Pro Persona, architect van Huut, Tarweweg 2 (Jan Eichelsheim via DF209 RAN CCBYSA)
Van Huut ontwierp het gebouw aan Tarweweg 2 voor het RIAGG (tegenwoordig Pro Persona). In 1998 werd het vijf verdiepingen tellende gebouw opgeleverd. Het staat aan een grote vijver.
Voordat het RIAGG naar deze nieuwbouw kwam, waren de 7 afdelingen van het RIAGG verspreid over 6 gebouwen binnen Nijmegen. “Moeilijk aanstuurbaar dus, vindt Van de Ven. De RIAGG Nijmegen moet als volwassen managementorganisatie “transparanter” worden en de nieuwbouw kan daar een steentje aan bijdragen. ,, We streven naar een vraaggerichte en doelmatige bedrijfsvoering. Efficiency, daar draait het om, anders haal je je produktie-eisen niet.”” schrijft het NRC in april 1997, een mooi artikel over de “efficiency”-slag van het RIAGG in die jaren.
Daarvoor kiest ze voor nieuwbouw. Nogmaals het NRC: “Op de vergadertafel van de directiekamer staat de maquette van de bijna voltooide nieuwbouw. Een antroposofisch flatgebouw van architectenbureau Alberts & Van Huut (kosten 12 miljoen gulden) dat veel weg heeft van een bank. Over twee maanden als de huisstijl klaar is, verhuizen de 143 medewerkers van de RIAGG in Nijmegen naar hun nieuwe kantoor. Trots wijzen de directeur Beheer, N. van de Ven, en zijn collega Hulpverlening, J. Rutgers, op de saillante details van het miniatuurcomplex. ,,We hebben een landschapsarchitect aangetrokken voor de aankleding van het terrein”, zegt Rutgers. ,,Maar als de samenwerking met het psychiatrisch ziekenhuis doorgaat”, valt Van de Ven hem in de rede ,,dan offeren wij onze tuin op voor hun laagbouw.””
Van Huut, Architectenbureau Alberts en Van Huut
De architect van het pand is Max van Huut. Hij studeerde aan het Hoger Technisch Instituut in Amsterdam. Na een aantal andere bureaus, kwam hij in 1975 te werken bij het architectenbureau van Ton Alberts. Zij zijn vooral bekend van het NMB- (later ING-) hoofdkantoor in Amsterdam uit de jaren 80, het “Zandkasteel”. In 1987 werd hij partner en vanaf dat moment heet het bureau Architectenbureau Alberts en Van Huut. Het staat onder leiding van Van Huut. Het gebouw is gebouwd volgens de zogenaamde organische stijl.
De portefeuille van Van Huut bestaat uit veel verschillende projecten, onder andere: Kantoren, fabrieken, scholen, kerken, woningen, ziekenhuizen, verbouwings-en renovatieprojecten. Daarnaast geeft hij lezingen over zijn projecten en visies.
Organische stijl
Het bureau maakte ontwerpen in een organische stijl. Het gaat daarbij niet zozeer om typische stijlkenmerken, maar eerder over een ontwerpinstelling. “Organische architectuur heeft tot doel schoonheid en harmonie te creëren, die het menselijke welzijn verbetert.
Architectenbureau Alberts en Van Huut gaat uit van de samenhang tussen landschap, stedenbouw en architectuur. De architectuur mag zich niet loskoppelen van haar omgeving. Het interieur moet op zijn beurt weer verbonden worden met de architectuur.” (wikipedia)
Vervolg: Politiebureau en vluchtelingen
Een deel staat al langer leeg. Bestaande zorgbehandelingen worden overgeplaatst naar andere Pro Persona-locaties. Dat heeft al langer als beleid huisvesting af te stoten om geld te kunnen besparen.
Op termijn zal de politie verhuizen naar dit pand. Door een reorganisatie is het bureau aan de Stieltjesstraat te groot geworden, terwijl dat van de Muntweg juist te vol is geworden. Het is denkbaar dat het hoofdbureau en dat van de Muntweg zal worden samengevoegd wanneer de verhuizing daadwerkelijk zal plaats vinden.
Ze heeft het pand in 2019 gekocht, nadat het sinds 2015 te koop had gestaan voor een vraagprijs van 3 miljoen euro. De politie was al langere tijd op zoek naar nieuwe huisvesting. En ze had daarbij de wens om zich op een locatie tussen Dukenburg en Nijmegen-centrum te vestigen. Er blijkt echter eerst een grote verbouwing nodig te zijn, voordat zij zich daar zal vestigen. De verhuizing zal echter niet eerder dan 2025 zal plaats vinden.
Op dit moment (augustus 2023) zitten er Oekraïense vluchtelingen in het pand. Het gebouw was daarvoor in gebruik geweest voor kwetsbare jongvolwassenen die maatschappelijke begeleiding krijgen van de stichting Kairos. Zij zijn verhuisd naar een ruimte aan de Wijchenseweg.
De Waalkade was eeuwenlang vol bedrijvigheid. Vervoer over water was een van de belangrijkste transportmiddelen. Aan de Waalkade en de Benedenstad waren er veel bedrijven. Daarnaast was de eerste electriciteitscentrale gelegen aan de Waalkade.
Vanaf 1900 wordt de naam Waalkade gebruikt. Daarvoor werd het gebied ‘Aan ’t Water’, ‘Op den Werf’ of ‘Aan den Waal’ genoemd.
In de jaren 80 heeft een herstructurering plaats gevonden, waarbij de Waalkade een belangrijke recreatieve functie kreeg.
In 2013-2014 is de damwand tussen de Grotestraat en de Spoorbrug na een inzakking vervangen.
Het gedeelte ter hoogte van de horeca en het Casino is in 2018-2019 vernieuwd. Daarbij is een stenen trap gemaakt en een groot grasveld aangelegd. Bovendien zijn is het kunstwerk de Waterwolf en de Aquanaut geplaatst.
Van tijd tot tijd zal deze pagina worden aangevuld met de bijzonderheden van de Waalkade.
Belangrijkste bezienswaardigheden Waalkade
De Waal en Waalkade zelf
Romeinse resten
Het Besiendershuis
Anthonispoort
Labyrint
Romeinse tijd
In ieder geval is de Waalkade vanaf de Romeinse tijd bewoond geweest. Deze huizen waren gemaakt van hout en sloten aan bij de stad op het plateau. Nadat deze stad na de Bataafse opstand was verlaten, kreeg deze nederzetting een meer monumentaal karakter. Waarschijnlijk was het aanvankelijk een kleine (handels) nederzetting, gericht op het handelsverkeer over water. Daarbij lag (de voorloper) van de Waal wat meer naar het noorden dan nu het geval is. Deze stad hoorde waarschijnlijk bij het legerkamp dat de Romeinen op het Valkhof in de 3e eeuw hadden opgericht en liep tegen de helling op.
Romeinse muur
Voordat het Casino werd gebouwd, vonden hier opgravingen plaats, waarbij een Romeinse muur van 80 meter lang werd gevonden, die op sommige plekken nog een paar meter hoog was. Deze muur stamde uit de 3e of 4e eeuw, de zuidelijke muur van deze nederzetting.
Waarschijnlijk breidde de nederzetting zich via de helling uit. De muur diende aanvankelijk alleen voor verdediging, maar op een later tijdstip ook als onderdeel van gebouwen.
Het grootste deel van de muur is gesloopt en werd overgebracht naar de tuin van het toenmalige Museum Kam. De sloop van deze muur wordt, zeker in de huidige tijd, gezien als een drama. Wel werd als gevolg daarvan de eerste stadsarcheoloog aangesteld. Een deel van de muur is te zien bij het Hollands Casino.
Romeinse luxe: centrale vloerverwarming
Bovendien is daar een hypocaustum (centralevloerverwarming) uit de Romeinse tijd gevonden, die eveneens bij het Casino is te zien. “Een hypocaustum is een ondiepe kelder waarboven de vloer ligt op zuiltjes van gestapelde tegels. Vanuit een stookruimte stroomde warme lucht in deze kelder. De lucht verwarmt niet alleen de vloer, maar ook de wanden door middel van ingebouwde kanalen. In onze streken was dit soort centrale verwarming voorbehouden aan de rijken en kwam het meestal maar in één vertrek van het huis voor.” (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
Een andere belangrijke vondst van de opgravingen uit de jaren 80 was daarnaast een kalkoven bij de Steenstraat.
Peiling terugbrengen Romeins verleden
Uit een peiling uit 2016 onder 1.280 Nijmegenaren werden een 19 nieuwe ideeën voorgelegd:
38% van de respondenten vindt “Romeinse geschiedenis in centrum beter zichtbaar maken” een goed idee en had daarmee de hoogste score.
24% van de respondenten vindt de “resten van Romeinse muur terugbrengen op Waalkade” een goed idee en was daarmee plaats 5
Sommige beelden gaan pas echt wat zeggen als je “door” hebt: Arie Berkulin maakte dit kunstwerk in 1995. Hij wilde iets doen met het Romeinse verleden en maakte het beeld met 3 metalen buizen. Als je eromheen loopt, zijn de cijfers IV (4), VI (6), IX (9) en XI (11) te herkennen.
Vanaf de 12e eeuw groeide de nederzetting aan de Waal in westelijke richting uit. Door de verschuiving in de loop van de Waal ging een deel van deze nederzetting in de 13 eeuw verloren. Vanaf dat moment werden de huizen op een wat hogere plaatsen gebouwd, waaronder de Steenstraat.
Hanzestad
Door de ligging aan de Waal was Nijmegen in de late middeleeuwen een belangrijke handelsstad. in 1402 wordt Nijmegen onderdeel van de Hanze. Ook daarvoor, vanaf het begin van de 14e eeuw, waren er al contacten met de Hanze. Onder andere met Antwerpen en Londen. Daarbij waren laken en Duitse wijn uit de Rijnstreek belangrijke handelsproducten. Een mooie site hierover is https://www.antependium.nl/figuren/het-koggeschip/nijmegen-en-de-hanze/. Door problemen met de bevaarbaarheid van de rivier begon Nijmegen echter in betekenis in te boeten.
In de late middeleeuwen werd een stadsmuur aan de Waalkade gebouwd. Deze kreeg daarbij 8 poorten. Daarvan is een deel van Stratemakerstoren, de Besienderspoort en de St. Anthonispoort nog te zien.
De poorten waren: de Veerpoort, de Besienderspoort, de Kraanpoort, de St. Jacobspoort, de Meipoort, de St. Anthonispoort, de St. Stevenspoort en de Boddelpoort.
Daarbij kreeg de muur een aantal torens: aan de oostkant de Melaten- of Lappentoren. De Stratemakerstoren aan de voet van het Valkhof en de St. Hubertus- of Rode Toren.
Stratemakerstoren
Stratemakerstoren, 1987 (Hans Giesbertz via D1724_18_01-21 RAN CC0)
De Stratemakerstoren dateert uit 1512-1526, waarvan de funderingen stammen van een oudere toren. In 1526 komt de toren voor als het ‘roendeel bij der Veerpoirten’. De Veerpoort was daarbij de poort, waar het veer over de Waal aanlegde.
De huidige naam Stratemakerstoren komt in het archief voor op een stadsrekening uit 1569. De herkomst van de naam is onbekend: in andere plaatsen bestaan er torens die vernoemd zijn naar het gilde dat was toegewezen om de betreffende toren in tijden van oorlog te verdedigen. Nijmegen heeft echter geen stratenmakersgilde gekend.
Wat is een bastei?
Gezicht op de Valkhofburcht (links op de heuvel) en de Stratemakerstoren (rechts van het midden), gezien vanaf de Lappentoren ofwel Melatentoren; een tekening van Dr. Jan Herman Adriaen Scheers (13-4-1823 – 18-9-1978) (naar een aquarel van Pieter Caspar Christ); Opschrift: 1530 “Nijmegen met het Valkhof (1530) of den Melaten of Lappentoren”. In verso: Naar eene tekening van den jare 1530 gezien van den Melaten of Lappentoren, die gestaan heeft tegen de uiterste punt van den Wal achter den 1530, 1870-1878 (GN1395 RAN)
Hoewel het in 1526 een “roendeel” (rondeel) wordt genoemd, is het feitelijk een bastei. Een bastei is een grote, halfronde, hoefijzervormige toren die naar buiten uitspringt naar ontwerp van Albrecht Dürer. Daarbij zijn ze van binnen overwelfd met daarin kazematten. In deze ruimten kon het geschut beschermd worden opgesteld. De bastei wordt gezien als een voorloper van het bastion. Door de grote afmetingen en de hoge kosten om deze maken zijn basteien slechts op beperkte taal toegepast. Rond 2011 werd bekend dat ook de Stratemakerstoren een bastei is (https://nl.wikipedia.org/wiki/Bastei_(vesting)). Daarvoor werd gedacht dat een zogenaamd was; het is de enige bastei in Nederland die nog min meer intact is gebleven.
De Stratemakerstoren door huizen ingebouwd
Gezicht op de Waalkade ter hoogte van de Valkhofheuvel met de tot huizen verbouwde Stratemakerstoren. Midden boven is de Belvédère te zien met rechts daarvan het Valkhof. Links vaart een schip op het Meertje, het riviertje dat vanuit de Ooy tot aan de oostelijke stadsmuur stroomde. Schilderij van de Nijmeegse schilder Peter Martinus Post (1819 – 1860), 1853 (F5630 RAN)
Vanaf 1789 werd het rondeel door huizen ingebouwd. Bij de sloop van Alewijnse kwam het verlaagde bastei weer aan het licht en werd vervolgens gerestaureerd. Aanvankelijk werd het daarbij vanaf 1995 onderdeel van het museum de Stratemakerstoren.
Detail opname van de voorgevel van de Alewijnsepanden, oktober 1970 (P. Arts, Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting Gemeente Nijmegen via F88731 RAN CC0)
Om de kwetsbare, uit mergel bestaande toren te beschermen werd in 2017 een nieuwe schil gebouwd rondom de toren.
De Bastei, museum voor natuur en cultuurhistorie
De Stratemakerstoren maakt tegenwoordig onderdeel uit De Bastei, museum voor natuur en cultuurhistorie”, welke sinds 2018 geopend is. Het was daarbij een fusie van het Museum de Stratemakerstoren en het Natuurmuseum Nijmegen. Het museum vertelt het verhaal van “de Waal”: zowel vanuit historisch als natuurlijk oogpunt.
Opgravingen
Bij de opgravingen voorafgaand aan de bouw van het nieuwe museum zijn veel archeologische resten gevonden: Romeinse en middeleeuwse stadsmuren en funderingen van veertiende-eeuwse stadskastelen. Deze zijn vervolgens opgenomen in het museum.
