Het Kolpinghuis (Katholieke Gezellen Vereeniging) gezien in de richting van de Bloemerstraat, 1930 (F32559 RAN)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Het Kolpinghuis (Katholieke Gezellen Vereeniging)

Smetiusstraat 1

Het Kolpinghuis (Katholieke Gezellen Vereeniging) gezien in de richting van de Bloemerstraat, 1930 (F32559 RAN)
Het Kolpinghuis (Katholieke Gezellen Vereeniging) gezien in de richting van de Bloemerstraat, 1930 (F32559 RAN)

Het Kolpinghuis is gebouwd als verenigingsgebouw voor de Katholieke Gezellenvereeniging, ook wel St. Jozef Gezellenvereniging genoemd. De architect was Pierre Cuypers. Doordat de vereniging hard groeide, was het gebouw al gauw te klein. In 1890 ontwierp architect A. van de Boogaard de verbouwing, waarbij het gebouw fors werd uitgebreid. Daarna volgden meerdere verbouwingen.

Kolpinghuis Jozefshof Katholieke Gezellenvereeniging

Het pand van de Katholieke Gezellenvereeniging (de St. Josephshof, later het Kolpinghuis) is in 1882 ontworpen door P.J.H.(Pierre) Cuypers ; gezien vanuit de Nassausingel ; links de Van Berchenstraat, Smetiusstraat, 1882 (F68520 RAN)
Het pand van de Katholieke Gezellenvereeniging (de St. Josephshof, later het Kolpinghuis) is in 1882 ontworpen door P.J.H.(Pierre) Cuypers ; gezien vanuit de Nassausingel ; links de Van Berchenstraat, Smetiusstraat, 1882 (F68520 RAN)

Het Kolpinghuis is gebouwd als verenigingsgebouw voor de Katholieke Gezellenvereeniging, ook wel St. Jozef Gezellenvereniging genoemd. De architect was Pierre Cuypers.

Mei 1881 inwijding

Jozef in de steigers (maart 2026)
Jozef in de steigers (maart 2026)

In mei 1881 vond de inwijding plaats van de Jozefshof plaats., hoewel het gebouw nog niet volledig was afgewerkt.

Hieronder de tekst, die echter moeilijk leesbaar was. Tussen aanhalingstekens staat de vermoedelijke, ontbrekende tekst:

Jozefshof

(…) is Jozefshof, het gebouw (van de Ge)zellen-Vereeniging ingewijd. Ofschoon (het niet) geheel afgewerkt, spreekt het reeds dui(delijk ee)n eenvoudig, ernstig woord in gevelvorm (…). Voor de geheele voltooiing zullen (wij on)ze lezers niet met den vinger wijzen (op d)e sierlijke lijnen, het natuurlijk kleuren(spel de)r oud hollandsche baksteenen, de opwek(kende) tinten en verven, het doelmatige van (het bou)wplan enz. Later zullen wij de gele(genheid) vinden, te beschrijven wat de stift van (…) aan Nijmegen geschonken heeft.

(…) het dak wapperde de vaderlandsche drie(kleur,…) de zaal, smaakvol met vlaggen, groen (… bloemen) getooid, had naast het beeld van (de be)schermheilige, de beeltenis van den Paus (en van) onzen Koning. Toepasselijke kernspreu(ken …) schilden met de stedelijke kleuren de (…) der steden van Nederland die de Ge(zellen-)Vereeniging bezitten, het geheel met met (den Paus)elijke en Oranjekleuren, dit alles drukte (…) feestelijkheid uit van het samenzijn.

(…)eerstelingen onder de gezellen die zich (uit deze?) stad naar de voorschriften der Gods(dienst to)t brave, kundige, werkzame ambachts(lieden en) tot nuttige burgers willen ontwikkelen, (… eer)waarde geestelijken zoo van elders als (van hie)r, tal van eereleden en belangstellenden (…)e ruime zaal.

(De opr)ichter van onzen Jozefshof, de Eerw. (Hoc)tin, sprak hij zijne openingsrede een har(telijk wel)komstwoord tot allen, stapte bescheiden over (…)legging van alles, zijn eigen werk, heen, om (…)ren voor te stellen, die uit den aard der (…)n het groote doel, verbeteren, vere(delen? va)n den werkmansstand, dien steun der (maatsch)appij, in den weg staan.

(…)dit groote doel aan aller belangstelling (kan worde)n aanbevolen, ging hij onder psalm(…)ot het naar kerkelijke ritus ingezegenen (van het) gebouw over. Hierna trad de centrale (…) der Vereeniging in Nederland, de Eerw. (heer van) Nispen op, die na gelukwenschen (van het t)ot stand brengen der edele stichting (… st)ad, oorsprong, doel en werking der (…)Vereeniging uiteenzette.

(…) iemand over eene zaak spreekt, die (vanuit?) het bloed, in de ziel gedrongen om (…) te leven en te sterven, zoo sprak hij (over de?) geliefde vereeniging.

… Kolping, den eenvoudigen, deugdzamen (…)ersgezel en priester, Gods leiding (…)vader der Gezellen-Vereening, hare (geschieden)is en bloei in Duitschland, in gansch (…) America, schetste hij in breeden (…)r toch zoo met feiten en (?…), om van het dagelijksch leven en streven van den ambachtsstand licht en schaduw te doen zien, en het hooge nut der vereeniging aan te toonen.

Zucht naar genieten, bandeloosheid onder den naam van vrij zijn, aanmatiging van oordeel over hetgeen men niet kent noch kan kennen- deze drie kankersoorten onzer hedendaagschen maatschappij, voortwoekerend onder alle klassen en niet het minst onder den ambachtsstand, waren zijn tweede doel.

Dat de Goddelijke openbaring tegen hoogmoed en genotzucht onderwerping en zelfbeheersching voorschrijft, en uit het opvolgen hiervan onder godsdienstzin, ijver en spaarzaamheid, het waarachtig geluk van den werkman en zijn gezin ontspruit- werd helder door den Eerw. spreker betoogd.

Als verslaggevers leggen wij onze pen neder, maar wij doen het niet voor onze medeburgers tot het helpen bereiken van het doel der Jozefsstichting te hebben aangespoord.

Jozefbeeld Jozefshof Kolping
Jozefbeeld. Onder de plaquette van de Katholieke Gezellenvereeniging zijn nog de letters Jozefshof te lezen, Kolpinghuis (januari 2026)

De werkman vormt een zeer voornaam deel der maatschappij. Met zijne verbastering en verdierlijking, waarvan wij, helaas, vaak de bewijzen voor oogen zien, daalt zijn eervolle stand en bederft de maatschappij;met zijn verbeterin, zijne veredeling stijgt zijn welvaart en geluk, schenkt hij aan de maatschappij een machtige steun. Het geluk der samenleving en een harer voornaamste onderdeelen dient ieder die het kan ter harte te nemen.

Deze vereeniging in haar streven te helpen, hare werking niet alleen zedelijk maar ook met geldelijke offers te steunen, bevelen wij ernstig aan den goeden zin van onzen lezers.” (De Gelderlander 18/5/1881)

Plaquette Kolpinghuis 1882 (maart 2026)
Plaquette Kolpinghuis 1882 (maart 2026)

Kolpingvereniging

De Nijmeegse afdeling van deze vereniging was op 25 maart 1880 opgericht. Aan de gevel kwam een groot beeld van Sint Jozef en het gebouw werd St-Josephshof genoemd.

Avondtekenschool

Vlak na de oprichting van de Gezellenvereeniging werd een avondtekenschool opgericht in de Sint Josephshof.

1890 Verbouwing en vergroting

Het pand van de Katholieke Gezellenvereeniging (de St. Josephshof, later het Kolpinghuis) is in 1882 ontworpen door P.J.H.(Pierre) Cuypers. De uitbreiding is in 1890 gerealiseerd door architect A.v.d. Boogaard. Gezien vanuit de Spoorstraat. Links de Van Berchenstraat, in het midden de Gezellen-Vereniging en rechts de Smetiusstraat. Links op de achtergrond de Augustinuskerk, 1890 (Collectie Brinkhoff, J.M.G.M. 1920-1986 via RAN D429)
Het pand van de Katholieke Gezellenvereeniging (de St. Josephshof, later het Kolpinghuis) is in 1882 ontworpen door P.J.H.(Pierre) Cuypers. De uitbreiding is in 1890 gerealiseerd door architect A.v.d. Boogaard. Gezien vanuit de Spoorstraat. Links de Van Berchenstraat, in het midden de Gezellen-Vereniging en rechts de Smetiusstraat. Links op de achtergrond de Augustinuskerk, 1890 (Collectie Brinkhoff, J.M.G.M. 1920-1986 via RAN D429)

Doordat de vereniging hard groeide, was het gebouw al gauw te klein. In 1890 ontwierp architect A. van de Boogaard de verbouwing, waarbij het gebouw fors werd uitgebreid.

1925 Verbouwing Estourgie

Het Kolpinghuis (Katholieke Gezellen Vereeniging) gezien in de richting van de Bloemerstraat, 1930 (F32559 RAN)
Het Kolpinghuis (Katholieke Gezellen Vereeniging) gezien in de richting van de Bloemerstraat, 1930 (F32559 RAN)

De verbouw van St. Jozefshof.

Zooals wij reeds meldden, is de verbouw gereed gekomen van het home der Nijmeegsche Kolpingszonen, het vanouds bekende St. Jozefshof aan de Smetiusstraat, dat Zondag a.s. in gebruik genomen en plechtig zal ingezegend worden.

En wij kunnen er dadelijk bijvoegen: de indruk dien wij van het hernieuwde Gezellenhuis gekregen hebben, is een zeer gunstige.

De aannemersfirma Hofman en Arts heeft onder deskundige leiding van den heer Charles Estourgie- die eveneens de plannen ontwierp- met dezen verbouw metterdaad getoond een vooraanstaande plaats in de rij der Nijmeegsche bouwwereld. Het geheel ziet er keurig uit en maakt een voornamen indruk.

Boven den ingang van het gebouw prijkt in forsche letters: R.K. Gezellenvereeniging, waarachter electrische verlichting is aangebracht. Nu kan tenminste de vreemdeling weten, die vroeger zich tevergeefs afvroeg wat dat toch voor een gebouw was, dat hier de Stichting van Vader Kolping haar tenten heeft opgeslagen.

Breede toegangsdeuren brengen den bezoeker in een ruime vestibule, waar tevens een loket is aangebracht ten dienste van uitvoeringen. Tevens kan men van hieruit de bestuurskamer bereiken.

Vanuit de vestibule treedt men eveneens door ferme deuren in de hal, die een grootschen indruk maakt. Hier vindt men een garderobe enz.

Links hiervan betreedt men de groote en ruime konversatiezaal, die een juweeltje mag genoemd worden op dat gebied. De Nijmeegsche kleuren, rood en zwart, die in de geheele zaal domineeren, maken een gezelligen indruk, die nog verhoogd wordt door de frisch-groen geschilderde stoelen en tafeltjes. Het buffet is in den rechterhoek der zaal aangebracht.

Breede ramen geven uitzicht naar alle kanten, waardoor tevens voor lucht en licht in ruime mate is zorg gedragen. De plaats onder de bibliotheek is op gelukkige wijze weggewerkt: twee kamers, één voor den Praeses en een bestuurskamer vullen dit deel van de vroegere konversatiezaal. De biljarts hebben hun plaats gevonden in het midden der zaal. De bibliotheek is op dezelfde plaats gebleven, doch de ingang is nu verlegd boven aan de eerste trap, die naar de toneelzaal voert.

Op zij van de konversatiezaal is een kleine zaal aangebracht, die heel keurig en gezellig is ingericht. Deze is waarschijnlijk ten dienste van kleine vergaderingen e.d.

Beide zalen zijn bedekt met een kostbaar zeil. Naar gemompeld werd is dit een gift van een der hoofdbestuursleden, waarvan meerderen een gift voor dezen verbouw moeten hebben geschonken.

Naar wij zeiden, ziet het geheel er keurig uit. Het borstbeeld van den eersten Praeses en stichter der Nijmeegsche K.G.V., den WelEerw. heer L.E. Hoetin, heeft een eereplaats gevonden op den schoorsteen, waarboven in gulden letteren is aangebracht de gezellengroet: “God Zegene het Eerzame Handwerk”.

Verschillende beelden en emblemen vinden rondom, zoowel in hal als zaal, een plaats. Het H. Hartbeeld troont natuurlijk op de mooiste plaats.

De aannemersfirma Hofman en Arts werd kranig terzijde gestaan door den heer van Roessel, die het schilderwerk verzorgde, de firma Vroom en Dreesmann, de firma Beukering en Co., elektriciens, de heer Friebel, die het lood- en zinkwerk, de firma Daniëls, de Bruijn en v.d. Waarden, die het stukadoorswerk verrichtte en den heer J. Krijnen, die het behangerswerk op zich nam.

Met trots mogen de diverse besturen getuigen, dat hun werken niet tevergeefs is geweest en met blijdschap moge er wel eens aan herinnerd worden dat de ongehuwde en gehuwde gezellen hun kontributie vrijwillig belangrijk verhoogden om den verbouw mogelijk te maken. Vooral voor den volijverigen Praese zal het een genoegdoening zijn: om dezen verbouw door te voeren heeft hij hard gewerkt; dit was steeds zijn hartewensch. Doch ook het hoofdbestuur, dat de algemeene leiding in de K.G.V. met den Praeses heeft, mag dankbaar opzien naar hetgeen door hen met veel moeite en opoffering bereikt is.

Met waardeering mogen dan ook naast den naam van den Praeses, den ZeerEerw. Pater H.M. v.d. Hulst S.J. genoemd worden de namen der hoofdbestuursleden de heeren Kloppenburg, W. v.d. Waarden, Dreesmann, dr. Slotboom, St. Arntz en Prof. v.d. Heijden.

In de konversatiezaal bleef ons oog hangen aan een teekening: de nieuwe hoofdingang van St. Jozefhof aan de Spoorstraat. Zoo gauw als er geldmiddelen zijn, kan hier pas aan gedacht worden. Moge zulk een gift spoedig inkomen!

Het kan, dunkt ons, geen kwaad, van deze gelegenheid gebruik te maken om onze stadgenooten aan te sporen, die nog geen eerelid van de K.G.V. zijn, dit nu te worden. Men doet daarmee een zeer goed werk: men steunt daarmede het pogen om onze arbeiders op te voeden naar den wensch van Dr. Schaepman tot mannen met een rotsvast geloof en kennis, twee zaken, die onontbeerlijk zijn om den arbeidersstand steeds hooger op te voeren tot heil van de arbeiders zelve en tot zegen van Kerk en Maatschappij.

