Nieuwjaarswens (De Gelderlander 31/12/1927)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Nijs en Vale architect Deur

1953 Nijverheidsweg 19

Ir. Deur ontwerpt de nieuwe fabriek voor Nijs en Vale op het industrieterrein aan het Maas-Waalkanaal. Nijs en Vale was in 25 jaar uitgegroeid van een klein smederij tot een belangrijke fabriek van stalen ramen en constructiewerken. In 1994 sloot het haar deuren.

Een foto uit 1974 is te vinden op F11362 RAN

Vooraf

Nieuwjaarswens (De Gelderlander 31/12/1927)
Nieuwjaarswens (De Gelderlander 31/12/1927)

In 1926 vestigt F.J. Nijs zich aan de Graafseweg, op de hoek met de van Hezewijkstraat. Hij verkoopt fietsen en richt een smederij in voor klein ijzerwerk voor de woningbouw. De oppervlakte is 10 vierkante meter.

Verhuizing Groenestraat

Verhuizing Nijs naar de Groenestraat 62 (De Gelderlander 17/12/1931)
Verhuizing Nijs naar de Groenestraat 62 (De Gelderlander 17/12/1931)

Eind 1931 verhuist hij vanwege ruimtegebrek naar hij een woning aan de Groenestraat, met een smederij. Hij krijgt op 8-12-1931 een hinderwetvergunning  voor : het oprichten van een door electriciteit gedreven smederij achter perceel Groenestraat no. 62, op het terrein, kad. bekend gemeente Hatert Sectie C, no. 6166”. Deze verkrijgt hij op  (PGNC 11/12/1931).

“De ruime werkplaats, begrensd door een flink open terrein, is voorzien van de meest moderne machines, waar alle soorten smeed-, hek- en rastwerken vervaardigd kunnen worden. Voor de bouwvakken is deze uitstekend geoutilleerde inrichting dan ook een zeer goed adres, temeer daar desgenscht alles volgens tekening kan worden geleverd.” (De Gelderlander 17/12/1931)

Nijs en Vale

Advertentie Nijs en Vale PGNC 12/9/1939
Advertentie Nijs en Vale PGNC 12/9/1939

De oppervlakte bedraagt 200 vierkante meter. H.H. Vale treedt rond 1938 aan als compagnon toe. In 1938 werken 40 man bij Nijs en Vale.

Oorlog, bevrijding en brand

Er wordt een begin gemaakt met de bouw van een nieuwe fabriek: de oppervlakte wordt 450 vierkante meter en een jaar later vergroot tot 900 vierkante meter.

Waarschijnlijk heeft de aanvraag voor een hinderwetvergunning tot “het uitbreiden en wijzigen van haar door elektriciteit gedreven smederij in het perceel Groenestraat no. 62, kad. bekend, gemeente Hatert, Sectie C, no. 6166” (PGNC 2/1/1940) te maken met deze uitbreiding. Omdat het onderzoek langer duurt, kan de gemeente haar beslissing nog niet nemen in de daarvoor reguliere termijn (PGNC 15/2/1940). Uiteindelijk krijgt ze haar vergunning (PGNC 8/5/1940) onder een aantal voorwaarden die te maken hebben met het voorkomen van geluidsoverlast (ramen gesloten, enz).  

Maar dan begint de Tweede Wereldoorlog in 1940. Personeelsleden moeten in Duitsland werken, het bedrijf komt stil te liggen en de gebouwen worden verhuurd. Bij de bevrijding vorderen de geallieerden de gebouwen als opslagplaats en garage. Tijdens 2e Kerstdag breekt er brand uit tijdens een feestavond en brandt het gebouw geheel af.

Na de bevrijding: uitbreiding

Nijs en Vale: een advertentie na de oorlog (De Gelderlander 25/4/1946)
Nijs en Vale: een advertentie na de oorlog (De Gelderlander 25/4/1946)

Hoewel na de bevrijding er orders binnenkwamen, had Nijs en Vale geen gebouw, noch machines. Toch werd er in de open lucht gewerkt en maakte het stalen ramen. In 1945 werd het gebouw weer opgetrokken. In de bovenstaande advertentie staat als kantoor Hazenkampscheweg 9 genoemd. Dit is het huisadres van F.J. Nijs (Adresboek 1951)

In 1947 kreeg de fabriek een uitbreiding.  Daarvoor kocht Nijs en Vale het naastgelegen terrein aan de Groenestraat aan, waarbij het een uitweg naar de Thijmstraat had. Dan is de oppervlakte 2700 vierkante meter.

Afgaande op de advertentie hieronder, was er nog een andere uitdaging: woningen voor haar werknemers.

Gevraagd: kosthuizen of pensionnen (De Gelderlander 8/8/1950)
Gevraagd: kosthuizen of pensions (De Gelderlander 8/8/1950)

In 1951 viert het bedrijf haar 25 jarig bestaan en tevens het 12,5 jarig bestaan van het bedrijf Nijs en Vale. In die tijd is het bedrijf uitgegroeid van kleine smederij naar een van de belangrijkste bedrijven van dat moment.

Een fabriek in een woonwijk

In 1951 blijkt de fabriek (te) groot te zijn geworden, terwijl het midden in de woonwijk staat. Er was niet voorzien dat de fabriek na de oorlog zo hard zou groeien. Voor de oorlog was de fabriek, net als andere fabrieken en werkplaatsen in wijken, “klein” geweest.

Het betreft dan vooral de zandstraalmachine die overlast veroorzaakt. Deze “veroorzaakt niet alleen een hels kabaal, maar, zo vroeg spr. (Van Yperen, P.v.dA. in de raadsvergadering), kan deze machine niet behoorlijk worden afgeschermd zodat de wijde omgeving geen of weinig last meer heeft van het stof?”

De fabriek blijkt dan inmiddels al een aantal maatregelen te hebben genomen. Een verdere afscherming is technisch mogelijk, maar is zeer kostbaar. Nijs heeft intussen beloofd dat de machine ’s nachts niet meer zal werken en overdag alles dicht te houden, zodat het stof zich zo min mogelijk verspreid. Dan zijn er al gesprekken over overplaatsing aan de gang: “De directie wil graag de fabriek overplaatsen naar het industrieterrein, maar zo heeft zij gezegd, dan moet de gemeente wat soepeler zijn.” (De Gelderlander 4/10/1951)

Plannen verplaatsing fabriek

Op 9-1-1952 overlijdt J.F. Nijs. Hij heeft al de plannen voorbereid om de fabriek naar het industrieterrein aan het Maas-Waalkanaal te verplaatsen. Daarbij zal de gemeente de fabriek aan de Thijmstraat overnemen, waarin de brandweer wordt gevestigd.

De fabriek aan de Nijverheidsweg

December 1953 opent Nijs en Vale haar fabriek voor ramen en constructiewerken aan het Maas-Waalkanaal. Op dat moment werken er 170 man personeel. Ir Deur was de architect van deze bouw, fa. Smits en zn. De aannemer. Architect Jan Jansen zal voor de inrichting van de kantoorlokalen zorg dragen.

Het voordeel van de nieuwe fabriek is dat bewerkingen makkelijker kunnen worden uitgevoerd: er zijn minder handelingen nodig om de stalen ramen en constructiewerk naar de plaats van bestemming te krijgen. Als het werk de constructiewerkplaats verlaat, gaat het naar de zandstraal of schopeerinrichting. Hiervoor zijn aparte ruimtes ingericht. Voor de fabriek zijn 2 woningen gebouwd: 1 voor de bedrijfsleider en 1 voor de portier.

Pfell, een vriend van de inmiddels overleden Nijs bij de opening: “De stichter, die toen hij begon niets bezat, heeft de grondslag gelegd voor een moderne industrie, die voor Nijmegen grote betekenis heeft.”

De nieuwe fabriekshal is 90 bij 25 meter groot. In zijn toespraak bij de opening vertelt burgemeester Hustinx verheugd te zijn hoe de industrie zich heeft uitgebreid. Deze is voor groot belang voor ons land en Nijmegen in het bijzonder, omdat Nijmegen over de nodige werkkrachten bezit. Sedert 1950 hebben 11 nieuwe industrieën zich gevestigd op het haven industrieterrein en meerdere, kleinere, zijn op dat moment in aanbouw.

Vervolg

Er is nog niet verder onderzocht wat het vervolg is geweest. In ieder geval sluit de fabriek in 1994.

Op dat moment heet het bedrijf Nijva Nijmegen, gespecialiseerd in gevelbouw. Het is eigendom van het Britse Yule Catto.  Algemeen directeur Kakebeen noemt de markt voor kantorenbouw “desastreus”: er is een enorme overcapaciteit in Europa. Hij verwacht daarbij verbetering in 1996. Maar deze zal te laat komen: in 1992 was de situatie al behoorlijk verslechterd en draait al 2 jaar met verlies. In 1993 bedroeg het verlies 2,7 miljoen gulden op een omzet van 30 miljoen.

De houdstermaatschappij van Nyva Nijmegen, Nijs en Vale Holding, en het zusterbedrijf Nijs en Vale Zonwering zullen blijven bestaan. Bij Nijs en Vale Zonwering werken 16 medewerkers. Voor Nijva Nijmegen zullen de dan 70 medewerkers hun baan verliezen.

(Overige) Bronnen

De Gelderlander 12/12/1953

De Gelderlander 21/12/1953

Gevelspecialist Nijva moet poorten sluiten, Cobouw, 10-1-1994

Verbouwing Harting architect Deur

In 1939 ontwierp architect Deur de verbouwing van een woonhuis naar de opticien Harting, Hertogstraat 128. In het pand zit…

Jachtslot 'Mookerheide' met de uitzichttoren, op het gelijknamige landgoed, gebouwd in opdracht van Jan Jacob Luden naar ontwerp van Oscar en Henri Leeuw in de jaren 1902-1905 in de stijl van de Art Nouveau. Luden verkocht het in 1910 aan de heer Vroeg, die de kassen bouwde. In 1928 kwam het leeg te staan en na een kortdurig gebruik door de Duitsers in de oorlog kochten in 1947 de zusters Dominicanessen van Bethanië het landgoed om er een observatiehuis voor meisjes te vestigen. In 1987 kocht Natuurmonumenten het landgoed en werd het Jachtslot hotel restaurant (Bijschrift)
#Nijmegen

Jachtslot Mookerheide Oscar Leeuw

1902-1905 Huidig adres: Heumensebaan 2 Molenhoek, Samen met Henri Leeuw Jr

Jachtslot 'Mookerheide' met de uitzichttoren, op het gelijknamige landgoed, gebouwd in opdracht van Jan Jacob Luden naar ontwerp van Oscar en Henri Leeuw in de jaren 1902-1905 in de stijl van de Art Nouveau. Luden verkocht het in 1910 aan de heer Vroeg, die de kassen bouwde. In 1928 kwam het leeg te staan en na een kortdurig gebruik door de Duitsers in de oorlog kochten in 1947 de zusters Dominicanessen van Bethanië het landgoed om er een observatiehuis voor meisjes te vestigen. In 1987 kocht Natuurmonumenten het landgoed en werd het Jachtslot hotel restaurant (Bijschrift)
Jachtslot de Mookerheide,1905 (F73784)

Vooraf

Oscar en Henri Leeuw ontwierpen het jachtslot De Mookerheide in opdracht van Jan J. Luden van Heumen, een rijke bankierszoon. Dit is art nouveau stijl gebouwde pand is een van de hoogtepunten van hun werk. Luden zelf heeft het gebouw nauwelijks gebruikt. Sins 1985 is Natuurmonumenten eigenaar van het landgoed, inclusief het gebouw. Afgelopen jaren is er een uitgebreide restauratie geweest van het landgoed en het jachtslot. Een van de onmiddellijk in het oog springende veranderingen is het lichtroze pleisterwerk.

