Tweede zaak van Fotohandel van der Horst, Jorisstraat 13, 1932 (Fotopersbureau Gelderland via F14667 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
April 1930 opent Fotohandel E.J. v.d Horst haar 2e winkel in de Jorisstraat 13. Zij heeft op dat moment al een winkel op Hertogstraat 45.
“Fotohandel E.J. v.d. Horst.
Opening 2e zaak aan de St. Jorisstraat.
’t Is altijs taak geweest van den vakman er voor zorg te dragen, dat zijn kunnen verheven bleef boven de liefhebberij-tjes van de amateur. Hij moet zich geweldig inspannen om steeds de eerste te zijn in het brengen van het laatste, want de amateurs van den tegenwoordigen tijd sturen het een aardig eind in de richting van den vakkunde.
Dit alles heeft de firma E.J. v.d. Horst bij de opening van haar 2e fotozaak aan de St. Jorisstraat no. 13 zorgvuldig overwogen.
Fotografeeren! Ja, wie fotografeert in den huidigen tijd nu niet.
En onder dit groot leger van amateur-fotograven schuilen werkelijk genieën, die reeds slaagden in het opnemen van op hoog artistiek peil staande fotografiën.
De nieuwe zaak aan de St. Jorisstraat is derhalve op breedere leest geschoeid, dan een doorsnee fotohandel.
De ruime kollektie Zeis-Ikonn Afga, Ensinge, Rodenstock kamera’s legt direkt een stempel van vertrouwen en degelijkheid op deze firma en doet haar terstond van andere zaken onderscheiden.
Als specialité’s voert de firma v.d. Horst de Enolde kamera en de Movex Agfa film toestellen, met welke laatste filmische opnamen tot aan lengte van plm. 25 Meter kunnen gemaakt worden. Iedere kooper van zulk een film toestel ontvangt gratis verschillende attributen, bij de inzending van de film naar de fabriek ter ontwikkeling te gebruiken. We waren bij de opening van dit nieuwe winkelpand eveneens toeschouwer van de vertooning van een met een Movex toestel opgenomen film tegenwoordig. Men moet echter van dat toestel, welk een aanschaffingswaarde heeft van ongeveer f45 geen filmen verwachten, zooals de Paramount, die uitbrengt, maar voor vereenigingen of uitgebreide familie’s zijn deze filmmogelijkheden inderdaad een attraktie.
De inrichting van winkel en de daar achter gelegen ateliers en demonstratiekamer is doelmatig en doet rustig aan.
Ter gelegenheid van deze opening is door de firma een fotowedstrijd voor amateurs uitgeschreven, waaraan verschillende prijzen o.a. een Ikonta camera zijn verbonden.
De mededinging staat tot 1 Mei open.
Zij, die iets voor de fotografie voelen en dat zijn er zeker zeer velen verzuimen niet een bezoek aan v.d. Horst fotohandel St. Jorisstraat te brengen.” (De Gelderlander 3/4/1930)
De winnaar van de fotowedstrijd was de heer H. Boers, v. ’t Santstraat (PGNC 23/5/1930)
De Begijnenstraat is een mooie, oude straat die Lange Hezelstraat met de Waalkade verbindt. Opvallende monumenten zijn het oude weeshuis en de oude gereformeerde kerk. Daarnaast heeft nog een aantal prachtige, andere oude panden, waaronder een voormalig postkantoor.
De Begijnenstraat is een van de straten in de Benedenstad waar nog relatief veel panden bewaard zijn gebleven, onder andere van de sloop van onbewoonbaar verklaarde woningen in de jaren 70, die plaats maakten voor de nieuwbouw.
Deze pagina verzamelt artikelen over de Begijnenstraat en zal van tijd tot tijd worden aangevuld.
Begijnengas/Begijnenstraat
Volgens het Straatnamenregister is de eerste vermelding van de Begijnenstraat in 1345: “”1345(…): platea Beghinarum” (Gorissen 1956, p. 99))” en “”15e eeuw: Begijnengas en ook Begijnenstraat. De naam is ontleend aan het begijnhof, ook Groesbeekhuis genoemd, dat sedert 1563 in gebruik is als weeshuis.” (Teunissen 1933)”
Binnentuin Begijnenstraat (april 2024)
Loop bij de de onderdoorgang bij huisnummers 13/15 even naar binnen voor het mooie binnenplaatsje.
Begijnenstraat 1 en Lange Hezelstraat 22
Het gebouw op de hoek van Begijnenstraat en Lange Hezelstraat is een Gemeentelijke Monument.
Hoekpand van baksteen, drie bouwlagen, plat dak. WInkelingang in de afgeschuinde hoek, geflankeerd door etalages met geschilderde natuurstenen pilasters.
Boven de deur een overhoeks geplaatste polygone erker met een balkon op de tweede etage. Gevel aan de Hezelstraat is één assig; aan de Begijnenstraat heeft de gevel drie assen. Gemetseld in geometrische patronen, met uistekende schoorsteen aan de Begijnenstraat.
Bouwjaar: ca. 1925-1930
Voor Nijmegen zeldzaam voorbeeld van bouwkunst in de smaak van de “Amsterdamse School”. Goed bewaard.”
Begijnenstraat 3-5
Het gebouw is sinds 1988 een Gemeentelijk Monument:
“Bedrijfspand met bovenwoning
Door samentrekken van twee smalle panden ontstaan pand in twee bouwlagen. Gevel van baksteen met op de etage vier rechthoekige vensters. Op de begane grond gewijzigde pui met tweemaal een groep van een dubbel etalagevenster en rechts daarvan een deur. Plat dak met pannengedekt schild aan de straatzijde met daarin twee rechthoekige dakkapellen.
Gevel geschilderd.
Bouwtijd ca. 1870-1880.
Zeer klein bedrijfspand met bovenwoning van harmonische verhoudingen, van belang als onderdeel van het straatbeeld.”
Begijnenstraat 21-23: “Louis XV stijl” (november 2024)
Het gebouw is een Rijksmonument. Formele tekst van het besluit tot aanwijzing: “Pand onder schilddak en met gepleisterde gevel onder rechte kroonlijst. Dubbele deur met hardstenen bovenlijst, gedragen door gesneden Lodewijk XV-consoles. Omlijsting van het bovenvenster in weelderig gesneden Lodewijk XV-vormen. In het bovenlicht gesneden Lodewijk XV-middenstijl.”
Protestants-Kinderen weeshuis
Begijnenstraat 25 – 29
Oud Burger Weeshuis (april 2024)
De geschiedenis van het weeshuis staat op de eigen website van de Stichting Beide Weeshuizen. En zie ook Monumenten in Nederland: Gelderland vanaf pagina 248.
Regentenkamer
Op de foto hieronder staat de Regentenkamer weergegeven. Tijdens de rondleiding op Open Monumentendag 2024 werd onder andere verteld over de Stichting Beide Weeshuizen en de restauratie van de Regentenkamer.
Een van de onderdelen was het behang, welke een fabriek in Frankrijk in 2018 had gemaakt naar oud ontwerp. Dit is tegenwoordig een geëigende methode voor restauraties, wanneer oude onderdelen als behang aan vervanging toe zijn.
Bij de restauratie zou het houtwerk eigenlijk terug moeten worden gebracht naar donker eikenhout. Dat zagen de huidige gebruikers echter niet zitten, want dat zou betekenen dat ze vanaf dat moment in een donkere zaal zouden moeten vergaderen. Vandaar dat overeen gekomen werd om het houtwerk een lichtgroene kleur te laten behouden.
Daarnaast staat er in de kamer wat “keukengerei”. Zoals werd verteld, is dIt een toevoeging van de huidige gebruikers, die op het moment dat er ruimte moest worden ingekrompen, er in de regentenkamer wat items hadden neergezet, die ze belangrijk/mooi vonden. De “heren regenten”, want het waren toendertijd alleen mannen, zouden zelf nooit hebben willen vergaderen tussen al dat “vrouwenspul”.
Een afbeelding van het Protestants Kinderen Weeshuis met het voorplein, Begijnenstraat 29 (huidig adres), 1850 ( Reproductie van litho van C.C.A. Last. via GN3328 RAN)
Het gebouw is een Rijksmonument. Formele tekst van het besluit tot aanwijzing:
“Nr 25-27: Twee vermoedelijk nog 16e eeuwse panden onder een hoog schilddak, gemoderniseerd in het eerste kwart 19e eeuw met houten kroonlijsten, gesneden deuren en schuiframen in de vensters.
29: Laat-middeleeuwse panden, L-vormig om een binnenplaats gelegen en gedekt door hoge schilddaken. In de vleugel langs de Begijnenstraat een bakstenen fries van spitsboogjes. De gevels aan de binnenplaats hebben gemetselde pilasters van de kolossale orde, begane-grondvensters met gebogen en verdiepingsvensters met driehoekige frontons. Rijk behandeld natuurstenen poortje. De gevelarchitectuur in 1644 uitgevoerd door Salomon de Bray te Haarlem.
Inwendig ondermeer 16e eeuwse en latere sleutelstukken, een regentenkamer met Lodewijk XV-stucplafond, lambrizering, deuren en dessus-de portes. Schouw, 1760. Kelder met graatgewelven. Toegangspoort aan de Begijnenstraat. Bakstenen poort met fronton, geflankeerd door gebeeldhouwde korven met fruit. Aan weerszijden beelden van weeskinderen (1618-1644).
Aan de achterzijde bakstenen toegangspoort met geblokte pilaster: hoofdgestel en opzetstuk met fronton en rolwerkzijstukken, waarschijnlijk 1638, afkomstig van het Roomsch Katholyk Weeshuis aan de Doddendaal en hier herplaatst bij de restauratie van het Protestants Weeshuis, 1959.”
Begijnenstraat 33
Begijnenstraat 33 is sinds 1978 een Rijksmonument met als omschrijving:
“Gepleisterd HOEKPAND met verdieping en omlopend schilddak.
Het pand dateert uit de 16e eeuw en heeft vorkankers. In de meeste vensters zesruitsschuiframen.
Aan de zijde van de Oude Koningstraat een dubbele deur met panelen en bovenlicht, midden 19e eeuw.”