Op de moderniseering van de toneelzaal hopen wij nog nader terug te komen.

Morgen vermelden we het officieel programma voor a.s. Zondag.” (De Gelderlander 17/2/1925)

1949 Dr. Poels

Vanaf de jaren dertig probeerde de vereniging een katholieke ambachtsschool op te richten. In 1938 wilde de gemeenteraad hiervoor subsidie verstrekken. Uiteindelijk zou het tot 15 september 1949 duren voordat de school Dr. Poels opende in de Sint Josephshof, “waar een leerling kon worden opgeleid tot een ‘zedelijk-godsdienstig hoogstaand werkman met verantwoordelijkheidsgevoel…’ (Gedenkboek Kolpingvereniging; Tromp 37-39; Stamkot 37-38).” (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)

In 1957 zal zij verhuizen naar de Goffertweg 20. Tegenwoordig, na een aantal fusies, heet de school Het Rijks.

Ontmoetingshuis

Het Kolpinghuis bleef in de jaren 50 en 60 ontmoetingshuis voor buitenschoolse activiteiten voor kinderen, zoals balletles. In de twintigste eeuw zijn er nog enkele kleinschalige verbouwingen en uitbreidingen doorgevoerd.

Afname ledentaantal Kolpingvereniging en opheffing

Het Kolpinghuis, Smetiusstraat 1 (gezien vanaf de Nassausingel), 1968 (Evert F. van der Grinten via F78750 RAN CCBYSA RAN, tevens Auteursrechthouder)
Het Kolpinghuis, Smetiusstraat 1 (gezien vanaf de Nassausingel), 1968 (Evert F. van der Grinten via F78750 RAN CCBYSA RAN, tevens Auteursrechthouder)

Na de Tweede Wereldoorlog neemt landelijk het ledenaantal van de Kolpingvereniging sterk af, waarbij ze zich uiteindeindelijk opheft. Alleen in Nijmegen blijft de Kolpingvereniging bestaan. Het Kolpinghuis wordt een zalencentrum, welke ook de vereniging nog gebruikte.

2015 Verkoop

In 2015 wordt het Kolpinghuis verkocht aan projectontwikkelaar Ton Hendriks???. Eind september 2020 sloot het centrum. De vereniging verplaatste haar activiteiten naar de Ontmoetingskerk in Dukenburg. Daarna staat het gebouw leeg. Midden 2023 kondigt Hendriks aan om hier een gezondheidscentrum en appartementen te willen realiseren, waarvoor een procedure is gestart.

Aandachtspand

Kolpinghuis oude gedeelte tijdens verbouwing (januari 2026)
Kolpinghuis oude gedeelte tijdens verbouwing (januari 2026)

Het oudste gedeelte, ontworpen door P.J.H. Cuypers, is sinds 1990 op de monumentenlijst een “Aandachtspand”. Daarbij is het tevens beschermd als stadsdeelobject. https://www.nijmegen.nl/diensten/monumenten/monumentenlijst/

Kolpinghuis, januari 2026 is een grote verbouwing aan de gang. Ter ere van het 125-jarig bestaan van NEC is er een spandoek opgehangen (januari 2026)
Kolpinghuis, januari 2026 is een grote verbouwing aan de gang. Ter ere van het 125-jarig bestaan van NEC is er een spandoek opgehangen (januari 2026)
Wapen op Kolpinghuis (januari 2026)
Wapen op Kolpinghuis (januari 2026)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kolpinghuis

Nassausingel

Tegenwoordig is de Nassausingel een drukke verkeersweg met aan beide kanten van het park een tweebaansweg. Het is echter ontworpen…

Kronenburgerpark

Het Kronenburgerpark is vooral mooi vanwege een van de weinige restanten van de vestingmuur die heel Nijmegen ooit omsloot. Vooral…

Kronenburgerpark in de lente met van de zon genietende mensen april 2025
#Nijmegen

Kronenburgerpark

Kronenburgerpark in de lente met van de zon genietende mensen april 2025
Kronenburgerpark in de lente (april 2025)

Het Kronenburgerpark is vooral mooi vanwege een van de weinige restanten van de vestingmuur die heel Nijmegen ooit omsloot. Vooral de Kruittoren torent hoog boven de omgeving uit. Daarnaast maakt onder de hoogteverschillen het pand erg aantrekkelijk. Het is een van de plekken waar Nijmegenaren tijdens mooi weer op het gras gaan zitten.

Het park heeft ook een keerzijde: vooral in de jaren ’80 straatprostitutie, bekend geworden van het liedje van Frank Boeijen. Vooral een aantal jaren geleden was het ook plek van drugsoverlast.

Bij de sloop van de vestingmuren

Herfst in het Kronenburgerpark (oktober 2024)
Herfst in het Kronenburgerpark (oktober 2024)

Hoewel Bert Brouwer op de plaats van het Kronenburgerpark een park had voorzien, was dit niet de voornaamste reden voor aanleg. De commissie voor de uitleg van de stad merkte, dat Nijmegen door de sloop van de vestingwerken ineens een overvloed aan bouwterreinen had. De plek van het huidige Kronenburgerpark was daarbij niet de meest gunstige: hier zouden eerst grote grondverplaatsingen moeten worden uitgevoerd om de grond meer gelijk te maken voordat het geschikt zou zijn voor bouwterrein. Daardoor kwam het plan om hier een park aan te leggen meer in zicht. Daarbij speelden een aantal andere factoren.

Kronenburgertoren en muren

Het voltooide Kronenburgerpark met in het midden de Kronenburgertoren en links de Spoorbrug, Wilhelm Ivens,1885 (F56819 RAN)
Het voltooide Kronenburgerpark met in het midden de Kronenburgertoren en links de Spoorbrug, Wilhelm Ivens,1885 (F56819 RAN)

Een van deze factoren was de Kronenburgertoren en de relatief hoge walmuur. De commissie hoopte dat beiden zouden verdwijnen. De wallen, muren en torens waren eigendom van het Rijk geweest. Alle terreinen droeg het Rijk over aan de gemeente, behalve de Kruittoren. Overigens is het toevallig dat deze stadsmuur naast het stukje muur in het Hunnerpark de enige echt middeleeuwse muren waren.

Bouwmeester Cuypers was door het Rijk aangesteld als Rijksadviseur voor monumenten. Hij vond het belangrijk dat de kruittoren en de muur behouden zouden blijven. Uiteindelijk werd er overeenstemming bereikt: de muur werd iets verlaagd, maar niet zoveel als de commissie eigenlijk gewild had: de commissie wilde achter de muur de Parkweg aanleggen.

Toen het Rijk merkte, dat de gemeente akkoord zou gaan met het behoud van de walmuur, werd besloten de omgeving van de Kronenburgertoren over te dragen aan de gemeente. Om de toren te beschermen, bleef deze eigendom van het Rijk (Regelgeving over Monumentenzorg bestond in die tijd nog niet). In 1883 mocht de gemeente de toren huren voor het stallen van tuingereedschap voor f1,- per jaar. In ieder tot zover ik heb kunnen nagaan, is er in ieder geval tot in de jaren 50 jaarlijks 1 gulden betaald. De Kruittoren is ook nu nog (september 2023) eigendom van het Rijk.

Kruittoren of Kronenburgertoren

Toen Nijmegen haar vestingstatus verloor, was het blij dat ze nu eindelijk lucht kon krijgen door haar vestingwerken te slopen. De Kruittoren of Kronenburgtoren is samen met de rest van de muur met torens in het Kronenburgerpark een van de weinige overblijfselen van de middeleeuwse verdedigingwerken. Het was vooral van Rijkswege dat de toren en…

Lees Meer
Roomse Voet in Kronenburgerpark, maart 2021

Roomse Voet in Kronenburgerpark

Het rondeel de Roomse Voet is een verdedigingswerk dat samen met de muur en twee andere torens een van de weinige overblijfselen is van de stadsmuur van Nijmegen. Het is onderdeel van het Kronenburgerpark. Tegenwoordig is de toren bij gelegenheid opengesteld.

Lees Meer

St Jacobstoren en St Jacobsmolen

De St. Jacobstoren is in de 16e eeuw gebouwd, het meeste zuidelijke restant van de stadsmuur. Daarop stond de St. Jacobsmolen, die de bijnaam Sans Souci kreeg vanwege het conflict tussen de gemeente en de molenaar. Het torentje uit de jaren 70 is een herinnering aan deze molen.

Lees Meer

Rosseels

Plan voor de aanleg van het Kronenburgerpark Schaalaanduiding en schaalstok onder links van het midden Linksboven buiten het kader de vermelding: Bijlage 10 Januari 1881 No.: 113, Kw, Liévin Rosseels, 1881 (KPU-290 RAN)
Plan voor de aanleg van het Kronenburgerpark Schaalaanduiding en schaalstok onder links van het midden Linksboven buiten het kader de vermelding: Bijlage 10 Januari 1881 No.: 113, Kw, Liévin Rosseels, 1881 (KPU-290 RAN)

Een aantal architecten hebben een plan voor het park ontworpen, waaronder Cuypers zelf.

Het uiteindelijke plan is afkomstig van de gebroeders Rosseels. De gemeente kwam met de Belgische broers Rosseels in contact via Brender à Brandis. Hij was betrokken bij de uitleg van de stad en bovendien de gemeente-architect van Maastricht. Een van de broers stierf in 1881, hij was vooral verantwoordelijk voor het ontwerp van het nieuwe park. De andere broer Liévin Rosseels, voerde het plan uit en zou daarna meerdere parken ontwerpen, waaronder het Hunnerpark en het Keizer Karelplantsoen. Het plan werd op 24 december 1880 aanvaard, met goedkeuring van zowel Cuypers als de commissie. Het plan was begroot op f15000,-, maar kwam op f25000,- uit.

Merk daarbij op dat in het bovenstaande plan de St.-Jacobstoren en de wal tussen de Roomsche Voet en de St.-Jacobstoren ontbreekt. Ook eindigt het park ter hoogte van de St. Jacobstoren, de heuvel waarop de Leeuw staat. Het achterliggende gedeelte is in 1887 aangelegd

Heuvel en stijl

Kronenburgerpark met Roomsche Voet en heuvel met de Leeuw van Leeuw, maart 2021
Kronenburgerpark met Roomsche Voet en heuvel met de Leeuw van Leeuw, maart 2021

Rosseels kon bij zijn ontwerp dankbaar gebruik maken van het al aanwezige heuvelachtige terrein. Op de kop lag het Bastion Pesthuis, dat moest verdwijnen. De grondwerkzaamheden bestonden vooral uit het graven van de vijver en het meer geleidelijk maken van de hellingen.

Daarnaast werden er 4700 bomen aangeplant: doordat voorheen het terrein vóór de wallen/muren vrij moesten zijn vanwege het schootsveld, was deze omgeving nu een kale vlakte.

Sleetje rijden in Kronenburgerpark (januari 2026)
Sleetje rijden in Kronenburgerpark (januari 2026)

Engelse Landschapsstijl

Het park is ingericht in de zogenaamde Engelse Landschapsstijl. Wikipedia: “Het concept leunt op een voorstelling van romantische, parkachtige landschappen met verrassende doorkijkjes, gestalte gegeven door de aanleg van grasvelden, liefst op heuvelachtig terrein, omgeven en afgewisseld met boomgroepen. Ook water vormt een belangrijk onderdeel van deze populaire vorm van landschapsaanleg. Er worden vaak kunstmatige meertjes aangelegd. Veel mensen vinden de Engelse tuin natuurlijker overkomen. In werkelijkheid groeien er vaak veel exoten, zoals coniferen.”

Grot

grot en waterval Kronenburgerpark, Wilhelm Ivens, 1895 (F65800 RAN)
grot en waterval Kronenburgerpark, Wilhelm Ivens, 1895 (F65800 RAN)

Het idee voor een grot ontstond tijdens de aanleg van het park. Rosseels deed in februari 1882 een voorstel hiervoor. Probleem hierbij was, dat de bovenlaag van het park hier inmiddels klaar was. Daarop groeven mijnwerkers een gang vanaf de Kronenburgersingel.

Grot in Kronenburgerpark (april 2025)
Grot in Kronenburgerpark (april 2025)

De Leeuw van Leeuw

de Leeuw van beeldhouwers Henri Leeuw Jr. en Sr. in Kronenburgerpark (oktober 2023)

Kronenburgerpark: Geschiedenis van het Leeuwenstandbeeld

Op de heuvel in het Kronenburgerpark staat een trots standbeeld van een leeuw. De makers zijn vader en zoon Henri Leeuw; de overeenkomst in naam is puur toeval. Het beeld is geschenk van de Verfraaiingsvereniging.

Lees Meer
Stallen in Kronenburgerpark (april 2024)
Stallen in Kronenburgerpark (april 2024)

Vijver

Vijver met fontein Kronenburgerpark (april 2025)
Vijver met fontein Kronenburgerpark (april 2025)

De Kruittoren wordt gedeeltelijk omsloten door een vijver. Hierin staat een fontein en is een eilandje aangelegd. In de vernauwing van de vijver is een bruggetje geplaatst.

Vijver Kronenburgerpark (april 2025)
Vijver Kronenburgerpark (april 2025)

Rijksmonument

Het Kronenburgerpark is een Rijksmonument:

Vijver en Kruittoren Kronenburgerpark vanaf Roomsche Voet, maart 2021
Vijver en Kruittoren Kronenburgerpark vanaf Roomsche Voet, maart 2021

“Waardering

– Van historische waarde voor de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur als goed voorbeeld van een stadspark uit het laatste kwart van de 19de eeuw in Engelse landschapsstijl. De parkaanleg ontleent haar kwaliteiten aan het behoud van bestaande karakteristieken van de voormalige vestingwerken (hoogteverschillen, historische muur met torens als romantisch element) en aan de toevoeging van nieuwe elementen (gevarieerde en bijzondere beplanting, waterval met kunstmatige grot en vijver).

– Van stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging op de voormalige vestingwerken tussen de historische binnenstad en de zogenaamde 19de -eeuwse gordel. Het Kronenburgerpark vormt een essentieel onderdeel van het stedenbouwkundig concept van de Nijmeegse 19de -eeuwse uitleg. Door de markante situering vormt het park een belangrijk geledings- en verbindingselement in het stedenbouwkundig weefsel. Tevens geeft het park uitdrukking aan de wens van de gemeente om van Nijmegen een ruime en groene stad te maken; ruimtegebrek was na het slechten van de wallen verleden tijd.

– Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een sociaal-maatschappelijke en stedelijke ontwikkeling, in casu het ontstaan van een visie op de stad die schoon, gezond en mooi dient te zijn; het in de stedelijke structuur opnemen van parken als verfraaiing en stedelijke voorziening.”

Verslag wandeling

De heer F. Hubscher , schrijvend over een wandeling in Nijmegen en omgeving in het “Dagblad van Zuid-Holland” is in 1893 meer onder de indruk van de bloemen dan de Kruittoren in het park: “onze wandeling voortzettende, zijn wij het lustoord Kronenburgerpark genaderd en ontdekten wij rondom heerlijke bloemen, waarvan de geur ons verkwikte. Wij zien beplante heuveltjes, vijvers met eenden, beekjes met zilverblank water, waarin de geschubde goudkleurige bewoners lustig rondzwemmen, rotsen en grotwerken.

In een van de grotten dalen wij af en nemen daar even plaats op een der van rotswerken vervaardigde rustbanken, om den schoonen waterval en de springende fonteinen meer van nabij te zien. De grot verlatende, richten wij onze blikken naar den eenvoudigen kruittoren en wandelen dan naar..” (De Gelderlander 31/5/1893)

Uitbreiding

In 1887 vond uitbreiding van het park plaats: oorspronkelijk liep het tot en met het perk waar de leeuw staat. In 1887 wist de gemeente eindelijk de St. Jacobsmolen te kopen. Daarmee kwam tevens het terrein vrij te liggen welke voorheen voor de opgang van de molen in gebruik was.

Hier was de aanleg veel strakker dan het lagergelegen deel. Ook dit deel is door Rosseels ontworpen. Hij had hier minder mogelijkheden, omdat er minder grote hoogteverschillen waren.

Naam

Oorspronkelijk had het park geen naam. Gedacht werd aan de naam Westerpark, waarbij het Hunnerpark het Oosterpark zou zijn gaan heten. Geleidelijk aan raakte de naam Kronenburgerpark in gebruik, vanwege de plaats die de Kronenburgertoren inneemt in het park.

Wat honden kunnen aanrichten

De naam Kronenburgerpark is in juni 1882 officieel vastgesteld. De aanleiding waren benodigde wijzigingen in de politieverordening, bijvoorbeeld de bepaling dat kinderen onder 10 jaar niet zonder begeleiding mochten zijn. Daarin spreekt het voorstel van “aanleg bij den Kronenburgertoren”. Vooral het verbod op het loslopen van honden, die grote schade kunnen aanrichten aan het plantsoen, is problematisch: voor een strafbepaling is de aanduiding “aanleg rond de Kronenburgertoren” niet specifiek genoeg. Daarop is het beter de naam Kronenburgerpark te noemen. Echter: deze en een aantal andere namen waren nog niet officieel vastgesteld, omdat B en W “door bizondere omstandigheden werden verhinderd”. Om eventuele overtredingen succesvol voor de rechtbank te kunnen laten verschijnen, is een naam nodig: anders zal de rechter elke overtreding in het Kronenburgerpark kunnen afwijzen, omdat hij geen Kronenburgerpark kent. Daarop besluit de Gemeenteraad de naam Kronenburgerpark officieel vast te stellen. (PGNC 3/6/1882 en PGNC 20/6/1882).

Rob Essers in de Straatnamengids: “Deze naam was bij de algemeene herziening der straatnamen bij R.B. van 9 Juli 1924 vergeten. Het verzuim is thans [14 maart 1939 /RE] hersteld. De naam is door B. en W. nu vastgesteld. Het Kronenburgerpark is ingesloten door achtereenvolgens aan elkander sluitende deelen van den Kronenburgersingel – Lange Hezelstraat – Parkweg en van Berchenstraat. De naam geldt niet voor de in dat terrein gelegen particuliere eigendommen.” (Dienstarchief G.A.N., nr. 195:29)

Kronenburgpark

Veel Nederlanders kennen het Kronenburgerpark vanwege het lied “Kronenburgpark” van Frank Boeijen. Zonder “-er”, omdat dat minder in het ritme paste. In het kader van de 20ste Zomerfeesten (nu Vierdaagsefeesten) gaf hij in 1989 een legendarisch concert in dit park.

Meubilair

"Monumentale" afvalbak (november 2024)
“Monumentale” afvalbak (november 2024)

Deze hiernaast afgebeelde monumentale afvalbak staat boven bij de sprookjesgrot. En is feitelijk een een moderne, metalen vuilcontainer.

Annie Hellewaard

Bordje Annie Hellewaard Kronenburgerpark (november 2024)
Bordje Annie Hellewaard Kronenburgerpark (november 2024)

Bij haar overlijden liet Annie Hellewaard een grote erfenis na op voorwaarde dat deze besteed zou worden aan “goede doelen die bij het gedachtegoed van de familie pasten: de persoonlijke ontwikkeling van vrouwen in de zorgsector, kinderfeesten en een groenproject in de openbare ruimte waar haar naam blijvend aan verbonden zou worden”. Daarop werd een deel van de erfenis gebruikt voor het opknappen van het Kronenburgerpark in 2003-2005 (Gemeente Nijmegen, met een heel artikel over Annie Hellewaard).

Waar ligt Kronenburgerpark?

Bronnen

Kronenburgerpark in herfstzon (november 2024)
Kronenburgerpark in herfstzon (november 2024)

Kronenburgerpark gaat zijn vijfenzeventigste verjaardag vieren: juweel aan Nijmeegse Keizerskroon, A. Delahaye,  De Gelderlander 24/9/1955

https://www.kronenburgerparknijmegen.nl/

Leeuw https://nl.wikipedia.org/wiki/Leeuw_(Kronenburgerpark) wikipedia

Frank Boeijen gaf in jaren ‘80 magisch optreden in Kronenburgerpark, De Gelderlander 13-07-19 https://www.gelderlander.nl/vierdaagse/frank-boeijen-gaf-in-jaren-80-magisch-optreden-in-kronenburgerpark~a25ea0b0/

https://indebuurt.nl/nijmegen/genieten-van/mysteries/nijmeegse-mysteries-kronenburgerpark~13937/

Kronenburgerpark in de sneeuw anno 2026 (januari 2026)
Kronenburgerpark in de sneeuw anno 2026 (januari 2026)
Sleetje rijden in Kronenburgerpark (januari 2026)
Sleetje rijden in Kronenburgerpark (januari 2026)
Vis en eend Kronenburgerpark
Vis en eend Kronenburgerpark
Hunnerstaete, Gerard Noodtstraat (Maart 2024
#Nijmegen, Centrum

Gerard Noodtstraat

Hunnerstaete, Gerard Noodtstraat (Maart 2024
Hunnerstaete, Gerard Noodtstraat (Maart 2024)

Deze pagina verzamelt reeds verschenen artikelen over de Gerard Noodtstraat

Synagoge Gerard Noodtstraat in april 2023

Synagoge, architect Oscar Leeuw

De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats aan de Gerard Noodtstraat, waarvan Oscar Leeuw de architect was. De nieuwe synagoge wordt in 1913 ingewijd. Na een restauratie in 1978-1979 werd de oude synagoge in de Nonnenstraat weer in gebruik genomen. Daarop zat…

Lees verder
Garage Jansen Ederveen : Pand ontworpen als garage in 1907 door Willem Hoffmann i.o.v. de Firma Tasche & Co. Automobielen en Motoren., 1972, (Evert F. van der Grinten via RAN F78567)

Tasche architect Hoffmann

In 1907 ontwerpt architect Hoffmann het bekende gebouw van garage Tasche aan de Gerard Noodtstraat. Deze garage was een uitbreiding van de garage die hij in 1906 had ontworpen en aan de van der Brugghenstraat staat.

Lees verder

Roghmans architectenbureau D. en P. Benning

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het pand van Roghmans op de Zeigelbaan verwoest. Op 15-11-1949 vindt aanbesteding plaats van “Het bouwen van een werkplaats met twee etage woningen op een terrein gelegen aan de Gerardt Noodtstraat te Nijmegen, benevens het bouwen van ’n Azijnmakerij op een terrein gelegen aan de Derde Walstraat te Nijmegen”. Het…

Lees verder
Ehren en een aantal andere bedrijven in de Gerard Noodtstraat, 25 mei 1984 (Ber van Haren via KN13387-18 RAN Auteursrechthouder Gemeente Nijmegen)

Herbouw Ehren

In 1952 heropent het loodgietersbedrijf Ehren op de Gerard Noodtstraat

Lees verder

Op Gerard Noodtstraat 3-9 zat in de jaren 60 het gebouw van de Bouw & Houtbond van het N.K.V. Rechts het Unitas gebouw. Ook wel het werklozencentrum genoemd (F28969 RAN, een foto uit 1960-1965)

Keizer Karelschool voor openbare U.L.O./MAVO van de Stedelijke Scholengemeenschap/Vrouwenschool

Gerard Noodtstraat 15-17-19, gesloopt

De Mavo School gezien in de richting van het Hertogplein, 1970-1975 (Jan Cloosterman via F28963 RAN CCBYSA)
De Mavo School gezien in de richting van het Hertogplein, 1970-1975 (Jan Cloosterman via F28963 RAN CCBYSA)

Op bovenstaande foto staat de voormalige Openbare school voor U.L.O. weergegeven, Gerard Noodtstraat 15-17-19. Het gebouw is oorspronkelijk gebouwd in 1916.

In de jaren ’60 de Keizer Karelschool voor openbare U.L.O. en in de jaren ’70 de MAVO van de Stedelijke Scholengemeenschap. (Bijschrift F28963 RAN).

In 1976 werd het leegstaande gebouw feitelijk al gekraakt door de stichting Blijf Van Mijn Lijf. Toen de stichting uiteindelijk een pand door de gemeente kreeg toegewezen, besloten een aantal vrouwen toch in de voormalige school te blijven.

Aanvankelijk werd de enorme ruimte gebruikt voor acties en vergaderingen. Daarna wordt het een woonwerkpand met woonruimtes en ruimtes voor verschillende activiteiten. Een van deze activiteiten is een opvangplek van Het Blijf Van Mijn Lijf Huis. Langzamerhand veranderde de naam in Vrouwenschool. (Bijschrift F93561 RAN, een foto uit 1983-1993). Bijschrift F28963 RAN noemt dat tussen 1981 en 1991 de Vrouwenschool hier gezeten heeft. (Bijschrift F28963 RAN).

In 1987 wordt de Stichting Vrouwenschool opgericht, met als doel het gebouw te behouden als woonwerkpand. Het gemeente heeft echter het plan het gebouw te slopen om appartementen op deze locatie te bouwen.

Wel vindt de gemeente het initiatief van de Vrouwenschool belangrijk en biedt aan mee te werken aan legalisering. Daarvoor wordt het Dominicanessenklooster aan de Dominicanenstraat aangemerkt, welke daarvoor verbouwd zal worden. De Vrouwenschool zet haar activiteiten tijdelijk voort in een oud klooster aan de Wolfkuilseweg. (Lees over de Vrouwenschool en het vervolg op de Dominicanenstraat hun eigen site en op https://regenboogroutes.nl/Vrouwenschool-Nijmegen.html, beide sites tevens bron)

In 1993 is het pand gesloopt om plaats te maken voor Hunnerstaete.

Hunnerstaete

Hunnerstaete, Gerard Noodtstraat (Maart 2024)

De Hunnerstaete architecten van Gameren en Mastenbroek

Van Gameren en Mastenbroek konden hun project Hunnerstaete in 1996 realiseren aan de Gerard Noodtstraat. Een van de meeste opvallende kenmerken is het parkeerdek, dat zich bovenop het gebouw bevindt.

Lees verder

Overige bron: bijschrift F38495 RAN, een foto uit 1985.

Garage Uphoff

Automobiel- en Garagebedrijf J.F.J. Uphoff, 1954 (GN4455 RAN)
Automobiel- en Garagebedrijf J.F.J. Uphoff, 1954 (GN4455 RAN)

Bij F28970 RAN, een foto uit 1960-1965 is het nog Uphoff, “later Automobielbedrijf Schellenberg”.

Zie ook het verhaal en herinneringen op Noviomagus.nl.

Ook op nummer 34 – 40 heeft een garage gezeten, die van A.H. van den Boogaard, een Peugeot dealer. Een foto uit 1960 is te zien op GN43739 RAN.

Boekbinderij Mathieu Geertsen

Gerard Noodtstraat 66, 68, 70, 72

De nieuwe zaak van de electrische Boekbinderij Mathieu Geertsen, Gerard Noodtstraat 66, 68, 70, 72, 1953 (GN4453 RAN)
De nieuwe zaak van de electrische Boekbinderij Mathieu Geertsen, Gerard Noodtstraat 66, 68, 70, 72, 1953 (GN4453 RAN)

Vergroening

Om de straat aantrekkelijker en groener te maken zijn in 2025 8 plantvakken aangelegd. (https://nijmegen.mijnwijkplan.nl/centrum/project/vergroenen-gerard-noodtstraat)

Gerard Noodtstraat

De straat is vernoemd naar Gerard Noodt, “een van de beroemdste mannen uit de geschiedenis van Nijmegen. Als internationaal bekend jurist bepleitte hij gewetensvrijheid voor iedereen. Voor die tijd een heel modern en radicaal standpunt.” Hij is een van de vensters in het canon van Nijmeegse geschiedenis. (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)

Synagoge Gerard Noodtstraat in april 2023, architect Oscar Leeuw
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Synagoge, architect Oscar Leeuw

1912-1913, Gerard Noodstraat Centrum, Rijksmonument

Synagoge Gerard Noodtstraat in april 2023, architect Oscar Leeuw
Synagoge Gerard Noodtstraat in april 2023

De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats aan de Gerard Noodtstraat, waarvan Oscar Leeuw de architect was. De nieuwe synagoge wordt in 1913 ingewijd. Na een restauratie in 1978-1979 werd de oude synagoge in de Nonnenstraat weer in gebruik genomen. Daarop zat vanaf 1980 jarenlang het Natuurmuseum in dit pand.

Architect

De architect van het gebouw is Oscar Leeuw:

In mei 1912 besteedt Oscar Leeuw het bouwen van “een synagoge, schoollokalen, bovenwoningen met andere annexen” aan. Hierbij is A.J. Smits met f33.733 de laagste inschrijver (De Gelderlander 19/5/1912).

