Javabosje oude bomen met narcissen (maart 2024)
#Nijmegen, Groen in Nijmegen, GroenInNijmegen

Javabosje

Ingang Javastraat, tussen nummer 66 en 80 Galgenveld

Javabosje oude bomen met narcissen (maart 2024)
Javabosje, oude bomen met narcissen (maart 2024)

Veel niet-buurtbewoners zullen nog steeds voorbij lopen aan een van de meest verscholen groene plekken van Nijmegen: het Javabosje. Het ligt tussen de Javastraaat, Fransestraat, St.-Annastraat en Archipelstraat in, met als enige ingang aan de Javastraat: het paadje tussen nummer 66 en 80. Hoewel niet erg groot, is het een schitterende plek om bij een wandeling door Galgenveld aan te doen.

Buurtbewoners gebruiken het des te meer: als plek om te spelen, als ontmoetingsplek of om te genieten van het groen.

Vooraf

Rechts in het midden het Javabosje: Luchtfoto van de intocht van de 56e Vierdaagse. Geheel boven het Keizer Karelplein en het Concertgebouw De Vereeniging; links onderaan: de spoorlijn Nijmegen Venlo. Links een gedeelte van de wijk Bottendaal met links in het midden de Automatic Screw Works (A.S.W.) Apparatenfabriek aan de Dr. Jan Berendsstraat 24. Rechts in het midden de Archipelstraat met daarboven het Javabosje tussen St. Annastraat en Javastraat. 21/7/1972 (Rijkspolitie Dienst Luchtvaart, auteursrechthouder KNBLO-NL via F41699 RAN CC0) Galgenveld met in het midden Archipelstraat
Rechts in het midden het Javabosje: Luchtfoto van de intocht van de 56e Vierdaagse. Geheel boven het Keizer Karelplein en het Concertgebouw De Vereeniging; links onderaan: de spoorlijn Nijmegen Venlo. Links een gedeelte van de wijk Bottendaal met links in het midden de Automatic Screw Works (A.S.W.) Apparatenfabriek aan de Dr. Jan Berendsstraat 24. Rechts in het midden de Archipelstraat met daarboven het Javabosje tussen St. Annastraat en Javastraat. 21/7/1972 (Rijkspolitie Dienst Luchtvaart, auteursrechthouder KNBLO-NL via F41699 RAN CC0)

Het Javabosje bevindt zich op het terrein van de tuin van de gezusters Bolsius en een voormalige kwekerij. In de jaren 70 had de gemeente plannen om hier een parkeerplaats aan te leggen. Doordat de buurt in verzet kwam, werden de plannen terug gedraaid. Daarna gebeurde er weinig meer en raakte het gebied in verval: het werd gebruikt als stortplaats en alles groeide dicht. In 1995 riep de gemeente het gebied uit tot groengebied. De grond blijft eigendom van de gemeente, maar de bewoners onderhouden het zelf. Hiervoor komen omwonenden twee keer per jaar bij elkaar.

Grote diversiteit in het Javabosje

oude vijver in Javabosje
De ondiepe, ronde vijver in het Javasbosje (maart 2024)

In het voorjaar (nu maart 2024) zijn er veel krokussen en narcissen te zien. Een ondiepe, ronde vijver herinnert nog aan de tijd dat het gebied een kwekerij was.

In het park hebben bewoners houtwallen aangelegd (zie foto hieronder). Hierin kunnen insecten zich nestelen, waarop vervolgens vogels op afkomen.

Ecologisch waardevolle plek

Samen met de (grote) tuinen van de omliggende huizen en die van de Oude Groenewoudseweg vormt het Javabosje een groene long binnen de wijk Galgenveld. Deze groene long is vooral geschikt voor dieren die dagelijks grotere afstanden kunnen afleggen. Het bosje fungeert daarbij als rust- en overnachtingsplaats. Van daaruit kunnen de dieren zich door de wijk verspreiden. (Ecologische Waarden van de Javabuurt in Nijmegen, 1998)

In 2008 kreeg het de status van Ecologische Wijkpost oftewel Ecologisch Waardevolle plek.

Vogelwaarnemingslijst Javabos (maart 2024
Vogelwaarnemingslijst Javabosje (maart 2024

Bij het informatiebord hangt een lijst van in totaal 33 waargenomen vogelsoorten. Het artikel uit 2013 noemt ook dat er soms een uil of buizerd te zien is.

Ingang Javabosje (maart 2024)
Ingang Javabosje (maart 2024)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.yumpu.com/nl/document/read/20539457/4-2013-de-wijkwebsite-voor-nijmegen-oost

https://www.intonijmegen.com/locaties/1418086823/javabosje

Julianapark en begraafplaats

In het Julianapark staan een aantal prachtige, oude bomen en daarnaast veel moderne beelden. Oorspronkelijk lag hier Fort Kijk in…

Madoerastraat 3 t/m 11, september 2022 (Google Streetview) Ontworpen en uitgevoerd door Bredero's Bouwbedrijf
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Madoerastraat 3 tm 11 Bredero’s Bouwbedrijf

1936 Madoerstraat 3-11 Galgenveld

Madoerastraat 3 t/m 11, september 2022 (Google Streetview) Ontworpen en uitgevoerd door Bredero's Bouwbedrijf
Madoerastraat 3 t/m 11, september 2022 (Google Streetview)
Ontworpen en uitgevoerd door Bredero’s Bouwbedrijf

In februari 1936 besluit de Gemeente Nijmegen om een perceel bouwterrein Hatert, Sectie no 179 aan het Amersfoortse Bredero’s Bouwbedrijf te verkopen. Onder voorwaarde dat voor het einde van het jaar er vijf eengezinswoningen met schuurtjes op dit perceel is gebouwd. Het is ongeveer 1033 cA groot (De Gelderlander 26/2/1936)

Bouwtekening Madoerastraat Bredero's Bouwbedrijf Dossier heet: Bouw van 5 van woonhuizen in afw. plan d.d. 03-03-1936 (07-04-1936)
Dossier heet: Bouw van 5 van woonhuizen in afw. plan d.d. 03-03-1936 (07-04-1936)

Eind februari plaatst Bredero de volgende advertentie:

Advertentie woningen Madoerastraat (PGNC 29/2/1936)
Advertentie Bredeo’s Bouwbedrijf voor woningen Madoerastraat (PGNC 29/2/1936)

Galgenveld

Deze pagina verzamelt de artikelen die reeds over Galgenveld zijn verschenen.

De St. Joannesschool, R.K. Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs, gedateerd 1930 (welke een periode zal weergeven) (F13560 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

BLO scholen Celebesstraat Timorstraat

1931, Timorstraat 5-5a en Celebesstraat 12, Galgenveld, Gemeentelijk monument

De St. Joannesschool, R.K. Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs, gedateerd 1930 (welke een periode zal weergeven) (F13560 RAN)
De St. Joannesschool, R.K. Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs, gedateerd 1930 (welke een periode zal weergeven) (F13560 RAN)

In 1931 vindt de bouw plaats van 2 scholen voor Buitengewoon Lager Onderwijs plaats: 1 katholieke en 1 openbare school. Het ontwerp was van de dienst Gemeentewerken Nijmegen. Waarom 2 scholen in plaats van 1?

Vooraf

De openbare school voor buitengewoon lager onderwijs was gevestigd op de Oude Varkensmarkt, maar voldeed niet meer aan de eisen. De katholieke school was “onlangs” opgericht en had een voorlopige huisvesting in het gebouw van het voormalig gymnasium aan de Kronenburgersingel. B. en W. hadden daarom het plan, om deze scholen in 1 nieuw gebouw onder te brengen, daar dat goedkoper zou zijn dan 2 afzonderlijke gebouwen.

Aan Gemeentewerken was opdracht gegeven plannen te ontwerpen voor twee scholen: een bijzondere (Rooms Katholieke) en een openbare school. Voor gemeenschappelijk gebruik zijn het gymnastieklokaal, lokalen voor handenarbeid en de keuken met bijbehorend leslokaal. Daarnaast is een afzonderlijke afdeling voor geneeskundig onderzoek. De geraamde kosten zijn f182.000,-. “Het was intusschen aanleiding tot hetzelfde onvruchtbare debat, dat steeds in den Raad gevoerd wordt wanneer schoolkwesties aan de orde zijn. Wij willen er dan ook het zwijgen toe doen” (PGNC 19/3/1931). De katholieke school voor B.L.O. valt onder het bestuur van het Zedelijk Lichaam van Vrouwen “In Omnibus Charitas”, de rechtspersoon van de congregatie van Dochters van Maria en Joseph. Deze congregatie zal ook het bestuur van de nieuwe katholieke school gaan vormen.

Twee scholen?

Gevel aan de Timorstraat: Plan voor een Openbare en een Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs a/d Timor- & Celebesstraat te Nijmegen, Gemeentewerken Nijmegen, Januari 1931 (D12.396709)
Gevel aan de Timorstraat: Plan voor een Openbare en een Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs a/d Timor- & Celebesstraat te Nijmegen, Gemeentewerken Nijmegen, Januari 1931 (D12.396709)

Een dag eerder had het PGNC de discussie in de Gemeenteraad van 18-3-1931 discussie over de noodzaak van 2 scholen weergegeven: is 1 openbare school niet voldoende? Bij de discussie tussen de gemeenteraadsleden is een duidelijk verschil tussen de katholieke en niet-katholieke raadsleden.

Voor de niet-katholieken is 1 openbare school eigenlijk voldoende: Wethouder Tissing, een sociaal-democraat,  vindt dat “het beetje godsdienst-onderwijs dat dezen kinderen krijgen, wordt ook op de openbare scholen gegeven”. Daarbij gaat het niet om een groot aantal kinderen, deze zouden ook op de openbare school kunnen gaan. Daarbij spreekt hij over een “sabotage” dat “steeds” door het bijzonder onderwijs is gevoerd. Volgens Van Westreenen (c.h.) worden de zaken grootst aangepakt: zullen ouders bereid zijn hun kinderen naar een bijzondere school te sturen?

Smeets, rooms katholiek, wijst er op dat er elk jaar een groot aantal kinderen is, het gebouw zal zeker niet te groot zijn. Krootjes, eveneens r.k. en de betreffende wethouder, wijst er op dat er momenteel 120 kinderen naar een bijzondere school gaan. “Bij inrichting van een behoorlijk schoolgebouw zal dit aantal nog aanmerkelijk grooter worden”. Het plan is niet te groots opgezet: de openbare school zal 4 klassen tellen, de bijzondere 5 met elk bovendien een bezinkingsklasse. Volgens de regelgeving mogen op dat moment maximaal 18 kinderen in een klas zitten, in de toekomst zal de wet dit aantal verlagen naar 15 kinderen.

De katholieke leden wijzen juist op het extra nodig aandacht te schenken voor goed katholiek onderwijs. Daarbij heerst op een katholieke school een andere sfeer dan een openbare.

Uiteindelijk wordt het voorstel voor 2 scholen zonder hoofdelijke stemming aangenomen.

Het bijzondere van een openbare school

Gevel aan de Celebesstraat: Plan voor een Openbare en een Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs a/d Timor- & Celebesstraat te Nijmegen, Gemeentewerken Nijmegen, Januari 1931 (D12.396711)
Gevel aan de Celebesstraat: Plan voor een Openbare en een Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs a/d Timor- & Celebesstraat te Nijmegen, Gemeentewerken Nijmegen, Januari 1931 (D12.396711)

Feitelijk is het bijzonder dat er een openbare school werd geopend: in de eerste helft van de 20este eeuw worden juist openbare scholen gesloten. Dit onder invloed van de verzuiling, waarbij katholieken en vooral de partij RKSP hun invloed laten gelden. In 1919 zijn er 19 openbare scholen. Veel scholen worden daarna omgezet in een katholieke school: in 1937 zijn er, naast de deze B.L.O, nog slechts 1 openbare U.L.O en 4 openbare lagere scholen over. De openbare B.L.O. is daarbij dus de enige school die in deze periode nieuw wordt gebouwd.

Ontwerp en Aanbesteding

Plan voor een Openbare en een Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs a/d Timor- & Celebesstraat te Nijmegen, Gemeentewerken Nijmegen, Januari 1931 (D12.396712)
Plan voor een Openbare en een Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs a/d Timor- & Celebesstraat te Nijmegen, Gemeentewerken Nijmegen, Januari 1931 (D12.396712)

Het ontwerp van de 2 scholen was afkomstig van Gemeentwerken. Bij de opening worden een aantal personen van Gemeentwerken bij naam genoemd: “den directeur, den heer Blauw, en de staf van medewerkers, van wie in ’t bijzonder de onderdirecteur, de heer Bijlard, en de heer Monshouwer zeker afzonderlijk dienen genoemd te worden.” (De Gelderlander 4/7/1932)

Op 9-6-1931 vindt aanbesteding plaats van de bouw van deze 2 scholen. De firma Th.J. was met f113.822 de laagste inschrijfster en verkrijgt daarop de aanbesteding. (PGNC 19/5/1931 en PGNC 9/6/1931)

Gemeentelijk monument

De voormalige BLO school aan de Timorstraat (december 2024)
De voormalige BLO school aan de Timorstraat (december 2024)

Het gedeelte aan de Timorstraat is sinds 2000 een gemeentelijk monument. Bij de aanwijzing: “Goed voorbeeld van een schoolgebouw uit de jaren ’30, rijk gedetailleerd. Bovenal aan de Timorstraat goed bewaarde gebleven. Deze zijde komt voor bescherming in aanmerking. Verbouwingen en aanbouwsels hebben de oorspronkelijke staat van het gebouw aan de Celebesstraat echter aangetast. De delen aan deze straat komen dan ook niet voor bescherming in aanmerking, met uitzondering van de uitbouw uiterst rechts, waarin onder een torenachtige opbouw een ingangspartij is gesitueerd”

Bronnen

PGNC 18/3/1931

https://resources.huygens.knaw.nl/repertoriumzendingmissie/gids/organisatie/organisatie/2603357794

Algemeen lager onderwijs, Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

De voormalige BLO school aan de Timorstraat, augustus 2023 (Google Streetview)
De voormalige BLO school aan de Timorstraat, augustus 2023 (Google Streetview)

Voormalige Tricotfabriek Muller, Tollensstraat (Google Streetview)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Voorheen Tricotfabriek Muller

Tollenstraat 211 Willemskwartier

Voormalige Tricotfabriek Muller, Tollensstraat (Google Streetview)
Voormalige Tricotfabriek Muller, Tollensstraat (Google Streetview)

Op het moment dat Willem Jan Muller zijn tricotfabriek in Nijmegen begint, is hij ten opzichte van Nederland al vrij laat. Een tricot- of tricotagefabriek wil niets anders zeggen dan ‘breifabriek’, tricotage het franse werkwoord voor breien. Hoewel Willem Jan Muller slechts enkele jaren aan de fabriek verbonden zal zijn, zal de fabriek zelf ongeveer 70 jaar blijven bestaan. Tegenwoordig is de fabriek verbouwd tot appartementen.

