De Castella toren gezien vanaf de Graafseweg (oktober 2024)
#Nijmegen, Gebouw van de dag, Geen categorie

Castellatoren: een eye-catcher als entree naar de stad

2013, De Ruyterstraat Bottendaal

De Castella toren gezien vanaf de Graafseweg (oktober 2024)
De Castella toren gezien vanaf de Graafseweg (oktober 2024)

De Castella toren naar een ontwerp van Architect Ludo Grooteman is de afronding van de nieuwbouw op het voormalige Dobbelman terrein. De uitdaging was om een echte eye-catcher te bouwen als entree naar de stad, in een omgeving met veel verkeersdrukte van auto’s en spoor. Het kreeg de Architectuurprijs Nijmegen in 2013.

Aanleiding

Nadat Zeepfabriek het Anker in 1895 was afgebrand, begon Franciscus Dobbelmann zijn zeepfabriek in een margarinefabriek aan de Graafseweg. Het einde van de fabriek kwam nadat in 1999 werd overgebracht naar Denemarken.

De Castella toren is de afronding van de nieuwbouw op het voormalige Dobbelman terrein.

Zeepfabriek Dobbelman: Zicht vanaf de Graafseweg op de voorzijde van de fabriek, 9/1977 (Foto Rozeboom via F82244 RAN CCBYSA)
Zeepfabriek Dobbelman: Zicht vanaf de Graafseweg op de voorzijde van de fabriek, 9/1977 (Foto Rozeboom via F82244 RAN CCBYSA)

Een eye-catcher als entree naar de stad

In maart 2011 begint Woningbouwcorporatie Talis met de bouw van de woontoren. Deze telt 13 verdieping en is 42 meter hoog. Op de onderste 3 lagen komen kantoren van in totaal 1200 m2. Daarboven 60 sociale huurwoningen, waarvan er 6 bestemd zijn voor mensen met een lichamelijke beperking. Onder de grond is een tweelaagse parkeerkelder gebouwd.

Oplevering

Castella toren, zijde De Ruyterstraat met balkons (oktober 2024)
Castella toren, zijde De Ruyterstraat met balkons (oktober 2024)

Daarmee is dit project de afsluiting om het voormalige Dobbelmanterrein te vernieuwen. Het gebouw krijgt de naam Castellatoren, vernoemd naar een zeepmerk van Dobbelman. In januari 2013 krijgen de eerste bewoners de sleutel, de officiële opening is op 5 april. Daarbij is de kantoorruimte verhuurd aan 3 Nijmeegse welzijnsorganisaties. (Omroep Gelderland).

Het gebouw is bedoeld als eye-catcher. Allereerst als herkenningspunt voor het Dobbelmanterrein. En daarbij als entree naar de stad: het gebouw ligt op het kruispunt van twee ingangen naar het centrum van de stad: de spoorlijn en de Graafseweg. Vlak nadat de toren is gepasseerd vanaf de Graafseweg, begint het centrum met het Keizer Karelplein. Architect Ludo Grooteman van DOK-architecten ontwierp het gebouw in 2009 (sinds 2012 is Ludo Grooteman samen met Gianni Cito Moke-architecten begonnen).

Waar de eerste nieuwbouw Berghege: “De hoogte en vormgeving zijn bewust in contrast met de industriële uitstraling van de eerdere nieuwbouw op De Dobbelman.”

De constructeur ABT Velp, de aannemer Bouwbedrijf Berghege uit Oss en de aannemer voor de gevel Vosselmans uit Loenhout (Belgë). De bouwkosten waren €9.100.000,- (ex BTW).

Doorstart

Overigens is dit gebouw het tweede ontwerp voor een toren op deze plek. Het eerste ontwerp, nadrukkelijk in de vorm van een “Wybertje” leek uiteindelijk te duur te zijn. “De architect presenteerde het ontwerp voor wat toen nog de Talistoren heette al in 2004 en kreeg toen veel lof van gemeente, bewoners en opdrachtgever. Sindsdien heeft het alleen stof liggen verzamelen.“ In hetzelfde artikel uit 2008 kondigt Talis een doorstart aan.  (De Gelderlander met tevens een impressie van het aanvankelijke ontwerp)

Verticaal reliëf tegen geluidsoverlast

De Castellatoren op een kruispunt van Graafseweg en het spoor (oktober 2024)
De Castella toren op een kruispunt van Graafseweg en het spoor (oktober 2024)

De ligging aan dit kruispunt stelde de ontwerpers voor de uitdaging om de geluidsoverlast van het verkeer op te vangen. Daarom hebben 3 gevels door een verticaal relëf een extra schil gekregen. Dit reliëf bestaat uit vlakke, halfdiepe en meer dan een halve meter diepe cassettes. Dit verticale “landschap” wordt extra benadrukt door verschillende soorten glas te gebruiken.

Vosselmans: “In totaal hebben we 476 cassettes (aluminium kaders) geprefabriceerd, van 1,86 m breed tot wel 3,90 m hoog, met drie verschillende diepten (150, 350 en 500 mm). De verschillende diepten creëren een opvallend reliëf, wat de gevel uniek maakt. De cassettes zijn opgebouwd uit specifieke profielen, die speciaal voor de Castellatoren zijn gemodificeerd. Naar gelang de diepte van de cassette, werd een andere kleur zonnenwerend glas gebruikt: clear, green of dark blue. De diepste cassettes zijn ontworpen om bankjes in te plaatsen.”

Balkons

Balkons Castella toren (oktober 2024)
Balkons Castella toren (oktober 2024)

Aan de kant van de De Ruyterstraat, de “niet geluidbelaste zijde” zijn balkons geplaatst, gelijk aan de breedte van de woonkamer. Doordat de balkons verspringens zijn geplaattst, ontstaat er een levendig uitziende gevel.

De tussenruimte: huiskamer van alle woningen

Castella toren: de galerijen met zitjes (oktober 2024)
Castella toren: de galerijen met zitjes (oktober 2024)

Tussen deze schil en de woningen ligt de galerijontsluiting. DOK architecten “Ontsloten via de tien meter hoge entreelobby, wordt deze tussenruimte de meest bijzondere ruimte van het gebouw: een huiskamer van alle woningen. De diepe cassettes bevatten bankjes, twee stoelen met een tafel of ruimte voor planten. De in verschillende gedekte kleuren gecoate binnenmuren, verlichting die op de zitjes kan worden gericht en ‘vloermatten’ met het logo van Castella, gegoten in de prefab betonnen vloerplaat, vervolmaken het geheel. Hiermee wordt deze tussenruimte een hoogwaardige verblijfsruimte. …

Zo schittert het gebouw van buiten als een in facetten geslepen diamant en toont het van binnen een verrassend warme kant, waar alle aandacht uitgaat naar de gebruiker.”

De projectpagina van DOK – architecten was een belangrijke bron voor deze paragraaf. Op hun site staan bovendien veel foto’s.

Castella toren: de ingang (oktober 2024)
Castella toren: de ingang (oktober 2024)
Castella toren: de ingang met hal (oktober 2024)
Castella toren: de ingang met hal (oktober 2024)

Castella

Advertentie Castella zeep van Dobbelman (PGNC 5/3/1934)
Advertentie Castella zeep van Dobbelman (PGNC 5/3/1934)

Door de concurrentie met grote bedrijven als Unilever en de crisis in de jaren 30, werd marketing een belangrijk middel in de strijd om de gunst van de koper.

Dobbelman introduceerde haar merk Castella in 1934. De naam “Castella” is een fantasienaam. Dit moest een Spaanse sfeer oproepen,  een verwijzing naar de toevoeging van olijfolie in haar zeep. Het gezicht van een Spaans uitziende dame werd het logo van de zeep. Dit logo kwam ook terug op de zegeltjes die konden worden gespaard.

Zoals op de advertentie uit 1934 is te zien, verandert Dobbelmann in 1934 ook haar naam door een “n” te laten vallen. Naast zeep werd ook scheerzeep verkocht. (In Spanje bestaat de regio Castilië, maar dat is in het Spaans “Castilla”. Mij zelf doet “castella” ook denken aan “kasteel”, maar dat is in het Spaans “castillo”).

In 1968 koopt de Koninklijk Zout Organon Dobbelman. Daarop wordt in 1969 Biotex geïntroduceerd, waarbij het merk Castella in 1969 verdwijnt.

Castella logo op panelen (oktober 2024)
Het Castella logo komt ook terug op de ramen aan het gebouw (oktober 2024)

Kunstwerk “To B.”

to B 's avonds (oktober 2024)
to B ’s avonds (oktober 2024)
to B (oktober 2024)
to B (oktober 2024)

Bovenop het gebouw staat een kunstwerk met de letters “to B i ex”. Het is een werk van Nijmeegse kunstenaar Gerard Koek, waarbij hij het werk op zijn site vermeldt als “To B”. 

Het werk is een hergebruik van de letters van de Biotex-lichtreclame, herschikt op “een industrieel ogend grid”. “”To B” is ’s avonds verlicht te zien, terwijl geleidelijk ofwel “i”, dan wel “ex” oplichten. Een “Shakespereaanse wending” van betekenissen, waarbij een permanente wisseling van identiteit en relationaliteit centraal staat”.

Architectuurprijs Nijmegen 2013: “een architectonische parel”

De Castellatoren won de Architectuurprijs Nijmegen 2013. De jury was “van mening dat dit project, een zorgvuldig vormgeven, gedetailleerd en uitgevoerd woon/werkgebouw is dat in architectonisch opzicht een voorbeeldfunctie heeft. De toren bevindt zich op het voormalige Dobbelmanterrein, is sterk integraal vormgegeven en een echte eyecatcher”. Ook looft de jury het onderhoudsarme karakter van het gebouw en de omgeving. Bovendien vindt ze dat de 3 glazen lagen, bedoeld om het geluid te weren, een goede uitstraling aan het pand geeft. Ten slotte noemt ze de aandacht voor een aantal details: het interieur, de wandbekleding, het kleurgebruik en de toepassing van zitjes. En de aandacht die aan het Dobbelmanlogo op de vloer is gegeven. “De jury is van mening dat architect en opdrachtgever een icoon hebben gerealiseerd, een architectonische parel”.

