Niet alleen een van de qua uiterlijk markanste gebouwen van Nijmegen, maar ook qua ligging: het Estel gebouw.
Het Estel gebouw is een ontwerp van architect Alexander Bodon (1906-1993) uit 1972. Het is ontworpen als het hoofdkantoor van Estel, het Duits-Nederlandse fusieconcern Hoesch Hoogovens. Dit is een fusie vvan Nederlandse Hoogovens (nu: Tata Steel) in IJmuiden en Hoesch in Dortmund. Er is dan een nieuw hoofdkantoor nodig en aangezien Nijmegen ongeveer halverwege Ijmuiden en Dortmund ligt, is dit een logische locatie.
Ontwerp
“Kenmerkend zijn onder meer de getrapte terrassen en doorzichten. In het ontwerp zijn invloeden zichtbaar van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright, zoals de uitgestrekte gelaagdheid in acht verdiepingen. Het transparante gebouw kenmerkt zich door hoge en lichte binnenruimten, riante terrassen, daktuinen en balkons.
Het ontwerp heeft 1 hoofdgebouw met 4 kantoorvleugels. Bij elke verdieping laat hij het gebouw verder inspringen, waardoor terrassen en dakoverstekken ontstaan. De kantoorgevels worden zo veel mogelijk open gehouden. “Door deze opzet zijn exterieur en interieur van het gebouw met elkaar in dialoog. Bovendien vormt het gebouw als geheel een even treffende als vanzelfsprekende bekroning van zijn locatie: een stuwwal met uitzicht op de Waal en De Ooypolder.” (Bouwen met staal)
In 1974 begint de bouw. Aangezien de eigenaar en toekomstig gebruiker van het pand een staalfabrikant is, is het logisch dat staal een belangrijke rol speelt. “De hoofddraagconstructie van het achtlaagse gebouw is een innovatie binnen de Nederlandse bouw van dat moment: een staalskelet, gecombineerd met stabiliteitskernen van gestort beton. Het staalskelet rust op twee ondergrondse parkeerlagen van gewapend beton. De parapluvormige staalkolommen op de begane grondvloer zorgen voor reductie van het aantal dragende constructiedelen en daarmee voor openheid en transparantie.” (Bouwen met staal)
Estel (oktober 2024)
Daarnaast is er nog een innovatie: het is het eerste gebouw in Nederland met een geïntegreerd gevelsysteem van Josef Gartner & Co. Dit systeem bestaat al 9 jaar in Duitsland. De stijlen van de stalen kozijnen worden daarbij gebruikt voor het transport van warm water voor het energiebesparend verwarmen van het kantoor.
Staalprijs
In 1977 werd het pand in gebruik genomen. Het gebouw ontving de Nationale Staalprijs (1977) en de Europese Staalprijs (1979).
5 jaar later, in 1982, viel het bedrijf echter uiteen. Daarop kwam het gebouw leeg te staan.
Haskoning
Nadat de Provincie Gelderland nog enige tijd hier een kantoor had, vestigde in 1990 Royal Haskoning in het gebouw, waarbij het gebouw Haskoning-gebouw werd genoemd.
Eind 2014 verliet Haskoning (Royal HaskoningDHV) het gebouw.
Estel Residence
Daarop werd het pand verbouwd tot het appartementencomplex Estel Residence. Teake Bouma architectuur/stedenbouw en Weusten Liedenbaum Architecten maakten hiervoor het ontwerp. Daarvoor werd het hele gebouw gestript. Alleen de karakteristieke elementen als bouwlagen, liftkoker en de staalconstructie bleven behouden.
Vervolgens volgde de verbouwing tot 62 appartementen, waarvan de eerste in 2016 in gebruik werden genomen. Het gehele pand werd in 2018 opgeleverd.
Nijmeegse Architectuurprijs 2019
De verbouwing ontving de Nijmeegse Architectuur 2019. Dat jaar kostte het de jury weinig moeite om een winnaar te kiezen: “‘Architect Teake Bouma heeft van een druilerig gebouw een gewaardeerd, fris appartementencomplex gemaakt’, staat in het juryrapport over Estel Residence. ‘Het gebouw straalt een vanzelfsprekendheid uit die te danken is aan de perfectionistische transformatie en het respect voor het originele ontwerp. Bewonderenswaardig en een voorbeeld van hoe we met jonge monumenten moeten omgaan.’” https://www.gelderlander.nl/nijmegen/bijzondere-transformatie-estel-beloond-met-architectuurprijs~a1e401e8/
Gemeentelijk Monument
Het gebouw heeft de status van Gemeentelijk Monument.
Tegenwoordig is de Nassausingel een drukke verkeersweg met aan beide kanten van het park een tweebaansweg. Het is echter ontworpen als onderdeel van de gronde gordel rond Nijmegen, waaraan statige woningen lagen.
Park
Oorspronkelijk is het park aangelegd in 1880 door tuinarchitect Jan Copijn en maakte het onderdeel uit van een groene gordel: het liep (en loopt) tussen het Keizer Karelplein naar de aansluiting met het Quackplein/de Kronenburgersingel en Kronenburgerpark – tot 2008 was het huidige Quackplein onderdeel van de Nassausingel.
Twee (thans nog steeds bestaande) villa’s aan de Nassausingel 4 (links) en Nassausingel 2 (rechts), 1905 (Uitg. Firma J.F. Kloosterman via F27915 RAN)Plantsoen Nassausingel, 1895 dr. Jan Brinkhoff via D430 RAN)
Statige panden
Luchtfoto van het Keizer Karelplein en omgeving ; linksonder (tussen Stationsweg en Nassausingel) de villa van het gezin van de Baksteenfabrikant A.P.A. Terwindt (Keizer Karelplein 10) ; daarboven de villa’s aan de Nassausingel 3 en Nassausingel 5 (het woonhuis van J.G. Jurgens, directeur van de Maas en Waalsche Bank). Op de plek van deze drie villa’s is in 1960 de Stadsschouwburg gebouwd. Aan de overzijde de (thans nog steeds bestaande) villa’s aan de Nassausingel 2 en 4 ; rechts daarvan (op de hoek met de Bisschop Hamerstraat) de witte villa van de margarinefabrikant Arnoldus Jurgens (Keizer Karelplein 11, het latere Universiteitsgebouw waar tegenwoordig de ABN/AMRObank staat) ; rechts van de Bisschop Hamerstraat de villa’s Keizer Karelplein 1 en 2 (hier werd later de Boerenleenbank / Rabobank gebouwd) ; linksboven het Kolpinghuis (de Gezellenvereniging) tussen de Van Berchenstraat en de Smetiusstraat ; ervoor wordt de Marie-Adolffontein gebouwd., 1925-1926 (F58044 RAN)
Aan deze singel kwamen statige panden. Waaronder de oude burgemeesterswoning, naar een ontwerp van Bert Brouwer. De westelijke kant ging echter in 1944 verloren. Op deze plek staat tegenwoordig de schouwburg.
