Parfumerie Au Printemps van L.F. Vosveld van Boeckholt, Broerstraat op de hoek met de Korte Nieuwstraat, 1910 (F15276 RAN)
Vooraf: parfumerie-kraam
Advertentie Au Printemps (De Gelderlander 6/10/1880)
Advertentie tandpoeder van L.F. Vosveld van Boeckholt (Leidsch Dagblad 22-1-1883)
L.F. Vosveld van Boeckholt heeft in oktober 1880 en 1881 -waarschijnlijk tijdens de najaarskermis- zijn standplaats van zijn parfumerie-kraam op de Burchtstraat “recht tegenover de Harmonie” (De Gelderlander 6/10/1880, De Gelderlander 5/10/1881). Hij is afkomstig uit ’s-Gravenhage, waar hij zijn fabriek heeft staan.
Vlak voor Sinterklaas 1890 heeft hij bovendien een tijdelijke winkel in de Houtstraat no 5.: “Van Maandag 24 November tot na St. Nicolaas met een spotgoedkoope partij Parfumeriën, Galanteriën, Japansche Artikelen, Speelgoed, Surprises enz. voor oud en jong. Een voetstaps daarheen zal uwe moeite ruimschoots beloonen, daar door grooten aankoop van goederen al deze artikelen beneden fabrieksprijzen zullen worden opgeruimd.” (Advertentie PGNC 21/11/1890; ook PGNC 30/11/1890).
In september 1891 is een advertentie gevonden dat de kraam op de Burchtstraat is te vinden (PGNC 2/9/1891). Terwijl hij in december 1891 een (tijdelijke) winkel heeft op Groote Markt no. 7, hoek Scheidemakersgas (De Gelderlander 25/12/1891) waar hij nu “Kerstpakketten à f 0,25” verkoopt: afgaande op de advertentie een verrassingspakket. Ook is er onder andere een kerstboom te zien.
Broerstraat No. 41
Advertentie Au Printemps Broerstraat (PGNC 28/2/1892)
Begin maart opent Au Printemps op Broerstraat No. 41. Daarbij is de advertentie ondertekent met J.F. – in plaats van L.F. – Vosveld van Boeckholt.
In het Bevolkingsregister 1900 komt zij voor als (stief) dochter van Johannes Hendrik van Boeckholt (1-1-1851 Brouwershaven), deurwaarder Rijks.dir.bel. of Carolina Aurelia van Boeckholt (3-2-1857 Batavia). Daarbij is waar Johannes weduwnaar en vervolgens voor de 2e keer getrouwd met Carolina.
Maria Christina Johanna heeft dan als beroep “winkelierster” en verhuist in die periode naar Broerstraat 45.
In de Adresboeken van 1924, 1926, 1928, 1932, 1934, 1936, 1938, 1940 komt Mej. M.C.J. Vosveld, parfumeriën, toiletartikelen voor op Broerstraat 45.
1930: Estourgie
““Au Printemps”
De hoogst moderne pui, ontworpen door architect Estourgie en uitgevoerd door aannemer Langeveld van maison “Au Printemps” aan de Broerstraat 14, zou reeds voldoende zijn om deze zaak te plaatsen in de rij der 1e klassers, doch met takt en smaak heeft mej. M.C. Vosveld bovendien het interieur zoo laten inrichten, dat “Au Printemps” zich geheel aanpast bij de artikelen zooals odeur, parfums en Eau de Cologne, die er worden verkocht.
Alles ademt daar een Franschen geest en de wijze waarop de installatie tot stand kwam, verraadt een deskunidigheid, die gepaard gaat aan een goed begrip van comfortabiliteit.
Aan dit laatste heeft de fa. Alewijnse medegwerkt met de installatie der verlichting.
De betimmering geschiedde door de fa. v. Lommersen.
Veger uit de Molenstraat waarborgde de entourage en het behang in kleur cerise.
De marmeren gevel met letters leverde de firma Erkens.” (De Gelderlander 28/6/1930)
Vanaf de Grote Markt via de Broerstraat, in de richting van de Molenstraat; de panden tussen de Korte Nieuwstraat, namelijk die van “Au Printemps” en Van Campen, op de hoek van de Gruitberg; met daar tussenin de fa. Hömmen en Co; in juli 1944, Broerstraat 45-53 (GN3812 RAN)
Na de oorlog
Gezicht op de oostzijde van de Broerstraat met de winkelpanden van o.a. (v.r.n.l.) Slagerij Brinke (op de hoek met het Kerkegasje), Parfumerie Au Printemps, Schoenenzaak Gebrs. Raemakers, Herenmodezaak Oostvogel en de bouw van de panden van Jamin en Schoenenzaak BATA ; bovenaan het nieuwbouwpand van de Herenmodezaak Van Dijk & Witte (Burchtstraat 2, geopend op 21 september 1955), 1955 (GN3877 RAN)
Na de oorlog ontwerpt W.Th. Reynen de nieuwe winkel voor Parfumerie Au Printemps. Lees hier het artikel:
Het in de volksmond geheten Hof van Xanten, vormgegeven in classicistische stijl; van hieruit werden de bezittingen van dit Hof in de omgeving van Nijmegen bestuurd. De Jezuïeten hadden er een kleine 150 jaar een schuilkerk en tijdens de Vrede van Nijmegen verbleef er een buitenlandse delegatie. Inmiddels (anno 2021) heeft het pand weer een symmetrische gevel en is de hijsbalk verdwenen, Lage Markt 36, 1920 (F19000 RAN)
Jezuïetenhuis
Het Hof van Xanten wordt ook wel het “Jezuïetenhuis” genoemd, vernoemd naar de schuilkerk die hier lang gevestigd was.
Na de Reductie van Nijmegen bleven vooral de Jezuïeten actief. “Vanaf 1616 waren er structureel twee missionarissen namens de orde in Nijmegen aanwezig. De eerste missionaris die gezonden werd en die we dus als de grondlegger van een vaste Jezuïetenstatie te Nijmegen mogen beschouwen, was de Haarlemse pater Augustinus Bloemert (Blommert). In een paar met elkaar verbonden panden aan de Lage Markt onderhielden de Jezuïeten niet alleen een schuilkerk, maar ook een schooltje voor katholieke kinderen.” (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2162348063, met een uitgebreid artikel)
Rond en na de Franse tijd kregen katholieken weer een aantal van hun voormalige bezittingen terug. Wel bleven de Stevenskerk protestants, waarvoor in de plaats de Broederenkerk of Regulierenkerk aan de katholieken werd gegeven. “Deze laatste viel toe aan de Jezuïeten, bij gebrek aan belangstelling van de andere orden. In 1820 verdeelde bisschop Van Velde de Melroy de katholieke gemeente Nijmegen in vier parochies en verhief de bestaande missiekerken tot parochiekerken, waarmee feitelijk een eind kwam aan de statie. Pas in 1820 ook verlieten de Jezuïeten de Lage Markt en betrokken de St. Ignatiuskerk aan de Molenstraat (voorheen de St. Catharinakerk der Reguliere Kanunniken van de Heilige Augustinus, de Regulierenkerk).”
