Korenmarkt, en tekening van Koster, op de achtergrond de St.-Stevenskerk, 1770 (Evert F. van der Grinten via F78336 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Waar vroeger parkeerplaatsen waren, is het tegenwoordig in de zomermaanden gezellig picknicken op de Korenmarkt. Al dan niet met een kleedje en picknick mand van Barrio Alto.
Daarbij is bij opgravingen de Sint Janskapel weer gevonden met daarbij 2 graven. Deze zijn opgenomen in het park, afgedekt met een glasplaat. Daarnaast zijn 2 13e eeuwse kelders gevonden aan de Smidstraat, deze zijn niet zichtbaar gemaakt.
Korenmarkt (juni 2024)
Johannieterorde
De kapel maakte onderdeel uit van het complex waar ook de Commanderie bij hoorde. Deze was einde 12e eeuw gesticht door Graaf Alardus en vrouwe Uda als hospitaal voor kloosteringen en pelgrims. In 1214 verkregen de Johannieters het pand (de Johannieterorde heette oorspronkelijk de Orde van Sint Jan). De commanderie en kapel was tijdens de 80-jarige oorlog afwisselend in handen van Spaanse en Staatse troepen/katholieken en protestanten. In 1636 overleed de laatste commandeur. In 1650 besluit het stadsbestuur om de inmiddels vervallen St. Janskapel te slopen. Een deel daarvan is inmiddels ingestort. Deze had inmiddels ook al gediend als vleeshal.
Korenmarkt
Historie Korenmarkt inzichtelijk gemaakt (juni 2024)
Daarbij wordt de vrijgekomen plaats aangewezen als marktplaats: de korenmarkt die tot dan toe op de Lagemarkt werd gehouden, wordt in 1653 hiernaar toe verplaatst. Vanaf dat moment is het de Korenmarkt. Een uitgebreid verhaal is te lezen op Huis van de Nijmeegse Geschiedenis https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/St._Janskapel.
Hof van Brabant
Gezicht op hotel Hof van Brabant, Korenmarkt, 1906-1912 (F2890)
Op de Korenmarkt zaten de nodige horecagelegenheden, waarvan het Hof van Brabant mogelijk de bekendste was. Na verloop van tijd was er een terras, met een prachtig uitzicht op de Waal. En er waren kegelwedstrijden, rond 1900 zeer populair.
Sloop
De Korenmarkt: het gedeelte tussen de Pepergas links, en de Vijfringengas rechts, met visvrouw Anneke Nas op de voorgrond, 1939 (J.G. Deur via F29204 RAN CCBYSA)
Rond 1880 kende de handel op de Korenmarkt een slechte tijd, onder andere vanwege de gebrekkige toegankelijkheid. In 13 maart 1882 ging de Korenbeurs op de Nieuwe Markt open.
De Korenmarkt kwam vrij ongeschonden de Tweede Wereldoorlog door. Vanaf 1950 tot 1980 vond echter “krotopruiming” plaats. Vanaf 1980 vond rondom deze locatie nieuwbouw plaats, waarbij de Korenmarkt een parkeerplaats werd.
Afsluitpaal
Afsluitpaal Korenmarkt, Peter van de Locht (juni 2024)
Detail Afsluitpaal Korenmarkt, Peter van de Locht (mei 2025)
Een herinnering aan de periode dat het een parkeerplaats was, is de afsluitpaal van Peter van de Locht uit 1975.
Groen
Graf Korenmarkt met glazen plaat als afdekking. Er wordt druk gemaakt van het grasveld. Op de achtergrond de St Stevenskerk, waarbij het dan mogelijk is over de daken te lopen (mei 2025)
Het park was een van de projecten voor Groene Allure Binnenstad, welke in 2007 is gestart. Dit project heeft als doel de kwaliteit van het groen in de binnenstad te verbeteren en ze aan te leggen waar mogelijk. Meer groen is goed voor een beter leefklimaat en draagt bij tot klimaataanpassing. Daarop zijn verschillende locaties in de binnenstad aangewezen die mogelijk geschikt waren voor vergroening of een parkje. De Korenmarkt was daar een van. S Roemburg leverde het ontwerp voor het park. Op 5-4-2012 vond de officiële opening van het park plaats.
Naast een grasveld heeft het op het hoogste gedeelte een siertuin met een fontein. Van daaruit loopt water door een goot, waar het de bron van een fontein is.
Daarbij is het gevonden graf zichtbaar gemaakt door een glazen afdekking.
Informatiebord Korenmarkt (juni 2024)Commanderie van St. Jan (mei 2025)
Waar het Keizer Karelplein tegenwoordig een belangrijk verkeersknooppunt voor auto’s, is het plein in 1880 aangelegd als onderdeel van de lommerrijke boulevardgordel op de plaats van de gesloopte vestingwerken. Het plein is vernoemd naar Karel de Grote.
Bezienswaardigheden Keizer Karelplein
Concertgebouw de Vereniging
Titus Brandsma Gedachteniskerk
Stadsschouwburg
Sloop Vestingwerken en ontwerp plein
De tweede houten brug buiten de Molenpoort over de droge gracht ter hoogte van het huidige Keizer Karelplein, met links het Station van de spoorlijn Nijmegen-Kleef, de ‘Kleefschebaan’ (op de plek van het huidige Concertgebouw de Vereeniging), 1875 (Gerard Korfmacher, RAN F23031)
In 1876 begon de sloop van de vestingwerken, nadat in 1874 de Vestingwet was aangenomen. Vervolgens ontwierp Brender à Brandis een plan van een ovaal plein met twee parallelle boulevards. Daarbij diende de Place de l’Étoile in Parijs als voorbeeld. Bert Brouwer paste dit ontwerp aan door 1 brede boulevard te maken met een rond plein. In 1879 werd het plan aangenomen en vervolgens aangelegd. Het plein had een diameter van 150 meter.
Keizer Karelsplein
Keizer Karelplein in 1898 (dr. Jan Brinkhoff via D300 RAN CC0)
In 1880 kreeg het de naam Keizer Karelsplein, welke in 1924 wordt veranderd in Keizer Karelplein (Straatnamengids).
Brouwer ontwierp een villa voor zichzelf op de plek waar nu de Rabobank staat. Ook ontwierp hij een aantal andere gebouwen, waaronder de Societeit de Vereeniging uit 1882.
Bijzondere gebouwen
Rondom het plein werden een aantal bijzondere panden gebouwd. Een aantal jaren na de aanleg van het plein verrezen:
Sociëteit de Vereeniging; later kwam hier het Concertgebouw de Vereeniging:
Sociëteit De Vereeniging in de winter, 1898 (dr. Jan Brinkhoff via RAN D301)
Het Universiteitsgebouw, Keizer Karelplein, 1935-1940 (F20260 RAN)
Later kwamen hier de volgende gebouwen bij of werden vervangen door:
Bodega-restaurant Huize Bienen. Later verbouwd tot Café-restaurant “Germania”, in 1944 hernoemd tot “Normandie”
Links op de foto is restaurant Normandie te zien: Keizer Karelplein gezien vanuit de Bisschop Hamerstraat, in de richting van “De Vereeniging”. Dit restaurant werd in 1968 gesloopt en ervoor in de plaats kwam het kantoor van de RABO-bank, 1965 (Uitg. A.A. van der Borg via F14416 RAN CCBYSA)
Concertgebouw De Vereeniging, op de plaats van de hierboven genoemde Sociëteit
Villa van Arnold Jurgens, een van de directeuren van N.V. Anton Jurgens Vereenigde Fabrieken en van de N.V. Anton Jurgens Margarinefabrieken (zie de foto hierboven). Hij woonde hier vanaf 103 tot aan zijn overlijden in 1920 (F65316). In 1923 werd het pand het hoofdgebouw van de universiteit. Daarvoor woonde L.J.L.M. de Gruyter, een lid van de bekende kruideniersfamilie in deze villa (F9293)
Ook kwamen er de nodige villa’s:
Luchtfoto van het Keizer Karelplein en omgeving ; linksonder (tussen Stationsweg en Nassausingel) de villa van het gezin van de baksteenfabrikant A.P.A. Terwindt (Keizer Karelplein 10) ; daarboven de villa’s aan de Nassausingel 3 en Nassausingel 5 (het woonhuis van J.G. Jurgens, directeur van de Maas en Waalsche Bank). Op de plek van deze drie villa’s is in 1960 de Stadsschouwburg gebouwd. Aan de overzijde de (thans nog steeds bestaande) villa’s aan de Nassausingel 2 en 4 ; rechts daarvan (op de hoek met de Bisschop Hamerstraat) de witte villa van de margarinefabrikant Arnoldus Jurgens (Keizer Karelplein 11, het latere Universiteitsgebouw waar tegenwoordig de ABN/AMRObank staat) ; rechts van de Bisschop Hamerstraat de villa’s Keizer Karelplein 1 en 2 (hier werd later de Boerenleenbank / Rabobank gebouwd) ; linksboven het Kolpinghuis (de Gezellenvereniging) tussen de Van Berchenstraat en de Smetiusstraat ; ervoor wordt de Marie-Adolffontein gebouwd.1925-1926 (F58044 RAN)
Grenzend aan het Keizer Karelplein staat het beeld van Bisschop Hamer:
Onthulling van het standbeeld van Bisschop Hamer, gemaakt door Bart van Hove in 1902, 1902 (F53878 RAN)
Vanwege de ligging bij het station en het feit dat de Molenstraat de belangrijkste toegang tot het centrum was, kwamen in de omgeving van het Keizer Karelplein een aantal horecagelegenheden. Behalve de reeds genoemde, bijvoorbeeld ook Grand Hotel du Soleil aan de Graafseweg en Hotel de Bonte Os in de Molenstraat.
Market Garden
Tijdens Market Garden vonden op 17 en 18 september hevige gevechten plaats tussen de Amerikaanse para’s van de 82th Airborne Division en de Kampfgruppe Frundsberg. De nederlaag van de Amerikanen op dit plein leverde een belangrijke vertraging op tijdens de Operatie Market Garden.
Stadsschouwburg en kantoren financiële instellingen
Na de oorlog werd de Stadsschouwburg gebouwd, welke als belangrijk monument van de wederopbouw wordt gezien.
De Stadsschouwburg, gezien vanaf het Keizer Karelplein, Van Schaeck Mathonsingel 2, 1970 (Firma H. ten Hoet via F30678 RAN CCBYSA)
Aan het Keizer Karelplein kwamen na de oorlog in de loop der jaren een aantal grote kantoren van financiële instellingen te liggen:
ABN AMRO Bank; rond 2021/2022 vertokken; momenteel is hier tijdelijk het Valkhof Museum ondergebracht
en op de Oranjesingel de ING (in 2015 vertrokken, tegenwoordig is het gebouw in gebruik door Proud Experts).
