De muurschildering Zonder Titel op de Hessenberg is gemaakt in 2014 door Freek van Ginkel. Het was een opdracht van de Gemeente Nijmegen. Het is mij (RE) niet bekend wanneer de grote schoppen erbij zijn gekomen; op de site van Freek van Ginkel maken deze geen deel uit van het kunstwerk.
Zonder titel, Freek van Ginkel, Mr. Hermanstraat (augustus 2025)
Op de zijkant van de (tegenwoordige) winkel van de We staat in de Meester Hermanstraat een muurschildering van Freek van Ginkel.
Freek van Ginkel (Warnsveld 1947) is schilder, graficus en fotograaf. Hij studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunst in Den Haag.
Kunst op Straat noemt als jaartal 1989, op de website van van Ginkel zelf staat 1990. Het is gemaakt in opdracht van de Amev.
Muurschilderingen
Op zijn website: “sinds ca 1985 tot 2013 heb ik bijna ieder jaar 1 of meer muurschilderingen gemaakt in opdracht van gemeentes, bedrijven en particulieren… De muurschilderingen – die met de strepen- waren vaak bedoeld ook tegen bekladding hetgeen goed werkte.”
Op zijn website staat tevens een overzicht van zijn muurschilderingen. Een aantal daarvan zijn inmiddels opgeheven, onder andere doordat het betreffende gebouw inmiddels is gesloopt.
Werk
Van Ginkel noemt op zijn site verder de beschildering van een stadsbus in Nijmegen (1986) en de vormgeving van de entree inclusief de vitrine en affiches van politiek-cultureel centrum O42 (1984).
Over zijn werk, staat op de website van van Ginkel: “Ik richtte me sinds ca 1972 eerst meer op grafiek (etsen en linosnedes) en fotografie. Dit maakte gaandeweg plaats voor schilderen waarbij ik diverse stijlen en benaderingswijzen bezigde. Ik vertrok vanuit de toen levende doctrine; de schilderkunst is dood. Nog steeds is het niet gemakkelijk hier een authentieke en originele weg te bewandelen; het zal niet anders dan in kleine stapjes en met kleine ontdekkingen kunnen geschieden.”
In 2018 begon hij met de series “Shapes of things”. Ook hiervan staan op zijn website werk.
De Begijnenstraat is een mooie, oude straat die Lange Hezelstraat met de Waalkade verbindt. Opvallende monumenten zijn het oude weeshuis en de oude gereformeerde kerk. Daarnaast heeft nog een aantal prachtige, andere oude panden, waaronder een voormalig postkantoor.
De Begijnenstraat is een van de straten in de Benedenstad waar nog relatief veel panden bewaard zijn gebleven, onder andere van de sloop van onbewoonbaar verklaarde woningen in de jaren 70, die plaats maakten voor de nieuwbouw.
Deze pagina verzamelt artikelen over de Begijnenstraat en zal van tijd tot tijd worden aangevuld.
Begijnengas/Begijnenstraat
Volgens het Straatnamenregister is de eerste vermelding van de Begijnenstraat in 1345: “”1345(…): platea Beghinarum” (Gorissen 1956, p. 99))” en “”15e eeuw: Begijnengas en ook Begijnenstraat. De naam is ontleend aan het begijnhof, ook Groesbeekhuis genoemd, dat sedert 1563 in gebruik is als weeshuis.” (Teunissen 1933)”
Binnentuin Begijnenstraat (april 2024)
Loop bij de de onderdoorgang bij huisnummers 13/15 even naar binnen voor het mooie binnenplaatsje.
Begijnenstraat 1 en Lange Hezelstraat 22
Het gebouw op de hoek van Begijnenstraat en Lange Hezelstraat is een Gemeentelijke Monument.
Hoekpand van baksteen, drie bouwlagen, plat dak. WInkelingang in de afgeschuinde hoek, geflankeerd door etalages met geschilderde natuurstenen pilasters.
Boven de deur een overhoeks geplaatste polygone erker met een balkon op de tweede etage. Gevel aan de Hezelstraat is één assig; aan de Begijnenstraat heeft de gevel drie assen. Gemetseld in geometrische patronen, met uistekende schoorsteen aan de Begijnenstraat.
Bouwjaar: ca. 1925-1930
Voor Nijmegen zeldzaam voorbeeld van bouwkunst in de smaak van de “Amsterdamse School”. Goed bewaard.”
Begijnenstraat 3-5
Het gebouw is sinds 1988 een Gemeentelijk Monument:
“Bedrijfspand met bovenwoning
Door samentrekken van twee smalle panden ontstaan pand in twee bouwlagen. Gevel van baksteen met op de etage vier rechthoekige vensters. Op de begane grond gewijzigde pui met tweemaal een groep van een dubbel etalagevenster en rechts daarvan een deur. Plat dak met pannengedekt schild aan de straatzijde met daarin twee rechthoekige dakkapellen.
Gevel geschilderd.
Bouwtijd ca. 1870-1880.
Zeer klein bedrijfspand met bovenwoning van harmonische verhoudingen, van belang als onderdeel van het straatbeeld.”
Begijnenstraat 21-23: “Louis XV stijl” (november 2024)
Het gebouw is een Rijksmonument. Formele tekst van het besluit tot aanwijzing: “Pand onder schilddak en met gepleisterde gevel onder rechte kroonlijst. Dubbele deur met hardstenen bovenlijst, gedragen door gesneden Lodewijk XV-consoles. Omlijsting van het bovenvenster in weelderig gesneden Lodewijk XV-vormen. In het bovenlicht gesneden Lodewijk XV-middenstijl.”
Protestants-Kinderen weeshuis
Begijnenstraat 25 – 29
Oud Burger Weeshuis (april 2024)
De geschiedenis van het weeshuis staat op de eigen website van de Stichting Beide Weeshuizen. En zie ook Monumenten in Nederland: Gelderland vanaf pagina 248.
Regentenkamer
Op de foto hieronder staat de Regentenkamer weergegeven. Tijdens de rondleiding op Open Monumentendag 2024 werd onder andere verteld over de Stichting Beide Weeshuizen en de restauratie van de Regentenkamer.
Een van de onderdelen was het behang, welke een fabriek in Frankrijk in 2018 had gemaakt naar oud ontwerp. Dit is tegenwoordig een geëigende methode voor restauraties, wanneer oude onderdelen als behang aan vervanging toe zijn.
Bij de restauratie zou het houtwerk eigenlijk terug moeten worden gebracht naar donker eikenhout. Dat zagen de huidige gebruikers echter niet zitten, want dat zou betekenen dat ze vanaf dat moment in een donkere zaal zouden moeten vergaderen. Vandaar dat overeen gekomen werd om het houtwerk een lichtgroene kleur te laten behouden.
Daarnaast staat er in de kamer wat “keukengerei”. Zoals werd verteld, is dIt een toevoeging van de huidige gebruikers, die op het moment dat er ruimte moest worden ingekrompen, er in de regentenkamer wat items hadden neergezet, die ze belangrijk/mooi vonden. De “heren regenten”, want het waren toendertijd alleen mannen, zouden zelf nooit hebben willen vergaderen tussen al dat “vrouwenspul”.
Een afbeelding van het Protestants Kinderen Weeshuis met het voorplein, Begijnenstraat 29 (huidig adres), 1850 ( Reproductie van litho van C.C.A. Last. via GN3328 RAN)
Het gebouw is een Rijksmonument. Formele tekst van het besluit tot aanwijzing:
“Nr 25-27: Twee vermoedelijk nog 16e eeuwse panden onder een hoog schilddak, gemoderniseerd in het eerste kwart 19e eeuw met houten kroonlijsten, gesneden deuren en schuiframen in de vensters.
