De St. Augustinuskerk, gezien vanuit de Bloemerstraat in de richting van de Korte Hezelstraat (thans Stikke Hezelstraat), architect Cuypers, gedateerd 1890-1895 (F12330 RAN)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

St. Augustinuskerk architect Cuypers

1884-1886 Augustijnenstraat Centrum, verwoest tijdens bombardement WOII

De St. Augustinuskerk, gezien vanuit de Bloemerstraat in de richting van de Korte Hezelstraat (thans Stikke Hezelstraat), architect Cuypers, gedateerd 1890-1895 (F12330 RAN)
De St. Augustinuskerk, gezien vanuit de Bloemerstraat in de richting van de Korte Hezelstraat (thans Stikke Hezelstraat), gedateerd 1890-1895 (F12330 RAN)

In 1886 wordt de St. Augustinuskerk ingewijd. Deze is gebouwd naar een ontwerp van architect Cuypers. In zijn ontwerp heeft hij rekening moeten houden dat het gebouw was ingesloten tussen winkels. Daarom werd er gekozen om de toren in de koepel te plaatsen. De Benedenstad was een belangrijk onderdeel van haar parochie. Bij de bouw woonden hier nog veel welvarende bewoners; bij het 50-jarig bestaan in 1936 betreurt de Gelderlander dat de katholieken de Stevenskerk toendertijd niet hebben kunnen kopen: in 1936 is de kerk te groot voor de Hervormde kerk geworden, die haar moeilijk kan onderhouden. Inmiddels zijn in de loop der tijd veel welgestelde bewoners uit de Benedenstad weggetrokken, vooral naar de nieuwe buitenwijken. Omdat het kerkbestuur de kerk niet meer kon onderhouden, ging de kerk over naar de Karmelieten. In het bombardement van februari werd de kerk grotendeels verwoest, waarbij haar resten uiteindelijk werden gesloopt.

Voorgeschiedenis

De voormalige St. Augustinuskerk, afgebroken in mei 1886, 1886 (GN2091 RAN)
De voormalige St. Augustinuskerk, afgebroken in mei 1886, 1886 (GN2091 RAN)
Tekening interieur oude St. Augustinuskerk, 1885 (GN14843 RAN)
Tekening interieur oude St. Augustinuskerk, 1885 (GN14843 RAN)

In 1818 ging de voorgaande kerk over van de Augustijnen- waar de kerk haar naam aan ontleent- naar seculiere priesters: priesters die niet bij een kloosterorde behoorden. In 1833 was dit kerkje nog vergroot.

50 jaar later, in 1883 werden de kerk en pastorie verkocht aan de gemeente. De gemeente stelde voor deze aankoop 75000 Gld. beschikbaar en voor ongeveer hetzelfde bedrag kon het kerkbestuur de onmiddellijk daaraan grenzende huizen kopen. Hierdoor kon de gemeente een verbinding aanleggen tussen de Bloemerstraat en Hezelstraat: de Augustijnenstraat (de huidige Augustijnenstraat is na de oorlog iets meer naar het oosten gelegd). En het kerkbestuur kon op de grond van de aangekochte woningen haar nieuwe kerk bouwen. De tekening hieronder laat het plan daarvoor zien.

Aanleg van de Augustijnenstraat en verbreding Bloemerstraat; 1/1/1883-31/12/1883 (KPU-267B RAN) Annotatie: 1883, 10 November. Aankoop van het bestuur der R. K. Augustinuskerk, voor f.75,000, der perceelen noodig tot het aanleggen van den 10 M. breeden straat, tusschen de Korte Hezelstraat en de Bloemerstraat, zijnde een huis aan de Hezelstraat, een aan de Houtstraat, benevens de kerk met pastorie en aangrenzend open terrein. Hier werd de Augustijnenstraat aangelegd. 1886, 16 Februari. Er wordt een aanvang gemaakt met het afbreken van de pastorie der voormalige Augustijnenkerk en daarmede ook met het aanleggen der tegenwoordige Augustijnenstraat. De O.-zijde dezer straat werd in 1887 met winkelhuizen bebouwd.
Aanleg van de Augustijnenstraat en verbreding Bloemerstraat; 1/1/1883-31/12/1883 (KPU-267B RAN)

De plechtige eerstesteenlegging

Prent Augustijnenkerk, 1884-1900 (F93697 RAN) Beschrijving: Op 28-08-1884 werd de eerste steen gelegd voor de Sint Augustinuskerk, een ontwerp van de architect Pierre Cuijpers; de neo-gotische kerk werd in 1886 ingewijd door bisschop Godschalk. Deze prent is rechts onder onleesbaar gesigneerd
Prent Augustijnenkerk, 1884-1900 (F93697 RAN)

Op de feestdag van St. Augustinus, 28 augustus, vond de grootse, plechtige eerstesteenlegging voor de nieuwe kerk plaats. “Het deed het Katholieke hart goed voor het eerst sedert de Reformatie midden in de stad in de open lucht de openbare uitoefening van onzen H. Godsdienst en de plechtige eerste-steenlegging met zulken luister te zien gevierd worden, waartoe de ligging van het terrein eene gunstige gelegenheid gaf.”

Bij de eerstesteenlegging werd tevens een loden bus naast de eerste steen ingemetseld, met daarin de stichtingsoorkonde, het plan van de nieuwe kerk, “de munten van den tegenwoordigen tijd”, de medailles der Broederschappen, welke in de H. Augustinuskerk zijn opgericht””.  (De Gelderlander 29/8/1884 en wikipedia)

Katholieke instellingen zijn die periode druk aan het bouwen: stichtingen voor armen, voor zieken, voor ouden van dagen, voor onderwijs. (De Gelderlander 28/8/1884).

In een artikel van de De Gelderlander 27/6/1885 schrijft ze over haar hoop dat de Stevenskerk (en de Kerkboog en de Waag) worden gerestaureerd. Zij maakt daarbij een vergelijking met de bouwactiviteiten van de katholieken: “Een paar jaar geleden werd alhier de nieuwe St.-Franciscuskerk aan den Doddendaal gesticht en thans is de nieuwe St.-Augustinuskerk aan de veelbesproken nieuwe straat tusschen de Hezel- en Houtstraat in aanbouw, wier fraaie lijnen en trotsche bouw reeds aan het oog vertoonen, waaruit men kan opmaken, dat het een monumentaal gebouw zal worden. Ook wordt op dit oogenblik de Broerstraat- of Dominicuskerk van een nieuwen voorgevel voorzien(?) en verrijst daarop een fraaie toren, wier(?) hoogte den Grootekerktoren naar de kroon (zal?) steken, zoodat deze toren een waar siera(ad voor de) stad zal zijn. Wanneer straks de toren (van de Fran)ciscuskerk, waarvan het voetstuk met… reeds is opgetrokken, tot op zijn hoog.. en de St. Augustinustoren… zal zich.. Nijmegen een viertal… “ (De Gelderlander 27/6/1885)

Bij het 50-jarig jubileum

Het hoofdaltaar in de St. Augustinuskerk; de beuk is versierd t.g.v. het 25 - jarig priesterfeest van Deken F. Bronsgeest, architect Cuypers, 1897 (F12356 RAN)
Het hoofdaltaar in de St. Augustinuskerk; de beuk is versierd t.g.v. het 25 – jarig priesterfeest van Deken F. Bronsgeest, 1897 (F12356 RAN)

De Gelderlander plaatst in 1936 een zeer uitgebreid artikel ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van deze kerk. Hieronder wordt het deel weergegeven dat daadwerkelijk over de kerk zelf gaat.

De oude kerk lag “ongeveer waar nu de Augustijnenstraat ligt. Er was destijds geen verbinding tussen Bloemerstraat en Stikke Hezelstraat, welke het Bestuur der Gemeente toch noodzakelijk achtte. Doordat de Gemeente voor den aankoop van kerk en pastorie 75000 Gld. beschikbaar stelden en het Kerkbestuur voor ongeveer hetzelfde bedrag de onmiddellijk daaraan grenzende en benoodigde huizen kon koopen, werd bij Besluit van den Gemeenteraad d.d. 10 november 1883 met het Kerkbestuur een overeenkomst in dien zin gesloten, dat de oude kerk zou worden afgebroken en op de daarvoor aangekochte terreinen een nieuwe kerk zou worden gebouwd, zoodat een breede verbinding tusschen Bloemerstraat en Hezelstraat zou kunnen tot stand komen.

Het voor de kerk beschikbare terrein tusschen deze nieuwe straat en de oude Jodengas was uiterst klein. Het scheen onmogelijk, daarop een kerk te bouwen, welke aan de eischen, welke men stelde, beantwoordde. Men wilde een mooie kerk, die als eenige kerk der seculiere Geestelijkheid en als kerk van den Deken der stad hoofdkerk van de stad zou mogen heeten, met een toren, die sprak in het stadsbeeld, een kerk, die ook voldoende groot was om aan een 1500 menschen zitplaatsen te bieden. De kerk moest als het ware tusschen de huizen in gewrongen worden. Hoe zou men plaats kunnen vinden voor een toren, wist men eigenlijk niet.

Nijmegen is zoo gelukkig geweest, toen in den grooten Dr. P.J.H. Cuypers den man te vinden, die geniaal genoeg was om zulk een probleem tot een harmonische oplossing te brengen.

Nog altijd staat elk architect vol bewondering voor de wijze, waarop hier met de ruimte is gewoekerd en hier aan alle eischen is voldaan. De thans jubileerende kerk is een der monumenten van Cuypers, wellicht de kerk, waarin hij het meesterschap, dat hij bezat, het kwistigst heeft kunnen ten toon spreiden. Er mogen kerken zijn, die een schooner geheel vertoonen, er is onder de kerken van Cuypers moeilijk een aan te wijzen, welke aan zoo hooge eischen bij zoo ongunstige terreinligging beantwoordt. Vooral de toren is bewonderingswaardig en een nieuw sieraad voor het mooie Nijmeegsche stadsbeeld geworden. Deze toren moge het verliezen tegen de imponeerende, heel het stadsbeeld beheersende oude Stephanustoren, zij is er een waardige tegenhanger van en rijst in andere, nieuwe vormen naast deze omhoog waarlijk als toren van Nijmegen’s Katholieke hoofdkerk. Er was geen plaats voor die toren. Geen nood, Dr. Cuypers, bijzonder groot in torenbouw, bekroonde er den koepel mee en bewees, dat men ook midden in de kerk de fundamenten van een hooge ranke tooren kan leggen. Er werd met bekwamen spoed gewerkt.

Reeds 11 maart 1884 reikte Dr. Cuypers zijn plan aan het Kerkbestuur over en een maand later, 12 april 1884, hechtte Mgr. Godschalk zijn goedkeuring aan de meesterlijke plannen. Drie weken later, 5 mei 1884, begon de afbraak van de oude kerk en op 13 juni van datzelfde jaar werd de eerste steen van de fundamenten van de nieuwe gelegd. De plechtige eerste steenlegging op de hoek van den verbindingsmuur tusschen priesterkoor en Noordelijken zijbeuk had iets later, op het feest van Sint Augustinus, 28 Augustus van dat jaar, plaats.

Bijna twee jaar is aan de kerk gebouwd.

3 Mei 1886 op het feest van Kruisvinding, Maandag na Beloken Paschen heeft Mgr. Godschalk de nieuwe kerk geconsacreerd.

Het was een blijde dag, dien wij thans na vijftig jaar niet minder blij herdenken.

Om eenig begrip van den bouw te geven, de kerk is 50 Meter lang en 18 Meter breed, waarvan de breedte van het middenschip 9,50 meter is. Het gewelf is 16 Meter hoog in het middenschip, 6 Meter in de zijbeuken, op de gaanderijen 5,5 M. De hoogte van den nok van het dak bedraagt 27 Meter. Er zijn beneden 206 zitplaatsen in de banken, 280 groote en 600 kleine kerkstoelen, terwijl op de gaanderijen in banken en stoelen nog 387 plaatsen zijn.

De kosten van den bouw, met voorbijzien van die voor terreinaankoop, zonder meubileering en zonder pastorie, bedroegen f140.393,63½.

De kerk heeft vele weldoeners gehad. Voor het hoogaltaar en de Communiebank werd in de stad door een inzameling de som van 1700 Gld. bijeengebracht, terwijl voor den bouw der kerk

Aan onderscheiden giften f25.344 werd gegeven.

Het zou te ver voeren, alle weldoeners hier te vermelden, de familie Dobbelman neemt hier wel een zeer bijzondere plaats in, maar naast haar staan vele anderen, die het hunne bijdroegen om het nieuwe kerkgebouw van passende meubelen en kerksieraden te voorzien. Vermelding verdient, dat Deken Evers uit dankbaarheid voor het overwinnen van de vele moeilijkheden, welke de bouw der Kerk voor het Kerkbestuur maar niet het minst voor den Deken zelven medebracht, aan de kerk een beeld schonk van den H. Gregorius Thaumaturgus d.i. den Wonderdoener. Hij sprak van schier onoverkomenlijke moeilijkheden. Het kreeg een plaats onder het zangkoor.

De versiering en bemeubeling geschiedde bijna uitsluiten in innige samenwerking met den architect onder diens toezicht. De beelden der kerk, het hoogaltaar kwamen uit diens eigen werkplaatsen. De ramen van het priesterkoor werden uitgevoerd door Nicholas uit Roermond, de mooie schilderingen in het priesterkoor door Romain Looymans uit Antwerpen. Het hoogaltaar kostte de som van 8200Gld., de Communiebank 2400, het orgel 9000. Een pronkstuk der kerk is de groote Monstrans ter waarde van 3500Gld.

Hoezeer de kerk zich in de milddadigheid van de geloovigen uit heel de stad mocht verheugen, bleek nog in het begin van grooten oorlog, toen een inzameling over heel de stad een som van ruim 2000 Gld. samenbracht  voor aanleg van electrisch licht en de daarvoor benoodigde kroonen.

Een der laatste groote giften aan de kerk geschonken zijn de twee klokken, welke thans geregeld de geloovigen ter kerk roepen. Een ijzeren klokkenstoel werd geplaatst voor drie klokken “sol”, “si”, “re”.

De grootste, de “sol” moest nog worden geplaatst, ze nu nog een uitgave van een duizend gulden vragen, waaraan voorloopig niet te denken is. Van de twee andere heet de kleinste Maria, draagt de andere het opschrift “Sursum Corda”. Ik geloof niet onbescheiden te zijn, wanneer ik hier mededeel, met welke bedoeling door den HoogEerwaarden Heer Deken Mgr. C. van Son dit opschrift voor de grootste der beide klokken werd gekozen. Het was een moeilijke tijd. Hoe vele weldoeners de kerk ook in den loop der jaren had gevonden, hoe vele duizenden waren gegeven om haar overeenkomstig den sierlijken bouw ook inwendig rijk te versieren, de schuldenlast drukte nog steeds zeer zwaar op dit Godshuis. Was dit niet zoo bezwaarlijk in een beteren tijd, in de laatste jaren werd het een last, die de draagkracht van de sterk verarmde parochie ver te boven ging.

