Jarenlang was de “onbewoonbaar verklaarde” boerderij aan de Bredestraat in gebruik als paardenstal. Daarbij had ze een opvallende, vaal paarse kleur. Sinds 2021 de het gebouw prachtig gerenoveerd.
Boerderij ouder dan 1832
De Gemeentelijke Monumentenlijst: ‘De uitmonstering van het voorhuis, met zesruits schuifvensters, geeft het boerderijtje een negentiende-eeuws karakter. De hoofdvorm van de boerderij wekt, met name door de lage gevels van het achterhuis, de indruk dat het gaat om een oudere boerderij. Op het kadastrale minuutplan uit 1832 is de boerderij reeds in zijn huidige vorm getekend, dit betekent dat de boerderij in ieder geval vóór dit jaartal is gebouwd. De boerderij is dubbel bewoond geweest, dit is nog te zien aan het feit dat het voorhuis een voordeur heeft in de voorgevel en een deur in de rechter zijde.”
Daarna geeft zij vervolgens een uitgebreide beschrijving van de boerderij.
Onbewoonbaar verklaard
De zijgevel van “de paarse boerderij” aan de Bredestraat 191, 1987 (Bertus van As via F13813 RAN CCBYSA)
De boerderij was jarenlang bewoond door meerdere gezinnen. In de jaren zeventig verklaarde de gemeente Nijmegen het pand onbewoonbaar. Het was daarbij de bedoeling dat de boerderij gesloopt zou worden, maar dat is er niet van gekomen.
Paardenstal
Theo Peters verbouwde de boerderij tot paardenstal, zowel de deel, het voorhuis en de inmiddels gesloopte aanbouw. Na de dood van Peters raakte projectontwikkelaar Bob van de Water in gesprek met de dochter Peters. Daarbij kwamen ze tot het plan om de boerderij te slopen om er bungalows neer te zetten. In 2009 wees de gemeente de boerderij echter aan als gemeentelijk monument. Vervolgens kocht van de Water het pand aan voor eigen bewoning. Het duurde vervolgens 5,5 jaar voordat de renovatie gereed was. Een mooi magazine over deze verbouwing is te vinden op vakgroeppresentatie.
Waarom de was de boerderij paars?
De paarse boerderij, toen hij nog paars was en onbewoonbaar verklaard, juli 2015 (Google Streetview)
Het magazine -met tevens mooie foto’s van de boerderij in het paars- verklaart ook waarom de boerderij paars geverfd was: “Toch nog even over die kleur. Hoezo was de boerderij paars? De reden is minder prozaïsch dan vaak verondersteld: rond 1980 waren er wat potten karmijnrode verf over, waarmee de boerderij toen maar is opgeschilderd. Dat de verf al snel naar paars verkleurde, bleek pas na het aanbrengen. Nu is de boerderij lichtgrijs, de kleur van de mortel. Het houtwerk staat in de grondverf. Bob en Noortje gaan nog beslissen over de definitieve kleuren. ‘Er zijn mensen die pleiten voor paars, maar dat gaat het waarschijnlijk niet worden’, zegt Bob met een grote grijns”.
Omvangrijke verbouwing van de paarse boerderij, juni 2016 (Google Streetview)
Gemeentelijk Monument
Sinds 2007 is het een Gemeentelijk Monument. Met als waardering: “
Architectuurhistorische criteria Hoewel het interieur van de boerderij ingrijpend is gewijzigd heeft de boerderij haar oorspronkelijke agrarische karakteristiek goed behouden. Het is een goed en in het exterieur vrij gaaf bewaard voorbeeld van een eenvoudige boerderij uit de achttiende of vroege negentiende eeuw. Waardevol in het interieur is de deels bewaard gebleven brandmuur die de scheiding tussen voor en achterhuis markeert en de restanten van de oorspronkelijke gebintconstructie. Als zodanig heeft zij architectuurhistorische waarde. Boerderijen met een dergelijke ouderdom komen nog slechts sporadisch voor in de gemeente Nijmegen. Bredestraat 187-191 heeft derhalve zeldzaamheidswaarde.
Stedenbouwkundige criteria De boerderij maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide open bebouwing aan de Bredestraat en verwijst naar het oorspronkelijke grondgebruik van dit gebied. Als zodanig heeft de boerderij stedenbouwkundige waarde
Cultuurhistorische criteria
De boerderij is typerend voor de karakteristieke, agrarische bebouwing die van oorsprong veel aan de Bredestraat en Hees voorkomt en herinnert aan de agrarische geschiedenis van Nijmegen en in het bijzonder Hees. Bovendien geeft de boerderij inzicht in het bestaan op een eenvoudige boerderij in de achttiende en negentiende eeuw. Als zodanig heeft de boerderij cultuurhistorische waarde.”
Abonneren
Abonneren om de nieuwste verhalen in je inbox te krijgen.
De paarse boerderij, toen hij nog paars was en onbewoonbaar verklaard, juli 2015 (Google Streetview)
’t Meertje of ook wel Het Meer genoemd is een zogenaamde wetering: een meestal afgegraven watergang dat dient tot afwetering.
Het Meer is ontstaan als oude rivierloop van de Rijn tijdens het Saalien (of Saale-glaciaal): de een na laatste ijstijd, ongeveer 238 tot 126 duizend jaar geleden. Het ligt onder de Nijmeegse stuwwal in de Ooijpolder.
’t Meertje mondt uit in de Waal. Oorspronkelijk lag de uitmonding op de locatie van de Waalbrug. Maar door de bouw van deze brug is deze monding verplaatst naar het oosten, de huidige locatie. Ook is daarbij een grotere inham gegraven, waar woonboten liggen.
Sinds 2009 heet het officieel ’t Meertje.
Gezicht op de Waalkade ter hoogte van de Valkhofheuvel met de tot huizen verbouwde Stratemakerstoren. Midden boven is de Belvédère te zien met rechts daarvan het Valkhof. Links vaart een schip op het Meertje, het riviertje dat vanuit de Ooy tot aan de oostelijke stadsmuur stroomde. Schilderij van de Nijmeegse schilder Peter Martinus Post (1819 – 1860), 1853 (F5630 RAN)
Afwatering
’t Meertje is belangrijk als afwatering voor ondermeer de Duffelt en het achterliggende gebied. Ook is het belangrijk voor de afwatering van de stuwwal en het plateau van Groesbeek. Dit water komt via Kranenburg in ’t Meertje terecht en vervolgens in de waal.
(In omgekeerde volgorde) loopt ’s Meertje langs de stuwwal, parallel aan de Provinciale weg en komt langs Persingen. Bij Beek splitst de waterloop zich: 1 tak komt uit in het Wylermeer en loopt dan verder in Duitsland. Daar loopt het onder de naam Große Wässerung richting Kranenburg. Verschillende weteringen en beken komen hier op uit.
De oostelijke tak is bij Leuth de grens tussen Nederland en Duitsland. Deze loopt als Grenswetering verder, om in Duitsland Hauptwässerung te heten. Ook hier komen meerdere beken en weteringen op uit, vanuit de richting van Millingen en Mehr.
Hollandsch-Duitsch gemaal
Dijkgraaf van Wijckweg 4, Nijmegen Ooyse Schependom
Op 23 januari 1934 werd na een eeuwenlange strijd over de afwatering van de Duffelt het Hollands-Duits gemaal in werking gesteld. De foto toont de achterzijde van het gemaal, Ooysedijk, Ooijsche Schependom, 1938 (GN10858 RAN)
Een bijzonder gebouw bij ’t Meertje is het Hollandsch-Duitsch gemaal. Het werd in 1933 gebouwd om water of te voeren uit de Ooijpolder en de Duffelt via ’t Meertje in de Waal. Het is gebouwd in opdracht van het toenmalige Nederlandsche Waterschap Nijmegen-Duitse Grens en het Duitse Deichverband Kleve-Landesgrenze.
Op 23 januari 1934 werd het gemaal in werking gesteld, de officiële opening was op 2 februari 1934 (zie foto F52473 RAN).
Rijksmonument
Het Gemaal is een Rijksmonument met als waardering (zie deze link ook voor een uitgebreide beschrijving):
“- Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed voorbeeld in exterieur van een zorgvuldig vormgegeven en functioneel opgezet gemaal uit 1933, waarbij opvalt dat de zichtbare bovenbouw in hoofdvorm en materiaalgebruik aansluit bij de landelijke architectuur en aldus de moderne techniek enigszins verhult. Het object is een goed voorbeeld van Delftse School-architectuur met hoogwaardige esthetische kwaliteiten. Het gemaal neemt als voorbeeld van industriarchitectuur een unieke plaats in binnen het oeuvre van ingenieur M.J. GranprMoliHij heeft voornamelijk woonhuizen, raadhuizen en kerken ontworpen. Na de recente aanpassingen in het kader van de dijkverbetering heeft het gemaal zijn functie alsmede de monumentale karakteristiek behouden. Wel is de installatie volledig vervangen door nieuwe motoren en pompen. – Van stedenbouwkundige waarde als essentieel onderdeel van het (inter)nationaal belangwekkende natuurontwikkelingsgebied “Gelderse Poort”. Het gemaal is van bijzondere betekenis vanwege de markante situering op een plek waar drie landschapstypen bij elkaar komen, namelijk de Waal met zijn uiterwaarden en dijken, de Nijmeegse stuwwal en de Ooypolder. Het gemaal accentueert door zijn functie en situering de karakteristieke eigenschappen van dit landschap en maakt deze herkenbaar.
– Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een landschappelijke en technische ontwikkeling, in casu het controleren van de waterhuishouding in een aan de Waal en stuwwal grenzende polder; aanvankelijk alleen op natuurlijke wijze met een uitwateringssluis en sedert 1933 tevens op kunstmatige wijze met een toegevoegd gemaal.”
