Vooraanzicht van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels van architect Oscar Leeuw op de nieuwe locatie (v/h Groote Markt 7), 1913, (De Gelderlander, 20/03/1913, p. 7 via RAN F88982)
#Nijmegen, Burchtstraat, Centrum, Gebouw van de dag

De Geschiedenis van Firma Wed. W.G. Haspels: Een Modepaleis in Nijmegen

1913, Lange Burchtstraat 16

Vooraanzicht van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels van architect Oscar Leeuw op de nieuwe locatie (v/h Groote Markt 7), 1913, (De Gelderlander, 20/03/1913, p. 7 via RAN F88982)
Vooraanzicht van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels van architect Oscar Leeuw op de nieuwe locatie (v/h Groote Markt 7), 1913, (De Gelderlander, 20/03/1913, p. 7 via RAN F88982)

In 1913 verhuist de Firma Wed. W.G. Haspels, een zaak voor luxe dameskleding, van de Groote Markt 7 naar de Lange Burchtstraat 16. Het ontwerp van de verbouwing was van Oscar Leeuw. Bij het bombardement van febrauri 1944 werd het pand volledig verwoest, waarbij 19 medewerkers om het leven kwamen.

Aankoop Burchtstraat no. 8-10

In oktober (“dezer dagen”) koopt M. Benjamins van de firma wed. W.G. Haspels het pand Burchtstraat no. 8-10 aan van de firma F.J. Hübscher en Zoon, waarop dat moment tevens mantelmagazijn “de Ster” gevestigd is. Benjamins wil het jaar daarop, zijn zaak naar dit pand overbrengen, welke op dat moment nog op de Grote Markt gevestigd is. Eerst moet er echter nog een verbouwing plaats vinden (PGNC 29/10/1911)

Aanbesteding

In juli 1912 (“gisterenavond”) vond de aanbesteding plaats van “het gedeeltelijk amoveeren van de perceelen gelegen aan de Lange Burchtstraat no. 16 en 18 en het bouwen van een winkelhuis met bovenwoning en ateliers, waarin de zaak voor damesconfectie van den heer M. Benjamins, fa. Wed. W.G. Haspels, Groote Markt, gevestigd zal worden.”  H. Seegers had met f 29875 met de laagste inschrijving en verkreeg daarop de aanbesteding. (PGNC 3/7/1912)

Bij de Opening van Wed. Haspels

Lichtschacht op de bovenverdieping van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels , 1913 Lange Burchtstraat 16 architect Oscar Leeuw (F30624 RAN)
Lichtschacht op de bovenverdieping van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels , 1913 (F30624 RAN)

Bij de opening schrijft de Gelderlander:

Een Modepaleis.

Dezen naam verdien inderdaad de prachtige nieuwe modemagazijnen van de firma Wed. Haspels aan de Lange Burchtstraat, welke blijkens de aankondigingen op de laatste bladzijde van dit nummer morgenochtend tien uur voor het publiek geopend zullen worden.

Onze begaafde stadgenoot, de heer Oscar Leeuw, die onze stad reeds met zoo menige schepping van talent verrijkte, heeft hier weer een voortreffelijke gelegenheid gehad om zijn vernuft en smaak te toonen. Aannemer was de heer H. Seegers. De breede gevel in stijl Lodewijk XVI versierd met keurigen arbeid in gehouwen steen, door den heer Euwens alhier geleverd, maakt een werkelijk grootsch effect; maar vooral van binnen biedt de ruime localiteit, aangenaam gebroken door witte kolommen, die een sierlijken koepel van gelkleurd glas in lood (van den heer Kronenbiter te Berg en Dal) dragen, een bijzonder vriendelijken en gedistingeerden aanblik.

Overal treedt de voet op een zadelrood tapijt (uit de magazijnen van den heer Maurits Drukker) overal in het rond staan keurig witgeschilderde kasten met spiegels in de paneelen en met fijn verguld snijwerk gesierd, waarin de nieuwste snufjes van het seizoen geborgen zijn, die op verlangen der dames worden geateleerd op de witte tafels, waarbij zij zich op haar gemak kunnen neerzetten in sierlijke witte stoeltjes, of fauteuils.

Hebben zij iets uitgekozen, er is onmiddellijk gelegenheid te zien hoe het haar staat. Een vijftal allerliefste kabinetjes aan de achterzijde van de groote winkelruime zijn daartoe als paskamers ingericht, terwijl nog een paar kleinere paskamertjes rechts zijn aangebracht.

Interieur van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels van architect Oscar Leeuw op de nieuwe locatie (v/h Groote Markt 7)
De witte kolommen: Interieur van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels van architect Oscar Leeuw op de nieuwe locatie (v/h Groote Markt 7), 1913 (De Gelderlander, 20/03/1913, p. 7 via F88983 RAN)

Ter linkerzijde strekt de winkelruimte zich nog uit achter de beide aangrenzende huizen. Met veel smaak is hier bij wijze van cosy corner een aangenaam zitje ingericht voor wachtende dames of heeren, die zich hier kunnen verpozen met de vrolijke bedrijvigheid in ’t rond gaande te slaan. Op die hoogte is ook de ingang tot een ruimen koelkelder tot het bewaren van pelterijen in den zomer. Verder heeft men daar een telphoonkantoor-kantoortje voor bezoeksters, die b.v. thuis vergeten hebben het menu voor den dag op te geven; een kantoor voor het administratiepersoneel en een kantoor voor de directie.

Wat de wonderen betreft, welke de twee groot vitrines aan de straat herbergen, daaromtrent treden we in geen uitvoerige beschrijving. Wij denken dat onze lezeressen die morgen in persoon wel zullen gaan beoordelen; alleen stippen wij aan dat zij een schat bevatten van de nieuwste soirée-costumes, een avondmantel in blauw barèreg met kleine glaspareltjes bezaaid, enz.

De mannequins, die deze fraaie kledingstukken dragen, zijn van echt Parijsch maaksel, zooals de sierlijkheid en gracieuze buigzaamheid onmiddellijk verraadt.

Tooverachtig belooft vooral bij avond de aanblik van het nieuwe modepaleis te zijn door de zee van electrisch licht, uitstroomende van tal van kristallen lusires aan het plafond, terwijl rondom de koepel nog een kring van ronde ballons aan kristallen guirlandes afhangen. Deze prachtige lampen worden geleverd door de bekende firma Stokvis te Arnhem, die ook voor de centrale verwarming zorgde, terwijl de electrische installatie overigens werd aangebracht door den heer L.A. Moll alhier.

Portiek op de bovenverdieping van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels op de nieuwe locatie (F30625) Architect Oscar Leeuw
Portiek op de bovenverdieping van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels op de nieuwe locatie (F30625)

Stippen wij nog aan dat het groote schilderwerk verricht werd door den heer Wesseling en het kleinder van de binnenbetimmering door de firma Kaak, beide alhier.

Na een wandeling door de nieuwe magazijnruimten hedenmiddag werd ons ook een kijkje toegestaan in de nieuwe ateliers op de tweede verdieping (de eerste verdieping is allerkeurigst tot woning van den eigenaar ingericht), waar een zestigtal meisjes met nog een flink getal dames-kleermakers dagelijks werk zullen vinden. Een vier of vijftal ruime, hooge vertrekken, uitstekend verlicht en geventileerd, voorzien van waterclosets en allerlei gerief, is daartoe ingericht. Ook in dit opzicht beantwoordt de grootsche inrichting werkelijk aan de allerlaatste eischen. Onze stad mag werkelijk roemen op dit nieuwe modepaleis, dat met de fraaiste en rijkst voorziene van elders kan wedijveren.” (De Gelderlander 20/3/1913)

Geschiedenis van Haspels: bij het 100-jarig bestaan in 1939

In maart 1939 bestaat modezaak Haspels 100 jaar. Ter gelegenheid daarvan schrijft het PGNC over haar geschiedenis:

Honderdjarig bestaan van de Firma Haspels: Hoe de zaak groeide

Honderd jaar bestaat morgen, Woensdag 15 Maart, het damesmodemagazijn van de firma Haspels aan de Lange Burchtstraat en waar het zeker tot de zeldzaamheden zal behooren, dat een zaak een dergelijk jubileum kan vieren, is het zeker de moeite waard om eens te zien hoe deze firma, die tot de meest vooraanstaande van Nijmegen gerekend mag worden, zich in den loop der jaren ontwikkelde. Daaruit zal men dan kunnen zien dat hier inderdaad van een voorspoedige ontwikkeling gesproken mag worden.

Het was de heer Willem Haspels, die in het jaar 1839 de zaak stichtte, welke op de Groote Markt gevestigd werd. De zoon zette het bedrijf voort en na diens dood kwam de zaak in handen van de weduwe Haspels. Van haar was het, dat de tegenwoordige eigenaar, de heer M. Benjamins, in 1909 de zaak overnam. Intusschen was de firma in 1896 de eer ten deel gevallen het praedicaat Hofleverancier te mogen voeren, zulks in verband met het leveren van een toilette aan wijlen H.M. Koningin Emma. Destijds vertoefde deze n.l. dikwijls in hotel “Keizer Karel” te Nijmegen. Een aardig idee was het van den heer Benjamins om ter gelegenheid van de opening van de Waalbrug aan Hare Majesteit Koningin Wilhelmina te verzoeken om een copie van deze robe te mogen maken en te etaleeren. Volgaarne werd deze toestemming verleend.

Zooals gezegd, was het in den jare 1909, dat de heer Benjamins van de weduwe Haspels de zaak overnam. Deze besloeg toen een oppervlakte van 1 A. 63. c.A. en bestond uit een magazijn, waar stoffen en confectie werden verkocht en een atelier voor het vervaardigen van japonnen naar maat. Het personeel bestond uit 16 personen. De firma Haspels bezocht destijds reeds cliënten buiten Nijemgen en exposeerde vooral in Twente, n.l. Enschede, Almelo en Hengelo, waar zij onder de vrouwen van de industrieelen haar goeden roep mocht behouden, blijkende uit het feit, dat zij nog heden ten dage vele cliënten in deze plaatsen heeft.

Op de Groote Markt werd het huis spoedig te klein. In twee jaren was het personeel tot 40 personen aangegroeid. Dientengevolge moest naar een grooter pand worden uitgezien en in 1912 werd het mooie pand aan de Burchtstraat gekocht, het vroegere eigendom van jonkheer W. van Nispen tot Sevenaar. Op dit terrein groot 1100M2, werd door architect Oscar Leeuw één der mooiste modemagazijnen in de provincie opgetrokken. Het gevolg hiervan was, dat de zaak zich nog meer uitbreidde en zoo langzaamaan één der bekendste modemagazijnen werd, waar ruim 100 menschen werkzaam zijn. De moeilijkheden in zaken zijn algemeen bekend en worden ook de firma Haspels niet bespaard. Dat zij zich hierdoor niet laat ontmoedigen, blijkt hieruit, dat zij in het afgeloopen jaar een zaak in Arnhem geopend heeft. Bovendien laat de firma thans, gezien de contingenteering, op eigen ateliers in Amsterdam een gedeelte van haar confectie ontwerpen en vervaardigen. De krachten, die men hiervoor in ons land vindt, behoeven niet voor het buitenland onder te doen. Door de nieuwe ateliers in Amsterdam en de nieuwe zaak in Arnhem, is het personeel weer aanzienlijk uitgebreid.