Rijksmonument
Het Hof van Xanten is sinds 1973 een Rijksmonument met als omschrijving:
“PATRICIERSHUIS met twee verdiepingen en schilddak, breedte vijf vensterassen, midden 17e eeuw.
De voorgevel bezit bakstenen pilasters van de kolossale orde met natuurstenen basementen en Dorische kapitelen.
De zij en achtergevel van het Jezuïetenhuis (Hof van Xanten), voor de restauratie, Lage Markt 32, 5/1948 (Fotopersbureau Gelderland via F19046 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Hof van Xanten Lage Markt (juni 2024)
Hof van Xanten zijingang
2017: Verbouwing appartemten
In 2017 is het Hof van Xanten door Hermon Heritage verbouwd tot appartementen:
“16 september 2017 –
Met enige trots heeft HERMON Heritage 8 september jl. de sleutels van de eerste zeven opgeleverde studio’s in de voormalige Hof van Xanten (aan de Lage Markt 20-32) overgedragen aan Stichting Veste.
Binnen de bestaande structuur van het gebouw heeft een inpandige herverdeling plaatsgevonden en zijn een drietal studio’s met entresol op de zolderverdieping gerealiseerd. Op de eerste en tweede verdieping zijn in totaal vier twee-kamerappartementen gerealiseerd. Op de begane grond wordt nog volop gewerkt aan de overige negen studio’s. “ (https://hermonheritage.nl/oplevering-eerste-studios-nijmegen/, zie tevens de inwendige foto’s van de appartementen, waarbij de inwendige takel bewaard is gebleven)
Links de Priemstraat. Het huis In de Olifant. Rechts daarvan het Jezuietenhuis (Hof van Xanten); merk op dat de olifant is verdwenen, 1969, Lage Markt 36-32 (Dr. Jan Brinkhoff via D563 RAN CC0)
Ruiters van de Koloniale Reserve poseren voor de Stalhouderij en ‘verhuring’ van paarden en rijtuigen van J.H.W. van Bon, tevens eigenaar van Hotel Café Bar ‘de Beurs’ in de (Lange) Hezelstraat op de hoek met de Bottelstraat, Nieuwe Markt 8, 1910-1913 (F26519 RAN)
Centraal Garage
Eigenaar J.H.W. van Bon (met hoed) van Autobedrijf Van Bon poseert met zijn drie zoons Antoon (rechts), Herman en Theo (links), de chauffeurs van taxi-onderneming Novitax en personeelsleden van de Centraal-Garage voor de ingang. Op de achtergrond rechts (auto)monteur Gijs Nas, Nieuwe Markt 8. 1934 (F26525 RAN Auteursrechthouder B. van Bon)
De tot nu toe eerst gevonden advertentie is in PGNC 5/3/1920, waarin een goed onderhouden Laudaulette Carrosserie te koop wordt gevraagd.
Blijkens achterstaande advertentie zal morgenmiddag te 2 uur nabij den Hunerberg een demonstratie wordne gegeven met het auto-paard. Dit zal geschieden vanwege de Centraal-Garage, Nieuwe Markt 9. Belangstellenden zullen zeer zeker niet verzuimen het mechanische lastdier te gaan bezichtigen.” (PGNC 30/6/1920)
Advertentie Garage Centraal voor Automobielen Imperia (PGNC 30/5/1925)
In de loop der jaren zijn advertenties gevonden voor meerdere automerken. Bovenstaande, de Imperia, is voor Nijmegen een bijzondere: deze was eigendom van Mathieu van Roggen jr. (Sprimont, 1 november 1890 – Schaarbeek, 4 januari 1980). Zijn ouders Mathieu van Roggen (1863–1909) en Jeannette-Françoise-Joséphine Blom (1868-1956) waren afkomstig uit Nijmegen.
De Centraal-Garage J.H.W. van Bon komt in ieder geval voor in de Adresboeken 1926, 1928, 1932, 1934, 1936, 1938.
Daarnaast is er het autobedrijf Novitax, welke gevonden is in de Adresboeken 1934, 1936, 1938, 1940.
Sociëteit De Vereeniging in de winter, 1898 (dr. Jan Brinkhoff via RAN D301)
Voordat de huidige schouwburg werd gebouwd, stond op dit terrein de concertzaal van Sociëteit de Vereeniging. In 1881 verkrijgt Lambertus Augustus (Bert) Brouwer een terrein in erfpacht om een renbaan en een sociëteit op te richten: “Aan den heer L. A. Brouwer werd ten zuiden der stad 13 H.A. grond ad f 4,- per cA. en 3 H.A. in erfpacht ad/ 100,- ’s jaars afgestaan mits hij op het gereserveerde militaire terrein eene renbaan en eene buiten-societeit met terrein van vermaak aan den weg naar Groesbeek daarstelle. Voorts dat de verschillende bebouwing met villa’s en woonhuizen volgens kleurteekening plaats hebbe.” (Gemeenteverslag 1881)
Op 30 mei 1882 vond de opening van Sociëit de Vereeniging plaats. Het PGNC schreef daarover:
“Nijmegen, 30 Mei.
De Pinksterdagen warden alhier door de feestelijke opening van de societeit De Vereeniging tot ware feestdagen gemaakt, vooral omdat een groot, zoo niet het grootste gedeelte der inwoners in deze nieuwe onderneming het levendigst belang stelt. Het Vauxhall-Concert op Zondag-avond door het muziekkorps der dd. Schutterij te Utrecht, onder directie van den Luitenant-kapelmeester C. Coenen en met medewerking van Nijmeeg’s Mannenkoor, was dan ook druk bezocht en blijkbaar was een ieder even ingenomen met de geheele inrichting. De schoone aanleg van het uitgestrekte park met zijne ontelbare gas-ballons, de prachtige rijk verlichte concertzaal, de gezellige dagelijksche societeitszaal, het cocquette biljartzaaltje, de ruime waranda’s aan alle zijden van het gebouw, dat alles vormt een geheel dat aan de strengste eischen zou voldoen, zelfs van eene veel grootere stad dan Nijmegen. Met de meeste zorg is getracht den geabonneerden het meest mogelijke comfort aan te bieden, waartoe de keurige meubels in zalen en park niet weinig bijdragen. Algemeen was men het hierover eens, en niemand kon zich een juist denkbeeld maken, hoe een geheel afgewerkt gebouw van dien omvang met alles wat daaraan annex is, in vijf maanden is kunnen tot stand komen.
