Huidig: Pauwelstraat 2-6 en poortgebouw (oktober 2022)
Brinkman’s Rietmeubelen is de eerste zaak die herbouwd is in de Pauwelstraat. In 1950 vond de opening plaats. Charles Estourgie was de architect. Het project is afgemaakt door zijn zoon Emile Estourgie. Daarbij was ook een poortgebouw, waar straks “door deze poort zullen straks duizenden en nog eens duizenden gaan”. Dat laatste lijkt niet helemaal juist.
“Eerste winkel in de nieuwe Pauwelstraat: Brinkman’s Rietmeubeulen vanmiddag geopend
Zo langzamerhand komt er meer tekening in de wederopbouw van de binnenstad. Vandaag wordt weer een mijlpaaltje bereikt, wanneer vanmiddag als eerste aan de nieuwe Pauwelstraat de heer Brinkman zijn nieuwe zaak in rietmeubelen enz. geopend heeft. Dan bestaat er weer een Pauwelstraat en is weer een der oude Nijmeegse zaken in eigen tehuis. Want ook de heer Brinkman heeft sedert 22 februari 1944 toen zijn zaak werd verwoest “ingewoond” om tenslotte in de Lange Koningstraat terecht te komen. Nu is ook voor hem het leed geleden en kan het bedrijf, in wijde omgeving enig in zijn soort, weer de vleugels uitslaan.
Architect Ch. Estourgie heeft hier wel een bijzonder fraai geheel geschapen; vol eenvoud en toch indrukwekkend en zo juist afgestemd op het karakter van dit bedrijf. Een winkelfront uit Beiers kunstgraniet met twee étalages; een ruime frisse winkel in lichte kleuren geschilderd en beneden een doelmatige toonkamer.
Bouw v/e Winkelhuis met Werkplaats en 2 Bovenwoningen v.d Heer W.F.J. Brinkman a/d Pauwelstraat (Detail D12.409479)
Boven de werkplaats een opslagruimte en tijdelijke expositie.
Voor de grote verscheidenheid van artikelen in welke soort of kleur riet dan ook, zien hier vele mogelijkheden,. Een pand, dat ook al staat het straks tussen talrijke andere nieuwe panden zal blijven opvallen.
Naast de nieuwe winkel is tevens de poort gebouwd, waardoor straks de achteruitgangen van de nieuwe panden in deze omgeving kunnen worden bereikt en waardoor men ook naar het stadhuis zal kunnen komen. Door deze poort zullen straks duizenden en nog eens duizenden gaan en zeer terecht heeft de heer Brinkman in de zijmuur twee vitrines laten maken, om daarin de aandacht te vestigen op de keu van kleinere artikelen welke in zijn zaak eveneens te vinden zijn.
Maar dezer dagen nog zal men in de doorgang nog een geheel rieten zomerhuisje kunnen vinden, dat het bekijken waard is. Trouwens, al is de Pauwelstraat nog niet “vol” de gemeente zorgde reeds voor een bestrating en een wandelingtje naar deze nieuwe zaak loont de moeite.
Architect Estourgie en aannemer Verstegen uit Montfoort hebben alle eer van hun werk.” (De Gelderlander 15/7/1950)
De bouwwerkzaamheden van de nieuwe Winkel van Brinkman Rietmeubelen, ontworpen in 1950 door Charles Estourgie en afgemaakt door zijn zoon Emile Estourgie, i.o.v. W.F.J.Brinkman, 1949-1950 (F19352 RAN)
Daalseweg 238 hoek Mozartstraat, gebouwd naar ontwerp architect Arntz in 1921; met muurschildering zes componisten (september 2024)
Dit pand is gebouwd als middenstandswoning naar ontwerp architect G.J. Arntz in 1921. In 1931 vond de verbouwing naar winkelhuis plaats. Het ontwerp van architect van der Kloot. In 1948 vond verbouwing plaats, waarbij de winkel werd vergroot. Hier leverde architectenbureau Hub. A.M. v.d. Velden te Oss het ontwerp.
Het pand van Daalseweg 238 (Kad. Hatert Sectie A no 4230) is oorspronkelijk gebouwd als woonhuis, een middenstandswoning voor den heer J.G. Dekkers. Architect daarbij was G.J. Arntz.
middenstandswoning voor den heer J.G. Dekkers, architect G.J. Arntz, Dossier 03-06-1921. (detail D12.386488)
Winkelhuis Groentenhandel H. Toussaint, architect van der Kloot
Daalscheweg 238, 1931
De verandering van een woonhuis en winkelhuis betekent qua indeling vooral dat het voorste deel van het gebouw een winkel wordt. Het achterste gedeelte blijft woning. Daarnaast wordt de voorgevel aangepast.
Op de tekening van van der Kloot zijn de pijpen verdwenen. Echter: bij de oude toestand heeft hij de pijpen alleen bij de achtergevel getekend, terwijl Arntz ze zowel bij de voor- als achtergevel heeft getekend.
Nieuwe toestand:Plan verbouwen v Woonhuis Daalscheweg 238 tot Winkelhuis, architect van de Kloot, Dossier 05-05-1931 (D12.396754 detail)
Het PGNC schrijft bij de opening:
“Groentenhandel H. Toussaint.
Morgen, Zaterdag, vindt aan den Daalscheweg No. 238 de opening plaats van een nieuwen winkel, n.l. van een handel in groenten, aardappelen, fruit en comestibles, eigenaar de heer H. Toussaint. De nieuwe winkel, gebouwd onder architectuur van den heer v.d. Kloot is zeer doelmatig ingericht, voldoet aan alle eischen van hygiëne, terwijl het inwendige een keurigen, helderen indruk maakt. Aannemer was de heer Sütmuller, het glas in lood werd geleverd door de firma Bilderbeek, de firma M. Brans verzorgde het schilderwerk en de firma Van Veen de electrische installatie. Het behoeft wel geen twijfel te lijden of de nieuwe zaak zal zich in dit zich steeds uitbreidende stadsgedeelte wel spoedig een vaste cliëntèle verworven hebben.” (PGNC 19/6/1931)
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
1948, bouwkundig medew H.E. Teering, dossier oktober 1948
Oude toestand
Nieuwe toestand
Verbouwing Winkelpand (incl herstel oorlogsschade), tekening maart 1948 (D12.408008 detail).
De uitwendige verbouwing in 1948 lijkt vooral het plaatsen van een aantal ramen in de zijgevel te zijn. Inwendig vooral dat de woonkamer bij de winkel wordt getrokken. De woonkamer daarbij verplaatst naar de 1e verdieping.
Tot slot zijn er verbouwingen uitgevoerd in 1979 en 2007.