Architectuur
Het museum is ontworpen door Van Roosmalen van Gessel Architecten uit Delft. Het ontwerp kreeg in 2019 de Schreudersprijs voor ondergronds bouwen en de Publieksprijs van de Architectuurprijs Nijmegen.
Besienderspoortje of Lossertpoort
Steenstraat 57-59
Besienderspoortje of Lossertpoort of Onze Lieve Vrouwepoortje , naast de Zeilmakerij (het Zeilmakershuis), gezien vanaf de Waalkade , eveneens met een uitgang aan de Steenstraat.In 1915 werd het poortje dichtgemetseld in opdracht van de gemeenteraad. Er vond herhaaldelijk prostitutie plaats, 1890 (F68667 RAN)
Het Besienderspoortje of Lossertpoort of Onze Lieve Vrouwepoortje , naast de Zeilmakerij (het Zeilmakershuis) , gezien vanuit de Steenstraat , met eveneens een uitgang aan de Waalkade. In 1915 werd het poortje dichtgemetseld in opdracht van de gemeenteraad. Er vond herhaaldelijk prostitutie plaats, 1890 (F68666 RAN)
Een van de overgebleven poorten is het Besienderspoortje of Lossertpoortje. In de loop der eeuwen komt deze onder verschillende voor:
1420-29 Geertruid Boyenpoortje
1511 O.L. Vrouwenpoortje
1542 Sybert Lossertspoortje; in 1659 Slosserspoortje genoemd
1552 Bezienderspoortje
Sybert Losser was vanaf 1538 beziender van de Rijkstol. En bovendien was hij taveernehouder. Van Schevichaven: “Menige goede dronk werd te zijnen huize door onze heeren van den raad en hun gasten tot heil en op kosten van de Stad genoten, getuigen de Rekenboeken van het midden der 16de eeuw.” Waarschijnlijk is van Schevichaven de bron geweest dat het Besiendershuis, tegenover het Bezienderspoortje, foutief haar naam heeft gekregen.
Zoals op de linker foto hierboven te zien is, kwam door de verhoging van de Waalkade in 1885 een groot deel van de poort onder het wegdekniveau te liggen.
Behalve een leuke pagina heeft Noviomagus tevens een mooie foto uit 2010 hoe deze poort vanuit de Waalkade gezien tegenwoordig vrijwel verborgen is.
Een interessant artikel uit 1980 is te vinden op Numaga (tevens bron van dit artikel).
Anthonispoort
Anthonispoort (mei 2024)
Anthonispoort 4M KR (mei 2024)
Waarom op de sluitsteen 4M + KR staat gegraveerd, is niet duidelijk. Op Noviomagus staat hierover een leuke discussie.
Maarten Schenk
Op de Antonispoort is een gedenksteen te zien van de mislukte aanslag van Maarten Schenk op Nijmegen op 12 augustus 1589. Hierbij verdrinkt in de Waal.
afbeelding te zien uit 1599/1600 hoe Maarten Schenk verdrinkt in de Waal.
(Annotatie: NOVIOMAGUM belli DUX SCHENCKIUS impiger instat | evomit undis / Sub Philipo Secundo, Gubernante Parma & Principe Mauritio / Frans Hogenberg ; del 1599/1600) (KPA-I-13 RAN)
Op 10 augustus 1589 doet Maarten Schenk (op dat moment vechtend aan Staatse zijde) een poging Nijmegen te veroveren. Hij heeft die dag een troepenmacht van 300 man verzameld bij Schenkenschans. Met 70 boten laten zij zich die nacht de Waal over de Waal naar Nijmegen vervoeren.
Zij proberen bij de St. Antonispoort en de huizen aldaar binnen te dringen. Met een lier weten ze het traliewerk uit raam te trekken. Waarschijnlijk is de tegenstand groter dan verwacht en breekt er paniek uit. De mannen proberen weer in boten te komen en te vluchten. Sommigen raken overvol en kantelen, zo ook de boot van Schenk. Met zijn zware harnas aan verdrinkt hij in de Waal.
Gevierendeeld en herbegraven
De volgende ochtend vissen Nijmegenaren de verdronken soldaten op, op zoek naar buit. Daarbij vinden ze het lichaam van Schenk. Zijn hoofd wordt bij de St. Antonispoort opgespiest, andere lichaamsdelen komen bij andere poorten te hangen. Na 8 dagen worden zijn lichaamsdelen in een kist gedaan en naar de Kronenburger toren gebracht.
Wanneer de Staatse Troepen Nijmegen in 1591 veroverd hebben, wordt hij met pracht en praal bijgezet in de St. Stevenskerk. Zijn harnas wordt naar Kleef gebracht en op een zuil in een park gezet. In 1795 hebben de Fransen dit harnas vernield.
Anthonispoort bij avond (januari 2026)
Een uitgebreid verhaal over Maarten Schenk, die meerdere keren van kamp wisselde is te lezen op (tevens bronnen):
Besiendershuis vanuit het tuintje (Monumentendag 10-9-2024)
Een van de markantste gebouwen aan de Waalkade (of eigenlijk Steenstraat) is het Besiendershuis. Een besiender was een soort opzichter, die tolgelden inde. Zoals Noviomagus (met veel foto’s) aangeeft: “In werkelijkheid blijkt in het dubbele woonhuis echter nooit een besiender te hebben gewoond. Voor de duidelijkheid moet hierbij worden opgemerkt dat het vrije uitzicht vanuit het Besiendershuis op de Waal pas ontstond bij de verwoesting van twee panden aan de Waalkade, eind 1944 of begin 1945.”
Tekening vogel in de kelder van het Besiendershuis (10-9-2024)
Kelder Besiendershuis (10-9-2024)
Uitzicht op de Waal vanuit het Besiendershuis (10-9-2024)
Rijksmonument
Het Besiendershuis is sinds 1973 een Rijksmonument. Met als omschrijving: “”Besiendershuis”. Laat-gotisch woonhuis van het Nederrijnse type met zadeldak, evenwijdig aan de straat, tussen trapgevels aan de korte zijden. Geprofileerde waterlijsten, vensters met kruiskozijnen, gevat binnen korfbogige nissen of met ontlastingsbogen; vorkankers. Gerestaureerd 1941-’44.” De restaurateur was ir. Deur. Daarbij werd van het naastgelegen krot een tuintje gemaakt (Noviomagus). Op het moment van schrijven (waarschijnlijk rond 2005-2010) van haar artikel noemt Noviomagus dat de huidige functie een woonhuis is.
Artist in Residence
Besiendershuis, waarschijnlijk grapje van een van de gasten? (10-9-2024)
Poort en tuintje van het Besiendershuis (10-9-2024)
Besiendershuis (10-9-2024)
Sinds 2010 is het Besiendershuis “een huis van verbeelding: het pand en de organisatie zijn ingericht op het ontwikkelen van culturele residenties en het presenteren van publieksgerichte artistieke programma’s ten behoeve van de stad.”
Daarbij verblijft regelmatig een kunstenaar tijdelijk in het pand. “Tijdens hun verblijf dompelen zij zich onder in Nijmegen, maken contacten, doen ze er inspiratie op en brengen de stad verbeelding, nieuwe ideeën en kunst.” Een van de etages is dan ook modern ingericht. Daarbij herinneren verschillende voorwerpen aan de tijd dat de betreffende kunstenaar artist is in residence was. Meer over het Huis der verbeelding (en tevens bron), zie haar eigen website.
Een reproductie van een schilderij met daarop de Kraanpoort en de Kraan , onderaan de Grotestraat, 1620-1630 (Fa H. ten Hoet/L.R. Gerritsen via F1708 RAN CCBYSA)
In 1420 is de eerste vermelding van de Kraan op de Waalkade, maar aangenomen wordt dat deze kraan ouder is. Deze stond ter hoogte van de Grotestraat.
Deze kraan is eeuwen lang in gebruik geweest voor het laden en lossen van schepen. De kraan werd daarbij in beweging gezet door een tredmolen. In 1881 werd hij afgebroken, op het moment waarop tevens de Oude Haven werd gedempt. (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
De galerij , de Kraan (bij de Kraanpoort) en de veerpont ; een aquarel van Jan van Leeuwen, 1820 (F65198 RAN)
Gierpont
De gierpont aan de Waalkade, 1933 (F57976 RAN)
Voordat de Waalbrug gebouwd werd, kwam men naar de overkant door een zogenaamde gierpont “Zeldenrust”, die tussen de oever bij Lent en de Waalkade vaarde. Doordat in 1936 de Waalbrug werd geopend, verviel de functie van deze gierpont. Maar eigenlijk was deze ook voor die tijd al lang niet snel genoeg meer.
Alewijnse
Hoog water in de Waal en op de kade tussen Voerweg en Lindenberg ter hoogte van de bedrijfspanden van de firma Alewijnse, 19/2/1920 (F9019 RAN)
Cornelus Alewijnse richtte in 1900 zijn installatiebedrijf en elektrotechnisch bureau op aan de Waalkade, nadat hij uit de gloeilampenfabriek was getreden die hij samen met Roothaan had opgericht. In 1908 werd richtte hij samen met Gerhardus ten Hoopen C. Alewijnse & Co op. Het bedrijf zou tot 1980 aan de Waalkade gevestigd blijven, om daarna te verhuizen naar de Energieweg.
Een mooi interview met Cees Alewijnse uit 2019 is te lezen op de Bastei.
Vihamij
Vihamij-pand (1e steen 1874), Waalkade, 1968 (Prof. Evert F. van der Grinten via F78847 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
De Oude Haven
Waar nu het Labyrint ligt (zie hieronder), lag vroeger de haven van Nijmegen.
De Oude Haven met Bottelpoort (Boddelpoort) en St. Hubertusmolen (Havenmolen) , die stond op de St. Hubertustoren (Rode Toren), 1858-1865 (Julius Schaarwächter via F47518 RAN)
Met de aanleg van deze haven werd in 1601 begonnen. Na de Reductie van 1591 werd van Nijmegen een vesting gemaakt. Daarbij moest de haven worden verlegd, zodat deze binnen de wallen zou komen te liggen. Tot dan toe had een stuk stadsgracht aan de westzijde van de stad als haven gefungeerd.
In 1852-1853 werd de nieuwe haven tussen de Hezelpoort en Fort Krayenhoff aangelegd. De naam “Oude Haven” leeft nog voort als straatnaam.
De Elektriciteitscentrale aan de Waalkade, 1910 (F1677 RAN)
Nijmegen had in 1886 al een elektriteitscentrale, de eerste gemeentelijke elektriciteitscentrale van Nederland. Voor de plannen om een elektrische tram aan te leggen, was er een grotere centrale nodig. Daarbij zou die centrale ook een groter deel van de stad elektrisch kunnen verlichten. De centrale ging in 1908 in werking, de tramremise was in 1911 gereed.
In 1936 werd de nieuwe centrale aan het Maas-Waal kanaal gebouwd, die inmiddels gesloopt is. Tot 1955 zouden er trams in Nijmegen blijven rijden.
Het gezicht vanaf de spoorbrug op de stad, met op de voorgrond de elektriciteitscentrale en de tramremise aan de Waalkade en op de achtergrond de St. Stevenskerk en de St. Augustinuskerk, 1920-1925 (Eenennaam, uitg. P.M. van Eenennaam via F1678 RAN)
In 1989 ging het Holland Casino op de Waalkade open. Holland Casino’s wilde graag een casino in het oosten van het land, mede vanwege de Duitse markt; Nijmegen een eye-catcher voor de Waalkade. Wel ging een Romeinse muur verloren, wat tegenwoordig als drama wordt gezien.
In 1981 werd Fietsmuseum Velorama geopend, waar aanvankelijk de fietsverzameling van G.J. Moed Jr. en de oldtimers van Moed Sr. waren tentoongesteld. Na de verbouwing in 1996-1998 zijn er echter auto’s meer te zien.
Het museum heeft meer dan 500 fietsen in haar bezit, waarvan een deel in depot is opgeslagen. Het is de grootste en belangrijkste fietscollectie ter wereld, waarbij het museum is gespecialiseerd in fietsen van voor 1900.
Een van de boten die al jarenlang aan de Waalkade ligt, is de Quirin’s. Afgaande op een interview, bestaat de boot sinds 1968 als restaurantboot, Quirin’s genaamd. In dat interview vertelt Ed Tonissen: ““Ik kwam van school, het was economische crisis. Ik was technisch opgeleid, maar er was geen baan te vinden. Mijn vader verhuurde Quirin’s en de huurder was net vertrokken. Ik had toch niks te doen, dus ik dacht: ‘Ik ga dat maar eens proberen.’ Al was ik het helemaal niet van plan, ik heb altijd wel een bedrijf met iets van water willen hebben.””
In 2013 is de boot omgebouwd tot café-restaurant annex bezoekerscentrum de Nijmeegse Boot. De naam verwees naar de transportboot/maatschappij die tussen Nijmegen en Rotterdam voer. Daarna was het nog een tijdlang pop-up restaurant de Portier.
Nu is het alweer een hele tijd een boot met 4 escape rooms. “Can you escape the boat?”, vraagt ze. Maar met zo’n uitzicht, waarom zou je dat eigenlijk willen?
Een van de vertrouwde gezichten van de Waalkade en de Waal bij Nijmegen: de Pannenkoekenboot. De boot is door Ed Tonissen (zie ook Quirin’s) zelf ontworpen. Er varen daarnaast exemplaren in Amsterdam en Rotterdam.
Waterwolf en de Aquanaut Waalkade beeld Space Cowboys (Januari 2024)
Muursculptuur
Een groot aantal zijn in de jaren tachtig geplaatst ter gelegenheid van de waterkeringsmuur.
Grotestraat
Muursculptuur Waalkade/Grotestraat
Op de muursculptuur bij de afsluiting Waalkade/Grotestraat is het gemeentewapen van Nijmegen in abstracte vorm te herkennen: een dubbele adelaar met een wapenschild (waar normaliter een leeuw op staat)
“Deze plaquette herinnert aan de hulp die de bevolking van Nijmegen na de oorlog kreeg van de Amerikaanse stad Albany. De plaquette is een initiatief van Stichting FAN Friendship Albany-Nijmegen”, zo begint het bord. Rechts staan de geschonken hulpgoederen: veel levensmiddelenpakketten, zeep en kleding. Wilhelmina stuurde in 1948 op haar beurt 2000 tulpenbollen als dank. Albany organiseert daarop een jaarlijks “Tulip Festival”. Nijmegen en Albany werden “sister cities”, gesymboliseerd door oranje tulpen. Voor deze plaquette staat een grote schaal oranje tulpen nu (mei 2024) in bloei.