De tweede houten brug buiten de Molenpoort over de droge gracht ter hoogte van het huidige Keizer Karelplein, met links het Station van de spoorlijn Nijmegen-Kleef, de ‘Kleefschebaan’ (op de plek van het huidige Concertgebouw de Vereeniging), 1875 (Gerard Korfmacher, RAN F23031)
Wie hiervan de eer toekomt, de talrijke bezoekers vernamen uit het den monde van een der oprichters, den heer Mr. J.C.J. Riveaux, die in sierlijke bewoordingen namens zijne medebestuurders de leden welkom heette. In de eerste plaats aan den heer Bert Brouwer, aan wiens onvermoeide werkzaamheid, helderen blik en zeldzame energie Nijmegen reeds zooveel te danken heeft en, getuigde de aanstaande wedrennen, nog zooveel zal te danken hebben en verder aan de aannemers de heeren Weijers en Van Eykelen, die het werk met een boven allen lof verheven ijver en accuratesse uitvoerden. Ook werd door den heer Riveaux hulde gebracht aan de medewerking van het Gemeentebestuur en aan allen die hun steun hadden verleend om de zaak tot stand te brengen. Met algeemene instemming werden deze woorden begroet; ook wij beamen het gesprokene ten volle, doch wat de heer R. niet kon zeggen meenen wij niet te mogen zwijgen; naar onze meening komt namelijk de meeste eer toe aan de heeren aandeelhouders. Zij hebben zich door de stichting van dit groote vereenigingspunt den gansche Nijmeegsche burgerij, tegenover stad en stadgenooten verdienstelijk gemaakt. Moge de voortdurende bloei der onderneming hun lang een ware voldoening schenken, en mogen zij nog eenmaal zien, dat wat thans zoo groot schijnt, voor het welvarende Nijmegen nog te klein zal zijn.
Tot laat bleven de talkrijke leden onder het genot der heerlijke muziek van bovengenoemd muziekcorps en de flink gezongen stukken van Mannenkoor te zamen. Wel moest men door een zware onweersbui onverwachts het Park verlaten, doch de ruime concertzaal was daar, om aan allen een veilige schuilplaats aan te bieden en het concert ongestoord te vervolgen.
Ook gisteren waren de Matinée en het Concert, waarwij weder Coenen’s kapel haar gevestigden naam zoo waardig ophield, druk bezocht. Wij zouden op verschillende nummers kunnen wijzen die bijzonder de aandacht trokken, maar wij noemen slechts de beroemde Marce funèbre van Chopin, de Ouverture Egmond van Beethoven, het Intermezzo van Coenen en de Solo voor Saxophone, die het sprekend bewijs leverden dat het muziekkorps der Utrechtse schutterij met de besten uit ons land kan wedijveren.
Een schitterend vuurwerk, vervaardigd aan de Koninklijke Nederlandsche Pyrotechnische fabriek, firma G.J. Ruijsch te Utrecht, besloot den avond. Op het punt van vuurwerk zijn wij tot heden alhier zeer weinig verwend, maar al ware ook het tegenovergestelde het geval, dan nog zou zeker niemand onvoldaan geweest zijn. Voor de slotdecoratie, in wier midden de vuurletters De Vereeniging, omgeven door fonteinwerk en bouquetten en eindigende met canonades, deed een prachtig effect.
Ten slotte wijzen wij er gaarne op dat de bediening, die den eersten avond nog uit volkomen goed geregeld scheen, gisteren reeds veel beter was en de consumptie niets te wenschen overliet.
De heer G.A. Roelofs, die als pachter aan het hoofd der zaak staat, is in ons oog juist de rechte persoon om steeds de beste pogingen aan te wenden ten einde den leden het verblijf in zijne lokalen zoo aangenaam mogelijk te maken.” (PGNC 31/5/1882)
Vervolg
Een bazaar in de zaal van sociëteit De Vereeniging (RAN F29178)
Er is nog niet uitputtend onderzocht wat het vervolg is geweest.
“Dit ‘Feestgebouw’, later ‘De Vereeniging’ geheten, zou als buitensociëteit in de beginjaren de bestaande sociëteiten geenszins overvleugelen en had bovendien in de eerste jaren aan kinderziekten te lijden” (Dongelmans, 1988 via Huis van de Nijmeegse Geschiedenis). “Zij verwierf zich binnen enkele jaren echter een positie in het stedelijk culturele leven, die later de afbraak en een nieuwbouw rechtvaardigde.”
Al in 1915 is deze Vereeniging vervangen door de huidige, waarvan de bouw in 1914 was begonnen. Wikipedia: “Nadat rond 1900 de oude Nijmeegse concertzaal zijn beste tijd bleek te hebben gehad, kwamen er plannen voor een nieuwe. Dat deze plannen geen overbodige luxe waren, bleek uit de houding van dirigent Willem Mengelberg. Hij zou, naar verluidt, na afloop van een orkestoptreden hebben geweigerd Nijmegen nog langer aan te doen zolang de accommodatie niet drastisch op de schop ging.”
De Gelderlander schrijft bij de opening van de nieuwe Vereeniging in 1915: “Eindelijk zal dan hedenavond het nieuwe Concertgebouw de “Vereeniging” zijne deuren voor het kunstlievende publiek openen. Lang reeds, terwijl, het oude, lage gebouw nog in gebruik was, werd er geklaagd over zijn ondoelmatigheid en de wensch uitgesproken dat Nijmegen toch eenmaal in het bezit mocht worden gesteld van een concertgebouw, deze vooruitstrevende, zich gestadig uitbreiddende en ook op kunstgebied zich steeds meer ontwikkelende stad waardig.” (De Gelderlander 7/2/1915)
Bert Brouwer
Lambertus Augustus (Bert) Brouwer (Amsterdam, 2-2-1844 – Nijmegen, 3-5-1891) was een Nederlands architect en stedenbouwkundige. In Nijmegen is hij bekend voor de plannen van de stadsuitleg.