Beeld van de singel, eerste helft jaren zestig, gezien in de richting van het Keizer Karelplein, met de gietijzeren beelden van de ‘De vier jaargetijden’, vervaardigd door de Franse beeldhouwer Mathurin Moreau in 1889. Van voor naar achter achtereenvolgens Vesta (Winter), Pomona (Herfst), Ceres (Zomer) en Flora (Lente), 1964 (Gemeentepolitie Nijmegen via F88463 RAN CC0)
De beelden aan de Nassausingel stellen de Vier Jaargetijden voor, vervaardigd door de Franse beeldhouwer Mahurin Moureau. In 1889 was het een geschenk van de Vereeniging ter Verfraaiing van Nijmegen. De bekostiging werd mede mogelijk gemaakt door een schenking van 400 gulden door het Baron Paulus Straalmanfonds.
In 1922 opende hier het Hotel-Pension-Restaurant Nassau, waarvan J.N.E. Esser de uitbater was. De muurschildering aan de Smetiusstraat herinnert hier nog steeds aan
Het Quack-monument is vernoemd naar Arnoldus Burchard Adolphus Quack (Nijmegen, 6 april 1842 – Nijmegen, 11 november 1920) en zijn tweelingzus Maria (Marie) Christina (Nijmegen, 6 april 1842 – Nijmegen, 15 maart 1905). Quack was van 1902 tot 1919 wethouder van de gemeente. Bij zijn overlijden liet hij zijn erfenis na aan de gemeente, op voorwaarde dat Nijmegen een fontein vernoemd naar hem en zijn zus zou oprichten.
Ontwerp
Het ontwerp was van architect Willem Bijlard. Het is de vorm van een obelisk in art-decostijl. Het heeft 4 fonteinen. Een daarbij aan elke zijde onderaan een klok en bovenaan een lantaarn. Wikipedia: “In de jaren 1920 en 1930 deden ontwerpers inspiratie op uit de meest uiteenlopende exotische culturen. Naast de ‘art nègre’ (Afrikaanse kunst), de Maya- en Azteken-cultuur, Polynesië en Sumatra was dat voornamelijk de Egyptische beschaving van de farao’s. De directe aanleiding voor de Egypte-rage was de spectaculairste archeologische vondst van de eeuw: de ontdekking van het graf van Toetanchamon in 1922”.
De Spoorstraat gezien naar het westen richting het NS-Station, met op de voorgrond het Marie-Adolffontein (in de volksmond bekend als het Quackmonument), gemaakt in 1925 door Willem Bijlard (Brinkhoff, J.M.G.M. 1920-1986 via D606 RAN)
Krantenartikel 1926
“De Maria-Adolf Fontein
Ontwerp van Architect W. Bijlard.
De voorgeschiedenis zal onen lezers bekend zijn: De heer A.B.A. Quack, oud-wethouder der gemeente Nijmegen, liet bij zijn overlijden een legaat na tot stichting eener monumentale fontein op een der pleinen onzer stad. Na heel veel moeilijkheden over de opvatting der bedoelingen van den erflater hakte het gemeentebestuur den knoop logisch door met de besluiten: dat het een fontein moest worden en geen beeldhouwwerk, waaruit water spuit. Daarbij werd als plaats aangewezen het vijfvoudig wegenkruispunt aan het einde der Spoorstraat, én ontwerp én uitvoering opgedragen aan den heer W. Bijlard.
Zoo’n opdracht is gauw gegeven en zoo’n plaats is gauw aangewezen, maar voor ’t eerste moet men een kunstenaar hebben en voor ’t laatste moet men rekening houden met de moeilijkheden, die uit zoo’n keuze voor den ontwerper groeien, en die soms zijn fantasie in een ijzeren keurslijf wringen, altijd tot groote schade van het schoon dat in een totaal vrije uiting tot stand zou komen.
In een ander blad is destijds op heldere wijze aangetoond, waarom de obeliskvorm gekozen, waarom als materiaal Zweedsch graniet gebruikt zou worden. Wij hadden niet de gelegenheid toen de maquette te zien, die onbegrijpelijk genoeg eerst nu geëxposeerd wordt, ofschoon een dergelijk stuk werk waarachtig niet onder de korenmaat behoefte gezet te worden.
Wij behoeven hier dus niet verder op in tegaan, maar wel meenen we in verband met den eisch van den schenker: het stichten eener monumentale fontein; en de door het gemeentebestuur aangewezen plaats te moeten wijzen op de bijna onoverkomenlijke moeilijkheid, waaraan men den ontwerper ketende. Hier kan nooit een flink spuitende fontein geplaatst worden, om de eenvoudige reden, dat op dit drukke verkeersplein zonder omringend plantsoen, een bruischende waterstraal bij den minsten wind den voorbijgangers een nat pak zou bezorgen; afgezien nog van de ongelukken, die schrikkende paarden zouden veroorzaken bij het onverwacht neerkletteren van het verstuivende water.
De vorm der watergeving lag dus door de opdracht al geheel aan banden, en de uitweg, dien de heer Bylaard gevonden heeft is zóó geniaal, zoo oorspronkelijk, dat hij zich hierdoor alleen reeds stempelt tot een kunstenaar.
De lastgeving spreekt van een monumentale fontein en in ieder monument moet spreken het “hic sto”; het materiaal moest dus “iets” beter zijn dan het zoogenaamde moderne fonteinensemble op den Schaeck Mathonsingel, waar onlangs heele stukken verweerd en verbrokkeld bij lagen, en dat nu reeds de gammelheid zijner constructie vertoont als een melaatsche Molokayer. Gelukkig, want men moest wel euneuch van kunst zijn om deze karakterlooze uitspatting op monumentaal gebied een welgemeend lang leven toe te wenschen.’
Thans nu de steigers en schuttingen gaandeweg rond het werk van Bylard verdwijnen, pakt ons al dadelijk de geweldig sprekende eenheid in zen arbeid. Wie zijn oogen kan gebruiken en dit ook doen wil, ziet terstond de ééne hand, die het schiep; de indeeling van het grondplan, de natuurlijk daaruit groeiende opstand, de bronzen versieringen, de bekroning, alles ontspringt aan ééne eerlijke fantasie.
Die eenheid in onderdeelen maakt de middeleeuwsche monumenten van bouwkunst zoo waardig, zoo rustig, zoo sterk sprekend en karaktervol. De bouwmeesters beheerschten toen de geheele stof, ziedaar de oorzaak.
De bovengenomede moeilijkheid der watergeving is hier opgelost door een niet al te grooten waterstraal te laten ontspringen aan vier verlichte glazen zuilen, die op zich zelf in vorm en lijn zuiver ontwassen aan het geheel, en die met hun gegolfde transparante zijvlakken het afvloeiende water metamorphoseeren tot een respectabele hoeveelheid. Dat water vloeit terug in vier schelpvormige bekkens, wier grondvorm men terugvindt in de opalen lichtwerpers der bekroning. Deze bekken zijn een kunstwerk van handarbeid in granito, door den heer L.S. d’Agnolo, granietwerker alhier, ter plaatse gemaakt.
Daar, waar de ronde vorm van den voet overgaat in den vierkanten zuilvorm, zijn de wijzerplaten aangebracht, vastgehouden door een bronzen band. Dit bronswerk is zooe subtiel van ontwerp en schitterend van uitvoering, dat het een waar meesterstuk is.