Er werd reeds meermalen eerst gefluisterd, toen luide gezegd, dat het er slecht voorstond met de financiën van de Augustijnenkerk, dat het onmogelijk was, uit de steeds geringer inkomsten te voorzien in de kosten van onderhoud van drie priesters met het voor hun verzorging benoodigde personeel, terwijl de kerk zelve ook veel aan onderhoud bleef vragen. Er werd van opheffing der provincie gesproken, waarbij dan tegelijk een nieuwe indeeling der parochiën in de binnenstad kon plaats vinden. De kerk zou dan ter beschikking worden gesteld aan een religieuze orde of worden afgebroken, de schuld gedelgd uit den opbrengst van grond en materiaal. Maar daarvoor was de Parochie, een drieduizend Katholieken omvattend, weer te groot, was ook het kerkgebouw te kostbaar en te mooi.

Terwijl de HoogEerw. Heer Deken voor deze moeilijkheden zat, liet hij de groote klok “Sursum corda” doopen, om op te roepen tot vertrouwen. En God, die het vertrouwen niet beschaamt, heeft de parochie bewaard en de Orde van de Broeders van Onze Lieve Vrouw van den Berg Carmel bereid gevonden, de kerk als kloosterkerk over te nemen en beschikbaar te blijven stellen als parochiekerk.

1 Januari 1934 werd de jubileerende kerk een kloosterkerk en de Paters Carmelieten rekenen het zich tot een eer, in deze kerk de heerlijke tradities voort te zetten welke er leven.

God zal ook hun vertrouwen niet beschamen. Zij gaan onder Zijn zegen blijde de toekomst tegemoet, onder de voorspraak van Maria, die aan de Kerk als mede-Patrones werd gegeven.” (De Gelderlander 2/5/1936)

Verval: de rol van verandering in de Benedenstad

Vanuit het Noorden naar de Waalkade met de achterliggende bebouwing; op de achtergrond v.l.n.r. de torens van de Broerstraatkerk , de Augustinuskerk en de St. Stevenskerk, 1890 (Thieme, H.C.A. Uitg. Nijmegen via F65784 RAN)
Vanuit het Noorden naar de Waalkade met de achterliggende bebouwing; op de achtergrond v.l.n.r. de torens van de Broerstraatkerk , de Augustinuskerk en de St. Stevenskerk, 1890 (Thieme, H.C.A. Uitg. Nijmegen via F65784 RAN)

Zoals het krantenartikel bij het 50-jarig jubileum in 1936 al noemt, was de financiële situatie van de Augustinuskerk niet rooskleurig geweest.

De Benedenstad was een belangrijk onderdeel van de parochie van de Augustinuskerk. Op het moment dat de nieuwe kerk werd gebouwd, was de Benedenstad welvarend. Hier woonden ook veel rijkere Nijmegenaren. Dit veranderde echter in de loop van de 50 jaar: door de aanleg van het station begon zich steeds meer verkeer te verplaatsen, welke vroeger op de Waal was gericht.

Het verval trad echter voornamelijk in doordat veel welvarende burgers zich na de sloop van de vestingwerken in de nieuwe buitenwijken gingen vestigen. Bij het 50-jarig in 1936 uit de Gelderlander de wens dat de ingezette saneringspolitiek van de Benedenstad haar oude luister zal doen herstellen.

Een paar jaar later begint echter de Tweede Wereldoorlog. De Augustijnenkerk zal daarbij worden verwoest in het bombardement van februari 1944.

Interieur verwoeste Augustinuskerk (GN2867 RAN)
Interieur verwoeste Augustinuskerk (GN2867 RAN)

Herbouw Karmelietenkerk

De kerk wordt, op een iets andere plaats, samen met het karmelietenklooster herbouwd en komt in 1951 gereed. Zie daarvoor het artikel:

Hoek Houtstraat Augustijnenstraat

In 1955 ontwerpt Okhuijsen het pand aan Plein 1944, op de hoek Houtstraat-Augustijnenstraat. De opdrachtgever is J. van Veggel sr.,…

Kruittoren of Kronenburgertoren

Toen Nijmegen haar vestingstatus verloor, was het blij dat ze nu eindelijk lucht kon krijgen door haar vestingwerken te slopen.…

Dr. Jan Berendsstraat 13 t/m 19, augustus 2023 (Google Streetview)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Bouwen woonhuizen in 2 en 3 bouwlagen: nieuwbouw van Flats aan de Dr. Jan Berendsstraat architect Rodenburg

1947 Dr. Jan Berendsstraat, Semmelinkstraat en van der Kempstraat Bottendaal

In 1947 bouwde architect Rodenburg aan de Dr. Jan Berendsstraat de eerste daadwerkelijke nieuwbouw van na de oorlog, welke door particulier initiatief is gesticht. Het betreft 96 woningen, 3 garages en 1 winkelhuis in de straten die we nu kennen als de Semmelinkstraat, de van der Kempstraat en het tussenliggende gedeelte van de Dr. Jan Berendsstraat.

De bouw vond plaats op het terrein van een voormalige bloemisterij.

In 1991 vond renovatie van deze woningen plaats. Waarschijnlijk stammen uit deze tijd de meeste verschillen tussen de bouwtekening en de huidige foto. In ieder vallen de volgende verschillen op:

  • Verandering in ingangspartij
  • Andere ramen

Na de foto’s is een artikel uit de Gelderlander overgenomen.

Blok A Dr. Jan Berendsstraat

Bij Blok A staat ook een winkel opgenomen. Het is nog niet bekend wanneer deze verdwenen is, maar nu (september 2023) is het een woning. Vergelijkend met de “bestaande toetstand” van de bouwtekening uit 1991, lijkt de lagere muur in de verbinding met Blok B al verdwenen te zijn: ook hier loopt de muur tot gelijke hoogte als de muren van blok A.

Blok A: Dr. Jan Berendsstraat woonblok en winkel (D14.407262) architect Rodenburg
Blok A: Dr. Jan Berendsstraat woonblok en winkel, architect Rodenburg (D14.407262)
Dr. Jan Berendsstraat 13 t/m 19, augustus 2023 (Google Streetview)
Dr. Jan Berendsstraat 13 t/m 19, augustus 2023 (Google Streetview)
Dr. Jan Berendsstraat 13 t/m 19 en voormalige winkel, augustus 2023 (Google Streetview)
Dr. Jan Berendsstraat 13 t/m 19 en voormalige winkel, augustus 2023 (Google Streetview)

Blok B Van der Kempstraat

Blok B Van der Kempstraat, architect Rodenburg (D12.407261)
Blok B Van der Kempstraat, architect Rodenburg (D12.407261)
Blok B van der Kempstraat, augustus 2023 (Google Streetview)
Blok B van der Kempstraat, augustus 2023 (Google Streetview)

Blok C Van der Kempstraat 1 t/m 23

Blok C Van der Kempstraat 1 t/m 23, architect Rodenburg (D12.407261)
Blok C Van der Kempstraat 1 t/m 23, architect Rodenburg (D12.407261)
Blok C van der Kempstraat 1 t/m 23, augustus 2023 (Google Streetview)
Blok C van der Kempstraat 1 t/m 23, augustus 2023 (Google Streetview)

Blok D Dr. Jan Berendsstraat

Ook hier geldt dat de muren die de verbinding vormen met de andere blokken in de bouwtekening een andere is dan de huidige: ook bij dit blok zijn de muren tot de hoogte van blok D gemetseld.

Dr. Jan Berendsstraat, architect Rodenburg (D12.407262)
Dr. Jan Berendsstraat, architect Rodenburg (D12.407262)
Blok D: Dr. Jan Berendsstraat, augustus 2023 (Google Streetview)
Blok D: Dr. Jan Berendsstraat, augustus 2023 (Google Streetview)

Blok E Semmelinkstraat 2 t/m 48

Blok E Semmelinkstraat 2 t/m 48, architect Rodenburg (D12.407261)
Blok E Semmelinkstraat 2 t/m 48, architect Rodenburg (D12.407261)
Semmelinkstraat 2 t/m 48, augustus 2023 (Google Streetview)
Semmelinkstraat 2 t/m 48, augustus 2023 (Google Streetview)

Blok F: Semmelinkstraat oneven

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is afbeelding-64.png
Blok F Semmelinkstraat oneven, architect Rodenburg (D12.407261)
Blok F Semmelinkstraat oneven, architect Rodenburg (D12.407261)
Deel Semmilinkstraat 1 t/m 13 op voorgrond, augustus 2023 (Google Streetview)
Deel Semmilinkstraat 1 t/m 13 op voorgrond, augustus 2023 (Google Streetview)

Transformatorhuisje

Artikel de Gelderlander

De Gelderlander schrijft tijdens de bouw op 13 juli 1947 een artikel in haar krant:

Nieuwbouw van Flats aan de Dr. Jan Berendsstraat

Op het open terrein, voormalige bloemisterij, aan de Dr. Jan Berendsstraat nabij St. Annastraat is men thans druk bezig met het grondwerk voor de komende defiinitieve bebouwing z.g. hoogbouw bestaande uit 96 flats, 3 garages en 1 winkelhuis.

De bebouwingen worden uitgevoerd naar de plannen van de Architect R. Rodenburg te Nijmegen, die tevens met de leiding van het werk belast is.

De bouw wordt uitgevoerd door de aannemer W. Meijer, die verleden jaar het complex noodwinkels bouwde aan het Keizer Karelplein en Bisschop Hamerstraat.

De verkoop van de grond en de te stichten complexen is tot stand gekomen door bemiddeling van de makelaar N.S. Verbeek, die in overleg en samenwerking met het bureau Huisvesting eveneens de verhuur verzorgt. Onnodig te vermelden dat het aantal gegadigden verre het beschikbare aantal woningen overtreft.

De initiatiefnemers zijn zeer erkentelijk voor de medewerking welke zij mochten hebben van Rijks- en Gemeente Instanties en tonen tevens dat het hen niet ontbreekt aan ondernemingsgeest en doorzettingsvermogen, daar dit het eerste object definitieve nieuwbouw is dat na de oorlog te Nijmegen dat na de oorlog te Nijmegen wordt gesticht door particulieren.

De indeling der flats is als volgt, t.w.: 1 woonkamer, slaapkamers, douchecel, keuken, W.C., fietsenbergplaats, kolenkast e.d.- Het wordt eenzelfde type.

Bedoeling is in ieder geval dit jaar een gedeelte klaar te hebben en binnen een jaar het gehele complex.” (De Gelderlander 12/7/1947)

Verder lezen:

Klokkenberg kweekschool schippersinternaat nu ouderen Domus Magus Ubbergseveldweg architect Pothoven 202304
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Internaat Kweekschool Klokkenberg architect Pothoven

1927, Ubbergseveldweg 117-123 Hunnerberg

Klokkenberg kweekschool schippersinternaat nu ouderen Domus Magnus Ubbergseveldweg architect Pothoven 202304
Internaat kweekschool , later schippersinternaat. Nu appartementencomplex voor ouderen Domus Magnus Ubbergseveldweg, architect Pothoven, april 2023

De meeste Nijmegenaren kennen dit gebouw als Schippersinternaat de Sterreschans. Het is echter gebouwd als internaat voor de kweekschool de Klokkenberg. Anno 2023 is het gebouw in gebruik als luxe appartementen voor ouderenzorg Domus Magnus.

Voorgeschiedenis

Het pand op de Oude Stadsgracht en een villa op de hoek Batavierenweg/Beatrixstraat voldeed/voldeden niet meer. Uit het krantenartikel bij de opening blijkt dat een bijeenkomst van reünisten aanleiding was om een geldinzamelingsactie te starten voor een nieuw gebouw. De inzameling voldeed bij lange na niet, maar was desondanks toch een startsein. Vervolgens wordt er geld ingezameld, vooral dr. Coenraad uit Beek wordt genoemd vanwege zijn collecte-reizen door het land.

Internaat

Het internaat van Kweekschool de Klokkenberg. Later Schippersinternaat, thans een particuliere woonzorglocatie de Sterreschans van Domus Magnus, 1928 (Borg, A.A. van der, uitg. Nijmegen via F18340 RAN CC_BY-SA)
Het internaat van Kweekschool de Klokkenberg. Later Schippersinternaat, thans een particuliere woonzorglocatie de Sterreschans van Domus Magnus, 1928
(Borg, A.A. van der, uitg. Nijmegen via F18340 RAN CC_BY-SA)

Als architect wordt Hubertus Adrianus (Bart) Pothoven uit Amersfoort gevraagd. Het (PGNC 21/4/1927) noemt in haar artikel dat hij ook de gebouwen van de Heldringstichting in Zetten had ontworpen. Hij was voorheen echter ook actief in Nijmegen en omgeving geweest.

Bij de opening in 1927 is alleen de helft af. Aangezien er vooral gerefereerd wordt naar de Oude Stadsgracht, lijkt het mij (RE) dat op dat moment een van de vleugels af is, maar duidelijk is dit vooralsnog niet.

Huiselijke sfeer

“Het nieuwe gebouw, eenvoudig in lijn, met aantrekkelijke bordes en balustrades, herinnert aan de oude landhuizen in het Hollandsche oord.” (De Gelderlander De Gelderlander 21/4/1927) Opvallend daarbij is dat het 2 spiegelende gebouwen zijn, waarbij elk 45 kwekelingen kunnen wonen. In de speeches verklaard vanwege de behoefte aan huiselijke sfeer. Volgens het Monumentenregister kwam dit doordat de 2 directeuren die niet met elkaar overweg konden.

In ieder geval was de huiselijke sfeer wel belangrijk, ook voor het doorgeven van de christelijke waarde: “Vooral het idee-Oosterlee werd hier gerespecteerd en uitgevoerd ook, om toch in het internaat zooveel mogelijk het gezinsleven nog te kunnen behouden. Men wil hier den huiselijken haard met al zijn opvoedkundige waarde, voor den toekomstige leeraar, zooveel mogelijk benaderen. En dat ging niet, wanneer men alle negentig leerlingen in één gebouw onderbracht” (De Gelderlander 21/4/1927).

Een nieuwe Klokkenberg

Vóór de bouw werd zand aangevoerd om het pand wat hoger te laten liggen: de “berg”. En vanzelfsprekend de klok van de Klokkenberg. Het internaat betrof slechts de woon-/slaapplaats van de “kwekelingen”. Zij gingen naar de Klokkenberg op de Klokkenberg/Muchterstraat naar school.

Eerste steen

De “Eerste steen” werd gelegd door P. Oosterlee op 4-9-26, getuige de “Eerste steen”. Oosterlee was sinds 1905 directeur van de kweekschool. Hij was tevens zwager van A.L. Gerretsen, die tot 1904 leiding had over de school en het internaat. Deze was weer de zoon was van H.A. Gerretsen, die van 1848 tot 1874 de leiding had over zowel als internaat.

Onvoldoende bezetting

Schijnbaar was de bezetting in ieder geval vanaf de jaren 40 onvoldoende: vanaf 1941 werden ook niet-kwekelingen toegelaten tot het internaat, om op die manier de kosten te drukken. In de 2e Wereldoorlog werkt het gebouw eerst door de Duitsers en later door de Canadezen gebruikt. IN 1956/57 waren er plannen om hier de meisjes van het internaat te Zetten onder te brengen toen deze werd opgeheven, waarbij de verdeling dan 45 jongens en 45 meisjes zou zijn.

De Klokkenberg redde het echter niet. Omdat de Klokkenberg meer een regionale dan een nationale functie kreeg, werd het beheer steeds moeilijker. Daarop werd het internaat in 1969 opgeheven.