De raadscommissie voor de uitleg van de Gemeente Nijmegen vroeg hem om een advies vroeg bij het plan van W.J. Brendis à Brandis. Een logische keuze: op dat moment was Brouwer betrokken bij de stadsuitleg van Groningen. Belangrijke veranderingen in het plan waren dat de hoofdwegen breder waren en hij daarbij minder wegen opnam.
In juni 1879 vestigt Brouwer zich definitief in Nijmegen. Daarbij richt hij de N.V. Nijmeegsche Maatschappij tot Exploitatie van Bouwterreinen: hij kocht van de gemeente oude vestinggrond, die hij verdeeld over kleinere percelen al dan niet met nieuwbouw bebouwd weer doorverkocht. Met natuurlijk de hierboven genoemde Wedren en de Vereeniging. Ook nam hij in 1884 het initiatief tot de aanleg van de eerste Nederlandse wielrenbaan, achter de Vereeniging. Brouwer overleed in 1891 op 47-jarige leeftijd.
1908, St. Annastraat 166, 168 en 170, Gemeentelijk Monument
Uit drie woonhuizen bestaand pand (nummers 166, 168 en 170) dat in 1908 werd gebouwd naar een ontwerp van gebroeders Haspels (Henk van Gaal via DF4251 en bijschrift DF4250 RAN CC0)
De Gebroeders Haspels ontwierpen in 1908 3 woonhuizen aan de St. Annastraat. De woningen zijn gebouwd in de “Nieuwe stijl”, de Nederlandse vorm van Jugendstil/Art Nouveau.
De Gebroeder Haspels waren aannemers/architecten. Aan de St. Annastraat zijn meerdere panden door hen ontworpen, waaronder het naastgelegen pand nummer 172.
Op de site van van Schaik(link april 2024) aannemingsbedrijf staan foto’s van binnen en buiten van hun “restauratie en transformatie van 2 kantoorpanden naar 8 duurzame stadsappartementen. Restauratie en herstel van de gebouwschil en monumentale onderdelen” van de nummers 166 en 168.
Gemeentelijk monument
Ontwerp van Drie Woonhuizen, aan de St. Annastraat Gem. Hatert, Kad. Sectie C 1227 en 1128, Detail D12.380141
De woningen staan sinds 1988 op de gemeentelijke monumentenlijst met als toelichting:
“Onderdeel van een uit drie woonhuizen bestaand bouwwerk. Complex bestaande uit een middengedeelte van twee bouwlagen, geflankeerd door twee puntgevels van drie lagen, die beide een brede erker en een boogvormig overkluisd terugliggend balkon hebben. Het middengedeelte heeft een schilddak parallel aan de straat, dat aansluit op de tentdaken van de puntgevels; het achterliggende gedeelte van de huizen heeft een plat dak met een hoog dakschild aan de straatzijde. De gevels zijn van baksteen; de enige versiering vormt de natuurstenen omlijsting van voordeur en bovenlicht. Onder de goot is een brede band van de gevel licht geschilderd; ook de topgevels, die uit vakwerk bestaan zijn wat de baksteen betreft gewit.
Voor Nijmegen betrekkelijk vroeg voorbeeld van sober geornamenteerde “nieuwe” bouwstijl uit het begin van de 20e eeuw, op ongewoon monumentale schaal. Gaaf bewaard.”
Hotel-Café-Restaurant ’t Rondeel van A.J.J van Kempen met twee koetsen en mensen op het balkon en in de deuropening; links oude huisjes aan de Eerste Walstraat, nu een Grieks restaurant, 1895-1900 (dr. Jan Brinkhoff via D41 RAN CC0)
Al jarenlang zit Grieks restaurant Dionysos op de hoek van de Eerste Walstraat en de Bloemerstraat. Ook voor de oorlog zaten hier al horecazaken, waaronder het hotel, café-restaurant ’t Rondeel van van Kempen.
Links een stukje hoekgebouw van de eerste Walstraat : het latere Hotel, Café-Restaurant ’t Rondeel van Van Kempen. Bloemerstraat gezien in de richting van de Augustijnenstraat. Met op de achtergrond de toren van de St. Augustinuskerk, 1890-1895 (Dr. Jan Brinkhoff via D42 RAN CC0)
Smith
In november 1881 krijgt J.C. Smith vergunning tot “verkoop van sterken drank in het klein” “in het voorhuis en kamer van het huis aan de Walstraat B. No. 13. Bij de bekendmaking van deze vergunning waren er vele anderen aan wie tevens een vergunning werd verleend: mogelijk vanwege nieuwe regelgeving? (PGNC 25/11/1881). Bij een advertentie wordt hij “koffijhuishouder Smith in de Bloemerstraat genoemd. (PGNC 15/9/1886). Bij de bevalling van hun zoon op 8 juni blijkt Smith getrouwd te zijn met Hendrika Suzanna Zurich (PGNC 9/6/1887) In 887 is het Café Smith (“Vraag de echte Friesche Boerenjongens” (PGNC 18/12/1887)
J. Klaus
Advertentie J. Klaus, Bloemerstraat (De Gelderlander 14/2/1892)
In februari 1892 adverteert J. Klaus, Café “Rondeel” v/h. Smith, Bloemerstraat No 1 met bier van brouwerij de drie Hoefijzers uit Breda, waarvoor Klaus als agent voor Nijmegen en omstreken is aangesteld (De Gelderlander 14/2/1892).
Tijdens de carnaval is er dansmuziek. (PGNC 28/2/1892)
Advertentie Hotel en Café restaurant ’t Rondeel Bloemerstraat (De Gelderlander 20/7/1893)
Advertentie ’t Rondeel Bloemerstraat 1 van J. Klaus (De Gelderlander 17/11/1893)
Rond 1892/1893 lijkt Klaus ’t Rondeel te hebben ingericht als hotel-café-restaurant. “Geopend van af den 1. Mei.” (De Gelderlander 20/7/1893)
H. Kamper
In ieder geval zit bij de nieuwjaarswens van 1896 H. Kamper op het Café “Rondeel” (De Gelderlander 1/1/1896).
Voor niet al te lange tijd: in juli 1898 neemt J.J. van Kempen de zaak over.
Advertentie overname ’t Rondeel door van Kempen (PGNC 31/7/1898)
Van Kempen
In het Adresboek 1899 komt J.J. v. Kempen voor op Bloemerstraat nummer 1 en 3.
