Café J.J. Peters & Slijterij geopend op 14/3/1952, het eerste bij de wederopbouw gereed gekomen woon-winkelpand aan de noordzijde van de Houtstraat. (nr. 60-62), 1958 (F92044 RAN CCO)
In maart 1952 opent J. Peters zijn nieuwe café op Houtstraat 62. Het was het pand dat gereedkwam aan de noordkant van de Houtstraat.
Zijn zaak op de Zeigelbaan was in 1944 verwoest en daarna had Peters een tocht door de stad gemaakt: de Waalkade, een woning aan de Graafseweg en daarna in de Stephanusstraat.
De architect was J.H. Fokker en de aannemer W. v.d. Water. “Het resultaat is een inrichting die aan haar doel volkomen beantwoord en waar de stamgasten zich thuis zullen voelen en waar de gaande en komende man op een prettige en goede ontvangs kan rekenen van ’t jonge echtpaar en de fam. Peters.”
Dezelfde dag opende de Gebr. Tromp eveneens hun zaak in de Houtstraat. (De Gelderlander 15/3/1952)
City Bar
Wanneer Jo Samson het café in 1957, krijgt ze een grote bekendheid onder de naam City Bar. Er komen veel soorten mensen en het café is een bekend “kantoor” voor kunstenaars, journalisten van de Gelderlander en politici. Ad Lansink schreef hierover in 2009 een prachtig stuk ter gelegenheid van de 75-ste verjaardag van Jo Samson.
De Blonde Pater
Houtstraat 62, Juli 2019 (Google Streetview)
In 1988 verkocht Jo Samson zijn café en werd het de Blonde Pater. Haar site begint met:
“In 1988 kochten Louis en ik café de City Bar aan de Houtstraat in Nijmegen van Jo Samson. Het was een donkerbruin cafeetje met 5 tafeltjes en een clientèle van journalisten en kunstenaars. We knapten het op met een likje lichte verf om het opener en toegankelijker te maken voor publiek overdag en doopten het om tot “de Blonde Pater”. We woonden boven de zaak en gebruikten ons eigen kleine keukentje om wat broodjes en hapjes te kunnen verkopen.”
Het is een “aandachtspand” op de gemeentelijke monumentenlijst
Maison Francois is de winkel in het smalle gebouw aan Bisschop Hamerstraat, links naast het grote pand op de hoek Bisschop Hamerstraat/In de Betouwstraat. Boven de winkel is “Francois” te lezen, 1959 (Fotopersbureau Gelderland via F11632 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
In 1956 is begonnen met de herbouw van de panden al “Een van de laatste open plekken in deze sector van het stadscentrum.” Daarbij zullen 2 winkels worden gebouwd: 1 aan de Bisschop Hamerstraat en 1 aan In de Betouwstraat.
Dat van de Bisschop Hamerstraat betreft de herensalon en parfumeriezaak “Maison Francois” van Frans Heijmen. Deze had “aan het begin van de Graafseweg” gezeten en was verwoest in september 1944. Daarop had Heijmen zijn noodwinkel in de Bisschop Hamerstraat gehad.
Het ontwerp voor de nieuwbouw is van het architectenbureau D. en P. Benning. Het gebouw heeft een diepte van 28 meter en 3 verdiepingen. “Ter weerzijden van de ingang komen twee etalages en achter de winkel wordt de grote herensalon ingericht. Ter weerzijden van de ingang komen twee etalages en achter de winkel wordt de grote herensalon ingericht. De eerste etage wordt zodanig gebouwd, dat daarop in de toekomst nog een damessalon kan komen.” De aannemer is van Heusden. Bij de bouwtekening (D12. 424441) blijkt de opdrachtgever Vroom en Dreesmann Nijmegen N.V. te zijn.
In ieder geval zit Francois in 1988 nog steeds in het pand (zie foto hieronder).
De genoemde bouwtekening en de bovenstaande foto uit 1959 laat, vergeleken met de situatie in 1988 en de tegenwoordige situatie (zie hieronder) zien dat het gebouw in de loop der jaren aanmerkelijk is verbouwd.
Een foto van Bisschop Hamerstraat 2-8, 1/5/1988 (Anton van Roekel via F18215 RAN CCBYSA)
Bron:
De Gelderlander 19/5/1956
Bisschop Hamerstraat 4 augustus 2023 Google Streetview
Het prachtige kerkhof ligt wat ingeklemd, wat vergeten tussen de Graafseweg en de Hatertseveldweg in. De aula en het hekwerk uit 1920-1921 zijn ontworpen door architect Weve. Links van de aula staat een bijzonder monument ter herdenking aan de slachtoffers van het bombardement van februari 1944, waarvan velen aanvankelijk in een massagraf op deze begraafplaats kwamen te liggen.
De aanleg van de begraafplaats in 1881 was een vervanging voor die van de op dat moment omliggende dorpen Hatert, Hees en Neerbosch. Net als andere begraafplaatsen in Nijmegen is de begraafplaats aan de Graafseweg inmiddels omringd door stedelijke bebouwing. De moderne drukte van de Graafseweg is weinig in overeenstemming met de rust en vree die je bij de ligging van een kerkhof verwacht. Ingeklemd tussen de Hatertseveldweg/spoorlijn en de Graafseweg is het bovendien voor veel mensen een onbekend kerkhof.
Aula en hekwerk Weve
De aula van de begraafplaats aan de Graafseweg, een ontwerp van architect Weve (november 2024)
In 1920-1921 vond er een belangrijke verandering aan de begraafplaats plaats: bij de uitbreiding van de begraafplaats ontwierp gemeente-architect Weve de aula in expressionistische stijl (wikipedia) en het hekwerk, dat nog steeds te zien is.
Op de Rijksmonumentenlijst staat hiervan een uitgebreide beschrijving.
Rijksmonument
Hekwerk Begraafplaats Graafseweg (november 2024)
De aula en het hekwerk zijn een Rijksmonument, met als waardering:
“- Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed en gaaf bewaard gebleven voorbeeld in in- en exterieur van een begraafplaatsaula in expressionistische bouwtrant met rijk siermetselwerk. Het object heeft enige architectuurhistorische zeldzaamheidswaarde vanwege de combinatie van genoemd bouwtype en -stijl. Het gebouw met flankerende hekken is van belang voor het oeuvre van de toenmalige Nijmeegse stadsarchitect J.J. Weve.
– Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van een historisch gegroeid stedelijk gebied, waarin het object een beeldbepalende rol speelt vanwege de situering direct aan een belangrijke invalsweg van Nijmegen. Het gebouw markeert de achterliggende begraafplaats.
– Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een geestelijke ontwikkeling, in casu een gebouw bij een algemene begraafplaats waarin de nabestaanden bijeenkomen voor het ter aarde bestellen van een dode.”
Monument slachtoffers bombardement
Monument slachtoffers bombardement februari 1944 (november 2024)
Links naast de ingang ligt het monument voor de slachtoffers van het bombardement van februari 1944. Dit was de belangrijkste locatie waar slachtoffers van het bombardement in eerste instantie in een massagraf werden begraven: ongeveer 500 van de 800 slachtoffers. Op 26 februari vond de massabegrafenis plaats: vanuit de rouwbijeenkomst in de Vereeniging ging een lange stoet op weg naar de begraafplaats. Tienduizenden Nijmegenaren liepen mee.
Voor het graven van het graf waren mensen verplicht ter werk gesteld. Na de begrafenis bleef het graf nog twee weken open -de vrieskou maakte dit mogelijk- zodat nabestaanden in de kisten konden kijken, op zoek naar hun dierbaren.
Ook slachtoffers uit de tijd dat Nijmegen frontstad was, zijn hier begraven. Later zijn veel mensen in overleg met de nabestaanden herbegraven.
Monument Remy Kruytzer met gedicht ter Balkt
Steen “ter nagedachtenis aan alle slachtoffers van het bombardement en ander oorlogsgeweld”, Begraafplaats Graafseweg (november 2024)
Op 19 februari 2005 vond de onthulling van het monument plaats, ontworpen door Remy Kruytzer. In het midden van het heuveltje staat een gescheurde gedenksteen. H.H. ter Balkt schreef het gedicht “Na de luchtaanval” dat daarop te lezen is: “Het verdriet stortte neer op de stad,/hartuithakkend verdriet om het hart/en de ziel en de tijd van de stad; vuur/sprak in tongen over de zeven honderden/en tegen de verslagenen na de bijlslag:/”Nu is jullie tijd niet meer bij jullie”./Leeg vlogen de Drakenwagens verder/van onze vrienden; rouwend grijs en geel/na de luchtaanval, viel het licht neer,/ voorgoed uitgedoofd leek ‘t, verstomden.” Daarvoor staat er een kleinere steen met het opschrift: “ter nagedachtenis aan alle slachtoffers van het bombardement en ander oorlogsgeweld”.
