Suikeresdoorns, herinnering aan de Duitse capitulatie en het verblijf van het 1ste Canadese Leger in Nijmegen, Voerweg (september 2025)
#Nijmegen, Groen in Nijmegen, GroenInNijmegen

Suikeresdoorns en het Eerste Canadese leger in Nijmegen

Voerweg Centrum

Suikeresdoorns, herinnering aan de Duitse capitulatie en het verblijf van het 1ste Canadese Leger in Nijmegen, Voerweg (september 2025)
Suikeresdoorns, herinnering aan de Duitse capitulatie en het verblijf van het 1ste Canadese Leger in Nijmegen, Voerweg (september 2025)

De suikeresdoorns aan de Voerweg zijn het geschenk ter herinnering aan het Eerste Canadese Leger in Nijmegen. Wat betekent dit geschenk? En wat is het verhaal van dit Eerste Leger in Nijmegen en omgeving?

De bomen zijn een geschenk van het “We do remember” National Comittee, namens de provincie Ontario aan de gemeente Nijmegen. Het esdoornblad ofwel ‘maple leaf’ is het nationale symbool van Canada.

Dit monument is op 5 mei 1980 onthuld. Op 7 mei 1945 vond de Duitse capitulatie plaats, dus 35 jaar na “V-E Day”: Victory in Europe Day. De bomen zijn een herinnering aan deze dag en het verblijf van het 1ste Canadese Leger in Nijmegen.

Ik (RE) vermoed dat de schenking van de Provincie Ontario afkomstig is, omdat het 1ste Canadese Leger daar haar basis heeft.

Bord suikeresdoorns Voerweg (oktober 2022)
Bord suikeresdoorns Voerweg (oktober 2022)

Op het bordje staat: ““These forty sugar maple trees are presented on behalf of the Province of Ontario Canada. To the City of Nijmegen by the “We do remember” National Committee on the occasion of the thirty-fifth anniversary of V-E Day 1945-1980”

Op het bordje staat dat er 40 geschonken zijn. Er blijken echter 32 esdoorns te staan (Zie ook Monumental trees). Wat de reden is van de ontbrekende acht bomen, is mij niet bekend: of er daadwerkelijk 32 in plaats van 40 zijn geplant of dat 8 van deze 40 bomen in de loop der jaren verloren zijn gegaan.

Het eerste Canadese Leger in de omgeving Nijmegen

De Britse Veldmaarschalk Bernard Law Montgomery en generaal Crerar bevelhebber van het eerste Canadese leger na een conferentie te Nijmegen, 2/1945 (reproductie uit "Pionier der Vrijheid"door Alan Moorehead via F71251 RAN)
De Britse Veldmaarschalk Bernard Law Montgomery en generaal Crerar bevelhebber van het eerste Canadese leger na een conferentie te Nijmegen, 2/1945 (reproductie uit “Pionier der Vrijheid”door Alan Moorehead via F71251 RAN)

Ze waren zichzelf al het Cinderalla Army (Assepoesterleger) gaan noemen: het 1ste Canadese Leger. Waar sinds de invasie in Normandië al talloze zware gevechten hadden plaats gevonden, was de rol van dit leger tot dan toe beperkt gebleven: bij de geallieerde opmars was hun rol vooral het bewaken van de linkerflank geweest. Met beperkte toewijzing van munitie en brandstof kregen ze vooral de weinig aansprekende opdracht om havensteden te zuiveren van Duitsers. Wat overigens niet betekende dat er zwaar werd gevochten om de Franse havensteden en de opening van de Schelde.

Het offensief stokte bij Market Garden. De brug bij Arnhem werd niet veroverd, Nijmegen wel. Vanaf dat moment was Nijmegen frontstad.

Bewaken

De Canadezen kregen de taak om van december 1944 tot februari 1945 de taak de frontlinie te bewaken. Dat betekende dat ze meer dan 360 kilometer moesten bewaken: van Duinkerken aan de Noordzeekust tot ten zuiden van Nijmegen. Ondertussen begonnen de voorbereidingen voor een groot voorjaarsoffensief.

Operation Veritable

Op de voorgrond Canadese soldaten ter hoogte van Villa Montana; op de achtergrond, aan de overkant van het Meertje rukken ze op richting de Ooij (F71261 RAN)
Op de voorgrond Canadese soldaten ter hoogte van Villa Montana; op de achtergrond, aan de overkant van het Meertje rukken ze op richting de Ooij (F71261 RAN)

Dit offensief ging in op 8 februari van start. De Canadezen trokken vanuit de omgeving van Nijmegen naar het zuidoosten om de corridor tussen Rijn en Maas vrij te maken. Het 9de Amerikaanse leger zou optrekken naar het noordoosten, waarbij de legers elkaar bij Wesel zouden gaan ontmoeten. Voor de Canadezen betekende dit de strijd om het Reichswald, de Siegfriedlinie te doorbreken om vervolgens de verdediging van de Duitsers van het Hochwald te verslaan en daarna het gebied tot aan de Rijn veilig te stellen.

Canadese militairen van het 1ste Canadese Leger vuren hun Bofors 40mm kanonnen af in het Reichswald tijdens de operatie Veritable (Slag om het Reichswald) (GN10803 RAN)
Canadese militairen van het 1ste Canadese Leger vuren hun Bofors 40mm kanonnen af in het Reichswald tijdens de operatie Veritable (Slag om het Reichswald) (GN10803 RAN)

Het eerste obstakel was de Ooijpolder. Op 6 februari hadden de Duitsers de dijk in de buurt bij Erlecom opgeblazen, waardoor de polder ondergelopen was. De 3e Canadese Divisie, die bij de Schelde met ondergelopen land veel ervaring had opgedaan, kreeg opdracht dit gebied, onder zware omstandigheden, te veroveren. Op 8 en 9 februari veroverden zij Kekerdom, Leuth en Millingen aan de Rijn. Daarna volgde de zware slag om het Reichswald, waar de Canadezen samen met de Britten vochten. Op 21 februari vond de doorbraak plaats. Een volgende slag vond plaats bij de Schlieffen-Stellung oftewel ‘Hochwald Layback’, welke 2 weken duurden. Niet alleen vanwege tegenstand, maar vooral vanwege slechte weer- en terreinomstandigheden.

Intussen hadden de Amerikanen onder de naam Operation Grenade hun opmars eindelijk kunnen beginnen.

Op 23 maart vindt de volgende fase plaats: Operation Plunder, waarbij de geallieerden tussen Rees en Wesel de Rijn oversteken. Daarmee begon de eindfase van de oorlog en werd ook Nederland weer front.

De bevrijding van Nederland

Suikeresdoorns Maple Trees Voerweg Nijmegen herfst 202310
Suikeresdoorns/Maple Trees aan de Voerweg, oktober 2023

De Canadezen kregen de opdracht de Duitsers uit het oosten en noorden van Nederland te verdrijven.

Het belang van oosten en noorden van Nederland was het beschermen van de linkerflank van de hoofdopmars en de bevoorradingsroute van de geallieerden. Daarnaast zouden de Duitsers hun V1- en V2- raketten niet meer vanuit Nederland kunnen lanceren. En om te voorkomen dat de Duitsers konden ontsnappen uit (west-) Nederland. Deze opmars was niet zozeer bedoeld om de eigen bevolking te bevrijden.

De opmars liep aanvankelijk naar het oosten van Nijmegen, zo’n 50 kilometer. Daarvan. Begin april 1945 trok het Canadese leger, dus uiteindelijk met een bocht, de Achterhoek in. Half april bereikte het Canadese en Poolse leger het noorden van Nederland, waaronder de Afsluitdijk. De Duitsers in West-Nederland konden niet meer ontsnappen.

Bij de Grebbelinie stokt de aanval: in het westen bevonden zich 120.000 Duitsers. Te zwak en een te groot samenraapsel voor een uitbraakpoging, maar aan de andere kant een groot aantal soldaten. Hitler had bevolen om tot de laatste man stand te houden. De Duitsers zetten daarbij de Wieringermeerpolder onder water om luchtlandingen te voorkomen. De grond werd te drassig geacht voor een aanval. Daarnaast was het gebied te dicht bevolkt om de eigen vuurkracht optimaal in te zetten. Eind april waren de gevechten in Nederland sowieso wat geluwd en het wachten was daarom op het einde van de oorlog.

Dansen en sjansen

Op de foto met ingekwartierde Canadese bevrijders. De Canadezen hadden een gaarkeuken in de garage van nr. 9 aan de Surinameweg. Rechts op de achtergrond Melanie klomp en voor Fons de Groot, 5/1945, (A.F. de Groot via F39076 RAN CC-BY-SA)
Op de foto met ingekwartierde Canadese bevrijders. De Canadezen hadden een gaarkeuken in de garage van nr. 9 aan de Surinameweg. Rechts op de achtergrond Melanie klomp en voor Fons de Groot, 5/1945, (A.F. de Groot via F39076 RAN CC-BY-SA)

Wanneer de oorlog voorbij is, wachten veel Canadese soldaten in Nijmegen op hun repatriëring. In deze periode worden vaak dansavonden georganiseerd, die soms uitmonden in meer dan dansen. Een mooi verhaal is te vinden op: https://mijngelderland.nl/inhoud/specials/getuigen-van-de-oorlog/een-canadese-soldaat-als-vader

Herinneringen

De Canadese militaire begraafplaats, 1945 RAN)
De Canadese militaire begraafplaats, 1945 RAN)

Op de Canadese Erebegraafplaats (Zevenheuvelenweg, Groesbeek) liggen de meeste Canadese soldaten begraven, die tijdens Operation Veritable gesneuveld zijn. Hierbij kwamen meer dan 5.000 Canadese soldaten om het leven. Op een gedenkteken staan meer dan 1.000 namen van Canadesen, Britten en Zuid-Afrikanen die gesneuveld zijn vanaf de invasie van Normandië en waarvan de lichamen nooit gevonden zijn.