Om de overlast van graffiti op de blinde muur van de Mozartstraat tegen te gaan, nam de buurtvereniging, samen met de eigenaresse van het pand en met subsidie van de gemeente het initiatief voor een muurschildering van zes componisten. Remco Visser is de maker van deze schildering, die veel enthousiaste reacties krijgt.
Voorgevel van de St. Jozefkerk, architect Claase (F14567RAN)
De architect B.J. Claase ontwierp de St. Josephkerk (of St. Jozefkerk). De kerk werd gebouwd in 1908-1909 in neo-romaanse stijl, met haar voorgevel naar het nieuwe Keizer Karelplein. Vanaf 1 maart 2004 heet het de Titus Brandsma Gedachteniskerk.
Noodkerk
Voor deze kerk ging een noodkerk vooraf. Oorspronkelijk had architect Nicolaas Molenaar sr. een grote neogotische kerk voor deze locatie ontworpen. Op dat moment was het Keizer Karelplein slechts een aantal jaren oud. Deze kwam er niet, wel een door hem ontworpen kleine noodkerk, gebouwd in 1888. Molenaar was ook de architect van de Igantiuskerk in de Molenstraat uit 1897 (Deze is waarschijnlijk beter bekend als Canisiuskerk, zoals deze vanaf 1925 heette). Claase was voor Molenaar opzichter geweest bij onder andere het Canisius College. In 1907 ontwierp Claase de St. Jozefkerk, welke een bijkerk was voor de St. Ignatius-parochie. De noodkerk werd in 1923 verbouwd tot parochiehuis en staat er eveneens nog steeds. Evenals de Ignatiuskerk was Jozefkerk een Jezuïetenkerk.
Bouw kerk
Jozefkerk met omliggende panden aan het Keizer Karelplantsoen, 1913 (F14443 RAN)
In tegenstelling tot veel kerken die in neogotische stijl gebouwd worden is dit een neo-Romaanse kerk. De Gelderlander refereert dan ook dat dit gebouw aan de “Romaansche bouwvormen aan het Valkhof herinnert’. (De Gelderlander 27/5/1909) . Het artikel vergelijkt de kerk met “Aan het Keizer-Karelplein beurt nu al sinds een paar maanden de nieuwe St.-Jozefkerk, bestemd om het kleine hulpkerkje te vervangen, haar trotschen, met het gulden kruis bekroonden koepel en haar beide voortorens ten hemel, als een zinnebeeld van het oude en nog steeds jeugdige geloof van Karel de Groote. Stichtte de machtige keizer op zijn Valkhof, naar het model van Akens dom de kapel, wier eerbiedwaardig overblijfsel wij nog met piëteit bewaren, thans, meer dan duizend jaren later verrees aan het plein, dat zijn grooten naam draagt, een trotsche tempel, die in zijn Romaansche bouwvormen aan het heiligdom op het Valkhof herinnert.
Gelukkige gedachte van den bouwmeester, waardoor ongezocht zoowel de onveranderlijkheid van he geloof als de machtige kampioen van het geloof wordt gehuldigd.”
Onderaan dit artikel staat een uitgebreid stuk van PGNC naar aanleiding van de opening.
Bezienswaardigheden
glas-in-loodramen in het koor door Joep Nicolas (1926-1928).
Apostelvenster (1915), oostelijke transept, door Jan Toorop. Op het bovenste venster, een rozetvenster, staat Jezus Christus zittend op een troon. Daaronder 6 vensters met elk 2 apostelen. Een mooie site hierover is die van Paul Verheijen http://www.paulverheijen.nl/toorop-apostelraam.php
Jezuïetenraam, tegenover het apostelvenster, Wilhelm Derix
Het tabernakel door de Utrechtse Edelsmidse Brom (ca. 1930).
Titus Brandsma Gedachteniskerk
In 1985 is Titus Brandsma zalig verklaard. Dan wordt de Titus Brandsma Gedachteniskapel uit 1960, bij het klooster Doddendaal, een centrum van verering.
Na renovatie van de Jozefkerk in 1997 wordt deze cultus overgebracht naar deze kerk. Vanaf 1998 heeft Titus Brandsma hier een kapel. Hierbij is de expositie in de rechterzijbeuk gewijd aan de nagedachtenis van Titus Brandsma en daarbij zijn levensweg en spiritualiteit onder de aandacht brengen.
In 2004 wordt de Jozefkerk hernoemd naar de Titus Brandsma Gedachteniskerk. Dat betekent eveneens dat het kerk van de (geschoeide) karmelieten is in plaats van de Jezuïeten.
PGNC bij de opening
Luchtfoto van het Keizer Karelplein: onderin links de St. Jozefkerk, in het midden de St. Annastraat en rechts Concertgebouw De Vereeniging; bovenin links de Van Schaeck Mathonsingel, in het midden de Nassausingel en rechts de Bisschop Hamerstraat, 1920-1925 (F58045 RAN)
Het PGNC schrijft naar aanleiding van de opening:
“De nieuwe St. Jozefskerk,
In tegenwoordigheid van vele belangstellengden had hedenmorgen ten 8½ uur de plechtige inzegening plaats van de nieuwe St. Jozefskerk aan ’t Keizer Karelplein, eene hulp- of bijkerk der St. Ignatius-parochie.
De inzegening geschiedde door den Z.Ew. heer G.M.
Bouw kerk Bonnike S.J., pastoor van genoemde parochie, geassisteerd door de verschillende geestelijken der vier parochiekerken. Na afloop werd een plechtige Hoogmis opgedragen door den rector der nieuwe kerk, den Z.Ew. pater P.F.H. van Hooff, geassisteerd door de Eerw. paters Verhoeven en de Greeve S.J. Na de Mis hield pater v. Hooff een treffende toespraak naar aanleiding van Psalm 121, ‘Laetate sum’ (ik ben verheugd) waarin koning David’s vreugdevolle opgang naar den nieuwen tempel van Jeruzalem vermeld wordt. Onmiddellijk hierna werd het Allerheiligste van uit het oude hulpkerkje in plechtige processie, onder het spelen der muziek van de Kath. Gezellenvereeniging, omringd van een dicht opeen gedrongen knielende menigte, naar de nieuwe kerk overgebracht.
Wij laten hier een beknopte beschrijving van de nieuwe kerk, die 1500 bezoekers kan bevatten, volgen:
De kerk is gekeerd met haar voorgevel naar het Keizer Karelplein en met haar zij- en achtergevels naar de van Triest- en Stijn Buijsstraten, terwijl aan de zijde van Trieststraat de sacristiën zijn aangebouwd; het geheel ligt op een vrij en ruim terrein, zoodat het massief bouwwerk in zijn geheel is te overzien.
