Augustijnenstraat 26, Juli 2019 (Google Streetview)
1953-1955 Augustijnenstraat 22-26 Centrum
In november 1953 ontwerpt architect Ad.P.F. Wijte uit Nijmegen een bouwplan voor een winkel met 2 bovenwoningen. Hierbij is de aanvrager M.J.E. van Meteren doorgehaald en vervangen door Kinderen de Mandt. In ieder geval opent Kodijko in 1955 en zal hier jarenlang blijven zitten.
De winkel
Bouwplan Winkel met 2 Bovenwoningen a/d Augustijnenstraat te Nijmegen herbouw (M.J.E. v Meteren doorgehaald, vervangen door:) Kinderen de Mandt (D12.418500), architect Ad.P.F. Wijte, datum tekening Nov 1953 (D12.418500)
Ook bij de ondertekening van de bouwtekening is bij “de aanvrager” M.J.E. v Meteren doorgehaald en vervangen door Kinderen de Mandt. Mede doordat Kodijko (zie hieronder) in 1955 de winkel betrekt, blijft het vooralsnog onduidelijk wie en vooral waarom de uiteindelijke opdrachtgever is.
De voorkant van de winkel bestaat uit een portiek met links en rechts een etalage. Achter de rechteretalage bevindt zich de opgang naar de woning. In het midden is de ingang naar de winkel. De eigenlijke winkel is traditioneel ingericht met toonbanken en daarachter kasten. Achter de winkel bevindt zich een kantoortje. In de kelder zit onder andere het magazijn, en zowel een ruimte voor kolen als de c.v. ketel.
Het aannemersbedrijf is van Heusden (D12.418501). D12.418499 noemt het plan “herbouw kinderen de Mandt (claim Houtstraat 31-31a)”. Nummer 26 is de winkel, nummer 22 en 24 de bovenwoningen.
M.J.E. van Meteren
Op de bouwtekening is M.J.E. van Meteren doorgehaald. Uit het Adresboek van 1959 en 1963 blijkt M.J.E. van Meteren te wonen op Augustijnenstraat 22.
Kodijko – Koninklijke Weverij Eindhoven
Begin mei opent Kodijko haar winkel op de Augustijnenstraat 26 (De Gelderlander 6/5/1955)
Het is niet bekend of en welke relatie de kinderen van de Mandt met dit bedrijf hadden: dus mogelijk hebben de kinderen de winkel meteen verkocht, slechts een korte tijd een zaak gehad, die daarna door de Koninklijke Weverij is voortgezet, mogelijk waren ze filiaalhouder van de Koninklijke of waren ze de verhuurder van het pand.
Een foto is te vinden uit 1961 is te vinden bij het RAN (Naast het opschrift is de winkel in de bovenste winkelrij te herkennen aan de dame met lichte jas voor de etalage; waarvoor ze meer oog heeft dan voor de optocht).
Kodijko Filiaal in Nijmegen sinds 1934
Openiningsadvertentie Kodijko op de Molenstraat (PGNC 30/10/1934)
Op 31-10-1934 opent Kodijko haar 7e filiaal in Nijmegen, op Molenstraat 22. “Deze firma, fabrikante van het vermaarde “Kodijko”- linnen, brengt uitsluitend het degelijke en fijne genre, hetwelk zij uit den aard der zaak, als “zelffabrikante”, zoo laag mogelijk zal aanbieden.” J.A. Haftink (voorheen ’t Modehuis) krijgt de leidiing over het filiaal (De Gelderlander 20/10/1934).
Oorlog
In maart 1945 blijkt Kodijko op de eerste etage van Molenstraat 63 te zitten (De Gelderlander 16/3/1945).
In een advertentie De Gelderlander 28/1/1952 blijkt Kodijko inmiddels naar van Welderenstraat 98 te zijn verhuisd.
De Koninklijke Weverij Eindhoven
Kodijko was de handelsnaam van NV Eindhovensche stoom- en handweverij v/h Van Dijk & Co. Het bedrijf produceert textiel, zoals, afgaande op de advertenties lakens en slopen, tafellakens, geborduurd bedlinnen, ontbijstellen, doeken en badgoed en daarnaast lingerie (Nijmeegsch dagblad, 19/7/1955). Zij heeft dan tevens filialen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Arnhem, Tilburg, Maastricht en Breda (Nijmeegsch dagblad 24/5/1955 en Trouw 23/12/1955). In deze advertentie noemt zij tevens dat haar scherpe prijzen mogelijk zijn door “’t Gaat regelrecht van eigen wevers naar de eigen “Kodijko” zaken.”
Historie
Het Eindhovense bedrijf bestond sinds 1903 onder deze naam, maar haar geschiedenis gaat terug tot 1852, wanneer Carolus Boromeus van Dijk de Van Dijk & Comp. opricht. Op het moment dat zij in 1918 het predicaat “Koninklijk” vanwege het leveren van damast, krijgt het bedrijf de handelsnaam Kodijko. Uiteindelijk wordt het bedrijf in 1971 overgenomen door Linnenweverijen v/h van Dijk & Zn uit Waalre, die toevallig dezelfde naam heeft (Textielindustrie in Eindhoven, wikipedia)
Vervolg
Kodijko komt in ieder geval in het Adresboek van 1971 nog voor.
Hoek Houtstraat Augustijnenstraat, 1960 ( Fa. H. ten Hoet, Nijmegen / L.R. Gerritsen via f64216 RAN CCBYSA)
In 1955 ontwerpt Okhuijsen het pand aan Plein 1944, op de hoek Houtstraat-Augustijnenstraat. De opdrachtgever is J. van Veggel sr., waarbij de aannemer de firma van der Velden en Sleenhof uit Wijchen is. Op de begane grond zijn 2 winkels: een grotere hoekwinkel en een kleinere aan de Augustijnenstraat. Deze winkels zijn bestemd voor verhuur, welke het makelaarskantoor A. Strijbosch en Th. Thunissen zal verzorgen. Boven de winkels komt 1 groot bovenhuis en 4 flats. (Nijmeegsch dagblad, 21-10-1955)
In het bijschrift van foto ZN35407noemt RAN de bouw van het woon-winkelpand van de Damesmodezaak Den Hartogh (Augustijnenstraat 1)
Vervolg
Er is nog niet onderzocht wat het vervolg is geweest. Jarenlang heeft hier het reisbureau NBBS reizen in gezeten. Bij de herinrichting van Plein 1944 is de kapsalon John Bertine naar dit pand verhuisd.
Hoek Houtstraat-Augustijnenstraat, september 2022 (Google Streetview)
Gemeentelijk monument
Het gebouw is een gemeentelijk monument met als waardering:
“Augustijnenstraat 1-9 maakt stedenbouwkundig onderdeel uit van het wederopbouwplan van de Nijmeegse binnenstad en is hier een expressie van. Stedenbouwkundige waarde vanwege de inpassing aan de kruising Plein 1944, Houtstraat en Augustijnenstraat. De Augustijnenstraatzijde met bakstenen gevel en balkons past in het horizontale stramien van deze zijde van de Augustijnenstraat waar op meerdere plekken balkons en loggia´s zijn te vinden. Typologie van een grote winkel op een hoekkavel met ingang op de hoek waarboven appartementen is bijzonder. Er is sprake van ontwerpkwaliteit van de gevels vanwege de goede afwisseling tussen open betonvlakken en gesloten baksteendelen, tussen kleuren, vanwege de aandachtige materialisering en detaillering door verschillende metselverbanden, gebruik van strips en staal. Het beeldbepalende karakter van het pand is onvervangbaar in relatie tot de context van de Nijmeegse binnenstad.”
Augustijnenstraat vanaf Plein 1944: het 4e pand van links is Augustijnenstraat 19-23 (het lichte pand met de balkons waar de fiets geparkeerd staat), waarvan het Handwerkhuis en Cinderella de eerste winkels waren, 1967-1969 (Ber van Haaren, Auteursrechthouder Gemeente Nijmegen via ZN35932 – B RAN CC0)
In september/oktober 1954 ontwerpt architect Rodenburg 2 Bedrijfsruimten met 3 Bovenwoningen aan de Augustijnenstraat voor de Stichting St. Jozef scholen. In 1955 betrekken Het Handwerkhuis en Maison Cinderella de winkels.
Plan Herbouw 2 Bedrijfsruimten met 3 Bovenwoningen a/d Augustijnenstraat te Nijmegen voor de Stichting St. Jozef Scholen, architect Rodenburg, datum tekening 4-10-1954 (D12.418399)
De begane grond bestaat uit 2 winkels, nummer 19 en 23. In het midden is een portiek, met ingangen naar de winkels en naar de bovenwoningen (21, 21a en 21b).
Augustijnenstraat 19 Het Handwerkhuis
In september 1955 opent “Het Handwerkhuis” haar winkel op de Augustijnenstraat 19-21. Hiervoor heeft ze bijna 23 jaar in de Van Welderenstraat gezeten. Het Nijmeegsch dagblad schrijft onder andere: “Talrijke zakenrelaties, collega’s en bekenden kwamen de eigenaar handen schudden. Het keurige pand, waarin o.m. een afdeling voor dameskleding et. Is gehuisvest, mag zeker een aanwinst genoemd worden voor de Augustijnenstraat.” (Nijmeegsch dagblad 10/9/1955). Het pand is gebouwd naar ontwerp van architect Rodenburg.
Advertentie heropening Het Handwerkhuis (De Gelderlander 8/9/1955)
1933 van Welderenstraat 23
Opening Het Handwerkhuis aan de Van Welderenstraat 23 (PGNC 4/5/1933)
“Het Handwerkhuis.
