Scihikgodinnen, beeld Oscar Goedhart, Hertogplein (Maart 2024)
Oscar Goedhart maakte in 1974 de sculptuur Schikgodinnen. Deze staat op het Hertogplein. De 3 schikgodinnen bepalen samen de levensloop van een mens. Het bijzondere aan dit werk is dat de godinnen zittend, elkaar steunend met de rug zijn weergegeven.
Schikgodinnen in de Griekse mythologie
De 3 schikgodinnen zijn de 3-voudige vorm van de godin Moira in de hoedanigheid van menselijke lotsbestemming. Daarmee wordt vorm gegeven aan het idee van de godin als schepper, handhaver en vernietiger. De draad is het symbool van het leven/de levensloop (Moira is verwant aan het Griekse “moros””, wat lotsbestemming betekent).
De schikgodinnen zijn:
Klotho (“de spinster”, die de levensdraad spon)
Lachesis (“de verdeelster”, die de draad afmat en aldus besliste hoelang iemand nog te leven had)
Atropos (“de onafwendbare”, die iemands draad afknipte als zijn tijd gekomen was)
Wat zie ik: het bijzondere van de ruggen aan elkaar
Vlaams tapijt: De overwinning van de Dood, of De drie schikgodinnen, waarschijnlijk uit Brussel, ca. 1510-1520, Victoria en Albert Museum Bron: Wikipedia
Hoewel ik geen kunstexpert ben:
Heeft Goedhart de attributen meegegeven? Ik kan ze momenteel niet herkennen, maar mogelijk liggen de attributen in hun schoot. 2 van de 3 figuren houden elkaars hand vast. De drie lijken elk hun eigen gezichtsuitdrukking te hebben.
Een willekeurige zoektocht naar afbeeldingen van schikgodinnen op google (probeer het zelf) leert dat dit aansluit bij de gangbare manier van afbeelden: de 3 schikgodinnen zitten of staan -meestal keurig- op een rij, waarbij Klotho begint (links) met de draad. Zij geeft ‘m door aan Lachesis (midden) De derde op rij is Atropos, die al dan niet de draad vasthoudt, maar waar het al wel duidelijk is dat ze met haar schaar de draad door gaat knippen.
Wat Goedhart anders doet is dat de schikgodinnen met de ruggen tegen aan elkaar zitten. Dat schept niet alleen een verbondenheid die de reguliere weergave niet heeft: door hun zittende houding hebben de drie elkaar nodig om in evenwicht te blijven.
Oscar Goedhart
Meer over de kunstenaar Oscar Goedhart in het artikel over de afsluitpaal:
De gemeente Nijmegen gaf in 1973 een aantal kunstenaars de opdracht om een verkeerspaaltje te ontwerpen. Oscar Goedhart was met Peter van Locht en Giuseppe Roverso de eerste kunstenaar.
Locatie
Schikgodinnen, beeld Oscar Goedhart, Hertogplein (Maart 2024)
Het was voor het beeld belangrijk dat zij van alle kanten goed zichtbaar is. Er is verder met binding met de locatie. KOS https://kos.nijmegen.nl/overzicht-kunstwerken/: “In de jaren zeventig en tachtig spelen vooral esthetische motieven een rol bij het bepalen van een geschikte plek voor een kunstwerk. ‘De stad als museum’ was het motto uit deze periode. Dat is ook te herkennen in het kunstopdrachtenbeleid van die tijd.” Bovendien is in 2008 een paar meter naar het noorden verplaatst bij de herinrichting van het Hertogplein.
Van Gameren en Mastenbroek konden hun project Hunnerstaete in 1996 realiseren aan de Gerard Noodtstraat. Een van de meeste opvallende kenmerken is het parkeerdek, dat zich bovenop het gebouw bevindt.
Vooraf: prijsvraag Hessenberg
Vanwege het vertrek van de Gelderlander moest een nieuwe invulling van het terrein van de Hessenberg komen. Daarop werd de Europanprijsvraag uitgeschreven, waarbij jonge architecten uit Europa hun ontwerp konden indienen.
Van Gameren en Mastenbroek wonnen samen het ontwerp “Flash Gorden” van Winfried van Zeeland deze prijsvraag. De gemeente koos voor het project “Flash Gordon”, wel konden van Gameren en Mastenbroek hun ontwerp op een andere locatie realiseren: het voormalige terrein van de voormalige Keizer Karel MULO, later Stefanus MULO en Vrouwenschool aan de Gerard Noodtstraat.
De Mavo School gezien in de richting van het Hertogplein, 1970-1975 (Jan Cloosterman via F28963 RAN CCBYSA)
De Hunnerstaete
De opdrachtgever voor de bouw was woningcorporatie Kolping. Daarbij was Tiemstra de aannemer. In 1996 vond de oplevering plaats.
Parkeerdek
Hunnerstaete: parkeerplaats op het dak (Maart 2024)
Het meest bijzondere is waarschijnlijk dat de parkeerplaatsen zich op het dak bevindt in plaats van in een parkeerkelder. Daarvoor beschikt het gebouw over een autolift. De reden voor een parkeerdek was dat hierdoor de begane grond kon worden gebruikt voor woningen en er ruimte overbleef voor een achtergelegen openbare tuin voor de bewoners, afgesloten door poorten. Het parkeerdek telt 57 parkeerplekken. “Doordat er overwegend gepensioneerde mensen wonen, is er geen sprake van filevorming voor de lift in de ochtend- en avondspits” (Ontwerpstudie Hoogbouw: Parkeren voor de deur, afstudeeronderzoek Bastiaan van de Berg, februari 2008)
Uit het bewonersinterview in de Marikenstraat uit 2013 dat de toewijzing aanvankelijk voor 50-plussers was, later voor 30-plussers, terwijl in 2013 leeftijd intussen geen rol meer speelde. Aanvankelijk was het parkeerdek onderdeel van de huurprijs. Dat is losgelaten en er zijn plekken vrijgekomen, omdat niet elke bewoner een auto heeft. Bewoner Hans van Dienst : “Je moet weten, uit Japan komen ze naar de flat kijken. Het was de tweede flat in Nederland, na Rotterdam, met parkeerplaatsen boven op het dak.” (Marikenmagazine nummer 3, 2013, een leuk artikel over de Hunnerstaete en Gerard Noodtstraat).
Transparantie en variatie
Een van de poorten van Hunnerstaete, daarachter is de tuin te zien (Maart 2024)
“Transparantie en minimale barrières tussen gebouw en stad zijn belangrijke items voor de architecten. Vandaar dat de begane grond met bijzondere aandacht is uitgewerkt. De architecten hebben brede doorgangen naar de tuinzijde aangelegd en de tuin sterk geprofileerd… Een contrast tussen massieve en transparante materialen verlevendigt het karakter van de lange woonwand. De vormgeving van het gebouw suggereert een parcelering die qua maat en schaal bij het binnenstedelijke milieu past.” (Wonen a la carte)
De delen zijn enkele graden ten opzichte van elkaar gedraaid. Daarnaast zorgen de 2 poorten voor het breken van de lange gevel in 3 verschillende delen.
“Het langgerekte gebouw is opgedeeld in een aantal losgekoppelde volumes…Door het aanbrengen van hoogteverschillen, het wisselen van de positie van de galerij en het variëren van het gevelbekledingsmateriaal onderscheiden de deelvolumes zich substantieel van elkaar.” (Architectuurgids Nederland 1900-2000, Paul Groenendijk en Piet Vollaard; daarbij is de Hunnerstaete 1 van de 7 ontwerpen in Nijmegen zelf die in de gids beschreven staan).
Hunnerstaete met parkeerplaatsen boven het gebouw (Maart 2024)
Architectuur der natuur, Peter van der Locht, Waalkade (Maart 2024)
In 1980/1981 werd aan de Waalkade, tussen de Grotestraat en Nieuwe Markt, een nieuwe waterkeringmuur gebouwd. Daarbij werd aan een aantal kunstenaars gevraagd een object te ontwerpen. Peter van de Locht maakte daarop “Architectuur der natuur”, een van de zuilen die hij in deze periode maakte.
