Graafseweg 56 en 58 is ontworpen in 1900 door P.G. Buskens. De aannemer en bouwmeester Gerardus Buskens, oom van P.G. Buskens, gaat op nummer 56 wonen.
Willem Ruyters stuurde aantal foto’s van de oorspronkelijke bouwtekening: rechtsonder in de hoek is de stempel van P.G. Buskens, architect, Nijmegen te zien, die bij de digitale kopie (zie hieronder, D12.377983), is weggevallen.
Gemeentelijk Monument
“Anno” tegeltableau op Graafseweg 58, nummer 56 heeft een tableau met “1901” (oktober 2024)
Graafseweg 56 58 (oktober 2024)
torentje Graafseweg 58 (oktober 2024)
Deze 2 huizen zijn een gemeentelijk monument. De tekst bij aanwijzing: “Twee elkaars spiegelbeeld vormende woonhuizen van drie bouwlagen. De begane grond bestaat uit een ingangsportiek met maureske boog en daarnaast een driezijdige erker, waarvan de bovenzijde fungeert als balkon voor twee gekoppelde openingen met openslaande deuren. Daarboven een tegeltableau met respectievelijk ANNO en 1901, waarboven drie rondboogvensters, waarvan de bogen opgenomen zijn in een fries van vijf bogen dat de gevel bekroont. In het midden komen beide boogfriezen samen bij een brede, van de grond af reikende risaliet die boven de lijst van het vlakke dak overgaat in een trapgeveltje. De ingangspartij zet zich voort in een smal venster op de 1e etage, en gaat op de tweede etage over in een achthoekige, boven de gootlijst tenslotte ronde toren. De spitsen van deze torentjes flankeren het dubbele pand. Bouwmateriaal is rode baksteen, verlevendigd met (geschilderde) natuurstenen blokken en omlijstingen, en met tegeltableaus. … Fraai voorbeeld van symmetrische strakke Jugendstilbouw.”
Indeling
Plan voor Twee Heerenhuizen aan de Graafsche Straat, datum bouwdossier 21-9-1900 (D12.377983)
De twee woningen hebben een een gespiegelde indeling. Vooraan zit de salon met daarachter de huiskamer. De huiskamer heeft vervolgens een warande. Naast de salon ligt de Entree met daarachter een corridor. Deze eindigt in twee trappen: 1 naar de kelder en 1 naar de keuken en het toilet.
Boven de salon en de huiskamer liggen elk 2 slaapkamers. Boven de keuken bevindt zich een opkamer. Boven de entree en een deel van de corridor bevindt zich een cabinet, met daarachter een corridor met trappen.
Daarboven is boven het salongedeelte een zolder, boven het huiskamergedeelte 2 slaapkamers. Boven het cabinet bevindt zich de Meidenkamer.
Het gebouw heeft op nummer 56 bovendien een “eerste steen” met P.J.G. BUSKENS 19 20/10 00 (bron: Noviomagus, waarop tevens een foto te zien is). Mogelijk betreft P.J.G.Buskens de zoon van Gerardus Buskens: Petrus Jacobus Gerardus (28-2-1891 Nijmegen).
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
Vervolg
Er is nog niet volledig onderzocht wat het vervolg is geweest. In 1984 vond er een verbouwing plaats van bedrijfsruimte naar woning; in 2000 van woning naar appartementen. Hoewel het bouwdossier een openbare bron is, wil ik de bouwtekeningen vanwege privacy niet weergeven.
Fabrieksschoorsteen achter de Action, Graafseweg (oktober 2024)
Achter de Action aan de Graafseweg staat, wat verscholen, een oude schoorsteen van een fabriek. Dit is een herinnering aan de kaarsenfabriek van Wilhelmus Kokke.
De schoorsteen is oorspronkelijk in 1919 gebouwd in opdracht van Wilhelmus Christoffel Kokke. Deze toren had oorspronkelijk een hoogte van 25 meter en diende voor zijn bedrijf op Graafseweg 59 en 59a. Een deel van de schoorsteen is afgetopt.
Het fabriekje is in 2003 gesloopt, waarbij de schoorsteen ternauwernood kon worden gered. In 2005 kwam het appartementencomplex met Wals’, tegenwoordig (oktober 2024) zit de Action in de zaak.
De Castella toren gezien vanaf de Graafseweg (oktober 2024)
De Castella toren naar een ontwerp van Architect Ludo Grooteman is de afronding van de nieuwbouw op het voormalige Dobbelman terrein. De uitdaging was om een echte eye-catcher te bouwen als entree naar de stad, in een omgeving met veel verkeersdrukte van auto’s en spoor. Het kreeg de Architectuurprijs Nijmegen in 2013.
Aanleiding
Nadat Zeepfabriek het Anker in 1895 was afgebrand, begon Franciscus Dobbelmann zijn zeepfabriek in een margarinefabriek aan de Graafseweg. Het einde van de fabriek kwam nadat in 1999 werd overgebracht naar Denemarken.
De Castella toren is de afronding van de nieuwbouw op het voormalige Dobbelman terrein.
Zeepfabriek Dobbelman: Zicht vanaf de Graafseweg op de voorzijde van de fabriek, 9/1977 (Foto Rozeboom via F82244 RAN CCBYSA)
Een eye-catcher als entree naar de stad
In maart 2011 begint Woningbouwcorporatie Talis met de bouw van de woontoren. Deze telt 13 verdieping en is 42 meter hoog. Op de onderste 3 lagen komen kantoren van in totaal 1200 m2. Daarboven 60 sociale huurwoningen, waarvan er 6 bestemd zijn voor mensen met een lichamelijke beperking. Onder de grond is een tweelaagse parkeerkelder gebouwd.
Oplevering
Castella toren, zijde De Ruyterstraat met balkons (oktober 2024)
Daarmee is dit project de afsluiting om het voormalige Dobbelmanterrein te vernieuwen. Het gebouw krijgt de naam Castellatoren, vernoemd naar een zeepmerk van Dobbelman. In januari 2013 krijgen de eerste bewoners de sleutel, de officiële opening is op 5 april. Daarbij is de kantoorruimte verhuurd aan 3 Nijmeegse welzijnsorganisaties. (Omroep Gelderland).
Het gebouw is bedoeld als eye-catcher. Allereerst als herkenningspunt voor het Dobbelmanterrein. En daarbij als entree naar de stad: het gebouw ligt op het kruispunt van twee ingangen naar het centrum van de stad: de spoorlijn en de Graafseweg. Vlak nadat de toren is gepasseerd vanaf de Graafseweg, begint het centrum met het Keizer Karelplein. Architect Ludo Grooteman van DOK-architecten ontwierp het gebouw in 2009 (sinds 2012 is Ludo Grooteman samen met Gianni Cito Moke-architecten begonnen).
Waar de eerste nieuwbouw Berghege: “De hoogte en vormgeving zijn bewust in contrast met de industriële uitstraling van de eerdere nieuwbouw op De Dobbelman.”
De constructeur ABT Velp, de aannemer Bouwbedrijf Berghege uit Oss en de aannemer voor de gevel Vosselmans uit Loenhout (Belgë). De bouwkosten waren €9.100.000,- (ex BTW).
Doorstart
Overigens is dit gebouw het tweede ontwerp voor een toren op deze plek. Het eerste ontwerp, nadrukkelijk in de vorm van een “Wybertje” leek uiteindelijk te duur te zijn. “De architect presenteerde het ontwerp voor wat toen nog de Talistoren heette al in 2004 en kreeg toen veel lof van gemeente, bewoners en opdrachtgever. Sindsdien heeft het alleen stof liggen verzamelen.“ In hetzelfde artikel uit 2008 kondigt Talis een doorstart aan. (De Gelderlander met tevens een impressie van het aanvankelijke ontwerp)
Verticaal reliëf tegen geluidsoverlast
De Castella toren op een kruispunt van Graafseweg en het spoor (oktober 2024)
De ligging aan dit kruispunt stelde de ontwerpers voor de uitdaging om de geluidsoverlast van het verkeer op te vangen. Daarom hebben 3 gevels door een verticaal relëf een extra schil gekregen. Dit reliëf bestaat uit vlakke, halfdiepe en meer dan een halve meter diepe cassettes. Dit verticale “landschap” wordt extra benadrukt door verschillende soorten glas te gebruiken.
Vosselmans: “In totaal hebben we 476 cassettes (aluminium kaders) geprefabriceerd, van 1,86 m breed tot wel 3,90 m hoog, met drie verschillende diepten (150, 350 en 500 mm). De verschillende diepten creëren een opvallend reliëf, wat de gevel uniek maakt. De cassettes zijn opgebouwd uit specifieke profielen, die speciaal voor de Castellatoren zijn gemodificeerd. Naar gelang de diepte van de cassette, werd een andere kleur zonnenwerend glas gebruikt: clear, green of dark blue. De diepste cassettes zijn ontworpen om bankjes in te plaatsen.”
Balkons
Balkons Castella toren (oktober 2024)
Aan de kant van de De Ruyterstraat, de “niet geluidbelaste zijde” zijn balkons geplaatst, gelijk aan de breedte van de woonkamer. Doordat de balkons verspringens zijn geplaattst, ontstaat er een levendig uitziende gevel.
De tussenruimte: huiskamer van alle woningen
Castella toren: de galerijen met zitjes (oktober 2024)
Tussen deze schil en de woningen ligt de galerijontsluiting. DOK architecten “Ontsloten via de tien meter hoge entreelobby, wordt deze tussenruimte de meest bijzondere ruimte van het gebouw: een huiskamer van alle woningen. De diepe cassettes bevatten bankjes, twee stoelen met een tafel of ruimte voor planten. De in verschillende gedekte kleuren gecoate binnenmuren, verlichting die op de zitjes kan worden gericht en ‘vloermatten’ met het logo van Castella, gegoten in de prefab betonnen vloerplaat, vervolmaken het geheel. Hiermee wordt deze tussenruimte een hoogwaardige verblijfsruimte. …
Zo schittert het gebouw van buiten als een in facetten geslepen diamant en toont het van binnen een verrassend warme kant, waar alle aandacht uitgaat naar de gebruiker.”
De projectpagina van DOK – architecten was een belangrijke bron voor deze paragraaf. Op hun site staan bovendien veel foto’s.
Castella toren: de ingang (oktober 2024)
Castella toren: de ingang met hal (oktober 2024)
Castella
Advertentie Castella zeep van Dobbelman (PGNC 5/3/1934)
Door de concurrentie met grote bedrijven als Unilever en de crisis in de jaren 30, werd marketing een belangrijk middel in de strijd om de gunst van de koper.
Dobbelman introduceerde haar merk Castella in 1934. De naam “Castella” is een fantasienaam. Dit moest een Spaanse sfeer oproepen, een verwijzing naar de toevoeging van olijfolie in haar zeep. Het gezicht van een Spaans uitziende dame werd het logo van de zeep. Dit logo kwam ook terug op de zegeltjes die konden worden gespaard.
Zoals op de advertentie uit 1934 is te zien, verandert Dobbelmann in 1934 ook haar naam door een “n” te laten vallen. Naast zeep werd ook scheerzeep verkocht. (In Spanje bestaat de regio Castilië, maar dat is in het Spaans “Castilla”. Mij zelf doet “castella” ook denken aan “kasteel”, maar dat is in het Spaans “castillo”).
In 1968 koopt de Koninklijk Zout Organon Dobbelman. Daarop wordt in 1969 Biotex geïntroduceerd, waarbij het merk Castella in 1969 verdwijnt.
Het Castella logo komt ook terug op de ramen aan het gebouw (oktober 2024)
Kunstwerk “To B.”
to B ’s avonds (oktober 2024)
to B (oktober 2024)
Bovenop het gebouw staat een kunstwerk met de letters “to B i ex”. Het is een werk van Nijmeegse kunstenaar Gerard Koek, waarbij hij het werk op zijn site vermeldt als “To B”.