Tulpen Albany Waalkade (mei 2024)
Groene lijnwandeling Waalkade (mei 2024)
Gevelsteen Den Witten Arent
Achter de Vismarkt
Gevelsteen den Witten Arent, Achter de Vismarkt 18 en 20 (augustus 2025)
“Dit huis staet in Godts haent, het is in den Witten Arent ghenaemt, anno 1621”: Dit is de gevelsteen van de herberg ‘De Witte Arend’, welke ca.1930 – 1940 is afgebroken. Hij werd door schilder/heraldicus Jakob Berendzn Bronsema vanwege de voltooiing van de sociale woningbouw in de benedenstad in 1985. (Bron: Noviomagus en RAN)
Achter de Vismarkt heette “vroeger” Achter het Gasthuis, zo genoemd omdat de steeg achter het St. Nicolaas Gasthuis omliep. In een artikel over de aankomende sloop van de Rozengas schrijft het PGNC 21/6/1939:
“In vroeger eeuwen heerschte hier groote bedrijvigheid. Men vond er brouwerijen, een suikerrafinaarderij, die in 1745 afbrandde, verscheidende herbergen en een schippersgildehuis. Ook woonden er gezetenen burgers, o.a. wijnkoopers. Een bekend gebouw was: “In den Witten Arend”, waarvan men in een protocol van 2 Mei 1760 de volgende omschrijving vindt: “zijnde een neringryke herberg, voorzien van verscheide beneden- en bovenkamers, openen plaats, een groote kolfbaan, staande en gelegen achter het Gasthuis, genaamd den Witten Adelaar, de Groote gas ter eenre, het Rooze gasje ter andere zijde”. Een steen boven de poort van den stal droeg het opschrift: “dit huys is in Godts haent, Anno 1621, Het is in den Witten Arent ghenaemt”.
Den Witten Adelaar staat te huur in 1814 (PGNC 9/9/1814)
Het is mij nog onduidelijk of de Witte Arend in 1939 al gesloopt was of onderdeel van het sloopplan van de Rozengas was (en of deze daadwerkelijk is uitgevoerd).
Het volledige artikel geeft een mooi beeld van de eerste sloop en volgende sloopplannen in de Benedenstad. Dit artikel staat onderaan de pagina weergegeven.
Vrouw uitkijkend over water, Ed van Teeseling
1982 Waalkade
Vrouw uitkijkend over water, Ed van Teeseling, Waalkade, 1982 (mei 2024)Vrouw uitkijkend over water, Ed van Teeseling, Waalkade, 1982 (April 2024)
Drie Muursculpturen, Ben van Pinxteren
1982 Waalkade/Achter de Vismarkt
Drie muursculpturen, Ben van Pinxteren, Waalkade/ Achter de Vismarkt (mei 2024)
Deze sculpturen van Ben van Pinxteren bevinden zich op de doorgang naar de Waalkade. Deze doorgang kan met grote stalen deuren worden afgesloten bij hoogwater. (Bron: Kunst op Straat)
De twee muursculpturen op het plateau zijn ook van zijn hand.
Twee Muursculpturen, Ben van Pinxteren
Twee muursculpturen Ben van Pinxteren Waalkade/ Achter de Vismarkt (mei 2024)
Oude Huizen aan Waalkade
Witte huizen aan Waalkade (mei 2024)
Gedicht Oude Huizen aan de Kade
Gedicht Oude huizen aan de kade (mei 2024)
Wachteres, Paul de Swaaf
1983
Wachterers, Paul de Swaaf, Waalkade, 1983 (mei 2024)
De bedoeling is dat dit beeld bij hoog water contact maakt met het water; daarom is dit 2,85 meter lange beeld horizontaal geplaatst.
De naam “De Wachteres” is gebaseerd op een misverstand. Aanvankelijk had de Swaaf een staand beeld van een vrouw ontworpen, die met de rokken omhoog op het hoogwater stond te wachten. Omdat hij ontevreden was over het resultaat, ontwierp hij een nieuw beeld. Door een misverstand is de naam van het eerste beeld echter blijven hangen. (Bron: Kunst op Straat)
Deze muursculpturen van Gerard Bruning maken onderdeel uit van een aantal opdrachten van de gemeente Nijmegen om de nieuwe waterkeringsmuur aan te kleden. (Bron: Kunst Op Straat)
Sinds 2018 is er op een deel van de keermuur een klimmuur aangebracht. Tot 2014 stond hier een waterkunstwerk, een watergordijn dat echter zelden functioneerde. Bron: De Gelderlander)
Het sit with a Scientist park is aanvankelijk (juli-augustus 2024) verplaatst naar de Broerstraat en inmiddels (november 2024) verplaatst naar de Burchtstraat
Sit with a scientis, pop-up park Waalkade (mei 2024)
Op de plaquette staat: “Mei – Juni 1940 hielp de Nijmeegse bevolking spontaan tienduizenden Belgische krijgsgevangenen in mudvolle rijnaken op weg naar de Nazikampen (Nationaal verbond der oud-krijgsgevangen van België)”
Na de Duitse inval capituleert België op 28 mei 1940. Vanaf dat moment worden eind mei en begin juni Belgische en Franse krijgsgevangen na een mars te voet ingescheept op rijnaken, die in Walsoorden bij Terneuzen voor anker lagen. Een kwart miljoen soldaten zou op die manier via het Hollands Diep, Waal en Rijn op overvolle schepen op transport worden gesteld naar krijgsgevangenenkampen in Duitsland. Onderweg werd som toe aangelegd, onder andere om water in te slaan.
Ongeveer 90 rijnaken meerden in Nijmegen aan. De soldaten hadden op dat moment er dus al zware reis opzitten. Omdat delen van de verwoeste bruggen die in het water lagen een groot obstakel vormden, was Nijmegen een onvermijdelijke plaats om een stop te maken. Nijmegenaren uit het Waterkwartier en de Benedenstad trokken zich het lot van de hongerige en dorstige Belgen aan. Zij kwamen massaal in actie met voedsel en medische verzorging.
De plaquette uit 1992, geplaatst door het Nationaal Verbond der oud-krijgsgevangen van België, is een herinnering aan dit toonbeeld van menslievendheid.
Nijmegenaren betrokken bij de verstrekking van brood aan franse en belgische krijgsgevangenen, die Nijmegen passeerden eind mei 1940 (F52436 RAN)
Brood uitdelen aan Belgische krijgsgevangenen die Nijmegen passeren, mei 1940 (GN11043 RAN)
(Overige) Bronnen en verder lezen
Bijschrift foto GN11043 RAN
Bijschrift foto F64453 RAN, een foto van de bijeenkomst van de ex-krijgsgevangenen in de burgerzaal in het Stadhuis
Dit anker is een herinnering aan het levendige havenverleden van de Waalkade. De plaatsing van dit scheepsanker is (mede) ingegeven om dit deel van de Waalkade wat vrij leeg is, aan te kleden. (Bron: Noviomagus)
NAP paal Waalkade (mei 2024)
In de buurt van het anker staat deze NAP paal. Dit gedeelte ligt iets minder dan 12,5 meter NAP boven de zeespiegel. Het gedeelte bij het Casino ligt lager.
Blok 26, architect Paul van Hontem en Verschoor
1979-1982 Groen binnenplein Kromme Elleboog aan de Waalkadearchitect van Hontem
Blok 26 is een samenwerking tussen architect Paul van Hontem en Ir. W.H. Verschoor. Het heeft 2 groene binnenterreinen. Een belangrijk onderdeel van het ontwerp was het contact met de Waal.
De houten Snackbar van Alex en Karin de Kok, januari 1991 (Ber van Haren via KN14930-13 RAN CC0 Auteursrechthouder Gemeente Nijmegen)De Hendrik Heucksteiger op een winterse dag met sneeuw op de Waalkade, januari 1995 (Hans Giesbertz via D1724_18_05-16 RAN CC0 Auteursrechthouder RAN)
De hoogwater- of Hendrik Heucksteiger: dit was steiger met een loopbrug tussen de Waal en de Grotestraat. Hierdoor zouden passagiers van cruiseschepen zonder natte voeten aan land kunnen komen. De loopbrug was 28 meter lang, woog 7 ton en lag 4.30 meter boven de rijweg ontworpen door de Nijmeegse architect Antoon Croonen. Bij een herinrichting van de Waalkade is de steiger gesloopt. (Bron: bijschrift F88721, een foto uit 1994 tijden de Zomerfeesten)
De Kaaij
De Kaaij (augustus 2025)
Inmiddels niet meer weer te denken: de Kaaij. Begonnen in 2011 als een zeer kleinschalig evenement, is het niet meer weg te denken als terras en festival: “In 2011 begon het met een klein rood vrachtwagentje en een uitklapbar. Met liedjes en koffie, wat mensen die bleven staan. Onder de brug en aan het water groeide het uit tot een bruisende plek. Muzikanten, schilders en kunstenaars sloten zich aan met creatieve ideeën. Hier, in de stad aan de Waal, creëren we een unieke ervaring – ons eigen cultureel terras.” (https://dekaaij.nl/)
Naast de foto’s op hun eigen site, is een mooi fotoverslag van 2024 te zien op IntoNijmegen.
Zie ook “De Kaaij vanuit de lucht” uit 2014 op https://www.nijmegenmijnstad.nl/de-kaaij/; inmiddels is de Kaaij al een aardig festival geworden; waarschijnlijk lopen de mensen op de krib van en naar het pontje dat ze naar “Havana aan de Waal” brengt.
Een artikel uit 1939: Sloop in de Benedenstad
“Een belangrijke doorbraak in de oude stad
De Rozengas verdwijnt – Nieuwe straat van 10 Meter breedte
Wordt de Waalkade watervrij?
Na de belangrijke krotopruimingen aan de Steenstraat en de Vleeschouwerstraat, die eenige maanden geleden hun beslag gekregen hebben en waardoor in het Oostelijk gedeelte van de oude stad het vraagstuk van de saneering een belangrijke schrede is gevorderd, is nu een omvangrijke afbraak begonnen in een ander deel van de oude stad, waar verscheidende panden den laatsten in het bezit van de gemeente zijn gekomen en waar ook door particulieren medewerking wordt verleend, om tot opruiming van de bouwvallen te komen. Het betreft hier n.l de totale opruiming van de Rozengas, de gedeeltelijke afbraak van de Grootegas en het sloopen van eenige panden aan de Praast- of Proosthof. Door deze afbraak komt een uitgestrekt terrein vrij, dat in de toekomst bestemd zal worden voor woningenbouw en nieuwen straataanleg, waarop wij zoo aanstaande nog nader terug komen.
Historisch plekje verdwijnt
Wie nu tusschen de bouwvallen rondloopt en de enorme puinhoopen, die door het sloopwerk daar thans ontstaan zijn, gadeslaat, zal moeilijk kunnen vermoeden, dat het hier een der oudste gedeelten van Nijmegen betreft, dat in vroeger tijden- wij spreken nu van ongeveer vijf eeuwen geleden- door gegoede ingezetenen van onze stad werd bewoond. Het Rozengasje b.v., dat binnen enkele dagen nog slechts in de herinnering zal voortleven, loopende van de Nonnenstraat naar Achter de Vischmarkt, heette vroeger: Achter het Gasthuis, zoo genaamd, omdat de steeg achter het St. Nicolaas Gasthuis omliep. Dat Gasthuis bevond zich ter plaatse, waar zich thans de oude Luthersche kerk in de Grootestraat bevindt. In vroeger eeuwen heerschte hier groote bedrijvigheid. Men vond er brouwerijen, een suikerraffinaarderij, die in 1745 afbrandde, verscheidende herbergen en een schippersgildehuis. Ook woonden er gezetenen burgers, o.a. wijnkoopers. Een bekend gebouw was: “In den Witten Arend”, waarvan men in een protocol van 2 Mei 1760 de volgende omschrijving vindt: “zijnde een neringryke herberg, voorzien van verscheide beneden- en bovenkamers, openen plaats, een groote kolfbaan, staande en gelegen achter het Gasthuis, genaamd den Witten Adelaar, de Groote gas ter eenre, het Rooze gasje ter andere zijde”. Een steen boven de poort van den stal droeg het opschrift: “dit huys is in Godts haent, Anno 1621, Het is in den Witten Arent ghenaemt”.
Het Rozengasje zelf bestond uitsluitend uit woonhuizen, waarin in 1438 een zekere Coenraed Schutt kwam te wonen en daar een “stoof”, dat is een warm bad en verwarmd vertrek, liet inrichten. Ook uit talrijke protocollen uit de vijftiende eeuw, blijkt, dat er vroeger gegoede families woonden. Ondanks alle verval zijn sommige muren nog van een respectabele kracht en afmetingen. Men bouwde vroeger uiterst solide! De baksteenen in de oudste panden hebben een lengte van 30 en een dikte van 9 cm.
Ook de Grootegas is van een respectabele ouderdom. De naam komt reeds in 1427 voor en aan talrijke, thans wel zeer schamele huizen, ontdekt men nog de sporen van vroegere deftigheid.
De vergelijking met de andere gassen is de Grootegas tamelijk breed n.l. drie en een halve meter, maar in de naaste toekomst zal dat aanmerkelijk veranderen. Bij de plannen voor de saneering van de oude stad, is n.l. voor de Grootegas een nieuwe rooilijn vastgesteld en het doel van de thans aangevangen afbraak is o.m, om tot verbreeding van de Grootegas te komen. Dit wordt in de toekomst een belangrijke verbindingsweg van de Waalkade naar het centrum van de stad en de breedte er van zal op niet minder dan tien meter worden gebracht.
Tenslotte verrichten op het oogenblijk de sloopers hun werk op ’t z.g. Praast- of Proosthof. Dit is een terrein tusschen Achter de Vischmarkt en de Nonnenstraat. De naam is ontleend aan de woning van den Proost van het vroegere nonnenklooster, dat in de vijftiende eeuw in de Nonnenstraat gevonden werd. Een bewijs, dat deze omgeving vroeger betere dagen gekend heeft, is wel, dat dit klooster er een voor adelijke vrouwen was. Men vond in deze omgeving ook huizen bewoond door familie als Collart van Lynden, van Welderen, van Redichaven enz. Tot de woning van den zooeven genoemden Proost behoorde ook het nu nog bestaande poortje- dat intusschen voorshands nog niet gesloopt wordt- met bovenkamer, waar de Proost zich met voorliefde ophield. In een protocol van 1462- waar waren die gewichtige documenten al niet goed voor!- vertelt een zekere Dirck Hack, dat hij “een tyt geleden heeft sitten eten met den praest, jan van Bueren, en joffer Neza (’s proosten zuster) opter poorten, dat sy daermit woerden krigenden” enz. Waarna het relaas volgt van een “pittig onderhoud”, over een familiegeschil, dat overigens niet ter zake doet. Het Proostenhuis schijnt vroeger een toren te hebben gehad. In het laatst van de achttiende eeuw behoorde het in eigendom aan de Maillard de Pleinchamp, gewezen Waalsch predikant en later schijnt het als militaire barak te zijn ingericht geweest. In een cohier van 1649 vinden wij nog vermeld, dat op het Proosthof acht huizen stonden.
