Oranjesingel, gezien vanaf het Keizer Karelplein richting St. Canisiussingel, circa 1900 (Vivat Amsterdam via F2892 RAN)
#Nijmegen, Centrum, Geen categorie

Oranjesingel

Oranjesingel, gezien vanaf het Keizer Karelplein richting St. Canisiussingel, circa 1900 (Vivat Amsterdam via F2892 RAN)
Oranjesingel, gezien vanaf het Keizer Karelplein richting St. Canisiussingel, circa 1900 (Vivat Amsterdam via F2892 RAN)

Deze pagina verzamelt artikelen die over de Oranjesingel zijn verschenen.

De Oranjesingel is vernoemd naar het Bolwerk Oranje, dat aan het eind van de Molenstraat lag. De aanleg van deze straat begon in 1880, na de sloop van de vestingwerken.

Het bolwerk Oranje, 1875 (Gerard Korfmacher via F68578 RAN)
Het bolwerk Oranje, 1875 (Gerard Korfmacher via F68578 RAN)

Lommerijke singel

De Oranjesingel had bij de aanleg een ander karakter dan wij tegenwoordig kennen: aanvankelijk was het een brede, lommerijke straat, waartussen Nijmegenaren in het midden van de straat konden flaneren. Aan weerszijden lag daarnaast een weg. Op dat moment bestond de Waalbrug nog niet.

Lindes

Oorspronkelijk waren er kastanjes aangeplant. Omdat deze niet groeien wilden, werden ze vervangen door lindebomen. (PGNC 2/11/1890). In 2007 waren veel lindes intussen al verdwenen: “Deze singel oogt in eerste aanblik als een coherent straatdeel zeer verschillend en de oorspronkelijke beplanting met linden is deels verdwenen. Er zijn aan het eind van de vorige eeuw zelfs ook populieren aan de singel toegevoegd. In 1990 is de binnenste rij linden vervangen door moeraseiken. De visie uit die tijd was dat deze bomen beter bestand waren tegen verontreiniging zoals uitlaatgassen en strooizout. Het probleem van deze bomen is dat de moeraseik breder uitgroeit dan de linde waardoor de rij linden naast de eiken in de verdrukking komt.” (Groene allure)

Bebouwing

De Renbaan liep langs de Oranjesingel tot aan de Berg en Dalseweg (Berg en Dalsche straat), Detail plattegrond Nijmegen in 1888 (RAN KPD-16)
De Renbaan liep langs de Oranjesingel tot aan de Berg en Dalseweg (Berg en Dalsche straat), Detail plattegrond Nijmegen in 1888 (RAN KPD-16)

Als bebouwing kwamen er aan de centrumkant grote herenhuizen, die tegenwoordig veelal zijn verbouwd tot kantoorpanden. Aan de andere zijde kwam Sociëteit de Vereeniging en de renbaan de Wedren. “Langs de straten en singels die tot de schil behoren verschenen royale huizen, kantoren en winkels in de stijl van eclecticisme, neo-renaissance en art nouveau/jugendstil.” (Bijschrift KN10984-14 RAN, een foto uit 1902)

In de omgeving van de Ziekerstraat was een terrein gereserveerd voor militaire doeleinden. Hierop kwam later onder andere het Stedelijk Gymnasium en de Rechtbank te staan.

Oranjesingel 3, 5, 7 en 9 (oktober 2024)

Oranjesingel 3-9 en 1

In 1890 ontwerpt architect Maurits dit complex van 4 woningen: Oranjesingel 3, 5, 7 en 9. En wat is dat kleine gebouwtje van Oranjesingel 1 nu eigenlijk?

Lees verder
Oranjesingel 8 en 10, september 2022 (Google Streetview)

Oranjesingel 8 en 10, architect G. Buskens

Oranjesingel 8 en 10 Gemeentelijk Monument Het pand is een Gemeentelijk Monument. De tekst bij aanwijzing: “Complex van twee elkaars spiegelbeeld vormende woonhuizen.Bakstenen pand van tweebouwlagen met souterrain, plat dak en schild aan de voorzijde. Links en rechts vooruitspringende bouwmassa van een as breed,die een rondbogig portiek met trappen en deuren bevat; op de etage…

Lees verder
Oranjesingel 2c, 4, 6 en 6a (oktober 2024)

Oranjesingel 2c, 4, 6 en 6a

Het linker hoekpand was voorheen in gebruik door De Kerk van de Nazarener, welke huisnummer 2a had. Tegenwoordig zit Manna op nummer 2c.

Lees verder

Villa voor N. Dreesmann

rond 1909, Oranjesingel 41 (huidig)

Ontwerp villa voor den Weled. Heer N. Dreesmann a/d Oranjesingel, Oranjesingel 41, architect W.G. Welsing, datum bouwtekening: November 1909 (D12.381522)
Ontwerp villa voor den Weled. Heer N. Dreesmann a/d Oranjesingel, Oranjesingel 41, architect W.G. Welsing, datum bouwtekening: November 1909 (D12.381522)

In november 1909 ontwerpt architect W.G. Welsing de villa aan de Oranjesingel voor N. Dreesmann.

Ontwerp villa voor den Weled. Heer N. Dreesmann a/d Oranjesingel, datum op bouwtekening D12.381520: November 1909 (D12.381522)
Ontwerp villa voor den Weled. Heer N. Dreesmann a/d Oranjesingel, datum op bouwtekening D12.381520: November 1909 (D12.381522)

Gevonden gebruikers

Oranjesingel 41, 1951 (GN5561 RAN)
Oranjesingel 41, 1951 (GN5561 RAN)

Net als bij de andere panden dient hier een slag om de arm te worden gehouden, aangezien er een hernummering kan hebben plaats gevonden.

Dr. Ch.A.L. Zegers is een keel-, neus- en oorarts. In april 1912 plaatst hij een advertentie dat hij verhuist is naar Oranjesingel 41, “bij de Schevichavenstraat” (PGNC 19/4/1912).

De volgende gevonden gebruiker is B. Zikel, koopman. In PGNC 4/3/1919 vraagt mevr. Zickel per 1 mei een keukenmeisje. Daarbij valt op dat in PGNC 19/5/1919 staat dat B. Zikel in mei is vertrokken naar Indië. Het is nog onbekend of mevrouw Zickel is meegegaan en of het een permanent vertrek was.

In 1926 woont A.J. v. Noordwijk in het pand, waarbij J.W. Ginsheumer waarschijnlijk een inwonend “huisbewaarder” is. in 1928 wordt mr. K.J. Weve gevonden op dit adres.

Dan staat in de Adresboeken 1932 t/m 1938 N.R.A. Dreesmann op dit adres. Het is nog onbekend of dit te maken heeft met een hernummering, waarbij de voorgaande bewoners een ander adres betreft. Of dat Dreesmann de woning heeft laten bouwen en er vervolgens rond 1932 of eerder er zelf in is gaan wonen. Mevrouw Dreesmann, Oranjesingel 41, vraagt in De Gelderlander 7/7/1931 een “net R.K. 2e meisje” voor mevrouw Vroom-Dreesmann in Amsterdam.

Nicolaas Rudolph Alexander Dreesmann is getrouwd met Elisabeth Maria Josephine von Hülst en weduwnaar van zijn eerste vrouw Antoinette Clara Johanna Velthuys (PGNC 4/8/1939)

Bij zijn overlijden op 2-8-1939 is hij 72 jaar (overlijdensadvertentie PGNC 4/8/1939)

N. Dreesmann blijkt overigens ook een fokker van vogels te zijn. Op de internationale tentoonstelling wint hij een aantal prijzen: “De heer N. Dreesmann, Oranjesingel 41, is altijd een gevreesde concurrent op onze beste shows”. (De Gelderlander 17/12/1932)

Na de oorlog volgen een aantal weduwen en “mejuffrouws”.

In Adresboek 1948 komt Jacoba Arnolda Catharina van Wijck, weduwe van Petrus Alphonsus Terwindt voor. Zij overlijdt op 2-7-1949. (De Gelderlander 5/7/1949). Mej. M.E.A. Terwindt komt voor in het Adresboek van 1951.

In De Gelderlander 3/11/1951 vraagt Mevr. v.d. Lande, Oranjesingel 41 een “Keukenmeisje In gezin van oude dame, waar meerdere hulp aanwezig is.”  Deze mevrouw v.d. Lande is nog niet gevonden in een Adresboek. In 1953 wordt een dienstmeisje gevraagd (De Gelderlander 14/8/1953).

Midden jaren 50 lijkt de laatste keer dat het pand gebruikt wordt als woning. Daarna komen er allerlei instellingen in.

Catechetisch Centrum komt naar Nijmegen

Het Catechetisch Centrum, een stichting van de Nederlandse provincie der Paters Jezuïeten met het doel een bijdrage te leveren voor de verbetering van het godsdienstonderwijs in al zijn geledingen, sinds 1948 gevestigd in het klooster Canisianum te Maastricht, komt naar Nijmegen. Naar wij vernemen is voor de huisvesting van dit Centrum het pand Oranjesingel 41 aangekocht, de woning van de verleden jaar overleden Mevr. van de Lande. Zoals bekend worden door het Catechetisch Centrum twee periodieken uitgegeven, te weten Verbum, bestemd voor priesters en “School en Godsdienst”, bestemd voor onderwijzers en onderwijzeressen. Het ligt in de bedoeling de vestiging in onze stad in de loop van de zomer te doen plaats hebben.” (De Gelderlander 7/3/1955)

Of dit Catechetisch Centrum er daadwerkelijk is gekomen, is nog niet bekend.

In september 1955 is in ieder geval Het Gemeenschappelijk Instituut voor Toegepaste Psychologie (G.I.T.P.) afd. Research hier gevestigd, wanneer er in een personeelsadvertentie een Jongedame wordt gevraagd. (De Gelderlander 24/9/1955)

De R.K. Universiteit kondigt in De Gelderlander 28/1/1956 aan dat de Verpleegstersschool, verbonden aan de Sint Radboudklinieken van de R.K. Universiteit op 1 mei wordt geopend.  Degenen die voor verpleegster willen leren, kunnen zich schriftelijk melden bij de Directrice op de Oranjesingel. Bij het RAN zijn de nodige foto’s van deze opleiding te zien, waaronder een docerende verpleegster van de Verpleegstersschool GN44179 RAN.

In 1971 is het in gebruik als Instituut voor middeleeuwse, nieuwe en sociale en economische geschiedenis.

In 1992 en 1994 geeft het RIAGG aan de Oranjesingel 41 een cursussen aan jongeren (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/9/1992, een dergelijke cursus ook in 1994: Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/1/1994)

NaamOmschrijvingAdresboek
C.A.L. ZegersGeneesheer, keel- neus- en oorarts1912-1913, 1913-1914, 1914-1915
B. Zikelkoopman1915-1916, 1916
J.W. GinsheumerHuisbewaarder (waarschijnlijk inwonend)1926
A.J. v. NoordwijkDirecteur marg. Fabriek1926
Mr. K.J. WeveAls penningmeester van Woningvereeniging Nijmegen1928
N.R.A. Dreesmannkoopman1932, 1934, 1936, 1938
Mej. H. Bleeck 1948
Wed. J.Ch.L. van der LandeGeb. W.E.M. Jansen1948, 1951
Mej. Th.F. Bosch 1948
Mej. J.R. Eggenhuizen 1948
Mej. H.G.M. LengletOnderwijzeres St. Maartenskliniek1948, 1951
Wed. A.P.A. TerwindtGeb. J.A.C. van Wijck1948
Mej. M.E.A. Terwindt 1951
Mej. M.A. Jansen 1951
Mej. N.R.J. Elbers 1955
Instituut voor middeleuwse, nieuwe en sociale en economische geschiedenis 1971

Oranjesingel 43

(voorheen Oranjesingel 45?)

Oranjesingel 43, augustus 2023 (Google Streetview)
Oranjesingel 43, augustus 2023 (Google Streetview)
Ontwerp v/e Heerenhuis a/d Oranjesingel Gem. Nijmegen. Kad. Sectie B 3881, bouwmeester Haspels, datum bouwtekening juli 1909 (D12.380706)
Ontwerp v/e Heerenhuis a/d Oranjesingel Gem. Nijmegen. Kad. Sectie B 3881, bouwmeester Haspels, datum bouwtekening juli 1909 (D12.380706)

Bij de bouw van een tuinhuisje is het Oranjesingel 43 (datum bouwdossier 5-4-1935, D12.401828)

Lees hier het artikel:

Prick: 43 of 45?

Rond 1953 vindt een verbouwing plaats van de 2e verdieping en het souterrain. Dit souterrain wordt daarbij verbouwd tot dokterspraktijk. Dan heeft het gebouw huisnummer 45, terwijl het huidige nummer 43 is; Kad. Bekend Gem. Nijmegen Sectie B No 3881 (Datum Bouwdossier 17-3-1953, D12.417114).

Afgaande op het huisnummer zou het dan 45 zijn, echter: de vermelding op de bouwtekeningen is het kadastrale nummer B No 3881. Deze staat zowel vermeld op die van 1909 als op die van 1953. De bouwtekening van 1953 is echter opgeslagen onder Oranjesingel 45.

Herenhuis met 16 kamers ontworpen en gebouwd door de gebroeders Haspels. In 1953 kocht de bekende neuroloog J.J.G. Prick het pand, Oranjesingel 45, foto 1910 (F29089 RAN)
Herenhuis met 16 kamers ontworpen en gebouwd door de gebroeders Haspels; op de gevel staat nog huisnummer 45. Volgens RAN kocht in 1953 kocht de bekende neuroloog J.J.G. Prick het pand, maar waarschijnlijk is het de buurman, het huidige Oranjesingel 45, foto 1910 (F29089 RAN)

Oranjesingel 45

1910

Ontwerp voor een Heerenhuis aan de Oranjesingel te Nijmegen, Kad: Sectie B No 3943, Eigenaars Gebr. Haspels, Datum Bouwtekening juni 1910 (D12.381537)
Ontwerp voor een Heerenhuis aan de Oranjesingel te Nijmegen, Kad: Sectie B No 3943, Eigenaars Gebr. Haspels, Datum Bouwtekening juni 1910 (D12.381537)

Oranjesingel 45 is in 1910 gebouwd als Heerenhuis. Hierbij staan eigenaar de Gebr. Haspels op bouwtekening (Datum Bouwtekening juni 1910, D12.381537)

Advertentie afwezigheid Prof. Dr. J.J.G. Prick, Oranjesingel 45 (De Gelderlander 16/5/1953)
Advertentie afwezigheid Prof. Dr. J.J.G. Prick, Oranjesingel 45 (De Gelderlander 16/5/1953)

In 1951 komt prof. zenuwarts J.J.G. Prick nog voor op Canisiussingel 25 (Adresboek 1951).

In 1955, 1959, 1963 en 1966 op Oranjesingel 45 (op 1 plaats ook op nummer 5, maar dit zal een zetfout zijn).

Oranjesingel 2a (nu 2c)

De Openbare Leeszaal en Boekerij; statuten en reglementen, Oranjesingel 2a, 1918 (F46570 RAN)
De Openbare Leeszaal en Boekerij; statuten en reglementen, Oranjesingel 2a, 1918 (F46570 RAN)

Lees over de verbouwing door Willem Hoffmann:

Oranjesingel 42

De studentenvereniging Carolus Magnus betrok op 9 mei een eigen gebouw aan de Oranjesingel. Ter ere van de opening werd het gebouw versierd en een 3 dagen durend feest gevierd, 9/5/1925-9/ /1925 (F9532 RAN)
De studentenvereniging Carolus Magnus betrok op 9 mei een eigen gebouw aan de Oranjesingel. Ter ere van de opening werd het gebouw versierd en een 3 dagen durend feest gevierd, 9/5/1925-9/ /1925 (F9532 RAN)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Oranjesingel

https://nl.wikipedia.org/wiki/Oranjesingel_(Nijmegen)

https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=Ansichtkaarten/straten/Oranjesingel/OranjeCat.html

De Godenpijler: Zonnewijzer met Valkhofmuseum, op een ochtend in oktober waar de zon ver te zoeken was (oktober 2023)
#Nijmegen, Centrum

Kelfkensbos

Zonnewijzer met Valkhofmuseum, op een ochtend in oktober waar de zon ver te zoeken was (oktober 2023)
Zonnewijzer met Valkhofmuseum, op een ochtend in oktober waar de zon ver te zoeken was (oktober 2023)

Het Kelfkensbos is vernoemd naar het Kalverbosch; kelfke is Nijmeegs voor kalf. Onder het plein bevindt zich een parkeergarage. Het plein zelf wordt gebruikt voor de markt en evenementen. Een bijzondere vondst bij de opgravingen van 1980 was de Godenpijler. Komende jaren zal het plein door vergroening een metamorfose ondergaan. Aan plein staat Museum het Valkhof.

Deze pagina verzamelt de berichten over het Kelfkensbos en zal van tijd tot tijd worden aangevuld.