29: Laat-middeleeuwse panden, L-vormig om een binnenplaats gelegen en gedekt door hoge schilddaken. In de vleugel langs de Begijnenstraat een bakstenen fries van spitsboogjes. De gevels aan de binnenplaats hebben gemetselde pilasters van de kolossale orde, begane-grondvensters met gebogen en verdiepingsvensters met driehoekige frontons. Rijk behandeld natuurstenen poortje. De gevelarchitectuur in 1644 uitgevoerd door Salomon de Bray te Haarlem.
Inwendig ondermeer 16e eeuwse en latere sleutelstukken, een regentenkamer met Lodewijk XV-stucplafond, lambrizering, deuren en dessus-de portes. Schouw, 1760. Kelder met graatgewelven. Toegangspoort aan de Begijnenstraat. Bakstenen poort met fronton, geflankeerd door gebeeldhouwde korven met fruit. Aan weerszijden beelden van weeskinderen (1618-1644).
Aan de achterzijde bakstenen toegangspoort met geblokte pilaster: hoofdgestel en opzetstuk met fronton en rolwerkzijstukken, waarschijnlijk 1638, afkomstig van het Roomsch Katholyk Weeshuis aan de Doddendaal en hier herplaatst bij de restauratie van het Protestants Weeshuis, 1959.”
Begijnenstraat 33
Begijnenstraat 33 is sinds 1978 een Rijksmonument met als omschrijving:
“Gepleisterd HOEKPAND met verdieping en omlopend schilddak.
Het pand dateert uit de 16e eeuw en heeft vorkankers. In de meeste vensters zesruitsschuiframen.
Aan de zijde van de Oude Koningstraat een dubbele deur met panelen en bovenlicht, midden 19e eeuw.”
“Het Weeshuis”, gedicht van Twan Niesten, Begijnenstraat (november 2025)
Voormalig postkantoor
Begijnenstraat 8-10
Het voormalige postkantoor (links), Begijnenstraat 8-10 (november 2024)
Het gebouw op Begijnenstraat 8-10 is oorspronkelijk gebouwd als postkantoor in 1890. Hiervan was C. Eijsvogel de architect.
Het is sinds 1988 een gemeentelijk monument met als aanwijzing: “Karakteristiek kantoorpand uit het eind van de 19e eeuw in gotiserende neo-renaissance trant. Mede van belang in de straatwand.”
Oude postkantoor Begijnenstraat (april 2024)
Begijnenstraat 16
Begijnenstraat 16 en 16a (november 2025)
Een mooie foto van vóór de restauratie, gedateerd op 1970 is te zien op F12499 RAN.
Gevonden gebruikers
Met een slag om de arm, aangezien er mogelijk hernummeringen zijn geweest:
De tot nu toe eerstgevonden vermelding van Begijnenstraat 16 is van Th.B. Schamp, smid. Hij staat in ieder geval in de Adresboeken van 1926, 1932, 1934, 1936, 1938, 1948, 1951 op dit adres. In 1948 staat ook mej. J.Th. Schamp op dit adres.
Ook komt Wed. N.J. Gillissen, geboren A.J. Selbach voor op Begijnenstraat 16 in de Adresboeken 1934, 1936, 1938, 1940, 1948, 1951, 1955. Mogelijk betreft dit een van de bovenwoningen of een inwonend persoon.
In De Gelderlander 28/4/1951 staat “Het pakhuis met erf en twee afzonderlijke bovenwoningen a.d. Begijnenstrat 16, 16a en 16 b te Nijmegen, groot 1.04 A op f5700 (strijkgeld f150,-)” te koop.
In het Adresboek van 1932 komt Wed. E.C. Bertels, geboren C. Opsomers en Mej. G.C. Bertels, naaister voor op nummer 16b. De “Mejuffrouw de Wed.” Christina Bertels geb. Opsomers overlijdt op 6-4-1934 in de leeftijd van 82 jaar (De Gelderlander 6/4/1934)
Ook gevonden zijn:
H.W. van Megen, voerman (Adresboek 1959)
J.M. Schoppema, schilder op 16b (1963)
Rijksmonument
Begijnenstraat 16 is sinds 1973 een Rijksmonument, met als omschrijving:
“Pand met gepleisterde lijstgevel, gedateerd 1838. Getoogde inrijpoort,vensters met geprofileerde houten omlijstingen en boven de houten kroonlijst attiekverdieping.”
Begijnenstraat 18
Begijnenstraat 18 (november 2025)
Begijnenstraat 18 is een Gemeentelijk monument. Met als tekst bij aanwijzing:
“Gemeentelijke Monument: “Woonhuis.
Geheel gepleisterd bakstenen pand in twee bouwlagen met pannengedekt hoog schilddak en een nok, evenwijdig aan de straat. Gevel met drie assen, gescheiden en begrensd door vier over de etages doorlopende vlakke pilasters met kussenvormig basement zonder kapiteel. Geprofileerde kroonlijst. Ingang in de rechteras, bestaande uit deur met getoogd bovenvenster verbonden met een raam. In de getoogde hoge vensters acht-ruiten.
Bouwjaar: ca. 1820. Goed geproportioneerd pand van belang in de straatwand”
Voor de restauratie van de panden de nrs.: 16 – 18, aan de Begijnenstraat.
Eind jaren zeventig van de vorige eeuw werden een groot aantal onbewoonbaar verklaarde woningen in de benedenstad gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. Een aantal panden, zoals op de foto, konden gespaard blijven en werden gerestaureerd, Begijnenstraat 18, 1979 (Gemeente Nijmegen via KN11151-38 RAN CC0)
Op Begijnenstraat 20 staat de voormalig gereformeerde kerk van Nijmegen. Daarna was het jarenlang een bedrijfsruimte: als amandelfabriek, fietsverhuur, timmerfabriek en snookercentrum. Vanaf 1999 is het een woning. Het gebouw is een gemeentelijk monument.
De achtergevel van het pand aan de Begijnenstraat, gezien vanaf de Lompenkramersgas; gebouwd als Gereformeerde Kerk in 1887 en als kerk in gebruik geweest tot 1912; rechts op de achtergrond het Protestants Weeshuis, december 1980 (Frans Hermans via F24979 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
De gemeente Nijmegen gaf in 1973 een aantal kunstenaars de opdracht om een verkeerspaaltje te ontwerpen. Oscar Goedhart was met Peter van Locht en Giuseppe Roverso de eerste kunstenaar.
Bij Begijnenstraat 24 hangt een reliëf, waarvan onduidelijk is, wat hiervan de betekenis is.
Gevelsteen Hendrik Peters
Begijnenstraat 30
De gevelsteen op de oude plaats Begijnenstraat 30: Gevelsteen in de vorm van de bovenkant van een bierton ; de drietand was in de 17e eeuw het huismerk van de bierbrouwer Hendrik Peters, 1950 (F12501 RAN)
Op de gevelsteen op Begijnenstraat 30 is het merkteken van brouwer Hendrik Peters te zien. Vóór de sloop hing dit merkteken boven een pakhuis, welke adres Begijnenstraat 20 had. Peters had in de jaren 30 en 40 van de 17e eeuw zijn brouwerij in de Begijnenstraat.
Naast de bovenstaande foto, is een afbeelding van het oorspronkelijke pakhuis, gedateeerd 1975-1980, te zien op F20188.
Formele tekst van het besluit tot aanwijzing: “Onderdeel van rijtje boven- en benedenwoningen en werkplaats. Bakstenen pand in twee bouwlagen met geschilderde banden. Benedenetage met vijf smalle assen en rechts een brede werkplaatsdeur; op de etage zes assen. Ramen en deuren met rechte bovenkozijnen waarboven flauw gewelfde bogen met blokken. Geprofileerde lijst tussen de etages; vlakke kroonlijst. Plat dak met schild aan de straat.