De firma Haspels, welke haar cliënten over het geheele land telt, is de oudste firma op dit gebied en bij haar 100-jarig jubileum wenschen wij haar van harte toe, dat ook in de toekomst dezelfde gezonde ondernemingsgeest deze zaak mag blijven kenmerken.

Felicitaties worden bij voorkeur ingewacht morgenmiddag van 4 tot 6 uur.” (PGNC 14/3/1939)

Bombardement

Het door het bombardement verwoeste pand van Haspels (F67951 RAN)
Het door het bombardement verwoeste pand van Haspels (F67951 RAN)

Het bombardement van februari 1944 verwoeste het pand. Daarbij kwamen 19 medewerkers om het leven.

Een aangrijpend verhaal “Aan haar trouwjurk werd gewerkt” over een van de slachtoffers, Doortje Daanen‐Föllings, is te lezen op In Paradisum, bladzijde 17 en verder.

Een overzicht van deze 19 overledenen is te vinden op Oorlogsdoden Nijmegen.

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam…

Bahlmann Grote Markt

Vestiging Bahlmann op de Grote Markt in 1838 In 1838/1839 opent Bahlmann & Co. haar filiaal in manufacturen in Nijmegen…

Waar ontmoetingen herinneringen zijn geworden 18-7-2006 Julianapark, maart 2024
#Nijmegen, Kunstwerken

Waar ontmoetingen herinneringen zijn geworden

2007 Julianapark

Waar ontmoetingen herinneringen zijn geworden 18-7-2006 Julianapark, maart 2024
Waar ontmoetingen herinneringen zijn geworden 18-7-2006 Julianapark, maart 2024

Deze plaquette is een gedenksteen voor de Vierdaagse van 2006. Niet alleen voor de 2 overleden wandelaars, “voor ‘allen die tijdens of ten gevolge van deelname aan de Vierdaagse’ gestorven zijn” (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis). De tekst is afkomstig van de weduwe van 1 van de 2 wandelaars. Het ligt sinds 2007 in de buurt van de Wedren, bij het beeld van het Vierdaagsemonument.

De Vierdaagse van 2006

Dat jaar viel de vierdaagse samen met de 2e hittegolf van dat jaar. Het was die dag 34 graden in de schaduw. Die dag moesten 69 mensen in een ziekenhuis worden opgenomen, er waren 250 tot 300 meldingen van mensen die onwel waren geworden. De twee mannen, een van 58 en een van 65 waren ervaren lopers die meerdere malen de vierdaagse hadden uitgelopen en goed waren voorbereid.

Als gevolg van deze dag en mede omdat de weersverwachting de komende dagen hoge temperaturen bleef voorspellen, werd besloten de Vierdaagse te staken.

Vervolg

Sinds 2006 heeft de Vierdaagse een aantal maatregelen genomen: “Draaiboeken zijn verbeterd, een meteoroloog trad toe tot onze organisatie en we informeren wandelaars intensiever over het weer en te nemen maatregelen. Tegelijk wijzen we ze erop dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor hun deelname”.

(Overige) Bronnen en verder lezen 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Nijmeegse_Vierdaagse_2006

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Vierdaagse_2006

https://www.gelderlander.nl/overig/hopelijk-ooit-weer-bij-intocht~a558ac99/https://www.4daagse.nl/over-de-4daagse/historie

Julianapark en begraafplaats

In het Julianapark staan een aantal prachtige, oude bomen en daarnaast veel moderne beelden. Oorspronkelijk lag hier Fort Kijk in…

Vierdaagsmonument vriendschap Nederland Japan, maart 2024
#Nijmegen, Kunstwerken

Vierdaagsmonument Vriendschap Nederland Japan 1989

1989 Julianapark Altrade

Vierdaagsmonument vriendschap Nederland Japan, maart 2024
Vierdaagsmonument vriendschap Nederland Japan, maart 2024

Het Japans wandelmomument is een sculptuur dat aangeboden is door de Japan Walking Association. De sculptuur bestaat uit 2 opstaande marmeren platen welke de verbondenheid tussen Japanners en Nijmegenaren in de wandelsport symboliseert. Het staat in de buurt van de Wedren, begin- en eindpunt tijdens de Vierdaagse.

Het marmer is afkomstig uit een steengroeve van Tokushima. Met op de ene steen de Nederlandse en op de andere de Japanse vlag. Ze staan op een liggende steen met als opschrift:

“Dit monument is opgericht als een symbool van vriendschap tussen wandelaars in Nederland en Japan” en daaronder de tekst in het Engels en daarboven (waarschijnlijk) in het Japans.

Het beeld is gemaakt in 1989. Het monument is aangeboden door de Japan Walking Association. De maker van het kunstwerk, waarschijnlijk een Japanse kunstenaar, is onbekend. In de film wordt gesproken dat de leden van deze Association ook onder andere het vervoer betaald hebben, ondersteunt deze gedachte.

De sculptuur staat in de buurt van de Wedren, tijdens de Vierdaagse begin- en eindpunt van de dagelijkse afstand. Een prachtig filmpje over de onthulling is te vinden op 03-2055 RAN.

Achtergrond: Japanners lopen mee met Vierdaagse

Door het succes van de Vierdaagse liepen ook steeds meer buitenlanders mee. Daarop begon de KNBLO in de jaren 60 en 70 buitenlandse organisaties te helpen met het opzetten van meerdaagse wandelevenementen.

Bij de onthulling noemt voorzitter Kaneko van de Japanse Walking Association in zijn speech dat Japanners sinds 12 jaar meelopen met de Vierdaagse. De tweede ambassadeur van Japan in Nederland Akazawa feliciteert in zijn speech de Japanse Walking Association met haar 25-jarig bestaan later in dat jaar.

De 3-daagse van Higashimatsuama begon in 1978. Het is mij nog onduidelijk of en in hoeverre de KNBLO heeft meegeholpen met het oprichten van deze 3-daagse. In ieder geval was dit evenement het eerste lange afstandswandelevenement buiten Europa. Naast de KNBLO was de Japanese Walking Association een van de mede-oprichters van het International Marching League (tegenwoordig IML Walking Association) in 1987.

Uiteindelijk resulteerde de verbondendheid in het wandelen in een vriendschapsband tussen de gemeente en de stad Higashimatsuama in 1996.

De 3-daage van Higashimatsuama

De 3-daagse vindt begin november plaats. Tegenwoordig is het 1 na grootste wandelevenement ter wereld, haar website noemt 100.000 mensen. Bij de 3-daagse is het echter mogelijk om ervoor te kiezen om 1 of 2 dagen mee te lopen (waarbij ik niet weet of bij deze 100.000 mensen dus dubbel of eventueel driedubbel worden meegeteld). De afstanden zijn 5, 10, 30 en 50 kilometer.

Degenen die alle 3 dagen hebben meegelopen en hun afstand hebben volbracht krijgen een badge en een diploma. Wandelaars die 1 of 2 dagen hebben meegedaan, krijgen een diploma. Hoe de 3-daagse er uit ziet is te zien op de foto’s op haar site.

Waarom 3 dagen?

Een aantal bronnen noemt dat Higashimatsuama voor 3 dagen gekozen heeft, omdat 4 als een ongeluksgetal wordt gezien.

De 4 wordt namelijk soms uitgesproken als “shi”, wat “dood/doodgaan” betekent. Zoals bijvoorbeeld in Nederland soms de 13e verdieping niet bestaat, is hetzelfde het geval in Japan voor nummer 4.

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://kos.nijmegen.nl/overzicht-kunstwerken

https://nl.wikipedia.org/wiki/Higashimatsuyama

https://imlwalking.org/about/history

https://en.wikipedia.org/wiki/Japanese_superstitions

Julianapark en begraafplaats

In het Julianapark staan een aantal prachtige, oude bomen en daarnaast veel moderne beelden. Oorspronkelijk lag hier Fort Kijk in…

Vierdaagsemonument Vera Tummers-van Hasselt 1966
#Nijmegen, Kunstwerken

Vierdaagsemonument Vera Tummers-van Hasselt

1966 Julianapark Altrade

Vierdaagsemonument, de bos gladiolen en het kaartje is ter ere van de 100ste geboortedag van Vera van Hasselt (juli 2024)
Vierdaagsemonument, de bos gladiolen en het kaartje is ter ere van de 100ste geboortedag van Vera van Hasselt (juli 2024)

Vanwege de 50e Vierdaagse werd een beeld geplaatst naar ontwerp van Vera Tummers-van Hasselt. Het stelt een jongen (de start) en meisje (de finish) voor, waarbij het meisje bloemen in haar handen heeft.

De locatie is (natuurlijk) bij de Wedren: het start- en eindpunt van de wandeling.

Het beeld was een geschenk van de gemeenten waardoor de Vierdaagse doorheen komt en de wandelaars zelf. Bovendien werd de “Breunense bank” aangeboden, vernoemd naar de marsleider.

Start en Finish

“Het beeld zal voorstellen een jongen en een meisje die de start en de finish van de wandeltocht symboliseren. De groep wordt iets meer dan levensgroot uitgevoerd.” (Limburgsch dagblad 18-3-1966)

Bij het RAN zijn schetsen te zien van 2 ontwerpen: F41891 en F41890.

Daarbij lijken de lopers op de eerste tekening jonger te zijn en wat harder te lopen. Het huidige beeld is meer gestyleerd dan de tweede tekening. En heeft de vrouw nog geen bosje bloemen in handen.

Sokkel?

In beide tekeningen is het beeld op een sokkel geplaatst. Afgaande op de foto’s van de uiteindelijke plaatsing is daar geen sprake van: waarschijnlijk om aan te geven dat de wandelaars “1 van ons” zijn.

Bij het ontwerp was het idee dat het beeld op een sokkel zou komen te staan, “waarvan de zijden in vier richtingen verlengd worden. Dit als symbool van de vier dagen en dan praktisch te benutten als zitbank. Tevens zal de mogelijkheid bestaan om vlaggemasten te plaatsen in de sokkel.” (Algemeen Handelsblad 17-3-1966)

Vierdaagsemonument Vera Tummers-van Hasselt 1966
Vierdaagsemonument Vera Tummers-van Hasselt 1966

Gips of brons

Het was nog spannend of het beeld de maandag vóór de Vierdaagse onthuld zou kunnen worden in brons, of dat “Bij de onthulling zal de KNBvLO het moeten doen met het gipsen ontwerp. Na het feest zal dit zonder verdere aankondiging worden omgeruild in het bronzen afgietsel.” (Algemeen Handelsblad 17-3-1966). Doordat de bronsgieter naar Heerlen kwam, kon alsnog het bronzen beeld direct worden onthuld. (De Nieuwe Limburger, 11-5-1966).

Vera Tummers – van Hasselt

Vera Louise Maria Tummers-van Hasselt (Ubbergen, 5 juli 1924 – Heerlen, 5 oktober 2014)

Plaatsing wandelaarsmonument in het Julianapark t.g.v. de 50e Vierdaagse. Vlnr: mevrouw Vera Tummers-van Hasselt, de heer Van Hasselt en gemeentevoorlichter Ab Uijen, 7/1966 (Fotopersbureau de Gelderlander auteursrechthouder J.F.M. Trum via F50885 RAN CCBYSA)
Plaatsing wandelaarsmonument in het Julianapark t.g.v. de 50e Vierdaagse. Vlnr: mevrouw Vera Tummers-van Hasselt, de heer Van Hasselt en gemeentevoorlichter Ab Uijen, 7/1966 (Fotopersbureau de Gelderlander auteursrechthouder J.F.M. Trum via F50885 RAN CCBYSA)

Vera werd op 5-7-1924 geboren te Beek. Tijdens haar gymnasium leerde ze het beeldhouwen kennen in het atelier van de familie Meertens. Na 1 jaar kunstgeschiedenis in Amsterdam ging zij beeldhouwen studeren in Maastricht. In 1954 trouwde ze met Nic. Tummers. Tummers was geboren in Heerlen en had zich gevestigd als zelfstandig kunstenaar.

