Ter herinnering aan de inhuldiging van prinses Wilhelmina (31-08-1880 – 28-11-1968) als koningin der Nederlanden op 6 september 1898 werd onder grote belangstelling een linde geplant; de boom werd op zijn plaats gehouden door een smeedijzeren kroon omringd door een hekwerk met kroontjes, een grasveld met daarin het stadswapen, een kroon en de letter W. Het planten van de boom werd opgeluisterd met een aubade door schoolkinderen, Hertogplein, 1/9/1898 (GN2217 RAN)
Op 6-9-1898 wordt Wilhelmina gehuldigd tot Koningin der Nederlanden. Ter gelegenheid daarvan viert Nijmegen de Kroningsfeesten, waarbij het planten van de Wilhelminaboom op 1 september een belangrijk onderdeel is. Deze boom staat nog steeds op het Hertogplein.
De aanbesteding door architect Semmelink, in opdracht van de Commissie voor het planten van het planten van de Wilhelmina-linde, voor “de daarvoor uit te voeren werken op het Hertogplein te Nijmegen, als: Smidswerk, Steenhouwwerk, Schilderswerk, Metselwerk enz.” vond op 31-5-1898 plaats (De Gelderlander 29/5/1898)
Rechts de Nutsschool, links de Hertogstraat, tussen het café en de Wilhelminaboom de Derde Walstraat, 1935-1940 (Evert F. van der Grinten via F78793 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
1948 Herplaatsing Kroontjes
Tijdens de bezetting hadden de Duitsers de kroontjes verwijderd. Op 24-7-1948 werd onder grote belangstelling nieuwe kroontjes geplaatst, gemaakt door leerlingen van de Nijmeegse Ambachtsschool.
In september 1948 regeert Wilhelmina 50-jaar. Verwacht wordt dat dan vooral de aandacht naar Amsterdam en Den Haag zullen uitgaan. Om te voorkomen dat vieringen elders in Nederland daardoor niet ondergesneeuwd raken en om met spreiding een langer tijdsverloop te verkrijgen, krijgen andere plaatsen een andere week toegewezen. In Nijmegen zal de week van 1 tot 8 augustus het hoogtepunten. (De Gelderlander 2/3/1948)
Een van de hoogtepunten, het terugplaatsen van de kroontjes op het hek van de Wilhelminaboom, vindt echter al eerder plaats: op 24 juli (vlak voordat de Vierdaags begint van 26 – 30 juli).
Onthulling Kroontjes Wilhelminaboom; de kroontjes zijn vervaardigd door de leerlingen van de Nijmeegse ambachtsschool, Hertogplein, 7/1948 (GN4783 RAN)
De kroontjes die door de bezetter van het hek bij de Wilhelminaboom waren verwijderd, worden opnieuw geplaatst. Pater Daniëls die de boom als 12-jarige in 1898 plantte, houdt een toespraak, Hertogplein, 24/7/1948 (F55950 RAN)
2007 Herinrichting
Werkzaamheden rond de Wilhelminaboom, onderdeel van de het zichtbaar maken van de plaats waar ooit de Hertogpoort stond , Hertogplein, 2007 (Henk Rullmann via DF3310 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Nadat hiervan resten waren gevonden, werd bij de herinrichting van het Hertogplein inzichtelijk gemaakt waar de Hertogpoort, een poort in de oude stadsmuur, had gestaan. Daarbij kwam rondom de Wilhelminaboom een kleiner grasperkje met een soberder hekwerk.
Oscar Goedhart maakte in 1974 de sculptuur Schikgodinnen. Deze staat op het Hertogplein. De 3 schikgodinnen bepalen samen de levensloop van een mens. Het bijzondere aan dit werk is dat de godinnen zittend, elkaar steunend met de rug zijn weergegeven.
In mei 1904 ontwerpt architect Claase een winkelhuis en woonhuis aan de Hertogstraat (27 en 29). De opdrachtgevers zijn de gebroeders Faazen, die wonen op nummer 27 en ook in de nieuwbouw op nummer 29 zullen gaan wonen. In november 1904 opent de bloemisterij Gerretsen en Valeton op nummer 27. Opvallend aan de het pand…
Advertentie 50-jarig jubileum v.d. Borg ( Nijmeegsch dagblad, 24-10-1949)
“Uit as herrezen
Aan de Broerstraat bruist nieuw leven
Vandaag heropende v.d. Borg
Toen op 22 Februari 1944 ’t rampzalige bombardement Nijmegen teisterde, liep het warenhuis v.d. Borg aan de Broerstraat een paar geduchte schrammen op. Zij werden geheeld en dat kostte 40.000 gulden. Op 20 September 1944 brandden de Duitsers het gebouwen-complex helemaal neer onder het motto “Sie schützen den Feind”. Nu ging het niet meer om het helen van een paar schrammen, maar om opbouw van de grond af aan. Het heeft vier jaar geduurd eer het zover was. Dat is een lange tijd, maar toch zo kort, dat v.d. Borg het eerste bedrijf is, dat in volle luister straalt aan de in opbouw zijnde Broerstraat. Dat heeft meer gekost dan 40.000 gulden… doch dat weet de spraakmakende gemeente het best. Maar wat het gekost heeft aan piekeren, wikken en wegen en zorgen en wat voor eisen gesteld heeft aan durf en levensmoed… daar kunnen geen mensen over meepraten dan de eigenaar, de heer J. v.d. Borg en die hem nastaan.
En wij zelf vinden het alleen maar een licht gevend teken, dat temidden van de kale vlakte, waar doorheen het steenpad loopt, dat eens Nijmegen’s Kalverstraat werd geheten, dit bedrijf als eerste is herrezen, als de voorbode eener rij van flonkerende en bloeiende zakenpanden. Hier heeft de getroffen middenstand niet geweeklaagd en gejammerd (waartoe hij overigens het volle recht heeft), wetend, dat hij zijn naar mensen maatstaf in eigen hand moet nemen.
Dat het hernieuwd bedrijf in alles up to date is, gelooft u natuurlijk zó wel, zonder dat wij dat in finesses beschrijven, anders was de zaak natuurlijk niet herbouwd. Dat alles gedaan is om het kopen tot een prettig tijdverblijf te maken, kunt u eveneens zonder meer aannemen, want anders zou de concurrent daar wel voor zorgen.
Dat wist u niet.
Maar bekijk b.v. eens de etalages. Wie over het trottoir passeert, kan er zijn hart ophalen, doch wie er eens meer op zijn gemak een oogje aan wil wagen, kan aan “de achterkant van de voorkant” der vitrines rustig neuzen zonder gehinderd te worden door wie de zaak binnengaan.
Wist u, dat er ook in een warenhuis wel eens een storing in het licht optreedt? En dat dan gewoonlijk gebeurt als de zaak propvol is, op de spitsuren, zoals b.v. al enige malen met St. Nicolaas voorgekomen is. V.d. Borg maalt er niet meer om, want er is een automatische accu-kamer, die direct in werking treedt als electriciteitsvoorziening staakt en dan nog zo lang brandt, dat er ook dan nog twee uur lang naar hartenlust verkocht kan worden. Maar wel blijft de klok stil staan!
Indirecte verlichting met Philips T.L.-buizen is misschien al helemaal niets bijzonders meer, maar dat u hier de eerst Philips huistelefoon-installatie vindt, waar vroeger altijd Siemen aan bod was, is wèl het vermelden waard. En de Multivox, de luidspreker-installatie, waarmee op elke plek van het gebouw iedereen bereikt kan worden en die bij eventuele noodtoestanden een paniek zal kunnen voorkomen, is óók niet algemeen ingeburgerd!
Weer de wind!
Het nieuwe warenhuis-paleis staat op het ogenblik nog maar in een kale open vlakte. Voorts collega’s aan de overkant eveneens gebouwd hebben, kan nog wel een aantal maanden verstrijken. Intussen giert de wind over de kale leegte. En daarom heeft v.d. Borg een heel voorportaal met een stelsel van tochtdeuren, dat geen zuchtje binnenlaat. Komt er aan de overkant eveneens bebouwing, dan is die drie dubbele beveiliging eigenlijk overbodig, maar tot zolang moest zij er zijn.
