Het pand met de 2 pilaren in het midden is dat van Jacobs: Winkelpanden aan de noordzijde met v.l.n.r. Lunchroom annex Banketbakkerij Pleinzicht (van W.H.P.A. Cornelissen, nr. 135), Sigarenmagazijn H.W.R. Brans (nr. 136), Juwelier en Horloger A.J. Janssen (nr. 137), P. Jacobs Textiel en Tricotage (nr. 140), Cafetaria Centrum Expresse (van Albert en Piet Cloosterman, nr. 141), Schoenmagazijn A.J. Holland (nr. 143), Foto A.M. Verweij (nr. 145) en Parfumerie en Bijouterie J.E. Albers (nr. 146), 1952 (Foto Grijpink via F31841 RAN)
Architect G.B. Treur ontwerpt de nieuwbouw voor de modezaak Jacobs. Daarbij is het (een van de) laatste gebouwen op de noordflank van Plein 1944. De zaak van Jacobs was tweemaal verloren gegaan in de oorlog. November 2023 zit Jacobs Mode nog steeds in het pand Plein 1944.
Bij de opening in november 1952 schrijft de Gelderlander:
“Aan de Houtstraatkant van het Centrumplein heeft de wethouder Duives vanmiddag de manufacturenzaak van de heer P. Jacobs geopend. Daarmee is voor de heer Jacobs een einde gekomen aan de jaren, waarin zijn bedrijf zich niet ontplooien kon. In Februauri ’44 vernielden bommen het pand in de Houtstraat, precies tegenover de plaats waar de nieuwe zaak nu staat. Bij Huting in de Van Welderenstraat werd een tijdelijk onderkomen gevonden en daarna een meer blijvend tehuis in het pandje aan de Korte Burchtstraat. In September ’44 vernielde het vuur de zaak opnieuw. Wie denken zou dat de energie van de heer Jacobs toen lamgeslagen was, vergist zich.
Plan tot herbouw van een winkel met 2 bovenwoningen a/h Plein 1944 te Nijmegen v/d heer P.E. Jacobs, G.B. Treur, datum tekening 29-12-1950 (D12.412427)
Anderhalf jaar later werd een noodwinkel op het Kelfkensbos betrokken en na zes en een half jaar noodwinkelen is nu het nieuwe pand, van 2000m3 gereed gekomen. Architect G.B. Treur heeft er iets bijonders van gemaakt dank zij de medewerking van aannemersbedrijf Verstegen en Zoon uit Montfoort. De winkelbetimmering werd door de eigenaar zelf ontworpen in samenwerking met de uitvoerders de firma Van Besselaar en Zonen uit Haps. Een fraaie, ruime winkel is het resultaat. Alle artikelen zijn overzichtelijk in vakken langs de wanden geplaatst terwijl toonbank- en wand-vitrines de aandacht op bepaalde artikelen vestigen. In het midden is ruimte gevonden voor het uitgebreide tricotvak, waarin een keurcollectie mantelpakken etc. Achter de winkel, Het Centrumplein is een flink magazijn. Een lift vergemakkelijkt het transporteren van goederen uit de kelders naar de winkel. Het Centrumplein is een mooi pand rijker en daarmee nadert de zuidgevel van het plein zoetjesaan de voltooing. Het ga de energieke heer Jacobs goed.” (De Gelderlander 20/11/1952)
Jacobs Mode is november 2023 nog steeds gevestigd op Plein 1944.
Van Welderenstraat 90 in augustus 2023 (Google Streetview). Het voorfront is nauwelijks veranderd na de verbouwing door architect Langhout in 1926.
In 1926 laat P.G. Lucassen zijn pand aan de van Welderenstraat 90 verbouwen naar ontwerp van architect Langhout. Sindsdien is de voorgevel nauwelijks veranderd.
Vooraf
Aanvankelijk maakt van Welderenstraat 90 en Walstraat No. 123-125 onderdeel uit van hetzelfde perceel (Sectie B. No. 1119) (D12.381879). In 1910 laat H.M. Hendriks riolering aanleggen. Wel lijkt dan al sprake te zijn van 2 gebouwen: elk heeft een keuken met een tuin als scheiding. Het is niet onderzocht wanneer deze woningen zijn gebouwd.
In mei 1920 verhuist P.G. Lucassen van de 1e Waltstraat 47 naar de van Welderenstraat 90 (PGNC 3/5/1920).
Advertentie verhuizing Lucassen naar van Welderenstraat 90 (PGNC 3/5/1920)
In 1924 laat P.G. Lucassen de 2e Walstraat 123 (Sectie B 118) verbouwen (D12.389054), waarbij afgaande op de bouwtekening dit perceel kadastraal een ander perceel is geworden dan van Welderenstraat 90. Het is op dit niet verder onderzocht of P.G. Lucassen vanuit het pand 2e Walstraat werkte of reeds in het pand van Welderenstraat 90, welke hij in 1926 laat verbouwen, zie hieronder.
Verbouwing van Welderenstraat 90
Verbouwing Lucassen door architect Langhout: Plan voor eenige verbouwing aan het Perceel van Welderenstraat No. 90 (D12.391197)
P.G. Lucassen laat in 1926 zijn winkel verbouwen naar ontwerp van architect P. Langhout. Uitwendig betreft het de verbouwing van de begane grond. De opgang is bij de winkel getrokken. Daarbij zijn de ruiten doorgetrokken. Zowel aan de linkerzijde -bij de ingang- en de rechterzijde krijgt de begane grond een insteekje. Daardoor ontstaat een grote etalage in het midden en rechts nog een kleinere zij-etalage.
Boven de deur en de etalage komt een rij van kleinere ruiten en daarboven een lege ruimte waarop het opschrift “P.G. Lucassen Gas, Water, Sanitair” is geplaatst.
In het PGNC verschijnt het volgende artikel:
“Nieuwe zaken.
De heer P.G. Lucassen, die tot heden aan de v. Welderenstraat 90 zijn bedrijf in een gesloten huis uitoefende, opent heden aldaar een naar de laatste eischen des tijds ingericht magazijn van verlichtingsartikelen en sanitaire installaties.
Een keurige winkel is daar verrezen, waar prachtige staaltjes van sanitair werk den bezoekers worden getoond, terwijl een rijke keuze aan lampen in voorraad wordt gehouden.
Behalve den aanleg van gas, water en elektriciteit, het leveren van mastiek dakbedekking, is de firma speciaal ingericht voor het leveren van bierpompinstallaties.