Trots medewerker

In 2013 interviewt Vox mensen die betrokken zijn bij Grotius, het nieuwe gebouw voor de rechtenfactulteit. Een van degenen is timmerman Michael Noorman, die ook heeft meegewerkt aan de Castellatoren: “steeds als hij er langs komt, gaat er iets van trots door hem heen. Omdat hij door de huid van het gebouw kan kijken, ziet hij alle kleine stappen in het karkas die uiteindelijk naar het bouwsel leiden. ‘Het blijft me verassen: het rijzen van zo’n toren en dat die blijft staan. En dat ik bij veel van die stapjes betrokken ben geweest. Dat ik kan zeggen ”Kijk, dit is ook míjn gebouw.”’ Zonder trots gaat het niet, zegt Noorman. ‘Als je geen passie hebt, kun je net zo goed stoppen.’” (Vox)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.architectuur.nl/nieuws/architectuurprijs-nijmegen-voor-de-castelelatoren/

, Petra Starink op Architectuur.nl, 24-6-2023

https://rozet.nl/catalogus/833620/crc32/

https://www.mokearchitecten.nl/portfolio/castellatoren/

https://www.architectuur.org/nieuwsitem/2568/Cito_en_Grooteman_verlaten_Dok_architecten.html

https://www.gld.nl/nieuws/1994532/sleutels-voor-eerste-castella-bewoners

https://www.gld.nl/nieuws/1921461/kunstwerk-op-biotex-terrein

Lees ook: https://www.dorsoduro.nl/de-castellatoren-wel-of-geen-zeperd/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Dobbelmann

Buurt Natuurtuin

De Buurt Natuurtuin is een klein parkje tussen de Dr. Jan Berendsstraat en het spoor in. Hier stond aanvankelijk Cartonnagefabriek…

Thiemepark

Het Thiemepark is voor veel mensen uit Bottendaal hun tuin: wanneer het zonnetje schijnt is dit een van dé ontmoetingsplekken.…

Melkerij Lent, 1928 (F17204 RAN) van Gentstraat, verbouwing architect Estourgie
#Nijmegen

Melkinrichting Lent, architect Estourgie

1928 Van Gentstraat 8

Melkerij Lent, 1928 (F17204 RAN) van Gentstraat, verbouwing architect Estourgie
Melkerij Lent, verbouwing architect Estourgie, van Gentstraat, 1928 (F17204 RAN)

Charles Estourgie ontwerpt de uitbreiding van de Melkerij Lent, waarbij onder andere de voormalige manege aan de Waldeck Pyrmontsingel bij de fabriek wordt getrokken. De Gelderlander publiceert bij de opening van 1928 een uitvoerig stuk, waarin tevens wordt ingegaan op het belang van de melkfabriek.

De vooruitgang van de Zuivel-nijverheid.

De Coöperatieve Nijmeegsche Melkinrichting Melkerij Lent te Nijmegen

De nieuwe zuivelfabriek van de coöp. Nijm. Melkinrichting Melkerij Lent wordt morgen officieel geopend.

Landbouwers, veehouders uit Land van Maas en Waal, Rijk van Nijmegen, uit Betuwe, die Nijmegen hebben als voornaam afzetgebied voor de zuivelproducten, namen indertijd het initiatief tot oprichting van een coöperatieve zuivelfabriek, niet zoozeer bedoeld voor de distributie van de melk en van de boter in de stad en omgeving- dat mocht er natuurlijk bijgenomen worden- als wel voor uitvoer der zuivelproducten.

De aanleiding tot het “gaan bouwen” van de coöperatieve zuivelfabriek aan den van Gentstraaat, was dan aanvankelijk een heel andere dan welke gewoonlijk daarvoor geldt.

Geldersche veehouders hadden hier een zuivelfabriek, welke namelijk hooge melkprijzen uitbetaalde. Dat geschiedde, zeer ten ongerieve van de omliggende fabrieken. Dat zulks mogelijk was, kwam doordat het bedrijf zich geheel toegelegd had op den engros melkhandel naar Duitschland, waar een margarinefabriek in het naburige Kleef, zooals meestal met margarinefabrieken het geval is, de melk goed betaalde. Toen door de Duitsche invoerrechten in 1925 de grens voor dezen melkinvoer practisch gesloten werd, zat echter de fabriek plotseling met een groote hoeveelheid melk midden in een stad van pl.m. 75.000 inwoners, welke melk zij niet op productieve wijze kwijt kon, omdat de consumptie-melkverkoop in het klein geheel verwaarloosd was. Bovendien was de verwerking op producten evenmin mogelijk, aangezien de inventaris en inrichting geen kans op het maken van een behoorlijke kwaliteit meer overlieten. De fabriek aan de van Gentstraat was toen in last.

Bestuursleden, genodigden en leden bij de opening in de melkhal van fabriek melkerij Lent, 15/2/1928 (F50049 RAN)
Bestuursleden, genodigden en leden bij de opening in de melkhal van fabriek melkerij Lent, 15/2/1928 (F50049 RAN)

De toestand was niet rooskleurig. Er moest raad geschaft worden. Er kwam verandering in directie aan de coöperatieve zuivelfabriek, welke gereorganiseerd werd van exportbedrijf voornaamlijk in distributiebedrijf voor stad en omgeving. Bovendien was de coöperatie als stadsbedrijf vrijwel er op aangewezen om de melkvoorziening wederom ter hand te nemen. Hiervoor waren echter noodzakelijk een behoorlijk ingericht fabrieksruimte en daarnaast een groot distributieorgaan. Aan den laatsten eisch werd op gelukkige wijze voldaan door overname van de particuliere “Melkerij Lent” (welke titel om tactische redenen ook in den naam der vereeniging is opgenomen). Wat de eerste moeilijkheid betreft, was het bestuur der coöperatie niet onfortuinlijk met den aankoop van de naast de fabriek aan de van Gentstraat liggende manege, welke uitkomend op den Waldeck Pyrmontsingel zeer geschikt was voor melkhal, flesschenspoellokaal en kantoor voor de afdeeling Melkdistributie. Door afbraak van een deel van de manege en een tuschenbouw kwam een ruimte vrij voor het optrekken van dat gedeelte van de fabriek, waar de bewerking van de melk plaats vindt.

De manege aan de Waldeck Pyrmontsingel: hierbij is goed te zien dat Estourgie het front onveranderd heeft gelaten; Nijmeegse manege, links Louise Cornelder. (De manege wordt in 1903 gehuurd en in 1908 overgenomen van de Nijmeegse manege door H.W. Cornelder, 1910-1915 (F92838 RAN)
De manege aan de Waldeck Pyrmontsingel: hierbij is goed te zien dat Estourgie het front onveranderd heeft gelaten; Nijmeegse manege, links Louise Cornelder. (De manege wordt in 1903 gehuurd en in 1908 overgenomen van de Nijmeegse manege door H.W. Cornelder, 1910-1915 (F92838 RAN)

Het was geen makkelijk op te lossen vraagstuk de nieuwe fabrieksuitbreiding practisch aan haar doel te doen beantwoorden, aan de omgeving te doen aanpassen en af te bouwen, terwijl het bedrijf in vollen gang bleef.

De architect, de heer Charles Estourgie werd met die opdracht belast en de aannemer, de heer H. van Kessel had de uitvoering van het bouwontwerp voor zijn rekening. Een fabriek te bouwen op den hoek van een singel, langs zij een pas aangelegd plantsoen, dreigt het aspect van de omgeving leelijk te schaden.

Men denkt dadelijk aan leelijke, van ééntonigheid grauwe muren, aan hooge zwarte schoorsteenen.

De heer Charles Estourgie toonde hier in deze fabrieksuitbreiding ook zijn sierkunstenaarstalenten, wist iets vroolijks iets levendigs te geven aan de massale gevels, waarin het monotone voorkomen werde door het aanbrengen van, de andere logge lijn, brekende ramen en vensters en het inbouwen van een sierlijken inrijpoort aan de van Gentstraat. Het nieuwe gedeelte paste bij de oude hooge zuivelfabriek aan de van Gentstraat en de oude stal der Nijmeegsche manѐge, is herschapen in een ruime hall voor de melkvoorziening. Het ouwe, grauwe dak is hersteld tot een gebroken kap, en de oude “circus” sluit nu passender aan bij den voorbouw, welke levendiger uitzicht kreeg, doordat de architect er wat meer lijn en licht inbracht.

Melkventers van Melkerij Lent, 1928 (F58814 RAN)
Melkventers van Melkerij Lent, 1928 (F58814 RAN)

In het oude voorhuis van de manѐge is nu gevestigd het kantoor voor de melkdistributie, waarlangs een breede inrijpoort leidt naar het industrieele gedeelte dezer zuivelfabriek, welke zoo technisch en hygiënisch is ingericht, dat zij behoort tot een der vijf best ingericht melkinrichtingen en zuivelfabrieken des land, dat overvloeit van melk en boter, dat bekend staat als een der eerste exportlanden door Europa voor de zuivelindustrie.

Ook in dit opzicht kan het groeiende Nijmegen meekomen met haar grootere zustersteden.

Binnen mag de fabriek gezien worden.

Het is als een wit melkpaleis, waaruit nochtans alle onnoodige luxe geweerd is.

Wit zijn alle wanden, wat de machines, met hier en daar het blinkende koper der kranen en banden, het warme bruin der groote karn-machines of karnemelkhouders, den maten glans der blikken bakken.

Alles is bijna blank tot alle af- en aanvoerbuizen voor de melk toe.

De vloeren van tegels of zwaar cement zijn zindelijk om zoo van te eten; de wanden zijn hagelwit, geen stofje heeft er kans op te vliegen.

Hoe de fabriek ingedeeld is?

Onder deskundige en prettige voorlichting van een man in ’t vak als de directeur, de heer H.M.G. Tiel Groenestegen, maakten wij een ronde, op- en neergang door de uitgestrekte hallen en begonnen daar, waar de melk door de veehouders wordt aangevoerd. Dat is dan een zijgangetje, aan het einde der fabriek aan de van Gentstraat.

Hoe hygiënisch, hoe zorgvuldig het er toegaat, hoe nauwkeurig de melk behandeld wordt, moge blijken uit on omstandig relaas.

Melkerij Lent, het laboratorium voor melkonderzoek; een reproductie van een tijdschriftfoto, 1932 (F17201 RAN)
Melkerij Lent, het laboratorium voor melkonderzoek; een reproductie van een tijdschriftfoto, 1932 (F17201 RAN)

De melk wordt direct bij de ontvangst aan de van Gentstraat gesplitst in industriemelk voor de bereiding van boter en consumptiemelk voor de distributie. Vervolgens wordt zij met behulp van twee Ahlborn-pompen naar een pl.m. 10 meter hoog gelegen bordes, dat uitziet op het centrifugelokaal, gepompt. Hiervandaan vloeit de melk naar de verschillende afdeelingen. Het Amerikaanse “gravity system” wordt toegepast. Eenmaal binnen, komt de melk tijdens de bereiding niet meer bloot.

Er is een dubbele melkontvangst. Bij het melkontvangen is het zoo ingericht, dat, terwijl de melkcontroleur op de eene ontvangst bezig is de melk op haar kwaliteit te onderzoeken (dagelijks wordt toegepast de alcoholproef met “Rexprüfer” en verder geregeld vuilheidsproef, reductaseproef en bussen-inspectie), op de andere helft de melkontvanger de hoeveelheden in de Gedo-bascule weegt en noteert. Aan het melkonderzoek kan op deze wijze de noodige zorg besteed worden. De ondermelk wordt terzijde met een “Precies” apparaat afgemeten.