Kenmerken

Het slot is in art nouveau stijl ontworpen. Het is, kenmerkend voor de art nouveau/Jugendstil een echt “Gesamtkunstwerk” waarbij architectuur, beeldhouw- en schilderkunst samengaan.

Exterieur

De Architectuurgids Nederland 1900-2000: “Het witgpleisterde exterieur is een abstract-geometrische variant van de art nouveau”. Sinds de restauratie, welke in 2024 is afgerond, is de pleistering teruggebracht naar de oorspronkelijke, lichtroze kleur.

Tegenwoordig is nog veel van het exterieur aanwezig. De grootste veranderingen hebben aan de achterzijde plaats gevonden.

Interieur

Vooral aan het interieur is zeer veel zorg besteed. In de hal bevindt zich het trappenhuis en en glas-in-lood raam met Sint Hubertus. Hij is de patroonheilige van de jacht. Op het plafond zijn tekens van de dierenriem aangebracht.

Stuc, Kunst en Techniek: “…schatrijke Jan Luden van Heumen (1877-1935) van wie bekend is dat hij de ideeën van de theosofie aanhing. Tekenend hiervoor zijn de afbeeldingen in het jachtslot van astrologische symbolen, zoals dierenriemtekens, en sterrenhemels op de plafonds van de ‘hall’ en de badkamer.”

Daarnaast zijn er consoles van leeuwen te zien. Jan Schouten werkte mee als beeldend kunstenaar

Daarbij beschikte het jachtslot over moderne middelen: elektriciteit, centrale verwarming en een huistelefoon.

Landgoed

Jachtslot de Mookerheide staat op een landgoed van 160 hectare met niet alleen het omliggende park en tuin, maar ook bos.

Luden liet de heide ontginnen en de grond herbossen. Daarbij ging het vaak om de grove den en de Amerikaanse eik, later ook de douglas. Ook liet hij op zijn landgoed lanbouwgrond aanleggen.

Toen Natuurmonumenten het Landgoed in 1985 kocht, was van dit landgoed weinig meer over. Vandaar dat Natuurmonumenten vóór de restauratie van het Jachtslot eerst het omliggende landgoed wilde herstellen.

Het parkbos telt veel verschillende boomsoorten. Daarnaast zijn de kassen in de tuin opvallend.

Jan Jacob Luden van Heumen?

Een uitgebreid en zeer vermakelijk artikel is te vinden in de Grenssteen, welke tevens een belangrijke bron was voor het gedeelte over Luden.

Bericht finaal verkopen de vrije Heerlijkheid Heumen (PGNC 21/9/1877); de veiling daarvan was op 19 september begonnen.
Bericht finaal verkopen de vrije Heerlijkheid Heumen (PGNC 21/9/1877); de veiling daarvan was op 19 september begonnen.

Op 3 oktober 1877 koopt Jacob Hendrik Luden, de vader van Jan Jacob, het vervallen kasteel van Heumen. Daarvoor was deze het eigendom van jonkheer Boreel de Mauregnault en zijn vrouw Jacoba Craan. Zij waren 47 en 25 jaar daarvoor overleden.

Een andere gegadigde was Frans van den Broek, bierbrouwer en burgemeester van Heumen. Zij en later hun beide zonen, zullen nog regelmatig met elkaar botsen.

Bij het kasteel hoort een tuinmanswoning, tuinen, boomgaard, grachten en weiland, jacht- en visrecht en een deel van de Maas en uiterwaarden. Hij koopt in totaal 13,5 hectare voor 64.900 gulden. Aangezien het krantenartikel 17 hectare noemt, betekent dit dat hij het overgrote deel van de aangeboden stukken grond heeft gekocht.

Op 4-9-1878 breidt hij zijn bezittingen verder uit, door 25,5 van de 48,5 hectare hooiland en een deel van de Maas welke de Gemeente Nijmegen laat veilen aan te kopen. Ook hier was burgemeester van den Broek met zijn zoon een gegadigde.

Omdat hij eigenaar van de grond van de voormalige “Heerlijkheid Heumen” is geworden, wil Jacob de titel “Heer van Heumen” kopen van de gemeente Nijmegen. De Gemeenteraad besluit op 26 oktober 1878 de titel met graanrechten te verkopen voor 20.000 gulden. Volgens het verslag van de vergadering van de Gemeenteraad (zie hieronder) ging het daarbij vooral om de prijs van de graan- of koornrechten, “terwijl voor den titel van Heer niets zou betaald worden”.

Verslag vergadering Gemeenteraad 26-10-1878: verkoop van titel en graanrechten (PGNC 1/11/1878)
Verslag vergadering Gemeenteraad 26-10-1878: verkoop van titel en graanrechten (PGNC 1/11/1878)

Heerlijkheid en heerlijke rechten

Een heerlijkheid was een stuk grond waarop de heer eeuwenlang een aantal rechten had gehad, onder andere dat van rechtspraak. Aan het eind van de 18e eeuw waren heerlijkheden afgeschaft, maar na afloop van de Franse tijd weer gedeeltelijk hersteld, waaronder dat van jacht- en visrechten. Deze laatste rechten staan vermeld bij de advertentie voor de veiling hierboven. Voor Jan Luden en de burgemeester zou dit een bron van conflicten worden.

Waarom Jacob Hendrik de titel wil kopen is niet bekend: of dat vanwege de titel zelf of dat vooral de daar aan verbonden rechten van belang waren.

Jacob Hendrik Luden

Jacob Hendrik Luden is in 1841 geboren in Amsterdam. Hij stamt af van een Noorse familie, die in de 17 eeuw van Bergen naar Amsterdam was verhuisd. Ze had haar fortuin gemaakt in het verzekerings- en bankwezen, onder andere bij Hope & Co en Van Loon & Co.  

In de 19e eeuw waren verschillende landgoederen en buitenplaatsen in de omgeving van Doorn en Overveen gekocht. In 1864 trouwt hij met Tetia Moll. In 1875 wordt hij vader van Georgine Maria. Op 11 -8-1877 wordt Jan Jacob geboren, dus 2 maanden voor de aankoop van het kasteel. De zeer rijke Jacob Hendrik lijkt op dat moment nog geen band met de omgeving te hebben…

In april 1878 verhuist het gezin naar “De Wildbaan” in Driebergen. Tetia overlijdt op 30-8-1879, op 35 jarige leeftijd. Tien jaar overlijdt Jacob Hendrik.

Jeugd Jan Jacob Luden en erfenissen

Een jaar voor zijn overlijden had Jacob Hendrik aangegeven dat zijn neef Mr. Johannes Luden voogd over de 2 kinderen zou worden. Eind 1889 gaan de kinderen naar een kostschool: Jan Jacob naar Utrecht, waar tevens zijn oom Anthonie Moll woont. Hij is intelligent, maar lastig. Na 2 jaar wordt Jan Jacob overgeplaatst naar Stuttgart.

In 1890 vindt de verdeling van de erfenis plaats. Jan Jacob krijgt de bezittingen in Heumen en Maasbommel. Daarnaast erft hij een grote hoeveelheid obligaties en aandelen. Meer erfenissen volgen: van zijn moeder en oom. Dan is zijn vermogen tot 1,5 miljoen gegroeid, waar in 1894 nog eens een erfenis van 112.000 gulden bovenop komt. Let wel: Jan Jacob is op dat moment 16 of 17 jaar. Hij kan echter pas vanaf zijn 23ste verjaardag (in 1890 de grens voor volwassenheid) over deze erfenis beschikken.

Luden zoekt het hogerop

Op 23-jarige leeftijd verlaat hij zijn laatste pleeggezin om in Heumen te gaan wonen. Daarbij krijgt hij zelf ook meteen met burgermeester Albèrt van den Broek ruzie: als Heer van Heumen mag Luden -en niet de burgemeester- de jachtrechten verdelen.

Vanwege deze ruzie besluit Luden om de de hooggelegen bos-en heidegronden ten oosten van Heumen op Molenhoeks grondgebied aan te willen kopen. Hij geeft zijn rentmeester Montenberg opdracht om deze grond van de verschillende eigenaren aan te kopen: geld speelt daarbij geen rol. In 1900 koopt hij in totaal 14,5 hectare voor 25.694 gulden aan. Een jaar later koopt hij 17,5 hectare Mookerhei.

Hij wil het land kunnen overzien en gaan jagen. En van hogerop de loef afsteken naar zijn rivaal Van den Broek. Ook wil Luden een jachtslot laten bouwen, welke het mooiste gebouw van de omgeving moet worden.

De bouw van het Jachtslot

Jachtslot 'Mookerheide' met de uitzichttoren, op het gelijknamige landgoed, gebouwd in opdracht van Jan Jacob Luden naar ontwerp van Oscar en Henri Leeuw in de jaren 1902-1905 in de stijl van de Art Nouveau
Jachtslot ‘Mookerheide’ met de uitzichttoren, op het gelijknamige landgoed, gebouwd in opdracht van Jan Jacob Luden naar ontwerp van Oscar en Henri Leeuw in de jaren 1902-1905 in de stijl van de Art Nouveau, 1905-1910 (F73780 RAN)

Daarvoor krijgen de broers Oscar en Henri Leeuw de opdracht. De broers hebben in Nijmegen al de nodige bekendheid. Waaronder de Melkerij van Lent, die ook buiten Nijmegen de nodige aandacht heeft gekregen. En de Villa Dennenheuvel. Voor de bouw van het jachtslot speelt geld geen rol.

De aannemer is S. Grandjean Perinot Comtesse uit Nijmegen.

Op 31-10-1903 vindt de zogenaamde “eerste steen” legging plaats.

Daarbij wordt het voorzien van voor die tijd zeer moderne voorzieningen: elektriciteit, centrale verwarming, een huistelefoon, een lift van de keuken naar de eetzaal en warm en koud stromend water. Bovendien had het een inrichting voor het uitbroeden van eieren. Dat laatste hangt waarschijnlijk samen met het feit dat Luden op de tweede verdieping waarschijnlijk een vogellaboratorium wilde laten bouwen. Het gebouw had een eigen electrische intallatie, aangelegd door L.A. Moll . In de toren bevond zich een waterreservoir van 26M².

In 1905 is het grootste deel gereed. Bij de verkoop in 1909 blijkt dat de eetzaal nog niet is voltooid.

Gebruik door Luden en jachtrechten

Luden zelf heeft het jachtslot weinig gebruikt. In 1904 woont hij officieel in Parijs, de omgeving van Heumen en Nijmegen was voor hem te “bekrompen”. Enkele keren was hij op het jachtslot voor jachtpartijen of -feesten.

1910 – 1947:  Anthonie Vroeg

In september 1909 zet hij het landgoed te koop, waarbij het jachthuis met het omliggende park en de bos- en heidegronden in verschillende delen worden ingebracht. De bouw had f300.000 gekost. De inzet was echter op f150.000 bepaald; het hoogste bod was echter f90.500. Daarop ging de verkoop niet door.

Uiteindelijk vindt op 4-5-1910 toch verkoop plaats, voor een nog lagere prijs: f65.500 voor het gehele complex van 133 ha.

De nieuwe eigenaar was Anthonie Vroeg. Hij zou met zijn zus het jachtslot gaan bewonen. Hij liet het landgoed verder uitbreiden, met onder andere een tuinmanswoning. In 1928 ging Vroeg in Montreux wonen; het landgoed bleef echter tot 1947 in zijn bezit.

1947-1985 Klooster

In de Tweede Wereldoorlog was het in gebruik als een hoofdkwartier voor de Wehrmacht. Op 4-2-1947 vekocht Vroeg zijn bezit aan de Zusters van Sint Dominicus van Bethanië.

