Something fishy going on, Pipsqueak was here, Zes Huizenhof (april 2024)
Het Muurschilderij Something fishy going on van Pipsqueak was here ligt wat verscholen in de Zes Huizenhof, geen plek de Bloemerstraat en Regulierstraat. De muurschildering is aangebracht tijdens de Big Draw van 2019; zo noemt Pipqueak was here het schilderij tevens zelf op hun site.
Zie voor meer over Pipsqueak was here ook het artikel over Meisje met de beer.
Het meisje met de vis is ook gebruikt in Bar BAUT in Amsterdam
Gebouw Vereniging Eigen Hulp, hoek Marienburg- Tweede Walstraat, architect Verburgh (april 2024)
In 1908 liet de Vereeniging Eigen Hulp een pand bouwen aan de Staringstraat, tegenwoordig Mariënburg en op de hoeken van de Van Broeckhuysenstraat en Tweede Walstraat. De architect was Coenraad Verburgh. Het bestond uit winkels, 3 bovenwoningen, kantoor en bestuurskamer en in de kelder een drank- en bierbottelarij met flessen- en pottenspoeler.Wat was deze Vereeniging Eigen Hulp?
De hoge kosten van levensonderhoud: oprichting Eigen Hulp in Den Haag
Het voornemen om de vereniging “Eigen Hulp” op te richten, lijkt rond 1877 te zijn genomen in Den Haag. Dan bespreekt het Dagblad van Zuid-Holland en ‘s Gravenhage de circulaire van “Eigen Hulp”, waarbij het PGNC 23/5/1877 vervolgens dit artikel bespreekt.
Vaste beloning en de kosten van levensonderhoud
Verlicht magazijn van de Winkelvereniging “Eigen Hulp” bij avond (Installatie Alewijnse & Co.). Reproductie uit: Gebruikt Electriciteit! Reclame uitgave der Gemeente-Electriciteitswerken te Nijmegen, eerste serie no. 3 ‘Onze Winkels’, Nijmegen, 1910 (P.H. Kouw via F47591 RAN)
“Wij leven in een tijd, die aan zeer velen zorg en kommer baart, in de eerste plaats aan hen, die door arbeid met de pen of anderen persoonlijken arbeid een vaste belooning genieten, – bedienden van handelshuizen, bankiers en fabrikanten, de geëmploijeerden van spoorwegmaatschappijen en reederijen, de militairen, godsdienstleeraren, onderwijzers, letterkundigen en ambtenaren in dienst van Staat, provincie, gemeente of waterschap, actieven zoowel als gepensionneerden”. Oftewel: ambtenaren en beambten, de niet-arbeiders.
De aanleiding was de kosten van alle levensbehoeften, waarbij loonsverhogingen voor degenen die een vaste beloning krijgen geen gelijke tred hield met de gestegen kosten. Bovendien een verhoging van beloningen niet te verwachten. “Het eenige middel daartegen is, zich zooveel mogelijk zelf hulp te verschaffen en dat kan alleen geschieden door de handen inéén te slaan”. Dit naar het voorbeeld van Oostenrijk, waar inmiddels 47.000 ambtenaren en beambten waren verenigd.
“Eigen Hulp”: Vereniging met districten en 1 hoofdbestuur
Voor Nederland zouden verschillende districten moeten worden opgericht met 1 hoofdbestuur. Aangezien het districtsbestuur het beste op de hoogte is van lokale behoeftes en belangen, zit “Eigen Hulp” een belangrijke rol voor deze districtsbesturen, met een beperkte rol voor het hoofdbestuur.
De districtsbesturen moeten het initiatief nemen tot coöperatieve:
Coöperatieve spaar- een voorschotkassen en winkelverenigingen
Zieken- en begrafenisbussen
Oostenrijk als voorbeeld
Het artikel noemt Oostenrijk als voorbeeld. Het zal dan (vooral) gaan om de “Erster Wiener Consum-Verein” die zich vooral richtte op de hogerbetaalde ambtenaren en de hogere middenklasse. Dit in tegenstelling tot de verenigingen die zich richtten op de arbeiders, waarvan Erster Niederösterreichischer Arbeiter-Konsumverein de belangrijkste was. Beide waren opgericht in de jaren 60. En zeker in tegenstelling tot het sterk gepolitiseerde, socialistische Konsumverein Vorwärts
De “Erster Wiener Consum-Verein” was niet-politiek, had de zogenaamde “Rochdale-Neutralität” hadden. Want op haar beurt was zij geïnspireerd op de Engelse voorbeelden, waarbij Rochdale, opgericht in 1844, de belangrijkste was.
District Nijmegen
Gewijzigde geveltekening Aanzicht Eigen Hulp gevel Staringstraat (tegenwoordig Mariënburg) (D12.379775)
De eerst gevonden melding in Nijmegen is het PGNC 22/6/1877, waarbij op zaterdag 23 juni een bijeenkomst wordt georganiseerd in de van ’t Nut van het Algemeen voor leden en degenen die alsnog wensen toe te treden. (PGNC 22/6/1877)
Op deze vergadering wordt besloten tot de oprichting van een districtsvereniging “Nijmegen en Omstreken”. Op deze avond waren er “een honderdtal leden en belangstellenden, terwijl door het op dien avond nog later toetreden van nieuwe leden het getal tot ongeveer 200 gestegen is.” Het nieuwe voorlopige bestuur zal daarbij contact opnemen met Den Haag. (PGNC 27/6/1877)
In het PGNC 10/6/1877 blijkt dat de Vereniging over statuten beschikt.
In het artikel van PGNC 13/1/1878 blijkt dat District Nijmegen inmiddels (“reeds vroeger”) contracten heeft gesloten voor het goedkoper leveren van steenkool en brandstoffen. “Thans” is er een reglement vastgesteld, dat door het Hoofdbestuur in Den Haag is bekrachtigd. Het district heeft volgens dat reglement de zorg voor:
Het oprichten van spaar- en voorschotbanken
Bevordering van onderwijs door oprichting van scholen ondersteuning van bestaande inrichtingen of vereeniging van belanghebbenden tot dat doel;
Bevordering van winkelvereeniging en contracten tot aankoop
Vereenigingen en contracten tot het verkrijgen van geneeskundige hulp en zieken- en begrafenisgelden;
Geschikte woningen zoo de middelen en omstandigheden dit wenschelijk en mogelijk maken.
Daarbij zal het district worden opgeheven als ze minder dan 25 leden zal tellen. (PGNC 13/1/1878)
Bij het artikel over de opening staat echter “De Coöperatieve Winkelvereeniging dateert van 1881, zijnde bij acte opgenomen in het Staatsblad van 16 Aug. 1881 hare statuten vastgesteld.”