Op het reeds genoemde bordes staan een tweetal melkbakken ieder van 3000 l. inhoud, waarin de industriemelk en de consumptiemelk loopen na, wat de laatste betreft, door een colloïdfilter is zijn gezoefd. Tevens staan hier de koelers voor room en ondermelk. Langs een ijzeren trap komt men nu in het verwerkingslokaal, waar twee groepen van werktuigen zijn opgesteld, een voor de industrie en een voor de consumptiemelk.

De consumptiemelk gaat na een buizen-pasteur van Van der Ploeg van 4000 l. capaciteit te zijn gepasseerd op een temperatuur van 63 gr. C., in den Ahlbornstandpasteur voor 4000 l., een pastorisatie van de nieuwste constructie, Nieuw is n.l., dat alle kranen zich bevinden aan den bovenrand der cellen. De melk wordt eruit gepompt. Lekkage der kranen en daardoor besmetting met onvoldoend laag verhitte melk wordt hierdoor voorkomen, terwijl het weinige bewerkte melk dat achterblijft, op de totaal-hoeveelheid van één cel geen kwaad kan doen. De melk passeert daarna een dubbel gesloten buizenkoeler, ’s zomers nog een dito pekelkoeler, waarna een tweetal Geertruidenbergsche emailletanks, ieder van 8000 L. inhoud de melk koel houden tot den volgenden morgen. Deze tanks zijn halverwege vastgemetseld in den vloer der eerste etage, zoodat men bij de reiniging geen ladder of iets dergelijks noodig heeft. Een electrische roerinrichting met bovenpakking dient om even vóór het aftappen de room weer door de melk te mengen. Een pijpleiding voert de melk naar de meetbrug in de melkhal, waar de losse melk in de 40 venterswagens wordt afgetapt. De geheele weg is dus in een gesloten systeem afgelegd.

Melkerij Lent. De ruimte waar de melkflessen gevuld werden; een reproductie van een tijdschriftfoto, 1932 (F17202 RAN)
Melkerij Lent. De ruimte waar de melkflessen gevuld werden; een reproductie van een tijdschriftfoto, 1932 (F17202 RAN)

De flesschenmelk wordt bereid in een gelijkvloers gelegen ruimte beneden het verwerkingslokaal. De gereinigde melk loopt van het bordes naar het roteerende flesschenvulapparaat. De gevulde flesschen worden in een 14-tal bakken voor pl.m. 270 flesschen opgestoomd en afgespoeld. Een bijzonderheid hierbij is, dat bij het opstoomen der bakken het water gebruikt wordt, dat de koelers bij een temp. Van pl.m. 45 gr. C. verlaat. Met het oog hierop heeft men koelers van groote capaciteit genomen, opdat het water er niet te snel doorheen behoefd te worden gepompt. Het warme koelwater, dat niet voor het flesschenbedrijf noodig is, gaat uit de voorraadtank naar een “boiler”  in de machinekamer. Een andere caloriën-besparende inrichting, welke met etagebouw eveneens gemakkelijk door te voeren is, vormt de verzameling van het condensatiewater ten behoeve van de voeding van den stoomketel.

Het flesschenpasteuriseerlokaal heeft door middel van een zeven-tal loketten voor de afgifte van room, flesschenmelk, boter, yoghurt, pap enz. verbinding met de melkhal. Hier kunnen eveneens zeven vensters tegelijk geholpen worden aan losse melk en een gelijk aantal aan karnemelk. Verder bevindt zich in de hal nog een kannen-uitstoom en drooginrichting voor de melkbakken en -bussen der venters. Behalve het groote belang uit bacteriologisch oogpunt, heeft het drogen nog dit voordeel, dat de venter geen verontschuldiging meer heeft voor een al te groote hoeveelheid water, die hij in zijn bussen heeft achtergelaten.

Men kent de geel-rood beschilderde melkwagens van deze inrichting. De melkflesschen op het dek duiden reeds voldoende de bestemming dezer wagens aan. Bovendien heeft de inrichting nog twee groote vrachauto’s in bedrijf voor bediening der grootafnemers.

De behandeling der industrie-melk vindt aan de andere zijde van het verwerkingslokaal plaats. De volle melk wordt gepasteuriseerd in een regeneratief-pasteur, gaat naar een Westfalia-centrifuge, waarna room en ondermelk over de bestemde koelers op het bordes worden gepompt en vervolgens in de drie geïsoleerde roomzuurbassins van 1600 L. ieder in de ondermelk-bakken vloeien, welke in het verwerkingslokaal geplaatst zijn. Ook de twee houten karnemelktonnen, ieder van 3000 L. met roerinrichting, zijn in deze ruimte ondergebracht. De karnemelk wordt aan de benedenzijde hierin gepompt, terwijl een verdere merkwaardigheid is, dat de toevoerleiding tevens grootendeels afvoerleiding is. Met het toezicht op deze werktuigen is één persoon belast. Dit gedeelte van het bedrijf bezit een capaciteit van 5000 L. per uur. Een aparte centrifuge is voor de levering van koffieroom en slagroom opgesteld.

De botermakerij Melkerij Lent, 1932 (F17203 RAN)
De botermakerij Melkerij Lent, 1932 (F17203 RAN)

In de botermakerij, tusschen melkontvangst, machinekamer en de kantoren gelegen, staat een Van der Ploeg’s karn van 4000 L. ton inhoud, terwijl ruimte voor een tweede is gereserveerd. De boter-inpakkerij vindt plaats in den kelder beneden het kantoor, waar de hoofdboekhouding geschiedt.

In de machinekamer is een koelmachine van 85.000 caloriën geinstalleerd door de N.V. Plaatijzer-industrie te Apeldoorn. Verder bevindt zich hier een pekelbak van 15.000 L., benevens een reservoir voor warm water en een voor gekoeld leidingwater. In den bestaanden uitbouw der vroegere fabriek zijn nog gelegen, het ketelhuis en melkpoederlokaal, terwijl de oude machinekamer tot werkplaats is getransformeerd. De stoommachine is vervangen door afzonderlijke electromotoren voor iedere afdeeling.

Bij eventueele bedrijfsstoornis kunnen de werktuigen van het industrie-gedeelte ook voor de behandeling der losse consumptie-melk worden gebruikt, waardoor een betrouwbare melkvoorziening der stad ten allen tijde verzekerd is.

De nieuwe fabriek is in samenwerking met den directeur en het Technisch Bureau van den F.N.Z. dat het werktuigkundig gedeelte verzorgde.

De heer Charles Estourgie had het bouwkundig gedeelte voor zich en heeft nog wijdscher plan in portefeuille dan nu reeds is uitgevoerd.

De mogelijkheid is, dat ook de voorgevel nog opgetrokken wordt, met daarbij passen middengebouw- geheel in stijl met den hoofdgevel.

Maar het bestuur toont bedachtzaam beleid en zal natuurlijk eerst de bedrijfsresultaten in de naaste toekomst eens willen afwachten, alvorens tot wijderen bouw over te gaan.

Het uitstekende werk van den aannemer, den heer H. van Kessel, konden wij in den aanhef reeds waardeeren-; hier is degelijk, vlug en prachtig gebouwd.

Het schilderwerk werd uitgevoerd door de firma W.A. Teeuwissen. De ingewikkelde electrische installatie werd uitgevoerd door het electro-technisch bureau Jos. Kwakkernaat.

Zoo werken velen mede tot een eerste-klasse zuivelfabriek.

Men ziet het: Nijmegen kreeg een model-inrichting. De melk-gebruikers en gebruiksters kunnen zeker zijn van een pittige pint gezonde zuivere melk.

De Coöp Nijm. Melkinrichting Melkerij Lent, met haar geheel herziene, naar de laatste eischen ingerichte zuivelfabriek staat er borg voor.

En hier mogen wij wel eens even noemen de mannen, die mede het initiatief namen tot de uitbreiding, vergrooting, vervolmaking der fabriek aan van Gentstraat en Waldeck Pyrmontsingel.

Het bestuur wordt dan gevormd door de heeren: P.H. Kokke te Nijmegen, voorzitter; H.F. van Haaren te Lent, secrataris; F.H. Witjes te Elst;  P. Gijsbers te Overasselt en J. v.d. Ploeg te Winssen, commissarissen.

Directeur is de heer H.M.G. Tiel Groenestegen, adjunct-directeur de heer Leo B.J. Wassing.” (De Gelderlander 14/2/1928)

Huidig: appartementen

De Melkinrichting is gesloopt en hiervoor in de plaats kwamen appartementen, september 2022 (Google Streetview)
De Melkinrichting is gesloopt en hiervoor in de plaats kwamen appartementen, september 2022 (Google Streetview)

Er is nog niet onderzocht wat het verdere vervolg is geweest. De Melkerij is tegenwoordig (september 2024) gesloopt en hiervoor zijn appartementen in de plaats gekomen. Het opschrift op het gebouw herinnert nog aan de Melkerij.

Julianapark en begraafplaats

In het Julianapark staan een aantal prachtige, oude bomen en daarnaast veel moderne beelden. Oorspronkelijk lag hier Fort Kijk in…

Beeld Jac Maris, Plein 1944 (september 2024)
#Nijmegen, Centrum

Monument Gevallen Soldaten uit Nijmegen van Jac Maris Plein 1944

1951/1952/2014 Plein 1944

Beeld Jac Maris, Plein 1944 (september 2024)
Beeld Jac Maris, Plein 1944 (september 2024)

In 1951 vindt de onthulling van het voorlopige beeld voor de gevallen soldaten afkomstig uit Nijmegen plaats. Oorspronkelijk was dit monument een initiatief van de Nijmeegse afdeling van “Het Mobilisatiekruis” en, na de landelijke fusie, ook van de Nederlandse Bond van Oud-Strijders. Zij had behoefte had aan een monument, dat (tevens) diende als locatie om de de gevallen soldaten jaarlijks te herdenken. De maker was Jac. Maris. Tegenwoordig (en net op een andere plek) staat er een kopie in brons.

De plaatselijke afdeling van het Mobilisatiekruis had het initiatief genomen om een monument voor de gevallen Nederlandse strijders op te richten.