Uiterlijk

De ingangstoren heeft de gelijkenis van een grote thorarol. In de gevel is veel symboliek verwerkt, bijvoorbeeld de twee tabletten met de 10 geboden. Een beschrijving wordt ook hieronder, “Bij de opening”, gegeven.

Daarbij is in en in de gevel is veel symboliek verwerkt. “Boven de ingang, waar nu ‘Natuurmuseum’ geschreven staat, stond ooit een Hebreeuwse tekst, verdeeld over twee regels. Het gaat om Psalm 19:15…: “Laten de woorden van mijn mond u behagen, de overpeinzingen van mijn hart u bekoren, Eeuwige”. De letters van de onderste regel bij elkaar opgeteld leveren 673, het joodse jaar 5673. Dat komt overeen met 1913 en is het jaar waarin de synagoge werd ingewijd.” (Wikipedia; in het krantenartikel vertaald als: “Moge U, o Eeuwige, welgevallig zijn de redenen van mijn mond en de overdenking van mijn hart”).

De gebedszaal is naar Jeruzalem gericht.

Stijl

Synagoge, vooraanzicht Gerard Noodstraat, foto gedateerd 1915-1920 (Joh. Gijpink via RAN F28981) Oscar Leeuw
Synagoge, vooraanzicht Gerard Noodstraat, foto gedateerd 1915-1920 (Joh. Gijpink via RAN F28981)

Biografisch Woordenboek Gelderland: “Dit evenwel zonder dat het aspect van vernieuwing geheel en al verdween. De synagoge aan de Gerard Noodtstraat (1912) is vooral van dat laatste een voorbeeld. Hoewel het indrukwekkende interieur met zijn galerijen en geschilderde muurdecoratie nu verdwenen is, krijgt men door de ornamentiek aan de voorgevel nog een indruk van het zoeken naar nieuwe siervormen, die niet gebaseerd zijn op historische voorbeelden noch op de inmiddels tot het verleden behorende Jugendstil.”

Wikipedia: “Naast art deco is ook eclecticisme te herkennen.”

Bij de opening

Bij de opening schrijft het PGNC:

De Nieuwe Synagoge.

Morgen is het voor onze Israëlitische stadgenooten een belangrijke dag. Dan toch zal de nieuwe Synagoge, gesticht aan de Gerard Noodstraat alhier, op plechtige wijze worden ingewijd door den Opperrabijn in het ressort Gelderland, den Z.Eerw. heer L. Wagenaar.

Reeds lang bestond te dezer sted behoefte aan een nieuwe Synagoge. Het oude gebouw, waarvan in Augustus 1906 het honderd vijftigjarig bestaan feestelijk werd herdacht, en dat dus thans 157 dienstjaren telt, gelegen in de steeds meer en meer in verval gerakende Nonnenstraat, was met de daaraan verbonden slecht ingerichte lokalen niet meer in overeenstemming met de eischen van het zeer opgewekte leven der Israëlitische gemeente alhier. En toen het aantal Israëlitische Nijmegenaren toenam, achtte men het oogenblik gekomen, om naar een nieuw gebouw uit te zien. Dat was geen gemakkelijke taak. Doch met algemeene medewerking van de leden der gemeente, onder wie er gelukkig velen waren, die met groote mildheid tot de oplossing der financieele zijde van het vraagstuk wilden medewerken, kon aan dezen lievelingscwens worden voldaan. En zoo ontstond dan ter genoemde plaatse het in- en uitwendig sierlijke en aardige kerkgebouw, met daaraan verbonden leer- en vergaderlokalen, badinrichting, woningen voor den leeraar en den koster, waarheen morgen- nadat op plechtige wijze afscheid zal zijn genomen van de oude Synagoge- de Wetrollen zullen worden overgebracht, om daar opnieuw, naar wij hopen, tot in lengte van dagen het middelpunt te zijn van het Israëlitisch godsdienstige leven te Nijmegen.

Het kerkbestuur en zij, die dit in zijn taak bijstonden, hadden de gelukkige gedachte zich voor den bouw te wenden tot onzen stadgenoot, den heer Oscar Leeuw, die met zijn veelzijdige kennis een fraai kerkgebouw wist te scheppen. De bekwame architect heeft zich bij zijne modern opgevatte architectuur laten inspireren door de oude kunst van Judea, waarvan weliswaar weinige overblijfselen bestaan, doch waaromtrent toch uit oude beschrijvingen licht te verkrijgen was. De buiten-architectuur van het hoofdgebouw der Joodsche cultuur, den Tempel van Jeruzalem, was zeer eenvoudig, terwijl het intérieur rijk versierd en van de edelste materialen uitgevoerd was. Die versieringen waren uitsluitend ontleend aan het plantenrijk en aan geometrische vormen, daar menschelijke afbeeldingen ten strengste verboden waren. En dit systeem heeft de heer Leeuw ook bij den bouw van de nieuwe Nijmeegsche Synagoge doorgevoerd.

De gevel is van streng sobere vormen, opgetrokken in het materiaal van het land- den baksteen- met een matige ornamentatie. Evenals aan deze Tempel van Salomon bestaat deze uit den palmboom van Judea; de granaat-appel, die door zijn groot aantal zaadjes de krachtige vermenigvuldiging van het leven symboliseert, en het schild van David, de zeshoekige ster. Boven den ingang zijn in den tympaan in het Hebreeuwsch gegrift de woorden van Psalm 19 vers 15, welke vertaald luiden: “Moge U, o Eeuwige, welgevallig zijn de redenen van mijn mond en de overdenking van mijn hart”. Twee zware hardsteenen voetstukken zijn aan weerszijden van den ingang aangebracht, om daarop zoo mogelijk later te plaatsen de reconstructied der bekende bronzen kolommen “Jakoun” en “Bo’az”, welke eenmal den toegang tot den tempel van Salomon sierden.

Door de dubbele toegangsdeuren betreedt men de vestibule, die 4.50 bij 4.50 Meter oppervlakte heeft met een terrazzovloer, waarin het schild van David is aangebracht en die met een kruisgewelf is overdekt. Daarin bevindt zich links de toegang tot de mannen-garderobe, rechts die tot de vrouwengaanderij en in het front de toegang tot de kerk.

Interieur synagoge Gerard Noodstraat, architect Oscar Leeuw 1913
Interieur synagoge Gerard Noodstraat, architect Oscar Leeuw 1913

De kerk zelf, groot 11 bij 17 M. en hoog 12 M., heeft op den beganen grond 150 zitplaatsen voor de mannen en op de gaanderijen 110 zitplaatsen voor de vrouwen; zij is volgens de voorschriften naar Jeruzalem gericht en niet naar het Oosten, zooals de algemeene is. Het intérieur met zijn hoofdlijnen in gevoegden baksteen, terwijl de wanden en het tongewelf gepleisterd zijn, is er geheel op berekend om later beschilderd te worden. De hoofdonderdelen der kerk, de Byma en de H. Arke, zijn geheel voltooid, zooals dat de bezoeker zich reeds nu een denkbeeld kan vormen, welk aspect het inwendige van de kerk zal krijgen, indien alles is afgewerkt, wat nu nog niet het geval is.

De H. Arke is tegenover den ingang der kerk is zeer rijk geornamenteerd met dezelfde symbolen als hierboven genoemd; marmeren trappen geven toegang tot het verhoogde gedeelte. Achter den donkerblauwen, rijk met goud borduursel georneerden voorhang bvinden zich de deuren, waarachter de Wetsrollen geborgen zijn. Op de latei der deuren komt voor in ’t Hebreeuwsch de spreuk: “Weet voor wie gij staat”. In de tympaanvulling daarboven bevinden zich de Tafelen der Wet, omring door een gouden stralen krans een een spiraalvormig relief-ornament van gestyleerde palmbladeren. In de randboog der H. Arke is de “Eeuwige Lamp” geplaatst, welke ter nagedachtenis der overledenen brandt.

De groote ramen in de voor- en achtergevels zijn vervaardigd van glas in lood met psalmmotieven.

Bij avond zal de Kerk schitterend verlicht worden door twee groote kronen, die uit het tongewelf afhangen. Acht cirkel-vormige kronen, geplaatst op de palen der gaanderij, ieder met zeven lichtpunten (het gewijde getal) en vele wandarmen, zijn regelmatig over de ruime zaal verdeeld.

De H. Arke, de geborduurde voorhang en de koperen lampen zijn geschenken van leden der Israëlitische Gemeente alhier.

Al moet op den duur de afwerking nog volgen, toch maakt het kerkgebouw reeds nu een verheven indruk. Waarlijk, wij zeiden niet te veel toen wij hierboven den bouwmeester prezen. Zoowel het gheel als de onderdeelen getuigen van zijn uitgebreide kennis, zijn onvermoeid streven en zijn gekuischten smaak. Ook met dit werk, waarmen men zeggen kan dat dit ging boven de eischen die in den regel aan een architect gesteld worden, heeft de heer Oscar Leeuw zijn goeden naam hoog gehouden.

De naast de Synagoge gelegen bijgebouwen maken uiterlijk een zeer rustig effect. Zij verstoren den machitgen indruk van den fraaien kerkgevel niet en hun inwendige indeeling is practisch gedacht en goed uitgevoerd.

De Israëlitische Gemeente mag met haar nieuwe kerkgebouw geluk gewenscht worden. Als morgen de inwijding plaats heeft in tegenwoordigheid van kerkelijke en burgelijke autoriteiten, zal zij daarover zeker de meest vleiende beoordeelingen vernemen.

De gebouwen werden einde Mei 1912 aangenomen door den heer A.J. Smits Jr. alhier, voor de som van f33.733. Deze aannemer legt eer in met zijn werk; het is goed en ook met bekwamen spoed uitgevoerd, hoewel er nooit op den Zaterdag, den Sabbath der Israëlieten, de gewerkt werd.

De Byma met Bestuursbank en podium werden geleverd door den heer Maurits Drukker, firma Drukker en Cohen, en uitgevoerd neer een ontwerp van diens bekwamen medewerker, den heer J.R.L. Samson; het decoratiewerk der H. Arke is verricht door den heer J.H. Kaak; de koperen lampen der gaanderij en de wandarmen zijn geleverd door de firma L.A. Moll alhier. De koperen hangkronen zijn van de firma Wiener en Co. te Amsterdam. De geborduurde voorhang is van den heer J. Goudsmit te ’s Gravenhage, terwijl de verdere schilderwerken door den heer Arts, de installatie van het electrisch licht door de firma Tasche en Co., het zandsteenwerk door de firma Spamer en Smits, de warmwaterverzorging voor de baden door de firma Weijers en Co., allen alhier, werden geleverd. Het glas in lood is van de fabriek Kronenbitter, te Berg-en-Dal, afkomstig.” (PGNC 11/4/1913)

Tweede Wereldoorlog

In de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Duitsers het gebouw als opslagruimte, onder andere voor geconfisqueerde radiotoestellen. De wandschilderingen zijn vernield en de Davidsster werd uit de gebrandschilderde ramen geslagen.

Verkoop Synagoge

Na de oorlog was het gebouw te groot voor de Joodse gemeenschap, welke door de vervolging gedecimeerd was. Daarop betrok de gemeenschap de naastgelegen school als synagoge. Het pand van de Nieuwe Synagoge werd verkocht aan de gemeente Nijmegen. De gemeenschap zal in 2000 de oude Synagoge aan de Nonnenstraat weer gaan betrekken.

Het gebouw van de Nieuwe Synagoge diende het tijdelijk als opslagruimte en daarna als gebedshuis voor het Apostolisch Genootschap.

Natuurmuseum Nijmegen

Vanaf 1978 zat er jarenlang het Natuurmuseum Nijmegen. In juni 2014 fuseerde het Natuurmuseum met museum De Stratemakerstoren tot Stichting De Bastei. Daarop sloot het museum in oktober 2017, waarbij het in januari 2018 verder ging in de Statemakerstoren. Vervolgens ging museum De Bastei in 20218 open.

Vanaf maart 2023 zit er een sportschool in het gebouw.

Rijksmonument

Het gebouw is een Rijksmonument.

(Overige) Bronnen

https://www.noviomagus.nl/Monumenten/OMD2003/21.htm

https://www.noviomagus.nl/Monument

https://nl.wikipedia.org/wiki/Nieuwe_Synagoge_(Nijmegen)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Synagoge_(Nijmegen)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Natuurmuseum_Nijmegen

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam…

De Mariënburgkapel gezien vanuit de Mariënburgsestraat, in de richting van de Houtmarkt; links het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging en op de achtergrond het Arsenaal, 1926-1930 (F29583 RAN)
#Nijmegen, Centrum, Marienburg

Mariënburg: Geldersche Credietvereeniging en een eeuw bank-locatie

1918 Mariënburg

De Mariënburgkapel gezien vanuit de Mariënburgsestraat, in de richting van de Houtmarkt; links het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging en op de achtergrond het Arsenaal, 1926-1930 (F29583 RAN)
De Mariënburgkapel gezien vanuit de Mariënburgsestraat, in de richting van de Houtmarkt; links het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging en op de achtergrond het Arsenaal, 1926-1930 (F29583 RAN)

Jarenlang zat op de Mariënburg de NMB/ING Bank. Op deze locatie zat een eeuw lang een bank, te beginnen met de Geldersche Credietvereeniging. Het gebouw was een ontwerp van architect Jo Limburg.

In 1904 had architect Knoops het pand voor de Geldersche Credietvereeniging ontworpen in de Paulstraat no. 35.

In 1918 verhuisde de bank naar de nieuwbouw op de Mariënburg. Vanaf dat moment zal er een eeuwlang een financiële instelling zitten, zij het met verbouwingen en nieuwbouw.

Of het de Eerste Wereldoorlogsschaarste is, waardoor Jo Limburg zijn ontwerp moet aanpassen, of dat PGNC moet wennen aan de rationele stijl op het moment dat zij over de opening in 1918 schrijft, is mij nog niet bekend. In ieder geval beschrijft zij de bank daarbij als volgt:

De Geldersche Credietvereeniging.

Het Agentschap van de Geldersche Credietvereeniging alhier is heden overgebracht naar het nieuwe gebouw aan Marienburg 83. Het is een monumentale bouw, die ontworpen werd door den heer J. Limburg, architect-ingenieur te ’s Gravenhage.

