Hoek St. Annastraat met Fransestraat, op St. Annastraat 53a Antiekzaak L’Antique Interieure en op de hoek St. Annastraat 55 café St. Anneke, 1989 ( Anton van Roekel via RAN CCBYSA)
Veel Nijmegenaren kennen het hoekpand op de St. Annastraat en de Fransestraat als café St. Anneke. Oorspronkelijk was het samen met het huidige nummer 53a 1 grote woning, die er in ieder geval in 1910 al stond. De architect Zoetmulder ontwierp de splitsing van de woning naar 2 winkels met bovenwoningen. Op 53a zaten hier jarenlang meubelzaken (Tilders en Ons Huis). Op nummer 55 zat jarenlang slagerij Büchner. In 1967 ontwierp architect van der Pijll de verbouwing tot café.
Vooraf
Hoek St Annastraat Fransestraat met links St Annastraat 52 54, gedateerd 1900 ( F12110 RAN)
Wanneer het gebouw oorspronkelijk is gebouwd is mij nog niet bekend. Wel wordt er in 1910 riolering aangelegd. Daarnaast heeft Zoetmulder een tekening gemaakt van het pand vóór zijn verbouwing van 1931.
“Bestaande toestand” voor verbouwing door Zoetmulder (D12.396922)
Verbouwing naar St. Annastraat 53a voor Behangerij-Stoffeerderij Tilders architect Zoetmulder
Plan 1 a 100 tot verandering en uitbreiding van een perceelsgedeelte aan de St Annastraat No 55 Te Nijmegen, perceel Kadastraal Bekend Gem. Nijmegen Sectie B No. 1260, De winkelpui, wyziging van de gevel en afsluiting zyde Franschestraat volgens nader over te leggen detailleering, H.M. Zoetmulder, datum tekening Febr ’31 (D12.397577).
Bouwtekening D12.397576 (13-2-1931) noemt het “Verbouwen van een Heerenhuis in 2 winkels en 2 woonhuizen. De architect is H.M. Zoetmulder. Daarbij is het linkerpand “A” van de heer Tilders. Dit pand krijgt aan de voorkant een winkel en in het achtergedeelte een werkplaats. Hierachter bevindt zich een open plaats. De plannen voor pand “B” – het huidige St. Anneke, zie hieronder- zullen op een later tijdstip worden aangeleverd
Advertentie opening Tilders (De Gelderlander 24/7/1931)
De Behangerij-Sfoffeerderij van J.H. Tilders Jr. verhuist op 25 juli 1931van Jacob Canisstraat No. 55 naar het verbouwde pand op de hoek van de St. Annastraat en Fransestraat, welke huisnummer 53a krijgt. Daarbij heeft zij tijdens de verbouwing in het ‘”hoekhuis”-het huidige nummer 55- gezeten.( PGNC 5/5/1931)
“Behangerij en Stoffeerderij J.H. Tilders Jr.
De firma J.H. Tilders Jr., behangerij en stoffeerderij, annex meubelinrichting, heeft in het pand St. Annastraat 53a alhier een nieuwe zaak geopend. Het oorspronkelijke woonhuis werd daartoe gedeeltelijk verbouwd en herschapen in een naar de eischen des tijds ingericht winkelpand. De keurige winkelpui, opgetrokken uit blauwe tegels- uitgevoerd door den aannemer W. Seegers alhier- doet frisch aan en trekt van verre de aandacht. De breede vitrine doet het daarachter uitgestalde goed uitkomen. Het inwendige mag eveneens geroemd worden. Dit werd uitgevoerd door aannemer A.C.G. Schmidt alhier. Op de bovenverdieping bevinden zich drie keurige toonkamers, waar, evenals in het winkelmagazijn, een keur van ameublementen, huis- en slaapkamers, boekenkasten, vloerkleeden en wat verder in een zaak als deze aangetroffen wordt, aanwezig is. De firma Tilders J.r kan trotsch zijn op deze inrichting, terwijl de St. Annastraat eveneens een mooi winkelpand rijker is geworden. Vermelden wij nog, dat het schilderwerk werd uitgevoerd door de fa. De Vries, Frans Halsstraat, en de lichtinstallatie door de fa. Piebenga & Schekman, bieden alhier.” (PGNC 27/7/1931)
Vervolg
Augustus 2023 (Google Streetview)
Waarschijnlijk gaat Tilders zich rond 1935 “Het Binnenhuis” noemen (tot nu toe eerst gevonden advertentie De Gelderlander 1/2/1935). In 1942 verhuist Tilders naar de Ziekerstraat.
Advertentie verplaatsing Tilders naar de Ziekerstraat (PGNC 28-9-1942)
Advertentie Bemelmans, St Annastraat 53a (PGNC 2-11-1942)
In ieder geval komt de firma Bemelmans op dit adres voor in november 1942. Ook is een advertentie van Bemelmans & Co uit 1944 gevonden, groothandel in tabaksfabrikaten, koffie, thee en suikerwerken (oa De Gelderlander 21/10/1944). In ieder geval zit in 1947 de Woninginrichting “Open Huis” in het pand (advertentie De Gelderlander 1/5/1947). De eigenaar is P.M.A. Rietvelt (advertentie De Gelderlander 18/11/1949). In ieder geval heeft Rietvelt in 1973 de winkel nog (advertentie Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/5/1973). Twee foto’s uit 1959 zijn te vinden op GN3097 en GN3098.
Daarnaast komen in advertenties en adresboeken een aantal namen voor op nummer 53a. Het is mij nog onbekend waar deze personen gehuisvest waren (de bovenwoning?) en/of in hoeverre het een eventuele drukfout betreft:
In De Gelderlander 13/3/1947 vraagt mevrouw Bertels “een net meisje”. In het adresboek van 1948 en 1951 staat tevens J.H.J. Bertels, winkelier in herenmodes vemeld. In 1948 komt ook mej. A.C. Büchner op dit nummer voor. J. Jonker in het Adresboek 1959.
Op de foto uit 1989 is de winkel te zien als antiek L’interieur Antique, welke het jarenlang is geweest (eigen herinnering).
In ieder geval zit hier vanaf 2009 reeds New York Pizza (Google Streetview).
Verbouwing nummer 55
Pand St. Annastraat no 55 Ontwerp tot veranderen van het perceel gedeelte B Kad. bekend Gem. Nijmegen Sectie B. No. 1260, architect H.M. Zoetmulder, datum dossier 9-6-1931 (D12.396920)
Op bouwtekening D12.396920 noemt Zoetmulder het “Perceel v/d Hr Buchner c.s.”. De kamer wordt de winkel. Daarachter komt een kantoortje, waar de traphal zat, de badkamer wordt de keuken en waar de oude keuken zat, komt de werkplaats.
Indeling St. Annastraat no 55 Ontwerp tot veranderen van het perceel gedeelte B Kad. bekend Gem. Nijmegen Sectie B. No. 1260, architect H.M. Zoetmulder, datum dossier 9-6-1931 (D12.396920)
“Slagerij A. Büchner.
De deftige St. Annastraat ontkomt op den duur niet aan den drang van den handeldrijvenden middenstand om ook daar gelegenheid te zoeken zijn waren aan den man te brengen.
Bij het verschijnen van dit blad is een zeer moderne slagerij verrezen aan den hoek Sint Annastraat en Fransche straat, welk geëxploiteerd zal worden door den heer A. Büchner. Onder de kundige leiding van den architect Zoetmulder is daar een winkelpand verrezen dat de omgeving sterkt. Trekt de zaak door de bijzonder mooie pui al reeds van verre de aandacht, ook aan het interieur is de meest mogelijke zorg besteed door het aanbrengen van wit-grijze betegeling waardoor de vleeschsoorten en uitgesneden vleeschwaren op zijn voordeeligst uitkomen. Het frissche marmer, de moderne ijskast en de verschillende snij- en vleeschmachines stempelen deze zaak tot een der mooiste die tot heden werden geopend. De aannemer, den heer Seegers, een woord van lof voor de verschillende, doch niet minder vlugge uitvoering van dezen bouw, waaraan nog de volgende firma’s medewerkten: de heer Beukering voor den aanleg der electrische installatie, de firma Piebenga en Schekman voor de levering der ornamenten, de heer Wouters voor het keurige schilderwerk, waarbij de heer van Leeuwen zich aansloot voor het aanbrengen van het marmerwerk.
Is de firma Büchner al van ouds geen onbekende, deze nieuwe zaak zal onder beheer van den zoon niet aan belangstelling ontbreken.” (De Gelderlander 1/10/1931)
Advertentie slagerij A. Büchner (PGNC 30/9/1931)
Op 14 juli 1931 had Büchner de hinderwetvergunning voor het oprichten van een rokerij voor vleeswaren gekregen (PGNC 17/7/1931). In 1935 krijgt Büchner een hinderwetvergunning voor het uitbreiden van zijn werkplaats voor het bereiden en roken van vleeswaren (PGNC 29/3/1935).
Verbouwing tot Café door J. v.d. Pijll
In 1967 ontwerpt J. v.d. Pijll de verbouwing van de begane grond tot een café. Daarvoor worden de winkel, het kantoor en de werkplaats samengevoegd. (bouwtekening 17-5-1967 D12.464054).
Bij de “bestaande toestand” van een verbouwing in 1996 blijkt dat het dakkapelletje boven de ingang vervangen is door een dakraam en dat ook op andere plaatsen een dakraam is ingezet. Wel lijkt het timpaan (het driehoekje) van de dakkapel aan de Fransestraat op dat moment nog te bestaan. Tegenwoordig is deze timpaan verdwenen. Wanneer deze verbouwingen hebben plaats gevonden is mij niet bekend.
Vanaf 1969 heet het café St. Anneke, hoewel het een korte tijd een andere naam had.
Architect H.M. Zoetmulder ontwierp veel gebouwen in Nijmegen en daarbuiten. Hij ontwierp onder andere winkels en religieuze gebouwen. Bekende gebouwen…
1910 Berg en Dalseweg 33 (Café Trianon), Rijksmonument
Cafe Buitenlust J.A. Cornelissen Berg en Dalseweg 33, gedateerd 1925 1930 (F27911 RAN)
1910-1910 Nijmegen: Berg en Dalseweg 33 (Café Trianon), Rijksmonument
Tegenwoordig heet het café Buskens: de huidige eigenaren van het panden vonden het een goed idee om hun zaak te vernoemen naar haar architect.
Bieling en Buskens ontwierpen dit van oudsher bekende café in 1910, waarbij zij tevens het naastgelegen pand nummer 31 verbouwden en waar J.A. Cornelissen reeds zijn tapperij had en aan de kant van Sloetstraat reeds een depot van de Phoenix Brouwerij aanwezig was. Het café is bekender als Buitenlust, waarschijnlijk zo genoemd vanaf het moment dat de zaal rond 1924 werd gebouwd.