Hedenmiddag vond aan de van Welderenstraat 23, in het nieuwe complex winkelhuizen, dat daar verrezen is, de opening van bovengenoemde zaak plaats, welke gedreven wordt door de firma v. Delden en Teunissen, die alles in het werk zullen stellen, om de dames deskundig voor te lichten en te helpen bij al de verschillende moeilijkheden, die zich dikwijls voor kunnen doen. Wij zagen een collectie bijzonder mooie en fijne handwerken. De wol, in heel wat kleurtjes voorradig, harde en zachte tinten, geeft het geheel een warmen en gezelligen aanblik. Aan de zaak is ook een reparatie-afdeeling verbonden, van alle mogelijke handwerken. Ook kunnen de dames hier onderricht krijgen, niet alleen in fraaie maar ook in nuttige handwerken. Op het gebied van kerkborduurwerken of Paramenten, kan het “Handwerkhuis” alles leveren. Rest ons nog te memoreren, dat de etalagekasten en betimmering werden geleverd door de Meubelfabriek St. Joseph.” (PGNC 5/5/1933)
Wanneer de firma Bertels Herenmode haar winkel in november 1948 in de Van Welderenstraat 106a opent, blijkt zij 4,5 jaar te hebben ingewinkeld bij Het Handwerkhuis (Nijmeegsch Dagblad 11/11/1948)
Vervolg
In de adresboeken 1963, 1966, 1968 en 1971 staan advertenties van “De Silveren Kanderlaer” met huisnummer 19 (en in 1971 tevens 23). Mogelijk betreft het de zaak van H.W.J.M. van Delden, die zilversmid is. Hij adverteert in het Adresboek 1959 met “‘T Edel Ambacht” Edelsmid – Juwelier H. van Delden Jr.”.
Augustijnenstraat 23 Cinderella
Tot nu toe zijn er geen verdere berichten over Cinderella gevonden. Wel komt de dameskapsalon nog voor in de Adresboeken van 1966 en 1968.
Vervolg
Augustijnenstraat 19-23 in juli 2019, met op dat moment Ravaro Fashion en VyNails (Google Streetview)
Het is mij nog niet bekend hoe lang deze winkels hier uiteindelijk zullen zitten.
In 1969 vindt doorbraak van de 2 winkelruimtes plaats, althans volgens bouwtekening D12.472790.
Bijlage Adressen
Naam
Omschrijving
Adres
Jaar
Toelichting
Het Handwerkhuis
Augustijnenstraat 19
De Gelderlander 16/11/1956
Speciale aanbieding Japonnen in grote maten
E.H. Theunissen
mw.
Augustijnenstraat 21
1959
H. van Delden
winkelier
Augustijnenstraat 21
1959
H.W.J.M. van Delden
zilversmid
Augustijnenstraat 21
1959
in advertentie 1959: “‘T Edel Ambacht” Edelsmid – Juwelier H. van Delden Jr.
Augustijnenstraat 11-17, oorspronkelijk Apotheek Moeys, juli 2019 (Google Streetview)
In oktober 1953 heropent de bekende apotheek E.G. Moeys haar bedrijf aan de Augustijnenstraat. De apotheek op de Grote Markt, waar sinds 1833 was gevestigd, was tijdens de oorlog verloren gegaan. De architecten van het nieuwe pand zijn F.J. Cousin en Ir. Van Gendt, waarbij de aannemer Moolenaar’s Aan. Bedrijf te Nijmegen was (De Gelderlander 27/10/1953)E.G. Moeys zelf was in april 1944 overleden.
Moeys op Augustijnenstraat 17
Heropening Moeys Augustijnenstraat 17 (De Gelderlander 24/10/1953)
Het Nijmeegsch Dagblad schrijft over deze opening:
“Apotheek Moeys in een nieuw pand
Apothekers zijn stille werkers. Zonder enig gerucht is de apotheek E.G. Moeys N.V. Zaterdagavond aan de Grotestraat voorgoed op slot gedaan en Maandagmorgen om acht uur werd, alsof er niets bijzonders was gebeurd, het werk voortgezet aan de Augustijnenstraa 15. Grote hoeveelheden flesjes en voorraden medicamenten zijn tijdens het weekend overgebracht en gisteren kon men de recepten weer op de normale wijze klaarmaken.
Apotheek Moeys kan gerekend worden tot de oudste van de stad. In Maart 1833 werd de zaak op de Grote Markt gevestigd en tot 1944 heeft men er ongestoord gewerkt. Bij het bombardement in Februari werd het pand vrij ernstig beschadigd, doch kon worden hersteld. In de Septemberdagen viel het echter ten prooi aan de vlammen; het jaar daarop werd de dienst in een oud huis aan de Grotestraat hervat.
De grote en radicale verhuizing is evenwel niet geheim gebleven. Vele bloemstukken sierden de moderne winkelruimte. Wat de inrichitng betreft men heeft er de ruimte gekregen. De assistenten en voor de wachtenden staat er een brede bank.
Wat is voor een apotheker belangrijker dan een overzichtelijk geheel. Ook hierover heeft men geen klagen, noch in de winkel, noch in de spoelkeuken, het laboratorium en de voorraadkasten. Voor de nachtdienst is er voorts een grote kamer beschikbaar.” (Nijmeegsch dagblad, 27/10/1953)
Moeys op de Grote Markt
Een gedeelte van de zuidzijde van de Grote Markt, met v.l.n.r. de sigarenzaak van J. van Steensel; de Passage van Vroom en Dreesmann (met de 3 bogen); de apotheek / drogisterij van E.G. Moeijs, en de schoenenzaak van de Gebroeders Raemakers. Rechts de hoek met de Scheidemakersgas. Links de hoek met de Broerstraat, 1939 (Ir. J.G. Deur via F14009 RAN CCBYSA)
Over 2 generaties Apotheek Moeys en een blikje salmiakpastillen
Uit nieuwsgierigheid wat er over een blikje met het opschrift “Apotheek Moeys” (https://www.noviomagus.nl/Varia/Email/Moeys.htm) en “Salmiakpastillen” te vinden was, is dit onderzoekje begonnen. Uitsluitsel over de pastilles is niet gevonden, wel de nodige informatie over 2 generaties apotheek Moeys.
Gosuinus Philippus Guilielmus Moeys
Gosuinus Philippus Guilielmus Moeys of Moeijs (waarbij tevens zijn voornamen regelmatig op een andere wijze worden geschreven) komt in het Bevolkingsregister van 1850 voor als Gosuinus Philippus Wilhelmus Moeijs. Hij is in 1847 geboren. Hij woont dan in Hees, Wijk E, Nr. 57 2 (later vervangen door 78), Dorpstraat.
De vader van Moeys is in 1806 geboren in België en is gepensioneerd (“Gepens.”). Zijn moeder Dorothea Petronella Johanna van Heijst is in 1814 geboren in Waalwijk. Tussen 1850 en 1860 zullen zij verhuizen naar Wijk B 124, Achter den Hessenberg.
Zijn vader komt op 22 mei 1860 te overlijden. Na het overlijden verhuizen Moeijs en zijn moeder naar Wijk E, 78, deel 1, bl 105 id, dus waarschijnlijk naar hun laatste adres.
In het Bevolkingsregister 1860 komt hij voor als: Wijk E, deel 2, Heessche Kerkstraat Nr. 78 …. (onleesbaar). Opvallend daarbij is dat staat hij op 31 maart 1847 geboren. Op 21 januari 1868 vertrekt hij naar Amsterdam. In 1869 behaalt hij zijn kandidaatsexamen tot apotheker. Op 10 mei 1869 komt hij weer naar Nijmegen. Zijn beroep is dan ‘Apothecar’.
Grote Markt 6
Vlak daarna lijkt hij verhuisd te zijn naar Groote Markt, Wijk B nr. 6 om bij Barthelemi de Blaauw (`S Gravenhage, 24/9/1824, apothecar) in te gaan wonen. Zijn beroep is dan Apotheekbediende. (Waarbij nu geboortedatum 3 maart staat). Op dit adres zal Moeijs en later zijn zoon Emile jarenlang hun apotheek hebben.
De geschiedenis van het pand Grote Markt 6, “Het Huis met den Bril” staat weergegeven in De Gelderlander 9/2/1908, waarbij Blaauw “tal van jaren deze apotheek had bewoond”. Hij blijkt niet de eerste apotheker te zijn, rond 1828 is er sprake van de apotheker D. Pas.
Vestiging als apotheker
Ook in het militieregister van 1867 komt Moeijs voor als Apothekersbediende. In het Bevolkingsregister van 1870 staat hij vermeld als Apothecar. Op 27 juni 1870 vertrekt hij naar Helder (tegenwoordig Den Helder).
Om vervolgens op het oude adres Heessche Kerkstraat Nr. 78 op 30 september 1872 weer tijdelijk terug te keren. Op 14 oktober 1872 vertrekt hij tijdelijk naar Haarlem om op 28 juli 1873 op dit adres weer terug te keren. Vervolgens zal hij weer verhuizen naar Groote Markt 6. Op 11 april 1877 trouwt hij met Wilhelmina Louisa Krol (’s Hertogenbosch, 6 oktober 1851 (hier staat oorspronkelijk 1849, wat op een later tijdstip veranderd is). Zijn moeder woont dan tevens op dit adres, op een later tijdstip is Moeijs als ‘hoofd’ aangemerkt in plaats van de moeder.
Zijn zoon Henri George Louis wordt op 6-6-1878 geboren.
Op 22 maart 1878 krijgt hij een vergunning tot het verbouwen van zijn huis aan de Markt, wijk B nr. 6.
In het Bevolkingsregister van 1880 komt hij voor als Apothecair, Groote Markt Wijk B nr (moeilijk leesbaar, waarschijnlijk 33); Op een later tijdstip is bij opmerkingen ‘No 5’ geschreven. Zijn zoon Emile Gustaf wordt geboren op 16-8-1880.
In het Bevolkingsregister van 1890 staat Moeys op het adres aanvankelijk Markt Wijk B no 5; dit is op een later tijdstip veranderd naar Groote Markt 6. Zijn oudste zoon Henri George Louis vertrekt op 17-10-1898 naar Utrecht. In 1915 blijkt Henri in ieder geval weer in Nijmegen te wonen; hij is dan arts. De moeder van Moeijs overlijdt op 2-3-1900.
“Ik bezocht dezer dagen de herbouwde apotheek van Collega Moeijs in mijne woonplaats en verklaar gaarne dat ik met genoegen waarnam, hoe alles naar de eischen des tijds is ingericht. De ruimte is niet groot maar van alles is voor eene goede organisatie partij getrokken. Voor eene goede bewaring der geneesmiddelen, een der eerste vereischten in eene apotheek, is de meeste zorg gedragen. Aanbeveling verdient vooral eene hermetisch gesloten kalkkast onder de werktafel, van deuren die met zink bekleed zijn en doorboorde ijzeren platen voorzien, om geneesmiddelen, die voor vochtig worden vatbaar zijn, droog te houden of te drogen.