Een ander monument dat mede voor de Canadezen is opgericht is bij Klein Amerika, welke herinnert aan het feit dat de Canadese troepen eind 1944 de frontlinie hebben bewaakt.

Belvedère

De Belvedère is gebouwd als verdedigingstoren. Vanaf 1646 kreeg het de functie van speelhuis voor de welgestelden van Nijmegen. Ondanks…

Bronnen

Suikeresdoorns Maple Trees Voerweg Nijmegen (oktober 2022)
Suikeresdoorns Maple Trees Voerweg Nijmegen (oktober 2022)

Nationaal Comite 4 en 5 mei

De bevrijding van Oost- en Noord-Nederland, Christ Klep, 21 april 2020

https://legionmagazine.com/the-cinderella-campaign/

https://nl.wikipedia.org/wiki/1e_Leger_(Canada)

https://oorlogsgravenstichting.nl/monumenten/groesbeek-monument-langs-klein-amerika

Verder lezen:

http://bevrijdingsbos.nl/060_0001.htm  geeft de achtergronden weer van Canadese soldaten die in Groningen zijn gesneuveld. Een aantal keren wordt Nijmegen en omgeving expliciet genoemd. Ook zullen veel soldaten in de omgeving zijn geweest, zonder dat Nijmegen wordt genoemd.

Het Spoorwegmonument met de beeltenis van de godin Victoria, opgericht in 1884 ter herinnering aan de totstandkoming van de spoorlijn Nijmegen-Kleef, ontworpen door gemeentearchitect ir. Jan Jacob Weve. Links, nog net zichtbaar, Sociëteit Burgerlust
#Nijmegen, Centrum, Kunstwerken

Spoorwegmonument architect Weve

1884, Hoogstraat, Rijksmonument

Het Spoorwegmonument met de beeltenis van de godin Victoria, opgericht in 1884 ter herinnering aan de totstandkoming van de spoorlijn Nijmegen-Kleef, ontworpen door gemeentearchitect ir. Jan Jacob Weve. Links, nog net zichtbaar, Sociëteit Burgerlust
Het Spoorwegmonument met de beeltenis van de godin Victoria, opgericht in 1884 ter herinnering aan de totstandkoming van de spoorlijn Nijmegen-Kleef, ontworpen door gemeentearchitect ir. Jan Jacob Weve. Links, nog net zichtbaar, Sociëteit Burgerlust, 1884-1886 (Foto Wilhelm Ivens, F88894 RAN)

Het Spoorwegmonument is ter herinnering aan de aanleg van de eerste spoorweglijn, door initiatief en kapitaal van Nijmeegse ingezetenen. Het monument is een ontwerp van architect Weve, waarbij het beeld van Victoria een afgietsel is van een beeld van Christian Daniel Rauch.

Op 8 augustus 1865 werd de spoorlijn Nijmegen-Cleve geopend. In 1884 werd de Nijmeegse Spoorweg Maatschappij geliquideerd. Daar Nijmegen meerdere verbindingen had gekregen, was het logisch dat het Staatsspoor ook de lijn naar Kleef zou overnemen. In de laatste vergadering der aandeelhouders, waarin met algemene stemmen de verkoop van de aandelen aan het Staatsspoor werd goedgekeurd, gingen ook stemmen op om de directie een huldeblijk aan te bieden. De directie wilde echter geen persoonlijke hulde. Daarom werd gekozen voor een monument, dat totstandkoming van het spoor Nijmegen-Kleef in herinnering zou houden.

Beeld Victoria

Spoorwegmonument Victoria, Hoogstraat/Kelfensbos, oktober 2023
Spoorwegmonument Victoria, Hoogstraat/Kelfensbos, oktober 2023

Het monument is ontworpen door de gemeente-architect J.J. Weve.

Bovenaan staat het beeld van de godin Victoria (en niet van een Engel, zoals het wel eens wordt genoemd). Victoria is de Romeinse godin van de overwinning. Zij wordt meestal afgebeeld als gevleugelde jonge vrouw op een bol met een lauwerkrans in haar hand.

De Gelderlander 10/5/1884 geeft aan dat het beeld de “Faam” voorstelt (en noemt het tevens ‘engel’). De Faam wordt traditioneel echter afgebeeld met 2 bazuinen.

Christian Daniel Rauch

Christian Daniel Rauch (Arolsen, 2 januari 1777 – Dresden, 3 december 1857) was een Duitse neoclassicistische beeldhouwer. Hij maakte veel bustes, maar ook groter werk zoals grafmonumenten en standbeelden. Zijn bekendste werk is het ruiterstandbeeld van Frederik de Grote aan Unter den Linden in Berlijn. Wikipedia: “This work was inaugurated with great pomp in May 1851, and is regarded as one of the masterpieces of modern sculpture, the crowning achievement of Rauch’s work as a portrait and historic sculptor. Princes decorated Rauch with honors and the academies of Europe enrolled him among their members.”

Nadat hij uit Carrera (Italië) was teruggekomen, richtte hij het “Lagerhaus” op, een belangrijke schakel voor de Berlijnse School voor Beeldhouwkunst. De Berlijnse School was de naam voor een generatie kunstenaars waartoe ongeveer 400 kunstenaars worden toe berekend. Beginnend bij Johann Gottfried Schadow rond 1785 en zijn leerling Rauch en eindigend rond 1915.

4e Victoria/Viktoria

Ingo Steinbach, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons
Kranzwerfende Viktoria, Original in der Walhalla bei Regensburg
(Ingo Steinbach, CC BY-SA 3.0 , via Wikimedia Commons)

Het beeld van Victoria die een krans werpt is een zinken afgietsel van het beeld dat Rauch maakte voor het Walhalla in Regensburg. Dit beeld is de 4e variant van de 6 Victoria beelden welke hij voor het Walhalla heeft gemaakt. De firma A. Castner uit Berlijn heeft het afgietsel gemaakt.

Daarnaast zijn van dit beeld zelf een aantal kopieen gemaakt, waaronder het beroemde beeld voor het Berliner Stadtschloss, welke nu in Alte Nationalgalerie staat. (Hoewel bronnen nadrukkelijk refereren naar het Regensburg beeld, welke het uiteindelijk ook is, is het mij momenteel nog niet gelukt te achterhalen of het beeld in Nijmegen daadwerkelijk dit beeld betreft, of een latere exacte kopie daarvan).

A. Castner, Berlin

Veel Nederlandse bronnen vermelden dat A. Cassner uit Berlijn de gieterij zou zijn. Het betreft echter A. Castner uit Berlijn.

Het is niet het enige afgietsel van Victoria door Castner: in de Rauch catalogus worden in ieder geval al 4 beelden genoemd (Nummers 66.1 t/m 66.4 Katalog Berliner Zinkguß des 19. Jahrhunderts, Nicola Vösgen, 1997 via SMB Museum)

De sokkel: een weerzuil

De zandstenen sokkel is in de vorm van een weerzuil. De Nijmeegsche Spoorwegmaatschappij wilde geen verheerlijking van personen als gedenkteken. Daarom werd gekozen voor wat in Duitsland een “Wettersaule” (Weerzuil) werd genoemd. (PGNC 11/5/1884)

In de 3 nissen waren een barometer, thermometer en een weerwijzer aangebracht. Op de achterzijde van het paneel was daarbij de verklaring van de wijzerstanden weergegeven.

Verwijdering weerinstrumenten

Mogelijk zijn de weerinstrumenten in 1936 afgebroken: Het monument verkeert dan in vervallen toestand. De gemeenteraad vraagt zich af wat zij met het ‘gedenkteken’ moet doen. Afbreken en naar elders verplaatsen, waarbij het beeld en opschrift behouden blijven? Weve adviseert dat als er geen geld is om het gedenkteken te restaureren, het het beste kan worden afgebroken: het gedenkteken is te zwaar gehavend en heeft sowieso te weinig waarde. Zo besluit de Gemeenteraad. (PGNC 20/3/1936).

In ieder geval zijn de weerinstrumenten er in 1955 niet meer (De Gelderlander 9/12/1955).

Opschrift

Sokkel Spoorwegmonument "Eendracht maakt macht - ter herinnering aan den bouw van den spoorweg Nijmegen-Cleve door Nijmeegs Burgerij - geopend 8 augustus 1865"  Hoogstraat Kelfkensbos Weve september 2025
Sokkel Spoorwegmonument Hoogstraat Kelfkensbos Weve (september 2025)

Op de sokkel staat aan de voorzijde een opschrift, om de datum 8 augustus 1865 levendig te houden:

“Eendracht maakt macht – ter herinnering aan den bouw van den spoorweg Nijmegen-Cleve door Nijmeegs Burgerij – geopend 8 augustus 1865”

Plaats van het Beeld

Op 29 september 1883 bespreekt de Gemeenteraad de plaats waar het monument moet komen te staan. De Commissie voor de oprichting van het monument heeft de gemeente verzocht het beeld te mogen plaatsen op gemeentegrond. Daarbij heeft het een voorkeur voor het Valkhof.

De gemeente vindt het Valkhof een weinig geschikte plaats: het past niet bij de oude gebouwen en zou door de bomen te weinig in het zicht staan. B. en W. geven de voorkeur aan plaatsing op de Nassausingel of aan de Stationsweg, bij het Keizer Karelplein. B. en W. stelt daarom voor om daar mallen van het beeld te plaatsen om te beoordelen hoe het monument daar zou staan.

