De hoek Augustijnenstraat en Stikke Hezelstraat in 1996, 2/4/1996 (Ger Loeffen via F36913 RAN CCBYSA)
Vrijwel iedereen kent de pilaar op de hoek van de Augustijnenstraat en Stikke Hezelstraat. Jarenlang was deze behangen met lichtreclame van een grote verzekeringsmaatschappij. Het blijkt een schoorsteen te zijn, die hoort bij het grote complex aan deze hoek met op de begane grond winkels en daarboven woningen. De architecten waren Brouwer uit Arnhem en de Vlaming uit Amsterdam.
Wanneer “een dezer dagen” met de bouw van het flatgebouw op de hoek van de Augustijnenstraat en Stikke Hezelstraat zal worden begonnen, schrijft de Gelderlander hierover een artikel op 5-7-1954:
Het flatgebouw bestaat uit “vier winkels, waaronder een groot winkelhuis op de hoek met verkoopruimte op de etages en verder woonflats en kantoorruimtes.” Het gebouw is vrijwel net zo hoog als het flatgebouw op Plein 1944. De gevel is aan de kant van de Augustijnenstraat 40 meter breed en aan die van de Stikke Hezelstraat 20 meter. Op de hoek komt een schoorsteen voor de verwarming van het gehele gebouw, verpakt als reclamezuil met lichtvlakken. Op de hoek zullen “eilanden-etalages” komen.
Het complex in aanbouw: de herbouw van een aantal winkelpanden aan de Stikke Hezelstraat – Augustijnenstraat. Op de achtergrond links panden aan de Houtstraat en in het midden aan de Ganzenheuvel, 1955 (Foto Roozenboom via F58609 RAN CCBYSA)
De opdrachtgever is “een van de grootste Levensverzekeringmaatschappijen in ons land.” De architecten zijn H. Brouwer uit Arnhem en F.W. de Vlaming en Amsterdam. De aannemer is N.V. Aannemersbedrijf v.h. B. van Berkel. (De Gelderlander 5/7/1954)
Voorgevel Augustijnenstraat, Ir. H. Brouwer bi. Arnhem ir F.W. de Vlaming bi. Amsterdam, Datum tekening 16-7-1954/gewijzigd 27-7-1954 (D12.418446)
Voorgevel Stikke Hezelstraat, Ir. H. Brouwer bi. Arnhem ir F.W. de Vlaming bi. Amsterdam, Datum tekening 16-7-1954/gewijzigd 27-7-1954 (D12.418446)
Frederik Willem de Vlaming
Frederik Willem (It) de Vlaming, bekend als W.F. de Vlaming, (Amsterdam, 12-10 1919 – Laren (Noord-Holland), 25-10-2000) was een Nederlands architect. Hij was de zoon van Arij Leendert de Vlaming, een commissionair in effecten en Gerarda Craandijk.
Hij studeerde in 1949 als bouwkundig ingenieur aan de Techinische Hogeschool Delft. Bij zijn professoren Zwiers en Wieger Bruin deed hij praktijkervaring op. Vóór zijn afstuderen ontwierp hij een bungalow in Rossum, de plaats waar hij tijdens de Tweede Wereldoorlog enige tijd was ondergedoken geweest. Daarna werkte hij bij een architectenbureau in Zwitserland. In 1952 begon de Vlaming zijn eigen bureau, waarschijnlijk (aanvankelijk) samen met Salm en Peter Pennink. Salm is in 1951 afgestudeerd en zal naar Amerika vertrekken om zijn graad te behalen en aldaar te werken. De samenwerking met Pennink was van korte duur.
Wanneer Harry Salm in 1954 terugkomt uit Amerika gaat hij voor het bureau van De Vlaming werken en in 1957 treedt hij toe als partner. In 1967 treedt H.M. Fennis toe al partner. Het maatschap werd in 1975 omgezet in een N.V.. In 1981 komt ir. Dingemans bij de directie.
De Vlaming had veel nevenfuncties, waaronder bestuurslid van de vereniging Hendrick de Keyzer en de BNA. Vanaf 1955 was hij adviseur bij Rijkswaterstaat.
Een van de bekendste werken van De Vlaming is het Hilton Amsterdam Hotel, welke hij samen met Salm en Huig Maaskant heeft ontworpen. Ook hebben ze het Hilton Rotterdam ontworpen. Beide zijn Rijksmonument.
Henk Brouwer (Groningen, 5-8-1920 – Arnhem, 13-10-1974) was een Nederlands architect. In 1949 studeerde hij af aan de Technische Hogeschool Delft als bouwkundig ingenieur met afstudeerrichting architectuur. Hij richtte in 1955 samen met Th.Th. (Tom) Deurvorst (geb. 1920) het Arnhemse architectenbureau Brouwer & Deurvorst op. “De twee, die in de naoorlogse jaren vooral actief waren met de wederopbouw in en rond Arnhem, besloten in 1955 de krachten te bundelen en samen een kwalitatief hoogstaand architectenbureau te starten.” (BDarchitecten).
Werken
1949-1955 mede-ontwerper Huis der Provincie, samen met Vegter, Rijksmonument
1961 AKU fontein Arnhem samen met Shinkichi Tajiri
Daarnaast werd hij in 1962 de jongste hoogleraar architectuur aan de TH Delft.
1874/ca. 1883 Oude Holleweg 14 Berg en Dal, Rijksmonument/Gemeentelijk Monument
Chalet Stollenburg Oude Holleweg 14 Berg en Dal (Oktober 2024)
Chalet Stollenburg is in 1882 gebouwd voor 2 tentoonstellingen als wijnschenkerij. Het pand gebouwd in chaletstijl, de architect van de onderbouw was D. Geijsbeek Molenaar.
Weinstube
Oorspronkelijk is het pand in 1882 gebouwd als “Pfälzer Weinstube” op het terrein van de eerste Bayerische Landesausstellung. Dit fungeerde als horeca voor de bezoekers van deze tentoonstelling. De architect was C. Schick. Het bestond onder andere uit een zaal met buffet en een Herrenstüblein (café) met veranda. In 1883 werd het gebouw op de Internationale Kolonial en Uitvoerhandel Tentoonstelling in Amsterdam geplaatst, om ook hier als “Weinschenke” te dienen. Na afloop van de tentoonstelling werden de paviljoens bij opbod verkocht.
Koop door architect Geijsbeek Molenaar
De Arnhemse architect Dirk Geijsbeek Molenaar kocht het wijnhuis en bouwde het huis in 1884 opnieuw in Berg en Dal, op de kruising van de Stollenbergweg en Oude Holleweg. Met een stenen onderbouw, waar oorspronkelijk houten panelen in vakwerkbouw waren geplaatst. Vanaf dat moment wordt het “Chalet Stollenburg” genoemd.
Het PGNC 27/3/1884 kondigt de komst van de villa aan:
“Nijmegen, 26 Maart.
Onder de bijgebouwen der Internationale Tentoonstelling te Amsterdam werd veler aandacht getrokken door een keurig paviljoen, door de heeren Adler en Todt al “Weinschenke” ingericht. Het verdiende die opmerkzaamheid ten volle. Afkomstig van een vroegere “Gewerbe-Ausstellung” te Neurenberg was het daar vervaardigd door de bekwaamste werklieden, die elk in hun vak een proefstuk hunner kunde hadden geleverd. Zoowel wat de uiterlijke vormen als wat de inwendige betimmering betreft, mocht het dan ook op even groote sierlijkheid als soliditeit bogen. Welnu, dit schoone gebouw zal voortaan onze omstreken sieren. Op den rand van den Hunerberg boven het oostelijk uiteinde van het Elyseesche dal, nabij de villa “de Wolfsheuvel”, zal het door den heer Geijsbeek Molenaar als villa worden overgeplaatst. We twijfelen er niet aan of het zal niet alleen het landschap daar tot sieraad strekken, maar weldra blijken een begeerlijk plekje te zijn voor dezulken, die zich in onze heerlijke omstreken willen vestigen.”
Predikant Drost
Na enkele jaren kocht predikant Johannes Drost uit Leiden het gebouw om als zomerverblijf te gebruiken. Zijn dochter W.L. Drost had het daarna jarenlang in gebruik als “Christelijk Rusthuis”.
Woonhuis
Rond 1952 ging B. Hagreis hier wonen. Hij was directeur van de Therminion-Radiolampenfabriek in Lent. Daarna had het huis een aantal andere bewoners.
In 2005 kocht bouwkundig ingenieur T. Klerks de woning. Hij voerde een grote renovatie uit. Zo kwamen er trappen bij de nieuwe voordeur en naar de veranda. Het grote raam werd gerenoveerd.
Chalet Stollenberg vóór de brand, 2010 (Henk van Gaal via DF527 RAN CC0)
2012 Brand
Na kortsluiting in de bedrading aan het houten plafond, brak in 2012 brand uit. Hierdoor raakte pand zwaar beschadigd door het vuur, maar ook door rook en water. Hierdoor was het geruime tijd onduidelijk wat er met het pand ging gebeuren. Vervolgens vond er een grote restauratie plaats.
Gemeente Berg en Dal: “Kenmerken: op lage grijs gepleisterde onderbouw staand kruisvormig pand van één bouwlaag onder een samengesteld overstekend dak met leien. De muren zijn in vakwerk opgetrokken, met wit gepleisterde velden. De symmetrische voorgevel bestaat uit een middendeel met hoog opgaand steil geknikt schilddak met een dakkapel onder een schilddak. Het wordt geflankeerd door lagere zijvleugels onder lage schilddaken, waarvóór zich tot serres verbouwde veranda’s onder een lessenaarsdak bevinden. In het bewaard gebleven oorspronkelijke interieur valt een gebrandschilderd glas-in-loodraam in de woonkamer op.”
De Modewinkel van Gebroeders Voss in 1953 (Fotopersbureau Gelderland via GN42697 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
In 1949 vindt de herbouw plaats van de modezaak Voss op de hoek van de Broerstraat en Ziekerstraat. Het oude pand was tijdens het bombardement van februari 1944 verwoest. Het gebouw is ontworpen door architect Heldoorn. Sinds begin jaren 80 zit alweer jaren Bakker Bart in de winkel.
Vooral de 3e etage maakt het gebouw opvallend: deze ligt wat terug, terwijl het dak in de vorm van een luifel is gemaakt. Bovenop staat in grote letters Voss.