Het werk is een hergebruik van de letters van de Biotex-lichtreclame, herschikt op “een industrieel ogend grid”. “”To B” is ’s avonds verlicht te zien, terwijl geleidelijk ofwel “i”, dan wel “ex” oplichten. Een “Shakespereaanse wending” van betekenissen, waarbij een permanente wisseling van identiteit en relationaliteit centraal staat”.
De Castellatoren won de Architectuurprijs Nijmegen 2013. De jury was “van mening dat dit project, een zorgvuldig vormgeven, gedetailleerd en uitgevoerd woon/werkgebouw is dat in architectonisch opzicht een voorbeeldfunctie heeft. De toren bevindt zich op het voormalige Dobbelmanterrein, is sterk integraal vormgegeven en een echte eyecatcher”. Ook looft de jury het onderhoudsarme karakter van het gebouw en de omgeving. Bovendien vindt ze dat de 3 glazen lagen, bedoeld om het geluid te weren, een goede uitstraling aan het pand geeft. Ten slotte noemt ze de aandacht voor een aantal details: het interieur, de wandbekleding, het kleurgebruik en de toepassing van zitjes. En de aandacht die aan het Dobbelmanlogo op de vloer is gegeven. “De jury is van mening dat architect en opdrachtgever een icoon hebben gerealiseerd, een architectonische parel”.
Trots medewerker
In 2013 interviewt Vox mensen die betrokken zijn bij Grotius, het nieuwe gebouw voor de rechtenfactulteit. Een van degenen is timmerman Michael Noorman, die ook heeft meegewerkt aan de Castellatoren: “steeds als hij er langs komt, gaat er iets van trots door hem heen. Omdat hij door de huid van het gebouw kan kijken, ziet hij alle kleine stappen in het karkas die uiteindelijk naar het bouwsel leiden. ‘Het blijft me verassen: het rijzen van zo’n toren en dat die blijft staan. En dat ik bij veel van die stapjes betrokken ben geweest. Dat ik kan zeggen ”Kijk, dit is ook míjn gebouw.”’ Zonder trots gaat het niet, zegt Noorman. ‘Als je geen passie hebt, kun je net zo goed stoppen.’” (Vox)
Melkerij Lent, verbouwing architect Estourgie, van Gentstraat, 1928 (F17204 RAN)
Charles Estourgie ontwerpt de uitbreiding van de Melkerij Lent, waarbij onder andere de voormalige manege aan de Waldeck Pyrmontsingel bij de fabriek wordt getrokken. De Gelderlander publiceert bij de opening van 1928 een uitvoerig stuk, waarin tevens wordt ingegaan op het belang van de melkfabriek.
“De vooruitgang van de Zuivel-nijverheid.
De Coöperatieve Nijmeegsche Melkinrichting Melkerij Lent te Nijmegen
De nieuwe zuivelfabriek van de coöp. Nijm. Melkinrichting Melkerij Lent wordt morgen officieel geopend.
Landbouwers, veehouders uit Land van Maas en Waal, Rijk van Nijmegen, uit Betuwe, die Nijmegen hebben als voornaam afzetgebied voor de zuivelproducten, namen indertijd het initiatief tot oprichting van een coöperatieve zuivelfabriek, niet zoozeer bedoeld voor de distributie van de melk en van de boter in de stad en omgeving- dat mocht er natuurlijk bijgenomen worden- als wel voor uitvoer der zuivelproducten.
De aanleiding tot het “gaan bouwen” van de coöperatieve zuivelfabriek aan den van Gentstraaat, was dan aanvankelijk een heel andere dan welke gewoonlijk daarvoor geldt.
Geldersche veehouders hadden hier een zuivelfabriek, welke namelijk hooge melkprijzen uitbetaalde. Dat geschiedde, zeer ten ongerieve van de omliggende fabrieken. Dat zulks mogelijk was, kwam doordat het bedrijf zich geheel toegelegd had op den engros melkhandel naar Duitschland, waar een margarinefabriek in het naburige Kleef, zooals meestal met margarinefabrieken het geval is, de melk goed betaalde. Toen door de Duitsche invoerrechten in 1925 de grens voor dezen melkinvoer practisch gesloten werd, zat echter de fabriek plotseling met een groote hoeveelheid melk midden in een stad van pl.m. 75.000 inwoners, welke melk zij niet op productieve wijze kwijt kon, omdat de consumptie-melkverkoop in het klein geheel verwaarloosd was. Bovendien was de verwerking op producten evenmin mogelijk, aangezien de inventaris en inrichting geen kans op het maken van een behoorlijke kwaliteit meer overlieten. De fabriek aan de van Gentstraat was toen in last.
Bestuursleden, genodigden en leden bij de opening in de melkhal van fabriek melkerij Lent, 15/2/1928 (F50049 RAN)
De toestand was niet rooskleurig. Er moest raad geschaft worden. Er kwam verandering in directie aan de coöperatieve zuivelfabriek, welke gereorganiseerd werd van exportbedrijf voornaamlijk in distributiebedrijf voor stad en omgeving. Bovendien was de coöperatie als stadsbedrijf vrijwel er op aangewezen om de melkvoorziening wederom ter hand te nemen. Hiervoor waren echter noodzakelijk een behoorlijk ingericht fabrieksruimte en daarnaast een groot distributieorgaan. Aan den laatsten eisch werd op gelukkige wijze voldaan door overname van de particuliere “Melkerij Lent” (welke titel om tactische redenen ook in den naam der vereeniging is opgenomen). Wat de eerste moeilijkheid betreft, was het bestuur der coöperatie niet onfortuinlijk met den aankoop van de naast de fabriek aan de van Gentstraat liggende manege, welke uitkomend op den Waldeck Pyrmontsingel zeer geschikt was voor melkhal, flesschenspoellokaal en kantoor voor de afdeeling Melkdistributie. Door afbraak van een deel van de manege en een tuschenbouw kwam een ruimte vrij voor het optrekken van dat gedeelte van de fabriek, waar de bewerking van de melk plaats vindt.
De manege aan de Waldeck Pyrmontsingel: hierbij is goed te zien dat Estourgie het front onveranderd heeft gelaten; Nijmeegse manege, links Louise Cornelder. (De manege wordt in 1903 gehuurd en in 1908 overgenomen van de Nijmeegse manege door H.W. Cornelder, 1910-1915 (F92838 RAN)
Het was geen makkelijk op te lossen vraagstuk de nieuwe fabrieksuitbreiding practisch aan haar doel te doen beantwoorden, aan de omgeving te doen aanpassen en af te bouwen, terwijl het bedrijf in vollen gang bleef.
De architect, de heer Charles Estourgie werd met die opdracht belast en de aannemer, de heer H. van Kessel had de uitvoering van het bouwontwerp voor zijn rekening. Een fabriek te bouwen op den hoek van een singel, langs zij een pas aangelegd plantsoen, dreigt het aspect van de omgeving leelijk te schaden.
Men denkt dadelijk aan leelijke, van ééntonigheid grauwe muren, aan hooge zwarte schoorsteenen.
De heer Charles Estourgie toonde hier in deze fabrieksuitbreiding ook zijn sierkunstenaarstalenten, wist iets vroolijks iets levendigs te geven aan de massale gevels, waarin het monotone voorkomen werde door het aanbrengen van, de andere logge lijn, brekende ramen en vensters en het inbouwen van een sierlijken inrijpoort aan de van Gentstraat. Het nieuwe gedeelte paste bij de oude hooge zuivelfabriek aan de van Gentstraat en de oude stal der Nijmeegsche manѐge, is herschapen in een ruime hall voor de melkvoorziening. Het ouwe, grauwe dak is hersteld tot een gebroken kap, en de oude “circus” sluit nu passender aan bij den voorbouw, welke levendiger uitzicht kreeg, doordat de architect er wat meer lijn en licht inbracht.
Melkventers van Melkerij Lent, 1928 (F58814 RAN)
In het oude voorhuis van de manѐge is nu gevestigd het kantoor voor de melkdistributie, waarlangs een breede inrijpoort leidt naar het industrieele gedeelte dezer zuivelfabriek, welke zoo technisch en hygiënisch is ingericht, dat zij behoort tot een der vijf best ingericht melkinrichtingen en zuivelfabrieken des land, dat overvloeit van melk en boter, dat bekend staat als een der eerste exportlanden door Europa voor de zuivelindustrie.
Ook in dit opzicht kan het groeiende Nijmegen meekomen met haar grootere zustersteden.
Binnen mag de fabriek gezien worden.
Het is als een wit melkpaleis, waaruit nochtans alle onnoodige luxe geweerd is.
Wit zijn alle wanden, wat de machines, met hier en daar het blinkende koper der kranen en banden, het warme bruin der groote karn-machines of karnemelkhouders, den maten glans der blikken bakken.
Alles is bijna blank tot alle af- en aanvoerbuizen voor de melk toe.
De vloeren van tegels of zwaar cement zijn zindelijk om zoo van te eten; de wanden zijn hagelwit, geen stofje heeft er kans op te vliegen.
Hoe de fabriek ingedeeld is?
Onder deskundige en prettige voorlichting van een man in ’t vak als de directeur, de heer H.M.G. Tiel Groenestegen, maakten wij een ronde, op- en neergang door de uitgestrekte hallen en begonnen daar, waar de melk door de veehouders wordt aangevoerd. Dat is dan een zijgangetje, aan het einde der fabriek aan de van Gentstraat.
Hoe hygiënisch, hoe zorgvuldig het er toegaat, hoe nauwkeurig de melk behandeld wordt, moge blijken uit on omstandig relaas.
Melkerij Lent, het laboratorium voor melkonderzoek; een reproductie van een tijdschriftfoto, 1932 (F17201 RAN)
De melk wordt direct bij de ontvangst aan de van Gentstraat gesplitst in industriemelk voor de bereiding van boter en consumptiemelk voor de distributie. Vervolgens wordt zij met behulp van twee Ahlborn-pompen naar een pl.m. 10 meter hoog gelegen bordes, dat uitziet op het centrifugelokaal, gepompt. Hiervandaan vloeit de melk naar de verschillende afdeelingen. Het Amerikaanse “gravity system” wordt toegepast. Eenmaal binnen, komt de melk tijdens de bereiding niet meer bloot.
Er is een dubbele melkontvangst. Bij het melkontvangen is het zoo ingericht, dat, terwijl de melkcontroleur op de eene ontvangst bezig is de melk op haar kwaliteit te onderzoeken (dagelijks wordt toegepast de alcoholproef met “Rexprüfer” en verder geregeld vuilheidsproef, reductaseproef en bussen-inspectie), op de andere helft de melkontvanger de hoeveelheden in de Gedo-bascule weegt en noteert. Aan het melkonderzoek kan op deze wijze de noodige zorg besteed worden. De ondermelk wordt terzijde met een “Precies” apparaat afgemeten.
Op het reeds genoemde bordes staan een tweetal melkbakken ieder van 3000 l. inhoud, waarin de industriemelk en de consumptiemelk loopen na, wat de laatste betreft, door een colloïdfilter is zijn gezoefd. Tevens staan hier de koelers voor room en ondermelk. Langs een ijzeren trap komt men nu in het verwerkingslokaal, waar twee groepen van werktuigen zijn opgesteld, een voor de industrie en een voor de consumptiemelk.
