Op 4 mei 1995 vindt de onthulling van het Joods Monument plaats, een werk van Paul de Swaaf. Daarbij werd het plein hernoemd naar Kitty de Wijzeplaats: als eerbetoon aan alle omgekomen Joden kreeg het de naam van een hen. In 2015 vond de onthulling plaats van 7 plaquettes, met de namen van alle 449 omgekomen Nijmeegse Joden.
Kitty de Wijze
Kitty de Wijzeplaats (mei 2024)
Kaatje (Kitty genoemd) de Wijze was op 23 november 1920 geboren in Boxmeer. Haar zussen waren Elly (1919), Joke (1922) en Tini (1924). Het gezin was in 1932 naar de Graafseweg 84 in Nijmegen verhuisd. Begin oktober 1942 vorderden de Duitsers een aantal huizen aan de Graafseweg, waaronder het huis van de familie de Wijze. Daarop gingen ze in een pension op de Johannes Vijghstraat 60 (tegenwoordig nummer 70) wonen.
In de nacht van 17 op 18 november 1942 worden 196 Joden tijdens een grote razzia opgepakt. Zo ook de 4 zussen van de familie de Wijze. Omdat vader Louis op dat moment ernstig ziek was, hoefden de ouders nog niet mee. De site van Omroep Gelderland vertelt hoe deze razzia onderdeel uitmaakte van 1 grote, voorbereide actie
waarbij in dezelfde nacht op meerdere plaatsen in Gelderland Joden uit hun huis worden gehaald. Dat maakte weer uit van het grotere plan om alle Joden in Nederland uit te roeien, maar dan wel op een “geordende” manier.
Na een nacht waarin ze werden vastgehouden in de gymzaal van de HBS-B aan de Kronenburgersingel, gingen ze op transport naar Westerbork.
Briefkaarten
Op 12 december 1942 werden Kitty en haar zus Elly vanuit het kamp Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Op een aantal momenten hebben de zussen de Wijze en Herman van Beek, de man van Elly, een aantal briefkaarten naar hun ouders gestuurd. Het laatste levensteken van Joke en Kitty zijn de kaarten die ze op 12 december 1942 nog vanuit de trein van Westerbork naar Auschwitz hebben geschreven. Deze hebben ze in ieder geval op 3 plaatsen uit de trein gegooid, in de hoop dat tenminste 1 persoon ze zou vinden en opsturen. In hun woorden proberen ze duidelijk hun angst te verbergen en proberen ze hun ouders moed in te spreken. De kaarten zijn te lezen op Geschiedenislokaal024.
Direct na aankomst werden Joke en Kitty op 15 december vergast. Elly zal op 12 februari 1943 worden vergast. Tini op 17 september 1943, evenals de ouders die inmiddels waren opgepakt.
In Nijmegen woonden in maart 1941 Nijmegen 522 geregistreerde ‘voljoden’, op een bevolking van bijna 100.000 inwoners. Minder dan 20% van de Nijmeegse Joden heeft de oorlog overleefd. Een mooi videoportret is te vinden op Oorlogsdoden Nijmegen.
Het beeld Joods Monument
Kitty de Wijzeplaats: een van de Jodensterren op het hek (mei 2024)
Het beeld is op 4 mei 1995 onthuld ter nagedachtenis van de omgekomen Joden. Het staat vlakbij de synagoge aan de Nonnenstraat. Het beeld is gemaakt door Paul de Swaaf. Het beeld was gefinancierd door Nijmegenaren. In datzelfde jaar werd de naam van het pleintje veranderd naar Kitty de Wijzeplaats: als eerbetoon aan alle omgekomen Joden kreeg het de naam van een hen. Een belangrijke reden om Kitty de Wijze als “symbool” te gebruiken, waren de bovengenoemde briefkaarten. Daarnaast was ze een van de jongste slachtoffers.
Het beeld van 2 meter hoog van een treurende, voorovergebogen vrouw wordt omgegeven door een perkje met een hek eromheen. Hierop staan 2 Davidssterren. Binnen het hek staat een boom.
Kitty de Wijzeplaats: Gedicht Leo Vroman (mei 2024)
Achter het beeld ligt een gedenksteen:
“Kom vanavond met verhalen hoe de oorlog is verdwenen, en herhaal ze honderd malen: alle malen zal ik wenen.”
Het zijn de laatste regels van het gedicht Vrede van Leo Vroman.
Bij de ouders van de Swaaf hadden Joodse onderduikers gezeten. Het beeld is niet alleen bedoeld als herinnering aan het verleden, maar ook een waarschuwing voor het gevaar van discriminatie.
Op 4 mei worden alle namen van de omgekomen Joden voorgelezen. Deze namen zijn tevens te vinden op plaquettes aan de muur op de Kitty de Wijzeplaats.
449 Namen: Joods Namenmonument
Joods Namenmonument Kitte de Wijzeplaats, met bloemenkransen vanwege de herdenking op 3 mei (5-5-2024)
Op 26 april 2015 vond de onthulling van 7 bronnen plaquettes plaats. Hierop staan de namen van alle 449 Joodse slachtoffers uit Nijmegen.
De namenwand was in 2008 al aangevraagd door Albert Isja de Jong (in 2012 overleden). Het Bewonersplatform Centrum en Benedenstad nam in samenwerking met de Joodse Gemeente Nijmegen hiervoor het initiatief. Het platform nam ook de financiering op zich, afkomstig van donaties.
Onder aanvoering van de in 2012 overleden Albert Isja de Jong uit Nijmegen kwam in de loop van 2008 het idee voor een plaquette. Het initiatief werd genomen door het Bewonersplatform Centrum en Benedenstad in samenwerking met de Joodse Gemeente Nijmegen. Het Bewonersplatform Centrum en Benedenstad nam de financiering van de naamplaten op zich dankzij giften die zij ontvingen. Op 26 april 2015 vond daarop de onthulling van het monument plaats.
Hertogstraat 23 en 25 – het lichte pand links naast de boom, restaurant Gandhi gesloten (mei 2024)
Veel Nijmegenaren zullen Hertogstraat 23-25 vooral kennen van het restaurant Gandhi. Het pand is echter gebouwd als 2e winkel voor de vis- en kaaswinkel Jac. Wouters in 1913, naar een ontwerp van architect van de Boogaard.
Een aantekening bij dit artikel: vanwege straatnaamveranderingen/adreshernummeringen wordt nog geen volledig overzicht gegeven van de eigenaren. Het artikel volgt hier de verbouwingen die aan het pand hebben plaats gevonden; het is dus mogelijk dat er in de loop der tijd eigenaren/gebruikers zijn geweest die geen verbouwing hebben doorgevoerd.
Visch- en Kaashandel Jac. Wouters, architect vd Boogaard
1913 (dan Hertogstraat 31 geheten)
Advertentie opening Wouters Hertogstraat 23 (De Gelderlander 9/5/1913)
Het pand is gebouwd als 2e winkel voor de vis- en kaaswinkel Jac. Wouters in 1913, naar een ontwerp van architect van de Boogaard.
Daarbij is opvallend dat de winkel slechts een klein deel van de begane grond betreft. Daarachter bevindt zich een huiskamer. En eveneens opvallend: vervolgens een open plaats, dan een keuken en salon. En vervolgens een tuin met daarachter een magazijn.
Plan voor het bouwen van een Winkelhuis met Magazijn en een afzonderlijk Bovenhuis aan de Hertogstraat te Nijmegen. Kad: bekend Sectie C No 4317 + 4318 (D12.383343)Begane Grond: Plan voor het bouwen van een Winkelhuis met Magazijn en een afzonderlijk Bovenhuis aan de Hertogstraat te Nijmegen. Kad: bekend Sectie C No 4317 + 4318 (D12.383343)
Waarschijnlijk betreft het gebouw met de “keuken en salon” een tweede woning, aangezien rechts van de winkel een gang is ingetekend. Maar mogelijk bestaat de begane grond uit 1 woning en is er daarnaast sprake van een bovenhuis.
Op de de eerste verdieping van het voorste stuk is tevens een keuken aanwezig, met daarnaast een aantal kamers. Echter: onder het gebouw zijn kelders aangebracht, waarbij onder een deel van de kelder onder de winkel de kelder van het “bovenhuis” is.
Op de tweede verdieping van het voorste gedeelte is een badkamer aanwezig. Daarnaast zijn er op deze verdieping 3 slaapkamers en een klein deel “zolder”.
Ook is er een badkamer op de eerste verdieping van het achterste gebouw. De eerste verdieping van dit stuk telt 2 slaapkamers en op de 2e verdieping nog eens 3 slaapkamers.
Bloem detail Hertogstraat 23-25 (mei 2024)
Pilaren, detail Hertogstraat 23 -25 (mei 2024)
Bij de opening
Wanneer de vis en kaaswinkel Wouters haar deuren in mei 1913 opent, schrijft het PGNC het hieronder staande artikel. Daarbij iets over de al genoemde hernummering: op een gegeven moment wordt Hertogstraat 31 (tijdelijk) gebruikt, waarschijnlijk ook (en mogelijk als gevolg van het adres Hersteeg 31, zoals de Hertogstraat tijdelijk is genoemd. Dat verklaart tevens waarom Wouters in de advertentie hierboven huisnummer 23 noemt en het artikel 31:
“Visch- en Kaashandel Jac. Wouters.
In het perceel Hertogstraat 31 heeft morgenavond de opening plaats van den tweeden winkel van den heer Jac. Wouters, die op de Zeigelbaan sinds vele jaren een drukbeklanten handel in visch- en kaas heeft. Het getuigt dus wel van vooruitgand in zaken, dat thans de tweede winkel in een ander stadsdeel zijn deuren voor de clientèle zal openstellen. De nieuwe winkel maakt zoowel uit- als inwendig een keurigen indruk en kan werkelijk voor eene model-inrichting op dit gebied gelden. Van verren afstands reeds trekken in groote vergulde letters de woorden >Kaas Visch< de aandacht van den wandelaar. De onderpui van den sierlijken gevel is geheel opgetrokken uit Beiersch graniet en de bovenbouw is in de kostbare Brucorner steen, terwijl bij de boogvormen in den gevel St. Même-steen is aangebracht. Treedt men den winkel binnen, dan wordt het oog aangenaam getroffen door het inderdaad schitterend interieur. De heer Wouters heeft geen kosten gespaard om met dezen nieuwen winkel uitstekend voor den dag te komen en het gebouw als het ware symbool te doen zijn van de degelijkheid zijner zaken. De vloer is met honderden Uljee-tegels ingelegd en stelt een Smyrna-tapijt voor. Verder ziet men in de wanden van den geheel steenen en marmeren toonbank en van den winkel zelf fraaie tegeltableaux met toepasselijke voorstellingen. Twee deze tableaux komen ook in den gevel voor. Keurig verf- en zeer mooi koperwerk, ook van de electrische verlichting, volmaken het geheel.
Achter in den wnkel is een kantoortje en vindt men drie porceleinen vuurklei bakken voor de verfrissching van de visch.
Ook de andere afdeelingen van den winkel munten uit door het samengaan van sierlijkheid en degelijkheid. De gangen hebben alle terrasso-vloeren, in het magazijn achter in het pand is een steenen ijskast gebouwd volgens het nieuwste systeem en ook de kaaskelder onder in den winkel is frisch en practisch ingericht.
Dat deze winkel aan de hoogste eischen omtrent hygiëne voldoet behoeft geen betoog.
Bij de opening morgenavond zullen in de etalage o.m. eenige Oceaan-visschen worden uitgestald, welke de belangstelling nog wel zullen verhoogen voor dit nieuwe pand, dat een sieraad voor de Hertogstraat is.
Wij laten hieronder de namen volgen van hen die aan den bouw en inrichting hebben meegewerkt. Het zijn de heeren van den Boogaard, architect; van de Wagt Sr., aannemer; G.W. Tesser, Oude Stadsgracht, schilder; Reuser-van Alfen, electrische installatie, allen alhier; leverancier der tegels Heystee Smit, Amsterdam.” (PGNC 8/5/1913)
Verbouwing naar Café, architect Okhuijsen
1941
Verbouwing Perceel Hertogstraat No 23 Inrichting tot Cafe, Architect J.D.A. Okhuijsen, datum dossier 23-9-1941 (detail D12.405742)
In 1941 vindt er een verbouwing naar een café plaats. Hiervan is J.D.A. Okhuijsen de architect. Er is nog niet onderzocht of er na Wouters nog een andere gebruiker van het pand is geweest. Aan de voorgevel vindt er geen wijziging plaats; het betreft vooral de verbouwing van de winkel tot Café-biljart. Daarbij wordt het gedeelte van de gang bij het café getrokken. Op de open plaats worden toiletten geplaatst.