Een gedeelte van deze omgeving, dat ook nog niet aan de beurt is om onder sloopershanden te vallen, is de Schapengas, een doodloopend steegje, het nauwste van Nijmegen, dat vroeger op het Proosthof schijnt uitgekomen te zijn. Ook hier woonden vroeger aanzienlijke families, o.a. een notaris, de gemeensman Dibbets en, zooals het Hopmanboek van 1743 vemeldt: de Hoog Welgeb. Maximillaen Renesse.
Plannen voor de toekomst
Zooals wij daar straks reeds opmerkten, komen door deze afbraak belangrijke complexen vrij, die voor woningbouw benut kunnen worden. De plannen daarvoor staan echter nog geenszins vast. Men zal in de eerste plaats rekening moeten houden met de toekomstige bestemming van de oude stad, n.l. met een saneeringsplan, dat het geheel omvat. Zooals men weet, bestaan tegen partieele saneeringen groote bezwaren en alvorens daartoe een besluit wordt genomen, zal men de zaak van elke kanten moeten wikken en wegen, opdat men later niet tot de ontdekking komt, dat uitvoering van andere werken, door reeds tot stand gekomen bouwwerken, in sterke mate belemmerd wordt, dan wel dat men geen architectonisch juist geheel meer kan krijgen.
De bij het vraagstuk van de oude stad allesbeheerschende vraag is, of de Waalkade al dan niet watervrij zal worden gemaakt. Zooals wij al eens eerder uiteengezet hebben, berust de beslissing hieromtrent bij het departement van Waterstaat, dat aanvankelijk volstrekt afwijzend hiertegenover stond. Men weet, dat de Waalkade behoort tot het winterbed van de rivier, en zou men, hetzij door ophooging, dan wel door het maken van een waterkeerenden muur, dit gedeelte van het winterbed doen verdwijen, dan zou de consequentie daarvan vormen, dat men aan de Lentsche zijde het winterbed zoozeer verruimt, dat het afvoervermogen van de rivier even groot blijft, als thans het geval is. Dat daarmede belangrijke kosten gemoeid zijn, spreekt wel vanzelf.
Jarenlang heeft de gemeente na reeds pogingen in het werk gesteld om de Waalkade watervrij te krijgen. In zekeren zin staat of valt het vraagstuk van de saneering van de oude stad er mede. Nu het vraagstuk van oud-Nijmegen niet alleen ter plaatse als van groote beteekenis wordt aangeduid, maar in het geheele land er bestelling voor is gewekt, schijnt men bij den Rijkswaterstaat meer begrip voor deze voor Nijmegen zoo buitengewoon belangrijke aangelegenheid te hebben gekregen. Wij hebben n.l. in waterstaatskringen hooren verluiden, dat men niet meer volstrekt afwijzend tegenover de onttrekking van de Waalkade aan het winterbed van de rivier staat en op het ogenblik wordt onderzocht, op welke wijze aan de verlangens van het gemeentebestuur kan worden tegemoet gekomen.
Ofschoon deze aangelegenheid nog slechts in het stadium van overweging verkeert, mag deze gang van zaken toch in hooge mate met vreugde begroet worden. Immers, zoowel de stedenbouwkundige ir. Siebers, de betrokken gemeentediensten en de Commissie S.O.S. zijn het er volkomen over eens, dat slechts door watervrijmaking van de Waalkade een afdoende oplossing kan worden verkregen.” (PGNC 21/6/1939)
Witte huizen aan de Waalkade, licht oranje door de zonsondergang (mei 2025)Een gedicht op de Waalkade: “De namen zijn blauw” van K. Michels, december 2025
Albert Heijn; Gezien ter hoogte van de Stockumstraat. Links op de achtergrond de Platenmakersstraat, 1939 (ir. J.G. Deur via F15383 RAN CCBYSA)
In 1934 verhuist Albert Heijn van de winkel op de “hoek Burchtstraat-Stokkumsestraat” naar het verbouwde pand op de Burchtstraat, met huidig nummer 53. De winkel werd tijdens het bombardement verwoest en zou een nieuwe, moderne voorgevel krijgen. Het gebouw is echter al veel ouder dan de 20e eeuw: het is in ieder geval bekend in de 14e eeuw en zal vanwege de aanwezigheid van middeleeuwse resten op de monumentenlijst worden geplaatst.
Vooraf, 1895: Muziekhandel Polak
“Bestaande toestand”, bouwtekening in verband met de verbouwing 1934 (D12.400358)
Voordat Albert Heijn zich in dit pand vestigde, was het de muziekhandel van Philip Polak. Hij had vanaf 1895 hier zijn winkel gehad, nadat hij uit de Augustijnenstraat was verhuisd.
“Nijmegen, 19. November.
Al weder is in de Burchtstraat een nieuw magazijn geopend en wel dat van den heer Philip Polak, die zijn uitgebreiden muziekhandel van de Augustijnenstraat naar de Burchtstraat No. 35 heeft overgebracht. Behalve een groot assortiment piano’s, orgels en strijkinstrumenten vindt men in dit magazijn een groote collectie muziek, verder speeldoozen in alle genres, snaren, enz. Ook voor de St.-Nicolaas zijn een aantal fantasie-artikelen met muziek voorhanden, die zeker vele koopers zullen vinden. De heer Polak had stellig geen beteren stand voor zijn handel kunnen vinden. Wij hopen, dat spoedig alle muziekbeoefenaars uit Nijmegen en de omstreken den weg naar zijn magazijn zullen weten te vinden.” (PGNC 20/11/1895)
1934: verbouwing en verhuizing van Albert Heijn
Filiaal: Nijmegen Verbouwing perceel Lange Burghstraat Winkelpui, Zaandam N.V. Alb. Heijn, datum tekening 8 juni 1934 (D12.400359)Verbouwing perceel Lange Burghstraat te Nijmegen Kad. Sectie C. No 5293 voor de N.V. Alb. Heijn Z/dam, datum tekening mei 1934 (D12.400358)
Verbouwing perceel Lange Burghstraat te Nijmegen Kad. Sectie C. No 5293 voor de N.V. Alb. Heijn Z/dam, datum tekening mei 1934 (D12.400358)
De verbouwing is ontworpen door de eigen architecten van Albert Heijn. De belangrijkste verbouwing lijkt de voorkant te betreffen, waar van 2 winkels 1 winkel is gemaakt.
Daarbij lijkt het pannendak vervangen te zijn door een plat dak.
De opening
De Gelderlander over de opening in oktober 1934:
“Albert Heijn.
Hedenmiddag werd de nieuwe winkel Albert Heijn in de Lange Burchtstraat 21 geopend.
Het is een opvallende overgang van een eenvoudigen winkel op den hoek Lange Burchtstraat-Stokkumstraatje, nu naar het kapitale pand, waarin eerst de muziekhandel der firma Polak was gevestigd.
De architect der firma Albert Heijn heeft de pui grondig veranderd en er zoo’n frisch uitzicht aan gegeven, dat de Lange Burchtstraat er op vooruitgegaan is.
Advertentie Heropenin0g; Albert Heijn noemt zowel de adressen Lange Burchtstraat 21 als 27 (PGNC 30/10/1934)
De nieuwe winkel van Albert Heijn is geheel naar de eischen des tijds ingericht- zoo hygiënisch als bouwkundig.
Er kwamen (twee groote winkelramen, waarvoor de kwaliteitsartikelen tot volle recht kunnen komen.
Binnen is de winkel geheel betegeld in lichte tinten. Marmeren toonbanken met ingebouwde vitrines, welke een weelde aan waren toonen, sluiten de winkel af van de wanden met de tallooze vakken en bakken. Alle winkelbakken zijn afgedekt.
Bij de nieuwen winkel is nu ook een vleeschafdeeling gevoegd.
In deze afdeeling is een speciale koelinrichting aangebracht, waarin de fijnste vleeschwaren frisch gehouden worden.
Het is een lust in den nieuwen winkel rond te kijken- eerst nu komen de A.H.-artikelen tot volle recht.
Het doel der firma Albert Heijn is de beste kwaliteiten te leveren tegen langst mogelijken prijs.
Zij wordt daartoe in staat gesteld doordat de meeste artikelen in eigen fabrieken klaar gemaakt en verpakt worden te Zaandam, waar ook de contrôle is op alle artikelen, welke naar de A. Heijn-winkels- ongeveer tweehonderd in het land- gaan.
In Zaandam is gevestigd een koek- en banketfabriek, een cacao-chocoladefabriek, een biscuitfabriek en een voor suikerwerken.
Verder zijn in Zaandam ingericht eigen koffiebranderijen, een theemeleerinrichting en eigen afdeelingen voor het reinigen en sorteeren van peulvruchten en zaden.
In totaal werken er in Zaandam ongeveer 600 arbeiders in de A. Heijn-fabrieken.
De eerste A. Heijn-winkel werd te Oostzaan geopend: nu bijna een halve eeuw geleden- thans bezit Albert Heijn over het geheele land 200 winkels. De eerste fabriek der uitgebreide A. Heijn-industrie werd 40 jaar geleden gebouwd.
Wij zijn hier voor een industriëele onderneming van groot formaa.
De verbouwing te Nijmegen werd uitgevoerd naar eigen A. Heijn-architectonisch ontwerp door de firma Brand alhier.
De firma Ruikes verzorgde de electriciteitsvoorziening en de firma Bökkerink het frissche schilderwerk.
Door bemiddeling van de heer N.S. Verbeek, makelaar, werd indertijd het pand van de firma Polak aangekocht voor de firma Albert Heijn.” (De Gelderlander 31/10/1934)
Bombardement februari 1944
De verwoeste Albert Heijn; Opruimingswerkzaamheden na de verwoestingen van het bombardement 22 februari 1944. Rechts Albert Heijn met links daarvan de Urquelle Stube, na de oorlog Old Dutch geheten, met links daarvan Ockhuizen Lunchroom. Op de achtergrond zichtbaar de splitsing van de Platenmakersstraat (rechts) en de Korte Burchtstraat (links), 22-2-1944 (Gn114 RAN)
Tijdens het bombardement van 22 februari 1944 raakte Albert Heijn en de panden daaromheen beschadigd. Maar niet totaal verwoest, zoals zoveel panden. In 1944 vindt de heropening van de winkel plaats.
Heropening Albert Heijn Lange Burchtstraat 1944 (PGNC 4-3-1944)
“Bestaande toestand” Albert Heijn Burchtstraat, datum tekening 22-3-1956 (D12.427103)
1957: Verbouwing Albert Heijn naar 1 open ruimte
In het Bouwdossier zijn 2 dossiers te vinden uit 1957: een met “Veranderen winkelpand” met datum 3-4-1957 en 1 met “Wijzigen bouwen winkelpand” met datum 11-12-1957. Afgaande op dit dossier lijkt dat het pand na 1934 niet meer is gewijzigd (een andere mogelijkheid is echter dat Albert Heijn in 1944 een noodverbouwing heeft laten uitvoeren). Ook de weergegeven indeling is die van 1934. Wanneer de bestaande toestand wordt vergeleken met de foto uit 1953, GN1786, zijn er toch afwijkingen te zien. De meest opvallende is dat de bogen boven de ramen op de eerste verdieping zijn verdwenen.
De wijziging in het bouwdossier van 1957 lijkt vooral technische uitwerkingen te betreffen. Ook hier is het Bouwbureau van Albert Heijn N.V. Zaandam de architect.
Voorgevel verbouwing Albert Hein Burchtstraat, Datum tekening 21-2-1957
Bij de voorgevel is de gevel van de begane grond gewijzigd. Op basis van de “bestaande toestand” bij de verbouwing in 1983 is voor D12.427109 gekozen als tekening om de indeling weer te geven (zie hieronder. Het verschil met D12.427104 lijkt vooral te bestaan in de plaatsen van de zuilen).
Opvallend is dat het nu gaat om een grote, open winkel. Een deel van het magazijn is naar de 2e verdieping verplaatst,
Voorgevel verbouwing Albert Hein Burchtstraat, Datum tekening 22-3-1956 (D12.427109)
In ieder geval is het pand in 1960 nog een Albert Heijn, zie de foto: F15447.
Vervolg
Burchtstraat 53, juli 2019 (Google Streetview)
Er is verder niet uitputtend onderzocht wat de geschiedenis van het pand daarna is geweest.
In 1983 vindt de verbouwing van het pand plaats voor Gebr. Voss naar ontwerp van Keijsers interieurs en timmerwerken b.v. Daarbij is het opvallend dat ook bij de “bestaande toestand” de verdiepingen lijken op de huidige situatie met strakke, rechthoekige ramen; terwijl op de bouwtekening uit 1957 nog ramen met bogen waren ingetekend.
Daarnaast heeft in ieder geval in 1994 en 2009 een verbouwing aan de voorgevel plaats gevonden (die -ook al betreft het openbare documenten- hier vanwege privacy niet verder zullen worden behandeld).
Middeleeuws pand, gemeentelijke monumentenlijst
Tegenwoordig (april 2024) zit het Kruidvat in pand. De geschiedenis van dit gebouw gaat echter veel verder terug dan de 20e eeuw. Het huis is al bekend in de 14e eeuw.
Middeleeuws huis
Omroep Gelderland: “een groot 14e eeuws huis, mogelijk in de vorm van een stadskasteel, dat later onder meer de roemruchte 16e-eeuwse taveerne Rodeburcht huisvestte. Later bood het pand onderdak aan de verzameling Romeinse oudheden van Mr. Johan In de Betouw. In het tot in den treure verbouwde pand bevinden zich nog bouwkundige resten uit vele eeuwen, aldus de gemeente Nijmegen.”
Op gemeentelijke monumentenlijst
In 2015 is het een van de 10 gebouwen die op de gemeentelijke monumentenlijst zullen worden geplaatst. De procedure om het gebouw op de monumentenlijst te krijgen is het gevolg van de in 2010 vastgestelde bouwhistorische waardenkaart van Nijmegen. Hierop is alle belangrike hsitorische bebouwing ingetekend. Het gaat dan niet alleen om de voorgevel, maar ook om bouwkundige resten in de rest van het pand.
Overigens zal Veugelers ook de verbouwing voor het pand daarnaast, de bloemenzaak Bloemenmagazijn van Groningen (Lange Burchtstraat 38) ontwerpen.