Nog bekender is deze zaak onder de Trianon. Deze naam duikt voor het eerst op in 1955 en wordt tot 2001 zo genoemd, ondanks een aantal verschillende eigenaren. De bekendste zijn Van Weel, die het pand rond 1962 koopt en het moment waarop De Cantine in 2004 de zaak vanaf 2004 tot haar sluiting in 2021 overneemt. In al die jaren is het café vrijwel onveranderd. Na een verbouwing opent hier vervolgen Gastrobar Buskens.
Vooraf: Van depot Phoenix Brouwerij naar café Cornelissen
Ontwerp v/d verbouwing v/m Depot der Brouwerij de Phoenix a/d Berg en Dalsche weg en Ten Hoetstraat, datum tekening augustus 1910 (D12.381044)
Oorspronkelijk had de Phoenix brouwerij een depot aan de Ten Hoetstraat 2: dit pakhuis is op de bouwtekening (zie hieronder) te zien achter Berg en Dalseweg 31. Daarbij had het pand van het pakhuis tevens een kantoortje aan de Ten Hoetstraat en achterin het pand waren 3 stallen. Onder dit pakhuis zat een bierkelder. In het plan lijkt de voorgevel van dit pakhuis iets aan de ten Hoetstraat uitgebouwd te worden. En vervolgens wordt/is het pakhuis met een plak dak afgedekt dat als overkapping doorloopt. Op de tekening is niet geheel duidelijk in hoeverre deze overkapping reeds aanwezig was en of ook de doorrit overkapt is.
Het café wordt 55M² met daarachter een Bottelarij. Rechts van het pand is een doorrit.
Ook het huis nummer 31 wordt verbouwd: het krijgt een andere voorgevel en een 2e verdieping. Wanneer het huis nummer 31 gebouwd is, is mij (nog) niet bekend. In ieder geval zit aan de voorkant de winkel. Waarschijnlijk is en blijft het tweede gedeelte in gebruik als woonkamer, terwijl er een keuken en een open plaats bij aan wordt gebouwd.
Ontwerp v/d verbouwing v/m Depot der Brouwerij de Phoenix a/d Berg en Dalsche weg en Ten Hoetstraat, links is de Berg en Dalseweg, rechts de Ten Hoetstraat, datum tekening augustus 1910 (D12.381044)
Depot Phoenix Brouwerij
De Gelderlander 15/11/1905
Hoewel het Phoenix bier al in Nijmegen verkrijgbaar was -getuige de advertentie Phoenix-brouwerij Echt Dortmunder bier bij Paul Müller, Grootestraat 5 in PGNC 6/11/1894- lijkt het eerste hoofdagentschap van de Phoenix Brouwerij voor Nijmegen A.W.E. Otte te zijn, Waalkade 68 (De Gelderlander 1/1/1895) en in De Gelderlander 1/1/1895 Berg en Dalsche Weg 401. In de Adresboeken 1896 en 1898 komt Otte voor op Berg en Dalsche Weg 9.
(In het Adresboek 1899 is F. Jacobs, bierbottelaar, op nummer 9 gehuisvest. Het is nog onduidelijk of hij een relatie heeft met de Phoenix brouwerij/de Ten Hoetstraat).
In ieder geval is ten Hoetstraat rond 1899 reeds een depot van de Phoenix brouwerij gevestigd: In het Adresboek 1899 wordt A. Varenbrink genoemd als hoofdagent in de Ten Hoetstraat. Ook in het Adresboek 1901 is Varenbrink hoofdagent, in het Adresboek 1902 J.P. Ingebleek. Ingebleek heeft dan als adres Ten Hoetstraat 8.
De eerstgevonden advertentie waarbij ook Cornelissen wordt genoemd is uit De Gelderlander 15/11/1905: dan is het zoo gunstig bekende Phoenix-Bokbier onder andere te verkrijgen bij het depot op ten Hoetstraat 2 en tevens onder andere bij “J.A. Cornelissen, Berg-en-Dalsche weg”.
Phoenix Brouwerij
De Phoenix brouwerij was in 1873 in Amersfoort opgericht als “Amersfoortsche Beiersch-Bier-Brouwerij”. Bij de overname door Jan Coets de Bosson werd het in 1891 “Phoenix Brouwerij Coets de Bosson”. Phoenix was de naam van een suikerfabriek van de familie Coets de Bosson in Zevenbergen. In 1894 nam de familie Meursing de brouwerij over en noemde deze “Phoenix Brouwerij H. Meursing & Co.” In 1904 werd de naam “Phoenix Brouwerij en IJsfabriek N.V”, nadat de brouwerij een N.V. was geworden. https://nl.wikipedia.org/wiki/Phoenix_Brouwerij_Amersfoort
In 1960 nam Oranjeboom de brouwerij over. Nadat Oranjeboom in 1967 onderdeel was geworden van Allied Breweries, werd de brouwerij in 1970 gesloopt. Het merk Phoenix bier bleef op dat moment nog bestaan.
Sinds 2007 zijn brouwers in Amersfoort weer begonnen met het brouwen van “Phoenix” bier. Vanaf 2016 is Rock City Brewery in Amersfoort de brouwer.
Kiosk en tramhalte
PGNC 21/8/1910
Op het terrein waar het uiteindelijke café komt, staat aanvankelijk vanaf 1898 een kiosk (Noviomagus). Hoewel de bouwaanvraag (nog) niet is ingezien, zal deze in 1898 aangevraagd zijn met als adres Berg en Dalseweg 9 (beschrijving RAN).
Het artikel in Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/2/2004 noemt echter dat de kiosk in 1873 is begonnen. Een ander artikel in de Wijkkrant Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/5/2001 noemt het jaar 1879.
Waarschijnlijk is het deze kiosk die in augustus 1910 te koop wordt gezet, zie de advertentie hierboven. Het adres Molenstraat 97 is dat van het architectenbureau van Bieling en Buskens, die het nieuwe café hebben ontworpen, waarvan de aanbesteding 17 augustus 1910 plaats vindt.
De Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/2/2004 noemt tevens dat het café een halte van de stoomtram was. Het artikel uit 2001 noemt dat het een halte was voor de paardentram, waarbij het verwijst naar een foto die op dat moment in het café hangt.
Cornelissen, Berg en Dalseweg 31 en 33
Wanneer Berg en Dalseweg (dan Berg en Dalsche weg) 31 gebouwd is, is mij nog niet bekend. In ieder geval komt S.A. Lutz, gepensioneerd kolonel in het Adresboek van 1896 op dit adres voor. (Het is mogelijk dat er een hernummering in de straat heeft plaats gevonden. Echter:) J.A. Cornelsissen komt in 1905 voor het eerst in het Adresboek 1905 voor op dit adres. Hij is dan “tapper”.
Wat in de jaren daarna precies de verhouding is geweest tussen de adressen Sloetstraat en Berg en Dalseweg 31/Depot van Bierbrouwer Phoenix en Cornelissen zelf, is nog niet bekend. Te meer daar in januari 1910 een advertentie verschijnt:
PGNC 9/1/1910 en De Gelderlander 9/1/1910
Biedt de brouwerij nu het huis Berg-en-Dalseweg 31 en het depot Sloetstraat 2 aan? In ieder geval blijft Cornelissen op Berg-en-Dalseweg 31 wonen en blijft hij depothouder van Phoenix.
Café
Rechts het café dat jarenlang oa Buitenlust en Trianon is geweest, foto gedateerd 1930-1944 (Ch. Kellerman via F12651 RAN)
Op 17 augustus 1910 vindt aanbesteding plaats van wat het bekende café zal worden: “het verbouwen van het Depôt aan den Berg-en-dalschen weg en Ten Hoetstraat” plaats namens de “Phoenix Brouwerij”, Amersfoort” door P.G. Buskens, architect en J.P.W. Bieling, Chef de Bureau (PGNC 7/8/1910).
Opvallend is dat Cornelissen zich in de nieuwjaarswens- advertenties van PGNC 1/1/1915 en PGNC 31/12/1916 “Sigarenmagazijn” noemt.
In ieder geval is Cornelissen in zijn advertentie van PGNC 31/12/1930 nog “Hoofd-Depôt Phoenix Brouwerij Bierhandel en Limonadefabriek”
Phoenix-Garage Ten Hoetstraat 2
In 1922 opent F.J. Smit de Phoenix-Garage aan de Ten Hoetstraat 2. Het is mij onbekend of het een tijdelijke garage was of als een volwaardige garage bedoelt. Het krantenartikel PGNC 7/1/1922 noemt daarbij dat het kantoor gevestigd is op Pontanusstraat 23. Ook in het Adresboek van 1924 komt de Phoenix-Garage voor op de Pontanusstraat. In ieder geval is deze garage van korte duur: in 1924 verbouwt Cornelissen het perceel tot danszaal.
Buitenlust en Uitbreiding met Danszaal
De Gelderlander 13/6/1925
In september 1924 dient Cornelissen een aanvraag in voor een vergunning tot het schenken van alcoholhoudende dranken in perceel Ten Hoetstraat 2a. Rond begin oktober 1924 gaat de nieuwe danszaal open. In het onderstaande krantenartikel uit 1924 is het tevens de eerste keer dat ik de naam “Buitenlust” heb gevonden. (In een advertentie PGNC 22/12/1924 is het nog “Café-restaurant Cornelissen op Berg-en-Dalsche weg 33”).
De ingang tot de danszaal aan de Ten Hoetstraat 2a (advertentie PGNC 2/10/1926)
“Een nieuwe Danszaal.
De ondernemende eigenaar van het Café “Buitenlust”, 33 Berg-en-Dalsche weg, de heer J. Cornelissen, heeft aan zijn zaak uitbreiding gegeven door het inrichten van een Danszaal, waarvoor de voormalige garage van de Phoenix-brouwerij, uitkomende aan de Ten Hoetstraat, geheel omgebouwd werd. In dezen tijd van algemeene liefde voor den dans, zal het uitgaande publiek zich daarin zeker verheugen. De zaal ziet er met sierlijke beschildering en schitterende electrische verlichting, vooral des avonds, zeer gezellig uit, waarvan men zich in de kermisdagen kan overtuigen.
Het werk werd in korten tijd uitgevoerd door den aannemer, den heer G.J.H. Roelofsen, Elandstraat 26; het schilderwerk is van den heer H. Gerrits, Willemsweg en de verlichting van den heer J. Cornelissen Jr. Zij leggen alle eer in met hun werk.” (PGNC 4/10/1924)
In 1926 vraagt Cornelissen vergunning aan tot het schenken van sterke drank (PGNC 28/5/1926)
In PGNC 2/10/1930 staat een advertentie voor Cabaret Dancing Modern “vanaf zondag 5 october 1930, geopend”. Waarschijnlijk betreft het een advertentie van Cornelissen zelf voor zijn (waarschijnlijk) kermisactiviteiten.