De gevel, opgetrokken in handvorm baksteen, bewerkt naar ouden aard, heeft- wij kunnen het niet verzwijgen- bij de Nijmegenaars voortdurend critiek uitgelokt. Hij wijkt in menig opzicht af van wat men gewend is te zien Laten wij aanstonds opmerken, dat de bouwmeester in deze geheel abnormale tijden niet heeft kunnen beschikken over de materialen die hij zich daarvoor gedacht en gewenscht had willen verwerken, door baksteen vervangen worden, waardoor in het bijzonder de balcons der eerste etage een ander aanzien hebben gekregen, dan in het oorspronkelijke ontwerp het geval was. De daaraan uitkomende openslaande deuren blijven nu voor de helft voor het oog van den voorbijganger verborgen, wat een eigenaardigen indruk maakt. Ook de terugspringende tweede etage, die schuil schijnt te gaan achter zwaar verguld hekwerk en gedrukt wordt door een massief geprofileerden dakrand, kan onze bewondering niet wekken. Intusschen, de bekenden bouwmeester zal er wel reden voor hebben gehad om ’t zóó te doen en niet anders, en wij leeken hebben ons daarbij neer te leggen. Er bestaat een steeds toenemend streven in de bouwwereld, om te breken met het conventioneele, om andere vormen te scheppen en nieuwe banen te betreden. Dit gebouw draagt daar ongetwijfeld de sporen van. Wat wij heden niet begrijpen, zal misschien door een na ons komend geslacht moogelijk worden gewaardeerd.

Bovenstaande is dan ook niet te beschouwen als een afbreekende critiek- veel meer als uiting van den indruk dien deze gevel reeds lang op ons en velen met ons heeft gemaakt.

Geldersche Crediet Vereeniging, architect J. Limburg, Marienburg, 1925-1930 (F29728 RAN)
Geldersche Crediet Vereeniging, architect J. Limburg, Marienburg, 1925-1930 (F29728 RAN)

Treedt men door de eikenhouten hoofddeur het gebouw binnen, dan bereikt men door een met vooruitstekende hoeken smaller toeloopende entrée, geheel in ingevoegden baksteen met versiering van zwart marmer bewerkt, langs eenige trappen het binnengedeelte van het Bankgebouw. Een draaideur van moderne constructie wentelt op de meest aangename wijze den bezoeker naar binnen en dadelijk wordt het nog aangenaam getroffen door de groote in lichte kleur gehouden lokaliteit, die behalve van de zijramen aan het plein een profusie van licht ontvangt door in de zoldering aangebrachte galstegels, en werkelijk een imposanten indruk maakt.

De zoldering wordt gedragen door oordeelkundig aangebrachte pilasters van rechthoekigen vorm, welker juiste verdeeling over de ruimte opvalt en die op natuurlijke wijze tot de verschillende afscheidingen meewerken.

Aan de zijde van het plein bevindt zich over de geheele lengte van het gebouw de afdeeling voor het personeel, eindigende in een procuratiehouderskamer, welke afdeeling is gescheiden van de voor het publiek bestemde ruimten door een teakhouten balustrade op zwart marmeren voet, waarop sierlijk gesmeed ijzeren hekwerk is aangebracht, waarin de loketopeningen zijn gespaard. Met schilden zijn boven die openingen de verschillende afdeelingen aangegeven.

Aan de zijde van het plein bevindt zich over de geheele lengte van het gebouw de afdeeling voor het personeel, eindigende in een procuratiehouderskamer, welke afdeeling is gescheiden van de voor het publiek bestemde ruimten door een teakhouten balustrade op zwart marmeren voet, waarop sierlijk gesmeed ijzeren hekwerk is aangebracht, waarin de loketopstellingen zijn gespaard. Met schilden zijn boven die openingen de verschillende afbeeldingen aangegeven.

Na de drie eerste loketten- wij zouden zeggen “de loketten bestemd voor den gaanden en komenden man”- komt men door een in denzelfden trant behandelde en met spiegelglas gevulde afscheiding, die zich verderop nog een herhaalt, in eene voor het publiek bestemde ruimte, een soort hall, die naar rechts, waar de trap zich bevindt, uitspringt en als wachtkamer dient. Zij grenst weder aan loketten en is deftig gemeubeld. Van hieruit bereikt men het smaakvol ingerichte vertrek van de directie met annex een wachtkamer en de ruime vergaderzaal, welker vensters aan de zuidzijde van het gebouw uitkomen.

Aan die zijde van de hall voert een gemakkelijke, in marmer uitgevoerde, trap naar het benedenhuis, waarin de Safe, het archief en verschillende andere dienstvertrekken gevestigd zijn. De Safe is van zeer ruime afmetingen en staat geheel vrij in het gebouw; de zware kluisdeur, die natuurlijk afkomstig is van de bekende Lips-fabriek te Dordrecht, is van de allernieuwste constructie en biedt de meest volkomen afsluiting. Naast de Safe heeft men nog een speciale brandkelder voor de Bank zelf, waarin eene inrichting is aangebracht, die ’t mogelijk maakt in de Safe te komen, als de kluisdeur door omstandigheden eens niet geopend zou kunnen worden. Dat alles blijkt zóó massief en tevens zóó vertrouwenwekkend, dat ’t een gevoel van rust moet geven aan hen, die hier hun bezit ter bewaring zullen deponeeren. In het sousterrain is ook eene ruime fietsbergplaats, die door een afzonderlijken toegang naast den hoofdingang te bereiken is en tevens- zij het zonder speciale garantie- ten dienste van het publiek is. De concierge kan van uit zijn vertrek hierop het oog houden.

Dat het gebouw tevens voorzien is van alles, wat in een modern kantoor thuis behoort, behoeft zeker niet speciaal te worden gereveleerd. Centrale verwarming, gecombineerd met ventilatie; sierlijke electrische verlichting; telefooncellen en een telefoon-centrale; ingebouwde brandkluizen voor den dagdienst; een lift waarmee de boeken en geldswaarden, na afloop van den kantoortijd, naar de veilige bewaarplaats beneden worden getransporteerd en vice versa; in den muur aangebrachte en door een deurtje afgesloten waschgelegenheden in de kantoorlokalen; practische kleedingbergplaatsen voor ’t personeel, kortom, alles wordt hier gevonden wat den arbeid kan vergemakkelijken en veraangenamen.

De meubileering van het geheele gebouw is stijlvol en rustig en de kleuren van verf en behang in privékantoor en vergaderzaal getuigen van gekuischten smaak. Ook het teakhout, dat overal verwerkt is, wekt tot een rustig-voornamen indruk van het geheele gebouw mede.

Aan alle vrienden van de Geldersche Credietvereeniging zal morgen, Zondag, de gelegenheid worden gegeven het gebouw, dat Maandagmorgen in gebruik genomen wordt, te bezichtigen. Wij zijn er van overtuigd, dat zij ons waardeerend oordeel zullen onderschrijven en ’t met ons eens zullen zijn, dat Nijmegen er een gebouw bij kreeg, dat gezien mag worden en waarin, naar wij hopen, de zaken van deze krachtige en in den lande hoog aangeschreven Bankinstelling bij voortduring mogen prospereeren.

Den algemeen geachten Agent der Geldersche Credietvereeniging alhier, den heer C.P. Nap, naast wien thans bij de uitbreiding der zaken de heer Mr. A.Tj. Reitsma als sub-agent zal optreden, wenschen wij gaarne geluk met zijn prachtige nieuwe kantoren.

Met den bouw werd in Januari 1917 een aanvang gemaakt. Vele waren de teleurstellingen, die tengevolge van den huidigen toestand werden ondervonden, doch met steeds nieuwen moed werden ze overwonnen. Allen, die er aan meêwerkten, leggen eer in met hun werk, dat onder leiding van den bekwamen opzichter, den heer H. Kool, allengs werd tot het grootsche geheel, dat nu gereed staat om betrokken te worden.

Wij laten hier de namen der medewerkers volgen:

Aannemer de heer M.C. Konings te Nijmegen; Uitvoerder de heer P. Bollweg, alhier; Lood- en Zinkwerk de heer Aug. Arts, alhier; Stucadoorwerk de heer Chr.J. Clemens; Gas, Waterleiding en Sanitaire Artikelen Firma J. Jacobs & Zn., alhier; Hardsteen en Marmerwerk de heer H. Tourney, alhier; Centrale Verwarming Firma W.J. Stokvis, Kon. Fabriek van Metaalwerken, Arnhem; Electrische Installatie, Bellen en Huistelefoon Firma L.A. Moll, alhier; Kluisdeuren en Safe-inrichting Firma Lips te Dordrecht; Kunstsmeedwerk en Verlichtingsornamenten Firma Winkelman en v.d. Bijl, Amsterdam; Schilderwerk de heer W.A. Teeuwissen alhier; Meubileering, Gordijnen en Tapijten Firma Wed. W.J. Stemker Köster, alhier; Kantoormeubelen N.V. Blikman en Sartorius, Amsterdam.” (PGNC 21/9/1918)

Vervolg

Er is nog niet volledig onderzocht wat het vervolg is geweest.

1936 Fusie/Overname Nederlandsche Handel-Maatschappij

In de jaren 30 is de rentabiliteit voor de Geldersche Credietvereeniging als geheel (dus niet specifiek voor de Nijmeegse vestiging) sterk verslechterd. 1935 is vooral niet gunstig geweest vanwege van de vermindering van provisie, vooral op effecten; en daarnaast op koersverlies. Desondanks wordt overigens besloten om vrijwel de gehele winst uit te keren (PGNC 12/3/1936); er is sprake van f 406.000 winst op een kapitaal van f 14 miljoen.

Deze marge wordt onvoldoende geacht. Enerzijds om de nodige afschrijvingen op gebouwen en andere vaste activa te doen. Wel heeft de bank de jaren daarvoor afgeschreven, maar nog onvoldoende om de huidige waarde daadwerkelijk te weerspiegelen.

Maar vooral omdat er intussen sprake van concentratievorming bij banken. De Geldersche Crediet Vereeniging is, maar zal ook in de toekomst niet krachtig genoeg zijn om daadwerkelijk te kunnen concurreren met de grote banken. Daardoor staat niet alleen de winstgevendheid onder druk. Maar ook de mogelijkheid om voldoende kapitaal op te bouwen, om klanten de zekerheid van een stabiele bank te kunnen bieden.

De Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) heeft interesse in een fusie/overname: aandeelhouders van de Geldersche Credietvereeniging kunnen hun aandelen inwisselen: f 1500,- voor f 1000,- aandelen Nederlandsche Handel-Maatschappij. Daarop wordt in 1936 besloten tot deze fusie/overname.

Voor de NHM was de Geldersche Credietvereeniging het eerste kantoor voor de opbouw van haar kantorennet. Tot dan toe was er slechts een hoofdkantoor in Amsterdam geweest met bijkantoren in Rotterdam en Den Haag. Sowieso hadden haar activiteiten vóór de jaren 20 vooral bestaan uit handel en transport, voornamelijk met Nederlands-Indië en Suriname.

September 1944: Forse beschadiging

Gezicht op het pand van de Kamer van Koophandel (rechts) , het verwoeste pand van de Assurantiemaatschappij De Nederlanden van 1845 (links) en het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging (midden), 9/1944-12/1944 (F14518)
Gezicht op het pand van de Kamer van Koophandel (rechts) , het verwoeste pand van de Assurantiemaatschappij De Nederlanden van 1845 (links) en het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging (midden), 9/1944-12/1944 (F14518)

Op 23 september 1944 treft een Duitse granaat een Brits munitietransport, waarop een explosie volgde. Het pand De Nederlanden werd verwoest en dat van de Nederlandsche Handel-Maatschappij raakte zwaar beschadigd: let ook op de stutpalen op de foto.

Advertentie Nederlandsche Handelsmaatschappij: opgave inhoud kluizen (De Gelderlander 4/12/1944)
Advertentie Nederlandsche Handelsmaatschappij: opgave inhoud kluizen (De Gelderlander 4/12/1944)

Na de oorlog

De Algemene Bank Nederland aan het Mariënburg, 3/12/1966 (Fotopersbureau Gelderland via F21368 RAN Auteursrechthouder J.F.M Trum)
De Algemene Bank Nederland aan het Mariënburg, 3/12/1966 (Fotopersbureau Gelderland via F21368 RAN Auteursrechthouder J.F.M Trum)

Na de oorlog zou de NHM haar kantorennet fors uitbreiden.

Advertentie Nederlandsche Handel-Maatschappij: weer dagelijks open (De Gelderlander 27/2/1945)
Advertentie Nederlandsche Handel-Maatschappij: weer dagelijks open (De Gelderlander 27/2/1945)

In ieder geval is de NHM in februari 1945 weer “dagelijks geopend”. Zie ook de foto GN6761 RAN uit 1957, waar boven de marktkraam de NHM te zien is. Afgaande op de deze foto’s, heeft de bank haar tweede verdieping verloren.

In 1964 fuseert NHM nationaal met de Twentsche Bank tot de Algemene Bank Nederland (ABN).

NMB/ING

ING bank, Mariënburg, mei 2016 (Google Streetview)
ING bank, Mariënburg, mei 2016 (Google Streetview)

In 1970 is de bank verbouwd tot NMB (F29837 RAN). Deze bank was afkomstig van de Van Welderenstraat.

https://woneninnijmegen.blog/2023/12/06/middenstandsbank/

Vanaf dat moment zal de NMB en de opvolger ING hier jarenlang zitten.

Nova Marien

In 2006 vindt nieuwbouw plaats in het kader van het project Nova Marien plaats: de voormalige Kamer van Koophandel -een monument- blijft behouden, de rest wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw.

De nieuwbouw bestaat daarbij uit 20 koopappartementen, met op de begane grond een “commerciële functie”, fietsenkelder en parkeergarage. De gevel van de voormalige Kamer van Koophandel wordt gerestaureerd en de begane grond verbouwd tot “commerciële functie” op de begane grond en 2 koopappartementen.

De opdrachtgever van het project was BtB (Built to Build) uit Den Bosch, de architect Soeters uit Amsterdam.

Afgaande op Google Streetview zit ING hier in ieder geval nog tot juli 2019, in september 2022 echter niet meer. Dan zit Harbor Gym er, die er momenteel (december 2024) nog steeds zit.

Architect Joseph Limburg

Joseph (Jo) Limburg (Den Haag, 2 december 1864 – aldaar, 3 maart 1945) was een Nederlandse ingenieur en architect. Limburg was een zoon van de joodse winkelier in manufacturen Levy Joseph Limburg (1825-1907) en Hester van Raalte (1831-1911). Hij trouwde in 1903 met de kunstenares Marie Constance Antoinette Clant van der Mijll (1864-1945).