Heropening cafe biljart Reinhard in 1946 (De Gelderlander 23/5/1946)
1947: Verbouwing NV de Bijenkorf, met nummer 27, architecten Architecten D. en P. Benning
Hertogstraat 27 en 29 in 1952: Bij de begrafenis van de heer A.P. Keijser werden alle zaken van de familie Keijser in Nijmegen door de begrafenisstoet gepasseerd. Op de foto neemt het personeel van de Bijenkorf (die later aan de Burchtstraat werd gevestigd) afscheid met het uitreiken van bloemstukken. Antonius Petrus Keijser (de poppendokter van de Lange Hezelstraat 10) was de oprichter van N.V. de Bijenkorf en N.V. Handelsmij. TEPA (Molenstraat 52). Eigenaar van de Bijenkorf G. Keijser was de tweede zoon van de overledene, 1/9/1952 (J.F.M. Trum via GN18746 RAN CCBYSA)
In 1947 vindt de verbouwing voor de Bijenkorf plaats (geen relatie met de bekende keten). De architecten zijn D. en P. Benning. Daarbij wordt de begane grond van nummer 27 bij de winkel getrokken. Het winkelgedeelte van nummer 23-25 krijgt een passage met aan weerskanten etalages. De openplaats en de bergingen achter het biljart worden als verkoopruimte bij de winkel getrokken. Daarachter komen toiletten. Het pakhuis blijft pakhuis.
Plan tot het uitbreiden van de percelen aan de Hertogstraat Nos 23-25 en 27 te Nijmegen, Architecten D. en P. Benning, datum dossier 14-3-1947 (D12.407398)
Waar het biljart gedeelte zat, wordt de muren naar het winkelgedeelte van nummer 27 doorgebroken. De winkel op nummer 27 had al een eigen ingang rechts, deze blijft behouden.
De Bijenkorf had geen behoefte aan de café inventaris, advertentie De Gelderlander 21/4/1947
In oktober 1954 opent G. Keijser op Burchtstraat 110 zijn nieuwe winkel (niet de keten). De oorspronkelijke winkel zat in…
1976-1977 Verbouwing voor J. v.d. Hoek, architect P. Hermans
Plan voor het verbouwen van de winkel en het woonhuis aan de Hertogstraat 23-25 te Nijmegen v.r.v. de WelEd. Heer J. v.d. Hoek, wonend Grotestraat 6 te Cuijk, P. Hermans architekt, datum tekening 4-12-1976 (D12.509152)
De volgende verbouwing is uit 1976/1977. (Behalve een verbouwing van de achterkant in 1959). Dan wordt het pand Hertogstraat 23-25 weer een winkel zonder de doorbraak met nummer 27.
Het betreft vooral de verbouwing van de begane grond: de passage met de etalages wordt bij de winkel zelf getrokken. Een deel van het achterste gedeelte van de winkel wordt magazijn en verblijfsruimte.
(Ook al zijn de gegevens openbaar, ik wil op deze plaats vanwege privacy de bouwtekeningen niet verder publiceren).
Vervolg
In 1984 zit Noviomagum in het pand; In de richting van de Hertogstraat, 25 mei 1984 (Ber van Haren via kn13363-6 RAN CCO)
Volgende verbouwingen vinden in ieder geval plaats in 1980 (veranderen winkel tot horecabedrijf) en 2009 (veranderen winkelpui en entree bovenwoningen).
Er is niet onderzocht wat de verdere geschiedenis van het gebouw is. In ieder geval zit in 1984 Noviomagum in het pand.
Jarenlang heeft hier Indiaas restaurant Gandhi gezeten, op dit moment (mei 2024) is het restaurant gesloten.
Gemeentelijk Monument
Het pand is een gemeentelijk monument. Als waardering:
“Architectuurhistorisch van waarde vanwege de kwaliteit van het ontwerp en als voorbeeld van een vroeg twintigste-eeuws woon-winkelpand in de art nouveau trant. De voorgevel heeft een eenvoudige en evenwichtige uitstraling en kent een precieze detaillering. Het pand heeft stedenbouwkundige waarde als kenmerkend onderdeel van de aaneengesloten gevelwand van de Hertogstraat en als een van de weinige vooroorlogse gebouwen die in dit deel van de stad bewaard zijn gebleven. De vormgeving van het woonhuis en de winkelpui met art nouveaukenmerken weerspiegelt de ontwikkeling van het winkelapparaat in de vroege twintigste eeuw en geeft het pand daarmee cultuurhistorische waarde. Dat de historische parcellering grotendeels behouden is en het pand deel uitmaakt van een aaneengesloten rij panden van vóór de Tweede Wereldoorlog maken dat het pand bouwhistorisch een indicatieve waarde heeft.”
Verzetsmonument Jan van Hoof bij Waalbrug, de kransen zijn de avond ervoor, 4 mei gelegd (mei 2024)
In September 1954 is de 10e verjaardag van de bevrijding van Nijmegen. Deze vindt plaats met een grootschalige dodenherdenking en viering van de bevrijding. De “Onthulling Jan van Hoof-monument de climax van huidige herdenkingen”, zo schrijft De Gelderlander 17/9/1954.
De onthulling vindt plaats op de plek waar tijdens Market Garden zwaar was gevochten tussen de geallieerden en de Duitsers, met de Waalbrug als inzet.
Jan van Hoof
Aanvankelijk werd gedacht dat Jan van Hoof degene was geweest die de Waalbrug had gered. De student Jan van Hoof was lid van de geheime Dienst Nederland. Hij had vooraf maandenlang informatie over de Waalbruggen en daar aangebrachte explosieven verzameld.
Waalbrug
Van Hoof wist op 18 september 1944 de explosieven onder de Waalbrug inderdaad onschadelijk te maken, maar deze actie werd tijdig door de Duitsers ontdekt. Uiteindelijk was het de beslissing van de Duitsers zelf, waardoor de brug niet werd opgeblazen. De commissie van het Ministerie van Oorlog had in 1949 een onderzoek laten instellen: “De belangrijkste conclusie uit het rapport luidde dat Jan van Hoof feitelijk niet kan worden beschouwd als ‘de Redder’ van de brug. ‘Wel komt hem onvergankelijke eer toe voor hetgeen hij tot behoud van de brug als uitstekende daad van moed, beleid en trouw heeft verricht met inzet van zijn leven’.” (KOS)
Verkenner
De dag erna kwam hij om het leven. Op dat moment was hij gids in een pantserwagen. Op de hoek van de Lange Hezelstraat en Nieuwe Markt brak een gevecht uit, waarbij van Hoof overleed. Een tegel, geplaatst in 1945, herinnert nog aan dit moment. Ook op de Waalbrug is een plaquette van van Hoof aangebracht.
Verzetsmonument
Het monument is niet alleen voor Jan van Hoof, maar om alle verzetsmensen te herdenking. Bij de onthulling herinnerde de voorzitter van de Jan van Hoof Stichting, F.J. de Fraiture, er aan “dat Nijmegen vandaag al die duzienden helden van Nederland eert uit de jaren 1940 tot 1945. Buiten de “Jodenvervolging, welke op zich reeds 104.000 slachtoffers eiste, stierven 22.500 burgers in gevangenissen en concentratiekampen. Wij mogen aannemen dat het overgrote deel van hen mannen en vrouwen van het verzet zijn geweest… Naast hen rijen zich 2800 mannen en vrouwen, die vielen door het lood van executie en standgerechten, voor onze vrijheid. Zonder twijfel zijn vrijwel al deze 2800 verzetshelden geweest.” In het bijzonder herdenkt Nijmegen de eigen helden: in 1954 zijn er op dat moment 60 namen bekend van verzetsmensen die zijn omgekomen.
Het beeld van Marius van Beek
Het verzetsmonument of “de vaandeldrager”. Een monument voor Jan van Hoof en allen die in het verzet vielen voor de bevrijding van Nijmegen, gemaakt door Marius van Beek, 1954-1955 (Hoet, Fa. H. ten, Nijmegen / L.R. Gerritsen via F12266 RAN CCBYSA)
De burgers Nijmegen hadden giften gedaan voor de oprichting van een verzetsmonument, welke de naam Jan van Hoof zou dragen. Marius van Beek was in februari 1954 benaderd om het beeld te maken, na een suggestie van Mari Andriessen. Van Beek, oorspronkelijk uit Nijmegen had zelf in het verzet gezeten en hij had van Hoof persoonlijk gekend. Vanwege de tijdsdruk was het niet mogelijk het beeld gereed te hebben. Daarom werd bij de onthulling een gipsen beeld dat met bronsverf was beschilderd gebruikt.
Een foto van de onthulling is te zien op:
F51800: de onthulling van het beeld door professor Beel
“Kort daarna” was het beeld weer terug gebracht naar het atelier van Marius van Beek in Amsterdam. Nadat uiteindelijk het model in brons was gegoten, kon het een jaar later, in in maart 1955 (“gisteren” in de De Gelderlander 24/3/1955) worden geplaatst.
De vlag
“Jan van Hoof moet op de laatste dag van zijn leven, toen Nijmegen overal brandde, tegen een vriend gezegd hebben: “De stad in puin, maar onze vlag zal boven de puinhopen wapperen”. Zo heeft Marius van Beek verzet en bevrijding ook willen zien: omkijkend naar de geredde brug draagt zijn held de verscheurde vlag van de overwinning naar de stad. Dit is de triomf”. En daarvoor: “omdat hierin gesymboliseerd is, dat hij die strijdt voor een rechtvaardige zaak, uiteindelijk de vlag der overwinning zal dragen.”
De naamgeving
Ook gaat Fraiture in op de naamgeving: “met te zeggen dat aan het monument van het verzet, dat thans tussen de stad en de Waalbrug zijn plaats heeft gekregen, de volksmond de naam heeft geschonken van Jan van Hoof, die voor de overgrote meerderheid van ons volk is en blijft de held van de Waalbrug. Jan van Hoof was verkenner. Zijn diep geworteld voortrekkersideaal heeft hij in de meest letterlijke zin en tot de grootste consequenties in het verzet tegen de overweldiger uitgeleefd. God, de Kerk en zijn Land meende hij niet beter te kunnen dienen dan door verzet te plegen tegen de Nazi-vijand, die God verloochende, de kerk en zijn Land wilde vernietigen “En iedereen te allen tijde helpen”,- voor dat deel van zijn leven toen hij zijn geallieerde vrienden in een pantserwagen gidste en daarbij de dood vond. Zo werd hij voor die jeugd van heden, welke nog naar heldenverering zoekt, een lichtend voorbeeld.”
Opschrift
Het monument heeft een aantal regels van het Wilhelmus als opschrift:
Dat iek doch vroom mach blijven,
U dienaar ’t aller stondt,
Die tyranny verdrijven,
Die met het hert doorwondt.”
En:
“In Jan van Hoof eren wij allen,
die in het verzet vielen voor
de bevrijding van Nijmegen en ons land.”
(Overige) Bronnen en verder lezen
De Gelderlander 17/9/1954: Bovenstaand artikel is voor een groot gebaseerd op de onthulling zoals beschreven in de Gelderlander. In dit artikel staan ook foto’s van de onthulling opgenomen.
Thornsche molen bij Persingen. De molen werd bij Market Garden verwoest en is in 2016 herbouwd. De Thornsche Molen is een zogenaamde wipkorenmolen in de Ooijpolder, tussen Persingen en Erlecom. Of voluit: wipkokerkorenmolen.
Oorspronkelijke molen
De oorspronkelijke molen was waarschijnlijk gebouwd in de 15e eeuw. De Kampioen uit 1942 noemt dat ze eens heeft toebehoord aan het Kapittel van Cranenburg. De eigenaars van de molen hebben nog jarenlang tienden aan het kapittel moeten betalen; de naam Kapitteldijk herinnert nog aan dit Kapittel.
Rond 1778: Wipkorenmolen
In de 18e eeuw werd bij de een restauratie de inscriptie I V D G – A D 1778 op de zetelbalk aangebracht. Dit betekent: Jan van der Grinten Anno Domino 1778. Hij was op dat moment de molenaar en molenbouwer. Hij stamde uit een bekend geslacht van molenbouwers. Waarschijnlijk is bij de restauratie van 1778 de molen verbouwd tot kokerkorenmolen. In 1942 noemt de Kampioen dat “Maar het is een wipkorenmolen, waarvan ons land er nog maar een kleine tien bezit”. “
De Kampioen legt goed uit wat het verschil met een “standaardmolen” is: “Het kenmerkende verschil met den standaardmolen is echter, dat bij dezen het geheele bedrijf ondergebracht is in den draaibaren bovenromp, die dan ook meestal van aanzienlijke afmetingen is . Het ondergedeelte doet daar uitsluitend dienst als ondersteuning van den molen en in sommige gevallen is er een bescheiden bergruimte van gemaakt. Bij den wipkorenmolen- ter plaats wil men van deze benaming niets weten; men spreekt er van “kokermeulen”- dient het draaibare bovengedeelte daarentegen enkel voor het bergen van as, bovenwiel, bonkelaar en andere onderdeelen. Het bedrijf vindt in het “molenhuus”, dus in het vaste ondergedeelte plaats, en dit maakt de benaming kokermolen zeer wel verklaarbaar.
1799 Beschadiging door dijkdoorbraak
De Thornse molen aan de Kapitteldijk in de Ooypolder bij hoog water, 1920 (F74133 RAN)
In de loop der eeuwen zijn de nodige dijkdoorbraken geweest, al dan niet met een “ijsgang”. Deze hebben ook invloed op de Thornsche Molen gehad. Door de dijkdoorbraak van 1799 raakte de molen ernstig beschadigd. Daarbij sloeg het water een kolk achter de molen. Bij het herstel van de dijk werd deze om de kolk heen gelegd, zodat er een bocht in de dijk ontstond. Na de Tweede Wereldoorlog is de kolk gedempt, onder andere met resten van de molen en van andere bebouwing. Daarbij is de dijk weer rechtgetrokken.