2e Massagraf
Bij zijn onderzoek kwam Bart Janssen er achter dat er op de begraafplaats 2 massagraven zijn: de 2e werd waarschijnlijk aangelegd omdat het eerste inmiddels vol was. Waarschijnlijk betreft het vooral Nijmegenaren die in de tijd dat Nijmegen frontstad was om het leven zijn gekomen. Wie hier precies in liggen is niet bekend.
Toen de oude Basisschool de Klokkenberg niet meer voldeed, werd Architectenbureau Brique gevraagd voor het ontwerp van een nieuw schoolgebouw. Het was daarbij belangrijk dat het een gebouw compact was. Maar vooral: dat kinderen de mogelijkheid hebben zelfstandig te kunnen werken, in een veilige, vertrouwde omgeving.
Oude school voldeed niet meer
De christelijke basisschool De Klokkenberg, gebouwd in 1970 , die van 1848 tot 1971 op de Muchterstraat was gevestigd, 1977 (Jan Cloosterman via F34361 RAN CCBYSA)
Sinds 1970 was de Christelijke basisschool de Klokkenberg gevestigd op de hoek Ubbergseveldweg/Kopseweg. Het bestaande gebouw voldeed echter niet meer aan de huidige eisen voor een schoolgebouw. Het was daarbij niet goed te verbouwen, zodat het zou voldoen aan de tegenwoordige tijd. Daarom wilde het bestuur een nieuw gebouw neerzetten.
Een leuk artikel over de sloop is te vinden op Omroep Gelderland: “Leerlingen De Klokkenberg Nijmegen mogen eigen school slopen”
Uitgangspunten onderwijs de Klokkenberg
School Klokkenberg (december 2024)
“Met plezier wijzer worden” is de missie van de Klokkenberg: zij is van mening dat “kinderen sneller leren in een prettige omgeving, op een plek waar ze het echt naar hun zin hebben en waar ze zich veilig voelen.” Zij heeft daarom als school 3 speerpunten:
Kwaliteit van ons onderwijs, waarbij kinderen regelmatig zelfstandig moeten werken.
Klein en fijn Met ongeveer 220 kinderen kent iedereen iedereen elkaar. Hierdoor voelen kinderen zich gezien in een veilige en vertrouwde omgeving, om zo de wereld te kunnen ontdekken
Alles onder 1 dak Naast de school is een kinderopvang, voorschoolse opvang, tussenschoolse opvang en naschoolse opvang in het gebouw.
Uitgangspunten
Voor het ontwerp werd Brique aangetrokken. Daarbij was het uitgangspunt: “Schoolgebouwen moeten geborgenheid bieden en van daaruit leerlingen stimuleren de wereld te ontdekken en zich te ontwikkelen. In ons ontwerp voor deze nieuwbouw van basisschool ‘De Klokkenberg’ in Nijmegen geven we op bijzondere wijze vorm aan deze veilige én uitdagende plek. Het nieuwe gebouw huisvest de basisschool, een BSO en een kinderdagverblijf.” (Brique)
Daarbij was er behoefte aan een compact gebouw met duurzame uitstraling. Ook was het belangrijk dat het ontwerp rekening hield met dat kinderen de mogelijkheid hebben om zelfstandig kunnen werken. Een van de uitgangspunten van de school is dat kinderen meer plezier en geloof in eigen kunnen hebben wanneer ze leren zelfstandig te werken.
Uiterlijk
Basisschool de Klokkenberg (december 2024)
Het ontwerp bestaat uit 2 bouwlagen. Het zijn 2 ellipsen die door een entree en een gemeenschappelijke hal met elkaar verbonden zijn. De ronde vormen zijn uitnodigend bedoeld. Het binnengaan van het gebouw moet voelen als een omarming.
Gangen ontbreken: de lokalen komen uit op de entree en aula op de begane grond. En de lokalen op de verdieping komen uit op het leerplein. Op het leerplein en op een aantal andere plekken kunnen leerlingen zelfstandig werken, met de leraar op afstand.
Bij het ontwerp is rekening gehouden met eventueel veranderde eisen in de toekomst door ervoor te zorgen dat de constructie relatief eenvoudig kan worden aangepast. Dit wordt bereikt door grote overspanningen en weinig kolommen of dragende muren.
Het ontwerp was afkomstig van Roos Bendien, Nataly Wierenga, Vincka Struben, Richard Teeling.
De officiële opening vond op 1 september 2017 plaats. De leraren hadden het gebouw vanaf 18 augustus al in gebruik genomen.
Waardering: 3e plaats Publieksprijs Nijmeegse Architectuurprijs 2017
Brique werd 3e bij de Publieksprijs van de Nijmeegse Architercuurtprijs 2017. Hierbij kreeg ze 10% van de stemmen. Het juryrapport:
“Wie voor de school stopt wordt onmiddellijk getroffen door de fraaie sculpturale lijnen. Wat een ‘bold statement’ in deze chique omgeving, waar de Romeinen doorheen marcheerden. En bij het binnentreden voel je overduidelijk dat deze fraaie school erg fijn is voor de gebruikers. De juryleden hadden maar wat graag hun schooltijd doorgebracht in een gebouw als dit. De jury roemt het metselwerk, het is bijzonder knap hoe hieraan plasticiteit is meegegeven. De opgave was erg lastig, gezien de tegenslagen, de lange aanloop en ook de weerstand uit de buurt. Het is knap dat de kwaliteit hier op het oog niet onder geleden heeft, integendeel. Heldere, lichte klaslokalen, fijne, mooie werkplekken en een bieb om jaloers op te zijn. De jury mist wel de échte symbiose tussen architectuur en onderwijs. De architectuur en het programma versterken elkaar niet duidelijk, er is geen zichtbare samensmelting. Het is niet precies duidelijk hoe de vormgeving van het interieur en de onderwijsopvattingen hand in hand gaan”
Relief Mercurius van Van Woerkom, Klein Marienburg (oktober 2024)
In 1953 opent de Fa. J.H. van Mameren haar lichtdruk inrichting aan Klein Mariënburg, naar ontwerp van architect Reijnen. Een opvallend detail is het reliëf van Mercurius, boodschapper der goden, een ontwerp van van Woerkom.
“De eerste berichten dateren van 1905. De heer Van Mameren was werkzaam op het tekenbureau van de Spoorwegen en had een goed netwerk in overheidskringen” (Grafisch huis van Mameren) Hij begon een lichtdrukkerij in de Hertogstraat en in 1921 schreef hij zich officieel in bij de Kamer van Koophandel. Hoewel ook van Mameren in de Tweede Wereldoorlog brand was ontstaan, bleef de werkplaats bestaan. Daardoor kon er worden doorgegaan met drukken.
1953 nieuwbouw, architect Reijnen
Links het pand van de Banque Paribas Nederland (Klein Marienburg 22-24) en rechts Drukkerij Van Mameren (Klein Marienburg 20), 1984 (Ber van Haren via KN13366-40 RAN CC0)
In november 1953 opent van Fa. J.H. van Mameren haar nieuwe pand van de “Plan- en lichtdrukinrichting”. Daarmee is ze de eerste die zich vestigt in Klein Mariënburg. “Binnenkort” zullen meerdere panden volgen en “mettertijd” zal bovendien de brandweergarage verdwijnen.
“Onder zeer moeilijke omstandigheden vond de bouw plaats. De oude werkplaats moest in stand blijven en met de buurman de Nederlandsche Bank, welke aan de zijde van Mariënburg in zijn nieuwe gebouw laat optrekken, moest worden overlegd om een sluitende architectuur te krijgen. De architect van het nieuwe pand van de Fa. van Mameren, de heer W. Reijnen en de aannemer W.A. van de Water, beiden te Nijmegen, hebben in nauwe samenwerking een gelukkige oplossing weten te vinden. Een oplossing welke ook aesthetisch ten zeerste verantwoord is. Daar komt nog bij dat de Nijmeegse kunstschilder Wim van Woerkom boven de ingang een relief aanbracht dat de uitwerking van de bouw verhoogt en de functie van het bedrijf accentueert.” (De Gelderlander 9/11/1953)
Vervolg
Van Mameren bestaat rond de tijd van opening 50 jaar en zal nog vele jaren hier haar drukkerij hebben. In de loop der jaren waren er een aantal naamsveranderingen:
jaren 60: Drukkerij van Mameren
eind jaren 80: Van Mameren Repro.
1 april 2014: Grafisch Huis van Mameren
In mei 2012 is ze gestart met de webshop en internetdrukkerij Qprint4U.nl. In 2015 opende ze haar 2e vestiging in Boxmeer en nam ze bovendien Textieldrukkerij Promolet over. Bovendien geeft zij de huis-aan-huis bladen De BoK in gemeenten Boxmeer en Sint Anthonis en De StieR in de gemeente Cuijk uit.