De eerste 10 jaar

Advertentie Stoombreierij Beltweg: Het is opvallend zij hier “Stoombreierij” wordt genoemd, terwijl in 1903 vergunning is voor gaskracht (De Gelderlander 8/8/1905, De Gelderlander 10/8/1905).
Advertentie Stoombreierij Beltweg: Het is opvallend zij hier “Stoombreierij” wordt genoemd, terwijl in 1903 vergunning is voor gaskracht (De Gelderlander 8/8/1905, De Gelderlander 10/8/1905).
NaamWanneerPersonenOpmerking
 1902 of 1903Willem Jan Muller Op basis advertentie in 1905 mogelijk Stoombreierij ‘Beltweg’; echter: in 1903 vraagt Muller vergunning voor gaskrachtwerking gedreven inrichting aan
Vennootschap Onder Firma “W. J. Muller en Co”1-8-1904 – 28-12-1909Willem Jan MullerJoseph Bloemen 
Naamlooze Vennootschap “Tricotfabriek voorheen W.J. Muller en Co”22-2-1910; overname 24-2-1910Joseph Bloemen (directeur)H.H.G. Langemeijer  (commissaris) 
1912?Anton Schretlen Jr. (directeur) Vanaf 1912 komt Schretlen als directeur voor; Bloemen vertrekt in 1912 naar Wijchen en zijn rol lijkt dan uitgespeeld

Muller ondertekent op 25 juli 1903 bij de notaris de koop van een stuk landbouwgrond in de gemeente Hatert, Sectie C. 1519.  Hij krijgt op 14 augustus van dat jaar een voorwaardelijke vergunning “tot het oprichten van eene  door een gaskrachtwerking gedreven inrichting voor het maken van tricot-goederen, op het perceel aan den weg naar de mestbergplaats, Hatert, Sectie C. No 1519” (De Gelderlander 21/8/1903).

Vanaf 1922 heet deze weg de Tollensstraat, en vanaf 1904 tot 1922 de Beltweg. Bij de aanvraag werd deze weg omschreven als “gelegen aan den weg, loopende van den Graafschen weg, langs de mestbergplaats der gemeente, naar de St. Annalaan.”  (PGNC 16/7/1903).

Eerste bebouwing (Bestemmingsplan Nijmegen Midden – 9 (Tollensstraat 211)

Het betreft een werkplaats met kantoor. De bouwvergunning werd verleend “aan metselaar Johannes Pouwels, Floraweg 77, ten behoeve van de bouw van een breifabriek voor eigenaar W.J. Muller, van Spaenstraat 35.” (Rob Essers)

Het bord bij het 50-jarig bestaan noemt de datum 1902. De eerste fabriek is gebouwd in 1903, maar het is mogelijk dat Muller al in 1902 begonnen is met zijn bedrijf.

Willem Jan Muller is geboren op 27-10-1866 te Uithuizen en  overleden 21-1-1924 te Nijmegen. Op 17 januari 1898 schrijft Willem Jan Muller (27 oktober 1866, Uithuizen)  zich in Nijmegen in. Hij is dan afkomstig uit Groningen met als beroep ‘reiziger’.

In ieder geval vanaf het moment dat hij samen met Bloemen de V.O.F. heeft opgericht, produceert de fabriek in ieder geval ook kousen. Bloemen is een rooms-katholiek koopman, afkomstig uit Venlo. Zij heffen de V.O.F. eind 1909 weer op, waarbij Bloemen het recht verkrijgt om het bedrijf onder dezelfde naam voort te zetten.

In 1910 richt Bloemen de Naamloze Vennootschap op met Langemeijer. Deze N.V. neemt zowel de fabriek als de hypotheekschuld van de V.O.F. over.

Uitbreiding 1912 (Bestemmingsplan Nijmegen Midden – 9 (Tollensstraat 211)

Een grote uitbreiding vindt plaats in 1912. Dan wordt het gebouw met de drie “sheddaken” (de driehoekjes) gebouwd.

Een bewijs van aandeel is te vinden op Noviomagus.

Voor een uitgebreidere toelichting op deze namen: zie de Bijlage.

Anton Schretlen Jr

(Antonius D.H.M. Schretlen, 24-12-1886)

In 1912 komt Anton Schretlen Jr. voor als directeur. Hij lijkt rond deze tijd de fabriek te hebben overgenomen. Tot nu toe heb ik (RE) nog geen acte gevonden of vanaf welk moment hij exact betrokken is. De eerste (door mij) gevonden melding is op 30-11-1912. Vanaf die tijd komt Anton Schretlen Jr voor als directeur der N.V. Tricotfabriek voorheen W.J. Muller en Co. Het betreft een vergunning tot uitbreiding van de door gaskracht gedreven tricotfabriek.

Bij het overlijdensbericht (De Volkskrant , 19-05-1964) van Schretlen Jr staat dat hij bijna 50 jaar bij de fabriek actief is geweest  als directeur en als president-commissaris van de N.V..

“Eerste steen”

Bij de ‘eerste steen in 1919 staat Anton Schretlen Jr. Aangezien Schretlen op meerdere plaatsen Jr wordt genoemd, is het vrij aannemelijk dat de eerste steen naar hem verwijst. (Hoewel minder waarschijnlijk, is een andere mogelijkheid dat de ‘Jr’ verwijst naar zijn zoontje-Antonius J.D.M. Schretlen (26/1/1914)- die toen 5 jaar was).

Elektriciteit

Op 3-1-1913 krijgt de fabriek vergunning voor het maken van een aanbouw en het plaatsen van een electromotor van 5 P.K. en een electro-motor van ½ P.K. Dit is de (door mij) eerst gevonden melding dat er van elektriciteit gebruik wordt gemaakt in plaats van gas.

Ook op 29 februari 1916 krijgt zij vergunning tot uitbreiding “ van de door electriciteit gedreven inrichting voor het vervaardigen van tricotgoederen” (De Gelderlander 3/3/1916)

Uitbreiding

Antonius Dominicus Henricus Maria Schretlen (directeur der Naamlooze Vennootschap Tricotfabriek Th.W.J. Müller en Co) koopt op 8/5/1916 van Thedorus Faazen (waarvan Muller reeds een stuk grond had gekocht voor zijn fabriek) voor de NV een stuk bouwland aan, “nabij den Beltweg, Hatert, sectie C. 4337. groot honderd elf centiaren”  Daarnaast wordt die dag van de gemeente Nijmegen Hatert C. 4335 gekocht.

Broers

Rond 1917 komen 2 broers van Schretlen Jr. eveneens voor bij de tricotfabriek: Carolus als commissaris van de fabriek, Franciscus als ‘bedrijfsvoerder’.

C.L.A. Schretlen

Carolus Leonardus Antonius Schretlen, bankier wonende te Nijmegen, blijkt uit 2 actes uit 1916 commissaris in de NV te zijn. Carolus L.A.M. Schretlen (23/2/1885),  ‘Commissaris in effecten’, oprichter van  de bank Schretlen & Co

F.A.M. Schretlen

In het Provinciaal verslag staat F.A.M Schretlen in ieder geval voor de jaren 1917 en 1919  als ‘bedrijfsvoerder’. Waarschijnlijk betreft het eveneens zijn broer, Franciscus Antonius Maria Schretlen (18-8-1891, Oestgeest).

Werknemers

In de Provinciale Verslagen eind jaren 10 zijn voor een aantal jaren het aantal medewerkers gevonden.

 Volwassenen Kinderen Totaal
 MVMV 
1914432 3874
1915148 1968
      
1917133 2862
191984611671

Getal arbeiders, Provinciale Verslagen 1914, 1915, 1917, 1919 (1916 is vooralsnog niet gevonden, totalen door RE)

Medewerkers blijken vrijwel uitsluitend uit vrouwen en meisjes te bestaan.

 Vervolgens blijkt het aantal medewerkers in 1915 en 1917 te zijn gedaald. In ieder geval is de Eerste Wereldoorlog een van de redenen:  juli 1917 maakt de fabriek bekend dat het aantal medewerkers zal worden ingekrompen vanwege het gebrek aan garen.

In de loop der jaren verschijnen een aantal advertenties voor personeel. Er is niet gestreefd naar compleetheid.

AdvertentieOmschrijving
De Gelderlander 1/4/1909Fatsoenlijke meisjes, niet beneden 14 jaar
De Gelderlander 22/6/1913bekwame breisters
eenige Leerlingen
De Gelderlander 9/7/1916Aankomende naaisters
De Gelderlander 21/8/1920Meisjes, 14-17 voor Afwerken
Meisjes, 17-20 voor Spoelafdeling
enige huiswerksters
De Gelderlander 31/10/1922Nette meisjes, 16-18 jaar
De Gelderlander 31/5/1926Spoelsters
De Gelderlander 21/4/1928Nette meisjes, circa 16-20 jaar
De Gelderlander 2/7/1929Nette meisjes, 14-17 jaar
De Gelderlander 24/9/1929Nette meisjes, voor atelierwerk
De Gelderlander 24/4/1937Huiswerksters die goed kunnen borduren

Herkomst garen

De berichten over het garentekort maken tevens duidelijk hoe de fabriek haar garen inkocht:

“wegens het niet ontvangen van garens uit Engeland, gedeeltelijk in beslag genomen en gedeeltelijk niet vrijgegeven, alsmede wegens de onmogelijkheid om hier te lande voldoende garens te verkrijgen, de werkdag te beginnen met de volgende week aanmerkelijk zal worden ingekrompen en aan verscheidene leden van het personeel ontslag moet worden gegeven.” (PGNC 13/7/1917)

De Vereeniging van Brei- en Tricot- fabrikanten meldde de dreiging van gebrek aan garens reeds in februari 1916: voor de oorlog werden katoenen garens vrijwel uitsluitend van Duitse spinnerijen betrokken. Nu zijn de bedrijven aangewezen op Nederlandse spinnerijen. Deze hebben echter onvoldoende aanvoer vanuit Oot-Indie. ( PGNC 24/2/1916) Engeland heeft hiervan grote voorraden, maar wil deze niet vrijgeven. (Limburger koerier, 16-07-1917)

De eerste jaren van de fabriek: bij het 12,5 jarig jubileum van directrice Quis

De Gelderlander geeft in haar artikel van 16-4-1920 een beeld hoe de eerste jaren van de fabriek zijn verlopen. De aanleiding is het 12,5 jubileum van mejuffrouw Quis, directrice van de meisjesafdeling:

“In 1912 ontwikkelde deze nijverheid zich in bescheiden bloei in een onaanzienlijk fabriekje. En thans in 1920?

Daar is gekomen een fabrieksgebouw, van ruim driemaal de omvang van dat in 1912; daar werkt thans een vrouwelijk personeel van in de honderd personen en daar worden thans wollen en katoenen goederen vervaardigd, welke èn in keurige afwerking èn in degelijke samenstelling en hoedanigheid volkomen den toets van de buitenlandsche concurrentie kunnen doorstaan.

Fabriceerde men aanvankelijk grove kousen en sokken, thans heeft de directie de nijverheid op veel hooger plan gebracht door de vervaardiging van fijn wollen baby artikelen, jersey’s, shawls, enz.

Met uitbreiding en verbetering deze industrie had de tegenwoordige directie, de heer A. Schretlen, ook oog voor sociale en hygiënische verbeteringen in deze nijverheid.

Ruime werklokalen, waar de weef- en naaimachines snorren, werden gebouwd, nieuwe kantoren ingericht – kortom de nieuwe fabriek werd een modelinrichting, waarover de gezondheidscommissie haar lof uitsprak en waar leiders en personeel, in de beste verstandhouding samenwerken tot bloei van het bedrijf en tot welvaart der geëmployeerden. En dat de verstandhouding tussen leiders en personeel uitstekend is, kwam gisteren duidelijk naar voren bij de herdenking van het twaalf en halfjarig feest der directrice van de meisjesafdeeling, mej. M. Quis.”

Vervolgens gaat het artikel in hoe de feestdag verliep, waarbij A. Schretlen de feestrede deed. Het artikel sluit af met:

“Op deze tak van nijverheid komen wij, wanneer de fabriek met de nieuwste machines is geïnstalleerd, nader terug.

Duitschland, dat zijn machines niet afzendt, houdt ook hier grootere uitbreiding, vollediger bloei, tegen”.  (De Gelderlander 16/4/1920)

Deze mejuffrouw A.M. Quis woonde op Jan van Galenstraat 61 (Adresboeken 1922, 1924, 1926)

Een kijkje in de fabriek 1940

Hoe de fabriek zich tot 1940 heeft ontwikkeld, wordt vervolgens duidelijk wanneer de Gelderander de fabriek bezoekt: “Dezer dagen hadden wij het genoegen eens een kijkje te kunnen nemen in het bedrijf van de N.V. Tricotfabriek v.h. W.J. Muller & Co. aan de Tollensstraat alhier, waar wij door de Directie werden ontvangen, die ons op uitvoerige wijze de fabricage van gebreide bovenkleeding, want ondergoederen worden daar in het geheel niet gemaakt, heeft getoond.

Wij hebben daar gezien het geheel eonstaan dezer tricotartikelen vanaf het ontpakken der balen garens tot de verzending der gereedgekomen goederen. Het is interessant het verloop dezer fabricage, waaraan vele moeilijkheden zijn verbonden, te volgen. Reeds de verschillende soorten naalden, waarmede in de machines gewerkt wordt, zijn een interessant deel der machines, die buitengewoon fijn moeten worden afgesteld, wil men een mooi glad breiwerk zonder fouten bereiken. Dat hierbij de hoedanigheid van de te verwerken garens ’n groote rol speelt, is duidelijk. Daarom worden alleen garens van de beste kwaliteiten gebruikt. Wanneer dan op de machines het garen tot lappen of tricotstof verwerkt is, meestal met zeer mooie jaquarddessins erin, worden deze lappen het confectie-atelier tot goederen verwerkt. De breimachines, vooral de jaquardmachines voor het maken van de dessins, zijn zeer gecompliceerd en fijngevoelig. Deze machines kunnen dan ook alleen bediend worden door zeer handige en oplettende meisjes, die vaak me voldoening op hun product terugzien, vooral, wanneer de smaakvolle kleurschakeeringen zich bij het uitnemen der stukken uit de machine, toonen.

Na nauwkeurige contrôle wat gewicht, lengte, breedte, breiwerk, etc. etc. betreft, worden deze lappen dan naar het confectie-atelier overgebracht, waar een uitgebreide staf van knipsters, naaisters, borduursters, afwerksters het product verder afwerken en pasklaar maken.

Door middel van de meest moderne naaimachines, waarbij veel handwerk beoefend wordt, komt het artikel gereed. Vooral het in verschillende fijne tinten mooi uitgevoerde handborduurwerk eischt de grootste zorg en leiding, terwijl tevens aan een prima pasvorm de grootst mogelijke accuratesse wordt gegeven.

Dit alles eischt vooral vakkundig personeel, dat door bekwame leiding op het atelier hiervoor wordt opgeleid.

Handige meisjes vinden dan ook hier met aangenaam en echt vrouwelijk werk een broodwinning. Verder krijgen zij, die met animo dit werk verrichten voor hun verdere leven groote routine in het afwerken, borduren en opmaken van kleedingstukken, iets wat menig huisvrouw hun zal benijden.

Ten slotte passeert elk stuk een dubbele controle naar maat, afwerking, pasvorm etc. om dan via de expeditieafdeelng uitsluitend zijn weg naar den handel te vinden.

Het fabricaat bestaat alleen uit gebreide bovenkleeding als kinderpakjes en jurkjes, truien, slobpakjes en pullovers met bijpassende sportkousen voor jongens en heeren en slipovers voor dames, jumpers en vesten, alles in de meest smaakvolle modellen, modernste tinten en kleurcombinaties. Wj zagen hier de prachtigste proeven van deze speciale njverheid.

De werkzaamheden worden verricht onder deskundige leiding in goed verlichte en luchtige ruimten. Het geheel ademt orde en netheid.