De consumptiemelk gaat na een buizen-pasteur van Van der Ploeg van 4000 l. capaciteit te zijn gepasseerd op een temperatuur van 63 gr. C., in den Ahlbornstandpasteur voor 4000 l., een pastorisatie van de nieuwste constructie, Nieuw is n.l., dat alle kranen zich bevinden aan den bovenrand der cellen. De melk wordt eruit gepompt. Lekkage der kranen en daardoor besmetting met onvoldoend laag verhitte melk wordt hierdoor voorkomen, terwijl het weinige bewerkte melk dat achterblijft, op de totaal-hoeveelheid van één cel geen kwaad kan doen. De melk passeert daarna een dubbel gesloten buizenkoeler, ’s zomers nog een dito pekelkoeler, waarna een tweetal Geertruidenbergsche emailletanks, ieder van 8000 L. inhoud de melk koel houden tot den volgenden morgen. Deze tanks zijn halverwege vastgemetseld in den vloer der eerste etage, zoodat men bij de reiniging geen ladder of iets dergelijks noodig heeft. Een electrische roerinrichting met bovenpakking dient om even vóór het aftappen de room weer door de melk te mengen. Een pijpleiding voert de melk naar de meetbrug in de melkhal, waar de losse melk in de 40 venterswagens wordt afgetapt. De geheele weg is dus in een gesloten systeem afgelegd.
Melkerij Lent. De ruimte waar de melkflessen gevuld werden; een reproductie van een tijdschriftfoto, 1932 (F17202 RAN)
De flesschenmelk wordt bereid in een gelijkvloers gelegen ruimte beneden het verwerkingslokaal. De gereinigde melk loopt van het bordes naar het roteerende flesschenvulapparaat. De gevulde flesschen worden in een 14-tal bakken voor pl.m. 270 flesschen opgestoomd en afgespoeld. Een bijzonderheid hierbij is, dat bij het opstoomen der bakken het water gebruikt wordt, dat de koelers bij een temp. Van pl.m. 45 gr. C. verlaat. Met het oog hierop heeft men koelers van groote capaciteit genomen, opdat het water er niet te snel doorheen behoefd te worden gepompt. Het warme koelwater, dat niet voor het flesschenbedrijf noodig is, gaat uit de voorraadtank naar een “boiler” in de machinekamer. Een andere caloriën-besparende inrichting, welke met etagebouw eveneens gemakkelijk door te voeren is, vormt de verzameling van het condensatiewater ten behoeve van de voeding van den stoomketel.
Het flesschenpasteuriseerlokaal heeft door middel van een zeven-tal loketten voor de afgifte van room, flesschenmelk, boter, yoghurt, pap enz. verbinding met de melkhal. Hier kunnen eveneens zeven vensters tegelijk geholpen worden aan losse melk en een gelijk aantal aan karnemelk. Verder bevindt zich in de hal nog een kannen-uitstoom en drooginrichting voor de melkbakken en -bussen der venters. Behalve het groote belang uit bacteriologisch oogpunt, heeft het drogen nog dit voordeel, dat de venter geen verontschuldiging meer heeft voor een al te groote hoeveelheid water, die hij in zijn bussen heeft achtergelaten.
Men kent de geel-rood beschilderde melkwagens van deze inrichting. De melkflesschen op het dek duiden reeds voldoende de bestemming dezer wagens aan. Bovendien heeft de inrichting nog twee groote vrachauto’s in bedrijf voor bediening der grootafnemers.
De behandeling der industrie-melk vindt aan de andere zijde van het verwerkingslokaal plaats. De volle melk wordt gepasteuriseerd in een regeneratief-pasteur, gaat naar een Westfalia-centrifuge, waarna room en ondermelk over de bestemde koelers op het bordes worden gepompt en vervolgens in de drie geïsoleerde roomzuurbassins van 1600 L. ieder in de ondermelk-bakken vloeien, welke in het verwerkingslokaal geplaatst zijn. Ook de twee houten karnemelktonnen, ieder van 3000 L. met roerinrichting, zijn in deze ruimte ondergebracht. De karnemelk wordt aan de benedenzijde hierin gepompt, terwijl een verdere merkwaardigheid is, dat de toevoerleiding tevens grootendeels afvoerleiding is. Met het toezicht op deze werktuigen is één persoon belast. Dit gedeelte van het bedrijf bezit een capaciteit van 5000 L. per uur. Een aparte centrifuge is voor de levering van koffieroom en slagroom opgesteld.
De botermakerij Melkerij Lent, 1932 (F17203 RAN)
In de botermakerij, tusschen melkontvangst, machinekamer en de kantoren gelegen, staat een Van der Ploeg’s karn van 4000 L. ton inhoud, terwijl ruimte voor een tweede is gereserveerd. De boter-inpakkerij vindt plaats in den kelder beneden het kantoor, waar de hoofdboekhouding geschiedt.
In de machinekamer is een koelmachine van 85.000 caloriën geinstalleerd door de N.V. Plaatijzer-industrie te Apeldoorn. Verder bevindt zich hier een pekelbak van 15.000 L., benevens een reservoir voor warm water en een voor gekoeld leidingwater. In den bestaanden uitbouw der vroegere fabriek zijn nog gelegen, het ketelhuis en melkpoederlokaal, terwijl de oude machinekamer tot werkplaats is getransformeerd. De stoommachine is vervangen door afzonderlijke electromotoren voor iedere afdeeling.
Bij eventueele bedrijfsstoornis kunnen de werktuigen van het industrie-gedeelte ook voor de behandeling der losse consumptie-melk worden gebruikt, waardoor een betrouwbare melkvoorziening der stad ten allen tijde verzekerd is.
De nieuwe fabriek is in samenwerking met den directeur en het Technisch Bureau van den F.N.Z. dat het werktuigkundig gedeelte verzorgde.
De heer Charles Estourgie had het bouwkundig gedeelte voor zich en heeft nog wijdscher plan in portefeuille dan nu reeds is uitgevoerd.
De mogelijkheid is, dat ook de voorgevel nog opgetrokken wordt, met daarbij passen middengebouw- geheel in stijl met den hoofdgevel.
Maar het bestuur toont bedachtzaam beleid en zal natuurlijk eerst de bedrijfsresultaten in de naaste toekomst eens willen afwachten, alvorens tot wijderen bouw over te gaan.
Het uitstekende werk van den aannemer, den heer H. van Kessel, konden wij in den aanhef reeds waardeeren-; hier is degelijk, vlug en prachtig gebouwd.
Het schilderwerk werd uitgevoerd door de firma W.A. Teeuwissen. De ingewikkelde electrische installatie werd uitgevoerd door het electro-technisch bureau Jos. Kwakkernaat.
Zoo werken velen mede tot een eerste-klasse zuivelfabriek.
Men ziet het: Nijmegen kreeg een model-inrichting. De melk-gebruikers en gebruiksters kunnen zeker zijn van een pittige pint gezonde zuivere melk.
De Coöp Nijm. Melkinrichting Melkerij Lent, met haar geheel herziene, naar de laatste eischen ingerichte zuivelfabriek staat er borg voor.
En hier mogen wij wel eens even noemen de mannen, die mede het initiatief namen tot de uitbreiding, vergrooting, vervolmaking der fabriek aan van Gentstraat en Waldeck Pyrmontsingel.
Het bestuur wordt dan gevormd door de heeren: P.H. Kokke te Nijmegen, voorzitter; H.F. van Haaren te Lent, secrataris; F.H. Witjes te Elst; P. Gijsbers te Overasselt en J. v.d. Ploeg te Winssen, commissarissen.
Directeur is de heer H.M.G. Tiel Groenestegen, adjunct-directeur de heer Leo B.J. Wassing.” (De Gelderlander 14/2/1928)
Huidig: appartementen
De Melkinrichting is gesloopt en hiervoor in de plaats kwamen appartementen, september 2022 (Google Streetview)
Er is nog niet onderzocht wat het verdere vervolg is geweest. De Melkerij is tegenwoordig (september 2024) gesloopt en hiervoor zijn appartementen in de plaats gekomen. Het opschrift op het gebouw herinnert nog aan de Melkerij.
Op Begijnenstraat 20 staat de voormalig gereformeerde kerk van Nijmegen. Daarna was het jarenlang een bedrijfsruimte: als amandelfabriek, fietsverhuur, timmerfabriek en snookercentrum. Vanaf 1999 is het een woning. Het gebouw is een gemeentelijk monument.
Korte geschiedenis Gereformeerde kerk Nijmegen
Bij de “Afscheiding van 1834” hadden in Nederland verschillende groepen de Hervomde Kerk verlaten. In 1869 verenigden deze groepen zich tot 1 kerkverband: de Christelijke Gereformeerde Kerk. Meer hierover is te lezen op wikipedia: Christelijke Gereformeerde Kerken en Gereformeerde kerken in Nederland
In mei 1885 was de Christelijke Gereformeerde Gemeente in Nijmegen geïnstitueerd (oftewel: opgericht). Daarop wilde de gemeente graag een eigen kerk krijgen. Tot dan hoe had de gemeente gebruik gemaakt van een gehuurde zaal.
Financiële steun
Aangezien de gemeente zelf weinig financiële mogelijkheden had, verzocht ze de landelijke Synodale Commissie (het dagelijks bestuur van de kerk op dat moment) om toestemming om bij de kerken in het land om een bijdrage te vragen. Deze gaat akkoord, na aanvankelijk huiverig te zijn geweest: was Nijmegen niet te onbekend om brede steun te krijgen voor hun bouw? Uiteindelijk kwam bij de Synodale Commissie en bij de kerkenraad van Nijmegen zelf samen f 2.426,38 binnen, waardoor in 1887 met de bouw kon worden begonnen.
Kenmerken van de kerk
Een tekening van de Gereformeerde kerk, Begijnenstraat, 1885 (F61116 RAN)
De kerk was ontworpen door B. Bouman uit Pernis, waarbij H.L. Esmeijer de aannemer was.
“In zeer korten tijd is in de Bagijnenstraat alhier een nieuw kerkgebouw verrezen van de Christelijke gereformeerde Gemeente, dat Donderdag e.kl. zal worden in gebruik genomen. Naar de plannen van den heer B. Bouman te Pernis is deze kerk door den heer H.L. Esmeijer te Nijmegen gebouwd. Zij is 11 meter hoog en 8 meter breed en kan beneden op de galerijen ruim 400 personen bevatten. Bij dag ontvangt het gebouw flink licht door de drie groote in den gevel aangebrachte ramen, terwijl het des avonds door Wanham lampen zal verlicht worden. Het geheel is zeer doelmatig ingericht.” (PGNC 5/9/1888)
Gereformeerde Kerken: “De kerk staat er trouwens nog steeds en is als kerkgebouw aan de grote vensters in de voor- en de achtergevel nog duidelijk te herkennen. Het was een eenvoudige zaalkerk, niet al te groots en protserig, maar het gebouw sloot goed aan bij de overige huizen in de straat. Het had een sobere neo-renaissancegevel. De kleine torenspits die bovenop de voorgevel stond, verdween nog vóór de Tweede Wereldoorlog.” De kerk bood plaats aan 250 gelovigen (waarom het PGNC 400 personen noemt en Gereformeerde kerken 250 is mij niet bekend). De eerste predikant in deze kerk was Ds. Gezelle Meerburg van 1888 – 1890.
Een mooi en uitgebreid verhaal staat op Gereformeeerde kerken, welke tevens een belangrijke bron was voor de bovenstaande paragrafen.
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
1918: Eerste Nederlandsche Amandelfabriek
Eerste Ned. Amandelproductenfabr. “E.N.A.” Chreijghton en Seveke, plan voor het inrichten van een perceel aan de Begijnenstraat 20 tot fabriek, datum tekening december 1918 (D12.385369)
Op 5-11-1918 verkoopt de “Hersteld Apostolische Zendingsgemeente in de de Eenheid der Apostelen in Nederland en Koloniën” te Enkhuizen “het kerkgebouw met daaraan grenzend blok woningen aan de Bagijnenstraat op de hoek der Lompenkramersgas te Nijmegen, kadestraal aldaar bekend in sectie C nummers 2099 en 5022 samen groot vier are dertien centiare” voor 17.000 gulden. De koper is de Vennootschap onder firma “Eerste Nederlandsche Amandelproductenfabriek E.N.A. Creighton & Seveke” (Inventarisnr 46, Archiefnr 560, Aktenr 1966).