Romeinen en Godenpijler

De Godenpijler: Zonnewijzer met Valkhofmuseum, op een ochtend in oktober waar de zon ver te zoeken was (oktober 2023)

Godenpijler

In 1980 werden bij opgravingen twee delen van een Godenpijler gevonden (nu te zien in het Valkhofmuseum). Dit zou het bewijs zijn dat Nijmegen de oudste stad van Nederland is. Sinds 2002 staat de zonnewijzer Noviomagus op het plein, een kunstwerk van Rutger Fuchs en Ram Katzir. Momenteel is deze tijdelijk verdwenen, maar zal in…

Lees verder

Gertrudiskapel

Gertrudis van Nijvel: Heilige en Geschiedenis van de Kapel

Vlakbij de voetbrug bij het Hunnerprak staan de restanten van een muur: oude resten van de wallen? Nee: het is de Gertrudiskapel uit de 15e eeuw, die bij de werkzaamheden en het bouwen van de voetbrug weer aan het licht kwam. De kerkelijke geschiedenis gaat echter verder nog verder terug. Wat is de geschiedenis van…

Lees Meer

Huizen met middeleeuwse resten

Een detail van een plattegrond uit 1575; het Kelfkensbos met poel en de St. Geertrudiskapel, 	1575 (vervaardiger dia dr. Jan Brinkhoff via D316 RAN CC0)
Een detail van een plattegrond uit 1575; het Kelfkensbos met poel en de St. Geertrudiskapel, 1575 (vervaardiger dia dr. Jan Brinkhoff via D316 RAN CC0)

17e eeuw: De aanleg van het bos, waarnaar Kelfkensbos is vernoemd

Een aquarel van Derk Anthony van der Wart (10-6-1767 - 8-4-1824): gezien vanaf de Belvédère in westelijke richting met v.l.n.r. het Kelfkensbos, de Voerweg , het Valkhofpark en de rivier de Waal ; op de achtergrond links de Burchtpoort en rechts de St. Stevenskerk, 1800-1806 (F54974 RAN)
Een aquarel van Derk Anthony van der Wart (10-6-1767 – 8-4-1824): gezien vanaf de Belvédère in westelijke richting met v.l.n.r. het Kelfkensbos, de Voerweg , het Valkhofpark en de rivier de Waal ; op de achtergrond links de Burchtpoort en rechts de St. Stevenskerk, 1800-1806 (F54974 RAN)

Het plein/de straat is vernoemd naar het bos dat hier stond. Dit bos werd ook wel Kalverbosch genoemd; “kelfke” is Nijmeegs voor kalfje. Mogelijk is de naam afkomstig van burgemeester Arnold Kelffken, die het bos in 1622 zou hebben laten aanleggen. Maar mogelijk is deze associatie van een latere datum. (wikipedia, Straatnamenregister)

1840: Plein

Een tekening van Pieter Franciscus Peters Sr. (27-11-1787 - 10-1-1867) van het Kelfkensbos met een oude pomp met een hek, geplaatst toen de poel werd gedempt. De pomp is afgebroken in 1883, 1840 (maker dia: dr. Jan Brinkhoff via D320 RAN CC0)
Een tekening van Pieter Franciscus Peters Sr. (27-11-1787 – 10-1-1867) van het Kelfkensbos met een oude pomp met een hek, geplaatst toen de poel werd gedempt. De pomp is afgebroken in 1883, 1840 (maker dia: dr. Jan Brinkhoff via D320 RAN CC0)

In ieder geval was het tot 1839 een bos: aanvankelijk iepen, vanaf 1688 lindebomen.

In 1831 verdween al een deel van het bos door de aanleg van opslagplaatsen voor artillerie en een barak voor soldaten. De overige bomen werden 9 jaar later gerooid: “Doch in dat en het volgende jaar zijn alle deze lindeboomen geveld, zoodat deze wandelplaats nu uit jong plantsoen tusschen slingerpaden bestaat; terwijl er tevens een paradeplein is aangelegd; zoodat deze plaats nu een geheel ander aanzien bekomen heeft.” (Van der Aa 1845, deel 6, p. 384 via Straatnamenregister)

Waterpomp

In 1883 werd deze waterpomp uit 1747 verwijderd en verplaatst naar de Gedeputeerdenplaats en weer later naar de Franseplaats. Na restauratie kreeg de pomp een plaats tussen het Valkhofmuseum en poortwachtershuis op de Sint Jorisstraat. Anno 2024 staat de pomp aan de Ridderstraat, hoek Burchtstraat. De pomp is voorzien van de wapens van de burgermeesters Jacobus Vos en Mathias van der Lijnden en waarschijnlijk vervaardigd door de meester steenhouwer Johannes Dense, 1880-1883 (F17704 RAN)
In 1883 werd deze waterpomp uit 1747 verwijderd en verplaatst naar de Gedeputeerdenplaats en weer later naar de Franseplaats. Na restauratie kreeg de pomp een plaats tussen het Valkhofmuseum en poortwachtershuis op de Sint Jorisstraat. Anno 2024 staat de pomp aan de Ridderstraat, hoek Burchtstraat. De pomp is voorzien van de wapens van de burgemeesters Jacobus Vos en Mathias van der Lijnden en waarschijnlijk vervaardigd door de meester steenhouwer Johannes Dense, 1880-1883 (F17704 RAN)
Pomp, Kelfkensbos (mei 2025)
Pomp, Kelfkensbos (mei 2025)

Market Garden

Het zogenoemde huis van Robert Jansen bij de Belvédère, 1932 (GN2769 - A RAN)
Het zogenoemde huis van Robert Jansen bij de Belvédère, 1932 (GN2769 – A RAN)

Het zogenoemde huis van Robert Jansen bij de Belvédère op het Kelfkensbos.

Dit monumentaal pand stond nabij het Valkhof, grofweg op de plek waar nu het Valkhofmuseum staat. Het werd tijdens de tweede wereldoorlog (20-21 september 1944) door vuur verzwolgen nadat Hauptsturmführer Euling er zich met zo’n 150 manschappen in had verschanst (Bijschrift ZN24697 RAN)

De Valkhofbunker heeft een aantal mooie artikelen geschreven over de strijd rondom het Valkhof en haar omgeving, waaronder:

Herinrichting van het plein met onder andere Valkhof museum

Aanbouw museum Valkhof en aanleg plein Kelfkensbos, 4/1998 (Hans Giesbertz via D1724_18_07-38 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Aanbouw museum Valkhof en aanleg plein Kelfkensbos, 4/1998 (Hans Giesbertz via D1724_18_07-38 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)

Samengaan 2 musea

In 1999 opende koningin Beatrix Museum het Valkhof, vanaf Valkhof Museum genoemd. Daarbij waren 2 musea samengegaan: Museum M.G. Kam, die een archeologie collectie had en de Commanderie van St. Jan, met een collectie van Nijmeegse historische objecten en oude en nieuwe kunst.

Collectie

Belangrijke objecten in haar collectie zijn ondere andere:

  • de Godenpijler
  • het Romeins Masker
  • de Peutinger kaart
  • Antependium van het Schippersgilde

Het gebouw

Het gebouw is ontworpen door Ben van Berkel. “De strakke lijnen en heldere kleuren van het gebouw contrasteren sterk met het park waarin het gelegen is. De architect koos voor een centrale trappartij, waarvan de onderkant al buiten op het voorplein begint. Het omstreden gebouw kreeg de bijnaam ‘Het Zwembad’.” (wikipedia)

Verbouwing

In 2021 kocht de gemeente Nijmegen het gebouw. Vanaf oktober 2022 werd het museum gesloten voor een verbouwing. Daarbij kreeg Ben van Berkel de opdracht een nieuw ontwerp te maken. De verwachting is dat het museum in 2026 zal heropenen. In de tussentijd is een deel van de collectie te zien aan het Keizer Karelplein 33.

Bij de verbouwing worden er bovendien maatregelen genomen voor verduurzaming, zoals verbeterde glas-, gevel- en dakisolatie.

De binnenhuisarchitect is Ineke Hans. “Hans is een Gelderse kunstenaar en ontwerper die internationaal bekend is geworden met haar duurzame meubels en gebruiksvoorwerpen, die vaak een knipoog bevatten. Haar stijl is warm en aansprekend; haar werkwijze is vaak ambachtelijk.” (Valkhofmuseum.nl)

De verbouwing is te volgen op Valkhof in de steigers.

Valkhofmuseum, 27/5/2005 (Jacques van Dinteren via DF5189 CCBYSA)
Valkhofmuseum, 27/5/2005 (Jacques van Dinteren via DF5189 CCBYSA)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Valkhof_Museum

https://nijmegen.mijnwijkplan.nl/centrum/project/valkhofkwartier-vernieuwing-museum-het-valkhof

https://www.canonvannederland.nl/nl/valkhof-museum

https://www.rn7.nl/nieuws/artikel/verbouwing-valkhof-museum-gaat-sneller-dan-verwacht

Constructie/Tekening in de Lucht

Buizenplastiek 'Constructie (Tekening in de lucht)' uit 1998 van de Belgische kunstenaar Narcisse Tordoir (1954). Het vormde een entree voor het plein en het in 1999 geopende nieuwe Museum het Valkhof. Tegenwoordig staat het in de Weezenhof, 1998-2000 (Martine Ridderbos via F24686 RAN CCBYSA)
Buizenplastiek ‘Constructie (Tekening in de lucht)’ uit 1998 van de Belgische kunstenaar Narcisse Tordoir (1954). Het vormde een entree voor het plein en het in 1999 geopende nieuwe Museum het Valkhof. Tegenwoordig staat het in de Weezenhof, 1998-2000 (Martine Ridderbos via F24686 RAN CCBYSA)

Jarenlang stond het kunstwerk ‘Constructie/Tekening in de Lucht’ op het Kelfkensbos. Het is een ontwerp van de Belgische kunstenaar Naricisse Tordoir.

Narcisse Tordoir (Mechelen, 1954) is een beeldend kunstenaar. Zijn werk bestaat uit installaties, openbare kunstwerken (in metaal), spuitverf, pastel, fotografische beeldbewerking en tekeningen.

Hekwerk

“Tordoir werkt vaak enkele jaren rond een bepaald thema. Zo lijken het Hekwerk Barcelonaplein en het Hekwerk Hudsonhof in Amsterdam op elkaar.” (wikipedia) In het thema van “Hekwerken” lijkt ook de “Tekening in de Lucht” te vallen.

Zijn eerste hekwerk was voor het Barcelonaplein. Echter: in ieder geval maakte hij in 1989 een draaibaar paneel voor de Universiteit Tilburg.

Over het Barcelonaplein: “Tordoirs kunst wordt gekenmerkt door simpele lijnen die alledaagse objecten weergeven. Dat zie je ook terug in het hekwerk op het KNSM-eiland. Het 27 meter hoge hek bestaat uit 48 vlakken, waarin met traliewerk van zwartgelakt staal pictogramachtige tekens zijn aangebracht. Hierdoor lijkt het net alsof de ramen in het bouwwerk van Albert doorgetrokken zijn in het hekwerk van Tordoir. In het hekwerk zijn gordijnen te herkennen die naar achter geschoven zijn en een bloem, neus of pijp onthullen. Als de zon schijnt, dan werpt het traliewerk een schaduw op de muren en de ramen van het gebouw. “Ik probeerde zo een link te leggen met wat er in het gebouw gebeurde en wat zich daar afspeelde en daarmee het alledaagse van het leven te vatten”, vertelt Tordoir.” (https://publicart.amsterdam/projecten/zonder-titel-hekwerk-poort/). “Het hekwerk op het KNSM-eiland werd een groot succes en Tordoir werd door andere gemeentes al snel gevraagd om eenzelfde hekwerk voor hun stad te maken. “Dat heeft mij sindsdien altijd achtervolgd in Nederland”, zegt Tordoir.”

Zie voor een afbeelding van het hekwerk Barcelonaplein: https://amsterdam.kunstwacht.nl/kunstwerken/bekijk/1755-hekwerk Let daar ook op dat dit hekwerk dezelfde “tegenover elkaar staande neuzen” heeft als Tekening in de Lucht.

En Hudsonhof: https://amsterdam.kunstwacht.nl/kunstwerken/bekijk/6545-zonder-titel-hekwerk-poort

Tegenwoordig is het beeld verplaatst naar de Weezenhof.

Bronnen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Narcisse_Tordoir

https://nl.wikipedia.org/wiki/Hekwerk_Barcelonaplein

Eetgelegenheid

Martin's Place, Kelfkensbos (september 2024)
Martin’s Place, Kelfkensbos (september 2024)

Sinds 2001 is een eetgelegenheid op het Kelfkensbos gebouwd. Tegenwoordig (september 2024) zit hier Martin’s Place.

Vergroening

Komende jaren gaat het Kelfkensbos op de schop. Onder andere zal er meer groen komen. Daarnaast zal de Spaanse kunstenaar Fernando Sánchez Castillo 3 kunstwerken maken. Een van die beelden wordt een omgekeerde ruiter te paard, welke keizer Augustus voorstelt. Ook de Godenpijler zal terugkomen. Bovendien zal er meer horeca komen in de vorm van terrassen.

Wel gaat het aantal vierkante meters dat geschikt is voor evenementen achteruit: van 2.000 naar 4.000 meter.

Fietsenkelder

Fiets parkeergarage Kelfkensbos 202509
Fiets parkeergarage Kelfkensbos (september 2025)

Een van de aanpassingen die reeds is gerealiseerd is de nieuwe fietsenkelder, geopend in november 2024. Waar op de bovenste laag van de parkeergarage voorheen 100 auto’s konden staan, is er nu ruimte voor 1.200 fietsen. Daarbij ligt de ingang op het oosten; de fietsenkelder is vooral bedoeld voor mensen die vanuit het oosten komen en uit Lent en de Ooijpolder.

https://www.gelderlander.nl/nijmegen/sneakpreview-zo-ziet-de-nieuwe-fietsenstalling-kelfkensbos-er-uit~a75af51c9/

https://www.gelderlander.nl/nijmegen/historisch-valkhofpark-en-stenig-kelfkensbos-krijgen-een-make-over-zo-ziet-het-er-straks-uit~ac0b19cc/

https://www.gelderlander.nl/nijmegen/ook-laatste-kunstwerk-verdwijnt-van-troosteloos-kelfkensbos-godenpijler-keert-over-twee-jaar-terug-maar-waar~aff7d86b/

Markt

De wekelijkse maandagmarkt naast het Valkhof. Op de achtergrond Hotel en Pension "Batouwe" op de hoek van het Valkhofplein met de Lange Burchtstraat, 1905 (F46297 RAN)
De wekelijkse maandagmarkt naast het Valkhof. Op de achtergrond Hotel en Pension “Batouwe” op de hoek van het Valkhofplein met de Lange Burchtstraat, 1905 (F46297 RAN)
Markt in de mist (oktober 2023)
Markt in de mist (oktober 2023)
De vaste klanten van de viskraam (oktober 2023)
De vaste klanten van de viskraam (oktober 2023)
Groenten op de markt (oktober 2023)
Groenten op de markt (oktober 2023)

Spoorwegmonument architect Weve

Het Spoorwegmonument is ter herinnering aan de aanleg van de eerste spoorweglijn, door initiatief en kapitaal van Nijmeegse ingezetenen. Het monument is een ontwerp van architect Weve, waarbij het beeld van Victoria een afgietsel is van een beeld van Christian Daniel Rauch.

Lees Meer
Het fraaie pand van het melkhuis van B.J. Wildenbeest in art-decostijl ontworpen door Oscar Leeuw. Het pand overleefde de oorlog niet: het werd door de terugtrekkende Duitsers in brand gestoken, St. Jorisstraat 1, 1899 – 1900 (F17705 RAN)

Melkerij Lent

In 1899 opent Wildenbeest een stoomzuivelfabriek en melksalon. Vooral het laatste trekt veel aandacht. Dit gebouw is ontworpen door de architect Oscar Leeuw, waarbij zijn broer Henri Leeuw voor decoratieve elementen zorgde. Het gebouw viel op door zijn opmerkelijke architectuur en de vele en felle kleuren.

Lees Meer
De Vleeshouwerij C.A. van der Waarden, bouwkundige W.J.H. van der Waarden , Kelfkensbos, foto 1910 (RAN F17566)

Slagerij van der Waarden door Bouwkundige van der Waarden

In oktober 1899 vestigt C.A. van der Waarden zijn slagerij op het Kelfkensbos. Daarvoor had hij op Hezelstraat gezeten. Tijdens Market Garden wordt ook de slagerij verwoest.

Lees Meer
De Sociëteit “Burgerlust”, rechts daarvan het Spoorwegmonument, en links de kapel van kasteel Bat-Ouwe-Zate (kasteel Hallo), 1914 (A. Witmond, Wilhelmina Bazar via F34412 RAN)

Burgerlust: Van Elite Vereniging tot Publieke Ontspanning

In 1839 opent Sociëteit Burgerlust aan de Valkhof. Na topjaren in de 19 eeuw zal het uiteindelijk veranderen in een etablissement waar oorlogswinstmakers hun geld verbrassen. In 1920 wordt het in gebruik genomen als gebouw van de Katholieke Werkvereeniging Unitas. De Duitse bezetter geeft het de doodssteek door er een zwaar verdedingswerk van te maken.