Bij van Kempen is er tijdens de kermis muziek: een Tiroler-Concert. Dan kopt hij de advertentie met “voor het eerst in Nijmegen”, onduidelijk is waar de eerste keer op slaat. (PGNC 1/10/1899)
Advertentie Koffiehuis en Hotel “Rondeel” te koop (De Gelderlander 23/10/1904)
In oktober 1904 staat het Koffiehuis en Hotel “Rondeel” te koop. (De Gelderlander 23/10/1904). Waarom is nog onduidelijk en eveneens of deze daadwerkelijk wordt verkocht: eind december 1905 lijkt van Kempen nog steeds zijn bedrijf te hebben.
Dan heeft hij, Hotel, Café-Restaurant “’t Rondeel” en nu ook “Stalhouderij” een omnibus-dienst van het station naar de stad (advertentie PGNC 10/12/1905). De stalhouderij/vestiging van de stads-omnibus zelf lijkt op de Arend Noorduijnstraat 15 te zijn (PGNC 14/10/1906).
Hotel-Café-Restaurant ’t Rondeel van A.J.J van Kempen met twee koetsen en mensen op het balkon en in de deuropening; links oude huisjes aan de Eerste Walstraat, nu een Grieks restaurant, 1895-1900 (dr. Jan Brinkhoff via D41 RAN CC0)
In ieder geval lijkt er in 1925 een verbouwing te hebben plaats gevonden: “Bezoekt het opnieuw gerestaureerde Hotel-Café-Restaurant “‘T Rondeel”. Dan is het ook “A. van Kempen” in plaats van “J.J.”.
Advertentie ’t Rondeel (De Gelderlander 11/4/1925)
De nieuwjaarsgroet in PGNC 31/12/1927 wordt ondertekend met Adr. van Kempen.
De Kauwstraat bestaat pas sinds 1987 als naam (Straatnamenregister). Eind 2024 is de straat opnieuw ingericht.
Modderpaadje
Op Noviomagus (en dan vooral reactie 4 en 5) is te lezen dat de Kauwstraat aanvankelijke een modderpaadje was de Krayenhofflaan naar de Eerste Oude Heselaan (huidige naam). Een van de opvallende aan de Kauwstraat is de “Crisiskapper” op de hoek met de Krayenhofflaan. Op Noviomagus zijn tevens foto’s van 2005 van de straat te zien.
Voordat de Kauwstraat een straat werd, was het een speelveldje.
Gezicht vanaf de Krayenhofflaan in de richting van Vissers Meubelen aan de Eerste Oude Heselaan, 1985 (Ber van Haren via KN14444-6 RAN CC0)
“Gevonden Ruimte”
Het Architectuur Centrum Nijmegen benoemde de Kauwstraat 2021 (datum van de pagina) nog tot 1 van de 13 “Gevonden ruimtes”: “Braakliggende tussenruimtes of locaties die een herontwikkeling verdienen”.
Hiervan was de Kauwstraat 1 van de 3 “Buurtverbinders”: “Vlak achter het spoor, verscholen tussen een meubelzaak en visserswinkel, ligt de Kauwstraat. Hier ligt een strook van enkele meters diep, ingeklemd tussen graffiti wanden en trottoir. Grassen, bloemen, bijen en klimop gedijen hier goed. Buurtverbinder?”
Vernieuwingen
Een van de opvallende zaken is de hondenuitlaatplaats. Voor lag deze vlak in de buurt, aan de Tunnelweg. Vanwege vergroening, met onder andere als doel het tegengaan van hittestress, is hier een “echt” parkje aangelegd, waarbij wadi’s zijn aangelegd voor de opvang van water.
Daarnaast is de weg van de Kauwstraat versmald: net als in de Krayenhofflaan is hier een groenstrook aangelegd voor de vergroening van de wijk. (Wel zijn zijn nu voor de aanleg van de hondenuitlaatplaats de struiken gerooid; deze waren mogelijk vanwege sociale veiligheid in de loop der jaren al ver terug gesnoeid (eigen observatie).
Wel krijgt de Kauwstraat, doordat de Krayenhofflaan een fietsstraat is geworden en er langs Vissers Meubelen een verbindingsweg met de Tunnelweg is gekomen, een grotere verkeersfunctie.
Kijkend vanaf het dak van Vissers Meubelen aan de Eerste Oude Heselaan in de richting van het speeltuintje aan de Kauwstraat; Rechts het terrein en pand van Autospuiterij Wijnhoven B.V. aan de Eerste Oude Heselaan 274 t/m 270, 1978-1980 (Gemeente Nijmegen via KN11415-42 RAN CC0)
The Imker
The Imker Kauwstraat, maart 2025 (Google Streetview)
Let ook op “The Imker”, op muur bij de Greenwheels parkeerplaats.
Bethel ’s avonds, Tweede Oude Heselaan (januari 2021)
De Heeschelaan was eeuwenlang de gangbare weg tussen Nijmegen en Hees, totdat de Voorstadslaan werd aangelegd. Bij de aanleg van het spoor moest de laan gedeeltelijk worden omgelegd. Toen de Voorstadslaan de verbindingsweg werd, veranderde de naam in Oude Heesschelaan.
Diversiteit in bouw
Aan de straat is een grote diversiteit aan bebouwing te zien, die deels herinnert aan het toenmalig landelijke karakter van het gebied. De arbeiderswoningen en het Bethel complex herinneren aan de tijd van de industrialisatie van Nijmegen. En bijzonder: de straat maakt een opvallende bocht naar rechts, de “Tweede Oude Heselaan” eindigt dan ook pas bij de Dikke Boom van Hees.
Deze pagina zal van tijd tot tijd worden aangevuld.
Bijzondere gebouwen
Tweede Oude Heselaan 161-165 “als herkenbare relicten van de prestedelijke fase”
Bethel complex, bestaande uit:
De voormalige Bethelkerk, 1895, Tweede Oude Heselaan 167-169-171 (gemeentelijk monument)
Voormalig schoolgebouw, 1897, Tweede Oude Heselaan 173-173a (gemeentelijk monument)
Heilig Hartbeeld, Albert Meertens, Tweede Oude Heeselaan 171
De dubbele villa van Villa Delta, Tweede Oude Heselaan 181 en Villa Aurora
Landhuis “The Corner”, Tweede Oude Heselaan 522, hoek met Emmalaan
Voormalige van Raay Bandenservice (juni 2024)
Tweede Oude Heselaan 161-165 “als herkenbare relicten van de prestedelijke fase”: op deze locatie zat jarenlang P. van Raay Bandenservice.
Bethel
Bethel bij avond (februari 2024)
Het Bethel Complex. Begonnen als protestantse kerk ging het over naar de Katholieke kerk. Tegenwoordig is het verbouwd tot appartementen.
