Scihikgodinnen, beeld Oscar Goedhart, Hertogplein (Maart 2024)
Oscar Goedhart maakte in 1974 de sculptuur Schikgodinnen. Deze staat op het Hertogplein. De 3 schikgodinnen bepalen samen de levensloop van een mens. Het bijzondere aan dit werk is dat de godinnen zittend, elkaar steunend met de rug zijn weergegeven.
Schikgodinnen in de Griekse mythologie
De 3 schikgodinnen zijn de 3-voudige vorm van de godin Moira in de hoedanigheid van menselijke lotsbestemming. Daarmee wordt vorm gegeven aan het idee van de godin als schepper, handhaver en vernietiger. De draad is het symbool van het leven/de levensloop (Moira is verwant aan het Griekse “moros””, wat lotsbestemming betekent).
De schikgodinnen zijn:
Klotho (“de spinster”, die de levensdraad spon)
Lachesis (“de verdeelster”, die de draad afmat en aldus besliste hoelang iemand nog te leven had)
Atropos (“de onafwendbare”, die iemands draad afknipte als zijn tijd gekomen was)
Wat zie ik: het bijzondere van de ruggen aan elkaar
Vlaams tapijt: De overwinning van de Dood, of De drie schikgodinnen, waarschijnlijk uit Brussel, ca. 1510-1520, Victoria en Albert Museum Bron: Wikipedia
Hoewel ik geen kunstexpert ben:
Heeft Goedhart de attributen meegegeven? Ik kan ze momenteel niet herkennen, maar mogelijk liggen de attributen in hun schoot. 2 van de 3 figuren houden elkaars hand vast. De drie lijken elk hun eigen gezichtsuitdrukking te hebben.
Een willekeurige zoektocht naar afbeeldingen van schikgodinnen op google (probeer het zelf) leert dat dit aansluit bij de gangbare manier van afbeelden: de 3 schikgodinnen zitten of staan -meestal keurig- op een rij, waarbij Klotho begint (links) met de draad. Zij geeft ‘m door aan Lachesis (midden) De derde op rij is Atropos, die al dan niet de draad vasthoudt, maar waar het al wel duidelijk is dat ze met haar schaar de draad door gaat knippen.
Wat Goedhart anders doet is dat de schikgodinnen met de ruggen tegen aan elkaar zitten. Dat schept niet alleen een verbondenheid die de reguliere weergave niet heeft: door hun zittende houding hebben de drie elkaar nodig om in evenwicht te blijven.
Oscar Goedhart
Meer over de kunstenaar Oscar Goedhart in het artikel over de afsluitpaal:
De gemeente Nijmegen gaf in 1973 een aantal kunstenaars de opdracht om een verkeerspaaltje te ontwerpen. Oscar Goedhart was met Peter van Locht en Giuseppe Roverso de eerste kunstenaar.
Locatie
Schikgodinnen, beeld Oscar Goedhart, Hertogplein (Maart 2024)
Het was voor het beeld belangrijk dat zij van alle kanten goed zichtbaar is. Er is verder met binding met de locatie. KOS https://kos.nijmegen.nl/overzicht-kunstwerken/: “In de jaren zeventig en tachtig spelen vooral esthetische motieven een rol bij het bepalen van een geschikte plek voor een kunstwerk. ‘De stad als museum’ was het motto uit deze periode. Dat is ook te herkennen in het kunstopdrachtenbeleid van die tijd.” Bovendien is in 2008 een paar meter naar het noorden verplaatst bij de herinrichting van het Hertogplein.
Van Gameren en Mastenbroek konden hun project Hunnerstaete in 1996 realiseren aan de Gerard Noodtstraat. Een van de meeste opvallende kenmerken is het parkeerdek, dat zich bovenop het gebouw bevindt.
Vooraf: prijsvraag Hessenberg
Vanwege het vertrek van de Gelderlander moest een nieuwe invulling van het terrein van de Hessenberg komen. Daarop werd de Europanprijsvraag uitgeschreven, waarbij jonge architecten uit Europa hun ontwerp konden indienen.
Van Gameren en Mastenbroek wonnen samen het ontwerp “Flash Gorden” van Winfried van Zeeland deze prijsvraag. De gemeente koos voor het project “Flash Gordon”, wel konden van Gameren en Mastenbroek hun ontwerp op een andere locatie realiseren: het voormalige terrein van de voormalige Keizer Karel MULO, later Stefanus MULO en Vrouwenschool aan de Gerard Noodtstraat.
De Mavo School gezien in de richting van het Hertogplein, 1970-1975 (Jan Cloosterman via F28963 RAN CCBYSA)
De Hunnerstaete
De opdrachtgever voor de bouw was woningcorporatie Kolping. Daarbij was Tiemstra de aannemer. In 1996 vond de oplevering plaats.
Parkeerdek
Hunnerstaete: parkeerplaats op het dak (Maart 2024)
Het meest bijzondere is waarschijnlijk dat de parkeerplaatsen zich op het dak bevindt in plaats van in een parkeerkelder. Daarvoor beschikt het gebouw over een autolift. De reden voor een parkeerdek was dat hierdoor de begane grond kon worden gebruikt voor woningen en er ruimte overbleef voor een achtergelegen openbare tuin voor de bewoners, afgesloten door poorten. Het parkeerdek telt 57 parkeerplekken. “Doordat er overwegend gepensioneerde mensen wonen, is er geen sprake van filevorming voor de lift in de ochtend- en avondspits” (Ontwerpstudie Hoogbouw: Parkeren voor de deur, afstudeeronderzoek Bastiaan van de Berg, februari 2008)
Uit het bewonersinterview in de Marikenstraat uit 2013 dat de toewijzing aanvankelijk voor 50-plussers was, later voor 30-plussers, terwijl in 2013 leeftijd intussen geen rol meer speelde. Aanvankelijk was het parkeerdek onderdeel van de huurprijs. Dat is losgelaten en er zijn plekken vrijgekomen, omdat niet elke bewoner een auto heeft. Bewoner Hans van Dienst : “Je moet weten, uit Japan komen ze naar de flat kijken. Het was de tweede flat in Nederland, na Rotterdam, met parkeerplaatsen boven op het dak.” (Marikenmagazine nummer 3, 2013, een leuk artikel over de Hunnerstaete en Gerard Noodtstraat).
Transparantie en variatie
Een van de poorten van Hunnerstaete, daarachter is de tuin te zien (Maart 2024)
“Transparantie en minimale barrières tussen gebouw en stad zijn belangrijke items voor de architecten. Vandaar dat de begane grond met bijzondere aandacht is uitgewerkt. De architecten hebben brede doorgangen naar de tuinzijde aangelegd en de tuin sterk geprofileerd… Een contrast tussen massieve en transparante materialen verlevendigt het karakter van de lange woonwand. De vormgeving van het gebouw suggereert een parcelering die qua maat en schaal bij het binnenstedelijke milieu past.” (Wonen a la carte)
De delen zijn enkele graden ten opzichte van elkaar gedraaid. Daarnaast zorgen de 2 poorten voor het breken van de lange gevel in 3 verschillende delen.
“Het langgerekte gebouw is opgedeeld in een aantal losgekoppelde volumes…Door het aanbrengen van hoogteverschillen, het wisselen van de positie van de galerij en het variëren van het gevelbekledingsmateriaal onderscheiden de deelvolumes zich substantieel van elkaar.” (Architectuurgids Nederland 1900-2000, Paul Groenendijk en Piet Vollaard; daarbij is de Hunnerstaete 1 van de 7 ontwerpen in Nijmegen zelf die in de gids beschreven staan).
Hunnerstaete met parkeerplaatsen boven het gebouw (Maart 2024)
Sculptuur, Oscar Goedhart, Stikke Hezelstraat,1978 (Maart 2024)
In dit beeld zijn twee liggende figuren te zien. Goedhart heeft het beeld een horizontale vorm gegeven: hij wilde “een rustgevend element” creëren temidden van de vele, rechtopstaande elementen in de straat.
Het beeld is geplaatst vanwege de verandering van de Stikke Hezelstraat in een voetgangersgebied. Daarbij besloot de gemeente om een beeldhouwwerk te plaatsen. In overleg met de architect en winkeliers werd besloten Oscar Goedhart te vragen om een bronzen beeld te ontwerpen. Op 5 april 1978 werd het beeld geplaatst.
Een foto van het kunstwerk in 1978 is te vinden op F11193 RAN.
Sculptuur, Oscar Goedhart, Stikke Hezelstraat, 1978 vooraanzicht (Maart 2024)
De gemeente Nijmegen gaf in 1973 een aantal kunstenaars de opdracht om een verkeerspaaltje te ontwerpen. Oscar Goedhart was met Peter van Locht en Giuseppe Roverso de eerste kunstenaar.
Voormalig Karmelietenklooster met toren van de Karmelietenkerk aan de Doddendaal architecten Deur en Pouderoyen (maart 2024)
Een foto die een mooi overzicht geeft van de situatie in 1956 is ZN35488 RAN
In 1949 ontwerpen de architecten Deur en Pouderoyen het klooster en een kerk voor de Karmelieten. Deze komen mei 1951 gereed, hoewel de toren wat later wordt geplaatst.
Vooraf
Het oude klooster van de Karmelieten was tijdens het bombardement van februari 1944. De Augustijnenkerk, die door de Karmelieten was overgenomen, was zwaar beschadigd. Daarop werd in de buurt van het voormalige klooster een nieuw klooster gebouwd. In het artikel hieronder legt Pouderoyen uit dat de plannen aanvankelijk wat minder traditioneel waren, maar dat uiteindelijk toch gekozen is voor “strenge” opvattingen van de Karmelieten.
Met het naastgelegen voormalige bejaardencentrum aan de Doddendaal lijkt het een eenheid te vormen.
Het nieuwe klooster en de nieuwe kerk
De Gelderlander plaatst in 1949 een aantal artikelen op dezelfde pagina:
“De Paters Carmelieten bouwen een nieuwe kerk en een klooster in het Centrum van de herrijzende stad
Ir. J.G. Pouderoyen: Ondanks de grootte gaat de intimiteit niet verloren
Hallen kerk is bij uitstek geschikt voor deze tijd
Nijmegen, 14 October.- Toen zekerheid was verkregen omtrent de plaats waar de nieuwe kerk met klooster van de paters Carmelieten zouden komen te staan, zijn door het architectenbureau Ir. Deur en Ir. Pouderoyen de verdere plannen uitgewerkt. Het klooster is bestemd voor 40 personen, terwijl de kerk aan maximaal 1400 personen plaats zal kunnen bieden. Bij het bepalen van laatstgenoemd aantal is rekening gehouden met de toekomstige bewoning van dat deel van de nieuwe binnenstad, wat onder deze parochie zal gaan behoren. Het verrijzen van dit nieuwe gebouwen-complex zal een grote verandering teweeg brengen in het stadsbeeld en als de wederopbouw van de binnenstad in het verwachte snellere tempo zal geschieden, gaat het hart van Nijmegen weer kloppen, langzaam misschien, maar gestaag, want het nieuw geschonken leven is krachtig en gezond. De nieuwe kerk zal een groot deel van dit nieuwe leven gaan beheersen en de paters Carmelieten zullen een groot aandeel krijgen in de ontwikkeling daarvan.
Voor het klooster, zo vertelde ons ir. Pouderoyen in een gesprek over het nieuwe grote werk, is aanvankelijk gezocht naar een ontraditionele oplossing, maar tenslotte is men toch teruggekeerd naar de strenge opvatting van een klooster, zoals de Paters Carmelieten die steeds gehad hebben. Daarbij is terdege rekening gehouden met de zonnestand en binnen het kader der mogelijkheden met behoorlijke afmetingen.