In 2020 verhuist de Nijmeegse vestiging naar het bedrijfsverzamelgebouw Dock North 24 aan de Cargadoorweg.
“De drukkerij en copyshop van toen is uitgegroeid tot een modern bedrijf in het digitale tijdperk. Van Mameren produceert vooral voor bedrijven, zakelijk druk- en printwerk en signproducten. Ook het bedrukken van bedrijfs-, sport en evenementen kleding hoort tot het aanbod.” (Printmatters).
In het pand aan Klein Mariënburg zit in augustus 2021 Salade2go (Google Streetview), welke er nu (oktober 2024) nog steeds zit.
Reliëf Mercurius van Van Woerkom
Relief Mercurius van Van Woerkom boven ingang, Klein Marienburg (oktober 2024)
Het reliëf boven de ingang stelt Mercurius voor. Hij was bij de Romeinen God van de handel. Daarnaast werd een van zijn hoedanigheden boodschapper van de goden. Dit gebeurde nadat de Romeinen in contacten waren gekomen met de Grieken, waarbij de rol van Mercurius was afgeleid van de de oud-Griekse god Hermes.
Vanwege zijn rol als boodschapper van de goden en zijn snelheid, komen zowel Mercurius als Hermes regelmatig voor als naam van een drukkerij of krant. En vandaar dat het reliëf van Mercurius boven de ingang hangt.
In ieder geval zijn de gevleugelde sandalen en helm duidelijk te herkennen, symbolen voor zijn snelheid. Daarnaast wordt Mercurius in zijn rol als boodschapper vaak afgebeeld met een staf (een zogenaamde “caduceus”) waar slangen omheen kronkelen; het is mij niet bekend wat het object rechtsboven in het reliëf verbeeldt (mogelijk is het een geabstraheerde caduceus?) (https://nl.wikipedia.org/wiki/Mercurius_(mythologie))
W.Th. Reynen ontwierp veel sociale huurwoningprojecten voor de Woningvereeniging Nijmegen. Daarnaast komen we hem regelmatig tegen als ontwerper van woon-winkelpanden…
Het gehucht de Tiengeboden ligt in de Ooijpolder, vlak bij de Oude Waal. Het bestaat naast 3 boerderijen uit 10 arbeidershuisjes. Deze omgeving is vernoemd naar deze arbeiderswoningen.
Arbeiderswoningen
1872 Lange Hezelstraat 4/1878 Lange Hezelstraat 6-8
De witgepleisterde woningen zijn gebouwd als 10 arbeidershuisjes, die bestonden uit 2 rijen van elk 5 rug-aan-rug woningen. De eigenaar van de Grote Kat liet deze bouwen voor de werknemers van zijn steenfabriek, tegenwoordig bekend als de “Vlietberg” (Wingens). Vanwege de gelijkenis van de grondtekening van het blok met de 2 stenen tafels, wordt het naar de Bijbelse Tien Geboden genoemd. Elke rij witgepleisterde huizen heeft 1 lang zadeldak.
Wat zijn Rug-aan-rug woningen?
Wat is een rug-aan-rug woning? “Rug-aan-rug-woningen werden vooral in de 19e eeuw gebouwd voor de arbeidersklasse: door de geringe grondoppervlakte, de vele gemeenschappelijke muren, de zeer beperkte voorzieningen en de slechte bouwkundige uitvoering waren deze huisjes goedkoop te bouwen. Door de vele blinde muurvlakken (muren zonder muuropeningen) en de hoge stedelijke dichtheid trad er weinig zonlicht in de kleine rug-aan-rug-woningen en was de natuurlijke ventilatie ronduit slecht; de woningen waren “donker en bedompt”. Meestal was alleen de voorgevel van ramen voorzien.” (JoostdeVree, een interessant artikel over rug-aan-rug woningen).
Steenovenvolk
Steenennatuur vertelt over de arbeiders van de steenfabrieken: “Voor de steenfabrieksarbeiders, ook wel steenovenvolk genoemd, was het hard werken. De arbeidsverhoudingen waren in het begin van de vorige eeuw barbaars. De lonen waren laag en als in de winter niet gewerkt kon worden, dan kregen de arbeiders niet betaald. En wie zijn mond opentrok, kon vertrekken. De bazen hadden bovendien onderling afgesproken dat wanneer ergens een “opstandig element” weggestuurd werd, die bij geen andere oven aan de bak kwam. Omdat de arbeiders vaak in huisjes van de steenfabriek woonden – die staan er nu nog in Erlecom en bij de Tien Geboden, betekende dat ook vaak dat ze met hun gezin uit die woning gezet werden.”
Verbouwing tot 5 woningen
Toen de steenfabrikant in 1927 een nieuwe eigenaar kreeg en vanaf dat moment de Vlietberg heette, zijn de woningen verbouwd. Door de voorgelegen woning samen te voegen met de achtergelegen woning ontstonden 5 woningen. (Muskens). Tegenwoordig zijn het 4 samengevoegde woningen (onder andere bijschrift F25661 RAN, een foto uit 1974-1978).
Sloopplannen en verkoop
De Tien Geboden, 15 april 1970 (Fotopersbureau Gelderland via F21395 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum
Begin jaren 70 staan ze er niet florissant bij; op een foto uit 1971 F73878 RAN zijn de woningen onbewoonbaar verklaard.
Het zijn gemeentelijke monumenten van gemeenten Berg en Dal. Zij vermeldt daarbij bouwjaar 1872 voor nummer 4 en 1878 voor 6-8.
Renovatie en onderscheiding 2009/nominatie 2011-2012
Tiengeboden (oktober 2024)
In 2009 ontvangt de renovatie van de Tiengeboden de Ton Gijsbers-Monumentenprijs. In 2011 wordt een van de woningen gerenoveerd, waarbij de renovatie genomineerd wordt voor een eervolle onderscheiding 2011-2012 van de Stichting tot Behoud van Monument en Landschap in de gemeente Ubbergen: “Ooijse Bandijk 16, gemeentelijk monument sinds 1988 en samen met de andere woningen in De Tiengeboden onderscheiden met de Ton Gijsbers-Monumentenprijs in het jaar 2009 … Ooijse Bandijk 16 heeft twee gekoppelde tuitgevels aan de dijkzijde, met muurankers en gestuukte sierbanden. In 2011 bleek dat de twee tuitgevels in slechte staat verkeerden en dreigden in te storten. Het pleisterwerk moest geheel worden verwijderd teneinde het voegwerk van de gevels te kunnen herstellen. Het voegwerk werd met kalkgebonden mortel uitgevoerd. De toppen, die voorheen voorzien waren van rollagen, werden met zink afgedekt, waarna de gevels eveneens met kalkgebonden mortel herpleisterd werden.
In 2012 zijn voor- en zijgevels geschilderd, vier door houtrot aangetaste ramen vervangen, de rotte uiteinden van het dakbeschot hersteld en de pvc-goten vervangen door zink. Vervolgens werd ook al het houtwerk geschilderd. De jury is zeer te spreken over het bereikte resultaat.”
(Overige) Bronnen en verder lezen
Monument & Landschap in de gemeente Ubbergen, Marc Wingens
Voormalige steenfabriek de Vlietberg (oktober 2024)
De Vlietberg is de naam van een voormalige steenfabriek, waarvan alleen de toren nog overeind staat. In 1873 werd het opgericht als Steenoven de Van Brienenswaard. Vanaf 1927 is het de Vlietberg, feitelijk vernoemd naar een steenfabriek in de buurt van Deventer.
Dit is tevens de naam van het buurtschap, bestaande uit een aantal woningen en woonboten, annex het omliggende natuurgebied geworden (wikipedia).
Steenoven de Van Brienenswaard
De laatste huizen van Nijmegen met op de achtergrond de steenfabriek de Vlietberg en de Waal, 1959 (Jeroen van Lith via D1072 RAN CC0)
Gerrit Hendrik van der Wedden richtte in 1873 de steenoven “De van Brienenswaard” op. Daarbij werd een hoogwatervrije terp aangelegd; de steenoven staat in het gebied dat daarvoor onderdeel uitmaakte van de bekade zomerpolder De Buiten Ooij. Van de Wedden was afkomstig uit Nijmegen en grootgrondbezitter, waarbij hij eigenaar was van boerderij de Grote Kat, welke in de buurt aan de kant van de dijk ligt. Hij liet naast de Grote Kat (oorspronkelijk) 10 arbeiderswoningen bouwen, waaraan dat gehucht haar naam te danken heeft: Tien Geboden.