De firmanten daarvan zijn Nicolaas Jacobus Creighton en Johannes Josephus Maria Seveke, beiden “fabrikant” te Nijmegen.
Zij laat de voormalige kerk verbouwen. Opvallend daarbij is dat de toren op de bouwtekening D12.385369 een andere spits heeft dan op de bouwtekening van 1885.
Op de begane grond komt het paklokaal en het machinelokaal. Daarnaast krijgt het gebouw een ingang vanuit de Lompenkramersgas en kantoorruimte.
Onder het machinelokaal komt een kelder. Boven het Paklokaal komt een tussenverdieping met een balustrade, zoals de foto uit 1935 hieronder goed te zien is.
Op 4-2-1919 krijgt de Eerste Nederlandsche Amandelproductenfabriek E.N.A. een hinderwetvergunning voor “het oprichten van een inrichting voor het bereiden van amandelproducten in het perceel Bagijnenstraat no. 20, kad. Bekend gemeente Nijmegen, sectie C. nos. 5022 en 2000.” (PGNC 5/2/1919)
In 1920 staan de gebouwen echter weer te koop (PGNC 18/9/1920): zij zullen op 30 september en 14 oktober geveild worden. Of deze gebouwen daadwerkelijk verkocht zijn en wie de koper is, is mij nog niet bekend.
TW rijwielen van Rijwielhandel Quick
TW Rijwielen gevestigd op Begijnenstraat 20 (PGNC 15/4/1924)
In ieder geval wordt in 1924 een volgende gebruiker gevonden: Rijwielhandel “Quick” op de Korte Burchtstraat 11. Zij verplaatst haar “transport-afdeeling” van de Daalsche dwarsweg 4 naar de Bagijnenstraat. Haar belangrijkste activiteit lijkt gezien de advertenties de verhuur van T.W. rijwielen te zijn, waarbij rijwielen via een abonnement worden verhuurd. De T.W. rijwielen zijn “gemakkelijk te herkennen, niet alleen aan de massieve bagagedrager, en de bekende driehoek op het achterspatbord, doch ook vooral aan het feit, dat ze er steeds zoo goed onderhouden uitzien” (advertentie De Gelderlander 4/6/1924)
Eind 1926 staat het gebouw weer te koop. Op 6 en 20 januari 1927 vindt de veiling plaats van “Het fabrieksgebouw met erf te Nijmegen a.d. Bagijnenstraat 20, kad. Sectie C No. 50122, groot 1.73 A. aangesloten a.d. rioleering en voorzien van gas- en waterleiding en electrisch licht, verhuurd tot 1 Mei 1927 voor f 1000,- p.j.” (PGNC 24/12/1926)
Of het gebouw daadwerkelijk is verkocht, is nog niet bekend. In ieder geval zal Quick pas een jaar later zijn rijwielhandel op dit adres opheffen. In De Gelderlander 18/4/1928 verschijnen advertenties voor de verkoop van de invantaris:
“Te koop wegens opheffing der zaak: een Werkbank, Bankschroef en diverse Gereedschappen, Standaard, Haken enz….”
“Te koop tegen elk aanneemlijk bod een partij zeer sterke gebruikte Transportrijwielen en Frames…”
Houtbewerking Verburg
Het interieur van de Gereformeerde kerk, 1935 (F12446 RAN CC0)
In augustus 1928 wordt het pand weer(?) verkocht. 30 augustus 1928 vindt de veiling plaats van “het flink en solied gebouwde pand met groote droge kelders, zeer geschikt voor Fabriek, Werkplaats of Pakhuis gelegen aan de Bagijnenstraat No. 20 te Nijmegen, kad. C No. 5022….” (PGNC 18/8/1928)
De koper is G.A.L. v. Gemert, voor het bedrag van f 5000. (PGNC 31/8/1928)
Vervolgens krijgt J.A.A. Verburg een hinderwetvergunning voor “het oprichten van eene door elektriciteit gedreven inrichting voor het machinaal bewerken van hout” op 9-11-1928 (PGNC 15/11/1928). Vervolgens lijkt hij/de familie Verburg hier jarenlang haar timmerfabriek te hebben.
Een foto uit 1955 waarbij het gebouw in gebruik is door J.J.A. Verburg Machinale Houtbewerking is te vinden op F12505.
1988 Chapel Snooker Centre
Het snooker-centrum, voorheen de timmerwerkplaats van J. Verburg, aan de Begijnenstraat., 7/1987 (Ber van Haren via KN14117-23 RAN CC0)
In 1988 is de voormalige kerk verbouwd tot snookercentrum “Chapel Snooker Centre”.
Afgaande op de “begane grond bestaand” tekening uit 1988 (Bestektekening 19—11-1987, D12.566474) lijkt het gebouw nog een verbouwing gehad te hebben vóór die van 1988: aan de voorkant zit een hal en daarnaast een aparte kamer, welke bij de verbouwing in 1988 tot keuken wordt bestemd. De hal krijgt dan een opgang naar boven; het luik van de kelder wordt afgesloten. Daarnaast komt de eerste verdieping over het gehele gebouw, welke 1 grote ruimte is.
Het NRC constateert dat de snookersport steeds populairder wordt en bezoekt in september 1992 een aantal bijzondere locaties, waaronder het Chapel Snooker Centre: “. Om van het centrum twee verdiepingen te maken, is een staalconstructiebedrijf ingeschakeld, dat het berekend heeft op een bedrijfsvloer. Geen overbodige luxe als we weten dat vier tafels bijna 5.000 kilo wegen. Omdat alle warmte naar de bovenste verdieping trok, is er in zes schachten in het plafond een luchtverversingssysteem aangebracht. Een druk op de knop zorgt er nu voor dat koele lucht vanuit de kelders naar boven komt. Eén wand bestaat geheel uit fraaie authentieke kerkramen.”
1999 Verbouwing tot woonhuis
In 1999 vindt de verbouwing tot een woonhuis plaats, wat het tegenwoordig (september 2024) nog steeds is.
Duurste koophuis in oktober 2022
In oktober 2022 was deze woning het duurste koophuis dat te koop stond. “De vraagprijs van dit bijzondere pand bedraagt maar liefst € 2.200.000. Maar je hebt dan een zeer bijzonder historisch gebouw met een woonoppervlak van 388 m² op een perceel van 174 m². De kerk is omgebouwd tot een woning met een grote woon- en eetkamer, een open keuken, vijf slaapkamers, drie badkamers en een dakterras.” (Gereformeerdekerken)
Gemeentelijk Monument
De voormalige Gereformeerde Kerk is sinds 1988 een gemeentelijk monument:
“Voormalig Gereformeerde Kerk.” Rechthoekig bakstenen pand met pannengedekt zadeldak loodrecht op de straat. De gevel, onderbroken door een middenrisaliet, bestaat uit drie etages: gestucte, van natuursteenblokkenversiering voorziene benedenetage waarin secundair twee vensters aangebracht zijn; bovenetage met twee hoge rondboogvensters met eveneens rondbogige roedenindeling; topgevel met gestuct rondboogbries onder de gootlijst, gedragen door overhoeks geplaatste vierkante zuiltjes aan weerszijden uitlopend in achthoekig arkeltorentje. De middenrisaliet als toren uitgewerkt: gestucte ingangspartij met rondbogige dubbele deur met lunetvormig bovenlicht; raametage met venster gelijk aan de zijvensters, reikend tot in de topgevel; bovenetage die de voorzijde van het verdwenen torentje vormt, geheel gestuct met verdiept middengedeelte waarin medaillon voor een verdwenen wijzerplaat, met daaronder een fries van tegels met polychrome ornamenten. Interieur met houten tongewelf. Binnenindeling geheel gewijzigd. Onder het gebouw overwelfde kelders behorend tot een laatmiddeleeuwse of vroeg-17de eeuwse voorgangerbouw. Bouwjaar: 1888. Architect: Bouman (Pernis) en aannemer H.L. Esmeijer (Nijmegen). Enig overgebleven, afgezien van de torenbekroningen nog betrekkelijk gaaf voorbeeld van in de straatbebouwing opgenomen kleine 19de eeuwse kerkjes.”
(Overige) Bronnen en verder lezen
Gereformeerde kerken: een mooi artikel over de geschiedenis van de gereformeerde kerk in Nijmegen
De Lentloper loopt over de Spiegelwaal, tussen de nieuwe noordoever van de Waal en het eiland Veur-Lent. De brug wordt ook Promenadebrug genoemd. De architecten zijn Laurent Ney en Chris Poulissen. De brug is in 2012/203 ontworpen en in 2016 opgeleverd.
De as van de Lentloper is gericht op de Stevenskerk (September 2024)
De brug is in totaal 220 meter lang en staat op 8 kolommen die schuin staan. Haar as is gericht op de Stevenskerk.
De brug zelf is een geknikte betonplaat, met een helling van 27 graden. Bij de landhoofden heeft de brug een breedte van 13 meter. Het midden is 25 meter breed en heeft 2 niveau’s. Het middelste, hoge wegdek is gemaakt voor (auto)verkeer, aan de zijkanten zijn er paden voor voetgangers en zitplaatsen. Onder de weg voor de auto’s lopen 2 doorgangen die de 2 paden voor voetgangers met elkaar verbinden. Deze verbindingen dienen tevens als “spankabels” voor het brugdek.
De Lentloper (september 2024)
Een van de opvallende kenmerken is hoe slank deze brug is. Het beton is bij het voetgangersgedeelte slechts 30 centimeter dik en bij het wegdek voor het verkeer 30 centimeter.
Om de brug het gevoel van een “promenade” te geven zijn klinkers voor het wegdek gebruikt. Daarnaast zijn bij het loopgedeelte grote zonnebaad stoelen aangebracht.
Huiszwaluw
De Lentloper heeft intussen de grootste kolonie huiszwaluwen van Gelderland: in augustus 2023 werden er 244 nesten geteld (Nieuws uit Nijmegen). Zij bouwen hun nest op de verbinding tussen de pijlers en brugdek, oftewel de kleine negatieve voeg tussen de kop en de onderkant van de kolommen. Ney + partners op hun site (vertaald): “De negatieve voeg heeft een zeer pragmatische oorsprong. De kolomkop is een geometrisch complexe vorm, geoptimaliseerd om de grote buigkrachten tussen pijler en brug op te vangen. Het was de bedoeling om deze unieke stalen bekisting voor alle acht pijlers te gebruiken, maar de verbindingshoek tussen pijler en betonnen onderkant is steeds anders. De negatieve voeg is bedoeld om dit op te vangen.”
Onderdoorgang Lentloper (september 2024)
Zonnebaad stoelen op de Lentloper (september 2024)
Willem van der Roest, Bouwkundige en/of Timmerman en Aannemer
In het Bevolkingsregister van 1880 staat Willem van der Roest (10-6-1843 Oudewater) aanvankelijk weergegeven als “Bouwkundige”. Het “blauwe potlood” heeft dit doorgehaald en vervangen met “aannemer timmerman”. Hij komt op 14-2-1883 in de Snijderstraat C21 te wonen en is afkomstig van Utrecht.
Zijn werk moet nog nader worden geinventariseerd. In een aantal gevonden notariële actes noemt van der Roest zich “timmerman” of “aannemer”:
“Aannemer” bij een koopacte 18/8/1893 (Archiefnr 446, Inventarisnr 130, Actenr 256)
In September 1895 blijkt dat zijn Wllem van der Roest, timmerman, dat hij onder curatele staat en dat hij een aanbod heeft gedaan aan zijn schuldeisers, welke de Arrondissements Rechtbank in Arnhem op 24 september 1885 heeft gehomologeerd (oftewel: wanneer niet alle schuldeisers akkoord zijn gaan met een voorstel, besluit de rechtbank alsnog dat het voorstel voor alle schuldeisers betreft).