Wanneer Walhalla in 1932 opent (zie hieronder), refereert PGNC naar Buitenlust en niet Dancing Modern.
Walhalla
PGNC 2/4/1932
In 1932 opent J. Rutten Dancing “Walhalla” in het pand, Berg en Dalscheweg 33. Hij zal er echter niet lang zitten: in juni 1933 wordt café “Wertha” op dit adres geopend.
“Dancing Walhalla.
Sinds eenigen tijd is het café Buitenlust aan den Berg en Dalscheweg overgegaan in handen van een nieuwen eigenaar, den heer Rutten, die tevens de achter het café gelegen dancing exploiteeren zal: dancing “Walhalla” werd zij thans genoemd. Het zaaltje werd geheel gerestaureerd, is van een frissche moderne beschildering voorzien, terwijl de fraaie meubelen, afkomstig van de firma Eppink in de van Oldenbarneveldtstraat het interieur vervolmaken. Een spiegelgladde vloer zal voorts het dansen in “Walhalla” een genot doen zijn.” (PGNC 2/4/1932)
Wertha
De Gelderlander 27/4/1935
In mei 1933 vraagt H. Derks voor het perceel Berg en Dalscheweg 33 een verlof A aan (PGNC 26/5/1933). In juni 1933 opent café Wertha haar deuren. Het PGNC:
“Opening café “Wertha”.
Hedenmiddag wordt, blijkens achterstaande advertentie, aan den Berg en Dalscheweg 33 geopend café “Wertha”, genoemd naar het Wertha-bier, uit Weert afkomstig, van een Hollandsche brouwerij, dus Nederlandsch fabricaat. Een geheel nieuwe bier-installatie is aangebracht door J. v.d. Stonden. Lambriseering en vloerbedekking zijn keurig vernieuwd, zoodat alles er frisch en gezellig uitziet. Vóór op het terras is een aardig zitje aangebracht, waar met de komende warme dagen wel van geprofiteerd zal worden. Achter het café is de dancing “Wertha” gelegen. De zaal is verfraaid en naar de laatste eischen des tijds ingericht.” (PGNC 3/6/1933).
In 1955 zal café Wertha worden opgevolgd door Trianon: een mededeling van een kanarietentoonstelling De Gelderlander 7/11/1956 die plaats vindt in de achterzaal van café Trianon (voorheen Wertha).
Trianon
Advertentie Trianon De Gelderlander 16/7/1955
De naam Trianon is afkomstig uit 1955, wanneer Piet Brok op 14-7-1955 zijn café opent (Nijmeegsch Dagblad 13-07-1955). De naam Trianon zal verwijzen naar het lustpaviljoen in de kasteeltuin van Versailles.
Joop van Weel
Café Trianon, gedateerd 1963 1970 (gemeente Nijmegen afdeling Bouwvergunningen via F86335 RAN CC0)
In 1962 kocht de universiteit de Commanderie van Sint Jan. Van Weel had dit pand in 1952 gekocht en na restauratie ging de Commanderie als stadwijnhuis open. Nadat de universiteit de Commanderie had gekocht, ging van Weel verder in café Trianon (bijschrift foto RAN)
In ieder geval bleef van Weel tot in de jaren 80 eigenaar.
In de Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/1/1984 staat een advertentie dat “Sinds kort hebben wij ’n nieuwe feestzaal ter beschikking. Deze biedt ruimte aan ±200 personen. Voor kleine feestjes en vergaderingen hebben wij een aparte ruimte”. Het is mij niet bekend of de zaal vóór 1984 niet meer werd gebruikt en vanaf welk moment dat is geweest.
Het café komt voor in het boek Vallende Ouders van A.F.Th. van der Heijden uit 1983. Op woensdag 19 maart 1986 was in dit café overigens een interview met hem (NRC Handelsblad 11-03-1986)
Ijf van Lieshout
In het artikel in de Wijkkrant van 2001 is Ijf van Lieshout 1,5 jaar eigenaar. Hetzelfde artikel noemt dat de muren sinds 1963 niet meer beschilderd waren: “Nicotione heeft hier zijn louterende werk gedaan en is daarmee sfeermaker”. Deze sfeer zal blijven tot het einde van café Trianon in 2021.
Van de Cantine naar Trianon
In 2004 neemt de Cantine, die aan het Mariaplein zit (het huidige Lodewijk) Trianon over. Een leuk artikel, tevens bron van dit stuk, is te vinden in de Wijkkrant Nijmegen Oost. In deze tijd zijn er onder andere dansavonden en optredens van bandjes.
Een mooi interview met André Overbeek naar aanleiding van de sluiting is te vinden bij de Gelderlander
Buskens
Na een verbouwing opent Wijnbar Buskens haar deuren. Eigenaren zijn horecaondernemer Michiel Houkes van Café Eten & Drinken samen met Danny van Hal en Mels van Bilderbeek.
Bij de verbouwing zijn de gebruikte kleuren samengesteld op basis van de verschillende kleuren die sinds 1910 op de muren zijn gebruikt. De zaal is bij het restaurant getrokken.
Het café is een Rijksmonument (de zaal niet). Als waardering:
“-Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf voorbeeld van een café in een stijl, die Art Nouveau-invloeden vertoont met esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals goede verhoudingen en een bijzondere detaillering.
-Van stedenbouwkundige waarde als voorbeeld van een vroeg 20ste-eeuwse uitspanning of café aan een uitvalsweg met laat 19de-eeuwse en vroeg 20ste-eeuwse bebouwing, die deel uit maakt van het laat 19de-eeuwse uitbreidingsplan van Bert Brouwer.
-Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een culturele ontwikkeling nl. het bouwen van café’s en uitspanningen met een veranda, rond 1900 een kenmerkende vorm voor een rustplaats langs een uitvalsweg”
Hatertse veldweg 284 en 286 Augustus 2023 (Google Streetview)
In 1931 laat T.B. Troost zijn nieuwe fabriek Vereenigde Chemische Fabrieken met een woonhuis bouwen aan de Hatertse veldweg 284 en 286. De architect was van Eldik. Deze fabriek produceerde poetsmiddelen. Twee jaar daarvoor had hij zijn fabriek overgebracht naar de Hatertse veldweg 126.
Plan tot het Bouwen van een Fabriek met Woonhuis aan den Haterschen Veldweg kad. Bek. Gem. Hatert Sectie C. 6275-6276 voor rekening van den WeldD. Heer T.B. Troost Slichtenhorststr. 74, architect J.H. van Eldik, datum tekening 1-6-1931 (D12.397135).
“Vereenigde Chemische Fabrieken.
Op Hatertschen veldweg no. 284 heeft zich een nijverheid ontwikkeld, welke aan zestig personen werk verschaft en in staat blijkt tegen de buitenlandsche nijverheid te kunnen concurreeren met artikelen, welke in kwaliteit en prijs voldoen aan de eischen van het publiek. Hier werd voornamelijk aandacht gevraagd voor verschillende poets- en glansartikelen.
Het Nederlandsch fabricaat propageeren in dezen tijd van internatioale crisis en nijverheidsnaijver, om zoo de werken in eigen land aan loonenden arbeid te kunnen houden, is de plicht van iederen waren vaderlander. Die plicht wordt een aangename taak wanneer men overtuigd is van de volle waarde van het product.
De Vereenigde Chemische Fabrieken- eigenaar de heer F. Troost- heeft een ruime fabriek doen bouwen, welke gisteren officieel geopend werd. Vele genoodigden waren daarbij tegenwoordig- ook de vele vertegenwoordigers uit alle deelen des lands.
De heer F. Troost sprak het inleidingswoord en deed uitkomen, hoe met aller medewerking dit bedrijf uitgegroeid is tot den beteekenenden omvang van heden.
Onze Nederlandsche industrie, welke moeite doet zich in eigen land boven de buitenlandsche te verheffen, ontmoet daarbij vele moeilijkheden. De vreemde nijverheid profiteert van de Nederlandsche wettig geregelde handelsusances.
Importeert Nederland naar den vreemde, dan moet op het artikel wel degelijk het land van herkomst voorkomen. In Nederland heeft de buitenlandsche fabrikant zijn verkoopkantoor en laat de importeur desnoods op zijn artikelen den naam zetten der Nederlandsche importcentrale, welke zijn artikelen voert.
Onze industrie- vooral ook die van chemische producten, verschillende poetsartikelen- ondervindt zooveel tegenwerking.
Toch handhaafde zij zich door kwaliteit en goede propagandapolitiek tegenover de buitenlandsche.
Het bewijs ligt in deze fabriek.
De hoofdvertegenwoordiger, de heer Jansen Muis, sprak namens de vertegenwoordigers en wenschte de directie geluk met de uitbreiding der fabrieken.
Sinds jaren had kachelglans, een buitenlandsch fabricaat, het monopolie. Vele fabrikanten wilden dien alleenverkoop breken, maar strandden telkens.
De heer F. Troost probeerde het toen met zijn artikel Ovaline. Daartoe behoorde een groote dosis optimisme en vakkennis.
Hij moest een aanval doen op den sleur der Nederlandsche huisvrouwen, die altijd buitenlandsche artikelen hadden gebruikt en nu moesten leeren poetsen en inwrijven, niet naar den ouden trant, dik inwrijven en hard poetsen, maar dun inwrijven en licht uitpoetsen.
Daarbij moest de fabrikant rekening houden met de moderne keukeninrichting.
Hij deed dat allemaal en slaagde, dank zij ook doeltreffende reclame.
Thans wordt Ovaline overal gebruikte en bloeit een tak van Nederlandsche nijverheid.
Het tweede fabricaat koper- en zilverpoets Si-So gaat eveneens uitstekend.
Gezond optimisme, goede samenwerking en vakkennis brachten hier een bedrijf in bloei, dat velen aan ’t werk houdt in een specifiek Nederlandsche nijverheid.
De heer Opdam bood als oudste in jaren van de vertegenwoordigers namens allen den heer F. Troost een fraaie ets aan voor diens kantoor en wees dankbaar op de goede onderlinge verhoudingen.
De heer F. Troost aanvaardde dit blijk van waardering in dank.
De Verenigde Chemische Fabrieken werden voor 25 jaar gevestigd in de Ruyterstraat, vervolgens overgebracht naar Hatertschen veldweg 126 en zijn nu ruimer geïnstalleerd in de nieuwe gebouwen Hatertsche veldweg 284.
De nieuwe fabriek is zoo goed als geheel in beton opgetrokken en doelmatig voor het bedrijf ingericht, Beneden met uitzicht op den Hatertschen veldweg zijn de expeditielokalen, de kantoorkamer, het reclamebureau en het privé-kantoor. Boven zijn ruime voorraadmagazijnen. Achter de kantoren liggen de gietlokalen en pakzalen- alles van beton en met betonnen tafels- eenvoudig, maar practisch voor het bedrijf.