Mogelijk was Stephanus Burgers daar vanaf het begin bij betrokken of mogelijk een paar jaar later: In PGNC 3/10/1875 wordt de fabriek nog de steenfabriek van “Van der Wedden” genoemd. Op 1 januari 1876 wordt de Firma Van der Wedden & Burgers, gevestigd te Ooy opgericht. Zij heeft als doel het maken en handeldrijven in waalstenen (De Gelderlander 11/1/1882)
Werken op een steenfabriek: steenovenvolk
Het werk op de steenfabriek was zwaar en laagbetaald. Het betrof lange tijd handwerk waarbij de mechanisatie vrij laat inzette en aanvankelijk slechts op een aantal onderdelen. Daarbij betrof het seizoenswerk, waarbij zowel mannen, vrouwen als kinderen op de “fabriek” werkten. Doordat het ongeschoold en laagbetaald werk was en bovendien afhankelijk waren van steun van een gemeente (het betrof seizoenswerk, waarbij fabrikanten zich weinig gelegen lieten aan het lot van de arbeiders buiten het seizoen), keek de burgerij laatdunkend op dit “steenovenvolk” neer.
In ieder geval in grote lijnen zal bovenstaande ook voor deze steenfabriek hebben gegolden. Een mooi (online) boek over steenfabrieken en het werken daarin is te vinden in de Geschiedenis van de techniek in Nederland.
1882: Fels en Burgers
December 1881 kwam Matheus Cornelis Fels in de plaats van Catharinus Alexander van der Wedden. Vanaf dat moment wordt de firma voortgezet als Fels & en Burgers (De Gelderlander 11/1/1882) De fabriek bestond op dat moment uit een vijftal veldovens. (Industriespoor).
Gevonden adressen in Adresboeken
Fels en Burgers
Steenfabriek
Van Brienenswaard 17
1913-1914, 1920
P.H. Burgers
Firma Fels en Burgers, Steenfabriek de “Van Brienenswaard”
1914-1915, 1915-1916 , 1916, 1918
1888: overstroming
De overstromingen van 1919 en 1926 zouden ervoor zorgen dat een deel van de jaarproductie verloren ging, waardoor de fabriek moest worden verkocht. Dat was niet de eerste overstroming. Zo worden in maart 1888 de sluizen van de van Brienenswaard opengezet, zodat deze waard blank komt te staan. “Men kan daar als het ware het water zien wassen. Alle steenfabrieken, zoowel boven als beneden Nijmegen, hebben het werk gestaakt. Een groot aantal arbeiders is daardoor zonder verdienste, waardoor de nooddruft onder die menschen groot is. Het kwelwater richt reeds enorme schade aan.” (PGNC 17/3/1888)
1922: Opvolging
De woning bij de Vlietberg (oktober 2024)
Mogelijk vindt in 1922 de opvolging plaats. In ieder geval wordt op 17-10-1922 de “Naamlooze Vennootschap Steenfabriek “de van Brienenswaard”, voorheen Fels en Burgers” opgericht, met koninklijke goedkeuring op 20-11-1922. Het doel is “Het vervaardigen van en het handeldrijven in steenen, het uitoefenen van het landbouwersbedrijf en alles wat in den meest uitgebreiden zin geacht kan worden met een en ander in verband te staan. Het maatschappelijk kapitaal is 400.000 gulden.”
De directeuren zijn dan:
J.A. Burgers
F. Fels
De commissarissen zijn:
A.B. Burgers
J.J. Fels
P.H. Burgers
Een afbeelding van een aandeel is te vinden op Hugovandermolen.
Hypotheek
Op 8-3-1923 sluiten de directeuren Johannes Antonius Burgers en Frederik Fels als gevolmachtigden van de “Naamlooze Vennootschap Steenfabriek “de van Brienenswaard”, voorheen Fels en Burgers” een hypotheek af 300.000 gulden bij de Weledelgeboren Heer Johann Heinrich Lüps, grondeigenaar wonend op Biljoen te Velp. Dit is tevens interessant, omdat het inzicht geeft van de bezittingen van Fels en Burgers op dat moment.
Het bedrag van de lening is in ieder geval niet opeisbaar vóór 1 juli 1925. Daarna kan een van beide partijen besluiten dat het bedrag dient te worden afgelost, waarvoor dan een termijn van 6 maanden na aanschrijving geldt.
Als onderpand brengen zij in:
De steenfabriek cum annexis te Ooij, met eenige huizen, schuren, ovens, erven, gebouwen, werkplaats, fabriek, stallen, weiland, kolk, moeras, opgaande boomen, dijk, weg, wilgenpas, rijswaard, richtbaan, kribben, dijkhelling, bouwland, water en vaargeul, kadastraal bekend gemeente Ooij, Sectie A nommers 101, 115, 117, 128, 130, 327, 328, 330, 331, 332, 333, 334, 336, 370, 371, 373, 374, 375, 376, 495, 497, 548, 549, 564, 565, 572, 585, 587, 588, 589, 678, 687 en Sectie D nommers 6, 103, 106, 183, 205, 251, 252, 253, 254, 255, 256, 257, 258, 259, 260, 261, 298, 299, 309, 327 en 328, en gemeente Nijmegen Sectie A nommer 63, ter gezamenlijke groote van negenentachtig hectaren, veertien, aren en twintig centiaren, met de aanwezige machines, persen, locomotief, rails, spoorbakken alzoodanige verdere roerende zaken, welke door de wet als onroerend door bestemming kunnen worden beschouwd;
Den eigendom van den ondergrond van het perceel, kadastraal bekend gemeente Ooij, Sectie D nommer 311, groot eene are zesendertig centiaren, waarop recht van opstal heeft de Naamlooze Vennootschap “Steenfabriekn voorheen Firma Robert Janssen” te Angerlo
Het recht van erfpacht tot en met een en dertig December negentienhonderd vier en twintig van de perceelen water, kadastraal bekend gemeente Ooij, Sectie A nommers 590 en 662, samen groot drie en zeventig aren, vijf en twintig centiaren; waarvan bij het kadaster als eigenaar bekend staat: de Staat: Gewone Domeinen “Financien”.
1924 Brand
In februari 1924 breekt er een grote brand in de schuur uit. De 11 paarden en 11 koeien kunnen worden gered. Het woonhuis en kantoor, waar de schuur aan vast zat, bleven behouden. Wel was hier veel waterschade (PGNC 12/2/1924).
1927 Te koop
Aankondiging veiling de Van Brienenswaard (PGNC 5/2/1927 geknipt)
Hierboven werd al beschreven dat in 1924 en 1926 een groot deel van de productie verloren was gegaan.
In februari 1927 staat de aankondiging dat steenfabriek te koop staat. Opvallend daarbij is dat naast notaris De Maret Tak uit Nijmegen, ook R. Reijers uit Velp betrokken is. De hypotheek was immers verstrekt door Lüps, wonend op Biljoen te Velp.
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
1927: Koop door N.V. Steenfabriek “de Vlietberg”
W. Thomassen te Hengelo koopt de fabriek voor f160.000, terwijl het huis en percelen naar andere kopers gaan (PGNC 3/3/1927). Waarschijnlijk verkoopt Thomassen de fabriek vrijwel onmiddellijk door aan N.V. Steenfabrieken “De Vlietberg”, gevestigd te Nijmegen (PGNC 19/3/1927). Vanaf dat moment krijgt de fabriek de naam de Vlietberg en deze is blijven hangen: ook tegenwoordig kennen we de steenfabriek en haar omgeving onder deze naam.
Hoe de Vlietberg aan zijn naam komt: een steenfabriek en boerderij in de buurt van Deventer
Advertentie koop van de Vlietberg (PGNC 19/3/1927)
1919 Oprichting N.V. de Vlietberg
Deze N.V. de Vlietberg was echter al eerder opgericht, in 1919.
De Vlietberg was namelijk een steenfabriek bij Wilp, in de buurt van Deventer. Haar naam had zij te danken aan een boerderij aldaar, erve de Vlietberg (Facebook, met een foto van deze fabriek). De Nijmeegse aannemers Mathijs Konings en Jan Willem Hendrik Thunnissen kopen deze fabriek op 11-4-1919 van Joan Walrave van Houten, “steenfabrikant”, wonende te (Wilp doorgehaald) Deventer (Archiefnr 560, Inventarisnr 54, Aktenr 2279)
Op 3-12-1919 wordt in Nijmegen de “N.V. Steenfabrieken “De Vlietberg” opgericht. De aandeelhouders zijn:
Mathijs Konings, aannemer
Jan Willem Hendrik Thunnissen, aannemer
Rutgerus Theodorus Lem, fabrikant
Allen wonen te Nijmegen en elk verkrijgt 1/3 van de aandelen. Het aandelenkapitaal bedraagt 150.000 gulden. Om deze vol te storten, brengen Konings en Thunnissen hun fabriek de Vlietberg in de gemeente Wilp in. Lem zal binnen 10 jaar zijn aandelen moeten volstorten. (Archiefnr 560, Inventarisnr 70, aktenr 2942). Op 2-11-1920 koopt deze N.V. tevens de steenfabriek ‘Venlona’ bij Venlo (Archiefnr 560, Inventarisnr 95, aktenr 3882).