Internaat Sterreschans

Het internaat voor leerlingen van de kweekschool de Klokkenberg, later internaat voor schipperskinderen, thans particuliere woonzorglocatie De Sterreschans onderdeel van de landelijk werkende woonzorg organisatie Domus Magnus. Het pand daterend uit 1926-1927, ontworpen door de architect H.A. Pothoven, is een gemeentelijk monument, 1977 (Jan Cloosterman via F34349 RAN)
Het internaat voor leerlingen van de kweekschool de Klokkenberg, later internaat voor schipperskinderen, thans particuliere woonzorglocatie De Sterreschans onderdeel van de landelijk werkende woonzorg organisatie Domus Magnus. Het pand daterend uit 1926-1927, ontworpen door de architect H.A. Pothoven, is een gemeentelijk monument, 1977 (Jan Cloosterman via F34349 RAN)

Echter: juist in dat jaar was de leerplicht voor schipperskinderen van kracht geworden. Doordat het internaat voor de kweekschool was opgeheven, kon deze gebruikt worden als internaat voor schipperskinderen. Om te voorkomen dat de naam van het internaat verwarring zou zaaien met de andere panden van de Klokkenberg, werd het gebouw hernoemd naar de Sterreschans, een voormalig fort in de omgeving. En onder deze naam is het gebouw voor veel Nijmegenaren nog steeds bekend. Ook het schippersinternaat was protestants-christelijk.

Het schippersinternaat merkt de ontwikkeling van het dalend kinderaantal: in 1969 waren er nog 90 leerlingen, anno 1992 was dat nog maar iets meer dan de helft.

Sinds 1985 is het gebouw tevens in gebruik als kinderopvang van de KION. In 1992 wordt daarvoor ¾ van de benedenverdieping gebruikt.

Leegstand

Vanaf 2001 is het gebouw eigendom van bouwbedrijf Heijmans en projectontwikkelaar van Bekkum. Hierbij staat het pand jarenlang leeg. Met soms krakers of anti-kraak in het pand. Op de site van Noviomagus staat d.d. oktober 2008 dat het pand al jaren leegstand en dat er dat op moment een tiental studenten woont. Intussen verslechtert het pand.

Woon-zorg ouderen Domus Magnus

In ieder geval in 2010 is het pand eigendom van de firma Roelofs & Haase  Dit bedrijf is zowel projectontwikkelaar als aannemer. In dat jaar is het bedrijf bezig aan een verbouwing voor Domus Magnus om het gebouw in te richten als luxe appartementen voor ouderen.

Het gaat daarbij om 28 appartementen in het oude internaatgebouw en 16 appartementen in de 2 nieuwe gebouwen aan de achterzijde. Naast een hoog wooncomfort gaat het ook om een uitgebreid pakket aan diensten en zorg, zoals een restaurant, een bibliotheek, een biljart en het houden van activiteiten.

Gemeentelijk monument

Het gebouw is een gemeentelijk monument: “Het gebouw, dat oorspronkelijk bestond uit twee volledige spiegelbeeldige door muren gescheiden scholen, is een voor Nijmegen uitzonderlijk monumentaal schoolgebouw uit het interbellum. Door de situering op de heuvelrand stedenbouwkundig van belang. Zeer gaaf bewaard gebleven.” (Bron: Monumentenregister Gemeente Nijmegen, zoals weergegeven op Noviomagus)

PGNC: Het nieuwe internaat van de Kweekschool op den Klokkenberg.

Zowel het PGNC als de Gelderlander gaan zeer uitvoerig in op de opening. In het bovenstaande is de Gelderlander reeds een aantal keren aangehaalde. Hieronder wordt het -lange!- artikel van PGNC 21/4/1927 weergegeven:

Het nieuwe internaat van de Kweekschool op den Klokkenberg.

Heden heeft de officieele opening plaats gehad van het nieuwe internaat van de Kweekschool voor Onderwijzers op den Klokkenberg. Op een der mooiste punten van de stad, aan den Ubbergschen Veldweg en den Beekmandalschen weg, in de nabijheid van den Kopschen Hof, op een plek grond derhalve dat rijk gezegend is met natuurschoon en waar men zich op historischen bodem bevindt, is het nieuwe gebouw verrezen. Duizenden kubieke meters grond heeft men verplaatst om te bereiken, dat het Internaat voor den Klokkenberg zich verheft boven zijn omgeving en door zijn hooge ligging, afgezien van het praktische nut daarvan, zoomede door zijn koperen klokkentoren ook in deze nieuwe omgeving den naam van de stichting eer kan blijven bewijzen. Men zal, in het nieuwe huis zoo goed als in de school, blijven “op den Klokkenberg”.

De tot standkoming van dit fraaie gebouw is te danken aan de herleefde belangstelling van de oud-Klokkenbergers. Bij de Reunie van 1921 werd het plan geopperd aan den Klokkenberg een som van f100.000 ter hand te stellen om daarvoor een nieuw internaat te bouwen. Deze som is wel-is-waar bij lange na niet bereikt, maar groot is toch de steun, die door vele oud-Klokkenbergers werd geboden. Het was in elk geval hun initiatief, dat de Directie (het bestuur) tot een nieuwen bouw heeft gedrongen. Het gebouw aan de Oude Stadsgracht beantwoordde reeds lang niet meer aan de eischen van onzen tijd. Sinds jaren waren ook reeds hoogst noodzakelijke herstellingen achterwege gebleven omdat het gebouw zoo oud was. Toen kwam de noodzaak om voor het tweede internaat om te zien naar een andere huisvesting, daar het totnutoe daarvoor zoo welwillend beschikbaar gesteld gebouw aan de Beatrixstraat moest worden verkocht. De Directie kwam voor een moeilijke beslissing te staan. Niet weinig heeft tot het besluit om te bouwen bijgedragen de bijzonder voordeelige voorwaarden, waarop wijlen jkvr. de Pesters het perceel grond aan den Ubbergschen Veldweg aan de stichting wilde verkoopen. Het was wel zeker, dat zulk een aanbied niet meer zou worden ontvangen. En zoo werd dan tenslotte tot den nieuwen bouw besloten. Voor het ontwerpen van een plan werd opdracht gegeven aan den heer H.A. Pothoven, architect te Amersfoort, die ook de Heldringgeschichten gebouwd heeft. Met de uitvoering werd belast de aannemersfirma Leegwater, Kloosterboer en Hittema te Broek op Langendijk en Heer Hugowaard, wier vertegenwoordigers bij den bouw waren de opzichters S.F. Hoekstra en A. Schüller.

Op 1 Juni 1926 is met den bouw begonnen en thans is het Internaat uitwendig geheel en inwendig ten deele gereed. Met de verdere afwerking zullen nog wel enkele maanden gemoeid zijn.

Het gebouw bestaat feitelijk uit vier aaneengebouwde perceelen, die, dank zij eene goede architectuur, op fraaie wijze tot een geheel vereenigd zijn. Ter weerszijden van een royaal uitgevoerden hoofdingang liggen twee internaten, elk aan de buitenzijde geflankeerd door een bijbehoorende directeurswoning.

Bij het opmaken van het plan heeft n.l. voorgezeten het idee van den directeur der Kweekschool, den heer Oosterlee, dat in één internaat onder één regent niet meer dan 45 leerlingen moeten worden opgenomen, teneinde het karakter van een groot gezin te bewaren en zooveel mogelijk het gezinsleven nabij te komen. Wordt het getal inwonende leerlingen grooter, dan krijgt het internaat meer den aard van een gesticht. De uitvoering van deze gedachte heeft een duurder exploitatie tot gevolg dan wanneer één groot internaat ware gebouwd, maar dit is een offer gebracht aan de genoemde paedagogische overwegingen, welke bij den bouw hebben voorgezeten. Men vergete niet, dat de jongens in het Internaat van den Klokkenberg daar de jaren doorbrengen, waarin hun karakters gevormd worden, n.l. van hun 14e tot 18e à 19e jaar.

De beide internaten zijn uitsluitend voor huisvesting en studie der leerlingen bestemd. Er wordt geen les gegeven; dit geschiedt in de leslokalen in de Kweekschool op den Klokkenberg. Daar is zooals men weet, ook de Leerschool (lagere en U.L.O.-school), waar de jongens voor zij op de Kweekschool komen praktisch gevormd worden.

Het terrein, waarop het nieuwe internaat verrezen is, is 10.000 M². groot. Het gebouw is 71 M. breed en 31 M. diep. Er is derhalve nog alle ruimte voor schooltuin, speelterrein, lawntennisbanen enz.

Het hart van het gebouw is de aula. Zij bevindt zich in het midden en is het eenige lokaal, dat voor gemeenschappelijk gebruik door de inwonenden van beide internaten bestemd is. De aula meet 11 bij 12 M., heeft een podium en kan 220 personen bevatten.

Wij laten thans een opsomming volgen van de vertrekken, welke elk der beide internaten bevatten:

Sousterrain: kelder voor berging van rijwielen, provisiekelder en voorraad-keuken-kelder (in het centrum van het gebouw ligt de ketel en kolenkelder voor de centrale verwarming).

Begane grond: Hal met gangen, die in verbinding staan met: conversatiezaal, studeerzaal, eetzaal, kamer voor de juffrouw, spreekkamer, keuken met dienkamer en bijkeuken, toiletten, garderobes etc.

Eerste verdieping: drie slaapzalen, ziekenkamer, kamer leeraren; in verbinding met elke slaapzaal is een wasch- en garderobevertrek.

Tweede verdieping: vioolstudiekamer, de z.g. societeit voor de leerlingen van het laatste jaar, linnenkamer, poetskamer, slöjdkamer, donkere kamer voor fotografie-ontwikkeling, koffer- en bergzolders.

Het gebouw is praktisch en gerieflijk ingericht en zeer solide uitgevoerd, terwijl de schoonheid allerminst aan de degelijkheid is opgeofferd. Alle lokalen zien er frisch en vrolijk uit, licht en lucht kunnen overal vrij binnenstroomen en dit gevoegd bij het schitterende uitzicht, dat men van het internaat en zijn terrein heeft op de Bosschen van Dommer, de Ooij en het Molenveld, maakt het nieuwe Internaat van den Klokkenberg tot een tehuis, waar het een genoegen moet zijn te verblijven. Dit geldt evenzeer voor de woningen van de beide regenten, de heer D. Koets en A. van Pernis, die uiteraard mede heerlijk gelegen zijn, vele mooie kamers bevatten en allerlei gerief hebben dat men in de oude stad vergeefs zoekt.

Reunie van Oud-Klokkenbergers

Ter gelegenheid van de opening van het nieuwe Internaat heeft gistermiddag in het oude gebouw aan de Oude Stadsgracht een Reunie van Oud-Klokkenbergers plaats gehad.

Na het zingen van Psalm 68:10 werd de reunie geopend door Dr. W. Coenraad, secretaris van het bestuur, die er zijn blijdschap over uit sprak, dat zoo velen de uitnoodiging hadden aangenomen tot bijwoning dezer derde reunie. Hij herdacht ds. Pijnacker Hordijk en ds. J.J. van Noort, die beiden bij de vorige reunie op den voorgrond getreden waren, de eerste als voorzitter van het bestuur, de tweede zelf behoorende tot de oud-kweekelingen en die de wijdingssamenkomst geleid had aan den vooravond van het 75-jarig jubileum.

Dat deze reunie wederom door den heer en mevr. Oosterlee werden bijgewoond, en de eerste nog steeds onder leiding der school had, was voor de directie een oorzaak van groote blijdschap. Hij dankte den heer en mevrouw Koets en den heer en mevrouw Van Pernis voor de bereidwilligheid de reunisten in hun huis te ontvangen. Tenslotte sprak dr. Coenraad den wensch uit dat deze reunie geestelijke zegen mocht schenken aan de deelnemers en ging voor in gebed.

Daarna nam de heer K. Brants, voorzitter van de Reunie-commissie het woord om de directie te danken voor het aanbeden dezer reunie, waardoor, nu de Klokkenberg staat voor een nieuw begin, de banden met de oud-kweekelingen versterkt worden. Hunnerzijds is dankbaarheid de sterkste band, die hen met hun oude school bindt. Daarom scheiden zij met weemoed van het oude internaat, waar zoovele goede herinneringen voor hen liggen. Na een pauze, waarin een foto genomen werd van de deelnemers, kreeg de heer P. van Aalten, directeur van “Klein Warnsborn”, het woord voor zijn inleiding over: “Internaatopvoeding”. In deze rede behandelde de heer van Aalten achtereenvolgens deze punten:

  1. Het internaat of de kostschool staat bij velen ten onrechte in kwaden reuk;
  2. Het internaat richtte zich naar het gezin;
  3. De kwaliteiten van den leider en zijn vrouw.
  4. De verhouding tusschen leiding en secondanten.
  5.  De onderlinge jongensopvoding.
  6. Het probleem van de vrijheid in het internaat.

De rede van den heer Van Aalten werd met belangstelling aangehoord, waarna de Reunie werd gesloten.

De sluiting van het Oude Internaat.

Gisterenavond had opnieuw een bijeenkomst van de Reunisten plaats, eveneens in het pand Oude Stadsgracht 33, ter officieele sluiting van het oude internaat. De Directeur der Kweekschool “De Klokkenberg”, de heer P. Oosterlee, hield namens de oud-leerlingen een rede, getiteld “Van Waar en Waarheen?” Spreker wierp een terugblik op hetgeen van 1848-1927, dus gedurende ongeveer 80 jaren, is doorgemaakt in het internaat der school op den Klokkenberg aan de Oude Stadsgracht 33. In zijn afscheidswoord werden herdacht zijn beide voorgangers, de heeren H.A. Gerretsen en A.L. Gerretsen, die hun beste krachten aan de school gegeven hebben, en op velen hunner leerlingen een stempel hebben gezet. In zijn slotwoord sprak de heer Oosterlee den wensch uit, dat in het nieuwe internaat op den arbeid gelijke zegen rusten zal, als in het oude zoo ruimschoots ondervonden is.

De reunisten dankten den heer Oostelee met warme bijval voor zijn toespraak.

De heer M.J. van Doorn uit Oegstgeest, oud-leerling der school en kunstschilder, die gedurende vele jaren in Indië heeft gewoond, bood daarna aan de directie de door hem geschilderde portretten aan van de eerst twee directeuren van den Klokkenberg, de heeren H.A. Gerretsen en A.L. Gerretsen. Voorts bood de heer K. Brants uit Haarlem, hoofdinspecteur van het Lager Onderwijs, in N-Holland en Utrecht, namens zijn familie aan een portret van Jan Klein, die in 1848 de eerste leerling der school is geweest. De bijeenkomst werd vervolgens gesloten.

Officieele opening van het Nieuwe Internaat.

De officieele opening van het nieuwe Internaat, dat in den aanhef dezes beschreven is, heeft hedenmiddag te ruim half drie uur plaats gehad. Tegen dat uur was in de aula van het nieuwe gebouw een uitgelezen gezelschap dames en heeren aanwezig. Wij merkten op de Directie (bestuur) van den Klokkenberg, den heer P. Wielenga. Hoofdinspecteur van het Lager Onderwijs in Gelderland, den heer H.H.A.S. Vrancken, wethouder van Onderwijs der gemeente Nijmegen, deputaties van de Ned. Herv. Gemeente te Beek en Ubbergen en de Luthersche en Waalsche Gemeenten te Nijmegen, de Regenten der beide internaten, directeur, leeraren en leerlingen der Kweekschool, zeer vele Reunisten (oud-leerlingen van den Klokkenberg) en verdere belangstellenden.