Verbouwing

Het jachtslot werd verbouwd tot klooster. Daarbij werd het dienstgebouw tot kapel verbouwd. Op de 2e verdieping en een deel van de 3e van het slot zelf kwamen slaapruimtes. De oude serre werd vervangen door een rechthoekige.

In 1950 vond een grote uitbreiding plaats om een meisjesinternaat te vestigen. Het klooster kreeg een lange achtervleugel, waarvan architect Frans Verwoerd uit Breda de ontwerper was. Deze vleugel had 2 bouwlagen. Daarnaast kreeg de oostvleugel, die in voorgaande jaren als was verhoogd, tevens 2 bouwlagen. Op de begane grond kwam een extra kapel. Er kwamen leslokalen en een praktijk voor een arts en psycholoog op de verdieping van de achtervleugel.

In 1971 vond een verbouwing plaats om het aantal slaapkamers te vergroten. In 1975 was er eveneens een verbouwing, waarbij de slaapkamers werden vergroot en de slaapzalen opgedeeld in afzonderlijke kamers.

1985-2017 Natuurmonumenten  en Hotel-restaurant Jachtslot de Mookerheide

In 1985 wordt Natuurmonumenten eigenaar van het landgoed en daarbij mede van het Jachtslot. Zij verpacht het gebouw, welke na een verbouwing dienst doet als restaurant. Op 27 november 1986 vindt de opening daarvan plaats.

In januari 2017 sloot hotel-restaurant Jachtslot de Mookerheide haar deuren. De eigenaar was op dat moment de heer Van Hout, die het pand in erfpacht had.

De Restauratie

Natuurmonumenten ging zich daarop beraden over het vervolg. Zij wilde herstel, niet alleen van het Jachtslot, maar van gehele landgoed.

Afgelopen jaren is er hard gewerkt aan de restauratie, welke in 2024 is afgerond.

Een aantal mooie bronnen over de restauratie:

https://res.cloudinary.com/natuurmonumenten/raw/upload/v1600783075/2020-09/brochure%20renovatie%20jachtslot.pdf Een mooie gids over de plannen van de restauratie

Volg hier het laatste bouwnieuws, blogs en vlogs

Rijksmonument

Het gebouw is een Rijksmonument, met als waardering:

“Jachtslot de Mookerheide is van algemeen, cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang als hoofdonderdeel van het aan het begin van de twintigste eeuw ontstane landgoed Mookerheide. Het jachtslot heeft architectuurhistorische waarde als zeldzaam voorbeeld van een landhuis in Art Nouveaustijl dat opvalt door de een zwierige lijnvoering in de gevelbehandeling en een forse, naar de functie verwijzende toren. Het pand is van belang vanwege de goed bewaard gebleven en zeldzame Art Nouveau-interieuronderdelen en de ruimtelijke opzet waardoor het een belangrijk voorbeeld is van opvattingen omtrent villabouw en van de ontwikkeling van de kunstnijverheid in het eerste decennium van deze eeuw. Er is sprake van een bijzondere eenheid in exterieurbehandeling en interieurafwerking en het pand is daarmee ook een van de belangrijkste voorbeelden van villabouw in het oeuvre van de broers Oscar en Henri Leeuw, die in Nijmegen en omgeving onder meer een groot aantal woonhuizen hebben gebouwd. Het jachtslot bezit in samenhang met de overige complexonderdelen hoge ensemblewaarden en speelt een belangrijke beeldbepalende rol door de prominente ligging aan de rand van het plateau van de Mookerheide, waarbij de toren een markerend element in het landschap vormt.”

Spoorbrug Nijmegen bij zonsondergang met de Oversteek op de achtergrond

Geheel gratis. Het e-mail adres wordt alleen gebruikt voor het sturen van de blog.


Bronnen

https://www.historiemolenhoek.nl/de-bewoners-van-het-jachtslot-de-mookerheide: een zeer uitgebreid artikel over de bewoners van het Jachtslot.

http://www.architectuurgids.nl/project/list_projects_of_architect/arc_id/133/prj_id/34

https://mijngelderland.nl/inhoud/canons/nijmegen/gebouwen-van-oscar-leeuw

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam…

Melkerij Lent

In 1899 opent Wildenbeest een stoomzuivelfabriek en melksalon. Vooral het laatste trekt veel aandacht. Dit gebouw is ontworpen door de…

Villa Dennenheuvel architect Leeuw

1900 Rijksstraatweg 46 Ubbergen, Rijksmonument De Rotterdammer Suermondt liet in 1900 zijn villa bouwen aan de Rijksstraatweg in Ubbergen. Het…

Monument de Oversteek 20221023
#Nijmegen, Kunstwerken, Lent

 ‘De Oversteek’ van Marius van Beek

1984 Oosterhoutsedijk, Lent

Monument de Oversteek 20221023
Monument de Oversteek; de bloemen zijn van de herdenking een maand eerder (23-10-2021)

Het monument de Oversteek herdenkt de gevallen geallieerde militairen tijdens de gevechten rondom de oversteek van de Waal. Het is een beeld van Marius van Beek.

De oprichting was een initiatief van Herman Jansen en huisarts prof. dr. Huygen. Zij hadden in Lent de oorlog dichtbij meegemaakt. Daardoor beseften zij welke offers de Amerikanen gebracht hadden.

40 jaar na de Oversteekonthulde generaal Gavin, in 1944 de bevelhebber van de 82nd Airborne divisie , op 18 september 1984 het momument.

Twee zuilen en een gedenksteen

Het bestond aanvankelijk uit twee zuilen van natuursteen en een liggende gedenksteen.

Op de linkerzuil staat:

“ U.S. 82nd AIRB. DIV.

WAALCROSSING

20 SEPT. 1944

504 PARACHUTE INFANTRY

307 ENG. 376 PFABn

IN COÖP. WITH

505 PAR. INFANTRY

GUARDS ARMOURED DIV.

 18 SEPT. 1984”

Op de rechterzui:

“HIER VOND
PLAATS
OP
20-9-1944
DE HELDHAFTIGE
OVERSTEEK
VAN DE WAAL”.

Op de gedenkplaat staan de namen van de 48 gevallen militairen.

De gedenkplaat is in 2014 vervangen door een muur met 49 namen. Hierop is de naam van Norris B. Case toegevoegd, hoewel het niet zeker is of hij op 20 september 1944 bij de Oversteek is overleden. Daarnaast staat Jack D. Howard nog steeds op het monument vermeld, hoewel hij op 21 september 1944 is gesneuveld in de buurt van Visveld. Het monument was geadopteerd door basisschool Sam-Sam uit Oosterhoudt en september 2000  door basisschool De Oversteek. Daar is ook de oorspronkelijke, liggende plaat naar toe verplaatst.

Marius van Beek

Het monument is gemaakt door de beeldhouwer Marius van Beek (1921-2003) (maar dus niet de huidige muur). Daarnaast was hij criticus en docent. In de buitenomgeving zijn 90 beelden van hem te zien, verdeeld over alle provincies (bron: website Marius van Beek). Daarnaast is er een online catalogus van zijn werk.

Een ander belangrijk beeld van hem is het Verzetsmonument op het Trajanusplein uit 1954.

Andere werken:

  • ‘Vervult u met de vruchten die ik draag’, Wilhelminasingel 15, 1956
  • Nachtbruid, Grootstalselaan-hoek Malderburchtstraat, 1970

(Overige) bronnen en verder lezen

Kunst op Straat

Huis Bato

Villa Bato werd rond 1880 gebouwd door de familie Reijnders. Zij lieten de villa bouwen naast hun Lentse Molen, die…

De Oversteek (januari 2023)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Ontwerp en Duurzaamheid van Brug De Oversteek

2010 – 2013

De Oversteek brug waal 20230109
De Oversteek (januari 2023)

Door het toegenomen autoverkeer en de bouw van de Waalsprong, wilde de gemeente Nijmegen een tweede brug over de Waal. Dit moest niet zo maar een brug worden: het moest een daadwerkelijke stadsbrug, dat bovendien onderdeel van het rivierlandschap vormt. Het ontwerp zelf moest ruimtelijke kwaliteit toevoegen. De architecten Ney en Poulissen ontwierpen een slanke stal brug.

Ontwerpcriteria: een echte “stadsbrug”

Oude lift bij Oversteek (maart 2021)
Oude lift bij Oversteek (maart 2021)

De gemeente had 4 ontwerpcriteria aangegeven:

  1. Contextuele inbedding: integraal deel uitmaken van het rivierlandschap en goed zichtbaar en beleefbaar zijn, zowel vanaf de oevers als vanaf de stadsbrug
  2. Samenhang in het bestaande en toekomstige beeld van Nijmegen met de dijkverlegging en alle ruimtelijke ontwikkelingen rondom de Waal.
  3. Een kunstwerk van hedendaagse techniek en vormgeving in één gebaar.
  4. Aandacht voor de gebruiks- en belevingswaarde: een verblijfsbrug, zowel bovendeks als op maaiveldniveau, met een aangename onderwereld.

Daarbij was er een budget van 140 miljoen euro?

De bouw kon in mei 2011 worden begonnen en duurde tot 2013. De bouw van de boogbrug had in de uiterwaarden plaats gevonden. Op zaterdag 20 april 2013 kon de boogbrug onder veel belangstelling worden ingevaren. Daarna volgde het afwerken ter plaatse.

De brug is ontworpen door de Belgische architecten Laurent Ney  en Chris Poulissen.  De bouwkosten waren 260 miljoen euro.

Deze weg sluit aan de zuidelijke kant aan bij de Verlengde Energieweg en aan de noordkant op de Graaf Alardsingel. Voor auto’s heeft de brug 2 x 2 rijbanen, een vluchtstrook  en er is ruimte gereserveerd voor een eventuele 5e baan, bijvoorbeeld voor openbaar vervoer.

Aan de kant van de stad is er  stadskant is een pad van 4 meter breed voor fietsers en voetgangers. Daarbij zijn er tevens balkons gemaakt, om van het uitzicht op de rivier en de stad te kunnen genieten.

Om de capaciteit van de A50 te vergroten werd gelijktijdig met de Oversteek is de tweede brug bij Ewijk gebouwd, naast de reeds bestaande. Vanaf 2013 heet deze officieel de Tacitusbrug gebouwd, maar wordt over het algemeen nog steeds de Ewijkse brug of brug bij Ewijk genoemd.

De omgeving: de brug als onderdeel van rivierlandschap en stad

Nijmegen vanaf Oversteek droogte 20210413
Nijmegen vanaf Oversteek tijdens een droogte (april 2021)

Een belangrijk onderwerp (en een eis aan het ontwerp) was het samenspel met de omgeving; de stadsbrug moest een onderdeel van de stad worden. Daarom is er gekozen voor een slanke stalen hoofdoverspanning van 285 meter, terwijl 235 de minimale eis was. Hierdoor wordt de hele rivier overspannen in plaats van alleen de vaargeul. Daarbij ligt de Waal gecentreerd onder de brug. Daarmee maakt de brug daadwerkelijk onderdeel uit van de omgeving.

Een vergelijkbaar uiterlijk met de Waalbrug was wenselijk. Daarnaast zijn de zijkanten van de brug van baksteen, tevens een verwijzing naar de baksteenindustrie en gebruik daarvan in Nijmegen.

Daarnaast zijn de pijlers gebouchardeerd, zodat de kiezels zichtbaar zijn. Dit is een verwijzing naar het grind in de rivier. Boucharderen is het opruwen van het oppervlak met een  zogenaamde bouchardeerhamer: een hamer dat is voorzien van een massieve kop met stalen punten.

Grootste enkelvoudige boogbrug in Europa

Met een stalen brugconstructie van 285 meter is het de grootste boogbrug van Europa met een enkelvoudige boog. Het is de één na langste hoofdoverspanning van Nederland en tevens de langste boogbrug van Europa met slechts 1 boog. Sinds 2016 heet de weg over de brug de Generaal James Gavinsingel.