De heer Berends, die naast gemeenteraadslid tevens lid van de Commissie is, geeft aan dat ook de commissie aanvankelijk dacht aan het nieuwe gedeelte (wat onder andere de Nassausingel en Stationsweg op dat moment zijn). Rosseels had daarop echter verkllaard, dat een gedenkteken met dergelijke afmetingen nergens kon worden geplaatst. Daarop was de Commissie op het Valkhof gekomen, waarvoor een grote meerderheid van de leden voor zou zijn. Het beeld kan zo geplaatst worden, dat deze geen invloed heeft op de beleving van de oude gebouwen. Daarnaast krijgt het beeld instrumenten om het weer te meten en deze moeten in de schaduw staan, welke de bomen van het Valkhof bieden. Tot slot moet het monument een plek krijgen waar veel mensen komen: ter bescherming van het beeld en omdat zoveel mogelijk mensen gebruik kunnen maken van de weerinstrumenten.  (PGNC 3/10/1883)

De mallen werden gemaakt en geplaatst. Op basis daarvan wordt uiteindelijk besloten het monument voor het Valkhof te plaatsen.

PGNC 24/11/1886

Rijksmonument

Het beeld is een Rijksmonument vanwege haar architectuurhistorische, stedebouwkundige en cultuurhistorische waarde, “als goed en gaaf voorbeeld van een herdenkingsmonument uit het laatste kwart van de negentiende eeuw”.

Bronnen

Krantenartikelen: PGNC 3/10/1883, De Gelderlander 10/5/1884, PGNC 11/5/1884, PGNC 20/3/1936, De Gelderlander 9/12/1955

Wikipedia:

Spoorwegmonument

Victoria (godin)

Wettersaule

https://nl.wikipedia.org/wiki/Christian_Daniel_Rauch

https://de.wikipedia.org/wiki/Berliner_Bildhauerschule

https://de.wikipedia.org/wiki/Kranzwerfende_Viktoria#:~:text=Die%20Kranzwerfende%20Viktoria%20oder%20Vierte%20Walhalla%2DViktoria%20in,der%20Berliner%20Bildhauerschule%20und%20des%20europ%C3%A4ischen%20Klassizismus.

Kelfkensbos

Het Kelfkensbos is vernoemd naar het Kalverbosch; kelfke is Nijmeegs voor kalf. Onder het plein bevindt zich een parkeergarage. Het…

Weve architect

Weve was een architect en ingenieur. Hij was stadsarchitect en directeur Gemeentewerken van Nijmegen. Hij ontwierp onder andere 17 scholen,…

Bloemenschaal Straalmanfonds Schaeck Mathonsingel april 2025
#Nijmegen, Centrum, Kunstwerken

De bloemenvazen aan de Van Schaeck Mathonsingel en het Straalmanfonds

Bloemenschaal Straalmanfonds Schaeck Mathonsingel april 2025
Bloemenschaal Straalmanfonds Schaeck Mathonsingel (april 2025)

In 1915 schonk het Straalmansfonds een fontein voor het plantsoen aan de de Van Schaeck Mathonsingel en in 1916 twee bloemenschalen. Bij de vernieuwing van het park in 2002 bleek de fontein niet meer te redden. Daarvoor in de plaats kwam de fontein met de glazen koepel. De twee schalen konden nog wel worden gerestaureerd. De fontein en de schalen waren een ontwerp van Willem C. Brouwer. Het Straalmansfonds had de verfraaiing van Nijmegen tot doel.

Willem Coenraad Brouwer

Fontein, ontworpen in 1915 door Willem Coenraad Brouwer, in het plantsoen, van Schaeck Mathonsingel, 1950 (F32233 RAN)
Fontein, ontworpen in 1915 door Willem Coenraad Brouwer, in het plantsoen, van Schaeck Mathonsingel, 1950 (F32233 RAN)

Willem Coenraad Brouwer (19-10-1877 Leiden – 23-5-1933 Zoeterwoude) was een beeldhouwer en keramist.

De ouders van Brouwer waren Nicolaas Brouwer, hoofd van een lagere school in Leiden en Antonia Coert. Hij ging in Leiden naar de Teekenschool. Vervolgens werkte hij van 1894-1898 in het atelier voor boekversiering en lettersnijden van Johannes Aanout Loubèr, zijn zwager.

Brouwer vertrekt naar Gouda. Daar gaat werken bij de Koninklijke Hollandse Pijpen- en Aardwerkfabriek Goedewaagen. In 1899 heeft hij zijn eerste tentoonstelling, in Leiden. In 1900 wordt hij medewerker aan “Het Binnenhuis” te Amsterdam.

In 1901 richt hij een eigen keramisch bedrijf op: Fabriek van Brouwer’s Aardewerk in het pand Vredelust in Leiderdorp. In 1905 wordt het bedrijf omgezet naar N.V. Brouwers Aardewerk.

“Hij gebruikt diverse traditionele decoratietechnieken -sgrafitto, ringeloren, groefversiering en intersa of inlegwerk- in een bewust sobere en eenvoudige stijl, waarin ook de invloed van de oosterse sierkunst is te herkennen.” (Capriolus)

Vanaf 1906 maakt hij tevens bouwaardewerk en tuinkeramiek. “Hij wordt beschouwd als vernieuwer op dit gebied” (wikipedia). Hij werkt onder andere samen met de architecten Berlage, Oud, Dudok en Wils. De fabriek zal worden voortgezet door zijn zonen Klaas en Coen.

Brouwer was lid van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers.

Gevonden werken

  • 1909- 1913 Beeldhouwwerk aan het Vredespaleis, Den Haag
  • 1912 -1913 Keramisch beeldhouwwerk aan de Kennemergarage, Alkmaar
  • 1914 Ornamenten voor de kerk van Scharsterbrug
  • 1915 Van Karnebeekbron, Den Haag
  • 1916 Twee apen met voetbal met veter, voorgevel Spartastadion Het Kasteel, Rotterdam
  • 1917 Ornamenten voor Gebouw Leidsch Dagblad, Leiden
  • 1917 Kariatiden voor Huis De Lange, Alkmaar
  • 1920 Gijselaarsbank, Rapenburg, Leiden
  • 1920 Gevelornamenten van het Christelijk Internaat, Krakelingweg 10, Zeist
  • 1920 Betegelde schouw met effen keramische tegels en een fries van dieren, die per twee op weg zijn naar Ark van Noach, voormalig Restaurant ’t Wilhelminapark Utrecht
  • 1923 Vier gebakken steenornamenten, voorstellende Kasper de mijngeest, boven in de gevel van het voormalig hoofdkantoor Staatsmijn Maurits, Geleen
  • 1928-1930 Gevelbeelden Hermes en Neptunus voor Atlantic Huis, Rotterdam
  • Drie gevelbeelden voorstellende een oogstende boer, een wanhopige boer, die zijn oogst opgegeten ziet worden door vogels en een roeiboot genaamd Meeuw omring door meeuwen, in de Trompenburgstraat en de Lekstraat, Amsterdam-Zuid
  • 1930 Vijf terracotta gevelornamenten voor het Wilhelminaziekenhuis, Assen

Gevonden prijzen

  • 1906 Gouden medaille, Triënale Milaan
  • 1910 Grand Prix, wereldtentoonstelling Brussel
  • 1925 Bronzen medaille, wereldtentoonstelling Parijs

(Overige) Bronnen en verder lezen over Brouwer

https://wcbrouwer.blogspot.com/2008/02/levensloop-van-willem-coenraad-brouwer.html Een zeer uitgebreide biografie, gebaseerd op de autobiografie uit 1927 van Brouwer zelf

https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Coenraad_Brouwer

https://klinkhamerantiek.nl/keramiek/keramisten/wc-brouwer-leiderdorp met veel foto’s van keramiekwerk

http://www.capriolus.nl/nl/content/brouwer-willem-coenraad

Paulus Straalman

Niet gesigneerd portret van Paulus Baron Straalman (29-3-1753 Amsterdam-15-4-1828 Nijmegen), militair (hoogste rang luitenant-kolonel cavalerie) en politicus (lid raad Nijmegen, lid Provinciale Staten, 2e en 3e burgemeester Nijmegen, buitengewoon lid Staten Generaal voor Gelderland en lid van de Raad van State in buitengewone dienst). Stichter van het Straalmanfonds ter uitbreiding en verfraaiing van openbare wandelingen; er werd ook een straat naar hem vernoemd (GN11637 RAN)
Niet gesigneerd portret van Paulus Baron Straalman (29-3-1753 Amsterdam-15-4-1828 Nijmegen), militair (hoogste rang luitenant-kolonel cavalerie) en politicus (lid raad Nijmegen, lid Provinciale Staten, 2e en 3e burgemeester Nijmegen, buitengewoon lid Staten Generaal voor Gelderland en lid van de Raad van State in buitengewone dienst). Stichter van het Straalmanfonds ter uitbreiding en verfraaiing van openbare wandelingen; er werd ook een straat naar hem vernoemd (GN11637 RAN)

Paulus Straalman (Amsterdam, 29 maart 1753 – Nijmegen, 15 april 1828), Nederlands militair en politicus. Hij stamde af van een Amsterdamse regentenfamilie. Hij was heer van Duist, de Haar en Zevenhuizen. In 1796 trouwt hij met Petronella Jacoba Smits. Ze kregen geen kinderen. In juli 1816 kreeg Straalman adellijke titel van baron.