Jaren 30 verval en verkoop
Thornsche Molen met 2 wieken, 1937-1940 (GN11125 RAN)
In de jaren 30 was de molen in verval geraakt. De burgemeester van Ubbegen, Sassen, nam het het initiatief tot restauratie. Hij kreeg daarbij een financiële bijdrage van provinciale en landelijke organisaties.
In juni 1935 vindt de veiling van de Thornsche Molen en een aantal andere gebouwen plaats vanwege het faillisement van G. Vierboom, molenaar.
Eind juni wordt de molen verkocht aan H. Vierboom te Heijen voor 1.400 gulden. Tevens heeft hij het Erfpachtrecht (V) gekocht voor 1.400 gulden (PGNC 28/6/1935).
Er is nog niet onderzocht wat de relatie tussen G. en H. Vierboom is. Wel noemt de Kampioen in 1942 dat Gerrit Vierboom op dat moment -dus waarschijnlijk nog steeds- de molenaar is.
Het Geldersch Panorama van 27 november 1941 (overgenomen van de website Thornsche Molen) noemt: “drie geslachten van de familie Vierboom, de grootvader, de vader en thans de zoon Jan, de heer Vierboom jr., hebben achtereenvolgens het muldersbedrijf in de Thornsche molen uitgeoefend en de zoon vertelde ons, dat zijn hooggespannen verwachtingen na de restauratie nog overtroffen waren. Ook hij zal hier zijn jaren dus wel uitdienen.“
Oorlog en verwoesting
In mei 1940 vallen de Duitsers binnen, onder andere in de omgeving van de Thornsche Molen.
In de storm van november 1940 raakte de molen zwaar beschadigd, waarbij onder andere de wieken knakten. In november 1941 was deze weer hersteld. Daarbij waren de wieken gemoderniseerd volgens het zogenaamde systeem Van Bussel.
Maar niet voor lang. Tijdens de gevechten rond Market Garden in september 1944 waren de Amerikaanse parachutisten geland bij Groesbeek. Daarbij kwam de molen midden in het frontlinie te liggen. Op 25 september 1944 wordt de molen en het buurtschap door brandbommen verwoest.
Wandelen, fietsen, of met de electrische step, Thornsche Molen (juli 2023)
Na de oorlog dient burgemeester Sassen een plan voor de herbouw van de molen en het buurtschap in bij het Ministerie van Wederopbouw. Deze plannen halen het niet: de herbouwclaims worden gebruikt voor de bestaande dorpskernen.
In 2005 kreeg een groep mensen het idee om de molen te gaan herbouwen. Het duurt tot 17 juli 2015 voordat begonnen kan worden met de bouw. De aannemer was Coppes BV uit Bergharen. De molen is op dezelfde plek herbouwd en werd op 15 juli 2016 officieel geopend. Vanaf dat moment is de molen daadwerkelijk weer in gebruik als korenmolen. In de aanbouw is een restaurant en een informatie gedeelte.
Molendatabase: “Er zijn alleen beplantingen ten oosten van de molen; vanuit andere windrichtingen zijn de windvang en het zicht op de molen zeer goed, daarbij is de molen ook vrij hoog gelegen.”
In het restaurant bevindt zich een informatiegedeelte over de over de geschiedenis en de herbouw van de molen.
Omgeving
Ooievaars Thornsche Molen (maart 2024)
De molen staat op de grens tussen Nederland en Duitsland/het toenmalige Pruisen. De grens is het ontwateringskanaal, in Duitsland de Hauptwässerung. Daarbij bevindt de molen zich op een kruispunt van 3 polders: Circul van Ooij, de Erlecomse Polder en de Duffeltse Polder.
Vlakbij de molen staat tevens een ooievaarsnest.
Dertig Menschenkinder bij Thornsche Molen
Menschenkinder door Anne Thoss (juli 2023)
Wanneer je vanuit de Thornsche Molen de brug oversteekt, zie je al gauw een groep van 30 houten figuren: de Menschenkinder van Anne Thoss, een kunstenares uit Kleve. De beeldengroep was een initatief van de Stichting Thornsche Molen ter gelegenheid van “75 jaar Vrijheid”. Deze beelden zijn onderdeel van de 6 kilometer lange wandelroute.
Aanvankelijk was het dan ook de bedoeling om 75 figuren te maken, maar dit bleek niet behapbaar. Daarbij kwam het aantal op 30, wat nog genoeg “body” zou overhouden.
De beeldengroep herinnert aan de evacuatie tijdens de oorlog, maar tevens ook aan het ontvluchten van oorlog, waanzin en onmenselijkheid, in heden en verleden. Ze hebben geen gezichtsuitdrukking, noch is leeftijd of geslacht te herkennen. Een soort schaakstukken die heen weer geschoven kunnen worden, zonder dat de stukken zelf een keuze of doel hebben. Houtkunstenaar Jo Milano (een alias van Jörg Florenz) maakte de beelden uit boomstammen op basis van een keramiek voorbeeld.
Anne Thoss en grenzen
Ontheemding, uitzichtloosheid, onbereikbaarheid zijn belangrijke thema’s bij Anne Thoss. Zij is in de grensregio opgegroeid. Ze heeft een Oost-Duitse vader, die na de oorlog niet meer terug kon. Zij werkt veel met het Duitse verleden en de Tweede Oorlog.
Daarnaast is er een kunstmatig eiland te zien waarop met water, gras, zand, klei en baksteen de letters O, P, E en N zijn gevormd. Dit werk van Paul de Kort.
Herinneringsroute Thornsche Molen – Zyfflich
Bij de molen begint de Herinneringsroute, een wandelroute van 6 kilometer. De Menschenkinder is een onderdeel van deze route. En net als dit kunsproject is het een initiatief van de Thornsche Molen. Het thema is “Herinnering 75 jaar Vrijheid”. Langs deze route zijn informatieborden geplaatst wat er in deze omgeving heeft afgespeeld.
Op de site van Visit Nijmegen is de route te downloaden:
In mei 1904 ontwerpt architect Claase een winkelhuis en woonhuis aan de Hertogstraat (27 en 29). De opdrachtgevers zijn de gebroeders Faazen, die wonen op nummer 27 en ook in de nieuwbouw op nummer 29 zullen gaan wonen. In november 1904 opent de bloemisterij Gerretsen en Valeton op nummer 27. Opvallend aan de het pand zijn de kleurrijke bloementegels. Jarenlang heeft bovendien de Wildcentrale in deze winkel gezeten.
De eerste luifel is Hertogstraat nummer 27; Hertogstraat gezien in de richting van het Kelfkensbos, links het Wintersoord, 1910 (J.H. Schaefer via F14527 RAN)
In het PGNC 27/5/1904 staat de aankondiging van de aanbesteding van “Het amoveeren van perceel No. 29 aan de Hertogstraat en daar ter plaatse weder bouwen van een Woon- en Winkelhuis, voor rekening van de Heeren A. en J. Faazen”.
Winkelhuis en Woonhuis voor de Heeren Faazen aan de Hertogstraat no 29, architect Claase, datum tekening mei 1904 (D12.378739)
Aan de indeling is te zien dat de begane grond links bestemd is voor een winkel met daarbij een werkkamer en rechts een woonfunctie heeft. Uit de bouwtekening D12.378739 blijkt verder dat de eerste en tweede verdiepingen ingedeeld zijn als woningen.
Winkelhuis en Woonhuis voor de Heeren Faazen aan de Hertogstraat no 29, architect Claase, datum tekening mei 1904 (D12.378738)
Kleurrijke tegels met bloemen
Tegeltableau bloemen Hertogstraat 27 (mei 2024)
Een opvallend element van deze panden zijn de tegels met bloemen. Deze lijken in D12.378739 nog niet te zijn ingetekend. Het is mij nog onbekend wat de reden is van de bloementegels, een aantal mogelijkheden:
Vanwege bloemisterij Gerretsen & Valeton: mogelijk was vanaf het begin bekend -zij hadden daarvoor hun winkel op Hertogstraat 3- dat zij hun winkel op nummer 27 zouden vestigen of hebben zij op enig moment de tegels laten aanbrengen. Dit lijkt het meest waarschijnlijk, aangezien in ieder geval tot de Tweede Wereldoorlog hier de bloemenzaak was gevestigd;
Vanwege de vroegere landbouwfunctie van deze plek: de gebroeders Faazen staan in het adresboek van onder andere 1903 als “landbouwer” in het adresboek; nummer 27 is een “stal”;
Een andere reden, bijvoorbeeld puur decoratie
Tegeltableaus Hertogstraat 29 (mei 2024)
Opvallend is dat op de foto uit 1910 de bloementegels nog niet lijken te zijn aangebracht. Ook op de ansichtkaart van de kwekerij (zie hieronder) zijn er geen tegels te zien. Een andere mogelijk is dat de tegels op dat moment zijn overgeschilderd.
Bloemisterij Gerretsen & Valeton
In november 1904 verhuist bloemisterij Gerretsen & Valeton naar de Hertogstraat no. 27. De eigendomsverhouding is nog niet achterhaald: of Gerretsen & Valeton de eigenaar of huurder van het gebouw waren. Het PGNC over de opening:
“Bloemenmagazijn Gerretsen & Valeton.
De firma Gerretsen & Valaton, de welbekende bloemisten, die hunne uitgestrekte kweekerij te Hees hebben, hebben heden hun magazijn in de Hertogstraat no. 3 verplaatst naar het perceel no. 27 diezelfde straat, een ruim en luchtig pand, dat volkomen aan de eischen voor dit veelomvattend vak voldoet. Het net ingerichte magazijn beantwoordt ten volle aan de eischen des tijds en van de branche en is in staat een welriekende bloemenschat en de uitgebreidste plantensorteering te bewaren. De naam der firma Gerretsen & Valeton is een zoo gevestigde, dat hierop zeker niet nader de aandacht behoeft te worden gevestigd; als voorheen weet men nu waar het adres is wanneer men iets zeer artistieks en goeds op dit gebied wil verkrijgen.” (PGNC 24/11/1904).
Vooraf: Hertogstraat 3
Advertentie opening Gerretsen & Valeton in Hertogstraat 3 (De Gelderlander)a 23/4/1901
Op 23 april 1901 openen Gerretsen en Valeton hun bloemenmagazijn in Hertogstraat 3.
De V.O.F. bestaande uit Gerretsen, Valeton en Burkens “bloemisten en boomkweekers te Hees” kopen op 5-10-1903 “een boomgaard onder Hees gelegen, op een perceelsgewijzen kadastralen legger van Neerbosch bekend, in Sectie B. nummer 1168, groot negen en tachtig aren vijftig centiaren,” voor 5.500 gulden. Vervolgens koopt, in hetzelfde contract, het onroerend goed van de V.O.F. (? Waarom dan niet rechtstreeks?) (Actenummer 4901, Archiefnummer 442, Inventarisnummer 175)
Op 1-10-1904 gaat de V.O.F. een hypotheek van 25.000 gulden aan bij de Zeeuwsche Hypotheekbank via Dirk Jan Haspels. Als onderpand brengen zij: “twee huizen, tuin, boomgaard en oranjerie gelegen te Hees, Kadastraal bekend gemeente Neerbosch in Sectie B Nummer 1168 groot negen en tachtig aren vijftig centiaren en 1793 groot zes en zestig aren negentig centiaren. (Actnummer 2730, Archiefnummer 449, Intentarisnummer 100)
Kwekerij in Hees
Gerretsen & Valeton (F32438 RAN)
Zij hebben hun kwekerij in Hees. De bijbehorende woningen bestaan nog steeds: de huidige adressen zijn Schependomlaan 36 en 46 (beiden gemeentelijke monument).
Momenteel ben ik nog bezig met het verzamelen van gegevens van Schependomlaan 36 en 46. Opvallend genoeg heb ik tot nu toe geen contract gevonden waarbij Gerretsen en Valeton eigenaar zijn van de winkel. Na het overlijden van Gerretsen in 1910, gaat Valeton voor zichzelf verder. Daarbij gaat hij een N.V. aan met P.F. Marttin. Marttin, en daarna zijn zoon, lijken in de jaren 20 eigenaar geworden te zijn van de winkel.
In ieder geval komt de heer Marttin in 1915 voor als directeur van de firma Gerretsen en Valton. Hij heeft dan “weêr een proeve gegeven van “het thema te kunnen variëren”. Ter ere van de verjaardag van Koningin Wilhelmina heeft hij de etalage in de vorm van een soort pergola (PGNC 1/9/1915).
Gerva
Advertentie Bloemensalon Gerva van P. Martinn (PGNC 29/8/1931)
Vanaf in ieder geval PGNC 6/7/1929 wordt de Bloemensalon Gerva genoemd (een samentrekking van Gerrets en Valeton).
Bern. Marttin
Advertentie Gerva door B. Marttin (PGNC 1/10/1936)
Zoon B.F. Marttin komt in het Adresboek van 1932 voor het eerst voor (evenals een aantal andere Marttins). Ook geschreven als Bern. Marttin (PGNC 22/12/1936).