Een versierde Onze Lieve Vrouw van Lourdeskerk kort na de inwijding. De kerk werd ontworpen door ir. H. Thunissen uit ‘s-Gravenhage ; Van de kerk staat hier alleen nog maar de koepel en het achterste gedeelte , met een voorlopige voorgevel. Het schip en de huidige voorgevel zouden pas in 1948 gerealiseerd worden ; de twee beoogde torens zullen nooit worden gebouwd, Hatertseweg 113 St. Anna, 29/6/1925 (F9536 RAN)
Ontstaan Lourdeskerk
De Lourdeskerk, of eigenlijk de O.L. Vrouwe van Lourdes kerk, is gebouwd in 1924/1925. De omgeving was intussen “een van de meest volkrijke oostelijke delen van de stad”. De parochie van de St. Antoniuskerk (Groenestraatkerk) had bij haar oprichting in 1910 1.000 katholieke leden gehad. Intussen waren dit er 7.000 geworden. De parochie was te groot geworden om door 1 pastoor en 2 kapelaans nog langer bediend te kunnen worden. (De Gelderlander 15/9/1924)
Een tekening van de Lourdeskerk zoals deze had moeten worden; een reproductie ; in 1924/1925 is enkel de koepel (rechts) en het achterste deel van de kerk gebouwd ; in 1948/1949 volgde het schip en de definitieve voorgevel ; de twee torens (links) zullen nooit worden gerealiseerd, Hatertseweg 113 St. Anna, 1920-1923 (F13724 RAN)
Bij de consecratie van de Lourdeskerk in 1925 schrijft pastoor van Mulukom in de Gelderlander over het ontstaan van de nieuwe parochie:
“Hoe de Parochie van O.L. Vrouw van Lourdes ontstond.
De zeereerw. heer J.L. van Mulukom schrijft:
Op den blijden dag, waarop de Consecratie plaats heeft van de nieuwe parochiekerk, toegewijd aan O.L. van Lourdes, is het mij een aangename taak iets te mogen mededeelen omtrent de voorgeschiedenis van deze veelbelovende parochie.
Het was in het jaar 1908, dat de ZeerEerw. heer G. Verhoeven, pastoor te Hatert, aan Zijne Doorl. Hoogwaardigheid Monseigneur W. van de Ven het voorstel deed, de parochie Hatert te verdeelen en een nieuwe parochie te stichten in de wijk genaamd St. Anna.
De stichting van een nieuwe parochie was noodzakelijk geworden, omdat de Katholieke bevolking van St. Anna meer en meer was toegenomen, zoodat het voor den pastoor van Hatert moeilijk werd, zoo niet onmogelijk, vooral ook om den verren afstand, de geestelijke belangen van deze parochianen naar wensch te behartigen.
Het strekt pastoor Verhoeven tot niet geringe eer, dat hij omwille van het zielenheil zijner parochianen, een zoo groot financieel offer wist te brengen. Immers, het liet zich aanzien, dat juist de nieuwe parochie St. Anna, in de naaste toekomst den grootsten bloei, ook onder stoffelijk opzicht, zou te gemoet gaan.
Na den dood van dezen edelmoedigen priester, heeft zijn opvolger, de Z.E. heer C. Couwenberg, de tegenwoordige pastoor van Hatert, met evenveel edelmoedigheid de wenschen van zijn voorganger uitgevoerd. Dank aan zijn loyale medewerking, was het mogelijk reeds in April 1909 over te gaan tot de aanbesteding der prachtige kerk met pastorie in de Groenestraat. Beiden waren een vorstelijk geschenk van den grooten gever te Rotterdam, die alleen aan Onzen Lieven Heer wenschte bekend te zijn en aan den Bisschop van ’s Hertogenbosch.
Den 5den(?) Juli 1910 werd als pastoor der Groenestraatsche parochie officieel benoemd de Z.E. heer N. van Erp, reeds in 1908 met de oprichting der nieuwe parochie door Mgr. W. van de Ven, belast.
Op den 8en Zondag na Pinksteren werd de parochie St. Anna van de parochie Hatert afgescheide en tot een zelfstandige parochie verheven. Het aantal zielen bedroeg toen ongeveer 1500, het aantal communicanten circa 1000.
De nieuwe parochie begon zich echter al spoedig en sneller uit te breiden. Overal verrezen nieuwe woningen en nieuwe straten. En toen in het najaar van 1918 de Z.E. heer pastoor N. van Erp, door voortdurende ziekte genoodzaakt werd zijn eervol ontslag aan te vragen als pastoor van St. Anna en ondergeteekende, door Z.D.H. Mgr. A.F. Diepen, als opvolger van pastoor van Erp werd benoemd, telde de parochie St. Anna reeds 3 à 4 duizend zielen! Om te gemoet te komen aan den heerschenden woningnood hier ter stede, had n.l. de Woningvereeniging “Nijmegen” reeds een begin gemaakt met den bouw van een complex arbeiderswoningen, rechts en links aan den Willemsweg, terwijl door anderen werd voortgebouwd aan de Groenestraat, Hazenkampschenweg, Dobbelmannweg en andere straten. In 1922 kon men reeds veilig schatten, dat in 1925, als het complex arbeiderswoningen van 1300 zou voltooid zijn, de Katholieke bevolking van St. Anna de 9000 zou naderen, zoo niet overschrijden. Daarom besloot in 1922 het kerkbestuur aan Mgr. Diepen voor 2te stellen, een terrein te koopen, bestemd voor een nieuwe parochiekerk en gelegen aan den Hatertschen weg.
Deze plannen werden door Mgr. Goedgekeurd en reeds in 1922 werd het terrein gekocht, met de bedoeling, dit later aan de nieuwe parochie als geschenk aan te bieden. Naar schatting zou de nieuw te stichten parochie ruim 1000 communicanten tellen. Het volgend jaar werd de Z.E. heer G. de Grood door Z.D.H. den Bisschop met de oprichting van de nieuwe parochie en den bouw van kerk en pastorie belast.” (De Gelderlander 30/6/1925)
Eerste Steenlegging
De eerste steenlegging van de O.L. Vrouw van Lourdeskerk door Pastoor Gerard M. de Grood, geassisteerd door de Deken C.A. van Son en Pastoor van Mulukom, Hatertseweg St.-Anna, 14/9/1924 (F55744 RAN)
“Bovenstaande foto geeft een beeld van de plechtige eersten steenlegging van de nieuwe kerk aan den Hatertschen weg. Men ziet den nieuwen pastoor den Zeereerw. heer Ger. De Grood omgeven door den Hoogeerw. heer deken C.A. van Son, den Zeereerw. heer pastoor Van Mulukom, benevens enige kerkmeesters der nieuwe parochie, de eerste steenlegging verrichte.” ( De Gelderlander 17/9/1924)
1925 Opening
Een versierde Onze Lieve Vrouw van Lourdeskerk kort na de inwijding. De kerk werd ontworpen door ir. H. Thunissen uit ‘s-Gravenhage ; Van de kerk staat hier alleen nog maar de koepel en het achterste gedeelte , met een voorlopige voorgevel. Het schip en de huidige voorgevel zouden pas in 1948 gerealiseerd worden ; de twee beoogde torens zullen nooit worden gebouwd, Hatertseweg 113 St. Anna, 29/6/1925 (F9536 RAN)
“De rooms-katholieke Onze Lieve Vrouw van Lourdeskerk, gebouwd in 1924/1925 naar ontwerp van ir. H. Thunissen uit ‘s-Gravenhage. Van de kerk staat hier alleen nog maar de koepel en het achterste gedeelte, met een voorlopige voorgevel. Het schip en de huidige voorgevel zouden pas in 1948 gerealiseerd worden, de twee beoogde torens werden nooit gebouwd. (Bijschrift F91620 RAN, een foto uit de jaren 30)
Architect Thunnissen
“De architect Thunnissen ontwierp verspreid door heel Nederland velelandhuizen in overwegend traditionele landhuisstijl. Ook was hij in Duitsland actief op het gebied van de landhuisbouw. Daarnaast was de Rooms-Katholieke Kerk een groot en belangrijk opdrachtgever voor hem. De oeuvrelijst van Thunnissen omvat een lange opsomming van katholieke kerken, scholen, opvanghuizen en klinieken. In de jaren twintig van de vorige eeuw werkte hij een periode samen met de architect J.H. Hendricks, die met name het tekenwerk en de interieurontwerpen voor zijn rekening nam.” (Gemeentelijke Monumenumentenlijst)
Lourdesgrot
De Lourdeskerk en Lourdesgrot, Hatertseweg 113, gedateerd (ongeveer) 1930 (F17755 RAN)
Bij de eerstesteenlegging van de kerk wijst Ger. De Grood “er op hoe in deze parochie hier tegelijk een Lourdesgrot zou opgericht worden en bijzonder de vereering van de Maagd Maria zou gepropageerd worden. Het oude Nijmegen, de stad van Maria van Nijmegen, zou hier haar traditie herwinnen en in het bijzonder Maria vereeren te bekeering van de protestanten van Nederland.” Voor dat laatste heeft de kerk de bisschoppelijke goedkeuring gekregen.
Een Lourdes- of Mariagrot is een kopie van de grot van Massabielle bij de Zuid-Franse stad Lourdes. daar zou op 11 februari 1858 Maria zijn verschenen aan Bernadette Soubirous. Vooral nadat het Vaticaan in 1907 11 februari in de liturgische kalender had verbonden, verschenen er veel kopieën van de ze grot, waaronder tientallen in Nederland. (wikipedia)
Waarschijnlijk zijn dan de gelden nog niet volledig bij elkaar, want de “Nijmeegsche katholieke jeugd zou door een goed georganiseerde spaarbeweging in één jaar de kosten voor den bouw van de Lourdesgrot bijeenbrengen.” (De Gelderlander 15/9/1924)
Nadat de jeugd van Nijmegen met steeds kleine bedragen voldoende geld bijeen had gebracht, kon waarschijnlijk rond 1933 begonnen worden met de bouw. In de grot is een rotsfragment van de echte grot van Lourdes ingemetsteld. Ook van deze grot heeft Thunnissen het ontwerp gemaakt. Piet Gerrits ontwierp het Mariabeeld.
Een mooie foto van een bijeenkomst, mogelijk de opening van de Lourdesgrot, uit 1933 is tevens te zien op F50248 RAN.
De R.K. O.L. Vrouw van Lourdeskerk aan de Hatertseweg 113, 1950 (GN5618 RAN)
In juni 1948 is Berntsen en Braam begonnen met de uitbreiding van de kerk (De Gelderlander 26/8/1948). Deze komt in 1950 gereed; de 2 torens zullen echter nooit gebouwd worden.
Door de jaarlijks structurele exploitatietekorten, afnemende kerkbijdragen, teruglopend aantal kerkbezoekers, hoge onderhouds- en energiekosten en een afnemend vrijwilligersbestand” (Bijschrift F91620 RAN, een foto uit de jaren 30) werd in 2022 besloten om de kerk aan de eredienst te onttrekken: per 1 januari 2023 zou er nog slechts 1 mis per maand zijn, waarbij de laatste eucharistieviering op 29 juni 2025 zal zijn: de dag waarop de kerk haar eeuwfeest viert.