In september 1944 worden de panden verwoest doordat deze door de Duitsers in brand worden gestoken.
“Manufacturenmagazijn J.H. Duives.
Advertentie Duives Lange Burchtstraat 40 (PGNC 3-9-1935)
Aan de Lange Burchtstraat No. 40 is vanmiddag geopend het manufacturen-magazijn van de firma J.H. Duives. Vroeger was dit pand annex met het aangrenzende winkelhuis, doch alleen de étalage-ruimte ervan benut. Thans echter is hiervoor, dank zij een grondige verbouwing, waarbij de geheele beganegrondverdieping werd weggebroken en opnieuw gebouwd, een keurig, modern winkelhuis in de plaats gekomen. Met zijn teakhouten gevel en de ruime vitrines met de bronzen spijlen, maakt het pand een uitstekenden indruk; knus en gezellig is het interieur. Alle waardeering dan ook voor het werk van den architect, den heer Veugelers.
Vestigen wij er nog de aandacht op, dat firma Duives ook een afdeeling heeren-mode in haar zaak heeft opgenomen.” (PGNC 28/6/1935)
Rechts, op de hoek, uitverkoop van de Damesmodewinkel van Banens en Beermann (waar in 1935 de Manufacturenzaak van J.H. Duives zou worden gevestigd); De Schouwburg aan de Oude Stadsgracht 1, kort voor de afbraak; gezien vanuit de Lange Burchtstraat in de richting van het Kelfkensbos, 1935 (GN8078 RAN)
Architect Martinus Eduardus Veugelers (Nijmegen,19-8-1878 – 16-12-1956) Het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis heeft reeds een uitgebreid artikel geschreven over…
Ir. Deur ontwerpt de nieuwe fabriek voor Nijs en Vale op het industrieterrein aan het Maas-Waalkanaal. Nijs en Vale was in 25 jaar uitgegroeid van een klein smederij tot een belangrijke fabriek van stalen ramen en constructiewerken. In 1994 sloot het haar deuren.
In 1926 vestigt F.J. Nijs zich aan de Graafseweg, op de hoek met de van Hezewijkstraat. Hij verkoopt fietsen en richt een smederij in voor klein ijzerwerk voor de woningbouw. De oppervlakte is 10 vierkante meter.
Verhuizing Groenestraat
Verhuizing Nijs naar de Groenestraat 62 (De Gelderlander 17/12/1931)
Eind 1931 verhuist hij vanwege ruimtegebrek naar hij een woning aan de Groenestraat, met een smederij. Hij krijgt op 8-12-1931 een hinderwetvergunning voor : het oprichten van een door electriciteit gedreven smederij achter perceel Groenestraat no. 62, op het terrein, kad. bekend gemeente Hatert Sectie C, no. 6166”. Deze verkrijgt hij op (PGNC 11/12/1931).
“De ruime werkplaats, begrensd door een flink open terrein, is voorzien van de meest moderne machines, waar alle soorten smeed-, hek- en rastwerken vervaardigd kunnen worden. Voor de bouwvakken is deze uitstekend geoutilleerde inrichting dan ook een zeer goed adres, temeer daar desgenscht alles volgens tekening kan worden geleverd.” (De Gelderlander 17/12/1931)
Nijs en Vale
Advertentie Nijs en Vale PGNC 12/9/1939
De oppervlakte bedraagt 200 vierkante meter. H.H. Vale treedt rond 1938 aan als compagnon toe. In 1938 werken 40 man bij Nijs en Vale.
Oorlog, bevrijding en brand
Er wordt een begin gemaakt met de bouw van een nieuwe fabriek: de oppervlakte wordt 450 vierkante meter en een jaar later vergroot tot 900 vierkante meter.
Waarschijnlijk heeft de aanvraag voor een hinderwetvergunning tot “het uitbreiden en wijzigen van haar door elektriciteit gedreven smederij in het perceel Groenestraat no. 62, kad. bekend, gemeente Hatert, Sectie C, no. 6166” (PGNC 2/1/1940) te maken met deze uitbreiding. Omdat het onderzoek langer duurt, kan de gemeente haar beslissing nog niet nemen in de daarvoor reguliere termijn (PGNC 15/2/1940). Uiteindelijk krijgt ze haar vergunning (PGNC 8/5/1940) onder een aantal voorwaarden die te maken hebben met het voorkomen van geluidsoverlast (ramen gesloten, enz).
Maar dan begint de Tweede Wereldoorlog in 1940. Personeelsleden moeten in Duitsland werken, het bedrijf komt stil te liggen en de gebouwen worden verhuurd. Bij de bevrijding vorderen de geallieerden de gebouwen als opslagplaats en garage. Tijdens 2e Kerstdag breekt er brand uit tijdens een feestavond en brandt het gebouw geheel af.
Na de bevrijding: uitbreiding
Nijs en Vale: een advertentie na de oorlog (De Gelderlander 25/4/1946)
Hoewel na de bevrijding er orders binnenkwamen, had Nijs en Vale geen gebouw, noch machines. Toch werd er in de open lucht gewerkt en maakte het stalen ramen. In 1945 werd het gebouw weer opgetrokken. In de bovenstaande advertentie staat als kantoor Hazenkampscheweg 9 genoemd. Dit is het huisadres van F.J. Nijs (Adresboek 1951)
In 1947 kreeg de fabriek een uitbreiding. Daarvoor kocht Nijs en Vale het naastgelegen terrein aan de Groenestraat aan, waarbij het een uitweg naar de Thijmstraat had. Dan is de oppervlakte 2700 vierkante meter.
Afgaande op de advertentie hieronder, was er nog een andere uitdaging: woningen voor haar werknemers.
Gevraagd: kosthuizen of pensions (De Gelderlander 8/8/1950)
In 1951 viert het bedrijf haar 25 jarig bestaan en tevens het 12,5 jarig bestaan van het bedrijf Nijs en Vale. In die tijd is het bedrijf uitgegroeid van kleine smederij naar een van de belangrijkste bedrijven van dat moment.
Een fabriek in een woonwijk
In 1951 blijkt de fabriek (te) groot te zijn geworden, terwijl het midden in de woonwijk staat. Er was niet voorzien dat de fabriek na de oorlog zo hard zou groeien. Voor de oorlog was de fabriek, net als andere fabrieken en werkplaatsen in wijken, “klein” geweest.
Het betreft dan vooral de zandstraalmachine die overlast veroorzaakt. Deze “veroorzaakt niet alleen een hels kabaal, maar, zo vroeg spr. (Van Yperen, P.v.dA. in de raadsvergadering), kan deze machine niet behoorlijk worden afgeschermd zodat de wijde omgeving geen of weinig last meer heeft van het stof?”
De fabriek blijkt dan inmiddels al een aantal maatregelen te hebben genomen. Een verdere afscherming is technisch mogelijk, maar is zeer kostbaar. Nijs heeft intussen beloofd dat de machine ’s nachts niet meer zal werken en overdag alles dicht te houden, zodat het stof zich zo min mogelijk verspreid. Dan zijn er al gesprekken over overplaatsing aan de gang: “De directie wil graag de fabriek overplaatsen naar het industrieterrein, maar zo heeft zij gezegd, dan moet de gemeente wat soepeler zijn.” (De Gelderlander 4/10/1951)
Plannen verplaatsing fabriek
Op 9-1-1952 overlijdt J.F. Nijs. Hij heeft al de plannen voorbereid om de fabriek naar het industrieterrein aan het Maas-Waalkanaal te verplaatsen. Daarbij zal de gemeente de fabriek aan de Thijmstraat overnemen, waarin de brandweer wordt gevestigd.
De fabriek aan de Nijverheidsweg
December 1953 opent Nijs en Vale haar fabriek voor ramen en constructiewerken aan het Maas-Waalkanaal. Op dat moment werken er 170 man personeel. Ir Deur was de architect van deze bouw, fa. Smits en zn. De aannemer. Architect Jan Jansen zal voor de inrichting van de kantoorlokalen zorg dragen.
Het voordeel van de nieuwe fabriek is dat bewerkingen makkelijker kunnen worden uitgevoerd: er zijn minder handelingen nodig om de stalen ramen en constructiewerk naar de plaats van bestemming te krijgen. Als het werk de constructiewerkplaats verlaat, gaat het naar de zandstraal of schopeerinrichting. Hiervoor zijn aparte ruimtes ingericht. Voor de fabriek zijn 2 woningen gebouwd: 1 voor de bedrijfsleider en 1 voor de portier.
Pfell, een vriend van de inmiddels overleden Nijs bij de opening: “De stichter, die toen hij begon niets bezat, heeft de grondslag gelegd voor een moderne industrie, die voor Nijmegen grote betekenis heeft.”
De nieuwe fabriekshal is 90 bij 25 meter groot. In zijn toespraak bij de opening vertelt burgemeester Hustinx verheugd te zijn hoe de industrie zich heeft uitgebreid. Deze is voor groot belang voor ons land en Nijmegen in het bijzonder, omdat Nijmegen over de nodige werkkrachten bezit. Sedert 1950 hebben 11 nieuwe industrieën zich gevestigd op het haven industrieterrein en meerdere, kleinere, zijn op dat moment in aanbouw.
Vervolg
Er is nog niet verder onderzocht wat het vervolg is geweest. In ieder geval sluit de fabriek in 1994.
Op dat moment heet het bedrijf Nijva Nijmegen, gespecialiseerd in gevelbouw. Het is eigendom van het Britse Yule Catto. Algemeen directeur Kakebeen noemt de markt voor kantorenbouw “desastreus”: er is een enorme overcapaciteit in Europa. Hij verwacht daarbij verbetering in 1996. Maar deze zal te laat komen: in 1992 was de situatie al behoorlijk verslechterd en draait al 2 jaar met verlies. In 1993 bedroeg het verlies 2,7 miljoen gulden op een omzet van 30 miljoen.
De houdstermaatschappij van Nyva Nijmegen, Nijs en Vale Holding, en het zusterbedrijf Nijs en Vale Zonwering zullen blijven bestaan. Bij Nijs en Vale Zonwering werken 16 medewerkers. Voor Nijva Nijmegen zullen de dan 70 medewerkers hun baan verliezen.
1902-1905 Huidig adres: Heumensebaan 2 Molenhoek, Samen met Henri Leeuw Jr
Jachtslot de Mookerheide,1905 (F73784)
Vooraf
Oscar en Henri Leeuw ontwierpen het jachtslot De Mookerheide in opdracht van Jan J. Luden van Heumen, een rijke bankierszoon. Dit is art nouveau stijl gebouwde pand is een van de hoogtepunten van hun werk. Luden zelf heeft het gebouw nauwelijks gebruikt. Sins 1985 is Natuurmonumenten eigenaar van het landgoed, inclusief het gebouw. Afgelopen jaren is er een uitgebreide restauratie geweest van het landgoed en het jachtslot. Een van de onmiddellijk in het oog springende veranderingen is het lichtroze pleisterwerk.
Kenmerken
Het slot is in art nouveau stijl ontworpen. Het is, kenmerkend voor de art nouveau/Jugendstil een echt “Gesamtkunstwerk” waarbij architectuur, beeldhouw- en schilderkunst samengaan.
Exterieur
De Architectuurgids Nederland 1900-2000: “Het witgpleisterde exterieur is een abstract-geometrische variant van de art nouveau”. Sinds de restauratie, welke in 2024 is afgerond, is de pleistering teruggebracht naar de oorspronkelijke, lichtroze kleur.
Tegenwoordig is nog veel van het exterieur aanwezig. De grootste veranderingen hebben aan de achterzijde plaats gevonden.
Interieur
Vooral aan het interieur is zeer veel zorg besteed. In de hal bevindt zich het trappenhuis en en glas-in-lood raam met Sint Hubertus. Hij is de patroonheilige van de jacht. Op het plafond zijn tekens van de dierenriem aangebracht.
Stuc, Kunst en Techniek: “…schatrijke Jan Luden van Heumen (1877-1935) van wie bekend is dat hij de ideeën van de theosofie aanhing. Tekenend hiervoor zijn de afbeeldingen in het jachtslot van astrologische symbolen, zoals dierenriemtekens, en sterrenhemels op de plafonds van de ‘hall’ en de badkamer.”
Daarnaast zijn er consoles van leeuwen te zien. Jan Schouten werkte mee als beeldend kunstenaar
Daarbij beschikte het jachtslot over moderne middelen: elektriciteit, centrale verwarming en een huistelefoon.
Landgoed
Jachtslot de Mookerheide staat op een landgoed van 160 hectare met niet alleen het omliggende park en tuin, maar ook bos.
Luden liet de heide ontginnen en de grond herbossen. Daarbij ging het vaak om de grove den en de Amerikaanse eik, later ook de douglas. Ook liet hij op zijn landgoed lanbouwgrond aanleggen.
Toen Natuurmonumenten het Landgoed in 1985 kocht, was van dit landgoed weinig meer over. Vandaar dat Natuurmonumenten vóór de restauratie van het Jachtslot eerst het omliggende landgoed wilde herstellen.
Het parkbos telt veel verschillende boomsoorten. Daarnaast zijn de kassen in de tuin opvallend.
Jan Jacob Luden van Heumen?
Een uitgebreid en zeer vermakelijk artikel is te vinden in de Grenssteen, welke tevens een belangrijke bron was voor het gedeelte over Luden.
Bericht finaal verkopen de vrije Heerlijkheid Heumen (PGNC 21/9/1877); de veiling daarvan was op 19 september begonnen.
Op 3 oktober 1877 koopt Jacob Hendrik Luden, de vader van Jan Jacob, het vervallen kasteel van Heumen. Daarvoor was deze het eigendom van jonkheer Boreel de Mauregnault en zijn vrouw Jacoba Craan. Zij waren 47 en 25 jaar daarvoor overleden.
Een andere gegadigde was Frans van den Broek, bierbrouwer en burgemeester van Heumen. Zij en later hun beide zonen, zullen nog regelmatig met elkaar botsen.
Bij het kasteel hoort een tuinmanswoning, tuinen, boomgaard, grachten en weiland, jacht- en visrecht en een deel van de Maas en uiterwaarden. Hij koopt in totaal 13,5 hectare voor 64.900 gulden. Aangezien het krantenartikel 17 hectare noemt, betekent dit dat hij het overgrote deel van de aangeboden stukken grond heeft gekocht.
Op 4-9-1878 breidt hij zijn bezittingen verder uit, door 25,5 van de 48,5 hectare hooiland en een deel van de Maas welke de Gemeente Nijmegen laat veilen aan te kopen. Ook hier was burgemeester van den Broek met zijn zoon een gegadigde.