De gedachte aan het eeuwig wentelend rad van den tijd is niet vreemd aan het ontwerp dezer wijzerplaat, die vastgehouden wordt door de schakels, van een breeden keten met oriëntatiemedaillions. De verlichting dezer wijzerplaten is zeer mystieken verhoogt zoo eigenaardig den glans van het meesterlijke bronswerk, dat wij geneigd zouden zijn, dit een gelukkig toeval te noemen: ware het niet, dat het geheele monument het aanzien draagt en een artistiek verantwoordelijkheidsgevoel. De heer P.G. Duchateau te Rotterdam en de gebrs. Arens, edelsmeden alhier, leverden dezen metaalarbeid en kunnen trotsch zijn op dit kunstwerk.
Merkwaardig is de behakking van het voetstuk onder de klokken; daar is onder den beitel van een eenvoudigen steenhouwer, den heer H. Litjes, werkzaam bij de firma Tournay en Zn., de rossige steen geworden tot een tapijt met inscripties en vlakversieringen zonder dat het materiaal verkracht is, en toch volkomen de kennelijke bedoeling van den ontwerper werd bereikt; een overgang te krijgen tusschen den druk bewerkten klokkenband en den onbewerkten steen.
De opstand van het geheel doet aan als een obelisk doordat de kantlijnen naar boven zich verbreeden; meteen is door dit architectonisch handigheidje vermeden, dat de zuil naar boven zwakker werd en over zijn diagonalen scheeve aspecten gaf, wat al weer door de plaatsing op een vijfsprong bijna niet te vermijden scheen.
De grondgedachte van alle versiering, die de heer Bylard aanbrengt, waar hij als kunstzinnig architect zijn stempel opdrukt is, zou ik zeggen, de zich rondende lijn in ontelbare variaties zonder ergens in passerkunst te vervallen. De soepel golvende lijnen vindt men terug in de geledingen, waaruit de zuil is opgetrokken, en spelend naderen ze elkaar in de bekroning der massale afdekking. Even edel als de klokkenband is de versiering en bouw der bronzen lichtdragers, die al hun licht gelukkig, door nauwkeurig berekenden reflectoren naar beneden werpen.
Wie maar een oogenblik de geweldige brokken steen bekijkt waaruit de zuil is opgetrokken (ik scat ze op 4 à 5 ton) zal moeten toegeven, dat de technische ambtenaar G. de Bruin en de heer L. Hirdes, die met de opstelling belast waren hun hoogste verantwoordelijken arbeid schitterend hebben volbracht, hierin terzijde gestaan door de practisch zeer ervaren vaklieden de heeren Moolenaar en v. Rosmalen.
Voor vele bouwkunstenaars schijnt er tegenwoordig maar één grondwet te bestaan: n.l. het naar voren brengen van andere lijnen, verhoudingen en kleuren, gepaard met het bruut negeeren van alle begrip van logische constructie. Deze richting demonstreert gaandeweg grooter armoede aan aesthetische beginselen en componeert luk-raak rhapsodieën zonder eenigen samenhang. De treurige gevolgen deezer architectuur, waarin ieder broekje, dat zijn eerste schootsvel nog niet versleet mag roepen “anch io sone pittore”! zullen op de komende tijden al heel spoedig drukken en ons eerste nageslacht zal deze werken bestempelen als producten van ongare geesten, voor wie architectuur en soliditeit heterogene zaken waren!
Bylard heeft zeker niet te kort gedaan aan den modernen geest der nieuwe lijn, hij is waar gebleven overal, waar iedere constructie is een weloverwogen onderwerp van studie en tegelijk een uiting van subtielen smaak. Nijmegen is straks een merkwaardige kunstvolle versiering rijker, die den ontwerper nog eeuwen zal loven, omdat waarachtige kunst is van alle tijden. En een waarachtig kunstenaar is Willem Bijlard, die duidelijk een kind van zijn tijd blijkt, maar wiens eigen weg rust op een ondergrond van diepgaande studie, rijpe en rijke ervaring en bovenal eerlijken kunstzin. A.Kr.” (PGNC 20/5/1926)
Afgebroken
Tijdens de oorlog waren de glazen gedeeltes en de klokken vernield. In 1958 werd de fontein afgebroken vanwege het verkeer. Wel werden veel onderdelen van de fontein opgeslagen. In 1994 vond het initiatief plaats om de fontein op dezelfde plaats weer op te bouwen en in 2000 vond de herbouw plaats. Sinds 2008 heet het plein het Quackplein.
Fallus
Veel mensen zien in het monument een fallus. Bij de Wereldaidsdag van 2004 werd er een “condoom” overheen getrokken.
Op 24-1-1950 werd de Openbare Leeszaal aan de Nassausingel 4 ingezegend. Deze zou hier tot 18-10-1971 blijven. Een aantal maanden daarna zou de bibliotheek op de Lindenberg open gaan (Bron en verder lezen: Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
Bibliotheek van de Openbare Leeszaal, Nassaustingel 4, 1952 ( GN5488 RAN)
Deze pagina verzamelt de artikelen die over de Dominicanenstraat zijn verschenen.
Vanaf de Berg en Dalseweg in de richting van de Daalseweg. Rechts de St. Canisius MAVO in het voormalige St. Vincentiusklooster, dat later plaats maakte voor het appartementencomplex de Dominicaan, 1987 (Anton van Roekel via F67261 RAN CCBYSA)
Tegenwoordig zit hier sinds 1994 de Vrouwenschool. De geschiedenis van het klooster en de Vrouwenschool is te lezen op haar site.
Achterzijde van het St. Vincentiusklooster met de kapel en de tuin van de Dominicanessen van de Congregatie van de Heilige Catharina van Siena uit 1904 van architect W.J.H. van der Waarden (Nijmegen, 15/11/1860 – Nijmegen, 25/09/1930), Dominicanenstraat, 1929-1931 (Brinio via F89865 RAN)
Dominicanenstraat 1
Vanaf (ongeveer) 1972 zat de SP jarenlang op Dominicanenstraat 1. Zie voor haar geschiedenis de site van de SP. En een interview met Hans van Hooft Sr. op Nijmegen-Oost; en een interview met Sr. en Jr. op Binnenlands Bestuur.
In dit gebouw zat in ieder geval in jaren 70 de PTT, zie de foto uit 1977 op F17188 RAN. Tegenwoordig (oktober 2024) is het gebouw deels in gebruik door Studentenhuisvesting, deels door Kinderopvang KION.
Franciscus van Broeckhuijsen was een aannemer, die daarnaast ook zelf panden heeft ontwikkeld. Waaronder een aantal panden aan de Dominicanenstraat, op de percelen naast zijn eigen huis.
Kruidenierswinkel op de hoek van de Daalseweg (rechts) en de Dominicanenstraat (links), 1934-1938 (F88027 RAN)
Een mooie foto van Rijwielzaak van Sloos (eigenaar A.T. Evers) uit 1979 is te vinden op F16247 RAN.
Dominicanenstraat 42
… voor het bouwen van een Woonhuis met boven Woningen Heer W.(?) G. Berkhof, Dominicanenstraat 42, datum bouwdossier 1-1-1897 (D12.377704)
De bouw tekening van Dominicanenstraat 42 heeft als datum bouwdossier bouwdossier 1-1-1897. De opdrachtgever is W.G. Berkhof(f).
