Een blauwe ruithoek staand op betonnen zuilen met daarop glazen piramides: het politiebureau van Nijmegen. Deze is gebouwd als het hoofdgebouw voor het regionale korps Gelderland-Zuid. Het is in 1994 ontworpen door Jeanne Dekkers. In de volksmond kreeg het de bijnaam ‘Wiebertje’. In 1998 is het opgeleverd.
Bovenop deze ruithoek staan glazen piramides. Naast daglicht symboliseren deze “de plaats waar de lucht een verbinding aangaat met de aarde. Het gebouw is met zijn stevige verschijning in zilver en blauw een duidelijk boegbeeld voor de politie”. Ook de kleur blauw is bepalend: Het blauw van de politie, “meer blauw op straat” en de gedachte van een blauwe pet op een sokkel.
Een van de redenen om dit gebouw in de vorm van de driehoek te bouwen was de beschikbare ruimte, afgegrensd door station, spoor en de watercentrale. En daarnaast moest het gebouw in de Spoorkuil komen. Deze heeft ze in haar ‘waarde gelaten’ door het gebouw op poten te zetten. In een Trouw interview in 1998 vertelt Dekkers over haar werkwijze: ‘Dromen en landen. Ieder project opnieuw ondergaat de architecte Jeanne Dekkers (1953) dit ritueel. “Mijn gebouwen landen op een plek, gaan daar een dialoog aan met de omgeving, maar behouden ook een zekere zelfstandigheid. Vaak zorg ik voor een ondergrond die de plek definieert en als sokkel voor het gebouw dient. Op die plek kan het gebouw vervolgens eigenzinnig en eigentijds zijn.”
Vertrek van de Mariënburg
Het voormalige politiebureau op de Mari:enburg, 27/4/1995 (Ger Loeffen via F37949 RAN)
In 1994 is het politiebureau verhuisd van de Mariënburg naar deze locatie. Dit was onderdeel van het plan Centrum2000, waarbij het oude politiebureau is verbouwd tot huisvesting voor het Archief, de Bibliotheek Gelderland Zuid en het Centrum Werk en Inkomen (CWI).
Ontstaan Spoorkuil
Politiebureau vanaf de Snelbinder
De Spoorkuil is ontstaan tijdens de aanleg van het spoorviaduct, waarbij op deze plek het zand hiervoor werd afgegraven. Het station zelf staat op de Hoedberg.
De bouw van het politiebureau en de daarnaast staande appartementen zijn de eerste resultaten van de vernieuwing van de stationsomgeving. De appartementen zijn in 1991 opgeleverd en staan op de plek van de in 1981 afgebrande HBS.
Gepland vertrek
De politie zal uit het pand vertrekken. In 2019 kocht ze het pand van Pro Persona op de Tarweweg aan. Door een reorganisatie was het het bureau aan de Stieltjesstraat te groot geworden: waar voorheen 500 mensen werkten, waren dat er na de reorganisatie nog maar 200. .Bij de reorganisatie was de politie Nijmegen opgedeeld in een team Zuid en Noord. Noord werkt vanuit de Stieltjesstraat, Zuid vanuit de Muntweg. Sinds 2019 was het bureau in de weekenden al gesloten
In 2012 hadden onderdelen van de politie het voormalige Marechaussee pand aan de Coehoornstraat, na een verbouwing, in gebruik genomen. Dit pand is in 2023 gesloopt om plaats te maken voor een geheel nieuw pand. De verwachting is dat deze in 2025 gereed is. Eind juni 2024 was er een inloopavond voor de presentatie van de plannen.
Wanneer de politie in het Pro Persona pand zal kunnen intrekken, zal een deel van de bezetting van de Coehoornstraat verhuizen naar dit kantoor. Het is de bedoeling dat het blauwe kantoor verkocht wordt.
Jeanne Dekkers
Jeannne Dekkers is in 1953 geboren in Venlo. In 1978 behaalde ze het diploma aan de Technische Hogeschool Eindhoven. Daarna ging ze werken bij EGM Archticten, waarvan zij in 1988 lid van de directie werd. In 1998 richt ze haar eigen bureau Jeanne Dekkers Architectuur in Delft op. In 2010 is ze benoemd tot hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven.
Projecten Jeanne Dekkers
Naast het politiebureau ontwierp Jeanne Dekkers onder andere ook het Voorzieningenhart in Oosterhout in 2004 en een boomkwekerij in Cuijk in 2008.
Belangrijke projecten zijn verder:
Brandweerkazerne Apeldoorn
Limburgs Museum (2000)
Minkema College te Woerden (2003)
WZI, Dienst Werk, Zorg en Inkomen te Eindhoven (2004)
OZW, Opleidingsinstituut voor Zorg en Welzijn van de Vrije Universiteit te Amsterdam (2006).
Monument in Politiebureau
In het bureau hangt een monument ter herinnering aan vier politiefunctionarissen die tijdens de Tweede Wereldoorlog onderdeel waren van het verzet. Zij werden op 6 juni 1944 in de duinen bij Overveen gefusilleerd. De namen van de slachtoffers luiden: W. Beerman; B. Hendriks; A. Marcusse en H. Oolbekkink.
Dit prachtige stukje Nijmegen ligt wat verscholen, met de Ridderstraat als de enige ingang. Met de Ottengas is het een oud stuk Nijmegen, dat de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd, vol van gemeentelijke en rijksmonumenten. Toch zullen veel Nijmegenaren het ook kennen van de (vroegere) uitgaangsgelegenheden.
Deze pagina verzamelt artikelen over de historie en bezienswaardigheden van de St. Antoniusplaats en zal in de loop der tijd worden aangevuld.
De St. Anthoniusplaats is in de loop der tijd op verschillende manieren geschreven. Voor de leesbaarheid is de huidige naam, St. Anthoniusplaats, aangehouden.
Belangrijkste Bezienswaardigheden van de St. Anthoniusplaats:
Eigenlijk het plein als geheel als oud stukje van Nijmegen, in het bijzonder:
Het huidige Huize Bethlehem, naar ontwerp van Charles Estourgie
Cellenbroedershuis
St. Anthoniusplaats 1
St Anthoniusplaats 1, 1935 (F1220 RAN)
Het RAN noemt in het bijschrift: “Woonpand uit eind 18e eeuw. In 1866 werd het na gedeeltelijke afbraak herbouwd in eclectische stijl; het pleisterwerk is typerend voor die tijd. Het merendeel van de tijd werd het pand inderdaad gebruikt om in te wonen”.
Rijksmonument
Het pand op de hoek van de Ridderstraat en is een Rijksmonument: ”Pand, waarin natuurstenen deuromlijsting, eind 18e eeuw met Ionische pilasters en guirlande-reliëf, afkomstig van het huis Ridderstraat 4. Gesneden dubbele deur. “
(Tot nu toe) gevonden gebruikers
Van Clarenbeek
Het PGNC 17/8/1897 noemt de heer van Clarenbeek als de bewoner van het pand. Uit het Adresboek van 1898 en 1899 staat R.H.A.B. v. Clarenbeek er als bewoner. in september 1908 vertrekt de familie van Clarenbeek naar België (PGNC 13/9/1908).
Aannemer en grinthandelaar G.W. van Hezewijk
In 1909 woont aannemer en grinthandelaar G.W. van Hezewijk er (Adresboek 1909). De op dit moment laatst gevonden vermelding is het Adresboek 1934.
Op hetzelfde adres komt in de Adresboeken 1926, 1928, 1932 het bedrijf Fa. van Hezewijk en Swets, baggerondern., grint- en zandh. voor. Dit bedrijf is in het Adresboek van 1934 niet meer gevonden.
In 1932 komt ook eenmalig Grindhandel “Noviomagum”, dir. G.B.A. Dols voor.
Verschillende bewoners rond 1940
Dan lijkt het gebouw een aantal jaren gebruikt te worden door verschillende (tijdelijke?) bewoners. Zo komen in 1940 een aantal vermeldingen in het Adresboek voor:
A.J. Terburg, fabrieksarbeider;
J. Coppes;
J.B. de Graaf, timmerman;
G. Kolenbrander;
Mevr. B.M. Meeuwsen;
P.H. Romans
A. Gerrits
In het Adresboek 1948 staat Th.C. van de Velde, kleermaker, op dit adres.
In 1955 is het J.M. van Krevel en in 1959 J.J. van Dommelen, typograaf en de weduwe van A.J. Terburg, geboren G. van der Lienden.
In 1963 is het een “Bedrijfsruimte Confectiefabriek”.
Documentatiecentrum De Feeks
In 1986 betrok het documentatiecentrum De Feeks het pand tot 2011 (Bijschrift F1220).
Roze Huis
In 2012 ging de benedenverdieping over op de Stichting Roze Huis. Zij kocht in 2019 het pand. (Bijschrift F1220). Momenteel (juli 202) is het pand nog steeds in gebruik als Roze Huis: “Het Roze Huis is de vaste thuisbasis van COC Regio Nijmegen, Dito! en enkele andere partijen. Het betreft het voormalige pand van vrouwendocumentatiecentrum De Feeks, waarin de emancipatoire traditie onverminderd wordt doorgezet.