Limburg volgde de opleiding aan de Polytechnische School in Delft, waar hij in 1888 afstudeerde.

Bouwstijl

“Zijn ontwerpen waren aanvankelijk neoclassicistisch van aard. In zijn latere werk zijn invloeden van onder meer Hendrik Petrus Berlage en Rudolf Steiner zichtbaar. Hij kan als architect worden gerekend tot de Nieuwe Haagse School.” (wikipedia) Merk overigens op dat het pand dat Limburg ontwerpt voor de Geldersche Crediet Vereeniging naast een pand komt te staan, dat door Berlage in 1912 was ontworpen:

Geldersche Credietvereniging

In 1905 krijgt hij de eerste opdracht van de Geldersche Credietvereeniging: een bank in Maastricht (Rijksmonument). Dit gebouw is nu bekend als Huis met de Pelikaan. Ook ontwierp hij filialen in Groningen en Heerlen.

Prins Hendrikkazerne

In Nijmegen had hij in 1909-1912 de Prins Hendrikkazerne voor de Koloniale Reserve ontworpen. Deze kazerne is gebouwd in de stijl van het rationalisme en is een Rijksmonument. Wanneer Limburg in 1939 75 jaar is geworden, besteedt De Gelderlander 1/12/1939 een klein artikel over hem. In dat artikel wordt “een bankgebouw te Nijmegen” en “het ziekenhuis der koloniale reserve te Nijmegen” genoemd. Wikipedia noemt de Prins Hendrikkazerne: het is mij tot nu toe onbekend of Limburg de hele kazerne heeft ontworpen inclusief ziekenhuis, of alleen het ziekenhuis daarvan.

Overige functies

Limburg had een aantal nevenfuncties, onder andere:

  • Lid van Puchri Studio
  • Lid van de Commissie tot behartiging der vakbelangen van den architect van de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst
  • Lid van de Commissie Regelen en Tabel voor de Volkswoningbouw

Overlijden

In 1939 woonde Limburg in Den Haag.

Als Joden moesten Jo Limburg en zijn vrouw tijdens de oorlog onderduiken. Waarschijnlijk zijn ze omgekomen bij een bombardement in 1945, waarbij ook hun onderduikadres in Haagse wijk Bezuidenhout getroffen werd.

Bouwwerken van Jo Limburg

Hieronder wordt het werk van Jo Limburg verzameld:

  • 1899 Villa Anna, Den Haag
  • 1905 Bankgebouw Geldersche Credietvereniging, Maastricht
  • 1909-1912 Prins Hendrikkazerne voor de Koloniale Reserve in Nijmegen
  • 1910 Villa Iep en Duin, tegenwoordig ambassade van Egypte, Badhuisweg 92, Den Haag
  • 1911 Kantoor uitgeverij Martinus Nijhoff, Lange Voorhout 9, Den Haag
  • 1912 Villa Van den Bergh (tegenwoordig Japanse Ambassade), Tobias Asserlaan 2 in Den Haag
  • 1915 Villa Schalder, Den Haag
  • 1918 Bankgebouw Geldersche Credietvereniging, Heerlen
  • 1918-1920 Volkswoningbouw voor de Vereeniging De Volkswoning op de Musschenberg (Vogelwijk) in Arnhem
  • 1924 Tweede Gymnasium, Den Haag
  • 1930 Plein 26: Uitbreiding Sociëteit De Witte, Den Haag

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.noviomagus.nl/Ansichtkaarten/Oorlog/cwdata/oorlog020.html

https://nl.wikipedia.org/wiki/Jo_Limburg

Mariënburg

Met een slingerende straat én tevens een soort van plein is de Mariënburg misschien wel een van de straten met…

Gerard Noodtstraat huidig Google Streetview
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Roghmans architectenbureau D. en P. Benning

1951, Gerard Noodtstraat 52-54 en Derde Walstraat 91-93

Gerard Noodtstraat 48-56, het linker pand is Roghmans, 1951 (Commissariaat van Politie Nijmegen, Afd. Fotografie via F28974 CC0)
Gerard Noodtstraat 48-56, het linker pand is Roghmans, 1951 (Commissariaat van Politie Nijmegen, Afd. Fotografie via F28974 CC0)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het pand van Roghmans op de Zeigelbaan verwoest. Op 15-11-1949 vindt aanbesteding plaats van “Het bouwen van een werkplaats met twee etage woningen op een terrein gelegen aan de Gerardt Noodtstraat te Nijmegen, benevens het bouwen van ’n Azijnmakerij op een terrein gelegen aan de Derde Walstraat te Nijmegen”. Het ontwerp is van Architectenbureau D. en P. Benning, Graafseweg No. 60. (De Gelderlander 5/11/1949).

Openbare aanbesteding Roghmans Architectenbureau Benning
De Gelderlander 5/11/1949

Het is mij (RE) overigens niet bekend of Roghmans eind jaren 40 in bedrijf was op dat ze wachtten op nieuwbouw.

Voor de herbouw is Roghmans een van de 13 bedrijven die in 1949 van de gemeente een financiele tegemoetkoming heeft gekregen. De totale pot bedroeg 1,5 miljoen gulden, bedoeld voor de wederopbouw van het centrum. (De Gelderlander 12/1/1950). In augustus bespreekt de Gemeenteraad van de toewijzing van gronden,onder andere aan Roghmans. Ik heb de bespreking nog niet gevonden en weet dus niet over welke toewijzing dit gaat (een definitieve? Een uitbreiding?); in ieder geval vond aanbesteding plaats in 1949  (De Gelderlander 26/8/1950)

In De Gelderlander 20/1/1951 blijkt dat Roghmans aan het bouwen is.

Conservenfabriek Roghmans derde walstraat
De Gelderlander 5/8/1953

De door mij eerst gevonden advertentie. De Conservenfabriek staat in 3e Walstraat 91-93.

Gerard Noodtstraat huidig Google Streetview
Gerard Noodtstraat 52, 54 en 56 (Bron Google Streetview)

Hoewel de bouwtekening (dossier 18-01-1950) nog niet is gevonden/bekeken zal het gehele pand waarschijnlijk bestaan uit de huidige nummers 52, 54 en 56. (De begane grond met blauwe verf is nummer 52 (of 54?), met witte verf 56. Dat blijkt niet alleen uit de bouw, maar ook uit de verbouwing in 1955: verbouwing pand Rogmans t.b.v. garage Egbers a.d. Gerard Noodtstraat te Nijmegen. Wijziging voorgevelpui in de bestaande betonconstructie (D12.421963).

Adresboeken

In het adresboek 1951 komt M.A.J.M. Roghmans voor op nummer 52. De nummers 54 en 56 zijn ‘in aanbouw’.

In 1955 staat Roghmans op nummer 52.  Nummer 54 is ‘onbewoond’, 56 is ‘kantoor’.

Ook in 1959 staat Roghmans op nummer 52. Nummer 54 is dan M.G. v. Dijck, wed. Th. Peters en 56 verkoopkantoor en magazijn. Nummer 58 is “garage en magazijn”

Echter, in Algemeen adresboek voor de stad Nijmegen en omliggende dorpen 1959  staat A.M.C. Roghmans, “fabr. conserven” op nummer 52. M.A.J.M. fabr. tafelzuren staat eveneens op nummer 52.

In 1963 staan bij de weergave op straat J.M.A. en  A.M.C. Roghmans op adres Antiloopstraat (respectievelijk nr 91 en 93). Daarbij staat in de weergave op naam zij beiden als bedrijfsleider. M.A.J.M. fabrikant staat op Gerard Noodtstraat 52. Idem voor 1966. Onder “Tafelzuren” staat het adres Weurtseweg 238

Weurtseweg 238

Roghmans Weurtseweg 238
De Gelderlander 12/7/1955

Toen het bedrijf moest worden uitgebreid, werd het pand verkocht aan garagebedrijf Egbers. Op een later tijdstip komt hier Osnabrugge met huishoudelijke apparatuur in.

Op 15-12-1954 bespreekt de Gemeenteraad het voorstel tot verkoop aan grond aan de Weurtseweg (Roghmans). (De Gelderlander 11/12/1954).

Het bedrijf komt in een van de nieuwe bedrijfshallen die aan deze straat worden gebouwd, Weurtseweg 238. De eerste door mij gevonden (personeels) advertentie is in juli 1955. In 1954 kwamen de broers Roghmans bij hun vader in het bedrijf; vanaf 1972 vormde zij de directie.

In 1987 zou het bedrijf sluiten. Een mooi artikel (tevens bron) staat in de Wester van februari 2021.

Vanuit onder de Kerkboog in de richting van het pand van Vroom & Dreesmann. Dit pand ligt aan de Grote Markt. Vroom en Dreesmann is er al een tijd niet meer. Op 31 december 2015 werd het bedrijf failliet verklaard, 1954-1955 (Foto Grijpink via F14236 RAN CCBYSA)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Grote Markt

Vroom en Dreesmann architectenbureau D. en P. Benning

Vanuit onder de Kerkboog in de richting van het pand van Vroom & Dreesmann. Dit pand ligt aan de Grote Markt. Vroom en Dreesmann is er al een tijd niet meer. Op 31 december 2015 werd het bedrijf failliet verklaard, 1954-1955 (Foto Grijpink via F14236 RAN CCBYSA)
Vanuit onder de Kerkboog in de richting van het pand van Vroom & Dreesmann.
Dit pand ligt aan de Grote Markt. Vroom en Dreesmann is er al een tijd niet meer. Op 31 december 2015 werd het bedrijf failliet verklaard, 1954-1955 (Foto Grijpink via F14236 RAN CCBYSA)

Tijdens het bombardement van februari 1944 werd ook de Vroom en Dreesmann op de Grote Markt verwoest. Op 15 januari 1953 werd begonnen met het graven van de bouwput voor de nieuwbouw, waarbij de winkel op 23 maart 1953 officieel werd geopend. Het ontwerp was afkomstig van architectenbureau D. en P. Benning, met J.H. Fokker als projectarchitect.

Het was, net als de naastgelegen HEMA, een modern gebouw: “De nieuwe V&D moest het grootste en meest beeldbepalende gebouw van de herbouwde binnenstad worden.” (Wederopbouwstad)

Daarbij is er een verschil tussen de gevels aan de Broerstraat en de Grote markt: om aan te sluiten bij de andere bebouwing in de Broerstraat maakte Fokker gebruik van kleine vlakken. De gevel van de Grote Markt heeft echter een monumentaal karakter.

De constructie van het gebouw is gemaakt op basis van een betonskelet volgens een zogenaamde “mushroom-systeem”. Daarbij hebben de muren en gevels geen constructieve functie, maar dienen alleen voor de afscheiding van ruimtes. De dakvloeren bestaan uit bimbetonplaten, opgelegd op betonbalken. (Bouw; centraal weekblad voor het bouwwezen, jrg 11, 1956, no. 28, 14-07-1956, 14-07-1956).

Aanvankelijk lag de hoofdingang op de hoek van de Broerstraat en de Burchtstraat, met aan elke straat daarnaast nog een andere ingang.

IntoNijmegen: “Op de foto uit 1955 is goed te zien waar de hoofdingang oorspronkelijk lag, namelijk op de hoek van de Broerstraat met de Burchtstraat. De bouw was toen bijna klaar om grote aantallen klanten te ontvangen in een tijd van opbloeiende economie en naoorlogs optimisme”.

“Vóór alles werd zorg gedragen dat er ruimte is, zodat de bezoeksters en bezoekers van V. en D. rustig kunnen winkelen en een gemakkelijk overzicht krijgen van het grote geheel.” (krantenartikel bij de opening, zie hieronder)

Bij de opening

Wanneer de Vroom en Dreesmann in maart 1955 open gaat, wijdt de Gelderlander een uitgebreid artikel aan dit gebouw. Daarbij plaatst de krant 2 foto’s (hier niet opgenomen):

  • De roltrap: “Een van de belangrijkste en interessantste elementen in het nieuwe V. En D.-gebouw is de roltrap, welke de cliënten snel naar de verschillende afdelingen brengt.
  • Van de lunchroom: “De rustige, prettige sfeer welke het nieuwe gebouw van V. en D. te Nijmegen kenmerkt, vindt haar bekroning in de lunchroom, welke uitzicht geeft op de Markt.”

In het hartje van Nijmegen verrees monumentaal modern pand van V & D

Welverzorgd geheel, waarin smaak met zakelijkheid wedijveren

Het nieuwe gebouw van Vroom en Dreesmann, een kolos op de Markt, die evenwel niets van een ruige reus, maar alles van een monumentaal, welverzorgd wereldje op zichzelf weg heeft, is voltooid. Donderdagmorgen zullen de poorten voor het publiek opengaan en zal stad en land van binnen willen zien wat met verwonderde ogen aan de buitenkant is gegist. De verwachtingen zullen niet worden teleurgesteld: tot deze conlusie zijn we gekomen, nadat we gistermiddag enkele uren in het nieuwe V. en D. gebouw hebben rondgewandeld. Ja werkelijk, enkele uren. Zoveel is er te zien en in zich op te nemen. Men kan een museum bezoeken en daarna nog eens rustig over alles denken; de indrukken werken na en telkens opnieuw haalt men zich weer iets van het geziene voor de geest. Zo is het ook na een bezoek aan die nieuwe, aesthetisch zo voortreffelijk verzorgde en vernuftige opgebouwde wereld van V. en D. op de Markt te Nijmegen. De stad zal er vol van zijn, het land zal er van spreken, bouwers van warenhuizen in West-Europa zullen er als een staal van moderne zakelijkheid waarbij een combinatie werd gevonden met de menselijke smaak en met de traditie, naar komen kijken. Nijmegen en de wederopbouw van de binnenstad zijn er goed mee, met deze nieuwe V. en D., die als een magneet het wijde achterland zal aantrekken en waarvan het hele zakenleven te Nijmegen de vruchten gaat plukken.

De directeur Drs. R.J.P. Vroom mag met grote trots op zijn met veel beleid gevoerde en met groot doorzettingsvermogen voltooide activiteit tot deze geweldige bouw van het V. en D. gebouw op de Markt terugzien. We zouden niet weten of deze V. en D. de grootste van het land is met zijn 60.000 kubieke meter inhoud; wel zijn wij er van overtuigd dat op de Nijmeegse Markt een van de modernste warenhuizen van West-Europa is gekomen- een gebouw dat als merkwaardigheid heeft dat alle diensten daarin verenigd zijn op een wijze die aan overzichtelijkheid niets te wensen overlaat.