Het meisje van het Vierdaagsemonument bij de 100ste geboortedag van Vera van Hasselt (juli 2024)
Het meisje van het Vierdaagsemonument bij de 100ste geboortedag van Vera van Hasselt (juli 2024)
Kaartje 100ste geboortedag Vera van Hasselt op Vierdaagsemonument (juli 2024)
Kaartje 100ste geboortedag Vera van Hasselt op Vierdaagsemonument (juli 2024)

Het bekendste werk van Tummers-van Hasselt is het beeld van Mariken van Niemeghen op de Grote Markt uit 1957. Volgens het Limburgsch dagblad 18-3-1966 had zij de opdracht voor het vierdaagsemonument gekregen omdat Mariken “veel waardering in gevonden in Nijmegen”.

Een ander beeld van haar is de Fluitspeler (1963 in Beek bij het Höfke, Verbindingsweg/Waterstraat). In 2009 onthulde zij het borstbeeld van haar vader, dokter Piet van Hasselt, in de toen nieuwe wijk Sprengenbeek.

(Overige) Bronnen en verder lezen:

Vera van Hasselt, wikipedia

Julianapark en begraafplaats

In het Julianapark staan een aantal prachtige, oude bomen en daarnaast veel moderne beelden. Oorspronkelijk lag hier Fort Kijk in…

Het Pensionaat Instituut Johanna de Lestonnac (eerste gebouw rechts van de kerk), de Lagere School en het Klooster van het "Convent de Notre Dame" (Zustercongregatie van de Dochters van O.L. Vrouw) (patrones Johanna de Lestonnac). Links de Groenestraatskerk (H. Antonius van Padua / St. Annakerk). Voor de rest nog een vrij lege omgeving, 1915-1925 (F16134 RAN) Dobbelmannweg 1 3 en 5
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Pensionaat Instituut Johanna de Lestonnac archtect J. Margry, later bewaarschool architect vd Boogaard

1912 Dobbelmannweg 5 Hazenkamp

Het Pensionaat Instituut Johanna de Lestonnac (eerste gebouw rechts van de kerk), de Lagere School en het Klooster van het "Convent de Notre Dame" (Zustercongregatie van de Dochters van O.L. Vrouw) (patrones Johanna de Lestonnac). Links de Groenestraatskerk (H. Antonius van Padua / St. Annakerk). Voor de rest nog een vrij lege omgeving, 1915-1925 (F16134 RAN) Dobbelmannweg 1 3 en 5
Het Pensionaat Instituut Johanna de Lestonnac geheel rechts. Van links naar rechts: de Groenestraatskerk (H. Antonius van Padua / St. Annakerk), het Klooster van het “Convent de Notre Dame” (Zustercongregatie van de Dochters van O.L. Vrouw) (patrones Johanna de Lestonnac en de Lagere School en in een verder vrij lege omgeving, 1915-1925 (F16134 RAN)

In 1912 vindt uitbreiding plaats van het katholieke complex aan de Dobbelmannweg door de bouw van een pensionaat: Instituut Johanna de Lestonnac. De architect was Jos Margry. In 1931-1932 vond de (interne) verbouwing naar een bewaarschool (fröbelschool, voorloper van de kleuterschool) plaats naar ontwerp van van de Boogaard. Tegenwoordig is het een atelier voor kunstenaars.

De kerk, het klooster en de school waren al gebouwd voordat het pensionaat werd gebouwd. Het pensionaat bevindt zich op Sectie C no 127.

Pensionaat bij het Klooster te St. Anna te Nijmegen, Datum tekening mei 1912 (D12.383978)
Pensionaat bij het Klooster te St. Anna te Nijmegen, Datum tekening mei 1912 (D12.383978)

Achter de ingang ligt een vestibule. Links en rechts (aan beide kanten het eerste raam naast de deur) zijn spreekkamers. Naast de linkerspreekkamer zijn er twee klaslokalen, naast de rechter 1. Hierachter ligt een gang en daarachter weer 2 respectievelijk 1 klaslokaal. Tegenover de vestibule staat een trap naar de eerste verdieping.

Indeling Begane Grond van Pensionaat bij het Klooster te St. Anna te Nijmegen, Datum tekening mei 1912 (D12.383978)

Geheel rechts is een studeerzaal, die in de volle lengte van het gebouw loopt. In de laagbouw links bevindt zich eerst de recreatiezaal, daarachter de refter en vervolgens de waskeuken.

Op de eerste verdieping liggen de slaapkamers.

Verbouwing zolder 1916

In 1916 vindt er een verbouwing van de zolderverdieping plaats, de bouwtekening is ondertekend door J.J. de Groot. Waarschijnlijk is de zolderverdieping vanaf dat moment in gebruik als tekenzaal, gymnastiekzaal, kofferzolder en slaapzaal. (D12.385216)

Jos Margry

De architect van de het pensionaat was Josephus Cornelius Franciscus (Jos) Margry (Rotterdam, 7-2-1888 – Rotterdam, 20-3-1982). In Nijmegen kennen wij hem vanwege het ontwerp van:

Zijn vader Albert had de Groenestraatkerk en het klooster ontworpen.

Verbouwing tot bewaarschool, architect v.d. Boogaard

1931-1932

In 1931-1932 vindt de verbouwing plaats van het pensionaat naar een bewaarschool. Het betreft vooral een inwendige, grondige, verbouwing. In het gedeelte met verdieping is nu vooraan de gang/garderobe geplaatst. Daarachter bevinden zich de lokalen. Daarbij is ook de studiezaal verbouwd tot lokaal met daarbij een trappenhuis.

Ook de recreatiezaal en refter zijn verbouwd tot lokaal. Het gedeelte met onder andere de waskeuken is een speelzaal geworden. Afgaande op de bouwtekeningen is een kleine aanbouw gemaakt voor de gang en toiletten.

Stichting "Notre Dame" te Nijmegen verbouwing instituut tot bewaarschool, Architect "A. v/d Boogaard", datum tekening maart 1931 (D12.397857)
Stichting “Notre Dame” te Nijmegen verbouwing instituut tot bewaarschool, Architect “A. v/d Boogaard”, datum tekening maart 1931 (D12.397857)

Ook de eerste verdieping is verbouwd: boven de ingangspartij ligt nu de kamer voor geneeskundig onderzoek. Aan de voorkant bevindt zich de gang/garderobes. Met daarachter aan elke kant 2 lokalen, gescheiden door de hal.

Bij de opening

De Gelderlander schrijft bij de opening:

“We zijn gisteren eens een kijkje gaan nemen in de Fröbelschool aan den Dobbelmannweg, waarmee het prachtig complex scholen in de parochie van Pastoor van Mulukom weer is verrijkt.

Het is werkelijk een prachtige school, waarmee de ijverige parochieherder Pastoor van Mulukom, door wiens stuwende kracht de school is tot stand gekomen, de toegewijde Zusters, aan wiens zorgen de school zal worden toevertrouwd, ja heel de parochie van de Grootestraat, die van de school zal kunnen genieten, oprecht mogen worden geluk gewenscht.

Er zijn boven en beneden niet minder dan 9 klaslokalen, alle modern ingericht, met aardige, gezellige bankjes en kasten, waarin de nieuwste fröbel-leermiddelen kunnen worden opgeborgen: in één lokaal treffen we grappig-kleine stoeltjes en tafeltjes, waaraan de kleuters kunnen bouwen, vlechten, kleien en wat er zoo al meer voor kleuterbezigheden zijn. In elke klas is een gootsteentje met kraan, waar de handen verfrischt kunnen worden, als ze wat al te groezelig gemaakt zijn: in een der klaslokalen treffen we zelfs een klein keukentje met een modern aanrecht, waar de kleinen zeker moeten leeren opwasschen.

De klaslokalen zijn alle ruim en luchtig: er zijn overal groote ramen en breede vensterbanken, waarop bloemen en planten kunnen worden geplaatst. Ook de gangen zijn ruim, breed en frisch; langs betegelde muurtjes zijn genummerde kapstokken aangebracht, waaraan elk kind op een vaste plaats zijn kleertjes kan hangen.

We vernamen nog een aardige bijzonderheid. De tegeltjes bij de kapstokken der kleinen zijn alleraardigst beschilderd met frissche, kleurige, tot de kinderfantasie sprekende voorstellingen, van een kip, een hekje, een hondje, enz. Wie denkt u dat die tegelbeschilderingen heeft aangebracht?… Een van de zusters. En zij heeft ’t beslist met groot talent gedaan. Het aspect van de gang is, ook door die kinderlijke beschilderingen, buitengewoon vriendelijk en gezellig geworden.

Het speelterrein voor de kinderen, dan aan de school verbonden is, mag een “eldorado” genoemd worden en vooral ’s zomers, als de boomen hun schaduwen afwerpen, moet het er verrukkelijk zijn. De kleinen hebben dan een echt stukje “bosch” tot hun beschikking en ze kunnen bovendien naar hartenlust taartjes en poffertjes bakken in twee groote zandbakken. En als ’t regent of slecht weer is, welnu, dan hebben ze nog een mooie ruime speelzaal, in frissche tinten uitgevoerd; langs de kanten in deze speelzaal zijn leuke, lage bankjes aangebracht, waarop de “fröbeltjes” kunnen uitrusten, als ze moe gespeeld zijn; ook in deze speelzaal is weer een gootsteen, waar ze fijn hun handjes kunnen wasschen.

Er zijn boven verder nog drie kamertjes, een voor den dokter, een voor de directrice en een voor de leeraressen.

Er is door het geheele gebouw centrale verwarming en men vindt er eenvoudig, smaakvol en degelijk, alle leermiddelen en comfort, die men maar voor een moderen fröbelschool verlangen kan.

Zooals bekend was in het gebouw van deze nieuwe fröbelschool tot voor kort een meisjespensionaat gevestigd. Het is geen gemakkelijke taak geweest om dit pensionaatsgebouw om te tooveren tot fröbelschool en de architect, de heer M.A.M. v.d. Boogaard, stond voor een moeilijke opgave. Hij heeft zich echter van die opgave uitmuntend gekweten en niettegenstaande hij natuurlijk gebonden was aan bestaande vormen van het oude gebouw, heeft hij een fröbelschool weten tot stand te brengen, die perfect in orde is en door iedereen mag gezien worden.

Ook de aannemer, opzichter en de verschillende instalateurs, hebben eendrachtig meegewerkt om een prachtig geheel te verkrijgen. Wij noemen hier hunne namen: aannemers J. Hofman en Zonen; opzichter C. Verbeeten; schilders G.D. Scheers & Zoon; loodgieters A.M. Friebel; centrale verwarming Merkx en Boerboom.

