Arkeltorentje Kronenburgerpark, september 2023
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Arkeltorentje in Kronenburgerpark

Arkeltorentje, ook wel erkertorentje genoemd, Kronenburgerpark, september 2023
Erkeltorentje, ook wel arkel genoemd, Kronenburgerpark, september 2023

Tussen de Kruittoren en de Roomse Voet bevindt zich in het Kronenburgerpark een zogenaamd arkeltorentje, ook wel een erkertorentje genoemd. In de 15e eeuw komt dit torentje voor als “Uitvalstorentje van Arndt Viegen” (Open Monumentendag 2020).

Het kenmerkende aan dergelijke torens is dat zij niet vanaf de grond begint, maar hogerop vanuit de muur begint. Meestal is de toren overkapt met een spits.

Een deel van de stadsmuur met Kruittoren en het Arkeltorentje met op de achtergrond de rivier de Waal zichtbaar, 1870-1875 (GN2137a RAN)
Een deel van de stadsmuur met Kruittoren en het Arkeltorentje met op de achtergrond de rivier de Waal zichtbaar, 1870-1875 (GN2137a RAN)

Een erkertorentje wordt gebruikt als uitkijkpunt, omdat men vanaf hier vrij zicht had. De toren diende als bescherming van de schildwacht.

Twee consoles van natuursteen ondersteunen het arkeltorentje. Hierop staat een opschrift, welke nauwelijks meer leesbaar is.

Het arkeltorentje voor restauratie, gedateerd 24/3/1966 (Gemeentepolitie Nijmegen via 	F38546 RAN)
Het arkeltorentje voor restauratie, gedateerd 24/3/1966 (Gemeentepolitie Nijmegen via F38546 RAN)

Kronenburgerpark

Het Kronenburgerpark is vooral mooi vanwege een van de weinige restanten van de vestingmuur die heel Nijmegen ooit omsloot. Vooral…

Kruittoren of Kronenburgertoren

Toen Nijmegen haar vestingstatus verloor, was het blij dat ze nu eindelijk lucht kon krijgen door haar vestingwerken te slopen.…

Roomse Voet in Kronenburgerpark

Het rondeel de Roomse Voet is een verdedigingswerk dat samen met de muur en twee andere torens een van de…

Bronnen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Erkertoren

https://www.joostdevree.nl/shtmls/arkel.shtml

https://www.noviomagus.nl/Vrij/Arkeltoren/ArkeltorenCat.html

Roomse Voet in Kronenburgerpark, maart 2021
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Roomse Voet in Kronenburgerpark

1526-1527 Kronenburgerpark (Parkweg 65) Centrum, Rijksmonument

Roomse Voet in Kronenburgerpark, maart 2021
Roomse Voet in Kronenburgerpark, maart 2021

Het rondeel de Roomse Voet is een verdedigingswerk dat samen met de muur en twee andere torens een van de weinige overblijfselen is van de stadsmuur van Nijmegen. Het is onderdeel van het Kronenburgerpark. Tegenwoordig is de toren bij gelegenheid opengesteld.

Rondeel de Roomse Voet

De Roomse Voet (of Roomsche Voet) is een rondeel dat gebouwd is in 1526-1527. In 1525 had het stadsbestuur besloten tot versterking van de omwalling. Waar voorheen de Kruittoren een knik maakte, wordt dan de huidige muur gebouwd inclusief de Roomse Voet en de Jacobstoren.

Net als de Jacobstoren heeft het twee ruimtes met koepelgewelven. De bovenste daarvan is via een lange smalle gang te bereiken. De ingangspartij aan de Parkweg is rond 1880 gebouwd. Uiteindelijk is de Roomse Voet nooit gebruikt als verdediging tegen vijandelijke belegeringen.

Wat is een rondeel?

Rondelen zijn halfronde, naar buiten uitstulpende torens in een vestingmuur. Hierop kunnen kanonnen of ander zwaar geschut worden geplaatst voor flankerend vuur: om de vijand vanaf de zijkant te kunnen bestoken op het moment dat ze de stadsmuur aanviel. De muren van een rondeel zijn vaak enige meters dik om het geschut te kunnen dragen. Daarnaast bevat het rondeel een aantal schietgaten.

De Roomse Voet is een stuk lager dan de Kruittoren: de laatste is gebouwd in de tijd van katapulten en (kruis) bogen. Daarbij gold: hoe hoger de muren en torens, hoe moeilijker de stad was in te nemen. Met de komst van buskruit en kanonnen veranderde dit. Hoge torens waren zelfs kwetsbaar voor een kanon: op het moment dat de vijand op een hoge toren zou schieten, leverde het vallende puin gevaar op voor de verdedigers. Daarom is het rondeel even hoog als de stadsmuur gebouwd.

Naam de Roomse Voet

De naam Roomsche Voet komt voor het eerst voor in archiefstukken uit 1384.

De eerste, oude stadsmuur volgde ongeveer het traject van de huidige Nieuwe Markt-Parkweg-Doddendaal-Plein 1944-Koningstraat-Mariënburg-Mariënburgsestraat-Hoogstraat-Voerweg. Ten zuiden van de Doddendaal en ten westen van de Bloemerstraat lag daarbij een landbouwgebied, dat de “Ruemsche Vuet” heet. Dit gebied besloeg tevens het zuidelijk deel van het huidige Kronenburgerpark.

Aan de noordwestzijde werd dit gebied begrensd door een weg die in een rechte lijn ongeveer vanaf de hoek Pijkestraat-Parkweg naar de huidige Floraweg liep. De Floraweg was samen met de Oude Graafseweg onderdeel van een Romeinse weg naar Wijchen. Een bron uit 1563 noemt de weg tussen Pijkestraat en Floraweg “Roemsche strate”. (“Herkomst naam Roomsche Voet (bron: De Stedeatlas Nijmegen, in 1954 geschreven door de Kleefse gemeentearchivaris Friedrich Gorissen zoals overgenomen uit Straatnamenregister van Rob Essers)

Mogelijk verwijst het “Rooms” inderdaad naar de Romeinse tijd. Daar is echter geen uitsluitsel over. Zie verder hieronder in de Bijlage.

Binnenin de Roomse Voet (Monumentendag 14-9-2024)
Binnenin de Roomse Voet (Monumentendag 14-9-2024)
Binnenin de Roomse Voet (Monumentendag 14-9-2024)
Binnenin de Roomse Voet (Monumentendag 14-9-2024)
Binnenin de Roomse Voet (Monumentendag 14-9-2024)
Binnenin de Roomse Voet (Monumentendag 14-9-2024)

Aanleg Park

Het park is gereed: de Kruittoren met de Roomse Voet en op de achtergrond de S. Jacobsmolen ook Polmolen Sans Souci genoemd, gedateerd 1885 (F56822 RAN)
Het park is gereed: de Kruittoren met de Roomse Voet en op de achtergrond de S. Jacobsmolen, ook Polmolen “Sans Souci” genoemd, gedateerd 1885 (F56822 RAN)

Door de komst van steeds zwaardere kanonnen was in de 19e eeuw het idee van een vestingstad steeds meer achterhaald. In de Vestingwet van 1874 kreeg Nijmegen dan -eindelijk- ook toestemming om haar wallen te slechten. Het was vooral de architect Cuypers, die door het Rijk was aangesteld als rijksadviseur voor monumenten die de muur wilde behouden. De muur en de torens zouden daarbij decoratieve elementen in het aan te leggen stadspark worden. In de jaren 80 van die eeuw vond restauratie van de muur en torens plaats.

De drie torens bleven behouden; hoewel er plannen waren om de Jacobstoren wel te slopen. Om het verticale “gotische” element te versterken werd de stadsmuur wel verlaagd, maar de Roomse Voet en de Jacobstoren niet.

Het Roomse Voet met klimop, gedateerd 1900 (J.H. Schaefer via F56893 RAN)
Met de klimop is de Roomse Voet helemaal romantisch, gedateerd 1900 (J.H. Schaefer via F56893 RAN)

Gebruikers

Het Rondeel 'Roomse Voet' uit 1527, samen met de Kronenburgertoren uit 1425, in de volksmond beter bekend als Kruittoren, en de Sint Jacobstoren (Zandtoren), onderdeel van de oude stadsomwalling in het Kronenburgerpark, voor de restauratie van 1971/1972,
Datering 	24/3/1966 (Gemeentepolitie Nijmegen via RAN CC0)
Het Rondeel ‘Roomse Voet’ uit 1527, samen met de Kronenburgertoren uit 1425, in de volksmond beter bekend als Kruittoren, en de Sint Jacobstoren (Zandtoren), onderdeel van de oude stadsomwalling in het Kronenburgerpark, voor de restauratie van 1971/1972, Datering 24/3/1966 (Gemeentepolitie Nijmegen via RAN CC0)

Doordat het gebouw donker en vochtig was, is het rondeel nauwelijks geschikt voor andere doeleinden als bijvoorbeeld opslag. Eind twintigste eeuw was de toren een tijdlang in gebruik als paddenstoelenkwekerij/paddenstoelenmuseum. Daarbij stond de toren ook bekend als Paddestoelentoren.

Daarna voert de gemeente een aantal ingrepen uit. Hierna was de binnenruimte geschikt om kleinschalige, incidentele activiteiten. De toenmalige beheerder maakte echter weinig gebruik van deze mogelijkheid. In 2013 tekenen 6 organisaties met de gemeente een overeenkomst dat zij het beheer van de toren gaan overnemen. Dit zijn: Stichting Vrienden Kronenburgerpark, museum De Stratemakerstoren, Stichting Gebroeders van Limburg, het Gilde Nijmegen, Stichting Nijmeegse Torendag en tot slot de Bewonerscommissie Parkweg wijkcomité. Het is de bedoeling om vaker kleinschalige activiteiten te houden die niet op winst zijn gebaseerd.

Ik (RE) weet niet of deze organisaties nog steeds het beheer vormen. Bij gelegenheid is de toren opengesteld voor publiek.

Rijksmonument

De Roomse Voet is sinds 1973 samen met de Jacobstoren en de Torende muur vanaf de Kruittoren onderdeel van het Rijksmonument het “Grote Bolwerk”.

Bijlage Rooms: Romeins of Rijks?

Hoewel Delahaye bekend staat als controversieel in de manier waarop hij plaatsnamen gebruikt, lijkt hij in zijn artikel van 1954 toch een aantal punten te hebben. Allereerst: hoe zou men in 1384 nog de historie kennen of in ieder geval het van belang vinden dat de Romeinen hier geweest waren, dusdanig dat er een weg/gebied naar genoemd is. Hoe zou men de eventuele vondsten op dat moment kunnen relateren aan de Romeinen?

Hijzelf opteert voor de verwijzing naar het Duitse Keizerrijk/Heilige Roomse Rijk. Als bewijs voert hij Smetius aan, die wijst op 2 stenen met inscripties, afkomstig van de Hezelpoort. Hierop staat:

  • Hic Pes Imperii : Hier is de voet des Rijks
  • Huc Usque Jus Stauriae : Tot hiertoe strekt zich het Staur- of Stuyrrecht uit

Het eerste opschrift kan bedoeld om aan te geven dat Nijmegen de voet van het Rijk is, de uiterste grenspaal van ’t Duitse Rijk, dat tegelijkertijd het Heilige Roomse Rijk was.

(Het Staur- of Stuyrrecht is mogelijk bedoeld om aan te geven dat Frankische koningen of Duitse keizers hier belastingrechten hadden. Steuer betekent schatting, belasting of hoofdgeld. Het “Kwade Exempel van Gelre” leest het als Huc usque ius stavriae, “tot hiertoe geldt het Stadsrecht”.)

Zoals Delahaye aangeeft, is het ook mogelijk dat de steen geplaatst is nadat de Roomsche Voet als naam al ingeburgerd was.