Onder leiding van den architect, den heer P. Langhout, geschiedt de verbouwing door den aannemer den heer Liskamp, het stucadoorwerk door den heer Lauran, het granietwerk door den heer d’Agnolo, de bekleeding van het interieur door den heer Draper-v.d. Broek, terwijl de koperen letters op den gevel een proeve van bekwaamheid is van den heer Lucassen zelf.” (De Gelderlander 11/9/1926)
Vervolg
In ieder geval zit er in 1971 nog een Lucassen in van Welderenstraat 90 (Adresboek 1971).
Afgaande op bouwtekening van verbouwing zit in 1981 Café de Spiegel in dit pand en in 1995 café de Gouden Engel.
De voorkant lijkt in de loop der jaren vrijwel onveranderd. Wel is de inscriptie verdwenen. Momenteel zit hier Bar Socio.
Sint Jansschool architect A. v.d. Boogaard uit 1921, foto: 1950 (Verweij via F17442 RAN CC BY SA)
Op 7-9-1920 besteedt architect A. v.d. Boogaard “Het bouwen eener zevenklassige school met lokaal voor vrije- en ordeoefeningen” aan in opdracht van het Bestuur der Vereeniging tot Stichting en Instandhouding eener R.-K. Bijz. Jongensschool te St. Anna (Nijmegen).
J.L. van Mulukom, pastoor van de Groenestraatkerk, legt op 5 november 1920 de eerste steen. Op 6 mei 1921 vindt de inzegening plaats. Het krantenartikel is hieronder weergegeven.
In zijn toespraak onderstreept van Mulukom het belang van het Katholiek onderwijs. De Propagandaclub “St. Antonius” had in maart 1920 nog een “ernstige waarschuwing” in de Gelderlander (25/3/1920) laten plaatsen: de Sociaal-Democraten verzamelen handtekeningen voor de totstandkoming van een openbare school. “Daar binnen korten tijd zal worden overgegaan tot het bouwen van een Roomsche school in genoemde parochie, bestaat er niet de minste reden op die lijst Uw handteekening te plaatsen”.
F.H. Dekkers, de eerste hoofdonderwijzer
F.H. Dekkers was het eerste hoofd van de school. Hij was zijn loopbaan begonnen in St. Antonius en Boxmeer. Daarna werd hij aangesteld aan de openbare school aan de Verlengde Groenestraat, toen nog in “Hatert” (De Gelderlander 1/6/1934). In 1921 werd hij aangesteld als hoofd van de St. Jansschool. Van Mulukom refereert in zijn toespraak bij de inzegening dat Dekkers nog geen ervaring had met een Bijzondere school. In 1933 werd Dekkers hoofd van de St. Antoniusschool aan de Verlengde Groenestraat .
De St. Antoniusschool was daarbij overgegaan van een Openbare naar een Bijzondere, R.K.- school. Zowel de St. Jansschool als de de St. Antonius vielen onder het Bestuur der Vereeniging tot Stichting en Instandhouding eener R.K. Jongensschool. F. Puts is zijn opvolger aan de St. Jansschool (De Gelderlander 12/6/1933).
Bij zijn 40-jarig onderwijzersjubileum in 1934 staat dat hij in de avonduren tevens tuinbouwleraar was. Hij heeft 11 kinderen, waarbij er 3 in het onderwijs werkzaam zijn en 2 een religieuze roeping hadden.
Vervolg
Een mooi artikel met veel foto’s over de herinneringen van Cees de Vos is te lezen op Noviomagus en daarbij de reacties.
Het is mij (RE) nog onduidelijk tot welk jaar het gebouw gediend heeft als school. In 1980 brandt de oude school af. Het gebouw was op dat moment bezet door krakers.
Bij de Opening
Klassenfoto van een jongensklas van de St. Jansschool, 1925 (F50199)
Op 6 mei 1921 (De Gelderlander 3/5/1921) is de nieuwe school ingewijd. Na de plechtige inzegening door van Mulukom neemt hij het woord:
“Het is met zeer veel blijschap en voldoening dat ik als voorzitter deze schoolvereeniging het woord neem. Deze dag is immers de bekroning van heel wat moeite en zorgen maar is tevens het hoopvol begin van een werk dat van onberekenbaren invloed zal zijn voor deze parochie en voor de geheele gemeente. De christelijke school toch en vooral de Katholieke school, zooals wij thans de eer hebben er een te gaan openen, is het machtigste middel om Christus den weg te banen in de harten, in de huisgezinnen en in de maatschappij. De Katholieke school is dus ook het machtigste middel om de grondslag te leggen voor het herstel der ontredderde maatschappij die alleen in Christus hersteld kan worden en is dus ook speciaal voor deze parochie het onmisbaar middel om geloof en godsdienst te beveiligen tegen de vijanden van Christus en Zijne leer. De voortgang welke de kwade tijdgeest ook hier rondom ons doet, maakt het meer en meer nodig dat de beginselen van ons H. Geloof en een echte Katholieke geest, gezindheid en ware christelijke deugd dieper en vaster in de harten der opgroeiende Katholieken worden gelegd dan vroeger noodig was om dat geloof te bewaren.
De Kerk heeft steeds begrepen welken invloed de school kan hebben op de jeugd en dus de toekomst van een volk, vandaar dat zij steeds bijzondere zorgvuldigheid heeft getoond voor de volksscholen, welke zij het eerst in het leven riep en die zij altijd heeft gezien als bestemd om de jeugd niet alleen te onderwijzen in de beginselen der wetenschappen, maar ook dat dit onderwijs in alle opzichten Katholiek en godsdienstig zij. Zij verwierp daarom niet alleen alle ongodsdienstig, maar ook alle neutraal onderwijs.
Het ongodsdienstig onderwijs heeft zij steeds verfoeid als verderfelijk, het neutraal onderwijs heeft zij steeds afgekeurd als onvoldoende en gebrekkig; het eerste mocht door een Katholiek nooit worden aangewend het andere slechts bij gebrek aan beter. Ware deugd en zedelijkheid wordt alleen door ons H. Geloof voortgebracht, onderhouden en vermeerderd. Paus Pius IX z.g. zeide: Weshalve de Kerk volgens het provinciale Concilie nimmer een andere opleiding der jeugd heeft gekend dan welke met de wetenschap der natuurlijke dingen en het doel en de verrichtignen van het maatschappelijk leven ook het godsdienstig onderricht verbindt en daaraan de eerste plaats inneemt. In de scholen, zoo zeide Paus Pius IX, tot welke de kinderen van alle volksklassen toegang hebben, moet het godsdienstig onderricht een zoo voorname plaats in de opvoeding innemen en zoozeer alles beheerschen dat in vergelijking daarvan de overige kundigheden die er aan de jeugd worden geleerd, als bijzaken voorkomen.
Welken invloed de school kan hebben op de jeugdvorming, hebben ook de ongeloovigen steeds begrepen, ook zij spreken nog altijd van de school als een der krachtigste middelen tot veredeling van den volksgeest en tot vorming van het hart.