De indeling van het klooster zal er als volgt uitzien. Op de begane grond komt een cour in het vierkant vier gangen, zoals men deze in alle oude kloosters aantreft. Een vleugel is bestemd voor gastenkwartier en de pastorie, de tweede vleugel voor recreatie van de paters en broeders, lokalen voor het provincialaat en het secretariaat van de scholen. In de derde vleugel komt de refter en de keuken. De vierde vleugel heeft beneden een pand gang aansluitend op de Pandhof, de binnenplaats. Boven deze pandgang komt een gang en de bibliotheek, die hiermede haar typische plaats krijgt in een Carmelietenklooster dat tevens studie klooster is.
Een Hallenkerk
De R.K. O.L. Vrouw van de Berg Carmelkerk aan de Doddendaal, de voorgevel met hoofdingang aan de westzijde en de zuidzijde met de klokkentoren. Kerk en klooster zijn ontworpen in 1951 door Cees Pouderoyen, de klokkentoren dateert uit 1955. Links de afslag naar de Kroonstraat, 5/1980 (Frans Hermans via F24935 RAN CC0)
Voor de kerk is gekozen het type van de hallenkerk (Gotische kerk met middenschip en zijschepen van gelijke breedte), waarmede wordt teruggegrepen op de vroegste tradities van de kerk en wel met de speciale opzet, omdat die tijd zoveel aanknopingspunten heeft met onze tijd: sober, maar met zuiver schone verhoudingen, een prachtig kader voor eventuele verrijkingen later. Een gebouw, perfect van verhoudingen.
De heer Pouderoyen wees ons er op, dat dit project zeker niet gezien moet worden als het werk van de eenling, maar een product voortgekomen uit de gedachten en de samenspraak van een grote groep architecten, die zich met kerkbouw bezig houden. In Den Bosch is een school voor kerkelijke architectuur, waar men zich beraadt over de principes die aan de kerkbouw ten grondslag liggen en waaraan kerkbouwers moeten voldoen om tot een goed resultaat te komen.
De hallenkerk achtte ir. Pouderoyen bij uitstek geschikt voor de tijd van heden. In de breedte gespreid zitten de mensen voor het altaar. De soberheid van deze tijd brengt mee, dat geen hoge kerken kunnen worde gebouw, maar door de grote oppervlakte die de schepen krijgen krijgt men toch een geheel van rijzige proporties.
Bovendien- en dit achtte ir. J. Pouderoyen in hoge mate belangrijk- biedt dit type kerk het voordeel, dat ondanks de grootte de intimiteit niet verloren gaat.
De hallenkerk is een karakteristiek type van de bedelkerk (zoals de oude Dominicanenkerk)en is karakteristiek voor het oostelijk gedeelte van ons land. Men vindt o.a. de hallenkerk in Zwolle n.l. de St. Michaelskerk. De nieuwe kerk krijgt drie schepen, die Tien meter hoog zijn. De gehele kerk wordt 30 meter breed en 45 meter lang. Tussen de kerk en het klooster komt de sacristie en de bijsacristie en daarboven het nachtkoor met een verbindingsgang naar het klooster.
De toegang tot het kerkgebouw kan met vergelijken met een porta voorzien van een rijk motief. De doopkapel komt bij de ingang en aan de noordzijde een galerij met biechtstoelen.
Rond het hoofdaltaar komt een krans van bij-altaren in cryptevorm en in de directe omgeving de Maria-kapel, die volgens de constitutie van de paters Carmelieten een zeer bijzondere plaats moet hebben. De toren staat op het knooppunt van sacristie-gastenkwartier-bibliotheek en nachtkoor, dus tussen het klooster en de kerk. De toren, die voorlopig niet gebouwd zal kunnen worden en een stenen lichaam krijgt van 30 meter hoogte, moet tevens dienen als trappenhuis van het klooster.
Men hoopt echter het verdere complex tegelijk te kunnen bouwen, temeer, omdat dan tevens een einde zal komen aan de noodoplossing in de Priemstraat en ook het werk van de paters, die thans, zoals men weet verspreid wonen, ten zeerste zal worden vergemakkelijkt. Om dan tenslotte nog maar niet te spreken over de grote financiële offers welke nu moeten worden gebracht, doordat twee gebouwen in stand moeten worden gehouden.
De plaats van het nieuwe complex in het wederopbouwplan
Ingang voormalige Carmelklooster aan de Doddendaal (maart 2024)
Plaquette Maria en Jezus boven ingang voormalig Carmelklooster (maart 2024)
Eind October 1946 werd met het overleg inzake de nieuwe kerk begonnen. Een zeer belangrijke vraag hierbij was de situatie van het gebouw in het wederopbouwplan. Er was reeds een plaats gereserveerd waarbij de kerk gericht zou zijn op het Centrumplein, doch bij de bestudering van de vraag in hoeverre de kerk in het hart van de stad een rol zou gaan spelen, kwam men tot de conclusie, dat zo het aanvankelijke plan doorgang zou vinden, de twee in het stadscentrum aanwezige kerken te dicht bij elkaar zouden komen te liggen. Men vond tenslotte de oplossing de nieuwe kerk te richten op het Kronenburgerpark, naar het hart van de parochie, zodat nu het ingangsfront dus gericht wordt op genoemd park. Een vrij diep plein in trapvorm (nog gedeeltelijk zichtbaar op de grote tekening) zal een waardig entree vormen. De nieuwe plaats bood bovendien het voordeel, dat geprofiteerd kon worden van de hoogteverschillen in het terrein, wat aan de gehele situatie zeer ten goede komt. Het klooster krijgt de hoofdtoegang aan de Nieuwe Doddendaal als tenminste deze naam gekozen zal worden. De kerk krijgt een importante zij-ingang aan de Nieuwe Doddendaal en een achtertoegang in het bijzonder ten behoeve van de bewoners in de benedenstad, zodat deze langs de kortste weg de kerk kunnen bereiken.
Zoals men weet, waren voor de vernieling kerk en klooster van elkaar gescheiden. Aan deze verspreide ligging is thans een einde gemaakt. Kerk en sacristie vormen nu een geheel.
Een Titus Brandsmastraat?
Titus Brandsmastraat (maart 2024)
In 1949 is er sprake om de straat waar de hoofdingang van het klooster komt te liggen de Titus Brandsmastraat te noemen:
“Een Titus Brandsmastraat?
Het nieuwe gebouwencomplex van de paters Carmelieten- met name het klooster- krijgt de hoofdingang aan wat men thans noemt de nieuwe Doddendaal. Of deze naam gehandhaafd zal worden, is nog niet beslist, maar er gaan stemmen op, om deze te wijzigen in Titus Brandsmastraat.” (De Gelderlander 15/10/1949)
De hoofdingang van het klooster kwam aan de Doddendaal te liggen. Wel is de straat die achter het klooster loopt – en die Doddendaal met Achter de Carmel verbindt- vernoemd naar Titus Brandsma.
Twee kerken in onze binnenstad
De Carmelietenkerk met klooster. 1957 (Jeroen van Lith via D1040 RAN CC0)
Bij het bombardement op 22 Februari 1944 werden de 4 katholieke kerken in ons stadscentrum verwoest. Van 2 zijn de overblijfselen inmiddels gesloopt: één n.l. van de paters Jezuiëten in de Molenstraat werd tijdelijk hersteld en over de bestemming van de paters Dominicanen aan de Broerstraat bestaat nog onzekerheid, doch staat vast, dat dit gebouw niet meer als parochiekerk in gebruik zal worden genomen.
De kerk van de Paters Carmelieten zal, zij het dan niet op de oude plaats, weer worden opgebouwd, zodat in het stadscentrum twee parochiekerken overblijven n.l. die van de paters Jezuiëten en van de paters Carmelieten.
Over laastgenoemde kerk vindt men uitvoerige bijzonderheden op deze pagina. Deze gegevens werden verstrekt door het architectenbureau ir. C. Deur en ir. J.G. Pouderoyen te Nijmegen, welk bureau de plannen voor de nieuwe kerk heeft ontworpen. Deze plannen zijn reeds door de super-visor van de wederopbouw goedgekeurd en het wachten is op het fiat van het Departement van Wederopbouw. Men hoopt evenwel begin volgend jaar met de werkzaamheden aan te vangen.” (De Gelderlander 15/10/1949)
Vervolg
Doddendaal met de kerktoren en tot studentenhuisvesting verbouwde klooster; daarvoor de nieuwbouw van Studentenhuisvesting. Het complex van Deur en Pouderoyen en het oude bejaardencentrum aan de overkant lijkt een eenheid te zijn (Maart 2024)
In mei 1951 vindt de opening van het klooster plaats. Zoals bij de foto’s reeds aangegeven, kwam de toren op een later moment gereed.
Van de kerk staat alleen de toren nog overeind. Eind jaren 80/begin jaren 90 is de kerk gesloopt om plaats te maken voor studentenhuisvesting. Ook in het voormalige klooster bevinden zich studentenkamers. Zie ook de foto F11273 uit 1991.
Achter de Carmel: links is nog een gedeelte van het klooster. Daarnaast is de kerktoren te zien. Daarvoor staat de nieuwbouw van Studentenhuisvesting, juli 2014 (Google Streetview)
Panden gelegen tegenover het Stadhuis in de Burchtstraat, van rechts naar links; Hunkemöller Lexis, de Apotheek Bijleveld en Modezaak Gerzon en geheel links Peek & Cloppenburg , gezien in de richting van de Grote Markt, 1955-1956 (GN3711 RAN)
In 1954 vindt de herbouw plaats van de apotheek van Blommestein-Bijleveld. Beide apotheken waren in de oorlog verwoest. De architecten van het nieuwe pand op de Burchtstraat waren Deur en Pouderoyen.
Vooraf
De Gelderlander 17/12/1949 meldt dat eerdaags de bouw zal beginnen, waar het schoenenmagazijn van de firma van Haren zal worden gevestigd. “Eigenaren van dit pand zijn de dames Blommestein”. Blommestein had meer dan 40 jaar zijn apotheek op de hoek van de Broerstraat en Pauwelstraat gehad (De Gelderlander 25/6/1954), dus waarschijnlijk op de locatie waar in 1950 van Haren is gekomen. Aangezien Blommestein “op leeftijd” is, gaat hij samen met de apotheek van Bijleveld in de Jorisstraat. Deze apotheek gaat echter in september 1944 in vlammen op. De apotheek Blommestein-Bijleveld wordt in 1954 in de Burchtstraat herbouwd, eveneens volgens ontwerp van Deur en Pouderoyen.
Opening Apotheek Blommestein-Bijleveld
Voorstel voor het bouwen van een apotheek gelegen a/d Burchtstraat te Nijmegen v.r.v. N.V. Ijzerhandel Gebr v. Campen, Architectenbureau J.G. Deur en C. Pouderoyen, datum tekening 20-11-1952, wijziging 28-8-1953 (D12.415818)
De Apotheek van de heer Bijleveld, 1955 (F15427 RAN)
Hierboven staat de bouwtekening weergegeven voor het bouwen van een apotheek gelegen aan de Burchtstraat. Daarbij is het opvallend dat het gebouw voor rekening van Ijzerhandel Gebr. v. Campen is gebouwd. Pouderoyen “ontwierp het pand in traditionalistische wederopbouwarchitectuur met stijlkenmerken van de Bossche School.” (Gemeentelijke Monumentenlijst)
Ongeveer de helft van de winkel is de feitelijke apotheek. Daarachter bevinden zich onder andere een kantoor en bergingen. Een deel van de eerste verdieping wordt gedeeltelijk als apotheek gebruikt: hier is het laboratorium. Daarnaast is de eerste verdieping in gebruik als woning. Daarboven bevinden zich bovenwoningen.