Meer over Peter van de Locht in het artikel over de Twee Zuilen:
Afsluitpaal, Ed van Teeseling, doorgang Lutherseplaats en Achter de Vismarkt, 1987 (Maart 2024)
Beeldhouwer Ed van Teeseling maakte de afsluitpaal in de doorgang van de Lutherseplaats en Achter de Vismarkt in 1987.
In 1973 had de gemeente Nijmegen aan een aantal kunstenaars de opdracht gegeven een verkeerspaaltje te ontwerpen. Het idee was afkomstig uit Maastricht. Na de eerste drie, zouden nog een aantal paaltjes in de Benedenstad volgen. Deze afsluitpaal van Ed van Teeseling stamt uit 1987.
De gemeente had in haar opdracht bepaald dat de paaltjes van graniet of hardsteen moesten zijn. KOS: “Het paaltje van Ed van Teeseling heeft een golvende vorm, die aan lichaamsvormen doet denken. Het ziet er ondanks het harde materiaal rond, zacht en organisch uit.”
De mooie ontdekking komt van Dorsoduro: “Toen ik pas van Achter de Vismarkt naar de Lutherseplaats liep, viel me een detail op, zeg maar op heuphoogte. En ineens zag ik dat de afsluitpaal een kussend stel laat zien. Het detail toont hoe zij elkaars hand vasthouden.” (Dorsoduro, in een mooi artikel over de afsluitpaaltjes)
Sculptuur, Oscar Goedhart, Stikke Hezelstraat,1978 (Maart 2024)
In dit beeld zijn twee liggende figuren te zien. Goedhart heeft het beeld een horizontale vorm gegeven: hij wilde “een rustgevend element” creëren temidden van de vele, rechtopstaande elementen in de straat.
Het beeld is geplaatst vanwege de verandering van de Stikke Hezelstraat in een voetgangersgebied. Daarbij besloot de gemeente om een beeldhouwwerk te plaatsen. In overleg met de architect en winkeliers werd besloten Oscar Goedhart te vragen om een bronzen beeld te ontwerpen. Op 5 april 1978 werd het beeld geplaatst.
Een foto van het kunstwerk in 1978 is te vinden op F11193 RAN.
Sculptuur, Oscar Goedhart, Stikke Hezelstraat, 1978 vooraanzicht (Maart 2024)
De gemeente Nijmegen gaf in 1973 een aantal kunstenaars de opdracht om een verkeerspaaltje te ontwerpen. Oscar Goedhart was met Peter van Locht en Giuseppe Roverso de eerste kunstenaar.
1936, Villanovastraat 2-6 en Derde van Hezewijkstraat 6 Wolfskuil
Luchtfoto van de Wolfskuil met links onderaan de Graafseweg. Door het midden loopt v.l.n.r. de Floraweg. Linksboven de Wolfskuilseweg. In het midden de Thomas a Villanovakerk en de Lagere Meisjesschool (de MariaSchool), met links daarvan de Looimolen. Geheel bovenin loopt v.l.n.r. de Molenweg, 1949-1950 (GN1213-A RAN); Scholen door architect van Moorsel
In 1936 ontwerpt C.M. van Moorsel de Mariaschool, een meisjesschool. Hij had tevens de jongensschool St. Joseph en de fröbelschool ontworpen. “Architect en publicist C.M. van Moorsel was een belangrijk aanhanger van de Delftse School en vestigde landelijk zijn naam als ontwerper van katholieke kerken, kloosters en sanatoria.” (Gemeentelijke Monumentenlijst). Oorspronkelijk maakten de scholen onderdeel uit van een complex met klooster, studiehuis en een openbare kapel, vernoemd naar de Augustijnse heilige Thomas van Villanova.
In 1964 vond samenvoeging van de Maria- en Josephschool tot meisjesschool plaats. In 1975 werd de kapel gesloopt.
Tot 1983 was het pand in gebruik als school. Tegenwoordig is het gebouw eigendom van de Gemeente Nijmegen en wordt het als atelier- en kantooruimte verhuurd. Een uitvoerige beschrijving van het gebouw is te vinden op de Gemeentelijk Monumentenlijst.
Gevelsteen Maria school aan de achterkant (juli 2023)
Bij de Opening
Klassenfoto van de lagere MariaSchool (meisjesschool) met de leerlingen van de eerste klas van juffouw Albers, 1946 (F87067 RAN)
“Hedenmorgen had de plechtige opening plaats van de Meisjesschool aan de z.g. Derde van Hezewijkstraat in de parochie van den H. Thomas van Villanova.
Bij de H. Mis en de opening waren aanwezig: de wethouders Busser en v. Westreenne. Verder de inspecteur Ds. Smits, de Provinciaal van de Paters Augustijnen de HoogEerw. Pater de Wit, de Prior der Paters Augustijnen de ZeerEerw. Pater Bannenberg, leden van het bestuur der St. Jozefscholen o.w. de ZeerEerw. Pater Kolkman O.P., de heer Goossens oud-schoolopziener, de heer Daniëls, administrateur der St. Jozefscholen, de architect van de school v. Moorsel, de aannemer Heck en de opzichter Wolf, het Hoofd en personeel der St. Mariaschool, der Jongensschool van de Azaleastraat, U.L.O. en L. School van de Dobbelmannweg (3 en 7) en Hoofd en personeel van de Fröbelschool (5) in de 3e van Hezewijkstraat.
Bericht van verhindering hadden gezonden de burgemeester van Nijmegen, de bisschoppelijk hoofdinpecteur Mgr. Goorts, de bisschoppelijk inspecteur van Nijmegen Rector van Riel, de oud-wethouder Mr. Krootjes en de kapelaans der dekenale kerk van Steen, de Gruyter en Meulemans.
De H. Mis en de Inzegening
Klassenfoto van de lagere MariaSchool (Meisjesschool) met de leerlingen van de derde klas van juffouw Seegers, 1948 (F87068 RAN)
Om half tien begon de H. Mis in tegenwoordigheid van genoodigden een leerlingen van de school met de zusters
En onderwijzeressen. Een koor der paters en fraters Augustijnen voerde de liturgische gezangen uit der Mis van den H. Augustinus, wiens feest heden wordt gevierd.
De preek werd gehouden door den Z. Eerw. Pastoor Blok, die o.a. zeide, dat bij gelegenheid van de inwijding der meisjesschool dankbaarheid paste. Dankbaar moet men zijn, omdat nu het stelsel der scholen in de parochie volledig is geworden. De Fröbelschool was er en nu is de meisjesschool daaraan toegevoegd. Hier worden de kinderen niet alleen opgevoed tot nuttige menschen voor de maatschappij, maar ook voor het godsdienstig leven. De Zusters geven niet slechts onderwijs, maar bereiden de kinderen ook voor op de eerste H. Communie en begeleiden ze des morgens naar de kindermis. Dank moet aan God worden gebracht, omdat de opening kan plaats hebben op het feest van den H. Augustins, die machtig was in wetenschap en deugd.
De H. Mis werd hierop voortgezet. Na het H. Offer werd het Veni Creator gezongen en trokken de Geestelijken, de kinderen, waaronder de bruidjes, de genoodigden en belangstellenden naar het schoolpleintje. Hier hadden enkele gebeden en ceremoniën plaats om de eigenlijke inzegening in te leiden. Deze werd verricht door den H.E. Heer Deken J.L. van Mulukom, die in koorkap met de andere aanwezigen het schoolgebouw binnen ging. De paters Augustijnen verleenden hun assistentie bij de inzegening.
De H.E. Heer Deken zegende de kruisen, die later door hem aan den muur werden gehangen. Terwijl de kinderen eenige liederen zongen die bij deze gelegenheid pasten, schreed de Deken met zijn assistenten door de klaslokalen en gangen, die hij met gewijd water besprenkelde.