Het uitwendige van dezen bouw, welke geheel in Romaansche vormen is doorgevoerd, treft door zijn eenvoud, daar zij geheel is uitgevoerd in baksteen met een spaarzame toepassing van natuursteen, waar dit noodig en wenschelijk was.
Verschillende versieringen moeten nog worden aangebracht, zooals beelden in enkele nissen en mozaïek-tableaux boven de hoofdingangen, waarin een beeld zal worden geplaatst van den kerkpatroon, geflankeerd door de Nijmeegsche geloofshelden Petrus Canisius en Bisschop Hamer.
Een forsche massieve koepel rijst vierkant uit het dak op en gaat in achtkantigen vorm over; haar spits is bekroond met een zwaar koper verguld kruis.
Aan den voorgevel bevinden zich twee traptorens, die toegang geven naar het zangkoor, naar de kapwerken en klokkenzolders; de klokken zullen binnenkort worden ingehangen.
Wanneer men de kerk, die ruim voorzien is van ingangen met voorportalen, aan den voorgevel binnentreedt, ontwaart men direct den centraalbouw aan zijn vorm: weinig kolommen, kort en breed, zoodat er in de kerk slechts zes kolommen geplaatst zijn; op vier dezer kolommen is de koepel opgetrokken. De binnenwerksche afmetingen zijn tusschen de transseptgevels 29.50 M. De hoogte der zijbeukgewelven bedraagt 8.40 M., van den hoofdbeuk 16.80 M., van het koepelgewelf 27 M. (de buitenwerksche tot aan den dwarsarm van het kruis 37.85 M.). Inwendig vindt men denzelfden eenvoud en vormen, die men buiten opmerkt, met uitzondering evenwel, dat men voor de hoofdbogen de spitsboog bemerkt; deze is berekend op de groote overspanningen en de daarop rustende zware drukking. De constructiedeelen als van pijlers, pilasters en bogen zijn alle in gelen steen gemetseld, de overige muur- en gewelfvlakken zijn gepleisterd, met het oog op later aan te brengen polychromie. Het priesterkoor is uit den aard der hooge betekenis een weinig rijker door zijn twee hooge omgangen, waarvan de benedenpijlers gepolijst graniet zijn en hier eenige afwisseling is aangebracht door beeldhouwwerken en zandsteen. Verder bevinden zich naast het priesterkoor twee halfronde altaar-kapellen, terwijl bij den voorgevel aan de zijgevels eveneens twee halfronde kapellen zijn aangebouwd, die als devotie-kapellen worden ingericht.
Inwendig blijft de koepel met zijn zacht getemperde glasramen een der attracties van dezen bouw; een aangename lichtverspreiding is verkregen. Het gewelf van dezen koepel is 29M. boven den kerkvloer gelegen.
Onder de sacristiën en de daaraangrenzende altaar-kapel bevinden zich kelders, waarin de toestellen zijn geplaatst voor centrale verwarming en electrisch licht. Deze laatste voldoen aan de hoogst gestelde eischen; de centrale verwarming is aangebracht door den heer Lafeuillade te Brussel, die van ’t electrisch licht door de Allgemeine Elektricitäts Gesellschaft.
De kerk is nog bijna ongemeubileerd, het thans aanwezige weinige meubilair is, behalve stoelen en eenige banken, uit het oude hulpkerkje afkomstig. Wanneer echter meer waardige- in overeenstemming met ’t geheel- er voor in de plaats komen, zal men eerst kunnen zien wat men ook met een eenvoudig romaansch bouwwerk verkrijgen kan.
Architecten van deze kerk- waarvan goedgeslaagde ansichtkaarten in den boekhandel van den heer De Wit te verkrijgen zijn- is de heer B.J. Claase, terwijl de aanneming is geschied door den heer N.J.H. Groenendaal te Breda.
Een woord van lof verdienen de heeren Nuijten en Van der Pluijm, welke respect. als opzichter en uitvoerder fungeerden en onder wier leiding de bouw dezer kerk- waarvan op 6 Mei 1908 door Mgr. Bronsgeest de eerste steen werd gelegd- geheel zonder stoornis of ongelukken is tot stand gebracht.” (PGNC 27/5/1909)
Deze Pagina verzamelt artikelen die reeds over Bottendaal zijn gepubliceerd. Lunet Bottendaal: afvalplaats voor botten? Bottendaal is vernoemd naar een…
Kerkstraat met op voorgrond Stenen Bank (januari 2021)
Het huidige Kerkstraat 4 is waarschijnlijk vooral bekend als (voormalige) kwekerij. En van het tafeltje waar je zomers courgettes en appels kunt kopen. Het gebouw is rond 1875-1880 echter gebouwd als boerderij.
Boerderij
Waarschijnlijk heeft er een hernummering (in 1921?) voor Kerkstraat 4 (en 2) plaats gevonden en was het oude adres Kerkstraat 236. In de Adresboeken komt Kerkstraat 2 Hees het eerst voor in 1912-1913; Kerkstraat 4 het eerst voor in 1920). Hiervan uitgaande:
De eerstgevonden naam op Kerkstraat 236 is J.A. Otten, landbouwer in Hees in het Adresboek 1899.
In 1901 zijn er 2 meldingen van een Remmers: G en W.A., beiden vermeld als landbouwer; in 1901 eveneens een J en L Peters, landbouwers. Deze J en L Peters, landbouwers, komen eveneens voor in 1902 en 1903, terwijl W.A. Remmers, landbouwer in 1902 ook op dit adres voorkomt.
Koldenhof & Zoon, rozen- en bomenkwekers
Ran vermeldt deze afbeeling als: De woning van de rozenkweker A. Koldenhof, gezien vanuit de Korte Bredestraat , met links de Kerkstraat en rechts naar de Bredestraat, 1890-1900 (F67049)
Op bovenstaande foto staat het pand weergegeven. Het is echter niet geheel duidelijk wanneer deze foto genomen is: als boerderij (in 1890-1900 zat Koldenhof hier nog niet) of al in gebruik van Koldenhof, maar dan nog vóór de verbouwing uit 1918. Leuk detail: op de plek waar nu ongeveer de Stenen Bank staat, was het daarvoor ook goed toeven.
In 1905 woont A. Thijssen er.
In 1907 komt A. Koldenhof, rozenkweker voor.
RAN: De woning van de rozenkweker A. Koldenhof, 1890-1900 (F18926); waarschijnlijk is het wel een kwekerij, maar Koldenhof heeft zich pas vanaf 1905 hier gevestigd.
