1957-1958 Parkdwarsstraat 9-53, 32-118, Doddendaal 5-35, Achter de Valburg 2-4
Bejaardenhuis Doddendaal, 24 november 1986 (Ber van Haren via KN14220-27 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
Het RAN heeft nog een aantal foto’s uit 1963, waaronder deze.
Het bejaardencentrum Doddendaal is in 1957-1958 ontworpen door A. Evers en G.J.M. Sarlemijn. Het complex ging in oktober 1959 open. Daarbij ging het om een verzorgingstehuis en 38 ouderenwoningen. Tijdens het bombardement van 1944 was de Parkdwarsstraat zwaar getroffen. Op deze kale plek wilde Woningbouwvereniging Nijmegen een bejaardentehuis bouwen, die aansloot bij de behoeften van ouderen van de binnenstad.
Brandgrens Bombardement Tweede Wereldoorlog Doddendaal (juli 2023)
Nieuwbouw
Op dat moment waren er 2 nieuwbouwprojecten voor bejaardencentra. Doddendaal richtte zich op bewoners van de binnenstad. Het bouwproject van Kolping in Brakkenstein richtte zich op de rest van de stad.
Bejaardenhuis Huize Doddendaal, datering foto december 1959
(Fotopersbureau de Gelderlander, Auteursrecht J.F.M. Trum via F55634 RAN CC-BY-SA)
Het complex bestaat uit een verzorgingstehuis en appartementen. Het verzorgingstehuis (“pensiontehuis”) bestaat uit 55 éénpersoonskamers en 4 kamers voor echtparen.
De opzet was, dat de bewoners van de 38 flatjes zoveel mogelijk met eigen middelen moeten rondkomen. Waarbij ze zo min mogelijk gebruik maken van instellingen als Maatschappelijk Hulpbetoon. Een van de factoren die een rol bij de plaatsbepaling heeft gespeeld, was om het contact met de getrouwde kinderen, die regelmatig in het centrum komen voor bijvoorbeeld boodschappen, te bewaren. Het was het eerste bejaardencentrum in Nijmegen dat gefinancierd werd op basis van Woningfinanciering. De exploitatie komt in handen van een aparte stichting. ( Nijmeegsch dagblad 16-7-1954)
Evers en Sarlemijn
Evers en Sarlemijn was een architectenbureau in Amsterdam van de A. Evers (1914-1997, Amsterdam) en G.J.M. Sarlemijn (1909-1993, Amsterdam). Het bureau bouwde tussen 1941 en 1981 vele kerken, scholen en woningen in een tiental steden. “Vooral in de jaren vijftig en zestig werden vele bouwwerken gerealiseerd in de in katholieke kring gangbare behoudende stijl van de Bossche School”.
De architecten zijn in Nijmegen vooral bekend om de Afrika- en Bouwmeesterbuurt. Deze bouwden zij tussen 1952 en 1957. Zie voor een beschrijving en een lijst van werken:
Bejaardenwoningen aan de Parkdwarsstraat 21 t/m 47, 1986 (Ber van Haren via KN14220-28 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
De gebouwen zijn ontworpen in de stijl van de zogenaamde Bossche School. Deze is gebaseerd op Dom Hans Van der Laan, een Benedictijner monnik. Na de Tweede Wereldoorlog gaven Dom Hans Van der Laan, Nico van der Laan en ir C. Pouderoyen hierover een architectuurcursus in Den Bosch.
Kort gezegd komt deze neer op de juiste verhoudingen der delen. Hierbij speelt de verhouding 3:4 een belangrijke rol, die verder is uitgewerkt tot een zogenaamd plastisch getal 1:0,755.
De stijl is een zogenaamde de traditionalistische stijl.
Jaren 80 en verder
Voormalige appartementen van bejaardencentrum Doddendaal met binnentuin, juli 2023
In de jaren tachtig lagen er plannen om het complex te slopen: deze was sterk verouderd. Om sloop te voorkomen vond een grote verbouwing plaats. In 1986 kreeg het dan ook de benaming Huize Nieuw Doddendaal.
In 2013 bleek dat het complex niet meer voldeed om in de toekomst ouderen de zorg te kunnen bieden die zij nodig hebben. Portaal liet het complex renoveren. Sinds 2017 zit hier “Wonen met Perspectief”. Zij biedt tijdelijk woonruimte aan cliënten van Pluryn en de RIBW.
Gemeentelijk Monument
Monument Van der Wagt Doddendaal (juli 2023)
Het gebouw is een Gemeentelijk monument. Bij de argumentatie: “Architectuurhistorisch van hoge waarde vanwege de kwaliteit van het ontwerp, de redelijk gave staat, als voorbeeld van traditionalistische, vroege Bossche Schoolarchitectuur van het belangrijke bureau A. Evers & G.J.M. Sarlemijn. Het complex heeft een robuuste, eenvoudige en evenwichtige uitstraling en kent een precieze detaillering. Er is sprake van grote herkenbaarheid door steeds terugkerende maatverhoudingen en architectonische elementen. De aandacht voor overgangselementen tussen binnen en buiten in het ontwerp is van architectuurhistorische waarde. Onder de bescherming behoren dan ook de entreetrappen met hekwerk, de privetuintjes met scheidingsheggen, de openbare, gemeenschappelijke binnentuin van de seniorenwoningen met een grasveld met beplanting, het voetpad om het grasveld, het prieel, diverse keermuurtjes. Wat betreft de buitenruimte van het verzorgingstehuis is de keermuur parallel aan de eetkamer van waarde. Inwendig waarde vanwege de organisatie van besloten, individuele ruimten, verkeersruimten en de aandacht voor gemeenschappelijke ruimten.
Het complex heeft stedenbouwkundige waarde met het tegenoverliggende voormalige Carmelietenklooster: omvang, overeenkomsten in bouwstijl en -vorm met openbare hoven zijn beeldbepalend voor de wederopgebouwde Doddendaal. Het complex heeft vanwege zijn katholieke achtergrond en functie van pensiontehuis een historische relatie met het karmelietenklooster en de RK instellingen rond Doddendaal. Cultuurhistorische waarde als uiting van de naoorlogse verzorgingsstaat en de zorg voor bejaarden.”
Bronnen
Het oude bejaardencentrum Doddendaal (foto juli 2023)
In 1951 kregen Evers en Sarlemijn van Woningvereniging “Nijmegen” opdracht om een bebouwingsplan voor een gedeelte van Heseveld te ontwerpen. De Bothastraat en de Wetstraat maken onderdeel uit van het eerste complex. Het eerste wat in de straten opvalt zijn de witgeschilderde woningen.
In 1949 ontwerpen de architecten Deur en Pouderoyen het klooster en een kerk voor de Karmelieten. Deze komen mei 1951 gereed, hoewel de toren wat later wordt geplaatst.
Een aantal jaren voordat het gebouw gesloopt werd, had het de titel “lelijkste gebouw van Nijmegen” gekregen. In de loop der jaren was het pand steeds meer vervallen en was het een “rotte kies” geworden. En dat, terwijl er de Luxor bioscoop in 1955 als een fris uitziend pand begon.
Joris Ivens Monument op Joris Ivens plein (juli 2023)
Het Joris Ivensplein is vernoemd naar de filmmaker Joris Ivens, met op het plein het Joris Ivens monument . Vroeger lag hier Parkzicht/restaurant Terminus. Een plaquette herinnert aan het overlijden van de verzetsstrijder Jan van Hoof. (De directe omgeving) van het plein staat ook bekend om de prositutie.
Het Joris Ivensplein is vernoemd naar de filmmaker Joris Ivens (George Henri Anton (Joris) Ivens (Nijmegen, 18 november 1898 – Parijs, 28 juni 1989).
Vooraf: Korenbeurs en Veemarkthallen/Parkzicht en Terminus
Het pleintje links met het ijzeren beeld met een ‘uitgeknipte’ cirkel is het Joris Ivensplein. Het plein is in de jaren 80 ontworpen.
Nadat de stadswallen werden gesloopt, kwam er een markt in het gebied tussen wat nu Kronenburgerpark is en de Oude Haven. Om het onderscheid te maken met de Grote Markt, werd deze markt in 1881 de Nieuwe Markt genoemd. Vanaf 1882 stond hier het gebouw van de Korenbeurs, welke in 1923 werd gesloten.
Op deze plaats kwamen de Veemarkthallen, die in 1939 geopend werden. Op de plek waar het Joris Ivensplein ligt, lag het voorgebouw van de Veemarkthallen, met onder andere de graanbeurs en een café-restaurant onder de naam Parkzicht. Veel Nijmegenaren zullen het gebouw nog kennen als restaurant Terminus, vernoemd naar tramremise. Lees het artikel over de Veemarkthallen en haar vervolg:
Cafe Restaurant Terminus, met op de achtergrond de Veemarkthallen, gezien vanuit de Parkweg. Gebouwd in 1938. Rechts de Nieuwe Markt, 1938 (F19205 RAN)
Waar nu het Joris Ivens plein ligt, lag vroeger het gebouw dat veel Nijmegenaren nog het best zullen kennen als café restaurant Terminus. Oorspronkelijk heette het Parkzicht en was het gebouwd als gebouw voor de veemarkthallen, die daarachter lagen en waar de straatnaam “Veemarkt” nog aan herinnerd.
Plaquette Jan van Hoof Ivensplein (september 2024)
Jan van Hoof (07-08-1922 en gesneuveld op 19-09-1944). Hij raakte betrokken bij het studentenverzet. Als lid van de Geheime Dienst Nederland maakte hij voor Market Garden maandenlang tekeningen van de omgeving van de Waalbrug, waaronder de locatie van de explosieven.
“Redder der Waalbrug”(?)