Het ontwerp van een boogbrug was geen eis van de Gemeente Nijmegen. Ook voor de ontwerpers was de boogbrug vooraf geen bewuste keuze:

“Ask Poulissen where he gets his ideas for his designs and he will tell you he doesn’t know. “The best designs evolve gradually, in a process with multiple people. You have to consider all of the interests at play. Things like ecology, flora, fauna, noise pollution, contamination. It’s barely about the form. For example, when Laurent and I were working on the bridge project ‘De Oversteek’ in Nijmegen we didn’t anticipate beforehand that those arches would be there. That idea materialized during the project, in part because of the limited budget. That forced us to find clever solutions. And the solution with the arches turned out to cost a lot less, and it doesn’t require much maintenance. There are no joints, no bearings.”

Boogbrug met trekband

De hoofdoverspanning is een zogenaamde boogbrug met trekband.  Wikipedia https://nl.wikipedia.org/wiki/Boogbrug: “De boogbrug met trekband: dit type wordt het meest toegepast bij grotere overspanningen. De boog ligt over het algemeen (maar niet noodzakelijk) boven het rijdek. Het gewicht van het rijdek en het verkeer wordt via trekkracht in de verticale staven via de boog afgeleid naar de fundering. Door een horizontale trekband aan te brengen tussen de uiteinden van de boog worden de horizontale spatkrachten op de landhoofden opgeheven, waardoor de fundering alleen verticale krachten te verwerken krijgt. Het rijdek zelf fungeert vaak als trekband.” De Nationale Staalprijs: “Stadsbrug ‘De Oversteek’ is een enkelvoudige boogbrug. Dit is de meest efficiënte boogstructuur. In het ontwerp is de krachtswerking van de stalen boog benut: de boogranden zijn naar buiten geduwd waardoor de boog verticaler is komen te liggen en de draagkracht is vergroot. Het resultaat is een slanke boogconstructie met relatief weinig staal. De brug staat schuin ten opzichte van de rivier, daarbij de richting van de stroming van de Waal respecterend. Dit is een bewuste architectonische keuze”.

Daarbij is betreft het een zogenaamde netwerkboogbrug: “Netwerkboogbrug met diagonale hangers die elkaar meerdere keren kruisen”.

1 boog

Waar de meeste bruggen 2 bogen (de Waalbrug heeft er 4) met windverbanden hebben., heeft de Oversteek maar 1 boog.  Dit is gedaan vanuit oogpunt van onder andere materiaalbesparing. Bovendien wordt er minder staal blootgesteld aan corrosie, welke een directe relatie heeft met het schilderwerk. Bij 1 boog was er aanmerkelijk minder oppervlakte om te verven: bij 2 bogen gaat om bijna 3x zo veel schilderwerk.

Door de enkele boog in plaats van een dubbele boog, is het tevens minder zichtbaar dat de brug de rivier onder een hoek overspant, in plaats van er haaks op te staan.

Pijlers

Onderkant Oversteek (oktober 2023)
Onderkant Oversteek (oktober 2023)

De pijlers zijn gestroomlijnd gemaakt en zo geplaatst, dat de vaargeul volledig gebruikt kan worden. Een van de ontwerpvoorwaarden was dat de brug het waterpeil met niet meer dan 1 millimeter mocht laten stijgen.

Aanbruggen

De aanbruggen (het gedeelte van de brug dat de hoofdoverspanning verbindt met het landhoofd; of simpel gezegd: het gedeelte van de brug over de uiterwaarden). Aanvankelijk was de gedachte deze van staal te maken, maar dat zou te veel geld kosten.

Daarom zijn deze nu gemaakt van beton en baksteen, wat overeenkomt met de Waalbrug. Een andere verwijzing naar de Waalbrug is dat ook hier de aanbruggen uit verschillende bogen bestaan. Doordat de aanbruggen nu uit 1 stuk bestaan, waren geen zogenaamde “dilatatievoegen” nodig: dit zijn voegen die het krimpen en uitzetten van materialen moeten opvangen en op deze manier scheuren voorkomen.

Een voordeel van het metselwerk is bovendien dat de aanbruggen daarmee flexibel genoeg zijn om verticale vervormingen door natuurschommelingen op te vangen.

De aanbrug is in het noorden 680 meter lang en 230 meter in het zuiden.

Duurzaamheid en Milieu

De bouwers hebben rekening gehouden met duurzaamheid en milieu. Onder andere door:

  • Bij de bouw zijn materialen per schip aangevoerd in plaats van met vrachtwagens, wat positieve effecten op de  CO2 uitstoot heeft
  • Het beton, staal en asfalt van de brug is deels herbruikbaar, wanneer zij over 100 jaar op het einde van haar levensduur is
  • Er is zand en puin uit de omgeving gebruikt
  • Tijdens de bouw waren er beschermde maatregelen voor het behoud van bittervoorn, mussen en palingen
  • Vogelkastjes voor mussen
  • Uiterwaarden zijn in oorspronkelijke staat hersteld en de bossage aan de Winselingseweg is behouden gebleven
  • Sanering van de kolk van Braam, welke is ingericht als natuurvriendelijke oever voor de bittervoorn en waterplanten

 

Opening

De officiële opening vond plaats op 23 november 2013, waarbij de brug op 24 november ’s avonds openging voor verkeer. De opening werd bijgewoond door duizenden belangstellenden. Ook waren nabestaanden van de 48 gesneuvelde Amerikanen aanwezig.

Bij de opening werden beelden vertoond van de film A bridge too far, met zang van de sopraan Francine van der Heijden. De 48 gesneuvelde Amerikanen kregen een eerbetoon en er werd voorwerk afgestoken. Oud-generaal Ben Bouman, die als enige Nederlander aan de oversteek had deelgenomen en de Amerikaanse veteraan Francis Keefe openden de brug met een optocht van historische legervoertuigen. Daarna wandelde burgemeester Bruls samen met duizenden Nijmegen over de burg.

Onderhoudsarm

De brug is zodanig ontworpen en gebouwd, dat het de komende 100 jaar zo min mogelijk onderhoud nodig heeft.

Staalprijs 2014

De brug ontving de Staalprijs 2014. Het Juryrapport: “Deze enkelvoudige stalen boogbrug is meer dan een brug. Het is een landmark, een kunstobject, een aandenken, een verblijf- en ontmoetingsplaats en de resultante van integraal ontwerpen en bouwen op basis van een vernieuwende aanbestedingswijze.

De inpassing van de stadsbrug in zijn landschappelijke, historische en culturele context oogst grote bewondering. Aangekomen boven land gaat de hoofdoverspanning over in aanbruggen met bakstenen uit streekeigen klei. Aan weerszijden lopen de bruggen ver boven het land door om het natuurlijke evenwicht op de oevers te bewaren. En de 48 lantaarns op het brugdek herdenken hetzelfde aantal gesneuvelden tijdens WOII-operatie Market Garden, om nog maar een aspect te noemen. Een integrale prestatie op alle onderdelen.”

20 september 1944: De Oversteek

Oefening herdenking de Oversteek 20230914
Oefening voor de herdenking de Oversteek (september 2023)

De naam de Oversteek is een herinnering aan de oversteek van de geallieerden op 20 september 1944. Deze historische actie maakte deel uit van Market Garden.

De aanvallen aan de centrumzijde van Nijmegen waren mislukt, onder andere omdat de Duitsers zich op het Valkhof en Hunerpark hadden kunnen ingraven. Voor de Britten, die de brug in Arnhem hadden veroverd, begon de tijd steeds verder te dringen.

Die middag staken de para’s van het 3e bataljon van de 504 Parachute Infantry Regimant (PIR) van de Amerikaanse 82e Luchtlandingsdivisie (82nd Airborne) onder leiding van majoor Julian Cook de Waal over. Zij deden dit in 26 canvas bootjes, op klaarlichte dag. Zij werden daarbij ondersteund door 307 Airborne Engineer Battalion, 376 Parachute Field Artillery Battalion 82 Airborne in samenwerking met 505 Para Infantry Guards Armoured Division.

Van de 260 soldaten die de eerste oversteek maakten raakte ongeveer de helft gewond of sneuvelde. Bij deze actie overleden 48 man. Zij slaagden er in om de noordzijde van de brug in handen te krijgen.

Ook aan de gevechten aan de zuidkant kwam een einde, ook omdat de noordkant door de Amerikanen veroverd was. Hierdoor konden de tanks van het Britse 30e Legerkorps Britse 30e Legerkorps konden oversteken. Het was inmiddels te laat om de luchtlandingsdivisie in Arnhem te bereiken, die de brug aldaar moest opgeven.

Herinneringen aan Oversteek

Behalve de naam de Oversteek herinnert het kunstwerk Lights Crossing aan de oversteek. Elke avond wordt bij.. de Sunset March over de brug gelopen. En hoewel sec geen deel uitmakend van de brug, dient op deze plaats ook “De Oversteek” van Marius van Beek hier te worden besproken, dat naast de brug ligt.

Lichtkunstwerk Lights Crossing

Het kunstwerk Lights Crossing (overstekende lichten) maakt onderdeel uit van de brug/ Dit is een ontwerp van Atelier Veldwerk (Rudy Luijters en Onno Dirker).

De naam de Oversteek, de 48 paren lantaarnpalen en een monument herinneren nog aan de overtocht. De 48 paren lantaarnpalen herinneren aan de 48 Amerikaanse soldaten die bij deze actie sneuvelden.

 ‘s avonds gaan de 48 paren 1 voor 1 aan, in het tempo van een trage mars, van zuid naar noord. Dit duurt 11 minuten. Pas daarna gaat de aanstraalverlichting aan.

Op de site van ACN staat een audiotour:

https://soundcloud.com/acnijmegen/audiotour-de-oversteek-met-studio-veldwerk

Sunset March

Sinds 19 oktober 2014 loopt elke avond minimaal een veteraan bij zonsondergang de zogenoemde Sunset March over de brug, terwijl de lichten aan gaan. “Met dit initiatief willen de veteranen niet alleen herdenken welk offer de Amerikaanse militairen hier ver van huis hebben gebracht voor de vrijheid van het Nederlandse volk. Zij willen hiermee vooral ook een zichtbare brug slaan naar alle veteranen die in missies over de hele wereld hebben bijgedragen en nog steeds bijdragen aan vrede en vrijheid.”

Zie de eigen website van Sunsetmarch.

Bronnen

De Oversteek (januari 2026)
De Oversteek (januari 2026)

https://www.baminfra.nl/projecten/stadsbrug-de-oversteek-nijmegen

https://www.wegenwiki.nl/De_Oversteek

https://nl.wikipedia.org/wiki/Julian_Aaron_Cook

Duizenden bij historische opening brug Nijmegen, Marco Loef in De Gelderlander,

23 november 2013

Oversteek één voor één aan gaan, Thijs Stevens  in IndeBuurt, 8 dec ’18

 https://www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten/zoeken/1558/lent-de-oversteek

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Waalsprong

https://mijngelderland.nl/inhoud/canons/nijmegen/de-waalsprong

Opening nieuwe stadsbrug Nijmegen op 23 november | gelderlander.nl

https://www.wegenwiki.nl/Tacitusbrug

https://www.nationalestaalprijs.nl/project/verkeersbrug-de-oversteek

https://www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten/zoeken/1558/lent-de-oversteek

https://www.betonlexicon.nl/N/Nabewerkingen

Onder de Oversteek (januari 2026)
Onder de Oversteek (januari 2026)
Trappen Oversteek (januari 2026)
Trappen Oversteek (januari 2026)
Vijver Goffartpark. Ooit zat hier een eendenkooi. Nadat deze is afgebrand, is hij nooit meer hersteld (april 2024)
#Nijmegen, Groen in Nijmegen

Goffertpark: Stadspark van Nijmegen

Goffertpark tijdens Koningsdag (foto april 2023)
Goffertpark tijdens Koningsdag (foto april 2023)

Het Goffertpark is het grote stadspark van Nijmegen. Het is in de jaren 30 aangelegd als een werkverschaffingsproject. Nijmegenaren gebruiken het park om te wandelen, zonnen, sporten en de hond uit te laten.

