Kock Bril Shop gebouwd als Opticien Sellink, Augustijnenstraat 36-38 in juli 2019 (Google Streetview) architect van der Kloot
#Nijmegen, Augustijnenstraat, Centrum, Gebouw van de dag

Geschiedenis van Opticien Sellink in Nijmegen

1955, Augustijnenstraat 36-38

Kock Bril Shop gebouwd als Opticien Sellink, Augustijnenstraat 36-38 in juli 2019 (Google Streetview) architect van der Kloot
Kock Bril Shop gebouwd als Opticien Sellink, Augustijnenstraat 36-38 in juli 2019 (Google Streetview)

In 1955 vindt de opening plaats van opticien Sellink op de Augustijnenstraat 36-38. De architect was van der Kloot. De zaak van zijn vader was tijdens het bombardement van februari 1944 verwoest. Waar zijn vader de nadruk op uurwerken had gelegd, lag de focus van zijn zoon op optische hulpmiddelen. Ook tegenwoordig is het pand nog in gebruik door een opticien.

Vooraf

Hendrik Christiaan Selling is op 5-10-1880 geboren in Winterswijk. Hij vestigt zich op 28-1-1907 in de Hertogstraat, hij is dan afkomstig van Lochem. Zijn beroep is “horlogemaker”. Hij neemt daarbij de zaak van de Firma A. Waalewijn over.

Eerst gevonden advertentie Sellink (PGNC 17/3/1907)
Eerst gevonden advertentie Sellink (PGNC 17/3/1907)

Hij trouwt op 31-1-1908 met Hendrika Wilhelmina Haarman (9-11-1884 te Hees) (Bevolkingsregister 1900).

Ze krijgen 2 kinderen:

  • Gerard Johan Hendrik Christiaan, 14-6-1910
  • Wilhelmina Johanna Christina, 5-5-1914

Uit het Bevolkingsregister 1910 blijkt zijn broer, Gerard Frederik van 10-4-1917 tot 12-8-1918 bij hem in te wonen.

Tussen januari en mei 1910 verhuist hij naar de Korte Hezelstraat 19, waar hij zijn zaak tot het bombardement zal houden (De Gelderlander 1/1/1910 en De Gelderlander 1/5/1910)

Stikke Hezelstraat 17-19

In advertenties komen regelmatig de nummers 17 en 19 voor: het is onbekend of dit onmiddellijk het geval was of dat Sellink in de loop der tijd een pand heeft aangetrokken. Bovendien vindt naamsverandering plaats van “Korte Hezelstraat” naar “Stikke Hezelstraat”.

Heropening Sellink na verbouwing 1921 (PGNC 25/11/1921)
Heropening Sellink na verbouwing 1921 (PGNC 25/11/1921)

In 1921 vindt een uitbreiding plaats (PGNC 25/11/1921). En daarnaast een kleine verbouwing in 1928, waarbij de winkel slechts 2 dagen gesloten is (De Gelderlander 5/11/1928). In 1934 raakt ook de zoon bij de zaak betrokken (het artikel bij de heropening in 1955), waarbij het nog onduidelijk is of dit al dan niet als mede-eigenaar is. Bij het betrokken raken van de zoon komt er ook een optische afdeling.

Noodwinkel

Het pand wordt tijdens het bombardement van Februari 1944 verwoest. Op 11-8-1950 overlijdt Hendrik Christiaan (Bron: Openarchieven; hoewel de originele acte nog niet is ingezien, blijkt zijn vrouw in het adresboek van 1951 weduwe).

Het artikel bij de heropening in 1955 noemt dat “Sellink” na het februaribombardement van 1944 in Winterwijk en Kesteren werkzaam is geweest, Waarschijnlijk wordt daarmee de zoon bedoeld: “maar in geen van beide plaatsen werd het een succes. In 1951 kwam hij dan ook weer naar Nijmegen om een zaak te openen aan de Sophiaweg.” Waarschijnlijk betrof de Sophiaweg het woonadres: Sellink adverteert als “Ged(iplomeerd) Opticiën op Wintersoord 3.

Advertentie Sellink noodwinkel op Wintersoord (De Gelderlander 4/7/1952)
Advertentie Sellink noodwinkel op Wintersoord (De Gelderlander 4/7/1952)

Herbouw

Plan voor herbouw van een winkelpand met bovenwoning, voor de heer G. Sellink, aan de Augustijnenstraat, architect A. van der Kloot, datum dossier 23-12-1953 (D12.415301)
Plan voor herbouw van een winkelpand met bovenwoning, voor de heer G. Sellink, aan de Augustijnenstraat, architect A. van der Kloot, datum dossier 23-12-1953 (D12.415301)

De linker deur is de opgang naar boven. De benedenverdieping bestaat vrijwel geheel uit de winkel zelf, met aan de linkerkant emballageruimte. In de kelder bevindt zich onder andere een magazijn en de werkplaats.

De belangrijkste verandering die zich uiterlijk heeft voorgedaan is de verdwijning van het portiek. Wanneer de bouwtekening/foto ZN35363 met het huidige situatie wordt vergeleken: aanvankelijk lag de winkel wat dieper, met de ingang schuin op de hoek. Op de hoek bevindt zich een zuil. Tegenwoordig komen de etalages vrijwel tot aan de stoeprand, met de ingang rechts van het midden.

Bij de opening op de Augustijnenstraat

Bij het RAN is een foto te vinden uit 1956.

De Gelderlander plaatst bij de opening op de Augustijnenstraat 36-38 het volgende artikel:

Aan de Augustijnenstraat

Nieuwe zaak opticien Sellink geopend

Zaterdagmiddag opende de heer Sellink aan de Augustijnenstraat zijn nieuwe zaak in optische instrumenten en horloges, die nu na elf jaar weer een definitieve vestiging in Nijmegen heeft gekregen. De heer Sellink is namelijk na het verwoesten van zijn pand tijdens het Februaribombardement van 1944 in Winterwijk en Kesteren werkzaam geweest, maar in geen van beide plaatsen werd het een succes. In 1951 kwam hij dan ook weer naar Nijmegen om een zaak te openen aan de Sophiaweg.

Architect A. v.d. Kloot en aannemer Dekkers hebben nu in de beste samenwerking een bijzonder sfeervol pand opgetrokken, dat geheel aangepast is aan de artikelen, die er te koop zijn. Een nieuwigheidje is, dat de werkkamer zonder scheiding met de winkel verbonden is, door middel van een estrade, waar zich twee automatische slijpapparaten bevinden voor precisiewerk. Elk van deze automaten vervangt één man personeel. Er is ook gedacht aan een showroom. Bij de opening was deze weliswaar nog niet in gereedheid gebracht, maar binnenkort zal ook dit onderdeel van de zaak in gebruik genomen worden.

De heer Sellink Sr. opende al in 1907 een zaak, die zich vooral bewoog op het gebied der uurwerken. Zijn zoon bracht in 1934 de optische afdeling er in en deze is nu van plan om in de nieuwe zaak de nadruk te leggen op deze afdeling. Men zal nu zelf kunnen zien hoe zijn brillenglas geslepen wordt. Een nieuwe parel aan het firmament van de Augustijnenstraat kunnen we het pand van de heer Sellink noemen.” (De Gelderlander 22/2/1955)

Vervolg

In de loop van de jaren 70 wordt het de Kock Bril shop: H.G.J. Kock laat in 1976 de winkel verbouwen naar ontwerp van architect L. de Bruin (D12.501676). Het betreft dan het grotendeels verdwijnen van het portiek: de etalages komen tot vrijwel de stoep en de ingang wordt recht op de straatkant gezet, waarbij de pilaar nog wel blijft staan. Ook vindt in 1995 nog een verbouwing plaats (vanwege privacy worden deze bouwtekeningen niet opgenomen).

De Kock Bril Shop zit anno februari 2024 nog steeds op deze locatie: “De familie Kock is al sinds de jaren ’50 een bekend gezicht, in brillen en later ook in contactlenzen, in Nijmegen. Robert Kock is de 3e generatie opticiens, heeft zijn optiekopleiding in Rotterdam en de optometrieopleiding in Utrecht gevolgd.”

De voorgevel van het pand van Vroom & Dreesmann na de verbouwing in 1916, 4/1916 (F13374 RAN) Grote Markt architect Welsing
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Grote Markt

De vooroorlogse Vroom en Dreesmann aan de Grote Markt I: begin tot aan verbouwing 1916

In 1930 waren Vroom & Dreesmann (midden) en Bahlmann (rechts) nog 2 afzonderlijke zaken. Enkele jaren later zal Bahlmann bij Vroom & Dreesmann worden gevoegd. Foto: Nijmegen 700 jaar stad werd groots gevierd: in de hele stad werden gebouwen feestelijk geïllumineerd, zoals het gebouw van Vroom en Dreesmann in het midden, links van Dijk en Witte en rechts Bahlmann. De verlichting was een initiatief van de Nijmeegse Erkende Installateurs Vereniging en werd uitgevoerd door de firma's Beukering en Alewijnse, 25/8/1930-30/8/1930 (GN11829 RAN)
In 1930 waren Vroom &; Dreesmann (midden) en Bahlmann (rechts) nog 2 afzonderlijke zaken. Enkele jaren later zal Bahlmann bij Vroom & Dreesmann worden gevoegd. Foto: Nijmegen 700 jaar stad werd groots gevierd: in de hele stad werden gebouwen feestelijk geïllumineerd, zoals het gebouw van Vroom en Dreesmann in het midden, links van Dijk en Witte en rechts Bahlmann. De verlichting was een initiatief van de Nijmeegse Erkende Installateurs Vereniging en werd uitgevoerd door de firma’s Beukering en Alewijnse, 25/8/1930-30/8/1930 (GN11829 RAN)

In 1895 opent manufacturenzaak “De Zon” van Vroom & Dreesmann haar bescheiden zaak op de Grote Markt. Een 2e zaak volgt in 1900, welke door overnames van omliggende panden zal uitgroeien tot een gigantische, prachtige winkel.

De meeste mensen denken aan de vooroorlogse, prachtige winkel van Vroom & Dreesmann aan het werk van Oscar Leeuw. Hij zal echter later pas betrokken raken, onder andere door de bouw van de passage van Vroom en Dreesmann. En de verbouwingen in de jaren 30, waarbij onder andere Bahlmann bij de winkel wordt getrokken. Helaas zal het pand tijdens het bombardement van februari 1944 verloren gaan. Daarover later meer.

Eerst terug naar een bescheiden manufacturenzaak aan de Grote Markt.

De Zon

Een tekening van het voormalige Magazijn de Zon van Vroom & Dreesmann, 1905 (F13371 RAN) Grote Markt
Een tekening van het voormalige Magazijn de Zon van Vroom & Dreesmann, 1905 (F13371 RAN)

Maar het verhaal begint bij een nieuwjaarsbezoek op Nieuwjaar 1894.

De zwagers Dreesmann en Vroom hadden op dat moment reeds een aantal geopend in het westen van het land. Bij deze en volgende openingen betrokken zij steeds familieleden.

Aanvankelijk waren Vroom en Dreesmann van plan geweest om H.J. Vroom met zijn compagnon Joh. Bär de zaak in Nijmegen te laten openen. H.J. Vroom stortte echter in en bleek niet langer dan 3 maanden te leven te hebben. Vroom en Dreesmann konden bovendien Bär niet missen in Amsterdam.

kiespijn

Daarop werd aan Nicolaus Dreesmann bij zijn nieuwsjaarbezoek van 1894 door Antoon voorgesteld om de nieuwe zaak in Nijmegen te beginnen. Nicolaus en zijn vrouw wilden aanvankelijk niet: hij was directeur van de zaak aan de Weesperstraat in Amsterdam, waar hij en zijn vrouw zich bovendien thuis voelden. Antoon werd boos, wees op de ongezonde situatie van de Weesperstraat en dat hij in Nijmegen al gauw het dubbele zou kunnen verdienen dan in de huidige winkel. Een leuke anecdote is dat een kiespijn van Antoon weer kwam opspelen, mogelijk vanwege zijn boosheid. Toen hij zich even terug moest trekken, gingen Nicolaus en zijn overleggen. Uiteindelijk stemt Nicolaus toe. Ook op een later moment wist Vroom Nicolaus nog verder te overtuigen.

Op 6 april 1895 opent “De Zon” haar deuren op de Grote Markt 11 en 12 in Nijmegen. De winkel heeft 2 etalages met in het midden een deur.

Magazijn de Zon van Vroom & Dreesmann (Grote Markt 12) ; links Drukkerij C.A. Vieweg & Zn. (Grote Markt 11) en rechts de winkel van Bahlmann (Grote Markt 13), foto gedateerd 1910 (F14224) Grote Markt
Magazijn de Zon van Vroom & Dreesmann (Grote Markt 12) ; links Drukkerij C.A. Vieweg & Zn. (Grote Markt 11) en rechts de winkel van Bahlmann (Grote Markt 13), foto gedateerd 1910 (F14224)

Bahlmann en de opening op Groote Markt 2

Magazijn de Zon van Vroom en Dreesmann op Grote Markt 2. Rechts C.J.R. Geurts Koloniale Waren en tabaksartikelen op Grote Markt 3. Beiden zullen deel gaan uitmaken van de Passage van Vroom en Dreesmann, foto gedateerd 1910: 
Een gedeelte van de zuidgevel van de Grote Markt : V.l.n.r. Grote Markt 1 (sigarenzaak C. van Steensel) , Grote Markt 2 (Magazijn de Zon van Vroom en Dreesmann) en Grote Markt 3 (C.J.R. Geurts Koloniale Waren en tabaksartikelen) ; links de hoek met de Broerstraat, 1910 (F14223 RAN)
Magazijn de Zon van Vroom en Dreesmann op Grote Markt 2. Rechts C.J.R. Geurts Koloniale Waren en tabaksartikelen op Grote Markt 3. Beiden zullen deel gaan uitmaken van de Passage van Vroom en Dreesmann, foto gedateerd 1910

Uitbreiding van Vroom & Dreesmann is op dat moment lastig. Rechts van haar zit grote concurrent Bahlmann. En niet alleen dat: op nummer 10 zat de juwelier Bielen. Deze had zijn pand van de heer Holthaus gekocht. En aangezien Holthaus chef was bij Bahlmann, was bij de verkoop het beding vastgelegd dat er de eerste 25 jaar geen manufacturenzaak in het pand gevestigd zou mogen zijn. Deze bepaling had Holthaus voor meer panden op de Groote Markt laten vastleggen.