April 1944 plannen voor wederopbouw
Na de verwoesting in februari, zijn de Gebr. Voss vrijwel meteen, in april 1944, begonnen met de voorbereidingen van de herbouw. Wanneer het nieuwe pand in juli 1949 bijna gereed is, schrijft de Gelderander:
“Met groeiende belangstelling zien de stadgenoten het moment waarop de reusachtige bouw van het dames- en kinderkledingmagazijn gebr. Voss op de hoek Ziekerstraat-Korte Molenstraat zal zijn voltooid. Bedriegen de voortekenen niet dan zal deze zaak reeds in het late zomerseizoen openen. De binnenstad is dan een monumentale bouw rijker. De kroon is dan gezet op een omvangrijk werk van voorbereiding, dat al in April 1944 is begonnen. Toen kreeg de architect de heer Heldoorn uit Leeuwarden van de Gebr. Voss opdracht tot het ontwerpen van dit gebouw, met de uitvoering waarvan de Gebr. Smits uit Nijmegen vorig jaar half November zijn begonnen. De frontbreedte is aan de Ziekerstraat 25 m; aan de Kort Molenstraat 14½m. Het winkelpand is hoog 17m boven de straat. Het lifthuis is 20 m hoog. Met de fa. van der Borg, die in de Broerstraat de eerste was, waarna de firma van Baal volgde, is de fa. Gebr. Voss thans de derde, die in deze omgeving het goed voorbeeld gaf. Mogen de andere zakenlieden om hun bijdrage te leveren tot de heropbouw van de binnenstad.” (De Gelderlander 16/7/1949)
De Gelderlander, bij de opening in september 1949:
Feeëriek modepaleis Voss in de binnenstad: Bezienswaardigheid op zich zelf
Etalage van de Modewinkel van de Gebroeders Voss, 1954 (Fotopersbureau Gelderland via GN42614 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Morgenmiddag wordt het monumentale nieuwe pand van Gebr. Voss op de Korte Molenstraat hoek Ziekerstraat officieel geopend. Na ruim 5½ jaar na de verwoesting op 22 Februari 1944 en na een eindeloze reeks van moeilijkheden te hebben overwonnen. Maar nu staat het nieuwe gebouw er dan, machtig en groots als een indrukwekkend bewijs van moed en doorzettingsvermogen. In November verleden jaar ging eindelijk de eerste spade in de grond en morgen is de bouw reeds zover gevorderd dat de parterre en 1e etage in gebruik kunnen worden genomen. Sousterrain, 2e en 3e etage volgen zeer spoedig.
Niet alleen uitwendig, maar ook in het gebouw, dat 24 meter lang is, 14,5 meter breed en 19m50 meter hoog, heeft de architect, de heer G.A. Heldoorn uit Leeuwarden, een geheel geschapen waarin sfeer en moderne zakelijkheid op fantastische wijze met elkaar zijn verenigd. Sfeer, omdat deze in een modepaleis onmisbaar is, zakelijkheid, omdat ook die door de vrouw van onze tijd wordt gevraagd. Wat dit laatste betreft zegt het misschien voldoende, dat op iedere etage een telefooncel is (de echtgenoten weten het dus wat een telefoontje als mevrouw in de stad is kan betekenen….)
De trap in de winkel van de Gebroeders Voss tijdens een modeshow, 1953 (Fotopersbureau Gelderland via GN42624 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
Het interieur van Modewinkel Gebroeders Voss tijdens een modeshow, 1953 (Fotopersbureau Gelderland via GN42628 RAN CCBYSA)
Er is een lift, van het sousterrain naar de hoogste verdieping, maar het moet voor de bezoekers ongetwijfeld op zich reeds een attractie zijn om via de vrijdragende monumentale trappen de etages te bereiken. Deze trap geeft het geheel iets filmachtigs, iets groots en aantrekkelijks. De parterre is nagenoeg geheel ingericht als etalage-hal met een oppervlakte van 105M2. En een glasfront van 190M2. Hierbij is een aparte show-etalage, waarin men allerlei nouveauté’s kan vinden en die bij een bezichtiging van de etalages een climax zal zijn.
Achter de etalage-hal is een kleine verkoopruimte voor slechts kleinere artikelen, een inpaktafel en de kassa, maar op de eerste etalage is de japonnen-afdeling en op de tweede de mantel- en hoedenafdeling. Moderne paskamers, een opvallende dagverlichting- de in staal gevatte ramen van spiegelglas hebben slechts een eenvoudige matgeblazen decoratie- treffen het bijzonder. De derde etage bevat de ateliers, de strijkkamer, de cantine voor het personeel (met keuken!) het magazijn enz. Er is aan de zijde van de Ziekerstraat een aparte dienstingang, met een verbinding naar de kelder, waar etalagekamer, studio, expeditie, rijwielstalling zijn ondergebracht. Boven deze ingang bevinden zich allerlei vertrekken, toilets, enz. op tussen plafonds zodat hier meer verdiepingen zijn ontstaan. Deze in toren-vorm gelegen vertrekken hebben als uitloper de gehele derde etage. De dienst-afdeling heeft haar eigen trappenhuis, zodat deze geheel van de eigenlijke verkoopruimten gescheiden is. De verlichting- we prezen reeds de grote plaats die aan het daglicht is gegeven- is, ook in de etalages, direct en indirect. Beide systemen heeft men aangebracht, terwijl met de aanleg tevens met toekomstige mogelijkheden op dit gebied is rekening gehouden. De verwarming van het gebouw is een bijzonderheid op zich. Geen radiotoren, geen buizen, maar in de plafonds, zelfs in het portiekvloer loopt een net van 4½ K.M. verwarmingsbuis, dat vloeren en muren verwarmt. In ieder vertrek is de temperatuur afzonderlijk te regelen. ’s Zomers kan door dit buizennet koud water gestuwd worden, dat verkoeling brengt.
De kruising Molenstraat , Plein 1944 , Broerstraat en Ziekerstraat (met rechts de Gebrs. Voss , in het midden Drogisterij Nickel en links de zelfbedieningswinkel van Jansen-Hendriks), 1954 (Foto Grijpink via F46491 RAN CC-BY-SA)
Dat inderdaad met alles rekening is gehouden, blijkt wel uit het feit, dat de buitenmuur is voorzien van z.g. klampsteen, die warmte-werend is en aan de binnenkant de warmte vasthoudt. De gevel is geheel opgetrokken uit kunststeen en travatin. Het gehele gebouw rust op twee enorme beton-pilasters, zoals het geheel ook een betonskelet is, bekleed met baksteen.
We noemden enkele der voornaamste bijzonderheden van dit nieuwe door Gebrs. Smit uit Nijmegen als hoofdaannemer gebouwde pand, dat rondom een korte luifel heeft die door neonlicht verlicht zal worden. Op het dak prijken ’s avonds in enorme verlichte letters de firmanaam, die een pijl heeft naar de verlichte luifel. Er moest gisteren en zeker ook vandaag nog ontzettend veel gebeuren en nog zal bij dit modepaleis nog wel ’t een en ander moetern gebeuren, maar Nijmegen is een modehuis rijker geworden, dat in stad en verre omgeving zeer de aandacht zal trekken.”
Modehuis Gebr. Voss te Nijmegen, Architect G.A. Heldoorn, datum tekening “Get. W.z”? 18-8-1948 (D12.408853)
Kader
152 Jaar geleden stichtte Bernard George Voss en diens zwagers Herman en Bernard Flottow het handelshuis Flottow en Co. met een oprichtingskapitaal van f45.000,-. De compagnons waren rondtrekkende kooplieden. De zaken gingen voorspoedig totdat in 1811 het bankiershuis ten Brink te Sneek failleerde. Op de dag van het failliet had Herman Voss de specie in een kist per beurtschipper naar Sneek gezonden. Toen het schip vertrokken was, hoorde Voss van het faillissement.
Hij trachtte te paard de beurtschipper te achterhalen, maar het geld was reeds bij het bankiershuis. Het verlies van de kooplieden was de destijds kapitale som van f15.044,-. De kist waarin het geld verzonden is, is thans nog in het bezit van de heren Voss, evenals de patentbrief, waarin vergunning wordt verleend voor een “grossierderij in manufacturen”.” (De Gelderlander 30/9/1949)
Advertentie verbouwing De Gelderlander 15/9/1954
Vervolg
Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest.
In ieder geval komt Voss nog voor in het Adresboek van 1971. Daarnaast is een reclame uit 1982-1983 gevonden, waarbij Gebr. Voss nog 1 van haar filialen in Nijmegen heeft.
Vanaf ongeveer 1983 zit Bakker Bart in de winkelruimte. Bart van Elsland had in 1977 zijn eerste bakkerij geopend in Dukenburg. Daarbij had hij het idee gehad om de oven prominent in de winkel te plaatsen: klanten konden zien dat het brood vers uit de oven kwam en bovendien rook het lekker. Door haar baksysteem kon Bakker Bart de gehele dag bakken.
“Zes jaar later”- dus ongeveer 1983- opent Bakker Bart de 2e zaak op de hoek van de Broerstraat en Ziekerstraat. Daarmee kwam een ander kenmerk van Bakker Bart naar voren, om te zitten op de beste locaties, om zo te profiteren van traffic.
Er zijn in 1963, 1978, 1981, 1983, 1989 en verbouwingen van de winkel geweest (Gemeentelijke Monumentenlijst).
Verbouwing 1963
Verbouwing Modehuis Gebr. Voss Bestaande toestand, archtecten W. Hopmans en W. Olthoff, datum tekening 30-7-1962 (D12.446588)
Verbouwing Modehuis Gebr. Voss Nieuwe toestand, archtecten W. Hopmans en W. Olthoff, datum tekening 30-7-1962 (D12.446588)
In 1962-1963 vindt er een verbouwing van de begane grond plaats: de 2 grote etalagekasten aan de Ziekerstraat worden vervangen door 3 kleinere. Daarnaast vindt er een aanmerkelijke vergroting van de winkelruimte op de begane grond plaats: afgaande op het zwarte gedeelte wordt er meer dan 1/3 aan de winkel toegevoegd. Het ontwerp was van de architecten W. Hopmans en W. Olthoff uit ‘s-Hertogenbosch.
Verbouwing 1978
Verbouwing winkelpand t.b.v. Gebr. Voss te Nijmegen, architekten W. Hopmans en W. Olthoff get. R. de Vries, Datum tekening 10-1-1978 met 3e wijziging 3-5-1978 (D12.513269)
Bij de verbouwing in 1978 wordt een groot deel van de passage opgeheven en bij de winkel getrokken. Alleen op de hoek van de Broerstraat-Ziekerstraat blijft nog een portiek over (D12.513269). Een belangrijke verandering aan het uiterlijk is de verandering van de luifel en het aanbrengen van het lichtreclameblok (Glaifa Neon Tilburg; D12.513275).