Mijn Gelderland: “Er is geen hard bewijs, maar men gaat ervan uit dat Van Hoof op 18 september explosieven onschadelijk maakte die aan de Waalbrug waren aangebracht door de Duitsers. Volgens het rapport, uitgebracht in 1951 door een commissie, ingesteld door het Ministerie van Oorlog, was een deel van de springladingen nog intact toen de Britten de brug innamen. Niettemin gaf men Van Hoof het voordeel van de twijfel, omdat de Duitsers wel degelijk springladingen hadden hersteld na sabotage, echter hij kan volgens het oordeel van deze commissie niet als redder van de brug worden aangemerkt. Tevens vermoedde de commissie dat de Duitsers de brug niet wilden vernielen, omdat ze deze nodig hadden voor een eventueel tegenoffensief”
Overlijden bij Nieuwe Markt
Op 19 september geeft Jan van Hoof tekeningen af over Duitse versterkingen bij de Waalbrug. Hij vertrekt die middag met een Britse verkenningswagen van de Royal Engineers om hen door de binnenstad te gidsen. Op de Nieuwe Markt wordt wagen, waarin lance-sergeant W.T. Berry en guardsman A. Shaw zitten, in brand geschoten. Jan van Hoof wordt van de wagen geslingerd. Daarop wordt hij door de Duitsers mishandeld en om het leven gebracht.
Zie voor het verhaal van Jan van Hoof wikipedia (tevens bron) en het uitgebreide artikel op Noviomagus.
Het bijschrift bij GN10006 vertelt dat Jan van Hoof 4 keer is begraven:
een noodgraf in het Kronenburgerpark
op Rustoord,
een herbegrafenis met militaire eer op de R.K. Begraafplaats Daalseweg
in 1971: na ruiming van een gedeelte van deze begraafplaats, op de gemeentelijke begraafplaats Vredehof aan de Weg door Jonkerbosch.
Zoals onder andere Noviomagus vertelt, is de steen een aantal malen verplaatst. Daarbij is in de loop der jaren de oorspronkelijke plaquette vervangen door een identieke nieuwe.
In een artikel van de Gelderlander uit 2017 vertelt een ooggetuige dat hij Jan van Hoof heeft zien sterven. De tegel ligt net op de verkeerde plek.
Onthulling gedenkteken voor Jan van Hoof op de Nieuwe Markt voor Terminus en Veemarkthallen. Tekst op de gedenksteen: ‘Hier viel Jan van Hoof Redder der Waalbrug 19-9-1944’. Rechts op de foto Vader van Hoof, verder v.r.n.l. zijn echtgenote (in witte overjas), twee dochters en een zoon, 1945, (F71036 RAN)
Prostitutie
In 1970 begon de prostitutie aan de Nieuwe Markt en de Lange Hezelstraat (Het vrije volk: democratisch-socialistisch dagblad, 6-8-1971); waarschijnlijk wordt met de Lange Hezelstraat het stuk bedoeld dat tegenover het huidige Joris Ivensplein ligt. Daarvoor waren een aantal huizen opgekocht. “Grootste trekpleister is het groene en rode neonlicht dat soms drie prostituées tegelijk verlicht achter een groot raam van een huis, dat vroeger meisjesstudenten onderdak verschafte.” Vooral op de zomeravonden is het ’s avond druk, wanneer vrouwen op de stoep staan. In 1971 is de vraag voor hoe lang, aangezien in de reconstructieplannen van de Benedenstad de Nieuwe Markt zal moeten verdwijnen.
Bovendien was vanaf de jaren 70 de tippelzone in het Kronenburgerpark. In de loop van de jaren 80 veranderde dit, doordat prostituanten in hun auto bleven zitten en een rondje gingen rijden van Stieltjesstraat, Vredestraat en Kronenburgersingel.
In 1983 wordt bekend dat de prostitutie zal moeten verdwijnen, omdat deze bij de renovatie van de Benedenstad middenin een woonwijk is terecht gekomen. De nieuwe locatie zal nu de Nieuwe Marktstraat worden, waar 50 prostituees zullen komen te werken. Dit tot ontsteltenis van de school die aan dezelfde straat ligt. (De Telegraaf, 30-6-1983)
De exploitanten spannen ondertussen een kort geding aan, omdat “ten oosten van de Nieuwe Markt in de Nijmeegse Benedenstad een woonerf met een parkeervergunningensysteem is aangelegd”. (Het Parool, 10-1-1984)
Welke straat hiermee precies bedoeld wordt, is nog niet geheel duidelijk: de Gravendal/Karthuizerhof of het afsluiten van het noordelijk gedeelte van de Nieuwe Markt? In ieder geval kunnen klanten geen rondje meer rijden. En wanneer “ze tenslotte toch een keus hebben gemaakt, vinden ze bij terugkomst van hun bezoek een bon op de voorruit.” Uiteindelijk wordt de huidige locatie aan de Nieuwe Markt de enige locatie waar nog raamprostitutie is toegestaan. Het aantal kamers is intussen sterk verminderd: waar het er voorheen 70, in 2018 zijn er nog maar 14 kamers. (De Gelderlander)
Nadat de tippelzone in de Stieltjesstraat en Vredestraat heeft gezeten, komt er in 1993 een afwerkplek in de Nieuwe Marktstraat. In 2000 komt hier de tippelzone. Het doel van de loods is het beperken van overlast en het zorg bieden aan prostituees.
Joris Ivensplein
Het plein wat op dat moment in aanleg is, word vernoemd naar Joris Ivens. De gemeenteraad van Nijmegen neemt in een bijzondere vergadering op 4-10-1988 het officiële besluit, in aanwezigheid van Ivens zelf en zijn vrouw Marceline Loridan. Wel komt Ivens in juni 1989, nog voor het plein in gebruik is.
In 1990 maakte Bas Maters het monument voor de filmmaker Joris Ivensplein op het Joris Ivensplein. Het lijkt alsof het ronde gat is uitgesneden en aan luik is vastgemaakt. Dat heeft te maken met dat Ivens een filmmaker was: het verwijst naar het oog van een camera. Het openstaande gat onderaan kan als een deur…
Joris Ivensplein met op voorgrond eethuis/café en op achtergrond Joris Ivens monument, september 2023
Ook staat er op het plein een horecapaviljoen met een groot overhangend dak, oorspronkelijk een chinees. Dit is ontworpen door Bas Maters en de architect J. Wienbelt en geopend in 1993.
Het Joris Ivensplein nu
Vooral ’s avonds is er regelmatig sprake van overlast van straatprostitutie, alcohol- en drugsoverlast, rondscheurende auto’s en hangjongeren.
Inmiddels heeft de gemeente een aantal maatregelen genomen als het plaatsen van camera’s met meer mogelijkheden, het inzetten van coaches en jongeren die ingezet worden als “sleutelfiguren”. Bewoners maken een wekelijkse wandeling door het Kronenburgerpark en het Joris Ivensplein.
Daarbij heeft de gemeente de twee horecazaken gesloten, omdat deze een grote rol speelden in het aantrekken van overlastgevers. In juli 2024 heeft de gemeente het paviljoen gekocht. Dan is nog niet duidelijk wat ermee gaat gebeuren: sloop of eerst een tijdelijke invulling (De Gelderlander)
Nimmarama
Nimmarama op Joris Ivensplein (juli 2025)
In juli 2025 is het project Nimmarama in het paviljoen geopend “Nimmarama laat Nijmegen zien door de ogen van haar eigen inwoners. Iedereen mag meedoen – van amateurfotograaf tot professional. Nimmarama projecteert oprechte beelden, van vroeger en van vandaag, en laat zo zien hoe Nijmegenaren de stad echt beleven.”. Zie hun website: https://www.nimmarama.nl/
In 1936 is dit pand grondig verbouwd naar een ontwerp van Charles Estourgie. Een gedeelte van de bouwtekening staat hier onder “Ontwerp voor een garage, bovenwoning & Magazijnen voor de Frima Gebr Janssen”. Daarbij wordt gesproken van een “Drukkerij verbouwing”. De datering van onderstaande tekening is van april 1936; in het bouwdossier staat een tekening van een andere voorgevel, “behoort bij de bouwvergunning-aanvrage dd 19 juni 1935”.
De Gebroeders Janssen “hadden meerdere panden in de Pijkestraat in bezit als pakhuis/magazijn. Achter deze huizen, tegenwoordig Pijkestraat 27, lag Drukkerij Gebr. Janssen.” (Gemeentelijke Monumentenlijst, met uitgebreide beschrijving van het pand)
Gedeelte Bouwtekening verbouwing 1935
Afgaande op de bouwvergunning aanvraag is het gebouw in 1913 vernieuwd naar een ontwerp van J.C. Hermans. Op dat moment heette de straat nog Pikkegas (in 1926 veranderd naar Pijkestraat). In de adresboeken 1912-1913 t/m 1915-1916 staat als omschrijving ‘pakhuis’, en daarnaast in ieder geval ook in 1922, 1924, 1932, 1934.
Het is mij nog onbekend of het een verbouwing betreft of dat naar het ontwerp van Estourgie een geheel nieuw gebouw is neergezet.
Andere gebruikers:
Advertentie Bestelhuis Pijkestraat blijft geopend (De Gelderlander 2/3/1953)
Advertentie Bestelhuis de Klok naar Regulierstraat 66 (De Gelderlander 2/3/1953)
Of en hoe lang de Gebroeders Janssen zelf gebruik hebben gemaakt van het pand is nog niet bekend.
Al in 1938 komt op dit adres de expediteur J.M. Linders voor. Hij komt daarna nog voor in de adresboeken tot 1955. Wel verschijnen er in De Gelderlander 2/3/1953 2 advertenties, op dezelfde pagina:
Bestelhuis Pijkestraat blijft, nu ten name van J.M. Linders
Bestelhuis de Klok is verhuisd naar Regulierstraat 66
In De Gelderlander 22/2/1954 staat een advertentie dat op dit adres het Bestelcentrum Centrum zich heeft gevestigd.
Naam
Omschrijving
Adresboek
A.L.A. Mulder
slager
1916
J.M. Linders
expediteur
1938, 1940, 1948, 1955
F.G. Linders
behangersknecht
1938
Bestelhuis ‘De Klok’
expediteur
1948
H.P. van der Braak
machinebankwerker
1959
A..J. van der Velden, geb. Vos
1968
Advertentie Bestelhuis Centrum naar Pijkestraat 1 (De Gelderlander 22/2/1954)
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is een Gemeentelijk Monument met als waardering: “Het pand is van architectuurhistorische waarde als gaaf voorbeeld van een magazijn met woongedeelte en garage uit de twintigste eeuw in expressionistische stijl. Verder is het van belang als voorbeeld van het oeuvre van de Nijmeegse landelijk bekende architect Charles Estourgie.