We hebben hier een specifieke nijverheid, welke in Nijmegen ook een deel van de welvaart draagt, maar tegelijk bij onze jonge meisjes goeden, fijnen zin voor kunstnijverheid en prachtvol werk bijbrengt.”  (De Gelderlander 10/2/1940)

Na de Tweede Oorlog

De Gelderlander 9/7/1955: Naast eigen personeelsadvertenties verschijnen er in 1855 ook advertenties van de “Gezamelijke Nijmeegse Textielverwerkende Industrieën”
De Gelderlander 9/7/1955: Naast eigen personeelsadvertenties verschijnen er in 1855 ook advertenties van de “Gezamelijke Nijmeegse Textielverwerkende Industrieën”

Na de Tweeede Oorlog verschijnen in eind jaren 40 en jaren 50 nog een aantal personeelsadvertenties. Een interessant artikel met een aantal interviews met oud-medewerkers staat in ‘Hart van de Wijk’, blz 28-29.

In de jaren 70 wordt het bedrijf overgenomen door Dombo, welke in 1983 failliet gaat. Daarna zat tot 2011 de sportschool Noviomagum in het pand. In 2013 is het pand verbouwd tot appartementen.

Voormalige Tricotagefabriek Muller Tollensstraat 211, augustus 2023 (Google Streetview) Willemskwartier
Voormalige Tricotagefabriek Muller Tollensstraat 211, augustus 2023 (Google Streetview)

Bijlage

Willem Jan Muller

Willem Jan Muller is geboren op 27-10-1866 te Uithuizen. Zijn vader is Rudolph Johannes Petrus Muller, geneesheer en zijn moeder Helena Elisabeth Sormani.

Hij woont dan in bij Johannes Hubertus Reijnen, winkelier in manufacturen, Broerstraat A (doorgehaald) 5. Als aanmerking ‘Naar A2 blz 214’ (Dit is Gerard Noodstraat 38)

Het adres is dan Gerard Noodstraat 38. Als beroep staat ‘Handelsreiziger’. Als aanmerking staat ‘van A12, blz 259’.

Op 30 juni 1898 schrijft Elisabeth Elerie zich in in de gemeente Nijmegen op dit adres, afkomstig uit Usquert, waar ze geboren is op 2 juli 1871. Beiden zijn RC (Rooms-katholiek)

In het Bevolkingsregister van 1900 staat het adres Gerard Noodtstraat 38 doorgehaald en vervangen door Van Spaenstraat 35 (A-21-125). Zijn beroep Handelsreiziger is doorgehaald en vervangen door -agent.

In het Bevolkingsregister van 1910 staat Muller als Handelsagent. Het adres Van Spaenstraat 35 is doorgehaald en vervangen door 1/1 21 St Annastraat 95. https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=11-1&index=6&imgid=2311796081&id=2311796079

  • Helena Josephina Johanna Frederica Muller, geboren op 14 maart 1899 te Nijmegen staat hij vermeld als 32 jaar oud, handelsagent van beroep https://www.openarch.nl/gld:BAE6CF52-6830-4C5A-BDC6-03A48FEBE636
  • Bij geboorte Rudolphus Johannes Petrus Josephus Muller, geboren op 15 november 1904 te Nijmegen, dan 38 jaar oud, koopman van beroep
  • Bij de geboorte van Johanna Margaretha Berendina Josephina Muller, geboren op 20 mei 1907 te Nijmegen staat hij als Willem Jan Muller, 40 jaar oud, koopman van beroep (moeder Elizabeth Elierie, zonder beroep) https://www.openarch.nl/gld:4E8FE5AA-E39D-4861-85AC-E44EF28B119C
  • Bij overlijden Rudolphus Johannes Petrus Josephus Muller, 4 jaar oud, zonder beroep op 17 november 1908: fabrikant van beroep
  • Bij overlijden Johanna Maria Josepha Muller, 3 jaar oud, zonder beroep op 27 december 1914: fabrikant van beroep
  • Bij zijn overlijdensopgave bij de gemeente, overleden op 21 januari 1924, 57 jaar, overleden te Nijmegen: handelsagent

Vennootschap onder firma W.J. Muller en co

Op 1-8-1904 richten Muller en Bloemen de Vennootschap Onder Firma “W. J. Muller en Co” op. In ieder geval blijkt het vanaf dat moment een kousenfabriek.

Op 28-12-1909 vindt de ontbinding plaats van de Vennootschap onder firma W.J. Muller en Co. Bloemen houdt daarbij het recht de firma onder dezelfde naam voort te zetten (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2434763912)

Joseph Bloemen

Joseph Jean Vincent Hubert Bloemen (Venlo 27 september 1860 – Wijchen 17 januari 1936) 

is een koopman afkomstig uit Venlo. Wanneer hij zich op 16 december 1904 vanuit Venlo zich in Nijmegen vestigt, staat er als beroep “fabrikant in kousen”. Zijn adres is Berg en Dalscheweg 139, op een later tijdstip vervangen door Graafseweg 66. Bij “B24-28” is de 28 doorgehaald en vervangen door 229 (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2311770570).

Zie voor Bloemen en de Graafseweg 66:

https://www.noviomagus.nl/Gevels/Gevelstenen/Graafseweg66/Graafseweg66.html

Naamlooze Vennootschap ‘Tricotfabriek voorheen W.J. Muller en co’

Op 22 februari 1910 is de Naamloze Vennootschap ‘Tricotfabriek voorheen W.J. Muller en co’ opgericht. Hiervan is J. Bloemen directeur en H.H.G. Langemeijer  (Hermanus Hendrickus Gerardus Langemeijer) commissaris. Van het kapitaal van f100.000,- is f25.000,- geplaatst. Het doel is het ‘behalen van winst, door het koopen, verwerken en verhandelen van wollen garens en der daaruit vervaardigde fabrikaten in den meest uitgebreiden zin.’

Bloemen verkoopt de fabriek aan deze NV op 24-2-1910. Hij handelt daarbij voor zichzelf en als lasthebber van Muller.  Deze NV neemt tevens de schuld over die de VOF bij de Waalsche Bank Kneppers en Cie had.

https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=9-1&index=3&imgid=2469565812&id=2434765353 Op 3 september 1912 vertrekt Bloemen naar Wijchen. Hij heeft daar in ieder geval in 1922 met zijn zoon een kousenfabriek. Wanneer hij deze is gestart, heb ik (RE) nog niet kunnen achterhalen.

H.H.G. Langemeijer

Hermanus Hendericus Gerhardus Langemeijer

H.H. G Langemeijer is geboren op 23-10-1856 te Leeuwarden. Hij is rooms-katholiek en ‘zonder beroep’. Hij vestigt zich op 30-9-1907 in Nijmegen op St Annastraat 36 en is dan afkomstig van Bemmel.

Via erfenis/overdracht is Langemeijer in 1881 samen met zijn zwager enig eigenaren geworden van de winkel Gebroeders Langemeijer in Leeuwarden. Ooit begonnen als manufacturen, verkoopt de winkel ook meubels, tapijten, gordijnen, behangsel en bedden. In 1897 stoppen zij met de manufacturenhandel om zich te richten op meubels. In 1902 wordt met de firma gestopt.

Hij woont volgens de adresboeken van 1908 t/m 1912-1913 op St Annastraat 36. Daarna is hij verhuisd naar Slichtenhorststraat 120 (adresboeken 1914 t/m 1916).

Op 23 juni 1917 verhuist  hij naar Leeuwarden. Op 24 september 1927 overlijdt hij te Tilburg.

Antonius Dominicus Henricus Maria Schretlen

Antonius Dominicus Henricus Maria Schretlen is geboren op 24-12-1886 in Oestgeest en overleden op 15-5-1964 te Nijmegen. Zijn vader was Antonius D.D. Schretlen (11/7/1847), “zonder beroep” bij vestiging in Nijmegen https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=15-1&index=3&imgid=2311630767&id=2311630765

Overigens: In Nijmegen kennen wij zijn grootvader D.A. Schretlen vooral van de gasfabriek. Het van oorsprong Leidse bedrijf was aanvankelijk opgezet om machines voor textielfabrieken te maken, hoewel zij daarmee weinig succes had.

Antionius D. H.M. Schretlen verhuist op 11-8-1898 met zijn ouders vanuit Leiden naar Nijmegen, Berg en Dalscheweg 56 (later vervangen door 158). Op 5-3-1907 vertrekt hij naar Rotterdam.

Op 28-3-1907 staat hij ingeschreven in Rotterdam (Boomjes 38 is gew 38e bij Kuipers) (https://stadsarchief.rotterdam.nl/zoeken/resultaten/?mistart=100&mivast=184&mizig=100&miadt=184&miamount=20&milang=nl&misort=an%7Casc&miview=tbl&mizk_alle=Antonius%20Schretlen%20&miaet=1 ) met als beroep ‘kantoorbediende’. Op 10-11-1909 vertrekt hij weer naar ‘ambtsh. contr. Nijmegen).

Hij vestigt zich op 8-4-1911 weer in Nijmegen, Van Schevichavenstraat 13. Als beroep staat ‘fabrikant’ aangegeven. Hij is dan afkomstig uit Bremen, na aanvankelijk weer bij zijn ouders te hebben gewoond (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=0-1&index=23&imgid=2311769324&id=2311769322). Hij verhuist naar Hersteeg? 130. Daarvoor staat 1/1 ’21: de datum van verhuizing?  Als aanmerking ‘Van A49-150’ (Bevolkingsregister 1910).

Zijn vrouw, Isabella J.M. de Groot (27/3/1887), getrouwd op 10-4-1913 en vestigt dan zich in Nijmegen. Ze is dan afkomstig uit Rotterdam (waar ze ook getrouwd zijn) en waar geboren is.

Bij het overlijdensbericht (De Volkskrant , 19-05-1964) van Schretlen Jr staat dat hij bijna 50 jaar bij de fabriek actief is geweest  als directeur en als president-commissaris van de N.V..

De Volkskrant , 19-05-1964

Carolus L.A.M. Schretlen

Carolus L.A.M. Schretlen (23/2/1885) of Karel,  ‘Commissaris in effecten’, oprichter van de effeccten bemiddeling Schretlen & Co.. Het is vooralsnog onduidelijk of de bank betrokken is bij de tricotfabriek, of dat de Schretlen-familieleden (ook F.A.M. blijkt een rol te spelen) als individueel persoon betrokken waren bij de fabriek. Het is opvallend dat “Maria” niet staat vermeld, terwijl Carolus in (vrijwel) alle door mij gevonden) actes “Maria” wel gebruikt. Hij woont vanaf 1915 weer in Nijmegen https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=5-1&index=0&imgid=2311803651&id=2311803649 )? https://studiezaal.nijmegen.nl/zoeken/groep=Personen%20en%20locaties/Vrij_zoeken=Carolus%20Schretlen/f_filterNTSoort=Bevolkingsregister/f_filterCollectie=Personen%20en%20locaties/pagina=1/aantalpp=20/?nav_id=2-0

In de adresboeken van Hilversum 1913 en 1915 komen een aantal variaties voor ten aanzien van Graaf Florislaan 22: C.L.A., K.L.M,  C.L.A.M. (In 1915 komt ook broer F.A.M. op dit adres voor)

F.A.M. Schretlen

In het Provinciaal verslag staat F.A.M Schretlen in ieder geval voor de jaren 1917 en 1919 ‘bedrijfsvoerder’ te zijn. Waarschijnlijk betreft het eveneens zijn broer, Franciscus Antonius Maria Schretlen (18-8-1891, Oestgeest).

In het Adresboek van Hilversum van 1915 heeft hij hetzelfde adres als Carolus (Graaf Florispad 22). In 1924 komt hij voor in het Adresboek Nijmegen op Hazenkampscheweg 122.

Bronnen

Bevolkingsregister 1890

(https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=26-1&index=5&imgid=2311850758&id=2311850756 )

https://www.openarch.nl/ran:DF3C4524-806A-4958-BB6C-DC33C2A6A2A5

https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2311800605

https://www.openarch.nl/rat:0545d170-3863-11e0-bcd1-8edf61960649

(https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=3-1&index=43&imgid=2325788138&id=2284558825

https://www.wiewaswie.nl/nl/detail/7648644

Overlijdensverklaring Willem Jan Mulder:

Adresboeken

1908, 1909, 1910-1911, 1912-1913, 1914, 1915, 1916, 1922, 1924, 1926

De Gelderlander

25-1-1908, 23-1-1916, 16-4-1920

Leeuwarder courant, 03-06-1881

Nederlandsche staatscourant , 09-03-1910

De nieuwe courant,     09-03-1910:  https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=tricotfabriek+muller&coll=ddd&sortfield=date&page=3&identifier=MMKB15:000782114:mpeg21:a00024&resultsidentifier=MMKB15:000782114:mpeg21:a00024&rowid=8

Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant (PGNC)

13-3-1910, 30-11-1912, 6-1-1913, 03-03-1916, 13-7-1917

De Volkskrant , 19-05-1964

Provinciale Verslagen:

Provinciale Verslagen 1914 (927 p.) pagina 558 / 559:

Provinciale Verslagen 1915 (863 p.) pagina 564 / 565:

 1917 (961 p.) pagina 466 / 467:

Provinciale Verslagen 1919 editie 1: Verslag van den toestand der Provincie Gelderland gedaan aan de Provinciale Staten van dat gewest door de Gedeputeerde Staten in de Zomerzitting van het jaar 1920 (653 p.) pagina 554 / 555:

Adresboeken Hilversum

https://nl.wikipedia.org/wiki/Schretlen_%26_Co

https://gaypnt.home.xs4all.nl/straatnamen/T.html

Bestemmingsplan Nijmegen Midden – 9 (Tollensstraat 211) http://docplayer.nl/44143574-Nijmegen-midden-9-tollensstraat-211.html)

https://www.planviewer.nl/imro/files/NL.IMRO.0268.BP2009-VG01/t_NL.IMRO.0268.BP2009-VG01.html

http://www.willemskwartiernijmegen.nl/drupal/node/712

http://archieven.rmo.nl/uploads/r/null/8/d/8db02b57304391449dee2270af1826644bcee5e5be200380a6046d5fb8c6e1a9/172.pdf

https://www.noviomagus.nl/Gevels/Gevelstenen/Graafseweg66/Graafseweg66.html

“Gebrs. Langemeijer, Leeuwarden“, Sake Meindersma, 2021 https://docplayer.nl/223029455-Gebrs-langemeijer-leeuwarden.html

“De Leidse fabriekskinderen: Kinderarbeid, industrialisatie en samenleving in een Hollandse stad, 1800-1914”, proefschrift Cornelis Bernardus Antonius Smit, 2014 https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/297585

“Nieuw Nijmegen: 1870 – 1970”, Prof. Dr. Joh. de Vries, 1969

Maertens fabriek Bottendaal tegel Zutphen, maart 2024
#Nijmegen, Kunstwerken

Tegeltableau’s Maertens Tricotagefabriek

Cortenaerpad 1 Bottendaal

Maertens fabriek Bottendaal tegel Amsterdam 20240301
Maertens fabriek tegel Amsterdam, maart 2024

Op de sporthal van Bottendaal zijn 4 van 6 tegels geplaatst die voorheen de gevel van de gesloopte Maertens Tricotagefabriek hebben gesierd, die hier tot 1982 heeft gestaan.

De opening van de sporthal was op 15/4/1985, waarbij wethouder Anton Aelberts tevens het begeleidende bord onthulde, zie F22182.