Daarop besluit Vroom en Dreesmann om het pand van Groote Markt 2 aan te kopen, waar voorheen Canta zat: In 1900 opent ze hier haar 2e winkel, waar de mantel- en stoffenzaak wordt gevestigd.

Vieweg

Advertentie van magazijn De Zon met afbeeldingen van beide zaken op de grote Markt: links Grote Markt 2 (het voormalige pand van de Gebrs. Canta) en rechts Grote Markt 12, 1911 (Collectie J.M.G.M Brinkhoff via D165 RAN CC0)
Advertentie van magazijn De Zon met afbeeldingen van beide zaken op de grote Markt: links Grote Markt 2 (het voormalige pand van de Gebrs. Canta) en rechts Grote Markt 12, 1911 (Collectie J.M.G.M Brinkhoff via D165 RAN CC0)

In 1905 neemt Vroom en Dreesmann het “woonhuis” van Vieweg op de Grote Markt over, welke in de verbouwing van 1907 bij de winkel wordt getrokken (Vijftig jaar Vroom en Dreesmann). Ook op de bovenstaande afbeelding is te zien hoe de Zon met het pand van Vieweg is vergroot. Wél lijkt de ingang van Vieweg zijn oorspronkelijke vorm te hebben behouden, maar deze afwijking kan ook een andere reden hebben.

Wanneer de gehele drukkerij van Vieweg tussen 1907 en 1916 bij “De Zon” wordt getrokken is niet geheel duidelijk: op onderstaande afbeelding staat “De Zon” op een foto welke door het RAN op 1910 is gedateerd. Links daarvan Drukkerij Vieweg. Daarbij is opvallend dat het krantenartikel van de verbouwing uit 1916 (zie hieronder) ook Vieweg noemt, terwijl het pand waarschijnlijk tussen 1910 en 1916 bij De Zon is getrokken. Mogelijk heeft Vieweg nog haar ingang tot haar drukkerij aan de Scheidemakersgas, die in 1916 alsnog bij Vroom en Dreesmann wordt betrokken.

In ieder geval zal in 1916 het gehele terrein van Vieweg onderdeel uitmaken van de grote verbouwing.

Verdere overnames

Wanneer het beding in 1913 op het huis van Bielen is afgelopen, ruilt Vroom & Dreesmann Groote Markt 2 met het huis van Bielen. (Waarbij Oscar Leeuw de verbouwing voor Bielen ontwerpt).

Ook waren er in die jaren andere overnames: De Tijdingzaal van de Nijmeegsche Courant, de poppenwinkel van de fa. Engel en huizen in de Scheidemakersgas.

Op onderstaande foto staat rechts de juwelierszaak Bielen en links daarvan de Speelgoedwinkel van Engel. Let op het pand rechts: dit is verbouwde de Zon van Vroom en Dreesmann (waar “Manufacturen” nog te zien, met daarbij de ingang die nog in de stijl van de oude drukkerij Vieweg is.

Deze werden tijdens verbouwing tussen 1907 en 1916 bij de winkel gevoegd (Vijftig jaar Vroom en Dreesmann- welke overigens 1917 als jaartal noemt). “We hadden nu een mooi complex en konden wij aan de oprichting van een groot modern magazijn denken”. (Wordings-Geschiedenis)

rechts de juwelierszaak Bielen en links daarvan de Speelgoedwinkel van Engel. Deze winkels zullen bij de verbouwing van 1916 bij de winkel van Vroom en Dreesmann worden gevoegd. Let op het pand rechts: dit is verbouwde de Zon van Vroom en Dreesmann (waar “Manufacturen” nog te zien, met daarbij de ingang die nog in de stijl van de oude drukkerij Vieweg is. Foto gedateerd 1900-1910 (F9245 RAN)
Winkels aan de Grote Markt. Rechts de juwelierszaak Bielen en links daarvan de Speelgoedwinkel van Engel. Deze winkels zullen bij de verbouwing van 1916 bij de winkel van Vroom en Dreesmann worden gevoegd. Let op het pand rechts: dit is verbouwde de Zon van Vroom en Dreesmann (waar “Manufacturen” nog te zien, met daarbij de ingang die nog in de stijl van de oude drukkerij Vieweg is. Foto gedateerd 1900-1910 (F9245 RAN)

Nicolaus Dreesmann

Er is al veel geschreven over de winkelketen Vroom & Dreesmann. Daarom wordt verwezen naar de links hieronder.

Nicolaus Rudolph Alexander Dreesmann (Haselünne 11-7-1867– Nijmegen 2-8-1939) wordt aangesteld als directeur van Nijmegen. Hij was de jongere broer van Anton Dreesmann. Beiden zijn ze geboren in het Duitse Haselünne (in Niedersachsen, iets meer dan 40 kilometer ten oosten van Emmen)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Dreesmann

https://archief.amsterdam/inventarissen/details/30634

Vroom & Dreesmann 1916

De voorgevel van het pand van Vroom & Dreesmann na de verbouwing in 1916, 4/1916 (F13374 RAN) Grote Markt architect Welsing
De voorgevel van het pand van Vroom & Dreesmann na de verbouwing in 1916, Grote Markt, architect Welsing, 4/1916 (F13374 RAN)

Februari 1916 opent de nieuwe Vroom & Dreesmann onder grote belangstelling. De winkel heeft 1 groot front gekregen en heeft een oppervlakte van 1800 vierkante meter. Het gebouw is ontworpen door architect Welsing.

Architect Welsing

Willem Gerhardus Welsing, (Arnhem, 14 december 1858 – aldaar, 1 januari 1942) is bekend als huis-architect van de Gruyter en voor zijn werk voor Vroom en Dreesmann. Hij is in Arnhem geboren, waar zijn vader timmerman was. Na zijn bouwkundige opleiding in Duitsland werd hij chef de bureau bij het architectenbureau van Salm.

In 1891 vestigt hij zich als particulier architect in Amsterdam; in 1896 verhuist hij naar Arnhem. Hier werd hij de vaste architect van het Elisabeth-gasthuis. In 1906 ontwierp hij de winkel voor de Gruyter in de Bovenbeekstraat in Arnhem. Hierna werd hij de huisarchitect van de Gruyter, welke hij tot 1925 zou blijven. Ook de voormalige winkel op Mariaplein 6 in Nijmegen uit 1919 is van zijn hand.

Hij ontwierp voor de Gruyter ook fabrieken en villa’s voor de familie in Den Bosch.

Hendrick de Keyser: “Welsing maakte als architect een ontwikkeling door die karakteristiek is voor de kunstenaars van zijn generatie. Aanvankelijk bouwde hij in neorenaissance stijl. Vanaf 1900 onderging hij de invloed van Berlage en De Bazel. Zijn winkels zijn vaak vormgegeven in art deco stijl, waarbij veelvuldig gebruik is gemaakt van bouwkeramiek van de Porceleyne Flesch in Delft.”

https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Welsing (met een overzicht van zijn werk)

https://www.hendrickdekeyser.nl/architecten/willem-g-welsing

https://www.bossche-encyclopedie.nl/personen/welsing,%20wilhelmus%20gerhardus%20(1858-1942).htm: hierop staat tevens een foto van Welsing

Bij de opening

Het PGNC wijdt een uitgebreid artikel aan de opening:

In de Nieuwe Magazijnen van de Firma Vroom & Dreesmann.

Er is een tijd geweest- wij ouderen kunnen ons dat nog best herinneren- dat de ontvangst van een “Boekje” van de “Bon Marché” of de “Louvre” en later van de “Printemps” een evenementje was bij het begin van voorjaars- of najaarsseizoen in menig kleinsteedsch huisgezin. Die aardige, geïllustreerde prijscourantjes, met hun tot begeeren en bestellen opwekkenden inhoud- ze brachten als het ware een vleugje mee van de grootstadsche lucht van ’t eenige Parijs, die bron van de mode; ze gingen van hand tot hand; elk huisgenoot deed er zijn keuze uit en weldra werd een uitgebreide order in de bijgevoegde enveloppe met klaargemaakt adres naar Parijs verzonden. Dan kwam er veertien dagen later onder rembours- kwade tongen beweerden wel eens dat er bij de plaatselijke winkeliers zóó vlug niet betaald werd- een groot pakket, gewikkeld in een soort geteerd, zwart pakpapier en begon de vreugde van ’t uitpakken. Het was een St. Nicolaasfeest in miniatuur! En wie het eenmaal uit Parijs bracht- de illusie van elken Hollander- die richtte aanstonds zijn schreden naar die reuzenmagazijnen die men reeds lang van de afbeeldingen kende en waarvan men heimelijk trotsch was een klant te zijn. Thuisgekomen vertelde men er wonderen van: je werd er binnen een uur tijds van top tot teen in ’t nieuw gestoken- je kwam er binnen als een provinciaaltje en je stapte er uit als een geacheveerde Parisienne of Parisien!

Hoe lang ligt de tijd dat we genoten van dat tooversprookje- waarover Zola in zijn “Au Bonheur de Dames” waarvoor hij de Parijsche “Printemps” als voorbeeld gekozen had, zoo boeiend heeft geschreven- al achter ons. Nà Parijs kwamen andere groote steden belangstelling voor hare wereld-magazijnen vragen. Met name werd Berlijn al spoedig dergelijke inrichtingen rijk en de ondernemende Tietz met zijn bekende over heel Duitschland verspreide “Warenhäuser” bleef voor het reizend publiek geen vreemde meer. En ook in ons land is door ondernemende mannen dat voorbeeld gevolgd. Maar daarmee verdween tegelijk de geheimzinnige charme, die de Parijsche boekjes bij ons wekten. Die boekjes werden steeds zeldzamer en bleven tenslotte heelemaal uit. Wij konden nu in ’t eigen land terecht, ja wij raakten aan de grootheid in eigen omgeving gewend en we stapten alsof we nooit anders gekend hadden als geroutineerde bezoekers die wereld-bazaars binnen. Wat eerst nog bij de hoofdstad behoorde waaide zelfs ons vooruitstrevend Nijmegen allengs binnen!

Onwillekeurig kwam deze herinnering bij ons op, toen we hedenmorgen de groote nieuwe magazijnen bezochten, die de bekende Firma Vroom & Dreesmann in onze stad aan het historische Marktplein heeft gesticht en die morgen, Zaterdagmiddag om 2 uur, met allen luister voor het publiek zullen worden opengesteld. Het is wel geen Warenhaus à la Tietz, dat de Firma hier stichtte. Zij houdt bescheiden vast aan den ouderwetschen naam van Manufacturen-Magazijn met daaraan verbonden Tapijtzaak, Beddenfabriek en Behangerij- doch het zou, zoowel in- als uitwendig, gerust een “Warenhuis” genoemd mogen worden.

De Vroom & Dreesmann in 1925, gezien vanaf de Kerkboog in de richting van de Korte Burchtstraat; rechts het pand van Vroom & Dreesmann, daarnaast de Kledingzaak van Van Dijk & Witte (63552 RAN)
De Vroom & Dreesmann in 1925, gezien vanaf de Kerkboog in de richting van de Korte Burchtstraat; rechts het pand van Vroom & Dreesmann, daarnaast de Kledingzaak van Van Dijk & Witte (63552 RAN)

Allereerst het uiterlijk. De even sierlijke als voorname gevel verfraait ons oude plein. Al steekt hij ook boven de omgeving uit, hij drukt die net neer- integendeel- het komt ons voor dat het hardsteenen uiterlijk van den rechterbuurman er b.v. beter door tot zijn recht komt dan voorheen. Het pand heeft een breedt van 65 meter en is gelijkvloers geheel als winkel ingericht. Achter spiegelruiten van groote afmetingen rust het oog op etalage-kasten van smaakvolle betimmering- die naar willekeur grooter en kleiner gemaakt kunnen worden en die bovendien zijn afgesloten door gebogen spiegelglas in de portiek- terwijl in het midden de ingang is aangebracht ter breedte van 5 Meter, die door middel van vier breede doordraaiende deuren toegang geeft tot een ruim tochtportaal. Dat is alles grootsch opgevat. Het front, rustende op sokkels van Beiersch graniet, is opgetrokken in Bremer zandsteen, verlevendigd door de toepassing van handvorm baksteen, waardoor het aanzien frisch en vroolijk werd. De ornamentatie is gelukkig van vorm en niet overdreven en het hier en daar aangebracht verguld zet aan het geheel een zekere bekoring bij. Het oog wordt onwillekeurig geboeid door deze combinatie van lijn en kleur; er is niets schreeuwends in en toch trekt het gebouw dadelijk aller aandacht.

En nu het inwendige- dat men den gevel gelijken tred houdt. Komt men door een der deuren van den ingang het tochtportaal binnen, van waaruit men de magazijnen betreedt, dan staat men in een Hal, die eene oppervlakte heeft van ongeveer 1800 vierkante Meters. Geen kleinigheid! Doch men bedenke dat het nieuwe pand werd gebouwd op de reeds vrij aanzienlijke oppervlakte van het oude magazijn der Firma, op die van de huizen van de Firma C.A. Vieweg & Zn. en G.J. Bielen, die beide tot in de bocht van de Scheidemakersgas doorliepen, op die van het Speelgoedmagazijn der Firma Engel en de Scheidemakersgas werd aangekocht en genivelleerd. Daardoor werd niet alleen een vierkant pand verkregen, doch aanstonds in de Scheidemakersgas een toegang voor de Expeditie-afdeeling, die beneden onmiddellijk aan het magazijn grenst en een ruime tweede toegang voor het in ontvangst nemen van de aangevoerde goederen.