Haar kantoor is gevestigd op St. Annastraat 260 en haar directeur is R.Th. Lem. De eerstgevonden vermelding van R.Th. Lem op St. Annastraat 260 is al in 1910, wanneer hij “boekhouder” is. Zo komt hij tot en met 1916 voor, behalve in 1913-1914 wanneer hij “koopman” is. Van 1922 tot en met 1934 staat er “steenfabrikant” als beroep.
Rond 1926: Haventje
Restant bij de Vlietberg; het is mij onbekend of het onderdeel van een van de gebouwen van de steenfabriek was of niet (oktober 2024)
Rond 1926 is ook een haventje aangelegd, dat later is uitgebreid. Na de sluiting zijn er woonboten in de haven gekomen en zijn er een aantal huizen bijgebouwd (Gelderse Poort).
1927: Ringoven
Detail Schoorsteen de Vlietberg (oktober 2024)
“In 1927 werd op het terrein een nieuwe ringoven gebouwd, die tot 1974 of 1975 in gebruik is geweest. In dat laatste jaar is de fabriek gesloten en grotendeels afgebroken.” (Industriespoor). Het is mij daarbij niet bekend waarop het woord “nieuwe” slaat: of de oven uit 1927 een vervanging is van de veldovens of dat in de tussentijd de veldovens reeds waren vervangen door een ringoven.
Jaren 30
Katrol aan de woning Vlietberg (oktober 2024)
Waarschijnlijk was de grootste concurrent de Belgische import. Bij een excursie van afdeling Nijmegen Nederlandse Bond Technici: “”Steunt de vaderlandsche industrie” en “gebruik Nederlandsch fabricaat” zijn in onzen dagen veelvuldig voorkomende termen. En dan stelt men zich onwillekeurig de vraag: Kan onze industrie tegen buitenlandsche concurreeren? Zijn haar producten van even goede kwaliteit?? Voor zoover het de steenindustrie betreft hebben wij Zaterdag j.l. weer de overtuiging gekregen, dat zij niet slechts met succes tegen buitenlandsche kan concurreeren, maar deze verre overtreft. Wat zijn b.v. de steenen van maatschappij “de Vlietberg” van superieure kwaliteit in vergelijking met de Belgische steenproducten. En een productie van 12 tot 13 miliioen steenen per jaar bewijst voldoende, dat zij gewild zijn.” (De Gelderlander 30/7/1931)
Begin 1934 is er een (dreigend) arbeidsconflict in Gelderland en Overijssel. De directie van de Vlietberg (en die van de Staatjeswaard bij Beuningen) had een loonsverlaging van 10 procent doorgevoerd. Waarschijnlijk wilden andere fabrikanten volgen. De bemiddelaar Jitta stelt een verlaging van 5 procent voor. (PGNC 2/6/1934)
In de jaren 30 werkten er 120 werknemers, waarbij het (nog steeds) vooral seizoenswerk betrof.
Smalspoor en muurtje
Sjaak Gijsbers reageerde op het artikel:
“Graag hierbij reactie op de resten van de Vlietberg . Het muurtje achter de fabriek bij de Zwarte weg , was een verhoging waar het smalspoor overheen liep van en naar de Ooijse Bandijk en verder. Om de klei aan te voeren . Zo bleef bij het hoge water zo lang mogelijk de aanvoer gewaarborgd. Hoe weet ik dit ?, ik ben er geboren mijn vader Jan Gijsbers was een van de stokers. Ons huis werd afgebroken. Er kwam op die plaats ’n grote droogloods voor de klei stenen. Ons huis nergens op bouwtekeningen te vinden, illegaal ooit gebouwd ? .. Rond 1967 afgebroken toen de firma v Wijk er kwam met z’n puinverwerking. En dat is ook weer geschiedenis. Vriendelijke Groet Sjaak Gijsbers.”
De steenfabriek werd in 1975 buiten gebruik gesteld (bijschrift bij F90713 RAN uit 1982). Een foto van de steenfabriek uit 1970 is te zien op F73900 RAN.
Bij het schrijven van boek Monument & Landschap noemt Wingens dat “tegenwoordig” (waarschijnlijk begin jaren 90) steenhandel Van Wijk-Deko hier gevestigd is. Naast de schoorsteen is alleen de directeurswoning en het koetshuis overgebleven (beiden rond 1900 gebouwd).
Momenteel (oktober 2024) lijkt -in ieder geval vanaf de weg- alleen de directeurswoning nog te bestaan. Helaas is het haventje niet te bezoeken.
In 2006 werden de bedrijven en het terrein aangekocht en gesaneerd om ingericht te worden als natuurgebied. Door haar hoogte wordt het terrein als vluchtheuvel gebruikt, vooral voor de grote grazers, bij het periodieke hoogwater.
Wandelen op de Vlietberg
Boom bij de Vlietberg (oktober 2024)
De Vlietberg wordt vooral gebruikt als een mooie wandelroute. Of bij een rondje door de Stadswaard en dan via de dijk weer terug, daarbij een langer rondje langs de Oude Waal verkrijgend. Of als verbinding tussen de Stadswaard en dan een vervolg op de dijk richting Oortjeshekken of het binnendijkse natuurgebied. En niet te vergeten ’t Roosje van Ooy, een terras met prachtig uitzicht.
Roosje van Ooy (oktober 2024)
Het uitzicht bij ’t Roosje van Ooy (oktober 2024)
(Overige) Bronnen en verder lezen
In december staat het gebouw op de Vlietberg te koop (december 2025)
Monument & Landschap in de gemeente Ubbergen, Marc Wingens
In 1903 verbouwen de Gebr. Haspels van Welderenstraat 132 tot een muziekhandel voor Henri C. Dupont. Het huidige uiterlijk komt nog grotendeels overeen met deze verbouwing.
Voordat de Gebroeders Haspels het pand voor Henri C. Dupont verbouwden, was dit door hen zelf in gebruik. Merk Let op de prachtige versiering van de ingang. Het is mij nog niet bekend door wie en bij welke gelegenheid deze gemaakt is. Aangezien Haspels ook een steenhouwerij was, rijst het vermoeden dat het door hen (of hun vader) is uitgevoerd, hetzij voor hun eigen bedrijf, hetzij voor Dupont (helaas is de eerstgevonden bouwtekening uit 1908).
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
“Nijmeesche Piano- en Muziekhandel.
Op bescheiden voet een vijftal jaren geleden begonnen met zijn bekend magazijn in de Betoustraat, heeft de heer Henri C. Dupont zich weldra zoozeer de sympathie van het Nijmeegsch publiek weten te verwerven, dat uitbreiding van zijn piano- en muziekhandel eene dringende noodzakelijkheid bleek. Na lang zoeken heeft hij zich daarom thans gevestigd in het ruime, fraaie pand in de Van Welderenstraat 132, hetwelk door de gebroeders Haspels tot een magazijn is gemaakt, dat zoowel inwendig als uitwendig aan alle eischen van den tijd voldoet en door zijn fraai, geheel in stijl uitgevoerd schilderwerk een aangenamen, voornamen indruk maakt. Bij de opening, die hedenavond plaats heeft en ter eere waarvan de heer Dupont aan zijne ongetwijfeld talrijke bezoekers gratis een voor deze gelegenheid gecomponeerde Marche burlesque van Johan Wagenaar aanbiedt, zal men zich daarvan kunnen overtuigen. Zeer practisch is het magazijn in twee deelen verdeeld; in het eene is de winkel gevestigd en het andere is tot piano-magazijn ingericht. Naast de bekende Perzina’s, Neumeyers, Ibach’s en een fraaie Bechsteinvleugel staat hier een zeer curieus meubel, n.l. een schrijbureau, dat met geringe moeite tot orgel kan worden gemetamorphoseerd om den muziekliefhebber dus na uren van schrijfarbeid gelegenheid schenkt zich zonder opstaan aan het heerlijk orgelspel over te geven. Naast dit staaltje van Amerikaansche vindingrijkheid, bewonderen wij ten zeerste een massie eikenhouten piano, door den heer Dupont zelf voor eenige jaren vervaardigd, toen hij te Utrecht met den heer Bocage geassocieerd was en welker volle klank wel bewijst, dat de uitstekende roep, dien de heer Dupont hier in Nijmegen als reparateur van piano’s bezit, meer dan verdiend is. Op de Amsterdamsche tentoonstelling van 1895 mocht deze firma dan ook na scherpe concurrentie den prijs verwerven. En om aan een telkenmale gebleken behoefte te voldoen, heeft hij zich daarnevens in connectie gesteld met den heer van der Meer, den bekenden vioolmaker te Amsterdam, zoodat men ook op dit gebied in “de muziekhandel” een betrouwbaar adres vindt; de heer van der Meer toch, wiens violen door het Boheemsche strijkquartet, dat gewoon is stradivarisssen te gebruiken, zeer werden geprezen en die van professor Joachim een opdracht van strijkstokken kreeg, heeft een te bekenden naam op dit gebied, dat wij hierop nog nader behoeven in te gaan. In de etalage toonde de heer Dupont ons een door hem vervaardigd bovenblad van een viool, waarvan het hout was van een balk van een Amsterdamsche brug van 200 jaar geleden, terwijl daarnevens de andere onderdeelen en een strijkstok in zijn verschillende stadia lag uitgestald. In het magazijn is natuurlijk alles in de meest uitgezochte collecties voorradig; oude en nieuwe violen van de duurste tot goedkoopste soorten, cello’s, mandoline’s, muziekpartituren en wat daar verder betrekking op heeft, terwijl de heer Dupont daaraan heeft toegevoegd een handel van fraaie fantasieplaten en zijn bekende sorteering Ansichtkaarten met de meest moderne en artistieke soorten heeft aangevuld. Voegen wij hier nog aan toe, dat de heer Dupont alles niet alleen rechtstreeks uit het binnenland, maar door verbinding met eene bekende Leipziger firma ook uit het buitenland betrekt, dan gelooven wij er niet aan behoeven te twijfelen of hij zal zich in zijn nieuw magazijn nog in meerdere sympathie mogen verheugen dan dit reeds het geval was.” (PGNC 4/2/1903)
In 1908 ontwerpen de Gebr. Haspels ook de aanleg van de riolering.