De Boerenleenbank/Rabobank
Het hoofdkantoor van de Boerenleenbank (de latere RABO bank) Nijmegen, Keizer Karelplein 1; rechts de villa van tandarts Roosen, 1970-1975 (Foto Roozeboom via F11495 RAN CCBYSA)
De bouw was begonnen in 1970 en in 1972 kwam de Boerenleenbank gereed. Er kwam een landelijke fusie tussen de Boerenleenbank en de Raiffeisenbank tot de Rabobank. In de jaren 90 is het pand gesloopt en vervangen door het huidige kantoor (Bron: Bijschrift F14600 RAN)
Het pand van tandarts K.A.M. Roosen op de hoek van de Oranjesingel. Links de villa, die in 1927 door Charles Estourgie werd verbouwd tot café-restaurant Germania, Keizer Karelplein, 1915-1920 (F17551 RAN)Rabobank Keizer Karelplein (december 2024)
Rabobank ontwerp architect Antoon Croonen
De huidige Rabobank is in 1998 opgeleverd. Het was een van de laatste projecten van Antoon Croonen. “Het straalt een robuustheid uit, een bastion met gewelfboog als hoofdingang. De ronde hoeken lijken op torens. Een stadspoort die de lichte glazen kantoorgevel daarachter in bescherming neemt.” (De Gelderlander)
Gevaarlijkste rotonde van Nederland?
Doortocht vlak bij het Keizer Karelplein van de automobielentocht Parijs-Amsterdam-Parijs, die van 7 juli t/m 13 juli 1898 gehouden werd ter kennismaking met het nieuwe voertuig en in Nederland ter opsiering van de eveneens in juli 1898 opgerichte NAC (Ned. Automobielen Club, tegenwoordig de Koninklijke KNAC), van wie de Nijmegenaar Michael Aertnijs één van de drie oprichters was, 8/7/1898 (F39066 RAN)
Tegenwoordig is het Keizer Karelplein een belangrijk knooppunt met veel verkeersdrukte. Er zijn 6 straten aangesloten: Oranjesingel, Bisschip Hamerstraat, Nassausingel, Van Schaeck Mathonsingel, Graafseweg en St. Annastraat.
Op 15 januari 2018 noemde RTL de rotonde het “gevaarlijkste rotonde van Nederland”. Dit bericht trok ze echter weer in, maar had intussen al de nodige reacties uitgelokt. ‘Bij de ruim tachtig ongelukken tussen 2014 en 2017 raakten maar drie mensen gewond, twee fietsers en een automobilist. De rest was blikschade, waar de politie niet eens meer aan te pas komt’, aldus de woordvoerder van verkeerswethouder Harriët Tiemens. (Binnenlands Bestuur)
De Gelderlander laat een aantal rijschoolhouders aan het woord en geeft tips. Je leest ze op hun site.
.In 2023 kwamen weer veel reacties los op een tweet van cabaretier Peter Pannekoek, die voor een aantal optredens in Nijmegen was: ‘Elke vijf minuten zie je wel bijna een ongeluk. Ik vermaak me prima!’ Daarop vroeg de Gelderlander lezers naar hun mening, zie hun artikel.
Keizer Karelplein is geen rotonde
Feitelijk is het plein overigens geen rotonde: het verkeer van rechts heeft op het Keizer Karelplein voorrang, terwijl bij een officiële rotonde het verkeer op de rotonde voorrang heeft. Ook is er geen rijstrookmarkering. Daarnaast mogen fietsers beide richtingen opfietsen.
Park
Het park op het Keizer Karelplein:; midden op de achtergrond een paardentram, 1895 (F14557 RAN)
In het park staat een ruiterstandbeeld van Karel de Grote. Dit beeld is gemaakt door Albert Termote en werd op 18-7-1962 onthuld.
Daarnaast een aantal wegen en vijvers met fonteinen. Het park wordt vanwege de verkeersdrukte, waardoor het als voetganger moeilijk is om de weg over te steken, nauwelijks bezocht.
Flatgebouw, architect Hamerpagt
Op de achtergrond flat naar ontwerp van architect Hamerpagt en de St. Jozefkerk; Het standbeeld van Karel de Grote in het plantsoen in het midden van het Keizer Karelpein van de hand van Albert Polydorus Termote (30-03-1887 Lichtervelde in België – 13-04-1878 Voorburg). Het beeld werd in 1962 onthuld, 1965 (Fotopersbureau Gelderland via F14419 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
In mei 1954 kondigt de Gelderlander de bouw van de flat aan het Keizer Karelplein aan “tussen Fotogr. Atelier Born en ’t kerkplein”. De aannemer is B. van Berkel te Nijmegen; het ontwerp is afkomstig van architect Hamerpagt “uit Haarlem”. De verwachting is dat het complex met 12 woningen, waaronder voor grotere gezinnen, het eind van dat jaar gereed is. (De Gelderlander 12/5/1954)
George Hamerpagt is vooral bekend vanwege de zogenaamde “utiliteitsbouw” (gebouwen die geen woonfunctie hebben). Hij was hoofd van de bouwkundige dienst van de KEMA in Arnhem en als dusdanig betrokken bij de vooroorlogse nieuwbouw. Na de oorlog ontwierp hij uitbreidingen op dit terrein. De schakelstations die hij ontwierp in Dordrecht en Groningen zijn een gemeentelijk monument (wikipedia).
Gebroeders van Limburgplein met in het midden de etagelinde (september 2024)
In 2014 is op het Gebroeders van Limburgplein een zogenaamde etagelinde geplant: waarbij de boom zodanig is gesnoeid, dat er “etages” zijn ontstaan. Stad + Groen haalt de Gemeente Njimegen aan: “De bovenste etage symboliseerde de wereld van de goden. De middelste etage, de wereld van de wereldlijke en geestelijke overheden en de onderste etage stond voor de wereld van de gewone mensen. Daarom worden het ook wel geloofsbomen genoemd.”
De aanplant maakte onderdeel uit van het project “Groene Allure Binnenstad”. Deze werd gefinancierd vanuit de verkoop van 200 hectare Heumensoord aan Vitens.
Het Meertens Instituut gaat ervan uit dat de traditie van een etalage linde is ontstaan vanuit esthetische redenen.
De etagelinde op het Gebroeders van Limburgplein, juli 2017 (Google Streetview)
Advertentie Boekhandel Wildenbeest (De Gelderlander 16/10/1903)
In 1901 ontwerpen Oscar en Henri Leeuw de verbouwing voor boekhandel Wildenbeest in de Broerstraat. In ieder geval is er in 1912 een tweede verbouwing, door achitect Jansz.
1901 Verbouwing tot boekhandel Wildenbeest door Henri en Oscar Leeuw
“Hedenavond wordt in de Broerstraat een nieuwe boekhandel geopend in het perceel, waarin tot dusver een magazijn van den heer Canta gevestigd was.
Naar ontwerp van de heeren Oscar en Henri Leeuw is de bestaande winkel naar de nieuwe eischen keurig vertimmerd en gedecoreerd, en dank aan de lichte tinten, waarin behangsel, betimmering en meubilair gehouden zijn, alsmede aan een grooten spiegel tegen den achterwand is de ruimte veel lichter en vroolijker geworden. Een mooie koperen lcihtkroon in de vitrine, geleverd door de firma Flament te Amsterdam, werkt mee om aan den winkel een levendig aanzien te geven.
De heer J.B.L. Wildenbeest, die hier van avond zijn algemeenen boek- en papierhandel opent, legt zich blijkbaar op groote veelzijdigheid toe. Behalve een grooten voorraad pracht- en plaatwerken, briefkaarten, albums enz. zagen wij een rijke sorteering kantoorbehoeften, luxe postpapier en dergelijke artikelen voor de schrijftafel. Ook van teeken- en schilderbenoodigdheden is hij ruim voorzien, terwijl verder een uitgebreide keuze van kerkboeken, devotiewerkjes, religieuze plaatsjes enz. den meest eischenden kooper waarborgt, hier iets van zijn gading te zullen vinden.
De keurige uitstalling in het breede winkelraam, dat zich daartoe zoo goed leent, zal stellig op dit drukke punt der stad van avond veel kijkers trekken.” (De Gelderlander 1/8/1901)
1912 Verbouwing door architect Jansz
“Boekhandel J.B.L. Wildenbeest.
Hedenavond heeft de heropening plaats van den boekhandel van den heer J.B.L. Wildenbeest, Broerstraat. Dit pand, waarin genoemde zaak sedert jaren gevestigd is, heeft gedurende de laatste weken eene algeheele inwendige restauratie ondergaan waardoor het thans aan de hoogste eischen, welke aan een modern magazijn gesteld mogen worden, beantwoordt.
Naast de twee vitrines aan de Broerstraat, is er een derde, uitziende op de Scheidemakersgas, bijgekomen. Voorts Is de winkel dubbel zoo groot geworden als voorheen. Behalve dat licht en lucht er in groot volume kunnen doordringen- des avonds nemen een aantal zeer mooie electrische kronen de taak van Moeder Natuur over- heeft men nu ook over een flinke ruimte de beschikking, in een winkel als deze een factor van niet te onderscheiden belang.
De winkel is modern, fraai en zeer praktisch ingericht. Onmiddellijk na het binnenkomen valt het oog van den bezoeker op eene vermelding van de voorhanden artikelen met groote letters aangebracht. In de linker vitrine zijn de huisvlijt-artikelen geëtaleerd, in de rechter vitrine die der afdeeling boek- en papierhandel, terwijl achter in den winkel de ovrerige afdeelingen, o.a. de schildersbenoodigdheden, zich bevinden. Flinke kasten, winkelstands enz. trekken de aandacht en overal doen rustige lijnen en zachte kleuren het oog aangenaam aan.
Tenslotte worde nog vermeld, dat in navolging van het buitenland achter in het magazijn een toilet met waschgelegenheid is aangebracht uitsluitend ten gerieve van het publiek, iets wat men hier te lande, zelfs in de grootste magazijnen, nog slechts zelden aantreft.
Allen die aan deze restauratie hebben medegewerkt, leggen daarmede veel eer in. Architect is de heer A.W. Jansz, wiens ontwerp werd uitgevoerd door de aannemers Althoff en Krabbe. Het schilderwerk is verricht door de heeren Zijlvaarte en Friederichs, terwijl de electrische installatie werd geleverd door de Firma L.A. Moll en Co.” (PGNC 5/5/1912)
Architect A.W. Jansz
Anthonie Wouter Jansz (19-5-1879 geboren in de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude)
Veel mensen zullen onbekend zijn met de naam A.W. Jansz. Toch is hij bouwer van het meest bekende bouwwerk van Nijmegen, althans de herbouw daarvan: de Sint Stevenstoren. Deze was bij het bombardement van februari verwoest. Onder leiding van Jansz werd deze toren opnieuw opgebouwd, waarbij hij in 1953 gereed kwam. Een foto van hem aan het werk voor toren van de Sint Stevenskerk is te vinden op F46429.