Op 29 juni 2025 werd “Met een eerbiedige en ontroerende mis is op zondag de Onze Lieve Vrouwe van Lourdeskerk aan de Hatertseweg officieel aan de eredienst onttrokken. Een week na het feestelijke 100-jarig jubileum van het kerkgebouw namen parochianen afscheid van een plek waar generaties lang belangrijke levensmomenten zijn gevierd.” (https://h3eenheid.nl/meedoen/nieuws/afscheid-van-de-lourdeskerk)
Het interieur van de R.K. O.L. Vrouw van Lourdeskerk : het schip en het priesterkoor, Hatertseweg 113, 1950 (F17749 RAN)
Hof van Eden
Bij de kerk staat de voedseltuin “Het Hof van Eden”. Vrijwilligers werken in de tuin en daarnaast worden er activiteiten georganiseerd. Buurtbewoners komen daarnaast langs om biologische groenten uit de tuin te kopen. Het Hof van Eden is een initiatief uit 2017 van diaken Paul Menting en een aantal buurtbewoners.
In september 2025 is onduidelijk wat er met de tuin gaat gebeuren, nu de kerk sinds juni gesloten is. In een interview in de Nijmeegse Stadskrant: “De Quay: “In zijn besluit tot sluiting was de bisschop duidelijk: ‘Er moet bij de verkoop rekening worden gehouden met de sociaal-maatschappelijke functie, zowel van de kerk als van de tuin.’”
Gemeentelijk Monument
De kerk en pastorie zijn een gemeentelijk monument met als waardering:
“De kerk en pastorie zijn van architectuurhistorische waarde als een bijzondere uiting van traditionalistische architectuur uit de eerste jaren van het Interbellum. Er is sprake van hoogwaardige esthetische kwaliteiten en een grote herkenbaarheid door steeds terugkerende architectonische elementen, die hun herhaling in het interieur van beide gebouwen vinden. In het interieur van de kerk en de pastorie bevinden zich daarnaast nog verschillende beschermingswaardige afwerkingen en kunstuitingen uit verschillende tijdsperiodes (bouwtijd en wederopbouwperiode). Tevens zijn de gebouwen van belang als onderdeel van het oeuvre van de architect H.J.W. Thunnissen.
De gebouwen zijn van stedenbouwkundige waarde als beeldbepalende panden aan de Hatertseweg die een ensemblewaarde hebben samen met de Lourdesgrot, alsook het schoolgebouw en het gemeenschapshuis dat aan de Akkerlaan in respectievelijk 1927 en 1936 met gelden van de parochie werd gebouwd. Daarnaast vertegenwoordigen de kerk, pastorie en Lourdesgrot cultuurhistorische waarde als gebouwd erfgoed dat in verband staat met de geschiedenis van de Rooms-Katholieke gemeenschap te Nijmegen in het algemeen en die van de O.L.V van Lourdesparochie die in 1927 door pastoor G.M. de Grood werd opgericht, in het bijzonder.”
Op de hoek van de Wilhelminasingel en Bijleveldsingel wordt in 1926 een blok van twee winkelhuizen met bovenwoningen gebouwd. De architect is “Arch. Bureau Thunnissen-Hendricks B.N.A. Den Haag”. Uiteindelijk zullen de 2 winkels in 1984 worden samengevoegd.
Woon- en winkelhuizen Wilhelminasingel Hoek Bijleveldsingel te Nijmegen, Arch. Bureau Thunnissen-Hendricks B.N.A. Den Haag, datum tekening september 1925 (D12.389306)
Thunnissen ontwerpt op de hoek van de Bijleveldsingel en Wilhelminasingel 2 winkelhuizen en 2 woningen. De 2 woningen liggen op de hoek, met een ronde erker. Deze woningen zijn gespiegeld ten opzichte van elkaar. Daarbij bestaat een groot deel van de begane grond uit een salon met daarachter een kamer.
Op de hoek van de Bijleveldsingel en de Wilhelminasingel bevinden zich de 2 winkels: de grootste heeft de voorgevel aan de Bijleveldsingel met op de hoek een portiek. Naast deze winkel staat in de Wilhelminasingel de tweede winkel. Elk van deze winkels heeft een bovenwoning. De ronde uitbouw aan de kant van de Bijleveldsingel is een raam van de salon van een van deze 2 woningen.
Hendricus Johannes Wilhelmus Thunnissen (?)
Op de bouwtekening staat “Arch. Bureau Thunnissen-Hendricks B.N.A. Den Haag”. Wanneer de winkel van Wilhelminasingel 11 open gaat, staat “Aan den Wilhelminasingel hoek Bijleveldsingel heeft de heer Th. Thunnissen, aannemer alhier, naar het ontwerp van zijn broeder, Ir. W. Thunnissen, een blok van twee winkelhuizen met bovenwoningen gebouwd.” (PGNC 21/9/1926).
“Henri J. W. Thunnissen werd op 19 juni 1890 te Nijmegen geboren, volgde de H.B.S. en studeerde in 1914 af als bouwkundig ingenieur aan de Technische Hogeschool te Delft. Thunnissen begon zijn architectenbureau in Den Haag rond 1916, in een door hem ontworpen en inmiddels verdwenen woonhuis aan de Carel van Bylandtlaan 6. In de jaren 1920 was Thunnissen vooral in Den Haag actief en werkte hij samen met J.H. Hendricks, die in de meeste gevallen als tekenaar en interieurontwerper optrad.” (het Nieuwe Instituut, met een uitgebreid artikel). Zijn bekendste werk is waarschijnlijk de Peek & Cloppenburg in Den Haag.
In Nijmegen ontwierp hij tevens de Onze Lieve Vrouwe van Lourdeskerk uit 1926. Dit was zijn eerste kerkontwerp: “een typische exponent van de katholieke interbellumkerkbouw, voorzien van een breed schip met gemetseld gewelf en korte koorpartij.”
Wilhelminsingel 11
Curiosa
De eerste winkel op Wilhelminasingel 11 is Curiosa, een combinatie van sigarenwinkel en winkel voor oosterse artikelen. Het PGNC schrijft dan over de winkel en het gebouw zelf:
Aan den Wilhelminasingel hoek Bijleveldsingel heeft de heer Th. Thunnissen, aannemer alhier, naar het ontwerp van zijn broeder, Ir. W. Thunnissen, een blok van twee winkelhuizen met bovenwoningen gebouwd, waarop wij de aandacht van onze lezers vestigen. Daarvoor is te meer aanleiding nu in een dier winkels is geopend het Magazijn “Curiosa”. Dit is in hoofdzaak een sigaren- en sigarettenhandel, waarin vrijwel alle bekende merken- Karel I, Willem II, Huifkar enz.- voorradig zijn. Maar men vindt meer in “Curiosa” en wel een kleine maar uitgezochte collectie Oostersche artikelen, waaraan het magazijn zijn naam ontleent. Zeer mooi Indisch, Japansch en Chineesch goed, kostbaar porcelein, koperwerk, wanddoeken, kortom al datgene wat tot verfraaiing onzer woningen kan dienen. Voorts is aan dezen winkel verbonden een verkoopafdeeling van den Ned. Spoorwegboekhandel, zodat men voor de voornaamste dagbladen en tijdschriften in “Curiosa” terecht kan. Een Toko derhalve op Nijmeegschen bodem, een combinatie die doet denken aan sommige winkels op de boulevards der groote steden.
Niet onvermeld mag blijven de prachtige bouw en uitvoering v.d. winkel. Deze is geschied in de kleuren paars, steenrood en zwart, die het oog aangenaam aandoet en ’s avonds bij warme verlichting uitstekend werkt. De firma J.H. Kaak heef het schilderwerk op bijzonder geslaagde wijze verricht. De pui van het magazijn met zijn gebrand-glazen bovenruiten en de artistieke opvatting van het geheel dient geroemd, terwijl het interieur van den winkel zóó gezellig is, dat de koopers wel niet op zich zullen laten wachten.” (PGNC 21/9/1926)
Al in maart 1927 opent Leo Potjes Jr. een nieuwe winkel op dit adres: “Juwelen Goud en Zilver”. Een jaar later stopt deze winkel: in PGNC 19/4/1928 verschijnt de advertentie dat “De laatste Juwelen worden tegen Spotprijzen Opgeruimd!!”
N.V. Maatschappij voor Klein-Krediet””Verstrekt Credieten aan Particulieren – Kleinhandel en Klein-Industrie”, Wilhelminasingel 11 (PGNC 13/4/1929)
Een volgende gevonden vermelding is die van “N.V. Maatschappij voor Klein-Krediet””Verstrekt Credieten aan Particulieren – Kleinhandel en Klein-Industrie” (PGNC 13/4/1929) Uit een briefhoofd blijkt dat het bedrijf in maart 1928 is opgericht.
In 1934 staat Wilhelminasingel 11 te huur als “Winkel of Kantoor”. De huurprijs bedraagt f 500 per jaar. Inlichtingen zijn te verkrijgen bij Th. Thunissen. (Dit is de bouwer van het pand; het is nog niet bekend of het gebouw al die jaren door hem is verhuurd)
Somers
In ieder geval is dameskapper J.F. Somers in juli 1934 gevestigd in deze winkel (PGNC 28/7/1934). In De Gelderlander 20/6/1945 heeft Somers een advertentie geplaatst dat hij weer geopend is.
Hij komt nog voor in het Adresboek 1966. Hoe lang hij daarna zijn kapperszaak nog heeft gehad, is nog niet bekend.
Bijleveldsingel 84
Advertentie Firma van Hulsteijn overplaatsing Bijleveldsingel 84 (PGNC 29/8/1928)
De grootste winkel ligt op de hoek van de Bijleveldsingel met de Wilhelminasingel. Of de Fa. H. van Hulsteijn, “Zaak van koloniale waren en comestibles” de allereerste winkel in dit pand is, is nog niet bekend. Deze firma plaatst haar winkel op 30 augustus 1928 over van de Lange Hezelstraat 45-47. Firma H. van Hulsteijn komt voor in de Adresboeken 1932, 1934, 1936, 1938, 1940. In PGNC 22/8/1942 wordt er nog een “Flinke Loopjongen, goed kunnende fietsen” gevraagd.
Uit de afwezigheid-/vervangingsberichten blijkt in 1949 (De Gelderlander 9/3/1949) J.M.A. van Seggelen hier zijn praktijk te hebben en in 1954 (De Gelderlander 15/5/1954) C.J. Hoek.
Het laatst beschikbare Adresboek bij het RAN is momenteel dat van 1971. Dan staat Kunsthandel Brock op dit adres.
In 1984 worden de twee winkels (Bijleveldsingel 84 en Wilhelminasingel 11) bij elkaar gevoegd door de tussenmuur te slopen (D12.545587). De aanvrager voor de bouwvergunning is J.B.H.M. Ditters, de architect G.C.H. van Kesteren.
