1951, Gerard Noodtstraat 52-54 en Derde Walstraat 91-93
Gerard Noodtstraat 48-56, het linker pand is Roghmans, 1951 (Commissariaat van Politie Nijmegen, Afd. Fotografie via F28974 CC0)
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het pand van Roghmans op de Zeigelbaan verwoest. Op 15-11-1949 vindt aanbesteding plaats van “Het bouwen van een werkplaats met twee etage woningen op een terrein gelegen aan de Gerardt Noodtstraat te Nijmegen, benevens het bouwen van ’n Azijnmakerij op een terrein gelegen aan de Derde Walstraat te Nijmegen”. Het ontwerp is van Architectenbureau D. en P. Benning, Graafseweg No. 60. (De Gelderlander 5/11/1949).
Het is mij (RE) overigens niet bekend of Roghmans eind jaren 40 in bedrijf was op dat ze wachtten op nieuwbouw.
Voor de herbouw is Roghmans een van de 13 bedrijven die in 1949 van de gemeente een financiele tegemoetkoming heeft gekregen. De totale pot bedroeg 1,5 miljoen gulden, bedoeld voor de wederopbouw van het centrum. (De Gelderlander 12/1/1950). In augustus bespreekt de Gemeenteraad van de toewijzing van gronden,onder andere aan Roghmans. Ik heb de bespreking nog niet gevonden en weet dus niet over welke toewijzing dit gaat (een definitieve? Een uitbreiding?); in ieder geval vond aanbesteding plaats in 1949 (De Gelderlander 26/8/1950)
In De Gelderlander 20/1/1951 blijkt dat Roghmans aan het bouwen is.
De Gelderlander 5/8/1953
De door mij eerst gevonden advertentie. De Conservenfabriek staat in 3e Walstraat 91-93.
Gerard Noodtstraat 52, 54 en 56 (Bron Google Streetview)
Hoewel de bouwtekening (dossier 18-01-1950) nog niet is gevonden/bekeken zal het gehele pand waarschijnlijk bestaan uit de huidige nummers 52, 54 en 56. (De begane grond met blauwe verf is nummer 52 (of 54?), met witte verf 56. Dat blijkt niet alleen uit de bouw, maar ook uit de verbouwing in 1955: verbouwing pand Rogmans t.b.v. garage Egbers a.d. Gerard Noodtstraat te Nijmegen. Wijziging voorgevelpui in de bestaande betonconstructie (D12.421963).
Adresboeken
In het adresboek 1951 komt M.A.J.M. Roghmans voor op nummer 52. De nummers 54 en 56 zijn ‘in aanbouw’.
In 1955 staat Roghmans op nummer 52. Nummer 54 is ‘onbewoond’, 56 is ‘kantoor’.
Ook in 1959 staat Roghmans op nummer 52. Nummer 54 is dan M.G. v. Dijck, wed. Th. Peters en 56 verkoopkantoor en magazijn. Nummer 58 is “garage en magazijn”
Echter, in Algemeen adresboek voor de stad Nijmegen en omliggende dorpen 1959 staat A.M.C. Roghmans, “fabr. conserven” op nummer 52. M.A.J.M. fabr. tafelzuren staat eveneens op nummer 52.
In 1963 staan bij de weergave op straat J.M.A. en A.M.C. Roghmans op adres Antiloopstraat (respectievelijk nr 91 en 93). Daarbij staat in de weergave op naam zij beiden als bedrijfsleider. M.A.J.M. fabrikant staat op Gerard Noodtstraat 52. Idem voor 1966. Onder “Tafelzuren” staat het adres Weurtseweg 238
Weurtseweg 238
De Gelderlander 12/7/1955
Toen het bedrijf moest worden uitgebreid, werd het pand verkocht aan garagebedrijf Egbers. Op een later tijdstip komt hier Osnabrugge met huishoudelijke apparatuur in.
Op 15-12-1954 bespreekt de Gemeenteraad het voorstel tot verkoop aan grond aan de Weurtseweg (Roghmans). (De Gelderlander 11/12/1954).
Het bedrijf komt in een van de nieuwe bedrijfshallen die aan deze straat worden gebouwd, Weurtseweg 238. De eerste door mij gevonden (personeels) advertentie is in juli 1955. In 1954 kwamen de broers Roghmans bij hun vader in het bedrijf; vanaf 1972 vormde zij de directie.
In 1987 zou het bedrijf sluiten. Een mooi artikel (tevens bron) staat in de Wester van februari 2021.
Vanuit onder de Kerkboog in de richting van het pand van Vroom & Dreesmann. Dit pand ligt aan de Grote Markt. Vroom en Dreesmann is er al een tijd niet meer. Op 31 december 2015 werd het bedrijf failliet verklaard, 1954-1955 (Foto Grijpink via F14236 RAN CCBYSA)
Tijdens het bombardement van februari 1944 werd ook de Vroom en Dreesmann op de Grote Markt verwoest. Op 15 januari 1953 werd begonnen met het graven van de bouwput voor de nieuwbouw, waarbij de winkel op 23 maart 1953 officieel werd geopend. Het ontwerp was afkomstig van architectenbureau D. en P. Benning, met J.H. Fokker als projectarchitect.
Het was, net als de naastgelegen HEMA, een modern gebouw: “De nieuwe V&D moest het grootste en meest beeldbepalende gebouw van de herbouwde binnenstad worden.” (Wederopbouwstad)
Daarbij is er een verschil tussen de gevels aan de Broerstraat en de Grote markt: om aan te sluiten bij de andere bebouwing in de Broerstraat maakte Fokker gebruik van kleine vlakken. De gevel van de Grote Markt heeft echter een monumentaal karakter.
De constructie van het gebouw is gemaakt op basis van een betonskelet volgens een zogenaamde “mushroom-systeem”. Daarbij hebben de muren en gevels geen constructieve functie, maar dienen alleen voor de afscheiding van ruimtes. De dakvloeren bestaan uit bimbetonplaten, opgelegd op betonbalken. (Bouw; centraal weekblad voor het bouwwezen, jrg 11, 1956, no. 28, 14-07-1956, 14-07-1956).
Aanvankelijk lag de hoofdingang op de hoek van de Broerstraat en de Burchtstraat, met aan elke straat daarnaast nog een andere ingang.
IntoNijmegen: “Op de foto uit 1955 is goed te zien waar de hoofdingang oorspronkelijk lag, namelijk op de hoek van de Broerstraat met de Burchtstraat. De bouw was toen bijna klaar om grote aantallen klanten te ontvangen in een tijd van opbloeiende economie en naoorlogs optimisme”.
“Vóór alles werd zorg gedragen dat er ruimte is, zodat de bezoeksters en bezoekers van V. en D. rustig kunnen winkelen en een gemakkelijk overzicht krijgen van het grote geheel.” (krantenartikel bij de opening, zie hieronder)
Bij de opening
Wanneer de Vroom en Dreesmann in maart 1955 open gaat, wijdt de Gelderlander een uitgebreid artikel aan dit gebouw. Daarbij plaatst de krant 2 foto’s (hier niet opgenomen):
De roltrap: “Een van de belangrijkste en interessantste elementen in het nieuwe V. En D.-gebouw is de roltrap, welke de cliënten snel naar de verschillende afdelingen brengt.
Van de lunchroom: “De rustige, prettige sfeer welke het nieuwe gebouw van V. en D. te Nijmegen kenmerkt, vindt haar bekroning in de lunchroom, welke uitzicht geeft op de Markt.”
“In het hartje van Nijmegen verrees monumentaal modern pand van V & D
Welverzorgd geheel, waarin smaak met zakelijkheid wedijveren
Het nieuwe gebouw van Vroom en Dreesmann, een kolos op de Markt, die evenwel niets van een ruige reus, maar alles van een monumentaal, welverzorgd wereldje op zichzelf weg heeft, is voltooid. Donderdagmorgen zullen de poorten voor het publiek opengaan en zal stad en land van binnen willen zien wat met verwonderde ogen aan de buitenkant is gegist. De verwachtingen zullen niet worden teleurgesteld: tot deze conlusie zijn we gekomen, nadat we gistermiddag enkele uren in het nieuwe V. en D. gebouw hebben rondgewandeld. Ja werkelijk, enkele uren. Zoveel is er te zien en in zich op te nemen. Men kan een museum bezoeken en daarna nog eens rustig over alles denken; de indrukken werken na en telkens opnieuw haalt men zich weer iets van het geziene voor de geest. Zo is het ook na een bezoek aan die nieuwe, aesthetisch zo voortreffelijk verzorgde en vernuftige opgebouwde wereld van V. en D. op de Markt te Nijmegen. De stad zal er vol van zijn, het land zal er van spreken, bouwers van warenhuizen in West-Europa zullen er als een staal van moderne zakelijkheid waarbij een combinatie werd gevonden met de menselijke smaak en met de traditie, naar komen kijken. Nijmegen en de wederopbouw van de binnenstad zijn er goed mee, met deze nieuwe V. en D., die als een magneet het wijde achterland zal aantrekken en waarvan het hele zakenleven te Nijmegen de vruchten gaat plukken.
De directeur Drs. R.J.P. Vroom mag met grote trots op zijn met veel beleid gevoerde en met groot doorzettingsvermogen voltooide activiteit tot deze geweldige bouw van het V. en D. gebouw op de Markt terugzien. We zouden niet weten of deze V. en D. de grootste van het land is met zijn 60.000 kubieke meter inhoud; wel zijn wij er van overtuigd dat op de Nijmeegse Markt een van de modernste warenhuizen van West-Europa is gekomen- een gebouw dat als merkwaardigheid heeft dat alle diensten daarin verenigd zijn op een wijze die aan overzichtelijkheid niets te wensen overlaat.