Omdat hij eigenaar van de grond van de voormalige “Heerlijkheid Heumen” is geworden, wil Jacob de titel “Heer van Heumen” kopen van de gemeente Nijmegen. De Gemeenteraad besluit op 26 oktober 1878 de titel met graanrechten te verkopen voor 20.000 gulden. Volgens het verslag van de vergadering van de Gemeenteraad (zie hieronder) ging het daarbij vooral om de prijs van de graan- of koornrechten, “terwijl voor den titel van Heer niets zou betaald worden”.
Verslag vergadering Gemeenteraad 26-10-1878: verkoop van titel en graanrechten (PGNC 1/11/1878)
Heerlijkheid en heerlijke rechten
Een heerlijkheid was een stuk grond waarop de heer eeuwenlang een aantal rechten had gehad, onder andere dat van rechtspraak. Aan het eind van de 18e eeuw waren heerlijkheden afgeschaft, maar na afloop van de Franse tijd weer gedeeltelijk hersteld, waaronder dat van jacht- en visrechten. Deze laatste rechten staan vermeld bij de advertentie voor de veiling hierboven. Voor Jan Luden en de burgemeester zou dit een bron van conflicten worden.
Waarom Jacob Hendrik de titel wil kopen is niet bekend: of dat vanwege de titel zelf of dat vooral de daar aan verbonden rechten van belang waren.
Jacob Hendrik Luden
Jacob Hendrik Luden is in 1841 geboren in Amsterdam. Hij stamt af van een Noorse familie, die in de 17 eeuw van Bergen naar Amsterdam was verhuisd. Ze had haar fortuin gemaakt in het verzekerings- en bankwezen, onder andere bij Hope & Co en Van Loon & Co.
In de 19e eeuw waren verschillende landgoederen en buitenplaatsen in de omgeving van Doorn en Overveen gekocht. In 1864 trouwt hij met Tetia Moll. In 1875 wordt hij vader van Georgine Maria. Op 11 -8-1877 wordt Jan Jacob geboren, dus 2 maanden voor de aankoop van het kasteel. De zeer rijke Jacob Hendrik lijkt op dat moment nog geen band met de omgeving te hebben…
In april 1878 verhuist het gezin naar “De Wildbaan” in Driebergen. Tetia overlijdt op 30-8-1879, op 35 jarige leeftijd. Tien jaar overlijdt Jacob Hendrik.
Jeugd Jan Jacob Luden en erfenissen
Een jaar voor zijn overlijden had Jacob Hendrik aangegeven dat zijn neef Mr. Johannes Luden voogd over de 2 kinderen zou worden. Eind 1889 gaan de kinderen naar een kostschool: Jan Jacob naar Utrecht, waar tevens zijn oom Anthonie Moll woont. Hij is intelligent, maar lastig. Na 2 jaar wordt Jan Jacob overgeplaatst naar Stuttgart.
In 1890 vindt de verdeling van de erfenis plaats. Jan Jacob krijgt de bezittingen in Heumen en Maasbommel. Daarnaast erft hij een grote hoeveelheid obligaties en aandelen. Meer erfenissen volgen: van zijn moeder en oom. Dan is zijn vermogen tot 1,5 miljoen gegroeid, waar in 1894 nog eens een erfenis van 112.000 gulden bovenop komt. Let wel: Jan Jacob is op dat moment 16 of 17 jaar. Hij kan echter pas vanaf zijn 23ste verjaardag (in 1890 de grens voor volwassenheid) over deze erfenis beschikken.
Luden zoekt het hogerop
Op 23-jarige leeftijd verlaat hij zijn laatste pleeggezin om in Heumen te gaan wonen. Daarbij krijgt hij zelf ook meteen met burgermeester Albèrt van den Broek ruzie: als Heer van Heumen mag Luden -en niet de burgemeester- de jachtrechten verdelen.
Vanwege deze ruzie besluit Luden om de de hooggelegen bos-en heidegronden ten oosten van Heumen op Molenhoeks grondgebied aan te willen kopen. Hij geeft zijn rentmeester Montenberg opdracht om deze grond van de verschillende eigenaren aan te kopen: geld speelt daarbij geen rol. In 1900 koopt hij in totaal 14,5 hectare voor 25.694 gulden aan. Een jaar later koopt hij 17,5 hectare Mookerhei.
Hij wil het land kunnen overzien en gaan jagen. En van hogerop de loef afsteken naar zijn rivaal Van den Broek. Ook wil Luden een jachtslot laten bouwen, welke het mooiste gebouw van de omgeving moet worden.
De bouw van het Jachtslot
Jachtslot ‘Mookerheide’ met de uitzichttoren, op het gelijknamige landgoed, gebouwd in opdracht van Jan Jacob Luden naar ontwerp van Oscar en Henri Leeuw in de jaren 1902-1905 in de stijl van de Art Nouveau, 1905-1910 (F73780 RAN)
Daarvoor krijgen de broers Oscar en Henri Leeuw de opdracht. De broers hebben in Nijmegen al de nodige bekendheid. Waaronder de Melkerij van Lent, die ook buiten Nijmegen de nodige aandacht heeft gekregen. En de Villa Dennenheuvel. Voor de bouw van het jachtslot speelt geld geen rol.
De aannemer is S. Grandjean Perinot Comtesse uit Nijmegen.
Op 31-10-1903 vindt de zogenaamde “eerste steen” legging plaats.
Daarbij wordt het voorzien van voor die tijd zeer moderne voorzieningen: elektriciteit, centrale verwarming, een huistelefoon, een lift van de keuken naar de eetzaal en warm en koud stromend water. Bovendien had het een inrichting voor het uitbroeden van eieren. Dat laatste hangt waarschijnlijk samen met het feit dat Luden op de tweede verdieping waarschijnlijk een vogellaboratorium wilde laten bouwen. Het gebouw had een eigen electrische intallatie, aangelegd door L.A. Moll . In de toren bevond zich een waterreservoir van 26M².
In 1905 is het grootste deel gereed. Bij de verkoop in 1909 blijkt dat de eetzaal nog niet is voltooid.
Gebruik door Luden en jachtrechten
Luden zelf heeft het jachtslot weinig gebruikt. In 1904 woont hij officieel in Parijs, de omgeving van Heumen en Nijmegen was voor hem te “bekrompen”. Enkele keren was hij op het jachtslot voor jachtpartijen of -feesten.
1910 – 1947: Anthonie Vroeg
In september 1909 zet hij het landgoed te koop, waarbij het jachthuis met het omliggende park en de bos- en heidegronden in verschillende delen worden ingebracht. De bouw had f300.000 gekost. De inzet was echter op f150.000 bepaald; het hoogste bod was echter f90.500. Daarop ging de verkoop niet door.
Uiteindelijk vindt op 4-5-1910 toch verkoop plaats, voor een nog lagere prijs: f65.500 voor het gehele complex van 133 ha.
De nieuwe eigenaar was Anthonie Vroeg. Hij zou met zijn zus het jachtslot gaan bewonen. Hij liet het landgoed verder uitbreiden, met onder andere een tuinmanswoning. In 1928 ging Vroeg in Montreux wonen; het landgoed bleef echter tot 1947 in zijn bezit.
1947-1985 Klooster
In de Tweede Wereldoorlog was het in gebruik als een hoofdkwartier voor de Wehrmacht. Op 4-2-1947 vekocht Vroeg zijn bezit aan de Zusters van Sint Dominicus van Bethanië.
Verbouwing
Het jachtslot werd verbouwd tot klooster. Daarbij werd het dienstgebouw tot kapel verbouwd. Op de 2e verdieping en een deel van de 3e van het slot zelf kwamen slaapruimtes. De oude serre werd vervangen door een rechthoekige.
In 1950 vond een grote uitbreiding plaats om een meisjesinternaat te vestigen. Het klooster kreeg een lange achtervleugel, waarvan architect Frans Verwoerd uit Breda de ontwerper was. Deze vleugel had 2 bouwlagen. Daarnaast kreeg de oostvleugel, die in voorgaande jaren als was verhoogd, tevens 2 bouwlagen. Op de begane grond kwam een extra kapel. Er kwamen leslokalen en een praktijk voor een arts en psycholoog op de verdieping van de achtervleugel.
In 1971 vond een verbouwing plaats om het aantal slaapkamers te vergroten. In 1975 was er eveneens een verbouwing, waarbij de slaapkamers werden vergroot en de slaapzalen opgedeeld in afzonderlijke kamers.
1985-2017 Natuurmonumenten en Hotel-restaurant Jachtslot de Mookerheide
In 1985 wordt Natuurmonumenten eigenaar van het landgoed en daarbij mede van het Jachtslot. Zij verpacht het gebouw, welke na een verbouwing dienst doet als restaurant. Op 27 november 1986 vindt de opening daarvan plaats.
In januari 2017 sloot hotel-restaurant Jachtslot de Mookerheide haar deuren. De eigenaar was op dat moment de heer Van Hout, die het pand in erfpacht had.
De Restauratie
Natuurmonumenten ging zich daarop beraden over het vervolg. Zij wilde herstel, niet alleen van het Jachtslot, maar van gehele landgoed.
Afgelopen jaren is er hard gewerkt aan de restauratie, welke in 2024 is afgerond.
Het gebouw is een Rijksmonument, met als waardering:
“Jachtslot de Mookerheide is van algemeen, cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang als hoofdonderdeel van het aan het begin van de twintigste eeuw ontstane landgoed Mookerheide. Het jachtslot heeft architectuurhistorische waarde als zeldzaam voorbeeld van een landhuis in Art Nouveaustijl dat opvalt door de een zwierige lijnvoering in de gevelbehandeling en een forse, naar de functie verwijzende toren. Het pand is van belang vanwege de goed bewaard gebleven en zeldzame Art Nouveau-interieuronderdelen en de ruimtelijke opzet waardoor het een belangrijk voorbeeld is van opvattingen omtrent villabouw en van de ontwikkeling van de kunstnijverheid in het eerste decennium van deze eeuw. Er is sprake van een bijzondere eenheid in exterieurbehandeling en interieurafwerking en het pand is daarmee ook een van de belangrijkste voorbeelden van villabouw in het oeuvre van de broers Oscar en Henri Leeuw, die in Nijmegen en omgeving onder meer een groot aantal woonhuizen hebben gebouwd. Het jachtslot bezit in samenhang met de overige complexonderdelen hoge ensemblewaarden en speelt een belangrijke beeldbepalende rol door de prominente ligging aan de rand van het plateau van de Mookerheide, waarbij de toren een markerend element in het landschap vormt.”
Abonneer je en ontvangt al eerste nieuwe inhoud!
Geheel gratis. Het e-mail adres wordt alleen gebruikt voor het sturen van de blog.
Monument de Oversteek; de bloemen zijn van de herdenking een maand eerder (23-10-2021)
Het monument de Oversteek herdenkt de gevallen geallieerde militairen tijdens de gevechten rondom de oversteek van de Waal. Het is een beeld van Marius van Beek.
De oprichting was een initiatief van Herman Jansen en huisarts prof. dr. Huygen. Zij hadden in Lent de oorlog dichtbij meegemaakt. Daardoor beseften zij welke offers de Amerikanen gebracht hadden.
40 jaar na de Oversteekonthulde generaal Gavin, in 1944 de bevelhebber van de 82nd Airborne divisie , op 18 september 1984 het momument.
Twee zuilen en een gedenksteen
Het bestond aanvankelijk uit twee zuilen van natuursteen en een liggende gedenksteen.
Op de linkerzuil staat:
“ U.S. 82nd AIRB. DIV.
WAALCROSSING
20 SEPT. 1944
504 PARACHUTE INFANTRY
307 ENG. 376 PFABn
IN COÖP. WITH
505 PAR. INFANTRY
GUARDS ARMOURED DIV.
18 SEPT. 1984”
Op de rechterzui:
“HIER VOND PLAATS OP 20-9-1944 DE HELDHAFTIGE OVERSTEEK VAN DE WAAL”.
Op de gedenkplaat staan de namen van de 48 gevallen militairen.
De gedenkplaat is in 2014 vervangen door een muur met 49 namen. Hierop is de naam van Norris B. Case toegevoegd, hoewel het niet zeker is of hij op 20 september 1944 bij de Oversteek is overleden. Daarnaast staat Jack D. Howard nog steeds op het monument vermeld, hoewel hij op 21 september 1944 is gesneuveld in de buurt van Visveld. Het monument was geadopteerd door basisschool Sam-Sam uit Oosterhoudt en september 2000 door basisschool De Oversteek. Daar is ook de oorspronkelijke, liggende plaat naar toe verplaatst.
Marius van Beek
Het monument is gemaakt door de beeldhouwer Marius van Beek (1921-2003) (maar dus niet de huidige muur). Daarnaast was hij criticus en docent. In de buitenomgeving zijn 90 beelden van hem te zien, verdeeld over alle provincies (bron: website Marius van Beek). Daarnaast is er een online catalogus van zijn werk.
Een ander belangrijk beeld van hem is het Verzetsmonument op het Trajanusplein uit 1954.
Andere werken:
‘Vervult u met de vruchten die ik draag’, Wilhelminasingel 15, 1956
Door het toegenomen autoverkeer en de bouw van de Waalsprong, wilde de gemeente Nijmegen een tweede brug over de Waal. Dit moest niet zo maar een brug worden: het moest een daadwerkelijke stadsbrug, dat bovendien onderdeel van het rivierlandschap vormt. Het ontwerp zelf moest ruimtelijke kwaliteit toevoegen. De architecten Ney en Poulissen ontwierpen een slanke stal brug.
Ontwerpcriteria: een echte “stadsbrug”
Oude lift bij Oversteek (maart 2021)
De gemeente had 4 ontwerpcriteria aangegeven:
Contextuele inbedding: integraal deel uitmaken van het rivierlandschap en goed zichtbaar en beleefbaar zijn, zowel vanaf de oevers als vanaf de stadsbrug
Samenhang in het bestaande en toekomstige beeld van Nijmegen met de dijkverlegging en alle ruimtelijke ontwikkelingen rondom de Waal.
Een kunstwerk van hedendaagse techniek en vormgeving in één gebaar.
Aandacht voor de gebruiks- en belevingswaarde: een verblijfsbrug, zowel bovendeks als op maaiveldniveau, met een aangename onderwereld.
Daarbij was er een budget van 140 miljoen euro?
De bouw kon in mei 2011 worden begonnen en duurde tot 2013. De bouw van de boogbrug had in de uiterwaarden plaats gevonden. Op zaterdag 20 april 2013 kon de boogbrug onder veel belangstelling worden ingevaren. Daarna volgde het afwerken ter plaatse.