“Het Weeshuis”, gedicht van Twan Niesten, Begijnenstraat (november 2025)
Voormalig postkantoor
Begijnenstraat 8-10
Het voormalige postkantoor (links), Begijnenstraat 8-10 (november 2024)
Het gebouw op Begijnenstraat 8-10 is oorspronkelijk gebouwd als postkantoor in 1890. Hiervan was C. Eijsvogel de architect.
Het is sinds 1988 een gemeentelijk monument met als aanwijzing: “Karakteristiek kantoorpand uit het eind van de 19e eeuw in gotiserende neo-renaissance trant. Mede van belang in de straatwand.”
Oude postkantoor Begijnenstraat (april 2024)
Begijnenstraat 16
Begijnenstraat 16 en 16a (november 2025)
Een mooie foto van vóór de restauratie, gedateerd op 1970 is te zien op F12499 RAN.
Gevonden gebruikers
Met een slag om de arm, aangezien er mogelijk hernummeringen zijn geweest:
De tot nu toe eerstgevonden vermelding van Begijnenstraat 16 is van Th.B. Schamp, smid. Hij staat in ieder geval in de Adresboeken van 1926, 1932, 1934, 1936, 1938, 1948, 1951 op dit adres. In 1948 staat ook mej. J.Th. Schamp op dit adres.
Ook komt Wed. N.J. Gillissen, geboren A.J. Selbach voor op Begijnenstraat 16 in de Adresboeken 1934, 1936, 1938, 1940, 1948, 1951, 1955. Mogelijk betreft dit een van de bovenwoningen of een inwonend persoon.
In De Gelderlander 28/4/1951 staat “Het pakhuis met erf en twee afzonderlijke bovenwoningen a.d. Begijnenstrat 16, 16a en 16 b te Nijmegen, groot 1.04 A op f5700 (strijkgeld f150,-)” te koop.
In het Adresboek van 1932 komt Wed. E.C. Bertels, geboren C. Opsomers en Mej. G.C. Bertels, naaister voor op nummer 16b. De “Mejuffrouw de Wed.” Christina Bertels geb. Opsomers overlijdt op 6-4-1934 in de leeftijd van 82 jaar (De Gelderlander 6/4/1934)
Ook gevonden zijn:
H.W. van Megen, voerman (Adresboek 1959)
J.M. Schoppema, schilder op 16b (1963)
Rijksmonument
Begijnenstraat 16 is sinds 1973 een Rijksmonument, met als omschrijving:
“Pand met gepleisterde lijstgevel, gedateerd 1838. Getoogde inrijpoort,vensters met geprofileerde houten omlijstingen en boven de houten kroonlijst attiekverdieping.”
Begijnenstraat 18
Begijnenstraat 18 (november 2025)
Begijnenstraat 18 is een Gemeentelijk monument. Met als tekst bij aanwijzing:
“Gemeentelijke Monument: “Woonhuis.
Geheel gepleisterd bakstenen pand in twee bouwlagen met pannengedekt hoog schilddak en een nok, evenwijdig aan de straat. Gevel met drie assen, gescheiden en begrensd door vier over de etages doorlopende vlakke pilasters met kussenvormig basement zonder kapiteel. Geprofileerde kroonlijst. Ingang in de rechteras, bestaande uit deur met getoogd bovenvenster verbonden met een raam. In de getoogde hoge vensters acht-ruiten.
Bouwjaar: ca. 1820. Goed geproportioneerd pand van belang in de straatwand”
Voor de restauratie van de panden de nrs.: 16 – 18, aan de Begijnenstraat.
Eind jaren zeventig van de vorige eeuw werden een groot aantal onbewoonbaar verklaarde woningen in de benedenstad gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. Een aantal panden, zoals op de foto, konden gespaard blijven en werden gerestaureerd, Begijnenstraat 18, 1979 (Gemeente Nijmegen via KN11151-38 RAN CC0)
Op Begijnenstraat 20 staat de voormalig gereformeerde kerk van Nijmegen. Daarna was het jarenlang een bedrijfsruimte: als amandelfabriek, fietsverhuur, timmerfabriek en snookercentrum. Vanaf 1999 is het een woning. Het gebouw is een gemeentelijk monument.
De achtergevel van het pand aan de Begijnenstraat, gezien vanaf de Lompenkramersgas; gebouwd als Gereformeerde Kerk in 1887 en als kerk in gebruik geweest tot 1912; rechts op de achtergrond het Protestants Weeshuis, december 1980 (Frans Hermans via F24979 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
De gemeente Nijmegen gaf in 1973 een aantal kunstenaars de opdracht om een verkeerspaaltje te ontwerpen. Oscar Goedhart was met Peter van Locht en Giuseppe Roverso de eerste kunstenaar.
Bij Begijnenstraat 24 hangt een reliëf, waarvan onduidelijk is, wat hiervan de betekenis is.
Gevelsteen Hendrik Peters
Begijnenstraat 30
De gevelsteen op de oude plaats Begijnenstraat 30: Gevelsteen in de vorm van de bovenkant van een bierton ; de drietand was in de 17e eeuw het huismerk van de bierbrouwer Hendrik Peters, 1950 (F12501 RAN)
Op de gevelsteen op Begijnenstraat 30 is het merkteken van brouwer Hendrik Peters te zien. Vóór de sloop hing dit merkteken boven een pakhuis, welke adres Begijnenstraat 20 had. Peters had in de jaren 30 en 40 van de 17e eeuw zijn brouwerij in de Begijnenstraat.
Naast de bovenstaande foto, is een afbeelding van het oorspronkelijke pakhuis, gedateeerd 1975-1980, te zien op F20188.
Formele tekst van het besluit tot aanwijzing: “Onderdeel van rijtje boven- en benedenwoningen en werkplaats. Bakstenen pand in twee bouwlagen met geschilderde banden. Benedenetage met vijf smalle assen en rechts een brede werkplaatsdeur; op de etage zes assen. Ramen en deuren met rechte bovenkozijnen waarboven flauw gewelfde bogen met blokken. Geprofileerde lijst tussen de etages; vlakke kroonlijst. Plat dak met schild aan de straat.
Bouwjaar: ca. 1890-1895.
Zeer eenvoudige volkswoningen, karakteristiek voor het eind van de eeuw en van belang in de straatwand.”
Begijnenstraat 46- 48, Lange Brouwerstraat 2
Begijnenstraat 46 – 48, hoek Lange Brouwerstraat (augustus 2025)
Gemeentelijk Monument
Het pand op de hoek Begijnenstraat/Lange Brouwerstraat is een Gemeentelijk Monument met als tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Bedrijfspand met bovenwoning, op straathoek. Op de hoek bouwdeel van twee lagen met afgeschuinde hoek en topgevel. Aan de Begijnenstraat aansluitend deel van twee lagen; aan de Lange Brouwerstraat van één laag. Baksteen met gestucte banden; pannengedekte dakschilden aan de straatzijde. Aan de Begijnenstraat vensters en deuren met rechthoekige kozijnen met getoogde bovendorpel en gestucte sluitsteen, op de begane grond; op de verdieping rechthoekige kozijnen met rechte strekken en gestucte sluitstenen. Vlakke kroonlijst. Op de hoek: overhoekse magazijningang met daarboven driezijdige gemetselde erker op consoles met leien dak. Daarboven trapgevel met gestucte banden en afdekking; venster met T-kozijn. Aansluitende gevel Brouwerstraat met blindvensters en één raam linksboven. Aansluitende lage gedeelte met korte vensters en grote dakkapel. Bouwjaar: ca. 1885-1890. Interessante vermenging van woon- en bedrijfsgebouwen in één schilderachtig complex met unieke hoekoplossing. Van groot belang door de ligging.”
Wat groeit er?
Planten Begijnenstraat (november 2024)
In ieder geval hebben de bewoners dit jaar bijzondere planten in de plantenbakken: volgens Google is dit paarse boerenkool; in de zomer verbouwden ze er onder andere mais.
Het popje van Basta
Het popje van Basta (november 2024)
Het popje van Basta geeft bij de Lange Hezelstraat aan dat de kringloopwinkel Basta open is. Hier zijn ook mooie oude boeken over de geschiedenis van Nijmegen te koop, waarbij een deel van de opbrengst naar Noviomagus gaat.
Marienburgkapel en begin Marikenstraat (november 2025)
Met een slingerende straat én tevens een soort van plein is de Mariënburg misschien wel een van de straten met de meeste grillige loop. Grofweg zijn er vijf ontwikkelingen geweest, die nu nog zijn terug te vinden
Klooster Mariënburg, met de Mariënburgkapel
Tussenliggende eeuwen, onder andere in gebruik als opslagplaats, kazerne en ruimte voor opvoeringen. Het Arsenaal herinnert aan de kazernetijd
De Mariënburg als het “bankenkwartier” van Nijmegen
De naoorlogse periode met politiebureau en Dienst Sociale Zaken
Mariënburg als locatie voor diensten en horeca
Deze verzamelt de reeds verzamelde berichten over de Mariënburg.
Mariënburg en de Mariënburgkapel
Middelpunt van het Mariënburg is de Mariënburgkapel, tevens een Rijksmonument.
De kapel is rond 1431 gebouwd als onderdeel van het klooster Mons Mariae. Oftewel Mariaberg, de heuvel waarnaar het klooster is vernoemd.
Dit klooster lag op dat moment nog buiten de stadsmuren. Op dat moment was er op die plaats sinds ongeveer 1412 al een begijnhuis van de zusters van het Gemene Leven en de beweging van de Moderne Devotie. De kloosterorde sloot zich in 1453 aan bij het kapittel van Windeshim. Het klooster bestond verder uit een kerkhof, een boomgaard, een moestuin en een bleekveld.
Door uitbreiding van de stad kwam het klooster in 1467 binnen de stadsmuren. Nadat Maurits in 1591 de stad had ingenomen, werd het katholieke geloof verboden. Het klooster werd een kazerne en militair ziekenhuis. De laatste zuster overleed in 1626.
In 1618 werd de klooster als kazerne gesloten. Daarna kwam het in gebruik als opslagplaats en voor opvoeringen. Tussen ongeveer 1655 en 1781 was het een opslagplaats voor turf. Tijdens de Franse bezetting (1672 – 1678) was het echter een militaire gevangenis. Bij de Vrede van Nijmegen werd het gebruikt voor opvoeringen als Franse Comédie. Daarbij was intussen het gebouw verbouwd en in 3 verdiepingen verdeeld. In 1781 werd het pand het stedelijk concertgebouw.