Straalman woonde ”op den Doddendaal in het -nu vervallen- dubbele heerenhuis naast de Chr. Bewaarschool” (PGNC 29/1/1905)

Hij had aanvankelijk een militaire loopbaan:

  • vanaf 1772 was het hij luitenant van de garde dragonders
  • vanaf 1779 ritmeester regiment Van Stockum
  • 1789-1795 luitenant-kolonel der cavalerie

Straalman was orangist.

  • Lid Nijmeegse stadsraad                                                                                                                                                                                                                                                 
  • 1814-1827: lid Provinciale Staten van Gelderland voor Nijmegen
  • 1815 buitengewoon lid van de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden voor Gelderland
  • 1820 -1828: lid Raad van State in buitengewone dienst.

Hij was tussen 1816 en 1818 als derde burgemeester lid van het driehoofdig burgermeesterschap, samen met J.W. Pels en A.F. van der Steen. In 1819 was hij tweede burgemeester.

Straalman en zijn broer Anne Willem waren lid van de notabelenvergadering, die in 1814 over de nieuwe Grondwet beslisten.

In Nijmegen Oost is een van straten naar hem vernoemd.

Straalmanfonds

Ontvreemding plaatjes Straalmansfond PGNC 9/9/1890
Advertentie Ontvreemding plaatjes Straalman fond PGNC 9/9/1890

In 1826 richt hij een fonds van 2500 gulden op ‘verfraaijing en uitbreiding der openbare wandelingen binnen deze stad’. De rente van het fonds, 100 gulden per jaar, moest voor dit doel worden besteed. Het mocht niet voor gewoon onderhoud van de openbare wandelingen worden besteed, deze kosten bleven voor rekening van de stad (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis);

Schevichaven noemt overigens een bedrag van 2000 gulden. Ook het PGNC 29/1/1905 noemt het bedrag van f2000, “rentende 5pCt, welke rente aangewend moest worden ter verfraaiing van het Valkhof.”

Beeld van de Stationsweg (vanaf 1923 Van Schaeck Mathonsingel), gezien in de richting van het station, met in het midden het plantsoen met de fontein, ontworpen en uitgevoerd in terracotta in 1915 door beeldhouwer en keramist Willem Coenraad Brouwer (Leiden, 19/10/1877 – Zoeterwoude, 23/05/1933), 	1917-1919 (Jacob Krapohl via F91530 RAN)
Beeld van de Stationsweg (vanaf 1923 Van Schaeck Mathonsingel), gezien in de richting van het station, met in het midden het plantsoen met de fontein, ontworpen en uitgevoerd in terracotta in 1915 door beeldhouwer en keramist Willem Coenraad Brouwer (Leiden, 19/10/1877 – Zoeterwoude, 23/05/1933), 1917-1919 (Jacob Krapohl via F91530 RAN)

Straalmanlaantje

In 1915 schrijft het PGNC dat Straalman een legaat had nagelaten, waarbij de rente gebruikt moet worden voor het onderhoud van “laantje, dat van het begin van den Voerweg ten den hoofdingang van de wandelplaats “het Valkhof” voert”, Straalmanlaantje wordt genoemd.

Aangezien er weinig te onderhouden valt, hadden de beheerders van het fonds besloten een spaarpotje te maken, waaruit zo nu en dan versieringen van de stad kunnen worden bekostigd.

Bij het verschijnen van het artikel in 1915 is het fonds “eene stichting die misschien velen niet bekend is”. De aanleiding van het artikel is de bekostiging van het hekwerk rond de Mariakerk (de huidige Mariënburgkapel), dat ingericht is als Gemeentelijk Museum. (PGNC 17/1/1915)

Gevonden bijdragen van het Straalmanfonds

  • “Wij vernemen dat HH. Commissarissen van het fonds van het zoogenaamde Straalmans Laantje voornemens zijn met toestemming van het bestuur dezer stad aan de Oostzijde van de wandelplaats het Hof een koepel te doen plaatsen die hoofdzakelijk dienen zal de wandelaars die door eene regenbui overvallen worden voor het nat worden te beschermen” (De Gelderlander 14/9/1856)
  • In 1833 wordt het beeld Flora van Jean-Baptist Xavery in het Valkhofpark geplaatst, waarbij het Straalmanfonds het beeld heeft geschonken aan gemeente Nijmegen. Dit beeld reaakt in de Tweede Wereldoorlog beschadigt en ging rond 1954 geheel verloren.
  • In 1938 verleent het Straalmanfonds een bijdrage aan het de restauratie van het spoorweg-moment op het Valkhof (PGNC 11/8/1938)
  • In 1938 neemt het Straalmanfonds de materiaalkosten van f885 op zich voor de bouw van nacht- en winterhokken voor de dieren van het Kronenburgerpark. De Vereeniging tot verfraaiing van Nijmegen en Omstreken was eigenaresse van deze beesten en had het aantal verdubbeld van 44 naar 90 dieren. Zij beschikte echter niet over de middelen om voor deze nachthokken te zorgen. (De Gelderlander 3/4/1939)
  • In 1939 kunnen 2 reeën aangekocht worden voor Stadspark de Goffert dankzij een voorschot van f60,- door het Straalmanfonds (PGNC 18/3/1940)
  • Het Straalmanfonds schenkt in juli 1940 -dus in de oorlog- f100 aan de Verfraaiingsvereniging voor de aankoop van extra veevoer voor de dieren in het Kronenburgerpark en de Goffert. Veevoer is schaars en duur en ook het publiek is op dat moment niet genegen om bij te springen: het is niet in de stemming en bovendien zijn haar middelen, ook vanwege broodrantsoenering, beperkt. Uit het krantenartikel blijkt tevens dat het Straalmanfonds de materiaalkosten voor de volière op zich genomen heeft (PGNC 15/7/1940)
  • Na de oorlog bezit de Vereniging Verfraaiïng Nijmegen, nadat deze in de oorlog “ontzettend veel geleden had” tijdens de viering van haar 70-jarig bestaan weer over 100 dieren (De Gelderlander 30/4/1951)

Geen fontein in het Valkhof?

Niet alle verfraaiingen werden gerealiseerd: in ieder geval kwam er aanvankelijk geen fontein in het Valkhofpark: “Nijmegen, 4 Februari. Naar wij vernemen heeft de Commissie van beheer over het zoogenaamde Straalmanfonds het voornemen gehad een sierlijke fontein op het Valkhof te plaatsen, welk voornemen zij echter heeft moeten opeven, even als in der tijd het bestuur der Vereeniging tot verfraaiing van Nijmegen en het Schependom, omdat het dagelijksch bestuur zich niet met het plan kon vereenigen. Velen zullen het betreuren dat het aanbod niet is aangenomen, daar toch een fontein op een wandelplaats als het Valkhof als het ware omisbaar is, even als het algemeen bejammerd wordt dat er aan het onderhoud van dit heerlijke, door het geheele land als eenig bekende lustoord niet beter de hand gehouden wordt.” (PGNC 5/2/1881)

Straalmanstraat

In juni 1891 besluit de Gemeenteraad om een straat naar Straalman te vernoemen in plaats van Geldenhauer (ook tegenwoordig de Straalmanstraat in Nijmegen-Oost).

Zoals Berends het verwoordt: “…aan de straat liever den naam te geven van een ander nuttig Nijmegenaar, die iets voor het belang der stad heeft opgeofferd, zooals b.v. Straalman, die een fonds heeft gesticht, waaruit wij alle jaren nog een bedrag putten.” Daarna volgt -naast een discussie of het weg of straat moet worden- een bespreking of er geen mogelijke naamsverwarring met het Straalmanlaantje mogelijk is. Berends is daarvoor echter niet bang: “het is geen laantje meer, sedert de boomen naar den Voerweg zijn verplaatst en de burgerij kent de naam niet meer.” (De Gelderlander 9/6/1891)

(Overige) Bronnen en verder lezen

Blik op de van Schaeck Mathonsingel met op de achtergrond het station, 1910-1920 (GN12911 RAN)
Blik op de van Schaeck Mathonsingel met op de achtergrond het station, 1910-1920 (GN12911 RAN)

https://www.noviomagus.nl/Vrij/Straalmanfontein/StraalmanfonteinCat.html

https://nl.wikipedia.org/wiki/Paulus_Straalman

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Straalman,_P.

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Het_Straalmanfonds_en_Xavery%27s_standbeeld_%27Flora%27

https://www.parlement.com/id/vg09llqbi79b/biografie/p_straalman

Parfumerie Au Printemps van L.F. Vosveld van Boeckholt, Broerstraat op de hoek met de Korte Nieuwstraat, 1910 (F15276 RAN)
#Nijmegen, Broerstraat, Centrum, Gebouw van de dag

Au Printemps

Broerstraat

Parfumerie Au Printemps van L.F. Vosveld van Boeckholt, Broerstraat op de hoek met de Korte Nieuwstraat, 1910 (F15276 RAN)
Parfumerie Au Printemps van L.F. Vosveld van Boeckholt, Broerstraat op de hoek met de Korte Nieuwstraat, 1910 (F15276 RAN)

Vooraf: parfumerie-kraam

Advertentie Au Printemps (De Gelderlander 6/10/1880)
Advertentie Au Printemps (De Gelderlander 6/10/1880)
Advertentie tandpoeder van L.F. Vosveld van Boeckholt (Leidsch Dagblad 22-1-1883)
Advertentie tandpoeder van L.F. Vosveld van Boeckholt (Leidsch Dagblad 22-1-1883)

L.F. Vosveld van Boeckholt heeft in oktober 1880 en 1881 -waarschijnlijk tijdens de najaarskermis- zijn standplaats van zijn parfumerie-kraam op de Burchtstraat “recht tegenover de Harmonie” (De Gelderlander 6/10/1880, De Gelderlander 5/10/1881). Hij is afkomstig uit ’s-Gravenhage, waar hij zijn fabriek heeft staan.