Het pand is te vinden op St. Anthoniusplaats 1, in het centrum van Nijmegen. In het pand bevindt zich een grote zaal (max 80 mensen), alsmede een vergaderruimte en een kantoor. De activiteiten van COC Regio Nijmegen en Dito! vinden met name in dit pand plaats. Ook zullen er kleinere culturele activiteiten en ontmoetingsactiviteiten voor allerlei groepen, kwetsbaar en minder kwetsbaar, hier gehouden worden.”
St. Anthoniusplaats 2, 3 en 4
De panden op St. Anthoniusplaats 2, 3 en 4 is een gemeentelijk monument: “Geheel gepleisterd en van blokkenindeling voorzien bakstenen pand in twee bouwlagen met pannengedekt schilddak. Op de begane grond afwisseling van drie deuren (d) en vier raamkozijnen (r): d, r, r, d, d, r, r. Op de etage vijf raamkozijnen. Alle omlijstingen geprofileerd en van afgeronde bovenhoeken voorzien. Kroonlijst ontbreekt. Karakteristiek voorbeeld van zeer eenvoudige negentiende-eeuwse volkswoningen, van belang voor het pleintje. Bouwjaar: ca. 1865.”
St. Anthoniusplaats 5-6
Het is sinds 1988 een gemeentelijk monument. Met als aanwijzing: “Bedrijfswoning met bovenwoning. Bakstenen pand in twee bouwlagen met plat dak. Op de begane grond links is een toegangsdeur voor de woning; rechts gekoppeld de toegangsdeur voor het bedrijf en een brede werkplaatsdeur. Kozijnen rechtgesloten met bovenlichten; in het metselwerk erboven terugliggende segmentbogen met gestucte sluitstenen; de bogen zijn verbonden door een gestucte band. Op de etage bevinden zich twee vensters van overeenkomstige vorm met de openingen beneden. Vlakke kroonlijst. Bouwjaar: ca. 1895. Een van de weinige nog aanwezige panden die verbinding wonen en bedrijf tot uitdrukking brengen. Van groot belang voor het pleintje.”
In PGNC 15/12/1889 is een advertentie gevonden waarin namens de familie Herold onder andere de “stalling” op St. Anthoniusplaats No. 5 in de verkoop staat.
Gevonden bewoners St. Anthoniusplaats 5
Naam
Beroep
Adresboek
Opmerking
B. v.d. Wildenberg
Modiste
1893
Wed. v.d. Wildenberg, geb. H. de Croon, zond ber woont op nummer 3 in 1893
In oktober 1931 vertekt G. v. Kouwen env r. naar Sambeek, St. Ludovicusgest (PGNC 31/10/1931). Op dit moment is nog onduidelijk of zij tussen 1916 en 1931 steeds op Anthoniusplaats 5 gewoond hebben
P.J. Wijnen
Smid
1908
P.J. Orth
Timmerman
1924
C.C. Hartman
Bankwerker
1926
C.W. van Kouwen en C.B. Turken
De Gelderlander 7/4/1932
Geboorte Wouter Waltherus; vertrokken met G. v. Kouwen?
Kleermaker Robbers op Antoniusplein 14 (PGNC 16/1/1918)
Het is sinds 1987 een Gemeentelijk Monument. Met als aanwijzing: “Bakstenen pand in twee bouwlagen met pannengedekt schild aan de voorzijde van het platte dak. Onregelmatig in gedeelde benedenetage met links een doorgang; rechts daarvan een raamkozijn. Op de etage vier rechthoekige vensters. Stucbanden in de gevel; segmentboognissen boven deur- en raamopeningen. Bouwjaar: 1898. Eenvoudige panden, van belang voor het plein.”
Th.J. van Asten
Theodorus Johannes van Asten laat eind jaren 90 van de 19e eeuw zijn woning verbouwen. Dat heeft eerst nogal wat voeten in de aarde, zie het artikel op Noviomagus. Een eerste steen “1898” met daarboven een onleesbare tekst herinnert aan de verbouwing.
Verkoop woningen nav overlijden van Asten (De Gelderlander 22/5/1910)
In 1910 vindt de veiling plaats van de panden waarvan Th. J. van Asten eigenaar was. Naast het winkelhuis in de Kroonstraat blijkt hij het Benedenhuis met 2 bovenhuizen 7a en 7b te bezitten; daarbij heeft hij zelf op nummer 7b gewoond.
Daarnaast was hij eigenaar van 6 woningen, naast St. Anthoniusplaats 6 Ottengas Nos. 17, 17a en 19.
St. Anthoniusplaats 9: Cellenbroedershuis
Blik op het Cellenbroederenhuis de Ellendige en Gevoegde Broederschappen, één van de oudste panden van de stad. In de vleugel met de trapgevel ligt de regentenkamer waar de regenten van deze in 1591 door Prins Maurits gefundeerde instelling van Weldadigheid maandelijks vergaderen, 1900-1925 (dr. Jan Brinkhoff via D17 RAN CC0)
Een aantal sites over de historie van het pand en aanverwante zaken:
De ingang van het klooster Bethlehem van de zusters Dominicanessen van het Allerheiligste Sacrament. De zusters verleenden kraamzorg aan arme gezinnen in de Benedenstad. Nadat de zusters het pand verlieten werd er een hospice in gevestigd, 1936 (GN10792 RAN)
In de jaren 20 kochten de Dominicanessen van het Allerheiligst Sacrement de villa op deze plek aan. Deze was onder andere bewoond geweest door Dirk Reinhard Johan baron van Lynden, tussen 1820 en 1837 burgemeester van Nijmegen. Ook was het van 1865 tot (ongeveer) 1899 de Hogere Burgerschool, totdat deze verhuisde naar nieuwbouw aan de Kronenburgersingel.
Zij lieten het gebouw vervolgens verbouwen en vergroten door architect Charles Estourgie. Daarbij kreeg het klooster de naam Huize Bethlehem. De zusters verleenden kraamzorg aan arme gezinnen in de Benedenstad. Ook dit klooster had te maken met het gebrek aan aanwas van nieuwe kloosterlingen en vergrijzing: In 2001 verliet de laatste zuster het klooster.
Daarop werd het huis ingericht als een hospice. Daarbij is de kapel een stiltecentrum geworden. In 2012 schenken de Paters Dominicanen Huize Bethlehem aan de de stichting Vrienden van hospice Bethlehem, met als voorwaarde dat het gebouw nog minimaal 10 jaar in gebruik blijft als hospice (De Gelderlander 23-12-2012).
Sluiting?
Kalorama heeft besloten om op 1 januari 2025 te stoppen met het verlenen van zorg van mensen in hun laatste levensfase bij hospice Bethlehem. De financiële situatie van Kalorama is al langere tijd niet goed. Daarbij is de huur van Bethlehem hoog en is er veel onderhoud aan het pand nodig. Bovendien zijn volgens Kalorama de tarieven te laag voor deze vorm van zorg.
In augustus 2024 is een petitie gestart door de Cliëntenraad om ervoor te zorgen dat Kalorama meer tijd geeft om een nieuwe zorgaanbieder voor het hospice te vinden.
De tuin van het klooster Bethlehem van de zusters Dominicanessen van het Allerheiligst Sacrament gefotografeerd in de richting van de Waal. De zusters verleenden kraamzorg aan arme gezinnen in de Benedenstad. Nadat de zusters het pand verlieten werd er een hospice in gevestigd, 1936 (GN10794 RAN)
Appartementen Bezembindersgas
De appartementen zijn groepswoningen van Talis. Voorheen stond hier een magazijn en garage van Teeseling. Een foto uit 1970 is te vinden op F66597
St. Anthoniusplaats 12-14 en Duivengas 11
De letters “Bordeaux” aan de top van de gevel maakt al duidelijk wat het pand ooit geweest is: een wijnpakhuis.
Let op de gevelsteen “Man rolt ton” uit 1947 van Ed van Teeseling. Op de gevelsteen staat het jaar 1859. Ook een advertentie uit 1948 noemt dit jaar. De sluitsteen boven de deur noemt echter het jaar 1871.
Over dit gebouw is al veel te vinden op Gemeentelijke Monumentenlijst en Noviomagus (tevens bronnen van deze paragraaf).
Vennootschap Roos & Hütschler
Eerstgevonden vermelding van Hutschler op St. Antonius (PGNC 3/5/1854)
In het artikel van Noviomagus (tevens RAN F52317, waarin het jaar 1910 staat als jaar van vervaardiging) staat een advertentie van Roos & Hütschler weergegeven waarin “anno 1821” wordt genoemd.
In een gevonden advertentie van 1854 staat de Ridderstraat vermeld; het is mij nog onduidelijk of de St. Anthoniusplaats 12 vóór 1902 in gebruik is genomen.