De plechtigheid werd geopend met het zingen van Psalm 68:10. Daarna gelezen Psalm 90: 1. 2. 16. En 17 en Psalm 91. en ging Prof. dr. A.M. Brouwer uit Utrecht, voorzitter van de Directie van den Klokkenberg, in het gebed voor.

De openingsrede.

Prof. Brouwer hield vervolgens een rede, waarin hij allereerst zied, dat er aanleiding is voor gepasten schroom bij de directie van den Klokkenberg waar dit nieuwe gebouw een zoo achtbaren kring om zijnentwil vergaderd ziet. Spr. heette allen hartelijk welkom. Een meer dan gewone schroom paste spr. nu hij hier staat op de plaats, welke 33 jaren lang op zoo eminente wijze is ingenomen door wijlen ds. A. Pijnacker Hordijk. Spr. herdacht in dat verband ook den stichter der school, mr. van der Brugghen en ds. J.A. Stoop, die voor ds. Pijnacker Hordijk 35 jaren lang de ziel van den Klokkenberg is geweest. Dat spr. de vrijmoedigheid had gevonden de taak, door Pijnacker Hordijk, den man van het hart van goud, over te nemen, toen deze tot hooger leven werd opgeroepen, was alleen te danken aan het feit, dat de directie in haren secretaris dr. Coenraad te Beek een man heeft, die met den Klokkenberg dagelijks medeleeft, die in al de zaken is ingewijd, die in de afgeloopen maanden een belangrijk deel van zijn tijd ook heeft gegeven aan collecte-reizen en aan het voeren van de zoo noodige actie, welke tot dit resultaat, tot dit gebouw heeft geleid. Aan hem hulde voor al den arbeid en toewijding. Wat wij te danken hebben, vervolgde spr., dat is aan God, die ons tot zoover bracht en door Hem aan zoovelen buiten den voorzitter, die hun belangstelling en hun arbeid aan deze taak gegeven hebben.

Wanneer spr. een oogenblik leiding aan de gedachten der aanwezigen mocht geven, dan treft allereerst, dat de stichting “De Klokkenberg” reeds zoo langen tij bestaat en als een oude eik krachtig nieuw loot schiet. Een en tachtig jaren heeft de Klokkenberg haar taak vervuld. Hoe groot zijn de zorgen vaak geweest, hoe veel de bezwaren. Maar door alles heen is de Klokkenberg blijven staan als een opgericht teeken. En nu op dezen dag wijdt zij in een nieuw gebouw, dat er mag zijn in al zijn eenvoud. Spr. wierp vervolgens een terugblik op de dagen van de stichting der school, waarin het Réveil nog in vollen bloei stond en toen klinkende namen verbonden waren aan een hopelooze zaak als het Christelijk onderwijs toen scheen te zijn. Wat is er sedert veel veranderd! Sedert 1920 is de vrije school geheel gelijk gesteld met de openbare. En waar eens alleen de stem van Groen een, zij het eigenaardig gekleurde Christelijke staatkunde in ’s lands vergaderzaal bepleitte, daar is nu de christelijke politiek tot overwinning gekomen. Is dit alles winst? Spr. denkt aan een woord van den ouden Is. Saussays: Christenen moeten niet heerschen. Hun past het kruis. Waar zij tot heerschappij komen, leidt dit of tot overmoed of tot chiliastische dweperij. Dat is een woord uit 1855. Hoeveel is er in die zeventig jaar veranderd? Of het alles vooruitgang is? Ik verneem- ging spr. voort- herhaaldelijk stemmen, dat het mooie van het christelijk onderwijs er af is. Het gaat alles te gemakkelijk. Er worden geen offers meer gevraagd. Er is geld over, eerder dan geld te kort. Wanneer ik zoiets hoor, dan wijs ik op den Klokkenberg. Hier is nog een stukje van dat moois uit den ouden tijd. Hier is nog een aanzienlijk tekort op de bouwsom. Hier worden nog collecte-reizen noodig geacht. Dr. Coenraad weet er alles van mee te praten. Hier kunnen nog offers worden gebracht. Want ook voor het vervolg zal steun van buiten dringend noodig blijven. Bij het vele, dat er in die tachtig jaren veranderd is, hebben wij dan in dit internaat nog een stukje van het moois uit den ouden tijd behouden en daarmee ook in dit opzicht een historische herinnering bewaard.

Het derde punt, waarop spr. wilde wijzen, is dit, dat er op den Klokkenberg een historische traditie waar te nemen is in allerlei opzicht, ook wat het ruime van zijn standpunt betreft. Wij zien daar over de muren, over de stad, over de rivier heen in het wijde van Gods wonderschoone natuur. Dat is van begin af zoo geweest. Het was altijd te doen om de persoonlijkheids Christendom, een Christendom even ver van het ongeloof als van een wettische opvatting, waarbij nadruk viel op de persoonlijkheid en niet op de kerk of de leer. Dit heeft den Klokkenb. steeds gekenmerkt. Daarom kan ook ieder bijbelsch Christen hier een opleiding ontvangen omdat hij in het kerkelijke geheel wordt vrij gelaten. Maar die opvatting heeft aan de stichting ook wel eens de sympathie gekost van hen, die den Klokkenberg om zijn onderwijs toch wel zeer waardeerden.

En als spr. zoo over waardeering spreekt, dan mag hij tenslotte nog wijzen op de liefde, die de oud-kweekelingen voor den Klokkenberg toonen. Van den daadwerkelijke steun der oud-Klokkenbergers getuigt dit nieuwe gebouw op welsprekende wijze. De verklaring daarvan is te zoeken niet alleen in het onderwijs maar in de met het onderwijs nauw verbonden opvoeding van het internaat.

Met het internaat is jaren lang verbonden geweest de naam van de familie Gerretsen. 25 jaren lang, van 1848 tot 1874, was het de heer H.A. Gerretsen, die de leiding van school en internaat vereenigde. Toen hij, op 55-jarigen leeftijd reeds, overleed, erkende de Directie met groote dankbaarheid, dat het hoofdzakelijk aan hem te danken is geweest, dat de Klokkenberg niet alleen den moeilijken eersten tijd was doorgekomen, maar dat zij ook zich meer en meer had ontwikkeld en aan het doel harer bestemming beantwoorden kon. En het internaat èn de school, opvoeding en onderwijs samen, ontvingen van hem een stempel. Hij verstond de kunst een Christelijk onderwijs te geven, waardoor de jonge onderwijzers bij hun optreden bewaard bleven voor overdrijving. Inderdaad, het was een bijzonder begaafd man, aan wien de Klokkenberg 25 jaren lang was toevertrouwd.

Het was door de Directie wel heel goed gezien, dat zij als zijn opvolger koos zijn oudsten zoon, den heer A.L. Gerretsen, die geheel in denzelfden geest als zijn vader het werk voortzette. Dezen was het vergund dit 31 jaren lang te doen. Met aangeboren tact wist hij de gewetens van de jongens te treffen en open te stellen voor den invloed der geestelijke dingen. Een ernstige oog-ongesteldheid dwong hem echter ontslag te nemen aan het einde van 1904. Hij had een zeer moeilijken tijd doorgemaakt maar hij heeft zijn taak met eere vervuld.

Zijn zwager, de heer P. Oosterlee, nam in 1905 zijn arbeid over. Voor ons, jongeren, vervolgde spr., is de naam van den Klokkenberg onafscheidelijk verbonden met de naam Oosterlee. Hij maakt met Mevr. Oosterlee den moeilijken oorlogstijd door met al de distributie-ellenden. Maar, aldus spr. over den heer Oosterlee schrijven wij nog geen geschiedenis. Het is onze hartelijke bede, dat het nog vele jaren mag duren vóór wij zijn geschiedenis schrijven, al zijn wij er allen van overtuigd, dat dit een zeer eervol relaas zal zijn. Verder noemde spr. nog de leiders van beide internaten, die achtereenvolgens den taak van den heer Oosterlee hebben overgenomen, den heer en mevr. Koets en den heer en mevr. Pernis.

Spr. wees daarna op de herleefde belangstelling der oud-Klokkenbergers, waarvan de totstandkoming van dit nieuwe internaat het gevolg is. En nu is dan het gebouw in hoofdzaak gereed. Wij zijn, zeide spr., hier samengekomen om het in te wijden en dan past ons zeker een woord van dank aan allen, die hun tijd, hun gaven, hun krachten hebben gegeven om dit resultaat te bereiken. Naast dr. Coenraad, den secretaris, wilde spr. den naam noemen van den penningmeester, mr. van Romondt Vis; hij wilde denken aan de commissie van oud-leden met haar onvermoeiden voorzitter, den heer K. Brantsen dankbaar den arbeid vermelden van den architect, den heer H.A. Pothoven, te Amersfoort, met wien de Directie op de aangenaamste wijze heeft samengewerkt. Verder  dankte hij de aannemers, de heeren Leegwater en Kloosterboer en de opzichters inzonderheid den heer Hoekstra, en allen die het hunnen bijdroegen tot het welslagen van deze zaak. Van het begin af aan is alles voorspoedig gegaan- met dank aan God mogen wij ’t uitspreken.

Nu zal dan, zoo eindigde Prof. Brouwer, een nieuw tijdperk worden aangevangen. Wij dragen het gebouw met vertrouwen aan de beide regenten over. Het zal voor hen een drukke tijd worden. In den aanvang ook wel een moeilijke tijd om weer nieuwe wegen te gaan. Maar toen de eerste christelijke school werd geopend, legde mr. van der Brugghen op den plaats van den hoofdonderwijzer een briefje met den tekst: ”Wij zullen ons opmaken en bouwen en God in den hemel zal het ons doen gelukken”. Aan dat woord willen ook wij denken. Daaraan ook onzen moed ontleenen.

Gods oog moge geopend zijn over dit gebouw, dag en nacht.

Hiermede verklaarde spr. het gebouw voor ingewijd.

De rede van Prof. Brouwer werd langdurig en warm toegejuicht.” Hierna volgen nog enkele gelukwensen door sprekers. (PGNC 21/4/1927)

Bronnen

Ubbergseveldweg117, Noviomagus

Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/5/1992

Een nieuwe toekomst voor het schippersinternaat (2010), Anna Bakker

3e gebouw links de Bijenkorf, Gezien vanaf het kruispunt Houtstraat - Lange Hezelstraat, in de richting van de Grote Markt, architect Reijnen, gedateerd 1925 (zal wat later zijn) (F34007 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Verbouwing tot tweede winkel Warenhuis de Bijenkorf voor Keijser, Architect Reijnen

Stikke Hezelstraat 1926 Centrum, verloren gegaan in WOII

3e gebouw links de Bijenkorf, Gezien vanaf het kruispunt Houtstraat - Lange Hezelstraat, in de richting van de Grote Markt, architect Reijnen, gedateerd 1925 (zal wat later zijn) (F34007 RAN)
3e gebouw links de Bijenkorf, Gezien vanaf het kruispunt Houtstraat – Lange Hezelstraat, in de richting van de Grote Markt, architect Reijnen, gedateerd 1925 (zal wat later zijn) (F34007 RAN)

In 1926 vestigt P.A. Keijser zijn tweede vestiging van warenhuis De Bijenkorf (geen verband met de keten). Architect van deze verbouwing was W. Reijnen. In hoeverre de verbouwing ook uiterlijk heeft plaatsgevonden is mij nog niet bekend.

Het gebouw werd tijdens het bombardement van februari 1944 verwoest. Daarop vestigde Keijser zich in de Burchtstraat. De Duitsers staken deze echter in september 1944 in brand. Na een noodwinkel kon Keijser in 1954 de Bijenkorf weer openen in een nieuwe winkel aan de Burchtstraat.

Het PGNC schrijft bij de opening in 1926: “

’t Warenhuis “De Bijenkorf.”

Elk rechtgeaard Nijmegenaar neemt met belangstelling kennis van den vooruitgang en bloei van zijn stad. Hij verheugt zich er over dat ’t kleine Nijmegen van weleer, grootsteedsche allures heeft aangenomen dat het b.v. een “Passage” bezit en thans kan bogen op een “Warenhuis”.

Immers, de heer P.A. Keijser, die sinds vele jaren een zaak heeft in ’t perceel Lange Hezelstraat 10, opent heden in het pand Stikke Hezelstraat 42 een tweeden winkel, die den naam draagt ’t Warenhuis “De Bijenkorf”.

Door een practische verbouwing is men er in geslaagd een fraai, ruim winkelhuis te verkrijgen, dat berging biedt aan een grooten voorraad artikelen.

Men vindt er een ruime sorteering huishoudelijke-, luxe- en verlichtingsartikelen, verkrijgbaar tegen concurreerende prijzen.

Tevens treft men een speciale afdeeling  “’t Kinderparadijs” aan, die zeker de belangstelling der jeugd zal hebben. Ook hier veel verscheidenheid: de nieuwste Amerikaanse speelgoederen o.a. geluidgevende prentboeken, stoomachines, enz. Op de galerij zijn eenige duizenden poppen tentoongesteld, terwijl de bovenverdieping als magazijn is ingericht.

’t Geheel maakt een keurigen, solieden indruk, en dit pand is ongetwijfeld een aanwinst voor de Stikke Hezelstraat.

Rest ons nog te vermelden dat het gebouw is ontworpen door den heer W. Reijnen, architect, en dat met de uitvoering en inrichting belast waren de firma’s Tiemstra en Zn., aannemers; P. Gerrits, schilder; Horbeek, centrale verwarming; Jos. Kwakkernaat, elect. Installatatie; Langenhuizen, glas in lood; Bahlmann en Co., vloerbedekking.“ (PGNC 27/11/1926)

Verder lezen:

Burchtstraat 110 Nijmegen: Herbouw van de winkel van Keijser

In oktober 1954 opent G. Keijser op Burchtstraat 110 zijn nieuwe winkel (niet de keten). De oorspronkelijke winkel zat in de Stikke Hezelstraat. Toen deze tijdens het bombardement werd verwoest, opende de Bijenkorf (niet de keten) een nieuwe winkel op de Lange Burchtstraat. De Duitsers staken deze winkel in september 1944 in brand. Na een…

W. Th. Reynen, architect van verbouw en nieuwbouw in Nijmegen

W.Th. Reynen ontwierp veel sociale huurwoningprojecten voor de Woningvereeniging Nijmegen. Daarnaast komen we hem regelmatig tegen als ontwerper van woon-winkelpanden en bij de bouw en verbouw van winkels. Zijn bekendste gebouw is waarschijnlijk het voormalige Gerzon pand (tegenwoordig We), welke hij samen met J.A. Lelieveldt ontwierp.

Moeder Gods moaïiek van Jan van Eijk bij Titus Brandsmakapel 202308
#Nijmegen, Kunstwerken

Moeder Gods Mozaïek bij Titus Brandsmakapel, Jan van Eijk

1960 Titus Bransmakapel Kroonstraat 114 Centrum

Moeder Gods moaïiek van Jan van Eijk bij Titus Brandsmakapel 202308
Moeder God, mozaïek van Jan van Eijk bij Titus Brandsmakapel, augustus 2023

Boven de ingang van het vroegere Titus Brandsmakapel hangt “De Moeder Gods”. Het beeldt Maria en Kind af, een glasmozaïek van Jan van Eijk. Naast het feit dat het werk een mozaïek betreft, lijkt ook inhoud geïnspireerd te zijn op iconen van de oosterse kerk. Kortom: wat zien we op dit werk?