Huidig
Momenteel (oktober 2025) is ASA Uitzendbureau op de begane grond gevestigd.
Het pand van de N.V. Continentale Mij. voor Handel en Industrie Leder en Fournituren en Schoenmakersmachines (Ziekerstraat 39-43) ; rechts de Timmerwerkplaats van B.F. van Tienen (Ziekerstraat 45) ; links de Rijwielhandel van J.H. Doorman (Ziekerstraat 29), 1935-1938 (F2355 RAN)
Waarschijnlijk is de Ziekerstraat 39-43 vanaf 1931 een winkel geworden, van Continentale. Daarvóór komt het voor als pakhuis en lijkt het ook in gebruik als boerderij te zijn geweest.
Dit artikel geeft de tot nu toe gevonden gebruikers van Ziekerstraat 39-43 weer.
Pakhuis Bielen
Steenkolenhandel Bielen met pakhuis Ziekerstraat 39 (PGNC 25/10/1885)
De door mij eerst gevonden vermelding van Ziekerstraat 39 is een advertentie van Steenkolenhandel P.M. Bielen, Muchterstraat 26 waarbij hij zijn pakhuis in Ziekerstraat 39 heeft. (PGNC 25/10/1885).
Plet
Advertentie Th. Plet voor houtskool, Ziekenstraat 39 (PGNC 10/3/1888)
Advertentie Th. Plet voor stucadoorsriet, Ziekenstraat 39 (PGNC 10/3/1888)
In 1887 komt Th. Plet voor als handel in brandstoffen en bouwmaterialen. Dan verschijnen er ook advertenties dat goederen “vrij uit het schip” of uit het pakhuis kunnen worden aangeleverd. Zonder naar volledigheid te streven een aantal advertenties: Ruhr kolen (PGNC 13/9/1887), Kachelkolen, die in het schip Broedertrouw in de Nieuwe Haven ligt (PGNC 28/12/1887)
Ook is er rond december 1887 een tweede adres waar bestellingen kunnen worden aangenomen: Broerstraat 25 (PGNC 16/12/1887).
In PGNC 17/10/1888 staat de aankondiging dat het kantoor en pakhuizen van Th. Plet per 1 november verplaatst wordt naar de “overzijde” Ziekenstraat No. 16 (PGNC 17/10/1888)
Derksen
Plan voor riolering van perceel Ziekenstraat 39-41-43 Kad. Nijm. Sectie C(?) no 4865, eigenaar G. Derksen, datum tekening 2-4-1914 (D12.384574)
Bij de aanleg van de riolering in 1914 is G. Derksen de eigenaar. De architect is onleesbaar. In de Adresboeken 1926 en 1928 komt G. Derksen voor als “landbouwer”. Op de bouwtekening is te zien dat een groot deel van het perceel bestaat uit stallen, een inrit en deel en een open plaats.
In juli 1930 staat Ziekerstraat 39,41,43 te koop, bestaande uit: woonhuis met bovenwoning en stalling. Het pand is ingezet op f14900, strijkgeld f300 (PGNC 26/7/1930)
Continentale
Rioleering Pand Ziekerstraat No 39-43 te Nijmegen voor rekening N.V. Continentale Mij voor Handel & Industrie, Jan van Galenstraat No 2 te Nijmegen, architect A. v.d. Kloot, tekening hoort bij rioolaanvraag 27 mei 1931 (D12.3978834)
In 1931 wordt er een vergunning afgegeven voor het ‘veranderen van het perceel’, bedrijfsnaam is Continentale Maatschappij van Handel en Industie, architect is A. v.d. Kloot (Inv nr 15722).
Afgaande op de tekening van de aanvraag van de riolering is de inrit nu ingericht als showroom en een ruimte voor bedienden. Links is de winkel, met een opgang naar boven. De deel, stallen en de open ruimte zijn “magazijnen” geworden.
Advertentie nieuwe magazijnen Ziekerstraat 39-43 (PGNC 12/9/1931)
Adressen Continentale Mij. v. Handel en Industrie N.V. in schoenm. fourn. (of: schoenmachines en schoenfournituren en gros):
Adresboek
1928
Jan van Galenstraat 2-4
1932
Jan van Galenstraat 2 en Ziekerstraat 39-43
1934
Ziekerstraat 39-43
1936
Ziekerstraat 39 en 41
1938
Ziekerstraat 39 en 41
1940
Ziekerstraat 39 en 41
Gevonden gebruikers Ziekerstraat 39
Gevonden meldingen van Ziekerstraat 39 in de adresboeken:
Naam
Beroep
Adresboek
J. Vroom
Timmerman en winkelier
1899, 1901
G.A. v. Gemert
1901, 1902, 1903, 1905, 1907
J. Peerenboom
tapper
1903, 1905, 1907
wed J. Peerenboom
geb. A.M. Reijntjes
1908, 1909
Mej. C.P. Derksen
1926, 1928
G. Derksen
landbouwer
1926, 1928
Continentale
1934, 1936, 1938, 1940
G.Th. Becker
Monteur
1938
H. Bourgonje
fabrieksarbeider
1940
G.A. van der Wagen
vleeswarenfabrikant
1948, 1951, 1955
Mej. E.M.G. Stinnisssen
1948
J.M.J.W. van Dam
kruidenier
1959, 1963
In De Gelderlander 24/9/1954 is een advertentie gevonden van Jos. van Dam voor “fijne vleeswaren”.
Juli 2019 (Google Streetview): Different is intussen gesloten en had als adres nummer 43. Nummer 41 is de opgang naar boven.
Momenteel (juni 2023) is Erica Kruiderijen op nummer 43 gevestigd.
Bakkerij Niersstraat 2, augustus 2023 (Google Streetview)
In 1930 opent de bakkerij van J.H. Francissen op Niersstraat 2, op de hoek van de Biezendwarsstraat en Voorstadslaan. Het pand is een ontwerp van architect W. Th. Reynen. Vanaf dat moment is het altijd een bakkerij gebleven.
Eind 1929 ontwerpt W. Th. Reynen (Jr.) “een woonhuis, winkelhuis met bakkerij en bovenhuis”. De bakkerij is voor J.H. Francissen, die op 6 juni 1930 zijn hinderwetvergunning krijgt voor “het oprichten van een door elektriciteit gedreven brood- en banketbakkerij”. (PGNC 11/6/1930).
Ontwerp voor het bouwen v/e woonhuis, winkelhuis met bakkerij en bovenhuis op een terrein hoek Niersstraat en Beizendwarsstraat, tekening december 1929,(D12.395994 detail).
In april 1930 tekent Reynen het ontwerp voor 85 woningen in de Niersstraat.
advertentie Francissen bij opening (De Gelderlander 4/7/1930)
De Gelderlander schrijft over de opening van deze nieuwe bakkerij:
“Nieuwe zaak.
Heden opent de heer J.H. Francissen aan de Niersstraat 2, een nieuwe brood-, koek- en banketbakkerij. In dit nieuwe stadsgedeelte van de Voorstadslaan, dat zich in den laatsten tijd geweldig uitbreidt is de vestiging van een dergelijke zaak zeker op z’n plaats tot gerief van de vele omwonenden in deze volkrijke buurt.
Aan de zaak is verbonden een chocelaterie-afdeeling, waar de meest bekende soorten in voorraad worden gehouden.
De bakkerij is modern en hygiënisch ingericht door de aanwezigheid van de nieuwste machines, o.a. een heetwateroven volgens het nieuwste systeem firma Werner en Pfleiderer.
De schilder, de heer Veltman, verzorgde het uit- en inwendige schilderwerk, terwijl de heeren Bach en Friebel zorgden resp. voor de electrische installatie en het sanitair.” (De Gelderlander 5/7/1930)
Vervolg: Niersstraat 2 altijd bakkerij geweest
Het RAN heeft nog een mooie foto gedateerd op 1960. Op deze foto is het linkerpand op de foto Niersstraat 2.
In de onderstaande tabel staan de gevonden gebruikers van Niersstraat 2 weergegeven: vanaf de bouw is het altijd een bakkerij gebleven.
Naam
Beroep
Adresboek
Opmerkingen
J.H. Francissen
1932
F.J. Willems
Bakker
1934
L.H.A. de Bruijn
Banketbakker
1936
J.G.M. Brouwer
Vanaf 1948: bakker
1940, 1948, 1951, 1955, 1959
T. Herfkens
Bakker
1963
Onder “bakkerijen” als “De Niers”- Th Herfkens
In de Wester van 2018 vertelt een bewoonster van de Voorstadslaan: “Aan de overkant op de hoek met de Niersstraat heeft altijd een bakker gezeten. Eerst Brouwer, daarna Herfkens, toen bakkerij Niers met Angelina en nu dan het Kraayennest.’” https://dewester.info/voorstadslaan/
Het is mij nog niet bekend waarom Herfkens aanvankelijk als “Herfkens” lijkt te staan, terwijl het op een later tijdstip, in ieder geval 1963 (ook) De Niers heet, afgaande op de Adresboeken. En waarom de bewoonster deze 2 namen afzonderlijk noemt. Mogelijk is Herfkens (of een familielid) later overgegaan op De Niers, waarbij deze als afzonderlijke is blijven hangen.
In ieder geval heeft nog jarenlang De Niers op de hoek gezeten; het artikel van De Wester dateert uit 2018. Enige jaren geleden is de bakkerij een van de panden van Bakkerij ’t Kraayennest geworden.
W.Th. Reynen ontwierp veel sociale huurwoningprojecten voor de Woningvereeniging Nijmegen. Daarnaast komen we hem regelmatig tegen als ontwerper van woon-winkelpanden…
1933, Dommer van Poldersveldtweg 269 (gesloopt, met uitzondering van de toren) Hengstdal
De R.K. Christus Koningkerk door Architect Zwanikken. Rechts een gedeelte van de bouw van de Montessori-kleuterschool aan de Hengstdalseweg hoek Elzenstraat, 1933 (GN5602 RAN) Dommer van Poldersveldtweg 269
De bouw van deze rooms-katholieke kerk is in 1932 begonnen. Architect Zwanikken ontwierp deze kerk in expressionistische stijl. De kerk is opgetrokken uit gewapend beton en vervolgens met bakstenen aan de buitenkant bekleed. Na stormschade is de spits in 1990 verwijderd, waarna de spits in 2005 weer is herbouwd.
Op de locatie van de kerk staat nu een appartementencomplex met winkels daaronder.
