zijn geboorte “fabrieksarbeider” en is bij zijn trouwen “modelmaker”, zijn moeder Gerritdina ter Weer “zonder beroep”.

Hij trouwt op 6-10-1928 met Aaltje Frederiks. (Bevolkingsregister 1910 en (https://www.wiewaswie.nl/en/search/).

Nijmegen: Willemsweg en Nieuwe Nonnendaalscheweg No. 17

Advertentie Hazelaar Nieuwe Nonnendaalscheweg No. 17 (De Gelderlander 18/6/1924)
Advertentie Hazelaar Nieuwe Nonnendaalscheweg No. 17 (De Gelderlander 18/6/1924)

Hij schrijft zich op 4-5-1920 in de gemeente Nijmegen in op Willemsweg 266. Hij is dan afkomstig uit Velsen (Bevolkingsregister 1910). Zijn beroep is “modelmaker”. In het adresboek van 1922 komt hij voor op Willemsweg 266.

Wanneer Hazelaar begonnen is met zijn modelmakerij en houtdraajerij is nog niet bekend. De eerste door mij gevonden advertentie is van De Gelderlander 18/6/1924. Aanvankelijk heeft hij zijn bedrijf op de Nieuwe Nonnendaalscheweg No. 17. Afgaande op zijn advertentie is zijn doelgroep aannemers en meubelmakers. Ook maakt hij gietmodellen.

Gietmodellen

Advertentie Hazelaar voor gietmodellen (Schuttevaêr; weekblad gewijd aan de belangen van den handel en de binnenlandsche scheepvaart, jrg 36, 1925, no. 40, 17-01-1925)
Advertentie Hazelaar voor gietmodellen (Schuttevaêr; weekblad gewijd aan de belangen van den handel en de binnenlandsche scheepvaart, jrg 36, 1925, no. 40, 17-01-1925)

Hoewel niet uitputtend gezocht, zijn er 14 advertenties gevonden in “Schuttevaêr; weekblad gewijd aan de belangen van den handel en de binnenlandsche scheepvaart” (16-08-1924,  20-09-1924,  15-11-1924 , 20-12-1924, 17-01-1925, 21-02-1925, 21-03-1925, 18-04-1925, 16-05-1925, 20-06-1925, 18-07-1925, 15-08-1925, 19-09-1925, 17-10-1925). Dan adverteert J.W. Hazelaar voor gietmodellen. Daarbij is het adres nog Nieuwe Nonnendaalscheweg.

Gietmodellen zijn mallen; afgaande op de advertentie maakt hij Hazelaar mallen van hout. Hierin kan metaal in vloeibare vorm worden gegoten om bijvoorbeeld appendages (zoals leidingen, kranen), pompen en elektrische apparaten te vormen. (Zie voor verdere uitleg wat een gietmodel is de website van Joost de Vree).

Opvallend is, dat tot nu toe geen advertenties gevonden zijn vanaf het nieuwe adres. Dit kan echter verschillende redenen hebben, als bijvoorbeeld dat Hazelaar überhaupt niet adverteerde, een nog niet bekende naamswijziging of dat Hazelaar adverteerde in een door het RAN/Delpher nog niet ontsloten bron. Wel blijkt hij uit een personeelsadvertentie in 1948 nog steeds gietmodellen te vervaardigen.

1926 Houtdraaierij annex modelmakerij

Wanneer hij de bouwgrond in 1926 koopt, is zijn adres Burghardt v.d. Berghstraat 151. Ook in de gevonden adresboeken van 1926 en 1928 komt hij op dit adres voor als “modelmaker”.

Op 30 november 1926 krijgt hij vergunning voor “eene inrichting voor het vervaardigen van houten gietmodellen en het draaien van hout in perc. Oude Heesschelaan, kad. Neerb. Sectie B. No 3046 (Gemeenteverslag 1926; de eigenlijke (bouw) vergunningen zijn nog niet ingezien).

Opvallend is, dat hij in maart 1926 nog een vergunning had verkregen voor “het oprichten van eene door elektriciteit gedreven inrichting voor het machinaal bewerken van hout in perceel Nieuwe Nonnendaalsche weg No. 17, kad. bekend gemeente Neerbosch, sectie B. No. 3416 (PGNC 11/3/1926). Of en waarom de Nonnendaalsche weg No. 17 wel/niet is doorgegaan, is onbekend. Sowieso is de eerste vergunningaanvraag nog niet door mij gevonden: Hazelaar was immers vóór 1926 actief.

Vanaf het adresboek 1932 (dat van 1930 is niet gevonden) komt hij voor op Oude Heesschelaan 126. Waarschijnlijk zal hij in de loop van 1927/1928, bij het gereedkomen van  het bedrijf en de woning, verhuisd zijn.

Hij komt eveneens voor in de jaren 1934-1936, 1938  en 1940 op dit adres.