Liften zijn er nog niet in ’t nieuwe gebouw. Dat is niet nodig bij een hoogte van één verdieping. Maar de liftschachten zijn al aanwezig om dienst te doen al binnen hopelijk niet al te lange tijd ook de voorgenomen bouw van de eerste en tweede verdieping zal zijn voltooid. Dat zal zijn tegen de tijd, dat ook de ondergrondse rijwielbergplaats (een zaal gelijk) ten volle benut zal kunnen worden. Dan zal ook van de lange rij toiletten en wastafels, als ’t ware in één heel grote badkamer verenigd, pas volop geprofiteerd worden.
Zo is bij de bouw van dit moderne winkelpaleis, die reeds een stoute stap is, al ten volle rekening gehouden met de uitbreiding in een zeer nabije toekomst.
Negen en veertig jaar geleden legde de heer A.A. v.d. Borg (inmiddels overleden) de eerste steen voor dit goed-Nijmeegs bedrijf. Zijn zoon, de heer J. v.d. Borg heeft het aangedurfd om in een tijd, dat de Rijksschade-uitkering toch maar een futje is van de werkelijke kosten, de herbouw op zo royale voet ter hand te nemen. Hopelijk is de tijd nog ver, dat de kleinzoon, de heer A.A. v.d. Borg, de teugels in handen moet nemen. Maar in elke geval is de continuïteit in dit geslacht van degelijke Nijmeegse zakenmensen verheugend.” (Nijmeegsch dagblad, 13-11-1948)
Oranjesingel, gezien vanaf het Keizer Karelplein richting St. Canisiussingel, circa 1900 (Vivat Amsterdam via F2892 RAN)
Deze pagina verzamelt artikelen die over de Oranjesingel zijn verschenen.
De Oranjesingel is vernoemd naar het Bolwerk Oranje, dat aan het eind van de Molenstraat lag. De aanleg van deze straat begon in 1880, na de sloop van de vestingwerken.
Het bolwerk Oranje, 1875 (Gerard Korfmacher via F68578 RAN)
Lommerijke singel
De Oranjesingel had bij de aanleg een ander karakter dan wij tegenwoordig kennen: aanvankelijk was het een brede, lommerijke straat, waartussen Nijmegenaren in het midden van de straat konden flaneren. Aan weerszijden lag daarnaast een weg. Op dat moment bestond de Waalbrug nog niet.
Lindes
Oorspronkelijk waren er kastanjes aangeplant. Omdat deze niet groeien wilden, werden ze vervangen door lindebomen. (PGNC 2/11/1890). In 2007 waren veel lindes intussen al verdwenen: “Deze singel oogt in eerste aanblik als een coherent straatdeel zeer verschillend en de oorspronkelijke beplanting met linden is deels verdwenen. Er zijn aan het eind van de vorige eeuw zelfs ook populieren aan de singel toegevoegd. In 1990 is de binnenste rij linden vervangen door moeraseiken. De visie uit die tijd was dat deze bomen beter bestand waren tegen verontreiniging zoals uitlaatgassen en strooizout. Het probleem van deze bomen is dat de moeraseik breder uitgroeit dan de linde waardoor de rij linden naast de eiken in de verdrukking komt.” (Groene allure)
Bebouwing
De Renbaan liep langs de Oranjesingel tot aan de Berg en Dalseweg (Berg en Dalsche straat), Detail plattegrond Nijmegen in 1888 (RAN KPD-16)
Als bebouwing kwamen er aan de centrumkant grote herenhuizen, die tegenwoordig veelal zijn verbouwd tot kantoorpanden. Aan de andere zijde kwam Sociëteit de Vereeniging en de renbaan de Wedren. “Langs de straten en singels die tot de schil behoren verschenen royale huizen, kantoren en winkels in de stijl van eclecticisme, neo-renaissance en art nouveau/jugendstil.” (Bijschrift KN10984-14 RAN, een foto uit 1902)
In de omgeving van de Ziekerstraat was een terrein gereserveerd voor militaire doeleinden. Hierop kwam later onder andere het Stedelijk Gymnasium en de Rechtbank te staan.
In 1890 ontwerpt architect Maurits dit complex van 4 woningen: Oranjesingel 3, 5, 7 en 9. En wat is dat kleine gebouwtje van Oranjesingel 1 nu eigenlijk?
Oranjesingel 8 en 10 Gemeentelijk Monument Het pand is een Gemeentelijk Monument. De tekst bij aanwijzing: “Complex van twee elkaars spiegelbeeld vormende woonhuizen.Bakstenen pand van tweebouwlagen met souterrain, plat dak en schild aan de voorzijde. Links en rechts vooruitspringende bouwmassa van een as breed,die een rondbogig portiek met trappen en deuren bevat; op de etage…
Ontwerp villa voor den Weled. Heer N. Dreesmann a/d Oranjesingel, Oranjesingel 41, architect W.G. Welsing, datum bouwtekening: November 1909 (D12.381522)
In november 1909 ontwerpt architect W.G. Welsing de villa aan de Oranjesingel voor N. Dreesmann.
Ontwerp villa voor den Weled. Heer N. Dreesmann a/d Oranjesingel, datum op bouwtekening D12.381520: November 1909 (D12.381522)
Gevonden gebruikers
Oranjesingel 41, 1951 (GN5561 RAN)
Net als bij de andere panden dient hier een slag om de arm te worden gehouden, aangezien er een hernummering kan hebben plaats gevonden.
Dr. Ch.A.L. Zegers is een keel-, neus- en oorarts. In april 1912 plaatst hij een advertentie dat hij verhuist is naar Oranjesingel 41, “bij de Schevichavenstraat” (PGNC 19/4/1912).
De volgende gevonden gebruiker is B. Zikel, koopman. In PGNC 4/3/1919 vraagt mevr. Zickel per 1 mei een keukenmeisje. Daarbij valt op dat in PGNC 19/5/1919 staat dat B. Zikel in mei is vertrokken naar Indië. Het is nog onbekend of mevrouw Zickel is meegegaan en of het een permanent vertrek was.
In 1926 woont A.J. v. Noordwijk in het pand, waarbij J.W. Ginsheumer waarschijnlijk een inwonend “huisbewaarder” is. in 1928 wordt mr. K.J. Weve gevonden op dit adres.
Dan staat in de Adresboeken 1932 t/m 1938 N.R.A. Dreesmann op dit adres. Het is nog onbekend of dit te maken heeft met een hernummering, waarbij de voorgaande bewoners een ander adres betreft. Of dat Dreesmann de woning heeft laten bouwen en er vervolgens rond 1932 of eerder er zelf in is gaan wonen. Mevrouw Dreesmann, Oranjesingel 41, vraagt in De Gelderlander 7/7/1931 een “net R.K. 2e meisje” voor mevrouw Vroom-Dreesmann in Amsterdam.
Nicolaas Rudolph Alexander Dreesmann is getrouwd met Elisabeth Maria Josephine von Hülst en weduwnaar van zijn eerste vrouw Antoinette Clara Johanna Velthuys (PGNC 4/8/1939)
Bij zijn overlijden op 2-8-1939 is hij 72 jaar (overlijdensadvertentie PGNC 4/8/1939)
N. Dreesmann blijkt overigens ook een fokker van vogels te zijn. Op de internationale tentoonstelling wint hij een aantal prijzen: “De heer N. Dreesmann, Oranjesingel 41, is altijd een gevreesde concurrent op onze beste shows”. (De Gelderlander 17/12/1932)
Na de oorlog volgen een aantal weduwen en “mejuffrouws”.
In Adresboek 1948 komt Jacoba Arnolda Catharina van Wijck, weduwe van Petrus Alphonsus Terwindt voor. Zij overlijdt op 2-7-1949. (De Gelderlander 5/7/1949). Mej. M.E.A. Terwindt komt voor in het Adresboek van 1951.
In De Gelderlander 3/11/1951 vraagt Mevr. v.d. Lande, Oranjesingel 41 een “Keukenmeisje In gezin van oude dame, waar meerdere hulp aanwezig is.” Deze mevrouw v.d. Lande is nog niet gevonden in een Adresboek. In 1953 wordt een dienstmeisje gevraagd (De Gelderlander 14/8/1953).