Niet minder dan vijfhonderd personeelsleden zullen bij de opening in het gebouw van V. en D. dat het hartje van de stad werkelijk weer tot een hartje maakt, werkzaam zijn. In de tijd van een enkele week heeft de overhuizing vanuit het pand op het Keizer Karelplein dat in de loop van deze zomer zal worden afgebroken, naar de Markt plaats gehad. Dag en nacht is er gewerkt om de zaak in te richten, om de goederen te sorteren die elke morgen opnieuw magazijn-vol binnenstroomden, of om de etalages in te richten in de smaakvolle én tevens efficiënte opstelling, welke al voor de opening duizenden en duizenden kjkers aantrekt.
Inrichting
Architect P. Benning uit Nijmegen, die zich mag verheugen over de geslaagde uitvoering van zijn plannen begon in samenwerking met de N.V. Dura’s Aannemingsmaatschappij te Rotterdam op 15 Januari met de spectaculaire werkzaamheden tot de bouw. Op die dag werd de bouwput gegraven van het thans voltooide gebouw, waarvan de grondoppervlakte bestaat uit 2739.75 vierkante meter. Voor de verkoopruimte bestaat het vloeroppervlak 6269 vierkante meter; voor de dienstruimte uit 2606 vierkante meter, voor de magazijnen uit 1930 vierkante meter. Aan de Markt is het pand 60 m. lang, aan de Broerstraat 40 m.
Architect Benning construeerde het gebouw zo, dat de verkoopruimten konden worden ondergebracht op de begane grond, op de eerste verdieping en in een gedeelte van de onder-étage.
In het achterste gedeelte van de onder-etage zijn twee verdiepingen geprojecteerd die beide dienstruimten bevatten.
Daar het expeditieterrein achter het gebouw ongeveer 3.30 m. lager ligt dan de begane grond, was het mogelijk in de bovenste verdieping van de onder-etage de expeditie en ontvangst goederen onder te brengen, met de diverse neven-ruimten. In de onderste kelderruimten zijn ondergebracht enige magazijnen en de centrale verwarmingsruimten. Deze magazijnen zijn naast trappen door middel van goederenliften verbonden met de expedities en ontvangstgoederen. Op het niveau van de verkoopruimte in de onder-etage zijn langs de Grote Markt de etaleursruimten met decoratie-afdeling geprojecteerd, langs de zijde Broerstraat een magazijn. De indeling van de tweede verdieping is bepaald door een groot magazijn, waaromheen diverse dienstruimten zijn gegroepeerd. Aan de zijde Grote Markt en Broerstraat zijn de diverse kantoorruimten geplaatst, waarachter, gescheiden door een gang, het keukencomplex. Aan de achterzijde van het gebouw zijn de diverse atelierruimten gelegen. Hiernaast bevindt zich het casino, aansluitend op een ruim dakterras, waarvan het door een glaswand is gescheiden. Het casino is op het zuiden geprojecteerd. In het gebouw bevinden zich drie diensttrappenhuizen, waarvan twee doorgaan tot het dak. De verkoopruimten zijn onderling verbonden door een centrale trap terwijl zowel bij de ingang Broerstraat als bij de hoekingang een trap van de verkoopruimte begane grond naar de onder-etage voert. In het achtergedeelte van de begane grond geeft nog een secundaire trap verbinding met de eerste verdieping.
Op de eerste verdieping is de lunchroom gelegen met uitzicht op de Grote Markt. Het hier achter liggende buffet met spoelkeuken geeft door middel van drie spijsliften contact met het keukencomplex op de tweede verdieping. Eén spijzenlift is permanent verwarmd.
De gevels
Vroom & Dreesman op hoek Grote Markt, Broerstraat, 1960 (Fotopersbureau Gelderland via F15279 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
De gevels van Grote Markt en Broerstraat zijn opgetrokken van natuursteen.
Daar Grote Markt en Broerstraat onderling sterk van karakter verschillen, is ook de vormgeving van de beide gevels constrasterend. Aan de zijde van Grote Markt werd gestreefd naar een enigszins monumentaal karakter, terwijl in de gevel langs de Broerstraat gepoogd werd de schaal en maat van de aansluitende bebouwing zoveel mogelijk aan te passen. Door het toepassen van natuursteen van de zelfde soort en kleur aan beide gevels, werd getracht toch een relatie tussen beide te verkrijgen. Hiertoe werken ook mee de doorgaande etalages met gelijksoortige ingangen aan Broerstraat en Grote Markt. Deze zijn uitgevoerd in ge-anodiseerd aluminium in twee kleuren, terwijl de kleurencombinatie van de hoekingang het negatief vertoont van die der beide andere ingangen. Door het oplopen van zowel Broerstraat als Grote Markt ligt de hoekingang ongeveer 1.30 m. hoger dan de beide andere ingangen. Dit hoogte-verschil werd opgevangen door de ingangsportalen en door de aansluitende gedeelten van de begane grond vloer hellend te leggen. De achtergevel laat de indeling van het gebouw zien. De expeditie-ruimten en ontvangst goederen zijn voorzien van een open wand om zoveel mogelijk licht binnen te krijgen. Daar boven is de opbouw van twee lagen verkoopruimten, voorzien van ruime ventilatie-mogelijkheden; de bovenste verdieping, bevattende dienstruimten is duidelijk van de andere lagen gescheiden door afwijkende gevelbehandeling.
Het interieur
“Atmosfeer”, dat is het kenmerk van de verschillende verkoopafdelingen, waarbij de heer J.J. Michels en zijn organisatie die dit uiterst belangrijke onderdeel van de bouw verzorgden en vooral op bedacht waren om de klant te gerieven en prettig te stemmen. Vóór alles werd zorg gedragen dat er ruimte is, zodat de bezoeksters en bezoekers van V. en D. rustig kunnen winkelen en een gemakkelijk overzicht krijgen van het grote geheel.
Weten ze de weg niet, dan kunnen ze zich wenden tot een geheel aparte en unieke stand voor inlichtingen. Hier worden ze op prettige wijze te woord gestaan. De inlichtingen beperken zich evenwel niet alleen tot V. en D., maar gaan veel verder en hebben ook betrekking op alles wat er in de stad aan accommodatie en vermaak te doen is.
Ze strekken zich zelfs uit over bus- en treinverbindingen en het is niet onwaarschijnlijk dat men hier in de toekomst ook zijn toegangskaartjes voor de verschillende vermakelijkheden kan krijgen.
De heer Michels heeft de plattegrondindeling van de parterre en van de eerste etage zo gemaakt dat het publiek zich gemakkelijk verspreidt over het gehele oppervlak en langs vele wegen het imponerende trappenhuis en de roltrap kan bereiken, zonder verkeersopstoppingen.
De klant kan vlug een overzicht krijgen van de artikelen en snel bediend worden; daarvoor werd het systeem van de vereenvoudigde verkoop en van de pré-selectie toegepast, waarbij verrassende nieuwe vondsten in practijk werden gebracht. Daarbij wordt getracht zoveel mogelijk goederen in gebruik te tonen. Elke afdeling kreeg een eigen karakter, dat het best past met de aard van de goederen die daar worden verkocht.
De ontwerpers zijn er uitstekend in geslaagd om een harmonie tot stand te brengen tussen de verschillende afdelingen en het geheel van het warenhuis; dit werd bereikt dank zij een samenspel van inrichting, kleur, verlichting, het materiaal en de opstelling van het meubilair.
Lunchroom
Een heel bijzonder element, een element van rust en ontspanning, neemt in deze wereld van vooruitgang en traditie de lunchroom in, waar meer dan driehonderd mensen een plaats kunnen vinden aan ruime, gedistingeerde zitjes van waaraf men een goed uitzicht heeft op de Grote Markt, welke nu weer als bij toverslag ten leven is gewekt. Opvallend is in deze royale ruimte de verlichting, waarvan de schalen bestaan uit Venetiaans glas dat een voorname toon heeft.
Een glazen wand scheidt de verkoopafdeling van de lunchroom. Dit siervenster is een geschenk van het gezamenlijk personeel van Nijmegen, Venlo en Tiel aan de directie van V. en D. te Nijmegen. Lambert Simon ontwierp dit geschenk, dat werd uitgevoerd door bij F. van Tetterode te Amsterdam. De drie personeelsgroepen worden voorgesteld door de wapens van Nijmegen, Venlo en Tiel. Symbolisch voor de leidende positie van het bedrijf te Nijmegen, domineert de dubbelkoppige Nijmeegse adelaar in het geheel. Het siervenster werd bewerkt in een combinatie van zandstraal- frais- en polijstechnieken. Lambert Simon ontwierp eveneens een raam aan de andere zijde van de lunchroom, het raam met de jager. Dit is eveneens een geschenk van het personeel.
Van de hand van genoemde kunstenaar zijn ook de bijzonder geslaagde afbeeldingen aan de buitenzijden van de roltrap, versieringen met uitgeschulpt glas. Op de ene afbeelding wordt de geschiedenis verhaald van Prins Willem, die in de omgeving van Nijmegen van zijn gezelschap verwijderd raakte en weer op het goede spoor kwam door het klokgelui van de Sint Steven. De andere afbeelding verhaalt Karel ende Elegast. Het is een daad welke getuigt van culturele zin om deze op zo hoog peil staande afbeeldingen te laten aanbrengen.
Warmte
We zouden tal van nieuwe vindingen kunnen memoreren, welke in het gebouw van V. en D. in toepassing zijn gebracht; vindingen van verkooptechnische aard, maar ook vindingen in de bouw en de inrichting. Het zou ons te ver voeren. We willen evenwel niet verzuimen te wijzen op de verwarming, welke zich niet alleen uitstrekt over het hele complex, maar zelfs de grenzen daarvan te buiten gaat. Ze zoekt de cliënt op, al in het portiek. Wie naar binnen gaat voelt zich aangenaam verrast door de warmte-golf die naar buiten stroomt. Bovendien heeft dit als belangrijk voordeel dat de grote deuren, die de cliënten uitnodigen naar binnen te kome, bijna het hele jaar door, zelfs in het koude seizoen, open kunnen blijven.” (De Gelderlander 22/3/1955)
De voormalige V en D, Broerstraat
Verdeelde mening
Vooral de gevel aan de Grote Markt, samen met die van de HEMA, verdeelt de meningen, vooral over de vraag of deze gevels bij het historische karakter van de Grote Markt.