De nieuwe school zal, naar wij vernemen, spoedig een 300 leerlingen tellen. Wat zullen de kleuters zich in de nieuwe frissche omgeving spoedig thuis voelen! Een mooie taak wacht de zusters en de leeken-onderwijzeressen, aan wie de leiding dezer honderden peuters zal worden toevertrouwd. Moge God haar arbeid zegenen.” (De Gelderlander 4/1/1932)

Gemeentelijk Monument

Het gebouw is sinds 1987 een gemeentelijk monument. Bij de aanwijzing:

“Voormalig meisjespensionaat.
Bakstenen gebouw in twee lagen met kap.
Naast de brede middenrisaliet met topgevel aan weerszijden twee door lisenen gescheiden traveëen, elk met drie vensters naast elkaar die smaller zijn dan de vier vensters van het middendeel. Schuiframen met bovenlicht zijn met roeden nader ingedeeld; bakstenen kepermotief in de boogvelden boven de vensters. In de topgevel over de volle breedte op goothoogte een natuurstenen band met het opschrift “Instituut Johanna de Lestonnac”, daarboven in een nis een beeld op console onder baldakijn. Fries van gele verblendsteen tussen de gootklossen vertoont verwantschap met klooster en noviciaat op Dobbelmannweg 1, evenals de veelheid aan flinke dakkapellen, die duidt op de indeling van zolders in chambretten. Het metselwerk is versierd met horizontale banden van gele verblendsteen. Aan de noordzijde een aanbouw van één bouwlaag met kap met brede gebogen erker naar de straat, oorspronkelijk in gebruik als refter van het pensionaat. Het pand is in 1931 verbouwd tot bewaarschool.”

Tegenwoordig

Dobbelmannweg 5, tegenwoordig in gebruik voor ateliers architect voor het pensionaat was Jos Margry, de verbouwing tot bewaarschool van de Boogaard
Dobbelmannweg 5, tegenwoordig in gebruik voor ateliers, augustus 2023 (Google Streetview)

Tegenwoordig is het gebouw in gebruik door Slak Ateliers.

Sint Jansschool

Pastoor van Mulukom zegent in mei 1921 de jongensschool Sint Jansschool aan de Groenestraat 227 in. De architect is A.…

Javabosje oude bomen met narcissen (maart 2024)
#Nijmegen, Groen in Nijmegen, GroenInNijmegen

Javabosje

Ingang Javastraat, tussen nummer 66 en 80 Galgenveld

Javabosje oude bomen met narcissen (maart 2024)
Javabosje, oude bomen met narcissen (maart 2024)

Veel niet-buurtbewoners zullen nog steeds voorbij lopen aan een van de meest verscholen groene plekken van Nijmegen: het Javabosje. Het ligt tussen de Javastraaat, Fransestraat, St.-Annastraat en Archipelstraat in, met als enige ingang aan de Javastraat: het paadje tussen nummer 66 en 80. Hoewel niet erg groot, is het een schitterende plek om bij een wandeling door Galgenveld aan te doen.

Buurtbewoners gebruiken het des te meer: als plek om te spelen, als ontmoetingsplek of om te genieten van het groen.

Vooraf

Rechts in het midden het Javabosje: Luchtfoto van de intocht van de 56e Vierdaagse. Geheel boven het Keizer Karelplein en het Concertgebouw De Vereeniging; links onderaan: de spoorlijn Nijmegen Venlo. Links een gedeelte van de wijk Bottendaal met links in het midden de Automatic Screw Works (A.S.W.) Apparatenfabriek aan de Dr. Jan Berendsstraat 24. Rechts in het midden de Archipelstraat met daarboven het Javabosje tussen St. Annastraat en Javastraat. 21/7/1972 (Rijkspolitie Dienst Luchtvaart, auteursrechthouder KNBLO-NL via F41699 RAN CC0) Galgenveld met in het midden Archipelstraat
Rechts in het midden het Javabosje: Luchtfoto van de intocht van de 56e Vierdaagse. Geheel boven het Keizer Karelplein en het Concertgebouw De Vereeniging; links onderaan: de spoorlijn Nijmegen Venlo. Links een gedeelte van de wijk Bottendaal met links in het midden de Automatic Screw Works (A.S.W.) Apparatenfabriek aan de Dr. Jan Berendsstraat 24. Rechts in het midden de Archipelstraat met daarboven het Javabosje tussen St. Annastraat en Javastraat. 21/7/1972 (Rijkspolitie Dienst Luchtvaart, auteursrechthouder KNBLO-NL via F41699 RAN CC0)

Het Javabosje bevindt zich op het terrein van de tuin van de gezusters Bolsius en een voormalige kwekerij. In de jaren 70 had de gemeente plannen om hier een parkeerplaats aan te leggen. Doordat de buurt in verzet kwam, werden de plannen terug gedraaid. Daarna gebeurde er weinig meer en raakte het gebied in verval: het werd gebruikt als stortplaats en alles groeide dicht. In 1995 riep de gemeente het gebied uit tot groengebied. De grond blijft eigendom van de gemeente, maar de bewoners onderhouden het zelf. Hiervoor komen omwonenden twee keer per jaar bij elkaar.

Grote diversiteit in het Javabosje

oude vijver in Javabosje
De ondiepe, ronde vijver in het Javasbosje (maart 2024)

In het voorjaar (nu maart 2024) zijn er veel krokussen en narcissen te zien. Een ondiepe, ronde vijver herinnert nog aan de tijd dat het gebied een kwekerij was.

In het park hebben bewoners houtwallen aangelegd (zie foto hieronder). Hierin kunnen insecten zich nestelen, waarop vervolgens vogels op afkomen.

Ecologisch waardevolle plek

Samen met de (grote) tuinen van de omliggende huizen en die van de Oude Groenewoudseweg vormt het Javabosje een groene long binnen de wijk Galgenveld. Deze groene long is vooral geschikt voor dieren die dagelijks grotere afstanden kunnen afleggen. Het bosje fungeert daarbij als rust- en overnachtingsplaats. Van daaruit kunnen de dieren zich door de wijk verspreiden. (Ecologische Waarden van de Javabuurt in Nijmegen, 1998)

In 2008 kreeg het de status van Ecologische Wijkpost oftewel Ecologisch Waardevolle plek.

Vogelwaarnemingslijst Javabos (maart 2024
Vogelwaarnemingslijst Javabosje (maart 2024

Bij het informatiebord hangt een lijst van in totaal 33 waargenomen vogelsoorten. Het artikel uit 2013 noemt ook dat er soms een uil of buizerd te zien is.

Ingang Javabosje (maart 2024)
Ingang Javabosje (maart 2024)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.yumpu.com/nl/document/read/20539457/4-2013-de-wijkwebsite-voor-nijmegen-oost

https://www.intonijmegen.com/locaties/1418086823/javabosje

Julianapark en begraafplaats

In het Julianapark staan een aantal prachtige, oude bomen en daarnaast veel moderne beelden. Oorspronkelijk lag hier Fort Kijk in…

Madoerastraat 3 t/m 11, september 2022 (Google Streetview) Ontworpen en uitgevoerd door Bredero's Bouwbedrijf
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Madoerastraat 3 tm 11 Bredero’s Bouwbedrijf

1936 Madoerstraat 3-11 Galgenveld

Madoerastraat 3 t/m 11, september 2022 (Google Streetview) Ontworpen en uitgevoerd door Bredero's Bouwbedrijf
Madoerastraat 3 t/m 11, september 2022 (Google Streetview)
Ontworpen en uitgevoerd door Bredero’s Bouwbedrijf

In februari 1936 besluit de Gemeente Nijmegen om een perceel bouwterrein Hatert, Sectie no 179 aan het Amersfoortse Bredero’s Bouwbedrijf te verkopen. Onder voorwaarde dat voor het einde van het jaar er vijf eengezinswoningen met schuurtjes op dit perceel is gebouwd. Het is ongeveer 1033 cA groot (De Gelderlander 26/2/1936)

Bouwtekening Madoerastraat Bredero's Bouwbedrijf Dossier heet: Bouw van 5 van woonhuizen in afw. plan d.d. 03-03-1936 (07-04-1936)
Dossier heet: Bouw van 5 van woonhuizen in afw. plan d.d. 03-03-1936 (07-04-1936)

Eind februari plaatst Bredero de volgende advertentie:

Advertentie woningen Madoerastraat (PGNC 29/2/1936)
Advertentie Bredeo’s Bouwbedrijf voor woningen Madoerastraat (PGNC 29/2/1936)

Galgenveld

Deze pagina verzamelt de artikelen die reeds over Galgenveld zijn verschenen.

De St. Joannesschool, R.K. Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs, gedateerd 1930 (welke een periode zal weergeven) (F13560 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

BLO scholen Celebesstraat Timorstraat

1931, Timorstraat 5-5a en Celebesstraat 12, Galgenveld, Gemeentelijk monument

De St. Joannesschool, R.K. Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs, gedateerd 1930 (welke een periode zal weergeven) (F13560 RAN)
De St. Joannesschool, R.K. Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs, gedateerd 1930 (welke een periode zal weergeven) (F13560 RAN)

In 1931 vindt de bouw plaats van 2 scholen voor Buitengewoon Lager Onderwijs plaats: 1 katholieke en 1 openbare school. Het ontwerp was van de dienst Gemeentewerken Nijmegen. Waarom 2 scholen in plaats van 1?

Vooraf

De openbare school voor buitengewoon lager onderwijs was gevestigd op de Oude Varkensmarkt, maar voldeed niet meer aan de eisen. De katholieke school was “onlangs” opgericht en had een voorlopige huisvesting in het gebouw van het voormalig gymnasium aan de Kronenburgersingel. B. en W. hadden daarom het plan, om deze scholen in 1 nieuw gebouw onder te brengen, daar dat goedkoper zou zijn dan 2 afzonderlijke gebouwen.

Aan Gemeentewerken was opdracht gegeven plannen te ontwerpen voor twee scholen: een bijzondere (Rooms Katholieke) en een openbare school. Voor gemeenschappelijk gebruik zijn het gymnastieklokaal, lokalen voor handenarbeid en de keuken met bijbehorend leslokaal. Daarnaast is een afzonderlijke afdeling voor geneeskundig onderzoek. De geraamde kosten zijn f182.000,-. “Het was intusschen aanleiding tot hetzelfde onvruchtbare debat, dat steeds in den Raad gevoerd wordt wanneer schoolkwesties aan de orde zijn. Wij willen er dan ook het zwijgen toe doen” (PGNC 19/3/1931). De katholieke school voor B.L.O. valt onder het bestuur van het Zedelijk Lichaam van Vrouwen “In Omnibus Charitas”, de rechtspersoon van de congregatie van Dochters van Maria en Joseph. Deze congregatie zal ook het bestuur van de nieuwe katholieke school gaan vormen.

Twee scholen?

Gevel aan de Timorstraat: Plan voor een Openbare en een Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs a/d Timor- & Celebesstraat te Nijmegen, Gemeentewerken Nijmegen, Januari 1931 (D12.396709)
Gevel aan de Timorstraat: Plan voor een Openbare en een Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs a/d Timor- & Celebesstraat te Nijmegen, Gemeentewerken Nijmegen, Januari 1931 (D12.396709)

Een dag eerder had het PGNC de discussie in de Gemeenteraad van 18-3-1931 discussie over de noodzaak van 2 scholen weergegeven: is 1 openbare school niet voldoende? Bij de discussie tussen de gemeenteraadsleden is een duidelijk verschil tussen de katholieke en niet-katholieke raadsleden.