Daarnaast vinden er regelmatig evenementen plaats: een circus, concert en een bijzonder moment is elk jaar weer de Koningsmarkt op Koningsdag.

Deze pagina zal van tijd tot tijd worden aangevuld, onder de foto staan daarnaast een aantal verwijzingen naar mooie sites weergegeven (tevens bron van deze pagina).

Goffertboerderij: Geschiedenis

Goffertboerderij juli 2024
Goffertboerderij (juli 2024)

Het Goffertpark is vernoemd naar de oorspronkelijke Goffertboerderij. Deze boerderij heeft zijn naam te danken aan Jan Derkse den Goffert. Deze Derks komt voor in 1740, wanneer Jonas Reijnen toestemming krijgt om op de door hem gepachte percelen bouwland op de “op de “Hasencamp” onder Hatert “een huijs off schuur te mogen setten” met het doel om “daerinne te stellen een tropje schapen, die althans bij Jan Derkse den Goffert aen de heijde waren leggende en welke schapen aen de heijde soude blijven weijde” (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis). Waarschijnlijk had of pachtte Derkse een boerderij op de toenmalige Malderheide. In ieder geval was zijn bijnaam “De Goffert”: een groot en dik persoon.

Boerderij de Goffert, oktober 1934 (F17222 RAN)
Boerderij de Goffert, oktober 1934 (F17222 RAN)

De boerderij komt overigens al eerder voor: in 1668 wordt het genoemd als de boerderij van Evert Reindershoff.

Boerderij “De Goffert” komt voor het eerst voor in 1780, wanneer het Borger Kinderen Weeshuis haar bezit van de Weezenheide op de Malderheide uitbreidt met een hofstede met bouw- en weiland, “vanouds “Maldenburg” en ook wel Maldenbij, Maldenbeim of De Goffert genaamd, afkomstig uit de nalatenschap van een zekere kapitein W. Keizer”(Huis van de Nijmeegse Geschiedenis).

De Goffertboerderij met het terras (theetuin) ten tijde van de opening van het aangenzende stadspark 'De Goffert, Goffertweg 17, 7/1939-9/1939 (uitg A.A. van der Borg via F38969 RAN CC BY-SA)
De Goffertboerderij met het terras (theetuin) ten tijde van de opening van het aangenzende stadspark ‘De Goffert, Goffertweg 17, 7/1939-9/1939 (uitg A.A. van der Borg via F38969 RAN CC BY-SA)

Goffertpark met de hand gegraven

De Spade Goffertpark (april 2024)
De Spade Goffertpark (april 2024)

Het Goffertpark is aangelegd al werkverschaffingsproject in de jaren 30. Toen was er een hevige crisis met grote werkeloosheid.

Het plan voor een “Stadsbosch” bestond uit de bouw en aanleg van onder andere een 17 ha. grote speelweide, theeschenkerij, schuilkoepels, hertenkamp, vogelpark, kinderboerderij, bijenstal, openluchttheater, stadion, sportvelden, tennisbanen en een siertuin met vijvers.

De aanleg van het Goffertpark, 1937 (Nederlandse Heidemaatschappij via F62866 RAN CCBYSA)
De aanleg van het Goffertpark, 1937 (Nederlandse Heidemaatschappij via F62866 RAN CCBYSA)

GoffertStadion: de Bloedkuul

(stilstaande) klok NEC stadion Goffert (april 2024)
(stilstaande) klok NEC stadion Goffert (april 2024)

In het park ligt het Goffertstadion, in de volksmond beter bekend als “de Bloedkuul” (de Bloedkuil). Ook het terrein voor het stadion is handmatig afgegraven. Door 160 Nijmeegse werklozen, die ongeveer 80.000 kubieke meter grond hebben verplaatst om een kuil van 6 meter diep met hellingen van 9 meter hoog te maken. Dus met bloed, zweet en tranen, waarnaar de naam Bloedkuul verwijst.

De architect van het stadion was D. Monshouwer en het werd in 1939 door Prins Bernhard geopend. Het stadion had plaats voor 30.000 bezoekers. Daarnaast had het een wielerbaan en een sintelbaan. Vanaf 1945 was het voor N.E.C. de thuisbasis.

Thuisbasis N.E.C.

Bij de bouw konden zowel N.E.C. als Quick 1888 het stadion als thuisbasis gaan gebruiken. Maar beiden aanvankelijk, omdat ze huur zouden moeten betalen en een eigen stadion op de Hazenkamp hadden. Dat van N.E.C. had al een capaciteit voor 12.500 personen.

In 1944 moest N.E.C. echter haar stadion verlaten: voor een deel vanwege oorlogschade. Bovendien was hun terrein een geallieerd legerkamp geworden. Sinds seizoen 1945-1946 is de Goffert het thuisstadion.

Vernieuwing jaren ’90

In de jaren ’90 werd het stadion vernieuwd. Daarvoor was de capaciteit van het stadion intussen vanwege veiligheidseisen die de KNVB en UEFA stelden teruggelopen naar aanvankelijk 5.000 plaatsen om vervolgens door maatregelen weer naar 10.000 te zijn vergroot. In 1998 werd besloten tot een grootschalige renovatie.

In 2000 ging het vernieuwde stadion open. Daarbij is de capaciteit verlaagd naar 12.500 zitplaatsen.

Vlaggenparade

Tussen 1951 en 2011 vond in de Goffert de officiële opening van de Vierdaagse plaats door middel van de Vlaggenparade.

Instorting tribune

Op 17 oktober 2021 stortte het voorste deel van het uitvak in vanwege hossende Vitesse supporters, vanwege de gewonnen wedstrijd met N.E.C.. Er bleek in de fout in de betonconstructie te bestaan, die ook gold voor andere delen van het stadion. Na maatregelen konden in 2022 weer wedstrijden met publiek gespeeld worden.

Bronnen

https://www.nec-nijmegen.nl/club/goffertstadion.htm: de eigen site van het Goffertstadion

IndeBuurt

https://geschiedenislokaal024.nl/bronnen/aanleg-goffertstadion/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Goffertstadion

De aanleg van het Goffert Stadion, 1937 (F46202 RAN)
De aanleg van het Goffert Stadion, 1937 (F46202 RAN)

Rosarium

Vijver bij rosarium Goffertpark (juli 2024)
Vijver bij rosarium Goffertpark (juli 2024)

Erfgoedstem noemt het terecht een van de “kroonjuwelen” van het Goffertpark. In 2014 vond er een renovatie plaats. Daarbij werd de pergola wordt vervangen en de bodem van de vijver vernieuwd. Ook de schuilkoepel naast het rosarium werd vernieuwd.

Wat is een rosarium?

Het Rosarium in het Goffertpark, 1938-1940 (F57323 RAN)
Het Rosarium in het Goffertpark, 1938-1940 (F57323 RAN)

Een rosarium is een tuin waar rozen de voornaamste planten vormen. De vrouw van Napoleon, Josephine, richtte bij hun huis Malmaison (vlakbij Parijs) de eerste rozentuin op, waarin alle rozensoorten die op dat moment bekend waren stonden. In de 18e en 19e ontstonden vele rosaria: veel en allerlei soorten rozen met daarachter heesters en hagen. Meestal hadden ze een klein oppervlak en waren ze niet groter dan ¾ hectare.

Daarbij lijkt het opvallend dat er in Nijmegen een rosarium wordt aangelegd: in de jaren 30 verdwijnen juist vele rosaria vanwege de hoge kosten van het onderhoud. (Bron: wikipedia)

De Kammende Baadster

Het beeld de Kammende Baadster is in 1958 gemaakt door professor Hermann Hubacher (1885 – 1976). In 2010 werd het beeld gestolen, waarschijnlijk vanwege het brons.

Kammende Baadster, beeld bij vijver rosarium Goffertpark, november 1982 (Ber van Haren via ZN34584 RAN CC0)
Kammende Baadster, beeld bij vijver rosarium Goffertpark, november 1982 (Ber van Haren via ZN34584 RAN CC0)

Daarop werd, na een inzamelingsactie, in 2013 het beeld Wassende Aphrodite van Margriet Hovens geplaatst. Dit beeld was gebaseerd op de Kammende Baadster. Ook dit beeld is in 2017 van de sokkel gestolen, waarschijnlijk in de veronderstelling dat het een bronzen beeld was. Zie voor foto’s van het beeld tijdens de onthulling Flickr.

(Overige bronnen: Noviomagus en de Gelderlander).

Educatieve Natuurtuin Goffertpark

ingang educatieve natuurtuin Goffertpark juli 2024
ingang educatieve natuurtuin Goffertpark (juli 2024)

Vlak naast de Goffertboerderij ligt de Educatieve Natuurtuin… en tot schande kwam ik er nu, juli 2024, pas achter. Want de tuin is werkelijk prachtig, met allerlei verschillende landschappen.

Hun eigen, zeer mooie site: https://natuurtuingoffert.nl

Foto’s Goffertpark

Vijver Goffertpark tijdens Koningsdag (foto 2023)
Vijver Goffertpark tijdens Koningsdag (foto 2023)

Een aantal mooie sites over het Goffertpark

https://natuurtuingoffert.nl

https://www.noviomagus.nl/Gastredactie/Vos/Vos.htm: prachtig verhaal met veel foto’s

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Stichting_Stadspark_de_Goffert_Nijmegen

Voormalig Bijkantoor Nederlandse Bank, Klein Marienburg 22-24
#Nijmegen, Centrum, Kunstwerken, Marienburg

Bijkantoor Nederlandsche Bank architect Zwiers

1954 Klein Mariënburg 22-24 Centrum Gemeentelijk Monument

Voormalig Bijkantoor Nederlandse Bank, Klein Marienburg 22-24
Voormalig Bijkantoor Nederlandse Bank, Klein Marienburg 22-24

Nadat het kantoor tijdens de gevechten van september 1944 was afgebrand en Gelderse Spaarbank het pand wilde kopen, besloot de Nederlandsche Bank een nieuw pand voor haar agentschap te laten bouwen aan de Mariënburg. Architect Zwiers ontwierp een sober, solide gebouw, waarbij Hammes met een aantal kunstwerken zorgde voor de nodige frivoliteit.

Vooraf

Op 21 september 1944 was het vroegere bankgebouw afgebrand door een ontploffing van een munitiewagen, welke door een Duits projectiel was geraakt. Een andere bank wilde het gebouw graag kopen: zij had niet zo veel ruimte nodig als de Nederlandsche Bank en bovendien kon zij gebruik maken van de kluizen, die intact waren gebleven. Daarop besloot de Directie van de Nederlandsche Bank tot verkoop en een nieuw, ruimer gebouw te laten bouwen.

De bouw begon op 12-1—1951. De locatie was gekozen vanwege:

  • De representatieve plaats, waarbij tegelijk ongeveer de plaats van het vroegere gebouw kon worden benaderd
  • De mogelijkheid van een rondom vrije ligging, vanwege de veiligheid

Feitelijk had de Nederlandsche Bank voldoende aan de ruimte op deze plek met slechts 1 verdieping voor haar agentschap. Vanuit stedebouwkundig oogpunt en vanwege het representatieve karakter, besloot de Bank een verdieping extra te laten bouwen. Deze verdieping kon daarbij verhuurd worden en, mocht daar op een gegeven moment behoefte aan zijn, dienen tot uitbreiding van het agentschap.