Dat mag niemand verwonderen, men behoeft maar even na te denken over den regelmatigen invloed welke de onderwijzer op het gemoed zijner leerlingen kan uitoefenen, doordat de leerling steeds het grootste gedeelte van den tijd onder diens invloed staat en hij trapsgewijze zijne ideeën in het gemoed der leerlingen kan inspreken. Ik behoef het u na dit alles niet meer te verzekeren dat ik mij als voorzitter met het geachte schoolbestuur verheug en als geestelijke en verantwoordelijke leider en herder dezer parochie mij dubbel verheug, dat wij vandaag mogen zeggen, wij hebben nu een zoodanige school niet alleen voor de meisjes, maar ook voor de jongens dezer parochie, als ook door de Kerk wordt gewijd, maar ook wij hebben zoodanige onderwijskrachten dat wij de godsdienstige opvoeding der vrouwelijke en mannelijke jeugd onzer parochie voor de toekomst verzekerd zien in den zin zooals de Kerk dat verlangt en de tijdsomstandigheden dat eischen, speciaal in een arbeidersparochie als de onze.”… hierna gaat Mulukom in op de schoolstrijd, vervolgens: “…Ik voel me daarom verplicht op dezen gewichtigen stond allereerst dank te zegeen aan de heeren van Dooren, den volijveren secretaris, den heer de Mul, den accuraten penningmeester, de heeren Th. Jansen en B. Len, die ook als leden van het Kerkbestuur terstond medewerkten om een terrein voor schoolbouw af te staan, voorts voor den aankoop van een terrein, groot 4 hectaren, welke ons bestuur voor een spotprijs door hun tactische bemiddeling kon aankoopen en aan de heeren V. Jurgens en F. Jurgens, welke alleen door hun klinkenden naam vertrouwen hebben gewekt toen het schoolbestuur hare leening, groot f 140.000, moest uitschrijven; op de tweede plaats een woord van dank aan het college van Burgemeester en Wethouders, speciaal aan den heer Vrancken, wethouder van onderwijs, en zijn collega den heer Busser, beiden hier tegenwoordig. Verder dank aan den inspecteur van het bijzonder onderwijs den zeereerw. heer Nabuurs, die ons steeds bereidwillig tegemoet kwam en ons door zijn heldere adviezen heeft bijgestaan, doch verhindert was hier tegenwoordig te zijn. Voorts ook dank aan den sympathieken en altijd dienstvaardigen inspecteur van het onderwijs, den heer Smits, die ons ook steeds op de meest voorkomende wijze ter wille was en verder ook dank aan allen die ons op financieele wijze steunden, speciaal de R.K. Spaarbank en de Eerste Roomsch Katholieke Levensverzekering, die beiden ons financieel steunden en voorts aan den heer Ridder de v.d. Schueren, die onze leening ondanks alle moeilijkheden zoo knap tracht te plaatsen.
Mede zeg ik dank namens het schoolbestuur aan den Hoogeerw. Heer Deken en aan den zeereerw heer Couwenberg en de beide heeren kapelaans voor hunne aanwezigheid. Een woord van lof mag ik niet onthouden aan den heer van den Bogaard, architect van den bouw, welke hier weer blijken heeft gegeven dat het bouwen van scholen hem best is toevertrouwd; ook den heer Wolf komt als opzichter van den bouw een welverdiend woord van lof toe voor diens practische werkzaamheden.
Mijne heren, alvorens deze plechtige bijeenkomst te beenidgen, heet ik mede namens het bestuur op bijzondere wijze welkom het onderwijzend personeel, de heer Dekkers, hoofd der school, de heer La Ruselle, v. Haaren en Courbois en de dames Leering en Kievits.
Mijnheer Dekkers, het schoolbestuur heeft gemeend in u den rechten man op de rechte plaats te vinden en u daarom uit 63 sollicitanten met algemene stemmen benoemd. Ofschoon de bijzondere school nimmer uw terrein van werkzaamheid was hebben wij geen oogenblik getwijfeld of u zoudt al het mogelijke doen om u voor uwe nieuwe taak te bekwamen en durven u daarom met gerustheid uw moeilijke taak toe te vertrouwen en het zal aan u niet liggen als deze kinderen geen ijverige en brave jongens worden. Wij wenschen u en uwe mede-onderwijzeressen toe dat gij lange jaren hier moogt werken met ons voor de geestelijke en stoffelijke belangen der jeugd der parochie.
Hiermede verklaar ik de St. Jansschool voor geopend en stel haar onder Gods bijzondere zegen; met opzet heb ik heden op den eersten Vrijdag der maand deze plechtigheid verricht en het H. Hart van Jezus hier plechtig geintroniseerd opdat allen, die hier binnentreden mogen zien dat hier de Christus heerscht als Koning en met Zijn leer en geloof, opdat allen die hier werken aan de belangen der jeugd mogen beseffen dat het hunne taak is de kinderen te voeren tot Hem, die gezegd heeft: laat de kinderen tot Mij komen en opdat de kinderen mogen begrijpen dat zij deze school bezoeken om Jesus den Kindervriend meer en meer te kennen en trouw te volgen. Zegene het Goddelijk Hart van Jesus deze school, wij bidden het mede door de voorspraak van Maria en van den H. Joannes de Dooper.
Den Hoogeerw. Heer Deken het woord nemend wenschte de parochie geluk met de opening dezer school en twijfelde niet of deze zou onder de sympathieke hoede van de zeereerw. heer pastoor veel nut voor de parochie afwerpen en wenscht dat zijn eerw. met het schoolbestuur lange jaren getuigen zouden zijn van den bloei van het zegenrijk werk.
Den heer M. Vrancken, wethouder van onderwijs, wenschte namens Burgemeester en Wethouders van Nijmegen geluk met de opening dezer school en prees den ijver en voortvarendheid van het schoolbestuur, om dat deze reeds de school konden openen op het tijdstip dat andere op te richten bijzondere scholen nog met de plannen bezig waren en roemde den bouw als een uiting van eenvoudige en practische inrichting.
Na een kort slotwoord van den voorzitter waren de plechtigheden geeindigd.