Hetzelfde artikel noemt haar voorgeschiedenis: “Zeer kleintjes begonnen in een lokaal van een huis aan de Nieuwe Markt, werd er dra verhuisd naar een huisje op den Ganzenheuvel, dat spoedig ook bleek te klein te wezen, waarom weer verhuisd werd, toen naar een grooter pand, er zoowat tegenover.
In 1893 was het ledental zoo gestegen, dat men het pand aan de Platenmakerstraat kocht.
En sedert steeg het weer zoo- tot ’n kleine 500- dat men wel verplicht was het gebouw, dat nu daargesteld is, te bouwen.” Het genoemde pand aan de Platenmakerstraat was nummer 7 (wanneer de Gebr. Frank in 1911 hier hun meubelmagazijn hebben).
Het gebouw aan de Mariënburg
Op 17-9-1908 besteedt architect K. Verburgh “het bouwen van een complex Winkelhuizen enz. op een terrein, gelegen hoek Van Broekhuijzen-, Staring- en Walstraat” aan namens der Coöperatieve Winkelvereeniging van het District Nijmegen van “Eigen Hulp”. (De Gelderlander 6/9/1908).
De laagste inschrijver was M.C. Konings met f48.970. In het artikel over de opening blijkt dat niet hij, maar W.J. Knoops de bouwer is geweest. Opvallend, aangezien Knoops met f52.790 de 6 na laagste inschrijver was (De Gelderlander 19/9/1908).
Aankondiging opening Eigen Hulp (PGNC 29/9/1909)
In het Ingezonden artikel in het PGNC:
“Het nieuwe gebouw van de Coöperatieve Winkelvereeniging “Eigen Hulp” te Nijmegen.
Aan de uitnoodiging van het Bestuur tot de leden van de Coöperatieve Winkelvereeniging van “Eigen Hulp” alhier gericht, om op 30 deze hun nieuwe winkelgebouw in oogenschouw te nemen, is ruimschoots gevolg gegeven.
Geen, die daartoe opging, die niet hoogst tevreden was, die zich niet dankbaar gestemd voelde jegens het Bestuur, wegens zijne groote toewijding, waardoor het mogelijk is geweest zoo’n degelijk, tevens smaakvol en in alle opzichten aan de behoeften beantwoordend gebouw daar te stellen.
Door zijn ligging aan Staringstraat- met zijn front daar naartoe gekeerd- Van Broekchuijsen- en 2de Walstraat, trekt z’n monumentaal uiterlijk dadelijk de aandacht, komt ’t door die ligging zoo geheel tot zijn recht.
Ontworpen door den architect C. Verburgh, werd de bouw aangenomen door den heer W.J. Knoops en beiden hebben zij dus alle eer van hun werk.
Een gedetailleerde beschrijving van het gebouw te geven, zou te wijdloopig zijn, daarom wordt maar met het volgende volstaan.
Plan Begane Grond (D12.379777)
Op den beganen grond bevinden zich de bureaux en zes van elkander afgescheiden vertrekken voor de verschillende winkelneringen (huishoudelijke artikelen, garen en band, sigaren, kruidenierswaren, boter en kaas, sterke-dranken). De 1ste en 2de verdieping bevatten twee uitmuntende bovenhuizen, die dadelijk goed verhuurd werden, één bovenhuis voor het hoofd van het winkelpersoneel en magazijnen. De kelders loopen door onder al de vertrekken, zijn kurkdroog, en bieden de gelegenheid tot het aftappen van dranken. Voor het personeel bestaat een schaft- en een waschlokaal.
Verlichte toonbanken in de Winkelvereniging “Eigen Hulp” bij avond, met behulp van zijwaarts aangebrachte wandarmen (Installatie Alewijnse & Co.). Reproductie uit: Gebruikt Electriciteit! Reclame uitgave der Gemeente-Electriciteitswerken te Nijmegen, eerste serie no. 3 ‘Onze Winkels’, Nijmegen, 1910 (P.H. Kouw via F47590 RAN)
De Coöperatieve Winkelvereeniging dateert van 1881, zijnde bij acte opgenomen in het Staatsblad van 16 Aug. 1881 hare statuten vastgesteld.
Zeer kleintjes begonnen in een lokaal van een huis aan de Nieuwe Markt, werd er dra verhuisd naar een huisje op den Ganzenheuvel, dat spoedig ook bleek te klein te wezen, waarom weer verhuisd werd, toen naar een grooter pand, er zoowat tegenover.
In 1893 was het ledental zoo gestegen, dat men het pand aan de Platenmakerstraat kocht.
En sedert steeg het weer zoo- tot ’n kleine 500- dat men wel verplicht was het gebouw, dat nu daargesteld is, te bouwen.
Dat dit alles niet gegaan is zonder “Sturm und Drang” daarvan weten te getuigen de Bestuursleden ’s Graeuwen en Stollé en het naar elders verhuisd oud-Bestuurslid A.J. Cochius.
Dank zij hun energie, natuurlijk ook gesteund door de trouwgebleven leden- de ratten waren toch al druk bezig om het zinkende schip te verlaten- ging de winkel “niet verloren”.
Konden hunne namen in gulden letters, voor een ieder zichtbaar, in den winkel aan de vergetelheid onttrokken worden!
Coenraad (Koenraad) Verburgh was aannemer en architect. Een uitgebreide omschrijving geeft Rob Essers op Noviomagus.
Verburgh heeft naast het pand op de Mariënburg ook een pand in de Gorisstraat (38-42) voor Eigen Hulp ontworpen. Dit zal, afgaande op de advertentie PGNC 9/11/1912 voor de Afdeeling Brandstoffen zijn geweest, dan met huisnummers 40-42.
Vervolg
De Univé op de hoek Mariënburg en de 2e Walstraat 2013 (Henk van Gaal via Df3568 RAN CC0)
Er is nog niet onderzocht wat het vervolg van Eigen Hulp is geweest, nog wat precies het vervolg is geweest.
In 1964 en 1966 liet Fa. H. Hoogenboom en Zn. de winkel en de pui op nummers 72-73 verbouwen. Het ontwerp was van F.B. Tromp. In 1985 werden Mariënburg 74 en Van Broeckhuijsenstraat 18 verbouwd naar ontwerp van architectenburo Veugelers BV.
Jarenlang zat op de hoek de Van Broeckhuijsenstraat en Mariënburg de Kunstuitleen, waarbij een foto rond 1990 is te zien op F90743. Op de hoek van Mariënburg en Tweede Walstraat zat jarenlang de Lundia. Ook de Univé heeft er gezeten, in ieder geval in 2013 (zie bovenstaande foto).