In 1936 worden 2 scheidingswanden weggebroken en een opening dichtgemetseld.
1955 Verbouwing
In 1995 vindt er een verbouwing plaats voor de Firma Hees & Co. te Delft. Daarbij wordt het bovenste gedeelte van de gevel op de begane grond een recht stuk in plaats van krommingen.
“Bestaande toestand” bij verbouwing Van Welderenstraat 132 voor rek van de Firma Hees & Co. te Delft, datum tekening 4-2-1955 (D12.423875 RAN)
“Nieuwe toestand” bij verbouwing Van Welderenstraat 132 voor rek van de Firma Hees & Co. te Delft, datum tekening 4-2-1955 (D12.423875 RAN)
Vervolg
De Bloemenwinkel van Martin, juni 1989 (Ber van Haren via KN14641-18 RAN CC0 Auteursrechthouder Gemeente Nijmegen)
Er is nog niet onderzocht wat het vervolg is geweest.
H.C. Dupont, piano- en muziekhandel komt nog voor in het Adresboek van 1936.
In 1938 staat W. Blanken, pianohandelaar op dit adres. Hij komt in ieder geval nog voor in het Adresboek van 1951.
In 1955 staat C.R.J. van de Graaf, pionreparateur op dit adres.
En in 1963 J.C. Muller, “filiaalchef”. Het tot nu toe laatst gevonden Adresboek is 1966, wanneer Hees & Co., Piano- en Orgelhandel op van Welderenstraat 132 zit.
In 1997 wordt een dakkapel op het achterdakschild gebouwd.
De Lutherse Kerk, oorspronkelijk gebouwd als evangelisatiegebouw ; rechts woningen aan de Jacob Canisstraat op de hoek met de Daalseweg, RAN dateert deze foto op 1890-1900, mogelijk van latere datum (F5501 RAN)
In 1898 bouwt architect Semmelink een evangelisatiegebouw en bewaarschool aan de Prins Hendrikstraat. In 1924 wordt het verbouwd tot Lutherse kerk, waarbij het in 1929 een toren krijgt.Bijzonder zijn het orgel uit de 18e eeuw en de kansel uit 1671.
1898 Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning
Ontwerp voor het bouwen van een Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning op een terrein aan de Jacob Canisstraat hoek Renbaan te Nijmegen, architect D. Semmelink, datum zegel op bouwtekening 31-8-1896 (D12.377690)
Ontwerp voor het bouwen van een Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning op een terrein aan de Jacob Canisstraat hoek Renbaan te Nijmegen, architect D. Semmelink,
datum zegel op bouwtekening 31-8-1896 (D12.377690)
In 1896 ontwerpt Dirk Semmelink een Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning ontwerpen. Het gebouw bestaat uit een galerij/vestibule aan de voorkant met aan beide zijden portalen. Daarachter – het brede gedeelte- bevindt zich de eigenlijke vergaderzaal met een groot podium. Daarachter weer een aanbouw, met rechts van het podium een “wachtkamer voor den spreker”. Deze wachtkamer is bereikbaar via een “entree”, de zij-ingang zoals die tegenwoordig ook nog te zien is. Rechts van de entree is een spreekkamer. Dan is er een corridor en vervolgens 2 schoollokalen.
“Alhier is opgericht eene vereeniging, genaamd Daalscheweg, welke ten doel heeft de bevordering van alle godsdienstige, zedelijke en maatschappelijke belangen door evangelisatie, het houden van voordrachten, het oprichten en instandhouden van scholen en het verstrekken van goede woningen aan zwakken en bejaarden.
Haar werkkring bepaalt zich in het bijzonder tot de omgeving van den Daalschenweg, waar tal van arbeidersgezinnen gehuisvest zijn en de vereeniging een flink gebouw heeft ingericht tot bewaarschool en voor het houden van godsdienstoefeningen. Het bestuur bestaat uit de heeren A. Pijnacker Hordijk, E.A.G. van Hoogenhuyze, predikanten, dr. J. Haspels, allen wonende te Nijmegen, dr. D.P. Chantepie de la Saussaye, hoogleeraar te Amsterdam, en jhr. mr. C.C.G. de Pesters, te Groesbeek.” (De Gelderlander 1/2/1898)
RAN dateert de foto bovenaan op 1890-1900. Mogelijk is deze van wat latere datum, aangezien er een links een aanbouw lijkt te staan, die pas vanaf 1904 (zie hieronder) is gebouwd. Mogelijk betreft het echter een ander gebouw, dat inmiddels was gesloopt.
1904 Uitbreiding Bewaarschool
Plan tot verbouwing v/d Bewaarschool a/d Daalscheweg, datum dossier 31-5-1904 (D12.378759)
Plan tot verbouwing v/d Bewaarschool a/d Daalscheweg, datum dossier 31-5-1904 (D12.378759)
In 1904 (afgaande op de bouwtekening) wordt de Bewaarschool vergroot met een aanbouw aan de linkerzijde.
Deze bestaat uit een een schoollokaal en een niet gespeficieerd lokaal. Daarnaast krijgt het een spreekkamer, een privaat en gang en twee waranda’s.
De architect is onleesbaar.
In 1909 wordt een nog een urinoir aan de school bijgebouwd; in 1909 en 1912 vindt aanleg van de riolering plaats (Bouwdossier). Vóór de verbouwing van 1924 is het lokaal zonder opschrift in gebruik als speelzaal, evenals het “nieuw schoollokaal”. De “spreekkamer” is een “lokaal” geworden. De linker waranda is een overdekte speelplaats; de rechter waranda lijkt dan te ontbreken.
1924 Verbouwing tot Lutherse kerk
Evangelisch lutherse kerk; de kerk werd gebouwd zonder toren maar ter gelegenheid van het 5 jarig bestaan van het gebouw werd de dakruiter verwijderd en een toren toegevoegd, foto gedateerd 1924-1228 (F18507 RAN)
Aanleiding: wens vergroting
In 1924 gaat het gebouw, na een verbouwing, over naar de Evangelisch Lutherse Gemeente. Zij had daarvoor vanaf 1670 in de kerk van het Sint Nicolaas Gasthuis in de Grotestraat gezeten. In de loop der tijd was de kerk een aantal malen vergroot, de laatste keer in 1911. Vanwege het groeiend aantal leden van de Lutherse kerk was zij op zoek gegaan naar een nieuw gebouw. Dat vond zij in het evangelisatielokaal. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/2/1990). Voor deze nieuwe kerkbouw was sinds 1914 een Kerkbouwfonds opgericht (PGNC 30/9/1939).
Hoewel nog niet verder onderzocht, lijkt de aanleiding voor deze nieuwbouw van het nieuwe evangelisatiegebouw te zijn dat de Hervormde Kerk niet langer evangelisatie-bijeenkomsten in de “Harmonie” kon geven. In 1923 was besloten dat er een nieuw evangelisatie-gebouw moest komen, waarvan de nieuwbouw aan de Bijleveldsingel in 1924 gereed kwam (PGNC 6/3/1924). Daarbij is tevens besloten om het evangelisatiegebouw aan de Prins Hendrikstraat af te stoten/te verkopen aan de Lutherse Kerk.
De verbouwing
De bouwtekening geeft verbouwing tot de Lutherse Kerk weer.