Bond “Het Mobilisatiekruis”

De plaatselijke afdeling van het Mobilisatiekruis had het initiatief genomen om een monument voor de gevallen Nederlandse strijders op te richten. De Nationale Bond “Het Mobilisatiekruis” was opgericht voor het beheren en uitreiken van het Mobilisatiekruis 1914-1918 en het Witte Mobilisatiekruis 1914-1918. Deze Bond was op 19 september 1925 opgericht en kreeg 7 oktober de Koninklijke goedkeuring. De onderscheidingen waren ingesteld door het “Nationaal Comité Herdenking Mobilisatie 1914”, bedoeld om in 1924 de 10e verjaardag van de mobilisatie van 1914 ter herdenken, “om de tienduizenden gemobiliseerde soldaten te bedanken voor de vier jaren die zij hadden moeten opofferen voor het behoud van de Nederlandse neutraliteit. Het Comité wilde het weinig krijgshaftige Nederlandse volk er ook op wijzen dat vrede, zo meende zij, “altijd kwam ná oorlog”.” (wikipedia)

Wens beeld in 1951 gereed

De Nijmeegse afdeling van het “Mobilisatiekruis” hoopt op haar jaarvergadering in januari 1950 dat het monument voor de gesneuvelde Nijmeegse soldaten voor augustus 1951 gereed zal zijn: rond die tijd zal de Nationale Bond in Nijmegen haar zilveren bestaansfeest willen vieren.  (De Gelderlander 13/1/1950)

Ontwerp beeld

Ontwerp voor het Oorlogsmonument voor de omgekomen militairen uit het Rijk van Nijmegen tijdens de Tweede Wereldoorlog, vervaardigd door de beeldhouwer Jac Maris, 1950-1952, mij onbekend welke versie (F46236 RAN)
Ontwerp voor het Oorlogsmonument voor de omgekomen militairen uit het Rijk van Nijmegen tijdens de Tweede Wereldoorlog, vervaardigd door de beeldhouwer Jac Maris, 1950-1952, mij onbekend welke versie (F46236 RAN)

Het ontwerp van het beeld lijkt redelijk overeenkomstig het uiteindelijke beeld. In de kranten over het monument staat dat er over het ontwerp discussie is geweest, maar tot nu toe heb ik nog niet kunnen vinden waarover deze discussie ging.

Het “stelt voor een ’n stervend krijgsman, nog de pijn van het sterven in zijn lichaam. Naast hem zijn kameraad die hem gaarne zou willen helpen of om in de laatste seconde de hand ten afscheid te drukken, maar plicht en krijgstucht weerhouden hem. Op zijn post, op zijn hoede. Het krijgsgewoel om hem heen wordt uitgevoerd onder een ander rhythme. Dit concept is niet alleen psychologische gedachtenis, maar ook een compositie van meerdere ordeningen. Het is in principe gedacht tot een hoogte van circa 3.20 meter boven de grond en met een grootste breedte van ongeveer 2 meter.”

Wens Grote Markt

De gewenste locatie is de Grote Markt: “Uiteraard is met het monument zelf en de plaats waar het geprojecteerd is rekening gehouden met de grote veranderingen, welke de directe omgeving van de Grote Markt zal ondergaan.” Het monument zal in Ettringer tufsteen worden uitgevoerd.

Ook aan het “Centrumplein” (Plein 1944) wordt gedacht, maar de “ontwerper acht het ’t best op zijn plaats op de Grote Markt.” Het Mobilisatiekruis, gefuseerd met de Nederlandse Bond van Oud-Strijders, hoopt dan ook vanaf het jaar daarop (1951) op 10 Mei de Nederlandse gevallenen te kunnen herdenken. (De Gelderlander 17/8/1950)

… maar toch Plein 1944

In 1951 wijzigt de gemeente haar plannen voor de Grote Markt: het oorspronkelijke plan van een plateau met trapjes gaat niet door. Daardoor wordt ook naar een andere locatie voor het monument uitgezien. Daarbij valt het oog op Plein 1944. De Gelderlander:  “In deze omgeving zou het monument tegelijkertijd de herinnering levendig houden aan de talrijke slachtoffers uit de burgerij, die in de binnenstad bij de ramp van 22 Februari 1944 en daarna het leven lieten.” (De Gelderlander 31/3/1951)

1951: onthulling voorlopig beeld

Het Oorlogsmonument ter herinnering aan de omgekomen militairen uit het Rijk van Nijmegen tijdens de Tweede Wereldoorlog, vervaardigd door Jac Maris, 5/5/1951 (Fotopersbureau Gelderland via F60313 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Het Oorlogsmonument ter herinnering aan de omgekomen militairen uit het Rijk van Nijmegen tijdens de Tweede Wereldoorlog, vervaardigd door Jac Maris, 5/5/1951 (Fotopersbureau Gelderland via F60313 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)

“Zaterdagmiddag” vond in mei 1951 de onthulling plaats, waarbij duizenden Nijmegenaren aanwezig waren. Het ging daarbij nog om een model van het beeld; daarbij wordt verwacht het uiteindelijke beeld in augustus of september te kunnen plaatsen. “Zij allen willen zich een indruk vorm van het kunstwerk van Jacques Maris, die de niet gemakkelijke opdracht kreeg om de verschrikkingen van de laatste oorlog in een enkel moment vast te leggen. Maris heeft zich op voortreffelijke wijze van zijn taak gekweten. Hij is er in geslaagd een monument te ontwerpen dat de gevallen militairen eert een tegelijkertijd, in de uitbeeldingen op de rand, de inspanningen en offers van mensenlevens en bezit van de burgerij voor de komende tijden vastlegt”. Het beeld was bekostigd door de Nijmegenaren. Bij de onthulling wordt daarnaast genoemd dat de militairen van het commando Luchtvaarttroepen een groot bedrag hadden geschonken.

Bij zijn toespraak benadrukt de burgemeester het belang van de locatie. De Gelderlander daar over: “Op deze plaats, Plein 1944, waar de binnenstad uit zijn puinhopen herrijst, is de symboliek van het beeld wel bijzonder op zijn plaats. Het jonge monument houdt in het hart van de oude stad de herinnering levendig aan de stadsgenoten, die vielen opdat wij thans in vrijheid kunnen leven.” (De Gelderlander 7/5/1951)

Het was belangrijk dat het beeld (op 5 mei) 1951 onthuld zou worden: dan viert de landelijke vereniging “Ereschuld en dankbaarheid” haar tweede lustrum in Nijmegen (De Gelderlander 31/3/1951). Dit militaire fonds was in 1940 als stichting opgericht als steun voor de veteranen en slachtoffers van mei 1940. In 1946 werd het een vereniging en uiteindelijk in 2021 opgeheven (Defensie).

Uit de takel gevallen

De onthulling van het voorlopige monument van Jac. Maris was echter bijna niet doorgegaan. De avond voor de onthulling zou het transport vanuit het huis van Maris in Heumen naar Plein 1944 worden overgebracht. Vlak bij zijn huis viel het echter uit de takel. Maris en zijn assistenten werkten daarop de hele nacht door om het beeld te herstellen, waarop het beeld uiteindelijk toch die middag om 2 uur kon worden onthuld (De Gelderlander 5/5/1951).

Discussie opschrift

Het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen had het beeld goedgekeurd, maar niet het beoogde opschrift “Voor hen, die in ons midden leefden”, omdat zij dit opschrift te algemeen vindt. Daarop kwam de Commissie voor Oorlogs- en Vredesgedenktekens uit Amsterdam met de tekst: “Trouw tot in de dood. Ter nagedachtenis van de gesneuvelde militairen te Nijmegen”. In oktober 1951 zijn er intussen 12 weken verlopen en is er “taal noch teken” gehoord. Daarbij schrijft de Gelderlander dat Maris spoedig een begin zal maken met het originele monument. (De Gelderlander 31/10/1951)

1952: Onthulling definitief beeld

In augustus 1952 werd het uiteindelijke beeld geplaatst, welke na twee weken “gistermiddag” (De Gelderlander 25/8/1952) aan de gemeente werd overgedragen. De jeugd had intussen al vernielingen aan het voetstuk aangebracht, waarbij tevens de tekst op het voetstuk moet worden vervangen. “En maandagmorgen nog moesten tientallen rotte appels van het beeld verwijderd worden.”

Op foto GN8922 RAN is overigens te zien dat het opschrift op dat moment toch “Voor hen, die in ons midden leefden” is geworden.

Zie voor een foto van de plaatsing GN9020 RAN. Een mooie foto over het onthulde beeld met de St. Stevenstoren in aanbouw is te vinden op F32479 RAN.

Vernielingen en nogmaals: geschikte locatie?

Een jaar later zijn er nog steeds problemen met vernielingen: “Het plan bestaat nu, het voetstuk te verhogen tot ongeveer 3.15 meter vanaf de grond”. Om het beeld komt een schuin aflopend gedeelte met kinderkopjes en op 4 punten een paaltje. Bovendien schrijft de Gelderlander over de plaats: “… en toen het besluit viel het monument op het Plein te plaatsen, kon niemand vermoeden, dat de groente- en fruitmarkt daar definitief gehouden zou worden en evenmin, dat op het verhoogde gedeelte van het Plein en juist in de onmiddellijke omgeving van het monument een bushalte zou worden gemaakt, die overigens in het belang van een veilig en geordend verkeer te zijner tijd wel weer verdwijnen zal.”

Daarna vraagt de Gelderlander zich af of het Plein in de toekomst wel een goede locatie is: “Wanneer evenwel uitvoering zal worden gegeven aan de oorspronkelijke plannen met het Plein 1944, namelijk een verkeers- en parkeerplein, zal het de vraag zijn of het monument dan wel op het Plein op zijn plaats is.” (De Gelderlander 21/11/1953)

2009/2014: Vervanging door brons

In 2009 werd het beeld weggehaald om gerestaureerd te worden. Daarbij bleek dat het beeld inmiddels broos en poreus was geworden. Ook na een restauratie zou het beeld niet geschikt meer zijn om in de buitenlucht te staan. Daarop besloot gemeente Nijmegen een bronzen exemplaar te laten maken (https://kos.nijmegen.nl/overzicht-kunstwerken/). Daarbij vervangt het huidige voetstuk van Belgisch hardsteen het originele van basalt (4en5mei).

Plaquette 180 namen Nijmeegse slachtoffers

Plaquette 180 Nijmeegse slachtoffers Plein 1944 (september 2024)
Plaquette 180 Nijmeegse slachtoffers Plein 1944 (september 2024)

Op 4 mei 2019 is een plaquette onthuld met de namen van de slachtoffers die gevallen zijn in het Rijk van Nijmegen. Daarbij staat de tekst: “Ter nagedachtenis aan de Nijmeegse militairen die vielen voor de vrijheid tijdens de Tweede Wereldoorlog 1940-1945” en “Namenlijst onthuld op 4 mei 2019”. Deze plaquette vervangt een naamplaatje dat in 2007 was aangebracht (4en5mei).