Deze Hal is de eigenlijke winkel, die helder verlicht wordt door een drietal boogvormige bovenramen, elk groot 100 vierk. M., die op een afstand van 7 M. van elkaar zijn aangebracht. Daardoor valt- aangenaam getemperd door glas in lood in teere kleuren- een profusie van licht naar binnen, zoodat zelfs in de uiterste hoeken geen donker plekje te ontdekken is. Het voorste gedeelte van dit onafzienbare lokaal is ingericht met stands voor de verschillende kleinere artikelen. Iedere stand is eene afdeeling op zichzelf. In fraaie vitrines van teakhout met gebogen glas en onder de glazen deksels der toonbanken liggen van alles de laatste snufjes geëtaleerd en vriendelijke winkeljuffrouwen, keurig in ’t zwart, zijn elk van hare specialiteit uitstekend op de hoogte. Breede paden zijn tusschen de verschillende stands opengehouden, zoodat men zich overal gemakkelijk beweegt. Op verschillende punten zijn kassen geplaatst- want, het is bekend, bij de Firma Vroom & Dreesmann wordt aan de gezonde conditie “contant betalen” allas “boter bij de visch” krachtig de hand gehouden. Wandelt men hier rond, dan heeft men geen oogen genoeg om de veelheid der geboden artikelen te bewonderen. Het lijkt een hoekje van eene tentooonstelling. Vervolgt men het middenpad, dan ontwaart men in het midden van de zaal een klaterende fontein, in een omgeving van groen en sierplanten, die een vroolijk effect in deze omgeving maakt. Het tweede gedeelte van de Hal is ingericht voor de Dames-Confectie. Men loopt er tusschen onafzienbare rijen kasten met mantels, robes, blouses enz. door, overal een zitje vindend om op zijn gemak een keuze te doen. Vier smaakvol ingerichte paskamers zijn hier ter beschikking der cliëntèle. Een reuzenklok, tegen den achterwand aangebracht, herinnert er bescheidenlijk aan, dat “tijd geld is”- misschien niet geheel en al ten onrechte, daar wij wel eens hebben hooren verluiden dat dames altijd erg langzaam in haar keuze zijn. Maar die ondeugende opmerking is heusch van ons zelf, niet van de Firma, die er integendeel steeds op uit is haren bezoeksters de keuze zoo aangenaam mogelijk te maken. Tegen de beide lange wanden van de zaal zijn van voor tot achter kasten aangebracht; voor de courante manufacturen en stoffen aan de eene zijde, voor witte goederen, vitrage en gordijnstoffen aan de andere zijde. Wel is het het een heele wandeling- ongeveer 60 Meter- als men daar eens langs patrouilleeren wil, doch een dankbare tocht tevens, daar men hier stellig iets van zijn gading vindt. Waar men hier ook komt, nergens wordt de indruk van soliede voornaamheid verbroken door iets, dat uit den toon valt. De kleuren van verfwerk en betimmering zijn stemmig gekozen, zoodat niets aan het geëtaleerde afbreuk doet. De vloer is bedekt met een effen Walton linoleum, zoodat zelfs bij druk bezoek het loopen geen hinderlijk leven maakt en prachtige bronzen electrische lampen zijn overal aangebracht. Bij avond is het effect van het geheel zoo mogelijk nog schitterender, dan overdag.

In het voorgedeelte van de Hal is een keurige liftkoker aangebracht, waarin onophoudelijk een Sigler-personen-lift, die acht personen kan vervoeren, op en neer gat. Een beleefde gegalonneerde lift-boy bedient met vaardigheid dit voertuig, dat ten dienste is van alle bezoekers, die niet van de prachtige breede trappen gebruik wenschen te maken, welke naar de eerste étage voeren. Deze geheele verdieping, bestemd voor de afdeling Bedden, Slaapkamer-inrichtingen, tapijten, karpetten, linoleum, zeilen, tafelkleeden, gordijnen, enz., waarvan de Firma een specialiteit heeft gemaakt, is van dezelfde afmeting als de beneden-lokaliteit, met dien verstande, dat de lichtkokers, die door nette belustraden omgeven zijn, in den vloer zijn gespaard. Aan de voorzijde en langs een der zijwanden vindt men hier een lange rij modelkamers ingericht, waar men èn bij een goed- èn bij een spaarzaam-gevulde beurs een keuze kan doen en o.a., als iets nieuws, een etalage in salon- en andere wiegen, om elke moeder naar een nieuwe baby te doen verlangen. Meer naar de achterzijde is de tapijt-afdeeling, met eene uiterst practische inrichting om karpetten te etaleeren voor de bezoekers. Onafzienbaar zijn hier de rijen van rollen linoleum en vloerzeil, die, geduldig als soldaten, naast elkaar in het gelid staan. Op deze verdieping bevindt zich ook een kantoor en het smaakvol gemeubeld privé-kantoor van den heer Dreesmann.

Vormen deze beide groote verkooplokalen het gedeelte, dat door het publiek gezien wordt, het oog des verslaggevers dringt verder door. En al vreezen wij bijna te veel van den lezer te vergen, toch moeten wij nog even iets vertellen van de vele andere afdeelingen, die deze reuzenbouw bergt en waar de eigenaar ons met rechtvaardigen trots rondleidde. We stappen dus maar weer in de lift, die ons dadelijk in den kelder brengt, die onder het geheele pand doorloopt. Daar bevindt zich de voorraadschuur, die ons eerlijk gezegd een weinig overweldigd heeft. Op onafzienbare rijen van rekken, waar tusschendoor groote en kleine gangen voeren, ligt hier, netjes geordend en verpakt, alles wat tot aanvulling van den voorraad in de magazijnen noodig is en door groote zendingen van buitenaf dagelijks wordt aangevuld. Men zou zoo zeggen als leek: driemaal meer dan noodig is om heel Nijmegen van top tot teen in het nieuw te steken: om den inhoud van alle linnenkasten te vernieuwen; om alle woningen van nieuwe kleeden of vloerbedekking te voorzien; om alle kamers opnieuw te behangen! En welk een orde heerscht er in dit goederendorp. In de duisternis zou men er den weg vinden! Midden door de ruimte loopt een breed pad, dat voert naar den uitgang in de bocht naar de Scheidemakersgas, waardoor de nieuwe voorraad binnenkomt. Daar is ook een afzonderlijk lokaal voor berging van de wagentjes, de emballage enz. In dit onderaardsche gedeelte vindt men ook de inrichting voor de centrale verwarming, die het geheele gebouw in den winter op de gewenschte temperatuur houdt, den kolenkelder en andere bergplaatsen meer.

Met de goederenlift, die aan de achterzijde van het gebouw is aangebracht en tot in den nok opvoert, gaan we weer naar boven. We passeeren eerst een ruime knipkamer en eene geheel electrisch ingerichte strijkinrichting, die achter de gelijkvloersche Hal zijn aangebracht; dan nemen wij even een kijkje in de uitgebreide behangerij, de naaikamer voor gordijnen en het daaraan verbonden schaftlokaal, die achter het magazijn op de eerste étage zijn gelegen en dan landen we aan op de tweede verdieping, die ter bewoning van het uitgebreide interne personeel bestemd is. Het heerenpersoneel heeft zijn keurig gemeubelde slaapkamers aan de achterzijde van het gebouw, de dames resideeren aan de voorzijde, met uitzicht op de Markt. Deze inrichting gelijkt op een groot hôtel. Alles is hier nieuw en naar de strengste eischen der hygiëne ingericht. Tusschen deze beide afdeelingen in liggen de conversatiezaal en de eetzaal- twee ruime in elkaar loopende vertrekken, die in de manufacturenwereld den eigenaardige naam van “Partiekamers” dragen. Toen we deze bezochten, werd uit de aangrenzende groote keuken een keurig middagmaal opgedragen voor de dames en heeren van de eerste ploeg, die gezellig als in een restauratie om een lange tafel bijeenzaten. Onvermeld mag hier niet blijven, dat er tegen brandgevaar voor deze en ook voor de hooger gelegen étages, waar ook vele slaapkamers gelegen zijn, de meest doeltreffende maatregelen genomen zijn, zoodat een ieder zoo nodig een veilig heenkomen zoeken kan. De binnenbouw is trouwens in hoofdzaak geheel in ijzerconstructie uitgevoerd en van alle zijden van het gebouw bestaat gelegenheid langs veilige wegen twee van elkaar verwijderde brandvrije trappen van gewapend beton te bereiken. Zoo komt men van het dak tot aan de straat veilig in een brandvrije ruimte naar beneden; alle daarop uitkomende deuren zijn in ijzerconstructie en voorzien van zelf dichtslaande scharnieren. Op iedere étage zijn daarenboven brandkranen aangebracht: de plafonds zijn met onbrandbare Eternietplaten bedekt en zelfs op het platte dak zijn rondom de luchtkokers voor de veiligheid ijzeren leuningen aangebracht. Met de grootste zorg is alles in ’t belang van de veiligheid der bewoners gedaan, wat gedaan kon worden.

Dat door het geheele gebouw op doelmatige wijze hygiënische inrichtingen verspreid zijn, ten gebruike van het publiek en het personeel; dat de electrische verlichting overal even practisch en naar de nieuwste constructie werd aangebracht- kortom, dat niets werd verzuimd wat reinheid, orde en gemak in deze inrichting kan bevorderen, zullen we wel niet in het bijzonder hoeven te vertellen. Trouwens als men bedenkt dat de inwendige inrichting van het geheele gebouw- wij bedoelen daarmee alles wat niet direct den bouw doch de exploitatie der zaak betreft- alléé reeds één ton gouds kost, dan krijgt men een denkbeeld, van wat er aan eene onderneming als deze verbonden is!

In het geheel zijn thans aan de zaak der Firma Vroom en Dreesmann verbonden 50 mannelijke en vrouwelijke bedienden intern en 30 extern; verder 15 behangers en 12 magazijnknechts, terwijl aan de knipperij, de electrische strijkinrichting en aan het atelier voor het veranderen van dames-confectie nog een 40-tal naaisters werk vinden. Als chef treedt sedert vele jaren op de heer A.A. Verweijen, die een hechte steun voor de Firma is.

Eene aansporing om deze nieuwe Magazijnen te gaan bezichtigen kan o.i. overbodig worden geacht. In ruimen getale zal men zeker van de gelegenheid gebruik maken, die daarvoor van morgen, Zaterdagmiddag af, door de Firma wordt geboden. Het is waarlijk dubbel de moeite waard!

De eigenaars van de Firma Vroom & Dreesmann en hun onvermoeide firmant de heer N. Dreesmann alhier hebben met de stichting van deze inrichting een doorslaand bewijs van ondernemingszin en durf gegeven. Dat zij in eene stad van 60.000 zielen een Manufacturen-magazijn stichtten van die afmeting en- naar wij van bevoegde zijde vernamen bestaat er in ons land op dit gebied geen grooter- getuigt er wel van, dat zij- uitstekende kooplieden als zij zijn- in Nijmegen’s toekomst groot vertrouwen stellen.

Wij wenschen hun en ook Nijmegen toe dat zij zich daarin niet bedrogen zullen zien en dat voor beiden nog een schoone toekomst is weggelegd.

Ontwerper van den geheelen bouw is de heer W.J. Welsing, architect te Arnhem, die zich daarmee als een man van kennis en smaak heeft doen kennen. Het werk is uitgevoerd door de heeren W.J.H. van der Waarden en J.J. de Groot, van wie de laatste met de dagelijksche hoofdleiding is belast geweest. Hij maakt het door zijn tact en nauwgezetheid mogelijk, dat de zaken der Firma tijdens de verbouwing, die bijna twee jaar duurde, ongestoord konden voortgaan en het belangrijke werk onder en boven den grond zonder ongelukken werd uitgevoerd. De groote moeilijkheden, die in deze veelbewogen tijden de aanvoer van materialen uit het buitenland met zich meebracht, werden op schitterende wijze overwonnen. Zij eischten heel wat overleg.

Aan den bouw werkten mede de volgende firma’s: H.F. Euwens, zandsteen en hardsteenwerken; L.A. Moll, electrische installatie; J.H. Smits, gas- en waterleiding; sanitaire goederen; E. v. Bilderbeek, glas iin lood; L. van Haaren, stucadoorwerken; J.Th. v.d. Waarden, terrasso en betonwerken; gebrs. Koning, schilderwerk; S. Reichgeld, smidswerken; firma van Ommeren (voorh. Thijs Plet) spiegelglas; firma Wed. v. Crimpen, spiegelglas; aleen alhier; verder: Edema van der Tuuck, leeraar aan de Academie van Beeldende Kunsten te Rotterdam; P.G. Duchâteau en Zonen, te Rotterdam, brons en koperwerken; De Nederl. Linoleumfabriek te Krommenie, vloerbedekking; firma J.J. Bouvy te Dordrecht, alle sloten. Allen hebben de Nijmeegsche en Nederlandsche industrie eer aangedaan.

Ook mag niet onvermeld blijven, dat gedurende al dien tijd ruim honderd handwerkslieden hier geregeld werk vonden- waarlijk een buitenkansje in dezen oorlogstijd!” (PGNC 19/2/1916)

Vervolg

In 1930 waren Vroom & Dreesmann (midden) en Bahlmann (rechts) nog 2 afzonderlijke zaken. Enkele jaren later zal Bahlmann bij Vroom & Dreesmann worden gevoegd. Foto: Nijmegen 700 jaar stad werd groots gevierd: in de hele stad werden gebouwen feestelijk geïllumineerd, zoals het gebouw van Vroom en Dreesmann in het midden, links van Dijk en Witte en rechts Bahlmann. De verlichting was een initiatief van de Nijmeegse Erkende Installateurs Vereniging en werd uitgevoerd door de firma's Beukering en Alewijnse, 25/8/1930-30/8/1930 (GN11829 RAN)
In 1930 waren Vroom & Dreesmann (midden) en Bahlmann (rechts) nog 2 afzonderlijke zaken. Enkele jaren later zal Bahlmann bij Vroom & Dreesmann worden gevoegd. Foto: Nijmegen 700 jaar stad werd groots gevierd: in de hele stad werden gebouwen feestelijk geïllumineerd, zoals het gebouw van Vroom en Dreesmann in het midden, links van Dijk en Witte en rechts Bahlmann. De verlichting was een initiatief van de Nijmeegse Erkende Installateurs Vereniging en werd uitgevoerd door de firma’s Beukering en Alewijnse, 25/8/1930-30/8/1930 (GN11829 RAN)

Zoals gezegd denken veel mensen bij de vooroorlogse, prachtige winkel van Vroom & Dreesmann aan het werk van Oscar Leeuw. Hij raakt echter pas op een later moment betrokken, onder andere door de bouw van de passage van Vroom en Dreesmann. En de verbouwingen in de jaren 30, waarbij onder andere Bahlmann bij de winkel wordt getrokken. Zie het volgende artikel:

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam…

Augustijnenstraat 33 en 34 cafetaria Apendans en Drogisterij Gouden Hert RAN F86347 architect van der Kloot
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Drogisterij ‘Het Gouden Hert’ en de Apendans

1953 Huidig Augustijnenstraat 33-35a (oud: Augustijnenstraat 33-34) Centrum

Augustijnenstraat 33 en 34 cafetaria Apendans en Drogisterij Gouden Hert RAN F86347 architect van der Kloot
Augustijnenstraat 33 en 34 cafetaria Apendans en Drogisterij Gouden Hert (F86347 RAN)

In oktober 1953 opent mej. R. Donders de drogisterij het “Gouden Hert” op de Augustijnenstraat. Zij was assistentie bij de apotheker Plet op de Stikke Hezelstraat, totdat deze tijdens het bombardement van februari 1944 werd verwoest. Zij geeft architect van der Kloot opdracht tot het bouwen twee winkelhuizen met bovenwoningen aan de Augustijnenstraat. De rechter winkel zal ze zelf betrekken, de andere winkel zal het bekende cafetaria de Apendans worden.