Lees Meer
Gemeentelijke Schouwburg, architect van der Kemp, Links onder: M. Mourit Lith. Midden onder: Gen. Howen (Otto Howen 9-3-1774 – 25-5-1848) del Steendruk Desguerrois en Co, datering 1850, GN1527 RAN)

De Schouwburg in Nijmegen: Van Opening tot Sloop

De eerste stadsschouwburg van Nijmegen werd in 1838 geopend als “Lokaal tot Nut en Genoegen”. Het ontwerp was van stadsarchitect Pieter van der Kemp. In 1881 vond een verbouwing plaats naar ontwerp van stadsarchitect Weve. Deze verbouwing lijkt vooral intern te zijn geweest. De schouwburg is in 1934 afgebroken om de Burchtstraat te verbreden.

Bloemensalon van den Brink

Gezien vanaf het Valkhofplein, rechts de Hertogstraat. In het midden Bloemen-Magazijn "Flora" van bloemist T. van den Brink. Links achter het groepje kinderen zichtbaar de Hel of Pastoorsgasje, een doodlopend steegje verdwenen in 1944, 1910-1914 (F17701 RAN)
Gezien vanaf het Valkhofplein, rechts de Hertogstraat. In het midden Bloemen-Magazijn “Flora” van bloemist T. van den Brink. Links achter het groepje kinderen zichtbaar de Hel of Pastoorsgasje, een doodlopend steegje verdwenen in 1944, 1910-1914 (F17701 RAN)

Bloemensalon.

De bekende bloemensalon aan het Kelfkensbosch, die in den laatsten tijd nogal eens van eigenaar verwisselde, is thans overgenomen door den heer T. van den Brink en heeft onder diens leiding een heele reorganisatie ondergaan. Dit al iedereen opvallen, die vandaag de smaakvolle etalage in het winkelraam bewondert. Daar prijkt b.v. een bruidsbouquet van oranjebloesem en ander wit gelemte, een fantasiestuk voorstellende een schip, beladen met helroode anthuriums, die het effect maken van vreemde vogels, een ander fantasiestuk in den vorm van een harp, en nog tal van zeldzame bloemen, zooals b.v. ixia’s, fijne irissen, anjelieren, rozen enz, die een gunstig getuigenis afleggen niet alleen van de bekwaamheid van den bloemist, maar ook van den ongemeenen smaak, waarmee hij zijn bloemen en planten weet te groeperen.

De heer Van den Brink werkt namelijk niet naar Duitsche teekeningen, maar ontwerpt zijn arrangementen zelf. Zelf ook vervaardigt hij de bloemenmanden, standaards en al dergelijke hulpmiddelen, die dienen moeten om de bloemen op haar voordeeligst te doen uitkomen.

Bloemenliefhebbers meenen wij daarom een kijkje in zijn salon zeer te moeten aanraden.” (De Gelderlander 4/5/1902)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.noviomagus.nl/vrijspp5.htm

Bij parkeergarage Kelfkensbos (september 2025)
Bij parkeergarage Kelfkensbos (september 2025)
De Godenpijler: Zonnewijzer met Valkhofmuseum, op een ochtend in oktober waar de zon ver te zoeken was (oktober 2023)
#Nijmegen, Centrum, Kunstwerken

Godenpijler

Kelfensbos/Museum Valkhof

De Godenpijler: Zonnewijzer met Valkhofmuseum, op een ochtend in oktober waar de zon ver te zoeken was (oktober 2023)
De Godenpijler: Zonnewijzer met Valkhofmuseum, op een ochtend in oktober waar de zon ver te zoeken was (oktober 2023)

In 1980 werden bij opgravingen twee delen van een Godenpijler gevonden (nu te zien in het Valkhofmuseum). Dit zou het bewijs zijn dat Nijmegen de oudste stad van Nederland is. Sinds 2005 staat de zonnewijzer Noviomagus op het plein, een kunstwerk van Rutger Fuchs en Ram Katzir. Momenteel is deze tijdelijk verdwenen, maar zal in 2026 terugkeren.

Opgraving

Bij de opgravingen van 1980 werden 2 blokken gevonden op het huidige plein voor het museum, het Kelfkensbos. Deze 2 blokken konden op elkaar geplaatst werden, waarbij het was duidelijk dat ze onderdeel hadden uitgemaakt van een grotere zuil. Waarschijnlijk zijn deze delen in late oudheid gebruikt voor de fundering van een nieuwe verdedigingswal. De overige onderdelen zijn nooit teruggevonden. De zuil is tegenwoordig te zien in museum het Valkhof.

Zie ook de foto uit 1980, KN15526-33A RAN, op het moment dat de zuil in het toenmalige Museum Kam te zien is.

Godenzuil

Door het opschrift TIBR CSAR (“Tib(e)r(ius) C(ae)sar”) met daarbij een afbeelding van een man in toga, die waarschijnlijk een plengoffer op het altaar brengt. Daarachter staat Victoria, die een lauwerkrans vasthoudt. Het vermoeden is dat deze afbeelding keizer Tiberius zelf betreft, hoewel ook gedacht wordt aan Germanicus.

Reden van oprichting

Er is geen duidelijk bewijs te vinden wat de aanleiding voor de oprichting van deze zuil geweest is (waardoor ook niet zeker is wie de betreffende Romein is). Historici komen op basis van beredenering op een aantal mogelijke momenten:

  • 14 na Christus: het jaar waarop Tiberius keizer wordt
  • Overwinning Germanicus in 17 na Christus (de mening van Panhuysen…)
  • De reorganisatie van de grensverdeling langs de Rijn door Tiberius. Tussen 10 en 12 na Christus was hij in Germanië als veldheer, met het hoogste militaire gezag in deze provincie
  • Het einde van de langdurige oorlog tegen de Germanen

Stephan Mols noemt de overwinning op de Germanen na de veldtocht tussen 10 en 12 de meest waarschijnlijke reden. In 12 na Chr. hield Tiberius vanwege deze overwinning een triomftocht door Rome. Daarbij noemt Mols bovendien dat Tiberius, vóórdat hij keizer werd en als geadopteerde zoon van Augustus, Tiberius Iulius Caesar werd genoemd. Op het moment dat hij Augustus in 14 n. Chr. opvolgt, wordt zijn naam onmiddellijk gewijzigd in Tiberius Julius Augustus. Op basis daarvan komt Mols bovendien met de datering van het beeld tussen 12 en 14 na Chr.

Goden

Op de Godenpijler zijn, naast Victoria die de krans vasthoudt, de volgende goden te vinden:

  • Apollo, halfnaakt en met lier: de beschermgod van keizer Augustus en het regerende keizershuis. Daarbij was Apollo een reddende god, maar ook de god van muziek en levensvreugde
  • Diana, afgebeeld met pijl en boog en hertje: de godin van de jacht en wilde natuur
  • Ceres, 2 brandende fakkels, godin van akkerbouw en moederliefde

Een dergelijke zuil was bedoeld om de macht van Rome uit te stralen, waarbij zij beschermd werd door de goden: “De verschillende goden op de pijler, waaronder Apollo, Diana, Ceres en Bacchus, vormen een passende entourage voor Tiberius en wellicht zijn stiefvader Augustus boven hem. Ze verbeelden de bovennatuurlijke steun die het keizershuis claimde te genieten en de zegeningen die het daarmee het Romeinse rijk pretendeerde te brengen.” (Collectie Gelderland)

Het beeld zal meer dan 5 meter hoog zijn geweest. Doordat op de gevonden stenen naast een volledige afbeeldingen onder- en boven ook fragmenten van andere afbeeldingen zijn te zien (bijvoorbeeld alleen de voeten), zal het beeld uit minimaal 3 banden met afbeeldingen hebben bestaan.

Boven de Romein/Tiberius is een tweede persoon in toga afgebeeld. De andere figuren zijn mythologisch van aard. Waarschijnlijk gaat het om Bacchus (boven Ceres), de muze Urania (onder Apollo), een watergod (onder Ceres) en Mars (of Roma?) onder de Romein/Tiberius.

Op basis van andere godenpijlers zal er op het beeld waarschijnlijk een afbeelding van Jupiter hebben gestaan.

Oudste stad van Nederland?

Panhuysen noemt de stenen “Nijmegens historische kroonjuwelen”. Door de aanwezigheid van een dergelijke zuil moet dit betekenen dat Nijmegen in die tijd al een redelijk belangrijke stad was.

Voor sommigen zijn de stenen het bewijs dat Nijmegen de oudste stad van Nederland is. Mede op basis van een uitlating van Panhuysen uit 2002 “een monument dat met de vroegste stichting van de stad in verband gebracht kan worden”.  Hierin zien sommigen het bewijs dat Nijmegen de oudste van Nederland is. Hij zegt zelf echter dat hij deze uitspraak nooit zo bedoeld heeft, wat hij herhaalt in 2009.

Kunstwerk Noviomagus

De meeste mensen kennen de het beeld als de Godenpijler, maar officieel heet het kunstwerk Noviomagus. Het beeld is bedoeld als blijvende herinnering dat Nijmegen haar 2000 jarig bestaan vierde.

De godenpijler vormde de inspiratie voor het kunstwerk Noviomagus, waarin kopieën van de blokken verwerkt zijn. Het kunstwerk is een zonnewijzer op het plein voor Museum het Valkhof, een werk van graficus Rutger Fuchs en beeldhouwer Ram Katzier en respectievelijk de grafisch ontwerper en de cartoonist van het LIRA Bulletin.

Het beeld is 8 meter hoog en bestaat uit steen en brons. Het kunstwerk is een verwijzing naar het verleden en toekomst van de stad. De voet van het beeld bestaat uit bronzen afgietsels van de oorspronkelijke stukken. Daarop staat een obelisk van graniet, waarop citaten over Nijmegen van de afgelopen 2000 jaar zijn aangebracht. De obelisk is tevens een verwijzing naar het Romeinse verleden: keizer Augustus plaatste een Egyptische obelisk als zonnewijzer op een plein in Rome.

Op de top staat een kleine schildpad, symbool van vrede en geluk. De obelisk met schildpad dient als zonnewijzer. De schildpad loopt zo op het ritme van de tijd met de toekomst van de oudste stad mee. Zijn schaduw kruipt gedurende de dag over plein, waarbij hij letterlijk het pand kan kruisen met mensen die over het plein op lopen en zo geluk brengen.

Rondom de zuil zijn bronzen bakstenen aangebracht, om met de schaduw van de naald te tijd af te kunnen aflezen.

25 jaar na de vondst, op 21 december 2005, onthulden Minister-President Balkende en Burgermeester ter Horst het beeld. Een foto is te vinden op DF1354 RAN.

“Eerlijk gezegd vind ik het origineel mooier.”

De Gelderlander: “Ontwerper Ram Katzir is zelf niet de grootse fan van zijn kunstwerk dat sinds gisteren het plein voor Museum Het Valkhof siert. Hij houdt niet van obelisken, vindt het ‘ fallische verkeerstekens’. Maar de opdracht voor een monument in Nijmegen, dat zijn 2000- jarig bestaan viert, liet hem geen keus: breng de godenpijler die de Romeinen ooit bouwden, terug in het straatbeeld, in een modern jasje. „Eerlijk gezegd vind ik het origineel mooier.”

Steuntje voor scheve toren

Sinds 2018 heeft de zonnewijzer een steuntje gekregen. Als zonnewijzer is het de bedoeling dat het beeld scheef staat. Tijdens een inspectie bleek de ondergrond niet stevig genoeg te zijn. Daarop werd een steuntje geplaatst.

Bronnen

https://www.academia.edu/68829128/De_Romeinse_godenpijler_van_Nijmegen_Kelfkensbos_De_Navel_van_Nijmegen_The_early_Roman_Triumphal_Pillar_in_honour_of_Tiberius_

https://nl.wikipedia.org/wiki/Godenpijler_(Nijmegen)

https://www.gld.nl/nieuws/2308388/extra-steuntje-voor-toren-van-pisa-in-nijmegen

https://nieuws.lira.nl/Uitgave-19/Print

https://www.trouw.nl/home/balkenende-onthult-godenpijler-in-nijmegen~b16c36c8/

https://www.collectiegelderland.nl/museumhetvalkhof/object/41d31b02-274c-d061-e8fe-48e2cd2cf097

https://nl.wikipedia.org/wiki/Noviomagus_(Godenpijler)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Gnomon_(zonnewijzer)

https://www.noviomagus.nl/Vrij/Godenpijler/GodenpijlerCat.html

https://www.ad.nl/nijmegen/wegpoetsen-van-godenpijler-waarom-toch~a9c197aa/

https://www.rn7.nl/nieuws/artikel/godenpijler-verdwijnt-tijdelijk-van-kelfkensbos-voor-een-grote-verbouwing-van-het-pleinhttps://www.gelderlander.nl/nijmegen/ook-laatste-kunstwerk-verdwijnt-van-troosteloos-kelfkensbos-godenpijler-keert-over-twee-jaar-terug-maar-waar~aff7d86b/

https://thestorybehind.it/collections/2/works/1673-ram-katzir-de-godenpijler

Een mooi verhaal is tevens: https://www.welkominnijmegen.nl/pages/stadswandelingen-met-of-zonder-gids/themawandelingen/romeinse-plekken-in-het-centrum-van-nijmegen/de-godenpijler-als-zonnewijzer.php

Doornroosje Talia en Fietsstalling
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Doornroosje: Innovatief Poppodium in Nijmegen

 

Stationsplein 11 Nijmegen

Doornroosje Talia en Fietsstalling
Doornroosje Talia en Fietsstalling

Op het stationsplein kwam in 2014 de nieuwe locatie van Doornroosje. Het gebouw is zo open mogelijk vormgegeven. Daarnaast kent het een aantal innovaties: een “doos in doos” om geluidsoverlast te voorkomen en een draailift voor vrachtwagens. Tevens zit in het gebouw een fietstransferium en een studentenflat.

In dit gebouw bevinden zich het poppodium Doornroosje, Talia van Stichting Studentenhuisvesting en het fietstransferium. In oktober 2012 werd met de bouw begonnen en in april-juni 2014 was de oplevering. De officiële opening van Doornroosje was op 1 oktober 2014.

De architect was Jan Dekker van AGS architecten. Aannemers waren KlokBouw BV Nijmegen en Ed. Züblin AG Duisburg. Tot 2008 stond op deze plek een postkantoor.

Uitnodiging om naar binnen te gaan

Het gebouw wordt zo open mogelijk vormgegeven. Niet alleen omdat dat er mooi uitziet, maar ook om mensen ‘uit te nodigen’ om een keer haar naar binnen te gaan.

Architectenweb.nl omschrijft het gebouw als: “Architectenbureau AGS heeft het gebouw alzijdig met diverse gevels ontworpen. Dit zorgt, in combinatie met de transparante plint, ervoor dat het gebouw aan alle zijden contact maakt met de omgeving. De teruggelegen plint wordt over drie verdiepingen om de hoek doorgezet; het woongebouw lijkt te zweven boven de onderbouw.”

Doornroosje

De grote zaal heeft een capaciteit van 1.100 personen en de kleine zaal 400 personen. Dit is een verdubbeling van de capaciteit van het oude pand. Aan de buitenkant zijn gestileerde lijnen -geluidsgolven- aangebracht.

Voorkomen van geluidsoverlast

Om ervoor te zorgen dat Doornroosje geen hinder zou hebben door geluid en trilling veroorzaakt door treinen en dat de omgeving -inclusief het bovenliggende studentencomplex- geen last zou hebben van Doornroosje zijn een aantal bijzondere technische voorzieningen aangebracht. De concertzalen zijn daarom qua geluid uitstekend geïsoleerd door een zogenaamde ‘doos in doos’ constructie. Onder en boven de popzalen zijn trillingsdempers geplaatst. Dat maakt het tevens mogelijk om meerdere activiteiten tegelijkertijd plaats te laten vinden. De gevels van Doornroosje zijn opgebouwd uit grote betonnen platen met gevelisolatie. Daarnaast is de inrichting zo ontworpen dat de geluidssystemen van Doornroosje geen last hebben van elektromagnetische velden van passerende treinen.

Draailift voor vrachtwagens

Daarnaast hebben vrachtwagens onvoldoende ruimte om te keren. Daarom is de draailift voor vrachtwagens bedacht. Hierbij worden binnen gekomen vrachtwagens vijf meter opgetild en vervolgens180 graden gedraaid. Daarna staan meteen goed om uitgeladen te worden en weg te rijden zonder overlast te bezorgen. Vanaf perron 1 is deze ruimte goed te zien.

Korte geschiedenis Doornroosje

De voormalige St. Antoniusschool, later de Jongerensoos Doornroosje, 16/4/1970 (Persbureau Gelderland via F21473 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
De voormalige St. Antoniusschool, later de Jongerensoos Doornroosje, 16/4/1970 (Persbureau Gelderland via F21473 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)

Doornroosje is op 6 december 1968 opgericht als een plek waar de hippe jeugd elkaar kon ontmoeten, in een boerderij aan de Jacobslaan. Uiteindelijk komt ze in 1970 als Kreatief Aktiviteiten Sentrum (KAS) terecht in de leegstaande Sint Antoniusschool aan de tegenwoordige Groenewoudseweg. Hier heeft Doornroosje meer dan 40 jaar gezeten. Het was bovendien een van de eerste gelegenheden in Nederland waar openlijk hasj en wiet werd verkocht.