Over een open binnenplaats komt men in de geheel vrij staande en brandvrije kokerij, waar de grondstoffen voor de verschillende poetsmiddelen worden gekookt.
Met het oog op het mogelijk brandgevaar is dit gebouw hecht gezet met voldoende uitgangen voor het personeel.
Achter de kokerij liggen, weder door een open pleintje gescheiden, eenige open magazijnruimte en een garage voor drie bestelauto’s.
De bouw is uitmuntend uitgevoerd door den aannemer R.J. Jansen, Hatertsche weg; de electrische licht- en krachtinstallatie werd uitgevoerd door het electrotechnisch bureau J. Lamers te Hees, het schilderwerk der kantoor door de firma Jansen, Guyotstraat.
Naast de fabriek is nu nog in aanbouw een buitenhuisje voor den concierge.
De Chemische Fabrieken van F. Troost produceren: Ovaline-kachelglans, Si-So koperpoets in tuben, Ijsbeer-schoencream, Joretta- boen- en zeilwas en Wera-schuurpoeder. En in al deze artikelen weet het Nederlandsch fabrikaat het vermaarde en veel verspreide Engelsche te overtreffen.”
(De Gelderlander 10/12/1931)
Vervolg
Hatertse veldweg 284 en 286, april 2010 (Google Streetview)
In ieder geval is de fabriek in 1950 nog in gebruik: dan worden jongens beneden de 18 jaar gevraagd voor de Ovaline fabrieken (De Gelderlander 4/9/1950). En in 1953 een Juffrouw voor kantoor (De Gelderlander 21/7/1953).
Uit De Gelderlander 30/7/1945 blijkt dat de Kousenfabriek N.V. ADVA zich tevens op dit adres bevindt. In De Gelderlander 19/5/1947 blijkt echter dat “de bovenverdieping” is uitgebrand. Het is mij (RE) nog niet bekend of dit (een deel van) het kantoorgebouw betrof, dat hierna weer is opgebouwd, of een van de andere gebouwen. In april 2010 lijkt aan de voorkant de situatie nog vrijwel ongewijzigd.
Wanneer de fabriek is gestopt, is mij (RE) nog niet bekend. In 2010 zit in ieder geval Jewel Heart op dat moment al in het pand, getuige de gele borden en het bord voor het pand. Zij zitten op dit moment nog steeds in het pand.
Rond 2012 heeft een verbouwing plaatsgevonden van een voormalig bedrijfspand tot een boeddhistisch centrum en 4 appartementen en ondersteunende voorzieningen. Tijdens de verbouwing is een extra verdieping op het gebouw gekomen en zijn de muren van het gebouw geschilderd.
Het Hotel Keizer Karel 1909 architect Maurits F17877
Het Hotel Keizer Karel is als uitbreiding van een villa gebouwd in 1893, tussen de toenmalige Graafsche Straat (nu Graafseweg) en Stationsstraat (nu Van Schaeck Mathonsingel). De aanleiding was de oprichting van een Kneipp Instituut, vooral (kortstondig) beroemd door haar warm- en koud water opgietingen. Architecten waren Knoops en Maurits.
In 1905 vond een verbouwing plaats naar ontwerp van architect Maurits, die tevens aannemer van de verbouwing was. Het gebouw werd tijdens de Tweede Wereldoorlog verwoest.
Vooraf: Bouw Villa Bert Brouwer
In 1886 was op de hoek van de Stationsweg (later de Van Schaeck Mathonsingel) en de Graafsche straat (nu: Graafseweg) een villa gebouwd naar ontwerp van Bert Brouwer (Noviomagus).
Kneippsche Anstalt : De Kneippsche Inrichting van dr. Banning
In oktober 1892 blijkt dat dr. Banning een Kneipp Instituut -of Kneippsche Anstalt ”op het fraaiste en voor dat dol het best gelegen punt onzer stad, het Keizer Karelsplein namelijk, in de nabijheid dus van tram- en spoorweg, en omgeven door de schoonste en uitgestrektste wandelwegen, die Nijmegen voor de vestiging van een dergelijke inrichting zoo eigenaardig geschikt maken, is reeds een groot gebouw met ruime terrein gekocht, om naar de aanwijzingen van dr. Banning te worden gereed gemaakt.”
Dr. Banning had een tijd in Wörishofen doorgebracht, om den “beroemden esculaap in zijn eigen huis gade te slaan, zijn methode van nabij te onderzoeken en zich tevens te overtuigen van de vele soms aan het wonderbare grenzende genezingen.” Daarop besloot hij medewerking te verlenen aan de oprichting van een Instituut in Nijmegen. Een der gediplomeerde helpers van pastoor Kneipp zal aan de inrichting komen te werken om de voorgeschreven gietingen uit te voeren. Voor de dames is een helpster gevonden.
Kneipp en het Kneipp instituut
Sebastian Anton Kneipp (1821-1897) ontdekte de volgens hem genezende kracht van koud water nadat hij van een ernstige longaandoening genezen was doordat hij baden had genomen in de Donau. (Daarbij had hij nog niet gehoord ban het werk van Priesnitz).In 1880 opende hij zijn instituus in Wörishofen. Aan dit instituut waren tevens echte artsen verbonden. In 1881 wordt Kneipp gewijdt als pastoor van deze plaats.
Al gauw verschenen er Kneipp verenigingen en zijn boeken behaalden miljoenenoplagen.
Kneipp therapie
Kneipp beval aan regelmatig blootsvoets door bedauwd gras of sneeuw te lopen of door koud water te wandelen. Zijn systeem werkt tevens met warm water en kruiden en tevens benadrukt hij het belang van frisse lucht en zonneschijn. Kneipp wordt gezien als een van de eerste beoefenaars van natuurgeneeswijze.
Een van de onderdelen van een kuuroord is de “Wassertretstelle”, Dit is een soort ondiep voetenbad met een metalen hekje, waar de patiënt overheen wandelt.
Een belangrijke behandeling is die afwisseling van warm en koud water. Dit gebeurt door het nemen van warme en koude baden, of door middel van opgietingen.
Kwakzalverij?
Hoe kijkt en keek de reguliere geneestkunst tegen de Kneipp Instituten aan?
De Vereniging tegen Kwakzalverij plaatst in de jaren 90 van de 19e eeuw een aantal reacties, vooral naar aanleiding van de populariteit van de Kneipp Instituten en vanwege het overlijden van Kneipp. Daarbij maakt zij onderscheid tussen het werk van Kneipp zelf en degenen die er een “handeltje” van gemaakt hebben.
Kneipp wordt gezien als iemand die ter goeder trouw handelde (en daarom door de betreffende vereniging geen “kwakzalver” wordt genoemd). De vereniging gaat in een aantal artikelen daarbij in dat vóór de wetenschappelijke benadering de geneeskunde leerde van datgene van wat werkte. In een aantal artikelen benadrukt zij juist de verworvenheid van de wetenschappelijke benadering van de geneeskunde: om te kunnen verklaren wat een aandoening inhoudt en waarom en hoe een geneesmiddel effect heeft op deze aandoening. Het gevaar van een Kneipp Instituut kan zijn, dat aandoeningen niet op de juiste manier worden onderkent. (Zie Maandblad tegen de Kwakzalverij, 1897)
De Stichting tegen Kwakzalverij in haar encyclopedie over de watertherapie: “Er is na een eeuw nog maar weinig bekend over de effectiviteit van Kneipps therapie. Natuurlijk kan een bad ontspannend werken, en een behandeling met koud water eventueel afgewisseld met warm water kan worden opgevat als een algemene prikkeltherapie.” (En tekent daarbij aan dat de vele effecten zoals Geneeswijzen in Nederland uit 1993 deze beschrijft “weinig geruststellend” zijn.)
De verbouwing tot hotel
Het gebouw zal dusdanig worden vergroot, dat het voldoet aan de eisen van een familie-hotel. In oktober hebben reeds een aantal patienten aangemeld (PGNC 19/10/1892)
Vanwege de aanvragen gaat de inrichting gaat zelfs eerder open dan verwacht, nog voor de verbouwing. In de villa zijn de benodigde veranderingen aangebracht, zodat de inrichting vanaf 1 november open gaat. Daarbij wordt verwacht dat de 2 vleugels in het voorjaar gereed zullen zijn. (PGNC 30/10/1892)
In november wordt G.J. Derksen benoemd tot directeur. Hij was voorheen directeur-gérant van Hotel Place-Royale (PGNC 13/11/1892).
Op 4 januari 1893 vindt de aanbesteding plaats van “het bouwen van twee Vleugels enz. aan het bestaande Hoofdgebouw aan het Keizer Karelsplein”. De architecten zijn Knoops en Maurits, waarbij de Directie van het Hôtel Keizel Karel de opdrachtgever is. Daarbij wordt de aanbesteding gegund aan Fr. Buskens. Hij was met f59.945 de laagste inschrijver. (PGNC 22/12/1892 en 8/1/1893)
Hotel Keizer Karel
Hotel Keizer Karel: RAN dateert deze foto op 1905; aangezien het Gelderlander noemt dat er een verdieping bij is gekomen, is de foto in ieder genomen vóór de verbouwing (International Trading Company via F17874 RAN)
In augustus 1893 is het hotel gereed.
De lengte van de voorgevel en aan de Graafsche Straat is elk 23 meter, de vleugel aan de Stationsweg 32 meter. Het hotel heeft 60 slaapkamers. De Kneipp Inrichting beslaat de gehele linker vleugel (oftewel de vleugel aan de Graafsche Straat).( PGNC 2/4/1893)
De Gelderlander schrijft in augustus:
“Nijmegen, 2 Aug.
Het Keizer-Karel hôtel waarop Scheveningn en de badplaatsen in het Rijnland trotsch mochten zijn, wordt deze dagen geopend en trekt reeds nu dagelijks een drom van belangstellende bezoekers, waaronder ook wij ons bevonden.
Het hôtel voldoet aan de hoogste een laatste eischen des tijds; het interne is wat het confortable, het ruime, het luchtige en lichte, de geruischlooze bediening en al wat men in onzen dagen in de voornaamste hotels van binnen- en buitenland verwachten mag, onberispelijk en zal zelfs de verwachting van menigeen overtreffen.
Niet alleen is het kolossale gebouw met zijn 170 ramen, met zijne fraaie, imposante en tevens ornamentieke façade en zijne drie andere even sierlijke en vrij liggende gevels een sieraad onzer stad, doch het inwendige spant nog de kroon boven het sierlijke aspect.
Zelfs de elementen hebben medegewerkt om hier een gebouw te schichten, dat zich zoo gunstig mogelijk onderscheidt. Uitgebouwd in een exceptioneel droog seizoen, waarin geen drop regen viel, is alles zoo kurkdroog alsof het hotel er al een jaar of 10 gestaan had. Pas gepleisterde muren voelen aan als karton. Voeg hierbij de centrale verwarming en de spouwmuren, dan behoeft niet gezegd te worden, dat men hier heeft een continuatie niet alleen van gezonde ligging, maar ook van goede constructie.