Vlak voor Sinterklaas 1890 heeft hij bovendien een tijdelijke winkel in de Houtstraat no 5.: “Van Maandag 24 November tot na St. Nicolaas met een spotgoedkoope partij Parfumeriën, Galanteriën, Japansche Artikelen, Speelgoed, Surprises enz. voor oud en jong. Een voetstaps daarheen zal uwe moeite ruimschoots beloonen, daar door grooten aankoop van goederen al deze artikelen beneden fabrieksprijzen zullen worden opgeruimd.” (Advertentie PGNC 21/11/1890; ook PGNC 30/11/1890).

In september 1891 is een advertentie gevonden dat de kraam op de Burchtstraat is te vinden (PGNC 2/9/1891). Terwijl hij in december 1891 een (tijdelijke) winkel heeft op Groote Markt no. 7, hoek Scheidemakersgas (De Gelderlander 25/12/1891) waar hij nu “Kerstpakketten à f 0,25” verkoopt: afgaande op de advertentie een verrassingspakket. Ook is er onder andere een kerstboom te zien.

Broerstraat No. 41

Advertentie Au Printemps Broerstraat (PGNC 28/2/1892)
Advertentie Au Printemps Broerstraat (PGNC 28/2/1892)

Begin maart opent Au Printemps op Broerstraat No. 41. Daarbij is de advertentie ondertekent met J.F. – in plaats van L.F. – Vosveld van Boeckholt.

Wel vinden we L.F. Vosveld van Boeckholt met een parfumerie-kraam op de kermis van Den Bosch in 1902 en 1904. (http://www.kermisvantoen.nl/denbosch/1902.pdf, http://www.henkbruggeman.nl/Boeken/Kermis/KeCi%203.pdf)

M.C.J. Vosveld

MCJ Vosveld (Bevolkingsregister 1900 NTB.679_33164_130)
MCJ Vosveld (Bevolkingsregister 1900 NTB.679_33164_130)
Advertentie Au Printemps (PGNC 23/12/1941)
Advertentie Au Printemps (PGNC 23/12/1941)

Het zal gaan om Maria Christina Johanna Vosveld (29-8-1882 ’s Gravenhage – 1-1-1947 Nijmegen).

Haar ouders waren Lambertus Frederik Vosveld en Carolina Aurelia van Boeckholt (https://jhvandenheuvel.nl/getperson.php?personID=I1210&tree=tree1).

In het Bevolkingsregister 1900 komt zij voor als (stief) dochter van Johannes Hendrik van Boeckholt (1-1-1851 Brouwershaven), deurwaarder Rijks.dir.bel. of Carolina Aurelia van Boeckholt (3-2-1857 Batavia). Daarbij is waar Johannes weduwnaar en vervolgens voor de 2e keer getrouwd met Carolina.

Een mooie foto van Maria met Carolina is te vinden op: https://www.jhvandenheuvel.nl/showmedia.php?mediaID=2032&tngpage=571

Maria Christina Johanna heeft dan als beroep “winkelierster” en verhuist in die periode naar Broerstraat 45.

In de Adresboeken van 1924, 1926, 1928, 1932, 1934, 1936, 1938, 1940 komt Mej. M.C.J. Vosveld, parfumeriën, toiletartikelen voor op Broerstraat 45.

1930: Estourgie

“Au Printemps”

De hoogst moderne pui, ontworpen door architect Estourgie en uitgevoerd door aannemer Langeveld van maison “Au Printemps” aan de Broerstraat 14, zou reeds voldoende zijn om deze zaak te plaatsen in de rij der 1e klassers, doch met takt en smaak heeft mej. M.C. Vosveld bovendien het interieur zoo laten inrichten, dat  “Au Printemps” zich geheel aanpast bij de artikelen zooals odeur, parfums en Eau de Cologne, die er worden verkocht.

Alles ademt daar een Franschen geest en de wijze waarop de installatie tot stand kwam, verraadt een deskunidigheid, die gepaard gaat aan een goed begrip van comfortabiliteit.

Aan dit laatste heeft de fa. Alewijnse medegwerkt met de installatie der verlichting.

De betimmering geschiedde door de fa. v. Lommersen.

Veger uit de Molenstraat waarborgde de entourage en het behang in kleur cerise.

De marmeren gevel met letters leverde de firma Erkens.” (De Gelderlander 28/6/1930)

Vanaf de Grote Markt via de Broerstraat, in de richting van de Molenstraat; de panden tussen de Korte Nieuwstraat, namelijk die van "Au Printemps" en Van Campen, op de hoek van de Gruitberg; met daar tussenin de fa. Hömmen en Co; in juli 1944, Broerstraat 45-53 (GN3812 RAN)
Vanaf de Grote Markt via de Broerstraat, in de richting van de Molenstraat; de panden tussen de Korte Nieuwstraat, namelijk die van “Au Printemps” en Van Campen, op de hoek van de Gruitberg; met daar tussenin de fa. Hömmen en Co; in juli 1944, Broerstraat 45-53 (GN3812 RAN)

Na de oorlog

Gezicht op de oostzijde van de Broerstraat met de winkelpanden van o.a. (v.r.n.l.) Slagerij Brinke (op de hoek met het Kerkegasje), Parfumerie Au Printemps, Schoenenzaak Gebrs. Raemakers, Herenmodezaak Oostvogel en de bouw van de panden van Jamin en Schoenenzaak BATA ; bovenaan het nieuwbouwpand van de Herenmodezaak Van Dijk & Witte (Burchtstraat 2, geopend op 21 september 1955), 1955 (GN3877 RAN)
Gezicht op de oostzijde van de Broerstraat met de winkelpanden van o.a. (v.r.n.l.) Slagerij Brinke (op de hoek met het Kerkegasje), Parfumerie Au Printemps, Schoenenzaak Gebrs. Raemakers, Herenmodezaak Oostvogel en de bouw van de panden van Jamin en Schoenenzaak BATA ; bovenaan het nieuwbouwpand van de Herenmodezaak Van Dijk & Witte (Burchtstraat 2, geopend op 21 september 1955), 1955 (GN3877 RAN)

Na de oorlog ontwerpt W.Th. Reynen de nieuwe winkel voor Parfumerie Au Printemps. Lees hier het artikel:

Hof van Xanten (juni 2024)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Hof van Xanten

Hof van Xanten (juni 2024)
Hof van Xanten (juni 2024)

Rijksmonument

Het in de volksmond geheten Hof van Xanten, vormgegeven in classicistische stijl; van hieruit werden de bezittingen van dit Hof in de omgeving van Nijmegen bestuurd. De Jezuïeten hadden er een kleine 150 jaar een schuilkerk en tijdens de Vrede van Nijmegen verbleef er een buitenlandse delegatie. Inmiddels (anno 2021) heeft het pand weer een symmetrische gevel en is de hijsbalk verdwenen, Lage Markt 36, 1920 (F19000 RAN)
Het in de volksmond geheten Hof van Xanten, vormgegeven in classicistische stijl; van hieruit werden de bezittingen van dit Hof in de omgeving van Nijmegen bestuurd. De Jezuïeten hadden er een kleine 150 jaar een schuilkerk en tijdens de Vrede van Nijmegen verbleef er een buitenlandse delegatie. Inmiddels (anno 2021) heeft het pand weer een symmetrische gevel en is de hijsbalk verdwenen, Lage Markt 36, 1920 (F19000 RAN)

Jezuïetenhuis

Het Hof van Xanten wordt ook wel het “Jezuïetenhuis” genoemd, vernoemd naar de schuilkerk die hier lang gevestigd was.

Na de Reductie van Nijmegen bleven vooral de Jezuïeten actief. “Vanaf 1616 waren er structureel twee missionarissen namens de orde in Nijmegen aanwezig. De eerste missionaris die gezonden werd en die we dus als de grondlegger van een vaste Jezuïetenstatie te Nijmegen mogen beschouwen, was de Haarlemse pater Augustinus Bloemert (Blommert). In een paar met elkaar verbonden panden aan de Lage Markt onderhielden de Jezuïeten niet alleen een schuilkerk, maar ook een schooltje voor katholieke kinderen.” (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2162348063, met een uitgebreid artikel)

Rond en na de Franse tijd kregen katholieken weer een aantal van hun voormalige bezittingen terug. Wel bleven de Stevenskerk protestants, waarvoor in de plaats de Broederenkerk of Regulierenkerk aan de katholieken werd gegeven. “Deze laatste viel toe aan de Jezuïeten, bij gebrek aan belangstelling van de andere orden.
In 1820 verdeelde bisschop Van Velde de Melroy de katholieke gemeente Nijmegen in vier parochies en verhief de bestaande missiekerken tot parochiekerken, waarmee feitelijk een eind kwam aan de statie. Pas in 1820 ook verlieten de Jezuïeten de Lage Markt en betrokken de St. Ignatiuskerk aan de Molenstraat (voorheen de St. Catharinakerk der Reguliere Kanunniken van de Heilige Augustinus, de Regulierenkerk).”

Rijksmonument

Het Hof van Xanten is sinds 1973 een Rijksmonument met als omschrijving:

“PATRICIERSHUIS met twee verdiepingen en schilddak, breedte vijf vensterassen, midden 17e eeuw.

De voorgevel bezit bakstenen pilasters van de kolossale orde met natuurstenen basementen en Dorische kapitelen.

Getoogd, hardstenen poortje; gebeeldhouwde festoenversieringen.