Het pand is van stedenbouwkundige waarde vanwege zijn opvallende positie bovenaan de Pijkestraat, met degevelopening ten behoeve van de garage-ingang. Tegelijkertijd voegt het pand zich goed in de schaal van de straatwand, mede vanwege de behouden historische perceelsgrenzen. Als woonhuis met bedrijfsgedeelte toont het pand de ontwikkeling van de middenstand aan de rand van het stadscentrum in de periode tussen de twee Wereldoorlogen. Dat verleent het pand cultuurhistorische waarde.”
Muurreclame Harpol Nieuwe Marktstraat,
1993 (RAN foto Toon Opsteegh CCBYSA)
Op de hoek van de Nieuwe Marktstraat is een muurschildering te zien van een collega van 3 verschillende reclameschilderingen die hier ooit hebben gezeten.
Let aan het einde van het blok ook nog even op de schildering boven de voormalige kapperij Vos. In 2006 is deze schildering aangebracht door Ger van Zetten en Sarah Wilson. Het betreft een mengeling van 3 reclameschilderingen die hier ooit hebben gezeten. Er is gekozen om de schildering te behouden zoals die op dat moment was, oftewel voor een restauratie.
Initiatief kapper Vos
Muurschildering Nieuwe Marktstraat (oktober 2022)
Kapper de Vos nam het initiatief tot de restauratie. Het liefst had hij iets anders gezien: “Ik vind het jammer dat het zo’n ratjetoe is. Liever had ik gewild dat er was gekozen voor één reclame en die was opgeknapt, zodat die eruit zou zien zoals die was. Maar het is beter dan het was.”
Harpol, Brasso, Solo en Koster
De muur met reclameschilderingen Nieuwe Marktstraat, 1920-1930 (E.F. van der Grinten via F78365 CCBYSA)
Hierin zijn 4 namen verwerkt:
Harpol (Moderne Hygiene Harpol reinigt en ontsmet uw toilet)
Solo (margarine)
Brasso (zilverpoets)
Koster, de naam van de schilder van de laatste schildering
Op onderstaande foto’s zijn (een deel van de) afzonderlijke reclames te zien.
Brasso
Zoals de Gelderlander het al zegt: “in de linkerbovenhoek een schemering van Brasso”.
Op bovenstaande foto uit 1915-1920 is de reclame van Brasso goed te zien. Daarboven en onder staan een aantal andere reclames:
Brasso is een merk polijstmiddel voor metaal, oftewel koperpoets. Het is bedoeld om aanslag van messing, koper, chroom en roestvrij staal te verwijderen. De naam zal afgeleid zijn van het engelse woord voor messing: “brass”. In het engels wordt de term “metal polish” voor “koperpoets” gebruikt; dus niet iets als “copper polish”
Reckitt and Sons
Brasso werd in of rond 1905 in Groot-Brittannië geïntroduceerd door Reckitt and Sons, een grote fabrikant van huishoudelijke middelen, opgericht in Hull. Haar agent, W. H. Slack, ontdekte het gebruik van een dergelijk middel in Australië, toen hij op bezoek was bij de Australische tak van dit bedrijf. Vervolgens ging Brasso in 1905 bij Reckitt and Sons in productie, waarvoor ze een nieuwe fabriek had laten bouwen.
wikipedia: “in eerste instantie verkocht aan de spoorwegen, ziekenhuizen en aan grote winkels.”
Brasso is nog steeds te koop.
Brasso in Nijmegen
Het is mij (RE) nog onbekend wie de oorspronkelijke Brasso muurschildering heeft laten plaatsen. Wel waren Reckitt’s Zakje Blauw als Brasso merken van dezelfde fabrikant.
(Het is niet waarschijnlijk dat het 1 grote advertentie van L.A. Moll was: mogelijk Brasso als metaalpoetsmiddel nog wel, maar het Zakje Blauw was bedoeld om de was witter te laten lijken).
Gevonden advertenties
Advertentie Poetsartikelen Drogisterij Keizer Karel (De Gelderlander 6/3/1908)
De op dit moment eerstgevonden advertentie in Nijmegen is in De Gelderlander 6/3/1908: dan verkoopt Drogisterij “Keizer Karel” in de Lange Burchtstraat 17 dit product.
Hieronder is een lijst weergegeven van gevonden advertenties voor Brasso. Er is echter niet naar volledigheid gestreefd; mogelijk betrof het een andere winkelier of heeft (de Nederlandse agent van) Brasso zelf laten aanbrengen. Welk lijkt het beeld te zijn dat Brasso oorsponkelijk werd verkocht door drogisterijen. Toen de levensmiddelenwinkeliers opkwamen, vinden we vanaf dat moment ook daar advertenties van het poetsmiddel.
Firma F.J. van Pelt, drogisterij, Lagemarkt 47 en Kort Hezelstraat 28 (PGNC 22/12/1909, PGNC 22/2/1912)
Wed. W.H.M. v. Crimpen, Molenstraat 52 (De Gelderlander 6/7/1913); Van Crimpen’s
“Het Goedkoope Warenhuis, Broerstraat 8-10; als “Extra Reclame” (De Gelderlander 19/9/1915)
Drogisterij, Molenstraat 52 (en Hamburgerstraat 28 Doetinchem; De Geld]erlander 9/8/1919)
Th. Hendriks Pz., St. Annastraat 58/60 (PGNC 5/1/1918)
J.J. Hofman J.R, drogist, Elst (De Gelderlander 3/5/1919)
Drogisterij “De Nieuwe Gaper”, D. Katje, Ganzenheuvel 33 (De Gelderlander 4/10/1919)
Firma H.M. v. Haaren, Levensmiddelen, winkels in Nijmegen: Molenstraat, Smidstraat, Daalscheweg, Burghardt v.d. Berghstraat en Marialaan en in 30 andere plaatsen. Brasso: links onder, 15 cent (De Gelderlander 22/5/1920 Brasso: links onder, 15 cent)
Henri v.d. Velden & Co., Hezelstraat 84b, De Gelderlander 10/10/1922
Albert Heijn, levensmiddelen, Lange Burchtstraat 27 en Burghardt v.d. Berghstraat 54 (De Gelderlander 22/3/1923, 13 cent)
Muurreclame Harpol Nieuwe Marktstraat,
1993 (RAN foto Toon Opsteegh CCBYSA)
Op de foto uit 1993 blijkt alleen de Harpol reclame nog goed leesbaar te zijn. Aan de andere kant zijn tegenwoordig de overig muurschilderingen op het pand verdwenen.
In de Limburger uit 1956 is de volgende advertentie gevonden:
“Nieuw! HARPOL reinigt en ontsmet Uw toilet!
Het naarste werkje wordt nu voor u gedaan!
Wat is Harpol? Het nieuwe, zelfwerkende reinigingsmiddel in poedervorm voor Uw toiletpot. Ruikt aangenaam. Speciaal gemaakt om U dat naarste van alle werkjes uit handen te nemen!” (De nieuwe Limburger 27-09-1956).
Net als Brasso en Reckitt’s Zakje Blauw is Harpol een merk van Reckitt’s (Reckitts N.V. in de Bilt). Het merk Harpic werd geïntroduceerd in 1932 en is vernoemd naar haar uitvinder Harry Pickup. Sinds wanneer en waarom het merk in Nederland Harpol heet is mij niet bekend, maar mogelijk omdat de 2e lettergreep iets te veel associatie met een toilet oproept.
Het kantoor en pompstation van het Gemeentelijk Waterleidingbedrijf en links daarvan de Ambachtsschool; op de voorgrond de rails van de kolentram die cokes aanvoerde van de Waalkade naar de gasfabriek, Nieuwe Marktstraat 10-12, 1936 (F46605 RAN)
In 1879 opent het gemeentelijk waterleidingbedrijf aan de Nieuwe Marktstraat. Na een grote verbouwing herinnert nog weinig aan het oorspronkelijke gebouw. In 1984 wordt het nieuwe pompstation opgeleverd, dat tot 2016 dienst doet. Momenteel (2025) heeft Doornroosje en Gemeente Nijmegen het plan om hier de nieuwe locatie voor poppodium Merleyn te bouwen.
Zowel het witte gebouw als het lage gebouw met grijze tegels hebben te maken met de waterwinning van Nijmegen. Het witte gebouw van het Gemeentelijk Waterleidingbedrijf is oorspronkelijk gebouwd in 1879. Het complex bestaat uit een pompstation met kantoren, magazijnen en een opzichterwoning.
1875: De wens van een gemeentelijk waterwinbedrijf
Pompstation van de Openbare Nutsbedrijven, Nieuwe Marktstraat 8, 1920 (F29000 RAN)
In 1875 werd begonnen met het onderzoek naar de wenselijkheid van een gemeentelijk waterwinbedrijf. Een van de onderzoekers was J. Paijens, directeur van de Gemeentelijke Gasfabriek. De eerste drinkwaterleidingbedrijven waren Amsterdam (1853) en Den Helder (1856).
In de bovenstad was er een gebrek aan pompen. Daarnaast was de kwaliteit van het grondwater slecht door verontreiniging, veroorzaakt doordat mensen dicht op elkaar gepakt woonden en mestvaalten die vlak bij de putten lagen. Een van de gevolgen daarvan waren cholera-epidemieën. Daarnaast hoorde een waterleidingbedrijf bij een moderne gemeente.
Na de eerste 2 In de periode 1870-1880 zouden naast Nijmegen Den Haag, Leiden en Rotterdam een drinkwaterleidingbedrijf krijgen. Vanaf 1880 zou het aantal waterleidingbedrijven in Nederland toenemen.
1879: Eerste pompstation en uitbreidingen
In 1879 werd het waterleidingbedrijf aan de Nieuwe Marktstraat geopend. Een logische plek, aangezien het op een laag punt van de stad lag, maar bovendien dicht bij het afzetgebied.