Nieuwbouw van appartementencomplex De Koningshof met winkels aan de Van ’t Santstraat op de hoek met de Dommer van Poldersveldtweg , rondom de bakstenen kerktoren (in de steigers en hier nog zonder spits) van de voormalige Christus Koningkerk, 18/3/1996 Van ’t Santstraat 300-374 (Ger Loeffen CC-BY-SA via F37282 RAN)
De Gelderlander bij opening in 1933:
“De Christus-Koningkerk in Nijmegen
Plechtige consecratie.- In Zuid-Oost Nijmegen.
Middelpunt van Katholiek sociaal leven in nieuwe woonwijk.
—
Het nieuwe Godshuis.
Al is de nieuwe kerk nog niet geheel in gebruik genomen, en al kennen wij nog niet geheel de sfeer, die in het gebouw hangt, toch heeft een slechts zeer vluchtige beschouwing ons ervan overtuigd, dat met dit kerkgebouw een eerste en meest eigenaardige, en meest opvallende kerken is gebouwd, die wij in onze stad kennen. Het hoog terrein, waarop de kerk ligt, maakt, dat men deze reeds van verre aanschouwen kan. Voor wie fietst op en dijk, die van Oosterbeek, en Altena naar Lent leidt steekt de ijle toren reeds ver boven het landschap uit. De oorzaak hiervan is, dat de kerk hoewel in een dal gelegen ten opzichte van den onmiddellijke omgeving, toch vrij hoog ligt ten opzichte van de lager gelegen Betuwe. De toren van de kerk schijnt vanuit de verte zelfs uit te komen boven de uitzichttoren op den Kwakkenberg. Tot dusver lag daar in de buurt geen ander groot gebouw dan het complex van de kazernes. Met name de koloniale kazerne beheerschte de geheele omgeving. Dat is nu veranderd. De kerk domineert op dit ogenblik de omgeving, ook de kazerne. Zij staat daar als het middelpunt van een zich reed verder uitbreidende buurt. Zij zal eerlangs worden het ahart van die buurt, waar het meest inwendige en meest innige leven klopt van al degenen, die er komen wonen. Zoowel het uiterlijk als het innerlijk van de kerk stemmen tot gebed en devotie, en werken daardoor spontaan mede aan het doel, waarvoor zij gebouwd werd.
De Christus Koningkerk tijdens de bouw van het dak van het middenschip en het koor. De pastorie links is al gereed, gezien op de zijkant van de Kerk en het priesterkoor en sacristie, 1933 (F16279 RAN)
Het uiterlijk van de kerk die ontworpen werd door architect Zwanikken, heeft een statig vorkomen. Het is een rustig gebouw met voornamelijk horizontale en verticale lijnen, zonder overbodige versierselen. Boven het priesterkoor is een hoog gewelfde toren opgetrokken, die direct steunt op de muren. Door de stevigen bouw van deze muren heeft de architect steunberen kunnen ontberen, waardoor hij een gaaf uiterlijk schiep. Het dak van het middenschip ligt laag op de kleine zijmuren, die door tal van raampjes zijn onderbroken, wat aan de zijkanten een levendiger voorkomen geeft. Twee uitbouwsels voor kapellen zijn zoo gemaakt, dat zij aan de harmonie van het exterieur niet storen.
Opmerkenswaard in verband met de rustige constructie van het geheele dak is het zeer onrustige beeld van den toren. Het is alsof de architect hiermede heeft willen uitdrukken, dat de muren van dit gebouw op de eerste plaats een taak hebben als ondersteuners van de gewelven, terwijl het doel van den toren eerder een decoratief is. Het onderdeel van den toren is vrij sober. Eenige meters boven het dak zijn echter de eerste versiersels aangebracht. Daar steken kleine decoratieve stompen steen op vier plaatsen naar buiten. De rand van den toren begint gekarteld te worden, daarboven wederom vier hardsteenen sierstukken. Daarna volgt een tusschenblok, waarop de trans, en een achthoekig uitbouwsel voor de klokken die wij helaas op dit oogenblik nog moeten missen. Een dubbel telkens breeder uitloopend dakje omlijst het geheel bovenbouwtje. Dit is met bollen rechtstaande pinnen versierd, als om het oog te wennen aan den plotselingen opgang van den naaldspits, die door een dubbelen kogel en een hoog kruis wordt afgekroond. De vier balken van het kruis zijn door een ragfijne cirkelvormige versiering getooid. Het Angelusklokje is van veel bescheidener hoogte. Het mist den rijkdom van den groote toren. De fijne spitsheid van dit torentje is hier evenzeer opvallend als bij zijn grooteren klokkedrager. Ook dit torentje si met bol en kruis gekroond. Daarboven staat er nog een klein kruis op den dakhoek boven den hoofdingang. De sacristie ligt laag achter den overbouw van het priesterkoor. De pastorie staat iets voor den ingang van de kerk, zoodat er als het ware een klein plein gevormd is door de ligging van de gebouwen zelf.
Doordat de muren zo laag zijn, en het dak zich zoo hoog verheft, heeft het interieur een imposant voorkomen. De gewelfbogen verheffen zich hoog in de lucht, en schijnen de geloovigen als het ware te omvatten, en hun gebeden te willen doen opstuwen naar omhoog. Dit hoog gewelf geeft een stemming van verhevenheid, zooals die in de kerk thuis hoort. Het geeft een beeld van de ontzagwekkende Majesteit van Dengene, te wiens eer het kerkgebouw is opgericht, en van de handeling die er wordt verricht, de offerende namelijk van Gods Zoon aan Zijn Vader ter bemiddeling voor onze schulden, en ter verheelijking van Hem, wien wij de diepste aanbidding en vereering brengen moeten. Zoo is zoowel het rustig exterieur van het kerkgebouw, als het verheven interieur een stoffelijk symbool van geestelijke dingen, dingen namelijk, die voor ons meer waard zijn dan het stoffelijk symbool van de kerk zelf.
De kerk ligt daar tevens in de omgeving als een voortdurende vermaning. Juist daarom is het zulk een verblijdend verschijnseld, dat men haar overal kan aanschouwen, en dat er geen plaats is in de parochie zelf, waar men niet gemakkelijk en dikwijls het gebouw moet zien. Want het zien van de sierlijk gebouwde steenmassa, en van de fraaie lijnen zijn al een opwekking op zich. Zie dienen om den geest omhoog te heffen naar het hoogere. Zij dienen zichzelf in zekeren zin te doen vergeten. Zooals volgens een bekend woord, de opvoeding de kunst is om den opvoeder overbodig te maken, zoo is ook het doel van de kerkelijke kunst om den geest op te voeren tot iets, dat hoog boven haar uitgaat. Want de mooiste kerkelijke kunst is en blijft iets van den tijd. Zelfs, als zou deze kerk blijven staan in den loop van vele eeuwen, en er is geen enkele reden, om te denken, dat dit niet het geval is, er zal toch een dag komen, waarop zij weer zal verdwijnen. Maar wat dan niet zal verdwijnen, zijn de geestelijke dingen, die door middel van de stoffelijke en materiële kerk, en door middel van de dingen, die in het kerkgebouw gebeuren, zijn tot stand gebracht. Blijven zal in alle eeuwigheid de geestelijke vrucht van alles, wat er in de kerk is geschied, van de missen, die er zullen worden gegeven, van de biechten, die er zullen worden gesproken, van de gewijde toespraken, die er zullen worden gehouden, van het catechismus-onderricht, dat er zal worden gegeven, en van de lofzangen, die er zullen opstijgen in den loop van vele jaren. Ook als de kerk allang weer is weggevaagd, van de aarde zal blijven de zaligheid der zielen, die in deze kerk zich den weg gewezen zagen, die leidt naar het hemelsch vaderland. Blijven zal de geestelijke verkwikking, die priesterhanden en den priesteromgang zal brengen aan de katholieken, die de kerk weten te gebruiken voor het doel, waarvoor zij is gebouwd. Blijven zullen ook lang nog, misschien wel tot het einde der wereld de goede en vroome gewoonten, en gedachten, die vanuiten deze kerk zijn binnengedrongen, bij die in de kerk krachten energie hebben gezocht en gevonden in de moeilijkheden des levens.
De Christus Koningkerk, 1992 (F6160 RAN)
Zoo is de bouw van die kerk een voorname gebeurtenis, zoo is de kerk zelf een monument, dat door daar te staan in ’t gewoel van den tijd de les preekt, die opklinkt it alle waar geestelijk leven namelijk, dat het kruis staan blijft, ook als de wereld zich voortwentelt naar wij zij haar ontwikkeling noemt.” De Gelderlander 25/11/1933
De voormalige Vrijmetselaarsloge St. Lodewijk, ontworpen door W.J. Maurits en A. Weyers in 1898, foto 1971 (Prof. dr. E.F. van der Grinten via F78766 RAN CC-BY-SA)
Architect Maurits ontwerpt in 1898 het nieuwe gebouw voor de Vrijmetselarij Sint-Lodewijk aan de Waldeck Pyrmontsingel. Deze is gebaseerd op de stijl van de neo-Renaissance. Het gebouw wordt in “Egyptische” stijl ingericht.
Voorgeschiedenis
Het gebouw aan de Waldeck Pyrmontsingel is het tweede gebouw van de Vrijmetselarij Sint-Lodewijk.
Van 1878-1899 zat de loge in Muchterstraat 19, een gebouw dat door stadsarchitect Pieter van der Kemp was ontworpen. Als gevolg van de ontmanteling van de vestingwerken verpauperde de buurt: veel welgestelde personen waren verhuisd naar nieuwbouw op de gronden van de vestingwerken.
St. Lodewijk
De loge van Nijmegen is een van de oudste van Nederland. De eerste loge was in Den Haag opgericht in 1734. Het is niet precies te zeggen wanneer de loge in Nijmegen is opgericht: gegevens als verslagen ontbreken. Wel is bekend dat er vóór 1752 loges zijn geweest, echter zonder vaste verblijfplaats.
in ieder geval wordt de loge definitief opgericht op 21 maart 1752. Nijmegen krijgt daarbij nummer 3.De naam St. Lodewijk is afgeleid van Ludwig, Herzog von Sachsen-Hildburghausen. Hij doet in september 1749 zijn intocht in Nijmegen, waar hij gouverneur werd. Ludwig was de grondlegger en de eerste Voorzittend Meester in de Loge St. Lodewijk. De loge is naar hem vernoemd.
Waarom de St.? Vrijmetselaars werden als vrijdenkers door de Rooms-Katholieke kerk en sommige overheden als bedreigend gezien. Gezien zijn positie wilde Ludwig zijn naam niet met de vrijmetselarij verbonden zien. Daarop werd de “Sint Lodewijk” bedacht.