Gemeentelijke Monument
Het pand is een gemeentelijk monument. In haar besluit tot aanwijzing staat een uitvoerige omschrijving.
Als waardering:
“Architectuurhistorische waarde
Mariënburg 71-74 / Van Broeckhuijsenstraat 16-18-20-22-24 / Tweede Walstraat 1-3 is een bijzonder complex van winkels en woningen dat in zijn uiterlijke verschijningsvorm redelijk gaaf bewaard is gebleven sinds de vroege 20ste eeuw. Het pand is in de gevels met zorg ontworpen, met zowel duidelijk traditionele 19de-eeuwse elementen, als vooruitstrevende invloeden van het rationalisme. Het is hiermee een vertegenwoordiger van de zogenaamde ‘overgangsarchitectuur’.
Het is in zijn detaillering en ornamentatie (o.a. het gebruik van Bricorna-stenen) een typisch voorbeeld van vroeg 20ste-eeuwse architectuur met invloeden van het 19de-eeuwse eclecticisme, jugendstil en rationalisme. Omdat het om een heel complex gaat, dat oorspronkelijk voor verschillende functies binnen het “Eigen Hulp” programma is ontworpen heeft het gebouw typologische betekenis. Binnen de Nijmeegse binnenstad is het een uniek voorbeeld van een dergelijk complex.
Het interieur bevat nog enige waardevolle details, die ook typisch zijn voor de periode waarin het gebouw is ontworpen.
Over K. Verburg, de architect van het gebouw, is niets bekend.
Stedenbouwkundige waarde
De zuid-westelijke rooilijn van het Mariënburg, dat hier de vorm van een plein aanneemt, wordt bepaald door het complex, dat daarmee dus dit plein domineert. Met zijn waardevolle historische architectuur en markante omvang vormt het pand een sterk beeldbepalend element, dat van stedenbouwkundig belang is voor zowel het Mariënburg, de Tweede Walstraat, als voor de aaneengesloten historische gevelwand van de Van Broeckhuijsenstraat. Op beide hoeken springt vooral de hoekoplossing sterk in het oog.”
Labyrint Waalkade, Klaus van de Locht en Jaap van Hunen, 1982 (april 2024)
Het Labyrinth van Klaus van de Locht en Jaap van Hunen is een van de kunstwerken die gemaakt zijn vanwege de bouw van de waterkeringsmuur in 1982. Jaap van Hunen ontwierp de aankleding van het labyrint. Het labyrint ligt op de plaats van de Oude Haven.
In Kunst op Straat: (tevens bron): “‘Het labyrint is een metafoor voor de levensloop, een mogelijkheid de vragen naar een zinvol leven te beantwoorden. Een steun voor de mens die op zoek is naar zichzelf. Maar ook staat het labyrint voor de geordende baan van de sterren en de kosmos, waar de mens deel van uitmaakt’ aldus Klaus van de Locht.”
Labyrint in het Labyrint: de sluitsteen in het midden. De reden van het boeket witte rozen in het midden is onbekend, maar hebben mogelijk te maken met het feit dat van de Locht op 7 maart 2003 is overleden (6 april 2024)
De diameter is 24 meter. In het midden ligt een sluitsteen, een basaltblok welke uit de Waal is opgevist. Hierin heeft de kunstenaar een labyrint in miniatuurvorm weergegeven, met een gat in midden.
Rennen
Het labyrint nodigt niet alleen uit tot contemplatie. Kinderen rennen over het labyrint, steken van de ene cirkel naar de andere over en spelen met het water.
Klaus van de Locht
Klaus van de Locht is in 1942 geboren in het Duitse Millingen. Hij studeert aanvankelijk 3 jaar theologie in München. Dan kiest hij voor een opleiding aan de Werkkunstschule in Wuppertal in 1967, net al zijn broer Peter.
Na zijn studie woont hij 2 jaar in Londen, om in 1975 naar Nijmegen te verhuizen, waar Peter inmiddels al woont. In 1989 wordt bij hem MS geconstateerd, waaraan hij in 2003 op 60-jarige leeftijd zal overlijden.
Thema’s
Het landschap, de mythologie en het naakt zijn belangrijkste thema’s.
De Nijmeegse Stadskrant: “Kunstenaar Sven Hoekstra vertelt dat Van de Locht was geïntrigeerd door labyrinten en spiralen. “Dat waren voor hem oorsprongsvormen, het kleine dat uitgroeit tot iets groots en weer terugkeert naar het kleine, een foetus en een baarmoeder tegelijk. Het hergebruiken van materiaal hoorde bij die gedachtegang. Tekeningen maakte hij vaak op gerecycled materiaal, of het nou kranten waren of inpakpapier. Veel van zijn driedimensionale objecten zijn gemaakt van spullen die hij op straat of ergens anders vond”.
Het labyrint
Bij de opening van de overzichtsexpositie in 2003 houdt Victor Vroomkoning een toespraak: “Waarom onderneemt een man een leven lang pogingen zich met zijn kunst op te richten naar het licht? Ik wist, hij was als jeugdig begenadigd turner van de rekstok gevallen, had na die korte vlucht een jaar lang plat gelegen.” Die oprichting had betrekking tot zijn werk met fallus-symbolen als het labyrint.
Vroomkoning legt op een prachtige manier deze mythe uit, daarom hierbij alleen een rechtstreekse verwijzing naar zijn artikel.
Een aantal werken van Klaus van de Locht:
Stèle, Blekershof, Beek
1982: Labyrinth, Waalkade, Nijmegen. In samenwerking met Jaap van Hunen
1983: Plastiek voor de juiste en niet-juiste verhoudingen. Broekstraat, Nijmegen. In samenwerking met Hans Koetsier en Geertjan van Oostende.
1986: De baanbrekers, hal Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek, Wundtlaan, Nijmegen
Van Welderenstraat 108, augustus 2023 (Google Streetview) met de verbouwde gevel uit 1934 door architect Ebing
De Van Welderenstraat 108 is waarschijnlijk gebouwd in de eerste jaren van 1880. Daarbij kreeg de winkel haar uiterlijk in 1934, wanneer de benedenwoning wordt verbouwd naar wolwinkel de Papaver naar een ontwerp van architect Ebing.
Vooraf
”Bestaande toestand” Van Welderenstraat 108-110, Datum tekening 5-4-1934 (D12.400971)
De architect van het pand is nog niet bekend. Bij de verbouwing in 1934 wordt de benedenverdieping omschreven als “benedenhuis”. De dakkapel van nummer 106 is hetzelfde als die van 108: mogelijk betreft het dezelfde architect en project.