Bij de opening van Apotheek Blommestein-Bijleveld schrijft de Gelderlander:
“Met dit fraaie gebouw wordt niet alleen de Burchtstraat verrijkt maar is onze stad in het bezit gekomen van een apotheek, welke als zodanig onmiddellijk te herkennen is. Het bijzondere van deze apotheek is namelijk dat we er op het eerste gezicht een apotheek in zien, nog voordat we de naam van de apotheker hebben gelezen.”
“Met grote animo wijdde Ir. G. Deur zich aan de opdracht om een nieuwe karakteristieke apotheek te ontwerpen, welke in overeenstemming zou zijn met deze omgeving en vooral een gelukkige combinatie vormde met de stijlvolle overbuur, het gerestaureerde stadhuis. In de uitvoering is het architectenbureau Ir. Deur en Ir. Pouderoyen uitmuntend geslaagd. Het uiterlijk van de bouw is prettig en orginieel; de inrichting spreekt van praktische zin. Deze apotheek mag als model gelden voor die van ons land. Het streven stond nog steeds op de voorgrond om de ruimten zo efficiënt mogelijk te benutten en om de hygiëne tot in de perfectie in acht te nemen. Een leek kan zich moeilijk een denkbeeld vormen van het uitgebreide apparaat waarover een moderne apotheek als die van Blommestein-Bijleveld de beschikking heeft”.
Aannemers waren de Gebr. Thiemstra
(De Gelderlander 25/6/1954)
Vervolg
In 2013 zat Apotheek Blommestein nog op Burchtstraat 5-7 (Henk van Gaal via DF3487 RAN CC0)
In 1994 vond een verbouwing/uitbreiding van de apotheek plaats.
Tegenwoordig zit alweer jaren juwelier Paul van Zeeland in het pand.
Burchtstraat 5: gebouwd als Apotheek Blommestein-Bijleveld, al jaren juwelier Paul van Zeeland, juli 2019 (Google Streetview)
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is een gemeentelijk monument met als waardering:
Het apotheek met bovenwoning in de Burchtstraat is van cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de herrijzenis van het commerciële hart van Nijmegen na de verwoestingen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. In typologisch opzicht sluit het pand aan bij het eeuwenoude winkelhuis, d.w.z. een pand met een commerciële winkelfunctie op de begane grond en een bovenwoning op de verdiepingen. Het pand is voor Nijmegen van architectuurhistorisch belang als gaaf en herkenbaar voorbeeld van een vroeg-naoorlogs winkelhuis in een traditionalistische bouwstijl met invloeden van de Delftse en de vroege Bossche School. Het is een representatief werk van de Nijmeegse architect C. Pouderoyen die in deze periode ook het Carmelklooster, de winkel op de hoek van de Broerstraat en de Pauwelstraat en het Van der Werff-gebouw aan Plein 1944 bouwde. De ontwerpkwaliteiten komen vooral tot uitdrukking in de gedeeltelijk gave winkelpui met ‘klassieke’ motieven en in de evenwichtige compositie van de bovengevel. Ranke stalen kozijnen, robuuste betonnen vensteromlijstingen en massief metselwerk gaan harmonieus samen. Het interieur van de bovenwoning bezit bovendien een groot aantal originele interieurelementen. Het gebouw is van grote stedenbouwkundige waarde als beeldbepalend onderdeel van een aaneengesloten vroeg-naoorlogse gevelwand tegenover het stadhuis. Het gebouw is bovendien een essentieel onderdeel van een aaneengesloten en op samenhangende wijze tot stand gekomen wederopbouwensemble dat als beschermd stadsbeeld van grote cultuurhistorische waarde is als belangrijk en hoopvol ijkmoment in de Nijmeegse stadsgeschiedenis.”
Vooraanzicht van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels van architect Oscar Leeuw op de nieuwe locatie (v/h Groote Markt 7), 1913, (De Gelderlander, 20/03/1913, p. 7 via RAN F88982)
In 1913 verhuist de Firma Wed. W.G. Haspels, een zaak voor luxe dameskleding, van de Groote Markt 7 naar de Lange Burchtstraat 16. Het ontwerp van de verbouwing was van Oscar Leeuw. Bij het bombardement van febrauri 1944 werd het pand volledig verwoest, waarbij 19 medewerkers om het leven kwamen.
Aankoop Burchtstraat no. 8-10
In oktober (“dezer dagen”) koopt M. Benjamins van de firma wed. W.G. Haspels het pand Burchtstraat no. 8-10 aan van de firma F.J. Hübscher en Zoon, waarop dat moment tevens mantelmagazijn “de Ster” gevestigd is. Benjamins wil het jaar daarop, zijn zaak naar dit pand overbrengen, welke op dat moment nog op de Grote Markt gevestigd is. Eerst moet er echter nog een verbouwing plaats vinden (PGNC 29/10/1911)
Aanbesteding
In juli 1912 (“gisterenavond”) vond de aanbesteding plaats van “het gedeeltelijk amoveeren van de perceelen gelegen aan de Lange Burchtstraat no. 16 en 18 en het bouwen van een winkelhuis met bovenwoning en ateliers, waarin de zaak voor damesconfectie van den heer M. Benjamins, fa. Wed. W.G. Haspels, Groote Markt, gevestigd zal worden.” H. Seegers had met f 29875 met de laagste inschrijving en verkreeg daarop de aanbesteding. (PGNC 3/7/1912)
Bij de Opening van Wed. Haspels
Lichtschacht op de bovenverdieping van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels , 1913 (F30624 RAN)
Bij de opening schrijft de Gelderlander:
“Een Modepaleis.
Dezen naam verdien inderdaad de prachtige nieuwe modemagazijnen van de firma Wed. Haspels aan de Lange Burchtstraat, welke blijkens de aankondigingen op de laatste bladzijde van dit nummer morgenochtend tien uur voor het publiek geopend zullen worden.
Onze begaafde stadgenoot, de heer Oscar Leeuw, die onze stad reeds met zoo menige schepping van talent verrijkte, heeft hier weer een voortreffelijke gelegenheid gehad om zijn vernuft en smaak te toonen. Aannemer was de heer H. Seegers. De breede gevel in stijl Lodewijk XVI versierd met keurigen arbeid in gehouwen steen, door den heer Euwens alhier geleverd, maakt een werkelijk grootsch effect; maar vooral van binnen biedt de ruime localiteit, aangenaam gebroken door witte kolommen, die een sierlijken koepel van gelkleurd glas in lood (van den heer Kronenbiter te Berg en Dal) dragen, een bijzonder vriendelijken en gedistingeerden aanblik.
Overal treedt de voet op een zadelrood tapijt (uit de magazijnen van den heer Maurits Drukker) overal in het rond staan keurig witgeschilderde kasten met spiegels in de paneelen en met fijn verguld snijwerk gesierd, waarin de nieuwste snufjes van het seizoen geborgen zijn, die op verlangen der dames worden geateleerd op de witte tafels, waarbij zij zich op haar gemak kunnen neerzetten in sierlijke witte stoeltjes, of fauteuils.
Hebben zij iets uitgekozen, er is onmiddellijk gelegenheid te zien hoe het haar staat. Een vijftal allerliefste kabinetjes aan de achterzijde van de groote winkelruime zijn daartoe als paskamers ingericht, terwijl nog een paar kleinere paskamertjes rechts zijn aangebracht.
De witte kolommen: Interieur van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels van architect Oscar Leeuw op de nieuwe locatie (v/h Groote Markt 7), 1913 (De Gelderlander, 20/03/1913, p. 7 via F88983 RAN)
Ter linkerzijde strekt de winkelruimte zich nog uit achter de beide aangrenzende huizen. Met veel smaak is hier bij wijze van cosy corner een aangenaam zitje ingericht voor wachtende dames of heeren, die zich hier kunnen verpozen met de vrolijke bedrijvigheid in ’t rond gaande te slaan. Op die hoogte is ook de ingang tot een ruimen koelkelder tot het bewaren van pelterijen in den zomer. Verder heeft men daar een telphoonkantoor-kantoortje voor bezoeksters, die b.v. thuis vergeten hebben het menu voor den dag op te geven; een kantoor voor het administratiepersoneel en een kantoor voor de directie.
Wat de wonderen betreft, welke de twee groot vitrines aan de straat herbergen, daaromtrent treden we in geen uitvoerige beschrijving. Wij denken dat onze lezeressen die morgen in persoon wel zullen gaan beoordelen; alleen stippen wij aan dat zij een schat bevatten van de nieuwste soirée-costumes, een avondmantel in blauw barèreg met kleine glaspareltjes bezaaid, enz.
De mannequins, die deze fraaie kledingstukken dragen, zijn van echt Parijsch maaksel, zooals de sierlijkheid en gracieuze buigzaamheid onmiddellijk verraadt.
Tooverachtig belooft vooral bij avond de aanblik van het nieuwe modepaleis te zijn door de zee van electrisch licht, uitstroomende van tal van kristallen lusires aan het plafond, terwijl rondom de koepel nog een kring van ronde ballons aan kristallen guirlandes afhangen. Deze prachtige lampen worden geleverd door de bekende firma Stokvis te Arnhem, die ook voor de centrale verwarming zorgde, terwijl de electrische installatie overigens werd aangebracht door den heer L.A. Moll alhier.
Portiek op de bovenverdieping van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels op de nieuwe locatie (F30625)
Stippen wij nog aan dat het groote schilderwerk verricht werd door den heer Wesseling en het kleinder van de binnenbetimmering door de firma Kaak, beide alhier.
Na een wandeling door de nieuwe magazijnruimten hedenmiddag werd ons ook een kijkje toegestaan in de nieuwe ateliers op de tweede verdieping (de eerste verdieping is allerkeurigst tot woning van den eigenaar ingericht), waar een zestigtal meisjes met nog een flink getal dames-kleermakers dagelijks werk zullen vinden. Een vier of vijftal ruime, hooge vertrekken, uitstekend verlicht en geventileerd, voorzien van waterclosets en allerlei gerief, is daartoe ingericht. Ook in dit opzicht beantwoordt de grootsche inrichting werkelijk aan de allerlaatste eischen. Onze stad mag werkelijk roemen op dit nieuwe modepaleis, dat met de fraaiste en rijkst voorziene van elders kan wedijveren.” (De Gelderlander 20/3/1913)
Geschiedenis van Haspels: bij het 100-jarig bestaan in 1939
In maart 1939 bestaat modezaak Haspels 100 jaar. Ter gelegenheid daarvan schrijft het PGNC over haar geschiedenis:
“Honderdjarig bestaan van de Firma Haspels: Hoe de zaak groeide
Honderd jaar bestaat morgen, Woensdag 15 Maart, het damesmodemagazijn van de firma Haspels aan de Lange Burchtstraat en waar het zeker tot de zeldzaamheden zal behooren, dat een zaak een dergelijk jubileum kan vieren, is het zeker de moeite waard om eens te zien hoe deze firma, die tot de meest vooraanstaande van Nijmegen gerekend mag worden, zich in den loop der jaren ontwikkelde. Daaruit zal men dan kunnen zien dat hier inderdaad van een voorspoedige ontwikkeling gesproken mag worden.