De Kledingzaak van Voss, 25/5/1984 (Ber van Haren via KN13358-36 RAN CC0 Auteursrechthouder Gemeente Nijmegen)
Verbouwingen 1981: opdeling begane grond
In 1981 wordt een deel van de begane grond aan de Ziekerstraat verbouwd tot afzonderlijke winkel (Het huidige -december 2024- Friethuys Oer). Ook hier zijn W. Hopmans en W. Olthoff de architecten (D12.529876).
verbouwing 1989: schuifpui
In 1989 zal het zijn groene aluminium schuifpui krijgen, welke het jarenlang heeft gehad. Zie de schermafbeelding van Google Streetview hieronder. De opdrachtgever is W. Plank, Groenten en Fruit en het ontwerp van W. Thoonen Exterieurbouw ( datum tekening 31-10-1988, D12.573613)
Ziekerstraat 1, waar jarenlang een groentenhandel heeft gezeten, juli 2018 (Google Streetview)
Verbouwing 1983: Bakker Bart en afzonderlijke unit.
In 1983 vindt de verbouwing plaats voor Bakker Bart. Daarbij wordt de hoek op de Broerstraat/Ziekerstraat recht getrokken, waarbij de ingang van de winkel aan de Ziekerstraat komt te liggen (D12.541555).
Bij de verbouwing tot Bakker Bart in 1983 staat “Ahrends” als gebruiker van de afzonderlijke winkel in de Ziekerstraat.
Jeans Centre en Bakker Bakker Bart: duidelijk is bij het Jeans Centre nog de oude luifel te zien, juli 2018 (Google Streetview)
Jarenlang was de betonnen luifel verbouwd zoals op de foto van augustus 2023 bovenaan en hiernaast te zien is.
In november 2024 is de betonnen luifel weer hersteld. Zoals op de schermafdruk van Google Streetview is te zien, was de oude luifel ook voor dit tijd te zien bij het Jeans Centre.
Het herstel van de luifel was een onderdeel van de verbouwing van Bakker Bart vanwege de modernisering van haar winkel. Een belangrijk onderdeel is de uitgebreide broodjescorner. Daarnaast zijn er bestelzuilen geplaatst en kunnen klanten de status van hun bestelling volgen via een scherm.
Maatwerk via “bouwstenen”
De Bakker Bart op de Broerstraat is de 3e winkel die verbouwd is volgens een nieuwe formule: hierbij kunnen franchisenemers voor een vernieuwing doorvoeren op basis van zogenaamde bouwstenen, zodat ze hun filiaal het beste kunnen laten aansluiten bij de eigen situatie.
Grote raam rechts van de Ziekerstraat:, 2007 (Henk Rullman via DF3306 RAN Auteursrechthouder RAN)
Bovenraam in de voormalige modezaak Voss, met in het glaswerk (in spiegelschrift) vermeld de stadswapens en namen van andere vestigingen van Voss-winkels. Bovenin ‘Nijmegen’, daaronder Harlingen en Bolsward, daaronder Mettingen, de thuisbasis van Voss in Duitsland. Ziekerstraat hoek Korte Molenstraat (Bij schrift DF3306)
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is sinds 2011 een Gemeentelijk Monument, inclusief de letters Voss op het dak. Het pand heeft als waardering:
“Het pand Ziekerstraat 1-3 is van cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de herrijzenis van het commerciële hart van Nijmegen na de verwoestingen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. In z’n monumentale opzet en vernieuwende typologie getuigt het gebouw van het optimistische geloof in de toekomst dat zo kenmerkend is voor de wederopbouwperiode. Het winkelpand is voor Nijmegen van architectuurhistorisch belang als redelijk gaaf en herkenbaar voorbeeld van een vroeg-naoorlogs modemagazijn in traditionalistische bouwstijl met referenties aan een Italiaans palazzo. Als zodanig is het een representatief voorbeeld van het werk van architect G.A. Heldoorn die in deze periode ook het modemagazijn voor P&C op de hoek van de Burchtstraat en de Grotestraat bouwde. De ontwerpkwaliteiten komen vooral tot uitdrukking in de afgewogen gevelcompositie, de statige vensters en de bekroning door middel van een terugliggende vierde bouwlaag met balkon en luifeldak. De combinatie van baksteen, natuursteen, smeedijzer en erkers geven het pand een degelijke en huiselijke uitstraling. Kopen is hier in vertrouwde handen, zo luidt de ‘versteende’ boodschap. Het gebouw is van grote stedenbouwkundige waarde vanwege de markante situering en tweezijdige oriëntatie op een hoek van de hoofdwinkelstraat nabij Plein 1944. Door de vooruitgeschoven positie is het pand met de lichtreclame op het dak een beeldbepalend element in de zichtas van de Molenstraat. Het gebouw is bovendien een essentieel onderdeel van een aaneengesloten en op samenhangende wijze tot stand gekomen wederopbouwensemble dat als beschermd stadsbeeld van grote cultuurhistorische waarde is als belangrijk en hoopvol ijkmoment in de Nijmeegse stadsgeschiedenis.”
1931, Korte Burchtstraat nos. 17-21 Centrum, verwoest in 1944
De modewinkel van Gerzon aan de noordzijde van de Korte Burchtstraat, gezien vanuit de Lange Burchtstraat in westelijke richting, 1939 (ir. J.G. Deur via F15333 RAN CCBYSA)
De meeste mensen kennen Gerzon als het pand aan de Burchtstraat, een van de hoogtepunten van de wederopbouwarchitectuur. In 1931 had Gerzon haar Nijmeegse filiaal geopend, waarbij W.Th. Reijnen de architect was. Het pand werd in 1944 verwoest.
Bij de opening
Bij de opening schrijft het PGNC:
“Gerzon opent een filiaal te Nijmegen.
Hedenmiddag heeft in de Korte Burchtstraat nos. 17-21 de opening plaats gevonden van het Nijmeegsch filiaal der firma Gerzon, waarmede de Burchtstraat een zeer mooie winkelzaak rijker is geworden; inderdaad mag men hier spreken van een klein modepaleis, dat in de plaats kwam van de beide oude panden- een wijnhandel en een boekhandel- die hier eerst gevestigd waren. Wat aan de nieuwe zaak treft is het intieme, zeer rustige en smaakvolle interieur. De geheele zaak is betimmerd met edele houtsoorten en men heeft er naar gestreefd, om zonder versieringen die zoo moderne en mooie, strakke lijnen naar voren te brengen. Het geheele inwendige van de zaak is belegd met zware beige en bruine, zeer stemmig gehouden moquet, speciaal in motief en kleur, bij de houtsoorten passend, vervaardigd.
Uit de etalages, opgevat als galerij, spreken de meest moderne opvattingen; een sierlijke, voorname indruk maakt deze moderne pui, waaraan ’s avonds de Neon-letters zullen gloeien, en wanneer men dan bedenkt hoe de beide oude gevels, waaruit dit fraai geheel geboren werd, eruit zagen, dan is een woord van waardeering aan het adres van den architect, den heer W.Th. Reijnen Jr., hier zeer zeker op zijn plaats. En dan te bedenken, dat dit fraaie mode-huis in nauwelijks twee maanden tijd verrees.
Wat de firma Gerzon ten verkoop houdt? Dat is een weelde van japonnen, mantels, stoffen en hoeden, in prijzen voor elke beurs. Doch wagen wij ons thans niet verder op dit speciale gebied; de dames zullen in de komende dagen voorzeker zelf hun oordeel wel vormen.
De firma Gerzon geeft met de opening van dit nieuwe filiaal blijk van frisschen ondernemingsgeest en ondernemingsdurf, die zelfs deze benarde tijden niet vermochten neer te drukken. Naar wij van een der Amsterdamsche directeuren van de firma vernamen is men daar juist acht dagen geleden, met een groote verbouwing gereed gekomen. Doch men moet, zoo merkte hij ons op, met zijn tijd meegaan, veel nieuwigheden brengen en toch prijzen, die zich bij de tijden aanpassen, dan kan voorzeker succes niet uitblijven.
Het zij zoo.
Ten slotte mogen hier niet ondvermeld blijven de namen van hen, die medewerkten aan den bouw van dit filiaal. Het zijn: B. van Tienen, aannemer; Ned. Stoomhoutdraaierij en Meubelfabriek te Wageningen, binnenbetimmering; Jos. Kwakkermaat, electrische installatie en Neonverlichting; Merx en Boerboom, centrale verwarming; Chr. Clemens, stucadoorwerk; J. Willems, schilderwerk; E. van Bilderbeek, glas in lood; firma Erkens, marmerwerken; smidswerken, M. Wolf en J. Hilbers; Zonneschermen, Antoon Tesser; sanitair, W. Nannings; J.H. Tilders Jr., stoffeering, fa. J.C. Bettenhoussen, Rotterdam, betonwerken. Opzichter bij den bouw was de heer K. van Ommen.”
(PGNC 18/9/1931)
Dit pand gaat in de Tweede Oorlog verloren. De herbouw, onder architectuur van Lelieveldt en Reijnen, wordt gezien als een van de hoogtepunten van de wederopbouw architectuur van Nijmegen. Lees hierover:
Panden gelegen tegenover het Stadhuis in de Burchtstraat, van rechts naar links; Hunkemöller Lexis, de Apotheek Bijleveld en Modezaak Gerzon en geheel links Peek & Cloppenburg , gezien in de richting van de Grote Markt, 1955-1956 (GN3711 RAN)
In 1931 had Gebr. Gerzon’s Modemagazijnen uit Amsterdam een filiaal aan de Korte Burchtstraat 17-19 geopend, welke in de Tweede Wereldoorlog verloren ging. Ze had een noodwinkel op de Mariënburg. Gerzon’s is begin maart 1954 verhuisd naar de nieuwbouw in de Burchtstraat. Het is een ontwerp van de Rotterdamse architect J.A. Lelieveldt, welke hij in…
Gebroeders Gerzon
Modehuis Gerzon (Modemagazijnen Gebroeders Gerzon N.V.) was in 1889 opgericht door de broers Eduard (eigenlijk Ephraim Juda, 29-9-1862 Groningen – 19-8-1935 Zandvoort) en Lion (eigenlijk Levie Lazarus, 1867 – 8-3-1929 Amsterdam) Gerzon.
Zij waren zonen van Joodse slager in Groningen, Juda Gerzon (30 juli 1823 Nieuwe Schans – 17 december 1878 in Groningen). Nadat hij op 55-jarige leeftijd overleed, zette Sara Joseph Schaap (19 juni 1856 Nieuwe Schans) de zaak voort. Zij hadden 12 kinderen gekregen, waarvan er 4 op jonge leeftijd waren overleden. Met 8 monden te voeden, moesten de kinderen meehelpen in het levensonderhoud. Daarbij zouden de twee oudste zonen Jozef en Mozes zeer succesvol worden met hun vleesconservenfabriek.