De Bethelkerk, gebouwd in 1895 door de Hervormde Vereniging Bethel voor de Nederlands Hervormde Gemeente , op de hoek met de Pastoor Zegersstraat, Tweede Oude Heselaan 171, rond 1900 (F34248 RAN) Wolfskuil
Aurora en Delta
Dubbele villa Aurora en Delta (juni 2024)
De dubbele villa van Villa Delta, Tweede Oude Heselaan 181 en Villa Aurora.
Villa Aurora 2 van directeur Salomonski van boterfabriek Batava, gebouwd als dubbel woonhuis in 1875, Tweede Oude Heselaan 179 – 181, 1965 – 1970 (Evert F. van der Grinten via F78117 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
1903, Huidig adres: Tweede Oude Heselaan 522 Het huis dat tegenwoordig The Corner heet was 1 van de eerste 2 villa’s van het Villapark Hees. De architect was Oscar Leeuw. In dit artikel wordt nader ingegaan op dit villapark. Verkoop Villa Leeuwenstein Op 8 en 22 juli 1897 zal de villa “Leeuwenstein” onder Hees met…
Op nummer 175, gebouwd in 1884 zat melkhandel Cloosterman. Bij werkzaamheden kwam een schildering aan het licht; In 2008 is hier weer witte verf overheen geschilderd. Zie voor een foto Noviomagus (tevens bron).
De gesloopte “Groene” Boerderij
Woning op plaats voormalige groene boerderij (juni 2024)
1883, Hoek Tweede Oude Heselaan en Dikkeboomweg Een van de markante gebouwen (en een gebouw dat ik persoonlijk nog steeds mis in een rondwandeling) was de groen geschilderde voormalige boerderij. Op de site van Speledingetje staat een foto (tevens bron). De laastste gebruiker was een handelaar in antiek/oude spullen. Hiervoor in de plaats is een soort van moderne versie gekomen, zie de foto.
Beelden
1952, Heilig Hartbeeld, Albert Meertens, Tweede Oude Heselaan 171 (verplaatst)
Tweewielercentrum Siezenis Tweede Oude Heselaan 123 op Noviomagus
Poort Tweede Oude Heselaan (juni 2024)Heilig Hartbeeld Tweede Oude Heselaan (juni 2024)Krappe Ingang Tweede Oude Heselaan (juni 2024)Tuin Tweede Oude Heselaan (juni 2024)Mater Dei tegel Tweede Oude Heselaan (juni 2024)kat Tweede Oude Heselaan (juni 2024)Vergroening op hoek Tweede Oude Heselaan (juni 2024)
Woningen en winkels Hoek Tweede Oude Heselaan Nieuwe Nonnendaalse weg, architect Okhuysen (april 2023)
Op de hoek van de tegenwoordige Tweede Oude Heselaan en Nieuwe Nonnendaalse weg bouwde NV Berntsen & Braam een complex woningen met (waarschijnlijk) een bedrijfsgedeelte. De architect was J. Okhuysen. In het winkelgedeelte heeft jarenlaag apotheek Binnendijk gezeten.
De aannemer was NV Bertnsen & Braam Aannemersbedrijf en de architect J. Okhuysen
Oude Nonnendaalseweg,vanuit de Tweede Oude Heselaan gezien: in 1910 nog onbebouwd land, 1910 (RAN F46234)
Drogisterij
In 1934 krijgt Drogisterij “Insulinde” telefoonaansluiting op Oude Heeschelaan 207 (PGNC 14/9/1934)
In het Adresboek 1936 staan Mej. B.G. Hovius, assistent-apotheker en G.N. Hovius op dit adres. In maart 1938 vertrekt C. Hovius-Degenkamp – een dochter?-, z.b. naar Tilburg (PGNC 12/3/1938)
In juni 1937 vestigt “L. Haarbrink en gezin, drogist” zich op dit adres. Zij zijn afkomstig van Driebergen (PGNC 12-6-1937).
Apotheek Binnendijk
In september 1948 opent A.W.Th. Binnendijk zijn apotheek op Tweede Oude Heselaan 207. Afgaande op de advertentie uit 1948 zat daarvoor de apotheek van arts H. van der Made. Wat de verhouding is tussen Insulinde/Hovius/Haarbrink en van der Made is, is nog niet bekend: waarschijnlijk heeft van der Made in de tussentijd het pand overgenomen en zijn er mogelijk nog andere gebruikers geweest.
Daarnaast is nog niet bekend waarom het krantenartikel refereert naar de verwoeste apotheek in de Voorstadslaan, terwijl Binnendijk een apotheek van van der Made overneemt:
“Promotie Stadgenoot
Advertentie aankondiging Apotheek Binnendijk (De Gelderlander 28/8/1948)
Onze stadgenoot apotheker A.W.Th. Binnendijk, St. Annastraat 458, zal 21 Juni a.s. om 14 uur aan de Rijks-Universiteit te Utrecht promoveren tot doctor in de Wis- en Natuurkunde op het proefschrift: “De invloed van diuretica op de kininespiegel in bloed en urine”
Het is bekend dat in West-Nijmegen de apotheek in de Voorstadslaan door oorlogsgeweld is vernield, zodat de pharmaceutische hulp in dat stadsdeel onvoldoende kon worden verzorgd
Om daaraan tegemoet te komen zal begin September door Dr. A.W.Th. Binnendijk in de Oude Heesselaan op no. 207 een apotheek worden geopend.” (De Gelderlander 19/6/1948)
De apotheker A.W.Th. Binnendijk komt voor in de Adresboeken 1951 en 1971 op Tweede Oude Heselaan 207. Ook in 1983 zit Apotheek Binnendijk op dit adres, een foto is te zien op F34253 RAN.
Later verhuist de apotheek naar “in de Fuchsiastraat nabij een nieuw te vormen plein met winkels.” (Facebook van Nijmegen Toen) Ten tijde van dit bericht (2014) zit Vitalitools in de winkel, “een bedrijf gespecialiseerd in gezond en duurzaam binnenklimaat.”
Bouwplan van een complex woningen op een terrein gelegen tusschen de Oude Heeschelaan – Oude Nonnedaalscheweg, De aannemer was NV Bertnsen & Braam Aannemersbedrijf en de architect J. Okhuysen (Detail D12.399867)Bouwplan van een complex woningen op een terrein gelegen tusschen de Oude Heeschelaan – Oude Nonnedaalscheweg (Detail D12.399867)
Het water onder de Ooypoort dat in de Waal uitkomt en waar aan de andere kant woonboten, wordt ’t Meertje genoemd. Oorspronkelijk was ’t Meertje de loop van de Rijn (de Waal bestond nog niet als dusdanig). Vanuit Duitsland liep het onder de stuwwal door en kwam oorspronkelijk uit ter hoogte van de huidige Waalbrug.