Ook wanneer de Fransen Nijmegen voor de tweede keer bezetten (van 1774 tot ongeveer 1813), wordt de kapel gebruikt als kazerne en militair ziekenhuis. Daarna kwam er tot 1843 een garen- en katoenspinnerij in.
Intussen bouwde het Rijk een kazerne rondom de kapel, met onder andere het Arsenaal. Ook de kapel ging onderdeel uitmaken van de Mariënburgkazerne, welke tot 1905 in gebruik was.
Vanwege de vervallen toestand van de kapel had de gemeente het plan om haar te slopen. Op advies van Pierre Cuypers, rijksbouwmeester, werd dit echter voorkomen. Jan Jacob Weve voerde vervolgens onder zijn toezicht een restauratie uit. Daarna werd het gebouw in gebruik genomen als gemeentemuseum en in 1941 kwam ook het gemeentearchief hier in.
Wanneer Gemeente Nijmegen het voornemen heeft de Mariakerk (de Mariënburgkapel) en de Boddelpoort te slopen, vraagt het Ministerie van Binnenlandsche Zaken Cuypers om advies, waarop hij Niijmegen bezoekt. Cuypers, en daarna het Ministerie, is van mening dat zowel de kapel als de poort behouden moeten blijven vanwege in het belang van de nationale architectuur en dat van Nijmegen in het bijzonder. Wat de kapel bijzonder maakt, is de tussenverdieping die als koor voor de kloostervrouwen diende, zonder dat zij in aanraking kwamen met het publiek op de benedenverdieping. (Van de Boddelpoort wordt vermoed dat deze uit de 13e stamt, waarmee het een van de oudste gebouwen van Nederland zal zijn) (Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage, 5-3-1900)
Van Schevichaven schrijft in maart 1900 een artikel over de kapel, waarbij hij de kapel beschrijft en vervolgens ingaat op het verslag van Cuypers:
“Daar weinig lezers van dit blad ooit met de Mariënbursche kerk zullen hebben kennis gemaakt, laat ik hier de beschrijving van dit gebouw volgen, zooals die onlangs door dr. Cuypers, architect der Rijksmuseumgebouwen werd gegeven, in zijn verslag aan den Minister van Binnenlandschen Zaken:
“De kapel van het klooster Mariënburg is een langwerpig gebouw, met eene lengte van ruim 30 M. op een breedte van nagenoeg 9 M. en bestaat uit zes travées of boogvakken, in de lengte afgesloten door een vijfhoekig koor. Het geheele gebouw, dat met kruisgewelven overdekt is, heeft een hoogte, onder de gewelfkappen, van nagenoeg 15 M. Het werkelijk gedeelte der kapel is, ter lengte van 4 boogstellingen en ter geheele breedte, door eene benedenverdieping (emporen) in 3 beuken verdeeld door 2 rijen ronde kolommen in bergsteen, welke de kruisgewelven, die 4 M. hoog zijn, dragen.
Dit gedeelte, dat met vloeren van het vroegere klooster overeenstemde, diende tot choor van de kloostervrouwen. Een gemetselde trap, gesloten in een vierkante traptoren, gaf uit de kapel toegang tot de verdieping of gelarij-choor der zusters en leidde verder tot boven de gewelven onder de kap der kapel.”
Het was dus wat men noemt, een dubbele kerk. Beneden, in het presbyterium, ter rechter- en linkerzijde van het altaar, stonden de koorstoelen, waarin de kanonikessen plaats namen, terwijl de zusters, novices en andere, op de bovenverdieping de diensten bijwoonden. Het achterste gedeelte der benedenkerk, westwaarts, was toegangelijk voor het publiek.
Zooals dr. Cuypers in zijn verslag opmerkt, is deze kerkbouw hoogst zeldzaam, in Nederland nagenoeg unique: alleen de Waalsche kerk te Haarlem, geeft er een tweede voorbeeld van, doch op veel kleinere schaal. Naar ik verneem moet er een derde te vinden zijn in een nonnenklooster te Oosterhout, in Noord-Brabant. Ook in het buitenland is deze constructie zeldzaam. In Duitsche landen, waar zij hoofdzakelijk wordt aangetroffen, is de kapel van Schwartz-Rheindorf bij Bonn, een der meest typische gebouwen van deze aard.” Vervolgens gaat van Schevichaven in op een aantal andere voorbeelden in Duitsland. (PGNC 11/3/1900)
Bij het bombardement van 1944 bleef het gebouw ongeschonden. Het gebouw was weer tijdelijk in gebruik als kapel voor de Waalse en Hervormde gemeente. In 1974 verhuisde het museum naar de Commanderie van Sint-Jan. En in 1975 werd het archief gevestigd in het arsenaal. Daarop werd tijdelijk de gemeentelijke drukkerij gevestigd, totdat het weer door het archief in 1983 in gebruik kwam als hulpdepot.
Vernieuwing Mariënburg
Tussen 1998 en 2000 kwamen er grote veranderingen voor de Mariënburg in het kader van het Centrum2000 plan. Het politiebureau en de Dienst Sociale Zaken verdwenen. Het eerste werd drastisch verbouwd, het tweede pand gesloopt. De Marikenstraat werd aangelegd en op de Mariënburg verscheen de Lux en de bibliotheek.
“De gemeente Nijmegen besloot het gebied rond de Mariënburgkapel een nieuwe impuls te geven nadat begin jaren negentig de sociale en economische positie van de binnenstad sterk was achteruitgegaan. Mariënburg was een gebied waar amper mensen kwamen. Het fijnmazige weefsel van de binnenstad veranderde hier in een structuur van losse blokken, waardoor het leek alsof de binnenstad op deze plek ophield.
Er is in het gebied opnieuw een fijnmazige structuur van gebogen straten gecreëerd, met besloten ruimtes en pleinen in plaats van grote gebouwen die verloren in de open ruimte staan. De nieuwe winkelroute die rondom de Mariënburgkapel is ontstaan, sluit harmonisch aan op de bestaande historische stad.” (Website PP HP) https://pphp.nl/project/marienburg-nijmegen/
De Marikenstraat werd op twee niveau’s aangelegd, gebruik makend van het natuurlijk hoogteverschil. Daarbij kwam de kapel in een opgehoogd plein te liggen, waarbij het gebouw wat werd verzonken.
Aanvankelijk kreeg de kapel de functie als tijdelijke expositieruimte, maar vanaf 2020 zit hier het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis.
Jarenlang zat op de Mariënburg de NMB/ING Bank. Op deze locatie zat een eeuw lang een bank, te beginnen met de Geldersche Credietvereeniging. Het gebouw was een ontwerp van architect Jo Limburg.
Het Arsenaal op de Mariënburg is gebouwd tussen 1820 en 1824 als artillerie- of tuighuis. Daarna heeft het meerdere functies gehad, waaronder het gemeentearchief van Nijmegen. Tegenwoordig heeft een functie voor horeca en cultuur. Opvallend is de sluitsteen: een herinnering aan het bezoek van Willem I.
Rond het begin van de 20ste eeuw ontstond bij de Mariënburg het financiële centrum van Nijmegen. Een van de banken die zich er vestigden was de Rotterdamsche Bankvereening. Het huidige beeld van de voorgevel van het gebouw is voornamelijk afkomstig van de verbouwing tot bank van de Rotterdamsche Bankvereeniging door architect Deur.
Met een slingerende straat én tevens een soort van plein is de Mariënburg misschien wel een van de straten met de meeste grillige loop. Klooster Mariënburg, met de Mariënburgkapel; Kazerne met Arsenaal; “bankenkwartier”, de naoorlogse periode met politiebureau en Dienst Sociale Zaken en tegenwoordig als locatie voor diensten en horeca
Nadat het kantoor tijdens de gevechten van september 1944 was afgebrand en Gelderse Spaarbank het pand wilde kopen, besloot de Nederlandsche Bank een nieuw pand voor haar agentschap te laten bouwen aan de Mariënburg. Architect Zwiers ontwierp een sober, solide gebouw, waarbij Hammes met een aantal kunstwerken zorgde voor de nodige frivoliteit.
In 1908 liet de Vereeniging Eigen Hulp een pand bouwen aan de Staringstraat, tegenwoordig Mariënburg en op de hoeken van de Van Broeckhuysenstraat en Tweede Walstraat. De architect was Coenraad Verburgh. Het bestond uit winkels, 3 bovenwoningen, kantoor en bestuurskamer en in de kelder een drank- en bierbottelarij met flessen- en pottenspoeler. Wat was deze…
Het gebouw van de Postgiro, Marienburg, 26/3/1975 (Fotopersbureau Gelderland via F21023 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)Het gezicht vanuit het zuid-oosten op de oostelijke gevel van de Mariënburgkapel, vóór de verbouwing in 1910; de originele foto in chamois, 1885 (F30147 RAN)Het gezicht vanuit het zuid-westen, op de westelijke gevel van de Mariënburgkapel, en het later verdwenen zuidelijk gedeelte van het Gemeente Archief, voor de verbouwing in 1910; de originele foto in chamois, 1885 (F30148 RAN)
Een versierde Onze Lieve Vrouw van Lourdeskerk kort na de inwijding. De kerk werd ontworpen door ir. H. Thunissen uit ‘s-Gravenhage ; Van de kerk staat hier alleen nog maar de koepel en het achterste gedeelte , met een voorlopige voorgevel. Het schip en de huidige voorgevel zouden pas in 1948 gerealiseerd worden ; de twee beoogde torens zullen nooit worden gebouwd, Hatertseweg 113 St. Anna, 29/6/1925 (F9536 RAN)
Ontstaan Lourdeskerk
De Lourdeskerk, of eigenlijk de O.L. Vrouwe van Lourdes kerk, is gebouwd in 1924/1925. De omgeving was intussen “een van de meest volkrijke oostelijke delen van de stad”. De parochie van de St. Antoniuskerk (Groenestraatkerk) had bij haar oprichting in 1910 1.000 katholieke leden gehad. Intussen waren dit er 7.000 geworden. De parochie was te groot geworden om door 1 pastoor en 2 kapelaans nog langer bediend te kunnen worden. (De Gelderlander 15/9/1924)
Een tekening van de Lourdeskerk zoals deze had moeten worden; een reproductie ; in 1924/1925 is enkel de koepel (rechts) en het achterste deel van de kerk gebouwd ; in 1948/1949 volgde het schip en de definitieve voorgevel ; de twee torens (links) zullen nooit worden gerealiseerd, Hatertseweg 113 St. Anna, 1920-1923 (F13724 RAN)
Bij de consecratie van de Lourdeskerk in 1925 schrijft pastoor van Mulukom in de Gelderlander over het ontstaan van de nieuwe parochie:
“Hoe de Parochie van O.L. Vrouw van Lourdes ontstond.