Eduard en Lion gingen in de textielhandel werken. Na de voltooiing van de HBS werd Eduard handelsreiziger in Nederland en België voor een fabriek in Thüringen. Later gingen Eduard en Lion werken voor Jonas & Sierstadt, een groothandel in textiel en herenschoenen uit Keulen. In april 1888 verhuist Eduard van Keulen naar Amsterdam, Lion volgt in oktober 1889.
September 1889: Opening Modemagazijnen Gebroeders Gerzon in Amsterdam
In september 1889 openen de broers hun winkel in gebreide en geweven goederen als Modemagazijnen Gebroeders Gerzon op de Nieuwendijk in Amsterdam. Daar verkopen ze onder andere handschoenen, kousen en ondergoed. Zij bleven in die tijd nog voor Jonas & Sierstadt werken. Dat bedrijf stond onder leiding van de zussen Emma en Sophia Marx, die later hun echtgenoten zouden worden. Én die het bedrijf zou leiden wanneer Eduard en Lion op reis waren.
Eduard was daarbij de intellectuele en zakelijke leider en Lion als de bekwame inkoper. Ze konden zowel hun ervaring in fabricage, als handelsreiziger als winkelier inzetten. Een van de bijzonderheden bij Gerzon was dat ze op artikelen een prijs zetten: zo kon een klant meteen zien hoe duur een artikel was en deze transparantie gaf vertrouwen.
Confectie: chique bereikbaar voor een steeds grotere groep
Links Gerzon, rechts Peek & Cloppenburg en daar tussenin Raaymakers, 1939 (Ir. J.G. Deur via F15329 RAN CCBYSA)
In 1892 openden de broers Gerzon een tweede winkel in Amsterdam en in 1895 op de Kalverstraat 72 en 74 een derde. Op de Kalverstraat werden ook confectiekleding, herenkleding, lingerie en mantelpakjes verkocht. Het was daarmee een chique winkel geworden en daarop werden de eerste 2 winkels gesloten.
Vóór de komst van warenhuizen met confectiekleding als Gerzon, waren er feitelijk 2 smaken geweest: kleding door kleermakers op maat voor de gegoede burgers (en de echte elite ging naar de warenhuizen in Parijs of bestelde per catalogus) en het zelf maken of 2de hands kleding voor de overige bevolking.
In het midden van de 19e eeuw vonden een aantal ontwikkelingen plaats:
In Wenen kwam de confectiekleding op, deze werd onder andere mogelijk door de verandering in productiemethoden als betere naaimachines. Door serieproductie kon kleding van bijna net zo goede kwaliteit gemaakt worden, maar veel goedkoper dan bij een kleermaker. Vanuit Wenen verspreidde deze methode zich over Oostenrijk en Duitsland
De opkomst van een middenklasse, die meer te besteden had. Een kleermaker was nog steeds duur, maar voor veel en steeds grotere groepen werd confectiekleding bereikbaar
Al eeuwenlang, en vooral na 1840, begonnen Duitse stoffenhandelaars hun kleding op voorraad te verkopen in Nederland. Deze Duitse kooplieden waren veelal afkomstig uit Westfalen en waren vooral actief in het oosten en noorden van Nederland; vooral Groningen nam een bijzondere plaats in.
Deze Duitse kooplieden hadden vaak het Joodse of Rooms-Katholieke geloof. Vooral ten tijde van Bismarck was rond 1870 een “Kulturkampf” ontstaan tussen protestanten en aanhangers van andere geloven. Vooral Joden werden daarbij achtergesteld. Voor veel kooplieden was dit aanleiding om zich in Nederland te vestigen. Meestal eerst in het noorden of oosten van Nederland, maar daarna naar het snelgroeiende Amsterdam.
In deze hadden de gebroeders Gerzon waarschijnlijk net een iets andere achtergrond: ze waren immers geboren in Groningen, waarbij hun vader slager was (ook al had hij dit vak van zijn schoonvader geleerd). Wanneer ze echter handelsreiziger worden, voldoen ze wel aan het algemene beeld. Ook bijvoorbeeld Peek en Cloppenburg (zie foto boven) waren oorspronkelijk 2 Duitse handelsreizigers.
Daarbij gold Gerzon “als dé zaak voor de betere middenstand, dat werd benadrukt door de luxe inrichting van de winkels met brede en hoge entrees.” (Ons Amsterdam) Overigens werden er (in Amsterdam) ook warenhuizen geopend voor de échte rijken: Maison de Bonneterie werd al in 1901 “koninklijk hofleverancier”; Hirsch & Cie had onder andere de koninginnen Emma, Wilhelmina en Juliana als klant.
In de jaren daarop zouden in Nederland verschillende filialen van Gerzon worden geopend, en ook in Oost-Indië.
Vanaf 1912 gaat de keten ook eigen kleding produceren. Hierdoor konden ze hun prijzen laag houden, hadden ze beter toezicht op de kwaliteit en konden zij hun personeel opleiden.
Wanneer Gerzon zich in 1931 in Nijmegen vestigt, is het de tiende plaats waar Gerzon buiten Amsterdam een winkel heeft. Hun eerste plaats buiten Amsterdam was overigens Groningen, waarschijnlijk vanwege hun verknochtheid aan deze stad.
Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog plaatsten de Duitsers in 1941 de gehele keten van Gerzon onder Verwaltung: de Joodse bestuurders werden afgezet en de winkel geconfisqueerd. Tijdens de oorlog zijn veel Joodse werknemers gedeporteerd en omgekomen.
Machines en ander materiaal werd geroofd. Feitelijk is Gerzon deze klap nooit te boven gekomen.
Na de oorlog
Gerzon slaagde er niet in om aan de moderne smaak te voldoen: de kleding werd als “saai” gezien, hun doelgroep van de gegoede middenklasse begon steeds meer te verdwijnen. In 1970 had de familie al haar aandelen verkocht, in 1970/1971 was Nijmegen een van de plaatsen waarin het filiaal werd gesloten. In 1973 volgde het definitieve einde van de winkelketen.
ca. 1840-1845 Burchtstraat 69-71 en Hoogstraat 17 (huidig adres)
Burchtstraat 69-71 architect van der Kemp, momenteel Flying Tiger (maart 2023)
Rond 1840-1845 ontwierp architect van der Kemp het woonhuis voor houthandelaar Ten Boven. Veel Nijmegenaren zullen het pand kennen als bank kantoor: de ABN-AMRO Bank en haar rechtsvoorgangers. Of van de Flying Tiger, die er tegenwoordig haar winkel heeft.
Hotel
Lange Burchtstraat 43
Rechts (bij de lantaarnpaal) Grand Hotel Mulder, voorheen Boggia., 1900-1910 (F69282 RAN)
Voordat het gebouw een bank werd, was het een hotel: Grand Hotel Mulder voorheen Boggia.
“Bestaande toestand” vóór de verbouwing als Incassobank (D12.39173)
Bijkantoor Incasso Bank
Het bijkantoor van de incasso-bank, Oorspronkelijk adres Lange Burchtstraat, tegenwoordig Burchtstraat 1935-1940 (Fotopersbureau Gelderland via F65405 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
“De Incasso-bank.
Opening van het kantoor Nijmegen.
Incasso-Bank Nijmegen, Lange Burchtstraat, Jan Gratama…, datum tekening 15-8-1930 (D12.39174)
Gistermorgen heeft aan de Lange Burchtstraat No. 43 alhier, de opening plaats gehad van het kantoor Nijmegen der te Amsterdam gevestigde Incasso-bank N.V. De opening geschiedde des morgens te negen uur en onmiddellijk daarop nam het bankbedrijf een aanvang; van een officieele plechtigheid was dus geen sprake, al zorgden niettemin talrijke fraaie bloemstukken voor een feestelijk cachet. De directeuren van het kantoor Nijmegen, de heeren H.L. Cappetti en W.H.B. Spoorenburg, hadden op dezen eersten dag de weetgierigheid van menigen belangstellenden cliënt te bevredigen, een taak waarvan zij zich kweten op de hoffelijke wijze hun eigen. Gistermiddag brachten de hoofddirecteuren der Amsterdamsche Incasso-bank, de heeren mr. H.M. Roelofsz en mr. R. Koole, die vergezeld waren van hunne echtgenooten, een bezoek.
Op den dag der opening was de heer Cappetti onze begeleider bij een bezichtiging van het nieuwe bankgebouw.
Zooals men weet is dit ondergebracht in het oude pand van hotel Mulder-Boggia, dat hiertoe geheel verbouwd werd en het lijkt ons niet de minste verdienste van den architect, het bureau Gratama-Dinger, dat het karakter van patriciërshuis, dat dit pand door zijn voornamen gevel steeds droeg, geheel is gehandhaafd en, zoo mogelijk, thans nog sterker naar voren komt. Een bijzonderheid, die den meesten van onze lezers wel niet bekend zal zijn, is, dat het gebouw dateert van 1860, toen het als heerenhuis gebouwd werd. De oude gevel, die, zooals gezegd, een klassiek karakter en architectonische waarde heeft, is vrijwel geheel intact gebleven; hij werd alleen opgeknapt, waartoe het nieuw aangebrachte forsche dak, de monumentale hoofdentrée en de verdeeling der ramen met roedjes het hunne hebben bijgedragen.
Is er uitwendig dus weinig veranderd, zooveel te meer wijziging heeft het inwendige ondergaan. De begane-grond-verdieping toch werd geheel uitgebroken en tevens van zware kolommen en ijzeren liggers voorzien, teneinde het groote kantoor, als één ruimte erin onder te brengen. Toegang hiertoe geeft de hoofdentrée aan de Lange Burchtstraat, met voor-vestibule, die door haar donker eikenhouten betimmering een zeer voornamen indruk maakt. Door dezen ingang komt men in een hall voor het publiek, die door een lokettenreeks- de loketten zijn 9 in getal- van het groote personeelskantoor gescheiden is. Een glazen afscheiding bevindt zich aan het einde van deze hall, waarin een deur toegang geeft tot de effectenhall, welke laatste o.a. twee afgesloten boxen telt, zoodat men rustig en ongestoord zijn bespreking kan voeren. Een aparten en directen toegang tot deze effecten-afdeeling krijgt men door een tweeden ingang aan de Hoogstraat, het zijstraatje van de Burchtstraat. Door een afzonderlijke monumentale entrée komt men dan regelrecht in de effecten-afdeeling. Een maatregel, die getroffen is voor hen, die hun zaken rustig en onopgemerkt wenschen af te doen en die dan dus niet van den ingang aan de Burchtstraat behoeven gebruik te maken. Bij deze effecten-hall bevinden zich een tweetal geriefelijk ingerichte spreekkamers en de directiekamer; deze laatste is zoo gelegen, dat men van daaruit het geheele kantoor in al zijn afdeelingen kan doorzien. Vanuit de effecten-hall voert een ruime trap, met rubber bekleed, naar beneden, naar de in zwaar beton uitgevoerde kluis-afdeeling, die naar het ons wil voorkomen, wel het summum van veiligheid biedt. De eigenlijke kluis wordt afgesloten door een viertal op elkaar volgende deuren; waarvan één de wellicht meer dan een halven meter dikke kluisdeur is, natuurlijk van een speciale sluit-inrichting voorzien. Aan het openen van deze deuren komen achtereenvolgens vier verschillende personen te pas, terwijl het regel van het huis is, dat zich met den cliënt steeds twee bankbeambten binnen begeven in de eigenlijke kluisruimte, waar zich o.a. de cassettes met effecten, ten dienste van de cliënten, bevinden; de kluis bevat bovendien nog een afgesloten ruimte voor kofferberging. Om de geheele kluis heen loopt een contrôle-gang die door middel van spiegels vanaf den ingang geheel te overzien is. Een en ander is ingericht volgens het Lips-systeem. Voor de kluis bevindt zich de z.g. kluis-hall, met acht kamers, waarin men zijn coupons kan knippen. Onder het oude gebouw bevonden zich enkele zeer oude, vermoedelijk middeleeuwsche kelders, met zware gewelven, die men thans voor archief-ruimte en centrale verwarming benut heeft.