Een gelukkig toeval heeft gewild dat de architecten Knoops en Maurits en de aannemer de heer Buskens, voorgelicht door personen die door jarenlange ondervinding het karakter, om zoo te zeggen van een hotel door en door kennen, er in geslaagd zijn hier als het ware een kunstig uurwerk te vervaardigen dat met de zeer groote ruimte gewoekerd hebbende, dezelfde geriefelijkheden aanbiedt als een hotel van driemaal dezelfde grootte.
Wij zagen in de directiekamer het electrische controle-toestel, dat ieder verzuim door het dienstdoend personeel gepleegd aanstonds verraadt, alsmede het toestel dat ingeval van brandgevaar of vermoeden van brand, aanstonds in iedere kamer en elke localiteit van het geheele hôtel een alarmschel in beweging brengt, die elkeen wekt voordat er nog eenig imminent gevaar bestaat, terwijl trouwens 6 brandkranen op de onderscheidene verdiepingen, waarmede iedere localiteit dadelijk te bereiken is, een brand in den oorsprong kunnen blusschen.
Wij spraken van het comfort in dit hotel. Niet alleen in de bel-étage, maar op alle verdiepingen vindt men een appartemen “offices” getiteld, waar alle geriefelijkheden direct te bekomen zijn, zonder dat andere logé’s last hebben van het aandragen van een of ander. Ook vindt men er een badkamer voor degenen, die gezond van harte, de Kneipssche inrichting aan het hôtel verbonden niet als geneesmethode behoeven.
Wanneer men van uit de groote eetzaal met de estrade, voor festiviteiten, toneeluitvoeringen en dergelijke compleet ingericht, een oog slaat in de reeks van elkander opvolgende appartementen, dan waant men zich te zijn in een passage of galerij, die zelfs het oog van hem, die in het buitenland veel verkeerd heeft, verrassend aandoet.
Bij deze eetzaal sluit zich op een andere étage in deze zeer moderne inrichting de andere eetzaal aan voor besloten gezelschap, zoomede de biljartzaal met een van spiegelglas voorzien en op tentoonstellingen bekroond biljart.
De meubileering dezer zalen, ook van de andere appartementen die wij de gelegenheid hadden in ogenschouw te nemen, is chique en fijn. Onze aandacht trok vooral een men mag wel zeggen vorstelijk gestoffeerd salon met appendenties, waar wij onder het ameublement uit één stijl onze attentie voelden getrokken door stoelleuningen die in een kader van émail verschillende episodes uit de novellen van Walter Scott: Ivanhoe, Old Mortality, the Maid of Perth enz. in herinnering roepen. Wij zouden haast zeggen naar alle windstreken, doch vooral van de warande aan den Stationsweg en het terras aan het plein, heeft men een kostelijk vergezicht en tevens een vue op al het mouvement die de nabijheid van het station en de verschillende stoomtramwegen, waarvan onmiddellijk gebruik te maken is, aanbieden.
Ook is de generale bediening van het hôtel door den heer Dercksen, die zich als gérant reeds een gevestigde naam verworven heeft, ligt een waarborg dat de vele vreemdelingen, die in het Keizer-Karel hotel hun intrek zullen nemen, deze beschrijving geenzins als overdreven zullen beschouwen, slechts al een matte schets van hetgeen men door eigen aanschouwing en verblijf zal waardeeren.” (De Gelderlander 3/8/1893)
Verbouwing Hotel Keizer Karel door architect Maurits
1905
Het Hotel Keizer Karel 1909 architect Maurits (F17877 RAN)
In 1905 vindt een verbouwing plaats. Daarbij is het hotel vergroot, doordat er een verdieping bovenop is gebouwd. Hierbij was eveneens Maurits de architect.
De Gelderlander schrijft hierover:
“Hotel “Keizer Karel”.
Op vriendelijke uitnoodiging, namen wij gisteren een kijkje in het hotel “Keizer Karel”, dat door toevoeging van een nieuwe verdieping weer aanmerkelijk is vergroot en tevens inwendig een ware herschepoing heeft ondergaan, zoodat het thans met de meest grootsteedsche inrichtingen van dien aard kan wedijveren.
Al bij het betreden der nieuwe vestibule treft ons de gelukkige verandering. Een kleurig Smyrna-tapijt op den wit marmeren vloer, sierlijke serre-meubelen van rooskleurige bamboe maken hier al aanstonds een vriendelijken indruk. Rechts van deze vorstelijke voorhalle zijn een paar conversatie- of leessalons ingericht, deftig en heel modern gemeubeld in eikenhout, met donkerblauw leer gestoffeerd, dat keurig harmoniëert met het rustig effen blauwe behangsel. De tweede dezer zalen, die met een breed balkonvenster uitzicht geeft op het terrras, is bestemd voor degenen, die bij het lezen niet wenschen gehinderd te worden door sigarenrook.
De vroegere leeszaal, aan de achterzijde gelegen, is thans, van een viertal fraaie en doelmatige schrijfbureau’s voorzien, uitsluitend tot schrijfzaal ingericht, waar de gasten rustig hun correspondentie kunnen afdoen.
Verder heeft men in dezen vleugel een ruime restauratiezaal met aangrenzende ontvangstzaal, in onmiddelijke verbinding met een afzonderlijk vertrek voor buffet, en vervolgens de bekende gezellige en deftige feestzaal, met haar erkersgewijs uitgebouwd tooneel, geflankeerd door twee kleedkamers, een voor dames en een voor heeren. Langs de restauratie- en ontvangstzalen strekken zich serrevormig uitgebouwde ontbijt- en lunchzalen uit, uitkomend op een open veranda, die onmiddellijk toegang geeft tot het terras.
Een bezoek aan de keuken met aangrenzende vertrekken voor vaat- en glaswerk, provisiekamers met ijskasten voor ’t bewaren van vleesch en visch, de linnenkamers en den welvoorzienen, kolossalen wijnkelder overtuigden ons dat ook op meer stoffelijk gebied de goede smaak hier alleszins bevrediging vindt.
Links van de vestibule heeft men eerst een deftig-gezelligen salon, uitkomende op de veranda, en verder een reeks logeerkamers, afgewisseld met kleine salons.
Op de twee bovenverdiepingen heeft men telkens boven de vestibule een ruime, rijk gemeubileerde zaal met prachtig uitzicht op het Keizer-Karelplein; die van de eerste verdieping diende tijdens het verblijf der Koningin in 1895 tot eetzaal voor Hare Majesteiten. En verder worden de beide vleugels geheel ingenomen door logeerkamers, in ’t geheel 65 (?) in getal, waarvan 54 voorzien van balkons, die een vrij uitzicht bieden op de frissche omgeving van parken en villa’s.
Op elke verdieping heeft men een badkamer; dikke loopers op de trappen en gangen waarborgen een geruischlooze bediening; centrale verwarming verspreidt in den winter overal een gelijkmatige temperatuur en twee ijzeren wenteltrappen, aan de achterzijde buiten tegen het gebouw aangebracht, verzekeren een veiligen aftocht in geval van brand.
Architect en uitvoerder der werken voor de vergrooting was de heer W.J. Maurits. Het schilderwerk werd keurig uitgevoerd door de heeren Gebrs. Frohwein en G.W. Tesser. Tapijten, loopers, gordijnen enz. werden geleverd door de firma Bahlmann & Co. De smaakvolle meubileering eindelijk is het werk der firma F.J. Schoenmaker & Zonen te Zwolle, die bijzonder op het gebied van hotelmeubeling een welverdiende naam geniet.
De nieuwe vergrooting en verfraaiing zal ongetwijfeld strekken om den gunstigen roep te versterken, dien het hotel “Keizer Karel” gedurende zijn twaalfjarig bestaan bij de vreemde bezoekers van Nijmegen uit het heele land heeft verworven.”(De Gelderlander 25/6/1905)
1899 Kook- en Huishoudschool, Groesbeekseweg 15 Galgenveld
De voorgevel van de Kook en Huishoudschool – wat tevens boven de ingang staat geschreven, architect Semmelink, 1899 (F58731 RAN)
In januari 1899 gaat de kook- en huishoudschool aan de Groesbeeksche straat open. Het ontwerp was van architect Semmelink. In 1893 hadden een aantal vooraanstaande Nijmeegse vrouwen het initiatief genomen tot de oprichting van een kookschool. Dit naar aanleiding van een lezing van freule Jeltje de Bosch Kemper.
Jeltje de Bosch Kemper
Jeltje de Bosch Kemper (Amsterdam, 28 april 1836 – 16 februari 1916) zette zich in voor de verbetering van de maatschappelijke positie van vrouwen. Een van haar initiatieven was de oprichting van de Amsterdamse huishoudschool in 1891. Deze was bedoeld voor huisvrouwen en voor degenen die later professioneel in de huishouding of het huishoudonderwijs zouden gaan werken.
De lezing
Op 14 december gaf ze een lezing “De Opleiding van de Vrouw voor de Huishoud- en Kookkunst” in de zaal van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen.
Zij gaf daarin het belang van de huishoud- en kookkunst voor vrouwen aan , vooral bij de minder welvarende standen. Om met die kennis het huiselijk geluk te kunnen bevorderen. Daarbij noemt ze ook hoe in België, Schotland en Engeland heeft geprobeerd huishoud- en kookonderwijs onderdeel te laten zijn van lager onderwijs.
Daarna geeft zij aan hoe een cursus kan worden opgezet, waarbij met geringe middelen en bescheiden schaal het onderwijs al kan worden vormgegeven. (PGNC 13/12/1893 en PGNC 16/12/1893)
Het Begin
Een kookles in 1910 op de Groesbeekseweg (F58720 RAN)
Aanvankelijk was de school begonnen in een klein gebouw “De Eenigheid”, lokalen van de voormalige Bank van Leening dat door de gemeente was afgestaan. De Eenigheid was een gas, waar nu het noorden van Plein 1944 ligt. Op 1 september 1894 ging de school van start. Daarbij konden de volgende curssusen worden gevolgd: de Damescursus, de Dienstbodecursus en de Volkslessen.
Omdat de school erg vochtig was, vestigde zij zich in een gehuurd huis aan de van Berchenstraat 21. Hierbij was tevens plaats voor een klein aantal internen. Vanwege de toename van het aantal leerlingen voldeed ook dit gebouw niet meer; herhaaldelijke verzoeken tot opname van interne leerlingen moesten worden afgewezen. (De Gelderlander 8/1/1899).