Het nieuwe gebouw van architect Maurits
In 1898 ontwierp Maurits de nieuwe loge aan de Waldeck Pyrmontsingel, welke onderdeel was van de uitbreiding op de voormalige vestingwerken. De aanbouw rechts is de beheerderswoning. Maurits komt overigens zelf als “gezel” voor op de ledenlijst van de Vrijmetselarij uit 1897.
Tempel van de loge St. Lodewijk na het gereedkomen van het gebouw, architect Maurits, 1920-1925 (F85107 RAN)
Egyptische stijl
Het gebouw is in Egyptische stijl ingericht. Deze stijl kwam veel voor in Brussel en daarom werden excursies naar Brussel ondernomen om inspiratie op te doen. In het bijzonder kwam deze stijl voor bij een aantal vrijmetselaarsloges. Een mooi voorbeeld is de voormalige loge in de Peterseliestraat uit 1878. Op deze site staan foto’s van de prachtig gerestaureerde zaal, waar meteen een aantal elementen te herkennen zijn die ook in Nijmegen voorkomen.
Vrijmetselaars en Egypte
De vrijmetselarij zagen Egypte als haar symbolische, legendarische oorsprong. Wanneer de vrijmetselarij exact is ontstaan, is niet geheel duidelijk: vaak wordt 1717 in Londen genoemd als jaartal, hoewel ook het 17e eeuwse Schotland wordt genoemd. In ieder geval ontwikkelt de vrijmetselarij zich eerst in Engeland en Schotland.
De vrijmetselarij was op zoek naar een symbolische, legendarische oorsprong: die moest zich bevinden in de tijd waarin het metselwerk was ontstaan, zoals de tijd van Adam, de Ark Noch of de bouw van de Tempel van Salomo. Ook de bouw van de pyramides kwam in beeld. Vooral het werk “Séthos” van de Franse abt Jean Terrasson uit 1731 droeg bij aan de symboliek dat Egypte de oorsprong van de vrijmetselarij was.
De veldtochten van Napoleon in Egypte leverde in het algemeen een herleefde belangstelling op voor het oude Egypte. Aan deze veldtochten hadden de nodige vrijmetselaars als militair of als burger meegedaan, omdat Egypte immers de symbolische bakermat was. Begonnen in Parijs, verspreidde deze belangstelling door naar de rest van Europa. Nieuwe publicaties en wereldtentoonstellingen brachten het oude Egypte dicht bij huis. Naast kennis, ontstond er tegelijkertijd een romantisch beeld over dit oude Egypte. Waaronder bij de diplomaten en industriëlen van België, welke eind 19e eeuw zelf een koloniale mogendheid was geworden.
In België, Frankrijk, maar ook in Engeland en Amerika werden vrijmetselaar tempels op z’n “farao’s” gebouwd:
“De wens om het Schone te verwezenlijken uit liefde voor het Schone zelf is prominent aanwezig in de 19de-eeuwse vrijmetselarij, die het Schone als de materiele uitdrukking beschouwde van het Goede dat ze zo ijverig nastreefde.
De schoonheid van de kunst én die van de antieke Egyptische architectuur waren de middelen bij uitstek om de 19de-eeuwse maçonnieke idealen uit te drukken. “Dans l’hypothèse de la maçonnerie procédant du corps de métier, schreef men, le premier idéal des francs-maçons a dû être placé dans l’art plutôt que dans aucun autre domaine de l’intelligence”. “Des hommes s’unissant dans un dessein de perfection, ging men verder, avec la volonté de comprendre l’être humain” (De Egyptomanie in Brussel)
Neo-Egyptische stijl in de tempel
Deze Egyptische stijl komt bijvoorbeeld terug in de vorm en beschildering van de pilasters (de halfronde pilaren). de holkeellijsten (de vierkante lijsten met de motieven op de band onder het plafond, de ingang en de beschildering daarvan. Ook is op de foto het plafond met sterren te zien.
Neo-Renaissance
Het gebouw is ontworpen met invloed van de neo-Renaissance stijl. Hoewel ik geen architect ben, zie ik een aantal van deze kenmerken terug:
De symmetrie van het ontwerp
De spekbanden, welke tevens het horizantale beeld versterken
Het gebruik van pilasters, de halve zuilen, zoals bij de ingang
Een fronton, het “driehoekje”, boven de ingang
De ontlastingsbogen: de halfronde bogen boven het raam
De trapgevel
In het ronde venster in de topgevel is een glas-in-lood raam te zien met een winkelhaak en passer in een vijfpuntige ster, het symbool van de vrijmetselarij.
Zowel de loge zelf als de beheerderswoning en hekwerk is een rijksmonument. Als waardering
-Van architectuurhistorische waarde als een goed voorbeeld van een vrijmetselaarsloge in neorenaissance-stijl met esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals goede verhoudingen, een bijzondere ornamentatie en enkele kenmerkende ex- en interieurelementen zoals resp. het ronde glas-in-lood raam en het beschilderde koofgewelf.
-Van stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging in de aaneengesloten zuidelijke gevelwand van de in 1896 aangelegde Waldeck Pyrmontsingel, die deel uit maakt van het laat 19de-eeuwse uitbreidingsplan, dat is ontwikkeld na de afbraak van vestingwerken. Het pand ligt binnen het beschermd stadsgezicht.
-Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming en het uiterlijk welke verbonden is met een culturele ontwikkeling namelijk het oprichten en bouwen van vrijmetselaarsloges door de maatschappelijke elite.
Vervolg
Voormalige vrijmetselaarsloge St. Lodewijk, Waldeck Pyrmontsingel 77-79-79a, augustus 2023 (Google Streetview)
In 1977 werd het gebouw verkocht en in 1990 verlaten. De loge betrekt dan de voormalige doopsgezinde en remonstrantse kerk aan de Professor Regoutstraat 23. In 2007 koopt de loge het voormalige Steigertheater, Fortstraat 7, aan.
Het gebouw wordt in 2005 grondig gerenoveerd en verbouwd tot kantoorpand. Hierbij wordt onder andere het beschilderde plafond van de logezaal in oorspronkelijke staat hersteld met hemelsblauwe verf waarop sterren zijn geschilderd.
Naamlijst voor het jaar 5896-5897 van de Officieren en leden der Loge “St. Lodewijk” WWW.KWARTIERVANNIJMEGEN.NL Stichting Historisch Huis- en Veldnamen Onderzoek welke als bron noemt: De Gelderlander van Maandag 19 juli 1897
Rond 1897 laat W.L.F. Mähler de villa bouwen van Wilhelminasingel 14. Op basis van de aanbesteding en dat Semmelink helpt bij de aankoop van de grond, is hij de waarschijnlijke architect. De aannemer is Tunnissen. Na het overlijden woont de familie Boelaars jarenlang in het pand.
W.L.F. Mähler
Het eerste gedeelte van de Wilhelminasingel tussen de Oranjesingel en bovenaan rechts de Sloetstraat. In het midden van de foto Wilhelminastraat 14, 1905 (Vivat Amsterdam via F2883 RAN)
Verkoop grond “tusschen de Sloetstraat en de Nijhoffstraat”
In het Gemeenteverslag van 1896, verslag van de Gemeenteraadsvergadering van 12 december 1896: “een adres van W. L. F. Mähler om een stuk bouwterrein te koopen tusschen de Sloetstraat en de Nijhoffstraat. In handen van B. en W. om advies”.
Eind december wordt dit verzoek goedgekeurd: “Het voorstel tot verkoop van een strook gronds gelegen tusschen de Sloet- en de Nijhoffstraat, ter oppervlakte van ongeveer 77 M2 gedeelte van het kadastraal perceel Nijmegen sectie B. no. 2242 aan W. L. F. Mähler te Nijmegen, voor f 7 per M2 en onder de voorwaarde vastgesteld bij Raadsbesluit van 5 October 1895, goedgekeurd door Ged. Staten van Gelderland bij besluit van 16 October 1895, no. 2.” (vergadering 30 december)
Bij de ondertekening van het contract op 15-11-1895 blijkt architect Semmelink voor Mähler te hebben opgetreden. (inventarisnummer 155, archiefnummer 446, aktenummer 289)
Wilhelminasingel gezien in de richting van Johannes Vijghstraat; rechts is nog Wilhelminasingel 14 te zien, 1895-1900 (Uitg. N.J. Boon Amsterdam via F1906 RAN)
Bouwvergunning en aanbesteding
Dan volgt de aanbesteding “het bouwen eener villa aan den Wilhelminasingel alhier, voor rekening van den WelEd. Heer Mähler, architect de heer D. Semmelink.” De laagste inschrijving is Grandjean voor f 15.388. (PGNC 28/1/1897).
Dan wijzigen de plannen:
Op 17-2-1897 koopt Mähler een “perceel bouwterrein gelegen aan de Sloet- en Nijhoffstraat te Nijmegen en kadastraal aldaar bekend in Sectie B. nummer 2496 als bouwterrein groot drie en tachtig centiaren van de gemeente Nijmegen. De gemeente had de koop op 13-12-1896 goedgekeurd, de Gedeputeerde Staten van Gelderland keuren de verkoop daarop op 6-1-1897 goed. De verkoopsom is 581 gulden. (Inventarisnummer 168, Archiefnummer 446, Aktenummer 42)
Daarna worden de bouwplannen gewijzigd en besteedt Semmelink de bouw van de villa opnieuw aan. Dan is “W. Tunnissen” met f13.300 de laagste inschrijving. (PGNC 18/3/1897)
Werner Louis Frederik Mähler, Wilhelminasingel 14 (Bevolkingsregister 1900)
Het Bevolkingsregister van 1890 is nog niet gevonden.
In het Adresboek 1898 komt W.L.F. Mähler nog voor op St. Annastraat 19b.
In de Adresboeken 1899 t/m 1932 komt W.L.F. Mähler voor op Wilhelminasingel 14.
Werner Louis Frederik Mähler is geboren op 4-2-1848 te Zutphen. Wanneer hij op 27-6-1895 in Nijmegen komt wonen, is hij afkomstig van Zutphen en “zonder beroep”. Hij is getrouwd met Petronella Adelaida Hubertina Esser (7-11-1850 Venray). (Wanneer zij op 8-6-1880 in Zutphen trouwen, is het beroep van Mähler “koopman”).
Bij zijn naam is groot A 18 248 geschreven; het is nog onduidelijk of hij daar (tijdelijk) naar toe is vertrokken of dat het de aanduiding van Wilhelminasingel no 14 is (dat al wel als adres staat). (Bevolkingsregister 1900) Petronella overlijdt op 7-7-1913. (Bevolkingsregister 1910).