Deze apotheek kan werkelijk als model dienen voor de nieuwe apotheken, met welker levering Collega M. zich belast.” (Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 27, 1890-1891, no 5, 31-05-1890)
Zijn zoon Emile Gustaaf, geboren 16 augustus 1880, vertrekt op 5 oktober 1900 naar Utrecht. Daarbij is opvallend dat zijn Kerkgenootschap op een later tijdstip gewijzigd is van RK naar ‘geene’.
Op 16/2/1899 koopt Moeijs “Een heerenhuis met erf met tuin aan de Franckenstraat hoek Regentessestraat”, Sectie B nr 2589, zijn nieuwe woning: Regentessestraat 2.
Op 1 mei 1914 koopt Moeys een huis met erf aan de Scheidemakersgas (nummers 52,54 en 56, Wijk C 1609
In het Bevolkingsregister 1910 is bij Wilhelmina Krol het kerkgenootschap ‘N.H.’ vervangen door ‘geen’. Op een later tijdstip is de geboortedatum gewijzigd van 1851 naar 1849. Moeijs en zijn vrouw zijn dan de enigen die wonen op de Regentessestraat.
Henri George Louis komt op 10-12-1910 terug uit Utrecht en is dan arts. Hij vestigt zich op Paulstraat 12, later vervangen door van Welderenstraat 95 (op 1/1 21 vervangen?). Hij trouwt op 14-4-1913 met Cornelie Marie Blume (geboren 6-1-1886 te Tegal). Op 20-1- 1914 wordt hun zoon Pierre Henri geboren. En op 20-10-1918 wordt Emile Jan geboren. Aangezien de focus op de apotheek ligt, zal hij niet langer worden gevolgd.
Tot zijn overlijden heeft hij een vorm van bedrijf/praktijk op de Franckenstraat aangehouden en daarbij zijn groothandel/inrichting van apotheken. Zo zijn er tot in ieder geval 12-12-1930 (de laatste door mij (RE) gevonden) aankondigingen openingstijden van de apotheek Firma G PH G Moeys op de Mr. Franckenstraat 11.
Hij laat bij zijn overlijden 3 panden na:
Taxatie
Huis met erf
Franckenstraat
Sectie B nr 2589
10000
Huis met erf
Groote Markt
Wijk C nr 1637
8000
Pakhuis met erf
Scheidemakersgas
Sectie C 1609
4000
De Franckenstraat is hetzelfde pand als de Regentessestraat.
Op 18/12/1915 komen Wilhelmina Louise Krol, Henri George Louis Moeijs en Emile Gustaaf Moeijs overeen dat Wilhelmina de onroerende goederen verkrijgt, waarbij ze haar zonen elk 7333,33 (elk 1/3 van de waarde van de panden) heeft uitgekeerd. Wilhelmina benoemt dezelfde dag Emile Gustaaf tot haar enig erfgenaam van alle onroerende goederen, indien hij daarbij de waarde van de onroerende goederen zal inbrengen.
De praktijk
Afgaande op (kranten) berichten, vergunningen en advertenties, lijkt de praktijk van Moeys te bestaan uit:
De apotheek zelf
Een groothandel/ bedrijf voor inrichting van apotheken
Een werkplaats
Andere activiteiten
Moeijs adverteert regelmatig in kranten als het PGNC en daarnaast in het vakblad Pharmaceutisch Weekblad. Een andere bron voor zijn praktijk is de ‘Receptentaxe’. Hoewel niet naar volledigheid is getracht -en advertenties waarschijnlijk sowieso geen volledig beeld zullen geven, geven dergelijke bronnen wel een indruk waaruit de praktijk in ieder geval bestond.
In de Bijlage praktijk van Moeijs staan de gevonden activiteiten weergegeven, veelal in vorm van advertenties.
Ivorine
In 1889 ontwikkelt Moeys zijn eigen merk Ivorine: tandpoeder, tandpasta en mondwater:
Wanneer het aantal advertenties een indicatie zijn voor de voornaamste activiteiten, dan lijkt ‘Ivorine’ zijn voornaamste ‘eigen’ product te zijn geweest. De Laatste die ik (RE) gevonden heb in vrijwel onveranderde advertentie is van PGNC 24/6/1915; in deze periode zijn -afgaande op het zoeken op ‘Ivorine’ in het Regionaal Archief- ongeveer 100 advertenties in het PGNC verschenen.
Ivorine werd, gezien gepubliceerde advertenties op meerdere plaatsen in Nederland verkocht. Onder andere: Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 27-08-1890,Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant, 28-03-1891, De Maasbode, 24-03-189, Arnhemsche courant, 20-07-1891
Bovendien wint Ivorine een gouden medaille op de wereldtentoonstelling in Chicago in 1894 (De Gelderlander 24/1/1894).
Overige activiteiten
Buiten zijn praktijk, heeft Moeijs tevens een bureau voor “Chemisch en Microscopisch Onderzoek”. Afgaande op krantenberichten, wordt hij in ieder geval gevraagd voor de beoordeling van drinkwater en melk. (PGNC 10-9-1892, PGNC 21-11-1899)
Daarnaast is Moeys vanaf de oprichting in 1902 tot 14-8-1913 bestuurslid van vereniging “het Groene Kruis”. Zijn zoon Henri volgt hem daarbij op. (PGNC, 9-4-1913)
Emile Gustaaf Moeijs
(Geboren op 16 augustus 1880 te Nijmegen, Overleden op 4 april 1944 te Nijmegen)
Emile Gustaaf is op 9-7-1904 teruggekeerd uit Utrecht en gaat wonen op de Groote Markt 6, zijn beroep is dan ‘Apotheker’. Zoals hierboven weergegeven, lijkt Emile Gustaaf in 1904 (of daaromtrent) de apotheek te hebben overgenomen, of in ieder geval is hij vanaf dat moment betrokken.
Hij is op 6-9-1904 getrouwd met Margaretha Petronella la Verge (geboren 14-8-1881 te Schiedam). Op 20-11-1909 krijgen zij een zoon, vernoemd naar de grootvader: Gosuinius Philippus Guilhelmus. Gosiunus zal tevens apotheker worden te Rotterdam. Hij zal echter al op 29-jarige leeftijd (28-12-1938) komen te overlijden (PGNC 29-12-1938). Op 29-9-1916 wordt de tweeling Wilhelmina Louisa en Sophia Margaretha geboren.
Op 27-10-1905 krijgt Moeijs vergunning tot een plaatsen van een benzinemotor voor het drijven van een zaagmachine, in perceel Scheidemakersgas No. 41a, kadastraal bekend Nijmegen, sectie C, No. 4450 (De Gelderlander 28/10/1905).
In het boek ‘Homeopathie in de praktijk’ uit 1905 staat E.G. Moeijs als apotheek in Nijmegen, welke (ook) homeopathische geneesmiddelen verkoopt. Ook in de gevonden boeken van 1917, 1921 en 1924 staat een dergelijke vermelding. Daarbij verkoopt hij ook ‘Ivorine tandmiddelen’.
In 1908 laat de firma E.G. Moeys & Co. een 7PK. Electromotor plaatsen door de firma L.A. Moll, installatie-bureau voor Siemens & Halske (Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant, 10-04-1908)
6-4-1909 krijgt Emile Gustaaf vergunning tot uitbreiding van “zijne inrichting voor houtbewerking in het perceel aan de Scheidemakersgas No. 41a, kadastraal bekend Nijmegen, sectie C No. 4450, door het plaatsen van een electro-motor (PGNC, 11-4-1909)
In de Personalia van het Pharmaceutisch Weekblad komt Emile een aantal keren voor:
Inschrijving als apotheek-houdend geneeskundige, Groote Markt 6 (no 8, 22-2-1913)
Ingeschreven als apotheker: E.G. Moeys, fa. G. PH. G. Moeys, Franckenstraat 11 (no 46, 11-11-1916)
Afgevoerd als apotheker: E.G. Moeys, fa. G. PH. G. Moeys, Franckenstraat 11 (verandering van provisor): dus waarschijnlijk was de inschrijving van Emile van 1916 die van provisor, oftewel als beheerder van een apotheek (no 22, 01-06-1918)
In 1913 tekent Emile Gustaaf, dan apotheker, samen met Herman de Vrij, apothekersassistent, een overeenkomst dat laatstgenoemde gaat werken voor Naamloze Vennootschap Chemicaliënhandel G.D. de Vos & Co te Soerabaja. Emile Gustaaf heeft daarbij mondeling verklaard lasthebber van deze firma te zijn (in 1915 wordt de functie van Moeijs schriftelijk bekrachtigd).
Juni 1914 (PGNC 24-6-1914) vraagt Emiel Gustaaf een vergunning aan voor de oprichting van “eene door elektriciteit gedreven inrichting tot het bereiden van pharmaceutische preparaten en het bewerken van hout, in het perceel aan de Scheidemakersgas No. 54, kadastraal bekend Nijmegen, Sectie C, No. 1609.” Deze vergunning krijgt hij in augustus (PGCN, 8-8-1914)
In een adressenlijst van 1916 blijkt het pand aan de Scheidemakersgas nummers 52 t/m 56 dienst te doen als “fabriek” van de Firma E.G. Moeys & Co met als producten: “pharm. praep en tabletten”. Het “kantoor” is gevestigd op Markt 6 (Chemisch weekblad. Orgaan van de nederlandsche chemische vereeniqinq No. 43. 2 October 1916. 13e Jrg)
Aantal gevonden advertenties
Krant/datum
Wat
PGNC 8/4/1922
Nestlé’s Yoghurtine Pastilles
spijsvertering
PGNC, 25-04-1908
Citronal Pillen
Jicht, podagra, rheumatiek, suikerziekte, zwaalijvigheid, gal- en nierstenen
PGNC, 12-08-1922
Hebe Essence
Bereidt zelf limonade en likeur
Wilhelmina Krol en erfenis
Op 17-12-1923 sluit Wilhelmina Krol met de Weduwenbeurs der Classis van Nijmegen een lening met hypotheek van 9000 gulden af.
Op 2-1-1930 stelt Wilhelmina Krol haarzelf op eigen verzoek onder curatele. Op 27/3/1930 vindt een beschrijving van het bezit van Wilhelmina Krol plaats. De 3 panden zijn nog haar eigendom. Haar enige schuld is de 9000 gulden aan de Weduwenbeurs. Daarnaast bezit ze nog de nodige waardepapieren.
Op 17/3/1931 koopt Emile Gustaaf het pand aan de Scheidemakersgas nr’s 52a, 54 en 56 voor 12.000 gulden van Wilhelmina Krol. Emile Gustaaf woont dan zelf op de Reestraat 23.