Afgaande op de kaart van het Bevolkingsregister 1880 lijkt de eerste bewoner van het pand Sara Ida Catharina Louisa Meurs (Gendringen, 23/7/1845) te zijn, weduwe van Wierts Van Coehoorn. Zij komt hier op 14-2-1884 met haar kinderen en een dienstbode te wonen. Ze zijn dan afkomstig uit Ubbergen. Op 18-9-1885 vertrekt ze naar Amsterdam. Het adres is op dat moment van Welderenstraat 37a.
Daarna komt Johannes Courtois (8-2-1852 Brummen) er vanaf 3-12-1885 met zijn gezin te wonen. Zijn beroep is ”Particulier’. Ze zijn dan afkomstig van Soerabaia. Op 27-4-1889 vertrekt het gezin naar Ubbergen. Het adres is op dat moment van Welderenstraat 12.
Op 28-5-1889 komt Agatha Maria van Luik (6-4-1828 Naaldwijk) er te wonen. Zij is “zonder” beroep. Haar adres is van Welderenstraat 13, waarbij “het blauwe potlood” van Welderenstraat 108 heeft bijgeschreven. Haar vorige woonplaats is moeilijk te lezen. Zij komt nog voor in het Adresboek 1915.
Dan staat in het Adresboek 1916 de dames A. en E. en C. Schoonen en in dat van 1918 H.P. Daalderop. In het Adresboek van 1932 en 1934 komt C.P.L. Clemens, stucadoor voor en daarnaast Mej. C.E.J. Clemens. In De Gelderlander 29/5/1934 adreveert Chr.J. Clemens, stukadoors- en wittersbedrijf, dat hij verhuisd is naar Vondelstraat 43.
Verbouwing De Papaver
Plan tot verbouwing van een Benedenhuis tot Winkelhuis a/d van Welderenstraat No 108-110 te Nijmegen, Sectie B. 768, Architect Ebing, Datum tekening 6-5-1934 (D12.400972)
Bij de verbouwing blijkt A. Zwetsloot de eigenaar te zijn. Waarschijnlijk betreft het Adrianus Zwetsloot, “zonder beroep”, die op dat moment op Parkweg 44 woont. In oktober 1934 opent Rie (Maria Gerarda) van Breukelen (19/01/1907 – 26/07/2000) haar winkel. Haar portret is te zien op: F9929 (tevens een bron van dit artikel). Zij blijkt in mei 1934 vanuit Soest naar Nijmegen te zijn gekomen (PGNC 27/10/1934).
De Gelderlander schrijft over de opening:
“Wolhuis “De Papavaer”.
In het tot winkelhuis verbouwde pand aan de v. Welderenstraat 108 opent mej. Rie v. Breukelen heden een nieuwe zaak in kousen, sokken, wol en handwerken, welke zaak zij betitelt met den weidschen naam “De Papaver”. Biedt het artikel wol in dit nieuwe magazijn een overweldigend keuze, vooral de afdeeling dameshandwerken is buitengewoon gesorteerd, waarbij de vakkundige voorlichting en ontwerpen voor de dames een waarborg zijn voor vakkundige bediening.
Onder voorlichting van den architect den heer C.J. Ebing kwam deze verbouwing in zeer korten tijd tot stand, waarbij hij goede hulp had van de aannemersfirma Brands en Olthof. De electrische installatie werd geleverd door den heer Albers, terwijl de heer v.d. Zand de ornamenten leverde. De heer P. Gerrits verzorgde het keurige schilderswerk.” (De Gelderlander 12/10/1934)
Het PGNC vermeldt dat van Breukelen zelf “tientallen jaren in de eerste zaken werkzaam is geweest”. En daarnaast blijkt Ebing het werk dichtbij had: hij had zijn kantoor op Van Welderenstraat 106. (PGNC 12/10/1934).
Vervolg
Advertentie De Papaver (PGNC 22/3/1940) Van Welderenstraat 108
Rie van Breukelen zal tot haar huwelijk in 1942 haar zaak hebben, totdat zij in 1942 trouwt met electro-installateur Wim (Willem Rudolph Marie) Groos (29/03/1906 – 09/10/1962) (F9929).
In De Gelderlander 28/10/1944, De Gelderlander 26/2/1947 en De Gelderlander 16/2/1949 staan advertenties dat het een winkel is van Perfecta, “Stomen. Verven. Stoppage.”, die haar kantoor en fabriek op de Van Goorstraat 27 heeft.
In de De Gelderlander 24/2/1951 staat vervolgens weer een advertentie van Wol- en handwerkhuis De Papaver. Op De Gelderlander 24/12/1954 zit J. Hamers op dit adres (waarbij hij als prijs een fles lotion weggeeft). Firma Joh. Hamers en Co. adverteert in De Gelderlander 14/7/1956 met Zweedse nylon elastieken kousen.
Januskop (met make-over) van Ben van Pinxteren op de Waalkade (april 2024)
De beeldhouwer Ben van Pinxteren was een van de kunstenaars die in 1982 een opdracht verkregen om met kunstwerken de nieuwe waterkering te verfraaiien. Een van zijn werken was deaarbij een Januskop.
Locatie
De Januskop op de oude locatie WaalkadeL Op de keermuur de Januskop, gemaakt door Ben van Pinxteren in 1982 ; op de achtergrond de spoorbrug. 12/7/1983 (Ber van Haren via KN13739-24 RAN)
De sculptuur stond aanvankelijk op de keermuur, vlakbij de “doorgang” van de kade naar de Lage Markt. Vanwege de verhoging van de keermuur is deze kop in 2009 verplaatst. Hij staat nu in de buurt waar de Waalkade een bocht maakt en overgaat naar de Veemarkt.
Het Biografisch Woordenboek Gelderland deel 10: “In 1980-1982 voorzag hij op diverse plaatsen de nieuwe hoogwatermuur aan de Waal van decoraties en zette op een van de keermuren een stoere Januskop in hardsteen, die zijn blikken keurend stroomopwaarts en stroomafwaarts richtte.”
Betekenis van Janus
De andere kant van de Januskop, Ben van Pinxteren (mei 2024)
Janus was een van de oudste en belangrijkste goden in het Romeinse Rijk. Hi was de god van het begin en het einde, de overgang, van oud en nieuw, van het openen en sluiten. Als god van de overgangen had hij functies met betrekking tot geboorte en reizen en uitwisselingen, en als haven- en poortgod was hij betrokken bij reizen, handel en scheepvaart. Hij de god is van doorgangen, bruggen, veren, havens engrenzen. Janus wordt daarbij afgebeeld met 2 koppen: 1 die naar het verleden kijkt en 1 naar de toekomst.