Helaas is de naam van de uitvoerder niet goed te lezen:
10 dubbele woningen
Op 3-9-1897 vindt de aanbesteding plaats van 10 dubbele woonhuizen aan de Dominicanenstraat door de bouwkundige M. Louman, Hugo de Grootstraat 63. De laagste inschrijving was f 30725 door J.C. Kropman (PGNC 5/9/1897).
Momenteel is nog onbekend welke woningen dit zijn.
Marinus Louman
Marinus Louman is geboren op 16-1-1861 in Zwolle. Hij vestigt zich op 8-9-1894 vanuit Roermond op Hugo de Grootstraat 63. Zijn beroep is dan “Teekenaar”.
In het Adresboek 1895 en 1896 komt hij voor als tekenaar op Groote straat 92. In het Adresboek 1898, 1899 als bouwkundige op de Hugo de Grootstraat. Ook staat hij in 1899 onder de kop “architecten” en in 1901, 1902 onder “architecten en bouwkundigen”, in 1903 “architecten, bouwkundigen en teekenaars”.
In 1901, 1902 is zijn adres Hugo de Grootstraat 77 (wat mogelijk een hernummering is geweest); in 1903, 1905 Vondelstraat 64.
Hij is getrouwd met Johanna Sophia Loman (9-3-1862 Tiel); in de De Gelderlander 13-5-1896 en De Gelderlander 19-5-1896 staat het bericht dat ze in ondertrouw zijn gegaan. (Dan als L. Louman, maar dat zal een zetfout zijn). Als beroep staat “bouwkundige”. Zij vestigt zich op 3-7-1896 vanuit Tiel.
Advertentie 50-jarig jubileum v.d. Borg ( Nijmeegsch dagblad, 24-10-1949)
“Uit as herrezen
Aan de Broerstraat bruist nieuw leven
Vandaag heropende v.d. Borg
Toen op 22 Februari 1944 ’t rampzalige bombardement Nijmegen teisterde, liep het warenhuis v.d. Borg aan de Broerstraat een paar geduchte schrammen op. Zij werden geheeld en dat kostte 40.000 gulden. Op 20 September 1944 brandden de Duitsers het gebouwen-complex helemaal neer onder het motto “Sie schützen den Feind”. Nu ging het niet meer om het helen van een paar schrammen, maar om opbouw van de grond af aan. Het heeft vier jaar geduurd eer het zover was. Dat is een lange tijd, maar toch zo kort, dat v.d. Borg het eerste bedrijf is, dat in volle luister straalt aan de in opbouw zijnde Broerstraat. Dat heeft meer gekost dan 40.000 gulden… doch dat weet de spraakmakende gemeente het best. Maar wat het gekost heeft aan piekeren, wikken en wegen en zorgen en wat voor eisen gesteld heeft aan durf en levensmoed… daar kunnen geen mensen over meepraten dan de eigenaar, de heer J. v.d. Borg en die hem nastaan.
En wij zelf vinden het alleen maar een licht gevend teken, dat temidden van de kale vlakte, waar doorheen het steenpad loopt, dat eens Nijmegen’s Kalverstraat werd geheten, dit bedrijf als eerste is herrezen, als de voorbode eener rij van flonkerende en bloeiende zakenpanden. Hier heeft de getroffen middenstand niet geweeklaagd en gejammerd (waartoe hij overigens het volle recht heeft), wetend, dat hij zijn naar mensen maatstaf in eigen hand moet nemen.
Dat het hernieuwd bedrijf in alles up to date is, gelooft u natuurlijk zó wel, zonder dat wij dat in finesses beschrijven, anders was de zaak natuurlijk niet herbouwd. Dat alles gedaan is om het kopen tot een prettig tijdverblijf te maken, kunt u eveneens zonder meer aannemen, want anders zou de concurrent daar wel voor zorgen.
Dat wist u niet.
Maar bekijk b.v. eens de etalages. Wie over het trottoir passeert, kan er zijn hart ophalen, doch wie er eens meer op zijn gemak een oogje aan wil wagen, kan aan “de achterkant van de voorkant” der vitrines rustig neuzen zonder gehinderd te worden door wie de zaak binnengaan.
Wist u, dat er ook in een warenhuis wel eens een storing in het licht optreedt? En dat dan gewoonlijk gebeurt als de zaak propvol is, op de spitsuren, zoals b.v. al enige malen met St. Nicolaas voorgekomen is. V.d. Borg maalt er niet meer om, want er is een automatische accu-kamer, die direct in werking treedt als electriciteitsvoorziening staakt en dan nog zo lang brandt, dat er ook dan nog twee uur lang naar hartenlust verkocht kan worden. Maar wel blijft de klok stil staan!
Indirecte verlichting met Philips T.L.-buizen is misschien al helemaal niets bijzonders meer, maar dat u hier de eerst Philips huistelefoon-installatie vindt, waar vroeger altijd Siemen aan bod was, is wèl het vermelden waard. En de Multivox, de luidspreker-installatie, waarmee op elke plek van het gebouw iedereen bereikt kan worden en die bij eventuele noodtoestanden een paniek zal kunnen voorkomen, is óók niet algemeen ingeburgerd!
Weer de wind!
Het nieuwe warenhuis-paleis staat op het ogenblik nog maar in een kale open vlakte. Voorts collega’s aan de overkant eveneens gebouwd hebben, kan nog wel een aantal maanden verstrijken. Intussen giert de wind over de kale leegte. En daarom heeft v.d. Borg een heel voorportaal met een stelsel van tochtdeuren, dat geen zuchtje binnenlaat. Komt er aan de overkant eveneens bebouwing, dan is die drie dubbele beveiliging eigenlijk overbodig, maar tot zolang moest zij er zijn.
Liften zijn er nog niet in ’t nieuwe gebouw. Dat is niet nodig bij een hoogte van één verdieping. Maar de liftschachten zijn al aanwezig om dienst te doen al binnen hopelijk niet al te lange tijd ook de voorgenomen bouw van de eerste en tweede verdieping zal zijn voltooid. Dat zal zijn tegen de tijd, dat ook de ondergrondse rijwielbergplaats (een zaal gelijk) ten volle benut zal kunnen worden. Dan zal ook van de lange rij toiletten en wastafels, als ’t ware in één heel grote badkamer verenigd, pas volop geprofiteerd worden.
Zo is bij de bouw van dit moderne winkelpaleis, die reeds een stoute stap is, al ten volle rekening gehouden met de uitbreiding in een zeer nabije toekomst.
Negen en veertig jaar geleden legde de heer A.A. v.d. Borg (inmiddels overleden) de eerste steen voor dit goed-Nijmeegs bedrijf. Zijn zoon, de heer J. v.d. Borg heeft het aangedurfd om in een tijd, dat de Rijksschade-uitkering toch maar een futje is van de werkelijke kosten, de herbouw op zo royale voet ter hand te nemen. Hopelijk is de tijd nog ver, dat de kleinzoon, de heer A.A. v.d. Borg, de teugels in handen moet nemen. Maar in elke geval is de continuïteit in dit geslacht van degelijke Nijmeegse zakenmensen verheugend.” (Nijmeegsch dagblad, 13-11-1948)
Oranjesingel, gezien vanaf het Keizer Karelplein richting St. Canisiussingel, circa 1900 (Vivat Amsterdam via F2892 RAN)
Deze pagina verzamelt artikelen die over de Oranjesingel zijn verschenen.