Hoewel de acte ontbreekt, vindt op 11/4/1931 royement plaats van de lening van de Weduwenbeurs.
Emile Gustaaf zal het pand aan de Scheidemakersgas verkopen aan Vroom en Dreesmann voor 19.000 gulden.
In 1931 vraagt Moeys tevens vergunning aan voor “een inrichting voor het bereiden van tablet artikelen”, Adres: Grote Markt 6 en Scheidemakersgas 74. Het laatste adres is de achterkant van het pand Grote Markt 6.
Wilhelmina Krol zal zelf nog een lening van 13.000 gulden laten verstrekken aan Johannes Gerhardus Langenhof.
Wilhelmina Krol overlijdt op 28-10-1931.
Aangezien Emile Gustaaf heeft besloten geen gebruik te maken van de mogelijkheid het onroerend goed over te nemen tegen inbreng van de waarde daarvan, besluiten de broers het pand Regentessestraat 2 te veilen (acte van 14-1-1932). Voorwaarde daarbij is, dat er de eerste 50 jaar geen apotheek op dit wordt gevestigd. Gezien de bepaling dat de kamer die als apotheek in gebruik is op 1 maart zal worden overgedragen, blijkt dat het pand tot deze tijd als apotheek in gebruik is gebleven.
De aannemer Hermanus Wilhelmus Delgeyer zal het pand namens Henricus Johannes Josephus van de Herd, ‘particulier’, Hobbemastraat 27, kopen voor 12.050 gulden (acte van 17-3-1932).
Op 24-3-1932 gaan de broers over op de verdeling van de erfenis, die naast Groote Markt 6 ter waarde van 22.000 gulden 36.000 gulden aan leningen en waardepapieren betreft. Emile Gustaaf krijgt daarbij de Groote Markt 6. De aandelen in de Coöperatieve Apothekers Vereeniging De Onderlinge Pharmaceutische Groothandel laten ze daarbij onverdeeld.
Het Regionaal Archief heeft een foto van Apotheek Moeys rond 1935: “1935-1938, Gevels zuidzijde: van links naar rechts de Passage, de dameshandwerkwinkel van E. van Buren, Apotheek Moeys en de Schoenhandel van de Gebr. Raemakers” (Bron: Regionaal Archief Nijmegen) https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=6-1&index=0&imgid=13941865&id=219256
Scheiding, trouwen en overlijden
Op 12-4-1937 (uitspraak rechtbank 25-3) scheiden Margarethe la Verge en Emile Moeys. Op 1-5-1937 trouwt Emile met Elisabeth van Santen, 35 jaar en apothekers-assistente.
In/rond september 1937 wordt de handelsnaam E.G. Moeys & Co. gewijzigd in de N.V. Apotheek E.G. Moeys (No 1342).
Op 1-7-1941 verschijnen 2 opvallende berichten in de Gelderlander: het bericht dat op 26-6-1941 Emile Gustaaf Moeys, wonend op Grote Markt 6 failliet is verklaard. Daaronder heeft de N.V. Apotheek E.G. Moeys een bericht laten plaatsen dat dit faillissement niets te maken heeft met de N.V. Apotheek E.G. Moeys, en dat deze apotheek haar bedrijf op gewone wijze voortzet in de Grote Markt no. 6 (De Gelderlander 1-7-1941). In de PGNC 18/11/1942 staat vervolgens het bericht dat het faillissement is geëindigd.
Emile Gustaaf overlijdt op 2-4-1944 te Nijmegen
Vervolg
In 1944 wordt het pand Grote Markt verwoest, zie reactie 3:
“Reactie 3: Rob Essers, 06-04-2017: De apotheek is niet bij het bombardement, maar bij de bevrijding van Nijmegen in september 1944 verwoest. Op archieffoto RAN F65459 is te zien dat de panden Groote Markt 1 t/m 8 nog onbeschadigd zijn. De apotheek van E.G. Moeijs lag naast de schoenwinkel van de Gebr. Raemaekers (Groote Markt 7, op de hoek van de Scheidemakersgas); zie ook foto GN11080.”
Na de verwoesting van Grote Markt 6 in 1944 is de apotheek ‘tijdelijk’ in Grotestraat 17 gaan zitten.
In de Gelderlander van 11/12/1947 wordt een apothekersassistente gezocht voor Apotheek E.G. Moeys, Grotestraat 17. In het adresboek van 1948 en 1951 staat dat Elisabeth van Santen woont in de Grotestraat 17.
Vanaf 26-10-1953 is de apotheek verhuisd naar Augustijnenstraat 17 (De Gelderlander 26/10/1953)
Daarbij woont volgens het adresboek van 1955 Elisabeth van Santen op nummer 15. Daarbij is P. Rentmeester meeverhuisd: deze woonde volgens het adresboek van 1951 tevens in de Grotestraat 17 en in het adresboek van 1955 eveneens op nummer 15 (de derde bewoner en eerst voorkomende in 1955 is J. Hellenthal).
In het adresboek van 1959 is de apotheek gevestigd op nummer 17. Elisabeth woont op nummer 11 (en op 13 T.W. Enzerink, wed. B. Hellenthal en op 15 J. Hellenthal), hoewel ook nummer 15 gevonden wordt voor dat jaar.
Ook in het Nuha-Adresboek 1968 is het adres van de N.V. E.G. Moeys Augustijnenstraat 17. Bij het adresboek van 1971 staat nog steeds deze N.V., maar nu tevens met F.J. Beynon, Apotheker.
Ook in een personeelsadvertentie voor Apothekersassistente van 4-4-1969 staat bij deze N.V. F.J. Beinon.
F.J. Beynon
De eerste gevonden vermelding van F.J. Beynon is in 1954: voor een opleiding tot Apothker-assistente kan men zich onder andere aanmelden bij F.J. Beynon, Augustijnenstraat 17 (De Gelderlander 7/8/1954)
In het Adresboek van 1959 komt hij voor als Apotheker en woont op Timorstraat 10. Idem in 1963 en 1966. Ook in 1966 is er in het Adresboek een vermelding van Beynon bij Apotheek Moeys(N.V. Moeys F.J. Beynon, Augustijnenstraat 17). Waarschijnlijk blijft hij in de Timorstraat wonen, want ook het Adresboek van 1968 vermeldt dit adres; in 1971 komt hij voor op Grootstalselaan 66.
Tot slot
Een aantal vragen heb ik (RE) nog niet kunnen beantwoorden:
Wie maakte er deel uit van “E.G. Moeys en Co.”? Of was de “Co.” slechts een betekenisloze toevoeging?
Waarom is de N.V. Moeys in 1941 niet failliet gegaan; wie maakte daar onderdeel van uit? En waarom is Emile wel als persoon failliet gegaan en de N.V. niet? Waarschijnlijk heeft Elisabeth van Santen de apotheek na de dood van Moeys voort kunnen zetten?
En waar het allemaal mee begon: maakte Moeys zelf salmiakpastilles of was het doosje bedoeld om losse salmiakpastilles in te scheppen?
Juli 2019, met op dat moment You Mobile op Augustijnenstraat 40 (Google Streetview)
In 1954 ontwerpt architect Treur de herbouw van slijterij Cooymans. Zijn zaak aan de Stikke Hezelstraat was bij het bombardement van februari 1944 verwoest. Ook zijn nieuwe winkel aan de Burchtstraat ging tijdens de oorlog verloren.
Herbouw van een winkel met bovenwoning aan de Augustijnenstraat te Nijmegen voor mevr. M. Cooymans- van Osch te Nijmegen, getekend J. Rootinck (?), bur arch G.B. Treur, 8-3-1954 (D12.415314)
In 1954 ontwerpt architect Treur de herbouw van slijterij Cooymans. Daarbij is opvallend dat de opdrachtgever zijn vrouw, M Cooymans- van Osch, is. Links is de winkel gepland, rechts van de ingang een kantoor. Het achterste gedeelte, ongeveer 1/3 van de oppervlakte is gepland als magazijn (D12.415313).
J. Cooymans heropent op 1 maart 1955 zijn slijterij – wijn – en gedistilleerdhandel- in de Augustijnenstraat. Zijn winkel in de Stikke Hezelstraat was tijdens het bombardement van februari 1944 verwoest. Daarna, “een jaar later bij de bevrijding vernielde het oorlogsgeweld zijn zaak op de Burchtstraat” (De Gelderlander 2/3/1955). Daarna had hij bij de firma Hilckmann ingewinkeld, wat zo gastvrij ging, dat er van Hil-co werd gesproken. Om vervolgens zijn noodwinkel te hebben op Wintersoord. Een foto van deze noodwinkel is te vinden op GN6660
In maart 1955 opent hij zijn “fraaie, hypermoderne, maar gezellige zaak in de Augustijnenstraat”. De zaak is gebouwd door architect Treur en het aannemersbedrijf Gebr’s Dekkers. De mahoniehouten betimmering was aangebracht door de meubelfabriek Linders.
In het laatst gevonden Adresboek 1971 is op de Augustijnenstraat 1971 nog steeds slijterij Oporto.
De Gelderlander 6/10/1955
1937 Stikke Hezelstraat
Het 4e pand met het uithangbord “Slijterij” is Oporto: Blik op de hoek Augustijnenstraat Stikke Hezelstraat met nog net zichtbaar de Augustinuskerk; op de hoek drukkerij en binderij Richelle en slijterij Oporto. De foto lijkt genomen op een zondagmorgen voor aanvang van de mis in de kerk, 9/1941 (GN11038 RAN)
In 1937 had J. Cooymans zijn wijnhandel en slijterij “Oporto” geopend aan de Stikke Hezelstraat 11:
“…eigenaar de heer J. Cooymans, een naam die al reeds van oudsher een goeden klank heeft. De bekende goede vooraanstaande merken, Hulskamp, Lucas Bols, Wijnand Fockinck, J.G. Cooymans en Zoon en ook de buitenlandsche merken, we vinden ze allen in de donkerrood mahoniehouten gebeitste kasten en de met smaak gevulde etalage.
De firma “Oporto” vestigt er speciaal de aandacht op dat alle gedestilleerd, óók per maatje, verkrijgbaar is. In minerale wateren zagen wij ook verschillende fabrikaten van naam.
De betimmering van het interieur werd uitgevoerd door de firma Sipman te Arnhem, terwijl het Electro-technisch Bureau Geertsen, Stikke Hezelstraat 11, voor de verlichtingsinstallatie zorg droeg.