De brug is ontworpen door de Belgische architecten Laurent Ney en Chris Poulissen. De bouwkosten waren 260 miljoen euro.
Deze weg sluit aan de zuidelijke kant aan bij de Verlengde Energieweg en aan de noordkant op de Graaf Alardsingel. Voor auto’s heeft de brug 2 x 2 rijbanen, een vluchtstrook en er is ruimte gereserveerd voor een eventuele 5e baan, bijvoorbeeld voor openbaar vervoer.
Aan de kant van de stad is er stadskant is een pad van 4 meter breed voor fietsers en voetgangers. Daarbij zijn er tevens balkons gemaakt, om van het uitzicht op de rivier en de stad te kunnen genieten.
Om de capaciteit van de A50 te vergroten werd gelijktijdig met de Oversteek is de tweede brug bij Ewijk gebouwd, naast de reeds bestaande. Vanaf 2013 heet deze officieel de Tacitusbrug gebouwd, maar wordt over het algemeen nog steeds de Ewijkse brug of brug bij Ewijk genoemd.
De omgeving: de brug als onderdeel van rivierlandschap en stad
Nijmegen vanaf Oversteek tijdens een droogte (april 2021)
Een belangrijk onderwerp (en een eis aan het ontwerp) was het samenspel met de omgeving; de stadsbrug moest een onderdeel van de stad worden. Daarom is er gekozen voor een slanke stalen hoofdoverspanning van 285 meter, terwijl 235 de minimale eis was. Hierdoor wordt de hele rivier overspannen in plaats van alleen de vaargeul. Daarbij ligt de Waal gecentreerd onder de brug. Daarmee maakt de brug daadwerkelijk onderdeel uit van de omgeving.
Een vergelijkbaar uiterlijk met de Waalbrug was wenselijk. Daarnaast zijn de zijkanten van de brug van baksteen, tevens een verwijzing naar de baksteenindustrie en gebruik daarvan in Nijmegen.
Daarnaast zijn de pijlers gebouchardeerd, zodat de kiezels zichtbaar zijn. Dit is een verwijzing naar het grind in de rivier. Boucharderen is het opruwen van het oppervlak met een zogenaamde bouchardeerhamer: een hamer dat is voorzien van een massieve kop met stalen punten.
Grootste enkelvoudige boogbrug in Europa
Met een stalen brugconstructie van 285 meter is het de grootste boogbrug van Europa met een enkelvoudige boog. Het is de één na langste hoofdoverspanning van Nederland en tevens de langste boogbrug van Europa met slechts 1 boog. Sinds 2016 heet de weg over de brug de Generaal James Gavinsingel.
Het ontwerp van een boogbrug was geen eis van de Gemeente Nijmegen. Ook voor de ontwerpers was de boogbrug vooraf geen bewuste keuze:
“Ask Poulissen where he gets his ideas for his designs and he will tell you he doesn’t know. “The best designs evolve gradually, in a process with multiple people. You have to consider all of the interests at play. Things like ecology, flora, fauna, noise pollution, contamination. It’s barely about the form. For example, when Laurent and I were working on the bridge project ‘De Oversteek’ in Nijmegen we didn’t anticipate beforehand that those arches would be there. That idea materialized during the project, in part because of the limited budget. That forced us to find clever solutions. And the solution with the arches turned out to cost a lot less, and it doesn’t require much maintenance. There are no joints, no bearings.”
Boogbrug met trekband
De hoofdoverspanning is een zogenaamde boogbrug met trekband. Wikipedia https://nl.wikipedia.org/wiki/Boogbrug: “De boogbrug met trekband: dit type wordt het meest toegepast bij grotere overspanningen. De boog ligt over het algemeen (maar niet noodzakelijk) boven het rijdek. Het gewicht van het rijdek en het verkeer wordt via trekkracht in de verticale staven via de boog afgeleid naar de fundering. Door een horizontale trekband aan te brengen tussen de uiteinden van de boog worden de horizontale spatkrachten op de landhoofden opgeheven, waardoor de fundering alleen verticale krachten te verwerken krijgt. Het rijdek zelf fungeert vaak als trekband.” De Nationale Staalprijs: “Stadsbrug ‘De Oversteek’ is een enkelvoudige boogbrug. Dit is de meest efficiënte boogstructuur. In het ontwerp is de krachtswerking van de stalen boog benut: de boogranden zijn naar buiten geduwd waardoor de boog verticaler is komen te liggen en de draagkracht is vergroot. Het resultaat is een slanke boogconstructie met relatief weinig staal. De brug staat schuin ten opzichte van de rivier, daarbij de richting van de stroming van de Waal respecterend. Dit is een bewuste architectonische keuze”.
Daarbij is betreft het een zogenaamde netwerkboogbrug: “Netwerkboogbrug met diagonale hangers die elkaar meerdere keren kruisen”.
1 boog
Waar de meeste bruggen 2 bogen (de Waalbrug heeft er 4) met windverbanden hebben., heeft de Oversteek maar 1 boog. Dit is gedaan vanuit oogpunt van onder andere materiaalbesparing. Bovendien wordt er minder staal blootgesteld aan corrosie, welke een directe relatie heeft met het schilderwerk. Bij 1 boog was er aanmerkelijk minder oppervlakte om te verven: bij 2 bogen gaat om bijna 3x zo veel schilderwerk.
Door de enkele boog in plaats van een dubbele boog, is het tevens minder zichtbaar dat de brug de rivier onder een hoek overspant, in plaats van er haaks op te staan.
Pijlers
Onderkant Oversteek (oktober 2023)
De pijlers zijn gestroomlijnd gemaakt en zo geplaatst, dat de vaargeul volledig gebruikt kan worden. Een van de ontwerpvoorwaarden was dat de brug het waterpeil met niet meer dan 1 millimeter mocht laten stijgen.
Aanbruggen
De aanbruggen (het gedeelte van de brug dat de hoofdoverspanning verbindt met het landhoofd; of simpel gezegd: het gedeelte van de brug over de uiterwaarden). Aanvankelijk was de gedachte deze van staal te maken, maar dat zou te veel geld kosten.
Daarom zijn deze nu gemaakt van beton en baksteen, wat overeenkomt met de Waalbrug. Een andere verwijzing naar de Waalbrug is dat ook hier de aanbruggen uit verschillende bogen bestaan. Doordat de aanbruggen nu uit 1 stuk bestaan, waren geen zogenaamde “dilatatievoegen” nodig: dit zijn voegen die het krimpen en uitzetten van materialen moeten opvangen en op deze manier scheuren voorkomen.
Een voordeel van het metselwerk is bovendien dat de aanbruggen daarmee flexibel genoeg zijn om verticale vervormingen door natuurschommelingen op te vangen.
De aanbrug is in het noorden 680 meter lang en 230 meter in het zuiden.
Duurzaamheid en Milieu
De bouwers hebben rekening gehouden met duurzaamheid en milieu. Onder andere door:
Bij de bouw zijn materialen per schip aangevoerd in plaats van met vrachtwagens, wat positieve effecten op de CO2 uitstoot heeft
Het beton, staal en asfalt van de brug is deels herbruikbaar, wanneer zij over 100 jaar op het einde van haar levensduur is
Er is zand en puin uit de omgeving gebruikt
Tijdens de bouw waren er beschermde maatregelen voor het behoud van bittervoorn, mussen en palingen
Vogelkastjes voor mussen
Uiterwaarden zijn in oorspronkelijke staat hersteld en de bossage aan de Winselingseweg is behouden gebleven
Sanering van de kolk van Braam, welke is ingericht als natuurvriendelijke oever voor de bittervoorn en waterplanten
Opening
De officiële opening vond plaats op 23 november 2013, waarbij de brug op 24 november ’s avonds openging voor verkeer. De opening werd bijgewoond door duizenden belangstellenden. Ook waren nabestaanden van de 48 gesneuvelde Amerikanen aanwezig.
Bij de opening werden beelden vertoond van de film A bridge too far, met zang van de sopraan Francine van der Heijden. De 48 gesneuvelde Amerikanen kregen een eerbetoon en er werd voorwerk afgestoken. Oud-generaal Ben Bouman, die als enige Nederlander aan de oversteek had deelgenomen en de Amerikaanse veteraan Francis Keefe openden de brug met een optocht van historische legervoertuigen. Daarna wandelde burgemeester Bruls samen met duizenden Nijmegen over de burg.
Onderhoudsarm
De brug is zodanig ontworpen en gebouwd, dat het de komende 100 jaar zo min mogelijk onderhoud nodig heeft.
Staalprijs 2014
De brug ontving de Staalprijs 2014. Het Juryrapport: “Deze enkelvoudige stalen boogbrug is meer dan een brug. Het is een landmark, een kunstobject, een aandenken, een verblijf- en ontmoetingsplaats en de resultante van integraal ontwerpen en bouwen op basis van een vernieuwende aanbestedingswijze.
De inpassing van de stadsbrug in zijn landschappelijke, historische en culturele context oogst grote bewondering. Aangekomen boven land gaat de hoofdoverspanning over in aanbruggen met bakstenen uit streekeigen klei. Aan weerszijden lopen de bruggen ver boven het land door om het natuurlijke evenwicht op de oevers te bewaren. En de 48 lantaarns op het brugdek herdenken hetzelfde aantal gesneuvelden tijdens WOII-operatie Market Garden, om nog maar een aspect te noemen. Een integrale prestatie op alle onderdelen.”
20 september 1944: De Oversteek
Oefening voor de herdenking de Oversteek (september 2023)
De naam de Oversteek is een herinnering aan de oversteek van de geallieerden op 20 september 1944. Deze historische actie maakte deel uit van Market Garden.
De aanvallen aan de centrumzijde van Nijmegen waren mislukt, onder andere omdat de Duitsers zich op het Valkhof en Hunerpark hadden kunnen ingraven. Voor de Britten, die de brug in Arnhem hadden veroverd, begon de tijd steeds verder te dringen.
Die middag staken de para’s van het 3e bataljon van de 504 Parachute Infantry Regimant (PIR) van de Amerikaanse 82e Luchtlandingsdivisie (82nd Airborne) onder leiding van majoor Julian Cook de Waal over. Zij deden dit in 26 canvas bootjes, op klaarlichte dag. Zij werden daarbij ondersteund door 307 Airborne Engineer Battalion, 376 Parachute Field Artillery Battalion 82 Airborne in samenwerking met 505 Para Infantry Guards Armoured Division.
Van de 260 soldaten die de eerste oversteek maakten raakte ongeveer de helft gewond of sneuvelde. Bij deze actie overleden 48 man. Zij slaagden er in om de noordzijde van de brug in handen te krijgen.
Ook aan de gevechten aan de zuidkant kwam een einde, ook omdat de noordkant door de Amerikanen veroverd was. Hierdoor konden de tanks van het Britse 30e Legerkorps Britse 30e Legerkorps konden oversteken. Het was inmiddels te laat om de luchtlandingsdivisie in Arnhem te bereiken, die de brug aldaar moest opgeven.
Herinneringen aan Oversteek
Behalve de naam de Oversteek herinnert het kunstwerk Lights Crossing aan de oversteek. Elke avond wordt bij.. de Sunset March over de brug gelopen. En hoewel sec geen deel uitmakend van de brug, dient op deze plaats ook “De Oversteek” van Marius van Beek hier te worden besproken, dat naast de brug ligt.
Lichtkunstwerk Lights Crossing
Het kunstwerk Lights Crossing (overstekende lichten) maakt onderdeel uit van de brug/ Dit is een ontwerp van Atelier Veldwerk (Rudy Luijters en Onno Dirker).
De naam de Oversteek, de 48 paren lantaarnpalen en een monument herinneren nog aan de overtocht. De 48 paren lantaarnpalen herinneren aan de 48 Amerikaanse soldaten die bij deze actie sneuvelden.
‘s avonds gaan de 48 paren 1 voor 1 aan, in het tempo van een trage mars, van zuid naar noord. Dit duurt 11 minuten. Pas daarna gaat de aanstraalverlichting aan.
Sinds 19 oktober 2014 loopt elke avond minimaal een veteraan bij zonsondergang de zogenoemde Sunset March over de brug, terwijl de lichten aan gaan. “Met dit initiatief willen de veteranen niet alleen herdenken welk offer de Amerikaanse militairen hier ver van huis hebben gebracht voor de vrijheid van het Nederlandse volk. Zij willen hiermee vooral ook een zichtbare brug slaan naar alle veteranen die in missies over de hele wereld hebben bijgedragen en nog steeds bijdragen aan vrede en vrijheid.”
Het Goffertpark is het grote stadspark van Nijmegen. Het is in de jaren 30 aangelegd als een werkverschaffingsproject. Nijmegenaren gebruiken het park om te wandelen, zonnen, sporten en de hond uit te laten.
Daarnaast vinden er regelmatig evenementen plaats: een circus, concert en een bijzonder moment is elk jaar weer de Koningsmarkt op Koningsdag.
Deze pagina zal van tijd tot tijd worden aangevuld, onder de foto staan daarnaast een aantal verwijzingen naar mooie sites weergegeven (tevens bron van deze pagina).
Goffertboerderij: Geschiedenis
Goffertboerderij (juli 2024)
Het Goffertpark is vernoemd naar de oorspronkelijke Goffertboerderij. Deze boerderij heeft zijn naam te danken aan Jan Derkse den Goffert. Deze Derks komt voor in 1740, wanneer Jonas Reijnen toestemming krijgt om op de door hem gepachte percelen bouwland op de “op de “Hasencamp” onder Hatert “een huijs off schuur te mogen setten” met het doel om “daerinne te stellen een tropje schapen, die althans bij Jan Derkse den Goffert aen de heijde waren leggende en welke schapen aen de heijde soude blijven weijde” (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis). Waarschijnlijk had of pachtte Derkse een boerderij op de toenmalige Malderheide. In ieder geval was zijn bijnaam “De Goffert”: een groot en dik persoon.
Boerderij de Goffert, oktober 1934 (F17222 RAN)
De boerderij komt overigens al eerder voor: in 1668 wordt het genoemd als de boerderij van Evert Reindershoff.
Boerderij “De Goffert” komt voor het eerst voor in 1780, wanneer het Borger Kinderen Weeshuis haar bezit van de Weezenheide op de Malderheide uitbreidt met een hofstede met bouw- en weiland, “vanouds “Maldenburg” en ook wel Maldenbij, Maldenbeim of De Goffert genaamd, afkomstig uit de nalatenschap van een zekere kapitein W. Keizer”(Huis van de Nijmeegse Geschiedenis).