Het was de heer Willem Haspels, die in het jaar 1839 de zaak stichtte, welke op de Groote Markt gevestigd werd. De zoon zette het bedrijf voort en na diens dood kwam de zaak in handen van de weduwe Haspels. Van haar was het, dat de tegenwoordige eigenaar, de heer M. Benjamins, in 1909 de zaak overnam. Intusschen was de firma in 1896 de eer ten deel gevallen het praedicaat Hofleverancier te mogen voeren, zulks in verband met het leveren van een toilette aan wijlen H.M. Koningin Emma. Destijds vertoefde deze n.l. dikwijls in hotel “Keizer Karel” te Nijmegen. Een aardig idee was het van den heer Benjamins om ter gelegenheid van de opening van de Waalbrug aan Hare Majesteit Koningin Wilhelmina te verzoeken om een copie van deze robe te mogen maken en te etaleeren. Volgaarne werd deze toestemming verleend.
Zooals gezegd, was het in den jare 1909, dat de heer Benjamins van de weduwe Haspels de zaak overnam. Deze besloeg toen een oppervlakte van 1 A. 63. c.A. en bestond uit een magazijn, waar stoffen en confectie werden verkocht en een atelier voor het vervaardigen van japonnen naar maat. Het personeel bestond uit 16 personen. De firma Haspels bezocht destijds reeds cliënten buiten Nijemgen en exposeerde vooral in Twente, n.l. Enschede, Almelo en Hengelo, waar zij onder de vrouwen van de industrieelen haar goeden roep mocht behouden, blijkende uit het feit, dat zij nog heden ten dage vele cliënten in deze plaatsen heeft.
Op de Groote Markt werd het huis spoedig te klein. In twee jaren was het personeel tot 40 personen aangegroeid. Dientengevolge moest naar een grooter pand worden uitgezien en in 1912 werd het mooie pand aan de Burchtstraat gekocht, het vroegere eigendom van jonkheer W. van Nispen tot Sevenaar. Op dit terrein groot 1100M2, werd door architect Oscar Leeuw één der mooiste modemagazijnen in de provincie opgetrokken. Het gevolg hiervan was, dat de zaak zich nog meer uitbreidde en zoo langzaamaan één der bekendste modemagazijnen werd, waar ruim 100 menschen werkzaam zijn. De moeilijkheden in zaken zijn algemeen bekend en worden ook de firma Haspels niet bespaard. Dat zij zich hierdoor niet laat ontmoedigen, blijkt hieruit, dat zij in het afgeloopen jaar een zaak in Arnhem geopend heeft. Bovendien laat de firma thans, gezien de contingenteering, op eigen ateliers in Amsterdam een gedeelte van haar confectie ontwerpen en vervaardigen. De krachten, die men hiervoor in ons land vindt, behoeven niet voor het buitenland onder te doen. Door de nieuwe ateliers in Amsterdam en de nieuwe zaak in Arnhem, is het personeel weer aanzienlijk uitgebreid.
De firma Haspels, welke haar cliënten over het geheele land telt, is de oudste firma op dit gebied en bij haar 100-jarig jubileum wenschen wij haar van harte toe, dat ook in de toekomst dezelfde gezonde ondernemingsgeest deze zaak mag blijven kenmerken.
Felicitaties worden bij voorkeur ingewacht morgenmiddag van 4 tot 6 uur.” (PGNC 14/3/1939)
Bombardement
Het door het bombardement verwoeste pand van Haspels (F67951 RAN)
Het bombardement van februari 1944 verwoeste het pand. Daarbij kwamen 19 medewerkers om het leven.
Een aangrijpend verhaal “Aan haar trouwjurk werd gewerkt” over een van de slachtoffers, Doortje Daanen‐Föllings, is te lezen op In Paradisum, bladzijde 17 en verder.
De voorgevels van de beide panden van Bahlmann & Co., Manufactuur & Modeartikelen aan de Grote Markt, 1915-1920 (F13420 RAN)
Vestiging Bahlmann op de Grote Markt in 1838
Openingsadvertentie Bahlmann (PGNC 29/5/1838)
In 1838/1839 opent Bahlmann & Co. haar filiaal in manufacturen in Nijmegen aan de Grote Markt (“in de Burgstraat, Lett. A, No.4). Voorheen zat hier Manufacturenhandel Auwerda. (PGNC 29/5/1838)
Advertentie Magazijn van Modes en Manufacturen (PGNC 26/10/1839) De jaren daarna zullen nog veel advertenties volgen dat de nieuwe collectie is ontvangen, uit Parijs natuurlijk
In 1860 volgt een uitbreiding en in 1864 eveneens: eerst door het pand van Amweg in 1860 en vervolgens vier jaar later de boekdrukkerswinkel van Haspels bij te trekken. Ook hier heeft Neyboer de uitgebreide voorgeschiedenis van geschreven.
Op 1 januari 1843 was de firma Bahlmann en Co opgericht tussen Bernardus Johannes Josephus Franciscus Bahlmann te Amsterdam en zijn zwager, Johannes Bernardus Ignatius Bunker (meestal als Ignatius geschreven) te Arnhem, Kooplieden en Winkeliers in Manufacturen. Deze firma werd op 31 december 1862 ontbonden door Bahlmann en M.C.E.R. Bahlmann, de weduwe van J. Bunker (PGNC 31/12/1862). Bahlmann zal alleen verder gaan; een uitzondering is de winkel van Arnhem die door de weduwe zal worden voortgezet (PGNC 31/12/1862).
Bernardus Bahlmann
Portret van de familie Bahlmann door de Rotterdamse schilder Johannes Antonius Canta (1816-1888), gemaakt voor hun woning ‘Het Geldersch Hof’. Afgebeeld zijn rechts zittend: Bernardus Johannes Josephus Franciscus Bahlmann (12-9-1800 – 28-4-1882) en zijn vrouw Maria Agnes Elizabeth Bahlmann – Biederlack (2-12-1811 – 1869) en o.a. hun zeven kinderen (drie dochters en vier zonen). In 1954 schonk mevrouw Sträter uit Tilburg dit grote familieportret aan de gemeente Nijmegen. Het heeft achtereenvolgens in het stadhuis en in het Arsenaal gehangen; tegenwoordig is het te bezichtigen in museum ‘Het Valkhof’, 1861 (F22063 RAN)
Bernardus Johannes Josephus Franciscus Bahlmann (1800-1882) is geboren in rooms-katholiek gezin in Dinklage, tussen Oldenburg en Osnabrück (Bevolkingsregister Amsterdam. Hij komt in 1821 vanuit Dinklage naar Amsterdam, waar hij een stoffenwinkel aan de Nieuwendijk begint.
Aan dezelfde Nieuwendijk opent Anton Sinkel -die in 1820 naar Amsterdam was gekomen- op 22 april 1822 aan de Nieuwendijk een winkel in wol en katoenen- en zijden manufacturen. Bahlmann entte zijn winkel onder andere op dat van de Winkel van Sinkel, vooral bekend geworden van haar pand in Utrecht. Beide winkels worden gezien als welke het warenhuis naar Nederland hebben gebracht.
Winkel van Sinkel, het eerste warenhuis van Nederland
De winkel van Sinkel had voor Nederland een totaal nieuwe winkelformule. Hij stalde zijn koopwaar achter grote ramen – de eerste moderne etalages. Daarbij hadden artikelen een vaste prijs, waardoor het niet meer mogelijk was af te dingen. Er waren verschillende afdelingen voor verschillende producten. De zaak breidde daarbij steeds meer uit, ook op andere locaties in Amsterdam: kleermakerij, uitzetten, reisartikelen, confectie en manufacturen, meubels, snoepgoed en zalfjes. Hierdoor ontwikkelde zijn aanvankelijke manufacturenzaak tot het eerste warenhuis van Nederland.
Duitse marskramers
Zowel Bahlmann als Sinkel waren begonnen als marskramers, net als veel andere (rooms-katholieke) Duitse migranten die belangrijke winkelketens in Nederland zouden vormen: Dreesmann (Vroom was afkomstig uit Veendam), Voss, Lampe, Kreymborg, Brenninkmeijer). Velen waren ze afkomstig uit de aan Nederland grenzende deelstaten van Noordwest-Duitsland. Met de mand – de kiep- op hun rug trokken ze door Noord-Nederland, vooral door Groningen. Vanwege deze mand werden ze ook wel kiepkerels genoemd. Een aantal marskramers gingen zich in Noord-Nederland te vestigen.
Amsterdam was als hoofdstad voor velen echter het lichtend einddoel.
Het warenhuis
Sinkel en Bahlmann worden gezien als de voorlopers in de ontwikkeling van het Nederlandse warenhuis. Deze warenhuizen waren begonnen in Frankrijk (en de Verenigde Staten). Ook in België en Duitsland kwamen vervolgens warenhuizen op. Met vaste prijzen, afdingen en op de pof kopen was niet meer mogelijk. In grote etalages konden bezoekers de waren bekijken. Door groot in te kopen was het mogelijk meer luxe artikelen te verkopen tegen lagere prijzen.
Sinkel en Bahlmann lijken zich vooral gericht te hebben op het Kaufhaus (het feitelijke verschil met een Warenhaus is dat een Warenhaus ook etenswaren verkoopt; deze begrippen worden vaak door elkaar gebruikt). Een van de typische kenmerken van een Kaufhaus is een galerij met etalages voor een winkel, waar bezoekers precies kunnen zien wat er in de winkel te koop is.
Winkel Bahlmann in Amsterdam
Op 14 mei 1821 opent Bahlmann een winkel met ‘alle soorten van katoenen, wollen en zijde-manufacturen tot vaste prijzen’. Voor de opening heeft hij in meerdere dagbladen geadverteerd met ‘civiele prijzen’, ‘exelleerende goederen’ en ‘bijzonder goede en prompte bediening’. In 1826 koopt 2 panden aan het Rokin. Samen met zijn zwager Ignaz Brückner opent hij in Nijmegen, Groningen en Dordrecht nieuwe winkels.
In maart 1851 werd B.J.J.F. Bahlmann te Amsterdam tot Nederlander genaturaliseerd (PGNC 19/3/1851).
Op de foto, gedatateerd 1910, is rechts nog een deel van de winkel van Bahlmann te zien: Magazijn de Zon van Vroom & Dreesmann (Grote Markt 12) ; links Drukkerij C.A. Vieweg & Zn. (Grote Markt 11) en rechts de winkel van Bahlmann (Grote Markt 13), 1910 (F14224 RAN)
1891 Hoek Broerstraat Burchtstraat
Naast het pand op de Grote Markt had Bahlmann ook een pand op de hoek Burchtstraat/Broerstraat. Wanneer deze geopend is, is mij nog niet geheel duidelijk. De gevonden adressen van beide panden zijn:
Bahlmann en Co.
Heerenkleederen-Magazijn
Burgstr. A 1
1868, 1878
Bahlmann en Co.
in Manufacturen, Modes en Tapijten
Markt, B 14
1868
Bahlmann en Co.
in Manufacturen, Modes en Tapijten
Markt, B 14, 15 en 16
1878
J. Wostmann
Chef in den winkel van Bahlmann & Co.
Broerstraat, B 1
1878
Bahlmann en Co.
Heerenmagazijn
Korte Burchtstraat 10
1887
Bahlmann en Co.