Het gebouw is ontworpen als een studiehuis voor de Scheutisten (de Congregatie van de Paters van het Onbevlekt Hart van Maria, of: de Missionarissen van Scheut). Het pand is vernoemd naar bisschop Ferdinand Hamer, die in 1900 in China is vermoord. Opvallend is de pagode, die verwijst naar de werkzaamheden van de Scheutisten in China. Deze pagode is ontworpen door Henri Estourgie, de broer van Charles. Tegenwoordig is het in gebruik door de HAN.
Ferdinand Hamer
Het Studiehuis is vernoemd naar de in 1900 in China vermoorde Ferdinand Hamer.
Lees hier het artikel:
Onthulling van het standbeeld van Bisschop Hamer, gemaakt door Bart van Hove in 1902, 1902 (F53878 RAN)
In de Bisschop Hamerstraat, aan het Keizer Karelplein, staat het standbeeld van Bisschop Ferdinand Hamer. Hij werd in 1900 als missionaris in China tijdens de Bokseropstand vermoord.
Bij de Inwijding van het Missiehuis Bisschop Hamer
“Inwijding nieuw Missiehuis Bisschop Hamer.
Het was heden weer een dag van beteekenis voor katholiek Nijmegen.
Van het nieuwe Missiehuis- waarop men van de St. Annabrug al zoo’n prachtigen aanblik heeft, prijkte de feestvlaggen: Pauselijk geel-wit en het nationale rood-wit-blauw.
Hedenmiddag te drie uur werd het nieuwe Missiehuis “Bisschop Hamer”, aan de Groenestraat plechtig ingewijd door den HoogEerw. Heer Mgr. C. van Son, deken dezer stad.
Majestueus verheft zich daar dat fiere gebouw, met kruis in top en met den Nijmeegschen naam van Bisschop Hamer in den gevel.
Nijmegen dat den naam van Missiestad heeft, krijgt ook steeds meer de daad. Ook van onze stad zullen nu steeds meer missiehelden optrekken naar verafgelegen landen.
Nijmegen werd heden ook officieel de stad der missiehuizen- met de inwijding van het Bisschop Hamer-Missiehuis.
Eerst werd de kapel ingewijd en vervolgens het verdere gedeelte van het huis.
Tegenwoordig waren o.a. alle zeereerw. heeren pastoors van de stad en de kapelaans, die in iedere parochie directeur zijn van dit missiewerk, familie van missionarissen, weldoenders en bekenden van het Missiehuis.
Met verschillende missionarissen was mede aanwezig de Algemeene Overste, Pater Henry Raymakers uit Sparrendaal.
Verder werden opgemerkt de heeren wethouders G. Busser en H. Vrancken. En voorts Prof. Dr. Jos. Schrijnen, rektor-magnifikus der R.K. Universiteit, de ZeerEerw. pater Steins-Bisschop, Rektor van het Kanisius-Kollege, verschillende E.P. Dominicanen en de heeren Mr. J. Wierdels, M. Poelhekke en de architect van het gebouw, de heer Charles Estourgie.
De Rector van het huis is de zeereerw. Pater F. Hoogers, die 32 jaar geleden door Mgr. Hamer priester werd gewijd en sindsdien in de missie van Turkestan heeft gewerkt.
In dit nieuwe Missiehuis zullen ondergebracht worden de twee klassen philosophie van de missionarissen van Scheut-Sparrendaal (Kongregatie van het Onbevlekte Hart van Maria C.I.C.M.)
Deze studenten krijgen nu nog hun opleiding in het Missiehuis Sparrendaal bij Boxtel en zullen met den aanvang van het nieuwe studiejaar in October a.s. naar Nijmegen komen.
Tijdelijk zijn zij thans ondergebracht in het Missiehuis te Scheut (Brussel).
Het missiehuis van de Kongregatie van Missionarissen van Scheut-Sparrendaal ligt in China, den Congo, op de Phillipijnen- ook bezit de Kongregatie nog een klein missiegebied onder de Roodhuiden van de Missisippi.” (De Gelderlander 8/5/1924)
Een dag later schrijft de Gelderlander over de plaatsen in de wereld waar de Missionarissen op dat moment gevestigd zijn: De Gelderlander 9/5/1924.
Rijksmonument
Het gebouw is een Rijksmonument met als waardering (tevens is een uitgebreide beschrijving te vinden):
“Voormalig KLOOSTER “Bisschop Hamerhuis” uit 1923.
– Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed voorbeeld van een als studiehuis opgezet klooster uit 1923 van het carré-type. De vierde vleugel die de binnenhof aan de achterzijde moest afsluiten, is evenwel niet uitgevoerd. Het object valt op door hoogwaardige esthetische kwaliteiten, zoals de spaarzame maar bijzondere ornamentiek en de zorgvuldige detaillering in vormgeving en materiaalgebruik. Zeldzaam is de als Chinese pagode uitgevoerde dakruiter. Het pand heeft een goed bewaarde interieurindeling en bezit een aantal oorspronkelijke interieurelementen. Kunsthistorisch waardevol is het gebrandschilderde glas-in-lood in het trappenhuis (gebroeders Van der Essen, Roermond 1923). Het Bisschop Hamerhuis is voorts een goed en gaaf voorbeeld van het werk van architect Ch.M.F.H. Estourgie.
– Van stedenbouwkundige waarde wegens de situering bij een kruising van wegen en de spoorlijn Nijmegen-Venlo, waar het pand door zijn omvang en opmerkelijke ‘dakruiter’ een beeldbepalende rol speelt.
– Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een culturele en geestelijke ontwikkeling, in casu de vestiging van een groot aantal kloosterorden in en om Nijmegen na de opening van de Katholieke Universiteit te Nijmegen in 1923. Bovendien verwijst de Chinese pagode op het dak naar het werkveld van de missionarissen van Scheut die dit klooster hebben laten bouwen.”
Broerstraat met Molenstraatkerk in feeststemming (november 2025)
De oude Molenstraatkerk werd tijdens het bombardement van 1944 beschadigd. Tussen 1958 en 1960 wordt het achterste deel van de kerk gebouwd naar de plannen van Siebers en Van Dael uit Breda en J. Coumans. Daarbij blijft het oude, neo-gotische koor behouden.
Door het bombardement van 22 februari 1944 raakt de kerk zwaar beschadigd. Er kwamen daarbij in ieder geval 7 vrouwen om het leven; vanwege de carnaval was het veertigurengebed aan de gang.
Het gebouw wordt na het bombardement provisorisch hersteld van maart 1944 tot Pasen 1946, naar de plannen van architect J. Coumans. Daarbij werd de kerk verkleind, omdat de overheid had bepaald dat de kerk alleen hersteld mocht worden met materiaal afkomstig uit de gebombardeerde kerk.
Nieuwbouw
Tussen 1958 en 1960 wordt het achterste deel van de kerk gebouwd naar de plannen van Siebers en Van Dael uit Breda en J. Coumans. Daarbij werd het oude, neogotische, koor en trancept opgenomen in de bouw van deze Molenstraatkerk: “. Het voorste gedeelte, waar het priesterkoor zich bevindt, werd daarmee zo harmonisch mogelijk verenigd. Duidelijk zijn de neogotische en jaren ’60-structuren te herkennen. De kleur rood en de strakke glas-in-loodramen verbinden beide delen harmonisch.” https://www.stefanus.nl/?view=article&id=46:petrus-canisiuskerk (zie hier ook voor een beschrijving van de kerk)
De klokkentoren bestaat uit een kolom van baksteen. Hij is geïnspireerd op de Italiaanse campanile; een campanile is losstaande klokkentoren. Ook de torens van het station en de Dominicuskerk zijn geïnspireerd op een dergelijke toren.
Aan de voorkant is een galerij, welke als buffer tussen de drukte van de winkelstraat en de kerk dient. Daarbij maakten kunstenaars versieringen op de vloer in de vorm van 2 mozaïeken en boven de ingangen zijn betonnen versieringen. De galerij aan de voorzijde dient als buffer tussen de drukke winkelstraat en de kerk. Beeldende kunstenaars maakten versieringen: de vloer is ingelegd met twee mozaïeken. Boven de drie ingangen zijn ronde betonnen versieringen aangebracht met Bijbelse voorstellingen. Een opvallende versiering tussen de zuilen is het Christusmonogram.