In het van oorsprong boerendorp vestigden zich steeds meer welgestelden. Vooral na de aansluiting op het spoor (vanaf 1865 met Kleef/Duitsland en vanaf 1879 met Nederland)
Vooral na 1850 kwamen er enkele grote kwekerijen, die aan de behoeften van deze renteniers en bewoners van de stad buiten de inmiddels ontmantelde vesting wilden voldoen. Een van deze was Koldenhof.
Albert Koldenhof is op 12-2-1857 geboren te Apeldoorn. Op 24 november 1905 vestigt hij zich in Kerkstraat 236. Het is onduidelijk of de doorhaling in het Bevolkingsregister een hernummering of een daadwerkelijke verhuizing naar Kerkstraat 2 is. Hij is dan afkomstig van Amerongen. Waarschijnlijk heeft hij vanaf het begin zijn bedrijf samen met zijn zoon Arend Albert. In 1920 staat in het Adresboek “A. Koldenhof en Zoon”. Zie voor een nadere beschrijving hieronder, onder het kopje de Bijlage.
Verbouwing 1908 Detail D12.385475
In 1908 vindt een aanbouw plaats. Daarnaast vindt binnenin een verbouwing plaats. Op de bouwtekening wordt het perceel aangeduid als “Neerbosch Sectie A No. 908”
De kwekerij A. Koldenhof & Zn. Levert vooral rozen en bomen.
Advertentie PGNC 27/3/1931
F.J.G. Ponjé
PGNC 17/3/1934
De Gelderlander 19/3/1934
Het is niet geheel duidelijk wanneer Ponjé de kwekerij overneemt tussen 1934 en 1938 en wanneer hij zelf op Kerkstraat 4 gaat wonen.
In 1934 staan de advertenties dat de kwekerij voor 6 jaar te huur is en dat “wegens opheffing der Kweekerij alle Planten tegen zeer lagen prijs uitverkocht”.
De Gelderlander 30/5/1938
In 1938 blijkt Ponjé de kwekerij te hebben overgenomen: op 30-5-1938 plaatst hij een advertentie in de Gelderlander voor tomatenplanten.
In 1938 staan de beide Koldenhofs nog wel op respectievelijk nummer 2 en 4 in het Adresboek, maar is er geen vermelding meer op nummer 2 van (het bedrijf) A. Koldenhof en Zoon. Op 16-11-1938 is Albert overleden op 81-jarige leeftijd; in het Adresboek 1940 is nummer 4 onbewoond.
F.J.G. Ponjé komt in de Adresboeken 1936, 1938 en 1940 voor als Tuinder op Kerkpad 21. In ieder geval 1941 komt Ponje voor op nummer 4 (advertentie Flinke R.K. Jongen gevraagd, Groentenkwekerij F. Ponjé, Kerkstraat 4 – De Gelderlander 18/10/1941)
In het Adresboek van 1959 komt hij voor als tuinder, Kerkstraat 4. (J.W. Fransen en A. Bakker wonen dan op nummer 2, nummer 6 is nog steeds een schuur)
Courgettes
In Dorpsbelang Hees nr 2 staat een interessant artikel over de huidige bewoners: Peter Keeris en Cinthy Hoenselaars. Toen zij de boerderij rond 1972 (in 2018 “46 jaar geleden”) kochten, was de woning in zeer slechte staat. De verkrotte schuur werd afgebroken. Jarenlang was de akker leeg, “een crossveld.. voor onze jongens”. Een zitkuil werd gegraven “en voor de rest deden we maar wat. Gewoon wat we zelf leuk vonden en dat doen we nog steeds.” In de loop der jaren is het een schitterende tuin geworden, met bloemen, een moestuin, schapen, kippen en fruitbomen.
Het huis is vooral ook bekend vanwege het tafeltje waar in de zomer courgettes en appels kunnen worden gekocht.
Gemeentelijk Monument
Het pand is een gemeentelijk monument (Pdf). Daarbij wordt de waardering als volgt beschreven:
“Zowel in de hoofdvorm als de detaillering bleef dit voormalige boerderijtje opmerkelijk goed intact. Als geheel vormt het gebouw nog een duidelijke verwijzing naar het oorspronkelijke agrarische en dorpse karakter van het gebied, dat behoort tot het vroegere dorp Hees. Door zijn prominente vrijstaande ligging in een bijbehorende tuin in de zichtas van de Korte Bredestraat en bij de aansluiting van deze straat op de Bredestraat en de Kerkstraat, alsmede door de karakteristieke symmetrische gevelindeling met van luiken voorziene vensters en een oculus met sierraampje neemt het pand in zijn omgeving een markante positie in. In combinatie met enkele nabijgelegen historische panden, waaronder de schuin tegenover gelegen vrml. villa Beau Lieu behoort het bouwwerk tot een opvallend ensemble.”
De “nieuwe” Dikke Boom van Hees is op 21 november 2003 geplant. Dat is precies 100 jaar nadat de oude…
Bijlage: Meer over de Koldenhofs
In het Adresboek van 1907, 1908,1909 komt Albert voor als Rozenkweker, Kerkstraat 236.
In het Adresboek 1913 komt A. Koldenhof voor op Kerkstraat 2. Evenals in de boeken 1914-1915, 1915-1916, 1918
In het Adresboek van 1920 staat A. Koldenhof en Zoon, roozenkwekers, Kerkstraat 4
A.A. Koldenhoef staat dan ook vermeld op nummer 4.
In het boek van 1922 A. Koldenhof en Zoon, roozenkwekers, Kerkstraat 4. En daarbij 2 vermeldingen van A.A.: beiden op nummer 4.
In het Adresboek van 1924 eveneens 3 vermeldingen; Arend Albert op nummer 2, Albert op nummer 4. Nummer 6 is het nummer van de schuur. Idem voor 1926, 1928, 1932, 1934, 1936.
In 1938 staan de beide personen nog wel op respectievelijk nummer 2 en vier, maar is er geen vermelding van het bedrijf A. Koldenhof en Zoon.
In Adresboek 1940 is nummer 4 onbewoond. Maria van Meerten (Wed. A. Kolenhof, geb. v. Meerten) is verhuisd naar Nieuwe Markt 4.
In het Adresboek 1948 woont Arend op nummer 2 (evenals Ha. Fa. Ma. Pols). Op nummer 4 woont F.J.G. Ponje.
In het Adresboek 1951 komt wed. A.A. Koldenhof geb. A. v.d. Vliet voor op Kerkstraat 2. Waarschijnlijk is dit dezelfde vrouw als de Van der Vlis en is een van beide namen foutief geschreven. Ook B. Kraima woont op nummer 2. Ponje op nummer 4.