Verouderd en te kleine capaciteit

Rond de eeuwwisseling werd duidelijk dat het pand niet meer voldeed: het pand was verouderd. En bovendien had haar grote zaal slechts capaciteit voor 400 personen. Hierdoor konden bands, zodra ze waren doorgegroeid, niet meer worden geboekt.

Voormalig Popcentrum Doornroosje (de voormalige St. Antoniusschool), 26/10/2014 (Jan Eichelsheim via DF2546 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Voormalig Popcentrum Doornroosje (de voormalige St. Antoniusschool), 26/10/2014 (Jan Eichelsheim via DF2546 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)

 

Talia

De bovenste 10 lagen bestaat uit Talia van Stichting Studentenhuisvesting en bestaat uit 350 studentenwoningen. Op de 3e bouwlaag bevindt zich een daktuin. “Talia” (“Sole, Luna e Talia”) is een andere versie van het Doornroosje sprookje.

 

Fietstransferium

In het transferium kunnen 4.000 fietsen geplaatst worden.

AGS Architecten

Het architectenbureau AGS Architecten ontwierp in Nijmegen en omgeving:

Meer lezen?

Doornroosje, wikipedia over het gebouw (link april 2024)

Doornroosje, wikipedia over het sprookje (link april 2024)

Nijmegen Toen en Nu, Nieuws uit Nijmegen, 16 november 2014 (link april 2024)

https://www.nieuwsuitnijmegen.nl/Nieuws/2049/Nijmegen-Toen-en-Nu.html

Doornroosje/Talia, Nijmegen, Klokgroep (link april 2024)

Stichting Open Jongerencentrum Doornroosje Nijmegen, Huis van de Nijmeegse geschiedenis (link april 2024)

Multifunctioneel Doornroosje in gebruik, Architectenweb, 14 oktober 2014 (link april 2024)

Achter de schermen: Jonatan Brand, de programmeur van Doornroosje, Tiffany Ramos Silva & Yasmine Kolvenbach op Gigstarter, 9-6-2017 (link april 2024)

Poppodium Doornroosje schudt omgeving Nijmeegs Centraal Station wakker, Europese Commissie, 2 September 2019 (link april 2024)

Gezicht op de oostzijde van de Broerstraat met de winkelpanden van o.a. (v.r.n.l.) Slagerij Brinke (op de hoek met het Kerkegasje), Parfumerie Au Printemps, Schoenenzaak Gebrs. Raemakers, Herenmodezaak Oostvogel en de bouw van de panden van Jamin en Schoenenzaak BATA ; bovenaan het nieuwbouwpand van de Herenmodezaak Van Dijk & Witte (Burchtstraat 2, geopend op 21 september 1955), 1955 (GN3877 RAN)
#Nijmegen, Broerstraat, Centrum, Gebouw van de dag

Herbouw van Schoenenmagazijn Gebr. Raemakers, architect Treur

1954 Broerstraat 19 -19a

Gezicht op de oostzijde van de Broerstraat met de winkelpanden van o.a. (v.r.n.l.) Slagerij Brinke (op de hoek met het Kerkegasje), Parfumerie Au Printemps, Schoenenzaak Gebrs. Raemakers, Herenmodezaak Oostvogel en de bouw van de panden van Jamin en Schoenenzaak BATA ; bovenaan het nieuwbouwpand van de Herenmodezaak Van Dijk & Witte (Burchtstraat 2, geopend op 21 september 1955), 1955 (GN3877 RAN)
Gezicht op de oostzijde van de Broerstraat met de winkelpanden van o.a. (v.r.n.l.) Slagerij Brinke (op de hoek met het Kerkegasje), Parfumerie Au Printemps, Schoenenzaak Gebrs. Raemakers, Herenmodezaak Oostvogel en de bouw van de panden van Jamin en Schoenenzaak BATA ; bovenaan het nieuwbouwpand van de Herenmodezaak Van Dijk & Witte (Burchtstraat 2, geopend op 21 september 1955), 1955 (GN3877 RAN)

In 1954 heropent schoenenzaak Raemakers haar pand aan de Broerstraat. Het ontwerp is van architect Treur in een combinatie van modern beton en traditioneel rode baksteen.

Vooraf

In september 1944 was de winkel van Gebr. Raemakers in vlammen opgegaan. Zie voor het artikel over de oude winkel:

Het nieuwe pand van Raemakers

Opvallend bij het pand zijn de 4 uitstulpende betonnen vensters van de eerste verdieping. De bovenste verdiepingen zijn in rood baksteen. De begane grond is verbouwd: uit de foto uit 1955 lijkt de etalage bestaat uit 2 etalage kasten op een verhoging te bestaan, met boven de een van kasten de tekst “Raemakers”. Tegenwoordig zijn deze “kasten” vervangen door grote ramen.

Hiervan had de aanbesteding in september 1953 plaatsgevonden in opdracht van de N.V. Gebr. Raemakers voor het bouwen van een winkel met magazijnen en bovenwoning. Daarbij was J.M. Berens de laagste inschrijver met f71.924 (De Gelderlander 3/9/1953), aan wie de aanbesteding werd gegund.

Meer dan honderdjarig bedrijf herbouwd

Schoenenmagazijn Gebr. Raemakers werd nieuw sieraad voor de Broerstraat

De opening van het nieuwe pand van de Schoenwinkel van de Gebr. Raemakers, 1954 (GN3858 RAN)
De opening van het nieuwe pand van de Schoenwinkel van de Gebr. Raemakers, 1954 (GN3858 RAN)

Gisteren hadden de zakenlieden in de Broerstraat de vlag uitgestoken en dat was heus niet zonder reden. Op deze wijze riepen ze een welkom toe aan een nieuw lid van de langzaam-aan voltallig wordende Broerstraatfamilie. Het Schoenenmagazijn van de Gebr. Raemakers is op no. 19 herbouwd en in de middag om drie uur werd het heropend, nadat Nanja Raemakers dezer dagen de laatste steen had gelegd.

Om deze herbouw mocht niet alleen de Broerstraat zich verheugen, maar heel Nijmegen kon blij zijn. Een magnifiek zakenpand zet nieuwe luister bij aan de herrijzende binnenstad. En de N.V. Gebr. Raemakers zetten de kroon op het werk dat na de verwoesting in de oorlog, toen hun pand aan de Grote Markt no. 7 in vlammen opging, van voren af aan moesten begonnen. Een grote steun daarbij lag in het verleden. De fa. Raemakers toch is niet vandaag of gisteren, maar bestaat al meer dan honderd jaar in onze binnenstad.

Ze dateert nog uit de tijd dat schoenen in manden werden aangevoerd; daaruit werd los verkocht. Dozen waren nog onbekend. Verder werden de schoenen aan latten tegen de zolder opgehangen. Er was maar uit enkele soorten keus te maken. Dat is vandaag anders.

De keuze is zo groot dat het de vraag werd of de honderden en honderden schoenen nog wel in de zaak zichtbaar moesten worden opgeslagen, of dat deze voorraad soms niet beter rustig op de achtergrond kon worden gehouden. De Gebr. Raemakers beantwoordden deze laatste vraag in bevestigende zin. Ze voerden als nouveauté voor onze stad het zogenaamde blinde (?) voorraadsysteem in. In de zaak zelf zijn geen schoenendozen zichtbaar; deze zijn uiteraard wel onmiddellijk bij de hand, zodat de client naar wens- en zeer snel naar wens- kan worden bediend. Door toepassing van deze nieuwe gedachte is het verkoopgedeelte van de zo intiem ingerichte zaak er veel rustiger op geworden.

Uit tientallen fraaie bloemstukken bleek gistermiddag hoezeer de Gebr Raemakers zich in de belangstelling van fabrikanten, vrienden, kennissen en zakenrelaties mogen verheugen. Het schoenenmagazijn had veel van een bloemenmagazijn weg, toen de heer G. Raemakers, de zoon van de heer A.H. Raemakers, die al meer dan een halve eeuw directeur van het bedrijf is, het woord nam om de vele aanwezigen, onder wie de wethouder de heer M. Duives, te begroeten. De wethouder sprak een gelukwens uit namens het gemeentebestuur, dat zich over de herbouw van dit meer dan honderdjarig Nijmeegs bedrijf ten zeerste verheugde. Spreker herinnerde aan de voorgeschiedenis van het Schoenenmagazijn Gebr. Raemakers en aan de ramp welke dit bedrijf trof, waarna evenwel niet bij de pakken werden neergezeten. Het nieuwe pand noemde de wethouder een sieraad voor de Broerstraat en in de heren Raemakers huldigde hij de Nijmeegse middenstand, die zulk een aanzienlijke bijdrage levert tot de herbouw van een mooie stadskern. De architect en daarnaast de aannemers die Nijmegen volbouwen, verdienen lof voor hun werk.

De heer G. Raemakers dankte hierna de wethouder en in hem het Nijmeegs gemeentebestuur en de gemeente-instanties die zo volop haar medewerking tot de herbouw hebben verleend. Spr. sprak zijn waardering uit voor de architect de heer G.B. Treur, het aannemersbedrijf J.J.M. Berens en voor alle onderaannemers, die de bouw naar volle tevredenheid hebben tot stand gebracht.” (De Gelderlander 29/4/1954)

Vervolg

Manfield, Broerstraat 19 in 1985 (Wim Michels via KN14486-7 RAN CC0)

Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest. In ieder geval komt de zaak nog voor in het Adresboek 1971. Tegenwoordig zit in het pand schoenenzaak Manfield.

Juli 2019 (Google Streetview)
Juli 2019 (Google Streetview)

Architect G.B. Treur

Architect G.B. Treur zullen wij waarschijnlijk vooral tegenkomen bij de wederopbouw van Nijmegen, waarvoor hij veel winkels in het centrum…

Kopje beeld van een kinderhoofd Albert Meertens 1943 Nieuwstraat stadhuis
#Nijmegen, Kunstwerken

Stadswapen en Kinderkopje, versieringen aan het Stadhuis van Albert Meertens

1943, Huidige locatie: Korte Nieuwstraat 6 (stadhuis)

Stadswapen

Stadswapen bij stadhuis, Albert Meertens
Stadswapen bij stadhuis, Albert Meertens

Albert Meertens maakte voor de nieuwe vleugel van het Stadhuis rond 1941/1943 2 werken: Een stadswapen en een kinderkopje. Het kinderkopje was, symbolisch, geplaatst boven de ingang van het Bevolkingsregister.

In 1941 besteedt de Gelderlander uitgebreid aandacht aan deze ontwerpen. (Merk echter op dat de uibreiding -en het artikel- gemaakt zijn ten tijde van de Duitse bezetting).

Het stadswapen

Beeldhouwwerk van Albert Meertens

Voor de gevels van het Nijmeegsch stadhuis

De gevels van het herbouwd Stadhuis te Nijmegen zullen behalve ander sierwerk twee sculpturale stukken bevatten van den beeldhouwer Albert Meertens uit Berg en Dal, waarvan wij hierbij de afbeeldingen geven.

De groote steen, die het wapen van Nijmegen vertoont, zal worden gemetseld in een zijgevel aan de Lange Nieuwstraat. De schildhouders, beide leeuwen, herinneren aan den Assyrischen stijl, de beide adelaars van het stadswapen, in het schild, zijn in sobere lijnen aangegeven, daarbinnen bevindt zich het schild met den nationalen leeuw. Boven zien wij de keizerskroon en rijksappel met kruis. Onder de latijnschen naam voor Nijmegen “Noviomagum”.

Zooals men ziet hebben we hier met forsch en kundig gemaakt reliefwerk te doen, dat met vaste hand uit de harde steen is gehouwen. De vormen van het wapen zijn kernachtig en pittig uit het materiaal tevoorschijn gebracht en de vereischte motieven werden onderling harmonisch in de langwerpige rechthoekige ruimte verwerkt. Tot in de details is alle aandacht aan het werk gegeven. Men lette bijvoorbeeld op de tongetjes der schild-torsende leeuwen. Ook de adelaars zijn als symbolische figuren, uitstekend geslaagd, waarbij men begrijpen zal, dat het hier niet te doen was om een dierstudie in steen, maar om de forsche structuur van een sprekend stadswapen.”

Bij de ingang van het Stadhuis is het oude stadswapen van 1816- 1953 te zien. Het meest opvallende is de leeuw op het schild: deze heeft een enkele staart in plaats van een dubbele staart. De leeuw symboliseert het feit dat Willem II, graaf van Holland en Rooms-Koning Nijmegen in 1247 heeft verpand aan de graaf van Gelre. Aangezien dit pand nooit is ingelost, bleef Nijmegen dus een Gelderse stad.

Het wapen van Gelderland is een dubbelstaartige leeuw. Deze enkele staart zijn op Nijmegen nog op meerdere plekken te zien, bijvoorbeeld bij de leeuw van Maris bij de Lindenbergtrappen. De putdeksels van Nijmegen tonen wel een dubbelstaartige leeuw.

De schildhouders zijn de leeuwen van het wapen van Gelderland, namelijk de Gelderse en Gulikse leeuw. Feitelijk zou de Gelderse leeuw hier ook dubbelstaartig moeten zijn, maar dit gebruik is in de loop der tijd verwaterd.

Zie voor een verdere beschrijving https://www.heraldry-wiki.com/wiki/Nijmegen

Het Kinderkopje

Kopje beeld van een kinderhoofd Albert Meertens 1943 Nieuwstraat stadhuis
Kopje beeld van een kinderhoofd Albert Meertens 1943 Nieuwstraat stadhuis (april 2023)

Het kinderkopje bij de achteringang van het stadhuis is in 1943 gemaakt door Albert Meertens. Het was geplaatst boven de toegangstrap naar de achteringang van de Secretarie-vleugel (uit 1939/1940) van het Stadhuis, bij de Gruitberg.

“Het ander beeldwerk, een kinderkopje, komt, zeer juist, boven de poort van het bureau Burgelijke Stand, waar huwelijken en geboorten worden aangegeven. Het kopje duidt op het wordende leven.

In dit stukje beeldhouwwerk zal men de ruste en de harmonie terug vinden, welke kenmerkend zijn voor Meertens’ beeldhouwers-visie. Een aantrekkelijke onbevangenheid spreekt uit het weergegeven gezichtje. De oogen rusten vast in het verschiet; neus en mond zijn in de klassieke verhoudingen aangebracht, en het gelaat heeft verder de goed doorwerkte rondingen van een jeugdig kopje, die harmonisch verloopen in de hals, langs het oor, en langs de haren. Naast gratie ligt groeiende kracht in het steenen gezichtje uitgedrukt. Ook dit is een mooi stuk beeldhouwwerk, dat er in de komende eeuwen moge spreken van het bloeiend kunstleven onzer dagen.

Het beeldwerk van Meertens vormt o.a. naast de leeuwen van Maris, een waardig onderdeel van het mooie steenwerk, dat het nieuwe deel van het stadhuis zal sieren.” (De Gelderlander 19/7/1941, met 2 foto’s van de ontwerpen)”

Het Secretarie-gedeelte van het Stadhuis is in 1978 gesloopt.

Foto’s van de oude situatie zijn te zien op 2 foto’s uit 1978:

  • F31265 RAN: de achteruitgang met het kinderkopje en het gemeentewapen
  • F31270 RAN: het kinderkopje op de oude plaats

Muurschilderij voormalig Hotel Pension Nassau, hoek Smetiusstraat - Nassausingel (november 2024)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Hotel Restaurant Nassau

Muurschilderij voormalig Hotel Pension Nassau, hoek Smetiusstraat - Nassausingel (november 2024)
Muurschilderij voormalig Hotel Pension Nassau, hoek Smetiusstraat – Nassausingel (november 2024)
Hotel Restaurant Nassau opende op 22 april 1922 haar deuren in het statige pand dat werd bewoond door de steenfabrikant Löben Sels; uitbater was de heer J.N.E. Esser; links is nog een glimp van het Kolpinghuis zichtbaar. De foto is genomen vanaf de Nassausingel, 1922-1930 (Uitg. P.M. Eenennaam via F30655 RAN)
Hotel Restaurant Nassau opende op 22 april 1922 haar deuren in het statige pand dat werd bewoond door de steenfabrikant Löben Sels; uitbater was de heer J.N.E. Esser; links is nog een glimp van het Kolpinghuis zichtbaar. De foto is genomen vanaf de Nassausingel, Smetiusstraat 2, 1922-1930 (Uitg. P.MJ. Eenennaam via F30655 RAN)

Het grote gebouw op de hoek van de Smetiusstraat en Nassausingel is in 1880 gebouwd. De architect was C. Wagtho.

