Bij de winkel van Foto Grijpink hangt een plaquette van grootvader Nico Grijpink. Hij was grondlegger van carnavalsvereniging de De Blauwe Schuit en de Zomerfeesten (sinds 1998 officieel Vierdaagsefeesten).
De Blauwe Schuit, Prins Nico I en Grootvorst
In 1948 had Nico Grijpink met zijn vader en een aantal vrienden carnavalsvereniging de Blauwe Schuit opgericht. Er was carnaval, maar nog geen prins. Kranten drongen aan om net als in het zuiden een Stadsprins te benoemen. In 1952 werd Grijpink benoemd tot Prins Nico van Nijmegen. Hij zou tot 1959 Prins blijven.
In 1953 ging het carnaval in het hele land niet door vanwege de watersnoodramp: in de nacht van 31 januari op 1 februari was een groot deel van Zeeland onder water gekomen, waarbij 1800 personen overleden. Daarop organiseerde Grijpink met de carnavalsvereniging de Lentejool, dat van 18 tot 20 april werd gehouden. Op 19 april trokken praalwagens door de stad. Daarnaast waren etalages ingericht. Ongeveer 150.000 mensen bezochten die dagen de stad. Het zou een uitgangspunt vormen voor de latere Zomerfeesten. (https://www.yumpu.com/nl/document/read/20541316/lentejool-een-stukje-geschiedenis-stichting-jacques-van-mourik)
De eerste Zomerfeesten voor 25.000 gulden
In 1969 was de Vierdaagse vrijwel geruisloos voorbij gegaan. Op 20 juli 1969 zette Neil Armstrong de eerste voetstappen op de maan. Toeschouwers bleven thuis, wandelaars wilden zo vroeg mogelijk binnen zijn. Winkels sloten die vrijdagmiddag, de dag van de intocht, hun deuren.
Grijpink trok aan de bel dat er het jaar daarop iets moest gebeuren. Hij wilde daarbij de hele binnenstad betrekken. In april 1970 waren de feesten geboren. Daarbij noemt de Vierdaagsfeesten (bron van de paragraaf, met veel mooie foto’s): “En dan verschijnen er nieuwe namen naast Nico Grijpink: Gerard van Groningen, John Bertine, Charles de Mori, Ger Leenders, Herman Bertels, Piet Bruins, Frans Grootaarts. Reuzen op wiens schouders wij staan en voortbouwen aan het evenement. “Een evenement dat niet meer weg te denken is uit Nijmegen” roept Grijpink ergens in dat jaar.”
“”Een evenement dat niet meer weg te denken is uit Nijmegen” roept Grijpink ergens in dat jaar.”
Hij zou 10 jaar voorzitter blijven. De eerste feesten waren georganiseerd voor 25.000 gulden.
Plaquette
In 2019 wordt, in het kader van de 50ste Zomerfeesten/Vierdaagsefeesten een plaquette onthuld in de gevel van kapsalon Bertine, op de hoek van Augustijnenstraat en Houtstraat. De plaats was logisch, aangezien kapsalon Bertine familie is van John Bertine, die tevens een van de oprichters was.
Het werk is gemaakt door bronsgieterij Bogart in Druten. Het weegt 50 kilo en is 60 x 60 centimeter groot. De bril van Griijpink is daarbij gemaakt en later op de bronsplaat bevestigd.
Verhuizing naar Korte Nieuwstraat
Er ontstond echter onenigheid met de verhuurder van het pand, die zei hier nooit toestemming voor gegeven te hebben. Daarnaast vond hij, dat door de overname van de kapper – in 2020 opende kapper Hair & Looks hier haar vestiging- er geen relatie met Bertine meer was.
Daarop besluit Niek van der Venne, eigenaar van Foto Grijpink en kleinkind van Nico (zijn vader Hans van der Venne is schoonzoon van Nico Grijpink), om de plaquette aan de muur van zijn winkel te hangen.
Tijdens rioolwerkzaamheden in 2001 wordt een bijzonder vondst gedaan: een honderden jaren oud skelet van een vrouw in een grafkist van lood, wat een zeer kostbare metaalsoort was.Daarop kreeg de vrouw de naam Loden Lady.
Opgraving sarcofaag tijdens rioolwerkzaamheden
In 2001 wordt tijdens werkzaamheden aan het riool in de Burchtstraat een loden sarcofaag (een soort grafkist) opgegraven, met daarin het skelet van een vrouw. Wie de vrouw was, is grotendeels onduidelijk.
Het graf is leeggeroofd, maar gezien het feit dat lood een zeer kostbaar materiaal was, welke alleen de allerrijksten konden betalen, werd ervan uitgegaan dat de vrouw zeer rijk moest zijn geweest. Zij was waarschijnlijk 35 en 50 jaar en en heeft minimaal 1 kind gehad.
De kist was 3 meter diep onder de grond begraven, zodat rover s er niet makkelijk bij konden komen. Desondanks is het graf toch geroofd, wel zijn er nog een aantal kleine glazen flesjes gevonden. Hierin heeft waarschijnlijk parfum of gezichtspoeder gezeten. Daarnaast wat bladgoud, waarschijnlijkafkomstig van kleding of schoenen.
Recent onderzoek: ouder, maar waarschijnlijk minder rijk
Momenteel (mei 2024) is er een intensief onderzoek bezig naar de sarcofaag en de resten van de vrouw, waarvan de eerste resultaten bekend zijn gemaakt: waarschijnlijk behoorde de vrouw niet tot de allerrijksten; wel is het graf ouder dan verwacht.
Ouder dan verwacht
Aanvankelijk dacht men dat het graf dateert rond het jaar 300. Uit recent onderzoek blijkt, dat het graf 100 jaar ouder is en dus rond het jaar 200 dateert.
Minder rijk dan verwacht
Aanvankelijk werd, hoewel onbekend was hoe de vrouw aan haar vermogen kwam, ervan uit gegaan dat de vrouw tot de top van de Nijmeegse elite heeft behoord: alleen de allerrijksten konden lood betalen.
De vrouw blijkt minder rijk te zijn geweest dan aanvankelijk verwacht: het betreft een hergebruikte kist. De kist blijkt binnenste buiten te zijn gevouwen: versieringen die normaal aan de buitenkant zitten, bevinden zich nu aan de binnenkant. Daarnaast is de kist veel te groot: de vrouw is 1,60 meter lang, terwijl de kist 2 meter groot is. Meestal waren de kisten op maat gemaakt, het is dan niet logisch om een zeer kostbaar materiaal te gebruiken voor een te grote kist. Echter: mogelijk is de ruimte gebruikt voor de (gesloten) grafgiften. Daarbij is alleen de afdektegel gevonden en niet het loden deksel, welke bij een complete begraving in een sarcofaag wel zou worden verwacht. Desondanks bleef ook een “tweedehands” loden grafkist maar voor enkelen weggelegd.
Sowieso blijkt de vrouw afgesleten rugwervels en beginnende artrose te hebben, tekenen dat ze zware lichamelijke arbeid moet hebben verricht. Slijtage van haar tanden duidt mogelijk dat ze vaak haar tanden heeft gebruik tijdens het werk.
Kortom: een desondanks kostbare kist voor een vrouw van “lagere” stand? Mogelijk betrof het een geliefd lid binnen de (hulp) van het huishouden, bijvoorbeeld een kapster.
De sarcofaag en de resten zijn normaliter in het Museum Valkhof te zien.
Kunstwerk door LaSalle
Ontwerpbureau LaSalle (Albert Goederond en Patty Struik) uit Ede kreeg van de gemeente Nijmegen de opdracht om een markering in het straatbeeld te maken van de vindplaats van de Loden Lady, welke zich midden op straat bevindt. In 2005 is het kunstwerk onthuld: een stalen plaat, met daarin de contouren van gevonden delen van het skelet. Daarbij plaatsten logo’s van moderne dure producten, om op die manier de vrouw weer in een welgestelde omgeving te plaatsen.
Zij maakten in Nijmegen ook:
Zonder titel, een zonnewijzer in de Joulestraat, 1999
Sluitsteen en paardehoofd , Lange Hezelstraat 86 (mei 2024)
Hoewel geen slagerij, zijn op de Lange Hezelstraat 86 een sluitsteen van een hakmes en zaag en een paardenkop te zien. In ieder geval is het een blijvende herinnering dat hier ooit een slagerij heeft gezeten.
Wanneer deze zijn aangebracht, is mij tot toe nog onbekend. Wél is er tussen 1906 tot in de jaren 50 sprake van een slagerij in deze winkel. Het betrof echter rund- en varkensslagerij en géén paardenslagerij.
Slager A. Janssen
Aankondiging opening A. Jansen (De Gelderlander 1/6/1906)
Op 1 juni 1906 opent A. Janssen zijn slagerij. Daarvoor was Ja. Daems, winkelierster in ieder geval vanaf 1896 de gebruiker van dit adres (afgaande op de Adresboeken; bovendien is op de bouwtekening hieronder Daems doorgehaald).
Uit de bouwtekening (gevonden in het dossier bij de aanleg van de riolering in 1912), blijkt er sprake te zijn van het ontwerp van een nieuwe voorgevel. De aanvrager is A. Janssen, Mr. slager, Hezelstraat No 86. De ontwerper is M. Jansen, Bloemerstraat 118.
Bij dit ontwerp blijkt er een koeiekop te zijn ingetekend, waar op dit moment de sluitsteen van het slagers hakmes en zaag zich bevindt – maar dit kan ook perspectiefwerking zijn.
Wel is in ieder geval de boog te herkennen.
Bij “Perceel Boddelstraat” (Bottelstraat) staat eveneens Janssen. Het is mij nog onbekend of dit A. Janssen betreft, of dat het om een ander persoon gaat. Wel blijkt uit de bouwtekening voor de aanleg van de riolering in 1912 (tekening D12.382704), dat dit perceel geen onderdeel is van het perceel van de slagerij.
Lange Hezelstraat 86, voorgevel: Ontwerp eener pui, ten diensten voor een slagers winkel in het pand gelegen aan de Hezelstraat. Kadastraal bekend gemeente Nijmegen Sectie C No (2012 doorgehaald) 4772 en verde de gevel van genoemd pand, opnieuw cementen (D12.382705)
Hezelstraat 86, plattegrond: Ontwerp eener pui, ten diensten voor een slagers winkel in het pand gelegen aan de Hezelstraat. Kadastraal bekend gemeente Nijmegen Sectie C No (2012 doorgehaald) 4772 en verde de gevel van genoemd pand, opnieuw cementen (D12.382705)
De slagerij blijft echter maar een jaar bestaan: in juni 1907 gaat A.P.J. Janssen failliet (PGNC 9/6/1907). Op maandag 24 juni worden de vleeswaren verkocht (De Gelderlander 23/6/1907), in de Gelderlander 23/6/1907 staat de aankondiging van de veiling op 3 en 17 juli van “Een winkelhuis en Erf aan de Lange Hezelstraat no. 86, groot 1.48 are, waarin een slagerij is uitgeoefend.”
J.D. Evers
Aankondiging opening slagerij J.D. Evers Lange Hezelstraat 86 (De Gelderlander 2/8/1907)
Op 2 augustus 1907 verplaatst J.D. Evers zijn “vleeschhouwerij en spekslagerij” van Lange Hezelstraat 98 naar nummer 86 (De Gelderlander 2/8/1907).
Vermeldenswaardig is hun advertentie dat zij op de paasvee tentoontenstelling 2 ossen hebben aangekocht, die zijn bekroond met eerste en eere-prijs en tweede prijs; zij waren gemest en afkomstig van A.W. Burgers te Weurt (PGNC 15/3/1929).
In PGNC 4/1/1930 staat een advertentie dat die dag de slagerij gesloten is; in 1930 komt D. Evers als slager voor (PGNC 3/10/1930): waarschijnlijk betreft het overlijden J.D. Evers en heeft D. Evers de zaak overgenomen.