In de zijgevel een natuurstenen poortje met Ionische zuiltjes, 1658.

Gerestaureerd 1954-1956 door Ir G.J. Deur.”

(Overige) Bronnen en verder lezen:

https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=Vrij/Xanten/XantenCat.html, met mooie foto’s

https://www.collectiegelderland.nl/regionaalarchiefnijmegen/object/9681d490-2260-5f8b-ba5e-953a95bbfa7e

De zij en achtergevel van het Jezuïetenhuis (Hof van Xanten), voor de restauratie, Lage Markt 32, 5/1948 (Fotopersbureau Gelderland via F19046 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
De zij en achtergevel van het Jezuïetenhuis (Hof van Xanten), voor de restauratie, Lage Markt 32, 5/1948 (Fotopersbureau Gelderland via F19046 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Hof van Xanten Lage Markt 202406
Hof van Xanten Lage Markt (juni 2024)
Hof van Xanten zijingang
Hof van Xanten zijingang

2017: Verbouwing appartemten

In 2017 is het Hof van Xanten door Hermon Heritage verbouwd tot appartementen:

“16 september 2017 –

Met enige trots heeft HERMON Heritage 8 september jl. de sleutels van de eerste zeven opgeleverde studio’s in de voormalige Hof van Xanten (aan de Lage Markt 20-32) overgedragen aan Stichting Veste.

Binnen de bestaande structuur van het gebouw heeft een inpandige herverdeling plaatsgevonden en zijn een drietal studio’s met entresol op de zolderverdieping gerealiseerd. Op de eerste en tweede verdieping zijn in totaal vier twee-kamerappartementen gerealiseerd. Op de begane grond wordt nog volop gewerkt aan de overige negen studio’s. “ (https://hermonheritage.nl/oplevering-eerste-studios-nijmegen/, zie tevens de inwendige foto’s van de appartementen, waarbij de inwendige takel bewaard is gebleven)

Links de Priemstraat. Het huis In de Olifant. Rechts daarvan het Jezuietenhuis (Hof van Xanten); merk op dat de olifant is verdwenen, 1969, Lage Markt 36-32 (Dr. Jan Brinkhoff via D563 RAN CC0)
Links de Priemstraat. Het huis In de Olifant. Rechts daarvan het Jezuietenhuis (Hof van Xanten); merk op dat de olifant is verdwenen, 1969, Lage Markt 36-32 (Dr. Jan Brinkhoff via D563 RAN CC0)

Benedenstad

Deze pagina verzamelt reeds verschenen berichten over de Benedenstad. De Drie Vijzels Het Anker/Dobbelmann Lange Brouwersstraat Een van de bekendste…

De Olifant Priemstraat

Op de hoek van de Priemstraat en de Lage Markt is een beeldje van een Olifant te zien. Een herinnerg…

Lage Markt 47

Op de Lage Markt 47 zijn alweer jarenlang horeca zaken gevestigd. In dit pand heeft vele jaren de Firma F.J.…

Nieuwe Markt 8 (juli 2025)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Nieuwe Markt 8 en 10

circa 1890

Nieuwe Markt 8 (juli 2025)
Nieuwe Markt 8 (juli 2025)

Stalhouderij

Ruiters van de Koloniale Reserve poseren voor de Stalhouderij en 'verhuring' van paarden en rijtuigen van J.H.W. van Bon, tevens eigenaar van Hotel Café Bar 'de Beurs' in de (Lange) Hezelstraat op de hoek met de Bottelstraat, Nieuwe Markt 8, 1910-1913 (F26519 RAN)
Ruiters van de Koloniale Reserve poseren voor de Stalhouderij en ‘verhuring’ van paarden en rijtuigen van J.H.W. van Bon, tevens eigenaar van Hotel Café Bar ‘de Beurs’ in de (Lange) Hezelstraat op de hoek met de Bottelstraat, Nieuwe Markt 8, 1910-1913 (F26519 RAN)

Centraal Garage

Eigenaar J.H.W. van Bon (met hoed) van Autobedrijf Van Bon poseert met zijn drie zoons Antoon (rechts), Herman en Theo (links), de chauffeurs van taxi-onderneming Novitax en personeelsleden van de Centraal-Garage voor de ingang. Op de achtergrond rechts (auto)monteur Gijs Nas, Nieuwe Markt 8. 1934 (F26525 RAN Auteursrechthouder B. van Bon)
Eigenaar J.H.W. van Bon (met hoed) van Autobedrijf Van Bon poseert met zijn drie zoons Antoon (rechts), Herman en Theo (links), de chauffeurs van taxi-onderneming Novitax en personeelsleden van de Centraal-Garage voor de ingang. Op de achtergrond rechts (auto)monteur Gijs Nas, Nieuwe Markt 8. 1934 (F26525 RAN Auteursrechthouder B. van Bon)

De tot nu toe eerst gevonden advertentie is in PGNC 5/3/1920, waarin een goed onderhouden Laudaulette Carrosserie te koop wordt gevraagd.

Advertentie Demonstratie Auto-Paard Centraal Garage (PGNC 28/6/1920)
Advertentie Demonstratie Auto-Paard Centraal Garage (PGNC 28/6/1920)

Het auto-paard.

Blijkens achterstaande advertentie zal morgenmiddag te 2 uur nabij den Hunerberg een demonstratie wordne gegeven met het auto-paard. Dit zal geschieden vanwege de Centraal-Garage, Nieuwe Markt 9. Belangstellenden zullen zeer zeker niet verzuimen het mechanische lastdier te gaan bezichtigen.” (PGNC 30/6/1920)

Advertentie Garage Centraal voor Automobielen Imperia (PGNC 30/5/1925)
Advertentie Garage Centraal voor Automobielen Imperia (PGNC 30/5/1925)

In de loop der jaren zijn advertenties gevonden voor meerdere automerken. Bovenstaande, de Imperia, is voor Nijmegen een bijzondere: deze was eigendom van Mathieu van Roggen jr. (Sprimont, 1 november 1890 – Schaarbeek, 4 januari 1980). Zijn ouders Mathieu van Roggen (1863–1909) en Jeannette-Françoise-Joséphine Blom (1868-1956) waren afkomstig uit Nijmegen.

De Centraal-Garage J.H.W. van Bon komt in ieder geval voor in de Adresboeken 1926, 1928, 1932, 1934, 1936, 1938.

Daarnaast is er het autobedrijf Novitax, welke gevonden is in de Adresboeken 1934, 1936, 1938, 1940.

Tegenwoordig (juli 2025) is Bierhuys d’n Vlegel hier gevestigd.

Gemeentelijk Monument

Nieuwe Markt 8 – 10 is een Gemeentelijk Monument met als tekst bij aanwijzing:

“Kloek pand met uitzondering van de pui van belang in de straatwand en als ondersteuning van de hoek Nieuwe Markt-Hezelstraat.”

Terminus Parkzicht Veemarkthallen

Waar nu het Joris Ivens plein ligt, lag vroeger het gebouw dat veel Nijmegenaren nog het best zullen kennen als…

Erven van Daal De Beurs

Op de hoek Lange Hezelstraat – Bottelstraat zijn een muurschilderingen hersteld in de tijd dat café De Beurs nog een…

Societeit de Vereeniging, Bert Brouwer
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Sociëteit de Vereeniging, architect Bert Brouwer

1882, Keizer Karelplein

Societeit de Vereeniging, Bert Brouwer
Sociëteit De Vereeniging in de winter, 1898 (dr. Jan Brinkhoff via RAN D301)

Voordat de huidige schouwburg werd gebouwd, stond op dit terrein de concertzaal van Sociëteit de Vereeniging. In 1881 verkrijgt Lambertus Augustus (Bert) Brouwer een terrein in erfpacht om een renbaan en een sociëteit op te richten: “Aan den heer L. A. Brouwer werd ten zuiden der stad 13 H.A. grond ad f 4,- per cA. en 3 H.A. in erfpacht ad/ 100,- ’s jaars afgestaan mits hij op het gereserveerde militaire terrein eene renbaan en eene buiten-societeit met terrein van vermaak aan den weg naar Groesbeek daarstelle. Voorts dat de verschillende bebouwing met villa’s en woonhuizen volgens kleurteekening plaats hebbe.” (Gemeenteverslag 1881)

Op 30 mei 1882 vond de opening van Sociëit de Vereeniging plaats. Het PGNC schreef daarover:

Nijmegen, 30 Mei.

De Pinksterdagen warden alhier door de feestelijke opening van de societeit De Vereeniging tot ware feestdagen gemaakt, vooral omdat een groot, zoo niet het grootste gedeelte der inwoners in deze nieuwe onderneming het levendigst belang stelt. Het Vauxhall-Concert op Zondag-avond door het muziekkorps der dd. Schutterij te Utrecht, onder directie van den Luitenant-kapelmeester C. Coenen en met medewerking van Nijmeeg’s Mannenkoor, was dan ook druk bezocht en blijkbaar was een ieder even ingenomen met de geheele inrichting. De schoone aanleg van het uitgestrekte park met zijne ontelbare gas-ballons, de prachtige rijk verlichte concertzaal, de gezellige dagelijksche societeitszaal, het cocquette biljartzaaltje, de ruime waranda’s aan alle zijden van het gebouw, dat alles vormt een geheel dat aan de strengste eischen zou voldoen, zelfs van eene veel grootere stad dan Nijmegen. Met de meeste zorg is getracht den geabonneerden het meest mogelijke comfort aan te bieden, waartoe de keurige meubels in zalen en park niet weinig bijdragen. Algemeen was men het hierover eens, en niemand kon zich een juist denkbeeld maken, hoe een geheel afgewerkt gebouw van dien omvang met alles wat daaraan annex is, in vijf maanden is kunnen tot stand komen.