De kruidenierswinkel van M. van den Akker, Johannes Vijghstraat 41, 1910-1915 (F1443 RAN)
Op 15 september 1921 wordt Johannes Vijghstraat 41 verkocht aan F. van Dam, Nijmegen (PGNC 16/9/1921)
“De heer Jos. van Dam opent morgen in het perceel Joh. Vijghstraat 41, hoek Athlonestraat, een zaak in kruideniers- en koloniale waren, fijne vleeschwaren, chocolade, boter, kaas en eieren. Voor dezen was in dit pand een degelijke zaak gevestigd, doch de heer van Dam heeft het winkelhuis flink laten opknappen, zoodat alles een keurigen en frisschen indruk maakt. De cliëntèle zal dan ook wel niet lang op zich laten wachten.” (PGNC 28/9/1922)
Advertentie Johannes Vijghstraat 41 hoek Athlonestraat te koop (PGNC 27/8/1921)
Barneveldse Beekstraat, de Lunterse Beekstraat, de Fliertse Beekstraat, de Eemstraat en omgeving Biezen/Waterkwartier
Luchtfoto van een deel van het Waterkwartier met de zogenoemde korrelbetonwoningen. Bovenin de Weurtseweg ; onderin de Kanaalstraat ; links de Rivierstraat en rechtsonder de Waterstraat ; daar tussenin woningen aan de Barneveldse Beekstraat, de Lunterse Beekstraat, de Fliertse Beekstraat, de Eemstraat en de Oude Rijnstraat, 1950 (F58506 RAN)
Korrelbetonwoningen
In 1922 had Willem Greve jr. (1880-1962) het zogenaamde korrelbeton ontwikkeld: beton waarin vergruisd puin in plaats van grind of zand was verwerkt. Daarmee was een groot deel van Betondorp in Amsterdam gebouwd. Soms wordt aan het korrelbeton ook wat grind toegevoegd. Daarnaast is hij bekend geworden van de Scheveningse huisjes.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam korrelbeton in gebruik voor de bouw van woningenr: er was een tekort aan bouwmaterialen. Daarop werd het puin van de verwoeste huizen tijdens de Tweede Wereldoorlog vergruisd en gebruikt voor nieuwe woningen of stapelbouwbouw tot maximaal 4 tot 5 bouwlagen. In totaal werden ongeveer 15.000 woningen van korrelbetongewoon gebouwd, waarvan 80% zich in Dordrecht, Den Haag en Arnhem bevond.
Daarbij zijn er 3 periodes:
Tot 1955 krijgen de woningen alleen een pleisterlaag
Vanaf 1955 krijgen de gevels een baksteen bekleding
Vanaf 1962 de spouwconstructie
Traditionele bouw versus systeembouw en korrelbetonwoningen
In 1949 discussieert de gemeente over de toekenning van een extra contignent woningen. Vooral de voor- en nadelen van de traditionele bouw versus de systeembouw en korrelbetonwoningen worden besproken.
Op 23 juni 1949 doet de Gelderlander verslag van de Gemeenteraadsvergadering over de extra toewijzing van 112 te bouwen woningen onder de kop “Scherpe kritiek in de Raad op regeringsbeleid: Moet Nijmegen het puin van zijn getroffen stad nu maar verwerken in korrelbeton?” 62 daarvan zullen in “traditionele bouw” moeten worden gebouwd, maar 50 daarvan in “montagebouw”. “Langdurig werd gediscussieerd over de bouw van 164 montagewoningen in de nabijheid van de Weurtseweg. Meerdere sprekers waren van mening dat in Nijmegen, waar het materiaal voor traditionele bouw zozeer binnen het bereik lag, geen dure systeembouw moest worden toegepast, waardoor de werkeloosheid onder de vaklieden onder de vaklieden ten zeerste werd bevorderd.”
Oftewel: Nijmegen heeft haar steenfabrieken Ook die zijn daarnaast voldoende geschoolde arbeiders aanwezig, hoewel die laatsten uit Nijmegen lijken weg te trekken, aangetrokken in plaatsen waar wel traditionele bouw wordt uitgevoerd.
Het bouwvolume voor Nijmegen was tot dat moment voor 1949 184 woningen in de traditionele bouw, systeembouw 11 en korrelbouw 164 woningen. In 1948 was het bouwvolume 574 woningen geweest tegen 99 in systeembouw.
Ook zijn er vragen over de te bouwen woningen: heeft Nijmegen niet eerder woningen voor gezinnen nodig dan de geplande duplex-woningen voor kleine huishoudens? En is traditionele bouw niet goedkoper dan systeembouw?
Wethouder van der Wagt geeft aan dat hij oorspronkelijk ook niet enthousiast was voor de toewijzing. De plannen voor systeembouw waren landelijk vastgesteld en de systeembouw in andere plaatsen zoals in Scheveningen blijken te voldoen. Daarnaast zijn de plannen van Woningvereniging Nijmegen weldoordacht. Bovendien betreft het feitelijk de keus “bouwen of niet bouwen”. Dan kan beter “van de nood een deugd worden gemaakt”, ook ten aanzien van de duplexwoningen: 26% van de Nijmeegse bevolking bestaat uit 2 persoons huishoudens en 34% uit 3 personen. Uiteindelijk stemt de gemeenteraad in, met uitzondering van de K.V.P. (De Gelderlander 23/6/1949)
Een rondgang in 1951 bij de opgeleverde woningen
“Het Witte Dorp in het Waterkwartier
Korrelbetonwoningen: lust voor ’t oog en paleisjes voor de bewoners Grote behoefte aan een nieuwe school; met bouw van een tweede rioolgemaal begonnen
(Van onze verslaggever). Het is nu drie jaar geleden, dat de woningvereniging „Nijmegen” een begin akte niet de bouw van haar eerste complex korrelbeton- in het Waterkwartier. Thans, drie jaar later, staan daar 425 van deze systeemwoningen, kant en klaar en bewoond door 516 hoofdzakelijk arbeiders -gezinnen. Zij vormen in dit deel van de stad een dorp op zichzelf, een dorp gedeeltelijk in het wit gestoken, met pleinen en plantsoenen, een dorp, waar de voor- en achtertuintjes getuigen van de liefde voor bloemen en planten der bewoners en waar de vlekkeloze ramen en hagelwitte gordijnen spreken van de spreekwoordelijke Hollandse zindelijkheid der huisvrouwen, die hier ieder in haar eigen paleisje de scepter voeren. Als men hier langs de huizen een wandeling maakt en her en der een niet al te onbescheiden blik naar binnen werpt, dan komt men tot de overtuiging, dat degenen, die met zo’n woning, zij het een normale eengezinswoning of een duplex-woning, verblijd zijn, zich na al de beproevingen, die zij vaak in haast niet meer 5 bewonen krotten hebben doorstaan, wel gelukkig moeten voelen, vooral als men de betrekkelijke luxe, welke in de uitvoering nog valt waar te nemen, in aanmerking neemt.
En dat is dan ook inderdaad zó. Wij hebben in gezelschap van de opzichter, de heer J. A. Simons, met enkele bewoonsters dezer dagen eens een praatje gemaakt. Een stratenmakersvrouw die tussen Kerstmis en Nieuwjaar van de Stikke Hezelstraat naar de Rivierstraat is verhuisd, vertelde dolgelukkig te zijn met haar duplexwoning. In haar vorige woning had ze drie teilen in de kamer staan om het water, dat via het rijkelijke van lekken voorziene dak naar beneden kwam, op te vangen. Of wij zelf wel met dergelijke moeilijkheden te hadden? Gelukkig niet, wij zijn er ook helemaal niet verlangend naar, maar niettemin konden wij ons uitstekend voorstellen dat zij nu met haar nieuwe woning in haar schik is. Het ziet er hier allemaal bijzonder uit in dit woninkje, waar Piet haar man en haar kind huist. De buitenkant behoeft weliswaar nog ‘n verfje, maar binnen is het een warm nestje. Er zijn twee slaapkamers, een woonkamer, een keuken en een kelder. Daar het een benedenwoning is, is er geen lavet, waarvan alleen de bewoners van de bovenwoning kunnen profiteren, maar die hebben weer het nadeel, dat zij geen tuin hebben. Zo heeft het zijn voor en zijn tegen om beneden of boven te wonen. Verder maakt het niet veel verschil. De bovenbewoners hebben de beschikking over een eigen ingang, een eigen bel, een eigen brievenbus, een balconnetje met een kolenbergplaats en een eigen schuurtje, dat zoals bij alle woningen in dit „witte dorp” via een achterommetje te bereiken is. Voorts hebben alle bovenwoningen, evenals die op de begane grond, een woonkamer, twee slaapkamers, een keukentje en een kelder. Men ziet dus, dat de indeling der duplexwoningen erop gericht is zoveel mogelijk onaangenaamheden tussen de boven- en benedenburen te voorkomen. Natuurlijk komen er desondanks wel eens strubbelingen voor, maar die zouden licht te voorkomen zijn als er maar wat meer begrip voor elkaars moeilijkheden bestond. Men zou verwachten, dat zij, die in deze tijd van woningnood het voorrecht genieten overeen eigen woning te kunnen beschikken, wel in staat zouden zijn dit begrip op te brengen, maar dit schijnt sommigen helaas niet mee te vallen.
Van dit onderwerp afstappend leiden wijde lezer verder op onze speurtocht door dit wellicht voor velen nog „terra incognita”. Wij belanden dan op een bovenwoning en betreden de woonkamer, vanwaar men een prachtig uitzicht heeft op het nieuwe haven- en industrie-terrein. Evenals alle woonkamers van de woningen, welke hier door de woningvereniging „Nijmegen” zijn neergezet, is deze kamer op de zon geprojecteerd. Dat dit zijn voordelen heeft behoeft nauwelijks betoog. Het gezin dat hier woont bestaat slechts uit man en vrouw. Na hun huwelijk hebben zij eerst bij haar ouders ingewoond, maar ook zij behoren nu tot de gelukkigen, die een eigen woning hebben kunnen inrichten. Het vrouwtje had liever beneden gewoond, maar, zoals de heer Simons o.i. terecht opmerkte, niet iedereen kan dat voorrecht hebben en in de toekomst zal het nog wel moeilijker worden een benedenwoning te krijgen aangezien men inde hoogte zal moeten gaan bouwen, wil men voorkomen dat er geen stukje recreatieterrein meer overblijft. Dit wil overigens nog niet zeggen, dat de woningvereniging „Nijmegen” dergelijke plannen op papier heeft staan. Voorlopig is men al heel tevreden als de plannen voor de bouw van 260 korrelbetonwoningen aan de Dennenstraat gerealiseerd kunnen worden.
Om nu terug te komen op ons bezoek aan het jonge paar: ondanks de kleine wensen, die hier naar voren gebracht werden, bleken beiden over de nieuwe woning toch goed te spreken. Vooral over het lavet waren zij enthousiast. De heer des huizes noemde het een uiterst practisch geval en hij zou het, evenals zijn vrouw, niet graag willen missen.