In het Bevolkingsregister van 1910 blijken ze (in ieder geval) 1 zoon te hebben: Hubert Frederik Joseph (10-4-1881 Zutphen). Hij komt op 21-3-1902 vanuit Londen, om op 27-12-1905 weer tijdelijk te vertrekken naar Leiden. Hij komt op 14-8-1906 vanuit Den Haag. Bij de opmerkingen staat “Ambtshalve doorgeh. Vermoedelijk Haarlem”. Oftewel: hij zal op een later tijdsstip weer zijn verhuisd. “Vermoedelijk Haarlem” is er op een later tijdstip bijgezet.
Bij het RAN zijn een aantal notarisstukken gevonden, waarbij Mähler voor die tijd aanzienlijke bedragen leent. Zonder naar volledigheid te streven:
Een hypotheek aan Johannes Mathias Roghmans van 2.000 gulden op 2-5-1905 (Inventarisnummer 114, Archiefnummer 451, Aktenummer 84)
Aan Lodewijk Peturs Aloiusius Dahlhaus, wonende te Haarlem, op 1-7-1910 het bedrag van 10.150 gulden (inventarisnummer 348, archiefnummer 446, aktenummer 235)
Uit PGNC 16/7/1932 blijkt dat het huis te koop is: “goed onderhouden heerenhuis, gelegen aan de Wilhelminasingel 14, hoek Sloetstraat en Nijhoffstraat te Nijmegen, groot 6 A. 14 cA. is ingezet op f14.200,- (strijkgeld f100).”
Op 27-7-1932 zal de veiling van de inboedel plaats vinden PGNC 23/7/1932, met een lijst. Daarbij blijkt het om een “sterfhuize” van W. Mähler te gaan.
Boelaars
De koper blijkt Boelaars – waarschijnlijk de weduwe van Henri Boelaars, die de firma voortzet- te zijn, daarbij:
in PGNC 1/10/1932 staat het bericht dat de firma Henri Boelaars, Kloosterstoffen, is aangesloten op de telefoon.
Weduwe H. Boelaars-Rottier, “zonder beroep” en haar gezin vestigt zich tussen 7 en 10 oktober in Nijmegen, zij is dan afkomstig van Tilburg (PGNC 15/10/1932)
Henri Boelaars had in Tilbug een winkel in kloosterstoffen gehad: “Westelijk naast het notarishuis, gedeeltelijk zichtbaar, lag een breed, ouderwets herenhuis met beneden vier ramen en op de eerste verdieping vijf ramen naast elkaar langs de straatkant. Hierin woonde Henri Boelaars, die speciaal in kloosterstoffen grossierde. In een zwierig geschilderde banderolle op de zijgevel stond te lezen: “Magazijn van Manufacturen Henri Boelaars”.” (Facebook, met foto van de Zomerstraat in Tilburg)
Ontwerp bijbouw Wilhelminasingel 14 (D12.398980)
In juli 1932 (datum tekening) wordt een bijbouw aangebracht aan de Wilhelminasingel 14. De aannemer is M. Thunnissen (D12.398980).
In Adresboek 1934 komen fa. Henri Boelaars, kloosterstoffen en Weduwe H.J.M. Boelaars, geboren A.P.J.M. Rothier voor.
De firma komt tevens voor in de Adresboeken 1936, 1938, 1940. Een rekening uit 1945 is te zien als inventarisnummer 1495 RAN: “Kloosterstoffen voor elke orde het speciale artikel”.
De weduwe komt tevens voor in de Adresboeken 1936, 1938, 1940. Zij is in 1948 verhuisd naar Ubbergseveldweg 77.
A.C.M. Boelaars komt voor in 1936
In 1948 is “A. Boelaars” secretaris-penningmeester van de R.K. Vereniging voor Kinderbescherming. Tevens in 1951
A.C.F.M. Boelaars, koopman textiel komt voor in 1948 en 1951, 1955
In 1948 komt ook mej. T.M. Brom en mej. A.J. Driessen voor op nummer 14. Driessen komt ook voor in 1951.
In 1963, 1966, 1971 komt L.H.M. Hermans, koopman, voor.
Wel komt “Firma Henri Boelaars van 1874 Nijmegen…”Voor elke orde het speciale artikel” in kloosterstoffen – maatkleding – missiestoffen – sluierstoffen en wollen dekens” voor op Wilhelminasingel 14.
In 1966 staat “Boelaars” onder “Textielhandel” en in 1968 “Firma H. Boelaars” onder “Stoffenhandel”
In 1988 en 1989 zijn er verbouwingen.
Aandachtspand
Het gebouw is sinds maart 2015 een “aandachtspand” van de gemeente Nijmegen
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
Hoek Kronenburgersingel en Stieltjesstraat met tram. De Gemeentetram Nijmegen (GTN) werd opgericht op 4 juni 1911. 1912 (Uitg. J.H. Schaefer Amsterdam via F56407 RAN)
Inleiding
Aan het eind van de negentiende eeuw vond in Nijmegen voor het eerst in eeuwen een grootschalige stadsuitleg plaats. Deze werd mogelijk na de opheffing van de vestingstatus in 1874. Nijmegen kon hierdoor eindelijk de vestingwerken ontmantelen en de stad uitbreiden. Voor deze stadsuitbreiding werd in 1878 een stedenbouwkundig plan opgesteld dat voorzag in een aantal rondom de oude stad lopende zeer brede en ruim van groen voorziene singels, met zowel aan de zuid- als aan de oostzijde een groot, rond plein (het Keizer Karel- en het Keizer Lodewijkplein (tegenwoordig Trajanusplein) en een park aan de westzijde (het Kronenburgerpark). Aan deze singels werden in relatief korte tijd diverse villa’s en vooral ook een groot aantal herenhuizen gebouwd.
De gemeente Nijmegen stelde zich met dit plan ten doel Nijmegen tot een aantrekkelijke woonstad voor welgestelden te maken. Zij speelde ook een grote rol bij de uitvoering van dit plan door in 1878 de vrijkomende voormalige vestinggronden van het rijk te kopen en deze vervolgens als bouwpercelen te veilen. Deze stadsuitleg werd een groot succes en kreeg in 2023 erkenning met de aanwijzing door het Rijk als beschermd stadsgezicht.
De meest gebruikte stijlvorm is de neorenaissance met het voor Nijmegen karakteristieke gebruik van baksteen met gepleisterde speklagen. De gevels tonen een grote afwisseling in afwerking met lijsten, banden, beeldhouwwerk en decoratieve elementen als torentjes en erkers. Panden op straathoeken hebben vaak een extra accent in de vorm van een hoektoren. Daarmee volgde de architectuur het modebeeld en werd een zekere eenheid in verscheidenheid bereikt.
Er is al veel over deze stadsuitleg gepubliceerd. Hierbij is vooral aandacht gegeven aan stedebouwkundige planvorming onder leiding van de Commissie van Uitleg en Stadsuitbreiding in samenwerking met de architect B. Brouwer. Ook waren er particuliere bouwers actief. Dit was een heterogene groep die niet alleen voor eigen bewoning bouwde. Zij lieten soms hele huizenblokken van aaneengeschakelde herenhuizen als beleggingsobject bouwen voor de verhuur aan de welgestelde middenklasse of als pension voor renteniers en gepensioneerden. Een voorbeeld hiervan is te vinden aan de Kronenburgersingel waar de broers Meulenberg in de periode 1895 -1905 in één woningblok een groot aantal herenhuizen lieten bouwen.
Edmond Meulenberg (1-1-1832 Heerlen) vestigt zich in de jaren 1850 in Wijk C. Steenstraat No 116. Van beroep is hij kramer. Hij is op 13-8-1856 getrouwd met Maria Dierker (4-7-1833, Epe) (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=488143592&query=Meulenberg&highlight=TWV1bGVuYmVyZw==). Hun zoon Jacobus Hubertus wordt geboren op 24-9-1855 en Johannes Edmond op 23-3-1860, beide in Nijmegen.
In de loop van de jaren 50 verhuist het gezin naar Wijk D. 53.
Advertentie kraam Meulenberg (De Gelderlander 6/10/1861)
Edmond Meulenberg (1832-1895) vestigde zich in oktober 1860 in de Stikke Hezelstraat in Nijmegen als handelaar in paraplu’s en parasols. Hij importeerde deze vooral uit Parijs, maar vervaardigde ook zelf paraplu’s in zijn winkel.
Advertentie met leveringen uit Parijs en grosseren aan winkels (PGNC 23/3/1870)
Advertentie Meulenberg met leveringen uit Berlijn (De Gelderlander 27-4-1871)
Blijkens de advertentie in PGNC 23/3/1870 is hij “dit jaar begonnen met het grosseren aan winkels”.
Advertentie: beloning voor het melden van verkoop onder de valse naam Meulenberg (PGNC 23/7/1871)
In 1875 besloot hij een eigen paraplufabriek te beginnen in een daarvoor geschikt pand met kantoor en werkplaats aan de Van Berchenstraat 9 (PGNC 6/9/1900, De Gelderlander 6/9/1900).
Het bedrijf groeide gestaag en in 1892 besloot Edmond zijn beide zonen, Jacobus Hubertus (1855-1908) en Johannes Edmond (1860-1919) bij het bedrijf te betrekken. Beide broers vormden vanaf 4 juli 1892 samen met hun vader Edmond (1832-1895) de firmanten van de Vennootschap Onder Firma “Edmundus Meulenberg en Zonen. (PGNC 22/7/1892, Ook vlg. akte 4-7-1892)
Johannes E. Meulenberg (23/3/1860), Parapluiefabrikant op Kronenburgersingel 6, Bevolkingsregister 1890 Edmond Meulenberg (Het Bevolkingsregister noemt Heerlen 1-1-1833 – Nijmegen 13-11-1895); Edmond Meulenberg staat hierin als ‘Zoon’ aangeduid en niet als ‘Hoofd’. Als zijn geboortedatum
staat aangegeven 1 januari 1833, terwijl volgens het Bevolkingsregister uit 1850 zijn geboortedatum
1 januari 1832 is; Stikke Hezelstraat D nr 30 (Bevolkingsregister 1890)
Vader Edmond en zijn beide zonen kochten in 1895 gezamenlijk de bouwpercelen voor de Kronenburgersingel 223 – 225 van de gemeente Nijmegen.
Na het overlijden van vader Edmond in datzelfde jaar hebben de beide broers het bedrijf samen voortgezet. (PGNC 28/2/1897) En ook samen een vervolg gegeven aan de koop van bouwpercelen aan de Kronenburgersingel en later ook aan de Stieltjesstraat.