Stijl

Het voormalig kantoor van het agentschap van de Nederlandsche Bank N.V., gelegen op de hoek met de Mariënburgsestraat. Het werd gebouwd in 1949/1950 en werd ontworpen door architect door H.T. Zwiers, 27/4/1995 (Ger Loeffen via F38310 RAN CCBYSA) Klein Marienburg 22-24 Nijmegen
Het voormalig kantoor van het agentschap van de Nederlandsche Bank N.V., gelegen op de hoek met de Mariënburgsestraat. Het werd gebouwd in 1949/1950 en werd ontworpen door architect door H.T. Zwiers, 27/4/1995 (Ger Loeffen via F38310 RAN CCBYSA)

Het Nieuwe Instituut: “Het bankgebouw is uitgevoerd in de traditionalistische stijl van de Delftse School. Kenmerkend is de sobere, solide uitstraling van het gebouw dat paste bij het imago van het bankwezen. De hoofdvorm is van een monumentale eenvoud. Het karakter wordt bepaald door de geslotenheid van de baksteen gevels en de accentuering van ramen en ingangen door natuurstenen omlijstingen”

Indeling

Op de begane grond ligt de publieke hal, “die groot is genomen, omdat het op topdagen zeer druk kan zijn en een op elkaar gepakte menigte een hoogst onveilig gevoel geeft, aldus spr.

Aan die hal grens het kantoor voor kas, rekening-courant, enz. Voorts liggen hier twee spreekkamers (waarvan één voor de Agent) en de portiersloge.

De kamer van de Agent ligt verder naar achteren en staat in rechtstreeks contact met de Kas-afdeling en met de toegang tot de kluizen.

Op de eerste verdieping ligt een publieke ruimte met aangrenzende kantoorruimte voor belening, bewaarneming en deviezen. Daar is ook een vergaderkamer en een reserve-kantoor.” (De Gelderlander 6/5/1954)

Het achterterrein is bereikbaar via de poort aan de zijde van Klein Mariënburg. Deze is bestemd voor het transport van waarden. Daardoor moest de terrein zo veilig mogelijk van de straat en de aanliggende erven worden gescheiden. Dit gebeurd door hoge muren aan de Spaarpotsteeg en langs de oostkant van het achterterrein.

Bijzonder is dat in de kelder gebouwd is als brandkluis, maar dat zich hier tevens een atoomkelder bevindt. In een aantal bijruimtes zijn nog installaties te vinden, die er onder ander voor moesten zorgen dat atoomdeeltjes uit de lucht werden gefilterd. De Gemeentelijke Monumentenlijst  geeft een uitvoerige beschrijving van het gebouw. Hierbij zijn tevens veel foto’s opgenomen.

Kunstwerken voor representatie én humor

Spaarvarkens, beelden van Hammes (september 2024)
Spaarvarkens, beelden van Hammes (september 2024)

“Voor het sterker aanzetten van het representatieve karakter van de toegang tot de Spaarpotsteeg èn van de hoofdingang zocht Zwiers naar een beeldhouwer, “die zijn suggesties kon volgen” (De Gelderlander 6/5/1954). 

De beeldhouwer Hammes maakte op de stenen pylonen bij de toegang tot de Spaarpotsteeg 2 spaarvarkens. De één tevreden met een geldstuk in zijn gleuf, de ander sip, zonder muntstuk. “bij zoveel ernst immers past wel een glimlach, vooral als die buiten de deur blijft, aldus spr.” (De Gelderlander 6/5/1954)

In de hoofdingangspartij kwamen vogelmotieven, aanvliegend op een centraal geplaatst wapenschild. Zij staan symbool voor de Agentschappen, als boodschappers van de centrale Amsterdamse Hoofdbank.

Het Geldverkeer, beeld van Hammes (september 2024)
Het Geldverkeer, beeld van Hammes (september 2024)

Boven de ingang is een plastiek van metaal geplaatst, “Het Geldverkeer”. Hierbij werpen twee zittende figuren elkaar geldschijven toe, welke de geldcirculatie rond de wereldbol voorstelt.

Het Nieuwe Instituut noemt binnen de wanden van geglazuurde gebakken steen. Aan een van deze wanden is een voorstelling van keramiek aangebracht, welke verwijst naar de ondergang en de belofte van de herrijzenis van de stadskern van Nijmegen. Daarbij zijn de jaartallen 1944 en 1954 aangebracht. Het kunstwerk, eveneens een werk van Hammmes, is te zien op F30036 RAN.

Ook ontwierp hij een houtreliëf van 4 figuren: 2 middenfiguren houden zakken met geld vast die de 2 buitenfiguren proberen te stelen, te zien op F85260.

Architect Zwiers

Henry Timo Zwiers (Amsterdam, 10 februari 1900 – Haarlem, 2 juni 1992) was een Nederlandse architect. Hij ontwierp de nieuwe Bijbank van de Nederlandse Bank aan de Boompjes in Rotterdam, welke van 1950-1955 gebouwd werd. Ook deed hij mee aan een prijsvraag voor het ontwerp van het kantoor van de Nederlandse Bank in 1954. Zijn ontwerp werd echter niet gekozen en uiteindelijk zouden geen van de ontwerpen die architecten voor de prijsvraag hadden aangeleverd, worden gerealiseerd. Ook ontwierp hij voor andere banken -in andere plaatsen dan Nijmegen-. onder andere voor de Twentsche Bank. Het Nieuwe Instituut heeft een uitgebreid overzicht van de ontwerpen van Zwiers.

In Arnhem ontwierp hij de Grote Enk, het kantoorgebouw van de AKU/Akzo.

Ook ontwierp hij woningbouw. Daarbij is het belangrijk dat hij een de 3 architecten was, die vrijwel alle airey-woningen (een type systeembouw) in Nederland heeft ontworpen. Daarvan is Sloterhof in Amsterdam zijn belangrijkste werk.

Gemeentelijk Monument

Het gebouw is een Gemeentelijk Monument met als waardering:

“Het voormalige agentschap van de Nederlandse Bank heeft cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van degelijke soberheid tijdens de wederopbouwperiode in het algemeen en als betrouwbare en solide uitstraling van de Nederlandse Bank in het bijzonder. Een veilige geldafhandeling en gedegen voorbereiding op een mogelijke atoomaanval gedurende de Koude Oorlog zijn in het gebouw nog duidelijk afleesbaar.


Architectuurhistorische waarde als goed en gaaf voorbeeld van traditionalistische
wederopbouwarchitectuur van H.T. Zwiers. Zwiers was een bekende architect die tegelijkertijd de nieuwe Bijbank van de Nederlandse Bank in Rotterdam ontwierp (1949-1955) en later de uitbreiding van de Amsterdamsche Bank (1966-1972). Ook ontwierp hij woningbouw. In het voormalige agentschap van de Nederlandse Bank heeft Zwiers op geslaagde wijze monumentale strengheid gecombineerd met frivole decoratie.
Wat betreft het interieur zijn de volgende bewaard gebleven onderdelen van waarde: de kluiskelder met sluis en kluisdeuren, de atoomkelder met bijruimten waarin oorspronkelijke technische installaties, het trappenhuis aan de zuidzijde met de met travertin beklede traptreden en stalen balustrades met houten relingen. Voor het overige zijn er in het interieur op de begane grond en de verdiepingen geen onderdelen van waarde meer.


Stedenbouwkundige waarde als onderdeel van een reeks (voormalige) bankgebouwen rond het Mariënburg en vanwege de hoekoriëntatie die verbonden is met de nieuwe doorbraak tussen Mariënburg en Hertogplein.
Het plastiek Het Geldverkeer boven de entree is van hoge waarde. De licht abstracte en figuratieve voorstelling is speels en tegelijk gewichtig door de symmetrie en de uitvoering in koper. Deze combinatie maakt het bijzonder. Het past uitstekend bij de architectuur en is daar vanwege de frivoliteit een waardevolle aanvulling op. De twee varkentjes hebben de betekenis van humoristische relativering van de waarde van geld. Beeldend gezien vormen de varkens een op maat gemaakt, frivool accent
tegen de functionele en strenge achtergrond van de architectuur. Daarom vormen ze een toegevoegde waarde op de architectuur.”

Bronnen

De Gelderlander 6/5/1954

Gemeentelijke Monumentenlijst

https://zoeken.nieuweinstituut.nl/nl/projecten/detail/0ceee780-cae6-51c5-a5a1-67aed3749933

Henry Zwiers, wikipedia

http://www.architectuurgids.nl/project/list_projects_of_typeofbuilding/typ_id/16/prj_id/1496

https://www.architectuur.org/bouwwerk/658/De_Nederlandsche_Bank.html

Bijbank Nederlandsche Bank

De bijbank van de Nederlandsche bank aan de Mariënburg, welke later de spaarbank werd. Architect Salm ontwierp het gebouw in…

Middenstandsbank

In 1938 betrekt de Nederlandsche Middenstandsbank haar kantoor op de van Welderenstraat. Daarvoor laat ze het Effectenkantoor van Leeuwenberg samen…

Witte Kerkje, Dorpsstraat 112 Neerbosch-Oost (februari 2021)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Witte Kerkje en kerkhof Neerbosch-Oost

Eind 14e/begin 15e eeuw Kerk en kerktoren Dorpsstraat 112, Begraafplaats, Gemeentelijk monument Neerbosch-Oost

Witte Kerkje, Dorpsstraat 112 Neerbosch-Oost (februari 2021)
Witte Kerkje, Dorpsstraat 112 (februari 2021)

De meeste mensen kennen het kerkje aan zijn kleur: het Witte kerkje van Neerbosch. Het is eind 14e/begin 15e eeuw gebouw als een kerk gewijd aan St. Antonius Abt. In 1591 werd het een hervormde kerk. In 1975 en 2014 volgden er restauraties.

Vooraf

Eind 13e eeuw vond drooglegging plaats van het moerassige gebied ten westen van Nijmegen, de “Nederen Bossche”. Deze bossen maakten onderdeel uit van het Reichswald. In 1410 wordt “Die capelle in den Nederen Bossche genoemd” in een scheepsprotocol: waarschijnlijk hadden zich op dat moment al zoveel mensen in het gebied gevestigd dat er een kapel was. De kapel was gewijd aan St. Antonius, zoals veel kapellen in bosrijke gebieden (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis).

Van St. Antonius Abt naar Hervormde kerk

Witte kerkje Neerbosch Hendrik Hoogers GN701
Witte kerkje Neerbosch, ets van Hendrik Hoogers, 1788 (GN701 RAN)

De kerk zelf is eind 14e/begin 15e eeuw gebouwd en eveneens gewijd aan St. Antonius Abt. De toren is later gebouwd, in 1438. Daarbij is deze toren In 1456 vernieuwd. De lage zijbeuken zijn van latere datum.

Architectuur en inrichting

Wikipedia: “De kerk is gebouwd als gotische dorpskerk met pseudo-basilicaal schip op pijlers en een driezijdig gesloten koor met sacristie aan de zuidzijde. Aan de zuidzijde van het schip bevindt zich een overwelfd portaal. Het interieur heeft kruisribgewelven op gebeeldhouwde kraagstenen. Het schip met ingangsportaal en het koor met sacristie zijn waarschijnlijk 15e-eeuws.

De toren is een eenvoudig gotisch bouwwerk met slanke ingesnoerde naaldspits. De klokkenstoel heeft een klok van Adriaen Steylaert en dateert uit 1574. De klok heeft een diameter van 73,5 cm. Het mechanische torenuurwerk is aanwezig, maar niet in gebruik.“

Hervormde kerk

De Nederlands Hervormde St. Antoniuskerk (het witte kerkje van Neerbosch), met omgevende bebouwing, 1900 (GN45013 RAN)
De Nederlands Hervormde St. Antoniuskerk (het witte kerkje van Neerbosch), met omgevende bebouwing, 1900 (GN45013 RAN)

Vanaf 1591, op het moment dat Maurits Nijmegen op de Spanjaarden tijdens de Tachtigjarige Oorlog had veroverd, ging de kerk over naar de Nederduits Gereformeerde Kerk (de “hervormden”).