In 1936 laat hij de winkel moderniseren:
“Het Bloemenmagazijn “Gerva” gemoderniseerd
Het pleit voor den heer B. Marttin, directeur van het bekende bloemenmagazijn “Gerva” aan de Hertogstraat, dat hij terdege heeft ingezien, dat het wel aangenaam is een zaak te hebben die kan bogen op een 35-jarige uitstekende reputatie, maar dat het wel eens zeer gewenscht kan zijn om die zaak, wat inrichting een aankleeding betreft, een verjongingskuur te doen ondergaan. De eischen, die er aan een zaak van standing gesteld worden, hebben zich immers de laatste jaren zeer sterk gewijzigd. De heer Marttin heeft de consequentie daarvan aanvaard en zoo zien wij thans dit oude Nijmeegsche bloemenhuis verjongd weer terug. Het is wel sterk in zijn voordeel veranderd door de plaats gehad hebbende moderniseering. Ongetwijfeld maakte het winkelinterieur vreoger een stemmigen, voornamen indruk, maar toch: het was er wel wat somber. Thans is echter juist het tegenovergestelde het geval. Wat is hier alles veel lichter geworden dank zij de in het wit gehouden wandbekleeding en het wegbreken van een verbindingstuk tusschen voor- en achtergedeelte, wat grooteren licht-inval mogelijk maakte. De zaak ziet er thans frisch en fleurig uit, niet het minst door een schat van bloemstukken, waaronder ware kunststukjes zijn. Het kan wel niet anders of nog meer dan voorheen zal bloemenmagazijn “Gerva” een gewild adres zijn voor wie prijs stelt op een prettige sfeer in den winkel en goede uitvoering van zijn opdrachten.
En tot slot nog allen lof voor de Studio Bos aan de Mariënbugschestraat, die deze modereniseering tot stand bracht.” (PGNC 2/10/1936)
De tot nu toe laatste gevonden advertentie van bloemenmagazijn is in PGNC 28/9/1942, waarin een loopjongen wordt gevraagd.
Gevonden adressen
Hieronder staan de tot nu toe gevonden adressen weergeven die betrekking hebben op de beide “Gerretsen & Valeton”‘s:
Naam
Omschrijving
Adres
Adresboek
Gerretsen & Valeton
Bloemenmagazijn
Hertogstraat 3
1902, 1903
H.A. Gerretsen
Firma Gerretsen en Valeton, handelskwekerij
Hees Kerkstraat 84a
1902, 1903
H.C. Valeton
Firma Gerretsen & Valeton, bloemist
Hees 84
1902, 1903
Valeton
Firma Gerretsen & Valeton, bloemenmagazijn
Hertogstraat 3
1902, 1903, 1905, 1907
Valeton
Firma Gerretsen & Valeton, bloemenmagazijn
Hertogstraat 27
1907, 1909, 1910
Stal
Hertogstraat 27
1902, 1903
J. Faazen
Hertogstraat 29
1902
J en A. Faazen
Landbouwer in 1903; A. is landbouwer in 1907
Hertogstraat 29
1903, 1907, 1908, 1920
Gerretsen & Valeton
Bloemenmagazijn
Hertogstraat 27
1905
H.A. Gerretsen
Firma Gerretsen en Valeton, handelskweekerij
Hees, Kerkstraat 84a
1905
H.A. Gerretsen
Firma Gerretsen en Valeton, bloemist of bloemenwinkel
In 1932 staat op 1 plek erbij: N.V. Bloemisterij P.F. Martin
Hertogstraat27
1932, 1934
Gerva
Bloemenmagazijn, kweekerij, tuinaanleg
Hertogstraat 27
1932, 1934, 1936, 1938, 1940
Kantoor “Gerva”
Wolfskuilscheweg 189
1932, 1934, 1936
B.F. Martin
Bloemist
Hertogstraat 27
1932
J.D. Martin
Binder; in 1934 bloemist
Hertogstraat 27
1932, 1934, 1936
P.F. Martin
Bloemist
Hertogstraat 27
1932, 1934
Wed. P.F. Martin
Geb. W. Toepoel
Hertogstraat 27
1936
B.F. Martin
kweeker
Wolfskuilscheweg 191
1934, 1936
B.F. Martin
kweeker
Hertogstraat 27
1940
1944: Noodwinkel de Bijenkorf
Hertogstraat 27 en 29 in 1952: Bij de begrafenis van de heer A.P. Keijser werden alle zaken van de familie Keijser in Nijmegen door de begrafenisstoet gepasseerd. Op de foto neemt het personeel van de Bijenkorf (die later aan de Burchtstraat werd gevestigd) afscheid met het uitreiken van bloemstukken. Antonius Petrus Keijser (de poppendokter van de Lange Hezelstraat 10) was de oprichter van N.V. de Bijenkorf en N.V. Handelsmij. TEPA (Molenstraat 52). Eigenaar van de Bijenkorf G. Keijser was de tweede zoon van de overledene, 1/9/1952 (J.F.M. Trum via GN18746 RAN CCBYSA)
In ieder geval heeft de Bijenkorf in november 1945 hier haar winkel (De Gelderlander 22/11/1945). Dit was een noodwinkel, nadat het bombardement van februari 1944 de winkel op de Stikke Hezelstraat had verwoest en vervolgens de nieuwe winkel op de Lange Burchtstraat in september 1944 in vlammen opging.
In 1951 breidt zij uit door de noodwinkel Hertogstraat 8, waar voorheen kokzaak Draper gevestigd was, over te nemen. In 1954 verhuist de Bijenkorf naar de nieuwbouw van de Burchtstraat. Zie onderstaand artikel, waarbij tevens een foto van de noodwinkel is opgenomen:
Tegenwoordig is al jarenlang poelier De Wildcentrale in dit pand gevestigd.
Poelier Wildcentrale Hertogstraat 27 en 29, 1989 (Ber van Haren via ZN35960 CCO)
Gemeentelijk monument
Het pand is een gemeentelijk monument: “Samen met het naastgelegen woonhuis fraai voorbeeld van Jugendstil bebouwing. Interessant als voorbeeld van de gemengde bebouwing van de randstraten van het centrumgebied met naast elkaar woon- en winkelbestemming.”
Pro Persona, architect van Huut, Tarweweg 2 (Jan Eichelsheim via DF209 RAN CCBYSA)
Van Huut ontwierp het gebouw aan Tarweweg 2 voor het RIAGG (tegenwoordig Pro Persona). In 1998 werd het vijf verdiepingen tellende gebouw opgeleverd. Het staat aan een grote vijver.
Voordat het RIAGG naar deze nieuwbouw kwam, waren de 7 afdelingen van het RIAGG verspreid over 6 gebouwen binnen Nijmegen. “Moeilijk aanstuurbaar dus, vindt Van de Ven. De RIAGG Nijmegen moet als volwassen managementorganisatie “transparanter” worden en de nieuwbouw kan daar een steentje aan bijdragen. ,, We streven naar een vraaggerichte en doelmatige bedrijfsvoering. Efficiency, daar draait het om, anders haal je je produktie-eisen niet.”” schrijft het NRC in april 1997, een mooi artikel over de “efficiency”-slag van het RIAGG in die jaren.
Daarvoor kiest ze voor nieuwbouw. Nogmaals het NRC: “Op de vergadertafel van de directiekamer staat de maquette van de bijna voltooide nieuwbouw. Een antroposofisch flatgebouw van architectenbureau Alberts & Van Huut (kosten 12 miljoen gulden) dat veel weg heeft van een bank. Over twee maanden als de huisstijl klaar is, verhuizen de 143 medewerkers van de RIAGG in Nijmegen naar hun nieuwe kantoor. Trots wijzen de directeur Beheer, N. van de Ven, en zijn collega Hulpverlening, J. Rutgers, op de saillante details van het miniatuurcomplex. ,,We hebben een landschapsarchitect aangetrokken voor de aankleding van het terrein”, zegt Rutgers. ,,Maar als de samenwerking met het psychiatrisch ziekenhuis doorgaat”, valt Van de Ven hem in de rede ,,dan offeren wij onze tuin op voor hun laagbouw.””
Van Huut, Architectenbureau Alberts en Van Huut
De architect van het pand is Max van Huut. Hij studeerde aan het Hoger Technisch Instituut in Amsterdam. Na een aantal andere bureaus, kwam hij in 1975 te werken bij het architectenbureau van Ton Alberts. Zij zijn vooral bekend van het NMB- (later ING-) hoofdkantoor in Amsterdam uit de jaren 80, het “Zandkasteel”. In 1987 werd hij partner en vanaf dat moment heet het bureau Architectenbureau Alberts en Van Huut. Het staat onder leiding van Van Huut. Het gebouw is gebouwd volgens de zogenaamde organische stijl.
De portefeuille van Van Huut bestaat uit veel verschillende projecten, onder andere: Kantoren, fabrieken, scholen, kerken, woningen, ziekenhuizen, verbouwings-en renovatieprojecten. Daarnaast geeft hij lezingen over zijn projecten en visies.
Organische stijl
Het bureau maakte ontwerpen in een organische stijl. Het gaat daarbij niet zozeer om typische stijlkenmerken, maar eerder over een ontwerpinstelling. “Organische architectuur heeft tot doel schoonheid en harmonie te creëren, die het menselijke welzijn verbetert.
Architectenbureau Alberts en Van Huut gaat uit van de samenhang tussen landschap, stedenbouw en architectuur. De architectuur mag zich niet loskoppelen van haar omgeving. Het interieur moet op zijn beurt weer verbonden worden met de architectuur.” (wikipedia)
Vervolg: Politiebureau en vluchtelingen
Een deel staat al langer leeg. Bestaande zorgbehandelingen worden overgeplaatst naar andere Pro Persona-locaties. Dat heeft al langer als beleid huisvesting af te stoten om geld te kunnen besparen.
Op termijn zal de politie verhuizen naar dit pand. Door een reorganisatie is het bureau aan de Stieltjesstraat te groot geworden, terwijl dat van de Muntweg juist te vol is geworden. Het is denkbaar dat het hoofdbureau en dat van de Muntweg zal worden samengevoegd wanneer de verhuizing daadwerkelijk zal plaats vinden.
Ze heeft het pand in 2019 gekocht, nadat het sinds 2015 te koop had gestaan voor een vraagprijs van 3 miljoen euro. De politie was al langere tijd op zoek naar nieuwe huisvesting. En ze had daarbij de wens om zich op een locatie tussen Dukenburg en Nijmegen-centrum te vestigen. Er blijkt echter eerst een grote verbouwing nodig te zijn, voordat zij zich daar zal vestigen. De verhuizing zal echter niet eerder dan 2025 zal plaats vinden.
Op dit moment (augustus 2023) zitten er Oekraïense vluchtelingen in het pand. Het gebouw was daarvoor in gebruik geweest voor kwetsbare jongvolwassenen die maatschappelijke begeleiding krijgen van de stichting Kairos. Zij zijn verhuisd naar een ruimte aan de Wijchenseweg.
De Waalkade was eeuwenlang vol bedrijvigheid. Vervoer over water was een van de belangrijkste transportmiddelen. Aan de Waalkade en de Benedenstad waren er veel bedrijven. Daarnaast was de eerste electriciteitscentrale gelegen aan de Waalkade.
Vanaf 1900 wordt de naam Waalkade gebruikt. Daarvoor werd het gebied ‘Aan ’t Water’, ‘Op den Werf’ of ‘Aan den Waal’ genoemd.
In de jaren 80 heeft een herstructurering plaats gevonden, waarbij de Waalkade een belangrijke recreatieve functie kreeg.
In 2013-2014 is de damwand tussen de Grotestraat en de Spoorbrug na een inzakking vervangen.
Het gedeelte ter hoogte van de horeca en het Casino is in 2018-2019 vernieuwd. Daarbij is een stenen trap gemaakt en een groot grasveld aangelegd. Bovendien zijn is het kunstwerk de Waterwolf en de Aquanaut geplaatst.
Van tijd tot tijd zal deze pagina worden aangevuld met de bijzonderheden van de Waalkade.
Belangrijkste bezienswaardigheden Waalkade
De Waal en Waalkade zelf
Romeinse resten
Het Besiendershuis
Anthonispoort
Labyrint
Romeinse tijd
In ieder geval is de Waalkade vanaf de Romeinse tijd bewoond geweest. Deze huizen waren gemaakt van hout en sloten aan bij de stad op het plateau. Nadat deze stad na de Bataafse opstand was verlaten, kreeg deze nederzetting een meer monumentaal karakter. Waarschijnlijk was het aanvankelijk een kleine (handels) nederzetting, gericht op het handelsverkeer over water. Daarbij lag (de voorloper) van de Waal wat meer naar het noorden dan nu het geval is. Deze stad hoorde waarschijnlijk bij het legerkamp dat de Romeinen op het Valkhof in de 3e eeuw hadden opgericht en liep tegen de helling op.
Romeinse muur
Voordat het Casino werd gebouwd, vonden hier opgravingen plaats, waarbij een Romeinse muur van 80 meter lang werd gevonden, die op sommige plekken nog een paar meter hoog was. Deze muur stamde uit de 3e of 4e eeuw, de zuidelijke muur van deze nederzetting.
Waarschijnlijk breidde de nederzetting zich via de helling uit. De muur diende aanvankelijk alleen voor verdediging, maar op een later tijdstip ook als onderdeel van gebouwen.