Delahaye gaat daarbij nog een stap verder door te suggereren dat oorspronkelijk op de steen de maateenheid van een Rijksvoet heeft gestaan. (De Gelderlander 16/4/1954 https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=3-1&index=0&imgid=406666388&id=383477664)

Kronenburgerpark

Het Kronenburgerpark is vooral mooi vanwege een van de weinige restanten van de vestingmuur die heel Nijmegen ooit omsloot. Vooral…

Kruittoren of Kronenburgertoren

Toen Nijmegen haar vestingstatus verloor, was het blij dat ze nu eindelijk lucht kon krijgen door haar vestingwerken te slopen.…

Bronnen

Monumentenregister

https://openmonumentendagnijmegen.nl/roomsche-voet/

Parkweg 5 en 65: ommuring en waltorens in het Kronenburgerpark, Noviomagus 

Nijmegen herovert verdedigingstoren, Henk Baron, 10-1-2013

Kronenburgerpark, Wikipedia

Rondeel (vesting), Wikipedia

Straatnamengids, Rob Essers

Roomsche Voet uit handen gemeente Nijmegen, Marco Loef in De Gelderlander, 9 januari 2013

Toren Kronenburgerpark weer vaker open, Rob Jaspers 06-01-13 De Gelderlander

Nijmegen herovert verdedigingstoren, Rik Jaspers in Mariken magazine, maart 2013

Het kwade exempel Gelre: De stad Nijmegen, de Beeldenstorm en de Raad van Beroerten, 1566-1568, Martinus Johannes Maria Hageman

De Leeuw van Henri Leeuw Jr. en Sr. (maart 2026)
#Nijmegen, Kunstwerken

Kronenburgerpark: Geschiedenis van het Leeuwenstandbeeld

1886 Kronenburgerpark, Rijksmonument

De Leeuw van Henri Leeuw Jr. en Sr. (maart 2026)
De Leeuw van Henri Leeuw Jr. en Sr. (maart 2026)

Op de heuvel in het Kronenburgerpark staat een trots standbeeld van een leeuw. De makers zijn Henri Leeuw Jr. en Sr.; de overeenkomst in naam is puur toeval. Het beeld is een geschenk van de Verfraaiingsvereniging.

In Kronenburgerpark

In 1885 besluit de Vereeniging tot Verfraaiing van Nijmegen en Schependom om een beeld aan de gemeente te schenken voor het Kronenburgerpark. De onthulling vindt op 21 september 1886 plaats.

De eerstgevonden vermelding van het plan is in maart 1885 (De Gelderlander 11/3/1885). De ontwerptekening wordt rond mei 1885 tentoongesteld (PGNC 1/5/1885). H. Leeuw (waarschijnlijk Sr.) is dan sinds enkele weken vanuit Roermond naar Nijmegen verhuisd.

De Leeuw

Een gebeeldhouwde Leeuw met Stadswapen van de hand van Henri Leeuw sr en jr, 1886 Kronenburgerpark (F21832 RAN)
Een gebeeldhouwde Leeuw met Stadswapen van de hand van Henri Leeuw sr en jr, 1886 Kronenburgerpark (F21832 RAN)

Het doel van de schenking is een bijdrage te leveren aan de verfraaiing van het park. Het is niet bedoeld als een monument voor de ontmanteling van de vesting (De Gelderlander 11/3/1885)

Als beeld was een leeuw gekozen. Het is een zittende leeuw met de bek opengesperd. De staart loopt langs de linker achterpoot naar voren. Tussen de poten is een wapenschild, waarop de dubbelkoppige adelaar staat afgebeeld.

Dubbelkoppige adelaar op wapenschild Leeuw van Leeuw 202310 Kronenburgerpark
Dubbelkoppige adelaar op wapenschild Leeuw van Leeuw, oktober 2023

Het beeld is meer dan 2 meter hoog en gemaakt van Frans kalksteen (savonnière). Het staat daarbij op een 2 meter hoge hardstenen sokkel.

Op de voorzijde van de sokkel staat een inscriptie:

AANGEBODEN

DOOR

DE VEREENIGING

TOT

VERFRAAIING VAN NIJMEGEN

1886

Waarom een leeuw?

Monumentale leeuwen zijn, zeker in de 19e eeuw, gebruikelijk. Het dier bij uitstek om een wapenschild vast te houden is zeker dat op dat moment een leeuw.

Vieweg, voorzitter van de vereniging in zijn speech tijdens de onthulling: “Niets wat meer ten volle kracht aanduidt dan juist de Koning der dieren, de Leeuw, en als, zooals hier de Leeuw beschermend zijn voet op het Wapen van Nijmegen legt, zal het u duidelijk zijn dat wij hierin zien: “Nijmegen beschermd en verdedigd door de kracht, niet van ene Leeuw, maar van een degelijk Bestuur.”” (PGNC 26/9/1886)

Natuurgetrouw

De kop van de Leeuw, door vader en zoon Leeuw in Kronenburgerpark, oktober 2023
De kop van de Leeuw, oktober 2023

Wat het beeld onderscheid van andere leeuwenbeelden is haar natuurgetrouwheid. PGNC 26/9/1886 plaatst in het artikel over de onthulling van het beeld een aanhaling uit de Arnhemsche Courant: “Wat den leeuw te Nijmegen nu kenmerkt is de zuiverheid van het Afrikaansche type. Geleid door hunne studiën naar het leven, hebben de bewerkers hun model vrij gehouden van al de natuurhistorischen onbestaanbaarheden, zoals er zoo vele zijn aan te wijzen in de kleinere en grootere Nederlandsche leeuwen, terwijl de opengesperde muil met zijn forsch, maar correct gehouden gebit, samengaande met een meer dan gewone spanning der spieren, getuigt van strijdlust en kracht, om elken aanval op het hem toevertrouwde wapen af te weren.”

De Leeuw van Leeuw

Het beeld is gemaakt door vader en zoon Henri Leeuw. Dat zij Leeuw heten is daarbij toeval.

Op meerdere momenten, onder andere bij de onthulling, wordt gesproken over de “Heer Leeuw”: Senior had al naam en was bekend van het medaillon van “onze vorige Koningin”. Junior was op dat moment nog vooral de tekenleraar aan de Hoogere Burgerschool en de Burgeravondschool.

Verfraaiingsvereeniging

Zoals gezegd was het beeld een schenking van de Verfraaiingsvereeniging. De Vereeniging tot verfraaiing van Nijmegen en het Schependom is in 18979 opgericht. Haar doel was het “verfraaiien der wandelplaatsen, alsook van de straten en pleinen der stad Nijmegen en het Schependom en het zooveel mogelijk onderhouden en beschermen der wandelplaatsen”.

De vereniging is in 1879 opgericht, op het moment dat de vesting werd geslecht. Deze vereniging richtte zich- zoals de naam zegt- op de verfraaiing van de gemeente, zowel voor de bewoners -en dan met name de bewoners van de nieuw te bouwen wijken-  als de toeristen.

Bij de onthulling van het beeld noemt H.J.C. Vieweg, voorzitter van de vereniging: “Tot heden had onze Vereeniging slechts kleine zaken tot stand gebracht, daar onze geringe middelen niet veroorloofden groote uitgaven te doen. Toch noemen wij op de banken, die door ons in de parken zijn geplaatst, op de fontein in de Spoorstraat, en zelf met eenigen trots op onze verzameling kostbare eenden en andere vogels in het Kronenburgerpark.” De vereniging wilde echter wat groters neerzetten en kwam op het idee van een beeld voor park.

In 1911 wordt de vereniging voor de eerste keer ontbonden (of is er in ieder geval een vergadering die het zal bespreken). De vereniging heeft dan al jaren een kwijnend bestaan, aangezien de gemeente zelf al veel doet aan versiering van de gemeente.

In 1911 wordt de vereniging voor de eerste keer ontbonden (of is er in ieder geval een vergadering die het zal bespreken). De vereniging heeft dan al jaren een kwijnend bestaan, aangezien de gemeente zelf al veel doet aan versiering van de gemeente.  Als belangrijkste wapenfeiten noemt het krantenartikel dan nog steeds slechts het beeld van Leeuw, de 4-jaargetijden beelden uit 1889 aan de van Nassausingel (waar ze ook in de huidige tijd -september 2023- weer staan, de watervogels in het Kronenburgerpark en het plaatsen van bankjes. (PGNC 19/10/1911)

Verschönerungsverein

De Duitse “Verschönerungs-vereine” dienden als voorbeeld.

Verschönerungsvereine zijn in de 2e helft van de 19e eeuw ontstaan. Zij probeert de aantrekkelijkheid van een stad of landschap te bevorderen voor bewoners en toeristen, voor zowel welbevinden als economisch belang.

Typische maatregelen zijn de verfraaiing van het betreffende gebied door de aanleg van parken, bloemenwedstrijden, uitkijkposten, bankjes en de bouw van uitkijktorens, enz. Ook kunnen deze verenigingen uitgroeien tot de (voorlopers) van de huidige VVV. Zover zal het met de Nijmeegse vereniging nooit komen.

Henri Leeuw Sr.

Jean Henri Leeuw of Henri Leeuw sr. (Arcen, 28 maart 1819 – Nijmegen, 13 oktober 1909) was een Nederlands beeldhouwer. Zijn ouders waren Pierre François Leeuw en Megtilde van Daelen.

Opleiding en werk in Frankrijk

In 1839 ging hij studeren in Parijs, aan de École des Beaux Arts. Hij kreeg meerdere opdrachten van het Franse Hof, waaronder het beeldhouwwerk voor de graven van de koninklijke familie. Ook restaureerde beeldhouwwerken in een aantal kerken tussen 1841-1848, waaronder de Notre-Dame en Sainte-Chapelle.

Roermond en stichten 2e gezin

In 1850 kwam Leeuw terug naar Nederland, nadat hij weduwnaar was geworden van Joséphine Alexandrine Aimée Thubeuf. Daarbij vestigde hij zich in Roermond, waarbij hij waarschijnlijk een tijdlang in het Atelier Cuypers-Stoltzenberg heeft gewerkt.

Hij trouwde in 1860 opnieuw met Anna Amelia Hubertina Raemaekers. Met haar kreeg hij onder andere 2 zonen: Henri Leeuw jr. (1861-1918), kunstschilder en beeldhouwer en Oscar Leeuw (1866-1944), architect. En ook Rosa Elisa Leeuw (1868-1937) geboren. Laatstgenoemde trouwde in 1896 met de kunstschilder en graficus Paul Bodifée (1866-1938).

In ieder geval heeft Leeuw in 1866 zijn eigen atelier. Wel werkt hij met Pierre Cuypers nog samen met de Munsterkerk in Roermond. Een vroeg eigen werk is het Grafmonument Guillon-Engels in Panningen.

Leeuw is onder andere bekend van portretten voor koninklijke families:

  • 1857: Portretmedaillon Koning Willem III 1857; mogelijk is dit portret de reden dat Leeuw de ridderorde ontvangt in de Orde van de Eikenkroon
  • Buste Leopold I van België; Leeuw ontvangt in 1865 de Leopoldsorde
  • 1866: Portretmedaillon koning Wilhelm van Pruisen

1879-1880: Portretmedaillon Koningin Sophia, welke vermeld wordt in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW) uit 1930

Familie Leeuw naar Nijmegen

Komst van Henri Leeuw naar Nijmegen, Henri Jr. woont al in Nijmegen (Bevolkingsregister 1880-1890)
Komst van Henri Leeuw naar Nijmegen, Henri Jr. woont al in Nijmegen (Bevolkingsregister 1880-1890)

In november1887 verhuist Leeuw met zijn gezin naar Nieuw Markt 19 in Nijmegen; op dat moment woont Henri Jr. daar al. Op een later tijdstip is bij Oscar (François Joseph Oscar) als beroep “Tekenaar” erbij gezet.

Een bekend werk van Henri Leeuw Sr. en Jr. is het standbeeld van de Leeuw in Kronenburgerpark.

Leeuw overlijdt in 1909. Hij werd begraven op de R.K. begraafplaats aan de Daalseweg.

Aantal gevonden werken van Henri Leeuw Sr. in Nijmegen

  • 1885 Leeuw en Stadswapen, Kerkboog Sint Stevenskerkhof
  • 1886 Leeuw in Kronenburgerpark, samen met Henri Leeuw Jr.
  • 1886 Twee paar Karyatiden (kraagstenen), aan de Waag Grote Markt
  • 1886 Vier leeuwen, aan de Waag Grote Markt
  • 1886 Stadswapens, aan de Waag Grote Markt
  • 1888 Replica Belvédère gevelsteen, Hunnerpark Nijmegen uit 1646, samen met Henri Leeuw Jr.
  • 1895 Leeuw, Oranjesingel 14

Elders

  • Borstbeeld Thorbecke, in Cuypershuis Roermond
  • 1851 – 1852: Evangelisten Marcus, Lucas, Johannes en Mattheus voor de restauratie van de Munsterkerk. Elk van de evangelisten kreeg het gelaat van een van de betrokkenen bij de resauratie van deze kerk. Het beeld van Marcus heeft de trekken van Leeuw zelf; Mattheus heeft de gelaatstrekken van Cuypers, Cuypershuis Roermond
  • 1880 Zelfportret, Cuypershuis Roermond

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Henri_Leeuw_sr.