Het schoolgebouw is opgetrokken in grijze Waalklinkers, zonder onnoodige versiering en trekt door zijn eenvoud juist de aandacht, boven de hoofdingang is een hardsteen-naamplaat geplaatst met den naam der school daarin uitgehakt. Door een ruime vestibule komt men in den hoofgang waar rechts en links de leslocalen gelegen zijn, benevens een spreekkamer en een vertrek voor eventueel gebruik van een schoolarts voor geneeskundig onderzoek der leerlingen. Achter dezen gang bevindt zich een monumentale trap van natuursteen met ijzer hekwerk, welke naar de verdieping voert waar weer een hoofdgang met rechts en links leslocalen zich bevinden. Links van de hoofdtrap bevindt zich de toegang naar het gymnastieklokaal. Alle vloeren in gangen en portalen zijn van graniet bewerkt, met holle hoeken; de verdiepingsvloer is geconstrueerd in gewapend beton, systeem-Herbst, en geleverd door de bekende Mij. Internationale Betonbouw te Breda. W.C.’s en urinoirs zijn van de nieuwste inrichtingen voorzien en de wanden, welke gemetseld zijn in Silezischen steen, vormen een geheel, ingericht volgens de hoogste eischen der hygiëne. De localen zijn gemeubileerd met de nieuwste soort banken en andere schoolmeubelen, alles uitgevoerd in pitsch pine uit de bekende fabriek van schoolmeubelen der firma Kooijmans te Wijchen, welke zeer zeker een woord van lof voor de accurate inrichting toekomt.
Voor verwarming wordt toegepast een lage drukstroom verwarming, welke geleverd wordt door de bekende firma Lamers te Hees, welke op dit gebied haar sporen reeds verdiend heeft.
Het geheele bouwwerk doet door zijn eenvoud, daar nergens iets is aangebracht wat overdadig is, juist zeldzaam gunstig aan en levert het bewijs dat hier een bekwaam vakman aan het werk is, den lof aan architect van den Boogaard door den voorzitter gebracht is dan ook ten volle verdiend. Ook de aannemers firma Berntsen en Braam heeft hier knap werk geleverd. (De Gelderlander 12/5/1921)
De bovenstaande foto is gedateerd in 1978. Dit moet voor de verbouwing zijn geweest; Vanaf de Floraweg richting Tweede Oude Heselaan, 1978 (F2717 RAN CCO)
De bakkerij op de hoek Nieuwe Nonnendaalseweg en Floraweg zullen veel Nijmegenaren doen denken aan de bakkerijen van Nas en van Stapel. In de loop der tijd is dit pand een aantal malen verbouwd. Een van de opvallendste kenmerken is de verhoging die meteen vanuit de stoep oprijst: dit is de feitelijke bakkerij.
Eerste gebruikers
Helaas is momenteel niet duidelijk wanneer dit pand gebouwd is. Afgaande op bovenstaande foto uit 1978, is het gebouw van de nummers 67 en 69 samen of in ongeveer in dezelfde tijd gebouwd als de volgende huizen vanaf nummer 71. Deze huizen zijn inmiddels vervangen door nieuwbouw.
In de Adresboeken is A. Roeleven de eerstgevonden bewoner op nummer 67. Hierbij dient wel een slag om de arm gehouden worden, aangezien het mogelijk is dat er in de loop der tijd hernummeringen hebben plaats gevonden.
Bij de bouw van een remise in 1925, zie hieronder, blijkt er reeds sprake van een winkel te zijn. Wanneer het pand is overgegaan tot winkel is onbekend.
PGNC 11/11/1918 A.J. Rentzing woont op nummer 67; hij/zij krijgt dan rijst voor zieken.
De eerste bouwtekening die is gevonden, is het bouwen van een remise (schuur) in 1925 door J. Rentzing.
In 1954 vindt er een verbouwing plaats. Daarbij wordt tevens de “bestaande situatie” weergegeven, zie de afbeelding hieronder. De voorkant is de winkel, halverwege is de woonkamer. In de kelder bevindt zich de bakkerij met ovens.
Bestaande situatie, vóór de verbouwing van 1954 (D12.419901)
Deze A.J. Rentzing laat in 1926 tevens een winkelhuis met woning bouwen op het tegenoverliggende terrein, zie de afbeelding hieronder. Aan het opschritft valt af te lezen dat hier om een “Melkproducten en kruidenier” zaak betreft.
Plan voor het bouwen van een winkelhuis met woning op een terrein a/d Nieuwe Nonnendaalsche weg Kad. Bek.: Neerbosch Sectie B. No 2763, datum dossier 2-2-1926 (D12.390900)
Bakker Nas
De Gelderlander 31/12/1940
De eerstgevonden advertentie van bakkerij Nas is uit december 1940. In PGNC 15/7/1942 wordt een bakkersknecht gevraagd.
J. Nas komt in ieder geval inDe Gelderlander 25/7/1947 voor (aankondiging vakantiesluiting van de bakkerij). Vermeldingen in adresboeken van bakker J. Nas zijn gevonden in 1959, 1963 en 1966.
Verbouwing 1954
In 1954 vindt er aan de achterkant een uitbreiding plaats. De architect bij verbouwing is F. Oosting.
Ontwerp verbouwing achtergevel van 1954 , datum dossier 17-11-1954 (D12.419902)
Vernieuwing voorgevel 1957
In 1957 vindt vernieuwing van de voorgevel plaats. Het meest opvallende is het open karakter door meer glas: grotere ruiten en meer glas in de deur. De 2 ramen met een boogje is vervangen door 1 rechthoekige ruit. De deur wordt iets meer naar het midden verplaatst. Tot slot is de onderrand aangepast.
Plan tot het veranderen van voorgevel van perceel Nw. Nonnendaalseweg 67 eig. de heer Nas, datum tekening januari 1957 (D12.428715)
Verbouwing uitbreiding 1959
In 1959 breidt Nas zijn bakkerij, door het bakkerijgedeelte te verplaatsen: waar voorheen de remise en de schuur stond, komt nu de feitelijke bakkerij. De plaats van de oude bakkerij -de kelder- wordt nu opslagruimte.
Plan tot verbouwing t.b.v. verplaatsing bakkerijruimte, tekening mei 1959 (D12.43447)
Stapel
Eind 1968 neemt W.A. Stapel de bakkerij over. In ieder geval was hij de bakker die in 1978 de 2 panden bij elkaar trok, zie hieronder.
Verbouwing
In 1978 worden de nummers 67 en 69 samengetrokken. Van buiten wordt de voordeur van nummer 69 naar links verplaatst en komen er rechts 2 rechthoekige ramen in plaats van de 2 ramen met een boog. De ingang van de winkel wordt naar links verplaatst. Daarnaast wordt een luifel aangebracht. Tussen de 2 dakkapellen komt een tussenstuk.
Het ontwerp is afkomstig van Adviesteam Bouwontwikkeling B.V. uit Gassel/Druten.
Wanneer Stapel gestopt is, is mij niet bekend. Wel is het een bakkerij gebleven. In 2003 zat Bakkerij Watan op dit adres. Tegenwoordig (november 2023) zit er nog steeds een bakkerij in dit pand: Dara Bakkerij.