In 1922 opende hier het Hotel-Pension-Restaurant Nassau, waarvan J.N.E. Esser de uitbater was. De muurschildering aan de Smetiusstraat herinnert hier nog steeds aan:

“Hotel

Pension

Nassau

Restaurant”

Tegenwoordig zijn het bedrijfsruimtes met bovenwoningen (bijschrift DF4153 RAN)

Hotel Restaurant van J.M. Devenijns, voorheen Esser op de hoek In de Betouwstraat met de Smetiusstraat, 1930 (F58579 RAN)
Hotel Restaurant van J.M. Devenijns, voorheen Esser op de hoek In de Betouwstraat met de Smetiusstraat, 1930 (F58579 RAN)
Zicht op het pand op de hoek met de Nassausingel met Broodjeszaak en Cafetaria Le Casse Croute en Hotel Café Restaurant Cascade van G. Verasdonck (adres Smetiusstraat 2 / Nassausingel 6), 1970-1975 (Evert F. van der Grinten via F78886 RAN CCBYSA Auteursrechthouder RAN)
Zicht op het pand op de hoek met de Nassausingel met Broodjeszaak en Cafetaria Le Casse Croute en Hotel Café Restaurant Cascade van G. Verasdonck (adres Smetiusstraat 2 / Nassausingel 6), 1970-1975 (Evert F. van der Grinten via F78886 RAN CCBYSA Auteursrechthouder RAN)

Afgaande op F86794 RAN zat de Familie Verasdonck in het Hotel café-restaurant Verasdonck 1925-1974

Hoek Smetiusstraat - Nassausingel, voormalig Hotel-Restaurant Nassau (november 2024)
Hoek Smetiusstraat – Nassausingel, voormalig Hotel-Restaurant Nassau (november 2024)
Panden aan de Broerstraat met onder andere het warenhuis A.A. v.d. Borg, 1938 (F15283 RAN)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Warenhuis A.A. v.d Borg: de vooroorlogse periode

Panden aan de Broerstraat met onder andere het warenhuis A.A. v.d. Borg, 1938 (F15283 RAN)
Panden aan de Broerstraat met onder andere het warenhuis A.A. v.d. Borg, 1938 (F15283 RAN)

Opening van der Berg in Houtstraat in 1899 en verhuizing Paulstraat

Advertentie opening vd Borg Houtstraat (PGNC 19-10-1899)
Advertentie opening vd Borg Houtstraat
(PGNC 19-10-1899)

Op 25 oktober 1899 opent A.A. van der Borg zijn magazijn “De Goedkoope Bazar” op Houtstraat 3 “bij de Broerstraat”; waar nu Plein 1944 is, liep de Houtstraat vóór de oorlog door tot de Broerstraat.

In juni 1905 koopt van der Borg een “Winkelhuis en Erf, gelegen op den hoek der Broerstraat en Paulstraat te Nijmegen, groot 67 cA” voor f17.800. (PGNC 10-6-1905). In De Gelderlander 2/2/1907 kondigt van der Borg een grote opruiming aan vanwege de aankomende verplaatsing van de winkel. De opening daarvan is op 17 augustus 1907.

Advertentie opening van der Borg Broerstraat, hoek Paulstraat (PGNC 19-8-1907)
Advertentie opening van der Borg Broerstraat, hoek Paulstraat (PGNC 19-8-1907)

Bij het 25-jarig jubileum schrijft de Gelderlander:

Een jubileum.

Morgen is er zakenfeest in het Warenhuis van den heer A.A. van der Borg aan de Broerstraat. Morgen is het 25 jaren geleden, dat genoemde heer zich hier ter stede vestigde heel eenvoudig in de Houtstraat. Dank zij zijn energie en uitgebreide zakenkennis is de zaak tot grooten bloei gekomen: zij is een der voornaamste hier ter stede geworden op het gebied van galanterieën, glas, porcelein, speelgoed enz. en kan hare cliëntèle steeds het nieuwste bieden dat in den handel wordt gebracht.

Morgenmiddag is de zaak gesloten en wordt het jubileum gemaakt- en terecht- tot een feestelijke herdenking.

Vlijt, energie en kennis bouwden hier iets grootsch. Ongetwijfeld zal de stichter op zijn feestdag veel blijken van waardeerende belangstelling mogen ondervinden.” (De Gelderlander 20/10/1924)

1917: Verplaatsing naar Broerstraat

In 1917 “volgde de grote sprong naar Broerstraat 43, waar in tot dan toe de kruidenier Rouwenhoff zijn befaamde suikerbroden verkocht. Een grote sprong was dat inderdaad, want er waren in het nieuwe pand liefst drie verdiepingen verkoopruimte en dat kwam toen nog niet voor in Nijmegen.” (Nijmeegsch dagblad, 24-10-1949)

Magazijn A.A. van der Borg

Een winkelstraat is als een levend wezen dat werkt en zich herziet teneinde steeds beter aan zijn bestemming te beantwoorden. Vooral in een stad als Nijmegen met ondernemingsgeest en vertier blijft een winkelstraat in het centrum geen maand dezelfde, steeds grijpen er veranderingen plaats, worden perceelen ontruimd, verbouwd en door nieuwe zaken betrokken en menige wijziging strekt er toe de straat tot een hooger plan op te voeren.

Dit is zeker het geval met de Broerstraat, die de laatste maanden eene verandering heeft ondergaan welke haar nog meer dan voorheen recht geeft op den eerenaam “Nijmeegsche Kalverstraat”. Wij hebben hier het oog op het nieuwe, monumentale pand dat verrezen is op de plaats waar jaren lang de grutterij van de firma Rouwenhoff gevestigd was en waarin hedenmiddag het nieuwe magazijn in galanterieën, speelgoed, luxe- en huishoudelijke artikelen van den heer A.A. van der Borg geopend werd. Iedere Nijmegenaar heeft de snelle ontwikkeling van dit magazijn en haar belangrijke uitbreiding in betrekkelijk kort tijdsverloop gadegeslagen. Wat in de Houtstraat een bescheiden bazar was werd in de Broerstraat hoek Paulstraat een flinke winkel, maar ook hier was, door den steeds toenemenden bloei van het magazijn, de ruimte weldra te klein, zoodat deze elders gezocht en gevonden werd.

En zoo bezit de Broerstraat thans een nieuw magazijn, waarop zij in alle opzichten trotsch mag zijn. Het gebouw maakt uit- en inwendig een uitmuntende indruk en men dankt dit, wat het architectonische betreft, aan de bekwaamheid van onzen oud-stadgenoot den heer J.P.W. Bieling, die er in geslaagd is een plan te ontwerpen en door den heer J.J. de Groot, aannemer alhier, te doen uitvoeren, dat aan alle eischen welke tegenwoordig voor een groot magazijn gesteld worden voldoet: schoonheid en praktische bruikbaarheid gaan hand in hand.

Alvorens iets te vertellen over het uitgestrekte magazijn met zijn drie verdiepingen en zijn rijken inhoud- voor het publiek uiteraard van het meeste belang- willen wij even stilstaan bij het gebouw als zoodanig.

Het exterieur is monumentaal en systematisch verdeeld in verband met de interieurs en de ijzerconstructie. De winkelpuien en basement van Zwitsersch graniet, de gevels in zandsteen-imitatie, bronzen letters en appliques, veel spiegelglas, glas-in-lood, ruime entrée met breede deuren en flinke vitrines maken ’n forschen, grootsteedschen indruk.

De architect had bij de te verwerken stof verschillende moeilijkheden te overwinnen tengevolge van het scheef-loopen der aangrenzende gevels en het sterke hellen van de Korte Nieuwstraat. De heer Bieling heeft de bezwaren evenwel volkomen weten te overwinnen. Van alle faciliteiten, welke het gemeentebestuur in verband met de Bouwverordening kon toelaten, werd door uitgebouwde erkers, trappenhuis, brug over het achterterrein, kelderopeningen, verbreeding van het zijtrottoir e.d. gebruik gemaakt, hetgeen het plan zeer is ten goede gekomen. De opbouw is van ijzerconstructie waartusschen muren en gewelven van klinkermetselwerk, zoodat het gebouw wel brandvrij te noemen is.

Het hoofdmagazijn, de eigenlijke winkel dus, bestaat uit drie etages, buiten de omvangrijken onder het geheele gebouw doorlopenden kelder en het zoldermagazijn. De drie winkellokalen zijn onderling door flinke trappen verbonden, terwijl voor den aanvoer en verplaatsing van goederen een lift aanwezig is. Overal tot in de kleinste hoeken heeft men prachtig daglicht, hetgeen de architect bereikt heeft door een eigenaardige glasdakcombinatie, vloerglas en een zestal lichtopeningen. In den kelder is natuurlijk de stookplaats voor de centrale verwarming en bevinden zich toiletten en garderobes voor het personeel met afsluitbare kleerkastjes. Onnoodig te zeggen, dat bij  den winkel een privé-kantoor, lokaaltjes voor inpakken en verzenden der goederen niet worden gemist, terwijl bovendien voor de bezoekers een wachtkamer met toiletten aanwezig is.

Het achter den winkel gelegen pakhuis, daarmede door een brug verbonden, munt evenals al het overige uit door practische inrichting, ruimte, lucht en licht. Want het spreekt vanzelf, dat een magazijn als dit, wil het concurreerend verkoopen, moet beschikken over een overstelpenden voorrraad, wat de berging betreft bijzondere eischen stelt.

Thans nog een enkel woord over datgene waarvoor ’t publiek in hoofdzaak interesse heeft: den winkel, die door den heer van der Borg met den goeden koopmansblik en het organiseerend talent hem eigen is gemaakt tot een warenhuis in het klein, bevattend juist datgene wat Nijmegen en hare bevolking noodig had: een groote sorteering artiklen van allerlei aard zooveel mogelijk groepsgewijze uitgestald in etalages en winkel op zoodanige wijze, dat een ieder zich gemakkelijk een keus kan maken omdat, gelijk in de groote magazijnen in de hoofdsteden des lands, alles wat verkocht wordt in de desbetreffende afdeeling van het magazijn geëxposeerd is. Begrijpt men nu, waarom wij dit nieuwe magazijn een klein warenhuis noemden? Men vindt, evenals in de “Bijenkorf” b.v., maar dan alles in miniatuur, de overeenkomstige artikelen in stands bijeen. De manier waarop een en ander gearrangeerd is verdient allen lof: er zit systeem in. Iemand die een artikel moet koopen, b.v. een stuk kinderspeelgoed, weet of hoort men dadelijk, dat hij op de eerste etage moet zijn. De winkel maakt, gelijk alles in dit nieuwe magazijn, een keurigen indruk met zijn eiken vitrines, toonbanken en etalages rondom, hier en daar door spiegels verlevendigd, met zijn cassa’s, parketvloeren en rustige Matoline-wand- en plafondbeschildering. Maar wat meer nog dan dit alles ons gefrappeerd heeft en ongetwijfeld door de bezoekers zal worden opgemerkt is de prachtige voorraad, waarmede de heer van der Borg, den oorlogstoestand ten spijt zijn nieuwe zaak opent. Op elk gebied zal het gevraagde aanwezig blijken, veelal zelfs nog tegen de oude prijzen. Men gevoelt bij een rondwandeling door winkel en magazijnen te doen te hebben met een koopman, voor wien in dezen tijd het devies moet zijn: gouverner c’est prévoir. Wij twijfelen er dan ook niet aan of de heer van der Borg zal van zijn zaak in haar nieuwe omgeving nog veel genoegen beleven.

Van de firma’s, die aan den bouw hebben medegewerkt, zijn de volgende te Nijmegen gevestigd: stucadoorwerk L. van Haaren, schilderwerk J. Wessels, smeedwerk ramen Reicheld, gas- en waterleiding Jacobs, loodgieterswerk A. Arts, glas in loof of koper S. van Bilderbeek, granietwerk fa. Euwens, sanitaire inrichtingen fa. Verpoorten, zomerschermen fa. Spiegel.” (PGNC 23/9/1917)

Uitbreiding 1928

Vervolgens koopt v.d. Borg het pand op Broerstraat 27, waarbij de panden door een ondergrondse tunnel verbonden werden.

Warenhuis A.A. v.d Borg.

De Broerstraat, onze Nijmeegsche Kalverstraat heeft gedurende de laatste jaren een vrijwel algeheele gedaanteverwisseling ondergaan. Het eene pand na het andere is verbouwd, sommige perceelen zijn door totaal nieuwe vervangen, en iemand die sinds 20 jaren niet in Nijmegen was geweest en thans plotseling in de Broerstraat werd geplaatst, zou deze voorname winkelstraat niet meer herkennen. Haar uiterlijk heeft zich geheel gewijzigd en het is een voorname straat geworden met vele prachtige zaken, die in- en uitwendig een grootsteedsche indruk maken. Van dit vernieuwingsproces is thans weder een belangrijke phase voltooid. Morgen toch wordt geopend het nieuwe Warenhuis van den heer A.A. van der Borg, dat verrezen is op de plaats waar vroeger de winkels der firma Wehmeijer en v.d. Hoven stonden. Grootsch waren de plannen van den heer van der Borg, yorn hij de panden van den heer Nijboer kocht. Deze zouden moeten dienen als hoofdentree tot de daarachter gelegen complexen om dit geheel te verbinden met den bestaanden Bazar aan de Broerstraat hoek Nieuwstraat. De heer van der Borg bezocht de voornaamste zaken in binnen en buitenland en gaf de grondlijnen aan, waarna de plannen verder werden ontworpen door den heer J.P.W. Bieling architect te A’dam, die zich op schitterende wijze van zijn opdracht heeft gekweten. Er is een monumentaal gebouw verrezen, dat ongetwijfeld de algemene bewondering zal wekken. Want aanstonds valt op, dat er kosten noch moeiten zijn gespaard om Nijmegen een Warenhuis te geven, dat wat inrichting betreft, met de beste der groote steden kan wedijveren. Aan alles is gedacht, de nieuwste vindingen op elk gebied zijn toegepast en het geheel is even gezellig als comfortabel.

Betreedt men de nieuwe zaak en wandelt men langs de tientallen verkooptafels, dan wordt men herhaaldelijk getroffen door de rijke sorteering en enorme voorraden goederen, welke de heer van der Borg het publiek kan aanbieden. Toch is ook dit in de oude zaak reeds voorhanden geweest, maar ’t kon niet worden getoond. Thans is dit wel het geval; al die duizenden artikelen worden als ’t ware in een groote toonzaal op de smakelijkste wijze gedemonstreerd en verkoopen daardoor zichzelf!

Hier moge thans een beschrijving van het nieuwe Warenhuis en de verbinding daarvan met de oude zaak volgen.

De onderbouw van portiek en voorgevel is opgetrokken van zwartgroen graniet en Marokkaansch marmer, terwijl de voorgevel gemetseld is van gele Friesche steenen, met hardsteenen dorpels en banden. Het verder bouwwerk is geheel uitgevoerd in ijzerconstructie.

Om bij de hoofdentrée te beginnen, moeten vooral worden vermeld de zeer mooie etalagekasten met hare massale granieten borstwering met Moulmain-teakhouten betimmeringen. De geheele voorhal is zeer ruim opgevat en geeft toegang tot den nieuwen winkel, welke een oppervlakte heeft van ± 400M². Men kan zich niet indenken, dat achter het vroegere pand van Nijboer zulke kolossale ruimten aanwezig ware; door slooping echter van de vroegere Nutsscholen is dit mooie bouwwerk verkregen kunnen worden. Langs drie zijden van den winkel is een galerij gebouwd, welke tevens een practische verkoopruimte biedt en van waaruit men de damescantines, garderobes en kantoren bereikt. Ook voor toegang der magazijnen aan den voorgevel in de Broerstraat is vanaf de galerij gezorgd; deze magazijnen alleen beslaan al een oppervlakte van ± 200M².

De toiletten en de kantoren met reizigerskamers zijn gelijkvloers gehouden.

De verlichting in den winkel, welke zeer prettig en zacht aandoet, is verkregen door groote plafondlantaarns met gefigureerde ruiten terwijl de avondverlichting is verkregen door Philips lampen in het middenplafond en plafonnières onder en boven de galerij.

De vloer in den winkel is uitgevoerd in eiken parket en de vloeren in kantoren, cantines en galerij met linoleum.

De muren en plafonds, kolommen en balken zijn voorzien van een stemmig decoratief. Het geheel met zijn zachte tinten maakt een prettigen indruk.

Door een ondergrondsche passage, welke uit bouwkundig oogpunt een kranig stuk werk is, zijn de bestaande en nieuwe zaak als aaneengeschakeld. In de wanden zijn mooi verlichte vitrines aangebracht, welke de bezoekers in verrukking zullen brengen.

De bestaande zaak is reeds genoegzaam bekend, zoodat wij ons alleen kunnen bepalen tot het onder het oog brengen van de gemakkelijker bereikbare speelgoedafdeeling, welke door het overbrengen naar de nieuwe zaak met verschillende artikelen uitgebreid is kunnen worden.

Wij noemden reeds den heer J.P.W. Bieling als architect van het nieuwe gebouw. De schilderdecoraties zijn ontworpen door den heer Jac. Bieling, die tevens de lampen van entree en tunnel ontwierp.