Hiermede was het kerkelijk gedeelte van de inzegening geëindigd. De geestelijken ontdeden zich van hun superpli’s (koorhemd; een wijd, wit linnen hemd) en begaven zich naar het ontvangzaaltje.
Feestelijke redevoeringen
Het zaaltje had voor deze gelegenheid een luistervol voorkomen. Enkele bloemen stonden verspreid tegen den muur. Verder waren er tafeltjes en stoelen, die voor eenige tientallen plaats boden.
De H.E. Heer Deken voerde het eerst het woord. Hij bracht een woord van dank aan Pastoor Blok voor de werkzaamheden in verband met de tot stand koming. Pastoor Blok heeft een parochie, aldus de spr., waar men nooit uitgewerkt komt. Hij heeft de kunst verstaan om te midden van de materieele armoede geestelijken rijkdom te brengen. Hij heeft ook den weg gevonden, dien men moest gaan om deze school te kunnen doen bouwen. Spr. wees er nog op, dat men misschien wel verbaasd is, nu er zoo’n groote school is verrezen, terwijl er toch zooveel armoede heerscht. Het waren de bemoeiingen van de werkers, die hier zooveel tot stand wisten te brengen. Spr. wenschte daarna de Moeder Overste der Dochters van O.L. Vr. geluk, en zeide o.a.: “U hetbt nu een gebouw, waar U de vleugels breed kunt uitslaan”. Spr. sprak den wensch uit, dat de zusters ook van de ouders alle medewerking zullen ondervinden. Gods zegen moge op dit werk rusten, die door het gebed der zusters kan worden verkregen. Daarna nam de Z.H. Heer Pastoor Blok het woord, die eveneens de zusters gelukwenschte. De zusters hebben ware offers voor de school gebracht, en vonden in de H. Mis de gelegenheid om God haar dank te betuigen. Spr. dankte den Inspecteur, den heer Smits, die twee jaar geleden de thans plaats hebbende opening van de school voorspelde. Hij dankte hem ook namens de zusters. Vervolgens dankte hij het gemeentebestuur, dat buitengewoon prettig heeft meegewerkt.
Ook oud-wethouder Krootjes dankte hij voor de vele moeiten, die hij zich voor de opening van de school had gegeven, vooral in zijn bekende rede voor den Raad van 24 Januari 1935.
Het bestuur de St. Jozefscholen heeft eveneens veel voor de school gedaan, zoodat op 11 September 1935 de aanbesteding kon plaats vinden. Spr. dankte vervolgens den architect Van Moorsel, den aannemer en den opzichter, de fraters, die tijdens de H. Mis hebben gezongen, en de aanwezigen voor hun belangstelling. Vervolgens deed hij mededeeling van schriftelijke gelukwenschen, die waren binnengekomen.
De derde, die het woord nam, was Inspecteur W.F. Smit, die dank bracht aan de Overste en het bestuur der stichting Dochters van O.L. Vr. en haar gelukwenschte. Vervolgens richtte hij zich tot den pastoor aan wiens zijde hij voor de tot stand koming gestreden had. Spr. hoopte, dat de scholen mochten voldoen aan de verwachtingen, die hij en de Z.E. Pastoor eraan hebben gesteld.
Voor de Zusters had hij een extra woord. Hij herhaalde haar de Evangeliewoorden van de H. Maagd, die zij als haar Patrones vereeren, tot Haar Zoon bij de bruiloft te Cana: “Doe alles, wat hij U zeggen zal”. Zoo zult ook gij alles doen, wat Christus U zal zeggen, aldus spreker. “Bewaart deze woorden in Uw hart”.
Hierna nam de Wethouder Van Westreenen het woord, die zeide namens het gemeentebestuur gaarne aanwezig te zijn. Hij bracht de gelukwenschen over van den Burgemeester, en sprak de hoop uit, dat de zusters in haar werk voor de leerlingen de hulp van God mochten ondervinden.
Daarop nam de Z.E. Pater Kolkman van de Orde der Dominicanen het woord. Spr. citeerde enkele woorden uit het kinderlied, dat hedenmorgen in de school was gezongen, en herinnerde aan de opvoedkundige taak van de zusters. Hij wenschte haar geluk met het nieuwe gebouw, en sprak den wensch uit, dat er een goede samenwerking tusschen de jongensschool en de meisjesschool zou bestaan.
Tenslotte sprak de heer Overmeer, hoofd van de jongensschool, die naar aanleiding van een deel der feestviering inde ochtenduren zijn waardeering kenbaar maakte voor de goede verstandhouding, die er tusschen jongensschool en meisjesschool heerscht.
De genoodigden bleven hierna nog eenigen tjid bijeen, terwijl er door gedienstige dames een verfrissching werd geserveerd.
Ongeveer twaald uur was het officieel gedeelte van de opening en inzegening beëindigd.” (De Gelderlander 28/8/1936)
Architect van Moorsel
Het nooit uitgevoerde ontwerp van de Thomas à Villanovakerk van de architect Cornelis Marie van Moorsel (05-03-1892 ‘s-Gravenhage – Voorburg 11-01-1962). In 1925 werd een aanzienlijk versoberde versie van de kerk, zonder toren en verhoogd koor in gebruik genomen. In 1990 werd de kerk gesloopt, 1923-1925 (Uit Katholieke Illustratie november 1930 via F9320 RAN)
Cornelis Marie(“Kees”) van Moorsel (Den Haag, 5 maart 1892 – Voorburg, 11 januari 1962) was een Nederlands architect en architectuurcriticus. Hij was een leerling van A.J. Kropholler. Hij was een aanhanger van de Delftse School, een stroming in het traditionalisme, waarvan hij samen met samen met prof. M.J. Granpré Molière en B.J. Koldewey richtinggevend was. Veel van zijn gebouwen zijn een “Gesamtkunstwerk”: een samengaan van architectuur, schilderkunst en plastiek. Belangrijke werken zijn de sanatoria van Bilthoven en Breda. Een uitvoerige beschrijving staat op wikipedia (tevens bron van deze paragraaf).
In de omgeving van Nijmegen kennen wij hem ook als architect van het dubbele woonhuis Sophiaweg 123-125 Heilig Landstichting uit 1934-1936, een Rijksmonument.
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is een Gemeentelijk Monument. Als waardering: Architectuurhistorisch van hoge waarde vanwege de kwaliteit van het ontwerp, de vrijwel geheel gave staat, en als voorbeeld van de Delftse Schoolarchitectuur van de toonaangevende architect C.M. van Moorsel. Het complex heeft een samenhangende, eenvoudige en harmonieuze uitstraling en kent een zorgvuldige materiaalvoering en detaillering. Karakteristiek is de afleesbaarheid van de functies, het gebruik van sober siermetselwerk en de toepassing van natuurstenen elementen.
Van kunsthistorische waarde zijn de muurschildering boven de entree naar de voormalige fröbelschool en het gebrandschilderde raam in de voormalige Josephschool, beide van kunstenaar Toon Ninaber.
Het complex heeft stedenbouwkundige waarde als deel van een van oorsprong groter complex, waarbij een klooster en kapel samen met het schoolcomplex een belangrijk katholiek centrum voor de wijk vormden. Ook heeft het complex stedenbouwkundige waarde vanwege de hoge positie ten opzichte van de Floraweg, waardoor het complex markant en beeldbepalend is voor de omgeving. Ook is het complex van cultuurhistorische waarde als uitdrukking van het katholieke leven in de jaren dertig en de strikte scheiding tussen jongens en meisjes, dat sprekend is voor het katholieke onderwijs in de eerste helft van de twintigste eeuw.”
Het Florapark is een erg afwisselend park: een dierenweide, uitkijkplek, bosje, volkstuinen, trimbaan. Het park is aangelegd op een uitloper van de stuwwal. Het ligt deels in en deels op de helling van de Wolfskuil of de ‘Kuul’.