Kunst op Straat

Rijksmonument

de Leeuw van beeldhouwers Henri Leeuw Jr. en Sr. in Kronenburgerpark (oktober 2023)
de Leeuw van beeldhouwers Henri Leeuw Jr. en Sr. in Kronenburgerpark (oktober 2023)

Het beeld is sinds 2002 Rijksmonument. Als waardering:

  • Van tuin- en kunsthistorische waarde als goed en gaaf voorbeeld van een standbeeld uit het laatste kwart van de 19de eeuw, gemaakt voor plaatsing in een openbare wandelplaats. Het standbeeld vormt een essentieel onderdeel van het in Engelse landschapsstijl aangelegde Kronenburgerpark. Het beeld staat voor de trots van de stad Nijmegen. Het object is van belang voor het oeuvre van de beeldhouwers Henri Leeuw sr. en jr.
  • Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een sociaal-maatschappelijke en stedelijke ontwikkeling, in casu het ontstaan van een visie op de stad die schoon, gezond en mooi dient te zijn; het in de stedelijke structuur opnemen van parken met beelden als verfraaiing en stedelijke voorziening.”

Verder lezen

Kronenburgerpark

Het Kronenburgerpark is vooral mooi vanwege een van de weinige restanten van de vestingmuur die heel Nijmegen ooit omsloot. Vooral…

Kruittoren of Kronenburgertoren

Toen Nijmegen haar vestingstatus verloor, was het blij dat ze nu eindelijk lucht kon krijgen door haar vestingwerken te slopen.…

St Jacobstoren en St Jacobsmolen

De St. Jacobstoren is in de 16e eeuw gebouwd, het meeste zuidelijke restant van de stadsmuur. Daarop stond de St.…

Bronnen

Leeuw (Kronenburgerpark), Wikipedia https://nl.wikipedia.org/wiki/Leeuw_(Kronenburgerpark)

https://de.wikipedia.org/wiki/Versch%C3%B6nerungsverein

Monumentenregister

PGNC 26/9/1886

Rijksstraatweg 72 Ubbergen: villa Margot, juli 2015 (Google Streetview) architect Oscar Leeuw
#Nijmegen, Beek, Gebouw van de dag, Ubbergen

Villa Margot architect P.G. Buskens

1900-1901 Rijksstraatweg 72, gemeentelijk monument

Rijksstraatweg 72 Ubbergen: villa Margot, juli 2015 (Google Streetview) architect Oscar Leeuw
Rijksstraatweg 72: villa Margot, juli 2015 (Google Streetview) architect Oscar Leeuw

In 1900 liet G.T. van Boldrik het door hem gekochte gebouw verbouwen. Hoewel veel bronnen (nog steeds) Oscar Leeuw als architect noemen, is het ontwerp mogelijk afkomstig van P.G. Buskens. Van Boldrik vernoemde de villa naar zijn vrouw: Villa Margot.

In 1900 kocht de gemeentesecretaris G.T. van Boldrik dit gebouw, oorspronkelijk een boerderij. Het gebouw bestaat sinds het midden van de 19e eeuw. In 1860 heeft het de naam “De Luts”. Nieuwe eigenaren hernoemen het gebouw in 1894 naar “Persingzicht”.

Van Boldrik laat het huis vergroten en de voorgevel vernieuwen, welke in 1901 gereed kwam. De bouwstijl van deze voorgevel is de Nieuwe Kunst (oftewel Art Nouveau/Jugendstil).

Architect Buskens

Veel bronnen noemden in het verleden Oscar Leeuw als architect van Villa Margot. In het artikel “Was Oscar Leeuw wel de architect van
Villa Margot in Beek?
” verklaart Willem Ruyters in Numaga waarom niet Oscar Leeuw, maar P.G. Buskens de architect van Villa Margot is. Bij het verschijnen van “Wonen aan de Straatweg, deel II: Van Sprauwenheuvel tot Beeklust.” (november 2025) uitgegeven door het Stichting Margot van Boldrikfonds blijkt dit boek ook P.G. Buskens aan te wijzen als architect.

Wanneer op 5-6-1901 de aanbesteding plaats zal vinden van “Het uitgraven, ophoogen, in profiel brengen en aanleggen van wegen, op een terrein, gelegen aan den straatweg Nijmegen-Beek, gem. Ubbergen” namens de “Maatschappij tot exploitatie van Bouwterreinen te Beek”, is architect P.G. Buskens, Scheidenmakersgas 54, de architect  (PGNC 26/5/1901)

Daarnaast toont Ruyters met een aantal andere argumenten, waaronder een vergelijk van het werk van de architecten Buskens en Leeuw ten opzichte van het ontwerp van Villa Margot aan, waarom Buskens de waarschijnlijke architect is.

Beschrijving Villa Margot

Het pand ligt tegen de stuwwal aan. De woning kreeg een asymmetrische voorgevel. Opvallend is daarbij het raam in de vorm van een rondboogvenster.

De makelaar, in de vorm van een passer? (met winkelhaak?), juli 2015 (Google Streetview)
De makelaar, in de vorm van een passer? (met winkelhaak?), juli 2015 (Google Streetview)

Boven dit venster is een opvallende gevelmakelaar (de bekroning van de geveltop), welke mij (RE) doet denken aan een passer.

Het balkon is van geornamenteerd hout. Wat in ieder geval de tegenwoordige tijd opvalt, is de hemelsblauwe kleur van de vensters. Ik (RE) weet niet of dit de oorspronkelijke kleur is.

De naam “Villa Margot” is aangebracht op een gepleisterd vlak. De villa is vernoemd naar de voornaam van mevrouw van Boldrik. Aan beide kanten staat een gestileerde klaproos. De voordeur in de lage aanbouw heeft een glas-in-lood venster.

Van Boldrik

Gerhardus Theodorus van Boldrik (14-4-1866 Leuth – 27-4-1942 Beek) was Gemeente secretaris en ontvanger van de gemeente Ubbergen. Zijn vrouw was Margot Elisabeth Hanenberg.

Hij was op 1 januari 1887 benoemd tot ambtenaar der gemeentesecretaris. Twee jaar later volgde de benoeming tot gemeentesecretaris. Dit beroep voerde hij meer dan 30 jaar, tot 1 juli 1922, uit. In het artikel naar aanleiding van zijn overlijden wordt genoemd dat hij in het bijzonder in de moeilijke tijd van 1914 tot 1919 belangrijk is geweest. Hij heeft ervoor gezorgd, dat het kerkje van Persingen voor de gemeente behouden bleef. (PGNC 30/3/1942)

Dochter Margot van Boldrik

In 1907 krijgt van Boldrik een dochter, die hij ook Margot noemt: Margot Johanna Theodora van Boldrik (1907-2008). Zij werd lerares in Kekerdom, Nijmegen en Roermond. Maar zij is vooral bekend vanwege haar liefde voor geschiedenis. Zij schreef boeken en verzamelde boeken en gegevens over de geschiedenis van de gemeente Ubbergen. Deze boeken vormden collectie van de in 1982 opgerichte Stichting Margot van Boldrikfonds. Zie tevens site van dit fonds.

Bewoner S.C. van Hattum

Vanaf het adresboek 1907 tot in ieder geval 1928 komt de familie van Hattum voor op het adres van Villa Margot.

In het Adresboek 1907 komt Villa Margot als: “S.C. v. Hattum “gep. Kap. O.I.L. en kap bij de Landweer, Beek beeksche straatweg villa margot”.

In 1908, 1909, 1910-1911 is het adres Beek beeksche straatweg 19 villa “Margot”.

Vanaf 1912-1213 is hij “reserve-kap” bij de Landweerinfanterie (naast gep. Kap. O.I.L.).

En in de Adresboeken 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916, 1918 tevens lid van het college van zetters.

In het Adresboek van 1922 en 1926 komt hij niet meer voor als reservekapitein. Wél is hij dan tevens “administrateur”.  Het adres van villa “Margot” is dan Beek, Straatweg 20.

In de Adresboeken van 1932, 1934 komt hij alleen nog voor als gep. Kap. O.I leger en administrateur. Het adres van villa Margot is dan Straatweg 26.

Waarschijnlijk overlijdt hij in deze jaren: in 1936 komt de Weduwe S.C. van Hattum voor op Beek B 26. De andere bewoner van Villa Margot is dan H.C.M.L. van Beek. In 1938 komt alleen deze H.C.M.L. voor.

Bronnen

Fietsroute Oscar Leeuw Open Monumentendag

Bidprentje https://bidprentjesarchief.nl/?pagina=nba-show-form&id=54218

https://www.bergendal.nl/overzicht-monumenten-beek

Verder lezen

Rechts het pand van de Damesmodezaak van Banens en Beermann, daarachter de Schouwburg die gevestigd was aan de Oude Stadsgracht, waar tevens de hoofdingang was, datering 1905-1920 (GN16311 RAN) architect Oscar Leeuw
#Nijmegen, Burchtstraat, Centrum, Gebouw van de dag

Oscar Leeuw: Architect van Damesmodezaak Banens en Beermann

1900 Lange Burchtstraat Centrum, verloren gegaan WOII

Rechts het pand van de Damesmodezaak van Banens en Beermann, daarachter de Schouwburg die gevestigd was aan de Oude Stadsgracht, waar tevens de hoofdingang was, datering 1905-1920 (GN16311 RAN) architect Oscar Leeuw
Rechts het pand van de Damesmodezaak van Banens en Beermann, daarachter de Schouwburg die gevestigd was aan de Oude Stadsgracht, waar tevens de hoofdingang was, datering 1905-1920 (GN16311 RAN)

In september 1900 opende de Damesmodezaak van Banens en Beermann op de hoek van de Lange Burchtstraat en Oude Stadsgracht. De architect was Oscar Leeuw. In 1935 vestigt zich de manufacturenzaak van Duives in het pand. Het gebouw ging tijdens de bevrijding in 1944 in vlammen op.

Het PGNC schrijft over de opening:

“Onze Lange Burchtstraat begint zachtjes aan een werkelijk grootsteedsche karakter te krijgen. Men vindt daar tegenwoordige magazijnen, die de grootste stad niet ontsieren zouden. Als zoodanig mag zeker gelden het nieuwe winkelhuis, naar de plannen van onzen werkzamen en verdienstelijken bouwmeester den heer Oscar Leeuw door den aannemer H.W. Thunnissen opgetrokken op den hoek tegenover den Schouwburg.

Reeds lang zal den voorbijgangers dit smaakvol en doelmatig winkelhuis zijn opgevallen, doch van avond eerst zal het tot zijn volle recht komen als het in schitterende verlichting van al de vitrines met rijke étalages prijkt.

Gelijk bij advertentie in ons blad is aangekondigd, wordt daar namelijk hedenavond door de firma Banens & Beermann een zaak in japonstoffen en confectie geopend.

Hedenmiddag hadden wij het voorrecht een kijkje te nemen in de welvoorziene winkellokalen en mochten er een rijke keuze bewonderen van nieuwigheden op het uitgestrekte gebied der dames-confectie.

Onze lezeressen zullen van ons niet vergen dat wij een tot in bijzonderheden afdalende beschrijving zullen geven van hetgeen wij in dit bonheur de dames gezien hebben aan costumes, mantels, peignoirs, blouses enz. enz. Liever sporen wij haar aan, daar zelf eens een kijkje te nemen. Trouwens hedenavond zullen de rijkverlichte vitrines, twee verdiepingen hoog, door den bloemist Meuleman met weelderigen bloementooi gesierd, van zelf algemeen de aandacht trekken.” (De Gelderlander 26/9/1900)

Advertentie Banens & Beermann in De Gelderlander 20/1/1901
Advertentie Banens & Beermann in De Gelderlander 20/1/1901

De winkel zou 34 jaar bestaan: op 30 juli 1934 verleent de Rechtbank aan Josephus Johannes Mathhias Banens, koopman en aldaar handelende onder de firma Banens & Beermann surséance van betaling. (De Gelderlander 10-8-1934)

Verhuizing

Afgaande op het krantenartikel van april 1935 maakt Banens een doorstart:

Maison Banens

Men moet bewondering hebben voor onze zakenlieden.

Wie onzen wakkeren middenstanders ondernemingslust ontzegt, kent ze niet voldoende.

Hun toewijding en zorgen verdienen lof en daadwerkelijke belangstelling.

Zoo is het geruimen tijd eenzaam en stil geweest in het kapitale pand aan de Lange Burchtstraat No. 42 hoek Oude Stadsgracht, vlak tegenover de thans in afbraak liggenden Stadsschouwburg.