Firma in Manufacturen
Groote Markt 26 en 26a
1887
I.F.G. Holthaus
Chef der firma Bahlmann & Co
Groote Markt 26
1887
In augustus 1891 opent het Herenmagazijn na een verbouwing op de hoek van de Broerstraat en Burchtstraat. Zie hiervoor het artikel bij architect Semmelink:
In 1891 werd de firma eigenares van het pand van mevrouw de wed. Scheers, Groote Markt nummer 15. Na een verbouwing brengt Bahlmann hier haar tapijtwinkel onder.
Daarbij is dit adres tevens het woonadres van de “chef” van Bahlmann. In de Adresboeken zijn achtereenvolgens gevonden: J.J. Wöstman (Adresboeken 1895 t/tm 1902), J.J.A. Entken (1903 t/m 1915; in 1916, 1922: St. Annastraat 63), H.B.A. Athmer (1926, 1928; in 1932 Javastraat 18).
Het PGNC schrijft bij de opening:
“Door de firma Bahlmann & Co., die nog kort geleden haar prachtig Heeren-magazijn in de Burchtstraat, hoek Broerstraat opende, is thans haar magazijn van tapijten overgebracht naar de Markt in het geheel verbouwde huis naast hare groote winkels in manufacturen. Gisterenavond werd die magazijn, dat zeer de aandacht trekt door de kolossale spiegelruiten en groote ruimte, geopend. Het mag terecht een nieuw sieraad voor de Markt genoemd worden, die vooral ’s avonds bij het gaslicht der vele winkels hoe langer hoe meer, in verbinding met de Burchtstraat en Broerstraat, de gelegenheid tot eene aangename wandeling aanbiedt.
Den bouwmeester J.F. Lijn komt een woord van lof toe voor de flinke wijze, waarop hij deze verbouwing heeft uitgevoerd.” (PGNC 7/4/1892)
Woning van de “chef”
Daarbij lijkt dit adres tevens het woonadres te zijn van de “chef” van Bahlmann. In de Adresboeken zijn achtereenvolgens gevonden: J.J. Wöstman (Adresboeken 1895 t/tm 1902), J.J.A. Entken (1903 t/m 1915; in 1916, 1922: St. Annastraat 63), H.B.A. Athmer (1926, 1928; in 1932 Javastraat 18).
Verbouwing Bahlmann 1907/1908 architect Oscar Leeuw
In 1908 verkrijgt de winkel een groot deel van haar uiterlijk, naar ontwerp van Oscar Leeuw. Vooral de behoefte om haar beddenafdeling te vergroten was aanleiding voor “de magazijnen maar weer te vergrooten” door de achtergelegen tuin te bebouwen. Om eenheid te behouden, voelde Bahlmann de behoefte om 1 grote voorgevel aan te brengen “die, volkomen in overeenstemming met den modernen smaak, naar buiten een waardigen indruk zou geven van de waarlijk grootsteedsche inrichting, die zich daarachter in machtigen omvang ontplooit.”
Op 1 juni 1907 vindt de aanbesteding plaats “voor het afbreken van den bestaanden, het weder opbouwen van een nieuwen voorgevel en eenige bijkomende werkzaamheden aan de perceelen der firma Bahlmann en Co., Groote Markt alhier” door architect Oscar Geerts. W. van der Waght verkrijgt de aanbesteding, aangezien hij met f27.372 de laagste inschrijving heeft. (PGNC 2/6/1907)
“De nieuwe magazijnen van Bahlmann & Co.
Als iets in staat is ons een denkbeeld te geven van den vooruitgang onzer stad sinds een menschenleeftijd, dan is het wel de kolossale uitbreiding van het magazijn der firma Bahlmann & Co. aan de Groote Markt, dat in zijn tegenwoordigen omvang met de belangrijkste inrichtingen van dien aard in binnen- en buitenland kan wedijveren.
Oude Nijmegenaars, die zich de achtereenvolgende vergrootingen van dit sinds mensenheugenis bij groot en klein, bij burger en boer bekende magazijn herinneren, weten dat het in zijn gestadige ontwikkeling gelijken tred heeft gehouden met den aanwas van Nijmegen.
Opgericht in 1839 door wijlen den heer B. Bahlmann, besloeg het toenmaals maar de ruimte van een gewoon winkelhuis en onderging een eerste uitbreiding in 1860 door aantrekking van aangrenzend perceel van den heer Amweg, vier jaar later gevolgd door een tweede uitbreiding, waartoe de boekdrukkerswinkel van den heer Haspels werd aangekocht. In 1891 werd de firma eigenares van het pand van mevrouw de wed. Scheers, waarin sedert het volgende jaar de tapijtwinkel is gevestigd. Van het jaar 1891 ook dagteekent de heerenwinkel, waartoe een kolossaal perceel op den hoek der Broerstraat werd aangekocht en prachtig verbouwd.
De verbeteringen en vernieuwingen der laatste jaren kwamen tot stand onder de leiding van den heer J.W. Bahlmann, die na het overlijden van zijn vader den heer B. Bahlmann, dezen als bestuurder der firma hier te lande was gevolgd.
Maar moet aan de energie en den ondernemingsgeest van dezen bekwamen handelsman rechtmatige hulde gebracht, niet minder verdienen hier ook gemeld de wakkere chefs, die achtereenvolgens aan het hoofd der Nijmeegsche zaak stonden en onder wier zaakkundige leiding zij gestadig een hooger vlucht nam.
Het zijn vooreerst de heer Ign. Holthaus, wiens nagedachtenis niet alleen bij de firma nog steeds in dankbare herinnering voortleeft, maar ook bij de oude Nijmegenaar nog niet vergeten is, en die in Februari 1894 stierf. Dan zijn sympathieke opvolger, de heer Wöstmann, die reeds in Januari 1908 aan de firma ontviel; en sedert dat jaar de heer J.J.A. Entken, bij heel Nijmegen bekend als de ziel van de tegenwoordige zaak, die onder zijn beheer een uitbreiding ontving, waardoor de kroon werd gezet op jarenlangen, voortvarenden arbeid.
Sinds lang waren de toch al zoo uitgestrekte winkelruimten en voorraadmagazijnen te klein geworden voor de steeds groeiende cliëntèle, gewoon hier steeds in de rijkste verscheidenheid alles te vinden wat tot het uitgebreide gebied van manufacturen, modes, tapijten, gordijnen en aanverwante artikelen behoort. Vooral de beddenzaak met haar veel ruimte vereischende ledekanten en slaapkamermeubelen kwam ruimte te kort. Er dus niets anders op, dan de magazijnen maar weer te vergrooten en hiertoe bood de achtergelegen tuin een geschikt terrein. En nu toch de gezamenlijke gebouwen, wilde men niet dat het nieuwe te veel zou afsteken bij het bestaande, een geheele vernieuwing moesten ondergaan, werd besloten den bouw van één doorloopenden monumentalen gevel, die, volkomen in overeenstemming met den modernen smaak, naar buiten een waardigen indruk zou geven van de waarlijk grootsteedsche inrichting, die zich daarachter in machtigen omvang ontplooit.
Maar onder die reusachtige verbouwing mocht de zaak- en welk een zaak- natuurlijk niet stil staan. Hier stond men dus voor een ingewikkeld probleem. Maar in onzen begaafden stadgenoot, den bekwamen bouwmeester Oscar Leeuw vond en den man, om dit vraagstuk op de doelmatigste en gelukkigste wijze op te lossen.
Wat hij van den 27 meter breeden gevel gemaakt heeft, daarover kan al sinds weken heel Nijmegen oordeelen. Inderdaad stond hij voor geen gemakkelijke taak. Hij had een gebouw te ontwerpen van grootsch monumentaal karakter, dat zich waardig zou aansluiten bij de historische bouwwerken van ons schilderachtig Marktplein, maar dat toch tevens beantwoorden moest aan de eischen van een modern modepaleis. Beneden moest het een aaneenschakeling zijn van breede vitrines, waar de wisselende nieuwigheden van het seizoen zich op het voordeeligst moeten voordoen, en boven die glazen onderpui moest trotsch de hardsteenen gevel omhoogrijsen.
Een tegenstrijdigheid om een architect wanhopig te maken. Maar onze bouwmeester wist door de gelukkige toepassing van een soliede en toch sierlijke ijzerconstructie zijn glazen onderpui zoodanig te versterken en den zwaren hardsteenen bovenbouw door geestige aanwending van rococo-motieven, door sober maar juist aangebracht beeldwerk en door rijke versiering met verguldsel zoodanig te verlichten, dat tusschen onder- en bovenbouw de aangenaamste harmonie werd verkregen.
Daarbij wist hij nog een andere klip te vermijden, namelijk de eentonigheid, welke bij een lange rij eenvormige vitrines en dienovereenkomstigen bovenbouw allicht kon ontstaan. Hierbij trok hij partij van het hellend terrein en de daaruit volgende ongelijke hoogte van den gevel, en wist zoodoende een afwisseling te verkrijgen, die te behaaglijker aandoet, naarmate ze meer ongezocht is.
Maar heeft de bouwkunstenaar aldus eer ingelegd met den voor elken voorbijganger zichtbaren gevel, als technicus toonde hij zijn groote practische bekwaamheden bij de inwendige inrichting, waar niet alleen voor groote, ineenloopende, liefst niet door kolommen onderbroken ruimten moest gezorgd worden, maar ook overal voldoende licht moest toestroomen. Gaat men na dat de winkels alleen 44 meter diep zijn en de heele diepte der perceelen 77 meter bedraagt; dat daarbij boven die open winkelruimten nog twee verdiepingen moesten verrijzen, dan is het duidelijk, dat het vraagstuk van voldoende belichting hier, heel moeilijk op te lossen was.
Welnu, wanneer men de vijf uitgestrekte winkellokalen doorwandelt, dan is het een lust om te zien hoe frisch en kleurig overal de duizenden artikelen van het modieuze damestoilet zich voordoen onder het heldere, van boven door breede lantarens invallende licht, evenals in den tapijtwinkel de rijksgetinte stoffen van tapijten, gordijnen, draperieën, tafelkleeden enz.
Men kan zich haast niet voorstellen, dat op dezen schijnbaar zoo lichten onderbouw nog twee zware verdiepingen rusten. Door de toepassing van gewapend beton is deze gelukkige constructie mogelijk geworden.
Een bijzonder sierlijk effect maakt op den achtergrond van den tapijtwinkel een ranke galerij, over welker balustrade antieke Perzische tapijten afhangen, wier kleurenrijkdom in het heldere licht tot zijn volle recht komt. Tot zelfs in een uitgestrekt, met terrazzo bevloerd kelderlokaal, waar ontzaglijke voorraden tapijten, linoleums enz. voorhanden zijn, heerscht nog voldoende licht.
Als a.s Maandag de nieuwe magazijnen voor het publiek zijn opengesteld, neme men maar eens een kijkje en men zal, evenals wij, in bewondering staan niet alleen over de doelmatige en fraaie inrichting, maar ook over de rijke keuze der nieuwste nieuwigheden van het seizoen, om maar iets te noemen, niet minder dan 2500 stuks voorjaarsmantels! Waarlijk een paradis des dames, die zich hier op haar gemak iets naar haar smaak kunnen uitzoeken en in drie paskamers, met wanden van spiegelglas, dadelijk gelegenheid vinden om te zien hoe het haar staat.
De schitterende uitstallingen in de vitrines, die van avond in den gloed der prachtige koperen gaskronen zullen baden en daarbij door de zorgen van de heeren Gerretsen-Valeton en G. Jansen-Miggels in fleurigen feesttooi van groen en bloemen prijken, geven maar een klein proefje van het onnoemelijk vele, wat de eindelooze kasten daarbinnen bergen.