Voormalig Karmelietenklooster met toren van de Karmelietenkerk aan de Doddendaal architecten Deur en Pouderoyen (maart 2024)
Een foto die een mooi overzicht geeft van de situatie in 1956 is ZN35488 RAN
In 1949 ontwerpen de architecten Deur en Pouderoyen het klooster en een kerk voor de Karmelieten. Deze komen mei 1951 gereed, hoewel de toren wat later wordt geplaatst.
Vooraf
Het oude klooster van de Karmelieten was tijdens het bombardement van februari 1944. De Augustijnenkerk, die door de Karmelieten was overgenomen, was zwaar beschadigd. Daarop werd in de buurt van het voormalige klooster een nieuw klooster gebouwd. In het artikel hieronder legt Pouderoyen uit dat de plannen aanvankelijk wat minder traditioneel waren, maar dat uiteindelijk toch gekozen is voor “strenge” opvattingen van de Karmelieten.
Met het naastgelegen voormalige bejaardencentrum aan de Doddendaal lijkt het een eenheid te vormen.
Het nieuwe klooster en de nieuwe kerk
De Gelderlander plaatst in 1949 een aantal artikelen op dezelfde pagina:
“De Paters Carmelieten bouwen een nieuwe kerk en een klooster in het Centrum van de herrijzende stad
Ir. J.G. Pouderoyen: Ondanks de grootte gaat de intimiteit niet verloren
Hallen kerk is bij uitstek geschikt voor deze tijd
Nijmegen, 14 October.- Toen zekerheid was verkregen omtrent de plaats waar de nieuwe kerk met klooster van de paters Carmelieten zouden komen te staan, zijn door het architectenbureau Ir. Deur en Ir. Pouderoyen de verdere plannen uitgewerkt. Het klooster is bestemd voor 40 personen, terwijl de kerk aan maximaal 1400 personen plaats zal kunnen bieden. Bij het bepalen van laatstgenoemd aantal is rekening gehouden met de toekomstige bewoning van dat deel van de nieuwe binnenstad, wat onder deze parochie zal gaan behoren. Het verrijzen van dit nieuwe gebouwen-complex zal een grote verandering teweeg brengen in het stadsbeeld en als de wederopbouw van de binnenstad in het verwachte snellere tempo zal geschieden, gaat het hart van Nijmegen weer kloppen, langzaam misschien, maar gestaag, want het nieuw geschonken leven is krachtig en gezond. De nieuwe kerk zal een groot deel van dit nieuwe leven gaan beheersen en de paters Carmelieten zullen een groot aandeel krijgen in de ontwikkeling daarvan.
Voor het klooster, zo vertelde ons ir. Pouderoyen in een gesprek over het nieuwe grote werk, is aanvankelijk gezocht naar een ontraditionele oplossing, maar tenslotte is men toch teruggekeerd naar de strenge opvatting van een klooster, zoals de Paters Carmelieten die steeds gehad hebben. Daarbij is terdege rekening gehouden met de zonnestand en binnen het kader der mogelijkheden met behoorlijke afmetingen.
De indeling van het klooster zal er als volgt uitzien. Op de begane grond komt een cour in het vierkant vier gangen, zoals men deze in alle oude kloosters aantreft. Een vleugel is bestemd voor gastenkwartier en de pastorie, de tweede vleugel voor recreatie van de paters en broeders, lokalen voor het provincialaat en het secretariaat van de scholen. In de derde vleugel komt de refter en de keuken. De vierde vleugel heeft beneden een pand gang aansluitend op de Pandhof, de binnenplaats. Boven deze pandgang komt een gang en de bibliotheek, die hiermede haar typische plaats krijgt in een Carmelietenklooster dat tevens studie klooster is.
Een Hallenkerk
De R.K. O.L. Vrouw van de Berg Carmelkerk aan de Doddendaal, de voorgevel met hoofdingang aan de westzijde en de zuidzijde met de klokkentoren. Kerk en klooster zijn ontworpen in 1951 door Cees Pouderoyen, de klokkentoren dateert uit 1955. Links de afslag naar de Kroonstraat, 5/1980 (Frans Hermans via F24935 RAN CC0)
Voor de kerk is gekozen het type van de hallenkerk (Gotische kerk met middenschip en zijschepen van gelijke breedte), waarmede wordt teruggegrepen op de vroegste tradities van de kerk en wel met de speciale opzet, omdat die tijd zoveel aanknopingspunten heeft met onze tijd: sober, maar met zuiver schone verhoudingen, een prachtig kader voor eventuele verrijkingen later. Een gebouw, perfect van verhoudingen.
De heer Pouderoyen wees ons er op, dat dit project zeker niet gezien moet worden als het werk van de eenling, maar een product voortgekomen uit de gedachten en de samenspraak van een grote groep architecten, die zich met kerkbouw bezig houden. In Den Bosch is een school voor kerkelijke architectuur, waar men zich beraadt over de principes die aan de kerkbouw ten grondslag liggen en waaraan kerkbouwers moeten voldoen om tot een goed resultaat te komen.
De hallenkerk achtte ir. Pouderoyen bij uitstek geschikt voor de tijd van heden. In de breedte gespreid zitten de mensen voor het altaar. De soberheid van deze tijd brengt mee, dat geen hoge kerken kunnen worde gebouw, maar door de grote oppervlakte die de schepen krijgen krijgt men toch een geheel van rijzige proporties.
Bovendien- en dit achtte ir. J. Pouderoyen in hoge mate belangrijk- biedt dit type kerk het voordeel, dat ondanks de grootte de intimiteit niet verloren gaat.
De hallenkerk is een karakteristiek type van de bedelkerk (zoals de oude Dominicanenkerk)en is karakteristiek voor het oostelijk gedeelte van ons land. Men vindt o.a. de hallenkerk in Zwolle n.l. de St. Michaelskerk. De nieuwe kerk krijgt drie schepen, die Tien meter hoog zijn. De gehele kerk wordt 30 meter breed en 45 meter lang. Tussen de kerk en het klooster komt de sacristie en de bijsacristie en daarboven het nachtkoor met een verbindingsgang naar het klooster.
De toegang tot het kerkgebouw kan met vergelijken met een porta voorzien van een rijk motief. De doopkapel komt bij de ingang en aan de noordzijde een galerij met biechtstoelen.
Rond het hoofdaltaar komt een krans van bij-altaren in cryptevorm en in de directe omgeving de Maria-kapel, die volgens de constitutie van de paters Carmelieten een zeer bijzondere plaats moet hebben. De toren staat op het knooppunt van sacristie-gastenkwartier-bibliotheek en nachtkoor, dus tussen het klooster en de kerk. De toren, die voorlopig niet gebouwd zal kunnen worden en een stenen lichaam krijgt van 30 meter hoogte, moet tevens dienen als trappenhuis van het klooster.
Men hoopt echter het verdere complex tegelijk te kunnen bouwen, temeer, omdat dan tevens een einde zal komen aan de noodoplossing in de Priemstraat en ook het werk van de paters, die thans, zoals men weet verspreid wonen, ten zeerste zal worden vergemakkelijkt. Om dan tenslotte nog maar niet te spreken over de grote financiële offers welke nu moeten worden gebracht, doordat twee gebouwen in stand moeten worden gehouden.