De Oranjesingel is vernoemd naar het Bolwerk Oranje, dat aan het eind van de Molenstraat lag. De aanleg van deze straat begon in 1880, na de sloop van de vestingwerken.
Het bolwerk Oranje, 1875 (Gerard Korfmacher via F68578 RAN)
Lommerijke singel
De Oranjesingel had bij de aanleg een ander karakter dan wij tegenwoordig kennen: aanvankelijk was het een brede, lommerijke straat, waartussen Nijmegenaren in het midden van de straat konden flaneren. Aan weerszijden lag daarnaast een weg. Op dat moment bestond de Waalbrug nog niet.
Lindes
Oorspronkelijk waren er kastanjes aangeplant. Omdat deze niet groeien wilden, werden ze vervangen door lindebomen. (PGNC 2/11/1890). In 2007 waren veel lindes intussen al verdwenen: “Deze singel oogt in eerste aanblik als een coherent straatdeel zeer verschillend en de oorspronkelijke beplanting met linden is deels verdwenen. Er zijn aan het eind van de vorige eeuw zelfs ook populieren aan de singel toegevoegd. In 1990 is de binnenste rij linden vervangen door moeraseiken. De visie uit die tijd was dat deze bomen beter bestand waren tegen verontreiniging zoals uitlaatgassen en strooizout. Het probleem van deze bomen is dat de moeraseik breder uitgroeit dan de linde waardoor de rij linden naast de eiken in de verdrukking komt.” (Groene allure)
Bebouwing
De Renbaan liep langs de Oranjesingel tot aan de Berg en Dalseweg (Berg en Dalsche straat), Detail plattegrond Nijmegen in 1888 (RAN KPD-16)
Als bebouwing kwamen er aan de centrumkant grote herenhuizen, die tegenwoordig veelal zijn verbouwd tot kantoorpanden. Aan de andere zijde kwam Sociëteit de Vereeniging en de renbaan de Wedren. “Langs de straten en singels die tot de schil behoren verschenen royale huizen, kantoren en winkels in de stijl van eclecticisme, neo-renaissance en art nouveau/jugendstil.” (Bijschrift KN10984-14 RAN, een foto uit 1902)
In de omgeving van de Ziekerstraat was een terrein gereserveerd voor militaire doeleinden. Hierop kwam later onder andere het Stedelijk Gymnasium en de Rechtbank te staan.
In 1890 ontwerpt architect Maurits dit complex van 4 woningen: Oranjesingel 3, 5, 7 en 9. En wat is dat kleine gebouwtje van Oranjesingel 1 nu eigenlijk?
Oranjesingel 8 en 10 Gemeentelijk Monument Het pand is een Gemeentelijk Monument. De tekst bij aanwijzing: “Complex van twee elkaars spiegelbeeld vormende woonhuizen.Bakstenen pand van tweebouwlagen met souterrain, plat dak en schild aan de voorzijde. Links en rechts vooruitspringende bouwmassa van een as breed,die een rondbogig portiek met trappen en deuren bevat; op de etage…
Ontwerp villa voor den Weled. Heer N. Dreesmann a/d Oranjesingel, Oranjesingel 41, architect W.G. Welsing, datum bouwtekening: November 1909 (D12.381522)
In november 1909 ontwerpt architect W.G. Welsing de villa aan de Oranjesingel voor N. Dreesmann.
Ontwerp villa voor den Weled. Heer N. Dreesmann a/d Oranjesingel, datum op bouwtekening D12.381520: November 1909 (D12.381522)
Gevonden gebruikers
Oranjesingel 41, 1951 (GN5561 RAN)
Net als bij de andere panden dient hier een slag om de arm te worden gehouden, aangezien er een hernummering kan hebben plaats gevonden.
Dr. Ch.A.L. Zegers is een keel-, neus- en oorarts. In april 1912 plaatst hij een advertentie dat hij verhuist is naar Oranjesingel 41, “bij de Schevichavenstraat” (PGNC 19/4/1912).
De volgende gevonden gebruiker is B. Zikel, koopman. In PGNC 4/3/1919 vraagt mevr. Zickel per 1 mei een keukenmeisje. Daarbij valt op dat in PGNC 19/5/1919 staat dat B. Zikel in mei is vertrokken naar Indië. Het is nog onbekend of mevrouw Zickel is meegegaan en of het een permanent vertrek was.
In 1926 woont A.J. v. Noordwijk in het pand, waarbij J.W. Ginsheumer waarschijnlijk een inwonend “huisbewaarder” is. in 1928 wordt mr. K.J. Weve gevonden op dit adres.
Dan staat in de Adresboeken 1932 t/m 1938 N.R.A. Dreesmann op dit adres. Het is nog onbekend of dit te maken heeft met een hernummering, waarbij de voorgaande bewoners een ander adres betreft. Of dat Dreesmann de woning heeft laten bouwen en er vervolgens rond 1932 of eerder er zelf in is gaan wonen. Mevrouw Dreesmann, Oranjesingel 41, vraagt in De Gelderlander 7/7/1931 een “net R.K. 2e meisje” voor mevrouw Vroom-Dreesmann in Amsterdam.
Nicolaas Rudolph Alexander Dreesmann is getrouwd met Elisabeth Maria Josephine von Hülst en weduwnaar van zijn eerste vrouw Antoinette Clara Johanna Velthuys (PGNC 4/8/1939)
Bij zijn overlijden op 2-8-1939 is hij 72 jaar (overlijdensadvertentie PGNC 4/8/1939)
N. Dreesmann blijkt overigens ook een fokker van vogels te zijn. Op de internationale tentoonstelling wint hij een aantal prijzen: “De heer N. Dreesmann, Oranjesingel 41, is altijd een gevreesde concurrent op onze beste shows”. (De Gelderlander 17/12/1932)
Na de oorlog volgen een aantal weduwen en “mejuffrouws”.
In Adresboek 1948 komt Jacoba Arnolda Catharina van Wijck, weduwe van Petrus Alphonsus Terwindt voor. Zij overlijdt op 2-7-1949. (De Gelderlander 5/7/1949). Mej. M.E.A. Terwindt komt voor in het Adresboek van 1951.
In De Gelderlander 3/11/1951 vraagt Mevr. v.d. Lande, Oranjesingel 41 een “Keukenmeisje In gezin van oude dame, waar meerdere hulp aanwezig is.” Deze mevrouw v.d. Lande is nog niet gevonden in een Adresboek. In 1953 wordt een dienstmeisje gevraagd (De Gelderlander 14/8/1953).
Midden jaren 50 lijkt de laatste keer dat het pand gebruikt wordt als woning. Daarna komen er allerlei instellingen in.