De Goffertboerderij met het terras (theetuin) ten tijde van de opening van het aangenzende stadspark ‘De Goffert, Goffertweg 17, 7/1939-9/1939 (uitg A.A. van der Borg via F38969 RAN CC BY-SA)
Goffertpark met de hand gegraven
De Spade Goffertpark (april 2024)
Het Goffertpark is aangelegd al werkverschaffingsproject in de jaren 30. Toen was er een hevige crisis met grote werkeloosheid.
Het plan voor een “Stadsbosch” bestond uit de bouw en aanleg van onder andere een 17 ha. grote speelweide, theeschenkerij, schuilkoepels, hertenkamp, vogelpark, kinderboerderij, bijenstal, openluchttheater, stadion, sportvelden, tennisbanen en een siertuin met vijvers.
De aanleg van het Goffertpark, 1937 (Nederlandse Heidemaatschappij via F62866 RAN CCBYSA)
GoffertStadion: de Bloedkuul
(stilstaande) klok NEC stadion Goffert (april 2024)
In het park ligt het Goffertstadion, in de volksmond beter bekend als “de Bloedkuul” (de Bloedkuil). Ook het terrein voor het stadion is handmatig afgegraven. Door 160 Nijmeegse werklozen, die ongeveer 80.000 kubieke meter grond hebben verplaatst om een kuil van 6 meter diep met hellingen van 9 meter hoog te maken. Dus met bloed, zweet en tranen, waarnaar de naam Bloedkuul verwijst.
De architect van het stadion was D. Monshouwer en het werd in 1939 door Prins Bernhard geopend. Het stadion had plaats voor 30.000 bezoekers. Daarnaast had het een wielerbaan en een sintelbaan. Vanaf 1945 was het voor N.E.C. de thuisbasis.
Thuisbasis N.E.C.
Bij de bouw konden zowel N.E.C. als Quick 1888 het stadion als thuisbasis gaan gebruiken. Maar beiden aanvankelijk, omdat ze huur zouden moeten betalen en een eigen stadion op de Hazenkamp hadden. Dat van N.E.C. had al een capaciteit voor 12.500 personen.
In 1944 moest N.E.C. echter haar stadion verlaten: voor een deel vanwege oorlogschade. Bovendien was hun terrein een geallieerd legerkamp geworden. Sinds seizoen 1945-1946 is de Goffert het thuisstadion.
Vernieuwing jaren ’90
In de jaren ’90 werd het stadion vernieuwd. Daarvoor was de capaciteit van het stadion intussen vanwege veiligheidseisen die de KNVB en UEFA stelden teruggelopen naar aanvankelijk 5.000 plaatsen om vervolgens door maatregelen weer naar 10.000 te zijn vergroot. In 1998 werd besloten tot een grootschalige renovatie.
In 2000 ging het vernieuwde stadion open. Daarbij is de capaciteit verlaagd naar 12.500 zitplaatsen.
Vlaggenparade
Tussen 1951 en 2011 vond in de Goffert de officiële opening van de Vierdaagse plaats door middel van de Vlaggenparade.
Instorting tribune
Op 17 oktober 2021 stortte het voorste deel van het uitvak in vanwege hossende Vitesse supporters, vanwege de gewonnen wedstrijd met N.E.C.. Er bleek in de fout in de betonconstructie te bestaan, die ook gold voor andere delen van het stadion. Na maatregelen konden in 2022 weer wedstrijden met publiek gespeeld worden.
De aanleg van het Goffert Stadion, 1937 (F46202 RAN)
Rosarium
Vijver bij rosarium Goffertpark (juli 2024)
Erfgoedstem noemt het terecht een van de “kroonjuwelen” van het Goffertpark. In 2014 vond er een renovatie plaats. Daarbij werd de pergola wordt vervangen en de bodem van de vijver vernieuwd. Ook de schuilkoepel naast het rosarium werd vernieuwd.
Wat is een rosarium?
Het Rosarium in het Goffertpark, 1938-1940 (F57323 RAN)
Een rosarium is een tuin waar rozen de voornaamste planten vormen. De vrouw van Napoleon, Josephine, richtte bij hun huis Malmaison (vlakbij Parijs) de eerste rozentuin op, waarin alle rozensoorten die op dat moment bekend waren stonden. In de 18e en 19e ontstonden vele rosaria: veel en allerlei soorten rozen met daarachter heesters en hagen. Meestal hadden ze een klein oppervlak en waren ze niet groter dan ¾ hectare.
Daarbij lijkt het opvallend dat er in Nijmegen een rosarium wordt aangelegd: in de jaren 30 verdwijnen juist vele rosaria vanwege de hoge kosten van het onderhoud. (Bron: wikipedia)
De Kammende Baadster
Het beeld de Kammende Baadster is in 1958 gemaakt door professor Hermann Hubacher (1885 – 1976). In 2010 werd het beeld gestolen, waarschijnlijk vanwege het brons.
Kammende Baadster, beeld bij vijver rosarium Goffertpark, november 1982 (Ber van Haren via ZN34584 RAN CC0)
Daarop werd, na een inzamelingsactie, in 2013 het beeld Wassende Aphrodite van Margriet Hovens geplaatst. Dit beeld was gebaseerd op de Kammende Baadster. Ook dit beeld is in 2017 van de sokkel gestolen, waarschijnlijk in de veronderstelling dat het een bronzen beeld was. Zie voor foto’s van het beeld tijdens de onthulling Flickr.
Vlak naast de Goffertboerderij ligt de Educatieve Natuurtuin… en tot schande kwam ik er nu, juli 2024, pas achter. Want de tuin is werkelijk prachtig, met allerlei verschillende landschappen.
1954 Klein Mariënburg 22-24 Centrum Gemeentelijk Monument
Voormalig Bijkantoor Nederlandse Bank, Klein Marienburg 22-24
Nadat het kantoor tijdens de gevechten van september 1944 was afgebrand en Gelderse Spaarbank het pand wilde kopen, besloot de Nederlandsche Bank een nieuw pand voor haar agentschap te laten bouwen aan de Mariënburg. Architect Zwiers ontwierp een sober, solide gebouw, waarbij Hammes met een aantal kunstwerken zorgde voor de nodige frivoliteit.
Vooraf
Op 21 september 1944 was het vroegere bankgebouw afgebrand door een ontploffing van een munitiewagen, welke door een Duits projectiel was geraakt. Een andere bank wilde het gebouw graag kopen: zij had niet zo veel ruimte nodig als de Nederlandsche Bank en bovendien kon zij gebruik maken van de kluizen, die intact waren gebleven. Daarop besloot de Directie van de Nederlandsche Bank tot verkoop en een nieuw, ruimer gebouw te laten bouwen.
De bouw begon op 12-1—1951. De locatie was gekozen vanwege:
De representatieve plaats, waarbij tegelijk ongeveer de plaats van het vroegere gebouw kon worden benaderd
De mogelijkheid van een rondom vrije ligging, vanwege de veiligheid
Feitelijk had de Nederlandsche Bank voldoende aan de ruimte op deze plek met slechts 1 verdieping voor haar agentschap. Vanuit stedebouwkundig oogpunt en vanwege het representatieve karakter, besloot de Bank een verdieping extra te laten bouwen. Deze verdieping kon daarbij verhuurd worden en, mocht daar op een gegeven moment behoefte aan zijn, dienen tot uitbreiding van het agentschap.
Stijl
Het voormalig kantoor van het agentschap van de Nederlandsche Bank N.V., gelegen op de hoek met de Mariënburgsestraat. Het werd gebouwd in 1949/1950 en werd ontworpen door architect door H.T. Zwiers, 27/4/1995 (Ger Loeffen via F38310 RAN CCBYSA)
Het Nieuwe Instituut: “Het bankgebouw is uitgevoerd in de traditionalistische stijl van de Delftse School. Kenmerkend is de sobere, solide uitstraling van het gebouw dat paste bij het imago van het bankwezen. De hoofdvorm is van een monumentale eenvoud. Het karakter wordt bepaald door de geslotenheid van de baksteen gevels en de accentuering van ramen en ingangen door natuurstenen omlijstingen”
Indeling
Op de begane grond ligt de publieke hal, “die groot is genomen, omdat het op topdagen zeer druk kan zijn en een op elkaar gepakte menigte een hoogst onveilig gevoel geeft, aldus spr.
Aan die hal grens het kantoor voor kas, rekening-courant, enz. Voorts liggen hier twee spreekkamers (waarvan één voor de Agent) en de portiersloge.
De kamer van de Agent ligt verder naar achteren en staat in rechtstreeks contact met de Kas-afdeling en met de toegang tot de kluizen.
Op de eerste verdieping ligt een publieke ruimte met aangrenzende kantoorruimte voor belening, bewaarneming en deviezen. Daar is ook een vergaderkamer en een reserve-kantoor.” (De Gelderlander 6/5/1954)
Het achterterrein is bereikbaar via de poort aan de zijde van Klein Mariënburg. Deze is bestemd voor het transport van waarden. Daardoor moest de terrein zo veilig mogelijk van de straat en de aanliggende erven worden gescheiden. Dit gebeurd door hoge muren aan de Spaarpotsteeg en langs de oostkant van het achterterrein.
Bijzonder is dat in de kelder gebouwd is als brandkluis, maar dat zich hier tevens een atoomkelder bevindt. In een aantal bijruimtes zijn nog installaties te vinden, die er onder ander voor moesten zorgen dat atoomdeeltjes uit de lucht werden gefilterd. De Gemeentelijke Monumentenlijst geeft een uitvoerige beschrijving van het gebouw. Hierbij zijn tevens veel foto’s opgenomen.
Kunstwerken voor representatie én humor
Spaarvarkens, beelden van Hammes (september 2024)
“Voor het sterker aanzetten van het representatieve karakter van de toegang tot de Spaarpotsteeg èn van de hoofdingang zocht Zwiers naar een beeldhouwer, “die zijn suggesties kon volgen” (De Gelderlander 6/5/1954).
De beeldhouwer Hammes maakte op de stenen pylonen bij de toegang tot de Spaarpotsteeg 2 spaarvarkens. De één tevreden met een geldstuk in zijn gleuf, de ander sip, zonder muntstuk. “bij zoveel ernst immers past wel een glimlach, vooral als die buiten de deur blijft, aldus spr.” (De Gelderlander 6/5/1954)
In de hoofdingangspartij kwamen vogelmotieven, aanvliegend op een centraal geplaatst wapenschild. Zij staan symbool voor de Agentschappen, als boodschappers van de centrale Amsterdamse Hoofdbank.
Het Geldverkeer, beeld van Hammes (september 2024)
Boven de ingang is een plastiek van metaal geplaatst, “Het Geldverkeer”. Hierbij werpen twee zittende figuren elkaar geldschijven toe, welke de geldcirculatie rond de wereldbol voorstelt.
Het Nieuwe Instituut noemt binnen de wanden van geglazuurde gebakken steen. Aan een van deze wanden is een voorstelling van keramiek aangebracht, welke verwijst naar de ondergang en de belofte van de herrijzenis van de stadskern van Nijmegen. Daarbij zijn de jaartallen 1944 en 1954 aangebracht. Het kunstwerk, eveneens een werk van Hammmes, is te zien op F30036 RAN.
Ook ontwierp hij een houtreliëf van 4 figuren: 2 middenfiguren houden zakken met geld vast die de 2 buitenfiguren proberen te stelen, te zien op F85260.
Architect Zwiers
Henry Timo Zwiers (Amsterdam, 10 februari 1900 – Haarlem, 2 juni 1992) was een Nederlandse architect. Hij ontwierp de nieuwe Bijbank van de Nederlandse Bank aan de Boompjes in Rotterdam, welke van 1950-1955 gebouwd werd. Ook deed hij mee aan een prijsvraag voor het ontwerp van het kantoor van de Nederlandse Bank in 1954. Zijn ontwerp werd echter niet gekozen en uiteindelijk zouden geen van de ontwerpen die architecten voor de prijsvraag hadden aangeleverd, worden gerealiseerd. Ook ontwierp hij voor andere banken -in andere plaatsen dan Nijmegen-. onder andere voor de Twentsche Bank. Het Nieuwe Instituut heeft een uitgebreid overzicht van de ontwerpen van Zwiers.
In Arnhem ontwierp hij de Grote Enk, het kantoorgebouw van de AKU/Akzo.
Ook ontwierp hij woningbouw. Daarbij is het belangrijk dat hij een de 3 architecten was, die vrijwel alle airey-woningen (een type systeembouw) in Nederland heeft ontworpen. Daarvan is Sloterhof in Amsterdam zijn belangrijkste werk.
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is een Gemeentelijk Monument met als waardering:
“Het voormalige agentschap van de Nederlandse Bank heeft cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van degelijke soberheid tijdens de wederopbouwperiode in het algemeen en als betrouwbare en solide uitstraling van de Nederlandse Bank in het bijzonder. Een veilige geldafhandeling en gedegen voorbereiding op een mogelijke atoomaanval gedurende de Koude Oorlog zijn in het gebouw nog duidelijk afleesbaar.
Architectuurhistorische waarde als goed en gaaf voorbeeld van traditionalistische wederopbouwarchitectuur van H.T. Zwiers. Zwiers was een bekende architect die tegelijkertijd de nieuwe Bijbank van de Nederlandse Bank in Rotterdam ontwierp (1949-1955) en later de uitbreiding van de Amsterdamsche Bank (1966-1972). Ook ontwierp hij woningbouw. In het voormalige agentschap van de Nederlandse Bank heeft Zwiers op geslaagde wijze monumentale strengheid gecombineerd met frivole decoratie. Wat betreft het interieur zijn de volgende bewaard gebleven onderdelen van waarde: de kluiskelder met sluis en kluisdeuren, de atoomkelder met bijruimten waarin oorspronkelijke technische installaties, het trappenhuis aan de zuidzijde met de met travertin beklede traptreden en stalen balustrades met houten relingen. Voor het overige zijn er in het interieur op de begane grond en de verdiepingen geen onderdelen van waarde meer.
Stedenbouwkundige waarde als onderdeel van een reeks (voormalige) bankgebouwen rond het Mariënburg en vanwege de hoekoriëntatie die verbonden is met de nieuwe doorbraak tussen Mariënburg en Hertogplein. Het plastiek Het Geldverkeer boven de entree is van hoge waarde. De licht abstracte en figuratieve voorstelling is speels en tegelijk gewichtig door de symmetrie en de uitvoering in koper. Deze combinatie maakt het bijzonder. Het past uitstekend bij de architectuur en is daar vanwege de frivoliteit een waardevolle aanvulling op. De twee varkentjes hebben de betekenis van humoristische relativering van de waarde van geld. Beeldend gezien vormen de varkens een op maat gemaakt, frivool accent tegen de functionele en strenge achtergrond van de architectuur. Daarom vormen ze een toegevoegde waarde op de architectuur.”