De bovenlokalen zijn geheel ingenomen door de uitgebreide sorteering van bedden, dekens, ledekanten en verdere slaapkamermeubelen, waarvan de bovenvitrines de mooiste specimens voor de voorbijgangers uitstallen.
Ons was ook vergund een kijkje te nemen in de uitgestrekte kelderruimten, onder de gebouwen, waar ontzaglijke voorraden liggen opgepakt, en het reusachtige en-gros magazijn te doorwandelen, dat zich, vijf verdiepingen hoog, tot de Rozenkransgas en de Scheidemakersgas uitstrekt; verder de werkplaatsen te bezichtigen voor de behangerij, de gordijnmakerij en de beddenmakerij; eindelijk, wat niet het minst interessant is, ook het woonhuis te doorloopen waar 48 interne, zoo mannelijke als vrouwelijke bedienden zij gehuisvest, (terwijl er nog 22 externen in de magazijnen en werkplaatsen werkzaam zijn), die daar hun eet- en recreatiezalen hebben, hun afzonderlijke slaapkamers als in een groot hotel, waartoe natuurlijk ook een keuken behoort, waar dagelijks voor een vijftig man wordt gekookt!
Toen wij heel dit labyrinth van lokalen en kamers en gangen en trappen doorlopen hadden, dat niet minder dan 1800 vierkante meter bebouwden grond beslaat, hadden wij zoowat anderhalf uur wegs afgelegd!
Geen wonder dat we eens in het gezellig kantoor van den heer Entken moesten uitblazen. Maar de moeite beklaagden we ons niet: we hadden kennis gemaakt met een inrichting, waarvan men zoo in het buiten- als het binnenland niet licht de wedergade aantreft, een magazijn zooals menige grootere stad Nijmegen kan benijden.
Stippen wij ten slotte aan de namen der verschillende leveranciers, die tot dezen kolossalen bouw hebben meegewerkt:
Aannemer achterbouw: H. Seegers.
Aannemer voorbouw: W. v.d. Wagt, uitvoering geheel in handen van v.d. Wagt jr.
Hardsteen geleverd door H.P. Euwens van de Carrieère Math. Van Roggen Sprimont.
St.-Joiresteen: Tourney & Co.
Beeldhouwwerk in St. Joiresteen: v.d. Bossche en Crevels, Amsterdam.
Verbouwing Heerenmagazijn Bahlmann en Co. architect Zinsmeister
1925/1926 Hoek Korte Burchtstraat en Broerstraat
J.l. Woensdag werd het nieuwe herenmagazijn van de firma Bahlmann en Co. op den hoek van de Korte Burchtstraat en Broerstraat geopend. De opening geschiedde op feestelijke wijze. De nieuwe winkel zag er met de vele bloemstukken recht vroolijk uit. De directeur der firma uit Amsterdam was overgekomen om de opening te verrichten. Hij wees op het feit, dat in het leven der zaak een nieuw stadium ingetreden was, nu een algemeene reorganisatie en vernieuwing, geboden door den modernen tijd, tot stand gekomen was. Wij hebben heden het nieuwe pand bezichtigd en werden op vriendelijke wijze door den directeur dezer afdeeling over een en ander ingelicht. Aanstonds treft het vroolijk, prettig lichte karakter van den gerestaureerden winkel, waarin men komt door een portiek aan weerszijden, waarvan glazen etalagekasten zijn aangebracht. De winkel zelf is ruim en biedt aan vele koopers ruim gelegenheid het hun aangebodene onder het goed licht te bezien. Wij achten het een afdoende verbetering, dat de hoogte door den balustrade (evenals de betimmering van den winkel licht-bruine tint), achter welke balustrade men de kantoren enz. vindt. Op de eerste verdieping, waarheen men niet alleen langs een breede trap, maar ook met een lift komen kan, is de maat- en confectie-afdeeling met een drietal flinke paskamers. Ook hier is door het lichte hout alles vroolijk geworden. Op de tweede verdieping vindt men de ateliers en de voorraadkamers. Men zegt wel eens, dat alle verandering geen verbetering is; maar deze verandering is besliste een verbetering.
De firma Bahlmann heeft ook op dit gebied een reputatie van de beste soort. Zij zal die, evenals tot dusverre, door ruime keuze uit voortreffelijke kwaliteiten weten te handhaven.
Vermelden we nog, dat de architect de heer Zizmeister uit Amsterdam, de heeren van der Wagt, die de verbouwing en het schilderwerk verrichtten; de heer Jos. Kwakkernaat die voor de verlichting zorgde evenals de firma Huygen en Wessels, die de lift maakte en de firma Merx en Boerboom, die voor de centrale verwarming zorgde, alle eer van hun werk hebben.
Doordat j.l Donderdag al onze kracht vereischt werd om den lezers omtrent den watersnood in te lichten, waren wij zeer tot onzen spijt verhinder in ons nummer van j.l. Donderdag van deze opening verslag te geven.” (PGNC 2/1/1926)
Verbouwing Bahlmann Grote Markt architect Zinsmeister
1931 Grote Markt
In 1931 vindt een grote modernisering plaats, vooral inwendig. De architect daarvan is Zinsmeister, die dan al winkels voor Bahlmann in Den Haag, Rotterdam, Gouda, Gorinchem, Tilburg en Nijmegen zelf heeft (ver)bouwd.
De verbouwing heeft vooral de vergroting van de etalage- en winkelruimte tot doel: na de uitvoering zal er 8 keer zoveel etalage ruimte zijn en 3 maal zoveel verkoopruimte. Voor de etalageruimte worden de etalagekasten vervangen door moderne vitrines, met 1 hoofdingang in het midden van de 26,5 meter brede gevel.
Behalve de begane grond is de gevel niet aangepast: “Bahlmann heeft de hoofdschen, arduinen geveltooi van waardig grauwblauwen hardsteen in ere gehouden -deze geeft aan deze flink gemoderniseerde magazijnen iets voornaams. Boven de begane grond loopt een band van glas.
Wel is de voormalige tapijtwinkel binnen en buiten op dezelfde hoogte gebracht als de hoofdgevel. Daarbij wordt de feitelijke tapijtwinkel (op het “oude” nummer 15) naar achteren verplaatst. Zo ontstaat een meterslange galerij aan etalages.
Tot dan toe heeft de winkel uit veel vertrekken bestaan. Dit komt waarschijnlijk door de manier waarop Bahlmann heeft uitgebreid door een aanpalend pand te kopen. En daarbij heeft zij waarschijnlijk de inrichting niet al te veel veranderd. Op dat moment wordt alleen de begane grond en een kwart van de eerste etage als winkel gebruikt.
Na de verbouwing zullen de begane grond en 2 verdiepingen geheel als winkelruimte dienen. De binnenruimtes zijn nu grote ruimtes geworden, ondersteund door enkele pilaren. “Binnen verliest men zich op ‘t eerste oogenblik in de ruimte.
Het went gauw – aldra ontdekt men systeem- alle afdeelingen zijn logisch ingericht. Ieder ook heeft zijn eigen verkoopster, die de modieuze artikelen, de huishoudelijke goederen en fijnere stoffen in practische vakafdeelingen vlak in haar bereik heeft. Ieder vak is een volledig winkeltje op zich zelf en geeft door den toch soberen opzet een gezelligen toon, welke de donkere tinten er op legden, iets gezelligs.”
Het trappenhuis bleef in stijl van de winkel.
De eerste verdieping is ingedeeld voor dameskleding en confectie. De tweede verdieping is de meubelafdeling, waarbij vooral de modelkamers opvallen.
“Niet alleen dus dat zij de firma Bahmann in staat zal stellen haar winkel geheel en al te moderniseeren, zij zal ook, in dezertijd van malaise en werkloosheid, ten zeerste bijdragen aan verruiming van werkgelegenheid.” (PGNC 17/4/1931 en De Gelderlander 10/10/1931)
Overige bronnen: PGNC 10/10/1931, De Gelderlander 9/10/1931, De Gelderlander 10/10/1931
De Gelderlander schrijft bij de officiële opening in november 1931:
“Nieuwe Magazijnen N.V. Manufacturenhandel van Bahlmann en Co.
De officieele opening
Bahlmann en nijver-Nijmegen der laatste eeuw bleven onafscheidelijk verbonden.
Wie Markt noemt denkt aan Bahlmann en wie naar het hartje van de city gaat, komt minstens langs Bahlmann’s magazijnen.
Vooral nu.
De magazijnen van Bahlmann staan in een modern kleed en lokken door de lichten en tinten, welke gebracht zijn in de tientallen etalage-afdeelingen, zeer fraai gelegen aan de overdekte passage’s, welke direct leidt tot den modernen winkel, waarover wij reeds de vorige maal een uitvoerige beschrijving gaven.
Thans vraagt nog onze bijzondere aandacht de officieele heropening van het geheel der verbouwing, nu de Bahlmann magazijnen klaar zijn gekomen in nog geen volle vier maanden bouwtijd, naar ontwerp van den kloeken en practischen bouwmeester, den heer H.A.C. Zinsmeister, den algemeenen architect der firma Bahlmann.
De officieele opening had Zaterdag plaats in tegenwoordigheid van de parochieele geestelijkheid der St. Franciscuskerk, van den Burgemeester, den heer Jos. Steinweg en de wethouders, de heeren G.A. Corduwener en Mr. A. Krootjes, terwijl de twee andere wethouders zich hadden laten verontschuldigen wegens drukke werkzaamheden.
Dan waren daar de directeuren der N.V. Manufacturenwinkel Bahlmann & Co., de chefs, de vertegenwoordigers van Industrie en handel en vele genoodigden.
Er lag iets feestelijks over de magazijnen met hun strakke witte plafonds en bruinrood bloeiende lambrizeeringen.
Men overzag vanaf de balcons, welke het midden-trappenhuis omgeven, als in één blik, het geheel, dat een grootschen indruk gaf van dit moderne manufacturen-kleeding-magazijn, dat in al zijn verscheidenheid van artikelen, toch harmonie en eenheid hield in een modern gebouw, dat dienst doet als verkoophuis voor manufacturen, kleeding en meubileering- het geheel kreeg geen bazar-karakter. Alles bleef karakteristiek in den toon van een verkoophuis van standing, waar nochtans een ieder iets van zijn gading en voor zijn beurs kan vinden.
Als de gasten in een smaakvol gemeubileerd hoekje van de uitgestrekte magazijnen bijeen waren, nam een der directeuren, de heer B.C.J.M. Straeter, het woord. In een opgewekte toespraak herinnerde hij opgetogen aan den groei van de magazijnen der firma Bahlmann, welke als gelijken tred gehouden hadden met de uitbreiding van Nijmegen.
De firma Bahlmann, welke met zijn tijd medegaat, had steeds het vertrouwen van heel Nijmegen en zijn wijde omgeving genoten van zijn prilste jaren af tot nut toe. En thans gaat de firma in het belangrijk moment van geheele moderniseering harer magazijnen.
Met trots kon spr. wijzen op wat hier tot stand gekomen was.
Met vreugde constateerde hij de belangstelling van zoovele autoriteiten bij deze heropening der magazijnen en dankbaar was spr. gestemd tegenover het gemeentebestuur en tegenover alle autoriteiten, die de firma Bahlmann ter wille waren geweest bij de volvoering van haar verbouwingsplannen.
In het bijzonder huldigde spr. naast den architect, de firma Berntsen en Braam, welke in zoo’n korte spanne tijds van goed drie en een halve maand deze doelmatige verbouwing had tot stand gebracht.
Nijmegen mag trotsch gaan op zoo’n aannemersfirma.