De firma Banens heeft thans in dit mooie pand een geheel vernieuwde zaak geopend- een magazijn dat zich aangepast heeft aan de eischen van onzen tijd.

De heer Banens, deskundig zakenman, opent morgen Maison Banens op geheel nieuwe grondslag- maar toch een magazijn dat vooral ook het betere genre wil brengen tegen die prijzen, welke in onzen tijd betaald kunnen worden.

Maison Banens voert een uitgebreide sorteering dames-confectie, uitsluitend nieuwe modellen, in de bekende betere kwaliteiten en betere coupe tegen voordeelige prijzen.

De heele zaak is economisch efficienter ingericht en ziet er toch zeer aanlokkelijk uit.

Beneden is de geheele winkel, met zijn aantrekkelijke showroom, in lichte blanke tinten gehouden en maakt een prettigen indruk.

De dames-cliënten kunnen hier een goede keuze vinden, bovendien op de eerste verdieping nog een gezellige, goed verlichte winkelruimte voor de mantels, costuums, enz.

De heer Banens zijn deskundig personeel, staan borg voor een uitstekende bedieining.

Dames worden zonder eenige verplichting tot een bezoek uitgenoodigd.

Het pand naast Maison Banens, welk pand een grondige verbouwing ondergaat, zal binnenkort door een andere firma betrokken worden.” (De Gelderlander 24/5/1935)

Manufacturenzaak Duives

Rechts het pand van Duives Tricotages op de hoek met de Lange Burchtstraat, gezien vanuit het Valkhofplein, foto gedateerd 1939 (ir. J.G. Deur via F31661 RAN CC-BY-SA)
Rechts het pand van Duives Tricotages op de hoek met de Lange Burchtstraat, gezien vanuit het Valkhofplein, foto gedateerd 1939 (ir. J.G. Deur via F31661 RAN CC-BY-SA)

In 1935 opende Duives zijn manufacturenzaak in dit pand. Het gebouw ging tijdens de bevrijding in 1944 in vlammen op. Lees hier het artikel:

Verder lezen

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam…

Melkerij Lent

In 1899 opent Wildenbeest een stoomzuivelfabriek en melksalon. Vooral het laatste trekt veel aandacht. Dit gebouw is ontworpen door de…

Villa Dennenheuvel architect Leeuw

1900 Rijksstraatweg 46 Ubbergen, Rijksmonument De Rotterdammer Suermondt liet in 1900 zijn villa bouwen aan de Rijksstraatweg in Ubbergen. Het…

Villa 'Dennenheuvel' van architect Oscar Leeuw (28/07/1866 - 16/02/1944), met decoraties van broer Henri, vlak na de oplevering in 1900, gebouwd in opdracht van de Rotterdamse koopman Albert Suermondt, 1900 (F88071 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag, Ubbergen

Villa Dennenheuvel architect Leeuw

1900 Rijksstraatweg 46 Ubbergen, Rijksmonument

Villa 'Dennenheuvel' van architect Oscar Leeuw (28/07/1866 - 16/02/1944), met decoraties van broer Henri, vlak na de oplevering in 1900, gebouwd in opdracht van de Rotterdamse koopman Albert Suermondt, 1900 (F88071 RAN)
Villa ‘Dennenheuvel’ van architect Oscar Leeuw (28/07/1866 – 16/02/1944), met decoraties van broer Henri, vlak na de oplevering in 1900, gebouwd in opdracht van de Rotterdamse koopman Albert Suermondt, 1900 (F88071 RAN)

De Rotterdammer Suermondt liet in 1900 zijn villa bouwen aan de Rijksstraatweg in Ubbergen. Het architect daarvan was Oscar Leeuw, die samen met zijn Henri Leeuw een waar Gesamtkunstwerk heeft ontworpen.

Van vakantieadres naar woning

In 1900 kocht de Rotterdams koopman Albert Jacob Pieter Suermondt een stuk grond in Beek. De Suermondt, zijn vrouw Wilhelmina Mees en hun kinderen hadden, na een aantal jaren vakantie in de omgeving van Ubbergen te hebben gevierd, 16 jaar lang een woning van de familie Dommer van Polderveldt gehuurd. Van deze familie kocht het stuk grond.
Op deze grond stond een goedlopend koffiehuis, de “Weg en Hout”. Na een verbouwing werd deze “Boschlust” genoemd. Dit pand is in 1938 gesloopt. Op de helling boven het koffiehuis werd een nieuwe villa gebouwd. Hiervan waren de ontwerpers Oscar en Henri Leeuw. Dit was een van hun eerste grote opdrachten. Maar ook: een jaar daarvoor hadden ze de Melkerij Lent ontworpen, welke veel aandacht en waardering had gekregen, zowel van publiek als van vakmedia. Beeldhouwer Henri Leeuw had inmiddels zijn Leeuw in het Kronenburgerpark staan.

In mei 1900 vindt de aanbesteding plaats “Villa, terrein aan den Ubbergschen weg, voor rekening A. Suermondt”. Heijmerink en Nollen hadden met f22750 de laagste inschrijving en verkregen de aanbesteding. (De Gelderlander 23/5/1900)

In de zomer verhuisde het echtpaar Suermondt-Mees naar de nieuwe woning.

Vergezicht

Straatbeeld, met café 'Boschlust', en, op de achtergrond, villa 'Dennenheuvel', gebouwd tussen 1899 en 1902 door de Nijmeegse architect Oscar Leeuw. Links, de tramrails van de stoomtram Nijmegen-Beek, gedateerd 1904-1906, (Jos M.H. Nuss Amsterdam via F89331 RAN)
Straatbeeld, met café ‘Boschlust’, en, op de achtergrond, villa ‘Dennenheuvel’, gebouwd tussen 1899 en 1902 door de Nijmeegse architect Oscar Leeuw. Links, de tramrails van de stoomtram Nijmegen-Beek, gedateerd 1904-1906, (Jos M.H. Nuss Amsterdam via F89331 RAN)

Doordat de woning 10 meter boven straatniveau uitkwam, had het een prachtig uitzicht. Vanaf het terras is Arnhem te zien. Aan bij straten van de Rijksstraatweg lieten rijkeren vanaf de eerste helft van de 19e eeuw hier villa’s bouwen vanwege de schoonheid van het landschap. Daarnaast had het een voordelig belastingklimaat. Net als de andere meeste villa’s is de zichtlijn schuin op de Rijksstraatweg gericht. De villa valt onder het beschermd dorpsgezicht van Ubbergen.

Inrichting

In de zomer van 1901 vindt de verhuizing plaats. Waarschijnlijk was de interieurafwerking op dat moment nog niet klaar en kwam deze het volgende jaar gereed.

Het huis is opgetrokken uit baksteen, met elementen van natuursteen. Een deel van de gevels is met leisteen of heeft vakwerk uitgevoerd in stuc.

In huis staat, conform de “neo-Tudor stijl” de hall en het trappenhuis centraal. Het originele interieur is vrijwel bewaard gebleven. De kamers hebben eikenhouten lambriseringen. Opvallend is de hemelsblauwe kleur van het houtwerk. Op de wanden zijn sjabloonschilderingen aangebracht en de plafonds zijn beschilderd met planten en bloemen, welke typisch jugendstilmotieven zijn. Maar er zijn ook symbolen geschilderd, die ontleend zijn aan de vrijmetselarij en theosofie, zoals bijvoorbeeld afbeeldingen uit de dierenriem en andere astrologische afbeeldingen.

Bouwstijl

Straatbeeld, met villa 'Dennenheuvel'. Boven de straat en schuin op de lijn met de straat. Links, de tramrails van de stoomtram Nijmegen-Beek, datering 1904-1906 (I.J. Glaser via F89341 RAN)
Straatbeeld, met villa ‘Dennenheuvel’. Boven de straat en schuin op de lijn met de straat. Links, de tramrails van de stoomtram Nijmegen-Beek, datering 1904-1906 (I.J. Glaser via F89341 RAN)

Door het totaalontwerp, waarbij bouw en decoratie 1 geheel vormt, is het een echt “Gesamtkunstwerk” geworden. Oscar en Henri Leeuw hebben elementen uit verschillende stijlen gebruikt. En dan vooral de Engelse landhuisstijl vanwege de centrale rol die de hall speelt, de groepering van de puntdaken, de overhangende erkers, en de Neo-Tudor schoorstenen. De ornamenten zijn in Art Nouveau (oftewel Jugendstil) stijl, zoals bij consoles en dakranden (ontleend aan Rijksmonumenten).

Zowel de gebroeders Leeuw als Suermondt hadden een grote belangstelling voor stromingen als de theosofie. Vandaar dat het niet verwonderlijk is dat verwijzingen hiernaar zijn terug te vinden in de decoratie.

Een groot deel van de in de loop der jaren weg geschilderde sjabloonschilderingen is door de huidige eigenaar hersteld. (Rijksmonumenten)

Rijksmonument

Het gebouw is een Rijksmonument. Als waardering:

“-Van architectuurhistorische waarde als gaaf en bijzonder voorbeeld van een villa van omstreeks 1900, die in hoofdvorm en plattegrond de kenmerken vertoond van de Engelse Landhuisstijl, zoals een schilderachtige groepering van bouwvolumes, het gebruik van overkragende erkers, markante schoorstenen en samengestelde raampartijen. Hierbij is onder meer de met schubleien bekleedde erker een markant onderdeel. Voor decoratieve elementen en de aankleding van het interieur is voornamelijk met Art Nouveau motieven gewerkt, waarbij de goed bewaard gebleven en deels teruggebrachte schilderingen in Nederland een hoge zeldzaamheidswaarde bezitten. De villa is een belangrijk werk binnen het oeuvre van de Nijmeegse architecten Oscar en Henri Leeuw.

-Van stedenbouwkundige waarde als karakteristiek onderdeel van de bebouwing van de stuwwal aan de Rijksstraatweg, waar de villa vanwege ligging en markante verschijningsvorm een belangrijke beeldbepalende rol speelt.

-Van cultuurhistorische waarde als uiting van een maatschappelijke ontwikkeling, als voorbeeld van een villa gebouwd voor een kapitaalkrachtige stedeling, die zich vanwege het aantrekkelijke landschap langs de Rijksstraatweg vestigde. De villa is voorts een uiting van een geestelijke ontwikkeling, omdat in het interieur veelvuldig verwijzingen voorkomen naar de belangstelling van de opdrachtgever en architecten voor stromingen als Vrijmetselarij en Theosofie.” (Monumentenregister)

Vervolg

Advertentie verkoop Dennenheuvel en Boschlust namens erven Suermondt (PGNC 27/10/1928, opgeknipt)
Advertentie verkoop Dennenheuvel en Boschlust namens erven Suermondt (PGNC 27/10/1928, opgeknipt)
Advertentie verkoop Dennenheuvel en Boschlust namens erven Suermondt (PGNC 27/10/1928, opgeknipt)
Advertentie verkoop Dennenheuvel en Boschlust namens erven Suermondt (PGNC 27/10/1928, opgeknipt)

Het huis is door verschillende generaties Suermondt bewoond. Op een later tijdstip was het onder andere een kleuterschool van de Kanunnikessen van de Heilige Augustinus. Ook was het in gebruik als internaat van het college ‘Notre Dame des Anges’. Vanaf de jaren 70 hebben er een aantal families gewoond.

Wim Hornix en Els Straatman kochten Dennenheuvel in 1982. De afgelopen 40 jaar hebben zij de woning met veel zorg gerestaureerd. Een van de voorbeelden is het terugplaatsen van sjabloonschilderingen. Voor hun werk ontvingen ze de Ton Gijsbers Monumentenprijs 2009-2010. Hoewel niet gezocht naar andere gewonnen prijzen, schrijft de Gelderlander op dat moment dat de villa “weer eens in de prijzen is gevallen.” Wim Hornix is in 2019 overleden. De weduwe Hornix-Straatman heeft er nog een aantal jaren gewoond en in 2022 verkocht ze de woning Vereniging Hendrick de Keyser.

Vereniging Hendrick de Keyser

De vereniging kocht de woning vanwege “Reden verwerving: uitzonderlijk gaaf bewaard voorbeeld van de eclectische laat-negentiende/vroeg-twintigste-eeuwse villa-architectuur in Engelse landhuisstijl met een jugendstil-interieur (inclusief enkele vaste meubelen) uit de bouwtijd (‘gesamtkunstwerk’).” (Persbericht bij verwerving)

Hendrick de Keyser heeft als doel architectonisch of historisch waardevolle gebouwen te behouden. Daarvoor koopt ze panden aan. Om deze vervolgens te restaureren en daarna te verhuren. De vereniging heeft intussen 440 panden in haar bezit.