Gevonden werken van A.W. Jansz
Houten gebouw voor de elektriciteitstentoonstelling, dat van 2 juli tot en met 15 augustus 1910 op het Kelfkensbos werd gehouden (Noviomagus)
Kunst- en sporttentoonstelling in 1912. Hiervoor ontwierp hij ook het affiche ontwierp
Bioscooptheater, Lange Burchtstraat 8, dat in 1913 werd geopend.
Een uitgebreide beschrijving staat op de site van Rob Essers (welke tevens bron was voor het stuk over architect Jansz).
Voordat Broerstraat 25-27 wordt verbouwd tot Heck’s Lunchroom zat hier het Modemagazijn van de firma Mentink. (PGNC 3/2/1927, waarin firma B. Pollmann tijdens de verbouwing hier een tijdelijke etalage te hebben).
Uit PGNC 8/4/1927 blijkt, dat de bouwopdracht voor de verbouwing onderhands aan de Gebr. Smits is aanbesteed voor f16.770. Het ontwerp is afkomstig van architectenbureau Otten & Logemann, de huisarchitect van de Zwarte Ruiter/Heck’s. Meestal, zoals bij Utrecht wordt Johannes Pieter Logemann Rotterdam, 4-10-1876 – Rotterdam, 9-12-1961 als de architect genoemd. En “o.a. hoofd van het bouwbureau van Ruttens bierbrouwerij De Zwarte Ruiter te Rotterdam” (Nieuwe Instituut)
Opvallende ontwerpen van Logemann zijn de Heck’s van Amsterdam (met 900 plaatsen, tegenwoordig Escape) en Utrecht (700 plaatsen, Potterstraat 2, op de hoek met de Oudegracht, tegenwoordig Intersport/Twinsport)
Bij de opening van Heck’s Lunchroom
“Heck’s Lunchroom.
Gistermiddag heeft in het perceel Broerstraat 25/27 de opening plaats gehad van Heck’s Lunchroom, de elfde in ons land. De roep van elders is aan de komst van “Heck’s systeem in Nijmegen voorafgegaan. Wat dit systeem inhoudt hebben wij reeds in een vorig nummer van ons blad aangestipt: het streven om “het allerbeste van het goede te geven voor buitengewoon billijke prijzen en dit daardoor dus te brengen in ieders bereik”. De firma Heck is met hare lunchroom in de grootste plaatsen van het land al aardig op weg om het buitenland terzijds te streven en zij heeft haar systeem nu ook in Nijmegen ingeluid.
Maar louter tot de kwaliteit en den prijs van het gebodene heeft zij zich niet bepaald. Ook de wijze waarop het wordt opgediend, en de inrichting van de lokalen, waarin Heck zijn bezoekers ontvangt, spelen een rol van betekenis bij het verwerven van de “gunst en recommandatie” van het publiek. Dat beide factoren goed verzorgd zijn, vele stadgenooten hebben zich er gistermiddag- en avond van kunnen overtuigen. Reeds aanstonds na de opening van de deuren stroomden de beneden- en bovenzaal vol en met uitzondering van het etensuur is het tot middernacht zeer druk gebleven. En heel den dag stonden tientallen voorbijgangers naar het nieuwe gebouw en de beweeglijkheid er binnen te staren als gold Heck’s Lunchroom de wording in Nijmegen van het achtste wereldwonder.
Dit is het nu wel niet, maar het is toch een feit, dat de totstandkoming van de uiterlijk en inwendig sierlijke Lunchroom als een aanwinst voor Nijmegen te beschouwen is. De ligging is bijzonder gunstig. Met dit punt in het hartje van de stad heeft de firma Heck een zeer goede keuze gedaan, temeer omdat men van het bovenzaaltje uit een alleraardigsten kijk heeft op het gezellig beweeg in de “Nijmeegsche Kalverstraat”.
Paginagrote advertentie opening Heck’s Lunchroom in De Gelderlander 30/6/1927
Het architectenbureau Otten en Logemann te Rotterdam heeft iets van belang gepresteerd door met de vrij beperkte ruimte in die mate te woekeren, dat èn beneden èn boven een gezellig lokaal is ontstaan, waarin resp. 50 en 70 personen om tafeltjes gegroepeerd, zitplaats kunnen vinden. Ook architectonisch is goed werk geleverd. Er is veel glas, veel licht derhalve, overdag en ’s avonds op zeer geslaagde wijze door het kunstlicht overgenomen. De spiegels overal langs den wand, het fraaie buffet, de schitterende en blinkende schalen, glazen, lepels en vorken, de frissche kleuren, beneden rood, boven groen, het keurig uniform gekleede dames-personeel, dit alles draagt er toe bij, dat men Heck’s Lunchroom den besten indruk krijgt. Een vlugge en accurate bediening wordt mede verkregen doordat bij de buffetcontrole gebruik wordt gemaakt van het bekende Nationaal Kellner-kasregistersysteem, waarvan de heer L. Maltha alhier agent is. In de bovenzaal is een telefooncel ter beschikking van de bezoekers. Ook de inrichting der toiletten laat niets te wenschen over. Wij hebben bij ons bezoek mede een kijkje genomen in de op de tweede verdieping gelegen keuken, waar de koks werken met fornuizen, ijsmachines en andere apparaten volgens de nieuwste systemen. Vermelding verdient nog, dat een weegschaal in het benedenlokaal een ieder in staat stelt zijn gewicht te controleeren, desgewenscht voor en na het gebruik van de diverse lekkernijen, welke door de grijs-witte feeën, na bestelling, met kwistige hand worden rondgedeeld.
De verbouwing van het pand is verricht door de Aannemersfirma gebr. Smits alhier, die daarbij zeer voortvarend is gewest en over wier prestatie de opdrachtgevers vol lof waren. De andere firma’s die aan den bouw hebben medegewerkt, deelden in dien lof. Het zijn voor: schilderwerk J.H. Kaak; stucadoorwerk Chr. Clemens; lood en sanitair Bouten en Zoon; plantenversiering Gebr. Smith; stoffeering Vroom en Dreesmann, allen alhier; electrische liften Hensen; bier-installatie Claassen; elektriciteit Beker; spiegels Joh. Pieterman; machinerieën v. Berkels Patent; meubelen Allan en Planken; lampen Winkelman, allen te Rotterdam; glas in lood de Nieuwe Honsel, den Haag; centrale verwarming W.J. Stokvis, Arnhem.
Gérant van Heck’s Lunchroom is de heer O. Walter.
De heer P. van Wolk, mededierecteur van Heck’s Lunchrooms heeft gistermiddag temidden van vele prachtige bloemstukken, De firma op dezen dag van bevriende zijde toegezonden, de nieuwe zaak met ’n toepasselijk woord geopend. Bij de gelukwenschen, hem van vele kanten aangeboden, sluiten wij ons gaarne aan. Het Nijmeegsche publiek en Heck’s Lunchroom zullen, wij zijn ervan overtuigd, elkander spoedig weten te vinden.” (PGNC 30/6/1927)
Otten & Logemann
Het ontwerp is afkomstig van architectenbureau Otten & Logemann, de huisarchitect van de Zwarte Ruiter/Heck’s. Meestal, zoals bij Utrecht wordt Johannes Pieter Logemann Rotterdam, 4-10-1876 – Rotterdam, 9-12-1961 als de architect genoemd. En “o.a. hoofd van het bouwbureau van Ruttens bierbrouwerij De Zwarte Ruiter te Rotterdam” (Nieuwe Instituut)
Opvallende ontwerpen van Logemann zijn de Heck’s van Amsterdam (met 900 plaatsen, tegenwoordig Escape) en Utrecht (700 plaatsen, Potterstraat 2, op de hoek met de Oudegracht, tegenwoordig Intersport/Twinsport)
Vervolg
Het pand werd verwoest in 1944. In 1959 opent opvolger “Ruteck’s” haar deuren op Plein 1944:
Tijdens rioolwerkzaamheden in 2001 wordt een bijzonder vondst gedaan: een honderden jaren oud skelet van een vrouw in een grafkist van lood, wat een zeer kostbare metaalsoort was.Daarop kreeg de vrouw de naam Loden Lady.
Opgraving sarcofaag tijdens rioolwerkzaamheden
In 2001 wordt tijdens werkzaamheden aan het riool in de Burchtstraat een loden sarcofaag (een soort grafkist) opgegraven, met daarin het skelet van een vrouw. Wie de vrouw was, is grotendeels onduidelijk.
Het graf is leeggeroofd, maar gezien het feit dat lood een zeer kostbaar materiaal was, welke alleen de allerrijksten konden betalen, werd ervan uitgegaan dat de vrouw zeer rijk moest zijn geweest. Zij was waarschijnlijk 35 en 50 jaar en en heeft minimaal 1 kind gehad.
De kist was 3 meter diep onder de grond begraven, zodat rover s er niet makkelijk bij konden komen. Desondanks is het graf toch geroofd, wel zijn er nog een aantal kleine glazen flesjes gevonden. Hierin heeft waarschijnlijk parfum of gezichtspoeder gezeten. Daarnaast wat bladgoud, waarschijnlijkafkomstig van kleding of schoenen.
Recent onderzoek: ouder, maar waarschijnlijk minder rijk
Momenteel (mei 2024) is er een intensief onderzoek bezig naar de sarcofaag en de resten van de vrouw, waarvan de eerste resultaten bekend zijn gemaakt: waarschijnlijk behoorde de vrouw niet tot de allerrijksten; wel is het graf ouder dan verwacht.
Ouder dan verwacht
Aanvankelijk dacht men dat het graf dateert rond het jaar 300. Uit recent onderzoek blijkt, dat het graf 100 jaar ouder is en dus rond het jaar 200 dateert.
Minder rijk dan verwacht
Aanvankelijk werd, hoewel onbekend was hoe de vrouw aan haar vermogen kwam, ervan uit gegaan dat de vrouw tot de top van de Nijmeegse elite heeft behoord: alleen de allerrijksten konden lood betalen.
De vrouw blijkt minder rijk te zijn geweest dan aanvankelijk verwacht: het betreft een hergebruikte kist. De kist blijkt binnenste buiten te zijn gevouwen: versieringen die normaal aan de buitenkant zitten, bevinden zich nu aan de binnenkant. Daarnaast is de kist veel te groot: de vrouw is 1,60 meter lang, terwijl de kist 2 meter groot is. Meestal waren de kisten op maat gemaakt, het is dan niet logisch om een zeer kostbaar materiaal te gebruiken voor een te grote kist. Echter: mogelijk is de ruimte gebruikt voor de (gesloten) grafgiften. Daarbij is alleen de afdektegel gevonden en niet het loden deksel, welke bij een complete begraving in een sarcofaag wel zou worden verwacht. Desondanks bleef ook een “tweedehands” loden grafkist maar voor enkelen weggelegd.
Sowieso blijkt de vrouw afgesleten rugwervels en beginnende artrose te hebben, tekenen dat ze zware lichamelijke arbeid moet hebben verricht. Slijtage van haar tanden duidt mogelijk dat ze vaak haar tanden heeft gebruik tijdens het werk.