Bij de inrichting der kantoorruimten is alle overdreven luxe vermeden; het geheel werd in den strengsten eenvoud gehouden, doch maakt wellicht juist daardoor zulk een dgelijken, smaakvollen indruk, hetgeen er niet weinig toe bijdraagt hier een frissche, zonnige sfeer te scheppen. De vloeren in de publieke ruimten zijn met tegels in streng patroon, of met marmer gedekt; ook de wanden zijn van een tegelbekleeding voorzien. De directie-kamer, evenals de knip- en spreekkamers zijn voorzien van een dof gouden lambrizeering, afgezet met eikenhout, stemmig en toch voornaam. Voor al het overige houtwerk werd eiken- of teakhout aangewend.
Op de tweede verdieping van het gebouw zijn vier kantoren ingericht, elke bestaande uit directiekamer, spreekkamer en kamer voor het personeel en die aparten ingang hebben aan de Burchtstraat. Ook hier is de aankleeding zeer verzorgd en de inrichting zeer modern.
Onze stad is door de vestiging van dit kantoor Nijmegen der Incasso-bank, een instelling van den eersten rang rijker geworden, terwijl het aanzien van de Burchtstraat, een der voornaamste straten van het centrum, er ten zeerste door werd verhoogd. Naar de directie ons mededeelde, stelt zij gaarne de gelegenheid open tot bezichtiging van de lokalen der Bank.
Ten slotte laten wij hier nog enkele bijzonderheden volgen: de verbouwing van het oude pand geschiedde volgens plannen en onder leiding van den architect der Incasso-bank, het bureau Gratama-Dinger, bijgestaan door den opzichter, den heer J.R. Vlaming. Aannemers waren de gebr. Kreyenveld te Hengelo (O.). Aan den bouw verleenden de volgende Nijmeegsche firma’s hunne medewerking:
Centrale verwarming: de fa. Jacobine-Hollandia (Merkx en Boerboom); electrische aanleg: fa. Piebenga en Schekman; schilderwerk: fa. Frowein en Mom; leibedekking: fa. Strijbos; tegels: fa. van der Venne en van der Sluis; gevelletters: fa. Linthorst; glas en glas-in-lood: fa. Langenhuizen; loodgieter: W. Engelaar en Zonen; smid: B.A. Zonnenberg en Zoon.” ( PGNC 16/6/1931)
Een mooie foto uit 1946/1946 is te zien op Noviomagus: de gebouwen aan de noordkant, waaronder Burchtstraat 69, staan er nog, terwijl er op de plaats van de panden die er tegenover stonden een lege ruimte te zien is.
Amsterdam-Rotterdam Bank, Burchtstraat, 1972 (Evert F. van der Grinten via F78233 RAN CCBYSA Auteursrechthouder RAN)De Amro-Bank, 1986 (Gemeente Nijmegen afd. Reprografie via KN12855-25 RAN CC0)
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is sinds 1988 een Gemeentelijk Monument. Dan is een kantoor van de Amro Bank met als aanwijzing: “Kantoorgebouw. Oorspronkelijk als woonhuis gebouwd bakstenen pand van drie bouwlagen van verschillende hoogte (van onder naar boven afnemend). Leien dakschild parallel aan de straat. Het pand heeft een natuurstenen sokkel en smalle natuurstenen banden tussen de etages. De gevel is zes-assig. Geheel links en rechts bevindt zich op de begane grond een (vernieuwde) ingangspartij met daarboven op de etage een rijker gedecoreerd raam, dat een natuurstenen omlijsting met een kroonlijst op consoles heeft. Een brede, sterk geprofileerde kroonlijst bekroont de gevel.
Voor Nijmegen uniek neoclassicistisch woonhuis van monumentale afmetingen. Speelt een essentiële rol in de straatwand van de Burchtstraat en is als enig bewaard gebleven particulier gebouw van stadsarchitect Van Der Kemp ook van historisch belang.”
Omdat een aantal bewoners genoeg heeft van de overlast op een braakliggende terrein bij de Eerste Oude Heselaan, richtten zij buurtmoestuin de “Bonte Specht” op.
Niemandsland
het braakliggende terrein tussen de Eerste Oude Heselaan en het bovenliggende spoor van station Nijmegen was een soort ‘niemandsland’. ’s Avond zorgen junks, hoeren, hangjongeren en anderen voor overlast en zwerfvuil. Een artikel in De Brug: “Buurtmoestuin! Hoe pak je dat aan?” bracht in 2018 een aantal buurtbewoners op het idee om hier een buurtmoestuin te starten. Hierdoor zou dit stuk grond nuttig gebruikt worden en de overlast worden tegen gegaan.
Realisatie buurtmoestuin
Ze stellen een Plan van Aanpak op in het kader van MijnWijkPlan, met een kostenraming van ongeveer 10.000 euro. De helft daarvan is voor het vervangen en opnieuw plaatsen van hekwerk. De gemeente is positief. Wel blijkt dat de grond niet van de gemeente maar van de NS is. Vanwege de overlast kreeg het initiatief een subsidie via Green Capital. Met de NS sloten zij een bruikleenovereenkomst af.
Goed voor gezondheid en sociale contacten
Eind december 2019 is de stichting “Bonte Specht” opgericht. In de buurt staan veel acaciabomen, waar spechten op af komen. Na 2 jaar kon er fysiek aan de slag worden gegaan: het plaatsen van hekken en moestuinbakken. Vanwege vervuiling is de grond niet bruikbaar en daarom zijn er bakken nodig. “’Door dit project is er een aantal problemen opgelost. Het terrein is nu schoner en veiliger. Maar ook is een moestuin goed voor de gezondheid en het gezamenlijk werken aan het project maakt dat er contacten ontstaan die er anders niet geweest waren’, vertelt Cuno (een van de initiatiefnemers)” (De Wester, januari 2021). In januari 2021 zijn er 15 bakeigenaren.
Buurtmoestuin Bonte Specht (april 2023)
Onderdeel Groene Corridor
In maart 2023 omarmt de Gemeente Nijmegen het idee van de “Groene Corridor”: een groene lint van de Waalhaven naar het Heumensoord, waarvan de “Bonte Specht” onderdeel van uit maakt. Het idee is afkomstig van een aantal bewoners/organisaties van bewoners, die zich verenigd hadden in de “Vrienden van de Groene Corridor“.
Groen is een belangrijk onderdeel van de plannen voor het Stationsdistrict, dat momenteel in ontwikkeling is. Zowel uit het oogpunt van klimaatadaptie en biodiversiteit als het welzijn van mensen: het stimuleren om gezond te leven, maar ook voor het bevorderen van sociale contacten. Zeker omdat veel mensen in de nieuwbouw in de omgeving van het district geen eigen tuin zullen hebben, worden de groene plekken gezien als belangrijke ontmoetingsplekken. De gebiedsvisie van de Gemeente voor het stationsdistrict is hier te lezen.
Goffertweg; het zwembad “De Goffert” in wording, 1951 (Foto Grijpink via RAN CCBYSA)
Het Goffertbad is geopend in 1952 en is daarmee het oudste zwembad van Nijmegen dat nog open is. Het Goffertbad heeft een wedstrijdbaan van 50 meter, een duiktoren, glijbaan, recreatiebad, kleuter- en peuterbad. Daarbij is er een ruime ligweide. Het zwembad richt zich vooral op recreatie voor alle doelgroepen in de zomer. Aangezien het alleen een buitenbad is, is het maar een aantal maanden per jaar open: van eind april tot half september. Het bad is eigendom van de gemeente Nijmegen, waarbij de N.V. Sportfondsen Nijmegen de exploitatie verzorgd.
Bij de Opening
Bij haar opening noemt staatssecretaris dr. P. Muntendam dat er van 1015 gemeenten nog 737 plaatsen geen zweminrichting heeft; daaruit “blijkt het dat aan de belangstelling van de bevolking én dat van de overheid voor deze volkshygiëne nog wel het een en ander aan ontbreekt.” Nijmegen is daarbij een van de ongeveer dertig van de in totaal 400 onoverdekte zwembaden dat een zogenaamd circulatiebad is met gefilterde desinfectie van het water heeft. Gemiddeld neemt een Nederlander twee jaar een bad. Nog steeds verdrinken jaarlijks 600 personen en 1/3 van de opgeroepen dienstplichtigen kan op dat moment niet zwemmen.
Het Goffertbad biedt ook gelegenheid voor “gemengd zwemmen”, oftewel mannen en vrouwen gezamenlijk, in het familiebad. Zonnebaden kan echter alleen op “gesepareerde weiden”, die worden afgeschermd met aanplanting.
Burgemeester Hustinx droeg bij de opening officieel de exploitatie over aan de waarnemend voorzitter van de Stichting Zwembaden Nijmegen. De 12-jarige Tineke mag met een “zwierige feestduik” “de gladde waterspiegel” doorbreken. Net toen Tineke uit het water was, plonsden twee afgevaardigden van de Nijmeegse Studentenvereniging als stunt ook in het water.
Met zijn lengte van 50 meter voldoet het bad voor internationale waterpolo- en zwemwedstrijden.
(De Volkskrant, 10-5-1952)
Wesselo en van Voorst
Het ontwerp was van het architectenbureau Wesselo en van Voorst uit Bussum. De bouwer was A.J. Remmers uit Tilburg.