De zeereerw. heer J.L. van Mulukom schrijft:
Op den blijden dag, waarop de Consecratie plaats heeft van de nieuwe parochiekerk, toegewijd aan O.L. van Lourdes, is het mij een aangename taak iets te mogen mededeelen omtrent de voorgeschiedenis van deze veelbelovende parochie.
Het was in het jaar 1908, dat de ZeerEerw. heer G. Verhoeven, pastoor te Hatert, aan Zijne Doorl. Hoogwaardigheid Monseigneur W. van de Ven het voorstel deed, de parochie Hatert te verdeelen en een nieuwe parochie te stichten in de wijk genaamd St. Anna.
De stichting van een nieuwe parochie was noodzakelijk geworden, omdat de Katholieke bevolking van St. Anna meer en meer was toegenomen, zoodat het voor den pastoor van Hatert moeilijk werd, zoo niet onmogelijk, vooral ook om den verren afstand, de geestelijke belangen van deze parochianen naar wensch te behartigen.
Het strekt pastoor Verhoeven tot niet geringe eer, dat hij omwille van het zielenheil zijner parochianen, een zoo groot financieel offer wist te brengen. Immers, het liet zich aanzien, dat juist de nieuwe parochie St. Anna, in de naaste toekomst den grootsten bloei, ook onder stoffelijk opzicht, zou te gemoet gaan.
Na den dood van dezen edelmoedigen priester, heeft zijn opvolger, de Z.E. heer C. Couwenberg, de tegenwoordige pastoor van Hatert, met evenveel edelmoedigheid de wenschen van zijn voorganger uitgevoerd. Dank aan zijn loyale medewerking, was het mogelijk reeds in April 1909 over te gaan tot de aanbesteding der prachtige kerk met pastorie in de Groenestraat. Beiden waren een vorstelijk geschenk van den grooten gever te Rotterdam, die alleen aan Onzen Lieven Heer wenschte bekend te zijn en aan den Bisschop van ’s Hertogenbosch.
Den 5den(?) Juli 1910 werd als pastoor der Groenestraatsche parochie officieel benoemd de Z.E. heer N. van Erp, reeds in 1908 met de oprichting der nieuwe parochie door Mgr. W. van de Ven, belast.
Op den 8en Zondag na Pinksteren werd de parochie St. Anna van de parochie Hatert afgescheide en tot een zelfstandige parochie verheven. Het aantal zielen bedroeg toen ongeveer 1500, het aantal communicanten circa 1000.
De nieuwe parochie begon zich echter al spoedig en sneller uit te breiden. Overal verrezen nieuwe woningen en nieuwe straten. En toen in het najaar van 1918 de Z.E. heer pastoor N. van Erp, door voortdurende ziekte genoodzaakt werd zijn eervol ontslag aan te vragen als pastoor van St. Anna en ondergeteekende, door Z.D.H. Mgr. A.F. Diepen, als opvolger van pastoor van Erp werd benoemd, telde de parochie St. Anna reeds 3 à 4 duizend zielen! Om te gemoet te komen aan den heerschenden woningnood hier ter stede, had n.l. de Woningvereeniging “Nijmegen” reeds een begin gemaakt met den bouw van een complex arbeiderswoningen, rechts en links aan den Willemsweg, terwijl door anderen werd voortgebouwd aan de Groenestraat, Hazenkampschenweg, Dobbelmannweg en andere straten. In 1922 kon men reeds veilig schatten, dat in 1925, als het complex arbeiderswoningen van 1300 zou voltooid zijn, de Katholieke bevolking van St. Anna de 9000 zou naderen, zoo niet overschrijden. Daarom besloot in 1922 het kerkbestuur aan Mgr. Diepen voor 2te stellen, een terrein te koopen, bestemd voor een nieuwe parochiekerk en gelegen aan den Hatertschen weg.
Deze plannen werden door Mgr. Goedgekeurd en reeds in 1922 werd het terrein gekocht, met de bedoeling, dit later aan de nieuwe parochie als geschenk aan te bieden. Naar schatting zou de nieuw te stichten parochie ruim 1000 communicanten tellen. Het volgend jaar werd de Z.E. heer G. de Grood door Z.D.H. den Bisschop met de oprichting van de nieuwe parochie en den bouw van kerk en pastorie belast.” (De Gelderlander 30/6/1925)
Eerste Steenlegging
De eerste steenlegging van de O.L. Vrouw van Lourdeskerk door Pastoor Gerard M. de Grood, geassisteerd door de Deken C.A. van Son en Pastoor van Mulukom, Hatertseweg St.-Anna, 14/9/1924 (F55744 RAN)
“Bovenstaande foto geeft een beeld van de plechtige eersten steenlegging van de nieuwe kerk aan den Hatertschen weg. Men ziet den nieuwen pastoor den Zeereerw. heer Ger. De Grood omgeven door den Hoogeerw. heer deken C.A. van Son, den Zeereerw. heer pastoor Van Mulukom, benevens enige kerkmeesters der nieuwe parochie, de eerste steenlegging verrichte.” ( De Gelderlander 17/9/1924)
1925 Opening
Een versierde Onze Lieve Vrouw van Lourdeskerk kort na de inwijding. De kerk werd ontworpen door ir. H. Thunissen uit ‘s-Gravenhage ; Van de kerk staat hier alleen nog maar de koepel en het achterste gedeelte , met een voorlopige voorgevel. Het schip en de huidige voorgevel zouden pas in 1948 gerealiseerd worden ; de twee beoogde torens zullen nooit worden gebouwd, Hatertseweg 113 St. Anna, 29/6/1925 (F9536 RAN)
“De rooms-katholieke Onze Lieve Vrouw van Lourdeskerk, gebouwd in 1924/1925 naar ontwerp van ir. H. Thunissen uit ‘s-Gravenhage. Van de kerk staat hier alleen nog maar de koepel en het achterste gedeelte, met een voorlopige voorgevel. Het schip en de huidige voorgevel zouden pas in 1948 gerealiseerd worden, de twee beoogde torens werden nooit gebouwd. (Bijschrift F91620 RAN, een foto uit de jaren 30)
Architect Thunnissen
“De architect Thunnissen ontwierp verspreid door heel Nederland velelandhuizen in overwegend traditionele landhuisstijl. Ook was hij in Duitsland actief op het gebied van de landhuisbouw. Daarnaast was de Rooms-Katholieke Kerk een groot en belangrijk opdrachtgever voor hem. De oeuvrelijst van Thunnissen omvat een lange opsomming van katholieke kerken, scholen, opvanghuizen en klinieken. In de jaren twintig van de vorige eeuw werkte hij een periode samen met de architect J.H. Hendricks, die met name het tekenwerk en de interieurontwerpen voor zijn rekening nam.” (Gemeentelijke Monumenumentenlijst)
Lourdesgrot
De Lourdeskerk en Lourdesgrot, Hatertseweg 113, gedateerd (ongeveer) 1930 (F17755 RAN)
Bij de eerstesteenlegging van de kerk wijst Ger. De Grood “er op hoe in deze parochie hier tegelijk een Lourdesgrot zou opgericht worden en bijzonder de vereering van de Maagd Maria zou gepropageerd worden. Het oude Nijmegen, de stad van Maria van Nijmegen, zou hier haar traditie herwinnen en in het bijzonder Maria vereeren te bekeering van de protestanten van Nederland.” Voor dat laatste heeft de kerk de bisschoppelijke goedkeuring gekregen.
Een Lourdes- of Mariagrot is een kopie van de grot van Massabielle bij de Zuid-Franse stad Lourdes. daar zou op 11 februari 1858 Maria zijn verschenen aan Bernadette Soubirous. Vooral nadat het Vaticaan in 1907 11 februari in de liturgische kalender had verbonden, verschenen er veel kopieën van de ze grot, waaronder tientallen in Nederland. (wikipedia)
Waarschijnlijk zijn dan de gelden nog niet volledig bij elkaar, want de “Nijmeegsche katholieke jeugd zou door een goed georganiseerde spaarbeweging in één jaar de kosten voor den bouw van de Lourdesgrot bijeenbrengen.” (De Gelderlander 15/9/1924)
Nadat de jeugd van Nijmegen met steeds kleine bedragen voldoende geld bijeen had gebracht, kon waarschijnlijk rond 1933 begonnen worden met de bouw. In de grot is een rotsfragment van de echte grot van Lourdes ingemetsteld. Ook van deze grot heeft Thunnissen het ontwerp gemaakt. Piet Gerrits ontwierp het Mariabeeld.
Een mooie foto van een bijeenkomst, mogelijk de opening van de Lourdesgrot, uit 1933 is tevens te zien op F50248 RAN.
De R.K. O.L. Vrouw van Lourdeskerk aan de Hatertseweg 113, 1950 (GN5618 RAN)
In juni 1948 is Berntsen en Braam begonnen met de uitbreiding van de kerk (De Gelderlander 26/8/1948). Deze komt in 1950 gereed; de 2 torens zullen echter nooit gebouwd worden.
Door de jaarlijks structurele exploitatietekorten, afnemende kerkbijdragen, teruglopend aantal kerkbezoekers, hoge onderhouds- en energiekosten en een afnemend vrijwilligersbestand” (Bijschrift F91620 RAN, een foto uit de jaren 30) werd in 2022 besloten om de kerk aan de eredienst te onttrekken: per 1 januari 2023 zou er nog slechts 1 mis per maand zijn, waarbij de laatste eucharistieviering op 29 juni 2025 zal zijn: de dag waarop de kerk haar eeuwfeest viert.