Kortom: een desondanks kostbare kist voor een vrouw van “lagere” stand? Mogelijk betrof het een geliefd lid binnen de (hulp) van het huishouden, bijvoorbeeld een kapster.
De sarcofaag en de resten zijn normaliter in het Museum Valkhof te zien.
Kunstwerk door LaSalle
Ontwerpbureau LaSalle (Albert Goederond en Patty Struik) uit Ede kreeg van de gemeente Nijmegen de opdracht om een markering in het straatbeeld te maken van de vindplaats van de Loden Lady, welke zich midden op straat bevindt. In 2005 is het kunstwerk onthuld: een stalen plaat, met daarin de contouren van gevonden delen van het skelet. Daarbij plaatsten logo’s van moderne dure producten, om op die manier de vrouw weer in een welgestelde omgeving te plaatsen.
Zij maakten in Nijmegen ook:
Zonder titel, een zonnewijzer in de Joulestraat, 1999
Een van de markantste gebouwen van de Molenstraat is het voormalige Hotel de Bonte Os. Veel Nijmegenaren zullen het gebouw op de hoek van de Molenstraat kennen als Pizzeria Pinoccio of mogelijk als gebruiker van de stadsgarderobe. Het pand is gebouwd als het Hotel Bonte Os, in een tijd dat er nog 70 paarden konden worden gestald. Het was het laatste werk van architect Semmelink, waarbij de aanbesteding op de dag van overlijden plaatsvond.
Ook is het gebouw bekend als plaats waar het studentenverzet bijeenkwam. Vanwege de Oranjegezindheid van mevrouw Witteveen-van Gaalen omgedoopt tot Hotel Het Oranjehuis.
Vooraf: Café Bonte Os
Voordat het huidige pand werd gebouwd als Hotel de Bonte Os, bestond er al “Een huis en erf met open plaatsen, ruime stallingen, bergplaatsen en 2 afzonderlijke woningen, samen groot 505 centiaren, gelegen op den hoek van de Molenstraat en achter den Wal, genaamd de Bonte Os, waarin sedert onheugelijke jaren de kasteleins- en stalhouder-affaire wordt uitgeoefend.” Dit huis staat in november 1878 te koop in opdracht van C.J. Geurts.
Advertentie Verkoop van de Bonte Os in 1878 (PGNC 20/10/1878)
1899: Hotel de Bonte Os, architect Semmelink
1899 Molenstraat
De bouw van Café Restaurant De Bonte Os aan de Molenstraat was het laatste ontwerp van architect Semmelink.
De dag waarop hij overlijdt, 11 maart 1899, vindt de aanbesteding plaats van “het afbreken van het Café “de Bonte Os” aan de Molenstraat te Nijmegen en het weder opbouwen daarvan tot Hôtel, Café Restaurant” (PGNC 9/3/1899). J.M. Roos is met f13162 de inschrijver met het laagste bedrag. Bij de opening blijkt hij de bouwer te zijn geweest.
Gezien richting noord-westen met vooraan rechts de oude “Bonte Os” op de hoek van de Tweede Walstraat, 1900 (J.M.G.M Brinkhoff via D405 RAN CC0)
Vrijdag 18-8-1899 gaat de nieuwe zaak open. Het PGNC schrijft:
“Met zekeren weemoed hebben wij heden een bezoek gebracht aan het gisteren avond geopende Hôtel en Café Restaurant De Bonte Os aan de Molenstraat, van den heer H. Kamper.
Dat toch is het laatste werk van wijlen den verdienstelijken bouwmeester D. Semmelink- een werk dat op zijn sterfdag werd aanbesteed. Hij had daarvoor alles gereed gemaakt, plannen, teekeningen en bestek- toen de dood hem wegrukte en belette de leiding over den bouw op zich te nemen. Dat hebben nu de heeren Hofman en Gerrits gedaan- die zich zijn opvolgers noemen.
Ook deze nieuwe inrichting spreekt weder van Semmelink’s practischen zin en goeden smaak. De in baksteen opgetrokken gevel met puntig hoek-torentje maakt juist op den plaats, als het ware bij den ingang der oude stad, een goeden indruk. Het lijkt eene herinnering aan den ouden vesting-wal, die hier zóóvele jaren de grenzen der stad afpaalde.
Gelijkvloers aan de straat, bevindt zich de Café-Restaurant zaal, een luchtig, ruim vertrek, met aan alle zijden groote spiegel-ruiten. Een nette betimmering wedijvert hier met een smaakvolle meubileering en de versieringen van gekleurd glas, waarbij als hoofd-motief telkens “de Bonte Os” dienst doet, maakt een aardig effect, ook in de vestibule. De gaskronen zijn zeer fraai.
Boven is een keurig hôtel ingericht; een net gemeubileerde eetzaal op de eerste etage- daarnaast een smaakvol gemeubeld salon, met heerlijk uitzicht op de Verlengde Molenstraat en het Keizer Karelplein. En verder op beide etages tal van groote en kleine logeerkamers, frissche, en goed verlichte vertrekken, die netjes gemeubileerd zijn! Het geheel maakt een zeer aangenamen indruk.
De heer Kamper heeft, naar het ons voorkomt, goed gezien dit van ouds gunstig bekende café, dat zoo bijzonder goed gelegen is, in een modern hôtel te veranderen en wij zijn er zeker van, dat zoowel stadgenooten als vreemden spoedig den weg naar de verjongde “Bonte Os” zullen kennen.
Aannemer van den bouw was de heer J.M. Roos, alhier, die vlug heeft gewerkt en er alle eer mêe inlegt.” (PGNC 20/8/1899)
Aankondiging opening de Bonte Os (PGNC 19/8/1899)
Ook de Gelderlander plaatst die dag een artikel. Ze schrijft onder andere: “Zoo zijn b.v. de fraaie koperen lichtkronen en gasarmen, alsook het smaakvolle geëtst glas in de deuren door hen (Hofman en Gerrits) ontworpen. Van buiten maakt het gebouw met zijn mooien geelrooden baksteen, afgewisseld door breede hardsteeenen dekstukken boven de ramen en zacht gekleurde tegels, die de opschriften hotel, café, en restaurant dragen en alzoo de borden vervangen, een zeer levendigen en vriendelijken indruk. In de modernen stijl opetrokken, prijkt het op den hoek der Walstraat met een origeneelen toren met fraaie roode pannen gedekt, en op het oogenblik met de wapperende vlag bekroond. Dezelfde roode pannen, die den toren reeds van ver in het oog doen vallen, dekken ook de borstweringen van het platte dak en voltooien den aangenaam kleurigen indruk van het geheel.
Wanneer wij hier nog bijvoegen dat de “Bonte Os” stalling biedt voor een zeventigtal paarden en op een voortreffelijke ingerichte kegelbaan kan bogen, dan zal het den lezer zoo min als ons twijfelachtig zijn, dat de inrichting vooral in deze dagen druk bezoek te wachten heeft.” (De Gelderlander 20/8/1899)
Bouwtekening voorgevel Hotel ‘De Bonte Os’ (ca. 1899) (Fotoarchief Prof. dr. E.F. van der Grinten via F79312 RAN CCBYSA)
1901: Eigenaar van Lith
Advertentie overname de Bonte Os door A.H. van Lith (De Gelderlander 23/1/1901)
1901: Verbouwing de Bonte Os, architecten Hoffmann en Gerrits
Hotel Café Restaurant De Bonte Os, rechts de Tweede Walstraat, 1905 (F19828 RAN)
Molenstraat, 1901
“Toen in den zomer van 1899 het geheel vernieuwde hotel en café-restaurant De Bonte Os in de Molenstraat werd geopend, hebben wij eene uitvoerige beschrijving gegeven van dit laatste bouwwerk van den betreurden architect Semmelink, dat uitgevoerd was onder leiding van de heeren Gerrits en Hoffmann, die er alle zorg aan besteedden. Het ruime welingerichte gebouw was toen echter nog niet afgeverfd. In de laatste weken is men daarmee nu ook gereed gekomen en wij verklaren gaarne dat op zeldzaam gelukkige wijze dit werk is uitgevoerd. De groote zaal, waarvan twee zijden bijna hoofdzakelijk uit glas bestaan, ziet er prachtig uit.
In zachte tinten werden op plafond en zijwanden fraaie decoratieve motieven aangebracht, geheel in overeenstemming met de sprekende bovenlichten van gekleurd glas, die in dit lokaal zulk een vriendelijk licht werpen. De ontwerper, de architect J.W. Hoffmann, heeft daarmee een bewijs gegeven van gekuischten smaak en niet minder lof verdient de firma Gebrs. Frohwein, die dit artistieke verfwerk zoo in de puntjes uitvoerde.
Wij raden onze stadgenooten aan hier eens een kijkje te gaan nemen en men zal ’t ons nazeggen dat er op dezen vrolijken drukken stand, de grens van oude en nieuwe stad, geen smaakvoller ingericht en gezelliger rustpunt denkbaar is.
De nieuwe eigenaar van de Bonte Os, de heer A.H. van Lith, die sinds eenigen tijd zijn bekend café-restaurant en hotel te Groesbeek met deze inrichting verruilde, laat niet onbeproefd om door uitstekende spijzen en dranken het zijnen gasten aangenaam en naar de zin te maken. Ook de vele vreemden, die langs dezen kant de stad binnentreden, zullen moeten erkennen, dat Nijmegen op dit gebied verre van achterlijk is.” (PGNC 13/4/1901)
1901-1911
Interieur Bonte Os, 1905-1910 (F87999 RAN)
Verbouwing Kegelbaan
Het kegelen was in Nederland rond 1840 populair geworden en in 1890 werd de Algemene Nederlandse Kegelbond opgericht (wikipedia)). In November 1902 vindt een uitbreiding en verbouwing van de kegelbaan plaats. Ter gelegenheid daarvan wordt een provinciaal kegelconcours gehouden.
Uit het artikel van het PGNC blijkt, de oude Bonte Os de eerste een kegelbaan van Nijmegen had: “Vergissen wij ons niet, dan is de kegelbaan van De Bonte Os de eerste, die in onze stad werd aangelegd, toen een twintigtal jaren geleden de kegelsport alhier weer begon op te flikkeren, om in den loop der jaren tot grooten bloei te komen. Want moet men niet tot die gevolgtrekking komen, als men ziet dat de eene kegelwedstrijd den anderen in onze stad opvolgt en allen er de sporen van dragen, dat de animo voor het kegelspel onder de kegelaars van Nijmegen onverstoorbaar is? Ook nu hebben wij er weder een aan te kondigen- de hoeveelste is dit in 1902?- ter viering van de uitbreding en verbouwing der baan in De Bonte Os, vanwaar de kegelglorie uitging! Met die verbouwing heeft vooral de baan eene uitstekende verbetering ondergaan en is ook veel ruimte gewonnen voor toeschouwers, die nu desgewenst van uit een galerij, die langs de geheele plank loopt, het spel kunnen volgen. Ook is er van teakhout een fonkelnieuwe baan gelegd, zijn nieuwe kegels en ballen aangeschaft…” (PGNC 15/11/1902)
Wanneer de kegelbaan is gesloten, is mij nog niet bekend; in ieder geval was het laatste overgebleven Kegelhuis van Nijmegen tijdens de oorlog verwoest. De andere kegelbanen, naast de Bonte Os waren dit Hotel Wiersma en Burgerlust, waren op dat moment al gestopt.