In het Adresboek 1922, 1924, 1926 en 1928 komen zowel “J.D.” als “D.” op dit adres voor als “slager”.
D. Evers
In ieder geval komt D. Evers nog in het Adresboek van 1948 voor als slager. Dan is er ook een regel “Ëvers, D.J. slager”. Waarschijnlijk betreft dit een zetfout voor “J.D.”. Wel opvallend is dat ook in de Adresboeken 1951 en 1955 er weer een “Evers, J.D.” slager is. Of dit een opvolger van D. is of een gewijzigde naam van het bedrijf is onbekend.
Op 4 februari 1949 overlijdt Dirk Evers. (De Gelderlander 5/2/1949).
In de Adresboeken 1951 en 1955 komt op dit adres weer een “Evers, J.D.” slager. Of “J.D.” de initialen van de opvolger betreft of de naam van de firma is onbekend.
In ieder geval komt ook de weduwe D. Evers, geboren P. Steinman. Zij komt in 1955 op dit adres voor.
Hapjesautomaat en koelcel
Vanaf November 1937 is het mogelijk om hapjes uit de automaat te kopen. In PGNC 17/11/1938 verschijnt een artikeltje (en advertentie) dat de slagerij een nieuwe koelcel heeft laten plaatsen. Een deel is ingericht voor de slagerij en een deel voor de hapjes voor de automaat. “Het is het allernieuwste op het gebied wat de Fa. Tadema tot nu toe heeft bereikt. Het is een groote hygiënische aanwinst voor de Fa. D. Evers, zie zeker door de vele cliëntèle van slagerij en automaat op hoogen prijs gesteld zal worden.” (PGNC 17/11/1938)
Vervolg: Zuivelhuis?
Aankondiging opening Zuivelhuis op Lange Hezelstraat 86 (De Gelderlander 28/2/1951)
In januari 1951 verschijnt de aankondiging van “Het Zuivelhuis”, die een van de 2 winkels op Lange Hezelstraat opent. Of en welke relatie er met de familie Evers is, is mij onbekend. In ieder geval zijn er een aantal advertenties gevonden, onder andere in De Gelderlander 12/3/1954.
Op F55695 is een foto van een voddenman te zien, met rechts daarachter Het Zuivelhuis, waarvan het zonnescherm naar beneden is.
Er is niet uitputtend onderzocht wat het vervolg is geweest. Hoewel de bouwtekeningen openbaar zijn, wil ik ze verder niet op deze plaats publiceren.
In het gevonden Adresboek 1971 zit Mata Hari op dit adres; In 1998 is een foto (D12.653934) gemaakt van de situatie op dat moment: dan blijkt Mata Hari een plaat voor het gedeelte waar al dan niet de sluitsteen zich bevindt over het gehele breedte van het pand te hebben gemaakt. Daarnaast is de uitsparing waar zich nu het paardenhoofd bevindt leeg.
Wel is opvallend dat op tekening D12.653938 ui 1998 noch de sluitsteen, noch de kop of uitsparing daarvoor zijn ingetekend.
Afgaande op de foto hieronder zit het Mozaïek Atelier in deze winkel.
Lange Hezelstraat 86 met op dat momet het Mozaiek atelier, 2007 (Henk Rullmann via DF3351 RAN CCBYSA)
Bij de verbouwing in 2018 is er expliciet sprake van de sluitsteen en het paardenhoofd in zowel de “bestaande” als de “nieuwe” situatie (D180091617).
In oktober 2021 opende “Make it greener” hier haar fysieke winkel.
Momenteel is nog onduidelijk wanneer de sluitsteen en het paardenhoofd precies zijn aangebracht. De sluitsteen is mogelijk aangebracht in de tijd dat het pand daadwerkelijk een slagerij was, ergens tussen 1906 en begin jaren 50.
Het paardenhoofd zal echter juist níet in deze tijd aangebracht: de slagerijen van Janssen en Evers waren runder- en varkensslagers. (In ieder geval was er in de tijd van Mata Hari geen sprake van een dierenkop).
wikipedia: “Vroeger bestond er een strengere scheiding dan tegenwoordig tussen slachterijen voor paarden en slachterijen voor andere dieren”. Bovendien was paardenvlees goedkoper.
Behalve om onduidelijkheid te voorkomen, zou een rund- en varkensslagerij -volgens mij- zich nooit associëren met een paardenslagerij (en vice versa).
Nog juist op de zijkant van het pand Lange Hezelstraat 95 is nog vaag “sigaren” te lezen. Deze schildering had Maximilian Julius Joseph Berthold Völcker (Meppen, 27/3/1866) laten aanbrengen toen hij hier zijn sigarenzaak openende.
De Gelderlander vertelt in hun serie “Merkwaardige huizen” dat huis lang in het bezit van de familie Vink verbleef “het was een heerenhuis met dubbele deur, waartoe eenige stoeptreden toegang gaven.” (De Gelderlander 19/7/1914)
“Sigaren” duidelijk leesbaar -Gezien richting Korte Hezelstraat (later Stikke Hezelstraat). Links de Bottelstraat, 1900-1906 (Collectie J.M.G.M Brinkhoff via D243 RAN)
Maximilian Julius Joseph Berthold Völcker
Maximilian Julius Joseph Berthold Völcker (Meppen, 27/3/1866, Koopmansleerling) komt op 22-12-1883 te wonen op Burchtstraat C. 16 als koopmansleerling Bevolkingsregister 1880). Hij is dan afkomstig uit Amsterdam. Bij aanmerking staat “ZDGR”. Ook in het Bevolkingsregster staat “Koopman in sigaren” in Kerkstraat 6 in Hees, later is er met het “blauwe potlood” 243 bijgevoegd.
In het Bevolkingsregister 1890 blijkt hij in deze 10 jaar van Kerkstraat Wijk… no 243 naar Lange Hezelstraat 95 te verhuizen.
Opening sigarenwinkel Völcker Lange Hezelstraat 93 (PGNC 15/11/1890)
Nummer 93?
Opvallend is dat in de advertentie het huisnummer 93 staat. Op Noviomagus staat eveneens hij aanvankelijk in de Lange Hezelstraat 93 zat en later het naastgelegen pand 95 heeft gekocht. In hun overzicht van Merkwaardige huizen lijken nummers 93 en 95 het huidige nummer 95 te zijn. Ook in de adresboeken komt hij in die tijd voor op nummer 93.
Daarbij noemt hij zich tijdelijk Magazijn “De Tabaksplant”.
Huwelijk en kinderen
Hij is op 12-1-1892 getrouwd met Adriana Schoon (16/8/1866, Egmondbinnen). Hij is dan “koopman in sigaren”. In dezelfde maand wordt hij genaturaliseerd tot Nederlander (PGNC 22/1/1892).
Zij zullen 2 kinderen krijgen:
Augusta Johanna Eduarda, geboren op 24-10-1892
Eduarda Johanna, geboren op 3-11-1894
Op 21-12-1940 zal Völcker komen te overlijden. Uit de rouwadvertentie blijkt dat de dochters “Gusta” en “Jo” worden genoemd (PGNC 23/12/1940)
Lange Hezelstraat 95
Op 3 mei 1898 koopt hij “Een huis en erf aan de Lange Hezelstraat te Nijmegen, Kadastraal aldaar bekend in Sectie G nummer 4548, als groot een are vijf en dertig centiaren” van Catharina van den Broek. Daarbij krijgt W.J.H. van der Waarden de opdracht deze te verbouwen tot winkelhuis met bovenwoning.
Opening nieuwe magazijn van sigaren Völcker, Lange Hezelstraat 95 (PGNC 31/7/1898)
Op 6 augustus 1898 opent hij zijn “Nieuwe Magazijn van Sigaren een aanverwante artikelen” (PGNC 31/7/1898). Het huisnummer is dan wel 95.
Daarnaast komt hij ook al in 1900 voor als koopman in sigaren op Lange Hezelstraat 95. In 1910 eveneens als sigarenhandelaar.
Huis Lange Hezelstraat – Parkweg
Daarnaast lijkt hij een investering te doen: in april 1904 koopt hij “een Huis met Plaats, waarin Café, gelegen op den hoek van de Lange Hezelstraat en Parkweg te Nijmegen, groot 197 centiaren, aan M.F.F.B. Völcker te Nijmegen, voor f15600”, waarbij de “f.f.” mogelijk een zetfout is (PGNC 8/4/1904).
In 1926 neemt L,J. Meijer de zaak over. Völcker verhuist dan samen met zijn gezin naar Franschestraat 30.
Voor veel meer informatie over de Lange Hezelstraat 95 verwijs ik naar het al genoemde artikel op Noviomagus. Dit artikel vertelt tevens dat de tijdens de verbouwing van 2016 de schildering Tabak-Sigaren en Rookartikelen aan het licht kwam.
Houten bord Glashuis, bij Lange Hezelstraat (mei 2024)
Boven de ingang naar het Glashuis, tussen Lange Hezelstraat 58 en 60 is een houten bord te zijn. Deze is inmiddels weer wat vergaan en vaag zijn er nog letters op te vinden. Wat is er over dit bord te vinden?
Stalhouderij Poos
Het was Noviomagus dat mij met “Poos” op het spoor zette.
Op de foto F92095 RAN uit 1955 is duidelijk leesbaar “Stalhou”(derij) en daaronder “Joh.” te lezen. Opvallend daarbij is de bovenkant van het toegangsbord recht is en niet in de vorm van een dakje.
In 1959 heeft de vorm zoals wij ‘m vandaag de dag kennen, zoals op onderstaande foto te zien is.
De toegangspoort met dakje: Slijterij en wijnhandel. Links café De Gouden leeuw, 1959 (F92087 RAN)
Vanaf de Lange Hezelstraat: stalhouderij van de Gouden Leeuw; achteraan de garage/loods/fabriek in 1976 afgebroken, 1975 (Evert F. van der Grinten via F79289 RAN CCBYSA)
Inzoomend op de foto uit 1975 is rechts nog duidelijk Poos of Roos te lezen (hoogstwaarschijnlijk de P van Poos, waarbij de P met een vlek lijkt op een R). In de genoemde pagina van Noviomagus wordt ook de herinnering aangehaald van een paardenkop die hier zou hebben gezeten: dat verklaart mogelijk het donkere gat in het midden.
Inzoomend: is op de onderste plank ook nog Stalhouderij te lezen? Betreft het mogelijk de plank die al in de foto van 1955 te zien is?
Linker gedeelte: Vanaf de Lange Hezelstraat: stalhouderij van de Gouden Leeuw; achteraan de garage/loods/fabriek in 1976 afgebroken. (Detail (Evert F. van der Grinten via F79289 RAN CCBYSA)
Rechter gedeelte: Vanaf de Lange Hezelstraat: stalhouderij van de Gouden Leeuw; achteraan de garage/loods/fabriek in 1976 afgebroken. (Detail (Evert F. van der Grinten via F79289 RAN CCBYSA)
Poos, het oudste adres ter stede voor trouw- en rouwrijtuigen
Advertentie Poos Stalhouder (De Gelderlander 2/12/1948)
In ieder geval zijn er voor 1948 vermeldingen gevonden van Stalhouder Poos. “Het oudste adres hier ter stede voor trouw- en rouwrijtuigen”. (Op de bedrijfspagina van het adresboek komt hij op dat moment voor als nog enige “stalhouderij”). Waarschijnlijk zijn zowel Daalseweg 187 als v. Heutzstraat 6 tijdelijke adressen; in PGNC 16/12/1947 staat in ieder geval de v. Heutzstraat expliciet als tijdelijk adres. Elders in het adresboek van 1948 staat er “Poos, J.P.G., stal- en garagehouder” te lezen.