Voor de niet-katholieken is 1 openbare school eigenlijk voldoende: Wethouder Tissing, een sociaal-democraat,  vindt dat “het beetje godsdienst-onderwijs dat dezen kinderen krijgen, wordt ook op de openbare scholen gegeven”. Daarbij gaat het niet om een groot aantal kinderen, deze zouden ook op de openbare school kunnen gaan. Daarbij spreekt hij over een “sabotage” dat “steeds” door het bijzonder onderwijs is gevoerd. Volgens Van Westreenen (c.h.) worden de zaken grootst aangepakt: zullen ouders bereid zijn hun kinderen naar een bijzondere school te sturen?

Smeets, rooms katholiek, wijst er op dat er elk jaar een groot aantal kinderen is, het gebouw zal zeker niet te groot zijn. Krootjes, eveneens r.k. en de betreffende wethouder, wijst er op dat er momenteel 120 kinderen naar een bijzondere school gaan. “Bij inrichting van een behoorlijk schoolgebouw zal dit aantal nog aanmerkelijk grooter worden”. Het plan is niet te groots opgezet: de openbare school zal 4 klassen tellen, de bijzondere 5 met elk bovendien een bezinkingsklasse. Volgens de regelgeving mogen op dat moment maximaal 18 kinderen in een klas zitten, in de toekomst zal de wet dit aantal verlagen naar 15 kinderen.

De katholieke leden wijzen juist op het extra nodig aandacht te schenken voor goed katholiek onderwijs. Daarbij heerst op een katholieke school een andere sfeer dan een openbare.

Uiteindelijk wordt het voorstel voor 2 scholen zonder hoofdelijke stemming aangenomen.

Het bijzondere van een openbare school

Gevel aan de Celebesstraat: Plan voor een Openbare en een Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs a/d Timor- & Celebesstraat te Nijmegen, Gemeentewerken Nijmegen, Januari 1931 (D12.396711)
Gevel aan de Celebesstraat: Plan voor een Openbare en een Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs a/d Timor- & Celebesstraat te Nijmegen, Gemeentewerken Nijmegen, Januari 1931 (D12.396711)

Feitelijk is het bijzonder dat er een openbare school werd geopend: in de eerste helft van de 20este eeuw worden juist openbare scholen gesloten. Dit onder invloed van de verzuiling, waarbij katholieken en vooral de partij RKSP hun invloed laten gelden. In 1919 zijn er 19 openbare scholen. Veel scholen worden daarna omgezet in een katholieke school: in 1937 zijn er, naast de deze B.L.O, nog slechts 1 openbare U.L.O en 4 openbare lagere scholen over. De openbare B.L.O. is daarbij dus de enige school die in deze periode nieuw wordt gebouwd.

Ontwerp en Aanbesteding

Plan voor een Openbare en een Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs a/d Timor- & Celebesstraat te Nijmegen, Gemeentewerken Nijmegen, Januari 1931 (D12.396712)
Plan voor een Openbare en een Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs a/d Timor- & Celebesstraat te Nijmegen, Gemeentewerken Nijmegen, Januari 1931 (D12.396712)

Het ontwerp van de 2 scholen was afkomstig van Gemeentwerken. Bij de opening worden een aantal personen van Gemeentwerken bij naam genoemd: “den directeur, den heer Blauw, en de staf van medewerkers, van wie in ’t bijzonder de onderdirecteur, de heer Bijlard, en de heer Monshouwer zeker afzonderlijk dienen genoemd te worden.” (De Gelderlander 4/7/1932)

Op 9-6-1931 vindt aanbesteding plaats van de bouw van deze 2 scholen. De firma Th.J. was met f113.822 de laagste inschrijfster en verkrijgt daarop de aanbesteding. (PGNC 19/5/1931 en PGNC 9/6/1931)

Gemeentelijk monument

De voormalige BLO school aan de Timorstraat (december 2024)
De voormalige BLO school aan de Timorstraat (december 2024)

Het gedeelte aan de Timorstraat is sinds 2000 een gemeentelijk monument. Bij de aanwijzing: “Goed voorbeeld van een schoolgebouw uit de jaren ’30, rijk gedetailleerd. Bovenal aan de Timorstraat goed bewaarde gebleven. Deze zijde komt voor bescherming in aanmerking. Verbouwingen en aanbouwsels hebben de oorspronkelijke staat van het gebouw aan de Celebesstraat echter aangetast. De delen aan deze straat komen dan ook niet voor bescherming in aanmerking, met uitzondering van de uitbouw uiterst rechts, waarin onder een torenachtige opbouw een ingangspartij is gesitueerd”

Bronnen

PGNC 18/3/1931

https://resources.huygens.knaw.nl/repertoriumzendingmissie/gids/organisatie/organisatie/2603357794

Algemeen lager onderwijs, Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

De voormalige BLO school aan de Timorstraat, augustus 2023 (Google Streetview)
De voormalige BLO school aan de Timorstraat, augustus 2023 (Google Streetview)

Voormalige Tricotfabriek Muller, Tollensstraat (Google Streetview)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Voorheen Tricotfabriek Muller

Tollenstraat 211 Willemskwartier

Voormalige Tricotfabriek Muller, Tollensstraat (Google Streetview)
Voormalige Tricotfabriek Muller, Tollensstraat (Google Streetview)

Op het moment dat Willem Jan Muller zijn tricotfabriek in Nijmegen begint, is hij ten opzichte van Nederland al vrij laat. Een tricot- of tricotagefabriek wil niets anders zeggen dan ‘breifabriek’, tricotage het franse werkwoord voor breien. Hoewel Willem Jan Muller slechts enkele jaren aan de fabriek verbonden zal zijn, zal de fabriek zelf ongeveer 70 jaar blijven bestaan. Tegenwoordig is de fabriek verbouwd tot appartementen.

De eerste 10 jaar

Advertentie Stoombreierij Beltweg: Het is opvallend zij hier “Stoombreierij” wordt genoemd, terwijl in 1903 vergunning is voor gaskracht (De Gelderlander 8/8/1905, De Gelderlander 10/8/1905).
Advertentie Stoombreierij Beltweg: Het is opvallend zij hier “Stoombreierij” wordt genoemd, terwijl in 1903 vergunning is voor gaskracht (De Gelderlander 8/8/1905, De Gelderlander 10/8/1905).
NaamWanneerPersonenOpmerking
 1902 of 1903Willem Jan Muller Op basis advertentie in 1905 mogelijk Stoombreierij ‘Beltweg’; echter: in 1903 vraagt Muller vergunning voor gaskrachtwerking gedreven inrichting aan
Vennootschap Onder Firma “W. J. Muller en Co”1-8-1904 – 28-12-1909Willem Jan MullerJoseph Bloemen 
Naamlooze Vennootschap “Tricotfabriek voorheen W.J. Muller en Co”22-2-1910; overname 24-2-1910Joseph Bloemen (directeur)H.H.G. Langemeijer  (commissaris) 
1912?Anton Schretlen Jr. (directeur) Vanaf 1912 komt Schretlen als directeur voor; Bloemen vertrekt in 1912 naar Wijchen en zijn rol lijkt dan uitgespeeld

Muller ondertekent op 25 juli 1903 bij de notaris de koop van een stuk landbouwgrond in de gemeente Hatert, Sectie C. 1519.  Hij krijgt op 14 augustus van dat jaar een voorwaardelijke vergunning “tot het oprichten van eene  door een gaskrachtwerking gedreven inrichting voor het maken van tricot-goederen, op het perceel aan den weg naar de mestbergplaats, Hatert, Sectie C. No 1519” (De Gelderlander 21/8/1903).

Vanaf 1922 heet deze weg de Tollensstraat, en vanaf 1904 tot 1922 de Beltweg. Bij de aanvraag werd deze weg omschreven als “gelegen aan den weg, loopende van den Graafschen weg, langs de mestbergplaats der gemeente, naar de St. Annalaan.”  (PGNC 16/7/1903).

Eerste bebouwing (Bestemmingsplan Nijmegen Midden – 9 (Tollensstraat 211)

Het betreft een werkplaats met kantoor. De bouwvergunning werd verleend “aan metselaar Johannes Pouwels, Floraweg 77, ten behoeve van de bouw van een breifabriek voor eigenaar W.J. Muller, van Spaenstraat 35.” (Rob Essers)

Het bord bij het 50-jarig bestaan noemt de datum 1902. De eerste fabriek is gebouwd in 1903, maar het is mogelijk dat Muller al in 1902 begonnen is met zijn bedrijf.

Willem Jan Muller is geboren op 27-10-1866 te Uithuizen en  overleden 21-1-1924 te Nijmegen. Op 17 januari 1898 schrijft Willem Jan Muller (27 oktober 1866, Uithuizen)  zich in Nijmegen in. Hij is dan afkomstig uit Groningen met als beroep ‘reiziger’.

In ieder geval vanaf het moment dat hij samen met Bloemen de V.O.F. heeft opgericht, produceert de fabriek in ieder geval ook kousen. Bloemen is een rooms-katholiek koopman, afkomstig uit Venlo. Zij heffen de V.O.F. eind 1909 weer op, waarbij Bloemen het recht verkrijgt om het bedrijf onder dezelfde naam voort te zetten.

In 1910 richt Bloemen de Naamloze Vennootschap op met Langemeijer. Deze N.V. neemt zowel de fabriek als de hypotheekschuld van de V.O.F. over.

Uitbreiding 1912 (Bestemmingsplan Nijmegen Midden – 9 (Tollensstraat 211)

Een grote uitbreiding vindt plaats in 1912. Dan wordt het gebouw met de drie “sheddaken” (de driehoekjes) gebouwd.

Een bewijs van aandeel is te vinden op Noviomagus.

Voor een uitgebreidere toelichting op deze namen: zie de Bijlage.

Anton Schretlen Jr

(Antonius D.H.M. Schretlen, 24-12-1886)

In 1912 komt Anton Schretlen Jr. voor als directeur. Hij lijkt rond deze tijd de fabriek te hebben overgenomen. Tot nu toe heb ik (RE) nog geen acte gevonden of vanaf welk moment hij exact betrokken is. De eerste (door mij) gevonden melding is op 30-11-1912. Vanaf die tijd komt Anton Schretlen Jr voor als directeur der N.V. Tricotfabriek voorheen W.J. Muller en Co. Het betreft een vergunning tot uitbreiding van de door gaskracht gedreven tricotfabriek.

Bij het overlijdensbericht (De Volkskrant , 19-05-1964) van Schretlen Jr staat dat hij bijna 50 jaar bij de fabriek actief is geweest  als directeur en als president-commissaris van de N.V..

“Eerste steen”

Bij de ‘eerste steen in 1919 staat Anton Schretlen Jr. Aangezien Schretlen op meerdere plaatsen Jr wordt genoemd, is het vrij aannemelijk dat de eerste steen naar hem verwijst. (Hoewel minder waarschijnlijk, is een andere mogelijkheid dat de ‘Jr’ verwijst naar zijn zoontje-Antonius J.D.M. Schretlen (26/1/1914)- die toen 5 jaar was).

Elektriciteit

Op 3-1-1913 krijgt de fabriek vergunning voor het maken van een aanbouw en het plaatsen van een electromotor van 5 P.K. en een electro-motor van ½ P.K. Dit is de (door mij) eerst gevonden melding dat er van elektriciteit gebruik wordt gemaakt in plaats van gas.