De tweede houten brug buiten de Molenpoort over de droge gracht ter hoogte van het huidige Keizer Karelplein, met links het Station van de spoorlijn Nijmegen-Kleef, de 'Kleefschebaan' (op de plek van het huidige Concertgebouw de Vereeniging), 1875 (Gerard Korfmacher, RAN F23031)
De tweede houten brug buiten de Molenpoort over de droge gracht ter hoogte van het huidige Keizer Karelplein, met links het Station van de spoorlijn Nijmegen-Kleef, de ‘Kleefschebaan’ (op de plek van het huidige Concertgebouw de Vereeniging), 1875 (Gerard Korfmacher, RAN F23031)

Wie hiervan de eer toekomt, de talrijke bezoekers vernamen uit het den monde van een der oprichters, den heer Mr. J.C.J. Riveaux, die in sierlijke bewoordingen namens zijne medebestuurders de leden welkom heette. In de eerste plaats aan den heer Bert Brouwer, aan wiens onvermoeide werkzaamheid, helderen blik en zeldzame energie Nijmegen reeds zooveel te danken heeft en, getuigde de aanstaande wedrennen, nog zooveel zal te danken hebben en verder aan de aannemers de heeren Weijers en Van Eykelen, die het werk met een boven allen lof verheven ijver en accuratesse uitvoerden. Ook werd door den heer Riveaux hulde gebracht aan de medewerking van het Gemeentebestuur en aan allen die hun steun hadden verleend om de zaak tot stand te brengen. Met algeemene instemming werden deze woorden begroet; ook wij beamen het gesprokene ten volle, doch wat de heer R. niet kon zeggen meenen wij niet te mogen zwijgen; naar onze meening komt namelijk de meeste eer toe aan de heeren aandeelhouders. Zij hebben zich door de stichting van dit groote vereenigingspunt den gansche Nijmeegsche burgerij, tegenover stad en stadgenooten verdienstelijk gemaakt. Moge de voortdurende bloei der onderneming hun lang een ware voldoening schenken, en mogen zij nog eenmaal zien, dat wat thans zoo groot schijnt, voor het welvarende Nijmegen nog te klein zal zijn.

Tot laat bleven de talkrijke leden onder het genot der heerlijke muziek van bovengenoemd muziekcorps en de flink gezongen stukken van Mannenkoor te zamen. Wel moest men door een zware onweersbui onverwachts het Park verlaten, doch de ruime concertzaal was daar, om aan allen een veilige schuilplaats aan te bieden en het concert ongestoord te vervolgen.

Ook gisteren waren de Matinée en het Concert, waarwij weder Coenen’s kapel haar gevestigden naam zoo waardig ophield, druk bezocht. Wij zouden op verschillende nummers kunnen wijzen die bijzonder de aandacht trokken, maar wij noemen slechts de beroemde Marce funèbre van Chopin, de Ouverture Egmond van Beethoven, het Intermezzo van Coenen en de Solo voor Saxophone, die het sprekend bewijs leverden dat het muziekkorps der Utrechtse schutterij met de besten uit ons land kan wedijveren.

Een schitterend vuurwerk, vervaardigd aan de Koninklijke Nederlandsche Pyrotechnische fabriek, firma G.J. Ruijsch te Utrecht, besloot den avond. Op het punt van vuurwerk zijn wij tot heden alhier zeer weinig verwend, maar al ware ook het tegenovergestelde het geval, dan nog zou zeker niemand onvoldaan geweest zijn. Voor de slotdecoratie, in wier midden de vuurletters De Vereeniging, omgeven door fonteinwerk en bouquetten en eindigende met canonades, deed een prachtig effect.

Ten slotte wijzen wij er gaarne op dat de bediening, die den eersten avond nog uit volkomen goed geregeld scheen, gisteren reeds veel beter was en de consumptie niets te wenschen overliet.

De heer G.A. Roelofs, die als pachter aan het hoofd der zaak staat, is in ons oog juist de rechte persoon om steeds de beste pogingen aan te wenden ten einde den leden het verblijf in zijne lokalen zoo aangenaam mogelijk te maken.” (PGNC 31/5/1882)

Vervolg

Een bazaar in de zaal van sociëteit De Vereeniging (RAN F29178)
Een bazaar in de zaal van sociëteit De Vereeniging (RAN F29178)

Er is nog niet uitputtend onderzocht wat het vervolg is geweest.

“Dit ‘Feestgebouw’, later ‘De Vereeniging’ geheten, zou als buitensociëteit in de beginjaren de bestaande sociëteiten geenszins overvleugelen en had bovendien in de eerste jaren aan kinderziekten te lijden” (Dongelmans, 1988 via Huis van de Nijmeegse Geschiedenis). “Zij verwierf zich binnen enkele jaren echter een positie in het stedelijk culturele leven, die later de afbraak en een nieuwbouw rechtvaardigde.”

Al in 1915 is deze Vereeniging vervangen door de huidige, waarvan de bouw in 1914 was begonnen. Wikipedia: “Nadat rond 1900 de oude Nijmeegse concertzaal zijn beste tijd bleek te hebben gehad, kwamen er plannen voor een nieuwe. Dat deze plannen geen overbodige luxe waren, bleek uit de houding van dirigent Willem Mengelberg. Hij zou, naar verluidt, na afloop van een orkestoptreden hebben geweigerd Nijmegen nog langer aan te doen zolang de accommodatie niet drastisch op de schop ging.”

De Gelderlander schrijft bij de opening van de nieuwe Vereeniging in 1915: “Eindelijk zal dan hedenavond het nieuwe Concertgebouw de “Vereeniging” zijne deuren voor het kunstlievende publiek openen. Lang reeds, terwijl, het oude, lage gebouw nog in gebruik was, werd er geklaagd over zijn ondoelmatigheid en de wensch uitgesproken dat Nijmegen toch eenmaal in het bezit mocht worden gesteld van een concertgebouw, deze vooruitstrevende, zich gestadig uitbreiddende en ook op kunstgebied zich steeds meer ontwikkelende stad waardig.” (De Gelderlander 7/2/1915)

Bert Brouwer

Lambertus Augustus (Bert) Brouwer (Amsterdam, 2-2-1844 – Nijmegen, 3-5-1891) was een Nederlands architect en stedenbouwkundige. In Nijmegen is hij bekend voor de plannen van de stadsuitleg.

De raadscommissie voor de uitleg van de Gemeente Nijmegen vroeg hem om een advies vroeg bij het plan van W.J. Brendis à Brandis. Een logische keuze: op dat moment was Brouwer betrokken bij de stadsuitleg van Groningen. Belangrijke veranderingen in het plan waren dat de hoofdwegen breder waren en hij daarbij minder wegen opnam.

In juni 1879 vestigt Brouwer zich definitief in Nijmegen. Daarbij richt hij de N.V. Nijmeegsche Maatschappij tot Exploitatie van Bouwterreinen: hij kocht van de gemeente oude vestinggrond, die hij verdeeld over kleinere percelen al dan niet met nieuwbouw bebouwd weer doorverkocht. Met natuurlijk de hierboven genoemde Wedren en de Vereeniging. Ook nam hij in 1884 het initiatief tot de aanleg van de eerste Nederlandse wielrenbaan, achter de Vereeniging. Brouwer overleed in 1891 op 47-jarige leeftijd.

Werken

Wikipedia noemt de volgende werken:

  • circa 1873 Den Haag: Van Karnebeeklaan 6-10 en 14
  • 1874-1875 Den Haag: Arbeiderswoningen Pompstationsweg 307-323
  • 1874-1875 Den Haag: Machinegebouw, Pompstationsweg 325
  • 1874-1875 Den Haag: Watertoren, Pompstationsweg 327
  • 1880-1881 Nijmegen: Villa, Nassausingel 2
  • 1881-1881 Nijmegen: Parkweg 120-124; Rob Essers noemt het echt onwaarschijnlijk dat Brouwer deze panden ontworpen heeft.
  • 1881-1881 Nijmegen: Arbeiderswoningen, Dr. Claas Noorduijnstraat
  • 1882-1882 Nijmegen: Concertgebouw De Vereeniging (oud)
  • 1881-1882 Nijmegen: Bethelkerk, Scherpenkampweg 58

De nieuwe Vereeniging

Lees hier artikel over de nieuwe Vereeniging, naar het ontwerp van Oscar Leeuw:

(Overige) Bronnen en verder lezen

nl.wikipedia.org/wiki/Bert_Brouwer

Uit drie woonhuizen bestaand pand (nummers 166, 168 en 170) dat in 1908 werd gebouwd naar een ontwerp van gebroeders Haspels (Henk van Gaal via DF4251 en bijschrift DF4250 RAN CC0)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Drie woonhuizen St. Annastraat architect Gebroeders Haspels

1908, St. Annastraat 166, 168 en 170, Gemeentelijk Monument

Uit drie woonhuizen bestaand pand (nummers 166, 168 en 170) dat in 1908 werd gebouwd naar een ontwerp van gebroeders Haspels (Henk van Gaal via DF4251 en bijschrift DF4250 RAN CC0)
Uit drie woonhuizen bestaand pand (nummers 166, 168 en 170) dat in 1908 werd gebouwd naar een ontwerp van gebroeders Haspels (Henk van Gaal via DF4251 en bijschrift DF4250 RAN CC0)

De Gebroeders Haspels ontwierpen in 1908 3 woonhuizen aan de St. Annastraat. De woningen zijn gebouwd in de “Nieuwe stijl”, de Nederlandse vorm van Jugendstil/Art Nouveau.