Bij de aanleg van de Waalbrug is de uitmonding van ’t Meertje verlegd naar de huidige ligging. Daarbij is een wat grotere inham gegraven, waar nu woonboten liggen. Sinds 2009 heet het water officieel ’t Meertje.
Tegenwoordig is ’t Meertje de afwatering van onder andere de Duffelt en de Ooijpolder via het Hollandsch-Duitsch gemaal.
Stadswaard met op de voorgrond de Ooypoort (september 2024)
Sinds 2005 valt de “Stadswaard” onder het beheer van Staatsbosbeheer. Daarbij was de grond van boeren gekocht of geruild met grond dat achter de dijken ligt. De grond was daarbij in gebruik als weidegrond: vrijwel jaarlijks overstroomt dit gebied, zodat het voor andere landbouwtoepassingen sowieso niet geschikt is.
Vanaf dat moment mag het gebied verwilderen. Daarbij zijn Galloway runderen en Konikspaarden uitgezet om het gebied te begrazen (ik weet niet of vanaf 2005 meteen deze rassen zijn ingezet).
Het gebied is tot stand gekomen in een samenwerking tussen provincie Gelderland, de gemeente Nijmegen, Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat is daarbij verantwoordelijk voor de waterkwaliteit en ecologie van de rivier
Recreatie
De Stadswaard wordt gezien als een “voorportaal” van de Ooijpolder door Nijmegenaren. En dat is ook een bewuste keuze van het beheer geweest: daarmee wordt de druk op “andere, ecologisch meer waardevolle natuurgebieden in de Ooijpolder” vermindert. (Duurzame kleiwinning)
Naast wandelgebied is de Stadswaard ook in gebruik door haar Waalstrandjes, waar mensen op mooie dagen zonnebaden. Daardoor is ook een deel van het strandgebied afgezet voor de grote grazers. Ook voor 2005 waren deze stadsstrandjes overigens in gebruik, al dan niet officieel.
Nevengeul ’t Zeumke
Brug ’t Zeumplankje (augustus 2025)
In 2016 en 2017 werd in de Stadswaard een nevengeul van 1 kilometer afgegraven, zodat de oude hoogdynamische rivierdynamiek terugkeert (Duurzame kleiwinning). Deze kreeg de naam ’t Zeumke, vernoemd naar een oude waterloop. De opening vond 17 november 2017 plaats.
Een deel van de afgegraven klei is gebruikt om een vluchtplaats voor hoogwater voor grote grazers bij de Vlietberg aan te leggen.
Brug ’t Zeumplankje
brug ’t Zeumplankje Ooijpolder (oktober 2023)
’t Zeumplankje is de brug over de uitgegraven nevengeul van de Waal. Het was een ontwerp van ipv Delft: “de voetgangersbrug, die zich karakteriseert als natuurlijke eenvoud: in essentie is het een betonnen plank op nonchalant geplaatste palen. Met landschappelijke charme, uiteraard.” Een brug zonder “poespas”, zodat alle aandacht naar het water en het landschap gaat. Daarbij koos ipv Delft voor een ruwe afwerking van de betonpalen, de houtnerven van de bekisting zijn nog op de randen te zien en het brugdek is alleen opgeruwd om slippen te voorkomen. Ook lijken de palen lukraak geplaatst te zijn.
Overstromingen
Bij het ontwerp is rekening gehouden dat het gebied periodiek overstroomt: het brugdek is licht gebold aan de bovenzijde. Hierdoor kan het water makkelijker passeren als het water stijgt en eveneens wanneer het water later weer zakt. Daarbij heeft de brug geen opstaande randen of goten, zodat water en vuil zich daar verzamelen. Door de materiaalkeuze en ontwerp is de brug vrijwel onderhoudsvrij en zal naar verwachting 80 jaar meegaan.
Blaadjes op de brug ’t Zeumplankje, Ooijpolder, oktober 2023
Op het veerooster zijn stapvlakken in de vorm van wilgenbladeren gemaakt. Deze dragen zowel bij aan de functionaliteit van de brug als de uitstraling.
Ook is de naam van de brug uitgesneden.
Naam ’t Zeumplankje
De naam is bedacht door de 7-jarige Sebastian Sap, die de brug in 2017 ook mocht openen.
Opgeztte boomstammen Waalstrand Ooijpolder, oktober 2023
De bewoners
Konikpaarden
Konikpaarden en Waal in de Ooijpolder (mei 2024)
Przewalskipaarden: van 1982-1998
Vanaf 2012 zijn er permanent konikspaarden in het gebied uitgezet. Van 1982-1998 was het een reservaat voor przewalskipaarden. Deze zijn naar Mongolië vervoerd, om de paarden in hun oorspronkelijke gebied weer opnieuw te introduceren.
Koninks
De konik komt oorspronkelijk voor in Polen en Wit-Rusland. Konik (konjiek) betekent in het Pools “paardje” en het is zogenaamd halfwild paard.
Net als wilde paarden zijn koniks klein en hebben ze een zogenaamde “wildkleur”, waardoor hun kleur valer lijkt dan dat deze daadwerkelijk is.
Geen verzorging en gehele jaar buiten
Ze hebben geen verzorging nodig en bovendien kunnen ze (in principe) het gehele jaar buiten blijven. Dit zijn belangrijke redenen dat ze worden ingezet in de begrazing van natuurgebieden.
Feitelijk houden de koniks niet van warmte: ze hebben een vetlaag, daarop een dikke leren huid en tot slot een weelderige vacht. Voor een konik is de ideale temperatuur rond de 4 graden boven nul.
Daarnaast zijn ze vrij van ziekten die “normale” paarden kunnen hebben, iets waarvoor ze speciaal zijn gefokt. Hun karakter is gewillig, rustig en sober.