Stalhouderij Poos, Adresboek 1948
In de adresboeken van 1951 en 1955 wordt J.P.G. (en Joh. P. G.), stal- en garagehouder, op van Heutszstraat 6 gevonden. In het adresboek van 1955 komt op Papengas 8b “Stalling J.G.P. Poos” voor. Het is onduidelijk of dit een schrijffout of een opvolger betreft.
Poos: Glashuis
Het lijkt aanlokkelijk om de relatie met de Gouden Leeuw te leggen, welke een stalhouderij was.
Eerst echter een ander spoor: Maria Petronella Poos is de vrouw van Hendrikus Adrianus Hendriks. Hij is in het Bevolkingsregister 1880 “Winkelier” in Hezelstraat D32; welke op een later tijdstip doorgehaald en vervangen is door “Kantoorbediende”. En het adres is dan Hezelstraat 56. Oftewel, indien er geen sprake is van hernummeringen, het pand dat van de Lange Hezelstraat dat vrijwel op de hoek ligt van het Glashuis (tegenwoordig winkel Het Theezakje).
Maria Petronella Poos (Bevolkingsregister 1880)
Daarnaast is er in het Bevolkingsregister van 1880 sprake van Geertruida Poos (Nijmegen, 31/5/1853, de echtgenote van slager Hendrikus Antonius Tijssen (Nijmegen, 29/6/1852). Aanvankelijk staat hier Hezelstraat No. 70, welke later gewijzigd is naar 888 -evenals de geboortedata.
Gouden Leeuw
Zoals gezegd lijkt het aanlokkelijk om een relatie te leggen met de Gouden Leeuw. In 1891 koopt J.W. Jansen, eigenaar van het bedrijf van P.J. Poos aan de Molenstraat.
Rechts de Gouden Leeuw met uithangbord en het Glas: De Hezelpoort, gezien in westelijke richting., 1870, Evert F. van der Grinten via F78436 RAN CCBYSA)
Jansen Herberg de Gouden Leeuw Hezelstraat (PGNC 5/3/1824)
In ieder geval is er in 1824 al sprake van een Herberg de Gouden Leeuw op de hoek van de Hezelstraat en het Glashuis. Deze komt in maart 1824 te huur te staan, met J. Jansen als huidige bewoner.
Het pand lijkt bij de familie Jansen te blijven: in PGNC 5/9/1855 komt weduwe Jansen voor op dit adres en bijvoorbeeld op PGNC 2/3/1873 Logementshouder J.W. Jansen. Op de foto hierboven is rechts de Gouden Leeuw te zien; er is geen sprake van toegangsbord bij het Glashuis.
Ook een soort paard: het ijzeren ros van de omnibus (PGNC 24/9/1879)
De Omnibus naar Berg en Dal (De Gelderlander 13/5/1869)
Poos verkoopt in 1891 zijn bedrijf aan de de Molenstraat, waarbij J.W. Jansen de nieuwe eigenaar wordt.
Verkoop Poos Molenstraat (PGNC 5/4/1891)
Rijtuigen Poos te koop (PGNC 26/4/1891)
P.J. Poos verkoopt zowel zijn onroerend goed Molenstraat Sectie C no. 2907, een huis met stelling en koetshuis, als zijn rijtuigen.Daarbij wil Poos tot 1 juli in de woning blijven wonen.
Advertentie overname Poos door Jansen, PGNC 14/5/1891
Brand
In juli 1893 is er een grote brand door een uitslaande brand bij “lampenfabrikant Levi, wonende op het Glashuis alhier”. Daarbij vatte ook de daarnaast gelegen bergplaats voor rijtuigen van stalhouder J.W. Jansen vlam en brandde geheel af. Wel was “alles” tegen brandschade verzekerd. (De Gelderlander 18/7/1893). Het is mij niet bekend of dit de enige bergplaats was en of deze is herbouwd.
In 1910 is G. Jansen eigenaar van het Hotel de Gouden Leeuw op de Lange Hezelstraat 60, met daarbij een stalhouderij en daarnaast de stalhouderij op Molenstraat 122 (Bron: briefhoofd).
Wat op dit moment nog niet gevonden is (en niet volledig onderzocht) is of en wanneer er een pand naar Poos overgaat. Vooralsnog was de belangrijkste vraag of het houten bord “thuis” te brengen is.
Daarbij lijkt de weg van Poos een logische te zijn. Hij lijkt echter geen relatie met de Gouden Leeuw te hebben, behalve het feit dat de eigenaar van de Gouden Leeuw zijn bedrijf aan de Molenstraat heeft gekocht. (En mogelijk speelt de Lange Hezelstraat 60 een rol).
Relatie met stalhouderij(?)
Via adresboeken lijkt het spoor van Poos te volgen, via:
P.J. Poos
zijn weduwe
J.P.G. Poos
Wel moet worden aangetekend dat de bron van de gegevens gevonden Adresboeken zijn, waarbij er wordt uitgegaan van opvolgende relaties; personen die op hetzelfde adres voorkomen.
P.J. Poos
In PGNC 30/5/1879 staat een advertentie dat P.J. Poos, stalhouder, verhuisd is van de Brouwerstraat naar de Houtstraat Wijk B. 314. In 1878-1881 komt een “Tapper en huurkoetsier” P.J. Poos voor op Houtstraat B 314; in 1887 een “Stalhouder” op Molenstraat 27.
Zoals hierboven staat beschreven, verkoopt hij zijn bedrijf op de Molenstraat in 1891.
In 1893 komt een P.J. Poos voor op Marienburg 2 als “tapper”, in 1895 op “Burghardt vd Berghstraat” 77 en In 1896 komt er een P.J. Poos voor op van Goorstraat 27 als “koetsier”.
Houtstraat 42
Opvallend is dat er in ieder geval in 1902 een Poos op Houtstraat 42 wordt gevonden, met een filiaal op van Goorstraat 27. Betekent dit dat hij alleen het bedrijf aan de Molenstraat heeft verkocht en dat hij de Houtstraat 42 heeft aangehouden; zijn het wellicht 2 verschillende personen?
In 1902, 1903 1905, 1907, 1908, 1909, 1910 komt P.J. Poos voor op Houtstraat 42 en v. Goorstraat 27.
Weduwe P.J. Poos
In 1912, 1913-1914, 1914, 1915 en 1916 komt Wed. P.J. Poos, geb. P.A. Vierboom, stalhouder voor op Prins Hendrikstraat 42. (In 1940 woont zij op Molenstraat 121); daarbij lijkt het waarschijnlijk dat het bedrijf de stalhouderij “Firma P.J. Poos, Waldeck Pyrmontsingel 42” betreft (eveneens in deze adresboeken).
Daarnaast wordt op Glashuis 4 in het adresboek 1914 L. Poos, koetsier, gevonden.
In 1920 komt de stalhouderij Firma P.J. Poos voor op Prins Hendrikstraat 42. In de tot nu toe gevonden adresboek komt in 1932, 1934, 1936 en 1938 “Poos Wed. J., geb. E.W. Aengenent, café-restaurant “Royal” op Prins Hendrikstraat 42, stalhouderij Waldeck Pyrmontsingel 4″ voor.
In 1940 woont Wed. J. Poos, geboren Aengenent al op van Heutzstraat 6. Volgens het Adresboek 1959 woont mw J.C. Poos daar nog steeds.
J.P.G. Poos
J.P.G. Poos, stal- en garagehouder komt in ieder geval in 1934 op Prins Hendrikstraat 38 en daarna in de Adressboeken 1936, 1938 en 1940 op nummer 26. (In 1932 komt hij nog niet voor). Uit het straatnamenregister van Rob Essers wordt duidelijk dat het een hernummering betreft en dat Prins Hendrikstraat 26 in september 1944 tijdens oorlogshandelingen is verwoest.
Zoals hierboven te lezen, komt J.P.G. Poos vervolgens voor op de Heutszstraat 6.
In ieder geval komt J. Poos, Prins Hendrikstraat 20 nog in het Adresboek van 1966 voor.
Sengers
Sengers, toegangspoort Glashuis, 1970-1975 (Toon Opsteegh via F71939 RAN)
Op en foto uit 1985 is te zien dat hier nog steeds Sengers staat: F62310 en daarbij is tevens de lichtblauwe kleur te zien. Het is mij onbekend om welke Sengers dit gaat: de Modezaak op de Lange Hezelstraat of de bandenzaak gaat.
In het artikel van Noviomagus (waarschijnlijk uit de jaren 0) is het bord verweerd, maar heeft nog steeds een blauwe kleur. Nu is het al jaren wit geschilderd.
Schildering Erven van Daal Lange Hezelstraat (Mei 2024)
Op de hoek Lange Hezelstraat – Bottelstraat zijn een muurschilderingen hersteld in de tijd dat café De Beurs nog een stalhouderij was. Dit was een van de stalhouderijen rond de Lange Hezelstraat: hier konden mensen hun paarden/rijtuigen stallen of huren.
Het bovenste opschrift is: Café-Billiard De Erven P. van Daal”, daarna “De Beurs” en het onderste: “Stalling Verhuring van Paarden en Rijtuigen”.
Erven P. van Daal
Aankondiging veiling 12-6-1872 van Hezelstraat Wijk D. No. 106 (PGNC 2/6/1872)
De eerste door mij gevonden advertentie de “erven P. van Daal is in PGNC 2/6/1872″: mogelijk hebben ze dan al langer het huis gehad. Het betreft onder andere een bakkerij en uitspanning. Daarnaast hoort bij de koop en blok huizen van 10 woningen aan de Boddelstraat (Bottelstraat).
Advertentie verhuring van Paarden en Rijtuigen bij de Erven P. van Daal (PGNC 6/6/1880)
In 1887 is het briefhoofd J.A.Ph. van Ellekom, voorheen Erven P. van Daal, Hezelstraat No.82 voor een vergunning tot het aanleggen van ijzeren brug voor de stal uitkomend aan de Nieuwe Markt. Van Ellekom was getrouwd met Theodora Grada van Daal (Nijmegen, 13/3/1843), een van de kinderen/erfgenamen van P. van Daal (Bevolkingsregister 1880).
In 1896 en 1899 staat op Lange Hezelstraat 94 het café de Beurs J.A.Ph Ellekom in het Adresboek.
Van Bon
Stalhouderij en Hotel Café Bar ‘de Beurs’ op de hoek met de Bottelstraat van J.H.W. van Bon. Het pand diende tevens als slijterij en rijwielbergplaats, zoals blijkt uit de opschriften op de voorgevel. De ingang van de stalhouderij met de ‘verhuring’ van paarden en rijtuigen was gelegen aan de Nieuwe Markt , 1910-1913 (Auteursrechthouder P. van Bon via F26520 RAN Publiek Domein)
Begin 1900 neemt J.H.W. van Bon de zaak over van Ellekom. In april 1900 krijgt van Bon vergunning verkoop van sterkend drank in het klein. Het is “J.H.W. van Bon, te Beuningen” (De Gelderlander 19/4/1900). In De Gelderlander 27/5/1900 staat de vermelding dat van Bon het telefoonnummer van Ellekom heeft overgenomen.
Afgaande op de advertentie 1902 zijn er tevens rijtuigen te huur.
Advertentie rijtuigen te huur, van Bon, Lange Hezelstraat 94 (PGNC 29/8/1902)
J.H.W. Van Bon komt met beroep “stalhouder” café “De Beurs” Lange Hezelstraat 94 voor tot en met het adresboek van 1910-1911
Nieuwe Markt 8: Stalhouderij en ‘verhuring’ van paarden en rijtuigen van J.H.W. van Bon (rechts), tevens eigenaar van Hotel Café Bar ‘de Beurs’ in de (Lange) Hezelstraat op de hoek met de Bottelstraat. Op en naast het paard (met de stalknecht) de drie zoons van Van Bon: Antoon, Theo en Herman, 1910-1913 (Auteursrechthouder B. van Bon via F26517 RAN Publiek Domein)
Voor de aanleg van de riolering is de onderstaande bouwtekening uit 1912 gevonden. Het gedeelte rechts van de trap naar de bovenverdieping is het café: deze had 2 ingangen, 1 naar de Tapperij en 1 naar de Koffijkamer. Opvallend is de behoorlijk grote telefoonkamer. Aan de achterkant bevindt zich een keuken.