“Catechetisch Centrum komt naar Nijmegen
Het Catechetisch Centrum, een stichting van de Nederlandse provincie der Paters Jezuïeten met het doel een bijdrage te leveren voor de verbetering van het godsdienstonderwijs in al zijn geledingen, sinds 1948 gevestigd in het klooster Canisianum te Maastricht, komt naar Nijmegen. Naar wij vernemen is voor de huisvesting van dit Centrum het pand Oranjesingel 41 aangekocht, de woning van de verleden jaar overleden Mevr. van de Lande. Zoals bekend worden door het Catechetisch Centrum twee periodieken uitgegeven, te weten Verbum, bestemd voor priesters en “School en Godsdienst”, bestemd voor onderwijzers en onderwijzeressen. Het ligt in de bedoeling de vestiging in onze stad in de loop van de zomer te doen plaats hebben.” (De Gelderlander 7/3/1955)
Of dit Catechetisch Centrum er daadwerkelijk is gekomen, is nog niet bekend.
In september 1955 is in ieder geval Het Gemeenschappelijk Instituut voor Toegepaste Psychologie (G.I.T.P.) afd. Research hier gevestigd, wanneer er in een personeelsadvertentie een Jongedame wordt gevraagd. (De Gelderlander 24/9/1955)
De R.K. Universiteit kondigt in De Gelderlander 28/1/1956 aan dat de Verpleegstersschool, verbonden aan de Sint Radboudklinieken van de R.K. Universiteit op 1 mei wordt geopend. Degenen die voor verpleegster willen leren, kunnen zich schriftelijk melden bij de Directrice op de Oranjesingel. Bij het RAN zijn de nodige foto’s van deze opleiding te zien, waaronder een docerende verpleegster van de Verpleegstersschool GN44179 RAN.
In 1971 is het in gebruik als Instituut voor middeleeuwse, nieuwe en sociale en economische geschiedenis.
In 1992 en 1994 geeft het RIAGG aan de Oranjesingel 41 een cursussen aan jongeren (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/9/1992, een dergelijke cursus ook in 1994: Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/1/1994)
Naam
Omschrijving
Adresboek
C.A.L. Zegers
Geneesheer, keel- neus- en oorarts
1912-1913, 1913-1914, 1914-1915
B. Zikel
koopman
1915-1916, 1916
J.W. Ginsheumer
Huisbewaarder (waarschijnlijk inwonend)
1926
A.J. v. Noordwijk
Directeur marg. Fabriek
1926
Mr. K.J. Weve
Als penningmeester van Woningvereeniging Nijmegen
1928
N.R.A. Dreesmann
koopman
1932, 1934, 1936, 1938
Mej. H. Bleeck
1948
Wed. J.Ch.L. van der Lande
Geb. W.E.M. Jansen
1948, 1951
Mej. Th.F. Bosch
1948
Mej. J.R. Eggenhuizen
1948
Mej. H.G.M. Lenglet
Onderwijzeres St. Maartenskliniek
1948, 1951
Wed. A.P.A. Terwindt
Geb. J.A.C. van Wijck
1948
Mej. M.E.A. Terwindt
1951
Mej. M.A. Jansen
1951
Mej. N.R.J. Elbers
1955
Instituut voor middeleuwse, nieuwe en sociale en economische geschiedenis
1971
Oranjesingel 43
(voorheen Oranjesingel 45?)
Oranjesingel 43, augustus 2023 (Google Streetview)Ontwerp v/e Heerenhuis a/d Oranjesingel Gem. Nijmegen. Kad. Sectie B 3881, bouwmeester Haspels, datum bouwtekening juli 1909 (D12.380706)
Bij de bouw van een tuinhuisje is het Oranjesingel 43 (datum bouwdossier 5-4-1935, D12.401828)
Rond 1953 vindt een verbouwing plaats van de 2e verdieping en het souterrain. Dit souterrain wordt daarbij verbouwd tot dokterspraktijk. Dan heeft het gebouw huisnummer 45, terwijl het huidige nummer 43 is; Kad. Bekend Gem. Nijmegen Sectie B No 3881 (Datum Bouwdossier 17-3-1953, D12.417114).
Afgaande op het huisnummer zou het dan 45 zijn, echter: de vermelding op de bouwtekeningen is het kadastrale nummer B No 3881. Deze staat zowel vermeld op die van 1909 als op die van 1953. De bouwtekening van 1953 is echter opgeslagen onder Oranjesingel 45.
Herenhuis met 16 kamers ontworpen en gebouwd door de gebroeders Haspels; op de gevel staat nog huisnummer 45. Volgens RAN kocht in 1953 kocht de bekende neuroloog J.J.G. Prick het pand, maar waarschijnlijk is het de buurman, het huidige Oranjesingel 45, foto 1910 (F29089 RAN)
Oranjesingel 45
1910
Ontwerp voor een Heerenhuis aan de Oranjesingel te Nijmegen, Kad: Sectie B No 3943, Eigenaars Gebr. Haspels, Datum Bouwtekening juni 1910 (D12.381537)
Oranjesingel 45 is in 1910 gebouwd als Heerenhuis. Hierbij staan eigenaar de Gebr. Haspels op bouwtekening (Datum Bouwtekening juni 1910, D12.381537)
Advertentie afwezigheid Prof. Dr. J.J.G. Prick, Oranjesingel 45 (De Gelderlander 16/5/1953)
In 1951 komt prof. zenuwarts J.J.G. Prick nog voor op Canisiussingel 25 (Adresboek 1951).
In 1955, 1959, 1963 en 1966 op Oranjesingel 45 (op 1 plaats ook op nummer 5, maar dit zal een zetfout zijn).
Oranjesingel 2a (nu 2c)
De Openbare Leeszaal en Boekerij; statuten en reglementen, Oranjesingel 2a, 1918 (F46570 RAN)
De studentenvereniging Carolus Magnus betrok op 9 mei een eigen gebouw aan de Oranjesingel. Ter ere van de opening werd het gebouw versierd en een 3 dagen durend feest gevierd, 9/5/1925-9/ /1925 (F9532 RAN)
Oranjesingel 8 en 10, september 2022 (Google Streetview)
Gemeentelijk Monument
Links een pand van het polderdistrict “Maas en Waal”; met op de achtergrond rechts de panden aan de Oranjesingel, 1895-1900 (Uitg. A.T. van Hooijdonk via F1904 RAN)
Het pand is een Gemeentelijk Monument. De tekst bij aanwijzing: “Complex van twee elkaars spiegelbeeld vormende woonhuizen.Bakstenen pand van twee bouwlagen met souterrain, plat dak en schild aan de voorzijde. Links en rechts vooruitspringende bouwmassa van een as breed,die een rondbogig portiek met trappen en deuren bevat; op de etage bevindtzich een rechtgesloten venster met kroonlijst op consoles. Daarboven bevindt zich een leien spits met houten dakkapel met tympaan. Tussen de portieken op de begane grond zijn houten erkers met in vieren gedeelde kozijnen, twee ramen en openslaande deuren omvattende. Daarboven balkons en in het terugliggende geveldeel openslaande balkondeuren met kroonlijsten op consoles. Dakkapel alleen bij nr. 10 nog oorspronkelijk: met halfrond fronton. Aan nr. 8 is een brede rechte dakkapel toegevoegd. Onder de gootlijst op consoles een fries van rode en gele baksteen.
Bouwjaar: 1892. Architect: G. Buskens.
Goed geproportioneerde panden van individueel karakter, van groot belang voor de straatwand.”
Gebruikers Oranjesingel 8
Hieronder staan de reeds gevonden gebruikers van Oranjesingel 8 weergegeven. Wel dient er een slag om de arm te worden gehouden vanwege mogelijke hernummeringen.