Daarbij is het bijzonder dat de grijze stenen vloer afkomstig is uit de St. Stevenskerk. Toen rond 1800 de vloer van de Sint Steven aan vervanging toe was, zijn de tegels in het Witte kerkje terecht gekomen. Daarvoor had de vloer van het Witte kerkje bestaan uit aarde.

Naast de begraafplaats, werden ook in de kerk zelf mensen begraven. Dit waren 6 graven, waarbij er 1 bewaard is gebleven. Afgaande op de foto’s, staat de grafsteen hiervan tegenwoordig in de ruimte opgesteld.

Van centrum van het dorp naar rand

De Dorpsstraat met Witte Kerkje, 1922-1926 (GN11036 RAN)
De Dorpsstraat met Witte Kerkje, 1922-1926 (GN11036 RAN)

Oorspronkelijk vormde de kerk en pastorie samen met de jongensschool de kern van het dorp Neerbosch. Het dorpje raakte echter doormidden gesneden bij de aanleg van het Maas-Waalkanaal in 1927. Daarbij kwam de kerk door uitbreidingen van Neerbosch-Oost aan de rand van de wijk te liggen.

Sinds de laatste eredienst raakte het in onbruik.

Het Nederlands Hervormde kerkje - tot de Reformatie gewijd aan St. Antonius Abt - of Witte kerkje van Neerbosch voor de restauratie, 1969 (F.J.G. Schemkes via 88775 RAN CC0)
Het Nederlands Hervormde kerkje – tot de Reformatie gewijd aan St. Antonius Abt – of Witte kerkje van Neerbosch voor de restauratie, 1969 (F.J.G. Schemkes via 88775 RAN CC0)

In 1975 volgde een restauratie. Vanaf dat moment was de kerk weer af en toe in gebruik, meestal als trouwlocatie.

Verkoop

Aart Stadelmaier, kleermaker van de paus

Van 2004 tot 2010 had Aart Stadelmaier zijn atelier en winkel in het schip. De toren (en kerkhof) bleef eigendom van de gemeente.

Hij stond bekend als “kleermaker van de paus”. Zijn bedrijf maakte kazuifels, habijten en andere religieuze gewaden en voorwerpen. Aart, die zijn vader in 1997 had opgevolgd, specialiseerde zich in moderne, sobere gewaden voor grote plechtigheden, vooral voor de Amerikaanse markt. Onder andere door het leveren van 1500 gewaden voor het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Saint Louis (Missouri) in 1999 en 800 bij de opening van de kathedraal in Los Angeles. In 2004 was het bedrijf failliet gegaan vanwege afnemende markt en slechte bedrijfsresultaten.

In Nijmegen werd een doorstart gemaakt, met het atelier en winkel in het Witte Kerkje. De gehele productie werd naar Roemenië verhuisd. In 2010 ging hij echter alsnog failliet.

Daarop werd het pand te koop gezet. Wanneer het schip “al een tijdje” te koop staat (vraagprijs 295.000 euro), is het mogelijk om vanaf maart 2013 om ook de toren (vraagprijs 25.000 euro) van de gemeente te kopen. Dit, vanuit de gedachte dat het waarschijnlijk makkelijker is om het gehele gebouw -mét toren- te verkopen. De gemeente stelt bovendien een voorlopig koopcontract met Stadelmaier. Daarnaast is het ook mogelijk om in het pand te mogen gaan wonen.

Ton Brouwers

De nieuwe eigenaar wordt Ton Brouwers met zijn bedrijf Because (Noviomagus). Hij laat een glazen pui in staal bouwen door Staal in Stijl, waarbij de foto’s nog op zijn site zijn te zien. Brouwers had echter geen interesse in de toren (Erfgoedstem); de toren en begraafplaats zijn tegenwoordig (april 2024) nog steeds eigendom van de gemeente.

Rob en Janneke Haukes

In 2017 is er een nieuwe eigenaar: Rob en Janneke Haukes. Aanvankelijk was het idee om het gebouw als kantoorruimte te gebruiken. Al snel kwam het idee dat het gebouw een breder publiek verdient dan alleen als kantoor dienen, De ruimte kan gehuurd worden voor onder andere trouwen, rouwen, vergaderingen en concerten. (Behalve de eigen website, heeft IndeBuurt een mooi artikel over de verbouwing en het kerkje geschreven).

Begraafplaats

Ten noorden van het kerkje ligt een begraafplaats. Deze deed van ongeveer de 15e eeuw tot 1890 dienst als kerkhof. Na de reductie werden zowel katholieken als protestanten op het kerkhof begraven, elk op hun eigen gedeelte. (In Paradisum), ondanks dat er een verbod op het katholicisme was. Waarschijnlijk op de manier waarop Cultureel Erfgoed de situatie in het algemeen beschrijft: “Met de Reformatie eind zestiende eeuw raakten nagenoeg alle katholieke kerkhoven in handen van burgerlijke of hervormde gemeenten. Katholieken konden er nog gewoon begraven worden, maar zonder religieuze verwijzingen bij uitvaart of op een eventuele gedenksteen.”

De gemeentelijke monumentenlijst noemt: “Ondanks het verbod op het katholicisme werden op de begraafplaats vanaf 1810 zowel katholieken als Nederlands-hervormden begraven.” Waarschijnlijk bedoelt ze met “1810” dat vanaf dat moment het katholicisme niet meer verboden is en dat ze haar overledenen openlijk volgens hun gewenste riten kunnen begraven.

Het einde

De hervormden werden hier tot 1829 begraven. Vanaf 1848 werden de katholieken vooral begraven op de katholieke begraafplaats aan de Dennenstraat. In 1890 ging het kerkhof dicht, aangezien sinds de opening van de algemene begraafplaats aan de Graafseweg in 1881 geen nieuwe begrafenissen waren geweest.

Vervolg

Daarna zette het verval in: overwoekering van graven, geopende grafkelders en hekken waren omver getrokken. Tussen 2012 en 2017 heeft de gemeente samen met stichting in Paradisum de begraafplaats gerestaureerd. Tot nu toe konden 47 graven zichtbaar worden gemaakt en beschreven. Een mooi artikel over de restauratie is te vinden op de site van In Paradisum, beheerder van deze en andere begraafplaatsen van Nijmegen

Bronnen

Gemeentelijke Monumentenlijst

https://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlands_Hervormde_kerk_(Neerbosch)

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Parochie_Neerbosch

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Kerkdorpen_Hees_en_Neerbosch

https://indebuurt.nl/nijmegen/woning-van-de-week/binnenkijken-bij-het-nijmeegse-witte-kerkje-de-oude-vloer-van-de-stevenskerk~164417/: met mooie foto’s van het pand van binnen

Binnenkijken bij het Nijmeegse Witte Kerkje: ‘De oude vloer van de Stevenskerk’, Sam de Bondt in IndeBuurt, 15 jan ’22

https://www.gelderlander.nl/nijmegen-e-o/witte-kerkje-van-neerbosch-is-nu-een-officiele-trouwbestemming-het-schreeuwt-om-bruiloften~acbfbabb

https://www.gelderlander.nl/nijmegen/kerk-te-koop-in-neerbosch-nu-met-toren~ade0282d

Historische Begraafplaats Daalseweg

Aan de Daalseweg ligt een van de bekendste begraafplaatsen van Nijmegen, ontworpen door architect Weve. In 1885 vindt de inzegening…

Julianapark en begraafplaats

In het Julianapark staan een aantal prachtige, oude bomen en daarnaast veel moderne beelden. Oorspronkelijk lag hier Fort Kijk in…

Limonadefabriek Onstenk Eerste Walstraat 64- 74, architect vd Boogaard (april 2024)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Firma G.J. Onstenk Eerste Walstraat architect vd Boogaard

Limonadefabriek Onstenk Eerste Walstraat 64- 74, architect vd Boogaard (april 2024)
Limonadefabriek Onstenk Eerste Walstraat 64 – 74, architect vd Boogaard (april 2024)

In 1930 ontwerpt architect M. van den Boogaard (die ondertekent met A. van den Boogaard) de limonadefabriek voor Onstenk in de Eerste Walstraat 64-74. Daarvoor heeft hij al de uitbreiding van Onstenk in 1929 in de Regulierstraat ontworpen.

Vooraf: Begin Regulierstraat en uitbreiding

De Firma Onstenk was klein begonnen in de Regulierstraat, waar “op bescheiden voet een bierhandel en limonade-fabriek werd geëxploiteerd”. (De Gelderlander 1/8/1939) Gerhardus Jozephus Onstenk (24-7-1901 Baak, gemeente Steenderen) was op 23 juni 1926 van Zutphen naar Parkweg 76 in Nijmegen verhuisd. Op 21 september 1926 trouwt hij met Hendrika Theodora Brink (28-3-1900, Vorden). In 1928 komt Onstenk voor op de Regulierstraat 33: waarschijnlijk betreft dit zijn woning en een klein bedrijf; een andere mogelijkheid is dat het “pakhuis” op 33a al bij Onstenk hoort.

Deze ruimte bleek te klein te zijn. Daarop wordt het naastgelegen pand bijgetrokken, naar ontwerp van architect Van den Boogaard. Mogelijk betreft dit het “pakhuis” op Regulierstraat 33a. De Gelderlander:

Uitbreidng firma G.J. Onstenk.

Bovengenoemde firma sinds eenige jaren gevestigd aan de Regulierstraat, zag zich door uitbreiding van relaties genoodzaakt haar bekende electrische limonadefabriek en bierbottelarij eene belangrijke uitbreiding te doen ondergaan, waarvoor het naastgelegen pand werd aangetrokken. Hierdoor werd een ruimte verkregen van 30 bij 9 meter, een afmeting die noodig bleek om plaats te geven aan de verschillende moderne machines waarmede het bedrijf werd verrijkt. De eigenaar is nu meer dan ooit in de gelegenheid de bestellingen, en vooral de grootere kwantums vlug en op tijd te leveren, waarvoor een speciale autobesteldienst in bedrijf werd gesteld.

De heer Onstenk is hoofdagent van de bekende Hengelosche bieren en fabriceert bovendien verschillende limonade gazeuses met koolzuur.

De verbouwing, zoomede ’t aanbrengen der nieuwe pui, geschiedde door den architect den heer v.d. Boogaard.” (De Gelderlander 22/6/1929).

Opvallend is, dat het artikel in De Gelderlander 1/8/1939 niets over de uitbreiding van
1929 noemt, terwijl het bij het pand op de hoek Regulierstraat-Eerste Walstraat
om nieuwbouw gaat. Het pand van Regulierstraat 33 (en 33a) zal overigens tijdens het bombardement van februari 1944 worden verwoest.