Op 29 juni 2025 werd “Met een eerbiedige en ontroerende mis is op zondag de Onze Lieve Vrouwe van Lourdeskerk aan de Hatertseweg officieel aan de eredienst onttrokken. Een week na het feestelijke 100-jarig jubileum van het kerkgebouw namen parochianen afscheid van een plek waar generaties lang belangrijke levensmomenten zijn gevierd.” (https://h3eenheid.nl/meedoen/nieuws/afscheid-van-de-lourdeskerk)
Het interieur van de R.K. O.L. Vrouw van Lourdeskerk : het schip en het priesterkoor, Hatertseweg 113, 1950 (F17749 RAN)
Hof van Eden
Bij de kerk staat de voedseltuin “Het Hof van Eden”. Vrijwilligers werken in de tuin en daarnaast worden er activiteiten georganiseerd. Buurtbewoners komen daarnaast langs om biologische groenten uit de tuin te kopen. Het Hof van Eden is een initiatief uit 2017 van diaken Paul Menting en een aantal buurtbewoners.
In september 2025 is onduidelijk wat er met de tuin gaat gebeuren, nu de kerk sinds juni gesloten is. In een interview in de Nijmeegse Stadskrant: “De Quay: “In zijn besluit tot sluiting was de bisschop duidelijk: ‘Er moet bij de verkoop rekening worden gehouden met de sociaal-maatschappelijke functie, zowel van de kerk als van de tuin.’”
Gemeentelijk Monument
De kerk en pastorie zijn een gemeentelijk monument met als waardering:
“De kerk en pastorie zijn van architectuurhistorische waarde als een bijzondere uiting van traditionalistische architectuur uit de eerste jaren van het Interbellum. Er is sprake van hoogwaardige esthetische kwaliteiten en een grote herkenbaarheid door steeds terugkerende architectonische elementen, die hun herhaling in het interieur van beide gebouwen vinden. In het interieur van de kerk en de pastorie bevinden zich daarnaast nog verschillende beschermingswaardige afwerkingen en kunstuitingen uit verschillende tijdsperiodes (bouwtijd en wederopbouwperiode). Tevens zijn de gebouwen van belang als onderdeel van het oeuvre van de architect H.J.W. Thunnissen.
De gebouwen zijn van stedenbouwkundige waarde als beeldbepalende panden aan de Hatertseweg die een ensemblewaarde hebben samen met de Lourdesgrot, alsook het schoolgebouw en het gemeenschapshuis dat aan de Akkerlaan in respectievelijk 1927 en 1936 met gelden van de parochie werd gebouwd. Daarnaast vertegenwoordigen de kerk, pastorie en Lourdesgrot cultuurhistorische waarde als gebouwd erfgoed dat in verband staat met de geschiedenis van de Rooms-Katholieke gemeenschap te Nijmegen in het algemeen en die van de O.L.V van Lourdesparochie die in 1927 door pastoor G.M. de Grood werd opgericht, in het bijzonder.”
Op de hoek van de Wilhelminasingel en Bijleveldsingel wordt in 1926 een blok van twee winkelhuizen met bovenwoningen gebouwd. De architect is “Arch. Bureau Thunnissen-Hendricks B.N.A. Den Haag”. Uiteindelijk zullen de 2 winkels in 1984 worden samengevoegd.
Woon- en winkelhuizen Wilhelminasingel Hoek Bijleveldsingel te Nijmegen, Arch. Bureau Thunnissen-Hendricks B.N.A. Den Haag, datum tekening september 1925 (D12.389306)
Thunnissen ontwerpt op de hoek van de Bijleveldsingel en Wilhelminasingel 2 winkelhuizen en 2 woningen. De 2 woningen liggen op de hoek, met een ronde erker. Deze woningen zijn gespiegeld ten opzichte van elkaar. Daarbij bestaat een groot deel van de begane grond uit een salon met daarachter een kamer.
Op de hoek van de Bijleveldsingel en de Wilhelminasingel bevinden zich de 2 winkels: de grootste heeft de voorgevel aan de Bijleveldsingel met op de hoek een portiek. Naast deze winkel staat in de Wilhelminasingel de tweede winkel. Elk van deze winkels heeft een bovenwoning. De ronde uitbouw aan de kant van de Bijleveldsingel is een raam van de salon van een van deze 2 woningen.
Hendricus Johannes Wilhelmus Thunnissen (?)
Op de bouwtekening staat “Arch. Bureau Thunnissen-Hendricks B.N.A. Den Haag”. Wanneer de winkel van Wilhelminasingel 11 open gaat, staat “Aan den Wilhelminasingel hoek Bijleveldsingel heeft de heer Th. Thunnissen, aannemer alhier, naar het ontwerp van zijn broeder, Ir. W. Thunnissen, een blok van twee winkelhuizen met bovenwoningen gebouwd.” (PGNC 21/9/1926).
“Henri J. W. Thunnissen werd op 19 juni 1890 te Nijmegen geboren, volgde de H.B.S. en studeerde in 1914 af als bouwkundig ingenieur aan de Technische Hogeschool te Delft. Thunnissen begon zijn architectenbureau in Den Haag rond 1916, in een door hem ontworpen en inmiddels verdwenen woonhuis aan de Carel van Bylandtlaan 6. In de jaren 1920 was Thunnissen vooral in Den Haag actief en werkte hij samen met J.H. Hendricks, die in de meeste gevallen als tekenaar en interieurontwerper optrad.” (het Nieuwe Instituut, met een uitgebreid artikel). Zijn bekendste werk is waarschijnlijk de Peek & Cloppenburg in Den Haag.
In Nijmegen ontwierp hij tevens de Onze Lieve Vrouwe van Lourdeskerk uit 1926. Dit was zijn eerste kerkontwerp: “een typische exponent van de katholieke interbellumkerkbouw, voorzien van een breed schip met gemetseld gewelf en korte koorpartij.”
Wilhelminsingel 11
Curiosa
De eerste winkel op Wilhelminasingel 11 is Curiosa, een combinatie van sigarenwinkel en winkel voor oosterse artikelen. Het PGNC schrijft dan over de winkel en het gebouw zelf:
Aan den Wilhelminasingel hoek Bijleveldsingel heeft de heer Th. Thunnissen, aannemer alhier, naar het ontwerp van zijn broeder, Ir. W. Thunnissen, een blok van twee winkelhuizen met bovenwoningen gebouwd, waarop wij de aandacht van onze lezers vestigen. Daarvoor is te meer aanleiding nu in een dier winkels is geopend het Magazijn “Curiosa”. Dit is in hoofdzaak een sigaren- en sigarettenhandel, waarin vrijwel alle bekende merken- Karel I, Willem II, Huifkar enz.- voorradig zijn. Maar men vindt meer in “Curiosa” en wel een kleine maar uitgezochte collectie Oostersche artikelen, waaraan het magazijn zijn naam ontleent. Zeer mooi Indisch, Japansch en Chineesch goed, kostbaar porcelein, koperwerk, wanddoeken, kortom al datgene wat tot verfraaiing onzer woningen kan dienen. Voorts is aan dezen winkel verbonden een verkoopafdeeling van den Ned. Spoorwegboekhandel, zodat men voor de voornaamste dagbladen en tijdschriften in “Curiosa” terecht kan. Een Toko derhalve op Nijmeegschen bodem, een combinatie die doet denken aan sommige winkels op de boulevards der groote steden.
Niet onvermeld mag blijven de prachtige bouw en uitvoering v.d. winkel. Deze is geschied in de kleuren paars, steenrood en zwart, die het oog aangenaam aandoet en ’s avonds bij warme verlichting uitstekend werkt. De firma J.H. Kaak heef het schilderwerk op bijzonder geslaagde wijze verricht. De pui van het magazijn met zijn gebrand-glazen bovenruiten en de artistieke opvatting van het geheel dient geroemd, terwijl het interieur van den winkel zóó gezellig is, dat de koopers wel niet op zich zullen laten wachten.” (PGNC 21/9/1926)
Al in maart 1927 opent Leo Potjes Jr. een nieuwe winkel op dit adres: “Juwelen Goud en Zilver”. Een jaar later stopt deze winkel: in PGNC 19/4/1928 verschijnt de advertentie dat “De laatste Juwelen worden tegen Spotprijzen Opgeruimd!!”
N.V. Maatschappij voor Klein-Krediet””Verstrekt Credieten aan Particulieren – Kleinhandel en Klein-Industrie”, Wilhelminasingel 11 (PGNC 13/4/1929)
Een volgende gevonden vermelding is die van “N.V. Maatschappij voor Klein-Krediet””Verstrekt Credieten aan Particulieren – Kleinhandel en Klein-Industrie” (PGNC 13/4/1929) Uit een briefhoofd blijkt dat het bedrijf in maart 1928 is opgericht.
In 1934 staat Wilhelminasingel 11 te huur als “Winkel of Kantoor”. De huurprijs bedraagt f 500 per jaar. Inlichtingen zijn te verkrijgen bij Th. Thunissen. (Dit is de bouwer van het pand; het is nog niet bekend of het gebouw al die jaren door hem is verhuurd)
Somers
In ieder geval is dameskapper J.F. Somers in juli 1934 gevestigd in deze winkel (PGNC 28/7/1934). In De Gelderlander 20/6/1945 heeft Somers een advertentie geplaatst dat hij weer geopend is.
Hij komt nog voor in het Adresboek 1966. Hoe lang hij daarna zijn kapperszaak nog heeft gehad, is nog niet bekend.
Bijleveldsingel 84
Advertentie Firma van Hulsteijn overplaatsing Bijleveldsingel 84 (PGNC 29/8/1928)
De grootste winkel ligt op de hoek van de Bijleveldsingel met de Wilhelminasingel. Of de Fa. H. van Hulsteijn, “Zaak van koloniale waren en comestibles” de allereerste winkel in dit pand is, is nog niet bekend. Deze firma plaatst haar winkel op 30 augustus 1928 over van de Lange Hezelstraat 45-47. Firma H. van Hulsteijn komt voor in de Adresboeken 1932, 1934, 1936, 1938, 1940. In PGNC 22/8/1942 wordt er nog een “Flinke Loopjongen, goed kunnende fietsen” gevraagd.
Uit de afwezigheid-/vervangingsberichten blijkt in 1949 (De Gelderlander 9/3/1949) J.M.A. van Seggelen hier zijn praktijk te hebben en in 1954 (De Gelderlander 15/5/1954) C.J. Hoek.
Het laatst beschikbare Adresboek bij het RAN is momenteel dat van 1971. Dan staat Kunsthandel Brock op dit adres.
In 1984 worden de twee winkels (Bijleveldsingel 84 en Wilhelminasingel 11) bij elkaar gevoegd door de tussenmuur te slopen (D12.545587). De aanvrager voor de bouwvergunning is J.B.H.M. Ditters, de architect G.C.H. van Kesteren.