Plan voor twee Winkelhuizen met Bovenwoningen aan de Augstijnenstraat te Nijmege, “Accoord” stempels van 12-1951, datum dossier 2-12-1952 (D12.413170)
Plan voor twee Winkelhuizen met Bovenwoningen aan de Augstijnenstraat te Nijmegen, “Accoord” stempels van 12-1951, datum dossier 2-12-1952 (D12.413170)

De Apendans

De Apendans 1955 1963 Augstijenstraat 33 Foto Grijpijnk F39495 CCBYSA.jpeg architect van der Kloot
De Apendans, Foto 1955-1963 Augstijenstraat 33 (Foto Grijpijnk via F39495 RAN CCBYSA)

Het eerste bedrijf dat opengaat is “De Apendans” op de Augustijnenstraat 33. Op 17 juli 1953 openen de firmanenten G. van Leeuwen en A. Hamer hier hun cafetaria. Een paar dagen daarvoor heeft A.Hamer de sluiting van zijn cafetaria aan de Daalseweg 58 aangekondigd (De Gelderlander 13/7/1953).

Advertentie opening de Apendans (De Gelderlander 15/7/1953)

De Opening van Het Gouden Hert

Advertentie opening het Gouden Hert op de Augustijnenstraat 35 (Nijmeegsch dagblad 24/10/1953)
Advertentie opening het Gouden Hert op de Augustijnenstraat 35 (Nijmeegsch dagblad 24/10/1953)

Drogisterij ‘Het Gouden Hert’

Herrezen op Augustijnenstraat

Op de Augustijnenstraat hing gistermiddag de vlag uit en daar was wel reden toe. Alweer een herbouw was voltooid. Om drie uur ging de winkeldeur open van het nieuwe pand op no. 34, waarin de Drogisterij ‘Het Gouden Hert’ is gevestigd. De bezoekers, die de nieuwe zaak in ogenschouw kwamen nemen, werden verrast door de prettige entree en door de aanblik welke de drogisterij hun bood. ‘Het gouden hert’ mag een moderne drogisterij genoemd worden wat de inrichting betreft, de sfeer is evenwel zo ouderwetsch-gezellig als maar mogelijk is. En dit is van groot belang, temeer omdat het hier een meer dan een halve eeuw bestaande Nijmeegsche zaak betreft, die in het hart van de burgerij een plaats inneemt. Vroeger was het namelijk de apotheker van Pelt, die deze zaak dreef. Na zijn dood zette mej. R. Donders, apoth. ass., de zaak als drogisterij voort. Het bedrijf was gevestigd op de Stikke Hezelstraat, waar het bij de ramp van Februari 1944 in vlammen opging. Ook voor mej. Donders begon toen, evenals voor alle getroffenen, een zware tijd. Ze had been rust voordat ‘Het gouden hert’ weer op de rechte plaats zat, namelijk in het hartje van de stad. De Augustijnenstraat is er nu goed mee, met dit mooie winkelpand naast cafétaria ‘De Apendans’. Architect van der Kloot die de plannen ontwierp, de aannemers Gebr. Sutmuller, allen te Nijmegen, hebben eer van hun werk.” (De Gelderlander 28/10/1953)

Bijbank Nederlandsche Bank

De bijbank van de Nederlandsche bank aan de Mariënburg, welke later de spaarbank werd. Architect Salm ontwierp het gebouw in…

Augustijnen 39-41 in juli 2019 (Google Streetview)
#Nijmegen, Augustijnenstraat, Centrum, Gebouw van de dag

Geertsen Augustijnenstraat architect Meerman

1951-1952 Augustijnenstraat 37-41 Centrum

Augustijnen 39-41 in juli 2019 (Google Streetview)
Augustijnen 39-41 in juli 2019 (Google Streetview)

Architect B.J. Meerman ontwerpt in 1951 het pand voor Herman Geertsen op de Augustijnenstraat. Een mooie foto uit 1954 is te vinden bij het RAN: F12337

Herman Geertsen op de Augustijnenstraat

Wethouder Duives heeft gistemorgen namens het gemeentebestuur de opening verricht van de nieuwe zaak van de heer Herman Geertsen aan de Augustijnenstraat. Wethouder Duives, in het bijzonder belast met de Wederopbouw, verricht een dergelijke handeling graag, want, zoals hij ons later vertelde, iedere opening van een nieuwe zaak brengt ons dichter bij het doel: de aan-eensluiting van de nieuwe binnenstad. Als we het zo kunnen volhouden, dan staat de binnenstad er over 3 jaar, is de mening van Wethouder Duives en eerst dan zal het grote doel bereikt zijn.

Het derde pand, met openstaande deur, is dat van Geertsen: Links de Augustijnenstraat en rechts de Stikke Hezelstraat , met op de hoek de Drukkerij en Boekbinderij Richelle en rechts daarvan o.a. de panden van Herman Geertsen en de Slijterij Oporto ; geheel links de Augustinuskerk, 1/9/1941 (F34009 RAN)
Het derde pand, met openstaande deur, is dat van Geertsen: Links de Augustijnenstraat en rechts de Stikke Hezelstraat , met op de hoek de Drukkerij en Boekbinderij Richelle en rechts daarvan o.a. de panden van Herman Geertsen en de Slijterij Oporto ; geheel links de Augustinuskerk, 1/9/1941 (F34009 RAN)

Op 22 Februari 1944 ging ook de zaak van de heer Geertsen ten onder en ook hij moest een lange lijdensweg afleggen voor eindelijk de definitieve bestemming werd gevonden. Eerst inwinkelen, zoals dat heet en daarna onderdak in het bouwvallige en door vele palen gestutte pand aan de Stikke Hezelstraat. En nu in een bijzonder fraai pand, 10 meter lang en 10 meter diep. Een ongekende weelde, na het zoveel jaren te hebben moeten stellen met een bouwvallige keet, waarin het bovendien niet zonder gevaren was.

Een dag van grote voldoening ook, daar de zaak van de heer Geertsen 25 jaar bestaat. In de 2 ruime etages en in de grot, in lichte kleuren gehouden winkelruimte, heeft de heer Geertsen nu volop de gelegenheid zijn artikelen te laten zien; het zijn er zeer vele op electrisch-, radio- en verlichtingsgebied. In de winkel is een demonstratie-keuken ingericht, zodat men de verschillende artikelen ook in werking kan zien. Er is ook een demonstratie-kast van neonbuizen. Voor de kleurbepaling heeft een dergelijke demonstratiekast grote waarde. Achter de winkel is een kantoor en een tekenkamer ingericht, alsmede een winkelmagazijn met verbinding aan de werkplaats. In de werkplaats dringt het daglicht op royale wijze binnen en ook wat dit betreft zal de heer Geertsen en zijn personeel de luxe niet kennen.

Architect B.J. Meerman ontwierp het plan voor dit fraaie en royale pand, dat hoewel 10 meter breed en 10 meter diep, geen enkele kolom heeft en de Gebrs. Smits, Aannemers van Bouw- en Betonwerken, gaven het plan van architect Meerman gestalte en wel zodanig, dat het pand een niet geringe aanwinst mag worden genoemd voor ons herrijzende stadscentrum!

Een felicitatie waard!” (De Gelderlander 24/12/1952)

Augustijnenstraat 34-41

Eigenaar: (Herm. Geertsen doorgehaald en vervolgens handgeschreven:) Laarman Radio-techn. Bureau Stikke Hezelstraat 4, Winkel-Werkplaats-Magazijn-Garage-Woning en Aparte Bovenwoning a/dd Augustijnenstraat, architect B.J. Meerman, mei 1951 (D12.413127)
Eigenaar: (Herm. Geertsen doorgehaald en vervolgens handgeschreven:) Laarman Radio-techn. Bureau Stikke Hezelstraat 4, Winkel-Werkplaats-Magazijn-Garage-Woning en Aparte Bovenwoning a/dd Augustijnenstraat, architect B.J. Meerman, mei 1951 (D12.413127)

Meerman tekent de bouwtekeningen mei 1951, waarna uitwerkingen volgen. Opvallend is dat op D12.413127 Geertsen is doorgehaald en vervangen door Laarman. Ook op de overige bouwtekeningen staat “Laarman”.

Links en rechts van de winkel zitten opgangen naar boven. De ingang van de winkel is in het midden, tussen 2 etalages. De winkel beslaat Het eerste gedeelte van de begane grond bestaat uit de winkel zelf. Daarachter bevinden zich het privé-kantoor en het kantoor van de boekhouders met rechts een doorgang. Het achterste gedeelte is niet geheel duidelijk: links is een magazijn gepland met daarop handgeschreven “kantoor”. Terwijl op de plaats van de werkplaats handgeschreven “kantoor” en “winkel” staat.

In de kelder bevindt zich onder andere het magazijn, de garage en een berging voor rijwielen, ladders en “buis”.

De Winkel van A.J. van der Veer, winkelier in luxe artikelen, na de verbouwing, 1913 (f30581 RAN) Molenstraat 94 architect Veugelers
#Nijmegen, Centrum, Molenstraat

Geschiedenis en architectuur Molenstraat 94: Vulpenhuis van der Veer (1908-1946)

Molenstraat 94 Centrum, Gemeentelijk monument

De Winkel van A.J. van der Veer, winkelier in luxe artikelen, voor de verbouwing, 1913 (F30582 RAN) Molenstraat 94
De Winkel van A.J. van der Veer, winkelier in luxe artikelen, voor de verbouwing, 1913 (F30582 RAN)

In juni1908 opent J.A. van der Veer zijn winkel in Luxe- en Toiletartikelen, Kantoor- en Schrijfbehoeften op Molenstraat 94 (PGNC 7/6/1908). Deze winkel zal bijna 40 jaar blijven bestaan. Daarbij hebben 2 grote verbouwingen gevonden. De verbouwing van 1913 was naar ontwerp van architect Veugelers en die van 1930 door architect Deur.

Verbouwing 1913 architect Veugelers

Heropening A. J. van der Veer

In het perceel Molenstraat 94 heeft hedenavond de heropening plaats van het magazijn van den heer A.J. van der Veer. Gedurende eenige maanden is deze zaak in de Broerstraat gevestigd geweest en in dien tijd zijn in het oude pand dat niet meer aan de eischen van een modernen winkel voldeed, wonderen verricht.

De nieuwe bouw was toevertrouwd aan onzen stadgenoot, den heer M.E. Veugelers, architect, die daarbij weer van goeden naam en practischen zin blijk gaf. Hij heeft aan het betrekkelijk smalle pand een zeer opvallend voorkomen weten te geven, waarmee de winkelier zeer gediend is. Men loopt er niet ongemerkt voorbij. En wanneer men het magazijn binnen treedt, dan vallen vooral hem die de oude zaak heeft gekend, aanstonds de belangrijke verbeteringen op welke hier zijn aangebracht. De ruimte is in de eerste plaats veel grooter geworden, voorts is de belichting er aanmerkelijk op vooruitgegaan en het lokaal is ook een stuk hooger van verdieping geworden. Kan de winkel hierdoor veel beter dan tot dusver aan zijn doel beantwoorden, ook de inwendige inrichting draagt daartoe bij. Deze is Keurig in één woord, het fraaie is er met het praktische gecombineerd. Wij noemen de verplaatsbare etalagekast en de goed doorgevoerde splitsing van de kantoor- en luxe-artikelen, welke laatste in flinke spiegelkasten langs een der wanden zijn ondergebracht.

De bouw is verricht door den heer H. Seegers, aannemer alhier,  die in korten tijd het werk uitvoerde en er alle eer mee inlegt. Voorts komt een bijzonder woord van lof toe aan den schilder, den heer A. de Vries, alhier, die dit onderdeel uitstekend verzorgd heeft. Vermelden wij tenslotte, dat het electrisch licht is aangebracht door den heer Reuser-van Alphen, alhier.” (PGNC 23/9/1913)

Interieur van de Winkel van A.J. van der Veer, winkelier in luxe artikelen, 1914 (f30584) Molenstraat 94 architect Veugelers
Interieur van de Winkel van A.J. van der Veer, winkelier in luxe artikelen, 1914 (F30584 RAN)
De Winkel van A.J. van der Veer, winkelier in luxe artikelen, na de verbouwing, 1913 (F30585 RAN) Molenstraat 94 architect Veugelers
De Winkel van A.J. van der Veer, winkelier in luxe artikelen, na de verbouwing, 1913 (F30585 RAN)
Advertentie Heropening A.J. van der Veer (PGNC 23/9/1913)
Advertentie Heropening A.J. van der Veer (PGNC 23/9/1913)

Het Vulpenhuis

Advertentie Vulpenhuis (De Gelderlander 29/10/1932)
Advertentie Vulpenhuis (De Gelderlander 29/10/1932)

Hoewel van der Veer regelmatig adverteert dat zijn specialiteit vulpenhouders (oa De Gelderlander 14/9/1922 zijn, is het na de verbouwing van 1931 Vulpenhuis. De architect van de verbouwing is ir. Deur.

Het Vulpenhuis.

In de Molenstraat 94 is heden heropend het magazijn van den heer A.J. v.d. Veer, bekend als Vulpenhuis, maar zeker zoo bezocht ook om de aan alle eischen voldoende voorraden van schrijf- en teekenbehoeften, van galanteriën en surprises, van het betere en toch niet duurdere genre.