Nieuwe Nonnendaalseweg 67, ook nu een bakkerij (augustus 2023, Google Streetview)
Hertogstraat 128, augustus 2023 (Google Streetview) Vanaf 1939 opticien Harting, verbouwing door architect Deur
In 1939 ontwierp architect Deur de verbouwing van een woonhuis naar de opticien Harting, Hertogstraat 128. In het pand zit tegenwoordig (november 2023) nog steeds opticien Harting.
Bouwtekening Hertogstraat 128 verbouwing voor Harting opticien, architect Deur: bestaande toestand (links) en na verbouwing (rechts), 1939 (D12.404759)
Van buiten lijkt de belangrijkste verbouwing de toevoeging van de ingang links van de raampartij te zijn. Daarbij is het balkon verwijderd. Daarnaast zijn de gemetselde bogen op de begane grond van de erker verwijderd.
Het pand is oorspronkelijk gebouwd als woonhuis in 1904. Naast de verbouwing van 1939 vond een verbouwing plaats in 1966, 1992 en 2008.
“Firma P.F. Harting
De firma P.F. Harting is er een van Nijmeegschen klank.
Jaren en jaren oefent deze firma in Nijmegen een opticiensbedrijf uit.
De zaak groeide met den tijd mee, en bleef technisch nimmer achter.
Eenvoudig was zij jarenlang geïnstalleerd op de Pauwelstraat 5 en nu heeft zij sinds heden een belangrijken stap vooruit gezet in het nieuwe pand aan de Hertogstraat no. 128 nabij den Oranjesingel. Naar de nieuwe zaak, zegt de huidige firmant terecht, nam hij de ervaring en de vakkennis van tientallen jaren mede.
Het werd een moderne zaak, waarin de beteekenis van dat bedrijf van optiek en bandage veel meer tot zijn recht kan komen.
Een vroeger heerenhuis is hier op het ontwerp van den architect Ir. J.G. Deur omgebouwd tot een moderne winkelzaak, welke zakelijk en toch tegelijk aantrekkelijk is ingericht.
De aannemersfirma Gebrs. Smits, voerde de verbouwing uit, waarbij is rekening gehouden met het milieu, waarin de nieuwe zaak kwam te staan. De betonconstructie doet het uitstekend.
De vroegere erker werd een overzichtelijke etalage, waarin de optische artikelen op zijn best kunnen worden tentoongesteld.
De heer Harting heeft tegelijk het doelmatige plan van een dubbele etalage doen uitvoeren zoodat ook naar den binnenkant nuttig gebruik kan worden gemaakt voor de uitstalling van de artikelen.
Het interieur met meerdere ingebouwde etalagekasten, maakt een aangenamen indruk en beantwoordt tegelijk aan de eischen van doelmatigheid.
De afdeelingen voor optische artikelen en bandages zijn gescheiden en hebben elk afzonderlijke toonbanken: voor optiek en voor bandage.
Men heeft als nieuwigheid een aparte pasbank geplaatst, waar de cliënten op practische wijze een bril of lorgnet kunnen passen.
Met behulp van een heetelucht apparaatje kunnen de hoornen brillen ook terstond pasklaar worden gemaakt.
Het geheele winkelinterieur is warm aangekleed met hooge lambrizeeringen van sapediemahonie, waartusschen de onderscheidene goed verlichte etalagekasten fraai uitkomen en een volledig overzicht geven van de verschillende optische artikelen als kijkers, brillen, thermometers, enz. enz.
Achter den aantrekkelijken winkel liggen nog twee paskamers, waarop onmiddellijk aansluiten een gipskamer, de ateliers en de toonkamer.
De heer Harting beschikt nu over een moderne zaak, welke een sieraad voor onze stad is.
Ook naar buiten uit spreekt de propaganda in den vorm van een reclame naambord in pakkend lichtgroen, waaronder een rose-roode bril.
Dit zevenmaal versterkt Neonlicht schijnt ook overdag goed door.
Meerderen werkten mede aan de voltooiing van dezen modernen vakwinkel als daar waren de reeds genoemde firma Gebr. Smits, aannemer, de firma W. Riesl voor de electriciteitsvoorziening, de firma J. Lauren voor het schilderwerk, de firma Th. Kropman voor de centrale verwarming.
Hedenmiddag is het nieuwe pand geopend.” (De Gelderlander 4/11/1939)
Woonhuis, voor de verbouwing opticien Harting, foto gedateerd 1939 (F86497 RAN)
Ruth die de aren leest (en hond die mij niet mag). Augstusijnenbosje Heseveld (november 2023)
In het Augustijnenbosje staat het beeld “Ruth, die de vruchten van het veld haalt”. Een gebukte vrouw, die schijnbaar bezig is de aren op te rapen. Het is de Bijbelse Ruth, die opkijkt. Het beeld is gemaakt door Theo Mulder in 1964. Wie was Ruth en wie was Theo Mulder?
Het boek Ruth
Ruth is een verhaal uit de bijbel. Kort samengevat: Elimelech, zijn vrouw Naomi en hun zoons Machlon en Kiljon zijn naar Moab gevlucht om voor de hongersnood in Juda. Eliimelich sterft op een gegeven ogenblik, zijn zoons trouwen met de Maobitische vrouwen Orpah en Ruth, om vervolgens ook te sterven. Daarop besluit Naomi om terug te gaan naar haar thuisstad Bethlehem. Naomi weet Orpha over te halen om in Moab te blijven, maar Ruth volgt haar. Zij komen rond oogsttijd aan in Bethlehem.
Daar gaat Ruth voor haar schoonmoeder op zoek naar aren op het land. Volgens de Thora (in het boek Leviticus) mochten maaiers niet tot de rand maaien. En ook datgene wat na het maaien op het land bleef liggen, mochten zij niet oprapen. Dat was bestemd voor de armen en vreemdelingen. Toevallig komt Ruth ook op het land van Boaz, die onder de indruk is hoe goed Ruth voor haar schoonmoeder zorgt. Hij besluit haar extra goed te behandelen. Wanneer Ruth is teruggekeerd bij Naomi, blijkt deze Boaz familie van Elimelich te zijn. Mogelijk zou Boaz kunnen optreden als losser: wanneer iemand gedwongen is zijn land te verkopen, kan een naaste bloedverwant het land terugkopen (de “losser”). In een jubeljaar -dat eens in de 50 jaar plaatsvindt en waarbij onder andere alle schulden worden kwijtgescholden- komt het land weer in eigendom van de oorspronkelijke eigenaar.