Tussen Oscar Carréstraat/Insulindestraat, Molenweg, Wolfkuilseweg en Schependomlaan
Distelpark juli 2023
Het Distelpark is in de jaren 60 aangelegd. Voor dit gedeelte van de stad lag het openbaar groen zoals het Distelpark vooral langs de randen van de wijk. Als onderdeel van Park West is het park in 2005 in samenspraak met de bewoners opnieuw ingericht. Een belangrijk doel was daarbij om de beperkte groenstructuur te versterken. Het vormt nu een uitloper van het Park West.
Minder steen, meer schaduw en aandacht voor wateropvang
Distelpark, juli 2023
Het Distelpark is naast de Spoorbuurt en Oud West aangewezen als een van de hitteprojecten in Nijmegen. Deze projecten moeten zorgen voor meer groene en koele plekken, welke bijdragen aan het tegengaan van hitteoverlast/droogte voor zowel natuur als mens. Zo wil Nijmegen een koeler en groener Distelpark realiseren:
vergroening bij de ingangen
planten van meer bomen: meer schaduw, minder hittestress
meer bermen met kruidengras
sierplantsoen met inheemse flora
wadi’s binnen en net buiten het park. Hierdoor wordt de wateroverlast vermindert
Distelpark speeltuin, augustus 2023
Distelpark speeltuin, augustus 2023
Hoewel het in de volksmond van oudsher Distelpark werd genoemd, is het pas sinds 2007 de officiële naam. Tijdens deze formalisatie, bleken omwonenden de voorkeur te hebben voor Distelpark. Deze verwijst naar de oude benaming van de weg die langs het park loopt: Distelstraat. Vanaf 1994 is een deel van deze straat hernoemd in Oscar Carréstraat. Het deel Insulindestraat is in februari 2005 hernoemd.
Mini-skatepark: Dus ik had gevraagd aan de burgemeester of ik een klein skateparkje bij mij in de buurt mocht.
Via Mijn Wijkplan zijn intussen al de nodige ideeën in Nijmegen gerealiseerd. De aanvraag voor een mini-skatepark is zo leuk, dat hij hier volledig staat weergegeven:
“Hallo ik ben Gijs Muller. Ik ben 7 jaar oud en op 7 mei word ik 8. Ik zou graag beter willen oefenen met skateboarden en stuntsteppen. Dus ik had gevraagd aan de burgemeester of ik een klein skateparkje bij mij in de buurt mocht. Ik heb ook op school al meer dan 50 handtekeningen verzameld. Toen kreeg ik een kaartje van de wijkmanager Sanne en toen gingen we samen met haar naar het park om te kijken waar het skateparkje het beste zou zijn. We hebben een mooie plek gevonden in het Distelpark. Als ik genoeg likes krijg, en als de mensen in de buurt het goed vinden, dan mag het. En daarom hoop ik dat jullie mijn idee willen liken!” (december 2018)
En het mini skate-parkje is er gekomen! Ze is bedoeld voor kinderen van ongeveer 10-11 jaar oud uit de Wolfskuil, Hees en Heseveld.
In de buurt van de viszaak in het Kronenburgerpark staat een stenen bank met vissen afgebeeld. Het is een van de nestorbanken in Nijmegen: als eerbetoon en ontmoetingsplek voor ouderen.
Deze bank met vissen staat in het Kronenburgerpark, bij de viszaak. Het is een van de banken de afdeling geriatrie van het Radboud Ziekenhuis in 2009 geschonken heeft vanwege het 20 jarig bestaan van de afdeling. Het cadeau is (vooral) bedoeld als geschenk voor de ouderen. Een eerbetoon: zij hebben Nijmegen gemaakt wat het nu is. De banken zijn bedoeld als ontmoetingsplek voor ouderen. En dat daardoor ouderen meer zichtbaar worden.
De banken zijn ontworpen door kunstenaars. Daarnaast staan er foto’s -net als bij de andere banken- van 2 ouderen op. Ook deze foto’s zijn door medewerkers van de afdeling gemaakt.
Het lijkt alsof het ronde gat is uitgesneden en aan luik is vastgemaakt. Dat heeft te maken met dat Ivens een filmmaker was: het verwijst naar het oog van een camera. Het openstaande gat onderaan kan als een deur gezien worden, die open staat. De tekst op het kunstwerk is van Ivens: ‘Dikwijls, ver weg, bleef Nijmegen, mijn jeugd, toch dicht bij mij. Joris Ivens’.
Geen portret van Ivens zelf
Toen de gemeente een monument voor Ivens wilde oprichten, ging zij met de kunstenaar in overleg. Ivens gaf daarbij aan, dat hij geen portret van hemzelf op een sokkel wilde. ‘Dergelijke beelden op sokkels hebben zoveel kwaad aangericht in de 20e eeuw. Ik wil graag een beeld dat mijn band met de stad uitdrukt, de gemeenschappelijke strijd tegen het fascisme. Het fascisme, waar ik tegen gevochten heb, en het fascisme waar mijn geboortestad zo onder geleden heeft en waarvan het zich moedig bevrijd heeft’. Ik wil graag dat kinderen en ouden van dagen er omheen kunnen spelen. Zoals op de pleinen in Frankrijk, waar er altijd een jeu de boulesbaan is.’ (Ivens geciteerd door de Ivensstichting)
Ivens heeft de plannen voor het kunstwerk nog gekend, voordat hij in 1990 overleed. Maters reisde naar Parijs om een model van het kunstwerk aan de cineast voor te leggen. Het voltooide kunstwerk heeft hij echter niet meer meegemaakt.
Blik
Blik Joris Ivens monument, september 2023
Volgens de Ivensstichting heeft Maters zich niet aan Ivens’ wens gehouden. Of dat voor het kunstwerk geldt weet ik (RE) niet; in ieder geval was het opgeleverde plein stenig, geen plek dat uitnodigde om te spelen.
Het gerealiseerde kunstwerk heeft een monumentale vorm. Het is 26 meter hoog en gemaakt van plaatstaal. Deze is naar boven toe gebogen. Bovenin zit een uitgeklapte cirkel, die uit de plaat lijkt te zijn gesneden. Onderaan is een vierkante opening met een soort van deur.
Dit vierkant en de ‘deur’ geven de harde randen van het aardse bestaan weer. De cirkel bovenaan is mogelijk een lensopening van een camera, of een oog dat naar de hemel kijkt. Het stelt de verbeelding voor, de blik op het spirituele. ‘De 21e eeuw zal de eeuw van het esprit zijn, of ze zal niet zijn’, sprak Ivens een jaar daarvoor tegen de gemeenteraad bij zijn benoeming tot ereburger.