Bouwjaar: ca. 1890-1895.
Zeer eenvoudige volkswoningen, karakteristiek voor het eind van de eeuw en van belang in de straatwand.”
Begijnenstraat 46- 48, Lange Brouwerstraat 2
Begijnenstraat 46 – 48, hoek Lange Brouwerstraat (augustus 2025)
Gemeentelijk Monument
Het pand op de hoek Begijnenstraat/Lange Brouwerstraat is een Gemeentelijk Monument met als tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Bedrijfspand met bovenwoning, op straathoek. Op de hoek bouwdeel van twee lagen met afgeschuinde hoek en topgevel. Aan de Begijnenstraat aansluitend deel van twee lagen; aan de Lange Brouwerstraat van één laag. Baksteen met gestucte banden; pannengedekte dakschilden aan de straatzijde. Aan de Begijnenstraat vensters en deuren met rechthoekige kozijnen met getoogde bovendorpel en gestucte sluitsteen, op de begane grond; op de verdieping rechthoekige kozijnen met rechte strekken en gestucte sluitstenen. Vlakke kroonlijst. Op de hoek: overhoekse magazijningang met daarboven driezijdige gemetselde erker op consoles met leien dak. Daarboven trapgevel met gestucte banden en afdekking; venster met T-kozijn. Aansluitende gevel Brouwerstraat met blindvensters en één raam linksboven. Aansluitende lage gedeelte met korte vensters en grote dakkapel. Bouwjaar: ca. 1885-1890. Interessante vermenging van woon- en bedrijfsgebouwen in één schilderachtig complex met unieke hoekoplossing. Van groot belang door de ligging.”
Wat groeit er?
Planten Begijnenstraat (november 2024)
In ieder geval hebben de bewoners dit jaar bijzondere planten in de plantenbakken: volgens Google is dit paarse boerenkool; in de zomer verbouwden ze er onder andere mais.
Het popje van Basta
Het popje van Basta (november 2024)
Het popje van Basta geeft bij de Lange Hezelstraat aan dat de kringloopwinkel Basta open is. Hier zijn ook mooie oude boeken over de geschiedenis van Nijmegen te koop, waarbij een deel van de opbrengst naar Noviomagus gaat.
Marienburgkapel en begin Marikenstraat (november 2025)
Met een slingerende straat én tevens een soort van plein is de Mariënburg misschien wel een van de straten met de meeste grillige loop. Grofweg zijn er vijf ontwikkelingen geweest, die nu nog zijn terug te vinden
Klooster Mariënburg, met de Mariënburgkapel
Tussenliggende eeuwen, onder andere in gebruik als opslagplaats, kazerne en ruimte voor opvoeringen. Het Arsenaal herinnert aan de kazernetijd
De Mariënburg als het “bankenkwartier” van Nijmegen
De naoorlogse periode met politiebureau en Dienst Sociale Zaken
Mariënburg als locatie voor diensten en horeca
Deze verzamelt de reeds verzamelde berichten over de Mariënburg.
Mariënburg en de Mariënburgkapel
Middelpunt van het Mariënburg is de Mariënburgkapel, tevens een Rijksmonument.
De kapel is rond 1431 gebouwd als onderdeel van het klooster Mons Mariae. Oftewel Mariaberg, de heuvel waarnaar het klooster is vernoemd.
Dit klooster lag op dat moment nog buiten de stadsmuren. Op dat moment was er op die plaats sinds ongeveer 1412 al een begijnhuis van de zusters van het Gemene Leven en de beweging van de Moderne Devotie. De kloosterorde sloot zich in 1453 aan bij het kapittel van Windeshim. Het klooster bestond verder uit een kerkhof, een boomgaard, een moestuin en een bleekveld.
Door uitbreiding van de stad kwam het klooster in 1467 binnen de stadsmuren. Nadat Maurits in 1591 de stad had ingenomen, werd het katholieke geloof verboden. Het klooster werd een kazerne en militair ziekenhuis. De laatste zuster overleed in 1626.
In 1618 werd de klooster als kazerne gesloten. Daarna kwam het in gebruik als opslagplaats en voor opvoeringen. Tussen ongeveer 1655 en 1781 was het een opslagplaats voor turf. Tijdens de Franse bezetting (1672 – 1678) was het echter een militaire gevangenis. Bij de Vrede van Nijmegen werd het gebruikt voor opvoeringen als Franse Comédie. Daarbij was intussen het gebouw verbouwd en in 3 verdiepingen verdeeld. In 1781 werd het pand het stedelijk concertgebouw.
Ook wanneer de Fransen Nijmegen voor de tweede keer bezetten (van 1774 tot ongeveer 1813), wordt de kapel gebruikt als kazerne en militair ziekenhuis. Daarna kwam er tot 1843 een garen- en katoenspinnerij in.
Intussen bouwde het Rijk een kazerne rondom de kapel, met onder andere het Arsenaal. Ook de kapel ging onderdeel uitmaken van de Mariënburgkazerne, welke tot 1905 in gebruik was.
Vanwege de vervallen toestand van de kapel had de gemeente het plan om haar te slopen. Op advies van Pierre Cuypers, rijksbouwmeester, werd dit echter voorkomen. Jan Jacob Weve voerde vervolgens onder zijn toezicht een restauratie uit. Daarna werd het gebouw in gebruik genomen als gemeentemuseum en in 1941 kwam ook het gemeentearchief hier in.
Wanneer Gemeente Nijmegen het voornemen heeft de Mariakerk (de Mariënburgkapel) en de Boddelpoort te slopen, vraagt het Ministerie van Binnenlandsche Zaken Cuypers om advies, waarop hij Niijmegen bezoekt. Cuypers, en daarna het Ministerie, is van mening dat zowel de kapel als de poort behouden moeten blijven vanwege in het belang van de nationale architectuur en dat van Nijmegen in het bijzonder. Wat de kapel bijzonder maakt, is de tussenverdieping die als koor voor de kloostervrouwen diende, zonder dat zij in aanraking kwamen met het publiek op de benedenverdieping. (Van de Boddelpoort wordt vermoed dat deze uit de 13e stamt, waarmee het een van de oudste gebouwen van Nederland zal zijn) (Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage, 5-3-1900)
Van Schevichaven schrijft in maart 1900 een artikel over de kapel, waarbij hij de kapel beschrijft en vervolgens ingaat op het verslag van Cuypers:
“Daar weinig lezers van dit blad ooit met de Mariënbursche kerk zullen hebben kennis gemaakt, laat ik hier de beschrijving van dit gebouw volgen, zooals die onlangs door dr. Cuypers, architect der Rijksmuseumgebouwen werd gegeven, in zijn verslag aan den Minister van Binnenlandschen Zaken:
“De kapel van het klooster Mariënburg is een langwerpig gebouw, met eene lengte van ruim 30 M. op een breedte van nagenoeg 9 M. en bestaat uit zes travées of boogvakken, in de lengte afgesloten door een vijfhoekig koor. Het geheele gebouw, dat met kruisgewelven overdekt is, heeft een hoogte, onder de gewelfkappen, van nagenoeg 15 M. Het werkelijk gedeelte der kapel is, ter lengte van 4 boogstellingen en ter geheele breedte, door eene benedenverdieping (emporen) in 3 beuken verdeeld door 2 rijen ronde kolommen in bergsteen, welke de kruisgewelven, die 4 M. hoog zijn, dragen.