Hendrik (Henk) Wesselo (Doornspijk, 26 juli 1904 – Bussum, 28 april 1972) en zijn vennoot Johannes Jacobus (Jo) van Voorst (1925-1981) hadden hun kantoor in Bussum, Parklaan 8. Zij hadden zich gespecialiseerd in de bouw van openbare zwembaden. Daarnaast was Wesselo als architect tevens adviseur van de Koninklijke Nederlandse Zwembond.
Wikipedia noemt de volgende werken:
1931 openluchtbad, Ringbaan-Oost Tilburg
1935 Groenendaal, Doetinchem
1938 it Rak, Sneek
1952 De Stok, Roosendaal/Nispen
1954 Bosbad, de Vuursche Baarn
Ongeveer 1955 zweminrichting bij Stadion Diekman, Enschede
Ongeveer 1959 Zwembad Leerdam
1960 Berkdijk, aan de toenmalige Berkdijksestraat op de hoek Zouavenlaan Tilburg
1962 Friezenlaan Tilburg
1965 Sportparklaan Heemstede
1969 Poelmeer, Abtspoelweg Oegstgeest
Huidige tijd
In het Coalitieakkoord 2023-2026 is bepaald dat de exploitatie van zwembad de Goffert (in ieder geval) in deze coalitieperiode bij Sportfondsen Nijmegen blijft. Aanvankelijk was het idee om de exploitatie via een onderhandse procedure aan te besteden. Om voor rust te zorgen en om ervan verzekerd te zijn dat Nijmegenaren met 1 abonnement eenvoudig meerdere zwembaden kunnen bezoeken, heeft de gemeente echter besloten daar geen verandering in te brengen.
Het is inmiddels traditie dat de laatste dag voor de sluiting medio september honden met hun baasjes (of andersom) mogen zwemmen.
ongeveer 1895 Oranjesingel 2C, 4, 6 en 6a (huidig adres) Centrum, Gemeentelijk Monument
Oranjesingel 2c, 4, 6 en 6a (oktober 2024)
Het linker hoekpand was voorheen in gebruik door De Kerk van de Nazarener, welke huisnummer 2a had. Op F65925 RAN is een foto uit 1987 te zien, waarbij het nog dienst deed als kerk. Omdat de kerk te klein was geworden, is de Kerk van de Nazarener in 2010 naar de Gildenkamp gegaan.
Tegenwoordig is in 2c restaurant & hotel Manna gevestigd.
Gemeentelijk Monument
Links een pand van het polderdistrict “Maas en Waal”; met op de achtergrond rechts de panden aan de Oranjesingel, met in het midden van de afbeelding de huidige nummers 2c, 4, 6 en 6a, 1895-1900 (Uitg. A.T. van Hooijdonk via F1904 RAN)
De panden zijn sinds 1988 een Gemeentelijk Monument. Tekst bij aanwijzing: “Woonhuis in gebruik als kantoor. Bakstenen gevel van drie bouwlagen, drie-assig, met pannengedekt schildvoor het platte dak. In de gevel geschilderde banden en blokken. De deur bevindt zich in de linker as; in de middenas op beide etages een smeedijzeren balkon op consoles. De kroonlijst bevat consoles en vakken en daarboven een centrale houten dakkapel met voluten. De ramen op de begane grond zijn recent vervangen. Op de eerste etage bevinden zich boogvensters; op de tweede etage zijn rechthoekige T-vensters met segmentbogen. Bouwjaar: circa 1895. Sober pand in karakteristiek laat-negentiende-eeuwse stijl, van belang voorde straatwand.”
Het huis aan Steenstraat 2 staat bekend als het “Brouwershuis”. Hoewel op de voorgevel het jaar 1621 staat, is het gebouw ouder. In ieder geval bestaat uit het pand al in de 16e eeuw en mogelijk is het zelfs ouder: mogelijk stammen resten van de kelder uit de 14e eeuw. Waarschijnlijk is het jaartal 1621 aangebracht naar aanleiding van een restauratie, die de brouwer Hendrik Alberts/ Aelberts heeft laten aanbrengen. In deze tijd kreeg het huis zijn vorm, met natuursteen en veel glas. De begane grond diende daarbij als woonhuis, het bovenste gedeelte als pakhuis.
Opschriften Brouwershuis, Steenstraat: Wie in den Heer neemt sinen lust, Die leeft in sinen staet gerust, Anno 1621 en merktekens (oktober 2024)
Bovendien staan er zijn huismerken op, links en rechts boven de voordeur. Bovendien is het opschrift “‘Wie in den Heer neemt sinen lust, Die leeft in sinen staet gerust” aangebracht.
Aan de buitenkant vallen daarnaast de trapgevel, de kruiskozijnen en de muurankers op.
Ingangspartij Brouwershuis met merktekens (oktober 2024)
Na de Tweede Wereldoorlog
Steenstraat gezien vanuit de Grotestraat in oostelijke richting. Het pand met de trapgevel rechts vooraan is het Brouwershuis, 1930-1935 (dr. Jan Brinkhoff via D635 RAN)
Het Brouwershuis, 1945 (F39778 RAN)
Het Brouwershuis tijdens de restauratie, 5/12/1961 (Fotopersbureau Gelderland via F20056 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest. Het heeft de Tweede Wereldoorlog doorstaan en daarna was het een van de panden die de sloopactiviteiten van de Benedenstad heeft overleefd. De restauratie van het pand duurde 4 jaar.
Afgaande op het RAN vond de renovatie in 1961 plaats; Noviomagus noemt 1969 als jaar. “Het dak en de vensters werden vervangen en de witte pleisterlaag, die het pand bedekte, werd verwijderd.” Na de restauratie was het in gebruik als brouwerij (Noviomagus; in mijn eigen herinnering heeft bovendien(?) Brouwerij de Hemel enige tijd in het gebouw gezeten, voordat ze naar de Commanderie is verhuisd). Bij het schrijven van haar artikel noemt Noviomagus dat het “sinds kort” (waarschijnlijk rond 2005) een architectenbureau in het gebouw zit.
Tot 1 september 2024 zat Bureau Wijland in het pand, welke is verhuisd naar Prins Hendrikstraat 7.
Rijksmonument
Het gebouw is een Rijksmonument met als waardering:
“Brouwershuis”. Pand onder zadeldak en met trapgevel, voorzien van geprofileerde dekplaten op de trappen, ontlastingsbogen met blokken en sierankers, tweede helft 16e eeuw. Onderpui met geprofileerde, natuurstenen waterlijst, vensters met oude roedenverdeling en natuurstenen poortje met gebeeldhouwde latei met opschrift, wapen en jaartal 1621, gedragen door consoles. In restauratie 1966.
Deze pagina verzamelt artikelen die reeds over de Grote Markt zijn verschenen. Eerst echter een korte geschiedenis. Beide zullen van tijd tot worden aangevuld.
De Grote Markt is het grote plein in het centrum van Nijmegen en een de belangrijke centrale punten. Op 9 juli 1924 krijgt het officieel de naam “Groote Markt” (wikipedia). Rond 1254 heet het plein “Hundisborch”, later “Honsborch”. In 1425 blijken er twee stenen gebouwen te staan, in een tijd dat het nog zelden voorkwam dat er huizen van steen werden gebouwd (PGNC 20/7/1935).
Kruismarkt
Volgens het Straatnamenregister is de eerstgevonden vermelding in 1410: “Honsborch (later alleen de Z.Z.); de geheele markt, dus ook de Honsborch, heette die Cruys”; daarvoor heette het dus Hondsborh/ Hundisborch (melding uit 1254). De naam Cruys en Cruys Marct en varianten daarop is waarschijnlijk ontstaan omdat er een kruis heeft gestaan, als teken van marktrecht en marktvrede.
De marktvrede rond het kruis was bedoeld om ervoor te zorgen dat iedereen de markt kon bezoeken. Daarbij was de veiligheid van personen en goederen gewaarborgd, ook van de niet-inwonende kooplieden en bezoekers van elders. Mensen werden alleen vervolgd voor misdaden die tijdens de markt zelf werden gepleegd. Deze kruisen konden permanent zijn opgesteld, of tijdelijk worden geplaatst voor de duur van de markt.
Op een kruismarkt kon ook lagere vormen van rechtspraak plaatsvinden.
Blauwe Steen
De Blauwe Steen ligt op de Grote Markt, in de buurt van de kruising met de Broerstraat. Het is een harde natuursteen, afkomstig uit de groeven bij Vinalmont, tussen Luik en Namen. Daarom wordt deze steensoort ook wel ‘Namense’ steen genoemd.
De eerste vermelding van een Blauwe Steen is in 1522, waarbij 2 arbeiders op een dag een ring hebben bevestigd aan de Blauwe Steen. Deze steen lag zeer centraal in de bestaande bebouwing van Nijmegen: op de plaats waar de 4 wijken van Nijmegen samenkwamen: het Sint-Jansvierdel, het Sint-Antonisvierdel, het Broervierdel en het Onze-Lieve-Vrouwenvierdel. De steen werd gebruikt voor rechtspraak over kleinere misdrijven. Daarbij werden mogelijk ook straffen op deze plek uitgevoerd. Bijzonder was de procedure waarbij een verdachte driemaal rond de Blauwe Steen werd geleid: Burgers konden verdachten op borgtocht vrijkopen, zodat ze zich op een later tijdstip voor hun rechtzaak konden melden. In ieder geval heeft deze procedure nog tot 1705 geduurd.
In 1447 is er echter sprake van rechtspraak op de Grote Markt, “aen den Cruys” op de Markt. (Bron: Huis van de Nijmeegse geschiedenis). Daarbij valt mij op, dat de melding van de Blauwe Steen later is dan dat van een kruis. Zowel een Blauwe Steen als een Kruismarkt was niet uniek voor Nijmegen; een kruismarkt kwam veelvuldig voor in noord west Europa.
In ieder geval is de steen ook vervangen in 1647. Bovendien is bekend dat de inmiddels versleten steen in 1939 is vervangen. De laatste vervanging was in 1976, toen de carnavalsvereniging de Blauwe Schuit de steen adopteerde.
Sinds 1984 reikt de Vereniging van Binnenstad Ondernemers elk jaar op deze plek het Blauwe Steentje uit voor iemand, die zich dat jaar voor Nijmegen bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt.