Meulenberg Parapluiefabriek

De tegels zijn echter oorspronkelijk geplaatst door de eerste eigenaar van de fabriek: Paraplufabriek E. Meulenberg & Zonen (of mogelijk, wanneer deze tegels ná haar faillisement in 1924 zijn aangebracht ‘Nijmeegsche Paraplufabriek, voorheen Koninklijke Paraplufabriek, E. Meulenberg & Zonen’).

De bouw van Meulenberg Parapluiefabriek

Rond november 1912 heeft de Kon. Parapluiefabriek E. Meulenberg en Zonen “naar wij vernemen” 4000m² grond aan de Ruijterstraat aangekocht. Hier zal een nieuwe fabriek komen, die plaats aan 200 werklieden zal bieden. Op de “oude” fabriek werken ongeveer 100 werklieden. (PGNC 6/11/1912). Deze oude fabriek stond op de Van Berchenstraat.

Oprichting

Op 21-3-1913 krijgt zij vergunning tot het “oprichten van eene door elektriciteit gedreven parapluiefabriek op het perceel aan de De Ruijterstraat, kadastraal bekend Hatert, sectie C. no. 1713” (PGNC 22/3/1913), Architect B.Th. Kraaijvanger besteedt rond 1-4-1913 (“heden”) het bouwen van een Parapluie-fabriek aan met kantoor en woning en woning aan de Ruijterstraat alhier voor de Koninklijke Parapluie-Fabriek E. Meulenberg & Zonen. W. v.d. Wagt Jr. verkrijgt de gunning op basis van de laagste inschrijving, f99.341,- (PGNC 1-4-1913). Wanneer de fabriek in mei 1914 bijna opengaat, organiseert de fabriek en uitstapje naar Kleef (PGNC 13/5/1914). Deze fabriek werd in 1914 in gebruik genomen.

Bernardus Theodorus Kraaijvanger

Bernardus Theodorus Kraaijvanger was tevens architect van de verbouwing van de vestiging in de Lange Hezelstraat van 1892, waar Meulenberg dan toe had gezeten (bijschrift foto F34035 RAN). Net als op de fabriek zijn op de gevel de wapenschilden te zien van de plaatsen waar Meulenberg een winkel had.

Tegeltableau van de Goudsche Plateelbakkerij, geschonken door het personeel ter gelegenheid van het gouden jubileum van de 'Koninklijke Parapluiefabriek E. Meulenberg & Zonen' (sedert 1924 'NV Nijmeegsche Parapluiefabriek'), ingemetseld in de muur van het trappenhuis bij de ingang, 16/9/1925 De Ruyterstraat 53-55 F64753 RAN
Tegeltableau van de Goudsche Plateelbakkerij, geschonken door het personeel ter gelegenheid van het gouden jubileum van de ‘Koninklijke Parapluiefabriek E. Meulenberg & Zonen’ (sedert 1924 ‘NV Nijmeegsche Parapluiefabriek’), ingemetseld in de muur van het trappenhuis bij de ingang, 16/9/1925 (F64753 RAN)
Detail tegeltableau

In PGNC 4/11/1914 staat een vergunningaanvraag voor uitbreiding van de fabriek.

Bij het overlijden van 1 van de 2 broers, J.E. Meulenberg, schrijft het PGNC in 1919 dat de fabriek “welke speciaal voor den export naar Indië in bedrijf is gebracht.” L. Meulenberg was in juni 1919 al overleden. (PGNC 10/6/1919)

De tegels

Het oude adres van de fabriek was De Ruyterstraat 53-57, dat van de huidige sporthal Cortenaerpad 1. Van 5 van de 6 tegels is het wapen helder, daar het de plaatsen betreft waar Meulenberg een winkel had: Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Nijmegen en ‘s-Hertogenbosch.

De toewijzing van het 6e tableau met de gouden leeuw op blauw veld is echter tot nu toe niet duidelijk. Op Noviomagus worden Zutphen en Leeuwarden geopperd. Of heeft het te maken met de Gelderse of Nederlandse Leeuw, of het wapenschild van Nassau, waarbij een oude versie is gebruikt of een aanpassing is gedaan?

Oorspronkelijk vlnrHuidige volgorde
AmsterdamAmsterdam
Den HaagZuthpen of Leeuwarden?
RotterdamRotterdam
Nijmegen<Nijmegen: onbekend>
‘s-Hertogenbosch<‘s-Hertogenbosch te zien in de sporthal>
Zutphen of Leeuwarden?Den Haag
Maertens fabriek Bottendaal tegel Zutphen, maart 2024
Maertens fabriek tegel Zutphen of Leeuwarden?, maart 2024
Maertens fabriek Bottendaal tegel Rotterdam 20240301
Maertens fabriek tegel Rotterdam, maart 2024
Maertens fabriek Bottendaal tegel Den Haag 20240301
Maertens fabriek tegel Den Haag, maart 2024

In 1931 vraagt de fabriek surseance van betaling aan, waarna het na een jaar uiteindelijk failliet gaat. De winkels zijn buiten het faillisement gebleven. De broers Meuleman proberen in 1933 in de Thijmstraat, zonder succes, een nieuwe fabriek van de grond te krijgen.

In 1932 is het gebouw een overdekte tennishal.

Femina Schoenfabriek

In 1933 opent de “Femina” Schoenfabriek N.V., waarvan S.M. Lankhout directeur is. “De fabriek specialiseert zich in hoofdzaak tot het vervaardigen van luxe dames-schoeisel, waaraan door de bestaande contigenteering grootte behoefte bestaat. Het is daarom van de directie goed gezien, een dergelijke industrie in het leven te roepen, die in staat is buitenlandsch product door Nederlandsch fabricaat te vervangen (De Gelderlander 31/8/1933).

Leger en Nijmeegs Algemeen Hulpcomité

In 1938 komt Tweede Bataljon van het 11e regiment van het Nederlands Leger in het pand. Daarbij verwacht het leger dat het bataljon hier een jaar gelegerd zal zijn: het wachten is op het moment dat het 15e Reg. In. rond maart 1939 naar Grave vertrekt, zodat het bataljon haar plaats in de Snijderskazerne kan innemen. “Het zal voor de beowners… waar zich anders weinig of geen militairen vertoonden, een welkome afwisseling zijn”. (PGNC 21/3/1938)

In 1945 gebruikt het ‘Nijmeegs Algemeen Hulpcomité’ het gebouw als magazijn. Deze organisatie hield zich bezig met de inzameling en uitgifte van hulpgoederen voor de bevolking van Nijmegen.

Maertens Tricotagefabriek

Maertens Tricotage en Confectiefabriek N.V. (anno 1913) ; het pand is afgebroken en op deze plek staat tegenwoordig de Sportzaal Bottendaal (adres Cortenaerpad 1) ; de tegeltableaus zijn in 1985 overgebracht naar de nieuwe sportzaal, 1971 (Evert F. van der Grinten via F78882 RAN CCBYSA) De Ruyterstraat 53 - 55 - 57
Maertens Tricotage en Confectiefabriek N.V. (anno 1913) ; het pand is afgebroken en op deze plek staat tegenwoordig de Sportzaal Bottendaal (adres Cortenaerpad 1) ; de tegeltableaus zijn in 1985 overgebracht naar de nieuwe sportzaal, 1971 (Evert F. van der Grinten via F78882 RAN CCBYSA)

Vanaf 1949 betrok Maertens het op dat moment leegstaande fabrieksgebouw. Het is momenteel nog niet helder tot hoe lang: op Noviomagus wordt zowel 1979 genoemd als dat het bedrijf zich in 1962 in Grave ging vestigen. Op basis van een aanvraag voor een hinderwetvergunning voor een chloorbleekloog- en waterstofperoxydetank blijkt het bedrijf in ieder geval in 1972 in Grave gevestigd te zijn (waarbij mogelijk de fabriek in Nijmegen nog een aantal jaren heeft doorgedraaid?)

Na een periode van leegstand besloot de gemeente in 1982 het gebouw te slopen en een sporthal te bouwen

Bronnen en verder lezen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Paraplufabriek_E.Meulenberg%26_Zonen

https://www.noviomagus.nl/gevbedr36.htm

De uit de Waalhaven gebaggerde Ankers in de Waalhaven verwerkt door Arild Veld, 0p de foto zijn 7 van 8 ankers te zien
#Nijmegen, Kunstwerken

Ankers in zicht, Waalhaven Arild Veld

2017 Waalhaven Biezen

De uit de Waalhaven gebaggerde Ankers in de Waalhaven verwerkt door Arild Veld, 0p de foto zijn 7 van 8 ankers te zien
De uit de Waalhaven gebaggerde Ankers in de Waalhaven verwerkt door Arild Veld, 0p de foto zijn 7 van 8 ankers te zien

Op het moment dat bekend wordt dat de Waalhaven zal worden uitgebaggerd, krijgt de vereniging van woonschipbewoners Nieuw Nijmeegs Peil het idee om van de opgebaggerde ankers een kunstwerk te maken, als herinnering aan het nautisch verleden. Arild Veld zal daarvoor het kunstwerk Ankers in Zicht maken, welke in 2017 wordt geplaatst.

Toen rond 2012 bekend werd dat de Waalhaven na 40 jaar opnieuw zou worden uitgebaggerd, kwam bij de leden van vereniging van woonschipbewoners Nieuw Nijmeegs Peil 1 vraag: hoeveel scheepsankers zouden er boven water komen? “Immers, ieder van ons heeft in de loop der jaren wel eens een anker verspeeld. En vast is dat ook gebeurd toen er in de haven nog schepen van de binnenvaart werden gelost en geladen”. Daarbij wisten oudere binnenvaartschippers te vertellen dat 40 jaar geleden alleen het midden was uitgediept met een zuiger. Nu zou de hele haven worden aangepakt. En naast zuigen, zal er worden gehapt en geschept.

Vastleggen nautisch verleden van de Waalhaven

Nog voor er gebaggerd was, kreeg de vereniging het idee om van de gevonden ankers een kunstwerk te laten maken: “Elk anker heeft een verhaal, een verhaal dat iets vertelt over het nautische verleden van de Waalhaven, van Nijmegen. Hoe kunnen we de scheepankers –eenmaal uit het slib boven water gekomen- hun verhaal laten vertellen?

Wij stellen ons een ankerobject voor, vormgegeven door het volledig aantal gevonden ankers in samenspraak met Nijmeegse kunstenaars, en als baken van Nijmeegs nautische erfgoed gesitueerd in de directe omgeving van de Waalhaven.” Daarbij heeft de vereniging het idee om een prijsvraag uit te schrijven. (Scheepsankers in de Waalhaven van Nijmegen).

11 ankers

Na de baggerwerkzaamheden bleken 11 ankers boven water te zijn gekomen. (13 inzenders hadden het goede antwoord). In maart 2013 wil de vereniging meedingen naar de kunstprijsvraag voor het Waalfront van de gemeente Nijmegen. Daarvoor wordt de kunstenaar Arild Veld aangezocht,

Van ontwerp naar realisatie

Op 23 april 2023 staat een foto van Arild Veld met een aantal ankers. Ook is op de post van die datum zijn ontwerp te zien, welke wel afwijkt van het uiteindelijke resultaat: ze lijken wat schuiner te staan dan nu het geval is en de ketting loopt in een boog in plaats van verticaal rond een stang. In juni 2013 selecteert de gemeente het betreffende voorstel.

In 2014 plaatst de Facebookgroep foto’s van Veld die met het kunstwerk aan het werk is. Uiteindelijk blijken er 8 ankers te worden gebruikt. In april 2015 blijkt het kunstwerk klaar te zijn: er moet nu de juiste plek gekozen worden. Op 12 januari wordt het kunstwerk geplaatst.

“Elk anker balanceert schuin op een eigen fundering, als het ware verstild op
het moment waarop het te water is gelaten en de grond raakt. Elk anker heeft een eigen verhaal, vorm en maat.” (Omarmen, 2017-2019 Kunst in de Openbare Ruimte, Gemeente Nijmegen)

Locatie

Daarna duurde het een tijd voordat de gemeente akkoord ging met de locatie. Aanvankelijk was het oog van Nieuw Nijmeegs Peil gevallen op de waterkering tussen de haven en het Waalheavecomplex (de “zwarte” appartementen). Dit vond Rijkswaterstaat echter geen goed idee. Voor het alternatief de ankers op hun eigen betonnen sokkel – hiermee bedoelt website Nijmegen Oost waarschijnlijk tevens de nieuwe, huidige locatie- moest een constructie toetsing door een ingenieursbureau worden uitgevoerd, zoals windbelasting, stabiliteit, laswerk. Na dit rapport kon op 24 april de Kunstcommissie van de gemeente goedkeuring geven.

Bronnen en verder lezen

https://www.facebook.com/profile.php?id=100069363649504: De site wordt helaas niet meer bijgehouden en de oude links werken meestal niet meer. Het is echter nog steeds een mooie pagina over de Waalhaven.

http://www.arildveld.nl/ankers-in-zicht.html De site van Arild Veld, met foto’s van Ankers in zicht

Het ankerkunstwerk komt eraan! https://nijmegen-oost.nl/berichten/het-ankerkunstwerk-komt-eraan Nijmegen-Oost.nl, 9 mei 2014

De voorgevels van de beide panden van Bahlmann & Co., Manufactuur & Modeartikelen aan de Grote Markt, 1915-1920 (F13420 RAN)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Grote Markt

Bahlmann Grote Markt

De voorgevels van de beide panden van Bahlmann & Co., Manufactuur & Modeartikelen aan de Grote Markt, 1915-1920 (F13420 RAN)
De voorgevels van de beide panden van Bahlmann & Co., Manufactuur & Modeartikelen aan de Grote Markt, 1915-1920 (F13420 RAN)

Vestiging Bahlmann op de Grote Markt in 1838

Openingsadvertentie Bahlmann (PGNC 29/5/1838)
Openingsadvertentie Bahlmann (PGNC 29/5/1838)

In 1838/1839 opent Bahlmann & Co. haar filiaal in manufacturen in Nijmegen aan de Grote Markt (“in de Burgstraat, Lett. A, No.4). Voorheen zat hier Manufacturenhandel Auwerda. (PGNC 29/5/1838)

Het pand gaat als “Roode Hert” in ieder geval terug in de tijd van Alva. In 1908 heeft C.A. Neyboer de geschiedenis gepubliceerd  (De Gelderlander 4/7/1908) en De Gelderlander 10/7/1908).

Advertentie Magazijn van Modes en Manufacturen (PGNC 26/10/1839) De jaren daarna zullen nog veel advertenties volgen dat de nieuwe collectie is ontvangen, uit Parijs natuurlijk
Advertentie Magazijn van Modes en Manufacturen (PGNC 26/10/1839) De jaren daarna zullen nog veel advertenties volgen dat de nieuwe collectie is ontvangen, uit Parijs natuurlijk

In 1860 volgt een uitbreiding en in 1864 eveneens: eerst door het pand van Amweg in 1860 en vervolgens vier jaar later de boekdrukkerswinkel van Haspels bij te trekken. Ook hier heeft Neyboer de uitgebreide voorgeschiedenis van geschreven.