Lees Verder:

Concertgebouw de Vereeniging (april 2023)

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam…

Het fraaie pand van het melkhuis van B.J. Wildenbeest in art-decostijl ontworpen door Oscar Leeuw. Het pand overleefde de oorlog niet: het werd door de terugtrekkende Duitsers in brand gestoken, St. Jorisstraat 1, 1899 – 1900 (F17705 RAN)

Melkerij Lent

In 1899 opent Wildenbeest een stoomzuivelfabriek en melksalon. Vooral het laatste trekt veel aandacht. Dit gebouw is ontworpen door de…

(Overige) Bronnen en verder lezen

Villa Dennenheuvel, Persbericht Hendrick de Keyser via bft

Villa Dennenheuvel wint monumentenprijs, de Gelderlander, Laatste update: 25-03-17

Villa Dennenheuvel, Hendrick de Keyser

Jugendstil villa in Ubbergen verworven door Hendrick de Keyser, Historiek, 11 augustus 2022

Dennenheuvel in Ubbergen, Prachtige brochure van Hendrik de Keyser

voorheen bakkerij de Postduif architect Arntz september 2023
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Bakkerij de Postduif en remise, 2 winkelhuizen en 4 bovenwoningen Architect Arntz

1927 Ziekerstraat 132 Hoek Ziekerstraat/Tweede Walstraat Centrum

Ziekerstraat 130-132, Tweede Walstraat 40

voorheen bakkerij de Postduif architect Arntz september 2023
voorheen bakkerij de Postduif, architect Arntz, september 2023

Nadat bakker Sanders 20 jaar zijn zaak op de Zeigelbaan had gehad, laat hij een nieuwe bakkerij bouwen op de hoek van de Ziekerstraat en Tweede Walstraat. Daar laat hij architect Arntz een bakkerij met remise, twee winkelhuizen en vier bovenwoningen ontwerpen.

Een van de winkelhuizen gebruikt hij zelf. Hij noemt zijn zaak “De Postduif”, naar de postvlucht van luitenant Koppen.  Daarnaast bevond de bakkerij zich in de buurt van het postkantoor. In januari 1946 neemt van der Krabben de bakkerij over van de weduwe van bakker Sanders. Zolang het een bakkerij gewest is, heeft deze altijd “De Postduif” geheten. Tegenwoordig (september 2023) zit hier boetiek de Kameleon.

Sinds april 1990 is het een Stadsbeeldobject van de 19e eeuwse Stadsuitleg. https://www.nijmegen.nl/diensten/monumenten/monumentenlijst/

De Postduif van luitenant Koppen

Nu willen wij natuurlijk ook weten wat die postvlucht van Koppen wel niet was. De Postduif was het eerste driemotorige vliegtuig welke op en neer van Nederland naar Nederlands Indië was gevlogen. Daarbij was het de eerste officiële postvlucht naar Indië, waarvoor het 17,5 kilo post overbracht. De heenvlucht begon op 1 oktober en duurde 9 dagen. De terugvlucht duurde 10 dagen, waarbij het toestel 28 oktober weer in Nederland aankwam. (https://www.dbnl.org/tekst/_nee003193401_01/_nee003193401_01_0041.php)

Electrische Brood-, Beschuit- en Banketbakkerij “De Postduif”

Het PGNC schrijft bij de opening in 1927

Rechts Bakkerij de Postduif; Gezien vanuit de Van Schevichavenstraat. Rechts de Van Broeckhuysenstraat. Links van het midden de Tweede Walstraat, datering 1938-1940 (F2567 RAN) architect Arntz
Rechts Bakkerij de Postduif; Gezien vanuit de Van Schevichavenstraat. Rechts de Van Broeckhuysenstraat. Links van het midden de Tweede Walstraat, architect Arntz, datering 1938-1940 (F2567 RAN)

“De Ziekerstraat, en wel in het bijzonder het hoogste gedeelte, ondergaat den laatsten tijd eene moderniseering, welke het aanzien van deze straat steeds verbetert. Verschillende panden zijn herbouwd en thans is ook op den hoek van de Ziekerstraat en de Tweede Walstraat een complex gebouwen verrezen, welke bepaald een verfraaiing van dit stadsgedeelte hebben gebracht. Het zijn twee winkelhuizen in de Ziekerstraat en vier bovenwoningen, waarvan een aan deze straat en drie aan de Walstraat.

In het hoekperceel is hedenochtend geopend de Electrische Brood-, Beschuit en Banketbakkerij van den heer H.A. Sanders, welke totdusver gedurende twintig jaren aan de Zeigelbaan 51 is gevestigd geweest. Ter herinnering aan de vlucht van luitenant Koppen naar Indië en terug heeft de eigenaar zijn nieuwe zaak “De Postduif” gedoopt, een naam, mede toepasselijk door de nabijheid van het Postkantoor. De architect van het complex, de heer G.J. Arntz, die op dit bouwwerk trotsch mag zijn, heeft aan het voornaamste perceel den winkel en bakkerij “De Postduif”, veel zorg besteed. Hij heeft met de beschikbare ruimte gewoekerd en een zaak tot stand gebracht, waarbij het fraaie en het praktische hand in hand gaan. Het gebouw is in hoofdzaak opgetrokken in gele klinkers met een plint van Zweedsch graniet. Een ronde erker boven den hoofdingang doet het goed in den voorgevel en biedt uitzicht tot op den Mariënburg. De winkel ziet er van binnen vroolijk uit en beantwoordt aan de hoogste eischen van hygiëne, zooals het in een moderne bakkerszaak behoort. Er is veel glas in lood en zonneglas in de ramen, de muren zijn betegeld en de vloer eveneens. Zachte kleuren doen het oog aangenaam aan. Achter den winkel in een vertrek, dat tevens als kantoor dienst doet, staat een electrische roggebrood-snijmachine. De bakkerij is ruim en frisch. Licht en lucht kunnen vrij binnenstroomen. Een derde gedeelte van de bakkerij wordt ingenomen door een prachtige heete-luchtoven. Moderne apparaten, waaronder twee electrische mengmachines, completeeren de inrichting van deze mooie bakkerij. Daarachter is een remise voor de broodwagens met uitgang in de Walstraat gelegen.

Advertentie De Postduif in 
PGNC 6/4/1928
Advertentie De Postduif in
PGNC 6/4/1928

Het geheel maakt een uitstekenden indruk en de Ziekerstraat is met “De Postduif” een mooie zaak rijker geworden.

De volgende firma’s hebben tot volle tevredenheid van den heer Sanders aan den bouw meegewerkt aannemer H. Seegers, schilder F. v. Doorn, electrische installatie Beukering en Co., stucadoor W. Rokers, sanitair W. Engelaar, glas in lood E. v. Bilderbeek, tegels v.d. Venne en van der Sluys, heete-luchtovens H.P. den Boer, Dordrecht; glasplafond v. Beekum, Hilversum.” (PGNC 3/12/1927)

Bouwtekening Plan tot het bouwen van een bakkerij, een remise, twee winkelhuizen, vier bovenwoningen op een terrein hoek Ziekerstraat en Tweede Walstraat Nijmegen, architect Arntz, 25-3-1927 (Detail D12.391403)
Bouwtekening Plan tot het bouwen van een bakkerij, een remise, twee winkelhuizen, vier bovenwoningen op een terrein hoek Ziekerstraat en Tweede Walstraat Nijmegen, architect Arntz, 25-3-1927 (Detail D12.391403)

Van der Krabben

Overdracht De Postduif aan J.B.A. v.d. Krabben, De Gelderlander 3/1/1946
Overdracht De Postduif aan J.B.A. v.d. Krabben, De Gelderlander 3/1/1946

In januari plaatst de weduwe van Sanders een advertentie dat zij de bakkerij overdraagt aan de heer J.B.A. van der Krabben. Hij hoopt daarbij op 5 januari open te kunnen gaan.

“De Postduif” staat bij veel Nijmegenaren vooral bekend als bakkerij van de familie Krabben.

Boetiek

Tegenwoordig zit hier kledingboetiek de Kameleon. Op haar site: “De voormalige bakkerij ‘De Postduif’ is verbouwd tot een eerlijke boetiek. Er is gekozen voor onbewerkte materialen zoals: douglas hout, blauwstaal, koper, baksteen en beton. De winkel heeft in het oog springende elementen zoals de geel geglazuurde stenen aan de buitenzijde, een koperen balie, de grote houten kastenwand en de glazen vloer.” (https://kameleonnijmegen.nl/winkel)

2 recht, 2 rond

Let ook eens op de gebouwen op deze kruising, die met z’n vieren een mooi geheel vormen: schuin tegenover is er eveneens een pand -de Papaver- met een ronde hoek. Terwijl de andere 2 panden juist een scherpe hoek hebben.

Gerardus Jacobus Arntz, Architect

Gerardus Jacobus Arntz was een architect, afgaande op de eerste gevonden resultaten vooral van winkelwoningen en woningen. Waarschijnlijk is zijn…

Ziekerstraat

De Ziekerstraat is al in gebruik in de Romeinse tijd. Sommige panden zijn nog duidelijk te herkennen als vooroorlogs; hier…

Hema Grote Markt Nijmegen bij regen, architect Elzas
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Hema op de Grote Markt: Het Moderne Ontwerp van Elzas

Hema Grote Markt Nijmegen bij regen, architect Elzas
Hema, Grote Markt Nijmegen bij regen

Het Hema gebouw aan de Grote Markt is een van de meest roemruchte gebouwen van Nijmegen. De een vindt het een teken van de moderniteit, de ander eenvoudigweg lelijk of stoort zich aan het grote contrast met de historische panden van de Grote Markt. De architect was Abraham Elzas, de huisarchitect van het Bijenkorf concern waar toendertijd ook de Hema onder viel. Zijn carriere als huisarchitect begon feitelijk eveneens in Nijmegen, met het ontwerp van de noodwinkel voor de Hema. Wie was deze Abraham Elzas? En: wat was er modern aan de nieuwe Hema (en wat was alweer achterhaald)?

Noodwinkel HEMA door een “free-lance architect zonder opdrachten”

Het noodpand van de HEMA; geheel links de Oostersche Winkel (Van Broeckhuysenstraat 16), gedateerd 1952 (Nol Roozeboom via F58612 RAN CC-BY-SA)
Het noodpand van de HEMA; geheel links de Oostersche Winkel (Van Broeckhuysenstraat 16), gedateerd 1952 (Nol Roozeboom via F58612 RAN CC-BY-SA)

Het feitelijk onopvallende gebouw van de Hema noodwinkel neemt in de carrière van Elzas een bijzondere plaats in. Dit was zijn eerste opdracht voor het Bijenkorf concern, waar jarenlang ook de Hema heeft onder gevallen. Zijn naoorlogse werk bestaat vrijwel uit de werken die hij maakte als huisarchitect voor dit concern.

Na de Tweede Wereldoorlog moest Elzas zijn praktijk opnieuw opbouwen. Alfred Goudsmit, directeur van de Bijenkorf vroeg aan Elzas om een noodwinkel voor de Hema in Nijmegen te ontwerpen. (Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad 25-04-1987  en De Gelderlander 21/11/1947)

Vooroorlogse periode

Abraham Elzas (1907- 1995) is in 1907 te Alkmaar geboren. Zij vader had hier een meubelzaak. Na de handelsavondschool in Alkmaar schreef hij zich in op de kunstnijverheidsschool Verkruysen te Haarlem.

Hij ging naar Parijs, waar hij werkte in de ateliers van Le Corbusier, Auguste Peret en Van Doesburg. Daarna vestigde hij zich in Alkmaar. Hij werd lid van “Groep 8” en bouwde verschillende winkels en landhuizen. Daarnaast maakte hij studiereizen naar het buitenland.

Net als voor veel architecten, waren de beginjaren van de 30 zwaar geweest vanwege de crisis en deden veel architecten mee aan prijsvragen. In 1935 won hij de prijsvraag voor de bouw van een synagoge in de Lekstraat in Amsterdam. Daarvoor liet hij zich als Alkmaarder inschrijven in Amsterdam; dit gebouw staat tegenwoordig op de Monumentenlijst.

Oorlog

Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog viel het werk stil: in 1939 was hij nog gevraagd om boerderijen te ontwerpen voor de Wieringermeerpolder. Deze werkzaamheden moest hij in 1940 staken vanwege de ariërparagraaf van de Duitse bezetter.