Het grootste deel van de muur is gesloopt en werd overgebracht naar de tuin van het toenmalige Museum Kam. De sloop van deze muur wordt, zeker in de huidige tijd, gezien als een drama. Wel werd als gevolg daarvan de eerste stadsarcheoloog aangesteld. Een deel van de muur is te zien bij het Hollands Casino.
Romeinse luxe: centrale vloerverwarming
Bovendien is daar een hypocaustum (centralevloerverwarming) uit de Romeinse tijd gevonden, die eveneens bij het Casino is te zien. “Een hypocaustum is een ondiepe kelder waarboven de vloer ligt op zuiltjes van gestapelde tegels. Vanuit een stookruimte stroomde warme lucht in deze kelder. De lucht verwarmt niet alleen de vloer, maar ook de wanden door middel van ingebouwde kanalen. In onze streken was dit soort centrale verwarming voorbehouden aan de rijken en kwam het meestal maar in één vertrek van het huis voor.” (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
Een andere belangrijke vondst van de opgravingen uit de jaren 80 was daarnaast een kalkoven bij de Steenstraat.
Peiling terugbrengen Romeins verleden
Uit een peiling uit 2016 onder 1.280 Nijmegenaren werden een 19 nieuwe ideeën voorgelegd:
38% van de respondenten vindt “Romeinse geschiedenis in centrum beter zichtbaar maken” een goed idee en had daarmee de hoogste score.
24% van de respondenten vindt de “resten van Romeinse muur terugbrengen op Waalkade” een goed idee en was daarmee plaats 5
Sommige beelden gaan pas echt wat zeggen als je “door” hebt: Arie Berkulin maakte dit kunstwerk in 1995. Hij wilde iets doen met het Romeinse verleden en maakte het beeld met 3 metalen buizen. Als je eromheen loopt, zijn de cijfers IV (4), VI (6), IX (9) en XI (11) te herkennen.
Vanaf de 12e eeuw groeide de nederzetting aan de Waal in westelijke richting uit. Door de verschuiving in de loop van de Waal ging een deel van deze nederzetting in de 13 eeuw verloren. Vanaf dat moment werden de huizen op een wat hogere plaatsen gebouwd, waaronder de Steenstraat.
Hanzestad
Door de ligging aan de Waal was Nijmegen in de late middeleeuwen een belangrijke handelsstad. in 1402 wordt Nijmegen onderdeel van de Hanze. Ook daarvoor, vanaf het begin van de 14e eeuw, waren er al contacten met de Hanze. Onder andere met Antwerpen en Londen. Daarbij waren laken en Duitse wijn uit de Rijnstreek belangrijke handelsproducten. Een mooie site hierover is https://www.antependium.nl/figuren/het-koggeschip/nijmegen-en-de-hanze/. Door problemen met de bevaarbaarheid van de rivier begon Nijmegen echter in betekenis in te boeten.
In de late middeleeuwen werd een stadsmuur aan de Waalkade gebouwd. Deze kreeg daarbij 8 poorten. Daarvan is een deel van Stratemakerstoren, de Besienderspoort en de St. Anthonispoort nog te zien.
De poorten waren: de Veerpoort, de Besienderspoort, de Kraanpoort, de St. Jacobspoort, de Meipoort, de St. Anthonispoort, de St. Stevenspoort en de Boddelpoort.
Daarbij kreeg de muur een aantal torens: aan de oostkant de Melaten- of Lappentoren. De Stratemakerstoren aan de voet van het Valkhof en de St. Hubertus- of Rode Toren.
Stratemakerstoren
Stratemakerstoren, 1987 (Hans Giesbertz via D1724_18_01-21 RAN CC0)
De Stratemakerstoren dateert uit 1512-1526, waarvan de funderingen stammen van een oudere toren. In 1526 komt de toren voor als het ‘roendeel bij der Veerpoirten’. De Veerpoort was daarbij de poort, waar het veer over de Waal aanlegde.
De huidige naam Stratemakerstoren komt in het archief voor op een stadsrekening uit 1569. De herkomst van de naam is onbekend: in andere plaatsen bestaan er torens die vernoemd zijn naar het gilde dat was toegewezen om de betreffende toren in tijden van oorlog te verdedigen. Nijmegen heeft echter geen stratenmakersgilde gekend.
Wat is een bastei?
Gezicht op de Valkhofburcht (links op de heuvel) en de Stratemakerstoren (rechts van het midden), gezien vanaf de Lappentoren ofwel Melatentoren; een tekening van Dr. Jan Herman Adriaen Scheers (13-4-1823 – 18-9-1978) (naar een aquarel van Pieter Caspar Christ); Opschrift: 1530 “Nijmegen met het Valkhof (1530) of den Melaten of Lappentoren”. In verso: Naar eene tekening van den jare 1530 gezien van den Melaten of Lappentoren, die gestaan heeft tegen de uiterste punt van den Wal achter den 1530, 1870-1878 (GN1395 RAN)
Hoewel het in 1526 een “roendeel” (rondeel) wordt genoemd, is het feitelijk een bastei. Een bastei is een grote, halfronde, hoefijzervormige toren die naar buiten uitspringt naar ontwerp van Albrecht Dürer. Daarbij zijn ze van binnen overwelfd met daarin kazematten. In deze ruimten kon het geschut beschermd worden opgesteld. De bastei wordt gezien als een voorloper van het bastion. Door de grote afmetingen en de hoge kosten om deze maken zijn basteien slechts op beperkte taal toegepast. Rond 2011 werd bekend dat ook de Stratemakerstoren een bastei is (https://nl.wikipedia.org/wiki/Bastei_(vesting)). Daarvoor werd gedacht dat een zogenaamd was; het is de enige bastei in Nederland die nog min meer intact is gebleven.
De Stratemakerstoren door huizen ingebouwd
Gezicht op de Waalkade ter hoogte van de Valkhofheuvel met de tot huizen verbouwde Stratemakerstoren. Midden boven is de Belvédère te zien met rechts daarvan het Valkhof. Links vaart een schip op het Meertje, het riviertje dat vanuit de Ooy tot aan de oostelijke stadsmuur stroomde. Schilderij van de Nijmeegse schilder Peter Martinus Post (1819 – 1860), 1853 (F5630 RAN)
Vanaf 1789 werd het rondeel door huizen ingebouwd. Bij de sloop van Alewijnse kwam het verlaagde bastei weer aan het licht en werd vervolgens gerestaureerd. Aanvankelijk werd het daarbij vanaf 1995 onderdeel van het museum de Stratemakerstoren.
Detail opname van de voorgevel van de Alewijnsepanden, oktober 1970 (P. Arts, Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting Gemeente Nijmegen via F88731 RAN CC0)
Om de kwetsbare, uit mergel bestaande toren te beschermen werd in 2017 een nieuwe schil gebouwd rondom de toren.
De Bastei, museum voor natuur en cultuurhistorie
De Stratemakerstoren maakt tegenwoordig onderdeel uit De Bastei, museum voor natuur en cultuurhistorie”, welke sinds 2018 geopend is. Het was daarbij een fusie van het Museum de Stratemakerstoren en het Natuurmuseum Nijmegen. Het museum vertelt het verhaal van “de Waal”: zowel vanuit historisch als natuurlijk oogpunt.
Opgravingen
Bij de opgravingen voorafgaand aan de bouw van het nieuwe museum zijn veel archeologische resten gevonden: Romeinse en middeleeuwse stadsmuren en funderingen van veertiende-eeuwse stadskastelen. Deze zijn vervolgens opgenomen in het museum.
Architectuur
Het museum is ontworpen door Van Roosmalen van Gessel Architecten uit Delft. Het ontwerp kreeg in 2019 de Schreudersprijs voor ondergronds bouwen en de Publieksprijs van de Architectuurprijs Nijmegen.
Besienderspoortje of Lossertpoort
Steenstraat 57-59
Besienderspoortje of Lossertpoort of Onze Lieve Vrouwepoortje , naast de Zeilmakerij (het Zeilmakershuis), gezien vanaf de Waalkade , eveneens met een uitgang aan de Steenstraat.In 1915 werd het poortje dichtgemetseld in opdracht van de gemeenteraad. Er vond herhaaldelijk prostitutie plaats, 1890 (F68667 RAN)
Het Besienderspoortje of Lossertpoort of Onze Lieve Vrouwepoortje , naast de Zeilmakerij (het Zeilmakershuis) , gezien vanuit de Steenstraat , met eveneens een uitgang aan de Waalkade. In 1915 werd het poortje dichtgemetseld in opdracht van de gemeenteraad. Er vond herhaaldelijk prostitutie plaats, 1890 (F68666 RAN)
Een van de overgebleven poorten is het Besienderspoortje of Lossertpoortje. In de loop der eeuwen komt deze onder verschillende voor:
1420-29 Geertruid Boyenpoortje
1511 O.L. Vrouwenpoortje
1542 Sybert Lossertspoortje; in 1659 Slosserspoortje genoemd
1552 Bezienderspoortje
Sybert Losser was vanaf 1538 beziender van de Rijkstol. En bovendien was hij taveernehouder. Van Schevichaven: “Menige goede dronk werd te zijnen huize door onze heeren van den raad en hun gasten tot heil en op kosten van de Stad genoten, getuigen de Rekenboeken van het midden der 16de eeuw.” Waarschijnlijk is van Schevichaven de bron geweest dat het Besiendershuis, tegenover het Bezienderspoortje, foutief haar naam heeft gekregen.
Zoals op de linker foto hierboven te zien is, kwam door de verhoging van de Waalkade in 1885 een groot deel van de poort onder het wegdekniveau te liggen.
Behalve een leuke pagina heeft Noviomagus tevens een mooie foto uit 2010 hoe deze poort vanuit de Waalkade gezien tegenwoordig vrijwel verborgen is.
Een interessant artikel uit 1980 is te vinden op Numaga (tevens bron van dit artikel).
Anthonispoort
Anthonispoort (mei 2024)
Anthonispoort 4M KR (mei 2024)
Waarom op de sluitsteen 4M + KR staat gegraveerd, is niet duidelijk. Op Noviomagus staat hierover een leuke discussie.
Maarten Schenk
Op de Antonispoort is een gedenksteen te zien van de mislukte aanslag van Maarten Schenk op Nijmegen op 12 augustus 1589. Hierbij verdrinkt in de Waal.
afbeelding te zien uit 1599/1600 hoe Maarten Schenk verdrinkt in de Waal.
(Annotatie: NOVIOMAGUM belli DUX SCHENCKIUS impiger instat | evomit undis / Sub Philipo Secundo, Gubernante Parma & Principe Mauritio / Frans Hogenberg ; del 1599/1600) (KPA-I-13 RAN)
Op 10 augustus 1589 doet Maarten Schenk (op dat moment vechtend aan Staatse zijde) een poging Nijmegen te veroveren. Hij heeft die dag een troepenmacht van 300 man verzameld bij Schenkenschans. Met 70 boten laten zij zich die nacht de Waal over de Waal naar Nijmegen vervoeren.
Zij proberen bij de St. Antonispoort en de huizen aldaar binnen te dringen. Met een lier weten ze het traliewerk uit raam te trekken. Waarschijnlijk is de tegenstand groter dan verwacht en breekt er paniek uit. De mannen proberen weer in boten te komen en te vluchten. Sommigen raken overvol en kantelen, zo ook de boot van Schenk. Met zijn zware harnas aan verdrinkt hij in de Waal.
Gevierendeeld en herbegraven
De volgende ochtend vissen Nijmegenaren de verdronken soldaten op, op zoek naar buit. Daarbij vinden ze het lichaam van Schenk. Zijn hoofd wordt bij de St. Antonispoort opgespiest, andere lichaamsdelen komen bij andere poorten te hangen. Na 8 dagen worden zijn lichaamsdelen in een kist gedaan en naar de Kronenburger toren gebracht.
Wanneer de Staatse Troepen Nijmegen in 1591 veroverd hebben, wordt hij met pracht en praal bijgezet in de St. Stevenskerk. Zijn harnas wordt naar Kleef gebracht en op een zuil in een park gezet. In 1795 hebben de Fransen dit harnas vernield.
Anthonispoort bij avond (januari 2026)
Een uitgebreid verhaal over Maarten Schenk, die meerdere keren van kamp wisselde is te lezen op (tevens bronnen):
Besiendershuis vanuit het tuintje (Monumentendag 10-9-2024)
Een van de markantste gebouwen aan de Waalkade (of eigenlijk Steenstraat) is het Besiendershuis. Een besiender was een soort opzichter, die tolgelden inde. Zoals Noviomagus (met veel foto’s) aangeeft: “In werkelijkheid blijkt in het dubbele woonhuis echter nooit een besiender te hebben gewoond. Voor de duidelijkheid moet hierbij worden opgemerkt dat het vrije uitzicht vanuit het Besiendershuis op de Waal pas ontstond bij de verwoesting van twee panden aan de Waalkade, eind 1944 of begin 1945.”
Tekening vogel in de kelder van het Besiendershuis (10-9-2024)
Kelder Besiendershuis (10-9-2024)
Uitzicht op de Waal vanuit het Besiendershuis (10-9-2024)
Rijksmonument
Het Besiendershuis is sinds 1973 een Rijksmonument. Met als omschrijving: “”Besiendershuis”. Laat-gotisch woonhuis van het Nederrijnse type met zadeldak, evenwijdig aan de straat, tussen trapgevels aan de korte zijden. Geprofileerde waterlijsten, vensters met kruiskozijnen, gevat binnen korfbogige nissen of met ontlastingsbogen; vorkankers. Gerestaureerd 1941-’44.” De restaurateur was ir. Deur. Daarbij werd van het naastgelegen krot een tuintje gemaakt (Noviomagus). Op het moment van schrijven (waarschijnlijk rond 2005-2010) van haar artikel noemt Noviomagus dat de huidige functie een woonhuis is.
Artist in Residence
Besiendershuis, waarschijnlijk grapje van een van de gasten? (10-9-2024)
Poort en tuintje van het Besiendershuis (10-9-2024)
Besiendershuis (10-9-2024)
Sinds 2010 is het Besiendershuis “een huis van verbeelding: het pand en de organisatie zijn ingericht op het ontwikkelen van culturele residenties en het presenteren van publieksgerichte artistieke programma’s ten behoeve van de stad.”
Daarbij verblijft regelmatig een kunstenaar tijdelijk in het pand. “Tijdens hun verblijf dompelen zij zich onder in Nijmegen, maken contacten, doen ze er inspiratie op en brengen de stad verbeelding, nieuwe ideeën en kunst.” Een van de etages is dan ook modern ingericht. Daarbij herinneren verschillende voorwerpen aan de tijd dat de betreffende kunstenaar artist is in residence was. Meer over het Huis der verbeelding (en tevens bron), zie haar eigen website.
Een reproductie van een schilderij met daarop de Kraanpoort en de Kraan , onderaan de Grotestraat, 1620-1630 (Fa H. ten Hoet/L.R. Gerritsen via F1708 RAN CCBYSA)
In 1420 is de eerste vermelding van de Kraan op de Waalkade, maar aangenomen wordt dat deze kraan ouder is. Deze stond ter hoogte van de Grotestraat.
Deze kraan is eeuwen lang in gebruik geweest voor het laden en lossen van schepen. De kraan werd daarbij in beweging gezet door een tredmolen. In 1881 werd hij afgebroken, op het moment waarop tevens de Oude Haven werd gedempt. (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
De galerij , de Kraan (bij de Kraanpoort) en de veerpont ; een aquarel van Jan van Leeuwen, 1820 (F65198 RAN)
Gierpont
De gierpont aan de Waalkade, 1933 (F57976 RAN)
Voordat de Waalbrug gebouwd werd, kwam men naar de overkant door een zogenaamde gierpont “Zeldenrust”, die tussen de oever bij Lent en de Waalkade vaarde. Doordat in 1936 de Waalbrug werd geopend, verviel de functie van deze gierpont. Maar eigenlijk was deze ook voor die tijd al lang niet snel genoeg meer.
Alewijnse
Hoog water in de Waal en op de kade tussen Voerweg en Lindenberg ter hoogte van de bedrijfspanden van de firma Alewijnse, 19/2/1920 (F9019 RAN)
Cornelus Alewijnse richtte in 1900 zijn installatiebedrijf en elektrotechnisch bureau op aan de Waalkade, nadat hij uit de gloeilampenfabriek was getreden die hij samen met Roothaan had opgericht. In 1908 werd richtte hij samen met Gerhardus ten Hoopen C. Alewijnse & Co op. Het bedrijf zou tot 1980 aan de Waalkade gevestigd blijven, om daarna te verhuizen naar de Energieweg.
Een mooi interview met Cees Alewijnse uit 2019 is te lezen op de Bastei.
Vihamij
Vihamij-pand (1e steen 1874), Waalkade, 1968 (Prof. Evert F. van der Grinten via F78847 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
De Oude Haven
Waar nu het Labyrint ligt (zie hieronder), lag vroeger de haven van Nijmegen.
De Oude Haven met Bottelpoort (Boddelpoort) en St. Hubertusmolen (Havenmolen) , die stond op de St. Hubertustoren (Rode Toren), 1858-1865 (Julius Schaarwächter via F47518 RAN)
Met de aanleg van deze haven werd in 1601 begonnen. Na de Reductie van 1591 werd van Nijmegen een vesting gemaakt. Daarbij moest de haven worden verlegd, zodat deze binnen de wallen zou komen te liggen. Tot dan toe had een stuk stadsgracht aan de westzijde van de stad als haven gefungeerd.
In 1852-1853 werd de nieuwe haven tussen de Hezelpoort en Fort Krayenhoff aangelegd. De naam “Oude Haven” leeft nog voort als straatnaam.
De Elektriciteitscentrale aan de Waalkade, 1910 (F1677 RAN)
Nijmegen had in 1886 al een elektriteitscentrale, de eerste gemeentelijke elektriciteitscentrale van Nederland. Voor de plannen om een elektrische tram aan te leggen, was er een grotere centrale nodig. Daarbij zou die centrale ook een groter deel van de stad elektrisch kunnen verlichten. De centrale ging in 1908 in werking, de tramremise was in 1911 gereed.
In 1936 werd de nieuwe centrale aan het Maas-Waal kanaal gebouwd, die inmiddels gesloopt is. Tot 1955 zouden er trams in Nijmegen blijven rijden.
Het gezicht vanaf de spoorbrug op de stad, met op de voorgrond de elektriciteitscentrale en de tramremise aan de Waalkade en op de achtergrond de St. Stevenskerk en de St. Augustinuskerk, 1920-1925 (Eenennaam, uitg. P.M. van Eenennaam via F1678 RAN)
In 1989 ging het Holland Casino op de Waalkade open. Holland Casino’s wilde graag een casino in het oosten van het land, mede vanwege de Duitse markt; Nijmegen een eye-catcher voor de Waalkade. Wel ging een Romeinse muur verloren, wat tegenwoordig als drama wordt gezien.
In 1981 werd Fietsmuseum Velorama geopend, waar aanvankelijk de fietsverzameling van G.J. Moed Jr. en de oldtimers van Moed Sr. waren tentoongesteld. Na de verbouwing in 1996-1998 zijn er echter auto’s meer te zien.
Het museum heeft meer dan 500 fietsen in haar bezit, waarvan een deel in depot is opgeslagen. Het is de grootste en belangrijkste fietscollectie ter wereld, waarbij het museum is gespecialiseerd in fietsen van voor 1900.
Een van de boten die al jarenlang aan de Waalkade ligt, is de Quirin’s. Afgaande op een interview, bestaat de boot sinds 1968 als restaurantboot, Quirin’s genaamd. In dat interview vertelt Ed Tonissen: ““Ik kwam van school, het was economische crisis. Ik was technisch opgeleid, maar er was geen baan te vinden. Mijn vader verhuurde Quirin’s en de huurder was net vertrokken. Ik had toch niks te doen, dus ik dacht: ‘Ik ga dat maar eens proberen.’ Al was ik het helemaal niet van plan, ik heb altijd wel een bedrijf met iets van water willen hebben.””
In 2013 is de boot omgebouwd tot café-restaurant annex bezoekerscentrum de Nijmeegse Boot. De naam verwees naar de transportboot/maatschappij die tussen Nijmegen en Rotterdam voer. Daarna was het nog een tijdlang pop-up restaurant de Portier.
Nu is het alweer een hele tijd een boot met 4 escape rooms. “Can you escape the boat?”, vraagt ze. Maar met zo’n uitzicht, waarom zou je dat eigenlijk willen?
Een van de vertrouwde gezichten van de Waalkade en de Waal bij Nijmegen: de Pannenkoekenboot. De boot is door Ed Tonissen (zie ook Quirin’s) zelf ontworpen. Er varen daarnaast exemplaren in Amsterdam en Rotterdam.
Waterwolf en de Aquanaut Waalkade beeld Space Cowboys (Januari 2024)
Muursculptuur
Een groot aantal zijn in de jaren tachtig geplaatst ter gelegenheid van de waterkeringsmuur.
Grotestraat
Muursculptuur Waalkade/Grotestraat
Op de muursculptuur bij de afsluiting Waalkade/Grotestraat is het gemeentewapen van Nijmegen in abstracte vorm te herkennen: een dubbele adelaar met een wapenschild (waar normaliter een leeuw op staat)
“Deze plaquette herinnert aan de hulp die de bevolking van Nijmegen na de oorlog kreeg van de Amerikaanse stad Albany. De plaquette is een initiatief van Stichting FAN Friendship Albany-Nijmegen”, zo begint het bord. Rechts staan de geschonken hulpgoederen: veel levensmiddelenpakketten, zeep en kleding. Wilhelmina stuurde in 1948 op haar beurt 2000 tulpenbollen als dank. Albany organiseert daarop een jaarlijks “Tulip Festival”. Nijmegen en Albany werden “sister cities”, gesymboliseerd door oranje tulpen. Voor deze plaquette staat een grote schaal oranje tulpen nu (mei 2024) in bloei.
Tulpen Albany Waalkade (mei 2024)
Groene lijnwandeling Waalkade (mei 2024)
Gevelsteen Den Witten Arent
Achter de Vismarkt
Gevelsteen den Witten Arent, Achter de Vismarkt 18 en 20 (augustus 2025)
“Dit huis staet in Godts haent, het is in den Witten Arent ghenaemt, anno 1621”: Dit is de gevelsteen van de herberg ‘De Witte Arend’, welke ca.1930 – 1940 is afgebroken. Hij werd door schilder/heraldicus Jakob Berendzn Bronsema vanwege de voltooiing van de sociale woningbouw in de benedenstad in 1985. (Bron: Noviomagus en RAN)
Achter de Vismarkt heette “vroeger” Achter het Gasthuis, zo genoemd omdat de steeg achter het St. Nicolaas Gasthuis omliep. In een artikel over de aankomende sloop van de Rozengas schrijft het PGNC 21/6/1939:
“In vroeger eeuwen heerschte hier groote bedrijvigheid. Men vond er brouwerijen, een suikerrafinaarderij, die in 1745 afbrandde, verscheidende herbergen en een schippersgildehuis. Ook woonden er gezetenen burgers, o.a. wijnkoopers. Een bekend gebouw was: “In den Witten Arend”, waarvan men in een protocol van 2 Mei 1760 de volgende omschrijving vindt: “zijnde een neringryke herberg, voorzien van verscheide beneden- en bovenkamers, openen plaats, een groote kolfbaan, staande en gelegen achter het Gasthuis, genaamd den Witten Adelaar, de Groote gas ter eenre, het Rooze gasje ter andere zijde”. Een steen boven de poort van den stal droeg het opschrift: “dit huys is in Godts haent, Anno 1621, Het is in den Witten Arent ghenaemt”.
Den Witten Adelaar staat te huur in 1814 (PGNC 9/9/1814)
Het is mij nog onduidelijk of de Witte Arend in 1939 al gesloopt was of onderdeel van het sloopplan van de Rozengas was (en of deze daadwerkelijk is uitgevoerd).
Het volledige artikel geeft een mooi beeld van de eerste sloop en volgende sloopplannen in de Benedenstad. Dit artikel staat onderaan de pagina weergegeven.
Vrouw uitkijkend over water, Ed van Teeseling
1982 Waalkade
Vrouw uitkijkend over water, Ed van Teeseling, Waalkade, 1982 (mei 2024)Vrouw uitkijkend over water, Ed van Teeseling, Waalkade, 1982 (April 2024)
Drie Muursculpturen, Ben van Pinxteren
1982 Waalkade/Achter de Vismarkt
Drie muursculpturen, Ben van Pinxteren, Waalkade/ Achter de Vismarkt (mei 2024)
Deze sculpturen van Ben van Pinxteren bevinden zich op de doorgang naar de Waalkade. Deze doorgang kan met grote stalen deuren worden afgesloten bij hoogwater. (Bron: Kunst op Straat)
De twee muursculpturen op het plateau zijn ook van zijn hand.
Twee Muursculpturen, Ben van Pinxteren
Twee muursculpturen Ben van Pinxteren Waalkade/ Achter de Vismarkt (mei 2024)
Oude Huizen aan Waalkade
Witte huizen aan Waalkade (mei 2024)
Gedicht Oude Huizen aan de Kade
Gedicht Oude huizen aan de kade (mei 2024)
Wachteres, Paul de Swaaf
1983
Wachterers, Paul de Swaaf, Waalkade, 1983 (mei 2024)
De bedoeling is dat dit beeld bij hoog water contact maakt met het water; daarom is dit 2,85 meter lange beeld horizontaal geplaatst.
De naam “De Wachteres” is gebaseerd op een misverstand. Aanvankelijk had de Swaaf een staand beeld van een vrouw ontworpen, die met de rokken omhoog op het hoogwater stond te wachten. Omdat hij ontevreden was over het resultaat, ontwierp hij een nieuw beeld. Door een misverstand is de naam van het eerste beeld echter blijven hangen. (Bron: Kunst op Straat)
Deze muursculpturen van Gerard Bruning maken onderdeel uit van een aantal opdrachten van de gemeente Nijmegen om de nieuwe waterkeringsmuur aan te kleden. (Bron: Kunst Op Straat)
Sinds 2018 is er op een deel van de keermuur een klimmuur aangebracht. Tot 2014 stond hier een waterkunstwerk, een watergordijn dat echter zelden functioneerde. Bron: De Gelderlander)
Het sit with a Scientist park is aanvankelijk (juli-augustus 2024) verplaatst naar de Broerstraat en inmiddels (november 2024) verplaatst naar de Burchtstraat
Sit with a scientis, pop-up park Waalkade (mei 2024)
Op de plaquette staat: “Mei – Juni 1940 hielp de Nijmeegse bevolking spontaan tienduizenden Belgische krijgsgevangenen in mudvolle rijnaken op weg naar de Nazikampen (Nationaal verbond der oud-krijgsgevangen van België)”
Na de Duitse inval capituleert België op 28 mei 1940. Vanaf dat moment worden eind mei en begin juni Belgische en Franse krijgsgevangen na een mars te voet ingescheept op rijnaken, die in Walsoorden bij Terneuzen voor anker lagen. Een kwart miljoen soldaten zou op die manier via het Hollands Diep, Waal en Rijn op overvolle schepen op transport worden gesteld naar krijgsgevangenenkampen in Duitsland. Onderweg werd som toe aangelegd, onder andere om water in te slaan.
Ongeveer 90 rijnaken meerden in Nijmegen aan. De soldaten hadden op dat moment er dus al zware reis opzitten. Omdat delen van de verwoeste bruggen die in het water lagen een groot obstakel vormden, was Nijmegen een onvermijdelijke plaats om een stop te maken. Nijmegenaren uit het Waterkwartier en de Benedenstad trokken zich het lot van de hongerige en dorstige Belgen aan. Zij kwamen massaal in actie met voedsel en medische verzorging.
De plaquette uit 1992, geplaatst door het Nationaal Verbond der oud-krijgsgevangen van België, is een herinnering aan dit toonbeeld van menslievendheid.
Nijmegenaren betrokken bij de verstrekking van brood aan franse en belgische krijgsgevangenen, die Nijmegen passeerden eind mei 1940 (F52436 RAN)
Brood uitdelen aan Belgische krijgsgevangenen die Nijmegen passeren, mei 1940 (GN11043 RAN)
(Overige) Bronnen en verder lezen
Bijschrift foto GN11043 RAN
Bijschrift foto F64453 RAN, een foto van de bijeenkomst van de ex-krijgsgevangenen in de burgerzaal in het Stadhuis
Dit anker is een herinnering aan het levendige havenverleden van de Waalkade. De plaatsing van dit scheepsanker is (mede) ingegeven om dit deel van de Waalkade wat vrij leeg is, aan te kleden. (Bron: Noviomagus)
NAP paal Waalkade (mei 2024)
In de buurt van het anker staat deze NAP paal. Dit gedeelte ligt iets minder dan 12,5 meter NAP boven de zeespiegel. Het gedeelte bij het Casino ligt lager.
Blok 26, architect Paul van Hontem en Verschoor
1979-1982 Groen binnenplein Kromme Elleboog aan de Waalkadearchitect van Hontem
Blok 26 is een samenwerking tussen architect Paul van Hontem en Ir. W.H. Verschoor. Het heeft 2 groene binnenterreinen. Een belangrijk onderdeel van het ontwerp was het contact met de Waal.
De houten Snackbar van Alex en Karin de Kok, januari 1991 (Ber van Haren via KN14930-13 RAN CC0 Auteursrechthouder Gemeente Nijmegen)De Hendrik Heucksteiger op een winterse dag met sneeuw op de Waalkade, januari 1995 (Hans Giesbertz via D1724_18_05-16 RAN CC0 Auteursrechthouder RAN)
De hoogwater- of Hendrik Heucksteiger: dit was steiger met een loopbrug tussen de Waal en de Grotestraat. Hierdoor zouden passagiers van cruiseschepen zonder natte voeten aan land kunnen komen. De loopbrug was 28 meter lang, woog 7 ton en lag 4.30 meter boven de rijweg ontworpen door de Nijmeegse architect Antoon Croonen. Bij een herinrichting van de Waalkade is de steiger gesloopt. (Bron: bijschrift F88721, een foto uit 1994 tijden de Zomerfeesten)
De Kaaij
De Kaaij (augustus 2025)
Inmiddels niet meer weer te denken: de Kaaij. Begonnen in 2011 als een zeer kleinschalig evenement, is het niet meer weg te denken als terras en festival: “In 2011 begon het met een klein rood vrachtwagentje en een uitklapbar. Met liedjes en koffie, wat mensen die bleven staan. Onder de brug en aan het water groeide het uit tot een bruisende plek. Muzikanten, schilders en kunstenaars sloten zich aan met creatieve ideeën. Hier, in de stad aan de Waal, creëren we een unieke ervaring – ons eigen cultureel terras.” (https://dekaaij.nl/)
Naast de foto’s op hun eigen site, is een mooi fotoverslag van 2024 te zien op IntoNijmegen.
Zie ook “De Kaaij vanuit de lucht” uit 2014 op https://www.nijmegenmijnstad.nl/de-kaaij/; inmiddels is de Kaaij al een aardig festival geworden; waarschijnlijk lopen de mensen op de krib van en naar het pontje dat ze naar “Havana aan de Waal” brengt.
Een artikel uit 1939: Sloop in de Benedenstad
“Een belangrijke doorbraak in de oude stad
De Rozengas verdwijnt – Nieuwe straat van 10 Meter breedte
Wordt de Waalkade watervrij?
Na de belangrijke krotopruimingen aan de Steenstraat en de Vleeschouwerstraat, die eenige maanden geleden hun beslag gekregen hebben en waardoor in het Oostelijk gedeelte van de oude stad het vraagstuk van de saneering een belangrijke schrede is gevorderd, is nu een omvangrijke afbraak begonnen in een ander deel van de oude stad, waar verscheidende panden den laatsten in het bezit van de gemeente zijn gekomen en waar ook door particulieren medewerking wordt verleend, om tot opruiming van de bouwvallen te komen. Het betreft hier n.l de totale opruiming van de Rozengas, de gedeeltelijke afbraak van de Grootegas en het sloopen van eenige panden aan de Praast- of Proosthof. Door deze afbraak komt een uitgestrekt terrein vrij, dat in de toekomst bestemd zal worden voor woningenbouw en nieuwen straataanleg, waarop wij zoo aanstaande nog nader terug komen.
Historisch plekje verdwijnt
Wie nu tusschen de bouwvallen rondloopt en de enorme puinhoopen, die door het sloopwerk daar thans ontstaan zijn, gadeslaat, zal moeilijk kunnen vermoeden, dat het hier een der oudste gedeelten van Nijmegen betreft, dat in vroeger tijden- wij spreken nu van ongeveer vijf eeuwen geleden- door gegoede ingezetenen van onze stad werd bewoond. Het Rozengasje b.v., dat binnen enkele dagen nog slechts in de herinnering zal voortleven, loopende van de Nonnenstraat naar Achter de Vischmarkt, heette vroeger: Achter het Gasthuis, zoo genaamd, omdat de steeg achter het St. Nicolaas Gasthuis omliep. Dat Gasthuis bevond zich ter plaatse, waar zich thans de oude Luthersche kerk in de Grootestraat bevindt. In vroeger eeuwen heerschte hier groote bedrijvigheid. Men vond er brouwerijen, een suikerraffinaarderij, die in 1745 afbrandde, verscheidende herbergen en een schippersgildehuis. Ook woonden er gezetenen burgers, o.a. wijnkoopers. Een bekend gebouw was: “In den Witten Arend”, waarvan men in een protocol van 2 Mei 1760 de volgende omschrijving vindt: “zijnde een neringryke herberg, voorzien van verscheide beneden- en bovenkamers, openen plaats, een groote kolfbaan, staande en gelegen achter het Gasthuis, genaamd den Witten Adelaar, de Groote gas ter eenre, het Rooze gasje ter andere zijde”. Een steen boven de poort van den stal droeg het opschrift: “dit huys is in Godts haent, Anno 1621, Het is in den Witten Arent ghenaemt”.
Het Rozengasje zelf bestond uitsluitend uit woonhuizen, waarin in 1438 een zekere Coenraed Schutt kwam te wonen en daar een “stoof”, dat is een warm bad en verwarmd vertrek, liet inrichten. Ook uit talrijke protocollen uit de vijftiende eeuw, blijkt, dat er vroeger gegoede families woonden. Ondanks alle verval zijn sommige muren nog van een respectabele kracht en afmetingen. Men bouwde vroeger uiterst solide! De baksteenen in de oudste panden hebben een lengte van 30 en een dikte van 9 cm.
Ook de Grootegas is van een respectabele ouderdom. De naam komt reeds in 1427 voor en aan talrijke, thans wel zeer schamele huizen, ontdekt men nog de sporen van vroegere deftigheid.
De vergelijking met de andere gassen is de Grootegas tamelijk breed n.l. drie en een halve meter, maar in de naaste toekomst zal dat aanmerkelijk veranderen. Bij de plannen voor de saneering van de oude stad, is n.l. voor de Grootegas een nieuwe rooilijn vastgesteld en het doel van de thans aangevangen afbraak is o.m, om tot verbreeding van de Grootegas te komen. Dit wordt in de toekomst een belangrijke verbindingsweg van de Waalkade naar het centrum van de stad en de breedte er van zal op niet minder dan tien meter worden gebracht.
Tenslotte verrichten op het oogenblijk de sloopers hun werk op ’t z.g. Praast- of Proosthof. Dit is een terrein tusschen Achter de Vischmarkt en de Nonnenstraat. De naam is ontleend aan de woning van den Proost van het vroegere nonnenklooster, dat in de vijftiende eeuw in de Nonnenstraat gevonden werd. Een bewijs, dat deze omgeving vroeger betere dagen gekend heeft, is wel, dat dit klooster er een voor adelijke vrouwen was. Men vond in deze omgeving ook huizen bewoond door familie als Collart van Lynden, van Welderen, van Redichaven enz. Tot de woning van den zooeven genoemden Proost behoorde ook het nu nog bestaande poortje- dat intusschen voorshands nog niet gesloopt wordt- met bovenkamer, waar de Proost zich met voorliefde ophield. In een protocol van 1462- waar waren die gewichtige documenten al niet goed voor!- vertelt een zekere Dirck Hack, dat hij “een tyt geleden heeft sitten eten met den praest, jan van Bueren, en joffer Neza (’s proosten zuster) opter poorten, dat sy daermit woerden krigenden” enz. Waarna het relaas volgt van een “pittig onderhoud”, over een familiegeschil, dat overigens niet ter zake doet. Het Proostenhuis schijnt vroeger een toren te hebben gehad. In het laatst van de achttiende eeuw behoorde het in eigendom aan de Maillard de Pleinchamp, gewezen Waalsch predikant en later schijnt het als militaire barak te zijn ingericht geweest. In een cohier van 1649 vinden wij nog vermeld, dat op het Proosthof acht huizen stonden.
Een gedeelte van deze omgeving, dat ook nog niet aan de beurt is om onder sloopershanden te vallen, is de Schapengas, een doodloopend steegje, het nauwste van Nijmegen, dat vroeger op het Proosthof schijnt uitgekomen te zijn. Ook hier woonden vroeger aanzienlijke families, o.a. een notaris, de gemeensman Dibbets en, zooals het Hopmanboek van 1743 vemeldt: de Hoog Welgeb. Maximillaen Renesse.
Plannen voor de toekomst
Zooals wij daar straks reeds opmerkten, komen door deze afbraak belangrijke complexen vrij, die voor woningbouw benut kunnen worden. De plannen daarvoor staan echter nog geenszins vast. Men zal in de eerste plaats rekening moeten houden met de toekomstige bestemming van de oude stad, n.l. met een saneeringsplan, dat het geheel omvat. Zooals men weet, bestaan tegen partieele saneeringen groote bezwaren en alvorens daartoe een besluit wordt genomen, zal men de zaak van elke kanten moeten wikken en wegen, opdat men later niet tot de ontdekking komt, dat uitvoering van andere werken, door reeds tot stand gekomen bouwwerken, in sterke mate belemmerd wordt, dan wel dat men geen architectonisch juist geheel meer kan krijgen.
De bij het vraagstuk van de oude stad allesbeheerschende vraag is, of de Waalkade al dan niet watervrij zal worden gemaakt. Zooals wij al eens eerder uiteengezet hebben, berust de beslissing hieromtrent bij het departement van Waterstaat, dat aanvankelijk volstrekt afwijzend hiertegenover stond. Men weet, dat de Waalkade behoort tot het winterbed van de rivier, en zou men, hetzij door ophooging, dan wel door het maken van een waterkeerenden muur, dit gedeelte van het winterbed doen verdwijen, dan zou de consequentie daarvan vormen, dat men aan de Lentsche zijde het winterbed zoozeer verruimt, dat het afvoervermogen van de rivier even groot blijft, als thans het geval is. Dat daarmede belangrijke kosten gemoeid zijn, spreekt wel vanzelf.
Jarenlang heeft de gemeente na reeds pogingen in het werk gesteld om de Waalkade watervrij te krijgen. In zekeren zin staat of valt het vraagstuk van de saneering van de oude stad er mede. Nu het vraagstuk van oud-Nijmegen niet alleen ter plaatse als van groote beteekenis wordt aangeduid, maar in het geheele land er bestelling voor is gewekt, schijnt men bij den Rijkswaterstaat meer begrip voor deze voor Nijmegen zoo buitengewoon belangrijke aangelegenheid te hebben gekregen. Wij hebben n.l. in waterstaatskringen hooren verluiden, dat men niet meer volstrekt afwijzend tegenover de onttrekking van de Waalkade aan het winterbed van de rivier staat en op het ogenblik wordt onderzocht, op welke wijze aan de verlangens van het gemeentebestuur kan worden tegemoet gekomen.
Ofschoon deze aangelegenheid nog slechts in het stadium van overweging verkeert, mag deze gang van zaken toch in hooge mate met vreugde begroet worden. Immers, zoowel de stedenbouwkundige ir. Siebers, de betrokken gemeentediensten en de Commissie S.O.S. zijn het er volkomen over eens, dat slechts door watervrijmaking van de Waalkade een afdoende oplossing kan worden verkregen.” (PGNC 21/6/1939)
Witte huizen aan de Waalkade, licht oranje door de zonsondergang (mei 2025)Een gedicht op de Waalkade: “De namen zijn blauw” van K. Michels, december 2025
Albert Heijn; Gezien ter hoogte van de Stockumstraat. Links op de achtergrond de Platenmakersstraat, 1939 (ir. J.G. Deur via F15383 RAN CCBYSA)
In 1934 verhuist Albert Heijn van de winkel op de “hoek Burchtstraat-Stokkumsestraat” naar het verbouwde pand op de Burchtstraat, met huidig nummer 53. De winkel werd tijdens het bombardement verwoest en zou een nieuwe, moderne voorgevel krijgen. Het gebouw is echter al veel ouder dan de 20e eeuw: het is in ieder geval bekend in de 14e eeuw en zal vanwege de aanwezigheid van middeleeuwse resten op de monumentenlijst worden geplaatst.
Vooraf, 1895: Muziekhandel Polak
“Bestaande toestand”, bouwtekening in verband met de verbouwing 1934 (D12.400358)
Voordat Albert Heijn zich in dit pand vestigde, was het de muziekhandel van Philip Polak. Hij had vanaf 1895 hier zijn winkel gehad, nadat hij uit de Augustijnenstraat was verhuisd.
“Nijmegen, 19. November.
Al weder is in de Burchtstraat een nieuw magazijn geopend en wel dat van den heer Philip Polak, die zijn uitgebreiden muziekhandel van de Augustijnenstraat naar de Burchtstraat No. 35 heeft overgebracht. Behalve een groot assortiment piano’s, orgels en strijkinstrumenten vindt men in dit magazijn een groote collectie muziek, verder speeldoozen in alle genres, snaren, enz. Ook voor de St.-Nicolaas zijn een aantal fantasie-artikelen met muziek voorhanden, die zeker vele koopers zullen vinden. De heer Polak had stellig geen beteren stand voor zijn handel kunnen vinden. Wij hopen, dat spoedig alle muziekbeoefenaars uit Nijmegen en de omstreken den weg naar zijn magazijn zullen weten te vinden.” (PGNC 20/11/1895)
1934: verbouwing en verhuizing van Albert Heijn
Filiaal: Nijmegen Verbouwing perceel Lange Burghstraat Winkelpui, Zaandam N.V. Alb. Heijn, datum tekening 8 juni 1934 (D12.400359)Verbouwing perceel Lange Burghstraat te Nijmegen Kad. Sectie C. No 5293 voor de N.V. Alb. Heijn Z/dam, datum tekening mei 1934 (D12.400358)
Verbouwing perceel Lange Burghstraat te Nijmegen Kad. Sectie C. No 5293 voor de N.V. Alb. Heijn Z/dam, datum tekening mei 1934 (D12.400358)
De verbouwing is ontworpen door de eigen architecten van Albert Heijn. De belangrijkste verbouwing lijkt de voorkant te betreffen, waar van 2 winkels 1 winkel is gemaakt.
Daarbij lijkt het pannendak vervangen te zijn door een plat dak.
De opening
De Gelderlander over de opening in oktober 1934:
“Albert Heijn.
Hedenmiddag werd de nieuwe winkel Albert Heijn in de Lange Burchtstraat 21 geopend.
Het is een opvallende overgang van een eenvoudigen winkel op den hoek Lange Burchtstraat-Stokkumstraatje, nu naar het kapitale pand, waarin eerst de muziekhandel der firma Polak was gevestigd.
De architect der firma Albert Heijn heeft de pui grondig veranderd en er zoo’n frisch uitzicht aan gegeven, dat de Lange Burchtstraat er op vooruitgegaan is.
Advertentie Heropenin0g; Albert Heijn noemt zowel de adressen Lange Burchtstraat 21 als 27 (PGNC 30/10/1934)
De nieuwe winkel van Albert Heijn is geheel naar de eischen des tijds ingericht- zoo hygiënisch als bouwkundig.
Er kwamen (twee groote winkelramen, waarvoor de kwaliteitsartikelen tot volle recht kunnen komen.
Binnen is de winkel geheel betegeld in lichte tinten. Marmeren toonbanken met ingebouwde vitrines, welke een weelde aan waren toonen, sluiten de winkel af van de wanden met de tallooze vakken en bakken. Alle winkelbakken zijn afgedekt.
Bij de nieuwen winkel is nu ook een vleeschafdeeling gevoegd.
In deze afdeeling is een speciale koelinrichting aangebracht, waarin de fijnste vleeschwaren frisch gehouden worden.
Het is een lust in den nieuwen winkel rond te kijken- eerst nu komen de A.H.-artikelen tot volle recht.
Het doel der firma Albert Heijn is de beste kwaliteiten te leveren tegen langst mogelijken prijs.
Zij wordt daartoe in staat gesteld doordat de meeste artikelen in eigen fabrieken klaar gemaakt en verpakt worden te Zaandam, waar ook de contrôle is op alle artikelen, welke naar de A. Heijn-winkels- ongeveer tweehonderd in het land- gaan.
In Zaandam is gevestigd een koek- en banketfabriek, een cacao-chocoladefabriek, een biscuitfabriek en een voor suikerwerken.
Verder zijn in Zaandam ingericht eigen koffiebranderijen, een theemeleerinrichting en eigen afdeelingen voor het reinigen en sorteeren van peulvruchten en zaden.
In totaal werken er in Zaandam ongeveer 600 arbeiders in de A. Heijn-fabrieken.
De eerste A. Heijn-winkel werd te Oostzaan geopend: nu bijna een halve eeuw geleden- thans bezit Albert Heijn over het geheele land 200 winkels. De eerste fabriek der uitgebreide A. Heijn-industrie werd 40 jaar geleden gebouwd.
Wij zijn hier voor een industriëele onderneming van groot formaa.
De verbouwing te Nijmegen werd uitgevoerd naar eigen A. Heijn-architectonisch ontwerp door de firma Brand alhier.
De firma Ruikes verzorgde de electriciteitsvoorziening en de firma Bökkerink het frissche schilderwerk.
Door bemiddeling van de heer N.S. Verbeek, makelaar, werd indertijd het pand van de firma Polak aangekocht voor de firma Albert Heijn.” (De Gelderlander 31/10/1934)
Bombardement februari 1944
De verwoeste Albert Heijn; Opruimingswerkzaamheden na de verwoestingen van het bombardement 22 februari 1944. Rechts Albert Heijn met links daarvan de Urquelle Stube, na de oorlog Old Dutch geheten, met links daarvan Ockhuizen Lunchroom. Op de achtergrond zichtbaar de splitsing van de Platenmakersstraat (rechts) en de Korte Burchtstraat (links), 22-2-1944 (Gn114 RAN)
Tijdens het bombardement van 22 februari 1944 raakte Albert Heijn en de panden daaromheen beschadigd. Maar niet totaal verwoest, zoals zoveel panden. In 1944 vindt de heropening van de winkel plaats.
Heropening Albert Heijn Lange Burchtstraat 1944 (PGNC 4-3-1944)
“Bestaande toestand” Albert Heijn Burchtstraat, datum tekening 22-3-1956 (D12.427103)
1957: Verbouwing Albert Heijn naar 1 open ruimte
In het Bouwdossier zijn 2 dossiers te vinden uit 1957: een met “Veranderen winkelpand” met datum 3-4-1957 en 1 met “Wijzigen bouwen winkelpand” met datum 11-12-1957. Afgaande op dit dossier lijkt dat het pand na 1934 niet meer is gewijzigd (een andere mogelijkheid is echter dat Albert Heijn in 1944 een noodverbouwing heeft laten uitvoeren). Ook de weergegeven indeling is die van 1934. Wanneer de bestaande toestand wordt vergeleken met de foto uit 1953, GN1786, zijn er toch afwijkingen te zien. De meest opvallende is dat de bogen boven de ramen op de eerste verdieping zijn verdwenen.
De wijziging in het bouwdossier van 1957 lijkt vooral technische uitwerkingen te betreffen. Ook hier is het Bouwbureau van Albert Heijn N.V. Zaandam de architect.
Voorgevel verbouwing Albert Hein Burchtstraat, Datum tekening 21-2-1957
Bij de voorgevel is de gevel van de begane grond gewijzigd. Op basis van de “bestaande toestand” bij de verbouwing in 1983 is voor D12.427109 gekozen als tekening om de indeling weer te geven (zie hieronder. Het verschil met D12.427104 lijkt vooral te bestaan in de plaatsen van de zuilen).
Opvallend is dat het nu gaat om een grote, open winkel. Een deel van het magazijn is naar de 2e verdieping verplaatst,
Voorgevel verbouwing Albert Hein Burchtstraat, Datum tekening 22-3-1956 (D12.427109)
In ieder geval is het pand in 1960 nog een Albert Heijn, zie de foto: F15447.
Vervolg
Burchtstraat 53, juli 2019 (Google Streetview)
Er is verder niet uitputtend onderzocht wat de geschiedenis van het pand daarna is geweest.
In 1983 vindt de verbouwing van het pand plaats voor Gebr. Voss naar ontwerp van Keijsers interieurs en timmerwerken b.v. Daarbij is het opvallend dat ook bij de “bestaande toestand” de verdiepingen lijken op de huidige situatie met strakke, rechthoekige ramen; terwijl op de bouwtekening uit 1957 nog ramen met bogen waren ingetekend.
Daarnaast heeft in ieder geval in 1994 en 2009 een verbouwing aan de voorgevel plaats gevonden (die -ook al betreft het openbare documenten- hier vanwege privacy niet verder zullen worden behandeld).
Middeleeuws pand, gemeentelijke monumentenlijst
Tegenwoordig (april 2024) zit het Kruidvat in pand. De geschiedenis van dit gebouw gaat echter veel verder terug dan de 20e eeuw. Het huis is al bekend in de 14e eeuw.
Middeleeuws huis
Omroep Gelderland: “een groot 14e eeuws huis, mogelijk in de vorm van een stadskasteel, dat later onder meer de roemruchte 16e-eeuwse taveerne Rodeburcht huisvestte. Later bood het pand onderdak aan de verzameling Romeinse oudheden van Mr. Johan In de Betouw. In het tot in den treure verbouwde pand bevinden zich nog bouwkundige resten uit vele eeuwen, aldus de gemeente Nijmegen.”
Op gemeentelijke monumentenlijst
In 2015 is het een van de 10 gebouwen die op de gemeentelijke monumentenlijst zullen worden geplaatst. De procedure om het gebouw op de monumentenlijst te krijgen is het gevolg van de in 2010 vastgestelde bouwhistorische waardenkaart van Nijmegen. Hierop is alle belangrike hsitorische bebouwing ingetekend. Het gaat dan niet alleen om de voorgevel, maar ook om bouwkundige resten in de rest van het pand.
Overigens zal Veugelers ook de verbouwing voor het pand daarnaast, de bloemenzaak Bloemenmagazijn van Groningen (Lange Burchtstraat 38) ontwerpen.
In september 1944 worden de panden verwoest doordat deze door de Duitsers in brand worden gestoken.
“Manufacturenmagazijn J.H. Duives.
Advertentie Duives Lange Burchtstraat 40 (PGNC 3-9-1935)
Aan de Lange Burchtstraat No. 40 is vanmiddag geopend het manufacturen-magazijn van de firma J.H. Duives. Vroeger was dit pand annex met het aangrenzende winkelhuis, doch alleen de étalage-ruimte ervan benut. Thans echter is hiervoor, dank zij een grondige verbouwing, waarbij de geheele beganegrondverdieping werd weggebroken en opnieuw gebouwd, een keurig, modern winkelhuis in de plaats gekomen. Met zijn teakhouten gevel en de ruime vitrines met de bronzen spijlen, maakt het pand een uitstekenden indruk; knus en gezellig is het interieur. Alle waardeering dan ook voor het werk van den architect, den heer Veugelers.
Vestigen wij er nog de aandacht op, dat firma Duives ook een afdeeling heeren-mode in haar zaak heeft opgenomen.” (PGNC 28/6/1935)
Rechts, op de hoek, uitverkoop van de Damesmodewinkel van Banens en Beermann (waar in 1935 de Manufacturenzaak van J.H. Duives zou worden gevestigd); De Schouwburg aan de Oude Stadsgracht 1, kort voor de afbraak; gezien vanuit de Lange Burchtstraat in de richting van het Kelfkensbos, 1935 (GN8078 RAN)
Architect Martinus Eduardus Veugelers (Nijmegen,19-8-1878 – 16-12-1956) Het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis heeft reeds een uitgebreid artikel geschreven over…