Midden jaren 50 lijkt de laatste keer dat het pand gebruikt wordt als woning. Daarna komen er allerlei instellingen in.
“Catechetisch Centrum komt naar Nijmegen
Het Catechetisch Centrum, een stichting van de Nederlandse provincie der Paters Jezuïeten met het doel een bijdrage te leveren voor de verbetering van het godsdienstonderwijs in al zijn geledingen, sinds 1948 gevestigd in het klooster Canisianum te Maastricht, komt naar Nijmegen. Naar wij vernemen is voor de huisvesting van dit Centrum het pand Oranjesingel 41 aangekocht, de woning van de verleden jaar overleden Mevr. van de Lande. Zoals bekend worden door het Catechetisch Centrum twee periodieken uitgegeven, te weten Verbum, bestemd voor priesters en “School en Godsdienst”, bestemd voor onderwijzers en onderwijzeressen. Het ligt in de bedoeling de vestiging in onze stad in de loop van de zomer te doen plaats hebben.” (De Gelderlander 7/3/1955)
Of dit Catechetisch Centrum er daadwerkelijk is gekomen, is nog niet bekend.
In september 1955 is in ieder geval Het Gemeenschappelijk Instituut voor Toegepaste Psychologie (G.I.T.P.) afd. Research hier gevestigd, wanneer er in een personeelsadvertentie een Jongedame wordt gevraagd. (De Gelderlander 24/9/1955)
De R.K. Universiteit kondigt in De Gelderlander 28/1/1956 aan dat de Verpleegstersschool, verbonden aan de Sint Radboudklinieken van de R.K. Universiteit op 1 mei wordt geopend. Degenen die voor verpleegster willen leren, kunnen zich schriftelijk melden bij de Directrice op de Oranjesingel. Bij het RAN zijn de nodige foto’s van deze opleiding te zien, waaronder een docerende verpleegster van de Verpleegstersschool GN44179 RAN.
In 1971 is het in gebruik als Instituut voor middeleeuwse, nieuwe en sociale en economische geschiedenis.
In 1992 en 1994 geeft het RIAGG aan de Oranjesingel 41 een cursussen aan jongeren (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/9/1992, een dergelijke cursus ook in 1994: Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/1/1994)
Naam
Omschrijving
Adresboek
C.A.L. Zegers
Geneesheer, keel- neus- en oorarts
1912-1913, 1913-1914, 1914-1915
B. Zikel
koopman
1915-1916, 1916
J.W. Ginsheumer
Huisbewaarder (waarschijnlijk inwonend)
1926
A.J. v. Noordwijk
Directeur marg. Fabriek
1926
Mr. K.J. Weve
Als penningmeester van Woningvereeniging Nijmegen
1928
N.R.A. Dreesmann
koopman
1932, 1934, 1936, 1938
Mej. H. Bleeck
1948
Wed. J.Ch.L. van der Lande
Geb. W.E.M. Jansen
1948, 1951
Mej. Th.F. Bosch
1948
Mej. J.R. Eggenhuizen
1948
Mej. H.G.M. Lenglet
Onderwijzeres St. Maartenskliniek
1948, 1951
Wed. A.P.A. Terwindt
Geb. J.A.C. van Wijck
1948
Mej. M.E.A. Terwindt
1951
Mej. M.A. Jansen
1951
Mej. N.R.J. Elbers
1955
Instituut voor middeleuwse, nieuwe en sociale en economische geschiedenis
1971
Oranjesingel 43
(voorheen Oranjesingel 45?)
Oranjesingel 43, augustus 2023 (Google Streetview)Ontwerp v/e Heerenhuis a/d Oranjesingel Gem. Nijmegen. Kad. Sectie B 3881, bouwmeester Haspels, datum bouwtekening juli 1909 (D12.380706)
Bij de bouw van een tuinhuisje is het Oranjesingel 43 (datum bouwdossier 5-4-1935, D12.401828)
Rond 1953 vindt een verbouwing plaats van de 2e verdieping en het souterrain. Dit souterrain wordt daarbij verbouwd tot dokterspraktijk. Dan heeft het gebouw huisnummer 45, terwijl het huidige nummer 43 is; Kad. Bekend Gem. Nijmegen Sectie B No 3881 (Datum Bouwdossier 17-3-1953, D12.417114).
Afgaande op het huisnummer zou het dan 45 zijn, echter: de vermelding op de bouwtekeningen is het kadastrale nummer B No 3881. Deze staat zowel vermeld op die van 1909 als op die van 1953. De bouwtekening van 1953 is echter opgeslagen onder Oranjesingel 45.
Herenhuis met 16 kamers ontworpen en gebouwd door de gebroeders Haspels; op de gevel staat nog huisnummer 45. Volgens RAN kocht in 1953 kocht de bekende neuroloog J.J.G. Prick het pand, maar waarschijnlijk is het de buurman, het huidige Oranjesingel 45, foto 1910 (F29089 RAN)
Oranjesingel 45
1910
Ontwerp voor een Heerenhuis aan de Oranjesingel te Nijmegen, Kad: Sectie B No 3943, Eigenaars Gebr. Haspels, Datum Bouwtekening juni 1910 (D12.381537)
Oranjesingel 45 is in 1910 gebouwd als Heerenhuis. Hierbij staan eigenaar de Gebr. Haspels op bouwtekening (Datum Bouwtekening juni 1910, D12.381537)
Advertentie afwezigheid Prof. Dr. J.J.G. Prick, Oranjesingel 45 (De Gelderlander 16/5/1953)
In 1951 komt prof. zenuwarts J.J.G. Prick nog voor op Canisiussingel 25 (Adresboek 1951).
In 1955, 1959, 1963 en 1966 op Oranjesingel 45 (op 1 plaats ook op nummer 5, maar dit zal een zetfout zijn).
Oranjesingel 2a (nu 2c)
De Openbare Leeszaal en Boekerij; statuten en reglementen, Oranjesingel 2a, 1918 (F46570 RAN)
De studentenvereniging Carolus Magnus betrok op 9 mei een eigen gebouw aan de Oranjesingel. Ter ere van de opening werd het gebouw versierd en een 3 dagen durend feest gevierd, 9/5/1925-9/ /1925 (F9532 RAN)
Oranjesingel 8 en 10, september 2022 (Google Streetview)
Gemeentelijk Monument
Links een pand van het polderdistrict “Maas en Waal”; met op de achtergrond rechts de panden aan de Oranjesingel, 1895-1900 (Uitg. A.T. van Hooijdonk via F1904 RAN)
Het pand is een Gemeentelijk Monument. De tekst bij aanwijzing: “Complex van twee elkaars spiegelbeeld vormende woonhuizen.Bakstenen pand van twee bouwlagen met souterrain, plat dak en schild aan de voorzijde. Links en rechts vooruitspringende bouwmassa van een as breed,die een rondbogig portiek met trappen en deuren bevat; op de etage bevindtzich een rechtgesloten venster met kroonlijst op consoles. Daarboven bevindt zich een leien spits met houten dakkapel met tympaan. Tussen de portieken op de begane grond zijn houten erkers met in vieren gedeelde kozijnen, twee ramen en openslaande deuren omvattende. Daarboven balkons en in het terugliggende geveldeel openslaande balkondeuren met kroonlijsten op consoles. Dakkapel alleen bij nr. 10 nog oorspronkelijk: met halfrond fronton. Aan nr. 8 is een brede rechte dakkapel toegevoegd. Onder de gootlijst op consoles een fries van rode en gele baksteen.
Bouwjaar: 1892. Architect: G. Buskens.
Goed geproportioneerde panden van individueel karakter, van groot belang voor de straatwand.”
Gebruikers Oranjesingel 8
Hieronder staan de reeds gevonden gebruikers van Oranjesingel 8 weergegeven. Wel dient er een slag om de arm te worden gehouden vanwege mogelijke hernummeringen.