Roos & Hütschler
Op 1 januari 1902 richten Johan Zeno Hütschler en Elias Roos Jr. de Vennootschap onder Koophandel Roos & Hütschler op, met het doel het drijven van handel in wijn. Zij laten daarbij hun afzonderlijke zaken “E. Roos & Zoon” en “firma J.Z. Hütschler & Co.” samengaan. “Waar elk voor zichzelf sinds tal van jaren den smaak wist te treffen eener talrijke clientѐle, zal dit met vereende krachten zeker nog beter gaan.” (PGNC 3/1/1902)
Wijnhandel Roos & Hütschler, St. Antoniusplein 14 (De Gelderlander 3/1/1902)
Er verschijnen ook advertenties van Wijnhandel Roos & Hütschler met naast Nijmegen adressen in Bergen op Zoom en Traben a/d Mosel (PGNC 6/9/1910)
In PGNC 10/9/1912 wordt nummer 12 als adres genoemd. In ieder geval is er nog een advertentie gevonden in PGNC 12/1/1925.
In januari 1929 viert de firma dat de kelderknecht H. Visscher 50 jaar in dienst is (PGNC 2/1/1929). Hij krijgt later dat jaar tevens een koninklijke onderscheiding Orde van Oranje Nassau in Brons (De Gelderlander 30/8/1929).
Elias Roos overlijdt in mei 1929. Hij blijkt naast firmant van Roos & Hutschler ook lid te zijn geweest van het College van Regenten van het Oud-Burgeren-Gasthuis en bestuurslid van de Hulpbank. Een van de sprekers tijdens de begrafenis is de oudste knecht de heer Visscher. (PGNC 17/5/1929)
Roos & Hütschler in Arnhem (PGNC 9/2/1931)
Wanneer Roos & Hutschler uit Nijmegen exact is vertrokken, is nog niet achterhaald. Uit de advertentie hiernaast blijkt, dat ze rond 1931 niet meer aanwezig te zijn in Nijmegen, maar in ieder geval nog wel in Arnhem. Roos & Hutschler komt nog wel voor in het adresboek van 1932: waarschijnlijk is ze eind 1931 vertrokken, zodat de wijziging niet meer kon worden opgenomen in het Adresboek.
Waarschijnlijk de wijnkelder op St. Anthoniusplaats 13: het RAN noemt dit “Het interieur in de kelder van Elias Broekkamps’ Wijnhandel” uit 1926. Op dat moment zat Roos & Hütschler nog op dit adres (F12189)
Broekkamp’s Wijnhandel
Wijnhandel Broekkamp St. Anthoniusplaats (PGNC 15/11/1941)
In november 1941 brengt Broekkamp’s Wijnhandel haar bedrijf over naar St. Anthoniusplaats 11-12-13. Voorheen zat deze wijnhandel op de Graafseweg 243, waarbij deze Wijnhandel-Kelderbedrijf Trianon werd genoemd. Waarschijnlijk was Constant Mathijs Loui(s) Broekkamp op dat moment nog de eigenaar (oa Adresboek 1940 en De Gelderlander 23/5/1940).
In 1948 blijkt Elias H. Broekkamp in de tussenliggende jaren de zaak over te hebben genomen: hij is in het Adresboek 1948 de enige wijnhandelaar Broekkamp (hij woont zelf op St. Annastraat 57).
Een foto uit 1951 met de wijnhandel van Elias Broekkamp is te vinden op GN3131 RAN.
Jo’s Kelder
St. Anthoniusplaats 12-13 in 1971: woonhuizen en Bar Dancing Jo’s Kelders ; boven de ingang het relief “Man, die een ton rolt “, gemaakt in 1951 door Ed van Teeseling i.o.v. wijnhandelaar Elias Broekkamp, 1971 (Prof. dr. E.F. van der Grinten via F26237 RAN CCBYSA)
Op een later tijdstip komen hier de bekende uitgaangsgelegendheden Jo’s Kelders en later Old Cave.
De nauwe ingang van de Sint Anthoniusplaats met een vrachtwagen van drankengroothandel van Teeseling, die daar opslagplaats had in de kelders waar in 1967 de discotheek Jo’s Kelders het levenslicht zag; op de achtergrond de Eiermarkt , 1958-1967 (Gemeentepolitie Nijmegen via F18563 RAN CC0)
St. Anthoniusplaats 15-16
Het huis aan de St. Anthoniusplaats 15-16 is oorspronkelijk gebouwd in het tweede kwart van de 16e eeuw. Rond 1985 is het echter vrijwel volledig herbouwd. Kenmerkend is de gepleisterde trapgevel
Het gebouw is een Rijksmonument: “Belangrijk, waarschijnlijk 15e eeuws pand met aan voor- en achterzijde trapgevels, alsmede een brandgevel met trappen op het midden van het pand. De achterste twee trapgevels hebben hun gotische ezelsrugafdekkingen behouden.”
Op St. Anthoniusplaats 15 bevond zich een openbare schuilkelder (PGNC 8/11/1940).
Thread trough time Aaron Li-Hill hoek Industrieweg Vlietstraat (juli 2024)
De Canadese kunstenaar Aaron Li-Hill maakte de muurschildering Thread trough time op de flat op de hoek van de Industrieweg en de Vlietstraat, een herinnering aan het industriele verleden van Nijmegen. Op 8 juli 2024 vond de onthulling plaats.
Op het schilderij is de Nyma watertoren te zien en witte lijnen, die waarschijnlijk verwijzen naar de draden (threads) van viscose die daar gemaakt werden.
Op Instagram is te zien hoe Li-Hill aan het werk is.
Aaron Li-Hill
Li-Hill is geboren in 1986. Hij studeerde aan de Ontario College of Art and Design University. Op zijn website staat onder andere:
“his works range from smaller multiples to enormous murals that explore industrialization, scientific breakthrough, “man versus nature” and information saturation.”
De villa Mussenhaghe aan de Groesbeekseweg is rond 1750 gebouwd als boerderij. Eind 19e eeuw is deze omgebouwd tot villa.
Het gebouw is sinds 1988 een gemeentelijk monument. De tekst bij aanwijzing: “Landhuisje. Onderdeel van een uit twee gedeelten bestaand boerderij-woonhuis samen met Valkenburgseweg 1. Geheel gepleisterd en gewit blokvormig pand van éénbouwlaag met pannengedekt schilddak. Voorgevel drie-assig met gelijkvormige brede vensters en in het midden openslaande tuindeuren, alle met de oorspronkelijke persiennes. Middendeel geflankeerd door vlakke pilasters met verdiepte vakken. Bovendorpel vensters en deur licht gewelfd. Geprofileerde stuclijsten en stucornament als bovenbekroning. Gevel gedekt door geprofileerde lijst waarboven bekroning van metselwerk: hoog middengedeelte met dakvenster van twee gekoppelde rondboogramen, geflankeerd door pilasters. Gebogen bekroning met daarop een stucornament. Ter weerszijden lage gemetselde balustrade met hoekbekroningen. Dakkapel geflankeerd door voluutvormige ornamenten van stuc. In rechter zijgevel smalle voordeur met rechts daarvan raam met persiennes. Bouwtijd: ontstaan door toevoeging van een voorgevel ca. 1870-1875 aan een boerderij uit de 18de of het begin van de 19de eeuw. Karakteristiek en voor Nijmegen zeldzaam voorbeeld van een door verbouwing van boerenbedrijf tot landhuis geworden pand van goede verhoudingen en detaillering.”
Villa Mussenhaghe , op de hoek met de Valkenburgseweg (rechts).
De villa werd rond 1750 gebouwd als boerderij. Eind 19de eeuw is het omgebouwd tot villa.
Karakteristiek en voor Nijmegen zeldzaam voorbeeld van een door verbouwing van boerenbedrijf tot landhuis geworden pand van goede verhoudingen en detaillering.
Inmiddels heeft de villa een opknapbeurt gehad, Valkenburgseweg, 1986 (Gemeente Nijmegen, afd. Reprografie via KN12864-15 RAN CC0)
Ditmar Jansen, eigenaar van het goed lopende hotel Mariënboom (tegenwoordig Oud-Mariënboom) laat in 1910-1911 een nieuw, groter pand bouwen als hotel-pension Mariënburg. De architect was Jan Baanders (Sr.), die later van invloed zou zijn op de Amsterdamse School. Nadat het jaren een hotel is geweest, was het onder andere in gebruik voor gerepatrieerde Indië-gangers en de Dienst Bescherming Bevolking. Ook heeft er een aantal jaren creatief centrum de Appel in gezeten.
Hotel-Pension Mariënboom
Bij de opening op 4-3-1911 adverteert Hotel-Restaurant “Mariënboom” dat de rolschaatsbaan “maandag” opengaat. (De Gelderlander 04-03-1911). Wanneer de voorzieningen precies zijn aangebracht is onbekend, maar in de jaren dertig beschikte het hotel tevens over een benzinepomp, een rolschaatsbaan, tennisbanen, een speeltuin, een boomgaard en zelfs een dierentuintje met onder andere wasberen.
“Hotel-Pension “Mariënboom”.
Het Hotel Pension “Mariënboom”, 1912 (RAN F13041)
Het hotel-pension-restaurant “Mariënboom” van den heer Ditmar Jansen aan den Groesbeekschen weg, enkele minuten voorbij het Groenewoud, is aan ieder Nijmegenaar bekend. Vooral in de zomermaanden biedt “Mariënboom” met zijn prachtige lommerijken tuin en zijn sportvelden den wandelaars eene heerlijke gelegenheid om er een oogenblijk te vertoeven en een verfrissching te gebruiken. En ook als hotel-pension wordt “Mariënboom” zeer gewaardeerd.