Na de deur van deze duplexwoning achter ons te hebben dichtgetrokken, hebben wij een bezoek gebracht aan een normale eengezinswoning. Deze woningen hebben een voorkamer, een woonkamer, drie slaapkamers, een keuken, een kelder en een douche.
De voorkamer is weliswaar niet bijzonder groot, maar daarentegen biedt de woonkamer voldoende ruimte om in te huizen, zodat de bewoners zich ook hier best thuis voelen. Hiervan getuigde de huisvrouw, met wie wij een praatje maakten. Zij komt met haar gezin van de St. Anna-buurt en als zij dan beweert dat zij zich hier in het Waterkwartier, hetwelk toch een heel andere omgeving biedt, uitstekend op haar plaats voelt en niet meer zou willen ruilen, dan spreekt dat o.i. een duidelijke taal.
Behalve de normale eengezinswoningen zijn er tenslotte nog de woningen voor grote gezinnen, welke onderverdeeld zijn in twee types, n.l. met vier en vijf slaapkamers. Voor het overige hebben deze huizen dezelfde indeling als de normale eengezinswoningen.
Wensen en verlangens
En hoe zit het nu met scholen, recreatieterrein enz., zo zal men zich af vragen. Vanzelfsprekend heeft men hier in dit zich zo snel uitbreidende stadsdeel behoefte aan. Er staat één school aan de Rivierstraat, maar deze is dermate overbevolkt, dat de leerlingen er een beetje overdreven uitgedrukt als het ware uitpuilen. Ook wat sport- en speelvelden betreft valt er nog wel het een en ander te verbeteren. Nu is het wel de bedoeling, dat er op het terrein, grenzende aan de Rivierstraat, een aantal sportvelden zal worden aangelegd, maar dat zal, naar het zich laat aanzien, nog wel enige tijd op zich laten wachten. Men kan evenwel geen ijzer met handen breken en derhalve zal men ook hier voorlopig nog moeten roeien met de riemen welke thans ter beschikking staan. Er zijn ook nog andere wensen, n.l. betreffende de riolering en het vervoer naar de stad. Wat de klachten over de riolering’ aangaat: het komt nogal eens voor dat men hier overlast van het regenwater heeft, hetgeen overigens geen euvel is, dat alleen dit deel van de stad treft. De wateroverlast wordt hier veroorzaakt doordat de capaciteit van het oude pompgebouw op dé hoek van de Weurtseweg en de Waterstraat door de snelle uitbreiding te klein geworden is. Het water, dat eerst door de onbebouwde grond opgezogen werd komt nu allemaal op het riool, dat deze vloed niet verwerken kan. Het is hier n.l. zo, dat het riool beneden het niveau van de rivier de Waal ligt, zodat het water moet worden weggepompt.
Men is op het ogenblik aan de Biezendwarsweg bezig een nieuw pompstation te bouwen, maar het zal nog wel twee jaar duren voor dit in gebruik kan worden genomen. De betonnen stukken voor de toevoerleiding en voor de persleiding liggen langs de Rivierstraat reeds klaar. Mogelijk dat zij in het najaar gelegd kunnen worden, maar een en ander brengt nogal hoge kosten met zich mee, zodat het de vraag is of de gemeente er dit jaar nog toe zal overgaan. Wat de vervoerskwestie betreft: men is in het Waterkwartier van oordeel, dat het nu zo langzamerhand tijd wordt, dat er een betere verbinding met de stad komt. Men gaat zich een beetje achteruitgesteld voelen, temeer omdat dit stadsdeel toch J meer dan eens, o.a. bij feestelijkheden, stiefmoederlijk bedeeld werd. Mogelijk, dat er wat de vervoerskwestie betreft een oplossing uit de bus komt ais ent onderwerp inde gemeenteraad weer eens, een punt van bespreking gaat uitmaken. (Nijmeegsch dagblad, 11-8-1951)
Luchtfoto van een deel van het Waterkwartier met de zogenoemde korrelbetonwoningen. Links de Rijnstraat en rechts de Lingestraat ; rechts onderin de Biezenstraat, 1950 (F58507 RAN)
Boekhandel Kloosterman in de Broerstraat: gezien vanuit de Molenstraat, midden rechts de Pauwelstraat; op de achtergrond het restant van de door oorlogsverwoestingen gehavende St. Dominicuskerk, 1950 (Commissariaat van Politie afd Fotografie via F15109 CC0)
Een van de eerste gebouwen dat herbouwd is, is dat van boekhandel Kloosterman. Architect Lelieveldt zorgde voor het ontwerp. Deze boekenwinkel had al vele jaren bestaan, totdat het bombardement van februari 1944 het pand verwoestte.
Ook Plein 1944 147-150 maakt onderdeel uit van dit gebouw: let op de Phoenix bovenin Augustijnenstraat 147-150!
Vooraf: Kloosterman op de Broerstraat
Kloosterman (het witte gebouw op de achtergrond, recht de straat inkijkend): Gezien vanuit de Molenstraat. Rechts de Ziekerstraat, links de Zeigelbaan. Op de achtergrond boekhandel Kloosterman op de hoek van de Houtstraat, 1925-1930 (F15124 RAN)
Boekhandel Kloosterman zat al vele jaren op de hoek van Broerstraat met de Houtstraat. Hoewel de geschiedenis nog na moet worden gegaan, is er ook een foto uit 1887 gevonden, zie GN604.
Jan Franciscus Kloosterman (Nijmegen, 5/5/1823) komt in het Bevolkingsregister van 1860 voor als Commissionair in Koren en Boekhandelaar; in 1850 was het “koopman”. Op 6 juni 1866 overlijdt hij. Hij is getrouwd met Johanna Cecilia van der Heijden (Nijmegen, 28/11/1817). Ook Johan Philip Christiaan Mesenig (Xanten, 12/2/1836) komt dan al op dit adres voor. Daarbij is moeilijk na te gaan wat er gebeurd: volgens de kaart van het Bevolkingsregister 1860 vertrekt hij naar ’s Hertogenbosch op 28-6-1866, hoewel hij ook op de kaart van 1870 voorkomt, waarbij hij vertrekt naar Wijk C 29.
In ieder geval draagt de Weduwe J.F. Kloosterman in juli 1885 de firma over aan Joh.P.C. Mesenig “die mij sedert 19 jaren trouw assisteerde” (advertentie PGNC 17/7/1885).
Vervolgens neemt neemt Gerard J.A.M. Janssen in mei 1893 de firma J.F. Kloosteman over van Joh.P.C. Mesenig (PGNC 16/5/1893).
Nieuwbouw door architect Lelieveldt
Kloosterman’s Boekhandel, Architect J.A. Lelieveldt, getekend 25-11-1949 (D12.410205)
Architect J.A. Lelieveldt ontwerpt in het nieuwe gebouw van Kloosterman, op de hoek van Plein 1944 en Broerstraat.
Phoenix
Phoenix met onder de vleugels “1950” op Plein 1944
In het gebouw bevindt zich een bijzondere gevelsteen: dat van een Phoenix met onder de vleugels het jaar 1950, als teken dat ook Nijmegen uit de brand verrijst. De tegel bevindt zich boven de ramen van de Augustijnenstraat.
Bij de opening van Kloosterman
Chris le Roy bespreekt de nieuwe boekhandel van Kloosterman aan de hand van een gevelsteen.
“Een gevelsteen: Zegel op het bouwwerk”
Het wordt ernst met de wederopbouw van Nijmegen en het doet goed te zien en te beleven hoe er gewerkt wordt, wat er tot stand wordt gebracht. Straks zal inderdaad een ruimer, een grootser Nijmegen, een feit worden, een Nijmegen, dat open staat voor …(?), en waar de vreemdeling gaarne toeft; een stad die, hoe specifiek zij ook moge georiënteerd zijn, niets meer wil weten Van die middeleeuwse tendensen, die slechts verstikkend kunnen werken ten opzichte van een algemeene ontwikkeling, die een …aad voor elke gemeenschap. Reeds in vroegere jaren schreven we over de wederopbouw van Nijmegen en spraken de hoop uit, dat onze kunstenaars zouden worden betrokken bij die wederopbouw.
Het gebeurt, gelukkig, maar nog te weinig.
Eén bouwwerk wil ik lichten uit alle anderen op dit ogenblik. Het is de nieuwe boekhandel firma Kloosterman (d.w.z. de heer Janssen (?)). Eenvoudig, sterk en doelmatig staat hij daar. Meer.. wezen wij er op, dat de ..komst de stijl moet zijn van de doelmatigheid. Doelmatigheid is hard en houd geen stand.
Er is een doelmatigheid, waaraan zich koppelt sobere sier en tooi, verlichting en gerief. En dat is toegepast bij de bouw van de zaak daar in de Broerstraat, dat is gevoeld door genoemde heer Janssen.
De architect, de heer Lelieveldt, heeft het begrepen, en zijn werk… geheel is van buiten en binnen een werk geworden, dat het stadsbeeld siert op een voortreffelijke wijze.
Onze taak bepaalt zich er toe te zien naar het werk, dat behoort tot de elementen, die de doelmatigheidsstijl tot een waarachtige stijl maken, tot één dus, die blijvend zal staan in de tijd van heden en straks.
Daar is dan van buiten de gevelsteen, gebeeldhouwd door de beeldhouwer Jacq. Maris.
De functie van deze steen is, zoals de heer Janssen het uitdrukte, dat hij zal wezen: “zegel van het bouwwerk”.