De plaats van het nieuwe complex in het wederopbouwplan
Ingang voormalige Carmelklooster aan de Doddendaal (maart 2024)
Plaquette Maria en Jezus boven ingang voormalig Carmelklooster (maart 2024)
Eind October 1946 werd met het overleg inzake de nieuwe kerk begonnen. Een zeer belangrijke vraag hierbij was de situatie van het gebouw in het wederopbouwplan. Er was reeds een plaats gereserveerd waarbij de kerk gericht zou zijn op het Centrumplein, doch bij de bestudering van de vraag in hoeverre de kerk in het hart van de stad een rol zou gaan spelen, kwam men tot de conclusie, dat zo het aanvankelijke plan doorgang zou vinden, de twee in het stadscentrum aanwezige kerken te dicht bij elkaar zouden komen te liggen. Men vond tenslotte de oplossing de nieuwe kerk te richten op het Kronenburgerpark, naar het hart van de parochie, zodat nu het ingangsfront dus gericht wordt op genoemd park. Een vrij diep plein in trapvorm (nog gedeeltelijk zichtbaar op de grote tekening) zal een waardig entree vormen. De nieuwe plaats bood bovendien het voordeel, dat geprofiteerd kon worden van de hoogteverschillen in het terrein, wat aan de gehele situatie zeer ten goede komt. Het klooster krijgt de hoofdtoegang aan de Nieuwe Doddendaal als tenminste deze naam gekozen zal worden. De kerk krijgt een importante zij-ingang aan de Nieuwe Doddendaal en een achtertoegang in het bijzonder ten behoeve van de bewoners in de benedenstad, zodat deze langs de kortste weg de kerk kunnen bereiken.
Zoals men weet, waren voor de vernieling kerk en klooster van elkaar gescheiden. Aan deze verspreide ligging is thans een einde gemaakt. Kerk en sacristie vormen nu een geheel.
Een Titus Brandsmastraat?
Titus Brandsmastraat (maart 2024)
In 1949 is er sprake om de straat waar de hoofdingang van het klooster komt te liggen de Titus Brandsmastraat te noemen:
“Een Titus Brandsmastraat?
Het nieuwe gebouwencomplex van de paters Carmelieten- met name het klooster- krijgt de hoofdingang aan wat men thans noemt de nieuwe Doddendaal. Of deze naam gehandhaafd zal worden, is nog niet beslist, maar er gaan stemmen op, om deze te wijzigen in Titus Brandsmastraat.” (De Gelderlander 15/10/1949)
De hoofdingang van het klooster kwam aan de Doddendaal te liggen. Wel is de straat die achter het klooster loopt – en die Doddendaal met Achter de Carmel verbindt- vernoemd naar Titus Brandsma.
Twee kerken in onze binnenstad
De Carmelietenkerk met klooster. 1957 (Jeroen van Lith via D1040 RAN CC0)
Bij het bombardement op 22 Februari 1944 werden de 4 katholieke kerken in ons stadscentrum verwoest. Van 2 zijn de overblijfselen inmiddels gesloopt: één n.l. van de paters Jezuiëten in de Molenstraat werd tijdelijk hersteld en over de bestemming van de paters Dominicanen aan de Broerstraat bestaat nog onzekerheid, doch staat vast, dat dit gebouw niet meer als parochiekerk in gebruik zal worden genomen.
De kerk van de Paters Carmelieten zal, zij het dan niet op de oude plaats, weer worden opgebouwd, zodat in het stadscentrum twee parochiekerken overblijven n.l. die van de paters Jezuiëten en van de paters Carmelieten.
Over laastgenoemde kerk vindt men uitvoerige bijzonderheden op deze pagina. Deze gegevens werden verstrekt door het architectenbureau ir. C. Deur en ir. J.G. Pouderoyen te Nijmegen, welk bureau de plannen voor de nieuwe kerk heeft ontworpen. Deze plannen zijn reeds door de super-visor van de wederopbouw goedgekeurd en het wachten is op het fiat van het Departement van Wederopbouw. Men hoopt evenwel begin volgend jaar met de werkzaamheden aan te vangen.” (De Gelderlander 15/10/1949)
Vervolg
Doddendaal met de kerktoren en tot studentenhuisvesting verbouwde klooster; daarvoor de nieuwbouw van Studentenhuisvesting. Het complex van Deur en Pouderoyen en het oude bejaardencentrum aan de overkant lijkt een eenheid te zijn (Maart 2024)
In mei 1951 vindt de opening van het klooster plaats. Zoals bij de foto’s reeds aangegeven, kwam de toren op een later moment gereed.
Van de kerk staat alleen de toren nog overeind. Eind jaren 80/begin jaren 90 is de kerk gesloopt om plaats te maken voor studentenhuisvesting. Ook in het voormalige klooster bevinden zich studentenkamers. Zie ook de foto F11273 uit 1991.
Achter de Carmel: links is nog een gedeelte van het klooster. Daarnaast is de kerktoren te zien. Daarvoor staat de nieuwbouw van Studentenhuisvesting, juli 2014 (Google Streetview)
Panden gelegen tegenover het Stadhuis in de Burchtstraat, van rechts naar links; Hunkemöller Lexis, de Apotheek Bijleveld en Modezaak Gerzon en geheel links Peek & Cloppenburg , gezien in de richting van de Grote Markt, 1955-1956 (GN3711 RAN)
In 1954 vindt de herbouw plaats van de apotheek van Blommestein-Bijleveld. Beide apotheken waren in de oorlog verwoest. De architecten van het nieuwe pand op de Burchtstraat waren Deur en Pouderoyen.
Vooraf
De Gelderlander 17/12/1949 meldt dat eerdaags de bouw zal beginnen, waar het schoenenmagazijn van de firma van Haren zal worden gevestigd. “Eigenaren van dit pand zijn de dames Blommestein”. Blommestein had meer dan 40 jaar zijn apotheek op de hoek van de Broerstraat en Pauwelstraat gehad (De Gelderlander 25/6/1954), dus waarschijnlijk op de locatie waar in 1950 van Haren is gekomen. Aangezien Blommestein “op leeftijd” is, gaat hij samen met de apotheek van Bijleveld in de Jorisstraat. Deze apotheek gaat echter in september 1944 in vlammen op. De apotheek Blommestein-Bijleveld wordt in 1954 in de Burchtstraat herbouwd, eveneens volgens ontwerp van Deur en Pouderoyen.
Opening Apotheek Blommestein-Bijleveld
Voorstel voor het bouwen van een apotheek gelegen a/d Burchtstraat te Nijmegen v.r.v. N.V. Ijzerhandel Gebr v. Campen, Architectenbureau J.G. Deur en C. Pouderoyen, datum tekening 20-11-1952, wijziging 28-8-1953 (D12.415818)
De Apotheek van de heer Bijleveld, 1955 (F15427 RAN)
Hierboven staat de bouwtekening weergegeven voor het bouwen van een apotheek gelegen aan de Burchtstraat. Daarbij is het opvallend dat het gebouw voor rekening van Ijzerhandel Gebr. v. Campen is gebouwd. Pouderoyen “ontwierp het pand in traditionalistische wederopbouwarchitectuur met stijlkenmerken van de Bossche School.” (Gemeentelijke Monumentenlijst)
Ongeveer de helft van de winkel is de feitelijke apotheek. Daarachter bevinden zich onder andere een kantoor en bergingen. Een deel van de eerste verdieping wordt gedeeltelijk als apotheek gebruikt: hier is het laboratorium. Daarnaast is de eerste verdieping in gebruik als woning. Daarboven bevinden zich bovenwoningen.
Bij de opening van Apotheek Blommestein-Bijleveld schrijft de Gelderlander:
“Met dit fraaie gebouw wordt niet alleen de Burchtstraat verrijkt maar is onze stad in het bezit gekomen van een apotheek, welke als zodanig onmiddellijk te herkennen is. Het bijzondere van deze apotheek is namelijk dat we er op het eerste gezicht een apotheek in zien, nog voordat we de naam van de apotheker hebben gelezen.”