Het witte gebouw aan de Nieuwe Marktstraat is het eerste pompstation. Nadat het gebouw in 1928 aan de Ambachtsschool was afgestaan, is deze verhoogd met een verdieping en flink verbouwd.
Riolering
In 1885 werd begonnen met de aanleg van een rioleringsstelsel. Daarbij werden waterpompen weggehaald een poelen gedempt. Tegelijkertijd verdwenen de waterpompen uit het straatbeeld en werden poelen gedempt.
Na 1879 vonden een aantal uitbreidingen plaats. Jarenlang herinnerde een tegeltableau ‘1909’ bij het grijze gebouw aan de eerste uitbreiding: een pompgebouw. Daarmee had Nijmegen een primeur in Nederland, doordat de pompen elektrisch werden aangedreven. Dit gebouw was tevens een waterzuiveringsinstallatie.
1984 Nieuw pompstation met waterzuiveringsinstallatie
In 1984 werd het nieuwe pompstation in gebruik genomen. Deze had bovendien een zuiveringsinstallatie.
Herkomst Water
Oorspronkelijk werd het water opgepompt onder het Kronenburgerpark.
In de wijk Kwakkenberg stond een waterreservoir, dat zorgde voor druk op de leiding. Daardoor was de bouw van een watertoren niet nodig.
Vanaf 1915 werd het water tevens opgepompt uit Heumensoord. Aanvankelijk als proefstation en vanaf 1937 als productiebedrijf, waarbij een leiding rechtstreeks naar deze watercentrale liep.
2016 Einde Waterwinning Nieuwe Marktstraat
Watercentrale Nieuwe Marktstraat
Een foto van het pompstation uit 1990 is te zien op F60568 RAN.
In 2016 is de waterwinning aan de Nieuwe Marktstraat gestopt. Volgens de Europese Regelgeving zou de verontreiniging in de buurt van de het Kronenburgpark gesaneerd moeten worden. Tot dan toe waren deze verontreinigingen met beschermende maatregelen tijdens de winning tegengehouden. Aangezien sanering te duur werd geacht, besloot Vitens tot de sluiting van de waterwinning aan de nieuwe Marktstraat. De waterwinning werd overgenomen door het bedrijf Fikkersdries uit Driel.
2020 – nu: Poppodium Merleyn (?)
Rond 2010 (“al negen jaar” in het artikel van de Gelderlander uit 2021; in 2023 noemt Doornroosje zelf “15 jaar”) is Doornroosje op zoek naar een nieuwe locatie voor Merleyn, aangezien het pand aan de Hertogstraat verouderd is. Daarbij is het huidige pand “lastig te exploiteren is vanwege geluidsoverlast. Isolatie is geen optie, aangezien de steunbalken door buurpanden lopen.” (vpt)
Op zoek naar locatie
Daarom ging Doornroosje op zoek naar een nieuwe locatie. Doornroosje: “Met een capaciteit van 200 bezoekers is het de perfecte plek om opkomend (inter)nationaal talent een podium te geven, experimentele genres te programmeren en nieuwe dance-concepten te laten pionieren.”
In januari 2020 kocht de gemeente Nijmegen het oude waterpompstation aan om dit nieuwe poppodium te kunnen bouwen; naast de Nieuwe Markstraat waren 17 andere locaties bekeken. “Bij deze zoektocht is het van belang om te weten dat het realiseren van een zogenaamde ‘box-in-box’ constructie essentieel is om de directe geluidsoverlast naar de belendingen te voorkomen.” (Gewijzigde) vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Centrum – Stationsomgeving – 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium), 28 februari 2023)
Dit terrein ligt bovendien op een steenworp afstand van Doornroosje zelf. In januari 2020 wordt er nog van uit gegaan dat de nieuwbouw in begin 2022 gereed kan zijn.
Vrees voor Geluidsoverlast
Bewoners van omliggende panden zijn niet blij met het voornemen. “De Vereniging van Eigenaren (VvE) van een nabijgelegen appartementencomplex is hier niet blij mee. Zij vrezen onder andere geluidsoverlast. Tegenover de Stentor laten zij weten een beroep bij de Raad van State te overwegen. Bewoners voelen zich volgens de krant ‘slecht betrokken bij de plannen’. Een sentiment dat ondersteund wordt door verschillende Nijmeegse raadsleden.” (entertainmentbusiness). “De gemeente en Doornroosje willen de mogelijke problemen ondervangen met een plan over vaste routes en een calamiteitennummer – iets waar de omwonenden geen vertrouwen in lijken hebben. “Ze zeggen wel te gaan handhaven op overlast, maar dat heeft geen zin. Dan is het te laat, ik ben dan al wakker gemaakt.” Ook Vesteda, verhuurder van een aantal panden aan de Nieuwe Markstraat, is niet overtuigd.
In 2023 keurt de gemeente het bestemmingsplan goed. Wel is dan nog de mogelijkheid om bezwaar te maken bij de Raad van State.
De ambachtsschool was de eerste technische school van Nijmegen, door de gemeente opgericht. Door de opkomst van de industrie was er in Nijmegen een grote behoefte aan technisch personeel ontstaan.
Op het stationsplein kwam in 2014 de nieuwe locatie van Doornroosje. Het gebouw is zo open mogelijk vormgegeven. Daarnaast kent het een aantal innovaties: een “doos in doos” om geluidsoverlast te voorkomen en een draailift voor vrachtwagens. Tevens zit in het gebouw een fietstransferium en een studentenflat.
Een blauwe ruithoek staand op betonnen zuilen met daarop glazen piramides: het politiebureau van Nijmegen. Deze is gebouwd als het hoofdgebouw voor het regionale korps Gelderland-Zuid. Het is in 1994 ontworpen door Jeanne Dekkers. In de volksmond kreeg het de bijnaam ‘Wiebertje’. In 1998 is het opgeleverd.
Blik in de Hertogstraat in de richting van het Kelfkensbos, rechts de Wilhelminaboom en de Nutsschool, 1900 (P.A. Geurts via F14528 RAN)
De Hertogstraat is afgeleid van een heerstraat, een Romeinse legerweg. In ieder geval was de straat en omgeving in de Romeinse tijd in gebruik. Wikipedia: “De Hertogstraat is een van de oudste straten van Nederland. De straat wordt al in de 14e eeuw vermeld”. Volgens het Straatnamenregister in 1322 als Hyrtstege (door Gorissen in 1956) en 1382 (door Teunissen in 1933). Volgens Teunissen is de eerste vermelding van Hartogsteegh in 1694, daaróór zijn er allerlei varianten op hirt, hert en her.
Romeinse oorsprong
Wikipedia: “De straat heeft een in Romeinse oorsprong.
Het is het startpunt van de Heirbaan Maastricht-Blerick-Nijmegen. Die weg loopt vanuit de Hertogstraat, Coehoornstraat, Heijendaalseweg en Driehuizerweg en komt dan in het natuurgebied Heumensoord uit. Op deze plek ligt nog een stuk oude Romeinse weg. Die weg liep door naar Mook, tot de Romeinse Maasbrug bij Cuijk, en vervolgens langs de westkant van de Maas via Blerick naar Maastricht.”
Heirbaan
De meeste bronnen noemen expliciet dat de naam is afgeleid van “heer” en niet van “Hertog”. De term “heirbaan” (en aanverwante namen) zijn juist op een latere datum aan wegen gegeven, die (veelal terecht) herkend werden als een Romeinse legerweg. De Romeinen zelf zullen deze wegen nooit “heirbaan” hebben genoemd, maar bijvoorbeeld het woord “Via” hebben gebruikt. Eeuwenlang bleven deze wegen daarna nog in gebruik als doorgaande wegen.
Het woord “heirbaan” is afgeleid van het oud-germaans (of opvolgers daarvan)/de Indo-Europese taal. “heir” of “heer” betekent leger. “Baan” betekent in het oud-germaans “weg”.
Hertog?
Ook “Hertog” is afgeleid van het oud-germaans. “tog” is afgeleid van het woord dat “leiden/trekken” betekent. Hertog betekent dus degene die het leger trekt/leidt.
Echter: aangezien de weg eeuwenlang alleen een verwijzing naar de “heirbaan”, het leger heeft, lijkt de Hertogstraat niets te maken met “hertogen” en zal het zeker niet bedoeld zijn om een specifieke hertog aan te duiden.
De stadszijde van de Hertsteegpoort (Hertogpoort) ; een foto van een pentekening gemaakt door Hendrik Tavenier (18 juli 1734 – 8 april 1807) ; Archief de Poll, inventarisnummer: 1056, 1786 (H. Tavernier via F14549 RAN)
Nijmeegsche Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers
Het huidige Hertogstraat 70 in 1942, op dat moment de Twentsche Bank, 1942 (F14506 RAN)
Een opvallend gebouw aan de Hertogstraat is het pand van de Nijmeegsche Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers; veel Nijmegenaren kennen het gebouw als behorende bij de ABN AMRO Bank.
Tweede Wereldoorlog
Aanslag op A. van Dijk, commissaris van politie
De stoet voor de begrafenis van A. van Dijk, commissaris van politie in Nijmegen, tevens lid van de Germaanse SS. Hij werd op 8 juli 1943 in de Hertogstraat door Henk Romeijn, een verzetsman uit Waalwijk, neergeschoten, raakte daarbij zwaar gewond en overleed op 31 augustus 1943 aan zijn verwondingen in Arnhem, Hertogstraat, 4/9/1943 (GN1127 – B RAN)
Op 8-7-1943 vond de aanslag plaats op de commissaris van politie A. van Dijk door Henk Romeijn. Van Dijk was verantwoordelijk voor de arrestatie van 500 Joden en daarnaast was hij een gevaar voor het verzet. Daarop besloot het verzet hem te liquideren. Op 8 juli vond de aanslag plaats door Henk Romeijn. Op 31 augustus overlijdt van Dijk.
Romeijn wordt bij zijn vlucht door burgers op straat tegengehouden: zij dachten dat hij de fiets wilde stelen, die klaarstond om te vluchten. Hij wordt overgedragen aan de Sicherheidsdienst. Hij wordt gemarteld en in september overgebracht naar het kamp Vught. Op 5 april 1944 wordt hij in Arnhem geëxecuteerd.