De vergaderzaal is verbouwd tot Kerkzaal. Het gedeelte van onder andere het podium, de spreekkamer en de open plaats is verbouwd tot 1 groot Doophuis. De oorspronkelijke spreekkamer is nu “Kerkkamer” geworden.
De linkerzijde wordt wat verbouwd door de verplaatsing van de privaten, de bergplaats, waar daarvóór de open speelplaats komt.
De inwijding van de Lutherse Kerk
Bij de inwijding schrijft het PGNC eerst over de afgelopen 25 jaar, om vervolgens de overgang naar de Lutherse kerk te beschrijven: “…meer dan 25 jaren was het gebouw een door velen gewaardeerd evangelisatielokaal, waarin de heer Douma al dien tijd, naar men ons verzekerde “met trouw” arbeidde. Behoorende tot de bezittingen der “Vereeniging Daalsche weg” – in 1898 door Jonkvrouwe J.M. de Pesters gesticht- werd, door de totstandkoming der groote kerkzaal aan den Bijleveldsingel deze evangelisatiepost opgeheven en hebben de omstandigheden er toe geleid, dat dit gedeelte der eigendommen van voornoemde Vereeniging op geschikte wijze kon overgaan aan de Luthersche gemeente alhier.
En nu is het evangelisatie-lokaal van eertijds, geworden het kerkgebouw van thans, onder de bekwame leiding van den heer H. Rauch, die uit piëteit voor de zaak, welke het gold, met ongemeene, belangelooze toewijding als architect is opgetreden, en een harmonisch interieur tot stand gebracht, dat zoowel het godsdienstig gevoel als den schoonheidszin bevredigt. Het is een gelukkige vereeniging van wat was en van wat kwam, een geheel, practisch ingericht en van een stemmenden, waardigen vorm.
“Een vaste burcht is onze God” boven hoofdingang Lutherse kerk (oktober 2024)
De beginregel van het Lutherlied, aan het oude Kerkgebouw in de Duitsche taal rond den ingangsboog indertijd aangebracht, prijkt ook hier weer in hardsteen, maar thans in het Nederlandsch boven den hoofdtoegang. In het portaal zelf vindt men terug den Duitschen tekst uit de oude Kerk overgebracht: “Selig sind, die Gottes Wort hören und bewahren” en den gedenksteen met oorkonde tot herinnering aan de herstelling der oude Kerk in 1877; een tweede gedenksteen herinnert aan de ingebruikneming der nieuwe Kerk op 28 September 1924.
Door de verbouwing kreeg het oude evangelisatielokaal meer den klassieken basiliekvorm, waardoor evenals door het aanbrengen van twee zij-galerijen, aan plaatsruimte aanzienlijk gewonnen werd, zoodat thans ongeveer 300 zitplaatsen beschikbaar zijn.
Boven het ingangsportaal bevindt zich het orgel uit de oude kerk van het jaar 1727, in- en uitwendig keurig gerestaureerd en aan den muur daartegenover de Kansel reeds sedert 1671 blijkens een daarop staand jaartal in kunstig kunstsmeewerk bij de gemeente in gebruik. Vóór den Kansel staat de altaartafel, waarop een verlaten wit marmeren kruis en twee kandelaars; links en rechts van de altaar- verhooging bevinden zich de kerkeraadsbanken en aan de rechterzijde de toegang tot de consistoriekamer.
Het licht valt ruimschoots binnen, door de vensters, die er waren of zijn aangebracht, en waarvan er een in gekleurd glas het Luther-wapen vertoont en een ander het zegel der Luthersche gemeente van Nijmegen.
In de beide nissen ter weerszijden van den boog, die altaar-ruimte en schip der kerk scheidt,- den triomfboog der oude basilieken- hebben de beide gedenkborden aan het Lutherfeest van 1883 een plaats gevonden. Op de vóórzijde van genoemden boog is in harmonische kleuren een symbolische versiering van olijftakken en bladeren aangebracht, terwijl boven den preekstoel korenranken en wijntrossen en de schelp en de duif de beide Sacramenten der Protestantsche Christenheid symboliseerden en waarop het Bijbelwoord prijkt: “Ik ben met ulieden al de dagen”.
Het geheel maakt een rustigen, voornamen indruk en doet den bouwmeesters alle eer aan, en niet minder den artistieken adviseur, den heer van Vucht Tijssen, kunstschilder te Neerbosch, die de symbolische versieringen ontwierp en de stemmige kleuren-combinatie van het geheele interieur aangaf.
Tenslotte vermelden wij nog, dat de verbouwing is uitgevoerd door de N.V. Bouwbedrijf “Uniter” te Oosterbeek. Het schilderwerk is verricht door de firma W.C. Hofman en Zoon, de electrische installatie is geschied door den heer Dirksen.” (PGNC 29/9/1924, welke vervolgens de inwijdingsplechtigheid beschrijft)
Hermanus Rauch
De architect van de verbouwing was Hermanus Rauch (24-11-1876 Amsterdam), die zelf eveneens tot de Lutherse kerk behoorde. Daarnaast was hij, nadat hij daarvoor hoofdopzichter was geweest, directeur van Bouw- en Woningtoezicht (en tevens hoofd brandweer). Ook woonde hij vlak tegenover de kerk: op Prins Hendrikstraat 4.
Bron: Bevolkingsregister 1910, Adresboeken 1920, 1924 en 1926)
Verwijzingen
In het bovenstaande krantenartikel staan een aantal verwijzingen naar opschriften. Wat zijn daarvan de oorspronkelijke bronnen?
“Een vaste burcht is onze God”: Beginregel van het Lutherlied, gebaseerd op Psalm 46 (Zie verder Eclesia via digibron voor een verdere uitleg/overdenking)
“Selig sind, die Gottes Wort hören und bewahren”: Lucas 11: 28
Het artikel spreekt over een orgel uit 1727. In 1726 (waarover de meeste gevonden artikelen spreken/ 1727 maakt Matthijs van Deventer een klein orgel voor de Lutherse kerk aan de Grotestraat, welke dan het vroegst bekende werk van hem zou zijn.
Rond 1756/1758 vindt een vergroting van de kerk aan Grotestraat plaats. Hiervoor maakt Matthijs van Deventer een groter orgel voor op de 2e galerij. Het is daarbij onduidelijk of hij (onderdelen) van het oude orgel al dan niet heeft hergebruikt (zie orgelnieuws en orgelsite, tevens belangrijke bronnen van deze paragraaf).
In 1781 vindt een groot herstel plaats door A.F.G. Heyneman. Hij vernieuwt daarbij het pijp- en regeerwerk en hij plaatst nieuwe tinnen frontpijpen. Heyneman behoorde zelf ook tot de Lutherse kerk. In de loop der jaren vinden nog andere vernieuwingen plaats.
Bij de verhuizing van de Lutherse kerk naar de Prins Hendrikstraat, verhuist het oorlog mee. In 1940 vindt een grote verbouwing plaats door G. van Leeuwen, door er onder andere een twee klaviers-orgel van te maken.
In 1997 stelde Hans van Nieuwkoop een restauratieplan op, waarin de situatie van 1781 zoveel mogelijk zou worden hersteld. Uiteindelijk was in 2008 de financiering rond, zodat Henk van Eeken de restauratie kon uitvoeren. De kerk is vanwege het orgel een Rijksmonument.
Kansel
Ook de kansel uit 1671 wordt in 1924 overgeplaatst. Deze is nog steeds in de kerk aanwezig. Ook de kansel is een Rijksmonument.
1929: Toren en klok
Gezien vanuit de Waldeck Pyrmontsingel in de richting van de Berg en Dalseweg ; links een gedeelte van de Lutherse Kerk op de hoek met de Prins Hendrikstraat (links), 1930 (F21616 RAN)
In 1929 krijgt de kerk bij haar 5-jarig bestaan een toren, waarin de uit 1623 gegoten klok wordt gehangen:
“Ter gelegenheid van het 5-jarig bestaan der nieuwe Luthersche kerk aan de Prins Hendrikstraat, hoek Jacob Canisstraat, zal morgen, Zondag 29 September, de nieuw gebouwde toren worden ingewijd en de daarin gehangen klok worden geluid. Deze klok is uit den jaren 1623 en gegoten door een der beroemde Akensche klokkengieters Peter van Trier. In de oude Luthersche kerk in de Grootestraat vervulde zij 2½ eeuw de bescheiden rol om met het uurwerk in den gevel den tijd aan de bewoners der Grootestraat en omgeving te melden; luiden mocht ze niet – dat was den Lutherschen door de Gereformeerden verboden. Op ’t eind der 19e eeuw, toen de verhoudingen anders waren geworden, maakte de laatste der Duitsche predikanten, Pastor Garschagen, er een luidklok van- wat ze 30 jaren bleef; daarna zweeg ze 20 jaren. Thans zal ze zich opnieuw doen hooren in den toren der nieuwe kerk.