“Met grote animo wijdde Ir. G. Deur zich aan de opdracht om een nieuwe karakteristieke apotheek te ontwerpen, welke in overeenstemming zou zijn met deze omgeving en vooral een gelukkige combinatie vormde met de stijlvolle overbuur, het gerestaureerde stadhuis. In de uitvoering is het architectenbureau Ir. Deur en Ir. Pouderoyen uitmuntend geslaagd. Het uiterlijk van de bouw is prettig en orginieel; de inrichting spreekt van praktische zin. Deze apotheek mag als model gelden voor die van ons land. Het streven stond nog steeds op de voorgrond om de ruimten zo efficiënt mogelijk te benutten en om de hygiëne tot in de perfectie in acht te nemen. Een leek kan zich moeilijk een denkbeeld vormen van het uitgebreide apparaat waarover een moderne apotheek als die van Blommestein-Bijleveld de beschikking heeft”.
Aannemers waren de Gebr. Thiemstra
(De Gelderlander 25/6/1954)
Vervolg
In 2013 zat Apotheek Blommestein nog op Burchtstraat 5-7 (Henk van Gaal via DF3487 RAN CC0)
In 1994 vond een verbouwing/uitbreiding van de apotheek plaats.
Tegenwoordig zit alweer jaren juwelier Paul van Zeeland in het pand.
Burchtstraat 5: gebouwd als Apotheek Blommestein-Bijleveld, al jaren juwelier Paul van Zeeland, juli 2019 (Google Streetview)
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is een gemeentelijk monument met als waardering:
Het apotheek met bovenwoning in de Burchtstraat is van cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de herrijzenis van het commerciële hart van Nijmegen na de verwoestingen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. In typologisch opzicht sluit het pand aan bij het eeuwenoude winkelhuis, d.w.z. een pand met een commerciële winkelfunctie op de begane grond en een bovenwoning op de verdiepingen. Het pand is voor Nijmegen van architectuurhistorisch belang als gaaf en herkenbaar voorbeeld van een vroeg-naoorlogs winkelhuis in een traditionalistische bouwstijl met invloeden van de Delftse en de vroege Bossche School. Het is een representatief werk van de Nijmeegse architect C. Pouderoyen die in deze periode ook het Carmelklooster, de winkel op de hoek van de Broerstraat en de Pauwelstraat en het Van der Werff-gebouw aan Plein 1944 bouwde. De ontwerpkwaliteiten komen vooral tot uitdrukking in de gedeeltelijk gave winkelpui met ‘klassieke’ motieven en in de evenwichtige compositie van de bovengevel. Ranke stalen kozijnen, robuuste betonnen vensteromlijstingen en massief metselwerk gaan harmonieus samen. Het interieur van de bovenwoning bezit bovendien een groot aantal originele interieurelementen. Het gebouw is van grote stedenbouwkundige waarde als beeldbepalend onderdeel van een aaneengesloten vroeg-naoorlogse gevelwand tegenover het stadhuis. Het gebouw is bovendien een essentieel onderdeel van een aaneengesloten en op samenhangende wijze tot stand gekomen wederopbouwensemble dat als beschermd stadsbeeld van grote cultuurhistorische waarde is als belangrijk en hoopvol ijkmoment in de Nijmeegse stadsgeschiedenis.”
1907 Van Welderenstraat 100 en 102 en 2e Walstraat 107, 109 en 111 Centrum
Het fraaie effect van een gloeilampverlichting in een helder wit geschilderde etalageruimte van de garage L.A. Moll (importeur van de Dion Bouton) bij avond. Reproductie uit: Gebruikt Electriciteit! Reclame uitgave der Gemeente-Electriciteitswerken te Nijmegen, eerste serie no. 2 ‘Onze Winkels’, Nijmegen 1910; het pand is ontworpen in Jugendstil door Oscar Leeuw in 1909 in opdracht van L.A. Moll, 1910 (F47567 RAN)
In 1907 verbouwt Oscar Leeuw 2 woningen aan de Van Welderenstraat naar de garage voor L.A. Moll.
Op 16-3-1907 besteedt Oscar Leeuw “het gedeeltelijk afbreken en verbouwen der perceelen, gelegen aan de Van Welderenstraat Nos. 100, 102 en 2e Walstraat Nos. 107, 109 en 111 aan” in opdrcht van de heer L.A. Moll. M.C. Konings was met f10.996 de laagste inschrijver, waarop hem het werk werd gegund (De Gelderlander 14/3/1907 en PGNC 20/3/1907).
Niet doorgegaan ontwerp of bestaande toestand? Garage Moll, datum tekening januari 1907 (D12,379675)
In het bouwdossier bevindt zich ook een tekening uit januari 1907. Het is nog niet bekend of dit de bestaande toestand of een niet doorgegaan ontwerp is.
Wel is duidelijk te zien dat de begane grond wat hoekiger is. Daarnaast zijn de andere verdiepingen veel minder sierlijk dan het uiteindelijk ontwerp.
De verbouwing
Indeling: Het maken van een Automobiel-garage voor rekening v./d. WelEd. Heer L.A. Moll van Welderenstraat No 100 en 102 2e Walstraat 107, 109 en 111 (Sectie B No. 847 en 846 No. 1078, 1079 en 1080), datum tekening februari 1907
Daarbij wordt de suite van de linkse woning verbouwd tot “gang” en de rechtse, samen met de opgang tot “etalage”. Links van het midden bevindt zich een portiek, met links een deur naar de gang, rechts naar de etalage en in het midden naar de bovenverdieping.
De oorspronkelijke open plaatsen, keukens en de 3 kamers is de feitelijke garage geworden.
De bovenverdieping is 1 grote woning geworden met een kantoor. De voorheen open plaats -nu garage- wordt overdekt met een dak met een raam (een lichtkoepel?)
Bij de opening
De garage is eind 1907 opengegaan. Daarbij is opvallend dat zowel het PGNC als de Gelderlander bij de opening geen “kijkje” hebben genomen. Het PGNC schrijft in november 1907 dat het tijdschrift “Auto” een uitgebreide beschrijving heeft gegeven “van de geheele inrichting deezer Nijmeegsche zaak, die in de sportwereld èn om de deugdelijke, door haar verkochte merken ènomhaar courante wijze van zaken doen, hoog staat aangeschreven.” Zij was “niet zelf in de gelegenheid gesteld deze nieuwe inrichting te bewonderen”. (PGNC 17/11/1907)
De Gelderland plaatst uiteindelijk in maart 1908 een artikel:
“Firma L.A. Moll.
Het maken van een Automobiel-garage voor rekening v./d. WelEd. Heer L.A. Moll van Welderenstraat No 100 en 102 2e Walstraat 107, 109 en 111 (Sectie B No. 847 en 846 No. 1078, 1079 en 1080), datum tekening februari 1907 (D12.379674)
Wanneer de winter den scepter zwaait met zijn koude, grijze mist- en regendagen geraakt Holland’s auto- en wielersport eenigermate in de verdrukking. Het gure weer doet de aandacht meer bepalen tot den warmen haard dan tot de auto, die in deze maanden wel zijn diensten naar behooren verricht, maar met blijkbaaren tegenzin en bedekt onder modder en vuil. Maar pas heeft de lente niet haar blijde incomste gehouden, vergezeld van mooie dagen, droge wegen en lachend zonlicht, of de auto, de koningin van ons hedendaagsche middel van vervoer, siert met nieuwen luister onzer omstreken, en menig nieuw rijwiel doet den berijder van voren af aan genieten van de voordeelen aan den populairen tweewieler verbonden. Door auto en fiets wordt het verkeer op onze fraaie wegen eerst opgewekt, zij geven het landschap kleur en frisch leven!
Door omstandigheden deden ons heden gevolg geven aan een sinds lang gekoesterden wensch om de nieuwe inrichting van de firma L.A. Moll inwendig eens te bezichtigen. En de drang hiertoe werd des te sterker, toen heden in de vitrine van de garage aan de van Welderenstraat, de pracht-auto van den heer Ch. Etty onze bijzondere aandacht trok. Het is een 15 P.K. de Dion Bouton, een wagen die uitblinkt in pracht en uitrusting en afwerking en waarbij alle nieuwste vindingen zijn in praktijk gebracht, o.a. de nieuwe massieve Ducasble-banden. En deze wagen legt tevens een schitterend getuigenis af van onze Nijmeegsche industrie: de carrosserie, model Limousine-Modern, die eenvoudig magnifique is, werd geleverd door de firma Egbers alhier.