Het bombardement van februari 1944 en de dagen rond Market Garden in september 1944 had ook grote gevolgen voor de Hertogstraat.
De Hertogstraat met rechts het Wintersoord, 1944 (GN171 RAN)
Wederopbouw
Winkelwooncomplex
1956 Kelfkensbos, Hertogstraat, Mariënburgstraat en Wintersoord
Een van de grootste projecten van de wederopbouw van het centrum is het winkelwooncomplex tussen het Kelfkensbos, de Hertog, de Mariënburgstraat en Wintersoord.
De Hertogstraat is afgeleid van een heerstraat, een Romeinse legerweg. In ieder geval was de straat en omgeving in de Romeinse tijd in gebruik. Wikipedia: “De Hertogstraat is een van de oudste straten van Nederland. De straat wordt al in de 14e eeuw vermeld”. Volgens het Straatnamenregister in 1322 als Hyrtstege (door Gorissen in 1956)…
Veel Nijmegenaren zullen Hertogstraat 23-25 vooral kennen van het restaurant Gandhi. Het pand is echter gebouwd als 2e winkel voor de vis- en kaaswinkel Jac. Wouters in 1913, naar een ontwerp van architect van de Boogaard.
In mei 1904 ontwerpt architect Claase een winkelhuis en woonhuis aan de Hertogstraat (27 en 29). De opdrachtgevers zijn de gebroeders Faazen, die wonen op nummer 27 en ook in de nieuwbouw op nummer 29 zullen gaan wonen. In november 1904 opent de bloemisterij Gerretsen en Valeton op nummer 27. Opvallend aan de het pand…
“Het verbouwde pand der Firma v.d. Horst aan de Hertogstraat.
Men zal zich nog herinneren, dat eenige weken geleden het pand van den fotohandel der firma E.J. v.d. Horst aan de Hertogstraat no. 45 gedeeltelijk door brand werd verwoest. De zaak werd als gevolg hiervan eenige weken gesloten, doch tegelijk werd met een verbouwing begonnen, die nu dezer dagen haar beslag heeft gekregen. Zaterdag j.l. is het vernieuwde pand geopend. Het blijkt, dat de brand, naast de schaduwzijden, toch dit goede resultaat gebracht heeft, dat de Hertogstraat een modern winkelpand rijker is geworden. De gevel van imitatie-graniet trekt reeds van verre de aandacht, terwijl ook de beide groote bronzen vitrines aanstonds in het oog vallen; inderdaad een heel verschil met het ouderwetsche winkelhuis van vroeger. Het spreekt wel vanzelf, dat van deze gelegenheid gebruik is gamkaat om het pand ook inwendig te moderniseeren. De winkel, waain het daglicht thans volop binnenstroomt en die des avonds in een gloed van kunstlicht prijkt, maakt thans een keurigen indruk. Hetzelfde is het geval met de achtergelegen wachtkamer, met haar smaakvolle groen-gele wandbekleeding. Voorts werd ook het fotografisch atelier geheel nieuw ingericht, gestoffeerd en van de nieuwste apparaten voorzien. Ook de werkplaatsen boven werden verbouwd en beantwoorden thans aan alle eischen, die er redelijkerwijs aan gesteld mogen worden. De firma v.d. Horst beschikt thans over een flink modern winkelpand. Zij maakte van deze verbouwing tevens gebruik om haar fotohandel belangrijk uit te breidenL deze vormt thans een voornaam onderdeel van de zaak.
De architect, de heer Hes, die de leiding had bij de verbouwing, komt een woord van waardeering toe voor wat hij hier tot stand bracht. Vermelden wij nog, dat de verbouwing werd uitgevoerd door de aannemersfirma L.P. van Horsen. De firma Toonen verzorgde de elektriciteit, terwijl de stoffeering geschiedde door de firm Athmer.” (PGNC 24/7/1933)
Bank De Nijmeegse Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers
Nijmeegsche Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers, architect Oscar Leeuw. Rechts de bank, foto: 25 jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina ; een versierde poort gezien in de richting van het Hertogplein, 1923 (F59633 RAN)
Leest het artikel over de Nijmeegsche Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers:
Fotozaak van der Horst, foto gedateerd 1932 dus voor de verbouwing; Een rij winkels tussen het Kelfkensbos en de Walmuur. Te zien zijn een metaalhandel en een fotozaak (van der Horst). Rechts is nog een deel van het Poortwachterhuys te zien, St. Jorisstraat 13-23 (Fotopersbureau de Gelderlander via F14667 RAN CC-BY-SA, auteursrechthouder J.F.M. Trum)
“Het verbouwde pand der firma v.d Horst aan de Hertogstraat.
Men zal zich nog herinneren, dat eenige weken geleden het pand van den fotohandel der firma E.J. v.d. Horst aan de Hertogstraat no. 43 gedeeltelijk door brand werd verwoest. De zaak werd als gevolg hiervan eenige weken gesloten, doch tegelijk werd met een verbouwing begonnen, die nu dezer dagen haar beslag heeft gekregen. Zaterdag 11 is het vernieuwde pand geopend. Het blijkt dat de brand, naast de schaduwzijden, toch dit goede resultaat gebracht heeft, dat de Hertogstraat een modern winkelpand rijker is geworden. De gevel van imitatie-graniet trekt van verre de aandacht, terwijl ook de beide groote bronzen vitrines aanstonds in het oog vallen; inderdaad een heel verschil met het ouderwetsche winkelhuis van vroeger. Het spreekt wel vanzelf, dat van deze gelegenheid gebruik is gemaakt het pand ook inwendig te moderniseeren. De winkel, waarin het daglicht thans volop binnenstroomt en die des avonds in een gloed van kunstlicht prijkt, maakt thans een keurigen indruk. Hetzelfde is het geval met de achtergelegen wachtkamer, met haar smaakvolle groen-gele wandbekleeding. Voorts werd ook het fotografisch atelier geheel nieuw ingericht, gestoffeerd en van de nieuwste apparaten voorzien. Ook de werkplaatsen boven werden verbouwd en beantwoorden thans aan alle eischen, die er redelijkerwijs aan gesteld mogen worden. De firma v.d. Horst beschikt thans over een flink modern winkelpand. Zij maakte van deze verbouwing tevens gebruik om haar fotohandel belangrijk uit te breiden; deze vormt thans een voornaam onderdeel van de zaak.
De architect, de heer Ees, die de leiding had bij de verbouwing, komt een woord van waardering toe wat hij hier tot stand bracht. Vermelden wij nog, dat de verbouwing werd uitgevoerd door de aannemersfirma L.P. van Horsen. De firma Toonen verzorgde de elektriciteit, terwijl de stoffeering geschiedde door de firma Athmer.” (PGNC 24/7/1933). in de adresboeken van 1932 en 1934 is het adres Jorisstraat 13. In het adresboek van 1936 komt Foto v.d. Horst – Fotografie en Fotohandel voor op de adressen Hertogstraat 45 en Jorissstraat 13 (met elk een ander telefoonnummer). In 1940 is het weer alleen Jorisstraat 13.
Verbouwing Opticien Harting
Hertogstraat
Hertogstraat 128, augustus 2023 (Google Streetview) Vanaf 1939 opticien Harting, verbouwing door architect Deur
Beeld van het plein, omstreeks de eeuwwisseling, met het plantsoen en de Wilhelminaboom, gezien vanaf de hoek Van Broeckhuysenstraat/Hertogstraat. Op de achtergrond, rechts, de Nutsschool met (links) het begin van de Derde Walstraat. Geheel links, het eerste stuk van de Hertogstraat met Hertogstraat 125-127, 1898-1902 (F89863 RAN)
Beeld van het plein, omstreeks de eeuwwisseling, met het plantsoen en de Wilhelminaboom, gezien vanaf de hoek Van Broeckhuysenstraat/Hertogstraat. Op de achtergrond, rechts, de Nutsschool met (links) het begin van de Derde Walstraat. Geheel links, het eerste stuk van de Hertogstraat
Op de gevel is duidelijk het bouwjaar te zien: 1894. Het pand is gebouwd als twee herenhuizen met een winkel op de zeer scherpe hoek van de Hertogstraat. De architect was H. Esmeijer.
Gemeentelijk Monument
Het pand is een Gemeentelijk Monument vanwege: “Fraai voorbeeld van hoekbebouwing in de stadsuitleg.”
Een gedeelte van de Hertogstraat tussen het Wintersoord en het Kelfkensbos; met rechts een fiets met een hangwagentje, links juwelier Hoeboer, 1935 (GN4801 RAN)
Afgaande op het artikel over de verbouwing in 1906, betekent dit dat juwelier Hoeboer al eerder hier zijn winkel had. Uit de foto uit 1935 blijkt, dat de winkel van Hoeboer dan nog steeds bestaat.
Th. Hoeboer komt als “goudsmid” voor het eerst op Hertogstraat 6 voor in het Adresboek 1898. Waarschijnlijk is hij tussen 1896-1898 naar dit adres verhuisd vanaf Ziekenstraat 65: dan komt daar een Th. Hoeboer, goudsmid voor.
Daarna zal hij jarenlang op nummer 6 als goudsmid zitten (Adresboeken 1899, 1901, 1902, 1903, 1905, 1907, 1908, 1909, 1910-1911, 1912-1913 (als Hersteeg),
In ieder geval is in 1908 en 1918, 1920 het adres van Hoeboer Hertogstraat (of Hersteeg) 6/8.
Lees hier het artikel over de verbouwing van 1906 door architect Hoffmann:
De tot nu toe eerstgevonden vermelding van A.W.M.J. Hoeboer op Hertogstraat 6-8 als “juwelier” is in het Adresboek van 1926, Th. Hoeboer als “goudsmid” op nummer 10 (Adresboeken 1922 en 1924 zijn tot nu toe niet ingezien). Idem voor 1928, 1932 (dat jaar komt ook Th.A.E. Hoeboer voor op nummer 10), 1934.
In het adresboek van 1936 komt A.W.M.J., juwelier nog voor op het adres 6-8. Th. Hoeboer, juwelier, lijkt verhuisd te zijn naar Sterreschansweg 32. Idem voor 1938.