In 1941 werd Elzas directeur van Joodse Ambachtsschool aan de Rapenburgsestraat in Amsterdam. Elzas zelf was in 1942 gedwongen geweest om van Alkmaar naar Amsterdam te verhuizen. Steeds meer leerlingen verdwenen van deze school: ze waren gedeporteerd. In 1942 werd de school gesloten. Elzas zelf dook onder.

Goudsmit

Na de oorlog had hij geen projecten. Hij ontmoette echter directeur Goudsmit van de Bijenkorf. Zij kenden elkaar nog, omdat Elzas barakken van een joods werkdorp had ontworpen. “Goudsmit vroeg me: wat doe je nou, op het ogenblik? Ik zei: uitrusten van het jarenlange onderduiken. In feite was ik free-lance architect zonder opdrachten. Hij hielp me aan een opdracht voor een noodwinkel van de Hema.” (Het vrije volk  25-4-1987)

Noodwinkel HEMA

De bouwtekening van de noodwinkel dateert uit 1946 (Het Nieuwe Instituut). De Gelderlander 23/1/1946 noemt dat de noodwinkels in de Bisschop Hamerstraat, Mariënburg (waar o.a. de Hema komt) en het Kelfkenscbosch waarschijnlijk in mei van dat jaar gereed zullen zijn als er geen stagnatie intreedt. De opening van de Hema vond echter meer dan een jaar later plaats:  in november 1947 ging deze open. Het pand zat aan de Van Broeckhuysenstraat 12. De bouwer was N.V. Aann. Bedrijf Fa. Tiemstra en Zonen.

Naast woorden van dank wordt bij de opening stil gestaan bij de gevallen slachtoffers.

 “Hetzelfde aantal stands als in het voormalige gebouw op de Grote Markt, en bovendien een snelbuffet is in thans heropende Hema ondergebracht.” ( De Gelderlander 21/11/1947)

In augustus 1948 krijgt de Hema een vergunning voor het oprichting “van een inrichting tot het bereiden van gebak, vleeswaren, ijs, enz. in het perceel aan de v. Broeckhuysenstraat No 14.a, kadastraal bekend gemeente Nijmegen, Sectie C, No. 6861.” (De Gelderlander 27/8/1948)

In oktober 1958 ging de nieuwe HEMA open. Afgaande op onderstaande foto, is het noodgebouw rond 1959 afgebroken.

Noodpand HEMA vóór de afbraak. Geheel rechts Café Restaurant De Karseboom (Van Broeckhuysenstraat 12), gedateerd 1959 (Gelderse Fotohandel Nijmegen, Auteursrechthouder J.F.M. Trum via GN17007 RAN CC-BY-SA)
Noodpand HEMA vóór de afbraak. Geheel rechts Café Restaurant De Karseboom (Van Broeckhuysenstraat 12), gedateerd 1959 (Gelderse Fotohandel Nijmegen, Auteursrechthouder J.F.M. Trum via GN17007 RAN CC-BY-SA)

Huisarchitect de Bijenkorf

De samenwerking beviel zo goed, dat Elzas de huisarchitect van de Bijenkorf werd, waar ook de Hema onder viel. Hij ging echter niet bij het concern in dienst: “D’r was natuurlijk veel te doen na de oorlog, ik ben niet geschikt van negen tot vijf.. Ze namen er genoegen mee dat ik mijn eigen bureau aan de Amsterdamse Raadhuisstraat behield.” Elzas vond het fijn om een klant als de Bijenkorf te hebben, maar had dan ook niet verwacht dat hij daarvan zoveel werk zou krijgen. Tot 1972 “kwam het er gewoon op neer dat we niets anders meer deden dan Hema’s bouwen, verbouwen, Bijenkorf bouwen, Bijenkorven verbouwen.”

Als zodanig begon hij in 1947 aan zijn tweede opdracht: de nieuwbouw van de Hema in Rotterdam, dit was de eerste echte nieuwbouw van de Hema. Deze ging in 1953 open. In totaal zou hij 36 Hema’s ontwerpen: 20 nieuwbouw en 16 verbouwingen.  De herkenbare stijl van de Hema vinden we ook terug in het historisch centrum van bijvoorbeeld Utrecht en Groningen.

Hij is vooral bekend om zijn ontwerp van de Bijenkorf in Rotterdam is samenwerking met de Hongaars-Amerikaanse architect Marcel Breuer, welke tussen 1954 en 1957 tot stand kwam.

Hema 1958

De Hema in aanbouw 1958 (J.F.M. Trum via GN42558 RAN CC-BY-SA)
De Hema in aanbouw 1958 (J.F.M. Trum via GN42558 RAN CC-BY-SA)

Zie ook een foto van het pas voltooide gebouw bij het RAN.

Vooroorlogse Hema

De Hema; rechts de herenmodezaak van L.J.J. Boers (adres Stikke Hezelstraat 1), gedateerd 1935 (F67233 RAN)
De Hema; rechts de herenmodezaak van L.J.J. Boers (adres Stikke Hezelstraat 1), gedateerd 1935 (F67233 RAN)
De Hema; rechts de herenmodezaak van L.J.J. Boers (adres Stikke Hezelstraat 1), gedateerd 1935 (F67233 RAN) De Hema; rechts de herenmodezaak van L.J.J. Boers (adres Stikke Hezelstraat 1), gedateerd 1935 (F67233 RAN)

De Hema opende op 20 juli 1927 een filiaal “aan de Grote Markt”, welke bij het bombardement van februari 1944 in vlammen op ging. Ze verhuisde daarop naar een pand in de Korte Burchtstraat. Dit gebouw werd tijdens Market Garden, op 18 september 1944, door brand verwoest. Daarna was ze tot 1947 in de Walstraat ondergebracht. In november 1947 betrok ze het noodgebouw aan de Van Broeckhuysenstraat.

Advertentie De Gelderlander 30/6/1945: Hema in 2e Walstraat
Advertentie De Gelderlander 30/6/1945: Hema in 2e Walstraat
Advertentie De Gelderlander 30/6/1945: Hema in 2e Walstraat Advertentie De Gelderlander 30/6/1945: Hema in 2e Walstraat

Locatie

Door de oorlog was veel oude bebouwing verwoest. Behalve leed, gaf het tevens ruimte voor nieuwe, grootschalige projecten. Een daarvan was de nieuwbouw van de Grote Markt met de V&D en Hema. Net als veel andere ketens koos ook de Hema voor het bouwen van hun pand in Nijmegen voor hun “huisarchitect”: Abraham Elzas.

Het is opvallend dat juist op een van de oudste plekken van Nijmegen, de Grote Markt met haar Waag, er gekozen is voor op dat moment zeer moderne architectuur, zowel van de V&D als van de Hema. Tegenover de Raadhuis in de Burchtstraat is er bijvoorbeeld gekozen voor een wat traditioneler ontwerp.

Hema bij de opening

Hema ingang bij avond. Veel aluminium en glas. Het is zo open, dat je tot achter in de winkel kunt kijken. september 2023
Hema ingang bij avond. Veel aluminium en glas. Het is zo open, dat je tot achter in de winkel kunt kijken. september 2023

De eerste gevonden vermelding dat de Hema definitief terugkomt is in februari 1950. Daarbij noemt de Gelderlander dat ze het overige deel van de Grote Markt zal krijgen (de V&D krijgt het andere deel) en dat ze een aanzienlijk stuk van de Augustijnenstraat krijgt, met inbegrip van het hoekpand. De Gelderlander is optimistisch: “Zijn de plannen voldoende uitgewerkt, dan kan zeer snel met de bouw van beide zaken worden gestart. Binnen enkele jaren, waarschijnlijk vóór 1952, mag men de voltooiing daarvan tegemoetzien en is de Markt weer volledig opgenomen in het economische verkeer.” (De Gelderlander 11/2/1950).

En maart 1950: “Gelijk we reeds eerder berichtten zal de wederopbouw van het definitieve pand van de N.V. Hema plaatsvinden gedeeltelijk op de Markt en gedeeltelijk op de Augustijnenstraat. Naar we thans vernemen zal de frontbreedte van het nieuwe pand aan de Markt ongeveer 12 meter bedragen, terwijl het front aan de Augstijnenstraat ongeveer de helft van deze straat in beslag zal nemen. De oppervlakte van het gehele pand zal een 1300 vierkante meter zijn.” Daarbij wordt de Augustijnenstraat 12 meter naar de Broerstraat verlegd. (De Gelderlander 10/3/1950).

“Donderdag was het zover, dat opnieuw aan de Grote Markt de deuren konden worden geopend van een gebouw vol moderne superlatieven. Het is een schepping van de Amsterdamse architect A. Elzas, bekleed met Romeins travertin. Voor de onderbouw zijn met aluminium beklede stalen kolommen gebezigd, waardoor het winkelpand een uiterst moderne aanblik heeft.”

De Gelderlander 11/3/1953: de N.V. heeft bij de Gemeenteraad het verzoek ingediend om ter betaling van de schadeloosstelling wegens onteigening het terrein aan de Grote Markt-Augustijnenstraat toe te wijzen, waarvan de totaalprijs is vastgesteld op f142.450. De onteigeningsvergoeding werd vastgesteld op f69.0082.

Waarschijnlijk duurt de bouw langer dan verwacht: De Gelderlander 4/12/1953 schrijft dat de bouw van de Hema “binnenkort” zal beginnen en dat deze naar verwachting eind 1954, gelijk met de V&D, gereed zal zijn. De Gelderlander 5/7/1954 meldt dat de Hema binnen twee of drie maanden gaat bouwen. En De Gelderlander 24/6/1955: “De plannen voor de bouw van de Hema op de Grote Markt zijn thans gereed. Naar verwachting zal de bouw binnen drie maanden kunnen beginnen. Het ligt in de bedoeling dat de Hema in het toekomstige nieuwe gebouw op de Markt-Augstijnenstraat volgend jaar voor de Vierdaagse zal kunnen openen.”

Het wordt oktober 1958, wanneer de Hema gereed is. Bij de opening is het een drukte van belang.

De totale oppervlakte van de vier verdiepingen bedraagt 5252 vierkante meter. Alleen de begane grond is in gebruik als winkelruimte, met een iets lager gedeelte voor de levensmiddelen. Nieuw is de vorm van de “back-to-back” toonbanken: de verkoopster staat niet achter, maar naast de toonbank.

Tussen de begane grond en eerste etage is een “hypermodern snelbuffet geïnstalleerd dat het modernste van Nederland heet te zijn.” Op de hoger gelegen verdiepingen worden gebruikt als kantoorruimte. De keuken en banketbakkerij zijn op de bovenste verdieping, “eveneens voorzien van de modernste, deels automatische outillage.” (De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad, 24-10-1958)

De aannemer bij de bouw was firma v.h. G.J. Tiemstra en Zn.

Wat was er modern aan de nieuwe Hema? En wat alweer achterhaald?

Hema, kant Augustijnenstraat, oktober 2023 architect Elzas
Hema, kant Augustijnenstraat, oktober 2023

In 1958 werd het meest moderne gebouw van de wederopbouw in de Nijmeegse binnenstad opgeleverd. Een licht en laagdrempelig gebouw met veel glas, travertin, aluminium en beton. Geen daklijst, krullen en ornamenten. Heel open en transparant. Zo transparant dat de klanten  van buitenaf een keur aan Hema-artikelen tot achterin konden zien liggen. Dat is nog steeds zo.”.

Eigenlijk is de hele winkel een soort etalage; waarbij de uitgestalde artikelen, symbool van de nieuwe welvaart, goed te zien waren. En: de winkel als een soort markt, waar bij daglicht alles goed te zien is in haar natuurlijke kleuren.

Elzas gebruikte ook voor die tijd vernieuwende materialen zoals glas, beton, staal en aluminium en dan vooral de mate en manier waarop deze materialen werden gebruikt. Een van de belangrijkste kenmerken zijn de zogenaamde vliesgevels: door te werken met een stalen skelet zijn de gevels geen dragende muren meer. Deze kunnen vervolgens worden ingevuld met lichtere materialen als aluminium en glas.

Andere kenmerken zijn de glazen deuren, die het gevoel van transparantie geven. En de “zwevende” etalagekasten aan de kant van de Augustijnenstraat, welke niet meer als zodanig worden gebruikt.

Praktisch

Etalage glazen bakken Hema bij avond, september 2023
Etalage glazen bakken Hema bij avond, september 2023

Naast het ‘moderne’, zal ook de praktijk een rol hebben gespeeld. Bakstenen en hout waren schaars, met beton en glas kon snel en betaalbaar gebouwd worden.

…en toch alweer wat achterhaald?