Om hem over te halen gaat Ruth op de dorsvloer op een deken aan de voeten van Boaz liggen. Boaz is onder de indruk van de trouw die zij heeft voor haar schoonmoeder heeft. Hij zegt toe met haar te trouwen. Uiteindelijk zal hij Ruth trouwen in een zogenaamd leviraatshuwelijk: een huwelijk waar de zwager van een overleden echtgenoot trouwt met de weduwe, ook al is Boaz in dit geval geen directe zwager. Het eerste kind zal gelden als het kind van de overleden man. Deze zoon, Obed, is de grootvader van David.
Betekenis
In de loop der tijd zijn verschillende betekenissen aan het boek Ruth gegeven. Een mooi artikel over de interpretatie van de betekenis is te vinden op de website van de Nedelands Bijbel Genootschap https://www.debijbel.nl/berichten/de-oorsprong-van-het-boek-ruth. Zij vat de betekenis zelf als volgt samen: “Op het eerste gezicht is Ruth een romantisch verhaal over een familie in het oude Israël, maar veel uitleggers zien er méér in. In dit artikel passeert een aantal visies de revue, vanaf de vroege kerk tot de moderne exegese. Hedendaags onderzoek laat zien dat het boek Ruth verband houdt met Israëls situatie na de ballingschap. Dit ‘kleine verhaal’ verwijst naar het ‘grote verhaal’, over Sion als berooide weduwe (Naomi), de hoop op Gods reddende ingrijpen (Boaz) en een nieuwe toekomst voor het volk (Ruth). Zo gelezen is het boek Ruth bovenal een boek van hoop en verwachting.”
Het beeld
Als je op afbeeldingen van Ruth zoekt, zie je vrijwel altijd een afbeelding van Ruth die de aren opraapt, al dan niet met Boaz. Zo ook het beeld van Theo Mulder. Hier bukt Ruth, schijnbaar bezig om de aren op te rapen. Daarbij kijkt ze op. Het lichaam van Ruth is zonder veel details weergegeven, het gaat hierbij vooral om de kromme vorm van het lichaam. Alleen haar gezicht is wat gedetailleerder, zodat je waarschijnlijk als vanzelf ook naar het gezicht getrokken wordt.
Het beeld stond oorspronkelijk voor de vroegere IVO-Mavo aan de Archipelstraat. Tegenwoordig staat het beeld staat in een grasveldje, op een verhoging. Daarbij lijkt-afgaande op de foto’s van wikipedia- het beeld verplaatst te zijn: voorheen leek het beeld in het bosje te hebben gestaan.
Theo Mulder
De beeldhouwer Theodoor Josephus Mulder is op 20 mei 1928 geboren te Haarlem. Hij overleed in Laren op 8 maart 2017.
Hij volgde zijn opleiding aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Hij was leerling van Mari Andriessen (bekend van de “Dokwerker”) en Piet Esser. Met Andriessen deelde hij een atelier en samen waren ze een van de oprichters van Academie 63 (Ateliers 63), een opleiding waarbij de nadruk lag op het geven van begeleiding in plaats van het aanleren van techniek.
Stijl
Hij omschrijft zijn werken als “lyrisch expressionistisch’.
Zijn beelden gaan vaak over alledaagse dingen, dijkwerkers, boeren, dieren (vechtende hanen, opvliegende ganzen), religieuze voorstellingen en vrouwenfiguren. in Haarlem staan 12 beelden van zijn hand.
“Mulder zei altijd veel te hebben opgestoken van zijn leermeesters op de Amsterdamse Rijksacademie, maar óók jaren te hebben gezucht onder de idee dat je ernstig en „met gefronste wenkbrauwen’ meesterwerken moet maken. Pas op latere leeftijd voelde hij zich vrij het werk als een „spel’ te zien. „Toen begreep ik dat ik om beelden te maken zoals ik het wilde, het gevoel moest hebben dat ik had toen ik als jongetje aan het spelen en knutselen was’, zegt hij in een boek over hem.“ En: “Gevraagd naar zijn thematiek noemde Mul graag de „onvervulbaarheid’ van de liefde, de „hunkering’ naar paradijselijke liefde en ook wel de merkwaardige levensdrift van mensen en dieren die uiteindelijk toch allemaal op weg zijn naar de dood.”
Werken
Oorlogsmonument, Pad van de Mensenrechten (Castricummer Hout) Castricum (1957)
Vechtende kalkoenen in Utrecht (Rosarium Oudwijk / Prinsesselaan, 1965): opdracht gemeente Utrecht. Afgietsels van dit beeld staan tevens in Oudekerk aan de Amstel (1989, Kerkstraat),. Haarlem (1982, Brouwersplein), Den Helder (1972,Timorpark) en Uthoorn (1969, Herman Gorterhof)
Kenau Simonsdochter Hasselaer en vrouwen, bij de Amsterdamse Poort Haarlem (1973)
De Kaaisjouwer, beeld van Margriet Hovens met een extra hindernis. Beeld op de Waalkade, oktober 2023
De Kaaisjouwer is een beeld van Margriet Hovens. Dit beeld op de Waalkade is op vrijdag 4 september 2020 onthuld. Het is een herinnering aan de arbeiders die met loodzware zakken op hun rug de schepen aan de Waal laadden en losten.
Het beeld was ternauwernood af: de woensdag daarvoor werden de gegoten stukken aan elkaar gelast en werd het beeld afgewerkt.
Het beeld
Een kaaisjouwer aan het werk; Bedrijvigheid aan de rivier de Waal, 6/6/1906 (B.W. Makkink via F1466 RAN)
Het beeld is 3 meter hoog en gemaakt van aluminium. Het beeld straalt geen zielig figuur uit, maar is een held. Vanaf het begin stond vast dat het een groot beeld moest worden. Daarbij koos Hovens voor aluminium, zodat het beeld als het ware oplicht, ook wanneer de lucht en de Waal grijs lijken.
Het werk is een mengvorm van realisme en “ideealtypische” aspecten.
In 2016 konden Nijmegenaren een foto van hun gezicht opsturen, welke het gezicht van het beeld zou worden. Daarbij koos Hovens voor het hoofd van Frans Brink. De houding is gebaseerd naar een levend model met zak op de rug. Bovendien is de houding van de kaaisjouwer levensecht: de kaaisjouwers liepen met een rechte rug.
Voor de verhouding koos Hovens voor canon 1:9, oftewel de totale lengte van het beeld is 9 keer de lengte van het gezicht. De verhouding 1:9 is een van de ideaaltypische verhoudingen voor het weergeven van een menselijk lichaam. Dorsoduro legt in zijn artikel mooi uit waarom er voor 1:9 gekozen zal zijn.
Daarnaast baseerde ze de handen losjes op de David van Michelangelo en Meunier voor de manier waarop hij de heroïsering van de arbeider verbeeldt.