Teneinde intusschen de inrichting te doen tegemoetkomen aan de eischen van den tegenwoordigen tijd op het gebied van hotelwezen en tevens de exploitatie op grooter voet te kunnen doen plaats hebben, besloot de heer Ditmar Jansen voor eenige maanden tot de stichting van een nieuw gebouw aan den zuidelijken hoek van den uitgestrekten tuin, waartoe de plannen ontworpen werden door den heer Jan Baanders, architect. Met de uitvoering der plannen werden belast de heeren Leenders en Cremers, aannemers te Berg-en-Dal. Thans is het gebouw voltooid en wij hebben gisteren de resultaten van het werk van genoemde heeren in ogenschouw genomen, resultaten, welke hun in alle opzichten tot eer strekken.
Het nieuwe “Mariënboom” maakt van den weg af gezien temidden van de weelderige natuur een alleraardigsten indruk door zijn frissche tinten en den levendigen stijl waarin het opgetrokken is. Het ligt op een heuveltje, waartoe breede, fraai beplante terrassen toegang geven. Betreden wij het gebouw dan komen wij allereerst in de groote restauratiezaal. Hier merkt men onmiddellijk op, dat het gebouw voorzien is van electrisch licht en centrale verwarming. Een mooi buffet en goed loopende biljarts trekken voorts de aandacht, alsmede de moderne wandbekleeding, met een cementsoort, welke het behangselpapier volkomen vervangt en de nadeelen van het laatste uit een oogpunt van hygiëne vermijdt. De restauratiezaal grenst aan een 14 meter lange serre met breed terras, van waaruit men een verrukkelijk uitzicht heeft op de prachtige omgeving. Door een andere breede deur komt men in de eetzaal, ook toegang gevend op een terras. Op deze verdieping is voorts nog de keuken- warmwatergeleiding- met bijkeuken, een mooie ontvangstzaal en kantoor.
De eerste etage bevat een zevental logeerkamers, keurig geïnstalleerd, o.m. met spiegelkasten, en in alle opzichten ingericht naar de eischen des tijds. De tweede etage telt eveneens zeven logeerkamers. Op elke verdieping zijn toiletten, koud- en warmwatergeleidingen, enz. Voorts heeft men op de 3e etage de appartementen van ’t personeel. Overal, van de beneden-zalen tot op de bovenste verdiepingen, is er in groote mate ruimte, licht en lucht, die drie onmisbare factoren voor wie prijs stelt op eene goede gezondheid.
Het sous-terrain, waarnaar men langs een breeden trap afdaalt en dat voorts verschillende uitgagen naar buiten heeft, is in hoofdzaak in beslag genomen door een groote rolschaatsbaan met geruischloozen cementvloer. Een muziek-podium, electrische lichtbollen enz. zullen, wanneer de rolschaatsensport hier over eenigen tijd ongetwijfeld druk beoefend zal worden, de baan wel tot een lustoord voor sportmenschen maken. Verder stippen wij in het sous-terrain aan: de stookplaats voor de centrale verwarming, sportkleedkamers, kleine magazijnen enz.
Achter het gebouw ligt de stal, waarvan het grootste deel is ingericht als auto-garage en koetshuis met paardenstal, het achterwaarts gelegen deel als koe- en varkensstal. Men zou denken zich hier in een klein hoekje van een modelboerderij te bevinden. Nog is er een praktische gelegenheid om in de garage kleine reparaties aan automobielen te verrichten.
Het oude gebouw “Mariënboom” wordt thans bestemd tot dépendance van het hotel.” (PGNC 29/1/1911)
Mariënboom in 2013 (foto Henk van Gaal via RAN DF3663)
Jan Baanders (Sr.)
De architect van Mariënboom is Jan Baanders (Sr., Amsterdam, 8 september 1884 – Laren, NH, 26 mei 1966)
Baanders heeft bouwkunde aan de Industrieschool in Amsterdam gestudeerd. Daar raakte hij tevens bevriend met Michiel de Klerk.
Mariënboom was het eerste zelfstandige werk van Baanders. Van 12 januari 1910 tot 2 augustus 1911 woonde hij in Nijmegen, in het ‘oude’ Mariënboom, Groesbeekseweg 424. Dan vertrekt hij weer naar Amsterdam.
Volgens wikipedia keert Baanders in 1915 weer terug naar Amsterdam. Dan gaat hij samenwerken met zijn broer Herman, die een succesvol architectenbureau heeft. Vanaf dat moment heet het bureau Architectenbureau H.A.J. en Jan Baanders. In dit bureau hebben meerdere architecten gewerkt, die later de “Amsterdamse School” zouden vormen, waaronder (tijdelijk) Michel de Klerk.
Vervolg: Gevonden gebruikers
Hieronder staan de tot nu toe gevonden gebruikers van het pand weergegeven.
Anna Karoline Liesenberg
Vanaf 1914 was Anna Karoline Liesenberg (Halberstadt 9 april 1884 – ‘s-Gravenhage 2 april 1941) exploitant van hotel Mariënboom. Zij was weduwe van Nicolaas Josephus Jergen, die voor een korte tijd directeur was geweest van Hotel du Soleil. In 1906 waren zij uit Nijmegen vertrokken. Jergen overlijdt op 17-12-11913 in Den Haag
Op 3-6-1924 vertrekt zij weer naar Den Haag, waar ze op 26-6-1925 hertrouwt met Willem Albert Jansen, handelaar in automobielen.
Wie tussen Liesenberg en Rubens eigenaar is, is nog niet bekend. in De Gelderlander 29/5/1926 adverteert Th. Looyschelder met Hotel “Mariënboom”
advertentie hotel Mariënboom Looyschelder De Gelderlander 29/5/1926
In 1928 wordt hier een van de eerste benzinepompen van Nijmegen geplaatst (Noviomagus).
Hotel Pension en Garage “Mariënboom”, 1930 (F13679 RAN)
Israel/Theo Rubens en de Tweede Wereldoorlog
Rond de Tweede Wereldoorlog is Israel Rubens eigenaar van hotel Mariënboom. Omdat hij trouwt met een katholieke vrouw, had hij de voornaam Theo aangenomen. Zijn aangrijpende verhaal is te lezen op: Noviomagus https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=Herinnering/Bombardement/09-09-08.htm: hij weet mede door zijn kookkunsten deportatie voor lange tijd te ontlopen. De Duitsers gebruikten Mariënbosch als hospitaal, waardoor Mariënboom druk bezocht werd door Duitse soldaten die kwamen eten en bier drinken. Bovendien was hij getrouwd met een niet-joodse, katholieke, vrouw Toos Decates.
Uiteindelijk wordt Mariënboom gevorderd als hospitaal voor Duitse officieren; Theo komt in 1944 wel in een concentratiekamp terecht, maar overleeft de oorlog.
Tijdens de gevechten rond Nijmegen is Mariënboom onderkomen voor Engelse en Canadese soldaten.
Repatriëring Oud-Indiërs
Midden jaren 50 werden Nederlanders die uit Indonesië waren gerepatrieerd ondergebracht in hotel pension Mariënboom.
Dienst Bescherming Bevolking
Vanaf 1959 was Mariënboom in gebruik door de Dienst Bescherming Bevolking (BB). Deze dienst was in 1952 -tijdens de oorlog in Korea- opgericht. Tijdens de Koude Oorlog hield men rekening met een mogelijke aanval door de Sovjet Unie. Mariënboom was door de BB in gebruik als EHBO-post, brandweer een bewaking van atoomschuilkelders bij een kernoorlog. De BB gaf bovendien voorlichting over wat mensen moesten doen bij een aanval met een atoombom. Het pand was tot 1980 in gebruik als kantoor en oefenruimte voor de BB.
Een paar mooie foto zijn te zien bij het RAN over een EHBO-oefening van BB samen met het Rode Kruis, waar in totaal 400 mensen aan mee deden: F67948, F67935, F67931
Noviomagus noemt overigens het jaartal 1986. In ieder geval staat het pand december 1986 te koop (F20989).
Veilinghuis René van Baak
Mariënboom, 1989 (Ber van Haren via ZN35963 RAN CC0)
Van 1989 tot 2002 had Rene van Baak zijn veilinghuis in Villa Mariënboom (Noviomagus)
Op de foto F90744 uit 1988-1990 staat de ingang weergegeven, waarbij aan beide kanten van de ingang een kariatide (een vrouwenfiguur als pilaar) staan.
Creatief centrum de Appel
In 2011 kocht Vincent Paes, een baksteenfabrikant, het gebouw. Zijn vrouw Esther Appels begon hier creatief centrum de Appel, een plek voor bewustwording, yoga en meditatie. Rond 2020 werd het gebouw verkocht, (waarschijnlijk) om verbouwd te worden tot appartementen.
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is sinds 1995 een Gemeentelijk Monument. De tekst bij aanwijzing: “Gaaf bewaard pand van een ongewoon bouwtype, karakteristiek gelegen en van belang als voorbeeld van de ontwikkeling van een agrarische buurtschap tot landelijke stadswijk met woon- en recreatiefunctie.”