Gaarne had de firma ook gevolg gegeven aan het verzoek van het gemeentebestuur, om bij de verbouwing van het pand rekening te houden met het schoonheids-aspect der Groote Markt.
Spr. Dankte allen die de firma steeds trouw gebleven waren en hoopte, dat hun vertrouwen te mogen blijven behouden.
De heer Jos. Steinweg, burgemeester, dankte mede namens de wethouders, voor de hartelijke uitnoodiging, deze opening bij te wonen.
Een gemeentebestuur dient belangstelling te toonen van handel en nijverheid en winkelbedrijf in zijn gebied. Spr. waardeerde het zeer, dat de firma ook gevolg gegeven had aan het verzoek der gemeente, om het stads-aanzien te verfraaien met deze nieuwbouw.
Spr. hoopte, dat de firma Bahlmann nog grooter voorspoed zou mogen beleven in haar hernieuwde magazijnen.
Vervolgens werd een rondgang gemaakt door de vernieuwde magazijnen, welke een gedistingeerden indruk maakten. Alles getuigde van smaak, kijk op zaken en practischen zin.
Naast de nieuw ingerichte winkel zijn eigenlijk nieuwe afdeelingen, gemaakt voor de tapijten en kinderkleeding, welke afdeelingen zijn gekomen in de plaats van de vroegere woonverblijven van den chef, den heer H.B.A. Athmer.
Vooral de tapijt-afdeeling, naar moderne eischen ingedeeld, beantwoordt nu veel meer dan ooit aan de verlangen der koopenden, die gaarne willen zien, hoe een of ander tapijt harmonieert met de omgeving.
De kinderafdeeling is prettig en practisch van uitvoering.
De clou der verbouwing ligt evenwel in de verdekte passage van Markt naar winkel.
Dat werd een aaneengeschakelde expositie van bijkans alle artikelen, welke de firma op het gebied der mode en van de aankleeding van interieurs in verkoop heeft. De etaleurs verrichtten hier wonderen van kleuren- en vormenharmonie- zoo trekt deze passage, welke men bereikt langs een reeks van etalage’s langs de straat en een etalage-eiland, vóór den ingang der overdekte winkelgalerij.
Het geheel een weelde voor het oog, een voortdurende verleiding tot koopen.
Overdag valt er ruim licht in, ’s avonds staat alles in den glans van duizenden lampkaarsen. De vakken achter de etalage’s zijn uitneembaar en kunnen in kleur en toon ingevoegd worden, welke overeenkomt met de te etaaleren artikelen.
Den eersten dag verdrongen zich reeds duizenden in de nieuwe passages.
Verschillende Nijmeegsche firma’s besteedden onder goede leiding van architect A. Zinsmeister hun kunde en zorgen aan de voltooiing der nieuwe magazijnen.
Algemeene aannemer was de firma Bernsten en Braam, die 10 Juli het groote werk begon en het Zaterdag kon afleveren.
De heer W.A. v.d. Wagt zette het magazijn in de juiste kleuren, de firma Reuser van Alphen zorgde voor een overvloed van licht, het stucadoorswerk is van de firma Derks en Lebens, de centrale verwarming van de firma Merx en Boerboom.
De lift is een Starlift uit Voorburg, de rolluiken zijn uit de fabrieken van den heer Antoon Tesser, het glas in lood van de firma Bilderbeek en het spiegelglas van de firma Engels.
Nijmegen werd een modern magazijn rijker en gaat als winkelstad steeds grooter beteekenis krijgen.”
(De Gelderlander 23/11/1931)
August Zinsmeister
Architect Zinsmeister bouwde in ieder geval aan de panden van Bahlmann in Rotterdam, Dordrecht en Nijmegen. Zie verder:
Kort na de verbouwing verkoopt Bahlmann in 1932 haar pand echter aan Vroom en Dreesmann:
“De N.V. Bahlmann & Co. Te Nijmegen.
De magazijnen verkocht
Vroom & Dreesmann kocht de panden op de Markt
De Verbouwingsplannen
Naar wij van officiële zijde vernemen, zijn gisteren de groote magazijnen der N.V. Bahlmann & Co., voor zoover die gelegen zijn op de Groote Markt, aangekocht door Vroom en Dreesmann, Manufacturen, dames-confectie, bedden, tapijten- en meubelmagazijnen op de Groote Markt.
De magazijnen zullen volgens koopcontract met ingang van éen April a.s. overgenomen worden door de firma Vroom en Dreesmann.
Aan het personeel van de N.V. Bahlmaan & Co. is tegen een April a.s. ontslag aangezegd.
Het bekende heerenmagazijn der firma Bahlmann op den hoek van de Korte Burchtstraat-Broerstraat is door een particulier aangekocht.
Wij mochten van de directie van Vroom en Dreesmann nog vernemen, dat de aankoop der Bahlmann magazijnen, welke eerst gisterenmiddag definitief werd, een wijziging kan brengen in de bouwplannen der firma Vroom en Dreesmann aan de Scheidemakersgas.
De plannen voor verbouwing der V. en D.- magazijnen aan de Scheidemakersgas lagen kant en klaar- maar nu de nieuwe aankoop aan de Markt er plotseling in kwam vallen, staat de directie voor een moeilijk geval. Heden was daarom nog geen beslissing genomen, en het zal nog wel eenigen tijd aanloopen, voor een vast besluit er is: hoe het nu verder met de groots opgezette verbouwing zal gaan.
De magazijnen op de Markt zullen wel met elkander verbonden worden.” (De Gelderlander 17/12/1932)
“Een halve eeuw Vroom & Dreesmann Vele stadgenooten zullen het zich nog goed kunnen herinneren, hoe “de Zon” met twee étalages en in het midden een deur, op 6 April 1895 op de Groote Markt opende. Een zaak als iedere andere, maar waar door goed koopmanschap vaart in zat. Na vijf jaar reeds, in 1900,…
Gebruikte bronnen voor het stuk over Bahlmann in Amsterdam:
De winkel van Neoform/M. vd Ven: Panden aan de noordzijde: v.l.n.r. Schoenenzaak Neoform (Plein 1944 nr. 119), Cafe Restaurant Royal (Plein 1944 nr. 128) , Hotel Cafe Lunchroom American (Plein 1944 nr. 129-131) en Lunchroom Pleinzicht (Plein 1944 nr. 135), 1958 (Foto Grijpink via F32460 RAN CCBYSA)
Architect Rodenburg ontwerpt het complex woningen en winkels op de hoek van Augustijnenstraat en Plein 1944, welke in 1955 wordt opgeleverd.
De bouwer is N.V. Aannemersbedrijf v.h. G. Tiemstra en Zoon, “in opdracht van zich voor deze bouw geïnteresseerd hebbende beleggers”. Het ontwerp voor dit gebouw sluit aan bij dat van Royal, wat eveneens naar ontwerp van Rodenburg was gebouwd. (De Gelderlander 3/11/1955)
Plan Herbouw van 3 winkels en 6 woningen a/d Augustijnenstraat Hoek Plein ’44 voor Mevr. W.J.M. de Mandt-Wennekes te Nijmegen (als opdrachtgeefster staat mevr P.A. de Mandt-Wennekes; de tekening is ondertekend met W. de Mandt Wennekes, architect Rodenburg, getekend 26-4-1955 (D12.420754)
Op de bouwtekening (hierboven) blijkt Mevrouw W.J.M de Mandt-Wennekes de opdrachtgeefster te zijn. “Royal” hoort overigens niet bij de bouw van het complex: deze was reeds gebouwd en laat zien hoe het nieuwe gebouw samengaat met het naastgelegen café, welke eveneens ontwerp van Rodenburg was.
In September 1956 is het hoekpand vrijwel gereed. Nijmeegsch Dagblad noemt dat om in totaal om 3 winkels gaat: twee winkels met elk een bovenetage en een “gewone winkel”. Daarboven zijn woningen gebouwd. Een van de 3 winkels is dan in ieder geval al bekend: een speciaalzaak voor de verkoop van damesconfectie en kinderkleding. Waarschijnlijk is de 2e winkel ook bekend, want het artikel meldt dat voor de 3e winkel de bestemming nog niet bekend is. (Nijmeegsch dagblad 14-9-1956)
Hanco
De maand daarop gaat de eerste winkel daadwerkelijk open: de damesconfectiezaak Hanco. ( Nijmeegsch dagblad 11-10-1956). Deze winkel heeft er echt niet lang gezeten: rond 1958 vindt een “Algehele Opheffings uitverkoop” bij Hanco plaats, zie het plakkaat in de etalage op foto GN3186.
Brillencentrale P. Römer
Rond 1959 begint de Brillen Centrale P. Römer op de Augustijnenstraat 2. Een foto uit dat jaar is te vinden op GN3189. De Brillencentrale -tegenwoordig Francissen– bestaat op februari 2024 nog steeds.
Neoform/ M. vd Ven
Advertentie opening Neoform M. vd Ven (De Gelderlander 14/11/1956)
Op 15-11-1956 opent Neoform, Voet- en schoenspecialisten “haar 10e Grootste en Modernste Speciaalzaak in Nederland”. Deze vestiging is van M. v.d. Ven, die op Plein 1944 No. 119 nog steeds (februari 2024) hier haar schoenenzaak heeft. “
De winkel adverteert regelmatig met gratis voetmetingen. Ook de openingsadvertentie noemt “Nu 100% passend schoeisel… maatwerk uit voorraad en toch een vlot sportief of gekleed schoentje”.
Neoform was een schoenenfabriek in Waalkwijk, eigendom van de Firma Aarts & Smits in Waalwijk (Echo van het Zuiden, 15 juli 1960)
Gevonden Adressen
Naam
Toevoeging
Adres
Adresboek/bron
Toelichting
wed. A. Klein
geb. M.Th. v. Ooijen
Plein 1944 121
1959, 1963, 1968
R.K. Begrafenisonderneming
Kantoor: J. C. Kramer
Plein 1944 123
1959
Advertentie (het adres van Kantoor H.N. Klopper is Reestraat 8)
Lucnhroom American temidden van de noordzijde van Plein 1944: Panden aan de noordzijde: v.l.n.r. Schoenenzaak Neoform (Plein 1944 nr. 119), Cafe Restaurant Royal (Plein 1944 nr. 128) , Hotel Cafe Lunchroom American (Plein 1944 nr. 129-131) en Lunchroom Pleinzicht (Plein 1944 nr. 135), 1958 (Foto Grijpink via F32460 RAN CCBYSA)
Eind 1957 is het gat aan de noordkant van Plein 1944 opgevuld: dan opent Lunchroom American, welke veel Nijmegenaren nog zullen kennen als Ruteck’s American Lunchroom. Het ontwerp was van architect Rodenburg. In de jaren vestigde Dekker van de Vegt zich in dit pand.
Café Hotel Lunchroom American
Plein 1944 129-131
Op de locatie tussen Royal en Pleinzicht zou aanvankelijk Bata komen. Deze zal echter een winkel betrekken in de Broerstraat (De Gelderlander 3/11/1955). In juli 1956 kondigt de Gelderlander aan dat de bouw binnenkort zal beginnen. Daarbij blijkt de fa. Nederland eigenaresse van het te bouwen werk te zijn (De Gelderlander 11/7/1956).
Op deze locatie komt echter hotel-restaurant-café-snelbuffet “American Lunchroom”, dat op 21-11-1957 opent. Het restaurant bevindt zich op de begane grond, met aan de achterzijde een snelbuffet. Daarboven is een zaal voor partijen en vergaderingen met 450 plaatsen. Het hotel is op de 3e en 4e verdieping en heeft 40 kamers.