En daarbij stelt ze in een reactie in de Gelderlander/Stentor: Wat vind U dan van de duidelijke anatomische vervormingen van het werk van Pontormo? Wordt die door u ook in de kunstban gedaan? Anatomische correctheid is geen criterium of iets kunst kan zijn of niet.”
Eerbetoon
Rechts de woningen bij het Valkhofpark, links wat zeilschepen aan de kade. Het beeld staat ongeveer op de plek waar de wagens staan, datering 1920-1925 (F1884 RAN)
Het beeld is een eerbetoon aan de arbeiders die vroeger de vrachten uit de schepen laadden en losten. Daarbij werden zakken vol geschept met bijvoorbeeld kolen of graan. De verbinding tussen kade en schip was een bevend, mal loopplankje. En wanneer er geen paard en wagen voorhanden bracht de kaaisjouwer deze, veelal op hun rug, naar de bestemming. Dat kon een pakhuis vlakbij zijn, maar ook in de bovenstad. Het beeld is een herinnering -en voor veel mensen bewustwording- dat op de Waalkade en de Benedenstad vroeger keihard gewerkt is, om op die manier de welvaart naar de stad te brengen.
De Kaaisjouwers
Sjouwers in Waalhaven, 1945: mogelijk niet (of wel) officieel kaaisjouwers, maar de foto geeft wel een mooi beeld hoe de kaaisjouwers met zware zakken op de rug over een smal loopplankje moesten (GN6364)
De kaaisjouwers waren een begrip in de negentiende eeuw en het begin van de 20ste eeuw. Hijskranen waren op dat moment nog niet veelvuldig in gebruik.
De Gelderlander: “Volgens Van Alphen zijn de verhalen over de arbeiders die in de vervallen Benedenstad woonden nooit goed naar buiten gekomen, omdat de Bovenstadbewoners op hen neerkeken. ,,Ze waren vaak arm, alcoholist en kinderrijk.” Dat er nu alsnog een eerbetoon voor hen komt, vindt hij geweldig voor de nazaten van de sjouwers. ,,Ze zijn er nooit voor bedankt, maar hebben dit echt verdiend.”” https://www.gelderlander.nl/nijmegen/eindelijk-een-terecht-eerbetoon-aan-de-kaaisjouwers~aa8c8b2d9/
De kaaisjouwers hadden hun eigen cultuur met een hechte onderlinge gemeenschap. Met een eigen spraakgebruik en gedragsnormen. Mensen die niets moesten hebben van de mensen in de bovenstad, de politie en buitenstaanderstaanders.
Inzameling
Beeld van de kade uit de jaren vijftig met het door veel werklieden (kaaisjouwers) bezochte Café De Scheepvaart, achtereenvolgens van P. Samson, L. Duits en C. van Herk. Op de achtergrond is, naast een stukje van de oude (vakwerk)spoorbrug, nog een van de voor Nijmegen zo karakteristieke lantaarnklokken te zien, 1955 (Jeroen van Lith via F68651 RAN CCO)
Het beeld is een initiatief van Frank Antonie van Alpen die hiervoor 9 jaar actief is geweest. Zelf is hij een schipperskind en binnenvaartmatroos geweest. Hij is muzikant, schrijver en kunstenaar. In 2011 ontwikkelde hij een expositie “De Kaaisjouwer- Een hard leven aan de Waal” in museum de Stratemakerstoren (sinds 2015 de Bastei), waarbij tevens een boek verscheen. Gerard Alofs was op dat moment directeur. Van Alphen en Alofs bedachten hoe ze de herinnering aan de kaaisjouwer vast kon worden gehouden en kwamen op het idee van een standbeeld. Alofs werd voorzitter van de Stichting Standbeeld de Kaaisjouwer.
De gemeente Nijmegen verstrekte een eerste, kleine subsidie. In 2018 werd de stichting opgericht, waarvan Alofs voorzitter was. In 2019 was er sprake van enige controverse: de gemeente verstrekt 85.00 euro subsidie voor het kunstwerk de Waterwolf, terwijl de stichting al jarenlang bezig was voor haar beeld de Kaaisjouwer. Wél kreeg daardoor het initiatief voor het beeld van de Kaaisjouwer meer aandacht.
Willie Verberck, ondernemer en voorzitter van Aqualink, zorgde ervoor dat 20 bedrijven enthousiast werden en elke 2.500 euro betaalde. Daarnaast kreeg de stichting subidie van het Prins Bernard Cultuurfonds en een aantal andere subsidieverstrekkers. Bovendien vond er een particuliere geldinzameling plaats, onder andere door een benefietavond.
Margriet Hovens
Kaaisjouwers op de Waalkade: Het lossen van schepen was zwaar werk: de kaaisjouwers tilden soms vracht tot 80 kilo uit het ruim, 8/1931 (Katholieke Illustratie via F87241 RAN)
Voor het beeld ging de stichting op zoek naar een geschikte kunstenaar. Een monument voor de kaaisjouwer sprak Hovens erg aan. In een interview met IntoNijmegen: De kans om op monumentale schaal te mogen werken aan een intiem beeld dat de nagedachtenis van de arbeiders en verschoppelingen uit de 19e eeuwse Nijmeegse benedenstad levend moet houden, sprak haar als realistisch beeldhouwer ontzettend aan. “Een standbeeld staat voor iets. Een iets dat meer is dan een oppervlakkig of vluchtig idee” aldus Hovens.”
Margriet Hovens over haarzelf, eveneens in het artikel van de Gelderlander/Stentor: “Ik ben zes jaar lang academisch opgeleid als kunsthistorica met als specialisme het cultuurhistorische begrip, zes jaar lang getraind in de filosofische esthetica met als specialisme het smaakdebat uit de 18e eeuw met als sluitstuk de smaakverhandeling over esthetische oordelen van Immanuel Kant. Ook heb ik drie jaar een kunstscholing mogen ontvangen in de schilderkunst en monumentale vormgeving aan de academies te Maastricht en Breda in mijn jonge jaren. Ik werk sinds 30 jaar aan de ArtEZHogeschool der Kunsten in Arnhem waar jonge kunstproducenten worden opgeleid en waar ik als theoriedocent filosofische esthetica en kunst- en cultuurfilosofie geef. Ik heb twee boekpublicaties op mijn naam staan, uitgegeven in Antwerpen en beide binnenkort ook in een Engelse vertaling beschikbaar: Over Creativiteit uit 2014 en Over Schoonheid uit 2020. Misschien iets om eens te lezen, heren? Daarnaast drijf ik sinds 1985 een klassiek ambachtelijk beeldhouwatelier waar ik mijn particuliere opdrachten en mijn autonome werk realiseer.”