Wij verwijzen nog naar de advertentie van gisteravond, waarin “Oporto” ter kennismaking voor iedere kooper een verrassing heeft”. (PGNC 18/11/1937)
Advertentie Oporto (PGNC 23/12/1937)
J.W.A. Cooymans
Het krantenartikel bij de opening van 1937 noemt J. Cooymans “een naam die al reeds van oudsher een goeden klank heeft”. Hij blijkt familie te zijn van de bekende, van oorsprong Bossche distilleerderij familie Cooijmans.
Hoewel de kaart van het Bevolkingsregister nog niet is gevonden, betreft het vrijwel zeker Jan Willem Antoon Cooijmans/ Cooymans.
Uit het dienstbodenregister blijkt een Jan Willem Antoon geboren te zijn op 16 februari 1900. Vervolgens is de geboorteacte van deze J.W.A. gevonden (acte no 163). Hij is daarbij geboren als tweeling met Willem Jan Marie (actie no 162). Zijn vader is Gerardus Johannes Alphonsus Maria Cooymans, dan 36 jaar en “likeurstoker”. Zijn moeder is Antoinetta Bernardina Josephina Bergé. De woning is op de Postelstraat.
Hij trouwt op 28-jarige leeftijd op 13-7-1928 met Mathilda Francisca Adriana van Osch (26 jaar). Hij is “reiziger”, beiden zijn geboren en afkomstig uit ’s Hertogenbosch. Bij het huwelijk is zijn vader inmiddels overleden en blijkt zijn moeder 60 jaar te zijn.
Waarschijnlijk vestigt J.W.A. Cooymans zich daarna in Oosterbeek (Molenweg 27a/29) tussen 25 en 31 juli 1928. Hij is dan afkomstig uit ’s-Hertogenbosch. Zijn beroep is vertegenwoordiger. Op 4-12-1937 vertrekt deze J.W.A. naar Nijmegen.
Behalve het openingsartikel, komt J.W.A. in de Adresboeken van 1938 en 1940 voor op de Stikke Hezelstraat 11 als “vertegenwoordiger”.
In de gevonden adresboeken 1948, 1951 en 1955 woont J.W.A. op Groesbeekseweg 318 met als beroep “slijter”. In 1966 Jan Willem Passtraat 117. In 1968 Van Schaeck Mathonsingel 71; uit het Adresboek 1971 blijkt “Cooijmans, geb v Osch MFA” op de vSMathonstr 71 te wonen. “MFA” zijn de initialen van zijn vrouw Mathilda van Osch.
Cooymans, “een naam die al reeds van oudsher een goeden klank heeft”
De naam Cooymans is dat van de bekende distilleerderij Cooymans.
J.W.A. is geboren op de Postelstraat in ‘s-Hertogenbosch. Dit is de straat waar voorvader Johannes Gerardus rond 1825 zijn bakkerij was begonnen. In 1900 staat J.G. Cooymans & Zoon nog in deze straat (het is mij onbekend of dit een en dezelfde was). Vanwege de behoefte aan uitbreiding wordt de fabriek in 1903 naar de Koninginnelaan verplaatst. De winkel verhuist naar de Schapenmarkt. Op het moment dat J.W.A. geboren wordt leiden 3 broers het bedrijf: in 1895 heeft zn opa Adrianus zijn vader Gerardus gevraagd om de fabriek te helpen leiden; 3 jaar later komen daar de broers François en Hubert bij. In 1893 stapt Hubert vanwege de moeizame samenwerking in 1903 uit het bedrijf en begint voor zichzelf. Dit bedrijf loopt zo goed, dat de twee andere broers zich niet zelfstandig kunnen handhaven. In 1910 worden de 2 bedrijven samengevoegd, waarbij Hubert de enige eigenaar is. De twee broers komen in dienst als vertegenwoordiger.
(Bron: Bossche Encyclopedie Cooijmans drankfabriek, en tevens mooi artikel over deze fabriek)
Het is mij onbekend of J.W.A. “vertegenwoordiger” was voor Cooymans en of de slijterij nog verband hield met de fabriek Cooymans.
1953 Huidig Augustijnenstraat 33-35a (oud: Augustijnenstraat 33-34) Centrum
Augustijnenstraat 33 en 34 cafetaria Apendans en Drogisterij Gouden Hert (F86347 RAN)
In oktober 1953 opent mej. R. Donders de drogisterij het “Gouden Hert” op de Augustijnenstraat. Zij was assistentie bij de apotheker Plet op de Stikke Hezelstraat, totdat deze tijdens het bombardement van februari 1944 werd verwoest. Zij geeft architect van der Kloot opdracht tot het bouwen twee winkelhuizen met bovenwoningen aan de Augustijnenstraat. De rechter winkel zal ze zelf betrekken, de andere winkel zal het bekende cafetaria de Apendans worden.
Plan voor twee Winkelhuizen met Bovenwoningen aan de Augstijnenstraat te Nijmegen, “Accoord” stempels van 12-1951, datum dossier 2-12-1952 (D12.413170)
De Apendans
De Apendans, Foto 1955-1963 Augstijenstraat 33 (Foto Grijpijnk via F39495 RAN CCBYSA)
Het eerste bedrijf dat opengaat is “De Apendans” op de Augustijnenstraat 33. Op 17 juli 1953 openen de firmanenten G. van Leeuwen en A. Hamer hier hun cafetaria. Een paar dagen daarvoor heeft A.Hamer de sluiting van zijn cafetaria aan de Daalseweg 58 aangekondigd (De Gelderlander 13/7/1953).
Advertentie opening de Apendans (De Gelderlander 15/7/1953)
De Opening van Het Gouden Hert
Advertentie opening het Gouden Hert op de Augustijnenstraat 35 (Nijmeegsch dagblad 24/10/1953)
“Drogisterij ‘Het Gouden Hert’
Herrezen op Augustijnenstraat
Op de Augustijnenstraat hing gistermiddag de vlag uit en daar was wel reden toe. Alweer een herbouw was voltooid. Om drie uur ging de winkeldeur open van het nieuwe pand op no. 34, waarin de Drogisterij ‘Het Gouden Hert’ is gevestigd. De bezoekers, die de nieuwe zaak in ogenschouw kwamen nemen, werden verrast door de prettige entree en door de aanblik welke de drogisterij hun bood. ‘Het gouden hert’ mag een moderne drogisterij genoemd worden wat de inrichting betreft, de sfeer is evenwel zo ouderwetsch-gezellig als maar mogelijk is. En dit is van groot belang, temeer omdat het hier een meer dan een halve eeuw bestaande Nijmeegsche zaak betreft, die in het hart van de burgerij een plaats inneemt. Vroeger was het namelijk de apotheker van Pelt, die deze zaak dreef. Na zijn dood zette mej. R. Donders, apoth. ass., de zaak als drogisterij voort. Het bedrijf was gevestigd op de Stikke Hezelstraat, waar het bij de ramp van Februari 1944 in vlammen opging. Ook voor mej. Donders begon toen, evenals voor alle getroffenen, een zware tijd. Ze had been rust voordat ‘Het gouden hert’ weer op de rechte plaats zat, namelijk in het hartje van de stad. De Augustijnenstraat is er nu goed mee, met dit mooie winkelpand naast cafétaria ‘De Apendans’. Architect van der Kloot die de plannen ontwierp, de aannemers Gebr. Sutmuller, allen te Nijmegen, hebben eer van hun werk.” (De Gelderlander 28/10/1953)
Augustijnen 39-41 in juli 2019 (Google Streetview)
Architect B.J. Meerman ontwerpt in 1951 het pand voor Herman Geertsen op de Augustijnenstraat. Een mooie foto uit 1954 is te vinden bij het RAN: F12337
“Herman Geertsen op de Augustijnenstraat
Wethouder Duives heeft gistemorgen namens het gemeentebestuur de opening verricht van de nieuwe zaak van de heer Herman Geertsen aan de Augustijnenstraat. Wethouder Duives, in het bijzonder belast met de Wederopbouw, verricht een dergelijke handeling graag, want, zoals hij ons later vertelde, iedere opening van een nieuwe zaak brengt ons dichter bij het doel: de aan-eensluiting van de nieuwe binnenstad. Als we het zo kunnen volhouden, dan staat de binnenstad er over 3 jaar, is de mening van Wethouder Duives en eerst dan zal het grote doel bereikt zijn.
Het derde pand, met openstaande deur, is dat van Geertsen: Links de Augustijnenstraat en rechts de Stikke Hezelstraat , met op de hoek de Drukkerij en Boekbinderij Richelle en rechts daarvan o.a. de panden van Herman Geertsen en de Slijterij Oporto ; geheel links de Augustinuskerk, 1/9/1941 (F34009 RAN)
Op 22 Februari 1944 ging ook de zaak van de heer Geertsen ten onder en ook hij moest een lange lijdensweg afleggen voor eindelijk de definitieve bestemming werd gevonden. Eerst inwinkelen, zoals dat heet en daarna onderdak in het bouwvallige en door vele palen gestutte pand aan de Stikke Hezelstraat. En nu in een bijzonder fraai pand, 10 meter lang en 10 meter diep. Een ongekende weelde, na het zoveel jaren te hebben moeten stellen met een bouwvallige keet, waarin het bovendien niet zonder gevaren was.
Een dag van grote voldoening ook, daar de zaak van de heer Geertsen 25 jaar bestaat. In de 2 ruime etages en in de grot, in lichte kleuren gehouden winkelruimte, heeft de heer Geertsen nu volop de gelegenheid zijn artikelen te laten zien; het zijn er zeer vele op electrisch-, radio- en verlichtingsgebied. In de winkel is een demonstratie-keuken ingericht, zodat men de verschillende artikelen ook in werking kan zien. Er is ook een demonstratie-kast van neonbuizen. Voor de kleurbepaling heeft een dergelijke demonstratiekast grote waarde. Achter de winkel is een kantoor en een tekenkamer ingericht, alsmede een winkelmagazijn met verbinding aan de werkplaats. In de werkplaats dringt het daglicht op royale wijze binnen en ook wat dit betreft zal de heer Geertsen en zijn personeel de luxe niet kennen.
Architect B.J. Meerman ontwierp het plan voor dit fraaie en royale pand, dat hoewel 10 meter breed en 10 meter diep, geen enkele kolom heeft en de Gebrs. Smits, Aannemers van Bouw- en Betonwerken, gaven het plan van architect Meerman gestalte en wel zodanig, dat het pand een niet geringe aanwinst mag worden genoemd voor ons herrijzende stadscentrum!