Dit gedeelte, dat met vloeren van het vroegere klooster overeenstemde, diende tot choor van de kloostervrouwen. Een gemetselde trap, gesloten in een vierkante traptoren, gaf uit de kapel toegang tot de verdieping of gelarij-choor der zusters en leidde verder tot boven de gewelven onder de kap der kapel.”
Het was dus wat men noemt, een dubbele kerk. Beneden, in het presbyterium, ter rechter- en linkerzijde van het altaar, stonden de koorstoelen, waarin de kanonikessen plaats namen, terwijl de zusters, novices en andere, op de bovenverdieping de diensten bijwoonden. Het achterste gedeelte der benedenkerk, westwaarts, was toegangelijk voor het publiek.
Zooals dr. Cuypers in zijn verslag opmerkt, is deze kerkbouw hoogst zeldzaam, in Nederland nagenoeg unique: alleen de Waalsche kerk te Haarlem, geeft er een tweede voorbeeld van, doch op veel kleinere schaal. Naar ik verneem moet er een derde te vinden zijn in een nonnenklooster te Oosterhout, in Noord-Brabant. Ook in het buitenland is deze constructie zeldzaam. In Duitsche landen, waar zij hoofdzakelijk wordt aangetroffen, is de kapel van Schwartz-Rheindorf bij Bonn, een der meest typische gebouwen van deze aard.” Vervolgens gaat van Schevichaven in op een aantal andere voorbeelden in Duitsland. (PGNC 11/3/1900)
Bij het bombardement van 1944 bleef het gebouw ongeschonden. Het gebouw was weer tijdelijk in gebruik als kapel voor de Waalse en Hervormde gemeente. In 1974 verhuisde het museum naar de Commanderie van Sint-Jan. En in 1975 werd het archief gevestigd in het arsenaal. Daarop werd tijdelijk de gemeentelijke drukkerij gevestigd, totdat het weer door het archief in 1983 in gebruik kwam als hulpdepot.
Vernieuwing Mariënburg
Tussen 1998 en 2000 kwamen er grote veranderingen voor de Mariënburg in het kader van het Centrum2000 plan. Het politiebureau en de Dienst Sociale Zaken verdwenen. Het eerste werd drastisch verbouwd, het tweede pand gesloopt. De Marikenstraat werd aangelegd en op de Mariënburg verscheen de Lux en de bibliotheek.
“De gemeente Nijmegen besloot het gebied rond de Mariënburgkapel een nieuwe impuls te geven nadat begin jaren negentig de sociale en economische positie van de binnenstad sterk was achteruitgegaan. Mariënburg was een gebied waar amper mensen kwamen. Het fijnmazige weefsel van de binnenstad veranderde hier in een structuur van losse blokken, waardoor het leek alsof de binnenstad op deze plek ophield.
Er is in het gebied opnieuw een fijnmazige structuur van gebogen straten gecreëerd, met besloten ruimtes en pleinen in plaats van grote gebouwen die verloren in de open ruimte staan. De nieuwe winkelroute die rondom de Mariënburgkapel is ontstaan, sluit harmonisch aan op de bestaande historische stad.” (Website PP HP) https://pphp.nl/project/marienburg-nijmegen/
De Marikenstraat werd op twee niveau’s aangelegd, gebruik makend van het natuurlijk hoogteverschil. Daarbij kwam de kapel in een opgehoogd plein te liggen, waarbij het gebouw wat werd verzonken.
Aanvankelijk kreeg de kapel de functie als tijdelijke expositieruimte, maar vanaf 2020 zit hier het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis.
Jarenlang zat op de Mariënburg de NMB/ING Bank. Op deze locatie zat een eeuw lang een bank, te beginnen met de Geldersche Credietvereeniging. Het gebouw was een ontwerp van architect Jo Limburg.
Het Arsenaal op de Mariënburg is gebouwd tussen 1820 en 1824 als artillerie- of tuighuis. Daarna heeft het meerdere functies gehad, waaronder het gemeentearchief van Nijmegen. Tegenwoordig heeft een functie voor horeca en cultuur. Opvallend is de sluitsteen: een herinnering aan het bezoek van Willem I.
Rond het begin van de 20ste eeuw ontstond bij de Mariënburg het financiële centrum van Nijmegen. Een van de banken die zich er vestigden was de Rotterdamsche Bankvereening. Het huidige beeld van de voorgevel van het gebouw is voornamelijk afkomstig van de verbouwing tot bank van de Rotterdamsche Bankvereeniging door architect Deur.
Met een slingerende straat én tevens een soort van plein is de Mariënburg misschien wel een van de straten met de meeste grillige loop. Klooster Mariënburg, met de Mariënburgkapel; Kazerne met Arsenaal; “bankenkwartier”, de naoorlogse periode met politiebureau en Dienst Sociale Zaken en tegenwoordig als locatie voor diensten en horeca
Nadat het kantoor tijdens de gevechten van september 1944 was afgebrand en Gelderse Spaarbank het pand wilde kopen, besloot de Nederlandsche Bank een nieuw pand voor haar agentschap te laten bouwen aan de Mariënburg. Architect Zwiers ontwierp een sober, solide gebouw, waarbij Hammes met een aantal kunstwerken zorgde voor de nodige frivoliteit.
In 1908 liet de Vereeniging Eigen Hulp een pand bouwen aan de Staringstraat, tegenwoordig Mariënburg en op de hoeken van de Van Broeckhuysenstraat en Tweede Walstraat. De architect was Coenraad Verburgh. Het bestond uit winkels, 3 bovenwoningen, kantoor en bestuurskamer en in de kelder een drank- en bierbottelarij met flessen- en pottenspoeler. Wat was deze…
Het gebouw van de Postgiro, Marienburg, 26/3/1975 (Fotopersbureau Gelderland via F21023 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)Het gezicht vanuit het zuid-oosten op de oostelijke gevel van de Mariënburgkapel, vóór de verbouwing in 1910; de originele foto in chamois, 1885 (F30147 RAN)Het gezicht vanuit het zuid-westen, op de westelijke gevel van de Mariënburgkapel, en het later verdwenen zuidelijk gedeelte van het Gemeente Archief, voor de verbouwing in 1910; de originele foto in chamois, 1885 (F30148 RAN)
Op de hoek van de Wilhelminasingel en Bijleveldsingel wordt in 1926 een blok van twee winkelhuizen met bovenwoningen gebouwd. De architect is “Arch. Bureau Thunnissen-Hendricks B.N.A. Den Haag”. Uiteindelijk zullen de 2 winkels in 1984 worden samengevoegd.
Woon- en winkelhuizen Wilhelminasingel Hoek Bijleveldsingel te Nijmegen, Arch. Bureau Thunnissen-Hendricks B.N.A. Den Haag, datum tekening september 1925 (D12.389306)
Thunnissen ontwerpt op de hoek van de Bijleveldsingel en Wilhelminasingel 2 winkelhuizen en 2 woningen. De 2 woningen liggen op de hoek, met een ronde erker. Deze woningen zijn gespiegeld ten opzichte van elkaar. Daarbij bestaat een groot deel van de begane grond uit een salon met daarachter een kamer.
Op de hoek van de Bijleveldsingel en de Wilhelminasingel bevinden zich de 2 winkels: de grootste heeft de voorgevel aan de Bijleveldsingel met op de hoek een portiek. Naast deze winkel staat in de Wilhelminasingel de tweede winkel. Elk van deze winkels heeft een bovenwoning. De ronde uitbouw aan de kant van de Bijleveldsingel is een raam van de salon van een van deze 2 woningen.
Hendricus Johannes Wilhelmus Thunnissen (?)