De uitvoering dezer werken was in handen van J.J. de Groot & Zonen, aannemers te Nijmegen.

Voorts zij nog vermeld, dat de natuursteen werd geleverd door de firma Euwens; het schilderwerk werd uitgevoerd door de firma Burgers en Zonen; het stucadoorswerk door de firma A. van Kessel; het lood, zink en sanitair door de firma Nannings; parketvloeren door de firma Lachapelle; linoleumvloeren en behang- en stoffeerderswerk door de firma Peters; electrisch lichtinstallatie door de firma Jos. Kwakkernaat die tevens de lichtbakken maakte; ijzerconstructie door de firma Reicheld en Zonen; schuifhek en bronzen puikastjes door firma Meijers-Ruiten; terrasvloeren door de firma Brouwer; spiegelglas en vensterglas de firma Langenhuizen en Zonen.

De heer van der Borg verzocht ons aan deze opgaaf toe te voegen, dat allen, die aan het bouwwerk meegewerkt, dit hebben gedaan tot zijn buitengewone tevredenheid.

En zoo is dan het eerste Nijmeegsche Warenhuis gereed om van morgenmiddag 3 uur af het Nijmeegsche publiek te ontvangen. De zaak van den heer van der Borg heeft in den loop der jaren wel een voorspoedigen groei beleefd! Het is, meenen wij, nog geen twintig jaren geleden toen de heer van der Borg op den hoek van Broerstraat en Paulstraat een bescheiden volksbazar had. Daarna is, voor nu ongeveer tien jaar, de opening gevolgd van den grooten bazar en thans dit prachtige, ruime, gerieflijke, kortom aan alle moderne eischen beantwoordende Warenhuis. Het is een climax, die den heer van der Borg eert als uitstekend zakenman en waarmede het Nijmeegsche publiek evenzeer gebaat is. Want het waarborgt ook voor de toekomst wat men bij deze firma steeds heeft gehad en haar welvaart verklaart: goede waar voor billijken prijs. Ook wat betreft de verhooging der schoonheid van het stadsbeeld in de Broerstraat achten wij, aan den vooravond van de opening van het Warenhuis A.A. van der Borg een gelukwensch alleszins op zijn plaats!” (PGNC 27/6/1928)

1934: Verbouwing en uitbreiding naar ontwerp Estourgie

Passage van de Borg in de Broerstraat, foto afkomstig uit De Gelderlander 18/5/1934
Passage van de Borg in de Broerstraat, foto afkomstig uit De Gelderlander 18/5/1934

Een nieuwe Passage.

De Nijmeegsche binnenstad, in dit geval de Broerstraat, is verrijkt met een nieuwe winkelgalerij.

Door verbouwing der bekende magazijnen der firma A.A. v.d. Borg is in de Broerstraat een nieuwe passage tot stand gekomen. Deze sluit aan bij de reeds vroeger geopende passage van de firma A.A. v.d. Borg, welke winkelgalerij uitkomt in de Broerstraat tegenover de Beynumgas.

Het nieuwe gedeelte, waarvan wij hierboven een reproductie geven, heeft den ingang aan de Broerstraat, hoek Nieuwstraat.

De winkelbinnenstad van Nijmegen is door dezen nieuwbouw nog meer verfraaid en verlevendigd.

Het geheel getuigt van gezonden koopmanszin.” (De Gelderlander 18/5/1934)

In het Hartje van de Stad: Magazijnen A.A. van der Borg

In 1917 werd het hoekhuis Broerstraat-Paulstraat bezet door het magazijn A.A. van der Borg van de energieke ondernemer en handelaar in galanterieën.

De heer A.A. van der Borg bleek een handelsman, die met zijn tijd meeging, en de eischen van het koopend publiek begreep. Reeds toen zorgde hij als expert in het vak steeds bij te blijven.

Het nieuwste in uitgebreide galanterieën-branche was altijd bij A.A. van der Borg verkrijgbaar.

Heel Nijmegen en omgeving kende de magazijnen van A.A. van der Borg. En het liep zoo druk, vaak zoo vol dat dit hoog hoek winkelhuis veel te klein werd.

En de heer A.A. van der Borg, later geassisteerd door zijn even energieke zoon Jan van der Borg, verplaatste zijn zaak naar ruimer winkelgelegenheid, welke hij gevonden had in de het kapitale pand Broerstraat 43, hoek Korte Nieuwstraat.

Naar ontwerp van den architect Bieling werd hier in 1928 een naar dien tijd modern magazijn van glas en beton gebouwd- een slank rijzig gebouw met een uitgelezen collectie galanteriewaren er in.

Hoewel étalageramen aan Broerstraat en Nieuwstraat, beneden en boven, kon ook dit nieuwe pand reeds na korten duur geen plaats genoeg meer bieden voor de expansie der A.A. van der Borg-zaken.

Toen kwam in 1931 de bekende passage midden in den Broerstraat tegenover de Beynumstraat.

Dat was een gebeurtenis voor Nijmegen als winkelstad.

De architect bracht hier onder- en bovengronds, langs enige Broerstraatsche winkelhuizen een doelmatige en tegelijk fraaie verbinding tot stand tusschen het oude en nieuwe magazijn.

En winkelend Nijmegen en heel de omgeving vond hier ’n aantrekkelijke winkel-gelegenheid om op haar gemak keuze te doen uit een embarras de choix van allerlei huishoudelijken, en dat te kiezen, wat in den smaak viel.

Men dacht nu: hier heeft een middenstander, alleen steunend op eigen kracht, zijn toppunt bereikt.

Maar de magazijnen A.A. van der Borg groeiden met Nijmegen mee.

Nu noodde ons gisteren de energieke ondernemer, die de heer A.A. van der Borg steeds was, en nog is, om de nieuw verbouwing en tevens uitbreiding van zijn magazijnen in oogenschouw te nemen.

Door nuttigen aankoop was de heer A.A. van der Berg reeds eenigen tijd eigenaar geworden van de oude schoolgebouwen aan de Kaaskorversgas en daarbij aansluitende zalen van het Nut.

Om eenigen indruk te geven van de beteekenis dezer uitbreiding zij vermeld dat de oppervlakte der magazijnen op den beganen grond eerst 400 M² was en deze nu met 500 M² is vergroot.

Deze panden zijn nu bij de laatste verbouwing, uitgevoerd naar plannen van den Nijmeegschen architect Charles Estourgie, bij de reeds bestaande magazijnen getrokken.

De bouwmeester heeft de kunst verstaan het nieuwe gedeelte bij het bestaande goed te laten aansluiten.

Men heeft dan ook een overzichtelijk, aaneengesloten geheel gekregen, dat zich uitstrekt van de Kaaskorversgas tot Korte Nieuwstraat.

Het nieuwe gedeelte is voornamelijk bestemd voor een nog meer uitgebreide afdeeling porcelein, kristal majolica- en huishoudelijke artikelen en klein-meubeltjes.

De architect ontwierp voor deze nieuwe afdeeling, welke als ligt in het midden tussen het moederpand en de passage Broerstraat-Kaaskorversgas, een hoogen, breeden lichtval, waarbij men in het glas-in-lood dezelfde kleuren: wit, geel, groen, terugvindt, welke het geheele interieur als in een stralenden glans zetten, vooral wanneer de zon door het glazen dak speelt. Het volle daglicht, hier breed binnenvallend, vergemakkelijkt tevens de zuivere keuze van de gebruiksartikelen ook op kleur. Een parketvloer bedekt de bodem.

Een andere voortuitgang is ook de bouw van de étalage-galerij, in het hoekpand Broerstraat-Nieuwstraat. Hierdoor krijgen de magazijnen nog voornamer aspect en bieden zij nog meer gerief voor het winkelend publiek, dat nu langs een reeks van glanzende en variëerende vitrines al wandelend en kijkend in het hartje van de zaak en in de nieuwe verkoopruimte belandt.

Met moet kijken…. En komt als vanzelf tot kopen. De verschillende kijkramen vertoonen zo’n variatie van galanterieën, dat er ieder wat naar zijn gading vindt.

Wie een cadeau zoekt en hier niet slaagt, ja, waar moet die dan zijn verlangens inwilligen.

Een deugd van de verbouwing is, dat alle luxueuze en overbodige decoratie geweerd is, en dat allereerst doelmatigheid bertracht werd.

Momenteel heeft de heer A.A. van der Borg een personeel van 50 mannen en jongedames in dienst.

Nijmegen als winkelstad is vooruitgegaan met deze zaakuitbreiding en vernieuwing en krijgt er ook als koopstad nog beteren naam door.

Bovendien toont hier een wakkere middenstander metterdaad wat met energie, vakkennis, doorzettingsvermogen- vooral ook gezonde koopmanszin te bereiken valt- ook al moet een zakenman met eigen menschen en middelen het bedrijf leiden.

De aannemers van de verbouwing de heeren J. de Groot en Zonen hebben in kortst mogelijken tijd het best mogelijke werk geleverd.

De firma A.A. van der Borg heeft het werk en de leverantie zoveel mogelijk door de Nijmeegsche firma’s doen uitvoeren. De volgende firma’s werkte nog mede:

voor schilderwerk de heer Burgers en Zonen; voor verwarming de firma Merx en Boerboom; voor electr. licht de heer L. Beukering, voor natuursteen de heer H.P. Euwens; voor ijzerwerken de heer N.V. v. Campen; voor glaswerken de Nijm. Glashandel; voor glas-in-lood de firma Kronenbitter Bilderbeek; voor parketvloer de firma la Phapelle voor rubbervloeren de firma Kan en Kan; voor linoleumvloeren de firma G. Peters; voor lood- en zinkwerken de firma Merx en Boerboom; voor rubberoid de firma Cramer te Arnhem; voor ijzerconstructie de firma Hermes, de Steeg; voor smidswerk de firma Reicheld. De firma van Ensel te Rosmalen sloopte de oude gebouwen.” (De Gelderlander 18/5/1934)

Overlijden A.A. van der Borg

In 1939 overlijdt A.A. van der Borg:

A.A. van der Borg

Algemeen geacht stadgenoot overleden

In den ouderdom van 66 jaar is hier ter stede overleden de heer A.A. van der Borg, oprichter en directeur van het bekende warenhuis aan de Broerstraat en een algemeen geacht en zeer gezien stadgenoot. Slechts eenige weken geleden, op 20 Augustus j.l., is den heer van den Borg nog een bijzonder hartelijke huldiging ten deel gevallen in verband met de Pauselijke onderscheiding, die hem toen was verleend, door zijn benoeming tot Ridder in de Orde van den Heiligen Gregorius den Groote en zeker zal toen wel niemand gedacht hebben, dat het einde van dit vruchtdragende leven van energiek en toegewijd werken spoedig zou naderen. In zeer breeden kring zal dan ook het overlijden van den heer van der Borg met een schok van ontroering worden vernomen. De volgende maand is het veertig jaar geleden, dat de thans overledene in een pand aan de Houtstraat een bescheiden zaak in galanterieën begon, waarmede de grondslag werd gelegd voor het tegenwoordige warenhuis, dat als een der meest vooraanstaande middenstandszaken van onze stad mag worden aangemerkt. Veertig jaren geleden, de heer van der Borg was toen een jonge man, bezield met een stalen energie en beschikkende over een uitnemende zakenkennis. Nijmegen was een stad, eerst enkele tientallen jaren bevrijd uit het knellende keurslijf van de ontmanteling door vestingwerken en toen in vollen opgang, zoodat zich voor ondernemende zakenmenschen wijde perspectieven openden. De heer van der Borg heeft deze kansen weten te benutten en met volharding heeft hij gestreefd naar uitbreiding van zijn zaak. Zoo duurde het niet lang of de behoefte aan uitbreiding deed zich gevoelen; eerst werd het pand Broerstraat-hoek Pauwelstraat betrokken, daarna werd het ruime mooie winkelpand in de Broerstraat gebouwd, waar de zaak thans nog gevestigd is en in de loop der jaren herhaaldelijk uitgebreid en gemoderniseerd werd. Want de heer van der Borg wist met zijn tijd mede te gaan en zich steeds aan de nieuwere eischen aan te passen.

Was dit een der factoren, die zijn streven met succes bekroonden, daarnaast werd de ontwikkeling van zijn bedrijf in zeer sterke mate beheerscht door zijn persoonlijkheid. Hij was in den waren zin des woords een allround zakenman, van onkreukbaar karakter, iemand op wien man kon bouwen en die bij al zijn succes zich zelve bleef. Daarnaast was hij een sociaal voelend mensch die het hart op de rechte plaats droeg en voor zijn medemenschen, voor zijn personeel in de eerste plaats, alles over had. Treffend is dit gebleken bij de huldiging, die hem op 20 Augustus j.l. ten deel viel.

Het spreekt wel vanzelf, dat de heer van der Borg ook in het openbare leven van onze stad op den voorgrond is getreden. Zoo was hij kerkmeester van de parochie van den H. Dominicus aan de Broerstraat. Op kerkelijk gebied ijverde ij in het bijzonder voor de Missie-actie en was hij een der steunpilaren van de Petrus Canisiusvereeniging.” (PGNC 30/9/1939)

Zijn zoon Jan van der Borg neemt in januari 1940 het bedrijf over van de erfgenamen. (Nijmeegsch dagblad, 24-10-1949)

Verwoesting Tweede Wereldoorlog

Op 18-9-1944 steken de Duitsers het pand in brand. Op 23 oktober opent van der Borg zijn noodwinkel in het pand van de firma v.d. Bosch en Jansen aan de Van Welderenstraat. Daarna heropent van der Borg in 1948, als eerste winkel van de Broerstraat, zijn nieuwe winkel in het eerste gedeelte van de zijn nieuwe gebouw aan de Broerstraat. (Nijmeegsch dagblad, 24-10-1949)

Binnenkort volgt de periode van de wederopbouw.

De Maas & Waalse Bank (M. Pouwels), 1910 of 1920 (F21630; F30493 dateert deze foto op 1920) Molenstraat
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Molenstraat

Maas en Waalsche Bank, architecten Jacot en Oldewelt

Molenstraat

De Maas & Waalse Bank (M. Pouwels), 1910 of 1920 (F21630; F30493 dateert deze foto op 1920) Molenstraat
De Maas & Waalse Bank (M. Pouwels), 1910 of 1920 (F21630; F30493 dateert deze foto op 1920)

Het gebouw in de Molenstraat waar nu alweer decennia Hoogenboom=Mode gevestigd is, is begonnen als de Maas- en Waalsche Bank. Met daarvóór twee winkels: Borremans en Maison de Blanc. Het was een ontwerp van A. Jacot en W. Oldewelt.

Rond 1902 ontwerpen A. Jacot en W. Oldewelt uit Amsterdam de Maas- een Waalsche Bank aan de Molenstraat. Vóór deze bank, die een monumentale ingang krijgt in het midden van het gebouw, komen 2 winkels: links de winkel voor herenkleding van Aug. Borremans (nummer 108) en rechts de winkel Maison de Blanc van de Firma Croon-Bosman. Zoals het met de bouw van banken in die tijd gaat, is haar kluis het pronkstuk van de bank. De namen van de 2 architecten staan op een gevelsteen weergegeven.

In april 1902 vindt de aanbesteding plaats van het “gedeeltelijk amooveren der Perceelen No. 106 en 108 aan de Molenstraat alhier en het ter plaatse stichten van een Bankgebouw en 2 Winkelhuizen. De laagste inschrijver was H. Seegers alhier voor de som van f61930,-, aan wien het werk is gegund.” (De Gelderlander 5/4/1902)

Winkels Maison de Blanc en Heeren-Kleeding Magazijn Borremans

Nieuwe Magazijnen.

De beide winkelhuizen, die aan de Molenstraat zijn verrezen vóór de in aanbouw zijnde kantoren van de Maas- en Waalsche Bank maken een uitstekend effect. De architecten, de heeren A. Jacot en W. Oldewelt te Amsterdam, hebben blijkbaar gestreefd naar eenvoud, degelijkheid en practische inrichting en zijn daarin wel geslaagd. Zij bouwden flinke winkels, met ruime etalage-gelegenheid, wat o.i. voor dit doel hoofdzaak is. De Molenstraat, die langzamerhand een onzer eerste winkelstraten wordt, is er niet weinig door verfraaid.

Aankondiging opening Maison de Blanc (De Gelderlander 11/3/1903)
Aankondiging opening Maison de Blanc (De Gelderlander 11/3/1903)

In den eenen winkel no. 106 vinden wij eene goede bekende terug, nl.

Maison de Blanc van de Firma Croon-Bosman

welke tot heden toe in de Burchtstraat gevestigd was en met hare groote keuze dames- en kinderkleeding, fijne lingeries enz. hier een uitstekend effect zal maken. In vele opzichten is die verplaatsing eene verbeetering; de ruime winkel met annex eene paskamer ziet er keurig uit, dank zij ook een nette betimmering, die door den heer G.W. Tesser alhier zeer artistiek beschilderd is.