Alphons Sieberspad, augustus 2023 (Google Streetview)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Ploegstraat en Alphons Sieberspad: van schoolterrein tot wonen in een eigen park

Alphons Sieberspad, augustus 2023 (Google Streetview)
Alphons Sieberspad, augustus 2023 (Google Streetview)

In 2009 werd begonnen met de bouw op het terrein aan de Ploegstraat begonnen. Daarvoor zaten hier de ROC-opleidingen Economie en Zorg & Welzijn

Vooraf: Schoolterrein

Detailhandelschool

Detailhandelschool ; boven de ingang het beeld "Mercurius ', gemaakt in 1962 door Ed van Teeseling, 28/9/1962 (Fotopersbureau Gelderland via F20242 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
Detailhandelschool ; boven de ingang het beeld “Mercurius ‘, gemaakt in 1962 door Ed van Teeseling, 28/9/1962 (Fotopersbureau Gelderland via F20242 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)

Voordat het project Frij’hoff werd gebouwd, stond op deze plaats onder andere de Detailhandelschool (Goffertweg 18).

Een foto uit 1979, wanneer het inmiddels de Katholieke Scholengemeenschap voor LMO- MMO Gelre is geworden, is te zien op F17223 RAN. In ieder geval was de school in augustus 2009, vlak voor de sloop, onderdeel van het ROC, sector economie.

Een reliëf in brons van Ed van Teeseling uit 1962, voorstellende Mercurius , geplaatst op de Detailhandelschool, later de Katholieke Scholengemeenschap voor de LMO-MMO Gelre ; P.S. in 2018 ligt het beeld opgeslagen op de gemeentewerf in afwachting van een nieuwe stek, 1975 (Frans Kup via F17216 RAN CCBYSA)
Een reliëf in brons van Ed van Teeseling uit 1962, voorstellende Mercurius , geplaatst op de Detailhandelschool, later de Katholieke Scholengemeenschap voor de LMO-MMO Gelre ; P.S. in 2018 ligt het beeld opgeslagen op de gemeentewerf in afwachting van een nieuwe stek, 1975 (Frans Kup via F17216 RAN CCBYSA)

Bovenop de school stond een reliëf in brons van de god van de handel, Mercurius. Het ligt opgeslagen op de gemeentewerf in afwachting dat het op een andere plek geplaatst kan worden (bron: bijschrift F17216)

Levensschool

Achterkant "Levensschool", augustus 2009 (Google Streetview)
Achterkant “Levensschool”, augustus 2009 (Google Streetview)

Het andere complex van de ROC was het schoolgebouw, dat in ieder geval op een foto van 1970 de “Levensschool” werd genoemd: F21907 RAN. Ter vergelijking is de Google Streetview shot uit augustus 2009 opgenomen.

Dorsvlegelstraat, Augustus 2023 (Google Streetview)
Dorsvlegelstraat, Augustus 2023 (Google Streetview)

Het shot hiernaast uit 2023 is bijna gezien van dezelfde plek en we kijken de nieuw aangelegde Dorsvlegelstraat in. Het gebouw met gele bekleding op de foto van 2009 ligt -na parkeervakken- aan de linkerkant van de straat.

Frij’hoff: Wonen in je eigen park

Frijhof: "Wonen in je eigen park”, augustus 2009 (Google Streetview)
Frijhof: “Wonen in je eigen park”, augustus 2009 (Google Streetview)

Het complex bestaat uit voor een deel uit koopwoningen: 38 eengezinswoningen en 20 appartementen. En daarnaast uit 114 huurappartementen van Portaal. Het project is een ontwerp van architectenbureau NOAHH, Network Oriented Architecture.

NOAHH schrijft over haar ontwerp: “De transformatie van een onaantrekkelijk en min of meer gesloten gebied naar een open en groene woonbuurt was ons doel in Frij’hof Nijmegen. Binnen het plangebied Frij’hoff zijn geen straten, rooilijnen ontbreken. De bebouwing is ontworpen als stadsvilla’s en meer-onder-één kapwoningen. De woningen zijn direct geleen in het groen. Het plangebied is zelf opgevat als een uitloper van het Goffertpark maar met een eigen identiteit en is beplant met magnoliabomen. Op de begane grond hebben de woningen veranda’s en terrassen aan de centrale “stadstuin”. Er zijn geen omheiningen aanwezig tussen publieke en private buitenruimten”.

Alphons Sieberspad

Alphons Sieberspad, augustus 2023 (Google Streetview)
Alphons Sieberspad, augustus 2023 (Google Streetview)

Frij’hoff is bedoeld als wonen in een park. Daarom heeft het een groen en autovrij binnenveld, waarbij kinderen vrij moeten kunnen spelen. Er is slechts een kronkelig paadje waardoor auto’s tot de voordeur kunnen komen. Daar kunnen mensen in- en uitstappen of bijvoorbeeld de boodschappen worden uitgehaald. De parkeerplaats bevindt zich echter in een keldergarage met de uitgang bij de Ploegstraat.

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.gelderlander.nl/nijmegen/nieuwbouwbuurt-bij-goffertpark~a26778ae/

Voormalige Gereformeerde kerk (februari 2023)
#Nijmegen, Benedenstad, Gebouw van de dag

Voormalige Gereformeerde Kerk Begijnenstraat 20: Van Amandelfabriek tot Woning

Voormalige Gereformeerde kerk (februari 2023)
Voormalige Gereformeerde kerk (februari 2023)

Op Begijnenstraat 20 staat de voormalig gereformeerde kerk van Nijmegen. Daarna was het jarenlang een bedrijfsruimte: als amandelfabriek, fietsverhuur, timmerfabriek en snookercentrum. Vanaf 1999 is het een woning. Het gebouw is een gemeentelijk monument.

Korte geschiedenis Gereformeerde kerk Nijmegen

Bij de “Afscheiding van 1834” hadden in Nederland verschillende groepen de Hervomde Kerk verlaten. In 1869 verenigden deze groepen zich tot 1 kerkverband: de Christelijke Gereformeerde Kerk. Meer hierover is te lezen op wikipedia: Christelijke Gereformeerde Kerken en Gereformeerde kerken in Nederland

In mei 1885 was de Christelijke Gereformeerde Gemeente in Nijmegen geïnstitueerd (oftewel: opgericht). Daarop wilde de gemeente graag een eigen kerk krijgen. Tot dan hoe had de gemeente gebruik gemaakt van een gehuurde zaal.

Financiële steun

Aangezien de gemeente zelf weinig financiële mogelijkheden had, verzocht ze de landelijke Synodale Commissie (het dagelijks bestuur van de kerk op dat moment) om toestemming om bij de kerken in het land om een bijdrage te vragen. Deze gaat akkoord, na aanvankelijk huiverig te zijn geweest: was Nijmegen niet te onbekend om brede steun te krijgen voor hun bouw? Uiteindelijk kwam bij de Synodale Commissie en bij de kerkenraad van Nijmegen zelf samen f 2.426,38 binnen, waardoor in 1887 met de bouw kon worden begonnen.

Kenmerken van de kerk

Een tekening van de Gereformeerde kerk, Begijnenstraat, 1885 (F61116 RAN)
Een tekening van de Gereformeerde kerk, Begijnenstraat, 1885 (F61116 RAN)

De kerk was ontworpen door B. Bouman uit Pernis, waarbij H.L. Esmeijer de aannemer was.

“In zeer korten tijd is in de Bagijnenstraat alhier een nieuw kerkgebouw verrezen van de Christelijke gereformeerde Gemeente, dat Donderdag e.kl. zal worden in gebruik genomen. Naar de plannen van den heer B. Bouman te Pernis is deze kerk door den heer H.L. Esmeijer te Nijmegen gebouwd. Zij is 11 meter hoog en 8 meter breed en kan beneden op de galerijen ruim 400 personen bevatten. Bij dag ontvangt het gebouw flink licht door de drie groote in den gevel aangebrachte ramen, terwijl het des avonds door Wanham lampen zal verlicht worden. Het geheel is zeer doelmatig ingericht.” (PGNC 5/9/1888)

Gereformeerde Kerken: “De kerk staat er trouwens nog steeds en is als kerkgebouw aan de grote vensters in de voor- en de achtergevel nog duidelijk te herkennen. Het was een eenvoudige zaalkerk, niet al te groots en protserig, maar het gebouw sloot goed aan bij de overige huizen in de straat. Het had een sobere neo-renaissancegevel. De kleine torenspits die bovenop de voorgevel stond, verdween nog vóór de Tweede Wereldoorlog.” De kerk bood plaats aan 250 gelovigen (waarom het PGNC 400 personen noemt en Gereformeerde kerken 250 is mij niet bekend). De eerste predikant in deze kerk was Ds. Gezelle Meerburg van 1888 – 1890.

Een mooi en uitgebreid verhaal staat op Gereformeeerde kerken, welke tevens een belangrijke bron was voor de bovenstaande paragrafen.

Abonneren

Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.

1918: Eerste Nederlandsche Amandelfabriek

Eerste Ned. Amandelproductenfabr. “E.N.A.” Chreijghton en Seveke, plan voor het inrichten van een perceel aan de Begijnenstraat 20 tot fabriek, datum tekening december 1918 (D12.385369)
Eerste Ned. Amandelproductenfabr. “E.N.A.” Chreijghton en Seveke, plan voor het inrichten van een perceel aan de Begijnenstraat 20 tot fabriek, datum tekening december 1918 (D12.385369)

Op 5-11-1918 verkoopt de “Hersteld Apostolische Zendingsgemeente in de de Eenheid der Apostelen in Nederland en Koloniën” te Enkhuizen “het kerkgebouw met daaraan grenzend blok woningen aan de Bagijnenstraat op de hoek der Lompenkramersgas te Nijmegen, kadestraal aldaar bekend in sectie C nummers 2099 en 5022 samen groot vier are dertien centiare” voor 17.000 gulden. De koper is de Vennootschap onder firma “Eerste Nederlandsche Amandelproductenfabriek E.N.A. Creighton & Seveke” (Inventarisnr 46, Archiefnr 560, Aktenr 1966).

De firmanten daarvan zijn Nicolaas Jacobus Creighton en Johannes Josephus Maria Seveke, beiden “fabrikant” te Nijmegen.

Zij laat de voormalige kerk verbouwen. Opvallend daarbij is dat de toren op de bouwtekening D12.385369 een andere spits heeft dan op de bouwtekening van 1885.

Op de begane grond komt het paklokaal en het machinelokaal. Daarnaast krijgt het gebouw een ingang vanuit de Lompenkramersgas en kantoorruimte.

Onder het machinelokaal komt een kelder. Boven het Paklokaal komt een tussenverdieping met een balustrade, zoals de foto uit 1935 hieronder goed te zien is.