Huidig
Momenteel (oktober 2025) is ASA Uitzendbureau op de begane grond gevestigd.
Het pand van de N.V. Continentale Mij. voor Handel en Industrie Leder en Fournituren en Schoenmakersmachines (Ziekerstraat 39-43) ; rechts de Timmerwerkplaats van B.F. van Tienen (Ziekerstraat 45) ; links de Rijwielhandel van J.H. Doorman (Ziekerstraat 29), 1935-1938 (F2355 RAN)
Waarschijnlijk is de Ziekerstraat 39-43 vanaf 1931 een winkel geworden, van Continentale. Daarvóór komt het voor als pakhuis en lijkt het ook in gebruik als boerderij te zijn geweest.
Dit artikel geeft de tot nu toe gevonden gebruikers van Ziekerstraat 39-43 weer.
Pakhuis Bielen
Steenkolenhandel Bielen met pakhuis Ziekerstraat 39 (PGNC 25/10/1885)
De door mij eerst gevonden vermelding van Ziekerstraat 39 is een advertentie van Steenkolenhandel P.M. Bielen, Muchterstraat 26 waarbij hij zijn pakhuis in Ziekerstraat 39 heeft. (PGNC 25/10/1885).
Plet
Advertentie Th. Plet voor houtskool, Ziekenstraat 39 (PGNC 10/3/1888)
Advertentie Th. Plet voor stucadoorsriet, Ziekenstraat 39 (PGNC 10/3/1888)
In 1887 komt Th. Plet voor als handel in brandstoffen en bouwmaterialen. Dan verschijnen er ook advertenties dat goederen “vrij uit het schip” of uit het pakhuis kunnen worden aangeleverd. Zonder naar volledigheid te streven een aantal advertenties: Ruhr kolen (PGNC 13/9/1887), Kachelkolen, die in het schip Broedertrouw in de Nieuwe Haven ligt (PGNC 28/12/1887)
Ook is er rond december 1887 een tweede adres waar bestellingen kunnen worden aangenomen: Broerstraat 25 (PGNC 16/12/1887).
In PGNC 17/10/1888 staat de aankondiging dat het kantoor en pakhuizen van Th. Plet per 1 november verplaatst wordt naar de “overzijde” Ziekenstraat No. 16 (PGNC 17/10/1888)
Derksen
Plan voor riolering van perceel Ziekenstraat 39-41-43 Kad. Nijm. Sectie C(?) no 4865, eigenaar G. Derksen, datum tekening 2-4-1914 (D12.384574)
Bij de aanleg van de riolering in 1914 is G. Derksen de eigenaar. De architect is onleesbaar. In de Adresboeken 1926 en 1928 komt G. Derksen voor als “landbouwer”. Op de bouwtekening is te zien dat een groot deel van het perceel bestaat uit stallen, een inrit en deel en een open plaats.
In juli 1930 staat Ziekerstraat 39,41,43 te koop, bestaande uit: woonhuis met bovenwoning en stalling. Het pand is ingezet op f14900, strijkgeld f300 (PGNC 26/7/1930)
Continentale
Rioleering Pand Ziekerstraat No 39-43 te Nijmegen voor rekening N.V. Continentale Mij voor Handel & Industrie, Jan van Galenstraat No 2 te Nijmegen, architect A. v.d. Kloot, tekening hoort bij rioolaanvraag 27 mei 1931 (D12.3978834)
In 1931 wordt er een vergunning afgegeven voor het ‘veranderen van het perceel’, bedrijfsnaam is Continentale Maatschappij van Handel en Industie, architect is A. v.d. Kloot (Inv nr 15722).
Afgaande op de tekening van de aanvraag van de riolering is de inrit nu ingericht als showroom en een ruimte voor bedienden. Links is de winkel, met een opgang naar boven. De deel, stallen en de open ruimte zijn “magazijnen” geworden.
Advertentie nieuwe magazijnen Ziekerstraat 39-43 (PGNC 12/9/1931)
Adressen Continentale Mij. v. Handel en Industrie N.V. in schoenm. fourn. (of: schoenmachines en schoenfournituren en gros):
Adresboek
1928
Jan van Galenstraat 2-4
1932
Jan van Galenstraat 2 en Ziekerstraat 39-43
1934
Ziekerstraat 39-43
1936
Ziekerstraat 39 en 41
1938
Ziekerstraat 39 en 41
1940
Ziekerstraat 39 en 41
Gevonden gebruikers Ziekerstraat 39
Gevonden meldingen van Ziekerstraat 39 in de adresboeken:
Naam
Beroep
Adresboek
J. Vroom
Timmerman en winkelier
1899, 1901
G.A. v. Gemert
1901, 1902, 1903, 1905, 1907
J. Peerenboom
tapper
1903, 1905, 1907
wed J. Peerenboom
geb. A.M. Reijntjes
1908, 1909
Mej. C.P. Derksen
1926, 1928
G. Derksen
landbouwer
1926, 1928
Continentale
1934, 1936, 1938, 1940
G.Th. Becker
Monteur
1938
H. Bourgonje
fabrieksarbeider
1940
G.A. van der Wagen
vleeswarenfabrikant
1948, 1951, 1955
Mej. E.M.G. Stinnisssen
1948
J.M.J.W. van Dam
kruidenier
1959, 1963
In De Gelderlander 24/9/1954 is een advertentie gevonden van Jos. van Dam voor “fijne vleeswaren”.
Juli 2019 (Google Streetview): Different is intussen gesloten en had als adres nummer 43. Nummer 41 is de opgang naar boven.
Momenteel (juni 2023) is Erica Kruiderijen op nummer 43 gevestigd.
De eerste Waalbrug stamt uit 1936 en was op dat moment de langste boogspanning van Europa. De brug is ontworpen door G. Schoorl.
Vooraf
Blik op het gedeelte van het Hunnerpark wat door het uitbreiden van de stad en de aanleg van de toegangswegen naar de Waalbrug grotendeels verdween; de ronde villa in het midden boven lag op de hoek van de Sint Jorisstraat (later mr. Franckenstraat en Canisiussingel, 1882-1900 (GN4924 RAN)
Gierpont
Voordat de Waalbrug gebouwd werd, kwam men naar de overkant door een zogenaamde gierpont “Zeldenrust”. Daarnaast was er de spoorbrug voor het treinverkeer, welke in 1879 beschikbaar kwam.
De gierpont aan de Waalkade, 1933 (F57976 RAN)
De eerste plannen voor een Waalbrug ontstonden in 1906 vanuit “Nijmegen Vooruit”. Door de Eerste Wereldoorlog vertraagden de plannen. Uiteindelijk was het plan in 1927 gereed en werd er op 23 oktober 1931 met de bouw begonnen. Architect G. Schoorl leverde daarvoor het ontwerp.
Op 16 juni 1936 kwam de brug gereed. Bij de opening waren er 200.000 toeschouwers, waarbij koningin Wilhelmina de opening voltrok.
Bouw
De opening van de Waalbrug (F57434 RAN)
De eerste Waalbrug stamt uit 1936. De Waalbrug is in totaal 604 meter lang. Het midden ligt ongeveer 60 meter boven NAP. De afstand tussen de twee pijlers bedraagt 244,1 meter. Het was op dat moment de langste boogspanning van Europa.
Het unieke van de Waalbrug is dat het een echte boogbrug is: de krachten worden daadwerkelijk op de twee pijlers overgebracht.
De waalbrug met op de achtergrond Lent, 1936 (F68089 RAN)
Oorlog
In 1940 blies het Nederlandse leger de brug op, waarna de Duitsers de brug hebben hersteld.
Deze brug speelde bij Market Garden een belangrijke rol. Om de brug in handen te krijgen, staken 300 Amerikaanse militairen op de plaats waar nu de brug de Oversteek is met rubberen bootjes is de Waal over. Daarbij wisten ze de brug ongeschonden in handen te krijgen.
Jan van Hoof
Lange tijd werd gedacht dat Jan van Hoof, een 22-jarige student, in zin eentje had voorkomen dat de Waalbrug door de Duitsers zou worden opgeblazen, op het moment dat zij de brug niet meer in handen zouden kunnen houden. Hij heeft inderdaad de avond voor Market Garden de lijnen van de explosieven doorgesneden, maar de Duitsers wisten dit weer te herstellen.
Zelf kon van Hoof dat niet navertellen: een aantal dagen daarna werd hij in de buurt van het huidige Joris Ivensplein neergeschoten toen hij als gids Amerikaanse soldaten begeleidde. Op de plek waar hij is neergeschoten, wordt hij herinnerd door een tekst op een tegel.
Schepen Waalhaven met Waalbrug op de achtergrond (september 2023)
De Oversteek
Door het toegenomen autoverkeer stond het verkeer dagelijks vast. Daarbij was het lastig om grote renovatiewerken uit te voeren. Daarop werd besloten een tweede verkeersbrug te bouwen. De Oversteek ging in 2013 open, zie het volgende artikel:
Bakkerij Niersstraat 2, augustus 2023 (Google Streetview)
In 1930 opent de bakkerij van J.H. Francissen op Niersstraat 2, op de hoek van de Biezendwarsstraat en Voorstadslaan. Het pand is een ontwerp van architect W. Th. Reynen. Vanaf dat moment is het altijd een bakkerij gebleven.
Eind 1929 ontwerpt W. Th. Reynen (Jr.) “een woonhuis, winkelhuis met bakkerij en bovenhuis”. De bakkerij is voor J.H. Francissen, die op 6 juni 1930 zijn hinderwetvergunning krijgt voor “het oprichten van een door elektriciteit gedreven brood- en banketbakkerij”. (PGNC 11/6/1930).
Ontwerp voor het bouwen v/e woonhuis, winkelhuis met bakkerij en bovenhuis op een terrein hoek Niersstraat en Beizendwarsstraat, tekening december 1929,(D12.395994 detail).
In april 1930 tekent Reynen het ontwerp voor 85 woningen in de Niersstraat.
advertentie Francissen bij opening (De Gelderlander 4/7/1930)
De Gelderlander schrijft over de opening van deze nieuwe bakkerij:
“Nieuwe zaak.