In het Adresboek 1940 komt de juwelier voor op nummer 3: het is nog onduidelijk of dit een hernummering of een daadwerkelijke verhuizing betreft.
Reclameplaat van Stalhouderij Th. Ariëns, 1895 (F55013 RAN)
Garagebedrijf Egbers
Garagebedrijf Th. Egbers. Vijfde van rechts (zonder pet) is Rudolf Kersten (1867-1944). Reproductie, 1900-1910 (P.H. Kouw via F23371 RAN)
Overname smederij in Hertogstraat door Th. Egbers (PGNC 23/10/1887)
Hendriks
Hertogstraat 47
“Een feestetalage.
De heer Jac. D.P. Hendriks, Hertogstraat 47, heeft ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van zijn zaak in diamant, goud- en zilverwerken, eene feestetalage aangericht welke eenige interessante merkwaardigheden laat zien. Hij exposeert van morgen af gedurende een zestal dagen o.a. fijn zilver en zilverbaar met bijbehoorend essaybriefje zooals het op de beurs wordt verhandeld. Voorts in verschillende stadia van bewerking zijnde gebruiks- en luxe artikelen, eenerzijds. Anderzijds zeer merkwaardige antieke en moderne horloges. Hollandsche, Engelsche en Fransche van 1700, waaronder een van Abram Uyterweer te Rotterdam, wel een van de eerste Hollanders die een horloge maakte; horloges met slag- en speelwerk. Moderne horloges als blindenhorloge (braille-schrift), Zionistenhorloge, Contrôlehorloge voor automobielwedstrijden, Roulette-horloge, in gebruik te Monte Carlo enz.
Deze bijzondere etalage verdient wel de belangstelling en zij die in den winkel binnentreden worden nog bedacht met een gratis reclame-geschenk, een zakspiegeltje of notitie-boekje.” (PGNC 8/9/1921)
Hardeman
De scheersalon van kapper Hardeman in wat toen nog de Hersteeg heette, Hertogstraat 13, 1920-1925 (F87907 RAN)
De hoek van de Hertogstraat – Kelfkensbos, rechts is Hertogstraat. Let op het straatnaambordje Heirsteeg, GN169 dateert de foto op 1920-1930, de identieke foto F67140 op 1944 (GN169 RAN)
Het Station, ontworpen in 1954 door Ir. Sybold van Ravesteyn, 1960 (A.A. van der Borg via F33208 RAN CCBYSA)
Momenteel is men begonnen met de werkzaamheden voor een grote verbouwing van station Nijmegen, waarbij onder andere de westzijde grondig wordt gewijzigd. Een mooie aanleiding om een artikel te schrijven over het ontwerp van het station van Van Ravesteyn uit 1953-1954 en haar kunstwerken.
Vooraf: het bombardement van het station van Peters
Het huidige station is het derde stationsgebouw van Nijmegen. Of feitelijk het vierde, als het NSM station van 1865-1878, een houten gebouwtje, wordt meegerekend. In 1894 had rijksbouwmeester H.C. Peters het tweede station ontworpen.
Bombardement
Het station raakte op 22 februari 1944 zwaar beschadigd. Het werd als gelegenheidsdoel aangewezen vanwege zijn strategische functie voor het Duits wapentransport, nadat een aanval op de Gothaer Waggonfabrik niet doorging. Bij dit bombardement vielen (onbedoeld) vele burgerdoden.
Het station was nog te herstellen. Door een Duits bombardement op 3-10-144 brandde het resterende deel vrijwel volledig uit. Wel bleef een aantal delen, waaronder de overkapping en een deel aan de perronzijde, behouden.
Plaquette herinnering gevallenen oorlog station Nijmegen (juni 2024)
Een plaquette in de stationshal herinnert de NS medewerkers die slachtoffer zijn geworden van de oorlog.
Tijdelijk herstel
Het station in 1946, In de voorgrond liggen brokstukken. Links nog zichtbaar een deel van het oude station, 14-11-1946 (Harry Segers/Anefo via NL-HaNA_2.24.01.09_0_901 Nationaal Archief)
Tussen 1944 en 1953 werd het station tijdelijk hersteld. De begane grond van het gebouw en de stalen kapconstructie kon worden hergebruikt. Grote gaten werden dichtgemetseld, met daarbij een provisorische ingang.
Ontwerp van Van Ravesteyn
Het Station, ontworpen in 1954 door Ir. Sybold van Ravesteyn, 1960 (A.A. van der Borg via F33208 RAN CCBYSA): naast de toren zien we het voorplein waar taxi’s staan te wachten. Rechts is de stationshal met uit- en ingang. Daarvoor ligt de bushalte voor de trolleylijn en de twee intercity bussen. En weer daarvoor het pleintje met aanplant.
Het huidige station is gebouwd in 1954 naar een ontwerp van Sybold van Ravesteyn. Hij kreeg daarbij de opdracht om bij de resten van het oude station een passende voorkant te ontwerpen. Daarbij bleven de oude perronkappen en het perronkant bewaard. Ook tegenwoordig (juni 2024) is de perronkap en de muur van het oude station aan het perronkant nog aanwezig. Van Ravesteyn had veel door Italië gereisd op liet zich bij het ontwerp door Italiaanse pleinen inspireren. En in het bijzonder de gevels aan de Via della Conciliazione (Architectuurgids) in Rome, de belangrijkste toegangsweg tot Vaticaanstad.
De Gelderlander 1/6/1954 haalt het dankwoord van Ir. F.Q. den Hollander tijdens de opening aan: “Het nieuwe station is niet veel meer geworden dan een gevel, zij het dan een fraaie gevel, waarvoor echter gepast en gemeten moest worden en waarbij vooral rekening gehouden moest worden met de beurs van de N.S.”
Campanile
Evenals Italiaanse pleinen, beheerst een slanke toren het plein. Deze toren van 39 meter hoog is geïnspireerd op de campanile – een losstaande klokkentoren, waarvan er veel in Rome en Italië als geheel gebouwd zijn. Van Ravensteyn “wilde van het station een moderne stadsentree maken, van verre herkenbaar door een forse klokkentoren” (Spoorbeeld). De toren staat op as van de Van Schaeck Mathonsingel.
Naast blikvanger, fungeert de toren tevens als scharnierpunt tussen de 2 voorpleinen en de 2 vooraanzichten van het station. En natuurlijk als klokkentoren. “Honderdtachtig meter is de gevel lang en wat zij op het eerste gezicht aan hoogte mist, vergoedt zij royaal door de imponeerende breedte. En door de toren, die een nieuw baken geworden is in een torenarme stad.” (De Gelderlander)
2 pleinen en een voorplein
Naast de toren is links een plein gepland voor bussen. Op het linker plein is de standplaats voor bussen gepland voor 15 stadslijnen. Voor de in- en uitgang van het station ligt een voorplein met een VVV bureau. Daarnaast is voor enkele auto’s ruimte gereserveerd voor de taxi standplaats.
Rechts daarvan zijn bushaltes: 1 voor de trolleybus en 2 voor intercity buslijnen. Daarvoor is een plein met aanplant gepland.
De voorgevel is laag, maar lang: 180 meter. Daarbij is er een onderscheid tussen het rechter en linkergedeelte.
Stationshal en rijwielstalling
De ingang van het station, foto vanwege Officiele opening nieuw spoorwegstation van Nijmegen, 1-6-1954 (Van Duinen/Anefo via NL-HaNA_2.24.01.04_0_906-5002-groot Nationaal Archief CC0)
De stationshal staat rechts van de toren. Deze was ontworpen met een gescheiden stroom van in- en uitgaande reizigers.
De ingangspartij bevindt zich vrijwel in het midden, waarbij het portaal naar voren staat en een opgang heeft. Twee deuren in het midden vormen de ingang (met bordje “ingang”). Links en rechts daarvan zat een raam, met daarboven “kapper” en “boekenkiosk”. In de hal was aan de gehele linkerkant het kantoor en loketten voor de kaartverkoop. Naast de kapper en boekenkiosk was er een bagagedepot, inlichtingenkantoor en wisselkantoor. Reizigers bereikten het perron door controlepoorten. De uitgang bevindt zich aan de linkerkant, vlak bij de toren. Opvallend zijn de rechte vormen, onder andere vanwege de kalkstenen pilasters en de hoge ramen. Bovenop het station staan een aantal beelden.
Rechts van de stationshal is een rijwielstalling.
Linkergedeelte met stationsrestauratie
De linker vleugel station Nijmegen tegenwoordig; op de achtergrond zijn de beelden van de knielende figuren nog te zien (juni 2024)
Het linkergedeelte is lager; hier bevindt zich de eerst de stationsrestauratie. Daarnaast waren hier de wachtkamer en toiletruimte. Ook is er een wachtkamer voor bussen. Dit deel is vorm gegeven door bakstenen bogen op pilaren. Deze bogen zetten zich voort in arcade, die haaks op het gebouw staat.
Arcade en toren
De afsluiting van deze arcade is een toren met ruiterstandbeeld. Het plein wordt door deze bogen zowel omsloten als “omarmd”. Stationsinfo noemt daarbij dat er oorspronkelijk een tweede kolom heeft gestaan, zij het zonder standbeeld.
Bij de officiële opening op 1-6-1954 noemt Ir. F.Q. den Hollander: „Het nieuwe station is niet veel meer geworden dan een gevel, zij het dan een fraaie gevel, waarvoor echter gepast en gemeten moest worden en waarbij vooral rekening gehouden moest worden met de beurs van de N.S. Ik voel mij hier op het stationsplein als in Monte Carlo, zij het dan dat de ruimte in Monte Carlo niet kan wedijveren met die van Nijmegen. Deze gezegende stad biedt bij zijn entree tegelijkertijd ruimte en intimiteit. De toren vooral acht ik een trouvaille; zij is de omhoog stekende vinger van de N.S., als willen de N.S. zeggen: hier zijn wij. Wij hopen inderdaad de hal en restauratie te klein zullen zijn. Zolang er echter ruimtegebrek is kan men zeggen, iets te wensen te houden.” (De Gelderlander 1/6/1954).