Ook op 29 februari 1916 krijgt zij vergunning tot uitbreiding “ van de door electriciteit gedreven inrichting voor het vervaardigen van tricotgoederen” (De Gelderlander 3/3/1916)

Uitbreiding

Antonius Dominicus Henricus Maria Schretlen (directeur der Naamlooze Vennootschap Tricotfabriek Th.W.J. Müller en Co) koopt op 8/5/1916 van Thedorus Faazen (waarvan Muller reeds een stuk grond had gekocht voor zijn fabriek) voor de NV een stuk bouwland aan, “nabij den Beltweg, Hatert, sectie C. 4337. groot honderd elf centiaren”  Daarnaast wordt die dag van de gemeente Nijmegen Hatert C. 4335 gekocht.

Broers

Rond 1917 komen 2 broers van Schretlen Jr. eveneens voor bij de tricotfabriek: Carolus als commissaris van de fabriek, Franciscus als ‘bedrijfsvoerder’.

C.L.A. Schretlen

Carolus Leonardus Antonius Schretlen, bankier wonende te Nijmegen, blijkt uit 2 actes uit 1916 commissaris in de NV te zijn. Carolus L.A.M. Schretlen (23/2/1885),  ‘Commissaris in effecten’, oprichter van  de bank Schretlen & Co

F.A.M. Schretlen

In het Provinciaal verslag staat F.A.M Schretlen in ieder geval voor de jaren 1917 en 1919  als ‘bedrijfsvoerder’. Waarschijnlijk betreft het eveneens zijn broer, Franciscus Antonius Maria Schretlen (18-8-1891, Oestgeest).

Werknemers

In de Provinciale Verslagen eind jaren 10 zijn voor een aantal jaren het aantal medewerkers gevonden.

 Volwassenen Kinderen Totaal
 MVMV 
1914432 3874
1915148 1968
      
1917133 2862
191984611671

Getal arbeiders, Provinciale Verslagen 1914, 1915, 1917, 1919 (1916 is vooralsnog niet gevonden, totalen door RE)

Medewerkers blijken vrijwel uitsluitend uit vrouwen en meisjes te bestaan.

 Vervolgens blijkt het aantal medewerkers in 1915 en 1917 te zijn gedaald. In ieder geval is de Eerste Wereldoorlog een van de redenen:  juli 1917 maakt de fabriek bekend dat het aantal medewerkers zal worden ingekrompen vanwege het gebrek aan garen.

In de loop der jaren verschijnen een aantal advertenties voor personeel. Er is niet gestreefd naar compleetheid.

AdvertentieOmschrijving
De Gelderlander 1/4/1909Fatsoenlijke meisjes, niet beneden 14 jaar
De Gelderlander 22/6/1913bekwame breisters
eenige Leerlingen
De Gelderlander 9/7/1916Aankomende naaisters
De Gelderlander 21/8/1920Meisjes, 14-17 voor Afwerken
Meisjes, 17-20 voor Spoelafdeling
enige huiswerksters
De Gelderlander 31/10/1922Nette meisjes, 16-18 jaar
De Gelderlander 31/5/1926Spoelsters
De Gelderlander 21/4/1928Nette meisjes, circa 16-20 jaar
De Gelderlander 2/7/1929Nette meisjes, 14-17 jaar
De Gelderlander 24/9/1929Nette meisjes, voor atelierwerk
De Gelderlander 24/4/1937Huiswerksters die goed kunnen borduren

Herkomst garen

De berichten over het garentekort maken tevens duidelijk hoe de fabriek haar garen inkocht:

“wegens het niet ontvangen van garens uit Engeland, gedeeltelijk in beslag genomen en gedeeltelijk niet vrijgegeven, alsmede wegens de onmogelijkheid om hier te lande voldoende garens te verkrijgen, de werkdag te beginnen met de volgende week aanmerkelijk zal worden ingekrompen en aan verscheidene leden van het personeel ontslag moet worden gegeven.” (PGNC 13/7/1917)

De Vereeniging van Brei- en Tricot- fabrikanten meldde de dreiging van gebrek aan garens reeds in februari 1916: voor de oorlog werden katoenen garens vrijwel uitsluitend van Duitse spinnerijen betrokken. Nu zijn de bedrijven aangewezen op Nederlandse spinnerijen. Deze hebben echter onvoldoende aanvoer vanuit Oot-Indie. ( PGNC 24/2/1916) Engeland heeft hiervan grote voorraden, maar wil deze niet vrijgeven. (Limburger koerier, 16-07-1917)

De eerste jaren van de fabriek: bij het 12,5 jarig jubileum van directrice Quis

De Gelderlander geeft in haar artikel van 16-4-1920 een beeld hoe de eerste jaren van de fabriek zijn verlopen. De aanleiding is het 12,5 jubileum van mejuffrouw Quis, directrice van de meisjesafdeling:

“In 1912 ontwikkelde deze nijverheid zich in bescheiden bloei in een onaanzienlijk fabriekje. En thans in 1920?

Daar is gekomen een fabrieksgebouw, van ruim driemaal de omvang van dat in 1912; daar werkt thans een vrouwelijk personeel van in de honderd personen en daar worden thans wollen en katoenen goederen vervaardigd, welke èn in keurige afwerking èn in degelijke samenstelling en hoedanigheid volkomen den toets van de buitenlandsche concurrentie kunnen doorstaan.

Fabriceerde men aanvankelijk grove kousen en sokken, thans heeft de directie de nijverheid op veel hooger plan gebracht door de vervaardiging van fijn wollen baby artikelen, jersey’s, shawls, enz.

Met uitbreiding en verbetering deze industrie had de tegenwoordige directie, de heer A. Schretlen, ook oog voor sociale en hygiënische verbeteringen in deze nijverheid.

Ruime werklokalen, waar de weef- en naaimachines snorren, werden gebouwd, nieuwe kantoren ingericht – kortom de nieuwe fabriek werd een modelinrichting, waarover de gezondheidscommissie haar lof uitsprak en waar leiders en personeel, in de beste verstandhouding samenwerken tot bloei van het bedrijf en tot welvaart der geëmployeerden. En dat de verstandhouding tussen leiders en personeel uitstekend is, kwam gisteren duidelijk naar voren bij de herdenking van het twaalf en halfjarig feest der directrice van de meisjesafdeeling, mej. M. Quis.”

Vervolgens gaat het artikel in hoe de feestdag verliep, waarbij A. Schretlen de feestrede deed. Het artikel sluit af met:

“Op deze tak van nijverheid komen wij, wanneer de fabriek met de nieuwste machines is geïnstalleerd, nader terug.

Duitschland, dat zijn machines niet afzendt, houdt ook hier grootere uitbreiding, vollediger bloei, tegen”.  (De Gelderlander 16/4/1920)

Deze mejuffrouw A.M. Quis woonde op Jan van Galenstraat 61 (Adresboeken 1922, 1924, 1926)

Een kijkje in de fabriek 1940

Hoe de fabriek zich tot 1940 heeft ontwikkeld, wordt vervolgens duidelijk wanneer de Gelderander de fabriek bezoekt: “Dezer dagen hadden wij het genoegen eens een kijkje te kunnen nemen in het bedrijf van de N.V. Tricotfabriek v.h. W.J. Muller & Co. aan de Tollensstraat alhier, waar wij door de Directie werden ontvangen, die ons op uitvoerige wijze de fabricage van gebreide bovenkleeding, want ondergoederen worden daar in het geheel niet gemaakt, heeft getoond.

Wij hebben daar gezien het geheel eonstaan dezer tricotartikelen vanaf het ontpakken der balen garens tot de verzending der gereedgekomen goederen. Het is interessant het verloop dezer fabricage, waaraan vele moeilijkheden zijn verbonden, te volgen. Reeds de verschillende soorten naalden, waarmede in de machines gewerkt wordt, zijn een interessant deel der machines, die buitengewoon fijn moeten worden afgesteld, wil men een mooi glad breiwerk zonder fouten bereiken. Dat hierbij de hoedanigheid van de te verwerken garens ’n groote rol speelt, is duidelijk. Daarom worden alleen garens van de beste kwaliteiten gebruikt. Wanneer dan op de machines het garen tot lappen of tricotstof verwerkt is, meestal met zeer mooie jaquarddessins erin, worden deze lappen het confectie-atelier tot goederen verwerkt. De breimachines, vooral de jaquardmachines voor het maken van de dessins, zijn zeer gecompliceerd en fijngevoelig. Deze machines kunnen dan ook alleen bediend worden door zeer handige en oplettende meisjes, die vaak me voldoening op hun product terugzien, vooral, wanneer de smaakvolle kleurschakeeringen zich bij het uitnemen der stukken uit de machine, toonen.

Na nauwkeurige contrôle wat gewicht, lengte, breedte, breiwerk, etc. etc. betreft, worden deze lappen dan naar het confectie-atelier overgebracht, waar een uitgebreide staf van knipsters, naaisters, borduursters, afwerksters het product verder afwerken en pasklaar maken.

Door middel van de meest moderne naaimachines, waarbij veel handwerk beoefend wordt, komt het artikel gereed. Vooral het in verschillende fijne tinten mooi uitgevoerde handborduurwerk eischt de grootste zorg en leiding, terwijl tevens aan een prima pasvorm de grootst mogelijke accuratesse wordt gegeven.

Dit alles eischt vooral vakkundig personeel, dat door bekwame leiding op het atelier hiervoor wordt opgeleid.

Handige meisjes vinden dan ook hier met aangenaam en echt vrouwelijk werk een broodwinning. Verder krijgen zij, die met animo dit werk verrichten voor hun verdere leven groote routine in het afwerken, borduren en opmaken van kleedingstukken, iets wat menig huisvrouw hun zal benijden.

Ten slotte passeert elk stuk een dubbele controle naar maat, afwerking, pasvorm etc. om dan via de expeditieafdeelng uitsluitend zijn weg naar den handel te vinden.

Het fabricaat bestaat alleen uit gebreide bovenkleeding als kinderpakjes en jurkjes, truien, slobpakjes en pullovers met bijpassende sportkousen voor jongens en heeren en slipovers voor dames, jumpers en vesten, alles in de meest smaakvolle modellen, modernste tinten en kleurcombinaties. Wj zagen hier de prachtigste proeven van deze speciale njverheid.

De werkzaamheden worden verricht onder deskundige leiding in goed verlichte en luchtige ruimten. Het geheel ademt orde en netheid.

We hebben hier een specifieke nijverheid, welke in Nijmegen ook een deel van de welvaart draagt, maar tegelijk bij onze jonge meisjes goeden, fijnen zin voor kunstnijverheid en prachtvol werk bijbrengt.”  (De Gelderlander 10/2/1940)

Na de Tweede Oorlog

De Gelderlander 9/7/1955: Naast eigen personeelsadvertenties verschijnen er in 1855 ook advertenties van de “Gezamelijke Nijmeegse Textielverwerkende Industrieën”
De Gelderlander 9/7/1955: Naast eigen personeelsadvertenties verschijnen er in 1855 ook advertenties van de “Gezamelijke Nijmeegse Textielverwerkende Industrieën”

Na de Tweeede Oorlog verschijnen in eind jaren 40 en jaren 50 nog een aantal personeelsadvertenties. Een interessant artikel met een aantal interviews met oud-medewerkers staat in ‘Hart van de Wijk’, blz 28-29.