Op 1 januari 1843 was de firma Bahlmann en Co opgericht tussen Bernardus Johannes Josephus Franciscus Bahlmann te Amsterdam en zijn zwager, Johannes Bernardus Ignatius Bunker (meestal als Ignatius geschreven) te Arnhem, Kooplieden en Winkeliers in Manufacturen.  Deze firma werd op 31 december 1862 ontbonden door Bahlmann en M.C.E.R. Bahlmann, de weduwe van J. Bunker (PGNC 31/12/1862). Bahlmann zal alleen verder gaan; een uitzondering is de winkel van Arnhem die door de weduwe zal worden voortgezet (PGNC 31/12/1862).

Bernardus Bahlmann

Portret van de familie Bahlmann door de Rotterdamse schilder Johannes Antonius Canta (1816-1888), gemaakt voor hun woning 'Het Geldersch Hof'. Afgebeeld zijn rechts zittend: Bernardus Johannes Josephus Franciscus Bahlmann (12-9-1800 - 28-4-1882) en zijn vrouw Maria Agnes Elizabeth Bahlmann - Biederlack (2-12-1811 - 1869) en o.a. hun zeven kinderen (drie dochters en vier zonen). In 1954 schonk mevrouw Sträter uit Tilburg dit grote familieportret aan de gemeente Nijmegen. Het heeft achtereenvolgens in het stadhuis en in het Arsenaal gehangen; tegenwoordig is het te bezichtigen in museum 'Het Valkhof', 1861 (F22063 RAN)
Portret van de familie Bahlmann door de Rotterdamse schilder Johannes Antonius Canta (1816-1888), gemaakt voor hun woning ‘Het Geldersch Hof’. Afgebeeld zijn rechts zittend: Bernardus Johannes Josephus Franciscus Bahlmann (12-9-1800 – 28-4-1882) en zijn vrouw Maria Agnes Elizabeth Bahlmann – Biederlack (2-12-1811 – 1869) en o.a. hun zeven kinderen (drie dochters en vier zonen). In 1954 schonk mevrouw Sträter uit Tilburg dit grote familieportret aan de gemeente Nijmegen. Het heeft achtereenvolgens in het stadhuis en in het Arsenaal gehangen; tegenwoordig is het te bezichtigen in museum ‘Het Valkhof’, 1861 (F22063 RAN)

Bernardus Johannes Josephus Franciscus Bahlmann (1800-1882) is geboren in rooms-katholiek gezin in Dinklage, tussen Oldenburg en Osnabrück (Bevolkingsregister Amsterdam. Hij komt in 1821 vanuit Dinklage naar Amsterdam, waar hij een stoffenwinkel aan de Nieuwendijk begint.

Aan dezelfde Nieuwendijk opent Anton Sinkel -die in 1820 naar Amsterdam was gekomen- op 22 april 1822 aan de Nieuwendijk een winkel in wol en katoenen- en zijden manufacturen. Bahlmann entte zijn winkel onder andere op dat van de Winkel van Sinkel, vooral bekend geworden van haar pand in Utrecht. Beide winkels worden gezien als welke het warenhuis naar Nederland hebben gebracht.

Winkel van Sinkel, het eerste warenhuis van Nederland

De winkel van Sinkel had voor Nederland een totaal nieuwe winkelformule. Hij stalde zijn koopwaar achter grote ramen – de eerste moderne etalages. Daarbij hadden artikelen een vaste prijs, waardoor het niet meer mogelijk was af te dingen. Er waren verschillende afdelingen voor verschillende producten. De zaak breidde daarbij steeds meer uit, ook op andere locaties in Amsterdam: kleermakerij, uitzetten, reisartikelen, confectie en manufacturen, meubels, snoepgoed en zalfjes. Hierdoor ontwikkelde zijn aanvankelijke manufacturenzaak tot het eerste warenhuis van Nederland.

Duitse marskramers

Zowel Bahlmann als Sinkel waren begonnen als marskramers, net als veel andere (rooms-katholieke) Duitse migranten die belangrijke winkelketens in Nederland zouden vormen: Dreesmann (Vroom was afkomstig uit Veendam), Voss, Lampe, Kreymborg, Brenninkmeijer). Velen waren ze afkomstig uit de aan Nederland grenzende deelstaten van Noordwest-Duitsland. Met de mand – de kiep- op hun rug trokken ze door Noord-Nederland, vooral door Groningen. Vanwege deze mand werden ze ook wel kiepkerels genoemd. Een aantal marskramers gingen zich in Noord-Nederland te vestigen.

Amsterdam was als hoofdstad voor velen echter het lichtend einddoel.

Het warenhuis

Sinkel en Bahlmann worden gezien als de voorlopers in de ontwikkeling van het Nederlandse warenhuis. Deze warenhuizen waren begonnen in Frankrijk (en de Verenigde Staten). Ook in België en Duitsland kwamen vervolgens warenhuizen op. Met vaste prijzen, afdingen en op de pof kopen was niet meer mogelijk. In grote etalages konden bezoekers de waren bekijken. Door groot in te kopen was het mogelijk meer luxe artikelen te verkopen tegen lagere prijzen.

Sinkel en Bahlmann lijken zich vooral gericht te hebben op het Kaufhaus (het feitelijke verschil met een Warenhaus is dat een Warenhaus ook etenswaren verkoopt; deze begrippen worden vaak door elkaar gebruikt). Een van de typische kenmerken van een Kaufhaus is een galerij met etalages voor een winkel, waar bezoekers precies kunnen zien wat er in de winkel te koop is.

Winkel Bahlmann in Amsterdam

Op 14 mei 1821 opent Bahlmann een winkel met ‘alle soorten van katoenen, wollen en zijde-manufacturen tot vaste prijzen’. Voor de opening heeft hij  in meerdere dagbladen geadverteerd met ‘civiele prijzen’, ‘exelleerende goederen’ en ‘bijzonder goede en prompte bediening’. In 1826 koopt 2 panden aan het Rokin. Samen met zijn zwager Ignaz Brückner opent hij in Nijmegen, Groningen en Dordrecht nieuwe winkels.

In maart 1851 werd B.J.J.F. Bahlmann te Amsterdam tot Nederlander genaturaliseerd (PGNC 19/3/1851).

Op de foto, gedatateerd 1910, is rechts nog een deel van de winkel van Bahlmann te zien: Magazijn de Zon van Vroom & Dreesmann (Grote Markt 12) ; links Drukkerij C.A. Vieweg & Zn. (Grote Markt 11) en rechts de winkel van Bahlmann (Grote Markt 13), 1910 (F14224 RAN)
Op de foto, gedatateerd 1910, is rechts nog een deel van de winkel van Bahlmann te zien: Magazijn de Zon van Vroom & Dreesmann (Grote Markt 12) ; links Drukkerij C.A. Vieweg & Zn. (Grote Markt 11) en rechts de winkel van Bahlmann (Grote Markt 13), 1910 (F14224 RAN)

1891 Hoek Broerstraat Burchtstraat

Naast het pand op de Grote Markt had Bahlmann ook een pand op de hoek Burchtstraat/Broerstraat. Wanneer deze geopend is, is mij nog niet geheel duidelijk. De gevonden adressen van beide panden zijn:

Bahlmann en Co.Heerenkleederen-MagazijnBurgstr. A 11868, 1878
Bahlmann en Co.in Manufacturen, Modes en TapijtenMarkt, B 141868
Bahlmann en Co.in Manufacturen, Modes en TapijtenMarkt, B 14, 15 en 161878
J. WostmannChef in den winkel van Bahlmann & Co.Broerstraat, B 11878
Bahlmann en Co.HeerenmagazijnKorte Burchtstraat 101887
Bahlmann en Co.Firma in ManufacturenGroote Markt 26 en 26a1887
I.F.G. HolthausChef der firma Bahlmann & CoGroote Markt 261887

In augustus 1891 opent het Herenmagazijn na een verbouwing op de hoek van de Broerstraat en Burchtstraat. Zie hiervoor het artikel bij architect Semmelink:

1892 Grote Markt 15 Tapijtmagazijn

In 1891 werd de firma eigenares van het pand van mevrouw de wed. Scheers, Groote Markt nummer 15. Na een verbouwing brengt Bahlmann hier haar tapijtwinkel onder.

Daarbij is dit adres tevens het woonadres van de “chef” van Bahlmann. In de Adresboeken zijn achtereenvolgens gevonden:  J.J. Wöstman (Adresboeken 1895 t/tm 1902), J.J.A. Entken (1903 t/m 1915; in 1916, 1922: St. Annastraat 63), H.B.A. Athmer (1926, 1928; in 1932 Javastraat 18).

Het PGNC schrijft bij de opening:

“Door de firma Bahlmann & Co., die nog kort geleden haar prachtig Heeren-magazijn in de Burchtstraat, hoek Broerstraat opende, is thans haar magazijn van tapijten overgebracht naar de Markt in het geheel verbouwde huis naast hare groote winkels in manufacturen. Gisterenavond werd die magazijn, dat zeer de aandacht trekt door de kolossale spiegelruiten en groote ruimte, geopend. Het mag terecht een nieuw sieraad voor de Markt genoemd worden, die vooral ’s avonds bij het gaslicht der vele winkels hoe langer hoe meer, in verbinding met de Burchtstraat en Broerstraat, de gelegenheid tot eene aangename wandeling aanbiedt.

Den bouwmeester J.F. Lijn komt een woord van lof toe voor de flinke wijze, waarop hij deze verbouwing heeft uitgevoerd.” (PGNC 7/4/1892)

Woning van de “chef”

Daarbij lijkt dit adres tevens het woonadres te zijn van de “chef” van Bahlmann. In de Adresboeken zijn achtereenvolgens gevonden:  J.J. Wöstman (Adresboeken 1895 t/tm 1902), J.J.A. Entken (1903 t/m 1915; in 1916, 1922: St. Annastraat 63), H.B.A. Athmer (1926, 1928; in 1932 Javastraat 18).

Verbouwing Bahlmann 1907/1908 architect Oscar Leeuw

In 1908 verkrijgt de winkel een groot deel van haar uiterlijk, naar ontwerp van Oscar Leeuw. Vooral de behoefte om haar beddenafdeling te vergroten was aanleiding voor “de magazijnen maar weer te vergrooten” door de achtergelegen tuin te bebouwen. Om eenheid te behouden, voelde Bahlmann de behoefte om 1 grote voorgevel aan te brengen “die, volkomen in overeenstemming met den modernen smaak, naar buiten een waardigen indruk zou geven van de waarlijk grootsteedsche inrichting, die zich daarachter in machtigen omvang ontplooit.”

Op 1 juni 1907 vindt de aanbesteding plaats “voor het afbreken van den bestaanden, het weder opbouwen van een nieuwen voorgevel en eenige bijkomende werkzaamheden aan de perceelen der firma Bahlmann en Co., Groote Markt alhier” door architect Oscar Geerts. W. van der Waght verkrijgt de aanbesteding, aangezien hij met f27.372 de laagste inschrijving heeft.  (PGNC 2/6/1907)

“De nieuwe magazijnen van Bahlmann & Co.

Als iets in staat is ons een denkbeeld te geven van den vooruitgang onzer stad sinds een menschenleeftijd, dan is het wel de kolossale uitbreiding van het magazijn der firma Bahlmann & Co. aan de Groote Markt, dat in zijn tegenwoordigen omvang met de belangrijkste inrichtingen van dien aard in binnen- en buitenland kan wedijveren.

Oude Nijmegenaars, die zich de achtereenvolgende vergrootingen van dit sinds mensenheugenis bij groot en klein, bij burger en boer bekende magazijn herinneren, weten dat het in zijn gestadige ontwikkeling gelijken tred heeft gehouden met den aanwas van Nijmegen.

Opgericht in 1839 door wijlen den heer B. Bahlmann, besloeg het toenmaals maar de ruimte van een gewoon winkelhuis en onderging een eerste uitbreiding in 1860 door aantrekking van aangrenzend perceel van den heer Amweg, vier jaar later gevolgd door een tweede uitbreiding, waartoe de boekdrukkerswinkel van den heer Haspels werd aangekocht. In 1891 werd de firma eigenares van het pand van mevrouw de wed. Scheers, waarin sedert het volgende jaar de tapijtwinkel is gevestigd. Van het jaar 1891 ook dagteekent de heerenwinkel, waartoe een kolossaal perceel op den hoek der Broerstraat werd aangekocht en prachtig verbouwd.

De verbeteringen en vernieuwingen der laatste jaren kwamen tot stand onder de leiding van den heer J.W. Bahlmann, die na het overlijden van zijn vader den heer B. Bahlmann, dezen als bestuurder der firma hier te lande was gevolgd.

Maar moet aan de energie en den ondernemingsgeest van dezen bekwamen handelsman rechtmatige hulde gebracht, niet minder verdienen hier ook gemeld de wakkere chefs, die achtereenvolgens aan het hoofd der Nijmeegsche zaak stonden en onder wier zaakkundige leiding zij gestadig een hooger vlucht nam.

Het zijn vooreerst de heer Ign. Holthaus, wiens nagedachtenis niet alleen bij de firma nog steeds in dankbare herinnering voortleeft, maar ook bij de oude Nijmegenaar nog niet vergeten is, en die in Februari 1894 stierf. Dan zijn sympathieke opvolger, de heer Wöstmann, die reeds in Januari 1908 aan de firma ontviel; en sedert dat jaar de heer J.J.A. Entken, bij heel Nijmegen bekend als de ziel van de tegenwoordige zaak, die onder zijn beheer een uitbreiding ontving, waardoor de kroon werd gezet op jarenlangen, voortvarenden arbeid.

Sinds lang waren de toch al zoo uitgestrekte winkelruimten en voorraadmagazijnen te klein geworden voor de steeds groeiende cliëntèle, gewoon hier steeds in de rijkste verscheidenheid alles te vinden wat tot het uitgebreide gebied van manufacturen, modes, tapijten, gordijnen en aanverwante artikelen behoort. Vooral de beddenzaak met haar veel ruimte vereischende ledekanten en slaapkamermeubelen kwam ruimte te kort. Er dus niets anders op, dan de magazijnen maar weer te vergrooten en hiertoe bood de achtergelegen tuin een geschikt terrein. En nu toch de gezamenlijke gebouwen, wilde men niet dat het nieuwe te veel zou afsteken bij het bestaande, een geheele vernieuwing moesten ondergaan, werd besloten den bouw van één doorloopenden monumentalen gevel, die, volkomen in overeenstemming met den modernen smaak, naar buiten een waardigen indruk zou geven van de waarlijk grootsteedsche inrichting, die zich daarachter in machtigen omvang ontplooit.

Maar onder die reusachtige verbouwing mocht de zaak- en welk een zaak- natuurlijk niet stil staan. Hier stond men dus voor een ingewikkeld probleem. Maar in onzen begaafden stadgenoot, den bekwamen bouwmeester Oscar Leeuw vond en den man, om dit vraagstuk op de doelmatigste en gelukkigste wijze op te lossen.

Wat hij van den 27 meter breeden gevel gemaakt heeft, daarover kan al sinds weken heel Nijmegen oordeelen. Inderdaad stond hij voor geen gemakkelijke taak. Hij had een gebouw te ontwerpen van grootsch monumentaal karakter, dat zich waardig zou aansluiten bij de historische bouwwerken van ons schilderachtig Marktplein, maar dat toch tevens beantwoorden moest aan de eischen van een modern modepaleis. Beneden moest het een aaneenschakeling zijn van breede vitrines, waar de wisselende nieuwigheden van het seizoen zich op het voordeeligst moeten voordoen, en boven die glazen onderpui moest trotsch de hardsteenen gevel omhoogrijsen.