Grote Markt 22 naast de Kerkboog in 16e/17e eeuws uiterlijk, 1928 (A. Klitzsch & Co via F14553 RAN)
In 1924 laat de Nederlandse Hervormde Gemeente het pand naast de kerkboog verbouwen als kantoor. Daarbij laat ze het uiterlijk herstellen naar een 16e/17e eeuws uiterlijk.
Vooraf: Groenten- en Fruitwinkel Pluim en kosterswoning
Het Vruchten en Groentenhuis Lent op Grote Markt 22: De Kerkboog en de westwand, 1905-1910 (F14323 RAN)
Verbouwing in opdracht Nederlands Hervormde Gemeente
Wanneer de Nederlands Hervormde Gemeente eigenaar geworden is van het gebouw is mij nog niet bekend. In ieder geval vindt in 1900 een kleine verbouwing aan de achterzijde plaats, waarbij de heren Kerkvoogden der Ned. Herv. Gemeente de opdrachtgever zijn. J. Knoops Jr., in deze “opzichter van de kerk”, is daarbij de adressant (D12.377989)
Kosterswoning
Vanaf 1899 komt het adres voor als woning van J.W. Schouten, koster bij de Ned Herv kerk Hij komt tot in het Adresboek van 1916 voor.
Waarschijnlijk hebben daarvoor de volgende personen gewoond, afgaande op de vermelding in de Adresboeken en de volgorde:
1893 M.P. Appelboom, oud rijks ambtenaar bij de bel
1893, 1895, 1896, 1898 F. Middendorp, zonder beroep
Daarnaast zijn de volgende personen gevonden in de Adresboeken:
1901 E. v. Donselaar
1909 G v.d. Kleij
1913-1914 en 1915-1916 D.J. Kort, bakker
Groentenhandel J. Pluim
Voordat de voorkant aan de Grote Markt een kantoor werd, was het in gebruik als winkelruimte. Hiervan was J.M. Pluim de laatste winkelier.
1892: J.A. Paijens, winkelier en aanlegger gas- en waterleidingen
1893, 1895, 1896, 1898, 1899: H.M. v. Benthem, slager
1901 tuinman, 1902, 1903 dan fruithandel, 1905 Th. Kort
Verhuizing Groenten en Fruithandel Pluijm van Grote Markt naar Molenstraat (PGNC 28/9/1923)
Pluim zelf komt in de adresboeken voor de eerste keer voor in 1907 als schilder; vanaf 1910 is het “schilder, in groenten en fruit”. Vanaf 1912 tot en met 1922 staat hij vermeld als groentenhandel (Adresboeken 1907 schilder, 1908, 1909, 1910 schilder, in groenten en fruit, 1912 groentenhandel, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916, 1920, 1922 groentenkoopman)
In september 1923 verhuist hij naar Molenstraat 59.
Herstel naar 16e/17e eeuwse voorgevel
Bestaande Toestand: Plan tot het verbouwen van een winkelhuis tot kantoor met bovenwoning gelegen aan de Groote Markt No 22 te Nijmegen Kadastraal Bekend: Gem. Nijmegen, Sectie C, No 2609 (D12.377991)
Nieuwe Toestand: Plan tot het verbouwen van een winkelhuis tot kantoor met bovenwoning gelegen aan de Groote Markt No 22 te Nijmegen Kadastraal Bekend: Gem. Nijmegen, Sectie C, No 2609 (D12.377991)
In 1924 laat de Ned. Herv. Gemeente het pand verbouwen naar een 16e/17e eeuws uiterlijk. Daarbij is de klokgevel vervangen door een trapgevel.
Bij de kerkboog krijgt het gebouw een ingang en raampje waar voor voorheen twee ramen zaten. Daarnaast komt in het andere booggedeelte een raam.
Vooraan, bij de Grote Markt waar oorspronkelijk de winkel zat, komt het doorgetrokken kantoor. Het andere deel van de kamer en gang dat achter de winkel lag, wordt wachtkamer, met de hierboven genoemde ingang.
Aan de kant van het St Stevenskerkhof lag de keuken, welke een vestibule wordt. Tevens wordt hier de trap naar toe verplaatst.
De belangrijkste wijziging voor de eerste verdieping is de ligging van het trapportaal.
Vervolg
In 1932 Pauw Witjes zijn naastgelegen horecazaken, waar tegenwoordig (juli 2024) alweer jarenlang Café Daen gevestigd is, eveneens verbouwen tot een 16e/17e eeuws uiterlijik.
Boven de Kerkboog op de Grote Markt zijn een leeuw en twee opschriften aangebracht: “Concordia res parvae crescunt discordia maximae dilabuntur” en “Beata Gens Cuius Dominus Spes Eius”. Wat betekenen deze opschriften?
Toen de Lakenhandel ten einde kwam, werd de Lakenhal verbouwd en opgesplitst, waarbij in 1542-1543 de doorgang van de Grote Markt naar de St Stevenskerk was vergroot. In 1605/1606 kwam daarbij een imposante bovenbouw, naar ontwerp van Thomas Singendonck.
In het midden van de Kerkboog werd boven de middenpijler van de boog een leeuw geplaatst, welke het Nijmeegse stadswapen vasthoudt. Aan weerszijden kwam een cartouche. Links staat een Romeins gezegde: “Concordia res parvae crescunt discordia maximae dilabuntur”. Rechts: “Beata gens cuius dominus spes eius” Wat betekenen deze teksten?
Het is goed om te realiseren dat deze cartouches midden in de 80-jarige oorlog werden geplaatst.
Eendracht maakt macht
Op het linker cartouche staat de tekst: “Concordia res parvae crescunt discordia maximae dilabuntur”. Vertaald is dit: “Door eensgezindheid groeit het kleine. Door tweedracht gaat het grote ten onder”.
Herkomst
Meestal wordt Homerus gezien als bedenker van de spreuk: in de Ilias schrijft hij “macht door eenheid”, maar dan in oud-Grieks. Degene die de Latijnse spreuk introduceerde was Gaius Sallustius Crispus (86-ca.35 v.Chr) in zijn boek Bellum Iugurthinum (De oorlog tegen Jugurtha). Daarin beschrijft hij hoe de Romeinen aanvankelijk door de Berberse koning Jugurtha worden verslagen. Maar door zich te verenigen, weten zij uiteindelijk Jugurtha gevangen te nemen.
1579: Eendracht maakt macht bij Unie van Utrecht
De spreuk Eendracht maakt Macht was erg populair in de Nederlanden. De eerste keer dat deze gevonden wordt, is in een spreekwoordenboek “Gemeene Duytsche Spreekwoorden” uit Kampen van 1550.
De Unie van Utrecht van 23-1-1579 gebruikte “Concordia res parvae crescunt” als haar devies: dit was het moment waarop zeven gewesten besloten een Unie te vormen. Van “eendracht” was op dat moment nauwelijks sprake. De eendracht moet daarom vooral gezien worden als tegen de gemeenschappelijke vijand, het machtige Spanje, dat oprukte. 15 dagen daarvoor hadden de zuidelijke gewesten de Unie van Atrecht gesloten, waarbij ze zich overgaven aan de Spaanse bevelhebber.
Wanneer in 1588 de Republiek der Verenigde Nederlanden (1588-1795) wordt uitgeroepen, is “Eendracht maakt macht” haar wapenspreuk en zal dat blijven tot in 1795.
Deze spreuk komt verder voor op bijvoorbeeld muntstukken.
“Beata Gens Cuius Dominus Spes Eius” is afkomstig uit een Psalm. Deze tekst staat in de Statenvertaling als Psalm 33 vertaald als: “Welgelukzalig is het volk welks God de HEERE is”; de psalm vervolgt de regel met “het volk dat Hij Zich ten erve verkoren heeft”. (In het Latijns Vulgaat is het Psalm 32).
Psalm 33 prijst Gods Almacht over de Schepping en Historie (wikipedia), oftewel: “Vermaning tot Gods lof, vanwege Zijn Goddelijke eigenschappen, raad, woord en werken, zo der schepping als der regering, inzonderheid der mensen, tot vernietiging van der goddelozen aanslagen en behoudenis Zijner gelovigen, die zich daarover verblijden en Hem daarom bidden.” (aantekening bij de Statenvertaling; in modern Nederlands geschreven naar de aantekening in de editie van 1657).
De volledige tekst van de Psalm is te vinden op de al genoemde link van de Statenvertaling. Een modern vertaalde versie is te vinden op De Nieuwe Psalm Berijming.
Opvallend is dat de plaquette Psalm 40 lijkt te noemen. Daar komt wel een regel voor “Beatus vir qui posuit Dominum confidentiam suam” (Welgelukzalig is de man, die den HEERE tot zijn vertrouwen stelt…” Statenvertaling). Het is mij nog niet duidelijk waar deze 40 vandaan komt.
Munten
“BEATA GENS CUIUS DOMINUS EIUS” komt ook voor op de munten van Nijmegen die tussen 1602 en 1605 geslagen zijn. Daarvóór was de muntslag van Nijmegen in 1594. In 1605 sloot zij weer, om in 1618-1620 weer tijdelijk open te gaan. Mogelijk werd de tekst ook in die laatste periode gebruikt. Daarna zou Nijmegen rond het einde van de 17e eeuw nog 2 keer voor korte tijd een eigen muntslag hebben (Bron: Nijmeegs Kopergeld, zoals oa vermeld op Noviomagus en duiten.nl).