Omnibus
Daarbij laat van Lith een omnibus rijden, aanvankelijk tussen het station en het hotel.
Er is nog niet onderzocht wat het verloop tussen 1901 en 1911 is geweest. Eind november 1911 vindt de veiling plaats van de inventaris van de Bonte Os. De advertentie staat hieronder weergegeven.
Inventaris de Bonte Os (De Gelderlander 26/11/1911)
In 1912 hebben de architecten Bieling en Buskens de Bonte Os verbouwd voor L. van Hezewijk. Het is mij onbekend of hij ook uiteindelijk de gehele inventaris heeft overgenomen.
Hotel-restaurant “de Bonte Os“, architecten Bieling en Buskens
Molenstraat 99, 1912
“Hotel-Restaurant “de Bonte Os”.
Er heerschte Zaterdagavond in de nieuwe feestzaal van het Hotel-Restaurant “De Bonte Os”, waarvan wij in ons vorig nummer een en ander hebben meegedeeld, een prettige stemming. Zeer velen hadden gebruik gemaakt van de uitnoodiging van den heer L van Hezewijk en zoo was tegen negen uur om den dansvloer bijna geen plaatsje meer te krijgen.
Vroolijk speelde een strijkorkest op het tooneel, mooie toiletjes waren te zien en de zaal, welke zich baadde in een zee van electrisch licht, werd algemeen bewonderd en was dan ook die bewondering ten volle waard. Doordat alleen bovenvensters zijn aangebracht en de zaal goed is geisoleerd, is zij van storende geluiden van buiten. Op de galerij is een cabine gebouwd voor het geven van bioscoop-voorstellingen.
Onder leiding van den heer B. Thonus had het bal een geanimeerd verloop. De dansen werden nu en dan afgewisseld door den heer de Canter, den alleraardisten chansonnier, die de aanwezigen weder tal van hoogst aangename oogenblikken bezorgd heeft met zijn liedjes. Uitstekend werd hij daarin gesecondeerd door den heer Fr. Jakma, die aan het klavier de plaats van van Harpen heeft ingenomen en zich op zeer artistieke wijze van zijn taak kweet. Het musicaal tweetal en vooral de heer Canter, wien na afloop namens den heer van Hezewijk een fraaie krans werd aangeboden, werd herhaaldelijk hartelijk toegejuicht, hetgeen eveneens het geval was met een heer, die een xylophoon-nummer ten beste gaf.
De soirée is uitstekend geslaagd en zal bij de gasten wel een aangename herinnering hebben achtergelaten.
In aansluiting aan hetgeen wij in ons vorig nummer over de verbouwing van “De Bonte Os” hebben geschreven, kunnen wij nog mededeelen, dat het werk werd ontworpen door den architect P.G. Buskens, chef de bureau J.P.W. Bieling alhier, en partieel werd aanbesteed als volgt: het timmer- en metselwerk aan J. van Asten, het stukadoorwerk aan Is. Van Haaren, het schilderwerk aan A. de Visser, het glas in lood aan Kronenbitter en de electrische installatie aan de firma Deerns te Arnhem, terwijl het aan de medewerking van de firma L.A. Moll alhier is te danken, dat de electrische verlichting tijdig gereed is gekomen.” (PGNC 21/5/1912)
1916: Witteveen
Advertentie overname Witteveen Bonte OS (De Gelderlander 12/2/1916)
In februari 1916 neemt C. Witteveen Azn. Hotel de Bonte Os over. Hij zal tot zijn dood in 1936 eigenaar zijn van de Bonte Os. Daarop zet zijn weduwe de zaak voort en zal daarbij de naam veranderen in “Het Oranjehuis”.
Vernieuwing en centrale verwarming 1922
Heropening Bonte Os in 1922 (De Gelderlander 18/3/1922)
“Hotel- Café-Restaurant “De Bonte Os.”
Het Hotel-Café Restaurant “De Bonte Os” heeft de afgelopen maanden een restauratie ondergaan, welke het café-restaurant een ander aanzien heeft gegeven. De muurschildering van deze lokaliteit is geheel vernieuwd en de vloer is gedekt met rubber. Bovendien is het gebouw van centrale verwarming voorzien. Door een en ander is het een moderne inrichting geworden, en doordat het in ’t vroeger wel wat sombere café nu vroolijk en licht is geworden, lijkt het alsof dit thans veel grooter is.
De heer C.J. Witeveen, die zes jaar geleden het hote-café-restaurant “De Bonte Os” ging exploiteeren, heeft zijn inrichting steeds in bloei zien toenemen. Voor hem is het ongetwijfeld een voldoening, dat hij thans den bezoekers van het café-restaurant in een gezellige lokaliteit kan verwelkomen, waar het oog door de keurige aankleeding aangenaam wordt gestreeld.
Het schilderwerk is verricht door de firma G.W. Tesser en Zoon, terwijl de centrale vewarming werd geleverd door de N.V. L.A. Moll.” (PGNC 18/3/1922)
Periode voor de oorlog
Feestzaal de Bonte Os, 25-jarig jubileum van de familie Brinkhoff, 1930 (F55496 RAN)
Er is nog niet uitputtend onderzocht wat de verdere geschiedenis van de Bonte Os voor de oorlog is geweest. Regelmatig komen in de krant meldingen van bijeenkomsten voor bijvoorbeeld veilingen, aanbestedingen en vergaderingen langs.
Wanneer de universiteit in 1923 open gaat, wordt de Bonte Os vaak gebruikt voor chique diners of om een lustrum te vieren.
Het Hotel Restaurant “De Bonte Os”, rechts is de Tweede Walstraat; merk bovendien op dat ze zichzelf ook “garage”noemt, 1925 (F27353 RAN)
1938 Verbouwing Hotel de Bonte Os architect Lelieveldt
Links Hotel De Bonte Os ca. 1938 (GN5290 RAN)
“Hotel de Bonte Os
Men moet met den tijd mede.
Vooral het café- en hotelwezen mag niet achterblijven.
Er worden eenmaal hoogere eischen aan gesteld van comfort en uiterlijk.
Hotel-café-restaurant de Bonte Os, aan de Molenstraat, dat al jaren en jaren in stad en omgeving den naam heeft van goed en degelijk te zijn, heeft zich nu ook uiterlijk meer aangepast aan moderne eischen.
Vroeger werden reeds de nieuwe tooneelzaal en verschillende vergaderzalen aangebouwd- dat was een heele verbetering en tevens een verfraaiing van dit stadsgedeelte. Het café-restaurant werd er ook drukker.
Maar nu is ook het café zelf binnen en buiten nog weer gemoderniseerd, naar ontwerp van den architect den heer Lelieveld. Vooral de benedenpui onderging een heele verandering.
De gevel werd als vernieuwd en opgefrischt. De hooge breede caféramen werden afgedekt met crêmekleurige terra-nova, terwijl de bruine glazuursteenen tusschenmuren, welke den bovenbouw steunen, een verrassende, levendige tegenstelling vormen met het room-geel.
De bovenramen zijn voorzien van glas-in-lood en geven van binnen en buiten aan de cafézaal een voornameren aanblik.
De cafézaal werd binnen nieuw beschilderd, als vernieuwd en levendiger gemaakt.
De ingang werd gemoderniseerd terwijl ook de opgangen naar het hotel werden verfraaid.
De geheele verbouwing geschiedde door Molenaar’s bouwbedrijf.
Het schilderwerk werd uitgevoerd door de firma Mom, de electrische verlichting door de firma Lucassen, terwijl de firma’s Peters en Draper van den Broek de stoffeering verzorgden.
De heer v.d. Steen Jr. leidde als opzichter de verbouwing.
Door deze vernieuwing is het aspect van het boveneind der Molenstraat vooral ook bij avond, boveneind er Molenstraat vooral ook bij avond, dank zij doeltreffende Neon-verlichting, heel wat uitgebracht”. (De Gelderlander 4/6/1938)
2e Wereldoorlog en “Het Oranjehuis”
Bezoek koningin Wilhelmina. Zij wordt begroet door mevrouw Witteveen – van Gaalen voor Hotel De Bonte Os (links in lichte mantel mevrouw Witteveen, rechts in donkere mantel koningin Wilhelmina), 9/6/1945 (F69869 RAN)
Sinds de dood van haar man op 13-07-1936 was Henriette Petronella Antonia Witteveen-Van Gaalen (21-5-1893 Grave – 2-7-1967 Nijmegen) eigenaresse van Hotel de Bonte Os. Zij maakte tijdens de bezetting openlijk propaganda voor het koningshuis. Op Koninginnedag (31 augustus) hing ze de vlag op. In ieder geval in 1942, waarvoor ze op 2 september was opgepakt en tot 12 september had vastgezeten. Vanwege haar oranjegezindheid kreeg ze de bijnaam “Oranje-Marie”.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het hotel een ontmoetingsplek voor het studentenverzet, later troffen hier ook andere verzetsgroepen elkaar. Daarnaast zaten er onderduikers in de Bonte Os.
Op 22-10-1944 (“gisteren”), een maand na de bevrijding van Nijmegen, heropent mevrouw Witteveen haar hotel onder de naam “Hotel Oranjehuis”, als symbool voor “den trouwen Oranjegeest” (De Gelderlander 23/10/1944).
Noodkapel
Het versierde Heilig Hartaltaar in de Noodkapel in hotel De Bonte Os, 6/1944-9/3/1946 (F27345 RAN)
Aankondiging huwelijk in de noodkapel in de Bonte Os (De Gelderlander 4/1/1945)
Omdat de Molenstraatkerk was verwoest, was in de Bonte Os tijdelijk een noodkapel gevestigd.
Bezoek Juliana
Voordat Wilhelmina Nijmegen bezocht, kwam prinses Juliana op 4 juni 1945 op bezoek in Nijmegen, waarbij ze mevrouw Witteveen ontving:
“H.K.H. Prinses Juliana ontving “Oranje-Marie”
Gelijk bekend, heeft H.K.H. Prinses Juliana Zaterdag bij haar bezoek aan Nijmegen, des middags na afloop van de gebeurtenissen op het “Quickveld” “Oranje-Marie”, mevrouw Witteveen in Normandie ontvangen.
Mevrouw Witteveen is de eigenaresse van de “Bonte Os”, waar menige ongerechtigheid (met goede bedoelingen) is gepleegd tegen de duitsche bezetting. De naam “Bonte Os” is uit de mode geraakt en van “Het Oranje-Huis” is “Oranje-Marie” thans de kasteelvrouwe.