Gevonden verhuizingen
Hieronder staan de tot nu toe gevonden verhuizingen weergegeven:
W. van der Roest, Timmerman, firma J.Th. Woonink, Van Snijderstraat 21 naar Ganzenheuvel 5 (PGNC 23/10/1885)
Van Ganzenheuvel naar Grootestraat 45. W. van der Roest, timmerman (PGNC 16/5/1889)
In Adresboeken 1893 en 1899: W. v.d. Roest, firma J.P. Woonink, aannemer en timmerman, Munterstraat 5
Wanneer hij op de Ganzenheuvel woont, blijkt hij (ook) taxateur te zijn van de Onderlinge Brand-Waarborg-Maatschappij (PGNC 11/5/1886)
Gemeentelijk Monument
De panden zijn een Gemeentelijk Monument , met als aanwijzing: “Twee woonhuizen waarvan een met twee woningen.
Bouwblok in twee bouwlagen met souterrain, schilddaken parallel aan de straat. Natuurstenen souterrainzone. De benedenverdieping is gepleisterd met imitatie-natuursteenblokken. De etage heeft een baksteengevel met gepleisterde sokkel en brede kroonlijst met gootlijstconsoles. Elke gevel is drie-assig met in de zij-as, de toegangsportieken. In de vlakke gevels wordt een van de middenassen aangeduid door een balkon van het pand nr. 25. Van het pand 21/23 is het balkon verwijderd. De dakkapel van pand 21/23 is nog origineel, dit heeft een gebogen fronton. De vensters hebben een geprofileerde gestucte omlijsting en kleine ornamentale bovenbekroning op de gewelfde bovendorpel. De T-kozijnen zijn grotendeels gewijzigd.”
Gevonden gebruikers In de Betouwstraat 23
Naam
Omschrijving
Jaar Adresbroek/krant
opmerking
P.J. Muller
Predikant
1887
G.J. Wolters
Zonder beroep
1893
J.C. Laterveer
Kassier en commissaris in effecten
1903, PGNC 5/5/1903
M. Bouwman
1905, 1907
J. Capelle
Modiste
1905
J. Hilhorst
Reiziger
1905, 1907
Maison Hilhorst
Mode-magazijn
1905, 1907
C.J. v. Niftrik
Modiste
1905
M.B.E. en B.W.G. v.d. Poel
Modistes
1905
Th.J.A. Croon
1908 (Noviomgus), vertrokken naar Rijswijk (PGNC 17/3/1909)
“de Blauwe Hand”
Stoomververij, Chemische Wasserij van E.F.J. Schreij
Advertentie verplaatst naar In de Betouwstraat (De Gelderlander 27/6/1909)
M.J. Heule
Dames modes
1909
Y. v. Nooten
1909
H.H.J. Heule
Dames modes
1910
A. Meckmann
Theehandelaar
1912-1913
Op Arksteestraat 8 is Meckmann & Co. Theehandelaren, mogelijk zijn bedrijf
L.H.G. van Dijk
Salon de coiffure
PGNC 28/12/1910, 1912, 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, De Gelderlander 7/5/1915
L. v. Berkum
Café-Restaurant
1916
Geh.-Onth.-Hôtel
PGNC 30/4/1916
Is dit v. Berkum en/of ’t Groene Kruis?
Hotel “’t Groene Kruis”
1916
Hotel “’t Blauwe Kruis”
1920
Mart. Payens
Reparatie-inrichting
De Gelderlander 18/7/1921
A. Feenstra
Piano-onderwijzeres
Advertentie “verhuisd naar” De Gelderlander 6/9/1920, PGNC 5/9/1921, 1922
Frans van Duuren
Advertentie voor varkensdarmen; advertentie rookworst
De Gelderlander 11/11/1922, De Gelderlander 9/12/1922
A.Th. v. Gendt
Huisknecht
1928
H.C.M. van Son
Student
Naar Waspik (PGNC 14/1/1933)
G.B. Ernst
kleermaker
van Doetinchem, Hamb.straat 25 (PGNC 25/2/1933), 1934
A.Th. v. Gendt
Pensionhouder
1932, 1934
Th.P.J.L. Heijster
Artist
1936; Vertrek naar Amsterdam, Falckstraat 13 (De Gelderlander 24/2/1936)
D. Kromjong
Vertegenwoordiger
van Schiedam, Lorentzlaan 37c (PGNC 15/2/1936); 1936; Vertrek naar Den Haag, Z. Parklaan 395 (De Gelderlander 22/3/1937)
Ritsema
Stofzuigerfiliaal
1936; telefoonaansluiting (PGNC 15/2/1936)
G.A. Verburg
Etaleur
1938
E.H.F. Koelhuis
en gezin, brigadier Indisch Leger
van Velsen, Meerweidenlaan 10 (PGNC 11/3/1939)
Wed. C.J. Haagen
geb. A.H. Swuste
1959
In December 1935 is het “Sousterrain, 5 Kamers, groote Tuin met vruchtboomen, groote keueken” met “spoed” te huur (De Gelderlander 3/12/1935). In augustus 1939 is het Benedenhuis met Tuin te heer, “Zéér geschikt v. kantoor” (PGNC 2/8/1
Gevonden gebruikers In de Betouwstraat 25
Naam
Omschrijving
Adresboek
L. v. Berkum
Koffiehuishouder
1916
Mej. A.H. te Gronde
1922, 1924, 1926, 1928
Mej. L. Biggelaar
Dienstbode
1926, 1928
W.F. van Gelder
volontair
1930
G.A. v.d. Heijde
Chef Gebr. Spier
1932, 1934
H.J. v. ’t Lindenhout
Bedrijfsleider
1932, 1934
G.C. Geelen
banketbakker
1948
Mej. J. van Geelen
banketbakker
1948
C.W. van Geelen
banketbakker
1948
E.H. Eekhoff
Verloofd Herman (PGNC 5/9/1935), Ondertrouw Piet advertentie (PGNC 27/4/1936), Ondertrouw Herman (PGNC 29/6/1936 ) Dagdienstbode gevraagd (PGNC 2/3/1942), Dienstmeisje gevraagd (De Gelderlander 9/3/1945), dagmeisje (De Gelderlander 21/8/1948), 1948, 1951, 1955
In de Betouwstraat, gezien vanuit de Smetiusstraat, 1902 (Uitg. A.T. van Hooijdonk via F12731 RAN)
In de Betouwstraat 29 en 29a is rond 1882 gebouwd, mogelijk een ontwerp van architect A. van den Boogaard. De winkel is in gebruik geweest als winkel voor prentbriefkaarten en speelgoed van van Eenennaam en electrotechnische (groot)handel van Gelenha. Nu (september 2024) is het alweer jarenlang bekend als stomerij.
De gemeentelijke monumentenlijst noemt als bouwjaar circa 1882. De mogelijke architect is A. van den Boogaard (gemeentelijk monument).
De door mij eerstgevonden vermelding In de Betouwstraat 29 is van Mevr. v.d. Dungen, die vanwege haar huwelijk een net Werkmeisje zoekt. Maar waarschijnlijk betreft die een zetfout en moest dit adres nummer 19 zijn. (De Gelderlander 10/9/1920). Meer informatie is tot nu toe gevonden vanaf 1922.
van Eenennaam
Willem van Eenennaam, koopman te Nijmegen, sluit op 12-6-1922 een obligatiehypotheek af. Zijn onderpand is “Het heerenhuis, met erf en tuin aan de In de Betouwstraat nummer 29 te Nijmegen, kadastraal bekend gemeente Nijmegen Sectie B. nummer 1039, groot twee aren, drie en dertig centiaren, door den schuldenaar in eigendom verkregen bij koopakte, tien Juni jongstleden.” (Archiefnr 446, Inventarisnr 525, Actenr 291).
Willem van Eenennaam is geboren op 29-12-1888. Zijn moeder is Petronella Maria van Eenennaam (28-3-1866 Nijmegen – 29-2-1948 Nijmegen); het is onbekend wie de vader is. Voordat hij zich op In de Betouwstraat 29 vestigt, is hij afkomstig van Bloemerstraat 38a.
Goedkoope Bazar, Bloemerstraat in de richting van de Smetiusstraat, 1910-1915 (F12876 RAN)
Na het overlijden van haar moeder Johanna Christina Hendriks rond 1911 is Petronella waarschijnlijk het hoofd van het gezin geworden (haar vader Willem is overleden op 23-11-1880) (Bevolkingsregister). In ieder geval is Petronella in 1914 eigenaresse van de “Goedkoope Bazar” (PGNC 9/6/1914).
Fa. P.M. v. Eenennaam, In de Betouwstraat 29 (De Gelderlander 30/11/1926)
In de komende jaren zijn een aantal advertenties gevonden van P.M. van Eennennaam, waarin zowel het adres In de Betou(w)straat 29 als Bloemerstraat 39 staan. De begane grond van In de Betouwstraat is dan (waarschijnlijk) in gebruik als “monsterkamers” voor de Fa. P.M. v. Eenennaam, die haar adres op Bloemerstraat no. 39 heeft. Naast de advertentie hier naast in ieder geval:
Prentbriefkaartenhandel. Kantoor- en Schrijfbehoeften. Speelgoederen, Galanterieën enz (Nieuwjaarsadvertentie PGNC 31/12/1923, PGNC 31/12/1925 en PGNC 31/12/1927)
Voor Sint Nicolaas! Reuzen sorteering in speelgoederen (PGNC 28/11/1925)
Rond december 1928 is het enige adres van “P.M. van Eenennaam” In de Betouwstraat 29. Zij noemt zich “Prentbriefkaartenhandel: kantoor- en schrijfbehoeften, speelgoederen, galanterieën, enz.” (PGNC 31/12/1928).
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
1931: Faillissement en verkoop?
Verkoop
In november 1931 staat het pand te koop: “Een zeer solied gebouwd en goed onderhouden Heerenhuis, thans ingericht tot winkel, gunstig gelegen aan de In de Betouwstraat 29, in het centrum van Nijmegen, met flinken Tuin, kad. Nijmegen B. No. 1039, groot 2.33A., bevattende beneden: Winkel met daarachter gelegen Magazijn, Keuken, Kelder; 1e étage: 2 Kamers en suite en Zijkamer; 2e étage: 3 Kamers met Badkamer en 3e étage: 3 Kamers en Zolder, voorzien van gas, waterleiding en electr. licht en aangesloten aan de rioleering.” (PGNC 21/11/1931)
Faillissement
In De Gelderlander 14/12/1931 verschijnt het bericht dat W. v. Eenennaam, In de Betouwstraat 29, failliet is gegaan.
Het is nog niet bekend of wat de verhouding tussen deze 2 berichten is, bijvoorbeeld of het pand daadwerkelijk is verkocht. Bovendien noemt de advertentie het failliet van W. van Eenennaam.
En wat is de verhouding tussen Eenennaam en deze advertentie, aangezien Eenennaam ook na 1931 hier haar zaak heeft: mogelijk huurt Eenennaam de zaak. Een andere mogelijkheid is dat Eenennaam (Petronella?) het pand in 1931 heeft gekocht.
Daarbij komt, dat Mej. P.M. Eenennaam in de Adresboeken 1932 en 1934 voorkomt op in de Betouwstraat, waar ze voorheen haar adres op de Bloemerstraat had. Bovendien is het in de Adresboeken nu Fa. van Eenennaam, waar het voor die tijd W. van Eenennaam was.
Eenennaam na 1931
In de Adresboeken 1934, 1936, 1938 en 1940 komt W. v. Eennennaam nog voor op In de Betouwstraat. Hij is dan “koopman” van beroep. Zijn moeder P.M. is in de Adresboeken voor deze jaren nog niet gevonden, wat de reden daarvan is is onbekend (mogelijkheden zijn onder andere: de manier waarop de Adresboeken haar gegevens samenstellen, P.M. woont op dat moment niet in Nijmegen of is getrouwd, of haar adres is eenvoudigweg nog niet gevonden).