In de jaren 70 wordt het bedrijf overgenomen door Dombo, welke in 1983 failliet gaat. Daarna zat tot 2011 de sportschool Noviomagum in het pand. In 2013 is het pand verbouwd tot appartementen.

Voormalige Tricotagefabriek Muller Tollensstraat 211, augustus 2023 (Google Streetview) Willemskwartier
Voormalige Tricotagefabriek Muller Tollensstraat 211, augustus 2023 (Google Streetview)

Bijlage

Willem Jan Muller

Willem Jan Muller is geboren op 27-10-1866 te Uithuizen. Zijn vader is Rudolph Johannes Petrus Muller, geneesheer en zijn moeder Helena Elisabeth Sormani.

Hij woont dan in bij Johannes Hubertus Reijnen, winkelier in manufacturen, Broerstraat A (doorgehaald) 5. Als aanmerking ‘Naar A2 blz 214’ (Dit is Gerard Noodstraat 38)

Het adres is dan Gerard Noodstraat 38. Als beroep staat ‘Handelsreiziger’. Als aanmerking staat ‘van A12, blz 259’.

Op 30 juni 1898 schrijft Elisabeth Elerie zich in in de gemeente Nijmegen op dit adres, afkomstig uit Usquert, waar ze geboren is op 2 juli 1871. Beiden zijn RC (Rooms-katholiek)

In het Bevolkingsregister van 1900 staat het adres Gerard Noodtstraat 38 doorgehaald en vervangen door Van Spaenstraat 35 (A-21-125). Zijn beroep Handelsreiziger is doorgehaald en vervangen door -agent.

In het Bevolkingsregister van 1910 staat Muller als Handelsagent. Het adres Van Spaenstraat 35 is doorgehaald en vervangen door 1/1 21 St Annastraat 95. https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=11-1&index=6&imgid=2311796081&id=2311796079

  • Helena Josephina Johanna Frederica Muller, geboren op 14 maart 1899 te Nijmegen staat hij vermeld als 32 jaar oud, handelsagent van beroep https://www.openarch.nl/gld:BAE6CF52-6830-4C5A-BDC6-03A48FEBE636
  • Bij geboorte Rudolphus Johannes Petrus Josephus Muller, geboren op 15 november 1904 te Nijmegen, dan 38 jaar oud, koopman van beroep
  • Bij de geboorte van Johanna Margaretha Berendina Josephina Muller, geboren op 20 mei 1907 te Nijmegen staat hij als Willem Jan Muller, 40 jaar oud, koopman van beroep (moeder Elizabeth Elierie, zonder beroep) https://www.openarch.nl/gld:4E8FE5AA-E39D-4861-85AC-E44EF28B119C
  • Bij overlijden Rudolphus Johannes Petrus Josephus Muller, 4 jaar oud, zonder beroep op 17 november 1908: fabrikant van beroep
  • Bij overlijden Johanna Maria Josepha Muller, 3 jaar oud, zonder beroep op 27 december 1914: fabrikant van beroep
  • Bij zijn overlijdensopgave bij de gemeente, overleden op 21 januari 1924, 57 jaar, overleden te Nijmegen: handelsagent

Vennootschap onder firma W.J. Muller en co

Op 1-8-1904 richten Muller en Bloemen de Vennootschap Onder Firma “W. J. Muller en Co” op. In ieder geval blijkt het vanaf dat moment een kousenfabriek.

Op 28-12-1909 vindt de ontbinding plaats van de Vennootschap onder firma W.J. Muller en Co. Bloemen houdt daarbij het recht de firma onder dezelfde naam voort te zetten (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2434763912)

Joseph Bloemen

Joseph Jean Vincent Hubert Bloemen (Venlo 27 september 1860 – Wijchen 17 januari 1936) 

is een koopman afkomstig uit Venlo. Wanneer hij zich op 16 december 1904 vanuit Venlo zich in Nijmegen vestigt, staat er als beroep “fabrikant in kousen”. Zijn adres is Berg en Dalscheweg 139, op een later tijdstip vervangen door Graafseweg 66. Bij “B24-28” is de 28 doorgehaald en vervangen door 229 (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2311770570).

Zie voor Bloemen en de Graafseweg 66:

https://www.noviomagus.nl/Gevels/Gevelstenen/Graafseweg66/Graafseweg66.html

Naamlooze Vennootschap ‘Tricotfabriek voorheen W.J. Muller en co’

Op 22 februari 1910 is de Naamloze Vennootschap ‘Tricotfabriek voorheen W.J. Muller en co’ opgericht. Hiervan is J. Bloemen directeur en H.H.G. Langemeijer  (Hermanus Hendrickus Gerardus Langemeijer) commissaris. Van het kapitaal van f100.000,- is f25.000,- geplaatst. Het doel is het ‘behalen van winst, door het koopen, verwerken en verhandelen van wollen garens en der daaruit vervaardigde fabrikaten in den meest uitgebreiden zin.’

Bloemen verkoopt de fabriek aan deze NV op 24-2-1910. Hij handelt daarbij voor zichzelf en als lasthebber van Muller.  Deze NV neemt tevens de schuld over die de VOF bij de Waalsche Bank Kneppers en Cie had.

https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=9-1&index=3&imgid=2469565812&id=2434765353 Op 3 september 1912 vertrekt Bloemen naar Wijchen. Hij heeft daar in ieder geval in 1922 met zijn zoon een kousenfabriek. Wanneer hij deze is gestart, heb ik (RE) nog niet kunnen achterhalen.

H.H.G. Langemeijer

Hermanus Hendericus Gerhardus Langemeijer

H.H. G Langemeijer is geboren op 23-10-1856 te Leeuwarden. Hij is rooms-katholiek en ‘zonder beroep’. Hij vestigt zich op 30-9-1907 in Nijmegen op St Annastraat 36 en is dan afkomstig van Bemmel.

Via erfenis/overdracht is Langemeijer in 1881 samen met zijn zwager enig eigenaren geworden van de winkel Gebroeders Langemeijer in Leeuwarden. Ooit begonnen als manufacturen, verkoopt de winkel ook meubels, tapijten, gordijnen, behangsel en bedden. In 1897 stoppen zij met de manufacturenhandel om zich te richten op meubels. In 1902 wordt met de firma gestopt.

Hij woont volgens de adresboeken van 1908 t/m 1912-1913 op St Annastraat 36. Daarna is hij verhuisd naar Slichtenhorststraat 120 (adresboeken 1914 t/m 1916).

Op 23 juni 1917 verhuist  hij naar Leeuwarden. Op 24 september 1927 overlijdt hij te Tilburg.

Antonius Dominicus Henricus Maria Schretlen

Antonius Dominicus Henricus Maria Schretlen is geboren op 24-12-1886 in Oestgeest en overleden op 15-5-1964 te Nijmegen. Zijn vader was Antonius D.D. Schretlen (11/7/1847), “zonder beroep” bij vestiging in Nijmegen https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=15-1&index=3&imgid=2311630767&id=2311630765

Overigens: In Nijmegen kennen wij zijn grootvader D.A. Schretlen vooral van de gasfabriek. Het van oorsprong Leidse bedrijf was aanvankelijk opgezet om machines voor textielfabrieken te maken, hoewel zij daarmee weinig succes had.

Antionius D. H.M. Schretlen verhuist op 11-8-1898 met zijn ouders vanuit Leiden naar Nijmegen, Berg en Dalscheweg 56 (later vervangen door 158). Op 5-3-1907 vertrekt hij naar Rotterdam.

Op 28-3-1907 staat hij ingeschreven in Rotterdam (Boomjes 38 is gew 38e bij Kuipers) (https://stadsarchief.rotterdam.nl/zoeken/resultaten/?mistart=100&mivast=184&mizig=100&miadt=184&miamount=20&milang=nl&misort=an%7Casc&miview=tbl&mizk_alle=Antonius%20Schretlen%20&miaet=1 ) met als beroep ‘kantoorbediende’. Op 10-11-1909 vertrekt hij weer naar ‘ambtsh. contr. Nijmegen).

Hij vestigt zich op 8-4-1911 weer in Nijmegen, Van Schevichavenstraat 13. Als beroep staat ‘fabrikant’ aangegeven. Hij is dan afkomstig uit Bremen, na aanvankelijk weer bij zijn ouders te hebben gewoond (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=0-1&index=23&imgid=2311769324&id=2311769322). Hij verhuist naar Hersteeg? 130. Daarvoor staat 1/1 ’21: de datum van verhuizing?  Als aanmerking ‘Van A49-150’ (Bevolkingsregister 1910).

Zijn vrouw, Isabella J.M. de Groot (27/3/1887), getrouwd op 10-4-1913 en vestigt dan zich in Nijmegen. Ze is dan afkomstig uit Rotterdam (waar ze ook getrouwd zijn) en waar geboren is.

Bij het overlijdensbericht (De Volkskrant , 19-05-1964) van Schretlen Jr staat dat hij bijna 50 jaar bij de fabriek actief is geweest  als directeur en als president-commissaris van de N.V..

De Volkskrant , 19-05-1964

Carolus L.A.M. Schretlen

Carolus L.A.M. Schretlen (23/2/1885) of Karel,  ‘Commissaris in effecten’, oprichter van de effeccten bemiddeling Schretlen & Co.. Het is vooralsnog onduidelijk of de bank betrokken is bij de tricotfabriek, of dat de Schretlen-familieleden (ook F.A.M. blijkt een rol te spelen) als individueel persoon betrokken waren bij de fabriek. Het is opvallend dat “Maria” niet staat vermeld, terwijl Carolus in (vrijwel) alle door mij gevonden) actes “Maria” wel gebruikt. Hij woont vanaf 1915 weer in Nijmegen https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=5-1&index=0&imgid=2311803651&id=2311803649 )? https://studiezaal.nijmegen.nl/zoeken/groep=Personen%20en%20locaties/Vrij_zoeken=Carolus%20Schretlen/f_filterNTSoort=Bevolkingsregister/f_filterCollectie=Personen%20en%20locaties/pagina=1/aantalpp=20/?nav_id=2-0

In de adresboeken van Hilversum 1913 en 1915 komen een aantal variaties voor ten aanzien van Graaf Florislaan 22: C.L.A., K.L.M,  C.L.A.M. (In 1915 komt ook broer F.A.M. op dit adres voor)

F.A.M. Schretlen

In het Provinciaal verslag staat F.A.M Schretlen in ieder geval voor de jaren 1917 en 1919 ‘bedrijfsvoerder’ te zijn. Waarschijnlijk betreft het eveneens zijn broer, Franciscus Antonius Maria Schretlen (18-8-1891, Oestgeest).

In het Adresboek van Hilversum van 1915 heeft hij hetzelfde adres als Carolus (Graaf Florispad 22). In 1924 komt hij voor in het Adresboek Nijmegen op Hazenkampscheweg 122.