Niet minder dan vijfhonderd personeelsleden zullen bij de opening in het gebouw van V. en D. dat het hartje van de stad werkelijk weer tot een hartje maakt, werkzaam zijn. In de tijd van een enkele week heeft de overhuizing vanuit het pand op het Keizer Karelplein dat in de loop van deze zomer zal worden afgebroken, naar de Markt plaats gehad. Dag en nacht is er gewerkt om de zaak in te richten, om de goederen te sorteren die elke morgen opnieuw magazijn-vol binnenstroomden, of om de etalages in te richten in de smaakvolle én tevens efficiënte opstelling, welke al voor de opening duizenden en duizenden kjkers aantrekt.

Inrichting

Architect P. Benning uit Nijmegen, die zich mag verheugen over de geslaagde uitvoering van zijn plannen begon in samenwerking met de N.V. Dura’s Aannemingsmaatschappij te Rotterdam op 15 Januari met de spectaculaire werkzaamheden tot de bouw. Op die dag werd de bouwput gegraven van het thans voltooide gebouw, waarvan de grondoppervlakte bestaat uit 2739.75 vierkante meter. Voor de verkoopruimte bestaat het vloeroppervlak 6269 vierkante meter; voor de dienstruimte uit 2606 vierkante meter, voor de magazijnen uit 1930 vierkante meter. Aan de Markt is het pand 60 m. lang, aan de Broerstraat 40 m.

Architect Benning construeerde het gebouw zo, dat de verkoopruimten konden worden ondergebracht op de begane grond, op de eerste verdieping en in een gedeelte van de onder-étage.

In het achterste gedeelte van de onder-etage zijn twee verdiepingen geprojecteerd die beide dienstruimten bevatten.

Daar het expeditieterrein achter het gebouw ongeveer 3.30 m. lager ligt dan de begane grond, was het mogelijk in de bovenste verdieping van de onder-etage de expeditie en ontvangst goederen onder te brengen, met de diverse neven-ruimten. In de onderste kelderruimten zijn ondergebracht enige magazijnen en de centrale verwarmingsruimten. Deze magazijnen zijn naast trappen door middel van goederenliften verbonden met de expedities en ontvangstgoederen. Op het niveau van de verkoopruimte in de onder-etage zijn langs de Grote Markt de etaleursruimten met decoratie-afdeling geprojecteerd, langs de zijde Broerstraat een magazijn. De indeling van de tweede verdieping is bepaald door een groot magazijn, waaromheen diverse dienstruimten zijn gegroepeerd. Aan de zijde Grote Markt en Broerstraat zijn de diverse kantoorruimten geplaatst, waarachter, gescheiden door een gang, het keukencomplex. Aan de achterzijde van het gebouw zijn de diverse atelierruimten gelegen. Hiernaast bevindt zich het casino, aansluitend op een ruim dakterras, waarvan het door een glaswand is gescheiden. Het casino is op het zuiden geprojecteerd. In het gebouw bevinden zich drie diensttrappenhuizen, waarvan twee doorgaan tot het dak. De verkoopruimten zijn onderling verbonden door een centrale trap terwijl zowel bij de ingang Broerstraat als bij de hoekingang een trap van de verkoopruimte begane grond naar de onder-etage voert. In het achtergedeelte van de begane grond geeft nog een secundaire trap verbinding met de eerste verdieping.

Op de eerste verdieping is de lunchroom gelegen met uitzicht op de Grote Markt. Het hier achter liggende buffet met spoelkeuken geeft door middel van drie spijsliften contact met het keukencomplex op de tweede verdieping. Eén spijzenlift is permanent verwarmd.

De gevels

Vroom & Dreesman op hoek Grote Markt, Broerstraat, 1960 (Fotopersbureau Gelderland via F15279 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
Vroom & Dreesman op hoek Grote Markt, Broerstraat, 1960 (Fotopersbureau Gelderland via F15279 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)

De gevels van Grote Markt en Broerstraat zijn opgetrokken van natuursteen.

Daar Grote Markt en Broerstraat onderling sterk van karakter verschillen, is ook de vormgeving van de beide gevels constrasterend. Aan de zijde van Grote Markt werd gestreefd naar een enigszins monumentaal karakter, terwijl in de gevel langs de Broerstraat gepoogd werd de schaal en maat van de aansluitende bebouwing zoveel mogelijk aan te passen. Door het toepassen van natuursteen van de zelfde soort en kleur aan beide gevels, werd getracht toch een relatie tussen beide te verkrijgen. Hiertoe werken ook mee de doorgaande etalages met gelijksoortige ingangen aan Broerstraat en Grote Markt. Deze zijn uitgevoerd in ge-anodiseerd aluminium in twee kleuren, terwijl de kleurencombinatie van de hoekingang het negatief vertoont van die der beide andere ingangen. Door het oplopen van zowel Broerstraat als Grote Markt ligt de hoekingang ongeveer 1.30 m. hoger dan de beide andere ingangen. Dit hoogte-verschil werd opgevangen door de ingangsportalen en door de aansluitende gedeelten van de begane grond vloer hellend te leggen. De achtergevel laat de indeling van het gebouw zien. De expeditie-ruimten en ontvangst goederen zijn voorzien van een open wand om zoveel mogelijk licht binnen te krijgen. Daar boven is de opbouw van twee lagen verkoopruimten, voorzien van ruime ventilatie-mogelijkheden; de bovenste verdieping, bevattende dienstruimten is duidelijk van de andere lagen gescheiden door afwijkende gevelbehandeling.

Het interieur

“Atmosfeer”, dat is het kenmerk van de verschillende verkoopafdelingen, waarbij de heer J.J. Michels en zijn organisatie die dit uiterst belangrijke onderdeel van de bouw verzorgden en vooral op bedacht waren om de klant te gerieven en prettig te stemmen. Vóór alles werd zorg gedragen dat er ruimte is, zodat de bezoeksters en bezoekers van V. en D. rustig kunnen winkelen en een gemakkelijk overzicht krijgen van het grote geheel.

Weten ze de weg niet, dan kunnen ze zich wenden tot een geheel aparte en unieke stand voor inlichtingen. Hier worden ze op prettige wijze te woord gestaan. De inlichtingen beperken zich evenwel niet alleen tot V. en D., maar gaan veel verder en hebben ook betrekking op alles wat er in de stad aan accommodatie en vermaak te doen is.

Ze strekken zich zelfs uit over bus- en treinverbindingen en het is niet onwaarschijnlijk dat men hier in de toekomst ook zijn toegangskaartjes voor de verschillende vermakelijkheden kan krijgen.

De heer Michels heeft de plattegrondindeling van de parterre en van de eerste etage zo gemaakt dat het publiek zich gemakkelijk verspreidt over het gehele oppervlak en langs vele wegen het imponerende trappenhuis en de roltrap kan bereiken, zonder verkeersopstoppingen.

De klant kan vlug een overzicht krijgen van de artikelen en snel bediend worden; daarvoor werd het systeem van de vereenvoudigde verkoop en van de pré-selectie toegepast, waarbij verrassende nieuwe vondsten in practijk werden gebracht. Daarbij wordt getracht zoveel mogelijk goederen in gebruik te tonen. Elke afdeling kreeg een eigen karakter, dat het best past met de aard van de goederen die daar worden verkocht.

De ontwerpers zijn er uitstekend in geslaagd om een harmonie tot stand te brengen tussen de verschillende afdelingen en het geheel van het warenhuis; dit werd bereikt dank zij een samenspel van inrichting, kleur, verlichting, het materiaal en de opstelling van het meubilair.

Lunchroom

Een heel bijzonder element, een element van rust en ontspanning, neemt in deze wereld van vooruitgang en traditie de lunchroom in, waar meer dan driehonderd mensen een plaats kunnen vinden aan ruime, gedistingeerde zitjes van waaraf men een goed uitzicht heeft op de Grote Markt, welke nu weer als bij toverslag ten leven is gewekt. Opvallend is in deze royale ruimte de verlichting, waarvan de schalen bestaan uit Venetiaans glas dat een voorname toon heeft.

Een glazen wand scheidt de verkoopafdeling van de lunchroom. Dit siervenster is een geschenk van het gezamenlijk personeel van Nijmegen, Venlo en Tiel aan de directie van V. en D. te Nijmegen. Lambert Simon ontwierp dit geschenk, dat werd uitgevoerd door bij F. van Tetterode te Amsterdam. De drie personeelsgroepen worden voorgesteld door de wapens van Nijmegen, Venlo en Tiel. Symbolisch voor de leidende positie van het bedrijf te Nijmegen, domineert de dubbelkoppige Nijmeegse adelaar in het geheel. Het siervenster werd bewerkt in een combinatie van zandstraal- frais- en polijstechnieken. Lambert Simon ontwierp eveneens een raam aan de andere zijde van de lunchroom, het raam met de jager. Dit is eveneens een geschenk van het personeel.

Van de hand van genoemde kunstenaar zijn ook de bijzonder geslaagde afbeeldingen aan de buitenzijden van de roltrap, versieringen met uitgeschulpt glas. Op de ene afbeelding wordt de geschiedenis verhaald van Prins Willem, die in de omgeving van Nijmegen van zijn gezelschap verwijderd raakte en weer op het goede spoor kwam door het klokgelui van de Sint Steven. De andere afbeelding verhaalt Karel ende Elegast. Het is een daad welke getuigt van culturele zin om deze op zo hoog peil staande afbeeldingen te laten aanbrengen.

Warmte

We zouden tal van nieuwe vindingen kunnen memoreren, welke in het gebouw van V. en D. in toepassing zijn gebracht; vindingen van verkooptechnische aard, maar ook vindingen in de bouw en de inrichting. Het zou ons te ver voeren. We willen evenwel niet verzuimen te wijzen op de verwarming, welke zich niet alleen uitstrekt over het hele complex, maar zelfs de grenzen daarvan te buiten gaat. Ze zoekt de cliënt op, al in het portiek. Wie naar binnen gaat voelt zich aangenaam verrast door de warmte-golf die naar buiten stroomt. Bovendien heeft dit als belangrijk voordeel dat de grote deuren, die de cliënten uitnodigen naar binnen te kome, bijna het hele jaar door, zelfs in het koude seizoen, open kunnen blijven.” (De Gelderlander 22/3/1955)

De voormalige V en D, Broerstraat
De voormalige V en D, Broerstraat

Verdeelde mening

Vooral de gevel aan de Grote Markt, samen met die van de HEMA, verdeelt de meningen, vooral over de vraag of deze gevels bij het historische karakter van de Grote Markt.

Een mooi artikel uit 2023 is hierover te lezen in de Gelderlander op: Zijn warenhuizen aan de Grote Markt niet om aan te zien? ‘Over twintig jaar denken we er anders over

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.intonijmegen.com/ontdek-nijmegen/wijken-in-nijmegen/binnenstad/bijzondere-gebouwen

Grote Markt

Deze pagina verzamelt artikelen die reeds over de Grote Markt zijn verschenen. Eerst echter een korte geschiedenis. Beide zullen van…

Al mot ik krupe beeld Burchtstraat 20230728
#Nijmegen, Burchtstraat, Centrum, Kunstwerken

Al mot ik krupe, beeld van Toon Heijmans

Al mot ik krupe beeld Burchtstraat 20230728
Al mot ik krupe beeld Burchtstraat (juli 2023)

“Al mot ik krupe” is een beeld van Toon Heijmans. Het was een geschenk van het Prinsenconvent aan de stad Nijmegen ter ere van haar 2000-jarig bestaan. Het kunstwerk beeldt de eerste regels van “Al mot ik krupe” uit, een lied van Groadus van Nimwegen.

“Al moet ik krupe

Op blote voeten goan

ik wil nog een keer

Sint Steven heuren sloan”

Dit nummer is een carnavalsnummer, wel Theo Eikmans/Graodus fan Nimwegen in 1952 samen met Jan Lourense heeft geschreven. Uiteindelijk zou het in 1978 als single verschijnen.

Verdwenen Nijmegen

Al mot ik krupen op blote voeten gaon (december 2025)
Al mot ik krupe op blote voeten gaon (december 2025)

Opvallend genoeg is de inhoud van het liedje vrij melancholisch: over een Nijmegen dat er niet meer is:

“Woar is toch de Liendenberg
Woar is de zeigelboan
Woar is toch die verkensmert
En die mooie langeboan
Alles is afgebroken
Geen huus is blieven stoan”

De hele tekst is te vinden op: https://nijmegenklinkt.nl/wp-content/uploads/2016/05/Al-mot-ik-krupe-songtekst.pdf (tevens bron)

Een mooi artikel over de totstandkoming van het liedje is te vinden op: https://www.gelderlander.nl/nijmegen/biografie-van-een-stadslied-hoe-al-mot-ik-krupe-uitgroeide-tot-het-officiele-volkslied-van-nijmegen~ac319937/

Toon Heijmans

Antonius Arnoldus Maria Heijmans (Nijmegen 19 october 1926 – Nijmegen 27 mei 2018) was een leraar en kunstenaar.

Ad Lansink schreef op zijn site een biografie naar aanleiding van diens overlijden.

Officieel Stadslied

Al mot ik krupen... Ik wil nog een keer sint steven heuren slaon
Al mot ik krupe… Ik wil nog een keer sint steven heuren slaon

Sinds 17 december 2025 is Al mot ik krupe het officiële stadslied van Nijmegen. Het was een idee van burgemeester Bruls, die afgelopen 10 jaar had gemerkt dat het liedje het “inofficiële stadslied” was. Daarom vond hij het een goed idee om er het officiële stadslied van te maken. Zie het filmpje op de site van RN7:

https://www.rn7.nl/nieuws/artikel/embargo-al-mot-ik-krupe-uitgeroepen-tot-officieel-stadslied-van-nijmegen

(Overige) Bronnen en verder lezen

Kunst op Straat

Burchtstraat

De Burchtstraat is al eeuwenlang een van de belangrijkste straten van Nijmegen. Eeuwenlang was deze van belang doordat het de…

Gerzon architecten Reynen en Lelieveldt

In 1931 had Gebr. Gerzon’s Modemagazijnen uit Amsterdam een filiaal aan de Korte Burchtstraat 17-19 geopend, welke in de Tweede…

Broerstraat met Molenstraatkerk in feeststemming (november 2025)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Molenstraat

Molenstraatkerk

Broerstraat met Molenstraatkerk in feeststemming (november 2025)
Broerstraat met Molenstraatkerk in feeststemming (november 2025)

De oude Molenstraatkerk werd tijdens het bombardement van 1944 beschadigd. Tussen 1958 en 1960 wordt het achterste deel van de kerk gebouwd naar de plannen van Siebers en Van Dael uit Breda en J. Coumans. Daarbij blijft het oude, neo-gotische koor behouden.