Daarbij is ze vanaf 1933 een depot voor “ververij en chemische wasscherij “De Pauw”, die bij haar oprichting op Thijmstraat 53 zit (PGNC 8/2/1933).
Vervolg: Lange Hezelstraat
In ieder geval heeft “W. van Eennennaam & Zonen”, Luxe Papier – Prentbriefkaarten – Galanterieën – Speelgoederen, En gros – Import op 4-10-1946 een zaak op de Lange Hezelstraat 83 en 83a (Collectie Brievenhoofden Inventarisnr 1473 RAN).
De tot nu eerstvolgende vermelding is vervolgens in het Adresboek 1948 in de Lange Hezelstraat 83-83a:
J.A. van Eenennaam, koopman, papierwaren en galanterieën, nummer 83
Mej. P.M. van Eenennaam, nummer 83a
W. van Eenennaam, grossier papier en galanterieën, nummer 83a
Fa. W. van Eenennaam en Zonen: Huishoudelijke- en Luxe Artikelen – Galanterieën – Speelgoederen – Papier en Prentbriefkaarten – Engros en Detail, nummer 83-83a
W. van Eenennaam, grossier papier en galanterieën, nummer 83a
Op 29 februari 1948 overlijdt Petronella (overlijdensadvertentie De Gelderlander 2/3/1948).
In het Adresboek van 1951 komen J.A. en de beide W.’s nog voor op nummer 83(a). De firma is nog niet gevonden.
De volgende gevonden vermelding is Adresboek 1955; dan woont ook een Mej. W. van Eenennaam op het adres Pauwelstraat:
J.A., vertegenwoordiger, Hengstdalseweg 32
W. van Eennennaam, grossier papier en galanterieën, Pauwelstraat 6 rd
W. van Eennennaam, grossier papier en galanterieën, Pauwelstraat 6 rd
Mej. W. van Eennennaam, Pauwelstraat 6
Er is niet onderzocht wat verder het vervolg is geweest.
Verkoop 1941
Op 8 en 21 mei zal het pand: “Het Heerenhuis- thans dienende voor winkelhuis- met erf en tuin” geveild worden. Dan volgt een nadere omschrijving. (De Gelderlander 3/5/1941). In de onderstaande tabel wordt deze vergeleken met het moment van verkoop in 1931.
1931
1941
Begane grond
Winkel met daarachter gelegen Magazijn, Keuken, Kelder
Kamer en suite, Keuken, Kelder
1e etage
2 Kamers en suite en zijkamer
Kamer en suite en 2 Kamers
2e etage
3 Kamers en badkamer
2 groote en 2 kleine kamers
3e etage
3 Kamers en zolder
3 kleine Kamers met Zolder
Makelaar A.J. Strijbosch koopt het pand voor f8500,- (23/5/1941).
Gelenha
Van ongeveer eind 1941 tot in ieder geval 1956 betrekt groothandel Gelenha de winkel.
In november 1941 staat de oprichting van de N.V. in de Staatscourant. De tot nu toe laatst gevonden advertentie is voor een magazijnbediende is van november 1956.
Advertentie Gelenha (PGNC 16/5/1942)
De volgende gevonden advertenties en brievenhoofden geven een beeld van de activiteiten van Gelenha:
Gramofoons en platenwisselaars (PGNC 16/5/1942)
Geldersche engroshandel “Gelenha” n.v., Lid van Ned. Org. Radio-grossiers; Lid Centraal Bureau Rijwielhandel; Import en Groothandel van Rijwielen, Electrotechnische en aanverwante artikelen” (Brievenhoofd 7-8-1945)
“Rijwielen zonder vergunning” (De Gelderlander 23/5/1947)
Basile koelkasten en wasmachines (De Gelderlander 6/7/1950)
Geldersche Engroshandel “Gelenha” n.v.: Groothandel in electrotechnische en aanverwante artikelen: Philips grossier voor Radio, Verlichtingsgroepen, Philipsshave-app., Koelkasten enz.; Siera grossier; Alle installatiematerialen Draad en Kabel; Electrische Huish. Artikelen Daalderop, Inventum, Ruton; Wasmachines, Centrifuges, Strijkmachines; Stofzuigers Holland-Electro, Ruton, Fridor (Brievenhoofd, 25-1-1956)
Bureau voor het Rijksbureau voor Huiden en Leder
In November 1944 blijkt het adres (tevens?) in gebruik te zijn als een bureau voor het Rijksbureau voor Huiden en Leder. Dan kunnen schoenmakers van Nijmegen hun “tweede serie toewzijzingen” aldaar in ontvangst nemen (De Gelderlander 4/11/1944).
Baby Wascentrale
Noviomagus: “In het jaar 1962 heeft de hr. Bilschofsky sr. het pand in de In de Betouwstraat 29 betrokken. Hij heeft toen de Baby Wascentrale daar gevestigd.” https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=var149.htm
Bilschofsky was eigenaar van de Pauw, waarvan Eennennaam depothouder was geweest (zie hierboven). In hoeverre er tussen Bilschofsky en Gelenha (en mogelijk andere gebruikers) een relatie is geweest, is mij nog niet bekend. De reacties in het artikel van Noviomagus geeft een mooi beeld van Bilschofsky/de Pauw.
In 1968 komt het nog het bedrijf in ieder geval nog voor als “Overhemden-sneldienst en Babywascentrale Briljant” (Adresboek 1968) en in 1971 als “Brillant” (Adresboek 1971)
Huidig
In de Betouwstraat 29, augustus 2023 (Google Streetview)
Er is nog niet onderzocht wat het verdere vervolg is geweest. Momenteel (september 2024) is het winkelgedeelte (nog steeds?) in gebruik als stomerij: Quick Service Stomerij. Daarbij is het pand te huur: “De commerciële ruimte is verhuurd aan Quick Service Stomerij omslaat in totaal ca. 188 m² (exclusief kelder van ca. 20 m²) en de bovenliggende kamers omslaat in totaal ca. 185 m².“ (Keizer Karel Makelaars)
(Overige) tot nu gevonden gebruikers
De meeste van de volgende gevonden personen die nog niet genoemd zijn, zijn waarschijnlijk bewoners van het pand, terwijl de begane grond als winkelgedeelte in gebruik was.
De eerst gevonden naam is H. de Haas, Steenfabrikant op In de Betouwstraat, 29 in het Adresboek van 1887. Mogelijk/waarschijnlijk heeft er echter een hernummering plaats gevonden en de kans is groot dat dit niet het huidige gebouw In de Betouwstraat 29 is.
Naam
Omschrijving
Adresboek/overig
Vertrokken
Bron
C. Harte
procuratiehouder
Adresboek 1922
W. v. Eenennaam
Koopman
1924, 1926, 1928, 1932
W. v. Eenennaam
Luxe Papierwaren en Galanterieën en gros
1924, 1926, 1928, 1934
Mej. P.M. Eenennaam
1932 (zij had als “winkelierster iig in 1924, 1926 en 1928 nog Bloemerstraat 39a als adres), 1934
Firma v. Eenennaam
Luxe Papierwaren en Galanterieën en gros
1932
C.M. Strauss
1932
H. Rothschild en vrouw
antiquair
Vertrokken naar Amsterdam, O.Z. Voorburgwal 243 (PGNC 6/1/1934)
PGNC 6/1/1934
P. v.d. Houten
Handelsvertegenwoordiger
1932
A.Th. Brand en echtg.
Arbeider
Van Amsterdam, Pienemanstraat 1 (PGNC 20/1/1934), Adresboek 1934
PGNC 20/1/1934
Wed. J. Lubaj Janosné
geb. R. Richveisz
1934
P. Verdonk en gezin
Machinist
Van Heerlen, Passartweg 43 (PGNC 2/6/1934 )
Naar Zwaluwe, D222 (PGNC 8/9/1934 )
A. Willems
Horlogemaker
Van Beuningen (PGNC 22/10/1938 )
E.H.F. Koelhuis en gezin
Van Ambon (N.-I.) (PGNC 19/11/1938)
Naar Velsen, Meervelderlaan 10 (PGNC 24/12/1938)
L. Horvath en gezin
Musicus
Naar Breda, Prinsenkade 9 (PGNC 8/7/1939)
Gemeentelijk monument
Het pand is een gemeentelijk monument. Bij de aanwijzing: “Zeer monumentaal, ongewoon rijk geornamenteerd karakteristiek pand, bepalend voor de
straatwand.” En:
“Oorspronkelijk woonhuis in drie bouwlagen met pannengedekt schilddak, loodrecht op de straat. Drie-assige bovengevel van baksteen. Eerste etage met halfcirkelvormig gesloten boogvensters, omlijst door gekoppelde geprofileerde stucbanden. Links en rechts pilasters in stuc, uitlopend in het basement van de tweede etage, die bestaat uit balustrades voor de vensters links en rechts en een vlakke vulling voor het middenvenster, dat waarschijnlijk oorspronkelijk een balkon is geweest. Vensters met gestucte pilasteromlijsting en rechte kroonlijst, bekroond door afwisselend halfrond en driehoekig fronton. Kroonlijst met paarsgewijs geplaatste consoles. Dakkapel met fronton midden boven de gevel.”
Bisschop Hamerstraat, 1959 (Fotopersbureau Gelderland via F11632 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
In 1920 vestigt de bekende bontwinkel Hendriksen zich op hoek van de Bisschop Hamerstraat en de In de Betouwstraat, naar een ontwerp van de architecten Zoetmulder en van den Bogaard. In de oorlog wordt het pand van Hendriksen samen met een aantal andere gebouwen verwoest, terwijl veel panden in deze hoek van het centrum de oorlog (relatief) ongeschonden doorkomen.
Vooraf: Broerstraat
Bontwerker Hendriksen in de Broerstraat (PGNC 27/8/1912)
In 1912 vestigt bontwerker Theo A. Hendriksen in de Broerstraat. Bovenstaande advertentie uit augustus 1912 is de eerste tot nu toe door mij gevonden vermelding; het jaartal 1912 staat ook vermeld op het herbouwbord uit 1957, zie VN21376 RAN.
In ieder geval is hij in 1913 hofleverancier (De Gelderlander 26/9/1913); hij adverteert dan als bontwerker, atelier voor veranderen en herstellen.
Advertentie Hendriksen voor hoeden (De Gelderlander 16/3/1915)
Of een hoedenafdeling vanaf het beging heeft uitgemaakt van zijn zaak is nog niet bekend; in ieder geval adverteert Hendriksen in 1915 ook met hoeden.
In het Adresboek 1914-1915 heeft Hendriksen een advertentie laten plaatsen waaruit blijkt dat hij op dat moment ook een vestiging in Zwolle heeft. Tevens vermeldt hij: “Hoogste Onderscheiding Wereldtentoonstelling 1895”.
Bisschop Hamerstraat 2 vóór de verbouwing
Bisschop Hamerstraat Gezien vanaf de hoek met de In de Betouwstraat in de richting van het Keizer Karelplein, 1920 (F18754 RAN)
In september 1920 verschijnt de aankondiging dat Hendriksen gaat verhuizen naar Bisschop Hamerstraat 2. (In maart is een advertentie, PGNC 2/3/1920, gevonden waarin Hendriksen vanwege de verplaatsing van zijn winkel een grote opruiming houdt).
Bovenstaande foto is gedateerd op 1920. In ieder geval is deze foto van vóór de verbouwing door Zoetmulder en “van de Bogaart” (waarmee M.A.M. van den Boogaard wordt bedoeld, die ondertekende met A. van den Boogaard): ook de foto F12727 gedateerd op 1900 geeft dit pand met 1 verdieping weer. Afgaande op de adresboeken woonden in ieder geval van 1903 t/m 1918 leden van de familie Hamer in dit pand, waarschijnlijk in gebruik als woonhuis.