De naam Janus betekent in het Latijn “boogdoorgaang, deuropening”. In het Latijn is een deur vervolgens vernoemd naar zijn naam: “janua”. Ook de maand januari is naar hem vernoemd. Bij de Romeinen was januari de elfde maand, maar wel de eerste maand na de winterse zonnewende.
In de kunst wordt een Januskop vaak gebruikt om aan te geven dat iets verschillende, vaak tegengestelde, eigenschappen of karakteristieken kan hebben.
Bedoeling van de Januskop op de keermuur?
Wat kan van Pinxteren precies bedoeld hebben om voor de waterkeermuur een Januskop te maken?
Het kan te maken hebben met dat hij de rivier zowel stroomopwaarts als -afwaarts overziet; zijn functie als god van de doorgangen; het (Romeinse) verleden van Nijmegen en haar toekomst of misschien de twee kanten van het Waalwater, wat lieflijk kan stromen, maar ook kan zorgen voor overstromingen?
Ben van Pinxteren
Bernardus Hendrikus Theodorus (Ben) van Pinxteren (Nuland, 2 december 1933 – 2006) was een beeldhouwer. Hij volgde hij de lerarenopleiding. Daarop werd hij docent Handvaardigheid aan de Detailhandel School in Nijmegen. Daarnaast heeft hij gewerkt voor de stichting Akademie voor Beeldende Vorming in Amersfoort en de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht.
Hij woonde in Grave, Weurt en Middelaar. De laatste 2 jaar woonde hij in Molenhoek.
Hij werkte vooral met hout en steen. Vaak waren dieren het onderwerp.
Het Biografisch Woordenboek (waarin een uitgebreid artikel staat over deze kunstenaar): “Hij combineerde graag compacte gestileerde vormen met vloeiende patronen.”
Bij zijn tentoonstelling in het Besiendershuys in 1982 presenteerde hij zijn deels abtracte, deels figuratieve werk als een “meditatie over de tijd, zoals blijkt uit de titels “Omtrent Nu”, “Omtrent”, “Voorbijgaan”, en een serie met de naam “Fossiel”.
En verderop: “In de thematiek bleef hij zichzelf: tijd en ruimte, heden en verleden, mens en natuur. Nieuw was de inspiratie die hij vooral de laatste tien jaar zocht in de klassieke oudheid, hetgeen leidde tot werken als Orpheus, Gunst aan Midas, Hermes, Kalliope, Boreas, Helena, Narcissos en de prachtige serie Nayades, compact met vloeiende lijnen vormgegeven. Hij voerde ze uit in allerlei soorten natuursteen en in combinaties met verf op linnen of verf op hout. Hij werkte zowel met vloeiende lijnen als met strakke geometrisch vereenvoudigde motieven”.
Molenstraat 105 hoek Van Welederenstraat, maart 2024
Architect Oscar Leeuw ontwierp 2 verbouwingen voor Molenstraat 105: voor bakker annex lunchroom Creyghton en in 1919 voor kledingmagazijn Bischoff.
Vooraf
Een houtgravure van Banketbakkerij Creyghton, een reclame advertentie, 1900 (RAN F19800)
Op de hoek van de Van Welderenstraat en de Molenstraat staat een groot pand, dat rond 1900 gebouwd is.
De architect van het pand is niet achterhaald. Daar de bewoner op Molenstraat 42 (Nu Molenstraat 105) in het Bevolkingsregister 1880-1890 Haspels is, is het niet ondenkbaar dat hij/de Gebr. Haspels de aannemer/architect van het gebouw is geweest. In het Bevolkingsregister 1890 staat de vermelding dat hij naar de St. Annalaan 11? is vertrokken.
Notaris Hijink
Aankondiging verhuizing Notaris Hijink naar Molenstraat 105 (PGNC 5/11/1892)
In PGNC 5/11/1892 plaatst Notaris Hijink de advertentie dat hij verhuisd is “naar het huis: hoek Molenstraat – Van Welderenstraat. In juli 1892 was W.E. Hijink benoemd tot notaris binnen het arrondissement Arnhem, standplaats Nijmegen. Daarvoor was hij notaris te “Dinksperloo” (Dinxperlo) (De Gelderlander 28/7/1892).
in 1895 vraagt hij een bouwvergunning aan voor een pand aan de Oranjesingel (Gemeenteverslag 1895), waar hij in de loop van 1896 naar toe zal verhuizen.
Creyghton Lunchroom de Molenpoort
Uiterst rechts Creyghton: De Molenstraat , gezien vanaf de kruising met de Van Welderenstraat en de In de Betouwstraat. In het midden het pand De Bonte Os, op de hoek met de Tweede Walstraat, 1900 (F46492 RAN)
In maart 1896 vragen de Gebr. Haspels een vergunning aan tot het oprichten van eene bakkerij in perceel Molenstraat, hoek Van Welderenstraat, kadastraal sectie B. no. 1855.” (De Gelderlander 15/3/1896). Waarschijnlijk betreft het de verbouwing voor Creyghton.
Detail: op het linkerbord lijkt N Creyghton te staan, op het rechterbord is duidelijk “Ijs Wijnen” en in het midden “Ververschingen” te lezen (Detail (F46492 RAN)
In ieder geval opent N.J. Creijghton in juni 1896 zijn bakkerij.
Op de bovenstaande foto, door het RAN op 1900 gedateerd, staat uiterst rechts de bakkerij van Creyghton. Op het linkerbord lijkt N? Creyghton te staan, op het rechterbord is duidelijk “Ijs Wijnen” en in het midden “Ververschingen” te lezen.
Advertentie N.J. Creyghton (De Gelderlander 22/10/1896)
Advertentie N.J. Creyghton (PGNC 27/8/1901)
De Gelderlander over de opening:
“Nijmegen, 23 Juni.
Naar mate onze stad zich uitbreidt, voornamelijk met villa’s en heerenhuizen, neemt ook het getal winkels toe van weelde en goede smaak.
Zoo is nu weder een luxe-zaak gevestigd in het nieuwere gedeelte der Molenstraat, door den heer N.J. Creijghton, die ons zal toonen, wat delicaats er in banketbakkerij en keuken kan geproduceerd worden.
Het fraaie pand, weleer bewoond door den notaris Hijink, is inwendig grootendeels verbouwd en voor zijn nieuwe doeleinde uitstekend ingericht. Een luchtige, doorzichtige winkel, frissche keuken en kelder en een bakkerij met de beste machines, ziedaar wat de heer Creijghton ons toonde. De ondernemer heeft aan zijn zaak nog verbonden een salon voor ververschingen, dat er keurig uitziet en welks interieur zijn stoffeerder, den heer W.A. Smals, alle eer aandoet.