Grote Markt
Een aquarel van Jan (Johannes) van Call (1656-1706) van een marktdag; De St. Stevenskerk, de Kerkboog en naast het Waaggebouw staan de schandpaal en de draaikooi.), 1675-1680 (GN2429 RAN)
“Ook het gebied rond de Sint-Stevenskerk, waarvan de toren gereed kwam in 1326, raakte langzamerhand bebouwd. In de loop van de 14de eeuw verhuisden het stadhuis, het vleeshuis en de waag van de laaggelegen Waaloever naar de Burchtstraat en werd het plein tussen kerk en raadhuis ingericht als marktplaats, de latere Grote Markt. Zo concentreerde zich pal naast het religieuze centrum op de Hundisberg ook de bestuurlijke en economische macht van Nijmegen op de heuvel. Daarmee bereikte de ontwikkeling van de stad, reeds ingezet in de 12de eeuw, een voorlopig hoogtepunt. Het stadscentrum had zijn definitieve plek gekregen.” (Het Grote Geschiedenisboek van Nijmegen, onder redactie van Rob Camps en anderen, bladzijde 45-46).
Op 9 juli 1924 besluit de gemeenteraad officieel tot de naam “Groote Markt”.
Winkels
Op de Grote Markt en haar omgeving werden de eerste eeuwen vooral goederen verkocht op de markt. In de negentiende eeuw, vooral na de ontmanteling van de wallen, ontwikkelde de Grote Markt zich tot een belangrijk winkelgebied. Toch waren er ook daarvóór al winkels: “Ook hier werden in den ouden tijd vele taveernen en logementen van naam aangetroffen en bewijs, dat zich hier een winkelstand ontwikkelde, was wel, dat hier van 1420 tot 1603 de geheele Westzijde werd ingenomen door het Gewandhuis of de Lakenhal. Reeds vroeg in de 15e eeuw werd hier een Vleeschhuis gebouwd. Zooals reeds gezegd, werden hier sinds de vroegste tijden levensmidellenmarkten gehouden, maar reeds in 1659 stonden er winkels, zooals uit een procedure van dat jaar blijkt, toen iemand, naast het huis “in den Bril”, een winkel opende met hetzelfde huisteeken en hem, bij raadsbesluit, gelast werd “geenen bril, maar een ander teycken hebben yttehangen, ende het oude bort intetrekken ende te veranderen, omme daerdoor alle confusies ende disordres voortecomen.” (PGNC 20/7/1935)
Zoals gezegd kwamen er in de 19 eeuw volop winkels aan de Grote Markt. Een belangrijk moment is de vestiging van Bahlmann in 1838; De keten van Bahlmann was een de grondleggers van de winkelketens in Nederland.
De voorgevels van de beide panden van Bahlmann & Co., Manufactuur & Modeartikelen aan de Grote Markt, 1915-1920 (F13420 RAN)
Vestiging Bahlmann op de Grote Markt in 1838 In 1838/1839 opent Bahlmann & Co. haar filiaal in manufacturen in Nijmegen aan de Grote Markt (“in de Burgstraat, Lett. A, No.4). Voorheen zat hier Manufacturenhandel Auwerda. (PGNC 29/5/1838) Het pand gaat als “Roode Hert” in ieder geval terug in de tijd van Alva. In 1908 heeft…
En in 1895 opent “De Zon” van Vroom en Dreesmann haar deuren. Beide winkels zullen uitgroeien tot grote zaken door naastgelegen panden bij de winkel te betrekken.
De voorgevel van het pand van Vroom & Dreesmann na de verbouwing in 1916, Grote Markt, architect Welsing, 4/1916 (F13374 RAN)
In 1895 opent manufacturenzaak “De Zon” van Vroom & Dreesmann haar bescheiden zaak op de Grote Markt. Een 2e zaak volgt in 1900, welke door overnames van omliggende panden zal uitgroeien tot een gigantische, prachtige winkel.
Een van deze winkels was van de firma Heydt/Heijdt. Willem Heydt. Dit pand had Grote Markt 30 als adres (op de locatie waar tegenwoordig Kannenmarkt 2 is). Heydt. was naast winkelier ook amateurcomponist. Naar hem is in Nijmegen de Willem Heijdtstraat vernoemd.
Oscar Leeuw, die in 1926 de verbouwing van de winkel ontwierp, maakte ook het grafmonument op de R.K. begraafplaats aan de Daalseweg. Lees hier over de verbouwing:
Tijdens het bombardement van februari 1944 werd de zuidkant van de Grote Markt zwaar getroffen. Onder andere de grote winkels van Vroom en Dreesmann en de Hema werden daarbij verwoest.
Herbouw
Na de oorlog vond herbouw plaats. De Grote Markt was een van de locaties waar grote gebouwen moesten komen. Over de gehele breedte kwamen nu de Hema en de Vroom & Dreesmann.
Vroom & Dreesmann
Vanuit onder de Kerkboog in de richting van het pand van Vroom & Dreesmann.
Dit pand ligt aan de Grote Markt. Vroom en Dreesmann is er al een tijd niet meer. Op 31 december 2015 werd het bedrijf failliet verklaard, 1954-1955 (Foto Grijpink via F14236 RAN CCBYSA)
De vooroorlogse Vroom & Dreesmann (zie elders op deze pagina) was tijdens het bombardement van februari 1944 verwoest. Daarna kwam het in een noodwinkel op het Keizer Karelplein. In 1955 ging de nieuwe V en D open.
Let ook op de Grote Markt met de geparkeerde auto’s.
Het Hema gebouw aan de Grote Markt is een van de meest roemruchte gebouwen van Nijmegen. De een vindt het een teken van de moderniteit, de ander eenvoudigweg lelijk of stoort zich aan het grote contrast met de historische panden van de Grote Markt. De architect was Abraham Elzas, de huisarchitect van het Bijenkorf concern…
Wanneer “een dezer dagen” met de bouw van het flatgebouw op de hoek van de Augustijnenstraat en Stikke Hezelstraat zal worden begonnen, schrijft de Gelderlander hierover een artikel op 5-7-1954:
Het flatgebouw bestaat uit “vier winkels, waaronder een groot winkelhuis op de hoek met verkoopruimte op de etages en verder woonflats en kantoorruimtes.” Het gebouw is vrijwel net zo hoog als het flatgebouw op Plein 1944. De gevel is aan de kant van de Augustijnenstraat 40 meter breed en aan die van de Stikke Hezelstraat 20 meter. Op de hoek komt een schoorsteen voor de verwarming van het gehele gebouw, verpakt als reclamezuil met lichtvlakken. Op de hoek zullen “eilanden-etalages” komen.
De opdrachtgever is “een van de grootste Levensverzekeringmaatschappijen in ons land.” De archticten zijn H. Brouwer uit Arnhem en F.W. de Vlaming en Amsterdam. De aannemer is N.V. Aannemersbedrijf v.h. B. van Berkel. Op de begane grond komt de damesmodewinkel de Viersprong. Een foto van eind 50 is te vinden op F16552.
Nanking en China
In 1955 verplaatst Nanking haar Chinese restaurant op de Grote Markt 37. In 1952 was ze het eerste Chinese restaurant geweest, dat zich in Nijmegen had gevestigd. In 1953 was Tai Tong op Plein 1944 gevolgd. “De behoefte aan restaurants van dit soort is blijkbaar zo groot dat “Nanking” de grote stap kon doen om zich vanuit de Lange Hezelstraat te verplaatsen naar de Grote Markt 37, naar het pand waarin eerst het café en hotel de Roemer was geplaatst”. “Vooral in verband met het vreemdelingenverkeer is het van belang dat Nijmegen ook op dit gebied iets aparts kan bieden,evenals de andere grote steden in van ons land dit doen.” (Gelderlander 2-5-1955).
Op nummer 36 zal bovendien het restaurant China zich gaan vestigen. (Noviomagus)
In 1924 laat de Nederlandse Hervormde Gemeente het pand naast de kerkboog verbouwen als kantoor. Daarbij laat ze het uiterlijk herstellen naar een 16e/17e eeuws uiterlijk.
Toen de lakenhandel in de 16e eeuw aan betekenis verloren, werd de lakenhal opgedeeld in verschillende panden. Daarbij werd besloten om de doorgang naar de kerk te vergroten, waarvoor in 1542-1543 twee delen werden gesloopt. Daarvoor in de plaats kwam een poort, gebouwd in een in overgangsstijl tussen gotiek en renaissance in, een ontwerp van…
In 1612 werd het huidige gebouw van de Waag gebouwd, ook Boterwaag genoemd, in de Hollandse Renaissancestijl. Naast Waag was het gebouw in gebruik als Vleeshuis en als Hoofdwacht. In 1882 vond een belangrijke verbouwing plaats door stadsarchitect Weve.
Het beeld van Mariken is een van de meest iconische gezichten van Nijmegen. Het werd gemaakt door Vera Tummers-van Hasselt en onthuld in 1957. Zij had in 1953 een uitvoering van het wagenspel gezien en zich afgevraagd waarom er geen beeld van Mariken was. Dit beeld kwam er, een geschenk van Vroom en Dreesmann.
Westzijde van de Groote Markt rond de eeuwwisseling. In het midden de Kerkboog met de naastgelegen Vleeschhouwerij van H.M. van Benthem, geheel links de winkel in huishoudelijke artikelen van J.L.A. Goette. Op de achtergrond de Stevenskerk en -toren op het St. Stevenskerkhof, 1898-1902 (F25452 RAN)
In 1883 opent J.LA. Goette zijn nieuwe winkel aan de Grote Markt 17, naar ontwerp van architecten Giesing en Semmelink. Hij zal hier tot 1918 zijn winkel hebben.
Gebrs. Lampe: Rechts het pand van de Gebroeders Lampe, herkenbaar aan het ronde bord bovenop het gebouw de groentemarkt gezien in de richting van de Stikke Hezelstraat, links de gevels van Bahlmann en de HEMA, 1920-1925 (RAN ZN24878)
In 1919 ontwierp de architect Willem Hoffmann op de plaats waar voorheen een koperslagerij had gezeten de winkel voor de Gebroeders Lampe. Deze zaten slechts enkele jaren in dit pand. Vervolgens kwam hier Bata, die het ontwerp van het pand grotendeels intact heeft gelaten. Het pand is in 1967 gesloopt.