Belangstellend naar het onderhoud, dat mevrouw Witteveen heeft gehad met H.K.H. de Prinses togen wij gisteren Oranje-Huiswaarts en vernamen enkele bijzonderheden.
De prinses heeft met interesse geluisterd naar het verhaal van hetgeen zich in “de Bonte Os” heeft afgespeel zoo nu en dan: de scènes met de W.A., de huiszoekingen en het vertrappen van de foto’s van Koningin Emma en van de leden van het Koninklijk Huis.
Mevrouw Witteveen moest brommen, maar zij deed dit opgewekt “Oranje Boven” neuriënd en “Ik hou van Holland”.
“Hebt u dit niet erg gevonden, deze gevangenschap”, heeft H.K.H. gevraagd. Mevrouw Witteveen gaf de Prinses te kennen dat zij door het groote leed der Prinses Zelve, Die van Haar Moeder was gescheiden, terwijl Haar huiselijk leven was uiteengerukt, haar eigen leed gering achtte.
De Prinses antwoordde dat de Koninklijke Familie het erg vond dat het volk zoo ontzettend heeft geleden, terwijl Zij het betrekkelijk goed had.” Vervolgens hoopt Witteveen dat Wilhelmina Nijmegen zal bezoeken. (De Gelderlander 5/6/1945)
Op 9 juni komt Wilhelmina naar Nijmegen (zie bovenstaande foto), waarbij ze onder andere het Oranjehuis bezoekt. Daar gebruikt ze haar lunch.
Zie voor meer informatie en verhalen over het Oranjehuis (en de Bonte Os) de pagina van Noviomagus en de pagina op haar prikbord.
Verbouwing Het Oranjehuis, architecten Ockhuysen en Jansen
1946
Hotel ‘Het Oranjehuis’, voorheen Hotel Café Restaurant ‘De Bonte Os’, rechts de Tweede Walstraat, 1947-1949 (Fotopersbureau Gelderland via F91446 RAN CCBYSA)
In 1946 vindt er een verbouwing plaats, waarbij het hotel op Koninginnedag weer open gaat.
“Het Oranjehuis” in de Molenstraat heropend: Een aanwinst voor Nijmegen
De feestzaal in het Hotel “Oranjehuis”, voorheen “De Bonte Os”, 10/7/1948 (GN5417 RAN)
Sinds Koninginnedag is Het Oranjehuis, de voormalige “Bonte Os”, na een belangrijke verbouwing te hebben ondergaan, wederom geopend. Dit hotel-restaurant in de Molenstraat, dat in den tijd van de bezetting een unieke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van het verzet, en daardoor ook in de historie van de stad Nijmegen, is thans zoodanig van aanschijn veranderd dat het glansrijk een vergelijking doorstaat met de meest smaakvol ingerichte zaken, die ons land op dit gebied in de grote steden kan aanwijzen.
De drie gebouwen, die samen de Bonte Os vormden zijn voor het inwendige aaneengevoegd. Een verbouwing die letterlijk en figuurlijk “heel wat voeten in de aarde” heeft gehad, zoo men tenminste bedenkt dat de aannemersfirma van Kessel dit moeilijke werk heeft tot stand gebracht vier en halve maand onder den grond voetje voor voetje voortgaande, waarbij 4500 kubieke meter grond werd weggehaald. De onderneming, die tot eer van den aannemer strekt en van allen, die er onder leiding van den uitvoerder den heer H. de Jager aan hebben meegewerkt, mag als een stout stukje in het overwinnen van al van technische moeilijkheden gelden.
Het Restaurant van Hotel “Oranjehuis” voorheen “De Bonte Os”, 1949 (GN5411 RAN)
Komt men beneden de eerste verdieping van “Het Oranjehuis”, dan ziet men waar voorheen de kelders waren, thans prachtige keukens, toiletten, centrale verwarmingskelders ingericht.
Het interieur van het Café van Hotel “Oranjehuis”, voorheen “De Bonte Os”, aan de Molenstraat, 1949 (GN5414 RAN)
Aan den bovenbouw hebben de beide architecten J. Ockhuysen en J. Jansen, de laatste binnenhuisarchitect, een aanzien gegeven dat artistiek op een hoog peil staat en wat sfeer en intimiteit betreft wel niet te overtreffen zal zijn. De kunstschilder Wim van Woerkom droeg zorg voor de tafereelen op de muren, de beeldhouwer Peter d’Hont voor het beeldhouwwerk, terwijl de kunstsmid H. de Groot het siersmeedwerk vervaardigde, dat veelvuldig in het restaurant werd toegepast. Dat “Het Oranjehuis” zulk een juweel is geworden, hetwelk men moet zien zoo men tenminste over de vorderingen op het gebied van inrichting van een modern restaurant wil meepraten, -aan de gelukkige samenwerking een allen, die hieraan hetzij artistiek of uitsluitend technisch hun hoogste kunnen met zooveel liefde en toewijding hebben gegevn is dit voor Nijmegen’s stadsleven toe te juichen resultaat te danken.
Wij kunnen ons niet in een uitvoerige beschrijving van de details gaan begeven. We veronderstellen trouwens dat de vele bezienswaardigheden van “Het Oranjehuis” door eigen aanschouwing gemeengoed gaan worden van de Nijmegenaren en van allen uit de omgeving.
Nog enkele namen van firma’s die tot dit welgeslaagde geheel het hunne bijdroegen; Fa. G… Tesser, schilderswerk; sanitair en verlichting Fa. Lucassen; stoffeering Fa. Peters; Fa. Kropman, centrale verwarmin.
Op Koninginnedag, – een mooiere feestdag voor de opening kon men niet uitkiezen- hebben een zestig bloemstukken in het restaurant gestaan: blijken van sympathie en bewondering voor de doortastendheid waarmede de eigenaresse van “Het Oranjehuis” Mevr H. Witteveen van Gaalen haar doel heeft nagestreefd en bereikt. Des morgens is er in de Can. Kerk een H. Mis opgedragen: des middags was er in “Het Oranjehuis” een receptie, waarop de Burgemeester woorden van gelukwensch namens de gemeente Nijmegen heeft gesproken. De Kon. Zangver, het Nijm. Mannenkoor heeft zoowel des morgens in de H. Mis als tijdens de receptie aan de plechtigheid het juiste relief gegeven.
Mevrouw Witteveen (eigenaresse van Hotel de Bonte Os) naast het borstbeeld van Wilhelmina, met een onbekende luchtmachtmilitair, 1950 (J.F.M. Trum via GN15479 RAN CCBYSA)
Boven de ingang van het restaurant is, door een indirect neon-licht beschenen, een fraai borstbeeld van H.M. de Koningin geplaatst, – een geschenk van de Paters van de Molenstraatkerk, die een tijdlang hun noodkapel in het gebouw hadden gevestigd.” (De Gelderlander 5/9/1946)
Op GN5408 staat foto van een deur uit 1952 weergegeven. Daarboven staat het beeld van Koningin Wilhelmina.
Vervolg Oranjehuis
In 1960 wordt het hotel nog Oranjehuis genoemd, zie de foto GN3573. In ieder geval heet het pand rond 1970-1975 het Oranjehotel (zie foto hieronder).
Oranjehotel (rechts de Tweede Walstraat), 1970-1975 (Evert F. van der Grinten via F78706 RAN CCBYSA)
Pizzeria Pinoccio
Het pand van Pizzeria “Pinoccio”, het voormalige Hotel “De Bonte Os”, 15/5/1988 (Anton van Roekel via F18426 RAN CCBYSA)
Er is nog niet onderzocht wat de geschiedenis na het “Oranje Huis” is geweest. In ieder geval komt er nog een foto voor uit 1980: F11644. in 1982 is het, waarschijnlijk voor korte tijd Larrys hamburgers en steaks (zie de foto F11775).
Daarna heeft hier jarenlang pizzeria Pinoccio gezeten, welke in 1983 is geopend, zie tevens de foto F7399.
In 2018 bestaat Pinoccio nog, wanneer Gyorgyi Kovacs meer dan 20 jaar de eigenaresse is. Een interview met haar is te lezen op IndeBuurt. Het interieur is vooral bekend om de vele chianti flessen aan het plafond. In 2020 gaat de zaak failliet in coronatijd.
Stadsgarderobe
In februari 2022 opent Khalid Oubaha de Stadsgarderobe 024. Er zijn dan 1600 kluisjes waar nog een muntstuk voor nodig is om de jas op te bergen; het is echter de bedoeling dat er 6800 nieuwe kluisjes komen, waarbij stappers een kluisje kunnen openen met een QR-code. Zie daarvoor het artikel in de Gelderlander en de ANS.
Sluitsteen en paardehoofd , Lange Hezelstraat 86 (mei 2024)
Hoewel geen slagerij, zijn op de Lange Hezelstraat 86 een sluitsteen van een hakmes en zaag en een paardenkop te zien. In ieder geval is het een blijvende herinnering dat hier ooit een slagerij heeft gezeten.
Wanneer deze zijn aangebracht, is mij tot toe nog onbekend. Wél is er tussen 1906 tot in de jaren 50 sprake van een slagerij in deze winkel. Het betrof echter rund- en varkensslagerij en géén paardenslagerij.
Slager A. Janssen
Aankondiging opening A. Jansen (De Gelderlander 1/6/1906)
Op 1 juni 1906 opent A. Janssen zijn slagerij. Daarvoor was Ja. Daems, winkelierster in ieder geval vanaf 1896 de gebruiker van dit adres (afgaande op de Adresboeken; bovendien is op de bouwtekening hieronder Daems doorgehaald).
Uit de bouwtekening (gevonden in het dossier bij de aanleg van de riolering in 1912), blijkt er sprake te zijn van het ontwerp van een nieuwe voorgevel. De aanvrager is A. Janssen, Mr. slager, Hezelstraat No 86. De ontwerper is M. Jansen, Bloemerstraat 118.
Bij dit ontwerp blijkt er een koeiekop te zijn ingetekend, waar op dit moment de sluitsteen van het slagers hakmes en zaag zich bevindt – maar dit kan ook perspectiefwerking zijn.
Wel is in ieder geval de boog te herkennen.
Bij “Perceel Boddelstraat” (Bottelstraat) staat eveneens Janssen. Het is mij nog onbekend of dit A. Janssen betreft, of dat het om een ander persoon gaat. Wel blijkt uit de bouwtekening voor de aanleg van de riolering in 1912 (tekening D12.382704), dat dit perceel geen onderdeel is van het perceel van de slagerij.