Naam
Omschrijving
Adresboek
Opmerking
Wed. E. Heijning
Geb. H.J.S.L. Jolle, zonder beroep
1895, 1896, 1898, 1899, 1901
In 1902 Graadt van Roggenstraat 12
Mr. J.C. Heijning
1902
Wed. Jhr. W.H.F.H. Raders
Geb. J.M. Prins
1902
Mr. C.F.J.J. v. Niekerken
1903, 1905, 1907
Wed. Mr. C.F.J.J. v. Niekerken
Geb. M.L. Verstegen
1912-1913, 1913-1914, 1914-1915
L. van Niekerken
Import en Export
1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916
Onder Bouwmaterialen 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916c, 1916; onder Agenten van Binnen- en Buitenlandsche Huizen 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916
Mej. C.M.E.Th. Niekerken
1915-1916, 1916, 1922
A.C.F.M. van Niekerken
1922
H.J.C. v. Bergen
Notaris, part adres Oranjesingel 8; kantoor Oranjesingel 6
1926
B.H.J. Weerenbeck
onder Lectoren
1928, 1932, 1934, 1936
Mej.C. Gervers
in 1948, 1951, 1955 ass. Bij Paedalogisch Instituut
1938, 1940
In 1948, 1951 R.K. Meisjesbescherming afd. Stationswerk
Zonnewijzer met Valkhofmuseum, op een ochtend in oktober waar de zon ver te zoeken was (oktober 2023)
Het Kelfkensbos is vernoemd naar het Kalverbosch; kelfke is Nijmeegs voor kalf. Onder het plein bevindt zich een parkeergarage. Het plein zelf wordt gebruikt voor de markt en evenementen. Een bijzondere vondst bij de opgravingen van 1980 was de Godenpijler. Komende jaren zal het plein door vergroening een metamorfose ondergaan. Aan plein staat Museum het Valkhof.
Deze pagina verzamelt de berichten over het Kelfkensbos en zal van tijd tot tijd worden aangevuld.
Romeinen en Godenpijler
De Godenpijler: Zonnewijzer met Valkhofmuseum, op een ochtend in oktober waar de zon ver te zoeken was (oktober 2023)
In 1980 werden bij opgravingen twee delen van een Godenpijler gevonden (nu te zien in het Valkhofmuseum). Dit zou het bewijs zijn dat Nijmegen de oudste stad van Nederland is. Sinds 2002 staat de zonnewijzer Noviomagus op het plein, een kunstwerk van Rutger Fuchs en Ram Katzir. Momenteel is deze tijdelijk verdwenen, maar zal in…
Vlakbij de voetbrug bij het Hunnerprak staan de restanten van een muur: oude resten van de wallen? Nee: het is de Gertrudiskapel uit de 15e eeuw, die bij de werkzaamheden en het bouwen van de voetbrug weer aan het licht kwam. De kerkelijke geschiedenis gaat echter verder nog verder terug. Wat is de geschiedenis van…
Een detail van een plattegrond uit 1575; het Kelfkensbos met poel en de St. Geertrudiskapel, 1575 (vervaardiger dia dr. Jan Brinkhoff via D316 RAN CC0)
17e eeuw: De aanleg van het bos, waarnaar Kelfkensbos is vernoemd
Een aquarel van Derk Anthony van der Wart (10-6-1767 – 8-4-1824): gezien vanaf de Belvédère in westelijke richting met v.l.n.r. het Kelfkensbos, de Voerweg , het Valkhofpark en de rivier de Waal ; op de achtergrond links de Burchtpoort en rechts de St. Stevenskerk, 1800-1806 (F54974 RAN)
Het plein/de straat is vernoemd naar het bos dat hier stond. Dit bos werd ook wel Kalverbosch genoemd; “kelfke” is Nijmeegs voor kalfje. Mogelijk is de naam afkomstig van burgemeester Arnold Kelffken, die het bos in 1622 zou hebben laten aanleggen. Maar mogelijk is deze associatie van een latere datum. (wikipedia, Straatnamenregister)
1840: Plein
Een tekening van Pieter Franciscus Peters Sr. (27-11-1787 – 10-1-1867) van het Kelfkensbos met een oude pomp met een hek, geplaatst toen de poel werd gedempt. De pomp is afgebroken in 1883, 1840 (maker dia: dr. Jan Brinkhoff via D320 RAN CC0)
In ieder geval was het tot 1839 een bos: aanvankelijk iepen, vanaf 1688 lindebomen.
In 1831 verdween al een deel van het bos door de aanleg van opslagplaatsen voor artillerie en een barak voor soldaten. De overige bomen werden 9 jaar later gerooid: “Doch in dat en het volgende jaar zijn alle deze lindeboomen geveld, zoodat deze wandelplaats nu uit jong plantsoen tusschen slingerpaden bestaat; terwijl er tevens een paradeplein is aangelegd; zoodat deze plaats nu een geheel ander aanzien bekomen heeft.” (Van der Aa 1845, deel 6, p. 384 via Straatnamenregister)
Waterpomp
In 1883 werd deze waterpomp uit 1747 verwijderd en verplaatst naar de Gedeputeerdenplaats en weer later naar de Franseplaats. Na restauratie kreeg de pomp een plaats tussen het Valkhofmuseum en poortwachtershuis op de Sint Jorisstraat. Anno 2024 staat de pomp aan de Ridderstraat, hoek Burchtstraat. De pomp is voorzien van de wapens van de burgemeesters Jacobus Vos en Mathias van der Lijnden en waarschijnlijk vervaardigd door de meester steenhouwer Johannes Dense, 1880-1883 (F17704 RAN)Pomp, Kelfkensbos (mei 2025)
Market Garden
Het zogenoemde huis van Robert Jansen bij de Belvédère, 1932 (GN2769 – A RAN)
Het zogenoemde huis van Robert Jansen bij de Belvédère op het Kelfkensbos.
Dit monumentaal pand stond nabij het Valkhof, grofweg op de plek waar nu het Valkhofmuseum staat. Het werd tijdens de tweede wereldoorlog (20-21 september 1944) door vuur verzwolgen nadat Hauptsturmführer Euling er zich met zo’n 150 manschappen in had verschanst (Bijschrift ZN24697 RAN)
De Valkhofbunker heeft een aantal mooie artikelen geschreven over de strijd rondom het Valkhof en haar omgeving, waaronder:
Herinrichting van het plein met onder andere Valkhof museum
Aanbouw museum Valkhof en aanleg plein Kelfkensbos, 4/1998 (Hans Giesbertz via D1724_18_07-38 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Samengaan 2 musea
In 1999 opende koningin Beatrix Museum het Valkhof, vanaf Valkhof Museum genoemd. Daarbij waren 2 musea samengegaan: Museum M.G. Kam, die een archeologie collectie had en de Commanderie van St. Jan, met een collectie van Nijmeegse historische objecten en oude en nieuwe kunst.
Collectie
Belangrijke objecten in haar collectie zijn ondere andere:
de Godenpijler
het Romeins Masker
de Peutinger kaart
Antependium van het Schippersgilde
Het gebouw
Het gebouw is ontworpen door Ben van Berkel. “De strakke lijnen en heldere kleuren van het gebouw contrasteren sterk met het park waarin het gelegen is. De architect koos voor een centrale trappartij, waarvan de onderkant al buiten op het voorplein begint. Het omstreden gebouw kreeg de bijnaam ‘Het Zwembad’.” (wikipedia)
Verbouwing
In 2021 kocht de gemeente Nijmegen het gebouw. Vanaf oktober 2022 werd het museum gesloten voor een verbouwing. Daarbij kreeg Ben van Berkel de opdracht een nieuw ontwerp te maken. De verwachting is dat het museum in 2026 zal heropenen. In de tussentijd is een deel van de collectie te zien aan het Keizer Karelplein 33.
Bij de verbouwing worden er bovendien maatregelen genomen voor verduurzaming, zoals verbeterde glas-, gevel- en dakisolatie.