Het nieuwe gebouw van de firma Moll trekt reeds onmiddellijk de aandacht door den monumentalen gevel van graniet. Door den fraaien ingang komt men in de ruime garage, waar tal van prachtige auto’s van ingezetenen gestald zijn, aan de tijdelijke zorgen van de firma toevertrouwd. Evenals in alle andere afdeelingen komt den ontwerpers van den verbouwing, den heeren O. en H. Leeuw, veel lof toe voor de wijze waarop het praktische en het luxueuse gecombineerd zijn. Wij noemen het portiers-huisje met telefoon, elektriciteit enz. en waarmede men bij dag en nacht in contact kan komen. Dan de hygiënisch ingerichte toiletten, de kastjes voor kleeding en instrumenten e.d. In de ontvangkamer, die een werkelijke salon mag heeten en waarin de zooeven genoemde auto van de heer Ch. Etty zich bevindt, merkten wij nog op een chassis 15 P.K. 4 cyl. de Dion Bouton, waarvan het eigenaardige is, dat de draagas van de achterwielen gesepareerd is van de transmissie-as, waardoor een zeer sterk achterstel wordt verkregen. Ondergronds heeft men hier de bandenkamer.
Het fraaie effect van een gloeilampverlichting in een helder wit geschilderde etalageruimte van de garage L.A. Moll (importeur van de Dion Bouton) bij avond. Reproductie uit: Gebruikt Electriciteit! Reclame uitgave der Gemeente-Electriciteitswerken te Nijmegen, eerste serie no. 2 ‘Onze Winkels’, Nijmegen 1910; het pand is ontworpen in Jugendstil door Oscar Leeuw in 1909 in opdracht van L.A. Moll, 1910 (F47567 RAN)
Nog worde gememoreerd, dat in de entrée tot de koninklijke garage de schilden zijn aangebracht van de fabriek de Dion Bouton uit Puteaux bij Parijs. Deze schilden dienen als bewijs dat de firma Moll officieel Stock-houder van genoemde fabriek is, eene werkelijke onderscheiding.
Boven de garage bevinden zich twee voorraad-zolders van motoren, drijfwerk, assen, riemschijven, enz.
Gelijk men weet zijn tusschen deze nieuwe en oude inrichting van de firma Molle eenige perceelen in de van Welderenstraat gelegen. We deden enkele stappen door de Walstraat en kwamen toen in de werkplaatsen waar kolossale wagens onderhanden zijn, alsmede ander werk op technisch gebied. Flinke werktuien treft men in deze afdeelingen aan, een groote en een kleine Amerikaansche draaibank, een zware boormachine, een slijpmachine, takel aan den motor de chassis te lichten, enz. Noemen we dan nog de gasmotor “Otto”10 P.K., met dynamo van Siemens en Halske, welke in het electrisch licht en de geheele inrichting en de beweegkracht voorziet.
Een onwillekeurig arriveert men dan in de afdeeling rijwielen, waarvan wij in de diverse magazijnen honderden nieuwe en te herstellen exemplaren zagen. Aan de van Welderenstraat heeft men de reparatie-inrichting, waar kleine reparaties direct worden verricht, terwijl het magazijn der nieuwe rijwielen tal van fraaie exemplaren bevat in de merken Centaur, Eady (Eng.), Victoria, Adler (Duitsch) en de zeer goekoope Teddy’s. Een aardige serie karretjes zagen we hier in de vitrine: eene collectie Fongers-rijwielen, bestemd voor het 11e Reg. Inf.- de firma Moll heeft voor dit district de vertegenwoordiging van de “Fongers”.
Op de bovenverdiepingen bevinden zich de fraaie kantoren en de magazijnen van de rijwiel- en auto-onderdeelen, gas-motoren, rijwiel- en autobanden, electriciteits-artikelen enz. Maar genoeg. De inrichting van de firma kan- dit blijkt wel uit bovenstaande- alleszins first class genoemd worden. Begin April vangt de inrichting aan van het electrisch installatiebureau (vertegenwoorigign Siemens en Halske, Berlin) in het voormalige Geh-Onthouders-Logement, waamede dan weder een nieuw gebied wordt betreden- moge het zijn met even groot succes als in de hierboven genoemde afdeelingen.” *( PGNC 27/3/1908)
Vooraanzicht van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels van architect Oscar Leeuw op de nieuwe locatie (v/h Groote Markt 7), 1913, (De Gelderlander, 20/03/1913, p. 7 via RAN F88982)
In 1913 verhuist de Firma Wed. W.G. Haspels, een zaak voor luxe dameskleding, van de Groote Markt 7 naar de Lange Burchtstraat 16. Het ontwerp van de verbouwing was van Oscar Leeuw. Bij het bombardement van febrauri 1944 werd het pand volledig verwoest, waarbij 19 medewerkers om het leven kwamen.
Aankoop Burchtstraat no. 8-10
In oktober (“dezer dagen”) koopt M. Benjamins van de firma wed. W.G. Haspels het pand Burchtstraat no. 8-10 aan van de firma F.J. Hübscher en Zoon, waarop dat moment tevens mantelmagazijn “de Ster” gevestigd is. Benjamins wil het jaar daarop, zijn zaak naar dit pand overbrengen, welke op dat moment nog op de Grote Markt gevestigd is. Eerst moet er echter nog een verbouwing plaats vinden (PGNC 29/10/1911)
Aanbesteding
In juli 1912 (“gisterenavond”) vond de aanbesteding plaats van “het gedeeltelijk amoveeren van de perceelen gelegen aan de Lange Burchtstraat no. 16 en 18 en het bouwen van een winkelhuis met bovenwoning en ateliers, waarin de zaak voor damesconfectie van den heer M. Benjamins, fa. Wed. W.G. Haspels, Groote Markt, gevestigd zal worden.” H. Seegers had met f 29875 met de laagste inschrijving en verkreeg daarop de aanbesteding. (PGNC 3/7/1912)
Bij de Opening van Wed. Haspels
Lichtschacht op de bovenverdieping van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels , 1913 (F30624 RAN)
Bij de opening schrijft de Gelderlander:
“Een Modepaleis.
Dezen naam verdien inderdaad de prachtige nieuwe modemagazijnen van de firma Wed. Haspels aan de Lange Burchtstraat, welke blijkens de aankondigingen op de laatste bladzijde van dit nummer morgenochtend tien uur voor het publiek geopend zullen worden.
Onze begaafde stadgenoot, de heer Oscar Leeuw, die onze stad reeds met zoo menige schepping van talent verrijkte, heeft hier weer een voortreffelijke gelegenheid gehad om zijn vernuft en smaak te toonen. Aannemer was de heer H. Seegers. De breede gevel in stijl Lodewijk XVI versierd met keurigen arbeid in gehouwen steen, door den heer Euwens alhier geleverd, maakt een werkelijk grootsch effect; maar vooral van binnen biedt de ruime localiteit, aangenaam gebroken door witte kolommen, die een sierlijken koepel van gelkleurd glas in lood (van den heer Kronenbiter te Berg en Dal) dragen, een bijzonder vriendelijken en gedistingeerden aanblik.
Overal treedt de voet op een zadelrood tapijt (uit de magazijnen van den heer Maurits Drukker) overal in het rond staan keurig witgeschilderde kasten met spiegels in de paneelen en met fijn verguld snijwerk gesierd, waarin de nieuwste snufjes van het seizoen geborgen zijn, die op verlangen der dames worden geateleerd op de witte tafels, waarbij zij zich op haar gemak kunnen neerzetten in sierlijke witte stoeltjes, of fauteuils.