Lange Hezelstraat 86, voorgevel: Ontwerp eener pui, ten diensten voor een slagers winkel in het pand gelegen aan de Hezelstraat. Kadastraal bekend gemeente Nijmegen Sectie C No (2012 doorgehaald) 4772 en verde de gevel van genoemd pand, opnieuw cementen (D12.382705)
Hezelstraat 86, plattegrond: Ontwerp eener pui, ten diensten voor een slagers winkel in het pand gelegen aan de Hezelstraat. Kadastraal bekend gemeente Nijmegen Sectie C No (2012 doorgehaald) 4772 en verde de gevel van genoemd pand, opnieuw cementen (D12.382705)
De slagerij blijft echter maar een jaar bestaan: in juni 1907 gaat A.P.J. Janssen failliet (PGNC 9/6/1907). Op maandag 24 juni worden de vleeswaren verkocht (De Gelderlander 23/6/1907), in de Gelderlander 23/6/1907 staat de aankondiging van de veiling op 3 en 17 juli van “Een winkelhuis en Erf aan de Lange Hezelstraat no. 86, groot 1.48 are, waarin een slagerij is uitgeoefend.”
J.D. Evers
Aankondiging opening slagerij J.D. Evers Lange Hezelstraat 86 (De Gelderlander 2/8/1907)
Op 2 augustus 1907 verplaatst J.D. Evers zijn “vleeschhouwerij en spekslagerij” van Lange Hezelstraat 98 naar nummer 86 (De Gelderlander 2/8/1907).
Vermeldenswaardig is hun advertentie dat zij op de paasvee tentoontenstelling 2 ossen hebben aangekocht, die zijn bekroond met eerste en eere-prijs en tweede prijs; zij waren gemest en afkomstig van A.W. Burgers te Weurt (PGNC 15/3/1929).
In PGNC 4/1/1930 staat een advertentie dat die dag de slagerij gesloten is; in 1930 komt D. Evers als slager voor (PGNC 3/10/1930): waarschijnlijk betreft het overlijden J.D. Evers en heeft D. Evers de zaak overgenomen.
In het Adresboek 1922, 1924, 1926 en 1928 komen zowel “J.D.” als “D.” op dit adres voor als “slager”.
D. Evers
In ieder geval komt D. Evers nog in het Adresboek van 1948 voor als slager. Dan is er ook een regel “Ëvers, D.J. slager”. Waarschijnlijk betreft dit een zetfout voor “J.D.”. Wel opvallend is dat ook in de Adresboeken 1951 en 1955 er weer een “Evers, J.D.” slager is. Of dit een opvolger van D. is of een gewijzigde naam van het bedrijf is onbekend.
Op 4 februari 1949 overlijdt Dirk Evers. (De Gelderlander 5/2/1949).
In de Adresboeken 1951 en 1955 komt op dit adres weer een “Evers, J.D.” slager. Of “J.D.” de initialen van de opvolger betreft of de naam van de firma is onbekend.
In ieder geval komt ook de weduwe D. Evers, geboren P. Steinman. Zij komt in 1955 op dit adres voor.
Hapjesautomaat en koelcel
Vanaf November 1937 is het mogelijk om hapjes uit de automaat te kopen. In PGNC 17/11/1938 verschijnt een artikeltje (en advertentie) dat de slagerij een nieuwe koelcel heeft laten plaatsen. Een deel is ingericht voor de slagerij en een deel voor de hapjes voor de automaat. “Het is het allernieuwste op het gebied wat de Fa. Tadema tot nu toe heeft bereikt. Het is een groote hygiënische aanwinst voor de Fa. D. Evers, zie zeker door de vele cliëntèle van slagerij en automaat op hoogen prijs gesteld zal worden.” (PGNC 17/11/1938)
Vervolg: Zuivelhuis?
Aankondiging opening Zuivelhuis op Lange Hezelstraat 86 (De Gelderlander 28/2/1951)
In januari 1951 verschijnt de aankondiging van “Het Zuivelhuis”, die een van de 2 winkels op Lange Hezelstraat opent. Of en welke relatie er met de familie Evers is, is mij onbekend. In ieder geval zijn er een aantal advertenties gevonden, onder andere in De Gelderlander 12/3/1954.
Op F55695 is een foto van een voddenman te zien, met rechts daarachter Het Zuivelhuis, waarvan het zonnescherm naar beneden is.
Er is niet uitputtend onderzocht wat het vervolg is geweest. Hoewel de bouwtekeningen openbaar zijn, wil ik ze verder niet op deze plaats publiceren.
In het gevonden Adresboek 1971 zit Mata Hari op dit adres; In 1998 is een foto (D12.653934) gemaakt van de situatie op dat moment: dan blijkt Mata Hari een plaat voor het gedeelte waar al dan niet de sluitsteen zich bevindt over het gehele breedte van het pand te hebben gemaakt. Daarnaast is de uitsparing waar zich nu het paardenhoofd bevindt leeg.
Wel is opvallend dat op tekening D12.653938 ui 1998 noch de sluitsteen, noch de kop of uitsparing daarvoor zijn ingetekend.
Afgaande op de foto hieronder zit het Mozaïek Atelier in deze winkel.
Lange Hezelstraat 86 met op dat momet het Mozaiek atelier, 2007 (Henk Rullmann via DF3351 RAN CCBYSA)
Bij de verbouwing in 2018 is er expliciet sprake van de sluitsteen en het paardenhoofd in zowel de “bestaande” als de “nieuwe” situatie (D180091617).
In oktober 2021 opende “Make it greener” hier haar fysieke winkel.
Momenteel is nog onduidelijk wanneer de sluitsteen en het paardenhoofd precies zijn aangebracht. De sluitsteen is mogelijk aangebracht in de tijd dat het pand daadwerkelijk een slagerij was, ergens tussen 1906 en begin jaren 50.
Het paardenhoofd zal echter juist níet in deze tijd aangebracht: de slagerijen van Janssen en Evers waren runder- en varkensslagers. (In ieder geval was er in de tijd van Mata Hari geen sprake van een dierenkop).
wikipedia: “Vroeger bestond er een strengere scheiding dan tegenwoordig tussen slachterijen voor paarden en slachterijen voor andere dieren”. Bovendien was paardenvlees goedkoper.
Behalve om onduidelijkheid te voorkomen, zou een rund- en varkensslagerij -volgens mij- zich nooit associëren met een paardenslagerij (en vice versa).
Nog juist op de zijkant van het pand Lange Hezelstraat 95 is nog vaag “sigaren” te lezen. Deze schildering had Maximilian Julius Joseph Berthold Völcker (Meppen, 27/3/1866) laten aanbrengen toen hij hier zijn sigarenzaak openende.
De Gelderlander vertelt in hun serie “Merkwaardige huizen” dat huis lang in het bezit van de familie Vink verbleef “het was een heerenhuis met dubbele deur, waartoe eenige stoeptreden toegang gaven.” (De Gelderlander 19/7/1914)
“Sigaren” duidelijk leesbaar -Gezien richting Korte Hezelstraat (later Stikke Hezelstraat). Links de Bottelstraat, 1900-1906 (Collectie J.M.G.M Brinkhoff via D243 RAN)
Maximilian Julius Joseph Berthold Völcker
Maximilian Julius Joseph Berthold Völcker (Meppen, 27/3/1866, Koopmansleerling) komt op 22-12-1883 te wonen op Burchtstraat C. 16 als koopmansleerling Bevolkingsregister 1880). Hij is dan afkomstig uit Amsterdam. Bij aanmerking staat “ZDGR”. Ook in het Bevolkingsregster staat “Koopman in sigaren” in Kerkstraat 6 in Hees, later is er met het “blauwe potlood” 243 bijgevoegd.
In het Bevolkingsregister 1890 blijkt hij in deze 10 jaar van Kerkstraat Wijk… no 243 naar Lange Hezelstraat 95 te verhuizen.
Opening sigarenwinkel Völcker Lange Hezelstraat 93 (PGNC 15/11/1890)
Nummer 93?
Opvallend is dat in de advertentie het huisnummer 93 staat. Op Noviomagus staat eveneens hij aanvankelijk in de Lange Hezelstraat 93 zat en later het naastgelegen pand 95 heeft gekocht. In hun overzicht van Merkwaardige huizen lijken nummers 93 en 95 het huidige nummer 95 te zijn. Ook in de adresboeken komt hij in die tijd voor op nummer 93.
Daarbij noemt hij zich tijdelijk Magazijn “De Tabaksplant”.
Huwelijk en kinderen
Hij is op 12-1-1892 getrouwd met Adriana Schoon (16/8/1866, Egmondbinnen). Hij is dan “koopman in sigaren”. In dezelfde maand wordt hij genaturaliseerd tot Nederlander (PGNC 22/1/1892).
Zij zullen 2 kinderen krijgen:
Augusta Johanna Eduarda, geboren op 24-10-1892
Eduarda Johanna, geboren op 3-11-1894
Op 21-12-1940 zal Völcker komen te overlijden. Uit de rouwadvertentie blijkt dat de dochters “Gusta” en “Jo” worden genoemd (PGNC 23/12/1940)
Lange Hezelstraat 95
Op 3 mei 1898 koopt hij “Een huis en erf aan de Lange Hezelstraat te Nijmegen, Kadastraal aldaar bekend in Sectie G nummer 4548, als groot een are vijf en dertig centiaren” van Catharina van den Broek. Daarbij krijgt W.J.H. van der Waarden de opdracht deze te verbouwen tot winkelhuis met bovenwoning.
Opening nieuwe magazijn van sigaren Völcker, Lange Hezelstraat 95 (PGNC 31/7/1898)
Op 6 augustus 1898 opent hij zijn “Nieuwe Magazijn van Sigaren een aanverwante artikelen” (PGNC 31/7/1898). Het huisnummer is dan wel 95.
Daarnaast komt hij ook al in 1900 voor als koopman in sigaren op Lange Hezelstraat 95. In 1910 eveneens als sigarenhandelaar.
Huis Lange Hezelstraat – Parkweg
Daarnaast lijkt hij een investering te doen: in april 1904 koopt hij “een Huis met Plaats, waarin Café, gelegen op den hoek van de Lange Hezelstraat en Parkweg te Nijmegen, groot 197 centiaren, aan M.F.F.B. Völcker te Nijmegen, voor f15600”, waarbij de “f.f.” mogelijk een zetfout is (PGNC 8/4/1904).
In 1926 neemt L,J. Meijer de zaak over. Völcker verhuist dan samen met zijn gezin naar Franschestraat 30.
Voor veel meer informatie over de Lange Hezelstraat 95 verwijs ik naar het al genoemde artikel op Noviomagus. Dit artikel vertelt tevens dat de tijdens de verbouwing van 2016 de schildering Tabak-Sigaren en Rookartikelen aan het licht kwam.
Houten bord Glashuis, bij Lange Hezelstraat (mei 2024)
Boven de ingang naar het Glashuis, tussen Lange Hezelstraat 58 en 60 is een houten bord te zijn. Deze is inmiddels weer wat vergaan en vaag zijn er nog letters op te vinden. Wat is er over dit bord te vinden?
Stalhouderij Poos
Het was Noviomagus dat mij met “Poos” op het spoor zette.