Op de bouwtekening staat “Arch. Bureau Thunnissen-Hendricks B.N.A. Den Haag”. Wanneer de winkel van Wilhelminasingel 11 open gaat, staat “Aan den Wilhelminasingel hoek Bijleveldsingel heeft de heer Th. Thunnissen, aannemer alhier, naar het ontwerp van zijn broeder, Ir. W. Thunnissen, een blok van twee winkelhuizen met bovenwoningen gebouwd.” (PGNC 21/9/1926).
“Henri J. W. Thunnissen werd op 19 juni 1890 te Nijmegen geboren, volgde de H.B.S. en studeerde in 1914 af als bouwkundig ingenieur aan de Technische Hogeschool te Delft. Thunnissen begon zijn architectenbureau in Den Haag rond 1916, in een door hem ontworpen en inmiddels verdwenen woonhuis aan de Carel van Bylandtlaan 6. In de jaren 1920 was Thunnissen vooral in Den Haag actief en werkte hij samen met J.H. Hendricks, die in de meeste gevallen als tekenaar en interieurontwerper optrad.” (het Nieuwe Instituut, met een uitgebreid artikel). Zijn bekendste werk is waarschijnlijk de Peek & Cloppenburg in Den Haag.
In Nijmegen ontwierp hij tevens de Onze Lieve Vrouwe van Lourdeskerk uit 1926. Dit was zijn eerste kerkontwerp: “een typische exponent van de katholieke interbellumkerkbouw, voorzien van een breed schip met gemetseld gewelf en korte koorpartij.”
Wilhelminsingel 11
Curiosa
De eerste winkel op Wilhelminasingel 11 is Curiosa, een combinatie van sigarenwinkel en winkel voor oosterse artikelen. Het PGNC schrijft dan over de winkel en het gebouw zelf:
Aan den Wilhelminasingel hoek Bijleveldsingel heeft de heer Th. Thunnissen, aannemer alhier, naar het ontwerp van zijn broeder, Ir. W. Thunnissen, een blok van twee winkelhuizen met bovenwoningen gebouwd, waarop wij de aandacht van onze lezers vestigen. Daarvoor is te meer aanleiding nu in een dier winkels is geopend het Magazijn “Curiosa”. Dit is in hoofdzaak een sigaren- en sigarettenhandel, waarin vrijwel alle bekende merken- Karel I, Willem II, Huifkar enz.- voorradig zijn. Maar men vindt meer in “Curiosa” en wel een kleine maar uitgezochte collectie Oostersche artikelen, waaraan het magazijn zijn naam ontleent. Zeer mooi Indisch, Japansch en Chineesch goed, kostbaar porcelein, koperwerk, wanddoeken, kortom al datgene wat tot verfraaiing onzer woningen kan dienen. Voorts is aan dezen winkel verbonden een verkoopafdeeling van den Ned. Spoorwegboekhandel, zodat men voor de voornaamste dagbladen en tijdschriften in “Curiosa” terecht kan. Een Toko derhalve op Nijmeegschen bodem, een combinatie die doet denken aan sommige winkels op de boulevards der groote steden.
Niet onvermeld mag blijven de prachtige bouw en uitvoering v.d. winkel. Deze is geschied in de kleuren paars, steenrood en zwart, die het oog aangenaam aandoet en ’s avonds bij warme verlichting uitstekend werkt. De firma J.H. Kaak heef het schilderwerk op bijzonder geslaagde wijze verricht. De pui van het magazijn met zijn gebrand-glazen bovenruiten en de artistieke opvatting van het geheel dient geroemd, terwijl het interieur van den winkel zóó gezellig is, dat de koopers wel niet op zich zullen laten wachten.” (PGNC 21/9/1926)
Al in maart 1927 opent Leo Potjes Jr. een nieuwe winkel op dit adres: “Juwelen Goud en Zilver”. Een jaar later stopt deze winkel: in PGNC 19/4/1928 verschijnt de advertentie dat “De laatste Juwelen worden tegen Spotprijzen Opgeruimd!!”
N.V. Maatschappij voor Klein-Krediet””Verstrekt Credieten aan Particulieren – Kleinhandel en Klein-Industrie”, Wilhelminasingel 11 (PGNC 13/4/1929)
Een volgende gevonden vermelding is die van “N.V. Maatschappij voor Klein-Krediet””Verstrekt Credieten aan Particulieren – Kleinhandel en Klein-Industrie” (PGNC 13/4/1929) Uit een briefhoofd blijkt dat het bedrijf in maart 1928 is opgericht.
In 1934 staat Wilhelminasingel 11 te huur als “Winkel of Kantoor”. De huurprijs bedraagt f 500 per jaar. Inlichtingen zijn te verkrijgen bij Th. Thunissen. (Dit is de bouwer van het pand; het is nog niet bekend of het gebouw al die jaren door hem is verhuurd)
Somers
In ieder geval is dameskapper J.F. Somers in juli 1934 gevestigd in deze winkel (PGNC 28/7/1934). In De Gelderlander 20/6/1945 heeft Somers een advertentie geplaatst dat hij weer geopend is.
Hij komt nog voor in het Adresboek 1966. Hoe lang hij daarna zijn kapperszaak nog heeft gehad, is nog niet bekend.
Bijleveldsingel 84
Advertentie Firma van Hulsteijn overplaatsing Bijleveldsingel 84 (PGNC 29/8/1928)
De grootste winkel ligt op de hoek van de Bijleveldsingel met de Wilhelminasingel. Of de Fa. H. van Hulsteijn, “Zaak van koloniale waren en comestibles” de allereerste winkel in dit pand is, is nog niet bekend. Deze firma plaatst haar winkel op 30 augustus 1928 over van de Lange Hezelstraat 45-47. Firma H. van Hulsteijn komt voor in de Adresboeken 1932, 1934, 1936, 1938, 1940. In PGNC 22/8/1942 wordt er nog een “Flinke Loopjongen, goed kunnende fietsen” gevraagd.
Uit de afwezigheid-/vervangingsberichten blijkt in 1949 (De Gelderlander 9/3/1949) J.M.A. van Seggelen hier zijn praktijk te hebben en in 1954 (De Gelderlander 15/5/1954) C.J. Hoek.
Het laatst beschikbare Adresboek bij het RAN is momenteel dat van 1971. Dan staat Kunsthandel Brock op dit adres.
In 1984 worden de twee winkels (Bijleveldsingel 84 en Wilhelminasingel 11) bij elkaar gevoegd door de tussenmuur te slopen (D12.545587). De aanvrager voor de bouwvergunning is J.B.H.M. Ditters, de architect G.C.H. van Kesteren.
Huidig
Momenteel (oktober 2025) is ASA Uitzendbureau op de begane grond gevestigd.
Het pand van de N.V. Continentale Mij. voor Handel en Industrie Leder en Fournituren en Schoenmakersmachines (Ziekerstraat 39-43) ; rechts de Timmerwerkplaats van B.F. van Tienen (Ziekerstraat 45) ; links de Rijwielhandel van J.H. Doorman (Ziekerstraat 29), 1935-1938 (F2355 RAN)
Waarschijnlijk is de Ziekerstraat 39-43 vanaf 1931 een winkel geworden, van Continentale. Daarvóór komt het voor als pakhuis en lijkt het ook in gebruik als boerderij te zijn geweest.
Dit artikel geeft de tot nu toe gevonden gebruikers van Ziekerstraat 39-43 weer.
Pakhuis Bielen
Steenkolenhandel Bielen met pakhuis Ziekerstraat 39 (PGNC 25/10/1885)
De door mij eerst gevonden vermelding van Ziekerstraat 39 is een advertentie van Steenkolenhandel P.M. Bielen, Muchterstraat 26 waarbij hij zijn pakhuis in Ziekerstraat 39 heeft. (PGNC 25/10/1885).