Detail Bouwtekening, begane grond; het rechter gedeelte is nummer 94, datum dossier 20-7-1912 (D12.382756)
Jansen & Ederveen
Overname door Jansen & Ederveen (PGNC 14/4/1912)
In 1912 neemt Jansen & Ederveen, stalhouders de firma over (PGNC 14/4/1912). Zij gebruiken het pand aan de Lange Hezelstraat als filiaal.
In 1912-1913 en 1913-1914 staat er geen “stalhouder” meer bij; wel is een van de vermelding in het adresboek 19-1914 “Hôtel, Café de Beurs”; dit is wel de enige keer dat er een hotel wordt genoemd welke gevonden is. Tot en met 1916 komt van Bon vervolgens nog voor.
In 1918 heeft stalhouderij en auto-verhuurinrchting Jansen & Ederveen (Waldeck Pyrmontsingel 69) een filiaal J.W.H. van Bon, Café de Beurs, Hezelstraat 94. In 1920 staat van Bon nog in het adresboek van 1920, maar mogelijk is de zaak dan al verkocht aan ours
Hotel De Beurs van Bours
Advertentie Hotel de Beurs Lange Hezelstraat 94 (De Gelderlander 9/7/1921)
In 1920 en 1921 zijn er advertenties van R. Bours gevonden. In de advertentie van De Gelderlander 9/7/1921 is het tevens een hotel, naast café-restaurant.
In 1926 wordt N. Bours, fabrikant op dit adres gevonden. J.W.H. van Bon komt dan voor op Nieuwe Markt 8 (dus het adres van de stalhouderij) als Centraal-Garage.
In 1940 komt H.J.A.H. van Bon, garagehouder voor op dit adres; in 1948, 1951 en 1955 is het caféhouder.
Er is nog niet onderzocht of en wat de relatie met Nieuwe Markt 10 (en 20) is, hier komen in 1940 A.F.J. v. Bon, chauffeur-monteur en J.H.W. van Bon, autohandelaar en Th.W.H. van Bon voor. In 1948 is Th.W.H. van Bon, garagehouder op nummer 20; daarnaast woont in 1948 tevens mej. H.Th. W.M. op nummer 10. Ook in de adresboeken 1955, 1959 en 1963 komt van Bon in ieder geval op nummer 10 voor.
Op F5129 is een foto van het biljarten in “de Beurs van Piet de Haard” te zien uit 1978.
Het opschrift voor restauratie
Op onderstaande is het opschrift vóór restauratie te zien. Hoewl op het bovenste gedeelte J.H.W. van Bon in donkere letters duidelijker te herkennen zijn, zijn daarboven ook nog de lichte letters “Erven” te zien.
Opschrift: “Café Billard en Stalhouderij van Paarden en Rijtuigen “, op de hoek van het pand van Café-Bar De Beurs aan de Lange Hezelstraat, 1993 (Toon Opsteegh via F6381 RAN CCBYSA)
Op 4 mei 1995 vindt de onthulling van het Joods Monument plaats, een werk van Paul de Swaaf. Daarbij werd het plein hernoemd naar Kitty de Wijzeplaats: als eerbetoon aan alle omgekomen Joden kreeg het de naam van een hen. In 2015 vond de onthulling plaats van 7 plaquettes, met de namen van alle 449 omgekomen Nijmeegse Joden.
Kitty de Wijze
Kitty de Wijzeplaats (mei 2024)
Kaatje (Kitty genoemd) de Wijze was op 23 november 1920 geboren in Boxmeer. Haar zussen waren Elly (1919), Joke (1922) en Tini (1924). Het gezin was in 1932 naar de Graafseweg 84 in Nijmegen verhuisd. Begin oktober 1942 vorderden de Duitsers een aantal huizen aan de Graafseweg, waaronder het huis van de familie de Wijze. Daarop gingen ze in een pension op de Johannes Vijghstraat 60 (tegenwoordig nummer 70) wonen.
In de nacht van 17 op 18 november 1942 worden 196 Joden tijdens een grote razzia opgepakt. Zo ook de 4 zussen van de familie de Wijze. Omdat vader Louis op dat moment ernstig ziek was, hoefden de ouders nog niet mee. De site van Omroep Gelderland vertelt hoe deze razzia onderdeel uitmaakte van 1 grote, voorbereide actie
waarbij in dezelfde nacht op meerdere plaatsen in Gelderland Joden uit hun huis worden gehaald. Dat maakte weer uit van het grotere plan om alle Joden in Nederland uit te roeien, maar dan wel op een “geordende” manier.
Na een nacht waarin ze werden vastgehouden in de gymzaal van de HBS-B aan de Kronenburgersingel, gingen ze op transport naar Westerbork.
Briefkaarten
Op 12 december 1942 werden Kitty en haar zus Elly vanuit het kamp Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Op een aantal momenten hebben de zussen de Wijze en Herman van Beek, de man van Elly, een aantal briefkaarten naar hun ouders gestuurd. Het laatste levensteken van Joke en Kitty zijn de kaarten die ze op 12 december 1942 nog vanuit de trein van Westerbork naar Auschwitz hebben geschreven. Deze hebben ze in ieder geval op 3 plaatsen uit de trein gegooid, in de hoop dat tenminste 1 persoon ze zou vinden en opsturen. In hun woorden proberen ze duidelijk hun angst te verbergen en proberen ze hun ouders moed in te spreken. De kaarten zijn te lezen op Geschiedenislokaal024.
Direct na aankomst werden Joke en Kitty op 15 december vergast. Elly zal op 12 februari 1943 worden vergast. Tini op 17 september 1943, evenals de ouders die inmiddels waren opgepakt.
In Nijmegen woonden in maart 1941 Nijmegen 522 geregistreerde ‘voljoden’, op een bevolking van bijna 100.000 inwoners. Minder dan 20% van de Nijmeegse Joden heeft de oorlog overleefd. Een mooi videoportret is te vinden op Oorlogsdoden Nijmegen.
Het beeld Joods Monument
Kitty de Wijzeplaats: een van de Jodensterren op het hek (mei 2024)
Het beeld is op 4 mei 1995 onthuld ter nagedachtenis van de omgekomen Joden. Het staat vlakbij de synagoge aan de Nonnenstraat. Het beeld is gemaakt door Paul de Swaaf. Het beeld was gefinancierd door Nijmegenaren. In datzelfde jaar werd de naam van het pleintje veranderd naar Kitty de Wijzeplaats: als eerbetoon aan alle omgekomen Joden kreeg het de naam van een hen. Een belangrijke reden om Kitty de Wijze als “symbool” te gebruiken, waren de bovengenoemde briefkaarten. Daarnaast was ze een van de jongste slachtoffers.
Het beeld van 2 meter hoog van een treurende, voorovergebogen vrouw wordt omgegeven door een perkje met een hek eromheen. Hierop staan 2 Davidssterren. Binnen het hek staat een boom.
Kitty de Wijzeplaats: Gedicht Leo Vroman (mei 2024)
Achter het beeld ligt een gedenksteen:
“Kom vanavond met verhalen hoe de oorlog is verdwenen, en herhaal ze honderd malen: alle malen zal ik wenen.”
Het zijn de laatste regels van het gedicht Vrede van Leo Vroman.
Bij de ouders van de Swaaf hadden Joodse onderduikers gezeten. Het beeld is niet alleen bedoeld als herinnering aan het verleden, maar ook een waarschuwing voor het gevaar van discriminatie.
Op 4 mei worden alle namen van de omgekomen Joden voorgelezen. Deze namen zijn tevens te vinden op plaquettes aan de muur op de Kitty de Wijzeplaats.
449 Namen: Joods Namenmonument
Joods Namenmonument Kitte de Wijzeplaats, met bloemenkransen vanwege de herdenking op 3 mei (5-5-2024)
Op 26 april 2015 vond de onthulling van 7 bronnen plaquettes plaats. Hierop staan de namen van alle 449 Joodse slachtoffers uit Nijmegen.
De namenwand was in 2008 al aangevraagd door Albert Isja de Jong (in 2012 overleden). Het Bewonersplatform Centrum en Benedenstad nam in samenwerking met de Joodse Gemeente Nijmegen hiervoor het initiatief. Het platform nam ook de financiering op zich, afkomstig van donaties.
Onder aanvoering van de in 2012 overleden Albert Isja de Jong uit Nijmegen kwam in de loop van 2008 het idee voor een plaquette. Het initiatief werd genomen door het Bewonersplatform Centrum en Benedenstad in samenwerking met de Joodse Gemeente Nijmegen. Het Bewonersplatform Centrum en Benedenstad nam de financiering van de naamplaten op zich dankzij giften die zij ontvingen. Op 26 april 2015 vond daarop de onthulling van het monument plaats.
Verzetsmonument Jan van Hoof bij Waalbrug, de kransen zijn de avond ervoor, 4 mei gelegd (mei 2024)
In September 1954 is de 10e verjaardag van de bevrijding van Nijmegen. Deze vindt plaats met een grootschalige dodenherdenking en viering van de bevrijding. De “Onthulling Jan van Hoof-monument de climax van huidige herdenkingen”, zo schrijft De Gelderlander 17/9/1954.
De onthulling vindt plaats op de plek waar tijdens Market Garden zwaar was gevochten tussen de geallieerden en de Duitsers, met de Waalbrug als inzet.
Jan van Hoof
Aanvankelijk werd gedacht dat Jan van Hoof degene was geweest die de Waalbrug had gered. De student Jan van Hoof was lid van de geheime Dienst Nederland. Hij had vooraf maandenlang informatie over de Waalbruggen en daar aangebrachte explosieven verzameld.
Waalbrug
Van Hoof wist op 18 september 1944 de explosieven onder de Waalbrug inderdaad onschadelijk te maken, maar deze actie werd tijdig door de Duitsers ontdekt. Uiteindelijk was het de beslissing van de Duitsers zelf, waardoor de brug niet werd opgeblazen. De commissie van het Ministerie van Oorlog had in 1949 een onderzoek laten instellen: “De belangrijkste conclusie uit het rapport luidde dat Jan van Hoof feitelijk niet kan worden beschouwd als ‘de Redder’ van de brug. ‘Wel komt hem onvergankelijke eer toe voor hetgeen hij tot behoud van de brug als uitstekende daad van moed, beleid en trouw heeft verricht met inzet van zijn leven’.” (KOS)
Verkenner
De dag erna kwam hij om het leven. Op dat moment was hij gids in een pantserwagen. Op de hoek van de Lange Hezelstraat en Nieuwe Markt brak een gevecht uit, waarbij van Hoof overleed. Een tegel, geplaatst in 1945, herinnert nog aan dit moment. Ook op de Waalbrug is een plaquette van van Hoof aangebracht.
Verzetsmonument
Het monument is niet alleen voor Jan van Hoof, maar om alle verzetsmensen te herdenking. Bij de onthulling herinnerde de voorzitter van de Jan van Hoof Stichting, F.J. de Fraiture, er aan “dat Nijmegen vandaag al die duzienden helden van Nederland eert uit de jaren 1940 tot 1945. Buiten de “Jodenvervolging, welke op zich reeds 104.000 slachtoffers eiste, stierven 22.500 burgers in gevangenissen en concentratiekampen. Wij mogen aannemen dat het overgrote deel van hen mannen en vrouwen van het verzet zijn geweest… Naast hen rijen zich 2800 mannen en vrouwen, die vielen door het lood van executie en standgerechten, voor onze vrijheid. Zonder twijfel zijn vrijwel al deze 2800 verzetshelden geweest.” In het bijzonder herdenkt Nijmegen de eigen helden: in 1954 zijn er op dat moment 60 namen bekend van verzetsmensen die zijn omgekomen.