Het werk “behoort tot de monumentale kunst uit de wederopbouwperiode (1946-1965). In deze periode werkten architecten regelmatig samen met kunstenaars. Daardoor werden kunstwerken vaak mooi opgenomen in onderdelen van gebouwen…Hij ligt aan het einde van de as die rechtstreeks voert naar het heiligdom van de kapel. Van dezelfde kunstenaar is de schildering van Christus op de achterwand.”” (KOS)

Titus Brandsmakapel en Karmelieten

Zoals gezegd hangt het werk boven de ingang van de Titus Brandsmakapel. Deze wordt nog steeds zo genoemd, hoewel het haar religieuze functie inmiddels is kwijtgeraakt.

Titus Brandsma was van de Karmelieter orde. De kapel staat op de plek waar hij in de oorlog door de Duitsers werd opgepakt. In 1942 is hij vermoordt in het concentratiekamp Dachau.

Architectuur kapel

De architect Pieter Dijkema ontwierp de kapel in 1960. Daarbij verwijst hij naar het kamp, de barak en de gevangeniscel van Titus Brandsma. Voor de kapel staat een 12,5 meter hoge pyloon (steurtoren): een verwijzing naar een wachttoren. Tussen de palen hangt een bronzen plastiek van Frans Verhaak in de vorm van een mitrailleur.

Wat zien we?

Over dit werk is zeer weinig te vinden. Daarnaast heb ik (RE) tot nu weinig afbeeldingen van het werk van Jan van Eijk gevonden.

Bij het zien van het werk kom ik op een aantal gedachten en vragen, hopelijk zal ik een deel daarvan ooit kunnen beantwoorden (en mocht u kennis over dit werk, Jan van Eijk hebben, reageer graag).

Allereerst wil ik hierbij stellen dat ik nadrukkelijk geen kunsthistoricus of godgeleerde ben. Ik hoop dat ik hieronder voldoende onderscheid heb gemaakt tussen wat ik in bronnen heb gevonden en mijn eigen interpretatie.

Mede na het raadplegen van een aantal bronnen, zie ik de volgende dingen op het mozaïek, die ik hieronder verder zal behandelen.

  • Maria en Jezus
  • Rood, waarschijnlijk op de hand van Jezus?
  • Blauw, waarschijnlijk de mantel van Maria
  • 12 sterren rond het hoofd van Maria
  • Een kroon op het hoofd van Maria
  • Stralen (of bladeren?) achter Maria
  • Een sikkel onderaan
  • Groen, rechtsonder
  • Geel: een kroon rond Maria? Gele cirkels als wangen? Een cirkel rond de hand (van Jezus), Gele omlijsting
  • Wit/grijs: puur achtergrond?

Maria en Jezus

Allereerst zien we Maria en Jezus. Het schilderij van van Eijk wordt Moeder Gods genoemd. Bij de benaming Maria, Moeder Gods wordt benadrukt dat Maria, waaruit Jezus werd geboren, werkelijk de moeder van God is. Jezus is daarbij de tweede in de heilige 3-eenheid: Vader, Zoon en de Heilige Geest. Daarbij is Maria altijd maagd gebleven. Het feest wordt gevierd op 1 januari.

Daarbij kijkt Maria Jezus niet aan, maar de toeschouwer. Dit is om aan te geven dat zij de weg naar Jezus is. Tijdens en na de oorlog werd er volop aan Maria gebeden, dus de keuze van het thema van Maria Moeder Gods als mozaïek boven de ingang lijkt een logische.

Daarbij is Jezus niet als baby afgebeeld. Hier is duidelijk de invloed van de zogenaamde Hodegetria  (Wikipedia en hieronder) zichtbaar: “Het ‘kind’ heeft niets kinderlijks: het is een kleine volwassene, geboren met een volwassen geest, die in de linkerhand een boekrol (de Heilige Schrift) vasthoudt, en met de rechterhand een zegenend gebaar maakt (zoals de Pantocrator): dit is de Emmanuël (God-met-ons), de voorstelling van een baardeloze Christus, het symbool van de verlossing, van de tijdloze heilsbelofte van God.”

Beiden kijken serieus, plechtig.

Blauw

Detail Marie Moeder Gods Jan van Eijk blauw van de mantel?
Detail Marie Moeder Gods Jan van Eijk blauw van de mantel?

Vanaf de (late) middeleeuwen wordt Maria als moeder Gods meestal afgebeeld met blauwe mantel. Deze verwijst naar haar maagdelijkheid en naar het hemelse. Qua iconografie zou het blauw bij Maria Moeder Gods kloppen. Het is echter niet zeer duidelijk bij wie het blauw behoort. Lijkt het in ieder geval de sluier/mantel van Maria te betreffen? Maar waarom is dan de rest van de mantel/sluier niet ingekleurd? Artistieke vrijheid of is er meer aan de hand?

Duidelijk is het echter niet, aangezien een deel van het blauw ook door Jezus blijkt te gaan? Heeft Hij een blauw mantel aan, met wit tuniek? Of is het blauw zijn eigen vorm en zo ja, wat stelt het voor?

Rood, de hand van Jezus?

Detail Maria Moeder Gods Jan van Eijk rode hand
Detail Maria Moeder Gods Jan van Eijk rode hand

Het is niet helemaal duidelijk van wie de hand is, maar het meest logische is dat dit de hand en arm van Jezus is. Op Maria met Jezus schilderijen wordt soms ook een vooraankondiging van het Lijden van Jezus weergegeven. Dat lijkt hier ook het geval te zijn.

Op de hand is een rode cirkel geplaatst. Dit is of een rechtstreeks verwijzing naar het bloed. Het kan ook een symbolische druiventros zijn, welke ook een verwijzing is naar het bloed van Christus.

En heeft Hij in zijn andere hand (in de sikkel), boekrollen (tussen de sikkel en uitgestoken hand) vast?

Een kroon op het hoofd van Maria

Detail Maria Moeder Gods Jan van Eijk Kroon van Maria
Detail Maria Moeder Gods Jan van Eijk Kroon van Maria

Maria Koningin, of Heilige Maagd Maria, Koningin van hemel en aarde (Maria Regina) is een van de eretitels van Maria. Maria zou na het overlijden van Jezus en haarzelf gekroond zijn tot “Koningin van Hemel en Aarde”. Hoewel dit niet specifiek in de Bijbel voorkomt, komt deze uiting van Maria al sinds de middeleeuwen voor, zowel in de katholieke als orthodoxe kerk.

De basis hiervoor is het evangelie volgens Lucas “Hierin staat onder andere over Jezus geschreven, dat aan zijn koningschap geen einde komt. Hieruit is afgeleid, dat zijn Moeder Maria koningin is. Maria schenkt de mensen haar Zoon en dit tot verlossing van alle zonden. Maria neemt dan ook deel aan het verlossingswerk van haar Zoon en dus ook aan zijn koningschap….

Koningin Maria is de beschermheilige van de eeuwige redding van de mensen en zij is hierdoor medeverlosser. Door de verlossing van de dood en schuld kunnen de mensen het Rijk Gods binnengaan.” https://mariakamer.nl/verdieping/

(Het feest van Maria Koningin is ingevoerd in 1953-1954. Oorspronkelijk – en ook in 1960 toen van Eijk het werk heeft gemaakt, werd het gevierd op 31 mei. Vanaf het Tweede Vaticaans Concilie (1969) is dit feest op 22 augustus).

12 sterren rond het hoofd van Maria

Detail Maria Moeder Gods Jan van Eijk: 12 sterren rond haar hoofd
Detail Maria Moeder Gods Jan van Eijk: 12 sterren rond haar hoofd

Als Maria Koningen heeft ze 12 steren rond haar hoofd. Dit zijn de 12 stammen van Judea.

De maansikkel onderaan en de stralenkrans achter Maria

De maansikkel achter Mara (Detail Maria Moeder Gods Jan van Eijk)
De maansikkel achter Mara (Detail Maria Moeder Gods Jan van Eijk)
De stralenkrans of ster achter Maria Moeder Gods Jan van Eijk
De stralenkrans of ster achter Maria Moeder Gods

De maansikkel is 1 van de attributen van Maria, Moeder Gods.

Deze sikkel is overgenomen uit de klassieke oudheid, waar de maan vaak de moedergodin symboliseert en de maancyclus de verschillende levensfasen. Selene, Luna, Artemis en Diana hebben als maangodin allen een maansikkel van de nieuwe maan als hoofdtooi of attribuut.

In het Boek der Openbaringen (de Apocalyps) beschrijft de apostel Johannes een ‘apocalyptische vrouw op een maan(sikkel): “En er verscheen een groot teken aan de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van 12 sterren” (Joh. Openb. 12.1). ..Dit is een van de bronnen om de Madonna op een maansikkel te plaatsen, inclusief kroon met twaalf sterren en Jezus, verpersoonlijking van de zon.” https://www.museabrugge.be/collecties/kunst-werk/21-maria-op-de-maansikkel

Daarbij werd deze vrouw in de middeleeuwen uit de context van de Apocalyps gehaald en als voorstelling van de Maagd Maria gezien. De maan is dan symbool voor de wisselvalligheid van het leven, die door haar hemelvaart overwonnen wordt. Vaak staat ook een slang onderaan weergegeven, echter niet in het werk van van Eijk. Als moeder van Christus heeft zij dit kwaad overwonnen en bevindt zij zich als koningin in het paradijs.

Hoewel het vrijwel zeker lijkt dat het om zonnestralen gaat, kan ik twee ‘stralen’ moeilijk plaatsen:

  • De straal linksonder, die afkomstig lijkt uit de mantel van Maria
  • Onder de rode punt lijkt een figuur te zijn weergegeven dat aanvankelijk de arm lijkt. Maar wat is vervolgens de lijnen tussen de hand en hoofd van Jezus, die aan de andere kant lijken te worden doorgezet in de vorm van een straal?

Mogelijk stellen de “stralen” niet (alleen) van de zon, maar (ook) een ster voor, hoewel het echter gebruikelijk lijkt dat in de combinatie 12 sterren en de maansikkel ook het licht/de zon voorkomt. De kapel was van de orde der Karmelieten. Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel is de patrones van de zeelieden. Daarom heeft van Eijk misschien Maria als “Sterre der Zee” verwerkt

Groen, rechtsonder

Het groen is voor mij momenteel nog niet helder. Soms wordt een palmtak/olijftak weergegeven waar het groen op zou kunnen slaan.

Bij “Maria Koningin van de Vrede” is het Maria die een olijftak vasthoudt. Maria, Koningin van de Vrede wordt juist vaak in tijden van oorlog en onzekerheid aangeroepen. “Veel katholieken baden tijdens de Tweede Wereldoorlog tot de Koningin van de Vrede (Heilige maagd Maria) om gezin en huis te sparen voor het oorlogsgeweld. Vooral tijdens en na de Tweede Wereldoorlog trof men deze tegels steeds vaker aan. Na de bevrijding werd als dank zo’n tegel in de voorgevel, meestal naast de voordeur, aangebracht.“ (Kunst in Breda) Mogelijk heeft van Eijk deze olijftak/palmtak juist daarom willen invoegen?

Aan de andere wordt Jezus regelmatig afgebeeld met een groen tuniek, waarvan ik tot nu toe nog niet de betekenis ervan heb kunnen achterhalen. Is het dan toch Jezus met groene tuniek en een witte mantel? De dikke, zwarte lijn lijkt dan de schaduwkant van het lichaam van Jezus te zijn. Maar dan lijkt het lichaam van Jezus zonder handen zijn en dat is dan weer niet logisch.

Geel

Gele kroon van Maria Moeder Gods?
Gele kroon van Maria Moeder Gods?

Het geel bovenaan lijkt verklaarbaar: deze lijkt om het hoofd van Maria en zou of een kroon en/of een stralenkrans bedoeld te zijn. Daarnaast lijkt er een stralenkrans rond de hand van Jezus(?) te zijn. Waarom Maria 2 gele wangen heeft kan ik niet achterhalen, noch wat de gele omlijsting betekent.

Drie cirkels in mozaïek Maria Moeder Gods van Jan van Eyk
Drie cirkels

Wat echter mogelijk is, is dat de 3 gele cirkels de functie hebben om aan te geven dat Maria voor-, tijdens- en na de geboorte van Jezus maagd was. Het symbool hiervoor lijkt echter normaliter 3 sterren of een mantel vol sterren te zijn; mogelijk heeft van Eijk deze sterren geabstraheerd?

Wit/Grijs

Een groot deel van het werk is wit/grijs ingevuld.  Betreft dit slechts invulling of zit hier een diepere betekenis achter? En nogmaals: wat is de betekenis van het blauw, bijvoorbeeld: als dit de mantel is, waarom is de mantel dan niet geheel ingekleurd?

Welke Maria: Moeder Gods, geen Onze Lieve Vrouwe van de Berg Karmel?

Wat mij opvalt is dat er op deze prominente plek- de ingang- gekozen is voor een “Moeder Gods” en niet voor “Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel”.

De orde van de Karmelieten kent juist haar oorsprong doordat kluizenaars zich gingen vestigen op de berg Karmel, onder bescherming van de Heilige Maagd. Wikipedia: “Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel is de patrones van de zeelieden. Zij is de veilige haven, waarin wij onze toevlucht moeten nemen te midden van alle stormen van het leven.” Maria wordt daarbij afgebeeld met een bruine tuniek en een witte mantel (en eventueel op een wolk in plaats van een maansikkel).

Het lijkt opvallend dat de orde der Karmelieten op hun eigen site een -in ieder geval op het eerste gezicht- orthodox icoon plaatsen: https://www.karmel.nl/maria-onze-lieve-vrouw-van-de-berg-karmel/. Bovendien: ook in de Leenderkapel of Kapel van Onze-Lieve-Vrouw van de Berg Karmel, in de gemeente Landgraaf, staat een beeld van Maria Moeder Gods.

Mogelijk mogen deze uitingen van Maria toch door elkaar gebruikt worden of verwijzen ze naar hetzelfde; echter: hun feestdagen wijken bijvoorbeeld af van elkaar.

Inspiratie uit het oosten

Our Lady of Kazan in Makaryev Monastery (17th century, photograph by Sergey Prokudin-Gorsky), wikipedia
Our Lady of Kazan (1850s reproduction), Wikipedia

Het mozaïek van van Eijk lijkt geïnspireerd te zijn op oosterse iconen. Ook de vorm van een mozaïek komt -meen ik- vaker voor in de oosterse dan in de westerse kerk.

Moeder Gods van Kazan

Een van de belangrijkste inspiraties lijkt die van de Moeder Gods van Kazan te zijn, een van de belangrijkste iconen uit de Russisch Orthodoxe kerk. Opvallend aan dit icoon is dat Maria vanaf haar schouders is afgebeeld in plaats vanaf haar middel. Dit komt overeen met het werk van van Eijk.

Daarbij kijkt Maria in het origineel niet naar Jezus, maar naar de toeschouwer, evenals bij van Eijk. In de -vele- gevonden kopieën wisselen de al-dan-niet naar Jezus kijkende Maria’s elkaar af.

Daarbij lijkt een van de kenmerken te zijn dat haar hoofd schuin staat, gericht naar Jezus. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld dat van Smolensk (zie hieronder).