Advertentie opening Borremans (De Gelderlander 11/3/1903)
Advertentie opening Borremans (De Gelderlander 11/3/1903)

En in den anderen winkel no. 108 vestigde de heer Aug. Borremans een

Heeren-Kleeding Magazijn,

Dat geheel volgens de eischen van den tijd is ingericht en naast confectie ook eene afdeeling voor kleeding naar maat heeft. Daarenboven is de heer Borremans uitstekend gesorteerd in heeren-artikelen in den uitgebreidsten zin van het woord, wat de fraaie etalage zal bewijzen.

Morgenmiddag worden beide magazijnen geopend en zullen wandelaars in de altijd drukke Molenstraat hier zeker met genoegen een wijle stilstaan.” (PGNC 10/3/1903)

De Maas- en Waalsche Bank Kneppers & Co.

Ingang Molenstraat 106 (november 2024)
Ingang Molenstraat 106 (november 2024)

De Maas- en Waalsche Bank Kneppers & Co. werd in 1892 opgericht. Op 22 december 1891 waren de broers Joshepus Hermanus Henricus en Jaobus Joannes Aloijsus Kneppers een vennootschap aangegaan, welke tot doel had “Het drijven van bankiers- en kassierszaken en van den commissiehandel in effecten”.  J.G. Jurgens, op dat moment kandidaat-notaris, treedt in 1898 als mede-beherend vennoot. De bank zal de bankencrisis in 1924 niet overleven. Een overname door een grote bank mislukt en de Maas- en Waalsche Bank staakt haar betalingen. Kort daarna wordt Jurgens bovendien veroordeeld voor verduistering. (Wikipedia).

De Gelderlander schrijft bij de opening 2 grote artikelen over de bank. Vanwege de lengte staan ze in de Bijlage in dit artikel achteraan weergegeven.

Een uitgebreide geschiedenis van deze bank is te lezen op Noviomagus.

Het Gebouw

Plan voor den Bouw van een Kantoorgebouw met twee afzonderlijke Winkelhuizen voor de Maas- en Waalsche Bank aan de Molenstraat te Nijmegen, A. Jacot en W. Oldewelt, datum tekening maart 1902 (D12.378388)
Plan voor den Bouw van een Kantoorgebouw met twee afzonderlijke Winkelhuizen voor de Maas- en Waalsche Bank aan de Molenstraat te Nijmegen, A. Jacot en W. Oldewelt, datum tekening maart 1902 (D12.378388)

Het pand is ontworpen in de zogenaamde “Um 1800” stijl. Haar ontwerpers waren de Amsterdamse architecten Alphonsus Maria Leonardus Aloysius Jacot en Willem Oldewelt.

A. Jacot

Rechts van de ingang de inscriptie van Jacot en Oldewelt (november 2024)
Rechts van de ingang de inscriptie van Jacot en Oldewelt (november 2024)

Alphonsus Maria Leonardus Aloysius Jacot (ook wel Albert Jacot genoemd, Amsterdam, 24 september 1864 – Den Haag, 18 november 1927) was een Nederlandse architect.

Van 1887 tot 1903 werkte hij samen met Willem Oldewelt, zijn vriend op de HBS. Zij hadden hun architectenbureua A. Jacot & Oldewelt architecten aan de Singel 514 in Amsterdam. In 1903 trok Oldewelt zich echter terug vanwege ziekte; in 1906 zou hij komen te overlijden. Daarbij ging Jacot verder met de chef du bureau August Heinrich Zinsmeister onder de naam Jacot en Zinsmeister. Jacot kreeg na de HBS zijn opleiding aan de Quellinusschool. Deze 3-jarige opleiding was voortgekomen de Bouwloods van het Rijksmuseum: “Cuypers ambachtslieden opleidt die kunnen voldoen aan de eisen die de detaillering van zijn ontwerpen in de bouw met zich meebrengen” (AmsterdamseGrachtenhuizen)

Jacot is vooral bekend voor zijn ontwerpen van winkels met bovenwoningen:

Amsterdamhv“: “…Vanaf 1880 werden echter ook steeds vaker gehele panden afgebroken en vervangen door nieuwbouw waarbij de combinatie van winkel op de begane grond en woning op de eerste verdieping, het zogenaamde winkelwoonhuis, gebruikelijk werd. Jacot, Oldewelt en later ook Zinsmeister hadden een grote ervaring verworven met de speciale eisen die de winkelbouw vergde. Alleen al in de Kalverstraat, ook aan het einde van de negentiende eeuw de winkelstraat van Amsterdam, waren zij betrokken bij de nieuwbouw of verbouw van 32 winkels en magazijnen, en tientallen meer op de Nieuwendijk en elders in Amsterdam en Nederland. Deze ontwerpen kenmerkten zich ‘wat het inwendige betreft, op gerieflijkheid en practische indeling; wat het uiterlijk aangaat, op een zoo groot mogelijke gelegenheid tot uitstallen’. Jacot vestigde in de kringen van opdrachtgevers een grote reputatie waarbij een ‘winkel van Jacot’ synoniem werd voor een ‘gezellige ruimte, waarin het aangenaam was te verkoopen, goed om te etaleeren en waar de klanten zich thuis gevoelden’.” () “Deze en tal van andere winkel- en bedrijfsgebouwen werden opgetrokken in een elegante en representatieve variant van het neoclassicisme en de neobarok met als bijnaam ‘stijl van het kapitaal’. De stijl was vooral populair bij het gegoede, wat conservatieve publiek.”

In Nijmegen ontwerpt Jacot in 1918 de stalhouderij en tuinmanswoning op Landgoed Brakkesteyn (wikipedia, met een lijst van werken).

Waardering

Plan voor den Bouw van een Kantoorgebouw met twee afzonderlijke Winkelhuizen voor de Maas- en Waalsche Bank aan de Molenstraat te Nijmegen, A. Jacot en W. Oldewelt, datum tekening maart 1902 (D12.378390)
Plan voor den Bouw van een Kantoorgebouw met twee afzonderlijke Winkelhuizen voor de Maas- en Waalsche Bank aan de Molenstraat te Nijmegen, A. Jacot en W. Oldewelt, datum tekening maart 1902 (D12.378390)

In zijn tijd, en zeker aan het eind van zijn loopbaan, wordt hij door veel collega-architecten nauwelijks gewaardeerd: te zoetsappig, te veel gericht op het behagen. Het “zoetsappige” en “het behagen” is voor commerciële architectuur vanuit opdrachtgevers echter iets positiefs: het moet voor klanten immers uitnodigend zijn om naar binnen te gaan. Opdrachtgevers hadden daarom grote waardering voor zijn werk.

Vincent van Rossem haalt in AmsterdamseBinnenstad ook aan dat zijn collega-architecten hem “tussen de regels” vergeleken met Berlage -de conservatieve, historiserende Um-1800 stijl was juist ontstaan als reactie op het rationalisme, waar Berlage een vertegenwoordiger van was: “De critici vergeleken het Hirsch-gebouw tussen de regels door met de Beurs van Berlage, en die vergelijking ging natuurlijk volledig mank. Berlage was werkelijk een groot architect, terwijl Jacot, net als talloze andere architecten, alleen maar goed zijn best kon doen.”

Tegenwoordig lijkt er wat anders tegen Jacot te worden aangekeken. Van Rossem: “voor vele Amsterdammers is Maison De Bonneterie aan het Rokin een schoolvoorbeeld van aangenaam winkelen geworden. Dat is een mooi compliment voor een ontwerper die gespecialiseerd was in commercieel vastgoed.”

W. Oldewelt

Friedrich Wilhelm Ferdinand (Willem) Oldewelt (Amsterdam, 1 augustus 1865 – aldaar, 28 februari 1906) (wikipedia)

In 1887 had hij zijn opleiding aan de Académie des Beaux Arts in Parijs voltooid.  “Oldewelt heeft in Parijs geleerd hoe elegante eclectische detaillering ontworpen wordt en Jacot beschikt over het voor een succesvol architectenbureau vereiste zakelijk talent voor acquisitie. Jacot moet goede connecties hebben onder winkeliers, want het bureau bouwt een aantal fraaie winkels met bovenwoningen in de belangrijkste winkelstraten van Amsterdam. Het hoogtepunt in deze reeks is het kapitale winkelgebouw voor de firma ‘Nieuw Engeland’, Singel 468-Koningsplein 6.” (AmsterdamseGrachtenhuizen)

1925 Amsterdamsche Bank

In 1925 vestigt de Amsterdamsche Bank zich in het pand. Zij zal het gebouw tot 1948 als een bijkantoor gebruiken. (De Amsterdamsche Bank zal in 1964 landelijk fuseren met de Rotterdamsche bank tot AMRO Bank).

Ijzerhandelaar van Campen

Verbouwing N.V. J. v. Campen aan de Molenstraat, architeten Ir. J.G. Deur & C. Pouderoyen, datum tekening 23-8-1950 (D12.410837)
Verbouwing N.V. J. v. Campen aan de Molenstraat, architeten Ir. J.G. Deur & C. Pouderoyen, datum tekening 23-8-1950 (D12.410837)

Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest na de Amsterbamsche Bank. Ook is nog niet onderzocht wat het vervolg van de twee winkels is geweest en het moment waarop de voormalige bank en de 2 winkels 1 winkel zijn gaan vormen.

Verbouwing N.V. J. v. Campen aan de Molenstraat, architeten Ir. J.G. Deur & C. Pouderoyen, datum tekening 23-8-1950 (D12.410837)
Verbouwing N.V. J. v. Campen aan de Molenstraat, architecten Ir. J.G. Deur & C. Pouderoyen, datum tekening 23-8-1950 (D12.410837)

In ieder geval (her) opent Ijzerhandel van Campen maart 1951 hier haar winkel.

J. v. Campen N.V. zat voor de oorlog op Broerstraat 53 met haar bekende winkel “waar je alles kon krijgen, van een moerboutje tot ’n jachtgeweer toe”. Ook deze winkel werd tijdens bombardement van 22 februari 1944 verwoest. Zij bestond op dat tijdstip “al meer dan een halve eeuw”. Daarop gaat ze naar de Burchtstraat, waar deze winkel echter in vlammen opgaat doordat de Duitsers in september 1944 huizen in de Burchtstraat in brand steken. Op de Mariënburg opent ze na de oorlog een noodwinkel, waar ze op dat moment 6 jaar heeft gezeten.

Architectenbureau Deur en Pouderoyen ontwierpen de verbouwing van de winkel op Molenstraat 106, J.J. de Goot en Zonen was de aannemer. “ruim en practisch ingericht herschapen. Opvallend is de diepe passage met de étalages ingebouwd. Daar kan men rustig zijn besluit maken om te gaan inkopen in de verschillende afdelingen: die van huishoudelijke artikelen na de entrée. Of de afdeling haarden, de afdeling wapens en munitie of die van gereedschappen. De expeditie bevindt zich aan de achterkant, via de Karregas. “Over eenige tijd zal de entree hier heel ruim worden want de gemeente heeft de huizen aan de kant van de Piersonstraat opgekocht om ze te slopen zodat hier voor de zaken in de Molenstraat plenty laad- en losgelegenheid gaat ontstaan.” (De Gelderlander 16/3/1951)

Verbouwing 1952: Bijtrekken van nummer 108

Voorstel tot verbouwing en etalageruimten J. v. Campen N.V. a/d Molenstraat, architecten Ir. J.G. Deur & C. Pouderoyen, datum dossier 20-1-1953 (D12.416796)
Voorstel tot verbouwing en etalageruimten J. v. Campen N.V. a/d Molenstraat, architecten Ir. J.G. Deur & C. Pouderoyen, datum dossier 20-1-1953 (D12.416796)

In 1952 wordt het winkelpand op nummer 108 bij de winkel van van Campen getrokken. Ook hier zijn Deur en Pouderoyen de architecten. Daarbij krijgt het linkergedeelte van het pand vrijwel dezelfde indeling zoals die aan de rechtkant reeds bestond. Nieuw is ook dat het open plaatsje achter de winkel bij het pand is getrokken, onder andere voor de ruimte voor de etaleur.

Ook de voorgevel wordt verbouwd conform het uiterlijk van het rechtergedeelte. Links nu het opschrift: “J. v. Campen N.V.” en rechts “Ijzerwaren”.

Woning boven de zaak van IJzerhandel Jos van Campen, 1966 (Evert F. van der Grinten via F78742 RAN CCBYSA Auteursrechthouder RAN) Molenstraat 106-108 Nijmegen
Woning boven de zaak van IJzerhandel Jos van Campen, 1966 (Evert F. van der Grinten via F78742 RAN CCBYSA Auteursrechthouder RAN)
Verbouwing winkelpand aan de Molenstraat 106, B.J. Meerman architect, mei 1972 (D12.486292)
Verbouwing winkelpand aan de Molenstraat 106, B.J. Meerman architect, mei 1972 (D12.486292)

1979 Hoogenboom=Mode

 In 1979 koopt Hoogenboom=Mode het pand aan. Daarvoor was van Campen hier gevestigd geweest. Hoogenboom=Mode is opgericht in 1953 op Mariënburg 72-73. In 1969 vindt een verhuizing plaats naar Molenstraat 80-82.

Een mooie reportage over de grote verbouwing van Hoogenboom=Mode, waarin het gebouw in oude luister werd hersteld, is te vinden op Noviomagus. Behalve de “nieuwe” gevel is Hoogenboom bijzonder trots op het terug plaatsen van de koepel, die door Jan Schouten ’t Prinsenhof te Delft was vervaardigd.

Gemeentelijk Monument

Het gebouw heeft de status van Gemeentelijk monument. De tekst bij aanwijzing:

“Winkelpand met bovenwoning. Oorspronkelijk gebouwd als kantoor voor de Maas-en-Waalse Bank met twee winkels op de begane grond. Bakstenen pand van drie bouwlagen, waarvan de begane grond geheel gewijzigd is. Bovengevel heeft middenrisaliet met topgevel; ter weerszijden daarvan drie assen met drie gekoppelde vensters. De ramen zijn op de eerste verdieping getoogd; op de tweede recht. Bovengedeelte van de ramen in natuursteen omlijst. In de risaliet op dezelfde wijze omlijste rondboogvensters, in de top halfcirkelvormig raam.Leien tentdak,
parallel aan de straat. Links en rechts van de topgevelgrote natuurstenen dakkapel. Bouwjaar: ca. 1905. Architect: W. Oldewelt. Zeer monumentaal bedrijfspand met goed geproportioneerde en zorgvuldig gedetailleerde gevel, die een belangrijke functie heeft voor de straatwand.”

Bijlage: Krantenartikelen over de bouw

Plan voor den Bouw van een Kantoorgebouw met twee afzonderlijke Winkelhuizen voor de Maas- en Waalsche Bank aan de Molenstraat te Nijmegen, A. Jacot en W. Oldewelt, datum tekening maart 1902 (D12.378389)
Plan voor den Bouw van een Kantoorgebouw met twee afzonderlijke Winkelhuizen voor de Maas- en Waalsche Bank aan de Molenstraat te Nijmegen, A. Jacot en W. Oldewelt, datum tekening maart 1902 (D12.378389)

Maas-en-Waalsche Bank.

Het kapitale gebouw, dat naar de plannen van der Amsterdamsche bouwmeesters, de heeren A. Jacot en W. Oldewelt, in de Molenstraat verrezen is en waarop wij al meermalen gelegenheid hadden, de aandacht te vestigen, is thans geheel voltooid. A.s. Vrijdag hoopt de Maas-en-Waalsche Bank de nieuwe, ruime en doelmatige localiteiten te betrekken.

Hedenmiddag werd het gebouw door directie en personeel met heeren commissarissen en aandeelhouders bezichtigd en algemeen was de voldoening over de voortreffelijke inrichting van het geheel en de keurige afwerking tot in de kleinste onderdeelen.

Blijkens achterstaande advertentie zijn de nieuwe lokalen a.s. Dinsdag van 10 to 12 en van 2 tot 4 uur te zien voor heeren aandeelhouders en Woensdag en Donderdag op dezelfde uren voor de clientѐle.

Ook ons was het vergund, het uitgestrekte gebouw te bezichtigen en al aanstonds moesten wij verklaren dat het ons in zijn soort een modelinrichting lijkt, het grootsteedsch karakter waardig, dat onze stad meer en meer aanneemt.

Maakt reeds de imposante voorgevel den indruk van deftige degelijkheid, zonder overtollige versiering, het inwendige beantwoordt daaraan volkomen.

Van de beide groote magazijnen aan weerszijden van de groote toegangspoort geaven wij indertijd al een uitvoerige beschrijving. Thans treden wij die monumentale hardsteenen poort, door twee Zweesch granieten kolommen geflankeerd, binnen en komen in de breede en hooge gang, uitloopend op een vestibule, door een glazen lantaren gedekt, waardoor een bijzonder helder licht binnenvalt.

Vandaar gaat de gang met eenige treden verhooging verder naar de bijzonder sierlijke vierkante hall, vanwaar men toegang heeft naar de omringende vertrekken. Een fraaie Iltaliaansche mozaïekvloer, lambrizeering en pilasters van gepolijst Calicata-marmer, daarboven helder wit gestukadoorde muren, verlevendigd door sierlijke gaslampen van gepolijst koper, maken die gang tot een waarlijk vorstelijke entrée.