Belvédere
Het opschrift komt ook terug bij het stadswapen van Nijmegen op de Belvédere. Deze was oorspronkelijk door Gerhard Gröninger gemaakt in 1646. Tegenwoordig hangt er een kopie van Henri Leeuw Jr. en Sr. (Noviomagus).
Leeuw met stadswapen
Een aquarel : In het midden de kerkboog met zonnewijzers; rechts daarvan trapgevels en links gevels met boogafsluiting en achter het dak de toren van de Latijnse school (links) en St. Stevenstoren met kerkdak, 1730 (collectie dr. Jan Brinkhoff via D136 RAN CC0)
In het midden staat een leeuw met het Nijmeegs stadswapen. Op een aquarel uit 1730 is te zien dat op deze plaats al een beeld staat.
Mogelijk is bij de restauratie rond 1885 een nieuw beeld geplaatst: het tijdschrift “Architectura” maakt in juli 1900 een rondwandeling onder begeleiding van architect Weve. Over de Kerkboog schrijft zij onder andere over de pijler in het midden: “Deze pijler, door een kapittel bekroond, steekt buiten den eigenlijken boog en was wellicht bestemd tot dracht van een beeld. Nu is er een gebeeldhouwde leeuw op geplaatst, een schild dragende.” (De Gelderlander 27/7/1900)
De huidige leeuw is een kopie uit 1971, gemaakt door Giuseppe Roverso (wikipedia)
In 1612 werd het huidige gebouw van de Waag gebouwd, ook Boterwaag genoemd, in de Hollandse Renaissancestijl. Naast Waag was het gebouw in gebruik als Vleeshuis en als Hoofdwacht. In 1882 vond een belangrijke verbouwing plaats door stadsarchitect Weve.
Vooraf
In 1612 werd het huidige gebouw van de Waag gebouwd. Daarvoor was er een Vleeschhal of Vleijshuyss van ongeveer 1400: in 1412 is er een vermelding van huis aan de Kannnemarkt, achter uitkomende aan het nieuwe Vleeshuis.
Rond 1592 werd het wachthuis bij de Blauwe Steen afgebroken en naar het Vleijschuyss naast de Waag verplaatst.
1612: Bouw van de Waag
Een aquarel van Jan (Johannes) van Call (1656-1706) met talrijke deftige huizen en strafwerktuigen., zoals de Houten Ezel (een driehoekige balk met de scherpe kant naar boven, tussen twee hoge palen met aan een eind een ezelskop of paardenkop en aan het andere eind een staart, waarop militairen te paard plaats moeten nemen voor langere of kortere tijd als straf). Een ander strafwerktuig bij de Waag is de draaikooi/draaikast voor vrouwen: een soort ijzeren papegaaienkooi waarin vrouwen werden neer- en vastgezet aan de middenpaal, De kooi werd een kwartier of langer hard rondgedraaid, waarna de misdadigster gewoonlijk voor altijd werd verbannen uit de stad, 1675-1680 (Collectie dr. Jan Brinkhoff via D135 RAN CC0)
Rond 1612 werden de Waag en het Vleeschhuis afgebroken, waarna de huidige Waag werd gebouwd naar een ontwerp van Cornelis Janssen van Delft. Dit gebeurde in de Hollandse Renaissancestijl, welke leek op dat van het Waaggebouw van Amsterdam welke een ontwerp van Hendrick de Keyser was.
In het rechter gedeelte zat de daadwerkelijke weegruimte. Karren konden door de de grote deuren aan de voor- en achterzijde rijden om hun vracht te laten wegen.
In deze nieuwe Waag was ook het vleeshuis ondergebracht, deze zat in het linkergedeelte. Het was zowel een slachthuis als vleesmarkt. Dit was tot 1797, toen slagers vlees in hun eigen winkel mochten verkopen.
Wat is een Waag?
In een Waag stond de weegschaal van de stad, en daarmee een belangrijk gebouw. Deze weegschaal werd gebruikt voor het wegen van handelsgoederen. Er was nog geen sprake van eenduidige maten en gewichten zoals we die tegenwoordig kennen: elke stad of regio had haar eigen eenheden. Daarnaast was deze weegschaal een van de weinige, zo niet de enige, waarmee grote gewichten konden gewogen. Deze weegschaal zorgde er dus voor dat er betrouwbaar kon worden gewogen in de plaatselijke meeteenheid, waardoor ook gesjoemel voorkomen werd. Daarnaast was het wegen van belang voor in innen van belastingen.
In de 19e eeuw had een waag geen belang meer door het invoeren van de standaardisatie in maten en gewichten en door de invoering van indirecte in plaats van directe belastingen.
Beeld van de ‘Groote Markt’, rond de jaren tachtig. Westwand van de markt met de Kerkboog en de St. Stevenskerk en -toren. Rechts, het Waaggebouw met de colonnade, de oostelijke zijgevel en het begin van de Kannenmarkt, 1878-1882 (F88944 RAN)
1882 Verbouwing van de Waag door architect Weve
De Waag op de Grote Markt, foto gedateerd 1890 (GN15040 RAN)
In 1886 vindt restauratie plaats door gemeenteearchitect Jan Jacob Weve. Daarbij vervangt hij de colonnade voor een dubbele statietrap. Hiervoor baseert hij zich op een tekening van Abrahem de Haen uit 1732 (annotatie van F88944).
“Nijmegen, 23 Sept.
Men schrijf van hier aan de “Arnh. Ct.”:
De Boterwaag alhier, met wier restauratie men in 1885 aanving, is thans geheel afgewerkt in den stijl, waarin dit gebouw in 1612 werd opgetrokken. De onooglijke veranda, welke vóór dit gebouw stond toen een gedeelte daarvan nog als militaire hoofdwacht werd gebruikt, is verdwenen, en in plaats daarvan twee fraaie hooge trappen, uitloopende op een groot bordes, deel van zand- en deels van baksteen, met hardsteenen treden, aangebracht. De leuningen van deze trappen zijn versierd met vier zittende leeuwen, uit zandsteen gehouwen, die ieder een verschillend wapenschild tusschen de klauwen omklemd houden. Aan den oostelijken en westelijken gevel en in het front van het gebouw worden de wapenschilden van Nijmegen, gedekt met keizerlijke kroon, aangetroffen.
Het gerestaureerde gebouw maakt in de moderne omgeving van de Groote Markt een zeer schoon effect en wordt dan ook door stadgenoot en vreemdeling ten zeerste bewonderd. Engelschen en Duitschers namen reeds, toen het nog niet geheel was afgewerkt, schetsen daarvan. De kosten der restauratie bedroegen ruim f16000. Een woord van lof aan den heer J.J. Weve, gemeente-architect en den beeldhouwer H. Leeuw Sr., die de restauratie voorbereidde, en met zulk een schitterend gevolg ten uitvoer brachten, mag bij vermelding van het bovenstaande niet ontbreken.” (De Gelderlander 24/9/1887)
Rijksmonument
“Rechthoekig, van baksteen opgetrokken gebouw met verdieping en hoog zadeldak, afgesloten door topgevels met grote trappen. Gebouwd in 1612 in renaissancevormen, verwant aan de stijl van Hendrik de Keyser; de verdieping aanvankelijk ingericht als hoofdwacht.
Gerestaureerd in 1886, door Ir J.J. Weve, waarbij een 18e eeuwse galerij werd vervangen door een kopie van het oorspronkelijke bordes en de geveltop der westelijke dakkapel, alsmede de oostelijke dakkapel opnieuw werden opgetrokken.
Inwendig over de Vleeshal in het westelijke deel kruisribgewelven op drie zuilen. “
Toen de lakenhandel in de 16e eeuw aan betekenis verloren, werd de lakenhal opgedeeld in verschillende panden. Daarbij werd besloten om de doorgang naar de kerk te vergroten, waarvoor in 1542-1543 twee delen werden gesloopt. Daarvoor in de plaats kwam een poort, gebouwd in een in overgangsstijl tussen gotiek en renaissance in, een ontwerp van Claes die Waele.
Lakenhal
Eind 14e eeuw werd aan de Grote Markt een 50 meter lange Lakenhal opgericht. De voorkant bestond uit een open galerij met een dichte achtergevel. De begane grond was bestemd voor kleine handelaren; op de eerste verdieping was de lakenhandel. De Stevenskerk was in de middeleeuwen alleen te bereiken via een kleine doorgang in het gewandhuis of lakenhal aan de Grote Markt. Ook de gebouwen van Grote Markt 19-21 en Grote Markt 22-25 (huidige huisnummers) maakten onderdeel uit van deze Lakenhal.
Zoals hierboven staat weergegeven, werd in 1542-1543 besloten de doorgang te verbreden.
Topgevel Kerkboog door Thomas Singendonck
Gevels Grote Markt met links de Kerboog (juli 2024)
In 1605 werd een nieuwe topgevel gebouwd, welke Thomas Singendonck had ontworpen in de stijl van Vredeman de Vries.