De oude winkel bood zoo weinig gelegenheid tot opvallend étaleeren uit enorme voorraden. En in dit opzicht heeft een doelmatige verbouwing den heer A.J. v.d. Veer uit de impasse geholpen, dank zij ook de vernuftige oplossing, welke de architect, de heer Ir. Deur, daarvoor vond.

Stijl en practijk gingen hier hand aan hand.

De winkelpui past zich zoo fijntjes aan bij de er naast gelegen zaak van Geurts en Elinga. Meer van deze winkelgevels- in den innemenden vorm van tot rustig bezichtigen noodende winkels, zou het aspect van Nijmegen als winkelstand slechts kunnen bevorderen.

Hier is gebroken met de oude gewoonte, een of meerdere winkelramen aan straat en daarachter verkoopruimte.

Die oude lijn is te strak voor onzen tijd. De kooper moet tot rust en keuze komen voor binnen te gaan. Hij moet buiten, goed gesorteerd kunnen zien, wat er binnen is. Dit vergemakkelijkt den verkoop, vooral in een winkel als deze, waar de keuze van artikelen zoo buitengewoon groot is.

De architect ontwierp een reeks van étalagekassen, welke liggen als een miniatuur overdekte passage, waarlangs de cliënt al kijkende, vanzelf in de winkel loopt en koopt na in speciale kasten gevonden te hebben wat hij zocht.

De kasten met slechts een donkerblauwen achterwand zijn geheel van glas.

De gevel zelf bleef sober- maar in stijl met sprekende letters der firma boven het hoofdraam.

Op vernuftige, de sobere lijn van den gevel niet storende wijze, zijn de zonneschermen aangebracht- of liever bij niet gebruik weggewerkt.

Men kent de oude pui niet meer terug en bewondert den architect, die hier in betrekkelijk kleine ruimte vijf étalages wist te ontwerpen.

Ook het interieur is ruimer geworden door de aantrekking van twee lokalen die voorheen als bergplaats dienst deden. De stemmige grijze kleur domineert overal en geeft een rustigen indruk.

Met de ruimte is inderdaad gewoekerd, waarvoor den architect, ir. Deur, alle lof toekomt, niet minder aan den aannemer de heer Dekkers, die in betrekkelijk korten tijd deze verbouwing afleverde.

Noemen wij nog den schilder, de heer van Roessel en het electrotechnisch bureau Beukering die niet alleen de installatie verzorgde, doch ook de ornamenten leverde.” (De Gelderlander 7/11/1931)

Advertentie opheffing Vulpenhuis (De Gelderlander 18/9/1946)
Advertentie opheffing Vulpenhuis (De Gelderlander 18/9/1946)

Op 18-9-1946 verschijnt de advertentie dat het Vulpenhuis A.J. van der Veer is opgeheven.

Gemeentelijk Monument

Sinds 1988 is het pand een gemeentelijk monument. Als waardering: “

Winkel met bovenwoning.Smal bakstenen pand in drie bouwlagen. Op de begane grond bevindt zich over de volle breedte een winkelpui; daarboven driezijdige erker, gedeeltelijk gestuct; de tweede etage heeft een smeedijzeren balkonhek, en een brede balkondeur met bakstenen pilasters en natuurstenen kapitelen, die een lichtuitspringende risaliet vormen. Ter weerszijden is een hoog smal venster aangebracht. Zeer brede vlakke kroonlijst met een lijst van blokken onderde gootlijst. Klein zadeldak op het voorste deel van het platte dak, parallel aan de straat. Brede halfcirkelvormige dakkapel van baksteen met rond venster onder gestucte guirlande Bouwjaar: ca. 1900. Gaaf winkelpand in goede proporties.”

Molenstraat 94, tegenwoordig samengevoegd met nummer 96 als Xando, juli 2019 (Google Streetview)
Kantoor van Assurantie-Maatschappij tegen Brandschade en op het Leven 'De Nederlanden van 1845', ontworpen door architect H.P. Berlage en in 1945 tijdens oorlogshandelingen verwoest (F29582 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

De Nederlanden van 1845 architect Berlage

1912 Mariënburg Centrum, verwoest in Tweede Wereldoorlog

Kantoor van Assurantie-Maatschappij tegen Brandschade en op het Leven 'De Nederlanden van 1845', ontworpen door architect H.P. Berlage en in 1945 tijdens oorlogshandelingen verwoest (F29582 RAN)
Kantoor van Assurantie-Maatschappij tegen Brandschade en op het Leven ‘De Nederlanden van 1845’, ontworpen door architect H.P. Berlage en in 1945 tijdens oorlogshandelingen verwoest (F29582 RAN)

In april 1912 opent De Nederlanden van 1845 haar kantoor in Nijmegen. Dit pand aan de Mariënburg was het enige pand van Berlage in Nijmegen. In september 1944 werd het gebouw tijdens oorlogshandelingen verwoest.

De Nederlanden van 1845

A.J. Castein wordt agent voor de AMB De Gelderlander 7/8/1862

De Nederlanden is begonnen als De Assurantie Maatschappij tegen Brandschade (AMB). Deze is opgericht door Gerrit Jan Dercksen en Christiaan Marianus Henny, tevens neven van elkaar. Zij waren in Zutphen als agent voor de Nederlandse Maatschappij van Brandverzekering te Tiel (opgericht in 1833), waarbij zij om meer te kunnen verkopen op hun beurt subagenten hadden aangesteld.

Toen de Nederlandsche Maatschappij van Brandverzekering in 1844 haar regels veranderde en deze subagenten wilde omzetten naar (onafhankelijke) agenten, richtten Dercksen en Henny daarop de AMB op. Deze zou in de loop der jaren flink groeien, zowel in aantal klanten als in agenten.

Om verzekeringscontracten van de Nederlandsche Handel-Maatschappij binnen te kunnen halen, richtten ze de herverzekeraar De Nederlanden van 1859 op. Toen deze splitsing in 1888 niet meer opwoog tegen de hogere administratiekosten, werden de bedrijven weer samengevoegd tot Maatschappij tegen Brandschade De Nederlanden van 1845.

In 1903 begon de Nederlanden ook met levensverzekeringen. Deze werd later in een aparte maatschappij ondergebracht. Daarbij werd bedrijfsverzekeraar Labor, de ongevallenverzekeraar Fatum en de transportverzekeringsmaatschappij Binnenlandsche Vaart Risico Sociëteit overgenomen. Door de uitbreiding met deze producten kon de Nederlanden de slogan ‘Alle Verzekeringen’ voeren.

Uiteindelijk zal ‘De Nederlanden van 1845’ in 1862 fuseren met de ‘Nationale-Levensverzekering-Bank’, welke in 1863 is opgericht in Rotterdam, tot de Nationale Nederlanden.

Berlage en de Nederlanden van 1845

Links het Kegelhuis met daarnaast het bankgebouw van de Nationale Bankvereeniging. Rechts het pand van de verzekeringsmaatschappij De Nederlanden van 1845 van de architect H.P. Berlage en rechts daarvan het bankgebouw van de Geldersche Crediet Vereeniging uit 1918. Op de achtergrond panden op de hoek van de Staringstraat en de Van Broeckhuysenstraat, 1925-1930 (L66093 RAN) architect Berlage
Links het Kegelhuis met daarnaast het bankgebouw van de Nationale Bankvereeniging. Rechts het pand van de verzekeringsmaatschappij De Nederlanden van 1845 van de architect H.P. Berlage en rechts daarvan het bankgebouw van de Geldersche Crediet Vereeniging uit 1918. Op de achtergrond panden op de hoek van de Staringstraat en de Van Broeckhuysenstraat, 1925-1930 (L66093 RAN)

Over Berlage zelf zijn al veel artikelen en boeken geschreven. Daarom hierbij een verwijzing naar Wikipedia.

In het kader van het Nijmegen gebouw is interessant om stil te staan bij Berlage als huisarchitect van De Nederlanden.

In 1897 liet de AMB haar hoofdkantoor aan het Kerkplein in Den Haag bouwen door architect Berlage. De Zoon Henny, Carel Henny, was inmiddels directeur geworden, waarbij hij een moderne administratievorm invoerde. Daarnaast was hij een belangrijke supporter voor Berlage.

Berlage ontwierp verschillende kantoren in Amsterdam (Muntplein) en Den Haag. Ook ontwierp Berlage de villa voor Henny zelf. Toen het kantoor op het Kerkplein te klein werd, ontwierp Berlage de uitbreiding van een extra verdieping. Nadat het gebouw weer te klein was geworden, verhuisde de maatschappij in 1927 naar de Groenhovenstraat, welke tevens door Berlage was ontworpen. Wikipedia: “Mede dankzij De Nederlanden kon Berlage uitgroeien tot de eerste moderne architect van Nederland.”

Een ander gevonden werk is op de hoek Wittevrouwensingel-Nachtegaalstraat in Utrecht. Dit is tevens het enige gebouw van Berlage in deze stad. Het werd in 1930 gebouwd. Op de eerste verdieping lagen bovendien de zalen van sociëteit Tivoli.

Bij de opening

Het linkergebouw op de Marienburg is nog net te zien: dit is de Nederlanden van 1845. Detail van Luchtfoto van het stadscentrum met linksboven de Petrus Canisiuskerk aan de Molenstraat, links de Marienburgkapel en het Arsenaal op het Marienburg en rechtsboven de St. Dominicuskerk, 1935 (F58061 RAN)
Het linkergebouw op de Marienburg is nog net te zien: dit is de Nederlanden van 1845. Detail van Luchtfoto van het stadscentrum met linksboven de Petrus Canisiuskerk aan de Molenstraat, links de Marienburgkapel en het Arsenaal op het Marienburg en rechtsboven de St. Dominicuskerk, 1935 (F58061 RAN)

Het PGNC schrijft in mei 1912 een artikel over het nieuwe gebouw. Daarbij noemt ze het gebouw “gewoontjes”. Aangezien ik geen expert ben: mogelijk heeft de reis van Berlage naar Amerika in 1911 invloed gehad, waarbij hij onder de indruk was van het werk van Frank Lloyd Wright.

”De Nederlanden van 1845”.

De Assurantie-Maatschappij tegen Brandschade en op het Leven “De Nederlandsche van 1845” heeft voor haar kantoor alhier op Mariënburg (waaraan thans naast den heer W.A. van Laer ook de heer A.H. Koning uit Groningen als directeur verbonden is ) een eigen gebouw gesticht. Door niemand minder dan den bekenden Amsterdamschen architect, den heer H.P. Berlage Nzn., zijn de plannen voor dezen bouw gemaakt en het werk is ook onder zijn oppertoezicht uitgevoerd. Het is een gewaagde zaak voor leeken, om het werk van mannen, die in hun vak zóó grooten naam hebben als Berlage, te beoordeelen, en wij willen ons dan ook van kritiek onthouden, al scharen wij ons aan de zijde van hen, die aan den gevel van een zóó groot gebouw als dit gaarne een meer monumentaal karakter zouden hebben gezien. Zonder voor opschik te willen pleiten, komt ons dit ”uiterlijk” van den zetel eener zoo gewichtige maatschappij wat erg ”gewoontjes” voor. De knappe bouwmeester zal zijn arbeid echter wel weten te motiveeren, ook dient daarbij o.a. met den wensch van den opdrachtgever rekening te worden gehouden. Ons blijft echter de hoop over, dat de heer Berlage nog eens gelegenheid moge hebben hier zijn talent op breeder schaal te ontplooien.

Tot zoover wat het uitwendige van het gebouw betreft. Voor het inwendige hebben wij niets dan lof. Een stijlvol interieur toch paart zich aan groote praktische bruikaarheid en dit geldt zoowel de drie winkels met bovenwoningen als de kantoren der Maatschappij zelve.

Een massieve eikenhouten trap leidt naar de kantoren, welke zich in het midden van het kolossale pand op de eerste verdieping bevinden. Allereerst komt men hier in de lokaliteit voor het publiek, onmiddellijk correspondeerend op het ruime kantoor der ambtenaren. Alles spreekt hier van degelijkheid en zin voor het praktische, terwijl ook met de eischen van hygiëne in alle opzichten is rekening gehouden. In dit kantoor bevindt zich een kluis, waar de papieren en bescheiden der firma tegen brand en inbraak beveiligd zijn. Het bureau der directie grenst onmiddellijk aan het kantoor van de ambtenaren. Ook dit is zeer comfortabel en stijlvol ingericht tot in de kleinste bijzonderheden. De directie der “Nederlandsche van 1845” heeft dan ook alle reden om over hare nieuwe, aan moderne eischen beantwoordende kantoren voldaan te zijn.

De eigenlijk bureaux liggen temidden van een complex winkelhuizen en bovenwoningen, welke door de “Nederlanden van 1845”zijn gebouwd met goed vertrouwen op de toekomst van ’t Mariënburg als handelswijk onzer stad. Een drietal winkels van groote afmetingen zullen, wanneer ze verhuurd zijn, ongetwijfeld een aanwinst zijn voor het plein en van de bovenwoningen, welke zoowel mèt den betreffenden winkel als afzonderlijk kunnen worden verhuurd- ze bezitten aparte ingangen-, kan wederom worden getuigd, dat ze groot, comfortabel en uit ruime beurs gebouwd zijn. De directie van het kantoor Nijmegen der “Nederlandsche van 1845” kan dan ook met dezen nieuwen zetel wel worden gelukgewenscht.

Nog worde vermeldt, dat in den toren van het gebouw een electrisch uurwerk zal worden aangebracht met des avonds verlichte wijzerplaat, zulks ten gerieve van het publiek en dat door dit wel op prijs zal worden gesteld.” (PGNC 4/5/1912)

Lees tevens de pagina op Noviomagus over dit gebouw.

Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Nederlanden_van_1845_(bedrijf)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Hendrik_Petrus_Berlage

https://nl.wikipedia.org/wiki/Algemeene_Maatschappij_van_Levensverzekering_en_Lijfrente

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kerkplein_(Den_Haag)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Algemeene_Maatschappij_van_Levensverzekering_en_Lijfrente

Bijbank Nederlandsche Bank

De bijbank van de Nederlandsche bank aan de Mariënburg, welke later de spaarbank werd. Architect Salm ontwierp het gebouw in…

Middenstandsbank

In 1938 betrekt de Nederlandsche Middenstandsbank haar kantoor op de van Welderenstraat. Daarvoor laat ze het Effectenkantoor van Leeuwenberg samen…

De winkel van de Gebr Tromp, 4/1952 (Commissariaat van Politie Nijmegen via F14706 RAN CC0)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Architectuur en Heropening van Gebr. Tromp in 1952

1952 Houtstraat 35 Centrum

De winkel van de Gebr Tromp, 4/1952 (Commissariaat van Politie Nijmegen via F14706 RAN CC0)
De winkel van de Gebr Tromp, 4/1952 (Commissariaat van Politie Nijmegen via F14706 RAN CC0)

Tijdens het bombardement van 1944 werd vrijwel de gehele Houtstraat, waaronder het pand van de Gebr. Tromp verwoest. In 1952 opent ze haar nieuwe zaak, naar het ontwerp van architect Rodenberg. Tegenwoordig zit hier alweer jarenlang Antiquariaat van Hoorn.

Rodenburg ontwierp tevens het naastgelegen bouwblok aan Plein 1944.

Vooraf: vestiging in de Houtstraat

Tromp was sinds 1937 tevens gevestigd aan de Houtstraat 73.

Hoek Ganzenheuvel en Priemstraat

De winkel is in 1898 opgericht en heeft waarschijnlijk aanvankelijk in de Lange Brouwertraat 2 gezeten: in PGNC 26/2/1899 verschijnt een advertentie dat het van daar uit naar de hoek Ganzenheuvel-Priemstraat, oftewel Ganzenheuvel 73 (De Gelderlander 31/12/1899) zal gaan verhuizen.

Tussen November 1928 en Januari 1930 heeft hij waarschijnlijk de winkel aan de Ganzenheuvel afgestoten: deze komt als adres nog wel voor in De Gelderlander 29/11/1928, maar niet meer in De Gelderlander 25/1/1930.

Komst naar Augustijnenstraat in 1922

In september 1921 koopt P.F. Tromp het Winkelhuis met Bovenwoning aan de Augustijnenstraat, Nos. 4 en 6, nabij de Houtstraat te Nijmegen, groot 55 c.A. voor f7625 (PGNC 30/9/1921).

De winkel aan de Augustijnenstraat opent in april 1922: “De heer P.J. Tromp, dat al jaren zijn bekend Meubelmagazijn houdt op den Ganzenheuvel No. 73, hoek Priemstraat, en zich daar reeds een goed-bekenden naam verwierf om zijn goede schrijnwerk vooral voor den burgerman, is uit de benedenstad met zijn zaak meer naar boven- of middenstad gekomen.” Hierin zat voorheen een der winkels van de heer Maas. “De winkel is uitwendig als hernieuwd en kreeg een frissche kleur en vroolijk aanzien, zoowel binnen- als buiten… Het stoffeerwerk voerde de heer P.J. Tromp natuurlijk zelf uit.”( De Gelderlander 7/4/1922)

In de jaren ’30 verschijnt nog een aantal jaren tevens “Stijn Buysstraat 4a”. Dit is op dat moment het woonadres van P.J. Tromp, meubelmaker. En tevens van “Tromp’s Woningbureau” (Adresboek 1936). Waarschijnlijk is P.J. Tromp rond de uitgave van de adresboeken overleden, aangezien in het Algemeen Adresboek 1936 “Wed.(uwe) P.J. Tromp” staat. Zij is in ieder geval volgens het Adresboek 1938 samen met P.Th.F. Tromp verhuist naar Bachstraat 46, terwijl het Woningbureau nu het adres van de Houtstraat heeft. Volgens het Adresboek van 1940 is P.Th.F. Tromp verhuist naar de Augustijnenstraat 4 (De weduwe van P.J. Tromp is verhuist naar Pater Brugmanstraat 52).

Uitbreiding Houtstraat in 1937

De Gelderlander 13/6/1941

Omdat het pand aan de Augustijnenstraat niet meer kon worden uitgebreid, zocht Tromp naar een nieuw geschikte locatie. Deze vond hij in de Houtstraat 73, waar een deel van de collectie werd ondergebracht. Zijn winkel aan de Augustijnenstraat bleef wel bestaan.

“Hier krijgt de eigenaar de beschikking over een zeer ruim pand, dat meerdere serrvice biedt voor het publiek. Immers beneden bevindt zich een zeer prachtige winkelruimte, waar de artikelen zeer overzichtig kunnen worden geëtaleerd. Boven heeft men een nog grootere ruimte, welke als show-room is ingericht.” (De Gelderlander 17/12/1937)

Bij het bombardement van 1944 gaan beide winkels verloren. Hun tijdelijk winkel wordt gevestigd op de Van Broeckhuyzenstraat 44 (De Gelderlander 1/8/1946).

Bij de opening

Advertentie Tromp De Gelderlander 25/10/1956
Advertentie Tromp De Gelderlander 25/10/1956

De Gelderlander bij de opening in maart 1952:

“Groter en mooier dan voorheen is deze zaak herrezen op een punt, waarvan wij in de naaste toekomst veel verwachtingen hebben. Twee jaar geleden was deze omgeving een zandhoop, nu staan er reeds verschillende mooie en grote panden en als wij op deze wijze voortgaan, kunnen wij de toekomst met vertrouwen tegemoet zien”.

Deze woorden sprak wethouder M. Duives gistermiddag namens het gemeentebestuur toen hij het nieuwe pand van de Gebr. Tromp aan de Houtstraat opende. Een mooi pand is het, aldus wethouder Duives, op een punt dat we zo graag “vol” zagen. De burgermeester stelde destijds voor de opbouw van de stad zeven jaren; twee zijn er nu om en als het zo doorgaat, dan komen we er.

Moderne gebouwen en juiste straten-aanleg zullen de aandacht trekken, in het bijzonder ook van de vreemdelingen. Onze stad weet zich bij de enorme taak van de wederopbouw gesteund door de grote kern van middenstanders, die vooral de laatste jaren getoond hebben wat ze kunnen.

Evenals wethouder Duives prezen ook de heren W. Beukema, Maas en P.J. Kooij de energie, het doorzettingsvermogen en de veerkracht van de Gebr. K. en P. Tromp die enorme moeilijkheden moesten overwinnen, maar zich voor dit ogenblik geen rust gegund hebben. Architect R.G. Rodenburg, de schepper van dit nieuwe fraaie pand, noemde deze dag er een van bloemen, zonneschijn en vrolijke gezichten en daar is ook alle reden toe, want wederom is de opbouw van het stadscentrum een stap dichter bij de voltooiïng. Hij droeg het gebouw aan de heren Tromp over en dankt hen namens de aannemers, de Gebr. Moolenaar, voor de prettige wijze waarop dit werk is tot stand gekomen.

De heer P. Tromp memoreerde in het kort de geschiedenis van de zaak, die 54 jaar geleden bescheiden werd opgezet, maar met moed en energie werd uitgebouwd, totdat op 22 Februari 1944 in enkele minuten tijds het werk van vele jaren werd teniet gedaan. Na acht jaren gehuisvest te zijn geweest in de Van Broeckhuijsenstraat, hebben we dan nu eindelijk weer een eigen dak boven ons hoofd. Dank bracht spr. aan allen, die hem en zijn broer bij de verwezenlijking van de plannen hebben gesteund. De heer K. Tromp sprak ook een dankwoord en was zeer erkentelijk voor het geschenk van de familie: een grote eletrische klok.

Schoner en groter is de zaak van de heren Tromp herrezen. Een modern ingericht pand is het geworden met grote verkoopruimten in het souterrain, de eerste etage en het gelijkvloerse gedeelte, dat niet minder dan acht ruiten telt, waardoor men het overzicht over de gehele ruimte heeft. Het daglicht kan practisch aan alle kanten binnen en heeft zijn grote voordelen bij de kleurrijke artikelen, zoals stoffen, tapijten, enz. Een fraaie oplossing is het trappenhuis, dat de verbinding geeft me de eerste etage. Het geheel is in lichte kleuren gehouden en schept een prettige sfeer. De practische inrichting van het pand doet alle artikelen goed tot hun recht komen.  (De Gelderlander 15/3/1952, hetzelfde artikel behandelt de opening van café Peters)

Gemeentelijk monument

Bij de aanwijzing tot gemeentelijk monument: “Hij ontwierp het in een gemengde bouwtrant met een combinatie van moderne en traditionalistische stijlkenmerken.” Voor een nadere beschrijving zie het document tot aanwijzing.

Tegenwoordig zit Antiquariaat van Hoorn al jaren in het pand, juli 2019 (Google Streetview) Houtstraat 35 architect Rodenburg
Tegenwoordig zit Antiquariaat van Hoorn al jaren in het pand, juli 2019 (Google Streetview) Houtstraat 35 architect Rodenburg

Flat Plein 1944 architect Rodenburg

Eind juni 1944 vindt een belangrijke opening voor de wederopbouw plaats: de flat aan de westzijde van Plein 1944, een…

cafe restaurant Royal Plein 1944 128 architect Rodenburg JFM Trum via F31801 RAN CCBYSA
#Nijmegen, Gebouw van de dag, Geen categorie

Geschiedenis van Restaurant Royal op Plein 1944

1954 Plein 1944 128 Centrum

Gezicht op de noordzijde met v.l.n.r. Café Restaurant Royal (van A.A. Raafs, Plein 1944 nr. 128), Lunchroom annex Banketbakkerij Pleinzicht (van W.P.H.A. Cornelissen, nr. 135), Sigarenmagazijn H.W.R. Brans (nr. 136), Juwelier en Horloger A.J. Janssen (nr. 137) en P. Jacobs Textiel en Tricotage (nr. 140); in het midden de St. Stevenstoren, 1954 (GN8809 RAN)
Gezicht op de noordzijde met v.l.n.r. Café Restaurant Royal (van A.A. Raafs, Plein 1944 nr. 128), Lunchroom annex Banketbakkerij Pleinzicht (van W.P.H.A. Cornelissen, nr. 135), Sigarenmagazijn H.W.R. Brans (nr. 136), Juwelier en Horloger A.J. Janssen (nr. 137) en P. Jacobs Textiel en Tricotage (nr. 140); in het midden de St. Stevenstoren, 1954 (GN8809 RAN)

Maart 1954 opent A.A. Raafs zijn nieuwe Café Restaurant “Royal” op Plein 1944. Zijn café voor de oorlog had vlakbij gestaan, op de hoek van de Bloemerstraat en Zeigelbaan, toen het bij het bombardement van februari 1944 werd verwoest. Net als een groot deel van de noordkant van Plein 1944 was het een ontwerp van architect Rodenburg.

In 1954 heeft Raafs nog geen buren (zie de foto hierboven). Een foto uit 1954 waar de bouw nog aan de gang is, is te vinden op F31939 RAN.

Bloemerstraat 126

Het café van Raafs stond op de hoek van de Zeigelbaan-Bloemerstraat toen het bij het bombardement van 22 februari 1944 werd verwoest. Het adres was Bloemerstraat 126.

De eerstgevonden melding van zijn vader P.F. (Petrus Franciscus) Raafs  op Zeigelbaan 65 is in het Adresboek van 1903 als “”tapper”.  In oktober 1905 vraagt hij een vergunning aan voor het schenken van sterke drank op Zeigelbaan No. 65. (PGNC 17/10/1905). Het is nog onduidelijk of dat dit hetzelfde adres is als  de Bloemerstraat 126 of dat de Raaf in de loop der jaren is verhuisd.

Bij de overlijdensadvertentie van P.F. Raafs, overleden 6-11-1920 op 47-jarige leeftijd, is het adres Bloemerstraat 126 (De Gelderlander 6/11/1920).

Het eerst gevonden adres in Adresboeken tot nu toe van Raafs op Bloemerstraat 126 is die van 1922. Daarbij staat zijn moeder, Weduwe P.F. Raafs, geboren C.E. Gijsbers, op dit adres vermeld in de gevonden adresboeken van 1922 en 1926. Ook is de ondertekening van de nieuwjaarsgroet in De Gelderlander 31/12/1925 op haar naam.

Albertus Antonius Raafs

In 1928 neemt A.A. (Albertus Antonius, geboren op 14-8-1906) Raafs het café an de Bloemerstraat over (Nijmeegsch dagblad, 10/3/1954). Op 29-1-1931 vraagt hij vergunning aan voor het schenken van sterke drank in het klein voor zijn koffiehuis.

Vanaf het adresboek van 1932 staat hij als caféhouder. Tijdens het bombardement van 1944 werd het café verwoest. Aanvankelijk zet hij zijn café voort in de nabijheid van de Hezelpoort, totdat in augustus 1944 de mogelijkheid zich voordeed “een beter, hoewel zeker niet ideaal, pand te betrekken aan de Augustijnenstraat” (Nijmeegsch dagblad, 10/3/1954).

Café A.A. Raafs, op de hoek van de Augustijnenstraat, 1950  (F13376 RAN)
Café A.A. Raafs, op de hoek van de Augustijnenstraat, 1950 (F13376 RAN)

Onteigening en toewijzing Plein 1944

Bij de onteigening van het perceel aan de Bloemerstraat-Zeigelbaan in 1950 blijkt dat het perceel eigendom was van Raafs. Daarbij neemt hij de herbouwplicht van de N.V. Bierbrouwerij De Drie Hoefijzers te Breda over. Aangezien de onteigeningsvergoeding f4871 en de toewijzingsprijs f13.967 is, zal Raaf f9.096 moeten bijbetalen.

In ieder geval heeft Raafs eind 1946 -mogelijk eerder- zijn zaak verplaatst naar de hoek van Stikke Hezelstraat en Grote Markt. In november adverteert hij dat de zaal geopend is, waarvoor hij In De Gelderlander 30/8/1946 nog een goede piano en een grote kachel zocht. Een foto uit 1950 is te vinden op F13376.

Advertentie voor de vergaderzaal van A.A. Raafs (De Gelderlander 8/11/1946)
Advertentie voor de vergaderzaal van A.A. Raafs (De Gelderlander 8/11/1946)

Dit gebouw zal echter gesloopt worden vanwege de uitvoering van de wederopbouwplannen. Aangezien Raafs al een toewijzing had voor Plein 1944, zal de verhuizing naar het hoekpand waarschijnlijk een tijdelijke noodverplaatsing zijn geweest.