Elke krant in Nijmegen schreef en schrijft nog steeds vaak over het ‘moderne’. Dat klopte en bovendien is het de naam van de architecturale stroming (Moderne of modernistische). Maar feitelijk was deze denkwijze ten aanzien van warenhuizen alweer wat achterhaald: de nieuwe mode was geen daglicht, maar kunstlicht; niet open, maar gesloten.

De Bijenkorf in Rotterdam, die Elzas samen met Breuer ontwierp, illustreert dit.

Hema Rotterdam: Warenhuis van de HEMA kort voor de opening aan het Beursplein, links de Korte Hoogstraat. Opname vanaf het Rodezand, architect Elzas, 1953 (M.A.J. Hanse via NL-RtSA_4122_2008-799-01 archief Rotterdam CC-BY-4.0)
Hema Rotterdam: Warenhuis van de HEMA kort voor de opening aan het Beursplein, links de Korte Hoogstraat. Opname vanaf het Rodezand, architect Elzas, 1953 (M.A.J. Hanse via NL-RtSA_4122_2008-799-01 archief Rotterdam CC-BY-4.0)
De Bijenkorf in Rotterdam van de architecten Breuer en Elzas; De Bijenkorf aan de Coolsingel met rechts het sculptuur zonder titel (in de volksmond 'Het Ding') van kunstenaar Naum Gabo. Links het Beursplein, foto gedateerd 14-5-1957 (Fototechnische Dienst Rotterdam ( Gemeentewerken, Openbare Werken via L-2733 Stadsarchief Gemeente Rotterdam CC by 4.0)
De Bijenkorf in Rotterdam van de architecten Breuer en Elzas; De Bijenkorf aan de Coolsingel met rechts het sculptuur zonder titel (in de volksmond ‘Het Ding’) van kunstenaar Naum Gabo. Links het Beursplein, foto gedateerd 14-5-1957 (Fototechnische Dienst Rotterdam ( Gemeentewerken, Openbare Werken via L-2733 Stadsarchief Gemeente Rotterdam CC by 4.0)

Daarvoor moeten we even terug naar de Hema in Rotterdam uit 1953 en hoe de Bijenkorf aldaar tot stand kwam. Over deze Hema vertelt Elzas in een interview in 1987: “Het was destijds geen wereldwonder, maar ze waren er heel blij mee. Ze koketteerden ermee, omdat het hun eerste naoorlogse warenhuis was.” Een verouderd concept, wist hij toen al… op basis van kennis die hij ook al in 1947 had opgedaan tijdens een reis door de VS op verzoek van de Bijenkorf.” (In 1994 is de Hema in Rotterdam gesloopt, omdat het niet meer voldeed.)

Na de oorlog wilde de Bijenkorf niet meer met Dudok, die het vooroorlogse pand had ontworpen, in zee. Daarop stelde Elzas met leden van de directie van de Bijenkorf de uitgangspunten van de architectuur voor herbouw van het nieuwe warenhuis op:

  • Een gesloten doos zonder ramen
  • Zorg overal voor gelijkmatig kunstlicht
  • Maak roltrappen
  • Zorg voor een parkeergarage

Het gebouw zou veel moderner worden, zowel in uiterlijk als functionaliteit. Aanvankelijk zou J.J.P. Oud de nieuwe Bijenkorf ontwerpen, samen met Elzas. Oud wilde echter niet samenwerken met Elzas, waarop de directie van de Bijenkorf de samenwerking met Oud op. Vervolgens werd de Hongaars-Amerikaanse architect Breuer aangezocht.

Op haar site vertelt de Bijenkorf over haar Rotterdamse winkel: “De discussie, wel of niet daglicht in de winkel stond in die tijd weer centraal. De ene stroming wilde het daglicht ruim baan geven en dus grote ramen zien, terwijl de andere stroming vond dat met de nieuwe lichttechnieken van die tijd het daglicht kon worden vermeden. Men had in de loop van de tijd vastgesteld dat het hebben van veel strekkende meters achterwand om de goederen te kunnen presenteren erg belangrijk was. De nieuwe stijl van de Amerikaanse warenhuizen die na de WOII werden gebouwd kenden geen raampartijen meer. Voor die goederen die nog daglicht nodig hadden maakte men lichtopening met daglicht plafonds. De ingangspartijen werden breed en voorzien van veel glas om zo een groot deel van de parterre van buitenaf te kunnen overzien.” (Bron: De Bijenkorf)

“Voor de nieuwbouw richtte de directie van het Bijenkorf-concern haar blik op Amerikaanse voorbeelden zoals Macy’s en Abraham Strauss in New York en Carson Pirie and Scott (ca. 1900) in Chicago. Werd in Europa nog vrij lang vastgehouden aan het klassieke warenhuistype, in de Verenigde Staten ontwikkelde zich al snel een meer zakelijke stijl die paste bij de opvatting “Much common sense and no nonsense, utility first”. De Amerikaanse warenhuizen hebben een zakelijk karakter met weinig verfraaiing en architectonische effecten, en zijn doelmatig ingericht. Bovendien zag de directie van de Bijenkorf dat de moderne warenhuizen in de VS gesloten buitenwanden hadden. Een gesloten doos biedt meer wandruimte voor verkooprekken en geeft ruimte voor een doelmatige inrichting. Bovendien maakte een gebouw met gesloten gevels een beheerst klimaat mogelijk.” (De Bijenkorf)

Lelijk, lelijk geworden, niet van belang, of…?

Er zijn mensen, die het gebouw juist zien als symbool van de nieuwe tijd en vooruitgang.

Aan de andere kant vinden veel mensen de Hema een van de lelijkste gebouwen van Nijmegen. Sommigen vinden dit, omdat dit gebouw met de nadruk op functionaliteit, zonder versieringen, het veelvuldig gebruik van glas en staal, er niet gezellig uitziet. Dit heeft ook te maken met de locatie, het grote contrast met de gebouwen van de Grote Markt.

Ook kan het te maken hebben met veranderingen binnen of bij het gebouw: bijvoorbeeld de fietsenrekken van de Augustijnenstraat en het feit dat de glazen bakken niet meer als etalage worden gebruikt.

In een gevonden interview met de Gelderlander vertelt Wim Bilo dat jongeren de wederopbouwpanden anders bekijken. Dit merkt hij bijvoorbeeld tijdens rondleidingen die hij voor ’t Gilde geeft. ,,Scholieren vinden op de Grote Markt de warenhuizen mooi en de historische gevels noemen ze ‘ouwe meuk’. Dat vind ik natuurlijk niet. Maar wat men mooi vindt, verschuift. Over twintig jaar waarderen we de wederopbouwarchitectuur.”

Tijd zal het leren?

De glazen bakken etalage aan de Augustijnenstraat, dichtgemaakt, september 2033
De glazen bakken etalage aan de Augustijnenstraat, dichtgemaakt, september 2023

Of is “lelijkheid” voor de waardering van een gebouw niet van belang? Zoals Bilo al opmerkt, vinden scholieren de kant van de Hema vaak mooier dan de oude gebouwen.

In het centrum is de Hema het enige gebouw dat in de modernistische stijl gebouwd is. Daardoor wijkt het af van de andere panden, vooral in het gebruik van de hoeveelheid glas en aluminium. Dat maakt het pand uniek.

In een  interview van de Gelderlander met Hettie Peterse, beleidsadviseur cultuurhistorie: ,,Lelijk is geen argument”, stelt de cultuurhistorica. ,,Want de smaak van mensen verandert. Vijftig jaar geleden vond men bijvoorbeeld jugendstil en de architectuur van de 19de eeuwse schil van Nijmegen maar niks. Nu wordt het weer gewaardeerd.” (de Stentor 4-3-2023)

,,Toen begin deze eeuw de Stadsschouwburg een gemeentelijk monument werd, waren veel mensen verontwaardigd. Inmiddels is het een rijksmonument en is de stad er trots op. Jonge mensen kijken met positievere blik naar de wederopbouwarchitectuur.

…Nijmegen heeft een groot aaneengesloten gebied met wederopbouwarchitectuur. Dat is uniek. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed heeft het daarom tot landelijk wederopbouwgebied aangewezen.”

Elzas in 1987 over zijn Hema in Rotterdam: “Destijds hebben ze mijn Hema niet zo mooi gevonden omdat ik mooie blauwe ogen had, maar omdat het een functioneel warenhuis was. Daar zouden ze nu toch wel enig begrip voor kunnen opbrengen?” Het interview sluit af met: “Elzas berustend: “Merkwaardig dat veel van de dingen die ik heb gemaakt, ofwel alleen ofwel met een ander, zijn verdwenen of dreigen te worden aangepast.” (Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad, 25-04-1987). Het pand is in 1994 gesloopt, omdat het niet meer voldeed.

Het pand in Nijmegen is intussen onderdeel van het aangewezen gebied van wederopbouwarchitectuur. Zijn Hema in Arnhem is een gemeentelijk monument.

Wederopbouw Nijmegen

80 jaar geleden,op 22 Februari 1944, vernietigde het bombardement een groot deel van het centrum. Ook de gebeurtenissen rond Market…

Gerzon architecten Reynen en Lelieveldt

In 1931 had Gebr. Gerzon’s Modemagazijnen uit Amsterdam een filiaal aan de Korte Burchtstraat 17-19 geopend, welke in de Tweede…

Flat Plein 1944 architect Rodenburg

Eind juni 1944 vindt een belangrijke opening voor de wederopbouw plaats: de flat aan de westzijde van Plein 1944, een…

Bronnen

­­ Inventaris van het archief A. Elzas(1907-1995), archief 1913-1995, Lonneke Bakkeren, Nederlands Architectuurinstituut 2005

https://wederopbouwstad.nl/nieuws/wederopbouw-in-de-brug/

Hema, Huis van de Nijmeegse Geschiedenis (link april 2024)

Nijmegen Nederlands mooiste wederopbouwstad, Omroep Gelderland

De Hema, lelijke eendje of mooie zwaan? , 21 feb 2022

Zijn warenhuizen aan de Grote Markt niet om aan te zien? ‘Over twintig jaar denken we er anders over’ , Anne Nijtmans 04-03-23

Elzas, A. (Abraham) / Archief, Het Nieuwe Instituut 2000

Essay over A. Elzas, BONAS

RIJNSTRAAT 38 – WEVERSTRAAT 42

Elzas in Alkmaar?, Leen Spaans, Historische Vereniging Alkmaar

Hema-architect A. Elzas: “Laat Rotterdam voorzichtig zijn met dit vlaggeschip”, Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad, 25-4-1987

Abraham Elzas, Stichting Heimisj, laatst bijgewerkt 17 september 2019

Pijkestraat 9 t/m 27, juli 2019 (Google Streetview)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Pijkestraat woningen en drukkerij architect Claase

1911 Pijkestraat 9 t/m 27

Pijkestraat 9 t/m 27, juli 2019 (Google Streetview)
Pijkestraat 9 t/m 27, juli 2019 (Google Streetview)

Architect Claase ontwerpt in 1911 een drukkerij en een aantal beneden- en bovenwoningen voor de Gebroeders Janssen in de Pijkestraat. Hierna volgen enkele verbouwingen en uitbreidingen naar ontwerp van Claase en Estourgie. In 1968 verhuist de drukkerij. Daarna is het vooral bekend als kunstenaarsateliers. Rond 2015 vond een verbouwing naar appartementen plaats.