Door het bombardement van 22 februari 1944 raakt de kerk zwaar beschadigd. Er kwamen daarbij in ieder geval 7 vrouwen om het leven; vanwege de carnaval was het veertigurengebed aan de gang.

Het gebouw wordt na het bombardement provisorisch hersteld van maart 1944 tot Pasen 1946, naar de plannen van architect J. Coumans. Daarbij werd de kerk verkleind, omdat de overheid had bepaald dat de kerk alleen hersteld mocht worden met materiaal afkomstig uit de gebombardeerde kerk.

Nieuwbouw

Tussen 1958 en 1960 wordt het achterste deel van de kerk gebouwd naar de plannen van Siebers en Van Dael uit Breda en J. Coumans. Daarbij werd het oude, neogotische, koor en trancept opgenomen in de bouw van deze Molenstraatkerk: “. Het voorste gedeelte, waar het priesterkoor zich bevindt, werd daarmee zo harmonisch mogelijk verenigd. Duidelijk zijn de neogotische en jaren ’60-structuren te herkennen. De kleur rood en de strakke glas-in-loodramen verbinden beide delen harmonisch.” https://www.stefanus.nl/?view=article&id=46:petrus-canisiuskerk (zie hier ook voor een beschrijving van de kerk)

De klokkentoren bestaat uit een kolom van baksteen. Hij is geïnspireerd op de Italiaanse campanile; een campanile is losstaande klokkentoren. Ook de torens van het station en de Dominicuskerk zijn geïnspireerd op een dergelijke toren.

Aan de voorkant is een galerij, welke als buffer tussen de drukte van de winkelstraat en de kerk dient. Daarbij maakten kunstenaars versieringen op de vloer in de vorm van 2 mozaïeken en boven de ingangen zijn betonnen versieringen. De galerij aan de voorzijde dient als buffer tussen de drukke winkelstraat en de kerk. Beeldende kunstenaars maakten versieringen: de vloer is ingelegd met twee mozaïeken. Boven de drie ingangen zijn ronde betonnen versieringen aangebracht met Bijbelse voorstellingen. Een opvallende versiering tussen de zuilen is het Christusmonogram.

Christusmonogram

(Overige) Bronnen en verder lezen

Detail Kerstgroep, gemaakt door Wim van Woerkom, Molenstraatkerk (december 2025)
Detail Kerstgroep, gemaakt door Wim van Woerkom, Molenstraatkerk (december 2025)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Molenstraatkerk

https://www.intonijmegen.com/locaties/4055380606/petrus-canisiuskerk

https://nl.wikipedia.org/wiki/Campanile_(klokkentoren)

Molenstraat

Deze pagina verzamelt artikelen die reeds over de Molenstraat zijn verschenen. Geschiedenis van de Molenstraat De weg die tegenwoordig Molenstraat…

Kreymborg architect Kramer

In september 1953 opent Kreymborg haar nieuwe nieuwe winkel op de hoek van de Ziekerstraat en Molenstraat. Deze is herbouwd…

Boekhandel Kloosterman in de Broerstraat: gezien vanuit de Molenstraat, midden rechts de Pauwelstraat; op de achtergrond het restant van de door oorlogsverwoestingen gehavende St. Dominicuskerk, 1950 (Commissariaat van Politie afd Fotografie via F15109 CC0) architect Lelieveldt
#Nijmegen, Broerstraat, Centrum, Gebouw van de dag

Boekhandel Kloosterman Broerstraat architect Lelieveldt

1950 Broerstraat 68, Plein 1944 147-150 Centrum

Boekhandel Kloosterman in de Broerstraat: gezien vanuit de Molenstraat, midden rechts de Pauwelstraat; op de achtergrond het restant van de door oorlogsverwoestingen gehavende St. Dominicuskerk, 1950 (Commissariaat van Politie afd Fotografie via F15109 CC0) architect Lelieveldt
Boekhandel Kloosterman in de Broerstraat: gezien vanuit de Molenstraat, midden rechts de Pauwelstraat; op de achtergrond het restant van de door oorlogsverwoestingen gehavende St. Dominicuskerk, 1950 (Commissariaat van Politie afd Fotografie via F15109 CC0)

Een van de eerste gebouwen dat herbouwd is, is dat van boekhandel Kloosterman. Architect Lelieveldt zorgde voor het ontwerp. Deze boekenwinkel had al vele jaren bestaan, totdat het bombardement van februari 1944 het pand verwoestte.

Ook Plein 1944 147-150 maakt onderdeel uit van dit gebouw: let op de Phoenix bovenin Augustijnenstraat 147-150!

Vooraf: Kloosterman op de Broerstraat

Kloosterman (het witte gebouw op de achtergrond, recht de straat inkijkend): Gezien vanuit de Molenstraat. Rechts de Ziekerstraat, links de Zeigelbaan. Op de achtergrond boekhandel Kloosterman op de hoek van de Houtstraat, 1925-1930 (F15124 RAN)
Kloosterman (het witte gebouw op de achtergrond, recht de straat inkijkend): Gezien vanuit de Molenstraat. Rechts de Ziekerstraat, links de Zeigelbaan. Op de achtergrond boekhandel Kloosterman op de hoek van de Houtstraat, 1925-1930 (F15124 RAN)

Boekhandel Kloosterman zat al vele jaren op de hoek van Broerstraat met de Houtstraat. Hoewel de geschiedenis nog na moet worden gegaan, is er ook een foto uit 1887 gevonden, zie GN604.

Jan Franciscus Kloosterman (Nijmegen, 5/5/1823) komt in het Bevolkingsregister van 1860 voor als Commissionair in Koren en Boekhandelaar; in 1850 was het “koopman”.  Op 6 juni 1866 overlijdt hij. Hij is getrouwd met Johanna Cecilia van der Heijden (Nijmegen, 28/11/1817). Ook Johan Philip Christiaan Mesenig (Xanten, 12/2/1836) komt dan al op dit adres voor. Daarbij is moeilijk na te gaan wat er gebeurd: volgens de kaart van het Bevolkingsregister 1860 vertrekt hij naar ’s Hertogenbosch op 28-6-1866, hoewel hij ook op de kaart van 1870 voorkomt, waarbij hij vertrekt naar Wijk C 29.

In ieder geval draagt de Weduwe J.F. Kloosterman in juli 1885 de firma over aan Joh.P.C. Mesenig “die mij sedert 19 jaren trouw assisteerde” (advertentie PGNC 17/7/1885).

Vervolgens neemt neemt Gerard J.A.M. Janssen in mei 1893 de firma J.F. Kloosteman over van Joh.P.C. Mesenig (PGNC 16/5/1893).

Nieuwbouw door architect Lelieveldt

Kloosterman’s Boekhandel, Architect J.A. Lelieveldt, getekend 25-11-1949 (D12.410205) Hoek Plein 1944 en Broerstraat
Kloosterman’s Boekhandel, Architect J.A. Lelieveldt, getekend 25-11-1949 (D12.410205)

Architect J.A. Lelieveldt ontwerpt in het nieuwe gebouw van Kloosterman, op de hoek van Plein 1944 en Broerstraat.

Phoenix

Phoenix met 1950 op Plein 1944
Phoenix met onder de vleugels “1950” op Plein 1944

In het gebouw bevindt zich een bijzondere gevelsteen: dat van een Phoenix met onder de vleugels het jaar 1950, als teken dat ook Nijmegen uit de brand verrijst. De tegel bevindt zich boven de ramen van de Augustijnenstraat.

Bij de opening van Kloosterman

Chris le Roy bespreekt de nieuwe boekhandel van Kloosterman aan de hand van een gevelsteen.

Een gevelsteen: Zegel op het bouwwerk”

Het wordt ernst met de wederopbouw van Nijmegen en het doet goed te zien en te beleven hoe er gewerkt wordt, wat er tot stand wordt gebracht. Straks zal inderdaad een ruimer, een grootser Nijmegen, een feit worden, een Nijmegen, dat open staat voor …(?), en waar de vreemdeling gaarne toeft; een stad die, hoe specifiek zij ook moge georiënteerd zijn, niets meer wil weten Van die middeleeuwse tendensen, die slechts verstikkend kunnen werken ten opzichte van een algemeene ontwikkeling, die een …aad voor elke gemeenschap. Reeds in vroegere jaren schreven we over de wederopbouw van Nijmegen en spraken de hoop uit, dat onze kunstenaars zouden worden betrokken bij die wederopbouw.

Het gebeurt, gelukkig, maar nog te weinig.

Eén bouwwerk wil ik lichten uit alle anderen op dit ogenblik. Het is de nieuwe boekhandel firma Kloosterman (d.w.z. de heer Janssen (?)). Eenvoudig, sterk en doelmatig staat hij daar. Meer.. wezen wij er op, dat de ..komst de stijl moet zijn van de doelmatigheid. Doelmatigheid is hard en houd geen stand.

Er is een doelmatigheid, waaraan zich koppelt sobere sier en tooi, verlichting en gerief. En dat is toegepast bij de bouw van de zaak daar in de Broerstraat, dat is gevoeld door genoemde heer Janssen.

De architect, de heer Lelieveldt, heeft het begrepen, en zijn werk… geheel is van buiten en binnen een werk geworden, dat het stadsbeeld siert op een voortreffelijke wijze.

Onze taak bepaalt zich er toe te zien naar het werk, dat behoort tot de elementen, die de doelmatigheidsstijl tot een waarachtige stijl maken, tot één dus, die blijvend zal staan in de tijd van heden en straks.

Daar is dan van buiten de gevelsteen, gebeeldhouwd door de beeldhouwer Jacq. Maris.

De functie van deze steen is, zoals de heer Janssen het uitdrukte, dat hij zal wezen: “zegel van het bouwwerk”.

En dat is deze steen, in gave synthese bewerkt, voorstellende een vrouwfiguur en een manfiguur, symboliserende poëzie en proza. Het geheel gebonden door een reliëfband, waarin s opgenomen, wat het bouwwerk, waarvan die steen het zegel is te bieden heeft, boeken o.a. op velerlei gebied en wij hopen voor al die werken in algemene zin, dat zij Gods zegen meedragen in de huizen der mensen. En juist omdat het zó is met dit bouwwerk, dat een zegel draagt van Maris’ hand, zó zuiver gevoeld en begrepen, hebben wij zo’n achting voor deze ganse prestatie, voor het geheel. Er is méér. Aan beide zijden prijkt de naam Kloosterman, niet “zó maar”, doch zuiver van verhouding en kleurtoon tot het geheel. De zijgevel zag in zich opgenomen een reclame voor een vulpen. Dit is geen eenvoudige zaak. Ook de oplossing voor deze reclame is af en volkomen geslaagd, naar kleur, opstelling en letterschrift.

Advertentie Storm over Nijmegen (De Gelderlander 18/7/1945)
Advertentie Storm over Nijmegen (De Gelderlander 18/7/1945)

Het boekje “Storm over Nijmegen is verkrijgbaar bij Kloosterman’s boekhandel.

Hierin beschrijft W. Imar Kula de september van 1944. Tegenwoordig staat het boek online

Wij gaan naar binnen onder het stenen zegel door en bezien het interieur.

Logisch, als een orgaan, onverbrekelijk verbonden met het geheel, is het ingezonken open kantoor met de telefoon, alweer zuiver van verhouding in de compositie van dit geheel.

Er zijn daar binnen 4 langwerpige, opstijgende gebrandschilderde ramen, die de aandacht waard zijn, ramen, die geheel voldoen aan het door laten van getemperd buitenlicht in een straat.

Deze gebrandschilderde ramen bleven glas en zijn geformeerd en bewerkt door de Sittardse glazenier Rummens. Daar is de “boekenwurm”, geestig, rustig, uitstekend, en zo is het ook met de andere ramen, vooorstellend Laurens J.zn. Koster, Joost v.d. Vondel en “Leves spiëntiae”.

Ja, hier is een bouwwerk, waarin met recht een 100-jarig jubileum mocht worden gevierd kort geleden. Het is, dunkt ons, ook voor onze gemeente-bestuurderen wel zeer verblijdend, een dergelijk pand te zien opgenomen in ons stadsbeeld en wij hebben en stil vermoeden ook denkende aan de medewerkende kunstenaars, dat onze Burgemeester en zijn secretaris voldoening hebben gevoeld over dit resultaat. De gevelsteen, het gebrandschilderde raam, het mozaïek, het uithangbord (in velerlei vorm) en onze nieuwe specifieke reclamekunst zijn in het grote stadsbeeld niet alleen onmisbaar, maar zijn maatstaf tot dat, wat er in een stad leeft en hoe het leeft. Het zijn de levende verluchtingsmogelijkheden van formaat en dienen aan kunstenaarshanden te worden toevertrouwd.

Een gelukwens met een aanwinst voor Nijmegen, zoals het door ons besproken bouwwerk er een is, mocht van af deze plaats niet worden nagelaten.

Chris le Roy” (Nijmeegsch dagblad, 18-10-1950)

Muurschildering Minerva, Pegasus en Mercurius

Op de bovenste foto is de vulpen die Le Roy noemt goed te zien. Hij noemt in ieder geval 1 kunstwerk niet bij naam: een muurschildering op de trappengalarij uit 1952 van Ted Felen. Hierop staan Minerva, Pegasus en Mercurius. Een foto is vinden op GN3844. de muurschildering is bij de sloop verloren gegaan.

Vervolg

Kloosterman links op de hoek in 1966: gezicht in noordelijke richting, vanaf boekhandel Kloosterman (links) en schoenwinkel Van Haren (rechts) op de hoek van de Broerstraat , gezien in de richting van de Grotestraat
Kloosterman links op de hoek in 1966: gezicht in noordelijke richting, vanaf boekhandel Kloosterman (links) en schoenwinkel Van Haren (rechts) op de hoek van de Broerstraat , gezien in de richting van de Grotestraat (Fotopersbureau de Gelderlander, auteursrechthouder J.F.M. Trum via F21336 RAN CCBYSA)

Kloosterman heeft nog vele jaren op deze locatie gezeten.

Uit eigen herinnering: eind jaren 80/begin jaren 90 is zij verhuisd naar een pand aan de overkant.