Op 4-2-1919 krijgt de Eerste Nederlandsche Amandelproductenfabriek E.N.A. een hinderwetvergunning voor “het oprichten van een inrichting voor het bereiden van amandelproducten in het perceel Bagijnenstraat no. 20, kad. Bekend gemeente Nijmegen, sectie C. nos. 5022 en 2000.” (PGNC 5/2/1919)

In 1920 staan de gebouwen echter weer te koop (PGNC 18/9/1920): zij zullen op 30 september en 14 oktober geveild worden. Of deze gebouwen daadwerkelijk verkocht zijn en wie de koper is, is mij nog niet bekend.

TW rijwielen van Rijwielhandel Quick

TW Rijwielen gevestigd op Begijnenstraat 20 (PGNC 15/4/1924)
TW Rijwielen gevestigd op Begijnenstraat 20 (PGNC 15/4/1924)

In ieder geval wordt in 1924 een volgende gebruiker gevonden: Rijwielhandel “Quick” op de Korte Burchtstraat 11. Zij verplaatst haar “transport-afdeeling” van de Daalsche dwarsweg 4 naar de Bagijnenstraat. Haar belangrijkste activiteit lijkt gezien de advertenties de verhuur van T.W. rijwielen te zijn, waarbij rijwielen via een abonnement worden verhuurd. De T.W. rijwielen zijn “gemakkelijk te herkennen, niet alleen aan de massieve bagagedrager, en de bekende driehoek op het achterspatbord, doch ook vooral aan het feit, dat ze er steeds zoo goed onderhouden uitzien” (advertentie De Gelderlander 4/6/1924)

Eind 1926 staat het gebouw weer te koop. Op 6 en 20 januari 1927 vindt de veiling plaats van “Het fabrieksgebouw met erf te Nijmegen a.d. Bagijnenstraat 20, kad. Sectie C No. 50122, groot 1.73 A. aangesloten a.d. rioleering en voorzien van gas- en waterleiding en electrisch licht, verhuurd tot 1 Mei 1927 voor f 1000,- p.j.” (PGNC 24/12/1926)

Of het gebouw daadwerkelijk is verkocht, is nog niet bekend. In ieder geval zal Quick pas een jaar later zijn rijwielhandel op dit adres opheffen. In De Gelderlander 18/4/1928 verschijnen advertenties voor de verkoop van de invantaris:

  • “Te koop wegens opheffing der zaak: een Werkbank, Bankschroef en diverse Gereedschappen, Standaard, Haken enz….”
  • “Te koop tegen elk aanneemlijk bod een partij zeer sterke gebruikte Transportrijwielen en Frames…”

Houtbewerking Verburg

Het interieur van de Gereformeerde kerk, 1935 (F12446 RAN CC0)
Het interieur van de Gereformeerde kerk, 1935 (F12446 RAN CC0)

In augustus 1928 wordt het pand weer(?) verkocht. 30 augustus 1928 vindt de veiling plaats van “het flink en solied gebouwde pand met groote droge kelders, zeer geschikt voor Fabriek, Werkplaats of Pakhuis gelegen aan de Bagijnenstraat No. 20 te Nijmegen, kad. C No. 5022….” (PGNC 18/8/1928)

De koper is G.A.L. v. Gemert, voor het bedrag van f 5000. (PGNC 31/8/1928)

Vervolgens krijgt J.A.A. Verburg een hinderwetvergunning voor “het oprichten van eene door elektriciteit gedreven inrichting voor het machinaal bewerken van hout” op 9-11-1928 (PGNC 15/11/1928). Vervolgens lijkt hij/de familie Verburg hier jarenlang haar timmerfabriek te hebben.

Een foto uit 1955 waarbij het gebouw in gebruik is door J.J.A. Verburg Machinale Houtbewerking is te vinden op F12505.

1988 Chapel Snooker Centre

Het snooker-centrum, voorheen de timmerwerkplaats van J. Verburg, aan de Begijnenstraat., 7/1987 (Ber van Haren via KN14117-23 RAN CC0)
Het snooker-centrum, voorheen de timmerwerkplaats van J. Verburg, aan de Begijnenstraat., 7/1987 (Ber van Haren via KN14117-23 RAN CC0)

In 1988 is de voormalige kerk verbouwd tot snookercentrum “Chapel Snooker Centre”.

Afgaande op de “begane grond bestaand” tekening uit 1988 (Bestektekening 19—11-1987, D12.566474) lijkt het gebouw nog een verbouwing gehad te hebben vóór die van 1988: aan de voorkant zit een hal en daarnaast een aparte kamer, welke bij de verbouwing in 1988 tot keuken wordt bestemd. De hal krijgt dan een opgang naar boven; het luik van de kelder wordt afgesloten. Daarnaast komt de eerste verdieping over het gehele gebouw, welke 1 grote ruimte is.

Het NRC constateert dat de snookersport steeds populairder wordt en bezoekt in september 1992 een aantal bijzondere locaties, waaronder het Chapel Snooker Centre: “. Om van het centrum twee verdiepingen te maken, is een staalconstructiebedrijf ingeschakeld, dat het berekend heeft op een bedrijfsvloer. Geen overbodige luxe als we weten dat vier tafels bijna 5.000 kilo wegen. Omdat alle warmte naar de bovenste verdieping trok, is er in zes schachten in het plafond een luchtverversingssysteem aangebracht. Een druk op de knop zorgt er nu voor dat koele lucht vanuit de kelders naar boven komt. Eén wand bestaat geheel uit fraaie authentieke kerkramen.”

1999 Verbouwing tot woonhuis

In 1999 vindt de verbouwing tot een woonhuis plaats, wat het tegenwoordig (september 2024) nog steeds is.

Duurste koophuis in oktober 2022

In oktober 2022 was deze woning het duurste koophuis dat te koop stond. “De vraagprijs van dit bijzondere pand bedraagt maar liefst € 2.200.000. Maar je hebt dan een zeer bijzonder historisch gebouw met een woonoppervlak van 388 m² op een perceel van 174 m². De kerk is omgebouwd tot een woning met een grote woon- en eetkamer, een open keuken, vijf slaapkamers, drie badkamers en een dakterras.” (Gereformeerdekerken)

Gemeentelijk Monument

De voormalige Gereformeerde Kerk is sinds 1988 een gemeentelijk monument:

“Voormalig Gereformeerde Kerk.” Rechthoekig bakstenen pand met pannengedekt zadeldak loodrecht op de straat. De gevel, onderbroken door een middenrisaliet, bestaat uit drie etages: gestucte, van natuursteenblokkenversiering voorziene benedenetage waarin secundair twee vensters aangebracht zijn; bovenetage met twee hoge rondboogvensters met eveneens rondbogige roedenindeling; topgevel met gestuct rondboogbries onder de gootlijst, gedragen door overhoeks geplaatste vierkante zuiltjes aan weerszijden uitlopend in achthoekig arkeltorentje. De middenrisaliet als toren uitgewerkt: gestucte ingangspartij met rondbogige dubbele deur met lunetvormig bovenlicht; raametage met venster gelijk aan de zijvensters, reikend tot in de topgevel; bovenetage die de voorzijde van het verdwenen torentje vormt, geheel gestuct met verdiept middengedeelte waarin medaillon voor een verdwenen wijzerplaat, met daaronder een fries van tegels met polychrome ornamenten. Interieur met houten tongewelf.
Binnenindeling geheel gewijzigd. Onder het gebouw overwelfde kelders behorend tot een laatmiddeleeuwse of vroeg-17de eeuwse voorgangerbouw.
Bouwjaar: 1888.
Architect: Bouman (Pernis) en aannemer H.L. Esmeijer (Nijmegen).
Enig overgebleven, afgezien van de torenbekroningen nog betrekkelijk gaaf voorbeeld van in de straatbebouwing opgenomen kleine 19de eeuwse kerkjes.”

(Overige) Bronnen en verder lezen

Gereformeerde kerken: een mooi artikel over de geschiedenis van de gereformeerde kerk in Nijmegen

Afsluitpaal Oscar Goedhart

De gemeente Nijmegen gaf in 1973 een aantal kunstenaars de opdracht om een verkeerspaaltje te ontwerpen. Oscar Goedhart was met…

Binnentuin Begijnenstraat

Je loopt er zo aan voorbij en het is klein. Dit is echter een leuk plekje, om even bij een…

Afsluitpaal Habakuk, beeld Klaus van de Locht (september 2024)
Benedenstad, Geen categorie

Afsluitpaal Habakuk beeldhouwer Klaus van de Locht

Afsluitpaal Habakuk, beeld Klaus van de Locht (september 2024)
Afsluitpaal Habakuk, beeld Klaus van de Locht (september 2024)

In 1987 maakte de beeldhouwer Klaus van de Locht de afsluitpaal “Habakuk” als grenswachter die is opgesteld tussen de sacrale ruimte van het hooggelegen kerkhof en de profane wereld daaronder.

In de jaren 70 had de gemeente Nijmegen in navolging van Maastricht een aantal kunstenaars gevraagd om een afsluitpaal te maken: een kunstvoorwerp is immers mooier dan een standaard, kale betonpaal. In die jaren werden er 5 afsluitpalen geplaatst. In 1987, 10 jaar later, volgden 3 andere. Habakuk van Klaus van de Locht was daar een van.

Grenswachter

Kunst op Straat: “Habakuk is een bijbels geschrift dat onderdeel uitmaakt van het Oude Testament. De betekenis van Habakuks naam is niet met zekerheid te zeggen. Misschien betekent zijn naam ‘de zeer geliefde’. Anderen denken dat zijn naam ‘omarmer’ of ‘omhelzer’ betekent. Het boek is waarschijnlijk geschreven door Habakuk rond 650-627 (of enkele jaren later) voor de gangbare jaartelling. De kunstenaar ziet in de vorm van Habakuk een grenswachter die is opgesteld tussen de sacrale ruimte van het hooggelegen kerkhof en de profane wereld daaronder. Voor de vormgeving van het beeld is hij geïnspireerd door de beelden op Paaseiland.”

Noorderkerktrappen

Zoals Dorsoduro al opmerkt: “Habakuk staat onder aan de Noorderkerktrappen, enigszins verdekt opgesteld en eigenlijk ook zinloos. Geen automobilist zou het ooit in zijn hersens halen dit smaller wordende steegje met zijn steile trap in te rijden.”

Abonneren

Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.

De profeet Habakuk

Een mooie uitleg over de profeet en het boek Habakuk is te vinden bij het Nederlands Bijbel Genootschap en de KRO-NRCV. Om kort te gaan: Habakuk ziet de dreigingg van de Chaldeeën of Babyloniërs met hun wreedheden als een straf van God voor Juda. Habakuk heeft zijn twijfels: Juda verdient bestraft te worden, maar waarom heeft God, die goed is, voor zo’n wreed instrument gekozen? Habakuk wacht op antwoord.

Dat antwoord komt er twee maal: God zal de rechtvaardigen niet in de steek laten. Daarna volgt een loflief van Habakuk op God.