De toren-inwijding van de Lutherse Kerk, 1929 (F71194 RAN)
Buiten den toren is voor deze feestelijke plechtigheid de Protestantische Kerkelijke vlag uitgehangen, de eerste in ons Nederland- in Duitschland reeds bekend-, uitdrukkende de éénheidsgedachte van het Prostetantisme: een licht lila kruis op witten grond, geschenk van een aantal jonge leden. Ds. Scharten hoopt, na vele weken van ongesteldheid, de godsdienstoefening, die om 10 uur aanvangt, weer te leiden.” (PGNC 28/9/1929)
Er is nog niet uitvoerig onderzocht wat het vervolg is geweest.
Oorlog
Tijdens het bombardement op 22 februari 1944 zijn ongeveer 40 lutheranen omgekomen. Bij de gevechten rond Market Garden werd de kerk getroffen door een granaat. Hierdoor werden de ramen van de kerk vernieuwd, kwam er een gat in de westmuur en veroorzaakte een groot gat in het dak.
De Evangelisch-Lutherse Gemeente Haarlem schonk nieuwe, de huidige, ramen in kader van de actie Nederlandsch Volksherstel. In deze ramen zijn de Lutherroos, het zegel van de Evangelisch-Lutherse Gemeente Nijmegen en het wapen van Haarlem te zien. In de oorlog zijn de luidklokken gevorderd. Na de oorlog kreeg de kerk een nieuwe klok als schenking van Noorse lutheranen.
Sinds 2004 zijn in Nederland de Nederlands Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden samengegaan in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Ook de Waalse Kerk behoort daartoe. (wikipedia)
In 2021 heeft de kerk vanwege financiële problemen “5 jaar geleden” aansluiting gezocht bij de Evangelisch Lutherse Gemeente Zuid-Nederland. Zij kent naast Nijmegen de kerkgemeenschappen Heerlen, Heusden en Eindhoven met in totaal 550 leden. In 2021 kent de “kern” Nijmegen 165 leden.
In 2021 heeft de Evangelisch Lutherse Gemeente het plan om de kerk in Nijmegen te verkopen. Daarvoor is een geïnteresseerde koper, Eric van Bronswijk, gevonden. Een aantal leden wil de kerk zelf kopen en heeft daarvoor de Stichting Lutherse Kerk Nijmegen opgericht. Daarvoor is dat dat moment reeds een ton bij elkaar gebracht en zijn ze van een hypotheek verzekerd. Ook is er een exploitatieplan aangebracht. En, in stijl, timmert de stichting haar bezwaren op de deur van de Lutherse Kerk. Van Bronswijk zou een ton meer hebben geboden. Hij wil de kerk opknappen en verhuren, waarbij de Lutherse Kerk nog 10 jaar van de kerk gebruik mag maken voor haar zondagsdiensten. (De Gelderlander 21-5-2021, Trouw 21-5-2021 en Trouw 31-5=2021)
De verkoop is waarschijnlijk afgeketst: in mei 2023 heeft de Evangelisch Lutherse Gemeente Zuid-Nederland nog steeds het voornemen om de kerk te verkopen.
Op 28 september 2024 bestond de kerk aan de Prins Hendrikstraat 100 jaar.
Groesbeeksedwarsweg 217, oorspronkelijk bakkerij A. van Merwijk (september 2024)
In mei 1936 opent A. van Merwijk zijn bakkerszaak aan de Groesbeeksedwarsweg op de hoek met de Bachstraat. De architecten zijn Meerman en van der Pijll. Daarbij valt vooral de ingang met de lamp op, welke onderdeel was van hun ontwerp.
Vooraf
In september 1935 keurt de gemeente de verkoop van een “perceel bouwterrein gelegen aan den Groesbeekschedwarsweg, kadastraal bekend gemeente Hatert, Sectie H, no. 891 (ged.) groot ongeveer 485 c.A.” aan A. van Merwijk goed. De prijs is f 10.50 per c.A. (De Gelderlander 18/9/1935)
Zoals het PCNC bij de opening in 1936 aangeeft, is het dan de derde verhuizing in korte tijd:
In april 1929 opent van Merwijk zijn winkel op Tooropstraat 79, hoek Mesdagstraat. Daarbij krijgt hij in augustus 1932 een hinderwetvergunning voor uitbreiding
In januari 1933 opent hij op de Burghardt v.d. Berghstraat 28, waar daarvoor tevens een bakkerij was gevestigd (PGNC 20/1/1933)
De bakkerij van Merwijk
Bouw van een winkelhuis met bakkerij en twee bovenwoningen aan de Groesbeekschedwarsweg hoek geprojecteerde straat te Nijmegen, voor den weled. Heer A. van Merwijk, Burgh. v.d. Berghstraat 28, Achitectenbureau B.J. Meerman J. van der Pijll, datum bij tekening 19-8-1935 (D12.401193)
Op de hoek bevindt zich een winkel, met de ingang schuin geplaatst. Aan beide kanten bevindt zich een grote raam/etalage over de volle breedte van de winkel (zie ook de foto hieronder(. Aan de kant van de Bachstraat zijn naast de winkel 2 opgangen naar de bovenwoningen. Daarnaast bevinden zich 3 slaapkamers van de benedenwoning. Achter de winkel en de opgangen bevindt zich de keuken en de hal. En daarachter 2 kamers.
Achter en naast de slaapkamers bevindt zich de feitelijke bakkerij (dit is het lage gedeelte). Naast de slaapkamer is de ruimte voor wagens. En vervolgens de grote ruimte van de bakkerij zelf. Een foto uit 1939 is te vinden als brievenhoofd op 1220 RAN.
Hoek Groesbeeksedwarsweg Bachstraat, augustus 2023 (Google Streetview)
Bij de opening
Het PGNC schrijft bij de opening van bakkerij in mei 1936:
“Opening Nieuwe Bakkerij.
Het is thans voor de derde maal, dat de heer Antoon van Merwijk zijn bakkersbedrijf heeft moeten verplaatsen in verband met de gestadigen groei van zijn omzet, hetgeen een gevolg is van zijn goede vakmanschap op brood- en banketbakkersgebied. Bakker van Merwijk weet zijn bedrijf aan te passen aan de eischen van hygiëne en bereiding.
Groesbeeksedwarsweg 217, gebouwd als bakkerij A. van Merwijk, architecten Meerman en van der Pijll, 1935 (september 2024)
De heeren B.J. Meerman en J. v.d. Pijll, architecten N.I.V.A., Driehuizerweg 80, hebben een voor zijn bedrijf doelmatig complex ontworpen aan den Groesbeekschedwarsweg 217 hoek Bachstraat, welk bouwwerk dezer dagen door de aannemersfirma J.D. Dekkers, Tooropstraat 212, gereed werd opgeleverd en morgen, Zaterdag, in bedrijf zal worden gesteld. Dat de architectuur in onzen tijd nog niet geheel aan vervlakking lijdt bewijst hier de geestige zandsteenen winkelingang, waarbij de sierlijke gesmeed-ijzeren hoeklantaarn onze gedachten terug brengt naar den van het bakkersgilde. Een architectuuropvatting, welke zeer geslaagd is.
In de verschillende werkruimten zijn de nieuwste machines opgesteld en voorts een dubbele heetwater- en schuimoven volgens geheel nieuw systeem van de fa. v.d. Kamp uit Ravenstein. Een juweel van een winkelinventaris leverde de fa. Tiethof en Co. uit Amsterdam. Het keurige verfwerk werd verzorgd door den heer Reuters, Gelderschelaan terwijl de heer Wijking de electrische installatie en de fa. Peters de natuursteenwerken hebben geleverd.
Het geheel is een aanwinst voor dit nieuwe stadgedeelte en het zal den heer van Merwijk ook hier niet aan succes ontbreken.” (PGNC 29/5/1936)
Vervolg
Groesbeeksedwarsweg 217 (september 2024)
Er is nog niet uitvoerig onderzocht wat het vervolg is geweest. In ieder geval komt bakkerij van Merwijk nog voor in juli 1947 (De Gelderlander 12/7/1947) en komt hij voor in het Adresboek 1948.
In het Adresboek 1955 komt J.Th.S. Lutjenshuis, brood- en banketbakker op dit adres voor.
Bij de aankondiging van hun trouwen is het toekomstig adres van Jan Nieuwenhuis en Door van Raaij de Groesbeeksedwarsweg 217 (De Gelderlander 12/10/1955). In het Adresboek 1966 en 1968 komt J.A. Nieuwenhuis voor als brood- en banketbakker. Een foto uit 1976 wanneer het de bakkerij en winkel van Jan Nieuwenhuis is, is te vinden op F14872 RAN.