En dat is deze steen, in gave synthese bewerkt, voorstellende een vrouwfiguur en een manfiguur, symboliserende poëzie en proza. Het geheel gebonden door een reliëfband, waarin s opgenomen, wat het bouwwerk, waarvan die steen het zegel is te bieden heeft, boeken o.a. op velerlei gebied en wij hopen voor al die werken in algemene zin, dat zij Gods zegen meedragen in de huizen der mensen. En juist omdat het zó is met dit bouwwerk, dat een zegel draagt van Maris’ hand, zó zuiver gevoeld en begrepen, hebben wij zo’n achting voor deze ganse prestatie, voor het geheel. Er is méér. Aan beide zijden prijkt de naam Kloosterman, niet “zó maar”, doch zuiver van verhouding en kleurtoon tot het geheel. De zijgevel zag in zich opgenomen een reclame voor een vulpen. Dit is geen eenvoudige zaak. Ook de oplossing voor deze reclame is af en volkomen geslaagd, naar kleur, opstelling en letterschrift.
Advertentie Storm over Nijmegen (De Gelderlander 18/7/1945)
Het boekje “Storm over Nijmegen is verkrijgbaar bij Kloosterman’s boekhandel.
Hierin beschrijft W. Imar Kula de september van 1944. Tegenwoordig staat het boek online
Wij gaan naar binnen onder het stenen zegel door en bezien het interieur.
Logisch, als een orgaan, onverbrekelijk verbonden met het geheel, is het ingezonken open kantoor met de telefoon, alweer zuiver van verhouding in de compositie van dit geheel.
Er zijn daar binnen 4 langwerpige, opstijgende gebrandschilderde ramen, die de aandacht waard zijn, ramen, die geheel voldoen aan het door laten van getemperd buitenlicht in een straat.
Deze gebrandschilderde ramen bleven glas en zijn geformeerd en bewerkt door de Sittardse glazenier Rummens. Daar is de “boekenwurm”, geestig, rustig, uitstekend, en zo is het ook met de andere ramen, vooorstellend Laurens J.zn. Koster, Joost v.d. Vondel en “Leves spiëntiae”.
Ja, hier is een bouwwerk, waarin met recht een 100-jarig jubileum mocht worden gevierd kort geleden. Het is, dunkt ons, ook voor onze gemeente-bestuurderen wel zeer verblijdend, een dergelijk pand te zien opgenomen in ons stadsbeeld en wij hebben en stil vermoeden ook denkende aan de medewerkende kunstenaars, dat onze Burgemeester en zijn secretaris voldoening hebben gevoeld over dit resultaat. De gevelsteen, het gebrandschilderde raam, het mozaïek, het uithangbord (in velerlei vorm) en onze nieuwe specifieke reclamekunst zijn in het grote stadsbeeld niet alleen onmisbaar, maar zijn maatstaf tot dat, wat er in een stad leeft en hoe het leeft. Het zijn de levende verluchtingsmogelijkheden van formaat en dienen aan kunstenaarshanden te worden toevertrouwd.
Een gelukwens met een aanwinst voor Nijmegen, zoals het door ons besproken bouwwerk er een is, mocht van af deze plaats niet worden nagelaten.
Chris le Roy” (Nijmeegsch dagblad, 18-10-1950)
Muurschildering Minerva, Pegasus en Mercurius
Op de bovenste foto is de vulpen die Le Roy noemt goed te zien. Hij noemt in ieder geval 1 kunstwerk niet bij naam: een muurschildering op de trappengalarij uit 1952 van Ted Felen. Hierop staan Minerva, Pegasus en Mercurius. Een foto is vinden op GN3844. de muurschildering is bij de sloop verloren gegaan.
Vervolg
Kloosterman links op de hoek in 1966: gezicht in noordelijke richting, vanaf boekhandel Kloosterman (links) en schoenwinkel Van Haren (rechts) op de hoek van de Broerstraat , gezien in de richting van de Grotestraat (Fotopersbureau de Gelderlander, auteursrechthouder J.F.M. Trum via F21336 RAN CCBYSA)
Kloosterman heeft nog vele jaren op deze locatie gezeten.
Uit eigen herinnering: eind jaren 80/begin jaren 90 is zij verhuisd naar een pand aan de overkant.
In 1939 wordt begonnen met de bouw van luxueuze en dure appartementen op deze plek van de heuvelrug: een prachtig uitzicht op de Ooypolder, vlakbij het centrum, maar ook de rust en de natuur dichtbij. De architect is L.D. Kuipers.
Aankondiging
“Nijmegen krijgt een flatgebouw
Op den Sterreschansweg
Het zal ongetwijfeld wel de aandacht hebben getrokken, dat het groote open terrein naast de Nijmeegsche manége aan den Sterreschansweg de laatste maanden was afgeheind en dat daar opmetingen werden verricht, en menigeen zal zich hebben afgevraagd, wat hier in de toekomst zal verrijzen. Naar wij vernemen, zal hier binnenkort met een bouwwerk begonnen worden, dat voor Nijmegen geheel nieuw is. Door de N.V. Bouw- en Exploitatie-Maatschappij “Zeekant” zal hier n.l. een flatgebouw worden opgetrokken, zooals men die o.a. in Den Haag, Rotterdam en Amsterdam reeds langer kent. Het wordt een bouwerk van zeer groote afmetingen, waarin de nieuwste vindingen toepassing zullen vinden en waaraan ook op architectonisch gebied de grootst mogelijke zorg zal worden besteed.” (PGNC 11/3/1939)
In hetzelfde nummer, meteen volgend op de aankondiging van de flat, wordt de bebouwing van Wintersoord-Oude Stadsgracht aangekondigd. Hier zat voorheen hotel “Chrispinus”, waarbij de sloopwerkzaamheden inmiddels zijn begonnen. Het project is afkomstig van dezelfde maatschappij, “die ook de fraaie panden op het terrein van den vroegeren Stadsschouwburg gebouwd heeft.” Het betreft de N.V. Handel en Exploitatie-Maatschappij “Zeekant”. Of het dezelfde Zeekant van de Keizer Karelflat is niet bekend. (PGNC 11/3/1939)
1939: Bouw begint
De ingang van de Keizer Karel-flat, Sterreschansweg, 1950 (F33592 RAN)
“Het flatgebouw aan den Sterreschansweg
Met den bouw wordt volgende week begonnen
Zooals men zich zal herinneren, hebben wij eenigen tijd geleden medegedeeld, dat op het terrein, naast de Nijmeegsche manege aan den Sterreschansweg een flatgebouw zal verrijzen, de eerste in Nijmegen. Wij vernemen thans, dat met den bouw volgende week een aanvang zal worden gemaakt. Het wordt een bijzonder fraai gebouw, in U-vorm, met een breede oprijweg, een kunstmatige vijver en parkaanleg. Het gebouw komt ongeveer 30 meter van den weg verwijderd te staan en zal twee verdiepingen tellen, met in totaal 24 flatwoningen, bestaande uit een salon, een eetkamer, een heerenkamer, twee of drie slaapkamers, een keuken, een toilet, een badkamer, een hall, een vestibule, een ketelhuis voor de ‘centrale verwarming en een kolenberging. Aan de achterzijde komen 16 boxengarages en tien rijwielbergplaatsen. Voor de benedenbewoners zijn ruime tuinen geprojecteerd terwijl de bovenbewoners gelegenheid tot verpoozing in de open lucht kunnen vinden in een aan te leggen Solarium. Ook komen er twee terreinen met zandplaatsen, waar de kinderen zich kunnen vermaken. De ‘garages en rijwielbergplaatsen worden zoo laag gebouwd, dat zij het uitzicht over de Ooij niet belemmeren. Op de kapverdieping is voor iedere woning nog een slaapvertrek, berging voor koffers enz. ontworpen
Het spreekt wel vanzelf, dat de woningen van alle moderne gerieflijkheden zijn voorzien, waarvan als ’n merkwaardigheid moet worden gemeld, dat Iedere woning een huistelefoon heeft, waarmede verbinding met de hoofdentrée wordt verkregen. Leveranciers en andere bezoekers staat men dus, zonder de deur te openen, te woord en wenscht men toegang te verleenen, dan drukt men slechts op een knop, die zich naast het telefoontoestel bevindt en de deur gaat open.
Dit eerste flatgebouw van Nijmegen blijkt een succes te zullen worden, want reeds nu, nog vóór met den bouw een aanvang is gemaakt, zijn er reeds eenige woningen verhuurd. De naam van ’t gebouw is Keizer Karelflat en het werk wordt uitgevoerd door het Bouwbedrijf Han Visser. Met het oog op het dienstbodenvraagstuk zal de stichting van dit gebouw ongetwijfeld zeer gewaardeerd worden.” (PGNC 8-6-1939)
Oorlog: “Grijze muizen”
Voordat de flat volledig is afgebouwd, nemen de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog het gebouw in vanuit de strategische ligging van het gebouw en het uitzicht. In het gebouw waren de “grijze muizen”.
“Grijze muizen” de bijnaam voor Wehrmachthelferinnen, het onderdeel van het Duitse leger waarin vrouwen dienden. Zij werkten in vooral ondersteunende functies en hun bijnaam was afgeleid van hun grijze uniform. Ook werden ze Blitzmädel of Blizmädchen genoemd. Nijmegen-oost.nl noemt: “…dat hier een Duitse Ortskommandant die met zijn verpleegafdeling, de zogenaamde “grijze muizen”, een dependance had in de Keizer Karel-flat? Bovenop het dak van de flat stond een groot Rode Kruis als misleiding van de geallieerden tegen mogelijke bombardementen.” (Ook Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/9/1994 refereert aan verplegend personeel)
(Wel noemt Nijmegen-Oost: “… die waren erg welkom. Het was namelijk de bijnaam door dames, die hun diensten beschikbaar stelden aan de Duitse officieren”. (Een pand met een geschiedenis: wonen op de Heuvelrug, Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/3/1992). Iets dergelijks vertelt Wijkcomité-Oost over de Pater Brugmanstraat “Op nummer 8 woonden “grijze muizen”. In de oorlog bedoelde men daarmee soldatenhoeren. Als zij in de tuin lagen te zonnen konden zij vanaf het dak bekeken worden. En dat gebeurde ook.”)