Een felicitatie waard!” (De Gelderlander 24/12/1952)
Augustijnenstraat 34-41
Eigenaar: (Herm. Geertsen doorgehaald en vervolgens handgeschreven:) Laarman Radio-techn. Bureau Stikke Hezelstraat 4, Winkel-Werkplaats-Magazijn-Garage-Woning en Aparte Bovenwoning a/dd Augustijnenstraat, architect B.J. Meerman, mei 1951 (D12.413127)
Meerman tekent de bouwtekeningen mei 1951, waarna uitwerkingen volgen. Opvallend is dat op D12.413127 Geertsen is doorgehaald en vervangen door Laarman. Ook op de overige bouwtekeningen staat “Laarman”.
Links en rechts van de winkel zitten opgangen naar boven. De ingang van de winkel is in het midden, tussen 2 etalages. De winkel beslaat Het eerste gedeelte van de begane grond bestaat uit de winkel zelf. Daarachter bevinden zich het privé-kantoor en het kantoor van de boekhouders met rechts een doorgang. Het achterste gedeelte is niet geheel duidelijk: links is een magazijn gepland met daarop handgeschreven “kantoor”. Terwijl op de plaats van de werkplaats handgeschreven “kantoor” en “winkel” staat.
In de kelder bevindt zich onder andere het magazijn, de garage en een berging voor rijwielen, ladders en “buis”.
Gezicht op de noordzijde met v.l.n.r. Café Restaurant Royal (van A.A. Raafs, Plein 1944 nr. 128), Lunchroom annex Banketbakkerij Pleinzicht (van W.P.H.A. Cornelissen, nr. 135), Sigarenmagazijn H.W.R. Brans (nr. 136), Juwelier en Horloger A.J. Janssen (nr. 137) en P. Jacobs Textiel en Tricotage (nr. 140); in het midden de St. Stevenstoren, 1954 (GN8809 RAN)
Maart 1954 opent A.A. Raafs zijn nieuwe Café Restaurant “Royal” op Plein 1944. Zijn café voor de oorlog had vlakbij gestaan, op de hoek van de Bloemerstraat en Zeigelbaan, toen het bij het bombardement van februari 1944 werd verwoest. Net als een groot deel van de noordkant van Plein 1944 was het een ontwerp van architect Rodenburg.
In 1954 heeft Raafs nog geen buren (zie de foto hierboven). Een foto uit 1954 waar de bouw nog aan de gang is, is te vinden op F31939 RAN.
Bloemerstraat 126
Het café van Raafs stond op de hoek van de Zeigelbaan-Bloemerstraat toen het bij het bombardement van 22 februari 1944 werd verwoest. Het adres was Bloemerstraat 126.
De eerstgevonden melding van zijn vader P.F. (Petrus Franciscus) Raafs op Zeigelbaan 65 is in het Adresboek van 1903 als “”tapper”. In oktober 1905 vraagt hij een vergunning aan voor het schenken van sterke drank op Zeigelbaan No. 65. (PGNC 17/10/1905). Het is nog onduidelijk of dat dit hetzelfde adres is als de Bloemerstraat 126 of dat de Raaf in de loop der jaren is verhuisd.
Bij de overlijdensadvertentie van P.F. Raafs, overleden 6-11-1920 op 47-jarige leeftijd, is het adres Bloemerstraat 126 (De Gelderlander 6/11/1920).
Het eerst gevonden adres in Adresboeken tot nu toe van Raafs op Bloemerstraat 126 is die van 1922. Daarbij staat zijn moeder, Weduwe P.F. Raafs, geboren C.E. Gijsbers, op dit adres vermeld in de gevonden adresboeken van 1922 en 1926. Ook is de ondertekening van de nieuwjaarsgroet in De Gelderlander 31/12/1925 op haar naam.
Albertus Antonius Raafs
In 1928 neemt A.A. (Albertus Antonius, geboren op 14-8-1906) Raafs het café an de Bloemerstraat over (Nijmeegsch dagblad, 10/3/1954). Op 29-1-1931 vraagt hij vergunning aan voor het schenken van sterke drank in het klein voor zijn koffiehuis.
Vanaf het adresboek van 1932 staat hij als caféhouder. Tijdens het bombardement van 1944 werd het café verwoest. Aanvankelijk zet hij zijn café voort in de nabijheid van de Hezelpoort, totdat in augustus 1944 de mogelijkheid zich voordeed “een beter, hoewel zeker niet ideaal, pand te betrekken aan de Augustijnenstraat” (Nijmeegsch dagblad, 10/3/1954).
Café A.A. Raafs, op de hoek van de Augustijnenstraat, 1950 (F13376 RAN)
Onteigening en toewijzing Plein 1944
Bij de onteigening van het perceel aan de Bloemerstraat-Zeigelbaan in 1950 blijkt dat het perceel eigendom was van Raafs. Daarbij neemt hij de herbouwplicht van de N.V. Bierbrouwerij De Drie Hoefijzers te Breda over. Aangezien de onteigeningsvergoeding f4871 en de toewijzingsprijs f13.967 is, zal Raaf f9.096 moeten bijbetalen.
In ieder geval heeft Raafs eind 1946 -mogelijk eerder- zijn zaak verplaatst naar de hoek van Stikke Hezelstraat en Grote Markt. In november adverteert hij dat de zaal geopend is, waarvoor hij In De Gelderlander 30/8/1946 nog een goede piano en een grote kachel zocht. Een foto uit 1950 is te vinden op F13376.
Advertentie voor de vergaderzaal van A.A. Raafs (De Gelderlander 8/11/1946)
Dit gebouw zal echter gesloopt worden vanwege de uitvoering van de wederopbouwplannen. Aangezien Raafs al een toewijzing had voor Plein 1944, zal de verhuizing naar het hoekpand waarschijnlijk een tijdelijke noodverplaatsing zijn geweest.
In juli 1953 blijkt dat het ontwerp voor de herbouw kleiner is dan de omvang van het toegewezen perceel. Zelf was Raafs intussen met J.G.N. van Hout, die een herbouwclaim en bestedingsplicht die had vanwege de verwoeste opstallen aan de van Schaeck Mathonsingel, overeengekomen dat van Hout het café voor Raafs zou bouwen. Daarop wordt de grond gereserveerd voor van Hout. Daarnaast moet de gemeenteraad een besluit nemen wat er met de verkoop van de onderhavige grond moet gebeuren (De Gelderlander 21/7/1953).
Bij de opening café restaurant Royal
cafe restaurant Royal Plein 1944 nr 128; Gezicht op de Houtstraat , de St. Stevenskerk en de Augustijnenstraat vanaf Plein 1944 architect Rodenburg, foto 1956 (J.F.M Trum via F31801 RAN CCBYSA)
De Gelderlander in maart 1954:
“Café-restaurant Royal is sieraad voor Plein 1944: gistermiddag geopend
Het Plein 1944 is verrijkt met een belangrijk nieuw gebouw. Café Raafs, dat vroeger in deze omgeving was gevestigd totdat het door de ramp van 22 Februari ’44 werd vernield, is wedergekeerd in veel grotere luister. Café-Restaurant Royal is nu de naam en de doopplechtigheid vond gistermiddag plaats, onder enorme belangstelling. Geen tafeltje of er stond een fraai bloemstuk op te prijken; het grote restaurant beneden en de vergaderzalen boven waren geheel bezet met vrienden en relaties van de heer Raafs, die met zijn “Royal” de kroon mocht zetten op een even doortastend als voorzichtig voorbereidend werk, dat enkele jaren heeft geduurd.
Panden aan de noordzijde: v.l.n.r. Schoenenzaak Neoform (Plein 1944 nr. 119), Cafe Restaurant Royal (Plein 1944 nr. 128) , Hotel Cafe Lunchroom American (Plein 1944 nr. 129-131) en Lunchroom Pleinzicht (Plein 1944 nr. 135, 1958 (Foto Grijpink via F32460 RAN CCBYSA)
Wethouder Duives sprak namens het gemeentebestuur een woord van hartelijke gelukwens bij de opening. Hij besteedde niet alleen aandacht aan de belangrijkheid van deze dag voor de heer Raafs zelf, die in een café-restaurant de droom van zijn leven verwezenlijkt zag, maar de wethouder stond ook stil bij de mijpaal die deze zaak in de opbouw van Plein 1944 betekende. In enkele jaren is Plein 1944 uit de grond gestampt; het is nog geen drie jaar geleden dat het flatgebouw werd geopend en daarna verscheen de ene zaak naast de andere. Binnen zeer afzienbare tijd zal het Plein 1944 dan ook tot verheugenis van de gemeente Nijmegen zijn volgebouwd. De wethouder had bewondering voor de moed en het uithoudingsvermogen van de heer Raafs, een man die wist wat hij wilde. Daarom was het hem ook mogelijk geweest te bereiken wat hij wilde. De gemeente verheugt zich met het resultaat: een fraai pand op een uitgezochte plaats, een sieraad voor Plein 1944.
De wethouder herinnerde aan het belangrijke aandeel dat de middenstanders hebben gehad en nog hebben bij de herbouw van de verwoeste binnenstad. Dank zij vooral hun ondernemingszin kon Nijmegen in betrekkelijk korte tijd worden herbouwd.
De heer Raafs dankte hierna de wethouder, de architect de heer R.G. Rodenburg, de aannmer Moolenaar’s Aann. Bedr., de heer Lommers, die het interieur verzorgde en alle onderaannemers, die goede prestaties hebben geleverd.
Van verschillende zijden, namens de Hoeres, brouwerij, het verenigingsleven werd des middags en in de loop van de avond nog het woord gevoerd. Honderden kwamen gelukwensen en de gezellige inrichting van “Royal” bewonderen. De bovenverdieping, welke in meerdere zalen kan worden onderverdeeld, was “uitverkocht”, terwijl ook beneden geen plaats was te krijgen.” (De Gelderlander 10/3/1954)
Op de bovenstaande foto uit 1956 is te zien dat Café Restaurant Royal (rechts) en Neoform (het gebouw links van Royal) al zijn gebouwd, terwijl aan de rechterzijde nog een open ruimte is.