De binnenhuisarchitect is Ineke Hans. “Hans is een Gelderse kunstenaar en ontwerper die internationaal bekend is geworden met haar duurzame meubels en gebruiksvoorwerpen, die vaak een knipoog bevatten. Haar stijl is warm en aansprekend; haar werkwijze is vaak ambachtelijk.” (Valkhofmuseum.nl)
Buizenplastiek ‘Constructie (Tekening in de lucht)’ uit 1998 van de Belgische kunstenaar Narcisse Tordoir (1954). Het vormde een entree voor het plein en het in 1999 geopende nieuwe Museum het Valkhof. Tegenwoordig staat het in de Weezenhof, 1998-2000 (Martine Ridderbos via F24686 RAN CCBYSA)
Jarenlang stond het kunstwerk ‘Constructie/Tekening in de Lucht’ op het Kelfkensbos. Het is een ontwerp van de Belgische kunstenaar Naricisse Tordoir.
Narcisse Tordoir (Mechelen, 1954) is een beeldend kunstenaar. Zijn werk bestaat uit installaties, openbare kunstwerken (in metaal), spuitverf, pastel, fotografische beeldbewerking en tekeningen.
Hekwerk
“Tordoir werkt vaak enkele jaren rond een bepaald thema. Zo lijken het Hekwerk Barcelonaplein en het Hekwerk Hudsonhof in Amsterdam op elkaar.” (wikipedia) In het thema van “Hekwerken” lijkt ook de “Tekening in de Lucht” te vallen.
Zijn eerste hekwerk was voor het Barcelonaplein. Echter: in ieder geval maakte hij in 1989 een draaibaar paneel voor de Universiteit Tilburg.
Over het Barcelonaplein: “Tordoirs kunst wordt gekenmerkt door simpele lijnen die alledaagse objecten weergeven. Dat zie je ook terug in het hekwerk op het KNSM-eiland. Het 27 meter hoge hek bestaat uit 48 vlakken, waarin met traliewerk van zwartgelakt staal pictogramachtige tekens zijn aangebracht. Hierdoor lijkt het net alsof de ramen in het bouwwerk van Albert doorgetrokken zijn in het hekwerk van Tordoir. In het hekwerk zijn gordijnen te herkennen die naar achter geschoven zijn en een bloem, neus of pijp onthullen. Als de zon schijnt, dan werpt het traliewerk een schaduw op de muren en de ramen van het gebouw. “Ik probeerde zo een link te leggen met wat er in het gebouw gebeurde en wat zich daar afspeelde en daarmee het alledaagse van het leven te vatten”, vertelt Tordoir.” (https://publicart.amsterdam/projecten/zonder-titel-hekwerk-poort/). “Het hekwerk op het KNSM-eiland werd een groot succes en Tordoir werd door andere gemeentes al snel gevraagd om eenzelfde hekwerk voor hun stad te maken. “Dat heeft mij sindsdien altijd achtervolgd in Nederland”, zegt Tordoir.”
Sinds 2001 is een eetgelegenheid op het Kelfkensbos gebouwd. Tegenwoordig (september 2024) zit hier Martin’s Place.
Vergroening
Komende jaren gaat het Kelfkensbos op de schop. Onder andere zal er meer groen komen. Daarnaast zal de Spaanse kunstenaar Fernando Sánchez Castillo 3 kunstwerken maken. Een van die beelden wordt een omgekeerde ruiter te paard, welke keizer Augustus voorstelt. Ook de Godenpijler zal terugkomen. Bovendien zal er meer horeca komen in de vorm van terrassen.
Wel gaat het aantal vierkante meters dat geschikt is voor evenementen achteruit: van 2.000 naar 4.000 meter.
Fietsenkelder
Fiets parkeergarage Kelfkensbos (september 2025)
Een van de aanpassingen die reeds is gerealiseerd is de nieuwe fietsenkelder, geopend in november 2024. Waar op de bovenste laag van de parkeergarage voorheen 100 auto’s konden staan, is er nu ruimte voor 1.200 fietsen. Daarbij ligt de ingang op het oosten; de fietsenkelder is vooral bedoeld voor mensen die vanuit het oosten komen en uit Lent en de Ooijpolder.
De wekelijkse maandagmarkt naast het Valkhof. Op de achtergrond Hotel en Pension “Batouwe” op de hoek van het Valkhofplein met de Lange Burchtstraat, 1905 (F46297 RAN)
Het Spoorwegmonument is ter herinnering aan de aanleg van de eerste spoorweglijn, door initiatief en kapitaal van Nijmeegse ingezetenen. Het monument is een ontwerp van architect Weve, waarbij het beeld van Victoria een afgietsel is van een beeld van Christian Daniel Rauch.
Het fraaie pand van het melkhuis van B.J. Wildenbeest in art-decostijl ontworpen door Oscar Leeuw. Het pand overleefde de oorlog niet: het werd door de terugtrekkende Duitsers in brand gestoken, St. Jorisstraat 1, 1899 – 1900 (F17705 RAN)
In 1899 opent Wildenbeest een stoomzuivelfabriek en melksalon. Vooral het laatste trekt veel aandacht. Dit gebouw is ontworpen door de architect Oscar Leeuw, waarbij zijn broer Henri Leeuw voor decoratieve elementen zorgde. Het gebouw viel op door zijn opmerkelijke architectuur en de vele en felle kleuren.
In oktober 1899 vestigt C.A. van der Waarden zijn slagerij op het Kelfkensbos. Daarvoor had hij op Hezelstraat gezeten. Tijdens Market Garden wordt ook de slagerij verwoest.
De Sociëteit “Burgerlust”, rechts daarvan het Spoorwegmonument, en links de kapel van kasteel Bat-Ouwe-Zate (kasteel Hallo), 1914 (A. Witmond, Wilhelmina Bazar via F34412 RAN)
In 1839 opent Sociëteit Burgerlust aan de Valkhof. Na topjaren in de 19 eeuw zal het uiteindelijk veranderen in een etablissement waar oorlogswinstmakers hun geld verbrassen. In 1920 wordt het in gebruik genomen als gebouw van de Katholieke Werkvereeniging Unitas. De Duitse bezetter geeft het de doodssteek door er een zwaar verdedingswerk van te maken.
Gemeentelijke Schouwburg, architect van der Kemp, Links onder: M. Mourit Lith. Midden onder: Gen. Howen (Otto Howen 9-3-1774 – 25-5-1848) del Steendruk Desguerrois en Co, datering 1850, GN1527 RAN)
De eerste stadsschouwburg van Nijmegen werd in 1838 geopend als “Lokaal tot Nut en Genoegen”. Het ontwerp was van stadsarchitect Pieter van der Kemp. In 1881 vond een verbouwing plaats naar ontwerp van stadsarchitect Weve. Deze verbouwing lijkt vooral intern te zijn geweest. De schouwburg is in 1934 afgebroken om de Burchtstraat te verbreden.
Bloemensalon van den Brink
Gezien vanaf het Valkhofplein, rechts de Hertogstraat. In het midden Bloemen-Magazijn “Flora” van bloemist T. van den Brink. Links achter het groepje kinderen zichtbaar de Hel of Pastoorsgasje, een doodlopend steegje verdwenen in 1944, 1910-1914 (F17701 RAN)
“Bloemensalon.
De bekende bloemensalon aan het Kelfkensbosch, die in den laatsten tijd nogal eens van eigenaar verwisselde, is thans overgenomen door den heer T. van den Brink en heeft onder diens leiding een heele reorganisatie ondergaan. Dit al iedereen opvallen, die vandaag de smaakvolle etalage in het winkelraam bewondert. Daar prijkt b.v. een bruidsbouquet van oranjebloesem en ander wit gelemte, een fantasiestuk voorstellende een schip, beladen met helroode anthuriums, die het effect maken van vreemde vogels, een ander fantasiestuk in den vorm van een harp, en nog tal van zeldzame bloemen, zooals b.v. ixia’s, fijne irissen, anjelieren, rozen enz, die een gunstig getuigenis afleggen niet alleen van de bekwaamheid van den bloemist, maar ook van den ongemeenen smaak, waarmee hij zijn bloemen en planten weet te groeperen.
De heer Van den Brink werkt namelijk niet naar Duitsche teekeningen, maar ontwerpt zijn arrangementen zelf. Zelf ook vervaardigt hij de bloemenmanden, standaards en al dergelijke hulpmiddelen, die dienen moeten om de bloemen op haar voordeeligst te doen uitkomen.