Het beeld van Marius van Beek
Het verzetsmonument of “de vaandeldrager”. Een monument voor Jan van Hoof en allen die in het verzet vielen voor de bevrijding van Nijmegen, gemaakt door Marius van Beek, 1954-1955 (Hoet, Fa. H. ten, Nijmegen / L.R. Gerritsen via F12266 RAN CCBYSA)
De burgers Nijmegen hadden giften gedaan voor de oprichting van een verzetsmonument, welke de naam Jan van Hoof zou dragen. Marius van Beek was in februari 1954 benaderd om het beeld te maken, na een suggestie van Mari Andriessen. Van Beek, oorspronkelijk uit Nijmegen had zelf in het verzet gezeten en hij had van Hoof persoonlijk gekend. Vanwege de tijdsdruk was het niet mogelijk het beeld gereed te hebben. Daarom werd bij de onthulling een gipsen beeld dat met bronsverf was beschilderd gebruikt.
Een foto van de onthulling is te zien op:
F51800: de onthulling van het beeld door professor Beel
“Kort daarna” was het beeld weer terug gebracht naar het atelier van Marius van Beek in Amsterdam. Nadat uiteindelijk het model in brons was gegoten, kon het een jaar later, in in maart 1955 (“gisteren” in de De Gelderlander 24/3/1955) worden geplaatst.
De vlag
“Jan van Hoof moet op de laatste dag van zijn leven, toen Nijmegen overal brandde, tegen een vriend gezegd hebben: “De stad in puin, maar onze vlag zal boven de puinhopen wapperen”. Zo heeft Marius van Beek verzet en bevrijding ook willen zien: omkijkend naar de geredde brug draagt zijn held de verscheurde vlag van de overwinning naar de stad. Dit is de triomf”. En daarvoor: “omdat hierin gesymboliseerd is, dat hij die strijdt voor een rechtvaardige zaak, uiteindelijk de vlag der overwinning zal dragen.”
De naamgeving
Ook gaat Fraiture in op de naamgeving: “met te zeggen dat aan het monument van het verzet, dat thans tussen de stad en de Waalbrug zijn plaats heeft gekregen, de volksmond de naam heeft geschonken van Jan van Hoof, die voor de overgrote meerderheid van ons volk is en blijft de held van de Waalbrug. Jan van Hoof was verkenner. Zijn diep geworteld voortrekkersideaal heeft hij in de meest letterlijke zin en tot de grootste consequenties in het verzet tegen de overweldiger uitgeleefd. God, de Kerk en zijn Land meende hij niet beter te kunnen dienen dan door verzet te plegen tegen de Nazi-vijand, die God verloochende, de kerk en zijn Land wilde vernietigen “En iedereen te allen tijde helpen”,- voor dat deel van zijn leven toen hij zijn geallieerde vrienden in een pantserwagen gidste en daarbij de dood vond. Zo werd hij voor die jeugd van heden, welke nog naar heldenverering zoekt, een lichtend voorbeeld.”
Opschrift
Het monument heeft een aantal regels van het Wilhelmus als opschrift:
Dat iek doch vroom mach blijven,
U dienaar ’t aller stondt,
Die tyranny verdrijven,
Die met het hert doorwondt.”
En:
“In Jan van Hoof eren wij allen,
die in het verzet vielen voor
de bevrijding van Nijmegen en ons land.”
(Overige) Bronnen en verder lezen
De Gelderlander 17/9/1954: Bovenstaand artikel is voor een groot gebaseerd op de onthulling zoals beschreven in de Gelderlander. In dit artikel staan ook foto’s van de onthulling opgenomen.
De Waalkade was eeuwenlang vol bedrijvigheid. Vervoer over water was een van de belangrijkste transportmiddelen. Aan de Waalkade en de Benedenstad waren er veel bedrijven. Daarnaast was de eerste electriciteitscentrale gelegen aan de Waalkade.
Vanaf 1900 wordt de naam Waalkade gebruikt. Daarvoor werd het gebied ‘Aan ’t Water’, ‘Op den Werf’ of ‘Aan den Waal’ genoemd.
In de jaren 80 heeft een herstructurering plaats gevonden, waarbij de Waalkade een belangrijke recreatieve functie kreeg.
In 2013-2014 is de damwand tussen de Grotestraat en de Spoorbrug na een inzakking vervangen.
Het gedeelte ter hoogte van de horeca en het Casino is in 2018-2019 vernieuwd. Daarbij is een stenen trap gemaakt en een groot grasveld aangelegd. Bovendien zijn is het kunstwerk de Waterwolf en de Aquanaut geplaatst.
Van tijd tot tijd zal deze pagina worden aangevuld met de bijzonderheden van de Waalkade.
Belangrijkste bezienswaardigheden Waalkade
De Waal en Waalkade zelf
Romeinse resten
Het Besiendershuis
Anthonispoort
Labyrint
Romeinse tijd
In ieder geval is de Waalkade vanaf de Romeinse tijd bewoond geweest. Deze huizen waren gemaakt van hout en sloten aan bij de stad op het plateau. Nadat deze stad na de Bataafse opstand was verlaten, kreeg deze nederzetting een meer monumentaal karakter. Waarschijnlijk was het aanvankelijk een kleine (handels) nederzetting, gericht op het handelsverkeer over water. Daarbij lag (de voorloper) van de Waal wat meer naar het noorden dan nu het geval is. Deze stad hoorde waarschijnlijk bij het legerkamp dat de Romeinen op het Valkhof in de 3e eeuw hadden opgericht en liep tegen de helling op.
Romeinse muur
Voordat het Casino werd gebouwd, vonden hier opgravingen plaats, waarbij een Romeinse muur van 80 meter lang werd gevonden, die op sommige plekken nog een paar meter hoog was. Deze muur stamde uit de 3e of 4e eeuw, de zuidelijke muur van deze nederzetting.
Waarschijnlijk breidde de nederzetting zich via de helling uit. De muur diende aanvankelijk alleen voor verdediging, maar op een later tijdstip ook als onderdeel van gebouwen.
Het grootste deel van de muur is gesloopt en werd overgebracht naar de tuin van het toenmalige Museum Kam. De sloop van deze muur wordt, zeker in de huidige tijd, gezien als een drama. Wel werd als gevolg daarvan de eerste stadsarcheoloog aangesteld. Een deel van de muur is te zien bij het Hollands Casino.
Romeinse luxe: centrale vloerverwarming
Bovendien is daar een hypocaustum (centralevloerverwarming) uit de Romeinse tijd gevonden, die eveneens bij het Casino is te zien. “Een hypocaustum is een ondiepe kelder waarboven de vloer ligt op zuiltjes van gestapelde tegels. Vanuit een stookruimte stroomde warme lucht in deze kelder. De lucht verwarmt niet alleen de vloer, maar ook de wanden door middel van ingebouwde kanalen. In onze streken was dit soort centrale verwarming voorbehouden aan de rijken en kwam het meestal maar in één vertrek van het huis voor.” (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
Een andere belangrijke vondst van de opgravingen uit de jaren 80 was daarnaast een kalkoven bij de Steenstraat.
Peiling terugbrengen Romeins verleden
Uit een peiling uit 2016 onder 1.280 Nijmegenaren werden een 19 nieuwe ideeën voorgelegd:
38% van de respondenten vindt “Romeinse geschiedenis in centrum beter zichtbaar maken” een goed idee en had daarmee de hoogste score.
24% van de respondenten vindt de “resten van Romeinse muur terugbrengen op Waalkade” een goed idee en was daarmee plaats 5
Sommige beelden gaan pas echt wat zeggen als je “door” hebt: Arie Berkulin maakte dit kunstwerk in 1995. Hij wilde iets doen met het Romeinse verleden en maakte het beeld met 3 metalen buizen. Als je eromheen loopt, zijn de cijfers IV (4), VI (6), IX (9) en XI (11) te herkennen.
Vanaf de 12e eeuw groeide de nederzetting aan de Waal in westelijke richting uit. Door de verschuiving in de loop van de Waal ging een deel van deze nederzetting in de 13 eeuw verloren. Vanaf dat moment werden de huizen op een wat hogere plaatsen gebouwd, waaronder de Steenstraat.
Hanzestad
Door de ligging aan de Waal was Nijmegen in de late middeleeuwen een belangrijke handelsstad. in 1402 wordt Nijmegen onderdeel van de Hanze. Ook daarvoor, vanaf het begin van de 14e eeuw, waren er al contacten met de Hanze. Onder andere met Antwerpen en Londen. Daarbij waren laken en Duitse wijn uit de Rijnstreek belangrijke handelsproducten. Een mooie site hierover is https://www.antependium.nl/figuren/het-koggeschip/nijmegen-en-de-hanze/. Door problemen met de bevaarbaarheid van de rivier begon Nijmegen echter in betekenis in te boeten.
In de late middeleeuwen werd een stadsmuur aan de Waalkade gebouwd. Deze kreeg daarbij 8 poorten. Daarvan is een deel van Stratemakerstoren, de Besienderspoort en de St. Anthonispoort nog te zien.
De poorten waren: de Veerpoort, de Besienderspoort, de Kraanpoort, de St. Jacobspoort, de Meipoort, de St. Anthonispoort, de St. Stevenspoort en de Boddelpoort.
Daarbij kreeg de muur een aantal torens: aan de oostkant de Melaten- of Lappentoren. De Stratemakerstoren aan de voet van het Valkhof en de St. Hubertus- of Rode Toren.
Stratemakerstoren
Stratemakerstoren, 1987 (Hans Giesbertz via D1724_18_01-21 RAN CC0)
De Stratemakerstoren dateert uit 1512-1526, waarvan de funderingen stammen van een oudere toren. In 1526 komt de toren voor als het ‘roendeel bij der Veerpoirten’. De Veerpoort was daarbij de poort, waar het veer over de Waal aanlegde.
De huidige naam Stratemakerstoren komt in het archief voor op een stadsrekening uit 1569. De herkomst van de naam is onbekend: in andere plaatsen bestaan er torens die vernoemd zijn naar het gilde dat was toegewezen om de betreffende toren in tijden van oorlog te verdedigen. Nijmegen heeft echter geen stratenmakersgilde gekend.
Wat is een bastei?
Gezicht op de Valkhofburcht (links op de heuvel) en de Stratemakerstoren (rechts van het midden), gezien vanaf de Lappentoren ofwel Melatentoren; een tekening van Dr. Jan Herman Adriaen Scheers (13-4-1823 – 18-9-1978) (naar een aquarel van Pieter Caspar Christ); Opschrift: 1530 “Nijmegen met het Valkhof (1530) of den Melaten of Lappentoren”. In verso: Naar eene tekening van den jare 1530 gezien van den Melaten of Lappentoren, die gestaan heeft tegen de uiterste punt van den Wal achter den 1530, 1870-1878 (GN1395 RAN)
Hoewel het in 1526 een “roendeel” (rondeel) wordt genoemd, is het feitelijk een bastei. Een bastei is een grote, halfronde, hoefijzervormige toren die naar buiten uitspringt naar ontwerp van Albrecht Dürer. Daarbij zijn ze van binnen overwelfd met daarin kazematten. In deze ruimten kon het geschut beschermd worden opgesteld. De bastei wordt gezien als een voorloper van het bastion. Door de grote afmetingen en de hoge kosten om deze maken zijn basteien slechts op beperkte taal toegepast. Rond 2011 werd bekend dat ook de Stratemakerstoren een bastei is (https://nl.wikipedia.org/wiki/Bastei_(vesting)). Daarvoor werd gedacht dat een zogenaamd was; het is de enige bastei in Nederland die nog min meer intact is gebleven.