Op de foto F92095 RAN uit 1955 is duidelijk leesbaar “Stalhou”(derij) en daaronder “Joh.” te lezen. Opvallend daarbij is de bovenkant van het toegangsbord recht is en niet in de vorm van een dakje.
In 1959 heeft de vorm zoals wij ‘m vandaag de dag kennen, zoals op onderstaande foto te zien is.
De toegangspoort met dakje: Slijterij en wijnhandel. Links café De Gouden leeuw, 1959 (F92087 RAN)
Vanaf de Lange Hezelstraat: stalhouderij van de Gouden Leeuw; achteraan de garage/loods/fabriek in 1976 afgebroken, 1975 (Evert F. van der Grinten via F79289 RAN CCBYSA)
Inzoomend op de foto uit 1975 is rechts nog duidelijk Poos of Roos te lezen (hoogstwaarschijnlijk de P van Poos, waarbij de P met een vlek lijkt op een R). In de genoemde pagina van Noviomagus wordt ook de herinnering aangehaald van een paardenkop die hier zou hebben gezeten: dat verklaart mogelijk het donkere gat in het midden.
Inzoomend: is op de onderste plank ook nog Stalhouderij te lezen? Betreft het mogelijk de plank die al in de foto van 1955 te zien is?
Linker gedeelte: Vanaf de Lange Hezelstraat: stalhouderij van de Gouden Leeuw; achteraan de garage/loods/fabriek in 1976 afgebroken. (Detail (Evert F. van der Grinten via F79289 RAN CCBYSA)
Rechter gedeelte: Vanaf de Lange Hezelstraat: stalhouderij van de Gouden Leeuw; achteraan de garage/loods/fabriek in 1976 afgebroken. (Detail (Evert F. van der Grinten via F79289 RAN CCBYSA)
Poos, het oudste adres ter stede voor trouw- en rouwrijtuigen
Advertentie Poos Stalhouder (De Gelderlander 2/12/1948)
In ieder geval zijn er voor 1948 vermeldingen gevonden van Stalhouder Poos. “Het oudste adres hier ter stede voor trouw- en rouwrijtuigen”. (Op de bedrijfspagina van het adresboek komt hij op dat moment voor als nog enige “stalhouderij”). Waarschijnlijk zijn zowel Daalseweg 187 als v. Heutzstraat 6 tijdelijke adressen; in PGNC 16/12/1947 staat in ieder geval de v. Heutzstraat expliciet als tijdelijk adres. Elders in het adresboek van 1948 staat er “Poos, J.P.G., stal- en garagehouder” te lezen.
Stalhouderij Poos, Adresboek 1948
In de adresboeken van 1951 en 1955 wordt J.P.G. (en Joh. P. G.), stal- en garagehouder, op van Heutszstraat 6 gevonden. In het adresboek van 1955 komt op Papengas 8b “Stalling J.G.P. Poos” voor. Het is onduidelijk of dit een schrijffout of een opvolger betreft.
Poos: Glashuis
Het lijkt aanlokkelijk om de relatie met de Gouden Leeuw te leggen, welke een stalhouderij was.
Eerst echter een ander spoor: Maria Petronella Poos is de vrouw van Hendrikus Adrianus Hendriks. Hij is in het Bevolkingsregister 1880 “Winkelier” in Hezelstraat D32; welke op een later tijdstip doorgehaald en vervangen is door “Kantoorbediende”. En het adres is dan Hezelstraat 56. Oftewel, indien er geen sprake is van hernummeringen, het pand dat van de Lange Hezelstraat dat vrijwel op de hoek ligt van het Glashuis (tegenwoordig winkel Het Theezakje).
Maria Petronella Poos (Bevolkingsregister 1880)
Daarnaast is er in het Bevolkingsregister van 1880 sprake van Geertruida Poos (Nijmegen, 31/5/1853, de echtgenote van slager Hendrikus Antonius Tijssen (Nijmegen, 29/6/1852). Aanvankelijk staat hier Hezelstraat No. 70, welke later gewijzigd is naar 888 -evenals de geboortedata.
Gouden Leeuw
Zoals gezegd lijkt het aanlokkelijk om een relatie te leggen met de Gouden Leeuw. In 1891 koopt J.W. Jansen, eigenaar van het bedrijf van P.J. Poos aan de Molenstraat.
Rechts de Gouden Leeuw met uithangbord en het Glas: De Hezelpoort, gezien in westelijke richting., 1870, Evert F. van der Grinten via F78436 RAN CCBYSA)
Jansen Herberg de Gouden Leeuw Hezelstraat (PGNC 5/3/1824)
In ieder geval is er in 1824 al sprake van een Herberg de Gouden Leeuw op de hoek van de Hezelstraat en het Glashuis. Deze komt in maart 1824 te huur te staan, met J. Jansen als huidige bewoner.
Het pand lijkt bij de familie Jansen te blijven: in PGNC 5/9/1855 komt weduwe Jansen voor op dit adres en bijvoorbeeld op PGNC 2/3/1873 Logementshouder J.W. Jansen. Op de foto hierboven is rechts de Gouden Leeuw te zien; er is geen sprake van toegangsbord bij het Glashuis.
Ook een soort paard: het ijzeren ros van de omnibus (PGNC 24/9/1879)
De Omnibus naar Berg en Dal (De Gelderlander 13/5/1869)
Poos verkoopt in 1891 zijn bedrijf aan de de Molenstraat, waarbij J.W. Jansen de nieuwe eigenaar wordt.
Verkoop Poos Molenstraat (PGNC 5/4/1891)
Rijtuigen Poos te koop (PGNC 26/4/1891)
P.J. Poos verkoopt zowel zijn onroerend goed Molenstraat Sectie C no. 2907, een huis met stelling en koetshuis, als zijn rijtuigen.Daarbij wil Poos tot 1 juli in de woning blijven wonen.
Advertentie overname Poos door Jansen, PGNC 14/5/1891
Brand
In juli 1893 is er een grote brand door een uitslaande brand bij “lampenfabrikant Levi, wonende op het Glashuis alhier”. Daarbij vatte ook de daarnaast gelegen bergplaats voor rijtuigen van stalhouder J.W. Jansen vlam en brandde geheel af. Wel was “alles” tegen brandschade verzekerd. (De Gelderlander 18/7/1893). Het is mij niet bekend of dit de enige bergplaats was en of deze is herbouwd.
In 1910 is G. Jansen eigenaar van het Hotel de Gouden Leeuw op de Lange Hezelstraat 60, met daarbij een stalhouderij en daarnaast de stalhouderij op Molenstraat 122 (Bron: briefhoofd).
Wat op dit moment nog niet gevonden is (en niet volledig onderzocht) is of en wanneer er een pand naar Poos overgaat. Vooralsnog was de belangrijkste vraag of het houten bord “thuis” te brengen is.
Daarbij lijkt de weg van Poos een logische te zijn. Hij lijkt echter geen relatie met de Gouden Leeuw te hebben, behalve het feit dat de eigenaar van de Gouden Leeuw zijn bedrijf aan de Molenstraat heeft gekocht. (En mogelijk speelt de Lange Hezelstraat 60 een rol).
Relatie met stalhouderij(?)
Via adresboeken lijkt het spoor van Poos te volgen, via:
P.J. Poos
zijn weduwe
J.P.G. Poos
Wel moet worden aangetekend dat de bron van de gegevens gevonden Adresboeken zijn, waarbij er wordt uitgegaan van opvolgende relaties; personen die op hetzelfde adres voorkomen.
P.J. Poos
In PGNC 30/5/1879 staat een advertentie dat P.J. Poos, stalhouder, verhuisd is van de Brouwerstraat naar de Houtstraat Wijk B. 314. In 1878-1881 komt een “Tapper en huurkoetsier” P.J. Poos voor op Houtstraat B 314; in 1887 een “Stalhouder” op Molenstraat 27.
Zoals hierboven staat beschreven, verkoopt hij zijn bedrijf op de Molenstraat in 1891.
In 1893 komt een P.J. Poos voor op Marienburg 2 als “tapper”, in 1895 op “Burghardt vd Berghstraat” 77 en In 1896 komt er een P.J. Poos voor op van Goorstraat 27 als “koetsier”.
Houtstraat 42
Opvallend is dat er in ieder geval in 1902 een Poos op Houtstraat 42 wordt gevonden, met een filiaal op van Goorstraat 27. Betekent dit dat hij alleen het bedrijf aan de Molenstraat heeft verkocht en dat hij de Houtstraat 42 heeft aangehouden; zijn het wellicht 2 verschillende personen?
In 1902, 1903 1905, 1907, 1908, 1909, 1910 komt P.J. Poos voor op Houtstraat 42 en v. Goorstraat 27.
Weduwe P.J. Poos
In 1912, 1913-1914, 1914, 1915 en 1916 komt Wed. P.J. Poos, geb. P.A. Vierboom, stalhouder voor op Prins Hendrikstraat 42. (In 1940 woont zij op Molenstraat 121); daarbij lijkt het waarschijnlijk dat het bedrijf de stalhouderij “Firma P.J. Poos, Waldeck Pyrmontsingel 42” betreft (eveneens in deze adresboeken).
Daarnaast wordt op Glashuis 4 in het adresboek 1914 L. Poos, koetsier, gevonden.
In 1920 komt de stalhouderij Firma P.J. Poos voor op Prins Hendrikstraat 42. In de tot nu toe gevonden adresboek komt in 1932, 1934, 1936 en 1938 “Poos Wed. J., geb. E.W. Aengenent, café-restaurant “Royal” op Prins Hendrikstraat 42, stalhouderij Waldeck Pyrmontsingel 4″ voor.
In 1940 woont Wed. J. Poos, geboren Aengenent al op van Heutzstraat 6. Volgens het Adresboek 1959 woont mw J.C. Poos daar nog steeds.
J.P.G. Poos
J.P.G. Poos, stal- en garagehouder komt in ieder geval in 1934 op Prins Hendrikstraat 38 en daarna in de Adressboeken 1936, 1938 en 1940 op nummer 26. (In 1932 komt hij nog niet voor). Uit het straatnamenregister van Rob Essers wordt duidelijk dat het een hernummering betreft en dat Prins Hendrikstraat 26 in september 1944 tijdens oorlogshandelingen is verwoest.
Zoals hierboven te lezen, komt J.P.G. Poos vervolgens voor op de Heutszstraat 6.
In ieder geval komt J. Poos, Prins Hendrikstraat 20 nog in het Adresboek van 1966 voor.
Sengers
Sengers, toegangspoort Glashuis, 1970-1975 (Toon Opsteegh via F71939 RAN)
Op en foto uit 1985 is te zien dat hier nog steeds Sengers staat: F62310 en daarbij is tevens de lichtblauwe kleur te zien. Het is mij onbekend om welke Sengers dit gaat: de Modezaak op de Lange Hezelstraat of de bandenzaak gaat.
In het artikel van Noviomagus (waarschijnlijk uit de jaren 0) is het bord verweerd, maar heeft nog steeds een blauwe kleur. Nu is het al jaren wit geschilderd.