Naam
Omschrijving
Adresboek
Opmerking
Wed. E. Heijning
Geb. H.J.S.L. Jolle, zonder beroep
1895, 1896, 1898, 1899, 1901
In 1902 Graadt van Roggenstraat 12
Mr. J.C. Heijning
1902
Wed. Jhr. W.H.F.H. Raders
Geb. J.M. Prins
1902
Mr. C.F.J.J. v. Niekerken
1903, 1905, 1907
Wed. Mr. C.F.J.J. v. Niekerken
Geb. M.L. Verstegen
1912-1913, 1913-1914, 1914-1915
L. van Niekerken
Import en Export
1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916
Onder Bouwmaterialen 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916c, 1916; onder Agenten van Binnen- en Buitenlandsche Huizen 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916
Mej. C.M.E.Th. Niekerken
1915-1916, 1916, 1922
A.C.F.M. van Niekerken
1922
H.J.C. v. Bergen
Notaris, part adres Oranjesingel 8; kantoor Oranjesingel 6
1926
B.H.J. Weerenbeck
onder Lectoren
1928, 1932, 1934, 1936
Mej.C. Gervers
in 1948, 1951, 1955 ass. Bij Paedalogisch Instituut
1938, 1940
In 1948, 1951 R.K. Meisjesbescherming afd. Stationswerk
Gezicht op de oostzijde van de Broerstraat met de winkelpanden van o.a. (v.r.n.l.) Slagerij Brinke (op de hoek met het Kerkegasje), Parfumerie Au Printemps, Schoenenzaak Gebrs. Raemakers, Herenmodezaak Oostvogel en de bouw van de panden van Jamin en Schoenenzaak BATA ; bovenaan het nieuwbouwpand van de Herenmodezaak Van Dijk & Witte (Burchtstraat 2, geopend op 21 september 1955), 1955 (GN3877 RAN)
In 1954 heropent schoenenzaak Raemakers haar pand aan de Broerstraat. Het ontwerp is van architect Treur in een combinatie van modern beton en traditioneel rode baksteen.
Vooraf
In september 1944 was de winkel van Gebr. Raemakers in vlammen opgegaan. Zie voor het artikel over de oude winkel:
Opvallend bij het pand zijn de 4 uitstulpende betonnen vensters van de eerste verdieping. De bovenste verdiepingen zijn in rood baksteen. De begane grond is verbouwd: uit de foto uit 1955 lijkt de etalage bestaat uit 2 etalage kasten op een verhoging te bestaan, met boven de een van kasten de tekst “Raemakers”. Tegenwoordig zijn deze “kasten” vervangen door grote ramen.
Hiervan had de aanbesteding in september 1953 plaatsgevonden in opdracht van de N.V. Gebr. Raemakers voor het bouwen van een winkel met magazijnen en bovenwoning. Daarbij was J.M. Berens de laagste inschrijver met f71.924 (De Gelderlander 3/9/1953), aan wie de aanbesteding werd gegund.
“Meer dan honderdjarig bedrijf herbouwd
Schoenenmagazijn Gebr. Raemakers werd nieuw sieraad voor de Broerstraat
De opening van het nieuwe pand van de Schoenwinkel van de Gebr. Raemakers, 1954 (GN3858 RAN)
Gisteren hadden de zakenlieden in de Broerstraat de vlag uitgestoken en dat was heus niet zonder reden. Op deze wijze riepen ze een welkom toe aan een nieuw lid van de langzaam-aan voltallig wordende Broerstraatfamilie. Het Schoenenmagazijn van de Gebr. Raemakers is op no. 19 herbouwd en in de middag om drie uur werd het heropend, nadat Nanja Raemakers dezer dagen de laatste steen had gelegd.
Om deze herbouw mocht niet alleen de Broerstraat zich verheugen, maar heel Nijmegen kon blij zijn. Een magnifiek zakenpand zet nieuwe luister bij aan de herrijzende binnenstad. En de N.V. Gebr. Raemakers zetten de kroon op het werk dat na de verwoesting in de oorlog, toen hun pand aan de Grote Markt no. 7 in vlammen opging, van voren af aan moesten begonnen. Een grote steun daarbij lag in het verleden. De fa. Raemakers toch is niet vandaag of gisteren, maar bestaat al meer dan honderd jaar in onze binnenstad.
Ze dateert nog uit de tijd dat schoenen in manden werden aangevoerd; daaruit werd los verkocht. Dozen waren nog onbekend. Verder werden de schoenen aan latten tegen de zolder opgehangen. Er was maar uit enkele soorten keus te maken. Dat is vandaag anders.
De keuze is zo groot dat het de vraag werd of de honderden en honderden schoenen nog wel in de zaak zichtbaar moesten worden opgeslagen, of dat deze voorraad soms niet beter rustig op de achtergrond kon worden gehouden. De Gebr. Raemakers beantwoordden deze laatste vraag in bevestigende zin. Ze voerden als nouveauté voor onze stad het zogenaamde blinde (?) voorraadsysteem in. In de zaak zelf zijn geen schoenendozen zichtbaar; deze zijn uiteraard wel onmiddellijk bij de hand, zodat de client naar wens- en zeer snel naar wens- kan worden bediend. Door toepassing van deze nieuwe gedachte is het verkoopgedeelte van de zo intiem ingerichte zaak er veel rustiger op geworden.
Uit tientallen fraaie bloemstukken bleek gistermiddag hoezeer de Gebr Raemakers zich in de belangstelling van fabrikanten, vrienden, kennissen en zakenrelaties mogen verheugen. Het schoenenmagazijn had veel van een bloemenmagazijn weg, toen de heer G. Raemakers, de zoon van de heer A.H. Raemakers, die al meer dan een halve eeuw directeur van het bedrijf is, het woord nam om de vele aanwezigen, onder wie de wethouder de heer M. Duives, te begroeten. De wethouder sprak een gelukwens uit namens het gemeentebestuur, dat zich over de herbouw van dit meer dan honderdjarig Nijmeegs bedrijf ten zeerste verheugde. Spreker herinnerde aan de voorgeschiedenis van het Schoenenmagazijn Gebr. Raemakers en aan de ramp welke dit bedrijf trof, waarna evenwel niet bij de pakken werden neergezeten. Het nieuwe pand noemde de wethouder een sieraad voor de Broerstraat en in de heren Raemakers huldigde hij de Nijmeegse middenstand, die zulk een aanzienlijke bijdrage levert tot de herbouw van een mooie stadskern. De architect en daarnaast de aannemers die Nijmegen volbouwen, verdienen lof voor hun werk.
De heer G. Raemakers dankte hierna de wethouder en in hem het Nijmeegs gemeentebestuur en de gemeente-instanties die zo volop haar medewerking tot de herbouw hebben verleend. Spr. sprak zijn waardering uit voor de architect de heer G.B. Treur, het aannemersbedrijf J.J.M. Berens en voor alle onderaannemers, die de bouw naar volle tevredenheid hebben tot stand gebracht.” (De Gelderlander 29/4/1954)
Vervolg
Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest. In ieder geval komt de zaak nog voor in het Adresboek 1971. Tegenwoordig zit in het pand schoenenzaak Manfield.