Ook de plaats van Jezus, staand/opgericht, komt met het werk van van Eijk overeen; deze positie lijkt echter niet alleen specifiek voor dat van Kazan te zijn. Ook is Jezus niet afgebeeld als baby, maar ook daarin is Kazan niet uniek.

In ieder geval bij Kazan versies lijk ik wel Jezus met een blauw en tuniek en witte mantel tegen te komen. Een voorbeeld is: https://orthochristian.com/125205.html

Version of the Theotokos of Smolensk by Dionisius (c. 1500), Wikipedia

Waar het werk in ieder geval afwijkt is de rode hand, die waarschijnlijk van Jezus is. In het icoon van Kazan maakt Jezus een zegenend gebaar.

Andere iconen als Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand, de Onze-Lieve-Vrouw van Smolensk, een zogenaamde Hodegetria,   en/of varianten daarop lijken andere inspiratiebronnen. Daarin is er nadrukkelijk sprake van een Maria die de bezoeker aankijkt in plaats van Jezus. In het geval van Smolensk kijkt ook Jezus de bezoeker aan. Daarmee krijgen deze schilderijen tevens iets verhevens en plechtigs.

Het is mij nog niet duidelijk of bij Smolensk de verwijzing van Maria “alleen” de verwijzing naar Jezus betekent of ook naar Zijn lijden.

Dat is in ieder geval wel het geval met de Altijddurende Bijstand, waarin door de handen vast te houden en de schuilende Jezus expliciet wordt gerefereerd naar de kruisiging.

Bij van Eijk is er echter wel een verwijzing naar het lijden van Christus, maar de aankondiging door Maria ontbreekt. Bij Smolensk iconen houdt Jezus tevens een schriftrol vast, (waarschijnlijk) evenals bij van Eijk.

Ook bij de Smolensk Kopieën kom ik een versie van Jezus met blauwe tuniek en witte mantel tegen: https://nl.cultureoeuvre.com/10708247-as-the-and-nbsp-day-of-the-smolensk-icon-of-the-mother-of-god-is-celebrated.

(De afbeelding van Onze-Lieve Vrouwe van Altijddurende Bestand zal voor veel mensen bekend met het Rooms-Katholieke geloof zeer bekend zijn. Niet alleen in religieuze gebouwen, maar ook in veel huizen is/was een afbeelding te vinden. Deze afbeelding wordt tot de westerse kerk gerekend, maar wel geïnspireerd op de oosterse kerk).

Jan van Eyk

“Johannes Lodevicus Nicolaas (Jan) van Eijk (Helmond 18 april 1927 – ‘s-Hertogenbosch 24 januari 1988 (60)) was een beeldhouwer, graficus, pentekenaar, schilder en tekenaar. Zijn werk bestaat uit mozaïeken, wandschilderingen, altaar schilderingen en vrij schilderwerk.

Hij studeerde aan de Kunstacademie van ’s-Hertogenbosch. Vanaf 1948 werkte hij in een atelier. In 1954 verhuisde van Helmond naar Gerwen naar een houten vakantiehuisje, welk hij uitbreidde naar een zelfgebouwd atelier. In 1955 trouwde hij met Miny van Beek. In 1963 verhuisde het gezin naar Helmond. In 1967 verhuisden ze naar Heeswijk. In 1988 is hij overleden.

Opvallend is dat er over de kunstenaar weinig op internet gepubliceerde werken te vinden zijn. Tot nu toe heb ik op 2 sites werken gevonden:

  • Op de site van museum de Wieger in Deurne staan een aantal schilderijen uit de jaren 80.
  • Op de site van Abbe Museum staat een schilderij uit 1965: “Gezin”, niet in hun vaste collectie

Onder andere op Wikipedia staat dat hij beïnvloed werd door Constant Permeke (en Edgard Tytgat ). Opvallend is dat die invloed in bovenstaande schilderijen goed is te zien, terwijl het mozaïek een werk van een compleet andere maker lijkt.

Het meest uitgebreide overzicht heb ik gevonden bij:  https://www.artindex.nl/lexicon/default.asp?id=6&num=0451900087086030541161277009850910506231

Bronnen

Bronnen

https://kos.nijmegen.nl/overzicht-kunstwerken/

https://www.museabrugge.be/collecties/kunst-werk/21-maria-op-de-maansikkel

https://www.beleven.org/feest/maria_koningin

https://rkkerkjoppe.nl/maria-zon-maan/

https://web.archive.org/web/20070302014255/http://www.katholieknederland.nl/heiligenkalender/index_januari_10280.html

https://orthochristian.com/95528.html

https://orthochristian.com/125205.html

Blauw in de Kunst: Waarom draagt Maria altijd een blauwe jurk?

https://kunstinbreda.wordpress.com/religieus/maria-tegels-en-beeldjes

Bossche Encyclopedie | A.F.A.M. (Ton) Wetzer © 2003-2023 versie 12.0  https://www.bossche-encyclopedie.nl/personen/eijk,%20johannes%20lodevicus%20nicolaas%20van%20(1927-1988).htm?p1=_index.1.htm?title=Personen&t1=Personen&title=Johannes%20Lodevicus%20Nicolaas%20van%20Eijk

Wikipedia

https://nl.wikipedia.org/wiki/Heilige_Maagd_Maria_van_de_berg_Karmel

https://nl.wikipedia.org/wiki/Hodegetria

https://nl.wikipedia.org/wiki/Karmelieten

https://nl.wikipedia.org/wiki/Koningin_van_de_Vrede

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kroning_van_Maria

https://nl.wikipedia.org/wiki/Leenderkapel

https://nl.wikipedia.org/wiki/Madonna_(kunst)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Maria_(moeder_van_Jezus)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Maria_Koningin

https://nl.wikipedia.org/wiki/Maria_Moeder_van_God

https://nl.wikipedia.org/wiki/Onze-Lieve-Vrouw_van_Altijddurende_Bijstand

https://en.wikipedia.org/wiki/Our_Lady_of_Kazan

https://nl.wikipedia.org/wiki/Theotokos

Kruittoren Kronenburgertoren met vijver
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Kruittoren of Kronenburgertoren

1425/1426, Parkweg 11, Kronenburgerpark Centrum

Kruittoren Kronenburgertoren met vijver
Kruittoren oftewel Kronenburgertoren met vijver, de fontein staat niet aan, september 2023

Toen Nijmegen haar vestingstatus verloor, was het blij dat ze nu eindelijk lucht kon krijgen door haar vestingwerken te slopen. De Kruittoren of Kronenburgertoren is samen met de rest van de muur met torens in het Kronenburgerpark een van de weinige overblijfselen van de middeleeuwse verdedigingswerken. Het was vooral van Rijkswege dat de toren en de muur behouden bleef. Daarbij was het idee om rond de toren een park aan te leggen: het Kronenburgerpark.

Deze toren is 30 meter hoog. De toren heeft 2 geledingen, waarbij elke geleding een weergang met kantelen heeft. De toren bestaat uit 4 verdiepingen. De onderste 2 daarvan hebben koepelgewelven, de 3e een houten zoldering en de 4e de open dakkap. Onderling zijn de verdiepingen verbonden met stenen trappen. Op elke verdieping kon geschut geplaatst worden.

Abonneren

Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.

Eerste vermeldingen en functie

Eerste vermelding

In vrijwel alle gevonden artikelen over de Kruittoren wordt het jaartal 1425/1426 genoemd, waaronder de site van Rijksmonumenten.

Van Schevichaven in oktober 1895: “Cronenborch, tegenwoordig Kronenburger toren. Misschien de “Neye taern by der Heselpoorten”, die in 1420 vermeld wordt. Tusschen 1425-26 wordt er bij die Hezelporte weder een nieuwen toren gebouwd. Den naam Cronenborch hoort men voor het eerst in 1511.”

In de Gelderlander 19/9/1941 staat echter: “Deskundigen deelen mede, dat de Kronenburgertoren, de z.g. Kruittoren, dateert omstreeks het jaar 1540 en niet kan teruggebracht worden tot de 15e eeuw.” (De Gelderlander 19/9/1941). Het is mij nog onduidelijk wie deze deskundigen zijn.

Betekenis naam

Tot nu toe is het mij niet bekend waar de naam Kronenburgertoren vandaan komt. Een aantal bronnen noemen dat op de toren een kroon als teken van de keizerskroon zou zijn geplaatst. Op schilderijen (zie hieronder) heb ik tot nu toe 1 aquarel gevonden waarop mogelijk een kroon te zien is. Dat kan creatieve vrijheid zijn geweest; aan de andere kant is het mogelijk dat ik tot nu toe alleen schilderijen gevonden heb met een toren zonder kroon, omdat deze er inmiddels was afgevallen of anderzins verloren is gegaan.

Bescherming Hezelpoort

De buitenzijde van de Hezelpoort : Rechts rondeel met erboven de spits van de Kronenburgertoren. Onderschrift in album (zie foto 26.120) luidde: "1872 Uitgang van de 2e poort van de Hezelpoort (Rondeel) met den Kronenburgertoren erachter. (Zie het ambtenarenhuisje) Thans park". De foto komt voor op pagina 8 van het album. De foto meet daar 97x 16 jan. 1938, 1872 (GN10959 RAN)
De buitenzijde van de Hezelpoort : Rechts rondeel met erboven de spits van de Kronenburgertoren. Onderschrift in album (zie foto 26.120) luidde: “1872 Uitgang van de 2e poort van de Hezelpoort (Rondeel) met den Kronenburgertoren erachter. (Zie het ambtenarenhuisje) Thans park”. De foto komt voor op pagina 8 van het album. De foto meet daar 97x 16 jan. 1938, 1872 (GN10959 RAN)

Een belangrijke reden dat de toren zo hoog is, is dat deze toren oorspronkelijk gebouwd is als hoektoren: vanaf deze plek maakte de stadsmuur een knik. Dit veranderde bij de aanleg van een nieuwe stadsmuur welke de huidige muur met de Roomsche Voet en Sint-Jacobstoren bevat.  De Kronenburgertoren had daarbij als belangrijke functie om te zorgen voor de verdediging van de Hezelpoort. Deze lag in een lager gedeelte van Nijmegen, naar de kant van de rivier “en nimmer een der hechtste bolwerken der vesting is geweest”. De Kronenburgertoren kon echter de gehele Benedenstad bestrijken (De Gelderlander, 19/9/1941)

Het is opvallend dat deze toren in haar huidige vorm bewaard is gebleven: in de tijd van bogen en katapulten hadden hoge torens een belangrijk voordeel: hoe hoger, hoe makkelijker te verdedigen. Bij de komst van de kanonnen verdween dit voordeel. Sterker: hoge torens hadden een nadeel: door deze torens met kanonnen te beschieten werd het een gevaar voor de eigen verdedigers vanwege vallende brokstukken. In veel gevallen werden dergelijke hoge torens verlaagd.

Poortje

Het waarschijnlijke uitvalspoortje bij Kruittoren, september 2023
Het waarschijnlijke uitvalspoortje bij de Kruittoren, september 2023

In hetzelfde artikel schrijft Van Schevichaven over het toegemetselde poortje: “Beneden in sommige torens waren er sortiepoortjes, die met mijngangen in verbinden stonden, zooals men nog ziet in de ruïne van den Waltoren tussen de Belvedere en St.Jorisstraat. Het toegemetselde poortje in den muur links van den Kronenburgertoren, had dezelfde bestemming en werd misschien gemaakt in 1619, althans in dat jaar wordt de stadsmetselaar betaald voor arbeid “aen die minne (mine) by Cronenburger toorn”. (PGNC 27/10/1895)

Van hieruit trok kolonel van Gendt hier uit “toen hij in juli 1672 de Franschen ten koste van zijn leven uit de buitenwerken van Nijmegen verjoeg.” (Ter Haar 1892, geciteerd door Rob Essers).

Gebruik van de toren buiten oorlogen

Een krantenartikel uit 1949 over de Kronenburgertoren noemt dat Nijmegen acht keer de vijand voor haar wallen zag. Het is onbekend of het artikel daarmee de Kronenburgertoren of park bedoeld of de wallen in het algemeen.

Uit hetzelfde artikel blijkt dat de toren ook gebruikt wordt voor terechtstellingen, bijvoorbeeld van David Veiss in 1579. Hierbij gaan mensen in feestelijke kostuums kijken hoe hij wordt gevierendeeld. In vredestijd werd de toren verhuurd door de magistraat. Het artikel noemt: “Nu eens als pakhuis, dan weer als woonplaats van kleine stedelijke ambtenaren. Ja zelfs een tijdlang als “duivenhuis”, want het houden van duiven… ook als gevangenis werd de toren wel gebruikt, vooral om er fruit- en grasdieven in op te sluiten.” (De Gelderlander 14/4/1949)

Restauratie Cuypers en aanleg Kronenburgerpark

Rijksadviseurs de opdracht van het ministerie van financiën om te onderzoeken of het zinvol is de Kronenburgertoren te handhaven. De conclusie eind mei 1876 is: de muur van 1567 met de toren is gaaf bewaard en kan ‘in een fraai en cierlijk wandelpark herschapen’, ‘een cieraad der gemeente Nijmegen’ worden”” (De maakbaarheid van het verleden). Ook bepleitten de adviseurs om een deel van de stadsmuur te behouden; dit is een “welkom motief” voor de parkaanleg.

Financiën is aanvankelijk bereid om ook de Kronenburgertoren aan de gemeente over te dragen. Dit lijkt Victor de Stuers niet raadzaam. Tevens wil hij een gebied rondom de toren Rijkseigendom laten blijven, zodat ook dit gebied beter beschermd kan worden en er met het architectonisch en historisch karakter van het gebouw rekening kan worden gehouden. De toren en de omgeving van 45 meter in de omtrek blijven daarom eigendom van het Rijk. In maart 1881 draagt Domeinen de toren en het omliggende gebied over aan Binnenlandse Zaken.

De staat van de toren

Waar de vestingmuur erg verbrokkeld is, is de onderbouw van de toren nog redelijk gaaf. De tweede geleding is meer aangetast. De resten van de kantelen staan er slecht bij: veel is verbrokkeld en hoewel de oostkant nog op volle hoogte staat, lijkt deze te wankelen.

Voor een grondige renovatie is het schoonmaken van het metselwerk, het aanbrengen van voegwerk, het maken van kraagstenen, spuwers en klinkervloeren aan de galerijen en het openen der schietgaten nodig.

Het voltooide Kronenburgerpark met in het midden de Kronenburgertoren en links de Spoorbrug, Wilhelm Ivens,1885 (F56819 RAN)
Het voltooide Kronenburgerpark met in het midden de Kronenburgertoren en links de Spoorbrug, Wilhelm Ivens,1885 (F56819 RAN)

In november 1877 krijgt Cuypers opdracht tot herstel van de toren. De aannemer C.H. Peters zal het werk uitvoeren onder toezicht van J.J. van Langelaar. In 1878 wordt begonnen met het werk. Voor het metselwerk moeten ‘harde oude steenen in kleur en grootte overeenkomend met het oude werk’ gebruikt worden. In 1883 vinden de laatste werkzaamheden plaatst en “plaatst men de keizerskroon op het dak”.

Adelaar als windvaan?

In 1883 wordt dus een adelaar op de Kronenburgertoren geplaatst. Sommige bronnen stellen dat de Kronenburgertoren de naam zou hebben verkregen vanwege de Keizerskroon.