De heer C. was dezen morgen bezig de laatste hand te leggen aan zijn installatie, om nog heden te kunnen openen.” (De Gelderlander 24/6/1896)
1902: Verbouwing Lunchroom door Oscar Leeuw
Het interieur van Creijghton’s banketbakkerij; hoek Van Welderenstraat, 1910-1920 (dr Jan Brinkhoff via D414 RAN)
“Lunchroom en Bodega “de Molenpoort”.
Onder dezen naam is onze stad met een inrichting verrijkt, zooals er reeds in de onderscheiden groote steden worden aangetroffen, maar tot dusver hier nog steeds gemist werd. Den heer Creyghton, de gunstig bekende cuisinier en confiseur op den hoek van de Molenstraat en Van Welderenstraat heeft genoemd pand naar den laatsten smaak doen verbouwen en voor een groot gedeelte doen inrichten tot een zoogenaamde Lunchroom of ontbijtzaal vooral bestemd ter dienste der vele vreemde bezoekers onzer stad, die met den trein arriveerende langs den Stationsweg Nijmegen binnenkomen en op dezen vooruitspringenden hoek voortaan een “zoeten inval” zullen vinden; wel te verstaan, niet in dien zin hier enkel zoetigheid zal te verkrijgen zijn; want wie het sierlijk gedrukt tarief, op de tafeltjes ter inzage liggend, raadpleegt, bemerkt dat hier van alles te bekomen is, wat een vermoeid reiziger in de gauwigheid kan opknappen.
Alles is er op ingericht om hem zoo spoedig mogelijk te helpen. Met de gemakkelijke kleine deur valt hij in eens in huis en heeft zich maar aan een der ronde tafeltjes te zetten om te bestellen wat hij verlangt. De degelijkheid der consumptie en de matigheid der prijzen is een waarborg dat wie eenmaal de lucnchroom van den heer Creyghton bezocht heeft, er bij een volgende gelegenheid niet zal voorbijgaan.
Het is er een allergezelligst zitje, met levendig uitzicht op de drukke Molenstraat en het frissche Keizer Karelplein.
Maar ook de ontbijtzaal zelve verdient bekeken te worden. De heeren Oscar en Henri Leeuw, onderscheidenlijk als bouwmeester en sierkunstenaar, hebben hier een juweeltje van smaakvol comfort geschapen, dat men zelden zoo in ons land zal aantreffen.
De zaal is in het rond met gelakt mahoniehout beschoten, dat in de natuurlijke kleur is gehouden en alleen aan den bovenrand met een bescheiden versiering in gestilleerde bloemen prijkt. Daarboven zijn op gobellin-doek wandschilderingen aangebracht, die aan de eene zijde de oude voormalige Molenpoort, aan de andere zijde den helaas sinds meer dan 100 jaar gesloopten burcht van het Valkhof voorstellen.
Bij deze wandschilderingen sluit zich bijzonder gelukkig een op doek, in lichte kleuren geschilderd plafond aan, waarvan een ongemeen origineel gevormde, in rood en geel koper uitgevoerde lichtkroon neerdaalt. Deze kroon is naar ontwerp van de heeren Leeuw vervaardigd door de firma Stokvis te Arnhem, terwijl het koperwerk van het buffet het werk is van den heer Creyhton te Leiden, een broer van den eigenaar.
Het buffet, op zich zelf een fraai stukje van moderne meubelkunst, steekt met zijn spiegels en schitterend glaswerk fraai af tegen een achtergrond van donkerblauwe gebrande tegels (ongeveer de kleur van het grand blue de Sèvres), waarin een met koper afgezette opening is gelaten, bestemd voor het aangeven der warme spijzen en dranken, die alzoo recht uit de keuken in de ontbijtzaal kunnen aangevoerd worden.
Tafeltjes en stoeltjes, ook van gelakt mahonie, zijn rond, met stevig constructief onderstel, wat bij druk bezoek heel doelmatig is.
Verder wordt er nog een stelling aangebracht voor fusten, waaruit de geurige morgenwijnen worden getapt van de “Continental Bodega Company”, waarvan de heer Creyghton voor Nijmegen de filiaal heeft.
Door sierlijke poitières in groen peluche heeft men toegang tot een kleiner zaaltje, bestemd voor gasten, die wat langer kunnen vertoeven en wat meer op hun gemak wenschen te zitten.
Beide zalen worden centraal verwarmd door een heet-water-inrichting, aangelegd door de firma Stokvis te Arnhem. In de lunchroom loopt de verwarmingsbuis onder de zitbank door, die onder de ramen is aangebracht.
Zeggen wij ten slotte nog dat de vertimmering werd uitgevoerd door de Gebrs. Haspels, terwijl de heer Th.H. Smals voor het schilderwerk zorgde.
Wij raden ieder aan, de nieuw geopende lunchroom eens met een bezoek te vereeren. Wij twijfelen niet of alle bezoekers zullen het met ons eens zijn, dat de ondernemingsgeest van den heer Creyghton onze stad werkelijk met een inrichting verrijkte, die door velen, niet het minst de vreemde bezoekers, zal gewaardeerd worden.“ (De Gelderlander 4/3/1902)
Kledingzaak Gebr. Bischoff
1919, hoek Molenstraat- van Welderenstraat (huidig: Molenstraat 105)
Detail Verbouwing v/h percel hoek Molen- en Van Welderenstraat, Sectie B No 3022 (detail D12.385503)
Rond 1919 vestigt Bischoff’s kledingmagazijnen zich op dit adres. Ook hier was Oscar Leeuw de architect. Het lijkt er op dat hij degene is die de gehele gevel heeft laten pleisteren, zoals uit het onderstaande artikel blijkt: “Uitwendig ziet het magazijn er uit als een modepaleis. De architect, de heer Oscar Leeuw, heeft den gevel op de meest eenvoudige manier tot een imponeerende façade gemaakt, waarop de naamletters der firma reeds van verre de aandacht trekken.”
“Gebr. Bischoffs’ kleedingmagazijnen.
De hoek Molenstraat- van Welderenstraat zal hedenavond in vollen glans van kunstlicht gloren.
Heden zijn immers de groote kleedingmagazijnen van de Gebr. Bischoff voor het erst geopend en wordt in zeven étalages van de ruime magazijnen te kijk gesteld wat deze firma het Nijmeegsch koopend publiek zal bieden in het genre heeren-, jongeheeren- en kinderkleeding.
Deze nieuwe Nijmeegsche zaak wordt aangekondigd als het grootste en voordeeligste kleedingmgazijn van Nijmegen.
Wat de eerste reclamehoedanigheid betreft, daarover kan door ons een oordeel geveld worden, en wat de tweede aanbevelingskwaliteit aangort, daarover zal het publiek zelf het beste kunnen oordeelen, door vergelijkingen te maken met andere firma’s.