In 1967 vond de sloop plaats van Grote Markt 17, om plaats te maken voor de Raiffeisenbank. De architecten van dit gebouwe waren J.A. de Bel en Ir. H.S. Meulenbelt uit Nijverdal. De aannemer was Aannemersbedrijf v/h G. Tiemstra en Zn. De bank heeft het pand een aantal keren intern als extern laten verbouwen, waarbij…
De gerestaureerde gevels van “d’Oude Laeckenhal”, Grote Markt 23-24 (Fotopersbureau de Gelderlander Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F14244 RAN CCBYSA)
De Grote Markt 23 en 24 (huidige adres) maakten in de middeleeuwen onderdeel uit van de lakenhal. In de 16e eeuw werd deze hal opgedeeld in verschillende panden. In 1933 liet Pauw Witjes zijn twee horecapanden samenvoegen en deze -met veel bijval- restaureren naar 16e-17e eeuwse sfeer. Tegenwoordig zit alweer jarenlang Café Daen in het…
Vestiging Bahlmann op de Grote Markt in 1838 In 1838/1839 opent Bahlmann & Co. haar filiaal in manufacturen in Nijmegen aan de Grote Markt (“in de Burgstraat, Lett. A, No.4). Voorheen zat hier Manufacturenhandel Auwerda. (PGNC 29/5/1838) Het pand gaat als “Roode Hert” in ieder geval terug in de tijd van Alva. In 1908 heeft…
In 1895 opent manufacturenzaak “De Zon” van Vroom & Dreesmann haar bescheiden zaak op de Grote Markt. Een 2e zaak volgt in 1900, welke door overnames van omliggende panden zal uitgroeien tot een gigantische, prachtige winkel.
De passage van Vroom en Dreesmann in 1939: merk tevens het bij de Passage getrokken pand links van de bogen op: dit was de winkel van Bielen. (Een gedeelte van de zuidzijde van de Grote Markt, met v.l.n.r. de sigarenzaak van J. van Steensel; de Passage van Vroom en Dreesmann (met de 3 bogen); de apotheek / drogisterij van E.G. Moeijs, en de schoenenzaak van de Gebroeders Raemakers. Rechts de hoek met de Scheidemakersgas. Links de hoek met de Broerstraat), 1939 (ir. J.G. Deur via F14009 RAN CCBYSA)
In 1925 laat Vroom en Dreesmann een passage bouwen tussen de Broerstraat en de Grote Markt. Hiervan is Oscar Leeuw de architect. De passage staat aanvankelijk naast het pand van Bielen, waar in 1902 haar uitbreiding met een 2e winkel had plaatsgevonden. In 1930 zal ook het pand van Bielen (weer) worden gekocht en bij…
De Grote Markt met daarbij de St. Stevenstoren en het Waaggebouw, gezien vanaf ongeveer de “Blauwe Steen”; op de voorgrond een koetsier met rijtuig en in het midden de lantaarnpaal, 1890 (GN642 RAN)
In 1885 had de gemeente op de Grote Markt een gietijzeren lantaarnpaal geplaatst. Vanwege zijn vorm van drie armen met lichten en 1 lamp bovenop werd die lamp ook wel “Burgemeester en Wethouders” genoemd. In de jaren 20 werd deze paal echter verwijderd. https://www.noviomagus.nl/vrijkun21.htm
In 1978 gaf de Verenigde Bedrijven Tiemstra vanwege haar 75-jarige jubileum een lantaarnpaal cadeau aan de gemeente Nijmegen.
De vier-armige lantaarnpaal, gegoten door de Nijmeegse IJzergieterij, aangeboden aan de Gemeente Nijmegen door de firma Tiemstra te Nijmegen, Grote Markt, 5/1978 (Theo Hendriks via F14252 RAN CC0)
Kiosk de Blauwe Steen
De kiosk “De Blauwe Steen”, januari 1991 (Ber van Haren via KN14937-17 RAN CC0)
Grote Markt 32
Gevonden gebruikers
Hieronder staan de tot nu toe gevonden gebruikers weergegeven.
J. Arends
In De Gelderlander 5/5/1905 komt Groote Markt 32 & 35 voor als J. Arends Café-Restaurant, die de “Alleinverkauf unseres Mittelrheinischen Exportbieres” heeft.
“Het Goedkoopste Meubelhuis” van M. Frank
M. Frank heeft in ieder geval in november 1914 zijn “Goedkoopste Meubelhuis” op Groote Markt 32, 35 en 36 (PGNC 19/11/1914)
In zijn advertenties speelt hij regelmatig in op het kopen van meubelen vanwege het huwelijk, met als gevonden koppen: “Huwelijk!!!” (De Gelderlander 20/12/1914), “Groote Opruiming!!! Extra aanbieding voor Jongelui die trouwen gaan!!!” (De Gelderlander 23/2/1918)
In ieder geval is hij in 1918 ’s zondags ook geopend (De Gelderlander 23/2/1918).
In de Gelderlander 16/8/1919 is nog een advertentie van hem gevonden.
Bömers
In juli 1916 is Grote Markt 32 de rijwielhandel van A. Bömers, wanneer er 2 bekwame rijwielreperateurs en 1 bekwame boekhouder of boekhoudster wordt gevraagd. (De Gelderlander 4/7/1916)
In oktober 1916 heeft H. “Beumers”, rijwielhandelaar, zich gevestigd op Grote Markt 32. Hij is dan afkomstig van Den Haag (De Gelderlander 8/10/1916)
In Gelderlander 16/11/1916 en PG]NC 3/12/1916 staat een winkelhuis, Augustijnenstraat 16, te koop met 3 spiegelruiten en circa 15 meter voorfront, “terstond te aanvaarden”. Inlichtingen zijn dan te bekomen bij A Bömers, Grote Markt 32. Ook in februari 1917 is nog een een dergelijke advertentie gevonden.
Dan blijkt hij Augustijnenstraat 16 zelf te kopen: in April 1917 kondigt Bömers de uitverkoop aan, waar tot en met mei 500 rijwielen worden uitverkocht, tot 10 mei “voor de helft vanden prijs”. Hij heeft dan “groote aankoopen van eenige waggons goederen” gedaan en heeft zelf een grote voorraad. Bovendien zal hij zijn zaak van de Groote Markt 32 verplaatsen naar Augustijnenstraat 16 “mijn eigen pand wat ik gekocht heb”. (De Gelderlander 18/4/1917)
Daarna lijkt het pand in gebruik te zijn door bedrijven die er slechts tijdelijk zitten:
Nougatwinkel van J. Groenteman. Dit kan echter ook slechts de aanduiding van een kraam zijn, aangezien het een kermisadvertentie betreft (PGNC 30/9/1917)
Advertentie sigarenverkoop (PGNC 22/2/1919)
A.A. Hijl, agent van “De Telegraaf” en ”De Courant” (PGNC 31/12/1919), mogelijk is de sigarenadvertentie ook van hem
Dames Hoeden-Magazijn L. Luyten (PGNC 7/7/1921). Tot eind december zal P. Luyten in het pand blijven, om daarna de zaak over te brengen naar het aangekocht pand Bisschop Hamerstraat No. 8 (PGNC 16/9/1922)
In mei 1922 staat het pand te koop:
“Het pand gelegen aan de Groote Markt op den hoek van de Vijfringengas, bevattende twee Winkelhuizen aan de Groote Markt 32 en 35 en Bovenhuizen aan de Groote Markt 33 en Vijfringengas 2 met erven samen groot 1.96 Are, te veilen in twee perceelen en massa.” (PGNC 27/5/1922)
Koning van Pruisen
Een foto van dit pand is te zien op F39905 RAN, gedateerd op 1930.
In februari 1923 vraagt H.A.M. Teunissen een verlofvergunning aan voor het schenken van alcoholhoudende dranken op het adres Grote Markt 32 (PGNC 26/2/1923).
In de nieuwjaarsadvertentie is het G.H. Teunissen (dus met andere initialen), Café “Koning van Pruisen” (PGNC 31/12/1923)
In de advertentie “wegens sterfgeval gesloten”, blijkt op de Groote Markt 32 Café G.H. Teunissen te zitten en op Gr. Markt 35 Kruideniers- en Comestibleszaak H.N.F. Teunissen (De Gelderlander 20/2/1925)
Na de oorlog?
Vlak na de oorlog lijkt een bovenetage of in ieder geval een ruimte daarvan (met een ingang aan de Vijfringengas) voor een aantal noodactiviteiten te worden gebruikt:
Van Dijk en Witte kondigen de opening aan voor hun keer- en reparatiewerk vanaf 7 november op Groote Markt 32 (1ste Etage) (Ingang Vijfringengas) (De Gelderlander 4/11/1944)
In ieder geval in 1945 is het café “De Koning van Pruisen”, in een aankondiging voor de missen en katechismus die daar gegeven zullen worden (De Gelderlander 8/2/1945), ingang Vijfringengas (De Gelderlander 25/1/1945)
Kapper Ditshuizen
In 1948 komt J.H. Ditshuizen, kapper voor op Grote Markt 32 en daarnaast J.Th. van Ditshuizen.
Hotel Café Marktzicht
Café Marktzicht van de familie de Haard, gezien vanaf het dak van Vroom & Dreesmann ; P.S. Dit pand heette vroeger Die Vijf Gulden Ringen ; hier zat ooit Hotel Cafe Restaurant De Koning van Pruisen, 9/1977 (Theo Hendriks via F14266 RAN CC0)
In 1955 staat Hotel Café Marktzicht op nummer 32.
Op 4-7-1989 is er een grote brand in het pand. Een foto hiervan is te zien op F50770 RAN. Het gerestaureerde pand is te zien op een foto uit 1991: F30243 RAN
Gemeentelijk Monument
Het pand is geen Gemeentelijk Monument met als tekst van het besluit tot aanwijzing
“Cafébedrijf met bovenwoning.
Door verschillende verbouwingen van het in wezen nog 17e of 18e-eeuwse pand in huidige vorm gebracht huis van drie bouwlagen met pannengedekt schilddak. Bakstenen gevel van drie assen, met op de hoeken pilasters van gestucte blokken en kroonlijst met polychrome rozetten. De pui op de begane grond heeft een gewijzigde indeling binnen resten (vooral de kroonlijs ) van de orspronkelijke houten winkelpui. Op de eerste etage in het midden een klein balkon met smeedijzeren hekwerk en een omlijsting van de balkondeuren met smalle zuiltjes. Ter weerszijden daarvan ramen met stucomlijsting en afgeschuinde bovenhoeken. Op de tweede etage drie openslaande T-vensters met stucomlijsting en eveneens afgeschuinde bovenhoekjes. In het midden boven de goot halfronde dakkapel.De zijgevel van het pand aan de Vijfringengas is geheel gepleisterd met imitatie-natuursteen voegen. Op de etages bevinden zich steeds twee ramen en een blind venster. Op de begane grond een deur, een blind en een ziend venster en een gewijzigde portiekopening.
Bouwjaar: gevel ca. 1875-1880.
Karakteristiek pand aan het hoofdplein van de stad met beeldbepalende werking”
Hoek Grote Markt – Grote Straat
Grote Markt 42 (huidig)
Boekhandel Drukkerij Thieme op de hoek met de Grotestraat ; vroeger heette dit pand De Munt), 1910 (D170 RAN)
Drukkerij Thieme had 80 jaar in dit gezeten. Zie voor een geschiedenis van dit pand de artikelen over de verbouwingen door architect Zoetmulder: