Hoek St. Annastraat met Fransestraat, op St. Annastraat 53a Antiekzaak L’Antique Interieure en op de hoek St. Annastraat 55 café St. Anneke, 1989 ( Anton van Roekel via RAN CCBYSA)
In 2024 sloot het bekende Chinees-Indische afhaalrestaurant Iwan op de St. Annastraat. Vanaf 1970 had hier jarenlang een Chinees afhaalrestaurant gezeten. Daarvoor was hier tientallen jaren banketbakkerij Burki gevestigd: in 1914 verbouwde de aannemer/architect Tiemstra het herenhuis aan de St. Annastraat tot een bakkerij.
Bakkerij Burki architect Tiemstra
Plan voor het bouwen van een perceel tot winkelhuis aan de St Annastraat 53, architect Tiemstra, datum bouwdossier 28-11-1913 (D12.384411)
St. Annastraat 53 is oorspronkelijk gebouwd als een herenhuis. Wanneer het pand exact is gebouwd, is onbekend. Het bijschrift bij foto DF4245 RAN noemt de periode 1885-1895. De eerstgevonden bouwtekening is de aanleg van riolering in 1911 (D12.382507).
Aannemer-architect G. Tiemstra zal de woning in 1913/1914 verbouwen tot een “winkel”. Helaas is daarbij de handtekening van de eigenaresse onleesbaar. Tiemstra was overigens ook de tekenaar voor de aanleg van de riolering.
In ieder geval opent in mei 1914 opent C. Burki zijn banketbakkerij op St. Annastraat 53, “tot dusver pensionhouder aan de St.-Annastraat en vooral bekend om zijn geurige Hollandsche wafels, opent van avond eenige huizen verder in de genoemde straat… een banketbakkers- en kokszaak, die in deze nette buurt ongetwijfeld succes zal hebben.
Genoemd huis is daartoe op hoogst doelmatige en sierlijke wijze vertimmerd door den bouwkundige G. Tiemstra, di naar eigen ontwerp de verbouwing en de winkelbetimmering uitvoerde. De sierlijke puit in blauwen verblendsteen trekt van zelf de aandacht en zal dat stellig van avond doen als de schitterende etalage prijkt in den gloed van electrisch licht” (De Gelderlander 3/5/1914)
Het PGNC schrijft:
“Een nieuwe zaak.
In het perceel St. Annastraat 53 bij de Franschestraat opent morgenavond de heer Burki, confiseur en cuisinier, een nieuwe zaak. Het pand, vóór dezen een gesloten huis, heeft daartoe een belangrijke verbouwing ondergaan. Een mooie gevel siert den winkel, welke een keurigen indruk maakt. Het kristal en spiegelglas blinkt den bezoeker tegen, de toonbank en kasten, de electrische lichtkronen, kortom het geheele interieur geeft er blijk van, dat de heer Burki zijn zaak op eerste klasse wijze heeft laten inrichten en waar hij een uitstekend vakman is – in de banketbakkerij voelt hij zich in zijn element- twijfelen wij er niet aan dat de waren, die den nieuwen winkel verlaten, door prima kwaliteit zullen uitmunten. Een bijzonder woord van lof dient nog gebracht voor ’t schilderwerk. Dit is in mat-witten toon gehouden, hetgeen heel aardig aandoet.
Naast den winkel geeft een breede deur toegang tot het bovenhuis.
De bakkerij is in het sous-terrain gelegen. Ook deze is op moderne leest geschoeid en het voornaamste “meubel” hier, de kolossale heetelucht-oven, is volgens het nieuwste systeem gebouwd, zoodat deze wel een afzonderlijke bespreking verdient. Deze oven toch is van een geheel nieuw kanalen-systeem voorzien, waardoor het mogelijk is de lucht vóór te ver verwarmen, wat een besparing aan brandstof tengevolge heeft. Ieder bakruimte heeft een isoolering, die het uitdringen der warmte naar buiten voorkomt en de geheele warmteontwikkeling tot de bakruimte concentreert. Door het bijzonder kanalenstelstel is het mogelijk iedere bakruimte afzonderlijk van temperatuur te doen verwisselen, zoodat naar verkiezing de onderste of bovenste ovenruimte op elke temperatuur kan worden gebracht en desgewenscht een constante warmte kan behouden. Elke bakruimte kan electrisch worden verlicht, terwijl elk afzonderlijk van een pyrometer is voorzien, om de warmte van de ovens hiervan af te lezen. Verder treft men aan den oven, speciaal ten dienste van het banketbakkerijbedrijf, een afkoelingsapparaat aan en een z.g. schuimoven aan. De oven is geleverd door de maatschappij “Utrecht” tot ovenbouw en installatie van bakkerijen, te Utrecht.
Allen, die aan de verbouwing hebben medegewerkt, leggen daar alle eer mee in. Wij noemen in de eerste plaats den heer G. Tiemstra alhier, die het werk heeft ontworpen en uitgevoerd; verder den heer J. Arts, die voor ’t schilderwerk en den heer G.W.J. Leentvaar, die voor de electrische installatie heeft zorg gedragen.“ (PGNC 2/5/1914)
Burki’s Automatiek
Plan voor Automatiek bij Fa. C. Burki st. Annastraat 53, datum dossier 21-2-1935 (D12.401921)
In 1935 laat Burki een Automatiek plaatsen. De opgang naar de bovenverdieping komt naar te liggen en in de ontstane ruimte komt een automatiek, dat met een inschuifbaar hek kan worden afgesloten.
Advertentie Burki’s Automatiek, St. Annastraat 53 (PGNC 3-5-1935)
“Automatiekhal C. Burki
De firma C. Burki, de bekende banketzaak aan de St. Annastraat 53, bij de Franschestraat, had reeds geruimen tijd geleden bij wijze van proef, eenige automaten voor warme en koude gerechten in gebruik gesteld. De automaten bleken een succes; velen werden trouwe klanten en meermalen was het hier een gedrang van je welste, zoodat men soms geduld moest oefenen eer men aan de beurt kwam.
De firma Burki zag terdege in, dat het zóó niet langer ging, dat er uitbreding moest komen. Een verbouwing vond plaats, waardoor de firma gelegenheid kreeg een automatiek-hal in te richten, die een sieraad en aanwinst geworden is voor deze geheele omgeving. De hal is geheel met blauwe tegels afgezet, wat met de vergulde omlijsting van de automaten en de gezellige verlichting een bijzonder mooi effect maakt. Doch de hoofdzaak zijn natuurlijk de verschillende schoteltjes en gerechten, die uit deze hygiënisch uitgevoerde automaten verkrijgbaar zijn. Koude en warme hapjes, steeds smaakvol klaar gemaakt van versche ingrediënten zooals een ieder dan van de firma Burki gewend is, zijn hier te kust en te keur. In het geheel zijn een 20-tal loketten ingebouwd, waarvan zelfs één voor vegetariërs, en verder ook nog voor gebak, chocolade, pralines, enz., dus voor elck wat wils. En wat betreft de prijzen, reeds vanaf één dubbeltje kan men een smakelijk hapje krijgen. De firma Burki heeft geen kosten ontzien om haar automatiekhal zoo volledig mogelijk te doen wezen. Een miniatuur toonbankje is aangebracht om de lekkere beetjes in te pakken en, indien men niet is voorzien van wisselgeld: een druk op het electrische knopje en een gedienstige geest verschijnt om u ook hieraan te helpen.
Het zal deze gezellige hal, met haar keur aan gerechten, wel niet aan belangstelling ontbreken.” (PGNC 16/3/1935)
Einde Automatiek
Waarschijnlijk stopt Burki rond 1948/1949 met zijn automatiek: Bouwtekening D12.409539 betreft de verbouwing van de eerste verdieping tot zelfstandig appartement: dan wordt 1 slaapkamer ingericht als keuken. En op de plaats van de Automatiek komt weer een entree met een opgang naar boven en een trap naar de kelder.
Rond 1970 is het pand verkocht: architect P. Hermens uit Nijmegen maakt op 26-1-1970 een bestektekening voor de verbouwing van de bakkerij tot restaurant: “Plan voor het wijzigen van het winkel-woonhuis aan de St. Annastraat No: 53 te Nijmegen v.r.v. de welded. Heren: Lam Shing Fat, Bilderijkstraat 18, Doetinchem en Li Fok Han, Brinklaan 7 te Apeldoorn” (D12.480411). Daarbij wordt de winkel van de bakkerij het Chinees Restaurant. De bakkerij in de kelder wordt de keuken van het restaurant.
Rond 1971 vindt uitbreiding van de keuken plaats (D12.483748)
Restaurant Iwan
Restaurant Iwan St Annastraat 53, 2013 (Henk van Gaal via DF4245 RAN CC0)
Er is nog niet onderzocht wanneer restaurant Tung Kong overgegaan is op Iwan en wat de relatie tussen deze 2 namen is. In ieder geval heeft Iwan decennialang bestaan, tot juni 2024. In de tussenliggende tijd waren er verschillende eigenaren, waarbij het restaurant vaak op een familielid overging. De laatste 13 jaar was Shudan Hu en haar partner Hong Fang Hu eigenaar. (Bron: Einde van een tijdperk: Chinees restaurant Iwan sluit deuren, Huub Tholen in de Gelderlander 3-6-2024). Een van de redenen van haar populariteit was, dat naast Chinese en Indische ook Surinaamse gerechten kon worden besteld.
1937/1938 Tweede Oude Heselaan 245 (oud) Molenweg 2 (huidig)
Voormalig adres Tweede Oude Heselaan 245, huidig Molenweg 2, architect van der Kloot (collectie Hermsen)
“Dit gebouw (voorheen Tweede Oude Heselaan 245, nu Molenweg 2 i.v.m. veranderen positie voordeur) is in 1937/’38 gebouwd nav een ontwerp van Van Der Kloot. Mijn opa Th. G. Gerrits heeft hier opdracht voor gegeven, mijn moeder Ria Gerrits is hier eind 1938 geboren.
Vanaf de oplevering tot medio tweede helft jaren 60 is hier gevestigd geweest melk- en kruidenierszaak Gerrits.
Na het overlijden van de heer Th.G. Gerrits in 1948 heeft zijn weduwe G.E. Gerrits-Dinnessen de zaak voortgezet. Vanaf begin jaren ’50 hebben twee van haar kinderen, Theo en Ria, voltijds in de winkel gewerkt en melk en levensmiddelen bezorgd bij klanten aan huis tot medio half jaren ’60. Eerst met de ponywagen, later met een bestelbus. Zijn weduwe G.E. Gerrits-Dinnessen heeft er tot 1990 gewoond.
De voordeur is van locatie veranderd omdat de winkel werd gesloten tweede helft jaren 60 en de winkel huiskamer is geworden. Mijn vader Antoon Hermsen, die timmerman was, heeft de oude voordeur aan de Tweede Oude Heselaan dicht gemaakt met schrootjes aan de buitenkant.” (Edwin Hermsen)
Mandaat Van Der Kloot voor winkelpand Th. G. Gerrits
De aannemers van de winkel zijn de heren Janssen en van de Water. De aannemingssom bedraagt f4840.
Hieronder staat de bouwtekening van de “bestaande situatie”, ingediend bij de verbouwing van 1955/1956 weergegeven. Deze is identiek aan de bouwtekening D12.402729 uit het bouwdossier van 1936. Vanwege de onscherpte van deze tekening is echter de “bestaande situatie” bij de verbouwing afgebeeld.
Bestaand winkelpand a/d Oude Heessche Laan hoek Wolfkuilsche Weg te Nijmegen voor rekening v/d hr. Gerrits Voorstadslaan 161 te Nijmegen, A. v.d. Kloot, 6-6-1937 (D12.423059)
Het grootste gedeelte van de begane bestaat uit de winkel: de gehele voorgevel aan de “Oude Heessche laan” en de “plein-gevel”. Het linker gedeelte van de plein-gevel, dat een stuk naar achteren ligt, is de keuken. Waarbij er tussen deze keuken en de gevel aan de “Oude Heessche laan” nog een gang met een trap bevindt. De lage aanbouw is een schuurtje.
Onder de winkel bevindt zich een grote kelder. Deze is door een betonnen muur gescheiden in twee delen. Het deel aan de “plein-gevel” was de kolenkelder, het deel aan de “Oude Heessche laan” was de levensmiddelenkelder voor de winkel. In de oorlog schuilden hier nog mensen uit de directe omgeving.
Van der Kloot maakt ook de bouwtekening voor de aanleg van de riolering in 1937 (D12.403510)
Verbouwing 1955
De kruising Prinsenlaan – Molenweg, 12 september 1985 (Wim Michels via KN14412-2 RAN CC0)
Rond 1955 (datum bouwdossier: 20-4-1955) vindt een verbouwing plaats. De opdrachtgeefster is de weduwe (“Mevr. de wed.”) G.E. Gerrits-Dinnessen. Ook van deze verbouwing is van der Kloot de architect.
Daarbij komt aan de kant van de Molenweg (de linker kant) een uitbouw van een keuken en een spoelkeuken. De oude keuken wordt een kamer. Ook wordt dan de garage gebouwd.
Verbouwing 1990
In 1990 (bouwtekening 16-7-1990) vindt een verbouwing van de “keuken” plaats. De kamer aan de Molenweg wordt de entree met een ingang (in de “bestaande situatie” bevond de toegang zich in de keuken). Ook was inmiddels een deel van de hal bij de woonkamer getrokken.
De keuken en spoelkeuken worden bij elkaar gevoegd, waarbij de ingang van de spoelkeuken wordt dichtgemetseld.
Voormalige De Gruyter, Mariaplein-hoek Berg en Dalseweg (september 2024)
Het gebouw is ontworpen door architect Willem Gerhardus Welsing, (Arnhem, 14 december 1858 – aldaar, 1 januari 1942). Zie voor een beschrijving van Welsing wikipedia.
In 1906 had architect Welsing zijn eerste winkel gebouwd voor de Gruyter aan de Bovenbeekstraat in Arnhem. Het pand is tegenwoordig Rijksmonument. Daarna werd hij huis-architect, waarbij hij de nodige winkelsk, fabrieken en huizen voor de familie de Gruyter zou ontwerpen. (https://www.hendrickdekeyser.nl/architecten/willem-g-welsing)
“De WINKELWONING is gebouwd in 1919 in opdracht van de firma P. de Gruyter & Zn. door W.G. Welsing in een stijl die invloeden vertoont van Art Deco. De Arnhemse architect Welsing ontwierp in 1906 in Arnhem zijn eerste winkelpand voor het kruideniersbedrijf De Gruyter. Daarna werd hij de huisarchitect van De Gruyter.
Van 1915 tot 1925 werkte het architectenbureau van Welsing alleen maar voor De Gruyter. Het meest opvallende aan het pand en typerend voor de verschillende vestigingen van De Gruyter is het gebruik van de blauw en goud geglazuurde tegels in de omlijsting van deuren, vensters, pui en borstweringen. De tegels werden volgens een bepaald procedé vervaardigd in Frankrijk. In het interieur is achter een wand van gipsplaten het figuratieve tegeltableau op de achterwand van de winkel bewaard gebleven.” (Rijksmonumentenlijst, met een uitgebreide beschrijving)
In Nijmegen kennen we Welsing in ieder geval nog van:
Hoewel de geschiedenis van dit gebouw nog niet uitputtend is onderzocht, is er in ieder geval in 1937 sprake van een verbouwing:
“Verbouwing Firma de Gruyter aan het Mariaplein
Het interieur van het filiaal der fa. P. de Gruyter aan het Mariaplein heeft een grondige vernieuwing ondergaan. Nieuwe vloeren zijn aangelegd, nieuwe koperen voorraadbakken aangebracht, nieuwe toonbanken geplaatst, kortom het oude is niet meer te herkennen. Ongetwijfeld heeft de firma door deze vernieuwing haar belangen en die harer cliënt1ele een goeden dienst bewezen.
Vooral de omwonende huismoeders raden wij aan deze verandering eens gauw te gaan bewonderen.
De verbouwing geschiedde door de fa. de Groot, v. Welderenstraat, terwijl de fa. Vreeman, v. Welderenstraat, zorgde voor de electrische installatie.” (De Gelderlander 4/11/1937)
Rijksmonument
Het gebouw is een Rijksmonument met als waardering:
Links de Gruyter: Vanaf het Mariaplein zien we een tram op de Berg en Dalseweg en links op de hoek het winkelpand van kruidenier de Gruyter ; rechts begint de Dominicanenstraat, 1925-1935 (F93205 RAN)
“WINKELWONING uit 1919 in opdracht van de firma P. de Gruyter & Zn. door W.G. Welsing.
Van architectuurhistorische waarde als een in exterieur goed en gaaf voorbeeld van een winkelwoning met Art Deco-invloeden met esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals een bijzondere hoofdvorm, een rijke ornamentatie en bijzonder materiaalgebruik. De winkelwoning is bovendien van belang als onderdeel van het oeuvre van architect W.G. Welsing, die in de periode 1915-1925 alleen voor De Gruyter bouwde.
Van stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging aan het stervormige Mariaplein, een belangrijk stedenbouwkundig onderdeel van het laat 19de-eeuwse uitbreidingsplan dat werd uitgevoerd na de afbraak van de vestingwerken en is gebaseerd op de ontwerpen van Bert Brouwer. Het pand ligt binnen het beschermde stadsgezicht.
Van cultuurhistorische waarde vanwege het uiterlijk en de bestemming, welke verbonden is met een economische en culturele ontwikkeling nl. de bouw van De Gruyter kruidenierszaken door heel Nederland door één architectenbureau, dat daarbij overal een herkenbare stijl hanteerde met onder andere een gevelbekleding van geglazuurde tegels.”
Villa Saxon Holme, Javastraat 104. Het witte huis links is Villa de Plecht, waar Estourgie in 1921 naar toe verhuist (Maart 2024)
Deze pagina verzamelt de artikelen die reeds over Galgenveld zijn verschenen.
Galgenveld is een wijk in Nijmegen-Oost. Het oudste gedeelte maakt onderdeel uit van de eind 19e-/begin 20ste-eeuwse schil. Daarna is er een vooroorlogs deel, met onder andere een gedeelte van de Indische Buurt. Daarbij is de Archipelstraat min of meer de grens.
Vanuit het centrum gezien komt achter de Archipelstraat de na-oorlogse woningbouw met het andere deel van de Indische buurt en de Professorenbuurt. Ook de Dominicuskerk (uit 1951) en het studentencomplex Galgenveld bevinden zich in dit gedeelte.
Bezienswaardigheden
Javastraat als geheel en Javabosje
Sumatraplein en Javaplein met onder andere Saxon Holme
19de eeuwse gedeelte
Poortje Oud Burgeren Gasthuis
De Naam Galgenveld
De naam Galgenveld (tot 1960 Galgeveld) verwijst naar het feit dat hier de galg stond: tussen de huidige Franse straat en de Groenewoudseweg.
Net als veel andere steden had Nijmegen haar galgenveld op een goed zichtbare plaats gekozen: tussen de twee uitvalswegen de Groesbeekseweg en de St. Annastraat en vlakbij de stadspoort (de Molenpoort). Zo’n plaats gekozen zowel ter waarschuwing/afschrikking als uit trots, als tekens van orde, gezag en wetshandhaving.
Vroege geschiedenis
De St. Annastraat heeft al eeuwen min of meer hetzelfde tracé gevolgd, nog voor de Romeinse tijd.
Rond de tijd van Karel de Grote was dit gebied al ontgonnen. Naast landbouw en de aanwezigheid van molens, werd het gebied voor allerlei andere doeleinden gebruikt, zoals terechtstellingen, waren er afvalkuilen en stond er het Melaatsenhuis.
Fortificaties en Stadsuitleg
Kaart 1888 Galgenveld en omgeving (D16-200dpi detail)
In de tijd van de omwalling maakte Galgenveld onderdeel uit van het vrije schootsveld.
Na de ontmanteling van de wallen werd naar het voorbeeld van Parijs rondom Nijmegen een ring van groene singels gepland. Daarbij werd het Keizer Karelplein een centraal punt waarop de radiale wegen op uit kwamen, waaronder de St. Annastraat. Aan het Keizer Karelplein kwam onder andere Sociëteit de Vereeniging, met een wielerrenbaan en de Wedren: een paardenrenbaan. Aan de belangrijkste wegen werden grote woningen gebouwd voor de rijke inwoners.
Op de kaart uit 1888 is het eerste gedeelte van de St. Annastraat reeds bebouwd en zijn de wegen tot aan de Franse straat reeds ingetekend. Linksboven, op de hoek van de Groesbeekseweg en de Franse straat is nog de “Vuilnis bergplaats” te zien.
Hoek St. Annastraat/Groesbeekseweg vanaf het Keizer Karelplein, 1885 (Gerard Korfmacher via F11947 RAN)
Het huis vooraan is ontworpen door architect E.J. Weyers en gebouwd rond 1886 (Bron: Noviomagus)
Van Slichtenhorstraat vanuit de St. Annastraat in de richting van het Sumatraplein, in het midden de Pontanusstraat, 1900 (F32582 RAN)Franse Straat vanuit de St. Annastraat, in de richting van de Van Slichtenhorststraat; een ansichtkaart in kleur, 1900 (Vivat via F17106 RAN)
De voorgevel van de Kook en Huishoudschool, architect Semmelink, 1899 (F58731 RAN)
1899 Kook- en Huishoudschool, Groesbeekseweg 15 Galgenveld In januari 1899 gaat de kook- en huishoudschool aan de Groesbeeksche straat open. Het ontwerp was van architect Semmelink. In 1893 hadden een aantal vooraanstaande Nijmeegse vrouwen het initiatief genomen tot de oprichting van een kookschool. Dit naar aanleiding van een lezing van freule Jeltje de Bosch Kemper.…
In 1899 wordt de Kweekschool voor onderwijzeressen gebouwd. Architect en aannemer is Nicolaas van Eck. Rond 1936 is het gebouw in gebruik door de R.K. Kweekschool afdeling Onderwijzers. In 1958 wordt het gebouw tot 1983 een bibliotheek.
“De Indische buurt, uit de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw, kent met groen omzoomde pleinen zoals het Javaplein. De bebouwing is bijzonder vanwege haar Berlagiaanse architectuur. De Surinameweg en omgeving heeft veel van de kenmerken van de Indische buurt, maar ligt door de drukke Heijendaalseweg enigszins geïsoleerd.” (Wijkmonitor 2023)
Naoorlogse bebouwing
De St. Dominicuskerk, gezien vanaf het kruispunt Heyendaalseweg (rechts) – Groenewoudseweg (links), 1952 (Commissariaat van Politie afd. Fotografie via F30307 RAN CC0)
Vanuit het centrum gezien komt achter de Archipelstraat de na-oorlogse woningbouw met het andere deel van de Indische buurt en de Professorenbuurt. Ook de Dominicuskerk (uit 1951) en het studentencomplex Galgenveld bevinden zich in dit gedeelte. “De ‘Professorenbuurt’ tenslotte is aan het eind van de jaren vijftig opgezet met een stempelvormige herhaling van portiekflats en laagbouw.” (Wijkmonitor)
Tweede Indische buurt
1946-1970
Na de Tweede Wereldoorlog werden in Nijmegen op een aantal plaatsen noodwoningen gebouwd. Een daarvan was de “Gouverneursbuurt”, vernoemd naar 8 gouverneurs-generaal van Nederlands-Indië. Rond 1970 zijn de woningen weer gesloopt. De buurt lag tussen de Groenewoudseweg, de Driehuizerweg (tegenwoordig de Heyendaalseweg) en de spoorlijn van Nijmegen naar Venlo.
De Dominicuskerk is een Rooms-Katholieke kerk in Galgenveld. De kerk staat met de voorkant aan de Professor Molkenboerstraat.
Deze kerk was een vervanging van de Dominicus- of Broederenkerk. Deze had sinds 1373 in de Broerstraat gestaan. In september 1944 raakte hij echter beschadigd doordat Duitsers gebouwen, waaronder deze, in brand staken.
Herbouw?
In ieder geval heeft de Dominicuskerk in 1946 een (nood) kapel aan de Duivengas (De Gelderlander 1/5/1946)
In ieder geval is in mei 1947 duidelijk dat de Dominicanenkerk in de Broerstraat geen parochiekerk meer zal blijven. Wat er dan mee moet gebeuren? Sowieso is de kerk een monument en waarvan het behoud “een belangrijk deel van de bevolking prijs stelt”. Mogelijk kan een bestemming gevonden worden op het gebouw voor de eredienst te behouden. Of dat het in ieder geval op een andere minder dienst kan doen. (De Gelderlander 1/5/1947)
Uiteindelijk zullen van de 4 kerken die de Katholiek kerk had, alleen de Molenstraatkerk en de Augustijnenkerk (in de laatste jaren voor de oorlog van de karmelieten en in de buurt herbouwd als Karmelietenkerk) overblijven.
“Bij dit besluit (om de Dominicanenkerk niet te herbouwen) werd uitgegaan van de gegevens dat de binnenstad na herbouw niet meer dicht, hoogstens met een negenhonderd mensen zou bevolkt worden. Het gaat echter anders dan men heeft gedacht. Er komen tal van woonhuizen bij, zodat de binnenstad dichter wordt bevolkt dan eerst het geval was,” volgens een spreker in een bijeenkomst van de R.K. Middenstandsvereniging in 1950 (De Gelderlander 10/2/1950).
In september 1950 (“gistermiddag” De Gelderlander 26/9/1950) werd het kruis geplant (dan nog “aan de Driehuizerweg” geheten), om aan te geven dat op die plek een altaar zal komen.
Op 23-12-1951 vond de inwijding plaats door pastoor Bakkers, op 4-8-1952 werd de kerk geconsacreerd door Mgr. W. Mutsaerts (De Gelderlander 4/8/1952).
Het ontwerp van Thomas Nix
De huidige kerk is een ontwerp van Thomas Nix. Hij ontwerp de kerk en het overige complex rondom een voorplein aan de Professor Molkenboerstraat “in de traditionalistische stijl van de Bossche Stijl” (wikipedia). En: “Het traditionalistische ontwerp was afkomstig van bureau Taen & Nix en bevat elementen uit de romaanse en vroegchristelijke kerkbouw. De westtoren, die naast de hoofdingang had moeten verrijzen, is niet uitgevoerd.” (PimvanDijkDesigns)
De kerk is een kruiskerk in baksteen en beton.
Kunst in de kerk
In de kerk bevindt zich:
Beeldhouwwerk in de vorm van een timpaan van Jac. Maris en
Glas-in-loodramen van Eugène Laudy: 6 ramen uit 1962 in de zijtransepten en tussen 1988 en 1993 10 in de zijbeuken
Een Jozefbeeld (1954) en Dominicusbeeld (1956), gemaakt door Bart Welten
Kruisweg van Ted Felen
Daarnaast bevindt zich er een orgel, dat in 1994 werd verplaatst vanuit de Sint-Aloyisiuskerk in Utrecht. De maker van het orgel was de firma K.B. Blank & Zoon.
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is sinds 2006 een gemeentelijk Monument.
Overig
Sinds 2010 is de Dominicuskerk de kerk van de Effataparochie, een fusie van de Dominucuskerk en de Stephanus-Christus Koning (de laatste zelf een eerdere fusie uit 1993)
Sinds februari 2009 vindt in de Dagkapel de eerste zaterdag van de maan de viering van Oud-Katholieken plaats
Op 31-12-2009 vond de begrafenis van Edward Schillebeeckx vanuit deze kerk plaats
Waar nu een winkelcentrum is, bevond zich de Mensa van de universiteit. Hier hebben jarenlang studenten hun maaltijd gegeten en schoven ook oudere buurtbewoners aan (laatste: eigen herinnering). Tegenwoordig is de Refter op de campus geopend.
Een mooie foto uit 1971 is te vinden op F69929 RAN.
Studentencomplex Galgenveld
Stichting Studentenhuisvesting bouwde dit complex in 1968. Het bestaat uit 6 gebouwen en 1 woontoren. Het ontwerp was van architectenbureau Inbo.
Het was haar tweede complex, maar het eerste van deze grootte. Eind jaren 80/begin jaren 90 (Into Nijmegen noemt 1987, in mijn herinnering was het net een paar jaar later) werden van de 769 kleine kamers 350 kamers gemaakt.
Tot het complex behoren 6 gebouwen en 1 woontoren met in totaal 500 kamers. Het is ontworpen door architectenbureau Inbo. In 1987 werd het complex verbouwd en werden 796 kleine kamers tot 350 grotere kamers samengevoegd. Er zijn 50 zelfstandige eenpersoons appartementen en 22 zelfstandige appartementen voor studenten met kind(eren). Een leuk artikel uit 2018 over de reünie van de eerste bewoners van een gang is te lezen op de Gelderlander.
Verschenen artikelen
Madoerastraat 3 t/m 11, september 2022 (Google Streetview) Ontworpen en uitgevoerd door Bredero’s Bouwbedrijf
In februari 1936 besluit de Gemeente Nijmegen om een perceel bouwterrein Hatert, Sectie no 179 aan het Amersfoortse Bredero’s Bouwbedrijf te verkopen. Onder voorwaarde dat voor het einde van het jaar er vijf eengezinswoningen met schuurtjes op dit perceel is gebouwd.
Het oude gebouw van de Nutsschool voldeed niet meer. Daarop besluit de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen tot de bouw van een nieuwe school. In 1957 wordt begonnen met de bouw. Het ontwerp is van F.M. Oswald.
De Firma Peters-Gerrits had vanaf de jaren 20 haar handel in groenten, fruit en comestibles aan de Bloemerstraat 129, totdat deze bij het bombardement van februari 1944 werd verwoest. In 1944 opende ze haar nieuwe winkel, naar ontwerp van architect Kuipers, op de hoek van Molukkenstraat en Borneostraat.
In 1924 wordt een bouwvergunning aangevraagd voor het bouwen van een dubbel woonhuis. Hiervan is W.Th. Reijnen de architect. De eigenaar is Th.W. Peters, die zelf op Balistraat 11 gaat wonen.
Hoek St. Annastraat met Fransestraat, op St. Annastraat 53a Antiekzaak L’Antique Interieure en op de hoek St. Annastraat 55 café St. Anneke, 1989 ( Anton van Roekel via RAN CCBYSA)
Veel Nijmegenaren kennen het hoekpand op de St. Annastraatstraat en de Fransestraat als café St. Anneke. Oorspronkelijk was het samen met het huidige nummer 53a 1 grote woning, die er in ieder geval in 1910 al stond. De architect Zoetmulder ontwierp de splitsing naar 2 winkels met bovenwoningen. Op 53a zaten hier jarenlang meubelzaken (Tilders…
In 1950 ontwerpt Kuipers de appartementen aan de Molukkenstraat 6 t/m 22. De achterliggende garages staan daarbij aan de Borneostraat. Opvallend daarbij is, dat het complex tevens bestaat uit 1 woning aan de Archipelstraat 274
Naast de appartementen in de Molukkenstraat tekende architect Rodenburg ook de vrijstaande woning Archipelstraat 251. Huidig, September 2022 (Google Streetview)
De Stella Matutina school is gebouwd in 1953-1954 in opdracht van de Stichting St. Josephscholen, naar een ontwerp van J. de Jongh, Th. Taen en Th. Nix. Het is een zogenaamde halschool, gebouwd in de shake handsarchitectuur.
De Piushove is gebouwd in 1926 als een convict: een huis voor priesters en priesterstudenten. Hier kregen ze volledig pension. Daarbij golden de kloosterregels hier niet: het betrof seculiere priesters en -studenten, oftewel: ze waren niet gebonden aan een klooster.
Sumatraplein 27 huis met de tijgers (december 2024)Sumatraplein 27: huis met de Sumatraanse tijgers (december 2024)
Je t’embrasse, Babette Degraeve, Van Slichtenhorststraat (december 2024)
Plan tot het bouwen van vijf heerenhuizen a/d Sint Anna Dwarsstraat (Archipelstraat)
Plan tot het bouwen van vijf heerenhuizen a/d Sint Anna Dwarsstraat (Archipelstraat) (D12.378439)
Archipelstraat, September 2022 (Google streetview)
Bakkerij Fransestraat 23
De Bakkerij van H.H. v.d. Waal, Fransestraat 23, 1968 (F86406 RAN CC0)
Inmiddels zit alweer 50 jaar de Knollentuin op Fransestraat 23. Lees hierover het artikel op Issu (vanaf bladzijde 18).
In het Adresboek 1951, 1955 en 1959 komt J. Troost, (brood en banket) bakker voor op dit adres.
In 1963 komt H.H. en P. van der Waal voor als bakker op Fransestraat 23; mw. H. Troost en J. Troost komen dan voor op 23 a.
In 1968 zit bakkerij H.H. v.d. Waal op nummer 23.
Krayenhoffkazerne
Molenveldlaan 10
‘Infanterie Kazerne No.1’, (vanaf 1934 vernoemd naar ingenieur en luitenant-generaal Cornelis Rudolphus Theodorus Krayenhoff), gebouwd met de naastgelegen ‘Infanterie Kazerne No.2’ (vanaf 1934 vernoemd naar generaal Cornelis Jacobus Snijders), tussen 1905/1906 in Hollandse neo-renaissancestijl met art-nouveau elementen naar ontwerp van luitenant ingenieur en kapitein der Genie Arie Vogelenzang (Brielle, 01/02/1860 – Nijmegen, 14/07/1907) op basis van specificaties van architect Willem Dudok. Beide kazernes werden in 1951, samen met de nabijgelegen Prins Hendrikkazerne, in gebruik genomen door de Luchtmacht Instructie en Militaire Opleidingen School (LIMOS). In 1995 nam het leger afscheid van de kazernes en kregen gebouwen en terrein een woon- en kantoorbestemming, Groesbeekseweg 380, 1905 (F91551 RAN) Galgenveld
De Krayenhoffkazerne werd samen met Snijderskazerne gebouwd in 1905-1906. Het ontwerp was van Arie Vogelenzang, op basis van specificaties van Willem Dudok. “Beide kazernes zijn in Hollandse neorenaissancestijl met art-nouveau-elementen gebouwd”. (wikipedia) De aannemers waren Thunissen en Kropman. In 1905 ging de kazerne open als Eerste Infanterie Kazerne. Het vormde samen met de Snijderskazerne één geheel. Jan Pieter Koolemans Beijnen had sterk geijverd voor de bouw van de twee kazernes.
“De beide kazernes werden door het 11e Regiment Infanterie (11 RI) gebruikt, ieder hoofdgebouw was geschikt voor de legering van een bataljon, ongeveer 600 man groot. Met elkaar deelden de kazernes een terrein en een ingang, die toen op de symmetrie-as lag tussen beide hoofdgebouwen aan de Gelderselaan. Andere gebouwen op het terrein van beide kazernes, zoals het Kleedingmagazijn, hadden een gezamenlijke functie.” (https://jeoudekazernenu.nl/kazernes-g-l/krayenhoff/x-krayenhoff.html) In 1934 zou het de naam van Krayenhoffkazerne krijgen.
LIMOS
De Koninklijke Luchtmacht nam de Krayenhoffkazerne en de Generaal Snijderskazerne in 1948 in gebruik en vanaf 1951 ook de Prins Hendrikkazerne. In 1953 werd de opleiding voor luchtmachtsoldaten, het Luchtmacht Instructie Regiment (LIR) opgericht, dat in 1961 werd omgedoopt tot LIMOS: Luchtmacht Instructie en Militaire Opleidingen School. Het is vooral deze naam die aan het terrein is blijven hangen. Na de oorlog kwamen er een aantal gebouwen bij.
In 1999 werden de kazernes verkocht.
Nu
Een gedeelte van de kazerne werd gesloopt om plaats te maken voor woningen. Het hoofdgebouw bestaat nog en werd verbouwd tot bedrijfsverzamelgebouw: naast een grand café “In de Kazerne” heeft het commerciële ruimtes. En daarnaast heeft het 38 ateliers. Er kwam een ondergrondse parkeergarage met 120 plekken.
De Snijderskazerne, Gelderselaan, 1925 (F13166 RAN)
De Snijderskazerne werd gelijkertijd met de naastgelegen, vrijwel identieke Krayenhoffkazerne op het Molenveld gebouwd. De Snijderskazerne, die in 1906 openging, kreeg de naam Infanteriekazerne 2; de Krayenhoffkazerne was in 1905 geopend en had nummer 1 gekregen. In beide kazernes werd het 11e Regiment Infanterie gelegerd, waarbij elke hoofdgebouw geschikt was voor de legering van 1 bataljon, ongeveer 600 man. Pas in 1934 zou het de naam Snijderskazerne krijgen.
De kazernes deelden hetzelfde terrein en een aantal voorzieningen, zoals het kleedingmagazijn.
Generaal C.J Snijders (1852-1939) inspecteert de erewacht tijdens zijn bezoek aan de naar hem genoemde Snijderskazerne, 28/7/1936 (J.Th. Bartels via F86205 RAN)
Bezuinigingen en Mobilisatie
“In 1922 werd het stil op de kazerne en de naastgelegen Krayenhoff. Het leger was als gevolg van bezuinigingen zo drastisch in omvang afgenomen dat ook 11 RI, op de staf na, mobilisabel geworden was. Aan deze toestand kwam pas aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog in 1938 een einde, met de ‘heroprichting’ van het 1e, 2e en 3e bataljon. Het regiment zou in mei 1940 deelnemen aan de zware gevechten op de Grebbeberg.” (https://www.jeoudekazernenu.nl/kazernes-s-z/snijders/x-snijders.html)
Vierdaagse
De Prins Hendrikkazerne bood onderdak aan de Vierdaagse, waar ook het begin- en eindpunt was. Toen deze kazerne te klein werd, werden er ook soldaten ondergebracht in een tentenkamp op het Molenveld. Ook de vlaggenparade werd hier van 1931-1938 gehouden.
Tweede Wereldoorlog
In de Tweede Wereldoorlog namen de Duitsers de drie kazernes in 1941 in gebruik en legden er schuilplaatsen aan. Na Market Garden in 1944, waarbij Nijmegen werd bevrijd maar tegelijkertijd in de frontlinie kwam te liggen en de Duitsers een half jaar lang Nijmegen met granaten beschoten, werden deze schuilplaatsen gebruikt door de Nijmeegse bevolking. In de kazerne zelf kwamen Engelse troepen, in de verzameling van troepen voor het offensief dat in februari 1945 zou plaatsvinden.
LIMOS
Na de oorlog werd ook de Snijderskazerne door de luchtmacht gebruikt. Daar is hierboven al over geschreven.
Woningen
Na het vertrek van het opleidingscentrum werd de kazernegebouw verbouwd tot woningen en ook op het terrein zelf kwamen woningen. Voor de Snijderskazerne was het ontwerp afkomstig van van Braaksma & Roos Architectenbureau: de herontwikkeling van de kazerne tot 57 riante woningen met een ondergrondse parkeergarage.
“Ons doel was om het militaire karakter te koesteren, maar het complex tegelijkertijd rondom meer te openen naar de buurt en toegankelijker te maken voor de nieuwe bewoners. De voorheen gesloten achterzijde heeft een warm en welkom karakter gekregen – de vier vleugels, die ruimte bieden aan sfeervolle herenhuizen, liggen nu aan groene binnenhoven. Ook hebben wij meer nadruk gelegd op een verticale indeling, met nieuwe stijgpunten in een stoere vormgeving aan de buitenzijde, waardoor je de kazerne meer als een wooncomplex met een collectief karakter ervaart.” (van Braaksma & Roos Architectenbureau)
De Familie-Bioscoop, vanaf 1918 het Olympia Theater, Lange Burchtstraaat, 1913-1918 (F21629 RAN)
“De nieuwe Familie-Bioskoop.
Het mag zeker een gelukkige gedachte genoemd worden van de beheerders der nieuwe Familie-Bioskoop, welke aan de Burchtstraat verrezen is, om bij den bouw een zoodanige voortvarendheid aan den dag te leggen, dat de nieuwe inrichting bij het begin der kermis in exploitatie kan worden gebracht. Want terecht hebben zij ingezien dat de Nijmeegsche “jaarmarkt”, welke honderden menschen van elders in onze stad brengt, een der beste gelegenheden was om de Familie-Bioskoop bij stadgenoot en vreemdeling te introduceeren.
Coiffeur en de aankondiging voor de vestiging van de Familie bioscoop-Theater, 1913 (F86806 RAN) Lange Burchtstraat
De kennismaking zal, wij twijfelen daar geen oogenblik aan, hoogst aangenaam zijn. Nijmegen toch is, dank zij het initiatief en den geldelijken steun van een van een aantal ingezetenen, in de nieuwe inrichting een gebouw rijk geworden, waarop het trotsch mag zijn en dat de bewondering van iederen bezoeker zal wegdragen. Door afbraak van vijf panden in de Burchtstraat en de Lange Nieuwstraat heeft men ruimte gekregen om een bioskoop-theater te doen verrijzen, dat wat inrichtingen en afmetingen betreft met de beste van het buitenland mag concurreeren. De geheele bouw draagt in zijn kleinste onderdeelen het stempel van degelijkheid en praktischen zin; de nieuwste vindingen op velerlei gebied zijn er bij in toepassing gebracht, firma’s met eene erkende reputatie heeft men met de uitvoering belast en zoodoende is een geheel verkregen, dat aan de allerhoogste eischen voldoet en een sieraad voor de Burchtstraat genoemd mag worden.
De ingang van de Familie-Bioskoop wordt gevormd door het pand waarin jaren lang de coiffeurszaak van den heer Scheerder gevestigd was. De gevel van dit pand, een der beste van het herboren Nijmegen, een kunstwerk van den heer Weve, werd niet meer dan noodzakelijk aangetast. Een drietal electrische booglampen aan sierlijk gesmeden armen met een lichtsterkte van 1600 normaalkaarsen, dragen er toe bij de aantrekkingskracht van het gebouw te verhoogen.
De entrée wordt gevormd door een voorhal, schitterend in een zee van licht. Een terreinspeling- die stadsterreinen zijn soms zoo wonderlijk- leidde er toe eene perspectivische werking te scheppen, die het geheel grooter doet zijn dan het werkelijk is. Fraaie marmeren wanden en sierlijke uitstalvitrines, zooals men die in de groote wereldsteden aantreft en welke zeker bij de Nijmeegsche neringdoenden in trek zullen komen, maken het geheel aantrekkelijk zonder opdringend te zijn. In ruime mate is hier gelegenheid de dikwijls zoo pakkende filmreclames te demonstreeren.
Tochtdeuren leiden naar de wachthal. Deze is rustig gehouden. De marmeren paneelen, waaronder een eenvoudige bespanning en de keurige teakhoutbetimmering, waarborgen hier een zekeren ernst. Deze hal wordt door een glazen koepel verlicht. Met de wachthal staat een mooi in stijl gehouden zaaltje in correspondentie; hieraan zal nog eene andere bestemming worden gegeven. Voor kleine kunstexposities, intieme bijeenkomsten lijkt het ons uitermate geschikt. In dit zaaltje heeft men een buffet, dat in directe verbinding met de zaal staat.
Foyer van de Familie-Bioscoop van H. Kersten, vanaf juli 1918 Olympia Theater, Lange Burchtstraat, 6/1916 (F88985 RAN)
Om intusschen weder naar de wachthal terug te keeren- een ruime, alleen door een voorhang afgescheiden, toegang leidt van hier uit naar de zaal, terwijl ter linker kant een monumentale trap met rijkbewerkte leuning naar de tribune voert.
De zaal is werkelijk schitteren in één woord. Zij biedt plaats aan 800 personen en op alle rangen vinden de bezoekers ruime en comfortabele klap-fauteuils. De kapoverspanning van de zaal is in constructief opzicht een meesterstuk en heeft er in niet geringe mate toe bijgedragen, dat het geheel een monumentaal cachet gekregen heeft. Aansluitend aan het plafond, dat thans nog wit is doch te zijner tijd geschilderd wordt, is een centrale lichtbron aangebracht, welke in een rustig doch zeer helder licht doet baden. Bovendien zijn de meest in het oog springende architectonische gedeelten door lichtpunten verlevendigd. De wanden zijn met deftig laken bespannen. De betimmering is geheel van teak-hout. De zaal helt vrij steil, zoodat men van alle rangen af een uitstekend gezicht op het projectiedoek heeft. Het laatste verdient nog bijzondere vermelding: het heeft een afmeting van 6 bij 4.80M., zoodat, evenals die der oude bioskoop in de Grootestraat, de tableaux zeer groot zullen zijn. Luxe en comfort zal de bezoeker op elken rang in hooge mate vinden en dit zal hem den gang naar de Familie-Bioskoop steeds een aangename doen zijn.
Balkon van de bioscoopzaal van de Familie-Bioscoop van H. Kersten, vanaf juli 1918 Olympia Theater, Lange Burchtstraat, 6/1916 (F88987 RAN)
De tribune is zeer ruim en biedt mede uitstekende gelegenheid om de voorstelling te volgen. De eerste rijen zullen hier zelfs de hoogste rang zijn. De tribune is vervaardigd van gewapend beton, waardoor het mogelijk was haar nagenoeg zonder ondersteuning uit te voeren, voor een bioskoop-theater, waarin men nu eenmaal dikke pilaren niet kan gebruiken, een gunstige eigenschap.
Overal zijn nooduitgangen- in de L. Nieuwstraat zelfs vijf- zoodat ook op het punt van veiligheid de nieuwe inrichting aan de hoogste eischen voldoet. Maar buitendien heeft bij den bouw de gedachte voorgezeten in alles het publiek ten gerieve ze zijn; wij wijzen b.v. op de aanwezigheid van toiletgelegenheden en op keurige garderobe in de entrée.
De cabine, van waar uit de projectie geschiedt, is natuurlijk brandvrij en de operateur heeft er alle ruimte en… een eerste-klas toestel om zijn werk, dat honderden genot verschaft, te verrichten. Noemen wij verder nog de kantoren van de directie en den technischen leider, welke zich mede in sierlijkheid en praktischen inrichting bij het vorige aansluiten.
Het geheele gebouw is voorzien van centrale verwarming, terwijl de verschillende afdeelingen alle telefonisch met elkander in verbinding staan.
De bouw werd verricht volgens het ontwerp van den heer A.W. Jansz, architect alhier, die daarmede een nieuw bewijs van zijne kundigheden heeft geleverd. Wanneer het gebouw der Familie- Bioskoop na de opening algemeen zal geroemd worden om zijn schoonheid en grootsteedsche inrichting, dan zal men ongetwijfeld met waardeering overwegen dat het de heer Jansz is, die uit het eigenaardig complex van terreinen, zonder iets van den grond prijs te geven, een gelukkig geheel schiep. Maar naast hem komt hulde toe aan onzen stadgenoot de heer W.J.H. van der Waarden, die de uitvoering geleid heeft en dezen met zoo uitstekend resultaat ten einde heeft gebracht.
Het werk is uitgevoerd door den heer H. Seegers, aannemer alhier, die er alle eer mee inlegd. Verder hebben o.a. aan den bouw medegewerkt: de heer Beuser-van Alphen voor de omvangrijke electrische installatiën, de firma L.A. Moll voor de electrische ornamenten; de heer Kaak voor het schilderwerk, de heer Nannings voor de sanitaire artikelen, de ingenieur Kuijpers te Rotterdam voor het gewapend beton, de N.V. de Klopper te Dordrecht voor de stoelen; de firma Otten voor het stucadoorswerk; de firma Maurits Drukker en de heer H.J. Tielemans voor de gordijnen e.d.; de firma Canta, werkplaats Wolfkuilsche weg, voor het marmerwerk, en de firma Stokvis te Arnhem voor de centrale verwarming en de ventilatie-inrichting; de heer Joh. Th. Van der Waarden voor de terrrazzo-vloeren, terwijl de petten der mooie uniformen voor het personeel werd geleverd door den heer Th. Hendriks, Broerstraat. En deze lijst mag niet de naam ontbreken van den timmerman Peters, die zich bij het moeilijke overkappingswerk zeer verdienstelijk heeft gemaakt. Door de samenwerking van al dezen is een gebouw tot stand gekomen, waarop iederen Nijmegenaar trotsch mag zijn en waarin ongetwijfeld honderden vele avonden op de meest aangename wijze zullen doorbrengen.
Morgenavond heeft een invitatie-voorstelling plaats en Zaterdag wordt de Familie-Bioskoop voor het publiek geopend. Wij twijfelen er niet aan of dit zal de nieuwe, zoo breed opgezette inrichting een druk bezoek doen ten deel vallen.
Het bestuur van de Familie-Bioskoop wordt gevormd door de heeren Rud. Bless, W.H.M. Schans de la Croix en J.B.L. Wildenbeest. Technisch leider is de heer H. Kersten, die op dit gebied zijn sporen alleszins verdiend heeft en als explicateur zal optreden de heer Arn. van den Donck.” (PGNC 3/10/1913)
Dikke Boom van Hees, Kruispunt Schependomlaan, Voorstadslaan, Tweede Oude Heselaan en Dikkeboomweg (mei 2023)
De “nieuwe” Dikke Boom van Hees is op 21 november 2003 geplant. Dat is precies 100 jaar nadat de oude Dikke Boom van Hees door blikseminslag was omgegaan.
De oude Dikke Boom van Hees
De oude boom was een eeuwenoude linde, bekend in de wijde omgeving.
Romantiek en Hartzeer onder de Dikke Boom
Dr. J.J. de Blécourt schreef eens het volgende: „Menig hups dienstmeisje, des Zondags zo blij uitgetogen, kwam ‘s avonds met betraand gezichtje de wanhoop nabij weer thuis. Veelal kwam dan die stereotype bekentenis: „bie den dikken boom zeet ie tegen mien: gij kunt eiges best naor huus gaon en, veur mien Part ver…” . Meestal kwam zo’n verbroken verbintenis na een of ander zoenoffer wel weer in orde en daar ging dan in de regel een ontmoeting onder het brede bladerdak van de dikke boom aan vooraf. (Nijmeegsch dagblad, 26-11-1955, die de boom een eik noemt)
1903 Verwoesting door onweer
De originele Dikke Boom van Hees, 1900-1904 (GN11090 RAN)
Die zaterdagavond in november 1903 rond half zes brak een kort maar hevig onweer uit, gepaard gaand met een felle storm uit het westen en hevige regen- en hagelslag. Bij de blikseminslag wordt de boom omvergeworpen, “Ongeveer 2 Meter van den grond werd de boom als het ware afgesneden.” (PGNC 24/11/1903)
Bij het omgaan van de boom raakte nog een jongetje in het gezicht gewond door een van de takken. Dezelfde avond is de omgevallen boom door de gemeente in stukken gezaagd en afgevoerd.
“Met den “Dikken Boom” verdwijnt nu wel niet een der groote kolossen op dit gebied in Nederland, – want wel bezien was hij zoo dik niet,- doch voor onze streek was die boom toch een bijzonderheid. Ten Stadhuize bevindt zich eene gravure van 1750, waarop reeds de “dikke boom” te Hees wordt voorgesteld. Hij moet dus een eerbiedwaardige ouderdom bereikt hebben, als hij toen reeds een dikke boom was.” (PGNC 24/11/1903)
“De rondloopende bank, die in den laatsten tijd toch al bouwvallig begon te worden, is aan ééne kant ‘ geheel tegen den grond gedrukt.” (Delftsche courant, 26-11-1903).
Daarna herinnerde alleen de Dikkeboomweg en tot 1955 een tramhalte aan de gevelde linde.
Het idee voor een nieuwe Dikke Boom
In juli 1999 werd een stichting opgericht om precies 100 jaar na de Dikke Boom een nieuwe boom aan te kunnen planten. Daarbij was er eerst in kleine kring gepolst: de bewoners van Insulinde zijn enthousiast en Vereniging Dorpsbelang Hees ondersteunt het initiatief.
De boom moet een herkenningspunt zijn bij de toegang naar het “oude” Hees. Daarom wil de stichting een “fors exemplaar dat elders moet wijken” verkrijgen. De kosten komen bij een eerste begroting uit op F 47.500 (Stenen Bank).
2003: het plaatsen van de Nieuwe Dikke Boom
Op 21 november 2003 wordt een nieuwe linde geplaatst. Bij het planten is de boom 8 a 10 meter hoog (Nijmeegse Stadskrant respectievelijk Hees bij Nijmegen). Daarbij is hij ongeveer dertig centimeter in doorsnede. Hoewel dus niet het forse exemplaar dat aanvankelijk lijkt beoogd, is de feestelijkheid en blijschap er niet minder om.
De kosten bedragen 22.500 euro (we zijn inmiddels in het euro tijdperk aanbeland). Een kwart daarvan bedraagt de kosten voor de boom. Het overige voor de bankjes en de weergave van de jaarringen van de oude boom. Met de bankjes -die “op de groei” zijn gemaakt- moet de boom dan weer een echte ontmoetingsplek worden.
De Dikke Boom komt terug in het logo van Vereniging Dorpsbelang Hees, samen met de Stenen Bank en de Petruskerk.
(Overige) Bronnen en verder lezen
Steendruk van Pieter Wilhelmus Marinus Trap (20-04-1821 Leiden aldaar 20-10-1905) voorstellende de dikke boom in Hees. Op de achtergrond is de St. Stevenstoren afgebeeld (uit het door A. Cranendoncq en zoon rond 1850 uitgegeven “Gezigten van Nijmegen” via GN15613 RAN)
Waar tegenwoordig woningen staan, aan de Korte Bredestraat tegenover de kerk, was jarenlang een belangrijk middelpunt van het dorpsleven van Hees: Hotel Heeslust. In 1935 sloot Heeslust nadat brand was uitgebroken. Hierna kwamen de paters Kruisheren er te wonen.
In 1967 werd dit gebouw gesloopt en vervangen door moderne woningen. Een stukje van de zaal van Heeslust is nog te zien, wanneer je door het Gengske loopt.
Jacobus Giesing
Advertentie Heeslust: Harmonie muziek, geen bier op zondag (PGNC 17/5/1854)
Advertentie Heeslust voor Hoorn-muziek (PGNC 8/7/1854)
Jacobus (Jac.) Giesing en Hendrina Johanna Adriana Colbeth waren rond 1850 begonnen om een pleisterplaats met koetshuis te houden.
Dan verschijnen er regelmatig advertenties voor muziek of een bal. Bijvoorbeeld ter gelegenheid van de kermis (PGNC 18/8/1855, PGNC 22/8/1857).
Wanneer Giesing in 1866 overlijdt, lijkt Colbeth in ieder geval tijdelijk het logement zelf te hebben voortgezet. Zo is er een advertentie gevonden in PGNC 25/5/1867 voor een concert van Hoorn-muziek, ondertekend met wed. J. Giesing. Ook een openbare verkoop verwijst naar de “Wed. J. Giesing” (PGNC 27/11/1867).
In gevonden advertenties in 1868 is het J. Giesing (PGNC 14/8/1868) of Giesing (PGNC 27/11/1867)
Jacobus Hendrikus Giesing
Hotel Heeslust, zo te zien voor de verbouwing, door RAN gedateerd op 1900 (N.J. Boon via RAN F67022)
Daarna zal Jacobus Hendrikus/Hendricus Giesing (1841-1901) jarenlang eigenaar van het Logement Heeslust zijn. Hij dreef het logement samen met zijn vrouw Petronella Ensink (1844-1901). De tot nu toe eerstgevonden advertentie ondertekend met “J.H. Giesing” is PGNC 18/6/1869 (Harmonie-muziek) en vanaf dat moment is het in advertenties of “J.H.” of “de Heer”.
Op 6-12-1873 vindt de daadwerkelijke, notariële overdracht plaats van “Het Logement genaamd “Heeslust”, met koetshuis, paardenstal en zaal, benevens tuin en bouwland gelegen te Hees, op den perceelsgewijzen kadastralen legger van Neerbosch voorkomende in Sectie B onder Nummers 333, 334, 775, 776 en 777 als te zamen groot een en veertig aren tien centiaren” (Archiefnr 447, Inventarisnr 258, Aktenr 6119)
Muziek en bal
Een cabaretoptreden in Hotel Heeslust met Jetje Lawson, Rudolphine Hammes-Wagner (tweede van links), Fiet van Dorp en Paula van Lijp, 26/1/1907 (Born via F85207 RAN)
Hees bij Nijmegen: “Giesing organiseerde muziekavonden en bals, onder meer met muziek van de dorpsfanfare en lokale militaire kapellen.” Daarbij noemt ze dat Giesing een grote feestzaal heeft gebouwd: het is mij nog onbekend of en welke zaal dit betreft; in ieder geval is er bij de officiële overdracht in 1873 al sprake van een zaal en bij de opening van 1902 door de nieuwe eigenaar (zie hieronder) was er voorheen slechts sprake van een “klein en bouwvallig” zaaltje.
Hoewel niet uitputtend onderzocht, zijn er in ieder in 1873 “Abonnements-concerten”: 4 concerten in de zomermaanden, uitgevoerd door het “Muziekkorps van de dienstdoende Schutterij, onder Directie van den Heer Paul Steffen” (PGNC 8/6/1873, PGNC 25/7/1873). En in 1874 en 1876 onder directie van de heer Henning (PGNC 21/6/1874, PGNC 9/8/1876).
En daarnaast organiseert hij een bal, waaronder -natuurlijk- tijdens de kermis van Hees (PGNC 17/8/1873, PGNC 18/8/1889, PGNC 20/8/1899). Maar bijvoorbeeld ook in september (PGNC 24/9/1873)
Ook zijn er andere concerten, onder andere het Zangkoor St. Caecilia van Hees en Neerbosch (PGNC 2/2/1893) of fanfare “Ons Genoegen”
Hees bij Nijmegen: “ook legde hij een speeltuin aan en organiseerde kinderfeesten, met kerst rond een fraai versierde kerstboom. Heeslust was ook dé vergaderlocatie voor Heese verenigingen.”
Overlijden en veiling
Na het overlijden van Giesing en Ensink wordt de veiling aangekondigd:
Veiling inventaris Heeslust (PGNC 26/1/1902)
Op 9 en 23 januari 1902 vindt de veiling plaats van “Het van ouds bekende en welbeklante Hôtel “Heeslust” met koffiehuis en stalhouderij in den kom van het welvarende dorp Hees bij Nijmegen aan den stoomtram, bevattende behalve de ruime gelagkamer, eetzaal, danszaal met tooneel, 19 kamers, keuken, 3 kelders, groote zolders enz., voorts koetshuis met stalling, koestal, waschhuis enz. en groote tuin, samen groot 4102 M². Te aanvaarden 1 februari 1902.” ( PGNC 29/12/1901). Eind januari vindt tevens de veiling plaats van de inventaris.
R.Th. Hoenselaars
R.Th. Hoenselaars te Hees is de koper van het hotel voor f16.050. (PGNC 22/3/1902 en De Gelderlander 1/1/1903). Daarbij valt het op dat het bedrag lager is dan de aanvankelijke inzet van f19.000 (PGNC 12/1/1902) en een gevonden verhoging tot f20.500 (PGNC 21/1/1902).
Reinier Hoenselaars (1875-1913) was een tuinder, die later schuin tegenover Heeslust een komkommer kwekerij zou beginnen (Hees bij Nijmegen).
Bij de opening in 1902:
Aankondiging opening Hotel Heeslust, natuurlijk met muziek van “Ons Genoegen” (De Gelderlander 4/7/1902)
“Hôtel Heeslust.
Hedenavond wordt, zooals reeds per advertentie is bekend gemaakt, het hotel en café-restaurant Heeslust te Hees heropend, na, zoowel binnen als buiten, een groote vernieuwingskuur te hebben ondergaan en waar het nodig was te zijn uitgebreid of geheel vernieuwd. Zoo b.v. het concertzaaltje. Een ieder zal zich dit herinneren, hoe het voorheen was, klein en bouwvallig. Thans is hierin een groote verandering gebracht.
Een geheel nieuwe en grootere zaal is thans daarvoor in de plaats gekomen, of beter gezegd zal daarvoor in de plaats komen, want de timmerlieden en metselaars zijn nog ijverig in de weer.
Echter zal het niet lang meer duren en kunnen de clubjes en vereenigingen, die des zomers in het stille, idyllische Hees gewoonlijk plegen saam te komen, spoedig van deze verbetering profiteeren. Ook de eetzaal heeft een groote verandering ondergaan. Het eigenlijke café is eveneens groter geworden en biedt een gezellig zitje aan, evenals de veranda, die thans voor het café is aangebracht en van waaruit men een aardig gezicht heeft op den weg en de kerk. Vermelden we nog dat er achter het café een groote tuin is met boomen, onder welker loover men in deze warme dagen na afgedanen arbeid een heerlijk plaatsje kan vinden, dan gelooven wij onze lezers voldoende met dit café op de hoogte gesteld te hebben, zoodat ze zeker al wandelende hier een rustpunt zullen zoeken.
Een geschikte gelegenheid om er reeds spoedig een bezoek te brengen geeft het concert, dat daar morgenavond 7 uur gegeven zal worden door het bekende “Fanfare-Korps” van Hees en Neerbosch, onder leiding van den heer Thewissen.” (PGNC 6/7/1902)
De speeltuin van Hotel “Heeslust”, 1920 (RAN F12920)
Naast pensiongasten en dagjesmensen gebruikten ook verenigingen uit Hees het pand, zoals de fanfare Ons Genoegen, de toneelvereniging Hogerop en werd het gebruikt voor vergaderingen van Dorpsbelang.
Uitstapje van het personeel van de Gazelle fabriek Dieren naar Nijmegen – Kleef, Op de achterkant staat vermeld: ’17 September 1910 Nijmegen & Kleef’. Deze is genomen voor hotel Heeslust in Hees.
Vermoedelijk is dit een feestelijk (gezien de kleding) uitstapje van het Gazelle personeel. Het verhaal gaat (zie link naar het personeelsblad Gazelle Klanken) dat het Gazelle lied daar tot stand is gekomen. De in dit blad vermelde P.A. Smeitink – met pijl – is op 8-1-1910 op 12 jarige leeftijd als leerling in dienst getreden bij Gazelle.
17/9/1910, met dank aan Jan Cees Rutgers, Erfgoed Gazelle
Brand en sluiting Hotel Heeslust.
Het gedeeltelijk uitgebrande hotel Heeslust, 1935 (RAN F32439)
Vanaf 1912 was J.R. Verhoeff de nieuwe eigenaar en vanaf 1920 Hendricus Verbeek.
Op 9 maart 1935 verwoest een brand een groot gedeelte van de bovenverdieping van Heeslust.
Paters Kruisheren
Het Studiehuis van de Paters Kruisheren van St. Agatha (het voormalige en verbouwde Hotel Pension Heeslust), 1950 (GN4774 RAN)
Daarop kochten de paters Kruisheren van St. Agatha in 1936 het pand, waarna een verbouwing volgde. Hier kwam de “missieprocuur”: een bureau dat de activiteiten in de missie coördineert. Daarnaast diende het als huisvesting voor paters die op verlof waren of aan de Katholieke Universiteit Nijmegen studeerden. Ook was hier het “provincialaat”, het provinciale bestuur, van de Europese Provincie gevestigd, totdat het in 2004 weer werd teruggeplaatst naar St. Agatha en met een korte onderbreking in 1968 tijdens de verbouwing.
De Reguliere Kanunikken van het Heilig Kruis, kortweg de Kruisheren, was een orde gericht op de missie. De toont de refter in hun Nijmeegse studiehuis en missieprocuur Het studiehuis is in 2011 opgeheven, 1950 (GN12438 RAN)
De Reguliere Kanunikken van het Heilig Kruis, kortweg de Kruisheren, was een orde gericht op de missie. In hun Nijmeegse studiehuis en missieprocuur hadden zij een missiemuseum met artefacten uit de Congo. Het studiehuis is in 2011 opgeheven, 1950 (GN12439 RAN)
De Kapel in het Studiehuis van de Paters Kruisheren van St. Agatha, 1950 (GN4775 RAN)
In 1967 werd dit gebouw gesloopt en vervangen door moderne woningen. Een foto van de sloop is te zien op Noviomagus. in 2011 is het Studiehuis opgeheven, waarna de woningen door huishoudens werden betrokken.
Een stukje van de zaal van Heeslust is nog te zien, wanneer je door het Gengske loopt.
omstreeks 1875-1880, Gemeentelijk Monument Het huidige Kerkstraat 4 is waarschijnlijk vooral bekend als (voormalige) kwekerij. En van het tafeltje waar…
In 1903 laten de eigenaressen Delgijer en van Swelm hun café-restaurant “Buitenlust” herbouwen tot Hotel-pension met café “Buitenlust”. Architect Hoffmann…
Bronnen
Hees bij Nijmegen: Van dorp naar groene stadswijk, 1196 – 2011, Jan Brauer en Henk Termeer (redactie), 2011: lees vooral bladzijde 40-41
De Stenen Bank, kwartaalblad van Vereniging Dorpsbelang Hees, september 2010
Hotel-Restaurant Pays Bas , op de hoek met de Canisiussingel, Berg en Dalseweg 1, 1937-1940 (F12442 RAN)
In 1934 opende A.J. Mermans zijn Hotel-restaurant “Pays-Bas” aan de Batavierenweg, wat een bekende gelegenheid voor bijeenkomsten werd. Tijdens Market Garden raakte het beschadigd. In 1951 volgde nieuwbouw. In 1989 is het pand gesloopt, om plaats te maken voor appartementen.
Bij haar opening schrijft het PGNC in 1934:
“Hotel “Des Pays-Bas”.
Nieuw hotel aan de Canisiussingel
Op den hoek van Canisiussingel en Berg en Dalscheweg, op den Berg en Dalscheweg Nol. 1, heeft heden de opening plaats gehad van een nieuw hotel: het Hotel “des Pays Bas”, waarvan directeur is de heer A.J. Mermans.
Het nieuwe hotel is gevestigd in het gebouw van het vroegere Sander-Instituut, dat uitwendig onveranderd is gebleven, doch inwendig des te grooter veranderingen heeft ondergaan; het frissche, moderne interieur heeft thans niets meer met de vroegere ouderwetsche inrichting gemeen. Ieder vertrek in het groote gebouw getuigt van fijne smaak en van het aanvoelen van den modernen geest, welke zich op het gebied van woninginrichting heeft baan gebroken; het was dan ook de firma C.J. Fens en Zn. te Breda, binnenhuis-architecten, die aan dit interieur haar bijzondere zorg besteedde. En dat met groot succes. Zij heeft aan het nieuwe hotel, dat tevens bedoeld is als familie-pension, die de bezoekers ongetwijfeld aangenaam zal stemmen. Kenmerkend voor dit hotel zijn de groote, ruime kamers, waarin onverschillig aan welke zijde van het gebouw zij gelegen zijn, licht en luch volop kunnen binnendringen, terwijl er verscheidende van balcon voorzien zijn. De kamers in verschillende kleuren uitgevoerd: groen, geel en rose b.v. en treffen alle door hun smaakvolle en voorname inrichting. Het is welhaast onnoodig te zeggen, dat de kamers van alle moderne gemakken voorzien zijn. Voorts beschikt het hotel over twee badkamers en een douchekamer. Een zeer voorname indruk maakt de resauratie-zaal van het hotel, evenals de conversatie-zaal. De restauratie-zaal, waar het wijnrood overheerscht, is in Franschen stijl gehouden; de conversatie-zaal is in lichtbeige kleur uitgevoerd. In beide is het prettig om te toeven. Bij het hotel behoort een terras, dat ook voor gewone bezoekers niet hotel- of pensiongasten, openstaat. Hotel “des Pays-Bas”, dat zich volkomen aan de voorname omgeving waarin het gevestigd werd, aanpast, zal met eere zijn plaats in de rij der eerste-rangs hotels en pensions innemen.
Vermelden wij nog, dat het aannemerswerk voor het nieuwe hotel werd uitgevoerd door de firma van Gisteren. De firma Jean Jacobs legde de centrale verwarming en de electrische installatie aan en verzorgde het loodgieterswerk, terwijl de firma Bökkering het schilderswerk uitvoerde.” (PGNC 21/3/1934)
Tweede Wereldoorlog
Het bij de bevrijding zwaar gehavende Hotel des Pays Bas, op de hoek met de St. Canisiussingel, Berg en Dalseweg 1, september 1944 (F29063 RAN)
Heropening Pays-Bas (De Gelderlander 25/5/1946)
Het gebouw raakte bij bevrijding in september 1944 zwaar beschadigd.
In juli 1946 opent haar “geheel vernieuwde” Pays-Bas in de voormalige ooglijders-inrichting aan het Mariaplein, de hoek Mr. Franckenstraat – Dr. Claas Noorduynstraat betrokken.
1951 Herbouw Restaurant Pays Bas
Voormalig Hotel Café Restaurant ‘Pays Bas’, kort voor de sloop ten behoeve van de bouw van 22 luxe appartementen, 18/1/1989 (J.J. van Ewijk via F88217 RAN CC0 Auteursrechthouder RAN Annotiatie: Zie: Wijkkrant Nijmegen-Oost, 01/10/1989, p. 11 / Zie: Wijkkrant Nijmegen-Oost, 1/10/1989, p. 11)
In 1951 wordt restaurant Pays Bas herbouwd. Een foto uit begin jaren 50 is te vinden op F91414 RAN.
“Uniek restaurant op prachtig punt
Pays-Bas aan Batavierenweg grote aanwinst voor de stad
Café-restaurant-tearoom “Pays-Bas“ is in een markante bouw op de Batavierenweg 1-3 herrezen en daarmede is dit bedrijf dat in de Septemberdagen van 1944 op de hoek Berg en Dalseweg en Canisiussingel werd verwoest, thans definitief herbouwd.
Het feit op zichzelf is belangrijk genoeg om ons erover te verheugen, want de aantrekkelijkeid van onze stad wordt ten zeerste door goed-geoutilleerde restaurants verhoogd. Maar hier doet zich de omstandigheid voor dat het herstel van Pays Bas op een wijze is geschied dat we van een belangrijke aanwinst voor Nijmegen mogen spreken. Op het gebied van het restaurantbedrijf is iets unieks tot stand gebracht, een prestatie, die de belangstelling van stadgenoot en van vreemdeling zal hebben.
Op een van de mooiste punten van de Batavierenweg (we mogen gerust zeggen: op van de mooiste punten van ons land) heeft de heer A.J. Mermans zijn Pays Bas doen bouwen als een gelijkvloers gelegen restaurant met een grote ruim-verlichte, fris aandoende en smaakvol ingerichte zaal, die door middel van harmonica-deuren in vier kleinere zalen kan worden onderverdeeld. De grootste zaal, van tweehonderd vierkante meter, kan tweehonderd mensen bevatten; een geschikte feestzaal, congres- of vergaderzaal dus, terwijl in het hele restaurant met gemak een driehonderd mensen kunnen plaats nemen. De muren zijn opgetooid met tal van fraaie schilderijen; de inrichting is gedistingeerd, volkomen in overeenstemming met de voorname én gezellige sfeer van het geheel.
De Batavierenweg is wel zo vriendelijk geweest om voor Pays Bas een reverentie te maken en in plaats van om het terras aan de voorzijde, waar zich de entree bevindt, te gaan heenlopen. Hierdoor kan de bezoeker van het restaurant ongestoord genieten van het onvergelijkelijk panorama aan de zijde van het terras, waar een uitzicht wordt geboden dat alleen al een verblijf in het nieuwe restaurant tot een groot genot maakt.
De architecten Benning uit Nijmegen en Nap uit Arnhem hebben elke mogelijkheid om zowel de practische mogelijkheden als de aesthetische kansen te benutten uitgebuit. Ze hebben een fraai gebouw tot stand gebracht, dat onder de Nijmeegse aannemer, W. Meijer op solide wijze werd gerealiseerd.
In het restaurant, waar op elke tafel bloemstukken prijkten, werd Zaterdagmiddag bij de opening veel belangstelling getoond. Honderden kwamen hier de heer Mermans en mevrouw gelukwensen met het bereikte resultaat. Wethouder J. Tilman was er namens het gemeentebestuur; verder zagen wij de garnizoenscommandant kolonel waarn. F.J. Molenaar en mevrouw, het bestuur van Nijmegen Vooruit, collega’s van de heer Mermans en tal van goede vrienden en bekenden.” (De Gelderlander 8/10/1951)
Vervolg
Gerard ter Hart op WijkcomiteOost: “Aan het eind van de Batavierenweg bouwde men begin jaren ’50 het horecabedrijf Pays Bas (2e foto van links). Het had een bewogen geschiedenis: restaurant, studentensociëteit, Chinees restaurant, Joegoslavisch restaurant, Golden Tencasino en op het laatst zendstation voor piratenzenders. In 1989 werd het afgebroken en werd het appartementencomplex Pays-Bas gebouwd.”
De hoek Augustijnenstraat en Stikke Hezelstraat in 1996, 2/4/1996 (Ger Loeffen via F36913 RAN CCBYSA)
Vrijwel iedereen kent de pilaar op de hoek van de Augustijnenstraat en Stikke Hezelstraat. Jarenlang was deze behangen met lichtreclame van een grote verzekeringsmaatschappij. Het blijkt een schoorsteen te zijn, die hoort bij het grote complex aan deze hoek met op de begane grond winkels en daarboven woningen. De architecten waren Brouwer uit Arnhem en de Vlaming uit Amsterdam.
Wanneer “een dezer dagen” met de bouw van het flatgebouw op de hoek van de Augustijnenstraat en Stikke Hezelstraat zal worden begonnen, schrijft de Gelderlander hierover een artikel op 5-7-1954:
Het flatgebouw bestaat uit “vier winkels, waaronder een groot winkelhuis op de hoek met verkoopruimte op de etages en verder woonflats en kantoorruimtes.” Het gebouw is vrijwel net zo hoog als het flatgebouw op Plein 1944. De gevel is aan de kant van de Augustijnenstraat 40 meter breed en aan die van de Stikke Hezelstraat 20 meter. Op de hoek komt een schoorsteen voor de verwarming van het gehele gebouw, verpakt als reclamezuil met lichtvlakken. Op de hoek zullen “eilanden-etalages” komen.
Het complex in aanbouw: de herbouw van een aantal winkelpanden aan de Stikke Hezelstraat – Augustijnenstraat. Op de achtergrond links panden aan de Houtstraat en in het midden aan de Ganzenheuvel, 1955 (Foto Roozenboom via F58609 RAN CCBYSA)
De opdrachtgever is “een van de grootste Levensverzekeringmaatschappijen in ons land.” De architecten zijn H. Brouwer uit Arnhem en F.W. de Vlaming en Amsterdam. De aannemer is N.V. Aannemersbedrijf v.h. B. van Berkel. (De Gelderlander 5/7/1954)
Voorgevel Augustijnenstraat, Ir. H. Brouwer bi. Arnhem ir F.W. de Vlaming bi. Amsterdam, Datum tekening 16-7-1954/gewijzigd 27-7-1954 (D12.418446)
Voorgevel Stikke Hezelstraat, Ir. H. Brouwer bi. Arnhem ir F.W. de Vlaming bi. Amsterdam, Datum tekening 16-7-1954/gewijzigd 27-7-1954 (D12.418446)
Frederik Willem de Vlaming
Frederik Willem (It) de Vlaming, bekend als W.F. de Vlaming, (Amsterdam, 12-10 1919 – Laren (Noord-Holland), 25-10-2000) was een Nederlands architect. Hij was de zoon van Arij Leendert de Vlaming, een commissionair in effecten en Gerarda Craandijk.
Hij studeerde in 1949 als bouwkundig ingenieur aan de Techinische Hogeschool Delft. Bij zijn professoren Zwiers en Wieger Bruin deed hij praktijkervaring op. Vóór zijn afstuderen ontwierp hij een bungalow in Rossum, de plaats waar hij tijdens de Tweede Wereldoorlog enige tijd was ondergedoken geweest. Daarna werkte hij bij een architectenbureau in Zwitserland. In 1952 begon de Vlaming zijn eigen bureau, waarschijnlijk (aanvankelijk) samen met Salm en Peter Pennink. Salm is in 1951 afgestudeerd en zal naar Amerika vertrekken om zijn graad te behalen en aldaar te werken. De samenwerking met Pennink was van korte duur.
Wanneer Harry Salm in 1954 terugkomt uit Amerika gaat hij voor het bureau van De Vlaming werken en in 1957 treedt hij toe als partner. In 1967 treedt H.M. Fennis toe al partner. Het maatschap werd in 1975 omgezet in een N.V.. In 1981 komt ir. Dingemans bij de directie.
De Vlaming had veel nevenfuncties, waaronder bestuurslid van de vereniging Hendrick de Keyzer en de BNA. Vanaf 1955 was hij adviseur bij Rijkswaterstaat.
Een van de bekendste werken van De Vlaming is het Hilton Amsterdam Hotel, welke hij samen met Salm en Huig Maaskant heeft ontworpen. Ook hebben ze het Hilton Rotterdam ontworpen. Beide zijn Rijksmonument.
Henk Brouwer (Groningen, 5-8-1920 – Arnhem, 13-10-1974) was een Nederlands architect. In 1949 studeerde hij af aan de Technische Hogeschool Delft als bouwkundig ingenieur met afstudeerrichting architectuur. Hij richtte in 1955 samen met Th.Th. (Tom) Deurvorst (geb. 1920) het Arnhemse architectenbureau Brouwer & Deurvorst op. “De twee, die in de naoorlogse jaren vooral actief waren met de wederopbouw in en rond Arnhem, besloten in 1955 de krachten te bundelen en samen een kwalitatief hoogstaand architectenbureau te starten.” (BDarchitecten).
Werken
1949-1955 mede-ontwerper Huis der Provincie, samen met Vegter, Rijksmonument
1961 AKU fontein Arnhem samen met Shinkichi Tajiri
Daarnaast werd hij in 1962 de jongste hoogleraar architectuur aan de TH Delft.
1874/ca. 1883 Oude Holleweg 14 Berg en Dal, Rijksmonument/Gemeentelijk Monument
Chalet Stollenburg Oude Holleweg 14 Berg en Dal (Oktober 2024)
Chalet Stollenburg is in 1882 gebouwd voor 2 tentoonstellingen als wijnschenkerij. Het pand gebouwd in chaletstijl, de architect van de onderbouw was D. Geijsbeek Molenaar.
Weinstube
Oorspronkelijk is het pand in 1882 gebouwd als “Pfälzer Weinstube” op het terrein van de eerste Bayerische Landesausstellung. Dit fungeerde als horeca voor de bezoekers van deze tentoonstelling. De architect was C. Schick. Het bestond onder andere uit een zaal met buffet en een Herrenstüblein (café) met veranda. In 1883 werd het gebouw op de Internationale Kolonial en Uitvoerhandel Tentoonstelling in Amsterdam geplaatst, om ook hier als “Weinschenke” te dienen. Na afloop van de tentoonstelling werden de paviljoens bij opbod verkocht.
Koop door architect Geijsbeek Molenaar
De Arnhemse architect Dirk Geijsbeek Molenaar kocht het wijnhuis en bouwde het huis in 1884 opnieuw in Berg en Dal, op de kruising van de Stollenbergweg en Oude Holleweg. Met een stenen onderbouw, waar oorspronkelijk houten panelen in vakwerkbouw waren geplaatst. Vanaf dat moment wordt het “Chalet Stollenburg” genoemd.
Het PGNC 27/3/1884 kondigt de komst van de villa aan:
“Nijmegen, 26 Maart.
Onder de bijgebouwen der Internationale Tentoonstelling te Amsterdam werd veler aandacht getrokken door een keurig paviljoen, door de heeren Adler en Todt al “Weinschenke” ingericht. Het verdiende die opmerkzaamheid ten volle. Afkomstig van een vroegere “Gewerbe-Ausstellung” te Neurenberg was het daar vervaardigd door de bekwaamste werklieden, die elk in hun vak een proefstuk hunner kunde hadden geleverd. Zoowel wat de uiterlijke vormen als wat de inwendige betimmering betreft, mocht het dan ook op even groote sierlijkheid als soliditeit bogen. Welnu, dit schoone gebouw zal voortaan onze omstreken sieren. Op den rand van den Hunerberg boven het oostelijk uiteinde van het Elyseesche dal, nabij de villa “de Wolfsheuvel”, zal het door den heer Geijsbeek Molenaar als villa worden overgeplaatst. We twijfelen er niet aan of het zal niet alleen het landschap daar tot sieraad strekken, maar weldra blijken een begeerlijk plekje te zijn voor dezulken, die zich in onze heerlijke omstreken willen vestigen.”
Predikant Drost
Na enkele jaren kocht predikant Johannes Drost uit Leiden het gebouw om als zomerverblijf te gebruiken. Zijn dochter W.L. Drost had het daarna jarenlang in gebruik als “Christelijk Rusthuis”.
Woonhuis
Rond 1952 ging B. Hagreis hier wonen. Hij was directeur van de Therminion-Radiolampenfabriek in Lent. Daarna had het huis een aantal andere bewoners.
In 2005 kocht bouwkundig ingenieur T. Klerks de woning. Hij voerde een grote renovatie uit. Zo kwamen er trappen bij de nieuwe voordeur en naar de veranda. Het grote raam werd gerenoveerd.
Chalet Stollenberg vóór de brand, 2010 (Henk van Gaal via DF527 RAN CC0)
2012 Brand
Na kortsluiting in de bedrading aan het houten plafond, brak in 2012 brand uit. Hierdoor raakte pand zwaar beschadigd door het vuur, maar ook door rook en water. Hierdoor was het geruime tijd onduidelijk wat er met het pand ging gebeuren. Vervolgens vond er een grote restauratie plaats.
Gemeente Berg en Dal: “Kenmerken: op lage grijs gepleisterde onderbouw staand kruisvormig pand van één bouwlaag onder een samengesteld overstekend dak met leien. De muren zijn in vakwerk opgetrokken, met wit gepleisterde velden. De symmetrische voorgevel bestaat uit een middendeel met hoog opgaand steil geknikt schilddak met een dakkapel onder een schilddak. Het wordt geflankeerd door lagere zijvleugels onder lage schilddaken, waarvóór zich tot serres verbouwde veranda’s onder een lessenaarsdak bevinden. In het bewaard gebleven oorspronkelijke interieur valt een gebrandschilderd glas-in-loodraam in de woonkamer op.”