Een tegenstrijdigheid om een architect wanhopig te maken. Maar onze bouwmeester wist door de gelukkige toepassing van een soliede en toch sierlijke ijzerconstructie zijn glazen onderpui zoodanig te versterken en den zwaren hardsteenen bovenbouw door geestige aanwending van rococo-motieven, door sober maar juist aangebracht beeldwerk en door rijke versiering met verguldsel zoodanig te verlichten, dat tusschen onder- en bovenbouw de aangenaamste harmonie werd verkregen.

Daarbij wist hij nog een andere klip te vermijden, namelijk de eentonigheid, welke bij een lange rij eenvormige vitrines en dienovereenkomstigen bovenbouw allicht kon ontstaan. Hierbij trok hij partij van het hellend terrein en de daaruit volgende ongelijke hoogte van den gevel, en wist zoodoende een afwisseling te verkrijgen, die te behaaglijker aandoet, naarmate ze meer ongezocht is.

Maar heeft de bouwkunstenaar aldus eer ingelegd met den voor elken voorbijganger zichtbaren gevel, als technicus toonde hij zijn groote practische bekwaamheden bij de inwendige inrichting, waar niet alleen voor groote, ineenloopende, liefst niet door kolommen onderbroken ruimten moest gezorgd worden, maar ook overal voldoende licht moest toestroomen. Gaat men na dat de winkels alleen 44 meter diep zijn en de heele diepte der perceelen 77 meter bedraagt; dat daarbij boven die open winkelruimten nog twee verdiepingen moesten verrijzen, dan is het duidelijk, dat het vraagstuk van voldoende belichting hier, heel moeilijk op te lossen was.

Welnu, wanneer men de vijf uitgestrekte winkellokalen doorwandelt, dan is het een lust om te zien hoe frisch en kleurig overal de duizenden artikelen van het modieuze damestoilet zich voordoen onder het heldere, van boven door breede lantarens invallende licht, evenals in den tapijtwinkel de rijksgetinte stoffen van tapijten, gordijnen, draperieën, tafelkleeden enz.

Men kan zich haast niet voorstellen, dat op dezen schijnbaar zoo lichten onderbouw nog twee zware verdiepingen rusten. Door de toepassing van gewapend beton is deze gelukkige constructie mogelijk geworden.

Een bijzonder sierlijk effect maakt op den achtergrond van den tapijtwinkel een ranke galerij, over welker balustrade antieke Perzische tapijten afhangen, wier kleurenrijkdom in het heldere licht tot zijn volle recht komt. Tot zelfs in een uitgestrekt, met terrazzo bevloerd kelderlokaal, waar ontzaglijke voorraden tapijten, linoleums enz. voorhanden zijn, heerscht nog voldoende licht.

Als a.s Maandag de nieuwe magazijnen voor het publiek zijn opengesteld, neme men maar eens een kijkje en men zal, evenals wij, in bewondering staan niet alleen over de doelmatige en fraaie inrichting, maar ook over de rijke keuze der nieuwste nieuwigheden van het seizoen, om maar iets te noemen, niet minder dan 2500 stuks voorjaarsmantels! Waarlijk een paradis des dames, die zich hier op haar gemak iets naar haar smaak kunnen uitzoeken en in drie paskamers, met wanden van spiegelglas, dadelijk gelegenheid vinden om te zien hoe het haar staat.

De schitterende uitstallingen in de vitrines, die van avond in den gloed der prachtige koperen gaskronen zullen baden en daarbij door de zorgen van de heeren Gerretsen-Valeton en G. Jansen-Miggels in fleurigen feesttooi van groen en bloemen prijken, geven maar een klein proefje van het onnoemelijk vele, wat de eindelooze kasten daarbinnen bergen.

De bovenlokalen zijn geheel ingenomen door de uitgebreide sorteering van bedden, dekens, ledekanten en verdere slaapkamermeubelen, waarvan de bovenvitrines de mooiste specimens voor de voorbijgangers uitstallen.

Ons was ook vergund een kijkje te nemen in de uitgestrekte kelderruimten, onder de gebouwen, waar ontzaglijke voorraden liggen opgepakt, en het reusachtige en-gros magazijn te doorwandelen, dat zich, vijf verdiepingen hoog, tot de Rozenkransgas en de Scheidemakersgas uitstrekt; verder de werkplaatsen te bezichtigen voor de behangerij, de gordijnmakerij en de beddenmakerij; eindelijk, wat niet het minst interessant is, ook het woonhuis te doorloopen waar 48 interne, zoo mannelijke als vrouwelijke bedienden zij gehuisvest, (terwijl er nog 22 externen in de magazijnen en werkplaatsen werkzaam zijn), die daar hun eet- en recreatiezalen hebben, hun afzonderlijke slaapkamers als in een groot hotel, waartoe natuurlijk ook een keuken behoort, waar dagelijks voor een vijftig man wordt gekookt!

Toen wij heel dit labyrinth van lokalen en kamers en gangen en trappen doorlopen hadden, dat niet minder dan 1800 vierkante meter bebouwden grond beslaat, hadden wij zoowat anderhalf uur wegs afgelegd!

Geen wonder dat we eens in het gezellig kantoor van den heer Entken moesten uitblazen. Maar de moeite beklaagden we ons niet: we hadden kennis gemaakt met een inrichting, waarvan men zoo in het buiten- als het binnenland niet licht de wedergade aantreft, een magazijn zooals menige grootere stad Nijmegen kan benijden.

Stippen wij ten slotte aan de namen der verschillende leveranciers, die tot dezen kolossalen bouw hebben meegewerkt:

Aannemer achterbouw: H. Seegers.

Aannemer voorbouw: W. v.d. Wagt, uitvoering geheel in handen van v.d. Wagt jr.

Hardsteen geleverd door H.P. Euwens van de Carrieère Math. Van Roggen Sprimont.

St.-Joiresteen: Tourney & Co.

Beeldhouwwerk in St. Joiresteen: v.d. Bossche en Crevels, Amsterdam.

Gewapend beton: Kon. Rotterdamsche Cementsteenfabriek.

Ijzeren kapconstructie: M.B. Wolff.

Kunstsmeedwerk: L. Ringlever, Rotterdam.

Terrazzo-afdekking en vloeren: Joh.Th. van der Waarden.

Winkelbetimmering (achter): Gebrs. van Houtum, Hilversum.

Etalage-betimmering: L.H. van Benthem.

Schilderwerk (achter): B. Westenberg.

Schilderwerk (voor): W.A. v.d. Wagt jr. & J.W. Korbeek.

Stukadoorwerk (achter): J.M.H. Rief.

Stukadoorwerk (voor): Is. van Haaren.

Centrale Verwarming: W.J. Stokvis, Arnhem.

Gasleiding en ornamenten: J.A. Payens.

Spiegelruiten en geëtst glas: J.J.B.J. Bouvy, Dordrecht.

Schelleidingen: L.A. Moll.

Cementmastiek-bedekking: Wed. W.H. Smits.” (De Gelderlander 5/4/1908)

Advertentie Bahlmann & Co: heropening onzer nieuw ingericht magzijnen (De Gelderlander 10/10/1922)
Advertentie Bahlmann & Co: heropening onzer nieuw ingericht magzijnen (De Gelderlander 10/10/1922)

Verbouwing Heerenmagazijn Bahlmann en Co. architect Zinsmeister

1925/1926 Hoek Korte Burchtstraat en Broerstraat

J.l. Woensdag werd het nieuwe herenmagazijn van de firma Bahlmann en Co. op den hoek van de Korte Burchtstraat en Broerstraat geopend. De opening geschiedde op feestelijke wijze. De nieuwe winkel zag er met de vele bloemstukken recht vroolijk uit. De directeur der firma uit Amsterdam was overgekomen om de opening te verrichten. Hij wees op het feit, dat in het leven der zaak een nieuw stadium ingetreden was, nu een algemeene reorganisatie en vernieuwing, geboden door den modernen tijd, tot stand gekomen was. Wij hebben heden het nieuwe pand bezichtigd en werden op vriendelijke wijze door den directeur dezer afdeeling over een en ander ingelicht. Aanstonds treft het vroolijk, prettig lichte karakter van den gerestaureerden winkel, waarin men komt door een portiek aan weerszijden, waarvan glazen etalagekasten zijn aangebracht. De winkel zelf is ruim en biedt aan vele koopers ruim gelegenheid het hun aangebodene onder het goed licht te bezien. Wij achten het een afdoende verbetering, dat de hoogte door den balustrade (evenals de betimmering van den winkel licht-bruine tint), achter welke balustrade men de kantoren enz. vindt. Op de eerste verdieping, waarheen men niet alleen langs een breede trap, maar ook met een lift komen kan, is de maat- en confectie-afdeeling met een drietal flinke paskamers. Ook hier is door het lichte hout alles vroolijk geworden. Op de tweede verdieping vindt men de ateliers en de voorraadkamers. Men zegt wel eens, dat alle verandering geen verbetering is; maar deze verandering is besliste een verbetering.

De firma Bahlmann heeft ook op dit gebied een reputatie van de beste soort. Zij zal die, evenals tot dusverre, door ruime keuze uit voortreffelijke kwaliteiten weten te handhaven.

Vermelden we nog, dat de architect de heer Zizmeister uit Amsterdam, de heeren van der Wagt, die de verbouwing en het schilderwerk verrichtten; de heer Jos. Kwakkernaat die voor de verlichting zorgde evenals de firma Huygen en Wessels, die de lift maakte en de firma Merx en Boerboom, die voor de centrale verwarming zorgde, alle eer van hun werk hebben.

Doordat j.l Donderdag al onze kracht vereischt werd om den lezers omtrent den watersnood in te lichten, waren wij zeer tot onzen spijt verhinder in ons nummer van j.l. Donderdag van deze opening verslag te geven.” (PGNC 2/1/1926)

Verbouwing Bahlmann Grote Markt architect Zinsmeister

1931 Grote Markt

In 1931 vindt een grote modernisering plaats, vooral inwendig. De architect daarvan is Zinsmeister, die dan al winkels voor Bahlmann in Den Haag, Rotterdam, Gouda, Gorinchem, Tilburg en Nijmegen zelf heeft (ver)bouwd.

De verbouwing heeft vooral de vergroting van de etalage- en winkelruimte tot doel: na de uitvoering zal er 8 keer zoveel etalage ruimte zijn en 3 maal zoveel verkoopruimte. Voor de etalageruimte worden de etalagekasten vervangen door moderne vitrines, met 1 hoofdingang in het midden van de 26,5 meter brede gevel.

Behalve de begane grond is de gevel niet aangepast: “Bahlmann heeft de hoofdschen, arduinen geveltooi van waardig grauwblauwen hardsteen in ere gehouden -deze geeft aan deze flink gemoderniseerde magazijnen iets voornaams. Boven de begane grond loopt een band van glas.

Wel is de voormalige tapijtwinkel binnen en buiten op dezelfde hoogte gebracht als de hoofdgevel. Daarbij wordt de feitelijke tapijtwinkel (op het “oude” nummer 15) naar achteren verplaatst. Zo ontstaat een meterslange galerij aan etalages.

Tot dan toe heeft de winkel uit veel vertrekken bestaan. Dit komt waarschijnlijk door de manier waarop Bahlmann heeft uitgebreid door een aanpalend pand te kopen. En daarbij heeft zij waarschijnlijk de inrichting niet al te veel veranderd. Op dat moment wordt alleen de begane grond en een kwart van de eerste etage als winkel gebruikt.

Na de verbouwing zullen de begane grond en 2 verdiepingen geheel als winkelruimte dienen. De binnenruimtes zijn nu grote ruimtes geworden, ondersteund door enkele pilaren. “Binnen verliest men zich op ‘t eerste oogenblik in de ruimte.

Het went gauw – aldra ontdekt men systeem- alle afdeelingen zijn logisch ingericht. Ieder ook heeft zijn eigen verkoopster, die de modieuze artikelen, de huishoudelijke goederen en fijnere stoffen in practische vakafdeelingen vlak in haar bereik heeft. Ieder vak is een volledig winkeltje op zich zelf en geeft door den toch soberen opzet een gezelligen toon, welke de donkere tinten er op legden, iets gezelligs.”

Het trappenhuis bleef in stijl van de winkel.

De eerste verdieping is ingedeeld voor dameskleding en confectie. De tweede verdieping is de meubelafdeling, waarbij vooral de modelkamers opvallen.

“Niet alleen dus dat zij de firma Bahmann in staat zal stellen haar winkel geheel en al te moderniseeren, zij zal ook, in dezertijd van malaise en werkloosheid, ten zeerste bijdragen aan verruiming van werkgelegenheid.” (PGNC 17/4/1931 en De Gelderlander 10/10/1931)

Overige bronnen: PGNC 10/10/1931, De Gelderlander 9/10/1931, De Gelderlander 10/10/1931

De Gelderlander schrijft bij de officiële opening in november 1931:

Nieuwe Magazijnen N.V. Manufacturenhandel van Bahlmann en Co.

De officieele opening

Bahlmann en nijver-Nijmegen der laatste eeuw bleven onafscheidelijk verbonden.

Wie Markt noemt denkt aan Bahlmann en wie naar het hartje van de city gaat, komt minstens langs Bahlmann’s magazijnen.

Vooral nu.

De magazijnen van Bahlmann staan in een modern kleed en lokken door de lichten en tinten, welke gebracht zijn in de tientallen etalage-afdeelingen, zeer fraai gelegen aan de overdekte passage’s, welke direct leidt tot den modernen winkel, waarover wij reeds de vorige maal een uitvoerige beschrijving gaven.

Thans vraagt nog onze bijzondere aandacht de officieele heropening van het geheel der verbouwing, nu de Bahlmann magazijnen klaar zijn gekomen in nog geen volle vier maanden bouwtijd, naar ontwerp van den kloeken en practischen bouwmeester, den heer H.A.C. Zinsmeister, den algemeenen architect der firma Bahlmann.

De officieele opening had Zaterdag plaats in tegenwoordigheid van de parochieele geestelijkheid der St. Franciscuskerk, van den Burgemeester, den heer Jos. Steinweg en de wethouders, de heeren G.A. Corduwener en Mr. A. Krootjes, terwijl de twee andere wethouders zich hadden laten verontschuldigen wegens drukke werkzaamheden.

Dan waren daar de directeuren der N.V. Manufacturenwinkel Bahlmann & Co., de chefs, de vertegenwoordigers van Industrie en handel en vele genoodigden.

Er lag iets feestelijks over de magazijnen met hun strakke witte plafonds en bruinrood bloeiende lambrizeeringen.

Men overzag vanaf de balcons, welke het midden-trappenhuis omgeven, als in één blik, het geheel, dat een grootschen indruk gaf van dit moderne manufacturen-kleeding-magazijn, dat in al zijn verscheidenheid van artikelen, toch harmonie en eenheid hield in een modern gebouw, dat dienst doet als verkoophuis voor manufacturen, kleeding en meubileering- het geheel kreeg geen bazar-karakter. Alles bleef karakteristiek in den toon van een verkoophuis van standing, waar nochtans een ieder iets van zijn gading en voor zijn beurs kan vinden.

Als de gasten in een smaakvol gemeubileerd hoekje van de uitgestrekte magazijnen bijeen waren, nam een der directeuren, de heer B.C.J.M. Straeter, het woord. In een opgewekte toespraak herinnerde hij opgetogen aan den groei van de magazijnen der firma Bahlmann, welke als gelijken tred gehouden hadden met de uitbreiding van Nijmegen.