Plet
Advertentie Th. Plet voor houtskool, Ziekenstraat 39 (PGNC 10/3/1888)
Advertentie Th. Plet voor stucadoorsriet, Ziekenstraat 39 (PGNC 10/3/1888)
In 1887 komt Th. Plet voor als handel in brandstoffen en bouwmaterialen. Dan verschijnen er ook advertenties dat goederen “vrij uit het schip” of uit het pakhuis kunnen worden aangeleverd. Zonder naar volledigheid te streven een aantal advertenties: Ruhr kolen (PGNC 13/9/1887), Kachelkolen, die in het schip Broedertrouw in de Nieuwe Haven ligt (PGNC 28/12/1887)
Ook is er rond december 1887 een tweede adres waar bestellingen kunnen worden aangenomen: Broerstraat 25 (PGNC 16/12/1887).
In PGNC 17/10/1888 staat de aankondiging dat het kantoor en pakhuizen van Th. Plet per 1 november verplaatst wordt naar de “overzijde” Ziekenstraat No. 16 (PGNC 17/10/1888)
Derksen
Plan voor riolering van perceel Ziekenstraat 39-41-43 Kad. Nijm. Sectie C(?) no 4865, eigenaar G. Derksen, datum tekening 2-4-1914 (D12.384574)
Bij de aanleg van de riolering in 1914 is G. Derksen de eigenaar. De architect is onleesbaar. In de Adresboeken 1926 en 1928 komt G. Derksen voor als “landbouwer”. Op de bouwtekening is te zien dat een groot deel van het perceel bestaat uit stallen, een inrit en deel en een open plaats.
In juli 1930 staat Ziekerstraat 39,41,43 te koop, bestaande uit: woonhuis met bovenwoning en stalling. Het pand is ingezet op f14900, strijkgeld f300 (PGNC 26/7/1930)
Continentale
Rioleering Pand Ziekerstraat No 39-43 te Nijmegen voor rekening N.V. Continentale Mij voor Handel & Industrie, Jan van Galenstraat No 2 te Nijmegen, architect A. v.d. Kloot, tekening hoort bij rioolaanvraag 27 mei 1931 (D12.3978834)
In 1931 wordt er een vergunning afgegeven voor het ‘veranderen van het perceel’, bedrijfsnaam is Continentale Maatschappij van Handel en Industie, architect is A. v.d. Kloot (Inv nr 15722).
Afgaande op de tekening van de aanvraag van de riolering is de inrit nu ingericht als showroom en een ruimte voor bedienden. Links is de winkel, met een opgang naar boven. De deel, stallen en de open ruimte zijn “magazijnen” geworden.
Advertentie nieuwe magazijnen Ziekerstraat 39-43 (PGNC 12/9/1931)
Adressen Continentale Mij. v. Handel en Industrie N.V. in schoenm. fourn. (of: schoenmachines en schoenfournituren en gros):
Adresboek
1928
Jan van Galenstraat 2-4
1932
Jan van Galenstraat 2 en Ziekerstraat 39-43
1934
Ziekerstraat 39-43
1936
Ziekerstraat 39 en 41
1938
Ziekerstraat 39 en 41
1940
Ziekerstraat 39 en 41
Gevonden gebruikers Ziekerstraat 39
Gevonden meldingen van Ziekerstraat 39 in de adresboeken:
Naam
Beroep
Adresboek
J. Vroom
Timmerman en winkelier
1899, 1901
G.A. v. Gemert
1901, 1902, 1903, 1905, 1907
J. Peerenboom
tapper
1903, 1905, 1907
wed J. Peerenboom
geb. A.M. Reijntjes
1908, 1909
Mej. C.P. Derksen
1926, 1928
G. Derksen
landbouwer
1926, 1928
Continentale
1934, 1936, 1938, 1940
G.Th. Becker
Monteur
1938
H. Bourgonje
fabrieksarbeider
1940
G.A. van der Wagen
vleeswarenfabrikant
1948, 1951, 1955
Mej. E.M.G. Stinnisssen
1948
J.M.J.W. van Dam
kruidenier
1959, 1963
In De Gelderlander 24/9/1954 is een advertentie gevonden van Jos. van Dam voor “fijne vleeswaren”.
Juli 2019 (Google Streetview): Different is intussen gesloten en had als adres nummer 43. Nummer 41 is de opgang naar boven.
Momenteel (juni 2023) is Erica Kruiderijen op nummer 43 gevestigd.
Hezelstraat 2 (Stikke Hezelstraat 2-4), 1900 Centrum
Winkel Meulenberg, rond 1910 (RAN F34035)
In 1900 verbouwt architect Kraaijvanger de parapluwinkel Meulenberg in Jugendstil stijl. Edmond Meulenberg had in 1892 zijn winkel hiernaar toe verplaatst. De broer van de architect, Hendrikus Kraaijvanger, was getrouwd met een dochter van Meulenberg. Opvallend aan de gevel zijn onder andere de wapenschilden, die de wapens zijn van de plaatsen waar Meulenberg een filiaal had.
In 1899 vroeg Hendrikus Willebrordus Kraaijvanger (1874-1948), die op 10-1-1899 met een dochter van Edmund Meulenberg, Antonia Fransica (6-1-1879 Nijmegen) ) was getrouwd (Bevolkingsregister), een bouwvergunning aan voor het pand op de foto dat rond 1901 gereed kwam. Hendrikus was een broer van de architect.
E. Meulenberg
PGNC 5/4/1868
In ieder geval heeft E. Meulenberg in 1868 een zaak in de Korte Hezelstraat, D, No. 53.
PGNC 2/12/1874
Daarnaast kom ik in 1874 een adres tegen op Hezelstraat B35. Ook in deze advertentie noemt hoe zich ‘Fabriek’. Of dit een verhuizing is, een wijze van vermelding of een drukfout dient nog achterhaald te worden. Daarnaast spreekt een advertentie in PGNC 30/9/1877 over Hezelstraat, Wijk B, 34en 35. Of dit een uitbreiding is geweest of dat het adres steeds 34 en 35 was, moet nog nader worden bepaald.
De Gelderlander 14/9/1879
In ieder geval vindt in september 1879 de verhuizing plaats van B. 35 naar B. 30.
Fabriek van Berchenstraat
PGNC 11/9/1887
In ieder geval wordt in de advertentie van PGNC 11/9/1887 de fabriek in de Van Berchenstraat expliciet genoemd, mogelijk bestond deze fabriek al langer. Er staat daarbij tevens “Nijmeegsche Parapluie-Fabriek”.
PGNC 25/3/1888
Afgaaande op het artikel In december 1884 van PGNC, werken hier voornamelijk meisjes/vrouwen: “…dat de parapluie-fabrieken van de heeren Meulenberg en Dickmann, die aan vele arbeidsterds werk verschaffen…” (PGNC 2/12/1884)
Het pand is in juli 2003 gesloopt. Een foto van dit pand (en meer over Meulenberg) is te vinden op dit artikel van Noviomagus.
Hezelstraat 2, Meulenberg & Zonen en overlijden
In 1888 is het adres Hezelstraat 128. Ik (RE) moet nog nagaan of dit een daadwerkelijke verhuizing of een hernummering/andere schrijfwijze is.
PGNC 20/3/1892
In maart 1892 verhuist E. Meulenberg zijn winkel naar de Hezelstraat No. 2.
De Gelderlander 30/10/1892
In de advertentie van oktober 1892 is het “E. Meulenberg & Zonen” geworden.
Rond 16-11-1895 overlijdt Edmund Meulenberg in de leeftijd van 64 jaar (PGNC 16/11/1895).