Eind juni 1944 vindt een belangrijke opening voor de wederopbouw plaats: de flat aan de westzijde van Plein 1944, een gebouw voor 12 winkels en 36 woningen. Dit plein moet een belangrijk centrum voor Nijmegen worden. Rond deze dag gaan 6 van deze 12 winkels open. “Het hart van Nijmegen klopt weer!”Het gebouw is ontworpen door architect Rodenburg.
Het in aanbouw zijnde woon-winkelcomplex (opening was op 29 juni 1951) aan de westzijde van Plein 1944 met links de Doddendaal en rechts de Houtstraat, 1951 (Commissariaat van Politie afd. Fotografie via F31941 RAN CC0)
“Bestemming van Plein 1944: Een centrum van gezelligheid gelegen in het hart van de stad
Het reusachtige flatgebouw op Plein 1944 heeft al dagenlang de bijzonder belangstelling getrokken van de stadgenoot. Hier viel zo een en ander te zien en het tempo waarmede de laatste hand werd gelegd aan tal van voorbereidingen wekte de nieuwsgierigheid en de verbazing op van eenieder. De vraag was of dat alles nog op de gestelde datum, die niet het begin van Novum 1951 samenviel, zou kunnen geopend worden. Men mag bewondering hebben voor de werklieden, die door grote liefde voor hun werk gedreven, hun uiterste best hebben gedaan om het flatgebouw nog op tijd in de puntjes te krijgen. Ze hebben er de stad een grote dienst mee bewezen, want nu kan ook de vreemdeling, die de zomershow en het festival bijwoont, zien dat er veel energie leeft in Nijmegen. Dat dit inderdaad zo is, bleek ook uit de woorden welke vanmorgen bij de opening van het flatgebouw werden gesproken.
Flatgebouw steun in de rug voor getroffen middenstand
Een groot aantal genodigden was in de nieuwe snack-bar “Cassate” in het flatgebouw op Plein 1944 bijeen toen Ir. J.W. Kleinbettink, de waarnemend voorzitter van de Stichting Beambtenfonds Staatsmijnen het welkomstwoord sprak. Spr. noemde het een gelukkige omstandigheid en een bijzondere prestatie dat de opening van het flatgebouw kon samenvallen met de opening van de zomershow en het festival Novum 1951. Dank bracht spr. in verband met de voorbereidingen aan de makelaar N. Verbeek, aan wethouder Duives, aan architect Rodenburg en aan aannemer Meijer. De algehele oplevering van het gebouw met zijn twaalf winkels en zes en dertig woningen zal in September plaats hebben, -zo deelde de spr. mee-, die zijn vreude erover uitte dat het Beambtenfonds van de Staatsmijnen op deze wijze kon leveren tot het herstel van het zo zwaar getroffen Nijmegen. Spr. toonde zich zeer erkentelijk voor de grote medewerking van de kant van de autoriteiten tijdens de bouw ondervonden. En een woord van hulde richtte spr. tot allen, die het flatgebouw hebben gerealiseerd.
Hoofdstuk in stadsgeschiedenis
D12.410514, datum tekening 25-11-1949
De burgemeester, die hierna het woord voerde, noemde de bouw van dit belangrijk flatgebouw in het centrum van de stad een hoofdstuk in de stadsgeschiedenis. Spr. herinnerde aan de gevolgen van de oorlog, waardoor Nijmegen ernstig gevaar liep om zijn functie als regionaal centrum te verliezen. Slechts langzaamaan konden de diepe wonden in het stadsleven geslagen, genezen.
Tot op heden zijn acht en dertig winkels in de binnenstad gereed gekomen: zeventien winkels zijn in aanbouw en thans zijn twintig plannen in vergevorderde staat van voorbereiding.
Gezien de enorme moeilijkheden door toedoen van de herverkaveling, de financiering en door tal van andere omstandigheden, mogen we niet ontevreden zijn, aldus spr. Er blijft nog veel te wensen over, maar ook werden tal van moeiljkheden opgelost, dank zij de activiteit welke zich in de bouwwereld voordoet.
De burgemeester bracht dank aan het Beambtenfonds van de Staatsmijnen en speciaal Drs. Kraayefeld; aan makelaar Verbeek, die grote initiatieven nam en blijk gaf van zijn liefde voor zijn vaderstad; aan architect Rodenburg en aannemer Meijer voor de wijze waarop zij dit gebouw, dat onze binnenstad met zijn strakke, zakelijke lijnen verrijkt, tot stand hebben gebracht, terwijl de aannemer er in geslaagd is het gebouw binnen de gestelde termijn op te leveren.
Het Plein 1944, gelegen in het hart van de stad, heeft als bestemming een centrum van gezelligheid te zijn. Met zijn toekomstige winkels, café’s restaurants en zakenpanden wordt het afgesloten door een representatief winkelflat. Mogen andere winkelpanden spoedig volgen, zodat het hart van de oude stad weer worde hersteld, aldus de burgemeester, die hierna het gebouw voor geopend verklaarde.
De heer W.H. Geurts sprak vervolgens namens de detailhandelsraad, waarin de gehele middenstand is samengebundeld. Spr. herinnerde eraan hoe, nadat een van de getroffenen in een vergadering van de detailhandelsraad de vraag had gesteld of er niets voor de gedupeerde zakenlieden kon gedaan worden, in ’48 de voorbereidingen begonnen om het flat tot stand te brengen.
Er werd een klein comité gevormd en de herverkavelaar, de heer W. Evers verleende zijn medewerking om grond voor het flatgebouw gereserveerd te krijgen. Met grote liefde voor Nijmegen is er hard gewerkt, terwijl B. en W. hun volledige medewerking verleenden aan het plan.
Gevel aan de Houtstraat, datum tekening 25-11-1949 (D12.410513)
De detailhandel is dankbaar gestemd nu het gebouw is tot standgekomen; de middenstand heeft hierdoor een grote steun in de rug gekregen. Als blijk van grote waardering voor het Beambtenfonds van de Staatsmijnen, dat de zaak financierde, bood spr. Drs. Kraayenfeld een wandbord aan, hetwelk op de ateliers van de Nijmeegse aardewerkfabriek Oud Delft werd vervaardigd. Op het bord is het flatgebouw op Plein 1944 afgebeeld.
Tot slot voerde architect Rodenburg het woord om dank te brengen aan alle instanties van de gemeente en aan de aannemer, de onderaannemers en aan allen die met hard werken de bouw van het flat hebben verwezenlijkt.
Nadat de plechtigheid was geeindigd bracht het gezelschap een bezoek aan de winkels in het flat, die werden geopend. Mevrouw Hustinx verwijderde de stadsvlag, die tot dan toe het beeld van de hand van Jacques Maris in de gevel bedekte. Mercurius kan nu vliegensvlug verder op Plein 1944.
In het flatgebouw verdient nog de aandacht de aardige voorstelling in glazuur terracotta boven het trappenhuis van de voorgevel. Ook dit is een interessant werk van Jacques Maris.” (De Gelderlander 29/6/1951)
Gevel aan de Doddendaal, datum tekening 8-11-1949 (D12.410505, 8-11-1949)
Paginagrote advertentie “Het hart van Nijmegen klopt weer!” De Gelderlander 29/6/1951
Op de dag van opening staat er een pagingrote advertentie in de Gelderlander (zie hierboven). Die dag openen 6 winkels haar deuren:
Hamers voor uw kamers (de Papiermolen)
Lunchroom-Cafetaria “Cassate”
Edah
The Corner House
P. Dubben’s Kledingmagazijn
Hoogenbosch Schoenenmagazijnen
Hierna zullen deze 6 winkels worden beschreven.
Papiermolen Hamers
Hamers voor uw kamers, advertentie De Gelderlander 18/1/1952
Nadat de winkel 18 jaar in de Lange Hezelstraat had gezeten, verhuisde de Papiermolen in 1938 naar het Kelfkensbosch 2-3. Deze ging echter in de brand van September 1944 verloren (PGNC 4/10/1938).
“Hamers Papiermolen op Plein 1944
Vrijdagmorgen om elf uur opent Hamers Papiermolen zijn nieuwe, ruim ingerichte en comfortabele winkel op Plein 1944. Het is een prachtig winkelpand geworden, waarin Hamers met zijn enorme sortering op het gebied van behangselpapieren en vloerbedekking en met zijn complete woning-inrichting thans naar hartenlust zijn vleugels kan uitslaan. Bij de bevrijding in de Septemberdagen van 1944 werd de zaak op het Kelfkensbos vernield en daarna werd in de Molenstraat kwartier gezocht. In het nieuwe pand kunnen de bezoekers gedomstreerd zien hoe Hamers het verstaat om een winkel of een kamer in te richten. Het behang en de vloerbedekking is vanzelfsprekend uit eigen ateliers en hierbij werd in de Molenstraat kwartier gezocht. In het nieuwe pand kunnen de bezoekers gedemonstreerd zien hoe Hamers het verstaat om een winkel of een kamer in te richten. Het behang en de vloerbedekking is vanzelfsprekend uit eigen ateliers en hierbij werd een smaak en deskundigheid aan de dag gelegd, die voor Hamers gunstige vooruitzichten opent in verband met de vraag welke zich in dit opzicht bij de wederopbouw van de stad zal voordoen. In de linoleumvloer zijn op verschillende wijzen interessante oplossingen in toepassing gebracht. In de nieuwe zaak en binnenkort in de Toonzaal beneden de winkel kan een ieder zich ervan overtuigen dat Hamers op Plein 1944 een groot pand heeft betrokken waarin hij op waardige wijze voor de dag komt. Er is voldoende opslagplaats aanwezig en een kantoor achter de winkel.” (De Gelderlander 27/6/1951)
The Corset House
The Corset had voor de oorlog haar winkel in de Broerstraat 56 (De Gelderlander 19/4/1939). Nadat ze eerst in de Molenstraat 74 heeft gezeten (De Gelderlander 13/3/1945), opent ze rond 1947/1948 haar noodwinkel op de Mariënburg 101 (De Gelderlander 27/5/1948)
Advertentie The Corset House De Gelderlander 13/4/1956
Edah
Plein 1944 71
De Edah zat voor haar verhuizing in de Molenstraat 124. In tegenstelling tot de meeste openingen heeft deze verhuizing niet met oorlogsschade te maken: al voor de oorlog zat Edah in de Molenstraat. De Gebr. Hendriks nemen de winkel in de Molenstraat dan over. (De Gelderlander 29/3/1952)
Openingsreclame Edah Plein 1944 (De Gelderlander 18/7/1951)
Snackbar/Lunchroom Cassate
Aankondiging optreden Melchior Meijer; Die dag is er ook een Cassate ijstaart te winnen (Nijmeegsch dagblad 17-8-1951)
Kledingmagazijn Piet Dubben
Heropening P. Dubben op de Houtstraat (De Gelderlander 28/6/1951)
“Kledingmagazijn P. Dubben
De heer P. Dubben heeft zijn noodwinkel aan het Mariënburg verlaten en zijn zaak voor heren- en jongenskleding thans gevestigd in een der aan de Houtstraat gelegen winkelpanden van het pas geopende flatgebouw. Daardoor heeft wederom een oorlogsslachtoffer een vast adres gekregen. De heer Duppen was reeds 25 jaar lang in het vak door zijn werkzaamheid bij de fam. Fortuna, toen hij in 1938 zijn eigen zaak aan de Houtstraat kon openen. Tijdens de oorlog ging dit pand echter verloren en na de bevrijding vestigde de heer Duppen zijn bedrijf tijdelijk in een der noodwinkels aan het Mariënburg. Met grote vreugde is hij echter naar de Houtstraat teruggekeerd, waar hij een winkelruimte in gebruik kon nemen, die waarlijk ideaal is voor zijn branche. Het pand ziet er keurig verzorgd uit, heeft goede etaleermogelijkheden en comfortabele paskamers, terwijl de grote lichtinval juist voor het bezichtigen van textielgoederen natuurlijk bijzonder prettig mag heten.” (De Gelderlander 2/7/1951)
Hoogenbosch schoenen
Houtstraat 10
Het van oorsprong Eindhovense bedrijf opent in het complex haar vestiging. Meer over Hoogenbosch schoenen in de Eindhoven Encyclopedie.