In (vrijwel) alle gevallen richten profeten zich tot andere mensen. Opvallend aan Habakuk is, dat hij zich tot God richt en het grootste deel een dialoog is tussen hem en God.

Hoewel ik geen theoloog of kunsthistoricus ben, valt mij in het licht van bovenstaande, de (bekende) eerste regels uit het tweede boek op:

“Ik ga staan op mijn wachttoren

betrek mijn post op het bolwerk,

kijk uit om te zien wat de Heer mij zal zeggen,

wat Hij mij antwoordt op mijn verwijt”. (vertaling volgens NBG)

Overigens: voordat Klaus van de Locht net als zijn broer Peter voor de kunst koos, was hij drie jaar lang student theologie geweest (wikipedia).

Labyrint en zadelhoofd

Labyrint op Habakuk (september 2024)
Labyrint op Habakuk (september 2024)

Zoals hierboven staat weergegeven, is het beeld geïnspireerd op de beelden van Paaseiland.

Opvallend zijn bovendien dat het hoofd bovenop eindigt als een soort zadel.

En onderaan Habakuk is een labyrint gebeeldhouwd; Van de Locht is ook de maker van het grote labyrint op de Waalkade.

Afsluitpaal Oscar Goedhart

De gemeente Nijmegen gaf in 1973 een aantal kunstenaars de opdracht om een verkeerspaaltje te ontwerpen. Oscar Goedhart was met…

fotos Kaaisjouwers Kloosterstraat (september 2024)
#Nijmegen, Benedenstad, Kunstwerken

Foto’s Kaaisjouwers Kloosterstraat

fotos Kaaisjouwers Kloosterstraat (september 2024)
fotos Kaaisjouwers Kloosterstraat (september 2024)

In de Kloosterstraat hangt een mini-museum over de kaaisjouwers. Gerrit Pijman (Die in 2023 77 jaar is) hangt elke ochtend deze foto’s op en haalt ze ’s avonds er weer af. Zijn grootvader was een van de kaaisjouwers. Een mooi artikel over deze foto’s en de kaaisjouwers in het algemeen staat in de Mariken van 2023 vanaf bladzijde 4.

fotos Kaaisjouwers Kloosterstraat (september 2024)
fotos Kaaisjouwers Kloosterstraat (september 2024)
Foto's Kaaisjouwers Kloosterstraat (september 2024)
Foto’s Kaaisjouwers Kloosterstraat (september 2024)
De Lentloper (september 2024)
Gebouw van de dag, Lent

De Lentloper

De Lentloper (september 2024)
De Lentloper (september 2024)

De Lentloper loopt over de Spiegelwaal, tussen de nieuwe noordoever van de Waal en het eiland Veur-Lent. De brug wordt ook Promenadebrug genoemd. De architecten zijn Laurent Ney en Chris Poulissen. De brug is in 2012/203 ontworpen en in 2016 opgeleverd.

De as van de Lentloper is gericht op de Stevenskerk (September 2024)
De as van de Lentloper is gericht op de Stevenskerk (September 2024)

De brug is in totaal 220 meter lang en staat op 8 kolommen die schuin staan. Haar as is gericht op de Stevenskerk.

De brug zelf is een geknikte betonplaat, met een helling van 27 graden. Bij de landhoofden heeft de brug een breedte van 13 meter. Het midden is 25 meter breed en heeft 2 niveau’s. Het middelste, hoge wegdek is gemaakt voor (auto)verkeer, aan de zijkanten zijn er paden voor voetgangers en zitplaatsen. Onder de weg voor de auto’s lopen 2 doorgangen die de 2 paden voor voetgangers met elkaar verbinden. Deze verbindingen dienen tevens als “spankabels” voor het brugdek.

De Lentloper (september 2024)
De Lentloper (september 2024)

Een van de opvallende kenmerken is hoe slank deze brug is. Het beton is bij het voetgangersgedeelte slechts 30 centimeter dik en bij het wegdek voor het verkeer 30 centimeter.

Om de brug het gevoel van een “promenade” te geven zijn klinkers voor het wegdek gebruikt. Daarnaast zijn bij het loopgedeelte grote zonnebaad stoelen aangebracht.

Huiszwaluw

De Lentloper heeft intussen de grootste kolonie huiszwaluwen van Gelderland: in augustus 2023 werden er 244 nesten geteld (Nieuws uit Nijmegen). Zij bouwen hun nest op de verbinding tussen de pijlers en brugdek, oftewel de kleine negatieve voeg tussen de kop en de onderkant van de kolommen. Ney + partners op hun site (vertaald): “De negatieve voeg heeft een zeer pragmatische oorsprong. De kolomkop is een geometrisch complexe vorm, geoptimaliseerd om de grote buigkrachten tussen pijler en brug op te vangen. Het was de bedoeling om deze unieke stalen bekisting voor alle acht pijlers te gebruiken, maar de verbindingshoek tussen pijler en betonnen onderkant is steeds anders. De negatieve voeg is bedoeld om dit op te vangen.”

Onderdoorgang Lentloper (september 2024)
Onderdoorgang Lentloper (september 2024)
Zonnebaad stoelen op de Lentloper (september 2024)
Zonnebaad stoelen op de Lentloper (september 2024)
Lentloper (september 2024)
Lentloper (september 2024)
Onderkant Lentloper (september 2024)
Onderkant Lentloper (september 2024)
Lentloper (september 2024)
Lentloper (september 2024)
Onderdoorgang Lentloper (september 2024)
Onderdoorgang Lentloper (september 2024)
2 Niveau's Lentloper (september 2024)
2 Niveau’s Lentloper (september 2024)

(Overige) Bronnen en verder lezen:

https://www.spiegelwaalnijmegen.nl/pages/spiegelwaal-stadseiland-nijmegen/de-bruggen-over-de-nevengeul-of-spiegelwaal-in-nijmegen/de-lentloper-brug.php: een mooie site over de Lentloper, de Spiegelwaal en haar omgeving

https://www.architectuur.org/bouwwerk/761/De_Lentloper.html

https://www.betoniek.nl/artikelen/vallen-en-opstaan

https://www.betoniek.nl/artikelen/bezoek-aan-waalbrug-en-lentloper

Mural Market Garden van Studio Wildebeest (21 september 1944)
#Nijmegen, Centrum, Kunstwerken

Muurschildering Market Garden Studio Hartebeest

Mural Market Garden van Studio Wildebeest (21 september 1944)

Studio Hartebeest (Gerco Hiddink) maakte in 2023 de muurschildering van de gevechten rond Market Garden in Nijmegen. Daarbij was het de uitdaging om een gigantische muurschildering te maken van een heftige veldslag in Nijmegen, maar zonder bloederige taferelen.

Studio Hartebeest (Gerco Hiddink) in De Gelderlander: “De kleuren en de grafische stijl maken het niet té gruwelijk. Operatie Market Garden was natuurlijk ellendig voor Nijmegen.”

Dagboeken

Studio Hartebeest baseerde zich op dagboeken. Studio Hartebeest op zijn site: “Het beeld dat uit de dagboeken oprijst is dat van een apocalyptische wereld: terwijl boven de grond geallieerden en nazi’s in een verbitterde strijd verwikkeld waren te midden van een enorme vuurzee, zaten de meeste Nijmegenaren onder de grond in schuilkelders in angstige afwachting van de uitkomst van de strijd. Tijdens deze verschrikkelijke dagen kwam het mooiste en het akeligste in de mensen naar boven, zowel bij de soldaten aan beide zijden als bij de Nijmegenaren zelf. De muurschildering is een verbeelding van deze complexiteit en is aangebracht op een centrale locatie tijdens de gevechten: de Lindenberg.”

De schildering leest als een soort stripverhaal. Van bovenaf landen de para’s, vervolgens de groene omgeving en daarna Nijmegen. Onderaan is de blauwe Waal (met rechts de Waal crossing). Daarboven links en rechts de twee bruggen en daar tussen in de Benedenstad en daarboven de omgeving van het Valkhof.

Geboorte in een schuilkelder, verplegende non

Op de muurschildering staan daarom niet alleen de verschrikkelijke gevechten en de brand afgebeeld. De dagboeken vertellen ook over meer hoopgevende situaties, welke in die dagen óók gebeurden. Zoals de geboorte van baby’s in de schuilkelder, kinderen die de Amerikaanse soldaten na de bevrijding appels uitdelen of een non die op haar fiets rondging om gewonden te helpen.

Een mooie uitleg van het schilderij is te vinden op Waal Paintings.

Gebaseerd op schilderij Sint-Elisabethvloed

Muurschildering Theophanu op Holland Casino, Studio Hartebeest (september 2024)
Muurschildering Theophanu op Holland Casino, Studio Hartebeest (september 2024)

Grijpink had al de muurschildering van Theophanu gemaakt, op het Holland Casino. De reden dat hij gevraagd werd voor de muurschildering van Market Garden is dat hij grafische vormgeving en strakke lijnen weet te combineren met het kunnen uitbeelden van een heel complex verhaal.

De Sint-Elisabethsvloed, Meester van de Heilige Elisabeth-Panelen, ca. 1490 - ca. 1495, locatie: Rijksmuseum (Foto: wikipedia)
De Sint-Elisabethsvloed, Meester van de Heilige Elisabeth-Panelen, ca. 1490 – ca. 1495,
locatie: Rijksmuseum (Foto: wikipedia)

In de video op de site van Studio Hartebeest vertelt Hiddink dat hij de indeling heeft gebaseerd op een middeleeuws schilderij van de St. Elisabethvloed, dat hangt in het Rijksmuseum. De video laat het linkerpaneel zien, hiernaast staat het rechter paneel afgebeeld.

Voordat Hiddink op de video verder gaat met vertellen, breekt bij hem een kleine zondvloed uit. Wanneer het schilderij van de Sint-Elisabethsvloed wordt vergeleken met zijn mural, is duidelijk te zien hoe hij zich door de indeling en het kleurgebruik heeft laten beïnvloeden.

In gesprek gaan

Een belangrijke functies van de historische muurschilderingen is om gebeurtenissen uit het verleden een gezicht te geven, juist ook omdat veel tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren is gegaan. En om daarover vervolgens in gesprek te gaan.