Tekst
Tekst Joris Ivens monument, september 2023
Op de vierkante muur staat: ‘Dikwijls, ver weg, bleef Nijmegen, mijn jeugd, toch dicht bij mij. Joris Ivens’. Deze tekst had Ivens aan André Stufkens doorgebeld naar aanleiding van een te verschijnen boekje over hem.
Vergroening
Joris Ivens monument op het vergroende Joris Ivensplein, september 2023
In 2018 is het Joris Ivensplein daadwerkelijk vergroend. Dit paste in het beleid van “Green capital” in 2018. Daarbij past het vernieuwde plein ook bij de grote bouwontwikkelingen van het Waalfront in Nijmegen West.
Volgens de site van Joris Ivensstichting zou Ivens er zelf blij mee zijn geweest: “In de geest van wat Joris Ivens ooit -in 1987- zelf voor ogen stond: een intiem en warm plein, waar mensen met elkaar in contact komen.” In 2015-1206 hadden bewoners 300 ideeën ingebracht en zijn er straatenquetes gehouden. Allereerst is er meer groen gekomen. Er is meer zitgelegenheid gekomen. En de verhoging is verdwenen, welke een groot obstakel vormde om het plein te betreden. In 2014 is de parkeergelegenheid verdwenen. In het artikel wordt ook een vijver genoemd: deze is er niet gekomen.
Bas Maters
Bas Maters (Arnhem, 4-7-1949 – De Steeg, 22-1-2006) was een beeldhouwer, schilder en tekenaar. Hij studeerde in 1971 af aan de Academie van beeldende kunst en nijverheid. Hij was lid van de Groep Abals en Teldesign. Hij is vooral bekend geworden als omgevingskunstenaar.
Aantal werken
Omgevingsvormgeving (1974), Traianusplein in Nijmegen – in samenwerking met Jan Hein Daniëls
De Dam (1982), Scholencomplex Lunetten in Utrecht
Een luchtkasteel tot werkelijkheid maken (1983), Croeselaan in Utrecht
Zonder titel (1984), Ringweg Koppel in Amersfoort
Ontwerp landschapspark (1986), De Wetering bij Zeewolde – in samenwerking met Pieter van der Molen
Zonder titel (1986), De Koogmolen in Purmerend
De dans van de spijspotten (1987), Costerweg in Wageningen
Joris Ivens-monument (1989/90), Joris Ivensplein in Nijmegen
Zonder titel (1990), Berkelplein in Rotterdam
Witte zwanen, zwarte zwanen (1991), Brasserskade in Delft
Vergulde kelken (1993), gevangenis in Lelystad
Zonder titel (1994), Arenapark in Hilversum
Het Bootje (1994), collectie Museum De Paviljoens, Paarlemoervijver in Almere-Buiten
De Lantaarn (1994), IJsselhallen in Zwolle
De Poort van Nieuwegein (1994), langs de A2 bij de wijk Doorslag in Nieuwegein
Hoorn des overvloeds (1994), Heilige Geestkerkhof in Delft
Gelderse Blom (1997), Gelderse Blom in Veenendaal
Ollekebolleke (1998), Naaldwijk – ter gelegenheid van 800 jaar Naaldwijk
Zwevende steen (2000), aan de Overijsselse Vecht bij DalfsenVergroening
De voormalige aula van de Katholieke Universiteit ontworpen door de Haarlemse architect M.H.W.J. van Ooijen. Het ontwerp leverde een storm van kritiek op en daarom werd het gebouw zonder enige feestelijkheden in oktober 1931 in gebruik genomen., foto 1935, GN12200 RAN
De Aula van de Universiteit aan de Wilhelminasingel is ontworpen door de architect Van Ooijen in 1931. Bij oplevering is de kritiek niet mals: “Ramp van Nijmegen”, “Pisbak”
De Gelderlander 1/7/1930 schrijft dat op 10 juli een advertentie voor de aanbesteding zal verschijnen voor een nieuw universiteitsgebouw, op de hoek va de Wilheminasingel en Bijleveldsingel: “Het nieuwe universiteitsgebouw zal op den beganen grond bevatten een groote hal met trappenhuis, een aula, een receptiezaal, een kamer voor de heeren professoren, een wachtkamer en vestiaire met toiletafdeeling.
Op de bovenverdieping komen drie collegezalen”.
Beelden en portretten geven een katholiek karakter. Overigens ontbrak in de beginjaren centrale verwarming. Men dacht dat het gebouw toch niet vaak in gebruik zou zijn. Na de TweedeWereldoorlog werden de gaskachels vervangen.
Het ontwerp
Bouwtekening aula universiteit (De Gelderlander 5/7/1930)
De Gelderlander 5/7/1930 plaatst de tekening “Het gebouw zal dwars op en hoek eenigzins naar achteren gebouwd worden, zoodat op het voorterrein een plantsoentje kan worden aangebracht.”
Het ontwerp is van den architect Van Ooyen van het bureau Robbers en van Ooyen te Haarlem. De aula heeft plaats voor 300 personen, daarnaast kunnen mensen op de galerij plaats nemen.
De Gelderlander 3/7/1930 “Dit gebouw is niet het begin van een groot nieuw universiteitsgebouw en evenmin zullen hierin instituten of een gedeelte der bibliotheek worden ondergebracht”. Het al bestaande Senaatsgebouw, de bibliotheek en de instituten blijven hun eigen gebruik behouden.
Van Ooyen had meer eisen te maken: die van de gemeente en die van de universiteit.
De gemeente had de grond geschonken en wilde een op zich zelf staand gebouw, dus geen gebouw dat in etappes werd gebouwd. Vanuit de Radboud-stichting waren er budget beperkingen. Daarnaast voldeed de studieruimte in het gebouw aan het Keizer Karelplein nog, zo lang er geen nieuwe faculteiten werden opgericht.
Het eerste ontwerp van van Ooyen had een brede poortgevel op het Julianaplantsoen gericht, “eenigzins aansluitend aan de vis a vis gelegen Meisjes-H.B.S. De universiteit vreesde naast bovengenoemde redenen dat veel ruimte ongebruikt zou blijven.
Daarom voorzag de eerste bouw allereerst in een aula met daarbij behorende receptiezaal. In oktober 1930 wordt verwacht dat het pand in juni of juli 1931 klaar voltooid zijn.
(De Gelderlander 7/10/1930)
Kritiek: Ramp, Pisbak, Onbewoonbaar verklaard
De voormalige aula van de Katholieke Universiteit, 1935, (GN12201 RAN)
Wanneer het ontwerp van de nieuwe aula in kranten verschijnt, komt er van meerdere kanten kritiek die lang niet mals is: “Ramp van Nijmegen”, “pisbak”, in september 1931 hangen studenten in september voor de grap een plakkaat “onbewoonbaar verklaard” op.