De Stratemakerstoren door huizen ingebouwd
Gezicht op de Waalkade ter hoogte van de Valkhofheuvel met de tot huizen verbouwde Stratemakerstoren. Midden boven is de Belvédère te zien met rechts daarvan het Valkhof. Links vaart een schip op het Meertje, het riviertje dat vanuit de Ooy tot aan de oostelijke stadsmuur stroomde. Schilderij van de Nijmeegse schilder Peter Martinus Post (1819 – 1860), 1853 (F5630 RAN)
Vanaf 1789 werd het rondeel door huizen ingebouwd. Bij de sloop van Alewijnse kwam het verlaagde bastei weer aan het licht en werd vervolgens gerestaureerd. Aanvankelijk werd het daarbij vanaf 1995 onderdeel van het museum de Stratemakerstoren.
Detail opname van de voorgevel van de Alewijnsepanden, oktober 1970 (P. Arts, Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting Gemeente Nijmegen via F88731 RAN CC0)
Om de kwetsbare, uit mergel bestaande toren te beschermen werd in 2017 een nieuwe schil gebouwd rondom de toren.
De Bastei, museum voor natuur en cultuurhistorie
De Stratemakerstoren maakt tegenwoordig onderdeel uit De Bastei, museum voor natuur en cultuurhistorie”, welke sinds 2018 geopend is. Het was daarbij een fusie van het Museum de Stratemakerstoren en het Natuurmuseum Nijmegen. Het museum vertelt het verhaal van “de Waal”: zowel vanuit historisch als natuurlijk oogpunt.
Opgravingen
Bij de opgravingen voorafgaand aan de bouw van het nieuwe museum zijn veel archeologische resten gevonden: Romeinse en middeleeuwse stadsmuren en funderingen van veertiende-eeuwse stadskastelen. Deze zijn vervolgens opgenomen in het museum.
Architectuur
Het museum is ontworpen door Van Roosmalen van Gessel Architecten uit Delft. Het ontwerp kreeg in 2019 de Schreudersprijs voor ondergronds bouwen en de Publieksprijs van de Architectuurprijs Nijmegen.
Besienderspoortje of Lossertpoort
Steenstraat 57-59
Besienderspoortje of Lossertpoort of Onze Lieve Vrouwepoortje , naast de Zeilmakerij (het Zeilmakershuis), gezien vanaf de Waalkade , eveneens met een uitgang aan de Steenstraat.In 1915 werd het poortje dichtgemetseld in opdracht van de gemeenteraad. Er vond herhaaldelijk prostitutie plaats, 1890 (F68667 RAN)
Het Besienderspoortje of Lossertpoort of Onze Lieve Vrouwepoortje , naast de Zeilmakerij (het Zeilmakershuis) , gezien vanuit de Steenstraat , met eveneens een uitgang aan de Waalkade. In 1915 werd het poortje dichtgemetseld in opdracht van de gemeenteraad. Er vond herhaaldelijk prostitutie plaats, 1890 (F68666 RAN)
Een van de overgebleven poorten is het Besienderspoortje of Lossertpoortje. In de loop der eeuwen komt deze onder verschillende voor:
1420-29 Geertruid Boyenpoortje
1511 O.L. Vrouwenpoortje
1542 Sybert Lossertspoortje; in 1659 Slosserspoortje genoemd
1552 Bezienderspoortje
Sybert Losser was vanaf 1538 beziender van de Rijkstol. En bovendien was hij taveernehouder. Van Schevichaven: “Menige goede dronk werd te zijnen huize door onze heeren van den raad en hun gasten tot heil en op kosten van de Stad genoten, getuigen de Rekenboeken van het midden der 16de eeuw.” Waarschijnlijk is van Schevichaven de bron geweest dat het Besiendershuis, tegenover het Bezienderspoortje, foutief haar naam heeft gekregen.
Zoals op de linker foto hierboven te zien is, kwam door de verhoging van de Waalkade in 1885 een groot deel van de poort onder het wegdekniveau te liggen.
Behalve een leuke pagina heeft Noviomagus tevens een mooie foto uit 2010 hoe deze poort vanuit de Waalkade gezien tegenwoordig vrijwel verborgen is.
Een interessant artikel uit 1980 is te vinden op Numaga (tevens bron van dit artikel).
Anthonispoort
Anthonispoort (mei 2024)
Anthonispoort 4M KR (mei 2024)
Waarom op de sluitsteen 4M + KR staat gegraveerd, is niet duidelijk. Op Noviomagus staat hierover een leuke discussie.
Maarten Schenk
Op de Antonispoort is een gedenksteen te zien van de mislukte aanslag van Maarten Schenk op Nijmegen op 12 augustus 1589. Hierbij verdrinkt in de Waal.
afbeelding te zien uit 1599/1600 hoe Maarten Schenk verdrinkt in de Waal.
(Annotatie: NOVIOMAGUM belli DUX SCHENCKIUS impiger instat | evomit undis / Sub Philipo Secundo, Gubernante Parma & Principe Mauritio / Frans Hogenberg ; del 1599/1600) (KPA-I-13 RAN)
Op 10 augustus 1589 doet Maarten Schenk (op dat moment vechtend aan Staatse zijde) een poging Nijmegen te veroveren. Hij heeft die dag een troepenmacht van 300 man verzameld bij Schenkenschans. Met 70 boten laten zij zich die nacht de Waal over de Waal naar Nijmegen vervoeren.
Zij proberen bij de St. Antonispoort en de huizen aldaar binnen te dringen. Met een lier weten ze het traliewerk uit raam te trekken. Waarschijnlijk is de tegenstand groter dan verwacht en breekt er paniek uit. De mannen proberen weer in boten te komen en te vluchten. Sommigen raken overvol en kantelen, zo ook de boot van Schenk. Met zijn zware harnas aan verdrinkt hij in de Waal.
Gevierendeeld en herbegraven
De volgende ochtend vissen Nijmegenaren de verdronken soldaten op, op zoek naar buit. Daarbij vinden ze het lichaam van Schenk. Zijn hoofd wordt bij de St. Antonispoort opgespiest, andere lichaamsdelen komen bij andere poorten te hangen. Na 8 dagen worden zijn lichaamsdelen in een kist gedaan en naar de Kronenburger toren gebracht.
Wanneer de Staatse Troepen Nijmegen in 1591 veroverd hebben, wordt hij met pracht en praal bijgezet in de St. Stevenskerk. Zijn harnas wordt naar Kleef gebracht en op een zuil in een park gezet. In 1795 hebben de Fransen dit harnas vernield.
Anthonispoort bij avond (januari 2026)
Een uitgebreid verhaal over Maarten Schenk, die meerdere keren van kamp wisselde is te lezen op (tevens bronnen):
Besiendershuis vanuit het tuintje (Monumentendag 10-9-2024)
Een van de markantste gebouwen aan de Waalkade (of eigenlijk Steenstraat) is het Besiendershuis. Een besiender was een soort opzichter, die tolgelden inde. Zoals Noviomagus (met veel foto’s) aangeeft: “In werkelijkheid blijkt in het dubbele woonhuis echter nooit een besiender te hebben gewoond. Voor de duidelijkheid moet hierbij worden opgemerkt dat het vrije uitzicht vanuit het Besiendershuis op de Waal pas ontstond bij de verwoesting van twee panden aan de Waalkade, eind 1944 of begin 1945.”
Tekening vogel in de kelder van het Besiendershuis (10-9-2024)
Kelder Besiendershuis (10-9-2024)
Uitzicht op de Waal vanuit het Besiendershuis (10-9-2024)
Rijksmonument
Het Besiendershuis is sinds 1973 een Rijksmonument. Met als omschrijving: “”Besiendershuis”. Laat-gotisch woonhuis van het Nederrijnse type met zadeldak, evenwijdig aan de straat, tussen trapgevels aan de korte zijden. Geprofileerde waterlijsten, vensters met kruiskozijnen, gevat binnen korfbogige nissen of met ontlastingsbogen; vorkankers. Gerestaureerd 1941-’44.” De restaurateur was ir. Deur. Daarbij werd van het naastgelegen krot een tuintje gemaakt (Noviomagus). Op het moment van schrijven (waarschijnlijk rond 2005-2010) van haar artikel noemt Noviomagus dat de huidige functie een woonhuis is.
Artist in Residence
Besiendershuis, waarschijnlijk grapje van een van de gasten? (10-9-2024)
Poort en tuintje van het Besiendershuis (10-9-2024)
Besiendershuis (10-9-2024)
Sinds 2010 is het Besiendershuis “een huis van verbeelding: het pand en de organisatie zijn ingericht op het ontwikkelen van culturele residenties en het presenteren van publieksgerichte artistieke programma’s ten behoeve van de stad.”
Daarbij verblijft regelmatig een kunstenaar tijdelijk in het pand. “Tijdens hun verblijf dompelen zij zich onder in Nijmegen, maken contacten, doen ze er inspiratie op en brengen de stad verbeelding, nieuwe ideeën en kunst.” Een van de etages is dan ook modern ingericht. Daarbij herinneren verschillende voorwerpen aan de tijd dat de betreffende kunstenaar artist is in residence was. Meer over het Huis der verbeelding (en tevens bron), zie haar eigen website.
Een reproductie van een schilderij met daarop de Kraanpoort en de Kraan , onderaan de Grotestraat, 1620-1630 (Fa H. ten Hoet/L.R. Gerritsen via F1708 RAN CCBYSA)
In 1420 is de eerste vermelding van de Kraan op de Waalkade, maar aangenomen wordt dat deze kraan ouder is. Deze stond ter hoogte van de Grotestraat.
Deze kraan is eeuwen lang in gebruik geweest voor het laden en lossen van schepen. De kraan werd daarbij in beweging gezet door een tredmolen. In 1881 werd hij afgebroken, op het moment waarop tevens de Oude Haven werd gedempt. (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
De galerij , de Kraan (bij de Kraanpoort) en de veerpont ; een aquarel van Jan van Leeuwen, 1820 (F65198 RAN)
Gierpont
De gierpont aan de Waalkade, 1933 (F57976 RAN)
Voordat de Waalbrug gebouwd werd, kwam men naar de overkant door een zogenaamde gierpont “Zeldenrust”, die tussen de oever bij Lent en de Waalkade vaarde. Doordat in 1936 de Waalbrug werd geopend, verviel de functie van deze gierpont. Maar eigenlijk was deze ook voor die tijd al lang niet snel genoeg meer.
Alewijnse
Hoog water in de Waal en op de kade tussen Voerweg en Lindenberg ter hoogte van de bedrijfspanden van de firma Alewijnse, 19/2/1920 (F9019 RAN)
Cornelus Alewijnse richtte in 1900 zijn installatiebedrijf en elektrotechnisch bureau op aan de Waalkade, nadat hij uit de gloeilampenfabriek was getreden die hij samen met Roothaan had opgericht. In 1908 werd richtte hij samen met Gerhardus ten Hoopen C. Alewijnse & Co op. Het bedrijf zou tot 1980 aan de Waalkade gevestigd blijven, om daarna te verhuizen naar de Energieweg.
Een mooi interview met Cees Alewijnse uit 2019 is te lezen op de Bastei.
Vihamij
Vihamij-pand (1e steen 1874), Waalkade, 1968 (Prof. Evert F. van der Grinten via F78847 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
De Oude Haven
Waar nu het Labyrint ligt (zie hieronder), lag vroeger de haven van Nijmegen.