Bischoff gezien vanuit de Bisschop Hamerstraat in de richting van de Korte Molenstraat, 1935 (A.J. v.d. Veer via F27088 RAN)
En rijk voorzien zijn de magazijnen van Gebr. Bischoff. De beneden- en bovenwinkel bevatten een keur van kleedingstukken, voor iedere beurs en voor iederen rang en stand; men vindt er de meest elegante coupe en de meest eenvoudige kleeding in rijke keuze.
Benevens is beneden een afdeeling honnellerie: een afdeeling hoeden en petten, cravatten en linnenwerk, tevens zijn er twee ruime paskamers ingericht, terwijl de schitterende en ruim gebouwde vitrines aan het uiterlijk van den modernen winkel een aantrekkelijkheid en levendigheid geven welke dit magazijn tot een bijzonder sieraad maken op dit drukke punt van onze stad.
Van den winkel bereikt men langs een gemakkelijke trap de maatafdeeling, welke al even groot van oppervlakte is als de lange, breede benedenwinkel; ook hier zijn eenige keurige paskamers ingericht en vindt de cliëntèle alle gelegenheid kalm een keuze te doen uit den grooten voorraad goederen voor iedere beurs- chic en hoogste eenvoud.
De tweede verdieping wordt ingenomen door de coupeurs-afdeeling en de ateliers voor maatwerk- de firma laat zelf al haar confectie vervaardigen.
Uitwendig ziet het magazijn er uit als een modepaleis. De architect, de heer Oscar Leeuw, heeft den gevel op de meest eenvoudige manier tot een imponeerende façade gemaakt, waarop de naamletters der firma reeds van verre de aandacht trekken.
De aannemer, de heer M.C. Konings, heeft den verbouw kranig uitgevoerd, het schilderwerk is verricht door den heer A. Zijlvaart; de firma Moll droeg zorg voor electrisch aanleg, terwijl het behangerswerk keurig verzorgd werd door den heer Peters, behanger en stoffeerder in de Eilbrachtstraat.
De Molenstraat heeft als winkelstraat weer een stap vooruitgegaan met Bischoff’s magazijnen!” De Gelderlander 12/4/1919
Advertentie Bischhoff’s Kleeding Magazijnen (De Gelderlander 9/4/1926)
Gemeentelijk Monument
Het pand is sinds 1988 een gemeentelijk monument. Bij de aanwijzing:
“Als een geheel ontworpen hoekcomplex van drie bouwlagen, van gebogen vorm,met 14 assen.
Oorspronkelijk als schoon metselwerk behandelde gevels, waarvan alleen die van Molenstraat 103 nog in oorspronkelijke toestand is; alle andere kort na de eeuwwisseling gestuct. Platte daken met pannengedektedakschilden aan de straatzijden (aan Van Welderenstraat vervangen doorrubberoid). Op hoek grote rechthoekige dakkapel, aan Molenstraat twee halfronde kappellen met rond venstertje. Een dergelijke kapel aan de Van Welderenstraatvervangen (na 1900) door brede kapel met drie ramen. T-vormige vensters metlicht gewelfde bovendorpels; kleine balkons op de etages van de straathoekverwijderd en tot ramen gewijzigd. Etages door smalle lijst gescheiden;gevels door risalieten en verdiepte vakken gebroken; voortgezet in degeprofileerde goten. Vlakke gootlijst waarvan alleen die van Molenstraat103 nog met versiering van verhoogde velden.Bouwtijd: ca. 1880-1882. Door verbouwing aangetast doch in de hoofdvormen goed bewaarde karakteristieke hoekoplossing, van groot belang als inleidingsmotief van de Molenstraatsbebouwing en als pendant van de tegenoverliggende, gelijkvormige straathoek.”
Scihikgodinnen, beeld Oscar Goedhart, Hertogplein (Maart 2024)
Oscar Goedhart maakte in 1974 de sculptuur Schikgodinnen. Deze staat op het Hertogplein. De 3 schikgodinnen bepalen samen de levensloop van een mens. Het bijzondere aan dit werk is dat de godinnen zittend, elkaar steunend met de rug zijn weergegeven.
Schikgodinnen in de Griekse mythologie
De 3 schikgodinnen zijn de 3-voudige vorm van de godin Moira in de hoedanigheid van menselijke lotsbestemming. Daarmee wordt vorm gegeven aan het idee van de godin als schepper, handhaver en vernietiger. De draad is het symbool van het leven/de levensloop (Moira is verwant aan het Griekse “moros””, wat lotsbestemming betekent).
De schikgodinnen zijn:
Klotho (“de spinster”, die de levensdraad spon)
Lachesis (“de verdeelster”, die de draad afmat en aldus besliste hoelang iemand nog te leven had)
Atropos (“de onafwendbare”, die iemands draad afknipte als zijn tijd gekomen was)
Wat zie ik: het bijzondere van de ruggen aan elkaar
Vlaams tapijt: De overwinning van de Dood, of De drie schikgodinnen, waarschijnlijk uit Brussel, ca. 1510-1520, Victoria en Albert Museum Bron: Wikipedia
Hoewel ik geen kunstexpert ben:
Heeft Goedhart de attributen meegegeven? Ik kan ze momenteel niet herkennen, maar mogelijk liggen de attributen in hun schoot. 2 van de 3 figuren houden elkaars hand vast. De drie lijken elk hun eigen gezichtsuitdrukking te hebben.
Een willekeurige zoektocht naar afbeeldingen van schikgodinnen op google (probeer het zelf) leert dat dit aansluit bij de gangbare manier van afbeelden: de 3 schikgodinnen zitten of staan -meestal keurig- op een rij, waarbij Klotho begint (links) met de draad. Zij geeft ‘m door aan Lachesis (midden) De derde op rij is Atropos, die al dan niet de draad vasthoudt, maar waar het al wel duidelijk is dat ze met haar schaar de draad door gaat knippen.
Wat Goedhart anders doet is dat de schikgodinnen met de ruggen tegen aan elkaar zitten. Dat schept niet alleen een verbondenheid die de reguliere weergave niet heeft: door hun zittende houding hebben de drie elkaar nodig om in evenwicht te blijven.
Oscar Goedhart
Meer over de kunstenaar Oscar Goedhart in het artikel over de afsluitpaal:
De gemeente Nijmegen gaf in 1973 een aantal kunstenaars de opdracht om een verkeerspaaltje te ontwerpen. Oscar Goedhart was met Peter van Locht en Giuseppe Roverso de eerste kunstenaar.