Hebben zij iets uitgekozen, er is onmiddellijk gelegenheid te zien hoe het haar staat. Een vijftal allerliefste kabinetjes aan de achterzijde van de groote winkelruime zijn daartoe als paskamers ingericht, terwijl nog een paar kleinere paskamertjes rechts zijn aangebracht.
De witte kolommen: Interieur van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels van architect Oscar Leeuw op de nieuwe locatie (v/h Groote Markt 7), 1913 (De Gelderlander, 20/03/1913, p. 7 via F88983 RAN)
Ter linkerzijde strekt de winkelruimte zich nog uit achter de beide aangrenzende huizen. Met veel smaak is hier bij wijze van cosy corner een aangenaam zitje ingericht voor wachtende dames of heeren, die zich hier kunnen verpozen met de vrolijke bedrijvigheid in ’t rond gaande te slaan. Op die hoogte is ook de ingang tot een ruimen koelkelder tot het bewaren van pelterijen in den zomer. Verder heeft men daar een telphoonkantoor-kantoortje voor bezoeksters, die b.v. thuis vergeten hebben het menu voor den dag op te geven; een kantoor voor het administratiepersoneel en een kantoor voor de directie.
Wat de wonderen betreft, welke de twee groot vitrines aan de straat herbergen, daaromtrent treden we in geen uitvoerige beschrijving. Wij denken dat onze lezeressen die morgen in persoon wel zullen gaan beoordelen; alleen stippen wij aan dat zij een schat bevatten van de nieuwste soirée-costumes, een avondmantel in blauw barèreg met kleine glaspareltjes bezaaid, enz.
De mannequins, die deze fraaie kledingstukken dragen, zijn van echt Parijsch maaksel, zooals de sierlijkheid en gracieuze buigzaamheid onmiddellijk verraadt.
Tooverachtig belooft vooral bij avond de aanblik van het nieuwe modepaleis te zijn door de zee van electrisch licht, uitstroomende van tal van kristallen lusires aan het plafond, terwijl rondom de koepel nog een kring van ronde ballons aan kristallen guirlandes afhangen. Deze prachtige lampen worden geleverd door de bekende firma Stokvis te Arnhem, die ook voor de centrale verwarming zorgde, terwijl de electrische installatie overigens werd aangebracht door den heer L.A. Moll alhier.
Portiek op de bovenverdieping van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels op de nieuwe locatie (F30625)
Stippen wij nog aan dat het groote schilderwerk verricht werd door den heer Wesseling en het kleinder van de binnenbetimmering door de firma Kaak, beide alhier.
Na een wandeling door de nieuwe magazijnruimten hedenmiddag werd ons ook een kijkje toegestaan in de nieuwe ateliers op de tweede verdieping (de eerste verdieping is allerkeurigst tot woning van den eigenaar ingericht), waar een zestigtal meisjes met nog een flink getal dames-kleermakers dagelijks werk zullen vinden. Een vier of vijftal ruime, hooge vertrekken, uitstekend verlicht en geventileerd, voorzien van waterclosets en allerlei gerief, is daartoe ingericht. Ook in dit opzicht beantwoordt de grootsche inrichting werkelijk aan de allerlaatste eischen. Onze stad mag werkelijk roemen op dit nieuwe modepaleis, dat met de fraaiste en rijkst voorziene van elders kan wedijveren.” (De Gelderlander 20/3/1913)
Geschiedenis van Haspels: bij het 100-jarig bestaan in 1939
In maart 1939 bestaat modezaak Haspels 100 jaar. Ter gelegenheid daarvan schrijft het PGNC over haar geschiedenis:
“Honderdjarig bestaan van de Firma Haspels: Hoe de zaak groeide
Honderd jaar bestaat morgen, Woensdag 15 Maart, het damesmodemagazijn van de firma Haspels aan de Lange Burchtstraat en waar het zeker tot de zeldzaamheden zal behooren, dat een zaak een dergelijk jubileum kan vieren, is het zeker de moeite waard om eens te zien hoe deze firma, die tot de meest vooraanstaande van Nijmegen gerekend mag worden, zich in den loop der jaren ontwikkelde. Daaruit zal men dan kunnen zien dat hier inderdaad van een voorspoedige ontwikkeling gesproken mag worden.
Het was de heer Willem Haspels, die in het jaar 1839 de zaak stichtte, welke op de Groote Markt gevestigd werd. De zoon zette het bedrijf voort en na diens dood kwam de zaak in handen van de weduwe Haspels. Van haar was het, dat de tegenwoordige eigenaar, de heer M. Benjamins, in 1909 de zaak overnam. Intusschen was de firma in 1896 de eer ten deel gevallen het praedicaat Hofleverancier te mogen voeren, zulks in verband met het leveren van een toilette aan wijlen H.M. Koningin Emma. Destijds vertoefde deze n.l. dikwijls in hotel “Keizer Karel” te Nijmegen. Een aardig idee was het van den heer Benjamins om ter gelegenheid van de opening van de Waalbrug aan Hare Majesteit Koningin Wilhelmina te verzoeken om een copie van deze robe te mogen maken en te etaleeren. Volgaarne werd deze toestemming verleend.
Zooals gezegd, was het in den jare 1909, dat de heer Benjamins van de weduwe Haspels de zaak overnam. Deze besloeg toen een oppervlakte van 1 A. 63. c.A. en bestond uit een magazijn, waar stoffen en confectie werden verkocht en een atelier voor het vervaardigen van japonnen naar maat. Het personeel bestond uit 16 personen. De firma Haspels bezocht destijds reeds cliënten buiten Nijemgen en exposeerde vooral in Twente, n.l. Enschede, Almelo en Hengelo, waar zij onder de vrouwen van de industrieelen haar goeden roep mocht behouden, blijkende uit het feit, dat zij nog heden ten dage vele cliënten in deze plaatsen heeft.
Op de Groote Markt werd het huis spoedig te klein. In twee jaren was het personeel tot 40 personen aangegroeid. Dientengevolge moest naar een grooter pand worden uitgezien en in 1912 werd het mooie pand aan de Burchtstraat gekocht, het vroegere eigendom van jonkheer W. van Nispen tot Sevenaar. Op dit terrein groot 1100M2, werd door architect Oscar Leeuw één der mooiste modemagazijnen in de provincie opgetrokken. Het gevolg hiervan was, dat de zaak zich nog meer uitbreidde en zoo langzaamaan één der bekendste modemagazijnen werd, waar ruim 100 menschen werkzaam zijn. De moeilijkheden in zaken zijn algemeen bekend en worden ook de firma Haspels niet bespaard. Dat zij zich hierdoor niet laat ontmoedigen, blijkt hieruit, dat zij in het afgeloopen jaar een zaak in Arnhem geopend heeft. Bovendien laat de firma thans, gezien de contingenteering, op eigen ateliers in Amsterdam een gedeelte van haar confectie ontwerpen en vervaardigen. De krachten, die men hiervoor in ons land vindt, behoeven niet voor het buitenland onder te doen. Door de nieuwe ateliers in Amsterdam en de nieuwe zaak in Arnhem, is het personeel weer aanzienlijk uitgebreid.
De firma Haspels, welke haar cliënten over het geheele land telt, is de oudste firma op dit gebied en bij haar 100-jarig jubileum wenschen wij haar van harte toe, dat ook in de toekomst dezelfde gezonde ondernemingsgeest deze zaak mag blijven kenmerken.
Felicitaties worden bij voorkeur ingewacht morgenmiddag van 4 tot 6 uur.” (PGNC 14/3/1939)
Bombardement
Het door het bombardement verwoeste pand van Haspels (F67951 RAN)
Het bombardement van februari 1944 verwoeste het pand. Daarbij kwamen 19 medewerkers om het leven.
Een aangrijpend verhaal “Aan haar trouwjurk werd gewerkt” over een van de slachtoffers, Doortje Daanen‐Föllings, is te lezen op In Paradisum, bladzijde 17 en verder.