Bronnen

Bevolkingsregister 1890

(https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=26-1&index=5&imgid=2311850758&id=2311850756 )

https://www.openarch.nl/ran:DF3C4524-806A-4958-BB6C-DC33C2A6A2A5

https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2311800605

https://www.openarch.nl/rat:0545d170-3863-11e0-bcd1-8edf61960649

(https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=3-1&index=43&imgid=2325788138&id=2284558825

https://www.wiewaswie.nl/nl/detail/7648644

Overlijdensverklaring Willem Jan Mulder:

Adresboeken

1908, 1909, 1910-1911, 1912-1913, 1914, 1915, 1916, 1922, 1924, 1926

De Gelderlander

25-1-1908, 23-1-1916, 16-4-1920

Leeuwarder courant, 03-06-1881

Nederlandsche staatscourant , 09-03-1910

De nieuwe courant,     09-03-1910:  https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=tricotfabriek+muller&coll=ddd&sortfield=date&page=3&identifier=MMKB15:000782114:mpeg21:a00024&resultsidentifier=MMKB15:000782114:mpeg21:a00024&rowid=8

Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant (PGNC)

13-3-1910, 30-11-1912, 6-1-1913, 03-03-1916, 13-7-1917

De Volkskrant , 19-05-1964

Provinciale Verslagen:

Provinciale Verslagen 1914 (927 p.) pagina 558 / 559:

Provinciale Verslagen 1915 (863 p.) pagina 564 / 565:

 1917 (961 p.) pagina 466 / 467:

Provinciale Verslagen 1919 editie 1: Verslag van den toestand der Provincie Gelderland gedaan aan de Provinciale Staten van dat gewest door de Gedeputeerde Staten in de Zomerzitting van het jaar 1920 (653 p.) pagina 554 / 555:

Adresboeken Hilversum

https://nl.wikipedia.org/wiki/Schretlen_%26_Co

https://gaypnt.home.xs4all.nl/straatnamen/T.html

Bestemmingsplan Nijmegen Midden – 9 (Tollensstraat 211) http://docplayer.nl/44143574-Nijmegen-midden-9-tollensstraat-211.html)

https://www.planviewer.nl/imro/files/NL.IMRO.0268.BP2009-VG01/t_NL.IMRO.0268.BP2009-VG01.html

http://www.willemskwartiernijmegen.nl/drupal/node/712

http://archieven.rmo.nl/uploads/r/null/8/d/8db02b57304391449dee2270af1826644bcee5e5be200380a6046d5fb8c6e1a9/172.pdf

https://www.noviomagus.nl/Gevels/Gevelstenen/Graafseweg66/Graafseweg66.html

“Gebrs. Langemeijer, Leeuwarden“, Sake Meindersma, 2021 https://docplayer.nl/223029455-Gebrs-langemeijer-leeuwarden.html

“De Leidse fabriekskinderen: Kinderarbeid, industrialisatie en samenleving in een Hollandse stad, 1800-1914”, proefschrift Cornelis Bernardus Antonius Smit, 2014 https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/297585

“Nieuw Nijmegen: 1870 – 1970”, Prof. Dr. Joh. de Vries, 1969

Maertens fabriek Bottendaal tegel Zutphen, maart 2024
#Nijmegen, Kunstwerken

Tegeltableau’s Maertens Tricotagefabriek

Cortenaerpad 1 Bottendaal

Maertens fabriek Bottendaal tegel Amsterdam 20240301
Maertens fabriek tegel Amsterdam, maart 2024

Op de sporthal van Bottendaal zijn 4 van 6 tegels geplaatst die voorheen de gevel van de gesloopte Maertens Tricotagefabriek hebben gesierd, die hier tot 1982 heeft gestaan.

De opening van de sporthal was op 15/4/1985, waarbij wethouder Anton Aelberts tevens het begeleidende bord onthulde, zie F22182.

Meulenberg Parapluiefabriek

De tegels zijn echter oorspronkelijk geplaatst door de eerste eigenaar van de fabriek: Paraplufabriek E. Meulenberg & Zonen (of mogelijk, wanneer deze tegels ná haar faillisement in 1924 zijn aangebracht ‘Nijmeegsche Paraplufabriek, voorheen Koninklijke Paraplufabriek, E. Meulenberg & Zonen’).

De bouw van Meulenberg Parapluiefabriek

Rond november 1912 heeft de Kon. Parapluiefabriek E. Meulenberg en Zonen “naar wij vernemen” 4000m² grond aan de Ruijterstraat aangekocht. Hier zal een nieuwe fabriek komen, die plaats aan 200 werklieden zal bieden. Op de “oude” fabriek werken ongeveer 100 werklieden. (PGNC 6/11/1912). Deze oude fabriek stond op de Van Berchenstraat.

Oprichting

Op 21-3-1913 krijgt zij vergunning tot het “oprichten van eene door elektriciteit gedreven parapluiefabriek op het perceel aan de De Ruijterstraat, kadastraal bekend Hatert, sectie C. no. 1713” (PGNC 22/3/1913), Architect B.Th. Kraaijvanger besteedt rond 1-4-1913 (“heden”) het bouwen van een Parapluie-fabriek aan met kantoor en woning en woning aan de Ruijterstraat alhier voor de Koninklijke Parapluie-Fabriek E. Meulenberg & Zonen. W. v.d. Wagt Jr. verkrijgt de gunning op basis van de laagste inschrijving, f99.341,- (PGNC 1-4-1913). Wanneer de fabriek in mei 1914 bijna opengaat, organiseert de fabriek en uitstapje naar Kleef (PGNC 13/5/1914). Deze fabriek werd in 1914 in gebruik genomen.

Bernardus Theodorus Kraaijvanger

Bernardus Theodorus Kraaijvanger was tevens architect van de verbouwing van de vestiging in de Lange Hezelstraat van 1892, waar Meulenberg dan toe had gezeten (bijschrift foto F34035 RAN). Net als op de fabriek zijn op de gevel de wapenschilden te zien van de plaatsen waar Meulenberg een winkel had.

Tegeltableau van de Goudsche Plateelbakkerij, geschonken door het personeel ter gelegenheid van het gouden jubileum van de 'Koninklijke Parapluiefabriek E. Meulenberg & Zonen' (sedert 1924 'NV Nijmeegsche Parapluiefabriek'), ingemetseld in de muur van het trappenhuis bij de ingang, 16/9/1925 De Ruyterstraat 53-55 F64753 RAN
Tegeltableau van de Goudsche Plateelbakkerij, geschonken door het personeel ter gelegenheid van het gouden jubileum van de ‘Koninklijke Parapluiefabriek E. Meulenberg & Zonen’ (sedert 1924 ‘NV Nijmeegsche Parapluiefabriek’), ingemetseld in de muur van het trappenhuis bij de ingang, 16/9/1925 (F64753 RAN)
Detail tegeltableau

In PGNC 4/11/1914 staat een vergunningaanvraag voor uitbreiding van de fabriek.

Bij het overlijden van 1 van de 2 broers, J.E. Meulenberg, schrijft het PGNC in 1919 dat de fabriek “welke speciaal voor den export naar Indië in bedrijf is gebracht.” L. Meulenberg was in juni 1919 al overleden. (PGNC 10/6/1919)

De tegels

Het oude adres van de fabriek was De Ruyterstraat 53-57, dat van de huidige sporthal Cortenaerpad 1. Van 5 van de 6 tegels is het wapen helder, daar het de plaatsen betreft waar Meulenberg een winkel had: Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Nijmegen en ‘s-Hertogenbosch.

De toewijzing van het 6e tableau met de gouden leeuw op blauw veld is echter tot nu toe niet duidelijk. Op Noviomagus worden Zutphen en Leeuwarden geopperd. Of heeft het te maken met de Gelderse of Nederlandse Leeuw, of het wapenschild van Nassau, waarbij een oude versie is gebruikt of een aanpassing is gedaan?

Oorspronkelijk vlnrHuidige volgorde
AmsterdamAmsterdam
Den HaagZuthpen of Leeuwarden?
RotterdamRotterdam
Nijmegen<Nijmegen: onbekend>
‘s-Hertogenbosch<‘s-Hertogenbosch te zien in de sporthal>
Zutphen of Leeuwarden?Den Haag
Maertens fabriek Bottendaal tegel Zutphen, maart 2024
Maertens fabriek tegel Zutphen of Leeuwarden?, maart 2024
Maertens fabriek Bottendaal tegel Rotterdam 20240301
Maertens fabriek tegel Rotterdam, maart 2024
Maertens fabriek Bottendaal tegel Den Haag 20240301
Maertens fabriek tegel Den Haag, maart 2024

In 1931 vraagt de fabriek surseance van betaling aan, waarna het na een jaar uiteindelijk failliet gaat. De winkels zijn buiten het faillisement gebleven. De broers Meuleman proberen in 1933 in de Thijmstraat, zonder succes, een nieuwe fabriek van de grond te krijgen.

In 1932 is het gebouw een overdekte tennishal.

Femina Schoenfabriek

In 1933 opent de “Femina” Schoenfabriek N.V., waarvan S.M. Lankhout directeur is. “De fabriek specialiseert zich in hoofdzaak tot het vervaardigen van luxe dames-schoeisel, waaraan door de bestaande contigenteering grootte behoefte bestaat. Het is daarom van de directie goed gezien, een dergelijke industrie in het leven te roepen, die in staat is buitenlandsch product door Nederlandsch fabricaat te vervangen (De Gelderlander 31/8/1933).

Leger en Nijmeegs Algemeen Hulpcomité

In 1938 komt Tweede Bataljon van het 11e regiment van het Nederlands Leger in het pand. Daarbij verwacht het leger dat het bataljon hier een jaar gelegerd zal zijn: het wachten is op het moment dat het 15e Reg. In. rond maart 1939 naar Grave vertrekt, zodat het bataljon haar plaats in de Snijderskazerne kan innemen. “Het zal voor de beowners… waar zich anders weinig of geen militairen vertoonden, een welkome afwisseling zijn”. (PGNC 21/3/1938)

In 1945 gebruikt het ‘Nijmeegs Algemeen Hulpcomité’ het gebouw als magazijn. Deze organisatie hield zich bezig met de inzameling en uitgifte van hulpgoederen voor de bevolking van Nijmegen.

Maertens Tricotagefabriek

Maertens Tricotage en Confectiefabriek N.V. (anno 1913) ; het pand is afgebroken en op deze plek staat tegenwoordig de Sportzaal Bottendaal (adres Cortenaerpad 1) ; de tegeltableaus zijn in 1985 overgebracht naar de nieuwe sportzaal, 1971 (Evert F. van der Grinten via F78882 RAN CCBYSA) De Ruyterstraat 53 - 55 - 57
Maertens Tricotage en Confectiefabriek N.V. (anno 1913) ; het pand is afgebroken en op deze plek staat tegenwoordig de Sportzaal Bottendaal (adres Cortenaerpad 1) ; de tegeltableaus zijn in 1985 overgebracht naar de nieuwe sportzaal, 1971 (Evert F. van der Grinten via F78882 RAN CCBYSA)

Vanaf 1949 betrok Maertens het op dat moment leegstaande fabrieksgebouw. Het is momenteel nog niet helder tot hoe lang: op Noviomagus wordt zowel 1979 genoemd als dat het bedrijf zich in 1962 in Grave ging vestigen. Op basis van een aanvraag voor een hinderwetvergunning voor een chloorbleekloog- en waterstofperoxydetank blijkt het bedrijf in ieder geval in 1972 in Grave gevestigd te zijn (waarbij mogelijk de fabriek in Nijmegen nog een aantal jaren heeft doorgedraaid?)

Na een periode van leegstand besloot de gemeente in 1982 het gebouw te slopen en een sporthal te bouwen

Bronnen en verder lezen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Paraplufabriek_E.Meulenberg%26_Zonen

https://www.noviomagus.nl/gevbedr36.htm