Op 7 januari 1899 opent het pand aan de Groesbeeksetraat. Het RAN noemt de bouwstijl: “eclectisch (met Art Nouveau elementen)”
Daarbij, of twee jaar later, gaat de school naast kook- ook huishoudonderwijs geven en lesgeven aan weesmeisjes: Het Huis van de Geschiedenis noemt 2 jaar later, het krantenartikel bij de opening noemt de school al voor kook- en huishoudonderwijs en geeft aan dat er al strijk- en mangelkamers zijn. Ook zijn er leden van het weeshuis bij de opening aanwezig, waarbij niet geheel duidelijk is in welke aard: “van het weeshuis tegenwoordig, dien van de verschillende leeraressen, die achtereenvolgens aan de school waren werkzaam geweest.”
In 1910 vindt een verbouwing plaats.
Nijverheidsonderwijs en verder
De kook- en huishoudschool, architect Semmelink, foto 1915 (A.T. van Hooijdonk via F14218 RAN)
Vanaf april 1920 viel de school onder het Nijverheidsonderwijs. Het pand nr. 17 werd bij de school opgetrokken. De opleiding kostuumnaaien begon 2 jaar later. Vanaf 1930 werd er begonnen met de primaire opleiding, een voorbereidende cursus welke een vervolg was op de lagere school.
In 1936 was er een grote verbouwing: de minister van onderwijs vond 2 neutrale huishoudscholen in Nijmegen te veel. Daarop ging de school samen met “De Haard”.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog wist de directrice vele malen -19 keer- te voorkomen dat de school werd gevorderd. Op 24 maart 1945 vond de verhuizing plaats naar Oranjesingel 3. Op 13 juni 1951 werd een nieuwe school geopend.
Er is nog niet verder onderzocht wat de functie van het gebouw aan de Groesbeekseweg vervolgens is geweest. In ieder geval is het gebouw in 1999 vervangen door appartementen.
Huishoudschool 1903: nummer 17 is op dat moment in aanbouw, architect Semmelink (G. van Heuven via F14209 RAN)
Artikel PGNC 1899
Het PGNC schrijft bij de opening in 1899:
“Nijmegen, 7 januari.
Aan de Groesbeeksche straat, te midden eener geheel nieuwe, moderne buurt, welker fraaie huizen in enkele jaren als het ware bij tientallen uit den grond zijn verreezen, trekt sinds eenigen tijd een flink gebouw met een zeer karakteristieken gevel de aandacht. Boven de entrée staat op een smaakvol schild de bestemming vermeld: Kook- en Huishoudschool. Het zeer actieve bestuur deze instelling van practisch nut heeft niet gerust, voor het een eigen huis had. Met krachtigen financieelen steun van verschillende ingezetenen kwam dit gebouw tot stand, om, naar wij hopen, tal van jaren een aangenaam tehuis te zijn voor jonge dames, die zich met ernst toerusten voor de haar wachtende schoone taak, om als bedreven huisvrouwen den scepter te voeren in de echtelijke woning of om elders, waar haar hulp vereischt wordt, nuttig te kunnen zijn.
Het gebouw links is de eerste Nijmeegse huishoudschool ook wel kookschool genoemd, gedateerd 1905 – zal echter eerder zijn aangezien nr 17 nog niet gebouwd is/in aanbouw is (Vivat Amsterdam via F13712 RAN)
De heer Semmelink, onze kundige bouwmeester, heeft met zijn practischen zin een uitstekend gebouw geleverd, dat zeker aan alle rechtmatigen eischen voldoet. De gevel, opgetrokken van rooden baksteen, afgewisseld met zand- en hardsten, wij zeiden het reeds, maakt een goeden indruk. In de boogvormige entrée geven drie deuren toegang tot het gebouw; de hoofddeur leidt naar een ruimen, breeden corridor, terwijl een zijdeur links naar de theoriezaal en een rechts maar de volkskeuken voert. De beneden-rechter vleugel van het gebouw wordt ingenomen door twee groote keukens van talrijke fornuizen en andere keuken-utensiliën volgens de laatste vinding. Links, achter de reeds genoemde theoriezaal, de toegang naar het sousterrain en daarachter ruime, aan den tuin uitkomende strijk- en mangelkamers. De eerste etage bevat een groote huiskamer, een dito eetkamer, een bestuurs-kamer, een directrice-kamer, benevens flinke slaapkamers; de tweede etage slaapkamers, badkamer, bergkamer enz. Alles ruim, luchtig en vroolijk en, hoewel niet met luxe, toch zeer degelijk en gezellig gemeubileerd. In het sousterrain bevinden zich de provisiekamer, van waaruit een lift langs de keukens naar de eetkamer voert; verder bergplaatsen van allerlei aard. Doordat het sousterrain ook een ingang heeft aan de voorzijde, kan alle provisie, brandstof enz. direct op de daarvoor bestemde plaatsen worden bezorgd. Ook heeft men daarlangs toegang tot den grooten tuin achter het gebouw gelegen, waarin later een proef-moestuin zal worden aangelegd. Het geheel is met zorg afgewerkt en van allerhande gemakken voorzien.
De bouw werd aangenomen door de heeren Heijmerink en Nollen, aannemers alhier, die het gebouw tot tevredenheid van het bestuur hebben opgeleverd en wier lof zeker de bezoekers van heden zullen verkondigen.
Heden middag te 2 ure had de plechtige opening van het gebouw plaats. Een talrijke schare dames en eenige heeren waren hierbij tegenwoordig. Onder de aanwezigen bevond zich ook jonkvrouw Jeltje de Bosch Kemper, die destijds door het houden van eene lezing hier ten stede den eersten stoot heeft gegeven tot de oprichting van eenen kook- en huishoudschool, en de luit.-kolonel Grevers, kommandant der Koloniale Reserve. Door de presidente van het bestuur, mevr. Schönhard-Krecke, werd een hartelijke openingsrede gehouden, waarin dank gebracht werd aan het Gemeentebestuur voor de bereidwilligheid, waarmede dit destijds kosteloos het lokaal in de Eenigheid had afgestaan; aan freule de Bosch Kemper voor het initiatief in zake stichting van huishoudscholen; aan den luit.-kolonel Grevers en ook diens voorganger luit.-kolonel Notten voor hunne belangstelling in de zaak; aan den architect, den heer Semmelink, en de aannemers van het nieuwe gebouw, kortom aan nog vele anderen, die zich verdienstelijk hadden gemaakt jegens de inrichting, en last not least, aan de aftredende directeur, mejuffrouw van Dijk, voor haar flink bestuur, dat der school ten zegen is geweest. In korte trekken schetste mevr. Schönhard de geschiedenis der school, welke in weinige jaren zulk een hooge vlucht heeft genomen en tot welker voortdurenden bloei spreekster, zeker uit naam van allen, de hartelijke wenschen uitsprak.
Na deze rede werd door eenige leerlingen een openings-cantate, woorden van mej. J.A. Kosters (?), zeer verdienstelijk gezongen, werd der dichteres een krans aangeboden en sprak jonkvr. De Bosch Kemper nog een hartelijk wederwoord. Hierop werd eene tournée gemaakt door de verschillende zalen van het fraaie gebouw en daarmede was de inwijding afgeloopen. Moge zij, om de woorden freule de Bosch Kemper hier nog eens te herhalen, gedijen tot in lengte van dagen!” (PGNC 8/1/1899)
Voormalige Kook- en Huishoudschool, Groesbeekseweg 15 en 17, augustus 2023 (Google Streetview)
Bijzonder aan de “Pretty Home”, Archipelstraat 288 is dat er vlak na de oplevering in 1912 een verdieping is toegevoegd, waarbij het gehele ontwerp van G. Tiemstra intact is gelaten.
Aangezien er (waarschijnlijk) geen verbouwingen hebben plaats gevonden, lijkt de woning in augustus 2023 nog steeds op dat van meer dan 100 jaar geleden.
Oplevering 1912 en verbouwing 1913
Archipelstraat 288 is ontworpen en gebouwd door de aannemer G. Tiemstra in 1912 (D12.382775). De eigenaar is J. Lampe. Al een jaar later vindt verbouwing plaats, door dezelfde architect en voor dezelfde eigenaaar door er een etage tussen te voegen. De bovenstaande tekening is die van de verbouwing van 1913: links het in 1912 gebouwde huis, rechts de verbouwing van 1913.
Plan voor het verbouwen van een woonhuis aan de St. Anna -dwarsstraat te Nijmegen, architect Tiemstra, (D12.384014)
Tiemstra
Gatse Tiemstra noemt zich op de nieuwjaarspagina van het PGNC 1/1/1916 nog “Mr. timmerman en aannemer Pontanusstraat 24-26”. Tiemstra vestigt zich op 1892 in Nijmegen. Hij komt in dienst van M. Wijers, timmerbaas op de Pontanusstraat. In 1903 zal hij het bedrijf overnemen. Het adres Pontanusstraat 24 was lange tijd de spil van de onderneming, welke in de loop der jaren zou uitgroeien tot een groot aannemersbedrijf. Deze werd in 1988 verkocht aan NBM-Amstelland. Een lange beschrijving is te vinden op Huis van de Nijmeegse Geschiedenis.
Jan Lampe
In het Adresboek 1913-1914 komt een L. Lampe voor op St. Annadwarsstraat 5 Waarschijnlijk betreft het Jan Lampe (22-2-1880, Aengwirden (hier: Engwirden). Hij komt op 15-10-1912 te wonen op “St. Annastraat 5”. Waarbij hiermee Annadwarsstraat wordt bedoeld (dit blijkt ook uit de verhuizing van Leendert van Gent, zie hieronder). Hij is dan afkomstig uit Apeldoorn. Hij scheidt op 19 februari 1914 (vonnis, verwerking 14 maart, blad 5) an Bertha Johanna Verschuur (16-6-1887), waarmee hij op 6-3-1907 was getrouwd. Beiden zijn dan “zonder beroep”. Op 25-8-1914 trouwt hij met Johanna Josepha Evers (14-2-1882 Soerabaja).
Voordat Jan Lampe vanuit Apeldoorn naar Nijmegen komt, heeft hij eerder gewoond in Nijmegen, als zoon van Jan Evert Lampe (18-5-1838, Steenwijk, Zonder beroep) en Anna Elisabeth Sara Mooijaart (2-2-1849, Colijnsplaat). Hun huizing is Wijk G 141, later doorgehaald en vervangen door 206. Het gezin was daarbij op 6-11-1889 afkomstig uit Steenwijk. (Bevolkingsregister 1880).
Jan blijkt een aantal keren te verhuizen, om daarna weer bij zijn ouders te gaan wonen: op 8-9-1896 – 25-8-1898 naar Utrecht, van 13-10-1898 naar Tiel om op 8-2-1900 weer bij zijn ouders te gaan wonen, waarbij hij afkomstig is uit Hasselt, België. Op 14-5-1901 vertrekt hij weer, naar Elst (Bevolkingsregister 1890 en 1900).