Bloemenliefhebbers meenen wij daarom een kijkje in zijn salon zeer te moeten aanraden.” (De Gelderlander 4/5/1902)
De Godenpijler: Zonnewijzer met Valkhofmuseum, op een ochtend in oktober waar de zon ver te zoeken was (oktober 2023)
In 1980 werden bij opgravingen twee delen van een Godenpijler gevonden (nu te zien in het Valkhofmuseum). Dit zou het bewijs zijn dat Nijmegen de oudste stad van Nederland is. Sinds 2005 staat de zonnewijzer Noviomagus op het plein, een kunstwerk van Rutger Fuchs en Ram Katzir. Momenteel is deze tijdelijk verdwenen, maar zal in 2026 terugkeren.
Opgraving
Bij de opgravingen van 1980 werden 2 blokken gevonden op het huidige plein voor het museum, het Kelfkensbos. Deze 2 blokken konden op elkaar geplaatst werden, waarbij het was duidelijk dat ze onderdeel hadden uitgemaakt van een grotere zuil. Waarschijnlijk zijn deze delen in late oudheid gebruikt voor de fundering van een nieuwe verdedigingswal. De overige onderdelen zijn nooit teruggevonden. De zuil is tegenwoordig te zien in museum het Valkhof.
Zie ook de foto uit 1980, KN15526-33A RAN, op het moment dat de zuil in het toenmalige Museum Kam te zien is.
Godenzuil
Door het opschrift TIBR CSAR (“Tib(e)r(ius) C(ae)sar”) met daarbij een afbeelding van een man in toga, die waarschijnlijk een plengoffer op het altaar brengt. Daarachter staat Victoria, die een lauwerkrans vasthoudt. Het vermoeden is dat deze afbeelding keizer Tiberius zelf betreft, hoewel ook gedacht wordt aan Germanicus.
Reden van oprichting
Er is geen duidelijk bewijs te vinden wat de aanleiding voor de oprichting van deze zuil geweest is (waardoor ook niet zeker is wie de betreffende Romein is). Historici komen op basis van beredenering op een aantal mogelijke momenten:
14 na Christus: het jaar waarop Tiberius keizer wordt
Overwinning Germanicus in 17 na Christus (de mening van Panhuysen…)
De reorganisatie van de grensverdeling langs de Rijn door Tiberius. Tussen 10 en 12 na Christus was hij in Germanië als veldheer, met het hoogste militaire gezag in deze provincie
Het einde van de langdurige oorlog tegen de Germanen
Stephan Mols noemt de overwinning op de Germanen na de veldtocht tussen 10 en 12 de meest waarschijnlijke reden. In 12 na Chr. hield Tiberius vanwege deze overwinning een triomftocht door Rome. Daarbij noemt Mols bovendien dat Tiberius, vóórdat hij keizer werd en als geadopteerde zoon van Augustus, Tiberius Iulius Caesar werd genoemd. Op het moment dat hij Augustus in 14 n. Chr. opvolgt, wordt zijn naam onmiddellijk gewijzigd in Tiberius Julius Augustus. Op basis daarvan komt Mols bovendien met de datering van het beeld tussen 12 en 14 na Chr.
Goden
Op de Godenpijler zijn, naast Victoria die de krans vasthoudt, de volgende goden te vinden:
Apollo, halfnaakt en met lier: de beschermgod van keizer Augustus en het regerende keizershuis. Daarbij was Apollo een reddende god, maar ook de god van muziek en levensvreugde
Diana, afgebeeld met pijl en boog en hertje: de godin van de jacht en wilde natuur
Ceres, 2 brandende fakkels, godin van akkerbouw en moederliefde
Een dergelijke zuil was bedoeld om de macht van Rome uit te stralen, waarbij zij beschermd werd door de goden: “De verschillende goden op de pijler, waaronder Apollo, Diana, Ceres en Bacchus, vormen een passende entourage voor Tiberius en wellicht zijn stiefvader Augustus boven hem. Ze verbeelden de bovennatuurlijke steun die het keizershuis claimde te genieten en de zegeningen die het daarmee het Romeinse rijk pretendeerde te brengen.” (Collectie Gelderland)
Het beeld zal meer dan 5 meter hoog zijn geweest. Doordat op de gevonden stenen naast een volledige afbeeldingen onder- en boven ook fragmenten van andere afbeeldingen zijn te zien (bijvoorbeeld alleen de voeten), zal het beeld uit minimaal 3 banden met afbeeldingen hebben bestaan.
Boven de Romein/Tiberius is een tweede persoon in toga afgebeeld. De andere figuren zijn mythologisch van aard. Waarschijnlijk gaat het om Bacchus (boven Ceres), de muze Urania (onder Apollo), een watergod (onder Ceres) en Mars (of Roma?) onder de Romein/Tiberius.
Op basis van andere godenpijlers zal er op het beeld waarschijnlijk een afbeelding van Jupiter hebben gestaan.
Oudste stad van Nederland?
Panhuysen noemt de stenen “Nijmegens historische kroonjuwelen”. Door de aanwezigheid van een dergelijke zuil moet dit betekenen dat Nijmegen in die tijd al een redelijk belangrijke stad was.
Voor sommigen zijn de stenen het bewijs dat Nijmegen de oudste stad van Nederland is. Mede op basis van een uitlating van Panhuysen uit 2002 “een monument dat met de vroegste stichting van de stad in verband gebracht kan worden”. Hierin zien sommigen het bewijs dat Nijmegen de oudste van Nederland is. Hij zegt zelf echter dat hij deze uitspraak nooit zo bedoeld heeft, wat hij herhaalt in 2009.
Kunstwerk Noviomagus
De meeste mensen kennen de het beeld als de Godenpijler, maar officieel heet het kunstwerk Noviomagus. Het beeld is bedoeld als blijvende herinnering dat Nijmegen haar 2000 jarig bestaan vierde.
De godenpijler vormde de inspiratie voor het kunstwerk Noviomagus, waarin kopieën van de blokken verwerkt zijn. Het kunstwerk is een zonnewijzer op het plein voor Museum het Valkhof, een werk van graficus Rutger Fuchs en beeldhouwer Ram Katzier en respectievelijk de grafisch ontwerper en de cartoonist van het LIRA Bulletin.
Het beeld is 8 meter hoog en bestaat uit steen en brons. Het kunstwerk is een verwijzing naar het verleden en toekomst van de stad. De voet van het beeld bestaat uit bronzen afgietsels van de oorspronkelijke stukken. Daarop staat een obelisk van graniet, waarop citaten over Nijmegen van de afgelopen 2000 jaar zijn aangebracht. De obelisk is tevens een verwijzing naar het Romeinse verleden: keizer Augustus plaatste een Egyptische obelisk als zonnewijzer op een plein in Rome.
Op de top staat een kleine schildpad, symbool van vrede en geluk. De obelisk met schildpad dient als zonnewijzer. De schildpad loopt zo op het ritme van de tijd met de toekomst van de oudste stad mee. Zijn schaduw kruipt gedurende de dag over plein, waarbij hij letterlijk het pand kan kruisen met mensen die over het plein op lopen en zo geluk brengen.
Rondom de zuil zijn bronzen bakstenen aangebracht, om met de schaduw van de naald te tijd af te kunnen aflezen.
25 jaar na de vondst, op 21 december 2005, onthulden Minister-President Balkende en Burgermeester ter Horst het beeld. Een foto is te vinden op DF1354 RAN.
“Eerlijk gezegd vind ik het origineel mooier.”
De Gelderlander: “Ontwerper Ram Katzir is zelf niet de grootse fan van zijn kunstwerk dat sinds gisteren het plein voor Museum Het Valkhof siert. Hij houdt niet van obelisken, vindt het ‘ fallische verkeerstekens’. Maar de opdracht voor een monument in Nijmegen, dat zijn 2000- jarig bestaan viert, liet hem geen keus: breng de godenpijler die de Romeinen ooit bouwden, terug in het straatbeeld, in een modern jasje. „Eerlijk gezegd vind ik het origineel mooier.”
Steuntje voor scheve toren
Sinds 2018 heeft de zonnewijzer een steuntje gekregen. Als zonnewijzer is het de bedoeling dat het beeld scheef staat. Tijdens een inspectie bleek de ondergrond niet stevig genoeg te zijn. Daarop werd een steuntje geplaatst.