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
Pand hoek Hamerstraat – In de Betouwstraat, architecten Zoetmulder en van den Bogaard
Koningin Wilhelmina en prins Hendrik in Nijmegen (hoek In de Betouwstraat / Molenstraat) bij de opening van het Maas-Waalkanaal; links achter de koets is de hoek Bisschop Hamerstraat/In de Betouwstraat te zien, 27/10/1927 (F66873 RAN)
In september opent Hendriksen zijn nieuwe winkel op de hoek van de Bisschop Hamerstraat en In de Betouwstraat. De aanbesteding daarvan vond in december 1919 plaats, waarbij H.M. Zoetmulder en M.A.M. van den Boogaard de architecten zijn en G. Tiemstra en Zonen de aanbesteding verkrijgt. (PGNC 24/12/1919)
Wanneer foto’s met elkaar worden vergeleken (en er van uitgaande dat er geen nieuwe verbouwing tussen 1920 en 1927 is geweest), blijkt dat de door de architecten Zoetmulder en van den Bogaard ontworpen verbouwing in ieder geval bestond uit het bouwen van een extra verdieping: de foto’s gedateerd op 1900 en 1920 laten 1 verdieping zien; wanneer Wilhelmina met haar koets langs het gebouw rijdt (zie hierboven, F66873), bestaat het pand uit 2 verdiepingen, evenals het verwoeste gebouw in 1944 (zie foto, F68523). Bij Noviomagus is een afbeelding te vinden van het pand in de vorm van een Delfts blauwe tegel.
In het Adresboek 1922 is het adres Bisschop Hamerstraat 2 en In de Betouwstraat 1-3-7. Onder andere in 1932 zijn de adressen:
Winkel (“Magazijnen”): Bisschop Hamerstraat 2
Woning: In de Betouwstraat 3
Atelier: in de Betouwstraat 7
Opening magazijnen Hendriksen aan Hamerstraat (De Gelderlander 14/9/1920)
Zowel de Gelderlander als het PGNC plaatsen een groot artikel over de nieuwe winkel. Hieronder is die van de Gelderlander weergegeven:
Een der prachtige punten van mooi Nijmegen is verfraaid met een winkelbouw, welk van dat deel der stad het aanzien geeft van grootstad.
Het Magazijn-Hendriksen, pareert daar namelijk op den hoek Bisschop Hamerstraat-In de Betouwstraat als een hoog handelshuis, waarin de architecten de heeren van de Bogaart en Zoetmulder de luxe aan de practische doelmatigheid, hebben weten te paren.
Het hoekhuis met zijn opwaartsstrevende slanke lijn, welke al haar bekroning vindt in den bevlagden koepel, doet in zijn lichte kleurentinten van het kunstrijk zandsteen, levendig aan. De stijl van den bouw welke bij eersten oogopslag herinnert aan empire of Louis XVI is de realiseering van een renaissance opvatting der beide architecten, die voor de moeilijkheid stonden op dezen vooruitspringenden hoek een gevel te scheppen welke een handelshuis dekte en toch tevens aandachttrekkend sieraad der straat moest zijn.
En in deze poging zijn de bouwkunstenaars wel geslaagd- temeer waar zij er over moesten waken dat de bontwinkel beneden niet den indruk zou vestigen van wijdschen modewinkel maar eerder iets zou behouden van de intimiteit van een exquise zaak, waarin de clientѐle zich op haar gemak zou gevoelen.
Boven den winkel met zijn fraaie bolle spiegelruit-étalages, stijgt de lijn van een ranken bouw harmonisch op, en doen de randversieringen boven en beneden de kokette ramen, met nog kokettere vitrage achter de intieme ruitjes, hel stemnig(?)
De aannemers de heeren Tiemstra en Zonen hebben de architectonische plannen keurig uitgevoerd, terwijl de zandsteenwerkers de heeren Clemens en Otten aan den gevel een aspect gegeven hebben, zoo zacht en toch wѐѐr sprekend van tint, dat de sierlijke momenten goed gereleveerd worden, tot in de hoogste verdiepingen toe, welk als gedragen worden door relief zuilen.
Binnen is de indeeling even luxueus als practisch.
Het interieur van den winkel is geheel in stijl Louis XVI gehouden. Fijn glansgrijs is de lambrizeering, terwijl de tusschenvakken met zacht, bebloemd lila-paars zijn bedekt. Het geheele interieur met rijke tapijtbedekking achter de schitterende vitrines, welke schatten van bontwerken vertoonen, en kunstige toiletten bevatten, draagt een gezellig karakter en biedt den bezoekenden alle gelegenheid rustig de bontwerken in oogenschouw te nemen en de mannequins, die de sierlijke vaak artistieken en smaakvollen kleedij aan den lijve zullen demonstreeren, te volgen. Een Louis XVI-salonnetje en exquise-paskamertje zijn prachtig-practische toonzaaltjes.
Achter den winkel bevindt zich het atelier voor den detailhandel, terwijl boven de afdeelingen voor den engroshandel zijn ingericht. Op de hoogste verdieping bevinden zich ruime werkgelegenheden voor de bont- en pelswerkers, die voornamelijk nog buitenlanders zijn terwijl de heer Hendriksen er zich op toelegt, Nederlandsche werkkrachten op te kweeken, die de oud-vaderlandsche nijverheid der bontbewerking kunnen doen herleven.
Het woonhuis is practisch ingebouwd tusschen winkel en werk-ateliers, zoodat de eigenaar gemakkelijk van zijn woning in de ateliers kan komen.
Het geheele huis wordt niet door den heer Hendriksen alleen voor zijn zaak benut, daar voorloopig nog een deel der winkelruimte is verhuurd aan een Soerabajasche firma Beckers, welke er haar kantoren aan de zijde der In de Betouwstraat inricht.
Men meene nu niet dat deze luxueuse winkelinrichting alleen bontwerken bevat voor breede beursen.
Zeker kostbare collecties bontwerken zijn er hier te bewonderen, maar de heer Th.A. Hendriksen stelt prijs op de mededeeling, dat hij in zijn magazijnen voorraden heeft, welke elck wat wils bieden, zoodat de bezitter van de smalle beurs niet hoeft te schromen dit bontbedrijf te betreden.
Evenals in de Broerstraat, waar de heer Th. Hendriksen, de energieke middenstander en knappe vakman klein begon, blijft hij in zijn nieuwe ruime omgeving ook zijn eenvoudigste cliënteele bedienen.
Verschillende Nijmeegsche nijveren hebben hun aandeel gehad in de aankleeding van het huisinterieur; zoo zorgde de firma Verpoorten en Zoon voor het sanitair en de electrische verlichting, de firma Stemker Koster voor het behang en het Smyrna, de heer Beerenbroeck voor het stoffeerderswerk, de heer Fooys voor het schilderwerk, de heer Lamkamp voor het meubilair, de heer Langenhuizen voor het glaswerk en de heer Reichgelt voor het ijzer en constructiewerk.
De opening der magazijnen, welke Zaterdag een bloementuin geleken, was tevens een huldigingsgelegenheid van den heer Hendriksen, aan wien door den heer Folkerst werd dank gebracht voor alles wat deze in den loop der jaren gedaan had voor de bevordering van dezen tak van vaderlandsche nijverheid.
Deze huldiging had plaats namens de vereeniging van Nederlandsche Bontwerkersbedrijven.
In den loop van den avond werd de heer Hendriksen, die zelf voorzitter is van de Technische Commissie van bovengenoemde Vereeniging, nog verschillende malen gehuldigd.
De heer Folkerts wees er in zijne rede op, hoe de heer Hendriksen een baanbreker is in zijn vak; iemand, die door het opzetten van een dergelijk “Spezialgeschäft” in de provincie, toonde, dat hij aan het vak het oude aanzien wil hergeven. Spr. wees er op hoe de heer Hendriksen is een der hoofdfiguren in de vereeniging en schetste de prachtige verstandhouding tusschen patroon en werknemer in het bedrijf van den heer Hendriksen.
De werknemers hadden van deze goede samenwerking ook ondubbelzinnig blijk gegeven. Gedurende den avond verdrongen zich honderden kijkers met provinciale nieuwsgierigheid voor de nieuwe magazijnen.” (De Gelderlander 27/9/1920)
Uit de advertentie in De Gelderlander 17/9/1921, PGNC 27/9/1923 en De Gelderlander 16/6/1926 blijkt Hendriksen naast Nijmegen ook een vestiging te hebben in Arnhem. Hendriksen zal, behalve in 1926 en 1928 nog vaker adverteren met de strijd tegen motten.
Advertentie Hendriksen herstel bont in de zomermaanden (De Gelderlander 16/6/1926)
Advertentie Hendriksen herstel bont in de zomermaanden (De Gelderlander PGNC 1/5/1928)
Verwoesting Tweede Wereldoorlog
Het tijdens de bevrijding verwoeste winkelpand van Hofbontwerkerij Theo A. Hendriksen. Alleen de gevel van dit grote hoekpand staat nog overeind. Links de Bisschop Hamerstraat, 9/1944-12/1944 (F68523 RAN)
In de oorlog wordt het pand van Hendriksen samen met een aantal andere gebouwen verwoest, terwijl veel panden in deze hoek van het centrum de oorlog (relatief) ongeschonden doorkomen. Op 18 september 1944, bij Operatie Market Garden, staat het pand in brand (Noviomagus).
Nijmeegsch Dagblad, 19-5-1945
De hiernaast staande advertentie van een bont-veiling uit 1945 werd aangetroffen. Het is mij nog niet bekend wat onder de “N.S.B.-boedel” wordt verstaan; in ieder geval was Hendriksen lid van de N.S.B. (Interview met Henri van Heusden en Oorlog in Nijmegen)
Hendriksen heeft vanaf 1946 zijn noodwinkel op Bisschop Hamerstraat. Een foto hiervan uit 1956 is te vinden op GN3564 RAN. In het midden van de Bisschop Hamerstraat zullen meerdere winkels komen, die elk maximaal 10 jaar mogen blijven zitten.
In januari 1956 verschijnt een artikel dat Hendriksen zijn pand gaat laten herbouwen: “De grond is zijn eigendom gebleven en naar wij thans vernemen, is het zijn bedoeling hier weer een eigen bedrijf te stichten. Ook het nieuwe pand zal worden opgetrokken in oud-Franse stijl” (Nijmeegsch dagblad, 17-1-1956).
Deze herbouw lijkt echter niet plaats te vinden: Hendriksen en Pollmann zijn de laatste winkeliers die nog in hun noodwinkel zitten, ook nadat de contracten op 1 januari 1957 waren afgelopen en de contracten nog eens met 3 maanden waren verlengd. Aangezien de gemeente de grond wil gaan gebruiken spant ze een proces aan. Daarbij wordt overeengekomen dat Hendriksen voor 1 april de noodwinkel zal verlaten (Nijmeegsch dagblad, 19-5-1956 en 12-3-1957).
Herbouw
Het nieuw gebouwde pand op de hoek Bisschop Hamerstraat – In de Betouwstraat, 1959 (Fotopersbureau Gelderland via F11632 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Op 3 december 1957 vindt de aanbesteding plaats voor “het bouwen van een bedrijfspand met 4 woningen (inhoud ±3176 m³). De architect is Ir. C.B. van der Tak uit Amersfoort. (Nijmeegsch dagblad, 8-11-1957)
Rond 1957 wordt aan de herbouw van het pand op de hoek Bisschop Hamerstraat- In de Betouwstraat begonnen. Het gebouw bestaat uit winkelruimte op de begane grond en 6 appartementen verdeeld over 3 verdiepingen.
Het wordt niet de oud-Franse, maar de modern-Amerikaanse stijl, het Nijmeegsch dagblad 31-7-1958: “Het winkelgedeelte zal zeer modern, op Amerikaanse wijze worden ingericht en ook het exterieur wordt aangepast aan de eisen des tijds. De heer Hendriksen hoopt in mei van het volgende jaar zijn intrek te kunnen nemen in dit nieuwe winkel-flatpand.”