Bij de bevrijding werd het gebouw beschadigd. De Engelsen gebruikten het als veldhospitaal. Vervolgens werd het gebouw hersteld en konden de eerste bewoners hier gaan wonen.
Bewoond
Op de voorgrond het Bergspoor, op de achtergrond de stuwwal met de Keizer Karel-flat, 1955 (Jeroen van Lith via D988 RAN CC0)
Daarna werd de flat dus eindelijk daadwerkelijk bewoond; door mensen die de hoge huurprijs konden betalen. Bij de meeste van de bewoners woonde op de zolder tevens een dienstbode in.
Verval
In de jaren jaren begon echter het verval: er waren geen vernieuwingen aan de flat aangebracht, zodat hij wat verouderd was. De kamer waar oorspronkelijk een dienstbode had gewoond, werd verhuurd aan studenten. Vervolgens kocht een speculant het gebouw, waarbij verder onderhoud uitbleef. Bewoners begonnen te verhuizen. De verkoopprijs van de flats was te hoog, zodat leegstand ontstond.
Daarop trokken krakers in, waarbij de flat een centrum voor krakers werd, net als de naastgelegen etikettenfabriek. Op het moment dat deze fabriek werd gesloopt om plaats te maken voor luxueuze appartementen, werd ook gedacht om ook de flat te slopen om plaats te maken nieuwbouw. Oude bewoners en omwonenden protesteerden hier tegen.
Uiteindelijk kocht woningcorporatie Mr. ten Hagen de flat en een ingrijpende renovatie volgde: de staat van het gebouw was nog slechter dan verwacht. Bovendien werd het complex, met grote woonruimtes, verbouwd tot 42 a 45 appartementen. “Hiermee wordt ingespeeld op de behoefte aan woonruimte voor alleenstaanden en tweepersoons huishoudens.” (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/11/1987) Dan is het plan dat verbouwing in de tweede helft van 1989 wordt opgeleverd.
De verbouwing werd voorgedragen voor de Bronzen Bever, de Rijksprijs voor Bouwen en Wonen
Keizer Karel-flat, Sterreschansweg, maart 2025 (Google Streetview)
Honig fabriek en elektriciteitscentrale, 27/5/2005 (Jacques van Dinteren via DF5169 RAN CCBYSA)
Een van de grootste werkgevers van Nijmegen was de Honig fabriek. Deze was begonnen als Stijfselfabriek Hollandia, maar werd in de volksmond de Stiefselkeet genoemd. Architect Oscar Leeuw ontwierp voor deze fabriek veel uitbreidingen. Na de sluiting in 2012 kwamen hier vele culturele en horeca-gelegenheden. In 2022 werd een deel gesloopt, onder andere de kenmerkende silo is behouden.
Stam & Co.
Nijverdal/Rijssen
Het verhaal van de Stijfselfabriek begint in Nijverdal (of Rijssen?). De ‘heeren’ Stam, die er reeds de Nederlandsche Stoomblekerij bezitten, beginnen in 1903 of 1904 (aankondiging 10-12-1903 in de Tubantia) een stijfselfabriek. Vanwege de textielindustrie in Twente was er een groeiende behoefte aan stijfsel.
De Tubantia: “Het behoeft natuurlijk geen betoog, dat algemeen gehoopt wordt op een spoedige verwezenlijking der plannen, die ten dezen opzichte mochten bestaan, te meer daar door de sterke toeneming der bevolking in de laatste jaren hier werkkrachten over zijn”.
Brand
De fabriek is echter geen lang leven beschoren: in nacht van 19 op 20 september 1908 brandt de stijfselfabriek, “De Atlas” van de firma Stam en Co., af. Oorzaak is vermoedelijk kortsluiting. Alles gaat in vlammen op, mede omdat door de grote droogte van het houtwerk. Ook omdat juist op dat moment grote voorraden stijfsel, maïs en lijnzaad was, is de schade zeer groot en wordt op 5 a 6 ton geschat. Ongeveer 50 man zijn door deze brand zonder werk. (Het vaderland , 21-09-1908 en De Grondwet, 13-10-1908).
Verhuizing naar Nijmegen
In februari 1909 wordt bekend dat de fabriek niet in Rijssen zal worden herbouwd, maar elders. Daarbij noemt de krant Schiedam de waarschijnlijke locatie. Uit hetzelfde artikel blijkt dat veel medewerkers woonden in de buurtschappen Notter en Zuna (ten noorden van Rijssen) (Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 02-02-1909). Een week later blijkt het Nijmegen te zijn: de gemeente Nijmegen heeft aan Stam & Co. een perceel van 5500 cA. (gelegen “ten westen van het Slachthuis in de onmiddellijke nabijheid van de Waal” (Neerbosch, Sectie A, Nos 425, 469, 470 en 878) verkocht om daar een stijfselfabriek te bouwen. Voorwaarde is, dat er niets anders gebouwd mag worden dan deze stijfselfabriek met toebehooren”. (Twentsche courant, 10-02-1909 en PGNC , 15-8-1909)
Op 28-5-1910 veranderen Coenradus Jacobus Johannes Stam, fabrikant wonende te Nijverdal en Nicolaas Cornelis Stam het adres van hun Vennootschap “Stam & Co.” van Nijverdal (gemeente Hellendoorn) naar Nijmegen ( PGNC 12/6/1910).
De N.V. Stijfselfabriek voorheen Stam & Co.
De fabriek kwam in 1910 gereed. Zoals meer gebouwen in Nijmegen kreeg het in de volksmond de naam van een keet, in dit geval de “stiefselkeet”.
4-6-1912 wijzigen zij de firma Stam & Co. in de “Naamlooze Vennootschap Stijfselfabriek voorheen Stam & Co.” (PGNC 22/6/1912).
Op 8-8-1912 vindt vervolgens de aanbesteding plaats van “Het bouwen van een Kuipengebouw, Pakkamer en het maken van Fundatiewerken voor eene te plaatsen overkapping op de fabrieksterreinen…” Inlichtingen zijn te verkrijgen bij architect H. de Nie, Zwolle (PGNC 6/8/1912)
Uit het krantenartikel van 1912 blijkt dat de gemeente de grond aan de firma Stam & Co. heeft verpacht. De gemeente zet de verpachting om naar de N.V. PGNC 30/12/1912
Eind april brandt de drogerij van de stijfselfabriek af. Hierbij gaan veel machines verloren, die echter door verzekering zijn gedekt. (Nieuwe Schiedamsche Courant 29-4-1913 en Arnhemsche courant,28-04-1913).
Begin mei is er een buitengewone Aandeelhoudersvergadering 9-5-1913 (PGNC, 4-5-1913) . Mogelijk wordt hier besloten om de fabriek te verkopen? In ieder geval schrijft het PGNC 5-7-1913: “De Stijfselfabriek. Naar wij vernemen is de stijfselfabriek, voorheen Stam & Co., gekocht door de stijfselfabriek voorheen M.K. Honig te Koog a/d. Zaan.” (PGNC 5-7-1913). In een buitengewone Algemene Vergadering der Aandeelhouders wordt op 18 -2-1914 (te Amsterdam) de N.V. ontbonden. (PGNC 22/2/1914).
Honig hernoemt de fabriek in Stijfselfabriek Hollandia, naar een stijfselmerk van Honig. Daarbij kunnen de 80 medewerkers die door Stam waren ontslagen, in deze fabriek weer aan het werk.
Rond oktober 1913 besteedt architect H. van Wort voor rekening van de N.V. Stijfselfabriek “De Bijenkorf” te Koog aan de Zaan “het uitbreiden der stijfselfabriek “Hollandia”, aan de Waal te Nijmegen” aan. De laagste inschrijver is J. van Kempen, aannemer te Nijmegen voor f13.998. (PGNC 2/10/1913)
De stijfsel wordt gemaakt op basis van maïs dat uit Amerika komt. Hierbij gaat het om 100 ton per week. In 1918 stagneert echter de aanvoer vanwege de Eerste Wereldoorlog. Er wordt geprobeerd om stijfsel uit tulpenbollen te halen, maar dit is geen succes. In 1919 wordt de productie hervat.
Uitbreidingen Oscar Leeuw
Vanaf 1920 zal Oscar Leeuw tot aan zijn overlijden in 1944 uitbreidingen van de Hollandia fabriek ontwerpen. Lees hier het artikel:
Vanaf 1947 ging de fabriek NV Fabriek van Honig’s Artikelen heten. Daarbij kreeg het architectenbureau van D. en B. Benning, die het bureau van Leeuw hadden voortgezet, de opdrachten.
Silo
Een van de opvallendste onderdelen van het complex is de silo voor bloem, waarop het bedrijfslogo Honig te zien is. Deze kwam in 1969 klaar.
Bijen : een koperplastiek vervaardigd door kunstenaar Charles Hammes in 1964, aangeboden door het personeel van de Honig fabriek aan haar directie ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het bedrijf ; het kunstwerk is spoorloos verdwenen, 5/1964 (Fotopersbureau Gelderland via F85266 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Aan de zijmuur werd een plastiek van Charles Hammes gehangen: een cadeau van het personeel ter gelegenheid van het gouden jubileum in 1965.
In 1992 zou de laatste vernieuwing van de fabriek plaats vinden.
Sluiting
In 2012 verplaatste Heinz de productie naar elders. Daarop kwam het gebouw leeg te staan. Aanvankelijk waren er plannen om het complex te slopen en het gebied te herontwikkelen. De kredietcrisis liepen de plannen echter grote vertraging op.
De gemeente en projectontwikkelaar besloten daarop het complex tijdelijk in gebruik te laten nemen door ambachtelijke en culturele bedrijven. Bezoekers aan deze activiteiten konden op deze manier “kennis maken” met de toekomstige woonwijk.