Op het stationsplein kwam in 2014 de nieuwe locatie van Doornroosje. Het gebouw is zo open mogelijk vormgegeven. Daarnaast kent het een aantal innovaties: een “doos in doos” om geluidsoverlast te voorkomen en een draailift voor vrachtwagens. Tevens zit in het gebouw een fietstransferium en een studentenflat.
In dit gebouw bevinden zich het poppodium Doornroosje, Talia van Stichting Studentenhuisvesting en het fietstransferium. In oktober 2012 werd met de bouw begonnen en in april-juni 2014 was de oplevering. De officiële opening van Doornroosje was op 1 oktober 2014.
De architect was Jan Dekker van AGS architecten. Aannemers waren KlokBouw BV Nijmegen en Ed. Züblin AG Duisburg. Tot 2008 stond op deze plek een postkantoor.
Uitnodiging om naar binnen te gaan
Het gebouw wordt zo open mogelijk vormgegeven. Niet alleen omdat dat er mooi uitziet, maar ook om mensen ‘uit te nodigen’ om een keer haar naar binnen te gaan.
Architectenweb.nl omschrijft het gebouw als: “Architectenbureau AGS heeft het gebouw alzijdig met diverse gevels ontworpen. Dit zorgt, in combinatie met de transparante plint, ervoor dat het gebouw aan alle zijden contact maakt met de omgeving. De teruggelegen plint wordt over drie verdiepingen om de hoek doorgezet; het woongebouw lijkt te zweven boven de onderbouw.”
Doornroosje
De grote zaal heeft een capaciteit van 1.100 personen en de kleine zaal 400 personen. Dit is een verdubbeling van de capaciteit van het oude pand. Aan de buitenkant zijn gestileerde lijnen -geluidsgolven- aangebracht.
Voorkomen van geluidsoverlast
Om ervoor te zorgen dat Doornroosje geen hinder zou hebben door geluid en trilling veroorzaakt door treinen en dat de omgeving -inclusief het bovenliggende studentencomplex- geen last zou hebben van Doornroosje zijn een aantal bijzondere technische voorzieningen aangebracht. De concertzalen zijn daarom qua geluid uitstekend geïsoleerd door een zogenaamde ‘doos in doos’ constructie. Onder en boven de popzalen zijn trillingsdempers geplaatst. Dat maakt het tevens mogelijk om meerdere activiteiten tegelijkertijd plaats te laten vinden. De gevels van Doornroosje zijn opgebouwd uit grote betonnen platen met gevelisolatie. Daarnaast is de inrichting zo ontworpen dat de geluidssystemen van Doornroosje geen last hebben van elektromagnetische velden van passerende treinen.
Draailift voor vrachtwagens
Daarnaast hebben vrachtwagens onvoldoende ruimte om te keren. Daarom is de draailift voor vrachtwagens bedacht. Hierbij worden binnen gekomen vrachtwagens vijf meter opgetild en vervolgens180 graden gedraaid. Daarna staan meteen goed om uitgeladen te worden en weg te rijden zonder overlast te bezorgen. Vanaf perron 1 is deze ruimte goed te zien.
Korte geschiedenis Doornroosje
De voormalige St. Antoniusschool, later de Jongerensoos Doornroosje, 16/4/1970 (Persbureau Gelderland via F21473 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Doornroosje is op 6 december 1968 opgericht als een plek waar de hippe jeugd elkaar kon ontmoeten, in een boerderij aan de Jacobslaan. Uiteindelijk komt ze in 1970 als Kreatief Aktiviteiten Sentrum (KAS) terecht in de leegstaande Sint Antoniusschool aan de tegenwoordige Groenewoudseweg. Hier heeft Doornroosje meer dan 40 jaar gezeten. Het was bovendien een van de eerste gelegenheden in Nederland waar openlijk hasj en wiet werd verkocht.
Verouderd en te kleine capaciteit
Rond de eeuwwisseling werd duidelijk dat het pand niet meer voldeed: het pand was verouderd. En bovendien had haar grote zaal slechts capaciteit voor 400 personen. Hierdoor konden bands, zodra ze waren doorgegroeid, niet meer worden geboekt.
Voormalig Popcentrum Doornroosje (de voormalige St. Antoniusschool), 26/10/2014 (Jan Eichelsheim via DF2546 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Talia
De bovenste 10 lagen bestaat uit Talia van Stichting Studentenhuisvesting en bestaat uit 350 studentenwoningen. Op de 3e bouwlaag bevindt zich een daktuin. “Talia” (“Sole, Luna e Talia”) is een andere versie van het Doornroosje sprookje.
Fietstransferium
In het transferium kunnen 4.000 fietsen geplaatst worden.
AGS Architecten
Het architectenbureau AGS Architecten ontwierp in Nijmegen en omgeving:
Gezicht op de oostzijde van de Broerstraat met de winkelpanden van o.a. (v.r.n.l.) Slagerij Brinke (op de hoek met het Kerkegasje), Parfumerie Au Printemps, Schoenenzaak Gebrs. Raemakers, Herenmodezaak Oostvogel en de bouw van de panden van Jamin en Schoenenzaak BATA ; bovenaan het nieuwbouwpand van de Herenmodezaak Van Dijk & Witte (Burchtstraat 2, geopend op 21 september 1955), 1955 (GN3877 RAN)
In 1954 heropent schoenenzaak Raemakers haar pand aan de Broerstraat. Het ontwerp is van architect Treur in een combinatie van modern beton en traditioneel rode baksteen.
Vooraf
In september 1944 was de winkel van Gebr. Raemakers in vlammen opgegaan. Zie voor het artikel over de oude winkel:
Opvallend bij het pand zijn de 4 uitstulpende betonnen vensters van de eerste verdieping. De bovenste verdiepingen zijn in rood baksteen. De begane grond is verbouwd: uit de foto uit 1955 lijkt de etalage bestaat uit 2 etalage kasten op een verhoging te bestaan, met boven de een van kasten de tekst “Raemakers”. Tegenwoordig zijn deze “kasten” vervangen door grote ramen.
Hiervan had de aanbesteding in september 1953 plaatsgevonden in opdracht van de N.V. Gebr. Raemakers voor het bouwen van een winkel met magazijnen en bovenwoning. Daarbij was J.M. Berens de laagste inschrijver met f71.924 (De Gelderlander 3/9/1953), aan wie de aanbesteding werd gegund.
“Meer dan honderdjarig bedrijf herbouwd
Schoenenmagazijn Gebr. Raemakers werd nieuw sieraad voor de Broerstraat
De opening van het nieuwe pand van de Schoenwinkel van de Gebr. Raemakers, 1954 (GN3858 RAN)
Gisteren hadden de zakenlieden in de Broerstraat de vlag uitgestoken en dat was heus niet zonder reden. Op deze wijze riepen ze een welkom toe aan een nieuw lid van de langzaam-aan voltallig wordende Broerstraatfamilie. Het Schoenenmagazijn van de Gebr. Raemakers is op no. 19 herbouwd en in de middag om drie uur werd het heropend, nadat Nanja Raemakers dezer dagen de laatste steen had gelegd.
Om deze herbouw mocht niet alleen de Broerstraat zich verheugen, maar heel Nijmegen kon blij zijn. Een magnifiek zakenpand zet nieuwe luister bij aan de herrijzende binnenstad. En de N.V. Gebr. Raemakers zetten de kroon op het werk dat na de verwoesting in de oorlog, toen hun pand aan de Grote Markt no. 7 in vlammen opging, van voren af aan moesten begonnen. Een grote steun daarbij lag in het verleden. De fa. Raemakers toch is niet vandaag of gisteren, maar bestaat al meer dan honderd jaar in onze binnenstad.
Ze dateert nog uit de tijd dat schoenen in manden werden aangevoerd; daaruit werd los verkocht. Dozen waren nog onbekend. Verder werden de schoenen aan latten tegen de zolder opgehangen. Er was maar uit enkele soorten keus te maken. Dat is vandaag anders.