De firma Bahlmann, welke met zijn tijd medegaat, had steeds het vertrouwen van heel Nijmegen en zijn wijde omgeving genoten van zijn prilste jaren af tot nut toe. En thans gaat de firma in het belangrijk moment van geheele moderniseering harer magazijnen.

Met trots kon spr. wijzen op wat hier tot stand gekomen was.

Met vreugde constateerde hij de belangstelling van zoovele autoriteiten bij deze heropening der magazijnen en dankbaar was spr. gestemd tegenover het gemeentebestuur en tegenover alle autoriteiten, die de firma Bahlmann ter wille waren geweest bij de volvoering van haar verbouwingsplannen.

In het bijzonder huldigde spr. naast den architect, de firma Berntsen en Braam, welke in zoo’n korte spanne tijds van goed drie en een halve maand deze doelmatige verbouwing had tot stand gebracht.

Nijmegen mag trotsch gaan op zoo’n aannemersfirma.

Gaarne had de firma ook gevolg gegeven aan het verzoek van het gemeentebestuur, om bij de verbouwing van het pand rekening te houden met het schoonheids-aspect der Groote Markt.

Spr. Dankte allen die de firma steeds trouw gebleven waren en hoopte, dat hun vertrouwen te mogen blijven behouden.

De heer Jos. Steinweg, burgemeester, dankte mede namens de wethouders, voor de hartelijke uitnoodiging, deze opening bij te wonen.

Een gemeentebestuur dient belangstelling te toonen van handel en nijverheid en winkelbedrijf in zijn gebied. Spr. waardeerde het zeer, dat de firma ook gevolg gegeven had aan het verzoek der gemeente, om het stads-aanzien te verfraaien met deze nieuwbouw.

Spr. hoopte, dat de firma Bahlmann nog grooter voorspoed zou mogen beleven in haar hernieuwde magazijnen.

Vervolgens werd een rondgang gemaakt door de vernieuwde magazijnen, welke een gedistingeerden indruk maakten. Alles getuigde van smaak, kijk op zaken en practischen zin.

Naast de nieuw ingerichte winkel zijn eigenlijk nieuwe afdeelingen, gemaakt voor de tapijten en kinderkleeding, welke afdeelingen zijn gekomen in de plaats van de vroegere woonverblijven van den chef, den heer H.B.A. Athmer.

Vooral de tapijt-afdeeling, naar moderne eischen ingedeeld, beantwoordt nu veel meer dan ooit aan de verlangen der koopenden, die gaarne willen zien, hoe een of ander tapijt harmonieert met de omgeving.

De kinderafdeeling is prettig en practisch van uitvoering.

De clou der verbouwing ligt evenwel in de verdekte passage van Markt naar winkel.

Dat werd een aaneengeschakelde expositie van bijkans alle artikelen, welke de firma op het gebied der mode en van de aankleeding van interieurs in verkoop heeft. De etaleurs verrichtten hier wonderen van kleuren- en vormenharmonie- zoo trekt deze passage, welke men bereikt langs een reeks van etalage’s langs de straat en een etalage-eiland, vóór den ingang der overdekte winkelgalerij.

Het geheel een weelde voor het oog, een voortdurende verleiding tot koopen.

Overdag valt er ruim licht in, ’s avonds staat alles in den glans van duizenden lampkaarsen. De vakken achter de etalage’s zijn uitneembaar en kunnen in kleur en toon ingevoegd worden, welke overeenkomt met de te etaaleren artikelen.

Den eersten dag verdrongen zich reeds duizenden in de nieuwe passages.

Verschillende Nijmeegsche firma’s besteedden onder goede leiding van architect A. Zinsmeister hun kunde en zorgen aan de voltooiing der nieuwe magazijnen.

Algemeene aannemer was de firma Bernsten en Braam, die 10 Juli het groote werk begon en het Zaterdag kon afleveren.

De heer W.A. v.d. Wagt zette het magazijn in de juiste kleuren, de firma Reuser van Alphen zorgde voor een overvloed van licht, het stucadoorswerk is van de firma Derks en Lebens, de centrale verwarming van de firma Merx en Boerboom.

De lift is een Starlift uit Voorburg, de rolluiken zijn uit de fabrieken van den heer Antoon Tesser, het glas in lood van de firma Bilderbeek en het spiegelglas van de firma Engels.

Nijmegen werd een modern magazijn rijker en gaat als winkelstad steeds grooter beteekenis krijgen.”

(De Gelderlander 23/11/1931)

August Zinsmeister

Architect Zinsmeister bouwde in ieder geval aan de panden van Bahlmann in Rotterdam, Dordrecht en Nijmegen. Zie verder:

https://nl.wikipedia.org/wiki/August_Zinsmeister

https://www.bonas.nl/archiwijzer/gegevens.php?inr=0406.01002

1932 Verkoop

Kort na de verbouwing verkoopt Bahlmann in 1932 haar pand echter aan Vroom en Dreesmann:

De N.V. Bahlmann & Co. Te Nijmegen.

De magazijnen verkocht

Vroom & Dreesmann kocht de panden op de Markt

De Verbouwingsplannen

Naar wij van officiële zijde vernemen, zijn gisteren de groote magazijnen der N.V. Bahlmann & Co., voor zoover die gelegen zijn op de Groote Markt, aangekocht door Vroom en Dreesmann, Manufacturen, dames-confectie, bedden, tapijten- en meubelmagazijnen op de Groote Markt.

De magazijnen zullen volgens koopcontract met ingang van éen April a.s. overgenomen worden door de firma Vroom en Dreesmann.

Aan het personeel van de N.V. Bahlmaan & Co. is tegen een April a.s. ontslag aangezegd.

Het bekende heerenmagazijn der firma Bahlmann op den hoek van de Korte Burchtstraat-Broerstraat is door een particulier aangekocht.

Wij mochten van de directie van Vroom en Dreesmann nog vernemen, dat de aankoop der Bahlmann magazijnen, welke eerst gisterenmiddag definitief werd, een wijziging kan brengen in de bouwplannen der firma Vroom en Dreesmann aan de Scheidemakersgas.

De plannen voor verbouwing der V. en D.- magazijnen aan de Scheidemakersgas lagen kant en klaar- maar nu de nieuwe aankoop aan de Markt er plotseling in kwam vallen, staat de directie voor een moeilijk geval. Heden was daarom nog geen beslissing genomen, en het zal nog wel eenigen tijd aanloopen, voor een vast besluit er is: hoe het nu verder met de groots opgezette verbouwing zal gaan.

De magazijnen op de Markt zullen wel met elkander verbonden worden.” (De Gelderlander 17/12/1932)

Lees verder over de Vroom en Dreesmann:

De Vooroorloge Vroom en Dreesmann III

“Een halve eeuw Vroom & Dreesmann Vele stadgenooten zullen het zich nog goed kunnen herinneren, hoe “de Zon” met twee étalages en in het midden een deur, op 6 April 1895 op de Groote Markt opende. Een zaak als iedere andere, maar waar door goed koopmanschap vaart in zat. Na vijf jaar reeds, in 1900,…

Gebruikte bronnen voor het stuk over Bahlmann in Amsterdam:

https://www.amsterdam.nl/stadsarchief/stukken/immigranten/winkel-sinkel

https://www.amsterdam.nl/stadsarchief/themasites/amsterdam-migratiestad/1821-textielmagnaat-bahlmann

https://www.amsterdam.nl/stadsarchief/themasites/amsterdam-migratiestad/1821-textielmagnaat-bahlmann

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kiepkerel

https://www.nazatendevries.nl/Artikelen%20en%20Colums/Oude%20Beroepen/Kiepkerel.html

https://archief.ntr.nl/verreverwanten/themas/vreemdelingen/immigreren_naar_de_natie/806.html

https://de.wikipedia.org/wiki/Kaufhaus

https://de.wikipedia.org/wiki/Textilhandel

https://de.wikipedia.org/wiki/Ladenpassage

https://de.wikipedia.org/wiki/Warenhaus

De winkel van Neoform/M. vd Ven: Panden aan de noordzijde: v.l.n.r. Schoenenzaak Neoform (Plein 1944 nr. 119), Cafe Restaurant Royal (Plein 1944 nr. 128) , Hotel Cafe Lunchroom American (Plein 1944 nr. 129-131) en Lunchroom Pleinzicht (Plein 1944 nr. 135), 1958 (Foto Grijpink via F32460 RAN CCBYSA) Architect Rodenburg
#Nijmegen, Augustijnenstraat, Centrum, Gebouw van de dag, Plein 1944

Ontwerp van woningen en winkels hoek Augustijnenstraat Plein 1944 architect Rodenburg

De winkel van Neoform/M. vd Ven: Panden aan de noordzijde: v.l.n.r. Schoenenzaak Neoform (Plein 1944 nr. 119), Cafe Restaurant Royal (Plein 1944 nr. 128) , Hotel Cafe Lunchroom American (Plein 1944 nr. 129-131) en Lunchroom Pleinzicht (Plein 1944 nr. 135), 1958 (Foto Grijpink via F32460 RAN CCBYSA) Architect Rodenburg
De winkel van Neoform/M. vd Ven: Panden aan de noordzijde: v.l.n.r. Schoenenzaak Neoform (Plein 1944 nr. 119), Cafe Restaurant Royal (Plein 1944 nr. 128) , Hotel Cafe Lunchroom American (Plein 1944 nr. 129-131) en Lunchroom Pleinzicht (Plein 1944 nr. 135), 1958 (Foto Grijpink via F32460 RAN CCBYSA)

Architect Rodenburg ontwerpt het complex woningen en winkels op de hoek van Augustijnenstraat en Plein 1944, welke in 1955 wordt opgeleverd.

De bouwer is N.V. Aannemersbedrijf v.h. G. Tiemstra en Zoon, “in opdracht van zich voor deze bouw geïnteresseerd hebbende beleggers”. Het ontwerp voor dit gebouw sluit aan bij dat van Royal, wat eveneens naar ontwerp van Rodenburg was gebouwd. (De Gelderlander 3/11/1955)

Plan Herbouw van 3 winkels en 6 woningen a/d Augustijnenstraat Hoek Plein ’44 voor Mevr. W.J.M. de Mandt-Wennekes te Nijmegen (als opdrachtgeefster staat mevr P.A. de Mandt-Wennekes; de tekening is ondertekend met W. de Mandt Wennekes, architect Rodenburg, getekend 26-4-1955 (D12.420754)
Plan Herbouw van 3 winkels en 6 woningen a/d Augustijnenstraat Hoek Plein ’44 voor Mevr. W.J.M. de Mandt-Wennekes te Nijmegen (als opdrachtgeefster staat mevr P.A. de Mandt-Wennekes; de tekening is ondertekend met W. de Mandt Wennekes, architect Rodenburg, getekend 26-4-1955 (D12.420754)

Op de bouwtekening (hierboven) blijkt Mevrouw W.J.M de Mandt-Wennekes de opdrachtgeefster te zijn. “Royal” hoort overigens niet bij de bouw van het complex: deze was reeds gebouwd en laat zien hoe het nieuwe gebouw samengaat met het naastgelegen café, welke eveneens ontwerp van Rodenburg was.

In September 1956 is het hoekpand vrijwel gereed. Nijmeegsch Dagblad noemt dat om in totaal om 3 winkels gaat: twee winkels met elk een bovenetage en een “gewone winkel”. Daarboven zijn woningen gebouwd. Een van de 3 winkels is dan in ieder geval al bekend: een speciaalzaak voor de verkoop van damesconfectie en kinderkleding. Waarschijnlijk is de 2e winkel ook bekend, want het artikel meldt dat voor de 3e winkel de bestemming nog niet bekend is. (Nijmeegsch dagblad 14-9-1956)

Hanco

De maand daarop gaat de eerste winkel daadwerkelijk open: de damesconfectiezaak Hanco. ( Nijmeegsch dagblad 11-10-1956). Deze winkel heeft er echt niet lang gezeten: rond 1958 vindt een “Algehele Opheffings uitverkoop” bij Hanco plaats, zie het plakkaat in de etalage op foto GN3186.

Brillencentrale P. Römer

Rond 1959 begint de Brillen Centrale P. Römer op de Augustijnenstraat 2. Een foto uit dat jaar is te vinden op GN3189. De Brillencentrale -tegenwoordig Francissen– bestaat op februari 2024 nog steeds.

Neoform/ M. vd Ven

Advertentie opening Neoform M. vd Ven De Gelderlander 14/11/1956
Advertentie opening Neoform M. vd Ven (De Gelderlander 14/11/1956)

Op 15-11-1956 opent Neoform, Voet- en schoenspecialisten “haar 10e Grootste en Modernste Speciaalzaak in Nederland”. Deze vestiging is van M. v.d. Ven, die op Plein 1944 No. 119 nog steeds (februari 2024) hier haar schoenenzaak heeft. “

De winkel adverteert regelmatig met gratis voetmetingen. Ook de openingsadvertentie noemt “Nu 100% passend schoeisel… maatwerk uit voorraad en toch een vlot sportief of gekleed schoentje”.

Neoform was een schoenenfabriek in Waalkwijk, eigendom van de Firma Aarts & Smits in Waalwijk (Echo van het Zuiden, 15 juli 1960)

Gevonden Adressen

NaamToevoegingAdresAdresboek/bronToelichting
wed. A. Kleingeb. M.Th. v. OoijenPlein 1944 1211959, 1963, 1968
R.K. BegrafenisondernemingKantoor: J. C. KramerPlein 1944 1231959Advertentie (het adres van Kantoor H.N. Klopper is Reestraat 8)
J.C. KramerbegrafenisondernemerPlein 1944 1231959
J.M.J. KramerverpleegsterPlein 1944 1231959
F.A. Pullesbedrijfsl schoenwPlein 1944 1231968
M.F. v.d. Venin 1966: schoenenwinkelierPlein 1944 1241959, 1966, 1971
M.W.P.H.chef verkoopstPlein 1944 1241966
H.J.M.M.Plein 1944 1241971
G.L. Geeraedtskoopman lederwarenPlein 1944 1251959
J.H. van Berendonkkapitein KLPlein 1944 1251963
H.W.R. BransPlein 1944 126De Gelderlander 18/3/1953mogelijkheid inleveren kleerhangers
P.J.M.G.  CoehorstjuristPlein 1944 1261959
G.N.M. de GrootPlein 1944 1261971
Lucnhroom American temidden van de noordzijde van Plein 1944: Panden aan de noordzijde: v.l.n.r. Schoenenzaak Neoform (Plein 1944 nr. 119), Cafe Restaurant Royal (Plein 1944 nr. 128) , Hotel Cafe Lunchroom American (Plein 1944 nr. 129-131) en Lunchroom Pleinzicht (Plein 1944 nr. 135), 1958 (Foto Grijpink via F32460 RAN CCBYSA) architect Rodenburg
#Nijmegen, Centrum, Plein 1944

Lunchroom American Ruteck’s later Dekker van de Vegt Plein 1944 architect Rodenburg

1957 Plein 1944 129-131 Centrum, gesloopt

Lucnhroom American temidden van de noordzijde van Plein 1944: Panden aan de noordzijde: v.l.n.r. Schoenenzaak Neoform (Plein 1944 nr. 119), Cafe Restaurant Royal (Plein 1944 nr. 128) , Hotel Cafe Lunchroom American (Plein 1944 nr. 129-131) en Lunchroom Pleinzicht (Plein 1944 nr. 135), 1958 (Foto Grijpink via F32460 RAN CCBYSA) architect Rodenburg
Lucnhroom American temidden van de noordzijde van Plein 1944: Panden aan de noordzijde: v.l.n.r. Schoenenzaak Neoform (Plein 1944 nr. 119), Cafe Restaurant Royal (Plein 1944 nr. 128) , Hotel Cafe Lunchroom American (Plein 1944 nr. 129-131) en Lunchroom Pleinzicht (Plein 1944 nr. 135), 1958 (Foto Grijpink via F32460 RAN CCBYSA)

Eind 1957 is het gat aan de noordkant van Plein 1944 opgevuld: dan opent Lunchroom American, welke veel Nijmegenaren nog zullen kennen als Ruteck’s American Lunchroom. Het ontwerp was van architect Rodenburg. In de jaren vestigde Dekker van de Vegt zich in dit pand.