E. Meulenberg en Zonen
De eerst gevonden vermelding van Edmond Meulenberg (1-1-1832 Heerlen) in het Bevolkingsregister is dat hij zich tussen 1850-1860 vestigt in Wijk C nr 116, de Steenstraat. Ze zijn dan afkomstig van Wijk C nr 51. In deze periode verhuist hij daarna naar de Hezelstraat (Wijk D. 53). Zijn beroep is dan ‘Kramer’. Het gezin bestaat dan bovendien uit:
Maria Dierker, geboren 4-7-1833 te Epe, zijn vrouw
Jacobus Hubertus, geboren 24-9-1855 te Nijmegen, zijn zoon
Johannes Edmond, geboren 23-3-1860 te Nijmegen, zijn zoon
Hoe de verdere ontwikkelingen in dit gezin verder zijn, wordt mogelijk op een ander tijdstip verder onderzocht.
De zonen Johannes Edmond en Jacobus Hubertus ontbinden op 19 februari 1897 de VOF “Edmond Meulenberg en Zonen, die op 4 juli 1892 met hun vader was opgericht. Zij maken gebruik van de mogelijkheid om de firma voort te zetten, en richten de VOF “ E. Meulenberg en Zonen” op, tevens “en commandite”, met het doel “het fabriceeren van parapluies, parasols, wandelstokken en verdere aanverwante artikelen alsmede het handel drijven in die artikelen.” (PGNC 28/2/1897). Hun moeder, Maria Dierker, is de 3e comparant “bij wijze van geldschieting) (contract 19-2-1897)
De Gelderlander 14/11/1897
In november 1897 verschijnt een bericht over de veiling van het onroerend goed van E. Meulenberg. Ik moet nog nagaan wie de uiteindelijke koper is. In ieder geval blijft het adres op de Stikke Hezelstraat de winkel (PGNC 28/8/1898).
Het PGNC 19/9/1899 maakt melding van de winkel in aanbouw: “Boven aan de Hezelstraat voor het in aanbouw zijnde parapluie-magazijn van de firma . Meulenberg stond hedenmiddag een afgeladen kar…” (PGNC 19/9/1899)
Heropening Hezelstraat 2
PGNC 13/1/1900
Op 13 januari 1900 vindt de heropening plaats. Tijdens de verbouwing heeft de winkel tijdelijk bij J.N. Neijboer “twee huizen lageraf” gezeten (De Gelderlander 31/10/1899).
Bij de opening rond 14-1-1900 schrijft de Gelderlander (De Gelderlander 14/1/1900):
“Vanavond wordt het parapluie-magazijn van de firma E. Meulenberg aan de Stikke Hezelstraat, na de geheele verbouwing van het oude met het aangrenzende pand, weer geopend. Wij namen er vanmiddag een kijkje en kunnen getuigen, dat ’t zoo rijk is gesorteerd als de meesteischende maar wenschen kan. Het bloemenmagazijn “Flora” van den her Meuleman aan de Burchtstr. Leverde daartoe de levende bloemen in den vorm van een parasol, in den gloed der gaslampen belooft het vanavond een prachtig effect te maken. Het nieuwe magazijn vormt met zijn kloeken gevel in modernen stijl een waar sieraad voor dat punt der stad. Het doet den heeren Kraayvanger en De Jongh, architecten te Rotterdam, die het ontwierpen, alsmede den aannemer L. Beuming alhier, alle eer aan. Tegen het breede balkon in den voorgevel zijn de wapens gebeiteld der steden, waar de firma filialen bezit, alzoo, behalve het Nijmmegsche wapen, dat van Amsterdam ’s Gravenhage, Rotterdam en ’s Hertogenbosch, afgewisseld door gestilleerde zonnebloem. “ (De Gelderlander 14/1/1900)
A. van Beurden Jr.
In De Gelderlander 10/10/1930 plaatst van A. van Beurden Jr. een advertentie De oude firma Meulenberg van de Hezelstraat 2-4, bij elken Nijmegenaar bekend, waar ieder z’n parapluie van Meulenberg koopt is thans uitgebreid met de firma A. van Beurden Jr. en is de grootste speciale huis van parapluies in Nederland.”
Zijn winkel Meulenberg heeft niets te maken met de parapluiefabriek Meulenberg. De parapluies van deze fabriek zijn nooit door van Beurden verkocht “en door mijn voorganger niet noemenswaard verkocht”. Daarbij was zijn voorganger H. Kraaijenvanger-Meulenberg.
De winkel A.A. van den Borg had op 20 augustus 1930 van de fabriek Meulenberg het alleenrecht verkregen tot verkoop van haar in Nijmegen. In de advertentie noemt ze dat ze binnen 1 jaar al 3.499 parapluies had verkocht (De Gelderlander 12/8/1931).
Vervolg
Het pand Stikke Hezelstraat 2-4 als Boudisque, 2013 (Henk van Gaal via DF4276 RAN)
Tot zeker 1960 was er een zaak in paraplu’s gevestigd, Het pand is een gemeentelijk monument. Veel Nijmegenaren zullen de winkel nog kennen als de Duitse Bakker Derks.
In het park staat een bronzen beeld van Petrus Canisius. Dit is een werk van Toon Dupuis uit 1927. Naar aanleiding van het eeuwfeest van de Jezuïeten (voluit Sociëteit van Jezus geheten) in 1914, wilde Nijmegen uit dankbaarheid een beeld oprichten van Petrus Canisius. Daarvoor begon een inzamelingsactie.
Petrus Canisius (1521-1597) was een theoloog en de eerste Jezuïet van Nederland. Het werd in 1864 zalig verklaard en in 1925 heilig. In 1925 kreeg hij daarbij de eretitel van kerkleraar van paus Pius XI. Naar aanleiding van de heiligverklaring werden in Nederland verschillende Canisiusfeesten georganiseerd. Dit zorgde tevens voor een nieuwe impuls om een standbeeld op te richten.
Toon Dupuis
Standbeeld van Petrus Canisius ontworpen door Toon Dupuis, foto gedatereerd 1924 (F65889 RAN)
Daartoe werd een prijsvraag uitgeschreven en aan een van de inzenders, Toon Dupuis, werd de opdracht verstrekt in het voorjaar van 1926. Het werk is gegoten bij Fonderie Nationale des Bronzes, Saint-Gillis. Op pinkstermaandag 6 juni 1927 werd het beeld op een kunstmatige heuvel in het park geplaatst.
Antonius Stanislaus Nicolaas Ludovicus Dupuis (Antwerpen, 18 februari 1877 – Den Haag, 13 oktober 1937) was een Nederlandse beeldhouwer en medailleur. Oorspronkelijk was hij van Belgische afkomst, maar werd in 1908 genaturalieerd.
Hij maakte tevens een borstbeeld van W.H. Nolens ter gelegenheid van zijn 40-jarig priesterfeest. Deze staat (of stond, daar ben ik niet zeker van) in het Katholiek Documentatie Centrum.
Het beeld is meer dan levensgroot, waarbij Canisius met zijn rechterhand op de leuning van een zogenaamde “curulische zetel” steunt. Met zijn linkerhand maakt hij een zegenend gebaar.
Met het zegenend gebaar is nog iets meer aan de hand. Deze vondst en foto van Hans van Meteren vind ik te leuk om ‘m over te nemen, daarom verwijs ik hier naar zijn site.
Het opschrift van de granieten sokkel luidt: ”
GEBOREN TE NIJMEGEN 8 MEI 1521
GESTORVEN TE FREIBURG 21 DECEMBER 1597
HEILIG VERKLAARD EN TOT KERKLERAAR VERHEVEN 21 MEI 1925″.