In juli 1953 blijkt dat het ontwerp voor de herbouw kleiner is dan de omvang van het toegewezen perceel. Zelf was Raafs intussen met J.G.N. van Hout, die een herbouwclaim en bestedingsplicht die had vanwege de verwoeste opstallen aan de van Schaeck Mathonsingel, overeengekomen dat van Hout het café voor Raafs zou bouwen. Daarop wordt de grond gereserveerd voor van Hout. Daarnaast moet de gemeenteraad een besluit nemen wat er met de verkoop van de onderhavige grond moet gebeuren (De Gelderlander 21/7/1953).

Bij de opening café restaurant Royal

cafe restaurant Royal Plein 1944 128 architect Rodenburg JFM Trum via F31801 RAN CCBYSA
cafe restaurant Royal Plein 1944 nr 128; Gezicht op de Houtstraat , de St. Stevenskerk en de Augustijnenstraat vanaf Plein 1944 architect Rodenburg, foto 1956 (J.F.M Trum via F31801 RAN CCBYSA)

De Gelderlander in maart 1954:

Café-restaurant Royal is sieraad voor Plein 1944: gistermiddag geopend

Het Plein 1944 is verrijkt met een belangrijk nieuw gebouw. Café Raafs, dat vroeger in deze omgeving was gevestigd totdat het door de ramp van 22 Februari ’44 werd vernield, is wedergekeerd in veel grotere luister. Café-Restaurant Royal is nu de naam en de doopplechtigheid vond gistermiddag plaats, onder enorme belangstelling. Geen tafeltje of er stond een fraai bloemstuk op te prijken; het grote restaurant beneden en de vergaderzalen boven waren geheel bezet met vrienden en relaties van de heer Raafs, die met zijn “Royal” de kroon mocht zetten op een even doortastend als voorzichtig voorbereidend werk, dat enkele jaren heeft geduurd.

Panden aan de noordzijde: v.l.n.r. Schoenenzaak Neoform (Plein 1944 nr. 119), Cafe Restaurant Royal (Plein 1944 nr. 128) , Hotel Cafe Lunchroom American (Plein 1944 nr. 129-131) en Lunchroom Pleinzicht (Plein 1944 nr. 135, 1958 (Foto Grijpink via F32460 RAN CCBYSA)
Panden aan de noordzijde: v.l.n.r. Schoenenzaak Neoform (Plein 1944 nr. 119), Cafe Restaurant Royal (Plein 1944 nr. 128) , Hotel Cafe Lunchroom American (Plein 1944 nr. 129-131) en Lunchroom Pleinzicht (Plein 1944 nr. 135, 1958 (Foto Grijpink via F32460 RAN CCBYSA)

Wethouder Duives sprak namens het gemeentebestuur een woord van hartelijke gelukwens bij de opening. Hij besteedde niet alleen aandacht aan de belangrijkheid van deze dag voor de heer Raafs zelf, die in een café-restaurant de droom van zijn leven verwezenlijkt zag, maar de wethouder stond ook stil bij de mijpaal die deze zaak in de opbouw van Plein 1944 betekende. In enkele jaren is Plein 1944 uit de grond gestampt; het is nog geen drie jaar geleden dat het flatgebouw werd geopend en daarna verscheen de ene zaak naast de andere. Binnen zeer afzienbare tijd zal het Plein 1944 dan ook tot verheugenis van de gemeente Nijmegen zijn volgebouwd. De wethouder had bewondering voor de moed en het uithoudingsvermogen van de heer Raafs, een man die wist wat hij wilde. Daarom was het hem ook mogelijk geweest te bereiken wat hij wilde. De gemeente verheugt zich met het resultaat: een fraai pand op een uitgezochte plaats, een sieraad voor Plein 1944.

De wethouder herinnerde aan het belangrijke aandeel dat de middenstanders hebben gehad en nog hebben bij de herbouw van de verwoeste binnenstad. Dank zij vooral hun ondernemingszin  kon Nijmegen in betrekkelijk korte tijd worden herbouwd.

De heer Raafs dankte hierna de wethouder, de architect de heer R.G. Rodenburg, de aannmer Moolenaar’s Aann. Bedr., de heer Lommers, die het interieur verzorgde en alle onderaannemers, die goede prestaties hebben geleverd.

Van verschillende zijden, namens de Hoeres, brouwerij, het verenigingsleven werd des middags en in de loop van de avond nog het woord gevoerd. Honderden kwamen gelukwensen en de gezellige inrichting van “Royal” bewonderen. De bovenverdieping, welke in meerdere zalen kan worden onderverdeeld, was “uitverkocht”, terwijl ook beneden geen plaats was te krijgen.” (De Gelderlander 10/3/1954)

Op de bovenstaande foto uit 1956 is te zien dat Café Restaurant Royal (rechts) en Neoform (het gebouw links van Royal) al zijn gebouwd, terwijl aan de rechterzijde nog een open ruimte is.

Een foto uit 1975 is te vinden op F31832 RAN.

Flat Plein 1944 architect Rodenburg

Eind juni 1944 vindt een belangrijke opening voor de wederopbouw plaats: de flat aan de westzijde van Plein 1944, een…

Het in aanbouw zijnde woon-winkelcomplex (opening was op 29 juni 1951) aan de westzijde van Plein 1944 met links de Doddendaal en rechts de Houtstraat, 1951 (Commissariaat van Politie afd. Fotografie via F31941 RAN CC0) architect Rodenburg
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Plein 1944

Flat Plein 1944 architect Rodenburg

1951 Plein 1944, Doddendaal, Houtstraat Centrum

Eind juni 1944 vindt een belangrijke opening voor de wederopbouw plaats: de flat aan de westzijde van Plein 1944, een gebouw voor 12 winkels en 36 woningen. Dit plein moet een belangrijk centrum voor Nijmegen worden. Rond deze dag gaan 6 van deze 12 winkels open. “Het hart van Nijmegen klopt weer!” Het gebouw is ontworpen door architect Rodenburg.

Het in aanbouw zijnde woon-winkelcomplex (opening was op 29 juni 1951) aan de westzijde van Plein 1944 met links de Doddendaal en rechts de Houtstraat, 1951 (Commissariaat van Politie afd. Fotografie via F31941 RAN CC0) architect Rodenburg
Het in aanbouw zijnde woon-winkelcomplex (opening was op 29 juni 1951) aan de westzijde van Plein 1944 met links de Doddendaal en rechts de Houtstraat, 1951 (Commissariaat van Politie afd. Fotografie via F31941 RAN CC0)

Bestemming van Plein 1944: Een centrum van gezelligheid gelegen in het hart van de stad

Het reusachtige flatgebouw op Plein 1944 heeft al dagenlang de bijzonder belangstelling getrokken van de stadgenoot. Hier viel zo een en ander te zien en het tempo waarmede de laatste hand werd gelegd aan tal van voorbereidingen wekte de nieuwsgierigheid en de verbazing op van eenieder. De vraag was of dat alles nog op de gestelde datum, die niet het begin van Novum 1951 samenviel, zou kunnen geopend worden. Men mag bewondering hebben voor de werklieden, die door grote liefde voor hun werk gedreven, hun uiterste best hebben gedaan om het flatgebouw nog op tijd in de puntjes te krijgen. Ze hebben er de stad een grote dienst mee bewezen, want nu kan ook de vreemdeling, die de zomershow en het festival bijwoont, zien dat er veel energie leeft in Nijmegen. Dat dit inderdaad zo is, bleek ook uit de woorden welke vanmorgen bij de opening van het flatgebouw werden gesproken.

Flatgebouw steun in de rug voor getroffen middenstand

Een groot aantal genodigden was in de nieuwe snack-bar “Cassate” in het flatgebouw op Plein 1944 bijeen toen Ir. J.W. Kleinbettink, de waarnemend voorzitter van de Stichting Beambtenfonds Staatsmijnen het welkomstwoord sprak. Spr. noemde het een gelukkige omstandigheid en een bijzondere prestatie dat de opening van het flatgebouw kon samenvallen met de opening van de zomershow en het festival Novum 1951. Dank bracht spr. in verband met de voorbereidingen aan de makelaar N. Verbeek, aan wethouder Duives, aan architect Rodenburg en aan aannemer Meijer. De algehele oplevering van het gebouw met zijn twaalf winkels en zes en dertig woningen zal in September plaats hebben, -zo deelde de spr. mee-, die zijn vreude erover uitte dat het Beambtenfonds van de Staatsmijnen op deze wijze kon leveren tot het herstel van het zo zwaar getroffen Nijmegen. Spr. toonde zich zeer erkentelijk voor de grote medewerking van de kant van de autoriteiten tijdens de bouw ondervonden. En een woord van hulde richtte spr. tot allen, die het flatgebouw hebben gerealiseerd.

Hoofdstuk in stadsgeschiedenis

D12.410514, datum tekening 25-11-1949
D12.410514, datum tekening 25-11-1949

De burgemeester, die hierna het woord voerde, noemde de bouw van dit belangrijk flatgebouw in het centrum van de stad een hoofdstuk in de stadsgeschiedenis. Spr. herinnerde aan de gevolgen van de oorlog, waardoor Nijmegen ernstig gevaar liep om zijn functie als regionaal centrum te verliezen. Slechts langzaamaan konden de diepe wonden in het stadsleven geslagen, genezen.

Tot op heden zijn acht en dertig winkels in de binnenstad gereed gekomen: zeventien winkels zijn in aanbouw en thans zijn twintig plannen in vergevorderde staat van voorbereiding.

Gezien de enorme moeilijkheden door toedoen van de herverkaveling, de financiering en door tal van andere omstandigheden, mogen we niet ontevreden zijn, aldus spr. Er blijft nog veel te wensen over, maar ook werden tal van moeiljkheden opgelost, dank zij de activiteit welke zich in de bouwwereld voordoet.

De burgemeester bracht dank aan het Beambtenfonds van de Staatsmijnen en speciaal Drs. Kraayefeld; aan makelaar Verbeek, die grote initiatieven nam en blijk gaf van zijn liefde voor zijn vaderstad; aan architect Rodenburg en aannemer Meijer voor de wijze waarop zij dit gebouw, dat onze binnenstad met zijn strakke, zakelijke lijnen verrijkt, tot stand hebben gebracht, terwijl de aannemer er in geslaagd is het gebouw binnen de gestelde termijn op te leveren.

Het Plein 1944, gelegen in het hart van de stad, heeft als bestemming een centrum van gezelligheid te zijn. Met zijn toekomstige winkels, café’s restaurants en zakenpanden wordt het afgesloten door een representatief winkelflat. Mogen andere winkelpanden spoedig volgen, zodat het hart van de oude stad weer worde hersteld, aldus de burgemeester, die hierna het gebouw voor geopend verklaarde.

De heer W.H. Geurts sprak vervolgens namens de detailhandelsraad, waarin de gehele middenstand is samengebundeld. Spr. herinnerde eraan hoe, nadat een van de getroffenen in een vergadering van de detailhandelsraad de vraag had gesteld of er niets voor de gedupeerde zakenlieden kon gedaan worden, in ’48 de voorbereidingen begonnen om het flat tot stand te brengen.

Er werd een klein comité gevormd en de herverkavelaar, de heer W. Evers verleende zijn medewerking om grond voor het flatgebouw gereserveerd te krijgen. Met grote liefde voor Nijmegen is er hard gewerkt, terwijl B. en W. hun volledige medewerking verleenden aan het plan.

Gevel aan de Houtstraat, datum tekening 25-11-1949 (D12.410513) architect Rodenburg
Gevel aan de Houtstraat, datum tekening 25-11-1949 (D12.410513)

De detailhandel is dankbaar gestemd nu het gebouw is tot standgekomen; de middenstand heeft hierdoor een grote steun in de rug gekregen. Als blijk van grote waardering voor het Beambtenfonds van de Staatsmijnen, dat de zaak financierde, bood spr. Drs. Kraayenfeld een wandbord aan, hetwelk op de ateliers van de Nijmeegse aardewerkfabriek Oud Delft werd vervaardigd. Op het bord is het flatgebouw op Plein 1944 afgebeeld.

Tot slot voerde architect Rodenburg het woord om dank te brengen aan alle instanties van de gemeente en aan de aannemer, de onderaannemers en aan allen die met hard werken de bouw van het flat hebben verwezenlijkt.

Nadat de plechtigheid was geeindigd bracht het gezelschap een bezoek aan de winkels in het flat, die werden geopend. Mevrouw Hustinx verwijderde de stadsvlag, die tot dan toe het beeld van de hand van Jacques Maris in de gevel bedekte. Mercurius kan nu vliegensvlug verder op Plein 1944.

In het flatgebouw verdient nog de aandacht de aardige voorstelling in glazuur terracotta boven het trappenhuis van de voorgevel. Ook dit is een interessant werk van Jacques Maris.” (De Gelderlander 29/6/1951)

Gevel aan de Doddendaal, datum tekening 8-11-1949 (D12.410505, 8-11-1949)
Gevel aan de Doddendaal, datum tekening 8-11-1949 (D12.410505, 8-11-1949)

Zie ook de pagina op Noviomagus

Paginagrote advertentie “Het hart van Nijmegen klopt weer!” De Gelderlander 29/6/1951

Op de dag van opening staat er een pagingrote advertentie in de Gelderlander (zie hierboven). Die dag openen 6 winkels haar deuren:

  • Hamers voor uw kamers (de Papiermolen)
  • Lunchroom-Cafetaria “Cassate”
  • Edah
  • The Corner House
  • P. Dubben’s Kledingmagazijn
  • Hoogenbosch Schoenenmagazijnen

Hierna zullen deze 6 winkels worden beschreven.

Papiermolen Hamers

Hamers voor uw kamers, advertentie De Gelderlander 18/1/1952 Plein 1944
Hamers voor uw kamers, advertentie De Gelderlander 18/1/1952

Nadat de winkel 18 jaar in de Lange Hezelstraat had gezeten, verhuisde de Papiermolen in 1938 naar het Kelfkensbosch 2-3. Deze ging echter in de brand van September 1944 verloren (PGNC 4/10/1938).