Stevenskerkhof: Achterzijde van de Kerkboog met een doorkijk op de Grote Markt, 1920-1925 (Uitg. A.A. van der Borg via F68124 RAN CCBYSA)
Twee jaar later werd aan de achterkant een spiltrap gebouwd.
Een aquarel : In het midden de kerkboog met zonnewijzers; rechts daarvan trapgevels en links gevels met boogafsluiting en achter het dak de toren van de Latijnse school (links) en St. Stevenstoren met kerkdak, 1730 (collectie dr. Jan Brinkhoff via D136 RAN CC0)
Boven de Kerkboog op de Grote Markt zijn een leeuw en twee opschriften aangebracht: “Concordia res parvae crescunt discordia maximae dilabuntur” en “Beata Gens Cuius Dominus Spes Eius”. Wat betekenen deze opschriften?
Chirurgijnskamer tijdens Open Monumentendag (september 2023)
Uitizcht op Grote Markt vanuit Chirugijnskamer, Open Monumentendag (september 2023)
In 1609 kwam de bovengebouw in gebruik van het chirurgijngsgilde. Deze gebruikte het gebouw als vergaderruimte en behandelkamer.
De chirurgijn was een medisch behandelaar. Zij behandelden uitwendige kwalen, zoals aderlating, verzorgen van wonden, bereiden van zalfjes, kruidenaftreksels en laxeermiddelen en het behandelen van botbreuken. Dit onder toezicht van een doktor. Doktoren hielden zich zelf bezig met het stellen van de diagnose en het behandelen van inwendige kwalen. De chirurgijns hadden geen universitaire opleiding gehouden, de doktoren wel.
Tussen 1656 en 1678 was het tevens de medische faculteit van de Kwartierlijke Academie van Nijmegen, waar hier colleges werden gegeven. Waarschijnlijk werden tevens lijken ontleed, waardoor de chirurgijnskamer ook wel “snijkamer” werd genoemd.
Hoewel in 1798 de gildes officieel waren opgeheven, bleven de chirurgijns de kamer nog lange tijd gebruiken. Tevens was het in gebruik door de krijgsraad en het trompetterkorps. Vanaf 1830 gebruikte de kunstenaar H. Wiertz de ruimte als tekenlokaal voor de vereniging “Oefening kweekt kunst”.
1880: Gemeente en restauratie
In 1880 ging de gemeente de ruimte gebruiken. Jan Jacob Weve voerde rond 1885 een restauratie uit.
Daarbij verwijderde Weve de zonnewijzer, die rond het eind van de 17e eeuw was aangebracht.
Stadswapen Nijmegen bij Kerkboog St. Stevenskerkhof (juni 2024)
Aan de achterkant kwam een gevelsteen met het wapen van Nijmegen, gemaakt door Henri Leeuw Sr.
Het jaartal 1606 verwijst naar de reeds genoemde verbouwing door Singendonck.
Vervolg
Wonderlijk genoeg, ondervond de kerkboog weinig schade bij het bombardement van februari 1944. Tussen 1955 een 1972 vond restauratie plaats. Vanaf dat moment was de verdieping in gebruik als woonruimte.
Kijk overigens ook naar de achterkant van de Kerkboog. Deze heeft onder andere een aantal beeldhouwwerken van kopjes.
En let op de oehoe voor het raam. Deze staat er sinds 2019 en is bedoeld om de duiven weg te houden (Indebuurt).
De achterkant van de Kerkboog heeft nog een aantal mooie kopjes. En let op de stenen oehoe voor het raam. Deze staat er sinds 2019 om de duiven af te schrikken (november 2024)
De top van de Kerkboog aan de achterkant met gemeentewapen (november 2024)
Een van de kopjes op de achterkant van de Kerkboog (november 2024)
De gerestaureerde gevels van “d’Oude Laeckenhal”, Grote Markt 23-24 (Fotopersbureau de Gelderlander Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F14244 RAN CCBYSA)
De Grote Markt 23 en 24 (huidige adres) maakten in de middeleeuwen onderdeel uit van de lakenhal. In de 16e eeuw werd deze hal opgedeeld in verschillende panden. In 1933 liet Pauw Witjes zijn twee horecapanden samenvoegen en deze -met veel bijval- restaureren naar 16e-17e eeuwse sfeer. Tegenwoordig zit alweer jarenlang Café Daen in het pand.
Vooraf
De ingang van het Hotel “De Koophandel” van de familie F.J.C. Angerhausen; het pand is gelegen naast de Kerkbogen aan de Grote Markt, 1920 (F14086 RAN)
Wanneer de familie de café’s van Grote Markt 23 en 24 openen is nog niet onderzocht. Wel is al gevonden dat J.W. Angerhausen rond 31-3-1903 vergunning krijgt tot de verkoop van sterke drank in het klein (De Gelderlander 1/4/1903 oftewel: het schenken van sterke drank).
Vermeldenswaard zijn de zittingen die de broers L. & H. Stegeman houden, zonen van het Staphorster Boertje. Tegenwoordig is het Staphorster Boertje een “normaal” farmaceutisch bedrijf, het Staphorster Boertje en zijn zonen waren kruidendokters.
De broers Stegeman houden een zitmiddag (De Gelderlander 8/5/1926)
Koop Grote Markt 23 en 24 door Witjes
RAN noemt de foto: Interieur van café Lakenhal, gedateerd 1927: dit zal de Koophandel zijn (Collectie dr. Jan Brinkhoff via D187 RAN CC0)
Verkoop Grote Markt 23
Op 30-9-1925 verkoopt Johanna Frederica Angerhausen (zonder beroep) “het winkelhuis met erf gelegen aan de Groote Markt nummer 23 te Nijmegen Kadastraal bekend in sectie C nummer 2608 groot vijf en veertig centiare” aan Casparus Bernardus de Kleijn (Monteur).
Wanneer Paulus (Pauw) Johannes Witjes Hotel de Koophandel (nummer 23) koopt is mij nog onbekend, in ieder geval opent hij zijn zaak begin1927: eind januari 1937 viert hij zijn 10-jarig bestaan (De Gelderlander 30/1/1937). Daarbij blijkt hij een bergplaats te hebben voor maar liefst 3.000 fietsen (zie advertentie hieronder).
Advertentie Witjes Hotel de Koophandel (De Gelderlander 17/9/1927)
Advertentie Witjes Hotel De Koophandel (De Gelderlander 26/10/1927)
Verkoop Grote Markt 24
Op 20-12-1930 koopt Paulus Johannes Witjes nummer 24: “Het café, plaatselijk gemerkt 24, met erf aan de Groote Markt te Nijmegen, kadastraal bekend Gemeente Nijmegen, sectie C, nommer 2607, groot vijf en veertig centiaren” van Jan Aart Peeman voor 7500 gulden.
Verbouwing naar 16e/17e eeuws uiterlijk
In het midden de Kerkboog (ook wel Stevenspoortje genoemd).
Het geeft toegang tot het achtergelegen Sint-Stevenskerhof die weer toegang verschaft tot de Stevenskerk.
Start bouw: 1542 (architect Claes die Waele). Bouw gereed: 1545.
Verbouwing: 1605 (architect Hans Vredeman de Vries).
Bouwstijl: Gotische Renaissancestijl.
Links Vleeshouwerij Martens, en rechts Hotel “de Koophandel” (A. Klitzsch & Co. via F14553 RAN)
De bovenstaande foto geven de panden in 1928 weer. Het is ons nu te doen om de 2 rechter panden: Hotel de Koophandel van P.J. Witjes en daarnaast voor de helft zichtbaar De Kroon (en merk op dat het pand tussen de Kerkboog en de Koophandel intussen is verbouwd.
Nadat Witjes zowel de Koophandel als de Kroon had gekocht, liet hij de 2 panden weer samentrekken en deze verbouwen om het (weer) een 16e/17e eeuws uiterlijk te geven. Afgaande op het krantenartikel, heeft hij veel zelf gedaan. Daarbij kreeg hij adviezen van Oscar Leeuw en vooral J.L.A.A.M. van Rijckevorsel.
In d’Oude Laeckenhal gaat open (De Gelderlander 18/3/1932)
“In d’Oude Laeckenhal
Op de Markt
Nijmegen heeft geen Raadhuiskelder. In dit opzicht heeft onze stad andere plaatsen niet nagedaan.
Toch heeft zij een blijvende herinnering gekregen aan haar middeleeuwschen handel en verkeer, dat vroeger ook op de Markt samentrok.
Hedenavond wordt dan feestelijk geopend het Hotel-Café-Restaurant “In d’Oude Laeckenhal”, gelegen op de Groote Markt Nos. 23 en 24.
De eigenaar, de heer P.J. Witjes, met gezonde smaak voor het mooi en interessante, dat men bewonderen kan in de bouwwerken onzer vóórvaderen, had er een ruim offer voor over, om zijn beste panden, van ouds “De Koophandel” en de “De Kroon” te doen herstellen, in de stijl van de 16e en 17e eeuw, toen de fraaie lakenhal nog middelpunt was van Nijmeegschen handel en bedrijf.
“De Koophandel” en “De Kroon” waren vroeger twee ourderwetschen verkeers-koffiehuizen, welke zeer geëigend waren om te voldoen aan de eischen, welke de martkbezoekers reeds in de prille ochtenduren stellen, van zich wat te verfrisschen aan een kop koffie of iets anderszins.