In 2013 zijn er een aantal konikpaarden naar Bulgarije verplaatst, zodat het aantal paarden op ongeveer 140 te houden.
kalf in de Ooijpolder, mei 2021In het gebied zijn een aantal gedichten, “Literaire Bakens”, geplaatst (september 2024)
Kerkje Persingen
“Geestelijk centrum van de katholieke verkenners
Over enige maanden is Persingse kerk in oude luister hersteld
(Van onze verslaggever)
Persingen, Febr.- Wanneer ge op een winterse dag de wijde Ooypolder doorkruist, dan wordt ge telkens weer getroffen door dit typisch-Nederlandse landschap. Zo ver het oog reikt, ziet ge niets dan weilanden, met af en toe een boerderij, die als een speelgoedhuisje schijnt neergevlijd in deze onmetelijke vlakte. Eenzaam en welhaast verloren in dit onafzienbare weideland ligt het gehucht Persingen, een kerkje met aan zijn voet een paar boerenhuisjes. Het is derwaarts dat onze tocht voert; we willen ons op de hoogte stellen van de stand der herstelwerkzaamheden aan de St. Joriskapel, die over enige maanden het geestelijk centrum van de katholieke verkennersbeweging van Nederland zal zijn.
Herbouw sacristie en herstel moeten mogelijk worden
Ge kent de voorgeschiedenis in grote lijnen: ge weet hoe het kerkje in de loop der eeuwen steeds meer in verval geraakte en het voortdurend verder verwijderd werd van zijn oorspronkelijke bestemming. Hoe het in de vorige eeuw zelfs tot woonruimte werd verbouwd, waarbij de oorspronkelijke gothische lijn geweld werd aangedaan door het aanbrengen van rechthoekige ramen. Ge herinnert u ook, dat er zelfs vee in gestald werd, dat landbouwgerief er een plaats vond en dan zijn er verder niet veel woorden meer voor nodig om aan te tonen dat dit oudtijds zo fraaie Godshuis in een droevige toestand was geraakt en dat restauratie geen weelde was.
Maar zie, hoe nu dit alles wordt hersteld. Let eens op de intense zorg waarmede dit kleinood zoveel mogelijk in zijn oude staat wordt gerestaureerd. Het doet het hart goed, dat er in deze zo materialistich ingestelde wereld, waarin productiviteit en rationalisme aan de orde van de dag zijn nog belangstelling en financiën zijn voor een object als dit monument, dat straks weer een wellust zal zijn voor het oog, een sieraad in het landschap, waarlijk een huis des Heren.
Is het dan wonder dat de verkennersbeweging met beide handen de gelegenheid om het kerkje in bruikleen te krijgen, heeft aangegrepen en dat men niet heeft gerust vooraleer zekerheid was verkregen dat herstel van dit bedehuis tot stand kon komen.
Het rijk, de provincie en de gemeente Ubbergen wilden daarbij helpen, want ook deze instanties zagen de waarde in van dit historische gebouw uit de dertiende eeuw.
De verkenners hebben zelf ook een duit in het restauratie-zakje gedaan en dan wel door een groot gedeelte van de opbrengst der “Heitje-Karweitje”-actie van vorig jaar te bestedne voor het herstel van het Persingse kerkje, dat nu reeds bekend staat als de St. Joriskapel.
Buitenwerk
Zo kon vorig jaar een begin worden gemaakt met de werkzaamheden. Zowel van buiten als van binnen was er enorm veel werk aan de winkel en hoe kon het ook anders nadat er eeuwen lang van een behoorlijk onderhoud geen sprake was geweest, maar integendeel lukraak gesloopt en vernield was. Het dak moest terdege onder handen genomen worden; de kap die onbeschoten was, met als gevolg dat de minste of geringste storm een aantal pannen oplichtte en meesleurde, moest beschoten gemaakt worden, zodat dit euvel en dat van lekkages uit de wereld geholpen werd. Een volgende stap was het opnieuw ordenen van de pannen, waarbij het lagere deel achter de toren met rode, het hogere deel boven het priesterkoor met blauwe exemplaren werd gedekt, zoals het vroeger ook is geweest. Vervolgens moesten de steunberen worden bijgewerkt en opgehoogd, een secuur en tijdrovend werkje, dat verdiende goed gedaan te worden, daar deze voor een groot deel het aspect van het kerkje bepalen.
Aan het interieur was (en is nog) eveneens veel te doen. In het voorste deel, achter de toren, is een nieuwe zolder van eikenhout gelegd, terwijl het gewelf vanaf de aanrazering tot boven het priesterkoor geheel vernieuwd moest worden. Dit gewelf is thans gereed en nu kan begonnen worden aan het uitbreken van het metselwerk uit de vensters, die van passende glas-in-lood-ramen worden voorzien. Het vrijwel verteerde pleisterwerk van de binnenmuren is verwijderd en wordt vernieuwd. Een laag zand van ongeveer 80 cm hoogte, welke na 1899 in de kerk werd aangebracht om de boeren een veilige vluchtplaats te verschaffen bij overstroming van de Ooypolder, is weer afgegraven. Hierdoor komen de lijnen van het kerkje beter tot uiting, de verhoudingen zijn zuiverder geworden en eerst nu gaat men volkomen beseffen, welk een uitzonderlijk fraai Godshuis deze St. Joriskapel is.
Tekeningen van het interieur beloven een bijzonder smaakvolle inrichting. De vloer wordt belegd met oude Naamse tegels en het priesterkoor, dat 14 cm hoger komt te liggen dan de rest van de kerk, wordt door een fraai smeedijzeren hek met Franse lelies afgesloten. Het sobere, 2 meter lange altaar in tombe-vorm wordt in eenvoudige trant gehouden en zal getooid worden met een smaakvol kruis en dito kandelaars, een kolfje naar de hand van edelsmid Noyons, die ook het tabernakel, de kelk en de ciborie zal vervaardigen.
Uit dit alles kan men geredelijk afleiden, dat niets onbeproefd wordt gelaten om dit kerkje zijn vroegere luister te hergeven. Het architectenbureau van de Irs. Deur en Pouderoyen te Nijmegen staat er met de Beekse aannemer de Wit borg voor dat het herstel met deskundigheid en liefde geschiedt.
Het is echter bijzonder spijtig, dat er voorlopig geen kans schijnt te bestaan op herstel van de toren, waarvan de galmgaten zijn dichtgemetseld. Het schilderachtige aspect dat de kapel straks zal bieden, wordet zeker in niet onbelangrijke mate geweld aangedaan door de afzichtelijkheid van de toren in zijn huidige staat.
Zowel Monumentezorg als de Verkennersbeweging zullen niet mogen rusten eer de middelen gevonden zijn om ook dit onderdeel van de St. Joriskapel in oude luister te herstellen, terwijl wij ook een lans zouden willen breken voor herbouw van de oude sacristie, die rond 1899 werd gesloopt.” (De Gelderlander 27/2/1953)