Nieuwbouw hoek Regulierstraat – 1e Walstraat

Bouwplan v/e Limonadefabriek met Winkelhuis en Bovenwoningen, Arch A. v.d. Boogaard, Datum Dossier 25-2-1930 (D12.395368)
Bouwplan v/e Limonadefabriek met Winkelhuis en Bovenwoningen, Arch A. v.d. Boogaard, Datum Dossier 25-2-1930 (D12.395368)

“Na eenige jaren bleek, dat de voortdurende groei van het bedrijf, het noodzakelijk maakte naar een grootere ruimte om te zien, welke werd gevonden door nieuwbouw op een terrein hoek 1e Walstraat en Regulierstraat, waar de firma thans nog is gevestigd.” (De Gelderlander 1/8/1939)

Op 12-2-1930 besteedt A. v.d. Boogaard “Het afbreken van de perceelen 64-88 aan de Eerste Walstraat hoek Regulierstraat te Nijmegen en het daar weder opbouwen van een Winkelhuis met Limonadefabriek en drie Bovenwoningen” aan. (PGNC 5/2/1930)

Links is een woning, rechts de fabriek, welke nog verder doorloopt (D12.395368). Daarbij rechts 2 grote deuren, waarschijnlijk bedoeld voor het in- en uitrijden. De gehele begane grond bij de nummers 64 t/m 72 was de limonadefabriek (de 2 grote deuren en het raam links naast de linker grote deur; de deuren bij nummer 64, 68 en 72 zijn opgangen naar de bovenwoning). Deze fabriek liep vervolgens door, achter de panden van de Regulierstraat. Afgaande op de tekening, zijn hetzelfde deuren als tegenwoordig.

Bouwplan v/e Limonadefabriek met Winkelhuis en Bovenwoningen, Arch A. v.d. Boogaard, Datum Dossier 25-2-1930 (D12.395368)
Bouwplan v/e Limonadefabriek met Winkelhuis en Bovenwoningen, Arch A. v.d. Boogaard, Datum Dossier 25-2-1930 (D12.395368)

Op 12-9-1933 krijgt Onstenk een hinderwetvergunning voor het uitbreiden van zijn fabriek (PGNC 12-9-1933).

Uitbreiding 1939: destilleren en vervaardigen van alcohol

Advertentie Onstenk De Gelderlander 29/7/1939
Advertentie Onstenk De Gelderlander 29/7/1939

“Ook de nieuwe zaken floreerde er wel zoodanig, dat de heer Onstenk met het plan rondliep aan de zaak te verbinden een disteleerderij 1e klasse likeurfabriek en advocatenfabriek. Deze plannen zijn thans verwezenlijkt”,  vervolgt het artikel van 1 augustus 1939.

Hiervoor had Onstenk op 5 mei een hinderwetvergunning verkregen “tot het oprichten van een inrichten en distilleeren en vervaardigen van alcoholica” (PGNC 9/5/1939). Het betreft Eerste Walstraat no. 66 (Sectie C. No 6804), waar de architect Cornelissen een (interne) verbouwing voor ontwerpt (zie het bouwdossier D12.404610).

“Plaatselijke zaken kunnen nu het door hun benoodigde betrekken van een stadgenoot en zijn niet meer afhankelijk van buiten Nijmegen gevestigde firma’s.

Nijmegen heeft nu zijn eerste plaatselijk gevestigde distelleerderij en waar de firma Onstenk reeds een reputatie verwierf op ’t gebied van bier en limonade, zal zij deze reputatie hoog weten te houden door ook het gedistilleerd, likeuren, enz. te rangschikken in eerste klas kwaliteit en service.”

Ook is er een bouwtekening D12.405278 waarbij Cornelissen in april 1940 een kleine uitbreiding heeft ontworpen door een deel van de open plaats achter bij de fabriek te trekken.

Verhuizing Onstenk naar Biezenstraat

Onstenk zal echter verhuizen naar de Biezenstraat: in januari 1949 verkrijgt firma G.J. Onstenk in januari 1949 een hinderwetvergunning “tot het oprichten van een door elektriciteit gedreven inrichting tot het vervaardigen van gedistilleerde dranken, likeuren en limonades in perceel Biezenstraat 44-46, kadastraal bekend gemeente Neerbosch, sectie A no. 1910”. (De Gelderlander 17/1/1949).

Op een later tijdstip, in ieder geval in 1963 hoort ook nummer 48 bij de “Distilleerderij & Handel Maatschappij NV Firma Onstenk”.

Foto’s daarvan zijn te vinden op:

  • F26752 RAN, een foto uit 1950-1952
  • F62576 RAN, een foto uit 1990

Gemeentelijk Monument

Deur Eerste Walstraat 20240412
Deur Eerste Walstraat (april 2024)

Het pand is een Gemeentelijk Monument met als waardering:

“Het pand is een goed en gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een klein fabrieksgebouw met woningen in late Amsterdamse schoolstijl van architectenbureau A. v.d. Boogaard uit het jaar 1930. Daarnaast is het fabrieksgebouw van stedenbouwkundig belang, vanwege de beeldbepalende ligging op de hoek van de kruising van de Eerste Walstraat en de Regulierstraat.”

(Overige) Bronnen en verder lezen

Onstenk distilleerderij, Noviomagus: een uitgebreid artikel, ook over het vervolg in de Biezenstraat, met daarnaast foto’s van etiketten.

Sans Souci, hoek Parkweg - van Berchenstraat (april 2024)
#Nijmegen, Centrum, Kunstwerken

Van Berchenstraat architect van der Waarden

1889 Van Berchenstraat 31-35 Parkweg 1 (en Van Berchenstraat 21-29)

Hoek Parkweg en Van Berchenstraat (april 2024)
Hoek Parkweg en Van Berchenstraat (april 2024)

2 wandtekens herinneren aan de panden op de hoek van de Parkweg en Van Berchenstraat aan de molen Sans Souci. Deze woningen zijn gebouwd voor de weduwe van der Waarden door de bouwdkundige van der Waarden.

In 1880 werden bouwterreinen uitgegeven na de sloop van de vestingwerken. De daadwerkelijke bouw liep vertraging op, omdat de molen op de St. Jacobsmolen niet gesloopt kon worden. Voor het verhaal van de molen zie het artikel hieronder.

De St. Jacobsmolen, ook Polmolen "Sans Souci" genoemd, met handgeschreven verklarende tekst: “Molen op de wal der vesting. Berucht omdat de molenaar hem niet wilde laten onteigenen. Gekocht op speculatie door tante Sien, die er huizen bouwden aan de Walstraat. Een molentje staat nog op een der huizen” (Tante Sien, Clasina Barbara Philomena Felet, was de vrouw van Lambertus Theodorus van der Waarden), 1882-1885 (Gerard Korfmacher via F475531 RAN)
De St. Jacobsmolen, ook Polmolen “Sans Souci” genoemd, met handgeschreven verklarende tekst: “Molen op de wal der vesting. Berucht omdat de molenaar hem niet wilde laten onteigenen. Gekocht op speculatie door tante Sien, die er huizen bouwden aan de Walstraat. Een molentje staat nog op een der huizen” (Tante Sien, Clasina Barbara Philomena Felet, was de vrouw van Lambertus Theodorus van der Waarden), 1882-1885 (Gerard Korfmacher via F475531 RAN)

In 1887 vindt de veiling van de molen alsnog plaats. Hij wordt dan op 16 mei verkocht voor f.4900 aan “Tante Sien”, de weduwe Van der Waarden. De kopers zijn bereid de molen met de gemeente te ruilen tegen een bouwterrein van ongeveer 800 c.A., met 30M. gevelbreedte aan de van Berchenstraat. Daarop wordt de molen op 18 juni voor f50,- verkocht.

In 1888 krijgt Christina Barbara Philomina Felet, voormalige koopvrouw en weduwe van winkelier Lambertus Theodorus van der Waarden vergunning tot het bouwen van 3 huizen aan de Van Berchenstraat. Deze woningen zijn gebouwd door de bouwkundige Van der Waarden, een achterneef van Lambertus.

De Gemeentelijke Monumentenlijst “De woningen zijn uitgevoerd in een eclectische bouwstijl waarin verschillende historische bouwmotieven zijn gecombineerd en toegepast.” Hierbij wordt verder een uitvoerige beschrijving van het pand gegeven.

Tegenwoordig zijn de panden als kamers verhuurd.

Ook de naastgelegen panden Van Berchenstraat 21 -29 zijn gebouwd in opdracht van de weduwe met Van der Waarden als architect.

St Jacobstoren en St Jacobsmolen

De St. Jacobstoren is in de 16e eeuw gebouwd, het meeste zuidelijke restant van de stadsmuur. Daarop stond de St. Jacobsmolen, die de bijnaam Sans Souci kreeg vanwege het conflict tussen de gemeente en de molenaar. Het torentje uit de jaren 70 is een herinnering aan deze molen.

Gemeentelijk Monument

Het pand is een gemeentelijk monument. Als waardering:

“Architectuurhistorische waarde vanwege het nog gave exterieur en het grotendeels nog aanwezige interieur (op basis van het locatiebezoek aan de Van Berchenstraat 35 en Parkweg 1) met diverse oorspronkelijke interieurelementen zoals deurlijsten, stucplafonds, schouwen en raamkozijnen.
Stedenbouwkundige waarde vanwege de beeldbepalende ligging op de kruising van de Van Berchenstraat, Parkweg, Regulierstraat en Eerste Walstraat; als onderdeel van de eerste stadsuitbreidingen van Nijmegen na de sloop van de vestingwerken en de ligging aan het Kronenburgerpark. Cultuurhistorische waarde vanwege de connectie tussen het pand en de historische St. Jacobsmolen die op deze locatie heeft gestaan, waaraan de gevelstenen herinneren.”

Wandtekens Sans Souci

Sans Souci, hoek Parkweg - van Berchenstraat (april 2024)
Sans Souci, hoek Parkweg – van Berchenstraat (april 2024)
Sine Cura, Van Berchenstraat (april 2024)
Sine Cura, Van Berchenstraat (april 2024)

2 gevelstenen herinneren aan de voormalige molen.

Gevelsteen hoek Parkweg-Van Berchenstraat

Op de hoek van de Parkweg- Van Berchenstraat is boven de deur een gevelsteen ingemetseld van de molen Sans Souci, waarbij het nog maar 2 wieken heeft. Dit is een herinnering aan de molen die op de St. Jacobstoren stond.

Gevelsteen Sine Cura van Jac. Maris

Van Berchenstraat 31

Maris ontwierp voor Jan Brinkhoff de gevelsteen op Van Berchenstraat 31. Het hangt naast de voordeur van de woning, waar hij in 1958 (MCMLVIII) ging wonen. Brinkhoff was hoofdredacteur van historische vereniging Numaga en schrijver van boeken over de geschiedenis van Nijmegen. Hij vernoemde zijn woning naar de molen, waarbij hij het Franse Sans Souci vertaalde naar het Latijnse Sine Cure (beide betekenen: “zonder zorg”).

(Overige) Bronnen en Verder Lezen

Herinnering aan een walmolen, Noviomagus en dan vooral de bijdrage van Rob Essers. Hierin ook een link naar de winkel van Van der Waarden.

https://www.marishuis.nl/jac-maris/werken-jm/openbare-werken/nijmegen/sine-cura

Van der Waarden Architect Nijmegen

OVER Wijnandus Johannes Hermanus van der Waarden (Nijmegen, 15 november 1860 – Nijmegen, 25 september 1930) Wijnandus Johannes Hermanus van…

Something fishy going on Pipsqueak was here, Zes Huizenhof (april 2024)
#Nijmegen, Centrum, Kunstwerken

Something fishy going on Pipsqueak was here

2019, Zes Huizenhof

Something fishy going on Pipsqueak was here, Zes Huizenhof (april 2024)
Something fishy going on, Pipsqueak was here, Zes Huizenhof (april 2024)

Het Muurschilderij Something fishy going on van Pipsqueak was here ligt wat verscholen in de Zes Huizenhof, geen plek de Bloemerstraat en Regulierstraat. De muurschildering is aangebracht tijdens de Big Draw van 2019; zo noemt Pipqueak was here het schilderij tevens zelf op hun site.

Zie voor meer over Pipsqueak was here ook het artikel over Meisje met de beer.

Het meisje met de vis is ook gebruikt in Bar BAUT in Amsterdam

Verder lezen:

Pipsqueak was here!!! Honig

Honig Pipsqueak was here!!! heeft deze muurschildering op de zijkant van de Honig fabriek gemaakt in het kader van Big…