In september 1959 gaat de winkel open. “De heer Hendriksen hoopt nu ook zijn in Arnhem verloren gegane zaak te kunnen herbouwen” (Nijmeegsch dagblad, 21-9-1959).
Architect van der Tak
De architect van de nieuwbouw was Christiaan Bonifacius van der Tak (Rotterdam, 17 augustus 1900 – Oosterbeek, 7 maart 1977). Van der Tak was van 1929 tot 1945 stadsarchitect van Amersfoort. Aan het eind van de oorlog werd hij vanwege zijn lidmaatschap van het N.S.B. en een aantal andere organisaties ontslagen en een aantal jaren gevangen gezet in Kamp Amersfoort. Daarna vestigt hij zich als zelfstandig architect. In ieder geval zijn vier van zijn Amersfoortse werken Rijksmonument.
Architect H.M. Zoetmulder ontwierp veel gebouwen in Nijmegen en daarbuiten. Hij ontwierp onder andere winkels en religieuze gebouwen. Bekende gebouwen…
Ditmar Jansen, eigenaar van het goed lopende hotel Mariënboom (tegenwoordig Oud-Mariënboom) laat in 1910-1911 een nieuw, groter pand bouwen als hotel-pension Mariënburg. De architect was Jan Baanders (Sr.), die later van invloed zou zijn op de Amsterdamse School. Nadat het jaren een hotel is geweest, was het onder andere in gebruik voor gerepatrieerde Indië-gangers en de Dienst Bescherming Bevolking. Ook heeft er een aantal jaren creatief centrum de Appel in gezeten.
Hotel-Pension Mariënboom
Bij de opening op 4-3-1911 adverteert Hotel-Restaurant “Mariënboom” dat de rolschaatsbaan “maandag” opengaat. (De Gelderlander 04-03-1911). Wanneer de voorzieningen precies zijn aangebracht is onbekend, maar in de jaren dertig beschikte het hotel tevens over een benzinepomp, een rolschaatsbaan, tennisbanen, een speeltuin, een boomgaard en zelfs een dierentuintje met onder andere wasberen.
“Hotel-Pension “Mariënboom”.
Het Hotel Pension “Mariënboom”, 1912 (RAN F13041)
Het hotel-pension-restaurant “Mariënboom” van den heer Ditmar Jansen aan den Groesbeekschen weg, enkele minuten voorbij het Groenewoud, is aan ieder Nijmegenaar bekend. Vooral in de zomermaanden biedt “Mariënboom” met zijn prachtige lommerijken tuin en zijn sportvelden den wandelaars eene heerlijke gelegenheid om er een oogenblijk te vertoeven en een verfrissching te gebruiken. En ook als hotel-pension wordt “Mariënboom” zeer gewaardeerd.
Teneinde intusschen de inrichting te doen tegemoetkomen aan de eischen van den tegenwoordigen tijd op het gebied van hotelwezen en tevens de exploitatie op grooter voet te kunnen doen plaats hebben, besloot de heer Ditmar Jansen voor eenige maanden tot de stichting van een nieuw gebouw aan den zuidelijken hoek van den uitgestrekten tuin, waartoe de plannen ontworpen werden door den heer Jan Baanders, architect. Met de uitvoering der plannen werden belast de heeren Leenders en Cremers, aannemers te Berg-en-Dal. Thans is het gebouw voltooid en wij hebben gisteren de resultaten van het werk van genoemde heeren in ogenschouw genomen, resultaten, welke hun in alle opzichten tot eer strekken.
Het nieuwe “Mariënboom” maakt van den weg af gezien temidden van de weelderige natuur een alleraardigsten indruk door zijn frissche tinten en den levendigen stijl waarin het opgetrokken is. Het ligt op een heuveltje, waartoe breede, fraai beplante terrassen toegang geven. Betreden wij het gebouw dan komen wij allereerst in de groote restauratiezaal. Hier merkt men onmiddellijk op, dat het gebouw voorzien is van electrisch licht en centrale verwarming. Een mooi buffet en goed loopende biljarts trekken voorts de aandacht, alsmede de moderne wandbekleeding, met een cementsoort, welke het behangselpapier volkomen vervangt en de nadeelen van het laatste uit een oogpunt van hygiëne vermijdt. De restauratiezaal grenst aan een 14 meter lange serre met breed terras, van waaruit men een verrukkelijk uitzicht heeft op de prachtige omgeving. Door een andere breede deur komt men in de eetzaal, ook toegang gevend op een terras. Op deze verdieping is voorts nog de keuken- warmwatergeleiding- met bijkeuken, een mooie ontvangstzaal en kantoor.
De eerste etage bevat een zevental logeerkamers, keurig geïnstalleerd, o.m. met spiegelkasten, en in alle opzichten ingericht naar de eischen des tijds. De tweede etage telt eveneens zeven logeerkamers. Op elke verdieping zijn toiletten, koud- en warmwatergeleidingen, enz. Voorts heeft men op de 3e etage de appartementen van ’t personeel. Overal, van de beneden-zalen tot op de bovenste verdiepingen, is er in groote mate ruimte, licht en lucht, die drie onmisbare factoren voor wie prijs stelt op eene goede gezondheid.
Het sous-terrain, waarnaar men langs een breeden trap afdaalt en dat voorts verschillende uitgagen naar buiten heeft, is in hoofdzaak in beslag genomen door een groote rolschaatsbaan met geruischloozen cementvloer. Een muziek-podium, electrische lichtbollen enz. zullen, wanneer de rolschaatsensport hier over eenigen tijd ongetwijfeld druk beoefend zal worden, de baan wel tot een lustoord voor sportmenschen maken. Verder stippen wij in het sous-terrain aan: de stookplaats voor de centrale verwarming, sportkleedkamers, kleine magazijnen enz.
Achter het gebouw ligt de stal, waarvan het grootste deel is ingericht als auto-garage en koetshuis met paardenstal, het achterwaarts gelegen deel als koe- en varkensstal. Men zou denken zich hier in een klein hoekje van een modelboerderij te bevinden. Nog is er een praktische gelegenheid om in de garage kleine reparaties aan automobielen te verrichten.
Het oude gebouw “Mariënboom” wordt thans bestemd tot dépendance van het hotel.” (PGNC 29/1/1911)
Mariënboom in 2013 (foto Henk van Gaal via RAN DF3663)
Jan Baanders (Sr.)
De architect van Mariënboom is Jan Baanders (Sr., Amsterdam, 8 september 1884 – Laren, NH, 26 mei 1966)
Baanders heeft bouwkunde aan de Industrieschool in Amsterdam gestudeerd. Daar raakte hij tevens bevriend met Michiel de Klerk.
Mariënboom was het eerste zelfstandige werk van Baanders. Van 12 januari 1910 tot 2 augustus 1911 woonde hij in Nijmegen, in het ‘oude’ Mariënboom, Groesbeekseweg 424. Dan vertrekt hij weer naar Amsterdam.
Volgens wikipedia keert Baanders in 1915 weer terug naar Amsterdam. Dan gaat hij samenwerken met zijn broer Herman, die een succesvol architectenbureau heeft. Vanaf dat moment heet het bureau Architectenbureau H.A.J. en Jan Baanders. In dit bureau hebben meerdere architecten gewerkt, die later de “Amsterdamse School” zouden vormen, waaronder (tijdelijk) Michel de Klerk.
Vervolg: Gevonden gebruikers
Hieronder staan de tot nu toe gevonden gebruikers van het pand weergegeven.
Anna Karoline Liesenberg
Vanaf 1914 was Anna Karoline Liesenberg (Halberstadt 9 april 1884 – ‘s-Gravenhage 2 april 1941) exploitant van hotel Mariënboom. Zij was weduwe van Nicolaas Josephus Jergen, die voor een korte tijd directeur was geweest van Hotel du Soleil. In 1906 waren zij uit Nijmegen vertrokken. Jergen overlijdt op 17-12-11913 in Den Haag
Op 3-6-1924 vertrekt zij weer naar Den Haag, waar ze op 26-6-1925 hertrouwt met Willem Albert Jansen, handelaar in automobielen.
Wie tussen Liesenberg en Rubens eigenaar is, is nog niet bekend. in De Gelderlander 29/5/1926 adverteert Th. Looyschelder met Hotel “Mariënboom”
advertentie hotel Mariënboom Looyschelder De Gelderlander 29/5/1926
In 1928 wordt hier een van de eerste benzinepompen van Nijmegen geplaatst (Noviomagus).
Hotel Pension en Garage “Mariënboom”, 1930 (F13679 RAN)
Israel/Theo Rubens en de Tweede Wereldoorlog
Rond de Tweede Wereldoorlog is Israel Rubens eigenaar van hotel Mariënboom. Omdat hij trouwt met een katholieke vrouw, had hij de voornaam Theo aangenomen. Zijn aangrijpende verhaal is te lezen op: Noviomagus https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=Herinnering/Bombardement/09-09-08.htm: hij weet mede door zijn kookkunsten deportatie voor lange tijd te ontlopen. De Duitsers gebruikten Mariënbosch als hospitaal, waardoor Mariënboom druk bezocht werd door Duitse soldaten die kwamen eten en bier drinken. Bovendien was hij getrouwd met een niet-joodse, katholieke, vrouw Toos Decates.
Uiteindelijk wordt Mariënboom gevorderd als hospitaal voor Duitse officieren; Theo komt in 1944 wel in een concentratiekamp terecht, maar overleeft de oorlog.
Tijdens de gevechten rond Nijmegen is Mariënboom onderkomen voor Engelse en Canadese soldaten.
Repatriëring Oud-Indiërs
Midden jaren 50 werden Nederlanders die uit Indonesië waren gerepatrieerd ondergebracht in hotel pension Mariënboom.
Dienst Bescherming Bevolking
Vanaf 1959 was Mariënboom in gebruik door de Dienst Bescherming Bevolking (BB). Deze dienst was in 1952 -tijdens de oorlog in Korea- opgericht. Tijdens de Koude Oorlog hield men rekening met een mogelijke aanval door de Sovjet Unie. Mariënboom was door de BB in gebruik als EHBO-post, brandweer een bewaking van atoomschuilkelders bij een kernoorlog. De BB gaf bovendien voorlichting over wat mensen moesten doen bij een aanval met een atoombom. Het pand was tot 1980 in gebruik als kantoor en oefenruimte voor de BB.
Een paar mooie foto zijn te zien bij het RAN over een EHBO-oefening van BB samen met het Rode Kruis, waar in totaal 400 mensen aan mee deden: F67948, F67935, F67931
Noviomagus noemt overigens het jaartal 1986. In ieder geval staat het pand december 1986 te koop (F20989).
Veilinghuis René van Baak
Mariënboom, 1989 (Ber van Haren via ZN35963 RAN CC0)
Van 1989 tot 2002 had Rene van Baak zijn veilinghuis in Villa Mariënboom (Noviomagus)
Op de foto F90744 uit 1988-1990 staat de ingang weergegeven, waarbij aan beide kanten van de ingang een kariatide (een vrouwenfiguur als pilaar) staan.
Creatief centrum de Appel
In 2011 kocht Vincent Paes, een baksteenfabrikant, het gebouw. Zijn vrouw Esther Appels begon hier creatief centrum de Appel, een plek voor bewustwording, yoga en meditatie. Rond 2020 werd het gebouw verkocht, (waarschijnlijk) om verbouwd te worden tot appartementen.
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is sinds 1995 een Gemeentelijk Monument. De tekst bij aanwijzing: “Gaaf bewaard pand van een ongewoon bouwtype, karakteristiek gelegen en van belang als voorbeeld van de ontwikkeling van een agrarische buurtschap tot landelijke stadswijk met woon- en recreatiefunctie.”