Rechts van de gang heeft men een ruime vergaderzaal voor heeren directeuren en commissarissen, links een kleinere spreekkamer, beide met eenvoudig, maar deftig comfort ingericht.

In de hall, gedekt met een koepel van gebrandschilderd glas, geleverd door den heer J.L. Schouten te Delft, dat een bijzonder mooi effect maakt, heeft men recht voor zich het kantoor van den kassier, van voren geheel afgesloten met glasramen, die opgeschoven kunnen worden, en voorzien van een betaalbank van donkerkleurig marmer (bleu belge).

Rechts van deze hall is de wachtzaal voor de clientѐle, voorzien van een twaalftal geriefelijke tafeltjes, door matglazen schotten zoodanig van elkander gescheiden, dat ieder bezoeker, zonder vrees voor onbescheiden blikken van zijn buurman, er op zijn gemak zijn papieren kan nazien. Dit wachtlokaal heeft door een breed loket weer gemeenschap met het kantoor van den kassier.

In een hoek op den grond wordt het oog getroffen door een kolossaal brok metselwerk: dit is een staaltje van den met staal gepantserden muur, die de volkomen brand- en inbraakvrije onderaardsche safe omgeeft, waarvan wij indertijd een beschrijving gaven, toen die kelder gemetseld werd.

Links van de hall is het privé kantoor van heeren directeuren, van de spreekkamer gescheiden door een portaal, dat ook toegang geeft tot een telephoonkamertje.

De twee groot bureaux ministre der directeuren zijn voorzien van toestellen voor de gemeentelijke en huistelephoon, alsmede van een zeer doelmatige inrichting tot het roepen der bedienden; door het bewegen van een pennetje wordt op een nummerbord in het bediendenlokaal, onder het getingel van een schelletje een nummer zichtbaar, dat voor een bepaalden bediende het teeken is, dat hij geroepen wordt.

Achter het kassierskantoor, waarvan de wanden, behalve den glazen voorwand, geheel uit traliewerk bestaan, strekt zich het groote bediendenlokaal uit, een kolossale helder verlichte ruimte, voorzien van vier groote dubbele lessenaars alsmede aan het einde nog een enkelen lessenaar voor den eersten bediende, die vandaar den arbeid van het heele personeel kan overzien.

Achter dit groote lokaal bevinden zich de slaapkamer voor den bewaker, die tot meerdere verzekering der veiligheid ’s nachts in het gebouw vertoeft; een brandvrije afgesloten ruimte met kasten en loketten tot bewaring der boeken, papieren, rekeningen, quitanties enz. van het loopende jaar, alsmede een doelmatig ruim vertrek met closetinrichtingen volgens het nieuwste systeem, waschfonteintjes, kapstokken enz, ten dienste van het personeel.

Van uit het groote bediendenlokaal leidt een hardsteenen wenteltrap naar de onderaarsche ruimten. Daar heeft men vooreerst de archiefkamer, bevattende de boeken, journalen, brieven enz., alles met bewonderingswaardige orde en regelmaat in kasten en loketten naar tijdsorde gerangschikt, zoodat men in een oogwenk een brief of rekening van een willekeurigen datum kan naslaan. Maar het eigenlijke heiligdom is natuurlijk de brand en inbraakvrije kluis, waar de waarden geborgen worden. Om die te bereiken moet men eerst een ijzeren hek door, dat alleen door beide directeuren elk met afzonderlijken sleutel kan geopend worden. Dan staat men nog pas in de ruime gang, die de vierkant gemetzelde kluis omringt. De bijna halfmeterdikke, van binnen met dooreen gevlochten stalen latten gepantserde muur, indertijd reeds uitvoerig beschreven, is slechts aan twee tegenovergestelde kanten doorboord. Het eene gat is de groote zware ijzeren deur, met kunstig letter- en veiligheidsslot gesloten; het andere daartegenover een vensteropening met volkomen gelijke sluiting. Dit venster geeft, voor het geval de deur van buiten eens mocht weigeren open te gaan, gelegenheid toch binnen de kluis te komen, waar men dan het binnenblad der ijzeren deur kan openen en alzoo de inwendige slot inrichting nazien.

Binnen de kluis is een blok van een honderdtal safes aangebracht evenals de heele kluisinrichting geleverd door de zoo gunstig op dit gebied bekende firma Lips te Dordrecht. Al die honderd grootere en kleinere hokjes, bestemd om aan particulieren te verhuren, bevatten een blikken effectentrommel, die nog weer van een hangslot kan voorzien worden, en kunnen alleen geopend en gesloten worden met twee sleutels, waarvan de eene berust bij de directie en de ander bij den huurder, die zoo dikwijls hij verlangt van sleutel veranderen kan, daar de sleutel feitelijk het slot maakt. Zoodoende is alle gevaar vermeden dat, door het namaken van een sleutel, onbevoegden zich tot het een of ander loket toegang zouden kunnen verschaffen.

Gelijk wij vroeger al aanstipten zijn niet enkel de muren, maar ook de uit beton bestaande vloer en het gewelf met staal gepantserd, zoodat inbraak letterlijk een onmogelijkheid wordt.

Achter de kluis bevinden zich een aantal met gas verlichte, doelmatig ingerichte couponkamertjes, waar de huurders rustig hun coupons kunnen knippen.

De overige kelderruimten, zooals die voor de stoommachine ten behoeve der centrale verwarming met lagen stoomdruk, tot berging van kolen enz. zijn geheel afgescheiden van de straks beschrevene en hebben afzonderlijke toegangen.

Stippen wij ten slotte nog aan, dat voor degenen, die liever niet door de groote poort in de Molenstraat binnenkomen, ook nog een achteruitgang is aangebracht in de Karrengas, waardoor zij rechtstreeks de wachtzaal kunnen bereiken en dat aan de zijde van genoemde gas ook nog een gerieflijke woning van den concierge gelegen is, dan meenen wij den lezer een tamelijk volledig beeld van de heele uitgestrekte inrichting gegeven te hebben.

Aan de bouwmeesters komt een woord van welverdienden lof toe voor de bijzonder practische verdeeling der ruimten, gepaard met ongemeene sierlijkheid van constructie. De ornamentatie is betrekkelijk sober en vertoont steeds dezelfde motieven; het deftig effect wordt vooral verkregen door de mooie verhoudingen en het uitgezochte der aangewende materialen. Zoo is voor al het in ’t oog vallende timmerwerk als deuren, kozijnen enz. teakhout gebezigd.

De aannemer, de heer H. Seegers alhier, heeft het heele omvangrijke werk tot groote tevredenheid zoowel van bouwheeren als bouwmeesters onberispelijk afgeleverd, terwijl ook nog vermelding verdienen de heer P.P.J. Jansen voor het keurig uitgevoerde schilderwerk en de heer H.J. Ott voor het niet minder te prijzen stukadoorwerk.

Het bijzonder mooie marmerwerk werd geleverd door den heer H.A. Eeuwens en het hardsteenwerk door den heer A. Bakkers, allen alhier.

Ten slotte mag ook een woord van hulde niet worden onthouden aan den opzichter, den heer L. Vervat, die met groote bekwaamheid al de werkzaamheden leidde en controleerde.

Allen hebben eer aan hun werk evenals het bestuur der Maas-en-Waalsche Bank van den kloeken ondernemingsgeest, dien het toonde door zich zulk een degelijk en duurzaam gebouw te stichten.” (De Gelderlander 9/8/1903)

De nieuwe kluis

Nijmegen, 16 Dec.

De nieuwe kluis der Maas- een Waalsche Bank.

Zooals onze lezers weten, is op het oogenblik in de Molenstraat in aanbouw een nieuw gebouw ter herberging der kantoren van de Maas- en Waalsche Bank Kneppers & Cie. Ofschoon nog achter de schuttingen verborgen, trekt het kapitale gebouw reeds sedert weken de aandacht door zijn aanmerkelijke afmetingen en forschen opzet.

Met den bouw is men thans zoover gevorderd, dat heden de gemetselde kluis voor belangstellenden ter bezichtiging kon worden gesteld. Het was een goede gedachte van de directie der bank, daartoe gelegenheid te geven nu het metselwerk nog niet geheel is voltooid, omdat men zich nu ook kan overtuigen van de degelijkheid der staalpantsering, die later onder het metselwerk verborgen is.

Van de vriendelijke uitnoodiging der directie maakten ook wij gebruik om het belangrijke werk eens te gaan bezichtigen.

Bij het betreden van het gebouw krijgt men aanstonds den indruk, dat hier iets werkelijk grootsteedsch wordt opgetrokken.

Een monumentale poort, rustende op gepolijst graniet kolommen geeft toegang tot de eigenlijke kantoorlokalen.

Aan weerszijden dier poort wordt een fraai, ruim winkelhuis ingericht, die, naar wij vernemen, allebeid reeds verhuurd zijn.

De breede gang voert, tusschen de vergaderzaal en de spreekkamer door, naar de vierkante hal of vestibule, geflankeerd rechts door de wachtkamer en links door het bijzonder kantoor der directie.

Achter de hal is het groote bediendenlokaal, van waar een hardsteenen trap links, als eenige toegang, voert naar de onderaarsdsche ruimten, waarin de kluis verborgen is. Die kluis is een kamer van 6½ bij 4½ meter, uitsluitend van steen en ijzer gebouwd, en omringd door een breede rondloopende met beton overwelfde gang. De muren dier kamer, uit het hardste materiaal gemaakt, zullen, als ze geheel voltooid zijn, een dikte van 75 centimeter, waarbinnen de bepantsering van kruiselings over elkaar gelegde latten van pantserstaal verborgen is.

Daar men die bepantsering wilde laten zien, is op het oogenblik alleen het gemetselde buitengedeelte van den muur afgewerkt. De muur, die tegen de binnenzijde van het pantser moet komen, is nog niet aangebracht. Zoodra deze is opgetrokken, wordt de inwendige ruimte met portlandcement volgegoten, zoodat het geheel den ééne massa wordt. Maar nu ook kan ieder zich overtuigen, dat ook al zou de buitenmuur bezwijken, dat pantser, hetwelk door zijn veerkracht tegen alle aanvallen weerstand biedt, onmogelijk zou te verwrikken zijn.

De vloer bestaat uit een laag van 25 centimeter beton, waarover een dergelijk pantser is gelegd, zoodat ook voor ondergraving der kluis geen gevaar kan bestaan, en waarop weer een betonlaag van 25 centimeter den beganen grond vormt.

De zoldering is gevormd door ijzeren balken met daartusschen te metselen steenen gewelven, gedekt door beton. In de gang, waar de gewelven al zijn afgewerkt, bestaan zij uit beton.

In de kluis komt met door een dubbele ijzeren deur ter dikte van 4½ centimeter, van letter- en protectorslot van de nieuwste constructie voorzien. Als wij zeggen dat die heele inrichting wordt aangebracht door de bekende firma Lips uit Dordrecht (vertegenwoordiger voor Nijmegen “De Nijmeegsche Metaalwerken”), wier werk bij den jongsten ontzettenden brand in de stoomkuiperij van Van der Lugt te Rotterdam de geweldigste proef glansrijk heeft doorstaan, dan hoeven wij niet te zeggen, dat men hier het beste, doelmatigste en zekerste heeft wat op dit gebied te krijgen is.

Tegenover de deur is een vierkant venster, op dezelfde wijze afgesloten als de deuropening en dat, voor het geval het slot der deur eens mocht wiegeren, ook gelegenheid geeft de kluis binnen te dringen. Is men daar eenmaal binnen, dan kan van de dubbele deur eerst de binnenplaat, de eigenlijke branddeur geopend worden, zoodat men de heele inwendige inrichting voor letter- en protectorslot voor zich heeft en zien kan wat er aan hapert.

Overdag, wanneer de dubbele deuren van ingang en venster openstaan, worden beide gesloten door een ijzeren hek, ook door de firma Lips te leveren, die een dergelijk hek tevens aanbrengt in den boogvormigen toegang tot de trap.

In de gang achter de kluis zijn drie zoogenaamde couponkamers gelegen elke van drie bij drie meter en bestemd voor degenen, die tot bewaring van hun effecten van de kluis gebruik maken en van tijd tot tijd gelegenheid moeten hebben de coupons te knippen.

De kamer links krijgt haar verlichting van buiten door een venster met zoogenaamd prisma-glas, dat er op berekend is het van boven invallende licht zooveel mogelijk naar zijn zijde terug te kaatsen.

De middelste kamer wordt met gas verlicht en de derde krijgt haar licht uit de gang.

Tot zoover de inrichting van de groote kluis, bestemd voor de berging der effecten en waarden, zoowel van de bank zelve als van degenen, die haar hun vermogen ter bewaring toevertrouwen.

Achter het straks genoemde bediendenlokaal zijn nog kleinere afzonderlijke kluizen ingericht voor de bewaring der boeken, en ter zijde is het slaapvertrek van den concierge, die alzoo bij het minste nachtelijk onraad onmiddellijk bij de hand is om, zoo noodig, te alarmeeren.

Ten overvloede zijn alle met de buitenlucht in verbinding staande ramen van diefijzers voorzien.

Men ziet dus dat met de uiterste voorzorg is gewaakt voor de verzekering van een absolute veiligheid. Een doelmatige inrichting voor de bezoekers is daarbij, dat de wacht kamer, behalve door den hoofdingang in de Molenstraat, ook te bereiken is langs een minder in ’t oog vallenden toegang in de Karregas, waar het gebouw aan de achterzijde uitkomt en waar ook de woning van den concierge gelegen is.

Het kapitale gebouw, naar de plannen der Amterdamsche architecten A. Jacot en W. Oldewelt door den Nijmeegschen aannemer den heer H. Seegers, Bagijnenstraat, gebouwd, belooft een wezenlijk sieraad te worden voor de Molenstraat. Den opzichter, den heer L. Vervat, die zoo vriendelijk was, ons al uitleggende het geheele gebouw rond te leiden, betuigen wij daarvoor onzen hartelijken dank.” (De Gelderlander 17/12/1902)

Hotel Métropole, Lange Burchtstraat 22, 1910 (Boek- en kunstdrukkerij P.A. Geurts via F15397 RAN)
#Nijmegen, Burchtstraat, Centrum, Gebouw van de dag

Hotel Métropole

1900 Lange Burchtstraat

Hotel Métropole, Lange Burchtstraat 22, 1910 (Boek- en kunstdrukkerij P.A. Geurts via F15397 RAN)
Hotel Métropole, Lange Burchtstraat 22, 1910 (Boek- en kunstdrukkerij P.A. Geurts via F15397 RAN)

“Gelijk de advertentie in ons blad is aangekondigd, heeft morgen de opening plaats van het nieuwe hotel “Métropole” in de Lange Burchtstraat, door de architecten Hoffman & Gerrits gebouwd voor de heeren H. en J. Gubbels.

De fraaie, modern opgevatte gevel, geheel in witten steen uitgevoerd en versierd met twee kolossale caryatiden, die een over de heele breedte doorloepend balkon dragen, is een nieuw sieraad voor de in den laatsten tijd bijna geheel vernieuwde winkelstraat. Met zijn forsche, kloeke lijnen, aangenaam getemperd door de versieringen van gekleurd glas, vergulde opschriften enz. maakt het een wezenlijk monumentaal effect.

Lange Burchtstraat gezien in de richting van het Kelfkensbos, 1904 (Uitg. J.H. Schaeffer via F15458 RAN)
Lange Burchtstraat gezien in de richting van het Kelfkensbos, 1904 (Uitg. J.H. Schaeffer via F15458 RAN)

Doch van middag was het ons vergund ook een kijkje te nemen in het inwendige en wij kunnen aanstonds zeggen dat dit ten volle aan het vorstelijk uiterlijk beantwoordt. Een ruime lichte zaal, met wintertuin meegerekend, een oppervlakte van 220 vierkante meter beslaande, door geestig behandelde glasramen ook van ter zijde verlicht en ’s avonds door een menigte koperen gaskronen en lichtarmen opgeluisterd, noodigt door de gezellige inrichting als van zelf de bezoekers uit. Keurig vooral is daarachter de wintertuin, versierd met fraai geschilderde decoratieve paneelen, gevat in pilasters van verglaasden steen. Men zal daar een frisch zitje hebben op den koelen mozïekvloer, onder het bladergewiegel van hooge sierpalmen.

Op de eerste verdieping heeft men een gezellige restauratie zaal, terwijl eenige ineenloopende vertrekken aan de straatzijde zijn ingericht voor particuliere gezelschappen. Verder zijn de bovenverdiepingen ingericht als hotel; zij bevatten een dertigtal logeerkamers, naar de laatste eischen van alle gemakken voorzien. Het heele gebouw heeft verder centrale verwarming door heet water en kan in alle opzichten met de beste inrichtingen van dien aard wedijveren.

Met het oog op het groote vreemdelingenverkeer in de zomermaanden durven wij deze nieuwe hotelonderneming in het centrum der stad wel succes beloven.” (De Gelderlander 17/5/1900)