Koop Bouwgrond

Koopcontract bouwgrond Hazelaar
Koopcontract bouwgrond Hazelaar

Johan Willem Hazelaar koopt op 14 mei 1926 een bouwterrein van Johannes Franciscus van Raay: “Het perceel bouwterrein, gelegen tusschen de Ouden Heesschelaan en het kadastrale perceel Gemeente Neerbosch Sectie B nummer 3047, uitmakende een Zuidelijke strook ter grootte van ongeveer twee aren drie en zestig centiaren van het kadastrale perceel dier gemeente en Sectie nommer 3046, ter breedte aan den weg van ongeveer acht Meter, en loopende het oostelijke gedeelte der Noordelijke Scheidingslijn loodrecht op dien weg, Zooals op het terrein is aangeduid”.

Bouwtekening 1926

Plan v.e. Woonhuis met Werkplaats a.d. Oude Heesche Laan te Nijmegen v.d. Heer J.W. Hazelaar Nieuwe Nonnendaalscheweg No 17, datum tekening 26-8-1926  (D12.390533)
Plan v.e. Woonhuis met Werkplaats a.d. Oude Heesche Laan te Nijmegen v.d. Heer J.W. Hazelaar Nieuwe Nonnendaalscheweg No 17, datum tekening 26-8-1926 (D12.390533)
Plan v.e. Woonhuis met Werkplaats a.d. Oude Heesche Laan te Nijmegen v.d. Heer J.W. Hazelaar Nieuwe Nonnendaalscheweg No 17, datum tekening 26-8-1926  (D12.390533)
Plan v.e. Woonhuis met Werkplaats a.d. Oude Heesche Laan te Nijmegen v.d. Heer J.W. Hazelaar Nieuwe Nonnendaalscheweg No 17, datum tekening 26-8-1926 (D12.390533)

Hierboven staat de bouwtekening van 1926 weergegeven.

Vooral de tekening van de rechterzijgevel (links is de straatkant) maakt duidelijk dat het gebouw aan de achterkant lager ligt dan de voorkant. De werkplaats en kelder bevinden zich in het sousterrein (nummer 128); vanuit de achtergevel gezien op de begane grond. Het woongedeelte (nummer 126) is, met een verhoging, op de begane grond van de  Eerste Oude Heeschelaan. Daarboven bevindt zich vervolgens de eerste verdieping.

Plan v.e. Woonhuis met Werkplaats a.d. Oude Heesche Laan te Nijmegen v.d. Heer J.W. Hazelaar Nieuwe Nonnendaalscheweg No 17, datum tekening 26-8-1926  (D12.390533)
Plan v.e. Woonhuis met Werkplaats a.d. Oude Heesche Laan te Nijmegen v.d. Heer J.W. Hazelaar Nieuwe Nonnendaalscheweg No 17, datum tekening 26-8-1926 (D12.390533)

Op 18 november 1932 krijgt Hazelaar een hinderwetvergunning voor het uitbreiden van zijn door “elektriciteit gedreven inrichting voor het machinaal bewerken van hout in het sousterrain van het perceel Oude Heesschelaan no. 128, kad. bekend gemeente Neerbosch, Sectie B. no. 3781 (De Gelderlander 20/10/1932 en Gemeenteverslag 1932)

1935 Vergroting woongedeelte

In 1935 vindt de aanvraag plaats voor een verbouwing: een vergroting van het gebouw met een serre  achter op de begane grond en twee slaapkamers. Daarnaast krijgt de rechterzijgevel ramen.

Bouwtekening 1935 (D12.401456)
Bouwtekening 1935 (D12.401456)

Vervolg

In de jaren 20, 30 en 40 plaatst hij af en toe een personeelsadvertentie, voor hetzij een leerjongen, hetzij een ervaren persoon.

Vermeldenswaard is dat het huwelijk van een van zijn dochters, Gerri, het “Huwelijk van de maand” is. Bij haar trouwen was ze de enige vrouwelijke modelmaker van Nederland, “tot gisteren” dan. (Nijmeegsch dagblad, 9-9-1958)

J.W. Hazelaar komt nog voor in het Adresboek van 1971 (het laatst gevonden adresboek bij het RAN).

Hoewel niet ingezien, blijkt het bedrijf J.W. Hazelaar zich in 1973 te hebben uitgeschreven bij het Handelsregister. Daar blijkt hij in 1943 te zijn ingeschreven.

In hoeverre deze inschrijving van 1943 een eigen wijziging was of een administratieve, is nog niet helder. Ook is niet helder of J.W. Hazelaar in deze periode steeds zelf het bedrijf voerde of dat inmiddels een opvolger het bedrijf had overgenomen.

Aandachtslijst cultureel erfgoed

Het gebouw staat op de Aandachtslijst cultureel erfgoed.

Biezen/Waterkwartier

Hoewel Biezen de officiële naam is, noemen veel Nijmegenaren de wijk het Waterkwartier. Het is een van oudst bewoonde gedeelten…

Sperwerstraat

Deze pagina verzamelt artikelen over de Sperwerstraat Sperwerstraat oa nr 1 Gevonden bewoners Sperwerstraat 1 Naam Beroep Bron Opmerking Th.…

Monument Bombardement 1944 Krayenhofflaan

Tijdens het bombardement op 22 februari 1944 was de Krayenhofflaan een van de hardst getroffen straten. Buurtbewoners namen het initiatief…