Hotel Café Restaurant Hundisburg, 1932-1940 (GN11119 RAN)
Op 25 juni 1932 opende de heer F.B. Brands Hotel Café Restaurant Hundisburg (12 kamers) in een door hem kort daarvoor aangekochte villa. De rond 1888 gebouwde villa kreeg de naam Hunerberg, daarna (1897) villa Slido (naar Simon Rijnbende en zijn vrouw Theodora), vervolgens kocht A.B.A. Quack de villa en veranderde de naam in Hundisburg; na zijn dood woonde er het echtpaar Reitsma-van Maasdijk de ouders van de verzetsheld Guus Reitsma. De villa op de hoek van de Batavierenweg werd op het eind van de oorlog verwoest, Beatrixstraat 1 Hunnerberg (Bijschrift GN11119 RAN)
Bij de opening van Hundisburg
“Hotel-Pension-Café-Restaurant “Hundisburg“.
Ieder Nijmegenaar kent de villa aan den Batavierenweg, op den hoek van de Barbarossastraat, die nu reeds jaren achtereen heeft leeg gestaan. Destijds werd zij bewoond door de nu overleden wethouder Quack. Daarna vond het gebouw nog eenige jaren andere bewoners, doch de laatste jaren kenden wij het niet anders meer, dan in den vervallen staat waarin het langzamerhand was komen te verkeeren.
Toch ligt huize “Hundisburg” op een van de mooiste punten der stad. Van hieruit immers heeft men een prachtig uitzicht over de rivier de Waal en een deel van het Betuweland. Is het eigenlijk wel te verwonderen, dat de heer F. Brandts op de gedachte kwam om op deze plaats een hotel-pension-café-restaurant te gaan exploiteeren? Dat hij ook den ouden, historischen naam “Hundisburg” handhaafde voor het hotel-café-restaurant dat hier gevestigd werd?
Wel heeft het pand een grondige restauratie ondergaan om het aan zijn nieuwe bestemming te doen beantwoorden, maar het geheel maakt dan nu ook een uitstekenden indruk en zoowel de hotel- als de café-gasten zullen, naar het ons dunkt, op “Hundisburg” gaarne toeven. Van het prachtige uitzicht geniet men zoowel van uit de kamers, als van uit het restaurant beneden en het groote terras, dat rond het gebouw is aangelegd en dat een prettig zitje vormt. Onnoodig te zeggen, dat het geheel aan moderne eischen voldoet.
De verbouwing van het pand geschiedde door de firma Th. Thunissen. De firma Merx en Boerboom legde de centrale verwarming aan. Het schilderwerk verzorgde de firma Reyers en Zn, terwijl de electrische installatie werd uitgevoerd door de firma Schreven. De firma Drukker leverde het behang, terwijl de stoffeering geschiedde door de firma Vroom en Dreesmann. Vermelden wij nog, dat hedenmiddag om vier uur de opening van het hotel-café “Hundisburg” plaats vindt.” (PGNC 25/6/1932)
Hotel Metropole in de Bisschop Hamerstraat ten tijde van de 40e Vierdaagse, Bisschop Hamerstraat 14, 22/7/1956 (J. v. Doorn via F41338 RAN CCBYSA Auteursrechthouder KNBLO-NL)
In juli 1956 vindt de opening plaats van het nieuwe hotel-café-restaurant Métropole aan de Bisschop Hamerstraat. De architect is G.D. Jansen, van het Bouwbureau van de brouwerij “De drie Hoefijzers” uit Breda.
Vooraf: de in de oorlog verwoeste de Meet
Panden aan de zuidzijde van de Lange Burchtstraat met o.a. Hotel Metropole, 1939 (ir. J.G. Deur via F12991 RAN CCBYSA)
Métropole was in 1900 geopend in de Lange Burchtstraat en werd in 1944 verwoest. Daarna moest men zich 10 jaar “behelpen”: eerst werd het bedrijf voortgezet in de eigen huiskamer, later in een noodrestaurant aan het Keizer Karelplein dat de bijnaam “Wachtkamer” kreeg. Wel bleven een aantal vaste klanten trouw, die dan ook door Meijboom worden bedankt: in het bijzonder majoor Breunese (die namens de N.B. v. L.O. – Nederlandse Bond van Leger Officieren ook een toespraak hield) en zijn staf, het curatorium van de Radbouduniversiteit en de studenten.
Deze staat op de plaats van het vroegere gebouw van Smarius, waarin Vroom en Dreesmann na de Tweede Wereldoorlog haar tijdelijke winkel had.
Het hotel heeft een bed voor 20 gasten; op de hoek van de Bisschop Hamerstraat en het Keizer Karelplein is er een café met een aangrenzend restaurant. Het terras bevindt zich aan de kant van het Keizer Karelplein, waar bovendien de toegang tot de bierkelder is. Boven het restaurant is er een zaal voor feesten en vergaderingen.
Voor de Vierdaagse klaar
De bouw was in februari begonnen. Er werd snel gebouwd, met als doel om voor de Vierdaagse het bouwwerk gereed te hebben. “Het resultaat is zeer bevredigend, niet alleen voor de heer Jac. Meijboom, die zich nu over een definitief home mag verheugen, maar voor heel Nijmegen waarmee de “Meet” al sinds generaties was samengroeid.
Bij de opening noemt burgemeester Hustinx dat hij verheugd is dat met deze herbouw tegemoet wordt gekomen aan het tekort van hotelkamers in de stad. Hij hoopt dat er steeds meer congressen zullen worden gehouden. En hij verwacht dat ook door de groei van de industrie en de universiteit de vraag naar hotelruimte zal toenemen.
Muurschilderij voormalig Hotel Pension Nassau, hoek Smetiusstraat – Nassausingel (november 2024)Hotel Restaurant Nassau opende op 22 april 1922 haar deuren in het statige pand dat werd bewoond door de steenfabrikant Löben Sels; uitbater was de heer J.N.E. Esser; links is nog een glimp van het Kolpinghuis zichtbaar. De foto is genomen vanaf de Nassausingel, Smetiusstraat 2, 1922-1930 (Uitg. P.MJ. Eenennaam via F30655 RAN)
Het grote gebouw op de hoek van de Smetiusstraat en Nassausingel is in 1880 gebouwd. De architect was C. Wagtho.
In 1922 opende hier het Hotel-Pension-Restaurant Nassau, waarvan J.N.E. Esser de uitbater was. De muurschildering aan de Smetiusstraat herinnert hier nog steeds aan:
“Hotel
Pension
Nassau
Restaurant”
Tegenwoordig zijn het bedrijfsruimtes met bovenwoningen (bijschrift DF4153 RAN)
Hotel Restaurant van J.M. Devenijns, voorheen Esser op de hoek In de Betouwstraat met de Smetiusstraat, 1930 (F58579 RAN)Zicht op het pand op de hoek met de Nassausingel met Broodjeszaak en Cafetaria Le Casse Croute en Hotel Café Restaurant Cascade van G. Verasdonck (adres Smetiusstraat 2 / Nassausingel 6), 1970-1975 (Evert F. van der Grinten via F78886 RAN CCBYSA Auteursrechthouder RAN)
Afgaande op F86794 RAN zat de Familie Verasdonck in het Hotel café-restaurant Verasdonck 1925-1974