De 1-koppige adelaar uit 1883

Detail van de Kronenburgertoren met walmuur en vijver . Op de achtergrond de Spoorbrug, 1885 (Roger Viollet, H. via F56989)
Detail van de Kronenburgertoren met walmuur en vijver . Op de achtergrond de Spoorbrug, 1885 (Roger Viollet, H. via F56989)
Detail

De adelaar die door Cuypers is geplaatst heeft maar 1 kop. “…en die met een adelaar als windwijzer prijkt. Een adelaar… zeg ik met opzet. De Nijmeegsche adelaar, dien hij waarschijnlijk moet voorstellen, is het niet, want die is tweekoppig en deze heeft maar éen kop. (…)” (Ter Haar 1892, zoals weergegeven door Rob Essers in zijn straatnamengids)

De adelaar in het wapen van Nijmegen heeft 2 koppen. De adelaar met 2 koppen is namelijk het wapen van het Heilige Roomse Rijk. Toen Nijmegen in 1230 de rechten van vrije rijksstad van het Heilige Roomse Rijk kreeg, verkreeg ze daarbij ook het recht de 2-koppige adelaar als haar wapen te hanteren. Een recht waarop Nijmegen in de middeleeuwen trots zal zijn geweest; het lijkt mij (RE) ondenkbaar dat -mocht er in de middeleeuwen of in de eeuwen daarna- ooit een adelaar als windwijzer zijn geplaatst, dit een andere zou zijn geweest dan een 2-koppige adelaar.

Maar in ieder geval dus een adelaar als windvaan in 1883, waarschijnlijk als teken van voltooiing van de restauratie.

Verwijdering en nieuwe windvaan

De windvaan wordt in 1941 verwijderd. Sinds de “laatste stormen” (De Gelderlander 19/9/1941) was de windvaan uit evenwicht en hing vervaarlijk voorover. Uit een ander artikel blijkt dat intussen een vleugel was afgebroken en dat de keizerskroon, waarop de adelaar stond, gedeeltelijk  was vergaan. In 1941 ontbrak echter geld om de adelaar te vervangen.

De windwijzer op de Kruittoren voorstellend de adelaar in de gestalte van een Phoenix bedoeld als zinnebeeld der steeeds herhalende vernieuwing, 1960 (J.F.M. Trum via F53307 RAN CC-BY-SA)
De windwijzer op de Kruittoren voorstellend de adelaar in de gestalte van een Phoenix bedoeld als zinnebeeld der steeeds herhalende vernieuwing, 1960 (J.F.M. Trum via F53307 RAN CC-BY-SA)

Daarom moest gewacht worden tot 1953. Daarbij werkten 3 generaties koperslagers van de familie Traurig aan de windwijzer. Vader Traurig, in de tachtig, maakte het drijfwerk van de koperen ringen. De loodgieter Traurig en zijn negentienjarige zoon werkten mee aan de keizerskroon en de vogel. Het artikel noemt het “het nest voor de phoenix”, als een symbool voor de wederopbouw van de stad. (De Gelderlander 28/4/1953) (Een leuk artikel over de firma Traurig vind je hier op Noviomagus).

Windvaan historisch?

.Het is mij onbekend of in de middeleeuwen of op een later tijdstip ooit een windvaan is geplaatst. Op een aantal oude foto’s en schilderijen lijkt geen windvaan te zien te zijn. Het kan echter ooit ook afgevallen zijn en bij schilderijen kan de schilder een creatieve interpretatie hebben weergegeven.

Hieronder staan een aantal details van schilderijen weergegeven. Op het 2e schilderij is er sprake van een vlag, die op de andere schilderijen ontbreekt. ook heeft deze toren iets op de spits, wat een kroontje zou kunnen zijn (hoewel de keizerskroon rond is). Juiste weergave of interpretatie?

De stadwal en de Kronenburgertoren (Kruittoren) , een doek van Pieter Franciscus Peters Sr. ( 27-11-1787 - 10-1-1867), datering 1840 (F56790 RAN)
De stadwal en de Kronenburgertoren (Kruittoren) , een doek van Pieter Franciscus Peters Sr. ( 27-11-1787 – 10-1-1867), datering 1840 (F56790 RAN)
Het gezicht op de stadswal bij de Hezelpoort en de Kronenburgertoren (Kruittoren) : een tekening van Jan Willem van Druijnen (16-5-1790 - 21-4-1854), datering 1850 (F19244 RAN
Het gezicht op de stadswal bij de Hezelpoort en de Kronenburgertoren (Kruittoren) : een tekening van Jan Willem van Druijnen (16-5-1790 – 21-4-1854), datering 1850 (F19244 RAN)
De Kruittoren (Kronenburgertoren) (uit 1425-1426) , met daarvoor schaatsenrijders op een bevroren gracht, de walmuur met de Hezelpoort (links) en de St. Hubertusmolen (Havenmolen) (op de achtergrond) ; een doek van Peter Martinus Post (Nijmegen 17 oktober 1819 - 2 juni 1860), datering 1850 (F56789 RAN)
De Kruittoren (Kronenburgertoren) (uit 1425-1426) , met daarvoor schaatsenrijders op een bevroren gracht, de walmuur met de Hezelpoort (links) en de St. Hubertusmolen (Havenmolen) (op de achtergrond) ; een doek van Peter Martinus Post (Nijmegen 17 oktober 1819 – 2 juni 1860), datering 1850 (F56789 RAN)
De Kronenburgertoren (Kruittoren) (uit 1425-1426) ; een aquarel van Gerrit van Druijnen (22-2-1825 - 25-6-1876), datering 1850 (F56793 RAN)
De Kronenburgertoren (Kruittoren) (uit 1425-1426) ; een aquarel van Gerrit van Druijnen (22-2-1825 – 25-6-1876), datering 1850 (F56793 RAN)

Naam Kruittoren

Het dak van de Kruittoren (Monumentendag 10-9-2024)
Het dak van de Kruittoren (Monumentendag 10-9-2024)

Naast Kronenburgerpark toren wordt de toren ook Kruittoren genoemd. Opvallend dat de toren maar enkele tientallen jaren deze functie heeft gehad: vanaf 1850 was de Kronenburgertoren de plaats waar het kruit in vredestijd was opgeslagen.

Zoals Schevichaven opmerkt, is de naam “Kruittoren” gebonden aan deze functie. En kan deze naam in de loop der tijd verschuiven, op het moment dat in een andere toren het kruit wordt opgeslagen. Tot 1815 had de toren, die wij vooral kennen onder de naam Belvedère, deze functie.

Eigendom Rijk en huur Tuinonderhoud

Om te voorkomen dat de toren zou worden gesloopt, bleef deze eigendom van de Staat. Tot 15 januari 2016 was de Rijksgebouwendienst eigenaar. Vanaf 2016 is de Stichting Monumentenbezit eigenaar van de toren.

In 1883 huurt de gemeente de Kronenburgertoren van de Staat voor f1, aanvankelijk om hier het tuingereedschappen voor het onderhoud van de park te kunnen bergen. ( PGNC 31/7/1883). Deze regeling zal tussen het Rijk en de gemeente jarenlang blijven gelden en wordt elke 5 jaar vernieuwd. In ieder geval tot in de jaren 50 vindt de betaling van 1 gulden plaats.

(PGNC 15/11/1887, PGNC 5/1/1893, PGNC 6/2/1898, De Gelderlander 28/6/1903, De Gelderlander 13/5/1908; in 1913, PGNC 13/1/1913, PGNC 17/8/1918, PGNC 12/5/1923, PGNC 13/6/1928, PGNC 22/3/1933, PGNC 1/3/1939)

Onderhoud 2022

Kronenburgertoren ingepakt vanwege onderhoud, oktober 2022
Kronenburgertoren ingepakt vanwege onderhoud, oktober 2022

Na de restauratie van Cuypers zijn er nog verschillende onderhoudswerkzaamheden geweest, in ieder geval in 1941 en begin van de jaren 50.

Vorig jaar, 2022, vonden de laatste onderhoudswerkzaamheden plaats: loszittend of ontbrekend metselwerk aan de kantelen wordt hersteld, waar nodig het voegwerk en herstel van natuursteen en de dakbedekking van de omloop werd gerenoveerd. Daarnaast vonden er verfwerkzaamheden plaats, waarbij de windvaan opnieuw werd verguld.

 Zoals te zien op de foto, was de toren in die tijd opvallend rood ingepakt.

Huidig gebruik: Atelier en museum

Grootmoeders keuken in de Kronenburgertoren (september 2024)
Grootmoeders keuken in de Kronenburgertoren (september 2024)

De kunstenaar Johan van Dinteren heeft hier ongeveer 40 jaar zijn atelier. Daarnaast is Grootmoeders keuken er gevestigd, waar je bij een kop koffie allerlei oude keukenspullen kunt bekijken.

Beeld, liggend op de omloop van de Kruittoren (september 2024)
Beeld, liggend op de omloop van de Kruittoren (september 2024)

Bronnen

Weerspiegeling Kruittoren in de vijver (oktober 2024)
Weerspiegeling Kruittoren in de vijver (oktober 2024)

https://www.kronenburgerparknijmegen.nl/pages/stadsmuur-en-torens/kruittoren-in-het-kronenburgerpark.php

wikipedia, Monumentenbezit

https://www.noviomagus.nl/OudNijmegen/Stadswallen/Kruittoren/Kruittoren.htm

https://monumentenbezit.nl/monumenten/kronerburgertoren/

De maakbaarheid van het verleden. P.J.H. Cuypers als restauratiearchitect(1995)–A.J.C. van Leeuwen

https://www.intonijmegen.com/blijf-op-de-hoogte/verhaal/grootmoeders-keukenmuseum-verstopt-in-de-kruittoren

Onderhoud Kronenburgertoren, 22 oktober 2022

https://www.noviomagus.nl/Vrij/Kruittoren/KruittorenCat.html foto’ van de de huidige tijd (aantal jaren geleden)

https://www.noviomagus.nl/Gastredactie/Berkel/Berkel.htm

PGNC 5/3/1918

Tijgerstraat, oktober 2022 (Google Streetview) Architect Kuipers
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Flatwoningen Panterstraat Poemastraat en Tijgerstraat architect Kuipers

1953 Panterstraat, Poemastraat en Tijgerstraat Hazenkamp

Tijgerstraat, oktober 2022 (Google Streetview) Architect Kuipers
Tijgerstraat, oktober 2022 (Google Streetview)

In 1952/1953 worden de appartementen gebouwd aan de Panterstraat, Poemastraat en Tijgerstraat naar het ontwerp van architect Kuipers.

Hoogbouw nabij “de Goffert”: 8 blokken flatwoningen groeien tussen Wolfstraat en Weezenlaan

Aan Hazenkampseweg worden middenstandshuizen gebouwd

Voorgevel Blok 2 & 2a: 200 Etage woningen a.d. Wolfstraat, architect Kuipers, datum tekening september 1951 (D12.414986)
Voorgevel Blok 2 & 2a: 200 Etage woningen a.d. Wolfstraat, architect Kuipers, deze tekening betreft de Tijgerstraat 97-143, datum tekening september 1951 (D12.414986)

Aan het eind van dit jaar zullen tussen de Wolfstraat en de Weezenlaan acht grote flatgebouwen, in totaal tweehonderd woningen bevattend, gereed en bewoond zijn en van deze flats zijn de eerste vier blokken momenteel in aanbouw, terwijl een gebouw reeds glasdicht is. Wanneer het weer niet al te veel winterse nukken blijft vertonen, dan kunnen de eerste flats over zes tot acht weken betrokken worden.

Van deze tweehonderd flatwoningen, die in vier woonlagen gebouwd worden, is de helft met twee en de andere helft met drie slaapkamers. Het zijn middenstandswoningen, waarbij telkens acht gezinnen een gemeenschappelijke entree krijgen. Per etage monden de entree’s van twee woningen uit op het trappenhuis, dat een keurig aanzien krijgt. Iedere woning wordt voorzien van een balkon aan de voor- en achterzijde, hetgeen het complex een vriendelijk ascpect geeft. Daartoe dragen ook de plantsoenen, die blokken aan de straatzijde zullen omringen, alsmede de gemeenschappelijke siertuinen (die door de verhuurder zullen worden onderhouden) ’n steentje bij.

Indeling

De woningen bestaan uit een grote huiskamer, een keuken, douchecel met lavet en twee of drie slaapkamers, terwijl ieder gezin de beschikking krijgt over flinke kelderruimte, welke men via een ingang aan de achterzijde kan bereiken. Dit laatste heeft het voordeel, dat men niet per fiets of kinderwagen door de voordeur behoeft te gaan, maar dat men per gezin over een vrije achteringang tot de kelder kan beschikken. Zoals tegenwoordig veelal te doen gebruikelijk bij nieuwbouw krijgen alle flats van dit complex een gemeenschappelijke antenne, terwijl verder ten gerieve van de huurders negen garages gebouwd worden.

De straten in deze Jagersbuurt krijgen de namen van wilde dieren Panterstraat, Poemastraat en Tijgerstraat.

200 Etage woningen a.d. Wolfstraat, architect Kuipers, datum tekening september 1951 (D12.414985)
200 Etage woningen a.d. Wolfstraat, architect Kuipers, datum tekening september 1951 (D12.414985)

Deze flats worden gebouwd door het Nijmeegse Aannemersbedrijf v.h. B van Berkel, onder architectuur van de heer L.D. Kuipers. Dezelfde firma is inmiddels tevens begonnen met de bouw van 58 hele middenstandswoningen aan de Hazenkampseweg en deze huizen zullen bevatten: een huiskamer, een kleine tweede kamer, drie slaapkamers, douchecel, zolder en schuur en het grootste deel ervan komt ter beschikking van Nijmeegse industrieën.

De makelaar N.S. Verbeek heeft namens enige beleggingsmaatschappijen opdracht gegeven tot uitvoering van bovenstaande bouwwerken en men verwacht dat ook de middenstandswoningen aan de Hazenkampseweg in de loop van dit jaar gereed zullen komen. (De Gelderlander 17/1/1953)

Achterkant van de Poemastraat (links) en Wolfstraat (rechts) en het grasveld ertussen, vanaf de Panterstraat, oktober 2022 (Google Streetview) Architect Kuipers
Achterkant van de Poemastraat (links) en Wolfstraat (rechts) en het grasveld ertussen, vanaf de Panterstraat, oktober 2022 (Google Streetview)
Pipsqueak was here!!! Honig complex, september 2023
#Nijmegen, Kunstwerken

Pipsqueak was here!!! Honig

Honig

Pipsqueak was here!!! Honig complex, september 2023
Pipsqueak was here!!! Honig complex, september 2023

Pipsqueak was here!!! heeft deze muurschildering op de zijkant van de Honig fabriek gemaakt in het kader van Big Draw 2015. Van het originele werk is slechts een beperkt deel te herkennen: de verf is intussen vervaagd en grote delen zijn overgeschilderd door een afbeelding van Florky coin met “Let’s go bankless”.

Omdat het werk binnenkort gaat verdwijnen, is hebben ze in 2022 een nieuwe mural van een meisje met beer gemaakt in het Kerkegasje bij de Broerstraat. In die blog staat wat meer over hun werk. De beer en het meisje is een metafoor voor de relatie tussen mens en natuur. Het valt mij op, dat op de schildering van 2015 noch de beer, noch het meisje de kijker aankijkt. Ook de leuzen ontbreken. Wat er in de pot zit dat het meisje vasthoudt weet ik niet, honing misschien?