Links van de arcade was een weg voor goederenvervoer en parkeerplaatsen gepland.
Rechtervleugel
De rechtervleugel, nog een gedeelte van het oude station, was in gebruik voor goederenvervoer. Waarschijnlijk was deze in gebruik tot de sloop vanwege de aanleg van de nieuwe stationstunnel.
In 1963 werd de rechtervleugel gebouwd, het witte gedeelte bij het huidige busstation Dit was een van de laatste ontwerpen van Van Ravesteyn. De muren wit door het gebruik van kleine witte tegels.
Het stationspostkantoor
In deze periode werd ook het stationspostkantoor gebouwd. Een postkantoor was bij de bouw van het station reeds gepland. De Architectuurgids noemt ook het inmiddels gesloopte postkantoor: “Een van de vele stijlwisselingen in het wonderlijke oeuvre van Van Ravesteyn wordt gedemonstreerd aan de noordzijde van het plein. Hier verrijzen tien jaar later de strakke functionele gevels van het stationspostkantoor.” Aan de andere kant: waar aan de zuidkant de arcade als afsluiting/omarming van het plein diende, had aan de noordkant dit kantoor deze functie.
Het postkantoor is inmiddels gesloopt en op deze plek staat het Doornroosje/Thalia pand.
De naoorlogse stations van Van Ravesteyn
Naast Nijmegen ontwierp van Ravesteyn na de oorlog een aantal andere stations als vervanger van de gebouwen die door de oorlog geheel of gedeeltelijk waren verwoest:
Opvallend is, dat in de literatuur Rotterdam (1957) niet in dit rijtje wordt genoemd. Waarom is mij nog onduidelijk, in ieder geval was dit ook een werk van Van Ravesteyn.
Retours: “Van Ravesteyn combineerde daarbij zijn neobarokke stijl met het baksteengebruik van de traditionalistische Delftse School, die in de vroege wederopbouwperiode gangbaar was.”
De meeste gelijkenis met de rechtervleugel van Nijmegen is dat van Hoek van Holland (in 2017 gesloopt), onder andere door de werking van pilasters.
De linkervleugel kent gelijkenissen met dat van ‘s Hertogenbosch door het gebruik van een romaanse zuilengalerij (in 1998 gesloopt).
Opvallend bij het station Rotterdam is, dat Van Ravesteyn zich hier heeft laten inspireren door het modernisme, dat gebruikt wordt in de Italiaanse stationsbouw. Hiervan wordt dat van Florence als grote voorbeeld van deze stroming gezien.
Bij het station zijn de nodige kunstwerken te zien, veelal gemaakt door Jo Uiterwaal.
Het gebruik van “ornamenten” was een van de dingen die Van Ravesteyn in Italië ter inspiratie had opgedaan. Naast golvende lijnen, die echter in zijn stationswerk ontbreken. Deze ornamenten had hij in zijn ontwerp voor Utrecht in 1939 al toegepast, “— een taboe voor functionalistische vakgenoten.” (Historiek).
Kunstwerken
Net als bij zijn overige stationswerk, zijn de nodige kunstwerken aangebracht, veelal gemaakt door Jo Uiterwaal.
Jo Uiterwaal (1897 – 1972) was een Nederlands beeldhouwer en meubelontwerper.
Van Ravesteyn en Uiterwaal hadden elkaar in 1933 ontmoet en vanaf dat moment werken ze veel samen. Daarbij bepaalde Van Ravesteyn welk beeld waar moest komen. Spoorbeeld: “Niets in dit werk doet denken aan de beelden die hij maakte voor de Nederlandse stations. Het werk dat hij in opdracht maakte, was veel figuratiever en traditioneler dan zijn vrije werk.” Uiterwaal ontwierp naast Nijmegen (in ieder geval) beelden voor de stations van Gouda en Vlissingen.
Ruiterstandbeeld
Ruiter standbeeld Jo Uiiterwaal station (maart 2023)
Daarbij valt naast de klokkentoren meteen de verhoging met het ruiterstandbeeld op. Ook deze toren doet meteen denken aan Italië: het ruiterstandbeeld van de Medici in Florence, het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius in Rome?
Het beeldhouwwerk is het laatste dat geplaatst werd, in oktober 1954. “De ruiter stelt Keizer Karel voor” (De Gelderlander 7/10/1954).
Let ook op de tegels op de arcade. Waarschijnlijk is dit ook werk van Uiterwaal.
Reliëfs aan de voet van de toren
Relief Jo Uiterwaal aan voet van de toren station Nijmegen (maart 2024)
Reliëf Jo Uiterwaal op toren station Nijmegen (juni 2024)
Ook de reliëfs aan de voet van de toren zijn werken van Uiterwaal.
Reliëf Hammes
Relief Hammes (maart 2024)
Het reliëf van beeldhouwer Hammes is een geschenk van de gemeente Nijmegen aan de N.S.. Het is een allegorische voorstelling “van de zich uit haar as oprichtende stedelijke gemeenschap van Nijmegen, die de band tussen spoorwegen en stad aanhaalt.” Het beeld zal geplaatst worden tegen de achterwand van de doorgang onder de toren. (De Gelderlander 1/6/1954)
ster onder de toren station Nijmegen (juni 2024)
Let ook op de ster aan het plafond van de toren. Hiervan is de kunstenaar onbekend.
“Snelheid, Veiligheid en Dienstbetoon”
Officiële opening van het nieuwe station te Nijmegen. Voor de ingang vlnr. burgemeester mr. Ch. M.J.H. Hustinx, de directeur van de N.S. , mr. F.Q. den Hollander en de architect ir. S. van Ravesteyn. Boven de ingang een beeldengroep uitbeeldende de snelheid, de veiligheid en de service van het spoorwegverkeer, 1-6-1954 (Anefo via NL-HaNA_2.24.05.02_0_091- Nationaal Archief CC0)
De beeldengroep “Snelheid, Veiligheid en Dienstbetoon” staat voor de kernwaarden van de spoorwegen. De groep is eveneens van Uiterwaal.
De vrouw links staat voor snelheid: ze heeft een duif in handen, die de vleugels uitslaat. De vrouw in het midden houdt een vogel beschermend vast, zij staat voor veiligheid. De rechter beeldt dienstbetoon uit: zij heeft een wiel in handen.
Het is gemaakt in 1954 en stond oorspronkelijk op het dak van het ingangsportaal. Daarom had Uiterwaal de gezichten bewust wat omlaag laten kijken.
Aanvankelijk stonden er nog 2 beelden op de dakrand: Geloof en Wetenschap. Vanwege de verbouwing van het station in 1973 zijn deze verwijderd en bevinden zich nu in het Spoorwegmuseum van Utrecht.
Na de verbouwing in de jaren 70 kwam de groep op de huidige locatie, tussen de toren en ingang.
Snelheid, Veiligheid en Dienstbetoon van Jo Uiterwaal op huiidige locatie (maart 2024}
Twee knielende figuren
De vrouw links heeft bomen in haar hand en symboliseert de bosrijke omgeving. De man rechts houdt een vis vast, symbool voor het water.
Fontein
fontein bij visitatieruimte station Nijmegen (juni 2024)
De fontein is een restant van het station van 1894. Deze is te vinden bij de voormalige visitatiezaal.
Zeven consoles en leeuwenkop
1 van de 7 consoles station Nijmegen (juni 2024)
Aan het perron zijn nog 7 consoles van het oude station te vinden, werken van E.A.F. Bourgonjon uit 1894.
Ook de leeuwenkop is van Bourgonjon
Leeuwenkop station Nijmegen (juni 2024) Bourgonjon
Let ook op de koppen bovenin bij het perron, station Nijmegen (juni 2024)
Verbouwingen
Het station is een aantal malen verbouwd. In 1973 vond een grote verbouwing plaats: men vond de stationshal te klein voor voorzieningen en en het toegenomen aantal reizigers. Het ontwerp was van W.M. Markenhof. De gehele hal, behalve de gevel aan de perronkant, is gesloopt. Daarvoor in de plaats kwam een in een meer moderne stijl, vooruitstekende hal.
Eerste verbouwingen
Naast het al genoemde postkantoor, hadden in de loop der jaren al meerdere veranderingen aan het station plaats gevonden. De eerste een nieuwe overkapping van het eerste perron in 1959. Twee jaar later volgde de bouw van de verkeerstunnel. Hierbij werd het laatste intact zijnde gedeelte van het stationsgebouw van het Peters gesloopt. In de plaatst van de noordelijke hellingbaan naar het eilandperron, kwam er een trap.
1973 Verbouwing
Het Station en omgeving, 17/10/1977 (Theo Hendriks via F32932 RAN CC0)
De belangrijkste verbouwing was die van 1973 naar ontwerp W.M. Markenhof, architect van de NS. Daarbij werd de gehele hal gesloopt, behalve de achtergevel aan het perron. Daarvoor in de plaats kwam “een moderner, naar voren uitstekend bouwdeel, in een typische jaren zeventig NS-architectuur. “ (Waardestelling) “Het ontwerp voor de nieuwe hal kwam geheel voort uit overwegingen van functionaliteit, waarbij aan de hal overigens wel winkelfuncties werden toegevoegd. Zowel de vergroting van de restauratie, de bouw van het districtkantoor als de vernieuwing van de stationshal werden destijds gezien als broodnodige moderniseringen aan het bestaande stationsgebouw. Als grootste stad in het oosten van het land was het logisch dat Nijmegen betere en meer verbindingen kreeg met de rest van het land, en dat betekende grotere reizigersstromen, vertelde burgemeester De Graaf in tijdschrift De Koppeling van 16 november 1973. Hij was blij met de vernieuwingen, vooral de felblauwe luifel en de gele polyster loketwand vielen in de smaak.”
Merk bij de foto uit 1977 de reclame op: zowel op de dakrand (voor een warenhuis) als op de toren (voor een eau de cologne).
De laatste grote verbouwing vond plaats vanaf 2001 naar ontwerp van Wienke Scheltens
Het Centraal Station; links het Mercure Hotel, Stationsplein, 10/10/2004 (Jacques van Dinteren via D5053 RAN CCBYSA)
Momenteel (juni 2024) is een nieuwe ingrijpende verbouwing begonnen. Een mooie film is te vinden op IndeBuurt.