De keuze is zo groot dat het de vraag werd of de honderden en honderden schoenen nog wel in de zaak zichtbaar moesten worden opgeslagen, of dat deze voorraad soms niet beter rustig op de achtergrond kon worden gehouden. De Gebr. Raemakers beantwoordden deze laatste vraag in bevestigende zin. Ze voerden als nouveauté voor onze stad het zogenaamde blinde (?) voorraadsysteem in. In de zaak zelf zijn geen schoenendozen zichtbaar; deze zijn uiteraard wel onmiddellijk bij de hand, zodat de client naar wens- en zeer snel naar wens- kan worden bediend. Door toepassing van deze nieuwe gedachte is het verkoopgedeelte van de zo intiem ingerichte zaak er veel rustiger op geworden.
Uit tientallen fraaie bloemstukken bleek gistermiddag hoezeer de Gebr Raemakers zich in de belangstelling van fabrikanten, vrienden, kennissen en zakenrelaties mogen verheugen. Het schoenenmagazijn had veel van een bloemenmagazijn weg, toen de heer G. Raemakers, de zoon van de heer A.H. Raemakers, die al meer dan een halve eeuw directeur van het bedrijf is, het woord nam om de vele aanwezigen, onder wie de wethouder de heer M. Duives, te begroeten. De wethouder sprak een gelukwens uit namens het gemeentebestuur, dat zich over de herbouw van dit meer dan honderdjarig Nijmeegs bedrijf ten zeerste verheugde. Spreker herinnerde aan de voorgeschiedenis van het Schoenenmagazijn Gebr. Raemakers en aan de ramp welke dit bedrijf trof, waarna evenwel niet bij de pakken werden neergezeten. Het nieuwe pand noemde de wethouder een sieraad voor de Broerstraat en in de heren Raemakers huldigde hij de Nijmeegse middenstand, die zulk een aanzienlijke bijdrage levert tot de herbouw van een mooie stadskern. De architect en daarnaast de aannemers die Nijmegen volbouwen, verdienen lof voor hun werk.
De heer G. Raemakers dankte hierna de wethouder en in hem het Nijmeegs gemeentebestuur en de gemeente-instanties die zo volop haar medewerking tot de herbouw hebben verleend. Spr. sprak zijn waardering uit voor de architect de heer G.B. Treur, het aannemersbedrijf J.J.M. Berens en voor alle onderaannemers, die de bouw naar volle tevredenheid hebben tot stand gebracht.” (De Gelderlander 29/4/1954)
Vervolg
Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest. In ieder geval komt de zaak nog voor in het Adresboek 1971. Tegenwoordig zit in het pand schoenenzaak Manfield.
Hotel Café Restaurant Hundisburg, 1932-1940 (GN11119 RAN)
Op 25 juni 1932 opende de heer F.B. Brands Hotel Café Restaurant Hundisburg (12 kamers) in een door hem kort daarvoor aangekochte villa. De rond 1888 gebouwde villa kreeg de naam Hunerberg, daarna (1897) villa Slido (naar Simon Rijnbende en zijn vrouw Theodora), vervolgens kocht A.B.A. Quack de villa en veranderde de naam in Hundisburg; na zijn dood woonde er het echtpaar Reitsma-van Maasdijk de ouders van de verzetsheld Guus Reitsma. De villa op de hoek van de Batavierenweg werd op het eind van de oorlog verwoest, Beatrixstraat 1 Hunnerberg (Bijschrift GN11119 RAN)
Bij de opening van Hundisburg
“Hotel-Pension-Café-Restaurant “Hundisburg“.
Ieder Nijmegenaar kent de villa aan den Batavierenweg, op den hoek van de Barbarossastraat, die nu reeds jaren achtereen heeft leeg gestaan. Destijds werd zij bewoond door de nu overleden wethouder Quack. Daarna vond het gebouw nog eenige jaren andere bewoners, doch de laatste jaren kenden wij het niet anders meer, dan in den vervallen staat waarin het langzamerhand was komen te verkeeren.
Toch ligt huize “Hundisburg” op een van de mooiste punten der stad. Van hieruit immers heeft men een prachtig uitzicht over de rivier de Waal en een deel van het Betuweland. Is het eigenlijk wel te verwonderen, dat de heer F. Brandts op de gedachte kwam om op deze plaats een hotel-pension-café-restaurant te gaan exploiteeren? Dat hij ook den ouden, historischen naam “Hundisburg” handhaafde voor het hotel-café-restaurant dat hier gevestigd werd?
Wel heeft het pand een grondige restauratie ondergaan om het aan zijn nieuwe bestemming te doen beantwoorden, maar het geheel maakt dan nu ook een uitstekenden indruk en zoowel de hotel- als de café-gasten zullen, naar het ons dunkt, op “Hundisburg” gaarne toeven. Van het prachtige uitzicht geniet men zoowel van uit de kamers, als van uit het restaurant beneden en het groote terras, dat rond het gebouw is aangelegd en dat een prettig zitje vormt. Onnoodig te zeggen, dat het geheel aan moderne eischen voldoet.
De verbouwing van het pand geschiedde door de firma Th. Thunissen. De firma Merx en Boerboom legde de centrale verwarming aan. Het schilderwerk verzorgde de firma Reyers en Zn, terwijl de electrische installatie werd uitgevoerd door de firma Schreven. De firma Drukker leverde het behang, terwijl de stoffeering geschiedde door de firma Vroom en Dreesmann. Vermelden wij nog, dat hedenmiddag om vier uur de opening van het hotel-café “Hundisburg” plaats vindt.” (PGNC 25/6/1932)
Hotel Metropole in de Bisschop Hamerstraat ten tijde van de 40e Vierdaagse, Bisschop Hamerstraat 14, 22/7/1956 (J. v. Doorn via F41338 RAN CCBYSA Auteursrechthouder KNBLO-NL)
In juli 1956 vindt de opening plaats van het nieuwe hotel-café-restaurant Métropole aan de Bisschop Hamerstraat. De architect is G.D. Jansen, van het Bouwbureau van de brouwerij “De drie Hoefijzers” uit Breda.
Vooraf: de in de oorlog verwoeste de Meet
Panden aan de zuidzijde van de Lange Burchtstraat met o.a. Hotel Metropole, 1939 (ir. J.G. Deur via F12991 RAN CCBYSA)
Métropole was in 1900 geopend in de Lange Burchtstraat en werd in 1944 verwoest. Daarna moest men zich 10 jaar “behelpen”: eerst werd het bedrijf voortgezet in de eigen huiskamer, later in een noodrestaurant aan het Keizer Karelplein dat de bijnaam “Wachtkamer” kreeg. Wel bleven een aantal vaste klanten trouw, die dan ook door Meijboom worden bedankt: in het bijzonder majoor Breunese (die namens de N.B. v. L.O. – Nederlandse Bond van Leger Officieren ook een toespraak hield) en zijn staf, het curatorium van de Radbouduniversiteit en de studenten.
Deze staat op de plaats van het vroegere gebouw van Smarius, waarin Vroom en Dreesmann na de Tweede Wereldoorlog haar tijdelijke winkel had.
Het hotel heeft een bed voor 20 gasten; op de hoek van de Bisschop Hamerstraat en het Keizer Karelplein is er een café met een aangrenzend restaurant. Het terras bevindt zich aan de kant van het Keizer Karelplein, waar bovendien de toegang tot de bierkelder is. Boven het restaurant is er een zaal voor feesten en vergaderingen.
Voor de Vierdaagse klaar
De bouw was in februari begonnen. Er werd snel gebouwd, met als doel om voor de Vierdaagse het bouwwerk gereed te hebben. “Het resultaat is zeer bevredigend, niet alleen voor de heer Jac. Meijboom, die zich nu over een definitief home mag verheugen, maar voor heel Nijmegen waarmee de “Meet” al sinds generaties was samengroeid.
Bij de opening noemt burgemeester Hustinx dat hij verheugd is dat met deze herbouw tegemoet wordt gekomen aan het tekort van hotelkamers in de stad. Hij hoopt dat er steeds meer congressen zullen worden gehouden. En hij verwacht dat ook door de groei van de industrie en de universiteit de vraag naar hotelruimte zal toenemen.