In De Gelderlander van 6 september 1900 werd “De bekende firma E. Meulenberg en Zonen alhier, eigenares van de uitgebreide paraplufabriek,”…”gelukgewenst met het 25-jarig bestaan van de fabriek “ die langzamerhand in bloei is vooruitgegaan, zodat er thans 50 meisjes en 30 mannen geregeld werk vinden. Als drijfkracht wordt een gasmotor gebruikt, die veertien naaimachines en zeven draaibanken in beweging brengt, zodat er dagelijks 70 dozijn paraplu’s kunnen afgeleverd worden.”
Ook vestigde de krant er de aandacht op dat in de loop der jaren vier filialen waren gesticht, te weten in Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Den Bosch, waarbij de dochters en schoonzonen van Edmond Meulenberg een belangrijke rol speelden. Een uitgebreid overzicht van de familiewinkels met de bijbehorende familierelaties en stadswapens is te lezen op Noviomagus gevelm15.
Advertentie met filialen (PGNC 12/3/1896)
Zijn Nijmeegse winkel aan de Hezelstraat no. 2 had Edmond aan zijn jongste dochter Antonia Francisca nagelaten. Zij liet dit winkelpand samen met haar echtgenoot H. Kraaijvanger geheel renoveren. Het gerenoveerde pand werd begin 1900 heropend en was daarmede het vijfde filiaal van het bedrijf geworden. De Gelderlander constateerde dat het “een der fraaiste en grootste magazijnen mag heeten uit onze stad”. (De Gelderlander 6/9/1900)
De gevel van Hezelstraat no. 2 is uitgevoerd in jugendstil met daarop aangebracht de stadswapens van de vijf steden waar de familie winkels had. Dit winkelpand met op de gevel nog steeds de stadswapens is inmiddels aangewezen als gemeentelijk monument.
Op 8 september 1900 werd het 25-jarig jubileum feestelijk gevierd met een uitstapje van het hele personeel naar Amsterdam. Het verslag van de viering is te lezen in PGNC 8/9/1900 en dat van het uitje in De Gelderlander 11/9/1900.
De beide broers zorgden daarna voor verder groei en naamsbekendheid. Het bedrijf profiteerde hierbij van de versnelde economische groei die Nederland rond 1900 beleefde (https://www.cpb.nl/de-nederlandse-economie-in-historisch-perspectief-economie). De welvaart nam toe en dat kwam de verkoop van paraplu’s, parasols en wandelstokken, die in die tijd nog modieuze luxeprodukten waren, zeer ten goede. De afzet kon vergroot worden met behulp van de Nederlandse winkelfilialen en de vele inspanningen van de Export afdeling, met name naar Nederlands-Indië en de Arabische landen. (https://www.noviomagus.nl/gevbedr36.htm)
In 1901 verleende H.M. de Koningin toestemming aan het bedrijf om het predicaat “Koninklijke”in de naam te voeren. (Dagblad van Zuid-Holland en ’s Gravenhage 14-09-1901). Beide broers namen actief deel aan het maatschappelijk leven van de stad Nijmegen. Met name Jacobus Hubertus speelde een rol in diverse verenigingen en commissies en werd in 1901 gekozen tot lid van de gemeenteraad. Hij kwam op 3 december 1908 op 53-jarige leeftijd te overlijden. (De Gelderlander 4/12/1908). Bij die gelegenheid schreef De Tijd: “De overledene was een zeer populair persoon in deze gemeente”. (De Tijd 3-12-1908). Zijn broer Johannes Edmond zette de firma alleen voort.
De zaken gingen zo voorspoedig dat een tiental jaren later werd besloten tot de bouw van een nieuwe modern ingerichte paraplufabriek met elektrisch aangedreven machines. Deze fabriek zou gaan werk bieden aan 200 werklieden. Aan de oude fabriek waren ongeveer 100 werklieden verbonden. De plannen zouden worden vervaardigd door de architect Kraayvanger uit Rotterdam (PGNC 6-11-1912).
De nieuwe fabriek werd gevestigd aan de De Ruyterstraat 53-55 en kwam in 1914 gereed. Ook de opening van de nieuwe fabriek werd gevierd met een uitstapje voor het gehele personeel, dit keer naar Kleef. (PGNC 13- 05-1914).
Johannes Edmond had in 1912 versterking gekregen in de persoon van zijn twee zonen Jan jr. en Joseph/Jozef. Hijzelf trok zich in 1918 uit de firma terug waarbij in zijn plaats zijn derde zoon Huub tot de firma toetrad. Johannes Edmond overleed op 7 juni 1919 op 58-jarige leeftijd. (PGNC 10/6/1919).
De 14 huizen hoek Kronenburgersingel Stieltjesstraat
De bronnen van verwerving
Hierna wordt uiteengezet uit welke bronnen is geput om de gegevens over de verwerving van de bouwgrond en panden door de broers Meulenberg te verzamelen. Van groot belang zijn de vele notariële akten geweest die gevonden zijn in het Regionaal Archief Nijmegen. Tezamen met enige oude kadasterkaarten bleken deze een goed overzicht te geven van de onroerend goed activiteiten van de broers Meulenberg. Daarbij is gebruikt gemaakt van Noviomagus.nl en andere pagina’s van Wonen in Nijmegen om tot een zo volledig mogelijk beeld te komen.
Kadasterkaarten.
Met oude kadasterkaarten uit de periode 1928-1944 is het mogelijk gebleken de oude kadastrale nummers om te zetten in huisnummers. Op de navolgende kadasterkaarten zijn de in die tijd gebruikte kadastrale nummers in rood weergegeven en de huisnummers diagonaal langs de rooilijn in grijs. NB. De huisnummers van de Kronenburgersingel zijn weergegeven in hun oorspronkelijke 2-cijferige vorm. Deze zijn in 1975 hernummerd, van bijv. 23 naar 223 en 25 naar 225. Hierna zijn zoveel mogelijk de actuele 3-cijferige vormen van nummering gebruikt.
In onderstaand schema is een overzicht gegeven van deze huizen. Deze staan per koopakte op afzonderlijke artikelen beschreven, klik hiervoor in het schema de link van het eerste huisnummer van de betreffende koopakte aan:
Straat
Huisnummer (oud; of + 200 nieuw)
Koopakte van het perceel van de Gemeente
Kadaster nummer van perceel, evt. als gewijzigd op kaart
Bij notariële akte van verdeling van 21 september 1911 zijn de goederen die behoorden tot de onverdeelde gemeenschap van goederen van Jacobus Hubertus Meulenberg en zijn echtgenote Hendrina Meulenberg – Werner als volgt verdeeld tussen mevrouw de weduwe Hendrina Meulenberg – Werner en hun enige dochter Maria Hendrina Meulenberg: Aan mevrouw Hendrina Meulenberg – Werner werden bij deze akte als rechthebbende op de helft van de goederen van de gemeenschap onder meer toegedeeld: 3 huizen en erven aan de Kronenburgersingel:
Sectie B nr.2829 2a 67ca, (volgens kad. kaart huisnr 219)
Sectie B nr.2388 2a 71ca, (volgens kad. kaart huisnr 217)
Sectie B nr.2389 2a 55ca, (volgens kad. kaart huisnr 215) en 1 huis en erf aan de Stieltjesstraat:
Sectie B nr.2831 1a 98ca, (volgens kad. kaart huisnr 26-28) en nr 3405 20ca. (volgens kad. kaart gang achter huisnr 22-24)
Aan mejuffrouw Maria Hendrina Meulenberg werden bij deze akte als enige erfgename van Jacobus Hubertus Meulenberg en daarmee rechthebbende op de andere helft van de goederen van de gemeenschap onder meer toegedeeld: 3 huizen en erven aan de Kronenburgersingel:
Sectie B nr.2826 2a 77ca, (volgens kad. kaart huisnr 225)
Sectie B nr.2827 3a 5ca, (volgens kad. kaart huisnr 223)
Sectie B nr.2828 2a 47ca, (volgens kad. kaart huisnr 221) 1 huis en erf aan de Stieltjesstraat:
NB. Kronenburgersingel 227, 229 en 231 en Stieltjesstraat 30 worden hier niet genoemd omdat zij toebehoorden aan J.E. Meulenberg.
Notariële akte van scheiding inzake de erfenis van J.H. Meulenberg d.d. 25 november 1909
Erfenis van Maria Hendrina Meulenberg
Maria Hendrina Meulenberg (1879-1966) was de enige dochter van J.H. Meulenberg. Haar nalatenschap is omschreven in navolgende notariële beschrijving uit 1967:
Genoemd worden o.a. Kronenburgersingel nrs 215, 217 en 219, en Stieltjesstraat 22-24. Al deze panden waren aan Maria Hendrina toegevallen uit de nalatenschap van haar in 1908 overleden vader. Zij zijn in het kader van de afwikkeling van haar erfenis in 1967 openbaar verkocht. Omdat zij zelf geen kinderen had is de opbrengst van haar erfenis verdeeld over de erfgerechtigde familieleden van haar vader en haar moeder: bij elkaar ca 110 personen.
Woonhuizen van de broers Meulenberg
Van Jacobus Hubertus (J.H.) Meulenberg is bekend dat hij van 1-6-1898 tot ca 1903 op Kronenburgersingel 217 heeft gewoond en daarna naar Stationsweg 1 is verhuisd. Het huis aan de Stationsweg was blijkens de notariële akte van scheiding en verdeling na overlijden van Jacobus Hubertus van 25 november 1909 (zie hierboven) door hem in eigendom verworven bij onderhandse akte van 4 februari 1903. Na zijn overlijden in 1908 is Stationsweg 1 blijkens genoemde akte van scheiding en verdeling toegedeeld aan zijn weduwe, Hendrina Meulenberg-Werner, die daar is blijven wonen totdat zij op 7 juli 1911 naar Den Haag is verhuisd.
Johannes Edmond (J.E.) Meulenberg is op 1-6-1898 verhuisd naar Kronenburgersingel 6. Zijn vorige adres was Van Berchenstraat 11, boven de oude paraplufabriek op Van Berchenstraat 9. Blijkens de notariële akte van scheiding en verdeling van de huwelijkse gemeenschap van J.E. Meulenberg en Maria C.M.A. Schoth van 16 juli 1918 werd de ondergrond van Kronenburgersingel door J.E. Meulenberg verworven als perceel Sectie B 2095, 5a 61ca, bij notariële akte van 7 februari 1895, terwijl het gebouwde door hem daarop werd gesticht. Het pand Kronenburgersingel 6 werd bij deze akte van scheiding aan hem toegewezen. Uit zijn overlijdensadvertentie d.d. 7 juni 1919 blijkt dat hij daar tot dan toe is blijven wonen.