Beide cafétjes waren voor eenige jaren in exploitatie bij de Dames Gez. Angerhausen en den heer Gerritsma.
De heer F.J. Witjes kocht “De Koophandel” en later “De Kroon” er bij. En eenmaal in het bezit van beide verlofhuizen, heeft hij ze tot één gemaakt.
Toen de verbouwing van het geheele pand op het tapijt kwam, stond de eigenaar voor de vraag: moet er een nieuw moderne gevel komen of zullen we de pui zoo restaureeren en het interieur zoo inrichten, dat het hier weer de herinnering oproept van vorige bestemming?
Het front van de Markt, van hoek Stikke Hezelstraat tot het hoekhuis Achter de Hoofdwacht, werd in de Middeleeuwen ingenomen door de Lakenhal der stad. De zaal der hal lag op de eerste verdieping en liep ook door de kamers, welke nu nog liggen boven de Kerkboog van St. Steven, welke indertijd als piѐce de milieu stond tusschen typische trapgevels der 16e eeuw, welke aan ons Marktplein zoo’n karakteristieke bekoring gaven.
Beide genoemde verkeerscafé’s, geheel ingericht op het gerief der Markthandelaren, droegen in den onderpui nog duidelijk de sporen van oude bestemming in de zware, hardstenen consoles, welke ’t geheel schragen.
Nu kan men er nog een hardsteenen buitenmuur zien van ongeveer een meter dikte.
In vroeger tijd waren onder de Lakenhal allerlei winkeltjes en taveerntjes ingericht met hun typische luifels.
En het tegenwoordige hotel-café-restaurant.
In de Oude Laeckenhal biedt in huidige gerestaureerde vorm een typisch beeld van hoe het er vroeger op de Markt moet hebben uitgezien.
De heer P. Witjes stond bij zijn restauratieplannen voor geen gemakkelijk werk, maar vond aangename aanmoediging bij het gemeentebestuur en de ambtenaren der gemeente, die hem bij de verbouwingen de ontheffing van gemeentelijke bouwverordeningen toestonden, als noodig waren om de Oude Laeckenhal weer in zijn historisch uiterlijk te kunnen restaureeren.
Dan kreeg de heer P.J. Witjes, die als bouwkundige met veel ambitie, veel zelf deed of liet doen, alle mogelijke voorlichting en medwerking van de heeren Oscar Leeuw en vooral ook van Jhr. Drs. J.L.A.A.M. van Rijckevorsel, lid der commissie tot verzekering eener goede bewaring van Gedenkstukken van Geschiedenis en kunst. Zelfs Dr. Kalff leider van de Ned. Ver. Van Monumentenzorg kwam eenige malen naar Nijmegen om van advies te dienen bij de restauratie van dezen historischen bouw.
Het hotel-café-restaurant in de Oude Laeckenhal is nu klaar.
De 16-eeuwsche trapgeveltjes, welke zich nu sierlijk aanpassen bij de restauratie naast de kerkboog, vormen met de Waag een artistiek historisch hoekje van stijl der Middeleeuwsche bouwmeesters.
Binnen ziet er het in de Oude Laeckenhal in al zijn eenvoud oud-Hollandsch gezellig uit. De oud-eikenhouten lambrizeeringen, de oude pullen en de kannen op de richels, de glas-in-lood ruitjes, de geschuurde tafels, de imitatie-olielampen, alles geven aan het binnenhuis de sfeer van het voor-eeuwsche.
In de Oude Laeckenhal heeft men dit voor op de Oude Raadskelders dat licht en lucht er voldoende kunnen binnendringen, ook al zijn de raampjes wat lager, de plafonds minder hoog dan in moderne zaken.
De heer P.J. Witjes heeft alles in den toon van soberheid en gastvrije gezelligheid gehouden.
De verdiepingen zijn eveneens gerestaureerd. Hier is het hotel voor de marktgasten ingericht en beschikt de waard over twintig kamers met vijftig bedden.
Vanavond is der feestelijke opening “In de Oude Laeckenhal” met zijn gezellig zitje onder de bogen en in de schilderachtige hoekjes.
Oud-Nijmegen herleeft hier, wat iedere rechtgeaarde Nijmegenaar, die nog aan traditie hecht, zal waardeeren.” (De Gelderlander 18/3/1932)
Opvallend genoeg staat iets meer dan een jaar later staat een advertentie dat de zaak te koop is, maar in de volgende jaren blijkt Pauw Witjes nog steeds de eigenaar te zijn (of mogelijk een familielid, dit is nog niet onderzocht).
In augustus van dat jaar is er een openlucht uitvoering van Mariken van Nieumeghen op de Grote Markt. De uitvoerenden gaan op de foto voor de ”Oude Laeckenhal van den heer Witjes” in De Gelderlander 18/8/1933. Een paar dagen later krijgt een figurant, Henk Kramer, een bloemenmand van de eigenaar van de “Oude Laeckenhal”, “wiens restaurant immers daadwerkelijk in het spel betrokken was.” (PGNC 21/8/1933). Eind december 1933 doet P. Witjes een nieuwsjaarsgroet (De Gelderlander 30/12/1933)
In d’Oude Laeckenhal te koop? (De Gelderlander 7/1/1933)
1934 Het Bierkelderke/d’Oude Raatskelder
Opening Bierkelderke (De Gelderlander 19/7/1934)
“…In dit opzicht vindt Oud-Nijmegen oogenblikkelijk een bijzondere beschermer in Dr. van Rijckevorsel, die ook de hand heeft gehad in de reconstructie van den middeleeuwsche kelder van de “d’Oude Laekenhal” bij den renaissance Waaggebouw op de Markt.
Het Koffiehuis “d’Oude Laekenhal” van den heer Pauw Witjes op de Groote Markt is in den lande algemeen bekend.
Dat heeft nu een aantrekkelijkheid meer gekregen, n.l. in de d’Oude Raatskelder of liever Laeckenhaldkelder.
Deze kelder uit de veertiende eeuw is hersteld en bewoonbaar gemaakt en karakteristiek ingericht met oud-Hollandsche meubels.
De oude nissen, waarin vroeger de lampen brandden, zijn bewaard gebleven en beeldenstandjes geworden.
De vroegere stookplaats is nu omgebouwd tot tapkast, waar frisch en best bier geschonken wordt.
Uit een lichtval van zwaar blokglas dringt het licht van de straat binnen- en onder die lichtval vindt men in de kelder nog een vroeger graf.
Het geheele kelderinterieur bleef in stijl en is hoewel kleiner, veel intiemer dan de grootere Raadskelders in ’s-Bosch, Utrecht, Maastricht enz. enz.
Van B. en W., van Commissaris van Politie, van de Inspecteur der Volksgezondheid mocht de heer Pauw Witjes alle mogelijke medewerking ondervinden.
In den kelder blijft verlof.
…
Oud Nijmegen is op de Markt een oude aantrekkelijkheid rijker geworden. Gisterenavond was het er al druk bij de opening. V.V.V. Nijmegen Vooruit was vertegenwoordigd. Veel studenten vonden er met Nijmegenaars een gezellig zitje.”
(De Gelderlander 21/7/1934)
1952 Wijnhuis d’Aloude Laekenhal”
In 1952 verandert de Oude Laeckenhal in een wijnhuis. “Werkende Studenten zorgen voor de bediening en laten de gast de keus uit een grote verscheidenheid van wel tachtig wijnsoorten, waaruit hij een glas kan kiezen of waarvan hij meerdere flessen mee naar huis kan nemen. Ook andere dranken dan wijn worden er in het wijnhuis geschonken; de jenever wordt hier niet verkocht.” (De Gelderlander 2/5/1952)
1953 Taveerne In d’Oude Laeckenhal
Taveerne In d’Oude Laeckenhal (De Gelderlander 6/2/1953
Waarschijnlijk heeft het wijnhuis maar kort bestaan, want op 7 februari 1953 vindt de Heropening plaats van de “geheel verbouwde Hotel-Restaurant Taveerne In d’Oude Laeckenhal” met haar 15e eeuws bierkelderke. De specialiteit van het huis is kip aan ’t spit. (De Gelderlander 6/2/1953).
Waarschijnlijk opent zij in december van dat jaar op de eerste etage bovendien een Oud Hollands restaurant (De Gelderlander 18/12/1953)
De Gelderlander 22/8/1953
De Gelderlander 18/12/1953
Rijksmonument
Het is een Rijksmonument: “Pand, dat oudtijds deel uitmaakte van het Gewandhuis en de Lakenhal. Laat-middeleeuws pand met aan de voorzijde een trapgevel, waarvan het onderstuk in hardsteen uitgevoerd, met tracering, waarin wapenschild boven de deur. Het bovendeel dateert uit 1606. Zwaar gerestaureerd 1931-1932. Aan de achterzijde een puntgevel met vlechtingen.”
1995 Café Daen
Tegenwoordig (juni 2024) zit hier alweer jaren, sinds 1995, café Daen. Daarbij verwijst de “ae” naar de oorspronkelijke schrijfwijze van de Laeckenhal. Haar website geeft tevens de historie weer.