Afsluitpaal tussen Lompenkramersgas en Begijnenstraat, beeld van Oscar Goedhart, oktober 2023
De gemeente Nijmegen gaf in 1973 een aantal kunstenaars de opdracht om een verkeerspaaltje te ontwerpen. Oscar Goedhart was met Peter van Locht en Giuseppe Roverso de eerste kunstenaar. Het idee was afkomstig uit Maastricht. Na de eerste drie, zouden nog een aantal paaltjes in de Benedenstad volgen.
Het beeld Steen is een sculptuur van Gerard Bruning. Het is gemaakt in 1977 met als huidige locatie het Westerpark.
Materiaal
Het beeld is gemaakt van Petit Granit (Belgische hardsteen). “De steen is intensief bewerkt; de sporen van het beeldhouwersgereedschap zijn zichtbaar. De textuur (huid) van het kunstwerk is ruw van karakter. In de lengterichting is een symmetrische vorm te zien, met afgeronde hoeken. Ondanks het harde materiaal heeft de steen een zachte, haast poëtische uitstraling.” (KOS)
Gerard Bruning
Gerard Marie (Gerard) Bruning (Amsterdam of Nijmegen, 30 oktober 1930 – Utrecht, 8 februari 1987)
Wikipedia noemt dat Bruning in Amsterdam is geboren, het Nijmeegsch Dagblad noemt in 1958 Nijmegen.
Gerard Bruning was beeldhouwer, schrijver, graficus, fotograaf en schilder. Zijn vader was de dichter en essayist Henry Bruning. Hij volgt het gymnasium aan het Canisius College. Daarna gaat hij naar de Kunstacademie Arnhem, waar hij een opleiding in edelsmeden en Monumentale Kunst krijgt. Zijn hoofdleraar voor decoratieve kunsten was de Nijmeegse kunstenaar van Woerkom.
Aanvankelijk werkt hij als pottenbakker, maar besluit al gauw verder te gaan als beeldhouwer. Een groot deel van zijn leven woont en werkt Bruning in Cuijk, hij vestigt zich hier In 1955. Sinds 1957 had hij een atelier had in een voormalige sigarenfabriek.
Hij ontvangt de Karel de Grote Prijs in 1958. Daarbij zegt de jury zich niet helemaal aan de opdracht te hebben gehouden: Bruning heeft namelijk zijn atelier in Cuijk (en dus niet in Nijmegen). Hij krijgt echter de prijs omdat hij in de culturele invloedsfeer van de stad werkt.
In het artikel naar aanleiding van de Karel de Grote prijs noemt het Nijmeegsch Dagblad de volgende werken:
Een aan een vijver zittende vrouw, tuin Berg en Dalseweg 64
Een hertje van beton, voor de school van de Boksdoornstraat, welke door spelende kinderen onherstelbaar is beschadigd
Mariabeeld (eikenhout) in de kapel van het woonwagenkamp
5 bronzen beeldjes in plantsoenen van Cuijk
Een grote houten groep “het jonge paar”, in het Raadhuis van Cuijk
Een jaar na zijn dood is er in het Nijmeegs Museum de Commanderie van Sint-Jan een overzichtstentoonstelling.
Het Thiemepark is voor veel mensen uit Bottendaal hun tuin: wanneer het zonnetje schijnt is dit een van dé ontmoetingsplekken. Het staat op de locatie van de voormalige drukkerij Thieme. In het park zijn 3 amforen met een mozaïek van Abderrahim Chawki te zien.
Thieme
Drukkerij N.V. G.J. Thieme , gezien vanaf de kruising met de Van Goorstraat in de richting van de De Ruyterstraat, 1980 (Ber van Haren via ZN36106 RAN CC0)
Het park ligt op het terrein waar voorheen de drukkerij Thieme stond. Dit pand is in 1993 gesloopt. Het hekwerk rond het park en de Thiemeloods naast het park herinnert nog aan deze drukkerij. Het park is in 1999 geopend.
Een mooi en uitgebreid artikel over de ontstaansgeschiedenis van Thieme is te vinden op Noviomagus.
Ontmoetingsplek
Het park is in feite vrij eenvoudig: een soort grasveld. Echter: “Zoals in hoofdstuk 2 staat: mensen trekken mensen aan en komen af op plekken waar iets te doen is, en dan maakt een eenvoudige inrichting van die plek niet uit. Wel heeft het Thiemepark andere kwaliteiten: het ligt centraal in de wijk, het is zichtbaar, toegankelijk, in de zomer zijn veel festiviteiten en door de omliggende bankjes is er genoeg zitruimte (zie p.15). Dit in combinatie met het gebrek aan groen in de rest van de wijk maakt het park een goed gebruikte plek in Bottendaal”. (De openbare ruimte in de wijk ontrafeld)
Daarbij is het Thiemepark het enige groen dat midden in de wijk ligt. De overige groene plekken (de Vlindertuin, de moestuin, de spoorkuil, het Vondelpark) liggen allen aan de rand van deze wijk. Bovendien hebben veel bewoners in de wijk geen eigen tuin.
Kunstwerk
Abderrahim Chawki Thiemepark, maart 2024
Abderrahim Chawki maakte in het Thiemepark de sculptuur en mozaïekrand in 1999. De gemeente had hem gevraagd om een waterelement te ontwerpen. Hij maakte daarop dit beeld, dat uit 3 amforen bestaat. Ze symboliseren water, vruchtbaarheid en cultuur. Daarbij maakte Chawki een keramisch mozaïek. Deze werd geplaatst tegen de betonnen rand van het waterbassin. Het doet denken aan drinkplaatsen in zuidelijke landen. Daardoor sluit het ook aan bij de multiculturele sfeer in de wijk.
Abderrahim Chawki
Abderrahim Chawki is op 28 januari 1951 geboren in Casablanca (Marokko). Na zijn studie École des Beaux Arts vertrok hij in 1970 uit Casablanca. Uiteindelijk kwam hij in Utrecht te wonen, waar hij sindsdien woont en werkt. Hier volgde hij de opleiding Monumentale vormgeving aan Kunstacademie Artibus en daarnaast een steenhouwersopleiding.
Als beeldhouwer zoek ik in mijn werk naar de relatie tussen de taal en het beeld, daarvoor gebruik ik de aarde en mijn moedertaal. Voor mij gaat het om het calligraferen van het Arabische schrift op steen. Het woord heeft in elke taal zijn klank, schrift en betekenis. En in elke cultuur heeft het beeld zijn materiaal, vorm en ruimte. Deze dimensies probeer ik te verbinden in elkaar en te laten weerklinken. Vanuit mijn culturele achtergrond kan mijn werk beschouwd worden als een poging om de kunst van de calligrafie te vernieuwen met een nieuwe dimensie en aan de kracht van het materiaal een persoonlijke emotie te verbinden.