Inwijding
Er vindt geen grootse opening plaats, alleen een inwijding: Door den rector magnificus prof. Dr. R. Jansen C.P. is gisteren het nieuwe aula-gebouw der R.K. Universiteit ingewijd. De plechtigheid droeg een zeer eenvoudig karakter en het gebouw zal zonder meer in gebruik worden genomen.” (PGNC 5/10/1931)
Tot de Tweede Wereldoorlog werd de aula alleen gebruikt voor speciale gelegenheden als de Dies Natalis, promoties en andere plechtigheden.
Gebruik na de Tweede Wereldoorlog
Vanwege geldgebrek en de Tweede Wereldoorlog zijn er nooit meer gebouwen van de universiteit op deze locatie gebouwd. Doordat door de oorlog gebouwen waren verwoest, werd na de oorlog ook colleges in de Aula gegeven. De curatoren, senaat en het beeld van Thomas van Aquino kwamen tevens naar de hoek Wilhelminasingel/Bijleveldsingel.Vanaf de jaren 50 begon het vroegere Heyendaal de locatie voor uitbreidingen te worden. In de jaren 60 was de aula een aantal maal centrum van de studentenprotesten.
De aula bleef tot 1988 in gebruik. In dit jaar opende de nieuwe aula op de Comeniuslaan.
In het gebouw is nu een deel van het Keizer Karel College
Voormalige aula universiteit hoek Bijleveldsingel Wilhelminasingel april 2023
Juwelier Courbois is geopend, andere panden zijn op Plein 1944 nog in aanbouw, foto 1951-1952 (J.F.M. Trum via GN15656 RAN CCBYSA)
Tijdens het bombardement van februari 1944 werd de winkel van juwelier Courbois verwoest. In 1951 opent hij zijn nieuwe winkel op Plein 1944 naar ontwerp van architect Goddijn.
Vooraf
Hieronder staan de tot nu toe gevonden juweliers of horlogers Courbois weergegeven. Er is in ieder geval een “horloger” H.J. Courbois gevonden in 1896 tot 1914. Het is nog niet bekend of hij familie was van J.H. Courbois, die voor het eerst in 1923 is gevonden; ook is niet bekend of de tussenliggende periode de afwezigheid van een juwelier/horloger betreft of dat deze gegevens nog niet gevonden zijn.
In ieder geval wordt de (firma) J.H. Courbois verwoest tijdens het bombardement van februari 1944.
Naam
Omschrijving
Adres
Advertentie
H.J. Courbois
Horloger (in nieuwsjaarsgroet 1902)
Smidstraat 9
De Gelderlander 14/6/1896, De Gelderlander 17/1/1897, De Gelderlander 11/7/1897, PGNC 1/1/1902
H.J. Courbois
Horloger
Smidstraat 32
PGNC 31/12/1903, De Gelderlander 31/12/1905, De Gelderlander 1/1/1908, De Gelderlander 1/1/1910, PGNC 1/1/1911
Aan de Zuidzijde van Plein 1944 niet ver van de Molenstraat af, heeft gistermiddag alweer een nieuwe zaak, die van de fa. J.H. Courbois, in uurwerken, goud en zilver, de vlag kunnen uitsteken. De reden tot feestvreugde was gelegen in het feit dat de zaak, die vroeger in de Houtstraat was gevestigd en daar op 22 februari 1944 afbrandde, weer is herrezen in een keurig gebouw pand, met grote werkplaats en flinke bewoning. De talrijke artikelen op het gebied van goud en zilver, de uurwerken, komen uitstekend tot hun recht en de moderne verlichting geeft het nodige relief. De bedrijfsleiding in de zaak waarvan mevr. de Weduwe Courbois eigenaresse is, ligt in handen van de oudste zoon, die voor kort zijn diploma’s behaalde voor de uitoefening van dit edel vak.
Het pand rechts is juwelier J.H. Courbois. Het ‘Oorlogsmonument voor de Nederlandse militairen uit het Rijk van Nijmegen, gevallen in de Tweede Wereldoorlog’ , gemaakt door Jac Maris (1951) (op een nieuwe sokkel) ; Op de achtergrond de St. Petrus Canisiuskerk in de Molenstraat. Links de zaak van Holla’s kledingsmagazijn. Rechts naast de winkel van Theo Seegers de juwelier J.H. Courbois en links van Theo Seegers de slagerij van P.W. Boukes ; Op de hoek met de Molenstraat de zelfbedieningswinkel van Jansen-Hendriks, 1954-1955 (F42032 RAN collectie KNBLO, auteursrecht J.F.M Trum CC-BY-SA)
Architect B.W.A. Goddijn en aannemer Th. Wassink, beiden te Nijmegen, hebben eer van hun werk, waardoor weer een bijdrage wordt geleverd tot de opbouw van de stadskern.” (De Gelderlander 6/10/1951)
De winkel
Plan voor een horlogewinkel met bovenwoning a/h. Centrumplein/bij ondertekening: Plan voor herbouw winkel met bovenwoning voor mevr. wed. J.H. Courbois-Werten, B.W.A. Goddijn Architect, datum tekening febr. 1950 (D12.412003)
Aan de voorkant heeft de winkel een etalage met links een portiek. In het portiek is een opgang naar de woning boven en rechts naar de winkel. Achter de winkel bevindt zich een kantoor en daarachter de werkplaats. Achter de werkplaats bevindt zich een plaats, welke een deur heeft naar het “expeditiehof” (Het Hendrikhof)
Vervolg
Plein 1944 5 en 6 Juli 2018 (Google Streetview)
In ieder geval zit J.H. Courbois nog in de winkel in 1971 volgens het Adresboek van dat jaar.
Momenteel heeft Uyen haar winkel op dit adres. (Op basis van Google Streetview in ieder geval ook in mei 2016).
De Stenen Bank is een geschenk ter herinnering aan de opening van de tramlijn tussen Nijmegen en Hees in 1922. De bank is ontworpen door Jhr. J. van Rijckevorsel en J. van Vucht Tijssen. De tramlijn werd geopend met een feestelijke eerste rit.
Het PGNC 19/6/1922 over de opening en de Stenen Bank:
“Feestelijke opening der electrische tramlijn Nijmegen-Hees-Witte Poort.
De opening van de elektrische tramverbinding (tramlijn 3 naar Hees Witte Poort), met conducteurs en enkele hoogwaardigheidsbekleders (F56584 RAN)
Zoo heeft dan Zaterdag het groote feit voor Hees en Neerbosch plaats gehad en is de electrische tramverbindinge tusschen Nijmegen en dit deel van het Schependom geopend. Voor de vereeniging “Dorpsbelang” en in het bijzonder voor haar onvermoeiden voorzitter Dr. J.J. de Blécourt is dit een buitengewone voldoening omdat haar streven gedurende vele jaren daarmede bekroond is.”