In 2022 werd een groot deel van de gebouwen gesloopt. De oudste delen en uiteindelijk ook de silo bleven behouden. In deze gebouwen zouden culturele voorzieningen en horeca komen.
Pipsqueak was here!!! Honig complex, september 2023
De Winkel van Slagerij Sjek Floor, Lange Hezelstraat 90a, 2/1989 (Ber van Haren via ZN35955 RAN CC0 Auteursrechthouder Gemeente Nijmegen)
Jarenlang heeft de bekende slagerij Sjek Floor in de Lange Hezelstraat 90a gezeten, in 1979 een van de eerste scharrelslagers van Nederland. Het is al veel langer een slagerij geweest: deze winkel lijkt bijna 100 jaar onafgebroken een slagerswinkel te zijn geweest.
Goedkoope Gelderdsche Winkel
Advertentie Goedkoope Geldersche Winkel, Lange Hezelstraat 90a (De Gelderlander 5/12/1919)
Het is mij nog niet bekend wanneer Jan Weijers met zijn “Goedkoope Geldersche Winkel” op Lange Hezelstraat 90a is begonnen. De tot nu toe eerstgevonden advertentie is in 1919: De Gelderlander 5/12/1919 De Goedkoope Geldersche Winkel adverteert niet alleen met vlees, maar ook met onder andere koffie, thee en margarine.
Weijers zal in de loop der jaren regelmatig adverteren met grote omzet/kleine winst en varianten daarop. Wel lijkt hij de naam Goedkoope Geldersche Winkel te laten vallen: de tot nu toe laatst gevonden advertentie met “Goedkoope Geldersche Winkel” staat in De Gelderlander 22/8/1923. Daarnaast lijkt het adres te zijn gewijzigd: aanvankelijk staat alleen 90a als adres bij de advertenties, in ieder geval vanaf De Gelderlander 20/10/1922 staat ook nummer 90 als adres.
Verbouwing 1924
“Vleeshouwerij Jan Weijers.
De vleeschhouwerij van den heer J. Weijers in de L. Hezelstraat heeft door inwendige verbouwing een belangrijke verbetering ondergaan, waardoor het aanzien in niet onbelangrijke mate is verhoogd. De reeds ruime winkel, die te klein bleek, werd vergroot. Geheel gemoderniseerd en naar de eischen des tijds ingericht, voldoet de zaak tevens aan de hoogste eischen der hygiëne.
In de goed verzorgde étalage met zijn helle verlichting vindt men alle verscheidenheid van vleeschwaren ten toon gespreid.
De bouwkundige, de heer A.B. Deckers en associé, onder wiens leiding het werk is uitgevoerd heeft er een smaakvol geheel van gemaakt.
Aan de zaak is nu een speciale afdeeling voor fijne vleeschwaren verbonden.
In de ruime koelcellen, die in den kelder zijn gebouwd, en voor drie geheele runderen plaats bevatten, wordt het uitgesneden vleesch geregeld gekoeld, zoodat alles steeds versch en frisch blijft.” (De Gelderlander 17/4/1924)
Tweede winkel Kannenmarkt 17
Advertentie tweede slagerij Weijers op de Kannenmarkt (De Gelderlander 10/12/1926)
In december 1926 opent Weijers zijn 2e slagerij op Kannenmarkt 17.
“Jan Weijers’ tweede slagerij
De firma “Jan Weijers’ Moderne Slachterijen”, welke sinds geruimen tijd in het perceel Lange Hezelstraat 90-90a gevestigd was, heeft in het centrum der stad een tweede runder- en varkensslagerij geopend. De vroegere zaak van den Ijzerhandel der firma Van Eldik is door den heer Weijers aangekocht en hij heeft deze in een modernen winkel doen omtooveren. Er is heel wat aan ten koste gelegd om de nieuwe zaak zoo mooi mogelijk te maken. De muren zijn geheel bedekt met marmerplaten in zachte, licht groene tinten, waartegen donkerder gekleurde pilasters goed uitkomen. Ook het vele nikkelwerk, waarvan deze winkel rijkelijk voorzien is, maakt tegenover het marmer een zeer bijzonder effect, evenals de prachtige electrische lampen, die des avonds den winkel schitterend verlichten.
De inrichting van de vitrine is geheel overeenkomstig die van den winkel. Ook hier veel marmer en nikkel, dat met den wel zeer weelderig uitgevoerde winkel als achtergrond den indruk van iets aparts maakt. Of het nu waar is wat wij gisteren iemand in den winkel hoorden beweren: n.l. dat men in Brussel en Parijs een zaak als deze tevergeefs zal zoeken kunnen wij niet beoordeelen. Maar dit is zeker, dat menigeen die gisteren al die schittering van nikkel, marmer en licht voor het eerst aanschouwde, de handen inéén sloeg en uitriep: “Het is tè mooi!”
Dat de etalages zoowel als de winkel zelf op den openingsdag een uitgezochte collectie vleesch en vleeschwaren te zien geeft, behoeft nauwelijks te worden gezegd. Evenmin, dat ter gelegenheid van deze opening ook de zaak in de Lange Hezelstraat in feestdos prijkte. Voorts mag niet onvermeld blijven, dat de worstfabriek met rookerij en de zouterij evenals de winkel aan alle eischen van hygiëne beantwoorden.
De verbouwing is uitgevoerd naar het ontwerp van den heer A.B. Deckers, architect alhier. Het schilderwerk is verricht door de firma Lauran, de electrische aanleg door de firma v.d. Berg (L. Hezelstraat), het loodgieterswerk door de firma Thunnissen, het nikkelwerk door de firma Latour en de terrazzo-vloeren zijn gelegd door de firma Dagnelo.” (PGNC 17/12/1926) In PGNC 18/12/1926 volgt een rectificatie dat het schilderwerk is uitgevoerd door M.W. Seuren.
Jan Weijers en Zonen
Advertentie Prijs én Jan Weijers & Zonen (PGNC 7/10/1932)
In ieder geval PGNC 16/2/1931 is de naam nog “Jan Weijers Moderne Slachterijen”. In de advertentie PGNC 7/10/1932 is het Jan Weijers & Zonen. Dan blijkt hij tevens in mei 1931 de eerste prijs te hebben behaald op de Slagersvaktentoonstelling in Den Bosch.
In PGNC 30/12/1933 noemt Jan Weijers & Zonen zich “meermalen bekroond”.
Advertentie De Gelderlander 29/5/1935
Opvallend: op beide adressen een “mooi Bovenhuis” te huur in De Gelderlander 29/5/1935.
Rond 1935 Coen Weijers
Waarschijnlijk heeft zich rond 1935 een splitsing voorgedaan: dan heeft Coen Weijers zijn slagerij op het adres van L. Hezelstraat 90a. ‘
Op Kannenmarkt 17 is het “Jan Weijers Slachterijen”. (De Gelderlander 30/9/1936). Eind 1938 en 1939 doet Weijers een nieuwjaarsgroet.
In de De Gelderlander 5/1/1940 heeft Jan Weijers 2 adressen: Kannenmarkt 17 en Vijfringengas No. 7, met beiden een afzonderlijk telefoonnummer.
Aelberts
Hoe lang Coen Weijers zijn slagerij op de Lange Hezelstraat heeft gehad, is nog niet bekend. In ieder geval is het in De Gelderlander 9/6/1954 Slagerij Aelderts (waarschijnlijk is de d een zetfout).
Mw. M.M.N. Aelberts (met een b) en P.J.M. Aelberts, slager, komen op dit adres voor in het Adresboek van 1963.
Sjek Floor
Hoe lang Aelberts in de winkel heeft gezeten is nog niet bekend.
In ieder geval komt in 1979 komt slager Sjek Floor in de winkel, welke een zeer bekende slagerij was. Hij was een van de eerste scharrelslagers van Nederland. Floor is geboren als een slagerszoon in Utrecht. Hij studeerde op Nijenrode en vervolgens werkte hij 5 jaar in de draf- en rensport in Frankrijk. Daarna werd hij manager “vlees” bij het AH-concern.
In 1986 koopt Floor boerderij de Kempe, aan de Kanaalweg in Eerbeek. Daar kwam een groot deel van zijn vlees vandaan. Floor was bekend om zijn worsten, paté’s en vlees van Cerdo Ibérico-varkens. Deze varkens had hij zelf in 2007 uit Spanje gehaald.
In 2015 stopt hij met de winkel.
Het Vleesch Lokaal
Het Vleesch lokaal, juli 2017 (Google Streetview)
Floor verhuurt deze aan Gijs Verveda. Zijn slagerswerkplaats in de Bottelstraat laat hij verbouwen tot studentenkamers.
Op dat moment was Verveda een aantal jaren werknemer bij slagerij de Groene in Arnhem. Ook wanneer hij de winkel overneemt, blijft hij als werknemer er werken, om in 2019 de Groene Weg over te nemen. Aangezien 2 zaken voor hem te veel is, stopt hij in mei 2020 met het Vleesch Lokaal.
Daarop kondigt Floor (dan 72) in 2020 aan om de winkel opnieuw te openen. Maar dan een winkel met voorverpakte artikelen en zelfbediening. Ik weet niet meer of deze winkel gerealiseerd is.
In ieder geval zit Bob & Bill momenteel (december 2025) op de Lange Hezelstraat 90a. Ook is er een winkel op nummer 113. Followfox.nl: “Deze shop is compact qua formaat, is volgestouwd met Bob & Bill moois én het pand heeft een mooi verhaal. Wat is er zo speciaal aan deze Bob & Bill store? Vroeger zat hier een oude slagerij en sommige elementen zijn (gelukkig!) nog bewaard gebleven. Zo spot je als je goed rondkijkt nog oude tegeltjes of glas in lood. Super uniek: kleding passen doe je in de voormalige koelcel.”
Lange Hezelstraat 90a, mei 2025 (Google Streetview)