De Gebroeder Haspels waren aannemers/architecten. Aan de St. Annastraat zijn meerdere panden door hen ontworpen, waaronder het naastgelegen pand nummer 172.

Op de site van van Schaik (link april 2024) aannemingsbedrijf staan foto’s van binnen en buiten van hun “restauratie en transformatie van 2 kantoorpanden naar 8 duurzame stadsappartementen. Restauratie en herstel van de gebouwschil en monumentale onderdelen” van de nummers 166 en 168.

Gemeentelijk monument

Ontwerp van Drie Woonhuizen, aan de St. Annastraat Gem. Hatert, Kad. Sectie C 1227 en 1128, Detail D12.380141 Gebroeders Haspels Nijmegen
Ontwerp van Drie Woonhuizen, aan de St. Annastraat Gem. Hatert, Kad. Sectie C 1227 en 1128, Detail D12.380141

De woningen staan sinds 1988 op de gemeentelijke monumentenlijst met als toelichting:

“Onderdeel van een uit drie woonhuizen bestaand bouwwerk.
Complex bestaande uit een middengedeelte van twee bouwlagen, geflankeerd door twee puntgevels van drie lagen, die beide een brede erker en een boogvormig overkluisd terugliggend balkon hebben. Het middengedeelte heeft een schilddak parallel aan de straat, dat aansluit op de tentdaken van de puntgevels; het achterliggende gedeelte van de huizen heeft een plat dak met een hoog dakschild aan de straatzijde. De gevels zijn van baksteen; de enige versiering vormt de natuurstenen omlijsting van voordeur en bovenlicht. Onder de goot is een brede band van de gevel licht geschilderd; ook de topgevels, die uit vakwerk bestaan zijn wat de baksteen betreft
gewit.

Voor Nijmegen betrekkelijk vroeg voorbeeld van sober geornamenteerde “nieuwe” bouwstijl uit het begin van de 20e eeuw, op ongewoon monumentale schaal.
Gaaf bewaard.”

Gebroeders Haspels, aannemers/architecten

De Gebroeders Haspels waren aannemers/architecten. Wij zullen ze vooral gaan tegenkomen in de stadsuitbreiding van eind 19e/begin 20ste eeuw en…

St. Canisiussingel van Gebr Haspels

De Canisiussingel 19H is in 1902 gebouwd door het aannemersbedrijf Gebr. Haspels. Let vooral op het prachtige houtwerk.

Hotel-Café-Restaurant 't Rondeel van A.J.J van Kempen met twee koetsen en mensen op het balkon en in de deuropening; links oude huisjes aan de Eerste Walstraat, nu een Grieks restaurant, 1895-1900 (dr. Jan Brinkhoff via D41 RAN CC0)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Rondeel Bloemerstraat

Hotel-Café-Restaurant 't Rondeel van A.J.J van Kempen met twee koetsen en mensen op het balkon en in de deuropening; links oude huisjes aan de Eerste Walstraat, nu een Grieks restaurant, 1895-1900 (dr. Jan Brinkhoff via D41 RAN CC0)
Hotel-Café-Restaurant ’t Rondeel van A.J.J van Kempen met twee koetsen en mensen op het balkon en in de deuropening; links oude huisjes aan de Eerste Walstraat, nu een Grieks restaurant, 1895-1900 (dr. Jan Brinkhoff via D41 RAN CC0)

Al jarenlang zit Grieks restaurant Dionysos op de hoek van de Eerste Walstraat en de Bloemerstraat. Ook voor de oorlog zaten hier al horecazaken, waaronder het hotel, café-restaurant ’t Rondeel van van Kempen.

Zie ook de pagina op Noviomagus over dit pand.

Links een stukje hoekgebouw van de eerste Walstraat : het latere Hotel, Café-Restaurant 't Rondeel van Van Kempen. Bloemerstraat gezien in de richting van de Augustijnenstraat. Met op de achtergrond de toren van de St. Augustinuskerk, 1890-1895 (Dr. Jan Brinkhoff via D42 RAN CC0)
Links een stukje hoekgebouw van de eerste Walstraat : het latere Hotel, Café-Restaurant ’t Rondeel van Van Kempen. Bloemerstraat gezien in de richting van de Augustijnenstraat. Met op de achtergrond de toren van de St. Augustinuskerk, 1890-1895 (Dr. Jan Brinkhoff via D42 RAN CC0)

Smith

In november 1881 krijgt J.C. Smith vergunning tot “verkoop van sterken drank in het klein” “in het voorhuis en kamer van het huis aan de Walstraat B. No. 13. Bij de bekendmaking van deze vergunning waren er vele anderen aan wie tevens een vergunning werd verleend: mogelijk vanwege nieuwe regelgeving? (PGNC 25/11/1881). Bij een advertentie wordt hij “koffijhuishouder Smith in de Bloemerstraat genoemd. (PGNC 15/9/1886). Bij de bevalling van hun zoon op 8 juni blijkt Smith getrouwd te zijn met Hendrika Suzanna Zurich (PGNC 9/6/1887) In 887 is het Café Smith (“Vraag de echte Friesche Boerenjongens” (PGNC 18/12/1887)

J. Klaus

Advertentie J. Klaus, Bloemerstraat (De Gelderlander 14/2/1892)
Advertentie J. Klaus, Bloemerstraat (De Gelderlander 14/2/1892)

In februari 1892 adverteert J. Klaus, Café “Rondeel” v/h. Smith, Bloemerstraat No 1 met bier van brouwerij de drie Hoefijzers uit Breda, waarvoor Klaus als agent voor Nijmegen en omstreken is aangesteld (De Gelderlander 14/2/1892).

Tijdens de carnaval is er dansmuziek. (PGNC 28/2/1892)

Advertentie Hotel en Café restaurant 't Rondeel Bloemerstraat (De Gelderlander 20/7/1893)
Advertentie Hotel en Café restaurant ’t Rondeel Bloemerstraat (De Gelderlander 20/7/1893)
Advertentie 't Rondeel Bloemerstraat 1 van J. Klaus (De Gelderlander 17/11/1893)
Advertentie ’t Rondeel Bloemerstraat 1 van J. Klaus (De Gelderlander 17/11/1893)

Rond 1892/1893 lijkt Klaus ’t Rondeel te hebben ingericht als hotel-café-restaurant. “Geopend van af den 1. Mei.” (De Gelderlander 20/7/1893)

H. Kamper

In ieder geval zit bij de nieuwjaarswens van 1896 H. Kamper op het Café “Rondeel” (De Gelderlander 1/1/1896).

Voor niet al te lange tijd: in juli 1898 neemt J.J. van Kempen de zaak over.

Advertentie overname 't Rondeel door van Kempen (PGNC 31/7/1898)
Advertentie overname ’t Rondeel door van Kempen (PGNC 31/7/1898)

Van Kempen

In het Adresboek 1899 komt J.J. v. Kempen voor op Bloemerstraat nummer 1 en 3.

 Bij van Kempen is er tijdens de kermis muziek: een Tiroler-Concert. Dan kopt hij de advertentie met “voor het eerst in Nijmegen”, onduidelijk is waar de eerste keer op slaat. (PGNC 1/10/1899)

In oktober 1904 staat het Koffiehuis en Hotel “Rondeel” te koop. (De Gelderlander 23/10/1904)
Advertentie Koffiehuis en Hotel “Rondeel” te koop
(De Gelderlander 23/10/1904)

In oktober 1904 staat het Koffiehuis en Hotel “Rondeel” te koop. (De Gelderlander 23/10/1904). Waarom is nog onduidelijk en eveneens of deze daadwerkelijk wordt verkocht: eind december 1905 lijkt van Kempen nog steeds zijn bedrijf te hebben.

Dan heeft hij, Hotel, Café-Restaurant “’t Rondeel” en nu ook “Stalhouderij” een omnibus-dienst van het station naar de stad (advertentie PGNC 10/12/1905). De stalhouderij/vestiging van de stads-omnibus zelf lijkt op de Arend Noorduijnstraat 15 te zijn (PGNC 14/10/1906).

Hotel-Café-Restaurant 't Rondeel van A.J.J van Kempen met twee koetsen en mensen op het balkon en in de deuropening; links oude huisjes aan de Eerste Walstraat, nu een Grieks restaurant, 1895-1900 (dr. Jan Brinkhoff via D41 RAN CC0)
Hotel-Café-Restaurant ’t Rondeel van A.J.J van Kempen met twee koetsen en mensen op het balkon en in de deuropening; links oude huisjes aan de Eerste Walstraat, nu een Grieks restaurant, 1895-1900 (dr. Jan Brinkhoff via D41 RAN CC0)

In ieder geval lijkt er in 1925 een verbouwing te hebben plaats gevonden: “Bezoekt het opnieuw gerestaureerde Hotel-Café-Restaurant “‘T Rondeel”. Dan is het ook “A. van Kempen” in plaats van “J.J.”.

Advertentie 't Rondeel (De Gelderlander 11/4/1925)
Advertentie ’t Rondeel (De Gelderlander 11/4/1925)

De nieuwjaarsgroet in PGNC 31/12/1927 wordt ondertekend met Adr. van Kempen.

Zie ook

https://www.noviomagus.nl/Gevels/Gevelstenen/Bloemerstraat1/Bloemerstraat1.htm

https://www.noviomagus.nl/OudNijmegen/051/cwdata/Scannen0004.html

https://www.noviomagus.nl/gevschil10.htm

Bloemerstraat

De Bloemerstraat heeft sinds 1812 officieel haar naam, hoewel vóór die tijd al een aantal eeuwen varianten op deze naam…