Hamers Papiermolen op Plein 1944

Vrijdagmorgen om elf uur opent Hamers Papiermolen zijn nieuwe, ruim ingerichte en comfortabele winkel op Plein 1944. Het is een prachtig winkelpand geworden, waarin Hamers met zijn enorme sortering op het gebied van behangselpapieren en vloerbedekking en met zijn complete woning-inrichting thans naar hartenlust zijn vleugels kan uitslaan. Bij de bevrijding in de Septemberdagen van 1944 werd de zaak op het Kelfkensbos vernield en daarna werd in de Molenstraat kwartier gezocht. In het nieuwe pand kunnen de bezoekers gedomstreerd zien hoe Hamers het verstaat om een winkel of een kamer in te richten. Het behang en de vloerbedekking is vanzelfsprekend uit eigen ateliers en hierbij werd in de Molenstraat kwartier gezocht. In het nieuwe pand kunnen de bezoekers gedemonstreerd zien hoe Hamers het verstaat om een winkel of een kamer in te richten. Het behang en de vloerbedekking is vanzelfsprekend uit eigen ateliers en hierbij werd een smaak en deskundigheid aan de dag gelegd, die voor Hamers gunstige vooruitzichten opent in verband met de vraag welke zich in dit opzicht bij de wederopbouw van de stad zal voordoen. In de linoleumvloer zijn op verschillende wijzen interessante oplossingen in toepassing gebracht. In de nieuwe zaak en binnenkort in de Toonzaal beneden de winkel kan een ieder zich ervan overtuigen dat Hamers op Plein 1944 een groot pand heeft betrokken waarin hij op waardige wijze voor de dag komt. Er is voldoende opslagplaats aanwezig en een kantoor achter de winkel.” (De Gelderlander 27/6/1951)

The Corset House

The Corset had voor de oorlog haar winkel in de Broerstraat 56 (De Gelderlander 19/4/1939). Nadat ze eerst in de Molenstraat 74 heeft gezeten (De Gelderlander 13/3/1945), opent ze rond 1947/1948 haar noodwinkel op de Mariënburg 101 (De Gelderlander 27/5/1948)

Advertentie The Corset House De Gelderlander 13/4/1956
Advertentie The Corset House De Gelderlander 13/4/1956

Edah

Plein 1944 71

De Edah zat voor haar verhuizing in de Molenstraat 124. In tegenstelling tot de meeste openingen heeft deze verhuizing niet met oorlogsschade te maken: al voor de oorlog zat Edah in de Molenstraat. De Gebr. Hendriks nemen de winkel in de Molenstraat dan over. (De Gelderlander 29/3/1952)

Openingsreclame Edah Plein 1944 (De Gelderlander 18/7/1951)
Openingsreclame Edah Plein 1944 (De Gelderlander 18/7/1951)

Snackbar/Lunchroom Cassate

   Aankondiging optreden Melchior Meijer; Die dag is er ook een Cassate ijstaart te winnen (Nijmeegsch dagblad 17-8-1951)
  Aankondiging optreden Melchior Meijer; Die dag is er ook een Cassate ijstaart te winnen (Nijmeegsch dagblad 17-8-1951)

Kledingmagazijn Piet Dubben

Heropening P. Dubben op de Houtstraat (De Gelderlander 28/6/1951)
Heropening P. Dubben op de Houtstraat (De Gelderlander 28/6/1951)

“Kledingmagazijn P. Dubben

De heer P. Dubben heeft zijn noodwinkel aan het Mariënburg verlaten en zijn zaak voor heren- en jongenskleding thans gevestigd in een der aan de Houtstraat gelegen winkelpanden van het pas geopende flatgebouw. Daardoor heeft wederom een oorlogsslachtoffer een vast adres gekregen. De heer Duppen was reeds 25 jaar lang in het vak door zijn werkzaamheid bij de fam. Fortuna, toen hij in 1938 zijn eigen zaak aan de Houtstraat kon openen. Tijdens de oorlog ging dit pand echter verloren en na de bevrijding vestigde de heer Duppen zijn bedrijf tijdelijk in een der noodwinkels aan het Mariënburg. Met grote vreugde is hij echter naar de Houtstraat teruggekeerd, waar hij een winkelruimte in gebruik kon nemen, die waarlijk ideaal is voor zijn branche. Het pand ziet er keurig verzorgd uit, heeft goede etaleermogelijkheden en comfortabele paskamers, terwijl de grote lichtinval juist voor het bezichtigen van textielgoederen natuurlijk bijzonder prettig mag heten.” (De Gelderlander 2/7/1951)

Hoogenbosch schoenen

Houtstraat 10

Het van oorsprong Eindhovense bedrijf opent in het complex haar vestiging. Meer over Hoogenbosch schoenen in de Eindhoven Encyclopedie.

Advertentie opening Hoogenbosch Schoenen Houtstraat (De Gelderlander 28/6/1951)
Advertentie opening Hoogenbosch Schoenen Houtstraat (De Gelderlander 28/6/1951)
Plein 1944 Augustus 2023 (Google Streetview)
Augustus 2023 (Google Streetview)
Ziekerstraat 124, Juli 2019 (Google Streetview) Ziekerstraat 124, Juli 2019 (Google Streetview)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Ziekerstraat 124 nu Strik architect van Berck

Ziekerstraat 124, Juli 2019 (Google Streetview) Ziekerstraat 124, Juli 2019 (Google Streetview)
Ziekerstraat 124, Juli 2019 (Google Streetview) Ziekerstraat 124, Juli 2019 (Google Streetview)

Waar nu alweer jarenlang Strik haar patisserie heeft, begon C. Jaket in 1925 zijn winkel in comestibles, suikerwerken, chocolaterie en aanverwante artikelen. Daarnaast noemde hij zich fruithandel. Na de oorlog opende Hellegers zijn nieuwe kaas- en viswinkel op deze locatie. Sinds de jaren ’70 heeft Patisserie Strik hier haar winkel.

1925 Herbouw winkelhuis met bovenwoningen voor C.J. Jaket

Bouwtekening Plan voor het bouwen van een Winkelhuis met Bovenwoningen aan de Ziekenstraat Ns124-126-128 voor den heer C.J. Jaket te Nijmegen, 1925 (D12.389374 Detail)
Bouwtekening Plan voor het bouwen van een Winkelhuis met Bovenwoningen aan de Ziekenstraat Ns124-126-128 voor den heer C.J. Jaket te Nijmegen, 1925 (D12.389374 Detail)

In September 1924 koopt C.J. Jaket “Een huis en Erf aan de Ziekenstraat Nos. 126-128 met 2 Bovenhuizen” voor f680. (PGNC 26/9/1924). Een half jaar later, op 26-3-1925 besteedt hij “het afbreken van een huis en het weder opbouwen van een winkelhuis met bovenwoningen aan de Ziekenstraat Nos. 124, 126 en 128” aan. Tekeningen zijn te verkrijgen aan het “Bouwbureau”, Ziekenstraat 55 (PGNC 21/3/1925).

Deze afbeelding heeft een leeg alt atribuut; de bestandsnaam is afbeelding-62.png
Advertentie C. Jaket, Bronsgeeststraat 7 (De Gelderlander 10/11/1923)
Advertentie C. Jaket, Bronsgeeststraat 7 (De Gelderlander 10/11/1923)

C. Jaket had op de Bronsgeeststraat 7 en 9 zijn groentehandel.

Daarvoor had J. Bennink, koopman in groenten, het pand betrokken. Op de bouwtekening D12.389374 staat tevens de “Bestaande toestand”: het gebouw van Bennink voordat deze gesloopt en opnieuw is opgebouwd.

Advertentie C. Jaket voor de opening op de Ziekestraat 124 (PGNC 30/9/1925)
Advertentie C. Jaket voor de opening op de Ziekestraat 124 (PGNC 30/9/1925)

In oktober 1925 gaat de nieuwe winkel van Jaket open. De Gelderlander schrijft:

Zaak C.J. Jaket.

Morgen wordt in Ziekerstraat No. 124 geopend een nieuwe zaak in comestibles, suikerwerken, chocolaterie en aanverwante artikelen. Een in de Nijmeegsche winkelwereld welbekende naam is daaraan verbonden, n.l. die van den heer C.J. Jaket, die zijn drukken groenten- en fruithandel liet rusten en deze nieuwe affaire oprichtte.

Hij deed dit goed. Naar kundig ontwerp van den bouwkundige den heer J. van Berck, bouwde de aannemersfirma G.D. v.d. Hof en Co. een flink en ruim winkelhuis met fraaie pui, beneden deels in teakhout opgetrokken.

Deze winkel met twee étalageramen, strekt de zich beter tot winkelwijk ontwikkelende Ziekerstraat tot sieraad.

Inwendig mag men den winkel bewonderen- alles glinstert van blinkende witheid tot de toonbank toe.

De schildersfirma Burghardt schilderde het interieur keurig op, terwijl de electrotechnicus Jansen (Weezenlaan) zorgde, dat een overvloed van licht bij avond den glanzenden winkel tooit.

Ging deze bouw hoog in forsche en toch lenige lijn, ook onder den grond werd voor ruimte gezorgd.

De aannemers hebben diep doen graven, maar dan ook luchtige kelders kunnnen aanleggen, welke nu geode diensten doen aan den heer Bennink (op 8/10 staat een rectificatie: “In het blad van Vrijdag j.l. werd vermeld dat in het pand Ziekenstraat 124 ook handel werd gedreven door den J. Bennink. Dit berust echter op een abuis. De geheele zaak in genoemd perceel wordt uitsluitend gedreven door den Heer C.J. Jaket” (De Gelderlander 8/10/1925)), die geheel onafhankelijk van bovengenoemde zaak zijn engroshandel in fruit en groenten aanhoudt, niet voor detailverkoop, maar meer ter voorziening van groote gestichten, hotels en dergelijke inrichtingen. De heer J. Bennink heeft hier een speciale gelegenheid doen bouwen voor het stoomen van bieten voor den engroshandel, een specialiteit, welke de heer J. Bennink als vak- en zakenman aan zich houdt.” (De Gelderlander 2/10/1925)

Tot en met de Adresboeken van 1955 is C.J. Jaket op dit adres gevonden. In 1948 wonen er tevens 3 Mejuffrouwen Jaket op dit adres, in 1951 2. In een ander Adresboek van 1951 staat naast C.J. Jaket J.H. Mulder op nummer 124.

1952 Kaas- en Vishandel Wim Hellegers

In het Adresboek 1955 staan zowel C.J. Jaket en W.K. Hellegers op dit adres.

Advertentie opening Kaas- en Vishandel Wim Hellegers op Ziekerstraat 24 (Nijmeegsch dagblad 29-12-1952)
Advertentie opening Kaas- en Vishandel Wim Hellegers op Ziekerstraat 24 (Nijmeegsch dagblad 29-12-1952)

Zeigelbaan 45

Visdistributie tijdens de Eerste Wereldoorlog. Klanten wachtend voor de viswinkel van W.D. Hellegers. Rechts de hoek met de Piersonstraat, 1914-1918 (dr. Jan Brinkhoff via D825 RAN CC0)
Visdistributie tijdens de Eerste Wereldoorlog. Klanten wachtend voor de viswinkel van W.D. Hellegers. Rechts de hoek met de Piersonstraat, 1914-1918 (dr. Jan Brinkhoff via D825 RAN CC0)

Wim Hellegers had voor de oorlog zijn viswinkel op de Zeigelbaan 45, welke tijdens het bombardement van februari 1944 werd verwoest. Wim Hellegers was in ieder geval de 2e generatie die op ze Zeigelbaan 45 de vishandel had gehad. In 1932 vindt er in ieder geval een verbouwing plaats.

De door het catastrofale bombardement van 22 februari 1944 verwoeste viswinkel van Wim Hellegers op de hoek van de Zeigelbaan en de Piersonstraat, 23/2/1944-1/4/1944 (F2392 RAN)
De door het catastrofale bombardement van 22 februari 1944 verwoeste viswinkel van Wim Hellegers op de hoek van de Zeigelbaan en de Piersonstraat, 23/2/1944-1/4/1944 (F2392 RAN)

Nadat de winkel verloren ging in het bombardement van februari 1944, lijkt hij eerst te hebben ingewinkeld op de Van Welderenstraat 14-16 (De Gelderlander 27/6/1945), om vervolgens een noodwinkel te hebben gehad op het Mariënburgplein 19 (De Gelderlander 30/12/1950).

Verbouwing Ziekerstraat 124 door Hellegers

Op 1 januari 1953 opent Wim Hellegers zijn nieuwe kaas- en vishandel op Ziekerstraat 124, welke hij daarvoor heeft laten verbouwen:

Fa. Hellegers heropend.

De heer Hellegers gaat het nieuwe jaar goed beginnen. Ging zijn zaak in kaas en vis op de Zeigelbaan in de oorlog verloren, thans heeft de heer Hellegers in de Ziekerstraat (No. 124) een pand betrokken, dat van blijvende aard zal zijn na de omzwervingen der laatste jaren. Het is een gezellige en frisse winkel geworden, waar men door een overzichtelijke uitstalling gemakkelijk een keus kan doen. Moge het de heer Hellegers in het nieuwe jaar goed gaan.” (Nijmeegsch dagblad 2-1-1953)

Vervolg

Hellegers heeft tot in de jaren 70 haar kaas- en winkelwinkel op de Ziekerstraat gehad. In ieder geval komt in het Adresboek van 1955 “W.K.” voor in plaats van “W.D.”; mogelijk was “W.K.” eerder, misschien vanaf het begin op de Ziekerstraat de nieuwe eigenaar. De laatste gevonden vermelding van “W.K.” is in het Adresboek van 1963.

In de gevonden Adresboeken van 1966 en 1971 staat “W.F.L.” op dit adres.

Wel lijkt de zaak steeds “Wim Hellegers Kaas- en Vishandel” te hebben geheten.

Vanaf jaren ’70: Patisserie Strik

In de jaren ’70 verplaatst Strik haar winkel vanuit de Broerstraat naar de Ziekerstraat. Strik Sr. had in 1937 de banketbakkerij opgericht en had in 1952 in de Broerstraat zijn bakkerij heropend. Een foto van het interieur is te vinden op de link naar het artikel.

De huidige eigenaar Maurits van Geenen heeft samen met partner Jacqueline Knook het bedrijf in 1991 overgenomen. Meer over Patesserie is te lezen op hun eigen site.

Ziekerstraat 39-43

Waarschijnlijk is de Ziekerstraat 39-43 vanaf 1931 een winkel geworden, van Continentale. Daarvóór komt het voor als pakhuis en lijkt…

Kreymborg architect Kramer

In september 1953 opent Kreymborg haar nieuwe nieuwe winkel op de hoek van de Ziekerstraat en Molenstraat. Deze is herbouwd…