Een mooi artikel over het belang van herdenken en de moeilijkheid om daarin de juiste balans te vinden tussen emotie en ratio; over om mensen meer betrokken te krijgen, zonder daarbij sentimenteel te worden is te lezen op Vox: Commemorating the liberation of Nijmegen: ‘Striving for a balance between emotion and reason’, 20 september 2024

(Overige) Bronnen en verder lezen

Site van Studio Hartebeest, bekijk ook de video

Nieuwe Waalpainting over Operatie Market Garden op de Lindenberg, 31 oktober 2023, RU

Muurschildering over Operatie Market Garden: ‘Het was natuurlijk een ellendige tijd voor Nijmegen’, 23 oktober 2023, De Gelderlander

Een reliëf van Charles Hammes, voorstellende een parachutist van de all American Division, Nijmegen en de belangrijke Waalbrug veroverend; aangeboden door het gemeentebestuur van Nijmegen aan Hotel Sionshof aan de Nijmeegsebaan, hoofdkwartier bij de bevrijding van Nijmegen, foto uit 1970 (Frans Kup via F46599 RAN CCBYSA)
#Nijmegen, Kunstwerken

Monument ter Herinnering aan de 82nd Airborne Division op Sionshof

Een reliëf van Charles Hammes, voorstellende een parachutist van de all American Division, Nijmegen en de belangrijke Waalbrug veroverend; aangeboden door het gemeentebestuur van Nijmegen aan Hotel Sionshof aan de Nijmeegsebaan, hoofdkwartier bij de bevrijding van Nijmegen, foto uit 1970 (Frans Kup via F46599 RAN CCBYSA)
Een reliëf van Charles Hammes, voorstellende een parachutist van de all American Division, Nijmegen en de belangrijke Waalbrug veroverend; aangeboden door het gemeentebestuur van Nijmegen aan Hotel Sionshof aan de Nijmeegsebaan, hoofdkwartier bij de bevrijding van Nijmegen, foto uit 1970 (Frans Kup via F46599 RAN CCBYSA)

Aan de Sionshof hangt een monument van Charles Hammes om de luchtlanding van de para’s van de 82ste Airborne Division (All American) te herdenken. Tijdens Market Garden was het Sionshof een belangrijk punt voor de Geallieerden: als verbindingspunt tussen het geallieerde leger en de binnenlandse strijdkrachten en het verzet. En als de plaats van waar de 82nd Airborne Division samen met de Guards Division was vertrokken. Een belangrijke rol speelde kapitein Bestebreurtje, die het reliëf in 1954 onthulde.

Sionshof tijdens Market Garden

Landing van 2500 para's van het 1e en 3e bataljon van het 505e parachutisten-infanterieregiment op de Knapheide. Hier sprongen ook brigadegeneraal James Gavin en zijn verbindingsofficier Arie Bestebreurtje, 17/9/1944 (F69616 RAN)
Landing van 2500 para’s van het 1e en 3e bataljon van het 505e parachutisten-infanterieregiment op de Knapheide. Hier sprongen ook brigadegeneraal James Gavin en zijn verbindingsofficier Arie Bestebreurtje, 17/9/1944 (F69616 RAN)

Nadat de Amerikaanse para’s van de 82nd op 17 september geland waren, was het hen niet gelukt om de Waalbrug in te nemen. Daarop moest gewacht worden op vuurkracht, de komst van de pantservoertuigen en tanks van de Britse Guards Division, de voorhoede van het XXX legerkorps.

Knooppunt Airborne en verzet

Inmiddels werd het Sionshof een belangrijk knooppunt tussen het Amerikaanse hoofdkwartier ergens in de bossen van Groesbeek, in de buurt van de Wolfsberg, en het Nederlands verzet (De Gelderlander 17/9/1954 en 4en5mei). Het Sionshof was het punt waar inlichtingen werden verzameld. Ook was dit een punt waar Nederlanders zich konden aanmelden om te dienen als gids of om mee te gaan vechten. Vanaf hier uit vertrokken ook kleine groepjes Nederlanders om de stad in trekken als gids of om daadwerkelijk mee te gaan vechten.

Ontmoeting Airborne Division en Guards Division

Daarnaast vertrekt vanaf hier de 19 september 1944 de 82nd Airborne Division samen met de Guards Division, om op te trekken naar de Waalbrug. De afloop is welbekend: na een felle strijd, onder andere waarbij de Amerikanen met bootjes de Waalbrug overstaken, lukte het om de Waalbrug (en Spoorbrug) in handen te krijgen. Het was echter te laat om de Rijnbrug van Arnhem te bereiken.

Tevens werd Sionshof het centrum voor de internationale pers.

Abonneren

Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.

Verbindingsofficier Bestebreurtje

Arie Dirk Bestebreurtje (Rotterdam 12 april 1916 - Charlotsville USA 20 januari 1983), reserve majoor Infanterie meldde zich in Engeland bij de Special Operations Executive en werd één van de 300 Jeds (operatie Jedburgh) die achter de Duitse linies werden gedropt om als Nederlandse verbindingsofficier toegevoegd te worden aan de Amerikaanse 82ste Airborne Division; later werd hij nogmaals gedropt in Drente en raakte gewond; captain Harry, zoals hij werd genoemd werd Amerikaans staatsburger en na zijn eervol ontslag dominee. Hij ontving o.a. de Militaire Willems Orde, 1944-1945 (GN12946 RAN)
Arie Dirk Bestebreurtje (Rotterdam 12 april 1916 – Charlotsville USA 20 januari 1983

Arie Dirk Bestebreurtje (Rotterdam, 12 april 1916 – Charlottesville (Verenigde Staten), 20 januari 1983) was tijdens de oorlog via Portugal naar de Verenigde Staten gevlucht.

Van daar uit ging hij naar Engeland, waar hij zich aanmeldde voor eenheden die -kort gezegd- geheime operaties uitvoerden. Hij en 2 Amerikanen werden voor Market Garden bij het 82nd gevoegd. Wikipedia: “Bestebreurtje kende de omgeving goed, want in zijn jeugd had hij hier fietsvakanties doorgebracht. Ook had hij deelgenomen aan de Nijmeegse Vierdaagse”.

Tijdens Market Garden was Bestebreurtje verbindingsofficier tussen de geallieerde soldaten, de binnenlandse strijdkrachten en het verzet. Op dat moment in de rang van kapitein en stond hij beter bekend als “Captain Harry” (de Amerikanen en Canadezen konden “Bestebreurtje” niet uitspreken, probeer het eens zelf op z’n Engels).

Op 17 september gaat hij ’s nachts met een groep op verkenning, onder andere met Jan Reinders, de 19-jarige kok van Sionshof. Ter hoogte van café Groenewoud worden ze beschoten door Duitsers: Reinders is op slag dood, de overigen kunnen, weliswaar gewond, ontsnappen. Tijdens Market Garden maakte hij meerdere verkenningstochten, waarbij hij op een aantal plekken gewond raakt.

Bestebreurtje wordt later nogmaals gedropt in Drenthe, waar hij gewond raakt. Hij werd Amerikaans staatsburger en na zijn eervol ontslag dominee. Hij ontving o.a. de Militaire Willems Orde (Bijdschrift GN12946 RAN)

Tijdens zijn speech noemt hij dat hij acht kogels in zijn lichaam had gekregen, waarvan er in 1954 nog steeds 1 in zijn hand zat.

Het Monument

Herdenking bevrijding en onthulling bevrijdingsreliëf Sionshof vervaardigd door de Nijmeegse kunstenaar Charles Hammes. Van links naar rechts burgemeester Hustinx, Charles Hammes en de heer Stone, 17/9/1954 (Foto Grijpink via F85216 RAN CCBYSA)
Herdenking bevrijding en onthulling bevrijdingsreliëf Sionshof vervaardigd door de Nijmeegse kunstenaar Charles Hammes. Van links naar rechts burgemeester Hustinx, Charles Hammes en de heer Stone, 17/9/1954 (Foto Grijpink via F85216 RAN CCBYSA)

Het reliëf was een initiatief van de Gemeente Nijmegen. Zij vond het belangrijk, dat het Sionshof, dat zo’n belangrijke rol bij de bevrijding had gespeeld, bij de herdenking werd betrokken. 10 jaar na Market Garden vond de onthulling van dit kunstwerk plaats.

De Gelderlander schrijft over het reliëf onder andere: “In forse ongedetailleerde en scherp gelijnde vlakken met lichte oppervlaktekening van uniform heeft hij zijn gestalte laten spreken door volume en schaduwwerking. De markant gebeitelde kop schalt de vrijheidskreet over stad en omgeving. Beschermend omvaamt de gebogen linkerarm de stad aan de Waal en haar toegangspoort de brug, gesuggereerd door een eenvoudige detailtekening van toren, enkele huizen en brugboog, los gegroepeerd. De gestrekte arm gebaart uit de wijde ruimte de vrijheid naar de stad; de vrijheid gebracht door de luchtlandingstroepen.” Die troepen geeft Hammes vorm door gestyleerde parachutes te plaatsen voor de witte achtergrond van de muur. (De Gelderlander 18/9/1954)

Een tekst behorende bij het reliëf van Charles Hammes, van de Amerikaanse parachutist; aangeboden door het gemeentebestuur van Nijmegen aan Hotel Sionshof aan de Nijmeegsebaan; het hoofdkwartier bij de bevrijding van de stad op 17-09-1944, 17/9/1954 (Frans Kup via F46600 RAN CCBYSA) Nijmeegsebaan 53 Heilig Landstichting
Een tekst behorende bij het reliëf van Charles Hammes, van de Amerikaanse parachutist; aangeboden door het gemeentebestuur van Nijmegen aan Hotel Sionshof aan de Nijmeegsebaan; het hoofdkwartier bij de bevrijding van de stad op 17-09-1944, 17/9/1954 (Frans Kup via F46600 RAN CCBYSA) Nijmeegsebaan 53 Heilig Landstichting

Zoals de tekst op de plaquette aangeeft, heeft majoor Bestebreurtje (buiten dienst) het reliëf onthuld. De volledige tekst luidt: “reliëf uitgevoerd door ch. hammes,
uitbeeldend een parachutist der all americans divisie, Nijmegen en de belangrijke waalbrug veroverend.
Aangeboden door het gemeentebestuur van Nijmegen aan Hotel Sionshof
hoofdkwartier bij de bevrijding der stad op 17 sept. 1944 onthuld 17 sept. 1954 door maj. bestebreurtje, verbindingsofficier tussen geallieerde- en binnenlandse
strijdkrachten’

(Een foto van Bestebreurtje tijdens zijn speech is te zien op GN8139 RAN en van de onthulling op GN8141)

Een ander herdenkingstekens is de luistersteen. Ook is bij de 80-jarige herdenking in september 2024 is een houten paratrooperbeeld onthuld (Omroep Gelderland).

(Overige) Bronnen en verder lezen

De Gelderlander 17/9/1954

https://www.spannendegeschiedenis.nl/locatie/heilig-landstichting-sionshof/

https://www.liberationroute.com/nl/pois/495/hotel-sionshof

https://nl.wikipedia.org/wiki/Hotel_Sionshof

https://nl.wikipedia.org/wiki/Operatie_Market_Garden

https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_om_Nijmegen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Waaloversteek

https://nl.wikipedia.org/wiki/Guards_Pantserdivisie