Locatie bij de Canisiussingel
Het standbeeld van Petrus Canisius in het Hunnerpark (Hunerpark), gemaakt in 1927 door beeldhouwer Toon Dupuis (Antwerpen, 18-03-1877 – Den Haag, 13-10-1937), 1929-1931 (I.J. Glaser via F91308 RAN)
Hoewel nog niet verder onderzocht, zal de plaatsing van het beeld in de omgeving van de Canisiussingel een logische zijn. Grappig detail daarbij is dat de straat officieel St. Canisiussingel heet sinds 1881. Dus 40 jaar voordat Canisius heilig werd verklaard. De gemeenteraad wilde uiteindelijk een aansprekende straat naar hem vernoemen, nadat het voorstel eerst was dat de huidige Van Welderenstraat zijn naam zou dragen. Om duidelijk maken welke “Canis” werd bedoeld, koos de gemeenteraad met 10 tegen 7 stemmen om hier “St” voor te zetten.
Rijksmonument
Het beeld is een Rijksmonument sinds 2007. Als waardering:
“van kunsthistorisch belang als goed en gaaf voorbeeld van een standbeeld uit de tweede helft van de jaren twintig, die opvalt vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het standbeeld in samenhang met de monumentale, Art-Decoachtige sokkel; van stedenbouwkundige waarde als karakteristiek onderdeel van het Hunnerpark. Het beeld staat op de oorspronkelijke plek, op een terp in het park en is daardoor beeldbepalend vanaf de aan- en oprit naar de Waalbrug en vanaf de Sint Jorisstraat; van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van het katholieke verleden van Nederland, als monument voor een zestiende-eeuwse Nijmegenaar die werd heiligverklaard in een belangrijke periode van de emancipatie van het katholieke volksdeel.”
Deze pagina verzamelt artikelen over de Valkhof en zal van tijd tot tijd worden aangevuld.
Aanleg park door Zocher Sr
Na afbraak van de burcht ontwierp tuinarchitect Zocher rond 1800 een park, welke was aangelegd in Engelse stijl. Het Valkhof was een van de eerste projecten van J.D. Zocher Sr. Het is tegenwoordig een van de oudste landschapsparken van Nederland.
Een van de kenmerken van deze stijl is een voorliefde voor ruïnes. Soms moesten deze gebouwd worden om een “romantische” sfeer op te roepen. Bij het Valkhof bestonden deze ruïnes al in de vorm van de Sint Nicolaaskapel en de Barbarossaruïne. Dit waren de enige restanten van de Valkhofburcht.
Bij de Barabarossa ruïne liet hij treurwilgen plaatsen om de vergankelijkheid van gebouwen aan te geven. Van het oorspronkelijke ontwerp van Zocher is weinig bewaard gebleven.
Het park werd 30 jaar later naar ontwerp van Hendrik van Lunteren aangepast.
Lieven Rosseels
Na de ontmanteling leverde de Vlaamse tuinarchitect Lieven Rosseels het ontwerp voor de nieuwe aanleg van het park.
Hierbij kwam er een brug tussen het park en de Voerweg, naar het ontwerp van Weve
St.-Nicolaaskapel
Valkhofkapel van onderaf (maart 2023)
De St.-Nicolaaskapel is nog de enige zogenaamde “romaanse centraalbouw” van Nederland. Deze is rond het jaar 1.000 gebouwd. Wanneer precies, is niet duidelijk. Vaak worden de volgende mogelijkheden genoemd:
Theophanu van Essen, die de kapel zou hebben laten bouwen ter ere van haar grootmoeder en naamgenoot keizerin Theophanu
Otto III, ter ere van zijn moeder, keizerin Theophanu
Rond 1030, toen veel kerken in de romaanse stijl werden gebouwd.
De Dom van Aken heeft bij de bouw als voorbeeld gediend. Tijdens de brand van 1047 raakte de bovenbouw van de kapel beschadigd.
De kapel is vernoemd naar St. Nicolaas. Keizerin Theophanu zou een groot vereerder van hem zijn geweest en degene zijn geweest, die deze verering in Nederland en daarbuiten populariseerde.
In de kapel bevindt zich een prachtige maquette van de Valkhofburcht.
Barbarossa Ruïne Valkhof (januari 2023)Een gravure naar een pentekening in roodbruin gewassen van A. Rademaker, voorstellende de tweede binnenplaats van de Valkhofburcht met de absis van de (huidige) Barbarossa-ruïne ; het origineel berust in een Particuliere Collectie, 1720 (F34691 RAN)
Bunker
De bunker op het Valkhof is de enige van de 3 mitrailleurbunkers die door de Duitsers zijn aangelegd om de Waalbrug te verdedigen. De andere 2 zijn in de jaren 40 gesloopt.
Deze Staufersteele werd in 2018 opgericht. Het is een herinnering aan:
Keizer Frederik I Barbarossa, die de burcht heeft versterkt en uitgebouwd
Keizer Hendrik VI, zijn zijn. Hij is geboren in Nijmegen. Tevens is hij een achterkleinzoon van Koning Hendrik VII, die Nijmegen in 1230 stadsrechten verleende.
Stauferstelen zijn achthoekige herdenkingsmonumenten op plaatsen waar het huis Hohenstaufen een grote rol heeft gespeeld. Er zijn 38 van deze stenen, waarbij Nijmegen de 35ste was. Het Duitse Komitee der Stauferfreunde selecteert de plaatsen en neemt tevens het initiatief tot plaatsen van de steen.
Burchtstraat; het pand met Primera en daarnaast zijn door architect Treur ontworpen (augustus 2025)
Architect G.B. Treur ontwerpt voor de dames- en kinderenhoedenwinkel J. van den Hoven de eerste winkel die in de Burchtstraat is gebouwd. Momenteel zit hier de Primera.
Vooraf: Houtstraat
De etalage van de Dameshoedenzaak J. van den Hoven-Folman, Houtstraat 84-86, 1936 (F14671 RAN)
Het bombardement van februari 1944 verwoeste de winkel voor dames- en kinderhoeden van J. van Hoven in de Houtstraat. De jaren daarop zit hij in noodwinkels.
Voorbereiding en eerstesteenlegging
In 1949 wordt begonnen met de voorbereiding van de nieuwbouw: architect G.B. Treur tekent in november het ontwerp voor de winkel van J. van Hoven, de onderdoorgang van de Burchtstraat en 2 bovenwoningen (zie het detail van de bouwtekening D12.410290 hieronder).
Plan voor winkel met bovenwoningen voor de Fa. J. v/d Hoven a/d Burcht, architect G.B. Treur, datum tekening 9-11-1949 (D12.410290)
De eerste steenlegging vond plaats op 32-12-1949 door mevrouw B. van den Hoven-Folman. De versierde steen werd daarbij uitgereikt door de aannemer H. Moed (beschrijving bij F53737 RAN )
1950: opening
In mei 1950 vindt de opening plaats: “Het eerste winkelhuis in de Burchtstraat, dat na de oorlogsramp weer werd herbouwd is dat van de fa. J. van den Hoven, dames- en kinderhoedenmagazijn. Het is een gelukkig begin, waardoor het stadsbeeld in de omgeving van het stadhuis aanmerkelijk is gewijzigd en verfraaid. Van de zijde, van het gemeentebestuur bestond dan ook voor deze gebeurtenis, gedachtig het gezegde “beter een goede buur dan een verre vriend” veel belangstelling. Moge deze fraaie winkelbouw, die onder architect G.B. Treur en aannemer H. Moed uit Bemmel tot stand kwam, spoedig door meerdere in deze omgeving worden gevolgd.” (De Gelderlander 27/5/1950)