Café Hotel Lunchroom American

Plein 1944 129-131

Op de locatie tussen Royal en Pleinzicht zou aanvankelijk Bata komen. Deze zal echter een winkel betrekken in de Broerstraat (De Gelderlander 3/11/1955). In juli 1956 kondigt de Gelderlander aan dat de bouw binnenkort zal beginnen. Daarbij blijkt de fa. Nederland eigenaresse van het te bouwen werk te zijn (De Gelderlander 11/7/1956).

Zie voor een mooie foto waar de open plek goed te zien is: https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=2-1&index=0&imgid=14138175&id=370848

Op deze locatie komt echter hotel-restaurant-café-snelbuffet “American Lunchroom”, dat op 21-11-1957 opent. Het restaurant bevindt zich op de begane grond, met aan de achterzijde een snelbuffet. Daarboven is een zaal voor partijen en vergaderingen met 450 plaatsen. Het hotel is op de 3e en 4e verdieping en heeft 40 kamers.

Het pand lijkt 1 front te vorm met de rest van de noordzijde, waarbij er verscheidenheid op de begane grond en de 1ste verdiepingen zijn aangebracht.

De directeur is J. Meuleman, voormalig eigenaar van hotel-restaurant-café het “Losse Hoes” op de Holterberg, dat in juni was afgebrand. Daarbij meldt het Nijmeegsch dagblad dat “Ook dit bedrijf zal binnenkort verrijzen”; momenteel (februari 2024) bestaat het hotel https://www.hetlossehoes.nl/ nog steeds. Hij wil van zijn zaak met 50 man personeel een gezellig trefpunt maken. Het ontwerp was van architect R. Rodenburg, die ook het interieur heeft ontworpen. De aannemer was N.V. Nederland (Nijmeegsch Dagblad 20-11-1957)

Een mooie foto van het restaurant binnen is te zien op F31944 RAN.

Ruteck’s terug in de stad

Boven de rechter auto is American/Ruteck’s te zien: beide namen staan op de gevel: Markt op Plein 1944. De foto is genomen richting het noorden. Op de achtergrond links de St. Stevenstoren. Rechts op het plein Ruteck's, de American lunchroom. Links daarvan zat Café Royal, 1960-1965 (Fotopersbureau Gelderland, Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F11472 RAN CCBYSA)
Boven de rechter auto is American/Ruteck’s te zien: beide namen staan op de gevel: Markt op Plein 1944. De foto is genomen richting het noorden. Op de achtergrond links de St. Stevenstoren. Rechts op het plein Ruteck’s, de American lunchroom. Links daarvan zat Café Royal, 1960-1965 (Fotopersbureau Gelderland, Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F11472 RAN CCBYSA)

Het Algemeen Handelsblad van  20-02-1959 schrijft dat American binnenkort zal worden overgenomen door Ruteck’s.  “De heer G.J. Onstenk sr., huidig eigenaar van het bedrijf, ziet zich genoodzaakt de exploitatie te beëindigen”. Daarbij schrijft het Rotterdamsch Parool van 19-2-1959 dat Nijmegen de 17de vestiging van Ruteck’s betreft.

Ruteck’s American Lunchroom

Onder de kop “Ruteck’s terug in de stad” schrijft het Nijmeegsch Dagblad over de opening in november 1959. Een voorloper, Heck’s, was vroeger in de Broerstraat gevestigd geweest.

Sinds “enige tijd” was de exploitatie van de American Lunchroom al door Ruteck’s voortgezet “waarbij de deskundigen van Ruteck’s ervaring opdeden met betrekking tot de eisch, die aan het hier te vestigen bedrijf moesten worden gesteld.” Daarbij bleek een verbouwing noodzakelijk: de gehele begane grond is een lunchroomzaal geworden. Hierin is onder andere ruimte voor een orkest, dat ’s middags en ’s avonds optreedt. Achter het orkest bevindt zich een ruimte op een verhoging, waar gasten tevens kunnen plaatsnemen. Voor de openingsdagen is het ensemble van Willy Selig met zangeres Tani de Maya uitgenodigd. In de “beneden-afdeling” maakt het open buffet, “dat is toegerust met de nieuwste apparatuur op het gebied van koeling, een snelle bediening mogelijk. Boven zijn ook verscheidende afdelingen gevestigd. Hier is, na de garderobe, het restaurant aan de voorzijde van het gebouw, zodat gasten uitzicht hebben op Plein 1944. Hier is ook een aparte afdeling voor het houden van vergaderingen, terwijl verderop de keuken is gebouwd. In totaal heeft het bedrijf 180 zitplaatsen”. “Voorlopig” is een deel van de naam overgenomen: de zaak heet nu Ruteck’s American Lucnhroom en restaurant. (Nijmeegsch dagblad, 21-11-1959)

Mooie herinneringen aan dit bedrijf zijn te vinden op Noviomagus. Op basis van het Adresboek van onder andere 1966, bovenstaande foto, de foto van Nijmegen Toen op Facebook van 11-1959 en de in het artikel van Noviomagus genoemde arbeidscontracten lijkt Ruteck’s de naam American te hebben aangehouden. Wel kan ik Ruteck’s alleen vinden in de adresboeken van 1963 en 1966.

Naast de al genoemde Noviomagus en Nijmegen Toen pagina, is een mooie herinnering te vinden op https://www.uitnijmegen.nl/nieuws/lunchroom-american/.

Van Hecks’s naar Ruteck’s

De Lunchroom Heck's op de Broerstraat, 1930 (F18243 RAN)
De Lunchroom Heck’s op de Broerstraat, 1930 (F18243 RAN)

Zoals het Nijmeegsch Dagblad al schreef, was Ruteck’s feitelijk een oude bekende in Nijmegen. De oorsprong van Ruteck’s lag bij Heck’s.

Deze Heck’s was voortgekomen uit de familie Rutten, eigenaar van de Limburgse brouwerij de Zwarte Ruiter. Samen met de Rotterdamse likeurstoker Henrik van der Wolk bouwde zij een keten van koffiehuizen en proeflokalen op. Daarbij werd tevens de slijterij A.J. van Heck & Co overgenomen. Vanaf dat moment werd de naam Heck’s voor een nieuwe lunchroom gebruikt.

Vanwege de opsplitsing van de keten kregen de meeste zaken in 1946 de naam “Ruteck’s”, een samentrekking van de naam Rutten (de naam van de familie, die eigenaar was) en “Heck’s”. Een aantal zaken die een andere eigenaar hadden, bleven Heck’s heten.

Over Heck’s/ Ruteck’s in andere plaatsen zijn aantal mooie artikelen geschreven, die tevens een beeld geven welke invloed deze keten heeft gehad: de Leidseweg en naar aanleiding van een beeld in Utrecht, Arnhem, Rotterdam, Amsterdam

Dekker v.d. Vegt

In 1976 komt de Boekhandel Dekker v.d. Vegt in dit pand. Een mooie foto van American met de aankondiging van de komst van Dekker v.d. Vegt op de bovenramen is te vinden op F31833.

Dekker van de Vegt

In Nijmegen was het de 2e vestiging van het oorspronkelijk Utrechtse bedrijf. In 1856 waren J.G. Dekker en W.J. van de Vegt een boekhandel, winkel in religieuze artikelen en boekbinderij in Utrecht begonnen. In 1864 kwam daar een uitgeverij bij. In 1922 verhuisde zij naar de Oranjesingel in Nijmegen, mede ingegeven door de komst van Katholieke Universiteit Nijmegen in 1923. Zij was voor de universiteit tot in de jaren 60 een belangrijke uitgever van academische werken. In 1989 ging het fonds over naar de Koninklijke Van Gorcum. In 1972 verhuisde ze naar de Passage Molenpoort.

Vestiging op Plein 1944

In 1976 kwam daar het filiaal aan Plein 1944 bij. Zij heeft hier tot 2000 gezeten, waarna ze naar de Mariken vertrok. Na een aantal malen van eigenaar te zijn verwiseld (en van naam veranderd), besloten 6 Nijmegenaren na het faillissement van Polare de winkel in Nijmegen te kopen en het weer Dekker van de Vegt te noemen.

Vervolg

Hoewel het verloop nog verder moet worden onderzocht, is het pand uiteindelijk gesloopt om plaats te maken voor het gebouw waar nu de Primark zich bevindt.

(Overige) bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Dekker_%26_v.d._Vegt

https://www.intonijmegen.com/blijf-op-de-hoogte/verhaal/hans-peters-dekker-v-d-vegt

Lees ook het artikel over de overname: https://www.gelderlander.nl/nijmegen-e-o/100-jaar-dekker-van-de-vegt-een-boekhandel-met-een-nijmeegse-ziel~a97985a0/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

Winkel in werkkleding van de firma Holla, 1961, Plein 1944 152 architect Okhuysen (Nico Grijpink via F92138 RAN CCBYSA)
#Nijmegen, Centrum, Plein 1944

Holla’s Kledingmagazijn Plein 1944 architect Okhuysen

Holla’s Kledingmagazijn op Plein 1944 herbouwd

Winkel in werkkleding van de firma Holla, 1961, Plein 1944 152 architect Okhuysen (Nico Grijpink via F92138 RAN CCBYSA)
Winkel in werkkleding van de firma Holla, 1961 (Nico Grijpink via F92138 RAN CCBYSA)

In 1952 vindt de heropening van Holla’s kledingmagazijn op Plein 1944 plaats. Het pand is gebouwd naar ontwerp van architect Okhysen. In 1921 was Holla zijn winkel, gespecialiseerd in bedrijfskleding, begonnen in de Zeigelbaan. Dit pand ging echter tijdens het bombardement van februari 1944 verloren.

Vooraf: Holla op de Zeigelbaan

Openingsadvertentie Holla op de Zeigelbaan (PGNC 11/6/1921)
Openingsadvertentie Holla op de Zeigelbaan (PGNC 11/6/1921)

In juni 1921 had H. Holla zijn winkel aan de Zeigelbaan 4-10 geopend (waarbij “8” tevens vaak voorkomt in advertenties). “Het is een zaak in manufakturen, maar de heer Holla specialiseert zich vooral in bedrijfskleeding als: dokters-, bakkers-, slagers-, chauffeursjassen etc. etc. Daarnaast kan men bij hem terecht voor werkmanskleeding en verder voor alles wat met de manufakturenbranche samenvalt.

Maar vooral op ’t gebied der bedrijfskleeding zoekt de heer Holla zooveel mogelijk kompleet te zijn, zoodat men niet licht tevergeefs bij hem iets zoeken zal.

De winkel zelf heeft een fleurig uiterlijk gekregen met twee ruime etalagekasten aan de straat en werd verbouwd door de firma v. Gisteren en Deckers, die tevens het interieur van den winkel verbeterden en verfraaiden.

De firma Megens zorgde voor het elektrisch licht, de firma A. Koster voor het schilderwerk.” (De Gelderlander 11/6/1921)

verbouwing 1930

In maart 1930 kreeg de winkel een uitbreiding: door een verbouwing kwam op de eerste verdieping een afdeling voor heren- en kinderkleding. “De heer Holla maakt deel uit van een sterke inkoopcoöperatie en kan bijgevolg in de concurrentie van den dag mededoen. “ (De Gelderlander 21/3/1930)

Bombardement

Bij het bombardement van 22 februari 1944 wordt de winkel verwoest. Zij zal een noodwinkel op het Kelfensbos 33 (De Gelderlander 20/5/1952)

Een foto van deze noodwinkel is te vinden bij het RAN F17682.

Holla’s Kledingmagazijn op Plein 1944

Zicht op de wederopbouw van het plein. Vrnl: Holla's kledingmagazijn, Van der Werff Woninginrichting, parfumerie Albers, foto Verwey, schoenenmagazijn A. Holland, Cafetaria Centrum Expresse, P. Jacobs Textiel, Juwelier A.J. Janssen, Sigarenmagazijn H. Brans en uiterst links Lunchroom Pleinzicht, 1953-1955 (Fotopersbureau Gelderlander,Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F42035 RAN CCBYSA)
Zicht op de wederopbouw van het plein. Vrnl: Holla’s kledingmagazijn, Van der Werff Woninginrichting, parfumerie Albers, foto Verwey, schoenenmagazijn A. Holland, Cafetaria Centrum Expresse, P. Jacobs Textiel, Juwelier A.J. Janssen, Sigarenmagazijn H. Brans en uiterst links Lunchroom Pleinzicht, 1953-1955 (Fotopersbureau Gelderlander,Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F42035 RAN CCBYSA)

In 1952 vindt de heropening van het nieuwe pand plaats. Opvallend daarbij is de langerekte etalage op de begane grond. Doordat de architecten het ontwerp van het blok onderling hebben afgestemd, lijkt het 1 geheel te vormen.

Holla’s Kledingmagazijn op Plein 1944 herbouwd

Onder zeer grote belangstelling is gistermiddag Holla’s Kledingmagazijn op Plein 1944 heropend. Op 22 Februari 1944 ging dit bedrijf dat op de Zeigelbaan was gevestigd, in de vlammen op en na zes jaar in een noodwinkel op het Kelfkensbos te zijn gevestigd, is het nu in een fraai pand tot nieuwe luister gekomen. Wanneer men van de Molenstraat op het Plein komt, kan het niet anders of men moet de ingang van de langwerpige winkel zien. Verlaat men het Plein en gaat men naar de Molenstraat of Broerstraat, dan bemerkt men een rij etalages naast die van de fa. van der Werff. Deze galerij van etalages vormt een voortreffelijk geheel, waardoor de ruimtewerking van het Plein wordt verhoogd.

Het hele complex winkels dat in de vroegere Korte Molenstraat zal verrijzen is trouwens in onderlinge samenwerking door verschillende architecten ontworpen. Hierdoor wil men harmonie in de bouw bereiken.

Het nieuwe gebouw, waarin Holla’s Kledingmagazijn is gevestigd, maakt een rustige en zakelijke indruk. Zowel de verdieping op de begane grond als de eerste étage is voor de verkoop benut, terwijl het gebouw voor opslagruimte is ondertekend.

Architect was de heer J. Okhuysen wiens plannen door Aannemer J. Hendriks te Nijmegen werden verwezenlijkt. Het Plein is door deze bouw weer een stap dichter bij zijn voltooiïng gebracht. En dat de stadgenoten zich hierover verheugen bleek gistermiddag bij de opening toen namens de gemeente de wethouders M. Duives en N. Windt en vele anderen blijk gaven van hun sympathieke belangstelling in het in een bloementuin herschapen kledingmagazijn.” (De Gelderlander 28/6/1952)

J.D.A. Okhuysen, architect

OVER J.D.A. Okhuysen, architect Okhuysen (of Okhuijsen) lijkt vooral als architect van de wederopbouw veel gebouwen in het centrum van…