Op hun blogspot site kun je het werk in oorspronkelijke staat zien.

In de Betouwstraat 17 19 architect van den Boogaard 202309. Het valt nu nauwelijks meer op dat de nummers 17 en 19 bij elkaar horen. Architect van den Boogaard 1883
#Nijmegen, Gebouw van de dag

In de Betouwstraat 17 -19 architect van den Boogaard

1883 In de Betouwstraat 17-19 CentrumIn de Betouwstraat is een van de eerste straten die aangelegd is na de sloop van de vestingwerken. In 1880 kreeg het haar naam.

In de Betouwstraat 17 19 architect van den Boogaard 202309. Het valt nu nauwelijks meer op dat de nummers 17 en 19 bij elkaar horen. Architect van den Boogaard 1883
Nummer 17 is inmiddels alweer jaren bekend als Habbekrats. Op nummer 19 is de nachtopvang van de Nunn, september 2023.

In de Betouwstraat is een van de eerste straten die aangelegd is na de sloop van de vestingwerken. In 1880 kreeg het haar naam. In 1883 ontwerpt architect A. van den Boogaard voor Leo Maussen een herenhuis en magazijn. Nummer 17 is inmiddels alweer jaren bekend als Habbekrats. Op nummer 19 is de nachtopvang van de Nunn.

Op 10 maart 1883 vindt aanbesteding plaats van “het bouwen van een heerenhuis en magazijn aan de In de Betouwstraat te Nijmegen” in opdracht van den heer Leo Maussen. De architect is A. van den Boogaard. Afgaande op het Gemeenteverslag 1883 was Maussen de aanvrager van de bouwvergunning.

Stijl

“Eclectische gevels uit 1883 hebben de brede dwarse huizen In de Betouwstraat 17-19, naar ontwerp van A. van den Boogaard, en In de Betouwstraat 21-25, naar ontwerp van W. van der Roest” (Monumenten in Nederland).

Bij de aanwijzing tot gemeentelijk monument:

“Monumentaal pand in twee bouwlagen met souterrain. Plat dak met schilddak, waarin gewijzigde dakkapellen aan de straatzijde. De gevel bestaat uit rechts een vier-assig deel met souterrain, en links een bredere as in twee bouwlagen, die een brede koetshuisdeur bevat, eindigend in een tympaan op de gootlijst.

Bakstenen gevel met gepleisterde sokkel; de etages zijn gescheiden door zwaar geprofileerde lijst. De as links wordt omlijst door pilastervormige gestucte lijsten; een dergelijke lijst is ook rechts aangebracht. Vensters van de benedenetage met gestucte omlijsting, gebogen bovendorpel en ornamentale bekroning. Vensters op de etage rijk omlijst, met gestucte sokkel, rechte bovendorpels en een uitkragende kroonlijst met afzonderlijke bekroningen van stucwerk. Oorspronkelijke T-vensters zijn nog slechts gedeeltelijk bewaard. Terugliggende voordeur in de middelste as. Vlakke gootlijst met grote reeks getande consoles.

Karakteristiek laat-negentiende eeuws woonhuis van zeer royale, voor Nijmegen uitzonderlijke breedte. Van groot belang in de straatwand.”

Leo Maussen

Leonard Hubert Maussen (of Leo Maussen) is op 16 september 1850 geboren te Nieuwenhagen (in Zuid Limburg). Hij vestigt zich voor korte duur in Nijmegen: op 26 oktober 1882 gaat hij wonen in de Gapersgas Wijk C Nr 5. Hij is dan afkomtis van Nieuwenhagen. Op 25 juli 1883 vertrekt hij naar Veghel. (Bevolkingsregister 1880 -1890 )

Hij trouwt met Gesina Maria Carolina Völker (16-8-1863 Veghel) op…  Ze krijgen 4 kinderen:

Ook na zijn vertrek komen wij Maussen nog tegen in Nijmegen:

  • Op 26/10/1889 maakt hij zijn testament bij notaris Hekking (in Nijmegen) op, waarbij hij alles nalaat aan zijn vrouw.
  • Hij doet mee aan het kegelconcours bij Sociëteit Burgerlust (7e prijs bij de Wedstrijd op de Vrije Banen, 5 worpen; PGNC 1/7/1891)
  • Maussen koopt op 1-5-1900 2 huizen aan de van Slichtenhorststraat Sectie B nummers 2892 en 2893 van de aannemer Smits
  • Maussen koopt op 30/4/1902 vier heerenhuizen en een huis met afzonderlijke bovenwoning, gelegen aan de van Spaenstraat en de Fransche Straat te Nijmegen en kadastraal aldaar bekend in Sectie B nummer 2792 van de aannemer Smits. Hij laat zich vertegenwoordigen door de heer Maria Adrianus Völker.
  • Op 29/6/1918 verkoopt hij van Spaenstraat 35 (Sectie B 3242) aan de fabrikant Dirk van Hulst.

Maussen overlijdt op 29 januari 1921.

Voor 1883 wordt hij bij belastingaanslag ingedeeld in klasse 5: een vermoedelijk inkomen van f 2000 – f2999 (PGNC 14/4/1883).

Opvallend is, dat wanneer Gesina van hun oudste dochter Maria Hubertina Godefrida op 4 juni 1891 in Veghel bevalt, er ook een aankondiging in de Gelderlander is. (De Gelderlander 10/6/1891).

Deze Maria komt overigens op 9-jarige leeftijd een jaar in Nijmegen te wonen: van 11-9-1900 – 6-9-1901 op de Lange Burchtstraat 24. Hier wonen meerdere kinderen voor kortere tijd (ik (RE) moet nog uitzoeken wat voor aard adres dit is). (Bevolkingsregister 1890).

Eigenaar J.B. Werner

Op 1-3-1902 verkoopt hij via de heer Marie Adrianus Völker het gebouw aan Josephus Bernardus Werner, koopman te Nijmegen:
“ een huis en erf, kadastraal aldaar bekend in Sectie B nummer 789, als huis en erf, groot vijf aren, twintig centiaren, door den lastgever in eigendom verkregen bij een onderhandse acte van koop en verkoop, getekend te Nijmegen den vijf en twintigsten April achttien honderd drie en tachtig…”

J.B. Werner heeft zelf zijn adres op In de Betouwstraat nummer 9 (adresboek 1902, 1903, 1905, 1907, 1908, 1909, 1910-1911, 1912-1913, 1914-1915, 1915-1916, 1916, 1918).

In 1912-1913 is het ook: “Werner, Jos. B., firma Gebrs. Reijners, Manufacturen en gros.) op de In de Betouwstraat 9. (en 1913-1914, 1914-1915). Ongeveer de eerste 20 jaar lijkt Werner het pand zelf niet te gebruiken.

Gebruikers pand

Wie zijn dan wel de gebruikers van het pand? Helaas is de eerst gevonden gebruiker C. Brücher in het Adresboek van 1898.

C. Brücher

C. Brücher is fabrikant tot zuivering van bedveren (PGNC 2/12/1884) in de Hezelstraat.

In het Bevolkingsregister van 1880 komt hij nog voor op de Stikke Hezelstraat D no 42. Uit het Bevolkingsregister over 1890 – 1900 blijkt dat hij in deze periode verhuist is naar In de Betouwstraat 17. Dan is ook zijn beroep “Winkelier” doorgestreept.

Carl Brücher is op 6 oktober 1824 geboren in Glandorf (Hannover), iets meer dan 25 kilometer onder Osnabrück. Hij is getrouwd met Carolina Francisca Holthaus (21-9-1823 in Cloppenburg (Pruisen), ongeveer 75 kilometer boven Osnabrück).

Gebruikers nummer 17

 Naam OpmerkingWoningkaart / AdresboekenAantekening
C. BrücherIn 1898 Zb (=zonder beroep)1898, 1899, 1901, 1902, 1903, 1905, , 1907, 1908, 1909, 1910-1911, 1912-1913, 1913-1914 
Herbermann (wed) geb M.E.F. Brücher 1899, 1901, 1902, 1903, 1905, 1907, 1909, 1910-1911 
Mej. A.J.F. Brücher 1914-1915, 1915-1916, 1916 
Kantoor Kantoor Gebr. Reiners Groothandel in Manufacturen Van Rooy en Co 3 regels onder elkaar bij aanteekeningen Woningkaart 
Kantoor 1926, 1928 
    
St.-Aloysisus bibliotheek van St.-Aloysisus Congregatie 1931Oa De Gelderlander 11/4/1931
Parochiehuis Lijkt 1937, 1938 en 1939 te zijn dat “agenda” in de krant staatOa De Gelderlander 13/11/1937 De Gelderlander 2/7/1938 De Gelderlander 21/1/1939  

Brücher en familie lijkt het pand in ieder geval de jaren 1898 tot rond 1915 te hebben gebruikt. Daarna is de op dit moment eerst gevonden vermelding in de adresboeken uit de jaren 20 als kantoor. Op de woningkaart is de eerste vermelding “Gebr Reiners”, het bedrijf van Werner.

In ieder geval in de jaren 30 lijkt het pand in gebruik te zijn door katholieke verenigingen/als Parochiehuis. Opvallend daarbij is dat er daarvan geen vermelding op de Woningkaart voorkomt.

In de Betouwstraat 19

In de Betouwstraat 19: In 1986 zit Betimex in het pand, (KN14208-8 RAN)
In de Betouwstraat 19: In 1986 zit Betimex in het pand, (KN14208-8 RAN)
 Naam Opmerking Woningkaart + Adresboek Aantekening
Dr. C.J. v. Duijlgeneesheer1899, 1901, 1902, 1903, 1905, 1907, 1908 
J.E. Cool 1902, 1903, 1905, 1907, 1908, 1909, 1910-1911 
Kantoor Singer MaatschappijArtikel voor cursus bordurenPGNC 23/10/1903 
Leeg? 1912-1913, 1913-1914 
J.W. Schoonman 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916 
H.J.H. SmitKellner1913-1914 
Mej. H.J. Holman 1915-1916, 1916, 1918, 1920 
P.J.J.A. v.d. Dungen 1916, 1918 
    
F.J.M. Werner 1924 
Werner, J.B. , fa. Gebrs. Reijnersmanufact. en gros.1924 
P.H.M. Werner 1924, 1926 
Wed. J.B. Werner, geb. H.M.A. Broekman 1926, 1928Op de Woningkaart 1920 staat zij op de eerste 2 regels, met 4 3 1923 3m;
Molhuijzen Wed. Johan G.A.C.geb. Hanewinkel Perpetua Johanna  Te Hees R.K. Jeugd Verb. Canisisus Parochie; boekhouder … De weduwe staat op de 3e regel; de R.K. vereniging is mogelijk de volgende gebuiker en heeft dan niets met de weduwe te maken
St. Canisius-parochiehuis De Gelderlander 9/5/1931 
St. Aloysius-Bibliotheek 1932 
    
Bernardus J.G. ThomassenSlagerWoningkaart + 1936, 1938, 1940Hij staat ook weer onder Basch op de woningkaart
Basch Kurt Israel? Woningkaartbij aantekening 7-10-97 (wat 1897 zal zijn) Ir:?
    
    
Propaganda-dienst R.K. Staatspartij 1938, 1940 
    
Raes, Wed. C. geb. Th.M.A. Thomassen 1948Op Woningkaart: Cyrillus, Bij aantekening: 10-1-18 bakker gezin
Gerardus K.I.H. ThomassengezinWoningkaart 
Völcker Wed. M.J.J.B. geb Schoon Adrianagezinwoningkaart 
Firma van Rooy & Co.Iig 1956 zowel 17 als 19De Gelderlander 26/7/1951, De Gelderlander 30/10/1956 

Ook van nummer 19 zijn tot nu toe geen gegevens voor 1898 gevonden. De eerste gebruikers zijn dokter C.J. v. Duijl en J.E. Cool, tot ongeveer 1910. De jaren 20 lijken een wisselende bewoning hebben gehad. Het is niet bekend in hoeverre nummer 17 en nummer 19 met elkaar in verband stonden: het gebouw was immers gebouwd als woning en magazijn, maar het is goed mogelijk dat deze door afzonderlijke gebruikers betrokken waren.

In ieder lijkt in de (loop van?) jaren 20 Werner zowel nummer 17 als 19 betrokken te hebben.

Ook in de jaren 30 komen in de adresboeken een aantal vermelding van katholieke instellingen/verenigingen voor.

Leden van de familie Thomassen lijken voor langere tijd gebruiker van nummer 19 te zijn geweest.

De firma van Rooy komt in de jaren 50 weer voor als gebruiker van zowel 17 als 19.

Huidige gebruikers

In 1940 vindt een verbouwing en uitbreiding plaats , tekening december 1940. Opdrachtgever is W. Bult, architect is M.E. Veugelers

In 1975 vindt een verbouwing plaats in opdracht van Sengers Textielhandel, Lange Hezelstraat 75. Het ontwerp is van architectenbureau ing. M.E. Veugelers. (D12.499361)

Momenteel (september 2023) is Habbekrats alweer jaranlang de gebruiker van nummer 17. Op nummer 19 bevindt zich de nachtopvang van de Nunn.

Verder lezen

Drie generaties Van den Boogaard, architecten van Nijmegen en omgeving

Architecten Van den Boogaard 3 Generaties met 4 architecten Van den Boogaard. De eerste is beeldhouwer/architect Antonius van den Boogaard. Vervolgens Michael van den Boogaard, die zich veelal “A. van den Boogaard” blijft noemen, hetzij naar de bureaunaam hetzij naar zijn 2e voornaam. Vervolgens zijn daar zijn zonen Jacques en Harry. Van den Boogaard: 3…

Appartementen Molukkenstraat architect Kuipers, september 2022 (Google streetview)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Bouwen complex 13 middenstandswoningen Architect Kuipers

1950 Archipelstraat 274 en Molukkenstraat 6 t/m 22 Galgenveld

In 1950 ontwerpt Kuipers de appartementen aan de Molukkenstraat 6 t/m 22. De achterliggende garages staan daarbij aan de Borneostraat. Opvallend daarbij is, dat het complex tevens bestaat uit 1 woning aan de Archipelstraat. Rodenburg zal hetzelfde tekenen: eveneens appartementen aan de Molukkenstraat en een vrijstaande woning aan de Archipelstraat.

Archipelstraat 274 met daarnaast de appartementen van de Molukkenstraat, september 2022 (Google streetview) architect Kuipers
Archipelstraat 274 met daarnaast de appartementen van de Molukkenstraat, september 2022 (Google streetview)
Bouwtekening Archicpelstraat 274 en zij aanzicht appartementen Molukkenstraat architect Kuipers
Plan voor een te bouwen flatwoning Molukkenstraat en Archipelstraat: Archipelstraat 274 en zij aanzicht appartementen Molukkenstraat, Augustus 1950 (D12.409917)
Appartementen Molukkenstraat architect Kuipers, september 2022 (Google streetview)
Appartementen Molukkenstraat architect Kuipers, september 2022 (Google streetview)
Plan voor een te bouwen flatwoning Molukkenstraat en Archipelstraat, Augustus 1950 D12.409917, architect Kuipers
Plan voor een te bouwen flatwoning Molukkenstraat en Archipelstraat: appartementen Molukkenstraaat, Augustus 1950 (D12.409917)