Ontwerp architect Claase

Op 10 november 1911 krijgen de broers W. en A.J. Janssen uit Lent vergunning tot het oprichten van een “door elektriciteit gedreven drukkerij aan de Pikkegas No. 7a kadastraal bekend Nijmegen, sectie C, Nos. 5930 en 5931. (De Gelderlander 12/11/1911). Het betreft 2 electro motoren van in total 3 Pk. (PGNC 27/9/1911)

Op 7 augustus 1911 zal aanbesteding plaats vinden van “Het bouwen van Beneden- en Bovenwoningen met daarachter gelegen Drukkerij, Kantoor en Werkplaatsen op een terrein aan de Pikkegas.B.J. Claase is de architect. (PGNC 30/7/1911)

De drukkerij: Plan voor het bouwen van een boekdrukkerij met vier beneden en vijf bovenwoningen aan de Pikkegas te Nijmegen op een terrein kadastraal Sectie C Nos 5930 5931 6098 voor de heeren Gebr W en A J Janssen te Lent, Nijmegen, Juli 1911 (D12.382454)
De drukkerij: Plan voor het bouwen van een boekdrukkerij met vier beneden en vijf bovenwoningen aan de Pikkegas te Nijmegen op een terrein kadastraal Sectie C Nos 5930 5931 6098 voor de heeren Gebr W en A J Janssen te Lent, Nijmegen, Juli 1911 (D12.382454)
De woningen: Plan voor het bouwen van een boekdrukkerij met vier beneden en vijf bovenwoningen aan de Pikkegas te Nijmegen op een terrein kadastraal Sectie C Nos 5930 5931 6098 voor de heeren Gebr W en A J Janssen te Lent, Nijmegen, Juli 1911 (D12.382454)
De woningen: Plan voor het bouwen van een boekdrukkerij met vier beneden en vijf bovenwoningen aan de Pikkegas te Nijmegen op een terrein kadastraal Sectie C Nos 5930 5931 6098 voor de heeren Gebr W en A J Janssen te Lent, Nijmegen, Juli 1911 (D12.382454)

Op 25-11-911 staat een advertentie dat Gebr. Janssen hun drukkerij hebben verplaatst naar de Pikkegas. (PGNC 25/11/1911). Een advertentie uit januari 1912 noemt als adres Pikkegas 27. PGNC 28/1/1912). In januari hebben ze daarbij ook een binderij ingericht. (PGNC 4/1/1914)

Vergroting en verbouwing Claase

Op 6-6-1914 vindt in opdracht van de Gebr. Janssen aanbesteding plaats van het “vergrooten en verbouwen van hun Drukkerij en Binderij aan de Pikkegas No. 27” door architect B.J. Claase (PGNC 31/5/1914).

Plan voor uitbreiding der drukkerij voor de heeren Gebroeders W. en A.J. Janssen, Mei 1914 (D12.382456)
Plan voor uitbreiding der drukkerij voor de heeren Gebroeders W. en A.J. Janssen, Mei 1914 (D12.382456)

Op 27 februari 1917 krijgen de Gebr. Janssen vergunning tot het uitbreiden van hun drukkerij in perceel Sectie C, No. 6163. (PGNC 1/3/1917). Deze bouwtekening heb ik vooralsnog niet gevonden.

Verbouwing en uitbreiding door Architect Estourgie

Op 12-9-1933 krijgt de “Firma Gebr. Janssen, alhier, en hare rechtverkrijgenden” vergunning tot het uitbreiden van de door elektriciteit gedreven zetterij, drukkerij en binderij in het perceel Pijkestraat 27, Sectie C, no. 6814. (PGNC 15/9/1933). Afgaande op de inventaris weergave van Estourgie heeft architect Estourgie deze uitbreiding ontworpen en tevens een uitbreiding in 1925. Bij de beschrijving inventarisnummer 140 staat:

“Pykestraat 27 (Pikkegas), Bouw van een arbeiderswoning; veranderen en uitbreiden magazijnen en werkplaats. Bouw van een kantoor; uitbreiding drukkerij
Opdrachtgever A.J. Janssen”, periode 1925 en 1933″. Estourgie ontwierp daarnaast de verbouwing van Pijkestraat 1, eveneens voor de Gebroeders Janssen.

40 jarig bestaan

40 jarig bestaan van Drukkerij Gebr. Janssen, november 1951 (GN44259 RAN)
40 jarig bestaan van Drukkerij Gebr. Janssen, november 1951 (GN44259 RAN)

In 1951 bestaat de drukkerij 40 jaar. “Al die tijd staat de heer A.J. Janssen aan het hoofd van zijn bedrijf, waarin twaalf personeelsleden werken, die al meer dan dertig jaar in zijn zaak werken. De laatste jaren is de heer Ph. Janssen zijn vader behulpzaam in de leiding.” (De Gelderlander 27/10/1951). In 1955 viert de boekdrukker Joh. Popping dat hij 40 jaar bij Drukkerij Gebr. Janssen in dienst is. Daarbij zijn“…het aantal 40-jarige en zilveren jubilarissen niet meer op vingers van twee handen te tellen.” (De Gelderlander 19/7/1955). In 1956 is C.L. Meuleman de 5e waarbij het veertigjarige dienstjubileum wordt herdacht (De Gelderlander 29/9/1956).

Verhuizing

Op 29-8-1968 verhuist de drukkerij, Drukkerij Gebr. Janssen N.V. , naar Energieweg 40 (toelichting bij foto F51520 Opening van Drukkerij Gebr.Janssen N.V., links burgemeester De Graaf en rechts directeur Flip Janssen.)

Ateliers en verbouwing

Pijkestraat gezien vanaf de Hessenberg (rechts) in de richting van de Lange Hezelstraat met op nummer 27 de Firma Michelotti, 1967 (Evert F. van der Grinten via F78973 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Pijkestraat gezien vanaf de Hessenberg (rechts) in de richting van de Lange Hezelstraat met op nummer 27 de Firma Michelotti, 1967 (Evert F. van der Grinten via F78973 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)

Op dit moment heb ik de ontwikkeling van de oude drukkerij nog niet volledig onderzocht. In ieder geval hebben in de oude drukkerij jarenlang ateliers gezeten.

Rond 2015 heeft hier een grote verbouwing in appartementen plaats gevonden. Dit was een onderdeel van 1 groot project waar naast deze drukkerij ook het oude Belgische Consulaat en de Kruittoren onder viel. Het renoveren van de Kruittoren viel uiteindelijk echter buiten de renovatie door Hermon Heritage.

Grotestraat 33 plaquette Henriette Presburg, september 2023
#Nijmegen, Benedenstad, Kunstwerken

Plaquette Henriette Presburg en de lege plaquette

1984 Grotestraat 27 en 33 Benedenstad

Grotestraat 33 plaquette Henriette Presburg, september 2023
Grotestraat 33 plaquette Henriette Presburg, september 2023

Omdat in 1983 Karl Marx 100 jaar is overleden, besluit de gemeente Nijmegen een plaquette op te hangen waar het “ouderlijke huis” van de moeder van Karl Marx heeft gestaan. Henriëtte Presburg heeft hier echter slechts 6 jaar gewoond: zij was geboren in de Nonnenstraat.

Op de plaquette op Grotestraat 33 staat:

“Hier stond het ouderlijk huis

van Henriette Presburg

Moeder van Karl Marx

Karl Marx 1818 -1883″

Verkeerd nummer

De plaquette is geplaatst naar aanleiding van het feit dat Karl Marx 100 jaar was overleden. Op 21 november 1984 werd daarop een plaquette geplaatst op een nieuwbouwwoning in de Grotestraat. Uit een onderzoek in 1989 bleek, dat de plaquette op een verkeerd nummer hing en daarop is de plaquette naar nummer 33 verplaatst.

Ouderlijk huis?

Grotestraat 31 Het Swarte Schild waar Henriette Presburg heeft gewoond. In bronnen staat nummer 33: Panden aan de westzijde van de Grotestraat, gezien in de richting van de Waalkade met links Hotel Cafe Restaurant Barnum (huisnummer 29) ; het pand met de tuitgevel (nummer 31) was het geboortehuis van Henriette Presburg (de moeder van Karl Marx) (deze reprofoto is afkomstig van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg). Deze panden werden vroeger genoemd Het Gulden Hoofd (nummer 29) en Het Swerte Schilt (Het Zwarte Schild)(nummer 31)., 1890 (Gerard Korfmacher via f63036 RAN)
Panden aan de westzijde van de Grotestraat:het pand met de tuitgevel (nummer 31) was het geboortehuis van Henriette Presburg (de moeder van Karl Marx) (deze reprofoto is afkomstig van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg), ook genoemdHet Swerte Schilt (Het Zwarte Schild)(nummer 31).

Henriëtte heeft inderdaad gewoond op het adres wat nu Grotestraat 33 is, toendertijd D 232 genummerd. Het huis stond bekend als “’t Swarte Schild” en bestond sinds 1482.

Ze is echter geboren in de Nonnenstraat. Zij is daar geboren 20 september 1788 en is de een na oudste uit een gezin van 5 kinderen. Haar vader was Isaac Heyman Presburg of Presborg (Presborg 1747 – Nijmegen 3 mei 1832) en haar moeder Nanette Salomons Cohen (Amsterdam, 1754 – Nijmegen 7 april 1833). Daarbij lijkt Isaac zo te zien zijn achternaam ontleent te hebben aan zijn geboorteplaats. Hij kwam in 1775 vanuit Presborg (Het huidige Bratislava, Slowakije) naar Nijmegen. Isaac was koopman in textiel en daarbij voorzanger van de Joodse gemeente. De synagoge hiervan staat eveneens in de Nonnenstraat. In 1808 verhuisde het gezin naar de huidige Grotestraat 33.

Op 22 september 1814 trouwt ze in de synagoge aan de Nonnenstraat met de advocaat Heinrich Marx. Zij krijgt een bruidsschat van twintigduizend gulden mee, wat laat zien dat de Presburgs welvarend waren.

Na het huwelijk vertrekken zij naar Trier, de woonplaats van Heinrich. Zij heeft dan 6 jaar gewoond in de Grotestraat. Dus “ouderlijk huis”?: feitelijk komt het huis in de Nonnenstraat waar zij en haar broers en zussen geboren zijn en waar zij 20 jaar heeft gewoond meer in aanmerking.

Terug naar Nijmegen

Zij is in ieder geval nog 1 keer terug naar Nijmegen geweest, voor de bevalling van haar derde kind Hermann op 12 augustus 1819. Mogelijk was de kleine Karl toen bij haar. Daarnaast is ze waarschijnlijk op de bruiloften van haar broers en zussen in Nijmegen geweest, waar Karl mogelijk op 2-jarige leeftijd bij aanwezig was.

Karl Marx zelf is in ieder geval 1 keer in Nijmegen geweest: hij bezoekt op 17-jarige leeftijd zijn oom Marcus, die op de Grotestraat woont

Verdere leven in Trier

Na de bruiloft in 1814 is het gezin in Trier gaan wonen. In ongeveer 1820 laat Heinrich zich protestants dopen om zijn beroep uit te kunnen oefenen. Hun 7 kinderen werden in 1824 gedoopt. Henriëtte wachtte totdat haar ouders overleden waren en liet zich in 1825 dopen.

Henriëtte zal op 30 november 1863 in Trier overlijden

Moeder-zoon relatie

De relatie tussen moeder en zoon was in ieder geval niet gemakkelijk. Karl was in ieder geval geen gemakkelijke zoon: ““Zoals ook haar man werd Henriette Marx-Presburg geplaagd door de zorg dat haar zoon Karl al vroegtijdig zijn radicaal-revolutionaire ideeën ten toon spreidde. Zo moest zij aanzien hoe zijn naam tot schrik van de Europese regeringen werd, hoe hij het vuur van de oproer aanwakkerde, hoe hij van land tot land gejaagd werd, als een balling achtervolgd, gevreesd en vaak uitgehongerd. Zelfs met de gedachte dat hij een groot denker was en als een van de machtigste en origineelste denkers van zijn tijd erkend werd, vond zij geen genoegen voor de pijn en het leed dat zij hierdoor te dragen kreeg”, aldus een van zijn biografen, die concludeert: “Het was de ironie van het leven dat hij de hoop van duizenden mensen wekte, terwijl hij daardoor zijn moeder ongelukkig maakte.” (Huis van de Nijmeegese Geschiedenis)

Als vrije publicist zat Karl geregeld in geldnood. Hoewel ze hem een aantal keren met schulden heeft geholpen, weigerde ze een voorschot op de erfenis uit te keren. Zijn oom Lion Philips -grootvader van de grondleggers van het Philips concern- was een tabakshandelaar in Zaltbommel. Bij hem had Marx meer succes: hier krijg hij wel bedragen los en soms logisch. Zo is zijn uiteindelijk belangrijkste werk, Das Kapital, deels in Zaltbommel geschreven. Toen zijn moeder overleed, kwam zijn erfenis los

Plaquette Nummer 27

De lege plaquette Grotestraat 27, september 2023
De lege plaquette Grotestraat 27, september 2023

Bij een van de woningen vlak ernaast hangt een soortgelijke plaquette. Deze is echter leeg: op deze plek hing aanvankelijk de plaquette dat hier het ouderlijk huis van Henriëtte Presburg was.

Bronnen en meer lezen:

Ouderlijk huis Marx’ moeder: Niet de Grotestraat maar de Nonnenstraat, René van Hoften in de Nijmeegse Stadskrant, mei 2009

Henriëtte Presburg, Wikipedia

Gedenkplaat Moeder Karl Marx, Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Hoe Nederlands was Marx?, Hans Goedkoop en Kees Zandvliet

De 14e maart en de familie Presburg, Geert Kusters, 2016 (site werkt inmiddels niet meer, april 2024)