Op de hoek van de Kroonstraat en Parkweg staat een voormalige kruidenierswinkel. Daarbij is opvallend, dat de huidige opschriften noch voorkomen op de foto uit de jaren 1946-1947, noch de foto gedateerd 1980 (zie hieronder).
Parkweg 86 opschrift (juni 2025)
Inzoomend op de foto van 1946-1947 zien we wel een reclame voor Maggi (links), Esso (het kleine zwarte bordje rechts van de ingang) en Persil (rechts). Daarbij staat er een man in de deuropening, met een liggend hondje. Door het linker raam is nog een deel van de winkel te zien.
Links boven het Maggi bord hangt nog een straatnaambord: “Doddendaal”. In 1982 is dit gedeelte van de Doddendaal hernoemd tot Kroonstraat (Straatnamenregister)
Een kruidenierswinkel op de hoek Kroonstraat – Parkweg, gezien vanuit de Pijkestraat, 1947-1948 (GN2046 RAN)
Een kruidenierswinkel op de hoek Kroonstraat – Parkweg, gezien vanuit de Pijkestraat, 1947-1948 (Detail GN2046 RAN)Links de Kroonstraat. Op het pleintje het beeld De Gouden Engel, gemaakt in 1980 door Ed van Teeseling, 1980 (Ber van Haren via F2515 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
Overigens komt het balkon in 1980 nog niet voor, op een foto gedateerd 1985 F6062 RAN inmiddels wel.
Het ontwerp van deze in 1881 gebouwde herenhuizen worden vaak toegeschreven aan Bert Brouwer. Rob Essers maakt op Noviomagus aannemelijk dat Brouwer niet de architect zal zijn geweest. Zie voor een uitgebreid artikel de hierbovenstaande link.
Rijksmonument
Parkweg 120-124, (Evert F. van der Grinten via F78953 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Parkweg 120-124 is een Rijksmonument; op deze site staat tevens een uitgebreide beschrijving.
Met als waardering:
“HERENHUIZEN gebouwd in 1881 door architect, stedenbouwkundige en projectontwikkelaar Bert Brouwer.
– Van architectuurhistorisch belang als goed en gaaf voorbeeld van een bouwblok opgetrokken in een aan het neo-classicisme verwante stijl. Er is onder meer sprake van een evenwichtig gevelontwerp met bijzondere detaillering en materiaalgebruik. Van belang als onderdeel van het oeuvre van Bert Brouwer, de stedenbouwkundige die het uitbreidingsplan op de plaats van de gesloopte vestingwerken ontwierp en er vervolgens grond aankocht om er herenhuizen op te bouwen.
– Van stedenbouwkundig belang vanwege zijn ligging aan de Parkweg tegenover het Kronenburger park in het beschermde stadsgezicht. Het volumineuze bouwblok is prominent aanwezig in de gesloten gevelwand van de straat.
– Van cultuurhistorisch belang als een vroeg en goed voorbeeld van een rij herenhuizen die zijn gebouwd op door de ontmanteling van de vesting vrijgekomen percelen. Van belang als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. De panden zijn gebouwd als huisvesting voor de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite.”
Het Kronenburgerpark is vooral mooi vanwege een van de weinige restanten van de vestingmuur die heel Nijmegen ooit omsloot. Vooral de Kruittoren torent hoog boven de omgeving uit. Daarnaast maakt onder de hoogteverschillen het pand erg aantrekkelijk. Het is een van de plekken waar Nijmegenaren tijdens mooi weer op het gras gaan zitten.
Het gebouw staat bekend als het Belgisch Consulaat. Oorspronkelijk is het in 1887 gebouwd als huis en magazijn van zoutzieder J. van Roggen. Ook zullen veel mensen het herkennen vanwege de (vele) horeca-gelegenheden die in dit pand hebben gezeten. Het gebouw is ontworpen door J.W. Michielsen, die ook de Arksteestraat 2 en Kweekschool de Klokkenberg (op de Klokkenberg) ontworpen heeft.
Kruittoren
De Kronenburgertoren met links op de achtergrond de Spoorbrug, en rechts het voormalig Belgisch Consulaat (Parkweg 100) (uit 1887, architect J.W. Michielsen), 1890 (F22088 RAN)
Het enorme pand werd gebouwd als woonhuis met magazijn voor de zoutzieder J. van Roggen. Het gebouw is groot en opvallend door de bijzonder rijke detaillering, de dakvorm en het forse bouwvolume. Maar het heeft ook te maken met de rest van de omgeving: bij de restauratie van de Kruittoren had P.J.H. Cuypers de wens geuit ‘geen gebouwen in de nabijheid van de Kronenburgertoren op te richten’. Dat had tot dan toe geresulteerd in de bouw van een aantal kleinere woningen. J.W. Michielsen ging met zijn ontwerp echter aanmerkelijk tegen deze wens van Cuypers in.
Johannes van Roggen
(29-9-1860 Nijmegen – 24-7-1934 Calgary, Canada)
Zijn ouders waren Matthijs Adolph van Roggen (1826-1886), advocaat en later kantonrechter en Catharina Noorduijn (1832-1919).
In 1884 neemt hij de zoutziederij van Salomon Blom (1837-1890) over. Een oom van hem en de echtgenoot van Johanna Elisabeth Noorduijn (1841-1928). Hij trouwt op 2-9-1885 met Helena Catharina Blomhert (14-7-1866 Nijmegen – 6-3-1940 Wassenaar). Wanneer het gezien de woning aan de Parkweg betrekt, zijn ze afkomstig van de Verlengde Hezelstraat No 71 (Waarschijnlijk is er binnen de jaren 1880 nog een verhuizing daarvoor geweest: van Roggen heeft bij “vorige woonplaats Hezelstraat B no 59; Blomhert Grootestraat 70). Bevolkingsregister 1880) Opvallend in hetzelfde Bevolkingsregister 1880 is dat bij “Opmerkingen” 74 staat vermeld, later is door “het blauwe potlood” Parkweg N 76 erbij gezet).
In mei 1884 vraagt J. van Roggen “om vergunning in het centrum van zijne Zoutziederij, grenzende aan de Pikkegas en Parkstraat, een Stoommachine van 12 paardenkracht te plaatsen om met behulp van die beweegkracht ruw zout te maken.” (PGNC 11/5/1884)
Johannes is van Roggen is van 1890-1898 “Heer van Duckenburg”, Rond 1907 vertrekt hij naar Canada (Noviomagus). Daar is hij in ieder geval “koopman” in 1908 en na 1920 “landontginner” (Geneologieonline en Nederland’s Patriciaat, 1945).
Blomhert en hun dochter blijven achter in Nederland. Zijn dochter trouwt in 1908. Daarna zal Blomhert verhuizen naar de Staringstraat. Zij heeft tot juli 1911 nog bij haar dochter op de Oude Stadsgracht ingewoond. In juli 1911 vertrekt Blomhert naar Utrecht. (Noviomagus). Op 24-6-1920 vindt de scheiding tussen van Roggen en Blomhert plaats (Genealogieonline).
Het gebouw als Franciscus Patronaat (uit 1887) van architect J.W. Michielsen, 1930 (F31589 RAN)
Het gebouw als Franciscus Patronaat (uit 1887), 1930 (F31589 RAN)
Daarna had het een groot aantal bestemmingen waaronder:
de huisvesting voor de Wereldlijke Derde Orde van de Heilige Fransiscus van Assisi (ca. 1914)
het kantoor en toonzaal van de Nijmeegse baksteenfabrikant N.V. Metselsteen (vh. Antoon Geldens, 1932), zie hiervoor het artikel op Noviomagus
het Belgisch consulaat
Noodkerk voor parochie van de heilige Franciscus van einde oorlog tot begin jaren 50
De Nijmeegse Muziekschool koopt het pand eind jaren 60. In 1972 verhuist ze naar de Lindenberg
Ook heeft er de nodige horeca in gezeten en heeft het tijden van leegstand gekend.
Belgisch Consulaat
De eigenaar van de firma NV Metselsteen, de heer Geldens, was tevens ereconsul van België. Daarom zat waarschijnlijk tot in 1965 ook het Belgisch Consulaat in dit pand. Het pand dankt hieraan zijn naam.
Lord Nelson en de vele horeca zaken
J. van Deutekom koopt in 1972 het pand van de Nijmeegse Muziekschool. Hij laat de benedenverpieding grondig verbouwen: Zo liet hij een ruimte voor de dansvloer maken en vensters afsluiten. De eerste bar schijnt de Pasja bar te zijn geweest (Facebook je bent een echte Nijmegenaar als en Facebook Nijmegen Toen); het is mij niet bekend of de verbouwing als discotheek op de de Pasja bar betrekking heeft op zijn opvolger: de bekende Lord Nelson.
Bij het ophalen van herinneringen aan dit pand noemen veel Facebookgebruikers, onder andere bij bovenstaande pagina’s, juist Lord Nelson als uitgaansgelegenheid. Na Lord Nelson kwamen de nodige opvolgers. Met wisselend succes, waarbij de meeste zaken slechts een tijdelijk bestaan hadden: Keizerstad, Labyrint, De Drang (zie de foto uit 1991 F38684 RAN), Discotheek België, Danserij de Revolutie, De Revo en Trendies.
Zeldzaam voorbeeld van het internationaal eclecticisme
De Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed ziet in dit gebouw een zeldzaam voorbeeld van het internationaal eclecticisme in Nederland. Met name de voorgevel is bijzonder met een combinatie van hardsteen, pleisterwerk en baksteen. Daarbij zijn er invloeden uit de Neo-renaissance.
Studio’s
Belgisch Consulaat in verbouwing juni 2025
Verbouwing Belgisch Consulaat (juni 2025)
In juni 2025 is er een verbouwing gaande, waarbij het pand wordt omgebouwd tot studio’s. Zie voor het project HermonHeritage en
Bronnen
Nu (weer) in de verbouwing, het vroegere Belgisch Consulaat (Augustus 2023)