Heden opent de heer J.H. Francissen aan de Niersstraat 2, een nieuwe brood-, koek- en banketbakkerij. In dit nieuwe stadsgedeelte van de Voorstadslaan, dat zich in den laatsten tijd geweldig uitbreidt is de vestiging van een dergelijke zaak zeker op z’n plaats tot gerief van de vele omwonenden in deze volkrijke buurt.
Aan de zaak is verbonden een chocelaterie-afdeeling, waar de meest bekende soorten in voorraad worden gehouden.
De bakkerij is modern en hygiënisch ingericht door de aanwezigheid van de nieuwste machines, o.a. een heetwateroven volgens het nieuwste systeem firma Werner en Pfleiderer.
De schilder, de heer Veltman, verzorgde het uit- en inwendige schilderwerk, terwijl de heeren Bach en Friebel zorgden resp. voor de electrische installatie en het sanitair.” (De Gelderlander 5/7/1930)
Vervolg: Niersstraat 2 altijd bakkerij geweest
Het RAN heeft nog een mooie foto gedateerd op 1960. Op deze foto is het linkerpand op de foto Niersstraat 2.
In de onderstaande tabel staan de gevonden gebruikers van Niersstraat 2 weergegeven: vanaf de bouw is het altijd een bakkerij gebleven.
Naam
Beroep
Adresboek
Opmerkingen
J.H. Francissen
1932
F.J. Willems
Bakker
1934
L.H.A. de Bruijn
Banketbakker
1936
J.G.M. Brouwer
Vanaf 1948: bakker
1940, 1948, 1951, 1955, 1959
T. Herfkens
Bakker
1963
Onder “bakkerijen” als “De Niers”- Th Herfkens
In de Wester van 2018 vertelt een bewoonster van de Voorstadslaan: “Aan de overkant op de hoek met de Niersstraat heeft altijd een bakker gezeten. Eerst Brouwer, daarna Herfkens, toen bakkerij Niers met Angelina en nu dan het Kraayennest.’” https://dewester.info/voorstadslaan/
Het is mij nog niet bekend waarom Herfkens aanvankelijk als “Herfkens” lijkt te staan, terwijl het op een later tijdstip, in ieder geval 1963 (ook) De Niers heet, afgaande op de Adresboeken. En waarom de bewoonster deze 2 namen afzonderlijk noemt. Mogelijk is Herfkens (of een familielid) later overgegaan op De Niers, waarbij deze als afzonderlijke is blijven hangen.
In ieder geval heeft nog jarenlang De Niers op de hoek gezeten; het artikel van De Wester dateert uit 2018. Enige jaren geleden is de bakkerij een van de panden van Bakkerij ’t Kraayennest geworden.
W.Th. Reynen ontwierp veel sociale huurwoningprojecten voor de Woningvereeniging Nijmegen. Daarnaast komen we hem regelmatig tegen als ontwerper van woon-winkelpanden…
1933, Dommer van Poldersveldtweg 269 (gesloopt, met uitzondering van de toren) Hengstdal
De R.K. Christus Koningkerk door Architect Zwanikken. Rechts een gedeelte van de bouw van de Montessori-kleuterschool aan de Hengstdalseweg hoek Elzenstraat, 1933 (GN5602 RAN) Dommer van Poldersveldtweg 269
De bouw van deze rooms-katholieke kerk is in 1932 begonnen. Architect Zwanikken ontwierp deze kerk in expressionistische stijl. De kerk is opgetrokken uit gewapend beton en vervolgens met bakstenen aan de buitenkant bekleed. Na stormschade is de spits in 1990 verwijderd, waarna de spits in 2005 weer is herbouwd.
Op de locatie van de kerk staat nu een appartementencomplex met winkels daaronder.
Nieuwbouw van appartementencomplex De Koningshof met winkels aan de Van ’t Santstraat op de hoek met de Dommer van Poldersveldtweg , rondom de bakstenen kerktoren (in de steigers en hier nog zonder spits) van de voormalige Christus Koningkerk, 18/3/1996 Van ’t Santstraat 300-374 (Ger Loeffen CC-BY-SA via F37282 RAN)
De Gelderlander bij opening in 1933:
“De Christus-Koningkerk in Nijmegen
Plechtige consecratie.- In Zuid-Oost Nijmegen.
Middelpunt van Katholiek sociaal leven in nieuwe woonwijk.
—
Het nieuwe Godshuis.
Al is de nieuwe kerk nog niet geheel in gebruik genomen, en al kennen wij nog niet geheel de sfeer, die in het gebouw hangt, toch heeft een slechts zeer vluchtige beschouwing ons ervan overtuigd, dat met dit kerkgebouw een eerste en meest eigenaardige, en meest opvallende kerken is gebouwd, die wij in onze stad kennen. Het hoog terrein, waarop de kerk ligt, maakt, dat men deze reeds van verre aanschouwen kan. Voor wie fietst op en dijk, die van Oosterbeek, en Altena naar Lent leidt steekt de ijle toren reeds ver boven het landschap uit. De oorzaak hiervan is, dat de kerk hoewel in een dal gelegen ten opzichte van den onmiddellijke omgeving, toch vrij hoog ligt ten opzichte van de lager gelegen Betuwe. De toren van de kerk schijnt vanuit de verte zelfs uit te komen boven de uitzichttoren op den Kwakkenberg. Tot dusver lag daar in de buurt geen ander groot gebouw dan het complex van de kazernes. Met name de koloniale kazerne beheerschte de geheele omgeving. Dat is nu veranderd. De kerk domineert op dit ogenblik de omgeving, ook de kazerne. Zij staat daar als het middelpunt van een zich reed verder uitbreidende buurt. Zij zal eerlangs worden het ahart van die buurt, waar het meest inwendige en meest innige leven klopt van al degenen, die er komen wonen. Zoowel het uiterlijk als het innerlijk van de kerk stemmen tot gebed en devotie, en werken daardoor spontaan mede aan het doel, waarvoor zij gebouwd werd.
De Christus Koningkerk tijdens de bouw van het dak van het middenschip en het koor. De pastorie links is al gereed, gezien op de zijkant van de Kerk en het priesterkoor en sacristie, 1933 (F16279 RAN)
Het uiterlijk van de kerk die ontworpen werd door architect Zwanikken, heeft een statig vorkomen. Het is een rustig gebouw met voornamelijk horizontale en verticale lijnen, zonder overbodige versierselen. Boven het priesterkoor is een hoog gewelfde toren opgetrokken, die direct steunt op de muren. Door de stevigen bouw van deze muren heeft de architect steunberen kunnen ontberen, waardoor hij een gaaf uiterlijk schiep. Het dak van het middenschip ligt laag op de kleine zijmuren, die door tal van raampjes zijn onderbroken, wat aan de zijkanten een levendiger voorkomen geeft. Twee uitbouwsels voor kapellen zijn zoo gemaakt, dat zij aan de harmonie van het exterieur niet storen.
Opmerkenswaard in verband met de rustige constructie van het geheele dak is het zeer onrustige beeld van den toren. Het is alsof de architect hiermede heeft willen uitdrukken, dat de muren van dit gebouw op de eerste plaats een taak hebben als ondersteuners van de gewelven, terwijl het doel van den toren eerder een decoratief is. Het onderdeel van den toren is vrij sober. Eenige meters boven het dak zijn echter de eerste versiersels aangebracht. Daar steken kleine decoratieve stompen steen op vier plaatsen naar buiten. De rand van den toren begint gekarteld te worden, daarboven wederom vier hardsteenen sierstukken. Daarna volgt een tusschenblok, waarop de trans, en een achthoekig uitbouwsel voor de klokken die wij helaas op dit oogenblik nog moeten missen. Een dubbel telkens breeder uitloopend dakje omlijst het geheel bovenbouwtje. Dit is met bollen rechtstaande pinnen versierd, als om het oog te wennen aan den plotselingen opgang van den naaldspits, die door een dubbelen kogel en een hoog kruis wordt afgekroond. De vier balken van het kruis zijn door een ragfijne cirkelvormige versiering getooid. Het Angelusklokje is van veel bescheidener hoogte. Het mist den rijkdom van den groote toren. De fijne spitsheid van dit torentje is hier evenzeer opvallend als bij zijn grooteren klokkedrager. Ook dit torentje si met bol en kruis gekroond. Daarboven staat er nog een klein kruis op den dakhoek boven den hoofdingang. De sacristie ligt laag achter den overbouw van het priesterkoor. De pastorie staat iets voor den ingang van de kerk, zoodat er als het ware een klein plein gevormd is door de ligging van de gebouwen zelf.
Doordat de muren zo laag zijn, en het dak zich zoo hoog verheft, heeft het interieur een imposant voorkomen. De gewelfbogen verheffen zich hoog in de lucht, en schijnen de geloovigen als het ware te omvatten, en hun gebeden te willen doen opstuwen naar omhoog. Dit hoog gewelf geeft een stemming van verhevenheid, zooals die in de kerk thuis hoort. Het geeft een beeld van de ontzagwekkende Majesteit van Dengene, te wiens eer het kerkgebouw is opgericht, en van de handeling die er wordt verricht, de offerende namelijk van Gods Zoon aan Zijn Vader ter bemiddeling voor onze schulden, en ter verheelijking van Hem, wien wij de diepste aanbidding en vereering brengen moeten. Zoo is zoowel het rustig exterieur van het kerkgebouw, als het verheven interieur een stoffelijk symbool van geestelijke dingen, dingen namelijk, die voor ons meer waard zijn dan het stoffelijk symbool van de kerk zelf.