Wat er na de scheiding van Jan gebeurt qua huisvesting is niet geheel duidelijk: Enerzijds maakt het Bevolkingsregister melding van het vertrek naar Den Haag op 8 juni 1914; anderzijds is daaronder weer een rij waarbij hij zich vestigt op 8 juni 1914 “van Nijmegen”, waarbij daaronder geschreven staat “geen gebruik gemaakt” en waarop hij op 23(?) april 1918 naar Apeldoorn vertrekt. Op later datum is bij de tweede rij tevens zijn geboortedatum veranderd van 22 naar 2 februari.
Hij overlijdt op 1-11-1943 te Apeldoorn.
Leendert van Gent
PGNC 11/1/1914
In januari 1914 wordt de veiling aangekondigd van “Pretty Home”, zie bovenstaande advertentie.
De volgende gevonden bewoner is Leendert van Gent. Hij is op 2-12-1877 geboren te Ubbergen. Wannneer hij zich op 19-4-1911 weer in Nijmegen, Jan Berendsstraat 14a, vestigt, is hij afkomstig uit Utrecht. Hij is getrouwd met Jeanette H. Eekhoff (1-2-1884 Nijmegen). Wanneer hij vóór 1920 naar de St. Annadwarsstraat 5 verhuisd is afgaande op het Bevolkingsregister niet duidelijk: De Dr. Jan Berendsstraat is op 1-1-1921 doorgehaald en vervangen. In het Bevolkingsregister 1910 staat hij vermeld als koopman.
In het adresboek 1914, 1915 en 1916 komt hij voor onder de kop “Bouwmaterialen”.
Hij overlijdt in maart 1931 (PGNC 28/3/1931)
Enkele actes tussen Jan Lampe en Leendert van Gent zijn nog niet onderzocht:
In het bouwdossier zijn verder geen verbouwingen te vinden. Vergelijkend met een foto van de huidige toestand komt het huidige gebouw overeen met dat van 1913. Wel zijn de schoorstenen op de tegenwoordige foto verdwenen. Ook is er “Pretty home” aangebracht.
Archipelstraat 288 op Augustus 2023 (Google Streetview)
voormalig hotel-café-restaurant ‘Welgelegen’ (ca. 1865), verbouwd door architect van Eldik, rechts lag de Dennenstraat, foto1972 (E.F. van der Grinten via F78773 RAN CC-BY-SA)
In 1935 ontwerpt architect van Eldik de verbouwing van een landhuis tot het café-restaurant-pension Welgelegen. Dit landhuis is rond 1865 gebouwd.
Aanvankelijk droeg het de naam Karelshof en later Villa Löding. Nadat het gebouw enkele jaren leeg heeft gestaan, laat de familie L. Gerhardt het pand verbouwen tot café-restaurant-pension. 3 kamers werden als café ingericht. Voor de beukenhaag kwam een afrastering in de plaats.
Het krantenartikel hieronder noemt de grote weg van Nijmegen naar Den Bosch, de Graafseweg: deze zal door het toenemend gebruik van de auto steeds belangrijker zijn geworden. In 1935/1936 vestigt zich aan de overkant Autopalace. Daarnaast noemt het artikel dat Welgelegen vooral gunstig is voor “het groote huizen-complexen tusschen St. Anna en Graafscheweg”: daarbij zal het artikel vooral doelen op de wijk de Hazenkamp, waarvan een deel in de jaren 30 is gebouwd.
““Welgelegen” aan Graafscheweg
Nieuwe café-restaurant-pension met speel- en theetuin
De gemeente Nijmegen heeft nog geen teveel aan speel- en theetuinen annex café-restaurants in naaste omgeving.
Tenminste niet naar de zijde van den Graafscheweg.
De heer L.J. Gerhardt heeft dan ook goed gezien naar den kant van het Maas-Waalkanaal een nieuw ingericht café-restaurant-pension annex speeltuin en theetuin te openen.
Het vroegere buiten “Welgelegen” op den hoek Dennenstraat-Graafscheweg, is naar ontwerp van architect Van Eldik, binnen en buiten verbouwd tot een aantrekkelijk buiten-restaurant, dat het goed doet in den lommerijken tuin aan een grooten verkeersweg als die van Nijmegen naar Den Bosch.
Het nieuwe buiten-restaurant heeft een frontbreedte van 120 Meter langs den weg en biedt de groote aantrekkelijkheid van een rustig zitje in een mooi stukje natuur.
De speeltuin voor de jeugd is gescheiden van den theetuin, maar toch niet zoo dat de ouders geen toezicht meer hebben op de kinderen, die zich vroolijk kunnen vermaken met meerdere nieuwste Lunapark-attracties, als glijbaan, zweefmolen, enz.
De firma Campagne te Beek richtte dit attractioneele Luna-park in.
De theetuin biedt aangename zitjes.
Is zoo voor den buitendienst van “Welgelegen” goed gezorgd, ook binnen is door doelmatige verbouwing voor gezelligheid gezorgd.
De gelagkamer is moderne ingericht, met gerieflijk buffet en aangename rustgelegenheid.
Een nieuw Schepper-billiard werd geplaatst.
De firma Heijmans uit de Dennenstraat zorgde voor een frissche beschildering en de firma W. Riede voor een goede electrische verlichting.
Het interieur werd met kleurig glas-in-lood verlevendigd.
De aannemer, de heer Smit van den Muntweg, verzorgde de verbouwing op practische wijze.
De heer L.J. Gerhardt toonde zijn tijd te begripen door de prijzen niet te hoog te zetten en maar veeleer betaalbaar uit iedere beurs.
“Welgelegen” vooral gunstig gelegen voor de bewoners van de groote huizen-complexen tusschen St. Anna en Graafscheweg. Ouders met kinderen kunnen van daar een aangenaam uitstapje maken naar “Welgelegen”. (28/5/1935)
Vervolg
In 1952 werd gestopt met de speeltuin, waarbij Chevron de grond kocht. Op 1 april 1954 vertrok de familie Gerhardt. Hierna werd het pand voor 10 jaar verhuurd aan de familie Heijsen. Daarop kocht Chevron het pand, met het doel om het pand te verbouwen tot motel. In 1976 werd echter het pand gesloopt.
De naam “Welgelegen” is wel behouden in de naam van het studentencomplex dat tussen de Graafsweg in ligt.
Bron en verder lezen:
Op Noviomagus staat een grote pagina vol herinneringen en foto’s
In 1903 laten de eigenaressen Delgijer en van Swelm hun café-restaurant “Buitenlust” herbouwen tot Hotel-pension met café “Buitenlust”. Architect Hoffmann…
1932 Bomenbuurt oa deel Acaciastraat, Lorkenstraat en Pijnboomstraat
Aciaciastraat hoek met de Lorkenstraaat, architect Reynen voor de Gezonde Woning, foto 1935-1938 (F11920 RAN)
Waar daarvoor weilanden waren, werd in 1934 binnen anderhalf jaar een nieuwe wijk gebouwd door Volksbelang en de Gezonde Woning: 75 woningen in de “Bomenbuurt” in Hengstdal.
Op de foto staat een deel van de straten dat door architect Reynen voor de Gezonde Woning is ontworpen, als onderdeel van het “bouwen van 75 (of 73?) eengezinswoningen 3 (of 5? ) Beneden- 8 Bovenwoningen – 1 Winkelhuis en 1 Transformatorhuis op een terrein gelegen ten westen van den Broerdijk”.
De bouwtekening van het blok op de foto “Blok B”: Het bouwen van 75 (of 73?) eengezinswoningen 3 (of 5? ) Beneden- 8 Bovenwoningen – 1 Winkelhuis en 1 Transformatorhuis op een terrein gelegen ten westen van den Broerdijk, architect Reynen voor de Gezonde Woning, datum tekening juli 1933 (D12.400225)
Het PGNC schrijft:
“Een nieuwe stadswijk in 1½ jaar tijds verrezen. De “boomenbuurt” bij den Broerdijk.
Het bouwen van 75 (of 73?) eengezinswoningen 3 (of 5? ) Beneden- 8 Bovenwoningen – 1 Winkelhuis en 1 Transformatorhuis op een terrein gelegen ten westen van den Broerdijk, architect Reynen voor de Gezonde Woning, datum tekening juli 1933 (D12.400216)
Nog maar een luttel aantal jaren geleden bood het terrein tusschen Berg en Dalscheweg en Postweg, dat daar ligt als een vallei tusschen de hoogten van den Kwakkenberg en die van den Berg en Dalscheweg, een bij uitstek landelijken aanblik, met zijn langgereke akkers, waarop de landbouw vlijtig beoefend werd. Slechts ter weerszijden van den rand der hoogten strekte zich een huizenrij uit, die de vlakte als het ware begrensde. En dan was der nog de Broerdijk, die dwars door de vallei heen liep en waaraan zoo hier en daar een huis stond.
Wel zeer sterk is het aspect van deze streek veranderd. Want hier is een nieuwe stadswijk verrezen, met honderden huizen, en straten en pleinen en wie hier thans passeert valt het moeilijk zich den ouden toestand weer voor den geest te brengen. Aan de landelijke sfeer van vroeger herinnert niets meer; verdwenen zijn de glooiende akkers, waarop de steenmassa’s der nieuwe huizencomplexen werden opgetrokken.
Blok M, Lorkenstraat, tekening1933Huidig, Blok M, Lorkenstraat, sept 2022 (Google Streetview)
Er is bij dezen woningbouw in welhaast Amerikaansch tempo gewerkt. Begin 1933 was hier nog geen huis te bekennen- thans zijn er 400 bewoond. Het getal op zich zelf zegt misschien niet voldoende. Een juisten indruk krijgt men pas, als men hier zelf eens poolshoogte neemt. Maar dan zal men ook alle respect hebben voor het reuzenwerk dat hier in ongeveer anderhalf jaar tijd tot stand kwam. Zal men respect hebben ook voor het initiatief der beide woningvereenigingen- de stichting “Opgang” en de arbeidersbouwvereeniging “De Gezonde Woning”- die dezen bouw ondernamen, waarbij de gemeente haar onmisbaren steun wel heeft willen verleenen. Nijmegen werd hierdoor een mooie stadswijk rijker en de ingezetenen, die hier reeds huisvesting vonden zullen zich ongetwijfeld bevoorrecht achten boven zoo vele anderen, die voor den zelfden of nog hoogeren huurprijs heel wat minder comfortabel wonen. Wat die huurprijzen betreft, de woningen “doen” van 4 tot 6 gulden per week; het overgroote deel valt echter in de 5 gulden-klasse, wat zeker een billijken prijs is voor een betere arbeiderswoning, zooals die hier gebouwd worden en die menige kleine middenstandswoning in de stad de loef afsteken. Verheugend achten wij de totstandkoming van de nieuwe stadswijk ook hierom, omdat zij mede den groei en de expansie-kracht van onze stad demonstreert. Daarvan is trouwens de laatste jaren herhaaldelijk gebleken, door den bouw van nieuwe stadswijken. Een een typisch bewijs voor dezen groei vinden wij ook wel dit: dat zelfs menig geboren en getogen Nijmegenaar met geen mogelijkheid alle nieuwe straten, waaraan de woningbouw in den laatsten tijd het aanzien gaf, meer zou kunnen thuisbrengen- dat kwam, laat ons zeggen een 20 tal jaren geleden, niet voor. Thans is menig goed-Nijmeegsch burger al blij als hij op een vraag naar die of die straat kan zeggen in welke buurt: Vogelenbuurt, Waterkwartier, Willemskwartier e.d., ze gelegen is. Welnu, het zou ons niet verwonderen wanneer van de nieuwe stadswijk, die wij hierboven bespraken, in de toekomst gesproken zou worden als van de “boomenbuurt”. Want de Haagbeukstraat, Lorkenstraat, Hazelaarstraat, of hoe hier al die nieuwe straten heeten mogen, die zal menigeen toch niet thuis kunnen brengen. En daarom kortweg: de “boomenbuurt”. (PGNC 3/12/1934)
W.Th. Reynen ontwierp veel sociale huurwoningprojecten voor de Woningvereeniging Nijmegen. Daarnaast komen we hem regelmatig tegen als ontwerper van woon-winkelpanden…
In 1936 ontwerpen de architecten Meerman en van der Pijll de verbouwing van een woonhuis van 1926 tot de Wilhelmina Apotheek op St. Annastraat 228.