De Oude Haven met Bottelpoort (Boddelpoort) en St. Hubertusmolen (Havenmolen) , die stond op de St. Hubertustoren (Rode Toren), 1858-1865 (Julius Schaarwächter via F47518 RAN)
Met de aanleg van deze haven werd in 1601 begonnen. Na de Reductie van 1591 werd van Nijmegen een vesting gemaakt. Daarbij moest de haven worden verlegd, zodat deze binnen de wallen zou komen te liggen. Tot dan toe had een stuk stadsgracht aan de westzijde van de stad als haven gefungeerd.
In 1852-1853 werd de nieuwe haven tussen de Hezelpoort en Fort Krayenhoff aangelegd. De naam “Oude Haven” leeft nog voort als straatnaam.
De Elektriciteitscentrale aan de Waalkade, 1910 (F1677 RAN)
Nijmegen had in 1886 al een elektriteitscentrale, de eerste gemeentelijke elektriciteitscentrale van Nederland. Voor de plannen om een elektrische tram aan te leggen, was er een grotere centrale nodig. Daarbij zou die centrale ook een groter deel van de stad elektrisch kunnen verlichten. De centrale ging in 1908 in werking, de tramremise was in 1911 gereed.
In 1936 werd de nieuwe centrale aan het Maas-Waal kanaal gebouwd, die inmiddels gesloopt is. Tot 1955 zouden er trams in Nijmegen blijven rijden.
Het gezicht vanaf de spoorbrug op de stad, met op de voorgrond de elektriciteitscentrale en de tramremise aan de Waalkade en op de achtergrond de St. Stevenskerk en de St. Augustinuskerk, 1920-1925 (Eenennaam, uitg. P.M. van Eenennaam via F1678 RAN)
In 1989 ging het Holland Casino op de Waalkade open. Holland Casino’s wilde graag een casino in het oosten van het land, mede vanwege de Duitse markt; Nijmegen een eye-catcher voor de Waalkade. Wel ging een Romeinse muur verloren, wat tegenwoordig als drama wordt gezien.
In 1981 werd Fietsmuseum Velorama geopend, waar aanvankelijk de fietsverzameling van G.J. Moed Jr. en de oldtimers van Moed Sr. waren tentoongesteld. Na de verbouwing in 1996-1998 zijn er echter auto’s meer te zien.
Het museum heeft meer dan 500 fietsen in haar bezit, waarvan een deel in depot is opgeslagen. Het is de grootste en belangrijkste fietscollectie ter wereld, waarbij het museum is gespecialiseerd in fietsen van voor 1900.
Een van de boten die al jarenlang aan de Waalkade ligt, is de Quirin’s. Afgaande op een interview, bestaat de boot sinds 1968 als restaurantboot, Quirin’s genaamd. In dat interview vertelt Ed Tonissen: ““Ik kwam van school, het was economische crisis. Ik was technisch opgeleid, maar er was geen baan te vinden. Mijn vader verhuurde Quirin’s en de huurder was net vertrokken. Ik had toch niks te doen, dus ik dacht: ‘Ik ga dat maar eens proberen.’ Al was ik het helemaal niet van plan, ik heb altijd wel een bedrijf met iets van water willen hebben.””
In 2013 is de boot omgebouwd tot café-restaurant annex bezoekerscentrum de Nijmeegse Boot. De naam verwees naar de transportboot/maatschappij die tussen Nijmegen en Rotterdam voer. Daarna was het nog een tijdlang pop-up restaurant de Portier.
Nu is het alweer een hele tijd een boot met 4 escape rooms. “Can you escape the boat?”, vraagt ze. Maar met zo’n uitzicht, waarom zou je dat eigenlijk willen?
Een van de vertrouwde gezichten van de Waalkade en de Waal bij Nijmegen: de Pannenkoekenboot. De boot is door Ed Tonissen (zie ook Quirin’s) zelf ontworpen. Er varen daarnaast exemplaren in Amsterdam en Rotterdam.
Waterwolf en de Aquanaut Waalkade beeld Space Cowboys (Januari 2024)
Muursculptuur
Een groot aantal zijn in de jaren tachtig geplaatst ter gelegenheid van de waterkeringsmuur.
Grotestraat
Muursculptuur Waalkade/Grotestraat
Op de muursculptuur bij de afsluiting Waalkade/Grotestraat is het gemeentewapen van Nijmegen in abstracte vorm te herkennen: een dubbele adelaar met een wapenschild (waar normaliter een leeuw op staat)
“Deze plaquette herinnert aan de hulp die de bevolking van Nijmegen na de oorlog kreeg van de Amerikaanse stad Albany. De plaquette is een initiatief van Stichting FAN Friendship Albany-Nijmegen”, zo begint het bord. Rechts staan de geschonken hulpgoederen: veel levensmiddelenpakketten, zeep en kleding. Wilhelmina stuurde in 1948 op haar beurt 2000 tulpenbollen als dank. Albany organiseert daarop een jaarlijks “Tulip Festival”. Nijmegen en Albany werden “sister cities”, gesymboliseerd door oranje tulpen. Voor deze plaquette staat een grote schaal oranje tulpen nu (mei 2024) in bloei.
Tulpen Albany Waalkade (mei 2024)
Groene lijnwandeling Waalkade (mei 2024)
Gevelsteen Den Witten Arent
Achter de Vismarkt
Gevelsteen den Witten Arent, Achter de Vismarkt 18 en 20 (augustus 2025)
“Dit huis staet in Godts haent, het is in den Witten Arent ghenaemt, anno 1621”: Dit is de gevelsteen van de herberg ‘De Witte Arend’, welke ca.1930 – 1940 is afgebroken. Hij werd door schilder/heraldicus Jakob Berendzn Bronsema vanwege de voltooiing van de sociale woningbouw in de benedenstad in 1985. (Bron: Noviomagus en RAN)
Achter de Vismarkt heette “vroeger” Achter het Gasthuis, zo genoemd omdat de steeg achter het St. Nicolaas Gasthuis omliep. In een artikel over de aankomende sloop van de Rozengas schrijft het PGNC 21/6/1939:
“In vroeger eeuwen heerschte hier groote bedrijvigheid. Men vond er brouwerijen, een suikerrafinaarderij, die in 1745 afbrandde, verscheidende herbergen en een schippersgildehuis. Ook woonden er gezetenen burgers, o.a. wijnkoopers. Een bekend gebouw was: “In den Witten Arend”, waarvan men in een protocol van 2 Mei 1760 de volgende omschrijving vindt: “zijnde een neringryke herberg, voorzien van verscheide beneden- en bovenkamers, openen plaats, een groote kolfbaan, staande en gelegen achter het Gasthuis, genaamd den Witten Adelaar, de Groote gas ter eenre, het Rooze gasje ter andere zijde”. Een steen boven de poort van den stal droeg het opschrift: “dit huys is in Godts haent, Anno 1621, Het is in den Witten Arent ghenaemt”.
Den Witten Adelaar staat te huur in 1814 (PGNC 9/9/1814)
Het is mij nog onduidelijk of de Witte Arend in 1939 al gesloopt was of onderdeel van het sloopplan van de Rozengas was (en of deze daadwerkelijk is uitgevoerd).
Het volledige artikel geeft een mooi beeld van de eerste sloop en volgende sloopplannen in de Benedenstad. Dit artikel staat onderaan de pagina weergegeven.
Vrouw uitkijkend over water, Ed van Teeseling
1982 Waalkade
Vrouw uitkijkend over water, Ed van Teeseling, Waalkade, 1982 (mei 2024)Vrouw uitkijkend over water, Ed van Teeseling, Waalkade, 1982 (April 2024)
Drie Muursculpturen, Ben van Pinxteren
1982 Waalkade/Achter de Vismarkt
Drie muursculpturen, Ben van Pinxteren, Waalkade/ Achter de Vismarkt (mei 2024)
Deze sculpturen van Ben van Pinxteren bevinden zich op de doorgang naar de Waalkade. Deze doorgang kan met grote stalen deuren worden afgesloten bij hoogwater. (Bron: Kunst op Straat)
De twee muursculpturen op het plateau zijn ook van zijn hand.
Twee Muursculpturen, Ben van Pinxteren
Twee muursculpturen Ben van Pinxteren Waalkade/ Achter de Vismarkt (mei 2024)
Oude Huizen aan Waalkade
Witte huizen aan Waalkade (mei 2024)
Gedicht Oude Huizen aan de Kade
Gedicht Oude huizen aan de kade (mei 2024)
Wachteres, Paul de Swaaf
1983
Wachterers, Paul de Swaaf, Waalkade, 1983 (mei 2024)
De bedoeling is dat dit beeld bij hoog water contact maakt met het water; daarom is dit 2,85 meter lange beeld horizontaal geplaatst.
De naam “De Wachteres” is gebaseerd op een misverstand. Aanvankelijk had de Swaaf een staand beeld van een vrouw ontworpen, die met de rokken omhoog op het hoogwater stond te wachten. Omdat hij ontevreden was over het resultaat, ontwierp hij een nieuw beeld. Door een misverstand is de naam van het eerste beeld echter blijven hangen. (Bron: Kunst op Straat)
Deze muursculpturen van Gerard Bruning maken onderdeel uit van een aantal opdrachten van de gemeente Nijmegen om de nieuwe waterkeringsmuur aan te kleden. (Bron: Kunst Op Straat)
Sinds 2018 is er op een deel van de keermuur een klimmuur aangebracht. Tot 2014 stond hier een waterkunstwerk, een watergordijn dat echter zelden functioneerde. Bron: De Gelderlander)
Het sit with a Scientist park is aanvankelijk (juli-augustus 2024) verplaatst naar de Broerstraat en inmiddels (november 2024) verplaatst naar de Burchtstraat
Sit with a scientis, pop-up park Waalkade (mei 2024)
Op de plaquette staat: “Mei – Juni 1940 hielp de Nijmeegse bevolking spontaan tienduizenden Belgische krijgsgevangenen in mudvolle rijnaken op weg naar de Nazikampen (Nationaal verbond der oud-krijgsgevangen van België)”
Na de Duitse inval capituleert België op 28 mei 1940. Vanaf dat moment worden eind mei en begin juni Belgische en Franse krijgsgevangen na een mars te voet ingescheept op rijnaken, die in Walsoorden bij Terneuzen voor anker lagen. Een kwart miljoen soldaten zou op die manier via het Hollands Diep, Waal en Rijn op overvolle schepen op transport worden gesteld naar krijgsgevangenenkampen in Duitsland. Onderweg werd som toe aangelegd, onder andere om water in te slaan.
Ongeveer 90 rijnaken meerden in Nijmegen aan. De soldaten hadden op dat moment er dus al zware reis opzitten. Omdat delen van de verwoeste bruggen die in het water lagen een groot obstakel vormden, was Nijmegen een onvermijdelijke plaats om een stop te maken. Nijmegenaren uit het Waterkwartier en de Benedenstad trokken zich het lot van de hongerige en dorstige Belgen aan. Zij kwamen massaal in actie met voedsel en medische verzorging.
De plaquette uit 1992, geplaatst door het Nationaal Verbond der oud-krijgsgevangen van België, is een herinnering aan dit toonbeeld van menslievendheid.
Nijmegenaren betrokken bij de verstrekking van brood aan franse en belgische krijgsgevangenen, die Nijmegen passeerden eind mei 1940 (F52436 RAN)
Brood uitdelen aan Belgische krijgsgevangenen die Nijmegen passeren, mei 1940 (GN11043 RAN)
(Overige) Bronnen en verder lezen
Bijschrift foto GN11043 RAN
Bijschrift foto F64453 RAN, een foto van de bijeenkomst van de ex-krijgsgevangenen in de burgerzaal in het Stadhuis
Dit anker is een herinnering aan het levendige havenverleden van de Waalkade. De plaatsing van dit scheepsanker is (mede) ingegeven om dit deel van de Waalkade wat vrij leeg is, aan te kleden. (Bron: Noviomagus)
NAP paal Waalkade (mei 2024)
In de buurt van het anker staat deze NAP paal. Dit gedeelte ligt iets minder dan 12,5 meter NAP boven de zeespiegel. Het gedeelte bij het Casino ligt lager.