De kerk ligt daar tevens in de omgeving als een voortdurende vermaning. Juist daarom is het zulk een verblijdend verschijnseld, dat men haar overal kan aanschouwen, en dat er geen plaats is in de parochie zelf, waar men niet gemakkelijk en dikwijls het gebouw moet zien. Want het zien van de sierlijk gebouwde steenmassa, en van de fraaie lijnen zijn al een opwekking op zich. Zie dienen om den geest omhoog te heffen naar het hoogere. Zij dienen zichzelf in zekeren zin te doen vergeten. Zooals volgens een bekend woord, de opvoeding de kunst is om den opvoeder overbodig te maken, zoo is ook het doel van de kerkelijke kunst om den geest op te voeren tot iets, dat hoog boven haar uitgaat. Want de mooiste kerkelijke kunst is en blijft iets van den tijd. Zelfs, als zou deze kerk blijven staan in den loop van vele eeuwen, en er is geen enkele reden, om te denken, dat dit niet het geval is, er zal toch een dag komen, waarop zij weer zal verdwijnen. Maar wat dan niet zal verdwijnen, zijn de geestelijke dingen, die door middel van de stoffelijke en materiële kerk, en door middel van de dingen, die in het kerkgebouw gebeuren, zijn tot stand gebracht. Blijven zal in alle eeuwigheid de geestelijke vrucht van alles, wat er in de kerk is geschied, van de missen, die er zullen worden gegeven, van de biechten, die er zullen worden gesproken, van de gewijde toespraken, die er zullen worden gehouden, van het catechismus-onderricht, dat er zal worden gegeven, en van de lofzangen, die er zullen opstijgen in den loop van vele jaren. Ook als de kerk allang weer is weggevaagd, van de aarde zal blijven de zaligheid der zielen, die in deze kerk zich den weg gewezen zagen, die leidt naar het hemelsch vaderland. Blijven zal de geestelijke verkwikking, die priesterhanden en den priesteromgang zal brengen aan de katholieken, die de kerk weten te gebruiken voor het doel, waarvoor zij is gebouwd. Blijven zullen ook lang nog, misschien wel tot het einde der wereld de goede en vroome gewoonten, en gedachten, die vanuiten deze kerk zijn binnengedrongen, bij die in de kerk krachten energie hebben gezocht en gevonden in de moeilijkheden des levens.
De Christus Koningkerk, 1992 (F6160 RAN)
Zoo is de bouw van die kerk een voorname gebeurtenis, zoo is de kerk zelf een monument, dat door daar te staan in ’t gewoel van den tijd de les preekt, die opklinkt it alle waar geestelijk leven namelijk, dat het kruis staan blijft, ook als de wereld zich voortwentelt naar wij zij haar ontwikkeling noemt.” De Gelderlander 25/11/1933
De voormalige Vrijmetselaarsloge St. Lodewijk, ontworpen door W.J. Maurits en A. Weyers in 1898, foto 1971 (Prof. dr. E.F. van der Grinten via F78766 RAN CC-BY-SA)
Architect Maurits ontwerpt in 1898 het nieuwe gebouw voor de Vrijmetselarij Sint-Lodewijk aan de Waldeck Pyrmontsingel. Deze is gebaseerd op de stijl van de neo-Renaissance. Het gebouw wordt in “Egyptische” stijl ingericht.
Voorgeschiedenis
Het gebouw aan de Waldeck Pyrmontsingel is het tweede gebouw van de Vrijmetselarij Sint-Lodewijk.
Van 1878-1899 zat de loge in Muchterstraat 19, een gebouw dat door stadsarchitect Pieter van der Kemp was ontworpen. Als gevolg van de ontmanteling van de vestingwerken verpauperde de buurt: veel welgestelde personen waren verhuisd naar nieuwbouw op de gronden van de vestingwerken.
St. Lodewijk
De loge van Nijmegen is een van de oudste van Nederland. De eerste loge was in Den Haag opgericht in 1734. Het is niet precies te zeggen wanneer de loge in Nijmegen is opgericht: gegevens als verslagen ontbreken. Wel is bekend dat er vóór 1752 loges zijn geweest, echter zonder vaste verblijfplaats.
in ieder geval wordt de loge definitief opgericht op 21 maart 1752. Nijmegen krijgt daarbij nummer 3.De naam St. Lodewijk is afgeleid van Ludwig, Herzog von Sachsen-Hildburghausen. Hij doet in september 1749 zijn intocht in Nijmegen, waar hij gouverneur werd. Ludwig was de grondlegger en de eerste Voorzittend Meester in de Loge St. Lodewijk. De loge is naar hem vernoemd.
Waarom de St.? Vrijmetselaars werden als vrijdenkers door de Rooms-Katholieke kerk en sommige overheden als bedreigend gezien. Gezien zijn positie wilde Ludwig zijn naam niet met de vrijmetselarij verbonden zien. Daarop werd de “Sint Lodewijk” bedacht.
Het nieuwe gebouw van architect Maurits
In 1898 ontwierp Maurits de nieuwe loge aan de Waldeck Pyrmontsingel, welke onderdeel was van de uitbreiding op de voormalige vestingwerken. De aanbouw rechts is de beheerderswoning. Maurits komt overigens zelf als “gezel” voor op de ledenlijst van de Vrijmetselarij uit 1897.
Tempel van de loge St. Lodewijk na het gereedkomen van het gebouw, architect Maurits, 1920-1925 (F85107 RAN)
Egyptische stijl
Het gebouw is in Egyptische stijl ingericht. Deze stijl kwam veel voor in Brussel en daarom werden excursies naar Brussel ondernomen om inspiratie op te doen. In het bijzonder kwam deze stijl voor bij een aantal vrijmetselaarsloges. Een mooi voorbeeld is de voormalige loge in de Peterseliestraat uit 1878. Op deze site staan foto’s van de prachtig gerestaureerde zaal, waar meteen een aantal elementen te herkennen zijn die ook in Nijmegen voorkomen.
Vrijmetselaars en Egypte
De vrijmetselarij zagen Egypte als haar symbolische, legendarische oorsprong. Wanneer de vrijmetselarij exact is ontstaan, is niet geheel duidelijk: vaak wordt 1717 in Londen genoemd als jaartal, hoewel ook het 17e eeuwse Schotland wordt genoemd. In ieder geval ontwikkelt de vrijmetselarij zich eerst in Engeland en Schotland.
De vrijmetselarij was op zoek naar een symbolische, legendarische oorsprong: die moest zich bevinden in de tijd waarin het metselwerk was ontstaan, zoals de tijd van Adam, de Ark Noch of de bouw van de Tempel van Salomo. Ook de bouw van de pyramides kwam in beeld. Vooral het werk “Séthos” van de Franse abt Jean Terrasson uit 1731 droeg bij aan de symboliek dat Egypte de oorsprong van de vrijmetselarij was.
De veldtochten van Napoleon in Egypte leverde in het algemeen een herleefde belangstelling op voor het oude Egypte. Aan deze veldtochten hadden de nodige vrijmetselaars als militair of als burger meegedaan, omdat Egypte immers de symbolische bakermat was. Begonnen in Parijs, verspreidde deze belangstelling door naar de rest van Europa. Nieuwe publicaties en wereldtentoonstellingen brachten het oude Egypte dicht bij huis. Naast kennis, ontstond er tegelijkertijd een romantisch beeld over dit oude Egypte. Waaronder bij de diplomaten en industriëlen van België, welke eind 19e eeuw zelf een koloniale mogendheid was geworden.
In België, Frankrijk, maar ook in Engeland en Amerika werden vrijmetselaar tempels op z’n “farao’s” gebouwd:
“De wens om het Schone te verwezenlijken uit liefde voor het Schone zelf is prominent aanwezig in de 19de-eeuwse vrijmetselarij, die het Schone als de materiele uitdrukking beschouwde van het Goede dat ze zo ijverig nastreefde.
De schoonheid van de kunst én die van de antieke Egyptische architectuur waren de middelen bij uitstek om de 19de-eeuwse maçonnieke idealen uit te drukken. “Dans l’hypothèse de la maçonnerie procédant du corps de métier, schreef men, le premier idéal des francs-maçons a dû être placé dans l’art plutôt que dans aucun autre domaine de l’intelligence”. “Des hommes s’unissant dans un dessein de perfection, ging men verder, avec la volonté de comprendre l’être humain” (De Egyptomanie in Brussel)
Neo-Egyptische stijl in de tempel
Deze Egyptische stijl komt bijvoorbeeld terug in de vorm en beschildering van de pilasters (de halfronde pilaren). de holkeellijsten (de vierkante lijsten met de motieven op de band onder het plafond, de ingang en de beschildering daarvan. Ook is op de foto het plafond met sterren te zien.
Neo-Renaissance
Het gebouw is ontworpen met invloed van de neo-Renaissance stijl. Hoewel ik geen architect ben, zie ik een aantal van deze kenmerken terug:
De symmetrie van het ontwerp
De spekbanden, welke tevens het horizantale beeld versterken
Het gebruik van pilasters, de halve zuilen, zoals bij de ingang
Een fronton, het “driehoekje”, boven de ingang
De ontlastingsbogen: de halfronde bogen boven het raam
De trapgevel
In het ronde venster in de topgevel is een glas-in-lood raam te zien met een winkelhaak en passer in een vijfpuntige ster, het symbool van de vrijmetselarij.
Zowel de loge zelf als de beheerderswoning en hekwerk is een rijksmonument. Als waardering
-Van architectuurhistorische waarde als een goed voorbeeld van een vrijmetselaarsloge in neorenaissance-stijl met esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals goede verhoudingen, een bijzondere ornamentatie en enkele kenmerkende ex- en interieurelementen zoals resp. het ronde glas-in-lood raam en het beschilderde koofgewelf.
-Van stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging in de aaneengesloten zuidelijke gevelwand van de in 1896 aangelegde Waldeck Pyrmontsingel, die deel uit maakt van het laat 19de-eeuwse uitbreidingsplan, dat is ontwikkeld na de afbraak van vestingwerken. Het pand ligt binnen het beschermd stadsgezicht.
-Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming en het uiterlijk welke verbonden is met een culturele ontwikkeling namelijk het oprichten en bouwen van vrijmetselaarsloges door de maatschappelijke elite.
Vervolg
Voormalige vrijmetselaarsloge St. Lodewijk, Waldeck Pyrmontsingel 77-79-79a, augustus 2023 (Google Streetview)
In 1977 werd het gebouw verkocht en in 1990 verlaten. De loge betrekt dan de voormalige doopsgezinde en remonstrantse kerk aan de Professor Regoutstraat 23. In 2007 koopt de loge het voormalige Steigertheater, Fortstraat 7, aan.
Het gebouw wordt in 2005 grondig gerenoveerd en verbouwd tot kantoorpand. Hierbij wordt onder andere het beschilderde plafond van de logezaal in oorspronkelijke staat hersteld met hemelsblauwe verf waarop sterren zijn geschilderd.
Naamlijst voor het jaar 5896-5897 van de Officieren en leden der Loge “St. Lodewijk” WWW.KWARTIERVANNIJMEGEN.NL Stichting Historisch Huis- en Veldnamen Onderzoek welke als bron noemt: De Gelderlander van Maandag 19 juli 1897