Onder veel belangstelling maken tal van notabelen de eerste rit. Wij vervolgen het artikel bij de tweede halte:
Hotel Pension Heeslust; de opening van de elektrische tramlijn 3 naar Hees (Eindstation De Witte Poort); hier wagon 28 naar het Kronenburgerpark en het Station (F46660 RAN)
“De tweede halte was voor Hotel “Heeslust”. Hier vormde het vendel Hees van de Burgerwacht een erewacht. Tusschen de geladen geweren en het blank der bajonetten door schreed het gezelschap naar het terras van het hotel, waar het werd ontvangen door het in Hees achtergebleven deel der feestcommissie, welker voorzitter, jhr. J. van Rijckevorsel allen met een kort woord welkom heette en uitnoodigde met hem naar den tuin van het hotel te gaan, waar de eerewijn gereed stond.
Toen allen in den lommerrijken tuin aan een lange tafel gezeten waren, nam dr. de Blécourt het woord om zijn vreugde te uiten over het feit, dat Hees en Neerbosch na 11 jaren eindelijk hun tram hebben, waarvoor zoo hard is gewerkt. Spr. gaf een uitvoerig historisch overzicht aan de hand van feiten en data over de bemoeiïngen van Dorpsbelang ter verkrijging van een goede tramverbinding met Nijmegen. Het harde werken is beloond, want thans zullen alle bewoners van dit deel van het Schependom kunnen genieten van de voordeelen, welke een electrische tram biedt. Spr. besloot met dank te brengen aan de gemeente voor hare medewerking en belangstelling en aan alle verdere aanwezigen.
Vervolgens werd gesproken door den heer W. van der Waarden, die er namens het Gemeentebestuur zijn verheuging over uitsprak, dat de lang te verwachten gebeurtenis voor Hees en Neerbosch thans heeft plaats gehad, omdat het gemeentebestuur daarvan een grooten vooruitgang verwacht voor beide dorpen, die zoo nauw aan de gemeente verbonden zijn. Er is altijd belangstelling geweest voor Hees en Neerbosch maar de zorgvolle tijdsomstandigheden zijn in hoofdzaak de oorzaak geweest, dat om financieele redenen de tramlijn niet eerder tot stand gekomen. Spr. uitte den wensch, dat deze tramlijn ook in verband met het toekomstig Maas-Waalkanaal moge beteekenen het begin van een nieuw tijdperk van grooten bloei voor deze gemeente en dat deze mooie verbinding met Hees en Neerbosch het vreemdelingenbezoek aan dit fraaie deel van Nijmegen moge doen toenemen en op deze wijze een bron van welvaart voor deze gemeente worden. Spr. ledigde zijn glas op den bloei van de tram en den voortdurenden vooruitgang van Nijmegen en omstreken.
Alsnu werden de trams weder bestegen en doorgereden naar het eindpunt, de Witte Poort. Hier stonden de leerlingen van de Rosa-stichting opgesteld en toen dr. de Blécourt met zijn uitgebreid gevolg naderbij gekomen waren, zetten de meisjes, met bloemen en groen zwaaiende onder leiding van hun zangleeraar een cantate in gevolgd door een ander toepasselijk lied op de wijze van “Limburg mijn vaderland”. Het dochtertje van den heer van Vucht Tijssen bood vervolgens de Eerw. Priorin der stichting een bouquet aan.
Nadat dr. de Blécourt nog eenige woorden van dank had gesproken, begaf het gezelschap zich weder naar de trams, die inmiddels gewisseld hadden en thans met den kop naar Hees gericht stonden en weldra zette de feesttram zich weder in beweging. Thans werd gestopt tegenover de villa van dr. de Blécourt, waar het huldeblijk van het feestcomité van “Dorpsbelang” stond, nog door een doek aan het nieuwsgierig oog onttrokken. Het was een monumentale bank.
Nadat mej. Corstiaensen dr. de Blécourt bloemen aangeboden en daarvoor eenzelfde belooning had gekregen als mej. Keller, zeide jhr. J. van Rijckevorsel dat de feestcommissie geen beteren vorm had geweten dan een bank waarin de namen van de bestuurderen van Dorpsbelang en vooral die van dr. de Blécourt zijn gegrift en geen betere plaats dan deze. Nadat het doek was weggenomen bood spr. de bank met een oorkonde aan Dorpsbelang aan.
Opening van de electrische tramverbinding in Hees;
de huisarts Dr.J. de Blécourt zittend op de Stenen Bank, 17-6-1922 (F52898 RAN)
Dr. de Blécourt nam thans plaats op de bank en nadat jhr. v. Rijckevorsel aan zijn uitnoodiging om naast hem te komen zitten had voldaan, betuigde de dokter namens Dorpsbelang zijn dank voor het prachtige geschenk, dat hij roemde en de waarvoor hij hulde bracht aan de ontwerpers en uitvoerders.
Vooral deed het spr. Goed, dat e namen van eenige overleden bestuurderen van Dorpsbelang en bewoners van Hees en Neerbosch, die daarvoor buitengewoon veel hebben gedaan en gevoeld naast die van het tegenwoordig bestuur op de bank vermeld stonden. Spr. wijdde in dit verband enige piëteitvolle woorden aan de nagedachtenis van de heeren F.A. Bonté, Wegerig, Hoenselaars en van Aalst. Tenslotte verzocht spr. den heer van der Waarden als loco-burgemeester het toezicht en onderhoud van de bank van gemeentewegen te willen aanvaarden.
De heer van der Waarden zeide dat de gemeente daartoe gaarne bereid was en verklaarden vervolgens de tramlijn Nijmegen-Hees-Witte Poort officieel voor geopend.
De bank, welker fraaie lijnen algemeen geroemd werden, is ontworpen door de heeren Jhr. J. van Rijckevorsel en J. van Vucht Tijssen en uitgevoerd door de Nijmeegsche Kunststeenfabriek, directeur Ir. C.A. Hoogterp, die tezamen een monument van waarde hebben doen ontstaan.
Nadat aan den heer Scheffer, onder wiens toezicht de uitvoering heeft plaats gehad, en aan den heer Schippers, die de letters in de bank heeft gegrift, souvenirs waren aangeboden, werd weder plaats genomen in de feesttram en reed deze naar “Heeslust” terug. Eenigen tijd later ving de geregelde dienst van Lijn III aan…”
Ook worden de feestelijkheden vervolgd.
De laatste tram reed op 5 juni 1955 voor de laatste keer naar Hees. Renovatie van de Stenen bank vond in 1998 plaats.