Het pand lijkt 1 front te vorm met de rest van de noordzijde, waarbij er verscheidenheid op de begane grond en de 1ste verdiepingen zijn aangebracht.
De directeur is J. Meuleman, voormalig eigenaar van hotel-restaurant-café het “Losse Hoes” op de Holterberg, dat in juni was afgebrand. Daarbij meldt het Nijmeegsch dagblad dat “Ook dit bedrijf zal binnenkort verrijzen”; momenteel (februari 2024) bestaat het hotel https://www.hetlossehoes.nl/ nog steeds. Hij wil van zijn zaak met 50 man personeel een gezellig trefpunt maken. Het ontwerp was van architect R. Rodenburg, die ook het interieur heeft ontworpen. De aannemer was N.V. Nederland (Nijmeegsch Dagblad 20-11-1957)
Een mooie foto van het restaurant binnen is te zien op F31944 RAN.
Ruteck’s terug in de stad
Boven de rechter auto is American/Ruteck’s te zien: beide namen staan op de gevel: Markt op Plein 1944. De foto is genomen richting het noorden. Op de achtergrond links de St. Stevenstoren. Rechts op het plein Ruteck’s, de American lunchroom. Links daarvan zat Café Royal, 1960-1965 (Fotopersbureau Gelderland, Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F11472 RAN CCBYSA)
Het Algemeen Handelsblad van 20-02-1959 schrijft dat American binnenkort zal worden overgenomen door Ruteck’s. “De heer G.J. Onstenk sr., huidig eigenaar van het bedrijf, ziet zich genoodzaakt de exploitatie te beëindigen”. Daarbij schrijft het Rotterdamsch Parool van 19-2-1959 dat Nijmegen de 17de vestiging van Ruteck’s betreft.
Ruteck’s American Lunchroom
Onder de kop “Ruteck’s terug in de stad” schrijft het Nijmeegsch Dagblad over de opening in november 1959. Een voorloper, Heck’s, was vroeger in de Broerstraat gevestigd geweest.
Sinds “enige tijd” was de exploitatie van de American Lunchroom al door Ruteck’s voortgezet “waarbij de deskundigen van Ruteck’s ervaring opdeden met betrekking tot de eisch, die aan het hier te vestigen bedrijf moesten worden gesteld.” Daarbij bleek een verbouwing noodzakelijk: de gehele begane grond is een lunchroomzaal geworden. Hierin is onder andere ruimte voor een orkest, dat ’s middags en ’s avonds optreedt. Achter het orkest bevindt zich een ruimte op een verhoging, waar gasten tevens kunnen plaatsnemen. Voor de openingsdagen is het ensemble van Willy Selig met zangeres Tani de Maya uitgenodigd. In de “beneden-afdeling” maakt het open buffet, “dat is toegerust met de nieuwste apparatuur op het gebied van koeling, een snelle bediening mogelijk. Boven zijn ook verscheidende afdelingen gevestigd. Hier is, na de garderobe, het restaurant aan de voorzijde van het gebouw, zodat gasten uitzicht hebben op Plein 1944. Hier is ook een aparte afdeling voor het houden van vergaderingen, terwijl verderop de keuken is gebouwd. In totaal heeft het bedrijf 180 zitplaatsen”. “Voorlopig” is een deel van de naam overgenomen: de zaak heet nu Ruteck’s American Lucnhroom en restaurant. (Nijmeegsch dagblad, 21-11-1959)
Mooie herinneringen aan dit bedrijf zijn te vinden op Noviomagus. Op basis van het Adresboek van onder andere 1966, bovenstaande foto, de foto van Nijmegen Toen op Facebook van 11-1959 en de in het artikel van Noviomagus genoemde arbeidscontracten lijkt Ruteck’s de naam American te hebben aangehouden. Wel kan ik Ruteck’s alleen vinden in de adresboeken van 1963 en 1966.
De Lunchroom Heck’s op de Broerstraat, 1930 (F18243 RAN)
Zoals het Nijmeegsch Dagblad al schreef, was Ruteck’s feitelijk een oude bekende in Nijmegen. De oorsprong van Ruteck’s lag bij Heck’s.
Deze Heck’s was voortgekomen uit de familie Rutten, eigenaar van de Limburgse brouwerij de Zwarte Ruiter. Samen met de Rotterdamse likeurstoker Henrik van der Wolk bouwde zij een keten van koffiehuizen en proeflokalen op. Daarbij werd tevens de slijterij A.J. van Heck & Co overgenomen. Vanaf dat moment werd de naam Heck’s voor een nieuwe lunchroom gebruikt.
Vanwege de opsplitsing van de keten kregen de meeste zaken in 1946 de naam “Ruteck’s”, een samentrekking van de naam Rutten (de naam van de familie, die eigenaar was) en “Heck’s”. Een aantal zaken die een andere eigenaar hadden, bleven Heck’s heten.
Over Heck’s/ Ruteck’s in andere plaatsen zijn aantal mooie artikelen geschreven, die tevens een beeld geven welke invloed deze keten heeft gehad: de Leidseweg en naar aanleiding van een beeld in Utrecht, Arnhem, Rotterdam, Amsterdam
Dekker v.d. Vegt
In 1976 komt de Boekhandel Dekker v.d. Vegt in dit pand. Een mooie foto van American met de aankondiging van de komst van Dekker v.d. Vegt op de bovenramen is te vinden op F31833.
Dekker van de Vegt
In Nijmegen was het de 2e vestiging van het oorspronkelijk Utrechtse bedrijf. In 1856 waren J.G. Dekker en W.J. van de Vegt een boekhandel, winkel in religieuze artikelen en boekbinderij in Utrecht begonnen. In 1864 kwam daar een uitgeverij bij. In 1922 verhuisde zij naar de Oranjesingel in Nijmegen, mede ingegeven door de komst van Katholieke Universiteit Nijmegen in 1923. Zij was voor de universiteit tot in de jaren 60 een belangrijke uitgever van academische werken. In 1989 ging het fonds over naar de Koninklijke Van Gorcum. In 1972 verhuisde ze naar de Passage Molenpoort.
Vestiging op Plein 1944
In 1976 kwam daar het filiaal aan Plein 1944 bij. Zij heeft hier tot 2000 gezeten, waarna ze naar de Mariken vertrok. Na een aantal malen van eigenaar te zijn verwiseld (en van naam veranderd), besloten 6 Nijmegenaren na het faillissement van Polare de winkel in Nijmegen te kopen en het weer Dekker van de Vegt te noemen.
Vervolg
Hoewel het verloop nog verder moet worden onderzocht, is het pand uiteindelijk gesloopt om plaats te maken voor het gebouw waar nu de Primark zich bevindt.
Winkel in werkkleding van de firma Holla, 1961 (Nico Grijpink via F92138 RAN CCBYSA)
In 1952 vindt de heropening van Holla’s kledingmagazijn op Plein 1944 plaats. Het pand is gebouwd naar ontwerp van architect Okhysen. In 1921 was Holla zijn winkel, gespecialiseerd in bedrijfskleding, begonnen in de Zeigelbaan. Dit pand ging echter tijdens het bombardement van februari 1944 verloren.
Vooraf: Holla op de Zeigelbaan
Openingsadvertentie Holla op de Zeigelbaan (PGNC 11/6/1921)
In juni 1921 had H. Holla zijn winkel aan de Zeigelbaan 4-10 geopend (waarbij “8” tevens vaak voorkomt in advertenties). “Het is een zaak in manufakturen, maar de heer Holla specialiseert zich vooral in bedrijfskleeding als: dokters-, bakkers-, slagers-, chauffeursjassen etc. etc. Daarnaast kan men bij hem terecht voor werkmanskleeding en verder voor alles wat met de manufakturenbranche samenvalt.
Maar vooral op ’t gebied der bedrijfskleeding zoekt de heer Holla zooveel mogelijk kompleet te zijn, zoodat men niet licht tevergeefs bij hem iets zoeken zal.
De winkel zelf heeft een fleurig uiterlijk gekregen met twee ruime etalagekasten aan de straat en werd verbouwd door de firma v. Gisteren en Deckers, die tevens het interieur van den winkel verbeterden en verfraaiden.
De firma Megens zorgde voor het elektrisch licht, de firma A. Koster voor het schilderwerk.” (De Gelderlander 11/6/1921)
verbouwing 1930
In maart 1930 kreeg de winkel een uitbreiding: door een verbouwing kwam op de eerste verdieping een afdeling voor heren- en kinderkleding. “De heer Holla maakt deel uit van een sterke inkoopcoöperatie en kan bijgevolg in de concurrentie van den dag mededoen. “ (De Gelderlander 21/3/1930)
Bombardement
Bij het bombardement van 22 februari 1944 wordt de winkel verwoest. Zij zal een noodwinkel op het Kelfensbos 33 (De Gelderlander 20/5/1952)
Een foto van deze noodwinkel is te vinden bij het RAN F17682.
Holla’s Kledingmagazijn op Plein 1944
Zicht op de wederopbouw van het plein. Vrnl: Holla’s kledingmagazijn, Van der Werff Woninginrichting, parfumerie Albers, foto Verwey, schoenenmagazijn A. Holland, Cafetaria Centrum Expresse, P. Jacobs Textiel, Juwelier A.J. Janssen, Sigarenmagazijn H. Brans en uiterst links Lunchroom Pleinzicht, 1953-1955 (Fotopersbureau Gelderlander,Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F42035 RAN CCBYSA)
In 1952 vindt de heropening van het nieuwe pand plaats. Opvallend daarbij is de langerekte etalage op de begane grond. Doordat de architecten het ontwerp van het blok onderling hebben afgestemd, lijkt het 1 geheel te vormen.
“Holla’s Kledingmagazijn op Plein 1944 herbouwd
Onder zeer grote belangstelling is gistermiddag Holla’s Kledingmagazijn op Plein 1944 heropend. Op 22 Februari 1944 ging dit bedrijf dat op de Zeigelbaan was gevestigd, in de vlammen op en na zes jaar in een noodwinkel op het Kelfkensbos te zijn gevestigd, is het nu in een fraai pand tot nieuwe luister gekomen. Wanneer men van de Molenstraat op het Plein komt, kan het niet anders of men moet de ingang van de langwerpige winkel zien. Verlaat men het Plein en gaat men naar de Molenstraat of Broerstraat, dan bemerkt men een rij etalages naast die van de fa. van der Werff. Deze galerij van etalages vormt een voortreffelijk geheel, waardoor de ruimtewerking van het Plein wordt verhoogd.
Het hele complex winkels dat in de vroegere Korte Molenstraat zal verrijzen is trouwens in onderlinge samenwerking door verschillende architecten ontworpen. Hierdoor wil men harmonie in de bouw bereiken.
Het nieuwe gebouw, waarin Holla’s Kledingmagazijn is gevestigd, maakt een rustige en zakelijke indruk. Zowel de verdieping op de begane grond als de eerste étage is voor de verkoop benut, terwijl het gebouw voor opslagruimte is ondertekend.
Architect was de heer J. Okhuysen wiens plannen door Aannemer J. Hendriks te Nijmegen werden verwezenlijkt. Het Plein is door deze bouw weer een stap dichter bij zijn voltooiïng gebracht. En dat de stadgenoten zich hierover verheugen bleek gistermiddag bij de opening toen namens de gemeente de wethouders M. Duives en N. Windt en vele anderen blijk gaven van hun sympathieke belangstelling in het in een bloementuin herschapen kledingmagazijn.” (De Gelderlander 28/6/1952)