Vooraf
D12.390643, datum dossier 28-5-1926
Het pand is gebouwd als onderdeel van “Het bouwplan v/e blok van 2 heerenhuizen, 1 winkelhuis, een garage met werkplaats, kantoor, enz o/n (?) terrein hoek St Anna- en Groenestraat, Kad. Gem. Hatert, Sectie C Nos 21, 22 en 4252 (D12.390643)
Verbouwing Meerman en van der Pijll
1936 St. Annastraat 228
Wilhelmina apotheek in 1936, na de verbouwing naar ontwerp Meerman en van der Pijll, RAN noemt het Apotheek “St. Anna”, 1936 (F15022 RAN)
Plan, verbouwing van perceel St. Annastraat 228 te Nijmegen tot apotheek, voor den weled. geb. heer Gerard van der Wijst, apotheker, Dillenburgstraat Utrecht, Architectenbureau B.J. Meerman J. van der Pijll, datum dossier 31-12-1935
Op de bouwtekening staat van der Wijst als aanvrager. De 2 kamers op de begane grond worden verbouwd tot de apotheek. Daarbij wordt de voorgevel op de begane grond vernieuwd: het venster wordt vervangen door de ingang met daarnaast 2 ramen. Daarboven komt het opschrift van Apotheek. Daarbij wijkt de bouwtekening wat af van de foto van 1936: 228 lijkt niet te zijn opgenomen en de letters van Apotheek staan lager; in 1 van de bouwtekeningen is onder ‘Apotheek” licht met potlood “Wilhelmina” ondergeschreven, maar dat heeft in ieder geval niet plaats gevonden, afgaande op de foto. (D12.401511)
De tuin wordt vervangen door basalt tegels. In de kelder komt een laboratorium, een spoelruimte, een ruimte voor provisie en een ketelruimte. Daarbij wordt de kolenopslag verplaatst.
Artikel PGNC
Het PGNC schrijft:
“Wilhelmina Apotheek
Heden opent de heer Gerard van der Wijst, Apotheek, in het pand St. Annastraat 228 nabij de Groenestraat, waarvan destijds door bemiddeling van den bouwkundige en makelaar P..J. Teunissen, Straalmanstraat 2, verkoop en koop werd tot stand gebracht, een nieuwe Apotheek. Door de groote uitbreiding der stad links en rechts van de St. Annastraat, w.o. Brakkenstein en Hazenkamp, is de vestiging van deze Apotheek zeer zeker op zijn plaats; zij voldoet in een reeds lang voor dit stadsgedeelte gevoelde behoefte. Met de verbouwing van dit pand, vroeger een heerenhuis, is de St. Annastraat een gevel rijker geworden, welke een keurig cachet heeft, mede dank zij de goed gekozen fijne materialen aan puibekleeding en étalagepuien. De winkel met zijn blank eiken interieur met toepassing van wit metaal maakt een voornamen indruk, een apotheek waardig.
Zoals wij vernamen is het ontwerp van het Architectenbureau B.J. Meerman en J. v.d. Pijl, Driehuizerweg 80, die daarin zeer zijn geslaagd, en stond de verbouwing onder toezicht en leiding van den heer Teunissen voornoemd, terwijl de heer W.A. Seegers, aannemer, St. Annastraat 116, het geheel accuraat heeft uitgevoerd.
Apotheker van der Wijst levert natuurlijk geneesmiddelen volgens doktersrecept, doch houdt ook alle verpakte genees- en verbandmiddelen in voorraad. De lezers verwijzen wij voorts naar de advertentie voorkomende in dit nummer.” (PGNC 11/4/1936)
Vervolg
In 1926 wordt tevens riolering aangelegd.
In 1937 wordt het laboratorium in de kelder vergroot.
In 1941 vindt een vergroting van de achterkant plaats.
In 1950 vindt een uitbreiding plaats aan de achterkant van de kelder en de begane grond. Opdrachtgever is G.J.B. van der Wijst, architecten Architectenbureau G. van Veen en W. Braam. (D12.410646)
Veranderen voorgevel
Verandering voorgevel, datum “12/11 ‘81 – 6/4 ’82“ (D12.539039)
Bij de verbouwing van de voorgevel wordt het nog steeds Apotheek Wilhelmina genoemd. De bouwtekening is gemaakt door CMS Nijmegen (Marialaan 100). Boven de ramen en ingang is een luifel met opstand aangebracht. Wel op de foto van 1983 bij RAN, maar niet op bouwtekening, is daarop “apotheek” aangebracht.
Bij vervanging van het voorfront met nieuwe ramen en deur is tevens het kleine portiekje verdwenen, daarvoor in de plaats is een opstapje buiten gekomen.
Tegenwoordig (november 2023) is het pand in gebruik als woonruimte
Het pand nu (2e van links), augustus 2023, (Google Streetview)
De eerste 3 winkels links horen bij het ontwerp van Rodenburg voor Hinrichs: Cafétaria Centrum Expresse; de Schoenhandel Holland; Fotohandel Verwey; ook de Parfumeriezaak Albers is naar ontwerp van Rodenburg, en een gedeelte van Boekhandel Kloosterman, 1952 (Commissariaat van Politie, Afd. Fotografie via F31792 RAN)
In oktober 1951 vond de heropening van de nieuwe schoenenzaak van A. Holland op Plein 1944 plaats. Architect Rodenburg had 3 winkels met bovenwoningen ontworpen voor C. Hinrichs.
In de week dat A. Holland opende, openden in totaal vier zaken die week in Nijmegen. Zijn vrouw en drie kinderen, drie personeelsleden en klanten waren als gevolg van het bombardement van februari 1944 overleden. Daarnaast was er schade aan zijn zaak aangericht. Ook in september 1944 leed de zaak oorlogsschade, waardoor A. Holland zijn zaak op verschillende plaatsen tijdelijk moest onderbrengen. In oktober 1951 vond de heropening van de nieuwe zaak plaats, waar hij huurder blijkt te zijn.
Het ontwerp was van architect Rodenburg. Ter nagedachtenis aan het verlies werd een wandtekening van Joan Collette aangebracht, die tegenwoordig in de kelder te vinden is.
Het pand met de 2 pilaren in het midden is dat van Jacobs: Winkelpanden aan de noordzijde met v.l.n.r. Lunchroom annex Banketbakkerij Pleinzicht (van W.H.P.A. Cornelissen, nr. 135), Sigarenmagazijn H.W.R. Brans (nr. 136), Juwelier en Horloger A.J. Janssen (nr. 137), P. Jacobs Textiel en Tricotage (nr. 140), Cafetaria Centrum Expresse (van Albert en Piet Cloosterman, nr. 141), Schoenmagazijn A.J. Holland (nr. 143), Foto A.M. Verweij (nr. 145) en Parfumerie en Bijouterie J.E. Albers (nr. 146), 1952 (Foto Grijpink via F31841 RAN)
Ontwerp architect Rodenburg
Bouwplan 3 winkels met bovenwoningen aan het Centrumplein te Nijmegen, opdrachtgever: Hinrichs, datum tekening 14-12-1950 (D12.412447)
Rodenburg ontwerpt rond december 1950 3 winkels met bovenwoningen voor C. Hinrichs. De bouwtekening D12.41.412448 noemt “dhr Hinrichs en Albers“. Hinrichs laat deze winkels en woningen voor verhuur bouwen (De Gelderlander 20/1/1951).
Rodenburg zal ook het pand ernaast, parfumerie Albers ontwerpen, welk ontwerp aansluit op deze 3 winkels. (Bouwtekening D12.41.412448 noemt “dhr Hinrichs en Albers“).
Opening 1951
Bij de opening schrijft het Nijmeegsch Dagblad:
“A. Holland, gemakkelijke schoenen
Om vijf minute voor half twee opende gistermiddag de schoenwinkel A. Holland, huurder van een nieuw pand aan Plein 1944. Zeven jaar geleden werd op dat tijdstip op dezelfde plaats de zaak van de heer Holland gebombardeerd. Zeven personen, waarvan vier naaste familieleden en drie leden van het personeel, verloren hierbij het leven. Ter nagedachtenis aan dit verlies onthulde de heer Holland gisteren bij opening een wandtekening, van de hand van Joan Collette, die in de nieuwe winkel werd aangebracht.
Heel wat moeilijkheden heeft de heer Holland moeten overwinnen, voordat hij de nieuwe zaak binnen trok. Want ook in September ’44 werd door de oorlog schade aangericht, n.l. aan de reparatie-inrichting. Veel omzwervingen heeft de zaak gedaan, o.m. naar de v. Broeckhuysenstraat, de Zweerstraat en de Daalseweg. Vooral de laatste acht maanden, toen de bouw van het nieuwe pand stagnatie ondervond, moest de heer Holand onder zeer gebrekkig omstandigheden de verkoop leiden in kleine behuizingen aan de St. Annastraat en de Van Triëstweg.
Alle leed is gisteren echter geleden! Een zeer grote ruimte staat de heer Holland nu ter beschikking. Dames- en herenschoenen (specialiteit in steun- en gemakschoeisel) zijn te kuste en te keur uitgestald. Aan de zaak zijn een pedicure- en een manicure-salon verbonden, alsmede reparatie-inrichting voor schoenen en kousen (van dit laatste artikel tevens verkoop) en men zal speciale aandacht wijden aan de orthopaedie. Ook van deze zaak komt het architectonisch gedeelte -met ere- aan de heer J.R.G. Rodenburg toe, de Nijmeegse aannemer Molenaar was de uitvoerder. (Nijmeegsch dagblad, 6-10-1951)