Locatie
Schikgodinnen, beeld Oscar Goedhart, Hertogplein (Maart 2024)
Het was voor het beeld belangrijk dat zij van alle kanten goed zichtbaar is. Er is verder met binding met de locatie. KOS https://kos.nijmegen.nl/overzicht-kunstwerken/: “In de jaren zeventig en tachtig spelen vooral esthetische motieven een rol bij het bepalen van een geschikte plek voor een kunstwerk. ‘De stad als museum’ was het motto uit deze periode. Dat is ook te herkennen in het kunstopdrachtenbeleid van die tijd.” Bovendien is in 2008 een paar meter naar het noorden verplaatst bij de herinrichting van het Hertogplein.
Van Gameren en Mastenbroek konden hun project Hunnerstaete in 1996 realiseren aan de Gerard Noodtstraat. Een van de meeste opvallende kenmerken is het parkeerdek, dat zich bovenop het gebouw bevindt.
Vooraf: prijsvraag Hessenberg
Vanwege het vertrek van de Gelderlander moest een nieuwe invulling van het terrein van de Hessenberg komen. Daarop werd de Europanprijsvraag uitgeschreven, waarbij jonge architecten uit Europa hun ontwerp konden indienen.
Van Gameren en Mastenbroek wonnen samen het ontwerp “Flash Gorden” van Winfried van Zeeland deze prijsvraag. De gemeente koos voor het project “Flash Gordon”, wel konden van Gameren en Mastenbroek hun ontwerp op een andere locatie realiseren: het voormalige terrein van de voormalige Keizer Karel MULO, later Stefanus MULO en Vrouwenschool aan de Gerard Noodtstraat.
De Mavo School gezien in de richting van het Hertogplein, 1970-1975 (Jan Cloosterman via F28963 RAN CCBYSA)
De Hunnerstaete
De opdrachtgever voor de bouw was woningcorporatie Kolping. Daarbij was Tiemstra de aannemer. In 1996 vond de oplevering plaats.
Parkeerdek
Hunnerstaete: parkeerplaats op het dak (Maart 2024)
Het meest bijzondere is waarschijnlijk dat de parkeerplaatsen zich op het dak bevindt in plaats van in een parkeerkelder. Daarvoor beschikt het gebouw over een autolift. De reden voor een parkeerdek was dat hierdoor de begane grond kon worden gebruikt voor woningen en er ruimte overbleef voor een achtergelegen openbare tuin voor de bewoners, afgesloten door poorten. Het parkeerdek telt 57 parkeerplekken. “Doordat er overwegend gepensioneerde mensen wonen, is er geen sprake van filevorming voor de lift in de ochtend- en avondspits” (Ontwerpstudie Hoogbouw: Parkeren voor de deur, afstudeeronderzoek Bastiaan van de Berg, februari 2008)
Uit het bewonersinterview in de Marikenstraat uit 2013 dat de toewijzing aanvankelijk voor 50-plussers was, later voor 30-plussers, terwijl in 2013 leeftijd intussen geen rol meer speelde. Aanvankelijk was het parkeerdek onderdeel van de huurprijs. Dat is losgelaten en er zijn plekken vrijgekomen, omdat niet elke bewoner een auto heeft. Bewoner Hans van Dienst : “Je moet weten, uit Japan komen ze naar de flat kijken. Het was de tweede flat in Nederland, na Rotterdam, met parkeerplaatsen boven op het dak.” (Marikenmagazine nummer 3, 2013, een leuk artikel over de Hunnerstaete en Gerard Noodtstraat).
Transparantie en variatie
Een van de poorten van Hunnerstaete, daarachter is de tuin te zien (Maart 2024)
“Transparantie en minimale barrières tussen gebouw en stad zijn belangrijke items voor de architecten. Vandaar dat de begane grond met bijzondere aandacht is uitgewerkt. De architecten hebben brede doorgangen naar de tuinzijde aangelegd en de tuin sterk geprofileerd… Een contrast tussen massieve en transparante materialen verlevendigt het karakter van de lange woonwand. De vormgeving van het gebouw suggereert een parcelering die qua maat en schaal bij het binnenstedelijke milieu past.” (Wonen a la carte)
De delen zijn enkele graden ten opzichte van elkaar gedraaid. Daarnaast zorgen de 2 poorten voor het breken van de lange gevel in 3 verschillende delen.
“Het langgerekte gebouw is opgedeeld in een aantal losgekoppelde volumes…Door het aanbrengen van hoogteverschillen, het wisselen van de positie van de galerij en het variëren van het gevelbekledingsmateriaal onderscheiden de deelvolumes zich substantieel van elkaar.” (Architectuurgids Nederland 1900-2000, Paul Groenendijk en Piet Vollaard; daarbij is de Hunnerstaete 1 van de 7 ontwerpen in Nijmegen zelf die in de gids beschreven staan).
Hunnerstaete met parkeerplaatsen boven het gebouw (Maart 2024)
Architectuur der natuur, Peter van der Locht, Waalkade (Maart 2024)
In 1980/1981 werd aan de Waalkade, tussen de Grotestraat en Nieuwe Markt, een nieuwe waterkeringmuur gebouwd. Daarbij werd aan een aantal kunstenaars gevraagd een object te ontwerpen. Peter van de Locht maakte daarop “Architectuur der natuur”, een van de zuilen die hij in deze periode maakte.
Meer over Peter van de Locht in het artikel over de Twee Zuilen:
Afsluitpaal, Ed van Teeseling, doorgang Lutherseplaats en Achter de Vismarkt, 1987 (Maart 2024)
Beeldhouwer Ed van Teeseling maakte de afsluitpaal in de doorgang van de Lutherseplaats en Achter de Vismarkt in 1987.
In 1973 had de gemeente Nijmegen aan een aantal kunstenaars de opdracht gegeven een verkeerspaaltje te ontwerpen. Het idee was afkomstig uit Maastricht. Na de eerste drie, zouden nog een aantal paaltjes in de Benedenstad volgen. Deze afsluitpaal van Ed van Teeseling stamt uit 1987.
De gemeente had in haar opdracht bepaald dat de paaltjes van graniet of hardsteen moesten zijn. KOS: “Het paaltje van Ed van Teeseling heeft een golvende vorm, die aan lichaamsvormen doet denken. Het ziet er ondanks het harde materiaal rond, zacht en organisch uit.”
De mooie ontdekking komt van Dorsoduro: “Toen ik pas van Achter de Vismarkt naar de Lutherseplaats liep, viel me een detail op, zeg maar op heuphoogte. En ineens zag ik dat de afsluitpaal een kussend stel laat zien. Het detail toont hoe zij elkaars hand vasthouden.” (Dorsoduro, in een mooi artikel over de afsluitpaaltjes)