Blok 26, architect Paul van Hontem en Verschoor
1979-1982 Groen binnenplein Kromme Elleboog aan de Waalkadearchitect van Hontem
Blok 26 is een samenwerking tussen architect Paul van Hontem en Ir. W.H. Verschoor. Het heeft 2 groene binnenterreinen. Een belangrijk onderdeel van het ontwerp was het contact met de Waal.
De houten Snackbar van Alex en Karin de Kok, januari 1991 (Ber van Haren via KN14930-13 RAN CC0 Auteursrechthouder Gemeente Nijmegen)De Hendrik Heucksteiger op een winterse dag met sneeuw op de Waalkade, januari 1995 (Hans Giesbertz via D1724_18_05-16 RAN CC0 Auteursrechthouder RAN)
De hoogwater- of Hendrik Heucksteiger: dit was steiger met een loopbrug tussen de Waal en de Grotestraat. Hierdoor zouden passagiers van cruiseschepen zonder natte voeten aan land kunnen komen. De loopbrug was 28 meter lang, woog 7 ton en lag 4.30 meter boven de rijweg ontworpen door de Nijmeegse architect Antoon Croonen. Bij een herinrichting van de Waalkade is de steiger gesloopt. (Bron: bijschrift F88721, een foto uit 1994 tijden de Zomerfeesten)
De Kaaij
De Kaaij (augustus 2025)
Inmiddels niet meer weer te denken: de Kaaij. Begonnen in 2011 als een zeer kleinschalig evenement, is het niet meer weg te denken als terras en festival: “In 2011 begon het met een klein rood vrachtwagentje en een uitklapbar. Met liedjes en koffie, wat mensen die bleven staan. Onder de brug en aan het water groeide het uit tot een bruisende plek. Muzikanten, schilders en kunstenaars sloten zich aan met creatieve ideeën. Hier, in de stad aan de Waal, creëren we een unieke ervaring – ons eigen cultureel terras.” (https://dekaaij.nl/)
Naast de foto’s op hun eigen site, is een mooi fotoverslag van 2024 te zien op IntoNijmegen.
Zie ook “De Kaaij vanuit de lucht” uit 2014 op https://www.nijmegenmijnstad.nl/de-kaaij/; inmiddels is de Kaaij al een aardig festival geworden; waarschijnlijk lopen de mensen op de krib van en naar het pontje dat ze naar “Havana aan de Waal” brengt.
Een artikel uit 1939: Sloop in de Benedenstad
“Een belangrijke doorbraak in de oude stad
De Rozengas verdwijnt – Nieuwe straat van 10 Meter breedte
Wordt de Waalkade watervrij?
Na de belangrijke krotopruimingen aan de Steenstraat en de Vleeschouwerstraat, die eenige maanden geleden hun beslag gekregen hebben en waardoor in het Oostelijk gedeelte van de oude stad het vraagstuk van de saneering een belangrijke schrede is gevorderd, is nu een omvangrijke afbraak begonnen in een ander deel van de oude stad, waar verscheidende panden den laatsten in het bezit van de gemeente zijn gekomen en waar ook door particulieren medewerking wordt verleend, om tot opruiming van de bouwvallen te komen. Het betreft hier n.l de totale opruiming van de Rozengas, de gedeeltelijke afbraak van de Grootegas en het sloopen van eenige panden aan de Praast- of Proosthof. Door deze afbraak komt een uitgestrekt terrein vrij, dat in de toekomst bestemd zal worden voor woningenbouw en nieuwen straataanleg, waarop wij zoo aanstaande nog nader terug komen.
Historisch plekje verdwijnt
Wie nu tusschen de bouwvallen rondloopt en de enorme puinhoopen, die door het sloopwerk daar thans ontstaan zijn, gadeslaat, zal moeilijk kunnen vermoeden, dat het hier een der oudste gedeelten van Nijmegen betreft, dat in vroeger tijden- wij spreken nu van ongeveer vijf eeuwen geleden- door gegoede ingezetenen van onze stad werd bewoond. Het Rozengasje b.v., dat binnen enkele dagen nog slechts in de herinnering zal voortleven, loopende van de Nonnenstraat naar Achter de Vischmarkt, heette vroeger: Achter het Gasthuis, zoo genaamd, omdat de steeg achter het St. Nicolaas Gasthuis omliep. Dat Gasthuis bevond zich ter plaatse, waar zich thans de oude Luthersche kerk in de Grootestraat bevindt. In vroeger eeuwen heerschte hier groote bedrijvigheid. Men vond er brouwerijen, een suikerraffinaarderij, die in 1745 afbrandde, verscheidende herbergen en een schippersgildehuis. Ook woonden er gezetenen burgers, o.a. wijnkoopers. Een bekend gebouw was: “In den Witten Arend”, waarvan men in een protocol van 2 Mei 1760 de volgende omschrijving vindt: “zijnde een neringryke herberg, voorzien van verscheide beneden- en bovenkamers, openen plaats, een groote kolfbaan, staande en gelegen achter het Gasthuis, genaamd den Witten Adelaar, de Groote gas ter eenre, het Rooze gasje ter andere zijde”. Een steen boven de poort van den stal droeg het opschrift: “dit huys is in Godts haent, Anno 1621, Het is in den Witten Arent ghenaemt”.
Het Rozengasje zelf bestond uitsluitend uit woonhuizen, waarin in 1438 een zekere Coenraed Schutt kwam te wonen en daar een “stoof”, dat is een warm bad en verwarmd vertrek, liet inrichten. Ook uit talrijke protocollen uit de vijftiende eeuw, blijkt, dat er vroeger gegoede families woonden. Ondanks alle verval zijn sommige muren nog van een respectabele kracht en afmetingen. Men bouwde vroeger uiterst solide! De baksteenen in de oudste panden hebben een lengte van 30 en een dikte van 9 cm.
Ook de Grootegas is van een respectabele ouderdom. De naam komt reeds in 1427 voor en aan talrijke, thans wel zeer schamele huizen, ontdekt men nog de sporen van vroegere deftigheid.
De vergelijking met de andere gassen is de Grootegas tamelijk breed n.l. drie en een halve meter, maar in de naaste toekomst zal dat aanmerkelijk veranderen. Bij de plannen voor de saneering van de oude stad, is n.l. voor de Grootegas een nieuwe rooilijn vastgesteld en het doel van de thans aangevangen afbraak is o.m, om tot verbreeding van de Grootegas te komen. Dit wordt in de toekomst een belangrijke verbindingsweg van de Waalkade naar het centrum van de stad en de breedte er van zal op niet minder dan tien meter worden gebracht.
Tenslotte verrichten op het oogenblijk de sloopers hun werk op ’t z.g. Praast- of Proosthof. Dit is een terrein tusschen Achter de Vischmarkt en de Nonnenstraat. De naam is ontleend aan de woning van den Proost van het vroegere nonnenklooster, dat in de vijftiende eeuw in de Nonnenstraat gevonden werd. Een bewijs, dat deze omgeving vroeger betere dagen gekend heeft, is wel, dat dit klooster er een voor adelijke vrouwen was. Men vond in deze omgeving ook huizen bewoond door familie als Collart van Lynden, van Welderen, van Redichaven enz. Tot de woning van den zooeven genoemden Proost behoorde ook het nu nog bestaande poortje- dat intusschen voorshands nog niet gesloopt wordt- met bovenkamer, waar de Proost zich met voorliefde ophield. In een protocol van 1462- waar waren die gewichtige documenten al niet goed voor!- vertelt een zekere Dirck Hack, dat hij “een tyt geleden heeft sitten eten met den praest, jan van Bueren, en joffer Neza (’s proosten zuster) opter poorten, dat sy daermit woerden krigenden” enz. Waarna het relaas volgt van een “pittig onderhoud”, over een familiegeschil, dat overigens niet ter zake doet. Het Proostenhuis schijnt vroeger een toren te hebben gehad. In het laatst van de achttiende eeuw behoorde het in eigendom aan de Maillard de Pleinchamp, gewezen Waalsch predikant en later schijnt het als militaire barak te zijn ingericht geweest. In een cohier van 1649 vinden wij nog vermeld, dat op het Proosthof acht huizen stonden.
Een gedeelte van deze omgeving, dat ook nog niet aan de beurt is om onder sloopershanden te vallen, is de Schapengas, een doodloopend steegje, het nauwste van Nijmegen, dat vroeger op het Proosthof schijnt uitgekomen te zijn. Ook hier woonden vroeger aanzienlijke families, o.a. een notaris, de gemeensman Dibbets en, zooals het Hopmanboek van 1743 vemeldt: de Hoog Welgeb. Maximillaen Renesse.
Plannen voor de toekomst
Zooals wij daar straks reeds opmerkten, komen door deze afbraak belangrijke complexen vrij, die voor woningbouw benut kunnen worden. De plannen daarvoor staan echter nog geenszins vast. Men zal in de eerste plaats rekening moeten houden met de toekomstige bestemming van de oude stad, n.l. met een saneeringsplan, dat het geheel omvat. Zooals men weet, bestaan tegen partieele saneeringen groote bezwaren en alvorens daartoe een besluit wordt genomen, zal men de zaak van elke kanten moeten wikken en wegen, opdat men later niet tot de ontdekking komt, dat uitvoering van andere werken, door reeds tot stand gekomen bouwwerken, in sterke mate belemmerd wordt, dan wel dat men geen architectonisch juist geheel meer kan krijgen.
De bij het vraagstuk van de oude stad allesbeheerschende vraag is, of de Waalkade al dan niet watervrij zal worden gemaakt. Zooals wij al eens eerder uiteengezet hebben, berust de beslissing hieromtrent bij het departement van Waterstaat, dat aanvankelijk volstrekt afwijzend hiertegenover stond. Men weet, dat de Waalkade behoort tot het winterbed van de rivier, en zou men, hetzij door ophooging, dan wel door het maken van een waterkeerenden muur, dit gedeelte van het winterbed doen verdwijen, dan zou de consequentie daarvan vormen, dat men aan de Lentsche zijde het winterbed zoozeer verruimt, dat het afvoervermogen van de rivier even groot blijft, als thans het geval is. Dat daarmede belangrijke kosten gemoeid zijn, spreekt wel vanzelf.
Jarenlang heeft de gemeente na reeds pogingen in het werk gesteld om de Waalkade watervrij te krijgen. In zekeren zin staat of valt het vraagstuk van de saneering van de oude stad er mede. Nu het vraagstuk van oud-Nijmegen niet alleen ter plaatse als van groote beteekenis wordt aangeduid, maar in het geheele land er bestelling voor is gewekt, schijnt men bij den Rijkswaterstaat meer begrip voor deze voor Nijmegen zoo buitengewoon belangrijke aangelegenheid te hebben gekregen. Wij hebben n.l. in waterstaatskringen hooren verluiden, dat men niet meer volstrekt afwijzend tegenover de onttrekking van de Waalkade aan het winterbed van de rivier staat en op het ogenblik wordt onderzocht, op welke wijze aan de verlangens van het gemeentebestuur kan worden tegemoet gekomen.
Ofschoon deze aangelegenheid nog slechts in het stadium van overweging verkeert, mag deze gang van zaken toch in hooge mate met vreugde begroet worden. Immers, zoowel de stedenbouwkundige ir. Siebers, de betrokken gemeentediensten en de Commissie S.O.S. zijn het er volkomen over eens, dat slechts door watervrijmaking van de Waalkade een afdoende oplossing kan worden verkregen.” (PGNC 21/6/1939)
Witte huizen aan de Waalkade, licht oranje door de zonsondergang (mei 2025)Een gedicht op de Waalkade: “De namen zijn blauw” van K. Michels, december 2025