Advertentie opening Hoogenbosch Schoenen Houtstraat (De Gelderlander 28/6/1951)
In juni 1953 opent L.J.G. Krüger de nieuwe winkel van de bekende boekhandel Berkhout op Plein 1944. De boekenwinkel op de Oude Stadsgracht was tijdens de Tweede Wereldoorlog verwoest. De architect van het gebouw was G.B. Treur, die meerdere panden op Plein 1944 heeft ontworpen.
In diezelfde week blijkt overigens ook de kantoorboekhandel Richelle herbouwd te zijn.
Een mooie foto van het interieur van de boekhandel is te vinden op GN8944 RAN.
Vooraf
Boekhandel Berkhout op Stadsgracht 57, foto 1930-1936 (GN11003 RAN)
In juni 1928 opent Wilhelm van Eupen een wetenschappelijke boekhandel op de Oude Stadsgracht 57. Hij heeft dan al zijn boekhandel in Eindhoven. Zijn werknemer J.J. Berkhout neemt rond 1930 de boekwinkel over onder de naam Berkhout voorheen Eupen. Berkhout gaf tevens boeken uit en organiseerde tentoonstellingen in de kunstzaal (Bijschrift GN11003).
Berkhout was sinds 1897 boekhandelaar. Bij zijn 40-jarig jubileum in 1937:
“Jubileum in den boekhandel J.J. Berkhout
De heer J.J. Berkhout, boekhandelaar aan de Oude Stadsgracht alhier, heeft deze dagen in stilte zijn 40-jarig jubileum als boekhandelaar gevierd.
In het Weekblad voor den Kantoorboekhandel in Nederland, lezen wij in verband met dit jubileum.
Jarenlang was de heer Berkhout werkzaam bij de firma Kirberger en Kesper, de firma Langehuijsen, de Boek-Centrale, de firma Malmberg, waarbij hij een leidende functie vervulde.
Later was hij werkzaam bij de firma van Eupen alhier, welke zaak hij voor eigen rekening overnam.
De heer Berkhout is een bekwaam man in zijn vak en een hard werker, wien nog vele jaren worden toegewenscht.” (De Gelderlander 19/3/1937)
De winkel
Voorgevel van een winkel met bovenwoning a/h Plein 1944 te Nijmegen v/d heer J.P.M. Flemminks, Bureau Arch. Treur, datum tekening 13-1-1952 (D12.414778)
De voorgevel bestaat uit 2 etalages en een centrale portiek. Achter de linker etalage bevindt zich tevens het portiek; een deur links geeft toegang tot de bovenwoning, een deur centraal van het pand geeft toegang tot de winkel. Vrijwel de gehele begane grond bestaat uit de winkel, met daarbij rechts in het midden nog een klein kantoor.
Voor de gevel is een gele gevelklinker gebruikt, de onderpui bestaat uit Franse kalksteen. Onder de etalages wordt gepolijst zandsteen geplaatst. De raamomlijstingen bestaat uit witte imitatie natuursteen. Het verfwerk is creme kleurig.
Een mooie foto uit 1954 is te vinden op GN9033 RAN. De winkel van Berkhout is het linkerpand
Qua voorgevel zijn de bovenwoningen onveranderd. De winkel op de begane grond heeft in de loop der jaren een rechte glazen gevel gekregen.
Afgaande op het krantenartikel naar aanleiding van de opening (zie hieronder), was niet Berkhout, maar Flemmings/Flemminks de eigenaar van het pand.
Waarschijnlijk heeft Flemminks in de raadsvergadering van 3 februari zijn grond toegewezen gekregen (De Gelderlander 29/1/1953). Op de bouwtekening staat dat het ontwerp gemaakt is in opdracht van J.P.M. Flemminks.
J.P.M. Flemminks
Afgaande op de initialen betreft het Josephus Petrus Maria Flemminks. Hij is geboren op 15-8-1880. Zijn vader was Arnoldus Wilhelmus Flemminks, geboren op 7-11-1825 (Bevolkingsregister 1910)
J.P.M. Flemminks woont volgens het adresboek van 1940 op de Antillenweg 18. Hij is daar in 1936 (of al in 1935) in een nieuwbouwwoning gaan wonen, nadat hij grond van de gemeente had gekocht (PGNC 4/7/1935). In 1932 woont hij op Sumatrastraat 14 (Adresboek 1932).
J.P.M. Flemminks woont volgens het adresboek van 1940 op de Antillenweg 18. Hij is daar in 1936 (of al in 1935) in een nieuwbouwwoning gaan wonen, nadat hij grond van de gemeente had gekocht (PGNC 4/7/1935). In 1932 woont hij op Sumatrastraat 14 (Adresboek 1932).
Flemminks had tot 1922 zijn goud- en zilverwinkel gehad op de Houtstraat 8 (Adresboek). A.W. Flemminks was hier eind 19e eeuw zijn winkel begonnen (Adresboek 1899). De laastste keer dat A.W. voorkomt als goud- en zilversmid is in het Adresboek van 1910. J.P.M. Flemminks staat in de adresboeken 1912 t/m 1922 vermeld als goud- en zilversmid. A.W. heeft tot en met 1915 eveneens dit adres (en in het Adresboek van 1916 Houtstraat 10).
Waarschijnlijk heeft de juwelier altijd A. Flemminks geheten. Op 1 februari 1922 sluit de winkel.
Op basis waarvan J.P.M. Flemminks grond heeft toegewezen heeft gekregen op Plein 1944 is mij nog niet duidelijk.
De Gelderlander 23/1/1922
Artikel bij de opening
“Boekhandel Berkhout kreeg een nieuw winkelpand op Plein 1944
Het Plein 1944 is een belangrijk nieuw winkelpand rijker geworden. Boekhandel Berkhout heeft daar op no. 17 geopend. Dit betekent de definitieve bouw voor Boekhandel Berkhout, die vóór de ramp op de Oude Stadsgracht, daarna in de Pater Brugmanstraat en laaststelijk op de Canisius Singel gevestigd was.
Deze eindbestemming op Plein 1944 lijkt ons heel gelukkig gekozen, want de zaak ligt nu centraal en de fraaie etalages komen uitmuntend tot hun recht. Al van verre kan men de gevel bewonderen, die opvalt zonder schreeuwerig te zijn.
En komt men dichterbij, dan ziet men al spoedig dat de boekhandel bijzonder gezellig is ingericht. De sortering boekwerken op allerlei gebied is bijzonder groot en alles is overzichtelijk opgesteld.
Beneden, in een magazijn, bevindt zich het antiquariaat, waar de bezoeker ongestoord kan neuzen in de vele honderden werken die hier ter inzage en te koop liggen.
De heer L.J.G. Krüger, die Boekhandel Berkhout drijft, behoefde niet over gebrek aan belangstelling bij de opening te klagen. Er waren tal van bloemstukken en doorlopend kwamen bezoekers binnen om een kijkje ten nemen in de nieuwe zaak.
Wethouder Duives verrichtte de officiële opening met een woord van gelukwens namens B. en W. Hij sprak zijn vreugde er over uit, dat inde omgeving van Plein 1944 weer een belangrijk winkelpand is gebouwd, waardoor het herstel van de binnenstad wordt bespoedigd.
Spreker memoreerde de snelheid waarmede het Plein wordt volgebouwd. In de zomer van 1951 werd het flatgebouw geopend; er stond toen nog geen enkel gebouw behalve het flat en de Gebr. Voss in het stadscentrum. Na twee jaar is er ongelooflijk veel tot stand gekomen. Spreker feliciteerde de heer Krüger met de opening van zijn fraaie zaak, waarin de traditie van de fa. Berkhout, welke in Nijmegen zozeer is ingeburgerd, wordt voortgezet.
De heer Krüger sprak hierna een dankwoord tot wethouder Duives en tot allen, die hebben meegewerkt om dit resultaat te bereiken.
Namens de eigenaar de heer Flemmings dankte de makelaar de heer A. Strijbos de architect de heer Treur, de aannemer Berntsen en Braam en zijn uitvoerder de heer Bootsma, de fa. M.J. van Baardewijk, die de betimmering maakte en verder het College van B. en W., de verkavelaar en allen van de Dienst van Publieke Werken die hun medewerking verleenden.” (De Gelderlander 22/6/1953)
Vervolg
In ieder geval komt Berkhout nog voor in het Adresboek van 1971.
Sinds 2019 zit Barbershop Noviomagus in de winkel. Daarvoor had “The Athlete’s Foot” in ieder geval op mei 2016 tot juli 2018 haar zaak hier (Google Streetview).
In 1951 ontwerpt architect Treur de paardenslagerij Boukes, met daarboven bovenwoningen. Zijn winkel aan de Bloemerstraat werd tijdens het bombardement…